AFSTAMMING VAN A.B. DEN HAAN VAN OTTO I DE GROTE



Literatuur.

M. Becher, Otto der Große. Kaiser und Reich. Eine Biographie. (München 2012)

 

I. Otto I de Grote (912-973), koning van Duitsland, keizer (sinds 962) van het Heilige Roomse Rijk

Het is niet ondenkbaar, dat Otto I de eerste Duitse keizer is geweest, die de befaamde Reichskrone heeft gedragen. Een exacte datering is echter helaas niet mogelijk. Het is alleen bekend, dat de kroon, die thans in de Schatkamer van de Weense Hofburg wordt bewaard, uit de 10e eeuw stamt.

Graf van Otto I in Maagdeburg (foto: B. Luedecke)

II. Otto II, (eind 955-7 dec. 983),koning van Duitsland, keizer, trouwde  14 april 972 Theophano (geboren Constantinopel ca. 960, overleden Nijmegen 15 juni 991, nicht van keizer Johannes I Tzimiskes van het Byzantijnse Rijk,  dochter Constantijn Skleros en Sophia Phokaina

Otto II en Theophano gekroond door Christus (Wikipedia)

"Otto I had voor zijn zoon, Otto II, om een Byzantijnse prinses gevraagd om zo op passende wijze een verdrag te verzegelen tussen het Heilige Roomse Rijk en het Byzantijnse Rijk. Een onverstandige verwijzing door de paus in een brief aan de keizer van Constantinopel, waarin hij deze als "Grieks", in plaats van als "Romanoi" bestempelde, net toen Otto's ambassadeur, Liutprand van Cremona, aan het Byzantijnse hof verbleef, had de eerste ronde van de onderhandelingen tot een abrupt einde gebracht. Maar na de kroning van een nieuwe keizer konden de onderhandelingen eerst worden hervat en vervolgens tot een goed einde worden gebracht. Theophanu arriveerde in 972 stipt op tijd, in grootse stijl en vergezeld van grote rijkdommen in Ravenna. Volgens de kronikeur Thietmar van Merseburg was Theophanu echter niet de virgo desiderata (gewenste maagd), een echte keizerlijke prinses, die het Saksische gezelschap verwachtte. Theophanu staat in het huwelijkscontract beschreven als de neptis (nicht) van keizer Johannes I Tzimiskes (Ιωάννης Ι Τσιμισκής). Theophanu was een dochter van Konstantinos Skleros (Κωνσταντίνος Σκληρός), een broer van de valse keizerkandidaat Bardas Skleros (Βάρδας Σκληρός). Haar moeder was Sophia Phokaina (Σοφία Φώκαινα), een nicht van keizer Nikephoros II (Νικηφόρος ΙΙ). Haar vaders zuster, Maria Skleraina (Μαρία Σκλήραινα), was de eerste echtgenote van Tzimisces. De conclusie luidt derhalve dat Theophanu een aangetrouwd familielid van de Byzantijnse keizerlijke families was en dat zij van Armeense afkomst was." (Wikipedia)

III. Mathilde (979-1025), trouwde Ezzo van Lotharingen

IV. Liudolf het Kind (ca. 1000-11 april 1031)

V. Adelheid van Zutphen (ca. 1030-na 1059), trouwde Godschalk van Zutphen

VI Otto II de Rijke (ca. 1060-1113), graaf van Zutphen

VII. Ermgard van Zuthpen, overleden in 1138, trouwde ca. 1115 Gerard van Gelre

VIII. Hendrik I van Gelre (tussen 1117 en 1120-1182)

IX. Otto I van Gelre (ca, 1150-25 aug. 1207)

X. Aleid van Gelre, overleden 12 febr. 1218, trouwde ca. 1198 (?) Willem I graaf van Holland, overleden 4 febr. 1222

XI. Floris IV graaf van Holland, overleden Corbie 19 juli 1234

XII. Willem II, graaf van Holland, Rooms koning 1248-1256, overleden Hoogwoud 28 jan. 1256 (bij een veldtocht tegen de Friezen zakte hij door het ijs van het Berkmeer bij Hoogwoud)

