»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»







»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»


 

WIM VDG SR.



     WILLEM VAN DER GROEF 

                (1920 - 1984)    

  

  

  #  Levensverhaal van Willem (Wim) van der Groef sr. , opgeschreven door zijn zoon Willem (Wim) van der Groef jr.  

        ~~~  in zeer dierbare en dankbare herinnering  ~~~

     

 

.... een hoogst opmerkelijke levensstart ....

 

 >>>  Mijn vader ,  Willem (Wim) van der Groef  , kwam ter wereld als het vierde kind van zijn vader  Leendert van der Groef  en moeder Pieternella van den Tol , op 18 augustus 1920 in de gemeente Middelharnis ('Menheerse') , de grootste plaats van het toenmalige eiland Goeree-Overflakkee  -   én een uur later reeds vond de geboorte plaats van het v ij f d e  kind binnen dit gezin ........en aldus kwamen die bijzondere en onvergetelijke dag zowel Wim als zijn tweelingbroer Cor gezond en wel op deze wereld , al waren de omstandigheden rondom hun geboorte met terugwerkende kracht toch wel uitzonderlijk te noemen ......

Tót aan het moment van de bevalling , tót aan het moment waarop moeder Pieternel haar zoon Wim , vergezeld van de nodige barensweeën , deelgenoot mocht gaan maken van al het leven op aarde , was zij zich er totaal níet van bewust geweest dat haar kinderschare zich op die hopelijk mooie zomerdag zou gaan uitbreiden met niet één maar met twéé kinderen ...!?!

Alhoewel Pieternel de laatste maanden van de zwangerschap wel érg dik geworden was   -   op den duur kon ze haar eigen voeten zelfs geeneens meer zien !   -  zou ze toch voor geen moment serieus rekening gehouden hebben met de mogelijkheid in verwachting te zijn van een tweeling  .

Pas nadat zoon Wim zojuist goed en wel geboren was en moeder Pieternel even gedacht moet hebben dat alle barensweeën nu achter de rug waren , zou het de vroedvrouw zijn die als eerste in de gaten kreeg dat er nóg een baby zat aan te komen ......

Het 'jongste kind' (Cor) woog bij de geboorte meer dan zes pond , Wim , het 'oudste kind' zelfs meer dan zeven pond , bij elkaar opgeteld dus tegen de 14 pond !   -  geen wonder dus dat moeder Pieternel op een gegeven moment haar voeten niet meer zien kon !  -   en tegelijkertijd ook nogal opmerkelijk dat indertijd echt niemand serieus rekening gehouden schijnt te hebben met de komst van een tweeling .

   De twee babies schenen allebei voorspoedig op te groeien , totdat de oudste van de twee , mijn vader Wim dus , op een dag zó ernstig ziek moet zijn geworden dat de gealarmeerde dokter tot de onthutsende conclusie kwam dat de kleuter de andere dag vermoedelijk niet meer halen zou .......  'Het gordijntje kon spoedig gesloten worden ....' , moet de arts toen tegen de hevig ontdane ouders gezegd hebben , máár dát bleek gelukkig veels te voorbarig geweest te zijn , de arts had zich deerlijk vergist , want Wim zou zienderogen gaan opknappen , en zou nog tientallen jaren door kunnen gaan met ademhalen en gezond verder leven !  -  en o.a. ikzelf ben daar het , indiecte , levende bewijs van .....

Toch zouden er op zijn verdere levenspad wel enkele flinke hobbels genomen moeten worden , een paar levensbedreigende zelfs ........ 

Eén slechts klein hobbeltje diende zich al enkele jaren later aan toen Wim op zekere , kwade dag ergens in het ouderlijk huis met het uiteinde van een van zijn vingers in de deurpost zo ernstig klem kwam te zitten , dat hij dit topje van zijn vinger voor altijd en eeuwig zou moeten gaan missen  -  en dat zou later ook altijd enigszins zichtbaar zijn .  De schrik , pijn en ontzetting zullen voor zo'n opgroeiende kleuter op een dergelijk dramatisch ogenblik in zijn jonge leventje wel heel even zéér intens geweest zijn , maar gelukkig zouden er geen verdere blijvende en pijnlijke gevolgen verbonden blijven aan het zielige voorval , iets dat overigens níet gezegd kon worden van de nu in rap tempo naderende oorlogsjaren .........

