DE EIGENAARS EN BEWONERS VAN HET HUIS DE GULDEN OS AAN DE GROENMARKT.



Het huis De Gulden Os (Centrale Openbare Bibliotheek Dordrecht, Groenmarkt 153) in okt. 2011

Geraadpleegde literatuur:

J. van de Maas, Het huis "De Gulden Os" (overdruk van twee artikelen in de Dordrechtsche Courant van 4 en 11 sept. 1920 [Bibliotheek Erfgoedcentrum DiEP, cat.nr. 10.186])

1433: als eigenaar wordt vermeld Cleys Coc, de zoon van Jacob Coc, de bakker

"De eerst bekende eigenaar van den Gulden Os schijnt Cleys Coc geweest te zijn, de zoon van Jacob Coc, die bakker (1433), volgens een aantekening van een der latere eigenaars in de zestiende eeuw. Het droeg toen nog den naam van den Gouden Os* en had zeker nog niet het tegenwoordige voorkomen en breedte." (Van de Maas, o.c., p. 5-6)

* Volgens C.A. de Vos, die in 1870 een beknopte geschiedenis van het huis publiceerde in De Oude Tijd, heette het huis eerst "Het Vlies", "wat echter uit geen der door [J. van de Maas] ... geraadpleegde stukken blijkt." In een akte uit 1497 wordt "De Vergulde Os" aangeduid als het huis van Jonge Adriaen Dircxzoon en in de hieronder te citeren koopakte uit 1508 komt de naam "Het Vlies" al evenmin voor. (J. van de Maas, o.c., p. 7)

1497: Jonge Adriaen Dircxzoon vermeld als eigenaar

Einde 15e eeuw: Cornelis Jonge Adriaensz. erft het huis van zijn vader

"In de loop der [vijftiende] eeuw kwam het in handen van Jonge Adriaen Dircxzoon. Diens beide kinderen Cornelis en Aert werden na zijn dood eigenaars van zijn bezittingen. Aan Cornelis viel de Os ten deel maar hij verkocht het huis in 1508 aan zijn broeder." (Van de Maas, o.c., p. 6)

1508: Cornelis, zoon van Jonge Adriaen Dircxzoon verkoopt het huis aan zijn broer Aert Jonge Adriaensz., die was getrouwd met Maria Adriaen Coellendr.

In de koopbrief van 1508 wordt het huis genoemd "een geheel huys ende erve met alle syne erfachtigheden, streckende op die nieuwe haven toe ende anders alle syne toebehooren, staende an die poortsyde bij die Vischbrug, tusschen Willem Dircxsoens huys en Aert Jonghe Adriaenssoens huys. Noch een geheel huis en erve met noch een leech erve daar besyde, staande 't voorschreven huys op die havensyde onder die groote vleyschhal". (J. van de Maas, o.c., p. 6)

Aert Jonge Adriaensz. "schijnt de verbouwer van het pand, misschien wel van twee panden te zijn geweest. Dit blijkt wel niet uit de stukken, maar de bouw van den gevel wijst er op en Balen [Beschryvinge van de stad Dordrecht] zegt het blz. 1010." (J. van de Maas, o.c., p. 6-7) Hij overleed in 1528 en liet het na aan zijn weduwe Marietge Koel. (idem, p. 8)

1541: eigenaar is Pieter Gheritsz. van Schaerlaken. Zijn nakomelingen  (Van Schaerlacken en Van Mewen) blijven in het bezit van het huis tot 1721. (J. van de Maas, o.c., p. 8 en 14)

1543: Pieter Geritsz. betaalt voor het huis "den Oss" in de tiende penning 24 gl. ("voer ende achterwoninge leech", met de aantekening "h", wat betekent, dat het om een huurhuis gaat: de achterkant van het huis werd blijkbaar voorheen verhuurd, maar staat nu leeg) (J. Zondervan-van Heck, Het kohier van de tiende penning van Dordrecht [Dordrecht 1994], f. 34)

