FOTOALBUM



Kies een fotoalbum:
VA.C. Remouchamps
Gessel van
Drivenes
Hooijdonk van
Urvet
Bertha Remouchamps
Dubbelaar
Rosseneu
Kreukniet
Sandy Haneveer
Phoelich
Victor Vincent Edmond Edouard Remouchamps
Edouard Remouchamps
Pol (Leopold) Remouchamps
Edouard Remouchamps, brieven
Joseph Remouchamps
Louis Remouchamps
Gust Remouchamps
Edmond Remouchamps
Leo Remouchamps
Edouard Victor Augustus Remouchamps
Edmond Edouard Emile Remouchamps
Emile Remouchamps
Pol Remouchamps
Jules Leopold Remouchamps
Paul Remouchamps
Gilbert Remouchamps
Boels
Lightband
Colijn
Stavleu
Familie Haneveer
Donné
Röpcke
Schouw
Peter Haneveer
Malakauskas
Fam Burgdorffer
Leo Hendrik Baekelandt
Edouard-Maurice Remouchamps
Claeys
Paul Edouard
Robert Remouchamps
Bayard
Marc Remouchamps
Sadzot
Marie Jeanne Remouchamps

Leo Hendrik Baekelandt

U ziet pagina 1 van 1.
Klik op een foto voor een vergroting.

1 

Leo kwam uit een gezin van ongeletterde ouders die emigreerden uit de streek van Oudenaarde naar Gent. De groei van de steden was algemeen: de verarmde plattelandsbevolking, die meestal per dag of per afgeleverd stuk werd betaald, zag de stad immers als een manier om haar levensstandaard te verhogen. Door de industrialisatie groeide de Gentse bevolking snel (van 61.000 inwoners in 1815 tot meer dan 175.000 in 1930). In 1880 telde Gent zijn grootste aantal beluiken:697. Gedurende deze periode migreerden zowat honderdduizend mensen van het platteland naar de stad om hun levensstandaard te verbeteren, maar dit leidde tot de verarming van de arbeiders wat aanleiding gaf tot de oprichting van georganiseerde syndicaten. Door toedoen van zijn moeder, een dienstmeid te Ledeberg die vermoedelijk een gunstige invloed onderging van de begoede klasse die ze diende, ging Leo naar de lagere school.In die tijd was deze nog niet verplichtend. Ondanks de goede resultaten die beloond werden met een beurs van de Stad verplichtte zijn vader, die een herberg uitbaatte en eveneens schoenmaker was, Leo een jaar thuis te blijven om de “stiel” te leren en aldus de zaak verder te zetten. Leo’s moeder slaagde erin haar echtgenoot te overtuigen zodat Leo zich kon inschrijven voor zijn middelbare studies en bijkomende avondlessen in technologische chemie aan de Nijverheidsschool (Lindelei). Hij bewees een uitstekend student te zijn: hij slaagde met onderscheiding en kreeg opnieuw een beurs van de Stad Gent. Op 17 jarige leeftijd, in 1880, schreef hij zich in aan de Gentse universiteit en behaalde na vier jaar zijn diploma van Doctor in de natuurwetenschappen met een impressionante score van 56 op 60(“cum laude”). Leo is zijn moeder steeds dankbaar geweest voor haar vertrouwen in hem. Daarentegen beschouwde hij zijn vader als een brutaal persoon en “zwak van intellekt”. Zo kwam Leo in een omgeving terecht die zijn toekomstige carrière en denken zal bepalen. Gedurende zijn studies werd hij opgemerkt door Professor Swarts en werd net zoals Swarts’ zoon Frederic, assistent. Het laboratorium had niet enkel een reputatie dankzij zijn stichter, Professor Kekulé, die met zijn theorie over de structuur van benzeen verafgood werd, maar eveneens door het wetenschappelijk onderzoek van mensen zoals Adolph Baeyer. Baekeland had het geluk zich te kunnen ontwikkelen in een omgeving die zowel aan de top stond, zowel op het gebied van scheikunde als op het gebied van fotografie met Professoren zoals Van Monckhoven, Kekulé, Plateau en Swarts. Hoewel Leo Kekulé nooit persoonlijk ontmoet had, hing hij later in zijn laboratorium in de Verenigde Staten een foto van Kekulé tegen de muur. Toen Leo assistant was vroeg Adolf Baeyer, die inmiddels Gent had verlaten, Professor Swarts om de reacties van phenol en formaldehyde te herhalen in de hoop een kristallijn product te bekomen. Het werd een grandioze teleurstelling want wat men bekwam waren gele en bruinachtige harsen, een feit dat Leo zich later zeker nog zal herinneren... De Gentse universiteit was indertijd de ontmoetingsplaats van een 700-tal intellectuelen. Gedurende zijn studententijd raakte hij geïnteresseerd in de Vlaamse en de progressieve Liberale gedachte en werd hier de basis voor zijn toekomstige vriendschap en zijn denken gelegd. Hij werd lid van het taalminnend genootschap “’t Zal wel gaan” die de eerste Vlaamse progressieve studentenorganisatie in België was(1852). Van waar deze interesse? Leo, van eenvoudige afkomst, vond daar progressieve krachten die openlijk de door de voornamelijk Franstalige en conservatief katholieke elite gedomineerde maatschappij aan de kaak stelde. Leo was immers onder de indruk van de slechte sociale omstandigheden waarin de hoge burgerij en vooral de Franstalige bedrijfsleiders de scepter zwaaiden. Naast deze ellendige sociale omstandigheden van de werkende klasse werd Leo geïnspireerd door de Vlaamse beweging en de strijd der “gedachten” tussen Katholieken en Liberalen die zich vertaalde in de schoolstrijd (1879-1884 eerste schoolstrijd). De leden van “‘t Zal” beweerden dat de macht van de kerk in België één van de redenen was van de sociale, culturele en economische achterstand in Vlaanderen. Een open benadering van problemen en feiten en een beter (lees ontkerstend) onderwijs zou volgens hen de basis kunnen vormen van vooruitging. Voor de meeste (wetenschappers)onder hen was de slogan “Scientia vincit tenebras” (wetenschap overwint de duisternis =macht van kerk/ religie later vermeld in het embleem van de VUB) een realiteit. Het klinkt vandaag zeer revolutionair maar moet in deze context gesitueerd worden. Zoals gesteld was, voor zover die gescheiden kunnen worden, was “‘t Zal wel gaan” niet alleen een politieke maar vooral een culturele beweging gericht op de promotie van de Vlaamse identiteit en taal. Een van de hoofdthema’s van de Vlaamse beweging was de vernederlandsing van de Gentse universiteit. De Universiteit werd opgericht door Koning Willem I der Nederlanden. Voor Vlaanderen werd dit een toegang tot de moderne wereld van wetenschap en technologie. De vernederlandsing van de Universiteit werd slechts doorgevoerd in 1930 en was een mijlpaal in de Vlaamse bewustwording. Pas vanaf dan konden studenten vanaf hun lagere school tot een eventueel doctoraat in Vlaanderen hun studies voltooien in het Nederlands . Toen Leo in 1880 lid werd ontmoette hij mensen die meestal van bescheiden afkomst waren; Julius Mac Leod (later Professor in Fysiologie en Plantkunde) als Voorzitter, Camiel De Bruyne (later Rector van de Universiteit) Edouard Remouchamps (later behandelend geneesheer van Leo’s ouders) als secretaris, J.F. Boonroy (later Directeur van de Antwerpse Nijverheidsschool) en Edward Anseele (oprichter van de eerste cooperatieve in Gent “Vooruit” (1881), medeoprichter van de Belgische werklieden Partij (BWP) (1885) en voorman van de socialistische partij). Leo zinspeelde regelmatig op de armoede van de werkende klasse die hij vaststelde