WIM V/D GROEF SR.



levensverhaal van Wim van der Groef sr. - een hoogst opmerkelijke levensstart ...

 

WILLEM VAN DER GROEF

 

Willem (Wim) van der Groef kwam ter wereld als het vierde kind van zijn vader Leendert van der Groef en moeder Pieternella van den Tol , op 18 augustus 1920, in de gemeente Middelharnis ('Menheerse') , de belangrijkste plaats van het eiland Goeree-Overflakkee .

Eén uur later reeds vond de geboorte plaats van nóg een kind , het vijfde kind dus binnen dit gezin .... en aldus kwamen op die uitzonderlijke en zeer memorabele zomerdag zowel Wim als zijn tweelingbroer Cor gezond en wel op deze wereld , al waren de omstandigheden rondom hun geboortes met terugwerkende kracht toch wel uitzonderlijk te noemen .

Tót aan het moment van de bevalling , tót aan het moment waarop moeder Pieternel haar zoon Wim , vergezeld van de nodige barensweeën , deelgenoot mocht gaan maken van al het leven op aarde , was zij zich er totaal níet van bewust geweest dat haar kinderschare zich op die hopelijk stralende mooie zomerdag zou gaan uitbreiden met niet één maar met twéé kinderen !

Alhoewel Pieternel de laatste maanden van de zwangerschap wel érg dik geworden was - op den duur kon ze haar eigen voeten zelfs geeneens meer zien - zou ze desondanks voor geen moment serieus rekening gehouden hebben met de mogelijkheid in verwachting te zijn van een tweeling .

Pas nadat Wim haar lichaam verlaten had en moeder Pieternel even gedacht moet hebben dat alle inspanningen nu wel achter de rug waren , had de vroedvrouw als eerste in de gaten dat de bevalling nog niet helemaal klaar was ....

Het een uur jongere kind (Cor) woog bij de geboorte meer dan zes pond , Wim , het oudste kind , woog zelfs meer dan zeven pond , bij elkaar opgeteld dus tegen de 14 pond ! Geen wonder dus dat moeder Pieternel op zeker moment haar voeten niet meer kon zien , maar tegelijkertijd ook nogal opmerkelijk dat indertijd echt niemand serieus rekening gehouden schijnt te hebben met de komst van een tweeling .

vlnr : Wim , z'n jongste broer Arend en z'n tweelingbroer Cor

De twee babies bleken allebei voorspoedig op te groeien , totdat de oudste van de twee , Wim dus , op een dag zó ernstig ziek moet zijn geworden dat de gealarmeerde dokter tot de onthutsende conclusie kwam dat de kleuter de andere dag vermoedelijk niet meer halen zou ... 'Het gordijntje kon spoedig gesloten worden ....' , moet de arts toen tegen de hevig ontdane ouders gezegd hebben , máár dát bleek gelukkig veels te voorbarig geweest te zijn ; de arts had zich deerlijk vergist , want Wim zou zienderogen gaan opknappen , en gelukkig nog vele tientallen jaren door kunnen gaan met ademhalen en gezond leven !

Toch zouden er op zijn verdere levenspad wel enkele flinke hobbels genomen moeten worden , een paar levensbedreigende zelfs ....

Eén slechts klein hobbeltje diende zich al enkele jaren later aan toen de jonge Wim op een nare dag ergens in huis met het uiteinde van een van zijn vingers in een deurpost zo ernstig klem kwam te zitten , dat hij het topje van zijn vinger voor altijd zou moeten gaan missen .De schrik , pijn en ontzetting zullen voor zo'n opgroeiende kleuter op een dergelijk dramatisch ogenblik in zijn jonge leventje wel heel even zéér intens geweest zijn , maar gelukkig zouden er geen blijvende en pijnlijke gevolgen verbonden blijven aan het zielige voorval , iets dat overigens níet gezegd kon worden van de nu in rap tempo naderende oorlogsjaren , de jaren 40/45 .....

 

deze dierbare familiefoto is in 1937 gemaakt bij het toenmalig ouderlijk huis in Middelharnis ter gelegenheid van het vertrek van Wims oudste broer Leen jr. naar Ned. Indië - vlnr : tweelingbroer Cor , Wim , broer Arend , moeder Pieternella , vader Leen , zus Ida , zus Sien

 

OORLOG EN BEZETTING

In de lentemaand mei van het jaar 1940 raakte ook Nederland , voor menigeen zeer onverwacht en ontegenzeggelijk ook zeer ongewild , volledig bij de tweede wereldoorlog betrokken .

