KLEINE FAMILIEKRONIEK



Urk

De stamboom van onze familie brengt ons terug naar Urk in de 18e en 19e eeuw.  De heerlijkheid Urk, eigendom van de stad Amsterdam, werd op 4 april 1792 terug gegeven aan de leenheren van de Staten van Holland. In 1814 werd Urk een Noordhollandse gemeente. Het is in deze tijd dat de visserij en de scheepsindustrie de peilers worden van de lokale economie. De Urker vissers waren uiteraard in eerste instantie gericht op de Zuiderzee en de Waddenzee, maar zelfs in de Noordzee werd rond 1750 door de Urkers al gevist op platvis en schol. De verste voorvader die we terug kunnen vinden is Jan Jansz. ofwel Janteboe Post, geboren rond 1700. Verdere gegevens over deze Janteboe ontbreken. Zijn precieze geboortedatum is niet bekend. In 1725 huwt hij met Ytje Fockes. Uit dit huwelijk komen vijf kinderen voor. Ook van de navolgende generaties Cornelis en Louw Post is niet veel bekend. Maar wel dit: het waren allemaal vissers. Het hele familiegeslacht bestond vrijwel zonder uitzondering uit vissers. Urker vissers varend met vooral botters en schokkers over de Zuiderzee.

Ondanks de sterke opkomst van de visserij in de 18e en 19e eeuw, leidde de Urker visser in het algemeen een sober en hard bestaan. Urk kende een hoge geboortegraad, maar de stamboom laat veel sterfte zien van jonge kinderen. Vanaf 1800 groeide de Urker bevolking sterk, rond 1850 telde Urk ca. 1.200 inwoners.  De toenemende bevolking gaf problemen met de huisvesting. Van oudsher is het eiland verdeeld in een hoog zuidwestelijk deel, de bult en een laag noordoostelijk deel. Tot ca. 1850 waren de huizen van de Urkers vooral gesitueerd op en nabij het  hoge deel van Urk. In tijden van hoog water gaf dit gebied immers de meeste veiligheid. In 1930 raakte De Bult overbevolkt. Meerdere gezinnen woonden bij elkaar. Later werd het dorp verder uitgebreid.


Kerkelijk leven op Urk

Over het kerkelijk leven op Urk is door anderen al veel geschreven (zie o.a. de boeken van ds. J. Brons). Van de generaties Post op Urk treffen we de namen aan in de doopregisters van de toenmalige Nederduits Gereformeerde Kerk. Dit was de gereformeerde volkskerk ontstaan in Emden; in 1597 werd zij de officiële publieke kerk in Nederland. Het aannemen van een nieuw reglement onder koning Willem I leidde in 1816 tot de naam Nederlands Hervormde Kerk. Tot 1834 was heel Urk Nederlands Hervormd. De afscheiding in dat jaar bracht daarin verandering. Maar niet direct. De vader van de afscheiding ds. H. de Cock preekte pas in 1836 op Urk. Uiteindelijk werd geheel kerkelijk Urk afgescheiden. We kunnen derhalve aannemen dat onze familie meegegaan is in de afscheiding. Jaren later treffen we Andries Post (1886) aan als ouderling van de Christelijke Gereformeerde Kerk. Verder is er een foto uit 1938 met Sjoerd Post (1875) en zijn halfbroer Gerrit (1857) met de bekende ds. Du Marchie van Voorthuysen (zie het fotoalbum op deze site)



