HET BEVER-SCHAEP



Geraadpleegde literatuur:

A. Balm-Kok, Voormalig Kantongerechtsgebouw Prinsenstraat 12 te Dordrecht (Dordrecht 2006) [RA Dordrecht, bibliotheek cat. nr. 33807]

W. van der Kaa, Escapes op de Engelenburgerkade: het leven van Willem van Beveren, in Dordrecht Monumenteel nr. 45, p. 5 e.v.  [internet]

R.A. Koman, Beeh ... ! Groot Dordts volksverhalenboek (Bedum 2005)

C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht, 2 delen (Zaltbommel 1974)


Het huis "Het Bever-Schaep" aan de Korte Engelenburgerkade (nr. 18) (aug. 2011)

"Met de bouw [van Het Bever-Schaep] is het eigenaardig toegegaan. De grond was in 1657 op speculatie gekocht door Tielman Eijken, die zijn bezit weer overdeed aan de weduwe van Govert van Wessem. Deze gaf last er een huis op te bouwen. Toen dit nog niet geheel voltooid was, viel het oog van ridder Willem van Beveren op deze plaats en hij kocht voor [1650] gulden het huis "begonnen ende onvolmaeckt staende." Blijkens een adres aan het stadsbestuur van 31 januari 1658 was hij van plan er een Italiaanse gevel met uitstekende pilasters en een bordestrap voor op te trekken en hij vroeg daarvoor vergunning. * Kort daarop is het huis "Het Bever-Schaep" verrezen. De naam is ontleend aan de schildhouders van de familiewapens, een bever en een schaap, zinspelende op die van zijn vrouw, Cornelia Schaep. De voorstelling boven de deur is een nadere beschouwing wel waard. Ze geeft dadelijk aanleiding tot de vraag welke voorstelling uit de zeemeermingeschiedenis hier is gegeven. En het antwoord luidt: het blijde weerzien tussen zeemeermin en zeemeerman na de vrijlating van de eerste. Een en ander is namelijk te zien aan het korte haar van de zeemeermin dat door de vissers afgesneden was en daardoor een zeer moderne indruk maakt." # (Lips, o.c., deel I, p. 184)

* 31 jan. 1658: Mr. Wilhelm de Beveren, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, verklaart, dat hij op de Engelenburgerkade een huis gekocht heeft, waarvoor hij voornemens is "te doen stellen [een] Italiaensche gevel met uijtsteeckende pijlasters aen den Bordes trap, ende alsoo den selven gevel soo vliegende ["vliegende" gevel = vooroverhellende gevel] niet kan werden gemaeckt als de twee nevenstaende", zal hij genoodzaakt zijn "om gelijcx de slij vande peuijen vande voorsz. twee gevels gelijck te komen ende den gevel van [zijn] huijs, met de pijlasters van andere gelijcx de stoup 't samen seven duijm buijten de eggen onder vande Beuijrgevels, alsmede den opgaende Bordes trap vijff voet buijten de gevel te maecken, alle 't welck sonder consent van [de burgemeester en regeerders van Dordrecht] niet geschieden kan". Hij verzoekt het stadsbestuur derhalve hem toe te staan, "dat den voorsz. sijnen gevel ende trap respective, in wege ende ter plaetse als vooren voor bij de naest staende gevels ende stoupen [zal] ... werden gestelt". De Kamer Judicieel accordeert de suppliant zijn verzoek op 14 febr. 1658, mits hij aan de stad Dordrecht een zeker, in de akte niet vermeld bedrag betaalt, "naer ordre ende gebruijcke daer van sijnde". (ORA Dordrecht inv. 63, f. 122v e.v.)

# "Op een dag verloor de zeemeerman zijn geliefde zeemeermin, nadat vissers haar gevangen hadden genomen en haar mooie lange haren hadden afgeknipt. Uiteindelijk vonden de twee geliefden elkaar weer terug. De zeemeerman liet honderden tranen uit zijn ogen vloeien toen hij zijn geliefde weer zag. Nooit heeft hij haar nog losgelaten." (Koman, o.c., p. 197)

"De sage over een zeemeermin die, al dan niet gevangen, de ondergang van een dorp of stad verkondigt, is een migrerende sage die zich heeft gehecht aan allerlei dorpen, steden en gebieden die door de zee zijn weggevaagd, of door een watersnood zijn getroffen. Het verhaal gaat over plaatsen als Bath, Dordrecht, Namen, Reimerswaal, Saaftinge, Veere, Zevenbergen en Zwartewaal. Dikwijls eindigt de vloek met de woorden: ‘Alleen de toren (of het dorp) zal blijven (be)staan’. Sinninghe (1943) plaatst het verhaal voor de wetenschappelijke vergelijking in het volksverhaalonderzoek onder het typenummer SINSAG 0031, ‘Die Prophezeiung des Meerweibes. Sie verkündet den Untergang der Hafenstadt (nachdem sie durch die Einwohner gefangen wurde)’, in feite een variant op het daaropvolgende typenummer ‘Das gefangene Meerweib’."(Ruben A. Koman)

"Nu is er een Dordtse legende, welke spreekt van drie gebroeders De Beveren, die een weddenschap aangegaan zouden hebben, wie niet alleen de fraaiste gevel voor zijn huis zou bouwen, maar daarin ook de meest gewaagde voorstelling zou zetten. Die drie huizen zouden dan zijn het huis "De Onbeschaamde", het huis "Het Bever-Schaep" op de Engelburgerkade en het pand Grotekerksplein [5] ... De gedurfde voorstelling zou in het eerste huis het naakte schildhoudertje zijn en in "Het Bever-Schaep" de zeemeermin en de zeemeerman. De voorstelling in het derde huis zou dusdanig geweest zijn dat men genoodzaakt werd het tympaan weer af te breken. Zoals het zo dikwijls met volksoverleveringen gaat, blijft er bij historisch onderzoek slechts weinig van over. Alleen is juist dat de drie huizen ongeveer in dezelfde tijd gebouwd zijn. In de eerste plaats waren de bouwers van "De Onbeschaamde" en "Het Bever-Schaep" slechts achterneven en bovendien werd het huis aan het Grotekerksplein door Rochus Rees gebouwd." (Lips, o.c., deel I, p. 182-183)

