KWARTIERSTAAT



Kwartierstaat Wilhelmus (Helmoed) en Maria Adelheid (Annemarie) Boom

Inleiding

Een kwartierstaat is een overzicht van de voorouders van één of meerdere personen. In dit geval van de maker van deze site en zijn zus. Volle broers of zussen zijn altijd de enige personen die dezelfde kwartierstaat hebben.  Per generatie verdubbelt, in principe, het aantal voorouders.

 Hierop bestaan uitzonderingen. Soms is een voorouder niet bekend en dan ontstaan zogenaamde "lege"kwartieren. Ook kan het voorkomen dat een bepaald ouderpaar meerdere kinderen had die tot de voorouders van de persoon die in een bepaalde kwartierstaat als "begin" voorkomt behoren. In dat geval ontstaat het zogenaamde  "kwartierverlies".  De hoofdpersoon van een kwartierstaat wordt door genealogen ook wel de "proband"genoemd.

Meestal wordt bij het maken van een kwartierstaat een standaard nummering aangehouden.Je bent zelf nummer 1, je vader is nummer 2, je moeder is nummer 3, je grootvader van vaders kant is nummer 4 enzovoort. Per generatie verdubbelen het aantal voorouders. Je bent zelf alleen, je hebt 2 ouders, 4 grootouders, 8 overgrootouders, 16 betovergrootouders, 32 oud-overgrootouders. Vanaf dat moment gaat het snel. Generatie 7 heeft 64 voorouders, generatie 8 al 128, generatie 9 256, generatie 10 512 enz.  Die mensen zijn er wel (geweest), maar meestal niet meer te traceren.

In de tijd vanaf de invoering van de burgerlijke stand ( in 1811) is het in het algemeen niet zo moeilijk  voorouders te vinden. Voor 1811 wordt het lastiger. De basis van de informatie die leidt tot de kwartieren moet worden opgezocht in de doop, trouw en begraafboeken die door de kerken werden bijgehouden. Daarbij was het dan ook lang zo dat bijna iedereen voor de gereformeerde kerk moest trouwen, ook als was men bijvoorbeeld katholiek.De enige uitzondering hierop werd gemaakt voor de joden.  Begraafboeken werden relatief helemaal weinig bijgehouden en waren eigenlijk meer een "boekhouding"voor de kerk dan een "officieel"document.

Als men nagaat dat de verplichting tot het aanleggen van doop en trouwboeken onstond tijdens het Concilie van Trento, rond 1570 en deze verplichting in onze streken pas vanaf ongeveer 1600 werd nagekomen en dat er in de loop van de eeuwen ook de nodige boeken door brand, waterschade, slecht beheer enz. zijn verdwenen, dan wordt duidelijk dat men zich echt gelukkig mag wanen als de voorouders tot rond het jaar 1600 kunt terugvinden. Voor de meesten onder ons zit dat er niet in. Wel zijn er dan soms nog andere bronnen, zoals bijvoorbeeld de rechterlijke archieven. Maar dan moest men wel bezit hebben of bij voorbeeld zaken hebben gedaan die niet door de beugel kunnen.

 Generatie I

1.      Wilhelmus (roepnaam Helmoed) Boom, geb. 30-05-1959 te Utrecht, beleidsadviseur personeel en organisatie

Helmoed Boom, zomervakantie 2009 Camargue , Frankrijk

Maria Adelheid (roepnaam Annemarie) Boom, geb. 26-04-1962 te Utrecht, fysiotherapeute

Generatie II

2.      Jan Gerrit Boom, geb. 15-07-1925 te Hengelo (O), overl.17-06-1999 te Tiel, chef de bureau, trouwt 23-11-1955 te Enschede

Jan Gerrit Boom

3.      Johanna Theresia Maria Goorkate, geb. 30-12-1928 te Lonneker, apothekersassistente

Johanna Theresia Goorkate

Huwelijk Jan Gerrit Boom en Johanna Theresia Maria Goorkate, bij kloosterkapel Dolphia te Enschede

Generatie III

4.      Jan Hendrik Willem Boom, geb. 27-03-1886 te Hengelo (O), overl. 29-08-1968 te Rijssen, houtbewerker, trouwt 12-05-1917 te Enschede

Jan Hendrik Willem Boom en Johanna Rosink, huwelijksfoto

Jan Hendrik Willem Boom en Johanna Rosink op latere leeftijd

5.      Johanna Rosink, geb. 18-05-1885 te Enschede, overl. 19-02-1966 te Hengelo (O)

6.      Johannes Bernardus Goorkate, geb. 18-11-1893 te Enschede, overl. 19-05-1972 te Enschede, drogist, trouwt 09-09-1926 te Enschede

Johannes Bernardus Goorkate (rechts) voor de drogisterij Holst, waar hij zijn hele werkzame levenwerkte

Huwelijk Johannes Bernardus Goorkate en Maria Adelheid Oude Munnink

Woning van Johannes Bernardus Goorkate aan de Oosterstraat 42D te Enschede. Alle kinderen groeiden hier op en Johannes Bernardus overleed hier ook.

 

Echtpaar Goorkate met kinderen. Dochter Annie (kwartierstaat 3.) zit op schoot bij opa

7.      Maria Adelheid Oude Munnink, geb. 13-09-1901 te Gronau (Westfalen), overl. 10-03-1985 te Enschede

Generatie IV

8.      Gerrit Boom, geb. 01-04-1853 te Stad Almelo, overl. 28-03-1922 te Hengelo (O), spinner, trouwt (2e huwelijk, 1e huw met Jentje Tabois) ) 15-05-1882 te Hengelo (O)

Gerrit Boom en Anna Alieda Wevers en de tweeling Jan Hendrik Willem Boom en Egberdina Judika Hermina Boom - foto uit bezit Hermina Grevenstuk te Heilbronn

Woning van Gerrit Boom aan de Wetstraat te Hengelo (rechts)

9.      Anna Alieda Wevers, geb. 08-01-1854 te Hengelo (O), overl. 19-08-1926 te Lonneker

10.  Jan Rosink, geb. 25-07-1844 te Lonneker, overl. 20-05-1905 te Enschede, eigenaar schildersbedrijf, trouwt (2e huwelijk, 1e huw met Johanna Möhring)10-08-1882 te Enschede. Zie voor overlijden Jan artikel doodsbriefjes op pagina andere voorouders/kwartierstaat

        Jan Rosink had een huisschildersbedrijfje aan de Beltstraat in Enschede. Na zijn dood zou het door zijn weduwe, Johanna Kempers . en na haar overlijden, nog een tijd door oudste zoon Lodewijk worden voortgezet. Na opheffing trad Lodewijk bij een Enschedese woningbouwvereniging in dienst als schildersbaas. Jan en Lodewijk waren niet de enige schilders in de familie. Dat was namelijk ook Jannes, de jongere broer van Jan. Hij emigreerde in 1884 naar Amerika. Als relikwie worden daar, door afstammelingen van hem daar een aantal oude papieren bewaard. Het meest waardevolle stuk is het “Certificate of Naturalization” van 1895 dat aangaf dat Jannes of, zoals hij in Amerika werd genoemd, Amerikaans staatsburger was geworden. Zijn overlijden in Milwaukee, Wisonsin, in 1901, op 54 jarige leeftijd, had alles te maken met zijn beroep. Het waren namelijk ‘Injuries due to a fall of a ladder’ die zijn dood tot gevolg hadden. Overigens had John in Milwaukee, nog een beroep: hij was namelijk ook Presbitarian Minister. Dat laat de vraag over of Jannes was geëmigreerd uit economische of uit godsdienstige redenen.  

Een inschrijving voor het schilderen van een Enschedese textielfabriek. Niet gewonnen door de wed. Rosink (let overigens op de schrijfwijze: verschillende schrijwijzes Rosink,Roosink, Roossink werden nog tot in de 20e eeuw door deze familie door elkaar gebruikt.

Jan Rosink en Johanna Kempers en hun gezamenlijke kinderen, vlnr Anton Gerrit Rosink, Johanna Rosink en Aaltje Gerritje Rosink - foto uit bezit Helmoed Boom

Beltraat te Enschede. In het huis links woonde later de familie Lodewijk Rosink Een van de panden aan de andere kant van de

straat was waar Jan Rosink met zijn gezin woonde..

11.  Johanna Kempers, geb. 24-08-1851 te Enschede, overl. 21-02-1911 te Enschede. Zie voo overlijdensoorzaak artikel doodsbriefjes

12.  Hendrikus Johannes Wolterus Goorkate, geb. 09-04-1852 te Deventer, overl. 13-03-1899 te Enschede, metselaar, trouwt 29-01-1885 te Deventer, Zie voor overlijdensoorzaak artikel doodsbriefjes

Alhoewel Gerritje Brinkerihk van alle acht overgrootouders van proband het langst heeft geleefd is er juist van haar (nog ) geen foto. Hier wordt nog wel verder naar gezocht ! Hier de foto van Hendrikus Johannes Wolterus Goorkate - foto uit bezit mevr. Beerlage - Goorkate

In het lnkerpand aan de Rozenstraat in Enschede woonde Gerritje vanaf ongeveer 1930 in bij haar dochter Marie en gezin. Ook een

andere, ongehuwde dochter Heintje woonde hier.

13.  Gerritje Brinkerink, geb. 07-02-1855 te Deventer, overl. 07-01-1941 te Enschede

Gerritje Brinkerink had geen gemakkelijk leven. Zij werd al jong weduwe en bleef met vier kleine kinderen zitten. Volgens familieoverlevering hield zij het hoofd boven water door voor anderen een deel van de was te verzorgen; zij zou zijn gespecialiseerd in het wassen en persen van boordjes en manchetten

Enigszins eigenaardig was zij wel. Hoewel ze pas in 1941 overleed is er tot nu toe geen enkele foto van haar gevonden. Het verhaal gaat dat zij pertinent weigerde om gefotografeerd te worden.

Zoals haar bidprentje vermeldt mocht zij wel oud worden. Haar latere jaren, waarin zij inwoonde bij haar dochter Marie en haar gezin, waar ook haar ongehuwde dochter Heintje een huis had gevonden.

In dat huis aan de Rozenstraat aan Enschede zat zij altijd vlak bij de kachel. Ze had altijd een grote schort aan waar zij voor haar kleinkinderen altijd dropjes en zo haalde. Zorgen zal zij ook hebben gehad om haar broer Hendrikus.

De familie Brinkerink lijkt niet de bloem van de natie te zijn geweest Buitenechtelijke kinderen, dronkenschap, een man in een Rijkswerkinrichting en een zoon in een opvoedingsgesticht; mogelijk was zij er dan ook niet rouwig om dat Hendrikus al jong overleed.

Zijn levensverhaal geeft aan waarom !

Hendrikus, die een paar jaar ouder was dan Gerritje was gehuwd met Lotje Bobbink. Van hun vijf kinderen waren er twee al voor het huwelijk geboren. Gerrit Johannes Wilhelmus Brinkerink zou zes jaar in een opvoedingsgesticht verblijven; na ontslag werd hij enige tijd opgenomen in het gezin van Hendrikus Johannes Wolterus Goorkate en Gerritje. Ook zijn zusje Gerritdina verbleef in haar jeugd enige tijd bij het gezin. Zij woonde voor haar huwelijk op allerlei plaatsen,Amsterdam, Bussum, Kampen en Deventer.Zij trouwde in Zutphen waar zij ookoverleed.  Een aantal kinderen kreege zij al voor haar huwelijk.

Zoals gezegd verbleef broer Hendrikus in een rijkswerkinrichting, die in Hoorn.

Uit het register van de Rijkswerkinrichting te Hoorn.

Register no: 4388

Voornamen en naam: Brinkerink Hendrikus

Beroep: grondwerker

Plaats en dagtekening van geboorte: Nijbroek gemeente Voorst 6 december 1851

Woonplaats: Zuthpen

Datum van opneming in het gesticht: 27 december 1892

Dagteekening der onherroepelijk geworden veroordeling en rechterlijk college ( voor de Rijkswerkinrichtingen of kantongerecht) welke die veroordeling heeft uitgesproken: 9 februarij 1892 Kantongerecht Zutphen

Omschrijving van het Misdrijf of voor de Rijkswerkinrichting de overtreding: dronkenschap bij herhaling

Opgelegde straf: drie maanden

Dagtekening waarop de straf ingaat: 27 december 1892

Eindigt: 27 maart 1893

Welke straffen heeft veroordeelde vroeger ondergaan: 20 dagen en 6 dagen celstraf

Bijzondere renseignementen: Vermeld werd hier dat de vader en moeder Johanna Bril waren overleden. Dat de religie was R.C en ook (!) Ned. Geref, dat hij lager onderwijs had genoten, bij opname in het gesticht 41 jaar was en gehuwd met Lotje Bobbink.

Signalement: Lengte 1.69 meter, blond haar, blonde wenkbrauwen, een hoog voorhoofd, blaauwe ogen, een gewone neus en mond, een bedekte kin en een bruine baard, een ovaal aangezicht, een gezonde kleur en geen bijzondere tekenen. Tot slot stond hier zijn handtekening.

Het hielp blijkbaar allemaal niet veel, want onder nummer 1301 werd Hendrikus van 3 december 1896 tot 3 december 1897 weer in de Rijkswerkinrichting opgenomen. Reden was nu derde herhaling van dronkenschap. De nieuwe inschrijving bevatte weinig extra informatie. Wel werd nu vermeld hoe het gedrag inde inrichting was: goed.

Met zo’n vader was het niet verwonderlijk dat ook de kinderen voor galg en rad opgroeiden. Om die reden werd de zoon van Hendrikus, toen hij twaalf jaar oud was, voor zes jaar opgenomen in het Rijksopvoedingsgesticht te Alkmaar.

Lezen we eerst wat de directeur van het Rijksopvoedingsgesticht in maart 1899 schreef aan de speciale commissie over het Rijksopvoedingsgesticht te Alkmaar.

“Hierneven heb ik de WelEdGestr. te doen toekomen “den Staat van ingewonnen informatiën van gedurende de vijf laatste jaren ontslagen verpleegden, van wien ik tot mijn genoegen dat van de 147 jongens omtrent wien informatiën moesten worden ingewonnen zich hebben gedragen: 127 goed, 2 redelijk, 1 overleden, 1 onbekend, 10 idem (omdat zij in dienst zijn getreden) en 6 slecht.

Zoodat ook weder dit jaar op ruim 86% gunstige resultaten gewezen mag worden. Tevens voeg ik hierbij toe de aantekeningen voor het jaarverslag 1898 met de ontvangen rapporten in mijn bezit.

Op de volgende bladzijde in het register kwamen de volgende gegevens voor:

Volgnummer: 68

Namen: Brinkerink G.J.W.

Datum van opname: 23 juni ‘90

Datum van ontslag 1896: 1 april

Onderricht ontvangen in het: kleermaken

Woonplaats: Enschede

Bijzonderheden omtrent het gedrag van: Als blauwverver verdient hij zooveel dat hij ruimschoots in zijne behoeften kan voorzien en gedraagt zich goed

Aanmerkingen: -

Als woonplaats van Gerrit Johannes Wilhelmus Brinkerink na ontslag wordt opgegeven Enschede. Dit komt overeen met het bevolkingsregister waar we hem tegenkomen in het gezin van zijn oom en tante. Direct na zijn ontslag woonde hij ook nog enige tijd in Rotterdam. Zijn beroep was toen kleermaker. Op 21 april 1898 trekt hij bij de familie Goorkate in. Later komen we hem tegen op het adres Hoge Bothof 123.

Op 4 november 1911 trouwde hij in Hengelo met Willemina Barthof, de 35 jarige dochter van Gradus Barthof en Johanna Heetpas. De bruid was maar liefst 9 jaar ouder dan de bruidegom; beiden waren fabrieksarbeider.

Het lijkt er op dat het uiteindelijk goed is gekomen met Gerrit, mogelijk mede dankzij de opvang bij HJW en Gerritje.

14.  Johannes Oude Munnink, geb. 01-03-1875 te Tubbergen (Albergen), overl. 06-07-1921 te Losser (Glane), baas, trouwt 05-11-1899 te Gronau (Westfalen)

Johannes Oude Munnink, Johanna Koertshuis en hun kinderen. De staande man is een ongehuwde broer van Johannes Oude Munnink. - foto aanwezig op meerdere plaatsen

Vanaf het vertrek uit Duitsland in 1914 tot het overlijden van Johannes woonde het gezin in deze woning aan de Kremersweg in Glane Beekhoek

15.  Johanna Koertshuis, geb. 22-10-1875 te Losser (De Lutte), overl. 27-03-1927 te Enschede

Na het overlijden van haar man kwam Johanna Oude Munnink - Koertshuis met haar kinderen gterecht in deze toen net nieuwe huurwoning aan de Steenstraat te Enschede

 Generatie V

16.  Jan  Hendrik Boom, geb. 29-03-1821 te Stad Almelo, overl. 08-12-1875 te Stad Almelo, fabrieksarbeider, trouwt 12-06-1852 te Stad Almelo

 foto uit bezit Gerrit Boom

17.  Hermina Ezendam, geb. 14-06-1827 te Wierden (Enter), overl. 30-01-1888 te Stad Almelo

18.  Jan Willem Wevers, geb. 05-10-1810 te Hengelo (O), overl. 10-12-1888 te Hengelo (O), fabrieksarbeider, trouwt 14-08-1840 te Hengelo (O)

19.  Egberdina Judika Kelderman, geb. 02-06-1812 te Rijssen, overl. 11-01-1873 te Hengelo (O)

20.  Gradus Rosink, geb. 23-04-1813 te Lonneker, overl. 22-07-1875 te Lonneker, fabrieksarbeider, trouwt 30-03-1844 te Enschede

De memorie van successie na het overlijden van Gradus Rosink stelde niet veel voor. Ze luidde;

1e            Aaltje Wensink als  moeder van de minderjarige kinderen Janna, Albert, Dina en Johanna Rosink,         Lonneker

2e            Jan Rosink, schilder Enschede.

3e            Jannes Rosink, schilder Lonneker

4e            Hendrik Jan Rosink, weever, Lonneker

5e            Fenneken Rosink, zonder beroep, Lonneker

Alleen de boedel van het echtpaar, mede bestaande uit een stuk

bouwland,kadastraal bekend Lonneker, sectie O, no 2585, 24 roeden.

Enige erfgenamen: de acht kinderen.

Waarschijnlijk woonde Gradus Rosink met zijn gezin hier aan het begin van de Beltweg. Hij woonde in ieder geval op nummer 4. Wat pleit voor dit rijtje is dat de woningen aan de voet lagen van de Zuidermolen en dat leden van de molenaarsfamilie Heusinkveld nogal eens figureeerden in geboorte of overliljdensactes van de Rosinks.

21.  Aaltjen Wensink, geb. 02-09-1821 te Enschede, overl. 03-02-1906 te Enschede. 





Aaltjen Wensink en een dochter van Dina Langkamp-Rosink. Foto van site van de heer R.M. Westerink





       Zie voor doodsoorzaak artikel doodsbriefjes.

22.  Gerrit Kempers, geb. 12-09-1823 te Enschede, overl. 06-06-1889, te Enschede , winkelier, trouwt 04-11-1850 te Enschede. Zie voor doodsoorzaak artikel doodsbriefjes

De memorie van successie van Gerrit Kempers is zeer beperkt en luidt:

Gerrit Kempers, winkelier, overleden Enschede 06-06-1889

1.      Anna Meijer, moeder van minderjarige Gerhard en Herman Kempers

2.      Jan Rosink, echtgenoot van Johanna Kempers, schilder

3.      Albertus van Marle, echtgenoot van Julia Kempers, onderwijzer

4.      Jan Kempers, smid

5.      Bernard Kempers, smiod

6.      Gerrit Kempers, smid

Enige erfgenamen waren: de zeven kinderen.

Geen vruchtgebruik of bezwaarde goederen.

De helft, gemeen en onverdeeld in : twee percelen bouwland gelegen in de gemeente Enschede en aldaar kadastraal bekend in sectie D nummer 1275/1276  8 aren en 90 centiaren en 1/4e deel in 1277: 33 aren en 20 centiaren.

 

Gerrit Kempers en Anna Meijer. Foto uit bezit Roland Kempers te Leusden

Opgave van de prijzen van gewone en krentestoete door bakker Goolhuis aan winkelier Gerrit Kempers, origineel in het bezit van Roland Kempers te Leusden

 

Het contract van de huur van de woning van Gerrit vanaf 1882, dat in het bezit is van Roland Kempers te Leusden luidt: Gerrit Kempers huurt het huis van Lucas Wooldrink voor den tijd van zes jaren ingaande den 1 Mei 1882 en eindigen den 1 Mei 1888 voor de somma van 120 gulden welke hij aanneemt te betalen in 4 termijnen. Augustus November Februarij en mei elke termijn dertig gulden. Zijnde de zes jaren om is de huurder of verhuurder verpligt om een jaar vooraf gaande opzeggen. Enschede den 9 Februarij 1882. Aldus get. G. Kempers   L. Woorldrik   (nb handtekening zonder N)

23.  Anna Meijer, geb. 08-11-1826 te Neuenhaus (Kgr. Hannover), overl. 09-03-1907 te Enschede. zie voor doodsoorzaak artikel doodsbriefjes

Belastingbiljet over 1897 voor de weduwe Kempers - Meijer. Origineel in het bezit van Roland Kempers te Leusden

24.  Berend Jan Goorkate, geb. 24-09-1815 te Haaksbergen, overl. 22-03-1886 te Deventer, metselaar, trouwt 19-06-1851 te Deventer

Op de plek van de fietsenwinkel in de Blankenborg in Haaksbergen woonden de Goorkates al voor 1700 en ook Berend Jan is hier geborren.

25.  Antonia Everdina Klomp, geb. 19-06-1821 te Voorst, overl. 24-03-1865 te Deventer

26.  Gerrit Jan Brinkerink, geb. 18-08-1808 te Lochem, overl. 29-09-1880 te Deventer, dagloner, trouwt 25-02-1836 te Deventer

Op het laatst van zijn leven woonde Gerrit  Jan in de Voorstad te Deventer

27.  Johanna Bril, geb. 12-07-1816 te Deventer, overl. 21-11-1884 te Deventer

28.  Gerardus Oude Munnink, geb 28-02-1839 te Tubbergen (Albergen), overl. 12-05-1878 te Tubbergen (Albergen), landbouwer,trouwt  (2e huwelijk, 1e huwelijk met Willemina Holsbeke) 22-04-1874 te Tubbergen

De boerderij van Gerhardus Oude Munnink in Albergen. De eiken zullen nog door hem zelf geplant zijn.

Gerardus Oude Munnink kreeg, uit zijn eerste huwelijk met Willemine Holsbeke vijf kinderen. Drie daarvan zouden echter sterven voor ze hun derde levensjaar bereikten. Het laatste, Aleida, stierf op 26 maart 1871, nog maar drie weken oud. Haar moeder overleed kort daarop, op 11 april van dat jaar,op nog maar 33 jarige leeftijd.

De twee kinderen uit het huwelijk die volwassen werden, waren;

Joanna Oude Munnink, geboren in 1864 en

Hendrikus Oude Munnink,die het levenslicht zag in 1867.

Johanna trouwde in 1883, 19 jaar oud, met Johannes Lohuis. Zij vestigden zich uiteindelijk in de boerderij die Gerardus had neergezet.

Broer Hendrikus bleef ongehuwd en werd elders boerenknecht. Opvallend op zijn bidprentje is dat er alleen naar vrienden en bekenden en niet naar familie werd verwezen. Had hij daar geen contact mee ?. Ook opvallend is dat hij weliswaar niet het oudste kind was – dat was Joanna – maar wel de enige zoon uit het eerste huwelijk. Waarom werd hij niet de boer op het erf van zijn vader ?

De drie kinderen uit het tweede huwelijk van Gerardus Oude Munnink met Suzanna Haamberg waren.

Johannes Oude Munnink, die in deze kwartierstaat voorkomt.

Hermannus Gerardus Oude Munnink. Oorspronkelijk werkte hij bij de Spoorwegen in Oldenzaal.Hij kreeg daar een ongeluk, waarna hij een baantje als tuinman bij de Zusters die het ziekenhuis in Oldenzaal runden kreeg.

Gezina Oude Munnink.Zij trouwde met ene Wevers uit Hertme. Zijn boerderij heette de Achterkamp (gesloopt) en Gezina ging dus door het leven als Gezina van de A(a)chterkamp

Uit haart tweede huwelijk met Johannes Schothuis kreeg Suzanna Haamberg nog vier kinderen, drie dochters en een zoon

 29.  Susanna Haamberg, geb. 03-07-1849 te Tubbergen (Hezingen), overl. 18-02-1915 te Tubbergen (Albergen), (2e huwelijk met Johannes Gasthuis)

Susanna Haamberg. foto uit bezit Gerard Schothuis te Albergen

Met haar tweede man ging Suzanne wonen aan de Broekzijde in Albergen, op de grens met de gemeente Almelo. Na een brand werd in 1915

een nieuwe boerderij gebouwd, waar nog steeds een nazaat van Suzanne boert. Er is een gevelsteen met ook haar initialen

30.  Johannes Gerardus Koertshuis, geb. 27-11-1836 te Losser (De Lutte), overl. 03-12-1904 te Gronau (Westfalen), landbouwer en fabrieksarbeider, trouwt (2e huwelijk, 1e huwelijk met Fenne Kunne), 23-01-1869 te Losser

Volgens Jan Oude Munnink kwam zijn grootmoeder, Johanna Oude Munnink – Koertshuis van “de Bergboer”  bij De Lutte. Op dit moment is daar een kwekerij gevestigd, genaamd “De Bergboer’.. Deze ligt bij de oude grensovergang van Oldenzaal naar Bentheim. Het kadaster van 1832 vermeldt de Bergboer onder sectie H-3, nummer 336. Het boerderijtje is dan 18 meter lang en 12 meter breed en heeft een bovenkamer. Eigenaar is dan Berend Bergboer. Als huidige bewoner wordt op zeker moment in het kadaster vermeld; Koertshuis.

Berghaus (vermelding uit 1827) lag tussen Roeschenberg en Benneker bij de Smoorberg. Koertshuis en Oelering trouwden er in. Zij waren de voormalige bewoners van het Veenhuisje bij Gilbers bij grenspaal 16. De oude boerderij is in 1974 afgebrand, een gevelsteen uit 1833 is in de herbouw ingemetseld. De Wewwelstad, het buurtje waar ook de Bergboer ligt, was vroeger berucht in De Lutte: er woonden hier veel vechtersbazen.

31.  Aleida Gerink, geb. 14-12-1842 te Losser (De Lutte), overl. 18-10-1921 te Gronau (Westfalen)

33

Aleida Geerink. Foto uit bezit gezusters Koertshuis te Gronau, Westfalen

Generatie VI

32.  Gerrit Boom, tot 1812 Hambrugge en ook Hoekhuis, geb. 05 en ged. Ref. 09-10-1791 te Almelo, overl 21-02-1874 te Stad Almelo, landbouwer en fabrieksarbeider, trouwt 17-10-1820 te Schoutambt Almelo

Boom was de aloude familienaam geweest: na zijn 1e huwelijk nam de grootvader van Gerrit, Hendrik Boom, de naam van zijn vrouw, Janna Arendze Hambrugge aan. De vader van Gerrit, Jan Hendrik Hambrugge werd pachter op de gravenboerderij met de naamHoekhuis (later het Jagershuis genoemd)

De oudste van een persoon in deze kwartierstaat is die van Gerrit Boom geboren Hambrugge

33.  Jenneken Lubbers, geb. 01 en ged. Ref. 04-06-1794 te Enter, overl. 20-04-1860 te Stad Almelo

34.  Fre(de)rik de Wilde, ged. Ref. 13-01-1782, overl.  18-07-1838 Wierden (Enter), timmerman, weduwnaar van Hermina Oosterkamp,  

 Hij was nooit getrouwd met 35. Deze werd echter bij zijn overlijden als zijn huisvrouw opgegeven en ook bij de doop van hun dochter Hermina Ezendam werd Frederik in het NH doopboek van Enter als vader vermeld. Dochter Hermina zou echter de achternaam van de moeder blijven dragen

35.  Johanna Ezendam, ged. Ref.  03-02-1788 te Enter, overl. 03-01-1843 te Wierden (Enter)

36.  Gerrit Jan Wevers, geb. 06 en ged. Ref. 11-01-1778 te Aalten, overl. 03-08-1855 te Hengelo (O), o.a. bakkersknecht en kastelein, trouwt 16-02-1800 te Haaksbergen (dan wonend te Langelo)

      Gerrit Jan pleegde een moord en werd daarvoor ter dood veroordeeld maar kreeg gratie: zie bij andere voorouders/kwartierstaat het artikel "ter dood veroordeelde Hengeloër krijgt gratie

Volgens een artikel in Oald Hengel uit 2009 van de heer Nijhuis werd, nadat  Lodewijk Napoleon in maart 1809 Hengelo aandeed, waar Gerrit Jan toen gevangen zat, op 27 augustus van dat jaar door ‘Het Loo”navraag gedaan naar eventuele gevangenen. Het bleek dat alleen Gerrit Jan in het gevang zat en zich daar “zeer gepast en gelaten gedragen had zich doorgaans bezig houdende met het lezen van den Bijbel en andere stichtelijke boeken. “Er vielen blijkbaar alleen positieve zaken over hem te melden.

In 1825 woonde Gerrit Jan in huis 246 in de Molenstraat te Hengelo. Dit huis was zijn eigendom. In 1800 was in Haaksbergen zoon Jan Hendrik geboren. Toen deze, in 1822 trouwde, werd vermeld dat zijn ouders tappers waren, dus uitbaters van een café. Bij de geboorte van de andere kinderen was vermeld dat Gerrit Jan molenaarsknecht was en zijn vrouw toen al tapperse.  De andere zonen waren Jan Willem, geboren in 1810 toen Gerrit Jan helemaal niet in de provincie mocht zijn, Bernardus, geboren in 1813 toen hij ook nog verbannen zou moeten zijn en tot slot Herman die werd geboren in 1822 het jaar waarin zijn oudste broer al trouwde.

Gerrit Jan zou nog beroemde afstammelingen krijgen; Herman Krebbers de befaamde violist heeft Gerrit Jan ook als voorvader.

