GENEALOGIE ZWIJNDRECHTSE WAARD



De Bont (Zwijndrecht)

Zie Kwartierstaat De Bondt-Recourt in Onze Voorouders, deel I (Leiden 1989) en Onze Voorouders, deel II (Leiden 1992).

I. Jan Jansz., geboren naar schatting ca. 1550, kleermaker/snijder, heemraad van Zwijndrecht 1606-1634, overleden ca. 1635, trouwde NG Dordrecht 27 juli 1580 Catharyna Clementsdr., jonge dochter van Dordrecht, overleden Zwijndrecht vůůr 1 april 1636, dochter van Clemens Clemensz., schilder te Dordrecht, en Anna Hubertsdr. 

ORA Dordrecht inv. 737, f. 276: op 1 nov. 1583 verkopen Anneken Hubertsdr., weduwe van Clement Clementsz. schilder, voor de ene helft en Jan Bouwensz., vervangende Anneken Maertensdr., weduwe van Bouwen Jansz., de moeder van zijn vrouw, voor de andere helft, aan Frans Gielisz., arbeider op de straat, een tuin met een huisje daarachter, staande en gelegen achter in de Kromme Elleboog tussen het huis van Cornelis Jansz. huidenvetter en het erf van Jan de touwer. Waarborgen: Adriaen Jansz. steenhouwer voor de ene helft en Jan Jansz. kleermaker voor de andere helft. Koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 328 Rijnse gl. Borg: Dirck van Doren verver.

- 1626: Jan Jansse snijder in 1000e penning van Zwijndrecht aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl. (Ons Voorgeslacht 2006, p. 401)

II. Cornelis Jansz., geboren naar schatting ca. 1580, jongman van Zwijndrecht (1608), bode van de dijkgraaf en heemraden van Zwijndrecht, kerkmeester tussen 1634 en 1638, diaken 1639 en 1643, overleden in 1643, trouwde NG Zwijndrecht 8 juni 1608 Judick Wouters (zuster van Wouter Woutersz. Verbraeck), geboren Dordrecht 1578, van Dordrecht (1600) overleden na 6 mei 1649, dochter van Wouter Woutersz. en Roochsken Willemsdr. (Braedt), trouwde 1e NG Dordrecht 5 nov. 1600 Herman Jansz., van Dordrecht (1600)

Kinderen:

a. Adam Cornelisz. Bode, gedoopt NG Dordrecht mei 1609 (samen met Eva)

b. Eva, gedoopt NG Dordrecht mei 1609

c. Arien, gedoopt NG Zwijndrecht 21 nov. 1610, volgt III

d. Willem, gedoopt NG Zwijndrecht 29 april 1612

e. Maritken, gedoopt NG Zwijndrecht 30 nov. 1614

f. Anneken, gedoopt NG Zwijndrecht 12 febr. 1617

g. Clement Cornelisz. van (der) Vliet, gedoopt NG Zwijndrecht 8 dec. 1619, jongman van Zwijndrecht (1667), schepen van Zwijndrecht (1676), overleden tussen 1676 en 1685, OSP, trouwde NG Zwijndrecht 22 mei 1667 Maria Damerij (Demmerij, Dammeri), geboren naar schatting ca. 1625, jonge dochter van Maastricht (1645), weduwe van Claes van Straten (1667), dochter van Jean Demmerij en Maria Posson (ONA Dordrecht inv. 186, akte 25, f. 39, akte dd 6 mrt. 1676), trouwde 1e NG Dordrecht 29 okt. 1645 (ondertrouw; per schrijven van Maastricht) Claes Jansz. van (der) Straten, jongman van Dordrecht (1645)

Kinderen ex 1:

a. Sara van Straten, gedoopt NG Dordrecht 1 dec. 1647, trouwde Jan Pietersz. van de Lint

b. Joannes van Straten, gedoopt NG Dordrecht 8 april 1651

c. Jacobus van Straten, gedoopt NG Zwijndrecht 8 juli 1657, jongman van Zwijndrecht en daar wonende (1679), drapenier (vermeld 1679), keurmeester van de turf te Dordrecht (vermeld 1685), trouwde NG Dordrecht 5/23 mrt. 1679 (proclamatie te Zwijndrecht) Elisabeth Buijs, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Grote Kerk (1679)

d. Sara van Straten, gedoopt NG Zwijndrecht 21 mei 1662, trouwde Jan Pietersz. van de Lint

- 28 april 1667: compareren voor notaris J. Melanen te Dordrecht Clement Cornelisz. van Vliet, jongman wonende te Zwijndrecht, en Marijcken Demmerij, weduwe van Nicolaes van der Straten, om huwelijkse voorwaarden te maken. De toekomstige bruid en bruidegom zullen inbrengen "tot sustentatie ende voorstant van desen aenstaenden huwelijcke" alle goederen, die zij op dat moment bezitten of die zij later nog zullen verwerven. Als de bruidegom vůůr de bruid komt te overlijden, zal zij uit de gemeenschappelijke boedel een bedrag van 600 gl. krijgen en alle huisraad en "meuble goederen", die dan in die boedel bevonden zullen worden, benevens de kleren en de sieraden van goud en zilverwerk tot haar lijf behorende. De verwanten en erfgenamen van de bruidegom zullen in dat geval krijgen alle huisraad en "meuble goederen", die door de bruidegom bij het aangaan van het huwelijk zijn ingebracht, alsmede zijn kleren, zonder dat zij daarvoor enige compensatie aan de bruid zullen behoeven te geven. Als de bruid de eerststervende is, zal de bruidegom uit haar goederen, als "duwarie ende verbeteringe", een somma van 600 gl. ontvangen, evenwel op voorwaarde, dat ingeval de bruidegom zonder kinderen na te laten komt te overlijden, dat bedrag na zijn overlijden weer toe zal vallen aan de kinderen of kindskinderen van de bruid. Aldus gedaan te Zwijndrecht etc. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 181, f. 604 e.v.)

- 18 juni 1672: compareren voor notaris J. Melanen te Dordrecht Clement Cornelisz. van Vliet en zijn vrouw Marija Dammerij, wonende te Zwijndrecht. Zij herroepen eerdere testamenten, codicillen etc. Hij legateert aan de Armen van Zwijndrecht een bedrag van 30 gl. en aan de kerk aldaar 20 gl. Hij benoemt zijn vrouw tot erfgename van al zijn overige na te laten goederen. Als zij na zijn dood gaat hertrouwen, moet zij aan zijn broer en zuster, Adam Cornelisz. en Anneken Cornelisdr., de langstlevende van beiden, of bij vooroverlijden de kinderen c.q. de nakomelingen van hun overleden broer Arijen Cornelisz., of aan de naaste verwanten en erfgenamen ab intestato van de testateur de gerechte helft van de boedel overdragen, "soo alsdan in wesen sal sijn off anders soodanigen somme van penningen als hij testateur bij seecker geschrifte onder sijn hant gespecificeert ende op huijden geteijckent heeft, ter keure ende optie van de voorsz. sijnne huijsvrouw". Als laatstgenoemde echter niet gaat hertrouwen, moet hetgeen boven vermeld is - de helft van de boedel etc. - aan testateurs verwanten en erfgenamen ab intestato worden uitgereikt. De testatrice legateert aan haar voorzoon Johannes van Straten een gouden ring met een robijnsteen, aan haar voorzoon Jacobus van Straten een kleine gouden hoepring, aan haar voordochter Sara van Straten een klein diamanten ringetje, al kleren en haar gouden en zilveren lijfsieraden, alsmede haar testamentboek met zilverbeslag en zilveren ketting, en aan haar man een grote diamanten ring, een gouden hoepring, een grote zilveren beker en een grote zilveren penning. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar man en haar drie kinderen, elk voor een gerecht kindsgedeelte. Als haar man kinderloos komt te overlijden, moeten haar goederen verdeeld worden onder haar twee zoons, elk een voor vierde deel, en haar dochter, voor de wederhelft. Indien de testatrice kinderloos komt te overlijden, zal haar man erfgenaam zijn van al haar goederen. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden aan tot voogd over hun minderjarige erfgenamen. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 184, f. 46 e.v.)

