GESCHIEDENIS WEETJES



Zomaar een aantal weetjes en feiten in de loop van de tijd. Vooral gericht op de Achterhoek en de Graafschap.

16e Eeuw:

1503: De zomer van 1503 is zinderend heet en kurkdroog en daardoor een kwelling voor de inwoners van de Liemers en de Achterhoek. 

1565: Half december vriest de Oude IJssel dicht en op tweede kerstdag is ook de Rijn dichtgevroren. Het blijft vriezen tot in maart. 

1568: Begin van de  Tachtigjarige Oorlog. De strijd tussen Spaanse en Staatse troepen brengt de bevolking in de Liemers en ook Didam regelmatig tot wanhoop.

1570: De periode 1570 tot 1600 is in de Liemers en Achterhoek een uiterst onrustige tijd. De bevolking is wanhopig door rondtrekkende plunderende troepen; de ene keer Staatse en de andere keer Spaanse troepen en daar tussendoor rondtrekkende muitende bendes. Verwoeste huizen en kerken, onbebouwde akkers, plundering, doodslag, zware maandelijkse oorlogscontributies en roof van hele veestapels zijn aan de orde van de dag. De kerken van ondermeer  Didam, 's Heerenberg, Zeddam, Etten, Gendringen, Netterden, Elten, Oud-Zevenaar en Zevenaar worden in die periode geplunderd en zwaar beschadigd. In Hoog-Keppel en Drempt staat geen enkel huis meer overeind.

1573: Reeds eind oktober begint in de Liemers een lange zeer strenge winter, waarin  vrijwel alle wintervoorraden verloren gaan met grote tekorten en honger tot gevolg.

1578    Op 10 maart wordt Jan van Nassau, broer van Willem van Oranje, stadhouder van Gelderland. Hij is een vijand van het katholicisme en baant de weg om het Calvinisme met geweld in te voeren, waardoor katholieken in de Gelderse delen van de Liemers moeten kerken waar ze dat wel in vrijheid kunnen. De katholieken van Loerbeek kerken in die tijd vooral in Wehl. De overgrote meerderheid van de Liemerse bevolking blijft ondanks de onderdrukking sterk gehecht aan het oude geloof.

1580-1584: Willem van Oranje wilde de Achterhoek verwoesten.
Hij staat bekend als de Vader des Vaderlands, maar de laatste tijd komen er steeds meer misstanden van Willem van Oranje aan het licht. Ook in Gelderland gaf de prins opdracht tot gruwelijke gewelddadigheden tijdens de Tachtigjarige Oorlog. In 1584 adviseerde Willem van Oranje om de Achterhoek te verwoesten en voor vijandelijke legers onbruikbaar te maken. Willem van Oranje begon precies 450 jaar geleden de Tachtigjarige Oorlog tegen Filips de Tweede, die de koning van Spanje en de hertog van Gelre was. Het Hollandse leger wist onder leiding van Willem van Oranje de Spaanse legers te verjagen uit het westen van Nederland. Provincies als Gelderland en Brabant bleven decennialang in de frontlinie liggen en hadden vooral als taak om de Spanjaarden uit het vrije Holland en Zeeland te houden. Willem van Oranje gaf daarom op 20 juni 1584 opdracht om het graafschap Zutphen te verwoesten, vernielen en geheel te bederven. De Spanjaarden zouden dan geen eten meer vinden om hun legers te voeden en verder te trekken naar Leiden, Amsterdam en Delft.
De Achterhoek had jarenlang enorm te lijden onder de Tachtigjarige Oorlog. De Hollandse legerleiders volgden de instructies van Willem van Oranje op en wilden de omgeving van Hengelo, Zutphen, Ruurlo, Bredevoort, Groenlo, Anholt en Wisch volledig verwoesten. Er zijn aanwijzingen dat grote delen van de Achterhoek volledig waren ontvolkt.De bewoners trokken weg vanwege het oorlogsgeweld. Steden als Doetinchem en Zutphen werden binnen een paar jaar vele malen belegerd en veroverd. In 1580 vermoordde een Hollands leger honderden Achterhoekse boeren nadat zij in opstand waren gekomen tegen het oorlogsgeweld.
Het heeft er alle schijn van dat Willem van Oranje de Achterhoek en andere delen van Oost- en Noord-Nederland bewust wilde opofferen om de provincies Holland en Zeeland te beschermen tegen de Spaanse vijand. Het stadsbestuur uit Zutphen sprak die angst uit in een brief uit 1581. 'Het heeft er alle schijn van, dat de andere provincies Gelre in de steek willen laten en erop wachten tot het land zo ver bedorven wordt, dat onze vijanden, nergens middelen meer vinden om vanuit deze provincie andere landen en graafschappen aan te vallen, waardoor de Generaliteit (= bevrijde provincies) zo min mogelijk schade en overlast zal hebben.' Bron:
https://www.tubantia.nl/regio/de-verschroeide-aarde-van-twente-en-de-achterhoek-tijdens-de-tachtigjarige-oorlog~acac4c9c/