gedurende zijn studententijd: “Ik herinner mij nog, als van gisteren, de dagelijkse processie naar de textielfabrieken van honderden werklieden, op hun kloefen, ’s morgens vroeg in de kou en ’t donker : vaders, moeders en kinderen; ik hoor nog de schellere geluiden van de kinderkloefjes: klop, klop, klop, klop; van die kleintjes, te vroeg uit hun slaap getrokken en half wakker op de weg, in plaats van warm onder de sargies te mogen blijven”. Hij zal met al zijn vrienden levenslang contact blijven houden maar vooral met Remouchamps waarnaar Leo vanuit de Verenigde Staten herhaalde malen schreef : “Ik heb een onbepaald vertrouwen in uwe kunst en wetenschap en ben innig overtuigd dat niemand mijn moeder beter kan behandelen dan gij. En indien er iets te doen is gij het doen kunt. Verder heb ik de voldoening te weten dat gij als een toegenegen vriend beter dan iemand begrijpt wat mijne moeder voor mij is en ik weet ook dat gij, om mijnentwege, u meer moeite geeft en haar meer tijd besteedt dan uw drukke bezigheden u veroorloven”(1899). Ondanks herhaalde ziektes stierf Leo’s moeder op 80-jarige leeftijd(1914).In 1885 was Leo medeoprichter van de Bond der Oud Leden (BOL) van “t Zal wel gaan”. In hetzelfde jaar werd hij onderzoeker en assistent te Gent en leraar te Brugge. Door zijn bijkomende inkomsten verkeerde hij nu in de mogelijkheid zijn familie in een aangenamer leven op een boerderij aan de Leie te Afsnee te voorzien. Daar genoot hij tevens met zijn vrienden van zijn roei- en zeiltochten op de Leie en de Schelde. Niettemin zullen de wetenschappelijke benadering en het democratische ideaal, thema’s zijn die terugkomen in Leo’s latere gedachtegoed. Van Academicus tot ondernemer Op het gebied van fotografie grepen er te Gent merkwaardige evoluties plaats. Professor Désiré Van Monckhovens werk, “Traité général de Photographie”, werd zo wat de bijbel voor iedereen die geïnteresseerd was in fotografie, waardoor Gent in het centrum van de internationale belangstelling stond. Hij voegde niet alleen een chemisch element (ammoniak) toe aan de bromide zilver gelatine platen, maar startte ook als eerste de Europese fotografische platen fabriek op. Sinds zijn studententijd was Leo geïnteresseerd in fotografie en gebruikte als amateur-fotograaf Van Monckhoven’s fotoplaten! Iets later werd te Gent een andere fotografische platen fabriek opgestart: Ed. Beernaert Dry Plate Company “. In deze gereputeerde internationale omgeving van de Gentse Universiteit schreef Leo als assistent over fotochemie en dissociatieverschijnselen van zouten. Naast zijn wetenschappelijk onderzoek, begon Leo te werken op de verbetering en ontwikkeling van fotografische emulsies en kreeg daar bij ideeën die verder gingen dan zijn interesse als amateur fotograaf…. In 1886 bekwam hij de eerste praktische resultaten en zette dit om in een Duits en Belgisch octrooi. De uitvinding bestond uit een fotografische plaat die niet alleen de lichtgevoelige emulsie bevatte maar ook (aan de andere zijde) twee verschillende chemicaliën die na onderdompeling in het water voor de ontwikkeling zorgde. Dit was theorie en om deze in praktijk om te zetten diende Leo beroep te doen op (financiële) hulp. Daarnaast won hij als assistent van Professor Théodore Swarts, en tot fierheid van de universiteit zelf, de interuniversitaire nationale wedstrijd op 24 februari 1887, op basis van zijn werk over de dissociatieverschijnselen bij loodnitraat, wat hem een reisbeurs gaf voor een verblijf aan buitenlandse laboratoria. Met de steun van zijn vriend aan de Universiteit, Jules Guequier, wiens ouders grootgrondbezitters waren in Wachtebeke, vond hij de middelen en de locatie om zijn octrooi van 1886 om te zetten in de praktijk. Op 1 januari 1888 werd, op Guequiers eigendom aan de Palinghuizen 120 in Gent, de firma “Baekeland en Cie., Scheikundige Producten” opgericht. Prof. Swarts was niet opgezet met de interesse en activiteiten van zijn jonge assistent die volgens hem zijn academische carrière in het gedrang bracht. Hij beschouwde deze als een ordinaire bezigheid die toch zou spaak lopen. Leo maakte via zijn collega assistent Frédéric Swarts kennis met de professors’ dochter Céline, en werd verliefd, wat niet naar de zin was van de Professor. Het verhaaltje deed de ronde dat, zonder de naam van de toekomstige bruid te vermelden, Leo aan de Professor zou gevraagd hebben wat hij diende te doen in zo een situatie, deze laatste zou hier op geantwoord hebben: “Ik zou ze ontvoeren…”. Baekeland spendeerde als onderzoeker en onderwijzer al zijn vrije tijd in het beheer van de nieuwe firma, die al snel leek onvoldoende gefinancierd te zijn Daarnaast kende ze technische problemen, leveringen werden niet uitgevoerd, de kwaliteit was onbetrouwbaar en onvoldoende. Naast de concurrentie van de hogervermelde fotografische platen firma’s kwam er tevens een nieuwe marktevolutie. Ondertussen verloren de fotografische glasplaten aan belang en Eastman Kodak trok de beoogde markt van amateurfotografen weg door het aanbieden van flexibele films en films op basis van celluloïde. Leo kreeg in de periode 1888-1889 zijn eerste praktijkles. Professor Swarts en Baekeland raakten het steeds oneens en Leo gaf zijn ontslag als assistent, hoewel hij verondersteld werd zijn kandidatuur te stellen voor geaggregeerd Professor, wat hij niet deed. Na lange discussies met vader Swarts trok hij zijn ontslag in. In juni 89 beloofde men hem te benoemen tot geaggregeerd Professor en kreeg hij dan ook de toestemming om met Céline te trouwen. Het huwelijk werd voltrokken in augustus 89. Céline en Leo vetrokken twee dagen na de voltrekking van het huwelijk met de S.S. Westerland naar Amerika. Deze reis was zo wel een huwelijk- als een studiereis. Deze laatste werd gefinancierd met het geld dat hij gewonnen had twee jaar eerder.…. Na een verblijf van enkele maanden in Amerika schreef hij naar de universiteit en diende zijn ontslag in als geaggregeerde Professor in de chemie na benoemd te zijn geworden in september van datzefde jaar. Hij verzocht echter zijn titel honorair te behouden, wat hem werd toegestaan door het Ministerie….met de hoop dat hij vroeg of laat terug in Gent zou doceren. Dit zou hij echter nooit meer doen…. Met zijn vertrek had hij zich niet echt populair gemaakt noch bij zijn schoonouders (het “kidnap verhaal ” van de voornamelijk Frans opgevoede Céline Swarts was de roddel in het academische milieu), noch bij de familie Guequier (die eerder in een “vlucht” geloofden). Hoewel het lot van “Baekeland and Cie” eerder bezegeld leek, verweet de familie Guequier, Baekeland zijn vertrek omdat het de familie zou geruïneerd hebben. Leo heeft hier altijd op geantwoord dat het akkoord er in bestond dat hij de technische kennis en zijn vrije tijd zou aanleveren en dat de andere vennoten (Guequier, Lechat) voor het nodige kapitaal zouden zorgen. Later zal hij hier