KORTE GESCHIEDENIS VAN NEDERLAND



Van het begin tot de Middeleeuwen
De oudste bewoners van Nederland zijn de hunebedbouwers. Ze leefden in de steentijd, onder andere in Drenthe. We hebben voorwerpen van deze bewoners in de grond gevonden, waaronder hamers, vuistbijlen en speerpunten, maar ook potten en sieraden. Rond 700 vC kwamen de Germaanse stammen naar Nederland. Zo leefden de Friezen en Bataven in ons land. De Friezen langs de Noordzeekust en de Bataven tussen de grote rivieren. .Romeinen kwamen ook in Nederland. Vanuit hun hoofdstad Rome wisten ze grote gebieden te veroveren. . De Donau en Rijn werden rijksgrens. Romeinen legden goede verbindingen aan tussen legerplaatsen en om het leger en vloot goed te kunnen bevoorraden.Er werden dijken en wegen aangelegd. Ook werden kanalen gegraven en steden gesticht. Zo stammen steden als Keulen, Maastrict, Nijmegen en Utrecht uit de tijd van de Romeinen. De Romeinen kwamen rond 50 voor Christus naar Nederland. De Bataven werden hun bondgenoten en leverden soldaten voor het leger. De Friezen werden overwonnen en moesten onder andere huiden leveren voor de wapenschilden van de Romeinse soldaten.

Rond het jaar 500 komt er een einde aan de Romeinse tijd. Een Mongools ruitervolk uit Azië, de Hunnen, dreven andere stammen voor zich uit in Europa. Deze stammen bedreigden weer het Romeinse rijk. Door het verdwijnen van het Romeinse rijk verdween ook hun beschaving en welvaart. Steden verdwenen, wegen werden niet meer goed onderhouden, het was vaak niet meer veilig. Na de periode van de Volksverhuizingen leefden de volgende stammen in Nederland:
– Friezen: in het noorden en langs de kust;
– Franken: ten zuiden van de grote rivieren;
– Saksen: in het oosten van Nederland.

De Vroege Middeleeuwen
Rond het jaar 600 kwam het Christendom naar Nederland. Deze werd verspreid door zendelingen (missionarissen).  Daarvan kennen we:
– Willibrord
– Bonifatius, de Apostel van de Duitsers. Nadat hij in Friesland geprobeerd had het katholieke geloof te verspreiden, vertrok hij naar Duitsland. Daar had hij meer succes. In 754 werd Bonifatius bij Dokkum vermoord.De verspreiding van het christendom had grote gevolgen. Er ontstonden kerken en kloosters die ook central van wetenschap werden. Kloosterorden verbeterden de landbouwmethoden en legden dijken aan. Verder werden ook christelijke gewoonten verspreid.Vanaf het jaar 800 is Karel de Grote keizer in Europa. Hij breidde zijn rijk uit tot de Elbe. Van de Noordzee tot het Middellandse Zee oefende Karel zijn macht uit. Hij onderwierp de Friezen en Saksen met geweld en bekeert hen tot het christendom.Onder keizer Karel werden niet alleen de wegen verbeterd, maar ook de landbouwmethoden. De handel nam weer toe. Daarom ontstonden ook handelssteden als Tiel en Dorestad (Wijk bij Duurstede). Verder verbeterde Karel ook het onderwijs door het stichten van kloosters en kerken.Een aantal gouwen hadden een hertog, die boven de graaf stonden.  Na de dood van Karel de Grote werd zijn rijk in 3 delen verdeeld:
– West-Frankische Rijk (met daarbinnen Frankrijk)
– Midden Frankische Rijk (met daarbinnen ook Nederland)
– Oost-Frankische Rijk (met daarbinnen Duitsland).