- 18 sept. 1676: verklaring door Clement van Vliet en Hendrick Ariensz. Hartogh, schepenen van Zwijndrecht (ONA Dordrecht inv. 323)

- 28 sept. 1685: compareren voor notaris P. Muijs te Dordrecht Anneken Cornelisdr. Bode, bejaarde ongehuwde vrouw, en Maria Damerij, weduwe van Clement Cornelisz. van Vliet, "te kennen gevende dat tusschen hen comparanten eenige differentiŽn waeren ontstaen ter oorsaecke dat de eerste comparante was blijven besitten alle soodanige goederen, als haeren broeder Adam Cornelissen Bode metter doot hadde komen te ontruijmen, daerinne de tweede comparante met recht sustineerde mede erffgenaem te sijn en mede oock dat de tweede comparante onder sekere limitatie was geÔnstitueert tot erfgenaem van haeren man zaliger daerover de eerste comparante sustineerde dat de tweede comparante sustineerde dat de tweede comparante soude moeten opleveren staet en inventaris met eede gesterckt van alle soodanige goederen als ... Clement van Vliet metterdood mede hadde ontruijmt en dat geschapen stonde daerover processe, koste en verdere moeijelijckheden soude ontstaen". Om dat te voorkomen zijn de comparanten overeengekomen, dat Anneke Cornelisdr. en haar erfgenamen in volle eigendom zullen behouden alle goederen, die door haar broer Adam zijn nagelaten, en dat Maria Damerij en erfgenamen de goederen zal blijven behouden de goederen, die zijn nagelaten door haar man, Clement van Vliet, "ende waerinne sij van den selve ex testamento is geÔnstitueert". Dat alles evenwel op voorwaarde, dat na overlijden van Maria Damerij door haar erfgenamen aan Anneke Cornelisdr., of bij vooroverlijden aan haar erfgenamen, wordt voldaan een bedrag van 600 gl.. Hiervan heeft Anneke reeds 150 gl. ontvangen, zodat aan haar nog betaald zal moeten worden een bedrag van 450 gl. Compareren mede Johannes de Bont, Hendrick Herbertse, als man van Theuntie Arijensdr. de Bont, Cornelis de Bont, Jacob Jordensz. van Sandelingh, als man van Judic Arijensdr. de Bont, allen wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht, en Jan Jansz. de Hoogh, als man van Wijfe Arijensdr. de Bont, wonende te Zwijndrecht, alsmede Jacobus van Straten, keurmeester van de turf, wonende te Dordrecht, en Jan Pietersz. van de Lint, als man van Sara van Straten, die verklaren, dat zij voor zoveel het hun aangaat of aan zal gaan instemmen met deze overeenkomst. Aldus gedaan te Zwijndrecht etc. De akte is ondertekend door Marij Diemeij [sic], Johannes de Bondt, Cornelis de Bondt, Jacobus van der Straten en Jan P. van de Linth. De anderen zetten een kruisje. In de marge van de akte staat: "Op huijden den 31 Jan. 1692 compareerde voor [notaris P. Muijs] ... Jacobus van Straten en Jan Pietersz. van de Lind erffgenaemen van Anneke Cornelis Bode in de nevenstaende contracte gemelt ende exhibeerde de origineele grosse deser minute met quitantie van de resp. erffgenaemen onderteeckent, onder deselve geschreven", waaruit bleek, dat de somma van 450 gl., in de akte vermeld, volledig was voldaan. Derhalve "dese minute ende desselfs gros geroijeerd". (ONA Dordrecht inv. 327)

h. Anneken Cornelisdr. Bode, gedoopt NG Zwijndrecht 5 juli 1620

III. Arij Cornelisz. (de Bondt), gedoopt NG Zwijndrecht 21 nov. 1610, overleden vůůr 18 juni 1672, trouwde NG Zwijndrecht 1 jan. 1640 Aeltje Marinus Cornelisdr., dochter van Marinus Cornelisz. en Wijvetgien Joosten

Kinderen (allen NG gedoopt te Zwijndrecht):

a. Johannes Arijensz. de Bondt, 26 okt. 1642, volgt IVa.

b. Cornelis, 8 okt. 1645

c. Teuntgen Arijensdr. de Bont, 27 okt. 1647, jonge dochter van Zwijndrecht (1668), trouwde NG Zwijndrecht 2 sept. 1668 Hendrick Herbertsz., gedoopt NG Zwijndrecht 30 mei 1647, jongman van Zwijndrecht (1668), zoon van Herbert Cornelisz. en Neesken Teunis

d. Cornelis Arijensz. de Bondt, 7 nov. 1649, volgt IVb.

e. Judith Arijensdr. (de Bond), 24 jan. 1652, jonge dochter van Zwijndrecht (1674), trouwde NG Zwijndrecht 13 mei 1674 Jacob Jordensz. (van Sandeling), jongman van Zwijndrecht (1674)

f. Joost, 29 sept. 1653

g. Wijvetgien Arijensdr. de Bondt, 28 nov. 1655, jonge dochter van Zwijndrecht (1677), trouwde NG Zwijndrecht 28 mrt. 1677 Jan Jansz. de Hoogh, jongman van Loon op't Sandt (1677)

h. Adam, 21 okt. 1657

IVa. Johannes Arijensz. de Bondt, gedoopt NG Zwijndrecht 26 okt. 1642, jongman van Zwijndrecht (1663), trouwde NG Zwijndrecht 29 juli 1663 Pieternella Gijsberts, geboren naar schatting ca. 1640, jonge dochter van Zwijndrecht (1663)

- 13 febr. 1688: op verzoek van Jan Sam, koopman te Dordrecht, namen Jan Lambertsz. de Bruijn, mede koopman aldaar, heeft Huijbert van der Hoop, notaris te Dordrecht, zich begeven naar de zoutpannen in Zwijndrecht, en daar aan het werk gevonden Johannis de Bond, panneboeter, en drie knechts, en hem in tegenwoordigheid van de echtgenote van Jan Lambertsz. de Bruijn gevraagd, "op wat naem hij aende gemelde pannen arbeijde", waarop De Bond antwoordde: uit naam van Sr. Jan Lambertsz. de Bruijn. (ONA Dordrecht inv. 482)

Kinderen (allen NG gedoopt te Zwijndrecht):

a. Cornelis Jansz. de Bont, 2 dec. 1663, trouwde Zwijndrecht 25 april 1688 Nellichje (Pieternelletje) Dirksdr. Uitenbogaart (Bogaers)

Uit dit huwelijk kinderen (NG gedoopt te Zwijndrecht).

b. Maijken, 25 mrt. 1668

c. Anna, 23 mrt. 1670

d. Gijsbert de Bont, 27 dec. 1671, scheepstimmerman te Zwijndrecht

- 8 okt. 1714: compareert voor notaris J. Panneboeter te Zwijndrecht Gijsbert de Bont, scheepstimmerman te Zwijndrecht, en verklaart aan de Diaconie-Armen van Zwijndrecht verkocht te hebben een obligatie ten laste van de provincie Holland, inhoudende kapitaal 600 ponden van 40 groten het pond, staande op naam van Maijken Jans en gedateerd 5 sept. 1640. Akte door comparant ondertekend. (RA Dordrecht, ONA Zwijndrecht inv. 1, akte 18, f. 70)

e. Joannes de Bont, 4 mrt. 1674, scheepstimmerman te Zwijndrecht

- 30 juli 1717: Gijsbert en Johannes de Bont, scheepstimmerlieden te Zwijndrecht, verklaren "ijder in solidum" schuldig te zijn aan de Diaconie-Armen van Zwijndrecht een somma van 350 gl. van 20 stuivers het stuk, wegens geleende gelden. Schuldbrief geroyeerd op 16 aug. 1718. Akte door beiden ondertekend. (RA Dordrecht, ONA Zwijndrecht inv. 2, akte 29, f. 539 e.v.)

