GAANDEREN



                                     Gaanderen | Plaatsengids.nl

Gaanderen is ontstaan in de twaalfde eeuw. Destijds werd het dorp Gernere genoemd, naar de duinen die het land tegen de Oude IJssel beschermden. Gernere zou zijn afgeleid van de woorden gér en laar, die "spitse heuvelrij" betekenen. In de zeventiende eeuw werd de plaats, die toen ongeveer 120 inwoners en 20 boerderijen telde, een van de vijf buurtschappen van Doetinchem. Het gebied werd 'Gander' genoemd.

Aan het eind van de achttiende eeuw begon voor Gander een periode van bosbouw. Veel eiken werden er gekapt en moesten geveld worden, wat betekende dat er nieuwe arbeiders nodig waren. Velen van hen vestigden zich in het gebied en zo ontstond het dorp 'Gaanderen'. Ten behoeve van transport van hout naar 's-Heerenberg voor de keizerlijke troepen in 1794 moeten de boeren van Gaanderen wagens en karren beschikbaar stellen. Zij kunnen zich vervoegen bij de jachtopziener van Huis Bergh, de heer I.B. Vink (blz 43).                                         Bestuurlijk vormde Gaanderen samen met enkele buurtschappen de gemeente Ambt Doetinchem totdat deze gemeente met de ernaast gelegen buurgemeente Stad Doetinchem fuseerde tot de huidige gemeente Doetinchem.

IJzerindustrie
In het gebied rond Gaanderen is veel ijzeroer aanwezig. De beken konden waterkracht leveren en er was voldoende hout voor de bij ijzerfabricage benodigde houtskool. Zo kon Gaanderen zich tot ijzerdorp ontwikkelen. In 1689 stichtte Josias Olmius aan de Bielheimerbeek de eerste Nederlandse ijzergieterij, de Rekhemse hut genaamd. Hier werden bommen, kogels, handgranaten en huishoudelijke voorwerpen gemaakt. In 1821 werd aan de Akkermansbeek, op de grens met Terborg, de ijzergieterij Vulcaansoord opgericht, later een groot bedrijf dat vrijwel het hele dorp werk bood, het ging echter in 1977 door zwendel en mismanagement failliet. In de twintigste eeuw kwam er nog meer metaalindustrie, met bedrijven als Pelgrim (pannen, (gas)kachels, keukenapparatuur), Ferro Techniek (emailleerfabriek) en Senten (kleine metaalwarenfabriek). Pelgrim is in de jaren tachtig van de 20e eeuw overgenomen door concurrent ATAG en na enkele jaren werd de fabriek verhuisd naar een nieuwe productielocatie in Duiven, een behoorlijke aderlating voor de werkgelegenheid in het dorp. Alleen Ferro is tegenwoordig nog in vol bedrijf. De verlaten Pelgrimfabriek is gesloopt en op het enorm grote vrijgekomen terrein is een woonproject gerealiseerd.
Gaanderen is nog altijd een zeer hecht dorp. In het dorp staan een protestants-christelijke en twee rooms-katholieke kerken. Daarvan is alleen de St. Martinuskerk nog in gebruik. De St. Augustinusschool was verbonden aan de Sint-Augustinuskerk. De St. Martinusschool was verbonden aan de Sint-Martinuskerk. De St. Augustinusschool is hernoemd naar Augustinusschool, en heeft daarmee ook de band met de St. Augustinusparochie verbroken. Later zijn de St. Martinusschool en de Augustinusschool gefuseerd en hebben een nieuw gebouw betrokken, Gaanderwijs. De derde school is de openbare basisschool Wis en Wierig vlak bij sportpark De Pol.

Het dorp telt vele verenigingen. In de regio heeft Gaanderen bekendheid gekregen door zijn vele muziekverenigingen, zoals de Musical Producties Gelderland, het Symfonisch Blaasorkest Gaanderen (voorheen Harmonie Gaanderen), het Gaanderens Mannenkoor en het koor Liberate.

Er bestaat van oudsher een zekere scheiding tussen twee groepen bewoners van Gaanderen. De spoorlijn Winterswijk - Zevenaar die dwars door het dorp loopt, vormt de grens tussen Gaanderen-Noord ('Oud-Gaanderen') en Gaanderen-Zuid ('Nieuw-Gaanderen'). Dit fenomeen wordt echter steeds zwakker, men voelt zich niet meer zo sterk verbonden met "Noord" of "Zuid".

Tot 1934 had Gaanderen een eigen spoorweghalte aan de spoorlijn Winterswijk - Arnhem. Op 10 december 2006 is een nieuw station Gaanderen geopend, dit op enkele meters van de oude locatie. Daarmee heeft Gaanderen haar treinstation weer terug. Daarnaast deelde Gaanderen in het verleden een stopplaats met de buurtschap Oosseld, stopplaats Gaanderen-Oosselt. Deze stopplaats lag in de bossen ten noorden van Gaanderen en is in 1927 buiten gebruik gesteld.

  

Foto: Gaanderen rond  1951. Mooi te zien het VVG voetbalveld. De in aanbouw zijne woningen aan de Ds. Warnerstraat, Irenestraat en de Beatrixstraat. De strook rivierduinen langs de Watertapweg en in het verlengde de ‘Doorninksbult’ waren nog nauwelijks bebost. De Augustinuskerk in Gaanderen is gebouwd in 1951-1952. De kerk is op 21 mei 1952 geconsacreerd door de aartsbisschop van Utrecht.                                                                  

Op de foto zijn de woningen zichtbaar van diverse families die in Gaanderen woonden.        
-Willem van den Berg x Wilhelmina Leuvering vestigden zich op 18-09-1901 met het hele gezin  in Gaanderen en kwamen  van Rheden: Bevolkingsregister Doetinchem Wijk D:  nr. 283 / nr. 288a / nr. 251 nieuw nr. 300; in eerste instantie hadden ze vier woningen:  Rijksweg 121-123-123-127.

-Johann Anton Löesink x Anna Bernardina Böing werden ingeschreven in de gemeente Doetinchem Ambt op 30 juli 1913, wijk D. Vorige woonplaats was Gendringen. Adres in Gaanderen: N 84 (Noord). Vernummering 20-08-1941: Lange Huitinkstraat 42;

-Theodorus Arnoldus Thuis x Anna Maria Jansen kwamen 6 maart 1911 van Bemmel naar Gaanderen: Wijk D nr. 70 G31 en op 18-02-1909 Wijk D G31  later werd dit de Binnenweg nr. 13;

-Joep Thuis x Annie Keurentjes woonden aan de Kon. Beatrixstraat 18 in Gaanderen en verhuisden in 1958 naar de Hekweg 20. Op de foto is goed te zien dat de Hekweg nog niet meer was dan een pad en dat er nog geen woningen stonden.

Bronnen: Wikipedia, Berghapedia en eigen informatie


                                      .


counter free