op terugkijken als een harde les waarbij hij de discrepantie leerde kennen tussen theorie en praktijk…. Wat er ook van zij zelf sommige oud- leden van “‘t Zal wel gaan” (Professors Keelhoff, Th Van Hove,…) sympathiseerden meer met Jules Guequier dan met Leo en zouden dit niet weg steken. “America, America,” Leo zou in zijn jeugd het verhaal gelezen hebben van Benjamin Franklin die werd geschetst als een man van eenvoudige afkomst die zijn dromen kon realiseren in de Verenigde Staten. Dit verhaal zal hem vermoedelijk wel aangesproken hebben maar dit als enige reden voor zijn voorliefde voor Amerika aanhalen getuigt van grenzeloze naïviteit. Vol vertrouwen met betrekking tot zijn capaciteiten en met het klein beetje geld dat hij verdiend of gewonnen had kon hij uitproberen wat hij geleerd had. Het toevluchtsoord van de Gentse Universiteit bleef bestaan en met zijn nieuwe Amerikaanse vrienden leek een Amerikaanse academische carrière eveneens mogelijk. Maar Leo, ambitieus als altijd, wilde zijn grenzen verleggen en zal het moeilijke pad kiezen. Toen hij, tijdens zijn studiereis in de Verenigde Staten in November 89 zijn ontslagbrief schreef , haalde hij zijn opportuniteit aan waarbij een industriële toepassing van één van zijn uitvindingen in praktijk kon gebracht worden. Leo vond in de Verenigde Staten het klimaat waar hij op zoek naar was: openheid van gedachte,opportuniteiten, democratische idealen en het “ongecompliceerde leven”. Zeker is dat hij in de Verenigde Staten, in de Camera Club te New York, Richard A. Anthony van E. & H.T. Anthony & co ontmoette, die hem op zijn beurt voorstelde aan Professor Charles F. Chandler van de Columbia University. Chandler was mede-uitgever van het fotografisch tijdschrift van deze firma. Anthony was één van de belangrijkste producenten van fotografische films en bromide emulsies. De zeer spraakzame Baekeland zal zeker indruk gemaakt hebben op deze twee heren en ze stelden hem dan ook een job voor als chemicus. Het was een schitterende opportuniteit. Hij leerde er niet alleen hoe een bedrijf geleid werd, maar maakte ook kennis met de Amerikaanse no nonsense benadering. Hij controleerde de lichtgevoelige emulsies en ontving zijn eerste vaste inkomen in de Verenigde Staten.Hij werd eveneens betrokken in het onderzoek bij de ontwikkeling van celluloïde films ter vervanging van de fotografische platen. De firma Anthony was de eerste om afdrukpapier op de markt te brengen, op dit papier werd gelatine van zilverbromide aangebracht. Dit “ontwikkelings” type papier werd geproduceerd als volgt: het glazen negatief werd boven het gelatine bromide papier geplaatst en kort aan het zonnelicht blootgesteld. Dan werd het papier in de donkere kamer gebracht waar het latente beeld ontwikkeld werd door chemicaliën. Uiteraard werd deze activiteit door Leo aangevoeld als te beperkend voor zijn ondernemerszin. Leo was te dominant en ambitieus om werknemer te blijven.Na twee jaar nam hij ontslag en vestigde zich als “consultant research chemist”. Vreemd genoeg werd het lot hem ongunstig. Leo vestigde zijn aandacht op te veel uiteenlopende onderwerpen en bereikte niet veel. Hij slaagde er niet in zijn diensten te verkopen en diende te lenen om rond te komen. Daarenboven werd hij zwaar ziek, diende geopereerd te worden, waardoor zijn herstel uitbleef. Gedurende deze moeilijke tijd bedacht hij zich en kwam tot de conclusie dat hij zich moest concentreren op één onderwerp en dat werd….fotografie. In diezelfde periode was er eveneens een emotionele uitschuiver. Céline ging op zijn verzoek in november 1890 terug naar Gent om te bevallen van hun eerste dochtertje Jenny. Leo vond het beter dat ze hiervoor in de gekende omgeving van haar familie zou verblijven. Na de geboorte maakte hij echter geen aanstalten om hen terug te brengen naar de Verenigde Staten. Céline poogde hem herhaalde malen te overtuigen om geld op te sturen daar haar vader weigerde haar verder te steunen. Leo’s argument dat hij hen niet zou kunnen onderhouden, zelf indien hij de oversteek, kon betalen lijkt een beetje vreemd. Het resulteerde in een enorme ontgoocheling voor Céline, die Leo een gebrek aan affectie verweet. Ze werden opnieuw verenigd in de loop van 1892 en kregen nog twee andere kinderen George (1895) en Nina (1896). Jenny stierf in 1895 aan meningitis. De langdurige scheiding liet niettemin een wonde na die nooit volkomen genas. Hoewel Leo in zijn brieven terecht pochte over zijn schitterende (en plichtsbewuste) vrouw bouwde zij haar leven verder rond haar eigen interesses en leefden ze frequent gedurende lange periodes gescheiden van elkaar. Leo zag in dat hij opnieuw een financier en partner nodig had om zijn ideeën in praktijk om te zetten. Hij concentreerde zich dus terug op fotografie en ondanks het feit dat 1893 het jaar van de financiële crisis was, had Leo het geluk om Leonard Jacobi te ontmoeten. Jacobi was een oud-ijzer handelaar in San Francisco, die nauwelijks iets kende over chemie. Men kan zich afvragen waarom Leo niet terug ging naar Anthony om zijn ideeën te ontwikkelen. Een juiste uitleg lijkt moeilijk te vinden, maar bij het familiale bedrijf Anthony kon Leo enkel werknemer blijven. Anthony en Chandler bleven levenslange vrienden van Leo. Jacobi, een man wiens betekenis voor de toekomst van Leo niet onderschat kan worden, is een merkwaardig figuur. Hoewel er weinig bekend is over hem, beschreef Leo hem als een genereus, nauwlettend, werkzaam en joviaal man die hem de knepen van het vak leerde. Zo richtten ze de Nepera Chemical Company in Yonkers, New York ,op met Jacobi als voorzitter en Leo als Secretaris. De Nepera Company startte met de productie van zilverbromide afdrukpapier van het “ontwikkelings” type. Zo nam Nepera deel aan de “papieroorlog” waarbij octrooien, licentie overeenkomsten, octrooi pooling, rechtszaken, prijsafspraken, prijsoorlogen en fusies schering en inslag waren. Leo onderzocht in detail de studies van Pizzighelli en Eder betreffende zilver chloride emulsies. Zoals voor zilver bromide bestond het gebruikelijke proces uit precipitatie en het rijpen (door warmte) van de gelatineoplossing, gevolgd door het wassen waarbij de oplosbare zouten worden verwijderd om kristallisatie te vermijden die de doorzichtigheid zou kunnen belemmeren. Leo ontdekte dat het verwarmen en wassen van chloride emulsies een rampzalige invloed had op de tint en gradatie van het gevormde beeld. Met zijn wetenschappelijke benadering en opleiding onderzocht hij opnieuw elke stap en variabele en schuwde daarbij geen fotografische heiligschennis. Zo kwam hij tot de vaststelling dat men kon verhinderen dat in sommige omstandigheden zouten kristalliseerden en besloot het wassen te elimineren ! Aangetrokken door de chloride piste vermeed hij eveneens het rijpen van de gelatine oplossing en ontwikkelde hij een emulsie met een hoge beeldkwaliteit maar met een