De molen waar de doodslag zich afspeelde moest in 1858 verdwijnen voor de aanleg van de spoorlijn en de bouw van het station. Hij stond tegenover de uitrijding van de Beursstraat, ongeveer tegenover de huidige ABN Amro Bank. Het huis van Gerrit Jan zou wel eens gestaan kunnen hebben op de plek waar de nieuwe bibliotheek staat.

 Gerrit Jan was eigenaar van pand nummer 246, tot de molen volgden alleen nog één huis en een stuk land.

37.  Aaltjen Luijerink, ged. 09-11-1777 te Hengelo (O). overl 16-08-1848 te Hengelo (O)

38.  Jan Derk Kelderman, ged. 26-01-1786 te Bronkhorst, overl. 06-04-1869 te Rijssen, molenaar, trouwt 08-zomermaand – 1810 te Steenderen

De Walstraat in Rijssen rond 1900. Jan Derk Kelderman overleed hier zo'n 30 jaar eerder, maar het aangezicht zal in de 30 jaar daartussen niet veel veranderd zijn.

39.  Gezina Coops., geb. 30-04 en ged. Ref. 03-05-1778 te Zelhem, overl. 27-04-1847 te Hellendoorn (Noetsele)

40.  Jan Rosink, ged. Ref. 27-06--1784 te Enschede (Eschmarke) , overl. 02-02-1853 te Enschede, fabrijkarbeider, trouwt te Enschede mogelijk op 02-01- 1810 (leemte in inschrijvingen rond inlijving bij Frankrijk en juist voor invoering burgerlijke stand, maar volgens meerdere andere onderzoekers moet deze datum kloppen. Unterlagen ???)  

41.  Jenneken Josink, ged. Ref. 02-02-1791 te Enschede (Stad). Haar overlijden is niet terug te vinden in de burgerlijke stand, wel dat van Jenneken Heutink, weduwe van Jan Rosink op 15-07-1863 te Enschede (kort na de grote stadsbrand van 1862, evenals Jan Rosink overleed deze Jenneken in de Alsteedsche Straat

 

42.  Jan Wensink, ged. Ref. 01-01-1768 te Neede, overl. 22-06-1821 te Enschede, tapper, trouwt (2e huwelijk, 1e huwelijk met Janna Lammers) 31-03-1821 te Enschede

      Een boedelscheiding na het overlijden van de eerste vrouw van Jan Wensink geeft aan dat er enorm veel kleding in huis was. zie onder andere voorouders/kwartierstaat voor een artikel met de naam "Heel veel kleding, een boedelscheiding in Enschede in 1821"

43.  Fenneken Stevens, ged. Ref. 07-04-1784 te Enschede (Stad), overl. 21-10-1863 te Enschede. (Huwelijk met Jan Wensink voor haar 2e huwelijk, 1e huwelijk met Gerrit Hesselink. 3e huwelijk met Derk Eversen)

      Na het overlijden van Jan Wensink kon Fenneken Stevens de hypotheek van het, deels door haar verhuurde, huis aan de Hengelosche straat niet meer betalen. Zie onder andere voorouders/kwartierstaat het artikel over de gedwongen verkoop van het pand in 1827

44.  Jan ten Thije, later Kempers, ged. Ref. 18-09-1785 te Enschede (Eschmarke). Overl. 02-03-1837 te Enschede, fabrikeur, trouwt 31-08-1820 te Enschede, onder ede verklarend dat hij is geboren Ten Thije en op de Kempers plaatse is gaan wonen en nu de naam van Kempers heeft aangenomen

      Jan had ruzie met zijn buurman. Het proces, dat u kunt lezen op de de pagina andere voorouders/kwartierstaat heeft als titel "burenruzie in de 19e eeuw"

Tekening van de ligging van de woning van Jan Kempers met aantekeningen over latere eigenaren. Vermoedelijk gemaakt door een ongehuwde kleinzoon van Jan, Gerhard Kempers aan het begin van de twintigste eeuw. Origineel in het bezit van Roland Kempers te Leusden

Uit familieaantekeningen:

Volgens vertelling van mijn vader Gerrit Kempers, geb 12 sept. 1823 te Enschede hebben de fam. Kempers op den Brink Zuid Eschmarke het eerste stenen huis gebouwd daar zij zich met het fabriceren van bakstenen bezig hielden.

 

De perceelen kadastraal bekend gemeente Enschede Sectie A 364, 367C thans sectie B 5148, stonden in het jaar 1832 t/n Jan Kempers fabrikant te Enschede. De kinderen van Jan Kempers genaamd Gezina Gerrit Hermina en Geertruida (minderjarigen) verkochten bij acte overgeschreven 4 september 1839 in deel 3 nummer 90 verleden voor Notaris Blijdenstein aan Coenraad ter Kuile fabrikant te Enschede gemeeld onroerend goed voor f 3450. Daarna zijn de perceelen bij acte van scheiding voor notaris Wilmink dd 26 maart 1853 in deel 79 nummer 22 verkregen door Sara Margareth Lemker weduwe C. ter Kuile bij scheiding nalatenschap >> Lemker gemeld verleden voor notaris Blijdensteinn dd 24januari 1863 overgeschreven 7 februari 1863 in deel 132 nummer 125 verkeeg Coenraad … ter Kuile, med. Doctor te Enschede gemelde percelen bij acte verleden voor not Jordens dde 25 september 1866 overgeschreven 13 October 1866 in deel 156 nummer 26 verkocht Coenraad Teiler ter Kuile, gemeld, het vast goed aan Jan Bernard Blijdenstein minderjarige en fabrikant te Enschede voor de som van f 4000.

En verder zoo als bekend tusschen toestndne, vermodelijk verkegen door successie. Thans eigenr Fr. H. Blenken van sectie B 5148. Voorheen eigenaar C 1367-7 sectie B 1976 Jan Thomas Ebelink daarvoor Wed. …. Ebeling, daarvoor Jan Bernard Blijdenstein. Omstreeks 1878 Het perceel was toen bekend sectie B 1976.

 

 

45.  Johanna Reudink, ged. Ref. 06-08-1791 te Enschede (Stad), overl. 21-03-1839 te Enschede

46.  Berend Meijer, ged. Ref. 22-04-1791 te Neuenhaus( Kgr. Hannover), overl. 24-05 en begr. 28-05-1748 te Neuenhaus, aan de tering, trouwt  10-04-1818Neuenhaus

47.  Janna Almelo, ged. Ref. 30-07-1793 te Neuenhaus (Kgr. Hannover), overl. 06-11-1864 te Enschede. Volgens oude familie-aantekeningen van de familie Kempers moet Janna als 'hebamse'de assistente zijn geweest van de arts Dr. Miquel.   Hebamse was oud duits voor vroedvrouw. Eveneens stond een uitspraak, die misschien wel haar lijfspreuk was : "goed lugten".   In een tijd waarin babietjes helemaal werd ingebakerd, misschien wel erg vooruitstrevend !

48.  Jan Hendrik Goorkotte, ged. RK. 18-09-1784 te Haaksbergen, overl. 24-08-1858 te Haaksbergen, landbouwer, trouwt waarschijnlijk 1808-1810 te Haaksbergen (in die tijd leemte in RK trouwboek aldaar)

Twents erfrecht  kon kei- en keihard zijn.

In Twente vinden ook nu soms nog verervingen plaats volgens aloud twents gebruik. Dat betekent dat één kind bijna alles erft en dat er voor de anderen bijna niets in het vat zit. Doel daarvan was en is de familieboerderij niet te laten versnipperen. Vroeger was het dan zo dat in het testament vaak werd geregeld dat ongehuwde broers en zussen recht hadden op ‘een plaats aan de haard’, inwoning, kost en bewassing en verzorging in geval van ziekte.

Ook in het testament van Jan Hendrik Goorkotte komen de meeste kinderen er maar bekaaid af. Bijzonder is wel dat niet één maar twee kinderen tot universeel erfgenaam worden benoemd.

Repertoire no 97

Voor mij Jan Dinant Jordaan notaris residerende te Haakbergen arrondissement Almelo Provincie Overijssel, in tegenwoordigheid van Jannes Leferink en Barend Kuipers, beiden landbouwers in de gemeente Haaksbergen woonachtig aan den notaris bekend als getuigen, Is gecompareerd Jan Hendrik Goorkotte landbouwer wonende in het dorp Gemeente Haaksbergenaan de notaris bekend: dewelke genegen zijnde om over zijne natelaten goederen bij testament te beschikken, desaangaande zijnen wil zakelijk aan voornoemde notaris in tegenwoordigheid van voornoemde getuigen heeft opgegeven welke daarop terstond door voornoemde notaris in de volgende bewoordingen is in geschrift gebragt als volgt.

·         Voor eerst verklaart hij te vernietigen alle makingen welke hij ooit te voren , voor het tegenwoordige mogte hebben opgerigt.

·         Ten tweede Stelt en Benoemt hij tot zijne eenige en algemeene erfgenamen in al dat geen hij stervende komt natelaten zijne zoons Hermannus en Hendrikus Goorkotte en bij vooroverlijden de langstlevende van hun beiden, zoo bij vooruitmaking van dat gene waarvan hij beschikken kan als tot voldoening van der regten en de legitieme op zijne nalatenschap , mits daarvan uitkeerende aan zijne overige kinderen tot voldoening der regten en de legitieme op zijne naltenschap als aan Berend Jan, Gerrit Jan, Johannes, Gerhandris (?), Harmina en Hendrika aan ieder dezelven vijf en twintig gulden een jaar na zijn overlijden uit te keeren.

Daarna heb ik notaris den bovenstaanden uitersten wil de erflater voorgelezen en na die voorlezing hem afgevraagd of dezelve bewoordingen voor hem duidelijk zijn en zijnen uitersten wil bevat; waarop door hem toestemmend is geantwoord en verklaard daarbij te volharden, welke voorlezing afvraging en antwoord heeft plaats gehad in tegenwoordigheid der bovengenoemde getuigen.

Waarvan akte !                                                                                                                                                                         

Gedaan en verleden te Haaksbergen ten huize van den erflater in tegenwoordigheid der bovengenoemde getuigen den zestienden augustus achttien honderd acht en vijftig in tegenwoordigheid der bovengenoemde getuigen. En heeft den erflatende de getuigen met mij notaris, na algeheele voorlezing deze minute ondertekend dewelke daarna  gebleven is onder de bewaring van gemelde notaris.

J.H. Goorkotte

J. Leferink

B. Kuijpers

J.D. Jordaan  notaris

 

No 113

Overleden 24 augustus  (nb dus acht dagen na het maken van het testament)

No 113

Geregistreerd te Enschede den tweeentwintigsten november 1800 achtenvijftig deel 18 folio 31 regte vak 1, houdende … geen renvooij ontvangen voor regt f 2.40 opcenten f 0.91 ½ samen drie gulden eenendertig en een halven cent.     F 3.31 ½  De ontvanger

 49.  Hendrica Asbroek, ged. RK. 20-09-1774 te Haaksbergen, overl. 06-05-1822 te Haaksbergen

De voorouders van Hendrika kwamen van Het Asbroek in Beckum (foto uit 1983)

50.  Willem Klomp,  ook Wellink, ook Broeknellis, ged. RK 01-04-1793 te Diepenveen, overl. 18-07-1824 te Wilp, karman, trouwt 20-05-1821 te Voorst

51.  Johanna Waerle, ook Harmsen, ged. RK 28-08-1783 te Duistervoorde, overl 13-10-1857 te Deventer, winkeliersched, (trouwt 2e huwelijk Wichert Wiggers)

Johanna overleed volgens haar overlijdensacte aan de Molenstraat, mogeljk was dat aan een van de kleine zijstraatjes.

52.  Jan Hendrik Brinkerink, geb 02 en ged.  Ref. 05-03-1777 te Lochem, overl 17-09-1817 te Lochem, landbouwer,trouwt 28-06-1799 (huwelijkscommissarissen)  te Lochem

53.  Gerritjen (KIein) Lansink, geb. 16 en ged. Ref. 19-06-1774 te Lochem(vlg. overlijdensacte geboren te Laren), overl. 31-07-1857 te Lochem

54.  Willem Bril, ged. RK. 21-04-1786 te Diepenveen, overl. 05-03-1868 te Diepenveen, landbouwer, trouwt 02-05-1813 te Wilp

     

     Tekening van boerderij Bril in Diepenveen

55.  Johanna Nalis, geb. 27-12-1796 en ged. Ref. 01-01-1797 te Voorst, overl. 15-04-1868 te Diepenveen

56.  Hermannus Hofmeijer,later Oude Munnink, ged. RK 24-10-1824 te Borne, overl. 20-01-1879 te Tubbergen (Albergen), landbouwer, trouwt 09-10-1834 te Tubbergen dan wordt onder ede verklaard dat de familienaam is Oude Munnink en niet Hofmeijer en de naam van zijn vader Gerrit Jan en niet Gerardus is geweest

57.  Johanna Blokhuis, ged. RK 31-07-1802 te Tubbergen, overl. 19-03-1863 te Tubbergen (Albergen)

      Zie voor twee artikelen over het Weemselo waar Johanna Blokhuis steeds meer delen van in handen kreeg de pagina andere voorouders/kwartierstaat

58.  Egbertus Haamberg, ged. RK 24-10-1808 te Ootmarsum, overl. 28-05-1870 te Tubbergen (Hezingen), landman, trouwt 11-09-1839 te Tubbergen

      Zie voor een artikel over de verkoop van het plaatsjen Haamberg te Hezingen na het overlijden van Egbertus en Maria en een boedelscheiding de pagina andere voorouders/kwartierstaat

59.  Maria Hemmer, geb. 17-04-1815 te Tubbergen (Hezingen), overl 24-01-1881 te Tubbergen (Hezingen)

60.  Hermannus Koerthuis, ged. RK. 16-05-1802 te Ambt Losser, de Lutte, overl. 16-06-1874 Losser (De Lutte) , landbouwer, trouwt 08-05-1826 te Losser

61.  Susanna Olde Werger, ged. RK. 14-04-1794 te Rossum, overl. 11-03-1870 te Losser (De Lutte)

62.  Jan Hendrik Gerink/Geerdink, ged. 04-03-1797 te Rossum, overl. 25-08-1866 te Losser (De Lutte), landbouwer, trouwt 03-06-1830 te Losser

63.  Johanna Agteres, ged. 04-02-1803 te De Lutte, overl. 21-10-1869 te Losser (De Lutte)

Generatie VII

64.  Jan Hendrik Hambrugge, later Boom, ged. Ref 23-07-1758 te Almelo, overl. 01-12-1826 te Ambt Almelo, landbouwer, trouwt 17-11-1781 te Almelo

Het Jagershuis en het Veldhuis lagen werkelijk vlak bij elkaar. De toekomstige echtgenoten hoefden niet lang te lopen om te gaan vrijen.  Historische Atlas van Overijssel

65.  Geertruid Veldhuis, ged. Ref 12-10-1760 te Almelo, overl 26-02-1836 te Ambt Almelo

66.  Jan Lubbers, ged. Ref 28-03-1756 te Enter, overl. 14-12-1839 te Wierden (Enter), zompenschipper, trouwt 07-03-1788 te Enter

Afbeelding van een zomp

Pand Jan Lubbers op kadastrale kaart Enter 1832. Perceel nummer 963 is zijn eigendom

67.  Dina Assink, ged. Ref 21-10-1761 te Enter, overl. 06-07-1844 te Wierden (Enter)

68.  Gerrit de Wilde, ged. Ref  20-03-1738 te Enter, overl. te Enter trouwt 08-10-1870 te Enter

Vandalisme en de nodige slimheid

Het hieronder volgende materiaal werd de  maker van deze site ter beschikking gesteld door de heer Altena die het nodige over de geschiedenis van Enter heeft gepubliceerd. Het ging om door de heer Altena gemaakte handgeschreven aantekeningen.

In 1738 koopt Derk de Wilde samen met Claas Kemna uit Rijssen, op een publieke veiling in Almelo het pand Hagens in Enter, met de daarbij behorende grond. Dit pand, dat eigendom was van de provincie, werd door de gelijknamige familie bewoond. De publieke verkoop was het gevolg van achterstallige pacht.  Het pand Hagens lag op de plek waar nu (?) het Chinese Restaurant aan de Dorpsstraat te Enter kan worden gevonden.

De aankoop leverde Derk de Wilde een hoop ellende op.
Al in de nacht na de aankoop werd getracht brand te stichten in zijn huis. Als de familie  de volgende ochtend wakker wordt blijkt dat er een gat in de voordeur is gebrand, waarbij het vuur nog smeult. Onder andere ligt er nog stroo bij de deur.. Alleen het feit dat het die nacht windstil was, heeft het huis gered. Ook Claas Kemna heeft die nacht in Rijssen een “doeckjen met peck” bij zijn voordeur liggen. Ook hij had geluk.

In de jaren 1738 tot 1747 heeft de familie Hagens ervoor gezorgd dat heel Enter in angst leefde, want ze terroriseerden iedereen. Berentje Hagens dreigde Derk de Wilde in zijn eigen huis dood te schieten. Overal werd brand gesticht en als er onenigheid was met een lid van de Hagensfamilie, was het standaardgezegde “dat sij wel een stockjen souden steken”. Dit was, met andere woorden de dreiging om brand te stichten. Ze voegden dan  nogal eens de daad bij het woord en in ieder geval zijn zeven huizen in de as gelegd. Uiteindelijk werd er door de drost van Twente ingegrepen en kwam de familie Hagens terecht in het tuchthuis te Zwolle.

De moeilijke tijden met de familie Hagens waren voorbij maar nieuwe problemen zouden volgen. De enige zoon van Derk de Wilde, Gerrit trouwde in in 1770 met Janna Schuitemaker. Wat er precies gebeurde is niet duidelijk, maar op 20 januari 1771 werd het hele huis van de familie verkocht.  Willem Hegeman uit Driene kocht het huis met het daarbij liggende gaardenland, een stuk bouwland “Het Hoopstukke”, twee mud bouwland en een dagwerk hooiland “Den Olthofskamp”en 1 dagwerk hooiland “het Brouwersmaatje” voor in totaal achttienhonderd gulden.  Een paar andere stukken land werden nog aan anderen verkocht.  Willem Hegeman kocht ook de inboedel, bestaande uit onder andere een brouwketel en brouwkuipen, een grote “wasse ….”, met tien halve tonnen, drie spinnewielen met een haspel, twintig telders, zeven tinnen kannen met nog veel huisgerei, drie roodbonte koeien, een paard en wagen en een schuit met alle zeilen.

Aan het eind van de acte stond een eigenaardige bepaling :”Willem Hegeman verklaart voorgemelde aangekochte goederen aan de voornoemde verkopers te laten, gelijk dezen bekennen ontvangen te hebben”.  Janna Schuitemaker, haar man Gerrit de Wilde en zijn moeder Fenneken Langenhof houden dus het vrije gebruik van hun verkochte goederen ! Fenneken zou kort daarop, in ieder geval voor 1773, overlijden.

Op 29 juni 1773 verkocht Willem Hegeman de door hem in 1771 gekochte goederen van de weduwe Derk G. de Wilde aan Jan Wolters Langenhof, een broer van de weduwe de Wilde. Deze verkocht alles op dezelfde dag voor duizend gulden door aan Gradus Schuitemaker, de vader van Janna Schuitemaker die getrouwd was met zoon Gerrit van de weduwe De Wilde. Gradus moest daarvoor een hypotheek van duizend gulden van Francois de Wolf opnemen. Naar de redenen van dit geschuif kunnen we slechts gissen.

Mogelijk had dit te maken met de rechtszaak uit 1771 tussen Gerrit de Wilde Derkgerritszoon en twee kooplieden uit Goor.

Er was namelijk een rechtszaak tegen Gerrit aangespannen door  kooplieden uit Goor. Gerrit werd veroordeeld maar wilde ook na de uitspraak niet betalen. De twee kooplieden kregen van de Drost van Twenthe toestemming om Gerrit te laten gijzelen onder de wacht in het Stadhuis van Oldenzaal. Hij werd dan ook door de Schout van Goor en twee gerechtsdienaren opgepakt en naar Goor gebracht waar hij in afwachting van transport naar Oldenzaal, in een logement de nacht doorbracht. Hij werd daarbij bewaakt door twee gerechtsdienaren. Die bewaking stelde blijkbaar niet veel voor want ’s nachts nam Gerrit de benen. De schout van Goor nam geen initiatief om Gerrit opnieuw op te laten pakken en de twee kooplieden begonnen een rechtszaak tegen de Schout, om hem te dwingen Gerrit weer op te pakken. Een hoop gedoe, maar Gerrit was en bleef vrij man !

In dat geval zou het kunnen zijn dat de verkoop een vooropgezette zaak was om er voor te zorgen dat als er beslag zou worden gelegd, niets te vinden zou zijn. De vreemde bepaling dat er, ondanks verkoop, sprake van vrij gebruik zou blijven wijst sterk in die richting.

In 1778 overleed Gradus Schuitemaker. Al zijn goederen werden verkocht door de hypotheekhouder, Francois de Wolf. Weer valt op dat er met de koper familierelaties waren. Het huis, de schuur en de brouwerij waar de weduwe van Gerrit de Wilde en Janna Schuitemaker woonden, werd opgtekocht door Jan Gerritsz de Wilde, een zoon van Gerrits vader.  En weer konden de bewoonsters er vredig blijven wonen.

Gerrit de Wilde overleed voor 1795. De volkstelling van dat jaar vermeldt Janna Schuitemaker als “kasteleinse”in het pand tegenover de Nederlands Hervormde Kerk.

Op zeker moment verliet Janna Schuitemaker de herberg. Zij overleed in 1823 in het pand met huisnummer 31 in Enter.

 

 

Kadastrale kaart uit Enter van 1832. Panden of percelen die een link met deze kwartierstaat hebben zijn rood omcirkeld. Beneden, aan de lnkerkant het huis en de tuin van Frederik de Wilde. Langwerpig, aan de rechter kant, de grond van de familie Lubbers. In het midden links de tapperij van het echtpaar De Wilde - Schuitemaker. Helemaal in het midden, als het waren op een eilandje, ligt de N.H. kerk van Enter.

69.  Janna Schuitemaker, ged. Ref 14-10-1748 te Enter, overl 09-03-1823 te Wierde (Enter ) kasteleinse

De kroeg van Janna Schuitemaker tegenover de kerk in Enter (rechts op de foto)

Herberg De Wilde- Schuitemaker op kadastrale kaart Enter. Perceel 819

Toen haar vader in 1788 overleed werden al zijn goederen door de hypotheekhouder Francois de Wolf verkocht. Opkoper was een broer van de schoonvader van Janna, die op dat moment zelf al weduwe was, namelijk Jan Gerritz. De Wilde. Ook hier bleven de bewoners rustig wonen. In 1795, bij de volkstelling van dat jaar, was Janna kasteleinse in een pand wat toen tegenover de gereformeerde kerk in Enter stond.

70.  Arend Ezendam, ged. Ref 27-03-1758 te Enter, overl 05-06-1828 te Wierden (Enterbroek), kastelein op schippersherberg Binnen-Gais aan de Regge, lid der municipaliteit,  trouwt 21-08-1726 te Enter

Gevelsteen uit 1813 met de initialen van Arend en Catharina uit de tijd dat zij eigenaren van Binnen Gait waren. Steen boven de doorreed in de nog bestaande

schuur uit 1751.

Arend was, na onder andere zijn vader en grootvader, kastelein op schippersherberg Binnen Gait, dat hij van de vorige eigenaren kocht. Daarnaast schafte hij zich ook nog veel land en een boerderijtje aan. Het meeste onroerend goed werd na niet al te lange tijd weer van de hand gedaan, waarbij hij Binnen Gais, wel mocht blijven bewonen omdat in de koopovereenkomst waarbij de herberg werd verkocht,een clausule was opgenomen die hem het recht van huur gedurende 10 jaar gaf. In 1795 was Arend, die al schipperskastelein zijn mannetje wel zal hebben gestaan en die waarschijnlijk voor niets en niemand bang was, in de raad gekozen toen, bij het begin van de Bataafsche Republiek, de oude garde aan de kant was geschoven. We komen in een lijst van functionarissen van Enter ten tijde van de Bataafsche Republiek, Arend overigens niet alleen als lid van de municipaliteit maar ook nog als diaken tegen.

Binnen Gerrit, aan de Regge. Boven de boerderij/herberg. , onder de nog altijd bestaande schuur uit 1751. Historische Atlas van Overijssel

71.  Catharina Nijenhuis, ged. Ref 16-08-1761 te Enschede (Boekelt), overl. 05-11-1826 te Wierden (Enterbroek)

Van de jeugd van Catharina zelf is niets bekend. Wel staat vast dat haar broer Gerhardus die later, net als Catharina zelf, in Enter zou gaan wonen, bij terugkomst van de paaskermis  1786 in Enschede betrokken was bij een serieuze vechtpartij. Toen hij, met een aantal andere jongeren bij ene Gerrit Ubbink, net buiten de Eschpoort, nog wat aan het drinken was kwam ene Hermen Scholten Gerritszoon “woedende van kwaadaardigheid  met den blooten hals en zonder doek of das om te hebben”in de keuken. Na een woordenwisseling werd Gerhardus ernstig mishandeld. Hij werd naar binnen gedragen “alwaar bevonden wierd niet alleen op eene vreselijke wijze te bloeden, maar ook jammerlijk aan het hoofd gewond te zijn, zodat hij zich, zo drae zijn krachten het toe lieten naar den Chirurgijn J. Plante had moeten begeven, om verbonden te worden, welke chirurgijn  dan ook had bevonden, “dat hij drie verschrikkelijke wonden had aan het hoofd gekregen”.  Het proces sleepte zich voort tot in 1796. 

 

De vader van Catharina erfde De Wolzak. Twee broers van haar erfden deze boerderij. Het originele erve Nijenhuis brandde in 1823 af.

72.  Jan Weevers, ged. Ref. 31-12-1745 te Aalten, overl. 30-03 en begr. 03-04-1806 te .Aalten, trouwt 25 -06-1775 te Aalten

73.  Harmina Obelink, ged. Ref. 09-11-1755 te Aalten, overl. 22-08-1835 te Aalten (2e huwelijk met Jan Willem Duenk)

74.  Jan Luijerink, ged. Ref. 16-01-1751 te Hengelo (O), soldaat, wever, overl. volgens acte van bekendheid bij huwelijk zoon: geen aantekening van overlijden in Hengelo in die tijd. 1e huwelijk met Aaltjen Hobbelink, toen zoldaat onder het 2de battaillion van den Lieut.Generaal Leusden, trouwt ….. Hengelo (O)

Volgens het Rechterlijk Archief Delden (inv.nr 15, hypotheekacte dd 29-10-1784 fol/pag 163-164) wonen Jan Leuerink en Aaltjen Deckers ehelieden in hun huis en hof gelegen op de Veldzijde van Hengelo tussen de huizen van Hermannus Vos en Jannes /Sengerink. Op 24 april 1785 is de hypotheek voldaan.

 

Toen Jan Luijerink in 1775 in Hengelo trouwde met zijn eerste vrouw, Aaltjen Hobbelink, werd in het trouwboek vermeld dat hij “Zoldaat was in het regiment van de Luitenant-Generaal Leusden”.  Een jaar later was zijn vrouw al overleden, want in 1776 hertrouwde Jan, nu met Anneken Dekkers.

De ouders van Anneken waren zelf in Almelo getrouwd. Dat was wel eigenaardig, want bij beiden werd vermeld dat ze uit Oele bij Hengelo kwamen.

Een zoektocht bij het Centraal Bureau voor de Genealogie in Den Haag bracht uitkomst. Men beweert daar veel informatie over militairen in het verleden. In een informatieblad had wel gestaan dat er van soldaten en onderoficieren van voor 1795 maar zeer weinig gegevens aanwezig waren. Toch besloot ik te gaan zoeken naar Jan Luijerink.

Ik vond hem inderdaad terug en toen vielen ook een aantal andere dingen op hun plaats.  Jan kwam namelijk voor op een zogenaamde rangeerlijst. Zo’n lijst gaf informatie over namen, rangen, leeftijd en lengte van militairen van een onderdeel. De naam komt van het feit dat de soldaten werden gesorteerd (gerangeerd) op lengte, van groot naar klein.

Als eerste soldaat op de “rangeerlijste van de Compagnie van den Capitein Grave van Rechteren in het Tweede bataillon  in het regiment van de Luitenant Generaal Van Leusden zoo als deselve gemeeten zijn op den 29 maart 1781 binnen het Garnizoen van Zierikzee: kwam Jan voor, zelfs als eerste soldaat. Hij was dus de langste van zijn groep.  Hij was de eerstgenoemde soldaat van het “eerste gelid”en  5 voet, 10 duim en 1 streek lang en dertig jaar oud.

Nauwkeuriger bestudering van de lijst leverde een verrassing op. Niet alleen vermelde deze de soldaten, commandant, Graaf van Rechteren, de luitenant, twee sergeanten en de tamboer, maar ook nog een “lieutenant gedispenseerd”.   Het bleek dat dit betekende dat er nog een luitenant was die formeel nog wel deel van het onderdeel uitmaakte, maar geen daadwerkelijke dienst meer deed omdat hij gepensioneerd was.  De naam van deze lieutenant gedispenseerd ?  Het was Hermanus Dekkers, de schoonvader van Jan Luierink.

Hermanus was dus officier in het Staatse Leger en waarschijnlijk een getrouwe van de compagnie van de kapitein Van Rechteren. Deze kwam uit Almelo. Waarschijnlijk was Hermanus dus al in zijn dienst toen hij trouwde, mogelijk werkte zijn vrouw Catharina Jolink al als dienstmeisje op het Huis Almelo.

De rangeerlijst dateerde van maart 1781, op 9juni van dat jaar vond er een inspectie plaats door de generaal majoor W. van Dopf. Hij was een gevreesd inspecteur want, zelf opgeklommen van gewoon soldaat tot generaal, wist hij precies hoe en wat er gebeurde en men kon hem dan ook niets wijsmaken.

Het regiment van luitenant generaal Van Leusden was op het moment van de inspectie in Zierikzee gelegerd. Dit in verband met de op dat moment gaande oorlog tegen de Engelsen; uiteindelijk zijn er daarbij op land echter geen krijgshandelingen verricht waarbij het regiment betrokken was. Misschien was dat maar goed ook, gezien het hieronder volgende verslag van de inspectie.