1555: Pieter Gerritsz. betaalt 6 gl. haardstedengeld voor zijn huis aan de Groenmarkt. Belender: Aert Govertsz. aan weerszijden. (Stadsarchief Dordrecht nr. 1, inv. 524, p. 24)

1557: eigenaar is Gijsbrecht Pietersz. van Schaerlaecken (J. van de Maas, o.c., p.10). Hij overlijdt vr 1580, waarna zijn weduwe eigenares wordt. (J. van de Maas, o.c., p. 13)

1558: Ghijsbert Pieterszoons huis genaamd "Den Oss", van voren tot achteren, getaxeerd op 51 Rijnse gl., beloopt de 10e penning 5 Rijnse gl. 2 st. Belenders: de huizen van de weduwe van Aert Govertsz. vleeshouwer aan weerszijden. (10e penning Dordrecht [internet])

1580: Adriana van Slingland, weduwe van Ghijssbert Pietersz. van Schaerlaecken betaalt in de 50e penning 30 gl. voor haar huis aan de Groenmarkt (zie pagina 50e penning van Dordrecht 1580 [f. 4] op deze website)

1586: de stad Dordrecht betaalt aan Adriana Jansdr. van Slingelandt, weduwe van Ghijsbrecht Pietersz. van Schaerlaecken 6 ponden lijfrente over het jaar 1585, bij kwitantie van haar zoon Cornelis van Scharlaecken. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2608, f. 60v)

Gevelsteen van het huis "de Gulden Os" aan de Groenmarkt (foto: www.gevelstenen.net)

1590: Adriana van Slingeland draagt het huis over aan haar zoon Cornelis Ghijsbrechtsz. van Schaerlaecken. (J. van de Maas, o.c., p. 13)

1594: de weduwe van Schaerlaecken inden Os betaalt in de verponding voor het huis 37 ponden en 10 schellingen. Belenders: Cornelis Aertsz. vleeshouwer en Emert Jansz. vleeshouwer. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 6)

1604: Ariaentgen inden Os heeft zes haardsteden en betaalt in het haardstedengeld 10 ponden. Belenders: Lijeven Neeringe, die huurt van de erfgenamen van Cornelis Aertsz. en Evert Hermansz. kousenmaker. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3972, f. 6)

1606: Lucretia Ooms, weduwe van Cornelis Gijsbrechtsz. Ooms, betaalt in de verponding van dat jaar 37 ponden voor het huis "de Os".

1612: Jacob van Mewen (van Meeuwen), echtgenoot van Machtelt van Schaerlaecken, wordt eigenaar. (J. van de Maas, o.c., p. 13). "De Os" blijft eigendom van de familie Van Meeuwen tot 1721. (J. van de Maas, o.c., p. 14)

Genealogie:

I. Jacob van Meeuwen Jansz., van Dordrecht (1601), houtkoper te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 18 mrt. 1601/6 mei 1601 Machtelt van Schaerlaecken Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1580, van Dordrecht (1601), dochter van Cornelis Gijsbrechtsz. van Schaerlaecken en Lucretia Ooms

2 febr. 1612: Lucretia Ooms, weduwe van Cornelis Gijsbrechtsz. van Schaerlaecken, voor de helft en 1/6 deel in de wederhelft, Cornelis van Gesel, predikant, als echtgenoot van Jannegen van Schaerlaecken, voor 1/12 deel, Gijsbrecht van Schaerlaecken voor 1/12 deel, Pieter van Schaerlaecken voor 1/12 deel, samen vervangende Johan van Schaerlaecken, voor 1/12 deel, verkopen aan Jacob van Meuwen, houtkoper te Dordrecht, als echtgenoot van Machtelt van Schaerlaecken, hun aandeel in een huis en erf, genaamd "den Vergulden Osch", staande en gelegen tegenover de Visbrug aan de Poortzijde, strekkende van voren van de straat "tott achter vande nieuwe strate opte Nieuhaven toe", belend door het huis van Emer Jansz. beenhakker aan de ene zijde en dat van Evert Hermansz. kousenmaker aan de andere, met alles wat daarin aard -en nagelvast is, en met toebehoren, als "houtwerck raempten sethen bancken thresoren cleercasten ende bedsteden", zoals het huis hun, comparanten, aangekomen is "bij opdrachte" van wijlen Adriana van Slingelant. (ORA Dordrecht inv. 753, f. 8v e.v.)