ongebruikelijk lage lichtgevoeligheid wat tegen de toenmalige trend inging. De lichtgevoeligheid bleef niettemin hoog genoeg om het bloot te stellen aan kunstlicht waarbij wisselvallige blootstelling aan zonlicht vermeden werd. Een ander probleem dat Leo oploste was het verschil in kwaliteit dat te wijten was aan het verschil in klimaat vertaald in een verschillende vochtigheidsgraad in Europa en de Verenigde Staten. Hier vermeed Leo de in Gent gemaakte fouten: hij ontwikkelde een product dat niet alleen theoretisch en wetenschappelijk onderbouwd was maar het was ook een geteste oplossing voor praktische problemen en klaar voor massa productie. “Velox” (cfr. Velocitas) werd aldus geboren rond eind 1894. Maar was het eerste commerciële product van Nepera een onmiddellijk succes ? Neen, niet echt…. Gelukkig was er Jacobi, een groot voorstander van stapsgewijze benadering. Onder de indruk van Leo’s werk zette hij zijn financiële steun verder ondanks een nieuwe financiële crisis in 1896. Professionele fotografen die de traditionele procedure van het zonnelicht aankleefden waren niet overtuigd. Later bleek dat ze te veel (sic) wisten over fotografie en nooit een poging ondernamen om de instructies te lezen. Sommigen beschouwden het nieuwe product als een grote oplichterij.… Nothing succeeds like success ! De kansen keerden echter en kwamen uit een onverwachte hoek. Amateur fotografen begonnen het Velox papier te gebruiken en de instructies en de bijkomende toelichtingen die Nepera uitvaardigde om de “traditionele” weerstand te breken te lezen. Meer en meer maakten de amateurs betere foto’s dan de veronderstelde professionelen. In 1899 floreerde de zaken en Nepera had nieuwe gebouwen nodig. In volle papier oorlog konden deze successen niet onopgemerkt blijven.De concurrentie roerde zich door het samengaan met andere bedrijven en de poging de internationale aankoop door Nepera van de grondstoffen die bijna uitsluitend uit België kwamen, (Papeteries Générales de Bruxelles) plat te leggen…. Natuurlijk haastte Leo zich naar Brussel om deze pogingen van Eastman en Aristotype, die de Amerikaanse marktleiders waren, tegen te gaan. Niettemin waren zijn pogingen weinig succesvol en kon Leo de hoeveelheid nodig om de voorziene groei te garanderen niet bekomen. Nepera behield niettemin haar groei en Leo ontving verschillende aanbiedingen en werd uiteindelijk uitgenodigd te Rochester door George Eastman. Veel indianenverhalen deden de ronde. Eén ervan is dat Leo Eastman ontmoette en hij tevreden zou geweest zijn met $25,000 voor zijn uitvinding. Hij besloot een afwachtende houding aan te nemen en zou drie keer zo veel als voorstel gekregen hebben. Hoewel exacte cijfers niet bekend zijn zou het minimum bedrag rond de $ 750.000 liggen vermeerderd met een aantal Eastman Kodak aandelen. Aan Edouard Remouchamps vertrouwde hij echter toe dat na vier maal onderhandeld te hebben, ze nu in het finale stadium verkeerden en dat er nog een verschil was de laatste week van één miljoen (Belgische Frank) “daar wij zoo goede zaken hebben, hadden wij tamelijk hoge voorwaarden…”. Via de Belgische consul-generaal zou hij in de onderhandelingen bijstand gehad hebben van Meester Coudert. Waarom verkocht Leo? Velox was een beschermde naam en hoewel Leo de formule en het productieproces geheim hield, was het product zelf niet gepatenteerd door het initiële gebrek aan geld om het octrooi te verdedigen. Daarenboven verkochten concurrenten chloride papier aan lagere prijzen dan Velox. Leo was uitgeput van de lange werkdagen, raakte verstrikt in dagelijkse bedrijfsproblemen en slaagde er eindelijk in zijn schulden af te betalen. Hij schreef dat zijn werklieden de drie “eerste jaren beter verdiend hadden dan wij” en beriep er zich op dat ze zeer goed behandeld werden. Belangrijk is dat hij terug wou keren naar het wetenschappelijk chemisch onderzoek. Eastman startte dus met de productie van het nieuw aangekochte formule om vast te stellen dat het niet werkte….Terugkomende naar Leo bevestigde die dat het gebruikelijk was om een of twee stappen weg te laten ten einde te vermijden dat iemand de uitvinding zou gebruiken zonder het betalen van “royalties”. Eastman kocht de volledige technologie. Dit leek zeer complementair te zijn met het bestaande bedrijfsmodel, hetgeen de omzet zeker stimuleerde. Leo had zich door de royale overeenkomst ook verplicht gezien niet meer in de fotografische sector actief te zijn. Terug naar Gent In 1897 werd hij Amerikaans staatsburger en hoewel hij al snel om uitéénlopende redenen een goed “patriot” leek te zijn had hij nog goede contacten met Gent of zo dacht hij althans. Niet alleen bleef hij, ondanks zijn initiële financiële problemen, zijn bijdragen sturen naar het “‘t Zal wel gaan”. Hij kwam wanneer hij kon, naar Gent om er zijn ouders en zijn zuster bezoeken (die op hen “lette”). Hij was zoals reeds aangehaald zeer bezorgd om zijn “excellente” moeder en had Remouchamps achter de hand voor hun behandeling en om het tirannieke karakter van vader te temperen. Nu armoede een slechte herinnering bleek te zijn verweet hij zijn vriend Remouchamps, die gekend was als een rustig en sociaal man met veel gevoel voor humor, voor zijn ridicule honoraria die hij aanrekende aan zijn ouders.Remouchamps was assistent van 1890 tot 1895 en stapte dan over naar een te drukke praktijk. Zijn praktijk kende een ingang voor zowel de begoede burgerij als een voor het volk. In de Gentse volksbuurten (Veergrep, Luizengevecht, Kattenberg,…) organiseerde hij kosteloze spreekuren en huisbezoeken. Hij was behandelend geneesheer van de meest vooraanstaande geneesheren in Gent. Hij werd later hoofd van de dienst interne geneeskunde van het Bijloke hospitaal. Leo schreef zijn “‘t Zal” vrienden lange brieven, die in hun openheid en eerlijkheid contrasteerde met zijn publiekelijke gereserveerdheid. Naar verloop van tijd schreef hij meer in het Engels. Zo schreef Leo aan Edouard (juli 1899) “Ik heb de laatste tien jaren zoovele angstige dagen doorgebracht, zoovele moeilijkheden te bekampen gehad zulke ernstige tegenspoeden dat meer dan eens het leven mij de moeite mij niet waard was en dat slechts mijne plichten tegenover mijne familie mij nog de nodige impetuus gaven in mijn werk en nu is het toch wel natuurlijk dat ik mij een jaartje vakantie zou veroorloven”. Vakantie zal het in het volgende jaar niet echt altijd zijn. Leo, als 35 jarige miljonair, gaf duidelijk zijn zienswijze aan: hij wilde geen “consumer” worden, ging niet rentenieren en zou zijn tijd spenderen aan zaken die hem misschien niet veel zouden opbrengen maar hem veel meer interesseerden. Hij zou daartoe zijn eigen laboratorium bouwen Daarnaast stelde hij dat hij voor altijd in de Verenigde Staten zou blijven waar vooral zijn kinderen een Amerikaanse opvoeding zouden genieten. “Ik wil niet dat zij europeesche “snobs” worden en andere