»

»

»

»

»
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»


HUISEIGENAREN TE DORDRECHT CIRCA 1650



Laatst bijgewerkt op 2 febr. 2018

Huiseigenaren te Dordrecht ca. 1650

De onderstaande gegevens zijn overgenomen uit ORA en ONA Dordrecht (resp. archief 9 en 20).

Gezicht op Dordrecht, door Albert Cuijp (ca. 1660)

Geraadpleegde literatuur.

J. L. van Dalen, Geschiedenis van Dordrecht, 2 delen (Dordrecht 1931/1933)

J. Hendriks en J. Koonings, Van der stede muere. Beschrijving van de stadsmuur van Dordrecht. Jaarboek van de Vereniging Oud-Dordrecht 2000 (Dordrecht, 2001)

Aardappelmarkt

17 juni 1654: Wilhelmus van der Weij, wonende te IJsselstein, als getrouwd hebbende Ariaentgen Jacobsdr., weduwe van Pieter de Hooch, verkoopt aan Leendert Willemsz. Kilsdonck, chirurgijn te Dordrecht, een huis staande op Sint Joost [Aardappelmarkt] bij de Rode Brug [Roobrug] te Dordrecht, voor welk huis (inclusief de winkel en enkele geschrijnwerkte kasten) koper belooft aan verkoper te betalen een somma van 1200 gl. contant. Comparant verleent procuratie aan zijn schoonvader Jacob Arijensz. van den Brande, burger van Dordrecht, om voor schepenen van Dordrecht te compareren en daar het huis etc. te transporteren aan de koper. (ONA Dordrecht inv. 91, f. 618 e.v.)

Aardappelmarkt (okt. 2011)

17 jan. 1657: Jacob Arijensz. van de Brande, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Wilhelmus van der Weij, wonende te IJsselstein, als getrouwd hebbende Adriaentie Jacobsdr., weduwe van mr. Pieter de Hooch, blijkens procuratie verleden voor notaris Johan Schoor op 17 juni 1654, verkoopt aan Leendert Willemsz. Kilsdonck, chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis, staande op Sint Joost bij de Roobrug tussen het huis van Jan Pietersz. Gront en dat van Arent Pietersz. van Beaumont. Kent betaald. Promittit quitare. Waarborg: Jacob Arijensz. van de Brande. (ORA Dordrecht inv. 781, f. 5)

Augustijnenkamp

27 mei 1651: Arent van Neten, als procuratie hebbende van Lodewijck van Dickelen, twijnder en burger van Dordrecht, verkoopt aan Hendrick van Hegenraijt, koopman te Haarlem, een huis met de kleine huisjes, die daar achter staan, genaamd het Lastig Endt, staande in de Augustijnenkamp tussen de erfgenamen van Lodewijck Smits en 's herenstraat. (ORA 778, f. 35v)

Gevelsteen in de Lastig Eendstraat (nr. 14-16) (bron: www.gevelstenen.net)

2 sept. 1651: Martijn van Telong, droogscheerder en burger van Dordrecht, is schuldig aan Claertgen Hendricxdr. 150 gl., verbindende een huis in de AK tussen Herman Hendricxsz. timmerman en Hendrick Dircxsz. (ORA 778, f. 60 e.v.)

7 nov. 1651: Hendrick Dircxsz., servetwerker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Grietgen Aertsdr. 150 gl., verbindende een huis in de AK, genaamd de Gecroonde Spoel, staande tussen het huis, genaamd den Swarten Ruijter, en het huis van Martijn van Telong. (ORA 778, f. 67v e.v.)

11 nov. 1651: Jan Henricxsz., kleermaker en burger van Dordrecht, als echtgenoot van Grietgen Maertensdr., weduwe van Hendrick Wijngaerts, verkoopt aan Jacob Schombeeck, twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de AK tussen Lijntgen Engelen en 's herengracht. Koper is schuldig aan verkoper 100 gl. en verkoopt aan Anna van Lantschot een jaarlijkse losrente van 22 gl. en 10 st., verzekerd op voornoemd huis. (ORA 778, f. 69v)

[NG trouwboek Dordrecht, 30 jan. 1639: Hendrick Wijngaertsen, weduwnaar uit het Land van Gulik ziekentrooster te Dordrecht wonende in de Hofstraat en Grietgie Maertens jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijngaard]

3 sept. 1653: Corstiaen van Sijs, kousenmaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Henrick Warnaerts een jaarlijkse losrente van 15 gl. op een huis in de AK, staande tussen Arent Praem en de Latijnse School. (ORA 779, f. 53)

5 mei 1671: Elisabeth Huiberts Smits, weduwe van Jan de Boijs, burgeres van Dordrecht, en Adriaen Broeders, appeltonder en burger van Dordrecht, verklaren, dat Jan de Boijs op 22 juli 1658 aan Adriaen Broeders verkocht heeft een huis in de AK, staande tussen het huis van de weduwe van Christiaen Seijs en de Latijnse School. Aangezien Broeders echter weer van deze koop wilde afzien, hebben zij elkaar daarvan "ontslagen ende op vrije voeten gestelt", zodat het huis nu weer eigendom is van Elisabeth Huiberts Smits. (ONA Dordrecht inv. 152, f. 232)

Bagijnhof

24 juni 1651: Cornelis Leendertsz. van der Heul, viskoper en burger van Dordrecht, verklaart, dat hij overeenkomstig het testament van Neeltgen Aertsdr., zijn overleden vrouw, gepasseerd voor notaris D. Eelbo te Dordrecht op 9 dec. 1648, gehouden is aan zijn kinderen elk hun portie in een somma van 1800 gl. uit te reiken. Hij verbindt voor het nakomen daarvan een huis voor het BH tussen Laurens Hendricxsz. bierdrager en Jan Laurensz. kleermaker. (ORA 778, f. 46v)

16 jan. 1652: Franchijntje Jansdr., weduwe van Joris Lucasz. kuiper, is schuldig aan Eva Dircxdr. 100 gl., verbindende een huis voor het Bagijnhof tussen Cornelis Jansz. bakker en Arijen Jansz. metselaar. (ORA 778, f. 80v e.v.)

19 jan. 1652: Jacob Hermans, timmerman en burger van Dordrecht, is schuldig aan Rochus van Wesel houtkoper 800 gl. wegens leverantie van hout, verbindende een huis voor het BH tussen 's herengracht en het huis van de weduwe van Sander molenaar [sic]. (ORA 778, f. 82)

2 febr. 1655: Jan Cornelisz. van Cleeff, burger van Dordrecht, voor zichzelf en vervangende Corstiaen Cornelisz. van Cleeff en de kinderen van Maijken Cornelisdr. van Cleeff, verkoopt aan Neeltie Jans, weduwe van Adriaen Joosten loodgieter, een huis voor het BH tussen het huis van koopster en dat van Claes Jansz. bierdrager. (ORA 1616 (nieuw), f. 5)

Blindeliedengasthuissteeg [steeg, die liep van Vriesestraat naar Tolbrugstraat]

4 mei 1651: Anthonij de Wit en Jan Jansz. Wor viskoper verkopen Bastiaen Laurensz. van Pelt een huis achter in de Blindeliedengasthuissteeg tussen Jan Cornelisz. molenaar en een huis van de diaconie. (ORA 778, f. 27)

Boogjes

16 mei 1651: Jan Claessen, burger van Dordrecht, verkoopt Marijcken Theunis, weduwe van Aert Jansz. Kas [Kaes], een huis achter aan 's herenveste omtrent de Botgensstraat tussen het huis, genaamd het Houtebeen, en het huis van koopster. Waarborg: Wijnant Jaspersz., burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 30 e.v.)

14 juni 1652: Gerard Bijl, als man van Ida de Hooch, en in die hoedanigheid mede-erfgenaam van Maijken Anthonisdr., weduwe van Aert Jansz. [Kaes], is bij de boedelscheiding aanbedeeld een huis achter aan de Vest omtrent de Botgensstraat, staande tussen de poort van het huis het Seven Star en het huis van Jan Claesz. smid. Hij verkoopt het aan Maeijken Jacobsdr., bejaarde en ongehuwde dochter. Koopster is aan hem schuldig 625 gl. (ORA 778, f. 121 e.v.)

Boom

De Boom (rode B) en het Groothoofd (rode G)

14 sept. 1650: Adriaen van Angeren Dirxsz., achtraad van Dordrecht, is schuldig aan Pieter de Carpentier, lid van de Oudraad te Dordrecht, een somma van 3400 gl., verbindende een huis op de Boom tussen Gillis Langle en ds. Goswinus [Gijsius], predikant te Streefkerk. (ORA 1614, f. 144v e.v.)

7 jan. 1651: Crijn Arijensz. Buijr, pondgaarder en burger van Dordrecht, verkoopt aan Steven Blonck, korenkoper en burger van Dordrecht, een huis met een klein huisje, daartoe behorende, dat uitkomt in de Torenstraat, staande tegenover de Boom tussen het huis van Marcelis de Gelder en de Torenstraat. Waarborg: Jan Arijensz. Buijr, burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 1v e.v.)

19 jan. 1651: Johans Reijns kamerbewaarder, als procuratie hebbende van Adriana de Vries, weduwe van Jeremias Reijns stadhouder, verkoopt aan Dirck Schijvelberch en Roeloff Bremkens, kooplieden te Dordrecht, een huis op de Boom tussen [Mathijs] Rens schipper en Teuntgen Jansdr. Waarborg: Michiel Veltrum Michielsz. oudraad. (ORA 778, f. 5)

31 jan. 1651: Cornelis Vaens, schepen in wette en thesaurier van Dordrecht, daartoe geautoriseerd door het Gerecht te Dordrecht, verkoopt aan Heijltgen Gerritsdr. Stouten, weduwe van Claes [Jansz.] Pauwesteijn, een erf op de Boom, dat tegenwoordig ďbetimmertĒ is, gelegen tussen de haven en Dirck Schot. (ORA 778, f. 7v)

31 jan. 1651: Heijltgen Gerritsdr. Stouten, weduwe van Claes Jansz. Pauwesteijn en Gerrit Aertsz. Schut, als testamentaire voogd over de kinderen van Cornelis Pauwesteijn, verkopen aan Johannes van Meel, notaris te Rotterdam, een huis op de Boom tussen de haven en Dirck Schout. Waarborg: notaris Cornelis van Bijwaert. (ORA 778, f. 7v e.v.)

19 juli 1651: Dirck Schijvelberch en Roeloff Bremkens, kooplieden en burgers van Dordrecht, verkopen aan Cornelis van Slingelant, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Boom tussen Matthijs Rens schipper en Theuntgen Jansdr. (ORA 778, f. 56)

29 juli 1651: Cornelis Schot, schipper en burger van Dordrecht, is schuldig aan Eva Dircxsdr. 300 gl., verbindende een huis op de Boom tussen Johannes van Meel, notaris en procureur te Rotterdam, en Arijen Dircxsz. van Angeren. Borg: Dirck Cornelisz. Schot, schipper en burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 59v)

2 febr. 1652: Neeltje Jansdr., tegenwoordig echtgenote van Willem Fresmeijner, geassisteerd met Jan Jacobsz. Mes, haar zoon, is schuldig aan Maeijken Cornelisdr. 300 gl., verbindende een huis op de Boom tussen Agnietgen Wouters en Matthijs Reijnssen. Borg: Jan Jacobsz. Mes. (ORA 778, f. 83v)

10 febr. 1652: Grietgen Claesdr., als procuratie hebbende van Maeijken Jansdr., weduwe van Maerten Hendricxsz. kleermaker, is schuldig aan Marijken Cornelisdr. 200 gl., verbindende een huis omtrent de Boom tussen Machtelt [Thomasr.] en Jan van Alteren [van Halteren]. (ORA 778, f. 86)

30 april 1652: Grietgen Cornelisdr., weduwe van Jan Aertsz. Notermans en Neeltje Cornelisdr., bejaarde, ongehuwde dochter, erfgenamen van Digna Claesz. Morlet, weduwe van Anthonij Hendricxsz. van Staebroeck, hun moeder, verkopen aan Pieter Jansz. Schram, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Boom, genaamd Delfshaven, staande tussen Govert van der Staf en Govert van Wessem. Waarborg: Cornelis Notermans, burger van Dordrecht. Koper verkoopt aan Steven Blonck een jaarlijkse losrente van 75 gl. op voornoemd huis. (ORA 778, f. 101)

27 nov. 1660: Arent Muijs van Holij, als curator over de boedel van Adriaen van Angeren, verkoopt aan Servaes van Hoogeveen, burger van Dordrecht, een huis op de Boom tussen Anthonij van Bree en Johannes de Vries. (ORA 1618, f. 147)

26 okt. 1661: Maria Cool, weduwe van ds. Johannes Gisius, voor een zesde part, ds. Jacobus Gisius voor een zesde part, Nicolaes Coesvelt, als man van Abigael Gisius, voor een zesde part, en Johannes de Vries, als man van Franchina Gisius, in die hoedanigheid aanbedeeld zijnde de helft van het hierna te noemen huis, met zijn zwagers Johannes Gisius en Arijen Arijensz. Brantwijck, als man van Sara Gisius, verkopen voor 1600 gl. aan Joris Roelantsz., Londenvaarder en burger van Dordrecht, staande tussen het huis van Servaes van Hoogeveen en dat van Gerrit Opde Camp. De koper is schuldig aan de kinderen van Abigael Gisius 450 gl., welk bedrag "bij wijlen Johannes Gisius haeren [d. i. Abigaels] vader subiect gemaeckt is fidei commis" en waarvan Abigael haar leven lang het vruchtgebruik zal hebben. (ORA Dordrecht inv. 1619, f. 68v)

26 dec. 1661: Isaack Tegelberch, boekbinder en burger van Dordrecht, verkoopt Teunis Jansz. van der Vliet, schipper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Boom tegenover de Torenstraat tussen het huis van Govert Matthijsz. van Wessem ziekenbezoeker en het huis, dat wordt bewoond door Aert Hermansz. bakker, voor 1925 gl., deels te betalen met contant geld en deels met het overnemen van twee schuldbrieven van 1250 gl. in totaal. (ONA 179, f. 746 e.v.) 

ORA Dordrecht inv. 784, f. 114: op 1 mei 1664 verkoopt Teunis Cornelisz. Oudeman, als getrouwd hebbende Anna Barents, die weduwe was van Claes Jansz. Smelser, aan Isaac van den Brande, burger van Dordrecht, een huis staande in het opgaan van de Boom, belend door het Groothoofd aan de ene zijde en het huis van Wessel Sachariasz. de Ram aan de andere zijde, te betalen met 5100 gl., waarvan 5000 gl. af te lossen in jaarlijkse termijnen van 1000 gl. en met een interest van 4 %. In margine: comp. Arent van Neten namens Isaac van den Brande, en toont de originele brief met kwitantie, waarbij blijkt dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 10 mei 1671.

15 nov. 1668: Maeijken Matthijsdr., Cornelis Matthijsz., Jan Matthijsz. en Franchois Matthijsz., kinderen en erfgenamen van Matthijs Reijnssen, schipper en burger van Dordrecht, verkopen voor 1790 gl. aan ds. Henricus Francken, predikant te Dordrecht, een huis op de Boom, staande tussen het huis van Johannes van Bergen en dat van Joost Joostensz. van Cappel. (ORA 1622, f. 76)

12 mei 1670: Hendricus Francken, predikant te Dordrecht, als echtgenoot van Catharina van Esch, die eerder gehuwd was met Paulus de Moor, verkoopt voor 1650 gl. aan mr. Willem Christiaensz. van Anholt scherprechter een huis op de Boom tussen Jan Willemsz. van Bergen en Joost Joosten van Cappel. (ORA 1623, f. 19)

Botgensstraat

1 mei 1651: Cornelis Smack, burger van Dordrecht, verkoopt aan Claes Cornelisz. van der Fles, azijnmaker en burger van Dordrecht, een huis in de BGS tussen Jeremias Andries wagenmaker en Maeijken Theunis Rommers. Waarborg: Leendert Jansz. Springer, burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 26)

6 dec. 1651: Aechien Arijens, weduwe van Jan Laurens metselaar, is schuldig aan Neeltie Cornelis 100 gl., verbindende een huis in de BGS tussen Maijken Rommers en Sara Frans, weduwe van Jan Jansz. van Eijnde. (ORA 778, f. 72v e.v.)

11 juni 1652: Catharina de Hoog, weduwe van Bartholomeus van den Broeck, als med-ergename van wijlen Mariken Anthonisdr., weduwe van Aert Jansz. Caes, verkoopt aan Pieter Janssen, schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de BGS tussen Cornelis Robbertsz. en het weeskind van Eeuwout Arijensz. Koper is schuldig aan verkoper 500 gl. (ORA 778, f. 119v)

5 sept. 1652: Lambert Abelsz. en Arijen Aeldertsz. van Bommel, burgers van Dordrecht, als voogden van de onmondige erfgenamen van wijlen Willemina van der Loo, verkopen aan Jacob, Catalina, Anna en Elisabeth Le Blom een huis in de BGS tussen Lambert Janssen en Damis Dircxsz. Claptas. (ORA 778, f. 134v)

Buiten de Sluispoort

20 nov. 1651: Cornelis Sieren, schiptimmerman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Joost Pietersz. van Ardennen, schiptimmerman en burger van Dordrecht, de beterschap van zekere schiptimmerwerf met loods, huis en andere toebehoren, staande en gelegen buiten de Sluispoort, zijnde de helft van de schiptimmerwerf, die eertijds toebehoord heeft aan Cornelis Pietersz. schiptimmerman, belend door de wederhelft van genoemde werf, welke nu toebehoort aan Bartholomeus Corstiaensz., aan de ene zijde en de schiptimmerwerf van Jacob Arijensz. van de Merwe aan de andere zijde. Waarborgen: Ghijsbert van Dalen en Dirck Verbuijs, burgers van Dordrecht. Koper is schuldig aan Gijsbert van Dalen 820 gl. Borg: Pieter Joosten van Ardennen, schiptimmerman en burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 71 e.v.) 

4 juni 1652: Anthonij Repelaer en Cornelis Schepens, als Vaders van het Weeshuis te Dordrecht, mede vervangende de overige Vaders van het Weeshuis, verkopen aan Hendrick Cornelisz. van Bijstervelt een huis en loods in de gang tegenover de eerste korenmolen buiten de Sluispoort, staande tussen Jan Pietersz. arbeider en Marijken Jansdr. Koper is schuldig aan Adriaen Pietersz. Vechter 400 gl. In margine: comp. Arijen Arijensz. Heijligenberch, als erfgenaam van Adriaen Pietersz. Vechter, de grootvader van zijn vrouw, en verklaart volledig betaald te zijn van voornoemde schuld. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 4 dec. 1674. (ORA 778, f. 114v e.v.)

3 sept. 1652: Ariaentgen Jansdr., de vrouw van Pieter Arijensz. lijndraaier, als procuratie hebbende van haar man, volgens procuratie gepasseerd voor notaris D. Block te Rotterdam op 3 aug. 1652, verkoopt aan Nicolaes Hendricxsz. Rootmerding, burger van Dordrecht, een huis buiten de Sluispoort op de Luiersdijk, zijnde het 12e huisje, staande tussen het 11e en het 13e huisje. (ORA 778, f. 134)

15 okt. 1652: Cornelis Vaens, thesaurier van de reparatiŽn te Dordrecht, verkoopt aan Bastiaen Cornelisz. schipper een huis buiten de Sluispoort op de Luiersdijk, zijnde het 9e huisje, staande tussen Maerten van der Nath en Jacob Terlu. De koper is schuldig aan verkoper 280 gl. en stelt tot borg een huis in de Oude Breestraat, genaamd de Drije Gecroonde Sleutels, staande tussen Ysaack Joosten en Jan de Wacker. (ORA 778, f. 140v) 

ORA Dordrecht inv. 780, f. 122v e.v., op 27 juni 1656 verkoopt kapitein Pieter de With, als man en voogd van Hasina Pieters, aan Geertruijt Nuijssenburch een huis buiten de Sluispoort, "over" de korenwindmolen de Buijserinne, staande achter het huis op de hoek van de stadsweg, toekomende aan Stoffel Mangele. Idem, f. 123, 27 juni 1656: koper kent "ter cause van de vollen cooppenningen" schuldig een somma van 255 gl.

Buiten de Spuipoort

21 mrt. 1652: comp. Adriaen, Floris en Wijnant Florisz. van den Wijngaert, Jenneken Florisdr. van den Wijngaert, bejaarde en ongehuwde dochter, Jan Jansz. van Hamaet, als echtgenoot van Rijcxken Florisdr. van de Wijngaert en Christiaen Coopmans, raad in wette van Dordrecht, als testamentaire voogd over de kinderen van wijlen Abraham Florisz. van den Wijngaert, samen kinderen resp. kleinkinderen van Floris Adriaensz. van den Wijngaert en Jenneken Pietersdr. de Bruijn. Comparanten verklaren, dat zij de nalatenschap van hun ouders hebben verdeeld, waarbij aan Floris Florisz. van den Wijngaert, bleker en burger van Dordrecht, is toegevallen de gerechte helft van een huis en blekerij buiten de Spuipoort, staande en gelegen tussen het huis en de blekerij van Roelant Evertsz. en het huis van Cornelis Woutersz., waarvan de wederhelft gemeenschappelijk eigendom geweest is van Floris en zijn ouders. Floris is schuldig aan Christiaen Coopmans 2800 gl., verbindende voorn. huis en blekerij. (ORA 778, f. 92v e.v.)

23 juli 1652: Sijchgen Pietersdr., weduwe van Abraham de Both, burgeres van Dordrecht, als procuratie hebbende Jacobmijntgen Jansdr., weduwe van Andries Pietersz. Schuijte, bleekster, is schuldig aan Maeijken Cornelisdr. 800 gl., verbindende een blekerij met een huis en andere toebehoren, staande en liggende buiten de Spuipoort tussen het huis van Lambert Cambij en de blekerij van Cornelis Woutersz. (ORA 778, f. 130 v)

8 okt. 1652: Adriaen Adriaensz. Jonge Schouten is schuldig aan Neeltgen Theunisdr. van Mouwerick 500 gl., verbindende een huis en schuur buiten de Spuipoort, staande op de hoek van het Geldeloze Pad tussen dat Pad en de "Raempte" van Jan Bollenbeecq. (ORA 778, f. 139)

Buiten de Vriesepoort

17 juli 1651: Lambert Gerritsz., smid en burger van Dordrecht, is schuldig aan Maria Mispelshoeff, weduwe van Johannes van der Linde, 900 gl. wegens geleverd ijzer, verbindende een huis buiten de Vriesepoort, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jan Dionijsz. en het huis van Jan Bosman. (ORA 778, f. 54v)

18 aug. 1653: David Cotermans, burger van Dordrecht, is schuldig aan zijn zuster, Adriana Cotermans, 1650 gl., spruitende uit zekere obligatie door hem t.b.v. zijn zuster verleden op 14 nov. 1640, die hij met het passeren van deze schuldbrief beschouwt als tenietgedaan, verbindende een huis, schuur etc. buiten de Vriesepoort tussen de tuin van Govert van Berge brouwer en het huis van ... [sic] (ORA 779, f. 52)

Buiten de Vuilpoort

10 juli 1651: Dirck Jansz. Tegelberch, burger van Dordrecht, verkoopt aan Jan Cornelisz. Copsoete schipper een huis buiten de Vuilpoort, waar uithangt de Behoude Reijs, staande tussen de weduwe van Pieter Hermansz. van der Beeck en Arent Sonnemans. Waarborg: kapitein Gijsbert Botlant. (ORA 778, f. 52v)

[Dirk Jansz. Tegelbergh, geboren ca. 1608 te Dordrecht, musicus, zeer bedreven o.a. op het clavecimbel, zoon van Jan Dirksz. Tegelbergh en Sara Bruyn, trouwde Dordrecht 27 april 1632 Apolonia van Botlant (NNBW [internet])]

10 febr. 1652: Pleun Adriaensz., marktschipper op Hulst en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jan Gevertsz. een hypotheek van 199 gl. 10 st., verzekerd op een huis buiten de Vuilpoort, waar uithangt de Wildeman, staande tussen het huis van Dirck Arijensz. bakker en 's herenstraat. De comparant stelt tot onderpand zijn huis op de Riedijk met het huisje daarachter, staande tussen het huis van Jan Arijensz. Buijr en het huis van Leendert Schouman. In margine: comp. Stijntgen Pleunen, namens haar moeder, Grietgen Hendricx, en toont de originele brief, waarbij blijkt dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 25 april 1661. (ORA 778, f. 87v e.v.)

27 juni 1652: Steven Jansz. Vertolen, schipper en burger van Dordrecht, is schuldig aan Elisabeth Evertsdr., weduwe van Govert Rochusz. van Wesel, 600 gl., verbindende een huis buiten de Vuilpoort tussen Logier schipper en Jan ... [sic]. In margine: comp. Agnietjen Otten, weduwe van Steven Jansz. Vertholen schipper, en toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief geroyeerd op 5 febr. 1666. (ORA 778, f. 125v e.v.)

9 juli 1652: Francois Rees, koopman en burger van Dordrecht, als echtgenoot van Maria Absouw, voor zichzelf en tevens vervangende de overige kinderen en erfgenamen van Dirck Jacobsz. Absouw, zijn zwagers en schoonzuster, verkoopt aan Pieter Block, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis buiten de Vuilpoort, genaamd den Runmolen, staande tussen Martinus de Gorter en de weduwe van Dirck Crijnen Nobel. (ORA 778, f. 128v)

Doelstraat

29 april 1643: Sijmon Geemansz. verkoopt Franchois Monie een huis in de DS tussen het huis van Samuel Berckenbosch * en de weduwe van Maerten Jansz. kuiper. Waarborg: Jan Sijmonsz. [Ooms], boekbinder te Dordrecht. (ORA 774, f. 17)

* Begraafboek Grote Kerk 15 juni 1658: een baar voor de vrouw van Samuel Berckenbos op de hoek van de Nieuwbrug, twee maal luiden

17 aug. 1647: Anthonij Bastiaensz., burger van Dordrecht, verklaart onder zich genomen te hebben een somma van 500 gl., toekomende aan Anthonij Anthonisz., de zoon van zijn zoon*. Hij belooft aan Clara van Bonckelwaert de interesten van dat bedrag, a 5 % jaarlijks, uit te zullen keren, opdat zij daarmee in het onderhoud van de jongen kan voorzien. Voor de nakoming hiervan verbindt hij een huis in de DS, staande tussen het huis van Grietgen Frans en dat van Gerrit Vogel schiptimmerman. (ORA 776, f. 39v e.v.)

* Anthonie, zoon van Anthonij Anthonisz. en Clara van Bonckelwaert, gedoopt NG Dordrecht mei 1639

3 mei 1651: Doen Gijsbertsz. Cruijt, brandewijnbrander te Rotterdam, verkoopt aan Sijer Cornelisz., schipper en burger van Dordrecht, een huis in de DS, waar uithangt de Wijndruijff, staande tussen DaniŽl Abrahamsz. Verhoop bakker en Samuel Berckenbosch kruidenier. Koper is schuldig aan de voogden van Adriaentgen Arijensdr. 800 gl. In margine: compareert Sijer Cornelisz. schipper en toont de kwitantie, die is getekend door Christoffel Coopmans. Schuldbrief geroyeerd op 22 nov. 1652. (ORA 778, f. 26)

6 febr. 1652: Geertruijt Anthonisdr., als procuratie hebbende van haar vader Anthonij Bastiaensz., verkoopt aan Willem Reijniers, "oudecleerkoper" en burger van Dordrecht, een huis in de DS tussen Grietgen Franssen van de Brant en de erfgenamen van Jan Vogel. (ORA 778, f. 84 e.v.)

12 okt. 1652: Cornelis Fransz. Rijsbergen, beenhakker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Anthonij Pieters, wetsteenhouwer en burger van Dordrecht, 550 gl., ter voldoening van zijn moederlijk erfdeel, verbindende een huis in de DS, staande tegenover het Weeshuisstraatje tussen DaniŽl Abrahamsz. bakker en Jan Souppert [Soupaert] knoopmaker. (ORA 778, f. 140)

Dolhuisstraat (Cellebroersstraat)

Het Dolhuis op de hoek van de Dolhuisstraat (aug. 2011)

4 mei 1651: Hugo Repelaer Adriaensz., geautoriseerd door het Gerecht van Dordrecht tot de verkoop van de huizen, die toebehoord hebben aan Elias van Westcappel, verkoopt aan Steven Cornelisz., olieslagersknecht en burger van Dordrecht, een huis in de Cellebroersstraat tussen het huis, gekocht door Thomas Thomasz. en het huis van de weduwe van DaniŽl Pietersz. bakenmeester. (ORA 778, f. 26v)

4 mei 1651: idem verkoopt aan Thomas Thomasz. kalkmeter een huis in de Cellebroersstraat tussen Jeroen Sijmonsz. Fallo en Steven Cornelisz. (ORA 778, f. 26v)

23 mei 1651: Hugo Repelaer Adriaensz., door het Gerecht van Dordrecht geautoriseerd tot het verkopen van de huizen en erven, die toebehoord hebben aan Elias van Westcappel, verkoopt aan Jeroen Sijmonsz. Fallo, burger van Dordrecht, een huis in de Cellebroersstraat tussen Claesz. Claesz. en de koper. (ORA 778, f. 33v)

6 juli 1651: Hugo Bastiaensz. van der Meer, als vader en voogd van zijn onmondige dochter, verwekt bij Anna Verelst Willemsdr., zijn overleden vrouw, en als voogd van de weeskinderen van Evert Staesz. Hellou, verwekt bij Maria Verelst, verkoopt aan Adriaentgen Corssen, weduwe van DaniŽl Pietersz. bakenmeester, twee huizen, staande naast elkaar in de Dolhuisstraat tussen Willem van Oversteech en het weeskind van juffrouw Van Asperen. (ORA 778, f. 52v e.v.)

23 okt. 1651: Corstiaen Dircxsz. is schuldig aan Bartholomeus de Bel 200 gl., verbindende een huis in de DHS, genaamd den Coninck van Spaingen, tussen Jan Sijmonsz. en Robbrecht ... [sic] (ORA 778, f. 65 e.v.)

16 mrt. 1652: Corstiaen Dircxsz. is schuldig aan DaniŽl Jansz. 100 gl., verbindende een huis in de DHS, genaamd den Coninck van Spaengien, tussen Jan Sijmonsz. en Robbrecht ... [sic] (ORA 778, f. 91 e.v.)

19 april 1652: Corstiaen Dircxsz. is schuldig aan DaniŽl Jansz. 100 gl., verbindende een huis in de DHS, genaamd de Coninck van Spaengien, tussen Jan Sijmonsz. en Robbrecht ... [sic] (ORA 778, f. 97v)

2 aug. 1653: Birgittta Corstiaens, weduwe van Dirck Hendricxsz. Hasendoncq, is schuldig aan Eva Dircxsdr. 100 gl., verbindende een huis in de DHS, staande tussen Casper Renoijen en Hendrick Pietersz. van den Bosch. (ORA 779, f. 47v e.v.)

Dwarsgang

5 juni 1652: Barbara van Hoochstraten, als procuratie hebbende van haar man, Henricus Hondius, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Havelaer te 's-Gravenhage op 3 mei 1652, verkoopt aan Willem Geerlings Smissies, schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Dwarsgang [sic] tussen Matthijs van den Eijnde en 's herengracht. (ORA 778, f. 116)

Dwarsgang van de Kolfstraat

25 juni 1652: Nicolaes Barentsz., burger van Dordrecht, verkoopt aan Gerrit Philipsz., drappier en burger van Dordrecht, een huis in de dwarsgang van de Kolfstraat, staande tussen Aeltgen Tijssen en mr. Jan chirurgijn. (ORA 778, f. 124v)

Dwarsgang tussen de Vriesestraat en de Gevulde Gracht

17 mei 1650: Jacob Dircxsz., houtzager en burger van Dordrecht, verkoopt aan Gerrit Gerritsz. een jaarlijkse losrente van 9 gl. op een huis in de dwarsgang tussen de Vriesestraat en de Gevulde Gracht, staande tussen het huis van de diaconie en dat van Jan Leendertsz. (ORA 777, f. 114)

Dwarskade (Vlak)

7 febr. 1651: Politus Wassenburch, als procuratie hebbende van Sara Wassenburch, weduwe van Dirck Jansz., verkoopt aan Adriaen van Ouver, burger van Dordrecht, een huis op de Dwarskaai van de nieuw gegraven haven, staande tussen de weduwe en erfgenamen van Claes Sijmonsz. Braet en   [sic]. Koper kent schuldig aan Jannette Bosch 800 gl., verbindende voornoemd huis. Op okt. 1657 compareert Mattheeus de Hulter, koopman te Amsterdam, als man van Anna van der Sloot, dochter van Jannette Bosch, die echtgenote was van wijlen Huijbertus van der Sloot, en toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd. (ORA 778, f. 12)

[NG trouwboek Dordrecht 15 juli 1646: Arian Jansz. van Oever[e] jongman van Bommel varend gast wonende in de Tolbrugstraat Waterzijde en Anneken Cornelis jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven, sponsus debet testimonium de patris consensu]

12 juli 1651: Pieter Jansz., kalkmeter en burger van Dordrecht, is schuldig aan Anna van Lantschot 150 gl., verbindende een huis op de Dwarskade van het Nieuwe Werk, staande tussen de weduwe van kapitein Pieter van Allevrunde en Jochem Lamberts. (ORA 778, f. 53)

18 jan. 1652: Adriaen van Ouver, burger van Dordrecht, verkoopt aan kapitein Gerrit Sijmonsz. van Duijnen een jaarlijkse losrente van 9 gl. 7 st. 8 penn., verzekerd op een huis, staande op de Dwarskade van de "nieuw gegraven haven" tussen de weduwe en erfgenamen van Claes Sijmonsz. Braet en ... [sic]. (ORA 778, f. 81v)

2 jan.1658: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Anneken Cornelisdr., weduwe van kapitein Pieter Pietersz. van Allevrunden, beschreven door notaris J. Melanen op verzoek van kapitein Geerit Pietersz. van Allevrunden, Luijcas de Rouw, als man van Aletta Pietersdr. van Allevrunden, en Johan Schoormans en Claes Jaspersz. Ter Bruggen, als executeurs-testamentair en voogden over de minderjarige erfgenamen van Anneken Cornelisdr., op 2 jan.1658 en enige volgende dagen.

Tot de nalatenschap behoren:

- een huis op de Dwarskaai van de Nieuwe Haven, staande op de hoek van de Hoge Nieuwstraat tussen die straat en het huis van voornoemde Anneken Cornelisdr., in welk huis zij heeft gewoond en waarin zij overleden is (kapitein Van Allevrunden zegt, dat dit huis bij codicillaire dispositie van zijn moeder aan hem is gelegateerd, maar de voogden zeggen, dat dit nog moet blijken);

- een huis op de Dwarskaai, staande tussen het voorgaande en dat van Gleijn Pietersz. Kool schipper, welk huis verhuurd is aan Luijcas de Rouw, schoonzoon van de overledene, voor 66 gl. per jaar. (ONA Dordrecht inv. 195, f. 190 e.v.)

12 juni 1658: Jan Carlebeur, schipper en burger van Dordrecht, is schuldig aan Sara Boumans, weduwe van Franchois Boels, een bedrag van 750 gl., verbindende een huis op de Dwarskade omtrent de Roobrug, staande tussen het huis van Gerrit Bonten en de weduwe van Hendrick Schoormans. (ORA 1617, f. 115)

Elfhuizen

22 mei 1651: Jan Jacobsz. Bornwater, timmerman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Catharina Oliviers een huis in de Elfhuizen op de Hil tussen Jan Aertsz. in de Posthoorn en Aert Lucas. (ORA 778, f. 32v)

1 mei 1652: Adriaen Eliassen en Grietgen Leenderts, bejaarde en ongehuwde dochter, verkopen aan Louijs Gillisz. waagknecht een huis in de Elfhuizen, staande tussen Steven Theunisz. de Rouw en Pieter Cornelisz. metselaar. Koper is schuldig aan Neeltgen Sieren 650 gl. In margine: Abigael Thomas, weduwe van Louijs Gillisz., toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is afgelost. Hypotheekbrief derhalve geroyeerd op 18 nov. 1660. (ORA 778, f. 101v)

Engelenburgerkade

De Engelenburger Kade is vernoemd naar het rondeel Engelenburg, dat staat aan de Lange Gelderse Kade. De toren werd in 1647 verbouwd tot woning voor de havenmeester van de Nieuwe Haven. (Van der stede muere, p. 85-86)

De Catrijnepoort (of St. Catharinapoort) aan de Korte Engelenburgerkade (uit 1652) is met de Groothoofdspoort de enige stadspoort van Dordrecht, die bewaard is gebleven. ( april 2012)

De Catrijnepoort bij de Hooikade (sept. 2011)

8 mei 1652: Cornelis Vaens, schepen en thesaurier van de reparatie van Dordrecht, verkoopt namens de stad Dordrecht aan Adriaen van Aerdennen het elfde en twaalfde erf aan de EK, "gelijck die selve affgepaelt sijn". Koper is schuldig aan verkoper 826 gl. 13 st. 8 penn. (ORA 778, f. 104v e.v.)