1626: de weduwe van Jacob van Meeuwen wordt in de 1000e penning aangeslagen voor een vermogen van 30.000 gl., en haar moeder, Lucretia Ooms, voor een vermogen van 25.000 gl. (zie 1000 penning Dordrecht anno 1626 op deze website)

1633: de weduwe van Jacob van Meeuwen betaalt in de verponding 32 ponden voor haar huis. Belenders: Claes Aertsz. schrijnwerker en Adriaen Joosten tingieter, die huurt van de de weduwe van Emer Jansz. Snouck. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3971, f. 6)

Uit dit huwelijk (o.a.):

II. Johan van Meeuwen Jacobsz., gedoopt NG Dordrecht febr. 1610, jongman van Dordrecht, wonende omtrent de Visbrug (1635), burgemeester van Dordrecht 1657 en 1658, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 22 sept. 1666 (een zwarte baar voor oud-burgemeester Johan van Meeuwe, 16 maal luiden, het blazoen 60 gl., de boete van 12 uren), trouwde NG Dordrecht 9 sept./2 okt. 1635 Catharina van Beverwijck Philipsdr., van Dordrecht, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1613, wonende op de Nieuwe Haven (1635), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 sept. 1691 (een zwarte baar voor Catharina van Beverwijck, weduwe van Johan van Meeuwen, oud-burgemeester en kerkmeester, [tegenover de Visbrug] 18 maal luiden, het blazoen met de kast, in die kwaliteit [nl. als weduwe van de kerkmeester] alles vrij), dochter van Philips Apersz. van Beverwijck, brouwer te Dordrecht, en Engeltje van der Burch

- ORA Dordrecht inv. 793, f. 114 e.v.: op 31 okt. 1684 verkoopt Sijmon de Vries, veertigraad van Dordrecht en brouwer in "het Roode Hardt", aan kapitein Thomas Rijckers, brouwer in "het Witte Hart", en diens vrouw Beatrix van Eijssel, die eerder weduwe was van Cornelis de Vries, de broer van verkoper, ieder de helft in de helft van brouwerij "het Witte Hart", staande [aan de Groenmarkt] tegenover de Visbrug en strekkende van voren uit de straat tot achter op de Varkenmarkt, belend aan de ene zijde door het huis van Catharina van Beverwijck, weduwe van burgemeester Johan van Mewen en aan de andere zijde door het huis van Reijnier Duijser loodgieter, voorts de helft in de helft van een huis, staande als voren, tussen het huis van Reijnier Duijser en dat van de kinderen en erfgenamen van Pieter Dircxz. Codees.

Uit dit huwelijk (o.a.):

a. Jacob van Meeuwen van Heijnsberg, gedoopt NG Dordrecht 18 juni 1643, burgemeester van Dordrecht 1679 en 1680, overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 27 nov. 1702 (impost 30 gl.), trouwde 1e NG Dordrecht 16 okt./5 nov. 1678 Maria Stoop Nicolaasdr., begraven Dordrecht (Grote Kerk) 26 jan. 1690 (een zwarte baar op de Vogelmarkt [Groenmarkt] voor Maria Stoop, de vrouw van Jacob van Meeuwen, oud-burgemeester en kerkmeester van Dordrecht, en in die kwaliteit alles vrij, 18 maal luiden, het blazoen met de kast, de late boete van 12 uren), 2e Maria van Berckel

- ca. 1693: Jacob van Meeuwen betaalt lantarengeld voor zijn twee huizen aan de Groenmarkt. (zie kohier van het lantarengeld op deze website)

- 30 dec. 1696: Jacob Johansz. van Meeuwen van Heijnsbergh testeert te Kleef. Hij benoemt tot voogden over zijn minderjarige broers- en zusterskinderen en executeurs van zijn testament Abraham Stoop, zijn zwager, Johan de Roovere, achtraad van Dordrecht en Pompejus de Roovere, raad in het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland. Hij stelt Ammerante Elisabet Droste, weduwe van Johan van Meeuwen [zijn broer], aan tot voogdes over haar vier kinderen. Extract van dit testament ingeschreven in het weesboek op 19 febr. 1703. (Weeskamer Dordrecht inv. 29, f. 151v e.v.)

b. Johan van Meeuwen, volgt III.

