JAN SMIT



Levensloop Jan (Johannes Rudolphus) Smit

Jan Smit is geboren als zesde telg en eerste en enige zoon in het gezin van Albert Franciscus Smit en Christina Catharina Meyerink. Vader Albert trouwde op 38 jarige leeftijd met zijn 24 jarige vrouw. De oudste zuster Tilda (Mathilda Agatha) ging op 28 jarige leeftijd in het klooster te Amersfoort, later naar het klooster in Alphen aan de Rijn. Ze heeft haar hele leven als coupeuse gewerkt in het klooster. Zijn zuster Anna (Anna Clara) trouwde op 24 jarige leeftijd met Harm Deems. Zijn zuster Jo (Johanna Franciska) had de zgn. Engelse ziekte en had daardoor lichamelijke beperkingen, was vergroeid en kon moeilijk lopen. Zij bleef vrijgezelle en werkte als coupeuse voor meerdere gezinnen. Zuster Berta (Lamberta Helena) trouwde op 25 jarige leeftijd met Jan de Vries. Zus Agatha (Agatha Anna) is maar vier maanden oud geworden. Op 6 maart 1921 zag Jan het levenslicht. Vijf jaar na zijn geboorte is er nog een levenloos dochtertje geboren.

Vader Albert werd ziek en overleed d.d. 1 juni 1944 op vierenzeventig jarige leeftijd. Jan was toen vierentwintig jaar. Zijn moeder Christina Catharina Meyerink overleed d.d. 29 april 1945 op eenenzestig jarige leeftijd.

School
Jan ging naar de St. Bernardusschool aan de Frieseweg in Oldemarkt. Juffrouw Fleer was de juf van de eerste klas en meester Reuver was het hoofd van de school. Vijfentwintig jaar later zaten de oudste kinderen van Jan bij dezelfde juf en meester in de klas. 
Zij kregen later dezelfde tekenopdrachten op school, tijger op een rots en paard voor de wagen. Als je in Jan zijn oude tekenschrift kijkt zie je dat hij goed kon tekenen. Op latere leeftijd is hij nog gaan schilderen. Jan had geen keus, zoals gebruikelijk was, moest hij meewerken op de boerderij. Op jonge leeftijd moest hij de boerderij alleen draaien, vader was al oud en ziek en er waren nog enkele zusters in huis. Naast zijn werk op de boerderij heeft hij de Landbouwschool nog gedaan. 



Boerderij
Vader Albert is begonnen als boerenknecht en in het jaar kocht hij de boerderij Blesdijke no. Het pand is van het jaar 1658. De landerijen bestonden uit .. ha weide en akkerbouwgrond. Tijdens de tweede wereldoorlog moest men de opbrengst van het land opgeven. Jan gaf niet alles op want naast de vaste bewoners waren er nog een drietal onderduikers. Op een dag kwam er een dronken officier van de Wehrmacht en hij meldde dat hij s%u2019avonds met twintig man kwam slapen. Er moest stro uitgelegd worden en voor de mannen moest er eten en drinken staan. Grote paniek, maar de onderduikers werden verstopt en alles werd klaar gezet. Maar er is nooit een officier met zijn peloton verschenen. Bang en om maar niet op te vallen is er later maar iets meer als opbrengst verantwoord. Omdat de bezetter niet altijd in de omgeving was werkten enkele onderduikers mee op de boerderij.
De oude boerderij was in een bouwvallige staat, medio 1950 werd het boerderijdeel vernieuwd, het oude vierkant bleef staan. Het voorhuis is vernieuwd in 1958. Tijdens de sloop klommen de kinderen Peter en Albert stiekem op de zolder, niet vertrouwd, en sloegen zo de oude gele steentjes uit de gevel. Het gezin woonde in de schuur in een afgeschermd deel, gordijnen als slaapkamerwanden. Naast de boerderij werd er een jongvee stal gebouwd. Het melkgeld werd door de melkfabriek Oldemarkt nog contant uitbetaald in een bruine envelop gestoken onder het handvat van een melkbus. De boerderij stond honderd meter van de weg maar het is nooit ontvreemd. In deze beurs werd het melkgeld bewaard.

De financiering van de verbouwing was moeilijk, de Boerenleenbank wilde niet financieren. Uiteindelijk is het een dure hypotheek op basis van levensverzekering geworden, met daarbij een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Toen hij later (medio 1974) arbeidsongeschikt werd had hij zijn recht op uitbetaling van fl. 30.000 niet binnen de gestelde termijn aangevraagd en daarmee vervielen zijn rechten definitief. Het uitdijende gezin en de hoge financiėle verplichtingen zorgden ervoor dat Jan weinig keus had. D.d. 3 maart 1962 werd de boerderij verkocht aan Wubbe Potijk tegen een door de ruilverkaveling bepaalde prijs. Daarna moest hij zijn zusters hun erfdeel van de boerderij nog uitbetalen. Het vee werd verkocht en er kwam een boerenboelgoed. Alles wat niet mee kon en geld opbracht ging onder de hamer. Ook een oude race Solex van Peter en Albert.

Verhuizing naar Wolvega
Het gezin opeen gepakt in een kleine vrijstaande woning aan de Oppers no. 10. Kinderen op stapelbedden en ouders in een opklapbed in de kamer. Jan volgde volwassenenonderwijs voor het beroep van timmerman in Leeuwarden. Daarna ging hij aan de slag als timmerman bij diverse bazen. 
Voor hem op veertig jarige leeftijd een enorme omschakeling, zelf onervaren in het vak en anderen die je met je werk bemoeien. Hij had het er moeilijk mee. Later verhuisde hij naar een tussenwoning op de Kraaiheide in Wolvega. Een nieuwer huis met minder onderhoud. Hij had meer plezier in zijn moestuin en zijn vogels. 
In 1974 kreeg hij zijn eerste hartinfarct en werd daarna afgekeurd. Maar thuiszitten was niets voor hem en zo ging hij naar de werkvoorziening in Heerenveen om daar zgn. werkketen te bouwen. Dit heeft hij met vallen en opstaan volgehouden tot dat hij overleed op drie en zestig jarige leeftijd.

Albert Smit