HERINNERINGEN AAN ZIJ DIE ONS VOORGINGEN



Joep Silkens en Griet Verstappen

Griet had een echte poetsfiemel. Ze wilde het altijd netjes hebben. Tot op hoge leeftijd had zij een vast poetsschema. Elke dag werd een andere kamer schoongemaakt. Zelfs als daar in onze ogen alles blonk als een spiegel.
Op zekere dag was Griet ziek en moest het bed houden. Toen Joep weer eens naar haar kwam kijken, vroeg ze: "Joep, poets jij ook wel ? Ik hoor die stofzuiger nooit."
Niet lang daarna was het bekende geluid van een stofzuiger te horen. Het klonk alleen allemaal een beetje anders dan Griet gewend was.
Ze besloot naar de woonkamer te gaan om daar eens een kijkje te nemen.
Toen ze de woonkamerdeur opende, zag ze dat Joep in een luie stoel de krant zat te lezen, terwijl de stofzuiger alleen maar geluid maakte en werkeloos in de kamer stond.
Joep en Griet waren op dat gebied twee tegenpolen. Griet hield van orde en netheid, terwijl Joep het niet zo nauw nam. "'t hoes mot mich dene !" (Het huis moet mij dienen) kreeg Griet vaak van hem te horen.

Joep Silkens

Joep kon heel luid niezen. Hij deed dat het liefste waar veel mensen bijeen waren. Als na zo'n luide nies, iedereen zijn kant uitkeek, pakte hij een zakdoek uit zijn broekzak ( soms kon je meer spreken van een vuile poetsdoek) en snoot dan met een onschuldig gezicht zijn neus.

Baer Silkens (sr)

Baer had een stuk land op Kitskesberg dat hij vaak per fiets bezocht. Hij moest daarvoor de Heinsbergerweg oversteken. Hij deed dat altijd zonder te stoppen en door gewoon de weg over te steken.
Als mensen hem daarop aanspraken dat hij onder een auto kon komen, antwoordde hij steevast: "Det ze maar wachte, ich bn aajer." (Dat ze maar wachten, ik ben ouder)

Joep, Baer jr. en Lei

Joep werd vroeger "de Sjtoep" genoemd, omdat hij heel lang tamelijk klein was gebleven. Later kreeg hij een scheut en werd een sterke, forse kerel.
Lei werd "Bruutje" genoemd.( vrij vertaald een fraai portret) en Baer werd "de Soemel" genoemd. Ze deelden altijd met z'n drien een pakje sigaretten van 20 stuks. Om de beurt kreeg een van hen een sigaret minder. "Gaef mich ins eine soemel" betekent zoveel als laat mij eens trekken van jouw sigaret.

Tant Reuske

Voordat zij het klooster inging, werkte zij bij Felix Janssens in Roermond. Janssens had een winkel in tafel- en koffieserviezen, e.d.
Op zekere dag viel Reuske in de winkel flauw en de dokter werd erbij geroepen. Nadat hij haar onderzocht had, kreeg Felix Janssens op z'n donder, omdat Reuske verzwakt was. Volgens de dokter kwam dat doordat ze te weinig te eten kreeg.
Maar dat was helemaal niet terecht bleek later, want Reuske gaf haar eten aan arme mensen, die het harder nodig hadden.

Joep Silkens

Op zekere dag was Joep weer met de bus op weg. Terwijl hij voor het stoplicht wachtte, stopte een auto naast de bus met twee dames van lichte zeden en die riepen Joep toe: "L'amour ! L'amour !"
Joep pakte daarop een landkaart en begon daar uitgebreid op te zoeken tot het licht weer op groen sprong en ieder weer een eigen weg ging

Sjraake Silkens
In de Limburger Koerier van donderdag 12 november 1942 lezen wij het volgende:

              Jongetje spelend onder een kar en gedood  

Roermond. Het 2-jarige zoontje van de familie S. uit het Muggenbroek te Roermond geraakte spelenderwijs onder een kar en kreeg het zware wiel over het hoofd. Het knaapje was op slag dood. De voerman bemerkte pas het ongeval, toen het verschrikkelijke gebeurd was. De man treft geen schuld daar het knaapje blijkbaar al spelende den rijweg overstak, toen het paard reeds voorbij was. Zoodoende gebeurde het ongeluk achter den rug van den voerman.