Jacobje Post (1818) trouwde in 1847 met de toen nog kandidaat predikant Jacob Nentjes. Ds. Jacob Nentjes, geboren op Urk, is van zeer grote betekenis geweest voor Urk. De huidige bevindelijk gereformeerde inslag van de Urker bevolking heeft alles te maken met het optreden van deze predikant. Nentjes stond in zijn pastorale bearbeiding dicht bij het Urker volk en was door zijn geboorte op Urk één met hen, juist op momenten dat tal van rampen het eiland overspoelden. In grote lijnen zien we dat het geslacht Post verbonden is met de Christelijke Gereformeerde Kerk op Urk. We komen ook enkele ambtsdragers tegen waaronder Andries Post en Klaas Post (1878-1950). Van deze laatste staat op zijn grafsteen de vermelding dat hij tijdens zijn leven ouderling was van de Chr. Geref. Kerk. Later bij het ontstaan van de Oud Gereformeerde Gemeente (onder leiding van ds. Du Marchie Van Voorthuysen) zien we dat het Post geslacht op Urk aangesloten zijn bij zowel de Christelijke Gereformeerde Kerk, als de Oud Gereformeerde Gemeenten. Het is merkwaardig dat deze situatie zich ook weer voordoet in Den Helder, maar dan in kleinere aantallen. De afscheiding in Den Helder is veel chaotischer verlopen dan op Urk. Maar uiteindelijk zien we ook in Den Helder dat enkele leden aansluiting zoeken bij de Chr. Geref. Kerk en enkele andere uit ons geslacht begin 20e eeuw aansluiten  zoeken bij de Oud Gereformeerde Gemeente (nu Hersteld Hervormd). Andere kerkverbanden treffen we tot halverwege de 20e eeuw niet aan.

Louwrens Post 1829-1919


Vooral in de 19e eeuw zien we Urkers naar Helder vertrekken. Aantallen zijn niet bekend maar de Helderse en Nieuwedieper Courant van 10 juli 1879 maakt er melding van dat weer enkele Urker familiën zich vestigen. De beperkte logistieke afzet mogelijkheden vanuit Urk, de sterk toegenomen visserij op de Noordzee én mogelijk ook de leefomstandig-heden op Urk zullen waarschijnlijk doorslaggevend zijn geweest voor de trek naar Helder maar ook naar andere plaatsen waaronder Zaandam. De trek van Urk naar Helder komt vooral in de loop van de 19e eeuw op gang. Er zijn echter aanwijzingen dat in de periode daarvoor al verhuisbewegingen van Urk naar Den Helder hebben plaatsgevonden. De Urkers zijn ondernemend volk, maar kan het niet anders dat een gezinsverhuizing toch een aangrijpende zaak zal zijn geweest. De sociale cohesie, vooral gestempeld door het orthodoxe geloofsleven, was immers zeer sterk. Om dit los te laten en in de vreemde een nieuw bestaan te vinden, moet een hele stap zijn geweest.

Louwrens (1828-1919) is in de stamboom een belangrijke schakel tussen Urk en Den Helder. Hij is één van de vele met de naam Louwe, maar dan verrijkt tot Louwrens mét daarin de letter w. Dit komt niet vaak voor in de stamboom. In de stamreeks neemt Louwrens een interessante plaats in. Hij sticht een groot gezin, vertrekt uit Urk en leeft in een tijd waarin veel gebeurd. Louwrens wordt als derde kind geboren uit het huwelijk (1822) van Louw Post en Ariaantje Koot. Hij vertrekt met zijn eerste vrouw Aaltje Ras in 1863 naar Harlingen. Over de reden van zijn vertrek is niets bekend. Mogelijk had ook deze verhuizing te maken met de visserij, Harlingen was immers een belangrijke doorvoer en verbindingshaven naar de Waddenzee en Noordzee. Louwrens krijgt bij Aaltje tien kinderen. Na de dood van Aaltje vertrekt hij, in 1874, naar Den Helder. Zijn vijfde kind, Gerrit (1857) gaat terug naar Urk. Het is niet bekend in welk huis Louwrens heeft gewoond, het huis van zijn zoon Gerrit (wijk 5-116) is wel bekend en is typerend voor de huizen op Urk.



