VLUCHTELINGEN 14-18




In 1914-1918 zijn in Nederland circa 1 miljoen Belgische oorlogsvluchtelingen opgevangen. Bij het Rijks Historisch Centrum Limburg is een lijst te vinden van alle vluchtelingen die in Maastricht onderdak vonden. Daarop zijn ook 14 familieleden Delnooz te vinden. Het betreft twee gezinnen en een enkel persoon. Het eerste gezin arriveerde op 8 augustus 1914 en is dat van de 63-jarige Chretien Mathieu Delnooz met zijn tweede vrouw Marie Delnoy en hun 4 kinderen (in de leeftijd van 12 tot 22 jaar). Zij moesten hals over kop vluchten uit het brandende Luik, 4 dagen nadat de Duitsers Belgie binnen trokken. Het is nog niet duidelijk waar ze onderdak vonden. Wellicht bij een van de broers in Maastricht, maar misschien ook niet, want ze hadden het erg zwaar. Moeder stierf in 1915 in Maastricht van uitputting en vader in Treebeek in 1917. De kinderen hebben het overleefd. De 12-jarige zoon Guillaume ging in 1915 werken bij de net geopende staatsmijn Maurits in Geleen en bleef daar tot 1922. Uiteindelijk keerden alle kinderen terug naar Belgie.


Het tweede gevluchte gezin arriveerde op 24 augustus 1914 en is dat van Chretien’s 30-jarige en hoogzwangere nicht Netta Delnooz met 4 kinderen (leeftijd 1-4 jaar) uit Nieuwkerken, een dorp bij Antwerpen. Netta’s man Prudent van Goethem was achter gebleven om op zijn klompenmakerij te passen. Netta trok met haar kinderen in bij haar vader Charles Delnooz en moeder Fien Graven op de Rechtstraat nummer 70, bij de klompenwinkel. Het gezin keerde na de oorlog terug naar Belgie.


De veertiende persoon op de lijst is ene Helene Delnooz uit Vise, geboren op 29 december 1877 als dochter van Guillaume Delnooz en Elisabeth Mordant in Dalhem. Wie dit precies is een interessante vraag. Ze ontbreekt vooralsnog in de stamboom. Zij arriveerde op 16 augustus 1914 en staat te boek als dienstbode.


(met dank aan Marie-Claire Delnooz, achterkleindochter van Chretien Delnooz, en Inge van Mastrigt, kleindochter van Netta Delnooz)