III. Johan van Meeuwen, gedoopt NG Dordrecht 11 mrt. 1654, jongman wonende te Dordrecht (1681), kapitein onder het regiment van graaf Johan van Hoorn in garnizoen te Deventer (1681), kapitein van een compagnie voetknechten (1684), trouwde NG Dordrecht 8/24 juli 1681 Emmerentia Droste, wonende te Dordrecht (1681), "weduwe van Meeuwen" wonende te Dordrecht (1702), trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 28 mei 1702 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw te Wijck) Godert Derick van Meeuwen baron van Keversbergh, jongman wonende te Dordrecht (1702), overleden in 1715

- 26 febr. 1684: testeren voor notaris J. Melanen te Dordrecht Johan van Meeuwen, kapitein van een compagnie voetknechten, in garnizoen liggende te Breda, en zijn vrouw Emmerentia Droste. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam. De testateur verklaart, dat indien hij de eerstoverlijdende is, hij aan zijn vrouw legateert al het zilverwerk, dat hij vr hun huwelijk in bezit heeft gehad, en daarenboven nog uit de goederen, die hij van zijn oom zaliger, Cornelis van Meeuwen, heeft gerfd, een bedrag van 5000 gl. Tot voogden over hun minderjarige kinderen benoemen de testatueren Jacob van Meeuwen, regerende burgemeester van Dordrecht, zijn broer, en kapitein Coenraet Droste, haar broer. (ONA Dordrecht inv. 190, f. 16 e.v.)

- 9 mrt. 1715: Emmerentia Drost, weduwe van Godert Derck van Meeuwen, baron van Keversberg, verklaart, dat haar man overleden is en zij niet genegen is zijn nalatenschap te aanvaarden, maar daar afstand van doet ten behoeve van zijn erfgenamen ab intestato. Aangezien niemand van hen zich schijnt te bekommeren om zijn begrafenis, neemt zij op zich de kosten daarvan voor te schieten, "behoudens dienaengaende haeren actie tot lasten vanden voorsz. boedel". (ONA Dordrecht inv. 745)

Kinderen (ex 1, allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Johan van Meeuwen van Heijnsberg, 1682, volgt IV

b. Ammarante Elisabeth van Mewen, 1684, trouwde Jacob Hardemee Palm, kolonel commandant van een regiment dragonders in dienst van de Verenigde Nederlanden

c. Elisabeth, 1684

d. Catrina, 1686

e. Charlotte, 1686

IV. Johan van Meeuwen van Heijnsberg, gedoopt NG Dordrecht 14 okt. 1682

- 7 mei 1716: Johan van Meuwen van Hinsberge, meerderjarig jongman wonende te Den Haag, is schuldig aan Katarina van Esch, weduwe van Henricus Francken, predikant te Dordrecht, een somma van 2500 gl. wegens geleende penningen. Compareert mede Emmerentia van Mewen van Keversbergh, geboren Droste, weduwe van kapitein Johan van Mewen, wonende te Dordrecht, die zich verklaart borg te stellen voor haar voornoemde zoon. (ONA Dordrecht inv. 747, f. 245 e.v.)

- 5 jan. 1729: jonkheer Jan van Mewen van Hinsbrigh verklaart, dat hij in het testament van zijn moeder, wijlen Emmerentia Droste, weduwe Van Mewen van Keversbergh, op 20 juli 1726 gepasseerd voor notaris H. van Wetten te Dordrecht, is aangesteld tot voogd over haar minderjarige erfgenamen met macht van assumptie en surrogatie. Krachtens die bepaling benoemt hij nu tot medevoogd over Columbina Catharina van Mewen van Keversbergh, enige nagelaten minderjarige dochter van zijn overleden zuster, zijn zwager Jacob Hardemee Palm, kolonel commandant van een regiment dragonders, echtgenoot van zijn zuster Ammarante Elisabeth van Mewen van Hinsbrigh. (ONA Dordrecht inv. 762, f. 18 e.v.)

