JAN(NE) VAN CAMPENHOUT



Jan (Janne) Van Campenhout, Baron van Brabant. Deze Jan is 1e Stamvader van onze stamboom!
Deze persoon wordt vermeld in de ridderroman over de Grimbergsche oorlogen die duurden van 1139 tot 1159 (niet permanent, er zijn enkele, twee of meer veldslagen bekend). Lees hierover op Wikipedia "Grimbergsche Oorlog: Riddergedicht uit de XIVe eeuw" en via "dbln" (oud nederlandse tekst). Hier wordt Jan van Campenhout beschreven als een adellijke ridder die zijn eigen vaandel voerde (banroetsen). Zijn schild wordt beschreven (sinopel met een hoed van zilver). Deze kleuren staan voor trouw en moed. Het vermoedde is dat Jan van Campenhout omkwam in de strijd in 1159 (laatste veldslag) en gedood werd door van Ridder Van Arkel in een tweegevecht.


Ik vermoed dat als beloning voor hun geleverde inspanningen in de strijd de van Campenhouts beloond werden met grote stukken grond in de streek rond van Grimbergen. Opmerkelijk is dat de van Campenhouts inderdaad afkomstig zijn van Kampenhout maar rond die tijd de plaats Kampenhout verlieten
en zich te (en rond) Grimbergen vestigden. Enkele van de vroeg gekende personen vestigden zich echter ook in de streek van Breda (toen ook in bezit van de Hertog van Brabant) o.a. de twee broers Walterus en Giselbertus van Campenhout, maar daarover later meer....

"(1) Hendrik I, hertog van Brabant, en Godfried III van Schoten komen overeen dat de burcht en de stad Breda eigen goed van de hertog zijn, dat Godfried, vader van Godfried III, dit in leen hield van de hertog en dat Godfried III dit als leenman van de hertog in leen blijft houden, samen met al het eigen goed dat zijn vader had binnen de plaats, die Haga wordt genoemd. Godfried zal Hendrik dienen tegen wie dan ook, zoals een leenman behoort te doen aan zijn leenheer. Indien hij hem echter niet zal dienen zoals een leenman een leenheer moet dienen, dan zal de hertog zijn eigen manschappen in het kasteel legeren. En zolang als hij zijn leenheer dient zoals hierboven is uitgedrukt, zal de hertog zijn manschappen niet in het kasteel kunnen legeren.

(2) Godfried III zal door eigen inspanningen en op eigen kosten vrede sluiten met allen die schade willen toebrengen op de Schelde en de Striene, zolang het geleide van de hertog duurt. Indien hij dit nalaat en dit door twee gelijken zou bewezen zijn, dan zal hij genoegdoening geven volgens het oordeel van de hertog en de mannen zullen van de hertog zijn. Indien echter blijkt dat zijn krachten niet toereikend zijn en hij de hulp van de hertog zou inroepen om te strijden tegen een tegenstander die machtiger is dan hij, dan zal de hertog hem persoonlijk en met zijn eigen strijdkrachten te hulp komen.

(3) Bovendien zullen zij alles wat beschreven staat in de oude oorkonden tussen de hertog en de heer van Breda, volledig naleven. Godfried heeft onder ede beloofd dat hij dit zal nakomen.

Godfried III van Schoten bezegelt.a

Getuigen: Jan, proost van Antwerpen, Gillis Berthout, Raas van Gavere, Wouter van Bierbeek, Walter van Campenhout en zijn broer Gijsbert, Wouter van Pulle, Arnoud van Walhain, Bastiaan van Berlaar, Deso, Adam van Huldenberg, Wouter Clutinc, magister Reinier, notarius, magister Wouter, notarius, en magister Jan, notarius, en andere edellieden en ministerialen."

Gedaan te Lier in 1223.