8 mei 1652: idem verkoopt namens de stad Dordrecht aan Cornelis Abrahams wagenmaker het 13e erf aan de EK. Koper is schuldig aan verkoper 413 gl. 6 st. 8 denier [sic] (ORA 778, f. 105 e.v.)

8 mei 1652: idem verkoopt namens de stad Dordrecht aan Franchoijs Rees het 14e, 15e en 16e erf aan de EK. (ORA 778, f. 105v)

8 mei 1652: idem verkoopt namens de stad Dordrecht aan Cornelis Vogel het 19e, 20e en 21e erf aan de EK. Koper is schuldig aan verkoper 1100 gl. (ORA 778, f. 106)

8 mei 1652: idem verkoopt namens de stad Dordrecht aan Govert van Wesel het 22e en 23e erf aan de EK. (ORA 778, f. 106v)

Korte Engelburger Kade (sept. 2011)

10 mei 1652: thesaurier Cornelis Vaens verkoopt namens de stad Dordrecht aan Maerten Gillisz. van der Pijpen het vierde, vijfde, zesde en zevende erf aan de EK, elk groot 20 Zuidhollandse roevoeten. (ORA 778, f. 107v)

[Begraafboek Grote Kerk 5 jan. 1675: een zwarte baar op de Engelenburghse Haven voor Maerten Gillisz. van der Pijppen, veertigraad, twee maal luiden.]

Het Maartensgat bij de Korte Engelenburger Kade (sept. 2011)

10 sept. 1653: Grietgen Claesdr., als procuratie hebbende van Jan Hellegers, havenmeester van de Engelenburger haven, is schuldig aan Hugo Repelaer, schepen in wette van Dordrecht, een bedrag van 600 gl., verbindende een huis aan de voornoemde haven, staande naast de brug, als mede Jan Hellegers' aandeel in een somma van 1800 gl., die hem als man van Catarina Verlou toekomt en waarvan Anna Cornelisdr., vrouw van Damis Verlou het vruchtgebruik heeft. (ORA 779, f. 53v)

Gravenstraat

14 juni 1651: Sijmon van der Meer, schipper en burger van Dordrecht, is schuldig aan Geertruijt Aertsdr. 250 gl., verbindende een huis in de GS tussen Wijburch Verhagen en Jan Repel. (ORA 778, f. 42v)

24 juni 1651: Hendrick Joosten van der Beecq, burger van Dordrecht, verkoopt Michiel Spranger, glaesmaecker en burger van Dordrecht, een huis in de GS tussen Govert Bartholomeusz. bakker en Lodewijck Lambertsz. kleermaker. Waarborgen: Theuntgen Hendricxdr., weduwe van Joost Lievensz. van der Beecq en Thobias van der Beecq, burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan Steven Blonck 1800 gl. In margine: Maeijken van Gou, weduwe van Michiel Spranger toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is afgelost. Schuldbrief geroyeerd op 5 nov. 1667. (ORA 778, f. 46)

17 okt. 1651: Maria van Boetselaer, vrouw van Arent Dircxsz. Hoochaers, voor zichzelf en procuratie hebbende van haar echtgenoot, verkoopt aan Jan Matthijsz. Bacx zeilmaker een huis in de GS, staande tussen het huis van verkopers en dat van Matthijs Cocx, met een loods, staande achter het huis van Cocx en toebehorende aan het huis van verkopers. Overeengekomen is, dat de koper op zijn kosten een pomp zal mogen maken, die komen zal in de pomp of waterput van het huis van de verkopers, genaamd de Maecht van Dordrecht, "waer mede hij cooper water can crijgen in den gecochten huijse voor hem voors. cooper en sijne naecomelingen." Waarborg: Cornelis Francken, schoenmaker en burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 64 e.v.)

30 april 1652: Govert Meeussen van Hommerich, bakker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Willem Arijensz. van Driel bakker een huis in de GS tussen Machiel Jansz. [Spranger] glasmaker en de gang van de weduwe van Willem Beeck en Francois Craen. Koper is schuldig aan verkoper 1500 gl. (ORA 778, f. 100 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 782, f. 49v: op 1 aug. 1659 verkopen Maria Bergeijck, weduwe van Aert Michielsz. de Hultre [de Hulter] en Barent Barentsz. Emont, burger van Dordrecht, met toestemming van het Gerecht van Dordrecht, blijkens akte gepasseerd op 17 mei 1659, aan Jan Pietersz. Gront, koopman en burger van Dordrecht, een huis, dat toebehoord heeft aan wijlen Jan Barentsz. Emont. Het huis is genaamd de Blauwe Leeuw en staat in de Gravenstraat tussen het huis van Pieter van Gelsdorp en dat van Anthonij Struijs. Koper betaalt 3550 gl., deels contant en gedeeltelijk met het verlijden van een schuldbrief.

Groenmarkt (Vogelmarkt)

10 jan.1634: Abraham Struijs, lid van de Oudraad van Dordrecht, verklaart, dat zijn schoonvader, Andries Vervorst, t.b.v. Abraham van Beveren, schout van Dordrecht, een somma van 2400 gl. verzekerd heeft op een huis, staande tegenover de Vleeshouwersstraat, waar uithangt "de Cop". (ORA 1606, f. 1)

20 jan. 1634: Esaias Cornelisz. Mesian, klerk te secretarie van Dordrecht, als procuratie hebbende van Cathalina Jans, weduwe van Gijsbert Jacobs, verkoopt aan Bastiaen Quijrijnen een jaarlijkse losrente van 37 gl., verzekerd op een huis tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Andries van Vorst en dat van Dirck van Slingelant. (ORA 1606, f. 3v)

27 jan. 1651: Crispijn van Outgaerden, als curator van de ďgeabandonneerdeĒ boedel van Cornelis van Hoogeveen, gewezen ontvanger van de gemene middelen over Dordrecht, verkoopt aan Johan Adriaensz. Ooms, burger van Dordrecht, een huis tegenover het Stadhuis tussen de weduwe van Adriaen Henricxsz. Rijsbergen en de kinderen en erfgenamen van Willem Reijersz. Koper is schuldig aan Margareta Dircxdr., weduwe van Johan Cools, 6000 gl., verbindende het voornoemde huis. Borg: Adriaen Jansz. Ooms, brouwer en burger van Dordrecht, verbindende een tuin buiten de Spuipoort tussen de tuin van Jan Michielsz. Deijlman brouwer en het Geldeloze Pad. Koper is tevens schuldig aan Margareta Dircxdr. 2000 gl. Borg: Adriaen Jansz. Ooms. Op 22 juli 1651 compareert Hugo Repelaer namens zijn schoonmoeder, Margriet Dircxdr., en verklaart dat de schuld volledig is voldaan. (ORA 778, f. 6)

ORA Dordrecht inv. 778, f. 19 e.v.: op 30 mrt. 1651 Grietgen Claesdr., als procuratie hebbende van Adriaentge Cornelisdr., bejaarde en ongehuwde dochter, is schuldig aan Jan Aertsz. de Gelder 300 gl., verbindende de helft van een huis tegenover de Lombardbrug tussen de kinderen en erfgenamen van wijlen [Pompeus de Rovere] de heer van Hardinxvelt en het huis van de weduwe van Cornelis Adriaensz. van Dorsten.


1 mei 1651: Geertruijt Everwijn, weduwe van Dirck Verhagen, verkoopt aan Abraham Terwen, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt tussen mr. Dirck Berck en de kinderen en erfgenamen van Willem Aertsz. Brantwijck. Waarborgen: Nicolaes Nicolai, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Anthonij Chasteleijn, koopman te Amsterdam. (ORA 778, f. 24)

17 juni 1651: Willem Andriesz., kleermaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jacob Gerritsz. Cuijp een jaarlijkse losrente van 15 gl. op een huis aan de Vogelmarkt tussen Claes Jansz. Raijen en Leendert Abrahams. (ORA 778, f. 44)

11 okt. 1651: Cornelis van Gastel, beenhakker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Willem van Brouckhuijsen 400 gl., verbindende een huis op de Vogelmarkt tussen Jan Gijsbertsz. wijnkoper en Arijen Vinck. (ORA 778, f. 62v e.v.)

12 dec. 1651: ds. Andreas Colvius, predikant in de Franse gemeente te Dordrecht, en DaniŽl Eelbo, als executeurs-testamentair van wijlen mr. Nicolaes Schavaar [Schavart], verkopen aan Pieter de Lairesse, notaris en burger van Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt tussen het huis den Rooden Schilt en het huis den Haen. Koper is schuldig aan Dirck Schijvelberch 2800 gl. (ORA 778, f. 75)

[Andreas Colvius (noemde zich Kolf/Colvius naar zijn grootmoeder Alid Kolff), geboren te Dordrecht ca. 1594, predikant te Rijsoord (1619), hofprediker van de ridder Johan Berck 1620-1623, predikant in de Waalse gemeente van Dordrecht 1629-1666 (emer.),  overleden 1 juli 1671, zoon van Nicolaas Heymans en Maria van Slingeland  (Van Dalen, o.c., deel II, p. 797-798, Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme [internet]), trouwde Dordrecht 19 mrt. 1630 Anna van der Myle Abrahamsdr.

Ds. Andreas Colvius, portret door Salomon Savery, naar Aelbert Cuyp (1646)]

1 mei 1652: Maria van der Eijck, weduwe van Dirck van Slingelant, verkoopt aan Pauwels van der Nath een huis tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen Jan Jansz. Hutten en Jan Cornelisz. bakker. Waarborg: Nicolaes van der Eijck en Hermanus van der Eijck, burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoper 2050 gl. Borgen: Michiel Feltrum, ontvanger van de gemene middelen en Maerten Bartholomeusz. van der Nath, burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 102)

ORA Dordrecht inv. 783, f. 85v e.v., op 14 febr. 1662 comp. jonkheer Franchois de Rovre, zoon van mr. Johan de Rovere, en exhibeerde een akte van scheiding van huis, erf en toebehoren, gepossedeerd bij de kinderen en kindskinderen van wijlen Pompeus de Rovre, op 4 dec. 1656 gepasseerd voor de Dordtse notaris Martinus Clierius, met de volgende inhoud: op 4 dec. 1656 comp. Alid de Rovre, vrouwe van Godschalksoord en weduwe van mr. Matthijs Berck, voor 1/5 deel en nog de helft van 1/5 deel, haar aanbedeeld van wege Sara de Rovre, weduwe van Adriaen van Bleijenburgh, heer van Naaldwijk en schout van Dordrecht, Sophia van Beveren, vrouwe van Hardinxveld en weduwe van mr. Pieter de Rovre, mede voor 1/5 part, Franchois de Rovre voor 1/5 part en Dirck Berck, getrouwd met Johanna de Rovre, voor 1/5 part en nog de helft van 1/5 part, hem nevens Alidt de Rovre aanbedeeld van wege Sara de Rovre. Comparanten verklaren, dat Franchois de Rovre is aanbedeeld een huis etc. in de Wijnstraat tegenover de Lombardbrug, staande tussen het huis van Anthonij Vivien en het huis van de erfgenamen van Adriaen van Driel, voor 12.000 gl.

18 sept. 1652: dijkgraaf Johan van der Steen, als procuratie hebbende van Eleonora Marie Oem, weduwe van Jacops de Bouxelles [Jacques de Bruxelles], burggraaf van Dormael, heer van Rijmenand, Giessendam etc., volgens procuratie gepasseerd voor notaris Gillis van Vaddere te Brussel op 12 sept. 1652, verkoopt aan Willem Cronenburch een huis omtrent het Stadhuis, genaamd Amsterdam, staande tussen Aert Coenen koekenbakker en het huis, waar uithangt het Root Laecken. Koper is schuldig 2500 gl. Borg: Jan Henricxsz. Cronenburch, burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 137 e.v.)

26 okt. 1652: Catalina Jonas, bejaarde ongehuwde dochter, is schuldig aan de dekens van het Bakkersgilde 300 gl., verbindende een huis omtrent het Stadhuis tussen Herman Jacobsz. en ... [sic] (ORA 778, f. 144 e.v.)

17 juli 1653: Willem Andries van de Berch, kleermaker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Pieter van Slingerlant 100 gl., verbindende een huis op de Vogelmarkt tussen Leendert van Wijngaertstraten en Claes Jansz. Raijen. (ORA 779, f. 44v e.v.)

11 okt. 1658: Adriana Cornelisdr. Loijcx, bejaarde vrouw, en Adriaen van Drijel, apotheker, Aert van Drijel, kuiper, en Cornelia van Drijel, meerderjarige dochter, kinderen van wijlen Cornelia Cornelisz. Loijcx, bij haar verwekt door Cornelis van Drijel, samen erfgenamen ab intestato van Cornelis Joppen Loijcx, resp. hun vader en grootvader van moederszijde, verlenen procuratie aan J. Schoormans, notaris te Dordrecht, om te verkopen een huis, staande tegenover de Lombardbrug tussen Adriaen van Dorsten en Franchoijs de Roovre. Adriana Cornelisdr. Loijcx en Cornelia van Drijel verlenen tevens procuratie aan notaris Schoormans om te vorderen van Marinus van der Lisse en Arent Dichter, als executeurs-testamentair van Marichien Joppen Loijcx, weduwe van Franchoijs Rochusz. van Wesel, resp. hun tante en oudtante, hetgeen hun nog toekomt van de door haar nagelaten goederen. (ONA 178) Het huis aan de Groenmarkt wordt op 29 jan. 1659 verkocht aan Jan Huijbertsz. Neeff voor 2720 gl. (ONA 179, f. 28 e.v.)

Groothoofd

10 mei 1651: Herman Cornelisz. boomsluiter, als weduwnaar van Neeltgen Arijens, voor de ene helft, en Commerken Cleijs, vrouw van Willem Willemsz. de Haen en Jacobmintgen Jans, vrouw van Arijen Willemsz. de Haen, beiden procuratie hebbende van voornoemde Willem en Arijen Willemsz. de Haen, voor de andere helft, verkopen aan Michiel Melisz. de Vries een huis aan het Groothoofd tussen Dionijs van der Poel en Cornelis Burgersz. van Putten. Koper is schuldig aan Arijen de With 800 gl. (ORA 778, f. 28v e.v.)

9 juni 1651: Damas van Slingelandt Baerthoutsz., geautoriseerd door het Gerecht van Dordrecht tot de verkoop van het huis van Lambert Arijensz. bakker, verkoopt aan Maria van Dannewaert, weduwe van Jan van Diemen, een huis aan het Groothoofd, staande aan de havenzijde, tegenover herberg de Toelast en tussen Thielman Hermans en de erfgenamen van de weduwe van Willem Reijers koekenbakker. Koopster is schuldig aan DaniŽl Jansz. 900 gl. (ORA 778, f. 40 e.v.)

13 mrt. 1652: Johannis Reijniersz. Hellu, als procuratie hebbende van Patrick Nieving, burger van Dordrecht, is 800 gl. schuldig aan Jan Lijbert, burger van Dordrecht, verbindende een huis omtrent het Groothoofd tussen Sebastiaen Manternach en Heijltgen Stouten. (ORA 778, f. 90v e.v.)

11 juni 1652: Aeltgen Jansdr. de With, weduwe van Huijbert Arijensz. Verveer, marktschipper op Rotterdam, en Matthijs Paus en Bartholomeus Ronaer, als voogden van de onmondige kinderen van Huijbert Arijensz. Verveer, verkopen aan Jan Aelbertsz. Seun riviervisverkoper, een huis bij het Groothoofd, staande tegen de stadsmuur tussen Johan de Widt, ontvanger van de Grafelijkheidstol en oudraad te Dordrecht, en Willem Willemsz. [de Haen]. Koper is schuldig aan Aeltgen Jansdr. 1100 gl. (ORA 778, f. 120)

Grotekerksbuurt

ORA Dordrecht inv. 774, f. 34: op 30 mei 1643 verkoopt Wouter de Gelder aan Hendrick Jansz. van Bijgaert [van Bijgaerden] *, schoolmeester en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Jan Boschman en dat van wijlen Arent Maertensz., heer van Barendrecht.

* [ORA Dordrecht inv. 61, f. 201v e.v. rekest dd 31 juli 1652: Hendrick van Bijgaerden, schoolmeester te Dordrecht, wonende bij de Grote Kerk tegenover de Schuitenmakersstraat in een huis, staande tussen het huis van Isaack van den Biesheuvel en het huis genaamd "den Witten Arent", verzoekt de regeerders van de stad Dordrecht om een werfje, dat achter zijn huis ligt en wat vervallen is, te mogen repareren, zodat hij dat weer kan gebruiken. Het Gerecht van Dordrecht ordonneert Van Bijgaerden, dat hij "sijn werck sal intrecken drie voeten".]

ORA Dordrecht inv. 777, f. 84v e.v.: op 31 jan. 1650 verkopen Neeltgen Jacobsdr. Snel, weduwe van Jan Jansz. Pluijm timmerman, en Willem Jansz. Pluijm, touwslager en burger van Dordrecht, als voogd over de kinderen van Jan Jansz. Pluijm en tevens vervangende zijn medevoogd, Theunis Jacobsz. Snel, aan Elisabeth van Eijssel, weduwe van Govert Rochusz. van Wesel, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen Neeltgen Jacobsdr. Snel en het marktplein.

SA Dordrecht, archief 128, inv. 41, akte dd 13 jan. 1650: Voorwaarden, waarop de erfgenamen van wijlen Cornelis van Beveren, heer van Barendrecht, oud-burgemeester van Dordrecht, van mening zijn in het openbaar te verkopen het huis genaamd "de Salmander", staande [in de Grotekerksbuurt] tegenover de Schuitenmakersstraat tussen het huis van Pieter Sijmonsz. Crom en het huis van Hendrick van Bijgaerden [schoolmeester]. Men zal het huis verkopen met alle vrijdommen, servituten en gerechtigdheden en al hetgeen daarin aard- en nagelvast is, met uitzondering van de tapijten. De koper moet tenminste 1/3 deel van de koopsom contant betalen bij de overdracht. De rest mag hij betalen in twee jaarlijkse termijnen met een interest van 5 % per jaar. De koper moet voor deze schuld ťťn of meer personen als borg stellen. Op alle voornoemde voorwaarden is het huis ingezet door Maerten van der Nath, burger van Dordrecht, voor 5650 gl. In het openbaar gemijnd door Isaack van den Biesheuvel voor 6250 gl.

14 nov. 1650: Neeltgen Jacobsdr. [Snel], weduwe van Johan Jansz. Pluijm, verkoopt aan Cornelia van den Hatert een jaarlijkse losrente van 75 gl. op een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen Bartholomeus Ronaer pondgaarder en de weduwe van Govert Rochusz. van Wesel. (ORA 777, f. 155v)

[ORA Dordrecht inv. 784, f. 160 e.v.: op 15 nov. 1664 verklaart Neeltgen Jacobsdr., weduwe van Jan Jansz. Pluijm, schuldig te zijn aan Willem van Blijenburch, pondgaarder en burger van Dordrecht, een bedrag van 1600 gl. wegens geleende penningen, verbindende een huis omtrent de Grote Kerk aan de havenzijde, staande tussen het huis van Bartholomeus Ronaer en dat van Adriaen Scheij steenhouwer.]

22 sept. 1651: Grietgen Claesdr., als procuratie hebbende van Johannes Samuelsz. Noortsij, is schuldig aan Corstiaen Coopman, oudraad van Dordrecht, als oom en voogd van de weeskinderen van Adriaen Pauwelsz. de Haen, een bedrag van 1000 gl., verbindende een huis in de GKB tussen kapitein Jan Palm en Marcelis Adriaensz. (ORA 778, f. 62)

19 aug. 1651: Jan van Beaumont is schuldig aan Frans Baltensz. boekverkoper 400 gl., verbindende een huis in de GKB tussen de kinderen en erfgenamen van Mels Gijsbertsz. en de weduwe van Jan Dircxsz. Tegelberch. (ORA 778, f. 60)

30 mrt. 1652: Cornelis Boon, schipper en burger van Dordrecht, verkoopt aan Gerrit Ruel een jaarlijkse losrente van 40 gl. op een huis in de GKB tussen de weduwe van Jacob de Moor en Pieter Sijmons. Crom. (ORA 778, f. 95v)

3 juli 1652: mr. Hendrick van de Bijgaert [van Bijgaerden], schoolmeester en burger van Dordrecht, verkoopt aan Dirck Janssen een jaarlijkse losrente van 15 gl. 15 st. op een huis in de GKB, staande tussen het huis van Isaac van de Biesheuvel en dat van Jan Bosman. (ORA 778, f. 126v e.v.)

17 juli 1653: Pieter van der Merck, als man van Hester Visscher, is schuldig aan Sara Baltens 600 gl., verbindende een huis in de GKB, staande tussen Abraham de With en het huis van ... [sic]. (ORA 779, f. 44 e.v.)

6 aug. 1653: Huijbert Roosboom, als procuratie hebbende van Pieter van der Merck, echtgenoot van Hester Visschers, die eerder gehuwd was met Willem Wens, is schuldig aan Willem Willemsz.Oudeman 110 gl. wegens aan Van der Merck en Wens geleverde waren, verbindende een huis in de GKB tussen de weduwe van Abraham de Widt en het huis van ... [sic]. (ORA 779, f. 48 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 784, f. 41v e.v.: op 12 aug. 1665 verklaart Dirck Tegelberch, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Maurice de Castiliers, voormalig kapitein-luitenant, een bedrag van 400 gl., daarvoor verbindende een huis in de Grotekerksbuurt, genaamd de Drije Vergulde Kelcken, staande tussen het huis van Leendert van Sorgen en dat van Maerten Romeijn. Compareert mede Adriaen van Reijt, als procuratie hebbende van Berbera Tegelberch, bejaarde ongehuwde dochter, Abraham Tegelberch, Adriaen Beeldemaecker en Franchois van Dorsten en verklaart, dat de constituanten zich borg stellen voor Dirck Tegelberch, resp. hun vader en schoonvader.

Grote Spuistraat

15 febr. 1651: Esaias Cornelisz. Mesiaen, als procuratie hebbende van Maerten Joosten van Duijven, werkbaas en burger van Dordrecht, verkoopt Hendrick Gerritsz., burger van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 50 gl. op een huis in de Grote Spuistraat tussen Hendrick Jacobsz. van de Berch en ... [sic] (ORA 778, f. 13)

24 juni 1651: Pieter Jansz. Friens, burger van Dordrecht, verkoopt aan Claes Cornelisz. van der Fles, burger van Dordrecht, een mouterij in de GSS, staande tussen Heijltgen van de Werff en de Breestraat. (ORA 778, 48v)

27 juli 1651: Catarina Oliviers, bejaarde ongehuwde dochter, verkoopt aan Jan Huijbertsz., opperbrouwer in brouwerij het Ancker, een huis in de GSS tussen mr. Sijmon Nenneker en 's herengracht. Koper is schuldig aan verkoopster 1000 gl. In margine: compareert Hendrick Gielen, als man van Trijntgen Willemsdr., weduwe van Jan Huijbertsz. opperbrouwer en toont de originele brief, waarbij blijkt dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief geroyeerd op 5 april 1660. (ORA 778, f. 58 e.v.)

24 april 1652: Anneken van Wijngaerden, weduwe van Joris Jorisz. bierdrager, is schuldig aan Jan Hendricxsz. 200 gl., verbindende een huis in de Spuistraat tussen Dirck Schaep en Aert Sijmonsz. smid. (ORA 778, f. 98v)

30 april 1652: Maerten Joosten van Duijve, burger van Dordrecht, verkoopt Henrick Gerritsz. van den Bosch, burger van Dordrecht, een huis in de GSS, staande tegenover de Oude Breestraat tussen Henrick Jacobsz. van de Berch en Jan Dircxsz. (ORA 778, f. 99v)

25 sept. 1653: Cornelis Willemsz., smid en burger van Dordrecht, verkoopt aan Claes Cornelisz. van der Fles een jaarlijkse losrente van 43 gl. 15 st. op een huis in de GSS, staande tussen het huis van Van der Fles en dat van Jan Leendertsz. van der Aecken. (ORA 779, f. 57)

ORA Dordrecht inv. 783, f. 56, 1656: Jan Dircksz. van Amersfoort, "oudschoenmaker", burger van Dordrecht, als getrouwd hebbende Jacobmijntgen van Nuijssenburg, tevoren weduwe van Jan Jansz. van Alssem, is schuldig aan Adriaen Cluijt als voogd van het nagelaten weeskind van wijlen Aert Jansz. Braspenninck, een somma van 200 gl. wegens geleende penningen, daarvoor verbindende een huis, erf en toebehoren in de Grote Spuistraat, staande tussen het huis van Gerrit Maertensz. Clomp en dat van Lijsbeth Jans, weduwe van Hendrick Bosch.

17 sept. 1664: comp. voor notaris A. van Neten Balten Wilmart schilder en Jan Gaton, als medevoogd over Anna Wilmart, minderjarig kind van wijlen Pieter Gillisz. Wilmart kuiper. Zij verlenen procuratie aan Jacob Arondel en Adriaen Cornelisz. de Veer, medevoogden over Anna Wilmart, om aan Adriaen Cluijt, "glasemaker" te Dordrecht, te transporteren een huis in de Spuistraat, genaamd de Grooten Turck, staande tussen het huis van Dirck Bastiaensz. "glasemaker" en dat van kapitein Bartholomeus van Loo. (ONA 143, f. 570 e.v.) De kinderen van Pieter Gillisz. Wilmart en Aeltgen Baltensdr. de Best waren: Balten Wilmart, schilder (meerderjarig in 1664), Gillis Wilmart, chirurgijn (meerderjarig in 1664), Adriaen Wilmart (minderjarig in 1664) en bovengenoemde Anna Wilmart. (ONA Dordrecht inv. 143, f. 20 e.v., akte dd 15 jan. 1664)

Heer Heymansuysstraat  

4 jan. 1651: Sara Abrahams weduwe van Vincent Pieters is schuldig aan Eva Dircxdr. 200 gl., verbindende huis in de HHS tussen de weduwe van Willem Abrahams en Casper Rosch (ORA 778, f. 1) 

7 jan. 1651: Gijsbert van Dalen, als procuratie hebbende van Vincent Florisz. en diens vrouw Neeltgen Willemsdr., burgers van Dordrecht, verkoopt aan Servaes van Hoogeveen brouwer 30 gl. jaarlijkse losrente op een huis in de HHS, staande tussen ís herengracht en het Klein Heilige Geesthuis. (ORA 778, f. 2v) 

21 jan. 1651: Jacob Beugels, burger van Dordrecht, is schuldig aan Eva Dircxdr. 200 gl., verbindende zijn huis in de HHS tussen de weduwe van Willem Abrahamsz. Verhoop en het huis van de comparant. (ORA 778,f. 5v)

16 mrt. 1651: Lijntgen Jansdr., weduwe van Dirck Crijnen Nobel, geassisteerd met Aelbert Pietersz., verkoopt Lambert Abelsz. brouwersknecht een huis in de HHS, staande tussen de tuin van Roeloff Bacx en het huis van   [sic]. Waarborg: Aelbert Pietersz., burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 17 e.v.)

22 april 1651: Maerten Gillisz. van der Pijpen, burger van Dordrecht, verkoopt Maerten Arijensz., smid en burger van Dordrecht, een huis in de HHS tussen het huis van de koper en dat van Thomas ... [sic] Engelsman. (ORA 778, f. 23v)

26 mei 1651: Gillis Arijensz., schiptimmerman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Fransz. de Kat, huistimmerman en burger van Dordrecht, is in die hoedanigheid schuldig aan Gerrit Gerritsz. 150 gl., verbindende een huis in de HHS tussen de weduwe van Dirck Jacobsz. en Jacob van de Swaluwe. (ORA 778, f. 34 e.v.)

2 nov. 1651: mr. Lambert Alverstock, binnenvader van het Kleine Pesthuis, verkoopt aan Salomon Fransz. van Wagening, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de HHS met drie woninkjes daarachter, staande tussen verkoper en 's herengracht. (ORA 778, f. 67)

6 dec. 1651: Sara Abrahams, weduwe van Cent Pieters speldenmaker, is schuldig aan Eva Dircx 100 gl., verbindende een huis in de HHS tussen Geertruijt Theunis en Jasper Rosch. (ORA 778, f. 73 e.v.)

7 dec. 1651: Jan Henricxsz., schiptimmerman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Marijken Theunisdr. een jaarlijkse losrente van 6 gl. 5 st., verzekerd op een huis in de HHS tussen Mariken Barentsdr. en Theunis Claesz. Borg: Cornelis Matthijsz. Keijser huistimmerman. (ORA 778, f. 74)

4 mei 1652: Jacob Claesz. van de Swaluwe, burger van Dordrecht, verkoopt aan Pieter Boijman, burger van Dordrecht, een huis in de HHS tussen Abraham Cornelisz. Venis en Jan Franssen. (ORA 778, f. 103)

17 mei 1652: Sara Abrahams, de weduwe van Cent Pieters, verkoopt aan Jan Arijensz. van der Hulck, burger van Dordrecht, een huis in de HHS tussen Willem Abrahamsz. van Verhoop en Jasper Ros. Waarborgen: DaniŽl Abrahamsz. Verhoop en Jonas Caspers, burgers van Dordrecht. Koper verkoopt aan Henrick Gijsbertsz. een jaarlijkse losrente van 12 gl., verzekerd op voornoemd huis. (ORA 778, f. 109)

9 juli 1652: Jan Fransz. de Kat, huistimmerman en burger van Dordrecht, is schuldig aan Gerrit Gerritsz. 100 gl., verbindende een huis in de HHS tussen de weduwe van Dirck Jacobsz. en Jacob van de Swaluwe. (ORA 778, f. 128)

20 aug. 1652: Arent Muijs van Holij, notaris te Dordrecht, als curator van de boedel van wijlen Jannetgen Cornelisdr., verkoopt aan Jan Arijensz., twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de HHS tussen Jan Pietersz. zilverdraadtrekker en Jan Jansz. Bornwater. Koper is schuldig 500 gl. Borg: Otto de Bruijn, bakker en burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 133)

12 sept. 1652: Gerrit Walen, burger van Dordrecht, is schuldig aan Christiaen Coopman, raad in wette, 400 gl., verbindende een huis in de HHS tussen Huijbert Dircxsz. en Steven Huijbertsz. In margine: Aeltgen Walen, dochter van Gerrit Walen, toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 18 sept. 1665. (ORA 778, f. 136 e.v.)

24 juli 1653: Dirck van Doorn, kleermaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Fredrick Cornelisz. Roscam, marktschipper van Dordrecht op Delft en Den Haag, een huis in de HHS tussen Adriaen Jansz. metselaar en Hans Houbraecken. (ORA 779, f. 46v)

16 sept. 1653: Gerrit Arijensz. de B. [sic], metselaar en burger van Dordrecht, is schuldig aan Arijen Cornelisz. de Veer 200 gl., verbindende een huis in de HHS tussen Frederick Cornelisz. Roscam en Arijen de Kets. (ORA 779, f. 54v)

18 sept. 1653: Lambert Anthonisz. van Stoeck, burger van Dordrecht, is schuldig aan Eva Dircxs 300 gl., verbindende een huis in de HHS, waar uithangt de Groene Spaense Deecken, staande tussen Salomon Frans bakker en Evert Govertsz. linnenwever. (ORA 779, f. 55 e.v.)

25 sept. 1653: Janneken Jans, vrouw van Gillis van der Hulck, als gemachtigde van Jan Fransz. huistimmerman, haar vader, is schuldig aan Gerrit Gerritsz. 125 gl., verbindende een huis in de HHS, staande tussen Dirck Jacobsz. en Jacob Claesz. van de Swaluwe. (ORA 779, f. 57v e.v.)

29 jan. 1655: Michiel Ros, bombazijnwerker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Arijen Melssen een jaarlijkse losrente van 15 gl., verzekerd op een huis in de HHS tussen het huis van Jan Arijensz. van der Hulck en dat van Jan Theunisz. timmerman. (ORA 1616 (nieuw), f. 3v)

10 febr. 1665: Jeremias Aertsz. Pel, zakkendrager en burger van Dordrecht, verklaart in koop overgelaten te hebben aan Jacobmijntgen Aelberts, meerderjarige jonge dochter, wonende te Dordrecht, een huis in de HHS tussen Claes Robbertsz. sledenaar en Fredrick Roscam, met een gang en twee woningen daarachter, welk huis hij heeft gekocht van Trijntgen Teunisdr., de weduwe van Hans Houbraecken.  (ONA inv. 181, f. 30)

Hil

14 jan. 1651: Jan Hanssen, schipper en burger van Dordrecht, als man van Maeijken Jans, eerder weduwe van Cornelis Jansz. [Evenwel], verkoopt Abraham Pietersz., hellebaardier van de schout, een huis op de Hil tussen Adriaen van Beaumont en het huis van verkoper. Koper verkoopt een losrente van 17 gl. op het voorn. huis. Borg: een huis op de kade van het Nieuwe Werk tussen Jan Aeldertsz. en Anneken Barendtsdr. (ORA 778, f. 4)

1 febr. 1651: Jan Jansz. [Jan Hanssen], schipper en burger van Dordrecht, als man van Maeijken Jansdr., die eerder weduwe was van Cornelis Jansz. Evenwel, verkoopt aan Arien Jordensz., kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Hil tussen Willem Gijsbertsz. en het huis van verkoper. Koper kent schuldig aan Cornelis de Jong, schepen in wette, een jaarlijkse losrente van 24 gl. op voornoemd huis. Borg: een huis op de Geer tegenover  ďde pompeĒ, staande tussen Servaes van Ingen en Leendert van Ingen. (ORA 778, f. 9)

2 febr. 1651: Jan Hanssen, schipper en burger van Dordrecht, als man van Maeijken Jansdr., eerder weduwe van Cornelis Jansz. Evenwel, verkoopt Marijken Theunisdr. een huis op de Hil tussen Arijen Jordensz. en Abraham Pietersz., hellebaardier van de schout. Waarborg: Pieter Joosten, schiptimmerman en burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 10) 

1 mei 1652: Lieven Pietersz. Verhel, metselaar en burger van Dordrecht, verkoopt aan Adriaen Eliassen, burger van Dordrecht, een huis op de Hil, staande tussen het huis van de weduwe van Leendert Heer en het huis van de koper. (ORA 778, f. 102v)

11 juni 1652: Pieter Willemsz., kuiper en burger van Dordrecht, als echtgenoot van Mariken Tijsen, die eerder weduwe was van Jan Gerritsz. buisteldrager, verkoopt aan Pieter Pietersz. een jaarlijkse losrente van 10 gl. op een huis op de Hil tussen Aelbert Hendricxsz. greelmaker en Nijs Janssen. (ORA 778, f. 117 e.v.)

Hofstraat

19 april 1651: Stijntgen Jans Vertmans, vrouw van Reijer Hermansz. Schooneman en eerder weduwe van Pieter Henricxsz., provoost van de Armen te Dordrecht, als procuratie hebbende van haar man, verkoopt Hans Cobrice, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Hofstraat tussen een huis, toebehorende aan de stad Dordrecht en het huis van Balten Abrahamsz. Romeijn. Waarborg: Christoffel Luijcasz., burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 22v e.v.)