De heer W. van der Kaa heeft een interessante theorie over de gevelversiering. Volgens hem stelt die niet een zeemeermin en een meerman voor, maar twee tritons, die in een innige omhelzing verstrengeld zijn, en dat zou dan een heimelijke verwijzing zijn naar de homoseksualiteit (of biseksualiteit) van Willem van Beveren. (Zie Van der Kaa, o.c., p. 5 e.v.) Een sterk argument voor deze theorie is, dat beide figuren paardenbenen hebben (dergelijke mythische wezens worden derhalve ook wel zeecentauren genoemd), hetgeen bij afbeeldingen van zeemeerminnen nooit voorkomt (vriendelijke mededeling W. van der Kaa). Inmiddels is de interpretatie van de heer Van der Kaa in bredere kring geaccepteerd, hetgeen moge blijken uit de volgende vermelding in het "Programma Open Monumentendagen Dordrecht", uitgegeven door Dordrecht Marketing in september 2014: "Boven de deur twee zeemeermannen, blij elkaar weer te zien." (ABdH, 26 mrt. 2015)

 

De gevelsteen van het huis "Het Bever-Schaep". (foto: www.gevelstenen.net)

 

De familiewapens Van Beveren en Schaep in het tympaan.

Willem van Beveren Cornelisz., geboren Dordrecht 12 nov. 1624, overleden op de rede van Texel 31 mei 1672, zoon van Cornelis van Beveren Willemsz., ridder, heer van Strevelshoek en burgemeester van Dordrecht, en Christina Pijl Johansdr., trouwde 1646 Cornelia Schaep, geboren Amsterdam 11 mei 1628, overleden Dordrecht 1666, dochter van mr. Gerard Schaep Pietersz. en Johanna de Visschere Jansdr. (M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht [Dordrecht 1677], p. 968)

Willem van Beveren, op 19-jarige leeftijd.

Hij stond de partij van de De Witten nader dan zijn vader, bewoonde evenals hem Develstein, waarvan zijn broer Johan eigenaar was, en beoefende de oudheidkunde en dichtkunst. (NNBW)

NG trouwboek Dordrecht 17 juni 1646 (ondertrouw): mr. Willem van Beveren heer Cornelisz. baljuw en dijkgraaf van het Land van Strijen jongman van Dordrecht en Cornelia Schaep heer Geeraertsdr. jonge dochter van Amsterdam

ORA Dordrecht inv. 1617, f. 75: op 26 nov. 1657 verkoopt Lijsbeth Stiermans, weduwe van Govert van Wessem, voor 1650 gl. aan Willem van Beveren, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, een "begonnen ende onvolmaeckt" huis op de Engelenburger Kade, staande tussen het huis van Johan Norenburch en dat van Jan Matthijsz. Bacx.

ORA Dordrecht inv. 783, f. 61: op 15 sept. 1661 verkoopt Jan Matthijsz. Bacx, burger van Dordrecht, voor 4000 gl. aan Willem van Beveren, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, twee derde parten van een pakhuis, staande achter Engelenburch [het rondeel Engelenburg aan de Lange Gelderse Kade] tussen het huis van de koper en het resterende 1/3 part van het pakhuis, dat de verkoper voor zichzelf houdt.

"In 1661 werd het "uijtterlandeken" bezuiden de haven [van 's-Gravendeel door de Grafelijkheid] verkocht aan Mr. Willem van Beveren ... en in 1669 werd tussen de Rekenkamer en Van Beveren een acoord gesloten betreffende het onderhoud van de dijken "gelegen om het landeken bij zuijden de haven van 's-Gravendeel, op den gront van Leerambagt". Het werd toen algemeen, naar de nieuwe eigenaar, het Landigen Bevershoek genoemd." (1593- 's-Gravendeel - 1993 [gedenkboek uitgegeven in 1993], p. 29)

ORA Dordrecht inv. 785, f. 110: op 28 dec. 1666 verklaart Willem de Beveren, heer van Strevelshoek, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland en oudraad van Dordrecht, dat hij krachtens het testament, dat hij op 30 mei 1666 samen met zijn inmiddels overleden vrouw, Cornelia Schaep, gepasseerd heeft ten overstaan van Johan Cop, notaris te Dordrecht, gehouden is zijn kinderen hun moederlijke goederen te voldoen, wanneer zij mondig worden of wanneer zij gaan trouwen. Voor de nakoming van deze verplichting verbindt hij twee pakhuizen op de Engelburger Dwarskade ter somma van 5376 gl. en 10 st., voor welke prijs de pakhuizen getaxeerd zijn.

18 mei 1669: Wilhelm de Beveren transporteert aan zijn zoon Gerard de Beveren land aan de zuiddijk van de Wieldrechtse polder en land in de Kilpolder [bij 's-Gravendeel] achter het wachthuis (ORA 's-Gravendeel inv. 47)

Op 14 juni 1669 verkoopt Willem van Beveren het huis "Bever-Schaep" aan zijn zoon Gerard van Beveren, samen met een aantal onroerende goederen, staande en gelegen onder 's-Gravendeel,  in Wieldrecht en in het Oudeland van Strijen, voor in totaal 46.800 gl.:

