DE BERCKEPOORT



Geraadpleegde literatuur.

M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht (Dordrecht 1677)

C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht (Zaltbommel 1974)

A. Nelemans, Sepulture ofte Graftboeck van de Augustijnenkerck te Dordrecht (Sliedrecht 1998)

www.dordtenazoeker.nl (hulpbronnen Dordrecht: 10e penning Dordrecht 1558 en verponding Dordrecht 1731)

 De Berckepoort in de Nieuwstraat, gezien vanuit de Voorstraat (juli 2011)

De Berckepoort in de Nieuwstraat, gezien vanuit het Statenplein (juli 2011)

"[D]e Berckepoort [dateert] van het midden van de zestiende eeuw. Al is er veel aan het gebouw [of beter: het complex van gebouwen] verknoeid en werden de topgevels, onbekend wanneer, alle afgebroken, toch maakt het nog steeds een imposante indruk ... Het is een van die grote zestiende-eeuwse huizen welke door de handelaars in Rijnwijn gesticht werden. Hoewel de naam sedert het eind van de zestiende eeuw Berckepoort is, was de stichter toch een ander, namelijk Huijbert Tack, een wijnhandelaar die zich in 1544, uit Emmerik komend, in Dordrecht vestigde. Later kwam het huis door het huwelijk van een dochter, Wilhelmina Tack, aan Matthijs Berck. Het kwam met een poort uit aan de Voorstraat, zoals ook nu nog [in 1974]. Toen in 1616 een huis er naast verkocht werd, noemde men als belendend pand, de Poort van de heer Berck, later kortweg Berckepoort. Het ondergedeelte, uitkomende in de Nieuwstraat, diende voor wijnkelders. Oorspronkelijk behoorden de huizen aan de Voorstraat naast de Poort er toe en reikte het pand tot de Hofstraat, waar het eindigde in een huis dat in 1911 afgebroken werd. Het huis aan de Voorstraat werd reeds in 1587 verkocht aan boekdrukker Pieter Verhaghen. (Lips, o.c., deel II, p. 315)]

"Een Dordtenaar heeft zich omstreeks 1870 in een ingezonden stuk in de Dordrechtse Courant eens kwaad gemaakt op het gemeentebestuur dat niets deed om te komen tot afbraak van n van de lelijkste gebouwen, die de binnenstad "ontsierde", een gebouw dat sedert 1783 eigendom van de gemeente was. Het gebouw waartegen de Dordtenaar ageerde [de Berckepoort] is niet gesloopt, want het was in gebruik voor allerlei doeleinden en derhalve onmisbaar." [Dordrechts Nieuwsblad 11 juli 1972]

De Hofstraat bij de Nieuwstraat (juli 2011)

- ca. 1543 (?): Huijbert Tack laat het huis de Berckepoort bouwen

- 1543; Hubert Tack betaalt in de 10e penning voor zijn huis in de Voorstraat (tussen Nieuwstraat en Steegoversloot) 39 gl., belenders: Maerten Roocken en Aeriaen de bontwerkster. (Nationaal Archief, Archieven Staten van Holland vr 1572, inv. 191, f. 20)

Het huis van Hubert Tack staat op de kopie (uit 1674) van de plattegrond van Dordrecht door Jacob van Deventer uit 1545 (in het midden van de foto, naast de "Augustijnen").

- ca. 1558: Matthijs Berck wordt door zijn huwelijk met Wilhelmina Tack eigenaar van een gebouwencomplex, dat zich uitstrekt van de Voorstraat (bij de Nieuwstraat) tot aan de Hofstraat. Het gebouw wordt later naar de familie Berck "de Berckepoort" genoemd. Matthijs Berck overlijdt ca. 1583.

