KILLE ONTVANGST



                                                                                         

Het schip op deze afbeelding is de "Orontes"; daarmee zijn mijn moeder, mijn 2 broers, 3 zusters en ik (gedwongen) vanuit Singapore naar het kille Nederland vertrokken. De oudste broer is eerder naar Nederland gestuurd om te studeren. Dit ging niet zonder slag of stoot! Vader moest alle zeilen bijzetten om aan de benodigde papieren (paspoorten) te komen, ondanks het feit dat hij kon aantonen dat wij voor 100% Europees (Nederlands) ingezetene zijn! Met allerlei trucs, insinuaties en demotiverende verhalen over Nederland trachtte de betreffende ambtenaar vader te overtuigen om maar in IndonesiŽ te blijven...!? Gelukkig was vader van het type dat zich niet zomaar opzij liet schuiven zoals zovelen die zich helaas wel lieten misleiden met alle gevolgen van dien! Vader hield voet bij stuk en stond op zijn rechten als Nederlands ingezetene en uiteindelijk kreeg hij zijn felbegeerde papieren voor zowel hem als ons allemaal! Tja, wat voor keuze was er eigenlijk nog: een onzekere toekomst in IndonesiŽ of hetzelfde in Nederland maar wel "veiliger"....?? Want dat stond vast: IndonesiŽ werd voor onze categorie onveilig en de agressie werd dagelijks steeds meer voelbaar! Zonder gewapend escorte durfden onze ouders niet meer de stad in en naar school gaan moest eveneens met gewapend escorte! De onderneming waar wij zaten (Suikerfabriek Gempol bij Cirebon) werd zwaar bewaakt en de hele ondernemeing werd ommuurd tot bijna 3 meter hoogte met prikkeldraad, enz. enz. Vader liep met een pistool als hij het veld in moest voor inspectie. Zijn collega, meneer Mehlbauw vond gewapend rondlopen niet nodig en dat heeft hem uiteindelijk zijn leven gekost;  op een dag werd hij vermist en tegen de avond vonden ze hem in het suikerrietveld; vermoord door de pemuda's. De onderlinge spanningen liepen toen hoog op dat was een keihard feit! Zo hoog dat vader er alles aan deed om zijn gezin veilig naar Nederland te sturen toen de noodzakelijke voorbereidingen zo goed en zo kwaad als mogelijk getroffen werden. Er was trouwens nauwelijks tijd om in te pakken. Er werden snel en haastig zoveel mogelijk persoonlijke spullen bij elkaar gegrist; daarna samen met enkele andere families in een paar auto's gefrommeld en onder escorte ging het linea recta zo snel als het maar kon richting Jakarta, naar de haven Tandjung Priok. Daar werden wij verzameld in een, naar ik mij kan herinneren, voormalige KNIL kazerne o.i.d. Dag en nacht werden wij beveiligd tijdens het wachten op inscheping aangezien de situatie buiten steeds gevaarlijker werd. Ik kan mij herinneren dat wij te dicht bij de toegangspoort speelden, bij de slagboom. Onmiddellijk greep de beveiliging in om ons verder binnen het kamp te brengen vanwege gevaar op ontvoering of erger......Met de Waterman vertrokken wij richting Singapore. Mijn oudste broer is door vader al eerder naar Nederland gestuurd om te studeren. Vader moest nog maanden achterblijven om de leiding van de suikerfabriek (Gempol, bij Tjirebon) over te dragen aan de IndonesiŽrs. Hij arriveerde later, omstreeks juli 1958, in Nederland, eveneens met een Engelse boot, de "Strathaird".