15 sept. 1668: "Wij onderge[tekenden] op de Notificatie ons gedaen, mits de indispositie van onsen Broeder ende Oom respective den Rentmeester Generael van Suijthollandt mr. Willem de Beveren ter Camere vande Reeckeningen [in Den Haag] verschenen sijnde, omme aldaer te spreecken aengaende den staet ende gelegentheijt vande reeckeningen vanden Rentmeesterschappe, naer dat dienaengaende sommiere openinge was gedaen, ende verder oock waren voorgeslagen verscheijden middelen, daer door geoordeelt wierde dat alles soude konnen werden gebracht in beter ordre, ende voorgaende oneffenheden, soo veel de saecke ende tijt konde lijden, gesuijvert, hebben [daartoe gemachtigd door onze broer resp. oom] ... verclaert te vreden te sijn ende over te geven, dat de effecten middelen ende effecten [die zijn eigendom zijn en hem toekomen, zoals vermeld in een inventaris, daarvan gemaakt en door ons ondertekend] ... van nu voortaan sullen worden geadministreert bij een persoon bij de Camer daer toe te committeren [die alle inkomsten van die goederen in ontvangst zal mogen nemen, wanneer die goederen bij de eerste gelegenheid op naam van Willem de Beveren verkocht zullen worden, en wel in de eerste plaats van de goederen, gelegen in Wieldrecht en onder 's-Gravendeel, dat vervolgens de opbrengsten daarvan in ontvangst zullen worden genomen door genoemde gecommitteerde] ende dat wij in minderinge van het slot vande voorsz. reeckeninge [binnen een maand nadien in handen van de gecommitteerde zullen overgeven een somma van 25.000 gl., binnen drie maanden daarna 10.000 gl. en binnen drie maanden daarna nog eens 10.000 gl., met dien verstande, dat de interesten daarvan a 4% aan ons zal worden goedgedaan uit de door de gecommitteerde te ontvangen opbrengsten, dat voorts het overschot van die inkomsten zal worden aangewend] tot sustentatie vande huijshoudinge [van onze broer resp. oom] en desselfs familie ende dat de voorsz. te furneren Capitalen [van resp. 25.000, 10.000 en nog eens 10.000 gl.], uijt de eerste te ontfangen cooppenningen vande voorsz. Goederen, aen ons op ordre vande voorsz. Gecommitteerde bij de Coopers vande voorsz. Goederen sullen werden gerestitueert, [dat de penningen, die na restitutie van voornoemde kapitalen zullen overschieten] of  het selve furnissement bij occasie alsboven niet gedaen sijnde ... sullen werden bekeert tot betalinge ende extinctie van het slot van reeckeninge sulcx [mr. Willem de Beveren] bevonden sal werden schuldich te sijn [en dat hetgeen dan nog overschiet aan hem of zijn erfgenamen uitbetaald zal worden]". Voor de nakoming van het bovenstaande verbinden de comparanten hun goederen en personen. Gedaan ten burele van de Kamer van Rekeningen in Den Haag op 15 sept. 1668. W.g.: JdBevere, CdBevere, en C. Pompe van Meerdervoort.

22 sept. 1668: Willem de Beveren geeft zijn goedkeuring aan hetgeen hierboven staat.

9 okt. 1668: Cornelis Buijs, griffier van de Raden en Meesters van de Rekeningen der Domeinen van de Staten van Holland, wordt aangesteld tot gecommitteerde.

14 juni 1669: mr. Willem de Beveren verklaart verkocht te hebben aan zijn zoon mr. Gerard de Beveren de navolgende goederen:

- een huis met huisraad, woning en schuur en al het daartoe behorende land, erfpachten, dijkettingen, beplanting en bebouwing, voorheen geweest het "Grafelijkheidslandeken" bezuiden de haven van 's-Gravendeel en nu "Beverenshouck" genaamd, gelegen op grond van Leerambacht, welke hij, De Beveren, heeft gekocht van de Grafelijkheid, de heer Stoop, en de weduwe en erfgenamen van Bastiaen Dircxsz. van der Stede, en dat nu liggende is met de erfpacht van Schenkeldijk en "plantagie",  tussen de Trekdam en voornoemd "landeken" gelegen,

- 11 morgen 40 roeden land in Wieldrecht  aan de Reeweg aldaar, zijnde de vierde kavel in het vijfde pand,

- 4 morgen land in het Oudeland van Strijen aan de Molenweg tegen de Keijsersdijk

- 2 morgen 400 roeden land in het Oudeland van Strijen aan de Groeneweg, gelegen naast het land van de ontvanger Slingeland,

- 7 morgen land, gelegen in '''t sestich roeden" aan de Westdijk,

- een huis in Dordrecht, staande op de Engelenburgerkade tussen het huis van De Veer en dat van Neurenburgh,

"sijnde alle deselve goederen vrij ende onbelast", en dat alles voor 46.800 ponden [=gulden] te betalen voor 1 nov. 1669.

7 juli 1669: de Raden en Meesters van de Rekeningen van de Domeinen van de Staten van Holland ontslaan bovengenoemde, aan Gerard van Beveren verkochte, goederen uit het "legaal hypotheek", waarmee die goederen "uijt kracht vande administratie vande voorn. Rentmeester Generael van Suijthollant mr. Willem de Beveren aan [de Staten van Holland] sijn verbonden", op voorwaarde, dat uit de kooppenningen, t.w. een somma van 46.800 gl., vóór 1 nov. 1669 zal worden afgelost een somma van 45.000 gl., die op 9 okt. 1668 en 22 dec. 1668 aan de Kamer van Rekeningen zijn gefourneerd door Johan en Cornelis de Beveren en Cornelis Pompe van Meerdervoort, in mindering van hetgeen Willem de Beveren "[van] wege sijn administratie" schuldig is, en tevens op voorwaarde, dat de overige 1800 gl. op 1 nov. 1669 ter Kamere zal worden voldaan. Gedaan in Den Haag op 7 juli 1669. W.g.: C. Buijs.

(Vriendelijke mededeling van de heer W. van der Kaa.)

ORA Dordrecht inv. 786, f. 112v:, akte dd 15 juli 1669: Cornelis Pompe van Meerdervoort, schout van Dordrecht, als procuratie hebbende van Willem de Beveren, heer van Strevelshoek, verkoopt aan Wessel de Ruijter, koopman te Dordrecht, voor 875 gl. een huis op de Engelburgerkade, staande naast het huis van [NN] Thooft.