- 1558: "Thijs Berck als eijgenaer van Huijbrecht Tacken huijsing [Voorstraat/Nieuwstraat] van voren tot afteren met eenen wijnkelder die hij an hem selven hout", samen getaxeerd op 72 Rijnse gl., beloopt de 10e penning 7 Rijnse gl. 4 st. (10e penning Dordrecht 1558, f. 88v [internet])

- 8 mei 1561: Mathijs Berck verkoopt aan Jan Jansz. vaatspoelder een huis in de Nieuwstraat, staande tussen zijn, Mathijs Bercks, huis en dat van de weduwe van Jacob Corstensz. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 18 ponden Vlaams. (ORA Dordrecht inv. 723, f. 22)

- 1580 (50e penning Dordrecht): [in de Voorstraat bij de Augustijnenkerk): Sacharias Goudtsmidt huurt van Mathijs Berck om 25 gl. - 8 gl; Mathijs Berck van voren tot achteren met de kelders en zolders - 64 gl.; Jan Hermansz. boekverkoper huurt van Mathijs Berck om 36 gl. - 11-10-4 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3962, f. 65 en 65v)

- 1 juni 1582: Mathijs Berck, koopman van wijnen te Dordrecht, is borg voor Jan Ghijsbrechtsz., Willem Ghijsbrechtsz. en Ewout Jansz. van Rotterdam, man en voogd van Maria Ghijsbrechtsdr. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 343v)

- 1 febr. 1584: jonkvrouwe Wilhelmina Tacx, weduwe van Mathijs Berck, ongeveer 47 jaar oud, legt een verklaring af . (ORA Dordrecht inv. 737, f. 363)

- 14 okt. 1585: Guillelmina Tacx, weduwe van Mathijs Berck, verbindt in plaats van waarborg een huis aan de Landzijde [Voorstraat], staande tussen het grote huis, waarin zij woont en het huis van Pieter Gijsbrechtsz. schoenmaker en dat "tot verseeckertheijt ende bevrijdinge van Adriaen Antonisz. aende welcke sij comparante vercoft ... heeft seecker huijs ende hoffstadt ... staende tot Leerdam in de Kerckstraet." (ORA Dordrecht inv. 738, f. 258v)

ORA Dordrecht inv. 717, f. 71v e.v.: op 15 april 1587 verkoopt Guilhelmina Tacx, weduwe van Mathijs Berck, koopman van Rijnse wijnen, aan Pijeter Verhagen boekdrukker een huis aan de Landzijde omtrent de Wijnbrug, staande tussen de poort van het huis van verkoopster en het huis van Pieter Gijsbertsz. schoenmaker, met alzulke gerechtigheid van muren aan de zijde van Pieter  Gijsbertsz. als de verkoopster het in eigendom gehad en gerfd heeft en met zijn vrije waterloop door het huis, dat toebehoord heeft aan wijlen Jan Jansz. vaatspoelder en nu eigendom is van de weduwe van Helias Tack. Koper is schuldig een somma van 1000 gl.

- ca. 1583: Wilhelmina Tack wordt na het overlijden van haar man eigenares van de Berckepoort

- 1605: Johan Berck, raadpensionaris en secretaris van Dordrecht (sinds 1591), wordt na het overlijden van zijn moeder Wilhelmina Tack eigenaar van de Berckepoort (zij werd in okt. 1604 begraven in de Augustijnenkerk [Nelemans, o.c. p. 85)

Nadat Johan Berck eigenaar geworden was, liet hij het huis verder verfraaien. Bij de verbouwing liet hij een afbeelding van zichzelf en zijn vrouw, Erkenraad van Berkenrode, aanbrengen in de consoles onder n van de moerbalken in de grote zaal. (E. Havers, De Berckepoort en de wijnkopersfamilies Tack en Berck [MS 1997, handschriftenverzameling van Erfgoedcentrum DiEP])

Verponding van Dordrecht anno 1606 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3966, f. 155): in de Nieuwstraat: het huis van pensionaris Berck - nihil; de twee kelders onder het voornoemde huis  - [geen bedrag vermeld]; mr. Davit Heij huurt van de pensionaris - 22-10 (bij de laatste in margine: is bij ordre vande camer op 13 febr. 1606 geremitteert)