dan volstrekt demokratische ideeen hebben”. … “Veel is er nog te verbeteren hier maar ten minste zijn wij politisch en sociaal veel vooruit”. Zijn Amerikaans idealisme en patriottisme werden erkend toen hij werd aangesteld als eerste niet in Amerika geboren burger om deel uit te maken in 1915 van de US Naval Consulting board. In november 1899 kwam hij naar Europa met zijn familie om van de aangehaalde vakantie te genieten, maar tevens om enkele laboratoria in Italië, Zwitserland en Duitsland te bezoeken. Natuurlijk zou hij eerst naar Gent gaan er zijn nieuwe status en zijn nieuwe hobby tonen: autorijden…. Leo was vol van vertrouwen en organiseerde, misschien overmoedig, een banket in het toenmalige Hotel de la Poste aan de Kouter waarbij hij professoren, studenten en ondernemers uitnodigde. Volgens sommige bronnen zou hij grootse plannen voor zijn geboortestad gehad hebben. De opkomst die dag was ontgoochelend en vernederend voor Leo. Natuurlijk kenden de meeste het belang (nog) niet van wat hij volbracht had in de Verenigde staten en sommigen die de uitnodiging kregen, herinnerden hem natuurlijk van de bourgeoisie roddels als de “ontvoerder” of de man met schulden (Guequier) en natuurlijk was er de gebruikelijke jaloezie. Leo had er genoeg van en kreeg de bevestiging van het nauwe denken van zijn voormalige landgenoten. Hij zwoer dat hij nooit zou terugkeren naar Gent. Niettemin in Gent werd hij peter van Remouchamps’ pas geboren zoon, die naar hem genoemd werd. Edouard woonde enkele straten verder van het Hotel. In contrast met het “Hotel de la Poste” gevoel heeft hij altijd vol overtuiging zijn dankbaarheid betuigd voor de mensen die hij ontmoette in zijn nieuwe vaderland. In 1916, naar aanleiding van zijn zoveelste onderscheiding, de Perkin Medal, stelde hij: “When I was young and poor and unknown you never hesitated to extend to me the cordial hand of welcome, you never missed an opportunity to show me your friendliness, to help me by advice or otherwise”.“Commit your blunders on a small scale and make your profits on a large scale” In 1898, gezien zijn voorliefde voor de streek van de Hudson rivier, speelde hij met het idee om een “houseboat” te bouwen. Die kon hij dan verhuren wanneer hij in Europa verbleef. Uiteindelijk kocht hij in 1901 het domein “Snug Rock” te Yonkers (New York). Daar kon hij de Hudson opvaren en zijn nieuwe hobby “automobiling” ten gronde uitoefenen. Hij was gek van de streek van de Hudson. “Spreek van Laethem en Drongen en ’t Patijntje ! It does not hold a candle to it”. Snug Rock was een grandioze locatie en de voormalige schuur werd omgebouwd tot een laboratorium met aan de muur een afbeelding van …….Kékulé. Na bezoeken aan Zwitserland bracht hij in Duitsland het grootste gedeelte van zijn tijd door bij Georg Karl von Knorre van het Electrochemisch Laboratorium van de “Technische Hochschule” in Charlottenburg bij Berlijn. Daarna maakte hij een fietstocht met zijn familie in het Noorden van Italië en bezocht in mei 1900 de “Exposition Universelle” te Parijs. Na deze semi-vakantie keerde hij terug naar één van zijn “halve” uitvindingen ( een electrolytisch procédé voor de extractie van tin) die hij bestudeerd had voor zijn werk over fotografisch papier. Electro-chemie was zich snel aan het ontwikkelen in de Verenigde Staten, voornamelijkdoor de opening van het gigantische Hydro-electrische station te Niagara Falls in 1895. In zijn studententijd was er weinig gekend over electro-chemie en dus ging hij naar Charlottenburg om zijn kennis op te frissen en bij te werken. Leo was sterk onder de indruk van de nieuwe toepassingen en raakte meer en meer geïnteresseerd. Al de betrokken industrieën bevonden zich in de omgeving van Niagara Falls. Electrotechnische technieken werden gebruikt voor de extractie van aluminium uit bauxiet, voor de productie van grafiet en carborundum, voor de vervaardiging van sodium en voor de bereiding van wezenlijke bestanddelen van dit metaal zoals sodium cyanide. Welke weg zou Leo opgaan ? Hij besloot zich te concentreren op één specifiek domein. Namelijk de problematiek van de extractie van natriumhydroxide en chloor als chemische basisgrondstoffen afgeleid van natriumchloride. In februari 1904 werd Leo aangetrokken als onafhankelijk consultant door Elon H. Hooker. Hooker ging daarna onmiddellijk samen met Elmer A. Sperry en Clinton P. Townsend. Deze laatste had een octrooi genomen op een relatief eenvoudige electrolytische cel, de Townsend cel genoemd. In 1901 werd dit octrooi gedeeld met Sperry. Leo werd ingehuurd door Hooker om de constructie en de werking van electrische centrale te superviseren. Leo slaagde erin Hooker te overtuigen van de commerciële leefbaarheid van de opzet. Eens te meer controleerde en testte hij alle variabelen waarbij de duurzaamheid en optimalisatie van de processen centraal stonden. In 1906 slaagde Leo erin om twee van zijn octrooien in de Townsend cel op te nemen: het eerste octrooi specifieerde een methode voor het uitzuiveren van chloorgas bij een constant hoog zoutgehalte. Het tweede betrof een electrolytisch diafragma. In 1905 werd een klein fabriekje opgestart voor de productie van vijf ton. Na een kleine uitbreiding in 1907 werd er besloten de oppervlakte te verviervoudigen en toen in 1910 de volledige capaciteit werd benut maakte het bedrijf voor de eerste maal winst. Hooker werd hierdoor één van de belangrijkste chemische producenten. Leo stopte zijn dagelijkse betrokkenheid na het oplossen van de fundamentele problemen. Hij bleef gedurende meerdere jaren consultant voor de Hooker firma. Zoals in zijn Velox periode moet zijn wetenschappelijke en stapsgewijze benadering benadrukt worden, waardoor hij getestte verbeteringen kon doorvoeren. Opnieuw toonde Leo zich bezorgd over de omstandigheden waarin de arbeiders moesten werken. Chloor was daarbij het grootste probleem: irritant in kleine hoeveelheden was het zeer giftig in hoge concentraties. In zijn dagboek, dat hij voornamelijk in het Engels bijhield, (1908) schreef hij: “I do not mind coughing myself and having my lungs sore for a few days but I (cannot) console myself that poor workmen should be compelled in this atmosphere. What harm would it do if bleach was somewhat more expensive so as to allow manufacturers to observe proper sanitary conditions? Ten dollars a ton would accomplish great things and nobody would feel it. I admire the courage and good nature of our engineers who suffer about just as much as our workmen”. Hooker werd hiervoor later gedagvaard. Vaar- en autoplezier Tussen 1900 en 1908 voelde Leo zich zeer gelukkig en vrij van problemen. Hij schreef zijn vrienden over zijn successen en zijn mooie carrière en was zeer open over zijn behoefte aan wat hij beschreef als de “simple life” . Het leven leek hem soms aangenamer was toen hij niks had… De eerste boot die hij kocht voor de vaart op de Hudson