De latere hongerwinter zou aan Flakkee gelukkig voorbij gegaan , maar de vijf bezettingsjaren zouden wel degelijk hun sporen achterlaten in het Flakkeese gezin waarin Wim groot werd .

Het huis waarin zij toenterijd met z'n allen woonden , bevond zich ongelukkigerwijs in zogeheten Sperrgebiet , en dat hield in de praktijk van alledag in dat zij plotsklaps geconfronteerd werden met een irritant en niet te stuiten fenomeen : inkwartiering ...

Sedert kwade dag gedurende die bezettingsjaren verbleven er steeds of regelmatig twee Duitse militairen in hun woonhuis in Middelharnis , en ofschoon er in het ouderlijk huis op een wandbord duidelijk te lezen stond 'geen gast tot last' , gold dit toch zeker níet voor deze twee zeer óngenode gasten .

Zo werd het gezin opgescheept met een langdurige aanwezigheid van twee vertegenwoordigers van het door en door gehate nazi-regime .

Toch bleek de situatie in de praktijk van alle dag eigenlijk wel mee te vallen : de militairen behoorden geen van allen tot de harde kern van het nazi-regime , en dat was voor Wim en zeker ook voor zijn vader maar goed ook , want zij waren in die oorlogsjaren níet gewoon om hun afkeer van de bezetters altijd maar onder stoelen of banken te steken , om het maar voorzichtig uit te drukken ...

foto uit het midden van de oorlog , gemaakt in Den Haag - Wim loopt op deze foto links naast twee Flakkeese kameraden

 

Anno 1940 was Wim een jongeman van 19 jaar én liep dus het risico om in een van de daaropvolgende jaren opgepakt te worden en als dwangarbeider naar het land van de , door bijna de totale bevolking van het land , zeer gehate bezetter te worden weggevoerd en dát bleek inderdaad een zeer gegronde vrees te zijn ....

persoonsbewijs 

Een half jaar voor het einde van de bezetting , eind 1944 , werd Wim bij een van de grootscheepse razzia's in de stad Rotterdam opgepakt en samen met duizenden andere zeer beklagenswaardige land- en lotgenoten als krijgsgevangene ten behoeve van de Arbeitseinsatz op transport gesteld naar Duitsland .

Wim kwam helemaal in het oostelijk deel van het land terecht , in de plaats Chemnitz (in de latere communistische tijd Karl Marxstadt geheten) , waar hij in het oude deel van de stad (Alt Chemnitz) als machinebankwerker tewerk gesteld werd . Het werk was tamelijk monotoon maar gelukkig niet fysiek belastend , zodat dit gedwongen , onzekere en beangstigende verblijf , honderden kilometers van huis en haard verdreven en niet wetend wanneer en zelfs óf de terugkeer naar huis ooit nog eens gemaakt kon worden , dan toch nog enigszins draaglijk was - een geluk bij een wel zeer groot ongeluk , zullen we er dan maar aan toevoegen .

En zo verstreken voor hem de maanden , ver weg van Holland , ver weg van het vertrouwde Flakkee , in een buitengewoon turbulente tijd en periode van de oorlog , want van alle kanten rukten de geallieerde troepen met veel geweld op richting het hart van het Duitse rijk , waardoor vrede en bevrijding gelukkig niet meer al te lang meer op zich zouden laten wachten .

De laatste oorlogsmaanden op Duits grondgebeid waren chaotisch : overal begonnen mensen weg te trekken , op de vlucht , op weg naar huis , zo spoedig mogelijk van Duitse bodem weg .

In die laatste chaotische periode van de oorlog begon ook Wim toen dat mogelijk was zoveel mogelijk in westwaartse richting te trekken , in een al deels verwoest land dat nu aanhoudend en op vele fronten door geallieerde troepen bestookt werd .

