HERMANNUS NEUSPITZER



Bronnen:

Stambaum der Nachkommen des Alexander Neuspitzer welche zum Genusse des von Hermann Neuspitzer zu Dortrecht im Jahre 1689 gestifteten Familien Stipendium berechtigt sind (1839)

Stamboom Niek Kelderman (internet)

C. Esseboom en N.L. Dodde, Minerva Dordracena. 750 jaar klassiek onderwijs in Dordrecht (1253-2003) [Dordrecht 2003]

 

I. Alexander Neuspitzer, geboren te Landau, overleden te Neustadt an der Haardt, trouwde 1e Clara NN, overleden 1585, 2e Agnes NN (uit beide huwelijken nageslacht)

Ex 1:

a. Johann Wolf Neuspitzer, geboren Neustadt an der Haardt, overleden ald. 5 aug. 1632, trouwde Elisabetha NN, overleden 6 dec. 1635

Ex 2:

b. Johann Georg Neuspitzer, volgt II

II. Johan Georg Neuspitzer, trouwde NN

Kinderen:

a. Agneta (Agnes) Anna Neuspitzer, geboren 14 febr. 1633, trouwde 10 juli 1670 Reijnerus Engelbertsz. Kelderman, gedoopt NG Dordrecht sept. 1637, overleden Pannerden aug. 1678, zoon van Engel(bert) Kelderman en Anneken (Anna) Scharden(burgh), trouwde 1e 9 aug. 1661 Jenetta Hagers (Hoyers)

Kinderen (bij Agneta Neuspitzer):

a-1. Hesbera Susanna Kelderman, geboren 1671, overleden 1671

a-2. Johannes Regnerus (Jan Reinier) Kelderman Neuspitzer, gedoopt NG Dordrecht 7 aug. 1672, predikant te Oud-Beijerland en Utrecht, overleden Utrecht 4 mei 1743, trouwde 1e Anthonia Buys, 2e Anna van Beyma

a-3. Hermanus Kelderman, geboren 1675, overleden 1745

a-4. Maria Elisabeth Kelderman, geboren 1677

b. Hermannus Neuspitzer, volgt III

III. Hermanus Neuspitzer, geboren Emmerich 1635, conrector van de Latijnse School te Gorinchem, rector ald. 1665-1680, rector van de Latijnse School te Dordrecht 1681-1689, overleden Dordrecht 1 nov. 1689 (begraafboek Grote Kerk Dordrecht 1 nov. 1689: een zwarte baar voor Hermanis Nispiter, rector in de Latijnse School, een nieuw graf, vier maal luiden), begraven in de Grote Kerk van Dordrecht (zerk), trouwde 1e NN, 2e Barendina van Hoesden


Portret van Hermannus Neuspitzer door J.W. Munnickhuysen (foto: Erfgoedcentrum DiEP)

Hij studeerde aan de Universiteit van Harderwijk, waar hij in 1658 twee dissertaties verdedigde, nl. De praxi coenae dominicae en De incarnatione verbi. Toen rector Petrus Surendonck in oktober 1680 ontslag nam, meldden verscheidene personen zich voor diens opvolging. Na inlichtingen ingewonnen te hebben, maakten de curatoren een voordracht van drie personen voor de stadsbestuurders: Neuspitzer, de zoon van professor Perizonius en conrector Abraham Valentijn van de eigen school, met daarbij het advies om de eerstgenoemde aan te stellen, wat ook gebeurde. "In november 1681 is Hermannus Neuspitzer in de stad en onderhandelt met de presiderende burgemeester. De overeenkomst die de nieuwe rector sluit, kent een bijzonder aspect. Hij wordt weliswaar aangenomen op de gewone wedde van f 800 en de emolumenten, maar een bijkomende bepaling luidt", dat als hij als rector komt te overlijden, zijn weduwe haar leven lang een pensioen van 100 gl. per jaar zal genieten. "Bovendien had de nieuwe rector bedongen dat de stad hem een uitkering zou geven als hij door zwakheid niet meer zou kunnen werken."

"Dat Neuspitzer de voorkeur genoot boven de andere sollicitanten, is een aanwijzing dat hij als wetenschapper en schoolleider goed bekend stond, een faam die verder groeide tijdens zijn verblijf aan de Dordtse school. In november 1685 maakt rector Neuspitzer de curatoren en stadsbestuurders duidelijk dat hij een aantrekkelijk aanbod vanuit Den Haag heeft ontvangen om daar het rectoraat te aanvaarden. De functie zou een belangrijke financile verbetering voor hem en zijn vrouw inhouden. Omdat Neuspitzer wel voelt voor het aantrekkelijke aanbod, roepen de curatoren hem op. Na samenspraak met het curatorium komt de vroedschap tot het besluit hem zien te behouden voor Dordrecht. Neuspitzer wordt een toelage verstrekt van f 250 op zijn jaarsalaris van f 800 ... Bovendien wordt de rector vrijgesteld van alle stedelijke belastingen - tot dusver alleen van bier- en wijnaccijns - met als gratificatie voor zijn echtgenote een bedrag van f 200 ter compensatie van in de afgelopen twee jaren betaalde stedelijke belastingen bij het kopen van goederen."