1581    De periode 1581 tot 1603 verloopt voor de bevolking in het Gelders - Kleefs grensgebied rampzalig. De Tachtigjarige Oorlog, een meedogenloze strijd tussen Spaanse en Staatse troepen, maakt veel slachtoffers onder de bevolking. Zowel Staatse als Spaanse soldatenbendes trekken regelmatig plunderend en brandstichtend rond. De terreur wordt mede veroorzaakt door de slechte betaling van vooral de Staatse soldaten.

1582 Didam, Zevenaar, Elten en Lobith worden volledig leeg geplunderd door Staatse troepen en soldatenbendes.

1586 Van december 1586 tot september 1587 is er een ongekende koudegolf.  In het laatste kwart van de 16e eeuw is het in Europa kouder met winters met veel sneeuw en ijs en koele zomers met herfstachtig weer. Het lijkt wel een "kleine ijstijd" te zijn geweest. Onderzoek van het KNMI heeft inmiddels aangetoond dat het laatste kwart van de 16e eeuw waarschijnlijk de koudste is geweest van de afgelopen duizend jaar.

1595    De winter van 1595 is opnieuw extreem streng. Na de winter volgen overstromingen en dijkdoorbraken waardoor het ook voor de inwoners van Loerbeek, die ook al gebukt gaan onder het oorlogsgeweld van de Tachtigjarige Oorlog, een rampzalig jaar is.

1595 In 1595 ging nagenoeg de gehele gemeenschap van Ruurlo over naar het protestantisme op 4 families na (Donberg, Gotinck, Elschot en Sasse). De katholieken kerkten in het begin in andere plaatsen, maar toen hun aantal toenam ook in schuilkerken.

17e Eeuw

1608    Een ontstellend koude winter zorgt voor grote problemen. In januari en februari vriest het zo hard dat zelfs de oudste mensen zich niet kunnen herinneren dit ooit eerder te hebben meegemaakt.

