LODEWIJK DE VROME


persoonspagina | voorouders-pagina | familiepagina |

geen foto

 
Personalia

Naam: Lodewijk de Vrome
Geboren: 00-08-778 te Chasseneuil
Overleden: 20-06-840 te op een eiland in de Rijn bij Ingelheim
 
Ouders: Karel de Grote en Hildegard
Broers en/of zussen: Adelais
Karel
Pepijn
Rotrudis
Gisela
Hildegard

Echtgenoot:

Ermengarde van Haspengouw
Trouwdatum:00-00-794

Echtgenoot:

Judith van Beijeren
Trouwdatum:00-02-8169 te Aken

Kind(eren):

Karel
 
 
Levensloop

0 jaar:geboorte Lodewijk
2 jaar:geboorte zus Gisela
4 jaar:geboorte zus Hildegard
4 jaar:overlijden moeder
5 jaar:overlijden zus Hildegard
15 jaar:trouwt met Ermengarde van Haspengouw
22 jaar:overlijden zus Gisela
32 jaar:overlijden broer Pepijn
33 jaar:overlijden broer Karel
35 jaar:overlijden vader
40 jaar:overlijden echtgenoot Ermengarde
44 jaar:geboorte zoon Karel
61 jaar:overlijden zus Rotrudis
61 jaar:Lodewijk overlijdt
Lodewijk I de Vrome volgde zijn vader Karel de Grote na diens dood in 814 op als koning van de Franken, van 814 tot aan zijn eigen overlijden in 840. Paus Stefanus IV (V) kroonde hem op 11 september 813 tot medekeizer en in oktober 816 tot keizer van het Westen. Hij huwde een eerste maal in 794 met Ermengarde, met wie hij Lothar, Pepijn en Lodewijk de Duitser had, en een tweede keer met Judith, die hem een vierde zoon Karel schonk. Lodewijk I streefde er naar de erfenis van zijn beroemde vader te bestendigen, in de eerste plaats via het doorvoeren van geloofshervormingen. Maar zelf regelde hij zijn eigen erfopvolging bijzonder ongelukkig, en zijn regering werd door vernederingen en mislukkingen getekend. Terwijl Karel de Grote in Noord-Spanje op veldtocht was, beviel zijn vrouw Hildegarde hetzij op 11 april hetzij in juni/augustus 778 in de palts van Chasseneuil bij Poitiers van een tweeling. Na Karels terugkeer werden ze als Lodewijk en Lothar gedoopt. De karolingische koningsnamen Karel, Karloman en Pepijn waren reeds aan Karels eerder geboren zonen vergeven, zodat men besloot terug te grijpen naar deze van de belangrijkste Merovingische koningen Chlodowech I ofte Clovis, en Chlotarius I. De kleine Lothar stierf reeds in 779, maar Lodewijk overleefde.Een toeval zorgde ervoor dat hij na de dood van zijn vader Karel de Grote in 814 alleenheerser werd. Zijn beide oudere broers Pepijn en Karel waren namelijk reeds respectievelijk in 810 en 811 overleden. Daarmee verviel ook een in 806 getroffen regeling die het Frankenrijk in 3 stukken zou hebben opgedeeld; het probleem rond de toekenning van de keizerlijke waardigheid, die op zichzelf als ondeelbaar werd beschouwd, was door meer geluk dan wijsheid toch nog opgelost. Op 11 september 813 waren de rijksgroten te Aken bijeen en waren getuige van de feestelijke verheffing van de zoon van Karel de Grote tot mederegent en exclusieve erfgenaam van het Rijk, met de daaraan verbonden konings- en keizerstitels. Enkele maanden later overleed Karel en liet aan de 36-jarige Lodewijk een reusachtig rijk na. De eerste fase van zijn regering werd gekenmerkt door een intensieve wetgeving op wereldlijk en kerkelijk vlak. Terwijl zijn vader het rijk uitgebreid had, probeerde Lodewijk het te bestendigen en het een stevig fundament te schenken. In dit opzicht voerde hij een strenge hervorming van het kloosterleven door, die door de geestelijkheid positief werd onthaald en er toe leidde dat keizer en clerus ook in de toekomst in belangrijke kwesties overeenkwamen. Het is hier dat het idee van de eenheid van het Rijk onder het christendom zijn oorsprong vindt. Het was niet in de laatste plaats door zijn goede verstandhouding met de Kerk en door zijn strenge, op christelijke waarden gerichte levenswijze dat Lodewijk de bijnaam kreeg van de Monnik en na zijn dood van de Vrome. kreeg. In 816 dan werd hij door paus Stephanus IV tot keizer gekroond, wat ongetwijfeld een politieke overwinning voor het pausdom betekende. In samenwerking met de clerus