Van Noormannen tot Kruistochten
In Skandinavië (Noorwegen, Zweden, maar ook Denemarken) groeide de bevolking en was men op zoek naar nieuwe landbouwgronden.  De Noormannen, ook wel Vikingen genoemd, waren goede zeevaarders en hadden snelle schepen. De Noormannen ondernamen lange tochten en kwamen terecht in Amerika (Leif Erikson) en de Middellandse Zee. Noormannen gingen op rooftocht en plunderden dan ook steden zoals Dorestad, maar ook kloosters en kerken. Later vestigden ze zich ook, bijvoorbeeld in Normandië (afgeleid van Noormannen) en Sicilië. De handel in Nederland verplaatste zich van Dorestad naar Kampen. Veel Noormannen waren rond het jaar 1000 overgegaan tot het christendom.Vanaf omstreeks 1100 werden de Kruistochten gehouden. Deze tochten hadden als doel de moslims uit het Heilige Land te verdrijven. Ook kon men pelgrims (bedevaartgangers) dan beter beschermen – dacht men. Veel pelgrims gingen naar heilige plaatsen als Jeruzalem, maar ook Bethlehem en Nazareth. Er zijn in totaal maar liefst 7 kruistochten gehouden. De Eerste Kruistocht stond onder leiding van Godfried van Bouillon en had het zegen van de paus. Jeruzalem werd maar voor korte tijd veroverd.

De late Middeleeuwen:  Al in de tijd van Karel de Grote was het gebruik geworden dat een koning land in leen gaf aan zijn strijdmakkers in ruil voor trouw. Dit leenstelsel, ook wel feodalisme genoemd werkte in het begin goed. Een leenheer (de koning) gaf dus land in leen aan een leenman (ook wel een vazal genoemd). Later gingen de leenmannen hun bezit zien als erfelijk bezit. Nog vaak zou er strijd ontstaan tussen leenheer en leenman.In de Nederlanden ontstonden kleine staatjes, zoals Gelderland, Utrecht, Holland, Brabant, Limburg en Vlaanderen. Op den duur zouden deze gebieden de kern gaan vormen van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.Aan het einde van de Middeleeuwen (500-1500) kwamen de steden opnieuw op. De grootgrondbezitters, edelen dus, kwamen vaak in conflict met steden, maar ook met graven, bisschoppen en hertogen. Het gebeurde dan ook wel dat een edelman steden voorrechten (privileges) gaf zoals stadsrechten en marktrechten. Op die manier hoopte men dan steun van een stad te krijgen.  Bekendste voorbeeld is graaf Floris V, de graaf van Holland. Hij maakte zich gehaat bij de andere edelen. Hij werd in 1296 ontvoerd naar het Muiderslot. Op zijn vlucht werd hij gedood.In de 14e eeuw (1300-1400) was er een felle strijd tussen de Hoeksen (edelen) en Kabeljauwen (steden). Steeds vaker bleek de macht van de edelen te zijn verzwakt. Ze werden meer afhankelijk van steden, en de uitvinding van het buskruit had de kastelen kwetsbaar gemaakt voor aanvallen.Jacoba van Beieren stond aan het hoofd van de Hoeksen. Ze moest afstand doen van haar bezittingen aan Filips van Bourgondië. Die probeerde vervolgens van de gewesten in de Nederlanden één geheel te maken. Handel, nijverheid (industrie) en visserij bloeiden.Wel leefden de mensen in de Nederlanden met de rampen van de natuur. Zo kwam de pest geregeld voor. De Sint Elisabethsvloed was een overstromingsramp die aan tienduizenden mensen het leven kostte. Tijdens de regering van Karel de Vijfde (V) werd de eenwording van de 17 Nederlandse gewesten voltooid.

Steden in West-Europa verenigden zich in de Hanze, een verbond van steden. Dordrecht, Antwerpen, Brugge, Deventer, Kampen, Amsterdam, maar ook Groningen waren hanzesteden.
De nijverheid verbeterde ook door de gilden. Beroepsgroepen zoals schilders en bakkers verenigden zich in een organisatie die hun beroep moest beschermen. Ook zorgde een gilde voor opleiding (leerling, gezel, meester).

Veranderingen in de Kerk
In de Middeleeuwen was er één Kerk, de Rooms Katholieke Kerk met aan het hoofd de paus.  Ook koningen dachten soms anders dan de paus. Daarnaast kregen mensen een eigen mening over het geloof. Erasmus ontdekte bijvoorbeeld veel fouten. De Katholieke Kerk gebruikte aflaten voor geld. Gewone mensen mochten de Bijbel niet lezen en niet iedere geestelijke was een goed gelovige. Luther wilde de aflatenhandel bestrijden. In 1517 schreef hij in Wittenberg 95 stellingen tegen de aflaat. Het zou het begin vormen van de Hervorming (Reformatie). De paus stootte Luther uit de kerk (ban), maar die besloot de Bijbel te vertalen.Calvijn, die werkte in Genève en geboren was in Frankrijk, werd de grondlegger van het Calvinisme. Deze leer was strenger dan het Lutheranisme. De Katholieke Kerk wilde de hervorming tegen gaan. Er kwamen strenge wetten tegen ketters (een ander geloof hebben dan het katholieke) en een rechtbank moest ze opsporen (inquisitie). Ook voerde de kerk hervormingen door, die we de contra-reformatie noemen.