ORA Dordrecht inv. 788, f. 5 e.v.: op 28 jan. 1672 verklaart mr. Geerart van Beveren, dat zijn vader, mr. Willem de Beveren, heer van Strevelshoek, aan hem heeft overgedragen en als gedeelte van zijn moederlijke goederen in volle eigendom heeft afgestaan twee gehele huizen, staande op de Engelburgse Kade tussen het huis van zijn vader en dat van Coenraet van Schellebeecq. Geerart van Beveren verkoopt de huizen voor 4600 gl. aan Jan Adriaensz. van der Veer, burger van Dordrecht.

Begraafboek Dordrecht 2 juni 1672: Willem de Beveren heer van Strevelshoek, "bij nacht gesoncken", 30 gl., 16 maal luiden, voor het "blason" libo [betekenis van dit laatste woord mij onbekend (ABdH)].

Weeskamer Dordrecht inv. 26, f. 89v: op 8 okt. 1672 is gecollationeerd door notaris G. de With het testament van Wilhelm de Beveren, heer van Strevelshoek, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, en zijn vrouw Cornelia Schaep, op 30 mei 1666 gepasseerd voor notaris Johan Cop te Dordrecht. [De protocollen van deze notaris zijn niet bewaard gebleven.]

Kinderen (o.a.):

a. mr. Gerard de Beveren, geboren 24 aug. 1649, heer van Strevelshoek, burgemeester van Dordrecht, trouwde Maria Heussen

10 sept. 1685: Gerrardt de Beveren verkoopt het poldertje Bevershoek, dat eigendom is geweest van zijn vader, aan zijn zwager Johan Reepmaecker en zijn zuster Christina de Beveren (ORA 's-Gravendeel inv. 5)

b. Christina de Beveren, geboren 28 aug. 1653, jonge dochter van Middelburg, wonende aldaar (1674), weduwe wonende te 's-Gravendeel (1706), trouwde NG Dordrecht 1 april 1674 (ondertrouw, per schrijven van Middelburg) Johan Reepmaker, jongman van Amsterdam, wonende op de Drappierskaai te Dordrecht (1674), zoon van Jacob Reepmaker en Maria Trip, 2e 8 juli 1706 (gaarder 's-Gravendeel, impost 30 gl.) Mighiel de Bevere, wonende te Zwijndrecht (1706)

Het lidmatenregister van de NG gemeente van 's-Gravendeel anno 1706 vermeldt: langs de Haven: Christina de Beveren, weduwe, Johanna de Beveren, jonge dochter. (Ons Voorgeslacht 1965, p. 105)

Idem anno 1714: beneden de dijk van het veer af naar de kade: Machiel van Beveren, zijn vrouw, en zijn [schoon]zuster. (Ons Voorgeslacht 1965, p. 107-108)

Idem anno 1723: in Bevershoek: Machiel de Beveren, Christina de Beveren, juffrouw de Beveren. (Ons Voorgeslacht 1966)

Idem

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

b-1. Jacob Reepmaker, 16 okt. 1675

b-2. Willem, 22 nov. 1679, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 jan. 1680 (een kind van de heer Johan Reepmaecker, op de Nieuwe Haven, "gesoncken", 10 gl.)

b-3. Willem Reepmaker, 7 juni 1681

3. Johanna Margarita de Beveren, gedoopt NG Dordrecht 18 nov. 1657, ongehuwd, nog vermeld in het lidmatenregister van de NG gemeente van 's-Gravendeel anno 1723, woonde bij haar zuster, Christina de Beveren, in Bevershoek aldaar. (Ons Voorgeslacht 1966)

Vanaf 1669 is het huis dus door verkoop van vader aan zoon eigendom geworden van Gerard de Beveren, die het enkele jaren later verkoopt aan de wijnkoopman Huijbert van de Graeff.

27 febr. 1675: Wessel de Ruijter, als gemachtigde van mr. Gerardt de Beveren, heer van Strevelshoek, heeft door "intercessie" van Willem Bosschert, Dirck de Veer en Dirck Spruijt, voor 8200 gl. contant aan Huijbert van de Graeff verkocht een huis, genaamd "Bevers Schaep", staande aan de noordzijde van de Engelenburger Kade tussen het huis van Johan Neurenburgh en dat van Jan Adriaensz. de Veer. Bij de koop zijn inbegrepen de volgende roerende goederen:

in de voorzaal: een grote kast en de gordijnen van de "glaesen", een grote tafel, een schilderij van Beerstraette [Jan Abrahamsz. van Beerstraten], een schilderij van Husenier en een schilderij, voorstellende een bloempot;

in de achterzaal aan de rechterzijde: een ledikant en behangsel, een bedstee, ongedekt;

in de achterzaal aan de linkerzijde: een ronde eiken tafel, een schilderij van Beeldemaecker [Adriaen Cornelisz. Beeldemaker], een schilderij, voorstellende een keuken;

boven op de achterkamer aan de linkerzijde: een ledikant met behangsel en het behangsel van de "glaesen";

op de vliering: de kleerstokken, een "ticktackbert";

Tiktakbord (ook: triktrakbord), detail van een schilderij van Jan Steen.

in het goudleerkamertje: een spiegel

in het achterhuis: een "vliege-kast".

(ONA Dordrecht inv. 366, geen folionrs.)