- 1627: Mathijs Berck eigenaar na het overlijden van zijn vader Johan Berck

- 21 juli 1651: Abraham Andriesz., voor zichzelf en als procuratie hebbende van Adriaen van Bonckelwaert, Clara van Bonckelwaert, weduwe van Abraham Schut, Cornelis van Bavel, als man van Maeijken Andries, Isaac Andriesz., Hendrick Cornelisz, als man van Lijsbeth Isaecx, Andries Andriesz., Anthonij Vogelsanck, Michiel Vogelsanck en Margreta Vogelsanck, allen erfgenamen van Pieter Verhagen en Maeijken Baerthoutsdr. Mesian, Dirck Tegelberch, als man van Petronella Baerthoutsdr. Mesian, voor zichzelf en vervangende Ridchard Farington, als echtgenoot van Anneken Baerthoutsdr. Mesian, allen erfgenamen van wijlen Mariken Claesdr., weduwe van Pieter Verhagen, verkopen aan Roelant Isaacxsz. van Stabroeck, burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis of de poort [de Berckepoort] van mr. Matthijs Berck, heer van Godschalksoord, raadpensionaris en secretaris van Dordrecht, en het huis van Laurens Michielsz. van Leen. Waarborgen: Abraham Andriesz., Michiel Vogelsanck en Dirck Tegelberch. Koper is schuldig aan Elisabeth van Deuren, weduwe van Gijsbert Harincx, 2100 gl. Borgen: Johannes Isaacxsz. van Staebroeck, bode van Dordrecht op Zeeland. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 57 e.v.)

- 1655: Alijd de Rovere na het overlijden van haar man Mathijs Berck (cf. Balen, o.c., p. 870)

- 5 juni 1658: Jochum Keldermans, koopman van Rijnse wijnen en burger van Dordrecht, verklaart, dat hij tot zekerheid van hetgeen hij aan Jacob Trip de Oude schuldig is, hem in handen gesteld heeft 3 voeders en een "staart" Rinckhouwer wijn, die liggen in de kelder onder het huis van [Alijd de Rovere], vrouwe van Godschalksoord, in de Nieuwstraat. (ONA Dordrecht inv. 178, f. 334)

- 1678: de kinderen en erfgenamen van Alijd de Rovere na het overlijden van hun moeder, het huis wordt bij de boedelscheiding dd 5 febr. 1679 toebedeeld aan haar zoon Pompeus Berck

- 14 jan. 1679: Pompejus Berck, oud-burgemeester van Dordrecht, enerzijds, en Johan van den Burch, oud-burgemeester van Dordrecht en gecommitteerde raad van de Staten van Holland, als vader en voogd van zijn kinderen resp. kleinkinderen, verwekt bij Margareta Berck, zijn inmiddels overleden vrouw, en Erckenraet Berck, echtgenote van Hugo van Arckell, heer van Craijesteijn, oud-burgemeester van Schoonhoven, geassisteerd met haar man, anderzijds, samen kinderen en erfgenamen van Alidt de Roovre, weduwe van Matthijs Berck, verklaren, dat "tusschen haer Edelheden apparent was, te sullen ontstaen different en geschil" over verscheidene zaken, die de nagelaten boedel en erfenis van hun overleden ouders betreffen, in het bijzonder aangaande het testament van hun moeder, dat zij op 2 juli 1674 heeft gepasseerd ten overstaan van notaris De Rave. Om te verhinderen, dat er dienaangaande processen gevoerd zullen moeten worden, zijn de comparanten overeengekomen, dat zij het genoemde testament in zijn geheel zullen aanvaarden. Aan Pompejus Berck zullen toekomen alle "geslacht schilderijen van voorouders en vrunden", die tot de nalatenschap behoren, alsmede het altaarstuk, hangende in het "groot zalett" [waarschijnlijk in het huis de Berckepoort] en nog de grootste zilveren, vergulde kop. Bovendien zullen hem uit de nalatenschap van zijn ouders vergoed worden de door hem, tot aan het overlijden van zijn moeder, verschuldigde  "reeele lasten, hele en halve verpondingen" van de landerijen, die hij bij het aangaan van zijn huwelijk gekregen heeft, liggende in de Eendrachtspolder. Pompejus Berck zal ook in volledige eigendom krijgen de uiterwaard, genaamd Spillekenswaard, liggende omtrent Emmerich, te leen gehouden van de keurvorst van Brandenburg, mits hij alle daarmee verband houdende onkosten voor eigen rekening neemt. De comparanten zullen uit de nalatenschap van hun moeder aan Lucretia Ruijsch, de weduwe van Johan Berck, voldoen hetgeen zij overeenkomstig haar huwelijkscontract als douairie of anderszins aangaande het leen Spillekenswaard genieten moet. Pompejus Berck zal afstand doen ten behoeve van de gemeenschappelijke boedel van een, aan hem door zijn moeder geprelegateerde gouden ketting en medaille en een bedrag van 500 gl. in contant geld, evenwel op voorwaarde dat hij in de plaats daarvan zal ontvangen een derde deel van de door zijn moeder nagelaten juwelen, goud en zilverwerk. De contante gelden, die de comparanten reeds onderling verdeeld hebben, zullen zij mogen behouden. Als Pompejus Berck bij de boedelscheiding eigenaar wordt van het grote huis [de Berckepoort], waarin zijn ouders gewoond hebben, zal Van den Burch het huis in de Hofstraat krijgen, dat totnogtoe werd bewoond door Geerit Moijweer en staat dat naast de poort van zijn eigen staat, op voorwaarde, dat hij in dat huis geen lichten, hetzij groot of klein, zal laten aanbrengen, die "responderen ofte uijtsien" naar het huis of op het erf van het grote huis. Van den Burch zal in het bovengenoemde geval tevens een gedeelte van de plaats krijgen, komende bij of achter zijn huis, "soodanich te separeren, ende tot alsulcken prijs als haer Edelheden [met] den anderen sullen connen verstaen ofte andersints, ter arbitrage" van Samuel Everwijn, oud-burgemeester van Dordrecht, en Pompejus de Roovere, heer van Hardinxveld. (ONA Dordrecht inv. 240, f. 23 e.v.)