 

       ...... de jaren 40/45 .....

 

   In de lentemaand van het jaar 1940 begon voor Nederland , tóch nog onverwacht , de tweede wereldoorlog  -  Wim is op dat moment een jongeman van 19 jaar én loopt dus het risico om in een van de daaropvolgende jaren opgepakt te worden en als dwangarbeider naar het land van de , door bijna de totale bevolking van het land , zeer gehate bezetter te worden weggevoerd .....en dát bleek inderdaad een zeer gegronde vrees te zijn ....

Een half jaar voor het einde van de bezetting , eind 1944 , werd mijn vader bij een van de grootscheepse razzia's in de stad Rotterdam opgepakt en samen met duizenden allemaal zeer beklagenswaardige land- en lotgenoten als krijgsgevangenen ten behoeve van de Arbeitseinsatz op transport gesteld naar Duitsland .

Wim kwam helemaal in het oostelijk deel van het land terecht , in de plaats Chemnitz (in de latere communistische tijd Karl Marxstadt geheten) , waar hij in het oude deel van de stad (Alt Chemnitz) als machine bankwerker tewerk gesteld werd .  Het werk was tamelijk monotoon maar gelukkig niet erg fysiek belastend , zodat dit gedwongen , onzekere en beangstigende verblijf , honderden kilometers van huis en haard verdreven en niet wetend wanneer en zelfs óf de terugkeer naar huis ooit nog eens gemaakt kon worden , dan toch nog enigszins draaglijk was  -  een geluk bij een zeer groot ongeluk , zullen we er dan maar aan toevoegen ...    

En zo verstreken voor mijn vader de maanden , ver weg van Holland , ver weg van het vertrouwde en geliefde Flakkee , in een buitengewoon turbulente tijd en periode van de oorlog , want van alle kanten rukten de geallieerde troepen met veel geweld op richting het hart van het Duitse rijk , zodat nu vrede en bevrijding gelukkig niet meer al te lang meer op zich zouden laten wachten .

De laatste oorlogsmaanden op Duits grondgebeid waren chaotisch :  overal begonnen mensen weg te trekken , op de vlucht , op weg naar huis , zo spoedig mogelijk van Duitse bodem vandaan .

In die laatste chaotische periode van de oorlog begon ook mijn vader op zeker moment zoveel mogelijk in westwaartse richting te trekken , in een al deels verwoest land dat nu aanhoudend en op vele fronten door geallieerde troepen bestookt werd . 

Op zijn kleine odyssee dwars door het deels verwoeste Duitsland doorkruiste hij meerdere belangrijke en historische steden :  Dresden , Gera , Jena , Weimar , Erfurt , overal naarstig op zoek naar voedsel , water en onderdak .   Zo werd hij in het prachtige , historische en door de geallieerden gelukkig gespaarde Weimar zelfs nog door de burgemeester in hoogst eigen persoon op zeer vriendelijke en bereidwillige wijze aan elementaire levensbehoeften geholpen   -   de burgervader wist natuurlijk op dat moment zeer wel dat de oorlog voor Duitsland op zijn laatse benen liep ....   Veel Duitsers leken in die dagen overigens  - ineens  -  zeer coöperatief te zijn ....

Op de zogeheten 'vorläufiger Fremdenpass' van het 'Deutsches Reich' , bestemd voor 'Der Passinhaber der nicht die Deutsche Reichsangehörigkeit besitzt' , afgegeven op 24 november 1944 door 'Polizeipräsident A.A. Winkler , Ausländererlassungslager Dresden' , met een geldigheidsduur van precies twee jaar (en zou dus op 24 november 1946 zijn geldigheisduur verloren hebben , maar gelukkig is het dus zo ver bij lange na níet gekomen ...)  lezen we dat Wim 'gross' van postuur was , een 'schmall' gezicht had , 'graue' ogen , 'braun' haar en 'keine' bijzondere kentekens had .   

