DE KLANDERMOLEN (KOLFSTRAAT)



De gevelsteen van de Klander Meulen bevindt zich tegenwoordig in de gevel van een gelijknamig café aan het Statenplein. De kalandermolen werd in 1646 door Cornelis Willemsz. Brevoort vernieuwd. (Foto: Erfgoedcentrum DiEP)

Kalanderen = het glanzend maken van laken stoffen.

De kalandermolen is vermoedelijk gesticht ca. 1625 door Gillis van den Bossche en Christoffel Molenschot, aangezien er in een akte uit 1622 op dezelfde locatie in de Kolfstraat nog geen sprake is van een dergelijk bedrijf:

ORA Dordrecht inv. 1599, f. 19v e.v.: op 8 april 1622 verkopen Pieter Dircxsz. Clootwijck en Johan de Loutre, als procuratie hebbende van Grietgen Henricxdr., weduwe van Dirck Jacobsz. Clootwijk, voor 2050 gl. aan Cristoffel Molenschot en Thomas van den Bosch, burgers van Dordrecht, een huis en een tuin in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Jan Henricxsz. speldenmaker en 's herengracht. Waarborg: Jan de Loutre. De kopers zijn schuldig aan de verkoopster een somma van 1250 gl. Borg: Gillis van den Bossche. In margine: Adriaen van Clootwijck verklaart op 8 okt. 1642, dat de schuld volledig is voldaan}

- 1 mei 1626: Gillis van den Bossche en Christoffel Molenschot verklaren, dat zij tot dan toe in gemeenschappelijk bezit hebbende gehad zekere huisjes met een kalandermolen, hete persen en andere toebehoren, staande in de Kolfstraat tussen het huis van Jan Henricxsz. speldenmaker en 's herengracht. Zij zijn nu overeengekomen, dat Gillis van den Bossche die huisjes, kalandermolen etc. voortaan in volle eigendom zal bezitten. Voorwaarde is o.a., dat van den Bossche te zijnen laste neemt een hypotheek van 800 gl. ten behoeve van de weduwe en erfgenamen van Dirck van Clootwijck. (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 16v)

- 8 okt. 1642: Cornelis Willemsz. Brevoort, lakenbereider en burger van Dordrecht, koopt van de weduwe van Gillis van den Bossche, een kalandermolen met "hete persen" en andere gereedschappen, staande in de Kolfstraat. (ORA Dordrecht inv. 773, f. 100)

Cornelis Wilmsen (Brevoort), jongman van Dordrecht, droogscheerder wonende in de Kromme Elleboog (1633), trouwde NG Dordrecht 14/28 aug. 1633 Louisa (Lowijssje) Jacobsdr., jonge dochter van Dordrecht wonende op de Lindengracht (1633)

7 nov. 1654: een baar voor Cornelis Willemsz. Brevoort in de Klandermolen in de Kolfstraat, twee maal luiden (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

16 aug. 1657: een baar achter in de Kolfstraat voor de weduwe van Cornelis van Breevoort, twee maal luiden (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

Zoon:

a. Willem Brevoort, gedoopt NG Dordrecht sept. 1636, lakenkoper, jongman wonende in de Kolfstraat, trouwde NG Dordrecht 21 mrt./6 april 1655 Maijken Ariensdr. (de Veer), geboren naar schatting ca. 1635, dochter van Adriaen (Arien) Cornelisz. de Veer

 Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Cornelis, 24 jan. 1656

b. Adriaen, 17 juli 1657

c. Adriaen, 4 okt. 1658

d. Lovijsa, 28 juli 1660

De Klander Meulen (het hoge gebouw bij de Kolfstraatsbrug) werd kort vóór de afbraak van het gebouw in 1879 getekend door J. Rutten (GA Dordrecht DI 628)

- 25 febr. 1661: Adriaen Cornelisz. de Veer bakker verhuurt aan Boudewijn Erckelens, lakenverver te Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, genaamd "de Clander Molen", staande tussen het huis van Otth Jansz. en 's herengracht, voor een periode 12 jaar voor 138 gl. per jaar. (ONA Dordrecht inv. 227, f. 33)

