»

»

»

»

»

»

»
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»


VAN DILSEN



I. Dionijs (Nijs) van Dilsen, geboren ca. 1525, schipper, burger te Roermond, overleden na 4 mei 1588, trouwde NN

ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw): verklaring dd 9 juni 1561 op verzoek van Gillis Cornelisz. lijndraaier door Job Govertsz. kalkmeter, 30 jaar oud. De deposant verklaart, dat hij ongeveer 2 jaar tevoren met "die gemeen kalckmeters" geweest op de nieuwe toren, staande op de Nieuwe Haven, om daar aan het werk te gaan, en dat hem toen door Jan Cornelisz. kalkmeter verteld is, dat "Emmeken Anthonisdr. geseijt zoude hebben jegens eenen Nijs van Dilsen: zijt ghij dese vrouwe [waarmee zij Aeriaentgen Adriaensdr. bedoelde] wat schuldich, ziet dat ghij haer ... betaelt ofte ick zal u betoeveren".

ORA Dordrecht inv. 707, f. 110: op 30 okt. 1567 verleent Dionijs van Dilsen, burger van Roermond, procuratie ad recipienda debita aan Jan Jansz. koopman.

ORA Dordrecht inv. 727, f. 57: op 31 mrt. 1569 verlenen Dionijs van Dilsen en Jacob Rijcken, burgers van Roermond, namens Fijken Rijcken, weduwe van Jan Rijcken, procuratie ad recipienda debita en ad lites aan de procureur Adriaen de Bel.

ORA Dordrecht inv. 727, f. 116: op 18 juni 1569 legt Dionijs van Dilsen van Roermond, 45 jaar oud, op verzoek van Adriaen Henricxsz. van Schiedam, een verklaring af.

ORA Dordrecht inv. 732, f. 71: verklaring dd 19 jan. 1576 op verzoek van Neelis Block van Roermond door Nijs van Dilsen, ongeveer 50 jaar oud, Huijbert Mol, 40 jaar oud en Hendrick Prenyten, 27 jaar oud, allen burgers van Roermond.

ORA Dordrecht inv. 734, f. 88: verklaring dd 9 aug. 1578 op verzoek van Goossen Wemmersz., tollenaar te Zaltbommel, door o.a. Dionijs van Dilssen, ongeveer 53 jaar oud, schipper van Roermond.

ORA Dordrecht inv. 734, f. 100: op 23 aug. 1578 verklaart Jeronimus Cool Huijgesz. aan Dionijs van Dilssen schuldig te zijn een bedrag van 103 gl. wegens koop van een zoutpan. Koper verbindt voor deze schuld zijn huis, genaamd "de Roede Leuw", staande op de havenzijde bij de Lombardbrug tussen het huis genaamd "Sint Pieter" en het huis van Jan de kleermaker. 

ORA Dordrecht inv. 735, f. 81: verklaring dd 19 mei 1579 op verzoek van Pieter Nan Philipsz. door Dionijs van Dilsen, ongeveer 53 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 739, f. 222v: verklaring dd 1 aug. 1587 op verzoek van Corst van Nattenhoven door Dionijs van Dilsen, burger van Roermond, ongeveer 63 jaar oud en Willem Henricxsz., dienaar van Dionijs van Dilsen, ongeveer 24 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 740, f. 142: verklaring dd 4 mei 1588 op verzoek van Marijcken Cornelisdr., weduwe van Pieter Cool Jeronimusz., wonende te Rotterdam door Dionijs van Dilsen, koopman en burger van Roermond, ongeveer 63 jaar oud.

Kinderen:

a. Johan van Dilsen Dionijsz., geboren ca. 1552, volgt II

b. Willem van Dilsen, geboren ca. 1554, koopman, overleden in of na 1604, trouwde de dochter van Jan van Someren de Oude

ORA Dordrecht inv. 714, f. 62v: op 25 mei 1580 verklaren op verzoek van Matthijs van de Moelen, burger te Luik, Willem Nijssen van Dilsen, ongeveer 26 jaar oud, en Rijck Augustinsz. van Roermond, 19 jaar oud, dat zij op zondag vóór Pinksteren samen met Van de Moelen gevangen zijn genomen door de soldaten, die gelegerd zijn op het fort "Blienbeeck", en dat Van de Moelen als losgeld aan die soldaten heeft moeten betalen een somma van 100 daalders van 30 stuivers het stuk.