Helemaal tegen het einde van de oorlog waren er nog enkele stempels ingezet (op 2 en 3 mei 1945) op last van eerder genoemde burgemeester van Weimar , waaruit blijkt dat m'n vader toen 5 'Bezugsscheine' (distributiebonnen) ontvangen had én zogeheten 'Lebensmittelmarken' , afkomstig van de 'Ernährungs- und Wirtschaftsambt für den Stadt Weimar' .

Achterin deze pas had mijn vader nog eigenhandig met potlood het Amerikaanse woonadres genoteerd van zijn tante Anna van der Groef en haar gezin in Oxnard , Californië , vermoedelijk in de gedachte dat het in die zware , armoedige , chaotische en gevaarlijke tijd in Europa , ook al was nu dan toch eindelijk weer vrede zeer nabij , het misschien niet zo'n gekke gedachte zou zijn om , in de voetsporen van Anna , nieuw levensgeluk te gaan zoeken aan de andere kant van de oceaan , maar ...... zo ver is het in het leven van mijn vader uiteindelijk toch niet gekomen . 

In de loop van de maand mei was Wim terechtgekomen in de Duitse plaats Koblenz , en van daaruit was hij dan eindelijk 'naar huis' vertrokken , zoals het op zijn persoonlijke 'registration-record' (door de geallieerden vanzelfsprekend in de Engelse taal opgesteld , want de oorlog was voorbij en heel Duitsland was nu bezet en onder controle van geallieerde troepen !!) expliciet vermeld staat .

Op zijn registration-record staat verder nog vermeld dat m'n vader op dat moment   -  het is dan inmiddels al 29 mei , dus al zo'n drie weken sinds de capitulatie van Duitsland  -  nog in het bezit was van 39 Mark (de mogelijkheden om met Duitse Lebensmittelmarken in Duitsland nog aan voedsel te kunnen komen , waren klaarblijkelijk zeer beperkt geweest)  , en verder lezen we nog dat m'n vader de andere dag vermoedelijk via Rotterdam   -   eíndelijk dan !! -  naar z'n woonplaats Middelharnis (Voorgors 4) , zou kunnen vertrekken .

Danig verzwakt en vervuild en getekend door alle ervaringen uit de oorlog , maar gelukkig wel geestelijk ongebroken , zette mijn vader , na een afwezigheid van een half jaar , dan eindelijk weer voet op vertrouwde vaderlandse en zo lang gekoesterde Flakkeese bodem ..... en kon weer voorzchtig een aanvang gemaakt gaan worden in het oude ritme met het bekende leven van alledag , zonder grote welvaart , maar wel gelukkig weer in alle vrijheid én zonder vrees .

Ook al waren de leefomstandigheden in Duitsland voor mijn vader verre van ideaal geweest (en uiteraard is dit nog een sterk understatement te noemen ...) , tóch geloof ik dat het gedwongen en zeer onzekere , sombere en angstige verblijf zo ver van huis in het land van de vijand , voor hem tegelijkertijd ook een zeer bijzondere , zelfs avontuurlijke tijd is geweest , waarin hij in een half jaar tijd veel meer meemaakte dan in de 20 levensjaren daarvoor op Flakkeese bodem , een tijd ook die hij in zijn leven daarna op vaderlandse bodem ook nooit meer zo intens zou gaan  meemaken . 

Na aankomst in Middelharnis was er voor mijn vader en zijn naaste familie al spoedig een zeer triest bericht te verwerken ...

De hongerwinter was aan Flakkee gelukkig voorbij gegaan , maar de vijf bezettingsjaren hadden wel duidelijk hun sporen achtergelaten in het leven van m'n vader , z'n ouders en in dat van zijn ouders .

