DELNOOZ IN NOORD-BELGIë



Er wonen veel Delnooz’ rond Antwerpen en Mol. Je zult misschien zeggen – geen wonder, want de familie komt immers oorspronkelijk uit België. Echter, het ligt anders: deze familieleden hebben hun roots in Maastricht. Hoe zit dat? Nazaat Guy Delnooz uit Schelle (bij Antwerpen) legt het uit aan de hand van de geschiedenis van zijn voorouders.

“Eén van de stamboomverhalen beschrijft het leven van mijn overgrootvader Chrétien Mathieu Delnooz, het oudste kind van de Maastrichtse stamvader Charles Lambert. Chrétien vertrok na het overlijden van zijn eerste vrouw Maria Courtens in 1889 vanuit Maastricht naar Luik om daar een nieuw gezin te stichten met de Maastrichtse Marie Delnoy (géén familie). Daarmee legde hij de omgekeerde weg af als zijn vader, die in 1851van de omgeving van Luik (Saive) naar Maastricht verhuisde. Na ruim twintig jaar werd Chrétien met vrouw en vier kinderen in 1914 gedwongen terug te keren naar Maastricht. Ze moesten namelijk vluchten uit het brandende Luik na de overrompeling door de Duitsers. Een moeilijk bestaan volgde.

 

De Altenberg-fabriek in Kelmis

Guillaume was mijn grootvader. Hij ging vanaf 1914 als (leerling-)smid werken bij de staatsmijn Maurits in Geleen. Hij zou na het overlijden van moeder Marie Delnoy in 1915 bij vader Chrétien en broer Eugène in Treebeek gewoond kunnen hebben. Daarna werkte hij bij de Zinkwit fabriek in Eijsden, waar hij zijn toekomstige vrouw Elisabeth Henssen ontmoette. In 1923 moest Guillaume in België in militaire dienst (in Mechelen en Eisenborn). Na de diensttijd, in 1926, vertrokken Guillaume en Elisabeth naar Tubize bij Brussel, waar zijn broer Eugène al enige tijd werkte bij de elektriciteitscentrale.Tubize beviel echter niet zo goed en zij gingen in 1927 terug verhuizen, naar Kelmis waar hij in de zinkmijn ‘Altenberg’ (Vieille Montagne) als meestergast begon te werken. Kelmis ligt vlakbij het drielandenpunt en hoorde van 1816 tot 1919 tot het bekende neutrale (beter gezegd; condominium tussen Duitsland en Nederland) Moresnet.De Waalse naam is La Calamine. In Kelmis kregen Guillaume en Elisabeth vijf kinderen: mijn vader Eugène (1929; genoemd naar zijn grootvader en oom),Josephine (1931), Jean (1933; oorspronkelijk Gregoire, maar toen zijn peetoom Grégoire niet kwam opdagen bij de doop kreeg het kind een andere naam!),  Pierre (1935) en Antoinette (1937). De oudste twee kinderen gingen naar de lokale Duitstalige lagere school.

 

Trouwfoto Guillaume Delnooz en Elisabeth Henssen (1926)

Op 10 september 1939 werd de Altenberg fabriek gesloten en moest het gezin verhuizen naar Mol-Wezel, waar Guillaume in de Vieille Montagne fabriek aldaar als meestergast aan de loodovens kon beginnen te werken. De kinderen moesten even omschakelen. Op de lagere school in Balen-Wezel moest zoon Eugène de eerste 3 maanden terug naar het derde leerjaar want hij had in Kelmis tot het vierde leerjaar onderwijs in het Duits gekregen. Na kerstmis mocht hij dan terug naar het vijfde leerjaar. In 1941 werd het jongste kind Maria geboren. Tijdens de oorlog moesten de kinderen helpen bij het planten en oogsten van aardappelen, rogge en groenten. Guillaume was tijdens de oorlog lid geworden van het verzet (de Witte Brigade, opgericht als antipool tegen de Zwarte Brigade van SS collaborateurs). Omdat hij zeer goed Duits sprak kon hij van de Duitse officieren in de fabriek nuttige inlichtingen verzamelen die hij dan doorspeelde aan de partizanen zodat deze sabotages of andere acties konden ondernemen.

 

Familiefoto van Guillaume Delnooz met kinderen en kleinkinderen (1959). Volwassenen vlnr.: Grégoire Jean Delnooz, echtgenote Amelia van Gael, Pierre Lucille Delnooz, staand Guillaume Delnooz, gehurkt ?. Kinderen vlnr.:Roger Wilms, Marie-Claire Delnooz, Guy Delnooz

Van 1945 tot 1949 ging Eugène naar de Technische school in Mol waar hij het diploma van mecanicièn behaalde, een beroep in navolging van zijn grootvader Chrétien Mathieu. In 1947 liep hij een longontsteking op en lag 10 dagen in het ziekenhuis waar hij het toen nog experimentele penicilline kreeg. Na een herstelperiode van drie maanden en het missen van een volledig schooljaar werd hij genezen verklaard. In augustus 1949 kan hij voor één maand  aan de slag in de glasfabriek Glaverbel in Mol-Gompel. In September begint hij als mecaniciën in de Vieille Montagne fabriek te Balen-Wezel. In augustus 1952 is hij getrouwd met Paulina Coenjaerts. Het gezin van Eugène en Paula breidde uit tot vijf kinderen:  Guido (ofwel Guy – ik dus; 1955), Marie-Claire (1957), Johan (1960) Mathieu (1961) en Nicole (1965; zij overleed in 1966 aan de gevolgen van nierfalen). In 1965 overleed mijn grootvader Guillaume aan de gevolgen van keelkanker, zeer waarschijnlijk door de lange blootstelling aan het stof van lood- en andere metaalertsen in de fabriek. Het overlijden van grootvader en jongste kind was een grote slag voor het gezin. In 1966 zijn we van Mol-Wezel naar Boom verhuisd omdat mijn vader daaraan de slag kon als hoofd van de onderhoudsdienst in een steenfabriek. De broers en zussen van mijn vader zijn allemaal in de buurt van Mol blijven wonen.

 


Bruiloftsfoto van Eugène Delnooz en Pauline Coenjaerts uit 1952. Rechts van de bruid, onderlangs van links naar rechts: Mimi, Eugène Joseph Delnooz, Gertrude Delnooz en Pie Lebon

Eind jaren zestig gingen we regelmatig met grootmoeder Elisabeth Henssen op bezoek bij haar zus in Eijsden. Ik heb daar ook enkele keren de zus Gertrude van mijn grootvader en haar man Pie Lebon ontmoet. We zijn toen ook een paar keer bij hen in Sittard op bezoek geweest.  Als ik het me goed herinner woonden ze vlakbij een drukke spoorlijn. Het waren heel lieve mensen.”

(JZ, 24 juni 2018)