In januari 1958, midden in de winter, kwamen wij in Rotterdam aan. Letterlijk en figuurlijk in een KIL Nederland. Winterkleding hadden we niet aan; wat we aan ons lijf droegen was alles wat wij nog  bezaten aangezien er niets maar dan ook niets meegenomen mocht worden uit ons huis. Na ontscheping werden wij niet "verwelkomd" door een schare aan "welkomstcommite's" (lees: "instanties", zoals nu het geval, die zich intensief inzetten voor de "vluchtelingen" van deze tijd), maar door een ijskoude wind, de sneeuw en de intense stilte. In een grote, donkere loods, waar het steenkoud was, moesten wij in lange rijen wachten op hetgeen gebeuren moest: registratie en administratieve rompslomp. Ondanks de heersende kou in de nog steeds dunne "tropenkleding"; ter bescherming tegen die kou werd........................niets maar dan ook helemaal niets verstrekt. Al trappelend en bibberend moest geduldig gewacht worden op zijn/haar beurt. Als kind beseften wij het eigenlijk niet helemaal......., dat moment......, want de sneeuw buiten trok onze aandacht. Ik kan het mij, nu, wel goed voorstellen, hoe wanhopig en ellendig mijn moeder en haar leeftijdgenoten zich gevoeld moeten hebben! Uiteindelijk, nadat de registratie en andere formaliteiten geregeld waren, werden wij in gereedstaande bussen gestopt met als reisdoel: de (toen nog) legerplaats Budel wat voorheen een doorgangskamp was voor verder transport van Joden naar de concentratiekampen!!. Een reis van dik twee uur moet dat geweest zijn maar in ieder geval konden wij in die twee reisuren een beetje op temperatuur komen want zowaar onze bus had verwarming.......en buiten was alles prachtig wit......een anticlimax na die donkere, steenkoude loods!

Budel: ik kan mij slechts grauwe, donkere en oude gebouwen herinneren met binnen reuzengrote potkachels in het midden van de zaal, die flink stonden te gloeien. In dat gebouw stond het ontvangstcommitť klaar en of het nu vrijwilligers waren i.c.m. de aanwezige militairen, ik weet het niet meer precies; in ieder geval deelde men daar kleding en schoeisel uit. Nieuw??; vergeet het maar!! Gebruikt wel te verstaan en uiteraard nooit de goede maat! Maar we mochten niet klagen, toch?? Wij moesten blij zijn dat wij Nederland in mochten!? En klagen dat deden onze ouders dus niet. Ze moesten toch dankbaar zijn want klagen was onbeleefd! Zonder meer mochten ze hun gevoelens niet uiten, dat is ontoelaatbaar in onze cultuur. Het was deels warme kleding en als het zomerkleding betrof dan nam je van elk twee of drie want dan was je er een beetje zeker van dat je jezelf warm kon houden. Bovendien had je ruimte genoeg aan je lijf met die grote maten en het hield je warm toch? En of je er nu aantrekkelijk uitzag of niet in die kleding, daar had toch niemand een boodschap aan.......

Hoe lang wij daar in Budel moesten verblijven weet ik niet meer precies; twee maanden? Drie maanden? Geen idee...... als dieren in een kooi verbleven wij die tijd met diverse families in een ruimte, zonder enige vorm van privacy.....Deed mij ergens aan denken....., uit WOII. Het was een verademing toen wij eindelijk konden vertrekken, maar waarheen? Geen idee....... Uiteindelijk kwamen we in Vught aan, in een contractpension: pension "De Hut", aan de Loonsebaan. Vergeleken met Budel was dit een luxe verblijf, net als in een hotel althans zo leek het.......... De realiteit daarna bleek anders..............!

In dit pension werd iedere familie een of meerdere kamers toegewezen. Zover ik mij kon herinneren kregen wij 3 kamers: 1 voor de ouders, 1 voor de meisjes en 1 voor de jongens. Ik sliep op een zolderkamertje, samen met mijn oudste broer. Zo snel mogelijk werden wij op school ingeschreven maar we werden allemaal een klas "teruggezet": in IndonesiŽ (voorheen "Nederlands IndiŽ") zat ik o.a. in de 5e klas; in Nederland moest ik opnieuw beginnen in de 4e klas.......enz., enz. Terwijl ik meer wist van Nederland dan de Nederlanders van het voormalig Nederlands IndiŽ!  Zelfs bij het besluit om over te gaan naar het middelbaar of hoger onderwijs voor ons, werden onze ouders gedwarsboomd door de schoolbesturen. Het advies was telkens: de LTS voor de jongens en de "Spinazie academie" (lees: Huishoudschool) voor de meisjes!! Daar waren wij goed voor en niets anders! Gelukkig lieten onze ouders het er niet bij zitten en schreven ons tegen alle "regels" in toch op het soort onderwijs waar ze ons geschikt voor achtten en we hebben het dubbel bewezen! 