- 3 dec. 1729: jonkheer Jan van Mewen van Hinsbrugh [sic] verhuurt voor 100 gl. per jaar en voor negen achtereenvolgende jaren aan Cornelia van de Camp, weduwe van Abraham Diepenbeeck, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande naast het huis, dat bewoond wordt door [Susanna Terwen,] de weduwe van Jacob Braets. De huur is ingegaan op 1 nov. 1729. (ONA Dordrecht inv. 762, f. 506 e.v.)

- 25 okt. 1740: Ammarantia Elisabeth van Mewen van Hinsbrig, weduwe van Jacob Hardemee Palm, gouverneur van Heusden en kolonel commandant van een regiment dragonders in dienst van de Verenigde Nederlanden, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van haar broer, jonkheer Jan van Mewen van Hinsbrig, volgens procuratie gepasseerd op 5 okt. 1740 voor notaris H.W. van Renesse te Kleef, verkoopt aan Hendrik van Delwijnen en Abraham Bosselaar, diakenen van de Doopsgezinde Armen te Dordrecht, een obligatie ten laste van de provincie Holland, inhoudende 1500 gl., staande op naam van Theunis Jansz. Suerman en gedateerd 5 febr. 1645. Deze obligatie is Jan van Mewen van Hinsbrig aanbedeeld bij de scheiding van de nalatenschap van zijn moeder, volgens akte gepasseerd voor notaris H. van Wetten op 24 april 1729. (ONA Dordrecht inv. 771, f. 325 e.v.)


1721: Johan van Meeuwen verkoopt "De Os" aan Adriaen Braets voor 11.500 gl. (J. van de Maas, o.c., p. 14)

- 16 dec. 1721: Jan van Meeuwen van Heijnsberg, op dat moment verblijvende te Dordrecht, verkoopt voor 11.500 gl., te weten 8500 gl. onmiddellijk en 3000 gl. binnen twee maanden, in gevolge het vonnis van de Kamer Judicieel te Dordrecht dd 15 nov. 1721, aan Adriaan Braats Jacobsz., als man van Catarina Johanna van den Santheuvel, beiden wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tegenover de Visbrug, aan de achterzijde uitkomende op de Varkenmarkt, vanouds genaamd "den Grooten Os", met het koetshuis en de woningen daarboven, staande op de Varkenmarkt naast het pakhuisje van Jan de Roovre, met alle vrijdommen, servituten en gerechtigheden, zoals het huis en koetshuis verkocht zijn aan mr. Pieter van der Dussen, schepen in wette van Dordrecht, volgens de koopcedul, die is gepasseerd voor notaris H. van Wetten op 3 mrt. 1721. (ORA Dordrecht inv. 813, f. 131 e.v.) 

Jacob Braets, gedoopt NG Dordrecht 10 nov. 1664, jongman van Dordrecht (1688), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 april 1705 (Jacob Braats, bij de Pelserbrug, het huis met rouw behangen, met 6 sleepmantels), zoon van Adriaan Braats en Maria van de Graaff, trouwde NG Dordrecht 19 dec.1688 (ondertrouw) Susanna Terwen, geboren te Dordrecht naar schatting ca. 1665, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Voorstraat bij de Pelserbrug (1688), overleden Dordrecht 30 nov. 1757, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 dec. 1757 (Zussanna Terwen, weduwe van Jacob Braats, laat kinderen na, met tien koetsen extra, de grote boete), dochter van Hendrik Terwen, pondgaarder, koopman te Dordrecht en Maria Machielsdr. van den Houten.