27 jan. 1676: mr. Geerardt de Beveren, heer van Strevelshoek, oudraad van Dordrecht en gecommitteerde raad in het College van de Raden ter Admiraliteit te Middelburg, verkoopt aan Huijbrecht van de Graeff, achtraad van Dordrecht, voor 8200 gl. contant een huis voor de Nieuwe Haven, staande op de Engelenburgse Kade tussen het huis van Jan Adriaensz. de Veer en dat van burgemeester Johan van Norenbergh. Bij de koop is inbegrepen een aantal roerende goederen, welke door schepenen van Dordrecht zijn getaxeerd op 2000 gl. (ORA Dordrecht inv. 789, f. 71v)

Huijbert (Huijbrecht) van de Graeff, jongman van Bommel en daar wonende (1652), weduwnaar van Dordrecht (1656), wijnkuiper, wijnkoper, overleden Dordrecht 1703, trouwde 1e NG Dordrecht 13/27 okt. 1652 Digna van der Hoop, weduwe van Dordrecht, wonende aan de Grote Kerk, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 28 mei 1655 (een baar bij de Pelserbrug voor Dinge van der Hoop, de vrouw van Huijbert van der Graeff wijnkoper, twee maal luiden), trouwde 1e Hermen van der Dussen wijnkoper. Huijbert trouwde 2e NG Dordrecht 27 aug.1656 (ondertrouw; 11 sept. 1656 bescheid gegeven om te Bommel te mogen trouwen) Anna Bruijsteren (Johanna Buijs), jonge dochter van Bommel en wonende aldaar (1656), overleden Dordrecht 1700

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 28 jan. 1679: een zwarte baar op het Maartensgat "tot de heer Huibert van de Graeff" voor Caterina Buis, jonge dochter, vier maal luiden.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 22 jan. 1681: een zwarte baar op het Maartensgat "tot de heer Huibert van de Graeff" voor Jenneken Buis, zijn schoonmoeder, drie maal luiden.

ORA Dordrecht, inv. 13, f. 26v e.v., akte dd 30 april 1681: Hubregt van de Graeff, schepen en oudraad van Dordrecht, geeft te kennen, dat mr. Willem de Bevere, in zijn leven raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, eigenaar geweest is van het "groot huijs", dat tegenwoordig zijn, Van de Graeffs, eigendom is, alsmede van drie naast elkaar staande pakhuizen, welke alle, inclusief het woonhuis, staan op de Engelenburgerkade, en voorts, dat "Willem de Bevere naemaels eene vande voors. packhuijsen door d'hr. Wessel de Ruijter vercoopende aen Anthonij Struijs mr. chirurgijn alhier onder andere conditie van vercoopinge ... bedongen heeft dat het voors. [pak]huijs soude moeten werden geapproprieert ende gebruijckt tot een woonhuijs sonder dat nochtans het selve naer date vande opdrachte soude mogen bewoont werden bij eenige smits, ketelboeters, backers, wijncoopers, caersmaeckers, peck ofte teervercoopers, ofte immers die het ambacht ofte den neringe vandien doen", zoals beschreven is in de koopvoorwaarden, die op 22 dec. 1664 zijn gepasseerd voor de Dordtse notaris J. Cop. Van de Graeff verklaart verder, dat niettegenstaande hetgeen bepaald is in genoemde koopvoorwaarden, een zekere Anneke Daniëls, die beweert het huis gehuurd te hebben van Catarina Codeus, de eigenares van het huis, "daer inne heeft ondernomen te doen coopmanschappe van peck en teer". Op verzoek van Van de Graeff geeft het Gerecht opdracht aan een kamerbewaarder om Anneke Daniëls, Catarina Codeus en alle anderen, die het eventueel moge aangaan, te verbieden in het huis pek en teer te verkopen.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3984, f. 25 (ca. 1693): Huijbert van de Graeff betaalt 3 gl. 15 st. lantaarngeld voor zijn huis op de Engelenburgerkade

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 18 april 1700: Johanna Buijs, de vrouw van Huijbert van de Graeff, postmeester, het huis met rouw behangen en zeven sleepmantels.

ONA Dordrecht inv. 706, akte 67: op 26 april 1702 testeert voor notaris C. van Aansurg Huijbert van de Graaff, oudraad van Dordrecht. Hij legateert aan de huisarmen, die staan onder de bediening van de NG diaconie van Dordrecht, 250 gl., aan zijn zoon Johan van de Graaff, postmeester te Dordrecht, al hetgeen hij voor hem heeft betaald wegens zijn studie, reizen door Frankrijk, het overdragen aan hem van het postmeesterschap van Dordrecht, etc., en aan zijn, testateurs, dochter Elisabeth van de Graaff, echtgenote van Johan van Wetten, pondgaarder te Dordrecht, behalve de 2000 gl., die hij haar reeds heeft gegeven wegens haar moederlijk erfdeel, een bedrag van 1400 gl. Aan de kinderen van Elisabeth legateert hij elk een bedrag "voor een soetigheijd off goud-beursje", te weten aan Arnold en Nicolaus van Wetten elk 100 gl., aan Huijbert en Jan van Wetten elk 200 gl. en aan Johanna Elisabeth van Wetten 400 gl., welke bedragen dienen uitgekeerd te worden wanneer zij mondig worden of wanneer zij gaan trouwen. Erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen zullen zijn genoemde Johan en Elisabeth van de Graaff, zijn beide kinderen, ieder voor de gerechte helft. Tot executeurs van zijn testament en als voogden over zijn minderjarige erfgenamen stelt de testateur aan zijn zoon, Johan van de Graaf, en zijn schoonzoon, Johan van Wetten.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 15 juni 1703: Huijbert van de Graeff, postmeester, woont op het Maartensgat, het huis met rouw behangen en 6 sleepmantels

Kinderen:

a. Elisabeth van de Graeff, gedoopt NG Dordrecht 4 aug. 1658, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Engelenburgerkade (1683), trouwde NG Dordrecht 19 sept. 1683 (ondertrouw) Johan van Wetten, jongman van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort, pondgaarder (1683)

b. Johan van de Graeff, gedoopt NG Dordrecht 15 nov. 1660

In 1704 wordt het huis eigendom van mr. Ernest de Beveren, die het naliet aan zijn dochter Ernestina Geertruida de Beveren, echtgenote van Govert van Slingeland.

- 27 mei 1704: Jan van Wetten, pondgaarder te Dordrecht, als man van Elisabeth van de Graaff, enige erfgename van Huijbert van de Graaff, in zijn leven lid van de Oudraad en postmeester van Dordrecht, verkoopt voor 8000 gl. aan mr. Ernest van Beveren, heer van West-IJselmonde, een huis met wijnkelder daaronder, staande op de Engelenburgerkade tussen het huis van Hendrik van Beest en het pakhuis van de erfgenamen van burgemeester Norenborg. (ORA Dordrecht inv. 804, f. 101 e.v.)