11 juli 1651: mr. Govert van Slingelant, doctor in de rechten, als executeur van het testament van Cornelis van Diemen, verkoopt aan Machelijna Ruijssen een huis in de Hofstraat tussen DaniŽl Paludanus en Abraham Jansz. Zeebergen. (ORA 778, f. 53)

Govert van Slingelandt Barthoutsz. (1623-1690), 55 jaar oud, door Mattheus Verheijden (1678)

Hoge Nieuwstraat

8 dec. 1639: Jan en Lambrecht Hulsthout, als voogden van hun kinderen, verwekt bij resp. Elisabeth en Maijken van Balen, Adriaen Fransz. van Dorsten, als man van Janneken van Balen, voor zichzelf en tevens vervangende Jasper van Balen en Govert inde Betou, als man van Wilhelmina van Balen, hun zwagers, allen erfgenamen van Maerten van Balen en Hester Willemsdr., verkopen voor 700 gl. aan Gerrit Cornelisz. Weijman een huis op de HNS, staande tussen het huis van Janneken Thonis, weduwe van Wouter Bastiaensz., en het huis, dat is gekocht door Jochum Lambrechtsz. De erfgenamen verkopen tevens voor 700 gl. aan Jochum Lambrechtsz. Timme een huis, staande tussen het voorgaande en dat van mr. Blasius Oem. (ORA 1608 (nieuw), f. 69v e.v.)

17 jan. 1641: Govert Pietersz. Nierharen, wijnkoper en burger van Dordrecht, als man van Lijsbeth Cornelis Pietersdr., verkoopt aan Pieter Fransz., steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, zijnde het hoekhuis aan de Blauwpoort, staande tussen 's herenstraat en het huis van de weduwe van de thesaurier Leonart Sijbertsz. van de Hatert. Het huis is belast met een recognitie van 2 gl. jaarlijks, die de stad Dordrecht nopende het pothuis sprekende heeft. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 1200 gl. (ORA 800, f. 2 e.v.)

11 aug. 1644: Matthijs de Want, Maasschipper, verkoopt voor 2500 gl. aan Godschalck van der Hult een huis in de HNS, staande tussen 's Heren Dwarsstraat, lopende naar de Vest [thans Lange IJzerenbrugstraat] en het huis van de erfgenamen van Gillis Stierman. Tot de koop behoort een witte stenen poort, die op het erf staat.  (A. Balm en J.W. Boezeman, Pieter van der Hult, kunstschilder en verzamelaar [Dordrecht 2006], p. 3)

9 mei 1645: ds. Petrus Portenius, predikant te Giessen Oudekerk, verkoopt voor 1100 gl. aan Jan Staesz. van Hoochstraten, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis op de HNS tussen Nicolaes Drijevuijl en Wouter Snel bakker. Waarborg: Margrieta Porten, weduwe van Gerrit Hasen. Koper verkoopt aan verkoper een jaarlijkse losrente van 40 gl., verzekerd op dit huis. Borg: Arijen Staessen, burger van Dordrecht. (ORA 775, f. 26v)

17 jan. 1651: Cornelis van Bijwaert, door de Kamer Judicieel daartoe geautoriseerd, verkoopt aan Jan Mathijsz. Bacx, vijlmaker en burger van Dordrecht, een huis op de HNS tussen commandeur Willem Willemsz. de Veer en Fijneman [sic] (ORA 778, f. 4v) 

4 febr. 1651: Barent Hermansz. Cijffer, kleermaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Pieter Bachuijsen, kleermaker en burger van Dordrecht, een huis op de HNS tussen Mariken Jaspers en Pieter Laresse. Koper is schuldig aan Gijsbert van den Heuvel 800 gl. (ORA 778, f. 11)

13 mrt. 1651: Pieter Pietersz. Mosselman, burger van Dordrecht, verkoopt aan Boudewijn Hermansz. Volgraeff, schiptimmerman en burger van Dordrecht, een huis op de HNS, staande tussen de erfgenamen van Michiel Conincx en Abraham Reijniers schuitenvoerder. (ORA 778, f. 16v)

27 juli 1651: Pieter Jansz. Schram, schoenmaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Pieter La Rees, huurvaarder en burger van Dordrecht, een huis op de HNS tussen Barbara Jacobs en ... [sic]. Waarborg: Cornelis Jansz. Schram. Koper is schuldig aan Eva Dircxdr. een bedrag van 375 gl. In margine: Anneken Pieters, weduwe van Pieter Larees, toont de originele brief, waarbij blijkt dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief geroyeerd op 24 aug. 1683. (ORA 778, f. 58v e.v.)

19 dec. 1651: Jacob [Anthonisz.] Otterspoor, viskoper en burger van Dordrecht, is schuldig aan de kinderen en erfgenamen van Warnaert Arijensz. Huttenus, als man van Marijken Jansdr. van der Plas, 400 gl., verbindende een huis op de HNS tussen Neelken Cornelis en Cornelis Sijmonsz. de Vries. (ORA 778, f. 76v e.v.)

11 april 1652: Lambert Lambinon, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vrouw Cecilia de Meijer, is schuldig aan Leonaert Betouville, burger van Maastricht, 200 gl., verbindende een huis op de HNS tussen de weduwe van Dionijsius van Hasselt en Pieter Rog. (ORA 778, f. 96v)

8 mei 1652: Neeltgen Cornelisdr., weduwe van Cornelis Joosten de Bruijn, verkoopt aan Wilhelmina Govertsdr., een huis op de HNS tussen commandeur [Willem Willemsz.] de Veer en Jacob Anthonisz. Otterspoor. Waarborg: Peij Cornelisz., huistimmerman en burger van Dordrecht. Janneken Gerritsdr., als procuratie hebbende van Wilhelmina Govertsdr., is schuldig aan verkoopster 400 gl. (ORA 778, f. 106 e.v.)

11 juni 1652: Catharina de Hoog, weduwe van Bartholomeus van den Broeck, geassisteerd met haar zwager Pauwels van der Heijden, als mede-erfgename van wijlen Mariken Anthonisdr., weduwe van Aert Jansz. Caes, verkoopt aan Elisabeth Corstiaensdr., weduwe van Claes Ophal, burgeres van Dordrecht, een huis op de HNS tussen Pieter Pietersz. hellebaardier en Janneken Barentsdr. (ORA 778, f. 119v)

11 juni 1652: Elisabeth Adriaensdr., weduwe van Abraham van Roosbeeck, Gerrart Bijl, als man van Ida de Hooch en Catharina de Hooch, weduwe van Bartholomeus van den Broeck, geassisteerd met haar zwager Pauwels van der Heijden, voor zichzelf en tevens vervangende de twee minderjarige kinderen van wijlen Maria de Hooch, bij haar verwekt door Aelbert Jonckholt, samen erfgenamen van Mariken Anthonisdr., weduwe van Aert Jansz. Kaes, verkopen aan Matthijs Jorisz., koopman en burger van Dordrecht, een huis in de HNS tussen de weduwe van Hendrick Janssen en Gerrart Vogel. (ORA 778, f. 120v e.v.)

11 juni 1652: Jacob Pleunen Treckdam, burger van Dordrecht, verkoopt aan Hendrick Rijcken, witstokmaker en burger van Dordrecht, een huis in de HNS tussen Frederick Geenen pondgaarder en Jacob de Leeu bakker. (ORA 778, f. 121)

1 okt. 1653: Willem de Groot, luitenant van des Generaliteits scheepsbruggen, is schuldig aan Maria Jansdr. 600 gl., verbindende een huis op de HNS tussen Baltasar de la Tour en ... [sic] (ORA 779, f. 58 e.v.)

Houttuinen

8 mei 1645: Philips Apersz. van Beverwijck, lid van de Oudraad van Dordrecht, verkoopt voor 8000 gl. aan Elijsabeth Evertsdr. van Eijssel, weduwe van Gijsbert Rochusz. van Wesel, een huis en houttuin met een erf "over de straet" aan de haven gelegen, staande en liggende op de Nieuwe Haven tussen het huis van oud-burgemeester van Dordrecht Jacob de With en dat van de weduwe en erfgenamen van Adriaen Cruijskercken, met nog een erf, gelegen naast de mouterij van het verkochte huis, komende achter het erf van de weduwe en erfgenamen van Adriaen Cruijskercken en "springende" tegen de muur van het huis van mr. Herman Halling en de muur van de heer van Zwijndrecht, schout van Dordrecht, waarvan de moutvloer achter de voornoemde mouterij strekt tegen het erf van het huis van Gijsbert de Jager. De koopster is schuldig aan verkoper een somma van 5000 gl. (ORA 1611, f. 24)

1 febr. 1651: Jasper Adriaensz. Sticker, burger van Dordrecht, verkoopt aan Johan Boenes, voor zichzelf en als voogd van de kinderen van Mels Gijsbertsz., een jaarlijkse losrente van 187 gl. op een huis in de Houttuinen omtrent de Houten Brug, genaamd de Trasmolen, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Jan Robertsz. van Beaumont en de gang van brouwerij de Vier Heemskinderen en het huis van de verkoper. (ORA 778, f. 8v)

[ORA 770, f. 56, akte dd 22 nov. 1634: Jasper Adriaensz. Sticker schipper en Aert Woutersz. metselaar, burgers van Dordrecht, zijn borgen voor Adriaen Jansz. van Hemert, burger van Dordrecht, die een huis koopt, dat staat voor het Bagijnhof.]

5 juni 1651: Jacob de Widt, oud-burgemeester van Dordrecht, verkoopt aan Lijsbeth Everts, weduwe van Govert Rochusz. van Wesel, een erf en loods, gelegen achter het huis van verkoper, met pakhuis en zolders, van 's herenstraat tot de stenen gevel "incluijs", benevens het erf over de straat gelegen, tussen het huis van de weduwe van Willem Bongaerts, nu toebehorende aan de koopster, en een ander huis, dat eveneens eigendom is van de koopster. Laatstgenoemde is schuldig aan verkoper 5000 gl. In margine: Rochus van Wesel, als mede-erfgenaam van zijn moeder, verklaart, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief geroyeerd op 31 okt. 1656. (ORA 778, f. 37v e.v.)

20 mrt. 1652: Grietgen Claesdr., als procuratie hebbende van Jobken Stiermans, weduwe van Adriaen van Kruijskercken, Hendrick van Kruijskercken en Elisabeth van Kruijskercken, voor zichzelf en vervangende Cornelis, Sijken en Dionijsius van Kruijskercken, is schuldig aan Anthonij Repelaer, schepen van Dordrecht, 2000 gl., verbindende een huis in de Houttuin op de Nieuwe Haven en een houttuin aan de overzijde van de straat, genaamd Ruermonde, staande en gelegen tussen Govert van de Velde en Govert van Wesel. (ORA 778, f. 91v e.v.)

6 mei 1652: Cornelis Vaens Johansz., schepen in wette en thesaurier van de reparatie van Dordrecht, verkoopt namens de stad Dordrecht aan Anthonij van Mening, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tegenover Kraan Rodermond tussen de weduwe van Dirck Joosten molensteenkoper en het "Ammonitiehuis". De kelder van het huis komt onder het huis, toebehorende aan de Grote Kerk, waarin Franchoijs Mol, koster van de Grote Kerk, woont en zal eigendom blijven van de Grote Kerk. Van het huis zal afgaan drie en een halve voet "erffs breet binnen muijrs voor den kelder voornoemt", welke zal dienen tot een gang, strekkende achter van de straat op het kerkhof tot de muur van het kookhuis van het voornoemde huis van de kerk. (ORA 778, f. 103v e.v.)

De Houttuinen: de giraffe geeft de plaats aan waar vroeger de kraan Rodermond stond. (foto: http://www.henkvisch.nl/commission.php?commid=13)

19 sept. 1652: Abraham van de Wercke en Quirinus in der Velde, als door het Gerecht van Dordrecht aangestelde voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Franchois Sijmonsz. in der Velde, volgens rekest dd 18 febr. 1649, mede zich sterk makende voor Sijmon in der Velde, meerderjarige zoon van Franchois in der Velde, verkopen aan Willem Wens, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de [Nieuwe] Haven, staande tegenover Kraan Rodermond, tussen het "Amunitiehuis" van de Generaliteit aan weerszijden. (ORA 778, f. 137v e.v.)

21 okt. 1653: Esaias Cornelisz. Mesian, als procuratie hebbende van Govert Corstiaensz. en Heijltken Corstiaensdr. van der Lemp, kinderen en erfgenamen Corstiaen Govertsz. van der Lemp, is in die hoedanigheid schuldig aan Jan Gijsbertsz. van der Kemp, koopman en burger van Dordrecht, 300 gl., verbindende een huis op de Nieuwe Haven, staande op de hoek van de Kerkstraat tussen die straat en het Generaliteitsmagazijn. (ORA 779, f. 60 e.v.)

Kleine Spuistraat 

20 april 1651: Hendrick Gerritsz. Bosch burger van Dordrecht verkoopt Willem Hendricxsz. Ruijter burger van Dordrecht een huis in de KSS tussen Jan Bocquoij en Jan Cornelisz. Vijgenboom (ORA 778, f. 23)

Kleine Spuistraat (okt. 2011)

11 okt. 1652: Claes Cornelisz. van der Fles, burger van Dordrecht, verkoopt aan Henrick Absouw, oudraad van Dordrecht, een loods met een leeg erf in de KSS tussen de thesaurier mr. Johan van der Burch en de gang van de koper. (ORA 778, f. 139v e.v.)

12 nov. 1652: Pieter van der Werff, als man van Geertruijt Absouw en Cornelis Belliaert, namens Helena Absouw, weduwe van Cornelis Belliaert, zijn moeder, voor zichzelf en vervangende Hendrick Absouw en Francois Rees, als man van Maria Absouw, resp. hun zwagers en ooms, samen erfgenamen van Dirck [Jacobsz.] Absouw, verkopen aan Dirck Damasz. Claptas, burger van Dordrecht, een huis in de Kleine Spuistraat tussen het huis van verkopers en 's herengracht. De koper is schuldig aan de erfgenamen van Dirck Absouw 400 gl. Borg: Damas Dircxsz. Claptas, burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 146v)

14 nov. 1652: Hendrick Absouw, oudraad van Dordrecht, voor zichzelf en vervangende de overige kinderen en erfgenamen van Dirck Absouw, zijn vader, verkoopt aan Mels Claesz., kuiper en burger van Dordrecht, een huis in de KSS tussen het huis van de koper en dat van Dirck Damasz. Claptas. (ORA 778, f. 148)

Kolfstraat (Heer Matthijsstraat) 

15 nov. 1644: Lijnken Henricxsdr., weduwe van Cornelis Arijensz. de Veer, huistimmerman te Dordrecht, verkoopt aan Jan Leendertsz. timmerman een huis in de KS tussen het huis van Henrick Jansz. speldenmaker en de erfgenamen van Frans Gemans. Waarborgen: Arijen Cornelisz. en Otto de Bruijn, burgers van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoopster 1000 gl. (ORA 774, f. 138)

10 febr. 1651: Herman Jansz. Schouten, brouwer en burger van Dordrecht, verkoopt aan Claes Cornelisz. van der Fles, azijnmaker te Dordrecht een huis in de Heer Matthijsstraat [Kolfstraat] tussen Ysaack Mes en Ysaack Jansz. de Meijer viskoper. (ORA 778, f. 12v)

25 mrt. 1651: Passchier Jansz., tabakverkoper en burger van Dordrecht, verkoopt Gerrit Philipsz. een jaarlijkse losrente van 15 gl. op een huis in de KS tussen Hendrick Gerritsz. Bosch en Pieter Buijs bakker. (ORA 778, f. 19v)

De Kolfstraat vanuit het Scheffersplein ca. 1965 (foto: Erfgoedcentrum DiEP)

8 april 1651: Anneken Jansdr., vrouw van Abraham van Diepenbeecq, deurwaarder van de gemene middelen, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van haar man, is schuldig aan Eva Dircxdr., 200 gl., verbindende een huis in de Kolfstraat tussen Dionijs Davidsz. en Dirck Jansz. oudschoenmaker. Comp. mede Jacobmina Claesdr., vrouw van Anthonij van Beaumont en Nicolaes Moisechon, chirurgijn en burger van Dordrecht, die verklaren zich borg te stellen voor Abraham van Diepenbeecq. (ORA 778, f. 20v e.v.)

20 april 1651: Hendrik Gerritsz. Bosch als procuratie hebbende van Cornelis Jansz. verkoopt Willem Hendricxsz. Ruijter een huis in KS tussen Jan Crijnen metselaar en Abraham van Diepenbeecq. (ORA 778, f. 23)

23 juni 1651: Johan Veeckemans, als geautoriseerd door de Weesmeesters van Dordrecht namens de minderjarige kinderen van Gerrit Pietersz. Vos, Aeltgen Gerrits, weduwe van Geerit Pietersz. Vosch en Maijken Geeritsdr., jonge dochter, voor zichzelf en procuratie hebbende van Anthonij Guijten, wonende te Amsterdam, als echtgenoot van Lijsbeth Gerritsdr., volgens procuratie op 17 mei 1651 gepasseerd voor notaris Cornelis Vliet te Amsterdam, verkopen aan Jan Hagens, arbeider en burger van Dordrecht, een huis in de KS tussen Pieter Eeuwoutsz. en Aelbert Pietersz. De koper is schuldig aan Franchoijs Baltens boekverkoper 465 gl. (ORA 778, f. 45 e.v.)

1 juli 1651: Jan Masson, hoedenmaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Robbrecht Dammerij, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Heer Mathijsstraat tussen verkoper en Susanna Cornelisdr. Koper is schuldig aan Adriaen van Beaumont 400 gl. en aan Perijntgen Cornelisdr. 300 gl. Borg: Leendert Schaep, burger van Dordrecht.(ORA 778, f. 49)

8 april 1653: Anneken Arijensz., weduwe van Gijsbert Govertz. sledenaar, verkoopt aan haar zoon, Arijen Gijsen, wonende te Papendrecht, een huis in de Kolfstraat, staande op de hoek van de Stoofstraat tussen Pieter Janssen en Packe Renij, met alle vrijdommen etc, zoals vermeld in de koopcedul, gepasseerd tussen de koper en Gijsbert Govertsz. voor notaris G. de Jager te Dordrecht op 17 juli 1648.

29 juli 1653: Abraham Dircxsz. Bellaert, spelmaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan mr. Herman Stip, meester in het Weeshuis te Dordrecht, een huis in de KS tussen Hendrick Gerritsz. van den Bosch en Gerrit Philipsz. drappier. Op 17 dec. 1654 comp. Aeltgen Cornelisdr., weduwe van mr. Herman Stip en verklaart, dat, hoewel in bovengenoemde opdrachtbrief vermeld stond dat het betreffende huis vrij en onbelast was, zij desalniettemin op de kooppenningen ingehouden heeft een bedrag van 900 gl. over het kapitaal van twee hypotheekbrieven, die op het huis gevestigd waren.(ORA 779, f. 46v)

7 jan. 1655: Johan van Haerlem, schepen in wette van Dordrecht, en Arent Dichter, als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Anna Panij en Govert Sonnemans, als procuratie hebbende van Susanna Panij, mede erfgenaam van wijlen Aletta van Beverwijck, weduwe van Dominicus Boot, verkopen aan Ruth Claesz. bakker een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Leendert Janssen en dat van Gerrit [sic]. (ORA 1616 (nieuw), f. 1v)

25 febr. 1661: Adriaen Cornelisz. de Veer bakker verhuurt aan Boudewijn Erckelens, lakenverver te Dordrecht, een huis in de KS bij de brug, genaamd de Clander Molen, staande tussen Otth Jansz. en 's herengracht, gedurende 12 jaar voor 138 gl. per jaar. (ONA Dordrecht inv. 227, f. 33)

De gevelsteen van de Klander Meulen bevindt zich tegenwoordig in de gevel van een gelijknamig cafť aan het Statenplein. (Foto: Erfgoedcentrum DiEP)

[8 okt. 1642: Cornelis Willemsz. Brevoort, lakenbereider en burger van Dordrecht, koopt van de weduwe van Gillis van den Bossche, een kalandermolen met "hete persen" en andere gereedschappen, staande in de Kolfstraat. (ORA Dordrecht 773, f. 100) [kalanderen = glanzend maken van laken stoffen]

Cornelis Wilmsen (Brevoort), jongman van Dordrecht, droogscheerder wonende in de Kromme Elleboog, trouwde NG Dordrecht 14/28 aug. 1633 Louisa (Lowijssje) Jacobsdr., jonge dochter van Dordrecht wonende op de Lindengracht

7 nov. 1654: een baar voor Cornelis Willemsz. Brevoort in de Klandermolen in de Kolfstraat, twee maal luiden (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

16 aug. 1657: een baar achter in de Kolfstraat voor de weduwe van Cornelis van Breevoort, twee maal luiden (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

Zoon:

a. Willem Brevoort, gedoopt NG Dordrecht sept. 1636, lakenkoper, jongman wonende in de Kolfstraat, trouwde NG Dordrecht 21 mrt./6 april 1655 Maijken Ariensdr. (de Veer), geboren naar schatting ca. 1635, dochter van Adriaen (Arien) Cornelisz. de Veer

 Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Cornelis, 24 jan. 1656

b. Adriaen, 17 juli 1657

c. Adriaen, 4 okt. 1658

d. Lovijsa, 28 juli 1660

De Klander Meulen (het hoge gebouw bij de Kolfstraatsbrug) werd kort vůůr de afbraak van het gebouw in 1879 getekend door J. Rutten (GA Dordrecht DI 628)

31 juli 1666: geeft te kennen Arijen Cornelisz. de Veer, burger van Dordrecht, als voogd over nagelaten weeskinderen van Willem van Brevoort zaliger, door hem verwekt bij Maeijken de Veer, de dochter van de suppliant, dat de kinderen bij het overlijden van hun grootmoeder van vaderszijde aangekomen is een huis, staande achter in de Kolfstraat en genaamd "de Clandermeulen", "het welcke door lanckheijt des tijts, mitsgaders door de geringheijt van de voorsz. weeskinderen goederen soodanich is ontraffineert gewerden, dat buijten alle twijffel te verwachten staet, dat de zijdelmuijr, mitsgaders den stadtsboom van den voornoemde huijse, staende over 's heeren grachte instorten ende omveere sal comen te vallen, het welcke groote ende sware lasten d'voorsz. weeskinderen soude comen te causeren". (ORA Dordrecht inv. 66, f. 183)

23 aug. 1671: Sijmon Cornelisz. de Vries, burger van Dordrecht, verklaart, dat hij Adriaen Cornelisz. de Veer, burger van Dordrecht, ontslaat van de borgtocht, die De Veer heeft gepresteerd voor de kinderen van zijn dochter, Maeijken Adriaensdr. de Veer, bij haar verwekt door Willem van Breevoort, voor een somma van 1000 gl., die De Veer op 25 nov. 1666 van hem, comparant, ten behoeve van die kinderen heeft geleend. Voorwaarde daarbij is, dat De Veer zal bewerkstelligen, dat Jan Adamsz. timmerman, als koper van het huis genaamd de Clander Meulen, staande achter in de Kolfstraat, in mindering van de kooppenningen van dat huis tot zijnen laste zal nemen voornoemde schuld van 1000 gl. Tevens is De Veer gehouden om de kooppenningen van het huis, daarbij inbegrepen de voornoemde somma van 1000 gl. aan te wenden voor het onderhoud van zijn kleinkinderen. (ONA Dordrecht inv. 254, f. 150 e.v.)

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht, 28 sept. 1672: een baar in de Kolfstraat bij de brug voor Jan Adamse timmerman, ťťn maal luiden.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 53: op 5 juli 1695 verkoopt Johannes Willemsz. van Leen, bleker en burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Hermanus de Bruijn, burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, vanouds genaamd "de Klandermolen", staande tussen het huis van Johannes Melsen en dat van Gerrit Lammerts. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 1500 gl.]

12 okt. 1651: Johan van Diemen, als procuratie hebbende van Jan Hacken, burger van Dordrecht, is schuldig aan Hendricxken Pieters, weduwe van Willem Machiels, 300 gl., waarmee betaald zijn de kooppenningen van een huis in de KS tussen Pieter Eeuwoutsz. droogscheerder en de erfgenamen van Aelbert Pietersz. van de Werff. (ORA 778, f. 63v)

30 april 1652: Hendrick Hermansz. en Aeltgen Maertensdr. van Sijpesteijn, echtelieden, verkopen aan Johannes Stiphout, predikant te Schelluinen, een huis in de KS tussen Arent Dircxsz. Hoogers en Pieter Jans. (ORA 778, f. 100)

27 juli 1652: Jan Crijnen de Bruijn, metselaar en burger van Dordrecht, is schuldig aan Gerrit Gerritsz. 300 gl., verbindende een huis in de KS, genaamd den Gecroonde Trueel [trueel = troffel] tussen het huis van Heijltgen [sic], Moeder in het Oudemannenhuis en dat van de erfgenamen van wijlen Lijntgen Corstiaensdr. (ORA 778, f. 131v)

19 nov. 1652: Maeijken Aertsdr., echtgenote van Willem Meijer, bierdrager en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van haar man, is schuldig aan Steven Aertsz. van Doorn 300 gl., verbindende een huis in de KS tussen Dirck Wouters en 's herenstraat. (ORA 778, f. 149)

1 okt. 1653: Arent Verstappen, wonende te Rotterdam, mr. Johannes Verstappen, schoolmeester en burger van Dordrecht, Nicolaes Verstappen, eveneens wonende te Rotterdam, kinderen en erfgenamen van Joost Verstappen, die te Dordrecht is overleden, verklaren, dat zij onderling de boedel van hun vader verdeeld hebben, waarbij aan Johannes is toebedeeld een huis, bestaande uit 2 woningen, staande in de KS tussen het pakhuis van de kinderen van Anthonij van Beaumont en het huis van Aelbrecht Jansz. Temminckhoff. (ORA 779, f. 58v)

25 febr. 1661: Adriaen Cornelisz. de Veer bakker verhuurt voor een periode van 12 jaar aan Boudewijn Erckelens, lakenverver te Dordrecht, een huis inde KS bij de brug, genaamd "de Clander Molen", staande tussen het huis van Otth Jansz. en 's herengracht. De huurprijs bedraagt 138 gl. per jaar. (ONA Dordrecht inv. 227, f. 33)

14 juli 1661: Arijen Jansz. Wor, zoon en enige erfgenaam van Heijltgen Arijensdr., weduwe van Jan Cornelisz. Wor, geassisteerd met Casper Jorissen bleker, zijn gewezen voogd, aan Pieter Pauwelsz. schiptimmerman, burger van Dordrecht, een huis in de KS, staande tussen het huis van Wouter Jorissen schoenmaker en dat van Jacob Mes schilder. De koper is schuldig aan verkoper 500 gl. en aan Isaac de Meijer 200 gl. (ORA 1619, f. 50v)

Kromme Elleboog 

6 april 1641: Jan Melssen, linnenwever en burger van Dordrecht, verkoopt aan Pieter van Dijck, twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de KE tussen Lijsbeth Gerritsdr. en Lijsbeth Jansdr. Waarborg: Jan Willemsz., burger van Dordrecht. (ORA 773, f. 8v)

5 juli 1642: mr. Lucas van der Staff chirurgijn, Govert Pietersz. van der Staff, Jan Lupaert, als man van Grietgen Pietersdr. van der Staff en Abraham Jansz. knoopmaker, als voogd van het weeskind van Jan Pietersz. van der Staff, verkopen aan Servaes van Ingen, burger van Dordrecht, een huis in de KE tussen het kookhuis van Abraham Cornelisz. Fiot en het huis van Jan Melssen linnenwever. (ORA 773, f. 88)

9 nov. 1645: Jan Jansz. Dammerij, leertouwer en burger van Dordrecht, verkoopt voor 600 gl.  aan Hendrick Dircxsz., huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis in de KE tussen het huis van verkoper en dat van Willem Aertsz. Jongbloet metselaar. (ORA 775, f. 72)

26 aug. 1650: Jan Melsz. van Arlenbroeck, linnenwever en burger van Dordrecht, verkoopt aan Cornelis Woutersz. van der Neth een jaarlijkse losrente van 12 gl. op een huis op de LG tussen Adriaentgen Arijensdr. en Joost Arijensz. drappenier. In margine: comp. Johannes van Aerdenbroeck [sic], toont de originele brief, waarbij blijkt dat de schuldig volledig is voldaan. Schuldbrief geroyeerd op 13 febr. 1692. (ORA 777, f. 139)

21 febr. 1651: Jan Buijs, schoenmaker en burger van Dordrecht, als echtgenoot van Lijsbeth Dircxdr., eerder weduwe van Dirck Cornelisz. van Rijn, verkoopt aan Gijsberta van den Heuvel een jaarlijkse losrente van 18 gl. op een huis, bestaande uit twee woningen, staande op de hoek van de KE tussen Pieter Beijen en 's herenstraat. (ORA 778, f. 14) 

3 juli 1651: Sijmon Joris, drappenier en burger van Dordrecht, is schuldig aan Henrick Jansz. van Dorsten 125 gl., verbindende een huis in de KE tussen Jan Jarde en Johannis van Beaumont. (ORA 778, f. 49 v e.v.)

9 jan. 1652: Damas Jansz. de Veer, burger van Dordrecht, is schuldig aan Mariken Cornelisdr. 100 gl., verbindende een huis in de KE tussen Aert Cornelisz. de Heer metselaar en de weduwe van Boudewijn Dircxs plankdrager. In margine: comp. Henricxie Dircxs, weduwe van Damas Jansz. de Veer, en toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 10 okt. 1656. (ORA 778, f. 79v e.v.)

11 april 1652: Abraham Matthijsz., wollewever en burger van Dordrecht, is schuldig aan Jan Hendricxsz. kleermaker 150 gl., verbindende een huis in de KE tussen het erf van Jacob Claesz. Bodegraeff en het huis van Jasper Jacobsz. stratenmaker. (ORA 778, f. 97)

8 juli 1652: Sijtgen Pieters, als procuratie hebbende van IJsaack Hutten, burger van Dordrecht, is schuldig aan Willem van Santen 700 gl., verbindende twee huizen in de KE, naast elkaar staande tussen ... en Pieter ... [sic], en een huis, dat achter ťťn van die huizen staat. (ORA 778, f. 127v)

9 juli 1652: Willem Willemsz. Cocx, "pottelbacker" en burger van Dordrecht, verkoopt aan Reijer Gerbrantsz. de Jong, burger van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 6 gl. op een huis in de KE tussen Jacob le Grand en "de arme huijse van ... [sic]". (ORA 778, f. 128v e.v.)

23 jan. 1657: Lijsbeth Franssen, weduwe van Jan Crijnen de Bruijn en Huijbert Crijnen de Bruijn, als voogd van het weeskind van Jan Crijnen de Bruijn, verkopen aan Gerrit Jansz. van der Waert een huis in de KE tussen Servaes van Ingen en David Jansz. (ORA 781, f. 4v e.v.)

8 mrt. 1657: Jacob Willemsz., wonende te Duisburg, als enige erfgenaam van wijlen Hendrick Wijngaerts, in zijn leven ziekenbezoeker en burger van Dordrecht, heeft van Salomon Fransz. van Wageningen, burger van Dordrecht, overgenomen het linnen, dat hem bij blinde loting is toegevallen in de scheiding van de boedel, die is nagelaten door Hendrick Wijngaerts en diens vrouw Grietgen Maertensdr., alsmede een hypotheekbrief van 150 gl. ten laste van Abraham Matthijsz. "wollenier", verzekerd op een huis in de KE. De boedelscheiding is gedaan ten overstaan van Trijntgen Wijngaerts, de moeder van Jacob Willemsz., op 21 febr. 1657. (ONA Dordrecht inv. 178, f. 48 e.v.)

Lindengracht

19 mei 1644: Matheus Wens, gewezen overste, Willem Wens, overste luitenant en Dionijs van Hassel, gewezen kapitein in dienst van de Kroon van Zweden, voor zichzelf, en Matheus Wens nog als voogd over het kind van wijlen Abraham Wens, samen erfgenamen van wijlen Mariken Willemsdr., weduwe van Jan Matheusz. Wens, resp. hun moeder, schoonmoeder en grootmoeder,  verkopen aan Adriaentgen Aertsdr., weduwe van Corstiaen Theunisz., een huis op de LG tussen Jan Melssen [linnenwever] en de poort van het Heilige-Geesthuis. (ORA 774, f. 99)

26 aug. 1650: Jan Melsz. van Arlenbroeck, linnenwever en burger van Dordrecht, verkoopt aan Cornelis Woutersz. van der Neth een jaarlijkse losrente van 12 gl. op een huis op de LG tussen Adriaentgen Arijensdr. en Joost Arijensz. drappenier. In margine: comp. Johannes van Aerdenbroeck [sic], toont de originele brief, waarbij blijkt dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief geroyeerd op 13 febr. 1692. (ORA 777, f. 139)

15 juni 1651: Joost Adriaensz., drappenier en burger van Dordrecht, is schuldig aan Johannes van Penen, wonende te Leiden, 170 gl. wegens leverantie van wol, verbindende een huis op de LG tussen Jan Melsen linnenwever en Abraham van Bergen. (ORA 778, f. 41v)

14 juni 1651: Lijntgen Roelantsdr., weduwe van Jan Jacobsz. van Nieucasteel, verklaart tot waarborg voor de aflossing van zekere obligatie, welke door Cornelis Broeckhuijsen, wonende te Amsterdam, is verleden ten behoeve van Carsken Hendricxdr., weduwe van Hendrick Otten van Lee, ten overstaan van notaris A. Muijs van Holij op 4 juni 1648, gesteld te hebben een huis op de LG tussen Jasper Cornelisz. van Bergen metselaar en het huis van comparante. In margine: Johan Vekemans, als procuratie hebbende van Luijer Hendricxsz. van Lee, zoon en enige erfgenaam van Carsken Hendricxsdr., gepasseerd voor burgemeester, schepenen en raad van de stad Oud-Harderwijk op 16 okt. 1654, verklaart, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 16 mrt. 1655. (ORA 778, f. 42v e.v.)

6 juli 1651: Huijbrecht Roosboom, als procuratie hebbende van Joost Adriaensz. drappenier, is schuldig aan Pieter van Penen, wonende te Leiden, 250 gl. wegens leverantie van wol, verbindende een huis op de LG tussen Jan Melsen linnenwever en Abraham van Bergen. (ORA 778, f. 51v e.v.)

4 juni 1652: Jenneken Jansdr., weduwe van Gillis Sijmonsz., is schuldig aan Willem van Broeckhuijsen 300 gl., verbindende een huis op de LG tussen Seliken Rochusdr. en Ida [Cornelisdr.] (ORA 778, f. 114 e.v.)

7 aug. 1653: Janneken Jansdr., weduwe van Gillis Sijmonsz., is schuldig aan Pieter van Slingelant 300 gl., verbindende een huis op de LG tussen Seliken Rochusdr. en Ida Cornelisdr. (ORA 779, f. 48v)

22 juni 1655: Adriaentgen Aertsdr., weduwe van Corstiaen Teunisz., wonende te Dordrecht, verkoopt aan Johannes Pietersz. van der Linden, meester-huistimmerman en burger van Dordrecht, voor 1050 gl. een huis op de LG tussen Jan Melsen linnenwever en de poort van het Heilige-Geesthuis ter Grote Kerk. (ONA 177, f. 266 e.v.)

Lombardbrug

26 nov. 1650: David Cotermans, burger van Dordrecht, is schuldig aan Gillis Gerritsz. 300 gl., verbindende een huis op de Lombardbrug tussen de erfgenamen van Jan Govertsz. Diemers en de haven.

[Begraafboek Grote Kerk 3 febr. 1650: een baar bij de Nieuwstraat voor Jan Govertsz. Diemers, twee maal luiden]

De Lombardbrug gezien vanaf de Voorstraat (juli 2011)

5 juli 1651: Frans Cornelisz. Mol, Franchoijs Bosselaer en Jan Aertsz. bleker, als executeurs-testamentair en toeziende voogden over de boedel van wijlen Jan Govertsz. Diemers, verkopen aan Cornelis Vaens, schepen en thesaurier van Dordrecht, ten behoeve van de stad Dordrecht een huis op de hoek van de Lombardbrug, staande tussen het huis, waar uithangt het Blaeu Schaep, en de brug. Koper verkoopt aan verkopers een losrente van 50 gl., verzekerd op het voornoemde huis. (ORA 778, f. 50 e.v.)

Lombardstraat 

12 mei 1643: de erfgenamen van Arent Cornelisz. van Arckel en Neeltgen Willemsdr. verkopen voor 2200 gl. aan mr. Johannes Vleckharing schoolmeester een huis in de LS tussen Govert Jansz. Heijmans en Jacob Jacobsz. Bornwater. Koper kent schuldig 1450 gl., verbindende voornoemd huis. Op 5 mrt. 1652 comp. Agen Pieters namens mr. Johannes Vlekharing en toont de originele brief, waarbij blijkt dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd. (ORA 774, f. 26 e.v.)

