»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»







»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»


 

VROEGE VOOROUDERS II



 

PETER WIJBEN TEN WOLDE  , zoon van  Wiebe Lebberts en van Jantien Heerties ( de laatste representanten binnen deze familielijn die nog tot het pré-Ten Wolde-tijdperk behoorden ) , moet zo rond nieuwjaarsdag 1684 ter wereld gekomen zijn en gedoopt zijn geweest op 6 januari 1684 in het Overijsselse Oldemarkt/Paaslo .  

>>  Peter Wyben is de allereerste  TEN WOLDE van wie zeer velen van ons in kaarsrechte lijn afstammen , en dus ook de allereerste aan wie ontelbare Ten Wolde's in de huidige tijd en in de tijd die reeds (ver) achter ons ligt , hun fraai klinkende familienaam te danken hebben ......zónder dat Peter zich ooit bewust zal zijn geweest van deze 'tamelijk verdragende consequenties .....'

# Peter Wijben werd slager van beroep , en dat vak moet hij gedurende lange tijd én met de nodige kennis en kunde hebbe uitgeoefend , want op latere leeftijd zou hij zelfs nog aangesteld worden als  d e k e n  van het slachtersgilde / overman van het slagersgilde .

 

Enkele dagen na zijn 22e verjaardag trad Peter , op 9 januari 1706 , in Steenwijkerwold in ondertrouw met  GEESJE JANS , geboren rond het jaar 1683 in Steenwijkerwold .

Het kerkelijk huwelijk vond twee weken later plaats , op 24 januari 1706 , in het naburige Oldemarkt , de geboorte/doop-plaats van Peter .

Peter en Geesje zouden in een periode van bijna twintig jaar (minstens)  n e g e n kinderen krijgen ;  de oudste kinderen kwamen ter wereld in Steenwijkerwold (Oldemarkt) , de jongste in 'de grote stad' Steenwijk .

Rond het jaar 1720 moet het gezin vertrokken zijn vanuit Steenwijkerwold naar Steenwijk  -  mogelijkerwijs kreeg Peter pas vanaf dát moment de toe- of bijnaam  TEN WOLDE  'toebedeeld' , en gingen hij en zijn kinderen toen verder blijvend door het leven onder deze naam die van bij- of toenaam geleidelijk aan ging veranderen in een vaste familienaam , van generatie op generatie , tot in eeuwige lengte der dagen .......  

In 1728 klaagt Peter Wyben over een van hem geëiste boete , die hij reeds aan de drost van Vollenhove had betaald (zie : P.Berends , Inventaris oud-archief Steenwijk p.53 (119) nr.130) . 

Uit bewaard gebleven processtukken blijkt dat Peter Wyben rond het jaar 1740 samen met ene Wijcher Hendriks én met zijn schoonzoon Harmen Coops Fledderus , de verpachting voor zijn rekening nam van de accijns op de brandewijn en 'gebrande wateren' van Steenwijk e.o.
En dat zij zich gedrieën niet bij iedereen in de buurt even geliefd hebben weten te maken , om het ietwat voorzichtig uit te druken ... , blijkt wel uit deze processtukken die een proces verslaan dat deze drie Steenwijkse heren , als 'pagters en participanten van de brandewijnen van Steenwijk etcetera', hadden aangespannen tegen twee vermoedelijke 'sluikers' oftewel smokkelaars uit het nabijgelegen Blesdijke in Friesland ....

Het ging om Claas Jans en Boele Cornelis , die op eerste kerstdag 1740 waren opgepakt "en alhier in Steenwijk ten huise van Pieter Wijben in bewaring gebracht en nog worden geholden".
Nadat de Steenwijker burger Jacob Grevelink zich garant voor de mannen had gesteld , werd een borgsom vastgesteld .
Hiervan werden Harmen Coops Fledderus en Wijcher Hendriks direct op de hoogte gesteld , "ten eijnde sii iets hier teegen mogte hebben , om hetselve te kunnen voortbrengen morgen na de middag ten 4 uuren".