Op zijn kleine odyssee dwars door het deels verwoeste Duitsland doorkruiste hij meerdere belangrijke en historische steden : Dresden , Gera , Jena , Weimar , Erfurt , overal naarstig op zoek naar voedsel , water en onderdak . Zo werd hij in het prachtige , historische en door de geallieerden gelukkig gespaarde Weimar zelfs nog door de burgemeester in hoogst eigen persoon op zeer vriendelijke en bereidwillige wijze aan elementaire levensbehoeften geholpen - de burgervader wist natuurlijk op dat moment zeer wel dat de oorlog voor Duitsland op zijn laatse benen liep . Veel Duitsers leken in die dagen overigens - ineens - zeer coöperatief te zijn .

Op de zogeheten 'vorläufiger Fremdenpass' van het 'Deutsches Reich' , bestemd voor 'Der Passinhaber der nicht die Deutsche Reichsangehörigkeit besitzt' , afgegeven op 24 november 1944 door 'Polizeipräsident A.A. Winkler , Ausländererlassungslager Dresden' , met een geldigheidsduur van precies twee jaar (en zou dus op 24 november 1946 zijn geldigheisduur verloren hebben , maar gelukkig is het dus zo ver bij lange na níet gekomen) lezen we dat Wim 'gross' van postuur was , een 'schmall' gezicht had , 'graue' ogen , 'braun' haar en 'keine' bijzondere kentekens had .

Helemaal tegen het einde van de oorlog waren er nog enkele stempels ingezet (op 2 en 3 mei 1945) op last van eerder genoemde burgemeester van Weimar , waaruit blijkt dat Wim toen 5 'Bezugsscheine' (distributiebonnen) ontvangen had én zogeheten 'Lebensmittelmarken' , afkomstig van de 'Ernährungs- und Wirtschaftsambt für den Stadt Weimar' .

Achterin deze pas had Wim nog eigenhandig met potlood het Amerikaanse woonadres genoteerd van zijn tante Anna van der Groef en haar gezin in Oxnard , Californië , vermoedelijk in de gedachte dat het in die zware , chaotische en onzekere tijd in Europa , het misschien niet zo'n gekke gedachte zou zijn om , in de voetsporen van Anna , nieuw levensgeluk te gaan zoeken aan de andere kant van de oceaan , maar zo ver is het in het leven van Wim uiteindelijk toch niet gekomen.

In de loop van de maand mei was Wim in 1945 terechtgekomen in de Duitse plaats Koblenz , en van daaruit was hij dan eindelijk huiswaarts getrokken , zoals het op zijn persoonlijke 'registration-record' (door de geallieerden vanzelfsprekend in de Engelse taal opgesteld) expliciet vermeld staat .

Op zijn registration-record staat verder ook nog vermeld dat Wim op dat moment - het is dan inmiddels 29 mei , dus al zo'n drie weken sinds de capitulatie van Duitsland - nog in het bezit was van 39 Mark (de mogelijkheden om met Duitse Lebensmittelmarken in Duitsland nog aan voedsel te kunnen komen , waren klaarblijkelijk zeer beperkt geweest) , en verder lezen we nog dat Wim de andere dag vermoedelijk via Rotterdam - eíndelijk dan - naar z'n woonplaats Middelharnis (Voorgors 4) , zou kunnen gaan vertrekken .

 

Wim op de fiets in zijn woonplaats Middelharnis

 

BACK HOME AGAIN

Danig verzwakt en vervuild en getekend door alle ervaringen uit de oorlog , maar gelukkig wel geestelijk óngebroken , zette Wim , na een afwezigheid van een half jaar , dan eindelijk weer voet op vertrouwde vaderlandse en zo lang gekoesterde Flakkeese bodem , waarna weer voorzichtig het oude vertrouwde leven kon worden opgepakt , zonder grote welvaart , maar wel gelukkig weer in volledige vrijheid én zonder vrees ...

Ook al waren de leefomstandigheden in Duitsland voor Wim verre van ideaal geweest - vanzelfsprekend een zeer krachtig understatement - tóch was dit gedwongen , onzekere , gevaarlijke en beangstigende verblijf zo ver van huis en haard verdreven , tegelijkertijd ook een zeer bijzondere , zelfs avontuurlijke tijd voor hem geweest , een periode in zijn leven waarin hij in een half jaar tijd veel meer meemaakte dan in de 20 levensjaren daarvoor op Flakkeese bodem , een halfjaar in zijn bestaan die hij daarna op vaderlandse bodem ook nooit meer zo intens zou gaan meemaken .

Na aankomst in Middelharnis was er voor Wim en zijn familie spoedig een buitengewoon triest bericht te verwerken ...