[23 april 1672: Jacobus Vleckharingh, schoolmeester, Paulus van Luttelgeest, als man van Anna Vleckharingh, Barnardus Vleckharingh en Sara Vleckharingh, allen wonende te Rotterdam, en Janneken Vleckharingh, meerderjarige ongehuwde vrouw, wonende te Dodrecht, kinderen en erfgenamen van Johannes Vleckharingh, in zijn leven schoolmeester te Dordrecht, verkopen voor 1950 gl. aan Johannes Wiltens, een huis in het Lombardstraatje, staande tussen het huis van Cornelis Cool en dat van Philips Hardra, getrouwd met de weduwe van Johannes van der Clooff, strekkende voor van de straat tot achter aan brouwerij "het Ancker". (ORA 788, f. 17v)]

1 juni 1651: Cornelis Henricxsz. Smack, burger van Dordrecht, verkoopt Johannes Bartholomeusz., wijnverlater en burger van Dordrecht, een huis in de LS tussen de erfgenamen van Matken van Naerden en Johannes Vogel. Waarborg: Corstiaen Cool, burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan de weduwe van Pieter de Tombe 1000 gl. (ORA 778, f. 35v e.v.)

De Lombardstraat (april 2013).

24 juni 1651: David Cotermans, burger van Dordrecht, is schuldig aan Arnoldus Cool, 600 gl., verbindende een huis in de LS tussen Jan Govertsz. en 's heren haven, alsmede de beterschap van een erf met woning en schuur, daarop staande, gelegen buiten de Vriesepoort. (ORA 778, f. 48 e.v.)

5 mrt. 1652: mr. Johannes Vleckharing schoolmeester is schuldig aan Gerrit van Ruwel 1400 gl. en aan Willem Corstiaensz. van de Beecq 430 gl., verbindende een huis in de LS tussen Cornelis Cool en Johannes Bartholomeusz. (ORA 778, f. 89 e.v.)

1 aug. 1652: Aert de Hultre, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Gijsbert Onder de Linde, meester in het Heilige-Geesthuis te Dordrecht, een huis in de LS tussen de weduwe van Jan Schoen en Johannes Bartholomeusz. Waarborg: Jan Bercheijck, koopman en burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoper 950 gl. Borg: mr. Herman Sip, meester in het Weeshuis. In margine: comp. Brechgen Willemsdr., weduwe van mr. Gijsbert Onder de Linde, en toont de orginele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 15 mei 1668. (ORA 778, f. 132 e.v.)

[NG trouwboek Dordrecht 12 april 1620: Gijsbrecht Gerritsz. kleermaker jongman van Strijen en daar wonende met Brechtge Willems jonge dochter van Klaaswaal wonende te Dordrecht, door schrijven van Strijen, bescheid gegeven om op Papendrecht te trouwen, getrouwd ald. op 17 mei 1620]

29 nov. 1674: kapitein Govert Schoen, veertigraad te Dordrecht, verkoopt voor 775 gl. aan Pieter Onderwater, brouwer in "de Drie LeliŽn", een huis in de LS, staande tussen het huis van de weduwe van Gijsbert Onder de Linde en dat van de koper. (ONA Dordrecht inv. 338) 

MariŽnbornstraat

ORA Dordrecht inv. 775, f. 123: op 25 juni 1646 verkoopt schepen Johan van Beverwijck, als Vader van het Weeshuis te Dordrecht, aan mr. Lucas van der Staf, chirurgijn en burger van Dordrecht, een leeg erf in de MS, liggende achter het huis, dat toebehoord heeft aan Elant Cornelisz. metselaar, strekkende achter van de "gemeene ganck" tot tegen het voornoemde huis.

3 juni 1647: Cornelis Gillisz. Mercijs, schilder en burger van Dordrecht, verkoopt aan Anthonij Jansz. Putter, beenhakker en burger van Dordrecht, een huis in de MS tussen pakhuis of wijnkelder van de weduwe van Dirck Minnesang en huis van Cornelis Cornelisz. van der Kevij. (ORA 1612, f. 24v) 

13 april 1651: Abraham Heijblom, apotheker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Justus Theophilus Coxius een leeg erf of tuintje in de MS, gelegen achter het huis, dat eertijds toebehoorde aan Elant Cornelisz. metselaar. (ORA 778, f. 21)

4 febr. 1651: Martinus Clierius, notaris te Dordrecht, als curator van de boedel van Lijntgen Cornelisdr. van Straten, weduwe van Jan Dingemans mandenmaaker, verkoopt aan Coenraet Gerritsz. van der Schuijr, huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de MS tussen de weduwe van Jan Claesz. kleermaker en de MariŽnbornstraat. Koper verkoopt aan Gijsbert van de Heuvel een jaarlijkse losrente van 11 gl. (ORA 778, f.)

22 mei 1651: Jacob Henricxsz. de Laet, burger van Dordrecht, is schuldig aan Aertie Goosens 200 gl., verbindende een huis in de MS tussen de erfgenamen van Jacob van Eijck en Cornelis Cornelisz. timmerman. Borg: Henrick Hermans, burger van Dordrecht. In margine: Henrick Hermans, commandeur van de "sluppen" toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Hypotheekbrief geroyeerd op 28 jan. 1655. (ORA 778, f. 32)

5 juli 1651: Frans Cornelisz. Mol, als oom en voogd van de weeskinderen van wijlen Roelant Jansz. Adolhij bierdrager, voor hemzelf en tevens vervangende Willem Weijers, zijn medevoogd, verkoopt aan Neeltge Claesdr., vrouw van Seger Henricxsz., een huis in de MS tussen Janneken Jansdr., weduwe van Huijbert Michielsz. en Jan Aertsz. bleker. Koopster is schuldig aan verkoper 600 gl. en verkoopt aan de erfgenamen van Jan Govertsz. Diemers een jaarlijkse losrente van 30 gl. op een huis in de MS op de hoek van de dwarsgang, genaamd de Haringbuijs, staande tussen Pieter [sic] en de dwarsgang. De koopster verklaart op 6 juli 1651, dat zij van Frans Cornelisz. Mol, als executeur-testamentair van Jan Govertsz. Diemers, heeft ontvangen een bedrag van 600 gl., in mindering van hetgeen Diemers bij testament aan haar kinderen heeft nagelaten, daarvoor verbindende het voornoemde huis in de MS. (ORA 778, f. 51 e.v.)

12 juli 1651: Reijer Gerbrantsz. en Jacob Jacobsz. de Leeu, als curatoren van de boedel van Adriaen Jansz. Hartichvelt, verkopen aan Jan Aertsz. bleker twee huizen, staande naast elkaar in de MS tussen Cornelis Geritsz. Romp en Neeltgen Claesdr. Koper is schuldig aan de kinderen en erfgenamen van Mels Gijsbertsz. 900 gl. en aan Anna van Lanschot 400 gl. (ORA 778, f. 54)

16 okt. 1652: Henrick Jacobsz., oudschoenmaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Johan Schoormans, notaris wonende te Dordrecht, een huis in de MS tussen Pieter Fransz. Schoutetten en Adriaen Alewijn. Hij verbindt als waarborg een huis in de Tolbrugstraat tussen Joris Tierlinck en Cornelis van Bollebeecq. (ORA 778, f. 141)

21 okt. 1653: Anthonij Jansz. Putter, beenhakker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Gijsbert Gijsbertsz. 500 gl., verbindende twee huizen, waarvan het ene staat in de Kannekopersbuurt tussen het huis van ds. Petrus Wassenburch en dat van Jan Aelbertsz. Temminckhof en het andere in de MariŽnbornstraat tussen het huis van Cornelis Cornelisz. van de Kevij en het huis of de kelder van de erfgenamen van Dirck Minnesanck. (ORA Dordrecht inv. 779, f. 60v e.v.)

25 nov. 1653: Franchois Rees, thesaurier van Dordrecht, als gemachtigde van de burgemeester en de gecommitteerden ten beleide dezer stede zaken, verkoopt aan Jan Jansz. Pluijm, timmerman, een erfje achter in de MariŽnbornstraat, gelegen tussen het huis van Adriaen van Beaumont en 's herengracht. De koper zal op het erfje een huis laten bouwen, zo lang en zo groot als het huis van Van Beaumont, aan de grachtzijde een stenen stadboom [beschoeiing van de waterkant] laten maken en voorts het erf achter en voor laten omheinen met een houten stadboom. (ORA 779, f. 64v)

7 jan. 1655: Jacob Huijgen, bombazijnwerker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Maeijken Arijensdr. en Lijsbeth Dircxsdr., elk voor de helft, een huis achter in de MS, tussen Nicolaes Pasque en Gillis Sanders. Waarborg: Jacob Matthijsz. van der Meer. (ORA 1616 (nieuw), f. 1)

7 jan. 1655: Thilman Gerritsz., korenmeter en burger van Dordrecht, verkoopt Hans Verhagen een jaarlijkse losrente van 20 gl., verzekerd op een huis in de MS, genaamd den Gloeijende, Oven, staande tussen Servaes van Ingen en comparant. In margine: op 11 mei 1677 verklaren Johannes Verhagen verver en Franchoijs Dolť, getrouwd met Janneken Verhagen, kinderen en erfgenamen van Hans Verhagen, dat de schuldig volledig is afgelost. (ORA 1616 (nieuw), f. 2)

28 jan. 1655: Hendrick Hermans, commandeur van de klappers en burger van Dordrecht, verkoopt aan Wouter Jorisz. de Ruijt, burger een huis in de MS tussen Jacob van der Eijck en Adriaen van Beaumont. (ORA 1616 (nieuw), f. 3)

ORA Dordrecht inv. 780, f. 83: op 3 febr. 1656 verkopen Damas Jansz. en Samuel Joosten Buijser, getrouwd geweest met Adriaentgen Fransdr., aan Aert Pietersz. Dammen, linnenwever te Dordrecht, een huis in de MS, staande tussen het huis van Leendert van Hingen en dat van Elisabeth Adriaensdr.

17 jan. 1657: Johan Schoormans, als curator van de boedel van Hendrick Jacobsz. oudschoenmaker, verkoopt aan Wouter Barentsz., arbeider en burger van Dordrecht, een huis in de MS tussen Steven Claesz. de Ruijt en Steven de Cool metselaar. (ORA 781, f. 4)

29 mrt. 1657: Cornelis Jansz. de Heer, meester-metselaar en burger van Dordrecht, verkoopt voor 650 gl. aan Salomon Fransz. van Wageningen een huis in de MS, staande tussen de erfgenamen van Dirck Minnesanck en Cornelis Cornelisz. van de Kevij meester-timmerman. (ONA 178, f. 64 e.v.)

Nieuwe Breestraat

15 dec. 1651: Johannes van de Linde, schoenmaker en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Anthonij Beeck, koopman wonende te Leerdam, als echtgenoot van Margrieta Prins Evertsdr. en mede-erfgenaam van wijlen Evert Willemsz. Prins en Josina Bouffkens, zijn schoonouders, verkoopt aan Pieter van Esch, twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de NBS tussen het huis van Jacob van Rees en het erf van de erfgenamen van wijlen Johan van Slingelant c.s. Waarborg: Cornelis van Bijwaert, notaris en procureur. Koper verkoopt aan Wouter Cools een jaarlijkse losrente van 75 gl., verzekerd op het voornoemde huis. (ORA 778, f. 76)

ORA Dordrecht inv. 782, f. 113v e.v., 8 juni 1660: de erfgenamen van wijlen Matthijs Renet de oude, in zijn leven drappier, en van wijlen Maria Badon verkopen aan Isaack van de Branden, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwe Breestraat, staande tussen het huis van Matthijs van de Eijck en dat van Aelbert Castendijck, uitkomende met een gang in de Sarisgang, voor 1800 gl., gedeeltelijk contant en gedeeltelijk met onderstaande schuldbrief. 8 juni 1660: koper kent schuldig aan verkopers een somma van 600 gl. met een interest van 5 % per jaar, af te lossen in jaarlijkse termijnen van 100 gl., daarvoor verbindende het voornoemde huis. In margine: comp. Isaack van de Brande en toont twee kwitanties, resp. gedateerd 9 mei 1661 en 9 mei 1662, waaruit blijkt, dat in mindering van het kapitaal van deze schuldbrief betaald is aan Joost de Meesemacker [sic] een bedrag van 250 gl. Van de Brande toont op 6 mei 1675 de originele brief met kwitantie op de rug daarvan, waarbij blijkt dat de schuld volledig is voldaan. (idem, f. 114)

Nieuwe Haven

9 jan. 1641: Cornelis Janssen Utrechtsman, als man van Maeijken Jansdr., Cornelis Janssen huistimmerman, Lijsbeth Jansdr., geassisteerd met haar voornoemde broer en zwager, en Jan Jansz. Kelck schipper, als man van Josijntgen Jansdr., allen burgers en inwoners van Dordrecht, en samen kinderen en erfgenamen van wijlen Jan Jansz. huistimmerman en Adriaentgen Cornelisddr., hebben de nalatenschap van hun ouders gescheiden. Daarbij is aan Cornelis Jansz. huistimmerman toebedeeld twee naast elkaar staande huizen op de Nieuwe Haven, belend door de gang van de erfgenamen van de heer Cornelis Nicolaesz. aan de ene en de gang van de erfgenamen van Willem Aertsz. Brantwijck. (ORA 773, f. 1 e.v.)

14 jan. 1649: Jean Jarde, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Anna Houffijser, weduwe van Willem Beeck, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Johan van Nuijssenburch te Dordrecht op 20 april 1644, verkoopt aan Damas Verlouff, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, genaamd het Neapolitaans Paert, staande tussen het erf van de koper en de gang van het huis van Pieter de Carpentier, oudraad van Dordrecht. Koper is schuldig aan Boudewijn Onderwater, raad in wette, 700 gl. De koper is wegens geleende penningen schuldig aan Catharina Ruijsch 500 gl., verbindende twee naast elkaar staande huizen met de daartoe behorende achterwoningen, staande op de NH tussen de gang van Pieter de Carpentier en het erf van Dirck Dammert. (ORA 777, f. 2v e.v.)

19 mei 1650: Gillis Huppe, steenhouwer en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jan Gregoor een jaarlijkse losrente van 6 gl. op een huis op de NH tegenover de Roobrug tussen Geurt van Tricht en ... [sic]. In margine: Jan van Bebber, als procuratie hebbende van mr. Gillis Huppe, toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is afgelost. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 21 mei 1655. (ORA 777, f. 115)

22 mei 1651: Sijken Theunis, weduwe van Cornelis Theunis, verkoopt aan Gerrit Willemsz. een jaarlijkse losrente van 50 gl. op een huis aan de NH, staande achter het huis genaamd St. Joris tussen Damis Verlouff en Dirck Dammert. (ORA 778, f. 32v)

28 juli 1651: Samuel, Jacob en Palamedes Huppe en Jan Andriesz., als man van Sara Huppe, voor zichzelf en vervangende Bartholomeus van Loo, als man van Elisabeth Huppe, hun zwager, kinderen en erfgenamen van wijlen mr. Gillis Huppe, zijn schuldig aan Claertgen Henricxdr., 300 gl., verbindende een huis op de NH, staande tegenover de Roobrug tussen Gerrit van Tricht en de weduwe van Sib Severins. (ORA 778, f. 59)

4 okt. 1651: Johan van Norenburch, raad in wette te Dordrecht, verkoopt namens Maria Willemot, weduwe van Willem van Norenburch, aan Arijen Thooft, timmerman en burger van Dordrecht, een leeg erf met een loods en een huisje, voor aan de straat, met het houtwerk en de balken, liggende in het huis genaamd Cleijn Almaigne, staande en gelegen op de NH achter de tuin of het erf van Hans Gevers en tussen het huis Cleijn Almagnien, toebehorende aan de kinderen en erfgenamen van wijlen Nicolaes Dichter en het erf van verkoopster, het erf lang zijnde 9 roeden 4 voeten en 3 duim en achter breed 1 roede, 11 voeten en vijf en een halve duim. De koper is schuldig aan Maria Willemot 1000 gl. (ORA 778, f. 62 e.v.)

27 okt. 1651: Anneken Andriesdr. van Meerssen, weduwe van Denijs Hermansz., burgeres van Dordrecht, verkoopt aan Jan Visschers, Maasschipper, een huis op de NH, genaamd den Name Jesus, uitkomende achter op de NH, staande tussen Tobias de Capua en Pieter Rochusz. Catharina Hendricksdr. van Oost, de echtgenote van de koper, als procuratie hebbende van haar man, verkoopt aan verkoopster een jaarlijkse losrente van 125 gl. (ORA 778, f. 66 e.v.)

6 dec. 1651: ds. Henricus Goeree, predikant te Hilligersberg, als procuratie hebbende van zijn moeder, Maritgen Willemsdr. van Noorden, weduwe van Willem Goeree, koopman te Delft, verkoopt aan Johan van Norenburch, raad in wette, een huis op de Nieuwe Haven tussen de weduwe van Guiliam van Norenburch en Lambert Lambinon. (ORA 778, f. 72v)

5 juni 1652: Piron de Sompre, burger van Dordrecht, als man van Elijsabeth Donnaij [Domaij], eerder weduwe van Jan Willemot, en Willem Willemot, burger van Leiden, voor zichzelf en vervangende zijn broer Gillis Willemot, die in Zweden verblijft, tevens voor zijn zwager Abdius Mollinen, als man van Elijsabeth Willemot, samen kinderen en erfgenamen van Jan Willemot, verwekt bij Elijsabeth Domaij, verkopen aan Matthijs Buddin de Want een huis en pakhuis op de NH, waar uithangt de Stadt Luijck, staande tussen Jacob Moens en de steeg of straat, gaande voor de haven naar de Hoge Nieuwstraat, strekkende voor van de haven af tot achter aan het huis, dat toebehoort aan Anna Libert, weduwe van Jan Hardij. Waarborg: Willem Willemot. Johan Norenburch, raad in wette, stelt zich borg voor Willem Willemot, indien deze niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. (ORA 778, f. 115 e.v.)

[Trouwboek Waalse kerk Dordrecht 9 mrt. 1625: nous avons benit le mariage de Piron de Sompre et Elisabeth Donneau sa femme]

26 aug. 1652: Catharina Bouwens, weduwe van Jan van der Straten, is schuldig aan Clara Henricxs 400 gl., verbindende een huis op de NH tussen het huis van de comparante en Johannes van Bree. (ORA 778, f. 133v)

19 febr. 1655: DaniŽl Oem, als procuratie hebbende van zijn moeder, Maria Boucquet, weduwe van DaniŽl Oem, volgens procuratie, gepasseerd voor notaris Engelbrecht van der Grijp te Ridderkerk op 8 febr. 1655, verklaart schuldig te zijn aan Bartholomeus Roonaer, wegens een ten behoeve van haar zoon, wijlen Johan Oem DaniŽlsz., gepresteerde borgtocht en aan hem geleende penningen  een somma van 4000 gl., verbindende een huis, erf, houttuin, gelegen over de straat, en pakhuis, staande en gelegen op de Nieuwe Haven naast het huis "het Visschip". (ORA 1616, f. 7v e.v.)

4 mrt. 1655: Cornelis Jansz. huistimmerman, burger van Dordrecht, is schuldig aan Emmerentia van Driel, weduwe van Anthonij Repelaer 400 gl., verbindende een huis op de NH, waar uithangt de Broukuijp, staande tussen Jacob Hendricx kuiper en het erf van Dirck Berck.

13 mrt. 1655: Abraham Pietersz. Schiltmans, hellebaardier van de schout en burger van Dordrecht, verkoopt aan Arijen Pietersz. van Beaumondt, smid en burger van Dordrecht, ten behoeve van degene, die hij als koper zal aanwijzen, een huis met een achterhuis op de NH tussen Jan Aeldertsz. de Veer en Dionisius van der Kesel. (ONA 178, f. 49 e.v.)

4 okt. 1656: Dionijsius van der Kesel, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Dirck Aeldertsz. de Veer, koopman en burger van Dordrecht, voor 5350 gl. een huis op de NH tegenover de Roobrug, staande tussen het huis van Matteus van Tricht en dat van de verkoper. (ONA 177, f. 156 e.v.)

8 okt. 1661: Maria en Christina Boone, dochters van Aechgen Ingenool, weduwe van Jan Boone, commissaris ter recherche, verkopen voor 1200 gl. aan Willem Cornelisz. van Dijck en Gooswinus de Bruijn, burgers van Dordrecht, ieder voor de helft, een huis op de NH tussen het huis van Jan Gront en dat van mr. Johan van der Burch, lid van de Oudraad van Dordrecht.  Waarborg: Arent Ingenool, wijnkoper en burger van Dordrecht. (ORA 1619, f. 64v)

24 juli 1677: Willem Cornelisz. van Dijck en Goosuinis de Bruijn, burgers van Dordrecht, verkopen voor 1400 gl. aan Jan Constant, steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis op de NH, voorheen genaamd "Allemansgadingh" en nu "de Marmersteen", staande tussen het huis van oud-burgemeester Johan van der Burgh en dat van Jan Gront. De koper is schuldig aan verkopers 1100 gl. (ORA 1626 (nieuw), f. 42 e.v.)

Nieuwe Werck

30 juni 1651: Neeltie Cornelis, weduwe van Abraham Gerritsz. Cuijp, verkoopt aan Anna van Lantschot een jaarlijkse losrente van 10 gl. op een huis op het NW tussen Arijen van Houven en Sijmon Corstiaensz. schuitenvoerder. (ORA 778, f. 49)

[Abraham Gerritsz. Cuyp, vermoedelijk gedoopt NG Dordrecht 16 febr. 1588,  glazenmaker/glasschilder, overleden vůůr 15 juni 1631, trouwde 1e 12 juni 1612 Janneken Tonis Janssensdr., 2e 26 dec. 1627 Neeltgen Cornelisdr. (Beut), tr. 1e Leenaert Adriaensz. schipper, tr. 3e 15 juni 1631 Hessel Turcks, pottenbakker van Bolsward

- 11 okt. 1612: "is in't glasmakersgilde gecomen Abraham Geritsz. voor 10 st. alsoo hij een gildtbroers soon is en sonder kinderen". (Oud-Dordrecht 2004, nr. 3, p. 17)

- 3 okt. 1619: Abraham Gerritsz. glaesmaecker koopt van Lambert Cornelisz. Post metselaar een huis, staande [aan het Vlak op het Nieuwe Werk] tussen het huis van Maerten van Baelen en dat van Anthoni Lam. Koper betaalt met een schuldbrief van 450 gl. Borg: zijn vader Gerrit Gerritsz. Cuijp. (Oud-Dordrecht 2004, nr. 3, p. 19)]

30 sept. 1652: Margriet Macke, weduwe van Franchois Mariette, is schuldig aan Pieter Boijen, burger van Dordrecht, 1300 gl., verbindende een huis op het Nieuwe Werck tussen Arnoult de Moor en Marijcken Sieren. (ORA 778, f. 138v)

24 okt. 1652: Sijgen Pietersdr., weduwe van Abraham Fransz. de Both, als procuratie hebbende van Arnoult de Moor, koopman en burger van Dordrecht, is schuldig aan Jan Woutersz. 2500 gl., verbindende een huis op het NW tussen de weduwe van Francois Mariette en de kinderen en erfgenamen van Catarina Melsers. Borg: de comparante als procuratie hebbende van Johannes de Moor, zoon van Arnoult de Moor. (ORA 778, f. 143v)

19 juni 1658: Dirck Jacobsz. Stoop en Jasper Tielmansz. Kels, als man van Machtelt Jacobsdr. Stoop, erfgenamen van wijlen Neeltgen Corstiaensdr., burgers van Dordrecht, verkopen aan Job DaniŽlsz. bakenmeester, een huis op het NW aan de haven, belend door de huizen van Johan van Neurenberch, oudraad van Dordrecht, aan weerszijden. (ORA 781, f. 119)

Nieuwendijk

10 dec. 1639: Eduard Troeij, als man van Sara Ketels, weduwe van Johan Swieting, verkoopt voor 275 gl. aan Eduward Bart en Magdalena Swieting, een huis op de Nieuwendijk, waar tegenwoordig uithangt "de Drije Musquettiers", staande tussen de weduwe van Lucas Aertsz. schipper en Dirck Henricxsz. schipper. (ORA 1608 (nieuw), f. 70)

11 febr. 1655: Janneken Jansdr., weduwe van Hendrick Neveling, is schuldig aan Susanna Gerritsdr., een somma van 100 gl., verbindende een huis op de Nieuwendijk tussen Huijbert Dircxsz. kraankind en de weduwe van Reijn Segers. (ORA 1616 (nieuw), f. 6)

Nieuwkerkhof

11 sept. 1652: Johan Schoormans, als procuratie hebbende van Jan Jansz. van Dorth, metselaar en burger van Dordrecht, zoon en erfgenaam van Grietgen Pieters, weduwe van Thomas Hendricxsz., volgens procuratie gepasseerd voor notaris Lucas van Buijren te Utrecht op 18 juni 1652 (Oude Stijl), verkoopt aan Barbara van Beaumont een huis op het NKH tussen het huis van koopster en dat van ... [sic] (ORA 778, f. 136)

16 nov. 1652: Maeijken Jansdr., weduwe van Maerten Hendricx kleermaker, nu getrouwd met Pieter Broes, verkoopt aan de weduwe van Jan Woutersz. een jaarlijkse losrente van 93 gl. 15 st. op drie huizen, het eerste staande op het NKH omtrent het klokhuis tussen Damas de Claptas en Dijdies Jansz. twijnder, het tweede omtrent de Boom, genaamd het Witte Lam, staande tussen Machtelt Thomasdr. en Jan van Halteren, en het derde staande achter het vorige huis tussen het huis van Gerrit Decker en de poort van Jan van Halteren. (ORA 778, f. 149)

Nieuwkerkstraat

18 april 1651: Pieter Ceeckels, kleermaker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Selij Dircxdr. 200 gl., verbindende een huis in de Nieuwkerkstraat op de hoek van de Wijngaardstraat. (ORA 778, f. 22v)

9 mrt. 1652: Metgen Michiels, weduwe van Jan Cornelisz. Proeffbier, verkoopt aan Claes Jansz. Catmans een jaarlijkse losrente van 10 gl. op een huis in de NKS tussen de Heilige Geest en het huis van Leendert van IJngen. (ORA 778, f. 90v)

1 nov. 1652: Johan van Woensel, boekhouder van de diaconie te Dordrecht, verkoopt namens de kerkenraad aan Aert Gerritsz. van de Beeck, burger van Dordrecht, een huis in de NKS tussen Servaes van Hingen en de Wijngaardstraat. Koper is schuldig aan Bartholomeus Hermansz. 200 gl. (ORA 778, f. 144v e.v.)

Nieuwstraat

Nieuwstraat, gezien vanuit de Voorstraat (juli 2011)

21 mei 1644: Marcelis Herbertsz. d'Haen, burger van Dordrecht, verkoopt aan Lazarus van Hecke, slootmaecker en burger van Dordrecht, een huis in de NS, staande tussen het huis van Salomon Fransz. bakker en het huis, waarin tegenwoordig woont mr. Pieter van Godewijck. Waarborg: Marcelis Theunisz., bakker en burger van Dordrecht. (ORA 774, f. 100 e.v.)

17 mei 1650: Ruth Matthijssen kleermaker verkoopt aan Cornelis van Slingelant Sijbertsz. een jaarlijkse losrente van 25 gl. op een huis in de NS tussen Gerrit Franssen viskoper en Jan Jansz. Wacker. (ORA 777, f. 113v)

23 mei 1650: Caes [sic] Matheusz., wolwever en burger van Dordrecht, verkoopt aan Hendrick de Haen, twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de NS tussen ds. Andreas Colvius en Petronella Noortsant. (ORA 777, f. 115v)

24 febr. 1651: mr. Willem Ketting, advocaat voor het Hof van Holland, als procuratie hebbende van Leonard Ketting, oudraad van 's-Gravenhage, gepasseerd voor notaris J. Boot Grauwert te 's-Gravenhage op 25 aug. 1650, verkoopt aan Reijer Gerbrantsz. en Matthijs van Lijn, burgers van Dordrecht, de helft van een huis in de Nieuwstraat, genaamd de Vergulden Biecorff, staande tussen Cornelis Thooft en   [sic] (ORA 778, f. 15)

ORA Dordrecht inv. 778, f. 44 e.v.: op 20 juni 1651 compareert Grietgen Claesdr., als last hebbende van Goris Jacobsz. Ronaer, volgens procuratie gepasseerd voor burgemeester, schepenen en raden van Dordrecht op 19 juni 1651, en verklaart in die hoedanigheid schuldig te zijn aan de weduwe en erfgenamen van Johan Cools een somma van 5000 gl., daarvoor verbindende een huis bestaande uit twee gevels, staande in de Nieuwstraat tussen het huis van Pieter Anthonisz. leesmeester en 's herenstraat.

17 juli 1651: Nicolaes Henricxsz. Rootmerding, huikmaker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Christiaen Coopman, als voogd over de kinderen van Adriaen Pauwelsz. de Haen, 400 gl., verbindende een huis in de NS, genaamd de Vergulde Pors, staande tussen Pieter Cool en Susanneken [sic]. (ORA 778, f. 54v e.v.)

ORA Dordrecht inv. 779, f. 81v e.v.: op 21 febr. 1654 verkoopt Maria Gosi, weduwe van Pieter Barthoutsz. van Esch aan Ysaeck Maertensz. van de Brande, burger van Dordrecht, een huis in de NS, staande tussen het huis van ds. Gosuinus Buijtendijck en dat van Arijen Stevensz. Scheij. Kent betaald, promittit quitare. Het huis is niet anders belast dan met 700 gl. kapitaal en de pandponden, welke koper belooft over te nemen. Waarborg:  Steven Arijensz. Scheij.

11 okt. 1651: Johannes Vervoorn, burger van Dordrecht, verkoopt aan Frederick Cornelisz. Roscam, burger van Dordrecht, een huis achter in de NS tussen Silvester van Laar en ... [sic]. Waarborg: Jaecques Levecq, burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 63)

3 nov. 1651: Pieter Anthonisz. Vermeulen, burger van Dordrecht, verkoopt aan Gillis Pietersz. Boedoncq, burger van Dordrecht, een huis in de NS tussen ds. Andreas Colvius en Goris Jacobsz. Ronaer. Waarborg: Pauwels Pietersz. Vermeulen. (ORA 778, f. 67v)

7 dec. 1651: Jan Claesz. de Jager, kleermaker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Maeijken Cornelisdr. 100 gl., verbindende een huis in de NS tussen Claes Jansz. Geelkercken en Willem Wenselaer. (ORA 778, f. 73v)

15 febr. 1652: Herman Adolffsen, kleermaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Adriana Cop, echtgenote van Jean Jarde, een jaarlijkse losrente van 9 gl. op een huis in de NS tussen Margrieta Jans, weduwe van Jacob Mom en Barbara van Beaumont. (ORA 778, f. 87)

4 mrt. 1652: Margrieta Jansdr., weduwe van Jacob Mom, is schuldig aan Abraham Leendertsz. 150 gl., verbindende een huis in de NS tussen Adriaen Barentsz., afslager van de slagroede en Herman Adolffsz. kleermaker. (ORA 778, f. 88v e.v.)

8 mrt. 1652: Neeltgen Frans, weduwe van Teunis Arijensz. is schuldig aan Grietken Jansdr. 150 gl., verbindende een huis in de NS tussen Govert Pietersz. en Johannes van Woensel. (ORA 778, f. 90)

8 april 1652: Cent Adriaensz., burger van Dordrecht, verkoopt aan Jan Cornelisz. van Straten, burger van Dordrecht, een huis in de NS tussen het huis van de koper en dat van de erfgenamen van Beens [sic]. (ORA 778, f. 95v)

16 mei 1652: Willem Fransz. Dermoij, viskoper en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jacob Adriaensz. Turck, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de NS omtrent de brug tussen de erfgenamen van Anna van Landtschoth en Jan Cornelis bakker. (ORA 778, f. 108)

6 juni 1652: Arijen Scheij, wijnkoper en burger van Dordrecht, verkoopt aan Cornelis Dircxsz. en Marijken Dircxsdr. een jaarlijkse losrente van 50 gl. op een huis in de NS tussen Pierius Cool en Baerthout Pietersz. van Esch. (ORA 778, f. 116v)

1 april 1655: Elisabeth Schudt, weduwe van Goris Jacobsz. Ronaer, verkoopt aan Maeijken Goossensdr. Redij, weduwe van Reijnier de Vos, die mede compareert en wordt geassisteerd door Aert Jochemsz. van Gent, koopman en burger van Dordrecht, ten behoeve van degene, die zij als koper zal aanwijzen, voor 1800 gl. een huis in de Nieuwstraat, staande het huis van Willem Heijndricxsz. Ruijter en het huis, dat onlangs is gekocht door Nicolaes de Vries boekdrukker. (ONA Dordrecht inv. 177, f. 212 e.v.)

25 sept. 1663: Huijbert Roosboom, als procuratie hebbende van Johannis Kilsdonck chirurgijn en diens vrouw Margrietge Willemsdr., burgers van Dordrecht, is schuldig aan Margrieta Dircxsdr., weduwe van Johan Cools, schuldig een bedrag van 1000 gl., verbindende een huis in de NS tussen kapitein Pieter Hulsthout en Nicolaes Hendriksz. Rootmardinck. (ORA 784, f. 72v)

Noordendijk

ONA Dordrecht inv. 115, f. 65 e.v.: op 2 maart 1654 compareren voor notaris J. Reijns Geertruij van den Hatert, weduwe van Gillis Jansz. van der Hulck en Maerten Gillisz. van der Pijpen, beiden wonende te Dordrecht. Zij verkopen aan Neeltgen Jansdr., weduwe van Jacob Pietersz., wonende buiten de stad Dordrecht in het Wilgenbos, een windwipvolmolen [genaamd ďhet VarkenĒ], staande buiten de stad aan de Noordendijk, met een huis en toebehoren, zowel gereedschap, hout- en ijzerwerk, als alle "volaerdeturff" en het schuitje, dat bij de molen hoort, voor 4000 gl., waarvan 1000 gl. contant en de rest af te lossen met jaarlijkse termijnen van 1000 gl. Borgen: Vechter Jacobsz., Cornelis Jacobsz. en Jan Jacobsz.

Oude Breestraat

12 mei 1643: mr. Johannes Vleckharing, schoolmeester en burger van Dordrecht, verkoopt voor 1200 gl. aan Laurens Michielsz., hoefsmid en burger van Dordrecht, een huis in de OBS tussen Thielman Vulgraeff en mr. Sijmon Meijneker*. Waarborg: Adriaen Woutersz. van der Burch. Koper kent schuldig aan Philips Terwe 1250 gl. (ORA 778, f. 23 e.v.)

* [NG trouwboek Dordrecht 18 mei 1636 Simon Hendricksz. Menecker chirurgijn jongman wonende op de Riedijk en Marijken de Rouw Stevensdr. weduwe van mr. Jan Levertsen wonende in de Spuistraat beiden van Dordrecht getrouwd in De Linde op 1 juni 1636]

25 febr. 1651: Jan Jansz. van Evelingen, huistimmerman en burger van Dordrecht, is schuldig aan Geertruijt van de Hatert, weduwe van Gillis Jansz. van de Hulck, 200 gl. wegens leverantie van hout en andere goederen, verbindende zijn huis in de OBS tussen Jan Koeck en de erfgenamen van Theunis Jansz. van Drongelen. (ORA 778, f. 15)

14 mrt. 1651: Pauwels van der Ka, wagenmaker en burger van Dordrecht, is schuldig aan de kinderen van Neeltgen van Millebrecht 10 gl., verbindende een huis in de OBS, staande tussen Laurens Michielsz. smid en Adriaen Jansz. Langereijt. (ORA 778, f. 17)

7 juni 1651: Willem Claesz. La Croij 's herendienaar, verkoopt aan Mariken Willemsdr., weduwe van Joost Lamberts tingieter, een huis in de hoek van de OBS tussen het huis van Willem Pietersz. van de Roer en het huis van Dirck ... [sic] (ORA 778, f. 39)

15 juni 1651: Lijsbeth Pieters, weduwe van Damas Isaacxsz. scheimaker, verkoopt aan Jeroen van Dijck, 10 gl. jaarlijkse losrente op een huis in de OBS tussen Cornelis den Decker en de erfgenamen van Jan Louwen kuiper. (ORA 778, f. 43)

21 mrt. 1652: Lijsbeth Pieters, weduwe van Damis IJsaacxsz. scheimaker, is schuldig aan Maria Cornelis 200 gl., verbindende een huis in de OBS tussen Jan Louwen en Cornelis Henricx. Borg: Pieter Damisz. schrijnwerker, haar zoon. In margine: Pieter Damisz. waagknecht comp. namens zijn moeder en toont de originele brief met de geŽndosseerde kwitantie van Eva Dircx dd 22 mei 1653, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 17 mei 1662. (ORA 778, f. 92)

20 juni 1652: Jan Pietersz. Cruijskercken, houtkoper en burger van Dordrecht, is schuldig aan Lijsbeth Cornelisdr. 300 gl., verbindende een huis in de OBS tussen Willem Hendricxsz. Ruijter en Cornelis Hendricxsz. Decker. Compareert mede Anthonis Jansz. van Beaumont, als procuratie hebbende van Pieter Jansz. Kruijskercken en Cornelia Kruijskercken, beiden boven de 25 jaar oud, en Arent Janz. Kruijskercken, die 24 jaar, 10 maanden en 14 dagen oud is. (ORA 778, f. 122 e.v.) 

