FRANSE REFUGIéS IN DORDRECHT



Henri Louis Certon, predikant

Trouwboek Gerecht/Geref. Dordrecht 8 jan. 1696: Henri Louis Certon jongman Frans predikant geboortig van Chatillon sur Lom geassisteerd met monsr. Comparat Frans predikant en Marianna de Marchezalliers jonge dochter geboortig van Jonsacq in Santonges geassisteerd haar broer Gabriel de Marchezalliers en monsr. Loquet Frans predikant, getrouwd op 26 jan. 1696 in de Franse kerk

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 163v e.v.: op 6 sept. 1698 verkoopt Johannes van den Brande, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Maarten van den Brande, burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer David van den Brande, wonende te Rotterdam, Ida van den Brande, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, Johannes Ariensz. van den Brande, Jan van der Hijden, als man van Lijsbet Ariensdr. van den Brande, beiden wonende te Rotterdam, voor zichzelf en tevens vervangende Jan van Brakel, als man van Maria Ariensdr. van den Brande, wonende in Den Haag, allen, samen met de comparant, enige erfgenamen van Isaaq van den Brande, en nog als procuratie hebbende van Jacobus de Kets, koopman te Rotterdam, als universele erfgenaam van Neeltje Woutersdr. van Groenestijn, echtgenote van Isaaq van den Brande, voor 680 gl. aan ds. Henri Louis Certon, Franse predikant te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof over de brug, staande tussen het huis van Hendrick van Aansorge en dat van schipper Jan.]

ORA Dordrecht inv. 1662, f. 60v e.v.: op 18 okt. 1757 verkoopt Marianne de Bellevue, weduwe van ds. Henri Louis Certon, "france gerefugieerde Predicant" te Dordrecht, voor 250 gl. aan Pieter Kats, mazelaar en burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof over de brug, staande tussen het huis van Jan Batenburg en dat van N. van der Knijff.

Olivier Loquet

Olivier Loquet, gevluchte Fransman (ONA Dordrecht inv. 446, akte 102 dd 7 dec. 1685), trouwde Charlotte Preou

Weeskamer Dordrecht inv. 33, f. 143v: op 26 jan. 1728 extract ingeschreven van het testament van Charlotte Preou, weduwe van Olivier Loquet, verleden voor notaris P. van Son op 20 sept. 1719. Zij heeft tot executeurs van haar nalatenschap benoemd Louis de la Coste, predikant van de NG gemeente te Dordrecht, en Benoult Perou, "lieutenant des armes".

Jan Mantuvin, predikant

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 28 juni 1689: juffrouw Victoria Mantuvin, dochter van ds. Jan Mantuvin, gevluchte Franse predikant, bij avond gezonken, op last van de burgemeester, de heer van Hardinxveld, en de kerkmeesters van alle onkosten vrijgesteld.

Maddalena Provencal

23 nov. 1706: rekest van Maddalena Provencal aan de burgemeesters van Dordrecht: "geeft met behoorlijk eerbiedinge te kennen Maddalena Provencal meerderjarige jonge dogter tegenwoordigh wonende binnen dese stad, dat sij sijnde geboren tot Comillon en Provence in Frankrijk, ende vande gereformeerde Religie, om de sware persecutie selffs door haar eijge grootvader maternel en andere van hare naaste vrienden, haar aangedaan, vandaar inden jare 1686 off 1687, mer hare ouders is gevlugt na Geneve, dog ook nog aldaar, door deselve hare vrienden sijn vervolgt door addressen vanden France Resident tot Geneve, sulcx dat sijlieden door goeden raad wederom vandaar sijn gevlugt, in voornemen haarlieden te begeven na IJrland nemende hare reijse over Duitsland, aff welke rijse onderwegen (te weten tot Erlange) haar vader inden jare 1694 is komen te overlijdenen over sulx in dese landen sijnde overgekomen haar moeder binnen Gouda ontrent de vijff jaren geleden, mede is komen te overlijden, dat sij suppliante haar vele jare heeft geoeffent in het kleeden van juffrouwen en vier jaren binnen Rotterdam gedaan heeft, dog alsoo het getal vande soodanige gevlugte die juffrouwen kleeden, aldaar seer veele waren en vernemende, dat niemant in dese stad het selve was doende, en sulx veele familien van aansien alhier, dede resolveren daarommem expresse an den Hage te gaan, sij suplliante daarop, door raad van goeden vrienden ontrent de vijff maanden geleden is [ge-]comen binnen dese stad, onwetende dat sij deswegen aan eenige gilde binnen dese stad subiect was, te meer dewijle haar binnen Rotterdam sulx noijt was te voren gekomen, dat egter door eenige persoonen, wesende soo vele men haar dede verstaan, dekenen van het kleermakersgilde binnen dese stad op den 15en deser maandt november deses jaars 1706 gekomen sijnde op hare kamer mede genomen hebben niet alleen eene begonne nieuwen rok van seekere voorname juffrouw binnen dese stad, maar ook een oude tabbert vande suppliante selffs, waar toe in allen gevalle deselve dekenen geen regtens en hadden, affvorderende vande suppliante eene boete van soo vele guldens als sij geen duijten in de werelt heeft, omdat sij, niet werkende, niet leven kan, dan egter haar gaarne willende submitteren en reguleren na de ordres in dese stad en dat alhoewel in deselve stad de meeste gereformeerde gevlugte gratis jouisseren van het regt van alsulke gildens als sij van nooden hebben, door de goetheijt van UEd. Gr. Agtb. ook wel andere, onder eene klijne recognitie aan deselve gilde te geven, gelijk eenen Anthonij du Santoij, eenigste france backer alhier voor hem en sijne geheele famiele inde maand van meij deses jaars is vergunt het backersgilde, onder eene recognitie van vijff ducatons door intercessie vanden ... President Borgermeester alsdoen (gelijk den selve du Santoij aan den tegenwoordigen ... President Borgermeester geaffimeert heeft) alschoon die dekens van gemelten du Santoij hadden gepretendeert tagtig guldens, ende aangesien de suppliante is eene eerlijke dogter seer wel bekent bij dom. Loquet, en dom. Begantie beijde france Predikanten alhier, gelijk de selve door hare onderteijkeningen mede komen te affirmeren, dat sij suppliante door haar voorsz. handwerk alhier te exerceren, niet geagt kan werden, ijmande van de meesters kleermakers te verkorten, omdat niemand van haar sulke maniere van kleedinge doet, en dat sij maar tot nog toe desulke mevrouwen en juffrouwen heeft bedient, die haar andersints inden Hage souden hebben laten kleeden, en die dan met eenen de stoffen en toebehooren alsdaar komen te koopen, tot groot nadeel vande zijde en stoffe winkels binnen dese stadt. Derhalven soo addresseert de suppliante aen Ued. Gr. Agtb., seer onderdaniglijkken versoekende, dat UEd. Gr. Agtb. de suppliante gelieven te begunstigen met het regt van het voorsz. nieuwe en oude kleermakersgilde gratis, ofte andersints mede onder soo kleijne recognitie als haar Ed. Groot Agtb. gelieven en behagen sal na den staat van hare armoede, en daarop dekenen voornoemt te ordonneren de voorsz. goederen de suppliante affgehaalt, in de eijge staat aan de suppliante te restitueren ..." Verzoek toegewezen. Suppliante verkrijgt het recht van het Oude en Nieuwe Kleermakersgilde, mits daarvoor betalende een recognitie van 6 gl. eens. (ORA Dordrecht inv. 93)