Ernest de Beveren, ca. 25 jaar oud, geportretteerd in 1685 door Aert de Gelder (Rijksmuseum Amsterdam)

Mr. Ernest de Beveren, gedoopt NG Dordrecht 20 febr. 1660, jongman van Dordrecht (1690), heer van West-IJsselmonde, lid van de Rekenkamer van Holland 1692-1694, burgemeester van Dordrecht 1703-1704, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 aug. 1722 (mr. Ernest de Beveren, het huis met rouw behangen, een wapenbord, drie paar slepen), zoon van Cornelis de Beveren en Adriana van Wouw, trouwde NG Dordrecht 5 mrt. 1690 (ondertrouw) Geertruijd Beljaerts, jonge dochter van Dordrecht (1690)

Ernestina Geertruijda de Beveren, dochter van Ernest de Beveren en Geertruijd Beljaerts, gedoopt NG Dordrecht 5 april 1697, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 okt. 1722 (Ernestina Geertruida de Bevere, vrouw van Govert van Slingelandt, heer van de Lindt en West-IJsselmonde, overleden te Breda en te Dordrecht 's avonds bijgezet)

Trouwboek Gerecht (NG) Dordrecht 5 nov. 1719: Govert van Slingelandt jongman geboren in 's-Gravenhage geassisteerd met Simon van Slingelandt secretaris van de Raad van State zijn vader en Ernestina Geertruida de Bevere jonge dochter geboren te Dordrecht vrouwe van de Lindt geassisteerd met Ernest de Bevere heer van West-IJsselmonde, oud-burgemeester van Dordrecht, haar vader, getr. 20 nov. 1719, in margine: de geboden gaan te Den Haag

[Govert, zoon van Simon van Slingelandt en Susanna de Wildt, geboren Den Haag 28 juni 1694, overleden Aken 2 nov. 1767]

1722: Ernestina Geertruijda de Beveren laat het huis na aan haar dochter Susanna van Slingelandt

Susanna van Slingelandt werd gedoopt op 6 jan. 1722 (NG Dordrecht, getuigen: Susanna de Wildt, de vrouw van mr. Simon van Slingelandt, en mr. Ernest de Bevere, heer van West-IJsselmonde). Zij trouwde op 30 april 1749 in Utrecht met Johan Adolph Bergestein van Hardenbroek.

6 sept. 1725: Adriaan van Dam, makelaar, als procuratie hebbende van Susanna Hartigh, laatst weduwe van Hendrick van Beest, volgens procuratie gepasseerd voor notaris H. de Custer te Rotterdam op 3 sept. 1725, verkoopt voor 1400 gl. aan Warnard Blankesteijn, koopman te Dordrecht, een huis op de Engelenburgse Kade, staande tussen het huis van de erfgenamen van burgemeester Van Beveren en dat van Louwerens Boon. (ORA Dordrecht inv. 814, f. 183v)

1731 (verponding Dordrecht): Govert van Slingeland, ontvanger-generaal, het huis is getaxeerd op een huurwaarde van 236 gl., is verhuurd voor 250 gl., waarvan afgaat 14 gl. voor de behangels, belenders: Warnart Blanckestein en mr. Johannes van Neurenburg. [internet]

1741: het huis wordt verkocht aan Govert van Boven

2 mei 1741: Adriaan Papegaaij, als procuratie hebbende van Govert van Slingeland, heer van De Lind, ontvanger-generaal van de gemenelandsmiddelen over de provincie Holland, als vader en voogd over zijn minderjarige dochter Susanna van Slingeland, door hem in huwelijk verwekt bij Geertruijd de Bevere, dochter van mr. Ernest de Bevere, heer van West-IJsselmonde en burgemeester van Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Bourcourd te 's-Gravenhage op 24 mrt. 1741, verkoopt voor 3000 gl. aan Govert van Boven koopman een huis op het Maartensgat of Nieuwe Vergroting, staande tussen het pakhuisje van mr. Johan van Neurenbergh en het huis van Ida Bernardina van der Pijpen. (Balm-Kok, o.c., p. 16)

Govert van Boven, koopman te Dordrecht, is waarschijnlijk gedoopt NG Venlo 2 dec. 1700 als zoon van Govert van Boven en Margaretha Elias. Hij trouwt als jongman van Venlo Gerecht/NG Dordrecht 7/26 nov. 1743 met Ida Bernardina van der Pijpen, jonge dochter van Dordrecht wonende op het Maartensgat, die, zo blijkt uit bovenstaande akte, zijn buurvrouw was. Govert van Boven wordt op 9 mei 1764 te Dordrecht begraven (begraafregister Grote Kerk: Govert van Boven, op het Maartensgat, laat geen kinderen na, acht koetsen extra, de eerste boete). Hij laat het huis na aan zijn nicht Margaretha van Boven, dochter van zijn broer Pieter van Boven en van Ida Maria Morees, en echtgenote van de pondgaarder Cornelis Stratenus.