Rooms koning Willem II van Holland (rechts op het Grabdenkmal van aartsbisschop Siegfried III van Mainz)

XIII. Aleida van Holland, trouwde Jan I van Avesnes, graaf van Henegouwen

XIV. Jan II van Avesnes, geboren ca. 1247, graaf van Henegouwen, Holland en Zeeland (1299-1304), overleden sept. 1304

XV. Willem Cuser (bastaard), geboren naar schatting ca. 1290, overleden tussen 1346 en 20 juni 1354

Volgens Bert den Hartog ("Op zoek naar de vader van Willem die Cuser", De Nederlandsche Leeuw 133 (2016) 2, p. 57 e.v.) kan Willem geen zoon van Jan II zijn geweest, maar was hij mogelijk een zoon van Jan, heer van Beaumont (sneuvelde in de slag bij Kortrijk op 11 juli 1302), de oudste zoon van Jan II van Henegouwen en Philippine van Luxemburg), of - wat hij waarschijnlijker acht - van Gwijde van Henegouwen (1253-1317), bisschop van Utrecht van 1301 tot 1307, een broer van Jan II van Henegouwen.

Cuser voerde in zijn vrijkwartier het wapen van Avesnes/Van Henegouwen. Graaf Willem III van Holland en Henegouwen noemt hem zijn "neve" (op 2 mei 1334) evenals Graaf Willem IV (nl. op 19 en 26 nov. 1339). (Den Hartog, o.c.)

Wilem Cuser kwam in 1334 in bezit van het Huis ter Kleef, gelegen aan de weg tussen Haarlem en het dorp Schoten. Het vererfde in 1354 op zijn zoon Coenraad.

Ons Voorgeslacht 1988, p. 368: leen 33 (een windmolen met 5 of 6 morgen land in Ouderamstel; leenheer is de graaf van Holland):

- 13 jan. 1343: Willem die Cuser krijgt een windmolen en land ten eigen.

- 1346: Willem die Cuser

- 29 mrt. 1355: Koen Cusersz. van Oosterwijk

- 1390: Koen die Cuser met ledige hand

- 11 sept. 1390: Koen van Oosterwijk [Willem] Cusersz., raad, te komen op Willem Cuser, zijn oudste zoon, of zijn dochter Ida, gehuwd met Jan van Foreest

- 5 mei 1399: Koen Cuser bevestigd door Willem van Oostervant

- 8 mei 1407: Herbaren van Foreest zoals Koen Cuser.

Hij trouwde 1e voor 6 dec. 1327 Ida van Oosterwijk, , overleden voor 27 nov. 1339, dochter van Coen van Oosterwijk, trouwde 2e jonkvrouwe Machteld Reyniersdr. van Heemstede (Gens Nostra 1990, p. 423)

Uit het eerste huwelijk:

XVI. Coenraad Cuser van Oosterwijk, geboren naar schatting ca. 1330, overleden voorjaar 1407 (Gens Nostra 1990, p.423), trouwde Clementia Gerritsdr. Boelen, vrouwe van Sloten en Osdorp, overleden na 1402

Zijn zoon, de schildknaap Willem Cuser, werd op 21 sept. 1392, samen met Aleid van Poelgeest, minnares van Albrecht van Beieren, graaf van Holland, vermoord op het Haagse Buitenhof. "Het gevolg van de moord was, dat 54 Hoekse edelen - onder wie de graaf van Oostervant [de latere Willem VI, zoon van graaf Albrecht] - werden ingedaagd, vervolgd en verbannen, hun goederen geconfiskeerd en hun hoven verbrand en verwoest werden. De tegen hen gehouden strafexpeditie stond onder bevel van Coenraad Cuser. Nadat [Albrecht] zich in 1403 met zijn zoon had verzoend, werd Coenraad verbannen en gedwongen het grootste deel van zijn leengoederen [inclusief Huis ter Kleef] aan Albrechts jonge gemalin Margriet van Kleef over te doen." (De Nederlandsche Leeuw 1965, kolom 125)

Ons Voorgeslacht 1986, p. 715: 31 mrt. 1357: Koen Cusersz. van Oosterwijk, neef van de leenheer, beleend met een leen te Schoten na overlijden van Jan van Sassenheim.