De volgende dag verschenen Fledderus , Wijcher Hendriks en Peter Wyben inderdaad voor het gerecht.
Ze vertelden dat "Boele Cornelis reets nog in bewaring word gehouden ten huise van Pieter Wijben , door twee soldaten van de commando alhier leggende".
Maar Claas Jans had "sig gisteravond weeten te absenteeren , als ontlopende Wijcher Hendriks , welke met hem voor de deure was , om malkanderen te spreeken , om soo mogelijk te akkordeeren".
Waarschijnlijk hadden de pachters een minnelijke schikking willen treffen , zodat er geen dure rechtszaak gevoerd hoefde te worden .
Maar aangezien één van de vogels gevlogen was , ging dat plannetje níet door .
De pachters protesteerden tegen het vrijlaten van Boele Cornelis , "als sijnde de borge Jacob Grevelink op verre na niet genoeg in staat , om voor soo een boete en proeduire borge te kunnen zijn , dewiel nihil in bonis , veel min vaste goederen is hebbende , gevolglijk ook niet als borge na regte kan worden geadmitteert".

Hoe de zaak uiteindelijk nog is afgelopen , is - helaas - níet bekend ...

Tot zover dit 18e eeuwse relaas aangaande een Steenwijkse rechtszaak waar dus zowel Peter Wyben ten Wolde als zijn schoonzoon Harmen Coops Fledderus bij betrokken waren .

Vermoedelijk is Peter Wijben in de plaats en tijd waarin hij leefde (Steenwijk , eerste helft 18e eeuw) een zeer bekende verschijning geweest : hij was slager van professie , op latere leeftijd werd hij zelfs nog bevorderd tot deken van het 'slagtersgilde', dan was Peter Wijben verder nog belastingpachter , én tenslotte moet hij ook nog in zijn onderhoud voorzien hebben als eigenaar van aan lokale herberg - maar over dit laatste straks meer ....


Een onbemiddeld man kan Peter Wijben dus zeker niet geweest zijn ; dat blijkt ook wel uit de nu volgende zakelijke transactie waarin hij participeerde én ook ongetwijfeld een flinke duit in het zakje gedaan moet hebben ....
Op 18 november 1737 kocht Peter namelijk samen met de hiervoor reeds vermelde Wijcher Hendriks , diens zwager Hendrik Jans Gast en een zekere Jan Hendriks IJdel , van de heer Van Bredenhof en van Bernardus van Beest een groot perceel onroerend goed voor een bedrag van maar liefst duizend gulden !
Het betrof hier turfland , waarvan de opbrengst dan over het water kon worden afgevoerd : "de Boomsloot of wel de geregtigheijt van dien , exempt het huijs door Teunis Huijsman bewoont wordende , en dan nogh de sloot van de heer van d'Eese , en eenige einties landerien ten oosten van de Boomsloot ....".

Tot zover het zakelijke gedeelte ...

Oók over Peters karakter/temperament is ons middels deze verslagen , op indirecte wijze , nog het een en ander bekend geworden ....
In het Steenwijker 'Prothocol van keuren en breuken' uit het jaar 1721 over de maand december , staat het volgende beschreven : "Heeft Hendr. Wijchers soon Wijcher genaamt het mes getrokken tegen Jacob Zents ten huijse van Peter Wijben bij avond ......"

Geschiedde dit dreigende voorval vermoedelijk nog zijns ondanks , het nú volgende voorval toch zeer zeker niet ...:
Op 5 juli 1734 werd genoteerd dat "Peter Wijben geschopt en geslagen heeft Tabbert een dik ooge , ten huijse van Wijcher Hendriks ....."

En twee jaar later vond er al weer een vechtpartij plaats in de herberg van Peter Wijben : Wijcher Hendriks < daar hebben we hem weer ...> en zakenpartner Hendrik Quants "hadden malkander geslagen ten huijse van Sparo bij avond" (31 januari 1735) en op 18 augustus 1736 deden ze hetzelfde in de herberg van Peter Wijben , alleen vond de vechtpartij nu "bij dage" plaats .......


Het algehele beeld dat wij van Peter Wijben en meer nog van zijn zakenpartner Wijcher Hendriks gekregen hebben , is niet altijd even positief en florissant te noemen ......
De uitoefening van de meerdere funties die zij - op weg naar welstand , aanzien , roem - vervulden , vond zeker niet altijd met zachte hand alléén plaats ..... waarbij dus zelfs een vechtpartij van tijd tot tijd níet steeds uit de weg werd gegaan ......

 

Het gezin van Peter Wyben en Geesje Jans komt voor op de lijst van de Volkstelling uit het jaar 1748 (nr. 274) :  Peter , echtgenote Geesje en hun dochter Lammigje woonden toen in Steenwijk in de Oosterstrate (Oosterkluft)  -  op de  lijst van het gezin van Peter en Geesje komen verder geen andere inwonenden , kostgangers , knechten , meiden en inwonende kinderen (meer) voor . 