f. Joost, 24 jan. 1677 (tweeling met g.)

g. Anna, 24 jan. 1677 (tweeling met f.)

h. Adriaan (Arij) Johannesz. de Bond, 20 febr. 1684, trouwde Zwijndrecht 29 juli/21 aug. 1707 Lena Jaspersdr. Kool

IVb. Cornelis Ariensz. de Bont, gedoopt NG Zwijndrecht 7 nov. 1649, meester-panneboeter, zoutmeter (vanaf ca. 1670), ouderling (1687, 1689, 1696), diaken (1700) te Zwijndrecht, overleden Hendrik-Ido-Ambacht 2 juni 1732, trouwde 1e ca. 1669 Anneken Arijensdr., geboren ca. 1645, begraven Zwijndrecht 23 nov. 1701 (de vrouw van Cornelis de Bondt), mogelijk dochter van Arijen Gerritsz., kleermaker te Sliedrecht, en Marigje DaniŽls, trouwde 2e Zwijndrecht 7 sept. 1709 Lijsbeth Cornelisdr. den Uijl, gedoopt NG Zwijndrecht 15 febr. 1671, jonge dochter (1709), dochter van Cornelis Jansz. den Uijl en Pleuntje Willemsdr. Blom,

- 14 mei 1680: Dirck de Veer stelt zich borg voor Laurens en Frans Ariensz., gebroeders. Getuige bij het passeren van deze akte is Arien Geraertsz., kleermaker wonende te Sliedrecht (ONA Dordrecht inv. 126, f. 226)

- 14 mei 1680: comp. voor notaris G. de Jager te Dordrecht o.a. Cornelis Ariensz. de Bont, panneboeter wonende op Zwijndrecht, die verklaart zich als principale schuldenaar te verbinden om de heer Dirck de Veer, uit de Veertigen der stad Dordrecht, "ten allen tijde te ontheffen en costeloos ... te houden van soodanige borgtogte als hij huijden voor Laurens en Frans Ariensz. heeft geÔnterponeert ter somme van drie hondert guldens" ten behoeve van de schout en de pachters van de impost op de wijnen, volgens akte op diezelfde dag voor notaris G. de Jager gepasseerd. Akte ondertekend door Aerien Geeritsen, Jan Aeriense Backer, Arij Yacop Sam en Cornelis de Bondt. (ONA Dordrecht inv. 126, f. 225 e.v.)

- 13 mei 1695: verklaring door o.a. Cornelis de Bond, panneboeter en meter, wonende aan de oostelijke zoutketen van Zwijndrecht. Hij verklaart, dat hij ongeveer 25 jaar lang als panneboeter en meter gewerkt heeft. Akte door De Bond ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 483, akte 116, f. 246 e.v.)

Kinderen (ex 1; allen NG gedoopt te Zwijndrecht; het doopboek heeft een hiaat in de periode 1677-1687):

a. Neeltje, 16 nov. 1670, jong overleden

b. Neeltje, 28 febr. 1672, jong overleden

c. Arij (Adriaan) Cornelisz de Bont, geboren naar schatting ca. 1673, panneboeter te Zwijndrecht, trouwde naar schatting ca. 1695 Sara Cornelisdr. van der Pols

- 2 sept. 1695: verklaring door Adriaan de Bond, panneboeter wonende aan de oostelijke zoutketen van Zwijndrecht. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 483, akte 121, f. 256 e.v.)

c. DaniŽl, 17 mrt. 1675, jong overleden

d. Cornelis, 17 mei 1676

e. Joost Cornelisz. de Bond, geboren naar schatting ca. 1680, panneboeter en zoutmeter te Zwijndrecht, trouwde Zwijndrecht 30 nov./23 dec. 1703 Jannetje Thomasdr. Brullee, geboren naar schatting ca. 1685

- 22 febr. 1749 (de testateur is beneden de 8000 gl. gegoed): testeert voor notaris B. Broeling te Zwijndrecht, Joost de Bont, panneboeter en zoutmeter te Zwijndrecht, "eenigsints onpasselijk dog egter gaande en staande, sijn verstandt seer wel gebruijkende". Hij herroept alle eerdere testamenten, codicillen etc. en verklaart zijn dochter, Ariaentie de Bont, vrouw van Johannes Jongkint, te institueren in de legitieme portie, door hem, testateur begroot op 100 gl., welke de overige erfgenamen gehouden zullen zijn aan haar uit te reiken binnen 6 weken na zijn overlijden. Hij legateert aan de kinderen van zijn overleden dochter Anna de Bondt 100 gl., aan de kinderen van zijn overleden dochter Cornelia de Bondt 100 gl. en aan zijn zoon Tomas de Bont 100 gl. "Verders getuijgt de testateur in alle opregtigheijt dat hij aen zijne voorn. kinderen en kintskinderen hiervoren vrij meerder heeft gemaekt als de geregtelijke legitime portie, en in gevalle den testateurs ongehuwde kinderen den testateur niet hadde geassisteert en voor hem gewerkt, hij testateur sijne goederen al lange zoude hebbe verteert gehadt, dog ingevalle (buijte verwagting) zijne voorn. kinderen en kintskinderen mettet  vorenstaende geÔnstitueerden geen genoegen quame te nemen, in soodanigen gevalle verclaert den testateur in plaetse van dien, de sulke te institueren in de simpele, blote en naakte legitime portie haar naar regten competerende, met begeerte dat daerop sal moeten werden geÔmputeert en toegerekent alle 't gene naer scherpheijdt van regten eenigsints geÔmputeert en toegereekent sal cunnen werden". Tot universele erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn vier overige kinderen, m.n. Maijke, Pieter, Arij en Jan de Bont, of bij vooroverlijden hun wettige nakomelingen. Tot executeurs-testamentair en voogden stelt hij aan zijn zoons Pieter en Arij de Bont. Aldus gedaan ten huize van de testateur. Akte door hem ondertekend. (RA Dordrecht, ONA Zwijndrecht inv. 8, akte 2)

Kinderen (o.a.):

e-1. Adriana (Ariaentie) de Bont, gedoopt NG Zwijndrecht 28 febr. 1706, trouwde Zwijndrecht 26 jan./16 febr. 1727 Johannes Aartsz. Jongkind

e-2. Anna de Bont, gedoopt NG Zwijndrecht 9 febr. 1708, trouwde Cornelis de Visser

e-3. Cornelia de Bont, gedoopt NG Zwijndrecht 15 mrt. 1711

e-4. Thomas de Bont, gedoopt NG Zwijndrecht 3 juni 1714

e-5. Arij Joosten de Bont, gedoopt NG Zwijndrecht 22 mrt. 1716, zoutmeter te Zwijndrecht, trouwde Elizabeth Hendriksdr. Uijtenbogaart

- 17 dec. 1757 (de testateuren zijn beneden de 2000 gl. gegoed): testeren Arij Joosten de Bont, zoutmeter en Elisabeth Hendriksdr. Uijtenbogaart, echtelieden wonende te Zwijndrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd. De langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen bij mondigheid of huwelijk een zilveren ducaton uit te reiken. Als de testatrice als eerste komt te overlijden, moet de testateur aan haar ouders "haare legitime portie ofte de waarde vandien" uitkeren. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 1036, akte 142)

e-6. Maijke de Bont, gedoopt NG Zwijndrecht 30 jan. 1718, woonde in 1761 onder Hendrik_Ido-Ambacht, ongehuwd

e-7. Pieter de Bont, geboren naar schatting ca. 1720

f. Jan Cornelisz. de Bont, geboren naar schatting ca. 1681, trouwde Ariaantje Jansdr. van Dam

g. Aaltie de Bondt, geboren naar schatting ca. 1685, trouwde 12 febr. 1713 Cornelis van Eijnden

h. DaniŽl de Bond, geboren Zwijndrecht jan. 1686, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 12 sept. 1739 (DaniŽl de Bont op de Voorstraat bij de Kolfstraat, laat geen kinderen na, graf aan het klokhuis)

- 21 dec. 1720: ontvangen als burger van Dordrecht DaniŽl de Bond, geboortig van Zwijndrecht, mits bezorgende een akte van indemniteit van Zwijndrecht en betalende 10 ponden van 40 groten het pond. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1976, f. 132v)

i. Adam, 1 aug. 1688

j. Nelten, 18 aug. 1689


Van Es (alias Snoo) met een tak Snoo in Meerdervoort [zie ook Kronieken 2000, nr. 3, p. 204 e.v.].

