HET AVONTUUR VAN DE JONGE JOCHEM



Kobus Post (1901-) is de achtste zoon van Okke Post die in 1918 samen met twee van zijn zoons om het leven is gekomen door een zeemijn. Kobus werd ook visser en kon in maart 1940 voor een zacht prijsje de HD 8 opkopen. Hij noemde de kotter De Jonge Jochem naar zijn jongste zoon. Kobus was eigenaar van de kotter, maar in deze geschiedenis is de schipper zijn zwager Bertus van Loosen de held. Vlak na de aankoop van zijn kotter brak de oorlog uit. Het was in de nacht van 8 op 9 mei 1940 dat De Jonge Jochem moest uitwijken naar de haven van IJmuiden. Bertus kreeg via de scheepsradio te horen dat hij met de HD 8 beter kon doorvaren naar IJmuiden omdat de visprijs was gestegen.


    

Schipper Bertus van Loosen was een broer van Marretje van Loosen, de vrouw van Kobus Post

Het was 9 mei 1940 de nacht waarop de Duitsers ons land binnenvielen, maar dat wist Bertus op dat moment mischien nog niet. De bemanning monsterde af en ging met de trein terug naar hun gezinnen in Den Helder. Bertus bleef alleen achter op de kotter. De dagen daarna ontstonden chaotische situaties in de havensteden. Niet alleen in IJmuiden, maar ook vanuit andere vissers-plaatsen probeerden mensen het land te ontvluchten. Schepen werden gecharterd, in eerste instantie de veerdiensten en de reguliere vaart. Maar de druk en de chaos namen toe, zodat allerlei bootjes en vaartuigen werden ingezet om Nederland te ontvluchten. Er ontstonden emotionele en ongeregelde taferelen in de havens om een plekje op een schip te bemachtigen. Het waren niet alleen Nederlandse vluchtelingen, er waren ook Duits sprekende vluchtelingen bij. En wat opvallend was: er zaten veel Joden tussen veelal uit Amsterdam. Ze voelden aan wat hun te wachten stond en probeerden het land uit te komen. Het duurde niet lang of Bertus van Loosen liet zich charteren. Of hij Kobus Post de eigenaar van het schip hierin gekend heeft is niet duidelijk, maar Bertus kwam in de nachtelijke uren tot overeenstemming om een passagier en zijn gezin over te brengen naar Engeland. Zijn passagier de Joodse Alfred Goudsmit, was directeur van De Bijenkorf en daarmee zeer vermogend. 

Het was een waagstuk. Bertus had geen ervaring met de oversteek naar Engeland, hij wist niet de plaats van de mijnenvelden en wat nog het ergste was: zijn enige overgebleven bemanningslid dat ook in IJmuiden was gebleven, haakte af. Bertus vertrok dus alleen met aan boord Alfred Goudsmit met zijn gezin en ook enkele andere Joden met nog jonge kinderen. Van Bertus is verder niet bekend hoe de reis verlopen is. Pas veel later is een dagboek gevonden van één van de overgebrachte passagiers. Uit fragmenten van dit dagboek blijkt dat De Jonge Jochem dwars door enkele mijnenvelden is gevaren en dat Bertus van Loosen nog enkele mensen aan boord heeft gehesen die in kleine roeibootjes de oversteek probeerden te maken. 

Bertus is in Engeland aangekomen, de familie Goudsmit is daarna doorgereisd naar Amerika, maar van Bertus en De Jonge Jochem is lange tijd niets meer vernomen zodat allerlei geruchten de ronde deden. Zo werd beweerd dat de HD 8 op een mijn was gelopen en vergaan. Pas maanden later arriveerde er een kort briefje via het Rode Kruis vanuit Engeland bij Kobus. Daarin schreef Bertus dat hij veilig was aangekomen, maar helaas niet had kunnen terugkeren. Tijdens de oorlogsjaren heeft De Jonge Jochem gevist in de Engelse wateren. Het schip was ongeschikt om ingezet te worden voor de Engelse marine. Pas in augustus 1945 kon De Jonge Jochem terugkeren naar Den Helder. Bertus van Loosen heeft nooit veel verteld van zijn avonturen, maar De Jonge Jochem is de enige vissersboot die na de oorlog heelhuids weer is teruggekeerd. 


Een interview met de Joodse Gwythian Prins (hoogleraar geschiedenis en politiek, Cambridge) in de Alkmaarse Krant van 13 oktober 2017 maakt meer duidelijk. Zijn vader Eli Prins was ook één van de vluchtelingen die met De Jonge Jochem meevoer naar Engeland. Eli Prins bereikte veilig Zuid-Engeland. Hij sloot zich later aan bij de Air Raid Precautions en speelde een heldenrol bij de zware luchtaanvallen op Bath in 1942. In het interview wordt ook Rosie Hahn genoemd onder de opvarenden van De Jonge Jochem. Rosie Hahn was operazangeres. 

De Jonge Jochem is later tijdens een storm verloren gegaan.