> Drie jaar later , vermoedelijk kort na zijn aanstelling tot deken van het slachtersgilde , overleed Peter Wijben ten Wolde op 22 april van het jaar 1751 in zijn woonplaats Steenwijk op 67-jarige leeftijd .

Zijn weduwe , Geesje Jans , overleed negen jaar later , op 4 maart 1760 in Steenwijk op ca. 77-jarige leeftijd .   

 

 

De kinderen van Peter Wijben ten Wolde en Geesje Jans :

1) Wytze (Wytzien) Peters ten Wolde 

  > zij is één van degenen die voorkomen in het hoofdstuk 'Enkele zeer betreurenswaardige Ten Wolde's uit tamelijk recente en uit reeds lang vervlogen tijden .....'

Wytze moet in de loop van het jaar 1706 ter wereld gekomen zijn als oudste binnen het gezin  ; ze werd op 3 oktober 1706 in de gemeente Steenwijkerwold (Ov.) ten doop gehouden .  

Wytze's leven is zeker geen leven geweest dat uitsluitend over mooie rode rozen is gegaan .....

Ze trouwde drie maal : haar eerste echtgenoot (Jan Sijgers Ram/J(o)an Zeger Ram) was ca. 15 jaar ouder dan zij ;  Jan was een geleerd man : hij was doctor in de beide rechten ; helaas zou het huwelijk maar kort duren : Jan en zou al na vier jaar huwelijk komen te overlijden (op 20 april 1731 in Steenwijk en op 26 april 1731 werd hij in Steenwijk begraven 'in de Kerk bij 't Open Choor')   ; in die korte tijdsspanne kregen ze wel twee kinderen , een zoon en een dochter , maar beide kinderen stierven al in hun kinderjaren ...

Wytze trouwde opnieuw , nu met een acht jaar jóngere man (Hermannus Coop(s) Fledderus) , vermoedelijk niet onbemiddeld , koopman en belastingpachter van beroep ; ze kregen maar liefst negen kinderen , maar veel levensgeluk heeft het gezin helaas niet gekend .....

Kort na de geboorte van het laatste kind werd echtgenoot Harmen ten onrechte veroordeeld en middels ophanging berecht .....
Bovendien zouden van hun negen kinderen er slechts drie de volwassen leeftijd bereiken .
Voor haar twee in leven gebleven zonen bleek echter wél een glansrijke maatschappelijke carrière in het verschiet te liggen ...

 



Enkele jaren na de terechtstelling van haar man Harmen werd zijn naam volledig gezuiverd en werd hem voledig eerherstel verleend .....een nogal schrale en vooral zeer late troost , zullen we maar zeggen .....

Wytze zou later nogmaals , ten derde male dus , in het huwelijksbootje stappen (met Arent van Lube(c)k) , maar dit huwelijk bleef , om voor de hand liggende biologische redenen , verder kinderloos ...

 

Na een , zo mogen we toch wel stellen , tamelijk turbulent leven , waarin intens trieste gebeurtenissen elkaar met grote regelmaat opvolgden , eindigde Wytze's leven in het jaar 1789 op 82- of 83-jarige leeftijd , 40 jaar (!) na het trieste levenseinde van haar tweede echtgenoot , Harmen Coops Fledderus .


Wytze werd in het koor van de grote kerk van Steenwijk ter aarde besteld , in hetzelfde graf waar ook o.a. haar onfortuinlijke tweede echtgenoot Harmen bijna veertig jaar daarvoor - alsnog - zijn laatste rustplaats had gekregen .

Toen anno 1789 - rond het moment waarop honderden kilometers zuidelijker de bevolking massaal in opstand kwam tegen het onderdrukkend regime van Frankrijk - een Steenwijkse doodgraver , kalm en bedaard , bezig was het graf te openen teneinde het lijk van Wytze te kunen bijzetten , deed zich een 'klein wonder' voor .......

Tijdens het graven stuitte de doodgraver onverwachts op een kluit aarde waar een Oranje-lint omheen gewikkeld was ..... een Oranje-lint mét de zgn. Unie-emblemen die na al die tijd nog óngeschonden bleken te zijn ..... alsof het eertijds voorspeld was geweest dat men veertig jaar na dato bij het openen van het graf dit lint nog vinden zou ............