 

Regiment                                                           : Leusden

Officieren

Corps                                                                   :Die onder de wapens waren zagen wel uit

Het salueeren                                   :salueerden goed

Onder Officieren en Gemeene

Kleding en troussen                                       :de nieuwe Monteering was nog niet geheel klaar

Houding en attentie                                      :houding maar redelijk dog de attentie was goed

Properheit                                                         :waren prooper

Manschap                                                         :wat gezien hebbe, zag wel uit

Recruiten                                                            :Veele jonge luijden op de groeij zelvs ettelijke onder de 2 duijmen

Manuaal                                                            :reedelijk. Hebben weinig tijd gehad om te exerceeren

Zwenking                                                           :weinig gedaan

Aanleggen en vuuren                                   :Aanleggen gaat wel. Vuuren langzaam en zijn niet vaardig in het laaden.

Manouvres                                                       :geene gedaan

Parademarsch                                                 :goed

Battaille marsch                                              :eerste bataillon heeft ze goed gedaan. Tweede bataillon veel te langzaam.

Flanueer marsch                                             niet van kunnen oordeelen

Geforceerde marsch                                      :eerste bataillon goed. Tweede bataillon te langzaam

De nieuwe monteering was nog niet geheel klaar, door dien de leverantien niet

op tijd gedaan zijn alsook omdat zoo door den Stads Dienst als buiten

detachementen geen volk genoeg daaraan hebben kunnen stellen; dus haar gepermiteerd is geworden om met de oude monteering af te exerceeren en de revue te passeeren.

Geene bekwaame plaats zijnde voor twee bataillons te gelijk te manouvreeren, is het een na het ander geïnspecteerd geworden. Hebben geen manouvres gedaan omdat door het detacheeren zwak waren en zig niet genoeg hadden kunnen oefenen.

Hunne lijsten zijn niet volgens ordre gevouwd, ook is het opschrift op 6 rangeerlijsten van het eerste bataillon niet volgens ordre.

Het hoofd van alle de recruten lijsten is meede niet volgens ordre, ook is geene colonnen voor de gerengageerde.

Het eerste bataillon bestond uit                                               :              Grenadiers, 11 rotten en 1 man

                                                                                                              Musuetiers, 34 rotten en 1 man

Het tweede bataillion bestond uit                           :              Grenadiers, 10 rotten en 2 man

                                                                                                              Musquetiers, 38 rotten en 2 man.

 

Deel van de rangeerlijst van het onderdeel van de Capitein grave van Rechteren waarop Jan Luijerink, wegens zijn lengte, als eerste soldaat vermeld staat.

 75.  Anneken Dekkers, ged. Ref. 16-05-1755 te Hengelo (O), overl. 17-01-1824 te Hengelo (O), (2e huwelijk met Jan  HIlbrink)

 76.  Jan Hendrik Kelderman, ged. Ref 18-12-1757 te Bronkhorst, overl. 12-09-1814 te Zutphen, Bronkhorster mulder, lid der municipaliteit, trouwt 10-04-1785 te Steenderen.

Samen met zijn echtgenote had hij een bewogen leven. Van 1786 tot 1802 kregen zij maar liefst twaalf kinderen. In het jaar na de geboorte van de laatste overleed Judith Starink, nog maar 40 jaar, maar waarschijnlijk helemaal opgebrand. Twaalf kinderen in zestien jaar en wie weet daar tussendoor nog miskramen. Vanaf ongeveer 1800 lag Jan Hendrik ook steeds overhoop met de verpachter van de molen van Bronkhorst, Frederik Albert van Limburg Bronkhorst Stirum. Deze eiste van alles als onderpand wegens achterstallige pacht van zo'n vijftienhonderd gulden. Mogelijk had Jan Hendrik, die als lid van de municipaliteit waarschijnlijk een soort revolutionair was, vanaf de komst van de Bataafse Republiek gewoon helemaal geen pacht meer betaald. Dit wordt nog verder uitgezocht. Volgens het lidmatenboek van Steenderen vertrok Jan Hendrik met zijn echtgenote in maart 1786 met attest naar Zutphen. In april 1791 kwamen ze, wederom met attest weer terug. 

Na het overlijden van Judith in 1803 werd Jan Hendrik in een nieuwe zaak van Rechteren tegen hem in 1804 aangeduid als voormalig molenaar.. Op 16 november van dat jaar vertrok hij, wederom volgens het lidmatenboek met attest na Amsteldam. Daar komen we op 19 januari 1806 het huwelijk tegen van Jan Hendrik Kelderman, weduwnaar van Judika Starink en Maria Wicke, jonge dochter onder Sloten. De acte werd opgemaakt in het Rechthuijs aan den Overtoom.   Uit dit tweede huwelijk werden ook nog drie kinderen geboren, het laatste in 1811.  Wat er vervolgens is gebeurd is tot nu toe nog onbekend en het overlijden van Maria kon nog niet worden gevonden. In ieder geval gaat Jan Hendrik terug naar de Achterhoek waar hij al in 1814, op achtenvijftig jarige leeftijd overleed. Bijzonder in de overlijdensakte is dat er nergens meer sprake is van het tweede huwelijk met Maria Wicke, maar dat hij uitsluitend wordt vermeld als weduwnaar van Judith Starink. De akte vermeld verder dat hij overleed in huis 1209 in de Groensteeg en dat hij negen kinderen naliet. Dat klopte niet, want op het moment van zijn overlijden waren er weliswaar nog negen kinderen uit zijn eerste huwelijk in leven, maar dat gold ook voor twee dochters uit het tweede huwelijk.  Er is vast iets aan de hand geweest. Zouden zijn Achterhoekse kinderen niet eens weten dat hij een tweede keer getrouwd was en had hij dat gezin soms in de steek gelaten. 

 

Wat er ook van zei, Jan Hendrik is waarschijnlijk wel een goede molenaar geweest. Oudste zoon Jan Derk was  molenaar, dat gold ook voor Gerrit (Jan. Beiden overleden in Rijssen). David was molenaar , hij stierf in Zutphen. Ook zoon Geurt oefende het molenaarsvak uit en stierf in Zutphen. Jacob was molenaar en stierf in Hellendoorn en jongste zoon Barend, die in Deventer overleed was ook al molenaar. Ook van zoon Hermanus die 37 jaar oud in Wierden overleed is bekend wat zijn beroep was: molenaarsknecht. Alles zeven zoons die volwassen werden, voerden dus het beroep van hun vader uit. Vier dochters werden volwassen. Gertruid huwde met een tuinman, maar hertrouwde na zijn overlijden met een molenaar, Hendrik Kruitbosch die overleed in Apeldoorn. Cornelia was als enige spelbreekster, want zij huwde met schoenmaker Jan Adriaan Rensen. Van de twee dochters uit het tweede huwelijk die volwassen werden, huwde Johanna in Haaften met Johannis Zatter of Satter, die landman was. De laatste dochter, Aafje bleef wel een beetje in de buurt van de molenaars, want zij trouwde met een bakker, Heinrich Karl Philip Meijer die in Brunswijk was geboren  en die in Nieuwer Amstel woonde.

Overigens was Jan Hendrik in zijn generatie ook niet de enige molenaar, want broer Adam, die in 1808 in Hoog Keppel overleed was dat ook. Van hem is bij het Gelders Archief nog een mooie rechtszaak bewaard. Hij werd, samen met een bakker en een landbouwer betrapt op fraude rond de belasting op het malen. Hij schreef, om vervolging te voorkomen een brief aan de justitiele autoriteiten waarin hij er wel fijntjes melde dat hij, om te voorkomen opgepakt te worden maar was verhuisde naar het nu aan Dinxperlo vastgegroeide Duitse plaatsje Suderwick. Broer Willem was ook molenaar in Doesburg. De vader van Jan Hendrik, Jan Derk was natuurlijk ook al molenaar geweest en grootvader Adam Heinrich had hetzelfde beroep op de molen bij Gut Engelrading in Marbeck bij Borken in Duitsland gehad.  


 

De huidige Bronkhorster molen, gebouwd in de 19e eeuw, de oude molen waar Jan Hendrik had gemalen was of werd toen gesloopt.

De huidige molen, waarschijnlijk precies op de plek van de oorspronkelijke, tussen Bronkhorst en Steenderen. Historische Atlas van Gelderland

77.  Judik Starink, ged. 24-01-1762 te Bronkhorst (op ’t Bronhorser veer), over. Volgens acte van bekendheid bij huwelijk zoon “overleden in Steenderen in 1803”

Een pand dat tegenwoordig het Veerhuis te Bronkhorst werd genoemd. Mogelijk woonde ook de familie Starink hier al. Op deze foto is er grote wateroverlast. Op de achtergrond is, aan de overkant van de Ijssel, Brummen te zien. Het huis staat op een dijk en tussen die dijk en Bronkhorst zijn de uiterwaarden volledig ondergelopen.

Het Bronkhorster Pontveer waar de Starinks veerman waren en het Veerhuis, waar zij waarschijnlijk woonden. Historische Atlas van Gelderland

78.  Hendrik Coops, ged. 07-09-1738 te Doetinchem, overl. 04-12-1819 te Doetinchem, koopman en grondeigenaar, trouwt 17-11-1765 te Doetinchem

79.  Egberdina Coolenbrander, ged. 09-08-1744 te Doetinchem, overl. 01 en in de kerk begraven 05-06-1790 te Zelhem

80.  Thijes Rosink,  timmerman, dagloner op 't Leussink (o.a. in 18140, geboren te Usselo, gedoopt te enschede 11-06-1752, overleden Lonneker (Usselo)  27-02-1820

81.   Hendrina ter Brugge, landbouwersche, spinster, geboren in de Eschmarke, gedoopt te Enschede op 31-03-1762, overleden te Lonnekeer (Usselo ) 1837

82.   Een persoon der Roomsche Religie .Bij de doop van 41. Werd vermeld dat zij was verwekt door een persoon der roomsche religie die volg. Het appointement van de grootvader “tot het dopen niet geut was:, De grootvader, Berend Josink had een herberg, net buiten de Veldpoort in Enschede en hier kwam natuurlijk nogal wat verschillend volk over de vloer

De herberg van Berend Josink en de huizen van Willem Holtkamp en Abraham Stevens stonden net buiten de Veldpoort, bij de Stroomarkt. Kadastrale kaart 1826 van Enschede. Uitgezocht moet nog worden of de panden toen nog bestonden en welke nummers er precies mee corresponderen.

83.  Geerdjen Josink ged. Ref. 11-07-1773 te Enschede (Eschmark). Overl. 15 -05-1807 “op den Beld onder dezes Stads jurisdictie gewoond hebbend, zijnde ongetrouwd edoch twee Kinderen buiten huwelijk verwekt nalaatende. “

Josink in Usselo. Historische Atlas van Overijssel, rond 1900

84.  Jan Wensink, ged. Ref. 15-07-1725 te Neede, overl. : bij huwelijk van zoon in1821 : Voor meer dan dertig jaren in Neede overleden, (1e huweliik met Aaltjen Hoytink), trouwt 22-09-1754 te Neede

85.  Berendina (Anna) Catharina te Winkel/Scheperije, later te Winkel genaamd, gedoopt als Scheperije, 07-03-1734 te Ruurlo, overl: als bij echtgenoot

De Scheperije, waar Berendina werd geboren. Mogelijk woonden zij later in de Winkelerhoek en dank zij daar de naam Winkel aan. Dit moet echter nog worden uitgezocht.

86.  Abraham Stevens, ged. Ref. 21-09-1738 te Enschede (Eschmarke), overl. 09-02-1822 te Enschede, wever, trouwt : doopboek Enschede is verbrand

Bij de volkstelling van 1795 woonden er in de ‘voorstad der Veldpoort’te Enschede, dus buiten de poort in het totaal 46 gezinnen. Drie ervan, vlakbij elkaar wonend komen voor in deze kwartierstaat;

No 137: Abraham Stevens, wever, acht personen

No 138: Willem Holtkamp, wever, twee personen

No 142: Berend Joosink, herbergier, drie personen

 87.  Aaltjen Holtkamp, gedoopt te Zutphen, nederd. ger. 11 Maij 1755 door predikant L. Hamesteroverl. 22-12-1795 te Enschede (stad)

Alhoewel de ouders van Aaltjen, Willem Holtkamp en Hermine Rouwkamp al in de stad Enschede woonden is het mogeljk dat zij oorspronkelijk uit Boekelo kwamen. Historische Atlas van Overijssel, rond 1900

88.  Hermen ten Thije, later Kempers, ged. Ref. 18-11-1744 te Enschede (Eschmarke), overl. 09-09-1822 te Enschede, landbouwer, trouwt: doopboek Enschedeis verbrand.

Zie voor de boedelscheiding na het overlijden van Hermen de pagina andere voorouders/kwartierstaat

Als er getrouwd was en er was mogelijk, nu of in de toekomst wat geld te verdelen, dan werd er een huwelijkscontract gemaakt. Dat gold ook bij het huwelijk van een dochter van Hermen en Zwenneken.

Op heden den 30sten Augustus 1817 zijn voor mij Willem Phlip, Carel Greve openbaar notaris in de residentie Enschede, Arrondissement Almelo, Provincie Overijssel in tegenwoordigheid van de medeondergeteekende getuigen gecompareerd Hendrik Nijland, landbouwer wonende in de Eschmarke gemeente Enschede zoon van wijlen Gerrit Nijland en Jenneke ter Brugge ter eener, en Janna Kempers zonder speciaal beroep mede wonende in de Eschmarke meerderjarig dochter van Hermen Kempers en Zwenne Kempers, ter andere zijde, handelende de comparante in tegenwoordigheid en met toestemming harer ouders en verklaren bij dezen op te rigten hun huwelijkscontract als

1e

Er zal tusschen bruidegom en bruid en aanstaande echtgenooten plaats hebben gemeenschap van onroerende en roerende goederen die hebben en mochten dequireeren diensvolgens zullen dezelven alsmede winsten en verliezen, gelijk ook de schulden tussen hen gemeen zijn.-

2e

De ouders van de bruid, Hermen Kempers en Zwenne Kempers, belooven hare gemelde dochter ten huwelijk mede te geven de somma van Vijfhonderd gulden zeggen f. 500.- te ontvangen na hun beider overlijden of eerder na goedvinden des ouders.

3e

Indien bruidegom voor de bruid, zonder kind of kinderen uit dezen echte na te laten mochte overlijden, zoo geeft en maakt bruidegom aan de bruid, zoveel uit zijn goed als hij aan haar, rechtens, vermaken kan uitgezonderd zijne kisten en klederen, die geheel aan zijn voorkind uit het huwelijk van Aalken Geerdink zullen vervallen en door hetzelve genoten worden.

4e

En zoo de bruid voor de bruidegom zonder kind of kinderen uit dit huwelijk na te laten mochte overlijden zoo en stitueert zij den bruidegom in al hare goederen en nalatenschap ten einde die na haren doode te erven en te bezitten behalven hare kiste en kleederen, die geheel aan hare naaste bloedverwanten zullen komen en door hun genoten worden.

5e

Verklaren de ouders van de bruid voormeld, in deze hiervoren gemelde Making en Dispositie van hare dochter genoegen te nemen en nimmer daartegen te zullen doen en handelen onder welke voorwendsel dit ook, zijn moge.-

Waarvan acte opgemaakt en aan comparanten en getuigen, die waren Hendrik Wilmink en Berend ter Brugge, Landbouwers in de Eschmarke voorgelezen, is deze door contractanten bruidegom en bruid, de ouders van de laatste, de getuigen en mij notaris geteekend.-

Gedaan ten huize van Harmen Kempers in de Eschmarke voormeld ten jare maand en dage als boven.

Geteekend:

Hendrik Nijland

Janna Kempers

H. Kempers

Zwenneken Kempers

H. Wilmink

B. ter Brugge

W.P.C. Greve  notaris.-

Verder staat

Geregistreerd te Oldenzaal den vijfde September 1817 fol. 120 E N12 vol 2 ontvangen zeven gulden 47 cents met de 10 en 15 pf.  Geteekend: B. Besange

 

 

 

89.  Zwenneken Kempers,ged. Ref. 12-09-1751 te Enschede (Eschmarke), overl. 01-12-1831 te Lonneker (Eschmarke)

Op 27 april 1826 ( Notarieel archief Enschede, notaris W.P.C. Greve, inv.nr 966, akte 53) verkocht Zwenneken het huis waarin zij met haar man had gewoond, samen met de meeste van de andere erfgenamen aan één vanhaar zonen.

“Voor mij W.P.C. Greve, openbaar notaris te Enschede compareerden,

1e Zwenneken Kempers, wed. Hermen Kempers, zonder beroep, Esmarke

2e Gradus Kempers, wever , Esmarke

3e Jan Kempers, fabrikeur en vrouwe Janna Reudink te Enschede

4e Hendrik Nijland en vrouwe Janna Kempers, landbouwers Esmarke,

Erfgenamen van eerst gemelden Zwenneken Kempers en wijlen hun vader Hermen Kempers, en bekenden verkogt te hebbenaan hunnen zoon, broeder en zwager Gerrit Kempers, landbouwer, in de Esmarke, de navolgende roerende en onroerende goederen, waarvan 1/8 den kooper b ehoord.

1e Hunne aandelen bestaande uit 7/8 gedeelte van de Plaats Kempers, met alle deszelvs hoge en lage landerijen, groengronden, houtgewassen, en getimmertens, waaronder mede begrepen eene weide, gelegen op het Amesveen, groot 1 bunder 40 roeden, alleen uitgezonderd een stuk bouwland in de Mensink dalen, genaamd “het Schouwink stuk”,  alsmede een schoppe, ten Oosten het huis Kemper, welk een en ander behoord in den boedle van Jan Hermen Kemper, overleden, en wel voor de som van f 1776.

2e Hunne aandelen bestaande in 7/8 gedeelte van den inboedel des huizes, levendige have, gewassen op de lande, en die ingezameld zijn, mestinge, brandstoffen, bouw en paardegereedschappen, koorn gedorst en ongedorst, inbrengende de som van f 400. Waarvan acte, opgemaakt in tegenwoordigheid van de Heer Willem Paschen, vrederegter en Gradus  Larink, griffier bij het Vredegeregt, te Enschede. En hebben geteekend op de Plaats Kempers:

Z. Kempers, G. Kempers, J. Kempers, J. Reudink, H. Nijland, J. Kempers, G. Kempers, W. Paschen Vrederegter, G. Larink, W.P.C. Greve Nots.

Hoewel de boerderij al lang geleden is afgebrand, ligt in de Esmarke bij Enschede nog wel altijd de naar het erf genoemde Kempersweg

Nummer 131 is De Keamper, met daarbij 'n Goarn van de Kemper, 'n Hof en 'n Kaamp van 'n Keamper

 90.  Gerrit Reudink, ged. Ref. 03-06-1754 te Enschede (Stad), overl. 31-03-1829 te Enschede, katoenspinnersbaas, trouwt : trouwboek Enschede verbrand, maar uit boedelscheiding waarbij Gerrit no assisteert als toekomstige man blijkt dat dit zeker niet eerder en waarschijnlijk te Enschede in 1781 is geweest.

 

In de “eerste halve stad na de Veldpoort”woonde bij de volkstelling van 1795:

No 174: Gerrit Reudink die toen spinnersbaas was.

Testament Gerrit Reudink jac. Zoon

Voor ons Gerrit Pennink openbaar notaris te Enschede, Provincie Overijssel, en nagenoemde getuigenis gecompareerd Gerrit Reudink Jac. Zoon, spinnersbaas, wonende alhier, zijnde ziekelijk doch zijn verstand en zinnen magtig, gelijk ons gebleken is: - welke comparant aan ons heeft voorgezegd zijn Testament en uiterste wil, zoals het hier na volgende door mij Notaris is opgeschreven: zeggende hij comparant:

Ik legateer, geef en make aan mij vrouw het vrughgebruik van alle mijne na te laten zo roerende als onroerende goederen; en voor zo ver dit eenige zwarigheid mogt ontmoeten, legateer, geef en make ik aan dezelve mijne vrouw Geertruid Vogelaar, een vierde gedeelte mijner na te laten goederen in eigendom en een ander vierde gedeelte in vrugtgebruik of wel de helft derzelve mijne nalatenschap in vrughgebruik alleen-.

Waar van deze acte, welke door Comparant Testator, zo ver de beschikking behoeft, aan mij, Notaris is voorgezegd, en door mij notaris geschreven, aan den Comparant en getuigen door mij Notaris is voorgelezen: alle in presentie der getuigen.

Gedaan te Enschede, ten huize van den comparant den eersten december des jaars agtienhonderd vijf en twintig, in presentie van Otto Volgenant, zadelmaker; Berend Jan ten Vorde, smit, Jan Coenraad Brinkman, kleermaker en Arend Jan Naafs, timmerman; all e alhier woonagtig, als getuigen; welke na de gedane voorlezing met mij Notaris hebben getekend; verklarende Comparant Testator wegens zijne ziekelijke gesteldheid niet te kunnen tekenen.

Op de plek van het hoge huis links heeft de woning van Gerrit Reudink gestaan. Het pand waar nog net een stuk van te zien is rechts of het huis direct daarnaast moet de woning zijn geweest van zijn dochter Johanna Reudink en schoonzoon Jan Kempers

 91.  Gertruit Vogelaar, ged. Ref. 25-12-1749 te Ootmarsum, overl. 02-04-1832 te Enschede ( 1E huwelijk met Johan Arnold Verbeek, stadsbode te Enschede)

Toen Geertruid Vogelaaar na het overlijden van haar eerste man Jan Arnold Verbeek wilde hertrouwen met Gerrit Reudink, moest er ter behoeve van haar minderjarig zoontje Jan Verbeek een maagscheid of boedelscheiding worden gemaakt.

Op heden dato hier onderschreven is tusschen Geertruid Vogelaar weduwe van Jan Arnold Verbeek in deesen geassisteert met haaren aanstaanden Egtgenoot Gerrit Reudink ter eener en bij den Gerigte aangestelde mombaren over haar minderjarig zoontje Jan Verbeek met namen Herman Verbeek en Jakob ter Meulen ter anderen zijde een behoorlijke inventaris gemaakt over de goederen zo zij in gemeenschap bezeeten zijn en zo hier onder gespecificeert staan zullen deeze tot een Maagscheid deswegens dienen.

Bevonden

1             een hangend horloge getaxeert op                                                                       f              15

2             2 bedden met haar toebehoor getaxeert op                                                     f              60

3             een kaste                                                                                                                          f              15

4             10 stoelen                                                                                                                         f              4

5             2 tafels                                                                                                                              f              4

6             2 kisten                                                                                                                                             f              5

7             eenige aardene borden neevens steengoed                                                      f              6=15

8             2 ijserenpotten, tange, vuurschip kettene en haardijser                                              f              5=5

9             2 koperen ketels en een waschketel                                                                      f              11

10           1 geel koperen comvoor melkketel bakjen en krans                                       f              3

11           een tinnen kofij kan foekpot maten en lepel                                                     f              7

12           de goederen zo in den winkel zijn alle bij elkanderen opgenomen en

                waardig geschat                                                                                                           f              30

13           schaalen gewigten koffijmolen tezaamen getaxeert                                     f              7=50

14           een kasjen en spinde                                                                                                   f              3

15           4 stoelen een houten schaale en spinnewiel                                                      f              2=10

16           porceleijnen theegoed melkkannetjes                                                                 f              4=10

17           een koffij spit en 2 ijzers nevens pan panijzer en rooster tezaamen        f              5=10

18           eenige vaten manden en wat zig op de deele bevind                                     f              2

19           2 lampen vogelkouwe  spiegel en emmer                                                           f              3=30

                                                   Goud en zilver

20           een zilveren beugel getaxeert op                                                                                           f              15

21           2 gouden ringen en 1 dito slootjen                                                                                        f              13

22           paar zilveren schoe en een paar broekgespen                                                                  f              14

23           een zilveren zak horogie en signet                                                                                         f              20

24           een bijbel met zilveren knoppen en 2 silveren oorringetjes                                          f              8=10

25           13 mans hemden                                                                                                                          f              13

26           10 overhemden en 9 paar mouwen tezaamen                                                                 f              11=10

27           een mans rok kamisool en broek                                                                                           f              10=10

28           een hoed                                                                                                                                          f              3

29           12 beddelakens en 12 kussensloopen                                                                                   f              28

30           3 tafellakens en40 servietten                                                                                                   f              24

31           twaalf vrouwen hemden                                                                                                           f              12

32           de vrouwenmutschen, neusdoeken en mouwen getaxeert op                                  f              11

33           3 japons te zaamen                                                                                                                     f              40

34           de overige Jakken, rokken, schoteldoeken, en wat verder van                                  f              36

              Vrouwenkleederen bevonden getaxeert op

35           een weeg met kusschens en kindergoed te zaamen                                                      f              6

Dus den geheelen boedel waardig                                                                                                        f              458

 

Waar tegen denzelven is bezwaard met de volgende schulden

Als namenlijk

·         Geuking te Deventer                                                     f              80           -

·         Hendrik Weddelink te Enschede                                               f              70           3             `12

·         J. ter Meulen te Enschede                                           f              14

·         B. Leurink te Enschede                                                 f              40

·         G. Jongejans te Enschede                                           f              35

·         A. Hanterman te Almelo                                             f              60

 

Dus bedraagt de geheele Schuld                             f              299         3             12

 

Blijkende dus dat den overschot des boedels blijft een somma van  f 158:           16

Waar over onderling gecontracteerd en beslooten is dat Geertruid Vogelaar weduwe Jan Arnold Verbeek zal tot haaren laste neemen alle de schulden hier voren gespecificiceert en zo nog mogten vergeeten weezen waar tegen zij ook zal behouden alle winkelgoederenmeubelen buiten het geene zoo het kind voor vaderlijk goed hier uit zal trekken soo door de voorschreven mombaren zijn na haar genomen en in goede bewaring gesteld, te weeten

·         13 manshemden

·         10 overhemden

·         9 paar mouwen

·         Een rok kamisool en broek getaxeert op              f 10        10

·         Een hoed insgelijks getaxeert op                             f 3

·         Een sak horlogie en signet

·         1 paar silveren schoe en broek gespen

 

Waar meede deezen boedel invoegen hier voor uitgedrukt word verdeeld versoekende hier over voor den wel. Ed. Agtbr. Magistraat de nodige aprobatie en confirmatie, verklarende de mombaren de interesse van haare pupille zo veel mogelijk te hebben waargenomen belovende nog booven dien al het geene van de overledene overgrootmoeder te Ulsen, zo op haar dogter de tijd haares levens gemaakt is, mogte overblijven, en ten deele vallen als meede het geene haren pupillen nog uit een onverdeelden boedel van de grootvader in de Gronauwe bij een verdeeling toekomt exact te willen waarneemen en zo dra zulks inkoomt, aan deezen weledelen Gerigte van het beloop van dien kennelijk te geeven.

Waarmeede deezen wordet geslooten en door de weduwe Verbeek en assistent alsmede door de Mombaren getekend

Enschede den 10 May 1783  (Onderstonden)  

Gerrit Vogelaar weduwe Verbeek

Gerrit Rodink als assistent

Herman Verbeek als mombaar

Jacob ter Meulen als mombaar

(lager staat)

Vorenstaande maagscheijdt bij ons ten fine geexamineert zijnde en de hier in gemelde mombaren over de minderjarigen Jan Verbeek aan ons bij hand.. verklaard hebben de interesse van haare pupilles so veel mogelijk was te hebben waargenomen, so werd dezelve bij ons geapprobeert en de mombaaren in deezen geconfirmeert, onder een constige recommandatie dat sij het geene so van wijlen de overgrootmoeder te Ulzen als meede uit den boedel van de grootvader in de Gronauwe ten voordeele van haar pupille kunnne opsoeken hier in niet nalatig te weesen maar sulks verrigt zijnde hier van aan het gerigte van het beloop van dien kennische te geeven.

Enschede den 10 Meij 1783

(onderstonden)

E. ter Kuile Loco                Hendr.Swiers     Hendrik Weddelink

Accordeerd met sijn origineel Luid Attestor H. Pennink TT Secretaris

 

92.  Engbert Meijer, ged. Ref.  07-09-1766 te Veldhausen (Alte Piccardie0, overl. 16 en begr. 20-04-1847 te Neuenhaus aan verval van krachten

93.  Geerjen Hargers, ged. Ref. 02-03-1766 te Veldhausen (Grasdorf), overl. 20 enbegr. 22-07-1834 aan verval van krachten”

Erve Harger in Grasdorf.Nog net vermeld op de Historische Atlas van Overijssel van rond 1900 en dus vlak bij de nederlandse grens gelegen

 

94.  Garrijt Almelo, ged. Ref. 29-09-1751 te Neuenhaus, overl. 07-04-1812 te Neuenhaus , trouwt 10-09-1790 te Neuenhaus

95.  Geertruide Gosselink, ged. Ref. 07-04 -1765 te Neuenhaus, overl. 28-01 en begraven 02-02-1843 te Neuenhaus, “aan verval van krachten’

96.  Jan Goorkotte, ged. RK. 07-1742 te Haaksbergen, overl. 19-06-1814 te Haaksbergen (dorp), landbouwer, trouwt 04-11-1781 te Haaksbergen

Op een lijst met vuursteden van Haaksbergen uit 1675 wordt het huis van de Goorkottes, nummer 130 aan de Blankenborg al vermeld. Bijnaam van de bewoners was toen "Goorkotte alias Albergen"

Zwarte rok is alles

Ik I. Jordaan weegens hoger overheid wnd Rigter van Haaksbergen, certificeere dezes

Dat voor mij en assessoren, als waaren Engbert en Jn Hend. Jordaan, gecompareerd en erscheenen is Janna ter Huerne, zijnde ziek te bedde liggende, dog haar verstand, reden en mening ten vollen magtig, zijnde zij comparante in desen geassisteerd met Jan Eisink, als haaren versegten en toegelatenen momber, verklaarende sij comparante onder assistentie als booven, overwogen hebbende de swakheid des leevens, de seekerheid des doods en de onsekere uure van dien en daarom te raade geworden zijnde, over haare tijdelijke goederen te disponeren en te testeren, zo en als zij dan willende onder assistentie op de volgende wijze te doen.

Eerstelijk en vooraf annuleerd, casseerd en vernietigt zij Testatrice geassisteerd als vooren alle haare voorige makingen, welke zij voor dato deeses mogte gemaakt en opgerigt hebben, niet willende dat deselve van eenigen kracht of waarde zal gehouden worden. En dan door deesen ter dispositie tredenen onder assistentie als boven, zo legateerd zij dan

·         Het klopje Fenne ter Huerne voor den tijd hares leevens te gebruiken De Weide in Den Pas, zo van Lambert te Lintelo heeft en aangekocht is, als mede de rente alzo dan in vierhondert vijftig gulden, als Hendr. Elderink op intereste heeft. Dan nog zal gemelde Fenne ter Huerne in vollen eigendom hebben te trekken har Testatrice kaste, met het Linnen welke in de kaste is.