Het huis waarin zij toenterijd met z'n allen woonden , bevond zich ongelukkigerwijs in zogeheten Sperrgebiet , en dat hield in de praktijk van alle dag in dat zij van de ene op de andere dag geconfronteerd werden met een zeer vervelend maar in het geheel niet te stuiten fenomeen :  inkwartiering ....  Vanaf zeker moment in die jaren van bezetting verbleven er steeds of regelmatig twee Duitse militairen in hun woonhuis in Middelharnis , en ofschoon er in het ouderlijk huis op een wandbord duidelijk te lezen stond  'geen gast tot last' , gold dit toch zeker níet voor deze twee zeer óngenode gasten ........ 

Zo werd het gezin dus als het ware opgescheept met de langdurige aanwezigheid van twee vertegenwoordigers van het door en door gehate nazi-regime , terwijl je natuurlijk in hun aanwezigheid je je afkeer en weerzin van het regime maar veel beter voor je kon houden ....

Maar toch bleek de situatie in de praktijk van alle dag wel mee te vallen : de militairen behoorden geen van allen tot de harde kern van het Hitler-regime , en dat was voor met name mijn opa en ook voor mijn vader maar goed ook , want zij waren in die oorlogsjaren niet gewoon om hun afkeer van de bezetters van hun land altijd onder stoelen of banken te steken ....

Gelukkig is noch mijn opa , noch mijn vader noch enig ander lid van de familie ooit in serieuze problemem geraakt als gevolg van de aanwezigheid van de Duitsers en hebben ze allemaal deels op Flakkeese en deels , noodgedwongen , op Duitse grond de oorlog overleefd , zonder al te grote lichamelijke kleerscheuren te hebben opgelopen , maar dit gold helaas níet voor hun zoon en broer Leen ........

Leen jr. was eind jaren dertig als KNIL-militair vertrokken naar Nederland Indië en had daar moeten meemaken dat de archipel bezet werd door Japanse troepen en dat de gehele bevolking geknecht en gekrenkt werd , en hemzelf was zeker geen milder beschoren geweest .....

Kort na de bezetting van Java was Leen al opgepakt en weggevoerd naar het verre Birma om daar aan de beruchte spoorweg slavenarbeid te verrichten .  Voor elke aangelegde biels moet indertijd wel een dode te betreuren geweest zijn , Leen jr. was één van hen .....

In de loop van het jaar 1945 kwam in Middelharnis het ontstellende bericht door dat Leen van der Groef jr. al in 1943 ten gevolge van dysenterie op slechts 27-jarige leeftijd in Birma gestorven was .  Hij ligt begraven in Birma op het ereveld van Thanbyuzajat .            

 

    Als schoenmaker verdiende m'n vader in het eerste bevrijdingsjaar weer zijn dagelijkse brood , maar dit werk bracht hem nu wel búiten het eiland Flakkee .  In zijn (Nederlandse) persoonsbewijs uit de oorlogsjaren is later nog bijgetekend dat m'n vader sinds 1 november 1945 in het Zuid-Hollandse Heenvliet (op Voorne-Putten , onder de rook van Rotterdam) woon- en werkzaam was  -  hij moet daar toen enige tijd ingewoond hebben bij een zekere familie Aland (Krijn en Baartje) .

Midden jaren veertig is mijn vader ook nog heel even werkzaam geweest in de Rotterdamse haven als losser , heel even gelukkig maar , want dit was bepaald geen aangenaam en prettig werk te noemen :  zo kon het bijvoorbeeld gebeuren dat je daarbij onverwachts en zeer onvrijwillig bij het lossen van bananen plotsklaps geconfronteerd werd met een zeer grote , zeer levendige , al dan niet gevaarlijke , tropische spin .... die gezellig vanuit een zeer ver land op de bananenboot helemaal was komen meevaren ......  

Gelukkig zou Wim korte tijd later beter , vaster en aangenamer werk vinden als (in chronologische volgorde)  :  fabrieksarbeider , kistenmaker en distillateur in dienst van de firma Rynbende , een van de vele jeneverstokerijen die Schiedam (waar anders ?!) in die jaren nog rijk was .  Wim zou in totaal 18 jaren , van 1947 tot 1965 , op de loonlijst van deze firma blijven staan .