 

 

2) Frerick Peters ten Wolde

 Frerik moet rond nieuwjaarsdag 1708 ter wereld gekomen zijn en op 8 januari in Oldemarkt gedoopt zijn  ;  Freriks bestaan duurde maar kort :  vóór 2 augustus 1710 zal hij al gestorven moeten zijn .

 

3) Freerick Peters ten Wolde

> De tweede Freerick binnen het gezin kwam ter wereld in het jaar 1710 en werd op 2 augustus 1710 in Steenwijkerwold gedoopt . 

 

4) Jan Peters (Wieben) ten Wolde

  > Jan werd op 7 mei 1713 in Steenwijkerwold gedoopt .   Hij trouwde op 19 augustus 1736 in de gemeente Wapserveen (kerkelijk huwelijk , bron : 1680 - 1811 ; DTB 158 , pag. 43)  met  Hillegien Hendriks Kwants/Quants ,  geboren in 1718 in Steenwijkerwold (Zuidveen) .

Het echtpaar woont eerst voor korte tijd in Steenwijk , maar vertrekt al gauw , in de loop van 1737 of 1738 , naar het nabijgelegen Steenwijkerwold , waar meerdere kinderen geboren worden - tót aan het jaar 1752 , want in of rond dat jaar vertrekt het gezin met de kinderen weer naar de plaats waar ooit het wiegje van beide echtelieden gestaan had : Steenwijk - en hier worden dan nog meer kinderen geboren .
Vermoedelijk zijn Jan en Hillechien samen met hun kinderen voor de rest van hun verdere leven ook in de 'grote stad' Steenwijk blijven wonen ...
 
Het gezin van Jan en Hillegien komt voor op de lijst van de Volkstelling over het jaar 1748 (nr. 2751) .
 
Jan en Hillegien hebben in totaal  e l f  kinderen gekregen .
 
Jan is overleden in 1775 in Steenwijk , 62 jaar oud  ;  hij is begraven op 2 juni 1775 in Steenwijk [ bron : overlijdensboek 552 ; 1755 - 1808 ]
Hillegien kwam elf jaar later te overlijden en op 22 februari 1786 is zij eveneens begraven op het kerkhof van Steenwijk [ bron : overlijdensboek 552 ; 1755 - 1808 ] .     
 
 
 
5) Jantje (Jantien) Peters ten Wolde 
 
  > Jantje/Jantien kwam ter wereld in het jaar 1715 en werd op 13 maart 1715 in Steenwijkerwold gedoopt .
Op 9 april 1741 ging zij in Steenwijk in ondertrouw en op 30 april 1741 vond in Steenwijk het kerkelijk huwelijk plaats tussen Jantien en  Dirk Franz(en) ten Veen in Zuidveen (Ov.) geboren en op 19 januari 1721 in Steenwijk gedoopt , zoon van Frans Dirks en Geesje Jans .
 
Ook Jantien en Dirk komen voor op de lijst met volkstellingsgegevens over het jaar 1748 (nr. 280) .
In totaal  a c h t  kinderen hebben Jantien en Dirk gekregen .
 
Dirk is rond 1778 in Steenwijk overleden , Jantje overleed daar twee jaar later :  zij is op 8 februari 1780 in Steenwijk begraven [ bron : overlijdensboek 552 ; 1755 - 1808 ] . 
 
 
 
6) Wybe (Wiebe) Peters ten Wolde
 
> Wiebe werd in het jaar 1717 geboren en op 28 november van dat jaar in Steenwijk gedoopt .
Wiebe (1)  moet al vóór 26 maart 1719 gestorven zijn .
 
 
 
7) Wyben (Wiebe) Peters ten Wolde
 
> Ook voor de tweede Wiebe die er binnen dit gezin geboren werd , was geen lang en gelukkig leven weggelegd :  Wiebe (2) kwam ter wereld in 1719 , werd op 26 maart 1719 in Steenwijkerwold ten doop gehouden en moet al vóór 11 mei 1721 in Steenwijkerwold gestorven zijn , ten hoogste twee jaar oud ...
 