·         Verder legateerd zij Testatrice onder assistentie als boven aan Hermina ter Huerne getrouwd aan Jan Goorkate haar testatricen swarte Jak en Rok, zijnde de rok een Swart laakensche.

·         En dan legateerd zij Testatrice, geassisteert als voren aan haar meijd Maria Manten, in gelde de somma van vijf en twintig guldens.

·         En aan het kind of meijsjen van Berend Bouwmeesters, genaamd Hendrika, een kiste als mede dertig ellen linnen, en die hondert gulden welke bij den heer Smit in Rekken op rente staan.

·         Dan legateerd zij Testatrice aan haren vollen broeder Hermannus ter Huerne een somma van een hondert guldens, waarmede deselvens afgegoedt en voldaan zijn.

·         Dan legateerd zij Testatrice aan haren vollen broeder Jan Herman te Huerne een somma van twee honderd guldens, alsmede nog vijftig elle linnen uit de kiste.

En dan vervolgens steld zij testatrice, geassisteerd als vooren tot haaren Erfgenaamen om het overige haarer Nalatenschap, na afbetalingen der schulden te verdelen haar testatricen broeder Jan Herman ter Huerne, en deszelfs kinderen, des testatrices neef en nigten met namen Jan Harmen ter Huerne, Harmina ter Huerne, getrouwd aan Jan Goorkate, Janna ter Huerne, getrouwd aan Berend Bouwmeesters, Tönnis Janna ter Huerne, getrouwd aan Gijs (?) Harmsen & het klopje Fenneken ter Huerne.

Waarmeede Testatrice desen haaren Testamentaire dispositie is sluitende, verklaarende na dat haar allen dit woordelijk was voorgelezen, en na nauwkeurigen ondervraagingen, het voorenstaande te zijn haaren vrijen , uitersten en onbedwongen willen, en daar toe ook uit vrijen gemoede zonder inductie of persuatie van in getreeden te zijn, willende en begeerende dat het selve na haaren dood in allen deele zal agtervolgt en nagekoomenm worden.

Het zij als aan Testament Codicil geeft ere zaake des doods of op zo daanig  andere wijze als het zelfe best na regte zal kunnen en mogen bestaan…..

 

Het pand van Fenne ter Huurne aan de latere Spoorstraat te Haaksbergen, later in de negentiende eeuw.

97.  Hermine ter Heurne, ged. Rond 1752 omg. Vreden (Münsterland) RK, overl. 27-03-1808 te Haaksbergen

Klopjes waren ongehuwde vrouwen die oorspronkelijk heimelijk katholieken waarschuwden dat er op een of ander  erf in het geheim een mis zou worden opgedragen. Één van die vrouwen was Fenne ter Huurne.

Op 10 september 1792 overleed in huis nr. 109 (Spoorstraat 23) de ex-mulder van de Oostendorper watermolen, Berend Gebbink. Erfgenaam was zijn uit Rekken stammende nichtje Janna ter Huurne. Deze verkocht het huis in 1794 aan Mozes Heiman Northeimer onder voorwaarde dat haar zuster, het klopje Fenna ter Huurne, in een voorkamer mocht blijven wonen. Enkele jaren later, vermoedelijk kort na 1800, verhuisde Fenna naar huis nr. 118, waarvan ze in 1815 eigenaar werd. In 1825 werd zij in de eerste lijst van kadastrale eigendommen nog als eigenaresse opgegeven. In de gerichtsprotocollen van 8 juni 1794 werd zij vermeld als Fenneke ter Huurne alias Pastoors Fenneke, geestelijke dochter bij de Roomse priester. Blijkbaar was zij dus huishoudster aan de pastorie.

De panden 117 en 118 werden in het verpondingsregister van 1720 al ‘het clooster” genoemd. Hoewel de klopjes beslist niet in kloosterverband leefden, legde de bevolking blijkbaar toch zoveel verband met echte kloosterzusters, dat ze de klopjes woningne ook “klooster”noemde.

Het genoemde huisje no 118 was tot 1800 eigendom van een winkelierster, Janna Buursink, zuster van de bekende arts Dr. Joan  Buursink. Na haar overlijden in het genoemde jaar werd het pand geërfd door haar nichtje Johanna M.F. de Reuver en haar echtgenoot Herman Wamelink, koopman te Aalten. Zij verkochten het huis in 1815 aan Fenna ter Huurne die er zoals hierboven al vermeld waarschijnlijk al vanaf 1800 woonde. Het pand 118 werd later Spoorstraat 28.

Een deel van het ernorm rijke, barokke interieur van de kloosterkerk in Het Zwillbrook, net over de grens bij Rekken en ook vlak bij Wennewiek-Oldenkot. Waarschijnlijk werd Hermina hier gedoopt. Dit moet echter nog worden uitgezocht.

De vader van Hermina kwam uit Rekken, hier ligt ook Groot Heurne. Historische Atlas van Gelderland

98.  Jan ten Asbroek, ged. RK 19-02-1734, trouwt 24-11-1765 te Haaksbergen

Het Asbroek tussen Haaksbergen en Delden. Historische Atlas van Overijssel van rond 1900

99.  Berendina ter Pelle, ged. RK 10-10-1742 te Delden

100 Evert Klomp, ged. RK 31 (!) -04-1764 te Raalte (Linde), overl. 24-01-1824 te  Holten (Dijkerhoek), trouwt 29-07-1793 te Colmschate

 

101 Teuntje Broeknellis, ged. RK26-03-1769 te Colmschate, overl. 16-03-1824 te Holten (Dijkerhoek)

102.Antony Waerle, ged. RK 20-07-1731 te Vorden, overl. 30-04-1822 te Voorst

Het Waarle. Historische Atlas van Gelderland

 

Te Zutphen vindt, voor de Ned. Ref. kerk op 31`januari 1773 de eerste inschrijving plaats en op 18 februari vindt in de Grote Kerk het daadwerkelijke huwelijk plaagts tusse4n Antonij Harmsen, j.m. en Garritje Martens, j.d. b.w. onder Zutphen. Op 19 februari van dat jaar zien we dan ook nog de katholieke huwelijksluiting. Juncti Sunt Matrimmio Antonius Harmsen Waerle et Gerarda Martens. Testes...Gertrudis Creijvangers et Gerarda Gerritze.

103 Gerritjen Martens (Jansen), werd in Zutphen R.K. gedoopt in 1739. overl. “een en tachtig jaren”, 14-03-1822 te Voorst. Die een en tachtig jaar klopten dus niet helemaal maar ver zat het er niet af - en dat in die tijd en op die leeftijd.

104 Hendrik Klein Brinkerink (Esselenbroek), ged. Ref. 01-02-1750 te Ruurlo, overl.     

 volgens acte van bekendheid bij huwelijk dochter “overleden in lochem, geen  aantekening in registers. Lijkt in ieder geval overleden vóór 30 december 1794, want dan wordt in het boek "Ontfangst, van de Laakens en Mantels, gebruijkt bij de Begraving van d'onderstaanden, in den Jaare 1795, als een van twee begravenen in 1794, namelijk op 30 december , vermeld  de doger van de wed. H. Brinkerink van den armen, trouwt 19-05-1776 te Lochem. Na 1790 overleden, want in dat jaar wordt er nog een zoon van Hendrik en Gerridina gedoopt.

Het Brinkerink en Het Lansink liggen op een steenworp afstand van elkaar. Een generatie later zou er een huwelijk komen van een Brinkerink en een Klein Lansink.

105 Garredina Lulofs, ged. Ref 16-01-1754 te Lochem, overl. 11-04-1807 te Lochem

106  Jan Lansink ged. Ref. 30-08-1739 te Ruurlo, overl. 30-06-1806 te Ruurlo, in het  Armenhuis, trouwt 16-08-1765 te Lochem

107.          Janna Fransen (Holseboer), ged. Ref. 24-01-1754 te Bronkhorst, overl. 23-07-1807 te Ruurlo, in een kamertje aan het armenhuiskamertje aan het armenhuis

Het armenhuis waar Jan Lansink en Janna Holseboer Fransen overleden, heette de Vuurmaat en lag net buiten Ruurlo

108.          Jan Bril, ged. RK, 31-03-1748 te Colmschate, overl. 03-09-1794 te Wilp “in het

       Lazenaarshuisje”, trouwt 19-04-1777 te Raalte. In een boek over boerderijen in de gemeente Voorst wordt

vermeld dat Het Lazarushuisje heeft ghetaan op het erf van boerderij Het Kleinze Zand aan het Buddezand nummer 8 te Wilp.  Vanaf begint 18e eeuw heeft daar een boerderij gestaan. Het Lazarushuisje is op een kaart van 1832 ingetekend bij knr. A261. In het boek staat nog vermeld dat Jan Bril hier in 1794 is overleden. Dichtbij het huisje, over de dijk, liggen de Lazaruskolken.

Jan Bril overleed aan een besmettelijke ziekte, de loop

Nummer 209 is het boerderijtje Bril. Vermelding op kaart met boerderijen in de Gemeente Diepenveen

109 Berendina Kruit, ged. RK 01-07-1753, overl. 01-01-1841 te Diepenveen, (Buurschap nazoeken) (  2e huwelijk met Hermannus Teunessen)

Boerderij Kruit in Linde is nummer 246 op de kaart van Boerderijen in de gemeente Diepenveen

110  Gerrit Jan Naalders, ged. Ref 07-05-1747 te Voorst, ov. 01-09-1832 te Voorst    (Wilp), daghuurder (1e huwelijk met Janna Willemsen), trouwt 26-11-1790 te Doetinchem

111  Berendina Stoltenburg, ged. Ref. 13-01-1765 te Doetinchem, overl. 02-11- 1848 te    

Voorst (Wilp)

Stoltenburg, net ten oosten van Doetinchem, in het Richterambt gelegen. Historische Atlas van Gelderland

112 Gerardus Hofmeijer/Gerrit Jan Oude Munnink, ged. RK 17-05-1746 te Borne,

  overl. 28-02-1824 te Tubbergen (Albergen),landman,  trouwt RK 24-11-1780   te Borne

De Mönnnikweg ligt in de marke Dulder, ongeveer op het kruispunt van Albergen, Weerselo en Borne. Het Weemselo, waar de zoon van Gerrit Jan later zou introuwen, ligt vlakbij deze weg. Het is dan ook alleszins aannemelijk dat ook de Oude Munninks uit deze omgeving komen.

113  Geertrui Fleerkotte op Wortelhorst, ged. RK 24-09-1764 te Tubbergen  (Fleerkotte), overl. 09-10-1835 te Weerselo (Dulder)

114   Albertus Blokhuis, ged. RK 28-04-1764 te Tubbergen, overl. 01-08-1816 te Tubbergen (Albergen), landbouwer op het Weemsel, trouwt 20-05-1786 te   Tubbergen. Hij kocht in 1812 het Weemsel te Albergen van de familie Van Beverförde genannt Von Elferveldt

Toen Bertus het Weemsel kocht, zag het al niet meer zo uit !

Zie voor twee artikelen over het Weemsel de pagina andere voorouders/kwartierstaat

Aan de oprijlaan naar boerderij het Weemselo is nog duidelijk de vroegere oprijlaan naar het slot te herkennen

Weemselo en het Weemseleerveld. Historische Atlas van  Overijssel. Situatie van rond 1900

115. Gesina Stroothuis/Gasthuis,ook van ’t Weemsel,. Ged. RK 30-10-1758 te Tubbergen    als Stroothuis, overl. 24-01-1825 te Tubbergen (Albergen) als  Stroothuis/Gasthuis

D 83 is Het Weemsel, D 80 het Gasthuis en D 76 is de boerderij die oorspronkelijk het Stroothuis heette. Het tussen Gasthuis en Stroothuis gelegen gebied lag in de winter meestal onder water.

116 Jan Hendrik Velers/ Haamberg, ged. RK 06-01-1768 te Ootmarsum, overl. 30-01-1837 te Tubbergen (Hezingen),landbouwer,  (trouwt 1e keer Gesina   Haamberg), trouwt 17 mei 1807

117   Hendrika Hanstede, ged. RK 02-03-1787, overl. 23-10-1844 Tubbergen(Hezingen)

Hanstee, vermelding op stafkaart

118 Joannes Hemmer, ged. RK 08-02-1784 te Ootmarsum, overl. 22-04-1854 te Tubbergen (Hezingen),landbouwer,  trouwt 27-05-1813 te Tubbergen

Erve Hemmer, foto van foto van bewoners huidige behuizing van Hemmer te Hezingen

 

119  Susanna Brunninkhuis, ged. RK. 31-01-1779 te Tubbergen, overl. 24-03-1854 te Tubbergen (Hezingen)

Brunninkhuis, vermelding Historische Atlas van Overijssel, situatie rond 1900

120.          JanBerend Koertshuis, ged, RK 26-06-1775 De Lutte overl. , 02-02-1848 Losser (De Lutte)              landbouwer, trouwt 14-01-1801 Noodgericht en kerkelijk 14-01- 1801 De Lutte

 

Bij de Lutte, vlakbij de Dinkel en in een uithoek van Nederland ligt het boerderijtje Koertshuis. In hetkadaster van 1832 komt in sectie G 2, genaamd het Luttermolenveld ook eigendom voor van Jan Berend Koertshuis. Veel stelt het niet voor, want de totale omvang is nog geen 5 hectare en die is dan ook nog voor het overgrote deel verhypothekeerd. Het gaat om de percelen 401 tot en met 408. Deze bestaan uit

·         Perceel 401, bouwland, 1 hectare 29 are 20 centiare

·         402 hakhout, 3 are 60 centiare

·         403 weiland, 5 are 20 centiare

·         404 opgaande bomen 2 are 20 centiare

·         405 huis en erf 3 are 10 centiare

·         406 hooiland 21 are 60 centiare

·         407 bouw en hooiland 28 are

·         408 heide 2 hectare 63 are en 10 centiare

 

Volgens het kadaster van 1832 sectie G2 was Jan Berend Koertshuis  eigenaar van nummer 361.

De Bergboer, iets onder de huidige spoorlijn. Het grote witte vlak rechts is Duitsland, zoals zovelen uit deze kwartierstaat woonden ook deze voorouders dus bijna letterlijk "'op 'n poal"

121 Geertruida Riesthuis op Deppenbroek, ged. RK 14-08-1771 als Riesthuis in ’t Olde Deppenbroek, overl. 24-12-1839 te Losser ( De Lutte)

Deppenbroek. Historische Atlas van Overijssel, situatie rond 1900

 

122.          Evert Olde Werger,, ged. RK 31-07-1760 te Oldenzaal, geb. te Lemselo, ook Evert Jan Gerardus (olde ) Kuipers, Werger/Warel? Spraakstede,  overl. 18-01- 1831 te Losser (De Lutte), vlgs over. Acte 68 jaar en geboren te Losser, wijk De Lutte., landbouwer, trouwt 01-10-1764 te Weerselo

Warger in De Lutte. Historische Atlas van Overijssel, situatie rond 1900

123 Johanna Bergharbert, gedoopt 01-10-1764 te Oldenzaal, geb. De Lutte, overl. 01-11-1843        Losser (De Lutte), vlgs over. Acte 77 jaar, geboren te Losser, wijk De Lutte

Het Bergharbert bij de Tankenberg in de Lutte

Het Harbert op de Tankenberg. Historische Atlas van  Overijssel, situatie rond 1900

124.          Arend Gerink,  , overl. 06-11-1836 te Losser (De Lutte), vlgs over. Act 78 jaren,

geboren te Ochtrup, Koninkrijk Pruissen,landbouwer,  trouwt 14-10-1792 te Oldenzaal

Arend komt onder meerdere namen voor. Zo wordt hij bij de volkstelling van 1829 Grunder genoemd, terwijl zijn kinderen dan Gerink heetten. Hij werd ook wel Flerik genoemd. Ook de plaats van herkomst is niet zeker. Ochtrup maar ook Epe in Duitsland worden genoemd. Bij de doop van zijn kinderen wordt een aantal keren aangegeven dat hij uit de parochie Epe kwam. Maar dat impliceert dat hij ook in Gronau gewoond kan hebben. Immers de kerk uit Epe stamt uit de dertiende eeuw, de katholieke kerk  in Gronau pas uit de negentiende eeuw.

Echtgenote Johanna wordt vaker als (Olde) Du(i)velshof dan met haar “echte”achternaam Elshof vermeld. De naamsverwisseling Gerink en Grunder wordt mogelijk veroorzaakt door het feit dat Arend in 1829 op huisnummer 104 in De Lutte woonde, terwijl ene Johannes Grunder nummer 105 bewoonde. Mogelijk heette dus ook de huisplaats zo.

Zoon van Arnoldus Gerink en Johanna Oude Duivelshof wil niet tegen Belgische geloofsgenoten vechten.

Het is een bekend gegeven dat, in de tijd dat de Belgen zich probeerden af te scheiden van de Nederlanders, nogal wat katholieke jongens en mannen problemen hadden met het vechten tegen hun geloofsgenoten. Zij werden door de pastoors “opgestookt” niet aan hun militaire verplichtingen te voldoen. Ook in Noord Oost Twente waren er nogal wat jonge mannen die zich aan de dienst probeerden te onttrekken. Hierover is op meerdere plaatsen het nodige gepubliceerd.

Ook ene Hermanus Gerink lijkt niet zoveel zin in het optreden als soldaat te hebben gehad. Hij werd op vrijdag 20 juli 1832 verhoord en op 14 juli 1832 door de Krijgsraad in het Provinciaal Kommandement van Noord Holland veroordeeld tot “het vervallen verklaard worden van den militairen stand en een straf van den kruiwagen gedurende de tijd van drie jaren”.

Uit het dossiertje dat zich in het archief voor Noord Holland in Haarlem bevindt valt heel wat informatie te halen over het hoe en wat van deze veroordeling. Herman werd daar gevonden omdat bij de huwelijkse bijlagen van Herman . in de bijlage die gaat over het hebben voldaan aan de militaire dienstplicht, werd vermeld dat hij voor de Krijgsraad in Noord Holland was veroordeeld.

Het “Extract uit het stamboek van onderofficieren en manschappen van mindere graden van het Algemeen Depot der Landmacht, nummer 33” vermeldt:

·         Hermannus, zoon van Arnold Gerink en Johanna Oude Duivelshof, geboren te Losser op 18 augustus 1808 en daar laatstelijk wonend.

·         Lengte bij aankomt bij het Korps 1 el, 6 palmen, 9 duimen en 6 strepen.

·         Van te voren gediend, waar en hoe lang, op welke wijze daarvan afgegaan: Nederland, Regiment ligte Dragonders Nr. 5, ingedeeld als milicien voor den tijd van 5 jaren zijnde loteling van de buitengewone ligting van 1831 uit de Provintie Overijssel, Gemeente Losser, onder nr 36 en op dato in activiteit gesteld 1 october 1831. Op den 28 october 1831 vermist, den 21 november 1831 als deserteur opgevoerd.

·         Wanneer en op welke wijze bij het korps gekomen, met omschrijving van zijn aangegaan accoord: Op den 8 Januari 1832 als soldaat bij de 3 Divisie ingevolge autorisatie van het Departement van Oorlog dd 5 januari 1832, nr 136 overgenomen van het Regiment ligte Dragonders no 5 waar hij op den 1 october 1831 was ingedeeld als milicien voor den tijd van 5 jaren. Zijnde loteling van de buitengewone ligting van 1831. Op den 11 Junij 1832 vermist.

Het lijkt er dus op dat Hermanus zich maar liefst twee keer aan de dienst heeft proberen te onttrekken. Eerst op 28 oktober 1831 en toen nog een keer op 11 juni 1832. Krijgt hij de eerste keer mogelijk nog een herkansing, de tweede keer moet hij voor de krijgsraad verschijnen.

Letterlijk lezen we dan:                                                                                                                                                           

·         Overwegende dat de aangeklaagde, na den Staat te hebben gediend als milicien is geplaatst bij de 3e divisie Algemeen Depot der Landmagt no 33 en met zijne compagnie in bezetting liggende te Helder, den 11 Junij 1832 zijn garnizoensplaats moedwillig en zonder verlof daartoe te hebben bekomen heeft verlaten.

·         Overwegende dat de beklaagde zig naar de gemeente Markelo heeft begeven en den 16den Junij daar aanvolgende dezelve door den veldwachter Gerrit Jan Hilberink is aangehouden en gearresteerd.

·         Overwegende dat de Stat verkeerd in eene toestand van Oorlog, doch dat de garnizoensplaats van beklaagde op eenen genoegzamen afstand van het tooneel van den krijg verwijderd kan worden geacht.

·         Overwegende dat de beklaagde bij zijne verwijdering uit zijne garnizoensplaats heeft medegenomen en aan niet ten processe genoemde personen heeft verkocht een bedlaken en dat dergelijk bedlaken behoort in de goederen welke den soldaat ten kazerne van ’s Rijkswege ten gebruike worden verstrekt

·         Wordt verklaardt dat de aangeklaagde schuldig is aan desertie en aan het ontvreemden van kazernegoed.

De straf waartoe Hermanus, door de president van de Krijgsraad te Haarlem, de majoor Van Gorkum wordt veroordeeld, is hierboven al vermeld.

Overigens  had Hermanus het na zijn plaatsing bij het “Algemeen Depot”niet gemakkelijk. Dat mag blijken uit het “Extract uit het strafregister betreffende den Fuselier Gerink Hermanus”.

·         Op 5 januari 1832 kreeg hij 25 rietslagen, wegens het moedwillig vernielen van een goed hemd door hetselve te verscheuren, zonder permissie.

·         Op 26 januari 1832 kreeg hij 15 rietslagen omdat hij een poetslap met ongedierte in zijn ransel had bij de inspectie.

·         Op 24 maart ontving hij 15 rietslagen omdat zijn slot van het geweer niet behoorlijk was aangeschroefd en de riem van een andere man aan zijn geweer gemaakt en daarmee geexerseerd.

·         Op 8 mei werd Hermanus, die zo ondertussen toch wel echt flink de pest aan het leger moet hebben gehad weer getrakteerd, nu op 20 rietslagen. Reden was  nu dat zijn geweer en legergoed bij de inspectie niet in orde waren.

·         Tot slot kreeg hij ook op 29 mei nog een keer 20 rietslagen wegens malpropriteit bij de inspectie.

Redenen genoeg om je voor de tweede keer aan de dienst te willen onttrekken. Formeel wist Hermanus echter waar hij aan was begonnen.  In de “kopij of Duplicaat nummer 992”stat dat

·         In tegenwoordigheid van den Kapitein van Politie en den officier van den Week door den Sergeant Majoor de Krijgswetten voor de armee van den Staat vastgesteld, duidelijk waren voorgelezen aan den Fuselier Gerink Hermanus die verklaart dezelve wel te hebben verstaan en zich daar naar te zullen gedragen; ten teken der waarheid is deze door den 2 Luitenant Worm en den Sergeant Majoor Constant eigenhandig ondertekend. In het Garnizoen te Helder den 28 Januari 1932”.

Hij zelf ondertekende deze verklaring met een – rechtopstaand kruis met vermelding “Dit is + de handtekening van den Fusellier Gerink Hermanus verklarend niet te kunnen schrijven “.

125  Joanna Oude Duivelshof ook Elshof, ged. RK 05-03-1762 te Rossum, overl. 25-11-1829 te Losser (De Lutte)

Duivelshof in De Lutte. Historische Atlas van Overijssel, situatie rond 1900

126  Bernardus Agteres, . gedoopt 03-06-1764 in Oldenzaal, overl 02-10-1823 te   

            Losser (De Lutte), vlgs over. Acte 61 jaar, geboren te Losser, wijk de  Lutte,landbouwer,  trouwt 20-11-       1791 te Oldenzaal

127 Johanna Olde Hengel, ged. RK 18-01-1765 te Rossum,), 27-06-1829 overl.te Losser (De Lutte)

Hengelman  in De Lutte. Situatie rond 1900. Historische Atlas van Overijssel

 

Generatie VIII

Deze generatie wordt nog onderzocht en kent nog de nodige gaten, niet zozeer in ontbrekende namen, maar wel in primaire gegegevens van de betrokkenen.  Bij alle geboorten en huwelijken en veel overlijdens, zitten we voor de invoering van de Burgerlijke Stand in 1811. Vóór die tijd werden alleen huwelijken als overheidszaak gezien en – verplicht , ook voor Rooms  Katholieken, gesloten voor de Ref. Kerk of vanaf de Bataafse Republiek voor de overheidscommissarissen. Dopen en overlijdens waren puur een zaak van de kerk, m.u.v. de periode van 18067-1811 toen, in verband met successiebelasting de registers van aangegeven lijken werden bijgehouden. In genertie VIII van deze kwartierstaat zijn wel de namen bekend en bijna altijd ook de huwelijken. Voor de dopen is dit minder vaak en voor overlijden/begraven slechts in een minderheid van de gevallen zo.

Specifieke problemen in deze kwartierstaat:

·        In 1862 was er een grote brand in Enschede, zeer veel Doop-Trouw en Begraafgegevens zijn daarbij verloren gegaan.

·        Met name bij de RK voorouders in de noord-oost hoek van Twente geldt dat, er zeer frequent sprake is van naamswisselingen. De arme boerenpachtertjes namen de naam aan van de boerderij waar ze gingen wonen en bij elke verhuizing kon de familienaam dan ook wijzigen. Ook het gebruik, in Oost en Noord Nederland van Kleine en Oude enz. werkt verwarrend.

·        Er is een groot gat in de trouwboeken van Tubbergen, waarschijnlijk door een brand in de 19e eeuw

In de 8e generatie van deze kwartierstaat komen voorouders voor uit – wat later Duitsland werd (Koninkrijk Hannover, Münsterland), Gelderland (Noord-Veluwe, Achterhoek) en Overijssel (Twente en Salland).  Over het algemeen zijn in deze generatie de Duitse en de Gelderse gegevens redelijk compleet, dat geldt ook wel voor de Sallandse gegevens. Voor Twente is dat veel minder het geval, waarbij bijvoorbeeld Enter er nog positief uitschiet. Enschede en de omgevingen van Tubbergen en De Lutte vertonen (nog) zeer grote gaten.

 

128.          Hendrik Boom, later Hambrugge, doopboek Almelo begint in 1734 (1e huwelijk

met Janna Arendze Hambrugge), trouwt 06-06-1753 “beiden in de heerlijkheid Almelo’ 

129.          Geertruid Abbink tot Lambertshuis, doopboek Almelo begint in 1734 (1e

huwelijk met Gerrit Letteboer)

130.          Gerrit Veldhuis, doopboek Almelo begint in 1734, trouwt 18-02-1753 te

Almelo

131.          Janna Tijhof, doopboek Almelo begint in 1734

132.          Lucas Lubbers, ged. Ref. 18-11-1714 te Enter, trouwt 11-06-1752 te Enter

In de volkstelling van 1795 wordt de weduwe Lubbers bij de inwoners van Enter vermeld

133.          Hendrina Janssen ter Weele, ged. Ref. 20-05-1725, overleden 04-10-1805 te

Enter

 

134.          Jan Assink, ged. Ref. 26-02-1719 te Enter (Ypelo), trouwt 15-01-1746 te Rijssen

Ik Gerh Hulsken, wegens hoger Overigheit Verwalter Richter van Kedingen doe cont en certificeere kragt  dezes dat voor mij en ceurnooten hier nae benoemt en persoonlijk gecompareert  sijn   Assink sij wede geassisteert met E. Nicolaas Harwigs als haaren mombaar in delen en haar soon Jan Assink welke bekenden wegens verstrekte en bij haar comparanten op den 11 november 1743 ontfangene penningen opregt en .. adelijk schuldigh te zijn aan de E. Gerrit den Ruijter en deszelfs huijvrouw Maria van der Aa deselfs kinderen en erfgenaemen de somma van twee duijsent caroli guldens welke sij comparanten beloofden te verrenten tegen twee guldens en twaalf stuijvers en penningen van het hondert jaerlijks voor welk capitael en de interessen soo daer op sullen verlopen comparanten verklaarden te verbinden haere personen en goederen geene uijtgesondert, vorders daer voor tot een speciael hijptoheecq te stellen haer Eigendommelijk  Erve en Goed Assink in denBoerschap Ipelo gelegen teneinde de renteheffer sig daar aen altijd voor capitaal en interesse kosten en schaedeloon sal kunnen en mogen verhaelen: sullende egter de opsaege van dit capitael wedersijds een half jaar voor den Verschijningsdagh geschieden.

Daer dit aldus passeerde waeren, nae mij Verwalter Richter voornoemt aen en over als ceurnoten Bugemeester. Gerrit ter Weele en Wolter Bruggink .

In waerheijds kennisse hebbe ick Verwalter Rigter geteekent en gezegelt en heeft Proc Nic. Harwigs op speciaal versoek van de comparanten deses mede voor haar geteekent en gezegelt.

Actum, Rijssen den 27ste November 1743.

 

L:S          Gerh. Hulsken Verw. Richter

L:S         Nicolas Harwigs

135.          Geesken ter Keurst, ged. Ref. 13-08-1724 te Enter (Ypelo)

136.          Derk de Wilde (Katter Derk), ged. 05-06-1702 te Enter, schipper, trouwt 20-

08-1730 te Enter

Van Derk is bekend dat hij zich niet zomaar 118 hammen liet afpakken. In 1732 waren er nieuwe voorschriften voor het moeten hebben van volgbrieven of paspoorten voor de vervoerde goederen, die er voor moesten zorgen dat er niet gesmokkeld werd. Als zompenschipper was Derk op weg met 118 hammen, die van Rijssen naar Zwolle moest worden vervoerd. Hij werd gecontroleerd en de hammen werden in beslag genomen. Dat gold ook voor de handelswaar van  zeventien andere schuiten. Onder massale protesten en gerechtelijke procedures moest de commies Van Beest, die de inbeslagnames had gedaan en daarmee ook de Admiraliteit van het Noorderkwartier, bakzijl halen. De in beslag genomen goederen werden in beslag genomen en, waar nodig, de schade vergoed.