Ons Voorgeslacht 1988, p. 366-367: leen 29 (het ambacht Amstelveen met recht van aanstelling van schout en schepenen, de boetes tot 20 s. en de helft daarboven, de gift van de kerk, etc.; leenheer is de graaf van Holland)

- 25 mei 1399: Heer Koen van Oosterwijk Willem Cusersz., neef van de leenheer, eventueel te komen op Herbaren van Foreest, zijn kleinzoon, met lijftocht van Clemens[Clementia], vrouwe van Sloten, zijn vrouw, op de mindere helft, nadat hij kocht voor 3100 schild

- 3 febr. 1403: Margaretha van Kleef, hertogin van Beieren, bij overdracht door Koen van Oosterwijk, ridder.

XVII. Ida Cuser, vrouwe van Oosterwijk, geboren naar schatting ca. 1355, trouwde naar schatting ca. 1380 (ca. 1370 of 1371 volgens Dek, p. 41; voor 11 sept. 1390 volgens Ons Voorgeslacht 1986, p. 368) Jan van Foreest, schepen van Haarlem, schout van Oudewater, overleden in 1412/1413, zoon van Herpert van Foreest en NN (Gens Nostra 1990, p. 424), Van Gouthoeven, p. 174: "Jan van Foreest, die te wijve hadde Jouffr. Ida, heeren Coenraed Kusers dochter van Oosterwijck, Ridders".

Cf. S. van Leeuwen, Batavia Illustrata, deel II, p. 965: "Jan van Foreest Ridder, Heer van Foreest, Middelburg, daar mede verleijt anno 1342, was anno 1392 Hoog-Heemraat van Rhijnland, en anno 1405 neffens andere Ridders in de Belegeringe van Hagestein", trouwde met Ida Cuser, dochter van Coenraad Cuser van Oosterwijk, "die Neef en Raad was van Hertog Albregt van Beyeren [graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen]". Volgens Van Leeuwen was Jan van Foreest een zoon van Herpert Jansz. van Foreest, schildknaap, heer van Foreest en Middelburg, overleden anno 1367 en begraven in de Sint Janskerk te Haarlem. Wie de moeder van Jan van Foreest was wordt door Van Leeuwen niet vermeld. Herpert van Foreest was in 1356/1357 schepen van Haarlem (Holland, 1979, p. 155).

Op 20 aug. 1367 werd Jan van Foreest beleend met het ambacht Middelburg bij Boskoop, als leenopvolger van Harper van Foreest, zijn vader. (De Nederlandsche Leeuw 1935, kolom 172). Het ambacht Middelburg lag tussen Alphen a/d Rijn en Gouda, aan alle zijden ingeklemd door land van de heren van Brederode en van Teijlingen. (Holland, 1979, p. 152)

Toen Jan van Foreest in 1412 overleed bracht de abdis van Leeuwenhorst, Helwich van Oosterwijk, zijn zoon een rouwvisite ... Bij dezelfde gelegenheid trad de abdis op als meter van de nog jonge Clemeyns van Foreest, dochter van Adriaan (een der jongere zoons van Jan), die in 1410 Beverwijk erfde van zijn moeders vader, Coen van Oosterwijk. (Holland, 1979, p. 153 en 159)

Kinderen (Van Leeuwen, Batavia Illustrata, deel II, p. 965 en p. 1295):

1. Herpert van Foreest, "heeft gestaan over de soen van Alit van Poelgeest, en Willem Cuser, zijn moeders broer [beiden vermoord in 1392], sterf zonder oir", overleden voor 19 sept. 1459