Wims oudste broer , Leen jr. , was eind jaren dertig als KNIL-militair vertrokken naar Nederland Indië en had daar moeten meemaken dat de archipel in de loop van de oorlog bezet werd door Japanse troepen en dat de gehele bevolking geknecht en gekrenkt werd - en hemzelf was daarbij beslist geen milder lot beschoren ...

Kort na de bezetting van Java was Leen al opgepakt en weggevoerd naar het verre Birma om daar aan de beruchte spoorweg slavenarbeid te verrichten . Voor elke aangelegde biels moet indertijd wel een dode te betreuren geweest zijn , en Leen jr. was één van hen ...

In de loop van het jaar 1945 kwam in Middelharnis het ontstellende bericht door dat Leen van der Groef jr. al in 1943 ten gevolge van dysenterie op slechts 27-jarige leeftijd in Birma gestorven moest zijn . Op het ereveld van Thanbyuzajat in Birma ligt hij voor altijd begraven .

 

 

GELUKKIGER JAREN

Voor de oorlog was Wim zijn arbeidzame leven begonnen als leerling-schoenmaker en ook nu , in het eerste bevrijdingsjaar , verdiende hij met dit beroep wederom zijn dagelijkse brood , ook al zou dit werk hem nu wel búiten het eiland Flakkee brengen .

In zijn (Nederlandse) persoonsbewijs uit de oorlogsjaren is later nog bijgetekend dat Wim sinds 1 november 1945 in het Zuid-Hollandse Heenvliet (op Voorne-Putten , onder de rook van Rotterdam) woon- en werkzaam was , waar hij enige tijd heeft ingewoond hebben bij een familie Aland .

Midden jaren veertig is hij ook nog heel even werkzaam geweest in de Rotterdamse haven als losser , heel even gelukkig maar , want dit was bepaald geen aangenaam en prettig werk te noemen : zo kon het bijvoorbeeld gebeuren dat je daarbij onverwachts en zeer ongewild geconfronteerd werd met een grote , gevaarlijke , tropische spin die 'gezellig' was komen meereizen op de bananenboot ..

Gelukkig zou Wim korte tijd later beter vaster en aangenamer werk vinden als fabrieksarbeider , kistenmaker en distillateur in dienst van de firma Rynbende , een van de vele jeneverstokerijen die Schiedam in die jaren nog rijk was . Wim zou in totaal 18 jaren , van 1947 tot 1965 , op de loonlijst van deze firma blijven staan .

En Wim vond in die jaren van hernieuwde vitaliteit gelukkig ook liefdesgeluk : op 17 september 1947 trad Wim in de stad Rotterdam in het huwelijk met Willemina Johanna (Wil) de Roodt , op 14 maart 1925 in Rotterdam geboren .

In de jaren die volgden kregen Wim en Wil in totaal twee kinderen : een zoon (Leendert) en een dochter (Coby) .

 

Wim en Wil met hun twee kinderen Coby en Leendert   

 

DE RAMP

De oorlog met al z'n verschrikkingen was nog maar net achter de rug , of er diende zich al weer een nieuwe catastrofe aan , een van een totaal andere orde , een ramp die zijn gelijke in de geschiedenis van Nederland niet of nauwelijks kennen zou ...

Ook al woonde Wim nu inmiddels in Rotterdam , zijn beide ouders woonden nog steeds op het eiland Goeree-Overflakkee .

Begin jaren vijftig lag er een balangrijke familie-mijlpaal in het verschiet : op 31 januari 1953 waren Wims ouders 40 jaar met elkaar getrouwd en daar kon en mocht natuurlijk niet onopgemerkt aan voorbij gegaan worden en dus zouden op die heuglijke dag de kinderen plus aanhang deels 'van heinde en verre' ( Rotterdam en Den Haag) naar Middelharnis togen voor een gezellig en bijzonder samenzijn met de hele familie om dan de volgende dag weer huiswaarts te keren , alleen ...die volgende dag was wél de eerste februari 1953 , de dag van de watersnoodramp ....

Ook al zou het die feestelijke dag al wel hard gaan waaien , héél hard gaan waaien zelfs , toch was er niemand die op die 31ste januari al bevroeden vond welk immens drama zich een etmaal later in het zuidwesten van het land zou gaan afspelen ...