ORA Dordrecht inv. 737, f. 466: verklaring dd 28 april 1584 op verzoek van Corst Arentsz. van Nattenhoven door o.a. Willem van Dilsen, thans wonende te Dordrecht, ongeveer 29 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 739, f. 9v: verklaring dd 2 aug. 1586 op verzoek van Hendrick van Daele door o.a. Willem van Dilsen, ongeveer 42 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 740, f. 100, akte dd 12 april 1588: op verzoek van Jan van Someren lakenkoopman verklaart Willem van Dilsen, koopman en burger van Dordrecht, ongeveer 33 jaar oud, dat hem, als echtgenoot van de dochter van Jan van Someren de Oude, de zuster van de rekwirant, wel kennelijk is, dat Jan van Someren de Oude zeven jaar geleden de rekwirant naar de stad "Nuijs" heeft gezonden om daar te leren "de coomanschap van het wullen laecken ende het hantwerck van droechscheeren". (ORA Dordrecht inv. 740, f. 100)

c. Henrick van Dilsen

II. Johan van Dilsen Dionijsz., geboren ca. 1552, burger van Roermond, vestigt zich ca. 1579 in Holland/Dordrecht, wijnkoopman te Dordrecht, overleden vóór 19 aug. 1604, trouwde Elisabeth Martel(s), overleden vóór 19 aug. 1604 (zie M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht [Dordrecht 1677], deel II, p. 1237)

ORA Dordrecht inv. 713, f. 227: op 17 okt. 1579 verklaren Coenraerd Haers, ongeveer 37 jaar oud, en Jan van Dilsen, ongeveer 29 jaar oud, op verzoek van Huijbrecht van Schaephuijsen, burger van Roermond, dat zij beiden burger van Roermond zijn en derhalve weten, dat Huijbrecht mede burger aldaar is en "hem met hen getuijgen vuijte selve stede gehouden heeft zedert die laetste belegeringe der stede voersz. ende zedert dien tijt zijn Residentie gehouden heeft binnen Hollandt als binnen der stede van Dordrecht". Huijbrecht van Schaephuijsen en Coenraerd Haers verklaren onder ede hetzelfde m.b.t. Jan van Dilsen.

ORA Dordrecht inv. 714, f. 317: verklaring dd 9 mei 1583, op verzoek van Dirck van Grumij, burger van Luik, als erfgenaam van Henrick Ruijssen, afgelegd door Michiel van Vleeck, burgemeester van Maastricht, ongeveer 53 jaar oud, Geerard van Daler, inwonende poorter van Dordrecht, ongeveer 37 jaar oud, en Jan van Dilssen, ongeveer 30 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 737, f. 104: verklaring op 21 juni 1583 afgelegd door Jan van Dilsen, ongeveer 31 jaar oud, op verzoek van Gerit van Dalen, wijnkoper en burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 738, f. 131: verklaring op 8 mrt. 1585 afgelegd door Jan van Dilsen, ongeveer 32 jaar oud, op verzoek van Gillis Rees, Wijnant Jansz., Jacob Govertsz., Jan van Hasselt van Venlo en Jan Mathijsz. van Venlo.

ORA Dordrecht inv. 741, f. 142v: verklaring dd 2 okt. 1590 door Jan van Dilsen, wijnkoopman te Dordrecht, ongeveer 38 jaar oud, op verzoek van Jan Plouch, als echtgenoot van de weduwe van Jan Steenkens.

ORA Dordrecht inv. 899, akte dd 19 aug. 1604: op verzoek van Corstiaen van Dilssen, zoon van Jan van Dilssen, verwekt bij Lijsbeth Martels en Willem van Dilssen, als oom en voogd van de onmondige weeskinderen van voornoemde Jan van Dilssen en Lijsbeth Martels, verklaren Jan Jacobsz., burger van Dordrecht, 35 jaar oud en Michiel Jansz., inwoner van Dordrecht, 22 jaar oud, dat zij Jan van Dilssen en Lijsbeth Martelsdr. goed gekend hebben, dat zij bij elkaar tijdens hun huwelijk onder meer een zoon verwekt hebben, genaamd Jan van Dilssen de jonge, die onlangs op reis, komende uit Oost-Indië, overleden is en dat derhalve Corstiaen van Dilssen en zijn broers en zusters erfgenamen zijn van voornoemde Jan van Dilssen, hun overleden broer.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Christiaen Jansz. van Dilsen, volgt III