ONA Dordrecht inv. 690, akte 149, f. 682 e.v.: op 18 dec. 1728 comp. voor notaris B. van Gelsdorp Susanna Terwe, weduwe van Jacob Braats, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan de NG diaconie-armen van Dordrecht een bedrag van 500 gl. Aan haar oudste zoon, Adriaen Braats, legateert zij het huis, waarin zij woont, genaamd "den Gulden Os", alsmede de behangsels die bij haar overlijden daarin bevonden zullen worden. Aan haar jongste zoon, mr. Hendrik Braats, legateert zij een woning, genaamd "Groenhoven", bestaande uit een heren- en een tuinmanswoning met ongeveer 40 morgen land, mitsgaders de bomen aan de wegen en de dijk, alsmede de zich in die woning bevindende meubels en andere goederen, benevens een boerenhuis, schuur en keten, alle staande in Wieldrecht, naast voornoemde woning. (Boerenhuis, schuur en keten zijn verhuurd aan een zekere Willem Block.) "Ende alsoo sij vrouwe testatrice met het overlijden van haaren man zaliger goet gedagt heeft haare negotie te doen gaan op de naam van de Weduwe Jacob Braats en Soon, oock de processen die sij vrouwe testatrice genootsaackt is, soo in Hollant als in Brabant, te moeten voeren en uijtstaande heeft, soo verclaarde de vrouwe testatrice dat alle die negotie en processen geensints hebben geconcerneert oft concerneren den gemelten haren soon, maar dat alle de voor ofte nadelen die uijt de voorsz. negotie en processen sijn voortgecomen en die nogh te waghten staan ofte betaalt souden moeten werden alle privativelijck sijn voor reeckening van haar vrouwe testatrice." Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zoons Adriaen en Hendrick Braats "ende bij soo verre een van haare twee sonen oft haar erfgenamen moghte sustineren dat sij met de taghtigh duijsent guldens en den uijtset die sij vrouwe testatrice soo voor vaderlijcke erfenisse als uijtset ten tijden van haar trouwen van haare twee soonen heeft gegeven niet vergenoeght noghte voldaan moghte sijn, en dieswegens eenige pretensin moghte formeren, verclaarde de vrouwe testatrice dat soodanigen sustenue sal moeten werden tegen gegaan, en 't geene (buijten vermoede) de soodanige moghte werden toegewesen, uijt sijn erfportie 't geene deselve van haar vrouwe testatrice boven sijn legitime portie sal komen te erven sal moeten gerestitueert werden." Zij sluit de Weeskamer te Dordrecht uit van haar nalatenschap. Testatrice tekent met haar naam.

("Groenhoven", een niet meer bestaand buiten aan de Kilweg in Wieldrecht, was in 1764 eigendom van J.A. Braets. Plattegrond van "Groenhoven" in W. van Wijk e.a., Dordt in de kaart gekeken [Zwolle/Dordrecht 1995], p. 137-138.)

9 dec.1757: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Zusanna Terwen, weduwe van Jacob Braats, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht op 30 nov. 1757, beschreven door Pieter van Well, notaris te Dordrecht, op verzoek van mr. Philippus van den Brandeler, oud-burgemeester en oudraad van Dordrecht, mr. Johan de Witt, vrijheer van Jaarsveld en oudraad van Dordrecht, Maria Jacoba van Bockhoven, weduwe van Adriaan Braats, burgemeester en oudraad van Dordrecht, en Margarita Eelbo, weduwe van mr. Hendrik Braats, oudraad van Dordrecht, als executeurs en executrice van het testament van Zusanna Terwen en latere wilsbeschikkingen, resp. dd 10 okt. 1751, 24 sept. 1753 en 3 juli 1756, alle gepasseerd voor dezelfde notaris. De inventaris is opgemaakt te Dordrecht op 9 dec. 1757 en enige andere dagen en op aangeven van Isaac Spaan, boekhouder en zaakwaarnemer van de overledene. 