- 31 juli 1666: geeft te kennen Arijen Cornelisz. de Veer, burger van Dordrecht, als voogd over nagelaten weeskinderen van Willem van Brevoort zaliger, door hem verwekt bij Maeijken de Veer, de dochter van de suppliant, dat de kinderen bij het overlijden van hun grootmoeder van vaderszijde aangekomen is een huis, staande achter in de Kolfstraat en genaamd "de Clandermeulen", "het welcke door lanckheijt des tijts, mitsgaders door de geringheijt van de voorsz. weeskinderen goederen soodanich is ontraffineert gewerden, dat buijten alle twijffel te verwachten staet, dat de zijdelmuijr, mitsgaders den stadtsboom van den voornoemde huijse, staende over 's heeren grachte instorten ende omveere sal comen te vallen, het welcke groote ende sware lasten d'voorsz. weeskinderen soude comen te causeren". (ORA Dordrecht inv. 66, f. 183)

- 23 aug. 1671: Sijmon Cornelisz. de Vries, burger van Dordrecht, verklaart, dat hij Adriaen Cornelisz. de Veer, burger van Dordrecht, ontslaat van de borgtocht, die De Veer heeft gepresteerd voor de kinderen van zijn dochter, Maeijken Adriaensdr. de Veer, bij haar verwekt door Willem [Cornelisz.] van Breevoort, voor een somma van 1000 gl., die De Veer op 25 nov. 1666 van hem, comparant, ten behoeve van die kinderen heeft geleend. Voorwaarde daarbij is, dat De Veer zal bewerkstelligen, dat Jan Adamsz. timmerman, als koper van het huis genaamd "de Clander Meulen", staande achter in de Kolfstraat, in mindering van de kooppenningen van dat huis tot zijnen laste zal nemen voornoemde schuld van 1000 gl. Tevens is De Veer gehouden om de kooppenningen van het huis, daarbij inbegrepen de voornoemde somma van 1000 gl. aan te wenden voor het onderhoud van zijn kleinkinderen. (ONA Dordrecht inv. 254, f. 150 e.v.)

- 5 juli 1695: Johannes Willemsz. van Leen, bleker en burger van Dordrecht, verkoopt voor 1500 gl. aan Hermanus de Bruijn, burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, vanouds genaamd "de Klandermolen", staande tussen het huis van Jan Melsen en dat van Gerrit Lammerts. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1500 gl. (ORA Dordrecht inv. 1635, f. 53v e.v.)

- 13 mei 1719: Hermanus de Bruijn, inwoner van Dordrecht, verkoopt voor 1000 gl. aan Willem Spruijt, mr. slotenmaker te Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, genaamd "de Klandermolen", staande tussen het huis van Gerrit van de Waart en dat van Jan Melse. (ORA Dordrecht inv. 1648, f. 123 e.v)

Willem Spruijt, gedoopt NG Dordrecht 26 mrt. 1687, jongman van Dordrecht wonende in de Heerheymansuysstraat (1708), zoon van Pieter Leendertsz. Spruijt en Janneken Willemsdr. Gate, trouwde Gerecht/NG Dordrecht (de bruidegom geassisteerd met zin vader, de bruid met haar moeder en met mondeling consent van haar vader) Catharina van Sevenom, gedoopt NG Dordrecht 12 okt. 1682, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1708), dochter van Jacobus van Sevenom en Beata van Dijck.

ORA Dordrecht inv. 1660, f. 54 e.v.: op 13 juli 1752 verkoopt Catarina van Sevenom, weduwe van Willem Spruijt, wonende te Dordrecht, voor 600 gl. aan Barent Santman, burger van Dordrecht, een huis, genaamd "de Clander Mole", staande in de Kolfstraat tussen het huis van Cornelis van der Klock en dat van Willem van Nispen. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 600 gl.

ORA Dordrecht inv. 1674, f. 30 e.v.: op 3 mrt. 1785 verkoopt Barend Santman, wonende in het Oudemannenhuis te Dordrecht, voor 1100 gl. aan Pieter Knikman en David Knikman, beiden wonende te Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, vanouds genaamd "de Klandermolen", bestaande uit verscheidene woninkjes, staande tussen het huis van Matthijs Driesen en dat van Laurens Putten. De kopers zijn schuldig aan de verkoper een somma van 700 gl.

ORA Dordrecht inv. 1677, f. 212 e.v.: op 3 mrt. 1795 verkoopt Johanna Gelderblom, weduwe van David Knikman, wonende te Dordrecht, voor 400 gl. aan Pieter Knikman, turfschipper te Dordrecht, een huis in Kolfstraat, vanouds genaamd "de Klandermolen", bestaande uit verscheidene woninkjes, staan tussen het huis van Matthijs Driesen en dat van Laurens Putten. De andere helft behoort toe aan de koper.