was een met een dieselmotor aangedreven boot. Het leek eerder een stoomboot en Leo, gepassioneerd, sleutelde er geregeld aan. Met deze onbetrouwbare en explosieve motor vaarde hij van de Hudson tot de St Lawrence rivier. Hij genoot van zijn veelvuldige rol als mecanicien. Later in Florida zal hij als zeiler uitgroeien tot een volwaardige kapitein met bemanning…. Na het opleveren van het piloot project bij Hooker besloot Leo een familievakantie te organiseren met de wagen. In 1899 maakte hij reeds aanbevelingen aan Remouchamps over de verschillende modellen en schreef hem dat hij een automobile zou kopen voor zijn trip in Europa. Onnodig te zeggen dat hij hierbij zijn aanbevelingen maakte en wees op de besparingen die je kon realizeren met de “automobile”. Remouchamps suggeerde hem de nodige schikkingen te treffen voor zijn aankomst te Gent. Hij weigerde “…. het ganse ding is zoo harmless dat een mijner vrienden zijn automobile in de eetplaats stelt. Absolutely no danger.” Ondanks het beperkte wegennet in die tijd was hij vast van plan een reis van 1800 mijlen te maken met zijn familie en chauffeur-mecanicien, Lewis. Ze vertrokken in 1906 vanuit London via Edinburgh over België, Frankrijk en Italië om te eindigen in Napels van waaruit de familie per schip terugkeerde naar New York. Opnieuw werd alles perfect gepland: hij kocht extra wisselstukken en banden zodat hij langs het parcours, indien nodig, de hele wagen kon herbouwen . De wagen van de Peerless Motor Company werd gebouwd naar zijn wensen en op vooraf bepaalde plaatsen werden er vaten van brandstof en olie voorzien. De reisavonturen van de familie werden gepubliceerd in artikelen en een boek “A Family Motor Tour Through Europe”. Het boek is de moeite waard gelezen te worden. Het beschrijft de landschappen uit die tijd en geeft de, soms humoristische, commentaren weer van de reiziger(s)op hun al dan niet gewenste ontmoetingen. Zoals altijd kritisch, schreef hij daarnaast in zijn dagboek over noodzakelijk aan te brengen verbeteringen aan alles wat ze tegenkwamen. Daarnaast lezen we in zijn dagboek naast zijn onderzoeken zijn kritische bemerkingen op verschillende zaken en personen en in het bijzonder op de nevenaspecten van zijn nieuwe weelde. Zo had hij het moeilijk met minder intelligente mensen dan hijzelf, wenste meestal alleen gelaten te worden en in zijn humeurige dagen bekritiseerde hij de zogezegde luxe behoeften van Céline, wat op zijn minst een beetje overdreven was (“Ik heb geen sympathie voor …..barbaren die zich met gesnedene …mineralen versieren….” Later werden er ook juwelen uit bakeliet gemaakt…..). Bezoekers beschouwde hij soms als een pest en ten gepaste tijde paste hij daarbij de gebruikelijke verdwijntruc toe. Céline was er altijd om dit te compenseren, en hielp hem vooral doorheen de magere jaren. Hoewel de indruk kan nablijven dat hij enkel onverschillig en hard kon zijn, was hij oprecht in zijn vriendschappen en zijn ondersteuning van collega’s. Hij bleef geld sturen naar zijn ouders en naar de ‘t Zal wel gaan” studenten (die dankbaar waren voor de bijkomende biervaten!). Hij maakte zelfs een tijdje deel uit van het Yonkers vrijwilligerskorps van de brandweer. Niemand weet echter of dit te maken had met zijn explosieve werk of niet … BAKELIET Na het schijven van voornamelijk wetenschappelijke artikels , brieven naar vrienden en een aantal kleinere onderzoeken in diverse chemische projecten (zoals de effecten van Xstralen, de ultra-violet bestraling van organische deelstoffen, de chemie van het bereiden van voedsel op basis van soyabonen, voor een verbeterde nitrocellulose basis voor films (hij hield van films!), over het doordrenken van hout met ulfietvloeistof) kwam Leo finaal tot het onderzoek dat leidde tot de nu bekende Bakeliet octrooien van 1907. Zoals reeds voordien werd aangehaald bestudeerde Leo ongeveer twintig jaar eerder de chemische reactie van phenol en formaldehyde Hij nam in 1904 Nathaniel Thurlow (die voordien phenol lichamen bestudeerd had) als onderzoeksassistent aan. Hier was zijn aanpak opnieuw systematischer dan 20 jaar voorheen. Thurlow en Leo begonnen eerst met het lezen van recente literatuur en onderzoekspublicaties over het onderwerp alvorens te beginnen met hun experimentele chemie. Daarna legden ze de basis van de moderne polymeren wetenschap. Ze concentreerden zich op de pogingen van Europese chemici om een substituut te vinden voor natuurlijk produceerde “schellak”. Hun resultaten gingen van kleverige siropen tot onvervormbare vaste stoffen zonder grondige chemische analyse. Leo en Thurlow poogden patronen te erkennen in de verschillende resultaten, simuleerden de onderzoeksresultaten van de chemici en gebruikten alle mogelijke variabelen met betrekking tot verwarmen, drogen, en toevoegen van solventen, condensatiestoffen,enz…. Initieel startte Thurlow het eerste onderzoek en deed de eerste simulaties waarna Leo overnam om uiteindelijk tot het gewenste resultaat, (lees succes) te komen in juni 1907. Hij noemt het product Bakeliet (initieel Bakalite) en het werd ingedeeld in drie vormen:A-B-C. A, eveneens genoemd Resol, is het initiële condensatie product en kan vloeibaar, pastaachtig of vast zijn afhankelijk van het punt waarop de initiële reactie gestopt werd. Het smelt wanneer het wordt opgewarmd en indien het opgewarmd wordt onder druk zal het muteren in een B of C vorm. De tweede vorm is B en is een vaste stof. Deze kan kneedbaar gemaakt worden door verwarming en zal veranderen in een C vorm indien de verwarming verdergezet wordt. C is dus een onoplosbare vaste stof en kan temperaturen weerstaan die hoger liggen dan 300 graden Celsius. Het wordt Resite genoemd en als het echte Bakeliet beschouwd. De ABC vormen tonen reeds aan hoeveel commerciële toepassingen er mogelijk zijn. Na het patenteren van zijn uitvindingen in 1907 stelde hij zijn technisch document pas in februari 1909 in de Chemist Club te New York voor. Leo stelde zich zeer open op met betrekking tot zijn methodologie en zocht naar samenwerkingsvormen met geïnteresseerde partijen. In deze tussentijdse periode onderzocht Baekeland toepassingen voor meer dan 40 industrieën. Hij kreeg een staande ovatie van de American Chemical Society (waarvan hij Voorzitter werd in 1924) en zijn optimisme met betrekking tot de commerciële toepassingen bleken grove onderschattingen te zijn… Er was een enorme vraag voor toepassingen in de automobiel- en electriciteitsindustrie. Deze werden vooral aangetrokken door de isolerende eigenschappen, de weerstand aan warmte en chemicaliën en de kneedbaarheid van het product. Spijtig genoeg voor Leo was er een herkenbare gelijkenis met een fenomeen bij de Velox ontdekking: “ …it was very difficult to teach new methods to men who had acquired routine in older processes. … Reluctantly I had to s1tart manufacturing the raw materials in a sufficiently advanced