1764: Govert van Boven laat het huis na aan zijn nicht Margaretha van Boven (overleden Dordrecht 1811), echtgenote van Cornelis Stratenus

Cornelis Stratenus, gedoopt NG Dordrecht 9 aug. 1733, jongman van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1757), overleden Dordrecht 10 mei 1805, begraven Dordrecht 15 mei 1805 (Cornelis Stratenus, Maartensgat, laat kinderen na, 72 jaar, verval), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7/24 mei 1757 (de geboden gaan in de Franse kerk, de bruidegom geassisteerd met zijn vader Adam Stratenus, de bruid met haar oom Govert van Booven) Margaretha van Booven, gedoopt NG Venlo 6 jan. 1734 (getuigen: Johan van Boven en Maria Moras), jonge dochter van Dordrecht wonende in de Voorstraat tegenover de Pelserbrug (1757), overleden Dordrecht 22 febr. 1811, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 febr. 1811 (Margaretha van Boven, weduwe Cornelis Stratenus, op het Maartensgat A:116, laat kindskinderen na, 76 jaar, verval), dochter van Pieter van Boven en Ida Maria Moorrees

(Nederland's Patriciaat 1 (1910), p. 442; DTB Venlo)

Margaretha van Boven, weduwe van Cornelis Stratenus, was blijkbaar bijzonder gehecht aan het huis, want in haar testament, dat zij op 25 jan. 1808 maakte ten overstaan van Pieter Dozij, koninklijk notaris te Alphen en Rietveld, legateerde zij het huis, met het bijbehorende erf, pakhuis, en kelder, aan haar schoondochter Ida Bartha Hoff, weduwe van Adam Statenus, met de nadrukkelijke voorwaarde, dat "hetzelve huijs, erve, pakhuijs en kelder niet vervreemd, veraliëneert, belast of verkogt, maar bewoond of verhuurd worde, door opgemelde Vrouwe en na haar overlijden aan ene van hare kinderen in eigendom overga, verklarende Vrouwe testatrice, met deze dispositie, zo veel mogelijk te willen zorgen dat opgemelde huijs, erve, pakhuijs en kelder in de Famille van Statenus blijve". (Testament geciteerd in: ONA Dordrecht inv. 1465, akte 35, dd 23 febr. 1811, notaris J.D. Schultz van Haegen, keizerlijk notaris te Dordrecht)

1824: erfgenamen van Margaretha van Boven verkopen het huis aan Hubertus Judocus Penn, arts te Dordrecht:

- 31 jan. 1824: op verzoek van mr. Willem Boudewijn Donker Curtius van Tienhoven, advocaat wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Ida Bartha Hoff, weduwe van Adam Stratenus, eigenaresse wonende te Alphen, Bernardus Johannes Stratenus, particulier wonende te Amsterdam, mr. Pieter Stratenus, advocaat wonende te 's-Gravenhage, en Margaretha Maria Stratenus, meerderjarige ongehuwde persoon, eigenaresse wonende te Alphen, veilt J.D. Schultz van Haegen, notaris te Dordrecht, in het logement "de Gouden Leeuw", staande aan de Vuilpoort van Dordrecht

1: een herenhuis aan het Maartensgat, getekend A:114/116, staande tussen het pakhuis, hierna te vermelden onder 5, aan de ene zijde en het huis van de heer J. Smits aan de andere zijde, welk pand is voor 500 gl. per jaar verhuurd aan dokter Penn tot 1 mei 1826. Het wordt voor 4550 gl. verkocht aan dezelfde Hubertus Jodocus Penn, arts te Dordrecht,

2: een herenhuis in de Prinsenstraat, getekend D:229/219, uitkomende met een kantoor en gang in de Suikerstraat, in de Prinsenstraat belend door het huis van de heer C. van den Broek aan de ene zijde en dat van de heer A. Essenbrugge aan de andere, welk pand is verhuurd aan Johan Herman Holle tot 1 mei 1825. Het wordt voor 7000 gl. verkocht aan Johannes Leonardus Roering, koopman te Dordrecht,

3: een pakhuis, genaamd "Koningsbergen", staande buiten de Sluispoort aan de Kalkhaven, getekend E:518/455, staande tussen het pakhuis van de stad Dordrecht en het onder 4 vermelde pakhuis,

4: een pakhuis, genaamd "Regensberg", staande buiten de Sluispoort aan de Kalkhaven, getekend E:517/455. De panden 3 en 4 worden samen verkocht aan Antonetta Elisabeth van Es, weduwe van Petrus Keuls, en Dorothea Anna van Es, meerderjarige ongehuwde persoon, voor 6310 gl., 

5. een pakhuis, staande aan het Maartensgat, getekend A:115/113, belend door het pakhuis van de weduwe Van der Sanden aan de ene zijde en het herenhuis, hierboven vermeld onder 1, aan de andere zijde. Dit pand wordt voor 1050 gl. verkocht aan dezelfde dames Van Es.

(ONA Dordrecht inv. 1487, akten 2091, 2094, 2104; Balm-Kok, o.c., p. 41 e.v.)

Hubertus Jodocus Penn, geboren Urdingen 20 juli 1768, studeerde medicijnen Leiden (immatr. op 11 juni 1794, promoveerde ald. 1794, arts te Dordrecht, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw 15 okt. 1844, overleden Dordrecht 15 april 1847, begraven ald 20 april 1847, zoon van Anthonius Penn en Anna Margaretha Franck, trouwde Dordrecht 22 nov. 1806 Adriana Johanna Bauduin, gedoopt RK Dordrecht 10 juli 1780, overleden Dordrecht 16 jan. 1864, begraven Dordrecht 21 jan. 1864

Trouwboek Gerecht Dordrecht 8 nov. 1806: Hubertus Jodocus Penn, jongman geboren te Urdingen meerderjarig en ouderloos en Adriana Johanna Bauduin, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende op het Vlak aan de Blauwpoort meerderjarig en ouderloos, alles volgens procuratie dd 6 nov. 1806 verleden voor notaris A. A. van den Oever op S. H. Lotsij

RK trouwboek Dordrecht 22 nov. 1806 Hubertus Judocus Penn medicinae doctor en Adriana Johanna Bauduin

[Zie genealogie Penn: http://d-compu.dyndns.org/genbook

J.D. Penn is in Dordrecht vooral bekend als mede-oprichter van het bedrijf Penn & Bauduin:

"Op 1 april 1843 zijn Franciscus Dominicus Andreas Bauduin en zijn zwager Hubertus Jodocus Penn, een arts, een kopergieterij aan de Visstraat begonnen in een pand bij de hoek met de Lange Breestraat links van veilinghuis Mak. ... Wanneer de samenwerking tussen de zwagers startte is niet precies bekend, feit is wel dat zij al in 1836 een pakhuis in de Kleine Kalkstraat aankochten. ... Kort na het overlijden van Bauduin, op 9 november 1846, kocht het bedrijf [firmanaam: Penn & Bauduin] terrein op de 's-Gravendeelsedijk waar het tot 1980 gevestigd is geweest. De onderneming groeit daar snel, in 1854 waren er 100 man werkzaam in de gieterijen." Het bedrijf werd in 1978 overgenomen door De Groot Zwijndrecht. De naam Penn & Bauduin ging toen verloren: het bedrijf heet sedertdien Grootint. (Dordrecht Monumenteel, Nummer 35, april 2010, p. 35-36) De VVD-politicus Gijs van Aardenne, minister van Economische Zaken (in de kabinetten Van Agt I en Lubbers I: resp. 1977-1981 en 1982-1986) en vice-premier (1982-1986) was van 1967 tot 1971 directeur van Penn & Bauduin.