b. Jan van Dilsen de jonge, overleden kort vóór 19 aug. 1604, OSP

c. Marten van Dilsen, geboren naar schatting ca. 1585, hoedenstoffeerder, zijdenlakenkoper te Dordrecht, van Dordrecht (1611), weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Augustijnenkerk (1631, 1635), overleden ca. 1638, trouwde 1e NG Dordrecht 14/30 aug. 1611 Eva van Nerem Fijtendr., van Dordrecht (1611), 2e NG Dordrecht 19 okt./4 nov. 1631 Beliken Jacob Martensdr, 3e NG Dordrecht 21 okt./4 nov. 1635 Burchje Jansdr. de Both

NG trouwboek Dordrecht 14 aug. 1611: Marten van Dilsen Jansz. hoedenstoffeerder en Eva van Nerem Vijtendr. [Fijten] beiden van Dordrecht, getrouwd op 30 aug. 1611

NG trouwboek Dordrecht 19 okt. 1631: Marten van Dilsen hoedenstoffeerder weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Augustijnenkerk en Beliken Jacob Martensdr. van Zevenbergen wonende bij de Visbrug, getrouwd op 4 nov. 1631

NG trouwboek Dordrecht 21 okt. 1635: Maerten van Dilsen Jansz. zijdenlakenkoper weduwnaar wonende omtrent de Augustijnenkerk en Burchje den Bot jonge dochter weduwe van Daniël Meertensen wonende in de Kannenkopersbuurt beiden van Dordrecht, procl. te 's-Gravenhage, getrouwd op 4 nov. 1635

ORA Dordrecht inv. 1607, f. 95 e.v.: op 29 juli 1638 verkopen Jacob Stoop, achtraad van Dordrecht, namens de kinderen van wijlen Maerten van Dilsen, en Dirck Jansz. Both, bakker en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Burchien de Both Jansdr., weduwe van Maerten van Dilsen, aan Baerthout Arijensz. Mesian, burger van Dordrecht, een huis bij het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe van Jacob Gabrielsz. en dat van Henrick Henricxsz. bakker. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 1325 gl. Borg: Marijcken Baerthouts, weduwe van Jan Arijensz. munter.

III. Christiaen Jansz. van Dilsen, geboren ca. 1578, van Dordrecht (1603), bakker, trouwde NG Dordrecht 16 febr./9 mrt. 1603 (proclamatie Klundert) Susanna Wiltens (Wieltens) *, van Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 747, f. 88v: op 8 april 1604 verkoopt Jaecques de Villeers, tafelhouder van de Bank van Lening te Dordrecht, aan Corstiaen [sic] van Dilsen een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Jan van Elssen en de gang van verkoper. Bij de koop is bedongen, dat Christiaen van Dilsen naar believen mag "timmeren [bouwen] over den gang beneffens 't voorsz. huijs gelegen". Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 1800 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 130 gl.

ONA Dordrecht inv. 10, f. 434 (oude nummering) e.v.: op 7 jan. 1611 comp. voor notaris P. Eelbo Frans Evertsz. wijnkoper, inwoner van Dordrecht en legt op verzoek van Christiaen van Dilse, zoon van wijlen Jan van Dilse, mede vervangende zijn broers en zusters, en ten behoeve van Willem en Henrick van Dilse, kooplieden en inwoners van Dordrecht [broers van Jan van Dilse: cf. Balen, o.c., p. 1237] een verklaring af. Hij getuigt, dat hij op 4 jan. 1611 is geweest "in seker geselschap, bekennende dat hij deponent met den dranck was bevangen ten tijde hij int selve geselschap is gecomen, ende dat hij onder andere propoosten heeft gesegt sekere injuriuse woorden tot nadeele vande eere en reputatie vanden voorsz. Jan van Dilse saliger, mitsgaders oock van den voorn. Willem van Dilsen, bekennende dat hij comparant ten onrechte de voorsz. personen heeft gecalomnieert sonder eenighe actie ofte redenen daer toe te hebben." De rekwiranten verklaren, dat zij Frans alles vergeven, op voorwaarde dat hij aan de huisarmen van Dordrecht drie dubbele ducaten in specie zal schenken.