I. Gerrit Leendertsz. Snoo, van Ridderkerk, trouwde 1e NG Ridderkerk 19 dec. 1591 Neeltien Cornelis, van Baele in Brabant, trouwde 2e NG Ridderkerk 29 juni 1631 (ondertrouw, bevestigd te Rotterdam) Aechien Damis

Uit het eerste huwelijk:

II. Leendert Gerritsz. Snoo, geboren naar schatting ca. 1610, jongman van Ridderkerk (1637), overleden in het Volgerland van Meedervoort tussen 9 nov. 1674 en 1 nov. 1676, trouwde NG Hendrik-Ido-Ambacht 31 mei 1637 Anneke (Annetje) Cornelisdr., overleden in de periode 1652-1656, dochter van Cornelis Bastiaensz. van den Nes, boer te Groote Lindt en Aechtgen Willemsdr., trouwde 2e NG Dordrecht 14 nov. 1656 (ondertrouw NG Hendrik-Ido-Ambacht 2 okt. 1656, bescheid gegevens om elders te mogen trouwen 13 nov. 1656) Annetje Cornelisdr. [sic], jonge dochter wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht (1656), overleden vůůr 1 nov. 1676.

- 12 febr. 1684: compareren voor notaris G. Walthery te Dordrecht Aelbrecht, Cornelis en Bastiaen  Leendertsz. Snoo, allen gebroeders wonende aan de Vrouwgelenweg onder het Volgerland van Meerdervoort, te kennen gevende, hoe dat zij op 6 dec. 1681 met hun broer Cornelis Leendertsz. Snoo de Oude en Jan Pietersz. Bootsman, als echtgenoot van hun zuster Neeltie Leendertsdr. geschift, gescheiden en gedeeld hebben de nalatenschap van hun vader, wijlen Leendert Gerritsz. Snoo, volgens akte gepasseerd voor notaris Hugo van Dijk te Dordrecht, in dier voege, dat Aelbrecht Leendertsz. Snoo is aanbedeeld een huis, waarin hun vader is overleden, met ťťn morgen land daaraan gelegen, dat Cornelis Leendertsz. Snoo is aanbedeeld 550 roeden zaailand en Bastiaen Leendertsz. Snoo 1 morgen 200 roeden weiland. Dat alles op voorwaarde, dat Aelbert aan Bastiaen zal uitkeren een somma van 350 gl. en aan Cornelis een somma van 100 gl. De roerende goederen, die hun vader heeft nagelaten, blijven gemeenschappelijke bezit, ten einde die mettertijd te kunnen verkopen tot aflossing van de schulden en lasten, die op de boedel rusten. Aelbrecht en Cornelis tekenen met een merkje. Bastiaen zet een kruisje. (ONA Dordrecht 310A, f. 15 e.v.)

Kinderen van Leendert Gerritsz. Snoo (ex 1, allen NG gedoopt te Hendrik-Ido-Ambacht):

a. Neeltje Leendertsdr. Snoo, 7 april 1639, trouwde  1e Jan Pietersz. Bootsman, 2e ca. 1685 Isaac Vasse (Fasse). Neeltje Leenderts, vrouw van Isak Vasse, is op 23 nov. 1687 doopgetuige te Maasdam bij een kind van Petronella Cornelisdr. de Snoo (IIIa) en Cornelis Gijsz. van Arkel en op 20 febr. 1689 doopgetuige te Rijsoord bij een kind van Cornelis Leendertsz. de Snoo en Pleuntje Cornelisdr. Stout.

- 11 dec. 1695: compareren voor notaris Gillis Mugge te Dordrecht Isaek Vassen en Neeltie Leendertsdr. Snoo, echtelieden wonende onder Meerdervoort, hij in een stoel zittende, zij gezond. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam, die gehouden zal zijn aan de erfgenamen ab intestato van de eerstoverlijdende een bedrag van 100 gl. uit te keren, "tot een gedagtenisse". Zij tekenen met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 625, akte 57)

- 14 jan. 1696 Isaek Vassen, wonende onder Meerdervoort, verleent procuratie aan zijn vrouw Neeltie Snoo om voor het gerecht van 's-Gravendeel of elders aan zijn broer Leender Vasse, wonende onder Maasdam, te transporteren een stuk land van 520 roeden, gelegen ten noorden van de Langendam onder 's-Gravendeel en voor het gerecht van Maasdam een stuk land van 2 morgen en 186 roeden, gelegen in het "landeken van de Graswinckel" onder Maasdam. Hij tekent met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 625, akten 1 en 2)

- 23 febr. 1696: compareert voor notaris Gillis Mugge te Dordrecht Neeltie Leendersdr. Snoo, vrouw van Isaeck Vasse, wonende onder de heerlijkheid Meerdervoort. Zij herroept haar eerdere testament, gepasseerd voor notaris G. Mugge op 11 dec. 1695. Testatrice benoemt tot erfgenamen van de gerechte helft van haar na te laten boedel Aelbert, Cornelis, Bastiaen en Lijsbeth Leenderts Snoo, haar broers en zuster en de kinderen van haar broer zaliger Cornelis Leendertsz. Snoo, m.n. Jacob, Cornelis, Pieternella, Anna en Maria Snoo. Zij benoemt tot voogden haar broers Aelbert, Cornelis en Bastiaen Leendertsz. Snoo. (ONA Dordrecht inv. 625, akte 11)

- 2 april 1702: testeert voor notaris Gillis Mugge te Dordrecht Neeltje Leendersdr. Snoo, weduwe van Isaac Vassen, wonende onder het Volgerland van Meerdervoort. Legaten voor Cuijnier Snoo, de dochter van haar broer Cornelis Snoo, voor Neeltie Ariensdr., de dochter van haar zuster Lijsbeth Snoo, voor haar nicht Annigie Snoo, de dochter van haar broer Cornelis Snoo, voor haar broer Bastiaen Snoo en haar broer Aelbert Snoo. Tot erfgenamen benoemt zij haar broers en zuster, m.n. Aelbert Snoo, Cornelis Snoo, Bastiaen Snoo, Lijsbeth Snoo en de vijf kinderen van haar overleden broer Cornelis Snoo. Tot executeurs-testamentair en voogden stelt zij aan Aelbert en Cornelis Snoo. (ONA Dordrecht inv. 630, akte 27, f. 81 e.v.)

b. Gerrit, 14 juli 1641

c. Aechie, 18 dec. 1644

d. Cornelis Leendertsz. Snoo de Oude alias Van Es (vermoedelijk naar zijn moeder), 7 april 1647 (ouders wonen aan de Vergeeleweg), volgt IIIa. (NB: aangezien hij in 1661 trouwt, was hij misschien al enkele jaren oud, toen hij werd gedoopt.)

e. Bastiaen Leendertsz. Snoo, 6 dec. 1648

- 1 juli 1703: compareren voor notaris Gillis Mugge te Dordrecht Dirk Passchierse en Geertruijd Hermans, binnenvader en binnenmoeder van het Leprooshuis te Dordrecht. Zij verklaren op verzoek van de naaste verwanten van Bastiaan Leendertsz. Snoo, dat hij gedurende ongeveer 34 weken onder hun toezicht in het Leprooshuis is "geconvineert" en dat hij zich in die tijd "wel ende gehoorsamigh" heeft gedragen en zich thans zo nog gedraagt en derhalve naar hun oordeel bekwaam is om uit het Leprooshuis ontslagen te worden. Waarbij zij opmerken, dat er uit het Leprooshuis wel personen zijn ontslagen, die daartoe minder bekwaam waren dan Bastiaen Snoo. (ONA Dordrecht inv. 630, akte 4, f. 133 e.v.)

f. Aelbert Leendertsz. Snoo, geen doop gevonden, meerderjarig in 1676, dus geboren vůůr 1652, doet belijdenis te Hendrik-Ido-Ambacht op 23 dec. 1693, overleden Meerdervoort 2 april 1724.