     Op 17 september 1947 trad Wim in de stad Rotterdam in het huwelijk met  Willemina Johanna (Wil) de Roodt , op 14 maart 1925 in Rotterdam geboren .

In de jaren die volgden kregen Wim en Wil twee kinderen :  een zoon (Leendert) en een dochter (Coby) .

 >>>   De oorlog met al z'n verschrikkingen , ellende en menselijk leed had m'n vader nog maar net achter zich neer gelegd , of er dreigde nu een geheel andere , door niemand ooit voorziene , ramp van een totaal andere orde , een catastrofe van ongekende omvang die zijn gelijke in de geschiedenis van Nederland niet kennen zou .......

 

....... de ramp ......

 

Ook al woonde Wim nu al weer enige tijd buiten het eiland Flakkee , zijn beide ouders en vele overige familieleden woonden er nog steeds , en dit betekende natuurlijk dat m'n vader , wanneer het beperkte aantal vrije dagen en de financiele middelen het toelieten , van tijd tot tijd naar het eiland , naar Middelharnis , de woonplaats van z'n ouders toog voor een gezellig familiebezoek .  En nu , begin jaren vijftig , lag er wel een zeer balangrijke familie-mijlpaal in het verschiet :  op 31 januari 1953 waren namelijk Wims ouders 40 jaar met elkaar getrouwd en dát moest natuurlijk herdacht en gevierd (enigermate bedaard en rustig uiteraard , zoals het Flakkeênaars van toen 'betaamde' ) gaan worden , en dus zouden op die heuglijke dag alle kinderen plus aanhang inclusief hún kinderen , 'van heinde en verre' (= Rotterdam en Den Haag) naar Middelharnis komen voor een gezellig samenzijn , waarna de volgende dag , een zondag  (dus dat was toch al een vrije dag) , de familie weer huiswaarts zou kunnen gaan keren , alleen ......... die volgende dag was wél de eerste februari 1953 , de dag van de watersnoodramp .......

Ook al ging het die feestelijke dag van 31 januari 1953 al wel hard waaien , héél hard waaien zelfs , toch was er niemand die op die dag al kon vermoeden welk immens drama zich een etmaal later in het zuidwesten van het land , tengevolge van een buitengemeen ongelukkige samenloop van omstandigheden (springvloed gelijk met zware storm) zou gaan afspelen en van de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 een ongekende rampnacht zou gaan maken ....... 

 

 Mijn vader logeerde die nacht samen met zijn vrouw en zijn toen nog maar vier jaar jonge zoontje Leendert in het huis van zijn ouders in Middelharnis .  Héél Middelharnis kwam die nacht blank te staan , alle inwoners werden door het water bedreigd en iedereen maakte zodoende enige levensbedreigende momenten door , maar gelukkig bevond het ouderlijk huis van mijn vader zich op een verhoudingsgewijs gunstige locatie in het dorp , waardoor het water 'slechts' van één kant op het huis afkwam en zodoende de verwoestende kracht van het water nog enigszins beperkt bleef , máár dit kon zeker niet gezegd worden van Wims broers en zusters die elders in het dorp de rampnacht doorbrachten .........

Zodra het enigszins mogelijk was , is mijn vader toen in de loop van die 1e februari met angst en beven op zoek gegaan naar z'n broers Arend en Cor en z'n beide zusters Ida en Sien die allemaal mét hun echtgenoten én met hun kinderen als ratten in de val leken te zijn in- en opgesloten door het alles en iedereen vernietigende water .......

Hun huizen en al vrijwel hun bezittingen zijn toen volkomen reddeloos verloren gegaan , maar na vele zeer benauwende uren zouden zij gelukkig allemaal dankzij een reddingsoperatie met boten gered kunnen worden .

    En tóch zouden oorlog en ook watersnoodramp uiteindelijk niet zo'n grote invloed op mijn vaders algehele gemoedstoestand gehad blijken te hebben als zijn volledig onvoorziene echtscheiding in het jaar 1958 .......  