R.A.Ked.5 blz.107, 3 maart 1725. Derk Gerritsen de Wilde en zijn vrouw hebben gekocht een stuk gaardengrond, gelegen tussen Gerrit Schuitemaker en Gerrit Lambers landen, uit het erve Hagemans, van Hermen Gerritsen Pluimers. Hiervan moeten ze jaarlijks de halve tienden aan de drost betalen en aan de predikant van Enter een spit rogge.
R.A.Ked. 2 blz.246, 3 jan.1730. Derik heeft een huis van Gerrit Jacobs in Enter gekocht, waarvoor hij een hypotheek van 500 gulden heeft van juf. Henrica van der Sluys. Als onderpand wordt genoemd zijn nieuw aangekochte huis met daarbij stukje bouwland groot 1 mudde gezaai em een stukje bouwland de Gansebree gelegen naast Gerrit Swennen en Jan Boosmans land.
Het is de familie de Wilde schijnbaar niet "voor de wind" gegaan want na zijn overlijden, verkoopt zijn weduwe, hun hele hebben en houden.
R.A.Ked.13 blz. 145, 20 jan.1771. De wed. van Gerrit Derksen de Wilde geassiteerd door Gerhardus Schuitemaker, met dezelfs zoon Derk Gerritsde Wilde en diens vrouw Janna Schuitemaker, hebben verkocht aan Willem Hegeman: Het huis met de daaraan liggende gaarden land te Enter, een stukke bouwland het Hoopstukke, 2 mud bouwland en i dagerk hooyland "Den Olthopkamp" ligt naast het huis van Gerrit Wolters en Dikkers kamp en een 2 dagwerk hooyland Brouwersmaatje, samen voor f.1800 carolisch gulden.
Door de zelfde personen wordt op die dag, aan Derk Hendriks Snel met vrouw Elisabeth Membeek verkocht: de halfscheid van het vierde perseel den Steenakker, geheel groot 3 mud, de hooymaat bij Hageman en een stukje gaardenland bij Gerrit Brandes, voor f.800,-.
Ook op 21 jan.1771 op blz.147, verkopen zij aan Gerhardus Schuitemaker en zijn vrouw Anna Margaretha, het zesde part van het Hagemansland voor f.195,-.
Op blz.149, de akte waarin Fenneken Langenhof wed. van wijlen Derk Gerrits de Wilde en zoon Gerrit Derkse de Wilde en vrouw Janna Schuitemaker, hun hele inboedel verkopen met alle roerende zaken aan Willem Hegerink.
Op 28 jan 1771 op blz.149, word de gehele inboedel bij name genoemd met o.a. Gewas op het land hetzij hooy of bouwland, de brouwketel en brouwkuipen en een groten "warse baalie" met 10 halve tonnen enz., een karn met 2 melkvaten enz., 3 spinnewielen met een harspel, 3 koperen koffie ketels, 20 telders (borden) 7 tinnen kannen met nog veel huisgerij, 3 zwartbonte koeien een zwartbont kalf, een paard en wagen met ander land gerij en een schuit met alle zeilen.
Willen Hegeman verklaart op die dag, voorgemelde aangekochte goederen en het vrij gebruik en leen ande voornoemde verkopers te laten, gelijk dezelven bekennen de zelfe alzoo ontvangen hebben.


137.          Fenneken Langenhof, ged. Ref. 22-04-1708, geboren op het Langeler te IJpelo.

138.          Gerhardus Schuitemaker, ged. Ref. 24-10-1723 te Enter, zompenbouwer,

Gerhardus was één van de eerste zompenbouwers in Enter waarvan nog gegevens bewaard zijn gebleven. Zo is er een zogenaamde bijlbrief uit 1751, waarin een schipper die Gerhardus een boot had laten bouwen, maar die niet direct kon betalen.

·         Op 6 februari 1751 verkoopt Gerhardus aan Gerrit Volberts een schuit voor 105 gulden, welk bedrag hij hem nog schuldig blijft. “waarvoor deze schuite bij forme van Bijlbrief is verbindende met mast som in cas van misbetalinge zij daarvan te allen tijde te kunnen verhalen en dezelve opzeggen….”(Rechterlijk Archief Kedingen 7 blz. 144).

·         Gerradus Schuitemaker koopt op 29 juni 1773, van JanWolters Langenhof, een huis, het brouwershuis met de grond daar dat op stat en alle daar in paal en nagel vast. Alsmede grond tot aan Hendrik de Wilde en Gerrit Jacobsen, in Enter tegenover de kerk glegen en een stuk bouwland, het hoopstuk genaamt, voor de som van 1.000 gulden (Rechterlijk Archief Kedingen 50e penning, inv 82 blz 524) .

·         Gerhardus bouwt een huis op grond van ’t erve Lovelink, waarvan ¾ behoort aan Gerhardus van Nes.

·         Op 31 maart 1778 werd de boedel uit de nalatenschap van Gerhardus Schuitemaker geveild. De navolgende personen kochten bij executie als volgt aan:

o        Jannes Meeuwden de Wilde den Heegakker f 235,-

o        Hendrikus Cempers een stuk op Harmseler Camp f 345,-

o        Dr. Otto Meijling, het hoopstukke f 205,-

o        Gradus Cempers, de Ganse Bree, f 380,33

o        Jan Borgerink, 2 stukken De Dem. f 83,-

o        Pas Hein een stukke De Matakker, f 70

o        Dezelve een stuk van De Dekkers Kamp f 56,33

o        Dezelve een hoekien bij Brinkiens kamp f 56,33

o        Juffrouw Kemna, De Olthofs maate, f 246,-

o        Dr. Otto Meijling, De Mulders maate f 323,33

o        Dr. Gerh. Ter Kerst en Dr. J.B.Auftenmerht het huis en hoff  f 663,33. Van deze

633,33 hebben zij ieder de gerechtelijke halfscheid betaald en behoorlijk aangegeven.

o        Hendrikus Dikkers een huis in Enter tussen de behuisinge van J.B. Grevink en Jan Harmsen f 300,-

o        Een stukkien lnd de List in de Ent bij de Rohane voor f 45,-

o        Een huis in Enter voor f 200,-

( Rechterlijk Archief Kedingen, 50e penning inv. 83, blz 32.). Dat Gerhardus inmiddels was overlijden blijkt wel uit de redelijk unieke rekening die werd gevonden in het historisch archief van de Oudheidkamer Twente waarbij de weduwe Schuitemaker de rekening voor veelvuldige bezoeken in het najaar 1775 van Dr. Heppe, een in die tijd vermaarde arts uit Almelo aan haar zieke man moet hebben gebracht.

 Het totaalbedrag bedroeg negen en twintig gulden en 12 cent en de rekening ging over de periode van 18 augustus tot en met 20 oktober 1778.

In deze periode reisde Dr. Heppe, een in tijd bekend geneesheer negen keer naar Gerhardus in Enter. Per bezoek rekende hij hiervoor één gulden en tien cent. De rest van het totaalbedrag werd besteed aan medicijnen. Meestal ging het om species en één maal piulver diuret et robor. Volgens een door de maker van deze site geraadpleegde arts middelen ter versterking van het plassen. Daarnaast waren er ook middelen voor de stoelgang,  om te pulseren en te vomeren. Het heeft er dus alle schijn van dat Gerhardus ernstige klachten met zijn spijsvertering had.  Uiteindelijk hielp het niet want negen dagen voordat Dr. Heppe zijn rekening verstuurde, moet Gerhardus zijn overleden.

 

 

De rekening van Dr. Heppe

trouwt 19-05-1746 te Enter

139.          Anna Margareth Mübeck, mogelijk geboren in Nordhorn

140.          Jan Gerritsen Ezendam, ged. Ref. 10-09-1730 te Enter,schipperskastelein op

Binnen Jan/Binnen Gais,  trouwt 27-11-1757 te Enter, dan wonend op ‘t Kattelaer

De schippersherberg Binnen Gait, waar Jan, zijn vader Gerrit, zijn zoon Arend en één van zijn kleinzonen kastelein waren, was eigendom van de dames Borgerink die op het Kattelaer woonden. Er staat nog een originele schuur aan de Regge, met een doorrit aan twee kanten uit 1751. Waarschijnlijk uit de korte periode dat de zoon van Jan, Arend eigenaar was dateert de ook nog aanwezige gevelsteen met de initalen van Arend Ezendam en zijn vrouw Catharina Nijenhuis

In de tijd van Jan besloot de graaf van Wassenaer Obdam om een vaarweg naar zijn landgoederen te laten aanleggen; Carelshaven bij Delden zou dan ook uiteindelijk de overslagfunctie van Binnen Gait overnemen. Dat ging echter niet zonder slag of stoot. De dames Borgerink zagen hun inkomstenbron wegvallen en verzetten zich hevig tegen de nieuwe vaart. Op 18 april 1772 lieten zij de graaf weten :”dat oversulks de insinuanten niet hebben willen afsien van de geïnsinueerden bij deze kennis te geven, dat sij het graven van dese vaart of gragt niet kunnen of willen toestaan, maar dat zij hetselve metterdaad sullen beletten en dat zij dien tengevolge heden morgen al het uitgegraven zan of aerde ook wederom doen inlijken”. In diezelfde nacht hadden de juffers inderdaad al het uitgegraven zand weer laten insmijten. Op 5 en 6 april waren alle kinketten van de sluizen geopend, zodat het water wegliep. Toen er een jaar later, ter plekke van het Cattelaer en dus ook bij Binnen Gait werd gegraven, waren daar 400 arbeiders  aan het werk en moesten er “eenige manschappen worden geplaatst in de Hulse bossen voor de poort van het Cattelaer, door een of twee trommels sodanig in het oog gehouden dat niets feytelijks zonder tydelijke waarschouwinge ondernomen kon worden”.  De laatste insmijtingen vonden in 1773 plaats , maar (natuurlijk) kwam de Twickelervaart er toch. Het kan bijna niet anders of Binnen Jan, die een niet onaanzienlijk deel van zijn brood kwijt zou raken en die als schpperskastelein wel gewend moet zijn geweest om (lastige mensen) flink aan te pakken, zal een flinke rol hebben gespeeld bij het verzet.

  

141.          Janna Boswinkel Claassen, ged. Ref. 07-01-1731 te Goor (Elsenerbroek)

142.          Jan Nijhuis, doopboek Enschede vanaf 1724, overl. 17-03-1800 te Boekelo

Van Jan is weinig spectaculairs bekend. Het Nijhuis in Boekelo behoorde in 1682 nog tot de bezittingen van het Hof te Boekelo,maar was in 1733 van de Graaf van Wassenaar. Jan woonde bij de volkstelling van 1748 met zijn vrouw en kinderen en drie broers van zijn moeder op de boerderij. Op een gegeven moment hadden Jan en zijn vrouw het plaatsje “De Wolzak”gekocht van zijn oom Gerrit Nijhuis. Toen Jan in 1794 zijn testament maakte, vermaakte hij het boerderijtje aan zijn drie zonen.

Het erve Nijhuis zelf brandde in 1823 af en Gerrit Jan Nijhuis kreeg toen toestemming om in Lonneker en andere plaatsen te collecteren.

Testament jan Nijhuis.

 

Ik, W.L.C. Greve, wegens hogere overheid Gesubst. Verwalter Rigter des lands Gerigts Enschede, doe con en certificere kragt dezes, hoe dat ik geroepen en gekomen ben op het Erve Nijhuis in Boekeloo dezes Gerigte, alwaar voor mij en ceurnoten die waren Berend Goorhuis en Jan Lubberink, persoonlijk in den gezegden Gerigte gecompareert is, Jan Nijhuis weduwnaar van Hendrina Meijers, zijnde den comparant gaande en staande en zittende op eenen stoel dog zijnde ziekelijk en zijn verstand, memorie en deugdelijke uitspraake volkomen magtig, zoo als mij en assessooren klaar gebleken is, verklaarende overwoogen te hebben de kortheid en broosheid des menselijken levens, de zekerheid des doods en onzekere tijd en ure van dien, daarom voorgenoomen hebbende bevoorens uit deze wereld te schijden, over zijne goederen te hebben gedisponeert, en waartoe hij gekoomen was uit eenen zuijveren vrijen wille, zonder persuatie in .. om mis bij dinge van iemand; beveelende vooraf zijne ziele, zoo haast die moeden willen des Allerhoogsten uit zijn lichaam zal kommen te schijden, in de genade en handen van God Almagtig en zijn lichaam aan de aarde met een fatoenlijke begraffenisse, komende dan tot dispositie.

 

1

Zoo,…. Respeert en …. En vernietigd hij testator, alle zijnen voorgaande makingen, die hij alleen of met iemand anders gemaakt en opgerigt mogten hebben, als willens en begeerdende, dat deze zijne makingen alleen effect zal hebben en nageleeft zal worden.

2

Legateert, geeft en maakt hij testator aan zijne drie zoonen Berend, Gerhardus en Gerrit Jan Nijhuis de halfscheid van het zoogenaamde Wolzaks plaatsjen geleegen in Boekeloo, met daaronder gehoorende zoo hooge als lage landerijen, groengronden, houdgewassen en getimmerten, midsgaders de halfscheid van den inboedel in gemeld huijs of op het plaatsjen zig bevindende, bestaande in potten, pannen en verder huijsraaden, koren, mest in den vaald en stal, hooij, stroo niets uitgezonderd, alsmede levendige have, bestaande in een oud paard, mids daarvoor in den gemeenen Boedel uitkerende een somma van seshonderd en vijf en taggentig carolij gulds zegge f 685-

3

.. hij testator, tot zijne whaere en eenige en universele erfgenaamen zijne kinderen en kinds kinderen, met naamen Gerrit, Berend, Gerhardus, Gerrit Jan, de kinderen van zijn wijlen dogter Willemine, geprodiceert bij Gerrit Wennink, Berendina getrouwd aan Jannes ter List (?) en eindelijk Catharina Nijhuis, getrouwd aan Arend Esendam, ten einde om zijne nalatenschap in zeven egale portien te erven, te bezitten, te kiezen om naar hun lust en welgevallen. En eijndelijk is Testator zijne willen en begeert dat mogt eene of eenige van zijne hiervooren gementioneerde Erfgenaamen, met deze zijn makinge niet mogten vreedig zijn, en dezelfde onder wat pretext het ook zijn mooge, zouden zoeken te querelleren of teegen te gaan, dat de zulke of zulken in dienval met de Legitieme portie naar Landregte competeerende, zullen moeten afgaan.

 143.          Hendrine Meijer, doopboek Enschede vanaf 1724, overl. 21-10-1788 te Driene

           

Zij was waarschijnlijk afkomstig van het erve Bosmeijer in Boekelo. In haar drie boeken over de marke Usselo van 1650 tot 1800, geeft mevrouw Geerdink -Van de Worp aan dat een zoon van Jan Nijhuis en Hendrina Meijer uiteindelijk op deze boerderij kwam te wonen. Deze zoon leverde de nodige moeilijkheden op. Hij werd Jan Bosmeijer genoemd en werd in 1751 geboren. In het testament van de eigenaresse van het erf, Elisabeth Judith, baronesse van Munchausen, douariere  Mahony, uit 1783 wordt Jan namelijk speciaal vermeld :”Alle boeren of meijers die bij haar nog achterstallige schulden of pachten hebben, worden deze op haar sterfdag kwijtgescholden. Zij verbiedt haar erfgenamen hiervan iets te vorderen, behalve van boer Teesink en Bosmeijer in Boekelo. Dit wordt nogmaals herhaald. Bosmeijer moet in 1784 bij de baronesse op het matje komen, omdat hij plaggen heeft gemaaid in Twekkelo en de Twekkeler boeren hebben geklaagd. Mevrouw Geerdink  gaat er van uit dat het vermoedelijk één van de oorzaken zal zijn dat de achterstallige huur niet werd kwijtgescholden.

144.          Hermen te Hengeveld, ged. Ref.  23-02-1696 te Aalten (Lintelo), overl. 17-04-

1764 te Aalten, trouwt 23-03-1727 te Aalten

145.          Deske Wevers, ged. Ref. 12-02-1702 te Aalten, overl. 09-11-1776

146.          Geert Obelink, ged. Ref. 04-02-1718 te Aalten, overl. 01- begr. 05-05-1763 te

Aalten, trouwt 23-09-1741 te Aalten

147.          Geertruid Brunsink, ged. Ref. 02-07-1719, overl. 13- begr. 17-12-1774 te

Aalten (2e huwelijk met Gerrit Westendorp)

148.          Berend Luijerink, ged. Ref. 22-08-1713 te Hengelo (O), trouwt 18-07-1747 te

Hengelo (O)

149.          Janna Willemsen Holtkamp (1e huwelijk met Jan Beekinkveld in Tweckelo)

150.          Hermannus Dekker, uit Oele, trouwt 02-05-1745, te Stad Delden,  is in 1781

gedisponeerd lieutenant

151.          Catrine Jolink alias Jalink, uit in Oele, . Er wordt met pasen 1729 een beleidenis vermeld in Delden van ene Catharina Jolink, kamenier op Boekelo. In oktober 1712 werd in Delden de ondertrouw vermeld van Arend Hendriksen Jolink uit Deldeneresch en de weduwe Liabeth Catharina Dumpenstrump. Als
Catrine hun dochter is en snel na het huwelijk werd geboren, zou een beleidenis op bijv. 16 jarige leeftijd kunnen en zou het ook kunnen kloppen, zoals in Delden vermeld dt zij in 1731 met attest naar Amsteldam ging. In het lidmatenregister wordt ze in 1745, het jaar van haar huwelijk, vermeld als komend van Almelo.

152.          Jan Derk Kelderman, ged. RK, 01-09-1718 te Borken (Sant Remigius), overl. 22- 

  01-1808 te Hengelo (Gld), molenaar trouwt 13-08-1751 te Doesburg

153.          Cornelia van (N)e( c) k, ged. Ref. 13-08-1731 te Hummelo, overl. 06-12-1808

Helemaal onbemiddeld waren deze molenaar en zijn vrouw niet. Dat blijkt uit de volgende akte. Waarschijnlijk stopte Jan Derk rond deze periode met zijn molenaarschap. Ze zullen ook verhuisd zijn want later overlijden ze in Hummelo en Hengelo. Daar woonde ook een zoon van hen.

Coram H. Keurschot Richter   Burgem-Gerigstm : Hendrik Luesink  Evert Alofs

Bronkhorst den 4 Junij 1787 des voordemiddags om tien uuren. Compareerde voor mij en Burgemeesters tevens hierboven gemeld, Jan Derk Kelderman en zijn Huijsvrouw Cornelis van Neck, geadsisteert met haren Eheman als rechtens, en bekenden gesamenlijk en een ieder in het bijsonder, verkogt te hebben en zoo als zij verkopen, kragt en middels desen, alle haare gereede en ongereede goederen, ook den geheelen inboedel des huijses, als namelijk Linnen, Wollen, vier bedden met hunne toebehoorn, Goud en Zilver, Koperwerk, Tin, blijk, ijserwerk, stoelen en banken, kisten en kasten, hieten op den balken, Brandhout bij het Huijs, een wagen, kar, ploeg, en een paar eegden, twee paarden, vijf koeien, twee eenwinters, drie kalveren, een sog met vijf keunen voords het kooren en verder gezaaij op het land, agt scheepels gezaaij rogge gerste, artem, aardappelen, vier spint gezaaij vlas, een half schepel gezaaij, wortelenbed, alle de vrugten in de Hof, den mest in de vaalt, het mestregt in het land, zoo bij de meule behoord, en door de comparanten in pagt gebracht wordt, zeilen en touwen voorts vijftien billen, zoo verre de pagter toebehoord en dat aan haaren zoon Willem Kelderman. En van stonde aan voor zijne rekening sal verblijven, om zijn best daar mee te kunnen doen en dat voor een somma van zeshondert guldens van 20 stuijver het stuk, van welke cooppenningen de comparanten bekennen tot hunnen genoegen voldaen en betaelt te zijn. met versoek van prothocollatie en registratie, en hebben hier op gestipendeert als regtens .. juris.  De Super Stipulante.


Het lijkt er op dat hier niet de echte marktprijs werd betaald maar dat er waarschijnlijk sprake was van een constructie binnen de familie. De molen zelf kon niet verkocht worden omdat deze werd gepacht. 


154.          Gerrit Hendrik Starink, ged. Ref. 23-09-1731 dog eerst aangegeven den 2 november te Steenderen    

            (onder het dorp), overl. 02-09-1788 te Steenderen, veerman op het Bronkhorster Veer. In het lidmatenboek     

            Bronkhorst wordt in 1751 vermeld:"Gertrui Evers, in Bronkhorst. Na Zutphen 27-03-1751". Aldaar vermelding 

            ref. trouwboek 04.05.1755 Gerrit Starings, j.m. van Bronkhorst, dus lang gewoond hebbende te Arnhem-

           Geertruij Evers, j.d. mede van Bronkhorst, dog w.a. Getrouwt in de G (rote) K (erk) d. 21 maij 1755.

155.          Gertruid Evers, ged. Ref. 28-03-1732 te Steenderen, overl. 14-06-1802 te

Steenderen


In ieder geval heeft Gertruit, misschien ook het echtpaar samen, gewoond in de Boterstraat in Bronkhorst, een ook nu nog bestaand straatje in het kleinste stadje van Nederland. Dat blijkt uit de volgende akte.

Cortam H. Keurschot Richter

Representanten/gerichtsman :  Jan Nieuwenhuis   Gerrit Jan Gerritsen

Bronkhorst den 5 april 1796 des middags om 12 Uuren. Erscheenen Florius Willemsen en desselfs Huisvrouw Berendina Buitenweer, woonagtig tot Zutphen, en verklaaren van de Kooppenningen ter genoegen voldaan zijnde en eenen steeden vast en onherroepelijken Erfkoop gecedeert, getransporteert en overgedragen te hebben; zulks door de kragt deses aan Gertruij Evers, wed. van wijlen Gerrit Starink en haaren Erven, woonagtig te Bronkhorst haar eigendommelijk Huis en Hof voor en tegena het Huis, binnnen Bronkhorst in de Boterstraat kennelijk staande en geleegen, zo en als het zelve bij Coopscontract van den 28 November 1795 voor vrij en kwijt en met geene andere lasten dan Heeren verpondiingen is verkogt geworden.

Belovende de comparanten, desen koop en transport te zullen staan wagten en waaren Jaar en Dag als erfkoop recht.    De super stipulante.  

156.          Jan Coops, ged. Ref. 15-01-1702 te Doetinchem, overl. 20-12-1779 te Doetinchem, koopman,          waagmeester, gezworene  (2e huwelijk met Hendrika Saghtleven), trouwt Doetinchem (gat in trouwboek van 1665-1738)

 

Het zegel van Jan Coops

157.          Willemijn Nijenhuis, ged. Ref. -- -12-1710 te Doetinchem, overl. 12002-1754 te

Doetinchem

158.          Antoni Coolenbrander, ged. Varsseveld, doopboek vergaan bij brand aldaar

van 1723, trouwt 16-06-1743 te Doetinchem als jonge man van Varsseveld doch laatst woonachtig te Den Haag. Ook zo vermeld in lidmatenboek Doetinchem 1743 :"uit 's Hage"

Zie voor een artikel over de nalatenschap van Anthony Colenbrander, zijn vrouw Gezina Sprenkels en hun vrouw Geertruid Colenbrander de pagina andere voorouders/kwartierstaat

159.          Gesina Sprenkels,gedoopt 1 mei 1712 ref. Op de Slangenburg - Doetinchem.  Overl 05- begr. 10-02-1791 

            in de kerk van Zelhem. Eerste huwelijk met Engelbert Osewolds.

160.      Hendrik Rosink

161.          Geesken Holtkamp

162.          Jan ter Brugge

163.          Grietjen ten Thije

164.          Vader van een onbekende “ persoon der roomsche religie”

165.          Moeder van een onbekende “persoon der roomsche religie”

166.          Berend Joostink alias Josink, ged. Ref. 27-02-1743 te Enschede (Usselo), overl.

01-09-1823 te Enschede (Usselo), herbergier, trouwboek Enschede ontbreekt (2e huwelijk met Geertruid Lucas Hermsen)

In een akte van naamsaanneming uit 1812 waarin Berend bevestigt zijn familienaam te behouden doet hij dat niet alleen voor zichzelf en zijn dochters maar ook voor de kleinkinderen die die dochters hem ongehuwd hadden gebaard.

167.          Jenneken Joostink, ged.Ref.  02-01-1752 te Enschede (Usselo), overl. 07-03-

1788 te Enschede

168.          Gosen Wensink/Rutgerink, ged. Ref. 20-08-1699 te Neede, trouwt 27-01-1722

te Neede


Op 25 mei 1740 wordt de volgende acte opgemaakt (ORA inv. 418, fol. 244) " Goosen Wensinkk en Fenne Olthof lenen f 1.200 van Hendrik te Moerwinkel. Onderpand is hub erve en goed Wensinck, bestaande uit heet huis dat zij bewonen, kamp en gaarden, gelegen in de Ruwenhof in Neede.

169.          Fenne Kolthof, ged. Ref. 17-05-1690 te Eibergen


170.          Jan te Winkel, ged. Ref. 17-01-1686 te Ruurlo Jan te Winkel Jenneken

Harmsen de vader dootsijnde, moeder Jenneken Harmsen, trouwt 14-08-1712 te Ruurlo

171.          Jenneke Wenninks op Sceperij, ged. Ref. 08-07-1694 te Ruurlo

In het ORA Landdrostambt Zutphen is onder inv. nr 645, fol. 26 het volgende te vinden op 30 april 1716 :" Jan te Winckel en zijn huisvrouw Jenneken Wennink, voorts Derk te Winckel, hebben verkocht aan de Kleijne Landeeweer, seecker stuck saeijland groot ongeveer een half molder gesaeijs oof een agte part van .... heelen Kerkkamp aan de Gotincksteege in Ruurlo" . 

172.          Jan Stevens of Ypkemeule, zoon van Steven Gerritsen en Hilleken Bertelink,

Usselo, doopboek Enschede begint in 1724, geen huwelijksboek, geen begraafboek

Handmerk van Jan Stevens, uit De Marke Usselo van 1650-1800 van mevrouw Geerink - van de Worp

173.          Fenneken Ypkemeulen, dochter van Hendrik Ypkemeulen,

Fenneken komt ook voor als Fenneken hendriksen of Fenneken Eelkink

Van je tante moet je het hebben !

Toen Jenne IJpkemeule, weduwe van Arent Kromhof, haar testament maakte, zal zij geen kinderen (meer) hebben gehad want de te verwachten erfenis werd over de verdere familie, waaronder nichtje Fenneken Hendriksen , verdeeld.

 

Ik Abraham Strick verwalter Rigter tot Ensdchedee, doe kond en certificeere kragt deses dat voor mij ende mijne naerbenoemde Assessoren, personelijk in den Gerigte gecompareert, end eerschenen sij die E. Jenne IJpkemeule wedwe van Arent Kromhoff, sijnde gesond van lichaam ende haare memorie en sinnen seer wel magtig, siende deselve geassisteert met monisieur Henrick Swartkatte als haaren gekoozenen en van den Gerigte toegelaatenen mombaar in desen en verklaarde overwoogen te hebben de kortheit en brosheit des menselijken levens, de sekerheit des doods en onsekere uure van dien, en daarom niet geerne van hier te willen scheiden, eer en bevoorens sij van haare tijdelijke goederen hadde gedisponeert tot welken disposietie zij mede verklaarde getreden te zijn uit vrijen wille, zonder bezwaar gemaakingen, of misleidingen van jemand, komende dan tot de disposietie zoo beveelt zij testatrice voor aff haar zijle  soo hoeft die na de wille Gods uit haar lichaam komt te scheiden in de genaadige hand van God Almagtig en haar Lichaam die aarde tot een eerlijke begrafenisse.

1e

Soo geeft en legateert sij Testatrice met assistentie als vooren, om na haar afsterven it haar goederen te ontfangen , als aan haar broer Hendrik kinderen een somma van 300 Caroli guld. Zegge drie hondert guldens, ad 20 st. het stuck, en haar suster Geertien Geerdinck een somma van 200 Car. Guld. Segge twee hondert guldens tot 20 st. het stuck neffens die hondert daalders ad 30 st het stuck,soos ij van haar op intressse heeft, en dan nog een Mudde rogge, als mede aan haar Broer Jan een somma van 200 gld. Segge twee hondert guldens tot 20 st. het stuck gerekent, neffens die 100 gld. Segge 100 guldens, soo hij van de testatrice op rente heeft en dan nog een Mudde rogge, vordens aan haar Broer Welmers dogter op Zweerink een somma van 150 gld. Segge een honderd en vijftig guldens ad 20 st. het stuck.

2e

Soo holt (?) sij in woorden en wil dat nae haar dood sullen betaalt worden aen die Boswinkels Erfgenaamen ingevolge van deser gemaakte Testament en accoort aan haar verpligt die somma van 300 gl. segge drie hondert guldens neffens die 100 gl uit voorschrseven hoofde aen die armen in de Esmrkte schuldig is

3e

Soo legatgeert en geeft sij Testatrice met assistentie als vooren gesegt aen haar Broer Jan sijn jongste dogter Berendina hetg bedde welke sij selfs beslaapt en daagelijk gebruikt neffens die kiste en een dragtige koebeest alle geseide percelen nae haar dood te ontvangen.

4e

Legateert sij Testatrice aan haar Broer Henrik dogter Fenneken een dragtige sterke en aan haar Broer Henrik zoon Henrick een sije rogge, en aen haar suster Geertjen Dogter Willeken een somma van 40 gl. segge veertig guldens geld.

5e

Soo stelt en nomineert sij Testatrice met assistentie als vooren tot haare waare en universele Eerfgenaamen nae dat al vooraf voorengeseide legaaten sullen voldaan en betaald sijn; haar Broer Jans soon Herman en haar susters dogter Jenneken, in alle haare Testatrict nae te laatene verdere goederen, soo roerende als onroerende actien en credieten in en uitschulden, inninge des huijses, bestiaalen, gewas op den lande wat verder een naam mag hebben, niets exempt echter dezen beding dat geseide mijn broer Jans zoon Herman die 100 daalder die zijn vader van hem op intresse heeft nooit van hem sal weder eischen maar sal deselve an hem quiteren

6e

Al het welke voorgeschreven, nae dat het haar duidelijk en wel was voorgelezen, verklaarde sij Testatrice met assistentie als vooren te sien haar Testament en uiterste wille willende en begerende, dat hetselve effect sorteeren sal het sij als Testament, Codicill, gifte onder den levendigen ofte ter saake des dods, sch.. alle folemiteiten na regte in desen vereist niet mogten agtervolgt zijn, zoo en al deze vermaakinge heeft betaan, ende zijn effect sorteeren mag.