- 5 febr. 1679: de erfgenamen van Alidt de Roovre, t.w. Pompejus Berck, oud-burgemeester van Dordrecht, Johan van den Burgh, eveneens oud-burgemeester van Dordrecht, als vader en voogd van zijn kinderen (en kleinkinderen), door hem verwekt bij Margareta Berck, zijn inmiddels overleden vrouw en Hugo van Arckel, heer van Craijesteijn, als echtgenoot van Erckenraet Berck, zijn overeengekomen, dat "het groot huijs ende de bijstaende ende annexe huijsingen en wooningen", die Alidt de Roovre heeft nagelaten, onder hen zullen worden te gelde gemaakt en aan degene, "die dselve huijsingen hoochst in prijs sal aenstaen, toegevoecht" zullen worden, namelijk:

1. het grote huis, waarin Alidt de Roovre heeft gewoond, met het achterste gedeelte, dat nu bewoond wordt door de heer Geij, met de kelder en andere toebehoren, staande bij de Augustijnenkerk,

2. het huis in de Voorstraat naast de Augustijnenkerk, en

3. het huis daarnaast, nevens voorplaats van het grote huis en de achterwoning, komende op die plaats,

4. twee huizen in de Nieuwstraat, "aan de zijde of na de Voorstraat", staande naast het voornoemde grote huis, alsmede

5. het huis "Salomons Tempel", bestaande uit vier woningen, staande in de Nieuwstraat aan de andere zijde van het grote huis en voorts in de Hofstraat "onder het ene gedeelte van het grote huis", en tenslotte

6. het huis, staande in de Hofstraat naast de poort en voorplaats van het huis van de heer Van den Burgh.

Voorwaarde is, dat in het huis in de Hofstraat (vermeld onder 6) nooit lichten, ruiten of vensters zullen worden gezet, die uitzien op de plaats van de heer Van den Burgh. Degene, die eigenaar wordt, zal de koopsom aan de gemeenschappelijke boedel moeten voldoen in contant geld of in obligaties ten laste van de provincie Holland.

Het hoogste bod wordt gedaan door Margareta de Roovre, die daartoe procuratie heeft gekregen van haar echtgenoot, Pompejus Berck. Hij wordt voor 26.800 gl. eigenaar van de Berckepoort en de bijbehorende gebouwen. (ONA Dordrecht inv. 240, f. 41 e.v.)