2. Adriaan van Foreest

3. Willem van Foreest, "toegenamt Cuyser"

4. Catharina van Foreest, volgt XVIII

XVIII. Catharina van Foreest, geboren naar schatting ca. 1390, trouwde naar schatting 1415 Vranck Lambrechtsz. (van der Meer), schepen van Delft (1434, 1436, 1437), heeft in 1420 een graf gekocht in de Oude Kerk van Delft (Ons Voorgeslacht 1994, p. 272), in 1435 en 1436 als belender vermeld te Maasland, overleden tussen 6 nov. 1438 en 10 nov. 1447 (trouwde [?] 2e Marij NN)

Marij, weduwe van Vranc Lambrechtsz. wordt op 10 nov. 1447 vermeld als belender van land in Maasland. (Ons Voorgeslacht 1991, p. 37) Mogelijk gaat het hier om een verschrijving en wordt bedoeld "Marij de dochter van Vranc Lambrechtsz.". Een andere mogelijkheid is dat Vranck na het overlijden van Catharina van Foreest is hertrouwd met een vrouw, die Marij heette. (ABdH)

Cf. Van Leeuwen, Batavia Illustrata, deel II, p. 1295: "Vrank vander Meer, soone van Lambert vander Meer, en van Alijd van Hodenpijl, was schepen van Delft anno 1434, troude Catharina van Foreest, daar hy by wan Arent van der Meer, Heere van Pendrecht, by overgifte van Ian van Nienrode anno 1487 *, Dijkgraaf en Balliu van Delfland, en schout der Stad Delft, stierf seer oud ..."

* 5 juli 1487 Aernt Vranckensz., schout van Delft, beleend met "het goed te Pendrecht" na overdracht door Jan van Nieuwenrode. (Ons Voorgeslacht 1987, p. 232)

XIX. Maria Vrancken van der Meer, geboren naar schatting ca. 1420, overleden na 4 febr. 1481, begraven Delft (Nieuwe Kerk) trouwde Gerrit Willem Stormsz. (van Wena), tresorier van Delft in 1450, schepen van Delft in 1452/1453, woonde in 1459 in Delft, overleden tussen 11 jan. 1463 en 27 nov. 1464, zoon van Willem Storm Gerritsz. en Machtelt Vrancken van der Does (De Navorscher 1891, p. 476; De Nederlandsche Leeuw 1916, kolom 115; Gens Nostra 1990, p. 434, Prometheus II, p. 224)

24 mrt. 1424 en 16 nov. 1428: Gerrit Stormsz. koopt land te Rijswijk (verkoopt deze op 20 dec. 1451 en 11 jan. 1463)

Repertorium op de lenen van Hodenpijl, leen 15 (3 morgen land in de parochie van Schipluiden, 4 morgen 4 1/2 hond in het ambacht van Dorp):

2 apr. 1437: Willem Stormsz. Gerijtsz. na opdracht uit eigen

27 nov. 1464: Willem Gerijt Storm bij dode van zijn vader Gerrit Willem Stormsz.

(Ons Voorgeslacht 1965, p. 229-230)

XX. Margriet Gerrit Storms, geboren naar schatting ca. 1440, trouwde voor 23 mei 1474 Pieter IV van Roden, heer van Rhoon, overleden 28 juni 1509 en in Rhoon begraven (Prometheus II, p. 219), zoon van Pieter III van Roden, geboren ca. 1390, ambachtsheer van Rhoon (1411-1437), schepen van Dordrecht (1445), overleden voor 26 sept. 1454 en van Adriana (Adriaen) Dierc Zayensdr. van der Lee, geboren ca. 1385 (Margriets wapen is te zien op een gebrandschilderd raam in het kasteel van Rhoon: een alliantiewapen met elementen Van der Lee en Wassenaer.)