12 aug. 1653: Marijken Gijsberts, weduwe van Henrick Willems bierdrager, is schuldig aan Cornelis Henricxs 200 gl., verbindende een huis in de OBS tussen Jan Danckers en juffr. Vosch. (ORA 779, f. 49)

16 sept. 1653: Jan Pietersz. Kruijskercken, burger van Dordrecht, verkoopt aan Marijken Willemsdr., weduwe van Joost Lambertsz., een huis in de OBS, staande tussen Willem Henricxsz. den Ruijter en Cornelis den Decker. Waarborgen: Wijnant Jansz. van Houten en Huijbert Thonisz. van Bree, burgers van Dordrecht. (ORA 779, f. 55)

ORA Dordrecht inv. 782, f. 144: op 17 nov. 1660 verkoopt Jacob Hendricxsz. Manilius, burger van Dordrecht, als last hebbende van  zijn moeder Mariken Hendricxdr., weduwe van Hendrick Gleijnen kuiper, aan Franchoijs Terwen, koopman te Dordrecht, een huis in de Oude Breestraat, staande tussen de kerk van de Mennonieten en het huis van de koper, voor een bedrag van 1200 gl.

Raamstraat

1 febr. 1651: Jan Jansz., schipper en burger van Dordrecht, als man van Maeijken Jansdr., eerder weduwe van Cornelis Jansz. Evenwel, verkoopt aan Pieter Cornelisz., viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de RS achter het huis van Willem Gijsbertsz., staande tussen de gang van Arijen Jordensz. en het huis van Willem Gijsbertsz. Waarborg: Pieter Jansz., schiptimmerman en burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 9v)

10 mei 1651: Beniamijn Swol, bakker en burger van Dordrecht, verkoopt Daniel [Fransz.] Glorij een huis in de RS tussen Theunis Jacobsz. Vosch en de weduwe van Pauwels Joppen. Koper verkoopt Boudewijn Onderwater, oudraad van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 8 gl., verzekerd op dit huis, en is schuldig aan verkoper een bedrag van 800 gl. (ORA 778, f. 27v)

11 juni 1652: Elisabeth Adriaensdr., weduwe van Abraham Roosbeeck, verkoopt aan Gillis Gillisz., wolspinner en burger van Dordrecht, een huis in de RS tussen het huis, dat is verkocht aan Nicolaes le Fort, en het huis van de weduwe van Adriaen Cornelisz. Cruijskercken. Koper is schuldig aan verkoopster 425 gl. (ORA 778, f. 118v)

11 juni 1652: idem verkoopt aan Nicolaes le Fort, drappier en burger van Dordrecht, een huis in het midden van de RS tussen het huis, dat is gekocht door Gillis Gillisz. wolspinner, en het huis, dat is gekocht door Aert Cornelisz. droogscheerder. Koper is schuldig aan verkoopster 400 gl. en verkoopt aan Baltasar de la Tour een jaarlijkse losrente van 25 gl. op het door hem gekochte huis en het huis, dat daarachter staat. In margine: Jacob Jacobsz., "neve" van Balthasar de Latour, toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief geroyeerd op 18 febr. 1682. (ORA 778, f. 119)

20 juni 1652: Eeuwout Aertsz. Schut, burger van Dordrecht, verkoopt aan Aert Eeuwoutsz. Schut, inwoner van Rotterdam, een jaarlijkse losrente van 60 gl., verzekerd op een azijnplaats en acht woningen, gelegen en staande in de RS tussen het huis van Van der Meulen en 's herengracht aan de ene zijde en het straatje, genaamd het Kousken. (ORA 778, f. 124)

19 okt. 1652: Johan Reijns, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Eeuwoudt Schut, burger van Dordrecht, is schuldig aan Stijntgen Schut, dochter van Eeuwout Schuth, door hem verwekt bij Stijntgen Woutersdr. van Rullen, 800 gl., verbindende een aantal huizen en een azijnplaats in de RS, waarvan vijf woningen uitkomen in het Kousken en ťťn staat op de hoek van het Kousken, belend door het huis van Cornelis Vermeulen en dat van Stijntgen Schuth. (ORA 778, f. 142)

Riedijk

19 nov. 1647: Coenraet Damasz. van der Linden en Marten Abrahamsz. Oeijens, als testamentaire voogden over de weeskinderen van Jan Bartholomeusz. [Penras] en Grietgen Adriaensdr., verkopen aan mr. Casper Calthoff, een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Pieter Anthonisz. Vinck en dat van Neeltgen Willemsdr., weduwe van Cornelis Meermans. (ORA Dordrecht inv. 776, f. 57v)

24 jan. 1651: Crispijn van Outgaerden, als curator van de ďgeabandonneerdeĒ boedel van Cornelis van Hoogeveen, gewezen ontvanger van de gemene middelen over Dordrecht, verkoopt aan Jan Verlaan, twijnder en burger van Dordrecht, een huis op de RD tussen Willem van der Elst en de kinderen en erfgenamen van Van der Poel [sic] (ORA 778, f. 5v)

23 juni 1651: Arent Arentsz., schipper en burger van Dordrecht, is schuldig aan Christiaen Coopmans, oudraad van Dordrecht, 300 gl., verbindende een huis op de RD, genaamd Thiel, staande tussen Cornelis Thijssen en de gang van het Gulden Poortie. (ORA 778, f. 44v e.v.)

24 juni 1651: Hendrick van Galen, koopman wonende te Utrecht, als procuratie hebbende van Jan Croon van Essen ladenmaker, is schuldig aan Anthonij Gijsens, koopman te Utrecht, 230 gl., verbindende een huis op de Riedijk tussen Pieter Crabbe en Jacob Sleep, alsmede een tuin of boomgaard op grond van de Merwede, gelegen buiten de St. Jorispoort tussen de tuin van Dirck Schijvelberch en de tuin van mr. Johan van Someren advocaat. (ORA 778, f. 47)

24 juni 1651: Jacobmina Claesdr., vrouw van Anthonij van Beaumont, als procuratie hebbende van Gijsbert Servaes Parijs, vice-auditeur te Wesel, is schuldig aan Sijbert Cornelisz. 500 gl., verbindende een huis op de RD, genaamd het Casteel van Antwerpen, staande tussen Hendrick Willemsz. Witting en ... [sic] (ORA 778, f. 48)

19 juli 1651: Pieter Crabbe, burger van Dordrecht, is schuldig aan Hans Martens 200 gl., verbindende een huis op de RD tussen Politus Wassenburch en Jan Croon van Essen. (ORA 778, f. 56)

15 nov. 1651: Pieter Crabbe, twijnder en burger van Dordrecht, verkoopt aan kapitein Cornelis Adriaens, burger van Dordrecht, een huis omtrent het Nieuwpoortje, waar uithangt Breda, tussen Jan Croon ladenmaker en Politus Wassenburch. (ORA 778, f. 70v e.v.)

14 febr. 1652: Hendrick Willemsz. Witting, burger van Dordrecht, als gesubstitueerde van Jan Anthonisz. Groen, die procuratie heeft van Vincent Claesz. van Spieringshoeck, als man van Elisabeth Jans, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Jan Quirijnen te Amsterdam op 10 mrt. 1646 en substitutie gepasseerd voor notaris W. van der Elst te Dordrecht op 9 aug. 1651, verkoopt aan Claes Jansz. Chatteleijn een huis op de RD, vanouds genaamd den Croon, staande tussen het huis waar uitgehangen heeft 't Hof van Brussel en het huis den Vergulden Ancker. (ORA 778, f. 86v)

17 febr. 1652: Cornelis Vaens, thesaurier, als geautoriseerd zijnde door "mijn E. Heeren van de beleijde deser stede saecken", verkoopt aan Jan Sijmonsz. Spranger het oude wachthuis of corps de garde, staande achter het huis van de koper op de RD, genaamd den Cardinaalshoet. Koper verkoopt aan verkoper 15 gl. jaarlijkse losrente. (ORA 778, f. 87 e.v.)

29 febr. 1652: Jan Sijmonsz. Spranger, burger van Dordrecht, verkoopt aan Arijen Arijensz. Thooft, timmerman en burger van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 12 gl. 10 st. op een huis op de RD en twee daarachter staande huisjes, komende op 's herenvest, genaamd den Cardinaalshoet tussen Abraham Aertsz. zwaardveger en Job Willemsz. (ORA 778, f. 88v)

17 mei 1652: Arijen Jansz. Honing, burger van Dordrecht, verkoopt aan Reijnburch van Beaumont een huis bij de Riedijk, genaamd Bommel, staande tussen het huis van verkoper, waar uithangt de Prins van Oranje, en het huis van Pieter Boeff. Het huis is belast met een hypotheek van 1900 gl. ten behoeve van de weduwe van Casper Aelbertsz., wonende in Utrecht. (ORA 778, f. 109v)

4 juni 1652: Gijsbert Servaes Parijs, vice-auditeur te Wesel, is schuldig aan Willem van Broeckhuijsen 500 gl., verbindende een huis op de Riedijk, genaamd het Casteel van Antwerpen, staande tussen Hendrick Willemsz. Witting en ... [sic] (ORA 778, f. 114)

6 sept. 1652: Willem van der Elst, notaris te Dordrecht, is schuldig aan Willem van Santen 800 gl., verbindende een huis op de Riedijk, vanouds genaamd het Moriaenshoofd, staande tussen Neeltie Willems, weduwe van Cornelis Meermans en Jan van der Laen. (ORA 778, f. 134v e.v.)

17 juni 1662: comp. voor notaris A. van Neten te Dordrecht Salomon Lodewijcksz., schipper te Dordrecht, en zijn vrouw Maijken Claes [eerder weduwe van Jan Jansz. van der Schaer], beiden gezond, om hun testament te maken. Als de testateur de eerstoverlijdende is, zal zijn vrouw al zijn goederen erven, op voorwaarde, dat zij "tot een gedachtenisse" aan zijn naaste verwanten en erfgenamen ab intestato samen en onder hen allen een bedrag van 6 gl. zal uitreiken. De testatrice prelegateert aan haar voorzoon Claes Jansz., "ten aensien van zijne innocentheijt", een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Pieter Aertsz. Dansser en dat van Arien Jansz. Honinck. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar kinderen Maijken, Frans, Claes, Abraham en Jan Jansz. [van der Schaer] of bij vooroverlijden hun wettige nakomelingen, alsmede haar man, Salomon Lodewijcksz. voor een gerecht kindsgedeelte, ofwel elk van hen voor een zesde deel. Tot voogden stelt zij aan Hubrecht Hendricxsz. schipper en Arien Jansz. Honingh tavernier, beiden burgers van Dordrecht. De testateur zet zijn handtekening, zij tekent met "MC". (ONA Dordrecht inv. 141, f. 264 e.v.)

Riedijkstraat

23 okt. 1651: Willem van der Elst, notaris en burger van Dordrecht, verkoopt aan Franchois Baltensz. boekverkoper een jaarlijkse losrente van 10 gl. op een huis in de Riedijkstraat tussen Hendrick Dircxsz. timmerman en Maeijken Pietersdr. (ORA 778, f. 65v)

5 mrt. 1658: Dircxken Lucas, weduwe van Isaac Pietersz. Wijtemans, is schuldig aan Agnietgen Melssendr. een bedrag van 150 gl., verbindende een huis in het Riedijkstraatje tussen Hendrick Willemsz. Witting en Frederick Cornelisz. Roscam. (ORA 781, f. 89 e.v.)

Sarisgang

1 febr. 1651: Laurens Maertensz. Buijs, korenmeter en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jan Jansz. glaesmaecker een huis in de SG tussen Cornelis Woutersz. van de Grient schiptimmerman en Claes Jansz. metselaar. (ORA 778, f. 8v)

15 nov. 1651: Egbert Jansz., burger van Dordrecht, verkoopt aan Dirck van Cruchten, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de SG tussen koper en Wouter de Gelder. Koper is schuldig aan Anna Willemsz. 400 gl. en aan verkoper eveneens 400 gl. (ORA 778, f. 70 e.v.)

Schrijversstraat

4 jan. 1651: Nees Pietersz., Londenvaarder en burger van Dordrecht, is schuldig aan Eva Dircxdr. 200 gl., verbindende zijn huis in de SCS tussen de weduwe van Jan van Calcker en het huis van    [sic] (ORA 778, f. 1)

Schuitenmakersstraat

2 nov. 1651: Pieter Pietersz. Korff, schiptimmerman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Govert Bartholomeusz. van Hommerich, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de SMS tussen de kelder van de weduwe van Herman van der Dussen en de wijnkelder van de weduwe van DaniŽl Oom. Verkoper verbindt als waarborg een huis [in de Voorstraat] omtrent de Vismarkt, staande tussen de weduwe van Bartholomeus Arijensz. Anssem en Catarina Jonasdr. (ORA 778, f. 66v e.v.)

Schuitenmakersstraat (febr. 2013)

19 april 1652: Johannes Leendertsz. schoenmaker, als man van Neesken Jacobsdr. Bornwater en Gijsbrecht Claesz. Steijn, als man van Maeijken Jacobsdr. Bornwater, beiden kinderen en erfgenamen van Jacob Jacobsz. Bornwater en Maeijken Willemsdr., verkopen aan Engel Corstiaensz., timmerman en burger van Dordrecht, een huis in de SMS op de hoek van de Manhuisstraat tussen die straat en het huis van Gijsbrecht Claesz. Koper is schuldig aan Pieter Jansz. 528 gl. en verkoopt op 5 juni d.a.v. aan Trijntgen Hendricxdr. een jaarlijkse losrente van 20 gl. op voornoemde huis. (ORA 778, f. 98)

17 okt. 1653: Willemken Cornelisdr., echtgenote van Sijbert Jansz. van Drijel, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van haar man, volgens de akte daarvan gepasseerd voor notaris J. Schoormans te Dordrecht op 28 dec. 1649, verkoopt aan Willem Theunisz. bakker een huis in de SMS tussen de erfgenamen van Maerten Willemsz. van der Elst en Steven Thonisz. De koper verkoopt aan Willem van Broeckhuijsen een jaarlijkse losrente van 44 gl., verzekerd op dit huis. In margine: comp. Adriaen de Haen namens Willem Theunisz.en toont de originele brief met de kwitantie van Willem van Broeckhuijsen, gedateerd 17 nov. 1655, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is afgelost. Schuldbrief geroyeerd op 20 nov. 1659. (ORA 779, f. 59 e.v.)

Omtrent de Spuipoort

23 mei 1650: Judith Jansdr., weduwe van Abraham Arijensz. huistimmerman en Eeuwout Abrahamsz., haar zoon, verkopen een jaarlijkse losrente van 16 gl. 10 st. op drie naast elkaar staande huisjes omtrent de Spuipoort, belend door het huis van Abraham van de Wercke en dat van Arijen Walvisch waagknecht. In margine: comp. Isaack Hendriksz. Stabroeck, als eigenaar van twee van die huisjes en toont de originele schuldbrief, die hij verklaarde afgelost te hebben aan Jan Aertsz. de Gelder. Hypotheekbrief derhalve geroyeerd op 2 april 1660. (ORA 777, f. 115v)

Steegoversloot

6 mei 1645: Jochum Liens, wonende in Klundert, verkoopt voor 2250 gl. aan Anthonij van den Biesheuvel, burger van Dordrecht, een huis in het SOS tussen Jan Cornelisz. van Bergen, bode van Dordrecht op Haarlem en Aelbert Hillebrantsz. van Swol. Waarborgen: Laurens van Valckenburch en Abraham van der Wal, burger van Dordrecht. (ORA 775, f. 24)

24 juli 1647: Dircxken Arijens, weduwe van Willem Willemsz. de Best, verkoopt aan Arnoult van Ravesteijn, kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de poort van de Heelhaaksdoelen en het huis van Abraham van de Wercke. Mr. Matthijs Berck, als boekhouder van de Heelhaaksdoelen, verklaart, dat het de koper toegestaan is de poort te "overtimmeren". (ORA 1612, f. 37)

9 mei 1648: Arnoult van Ravesteijn, kleermaker en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van dijkgraaf Johan Sijmonsz. Indervelde, verkoopt aan mr. Johan van de Honaert, schepen in wette van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Johan Schut en dat van Hendrick Jansz. Vrijmoet. (ORA 1612, f. 85)

9 mei 1648: Anthonij Viveen, Johan de Meijer en Johan Michielsz. Deijlman, als procuratie van Adriana Cornelisdr., weduwe van Hendrick Jansz. Vrijmoet, verkoopt aan Johan van de Honaert, schepen in wette van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van Dirck Jansz. de Both. (ORA 1612, f. 85 e.v.)

13 april 1651: Lambert Jansz. van Dilsden, burger van Dordrecht, is schuldig aan Jan Lambertsz. Hulsthout 300 gl., verbindende een huis in het SOS naast Bastiaen Cornelisz. (ORA 778, f. 21v e.v.)

23 juni 1651: Joost Bisbinck vuurwerker, verkoopt Arent Schuth een huis in het SOS, staande op de hoek van 's herengracht tussen Jan Adriaensz. en de gracht. Waarborg: kapitein Willem van Santen. (ORA 778, f. 44v)

9 mei 1654: Anthonij van den Biesheuvel, burger van Dordrecht, verkoopt Jan DaniŽlsz. du Blas, lakenkoper en burger van Dordrecht, een huis in het SOS, staande tussen Jan Cornelisz. van Bergen en Aelbrecht Hillebrantsz. Waarborg: Isaac van de Biesheuvel, koopman te Dordrecht. (ORA 1615, f. 102 e.v.)

14 jan. 1658: Dirck Jacobsz. Stoop, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, Adriana Jacobsdr. Stoop, meerderjarige ongehuwd persoon, en Jasper Tielmansz Kels, als echtgenoot van Machtelt Jacobsdr. Stoop, kinderen en erfgenamen van wijlen Neeltgen Corstiaensdr., weduwe van Jacob Dircxsz. Stoop, scheiden de boedel, die door hun moeder is nagelaten. Dirck krijgt een huis in het SOS bij de Augustijnenkamp, staande tussen Bastiaen Saeijers en Abraham van Nuijssenborch. Adriana krijgt een huis op de Hoge Nieuwstraat tussen Cors Gijssen en Machiel Hendricxsz. en huis in de Kolfstraat naast het huis de Colff. Jasper en zijn vrouw krijgen obligaties en contant geld. (ONA Dordrecht inv. 178, f. 248 e.v.)

25 juni 1658: Herman Claesz., droogscheerder en burger van Dordrecht, is schuldig aan Cornelis Pietersz.  Mispelshoeff een somma van 300 gl., verbindende een huis in het SOS tussen Jan Aertsz. en de St. Jorisdoelen. (ORA 1617, f. 120 e.v.)

4 aug. 1661: Gijsbert de Jager de jonge, als curator van de boedel van wijlen Jan DaniŽlsz. du Blas, verkoopt aan Gerrit van Campen, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, voor 2500 gl. een huis voor in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Abraham Cornelisz. Bocx en dat van Aelbert van Swol. (ORA 1619, f. 54)

14 sept. 1661: Maria van Gurp, weduwe van Arent Cop, verkoopt aan haar zoon, notaris Johan Cop, een huis in het Steegoversloot, staande naast het het huis van de kinderen en erfgenamen van Arnoult de Vries. (ORA 1619, f. 60)

24 febr. 1663: Geerit van Campen, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Maria Aertsdr. 400 gl., verbindende een huis, bestaande uit twee woningen, staande in de Steegoversloot tussen Abraham Cornelisz. Bocx en Aelbert van Swol.

26 mei 1671: Luijcas Hooghlander, grutter en burger van Dordrecht, is schuldig aan de erfgenamen van Josina Joye 1000 gl., verbindende een huis achter in het SOS over de brug tussen de Lindegracht en Adam Hartman. (ORA 1623, f. 103)

Steenstraat

12 juli 1651: Jan Teller, als mede-erfgenaam van Arnoult Teller, verkoopt aan Sara Hendricxdr. een huis in de Steenstraat tussen het huis van Chipriaen Kannedecker en het huis van het St. Jansgilde. Borg: Wouter Pietersz. van Wijngaerden, wijnkoper en burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan Anna van Lantschot 600 gl. Borg: Bartholomeus de Bel, stadhouder van Dordrecht. (ORA 778, f. 53v)

19 juli 1653: Dirck Wouters, schiptimmerman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jan Gerritsz. appeltonder een huis in de Steenstraat tussen Aernout Marcel en Aelbert Aelbertsz. (ORA 779, f. 45)

Stoofstraat

9 jan. 1641: Andries Thomasz., metselaar en burger van Dordrecht, verkoopt aan Frans Baltensz., boekverkoper en burger van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 6 gl. op een huis in de Stoofstraat tussen de weduwe van Adriaen Cornelisz. Kruijskercken en de erfgenamen van Frans Jeremias. (ORA 773, f. 1)

2 febr. 1651: Jan Crijnen de Bruijn, metselaar en burger van Dordrecht, verkoopt aan Cornelis Gerritsz., arbeider en burger van Dordrecht, een huis in de STS tussen Aelbert Aelbertsz. bierdrager en Hendrick Jacobsz. bombazijnwerker. Waarborg: Jacob Claesz., stratenmaker en burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 10v e.v.)

6 april 1651: Andries Jeremias, voor de ene helft, en Joost Jansz. van Westkappel, als man van Sijgen Jansdr. en Theunis Snellen van der Vliet, als man van Janneken Jansdr., voor de andere helft, samen erfgenamen van wijlen Janneken Franssen, weeskind van wijlen Frans Jeremias, verkopen aan Cornelis Cornelisz., arbeider en burger van Dordrecht, een huis in de STS tussen Arijen Laurensz. en de weduwe van Jacob ... [sic] bakker. Waarborgen: Johannes Andriesz. schoenmaker en Hendrick Aertsz. leestmaker, burgers van Dordrecht. Koper verkoopt een jaarlijkse losrente van 20 gl. op voornoemd huis. (ORA 778, f. 20 e.v.)

13 mei 1651: Jan Huijgen van den Ent, als executeur-testamentair van Janneken Jansdr. Persijn, de overleden vrouw van Arijen Willemsz. Baenwijck, en Johan Schoormans, als procuratie hebbende van Arijen Aertsz., wonende te Raamsdonk, als echtgenoot van Marijken Gijsbertsdr. van Persijn en Jan Fransz., nomine uxoris, beiden mede-erfgenamen van Janneken Jansdr. Persijn, voor zichzelf en tevens vervangende hun mede-erfgenamen, verkopen Grietken Willemsdr., weduwe van Henrick Jacobsz. Musch, een huis in de STS tussen Arijen Willemsz. Baenwijck en Leendert Jansz. bakker. Verkopers transporteren nog een huis in de STS aan Maijken Gerrits, weduwe van Jan Cornelisz. bakker, welk huis staat tussen Arijen Willemsz. Baenwijck en Aert Woutersz. Couwethooren. (ORA 778, f. 29v e.v.)

9 nov. 1651: Grietgen Claesdr., als procuratie hebbende van Charles de Rijmes en diens vrouw, Adriana Schoormans, is schuldig aan Marijken Cornelisdr. 200 gl., verbindende een huis in de STS tussen Adriaen Willemsz. Baenwijck en de weduwe van Sijbert Cornelisz. van de Hatert. (ORA 778, f. 68v e.v.)

6 febr. 1652: Cornelis van Slingelant, als boekhouder van de diaconie te Dordrecht, verkoopt aan Casper Jorissen, bleker en burger van Dordrecht, een huis in de STS tussen Jan Jansz. Cop metselaar en Eeuwout Hendricxsz. (ORA 778, f. 84v)

8 april 1652: Abraham Arijensz., timmerman en burger van Dordrecht, is schuldig aan Wouter Aertsz. 100 gl., verbindende een huis in de STS tussen de huizen van Arijen Willemsz. Baenwijck aan weerszijden. (ORA 778, f. 96 e.v.)

Suikerstraat

6 febr. 1651: Cornelis van Slingelant, als boekhouder van de diaconie te Dordrecht, verkoopt aan Cornelis Cornelisz. Hoijschelff, burger van Dordrecht, een huis in de Suikerstraat tussen Cornelis DaniŽlssen schipper en Theunis Hendricxsz. brouwersgast. (ORA 778, f. 85)

25 juni 1652: Job DaniŽlsz., burger van Dordrecht, verkoopt Glaude Michoult, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de SS tussen Cornelis Cornelisz. Hoijschelff en Jeroen Sijmonsz. Fallo. De koper is schuldig aan Cornelis DaniŽlsz. schipper 530 gl. (ORA 778, f. 124 e.v.)

Op de Tolbrug

20 juli 1655: Geerit Taeijaert, als weduwnaar van Cristina Staes, die eerder weduwe was van Pieter Bonten, verkoopt aan Johannes Pietersz. van de Kemp, burger van Dordrecht, een huis op de Tolbrug, staande tussen het huis Leendert Corstiaensz. zeemverkoper en de haven. Waarborgen: Dirck Verbuijs, Pieter van Standonck en Jan Pietersz. Bont, burger van Dordrecht. (ORA 780, f. 51v e.v.)

Tolbrugstraat Landzijde

24 april 1640: Jean de Namur, als man van Maria van Casteren, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Adriana van Casteren, ongehuwde persoon, verkoopt aan Johan de With, raad in wette van Dordrecht en ontvanger van de Grafelijkheidstol van Geervliet, een huis in de Tolbrugstraat Landzijde, staande tussen de gang van de kaatsbaan en het huis van de weduwe DaniŽl Goossensz. van der Poel.

10 jan. 1651: Aeltken Cornelisdr., weduwe van Jacob de Meijer, met haar zoon Cornelis de Meijer als haar gekoren voogd, kent schuldig aan Maijken Jaspers 2100 gl., verbindende haar huis op het hoekje van de Tolbrugstraat, staande tussen die straat en het huis van Cornelis Bollenbeeck. (ORA 778, f. 3)

9 jan. 1652: Hendrick Jacobsz., oudschoenmaker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Mariken Cornelisdr. 100 gl., verbindende een huis in de Tolbrugstraat tussen het huis van Isaac Hercules en het pakhuis van Joris Teerling. (ORA 778, f. 80)

17 mei 1652: Leendert Bastiaensz. van de Roer en Claes Cornelisz. van der Fles verkopen namens het Doopsgezinde armbestuur aan Thomas Pauwelsz., burger van Dordrecht, een huis in de TSL tussen Sara Arijensdr. en ... [sic]. Maeijken Hendricxdr. verkoopt namens haar man, Thomas Pauwelsz., aan de verkopers een jaarlijkse losrente van 20 gl., verzekerd op het voornoemde huis. (ORA 778, f. 108 e.v.)

24 juli 1653: Joris Teerling, burger van Dordrecht, verkoopt Hendrick Jacobs, oudschoenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de TSL tussen verkoper en Cornelis van Bollenbeecq, inclusief het servituut van een watergoot tegen brouwerij de Valck. De koper mag de lichten van het huis van verkoper, die zich bevinden tussen hun huizen, van de achtergevel van het verkochte huis tot aan brouwerij de Valck, nimmer betimmeren. Koper verkoopt aan verkoper ten behoeve van diens weeskinderen een jaarlijkse losrente van 27 gl. op het voornoemde huis. In margine: compareert Gillis Claessen, als houder van de hypotheek brief en toont de kwitantie, die is getekend door Roelant Teerling. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 1 mei 1659. (ORA 779, f. 46v e.v.)

30 juli 1653: Hendrick Jacobs, oudschoenmaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan kapitein Adriaen Coenen, oudraad van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 5 gl. op een huis in de Tolbrugstraat Landzijde, staande tussen Joris Teerling en Cornelis van Bollenbeecq. (ORA 779, f. 47)

24 sept. 1653: Janneken Cornelisdr., weduwe van Dirck Claesz. Wijcke, is schuldig aan de kinderen van Lijsbeth Arijensdr. Canijn 100 gl., verbindende een huis in de TSL tussen de erfgenamen van juffr. Boots en 's herenstraat. (ORA 779, f. 56v)

31 okt. 1654: jonkheer Aurelius Augustinus en Theodorus Turcq, als mede-erfgenamen van Aletta van Beverwijck, weduwe van Dominicus Boot, verkopen aan Guilliam Claesz.Weijkmans, glasmaker en burger van Dordrecht, een huis in de TSL, staande tussen Cornelis Evertsz. van Eijssel, achtraad van Dordrecht, en de Gevulde Gracht. De koper is schuldig aan Elisabeth van Deuren. Borg: Hendrik Jansz. Lou, haakmaker en burger van Dordrecht.

Tolbrugstraat Waterzijde

8 sept. 1645: Gillis Cornelisz. spijkermaker, burger van Dordrecht en Willem Weijers, koopman te Dordrecht, zijn overeengekomen, dat Gillis aan Weijers de somma van 862 gl., die hij nog aan hem schuldig is wegens de leverantie van ijzeren spijkerroeden, zal aflossen met jaarlijkse termijnen van 50 gl. Gillis verbindt voor de nakoming daarvan zijn huis, waar uithangt "den Spijckermaker", staande in de Tolbrugstraat Waterzijde naast het huis van Pieter Fransz. koordenmaker. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 61, f. 526v e.v.)

2 april 1649: Gillis Cornelisz. spijkermaker verkoopt aan Jan Gregoor [Hardij], lakenkoper te Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 6 gl., verzekerd op een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van Pieter Fransz. en het huis genaamd "de Verloren Zoon". (ORA Dordrecht inv. 777, f. 14)

23 febr. 1661: Pieter Fransz. Kraest, passementwerker en burger van Dordrecht, verkoopt voor 1300 gl., deels contant betaald en deels met het overnemen van een hypotheek van 225 gl., aan Lambert Bovij, sloten- en horlogemaker, burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van Willem Theunisz. Burghniet bakker en het ledig erf, dat toekomt aan Marguareta Bordels. Waarborg: Thomas Sleij, schoolmeester en burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 783, f. 8v)

Torenstraat

21 febr. 1651: Arijen Arijensz. Rib, schipper en burger van Dordrecht, verkoopt aan Herman Cornelisz. Monseur, burger van Dordrecht, een huis in de Torenstraat, staande tussen Willem Dircxsz. appeltonder en het Pompstraatje. Herman Monseur verkoopt op dezelfde dag dit huis aan Jan Jansz., burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 14r en 14v)

12 dec. 1651: Johan Vervoorn, burger van Dordrecht, is schuldig aan Anneken Jansdr. 500 gl., verbindende een huis in de TS op de hoek van de Wijngaardstraat tussen die straat en het huis van ... [sic] (ORA 778, f. 75 e.v.)

31 jan. 1652: Janneken Baltensdr., weduwe van Pieter van de Staeij, verkoopt aan Leonart van der Piet, grossier in kousen en burger van Dordrecht, een huis in de TS tussen Cornelis Gijsbertsz. van de Broeck en de weduwe van Jan Theunisz. (ORA 778, f. 83)

2 febr. 1652: Janneken Baltensdr., weduwe van Pieter van de Staeij, verkoopt aan Johan van Haelwijn een huis in de Torenstraat tussen Cornelis Gijsbertsz. en de weduwe van Johan Theunisz. Waarborg: Leonart van de Piet. (ORA 778, f. 83v)

27 mrt. 1652: Hadewij Arijensdr., weduwe van Nijs Jacobsz., is schuldig aan Abraham Leendertsz. 150 gl., verbindende een huis in de TS tussen [Abram ?] Schotsman en Damas Dircxsz. Claptas. (ORA 778, f. 95)

19 april 1652: Johan Vervoorn, burger van Dordrecht, is schuldig aan Wouter Aertsz. 300 gl., verbindende een huis in de TS op de hoek van de Wijngaardstraat tussen die straat en het huis van ... [sic] (ORA 778, f. 97 e.v.)

24 sept. 1653: Jerefaes Arijensz., als man van Adriaentgen Cleijs, Pieter Cleijssen, Willem Willemsz. de Haen, als echtgenoot van Commertgen Cleijs, voor zichzelf en vervangende Cornelis Cleijs, hun broer resp. zwager, en Willem Pietersz. de Bruijn, als voogd van de weeskinderen van Jacob Cleijsz., voor zichzelf en vervangende Pieter Pietersz. de Bruijn, zijn medevoogd, verkopen aan Neeltgen Jansdr., weduwe van Cornelis Arijensz. Spriet, een huis in de TS, staande tussen Adam Reijniersz. de Vos en Damas Dircxsz. Claptas. (ORA 779, f. 56)

Varkenmarkt

6 sept. 1646: Willem Jansz. van Ratingen, burger van Dordrecht, verkoopt aan Valentijn Andriessen, koolweger en burger van Dordrecht, een huis met toebehoren op de Varkenmarkt, genaamd de Oliemolen, staande tussen het huis van Cornelis van Someren, schepen in wette van Dordrecht en het huis van de weduwe van Hendrick Jansz. van Naerden. Koper kent schuldig een bedrag van 1000 gl. (ORA Dordrecht inv. 775, f. 135)

11 sept. 1646: Pieter Dircxsz. Coddeus, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt Govert van Bergen brouwer en Gerrit Willemsz. Maes, burgers van Dordrecht, een pakhuis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Thomas Sleij schoolmeester en de gang van Ambrosius van Gerven. Waarborg: Bartholomeus van de Brouck koopman en burger van Dordrecht. Tot contrawaarborg verbindt de verkoper zijn huis op de Vogelmarkt, staande tussen het huis van Anthonij Repelaer en dat van Matthijs van Balen. (ORA 1611, f. 136)

16 nov. 1649: Aert Michielsz. van Hultre, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Machtelt Fredericxdr. van der Houve, weduwe van Hendrick van Naerden, voor 2/3 deel, Grietgen Claesdr., weduwe van Cornelis Cornelisz. Schot, voor 1/6 part, en Lijsbeth Jacobsdr., weduwe van Oloff Florissen, voor 1/6 part, verkopen aan Jan Barentsz. Emont, koopman en burger van Dordrecht, een huis op St. Joost, staande tussen het huis van de weduwe van Jan van Wetten en dat van Valentijn Andriessen. Waarborg: De Hultre voor 2/3 deel, Frans Jaspers voor het 1/6 deel van Grietgen Claesdr., en Jan Morlet voor het 1/6 deel van Lijsbeth Jacobsdr. Koper is schuldig aan verkopers 1670 gl. (ORA Dordrecht inv. 777, f. 67v)

8 febr. 1651: Marijken Jansdr., weduwe van Jacob Fransz. de Geus, verkoopt aan de weeskinderen van wijlen Jan Palm een jaarlijkse losrente van 30 gl. op een huis op de NH, waar uithangt het Molenijser tussen Mariken Hendricxsz. en de loods van Dionijs van der Dack. (ORA 778, f. 12v)

8 nov. 1651: Cornelis Pietersz. Mispelshoeff en Coenraet Damasz. van der Linde, door het Gerecht van Dordrecht geautoriseerd tot de verkoop van het huis van Jochum Aertsz. smid, verkopen aan Hendrick Jorissen, smid en burger van Dordrecht, een huis op de NH, staande omtrent de Houten Brug tussen Dirck Verbuijs steenkoper en Johannes van Bree. Koper is schuldig aan Mispelshoeff 900 gl. (ORA 778, f. 68)

11 nov. 1651: Marijken Jansdr., weduwe van Jacob Fransz. de Geus, verkoopt aan de kinderen van wijlen Jan Palm een jaarlijkse losrente van 10 gl. op een huis op de NH, waar uithangt het Molenijser, staande tussen het huis van Mariken Hendricx en de loods van Dionijsius van der Dack. (ORA 778, f. 69)

2 dec. 1651: Valentijn Andriessen, koolweger te Dordrecht, verkoopt aan Lambert Lambertsz. La Been [Labeen], kuiper te Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, genaamd de Oliemolen, staande tussen het huis van de weduwe en erfgenamen van Cornelis van Someren en dat van Jan Barentsz. Eemont. Waarborg: Jan Joosten de Vries, timmerman te Dordrecht, "voor de tijdt dat de vercooper tselve heeft beseten". (ORA Dordrecht inv. 778, f. 71v)

Varkenmarkt (sept. 2011)

2 okt. 1651: Anthonij Aertsz. de Bie, smid en burger van Dordrecht, is schuldig aan Hans Boor, koopman en burger van Dordrecht, 523 gl. 8 st. en 8 penn. wegens leverantie van ijzer, verbindende een huis op de Varkenmarkt tussen de huizen van Adriaen Thooft aan weerszijden. In margine: comp. Aertjen Theunisdr. de Bie, dochter van Anthonij Aertsz. de Bie en toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Hypotheekbrief geroyeerd op 10 okt. 1679. (ORA 778, f. 62)

22 dec. 1651: Grietgen Claesdr., als procuratie hebbende van Gerrit Pietersz. van Allevrunden, is schuldig aan Sara de Lotterich, weduwe van Pieter Boucquet, 800 gl., verbindende een huis op de Varkenmarkt tussen het huis Jacob Adriaens brandewijnbrander en de gang van het huis van Blijenburch [sic]. (ORA 778, f. 71v)

11 juni 1652: Bastiaen Jansz. van der Meer, als procuratie hebbende van ds. Adrianus Cocquius, predikant te Bleiswijk, als echtgenoot van Wilhelmina Huijgen van der Meer, dochter van Anna Verelst, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris Rochus Huijsman te Bleiswijk op 29 mei 1652, verkoopt aan Maerten Lambertsz. Proost waagknecht een huis op de Nieuwe Haven achter brouwerij het Hart, staande tussen Maria Verelst en Willem Cornelisz. van Dijck blokmaker. De koper is schuldig aan Casper Jorisz. bleker 1000 gl. (ORA 778, 117v)

26 juni 1652: Marijken Jans, weduwe van Jacob Fransz. de Geus, is schuldig aan Lijsbeth Cornelis 200 gl., verbindende een huis op de Nieuwe Haven, genaamd het Molenijser, staande tussen het huis van Marijcken Henricxs en de loods van Dionijs van der Dack. (ORA 778, f. 125 e.v.)