- 15 mrt. 1680: Susanna van de Winter, weduwe van Abraham van Driel, 75 jaar oud, en Sara van de Winter, hoogbejaarde, ongehuwde vrouw, 73 jaar oud, burgeressen van Dordrecht, thans wonende op het Bagijnhof, verklaren, op verzoek van Pompejus Berck, zoon en mede-erfgenaam van Alidt de Roovre, vrouwe van Godschalksoord, dat zij veertien jaar lang gewoond hebben, zowel in het huis van Alidt de Roovre, dat staat naast de Augustijnenkerk, als tegenover de poort van het "groothuijs" van Alidt de Roovre en dat, als zij in die tijd hun "lijwaet" moesten wassen, aan de vrouwe van Godschalksoord toestemming hebben gevraagd om haar washuis te mogen gebruiken, welk washuis staat op de plaats naast de Augustijnenkerk en dat zij die toestemming altijd gekregen hebben. Als zij klaar waren met wassen hebben zij de sleutel van het washuis steeds teruggebracht, "sonder oijt dienaengaende d'heer Johan van den Burgh, mede out Borgermeester deser Stadt, ofte sijn Edt. za. huijsvrouwe aengesproocken ofte erkent te hebben, maer wel gehoort ende dickwils present sijnde hebben verstaen, dat mevrouw van den Burgh aen [haar moeder, Alidt de Roovre] ... selfs consent tottet mogen wasschen in't voors. washuijs versochte en oock vercreeg". (ONA Dordrecht inv. 241, f. 86 e.v.)

- 15 jan. 1682: Pompejus Berck, oud-burgemeester van Dordrecht, verhuurt voor 400 gl. per jaar aan Govert van Koij, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de voorpoort of de voorplaats van de verhuurder aan de ene zijde en zijn koetshuis, "daer men door 't er sijden in en uijt d'Augustijne kerck gaet", aan de andere zijde. De huurder zal, evenals als zijn buurman wonende naast de Augustijnenkerk, het koetshuis en de plaats daarnaast mogen gebruiken, "onvermindert nochtans den voorgeroerden doorgangh, in en uijt d'voors. kerck" en de vrije doorgang voor de verhuurder en zijn familie, zowel wat personen aangaat als voor wagens, karren, paarden etc. Het zal de huurder vrijstaan in het voornoemde huis een bakoven te laten bouwen, evenwel op voorwaarde, dat die in het achterste keukentje komt te staan en bij het aflopen van de huurtermijn weer wordt afgebroken. Anna Westerburgh, weduwe van Cornelis van Dael, stelt zich borg voor de betaling van de huurpenningen. (ONA Dordrecht inv. 242, f. 283 e.v.)

- 1691: de erfgenamen van mr. Pompeus Berck, burgemeester van Dordrecht (vanaf 1676), zoon van Matthijs Berck en Alijd de Rovere

ca. 1693 (kohier van het lantaarngeld): de erfgenamen van burgemeester Berck betalen lantaarngeld voor hun huizen in de Voorstraat en de Nieuwstraat. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3984)

- ca. 1730 (?): Jacob Stoop

1731: Jacob Stoop, hoofdofficier van Dordrecht, betaalt in de verponding 36 gl. 17 st. voor zijn woonhuis met kelders, de kelders zijn verhuurd.

Jacob Abrahamsz. Stoop, gedoopt NG Dordrecht 1669, burgemeester van Dordrecht, 1726, 1734, 1738, 1739, 1742, begraven Dordrecht 15 febr. 1757 (begraafboek Grote Kerk: burgemeester Jacob Stoop, 10 koetsen boven "'t ordinaire" getal, met een wapen, de hoogste boete, laat kinderen na), trouwde 1e Petronella Sophia Berck, begraven Augustijnenkerk Dordrecht 31 juli 1699 (Soffija Berck, de vrouw van mr. Jacob Stoop "'t huijs met rou, 6 slepen en wapenbort"), 2e Gerecht/NG Dordrecht 27 jan./10 febr. 1709 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Abraham Stoop, oud-burgemeester en de bruid met Jacoba van de Graaff, weduwe van Adriaen van de Graaff), Maria Anna van de Graaff, gedoopt NG Dordrecht 8 mei 1681, jonge dochter van Dordrecht (1709), begraven Dordrecht 10 mrt. 1768 (begraafboek Grote Kerk: Maria Anna van de Graeff, weduwe van burgemeester Jacob Stoop, laat kinderen na, met de hoogste boete, 10 koetsen extra, met een wapenbord, luiden 's morgen een half uur en 'smiddags 2 uur), dochter van Adriaen van de Graeff, president van het Watergerecht en oudraad te Dordrecht, en Jacoba van de Graeff

-  1757: Maria Anna van de Graeff, weduwe van Jacob Stoop

- 1768: de erfgenamen van Maria Anna van de Graeff, weduwe van Jacob Stoop, verkopen "de Berckepoort" aan Pieter Maaskant en Gerrit Crebber