"Op 31 oktober 1689 maakte Hermannus Neuspitzer ten overstaan van [de Dordtse] notaris Hugo van Dijck en in aanwezigheid van zij echtgenote zijn testament op. De rector moet toen al flink ziek geweest zijn, want hij was niet in staat een pen vast te houden, zoals de notaris vaststelde. In de vergadering van 1 november moeten de curatoren vaststellen dat rector Neuspitzer plotseling is overleden. ... De weduwe van Neuspitzer - Barendina van Hoesden - deelt in de curatorenvergadering van 7 maart 1691 mee dat haar man bij testament f. 3.000 (drie jaarsalarissen) heeft gelegateerd, te beheren door de curatoren. De rente van dit kapitaal dient te worden aangewend als een beurs voor zijn familieleden die theologie willen studeren en indien die er niet zijn, komen daarvoor de zoons van de laagste twee Dordtse preceptoren in aanmerking. Zouden ook daar geen liefhebbers voor zijn, dan groeit het kapitaal met de verkregen rente. De curatoren aanvaarden het kapitaal en de daarmee verbonden opdracht. Het zijn voornamelijk afstammelingen van Neuspitzer in Duitsland die van het fonds hebben geprofiteerd. Ook in de 20ste eeuw vonden er nog uitkeringen plaats uit dit fonds." (C. Esseboom en N.L. Dodde, Minerva Dordracena. 750 jaar klassiek onderwijs in Dordrecht (1253-2003) [Dordrecht 2003], p. 198-199, 202)

- 2 juni 1689: Hendrik van Hoesen, als man van Maria Lijdius, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van Josina Lijdius, weduwe van ds. Tomas Baen, predikant te Heinenoord, ds. Thomas Chapman, predikant te Cillaarshoek, als man van Aletta Lijdius, en ds. Danil Rolandus, predikant te Geervliet, als man van Jacoba Lijdius, volgens procuratie, gepasseerd ten overstaan van notaris H. van Dijck te Dordrecht op 31 mrt. 1689, allen kinderen en erfgenamen van Johanna Joije, weduwe van ds. Isaacus Lijdius, predikant te Dordrecht, verkopen voor 2600 gl. aan Hermannus Neuspitzer, rector te Dordrecht, een huis [in de Wijnstraat] omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis, dat is nagelaten door Rut de Ridder en dat van de weduwe van Jacob Ouzeel. (ORA Dordrecht inv. 796, f. 30 e.v.)

 - 31 okt. 1689: voor de Dordtse notaris H. van Dijck testeren rector Hermanus Neuspitzer en zijn vrouw Barendina van Hoesden. De testateur wenst dat, indien hij vr zijn vrouw komt te overlijden, op het gemenelandscomptoir of stadscomptoir te Dordrecht zal worden belegd een bedrag van 3000 gl., dat daar altijd moet blijven staan zonder ooit afgelost te worden. De jaarlijkse interest daarvan zal successievelijk moeten worden genoten "bij de geenen die van sijn testateurs bloede ofte geslachte inde H. Theologie sal comen te studeren, sullende daerinne altoos de naeste voor de verdere in grade moeten werden geprefereert ende geen van sijnen geslachte wesende, sal de voornoemde rente genoten werden bij de soonen vande twee onderste preceptoren inder tijt van het voornoemde latijnsche school alhier, inde voorsz. H. Theologie studerende, ijder voor de helft." en indien de ene preceptor geen zoon heeft, die theologie studeert, dan de zoon of zoons van de andere. Als er geen zoons van beide genoemde preceptoren zijn, die theologie studeren, dan zal de interest van het kapitaal moeten "oploopen en augumenteren ter tijt en wijle toe daer studenten sullen sijn die alsvoren inde H. Theologie sullen studeren". Het kapitaal zal beheerd moeten worden, en de uitkeringen daaruit zullen gedaan moeten worden door de curatoren van de Latijnse School te Dordrecht. De testateur prelegateert zijn bibliotheek aan zijn neef, Jan Reijnier Kelderman Neuspitzer, op voorwaarde dat, indien diens broer, testateurs neef Hermanus Kelderman, ook zal gaan studeren, laatstgenoemde de helft van die bibliotheek zal krijgen. Als de testateur vr zijn vrouw komt te overlijden, legateert hij aan haar zusters Catarina van Hoesden en Margrieta van Hoesden en haar broer Hendrick van Hoesden, of bij vooroverlijden hun wettige nakomelingen, elk een derde part in een bedrag van 3000 gl. De testateuren wensen, dat de kleren en sieraden van de eerstoverlijdende van hen beiden zal toekomen aan de hierna te noemen erfgenamen, zonder dat die erfgenamen, indien de kleren etc. van de n meer waard zullen blijken te zijn dan die van de ander, daarvoor compensatie moeten geven. De testateuren legateren aan de langstlevende van beiden het vruchtgebruik van de overige goederen, die de eerststervende zal nalaten, en benoemen tot erfgenamen van die goederen, zijnde de gerechte helft van de gemeenschappelijke boedel, de naaste verwanten en erfgenamen ab intestato van de eerststervende. De erfgenamen van de langstlevende zullen uit de gemeenschappelijke boedel vooruit een bedrag van 3000 gl. ontvangen. Zolang de langstlevende niet gaat hertrouwen, zal hij of zij niet gehouden zijn staat of inventaris te leveren van de goederen, die de eerstoverlijdende zal nalaten, of daarvoor borg of cautie behoeven te stellen. "Den testateur verclaerde vermits de indispositie in sijn hant onmogelijck ... te connen onderteijckenen gelijck sulcx mij notario oock gebleken is". Akte door testatrice ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 282, f. 501 e.v.)

De grafzerk van Hermannus Neuspitzer in de Grote Kerk van Dordrecht.