Tot de nalatenschap behoren o.a.:

1. het huis genaamd "de Gulden Os", staande in de Wijnstraat op de Groenmarkt, met een stal en koetshuis daarachter, uitkomende op de Varkenmarkt, bewoond geweest door Susanna Terwen zelf, met uitzondering van drie kamertjes, boven en naast het koetshuis, waarvan het eerste verhuurd is aan Michiel Golide voor 22 gl. per jaar, het tweede aan Geertruij Ivens voor 18 gl. per jaar, en het derde aan Kaatje Schroeff voor 15 gl. per jaar.

2. het huis genaamd "den Klijnen Os", staande naast en aan de oostzijde van "de Gulden Os", verhuurd aan Pieter Herinx voor 110 gl. per jaar.

3. een huis op de Groenmarkt, staande naast en aan de westzijde van "de Gulden Os", verhuurd aan Gerrit van de Kop voor 110 gl. per jaar. 

Het huis "de Gulden Os", met de daar in zijnde vier kamerbehangsels, schoorsteenstukken en losse en vaste platen, maar zonder de overige meubelen, alsmede het koetshuis en de twee belendende, kleinere huizen zullen moeten worden toebedeeld op de erfportie van de twee nagelaten kinderen van wijlen Adriaan Braats, samen voor een somma van 12.000 gl. (Erfgoedcentrum DiEP, archief 125, inv. 302)

Kinderen van Jacob Braats en Susanna Terwe:

a. Adriaen Braets Jacobsz., heer van Geervliet, Simonshaven, Biert, 18 sept. 1689, jongman van Dordrecht (1718), overleden 30 nov. 1747, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 8/22 mei 1718 (de bruidegom geasssisteerd met zijn moeder Susanna Terwe, weduwe van Jacob Braets, de bruid met Bartholomeus van den Santheuvel, schepen en lid van de Oudraad te Dordrecht en Hendrica Stoop, haar vader en moeder) Catharina Johanna van den Santheuvel, jonge dochter van Dordrecht (1718), 2e Gerecht/NG Dordrecht 16 mei 1743 (ondertrouw, attestatie van ondertrouw te Den Haag dd 23 mei 1743) Maria Jacoba van Bochoven, jonge dochter wonende te 's-Gravenhage (1743)

b. Maria Braats, 14 nov. 1694, jong overleden

c. Hendrik Braats, 14 juni 1702, jongman van Dordrecht trouwde gerecht/NG Dordrecht 13 okt./3 nov. 1728 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Susanna Terwen weduwe van Jacob Braats en zijn broer Adriaen Braats, de bruid met Hugo Eelbo en Rosetta Oudeman, haar vader en moeder) Margareta Eelbo, jonge dochter van Dordrecht (1728)

1757: Susanna Terwen overlijdt en laat het huis na aan de kinderen van haar overleden zoon Adriaan Braats.

De Gulden Os ca. 1960 (foto: Erfgoedcentrum DiEP)

De gevel van "de Gulden Os" werd in 1986 gerestaureerd. (foto: Erfgoedcentrum DiEP)

Het ornament op de top van de gevel is waarschijnlijk aangebracht tijdens de restauratie van het huis in 1986. Op eerdere foto's komt het niet voor. (foto: www.gevelstenen.net)

1763: de erfgenamen Braats verkopen het huis aan dr. Bartholomeus van Schellebeek, arts en lid van de Achtraad te Dordrecht:

ORA Dordrecht inv. 1664, f. 36v e.v.: op 5 juli 1763 verkoopt mr. Ocker Gevaerts, lid van de Oudraad, als procuratie hebbende van Jacoba van Bochoven, weduwe van Adriaan Braats, burgemeester en lid van de Oudraad van Dordrecht, en van Henrietta Franchoisa Braats, zijn, comparants, echtgenote, voor 7000 gl. aan Bartholomeus van Schellebeek, arts en achtraad van Dordrecht, een huis, genaamd "den Gulden Os', staande op de Groenmarkt, met een stal, koetshuis en woninkjes erachter, uitkomende op de Varkenmarkt, alsmede een huis, genaamd "den Klijnen Os", staande aan de oostzijde van "de Gulden Os, en een huis aan de westzijde van "den Gulden Os".