Het wapen van Margriet van Wena (foto: C.Sigmond)

"Pieter van Roon ... /hadde te wijve Jouff. Margriete van Wena, ende wan/Pieter, heere van Roon, hadde te wijve Jouff. Anna van Grave." (Van Goudhoeven, o.c., p. 200)

1 aug. 1455: Pieter van Roden wordt beleend met zijn 1/5 deel van de heerlijkheid Rhoon (de overige 4 delen komen toe aan zijn broers) en op 4 okt. 1463 met 1/20 deel

19 apr. 1474: hij koopt voor 10 1/2 ponden groten Vlaams 1/4 deel van de heerlijkheid Rhoon, nagelaten door zijn broer Willem en wordt daarmee op 23 mei 1474 ten Zeeuws rechte beleend 23 mei 1474: Pieter van Roden tocht zijn vrouw Margriet Gerijt Stormsdochter, lijftocht door hem vernieuwd op 11 okt 1497, hij woont dan in Delft

23 mei 1474: hij wordt beleend met het 1/4 deel van de heerlijkheid Rhoon, nagelaten door zijn broer Willem en het 1/4 deel, "afgestorven bij dode van" zijn broer Dirk, welk deel hij al op 20 juni 1471 van Jan van Lessanen, rentmeester van Zuid-Holland heeft gekocht

4 febr. 1483: hij wordt beleend met de Arkelse lenen van zijn broer Vranck, die kinderloos was overleden (uit de vererving van de Arkelse lenen blijkt, dat Pieter één van de twee jongste broers was)

16 sept. 1497: hij maakt van de kleine heerlijkheid en de hoge heerlijkheid van 20 morgen en de lage heerlijkheid van het land tussen het kerkhof van Pendrecht en Katendrecht één grote heerlijkheid. Tevens koopt hij het laatste 1/4 deel, afkomstig van zijn broer Vranck. Al met al betaalt hij op 6 okt. 1497 voor deze transactie 120 ponden groten Vlaams, waarna op 11 okt. 1497 de belening volgt.

XXI. Pieter V van Roden, geboren naar schatting ca. 1470, overleden in of vóór 1535, trouwde Anna van Grave

"Pieter Heer van Roon hadde te wijve Jouffr. Anna van Grave, uyt een vande outste Edele gheslachten int quartier van Leuven in Brabandt/sij leefde weduwe An. 1535, ende hadde 9. kinders/die alle ghehout zijn geweest." (Van Goudhoeven, o.c. p. 200)

31 aug. 1502: Pieter wordt na het overlijden van zijn broer Frans beleend met diens deel van Pendrecht, de andere helft verheft hij op 27 mrt. 1520 na overdracht door jonkvrouwe Katharina Pietersdr., echtgenote van mr. Joest Sasbout * (C. Hoek, De oudste lenen van Rhoon, in: De Nederlandsche Leeuw 1969, kolom 272-273) (C. Hoek, De oudste lenen van Rhoon, in: De Nederlandsche Leeuw 1969, kolom 270-272)

* Katherina Pieter Aerntsdr. (van der Meer) was een kleindochter van Aernt Vranckensz., schout van Delft. Zij trouwde 1e Sijmon Pietersz., 2e mr. Joest Sasbout. (Ons Voorgeslacht 1986, p. 233-234)

(17 juli 1491: Frans van Roden, onmondig, jongste zoon van Pieter van Roden, die hulde doet, na overdracht door Aernt Vranckenz., schout van Delft [Arent van der Meer, schout van Delft 1471-1487 en 1489-1497 [Gens Nostra 1990, p. 437; Ons Voorgeslacht 1987, p. 232]

18 juni 1498: Frans van Roden doet zelf hulde [Ons Voorgeslacht 1987, p. 232-233])

Het kasteel van de heren van Rhoon, genaamd "Huis te Rhoon".