30 juli 1655: Sara Jansdr., weduwe van Stoffel Baltensz., inwoonster van Dordrecht, verkoopt voor 1800 gl. aan mr. Antonij Struijs, chirurgijn en burger en Dordrecht, een huis, vanouds genaamd "Emden", staande op de Varkenmarkt tussen Jan Teunisz. van Deijl en 's herenstraat. (ONA Dordecht inv. 177, f. 284)

20 mrt. 1657: Anna Weijers, eerder weduwe van Tobijas de Capua en nu vrouw van Adriaen Thooft, geassisteerd met haar man, verkoopt voor 3250 gl. aan Jacob Hars, baljuw van de Lakenhal en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande bij de Lange Houten Brug tussen de kinderen en erfgenamen van Cornelis van Esch en Johan Visschers. (ONA 178, f. 55 e.v.)

4 april 1657: Lambert Lambertsz. La Been, kuiper en burger van Dordrecht, verkoopt aan Aeltgen van Tricht, weduwe van Martijn Paradijs, een jaarlijkse losrente van 40 gl. op een huis op de Varkenmarkt tussen Jan Arijensz. van Bree en Jan Boon de jonge. (ORA 1617, f. 93)

[5 april 1681: Martinus Paradijs, koopman en burgers van Dordrecht, als man van Catharina Hars, dochter en enige erfgenamen van Jacob Hars, in zijn leven koopman te Dordrecht, verkoopt voor 1649 gl. aan Wijntie Thijs, weduwe van Adriaen Alewijns, een huis op de Varkenmarkt tussen Dionijs Gijsen, oud-thesaurier van Dordrecht, en de kinderen en erfgenamen van wijlen Jan Visser. Koopster is schuldig aan verkoper 800 gl. (ORA Dordrecht inv. 792, f. 17)]

30 juni 1659: voorwaarden, waarop Anneken Cornelis, weduwe van Willem Jacobsz. de Geus, wil laten veilen een huis, vanouds genaamd "het Molenysser", met de daarbij horende gang, staande en gelegen op de Nieuwe Haven omtrent de Vleeshouwersstraat tussen het huis van Balthasar de la Tour en het erf van Dionisius van der Dack. Het huis etc. wordt op 1 juli 1659 voor 1660 gl. verkocht aan Balthasar de la Tour. (ONA Dordrecht inv. 179, f. 110 e.v.)

7 nov. 1662: Hendrick Jansz., meester-smid en burger van Dordrecht, verkoopt voor 1050 gl. aan Balthasar La Tour, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Lange Houten Brug, genaamd "de Roode Hant", staande tussen het huis van Dirck Verbuijs steenkoper en dat van Johannes van Bree. Waarborg: Arijen Jochumssen, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 783, f. 139v e.v.)

Vest (bij de Nieuwkerk)

16 sept. 1651: Jan Adriaensz. Ooms, burger van Dordrecht, verkoopt aan Pieter Dircxsz. Graeff, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Vest achter de MariŽnbornstraat, genaamd den Toorn. (ORA 778, f. 61)

21 juni 1652: Jan Henricxsz. Cuijp, drilmeester en burger van Dordrecht, is schuldig aan Job Schepens 600 gl., verbindende een huis, staande op stadsgrond naast de Nieuwe Sluis achter de Heer Heymanssuysstraat aan 's herenvest. Borg: Johannes Vervoorn. (ORA 778, f. 123v)

7 okt. 1653: Jan de Cuijp, burger van Dordrecht, verkoopt aan Jan van Gille een jaarlijkse losrente van 12 gl. 6 st. op een huis op de Vest omtrent de Nieuwe Sluis. (ORA 779, f. 59)

Visstraat

ORA Dordrecht inv. 772, f. 106 e.v.: op 4 juni 1640 verkopen Matheus Rees, houtkoper en burger van Dordrecht, en Marijcken Joppen, weduwe van Franchoijs Rochusz. van Wesel, voor de ene helft en Schrevel Evertsz. van Eijssel, als procuratie hebbende van Hubertus de Bijl, wonende te Middelharnis, voor ľ part, aan Lowijs Moleschoth, Cornelis Evertsz. van Eijssel en Gerrit Sijmonsz. van Duijnen, burgers van Dordrecht, ĺ parten in een huis, zijnde een zouthuis, staande in de Visstraat, waarvan het resterende ľ deel toekomt aan Schrevel Evertsz. van Eijssel, belend door het huis, waar uithangt het Vlies en het huis van Geerit Goossensz. [van Colster]

ORA Dordrecht inv. 1609, f. 17 e.v.: op 14 mei 1641 verkopen Adriaen Coenen, als procuratie hebbende van Elisabeth van Wijngaerden, weduwe van Jacob Coenen, en Adriaen en Pieter van Clootwijck, voor zichzelf en tevens vervangende hun broer Jacob van Clootwijck, voor 3400 gl. aan Jan Jansz. Wacker de jonge, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat tussen Cornelis Staessen twijnder en de weduwe van Gerrit Goossen Ham.

ORA Dordrecht inv. 774, f. 33v: op 30 mei 1643 verkoopt Lowijs Moleschoth, burger van Dordrecht, aan Wouter de Gelder, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, genaamd de Zeehond, tussen het huis van Geerit Sijmonsz. van Duijnen en het huis van Johan de Wit, waar uithangt het Vergulde Vlies.

ORA Dordrecht inv. 775, f. 106v: op 7 mei 1646 verkoopt Lowijs Moleschot, burger van Dordrecht, aan Cornelis Evertsz. van Eijssel, burger van Dordrecht, 1/4 part in een huis, zijnde een zouthuis, staande in de Visstraat tussen het huis, waar uithangt het Vlies en het huis van Gerrit Goessensz.

ORA Dordrecht inv. 775, f. 147: op 21 nov. 1646 verkoopt Jannette du Bois, vrouw van Willem van Meroijen, tevoren weduwe van Gerrit [Goossensz.] van Colster, aan Stoffel Bordels een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van kapitein Gerrit van Duijnen en het huis van de weduwe van Jan van Piggelen. Waarborgen: Gijsbert van Dalen en Lambert Lambinon. Koper kent schuldig aan verkoopster een somma van 2000 gl., te betalen met 300 gl. jaarlijks en een interest van 5 % per jaar. Borgen: Jan Michielsz. Deijlman brouwer en Jacob de Moor biersteker, burgers van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 86, f. 194, 21 juni 1647: Geeraerdt van Duijnen verhuurt aan Christoffel Bordels een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Wouter de Gelder, genaamd "de Zeehond" en het huis genaamd "het Cromhout".

23 mei 1650: Anthonij Mol, schoenmaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Cornelis Staessen [Kennip], twijnder en burger van Dordrecht, een huis aan het einde van de Visstraat tussen Maerten Abrahamsz. Romeijn en Jan Jansz. Wor. Waarborg: Reijnier Schaerdenburch, burger van Dordrecht. Koper verklaart, dat hij uit handen van Cornelis Notemans, als voogd over de kinderen van wijlen Adriana Cornelisdr., bij haar verwekt door de comparant [Cornelis Staessen], een bedrag van 1200 gl. heeft ontvangen, zijn kinderen aangekomen bij overlijden van hun grootmoeder Digna Claesdr. Morleth. Dit bedrag is door hem aangewend voor de betaling van het voornoemde huis en hij belooft erover jaarlijks 40 gl. interest te betalen. In margine: comp. notaris A. van Neten, namens de weduwe van Cornelis Staessen Kennip, en toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 18 okt. 1664. (ORA 777, f. 116)

ONA Dordrecht inv. 100, f. 97 e.v., akte dd 11 mei 1651: inventaris van de goederen van Geerard van Duijnen en zijn overleden vrouw Cornelia Evertsdr. van Eijssel, zoals zij die in gemeenschappelijk bezit hebben gehad en die zijn nagelaten door laatstgenoemde. Tot de boedel behoren o.a. een huis, genaamd de Steur, staande bij de Grote Vismarkt op de hoek van de Visstraat, welk huis door Cornelia Evertsdr. van Eijssel is nagelaten aan haar kinderen, Aletta en Johannes Keldermans, en een huis in de Visstraat, staande tussen de huizen, genaamd de Zeehond en het Cromhout, welk huis op 6 jan. 1650 is aangenomen door Geerardt van Duijnen.

18 sept. 1653: Pauwels Gerritsz. van Gevel, wollewever en burger van Dordrecht, verkoopt aan de weduwe van Jacob Dircxsz. munter een jaarlijkse losrente van 10 gl. op een huis in de Visstraat, staande op de hoek van de Breestraat tussen die straat en het huis van de comparant zelf. (ORA 779, f. 55v e.v.)

ORA Dordrecht inv. 782, f. 42v en 43r, 14 juni 1657: Jan Mattheeusz. van Beverwijck voor zichzelf en voor zijn broer Aper Mattheeusz. van Beverwijck en Bastiaentien Jansdr., de vrouw van Abraham van de Water, samen erfgenamen van Frans Rutten, verkopen aan Roelant Stevensz.[Scheij] viskoper domum cum suis, staande en gelegen in de Visstraat, waar tegenwoordig uithangt "de Crimpert Salm", tussen het huis van Joost Dirxsz. van Nimwegen en het huis van kapitein Gerrit Sijmonsz. van Duijnen. Koper kent schuldig aan Jan en Aper Mattheeusz. van Beverwijck  een somma van 1000 gl. (in margine: op 13 apr. 1714 compareerde Caetje van der Kloet, huisvrouw van Govert Gravendijk en toonde de originele brief met kwitantie, waarbij bleek, dat de schuld was voldaan, schuldbrief derhalve geroyeerd op 13 apr. 1714).

Vleeshouwersstraat

7 jan. 1651: Cornelis van Bavel, twijnder en burger van Dordrecht, is schuldig aan Maeijken Geeritsdr. 600 gl., verbindende een huis in de VHS tussen Dirck van Dalen en Pieter Gillisz. Boedoncq. (ORA 778, f. 2)

17 mei 1651: Johan Schoormans, als beheerder van het huis, dat toebehoord heeft aan Jaepken Claesdr., weduwe Staes Staesz. Warnier, verkoopt aan Jacobus de Fleron schoolmeester een huis in de VHS tussen Abraham van Diest schoenmaker en Govert Bastiaensz. kleermaker. (ORA 778, f. 31)

19 okt. 1651: de notarissen Cornelis van Bijwaert en Arent Muijs van Holij, als curators van de boedel van Johan Nijssen Nijholt, verkopen aan Lambert Hulsthout, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de VHS tussen Philips Claesz. en Thijs Duijmaff. Koper is schuldig 800 gl. (ORA 778, f. 65)

Vleeshouwersstraat (okt. 2011)

13 juni 1652: Elisabeth Adriaens, weduwe Abraham van Roosbeeck, Gerrart Bijl, als man van Ida de Hooch en Catharina de Hooch, weduwe van Bartholomeus van de Broeck, geassisteerd met Pauwels van der Heijden, haar zwager, tevens vervangende de twee minderjarige kinderen van wijlen Maria de Hooch, bij haar verwekt door Aelbert Jonckholt, samen erfgenamen van Mariken Anthonisdr., weduwe van Aert Jansz. Kaes, verkopen aan Jacob van Kessel, meester-kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in de VHS, staande tussen Willem Jacobsz. Keijser en de erfgenamen van wijlen Jan Govertsz. van Beaumont. De koper is schuldig aan Elisabeth van Dueren, weduwe van Gijsbrecht Harincx, 800 gl. (ORA 778, f. 120v e.v.)

Vleeshouwersstraat (okt. 2011)

19 okt. 1657: overeenkomst tussen Pieter Gillisz. Coninck, kousenverkoper en burger van Dordrecht, als testamentaire voogd over de kinderen van Herman Maertensz. en Jacomijntgen Pieters, beiden zaliger, enerzijds en Nanningh Aelbertsz. Harinck, burger van Dordrecht, als man van Lijsbeth Hermansdr., die mede-erfgename van genoemd echtpaar is, anderzijds. Nanning zal het huis in de VHS, staande tussen Jan van Bebber lakenkoper en Sijmon Cornelisz. de Vries, aannemen voor een bedrag van 2400 gl. (ONA 178, f. 208 e.v.)

Voorstraat (bij de Torenstraat)

2 juni 1649: Frans Baltensz., burger van Dordrecht, verkoopt aan Govert van Wessem, burger van Dordrecht, een huis genaamd "Vlaerdingen", staande tegenover de Torenstraat bij de Boom aan de havenzijde, tussen het huis van Cornelis Notemans en dat van Machtelt Thomasdr., weduwe van Gerrit Ghijsbertsz. (ORA 777, f. 33v)

9 juli 1652: Lodewijck Bosschert, pondgaarder en burger van Dordrecht, verkoopt aan Thonis Maertensz. van de Berch, huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Torenstraat, waar uithangt 't Vergulde Comptoir, met het daarbij horende achterhuis, staande tussen de weduwe van Herman Thielmansz. en Leendert Adriaensz. van de Vliet. Waarborg: Anthonij van Valckenborch, brouwer en burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkoper 3000 gl. Borg: Jan Lambertsz. Hulsthout, koopman en burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 129 e.v.)

Voorstraat (bij de Nieuwkerkstraat)

17 mei 1650: Reijer Gerbrantsz., burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Sijmon Indervelde, voor zichzelf en vervangende de overige kinderen en erfgenamen van Franchois Sijmonsz. Indervelde, verkoopt aan Jan Matheusz. van Beverwijck, zeilmaker en burger van Dordrecht, een huis omtrent de NKS tussen het huis van de koper en het huis, waar uithangt Nantes. Waarborg: Abraham van de Wercke, burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan Theunis Claessen, als man van Heijltgen van Hattren, 700 gl. (ORA 777, f. 114 e.v.)

27 jan. 1655: Maeijken Aertsdr., weduwe van David Joosten, geassisteerd met Jacob van de Graeff, verkoopt aan Jan Rijcken, koopman en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Nieuwkerkstraat tussen het huis van [naam niet vermeld] en dat van de koper. De koper verkoopt Laurens Davidsz. Convent een jaarlijkse losrente van 40 gl., verzekerd op dit gekochte huis. (ORA 1616 (nieuw), f. 2v e.v.)

19 juli 1655: Catharina de Hooch, weduwe van Bartholomeus van den Broeck, geassisteerd met Pauwels van der Heijden, haar zwager, verkoopt aan Isaack Elsevier, koopman wonende te Rotterdam, voor 4000 gl. een huis omtrent de NKS tussen Leonardt van Orten en Aert Jochemsz. van Gent. (ONA 177, f. 278 e.v.)

28 aug. 1657: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Isaack Nachtegael en zijn vrouw Anna Palm, gewoond hebbende te Dordrecht, beiden overleden. Tot de nalatenschap behoort o.a. een huis met brouwerij, genaamd "den Eenhoorn", staande [bij] de NKS tussen Marinus van der Lisse en Jan Mattheeusz. van Beverwijck. (ONA 195, f. 94 e.v.)

7 sept. 1657: voorwaarden, waarop Johan Palm en dr. Johan de Jongh, als voogden over de weeskinderen van Isaack Nachtegaal en Anna Palms, beiden overleden, willen verkopen een huis met een brouwerij, genaamd den Eenhoorn, staande in de Oude Houttuin bij de Nieuwkerkstraat tussen Marinus van der Lisse en Jan Mattheusz. van Beverwijck. Het huis en de brouwerij worden op een openbare verkoping voor 12.620 gl. verkocht aan kapitein Gillis van Hemert en Geerit van Beaumont. (ONA 178, f. 181 e.v.)

Voorstraat (Oude Houttuin = Voorstraat tussen Riedijk en Nieuwkerkstraat)

17 nov. 1642: Cornelia Grijph, weduwe van Johan Oem Jansz., verkoopt aan Johannes Rijcken, een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van Davit Joosten [van Convent] en dat van Pieter de Jaeger, met alle vrijdommen en servituten, die het huis heeft volgens de oude brieven daarvan zijnde, wat onder meer inhoudt, dat het huis aan de zijde van Davit Joosten zijn hele vrije muur heeft, met een gang, waardoor de huizen van Huijgo Muijs van Holy zaliger en Geeraert Nenij hun vrije doorgang hebben, een aan de zijde van Pieter de Jaeger zijn halve muur. De koopsom bedraagt 6200 gl. en 100 gl. voor de Armen. Bij de koop zijn niet inbegrepen de behangsels van goudleer en "tappijtserijen" en de schilderijen. Ook blijft eigendom van de verkoopster de paardenstal, die zij zal mogen laten afbreken en met zich meenemen. (ONA Dordrecht inv. 83, f. 339 e.v.)

10 april 1649: ds. Nicolaes Barentsonius, predikant te Dordrecht, als man van Maeijken Dircxdr. van Angeren, dochter en enige erfgename van Sara Wiericx, verkoopt aan Hans Cobrise, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Houttuin, staande tussen het huis van Arijen Dircxsz. van Angeren en de houttuin van Adam van Kuijckhoven. Waarborg: Arijen Dircxsz. van Angeren. (ORA 1613, f. 15v)

1 febr. 1651: Willem van der Elst voor de ene helft en Cornelis van der Meulen, als man van Helena van de Spiegel, voor zichzelf en tevens vervangende Joost Ferdinandus en Floris van de Spiegel, voor de andere helft, verkopen aan Claes Adriaensz. van Dongen, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin tussen Jan Vogel en ís herengracht. Koper is schuldig 1350 gl. (ORA 778, f. 8 e.v.)

4 dec. 1651: Franchois Baltens, boekverkoper en burger van Dordrecht, verkoopt aan Malliaert van Belle, hoedenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin tussen Hans Woutersz. en Pieter Hendricxsz. Veltmans. Koper is schuldig 1800 gl. (ORA 778, f. 72)

3 jan. 1652: Jacob Stoop, oudraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van jonkheer Pieter Thuijl van Serooskerken, heer te Maelstede, Capelle, etc. en baljuw en dijkgraaf van de stad en het land van Tholen, verkoopt aan Anneken Claes, weduwe van Cornelis Sijmonsz. de Vries, een huis op de hoek van de St. Annasteiger [Distelsteiger: bij de Voorstraat, schuin tegenover de MariŽnbornstraat] in de [Oude] Houttuin tussen de steiger en het huis van Servaes van Hoogeveen. (ORA 778, f. 79)

15 juli 1653: Hans Woutersz., bandeliermaker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Lijsbeth Cornelisdr. de Haen 250 gl., verbindende een huis in de Oude Houttuin tussen de huizen, die toebehoren aan Mailliart van Belle. (ORA 779, f. 43v)

17 mei 1658: Isaac Elsevier, koopman te Rotterdam, verkoopt aan Johannes Busschop, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin tussen Leendert van Orten en Aert Jochumsz. van Gent. (ORA 1617, f. 104v e.v.)

Voorstraat/Kannekopersbuurt = Voorstraat tussen Nieuwkerkstraat en Nieuwbrug)

17 jan. 1634: Aeltgen Jacobs, weduwe van Aert Cornelisz. mandenmaker, is schuldig aan haar zoons, Cornelis en Jacob Aertsz., een somma van 334 gl. 16 st. 12 p., hun aanbestorven bij overlijden van hun tante, Marijcken Cornelisdr., verbindende haar, comparante's, huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis, waar uithangt "Serixzee", toekomende aan ds. Petrus Wassenburch, en het huis van Aeltken Cornelis. (ORA 1606, f. 3)

18 dec. 1645: Wouter Boucquet, als boekhouder, Antonij van de Biesheuvel, Lambert Hulsthout en Cornelis Embrechtsz., als dekens van de "buijren" van de Kruiskapel, verkopen namens "de gemeene buijren" voor 3200 gl. aan Anthonij de Sont, raad in wette van Dordrecht, een huis, vanouds genaamd "de Cruijscapelle", staande tussen het huis van de koper en dat van Hendrick Jaspersz. Staeckmans. 

19 dec. 1651: Anthonij Jansz. Putter, beenhakker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Franchoijs Boels, burger van Dordrecht, 400 gl., verbindende een huis in de Kannekopersbuurt tussen Jan Aelberts [Temminckhof] en ds. Petrus Wassenburch. (ORA 778, f. 76v)

25 juli 1652: Bastiaen Jansz. van der Meer, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Hugo Bastiaensz. van der Meer, wonende te Rotterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. van de Kieboom te Rotterdam op 2 mei 1652, verkoopt aan Hendrick Saeijer, burger van Dordrecht, een huis in de Kannekopersbuurt omtrent de Nieuwbrug tussen Adriaen van Beaumont en Goossewinis de Bruijn. Waarborgen: de comparant en Gijsbert Bloncq, burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan de kinderen en erfgenamen van Wouter van Gouthouven 4450 gl. Borg: Lambert Cambij, bleker en burger van  Dordrecht. (ORA 778, f. 131)

15 sept. 1653: Huijbert Roosboom, als procuratie hebbende van Steven Fransz. Roos, koopman en burger van Dordrecht, is schuldig aan Geertruijt van de Hatert, weduwe van Gillis Jansz. van der Hulck, 1200 gl., verbindende een huis in de Kannekopersbuurt, genaamd den Haring, staande tussen de weduwe van Willem ... [sic] beenhakker en Hans ... [sic]. (ORA 779, f. 54)

18 okt. 1653: Jan Aelbertsz. Temminckhoff, glaesmaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Thielman Jansz. van Bracht een jaarlijkse losrente van 60 gl. op een huis, staande in de Kannekopersbuurt tussen Anthonij Jansz. Putter en de erfgenamen van de weduwe van de thesaurier Van de Hatert. (ORA 779, f. 60)

21 okt. 1653: Anthonij Jansz. Putter, beenhakker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Gijsbert Gijsbertsz. 500 gl., verbindende twee huizen, waarvan het ene staat in de Kannekopersbuurt tussen ds. Petrus Wassenburch en Jan Aelbertsz. Temminckhof en het andere in de MariŽnbornstraat tussen Cornelis Cornelisz. van de Kevel en het huis of de kelder van de erfgenamen van Dirck Minnesanck. (ORA 779, f. 60v e.v.)

4 jan. 1657: Hendrick Saeijer, burger van Dordrecht, verkoopt Arent van Neten, notaris te Dordrecht, een huis in de Kannekopersbuurt omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Adriaen van Beaumont en dat van Gooswinus de Bruijn. Waarborg: Lambert Cambij, bleker en burger van Dordrecht. (ORA 1617, f. 3v)

29 mrt. 1659: overeenkomst tussen Maria van Bercheijck, weduwe van Aert Michielsz. de Hulter, als eigenares van het huis "den Haes", staande in de Kannenkopersbuurt, en Johannes van der Hulck, als gemachtigde van zijn moeder Geertruijt [Leendertsdr.] van den Hatert, weduwe van [Gillis Jansz.] van der Hulck, als eigenares van het huis, dat staat naast het huis "den Haes". De overeenkomst betreft de zijmuur tussen beide huizen. (Dordrecht Monumenteel nr. 58, jan. 2016, p. 33 [internet])

20 febr. 1663: Cornelis Theunisz. Oudeman, marktschipper van Dordrecht op Utrecht, is schuldig aan Maria Bergheijck, weduwe van Aert Michielsz. Hulter, een somma van 1300 gl., verbindende een huis in de Kannekopersbuurt, staande tussen Govert van Bergen en Sijmon van der Stel apotheker.

Voorstraat (bij de Heer Heymansuysstraat)

2 febr. 1651: Johan Schoormans, als curator van de ďgeabandonneerdeĒ boedel van Cornelis van de Graeff, verkoopt aan Johan van Someren, advocaat, een huis omtrent brouwerij ít Cruijs, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Herman Oom en het huis van Aert Schut. Koper is schuldig aan verkoper 2000 gl. (ORA 778, f. 10 e.v.)

Voorstraat (bij de Munt)

29 sept. 1644: Coenraet Hars, als man van Anna de Bramecker, eerder weduwe van Jaecques Toebast, verklaart verbonden te hebben voor de betaling van een bedrag van 2000 gl. en de alimentatie van Johannes Toebast, zoon van Jaecques Toebast en Anna de Bramaecker, een huis omtrent de Munt, genaamd "de Clock", staande tussen het huis van Adriaen van Clootwijck en de erfgenamen van Barent Jansz. Coomer. (ORA Dordrecht inv. 1610, f. 129)

12 okt. 1649: Jan Tailler, burger van Dordrecht, verkoopt Johannes van Radesteijn, bakker en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Munt, staande tussen het huis van Huijbert de Rasch en dat van Jan Fransz. van der Fijt. Waarborg: Jan Otten van Asperen, burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2975 gl. Borgen: Jacob Florisz. van Radesteijn en Palm Holst, burgers van Dordrecht (ORA 1613, f. 58v)

14 jan. 1651: Gijsbert van Dalen, geautoriseerd door de weesmeesters van Dordrecht tot het overdragen van het huis van het weeskind van wijlen Barent Heckers, door hem verwekt bij wijlen Agneta Bastiaensdr., verkoopt in die hoedanigheid aan Thomas Wouters, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Munt, staande tussen het huis de Clock en het huis van Isac Dircxsz. Bellaert schoenmaker. Koper is schuldig aan Hugo Bastiaensz. van der Meer, als voogd van voorn. weeskind 2300 gl. (ORA 778, f. 3v e.v.)

17 jan. 1651: Thomas Wouters, burger van Dordrecht, is schuldig aan Sijken Willemsdr. 800 gl., verbindende een huis tegenover de Munt tussen Isaack Dircxsz. Bellaert en het huis de Clock. (ORA 778, f. 4v)

15 nov. 1667: Grietgen Jansdr. weduwe van Geerit Engelen Bommelaer, burgeres van Dordrecht, verkoopt voor 4000 gl. aan Aelbert van Hoogeveen, brouwer en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Munt aan de havenzijde, genaamd de Clock, staande tussen het huis van de weduwe van Adriaen van Clootwijck en dat van Elsken Jans, weduwe van Thomas Woutersz. Oulrij. (ORA 1621 (nieuw), f. 164)

Voorstraat (bij het Steegoversloot)

20 juni 1646: verkoopt Baerthout Mesian, burger van Dordrecht, aan Genefaes Hermans, beenhakker en burger van Dordrecht, een huis omtrent het Steegoversloot, genaamd den Coninck van Vranckrijck, staande tussen het huis van Jacob GabriŽlsz. le Blom en het huis van Geerit Henricxsz. Waarborg: Jan Ariensz. Mesian, burger van Dordrecht. Koper verkoopt aan Gijsbert van Dalen ten behoeve van de drie kinderen van verkoper, verwekt bij wijlen Geertruijt Corstiaensdr., zijn overleden vrouw, een jaarlijkse losrente van 55 gl., verzekerd op het voornoemde huis. Borg: Arijen Jansz., beenhakker en burger van Dordrecht. ORA. 775, f. 121 e.v.)

18 febr. 1651: Margreta de Jong, weduwe van Jan Hendricxsz. van Slingelant, verkoopt Gerrit Pietersz., kleermaker en burger van Dordrecht, een huis omtrent het Steegoversloot tussen de weduwe van mr. Gerrit van der Tuijnen en Cornelis Fransz. van Kerckesant. Waarborg: Pieter van Slingelant, burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 13v)

Voorstraat (bij de Grote Appelsteiger)

21 mrt. 1652: Pieter Jaspersz. Leijsten, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Roelant de Carpentier, raad in wette van Dordrecht, 3 huizen of woningen, staande naast elkaar tegenover de Hofpoort tussen de steiger van het Couvet [de Grote Appelsteiger tegenover het Steegoversloot, ook: Cauvet of Kawet] en het huis van Dirck Jansz. Tegelberch. Eťn van de panden, "zijnde den principalen huise", komt uit op het Couvet. (ORA 778, f. 94v)

Voorstraat (bij de Wijnbrug)

ORA Dordrecht inv. 771, f. 38v e.v.: op 21 okt. 1637 verkopen Victor Jansz. van Blenckvliet en Jacob Nering, grootvader en oom resp. voogden over het kind, nagelaten door wijlen Isaack Neering en Helena van Blenckvliet, aan Aeltgen Dirxdr., weduwe Jacob Cornelisz. Boene, een huis omtrent de Wijnbrug, waar uithangt "het Casteel van Gent", staande tussen het huis van het Sint Jansgasthuis en het huis van het voornoemde weeskind. Koopster kent schuldig aan verkopers een somma van 2900 gl. Borgen: Mels Gijsbertsz. en Arijen Jansz. Ooms.
ORA Dordrecht inv. 772, f. 118: op 20 aug. 1640 verkopen Victor Jansz. van Bleinckvliet en Jacob Nering, kooplieden en burgers van Dordrecht, als voogden over het nagelaten weeskind van Isaack Nering, aan Willem Aertsz. twijnder, burger van Dordrecht, een huis bij de Nieuwstraat, staande tussen "het Kasteel van Gent" en het huis van de koper.
(In een akte dd. 28 juli 1650 (ORA Dordrecht inv. 777, f. 135 e.v.) is sprake van twee huizen van Willem Aertsz. twijnder, staande omtrent het St. Jansgasthuis (in de Voorstraat), belend door het huis van Jacob Nering en het huis waar uithangt "het Kasteel van Gent".

[ONA Dordrecht inv. 248, f. 229 e.v.: inventaris, gemaakt in opdracht van Salomon Savrij, "const ende plaetsnijder" te Amsterdam, Livinus Savrij, koopman te Haarlem, Anna Savrij en Abigael Savrij, "bejaarde ongehuwde dochters", en Jan Boenes en Guilliaume van der Sluijs, kooplieden te Rotterdam, resp. vader, broer, zusters en zwagers van Jacob Savrij, "const" en boekverkoper te Dordrecht, "jegenwoordich in frenesie [krankzinnigheid] vervallen sijnde", van alle goederen, die aan Jacob Savrij toebehoren, beschreven door A. Meijnaert, notaris te Dordrecht, ten overstaan van Cornelis Dircxsz. van Oosterwijck en Mathijs Balen Jansz., burgers van Dordrecht, als getuigen, op 23 april 1665. Tot de boedel behoort o.a. een huis in de Voorstraat te Dordrecht, staande tussen het St. Jansgasthuis en het huis van Magdaleentjen Jans.

ONA Dordrecht inv. 248, f. 329 e.v.: op 25 sept. 1665 verhuren Jan Boenes, koopman te Rotterdam, en Anna Savrij, samen vervangende de overige verwanten van Jacob Savrij, "als totte reedinge ... vande boedel ende goederen van Jacob Savrij geauthoriseert sijnde", voor 160 gl. per jaar aan Agatha Teruwe, weduwe van Bastiaen van der Roer, een huis, genaamd "het Casteel van Gent", staande in de Voorstraat tussen de gang van het St. Jansgasthuis en het huis van Magdaleentgen Jans.

ORA Dordrecht inv. 792, f. 2v e.v.: op 28 jan. 1681 compareren voor schepenen van Dordrecht Pieter Arentsz., als man van Alletta Saverij, en Gelijn Kloot, als man van Maria Saverij, samen erfgenamen van Jacob Saverij, in zijn leven burger van Dordrecht. Zij verklaren, dat zij de goederen van Jacob Saverij, hun schoonvader, onderling verdeeld hebben, waarbij aan Pieter Arentsz is toebedeeld een huis omtrent Mijnsherenherberg, [genaamd "het Casteel van Gent"], staande tussen het huis van de weduwe van Jacob Janssen en het Kleermakers- of St. Jansgasthuis.)]

21 juli 1651: Abraham Andriesz., voor zichzelf en als procuratie hebbende van Adriaen van Bonckelwaert, Clara van Bonckelwaert, weduwe van Abraham Schut, Cornelis van Bavel, als man van Maeijken Andries, Isaac Andriesz., Hendrick Cornelisz, als man van Lijsbeth Isaecx, Andries Andriesz., Anthonij Vogelsanck, Michiel Vogelsanck en Margreta Vogelsanck, allen erfgenamen van Pieter Verhagen en Maeijken Baerthoutsdr. Mesian, Dirck Tegelberch, als man van Petronella Baerthoutsdr. Mesian, voor zichzelf en vervangende Ridchard Farington, als echtgenoot van Anneken Baerthoutsdr. Mesian, allen erfgenamen van wijlen Mariken Claesdr., weduwe van Pieter Verhagen, verkopen aan Roelant Isaacxsz. van Stabroeck, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis of de poort van mr. Matthijs Berck, heer van Godschalksoord, raadpensionaris en secretaris van Dordrecht, en het huis van Laurens Michielsz. van Leen. Waarborgen: Abraham Andriesz., Michiel Vogelsanck en Dirck Tegelberch. Koper is schuldig aan Elisabeth van Deuren, weduwe van Gijsbert Harincx, 2100 gl. Borg: Johannes Isaacxsz. van Staebroeck, bode van Dordrecht op Zeeland. (ORA 778, f. 57 e.v.)

[NG trouwboek Dordrecht 8 juni 1648: Dirck Tegelberg zilversmid jongman wonende voor het Bagijnhof en Pieternella Meschian jonge dochter wonende bij de Augustijnenkerk, beiden van Dordrecht, getr. 23 juni 1648 (zie Ons Voorgeslacht mei 2011, p. 176)

idem 29 mei 1650: Ritzart Farrington schilder jongman van Leicester wonende bij de Vismarkt en Anna Meschan jonge dochter van Dordrecht wonende tegenover Mijnsherenherberg [in de Voorstraat], getr. 14 juni 1650

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 18 juni 1665: een kinderbaar achter in de Kolfstraat voor een kind van Ritsser Farenton "tot Dirck Tegelburgh"]

29 dec. 1651: Abraham Rens, kleermaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Willem Claesz. Stock, schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis bij de Wijnbrug tussen Glaude Caijmacx en kapitein Willem Pietersz. Schaep. Waarborgen: Arijen Aldertsz. viskoper en Jan Staessen wijnkoper, burgers van Dordrecht. Koper is schuldig aan Bartholomeus de Bel 500 gl. Borgen: Jan Ros en Willem Aertsz. van Creta, burgers van Dordrecht. (ORA 778, f. 77v e.v.)