 
 
8) Wijbe (Wiebe) Peters ten Wolde
 
> De derde Wiebe ten Wolde die in het gezin geboren werd (in 1721 en op 11 mei 1721 in Steenwijk gedoopt)  had gelukkig veel en veel betere levenskansen .
Wiebe (3) zou in tegenstelling tot zijn zeer jong gestorven broers een lang leven en glansrijke maatschappelijke carrière tegemoet gaan .
Wybe zou uiteindelijk op de voor die tijd zeer hoge leeftijd van 78 jaar komen te overlijden , luttele weken vóór het begin van de nieuwe eeuw .
Zijn maatschappelijke carrière zou hem zelfs brengen tot het in hoog aanzien staande ambt van b u r g e m e e s t e r  van de stad waar hij geboren en getogen was :
Steenwijk .

Wybe kón deze hogere maatschappelijke functie slechts gaan bekleden dankzij de inspanningen in het verleden van enkele dorpsgenoten , onder wie ook Harmen Coops Fledderus , zwager van Wijbe , die dit 'avontuur' jaren eerder nog met de dood had moeten bekopen ...
Twee jaar na dato werd er toch nog schoon schip gemaakt : naam en faam van Harmen werden - te laat - in ere hersteld en van alle blaam gezuiverd én het voltallige stadsbestuur van Steenwijk werd aan de kant gezet .....
Dit alles heeft het voor o.a. Wybe , een - dat mogen we dan wellicht voetstoots aannemen ... - zeer rechtschapen man , mogelijk gemaakt om toe te treden tot het volledig vernieuwde stadsbestuur en dan nog wel in de functie van burgemeester ; náást burgemeester was Wybe overigens óók nog 'gewoon' koopman ven beroep .
 
Ook al zal Wiebe dan wel een rechtschapen man geweest zijn , van een borreltje en een gokspelletje op z'n tijd moet hij toch wel gehouden hebben , getuige het nu volgende verslag  :   
 
     #  Uit een verslag van 23 juni 1754 :
"....is een gerigtsbode gesonden ten huijse van Wijcher Hendriks om te sien wie aldaer saten te drinken en heeft gerapporteert dat aldaar gevonden hadden sitten te drinken en te spelen : WYBE TEN WOLDE < we zullen hier maar aannemen dat hij toen nog géén burgervader was .....> , Jannes Koop , Dirk de Wit , H. van der Weide , Hendrik Mulder , Christiaen Roelofs en de hospes/herbergier Wijcher Hendriks ...."

Elke aanwezige kreeg een forse boete van twee guldens en twee stuiver opgelegd !!
Waarom het die dag niet was toegestaan in de herberg te drinken , wordt evenwel níet vermeld .....
 
De opgelegde boete was dan weliswaar , voor die tijd in ieder geval , fors te noemen , Wiebe ten Wolde zal geen enkele moeite gehad kunnen hebben om deze onmiddellijk te betalen , want een onbemiddeld man kan hij met terugwerkende kracht toch zeker níet genoemd worden ....:
 
AREND VAN LUBECK en WYBE TEN WOLDE waren anno 1756 de eigenaren van een perceel dat in de akte indertijd omschreven werd als : "een huis , schure en hof , genaamt de Bonte Osse , staande en gelegen op de Tuk op Steenwijkerwold , gebruikt en bewoond bij Jan Spitsen , dogh behorende den oven aan den huurder ...."
25 jaar eerder was dit zelfde perceel voor een bedrag van 500 goudgulden (!) door Wijcher Hendriks <we zullen zijn naam níet tegenkomen ...> en Hendrik Quants gekocht van ene Lourens Boldingh .
Later verkochten deze lokaal bekende heren dit pand weer door met dik verlies (!) aan de ter plaatse even bekende Harmen Coops Fledderus die het perceel op zijn beurt weer - voor welk bedrag is niet bekend - moet hebben doorverkocht aan Arend van Lubeck en Wybe ten Wolde - en anno 1756 , 25 jaren later , kocht de , inmiddels misschien al kaal en stram geworden Wijcher Hendriks dit zelfde stuk grond weer terug , dat dus ooit , in een grijs verleden , aan hem zélf reeds had toebehoord .......
 
 
~ Wiebe trad pas na zijn 40e levensjaar in het huwelijk :  op 5 februari 1763 ging hij in zijn woonplaats Steenwijk in ondertrouw en pas het volgende jaar zou het kerkelijk huwelijk in Steenwijk worden voltrokken ...?!
Wiebe is in ieder geval getrouwd (zij het in 1763 , zij het in 1764) , met  Annigje(n) Roelofs Cents/Sentsdochter van Roelof Sents en  N.N. ,  geboren in januari 1734 in Steenwijkerwold (Onna) en op 24 januari 1734 in Steenwijk gedoopt .
Uit het huwelijk van Wiebe en Annigje zijn  t w e e  dochters geboren  { aanvankelijk bestond het vermoeden dat zij in totaal vijf  kinderen gekregen hadden } .
Helaas zijn hun enige twee kinderen al op jeugdige leeftijd gestorven .
 