De weduwe Penn, Adriana Johanna Bauduin, bleef in het huis wonen met haar kinderen, onder wie enkele dochters, die ongehuwd bleven:

- Agatha Maria Penn, geboren Dordrecht 1808

- Francisca Christina Pen, geboren Dordrecht 1810

- Paulina Henriette Penn, geboren Dordrecht 3 jan. 1815, overleden Dordrecht 28 juni 1892

- Johanna Huberdina Adriana Penn, geboren Dordrecht 23 nov. 1816, ongehuwd, zonder beroep, overleden Dordrecht 20 febr. 1907 (in huis Korte Engelburgerkade 8)

- Elisabeth Johanna Pen, geboren Dordrecht 1826

(NB: de huizen in Dordrecht werden ca. 1885 hernummerd en het pand Maartensgat A:116, stond sedertdien bekend als Korte Engelburgerkade nr. 8.)

Johanna Huberdina Adriana Penn, woonde van 1892 tot aan haar overlijden in 1907 alleen in het huis, (maar samen natuurlijk met een dienstbode). (Bevolkingsregister Dordrecht 1890-1917). Zij benoemde in haar testament van 25 juli 1906 haar jongste zuster Elisabeth Johanna Penn, tot haar enige erfgenaam. Voor het geval zij na haar zuster zou komen te overlijden maakte zij in dat testament aan haar overige verwanten bepaalde legaten, maar wegens haar vooroverlijden zijn die bepalingen nooit tot stand gekomen. 

De enige overgebleven dochter Elisabeth Johanna Penn, (geboren te Dordrecht 1826), die op dat moment in Hilversum woonde, verkocht het huis na het overlijden van haar zuster in 1907 aan Gerrit van Brakel jr., makelaar, wonende te Dordrecht:

Op 29 mei 1907 compareert voor notaris Krijn Hoogeveen te Dordrecht Otto Dammers, kandidaat-notaris te Dordrecht, als gemachtigde van Elisabeth Johanna Penn, particuliere wonende te Hilversum, wensende ten overstaan van notaris Hoogeveen over te gaan tot de verkoping van

1e een herenhuis te Dordrecht, staande aan de Korte Engelenburgerkade, getekend nr. 8, over het Maartensgat, (kadaster: sectie F nr. 1567), groot  1 are en 88 centiaren en

2e een pakhuis, genaamd "Neurenberg", staande aan de Korte Engelenburgerkade, getekend nr. 6 (kadaster: sectie F, nr. 1566), groot 1 are en 20 centiaren,

welke onroerende goederen haar, lastgeefster, zijn aangekomen voor de helft bij erfopvolging van haar zuster Jeanette Huberdina Adriana Penn, overleden te Dordrecht op 20 febr. 1907, als haar zusters enige erfgenaam, krachtens haar testament, dat zij op 25 juli 1906 voor notaris Krijn Hoogeveen heeft verleden, voor 3/10 deel door erfopvolging van haar overleden zusters Agatha Margaretha Penn, Christina Francina Penn, en Paulina Henriette Penn, en voor het overige 1/5 gedeelte bij na te noemen akte van 14 sept. 1866, terwijl genoemde vier zusters en de lastgeefster het eerstgenoemde perceel hebben verkregen bij akte van scheiding op 14 sept. 1866 gepasseerd ten overstaan van notaris J. de Koning te Dordrecht, en het tweede perceel bij akte van transport verleden voor notaris J.W. van der Noordaa te Dordrecht op 1 sept. 1874.

Beide percelen worden op een openbare veiling verkocht aan Gerrit van Brakel jr., makelaar wonende te Dordrecht, voor een bedrag van 6550 gl. (Kadaster Dordrecht; ONA Dordrecht inv. 2333, akte 3000/2)

1907-1914: Gerrit van Brakel jr., geboren Dordrecht 1857, makelaar in winkelwaren. Hij verkoopt het huis met het pakhuis, genaamd "Neurenberg" op 1 okt. 1914 voor 12.000 gl. aan de bankier Eduard Carel Willem Hoijer. (Dordrecht Monumenteel nr. 62, jan. 2017, p. 7 e.v.)

De leden van de Dordtse Kegelclub "Zonder ballen geen plezier" (1893), Gerrit van Brakel staat tweede van links.

1914-1918: Eduard Carel Willem Hoijer, geboren Dordrecht 8 jan. 1879, overleden ald. 31 okt. 1918. (Dordrecht Monumenteel nr. 62, jan. 2017, p. 8 e.v.)


De huidige (2015) eigenaren zijn de heer S. Wytema en mevr. D.H. Wytema-Stoop, die het huis in 1998 kochten van de weduwe van jhr. mr. A. Stoop (geboren 20 aug. 1901) *. Laatstgenoemde was eigenaar van 1955 tot aan zijn overlijden op 9 mei 1986. (Vriendelijke mededeling van de heer S. Wytema.)

* Jonkheer mr. Adriaan Stoop, geboren Dordrecht 20 aug. 1901 (St. Jorisweg 37), zoon van mr. Jacob Cornelis Stoop, kassier, en Coralie Vriesendorp.