- 17 juni 1724: schout en schepenen van Meerdervoort taxeren de goederen nagelaten door Aalbert Leendertsz. Snoo, overleden te Meerdervoort zonder wettige nakomelingen na te laten:

1.  een huis erf aan de Vrouwgelenweg onder Meerdervoort, belend aan de ene zijde door mevrouw Van Hove en aan de andere zijde door Cornelis Leendertsz. Snoo, getaxeerd op 100 gl.

2. 1 morgen land onder Meerdervoort, belend als voren, getaxeerd op 210 gl.

Zijn enige en universele erfgenaam is Neeltie Leendertsdr. Snoo. (ORA Meerdervoort inv. 2)

g. Leendert Leendertsz. Snoo, geen doop gevonden, meerderjarig in 1676, dus geboren vůůr 1652

h. Lijsbeth Leendertsdr. Snoo, 25 febr. 1652 (ouders wonen aan de "Vergeeleweg" = Vrouwgelenweg), weduwe van Jan Cornelisz. Groote, van Hendrik-Ido-Ambacht (1678), trouwde 1e naar schatting ca. 1675 Jan Cornelisz. Groote, 2e NG Alblasserdam 9 febr. 1678 Arien Jansz. Multum, jongman van Papendrecht (1678)

Kinderen (allen NG gedoopt te Papendrecht):

h-1. Jan, 12 mrt. 1679

h-2. Leendert, 29 sept. 1680

h-3. Neeltien Multum, 16 aug. 1682, trouwde Cornelis Frederiksz. Amersfoort

h-4. Annichie, 22 sept. 1686

h-5. Geerit Multum, 8 mrt. 1693

 

 

Kinderen  van Leendert Gerritsz. Snoo (ex 2, allen NG gedoopt te Hendrik-Ido-Ambacht):

a. Cornelis Leendertsz. Snoo, 25 mrt. 1657, volgt IIIb

IIIa. Cornelis Leendertsz. Snoo alias van (N)es, geboren naar schatting ca. 1642, jongman van Hendrik-Ido-Ambacht (1661), boer op de hofstede van Paulus van Helmondt in de polder Nieuw-Bonaventura, overleden ca. 1685, zoon van Leendert Gerritsz. Snoo en (diens eerste vrouw) Anneke Cornelisdr., trouwde 1e NG Kijfhoek (DTB Heerjansdam) 10 april 1661 Maaike Pieters, jonge dochter van Kleine Lindt, overleden 13 jan. 1668 ten gevolge van een schotwond in haar dijbeen, door haar man op 10 jan. 1668 met zijn roer toegebracht, waarvoor de Hoge Vierschaar van Strijen hem op 29 jan. 1668 veroordeelde tot een boete van 150 gl. Hij trouwde 2e 's-Gravendeel (ondertrouw Maasdam 3e gebod 15 dec.) 19 dec. 1668 Neeltje Cornelisdr. Sneukelaar, jonge dochter van Maasdam (1668), overleden ca. 1694, dochter van Cornelis Jacobsz. Sneuckelaer en Maijke Cornelisdr. Breure. Zij trouwde 2e NG Maasdam (ondertrouw Ridderkerk 9 febr.) 2 maart 1687 Hendrik Ariensz. Huijser [Kronieken, 2000, nr.3, p.205-206]

SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 250 f. 5 e.v.: op 19 jan. 1668 compareren voor notaris A. Meijnaert Cornelis Hendrxsz., wonende op Puttershoek, 27 jaar oud, Trijntgen Hendrix, huisvrouw  van Hendrick Cornelisz. Gout, wonende in Bonavontura, ongeveer 53 jaar oud, en Engeltie Pieters, huisvrouw van Bartholomeus van den Berg, wonende te Puttershoek, ongeveer 54 jaar oud. Zij leggen op verzoek van Cornelis Lenertsz. van Es, wonende in Bonavontura, een verklaring af. Cornelis Hendrixsz. getuigt als eerste, dat hij op de hofstede van Poulus van Helmont in Bonavontura, waar de rekwirant woont, "arbeijt en het koren ofte granen aldaer dorst ende dat hij op Dijnsdach den tienden januarij 1668 des avonts vande voorsz. hoffstede naer sijn huijs es gegaen, als wanneer hij sijn affscheijt vande req[uiran]t. ende sijn huijsvrou genomen heeft ende alsdoen d[e]selve in goede echtelijke lieffde ende vruntschap sonder eenighe schijn van haet, twist ofte viantschap gevonden heeft, ende des anderendaechs smorgens sijnde woensdach, weder op de voorsz. hoffstede gekomen sijnde om te arbeijden werde hem vande voorsz. Trijtntgen Hendrix aengeseijt dat des reqts. huijsvrou door het affgaen van een roer seer deerlijck ende onnoosel geque[t]st was. Daerop hij deposant sijn werck latende leggen, naer binnen int voorhuijs is gegaen, alwaer hij des reqts. huijsvrou opt bedde vont leggen, vragende hij deposant aende selve reqts. huijsvrou, Maeijken Pieters, hoe is dit soo, daerop de selve vrou antwoorde Ja het is een onnoosel ongeluck voor ons, wij hadden niet gedacht dat het daer toe gecomen soude hebben. Verclaerde wijders hij deposant dat hij ontrent ten acht of negen uren des morgens weder voort bedde gecomen is alswanneer hij de reqt. bij haer vont, besich sijnde om haer opt bedde wat te verleggen, seggende hij reqt. hoe sijn wij tot dit ongeluck gecomen, daerop gemelte Maeijken Pieters antwoorde Ja nu moet ick sterven, daerop den reqt. replicerende al clagende seijde Ick heb het niet moetwillich gedaen, waerop gemelte Maeijken Pieters weder seijde dat weet ick wel maet, ghij hebt mij altijt daer te lieff toe gehat. Den voorsz. Trijntgen Hendrixs verclaerde dat den reqt. op dijnsdach voorsz. des avonts, tharen huijse (als naeste gebuere sijnde) is gecomen, seer verbaest ende gealtereert wesende, seggende tegen haer deposante seer biterlijck schreijende, buervrou comt doch datelijck tot onsent, ick hebbe sulcken ongeluck, ende bij haer deposante gevraecht sijnde wat ist, antwoorde hij daerop, och een roer, mijn vrou, mijn Maeijcken Pieters, comt doch terstont, gaende weder van haer huijs, al clagende ende schreijende, soodanich dat sij deposante sijne woorden niet verder verstaen conde, daer op sij deposante aenstons hem reqt. gevolcht ende tsijnen huijse gecomen is, alwaer sij de voorsz. Maeijken Pieters in een stoel vont sitten, met een spinwiel voor haer, soo als sij deposante oordeelde dat deselve hadde sitten spinnen, siende seer veel bloet van haer lijff op de vloer loopen, siende oock dat den reqt. sijn huijsvrou met sijn armen om haer hals vatte haer kussende, seggende de voorsz. Maeijken Pieters och hoe komen wij tot dit ongeluck, daer op den reqt. seijde ick hebt immers niet moetwillich gedaen ende waer op gemelte Maeijken Pieters antwoorde neen ... ghij hebt mij altijt te lieff daer toe gehadt, waer naer hij deposant neffens derden de selve Maeijken Pieters opt bedde geholpen heeft, nemende de voorn. Maeijken Pieters met haer armen haer man om den hals hem kussende, ende seggende och mijn maetie, och mijn lieffste hoe sijn wij tot dit ongeluck gecomen. Werdende alsdoen naer Puttershoeck om den cherurgijn gesonden, die ontrent twee uren daer naer quam. Verclaerde wijders dat sij deposante oock daernaer verscheijde reijse bij de selve Maeijken Pieters tot haer overlijden toe is geweest, alswanneer sij telckens heeft gehoort dat den reqt. ende sijne huisvrou seer hebben geclaecht over het onnoosel ongeluck ende gesien te hebben dat den reqt. en sijne voorsz. huijsvrou verscheijdene malen selff weijnich tijt voor haer doot malcanderen gekust hebben. Ende de voorsz. Engeltie Pieters verclaerde dat sij, 't voorsz. ongeluck geschiet sijnde, aldaer is gehaelt ende de voorsz. vrou tot haer overlijden toe gedient heeft ende gedurende den voorsz. tijt mede gehoort ende gesien te hebben dat de reqt. en sijne huijsvrou beijde seer hebben gekermt ende geclaecht over het onnoosel ongeluck ende uijt beijder mont verscheijde reisen verstaen te hebben dat het ongeluck seer onnoosel was geschiet ende dat sij malcanderen menichmael al schreijende inde armen genomen ende gekust hebben. Compareerde mede sr. Poulus van Helmont, borger deser stede, van competenten ouderdom, de welcke ter instantie als voren, neffens de voorsz. Trijntgen Hendrixs ende Engeltie Pieters noch verclaerde gehoort ende gesien te hebben, dat des reqts. huijsvrou overleden sijnde, aldaer ten huijse sijn gecomen den Stadthouder vande Ed. heer bailliu van Strijen, mitsgaders twee schepenen, ende den secretaris van Strijen voornoemt, waer onder Jan Bartsz. Vermaes, schepen ende cherurgijn, mede is geweest, de welcke nevens Isaack van Schelven, cherurgijn op Puttershoeck, de wonde hebben gevisiteert, alswanneer gemelte Vermaes seijde, de wont is niet doodelijck indien het in een volle stadt off plaets waer geweest, daer terstont medicamenten hadde connen becomen werden, het soude wel geneeselijck en curabel geweest sijn. Waerop gemelten Stadthouder seijde, ghij macht de wonde openen ende visiteeren, twelck bij gemelte cherurgijns gevisiteert sijnde, hebben sij deposanten beijde de voorsz. cherurgijns weder hooren seggen, de wonde is niet doodelijck, als tijts genoech medicamenten bij de hant hadde connen sijn, het soude wel curabel geweest hebben ..."