Voorstraat bij de Augustijnenkerk (juli 2011)

13 juli 1652: Jenefaes Hermansz., beenhakker en burger van Dordrecht, verkoopt aan mr. Jan Schavaert, chirurgijn, als vader en voogd van zijn kinderen, een jaarlijkse losrente van 25 gl., verzekerd op een huis omtrent de Augustijnenkerk, staande tussen de kinderen van Jacob GabriŽlsz. Le Blom en de vrouw van Gerrit Hendricxsz. Hollant. In margine: "dese geroyeert om redenen als op den XXX deser gelijcke brieff is gepasseert". (ORA 778, f. 129v)

30 juli 1652: Jenefaes Hermansz., burger van Dordrecht, verkoopt aan mr. Jan Schavaert, als vader en voogd van zijn kinderen, een jaarlijkse losrente van 25 gl., verzekerd op een huis omtrent de Augustijnenkerk, staande tussen de kinderen van Jacob GabriŽlsz. Le Blom en Gerrit Gerritsz. Hollant. (ORA 778, f. 131v e.v.)

2 mrt. 1655: Govert van Aldenhoven, als man van Barbara van Wassenhove, en Jeremias van Wassenhove, voor zichzelf en tevens vervangende Johannes van Wassenhove, brouwer te Rotterdam, resp. hun zwager en broer, samen erfgenamen van Beatricx van Wassenhove, verkopen Jacobmina Thibault, weduwe van Thomas de Widt, een huis omtrent de Augustijnenkerk, genaamd de Gouden Ketting, staande tussen Cornelis Back en het huis van verkopers. (ORA 1616, f. 11 e.v.)

4 mei 1675: Arent van Neten, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, verkoopt voor 1100 gl. aan Arijen Arijensz. Huijser, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen de Wijnbrug en de Beurs, staande tussen het huis van Sijmon Claesz. Braet en dat van de kinderen van Barent Schreur, laatst eigendom geweest van schoolmeester Pieter Vrijbergen. De koopsom is betaald aan burgemeester Nicolaes Stoop, "als hebbende den outsten brieven ende speciael verbant opt voorsz. huijs, sijnde den brieve die de kinderen van Johan Gevers daer op sprekende hebben gepostponeert, ende int water gevallen". (ORA 1625, f. 29)

Voorstraat bij de Nieuwkerkstraat

2 juni 1671: Johan Aertsz. de Gelder, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Pieter, Cornelis en Sijmon de Ras, mondige zoons van wijlen Huijbrecht de Ras en Adriana de Lotteringh, beiden overleden te Dordrecht, verkopen voor 2500 gl. aan Steven Blonck, koopman en burger van Dordrecht, een huis bij de Nieuwkerkstraat, staande tussen de weduwe van Crijn Ariensz. Buijr en de kinderen en erfgenamen van Herman Oom. (ORA 1623, f. 104v)

Voorstraat (in de Buistelbuurt = Voorstraat tussen Steegoversloot en Kolfstraat)

23 jan. 1651: Sijmon Gillisz., droogscheerder en burger van Dordrecht, als man van Maeijken van de Mijl Matheusdr., verkoopt aan Jan Fransz. van der Fijt kleermaker een jaarlijkse losrente van 12 gl. op 1/3 part in een huis in de Buistelbuurt, staande tussen de weduwe van Michiel van de Beecq en   [sic]. (ORA 778, f. 14v)

21 mrt. 1652: Jan Jansz. Everaerts, schoenmaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Lambert van Houven, een jaarlijkse losrente van 50 gl. op een huis in de Buistelbuurt, waar uithangt de Drie Witte Schoenen, aan weerszijden belend door de huizen van Hendrick Rijcken appeltonder. (ORA 778, f. 95)

22 okt. 1652: Thomas Willemsz., ebbewercker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Aelbrecht Cuijp, burger van Dordrecht, 300 gl., verbindende een huis omtrent Mijnsherenherberg tussen Dirck Jacobsz. en de erfgenamen van Mattheus van de Mijl. (ORA 778, f. 142v)

22 aug. 1653: Jan Jansz. Everaerts, schoenmaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Neeltgen Lucasdr. van der Staff een jaarlijkse losrente van 22 gl. op een huis omtrent de Kolfstraat, waar uithangt de Drije Witte Schoenen, staande tussen de huizen van Hendrick Rijcken aan weerszijden. (ORA 779, f. 52 e.v.)

3 okt. 1658: Johannes Rotshoeck, burger van Dordrecht, is schuldig aan Hendrick Papiniau, koopman te Amsterdam, een bedrag van 300 gl., verbindende een huis tegenover de Wijnbrug, staande tussen de Nieuwstraat en het huis van Bastiaen van der Meer. (ORA 1617, f. 135 e.v.)

Voorstraat (bij de Tolbrug)

4 juni 1635: Jacob Stoop, achtraad van Dordrecht, verkoopt aan Jacob van der Burch, bontmaker en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vriesestraat, waar uithangt den Endtvogel tussen Aelbert Hillebrantsz. oudekleerkoper en de weduwe van Crijn Gijsbrechtsz. Koper kent schuldig 1250 gl. Borgen: Michiel van de Beeck en Pieter Jansz. schoenmaker, burgers van Dordrecht. (ORA 770, f. 86 e.v.)

16 sept. 1644: Jacob Jacobsz. Le Grant, burger van Dordrecht, verkoopt Sijmon Jansz. Speck een jaarlijkse losrente van 25 gl. op een huis omtrent de Tolbrug, waar uithangt de Drie Schoppen, staande tussen brouwerij de Valck en het huis, waar uithangt Tertolen [Tertholen] (ORA 774, f. 126v)

3 febr. 1645: Jacob Jacobsz. de Grandt, burger van Dordrecht, verhuurt aan Jenefaes Harmansz. [van der Kloet] beenhakker een huis, genaamd de Drie Schoppen, staande naast brouwerij de Valck, voor 200 gl. per jaar. (ONA Dordrecht inv. 84, f.276 e.v.)

31 mei 1646: Dirck Jacobsz. Spaengiaert, als procuratie hebbende van Anneken Jacobsdr. de Grant, weduwe van Jan Pietersz. spelmaecker, als mede-erfgename van wijlen Jacob Jacobsz. de Grant, voor de ene helft en Jan Ambrosius Pax, als man van Lijsbeth de Grant, voor zichzelf en als gemachtigde van Lambert Baudoulx, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Gerrit Coren te Amsterdam op 6 april 1646, en tevens als voogd van Jacob Jansz. le Grand, zijn zwager, voor de andere helft, verkopen aan Jacob Jacobsz. Berm bakker een huis omtrent de Tolbrug tussen Laurens van Valckenburch en brouwerij de Valck. (ORA 775, f. 114 e.v.) 

24 sept. 1648: Jacob van der Burch, burger van Dordrecht, is schuldig aan Wouter Aertsz. Cools 400 gl., verbindende een huis, staande tegenover brouwerij de Valck tussen Aelbert van Swol en Willem Pietersz. In margine: compareert Josua Offermans als possesseur van deze hypotheekbrief en toont de kwitantie, die is getekend door Wouterus Cools. Schuldbrief geroyeerd op 5 juli 1658. (ORA 776, f. 115 e.v)

25 mrt. 1651: notaris Cornelis van Bijwaert, als procuratie hebbende van Lijsbeth van de Beeck, weduwe van Jacob van der Burch, burgeres van Dordrecht, verkoopt Josua Offermans, zilversmid en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Tolbrug aan de havenzijde tussen Aelbert Hilbrantsz. van Swol en Willem Pietersz. van den Berch. Koper is schuldig aan Boudewijn Onderwater 650 gl. (ORA 778, f. 18v en 19)

Voorstraat (bij de Tolbrugstraat Landzijde)

8 jan. 1652: Cornelis Evertsz. van Eijssel, achtraad van Dordrecht, verkoopt aan Thielman Abrahamsz. Zeebergen, burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Tolbrugstraat Landzijde tussen het huis van de erfgenamen van Jacob van de Poel en Tanneken Wagenaers en de Tolbrugstraat, niet anders belast dan met een losrente van 6 gl. 5 st., die Cornelis Roelantsz. Schouw daarop sprekende heeft. Waarborg: Evert van Wesel, burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 79v)

Voorstraat (bij de Vriesestraat)

6 mei 1651: Digna Lijens, weduwe van Laurens van Valckenburch, verkoopt Jan Masson, hoedenmaker en burger van Dordrecht, een huis bij de Vriesestraat, waar uithangt Ter Tholen tussen de huizen van Jacob Jacobsz. Berm bakker aan weerszijden. Waarborg: Anthonij van Valckenburch, brouwer en burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan Willem Robbertsz. Vernock 2000 gl. (ORA 778, f. 27)

9 juli 1655: overeenkomst tussen Jacob Jacobsz. Berm, eigenaar van de huizen de Swaen en de Schoppen, staande naast de brouwerij van de Valck in de VS en Jean Masson, als eigenaar van het huis de Rooden Hoet, staande tussen de genoemde huizen van Berm. (ONA Dordrecht inv. 177, f. 271 e.v.)

28 juli 1661: Willem Pietersz. van Bergen, koopman en burger van Dordrecht, als man van Cornelia Crijnen, dochter en enige erfgename van Crijn Gijsbertsz., verkoopt Lijntken Dircxdr. van La Croij, vroedvrouw en burgeres van Dordrecht, voor 1600 gl. een huis in de Voorstraat schuint tegenover de Vriesestraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van Josua Offermans en dat van de erfgenamen van Jacob Blom. De koopster is schuldig aan verkoopster een somma van 1600 gl. (ORA 1619, f. 52v)

Voorstraat (bij de Visbrug)

10 dec. 1635: Boudewijn Segersz. Taeijaert en Jan Cornelisz. Vijgeboom, kooplieden te Dordrecht, stellen zich borg voor een huis omtrent de Visbrug, genaamd "den Groenen Hoet", staande tussen het huis van Cornelis Roelantsz. Schou, thesaurier van Dordrecht, en het huis van Seger Pietersz. beenhakker, welk huis Jaecques Terwe, wonende in Utrecht, heeft verkocht aan Jan Michielsz. bakker op 10 okt. 1631. (ORA 1606, f. 106v e.v.)

6 april 1652: Maria Franssen, weduwe van Jacob Jansz., verkoopt aan Christiaen Coopman, raad in wette, als voogd van de weeskinderen van wijlen Adriaen Pauwelsz. de Haen, een huis omtrent de Visbrug tussen Maerten Abrahams en Jan Boucquoij. (ORA 778, f. 84)

10 juni 1661: Boudewijn Zegersz. Taeijaert, koopman en burger van Dordrecht, als voogd van de erfgenamen van wijlen Lieven Neringe, verhuurt voor 108 gl. per jaar aan Jan van Daelen, burger van Dordrecht, een huis op de Visbrug, naast het Viskopershuisje, waarin de huurder tegenwoordig woont. (ONA Dordrecht inv. 179, f. 612)

Voorstraat (omtrent de Vismarkt)

19 jan. 1645: Gijsbert van Dalen, als procuratie hebbende van Abel van Lubeeck, volgens procuratie gepasseerd voor notaris D.S. Coplaer te Dordrecht op 24 mrt. 1643, verkoopt voor 400 gl. aan Johannette Dubois, weduwe van Gerrit [Goossensz.] van Colster, een vierde part van een huis, waarvan de koopster reeds een vierde part bezit, staande bij de Visbrug tussen Hermanus van Bothbergen en Jan Michielsz. Deijlman (ORA 775, f. 5v)

17 mrt. 1651: Herman Bodtbergen, boekverkoper en burger van Dordrecht, verkoopt aan Machtelt Jansdr., weduwe van Jacques Terwe, een huis omtrent de Grote Vismarkt, waar tegenwoordig uithangt de Vergulden ABC, staande tussen de weduwe van Gerrit Goesensz. van Colster en Pieter van Bramen apotheker *. (ORA 778, f. 17v)

* [NG trouwboek Dordrecht 12 april 1648: Pieter van Bramen apotheker jongman uit Den Briel wonende omtrent de Augustijnenkerk en Anthonette van Bijlaert jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat, getrouwd op 28 april 1648]

27 april 1651: Govert Cornelisz., boekdrukker en burger van Dordrecht, verkoopt Jan Leendertsz. van Aken een jaarlijkse losrente van 65 gl. op een huis omtrent de Vismarkt tussen Theunis Cornelisz. Schilperoort en de weduwe van Jan Arijensz. munter. (ORA 778, f. 23v)

2 nov. 1651: Matthijs Pieters, opperbrouwer in de Schenckkan en burger van Dordrecht, verkoopt aan Pieter Pietersz. Korff, schiptimmerman en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vismarkt tussen de weduwe van Bartholomeus Arijensz. Aussem en Catharina Jonasdr. (ORA 778, f. 67)

8 nov. 1651: Sara Hendrickxdr., als procuratie hebbende van Magdalena Jeronimus, weduwe van Jan Canijn, geassisteerd met Jacob Rijssers, Franchoijs Boels en Adriaen Jaspersz. van der Berch, "ende voor soo veel des noot sijn[de] de selve Sara Hendricxdr. constituerende", verkoopt aan Maria de Gelder een jaarlijkse losrente van 30 gl. op een huis omtrent de Vismarkt tussen kapitein Louijs Molenschot en Pieter van Bramen. (ORA 778, f. 68v)

13 dec. 1651: Adriaen van Wijngaerden, burger van Dordrecht, is schuldig aan Lijntgen Cornelisdr. 700 gl., verbindende een huis omtrent de Vismarkt tussen Gerrit Roelantsz. de Hart en het Viskopershuis. (ORA 778, f. 75v)

12 mei 1654: Susanna Raquet, weduwe van Casper Gerritsz., verkoopt aan Abraham Tergier, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vismarkt, genaamd het Groene Wout, staande tussen Cornelis Adolffs en Gerrard van Duijnen. Waarborg: Aert Michielsz. de Hultre, koopman te Dordrecht. (ORA 1615, f. 102v e.v.)

Voorstraat (omtrent de Lombardbrug)

12 jan. 1634: Laurens van Valckenburch, viskoper en burger van Dordrecht, verkoopt aan zijn neef, Hendrick van Valckenburch Anthonisz., een huis omtrent de Lombardbrug aan de Landzijde, staande tussen het huis van de brouwerij "de Drije Lelije" en het huis van Hijronimus Terwe koopman. (ORA 1606, f. 2v)

24 juni 1645: Jan Cornelisz. Vijgeboom, burger van Dordrecht, verkoopt voor 2400 gl. aan Willem Jansz. van Ratingen, burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Lombardbrug, staande tussen de brug en het huis van Willem Joosten tingieter. Waarborg: Huijbert Roosboom, als last en procuratie hebbende van Pieter Hoochlander apotheker. (ORA 775, f. 42v)

19 juli 1651: ds. Alexander Gorssen, predikant te Loosduinen, als man van Catarina van Bijler en Pieter van Bramen, als man van Anthonette van Bijler, voor henzelf en genoemde Van Bramen nog als procuratie hebbende van zijn schoonzuster Maria van Bijler, bejaarde ongehuwde dochter, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Andries Duijrcant te Den Haag op 30 mei 1651, verkopen aan notaris Gijsbrecht de Jager een huis omtrent de Lombardbrug tussen de kinderen van David Arijensz. en het huis gekocht door Jan Isaacxsz. bakker. Koper is schuldig aan Alexander Gorssen 1900 gl. en aan Maria van Bijler 825 gl. (ORA 778, f. 55 e.v.)

9 okt. 1652: Esaias Cornelisz. Mesian, als procuratie hebbende van Jan Cornelissen, burger van Dordrecht, is schuldig aan de weeskinderen van wijlen Adriaen Pauwelsz. de Haen 2000 gl., verbindende een huis omtrent de Lombardbrug, staande tussen Anneken Beens en de kinderen en erfgenamen van Samuel Jansz. Noortsij. (ORA 778, f. 139 e.v.)

17 febr. 1655: Franchoijs Halling, schoenmaker en burger van Dordrecht, is schuldig aan de weeskinderen van Joris Teerling en aan Arijen Jaspersz. van de Berch, als oom en voogd van die kinderen, een somma van 200 gl., verbindende een huis achter het stadhuis, genaamd "de Son", staande tussen Willem Robbrechtsz. en een huis, dat toebehoort aan de stad Dordrecht. (ORA 1616 (nieuw), f. 7 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 782, f. 63: op 17 okt. 1659 verkopen Herman Schouten en Aeltgen van  Meekeren, echtelieden wonende te Dordrecht, aan Jan Michielsz. Deijlman, brouwer en Adriaen Melssen, diens schoonzoon, elk de helft van een huis, vanouds genaamd de Grote Molensteen en nu ďden Witten AnckerĒ, staande tegenover de Lombardbrug tussen het huis van de erfgenamen van Pieter Hoochlander en het huis genaamd Ē de CroonĒ, uitkomende in de Lombardstraat, de Oude Breestraat en de ďPickelstraatĒ (Haringstraat), voor de prijs van 12500 gl.

 

Voorstraat (bij de Haringstraat)

 

 

Het Haringstraatje (aug. 2011)

25 febr. 1651: Esias Cornelisz. Mesian, als procuratie hebbende van kapitein Abraham Teerling, burger van Dordrecht, is schuldig aan Lijsbeth Abrahams 1500 gl., verbindende een huis op de hoek van de Haringstraat, staande tussen die straat en de kinderen en erfgenamen van wijlen Gerrit Matthijsz. van Loo. (ORA 778, f. 15v e.v.)

ORA Dordrecht inv. 784, f. 161v e.v.: op 22-11-1664 comp. Cornelia van Hemert, weduwe van Jan Cornelisz. van Cleeff, geassisteerd met Cornelis Jansz. van Cleeff , haar zoon en gekoren voogd. Zij verkoopt aan Elisabeth Jansen, weduwe van Jan Deijlman, brouwer en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Haringstraat, genaamd ďde CroonĒ, staande tussen de brouwerij ďden AnckerĒ en de Haringstraat, voor 6710 gl. 

Voorstraat (omtrent het Spui)

9 jan. 1651: Abraham Brant, burger van Dordrecht, verkoopt aan [naam doorgehaald en onleesbaar gemaakt] 25 gl. jaarlijkse losrente op een huis omtrent het Spui, staande tussen de weduwe van Cornelis Claesz. Waarsman en de weduwe van Hendrick de Leeu. (ORA 778, f. 2v)

31 jan. 1651: Abraham Brant, burger van Dordrecht, verkoopt Catarina Ruijsch Cornelisdr. een jaarlijkse losrente van 25 gl. op een huis omtrent het Spui tussen de weduwe van Cornelis Claesz. Waarsman en de weduwe van Hendrick de Leeu. (ORA 778, f. 7v)

2 sept. 1652: Abraham Brant, burger van Dordrecht, is schuldig aan de kinderen en erfgenamen van Willem Janssen tingieter 800 gl., verbindende een huis omtrent het Spui tussen de weduwe van Hendrick de Leeu en de weduwe van Cornelis Claesz. Waarsman. (ORA 778, f. 133v e.v.)

Voorstraat (bij de Kleine Spuistraat)

1 mei 1652: Herman Jansz. van Nimwegen, kleermaker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Willem Robbertsz. Vernock 900 gl., verbindende een huis tegenover de Kleine Spuistraat, staande tussen Dirck Dircxsz. en Theuntgen Laurens. (ORA 778, f. 101)

Voorstraat (bij de Botgensstraat)

1 mrt. 1651: Cornelis Joosten, tingieter en burger van Dordrecht, is schuldig aan Cornelis Burgersz. van Putten, 800 gl., verbindende een huis op de hoek van de Bottensteiger [Botgenssteiger: tegenover de Botgensstraat] tussen Jochum Cornelisz. van de Biese en voornoemde steiger. (ORA 778, f. 16)

Voorstraat (bij de Pelserbrug)

20 febr. 1655: Quirijen en Jan Saeijers, als executeurs-testamentair van wijlen Digna Saeijers, hun tante, verkopen aan Maerten Bartholomeusz. van der Nath, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Pelserbrug tussen Cornelis Fransz. van Dorsten en het huis van de koper. (ORA 1616, f. 8v)

2 nov. 1659: kapitein Geeraerdt van Duijnen, brouwer en burger van Dordrecht, verkoopt aan zijn "behuwd zoon" Johannes Keldermans, brouwer en burger van Dordrecht, voor 11.000 gl. de helft van een huis en brouwerij, genaamd de Steur, waarvan de wederhelft aan de koper toebehoort, staande tegenover de Pelserbrug tussen Cornelis Dircxsz. van Oosterwijck en Engel Pietersz. van der Marde. (ONA 179, f. 188 e.v.)

Voorstraat bij de Pelserbrug (febr. 2013)

11 okt. 1661: Claes van Houdaen, burger van Dordrecht, verkoopt aan Geertruijt Claesdr. van Paddemoes voor 3000 gl. een huis in de Voorstraat omtrent de Pelserbrug aan de havenzijde, vanouds genaamd de Vergulde Ploegh, waar nu uithangt het Wapen van Amsterdam, staande tussen het huis van Jan Jansz. de Vries ziekenbezoeker en dat van Maerten van der Nat. Waarborg: Samuel van Berckenbosch, burger van Dordrecht. (ORA 1619, f. 65v e.v.)

Voorstraat bij de Prinsenstraat, ongeveer de plaats, waar ooit de Vuilpoort stond. (juli 2009)

Voorstraat (bij de Vuilpoort)

28 jan. 1651: Huijbrecht Roosboom, als procuratie hebbende van Pieter Damisz. Corff, burger van Dordrecht, kent schuldig aan Jan Gijsbertsz. en Jacob van de Graeff, kooplieden te Dordrecht, 600 gl. wegens geleverde granen, verbindende een huis bij de Vuilpoort tussen Angeneta Crijnen en de weduwe van Gerrit Houbben van Eijsden. (ORA 778, f. 7)

6 mei 1651: Aelbert Pietersz., hoedenmaker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Wouter Cools 100 gl., verbindende zijn huis omtrent de Vuilpoort tussen Casper Seroijen en Heijltgen Jansdr. (ORA 778, f. 27v)

8 dec. 1651: Hugo Repelaer Anthonisz., oudraad van Dordrecht, verkoopt namens zijn schoonmoeder, Margreta Dircxdr., weduwe van Johan Cools, aan Leendert Jansz. Springer, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vuilpoort aan de havenzijde tussen Maerten Jansz. en Jan de Claer mandenmaker. Koper is schuldig 2000 gl. Borg: Adriaen Leendertsz. Pieterman, wonende in Heeroudelandsambacht. (ORA 778, f. 74 e.v.)

23 jan. 1652: Cornelis Block, brouwer en burger van Dordrecht, verkoopt aan Adriana Arijensdr., laatst weduwe van Laurens de Gelder, een huis omtrent de Vuilpoort tussen de weduwe van Henrick Maertensz. de Bouffkens en de Cellebroerstraat [Dolhuisstraat]. Waarborg: Adriaen Dircxsz. van Angeren, koopman en burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 82v)

21 mrt. 1652: comp. Adriaen, Floris en Wijnant Florisz. van den Wijngaert, Jenneken Florisdr. van den Wijngaert, bejaard ongehuwde dochter, Jan Jansz. van Hamaet, als echtgenoot van Rijcxken Florisdr. van de Wijngaert en Christiaen Coopmans, raad in wette, als testamentaire voogd over de kinderen van wijlen Abraham Florisz. van den Wijngaert, allen kinderen resp. kleinkinderen van Floris Adriaensz. van den Wijngaert en Jenneken Pieterdr. de Bruijn. Comparanten verklaren, dat zij de nalatenschap van hun ouders hebben verdeeld, waarbij aan Jenneken Florisdr. van den Wijngaert is toegevallen een huis in de Voorstraat bij de Vuilpoort, waar uithangt de Drie Stockvissen, staande tussen Willem Teunisz. schipper en 's herengracht. (ORA 778, f. 92v e.v.)

5 juni 1652: Esaias Cornelisz. Mesian, als procuratie hebbende van Pieter Damasz. van der Corff, is schuldig aan Claes Damasz. Corff 400 gl., verbindende een huis bij de Vuilpoort tussen de erfgenamen van Angnieta Crijnen en de weduwe van Gerrit Houben. (ORA 778, f. 115v e.v.)

25 juni 1652: Fijgen Pieters, weduwe van Aert Pietersz. plankdrager, verkoopt aan Glaude Micholt [Michoult], schipper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vuilpoort tussen Egbert Gerritsz. en Arijen Janssen kleermaker. Waarborg: Willem Arijensz. Casterman, burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan Maeijken Jansdr. 800 gl. (ORA 778, f. 125)

27 juni 1652: Sara Henricxdr., als procuratie hebbende van Glaude Michoult, schipper en burger van Dordrecht, is schuldig aan Maijken Jans 500 gl., verbindende een huis omtrent de Vuilpoort tussen Arijen Jans kleermaker en Egbert Gerritsz., en een huis in de Suikerstraat tussen Cornelis Cornelisz. Hoijschelff en Jeroen Sijmonsz. van Fallo. (ORA 778, f. 126 e.v.)

6 nov. 1652: Cornelis Leendertsz. van Steijn, mr. schrijnwerker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Hugo Repelaer, oudraad van Dordrecht, een huis omtrent de Vuilpoort tussen de brouwerij van de koper en het huis van Anneken Wembers, weduwe van Jan DaniŽlsz. van der Meijden. Waarborgen: Dirck Leendertsz. van Steijn en Jan Corstiaensz. Visser, burgers van Dordrecht. (ORA 778, f. 146)

14 nov. 1652: Sier Cornelisz., burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Margreta Sieren, weduwe van Cornelis Sieren, verkoopt aan Cornelis Dircxsz. van de Graeff, bakker en burger van Dordrecht, een huis genaamd den Cleijnen Olijmolen, staande omtrent de Ruitenstraat bij de Vuilpoort tussen Jan Apersz. Saijer en Marijken Joppen. De koper is schuldig aan de kinderen en erfgenamen van Adriaen Pauwelsz. de Haen 1600 gl. Koper is tevens schuldig aan Fransken Willemsdr., weduwe van Pieter Cornelisz. de Bruijn 1000 gl. (ORA 778, f. 147 e.v.)

13 febr. 1657: Jan Hendricxsz. Westerhout, burger van Dordrecht, verhuurt voor 412 gl. per jaar aan Cornelis Leendertsz. Clootwijck, een huis, genaamd "het Hardt", staande tussen de Vuilpoort en het huis van Cornelis Schram, met de grote zaal boven de Vuilpoort en de kelders en kamers, die tot het huis behoren, uitgezonderd hetgeen daarvan al verhuurd is. (ONA 177, f. 32) Westerhout verkocht het huis op 28 jan. 1661 voor 9800 gl. aan Clootwijck. (Ons Voorgeslacht april 2001, p. 181)

11 okt. 1661: Gerrit Walburch, zoon van wijlen Anneken Wemmers, weduwe van DaniŽl Jansz. van der Meijde, transporteert aan Franchoijs Boon een huis met achterhuis in de VS omtrent de Vuilpoort, vanouds genaamd de Drije Hoeffijsers, staande tussen het huis van de weduwe van Christiaen Coopman en dat van Hugo Repelaer. De koopsom bedraagt 4000 gl. (ORA 1619, f. 66) 

12 okt. 1661: Joost Boone, wijnkoper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Franchois Boone, zijn broer, verkoopt voor 6700 gl. aan Dirck Oveling, koopman en burger van Dordrecht, een huis met achterhuis in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort, genaamd de Drije Hoeffijsers, staande tussen het huis van de weduwe van Christiaen Coopmans en het huis en de brouwerij van Hugo Repelaer. Waarborgen: Joost Boone en Hendrick Buijtendijck chirurgijn, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 4700 gl. Borg: Willem van Santen. (ORA 1619, f. 66v)

ORA Dordrecht inv. 784, f. 79v: op 7 nov. 1663 verkoopt Cleijsken Rochusdr. van Wesel, weduwe van Sijmon de Gelder aan Cornelis Terwe, pondgaarder te Dordrecht, een huis omtrent de Vuilpoort, genaamd ďNoorwegenĒ, uitkomende met een gang in de Ruitenstraat en een huisje ďbenevens en  boven den voorsz. gangĒ, staande tussen het huis van de koper en dat van Jasper Kels, voor 4450 gl. Waarborg: Rochus van Wesel, koopman te Dordrecht.  

 

Vrankenstraat

 4 mei 1654: Cornelia Pieters, weduwe van Cornelis Claesz. Stoop, verkoopt aan Joris Jansz. Penijn een huis in de VRAS, staande tussen het huis van Leendert van Ingen en dat van Jan Jans. (ORA Dordrecht inv. 779, f. 95v)

[12 juni 1628: Testament van Cornelis Claesz. Stoop huistimmerman en zijn vrouw Cornelia Pietersdr., burgers van Dordrecht (mutueel testament). (ONA Dordrecht inv. 70, f. 121v e.v.)]

2 jan. 1655: Jan Jansz. Cool, zoon en enige erfgenaam van wijlen Magdaleentgen Theunis, weduwe van Jan Jansz. de Seeu, burger van Dordrecht, verkoopt aan Joris Jansz. Penijn, burger van Dordrecht, een huis in de VRAS, staande tussen Jan Jansz. Tobman en koper. (ORA 1616 (nieuw), f. 1)

16 febr. 1655: Trijntien Reijniers, weduwe van Hans Jacobs koffermaker, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Jacob Hans knoopmaker, Pieter Hans twijnder, Hartman Jans knoopmaker, als man van Jacobmintie Jans, en Jacob Arijensz. de With, als man van Berber Jans, verkopen aan Joris Jansz. Penijn, burger van Dordrecht, een huisje in de VRAS tussen Tanneken Theunis en Jaepken [sic]. (ORA 1616, f. 6v e.v.)

Vriesestraat

17 mei 1650: Roelant Evertssen, bleker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Salomon Franssen van Wagening, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Vriesestraat tussen Michiel Janssen metselaar en Jan Isaacx, bode op Zeeland. Waarborgen: Matthijs Reijniersz. van de Eijnde en Sijmon Fransz., burgers van Dordrecht (ORA 777, f. 113v e.v.)

19 mei 1650: Cornelis Gerritsz., metselaar en burger van Dordrecht, verkoopt aan Anneken Ruel, weduwe van Hans Ruel, een huis in de VRS tussen Wijnant Jaspers en de weduwe van Abraham Verloo. Waarborg: Cornelis Gerritsz., arbeider en burger van Dordrecht. (ORA 777, f. 114v e.v.)

11 febr. 1651: Susanna Huijbertsdr., weduwe van Leendert Oliviersz., verkoopt aan Cornelis Geritsz. metselaar en Willem Aertsz. arbeider een huis achter [in] de VRS tussen Jan Jansz. Dammerij en ís herengracht. Waarborg: Jan Geritsz. bezemmaker en burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 13)

14 april 1651: Franchoijs Bassaer, sergeant van de compagnie van graaf Willem Frederik van Nassau, verkoopt kapitein Mourice de Casstilleios een jaarlijkse losrente van 12 gl. op een huis achter in de VRS bij de Oude Kruittoren tussen het huis van Aelbert Swol en de gang van Arijen Cornelisz. Bonck. Bassaer verkoopt aan Anna Cornelia de Castilleios een losrente van 6 gl. 5 st. op hetzelfde huis. (ORA 778, f. 21v)

1 mei 1651: Jan Abrahamsz. Bont, burger van Dordrecht, verkoopt aan Anneken Woutersdr., een jaarlijkse losrente van 12 gl. op een huis achter in de VRS tussen Jan Jansz. Morlet en de weduwe van Laurens Jansz. timmerman. (ORA 778, f. 25)

16 mei 1651: Sijken Pieters, als procuratie hebbende van Lijntken Jacobsdr., weduwe van Jan Jansz. Morlet, is schuldig aan Sara Lottering 400 gl., verbindende een vethuis met de woning daartoe behorende, staande achter in de VRS naast het huis van Govert wollewever. (ORA 778, f. 30v)

26 mei 1651: Arijen Henricxsz. stiklijfmaker, burger van Dordrecht, verklaart, dat Dircxken Arijens bij testament aan de kinderen van Aechtgen Baltensdr. de Best, zijn vrouw, de eigendom van haar na te laten goederen heeft gemaakt en aan zijn vrouw het vruchtgebruik daarvan, en dat hij uit handen van Willem de Best en Pieter Gillisz., die door Dircxken in haar testament zijn aangesteld tot voogden, ontvangen heeft een bedrag van 500 gl., waarvoor hij ten behoeve van die kinderen verbonden heeft een huis in de VRS tussen Jan Jansz. Verloven en ... [sic] huikmaker. (ORA 778, f. 34v e.v.)

1 juni 1651: Louijs Louijsz. Loena, Jan Louijsz. Loena, burgers van Dordrecht, Pieter Louijsz. Loena, wonende te Leiden, Dirck Dircxsz., burger van Dordrecht, als echtgenoot van Maria Louijsdr. Loena, Janneken Louijsdr., weduwe van Pieter Rutten, voor zichzelf en tevens vervangende Matthijs Jansz., als man van Lijsbeth Louijsdr. Loena, resp. hun zwager en zuster, en mr. Jacob Pijl, weesmeester, namens het weeskind van Willem Louijsz. Loena, samen kinderen en erfgenamen van wijlen Louijs Louijsz. Loena, verkopen aan mr. Jacob Havershoeck, chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis in de VRS tussen de weduwe van Jan Willemsz. Bijl en Pieter Hulstman. (ORA 778, f. 37 e.v.)

16 juni 1651: Matthijs Paus, als voogd van de kinderen van Frans Thonisz. en Thonis Jans, erfgenamen van wijlen Maritgen Jans, tevens vervangende Jan Robbertsz., mede voogd van die kinderen, verkoopt aan Maritgen Jans, weduwe van Lowijs Lone, een huisje in de VRS, genaamd de Leijhamer, tussen Michiel Michielsz. en Wouter Aertsz. Koopster verkoopt aan verkopers een jaarlijkse losrente van 35 gl., verzekerd op het voornoemde huis. (ORA 778, f. 43 e.v.)

5 juli 1651: Wouter Claesz., slijkwerker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Johan Vekemans 300 gl., verbindende een huis achter in de VRS omtrent de brug tussen Anthonij van Beaumont en Abraham van de Wercke. (ORA 778, f. 50 e.v.)

14 okt. 1651: Jan Cornelisz., hoornbeslager en burger van Dordrecht, is schuldig aan DaniŽl Jansz. 350 gl., verbindende een huis in de VRS tussen Sijmon Geerits en Matthijs ... bakker [sic]. In margine: comp. Hester Jansdr. Heijbuijck en toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Hypotheekbrief derhalve geroyeerd. (ORA 778, f. 64)

7 febr. 1652: Jan Jansz. Dammerij de Jonge, leertouwer en burger van Dordrecht, is schuldig aan Adriaen Willemsz. Baenwijck 300 gl., verbindende een huis in de VRS tussen Willem Arijensz. Binge en Sijmon Franssen. (ORA 778, f. 85 e.v.)

13 febr. 1652: Anthonij van Beaumont, burger van Dordrecht, is schuldig aan Claes Janssen, meester-huistimmerman, 640 gl. wegens het maken en opbouwen van zijn huis in de VRS, staande omtrent de brug tussen Servaes van Ingen en Wouter Claesz. slikwerker, "'t welcke den voorn. Claes Janssen wel behoorlijck ende loffelijck heeft opgemaeckt, ende alle materialen soo van hout, calck ende steen ende andere behouften ten sijnen contentemente gelevert sulcx dat hij comparante bekende dat den bestecke ende conditie van aenneminge seer wel is voldaen." Jacobmina Claesdr. Andegraeff, echtgenote van Van Beaumont, stelt zich borg voor haar man. (ORA 778, f. 85v)

10 mei 1652: Jan Both, burger van Dordrecht, verkoopt aan Lieven Pietersz. Verhel een huis in de VRS, genaamd den Tuijmelaer, staande tussen het huis van ... [sic], waar uithangt den Rooden Osch, en de Armenhof [Van Slingelandhof]. De koper neemt op zich een custingbrief van 1150 gl. af te lossen, die Frans Jansz. drappenier op het huis sprekende heeft. Koper is schuldig aan verkoper 900 gl. (ORA 778, f. 107)

18 mei 1652: Jan Corstiaensz. van Wageningen, burger van Dordrecht, verkoopt aan Cornelis Dircxsz. van Oosterwijck een jaarlijkse losrente van 22 gl. op een huis in de VRS, genaamd de Groene Papegaeij tussen Johannes Stabrouck en Jasper Jacobs stratenmaker. (ORA 778, f. 109v e.v.)