Aanloop naar de Tachtigjarige Oorlog
Toen Karel de Vijfde keizer was, was hij niet alleen de baas over de Nederlanden, maar ook over Spanje en Duitsland. Karel was katholiek en wilde het bestuur verbeteren. In deze tijd was Lissabon in Portugal een belangrijke haven. Door de ontdekking van Amerika kwamen er veel nieuwe producten naar deze stapelmarkt, zoals peper en nootmuskaat. In de Nederlanden waren er al steden die het verdere vervoer van deze producten regelden. In de loop van de tijd was
Antwerpen een belangrijke stad geworden. Als Filips II in 1555 zijn vader Karel de Vijfde opvolgt, wordt hij Heer van de Nederlanden en koning van Spanje. Hij was géén keizer van Duitsland, zoals zijn vader. Filips II was korte tijd in de Nederlanden, maar vertrok in 1559 weer naar zijn geliefde Spanje. Margaretha van Parma moest hier het bestuur waarnemen: ze werd landvoogdes. Er was steeds meer ontevredenheid door de aanwezigheid van Spaanse troepen. Ook werd er hard opgetreden tegen de protestanten. Granvelle, een kardinaal,
had veel macht en regeerde voor Margaretha van Parma, de landvoogdes van de Nederlanden. De hoge adel protesteerde daarom. Leider van dit protest werd Willem van Oranje. Toen de Spaanse troepen waren vertrokken en Granvelle naar Spanje ging, bood de lage adel een geschrift aan bij Margaretha (het Smeekschrift). Ze vroegen om verzachting van de maatregelen in de Nederlanden. Inmiddels waren protestanten in het geheim in de buitenlucht aan het
preken (hagepreken). De katholieke kerk had immers verboden dat er een andere godsdienst was.In Vlaanderen, wat ook bij de Nederlanden hoorde, brak de Beeldenstorm uit in 1566. Kerken werden vernield en vernietigd. Deze beweging trok naar het Noorden, maar was wel minder erg. Margaretha wist de opstand te onderdrukken. Filips II had besloten om Alva naar de Nederlanden te sturen om rust en orde te herstellen. Hij moest de Reformatie uitroeiien en het verzet tegen de politiek van Filips II breken.

De Tachtigjarige Oorlog in de tijd van Willem van Oranje
De Spanjaarden heroverden Haarlem, waardoor Holland in tweeën was verdeeld. Leiden wist een Spaanse belegering (omsingeling) te doorstaan. Ook Alkmaar kwam in handen van de Opstandelingen. In de tijd van de Tachtigjarige Oorlog kreeg Leiden een universiteit. Ondanks de strijd probeerde Willem van Oranje de katholieken én protestanten te verenigen. Dat lukte niet. Toen de Spaanse soldaten in Antwerpen muiten (plunderen), werd de Pacificatie van Gent aangenomen. Onder leiding van Oranje werd besloten de Spaanse troepen te verdrijven.
In die tijd was Parma de grote tegenstander geworden. Hij was een goed militair. Onder Parma werd de Unie van Atrecht aangenomen. Daarop besloten de Noordelijke Nederlanden de Unie van Utrecht te sluiten. Filips II besloot Willem van Oranje vogelvrij te verklaren. Dat betekende dat er een prijs op zijn hoofd stond en iedereen Willem mocht vermoorden. Dat gebeurde uiteindelijk ook in 1584 door Balthasar Gerards in Delft.Parma beheerste namens Filips II in de Zuidelijke Nederlanden ook de stad Antwerpen – een belangrijke havenplaats. Hij bedreigde het Noorden en Oosten van de Nederlanden. De Opstandelingen zochten daarom hulp bij Engeland die Leicester stuurde. Dat was geen succes en daarom werd in 1588 besloten de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden op te richten. Ons land was een republiek geworden.Maurits werd stadhouder en Johan van Oldenbarnevelt was raadspensionaris (regelde financiën en buitenlandse zaken).