stage so that the users had only to complete the operation of molding and polymerization….” Groei en octrooiprocessen Productie en verkoopcijfers stegen drastisch. Aan de vooravond van WO I steeg het cijfer tot miljoenen dollars per jaar. Bakeliet was een strategisch materiaal en Leo hield , tenzij de octrooien geschonden werden, 100 pct controle op de Bakeliet productie. Gezien deze structuur zal het bedrijf dan ook iets minder last hebben van de Grote Depressie. Zijn leven veranderde dramatisch: door het commerciële succes kwam hij niet meer aan wetenschappelijk onderzoek toe. Al zijn energie stak hij in de ontwikkeling van zijn nieuwe uitvinding. De eerste productieloten werden tamelijk primitief opgeleverd in zijn garage naast zijn laboratorium door de zogenaamde Bakelizer genaamd “Old Faithful”. De productie steeg en de capaciteit van 500 gallons (1 gallon= 3,785 liter) was onvoldoende geworden. Hij sloot een akkoord voor het huren van extra ruimte met Perth Amboy Chemical Works, een fabrikant van formaldehyde. Hun moedermaatschappij Roseeler & Haslacher was tevens invoerder van phenol en cresol. Zo konden de overige materialen voor de Bakeliet aangevoerd worden. Op 29 september 1910 werd de General Bakelite Company gevormd. Twee maanden na de start der operaties bleek de productiecapaciteit onvoldoende. Een nieuw gebouw, drie verdiepingen hoog, werd in 1914 gebouwd op een nieuwe locatie te Perth Amboy. In 1917 werd de lengte ervan verdubbeld en telde het gebouw nu vijf verdiepingen. De productie overschreed toen meer dan één miljoen kilos per jaar. Op kruissnelheid van de Bakelietindustrie werden er meer dan 15.000 verschillende voorwerpen geleverd aan meer dan 35 verschillende industrieën. Enkele voorbeelden: Isoleren van kabels en elektrische toestellen voor de auto en electronica industrie. Verpakken van chemische producten Buizen en kleppen voor het vervoeren van zuren Bescherming van metalen (auto’s, trams,…) en vliegtuigschroeven door Bakeliet vernissen en lakken Billiard ballen Meubels, luidsprekers, radio’s, platen, schakelaars, sigarettenhouders, stamvormige pijpen, asbakken, handvaten van bestek, zeepdozen, telefoontoestellen, foto en filmtoestellen,…. In 1922 ging het bedrijf over in “The Bakelite Corporation” met de bouw van een nieuwe fabriek van 5000 are in Bound Brook New York. In 1939 werd de Bakelite Corporation overgenomen door Union Carbide & Carbon Corporation en werd Union Carbide Plastics Company. (vandaag Dow Chemical). In 1944, toen Leo stierf, lag de productie rond de 175.000 ton. Uiteraard was Leo niet de enige die onderzoek deed naar phenol-formaldehyde condensatie producten. Uitmuntendheid en succes brengen niet alleen klanten op maar ook concurrenten. In Duitsland daagde Hans Lebach van de firma Knoll, Baekeland uit. Resit, zijn product, had eveneens de ABC vormen en de gelijkenissen waren legio. In februari 1907 nam Lebach een octrooi in Duitsland en een jaar later in de Verenigde Staten. Lebach verloor de prioriteit van zijn octrooi en op 1 november 1909 ging Leo akkoord met Knoll en Rütgerwerke AG om “Bakelit Gesellschaft Mbh” (25 mei 1910) die de licentie uitoefende voor de productie van bakeliet. De discussies werden begraven en Lebach vervoegde de staf. In de Verenigde Staten daagden in 1922 twee bedrijven Baekeland uit: “The Condensite Corporation” (voor grammofoon platen) onder leiding van : J.W. Aylsworth en “The Redmanol Chemical Products Company” (vernissen) om te eindigen in gelijkaardige compromissen waarbij voormalige concurrenten Baekeland vervoegden. De laatste zaak resulteerde in de oprichting van “The Bakelite Corporation of Delaware”. Een andere uitvinder die dicht bij de antwoorden kwam van Baekeland was James Swinburne. Hij legde zijn octrooi neer voor een similair maar niet identisch product en dit één dag na Leo’s octrooi. Gelukkig voor hem werd hij door het samengaan van de “Fireproof Celluloid Company Ltd” met “Mouldensite Ltd” en “Redmanol Ltd” voorzitter van “Bakelite Ltd” in het Verenigd Koninkrijk. In het Verre Oosten werd in 1931 de “Japan Bakelite Company” opgericht (ze nam daarbij de licentie over van de Sankyo Company). De “Bakelite Corporation of Canada” (1925) en de “Societa Italiana Resine” in Milaan vervolledigden de groep. Het leek inderdaad zeer moeilijk om te wedijveren met een meester in het schrijven van octrooi specificaties…. Hier zocht Leo niet naar de vernietiging van diegene die hem uitdaagden: de meesten van hem nam hij op in zijn bedrijf; het was ook de enige manier om snel aan de blijvend groeiende vraag te voldoen…. In 1939 verkocht hij zijn bedrijf aan Union Carbide. Waarom ? Onvoorspelbaar, humeurig en teruggetrokken als hij was, wou hij niet gestoord worden en hield hij vast aan zijn ideeën. Hij was toen 75 en wenste al heel zijn leven dat zijn zoon hem zou opvolgen. George was niet enthousiast en had vermoedelijk ook het nodige management talent niet. Verdrukt tussen de lof en dominantie van zijn vader en zijn wens een mijningenieur te worden voelde hij zich niet goed in deze situatie. Het werd Leo duidelijk dat, om George in het bedrijf te houden enerzijds en het bedrijf binnen de familie te houden anderzijds hij halfslachtig diende te handelen. Leo had het moeilijk dit te aanvaarden. Een ander element was de evolutie van de markt: Het bedrijf telde toen 1350 werknemers en om succes te boeken diende men flexibel te zijn en te investeren in onderzoek. “The Bakelite Company” had een beperkte productlijn met een grote afhankelijkheid van de leveranciers van grondstoffen. Toen de octrooien verliepen zou het moeilijk zijn om een competitief voordeel te behouden. De winsten daalden vanaf 1939. Om opnieuw de marktspeler te worden, diende er zwaar geïnvesteerd te worden Realistisch als Leo was , verkocht hij het bedrijf en trok zich terug maar verzekerde zijn zoon een positie binnen het toekomstige bedrijf. Tot het einde runde Leo het bedrijf op een strikte, consequente maar overtuigende manier. Geleidelijk aan trok hij striktere lijnen tussen werknemers en werkgevers, doch met steeds veel respect voor de werknemers. De “Doctor” doceerde nog aan de Columbia Universiteit, was de uit te nodigen persoon op wetenschappelijke en industriële bijeenkomsten, waar hij als ster meestal werd uitgenodigd. Er werd in 1932 een wetenschappelijke grammofoonplaat gemaakt (Science Service Record) met Leo’s stem waarbij aan de leerlingen onderricht werd gegeven over de Amerikaanse wetenschappers Uw verkleefde vriend “Met apologies voor mijn vervelend praatje; maar terwijl ik all dit schrijf dan schijnt het mij alsof gij hier neven mij zat !”