Daer dit als de Geriichtelijk … waarne met mij verwalter Rigter voornoemt aan en over Assessoren Joannes …. (?) en Joanne Strik, in kennisse der warheit en om te strecken als ne behooren, zoo hebbe dese eigenhandig geteekent ende gesegelt, gelijk het mede ten versoeke van haar Testatrice, als in het schrijven onervaaren, door haar mombaar Henrick Zwartkatte geteikent ende gesegelt is, in Einscheide den 16 Junij 1733

L:S  A. Strick verw. Rigtr

L:S  Hendrik Swartkatte

174.          Willem Holtkamp, doopboek Enschede begint 1724, geen huwelijksboek, overlijdt 20 april 1801 te

            Enschede (onder de stad) ( trouwt 2e te Delden 07-08-1791: Willem Holtkamp wedn Hermina   

           Rouwkamp, zoon van Jan Holtkamp en Janna te Enschede met Janna Egberink wed. Jan ter Hove te      

           Asselo ondertrouwt 1e 12 julius 1750, j.m., soldaat in het regiment van den generaal Burmannia, in     

           guarnisoen a. Op ordere van de magistraat den 23 juilius in de Br. Kk haar derde gebod en op die dag aldaar

            getrouwt (Zutphen)

175.          Hermina Rouwkamp, gedoopt te Zutphen op 03-06-1729, predikant Theod. Becdker.

           , overlijdt 28-03-1791 te  Enschede (stad)

176.          Gerrit ten Tije, geen gegevens DTB Enschede

177.          Geertjen ter Brugge, geen gegevens DTB Enschede

178.          Jan Kempers, geen gegevens DTB Enschede, landbouwer. Omdat op 22 -07-

1758 een maagscheid plaats vond t.b.v. zijn kinderen, moet Jan Kamp voor die

datum zijn overleden.

In de volkstelling van 1748 wordt Jan bij de Eschmarke, als volgt genoemd : d'Cater     

Jan Camp en vrou; 1 kind onder 10 jaar: Jenneken; sijn moeder; 1 knegt.

Maagscheid Grietjen IJpkemeule en overleden man Jan Kamp (Oud Rechterlijk Archief, Richterambt Enschede (landgericht), inv nr 26, fol 146vo tot en met  150vo)

Copia

Inventaris van de boedel van Greetjen IJpkemeule met haar overleden man Jan Kamp in gemeenschap beseeeten in deezen geassisteert met haar Broeder Wander IJpkemeule.

Specificatie van de goederen ten voordeel van den Boedel

 

Ten eersten het vierde part van de Kempers plaatze soo haar overleden man was aangestorven weegens vaders goed bedragende eene somme van drie hondert gulden                                                                                                                                      f 300

Weegens roggen gesaaij van vier en een half schepel getaxeert op        f  40

Twee schepel land met boekweite getaxeert op                                                              f  12

                                                                                                                                                                            ________

                                                                                                                                                                            F 352

 

Een koe beest en kalf op                                                                                                                            f  30

Het gaarden gewas en huisraat                                                                                                             f  10

De mest in den vaalt                                                                                                                    f  15

Weegens haar aangebragte vaders goed                                                                          f 200

Nog geeft van Bos Beerte                                                                                                         f 16

                                                                                                                                                                            ________

Dus te samen                                                                                                                                 f 613

De schulden bedragen sigh als volgt

Aan Honhofs wonder de sa van                                                                                                             f 62, 10 st.

De Heeren Geldinge gerekent op                                                                                            f 10

Gerrit Kamp                                                                                                                                                    f 10

                                                                                                                                                                            _________

Dus te saamen                                                                                                                               f 82

Onderstonden: Greetken IJpkemeule  Wender IJpkemeule

De schulden afgetrokken blijft daar suiiver over een sa van                       f 530

Welke somma voor de wede en haare kinderen ieder voor de halfscheid bedragt een sa van                                                                                                                  f 265,5

Vorenstaanden inventaris aldus ingerigt onder belofte des gerequireert wordende den selven met Eede te sterken, voorbehouden soo er iets mogte van vergeten off te veel daar opgestelt denselven te suppleeren of te diminueren acte in het gerigte van Enschede den 20 Julij 1758.

Was geteekent

Greetjen IJpkemeule     Wander IJpkemeule

 

Op voorenstaanden inventaris sij alhier gemaagscheidet tussen de E Greetjen IJpkemeule in deezen geassist met haar broer Wander IJpkemeule als wede van Jan Kamp ter eene en de Mombaren van Jenneken en Swenneken Kamp als Gerrit Kamp en Hermen Holsik ter anderen zijde en wel in diervoegen dat sij wede voornaemt geassisteert als vooren bewijst aan haare twee dogters te saamen een somma van f 265=5= weegens vaders goed en dat voornoemde capitaal geregtigt blkijft in de sogenaamde Camps Plaatze en dat de kinderen agtien jaaren oud geworden zijnde sullen genieten de interesse van voornoemde capitaal teegens 3 gulden van het hondert,

·         daar en booven sal zij een ijder van de meisjes hebben te trekken elk een kiste waarvan Gerrit Kamp belofte heeft er een te geven aan Jenneken en de moeder off wede van Jan Kamp aan haar dogtertjen Swenneken.

·         Daarin booven sal de moeder geeven     aan ieder van haar dogters elk een onder en booven bed met kussens en peluw.

·         En daarbij haar kinderen ter school laten gaan om ordentelijk leesen en schrijven te leeren

·         Met soo belooft de moeder als haar oudste dogter Fenneken 25 jaaren oud zijnde mogte te koomen trouwen haar sal afstaan de halve Canmps Plaatze zoo en op dier voege als deselve voor eenige jaren van de wede Camps aan Jan Kamp is overgedaan. En zoo haar oudste Dogter ongetrouwd zonder lijfs Erve mogte komen te overlijden, dat dan die gezeide plaatze zal devolveren op haar jongste dogter Swenneken beijde bij Jan Camps verwerkt.

·         Maar soo de moeder wederom komt te trouwen sal zij aan haaren toekomenden Bruidegom off Eheman moogen vermaeken een verblijf op de Plaatze en in ’t huijs nevens een vierde part soo van hooge als laage landerijen niets exempt mits als dan ook naar proportie te betaelen de Lands middelen.

·         En dat nae dode van de man de geheele Kamps plaatze zonder eenige uitsluiting wederom zal vervallen aan de oudste dogter van Jan Camps off zoo zij kinderen mogte hebben op hare kinderen en anders als boven gezegt op jongste genaamt Zwenneken mits als dan naar rato daar van uitkerende aan de andere erfgenamen luid accoord.

·         Waar meede wij ondergeschrevenen aan weerskanten vredig zijn en beloven voorenstaande maagscheidinge alsoo in allen deelen stiptelijk nae te koomen mits versoekende hier op van de weledele gezijde de nodige approbatie.

 

In waarheid kennisse zijn hiervan twee gelijk luidende gemaakt en te weder sijdig geteekend aldus gedaan in het gerigte van Enschede de 20 Julij 1758.

(onderstonden)

Greetjen IJpkemoele

Wander IJpkemole

Gerrit Kempers als mombaar

Hermen Holsik als mombaar

Vermits de aangestelde mombaren aan mij hebben veklaard dat door deze maagscheijdinge de onmondige kinderen niet zijn benadeeld maar het …. Van dezelve geaproveerd zoo worden deeze Maagscheijdinge in zoo verre van gerigts weege geaprobeert en geratificeert ende gescheiden den 22 Julij 1758

(was geteekent)

 

 179.          Grietjen Ypkemeule, geen gegevens DTB Enschede

Grete Ypkemeule is op 24 september 1787 na het overlijden van haar oom Hendrik ten Cate aanwezig bij de opening van zijn testament. Zij overleefde haar man dus in ieder geval 30 jaar.

180.          Jacob Reudink, geen gegevens DTB Enschede, bij volkstelling 1748 huisschilder

Bij de volkstelling van 1748 woonde Jacob Reudink met zijn vrouw Margretha Reiger in huis 218 in de Walstraat (Oostzijde) van de hoek Langestraat (nu Markstraat) tot de hoek van het Van Loenshof (nu Windhoeksplein). Hij was er ook eigenaar van. Ook in 1773 woonde Jacob er nog.

Later verkochten Gerrit Reudink en zijn vrouw Geertruid Vogelaar het halve huisje voor vierhonderd gulden aan Engbert Lasonder en zijn vrouw Fenneken Bekker. De weduwe van Jacob Reudink bleef in de andere helft wonen.

Bij het begin van het kadaster, in 1832 droeg het huis nummer 1016 en was het eigendom van de erven Jan van Lochem.

 

181.          Margaretha Reijger, geen gegevens DTB Enschede

182.          Hermannus Vogelaer, ged. Ref. 25-02-1711 te Ootmarsum, trouwt 15-09-1748 te Ootmarsum, vader bij

            doop Hermannus stadsdiender

183.          Anna Aleijdt Koel, Pinxter 1747 met attestatie naar Ootmarsum van Lingen

184.          Berent Meijer, ged. Ref. 22-07-1736 te Veldhausen, (Alte Piccardie), overl. .

25- begr. 28-05-1803 te Alte Piccardie.trouwt 16-10-1763 te Veldhausen

185.          Swenne Jacobs, ged. Ref. 03-08-1727 te Veldhausen (Alte Piccardie), overl. 17-   

            03-1777 te Alte Piccardie

186.          Herm Harger, ged. Ref. 16-07-1741 te Veldhausen (Grasdorf), overl. 17 begr.

20-01-1814 te Grasdorf, trouwt 10-03-1765 te Veldhausen

187.          Geerdjen Heesman/Heesing, ged. Ref. 19-09-1744 te Veldhausen (Grasdorf),

overl. 13- begr. 17-04-1832 te Grasdorf dan vermelding Heesing ook Scholten

188.          Harm van Almelo, ged. Ref. 11-09-1707 te Neuenhaus, overl. of begr. 25-02-

1779 te Neuenhaus, trouwt 24-08-1738 te Neuenhaus

189.          Swenne Steen, ged. Ref. 16-03-1708 te Neuenhaus, overl. of begr. 26-02-1787

te Neuenhaus

190.          Jan Gosselink, ged. Ref. 09-03-1721 te Neuenhaus, overl. 16-05-1810 te

Neuenhaus (1e huwelijk met Geerdjen Moll), trouwt 29-01-1763 te Neuenhaus

191.          Swenne (Swennichen) Egbers, ged. Ref. 27-09-1739 te Veldhausen (Esche),

overl. 05-08-1807 te Neuenhaus

192.          Hendrik ten Goorkate, uit Hasselo, trouwt 09-11-1727 te Oldenzaal

193.          Hermina Meijerink uit Hasselo

194.          Johan Herman Terhürne, ged. Ref. 06-06-1729 te Rekken, overl. 05-08-1803 te

Vreden (Münsterland), trouwt 23-07-1752 te Vreden. In Rekken wordt in dat jaar ondertrouw met vermelding van huwelijkssluiting in Münsterland gegeven

195.          Henrica Oynk

196.          Arend ten Hobbenschat alias Asbroek, trouwt 13-11-1711 te Haaksbergen

197.          Jenneke Eijsink uit Eppenzolder

198.          Esse te Pellen, trouwt ref. 14-01-1742 te Haaksbergen, jm wonend in

Eppenzolder

199.          Trui te Reuftel, jd wonend in Eppenzolder

200.          Willem Everardi an de Klomp, trouwt RK 15-02-1762 te Raalte

201.          Mariae Gerardi van ‘t Woolthuis

202.          Cornelis Engberts Broeknellis , trouwt 09-11-1760 te Holten Ref. als Cornelis

Engbertz j.m. zoon van agter den Kamp, thans wonende aen Borgerink in Colmschate

203.          Hendrina Marissink /Hanzen (1e huwelijk met Willem Borgerink op Broek

Gerritz in den Dijkerhoek onder Holten)  De vermelding bij dat 1e huwelijk op 3 september 1758 luidde Matrimonio junctie et Wilm borgerink et hendrien marissink uijt Lete coram tetibus

204.          Hermannus Enkbersen op Klein Sel, ged. Ref 08-05-1681 te Hengelo (Gld),

trouwt 21-03-1705 te Vorden, overluijdt 27-11-1744 te Vorden

205.          Johanna Dercksen op ’t Wael, overluijdt 04 en begr. 09-10-1758 te Vorden als

weduwe van Harmen Waerle

206.          Jan Martens/Garritsen, trouwt Ref, 12-04-1733 te Voorst en RK 03-06-1733 te

Duistervoorde. Kandidaten voor doop en ouders zijn er drie in Voorst.

1e    28-10-1693 Joannes zoon van Gerrit Hermens en Directien Hendrix. Meter: Jenneken Janssen

2e     12-01-1696 Joannes zoon vn Gerrit Lamerts en Geertien Jansen. Meter: Getruis Berents

3e     01-05-1696 Joannes, zoon van Gerrit Jansen en Geysken Hendriks. Meter: Sweentien Jansen.

207.          Judith Harms/Hermsen, ged. RK 02-02-1702 te Duistervoorde

208.          Evert Klein Brinkerink, (1e huwelijk met Hermina Heuvel onder Vorden dan als

Evert Hendriks, zoon van Hendrik Kleen Brinkerink, laatst gewoond hebbend onder Steenderen), trouwt 12-10-1748 te Ruurlo

.

209.          Maria Wonnink, ged. Ref. 02-08-1705 te Lochem (1e huwelijk met Hendrik

Scheperije onder Ruurlo)

210.          Jan Hendrik Lulofs uit Almelo, aldaar doopboek beginnend 1734, trouwt 29-

04-1753 te Lochem

211.          Henders Wolterink, ged. Ref 11-01-1722 te lochem. Mogelijk is zij overleden op 2 december en begraven op 5 december 1797 te Lochem want dan vermeldt het begraafboek :"Henders Leulof voor de Armen".

212.          Derk Klein Lansink, ged. Ref 22-10-1713 te Lochem, (2e huwelijk met Janna

Mol), trouwt 14-09-1738 te Lochem

213.          Elsken Hermsen/Gelink, ged. Ref. 30-04-1719 te Hengelo (Gld)

214.          Teunis Fransen, doopboek Steenderen begint in 1692, trouwt 1724 ( in trouwboek vermeld 00-00-1724(te

Steenderen.

Teunis moet zijn overleden vóór 04-03-1741, want dan huwelijk Steenderen ref van Harmen Willems

 wed. van Catharina Berends en Wisken Brinkelink (haar vader komt ook voor als Filips Brinkelings),

wed. van Teunis Fransen in Bronkhorst cop. 19 maart.

215.          Wijsken Philips, ged. Ref. 29-11-1696 te Steenderen. Zij is overleden tussen 04-03-1741 (datum 2e huwelijk)

                     en 16-03-1742 want dan komt in trouwboek Steenderen ref. de vermleding voor. Harmen Willems wed.

                     v. Wisken Brinkelinks en Judith Garritzen wed. van Evert Jurriens in Bronkhorst cop 8 april

216.          Cornelis Bril,  trouwt als Cornelis Claassen de Wever, soon van wijlen Claas in

de Bilte , ook RK :  14-05-1735 te Colmschate. In Colmschate wordt in het begraafboek vermeld op 3 november 1749 dat er een uur is geluid over Cornelis op den Belt, voor 1 gulden en 5 stuivers. Zeer apart is hier nog de vermelding dat de 2 kannen bier zijn voldaan.

217.          Johanna Albertse Brilleman, ged. RK 27-04-1714 te Colmschate Op de 27e van dezelfde maand november 1749 staat aangegeven dat dan een uur is geluid over de Weduwe van Cornelis op den Belt. Wederom zijn de 2 kannen bier voldaan. Het is opvallend dat bij de 12 vermeldingen op deze pagina van het begraafboek alleen bij Cornelis en zijn weduwe de vermeldingen over het bier voorkomen.

218.          Jan Kruit op ’t Linde,ged. RK 05-04-1700 te Colmschate,  trouwt 04-11-1725 te

Colmschate

Een herbouw van Krujit in Linde

219.          Johanna Hunneman uit Averlo, ged. RK 03-11-1695 te Colmschate

220.          Hendrik Nalis, ged. Ref. 16-09-1714 te Neede, overl. 14-11-1783 te Wilp,

trouwt 6-04-1740 te Voorst

          

,         Hendrik in 1779 al drie en veertig jaar getrouwd  en dus een relatief oude man was  toch nog betrokken bij een hoogst opzienbarende twist met een godsdienstig karakter.

            Het gebeurde in de aan de Straatweg in Voorst gelegen herberg de Roskam of De Motte van Hermanus Tappers. Ene Philip Schaap uit Voorst moet daarvoor in juni 1780 voor het Veluws Landgericht verschijnen: volgens de landdrost had Schaap zich schuldig gemaakt aan “verregaande baldadigheden” jegens zijn dorpsgenoot Hendrik Nalis. Nalis was waarschijnlijk een veelgeplaagd mens: in het dorp stond hij althans bekend onder de spotnaam “De Kikvors”. Bovendien was hij katholiek (geworden ?) en dat kwam niet best van pas toen hij een paar dagen na de Voorster kermis in september 1779 in de Roskam Philip Schaap en Hendrik Wanders tegen het lijf liep. Toen de waardin even “in haer hoff gegaen was” werd de Kikvors door Schaap en Wanders aangevat en onder “ijsselijck vloeken”afgevoerd naar de deel van de herberg, alwaar Schaap hem met beide handen aan de hilde had opgevangen “onder voorwendsel hem door dit middel te noodsaken van den Roomsche tot den Gereformeerden religie over te gaan”. Maar hangende aan de hilde had Nalis geen krimp gegeven. Evenmin zwichtte hij toen Schaap en Wanders “de strop om hem te hangen reeds veerdig maakten”. Integendeel: Nalis had toen gezegd nog liever opgehangen te worden roepende “Jesus weest mijn arme ziel genadig”. Volgens Nalis hadden Schaap en Wanders hem daarop toegevoegd “wij sullen U blicxem wel zielen”. Maar voor de rechter verklaarde Schaap brandschoon te zijn. Hij zei dat de Kikvors “een slegt persoon” was en dat diens hele verhaal niet meer was dan “een praetje”. Het liep er op uit dat Schaap bij gebrek aan bewijs vrijspraak kreeg. Maar helemaal zonder kleerscheuren kwam hij er niet af: wel stond vast dt hij een paar dagen na het beweerde voorval samen met Jan Hissinck de ruiten bij herbergier Tappers had ingeslagen: En dat kwam hem te staan op ene boete van vier hereponden. (Overgenomen uit “Onder den clockenslach voor Voorst, blik in de geschiedenis van het kerspel Voorst” van Mr. J.H.Hermsen)

De grote deur van het nog altijd bestaande erf de Roskam in Voorst waar het incident met Hendrikus Nalis zich afspeelde.  

221.          Hendrina Jansen, overl. 15-09-1792 te Voorst, begraven van de armen. Bij haar huwelijk wordt Hendrina vermeld als de stiefdochter van Jan Vermeer en wordt aangegeven dat haar moeder consent geeft. Vermoedelijk is zij de op 12 december 1717 in Voorst gedoopte Hendrina, kind van Jan Gerrits Kruitbos en Gerritjen Henrix Ehel.  Dat verhaal van die stiefvader zou kunnen kloppen met het feit dat, op 1 juni 17237 van den armen werd overluid een Jan Kruitbos. De 18 stuivers werden wel afgerekend, vermoedelijk door de "bedeling".

222.          Roelof Stoltenburg, ged. Ref.  Roevelt Stoltenboergh, ged. Ref. ..-11-1712 te

Doetinchem, overl. 09-11-1786 te Doetinchem, trouwt 20-01-1748 te Doetinchem

223.          Johanna Wensink, ged.  Ref. 17-11-1725 te Doetinchem, overl. 01-09-1767 te Doetinchem

224.          Hendrik Oude Munnink                       Leemte trouwboek Tubbergen

225.          Janna van Tijnsel                               Leemte trouwboek Tubbergen

226.          Bartus Wortelhorst     eigenlijk Lambertus van ’t Fleerkotte (Scheper), ged. Rk

17-11-1737          Tubbergen                  Leemte trouwboek Tubbergen

227.          Geeze Oude Fleerkotte eigenlijk Gesina Strol          Leemte trouwboek

Tubbergen

228.          Jan Kemna/Blokhuis                          Leemte trouwboek Tubbergen

229.          Aleida Lammers Kolner                      Leemte trouwboek Tubbergen

230.          Hendrik Stroothuis van ’t Weemsel   Leemte trouwboek Tubbergen

231.          Margaretha Aleijda Gasthuis            Leemte trouwboek Tubbergen

Deze majestueuze eik staat bij de huisplek van het oorspronkelijke Gasthuis. Vlak daarbij is later een nieuwe boerderij met dezelfde naam gebouwd. Mogelijk heeft Margaretha Aleijda hier als kind al gespeeld.

De huidige bewoners van de herbouw op/bij het Gasthuis  hebben de oude naam op de gevel gehangen. Zij zijn zelf nog nazaten van de oorspronkelijke bewoners.

232.          Everardus Velers op Hofstede, ged. RK 25-08-1725 te Ootmarsum als Everardus uit Hofstede, (1e      

           huwelijk met Johanna Maria Velers), trouwt 12-04-1761 te Ootmarsum

Detail van een schuur op erve Hofstede te Vasse

233.          Euphemia Steggers, ged. RK 29-03-1734 te Ootmarsum (geb. Tilligte)

234.          Jan Hanstede, ged. RK 24-03-1748, overl 09-09-1830 te Tubbergen (Hezingen),

landbouwer, trouwt 09-07-1775 te Ootmarsum

235.          Euphemia Vrijlink, ged. RK 01-08-1752te Ootmarsum

236.          Hendrikus Hemmer Slutken, geb Vasse na 1739, overl. 05-09-1821 te

Tubbergen (Hezingen), landbouwer, (trouwt 1e Maria Bourgers) trouwt 21-04-

1783 te Ootmarsum

237.          Gezina Westen Agelo. Geb. Agelo ca 1750, overl. 01-03-1818 Tubbergen 

            (Hezingen)

Een naamplaatje op een veldkei op de plek waar in Westen Agelo de traditionele brooduitdeling aan de armen plaats vond, herinnert aan het feit dat ook erve Westenagel tot de "uitdelers"behoorde.

238.          Jan Brunninkhuis, ged. RK 19-03-1742 te Ootmarsum, overl. 15-01-1820 te

Tubbergen (Hezingen), landbouwer, ( trouwt 1e Janna Evers) trouwt 15-05-

1768

Schuur op Brunninkhuis in Hezingen

In Oost Nederland hield, veel langer dan elders, het systeem van horigheid stand. Ook binnen deze kwartierstaat komt die situatie voor.

“Compareert Jan Bronninkhuis met zijn Huisvrouw Maria Medebekke, welke laatstgemelde als ook onder desen Hof gehorende, haar bij desen koomt te qualificeren na het Hof Eijgenhorige erve of te Goed Bronninkhuis te Hesingen zo en als zulks na Hofregte behoord.

Hofgerigte gehouden den 1 Juli 1770 Hofrigter . Van Beverforde , Jan Hendrik Eppink en Jan Bode.

Kwam Maria goed terecht op een eigenhorig erf, of was een andere dochter, meer favoriet “? In ieder geval gebeurde er in 1781 iets anders met een zus van

Maria.

Hofgerigte gehouden den 30 november 1781. Hofrigter W. van Beverforde ass Jan Hendrik Eppink en Jan Bode

“Compareert Berend Medebekke van Hesingen, versoekt den uitgang van den hof te Ootmarssen van zijn dogter Martha Medebekke getrouwd aan het Voorpostel in Olden Ootmarssen, en zulks voor het vrije kind op den 25 febr. 1748 van haar Moeder Zwenne Drosten bedongen. Zoo hebbe ik, Hofrigter zulks amptshalven niet kunnen verweigeren, late derhalven bovengemelde dogter Martha Medebekke voor het vrije kind in desen Hof gaan mogende haar keren en wenden waar het haar behaagd.

 239.          Maria Meebekke, ged. RK 12-10-1751 te Ootmarsum, overl. 10-09-1809 te Hezingen

Detail van het prachtige Erve Meerbekke, nu te huur als vakantiewoning van Staatsbosbeheer

240.          Henricus Koertshuis, ged. RK 28-01-1743 te Rossum,  (trouwt 2e met Joanne

Olde Reuver )trouwt 16-10-1769 te Rossum

Overzicht van op grond van bezittingen door Koertshuis te betalen belastingen. Hij hoorde duidelijk tot de allerkleinste boertjes.

241.          Gese Meijer/Christiaans/Krisjaans/Maethuis/Agtermat/Schulten, doop ca

1743        ningen/Denekamp

242.          Joannes Rijsthuis (Deppenbroek, ged. RK 25-03-1742 te Rossum, ( trouwt 2e

Swenne Kortman)  trouwt 24-09-1776 te Rossum ( De Lutte)

243.          Joanna Klieverik (Clivick), ged. 28-12-1741 te Oldenzaal (uit Berghuizen)

244.          Herman Kuipers (Spit), gedoopt 27-08-1721 te Oldenzal (Berghuizen) ( trouwt

2e Geertruid Stroothuis, trouwt 3e Anna Mulders) trouwt 15-06-1749 te Oldenzaal

245.          Gesina Deterink

246.          Lucas Veekamp (Harbert), ged. RK 14-03-1736 te Rossum (De Lutte), trouwt

26-11-1758 te Oldenzaal

247.          Swenne Harberinck, geb. De lutte

248.          Gerrit Gerink

249.          Janna van Hans

250.          Lambert Olde Wolsink, ged. RK 21-09-1745 te Rossum ( De Lutte), trouwt 28=-

05-1770 met Geertjen Rosen ex Lutte, is dat ….

251.          Geertke Olde Duivelshof, ged. RK 05-02-1753 te Rossum (De Lutte)

Parkeerplaats van landgoed Duivelshof in De Lutte (staatsbosbeheer)

Stel je De Lutter voor in vroeger tijden. Aan de rand van de Republiek der Verenigde Nederlanden gelegen in een relatief dun bevolkte streek. Er was waarschijnlijk één weg, de Postweg naar Bentheim en verder. Voor de rest zand- en in natte tijden modderpaden. Af en toe overstromingen door de dichtbij gelegenDinkel. ’s Avonds buiten alleen het licht van de maan, binnen misschien een olielampje, geen waterleiding, geen gas, geen electriciteit, helemaal niets.

Als daar dan, in de oude marke De Hengelerheurne, ook nog een eeuwenoude boerderij, De Duivelshof genaamd ligt, dan is het niet vreemd dat daarover heel wat oude verhalen bestaan.

In het blad Inschrien, achtste jaargang nummer 3 van juli 1976 beschreef J.J.H. Meijer de Duivelshof uitgebreid. Hieronder vindt u alleen een paar van de vele verhalen. De meeste betrekking hebbend op De hoofdboerderij en niet op de lijftocht waar de families met “Oude”in de naam woonden maar ook op de directe omgeving.

·         In oude tijden zouden drie heidense rechters gewoond hebben, die gericht hielden over het hele land. Ze lieten hun paarden  grazen in het Oelenbos of stalden ze achterwaards, zodat hun sporen averrechts in de grond geprent stonden, in onderaardse stallen. Zo kon nooit iemand zien of de rechters al dan niet thuis waren.

·         Een ander verhaal zegt dat hier lang geleden een landheer woonde, die voor de gemeente invorderingen moest doen. Hij was zeer streng en wreed. Indien de boeren niet betalen konden, nam hij ze gevangen en wierp ze in de onderaardse gangen van zijn kasteel Snuiterburg. Naar hem, die een echte duivel was, heette de boerderij Duivelshof.

·         Mogelijk aan het vorige verhaal gerelateerd is de overlevering dat op het Duivelshof ooit een enorme korenspieker stond, waar ingevorderd graan was opgeslagen.

·         Ook is er een verhaal dat zegt dat op de Duivelshof heidense goden werden aanbeden, dat het dus een cultuscentrum was. De eerste christenpredikers waren vol afschuw over de Germaanse godsdienst. De Germaanse goden werden door hen “duivels” genoemd. Op grond van dit verhaal zou de naam “Duivelshof” kunnen worden geïnterpreteerd als ‘hof waar heidense goden worden vereerd”.

·         In het Overijssels Sagenboek van Sinnige wordt ook aandacht besteed aan de Duivelshof en haar omgeving, bijvoorbeeld aan het Oelenbos.

o        Dit bos schijnt, naar de naam te oordelen, iets te maken te hebbenmet uilen. Uilen werden vroeger beschouwd als vogels die kennis kwamen geven van naderend onheil. Zoals op zoveel plaatsen vertoonden zich in het Oelenbos Witte Wieven. Wat ze daar uitvoerden is niet bekend, maar in het algemeen werden Witte Wieven gezien als wijze vrouwen die voorkwamen in groepen van drie. Het konden zowel goede als slechte wezens zijn die vaak in verband werden gebracht met vervallen burchten.

o        Ook huist in het Oelenbos het Grijze Veulen. Men kon dit spookbeest, dat ook in bijvoorbeeld Usselo voorkwam uit het Oelenbos zien komen vliegen, waarna het de Oldenzaalse dijk volgde en dan in het niets verdween bij boerderij Buitenhuis.

o        Verder is het Oelenbos de standplaats van De Gleunige. Deze kon gezien worden als het buiten stormde en raasde en als er aan de duistere hemel  maan nog sterren stonden. Als je dichter bij hem kwam, dan vloog hij als een vuur knetterend uit elkaar of liet je de hele nacht dwalen langs wegen die je anders goed kende.  Hij liet je dan dwalen tot ’s ochtends de hanen begonnen te kraaien.  Bij het Oelenbos verscheen hij aan de mensen. Aangenomen werd dat het eigenlijk een valse landmeter was , die zijn levenlang de mensen had bedrogen bij het meten van de markegrond. Nu moest hij na zijn dood terug naar de aarde om ronddwalend land te moeten meten. Nog steeds moet hij daarbij werken dat de ketting,  die hij gebruikt, roodgloeiend is geworden.

o         Dan reden er in het Oelenbos ook nog heksen rond op bezemstelen, waarbij ze miauwden als zwarte katten. Bovendien verdwenen deze heksen nog aan de mensen in de gedaante van zwarte en grijze konijnen. Hun voorstelling duurde de gehele nacht. Als zwarte katten vermomde heksen traden zowat overal rondom de Duivelshof op.

o        Ergens in het Oelenbos zou een kruis van onmetelijke waarde begraven liggen.