De Tachtigjarige Oorlog was mede begonnen als geloofsstrijd tussen katholieken (Spanje) en protestanten (opstandelingen). In de Republiek was wel veel geloofsvrijheid, maar katholieken mochten niet in het openbaar hun geloof uitoefenen. Het bekendste jaartal uit onze Nederlandse geschiedenis is "1600". In dat jaar vond de slag bij Nieuwpoort plaats. Prins Maurits werd door Johan van Oldenbarnevelt erop uit gestuurd om de zeerovers te verslaan.
In 1609 werd het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) afgesproken. In feite werd de Republiek als staat erkend: De Spaanse koning onderhandelde namelijk met de Nederlanders over vrede.
Inmiddels was het in de Republiek oorlog op het gebied van het geloof. De Remonstranten hadden ruimere opvattingen over het protestantse geloof dan de Contra-Remonstranten. Omdat ook Van Oldenbarnevelt en Maurits zich ermee bemoeiden, werd het ook een politiek conflict.
De Staten-Generaal en Maurits stonden aan dezelfde kant. Johan van Oldenbarnevelt en de geleerde Hugo de Groot werden gesteund door de Staten van Holland. Maurits wist uiteindelijk te winnen: Oldenbarnevelt werd onthoofd en Hugo de Groot gevangen gezet. De rechtsgeleerde De Groot wist later te ontsnappen in een boekenkist uit Slot Loevestein naar Parijs.
Als Maurits in 1625 sterft, neemt Frederik Hendrik de Oorlog over. Hij wordt ook wel de "Stedendwinger" genoemd, omdat hij veel steden veroverde in Gelderland, Overijssel, Brabant, Limburg en Zeeuws-Vlaanderen. Hij belegde ook Den Bosch wat mogelijk was
gemaakt door het veroveren van de Zilvervloot in 1628 door Piet Hein. Maartens H.. Tromp versloeg een tweede Armada bij de Engelse kust. Frankrijk was inmiddels een steeds machtiger land geworden.  In 1648 werd de Vrede van Munster gesloten.

De Gouden Eeuw
Als we het hebben over de Gouden Eeuw, dan hebben we het over de 17e eeuw. In deze tijd bloeide de handel en nijverheid, maar ook de visserij, kunsten en wetenschappen.
Nederlanders voeren over de gehele wereld: Naar de Oost (Indonesië), maar ook naar de West (Amerika). We handelden in specerijen en andere producten, maar – jammer genoeg – ook in slaven. Dat deed de WIC, de Westindische Compagnie, opgericht in 1621. De Verenigde Oostinidsche Compagnie was al in 1602 opgericht. Naast de haringvisserij deden de Nederlanders ook aan walvisvaart. Op Spitsbergen was een Nederlandse vestiging.

Op het gebied van de kunst is Rembrandt van Rijn misschien wel het bekendste voorbeeld. Hij schilderde in het midden van de 17e eeuw de Nachtwacht. Daarnaast had je Frans Hals en Jan Steen. Ook waren er dichters die bekendheid kregen, zoals Vondel en Hooft. Christiaan Huygens was een beroemde wetenschapper die het slingeruurwerk uitvond. Hij was een wiskundige en natuurkundige. Hugo de Groot was een rechtsgeleerde en Leeghwater zou ervoor gezorgd hebben dat veel meren werden drooggelegd in Holland. Jacob van Kampen ontwierp het Stadshuis van Amsterdam die nu het paleis op de Dam is. In de Gouden Eeuw werd het gebouw, gebouwd op honderden houten palen, gezien als een wereldwonder!

Het Eerste Stadhouderloze Tijdperk (1650-1672)
Na het overlijden van Willem II begon het Eerste Stadhouderloze Tijdperk. Het bestuur stond onder leiding van Johan de Witt. Hij was raadspensionaris van Holland. In eerste instantie versterkte hij de vloot met admiraals als M.H. Tromp en Michiel de Ruyter. Hij was een tegenstander van de Oranjes.Een bijzondere prestatie was de Tocht naar Chatham waarbij Michiel de Ruyter een groot deel van de Engelse vloot in Londen vernietigde.
In 1672 wist de koning van Frankrijk samen met Engeland, Keulen en Munster de Republiek aan te vallen Dit wordt het Rampjaar genoemd. Frankrijk viel aan over land, Engeland over zee en Munster en Keulen vanuit het oosten. Een groot deel van de Republiek werd onder water gezet en Holland kon daardoor de inval weerstaan.Veel mensen gaven Johan de Witt de schuld. Die werd dan ook in dit jaar door een volksmenigte vermoord.