Na elf jaar kwam er reeds een einde aan het huwelijk van mijn vader .  De twee kinderen bleven bij hun moeder wonen , en voor mijn vader rees er nu dus onmiddellijk een groot probleem :  waar kan ik woonruimte vinden ??   Na heel even nog ergens in Rotterdam te hebben ingewoond , verliet mijn vader korte tijd later 'voorgoed' de havenstad en verruilde deze als het ware voor die ándere grote stad in de buurt :  Den Haag , de stad waar zijn zuster Sien met haar man Ben en dochter Elly sinds 1946 woonden . In hun Haagse woonhuis vond m'n vader toen tijdelijk onderdak en kwam ook al snel in contact met Riet ten Wolde , de enige zuster van Ben .... en dat regelmatige contact leidde er zelfs toe dat Riet en Wim elkaar op 25 september 1959 , ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand in het stadhuis van de gemeente Den Haag , officieel en plechtig het jawoord zouden geven én een zeer gelukkig huwelijksleven tegemoet zouden kunnen gaan zien van bijna 25 jaar ......

Een jaar later werd er ook nog een zoon geboren , die verdacht veel gelijkenis schijnt te vertonen met de schrijver van dit alles .......  

In alle jaren die volgden op de huwelijksdag behielden Wim en Riet altijd zeer veel contact met Sien , de zus van Wim , en met haar man Ben die dus weer de broer van Riet was .   In karakter leek Ben op zijn zus Riet , en Sien had weer veel weg van haar broer Wim  -  en zodoende zou er in al die jaren ook steeds een zeer goede , vriendschappelijke en zeer hechte band blijven bestaan tussen de twee echtparen  -  en in al die jaren woonden ze ook nooit meer dan één of twee straten van elkaar vandaan !

     Midden jaren zestig had mijn vader ontslag genomen bij de firma Rynbende in Schiedam   -  begin jaren zestig pendelde m'n vader dus steeds dagelijks heen en weer tussen Den Haag en Schiedam en daar kwam nu dus een definitief einde aan , want .... hij trad in 1965 in dienst als magazijnbediende/controleur bij het fotografisch concern Agfa-Gevaert in de gemeente Rijswijk (en dat was nu slechts op fietsafstand verwijderd van z'n woonplaats Den Haag , een hele verbetering dus!)  

Net als bij Rynbende zou het dienstverband van m'n vader bij Agfa-Gevaert ook in totaal precies 18 jaar blijken te gaan duren .  Elke ochtend ging m'n vader op de fiets naar zijn werk in de Rijswijkse Plaspoelpolder  , en zeker voor een enthousiast fotograaf én filmer als mijn vader altijd is geweest , was het werken bij zo'n groot fotografisch concern uiteraard níet onplezierig te noemen !

 

De jaren zestig en zeventig brachten   -  eindelijk dan !   -  enige mate van welvaart in ons aller leven en zodoende konden er ook met enige regelmaat vakantiereizen worden gemaakt  -   aanvankelijk bleven deze nog beperkt tot het Utrechtse Doorn ('De Bonte Vlucht') , maar sinds begin jaren zeventig vertrokken we voor een vakantiereis elk jaar richting Duitsland of Oostenrijk , een vakantiereis die we altijd met z'n vijven (Wim , Riet , Sien , Ben en Wim jr.) en ook altijd in perfecte onderlinge harmonie met elkaar maakten .   

      Midden jaren zeventig werden we in ons woonhuis midden in de nacht opeens geconfronteerd met een wel zeer bijzonder meteorologisch verschijnsel .  In die zomernacht werd ons woonhuis getroffen door een , tot op de dag van vandaag , immer nog niet zeer goed verklaarbaar fenomeen : een bolbliksem .......  

Door het oorverdovend geluid zaten we die nacht van het ene op het andere moment allemaal rechtop in bed , nog niet geheel en al goed beseffend wat er zich nu precies luttele seconden eerder had plaatsgevonden ....