Wim verbleef die nacht samen met zijn vrouw en zijn toen nog maar vier jaar jonge zoontje Leendert in het huis van zijn beide ouders in Middelharnis .

Heel Middelharnis kwam die nacht blank te staan , alle inwoners werden door het water bedreigd en iedereen maakte enkele levensbedreigende momenten door , maar gelukkig bevond het ouderlijk huis van zijn ouders zich op een verhoudingsgewijs gunstige locatie in het dorp , waardoor het water 'slechts' van één kant op het huis afkwam en zodoende de verwoestende kracht van het water nog enigermate beperkt bleef , máár dit kon zeker niet gezegd worden van Wims broers en zusters die elders in het dorp de rampnacht beleefden ......

Zodra het enigszins mogelijk was , is Wim in de loop van die 1e februari met kloppend hart op zoek gegaan naar z'n broers Arend en Cor en z'n beide zusters Ida en Sien die allemaal mét hun echtgenoten én met hun kinderen als ratten in de val leken te zitten voor het alles en iedereen vernietigende water ...

De Flakkeese woonhuizen en nagenoeg alle materiele bezittingen van Wims broers en zusters zijn toen allemaal volkomen reddeloos verloren gegaan , maar na vele zeer benauwende en angsaanjagende uren zouden zij gelukkig wel allemaal , volledig in shock , dankzij een reddingsoperatie die met boten werd uitgevoerd , gered gaan worden ...

 

 

ECHTSCHEIDING EN NIEUW LEVENSGELUK

Oorlog noch doorstane watersnoodramp zouden uiteindelijk zo'n grote invloed op zijn algehele gemoedstoestand blijken te hebben als zijn onvoorziene echtscheiding in het jaar 1958 ...

Na elf jaar kwam er - voor Wim volslagen onverwachts - een onherstelbare breuk tussen hem en zijn vrouw en daardoor een definitief einde aan het huwelijk .

Wim is toen vertrokken naar IJsselmonde waar hij enige tijd heeft ingewoond bij familie van zijn vrouw en waar hij ook goed werd opgevangen ; door zijn zwager is nog een aantal malen getracht de ontstane breuk tussen Wim en z'n vrouw Wil te herstellen , maar dit bleek helaas niet meer mogelijk te zijn .

De twee kinderen bleven bij hun moeder wonen en Wim verliet daarop 'voorgoed' de havenstad en ruilde deze als het ware in voor die ándere grote stad in de provincie , voor Den Haag dus , de stad waar zijn zuster Sien met haar man Ben en dochter Elly sinds 1946 woonden .

Het contact tussen Wim en z'n twee jonge kinderen is in de loop der tijd helaas verloren gegaan . Wel is er later nog enige tijd contact geweest met z'n dochter Coby ,  het contact met z'n zoon Leendert is evenwel nooit hersteld . Wim heeft z'n zoon dan ook nooit meer teruggezien .  

 

In het Haagse woonhuis van zijn zus vond Wim tijdelijk onderdak en kwam in contact met de zuster van zijn zwager Ben , Riet ten Wolde , en dat regelmatige contact leidde er zelfs toe dat Riet en Wim elkaar op 25 september 1959 , in het nieuwe stadhuis van de gemeente Den Haag , officieel en plechtig het jawoord zouden geven én een zeer gelukkig huwelijksleven tegemoet zouden gaan treden van bijna 25 jaar - en een jaar later , op 9 september , werd er ook nog een zoon geboren , Wim junior .

Gedurende die bijna 25 huwelijksjaren onderhielden Wim en Riet altijd veel contact met Ben en Sien . In karakter leek Ben op zijn zus Riet , en Sien had weer veel weg van haar broer Wim - en zodoende zou er in al die jaren steeds een zeer hechte band blijven bestaan tussen de twee echtparen én in al die jaren woonden ze ook nooit meer dan één of twee straten van elkaar vandaan .

Midden jaren zestig had Wim ontslag genomen bij de firma Rynbende in Schiedam . Tót die tijd pendelde hij met de trein steeds dagelijks heen en weer tussen Den Haag en Schiedam , maar daar kwam nu een definitief einde aan , want in 1965 trad Wim in dienst als magazijnbediende bij het fotografisch concern Agfa-Gevaert in de gemeente Rijswijk . En deze locatie was op fietsafstand verwijderd van zijn woonplaats in Den Haag - een hele verbetering dus .