probeerde Lodewijk in juli 817 via de Ordinatio Imperii (Ordening van het Rijk) de christelijke eenheid binnen zijn gebieden ook in de toekomst te vrijwaren. Die ordening hield in de praktijk in dat de oudste zoon Lothar tot mede-keizer gekroond werd en dat hij na Lodewijks overlijden de keizerstitel zou erven. De beide andere zonen Pepijn van AquitaniŽ en Lodewijk de Duitser kregen daarbij slechts de koninklijke waardigheid en een deelkoninkrijk - respectievelijk AquitaniŽ en Beieren - toegewezen, terwijl Lothar als koning van het Middenrijk en keizer de absolute opperheerschappij over zijn broers zou bezitten. Deze regeling weerspiegelde enerzijds de behoefte om de leiding over de Christenheid in ťťn hand te verenigen, en anderzijds de bezorgdheid dat het bij de Franken gebruikelijke verdelingsprincipe tot de verbrokkeling van het Rijk zou kunnen leiden. Voorbeelden van dat laatste waren er in het verleden genoeg geweest. De rijksordening van 817 is daarmee een modern politiek ontwerp ter oplossing van een explosief probleem, waarin de kiemen voor toekomstig conflict echter reeds ingebouwd waren. Het kwam al gauw tot een uitbarsting. Na de dood van zijn eerste echtgenote Ermengarde huwde Lodewijk de Vrome in 818 een tweede maal, met de Beierse Judith, die hem in 823 een zoon Karel schonk. Op aandringen van zijn eerzuchtige echtgenote kende de keizer in 829 op de rijksdag van Worms zijn jongste kind de Elzas, Zwaben en BourgondiŽ toe. Dat waren echter de kernlanden die al aan Lothar waren toegewezen; die kon zijn ongenoegen over de gewijzigde situatie niet verbergen. Als gevolg hiervan brak er in 830 een slepende machtsstrijd uit tussen Lodewijk de Vrome en zijn drie oudste zoons, alsmede tussen de broers onderling. Ten slotte leek het tot een beslissend treffen te zullen komen toen in de zomer van 833 de legers van de keizer en van de drie broers bij Colmar (Elzas) tegenover elkaar kwamen te staan. Maar nog voor het tot een veldslag kon komen, liepen de meesten van Lodewijks krijgers naar de vijand over. De verraden keizer zou toen ook de rest van zijn soldaten bevolen hebben zich bij het andere kamp te voegen. De plaats van het gebeuren ging de geschiedenis in als het LŁgenfeld (niet van leugen, maar van lueg - hinderlaag - nl. deze die de drie zoons hun vader hier gespannen hadden door zijn soldaten om te kopen). De zegevierende broers namen daarop hun vader gevangen en legden hem enkele vernederende voorwaarden op. Als voorbeeld werd Lodewijk te Reims symbolisch van de kerkdrempel verbannen en moest hij een openbare schuldbekentenis afleggen. Toen begonnen de drie oudste broers de macht onder elkaar te verdelen, waarbij Lothar zo overmoedig was zich op de Ordinatio Imperii te beroepen. Dat betekende nog min of meer dat hij het oppergezag over zijn broers opeiste. Daarop zetten Pepijn en Lodewijk hun oude vader opnieuw op de troon, en samen verbanden ze Lothar naar ItaliŽ. Toen Pepijn, koning van AquitaniŽ, in 838 overleed, kwam Lothar opnieuw bij Lodewijk de Vrome in de gunst. Als resultaat daarvan werd het Rijk in 839 opnieuw verdeeld : ditmaal kreeg Lothar AustrasiŽ (het oostelijk deel van het Frankenrijk, van de landen rond de Rijn, Maas en Moezel tot tegen ThŁringen en Beieren, met de steden Reims, Metz, Keulen en Trier). Karel verwierf NeustriŽ (het westelijk deel van het Frankenrijk) samen met AquitaniŽ (ondanks de protesten van Pepijns zoon Pepijn II), terwijl Beieren in handen van Lodewijk de Duitser bleef. De verzoening en de nieuwe verdeling veranderde echter niets aan het feit dat de politiek van de keizer volledig was mislukt. De strenge behoeder van de eenheid van het Rijk werd ten slotte de bewerkstelliger van haar ondergang. Dat laatste maakte hij zelf echter niet meer mee, want Lodewijk de Vrome overleed op 20 juni 840 op een eiland in de Rijn bij Ingelheim, drie jaar voordat het Verdrag van Verdun het Karolingische Rijk voorgoed zou opsplitsen.