De koning-stadhouder (1672-1702)
In 1672 kwam Willem III aan de macht, in het Rampjaar. Hij werd stadhouder van de Republiek en zou dat blijven tot zijn dood in 1702. Willem III vond dat Frankrijk een gevaar vormde voor ons land. Hij vond het daarom belangrijk om een machtsevenwicht in Europa na te streven. In Frankrijk voerde Lodewijk XIV een politiek waarbij het rooms-katholieke geloof het ware geloof was. De Republiek was een protestants land.In 1685 maakte de Zonnekoning een einde aan de geloofsvrijheid van protestanten (Hugenoten) in zijn land. Velen vluchtten daarop naar ons land. In Engeland bedreigde koning Jacobus II het protestantisme. Daarom stak Willem III met steun van regenten het Kanaal over en werd koning van Engeland. Samen met zijn vrouw regeerden "William and Mary" over Engeland.

De Franse Revolutie (1789)
Misschien wel één van de belangrijkste jaartallen uit onze geschiedenis: 1789. In dit jaar kwam er een einde aan de absolute monarchie in Frankrijk. Het begon met de bestorming van de Bastille op 14 juli.Na een mislukte vlucht werd de koning Lodewijk XVI (Zestiende) gevangen genomen en deze keer onthoofd. Ook zijn vrouw Marie Antoinette ontkwam niet aan de valbijl (guillotine). Frankrijk was een republiek geworden. Het bestuur dat tijdens de revolutie aan de macht was, wordt ook wel het Schrikbewind of de Terreur genoemd. Iemand kon zomaar, ook zonder veel aanleiding, een gevaar zijn voor de revolutie. Ook deze personen belandden dan
onder de guillotine.

Nederland tussen 1795 en 1830
Na de Franse Revolutie wilden de legers van dit land de vrijheid ook in andere landen verspreiden. Daarom kwamen in 1795 Franse troepen en werd de Bataafse Republiek uitgeroepen. De Republiek had geen stadhouder meer. Omdat Engeland oorlog had met Frankrijk, werden onze koloniën afgepakt en kwam de handel vrijwel stil te liggen. De Fransen brachten een aantal verbeteringen: Op het gebied van belasting en onderwijs werd het nodige veranderd. Zo werden mensen verplicht zich in de schrijven in het bevolkingsregister.
Nadat tussen 1806 en 1810 Koning Lodewijk Napoleon aan de macht was, werd ons land bij het keizerrijk Frankrijk ingelijfd. Maar Napoleon Bonaparte, keizer van Frankrijk, kreeg steeds meer tegenslag: Hij verloor een veldtocht tegen Rusland (1812) en verliest de Volkerenslag bij Leipzig (1813). Het grote leger van Napoleon was verzwakt. In Nederland richtte Hogendorp een "bevrijdingscomité" op, en wilde de zoon van de laatste stadhouder terug halen naar Nederland. Die zat immers in Engeland, gevlucht voor de Franse bezetters. Op 30 november 1813 keerde Willem I in ons land terug op Scheveningen en werd als koning binnengehaald.
Inmiddels was Napoleon verslagen en wordt hij verbannen naar Elba. Maar daar ontsnapte hij om in 1815 nog één keer een grote slag te leveren tegen Engelsen, Pruisen, maar ook Nederlanders: De Slag bij Waterloo. Opnieuw werd Napoleon verslagen en opnieuw werd hij verbannen: Deze keer naar St. Helena.Willem I is dan inmiddels koning geworden van een groter land: Nederland en België zijn nu het Koninkrijk der Nederlanden. En Willem I deed er alles aan om het land op te bouwen. Hij investeerde in de handel en industrie en wordt daarom ook wel "koning-koopman" genoemd. Voorbeelden daarvan zijn: De Nederlandse Handelsmaatschappij, Noordhollands Kanaal, Voornse kanaal, Zuid-Willemsvaart. Ook werd de eerste spoorweg tussen Amsterdam en Haarlem (1839) geopend.