29 nov. 1668: compareren Cornelis Leendertsz., weduwnaar van Maijke Pieters, enerzijds en de oom en gerechte bloedvoogd van moederszijde over de twee nagelaten weeskinderen van voornoemde Maijke Pieters, verwekt door voornoemde Cornelis Leendertsz., m.n. Pieternella, ongeveer 5 jaar en Leendert Cornelisz., ongeveer 3 jaar, anderzijds. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 1, f. 120v)

15 nov. 1704: compareren voor notaris W. de Voogt te sgd Jacob Cornelisz. van Es en Wouter Pietersz. van de Erven, getrouwd met Marijgje Cornelisdr. van Es, geassisteerd met Leendert Cornelisz. Sneuckelaer en Willem Bastiaensz. Polderdijck, hun voogden van moederszijde. Zij verklaren uit handen van hun stiefvader Hendrick A. Huijsser ieder ontvangen te hebben een bedrag van 560 gl. wegens de erfenis van hun moeder zaliger, Neeltje Cornelisdr. Sneuckelaer en een bedrag van 300 gl. ter voldoening van de erfenis van hun vader wijlen Cornelis Leendertsz. van Es. En dat alles overeenkomstig het contract van scheiding gepasseeerd voor notaris W. de Voogt te sgd op 23 aug. 1694. Akte door Van Es, Van Erven en Polderdijck ondertekend. Sneuckelaer zet een merkje. (ONA 's-Gravendeel inv. 4588, akte 37)

27 april 1729: voor schepenen van Meerdervoort compareren Gerrit en Kuijntje Cornelisdr. Snoo, kinderen van Cornelis Leendertsz. Snoo, overleden onder het Volgerland van Meerdervoort, Hendrik van der Hoep, schout van Meerdervoort, als actie hebbende van Cornelis Fredericksz. Amersfoort en zijn vrouw Neeltje Multum en nog als procuratie hebbende van Gerrit Multum, beiden kinderen van Lijsbeth Leendertsdr. Snoo, overleden onder de heerlijkheid van Papendrecht en Pieternella Cornelisdr. Snoo, Cornelis Cornelisz. Snoo, Annigje Cornelisdr. Snoo en Jacob Cornelisz. Snoo, alias Van Nes, kinderen van Cornelis Leendertsz. Snoo, overleden onder 's-Gravendeel, samen erfgenamen van Neeltje Leendertsdr. Snoo, in haar leven weduwe van Izack Vasse, overleden onder het Volgerland van Meerdervoort. Zij transporteren land in het Volgerland van Meerdervoort aan de Vrouwgelenweg, belend door het land van de weduwe van Cornelis Leendertsz. Snoo [ Pleuntje Cornelisdr. Stout]. (ORA Meerdervoort inv. 2, f. 72v e.v.)

Kinderen (ex 1):

a. Pieternella (Petronella) Cornelisdr. de Snoo alias Van Es, geboren ca. 1663, jonge dochter van 's-Gravendeel (1687), deed met haar man belijdenis te Maasdam op 11 april 1688, overleden na 27 april 1729, trouwde NG Maasdam (met attestatie van 's-Gravendeel) 20 april 1687 Cornelis Gijsz. van Arkel, jongman van Sint Anthoniepolder wonende op het Gat onder 's-Gravendeel (1687), ouderling te Maasdam, overleden ald. 22 aug. 1735

b. Leendert Cornelisz. Snoo, geboren ca. 1665, vermoedelijk zonder nakomelingen overleden

Kinderen (ex 2, volgorde onzeker):

a. Cornelis Cornelisz. Snoo, geboren naar schatting ca. 1670, jongman van 's-Gravendeel (1700), trouwde Sint Anthoniepolder 17 okt. 1700 Commertje Sijmonsdr. Vermaas, jonge dochter van Sint Anthoniepolder

b. Annigje (Anneke) Cornelisdr. de Snoo alias Van Es, geboren naar schatting ca. 1675, jonge dochter van 's-Gravendeel (1697), trouwde 's-Gravendeel (ondertrouw Maasdam, 3e gebod op 5 mei 1697) 11 mei 1697 Leendert Ingensz. Vermaas, jongman van Maasdam wonende aan de Blaak (1697)

c. Maria (Marijtje) Cornelisdr. van Nes, geboren naar schatting ca. 1680, jonge dochter van 's-Gravendeel (1704), trouwde Maasdam 4 mei 1704 Wouter Pietersz. van Erven

d. Jacob Cornelisz. van Es, geboren naar schatting ca. 1685, jongman van 's-Gravendeel (1714), trouwde Mijnsheerenland 20 mei 1714 Marijtje Jillisdr. van Beveren, weduwe van Arij Dircksz. van der Linden