Direct na aankomst in Helder wordt Louwrens met zijn gezin, maar zonder vrouw, ingeschreven in de Christelijk Gereformeerde Afgescheiden kerk (onder het kruis). De inschrijving is teruggevonden in het lidmatenregister (23-1-1874). Uit zijn kerkelijke keuze blijkt dat hij zich verbonden weet aan de afscheiding van 1834. Tromp (1834-1908) de broer van Louwrens is hem voorgegaan naar Den Helder. Hij vertrekt eveneens voor een korte periode naar naar Harlingen, gezien de geboortedata van zijn kinderen wellicht slechts enkele maanden. In 1869 gaat Tromp in Helder wonen, daar verliest hij zijn tweede vrouw. In 1903 trouwt hij voor de derde keer. De ongeletterdheid in die periode wordt nog duidelijk. Volgens de huwelijksakte verklaarde hij niet te kunnen schrijven, waardoor deze niet door hem is getekend. Ook Tromp sluit zich aan bij de gereformeerde kerk. In hetzelfde jaar van aankomst in Helder trouwt Louwrens voor de tweede keer. Op dat moment is hij 46 jaar oud en zijn bruid Klaartje Flens 34 jaar. Ook Klaartje verklaart in de huwelijksakte niet te kunnen schrijven. Ze is in Helder geboren al langer lid van de gemeente, ze heeft in 1865 belijdenis gedaan. Louwrens en Klaartje krijgen vier kinderen, de oudste Sjoerd is de stamdrager van de familie. De kerkenraadsnotulen van de jaren 1881 doet op verschillende plaatsen melding van het gezin. Een diaken brengt in de kerkenraadsvergadering in dat er een aanklacht is ingediend tegen vrouw Post. Zij heeft nog schulden bij een ander gemeentelid. De kerkenraad besluit dat deze zaak nog niet door de kerkenraad behandeld kan worden, maar spreekt af dat dit benoemd zal worden zodra vader Post zijn jongste zoon (Cornelis Simon, 1881) zal aangeven voor de doop. Afgesproken wordt dat eerst de zaak besproken zal worden voordat de doopvragen gesteld worden. Maar zover komt het niet. De kleine Cornelis wordt ernstig ziek. De blijkbaar wanhopige ouders Louwrens en Klaartje gaan naar een waarzegger om de toekomst van hun kind te laten voorspellen. Dit brengt ze echter in grote problemen met de kerkenraad. Onder het menu 'Het betoverde kind' op deze site is hier meer over te vinden. Louwrens en zijn broer Tromp waren vissers. Rond 1874 waren de economische omstandigheden in Den Helder sterk gewijzigd. Door de aanleg van het Noordzeekanaal was Den Helder geen koopvaardijstad meer. De daaraan verbonden insustrie en handel zou zich in deze jaren terugtrekken uit Den Helder. Hiervoor in de plaats kwam de visserij. Louwerens en Tromp behoorden tot de eerste vissers die gebruik hebben gemaakt van de nieuwe gunstige visserijmogelijkheden van Den Helder.

Visbuurt

Van Louwrens en Klaartje is in elk geval het adres Brouwerstraat 10 bekend. In de burgerlijke administratie komen we later Brouwerstraat 2e tegen, hier komt Louwrens te overlijden op 10 november 1919. Blijkbaar is Klaartje teruggegaan naar de oude woning. Haar overlijdensakte op 31 januari 1922 geeft als adres Brouwerstraat 10 aan. De Brouwerstraat maakt deel uit van de Visbuurt. De naam Visbuurt is te danken aan de bewoning door voornamelijk vissers. Het is vooral dit deel van Helder waar verschillende Urkers zijn terecht gekomen. De Visbuurt werd ook wel Pilo genoemd, een verwijzing naar de klederdracht van de havenarbeiders. Deze kleding was half van katoen en half linnen was. De Urkers waren in de Visbuurt door klederdracht en spraak duidelijk herkenbaar. Vanuit de geschiedenis van de later gebouwde Rehobothkerk is bekend dat Urkers vast hielden aan de meegenomen kerkelijke gewoonte dat mannen en vrouwen apart zaten in de kerk. 

Vijzelstraat 1898



De visverwerking is eind 19e eeuw de belangrijkste bron van inkomsten voor deze buurt. Rond 1897 komt hier ook een eind aan, als de Helderse visafslag het moet afleggen tegen de door de overheid opgerichte visafslag van IJmuiden. De vissers gaan vanuit andere havens naar zee en sommige Helderse vissers worden zelfs opstappers in Maassluis. Dit maakte de Visbuurt tot een arme volkswijk, kleine huisjes met enkel woonruimte op de begane grond. In de kleine steegjes hing een zilte geur van zee-water, teer, taan en vis. Vooral in de crisisjaren voor de Tweede Wereldoorlog was het bittere armoe in de Visbuurt.