Ons woonhuis stond nog overeind en was gelukkig ook nog volledig intact en ook na een nachtelijke rondgang door het huis leek het alsof er helemaal niets was gebeurd , máár die enorme herrie moest toch haast wel afkomstig geweest zijn van een blikseminslag , of niet ...!?!   

Pas de andere dag bleek wat er zich in die bewuste nacht allemaal had afgespeeld :  de bliksem , die volgens ooggetuigen dus een bolbliksem moet zijn geweest , was ingeslagen in de hoekpunt van het dak met de muur en had daar een gedeelte van de buitenmuur (en gelukkig dus slechts van de búitenmuur ....) helemaal weggeslagen , en moet daarna als het ware zijn doorgerold naar het midden van het dak om te eindigen in de hoge mast van het centrale antennesysteem waar dan ook bijzonder weinig van was overgebleven ......  Gelukig was er niemand gewond geraakt en kon alle schade snel weer hersteld worden , maar we vroegen ons toen natuurlijk wel even af wat er nu gebeurd zou zijn indien die bolbliksem een geheel andere route gevolgd zou hebben in die bewuste nacht na te zijn ingeslagen in ons dak ........

 

   Alhoewel mijn vader vrijwel nooit een dag ziek thuis was geweest , begon zijn gezondheid begin jaren tachtig  -  m'n vader is dan inmiddels de zestig net gepasseerd  -  vrij plotseling te verslechteren .  Na een kort medisch onderzoek , waarin aanvankelijk feitelijk niets concreets naar voren kwam , werd besloten dat hij voor enige tijd nog slechts halve dagen zou gaan werken , om zo te zien of er op deze wijze verlichting van de klachten zou optreden , maar dit gebeurde niet , in tegendeel zelfs .....

Omdat de klachten zelfs verergerden , werd m'n vader op 1 februari 1984 opgenomen in het voormalige Haagse ziekenhuis Bethlehem voor een grondig onderzoek .

Gedurende de eerste periode van het verblijf in het ziekenhuis , hield m'n vader nog een soort van dagboek bij waaruit zeer duidelijk blijkt hoe ingrijpend en belastend al deze onderzoeken voor hem lichamelijk en ook psychisch geweest moeten zijn .

De aantekeningen die m'n vader de eerste dagen maakte , waren opgeschreven in zijn immer heldere handschrift , maar naarmate de dagen verstreken , het aantal medische ingrepen toenamen en zijn algehele conditie duidelijk verslechterde , verdween gaandeweg deze heldere stijl en maakte plaats voor onduidelijke en vage letters , totdat het moment kwam waarop hij helemaal met het maken van aantekeningen stoppen zou .

In die beginperiode hadden we nog wel van dag tot dag kunnen lezen wie er allemaal op bezoek geweest waren bij m'n vader (familie , collega's van de zaak) en dat dit bezoek hem ook daadwerkelijk goed deed , ook al kon het soms wel wat vermoeiend zijn .  

   Toen het uiteindelijke resultaat van alle onderzoekingen aan ons bekend werd gemaakt , waren we ronduit verbijsterd en geshockeerd  ..... 

Wim bleek aan een zeer ernstige , zeer kwaadaardige vorm van lymfklierkanker te lijden , waarbij er nog slechts één lichtpuntje was : deze variant van de ziekte kon worden behandeld en , in het gunstigste geval , ook nog bestreden worden middels een zware medicijnkuur ..... We begrepen wel dit het een lange en zware weg zou gaan worden naar mogelijk , slechts mogelijk , herstel .....

  Na een maand in het ziekenhuis gelegen te hebben , kreeg m'n vader van de behandelend internist toestemming om het ziekenhuis te verlaten , maar al de eerstvolgende dag in de vertrouwde huiselijke omgeving ging het mis : de toch al zeer broze fysieke conditie van m'n vader ging verder achteruit , zo zeer zelfs dat hij al speodig weer naar het ziekenhuis met een ambulance moest worden teruggebracht , waar geconstateerd werd dat er sprake was van een ernstige longontsteking . 

M'n vader zou nooit meer naar huis terugkeren .