Kinderen van Pieter van Rhoon en Anna van Grave (Van Goudhoeven, o.c., p. 200; Van Leeuwen, Batavia Illustrata, deel II., p. 1073-1074):

1. Pieter van Roon

2. Francois van Roon

3. Razo [Raes] van Roon

4. Margaretha van Roon, overleden 1555, trouwde 1e Jacob Copier, 2e Zeger van Alveringen, 3e Everhard Nicolay

5. Elizabeth van Roon, overleden 1584, trouwde Carel van Nitzem, Ridder en "president" van Friesland

6. Boudewijn van Roon

7. Willem van Roon, OSP

8 Gheerit van Roon, volgt XXI.

XXII. jonkheer Gerrit van Rhoon, geboren ca. 1521, baljuw van Putten te Geervliet, trouwde Catharina van der Does

"Gheerit van Roon, Baelliu [baljuw] van Putten te Geervliet, hadde te wijve Jouffr. Catharina van der Does by Leyden/ en wan [o.a.] Jouff. Fransoyse van Roon, die te man had Fransoys van Bodegem te Delf ende wan kinders." (Van Goudhoeven, o.c., p. 200)

8 okt. 1546: Raes van Roon met zijn broer Gerrit van Roon als borg verkoopt aan Pieter Cornelisz. te Schiedam een losrente van 36 Karolus gulden op 13 gemet onbelast land in de polder van Oude Roon (Ons Voorgeslacht 1987, p. 80)

31 mei 1561: jonkheer Gerrit van Roon, als gemachtigd op 15 apr. 1561 voor Lenert Cornelisz. Roobol en Koos Dirricksz., schepenen van Rhoon, door zijn broer Boudewijn van Roon, verkoopt aan meester Servaes Fabri Pietersz. en de kinderen van diens zuster Agatha een losrente van 48 Karolus gulden op 25 gemet 1 lijn land in Sweerdijck onder het ambacht Poortugaal, onbelast, waarvan 13 gemet zijn belend ten oosten door heer Boudewijn van Roon en meester Karel van Nitzen (Ons Voorgeslacht 1987, p. 80)

Hij had een buitenechtelijke relatie met Katrijna Clementsdr., overleden voor 10 mrt. 1559, dochter van Clement Aertsz. en Adriaentge Andriesdr., waaruit een natuurlijke dochter:

XXIII. Helena Gerritsdr. van Rhoon (bastaard), geboren ca. 1544 waarschijnlijk in Den Haag, biersteekster, overleden Rhoonse veer voor 19 okt. 1623, trouwde naar schatting ca. 1565 Philips Cornelisz. (Vermaet), biersteker, schepen van Rhoon (1566), overleden tussen 1593 en 1600 vermoedelijk in Spijkenisse (Ons Voorgeslacht 1980, p. 490 en Ons Voorgeslacht 1999, p. 74). Zij trouwde 2e Jacob Mathijsen (Ons Voorgeslacht 1999, p. 74)

10 mrt. 1559: Aernt Clementsz. en Annetge Clementsdr. verklaren, dat Adriaentge Andriesdr., weduwe van Clement Aertsz., dezer wereld is overleden, achterlatende de beide comparanten met nog een natuurlijk kindskind, genaamd Helena Gerritsdr., "de welke een Gerijt van Roen geproceerd heeft bij saliger Katrijna Clementsdr., haar dochter". Over Helena worden voogden aangesteld: zij is dan dus nog minderjarig. (Ons Voorgeslacht 1979, p. 320-321)

XXIV. Philips Philipsz. (oude) Vermaet, geboren ca. 1567

XXV. Cornelis Philipsz. Vermaet

XXVI. Philips Cornelisz. Vermaet

XXVII Cornelis Philipsz. Vermaet

XXVIII Catalijntje Cornelisdr. Vermaet, trouwde voor 1714 Jacobus Hoekendijk (alias van Vendeloo)

XXIX. Martijntje van Vendeloo (1733-1791), trouwde Jacob van der Blom

XXX. Arentje van der Blom (1767-1830), trouwde Izak Roest

XXXI.Josina Roest (1794-1872), trouwde Cornelis Stolk

XXXII. Jaapje Stolk (1829-1919), trouwde Jacob den Haan (1819-1878)

XXXIII. Cornelis den Haan (1856-1936)

XXXIV. Adrianus den Haan (1899-1996)

XXXV. Bastiaan den Haan (1921-1999)

XXXVI. Adrianus Barend den Haan (1954)