ONA Dordrecht inv. 11,. f. 228 e.v.: op 5 dec. 1613 comp. voor notaris P. Eelbo Willem van Dilse koopman, ongeveer 58 jaar oud en Christiaen van Dilse bakker, ongeveer 35 jaar oud. Zij leggen een verklaring af op verzoek van Melchior Diricxsz., schipper van Roermond. Akte door beiden ondertekend.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Joannes, 1607

b. Machtel, 1609

c. Dionisius, 1611

d. Elisabeth (Lijsbeth) van Dilsen, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1615, overleden in of na 1661, trouwde in 1637 Ludolff van Hattum (van Hattem), sledenaar te Dordrecht

ONA Dordrecht inv. 138, f. 364, akte dd 8 juli 1659: Ludolff van Hattum, sledenaar en burger van Dordrecht is aan Anthonij Moliers, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een bedrag van 220 gl. schuldig wegens reparatie van een gevel, "puije" en anderszins in en aan zijn huis in de Doelstraat, staande tegenover de poort van het Weeshuis naast het huis van Cornelis Dircxsz. van Oosterwijck.

ONA Dordrecht inv. 140,f. 680 e.v., akte dd 20 dec. 1661: Corstiaen van Hattum, chirurgijn, jongman wonende te Dordrecht, verklaart, dat zijn vader, Ludolff van Hattum, in zijn leven "hebbende het offitie vanden inslach van bieren", onlangs is overleden en dat het voornoemde ambt daardoor vacant is geworden. Zijn moeder, Elisabeth van Dilsen, is "weduwe gebleven ... met vijf kinderen, behalven den comparant, sonder eenige middelen ofte immers gansch weijnich waer vvt zij d'voorsz. kinderen soude alimenteren." Men heeft aan het Gerecht te Dordrecht verzocht, of de comparant met het ambt begunstigd zou mogen worden en Corstiaen heeft vervolgens de toezegging gekregen, dat hem dat toegestaan zal worden. Hij belooft nu aan zijn moeder tot haar overlijden de helft van de winsten, die hij uit het ambt zal verkrijgen, te zullen afdragen, mits zij zich verplicht om voor  hem, wanneer hij de "pruve" als chirurgijn gaat doen, de onkosten daarvan te betalen, in het bijzonder die van het "proefmaal". Hij tekent met zijn naam.

e. Emerentia, 1617 

* Susanna Wiltens, geboren te Dordrecht naar schatting ca. 1575, dochter van Jan Anthonis Jan Henricksz. Wiltens en Mechtild Matheus Jorisdr. Jan Wiltens werd ca. 1535 geboren, vermoedelijk te Breda en is overleden te Dordrecht tussen 29 jan. 1582 en 4 mei 1595 (vermoedelijk al vóór 1594, daar hij niet in de verponding van dat jaar wordt vermeld).  Hij was een zoon van Anthonis Jan Henricksz. Wiltens en diens eerste vrouw Anna Henrick Jansdr., die eerder weduwe was van Henrick Goossensz., uit welk huwelijk een zoon Goossen Henricksz. Jan Wiltens vestigde zich tussen 1567 en 1576 te Dordrecht. (CBG, Dossier Wiltens in Collectie Wijnaendts van Resandt)

ORA Dordrecht inv. 711, f. 94, 3 april 1576: Jan Wiltens, waard in "de Oraignenboom" te Dordrecht, stelt zich borg voor Jacob Hamers van Breda, voor de lichting van 6 ponden groten Vlaams, die berusten onder Pieter Lucasz. in de Wijnberch te Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 712, akte 33: op 11 april 1577 transporteert Hieronimus Cool aan Jan Wiltens van Breda 3/4 parten in een huis op de Riedijk, genaamd "den Keijser", waar nu uithangt "het Wapen van Amsterdam", welke 3/4 parten toebehoord hebben aan Adriaen Govertsz. Moesiënbrouck - belenders van dit huis niet vermeld -  "in alle vougen, manijeren ende zulcx als hij comparant dselve drie vierde parten van de stede Dordrecht ende Staten van Hollant gecocht heeft." Ingeval Moesiënbrouck wederom in de eigendom van zijn aandeel in het huis hersteld wordt, zal de verkoper aan Jan Wiltens "laeten volgen" de zes jaar huur, die volgens de huurcedul daarvan zijnde ingegaan is op meidag 1576. (Moesiënbrouck behoorde tot een katholieke familie. Vermoedelijk waren zijn bezittingen geconfisqueerd, nadat hij tijdens de omwenteling van 1572 uit de stad gevlucht was. [ABdH]) Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 100 gl. te betalen met Pasen eerstkomende. Wiltens betaalde voor dit huis, dat ongeveer in het midden van de Riedijk stond, 12 gl.  in de 50e penning van 1580. (50e penning Dordrecht, f. 44v)