Net als bij Rynbende zou het dienstverband van Wim bij Agfa-Gevaert ook in totaal precies 18 jaar blijken te gaan duren .

Wim aan het werk in het magazijn van Agfa-Gevaert , jaren zeventig

Elke ochtend ging hij op de fiets naar zijn werk in de Rijswijkse Plaspoelpolder , en zeker voor een enthousiast fotograaf én filmer als Wim altijd is geweest , was het werken bij zo'n groot fotografisch concern verre van onplezierig te noemen .

De jaren zestig en zeventig brachten - eindelijk dan - enige mate van welvaart en zodoende konden er nu ook zomers vakantiereizen worden gemaakt - aanvankelijk bleven deze nog beperkt tot het Utrechtse Doorn ('De Bonte Vlucht') , maar sinds begin jaren zeventig vertrok Wim voor een vakantiereis veelal richting Duitsland of Oostenrijk , steevast in het gezelschap van vrouw , kind , zus (Sien) en zwager (Ben) , en immer in perfecte onderlinge harmonie met elkaar .

dagje uit naar Texel begin jaren tachtig - vlnr : Riet , Wim , Sien , Ben , Wiet (broer van Ben en Riet) 

Midden jaren zeventig werd het woonhuis in de Haagse Moerwijk midden in de nacht opeens getroffen door een nogal bijzonder meteorologisch verschijnsel , een , tot op de dag van vandaag , niet zo goed verklaarbaar fenomeen : een bolbliksem ..

Door het oorverdovend geluid zaten Wim en z'n vrouw Riet die nacht van het ene op het andere moment loodrecht in bed , zich geschrokken afvragend wat er zich nu precies luttele seconden eerder had plaatsgevonden ..

Gelukkig stond het woonhuis nog helemaal overeind en was er zo op het eerste gezicht geen enkele schade te bespeuren , pas de andere dag bleek wat er zich in die bewuste nacht daadwerkelijk had afgespeeld : de bliksem , was die nacht ingeslagen in de hoekpunt van het dak met de muur en had daar een flink deel van de buitenmuur volledig weggeslagen - dit goed afgelopen 'mini-drama' hád natuurlijk ook dramatischer kunnen aflopen ....

 

 

VROEGTIJDIG LEVENSEINDE

Alhoewel Wim in de kracht van zijn bestaan vrijwel nooit een dag ziek thuis was geweest , begon zijn gezondheid begin jaren tachtig - hij is dan inmiddels de zestig net gepasseerd - vrij plotseling te verslechteren . Na een kort medisch onderzoek , waarin aanvankelijk feitelijk niets concreets naar voren kwam , werd besloten dat hij voor enige tijd nog slechts halve dagen zou gaan werken , om zo te zien of er op deze wijze verlichting van de klachten zou optreden , maar dit gebeurde niet , in tegendeel zelfs ...

Omdat de fysieke klachten zelfs verergerden , werd Wim op 1 februari 1984 opgenomen in het voormalige Haagse ziekenhuis Bethlehem voor een grondig onderzoek .

Gedurende de eerste periode van het verblijf in het ziekenhuis , hield Wim nog een soort van dagboek bij waaruit zeer duidelijk blijkt hoe ingrijpend en belastend al deze onderzoeken voor hem lichamelijk en ook psychisch geweest moeten zijn .

De aantekeningen die hij de eerste dagen maakte , waren opgeschreven in zijn immer heldere handschrift , maar naarmate de dagen verstreken , het aantal medische ingrepen toenamen en zijn algehele conditie duidelijk verslechterde , verdween gaandeweg deze heldere schrijfstijl en maakte plaats voor onduidelijke en vage letters , totdat het moment kwam waarop hij helemaal met het maken van aantekeningen stoppen zou .

Het bericht van het uiteindelijke resultaat van alle onderzoekingen was voor de hele familie verbijsterend en shockerend .

Wim bleek aan een zeer ernstige , zeer kwaadaardige vorm van lymfklierkanker te lijden , waarbij er nog slechts één lichtpuntje was : deze variant van de ziekte kon worden behandeld en , in het allergunstigste geval , ook nog bestreden worden middels een zware medicijnkuur .

Het was overduidelijk dat het een lange en zware weg zou gaan worden naar mogelijk , slechts mogelijk herstel ...