De periode in pension "De Hut" was met name voor onze ouders een periode om zo snel mogelijk te vergeten. Regels, regels en nog eens regels.... een streng regime heerste er. Het eten was niet aangepast aan onze gewoonten en slecht; nee de aardappels, havermout, brood e.d. werd ons letterlijk en figuurlijk in de strot geduwd. De pensionhouders hebben het grootste deel van de overheidsgelden in eigen zak gestoken; er werd zo goedkoop mogelijk ingekocht en van slechte kwaliteit; soms hadden we het idee dat het voedsel bijna aan de bederfelijke termijn zat want regelmatig was de smaak van bedenkelijk niveau! Na een week kon je op je vingers natellen wat je de volgende dag te eten kreeg, week in, week uit. Ik herinner mij het moment dat mijn vader een petroleumbrandertje kocht zodat mijn moeder met veel kunst en vliegwerk een Indische hap kon bereiden hetgeen uiteraard niet gemakkelijk was met een dergelijk apparaat. Het duurde maar wat lang voordat bijvoorbeeld de rijst gaar werd. In ieder geval ze konden een beetje kleur geven in het dagelijkse eentonige, kwalitatief slechte en smakeloze menu van het pension.

Toen vader in Nederland kwam werd hij met de neus keihard op de feiten gedrukt: al zijn kennis, (Nederlandse!) diploma's en opgedane ervaringen, zowel bij de Koninklijke Marine (!?) als de Suikerondernemingen ten spijt was hij in Nederland terug.......... bij AF!  Van waarnemend 1e Machinist op o.a. sf Gempol, met alle emolumenten zoals: een woning conform zijn functie, een dienst- en privť-auto, personeel, betaald verlof naar Europa, e.d. moest hij in Nederland diep terugvallen in een functie, ver onder zijn niveau: arbeider o.a. in de kruitfabriek de Kruithoorn in Den Bosch en de DAF fabriek te Eindhoven. Een grotere vernedering voor hem en zijn gezin kon men zich niet voorstellen Op een leeftijd, waar hij normaliter al kon denken aan een relaxte avond na een dag hard werken, deed hij wat van hem werd verwacht om zijn gezin fatsoenlijk te kunnen onderhouden: avondstudie! Het enige lichtpunt op dat moment was het feit dat hij vanuit Den Haag door een hoge (Indische) ambtenaar van het Ministerie van Onderwijs de volledige steun en vertrouwen kreeg. Dus, ondanks een gezin met zeven kinderen, na een lange dag werken, elke dag de schoolbanken in tussen de jongeren...........uiteindelijk na 3 lange jaren de grote dag van het examen met als resultaat: gezakt op een half punt...... Een grote desillusie wat lang nadreunde. En een herexamen, alleen voor dat vak was destijds niet mogelijk......Maar vader was niet stuk te krijgen en klagen deed je toch niet? Echter de frustraties welke hij vanuit zijn cultuur niet openlijk mocht uiten, kwamen op andere wijze naar buiten: zeer in zichzelf gekeerd, nors, kortaf en slechts geobsedeerd op een nieuwe carriŤre........Een vader zijn voor zijn gezin zat er, begrijpelijkerwijs, niet in.......Alle tijd en energie werd gestoken in slechts een doel: carriŤre!! Helaas, een baan op zijn niveau en naar capaciteiten, helaas dat zat er niet (meer) in. Dan maar niet heeft hij wellicht gedacht: ooit zal er gerechtigheid voor mij komen, hoe en in welke vorm dan ook. Door geluk (of toeval wie zal het zeggen?) werd hem een baan als technisch medewerker aangeboden op een HTS; hoewel eveneens ver onder