Nederland en de afscheiding van België: 1830-1840
Tussen het Noorden en het Zuiden van het Koninkrijk Nederland bleken toch grote verschillen te zijn. In het Noorden leefden voornamelijk protestanten en in het Zuiden katholieken. Het Noorden leefde van de handel, het Zuiden van de industrie. Ook vormde de taal een probleem. Mede door deze verschillen ontstond een opstand in Brussel in 1830. Al snel verklaren ze zich onafhankelijk van Nederland. Koning Willem I onderneemt een Tiendaagse Veldtocht tegen de Belgen: Hij verslaat ze, maar Engeland en Frankrijk willen niet dat de koning België gaat bezetten. Er komt een wapenstilstand en uiteindelijk in 1839 een vrede. Teleurgesteld doet de koning in 1840 afstand van zijn troon; hij was niet van plan het bestuur van zijn land te hervormen. Omdat hij lang afzag van een vrede met de Belgen, was ons land verarmd geraakt.

Nederland onder Willem II (1840-1849)
Willem II is van 1840 tot 1849 koning van Nederland. Hij investeert in de handel en de industrie. Dat doet hij bijvoorbeeld in Twente waar de katoenindustrie wordt ontwikkeld. Ook wordt Indonesië, een kolonie van Nederland, een grote bron van inkomsten. Toch is er veel ontevredenheid. Het volk heeft nog steeds te weinig invloed. Politici als Johan Rudolf Thorbecke willen door middel van een grondwet meer invloed in het bestuur en de rol van de koning veranderen. Willem II was getrouwd met de dochter van een russische tsaar: Anna Paulowna. De koning strief na een afnemende gezondheid. Zijn zoon Willem Alexander volgde hem op en regeerde vervolgens van 1849 tot zijn dood in 1890.

Begin van de 20ste eeuw
Als Willem III gestorven is na een lange regeerperiode, wordt Emma koningin-regentes. Dochter Wilhelmina is namelijk nog niet volwassen. Van 1890 tot 1898 bestuurd ze het land. Wilhelmina is koningin van 1898 tot 1948. Inmiddels is Nederland aanbeland in de 20ste eeuw; een eeuw van vooruitgang. Op technisch gebied komen fiets, auto, vliegtuig, film en electriteit in het dagelijks leven van de mensen. De leerplichtwet uit 1901 zorgt ervoor dat elk kind vanaf 6 jaar naar school gaat. Ook op het gebied van gezondheidszorg worden forse verbeteringen geboekt.Tussen 1914 en 1918 woedt de Eerste Wereldoorlog. Nederland is neutraal. Frankrijk, Engeland, Rusland en vanaf 1917 Amerika, vechten tegen een coalitie van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Nederland ondervindt wel de gevolgen van de oorlog. Het eten gaat op de bon, handel en scheepvaart worden bemoeilijkt en onze schuldenlast neemt fors toe. Tijdens de Eerste Wereldoorlog neemt de regering een nieuwe grondwet aan. Alle mannen boven de 25 jaar hebben stemrecht (en op termijn zal er vrouwenkiesrecht komen). Ook wordt in de Pacificatie van 1917 gelijkstelling van bijzonder en openbaar onderwijs geregeld. De socialist Pieter Jelles Troelstra hoopt in Nederland, in navolging van onlusten in Duitsland, een revolutie te kunnen uitroepen. Hij vergist zich deerlijk. Het volk, maar ook zijn eigen partij, wil helemaal geen revolutie. Het Oranjehuis is en blijft een belangrijke steunpilaar van Nederlandse eenheid.
In de jaren tot 1930 kwam de industrie tot een verdere bloei. KLM vliegt naar Azië en Zuid-Amerika. Radio en autoverkeer nemen een vlucht. Dan breekt de Crisistijd aan. Na een beurscrisis in Amerika (1929) merkt de gehele wereld de gevolgen van financieel wanbeleid. De werkloosheid stijgt, inkomsten nemen af en onze producten worden moeilijker in het buitenland verkocht. De regering onder leiding van H. Colijn neemt maatregelen. Zo worden
werkverschaffingsprojecten opgezet; de Afsluitdijk en Wieringermeerpolder komen gereed. Kanalen zoals het Twentekanaal en Julianakanaal worden gegraven. Ook worden wegen aangelegd. Ondanks alle maatregelen neemt de werkloosheid niet genoeg af. De bezuinigingspolitiek van Colijn werkt niet.