·         Bij de Hunne- of Eggelpol komt een figuur voor, die geen hoofd heeft en planken over de schouder draagt. De Plankendrager, zoals hij genoemd wordt, loopt rechtaan, rechtuit, hij gaat voor niemand uit de weg, maar hoe doet geen mens kwaad. Dit is waarschijnlijk een geval van naloop, van iemand, die geen rust kan vinden in zijn graf, omdat hij bij zijn leven iets onvervuld heeft gelaten, wat hij beloofd had. Op de Duivelshof zijn een grote en ene kleine Eggel- of Hunnepol. Eggel is een oud Twents woord voor bloedzuigers. Hune is een woord, dat ook voorkomt in het woord Hunebed en dat waarschijnlijk iets te maken heeft met dood. De boeren duiden oude grafheuvels wel aan met Hunepol

·         Ergens op de Duivelshof moet  ’s avonds een geheimzinnig lichtje branden, maar niemand weet tot nu toe waar dit lichtje zich bevond en wat voor een lichtje dit was.

 

Dat het, daar waar deze voorouders uit de kwartierstaat leefden, niet pluis was, moge nu wel duidelijk zijn. Op de hoofdhof, het echte erve Duivelshof, gebeurde ook van alles.

·         Op de Duivelshof zou een heiligenbeeld hebben gestaan, waar men van heinde en verre naar toe trok. Naar aanleiding van dit beeld zou de boerderij ook wel heilige hof genoemd zijn.

·         De Duivelshof heeft ook een kloosterverhaal. Eens zou op de Duivelshof een klooster hebben gestaan. Door het goddeloze leven van de kloosterlingen is dit klooster echter in de grond weggezonken.

·         Over de laatste boer Duivelshof die op de Duivelshof woonde, gaat het verhaal dat hij een zuster had, die als klopje werkzaam was in De Lutte. Deze vrouw schijnt werkelijk de broek te hebben gehad. Zo gauw deze “smerige klop:”, zoals de verteller van het verhaal haar beschreef, ’s avonds thuis kwam, inspecteerde zij luid scheldend op haar broer de gehele boerderij. Alle kamers, kasten en laden moesten dan open. Blijkbaar had ze niet veel vertrouwen in haar broer, want niet één avond sloeg zij een inspectietocht over. Wat er verder van haar is geworden, weet niemand meer.

 252.          Lammert Agteres

253.          Geertrui Olde Meijerink

254.          Jan Olde Hengel, gedoopt 04-08-1737 te Rossum, ( trouwt 2e Joanna

Nordkamp) trouwt 30-04-1754landbouwer op Olde Hengel, ook Bavel genaamd,

Jan was landbouwer en linnenwever op het erve Olde Hengel in De Lutte. Bij zijn eerste huwelijk in 1758 werd hij nog Jan Bavel genoemd. Waarschijnlijk zal dit verwijzen naar de afkomst van zijn vader .

Straatnaambord dat verwijst naar de Hengelerheurne en erve(n) Hengel (man) in De Lutte

255 Fenne Groote Punt, gedoopt 07-05-1735 te Rossum, overluijdt 01-11-1765 te

             Oldenzaal, overleden aan de gevolgen van inwrijven met rattekruit tegen de    

             schurft.

Fenne komt zowel voor onder de namen Punte als Groote Punte. Waarschijnlijk is zij afkomstig van het gelijknamige erve in De Lutte, gelegen aan de Puntbeek.

.De afkomst van Fenne is niet helemaal duidelijk. Eer werden in het rooms-katholieke doopboek van De Lutte statie Rossum in de periode 1732-1740 twee dopen aangetroffen van een Euphemia Punte.

a.      Euphemia van de Groote Punte, geboren en gedoopt te De Lutte (statie Rossum) op 6 januari 1735,getuige  Beeverborg, dochter van Arend van de Groote Punte en Johanna

b.      Euphemia int Olde Puntman, geboren en gedoopt te De Lutte (statie Rossum) op 14 december 1738, getuige Suthofse ibidem, dochter van Lambertus int Olde Puntman en Joanna.

Fenne Olde Hengel-Punte werd bij de dopen van haar kinderen steeds “Punte”genoemd. Bij haar huwelijk voor de hervormde kerk werd ze “Grote Punte” genoemd. In de overlijdensakte van haar dochger Johanna Agteres –Olde Hengel staat:”dochter van Fenne groote Punt”. Bij haet huwelijk van deze Johanna staat tenslotte :”dochter van Fenne Punte”.  Fenne is dus blijkbaar afkomstig van het erve Grote Punte en niet vanhet erve Olde Punte. Onder deze laatste naam wordt Fenne namelijk nooit aangetroffen. Daarom is het het meest waarschijnlijk dat Fenne een dochter is vn het echtpaar Arend vn de Groote Punte en Johann.

Toch spreekt hier ook iets tegen. In de volkstelling van 1748 woonde toen een Lambertus met zijn vrouw Jenne. Zij hadden een dochter, jonger dan tien jaar, met de naam Fenne. Is het dan toch deze Fenne die met Jan Olde Hengel trouwde ?

De familienaam is of ontleend aan het gelijknamige erve inde Roder Heurne in De Lutte of ontleend aan het erve Olde Punte dat gelegen is in Gildehaus in Duitsland (bij de Lutte net over de grens). Het erve Punte lag in de Roder Heurne in het uiterste noord-oosten van de Lutte, vlak teen de grens met de marke Beuningen. Het was een soort “oase”in het uitgebreide Lutter Zand.

Als Fenne een dochter was vanArend, dan had zij een armoedige jeugd. Eind december moest Arend verklren dat hij door allerlei oorzaken niet in staat was om zijn herenlasten, pachten en andere schulden te betalen, reden waarom hij zich “desolaet”moest laten verklaren.  Een hele kleine boer was hij niet want hij bezat een paard,tweekoeien en twee kalveren”.  (dit onderwerp werd onderzocht enbeschreven door Paul Rouing uit Gouda)

 Na hun huwelijk zijn zij gaan wonen op het Oude Hengel. Er werden drie dochters en één zoon geboren.  In het Oldenzaalse overluiregister staat dat op 1 november 1765 de klokken werden geluid ten behoeve van Fenne. Zij moet dus kort daarvoor zijn overleden. Enkele dagen daarvoor waren er ook al klokken geluid voor “een kind van Jan Hengelman”. Uit De Lutte. In het “Register van aangegeven dieverijen, slagerijen, breuken, sterven van ’t rundvee en andere extraordinaire voorvallende zaaken in het Gerigte Oldensaal” staat beschreven welk drama zich had afgespeeld.

“1765 den 2 novem heeft de chirurg in Bellinkhave mij bekend gemaakt dat in dese week de vrouw van Jan Olde Hengelman in De Lutte overleden was, hebbende zig met rottekruid (rattenkruid) voert schurft gesmeerd, zijnde het kind reeds eenige dagen te voren ook elendig daaraangestorven, dit rotte kruid zoude zij gekoft hebben bij de Juffr. Wijntjes”.  Dat dit rattenkruit wel vaker gebruikt werd tegen schurft, blijkt uit de huiskroniek van Sweder Schele, een edelman die eind 16e/begin 17e eeuw op de Havezate Weleveld in Zenderen woonde:”Anna Helena had last van schurft op haar hoofd, door een oude heks was advies gegeven om rattenkruit op de huid te smeren. Maar het kind stierf daardoor. Het is beter om de adviezen van oude wijven niet op te volgen”.   (Stuk van Paul Rouing in Twente Genealogisch april 2002)

De Puntbeek waar erve Grote Punte vlakbij lag en ligt

 Generatie IX

 

In deze generatie worden de gaten steeds groter; in sommige gebieden is het meer uitzondering dan regel dat er nog gegevens zijn, in andere streken is de registratie al redelijk compleet. Over het algemeen zijn de voorouders uit deze generatie vóór of rond het jaar 1700 geboren. Hun ouders leefden ten tijde van het rampjaar 1672, toen Koning Lodewijk XIV, de Zonnekoning, de Republiek aanviel en toen ook de troepen van bisschop Bernard van Galen van Münster, Bommenberend, met name in de streken waar de voorouders uit deze kwartierstaat leefden, rondtrokken en huishielden.. De grootouders van de personen uit deze generatie leefden nog ten tijde van het einde van de tachtig jarige oorlog !.

 

256.          Jan Gents Hendriksen Boom op ’t Kollenveld, trouwt 20-04-1720 te Almelo

257.          Zijhe Arends van het Lamberting

258.          Jan Abbink tot Lammertshuis, sone van wijlen Wijcher Abbinck, jonghman,

beiden uit de heerlijkheid Almeloo, trouwt 28/04/1700

259.          Gerrit Lambers, wed. van Harmen Gerrits (trouwt 1e als Gerritien Berendsen,

dogter van Berend Lambers uit de heerlijkheid Almeloo, Harmen Gerrits, jongman uit het gerigte van Ootmarsum, hebben beide attest geligt op Tubbergen, 29 april 1698)

260.          Gerrit  (Jansen van ‘t ) Veldhuis, beide uit de Heerlijkheid, trouwt 04-12-1718

te Almelo

261.          Maria Alberts van de Hofstee

262.          Gerrit (Gerritsen) Tijhof, beide uit de Heerlijkheid, trouwt 18-05-1721 te

Almelo

263.          Maria Janssen van ‘t Schuttenhuis

264.          Lucas Lubbers, ged. Ref. 13-05-1677 te Rijssen (Enter), wed. van Arendje Tuink

265.          Hendrik

266.          Jan ter Weele, ged. Ref. 27-10-1689 te Rijssen, woonde op het Langeler te

Ypelo, trouwt 26-11-1713 te Enter

Op enig moment werd er een klandestien hutje gebouwd in een afgelegen gebied van de Enter marke aan de overkant van de Regge in de “Weele Moat”aan de grens met de marke  Ypelo. “Weele: betekent is het twentse dialect wilde. Het was dus een drassig gebied langs de Regge. Het stond ’s winters en in het voorjaar vaak onder water door de overstromingen van de Regge. De Enterse boeren hadden uiteraard wel in de gaten dat er een klandestiene bewonder zat maar zolang er geen overlast veroorzaakt werd, lieten ze de bewoner met rust. In het jaar 1679 was het aantal klandestiene hutbewoners bljkbaar zo toegenomen dat er maatregelen getroffen werden. Op de markevergadering van 18 juli 1679 werd er een lijst gemaakt van ede ‘ongewaarde’ katers. Een kater of kotter was een keuterboer. Op deze lijst stond ook de naam van ‘Weele-Berent” omdat hij zijn woning “an d’Wele “had. Alle ongewaarden werd aangezegd binnen twee jaar te vertrekken.Hiervan is niet veel terechtgekomen want in het vuurstedenregister van 1682 wordt “Weel – Lambert”een zoon van Berent, vermeld als hoofdbewoner. Zijn buren zin Bokdam, Hiltjesdam, Hendr. Exo en Slag-Berend.

In het register van het zoutgeld van 1694 komt ook De Wele voor.Er zijn dan in Enter 112 huizen, hutten en boerderijen. Maar liefst 53 daarvan (de helft ) wordt als pauper, arme dus, aangeduid. Weele Lambert zit daar niet bij, maar hij valt wel onder het laagste belastingtarief. In 1706 moet Weel Lambert f 4,- schoorsteengeld betalen.

Het jaar 1712 is een belangrijk jaar in het bestaan van De Weele. In de vergadering van het markebestuur van 17 augustus 1712 wordt een verzoek behandeld van Weel-Lambert om tot aankoop t e mogen overgaan van een zogenaamde uitdrift of katersgerechtigheid in de Enter marke. Dat was een zakelijk recht dat de eigenaar een omschreven recht gaf op het laten weiden van vee op de markegronden, het steken van plaggen en nog enkele zaken.

Het gaf geen stemrecht in de vergadering van het markebestuur. Eindelijk kon het erve De Weele dus treden uit het in feite klandestiene bestaan dat vaak oogluikend werd toegestaan. Het vergde wel een generatie lang sparen want de aankoop van de “uitdrift’ vergde een bedrag van f 106,- Voor een keuterboer een vermogen.

Op 10 april 1718 trouwde Albert Lamberszoon met Janna Langenhof uit Enter. Zij werden de hoofdbewoners van De Weele. Nadat er twee zoons waren geboren, overleed janna al sin 1726. Al in 1727 hertrouwde Albert, nu met Berendina  Jansen te  Rouwelaar afkomstig uit het Deldenerbroek.

Uit het tweede huwelijk werden nog zeven kinderen geboren.

Het register van de 500e penning van het jaar 1753 taxeerde De Weele op f 500,-. Er waren toen slechts 37 boerderijen in Enter die in de vermogensbelasting vielen. De hoogste taxatie van een boerderij die toen nog in eigen bezit was en niet in dat van adel of rijke kooplieden uit omliggende steden bedroeg f 1.000,-. (bovenstaande informatie uit Enter 808).

 

267.          Jenneken Alberts Langenhof, ged. Ref. 14-02-11692 te Rijssen

268.          Gerrit Hanses Gosselink Assink, ged. Ref. 14-01-1687 te Rijssen, trouwt 18-11-

1712 te Wierden

269.          Jenneken Egberts Assink, geb. Ref. 22-04-1694 te Ypelo

270.          Derk Hendriksen ter Keurst, ged. Ref. 19-08-1683 te Rijssen (Ypelo), trouwt

01-05-1712 te Enter

Over de Coehorstervoerde werden al in de vijftiende eeuw vermeldingen gedan. Het was een zeer oude doorgang door de Regge in de onmiddelijke buurt van het oude erve “De Keurst”. Eeuwenlang was die alleen maar als voorde oftewel doorwaadbare plaats bekend geweest. Toch heet er zoals op meer plaatsen langs de Regge vroeger ook een brug gelegen. In de oude markeboeken van Enter staat dat op 12 augustus 1651 door het Markebestuur van Enter een verbintenis werd aangegaan met ene ‘jonker Conders’. De overeenkomst hield in dat Conders tegen genot van ‘brugh- vier- en weggelt’ verplicht werd de brug goed t eonderhouden. Het eerste deel van de overeenkomst, het innen van de tolgelden, gaf geen problemen. Als er echter onderhoud aan de brug gepleegd moest worden, gaf Conders niet thuis. Na een aantal aanmaningen werd de overeenkomst met Conders door het markebestuur opgezegd. De brug werd op koste van de marke hersteld en men probeerde de kosten op Conders te verhalen. Er moest dus een nieuwe ‘collecteur’van het bruggeld enz. komen. Derk ter Keurst van het nabijgelegen erve was bereid deze klus op zich te nemen. Hij pachtte het recht op de tolheffing van de marke Enter. Als de pacht enkele generaties binnen de familie Ter Keurst is geweest, vatte binnen deze familie het idee post dat deze pacht als het ware een verworven recht was. Toen in 1732 de marke Enter het recht op de tolheffing voor een hoger bedrag aan een ander kon verpachten, probeerde Derk ter Keurst te verhinderen dat deze persoon de functie kon uitoefenen. De twist liep zo hoog op dat uiteindelijk het ‘Hoogheerlijke Adellijke Landdrostengericht van Twente’ uitspraak deed over de kwestie. Het gericht verbood Ter Keurst nog langer de inning van de tolgelden te beletten op straffe van een flinke geldboete. Dit hiel; en voorlopig kon de nieuwe tolgaarder ongestoord zijn werk doen. In 1741 was Ter Keurst alle goede voornemens weer vergeten en was hij volgens het Markebestuur bezig ‘ zich het veir aan te matigen’. Het Markebesteuur riep nu Ridderschap en Steden van Overijssel erbij. Er werd een akte afgegeven waarin stond dat Ter Keurst geen recht had op de pacht.Dit hielp. De brug was inmiddels verdwenen want het onderhoud koste zoveel geld dat de marke er weer een voorde werd gemaakt. Vanaf dat moment was er dus weer een voor. Vele jaren werd de veerman vele jaren weer door de familie Ter Keurst geleverd. In 1850 werd er, na meer dan 200 jaar weer een brug gebouwd

De Keursbrug over de Regge waar al in 1651 een tol was gevestigd.

271.          Geertien Jansens toe Harmsel, ged. Ref. 22-02-1699 te Rijssen (Enter)

272.          Gerrit Koenderink alias de Wilde, ged. Ref. 28-10-1660 te Rijssen (Enter)

Of het om de Gerrit de Wilde uit deze kwartierstaat ging, is niet zeker. In ongeveer dezelfde tijd leefde er in Enter namelijk nog een Gerrit de Wilde. Deze laatste was getrouwd met Geesken Borgerink. Het verhaal werd in ieder geval gepubliceerd in “Enter 808”en had daar als titel

‘Amsterdamse huisvrouwen weigeren stinkende eieren uit Enter.

Enige dagen voor Pinksteren 1726 was schipper Gerrit de Wilde uit Enter ’s morgens vroeg uit de veren. Hij zou die dag naar Enschede om zijn handelsrelaties te bezoeken. Hij verwachtte daar weer de nodige vrachten te krijgen voor de zomp die hij in de vaart had. Omdat de reis te voet ging, vertrok De Wilde rond vier uur in de morgen en hoopte tegen tienen in Enschede te arriveren. Het was warm weer voor de tijd van het jaar en met een stevige ‘koeze’(wandelstok uit een stuk eikenhout) in de hand ging hij op pad. In die tijd was zo’n voettocht niets bijzonders. De Enterse schippers liepen alle Twentse steden af op zoek naar vrachten voor hun schuiten. De Wilde arriveerde inderdaad rond tien uur in Enschede en bezocht allereerst Hendrik Nijhof, een oude zakenrelatie. Nijhof hield zich onder andere bezig met de eierhandel. In de omgeving van Enschede en het Duitse grensgebied kocht hij eieren op bij vaste leveranciers. Schipper De Wilde komt tot zaken met Nijhof en zal voor hem drie grote kisten, waarvan twee met in totaal 9.000 eieren, met zijn schuit naar Zwolle vervoeren. Vandaar gaan ze met de beurtschipper naar Amsterdam. Op pinkstermaandag moeten de kisten door De Wilde in Zwolle afgeleverd worden. Nijhof zal zorgen dat de goederen per kar naar Enter vervoerd worden, waar ze in de schuit van De  Wilde geladen zullen worden. De Wilde krijgt in Enschede nog een paar vrachten en vertrekt na de middag tevreden naar Enter. Tegen achten ’s avonds komt hij daar aan. Aan de Regge in de schippersherberg van Jan Koedam drinkt hij nog een kan bier.

Lage waterstand in de Regge.

Er wordt nog even gespraat over het extreem warme weer voor de tijd van het jaar en het ongemak dat dit voor de schippers met zich meebrengt Op dat moment kunnnen de schuiten namelijk niet meer bij de laad- en losplaats bij de Koerdam komen vanwege de lage waterstand. Verder dan het herenhuis Kattelaar komen ze niet. Dat is knap lastig, want daar is geen kraan zoals bij de Koerdam waarmee de goederen ingeladen kunnen worden. Ook is er geen opslagplaats voor de goederen. De andere dag laat Nijhof de kisten naar Enter brengen en vertrekt zelf naar Zwolle in afwachting van de schuit van De Wilde. De voerlui rijden met de kisten naar de gebruikelijke laad- en losplaats bij de Koerdam in Enter en zetten de kisten daar in de schuur. Als ze weer willen wegrijden waarschuwt Jan Koerdam hen dat de schuiten niet tot daar kunnen komen en dat ze de kisten beter naar de tijdelijke opslagplaats bij het herenhuis kunnen brengen. De voerlui zeggen dat ze daar geen opdracht voor hebben en vertrekken. De Wilde wacht bij ‘Binnen – Marie’tegenover het herenhuis intussen op de goederen die niet komen. Pinkstermaandag gaat hij eens poolshoogte nemen bij de Koerdam en ontdekt daar de drie kisten. Op eigen initiatief laat hij ze vervoeren naar de laadplaats bijhet herenhuis en op woensdag vertrekt hij naar Zwolle. Nijhof zit zich ondertussen in Zwolle te verbijten. Hij wacht op de lading, maar wie er ook komt, gene De Wilde. Eindelijk, op zaterdag, komt De Wilde in Zwolle aan.

Bederf

De kisten worden overgeladen in de boot naar Amsterdam. Daar aangekomen begint Nijhof met het uitventen van de eieren. Al snel wordt duidelijk dat de meeste eieren niet meer zo fris zijn. Amsterdamse huisvrouwen laten dat de koopman dan ook op niet te verstane wijze blijken. Als Nijhof al kans ziet zijn eieren te verkopen, dan alleen voor een hele lage prijs. Een grote schadepost voor Nijhof die hij wilde verhalen op schipper De Wilde vanwege het late vervoer van de kisten naar Zwolle. Een rechtszaak volgt voor het stadsgericht in Enschede. Koopman Nijhof probeert op allerlei manieren De Wilde aansprakelijk te stellen voor de schade. De advocaat van De Wilde, de procureur Hoedemaker, heeft met deze zaak weinig moeite. In de eerste plaats zegt de advocaat dat De Wilde de goederen nooit in Enter van Nijhof in ontvangst heeft genomen. Een getuigenis van Jan Koerdam bevestigt dat. Dat De Wilde de kisten van de Koerdam naar het herenhuis heeft laten brengen is slechts gebeurd om schade voor koopman Nijhof te voorkomen. In de tweede plaats lijkt het de advocaat aannemelijker dat de periode van 6 tot 8 weken die Nijhof nodig heeft om zijn partij eieren te verzamelen, geleid heeft tot bederf bij die hitte. De paar dagen vertraging bij het vervoer per schuit zullen niet zo’n grote rol hebben gespeeld. De rechtbank deelt de visie van de advocaat van De Wilde en oordeelt Nijhof zelf schuldig aan het bederf van de eieren.

273.          Geertien Jansen ?

274.          Wolter Jansz. Langenhof, geb 08-06-1674 te Enter

275.          Gerritje Olthof

276.          Jan Teunissen (Timmer)Schuitemaker Nijhuis, ged. 26-12-1687 te Rijssen

(Enter), trouwt 01-05-1712 te Enter

277.          Maria Gerritse Langenhof, ged. Ref. 23-06-1689 te Enter

278.          Lambert Mebek, trouwt 21-10-1708 te Ootmarsum “als Lambert Meebekke

j.m. tot Noorhoorn. In burgerboek 1709 daar vermeld als Borthaftigh van Ohtmarsghen.

279.          Janna Jansen van Lingen (Ems), bij huwelijk vermeld als JD tot Ootm.,in

burgerboek Noordhorn ls Janna Janssen van Lingen (Ems)

280.          Gerrit Jansen Ezendam, ged. Ref. 16-10-1701 te Rijssen (Enterbroek), trouwt

16-11-1727 te Enter

281.          Janna Ezink, ged. Ref. 28-01-1701 te Rijssen (Enter)

282.          Berend Boswinkel, ook Boosewinkel van het Zeldam, trouwt 28-08-1728 te

Enter

283.          Aalken Rassche

284.          ? Jan Wolters Nijhuis. Hij was in 1704 al gehuwd en woonde op het Nijhuis,

vanaf 1793 genaamd de Berke in Usselo

285.          ? Fenneken Jaspers Geerdink

286.          Gerrit Meijer (Volgens mevr. Geerdink – v.d.Worp, De Marke Usselo van 1650-

1800 woonden zij op Meijer Gerrits, later Bosmeijer genaamd in Boekelo)

287.          Jenne Nieuwland

288.          Tönnis te Hengeveld, ged. Ref.  23-07-1665Aalten (Lintelo), trouwt 29-04-1694

te Aalten

289.          Eva Douwers

290.          Hendrik Klompers, ged. Ref. 1666 Winterswijk, trouwt 06-01-1699 te Aalten

291.          Hendersken/Hendrikje Wevers, ged. Ref 26-10-1673 te Aalten

292.          Jan Obelink, ged. Ref 1688 te Aalten of Zelhem, trouwt 03-05-1716 te Aalten

293.          Desken te Slaa

294.          Herman Brunsink, ged. Ref 04-12-1692 te Dinxperlo

295.          Willemken Heesen

296.          Gerrit Leuerink

297.          Maria Warmetinck

298.          Willem Holtkamp

299.         

300.         

301.         

302.         

303.         

304.          Adam Heinrich Kellerman, trouwt RK   07-11- 1708 te Borken (St

Remigiuskerk)

In Marbeck bij Borken was Jan Heinrich oliemolenaar. De straatnaam (boven) herinnert nog aan de plek waar de molen stond. Van het molenaarshuis zijn nog resten bewaard, deze zijn echter niet meer als zodanig te herkennen (foto onder)

305.          Anna Margaretha ter Dalenof Ten Dahl, zij werd geboren in Borken op 16 november 1680 als dochter van Henrich Tendahl en Elsken Westerinck. Van dit echtpaar zijn acht kinderen bekend

306.          David van (N)e( c)k op de Korstede, ged. Ref. 27-02-1682 te Dinxperlo,

overleden Dieren 23-04-1753 te Dieren, molenaar, trouwt 04-02-1731 te Spankeren

In het Gelders Archief bevindt zich het Oud Rechterlijk Archief van Doesburg, inv. Nummer 34 1154. In een zaak van David van Neck tegen H. Franssen e.a. wordt duidelijk dat Van Neck, evenals de families Coops en Kelderman, molenaar is.

1737 den 22 feberwarij die water mole en de wind mole van Hendrick Fransen en Ontfanger Jansen en Sagtleven en Evert Beerentsen dese 3 jaren over genomen en die winde mole is onbruikckbaer geweest van den 22 feberwarij tot den 12 maert die klock 12 uren weer aan de ganck gekomen, soo is het 18 dagen dat ik met die winde molen niet hebben kunnen malen waer voor ik reken voor pacht en schade daags eene gulden soo bedraagt sigt het …. 18 guldens.

Noch heb ik een nije molen steen bereijt en aan de ganck gebragt op mijn kosten en voor haer halfschijt daer aen verdient 6 gulden.

Dit bovenstaende is de somma van 24 guldens

Ook inventarisnummer 1133 van het ORA Doesburg gaat over een “molenzaak”

Op  heeden dato onderschreven is, tusschen Ontfanger G. Janssen, H. Franssen en B. Sagtleeven respective Pagteren van den waatermoolen en windemoolen deses stad Doesborgh ter eener en David van Neck ter andere zijde een onwederroepelijk en onveranderlijk accoord ingegaan ende geslooten op volgende conditiën namelijk dat de voorn. G. Janssen, H. Franssen en B. Sagtleeven soodaane pagt als deselve van deesen stads Doesborgh waater en windemoolens nog hebben op deselve conditiën als bij de voor. molen gepagt hebben aan David van Neck sullen overlaaten.

Sodat David van Neck, deselven op ’s Petri 1700 seven en dertig sal kunnen aanvaarden en drie agter een volgende jaaren in die paght continueren mits betalende alle jaaren precieselijk den pagtpenningen en presteeren en naakoomen de conditiën als voor G. Janssen, H. Franssen en B. Sagtleven bij den pagtinge belooft hebben: wijders belooft ende bekendt David van Neck voor afstands van den voor drie jaaren paght aan de respectieve ontfanger G. Janssen, B. Franssen en B. Sagtleven deugdelijk en wettelijk schuldig te weeten een summa van twee hondert gulden hollands.

Met belofte van deselve preciselijk binnen den tijd van een jaar na dato deses aan G. Janssen, H. Fransen en B. Sagtleven te betaalen. Tot nakomingen deses verbinden respectieve contrahenten haare patroonen en goederen tot parate en reële executien ter submissie en judicatieven van alle Heeren Hooven en Gerigten in specie der Hooven Provintiaal van Gelderland ende hebben sig daer en boven Guist Janssen van Dieren en Geurt Kets voor David van Neck tot nakomingen van alle ’t bovenstaende sig als Borgen en Principaal sampt van ijder in ’t bijsonder met Renunciatie van de benefitien orinis divisionis a exentionis en alle andere exepten desen eenigsins obsterenden en hebben dese eijgenhandig ondertekent binnen Doesborgh den 14 Julio 1700 ses en dertigh

Gerrit Janssen   Hendrijk Fransen                            G. Sagtlijven                      Davijdt van Neck

Guist van Dieren als Borge                                         Gerrit Kets als borgh

 

Eerder was David al pachter van een andere molen geweest:

De heerlijkheid Keppel bezat vanaf de 14e eeuw verschillende watermolens. Het kasteel en de bijbehorende nederzetting waren gevestigd op een eiland gevormd door de Oude IJssel en de strang Molenbeek. Een strang is een nevengeul vn een rivier binnen een uiterwaard, de strang leverde het water voor de molen.

In 1731 bedroeg de pachtsom 900 gulden per jaar. Molenaar David van Neck werd verder opgelegd “den pagter sal het water niet moogen stuyten of ophouden soodanig dat de bovenliggende landerijen daardoor gïnnondeert of beschadigt worden, maar met een ordenair watger moeten te vreeden weesen tot soodaene hoogte als hem door den Heer verpagter sal worden aengeweesen”. Het “gaende en drayende werk” komt voor rekening van de pachter, maar vervanging van molenstenen, assen en de reparaties aan bruggen en sluizen zijn voor rekening van de verpachter. Plaatsing van een ieuwe molensteen kwam wel weer neer op de pachter. Hoewel de pachtuur zes jaar bedroeg, werd  in 1734 het contract al herzien. De prijs ging omhoog naar 1.000 gulden per jaar en onder andere werd vastgelegd dat de molenaar de helft van de opbrengst van de palingfuiken bij de molen mocht behouden.

 

 

Stuk van de rekening die David van Neck zijn verpachters stuurde. Zie voor tekst hier direct onder

307.          Jenneke Jansen van Brummen

 

308.          Hendrik Starink Jansen, trouwt 1721 te Steenderen, jm. Soon van Jan Starink

van Werken onder Warnsveld

309.          Maria Jans Frendenborg. J.d. van Jan Frendenborg in Baak onder Steenderen

310.          Evert Jurriens

311.          Judith Gerreitsen

312.          Derk Coops. Ged. Ref.  Zelhem, begr. 05-06-1735 te Doetinchem, poorter van

Doetinchem, pachter van het Stadsgemaal, pachter van de hop- of ketelaccijns en de accijns op de vreemde bieren (2e huwelijk met Anna van Dingen) , trouwt rond 1700 te Doetinchem

313.          Anna Catharina ten Ham, ged. Ref. 10-06-1677 te Doetinchem, begr. 15-02-

1718 te Doetinhem

314.          Harm Luijttiens Schemmelinck op Nijenhuis

315.         