ORA Dordrecht inv. 712, f. 210v, 7 jan. 1578: Jan Wiltens, inwonende poorter van Dordrecht en Roelandt Maryschal van Middelburg leggen op verzoek van Peter Mondees van Breda, als gemachtigde van zijn broer Sijbert Mondees "en consoorten", een verklaring af.

ORA Dordrecht inv. 733, f. 255v, 23 april 1578: op verzoek van de vrouw van Hans Eijckens, waard in "de Pellecaen", verklaren Jan Wiltens van Breda, waard in "de Orangenboom" op de Riedijk, ongeveer 44 jaar oud, en Henrick Adriaensz. van 's-Hertogenbosch, 32 jaar oud, beiden burgers van Dordrecht, dat in of omstreeks januari 1578 zij als schutters overdag de wacht gehouden hebben in het wachthuisje op de Boom en dat toen bij hen gekomen is Dirck van Doeren, die beweerde, dat hij voor zijn broer Huijbert van Doeren aan Hans in de Pellecaen een huis op de Riedijk, genaamd "de Swarte Mannekens", verhuurd had.

ORA Dordrecht inv. 714, f. 10: op 12 jan. 1580 verklaren Johan Wiltens, waard in "de Oraengieboom", Antoni Wiltens, schoenmaker, en Sijmon Wiltens, kramer, allen poorters van Dordrecht, voor zichzelf en samen vervangende Herman Wiltens, hun broer, die in Breda woont, dat zij vernomen hebben, dat hun broer Huijbert Wiltens, in zijn leven wonende te Norwich in Engeland, overleden is, "ende dat overmits de notelicke affairen als zijluijden ... te doen hadde, [zij] nijet en conden taelen naer de goederen die den selven haeren broeder ... naergelaeten mach hebben". Derhalve verlenen zij volmacht aan Joris Fen uit Engeland, thans verblijf houdende in Dordrecht, om de goederen, die zij geërfd mogen hebben van hun overleden broer, te aanvaarden en in ontvangst te nemen. 

ORA Dordrecht inv. 714, f. 55: op 23 april 1580 leggen mr. Joriaen Oostermans, stadschirurgijn te Dordrecht, ongeveer 50 jaar oud, en Hans Wiltens, waard in "de Oraengienboom", 45 jaar oud, op verzoek van Hans Stipel een verklaring af. De deposanten getuigen, dat in de voorgaande nazomer Hans Wiltens in aanwezigheid van mr. Joriaen bij de vrouw van Cornelis Anthoenisz. stadtsbode "aenbesteedt heeft een knechtken van Breda diemen meijnde dat hij den steen hadde ende bij den voorsz. mr. Joriaen gesneden soude werden ende connende dvoorsz. mr. Joriaen den steen nijet vinden heeft inde tweede visitatie raetsaem gevonden datmen tselve knechtken stooven zoude omme soe den steen bequaemelijk te vinden. Ende zij getuijgen ten tijde vande selve tweede visitatie bevindende dat de costen tot negen stuvers sdaechs te zwaer vallen souden ende bij tvoorn. knechtken nijet betaelt en souden moegen werden hebben met desselfs Cornelis Anthoenisz. huijsvrouwe gesproecken dat zij den zelve jonckman metten weeck aennemen soude ende daer mede te vreden zijnde zijn zij getuijgen mette zelve Cornelis Anthoeniszoens huijsvrouwe naer loeff ende bot geaccordeert dat zij ter weecke hebben soude een ende twintich st.". 

Keisnijder, door Lucas van Leyden

ORA Dordrecht inv. 735, f. 261v: op 30 april 1580 verklaren Anthoni Wiltens schoenmaker en Simon Wiltens kramer, beiden van Breda en thans wonende te Dordrecht, dat hun broer Huijbrecht Wiltens enige tijd geleden overleden is en in zijn testament tot erfgenamen heeft benoemd de kinderen van zijn halfbroer Goossen Henricxsz. Aangezien zij niet in de gelegenheid zijn om naar Breda te reizen, verlenen zij machtiging aan hun broer Jan Wiltens om met de weesmeesters van Breda de verdeling van de erfenis te regelen.