- 27 okt. 1768: mr. Boudewijn Onderwater, schepen in wette en oudraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Adriaan Stoop, heer van Brandwijk en Gijbeland, oudraad van Dordrecht, zoon en erfgenaam van Maria Anna van de Graaff, weduwe van mr. Jacob Stoop, burgemeester van Dordrecht, mr. Abraham Onderwater, mr. Hendrik Onderwater, heer van Puttershoek, regerend burgemeester van Dordrecht, als voogd over zijn minderjarige zoon Hendrik Onderwater, beiden erfgenamen van Maria Anna van de Graaff, hun grootmoeder van moederszijde en Clasina Petronella Repelaar, weduwe van mr. Jacob Stoop, oudraad te Dordrecht, zoon en erfgenaam van Maria Anna van de Graaff, en voogdes over haar kinderen, verwekt bij haar voornoemde man, verkopen voor 2200 gl. contant en een rantsoen van 35 gl. 10 st. aan Pieter Maaskant en Gerrit Crebber, burgers van Dordrecht, een groot huis, genaamd "de Berckepoort", staande in de Voorstraat bij de Augustijnenkerk, met een stal en koetshuis en een huis staande naast het voorplein van het voornoemde huis, welk huis wordt bewoond door Aart Maaskant. (ORA Dordrecht inv. 829, f. 192v e.v.) Voornoemde verkopers verkopen tevens aan Aart Maaskant, voor 730 gl. en een rantsoen van 18 gl. 5 st., een huis in de Voorstraat naast de Augustijnenkerk, dat wordt bewoond door de weduwe van Cornelis de Vogel. (ORA Dordrecht inv. 829, f. 193 e.v.)

- 1768: Jordaan de Haan voor een vierde deel

- 1 dec. 1768: Gerrit Crebber, burger van Dordrecht, verkoopt aan Jordaan de Haan voor 550 gl. contant de helft in de helft van een groot huis, genaamd "de Berckepoort", staande in de Voorstraat bij de Augustijnenkerk, met een stal, koetshuis en een huis, staande naast het voorplein van het grote huis, bewoond door Aart Maaskant *. (ORA Dordrecht inv. 829, f. 209v)

* Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 9 dec. 1745: Aart Maaskant jongman van Strijensas, woont bij de Lombardbrug, geassisteerd met zijn moeder, Grietje Paulus, vrouw van Matthijs Maaskant, en met schriftelijk consent van zijn vader en Antonia van den Enkwaardt, jonge dochter van Rotterdam, wonende bij de Pelserbrug [te Dordrecht], geassisteerd met Geertruij de Haan, weduwe van Vincent Thierens, haar nicht, getrouwd op 26 dec. 1745

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 26 okt. 1753: Adriana, het meerderjarig [sic] kind van Aerdt Maaskant bij de Augustijnenkerk, beide ouders leven, "met volck agter"

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 1 mrt. 1766: Antonia van Inkwairt, de vrouw van Aart Maaskant, laat kinderen na, bij de Wijnbrug, met "ordenare" koetsen

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 9 april 1770: Aart Maaskant, op de Voorstraat, laat kinderen na, "met de ordinaire koetsen".

- 1783: Jordaan de Haan en Gerrit Krebber verkopen de Berckepoort aan de stad Dordrecht

- 10 juli 1783: Jordaan de Haan en Gerrit Krebber, beiden wonende te Dordrecht, verkopen voor 7000 gl. contant aan de stad Dordrecht een groot huis, genaamd "de Berkepoort", staande in de Voorstraat bij de Augustijnenkerk, alsmede de helft in een zogenaamd washuis, "gemeen met Cornelis Verlee", en een huis, staande naast het voorplein van het grote huis, welk huis is verhuurd aan J.B. La Fosse. (ORA Dordrecht inv. 837, f. 94v e.v.)

"Sedert [d.w.z. na 1783] werd het gebouw voor allerlei doeleinden gebruikt. Een gedeelte diende nog als heerenhuis, daarna als hulpkazerne, zetel van het Armbestuur, school en bibliotheek. In het hoofdgebouw werden vergaderingen gehouden, anatomische lessen gegeven, belastingen gend, enz. totdat het ten slotte als schoolgebouw in gebruik is genomen, wat tot op heden zoo is gebleven." (Bouwkundig Weekblad, 31ste jaargang nr. 1, zaterdag 7 januari 1911, p. 4-5)