Alhoewel hij wel zou weten te herstellen van deze longontsteking , begrepen we terdege dat dit een duidelijk teken was van de enorme aanslag die er door zijn ziekte al op zijn lichamelijke gesteldheid gepleegd was .

De weken die volgden waren verschrikkelijk . Lange tijd verbleef m'n vader in quarantaine en kon je hem alleen maar bezoeken na een grondige omkleedbeurt : elke bezoeker diende speciale medische handschoenen , schoenbeschermers , een monddoekje en jas aan te trekken alvorens naar binnen te kunnen gaan vanwege het grote infectiegevaar waar mijn vader op dat moment aan bloot stond . 

Tot twee maal toe balanceerde m'n vader in die weken op het randje van de dood , en tot twee maal toe hadden we al bijna definitief afscheid van hem genomen .... maar tot twee maal toe wist m'n vader uit dit diepe dal   -  zonder enige twijfel het diepste en meest duistere dal uit zijn gehele bestaan  -  toch weer omhoog te klauteren , langzam , héél langzaam ....

   M'n vader kreeg op een bepaald moment speciale voeding (zgn. astronautenvoeding) aangeboden om zijn ernstig verzwakte fysieke conditie enigermate te kunnen verbeteren , waarna zelfs besloten kon worden om een begin te gaan maken met de zware cytostatica-kuur .

Een drietal kuren heeft mijn vader toen in de loop van meerdere weken gevolgd , die , tot onze opluchting , bij hem geen al te zware bijwerkingen teweegbrachten én ook aan leken te slaan , zodat we na drie loodzware maanden uiteindelijk dan toch nog , voorzichtig , heel voorzichtig enige hoop begonnen te koesteren  , tótdat de dag kwam die aan al die voorzichtig opgebouwde hoop  op wrede en onherroepelijke wijze  een definitief einde zou maken :  in de ochtenduren van donderdag 10 mei 1984 werden we vanuit het ziekenhuis opgebeld met de ontstellende wededeling dat Wim die morgen in een coma was geraakt en dat er gevreesd werd voor zijn leven ....

Na aankomst in het ziekenhuis bleek ons onmiddellijk hoe ernstig de situatie was , zodat op dat moment alle voorzichtig opgebouwde en gekoesterde hoop op toch nog mogelijk erstel volledig  vervloog ....

Wij (= m'n moeder , tante Sien , oom Ben en ik) waren aanwezig toen om tien minuten voor één op die 10e mei m'n vader zijn laatste adem uitblies in een ziekenhuisbed van het Haagse ziekenhuis Bethlehem .  Even later begon het bezoekuur en vulden de gangen en kamers zich met het geroezemoes , het gedrentel en de begroetingen van allerlei bezoekers , terwijl wij , verslagen en verdoofd , ons een weg moesten banen in tegenovergestelde richting ......

Artsen konden niet exact aangeven wat de doodsoorzaak van Wim is geweest .  Vermoedelijk is m'n vader gestorven aan de gevolgen van een darmperforatie , als gevolg van de zeer sterke achteruitgang van zijn algehele lichamelijke conditie . De behandelende internist vertelde dat de uitslag van de derde cytostatica-kuur nog aangaf dat de kankercellen toch duidelijk in remissie waren ...... 

   Mijn vader Willem van der Groef overleed op 63-jarige leeftijd , slechts enkele maanden verwijderd van zijn , helaas nimmer in vervulling gegane , vervroegde pensionering waar hij , na een lang arbeidzaam leven , zeer verdiend en inmiddels ook zeer reikhalzend naar had uitgekeken .....

Vijf dagen later , op 15 mei 1984 vond de uitvaartplechtigheid plaats .  De rouwstoet begon in de binnenstad van Den Haag en ging via ons woonhuis in Moerwijk naar het crematorium Eykelenburg in de buurgemeente Rijswijk .

Juist op het moment waarop de stoet het terrein opreed , vielen er enkele regenspetters duidelijk zichtbaar op de ruiten van de volgauto's , als symbolische tekens van verdriet , rouw en ondersteuning vanuit een hogere sfeer , zo leek het haast wel .......