FAMILIENAMEN



De geschiedenis van de familienaam.

Achternamen waren voor 1811 alleen ingebruik bij mensen met een adelijke titel. Zij hadden er belang bij om hun afstamming vast te leggen. Alleen een voornaam zoals Jan of Marie waren niet voldoende voor herkenning van een persoon. Dus om duidelijk te maken welke Jan of welke Marie het was werd er, afhankelijk van de regio, een toepassing gedaan. In de ene regio werd het patroniem [ de naam van de vader ] gebruikt. Dus Jan, de zoon van Hendrik werd dan Jan Hendriks of Marie, de dochter van Klaas werd dan Marie Klases. In andere gebieden werd de naam van de boerderij, of beroep, of eigenaardigheid of woonplaats gebruikt.

In grote plaatsen was er zelf voor 1811 al sprake van een familienaam, omdat de naam met een patroniem vaak niet werkte. Vaak werd de familienaam de naam van de vader maar ook kwam het voor dat de naam van de moeder als familienaam werd gebruikt. Soms werd ook de naam van de grootouders gebruikt. Ook bestond de mogelijkheid dat er na jaren van naam werd veranderd of soms verdween er een naam.

In 1811 werd er besloten om éénheid te brengen in de chaos. Iedereen die nog geen achternaam had moest er ééntje kiezen. Ook werd er besloten dat de achternaam altijd op de kinderen overging. Bij de invoering van de burgerlijke stand, op 18 november 1811, moest iedereen die nog geen achternaam had er ééntje hebben. Al kwam het wel voor dat sommige mensen bij het overlijden nog geen achternaam hadden. Vooral bij gehuwde vrouwen kwam dit voor. Dit kwam omdat bijvoorbeeld de vader of de broers voor 1811 al waren overleden en dus geen familienaam hadden aangevraagd.

Vanaf deze datum kreeg het kind altijd de naam van de vader of als de vader onbekend was of het kind niet wenste te erkeenen of als de moeder de erkenning tegen hield, dan kreeg het kind de achternaam van de moeder.