IIIb. Cornelis Leendertsz. Snoo, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 25 mrt. 1657, overleden Meerdervoort tussen 17 juni 1724 en 27 april 1729, trouwde ca. 1688 Pleuntje Cornelisdr. Stout, gedoopt NG Alblasserdam sept. 1657, overleden in het Volgerland van Meerdervoort eind okt. 1733 (begraven Hendrik-Ido-Ambacht, in de kerk; overlijden aangegeven bij de gaarder te Zwijndrecht op 2 nov. 1733, impost 3 gl.), dochter van Cornelis Jacobsz. Stout en Cuniertge Woutersdr. (Verhoek)

- 27 mrt. 1725: Cornelis Snoo, Pleuntje [sic] en Neeltje Snoo vermeld als lidmaten van de NG gemeente van Hendrik-Ido-Ambacht, wonen aan de Vrouw Geele weg. (Archief Kerkenraad van de NG gemeente van H.I. Ambacht inv. 1)

- 11 okt. 1730: Pleuntje Cornelisdr. Stout, weduwe van Cornelis Leendertsz. Snoo, wonende aan de Vrouwgelenweg in het Volgerland van Meerdervoort, is schuldig aan Maria van der Lisse, wonende te Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 28 gl., spruitende ter zake van 700 gl. kapitaal, die zij van juffrouw Van der Lisse heeft ontvangen. Voor de nakoming daarvan verbindt zij haar huis, schuur, erf, boomgaard en landerijen, samen groot 3 morgen en 250 roeden, staande en gelegen aan de Vrouwgelenweg onder het Volgerland van Meerdervoort. (ORA Meerdervoort inv. 2, f. 90 e.v.)

Kinderen:

a. Annigje Cornelisdr. Snoo, geboren Hendrik-Ido-Ambacht, gedoopt NG Rijsoord 20 febr. 1689, trouwde Zwijndrecht 23 mei 1717 Leendert Jansz. Bijkerk, trouwde 2e Zwijndrecht 24 april 1729 Ariaantje Staak, jonge dochter wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht (1729)

b. Cornelis Cornelisz. Snoo, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 3 jan. 1694, mogelijk overleden Zwijndrecht 28 mrt. 1748 (gaarder, pro deo), trouwde Hendrik-Ido-Ambacht 21 aug. 1716 Ariaantje Leendertsdr. Huijser, overlijden aangegeven bij de gaarder te Zwijndrecht 19 juli 1751 (de weduwe van Cornelis Cornelisz. Snoo, onder het Volgerland van Meerdervoort)

- 13 dec. 1751: Klaas Hendriksz. de Koning, als echtgenoot van Lidia Cornelisdr. Snoo, Neeltje Cornelisdr. Snoo en Cornelis Cornelisz. Snoo, beiden meerderjarig, mitsgaders Hendrik van der Hoep, schout van Meerdervoort, als voogd van 's heren wege over Pleuntie Cornelisdr. Snoo, samen kinderen en erfgenamen van wijlen Arjaentie Leendertsdr. Huijser, in haar leven weduwe van Cornelis Cornelisz. Snoo, overleden aan de Vrouwgelenweg in het Volgerland van Meerdervoort, verkopen voor 488 gl. aan Kuijntie Cornelisdr. Snoo, inwoonster van Meerdervoort, een huis, schuur, erf en boomgaard met het annexe tuinland, samen groot 1 morgen, staande en gelegen aan de Vrouwgelenweg in het Volgerland van Meerdervoort, belend aan de ene zijde door koopster en Arij Vermeer en aan de andere zijde door Teunis Vliegenthart, van voren de Vrouwgelenweg en van achteren Teunis Vliegenthart. (ORA Meerdervoort inv. 2, f. 175 e.v.)

Kinderen:

b-1. Lidia Cornelisdr. Snoo, trouwde Klaas Hendriksz. de Koning

b-2. Neeltje Cornelisdr. Snoo

b-3. Cornelis Cornelisz. Snoo

b-4. Pleuntie Cornelisdr. Snoo

 

c. Gerrit Cornelisz. Snoo, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 4 nov. 1696, volgt IV

d.  Kuijntje (Cniertje, Cundertie) Cornelisdr. Snoo, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 22 nov. 1699, overleden na 25 okt. 1776, ongehuwd

- 30 nov. 1772: Cundertie Cornelisdr. Snoo, wonende in het Volgerland van Meerdervoort, is schuldig aan Huijgh Cornelisz. Leeuwenburg, wonende in het Volgerland van Sandelingenambacht een bedrag van 750 gl., daarvoor verbindende een huis en schuurtje met 3 morgen 250 roeden, staande en gelegen onder het Volgerland van Meerdervoort, belend aan de ene zijde door Lena en Aerjaentie Vermeer en van voren de Vrouwgelenweg. In margine: schuldbrief geroyeerd op 14 nov. 1776. (ORA Meerdervoort inv. 2)

- 25 okt. 1776: Kuijntje de Snoo, wonende in het Volgerland van Meerdervoort, verkoopt voor 1600 gl. aan Cornelis de Snoo 4 morgen 250 roeden land, "waarvan in de verponding betalende" 1 morgen boomgaard, met huis en schuur daarop staande, getekend op het verpondingkohier nr. 36 het eerste en nr. 67 het tweede, belend door Pieter Vliegenthart, Pieter Backer en Pieter van Noort. Koper betaalt met 850 gl. contant en de rest met het overnemen van een hypotheekbrief van 750 gl., verleden op 30 nov. 1772 t.b.v. Huijgh Cornelisz. Leeuwenburg. (ORA Meerdervoort inv. 2)

- 28 okt. 1776: Cornelis de Snoo, wonende onder Meerdervoort, is schuldig aan Jeremias Schoenmaekers, apotheker te Dordrecht, een bedrag van 1300 gl. wegens geleende penningen, daarvoor verbindende 4 mrg. 250 roeden land met huis en schuren daarop staande, gelegen aan de Vrouwgelenweg in het Volgerland van Meerdervoort, belend door Pieter Vliegenthart, Pieter Backer, Pieter van Noort en de Vrouwgelenweg. (ORA Meerdervoort, inv. 2)

IV. Gerrit Cornelisz. Snoo, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 4 nov. 1696, woont op "Vredenburg" aan de Veersendijk in het Volgerland van Sandelingenambacht 1722, overleden tussen 27 april 1729 en 19 juli 1730, trouwde NG Hendrik-Ido-Ambacht 19 aug. 1718 (ondertrouw) Maijken Cornelisdr. Hoepsnijder, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 6 jan. 1697, overleden na 19 juli 1730, dochter van Cornelis Pietersz. Hoepsnijder en Pleuntie Woutersdr. Verhoek

- 7 juni 1720: testament van Gerrit Snoo en Maijken Cornelisdr. Hoepsnijder, echtelieden wonende onder het Volgerland van Sandelingenambacht, beiden gezond. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot universeel erfgenaam en voogd. De langstlevende zal gehouden zijn aan hun kinderen bij mondigheid of eerder huwelijk een bedrag van 25 gl. uit te reiken i.p.v. de legitieme portie. Hij zet een merkje, zij tekent met "Maeijcke Hoepsnider". (ONA Dordrecht inv. 883, akte 23)

- 27 mrt. 1730: Gerrit Snoo en Maijke Hoepsnijder vermeld als lidmaten van de NG gemeente van Hendrik-Ido-Ambacht, wonen "Aan den Dijk". (Archief Kerkenraad van de NH gemeente te H.I. Ambacht inv. 1)

Kind:

a. Cornelis Gerritsz. (de) Snoo, volgt V

V. Cornelis Gerritsz. (de) Snoo, geboren naar schatting ca. 1720 (hiaat NG doopboek Hendrik-Ido-Ambacht), trouwde Zwijndrecht 25 aug. 1752 Jaapje Huiser(Huisert), overlijden aangegeven bij de gaarder in Meerdervoort op 29 sept. 1777 (impost 3 gl.), dochter van DaniŽl Ariensz. Huijser en Catharina Jansdr. Boer