Na een maand in het ziekenhuis onder behandeling te zijn geweest , kreeg Wim van de internist toestemming om het ziekenhuis te verlaten , maar de eerstvolgende dag in de vertrouwde huiselijke omgeving ging al het mis : zijn toch al zeer broze fysieke conditie ging achteruit , zo zeer zelfs dat hij al spoedig weer met een ambulance naar het ziekenhuis moest worden vervoerd , waar een ernstige longontsteking zou worden vastgesteld .

Wim zou nooit meer naar huis terugkeren ...

Alhoewel hij nog wel zou weten te herstellen van deze longontsteking , bleken toch de weken die hierop volgden verschrikkelijk te zijn .

Lange tijd verbleef Wim in quarantaine en kon je hem alleen maar bezoeken na een grondige omkleedbeurt : elke bezoeker diende speciale medische handschoenen , schoenbeschermers , een monddoekje en jas aan te trekken alvorens naar binnen te mogen gaan vanwege het grote infectiegevaar waar Wim aan bloot stond .

Tot twee maal toe balanceerde hij in die dramatische weken op het randje van de dood , en tot twee maal toe had de familie al bijna definitief afscheid van hem genomen .... maar tot twee maal toe wist hij uit dit diepe dal - het diepste en meest duistere dal uit zijn gehele bestaan - toch weer omhoog te klauteren , langzaam , héél langzaam ....

Om zijn ernstig verzwakte fysieke conditie wat te kunnen verbeteren , kreeg Wim speciale voeding (astronautenvoeding) aangeboden , waarna besloten werd om een begin te gaan maken met de zware cytostatica-kuur .

Een drietal kuren heeft Wim in de loop van meerdere weken gevolgd , die gelukkig geen al te zware bijwerkingen bij hem teweegbrachten én die bovendien ook aan leken te slaan , zodat de hele familie na drie loodzware maanden uiteindelijk dan toch nog , heel voorzichtig , enige hoop begon te koesteren , maar het bleek slechts ijdele hoop te zijn ....

Er kwam al spoedig een dag waarop aan al die voorzichtig opgebouwde hoop een definitief einde kwam : in de ochtenduren van donderdag 10 mei 1984 werden Riet en Wim jr. vanuit het ziekenhuis opgebeld met de onthutsende wededeling dat Wim die morgen in coma was geraakt en dat er nu gevreesd werd voor zijn leven.

Na aankomst in het ziekenhuis was onmiddellijk duidelijk hoe uitzichtloos de situatie was .

Riet , Wim jr., Ben en Sien zaten allemaal aan het ziekenhuisbed toen Wim om tien minuten voor één op die 10e mei 1984 zijn allerlaatste adem uitblies ...

Even later begon het bezoekuur in het ziekenhuis en vulden de gangen en kamers zich met het geroezemoes , het gedrentel en de opgewekte begroetingen van allerlei bezoekers met hun dierbaren , terwijl Wims familie , verslagen en verdoofd , zich een weg moest banen in tegenovergestelde richting .

Artsen konden niet aangeven wat de exacte doodsoorzaak was geweest . Vermoedelijk is Wim uiteindelijk gestorven aan de gevolgen van een darmperforatie , als gevolg van de zeer sterke achteruitgang van zijn algehele lichamelijke conditie . De behandelend internist vertelde nog dat de uitslag van de derde cytostatica-kuur aangaf dat de kankercellen toch duidelijk in remissie waren geweest .

Willem (Wim) van der Groef overleed op 63-jarige leeftijd , slechts enkele maanden verwijderd van zijn , helaas nimmer in vervulling gegane , vervroegde pensionering waar hij , na een lang arbeidzaam leven , zeer verdiend en reikhalzend naar had uitgekeken ...

Vijf dagen later , op 15 mei 1984 , vond de uitvaartplechtigheid plaats . De rouwstoet begon in de binnenstad van Den Haag en ging via het woonhuis in Moerwijk naar het crematorium Eijkelenburg in de buurgemeente Rijswijk .

Juist op het moment waarop de stoet het terrein opreed , vielen er enkele regenspetters duidelijk zichtbaar op de ruiten van de volgauto's , als symbolische tekens van verdriet , rouw en ondersteuning vanuit hogere sferen , zo leek het haast wel .....

crematorium Eijkelenburg