ORA Dordrecht inv. 735, f. 274: op 11 mei 1580 verleent Jan Anthonisz. Wiltens, burger van Dordrecht, door de weesmeesters van Dordrecht aangesteld tot voogd over de drie onmondige dochters van wijlen Goossen Henrick Goossensz., wier moeder was Marie Cornelis Steenhouwersdr. procuratie aan Joris Fen, koopman te Antwerpen, om te vorderen alle goederen, die de kinderen geërfd hebben van hun oom Huijbrecht Wiltens, die gewoond heeft te Norwich in Engeland.

ORA Dordrecht inv. 735, f. 306: verklaring dd 5 juni 1580 op verzoek van Guillaume de Roere, burger van Dordrecht, door o.a. Jan Wiltens, waard in "de Orangeboom", ongeveer 45 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 47: op 24 sept. 1580 comp. Jan Wiltens, waard in de "Orangeboom" te Dordrecht, Anthoni Wiltens schoenmaker en Simon Wiltens kramer, mede wonende te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende hun broer Herman Wiltens, die in Breda woont, als ooms en voogden van de onmondige kinderen van wijlen Goossen Henricx, in zijn leven gewoond hebbende te Breda, hun halfbroer. Comparanten verklaren in hun genoemde hoedanigheid voldaan en vergenoegd te zijn door Joris Fen, koopman van Antwerpen, "van alle alsulcke handelinge, administratie ende onderwindinge", welke Fen gedaan heeft, krachtens twee door comparanten verleden procuraties van resp. 12 jan. 1580 en 11 mei 1580, over de goederen van voornoemde weeskinderen, hun aangekomen overeenkomstig het testament van Huijbrecht Wiltens, die is overleden in Engeland.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 263v: verklaring dd 18 nov. 1581 door Simon Wiltens kramer, ongeveer 35 jaar oud, op verzoek van de erfgenamen van Jacob Gribbertsz.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 285v: op 29 jan. 1582 verklaart Jan Wiltens, wonende in "de Orangeboom" te Dordrecht, dat hij tot bevrijding van een borgtocht van 448 Rijnse gl., die Pieter Cornelisz. korenkoper voor hem gedaan heeft ten behoeve van Daniël van Vlierden van 's-Hertogenbosch, thans wonende te Dordrecht, speciaal verbonden heeft 3/4 parten in een huis op de Riedijk, staande tussen Cornelis Claesz. stoeldraaier en dat van Pieter Laurensz.

ORA Dordrecht inv. 715, f. 227: op 16 aug. 1584 verkoopt Sijmon Wiltens aan Cornelis Hubrechtsz. een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen de "spijcker" van Adriaen Moesienbrouck Adriaensz. en het erf van Hans van Nimmegen in "de Drie Appelen van Oraengien". Waarborg: Anthonij Wiltens schoenmaker. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 337 Rijnse gl. van 20 stuivers het stuk. Borg: Jan Jacobsz. tingieter.

ORA Dordrecht inv. 738, f. 176v: op 16 mei 1585 verlenen Anthoni Wiltens en Sijmon Wiltens, burgers van Dordrecht, als "wettelicke momboirs [voogden]" van Grietgen, Barbara en Thoentgen Hendricxsdrs.[sic], nagelaten weeskinderen van Goessen Hendricxsz., machtiging aan Joris Vent, wonende te Norwich in Engeland, om te vorderen hetgeen men aldaar aan genoemde kinderen schuldig is.

ORA Dordrecht inv. 743, f. 310: op 4 mei 1595 verkopen Simon en Anthoni Wiltens, gebroeders, als voogden van de weeskinderen van wijlen Jan Wiltens, hun broer, aan Jan IJven, Engelsman, 3/4 parten van een huis op de Riedijk, genaamd "de Keijser", waar tegenwoordig uithangt "de Ariaegnenboom "[sic], staande tussen het huis van Cornelis Adriaensz. stoeldraaier en dat van de weduwe van Pieter Laeurens hoedenmaker. Waarborgen: Simon en Anthoni Wiltens. Koper kent schuldig aan verkopers een somma van 968 gl. Borgen: Jan Woutersz. bakker en Cornelis Ariensz. bakker.