1627:    Slag om Groenlo:  Amper 600 Spanjaarden streden in 1627 tegen liefst 25.000 soldaten van het Staatse leger. De inzet was het vestingstadje GroenloDe inwoners leidden tijdens de Tachtigjarige Oorlog een armoedig leven, het was loodzwaar. In het westen van het land was de Gouden Eeuw aangebroken, in het oosten, het zuiden en in Groningen was het pikzwart.’’,,Eén groot slagveld. Bij opgravingen zie je het terug: in het westen vind je luxe aardewerk, hier vooral goedkope gebruiksvoorwerpen. En veel kogels. De mensen moesten elke dag hard werken om hun kostje te verdienen, rijke mensen en adel waren er amper.” De binnenstad was tijdens de Spaanse bezetting de veiligste plek om te zijn, vertelt de historicus. „Daarbuiten werd er massaal geplunderd, door de Spanjaarden en het Staatse leger. In de zomer van 1627 waren er meer dan 50.000 soldaten in de Achterhoek, zij moesten  allemaal eten. Het was gruwelijk.’’ ,,Inwoners van het nabijgelegen Ruurlo vluchtten massaal. Uiteindelijk woonden er nog maar drie mensen in het dorp en1627: Slag om Groenlo:  Amper 600 Spanjaarden streden in 1627 tegen liefst 25.000 soldaten van het Staatse leger. De inzet was het vestingstadje GroenloDe inwoners leidden tijdens de Tachtigjarige Oorlog een armoedig leven, het was loodzwaar. In het westen van het land was de Gouden Eeuw aangebroken, in het oosten, het zuiden en in Groningen was het pikzwart.’’,,Eén groot slagveld. Bij opgravingen zie je het terug: in het westen vind je luxe aardewerk, hier vooral goedkope gebruiksvoorwerpen. En veel kogels. De mensen moesten elke dag hard werken om hun kostje te verdienen, rijke mensen en adel waren er amper.” De binnenstad was tijdens de Spaanse bezetting de veiligste plek om te zijn, vertelt de historicus. „Daarbuiten werd er massaal geplunderd, door de Spanjaarden en het Staatse leger. In de zomer van 1627 waren er meer dan 50.000 soldaten in de Achterhoek, zij moesten  allemaal eten. Het was gruwelijk.’’ ,,Inwoners van het nabijgelegen Ruurlo vluchtten massaal. Uiteindelijk woonden er nog maar drie mensen in het dorp en liepen er wolven door de straten. In Groenlo zelf woonden zeshonderd soldaten van het Spaanse leger in barakken en bij mensen thuis. Onder hen waren maar een handjevol echte Spanjaarden, de rest bestond vooral uit Nederlandse katholieke jongens. Zij vochten voor soldij en hun geloof mee aan Spaanse zijde.’’ liepen er wolven door de straten. In Groenlo zelf woonden zeshonderd soldaten van het Spaanse leger in barakken en bij mensen thuis. Onder hen waren maar een handjevol echte Spanjaarden, de rest bestond vooral uit Nederlandse katholieke jongens. Zij vochten voor soldij en hun geloof mee aan Spaanse zijde.’’

1684  De winter van 1683-1684 verloopt ontstellend koud. De koude valt ver voor kerstmis 1683 in en duurt tot medio februari 1684. De rivieren vriezen volledig dicht en ijsdikten tot twee Rijnlandse voeten (63 cm) worden gemeten. De winter zorgt voor veel overlast.

18e Eeuw

1709    Zeer strenge winter vanaf Driekoningen (6 januari); veel vee doodgevroren.

1711    In het voorjaar zijn er diverse dijkdoorbraken zoals de IJsseldijk bij Lathum en de Boterdijk bij Lobith. Veel voedselvoorraden gaan verloren, weiden blijven lang onbruikbaar en op grote schaal wordt honger geleden.

1714    Veepest veroorzaakt in de Liemers de dood van veel runderen en grote armoede onder de bevolking.1715   Op vrijdag 3 mei wordt het aan het eind van de ochtend omstreeks 11.00 uur nachtelijk donker. Het is een gevolg van een (vrijwel) volledige zonsverduistering in Nederland.

1740    De winter van 1740 verloopt zeer koud. Na een relatief zachte december 1739 wordt januari 1740 extreem koud. In de periode van zaterdag 9 tot en met dinsdag 12 januari is het zelfs overdag in Loerbeek niet warmer dan 10 graden onder nul. De barre winter wordt gevolgd door een extreem koud voorjaar. Op zaterdag 7 mei sneeuwt het nog. Ook de zomer verloopt zeer koud waardoor de oogsten volledig mislukken. Het duurt jaren voor dat men het rampzalige jaar 1740 te boven is.  

1758    De zomer is uitzonderlijk nat waardoor veel landerijen onder water komen te staan en een groot tekort aan hooi ontstaat. 
Bronnen:http://www.chrisvankeulen.nl/loerbeek.htm

1794   Ten behoeve van transport van hout naar 's-Heerenberg voor de keizerlijke troepen  moeten de boeren van Gaanderen, in 1794, wagens en karren beschikbaar stellen. Zij kunnen zich vervoegen bij de jachtopziener van Huis Bergh, de heer I.B. Vink. Bron: http://berghapedia.nl/index.php?title=Gaanderen_van_tijd_tot_tijd