Sjoerd Post 1875-1963


Sjoerd de oudste zoon van Louwrens en Klaartje is de laatste visser in onze familie. Hij is geboren in 1875. Uit verschillende stukken wordt duidelijk dat hij minimaal drie beroepen heeft gehad: visser, zeesjouwer en takelaar. Deze beroepen zeggen ook iets over de tijd waarin hij geleefd heeft. De Helderse zeevloot bestond in 1900 uit 34 botters, 13 schokkers, 16 blazers, 4 kotters, 8 schuiten, 1 stoomblazer, 1 jacht en 135 vletten. Na 1897 loopt de visserij terug door de nieuwe visafslag in IJmuiden. Van veel grotere betekenis was echter de afsluiting van de Zuiderzee door de afsluitdijk in 1932. Dit maakte het voor haring, ansjovis en geep niet meer mogelijk om kuit te schieten in de Zuiderzee. Hiermee liep de visserij een deuk op die zich pas later zou herstellen. Sjoerd verloor zijn werk als visser en kreeg werk op de Rijkswerf als takelaar. In de jaren voor de eerste wereldoorlog werden veel vissers getroffen door zeemijnen. Een aanvaring met een mijn, of het opvissen van een mijn leidde vaak tot grote ongelukken. Binnen de breedte van de stamboom zijn veel vissers uit de familie verloren door ongelukken met een zeemijn. Marretje, de vrouw van Sjoerd stond het daarom niet meer toe dat de kinderen de zee opgingen. Voor Reijer de oudste zoon van Sjoerd was dat te laat, hij was al visser. Maar Louwe, de tweede zoon en ook de andere zonen mochten geen visser worden. Ze kozen een ander beroep. Louwe werd bakker.

Louwe Post 1907-1975


Kort na hun huwelijk op 24 september 1931 namen Louwe post en Nelletje de Wit intrek in een woning aan de Basstraat 62 en huurde tegelijkertijd een bakkerij in de Goverstraat. Louwe was aanvankelijk visserman van beroep, maar moest van boord toen een broer van zijn moeder op zee, door een mijn het leven verloor. Hij werkte daarna als knecht bij broodbakkerij Witsenburg aan de Hoofdgracht en bij banketbakker Lammers in de Koningstraat.

Op onderstaande foto het personeel van bakker Lammers (krantenartikel, datum onbekend). Louwe Post wordt hier Lou genoemd.




Louwe Post en Nelletje Post-De Wit (foto ca. 1950?)



In de Goverstraat was weliswaar voldoende omzet, maar Louwe wilde graag een eigen bedrijf en kocht daarom het huis aan de vijzelstraat 93. Daar had hij als kind met zijn ouders gewoond van 1907 tot 1928. De voorkamer werd ingericht tot winkel en achter de woning kwam de bakkerij.







Bakkerij Vijzelstraat 91-93 (ca. 1960)





Zonen Cees en Louw


In 1948 werd het belendend perceel bij de zaak gevoegd, een uitbreiding van werkoppervlakte. Zoon Louwe mocht de eerste steen leggen. In 1956 kwam een nieuwe oven en opmaakmachine. later verliet Siemen het bakkersvak en is gaan werken op de Rijkswerf. Louwe had drie zoons en een dochter. Oudste zoon Sjoerd, de latere wethouder, begon in de Hartestraat een kruideniersbedrijf. Broer Louw ging werken bij bakkerij Bruinsma. Zoon Cees nam de bakkerij aan de Vijzelstraat over. Toen in de zestiger jaren de broodverkoop vrij kwam en de supermarkten brood gingen verkopen werd de concurrentie goed voelbaar. Daarnaast liep de Visbuurt in allerlei opzichten sterk terug. Louwe heeft tot 1968 in de bakkerij meegewerkt. Cees ging tot 1975 door, waarna het pand werd verkocht aan de gemeente en hij in het centrum van Maarssen een bakkerszaak overnam.

Het rechter huis, is de bakkerij. Het jaar van deze foto is niet bekend, maar zal tussen 1960 en 1970 zijn geweest.