316.         

317.         

318.          Hendrik Sprenkels

319.         

320.         

321.         

322.         

323.         

324.         

325.         

326.         

327.         

328.          Grootvader van een onbekende “persoon der roomsche religie”

329.          Grootmoeder van een onbekende “persoon der roomsche religie”

330.          Grootvader van een onbekende “persoon der roomsche religie”

331.          Grootmoeder van een onbekende “persoon der roomsche religie”

332.          Lucas Joostink

333.          Janna Lansink

334.          Berent Joostink

335.          Jenneken Stenvers

336.          Roelof Rutgerink alias Wensink, belijdenis te Neede 24-06-1699

337.          Hendrikjen

338.          Hendrick Kolthoff alias Reekers, zoon van Johan Kolthoff geboren te Eibergen

(het Loo), (trouwt 1e Fenneken Centvelt geboren te Vreden,) trouwt

339.          Hendersken

340.          Jan te Winckel, zoon van Dries te Winckel, geb. te Ruurlo, overleden

1685/1686, trouwt 12-10-1679 te Ruurlo

341.          Jenneken ter Woert alias Harmsen,  Roelofs, dochter van Roelof te Woert,

geb. te Ruurlo

342.          Jan Wenninck, zoon van Henrick Wenninck en Jenneken Arnink, geb. te

Meddo, ged. 21-04-1762 te Winterswijk, landbouwer op de Scheperij (trouwt 2e Anna Garvelink), trouwt 03-09-1693 te Ruurlo

343.          Berentje Hillebrants, alias te Wolschenhuis, dochter van Berent Hillebrants en

Garritje Cremers , , geb. te Ruurlo, overl. voor 02-04-1686, (trouwt 1e Barteld ten Erve,, landbouwer op de Breuil)

344.          Steven Gerritsen

345.          Hilleken Bertelink

346.          Hendrik Ypkemeulen

Als Hendrik Ypkemeule in 1729 zijn testament opmaakt krijgt zoon Hermen een deel van het erve voor 1.600 carolische guldens. De kinderen Hilleken, Hermen en Fenneken – die ook in deze kwartierstaat voorkomt – krijgen elk 100 rijksdaalders, een bedrag dat dochter Jenneken al bij haar huwelijk had gehad.

Voor de 50e penning gaf Hendrik aan dat hij ingevolge een koopbrief van 17 augustus 1753, voor 62 guldens en 10 stuivers, een stuk land had gekocht, van de mombairen van Hendrik Ypkemeule, soon van Gerrit Ypkemeule bij Geertken Goolkate in staande ehe verwekt. Hete stuk grond lag in de Usseler marke bij den aen Jan Stevens gronden.

 

347.         

348.          Jan Holtkamp

349.          Janna Huntveld

Bij de volkstelling van 1748 woonde aan de Langestraat van Achter ’t Hofje tot de Kerkgang in huisje 13a de weduwe Holtkamp, geboren Janna te Huntvelt. Samen met huis 13 was dit eigendom van Gerrit Nijhof die, samen met zijn vrouw Gesina van Dam de laatstgenoemde woning bewoonde.

Bij het begin van de burgerlijke stand ging het om huis 1162, toen eigendom van fabrikant Sybrand ten Cate.

350.          Matthijs Roukamp, ondertrouwt 16-02-1716 Zutphen w.a. ? attestatie na buijten 5 martij 17

351.          Adriana Gerritsen vam Deventer

352.         

353.         

354.         

355.         

356.         

357.         

358.          Gerrit Ypkemeulen

Gerrit Ypkemeule zoon van Welmer Ypkemeule en nn

Gerrit zijn vader Welmer, die ook als Wender voorkomt en zijn broers Hendrik, Gerrit en zuster Geertken werden genoemd in een testament van 1699 van zuster Jenne Ypkemeule, die getrouwd was met Barent Boswinkel. Zij woonden op het Ypkemeule. Barent Boswinkel benoemde zijn broers Jan, Geerlich, Geert nu Hegerink en Geert Swaferink. Gerrit Werners Ypkemeule heeft op zeker moment f 300,- aan Zweerink geleend en mag als rente een stuk bouwland voor 30 jaar bebouwen. Op 22 oktober 1730 werd hem door de gereformeerde gemeente te Enschede attestatie verleend om naar Deventer te gaan.

uit het ORA richterambt Enschede, inv nr. 85 Protocol 50e penning blijkt dat Gerrit Werners op 14 juni 1739 aangaf dat hij op de 14e dito van Willem ten Dijke heeft gekocht een vijfde part in de zogenaamde  Ypkemeuler mate gelegen bij Lammers Jans huis in de Ypkemeule voor f 80,- .

359.         

360.         

361.         

362.          Claas Reijger

363.          Aalken Bussier

In de Langestraat van de Markt tot aan het stadhuis woonde in 1748 de weduwe Reiger geboren Bossier die ook eigenaresse was. Oorspronkelijk woonde zij hier met haar echtgenoot Claas Reiger. Het pandje werd door de weduwe Reiger voor 1000 gulden verkocht aan Joh. Anthony Reiger en de weduwe Anthony Reiger. In 1832 ging het om pand 1196.

64.          Otto Vogelaer, jonge man van Ootmarsum doet belijdenis 1690, trouwt 13-11-

1704 te Ootmarsum

365.          Geertien ten Vorde, in 1704 met attestatie aangekomen Grietien ten Voorde

van Schuttdorp (Schuttorf, Bentheim), huisvrouw van Otto Vogelaer

Interieur van de kerk in Schüttorf. De doop van Geertien werd hier nog niet gevonden. In het evangelisches Gemeindehaus kreeg de maker van deze site weliswaar het originele doopboek in handen, maar hierop bestaat geen index en allerlei perioden staan door elkaar heen vermeld. Werkelijk elk stukje papier in dit dikke boek was gebruikt. Zoeken naar een speld in een hooiberg dus.

366.          =

367.         

368.          Arent Meijer geb. Laman, geb. 1701 te Haftenkamp, overl. 22-09-1756

Piccardie, trouwt 03-02-1732 te Veldhausen

369.          Fenna Meijer ged. Ref. 06-11-1718 Piccardie

370.          Engbert  Egberts, ged. Ref 30-11-1707 te Veldhausen (Piccardie), begr. 01-08-

1757        Piccardie, trouwt 01-08-1726 te Veldhausen

371.          Jenne Bovenste Jacobs, ged. Ref 20-05-1708 te Veldhausen (Piccardie), overl.

18-08-1760 te Alte Piccardie

372.          Harm (Hermen) Harger deOude, ged. Ref 02-02-1701 te Veldhausen

(Grasdorf), overl. 03—begr. 05-05-1783 te Grasdorf, trouwt 11-04-1734 te Veldhausen

373.          Geertien Winkelman, ged. Ref 26-02-1714 te Veldhausen (Esche), overl. 11-

08-1764 te Grasdorf

374.          Berend Heesman, ged. Ref 03-02-1704 te Veldhausen (Grasdorf), overl. 23-

begr. 27-11-1760 te Veldhausen, trouwt 27-03-1732 te Veldhausen

375.          Fenne Schulte, ged. Ref 17-07-1712 te Veldhausen (Esche), overl. 20-08-1760

te Veldhausen

376.          Harm van Almelo, ged. Ref. geb. 14-11-1669 te Neuenhaus, vader “borger in

deese Stad, overl. 11-11-1742 te Neuenhaus, trouwt 17-08-1698 te Neuenhaus

377.          Christina Kremer, haar vader Herman Kremerswas ook Borger in Neuenhaus,

overl. 1721

378.          Harmen Steen, , gedoopt 26-12-1683 te Neuenhaus, overl. 07-03-1732 te

Neuenhaus

379.          -

380.          Hendrik Gosselink, , geb ca 1650 te Borg, overl. 1727 te Neuenhaus,

naegelatenen eheliche Soon van sal. Herman Gosselink uit de Brogh

381.          Kunnichjen Daniels, geb. ca 1650 te Neuenhaus, overl. 1728 te Neuenhaus (de

weduwe van sal. Hendrik Gosselink) , negelaetene eheliche dochhter van sal.

Berent Danieäels, in sijn Leven geweesen Borger alhier

382.          Herman Egbers

383.          Aleida Raschl ?

384.          Wychert Goorkaten, zoon van Jan ten Goorkaten alias Albergen, trouwt 19-

06-1675 te Haaksbergen met Maria Smits, dochter van Hendrik en hertrouwt 23-05-1681 te Haaksbergen met Kunneken te Witbroek, dochter van Jan uit Graas.

Hoewel hard bewijs over Wychert niet te leveren valt, omdat er in deze tijd in Haaksbergen geen rk doopboek was, is toch goed aan te nemen dat Wychert de vader is van Hendrik (nummer 192 in de kwartierstaat). Met name het feit dat Hendrik in het vuurstedenregister van 1752 wordt vermeld als eigenaar van hetzelfde huis dat in 1682 eigendom was van Wychert maakt een en ander wel uiterst waarschijnlijk. Voor het moederschap (kwartirstaat 385) is dit minder eenduidig. Het feit dat Wychert maar zes jaar was getrouwd Maria en dat zoon Hendrik bij afstamming van haar bij zijn huwelijk minimaal 46 jaar oud zou moeten zijn, doet veronderstellen dat Kunneken in de kwartierstaat moet worden geplaatst.

Bij Albergen ligt nog altijd de boerderij Het Goorkotte. Ooit woonde ook de familie Goorkotte uit deze kwartierstaat op die plek.Er ligt ook nog steeds een Goorkotte en een Goorkottedwarsweg.

385.           Kunneken te Witbroek

 

386.         

387.         

388.          Hendrik ter Huurne

389.         

390.         

391.         

392.          Hendrik te Asbroek, landbouwer op het Asbroek te Beckum, trouwt 27-04-

1671 te Haaksbergen

393.          Jenneken ten Hobbenschot

394.          Hendrik Eijsink, ( rouwt 1e Hermken Roessink Freriksdochter), trouwt 05-03-

1703 te Haaksbergen

395.          Eefse ten Hoopen, Gerritsdochter

396.         

397.         

398.         

399.         

400.          Evert

401.         

402.           

403.           

404.          Engbert agter den Kamp

405.         

406.         

407.         

408.          Engbert kleijn Sel, ( trouwt 2e 1681 te Ruurlo met Hendersken Jansen j.d. van

Jan Westerhold op de Sluijmersplaets tot Reurlo), trouwt

409.          Kunneken op de Sluiterie (overleden in 1681, mogelijk in het kraambed van

zoon Harmen)

410.          Derk op ‘t Wael

411.         

412.         

413.         

414.         

415.         

416.          Hendrik Kleen Brinkerink

Oorspronkelijk komt de naam Brinkerink uit Barchem tussen Lochem, Ruurlo en Vorden, aan de voet van de Lochemseberg. Uit de toevoeging Kleine blijkt dat de familie uit deze kwartierstaat daar waarschijnlijk ooit de lijftucht bewoonde. Er bestaat in Barchem nog steeds een erve Brinkerink en ook een Brinkerinksweg. Op een steenworp afstand staat boerderij Lansink, een naam waarmee twee generaties later ook een huwelijksrelatie ontstond

417.          -

418.          Albert Wonnink, sone van Lubbert Wonnink uijt desen Schependom, trouwt

25.05.1690 te Lochem

419.          Aeltien Boeinck, dochter van Gerrit Boevinck uit Geesteren

420.          Hendrik Lulofs van Almelo

421.          -

422.          Garryt Wolterink (tr 1e Willemken te Stockhuisen 1701 en tr 3 Enneken

Gronouw)

423.          Janna Wentinck

424.          Jan Klein Lansink, trouwt 02-09-1703 te Lochem, zv Dries Lansink

425.          Maria Janssen Menneken, dv Jan Mennekins en Essele Teunissen Borchers

(getr 1672 te Neede)

426.          Harmen Geelink, trouwt 05-11-1707 te Hengelo (Gld), zv Garryt Geelink uit

Zellem

427.          Walburg Berentsen, (tr 1e Berent Garrijtsen uit Hengelo (Gld))

428.          Frans Jansen uit Baak

429.          -

430.          Philip Janssen uit Bronkhorst

431.          Johanna Berents

432.          Claas in de Bilte

433.           

434.           

435.         

436.          Kruit in Linden

437.         

438.         

439.         

440.          Jan Nalis

441.          Berentje te Pasche

442.          -

443.         

444.          Hermen Stoltenborg, (trouwt 2e Jantje Helming), trouwt

445.          Janna Barink

446.          Rens Wentink

447.          Harmina Littink

448.          -

449.         

450.          -

451.         

452.          Henricus Scheper (Sceper)

453.          Gertrudis Gasthuis

454.         

455.         

456.          Blokhuis

457.         

458.         

459.         

460.         

461.          -

462.          Ferdinand Gerritzen van ’t Gasthuis, trouwt 23-01-1705 te Tubbergen (woont

Albergen)

463.          Gertruida Heijnink

464.          Johannes ter Hofstede

465.          Jenneken Bossink

466.          Henrick Groenevelt

467.          Aeltjen Steggers

468.          Gerardus Hanstede

469.          Johanna

470.          Henricus Vrijlink (Vrilink)

471.          Joanna Poppink

472.          Jan Hemmer uit Hezingen, trouwt 26-06-1735 te 0otmarsum

473.          Fenne Aelberink uit Mander

474.          Gerrit Mulders

475.          Fenne Meijers

476.          Gerrit Brunninkhuis, eigenhorige meijer te Hezinge, gedoopt RK 06-10-1709 te

Ootmarsum, trouwt 17-04-1741 te Ootmarsum

477.          Aelken Smellink , geboren te Volthe

Dat de zoon van Gerrit Brunninkhuis en en de dochter van Berend Meebekke ooit met elkaar zouden trouwen, zat er waarschijnlijk al vroeg in. Niet alleen woonden ze vlak bij elkaar op een boerderij en een papiermolen die bijna letterlijk op de grens met Duitsland lagen in het noord-twentse Hezingen. Ook trokken hun vaders samen op als er iets gebeurde dat ze onrechtvaardig vonden. Het onderstaande maakt dat wel duidelijk.

Onder het kopje “ insinuatie aan de Boerrichter van Hesingen in dato den 25 september 1763” is de navolgende tekst terug te vinden in het archief van de marke Hezingen.

“De ondergetekenden, boermannen van de Markte Hezingen, met veel verwonderinge vernemende hoe dat de Boerrichter van Hezingen bij continuatie souden…, om involge speciale ordre van de Heere Rigter te repareren zekere brugge gelegen in den gemeenen weg na Ulsen en op het terrain der Markte Hezingen, onder praetext als of het selve alleen soude sijn de post van de onder benoemde boermannen, om die brugge sonder eenig toedoen der overige Boermannen alleene te maken ende te repareren, so vinden zig de selve genodigt, om aan uw. Boer Rigters van Hesingen mids dese te verklaren: ten ijnde de overige Boermannen dier Marke daar van te verwittigen dat vermids alle gemeene wegen ende bruggen ook door de boermannen en ingezetene der Markten in het gemeen gemaakt en gerepareert moeten worden, sij ondergenoemde boermannen ook mits deesen verklaren gelijk te vooren ook verklaart hebben niet alleen tot dese mar ook tot alle andere bruggen ende wegen der Boerschap Hesingen daar van sij ondergenoemde boermannen gelijk uit de verdeelinge der verpondingen of grondschattingen kan geblijken nog geen derde gedeelte komen uijt te maken: te sullen en met alle bereijdswilligheijd te willen helpen encontribueren in gelijkheijd der overige boermannen van Hesingen die beneffens de ondergeschr. in de gehele markte Hesingen wijden en plaggen maijen – ook in alle uijtsettingen van kerkengeld als anders moeten contribueren te sij aan de ondergenoemde kan worden aangetoond gelijk sijs eer gerust sijn, dat nooit sal kunnen geschieden: dat ten aanzien van het maken van wegen en bruggen eene behoorlijke verdeelinge in de boerschap sij gemakt of dat de ondergenoemde dese brugge ooit te voren alleene met uijtsluijtinge van alle andere boermannen souden hebben gemaakt, protesterende de ondergeschr. Voor aar aandeel derhalven onder benificie der boveng.gem. over billijke praesentatie tegen alle kosten en schaden, so uijt vordere…tegen de ordres en bevelen hunner overigheijd omtrent het repareren der meergm.de brugge souden kunnen of mogen resulteren; met het verzoek van een dubbelt deses aan ijder Boerrigter der Markte Hesingen te insinueren en te relateren, om te strekken als na regte Ootmarsum den 25. september 1763

Berent Meebecke

Gerrit Bronninckhuis

Zo voor haar selfs als namens Hermen Schaboes, Albert Liphuis, Gerrit Roepe en Hoekhuijs

 

478.          Bernardus Mebekke, geboren 1717 te Hezinge, trouwt 23-04-1747 te

Ootmarsum

479.          Susanna Droste, ged. RK 13-06-1727 te Ootmarsum

480.          Gerrit (Gerardus0 Koertshuis/Coorts/Koort(Broek) uit De Lutte, (trouwt 1e met

Geertken Kalter), trouwt 09-05-1735 te Oldenzaal

In 1681 hoorde de families tot de "paupers"van de Molter Heurne.

481.          Wibbe van de Kunne uit De Lutte

482.          Krisjaans

483.         

484.          Bernardus Rijsthuijs uit Berghuijsen, ged. RK 16-07-1720 te Oldenzaal, trouwt

485.          Johanna Olde Monninkhof

486.          Jan (Johannes) Klieverik,  uit Berghuisen, trouwt 28-02-1730 te Oldenzaal

487.          Geertken (Gertrudis) Bavel uit De Lutte

488.          Rodolphi (van ‘’t grote Heghuis) Spit , trouwt 26-12-1719 te Oldenzaal

489.          Margaretha ( van ’t Veldhuis) Berendsen opt Veldt

490.         

491.         

492.          Jan Deterink uit Lemselo uit Lemselo

493.          Gese (Gesina) Egberink uit Hasselo

494.          Berend (Bernardus) Veekamp uit De Lutte, trouwt 13-12-1722 te Oldenzaal

495.          Jenne Saller uit De Lutte (trouwt 2e Hermen Hortminck)

496.         

497.         

498.         

499.         

500.         

501.         

502.         

503.         

504.          Jan Agteresz

505.          Geertruida (Geertken) Pennekamp (Olde Snoeijink

506.         

507.         

508.          Gerrit/Gerardus Olde Hengel

509.          Hermken

510.          Arent van de grote Punte (trouwt 2e Stiene Swerink, trouwt 3e Harmken

Nijhof) trouwt

Het erf Groote Punt stond en staat in de Roder Heurne, dichtbij Beuningen. Het staat heloemaal achteraan in de Buurtschap Punthuizen, vlakbij de Duitse grens, tegen Beuningen aan tussen het Beuninger Achterveld en het Lutter Zand. Grote Punt lag erg geïsoleerd. Het Grote Beverborg (verdwenen) en Kleine Beverborg (Rolink) lagen er nog het dichtste bij.

Daar in Beuningen is ook de Puntbeek, die ongeveer evenwijdig aan de grens loopt, van zuid naar noord. Hij komt uit de Lutte en stroomde langs Grote en Kleine Punte. Vanaf Bekboer in Beuningen , dat ook aan deze Puntbeek ligt, wordt hij de Sombekke genoemd, die daarna in de buurschap Denekamp verder stroomt. Vervolgens stroomt hij naar de buurschap Noord Deurningen waar hij weer van naam verander , namelijk Gele Beek; nog steeds stroomt het riviertje dicht bij de grens.

Zo rond 1625/1630 was er een afsplitsing van Punthuis of Puntman, namelijk Kleine of Nije Punt ontstaan. Daarna waren er steeds Grote en Kleine Puntnaast elkaar. De boeren erop waren waarschijnlijk geen familie want de boer van Kleine Punt kwam rond de tijd van de afsplitsing van het Avest of Aust.

De erfnamen werden “de Punthuizen” genoemd. Daarom heet de buurschap ook Punthuizen (dus in meervooud).

 

Wie zegt dat genealogie niet spannend is. Tijdens "veldonderzoek"naar boerderij Grote Punte raakte de auto van de maker van de site vast op een modderig weggetje waar hij door een zoon van de huidige boer op Grote Punte moest worden losgetrokken met de trekker.Nadat hij hulp was gaan halen en bij de auto terugkeerde stond daar een motoragent. Hij verklaarde door langsfietsende touristen te zijn gebeld dat er een verlaten  en afgesloten auto op een paar honderd meter van de grens stond en dat dat waarschijnlijk niet pluis was. Toen ik vertelde wat ik aan het doen was vond hij dat erg leuk en wilde zelfs mijn kwartierstaat zien !.

511.          Anna (Johanna) Beverborg

 

 

Generatie X

In deze, laatste generatie, komen alleen fragmenten voor.

512.          Hendrik Jansen Boom, ( trouwt 2e 19-02-1699 te Almelo Grietjen Albertsen

Witvoet) trouwt01-10-1693 te Almelo

513.          Aaltjen Berendsen Uijlenreef

514.         

515.         

516.         

517.         

518.         

519.         

520.         

521.         

522.          Albert Janssen, soon van Jan Alberts van de Hofstee, beijde in Almeloo, ook tot

Almelo getrout , ing. 03-05-1691

523.          Hindertjen Jorissen dogter van Jorissen Wilms

524.         

525.         

526.          Jan Janssen op ’t Schuttenhuis, wed. van wijlen Jenne Berentsen, beide in de

Heerlijkheid, trouwt Almelo 21-10-1694

527.         

528.          Gerrit Lubbers, geb. Enter, ged. Ref 01-02-1646 te Rijssen

529.         

530.         

531.         

532.          Lambert ter Weele, geb. ca 1650, mogelijk zooon van Lambert Arentz van het

Lenfert onder Rijssen en Lambertien Evers van het Exoo die huwden op 11-06-1645 te Rijssen (Weel Lambert, ongewaarde kater, krijgt op 18-07-1682 recht van uitdrift in de marke Enter)

533.          Harmken

534.          Albert Langenhof, geb. Enter,. Ged. Ref 14-02-1692 te Rijssen

535.          Aaltien

536.          Gosselink

537.         

538.          Egbert (Gijsbert0 Assink, geb. Ijpelo, ged. 20-03-1667 te Rijssen (tr 2e

Jenneken Willems Bokdam, tr 3e Jenneken Egbers Gosselink), trouwt 13-11-1686 te Wierden

539.          Jenneken Vrijlink

540.          Hendrik op de Keurst, geb. Ypelo, ged. 12-07-1650 te Rijssen, (tr 2e

Hendrikien, tr. 3e Fenneken) trouwt

541.          Wilmke

542.          Jan toe Harmsel, geb. Enter, ged. Ref 20-01-1661 te Rijssen, (tr 2e Jenneken)

trouwt

543.          Geesken

544.          Gerrit Koenderink geb. ca 1630

545.          Essele

546.         

547.         

548.          Jan Wolters,geb. 1645-1655, overl. na 1723

549.         

550.          Jan Gerrits Olthof, trouwt 11-03-1674 te Rijssen

551.          Claesien Gerrits

552.          Teunis Gerritz Schuitemaker (Timmer Tönnis), zompenbouwer, geb. ca 1650,

Bij de doopaangifte van zijn kinderen wordt hij Timmer Tönnis genoemd. Op 16 november 1689 kocht hij van Teunis Gerritsen Timmerman een huis gekocht in Enter, van Burgemeester Bt Helmih en Egb. Warners. Staande naast de schoolmeester enaan de andere zijde Jan de Wilde die de wederhelft toekomt en allerzeijts afgepaald is, en befestigt met een halve uytdrift in de marke Enter (Rechterlijk Archief Kedingen, I, blz 144 van 20 november 1716 waarin zoon Jan Teunissen Timmerman als erfgenaam wordt genoemd).

overl voor 1717 te Enter, (trouwt 2e Maria Roelofsen Kreijenveld), trouwt

553.          Gerritien

554.          Jan ten Ezendam, geb. Enterbroek, ged.ref. 09-04-1658 te Rijssen, woont in

1690 bij het Leijerweert

555.          Jenneken Jans

556.          Jan Ezink, geb. ca 1675, zoon van Hendrik Jansens Ezink en Aeltie Janssens op

de Keur

557.         

 

624.           Jan Coops, geb. Zelhem ca 1635, pachter van de windkorenmolen ald, overl. voor 14-10-1685 trouwt

625.           Jannetje Dimmendaal, uit Zelhem, geb. ca 1643, pachtster van de windkorenmolen, overl. voor 27 – 05-1723 (trouwt 2e dominee David Vos, hervormd predikant te Zelhem)

626.           Berend Janszen ten Ham

627.           Margaretha Fredriksdochter van Juchem

 

 

736.           Herman Laman, overl. voor 1732 uit Haftenkamp

737.           -

738.           Geerd Meijer, geb ca 1675 te Esche, overl. 28-08-1752 te Piccardie

739.           Gese Korfs, ged. Ref 09-03-1687 in ‘t Hankorve, overl. 15-01-1772 te Alte Piccardie

740.           Jan Engbers, overleden voor 1726 te Berge, kerspel Emlenkamp

741.           -

742.           Derk Bovenste Jakobs,geb. ca 1670 te Piccardie, overleden 02-01-1757 te Piccardie

743.           Swenne Otten, geb. ca 1670 te Osterwald, overl. 11-05-1749 te Piccardie

744.           Herman Harger, geb. ca 1660 te Grasdorf, overl. 01-09-1724 te Grasdorf

745.           Aale Slagelambers, geb ca 1660 te Bimolten, overleden 08-08-1742 te Grasdorf

746            Hendrik Winkelman, ged. 02-03-1681 te Esche, overleden 29-05-1721 te Esche

747            Geerdjen Schulte geb ca 1685 te Wilsum

748.           Jan Heesman, geb. c 1657 te Grasdorf, overl. 10-08-1739 te Teich (vermelding doodsoorzaak: ertrunken)

749.           Hille Borring, geb. ca 1675 te De Borg, overl. 03-03-1737 te Teich

750.           Lucas Schuller, geb. ca 1675 te Esche, overl. 31-07-1730 te Veldhausen

751.           Gese Pleschen, geb. ca 1683 te Esche, overleden 04-10-1740 te Esche

752.           Evert van Almelo, geb. ca 1630 te Neuenhaus, overl. 18-09-1705 te Neuenhaus

753.           Tella, vrouw van Almelo

754.           Herman Kremers, geb. ca 1639, overleden 1727 te Neuenhaus

755.           Anne Alofs, geb. ca 1639, overleden 02-05-1696 te Neuenhaus

756.           Herman Steen, geb. ca 1640, overleden 1711 te Neuenhaus

757.           Swenne Brünninkhuis, geb. ca 1640 in Teich, overleden 1722 in Neuenhaus

758.           -

759.           -

760.           Herman Gosselink te Borg

761.           Vrouw van Gosselink

762.           Berent Daniaels, overleden 13-08-1679 te Neuenhaus

763.           weduwe van Daniaels, overleden 10-08-1680 te Neuenhaus

764.           Herman Egbers, geb. ca 1680 te Bimolten

765.           -

766.           Jan Rakers, geb. ca 1640 te Veldhausen

768.           Jan ten Goorkaten alias Albergen

769.           nn

770            Jan te Witbroek

771.           nn

 

784.           Jan (Hensze) Janszn te Asbroek

785.           nn

786.           Jan ten Hobbenschot

787.           nn

788            Jan Eijsink, trouwt ca 1640

789            Anna Haarmölle

790            Gerrit ten Hoopen

791            nn

952. Jan Brunninkhuis / Brönninkhuys, gedoopt RK op 28-09-1686 te Ootmarsum, trouwt 27-11-1707 te Ootmarsum

953. Fenne Engsink

954. H. Smellink

955. Gese Smellink






958. Hennerici ten Droste uit Hezingen

959. Kunne

968. Joannis (ten) Rijsthuijs uit de lutte

969. Margarete Kuckuck (Koekoek)

1088. Joannes Agteresz

1089. Hermina/Hermken nn


Generatie XI - een interessant testament waarmee we in de tijd van Bisschop Bernard van Galen, Bommen Berend terecht komen. 

1248 Hendrik Coops, geb. ca 1610 molenaar te Zelhem, gerichtsman overleden voor

maart 1669

1249 Wendela Egginck uit Zelhem overleden voor 1 februari 1688 dochter van Jan

 Egginck en Hendersken Gosensdr Huetinck.

Hendrik en Wendela maken een testament op, bewaard in het ORA Zelhem.

Op den 16. Junij 1666. Coram Johan Ehrlich Richter

Coernoten den Ed: en Godtsa: Isaacus Umbgrovius pastoir alhier en Lambert ten Bussche. Hebben Mr Henrick Coops en Wendela Egginckx eheluijden overmits haer Godt Almachtigh met sieckte heeft besocht edoch bij goeden verstande sijnde, eenige dispositie willen stellen, namentlijck dat sij eheluijden uijtt sonderlinge reedenen en consideratien aen haren soon, Lambert Coops, overmits hij een impotent knecht is, die sijn leeden niet wel tott sijn gebruijck is hebbende, uijt haere goederen voor haer andere kinderen vooruijt hebben gegeven eene somma van vijff hondert gulden als mede aen haeren soon Jan Coops eene somma van hondert en vijftigh gulden, overmits hij in den tijtt van des Bisschops oorlogh groot perijckel heeftt uijtgestaen, welcke penningen beijde dese haere kinderen om aen getoogen reedenen schier oftte morgen niet sullen gekortt worden maer liber en vrij vooruijtt sullen trecken en genieten, wieders hebben beijde dese eheluijden vrijwilligh gegeven aen de kercke en armen deses kerspels ijder  

                 eene somma van 50. dall. waer van die kercke sall genieten 25. gl. en de armen 50. gl.; sullen ider legaten nae een ieders doot betaelt worden, willende en begeerende bij handttastinghe dat dit alsoo moghe geprothocolleert ende in kercken ende armen boeck geregistree(r)t worden, sonder arcgelist.