ROTTEVALLE



Wie van Rottevalle naar Oostermeer rijdt komt onderweg langs een grote steen met drie jaartallen en de naam van Formanjepôle. Hier hielden de verveners rond 1600 hun Doopsgezinde diensten in een veldhut of een tent. Later werd een woning als vermaning ingericht en in 1671 verrees hier een vermaning. Het was de vermaning van de Doopsgezinde gemeente van Witveen. Aan de haven van Rottevalle kwam in 1769 een hulpkerk. Zo ontstond de gemeente Witveen-Rottevalle. 


Begin zeventiende eeuw was de tijd van de vervening in de oostelijke helft van Friesland, zo ook in de omgeving van Drachten. Uit de geschiedschrijving van Dr. Blaupot ten Cate, doopsgezind predikant te Akkrum is in de tijd van de vervening de gemeente Witveen ontstaan tussen 1600 en 1620 en de gemeente Rottevalle tussen 1620 en 1640.

De doopsgezinden hebben een belangrijke rol vervuld in de vervening die o.l.v. de Compagnons gebeurde. De eerste en belangrijkste verveningen vonden plaats op Het Witveen bij Oostermeer, en hier ligt dus de bakermat van de doopsgezinde gemeente Rottevalle-Witveen . 

Eerste kerkje op het Witveen

Het huis waar de samenkomsten eerst gehouden werden werd in 1671 vervangen door een nieuw officieel kerkje, het Vermaningshuis!  Het was geschonken door Minne Tammes, bestemd tot het houden van kerkdiensten.  Een gedenksteen is op de zogenaamde Formanjepolle opgericht.
Anne Gosses was toen leraar van de gemeente. In 1714 komt de Doopsgezinde Gemeente voor het eerst voor als lid van de Friesche Doopsgezinde Sociëteit (FDS) In 1708 waren er 108 lidmaten en in 1759 haalde men het hoogste aantal van 120 lidmaten. 
 

Het kerkje zelf was te klein geworden en in 1712 werd het verbouwd en vergroot. Ter versiering werd er een geschilderd glasraam ingezet met een afbeelding van de maagd Maria die een geopende bijbel voor zich heeft, terwijl een engel aan haar linkerkant uit een wolk neerdaalt om de aanstaande geboorte van Jezus te verkondigen.  Ook dit jaartal is op de gedenksteen te zien.

Groei menisten in Rottevalle 

De verveningen brachten een zekere welstand en het gevolg was dat het dorp Rottevalle zich snel uitbreidde en het aantal doopsgezinden in Rottevalle werd groter dan het aantal doopsgezinden van Het Witveen. De menisten op het Witveen waren er slecht over te spreken, maar in Rottevalle verrees een eigen kerkgebouw in 1769. Het werd “Nieuw huis” genoemd en deed dienst tot 1838 toen er op dezelfde plaats de huidige kerk gebouwd werd. 

 In de 18e eeuw waren er geschillen tussen de beide doopsgezinde gemeenten van het Witveen en Rottevalle.  In 1811 keerde de rust terug en ging de gemeente verder onder de naam Witveen-Rottevalle. Zomers waren de diensten op het Witveen en ’s winters in Rottevalle. Het avondmaal zou steeds op het Witveen gehouden worden.