(1940) Hoewel hij het altijd druk had en steeds meer verplichtingen kreeg, bleef hij lange brieven schrijven aan zijn vrienden. Zo schreef hij aan Remouchamps over zijn excursies op de Hudson met zijn geliefde zoon George en vermeldde hij bijna als een voetnota in 1908 het feit dat “ I have discovered a new synthetic, organic product called Bakelite, which has already found many practical applications, and which is going to find many more before long in dozens of industries”. Ze schreven uitvoerig en met een zekere fierheid over opvoeding van hun kinderen. Ze hadden nu beiden een zoon die voor ingenieur studeerde. (Edouard had acht kinderen waarvan één meisje). Edouard bleef echter niet gespaard van tegenslag: zijn echtgenote en één baby stierven bij de geboorte van hun tweeling (1901). Vooral Edouard streed nog voor de Vlaamse zaak. Bij Leo veranderde dit. In 1912 schrijft Leo “de vragen des tijds zijn oneindig meer important dan die taalkwestie waarmede gij lokaal te rekenen hebt”. Leo refereert naar de kwesties waarvoor “‘t Zal wel gaan” vocht: Onderricht in het Nederlands. Hij vond dat het beter zou zijn voor de Vlamingen om Engels of het Duits te leren als tweede taal. In de jaren daarop volgend zouden ze elkaar ontmoet hebben te Gent. Zoals in 1914 bij het overlijden van Leo’s moeder. Gedurende de oorlog werden hun brieven gecensureerd maar ze bleven contact met elkaar houden. Leo’s brieven puilden uit van patriottisme en hij deed enorm veel om het leed van de Belgische bevolking te verlichten via het Rode Kruis en het “American Relief Committee” waar Céline het meest actief in was: “The busy bee in the family”. Zijn zoon George, een oorlogsvrijwilliger, keerde gezond en wel terug als “First Lieutenant Aviator”. Nina, zijn dochter, werkte voor het Rode Kruis en welzijn en was onder-officier bij de Navy. Ook zij kwam gezond terug. Zijn vriend had minder geluk: zijn oudste zoon Emile, de ingenieur, stierf ten gevolge van de Spaanse griep die in 1918 uitbrak en 24.000 slachtoffers maakte bij de Amerikaanse soldaten tegenover de 34.000 die stierven op het slagveld!). Binnen zijn familie was er ook verdeeldheid over de Vlaamse kwestie. Een van de zonen, Edmond, eerstejaars universiteitsstudent in de natuurwetenschappen bood zich als aan als oorlogsvrijwilliger bij het Belgische leger waarin hij het tot Lieutenant schopte maar overleed door een granaatscherf één maand voor de wapenstilstand. August Remouchamps, een student in geneeskunde en Vlaams idealist, dacht dat een ondersteuning van de Duitse bezettingsmacht in de permanente vernederlandsing van de Universiteit zou resulteren. Na de oorlog vluchtte hij naar het neutrale Nederland waar hij – via contacten van zijn vader te Leiden- doctor werd in ….archeologie. Louis werd vertegenwoordiger. De twee andere zonen Leo en Jos werden briljante geneesheren. De jongste, Leopold, startte na de oorlog zijn rechtenstudies en werd later Professor in …. octrooirecht. Hoewel hij durfde zijn jacht te gebruiken om naar Perth Amboy te gaan, schreef Leo meestal over zijn bootavonturen in de Florida keys, eerst met de “Cygnet” en later wanneer hij een stukje grond aan zee aankoopt, in Coconut Grove (“The Anchorage”) – ,waar de familie verblijft in de winter, schrijft hij over zijn zeilavonturen met de “Ion”. “…Then old boy do I forget that I am fifty-five and I feel again like a little boy of fourteen trying to master his little sail boat on the old Leie or Schelde” Zijn vriend keek uit naar Leo’s verslagen over de fauna en flora van Florida (hij ging zelf via zijn behaalde beurzen naar Latijns-Amerika): “Hoe zou ik onverschillig kunnen wezen aan ‘t zicht van uw boot, uwe villa bij de zee, uw tuin met tropisch gewas, de verwezelijking van uw dromen… wanneer ik (van Rosario naar New York vaarde) misschien had ik als dan beter gedaan er maar te blijven. Mijn lot zou beter geweest zijn en ik zou alleszins ontsnapt zijn aan de rampen en gruwelen van den oorlog” Leo schreef over uitéénlopende onderwerpen en stelde in 1934 in een brief: “If I had to live my life over again, I would not devote it to develop new industrial processes. I would try to add my humble efforts to use Science to the betterment of the human race. …Religion, laws and morals is not enough. We need more. Science can help us.”… Al zijn medailles, onderscheidingen, honoraire doctoraten, dankbetuigingen: hij genoot er van en schreef er met veel enthousiasme over aan zijn vrienden. Aan Remouchamps schreef hij vrij en vrank (1938): “Het doet mij goed telkens wanneer gij van mijne dierbare moeder spreekt. Zij stierf gelukkiglijk in tijd voor niet die schrikkelijke oorlog-tijd te beleven. Voor hare dood was het eene groote vreugde voor haar te weten dat haar zoon goed vooruitging. Na haar dood, telkens eene nieuwe eer of onderscheiding mij te beurt viel, dan was mijn eerste gedacht: “Hoe zou moederken verheugd zijn indien zij nog leefde”. Baekeland was meer en meer alleen. De familie ging naar de Adirondacks en hij zeilde met zijn zeilboot de “Ion” langs de Amerikaanse oostkust en kreken in Florida om te ontsnappen aan het lawaai van de aangroeiende familie. Aan land leefde hij op zijn eentje in “The Anchorage” om van het eenvoudige leven te genieten. Hij sloot het hekken om bezoek te vermijden en liet enkel zijn kleine haventje open zodat de mensen rustig konden aanmeren. Hij at uit conserveblikken niet alleen om bijkomend werk te vermijden (daar had hij zijn personeel voor) maar gewoon om éénvoudig te leven. Hij kleedde zich met een zonnehoed en witte pantoffels, wit hemd en witte broek en als hij het te warm had, dan daalde hij af in zijn “swimming tank” met kleren en al. Zijn chemische activiteiten herleidde zich in het brouwen van eigen bier en wijn. Hij bezocht regelmatig één van zijn buren de botanist David Fairchild, die hem deed denken aan zijn goede studentenkameraad en botanist, Julius Mac Leod. Zijn vrouw bijgenaamd “Bonbon” (snoepje) bleef de zon van de familie. Hij was tevreden haar te zien om regelmatig orde op zaken te stellen ; “het eenigste gevaar is dat zij een amateur-schilder artist is. Van zodra zij aankomt durf ik mij niet meer op ergens een stoel neerzetten …” Op het einde van zijn leven speelde hij met kinderen op het strand. Wanneer hij in Yonkers verbleef nam hij graag de tram om te praten met de mensen van de straat. Hij voelde zich aangetrokken tot arme stedelingen en éénvoudige mensen. In 1931 stuurde hij een foto naar de dan 70 jaar oude Camiel De Bruyne (Rector van de Gentse Universiteit). De foto was van een negatief dat Leo maakte in 1886 (!) te Afsnee met een fotografische plaat van Désire Van Monckhoven waarop Julius Mac Leod en Camiel De Bruyne afgebeeld stonden aan een hooiberg. Leo was geschockeerd door Camiel’s dood in 1937 en hield zijn laatste brieven bij als herinnering. Nostalgie komt vanaf dan duidelijk méér voor in zijn laatste brieven waarin hij refereert naar het vertrekken van zijn vrienden naar “The Great Beyond”. Vreemd genoeg overleefde hij al zijn vrienden van “‘t Zal wel gaan”. Edouard Remouchamps stierf rustig te Gent in 1941. Leo stierf in Beacon in 1944.