- 27 mrt. 1725: Daniel Huijser en Caatje Jans Boer vermeld als lidmaten van de NG gemeente van Hendrik-Ido-Ambacht, wonen "Aan den Dijk". (Archief Kerkenraad van de NH gemeente van H.I. Ambacht, inv. 1)

- 24 febr. 1759: comp. voor notaris B. Broeling te Zwijndrecht Annigje Ariensdr. Huisert, wonende onder het Volgerland van Meerdervoort, om haar testament te maken. Zij legateert aan de diaconie-armen van Zwijndrecht 100 gl., aan die van Hendrik-Ido-Ambacht 100 gl., aan haar neef Dirk Foppe Huisert 12 gl. en 12 st., aan haar nicht Marijgje DaniŽlsdr. Huijsert 9 gl. en 9 st., aan haar neef DaniŽl Cornelisz. de Snoo al haar ongemunt goud en zilver en een somma van 12 gl. en 12 st., aan haar nicht Ariaantje Maartensdr. Huisert 50 gl., aan haar nichten Ariaantje Maartensdr. Huisert en Jaapje DaniŽlsdr. Huijsert als haar kleren van wol en linnen en beddelinnen, zowel lakens, kussens, als slopen. Tot erfgenaam van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar neef Jan DaniŽlsz. Huijsert of bij vooroverlijden zijn wettige nakomelingen. Tot voogden over haar minderjarige erfgenenamen benoemt zij haar neven Jan DaniŽlsz. Huijsert en Cornelis Gerritsz. de Snoo. (ONA Zwijndrecht inv. 10, akte 8)

28 mrt. 1770: Jan Trouborst, schout van Hendrik-Ido-Ambacht, zoon en erfgenaam van wijlen Pieter Trouborst, overleden in het Volgerland van De Groote Lindt en nog de voornoemde Jan Trouborst en Matthijs Vranckesteijn, wonende te Berkel, als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Anna Trouborst, mede erfgenamen van hun grootvader, de voornoemde Pieter Trouborst, verkopen aan Cornelis Gerritsz. Snoo, wonende onder het Volgerland van Meerdervoort, een huis, schuur en dijkerf, staande en gelegen op de hoek van de Vrouwgelenweg, belend oost Meeuwis Schouten en noord de kinderen van Arij Vermeer. Compareert mede Cornelis Gerritsz. Snoo en bekent schuldig te zijn aan verkopers een bedrag van 680 gl., daarvoor verbindende het voornoemde huis etc. In margine: schuldbrief geroyeerd op 10 april 1784. (ORA Meerdervoort inv. 2)

Kind:

a. DaniŽl Cornelisz. de Snoo, volgt VI

VI. DaniŽl Cornelisz. de Snoo, geboren 14 dec. 1755 (volgens Registre Civique van 1811), tuinman wonende te Meerdervoort (1811), overleden Hendrik-Ido-Ambacht 16 nov. 1837, trouwde Meerdervoort 8 jan. 1778 (aangegeven bij de gaarder ald., impost 3 gl.) Pleuntje Willemsdr. Slagboom, uit Naaldwijk (deel van Sliedrecht) (zie Kronieken 2000, nr. 3, p. 204 e.v.), geboren Sliedrecht 18 sept. 1756, dochter van Willem Slagboom en Maaijken van Rees

7 juli 1831: veiling op verzoek van en in tegenwoordigheid van DaniŽl de Snoo, wonende te Puttershoek, voor zichzelf en als grootvader en voogd over zijn minderjarige kleinkinderen Cornelis den Hartog, Neeltje den Hartog, Pleuntje den Hartog en Aagje den Hartog, kinderen van wijlen Leendert den Hartog en diens vooroverleden vrouw Maaike de Snoo, tevens in tegenwoordigheid van Cornelis den Hartog, wonende in het Volgerland van Sandelingenambacht, als voogd, mede ten verzoeke en in tegenwoordigheid van Willem de Snoo en Aard de Snoo, beiden wonende in het Volgerland van Meerdervoort, voor zichzelf en zich sterk makende voor Christiaan Bengevoord en Marijgje de Snoo, diens huisvrouw, beiden wonende te Puttershoek en Geertje Amersfoort, weduwe van Pieter de Snoo, wonende te Ridderkerk, als moeder en voogd van haar minderjarige kinderen, m.n. Cornelis de Snoo, Lena de Snoo en DaniŽl, bij haar verwekt door voornoemde Pieter de Snoo, met Willem de Snoo als toeziend voogd over deze kinderen. Hoogste inzetter: Dirk Koekelis, wonende te Dordrecht. (ONA Zwijndrecht [SA Dordrecht, archief 505], inv. 25 en 47)

Kinderen (www.familiescheurwater.nl):

NB: hiaat in NG doopboek van Hendrik-Ido-Ambacht 1718-1788.

a. Maria, geboren 1783

b. Maaijke, geboren 1785

c. Willem de Snoo, geboren Volgerland van Meerdervoort, tuinder, overleden H.I. Ambacht 2 aug. 1858

d. Maria de Snoo, geboren 6 okt. 1788 (gedoopt H.I. Ambacht 12 okt. 1788), trouwde Leendert den Hartog

e. Geertje, geboren Volgerland van Meerdervoort 10 okt. 1797

f. Gerrijt, geboren Volgerland van Meerdervoort 10 okt. 1797

Hartog [Ridderkerk]

ONA Dordrecht inv. 651, akte 32, f. 98 e.v.: op 12 juli 1714 verklaren Arien Dirksz. van Thuijl, linnenwever te Ridderkerk, Hendrick Aartsz. Hartogh, Arien Ariensz. Hartogh en Heijltie Ariensdr. Hartogh, mede wonende onder Ridderkerk, dat hun bij erfenis was aanbestorven van hun vader wijlen Arijen Hendriksz. Hartogh, die een zoon was Hendrik Ariensz. Hartogh, in zijn leven schepen te Zwijndrecht, een huis en beterschap van erf met schuur daarachter staande op het Marktveld van Zwijndrecht en dat zij daarvan afstand doen ten behoeve van hun zuster Lijsbeth Ariensdr. Hartogh. Van Tuijl tekent, de overige comparanten zetten een kruisje.

Outraet (Barendrecht)

- 12 aug. 1631: op verzoek van Lijntgen Ariensdr., weduwe van Leendert Cornelisz., heemraad van Barendrecht, verklaren Adriaen Henricxsz. Outraet, schout en secretaris van Barendrecht, 51 jaar oud, Jacob Adriaensz. Hordijck, heemraad van Barendrecht, 54 jaar oud en Pieter Cornelisz., mede wonende aldaar, 56 jaar oud, dat zij in 1619 "beroopen ende gebeeden [zijn] geweest opt besluijten van thuwelijck tusschen Leendert Cornelisz. za. ende Lijntgen Ariensdr.", gewezen echtelieden te Barendrecht. Daarbij is overeengekomen, dat de langstlevende van hen beiden uit de gemene boedel zou ontvangen een stukje weiland van 4 mrg. 123 roe, gelegen in het Nieuw Bedijkte Land van West-Barendrecht. (ORA Dordrecht inv. 907, f. 2v e.v.)

[NG trouwboek Barendrecht: otr. 29 dec. 1619, getr. jan. 1620 Lenert Cornelisz wed. van West-Barendrecht en Lijntge Adriaens wed. van Jacob Maertensz. van West-Barendrecht.]

Vinck (Groote Lindt)

ORA Dordrecht inv. 709, f. 89: verklaring dd 11 aug. 1570 op verzoek van Willem Jansz. van Berckel door Fop Cleijsz., schout van Ridderkerk, 47 jaar oud, Adriaen Woutersz. Vinck, schout in De Linde, 42 jaar oud en Cornelis Heijmansz., schout van Schobbelandsambacht, 38 jaar oud.