zijn niveau heeft hij die kans aangegrepen om hoe dan ook zijn gezin te garanderen van een bescheiden maar zekere toekomst. Jarenlang heeft hij, stilzwijgend, zoals zijn aard en verantwoordelijkheidsgevoel hem zijn ingegeven, deze baan met volle overgave uitgevoerd. Dit tot grote tevredenheid van zijn superieuren. Zelfs overwerk was hem nooit teveel, puur om zijn grote gezin tenminste een normaal leven te laten genieten en zijn kinderen de kans te geven te studeren. En elke cent ging naar ma, die de financiŽle touwtjes strak in handen hield. Helaas werd dat alles later niet altijd op zijn volle waarde ingeschat..........zijn opofferingsgezindheid en verantwoordingsgevoel naar zijn gezin toe, ten spijt. Eind zeventiger jaren, dicht tegen zijn verdiend pensioen aan, kreeg hij (deels) de gehoopte en voorziene gerechtigheid: hij en moeder kregen een WUV uitkering, als compensatie voor met name, het materiele leed wat hen is aangedaan, zowel door de Jap, de bersiap periode als de toenmalige overheid. Over moreel en/of fysiek leed werd nooit gesproken! Vader werd deels "gerehabiliteerd", in zijn toenmalige functie, doordat men de uitkering baseerde op het bereikt niveau (vlak voor zijn vertrek) en moeder kreeg een uitkering voor de op latere leeftijd ontstane lichamelijke klachten; vanwege de mishandelingen door de Jap. Ondanks dit "geluk" wat hen toelachte was vader sedert zijn gevoel voor onderwaardering, discriminatie en teleurstellingen in combinatie met het aangedane leed en ontberingen in het interneringskamp, een verbitterd mens geworden wat zijn weerslag vond binnen zijn gezin. Ook wij moesten het thuis ontgelden en met name de oudste zoon was letterlijk en figuurlijk het zwarte schaap. Deze gevoelens van miskenning en onderwaardering waren ook in feite niet te compenseren in geld; een officieel document, met de benodigde excuses en compensatie in de vorm van erkenning en rehabilitatie, zouden veel meer waard geweest zijn. Deels heeft het extra inkomen de pijn verlicht maar NOOIT de mentale pijn. 

Bovendien werd daarvan bijna de helft weer ingehouden door de belasting hetgeen uiteindelijk de bitterheid alleen maar deed toenemen. Tot overmaat van ramp overleed moeder na een lange lijdensweg en bleef hij ALLEEN achter, in een leeg en "kil" huis.....slechts stilte viel hem ten deel. Zijn "troost" of afleiding zocht hij in de muziek want de stereo-installatie was zijn trots en enige afleiding; ook zijn 1e nieuwe auto........ Doch voor hem hoefde het allemaal niet meer zo, vooral vanwege de talloze teleurstellingen welke hem ten deel vielen, na moeders overlijden. Vader was een man van weinig woorden maar ALS hij iets deed of zei dan was het meestal raak en uiteraard niet altijd terecht ..........maar hem alleen daarop veroordelen en daardoor volledig uitbannen gaat m.i. te ver. Wie geeft ons het recht daartoe? Om hem op zijn fouten te oordelen of zelfs te veroordelen?? Hij stierf, helaas eenzaam maar niet alleen, want op dat moment was moeder er om hem op te halen; want hij stierf op haar plek: de stoel waar zij altijd heeft gezeten, bij het raam en wat hij na haar dood altijd heeft gerespecteerd en koesterde en nooit meer gebruikte...... Daar vond ik hem op die bewuste zaterdagochtend, ontspannen met een glimlach......