15 juni 1652: Servaes van Hingen [van Ingen], burger van Dordrecht, verkoopt Josua Offermans, burger van Dordrecht, een huis in de VRS op de hoek van de Mennebrug tussen Anthonij van Beaumont en 's herengracht. Waarborg: Leendert van Hingen, burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoper 2600 gl. (ORA 778, f. 122)

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 12 nov. 1657: een baar voor Servaes van Inge koordenwerker, in de Nieuwe Breestraat, ťťn maal luiden.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 12 sept. 1658: een baar in de Gravenstraat voor Leendert van Ingen, ťťn maal luiden.]

17 sept. 1652: Jan Jacobsz. van Wesel, burger van Dordrecht, is schuldig aan DaniŽl Joosten 100 gl., verbindende een huis in de VRS tussen Hendrick Dircxsz. timmerman en Gerrit de Veer zilversmid. In margine: Pauwels Wareijn, namens de weduwe van Jan Jacobsz. van Wesel, toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is afbetaald. Schuldbrief geroyeerd op 2 april 1663. (ORA 778, f. 136v)

16 nov. 1652: Gillis Gillisz., boekdrukker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Johanna Woutersdr. 300 gl., verbindende een huis in de VRS, staande op de hoek van de Blindeliedengasthuissteeg tussen de weduwe van Isaac Govertsz. Rovers en 's herenstraat. (ORA 778, f. 148v)

6 sept. 1653: Jan Jansz. leertouwer is schuldig aan Gijsbert Gijsbertsz. 100 gl., verbindende een huis achter in de Vriesestraat tussen Sijmon Frans en en Willem Aertsz. Borger. (ORA 779, f. 53)

20 febr. 1655: Jan Jansz., leertouwer en burger van Dordrecht, verkoopt Anna Cornelia de Castilleros een jaarlijkse losrente van 5 gl. op een huis in de Vriesestraat bij de Mennebrug, staande tussen Cornelis Gerrits metselaar en Sijmon Frans. (ORA 1616 (nieuw), f. 8)

25 april 1657: voorwaarden, waarop Henrick Aertsz. van Nerum, houtkensmaker en burger van Dordrecht, wil verkopen een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van de weduwe van Teunis Snel varkenslager en dat van Bartholomeus Asteijn schilder. Verkocht aan Abraham Fransz., burger van Dordrecht, voor 1410 gl. Esaias Cornelisz. Mesian, als procuratie hebbende van Henrick Aertsz. van Nerum, transporteert het huisop 4 mei 1657 aan Abraham Fransz. (ONA Dordrecht inv. 178, f. 74 e.v.; ORA Dordrecht inv. 1617, f. 25v)

Weeshuisstraat (Willem Oskensstraat)

4 jan. 1651: Cornelis van Slingelant, postmeester en burger van Dordrecht, verkoopt Jan Abrahamsz., kuiper en burger van Dordrecht, een huis in de Willem Oskensstraat tussen Jan Corsz. en de weduwe van Frans Raximan. Koper verkoopt aan Aelbert van Hoogeveen brouwer 40 gl. jaarlijkse losrente op voornoemd huis. (ORA 778, f. 1v)

11 juni 1652: Elisabeth Adriaensdr., weduwe van Abraham Roosbeeck, geassisteerd met haar zwager Pieter de Vos, als mede-erfgename van wijlen Mariken Anthonisdr., weduwe van Aert Jansz. Caes, verkoopt aan Jan van Aken, huurvaarder en burger van Dordrecht, een huis in het Weeshuisstraatje tussen het huis van de koper en dat van de erfgenamen van voornoemde Mariken Anthonisdr. (ORA 778, f. 118 e.v.)

Wilgenbos

18 juli 1656: Adriaen van Blijenburch, heer van Naeltwijck en burgemeester van Dordrecht, als Vader van het Arme-Weeshuis te Dordrecht, verkoopt aan Jan Pietersz. Visscher een huis in het Wilgenbos, staande tussen het huis van Jan Dircxsz. Schouten en dat van Marijcken Cornelisdr. (ORA Dordrecht inv. 780, f. 128)

Wolwevershaven (Drappenierskade, Drappierskade, Nieuwe Opslach)

12 febr. 1648: Cornelis van Someren, thesaurier van Dordrecht, als gemachtigde van de burgemeester en de "gecommitterde ten beleijde" van Dordrecht, verkoopt aan Jan Tijcquet, drappier en burger van Dordrecht, een erf op de Drappierskade, waarop hij, koper, een woonhuis laat bouwen, gelegen tussen het huis van Willem Schrijvers en dat van Jan Pluijm. (ORA Dordrecht inv. 1612, f. 72v)

12 febr. 1648: Cornelis van Someren, thesaurier van Dordrecht, als gemachtigde van de burgemeester en de "gecommitterde ten beleijde" van Dordrecht, verkoopt aan Henry Tijcquet, burger van Dordrecht, een erf op de Drappierskade achter het huis van Jan Tijcquet waarop hij, koper, een "ververie" laat bouwen, gelegen tussen het huis van Jan Tijcquet en dat van Jan Pluijm. (ORA Dordrecht inv. 1612, f. 73)

10 juni 1651: Phlips op de Beeck, koper van Rijnse wijnen, drappenier en burger van Dordrecht, is schuldig aan Margrieta Cools, weduwe van Johan Cools, 2400 gl., verbindende een huis op de Drappenierskade tussen Jan Esweelder en Jan de Bruijn. (ORA 778, f. 40v e.v.)

14 mei 1652: Maerten Gillisz. van der Pijpen verklaart, dat hem van de weduwe van Jacob Tona, "over 't opmaecken van haer huijs" op de Drappenierskade, staande tussen Dirck van Schijvelburch en Jan Eswilder, nog toekomt een bedrag van 1500 gl. met de daarop verschenen en nog te verschijnen interest. (ORA 778, f. 107v)

21 juni 1652: Arijen Staes, lijndraaier en burger van Dordrecht, is schuldig aan Geertruijt Claes, weduwe van Jacob Staes, 600 gl., verbindende drie huizen, staande naast elkaar op de Nieuwe Haven, tussen het Koperhuis van de weduwe van Diederich Heuft [het Koperhuis stond sedert 1614 op de Wolwevershaven] en de "stadmolenwerf" of de opgang naar de vest, met nog drie huisjes, staande achter de voornoemde drie huizen, uitkomende op de vest, en nog een "wantstooff" [want = laken], staande daaromtrent op 's herenvest, met de daarbij horende lijnbaan. In margine: op 7 april 1664 comp. Nicolaes van Hoochstraten, namens zijn moeder, Geertruijt Claesdr., "ende verclaerde 't verbant op de lijnbaen int witte deses vermelt aff te gaen, d'selve daer van ontslaende, behoudende 't verbant ende actien alleenlijck opde huijsen, huijskens ende anders hierinne gementioneert." (ORA 778, f. 123)

29 sept. 1653: Pieter Salde, getrouwd geweest met Maria Wijnants, eerder weduwe van Willem Schrijvers, is schuldig aan Cornelis van Esch 800 gl., verbindende de "timmeragie", die Schrijvers en hij, comparant, gezet hebben op zeker erf, dat door Schrijvers is aangenomen van de stad Dordrecht, gelegen op de Drappierskade tussen Jacob Trip en Jan Tijcke. (ORA 779, f. 58)

7 mei 1661: Wijnant Pelsser, als man van Maria Theunis, weduwe van Jacob Thona, drappier en burger van Dordrecht, verkoopt avoor 3200 gl. aan Philips Op de Beeck, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Dirck Schijvelberch, voorheen "het Westindisch Huijs" en dat van Jan Eswiller, strekkende voor van de straat tot achter aan de muur van de rivier. (ORA 1619, f. 27)

10 sept. 1661: Philips Op de Beecq, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Josina Bercheijck, weduwe van Christiaen Coopmans, een jaarlijkse losrente van 144 gl., verzekerd op een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Dirck Schijvelberch en dat van Jan Eswiller. (ORA 1619, f. 60)

Wijnstraat

7 juni 1639:  Elisabeth van den Honaert, weduwe van mr. Andries de With, raad in het Hof van Holland, verkoopt Agnes van Sandeling, vrouwe van Sandeling, en Elisabeth van Sandeling, een huis in de WS tussen Gerrit Thins en Claes Sijmonsz. Vaar. (ORA 1609, f. 38v)

10 jan. 1640: Henrick Cock, boekhouder van de Bewindhebbers van de West Indische Compagnie (kamer Dordrecht), verkoopt aan die Bewindhebbers een huis in de WS tussen het huis van de kopers en het huis, genaamd het Ossenhooft. (ORA 772, f. 75v)

11 mei 1640: de voogden over de kinderen van Govert van der Leeu en Maijken Rocusdr. verkopen aan Pieter de Rovere, baljuw van Zuid-Holland en oudraad van Dordrecht, domum cum suis, staande tegenover de Wijnkoperskapel tussen het huis van de verkopers en het huis van Barend Jansz. Emont wijnkoper. Koper kent schuldig aan verkopers 950 gl., af te lossen met jaarlijkse termijnen van 200 gl. (ORA 772, f. 94v en 95r)

11 nov. 1644: Maria Platebeursen [Plattebeurs], weduwe van Johan van de Graeff, David van Hoochenhuijse, wonende te Utrecht, als medevoogd van de onmondige kinderen van Johan van de Graeff en als procuratie hebbende van Salomon Waterrijck, als man van Margarieta van de Graeff, verkopen voor 2900 gl. aan Jan Fransz. van Fijt, kleermaker en burger van Dordrecht, een huis, genaamd "Drije Coningen", staande in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Dirck Dammert en dat van Pieter Vos. (ORA 1610, f. 136v)

6 mei 1645: Christoffel van Slingelant, burger van Dordrecht, verkoopt aan Jacob Bisschop, burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, genaamd de Paeuw, tussen Gerrit Hack en Willem van Elmpt. Waarborg: Willem van den Broeck, wijnkoper te Dordrecht. (ORA 775, f. 22v)

6 okt. 1645: Maria van Dilssen, echtgenote van mr. Willem de Bont, "hooch schout" van Leiden, verkoopt voor 2600 gl. aan ds. Isacus Lidius, predikant te Dordrecht, een huis omtrent de Nieuwbrug, staande aan de havenzijde tussen koper en Pieter van Consen bakker. (ORA 775, f. 63v e.v.)

19 april 1646: notaris DaniŽl Eelbo en DaniŽl Hotte, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Engelbert du Pree bakker, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Pauli te Maastricht op 22 april 1645, verkopen aan Pieter van Conssen, bakker en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Gravenstraat, staande tussen ds. Isaacus Lidius en Jacob Gerritsz. van Ben. Waarborg: DaniŽl Hotte. Koper is schuldig 2000 gl. Borg: Willem Robbertsz. Vernock, burger van Dordrecht. (ORA 775, f. 101 e.v.)

26 mei 1646: Johan van Galen, secretaris van de Lopikerwaard, als man van Liedewijna van Haerlem, en Arent Dichter, als man van Anthonetta van Haerlem, voor zichzelf en tevens vervangende Anna Panij, weduwe van Gijsbert van Haerlem, en Cornelia van Haerlem, resp. hun behuwd moeder en zuster, alsmede Johan van Haerlem, oudraad van Dordrecht, als voogd van de onmondige zoon van Gijsbert van Haerlem, verkopen aan Marcelis de Haen, burger van Dordrecht, een huis, bestaande uit twee gevels, staande [in de Wijnstraat] tegenover de Schrijversstraat tussen het huis van verkopers en dat van Cornelis Vaens. Koper is schuldig aan Marchelis Anthonisz. een somma van 2800 gl. In de marge van deze akte staat: " [Op 27 mei 1649] Compareerde voor d'heer Mr. Cornelis van de Loo schepen in Dordrecht Marcelis Anthonisz. ende verclaerde dat alsoo Marcelis de Haen een gedeelte vande huijse int witte geroert, te weten den gevel aende sijde vande huijse van de heere Thesaurier Corn. Vaens vercocht ende opgedragen heeft aen ... Jacob Beeck, derhalven tselve hypotheecq bijden voors. Beeck gecocht te ontslaen vande verbintenisse inden selven brieve geroert ... "(ORA 775, f. 112 e.v.)

4 mei 1647: Jan en Dirck Barentsz. Eemont, burgers van Dordrecht, voor zichzelf en vervangende Pieter en Barent Barentsz. Emont en Geertruijt Barentsdr. Eemont en nog als ooms en voogden van weeskinderen van wijlen Willem Barentsz. Eemont, allen kinderen en kleinkinderen van wijlen Barent [Jansz.] Eemont, verkopen aan ds. Johannes Coxius predikant een huis in de WS, staande tussen het huis van mr. Pieter de Rovre, heer van Hardinxveld en baljuw van Zuid-Holland, en het huis van de weduwe van Jan Matthijsz. schoenmaker. (ORA 776, f. 15 e.v.)

1 aug. 1647: IJda Walen, ongehuwde, bejaarde dochter, voor zichzelf en procuratie hebbende van Jan Elbertsz., wijnkuiper wonende te Rotterdam, als echtgenoot van Anneken Arijensdr. Walen en Pieter Aertsz. Kip, controlleur "vant cleijn zegel" wonende te 's-Gravenhage, als man van Magdalena Arijensdr. Walen, volgens procuratie gepasseerd voor de Rotterdamse notaris Dirck Block op 31 juli 1647, verkoopt aan Willem Jansz. Walen, burger van Dordrecht, een huis in de WS, staande tussen het huis van Jan Hinckel en dat van Gerrit Vogel, genaamd den Wildeman. De koper is schuldig aan Ida Walen een somma van 1200 gl. (ORA 776, f. 39)

22 febr. 1648: Willem Jacobsz. Keijser, schipper en burger van Dordrecht, is schuldig aan Wouter Aertsz. een bedrag van 500 gl. wegens geleende penningen, verbindende een huis in de WS omtrent brouwerij de Beer, staande tussen het huis van juffrouw Van Sandeling en het huis van de weduwe van Claes Arijensz. (ORA 776, f. 74v)

25 mei 1648: Marcelis de Haen, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jacob Beecq, burger van Dordrecht, een huis in de WS, staande tussen het huis van Jan Jansz. bakker en dat van de verkoper. (ORA 776, f. 93v)

21 mrt. 1651: Dionijs van de Poel, wijnkoper en burger van Dordrecht, is schuldig aan Adriaen van Beaumont 2500 gl., verbindende een huis in Wijnstraat, bestaande uit drie gevels, staande tussen Matthijs Paus en Herman Cornelisz. viskoper, strekkende voor van de straat tot achter op de haven. (ORA 778, f. 18)

21 mrt. 1651: Eeuwout Schut, brouwer en burger van Dordrecht, verkoopt aan Sijmon en Anthonij Sijmonsz. de Vries, brouwers en burgers van Dordrecht, een huis, brouwerij en mouterij in de Wijnstraat, vanouds genaamd den Ouden Beer, strekkende voor van 's herenstraat tot achter op de haven, staande tussen Pieter Jaspersz. Leijsten en Hendrick van Reet. Waarborgen: Aert Eeuwoutsz. Schut, wijnkoper wonende te Rotterdam en Arent Hendricxsz. Schouttet, wijnkoper en burger van Dordrecht. (ORA 778, f. 18 e.v.)

31 mrt. 1651: Hendrick Verhouven, kleermaker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Sacharias Woutersz. Ram 200 gl., verbindende een huis omtrent het Groothoofd tussen Claes Cornelisz. en de weduwe van Jan Cornelisz. kannentelder. (ORA 778, f. 19v e.v.)

13 april 1651: Adriana Snoecken, weduwe van Martinus van Sassen, geassisteerd met Robbertus van Sassen, haar zoon, en met Arent Verhagen, verkoopt aan Cornelis Burgersz. van Putte een huis in de WS tegenover de Paeuw tussen Gijsbert Jansz. van Aeckeren en Herman Jansz. boomsluiter. Waarborg: Robbertus van Sassen. (ORA 778, f. 21v)

1 mei 1651: Crispijn van Outgaerden, als curator van de boedel van Cornelis van Hoogeveen, voormalige ontvanger van de gemene middelen over Dordrecht, voor de ene helft en Johan Schoormans, als curator van de boedel van Cornelis van de Graeff, voor de andere helft, verkopen aan mr. Matthijs Pompe, heer van Slingeland, oudraad van Dordrecht, een huis met kelders, pakhuizen en toren, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Cornelis Vaens, thesaurier van Dordrecht, en dat van Servaes van Ingen, en achter aan de haven het huis van de weduwe van Anthonij van Middelhoven, tot aan en in de Schrijversstraat. (ORA 778, f. 24v)

Mr. Matthijs Pompe van Slingeland, geschilderd door Godfried Schalcken (mogelijk ca. 1675, toen Schalcken uit Leiden naar Dordrecht terugkeerde)

mr. Matthijs Pompe van Slingeland, geboren Dordrecht 3 aug. 1621, baljuw van Zuid-Holland 1653-1673, dijkgraaf van de Alblasserwaard, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 aug. 1679 (Matthijs Pompe, heer van Slingeland, dijkgraaf van de Alblasserwaard, kerkmeester en oudraad van Dordrecht, 13 maal luiden, "het blason met de kast", als kerkmeester vrij, dus: memorie), trouwde 1e Mondina van Beveren, 2e Maria Elisabeth Musch]

6 juni 1651: Adriaen van der Mast, achtraad van Dordrecht, namens zijn moeder Johanna Repelaer, weduwe van Johan van der Mast, verkoopt aan Johannes Abelsen, koopman van twijnen, een huis omtrent het Groothoofd tussen Gooswinus Hoeffslager en de weduwe van Bartholomeus van Beverwijck. Koper is schuldig aan verkoopster 1550 gl. In margine: Balten van Ruijsche, namens Johannes Abelsen, toont de originele brief met de kwitantie van mr. Adriaen van der Mast. Schuldbrief geroyeerd op 22 dec. 1656. (ORA 778, f. 38v)

[NG trouwboek Dordrecht, 30 juni 1613: Jan van der Mast Hermansz. en Janneken Repelaer Huijgendr., beiden van Dordrecht, getrouwd op 4 aug. 1613]

6 juni 1651: Willem Walen, burger van Dordrecht, verkoopt aan Frans Bruijn Anthonisz. een jaarlijkse losrente van 60 gl. op een huis in de WS tussen Aert Dircxsz. Schouten en de weduwe van Gerrit Vogel. (ORA 778, f. 39)

19 juli 1651: Gerrit Jansz. Cock, wonende te Vianen, als procuratie hebbende van mr. Cornelis Alewijn, raad ordinaris in de Camere van Justitie te Vianen, volgens procuratie gepasseerd voor schout en schepenen van Heijcop op 8 juli 1651, verkoopt aan Gooswinus van Westerhoven, wonende te Rotterdam, als administrateur van de goederen van de weeskinderen van wijlen Huijbert van de Meer, een losrente van 187 gl. jaarlijks, verzekerd op een huis in de WS, genaamd de Blaeu-steenen Gevel, staande tussen de erfgenamen van de heer Van de Hooch, burgemeester van Gorinchem, en Abraham van Beveren, heer van Barendrecht. (ORA 778, f. 56v)

22 juli 1651: mr. Franchoijs Borger, als procuratie hebbende van mr. Marten van Persijn, auditeur van de Rekenkamer van de prins van Oranje, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Walterus Rietraet te 's Gravenhage op 24 juni 1651, verkoopt aan Pieter Beijen een huis in de WS tussen de koper en mr. Cornelis Aelwijn, raad ordinaris in de Camere van Justitie te Vianen, met het achterhuis uitkomende in de Schrijversstraat. Koper is schuldig aan de heer Van Persijn 2500 gl. (ORA 778, f. 58)

8 aug. 1651: Willem Jacobsz. Keijser, schipper en burger van Dordrecht, verkoopt mr. Cornelis van der Loo, oudraad te Dordrecht, een huis in de WS tussen het huis van de koper en dat van Agnes van Sandeling. "[D]e panponden die bevonden souden mogen werden op den voorsz. huijse ende erve te staen de zelve stoot den vercooper met [den voet], ende de cooper hijer mede comparerende verclaerde [die] te nemen tot zijnen laste, ende off hijer ijet wes aen gebreecke, soo verclaerde hij comparant te verbinden" een huis in de Vleeshouwersstraat tussen Matthijs Volgraeff en Maeijken Rommers. Waarborgen: Jan Jansz., opperbrouwer en burger van Dordrecht, verbindende een huis in de Vleeshouwersstraat, waar uithangt Vlissingen, staande tussen Jan Jansz. smid en Pauwels ... bakker [sic], en Jacob van Kessel, kleermaker en burger van Dordrecht, verbindende mede een huis in de Vleeshouwersstraat tussen Reijnier Gijssen en Gerrit Servaessen. (ORA 778, f. 59v e.v.)

25 okt. 1651: Jasper Troijen, burger van Dordrecht, verkoopt aan Claes Pauwelsz. de Breet bakker een huis in de WS tussen het huis van Sijmon Geemansz. en Gooswinus Hoeffslager. Koper is schuldig aan Maeijken Woutersdr. 1000 gl. (ORA 778, f. 66)

17 jan. 1652: Pieter Vos, burger van Dordrecht, is schuldig aan Christiaen Coopman, raad in wette van Dordrecht, als oom en voogd van de kinderen van wijlen Adriaen Pauwelsz. de Haen, 800 gl., verbindende zijn huis, staande omtrent de Nieuwbrug, genaamd de Vijer Winden, tussen het huis van Pieter de Carpentier, oudraad van Dordrecht, en het huis van Dirck Dammert en Cornelia Dammerts. (ORA 778, f. 81 e.v.)

6 juli 1652: Sijgen Pietersdr., weduwe van Abraham Fransz. de Both, als procuratie hebbende van Wijnant Jansz. van Houten, kleermaker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Jacob Leendertsz. 400 gl., verbindende een huis in de WS op de hoek van de Kraan, staande tussen de Kraan en de echtgenote van Jan Schut, en een huis op de Hoge Nieuwstraat tussen Hendrick Mol en de erfgenamen van Lauken Jansdr. In margine: compareert Jan Pietersz. Cruijskercken, schoonzoon van Wijnant Jansz. van Houten en toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief geroyeerd op 20 mei 1656. (ORA 778, f. 127)

10 aug. 1652: Sijmon Geemansz. van Cappel, burger van Dordrecht, is schuldig aan Arent Muijs van Holij 800 gl., verbindende een huis in de WS "op de Beurs" tussen Huijbert Roosboom en Claes van Bree. (ORA 778, f. 132)

26 okt. 1652: Servaes van Meeuwen en Maerten Abrahamsz. Oijens, als voogden over de onmondige kinderen van wijlen Aert Dircxsz. Schouten en Lijsbeth Abrahamsdr. Oeijens, verkopen aan Dirck van Herwinen, commies in het kantoor van de gewezen ontvanger Hoogeveen, een huis in de WS omtrent de Wijnbrug genaamd den Both, staande tussen Johan van Woensel en Willem Walen. (ORA 778, f. 144)

13 aug. 1653: DaniŽl de Meijer en Catarina de Meijer, echtgenote van Herman van Oosen, "jegenwoordich innocent", verklaren, dat op 27 jan. 1639 tussen Van Oosen en Lambert Lambinon, voor zichzelf en vervangende hun broers en zusters, samen kinderen en erfgenamen van wijlen Franchois de Meijer, enerzijds en Johannis de Meijer, als mede-erfgenaam van Franchois de Meijer, anderzijds, zekere akte van scheiding gepasseerd is met de volgende inhoud: op 27 jan. 1639 comp. voor notaris Pieter de Lairesse te Dordrecht Herman van Oosen en Lambrecht Lambinon, kooplieden ald., voor zichzelf en vervangende hun broers en zusters, enerzijds en Johannis de Meijer, anderzijds, te kennen gevende, dat eerstgenoemde comparanten bij de scheiding van de boedel, die is nagelaten door Franchois de Meijer, aan Johannis de Meijer toegestaan hebben, dat hij in mindering van zijn erfportie zal aanvaarden het huis, dat hem bij de boedelscheiding d.m.v. blinde loting is toegevallen, staande in de WS tussen Dirck Kaeijen aan de noordzijde en Frans Willemsz. Heijblom aan de zuidzijde, strekkende voor van 's herenstraat tot achter aan de haven, met alle meubelen, die zich daar in bevinden, mits hij daarvoor in de gemeenschappelijke boedel zal inbrengen een bedrag van 4100 gl. De comparanten tonen tevens enkele kwitanties, verleden door Herman van Oosen, voor zichzelf en voor zijn broers en zusters, op 1 nov. 1652, door Philips Lodovicus, als voogd van Elisabeth de Meijer, en door Franchois de Meijer op 23 nov. 1652 en door Pieter de Meijer op 18 dec. 1652, waarbij zij verklaren van hun aandeel ingenoemd bedrag volledig voldaan en betaald te zijn. (ORA 779, f. 49v)

24 nov. 1654: Arent Cock en Jan Aertsz. de Gelder, als administrateurs van de boedel van wijlen Arent Schouttete, verkopen aan Johan Prins, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de WS, genaamd den Cleijnen Wijnberch, staande tussen Hans Boor en Hendrick van Ree. De koper is schuldig aan De Gelder een somma van 1400 gl. (ORA 1615, f. 140v e.v.)

7 jan. 1655: Adriaen van de Graeff, ontvanger van de konvooien en licenten te Dordrecht, als procuratie hebbende van Arent Boot, Henricus Dibbets en Johan Dullaert, als voogden over de minderjarige kinderen en  erfgenamen van wijlen Maria Boots van Wesel, weduwe van Bartholomeus van Beverwijck, en Dullaert, als man van Anna van Beverwijck, verkopen aan Matthijs Pompe, heer van Slingeland, baljuw van Zuid-Holland, dijkgraaf van de Alblasserwaard en lid van de Oudraad van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd met de daarbij behorende houttuin, genaamd "het Henneken", staande tussen het huis van Johannes Abelsz. twijnder en dat van Bartholomeus Damasz. schipper. (ORA 1616 (nieuw), f. 2)

15 mei 1657: Johan van Neurenbergh, oudraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriaen en Jacobus Trip, Jean Coijmans, als man van Sophia Trip, Maria Trip, weduwe van Baltasar Coijman, en Josep Coijmans, als man van Jacoba Trip, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Elias Trip, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Benedict Vaddel te Amsterdam op 1 mrt. 1657, verkoopt aan Arnoult van der Goes een huis, staande omtrent de Wijnbrug, tussen Dirck van Noij en de kerk van de Engelse Court. (ORA 781, f. 32v e.v.)

4 april 1658: Gerrit Jansz. van Leent, burger van Dordrecht, verkoopt aan Abraham Rens, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, genaamd de Lanscroon, staande tussen Evert Reijniers Raets schrijnwerker en de kinderen en erfgenamen van Willem Reijers. Koper is schuldig 1400 gl. (ORA inv. 782, f. 93 e.v.)

5 juli 1658: Cornelis Vaens, lid van de Oudraad, verkoopt  voor 2000 gl. aan Hendrick Jansz. Coopman een pakhuis in de WS, strekkende van de straat tot het tweede pakhuis en staande tussen Matthijs Pompe, heer van Slingeland, en de Schrijversstraat. (ORA 1617, f. 123

4 mrt. 1659: overeenkomst tussen Franchoijs Op de Camp, wijnkoper en burger van Dordrecht, als eigenaar van het huis "de Mannekens", staande in de WS tegenover de Wijnbrug en Abraham Heijblom, apotheker en burger van Dordrecht, als eigenaar van het huis "Swarsenburch", staande in de Wijnstraat naast "de Mannekens". De overeenkomst betreft de ruiming en de eigendom van zeker stuk erf, van ongeveer 30 voeten bij 5 voeten, "waermede 't voors. huijs de Mannekens gesprongen heeft in't huijs genaemt Swarsenborch". Op de Camp heeft het erf overgedaan aan Heijblom, waarvoor hij volledig betaald is met een in deze akte niet vermeld bedrag. (ONA 179, f. 49 e.v.)

11 mei 1680: Digna Aelbertsdr., weduwe van Willem van Dijck, burgeres van Dordrecht, verkoopt voor 2650 gl. aan Adriana Durfort d'Autieges, echtgenote van Johan Armiger, koopman te Dordrecht, een huis in de WS, strekkende van de straat tot aan de haven en staande tussen het huis van juffrouw Teller en dat van Willem Jansz. van Helt aan de voorzijde en de Mattensteiger aan de achterzijde. De koopster is schuldig aan verkoopster een somma van 1300 gl.

Wijngaardstraat

23 mei 1647: Balten Salibos verkoopt Jan Thonisz. Loteringh, burger van Dordrecht, een huis in de WGS. Koper kent schuldig 500 gl. Borg: Willem Fransz. Dermoeij, schiptimmerman en burger van Dordrecht. (ORA 776, f. 22)

23 mei 1651: Tobias van der Beeck, burger van Dordrecht, verkoopt de erfgenamen van Elijsabet van Sammeling een jaarlijkse losrente van 15 gl. op een huis in de WGS tussen Bastiaen Jansz. en Jenefaes Arijensz. (ORA 778, f. 34)

1 juni 1651: Jan Jansz., korenmeter en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jan Bulij, burger van Dordrecht, een huis in de WGS tussen de erfgenamen van Jan Marcelisz. van de Berch en Claes potteelbacker [sic]. Koper is schuldig aan Margreta Dircxdr., weduwe van Jan Woutersz., 800 gl. (ORA 778, f. 36v)

7 juni 1651: Jan Jansz. van de Bosch, bontwerker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Grietgen Cornelisdr., weduwe van Jan Aertsz. Notemans, een huis in de WGS tussen verkoper en Jan Bulij. Koopster is schuldig aan verkoper 650 gl. (ORA 778, f. 39v e.v.)

 22 sept. 1651: Anthonij de Widt, burger van Dordrecht, verkoopt aan Frans Bruijn Anthonisz. een jaarlijkse losrente van 25 gl. op een huis in de WGS op de hoek van de gracht, staande tussen het huis den Soeten Inval en de gracht. (ORA 778, f. 61)

 9 dec. 1651: Reijer Gerbrantsz., burger van Dordrecht, verkoopt aan Theunis Claesz. van Leuteringe, burger van Dordrecht, een huis in de WGS in zekere gang tussen het erf van Leendert van Orten en het huis van Theunis Aertsz. slotenmaker. Koper is schuldig 300 gl. (ORA 778, f. 74v)

 

9 jan. 1652: Jan Jansz. van de Berch, schrijnwerker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Janneken Woutersdr. 400 gl., verbindende een huis in de WGS, genaamd den Oijevaer, staande tussen Grietgen Cornelisdr. en Hendricxken Jansdr., weduwe van Hans Joosten. In margine: comp. Wouterus Cools, voor zichzelf en als voogd van de kinderen van zijn overleden zuster, Johanna Cools, samen erfgenamen van hun moeder Eva Cools, en verklaart volledig betaald te zijn door Hendrick Dircxsz. van Zeelant, als eigenaar van het voornoemde huis. Schuldbrief geroyeerd op 14 mei 1662. (ORA 778, f. 80v) 

24 jan. 1652: Hendricxken Jansdr., weduwe van Hans Joosten, verkoopt aan Arijen Cornelisz. de Veer, een jaarlijkse losrente van 30 gl. op een huis in de WGS tussen Jan Jansz. van de Berch en Bastiaen Jansz. schrijnwerker. (ORA 778, f. 82v)

2 mei 1652: Jan Huijbertsz. Neeff, als man van Soetken Melis en Jan Jansz. Tomman, als man van Cornelia Melis, verklaren, dat bij de scheiding van de nalatenschap van hun schoonvader zaliger, Melis Cornelisz. slijkwerker, aan hun zwager, Jan Bastiaensz. van Houweningen, echtgenoot van Janneken Melis, is toebedeeld een huis in de WGS, staande tussen het huis van Jacob Arijensz. Turck en dat van Servaes van Hingen [van Ingen], zonder dat zij en hun andere zwager, Dirck Jansz., echtgenoot van Maeijken Melis, "eenige actie daer aen is competerende". (ORA 778, f. 102v)

3 mei 1652: Johannes Bastiaensz. van Houweningen stelt het in de voorgaande akte genoemde huis tot waarborg voor zekere zeven en een halve hont weiland, liggende "gemeen en onverdeelt" met het land van de erfgenamen van Gijsbert van Beaumont, dat eveneens een oppervlakte van zeven en halve hont heeft, in het Oude Land van Strijen omtrent Cillaarshoek, belast met een erfrente van 6 gl. jaarlijks, verkocht door zijn oom, Frans Aertsz. van Houweningen, aan Pieter Jansz. Dijckhuijsen. (ORA 778, f. 103)

20 juli 1652: Jan Bulij, burger van Dordrecht, is schuldig aan Jan Jansz., korenmeter en burger van Dordrecht, 200 gl., als restant van de kooppenningen van een huis in de WGS, staande tussen de erfgenamen van Jan Marcelisz. van de Berch en Claes ... [sic] "potteelbacker". (ORA 778, f. 130)

10 sept. 1652: Jan Jansz. van de Berch, schrijnwerker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Janneken Woutersdr. 200 gl., verbindende een huis in de WGS, genaamd den Oijevaer, tussen Grietgen Cornelisdr. en Hendricxken Jansdr., weduwe van Hans Joosten. (ORA 778, f. 135 e.v.)

19 okt. 1652: Johan Reijns, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Eeuwout Schuth, burger van Dordrecht, transporteert aan Elijsabeth Schuth en Henrick Schuth een huisje in de WGS, staande omtrent de herberg de Houthaeck tussen 's herengracht en mr. Jan ... [sic] schoolmeester. (ORA 778, f. 141v e.v.)

5 nov. 1652: Jenefaes Arijensz., schipper en burger van Dordrecht, is schuldig aan Claertgen Hendricxsdr. 200 gl., verbindende een huis in de WGS tussen Lijsbeth Moulen en mr. Thobias van Beecq schoolmeester, en een huisje in de Tolbrugstraat tussen de weduwe van Jasper Claesz. en Jan Theunisz. (ORA 778, f. 145 e.v.)

5 nov. 1652: Sara Pietersdr., weduwe van Johan Bartholomeusz. van Heck, is schuldig aan Janneken Woutersdr. 200 gl., verbindende een huis in de WGS tussen Dides Jans en Damas de Claptas. (ORA 778, f. 145v)

4 sept. 1656: Jan Damisz. Claptas en Dirck Damisz. Claptas, kinderen en erfgenamen van Damis Dircxsz. Claptas, verklaren op verzoek van hun zwager Jacob Aertsz. Binck, man van Trijntgen Damisdr. Claptas, dat bij de scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Damis Claptas, hun vader resp. schoonvader, aan Binck is toebedeeld een huis in de WGS, staande tussen het huis van Jan Corstiaensz. zakkendrager en dat van de weduwe van Jan Bartholomeusz. (ONA 177, f. 124) 

28 aug. 1657: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Isaack Nachtegael en zijn vrouw Anna Palm, gewoond hebbende te Dordrecht, beiden overleden. Door Mattheeus van der Hulst is voor de overledene gekocht voor 800 gl., waarvan 200 gl. contant, een huis in de WGS, staande tussen het erf van Leendert van Orten en het huis van Jan Apersz. zeilmaker. (ONA 195, f. 94 e.v.)

9 juli 1658: Trijntgen Theunisdr., weduwe van Hans Houbraecken, verkoopt aan Wouter Snellen, kruidenier en burger van Dordrecht, een huis in de WGS, staande tussen Jan Bullij en 's herengracht. Waarborg: Claes Robbertsz. de Wael, sledenaar en burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan Aeltgen van Tricht, weduwe van Martijn Paradijs, een bedrag van 700 gl. (ORA 781, f. 123v e.v.)