Annigje is uiteindelijk op 61-jarige leeftijd , op 18 september 1795 in Steenwijk overleden , en heeft vier dagen later , op 22 september 1795 in Steenwijk 'op het gesloten koor in de kerk'  haar laatste rustplaats gevonden [ bron : overlijdensboek 552 ; 1755 - 1808 ] .
 
Wiebe kwam vier jaar later te overlijden :  kort voor de eeuwwisseling , op 12 november 1799 , kwam er in zijn woonplaats Steenwijk een einde aan het tamelijk roerige bestaan van Wiebe ten Wolde op de , zeker voor die tijd , gezegende leeftijd van 78 jaar .
 
Maar ........aangezien er door het vroegtijdig overlijden van hun twee kinderen geen directe erfgenamen waren , moest er natuurlijk wel een testament worden opgemaakt om Wiebe's , vermoedelijk niet onaanzienlijke , vermogen onder alle rechthebbende erfgenamen eerlijk en billijk te kunnen verdelen ,  en dat ging als volgt .......:      
 
Het testament van Wybe ten Wolde, burgemeester van Steenwijk en Annigje Roelofs Cents (de laatste geb te Onna, ged. Steenwijk 24-1-1734 als dr van Roelof Cents en Femmigje Frericx: zie C. de Graaf en W. de Graaf, Het Drents-Overijsselse geslacht De Graaf. Voor- en nageslacht van Roelof Cents (1704-1769) en Femmigje Frericx (1710-1773), Leiden 2000) d.d. 10-6-1778.
 
Vanwege het feit, dat hun beide kinderen jong waren gestorven, benoemden ze elkaar tot wederzijds vruchtgebruiker van de goederen. Erfgenamen werden, elk voor 1/4 deel :

> a)  zijn zuster Jantien ten Wolde, weduwe Dirk ten Veen of haar kinderen Frans, Pieter, Geesje, Elisabeth en Jan ten Veen

> b)  kinderen van wijlen zus Wytsje ten Wolde, Allardus Fledderus, Geesje Fledderus en Paulus van der Vecht Fledderus.

> c)  kinderen van wijlen broer Jan ten Wolde: Peter, Geesje, Hendrikus, Aaldert, Jantje, Engeltje en Aaltje

> d)  kinderen van zuster Lummechien ten Wolde: Theresia en Fredrika de Bruyn.

Op 10 maart 1791 werd het testament iets gewijzigd :   Geesje ten Wolde, weduwe van Aaldert de Vos te Amsterdam, Theresia de Bruyn, gehuwd met Jan Carbijn te Haarlem, Frederika de Bruyn, gehwd met Pieter de Boer te Haarlem en Aaldert ten Wolde te Krommenie kregen slechts een l e g a a t .
 
Het is met name dit laatste testament dat aangeeft, dat Aaldert ten Wolde te Krommenie , 'grondlegger' van de Ten Wolde-Krommenie-tak  , een afstammeling is van onze Steenwijk-stam . 
 
 
 
9) Lammigje (Lummigje) Peters ten Wolde
 
> Lammigje of Lummigje is het laatste kind van vader Peter Wijben ten Wolde en moeder Geesje Jans .
Lammigje moet geboren zijn in het jaar 1725 in Steenwijk , waar zij op 13 april van dat jaar gedoopt is . 
Op 28 maart 1751 ging zij in Steenwijk in ondertrouw { #Steenwijk 1751: Proclam. den 28 maart 1751, den 28 nademiddags de 2 proclam. afgekondigt, de Heer Lambertus Johannis de Bruyn soesluitenant in het Regiment van den Heere Prins van Holstein-Gottorp en Lummigje ten Wolde. Den 4 April attestatie gegeven na Steenwijkerwolt.# }

 
En op 7 april 1751 trad zij in Steenwijkerwold in het huwelijk met  Lambertus Johannes de Bruijn ,  luitenant van beroep , geboren in of rond het jaar 1722 in Steenwijk { #Steenwijkerwold 7-4-1751: Terzelvertijd zijn hier op attestatie van Steenwijk getrouwd de Heer de Bruin luitenant en Lummechien ten Wolde.#  }
 
Lammigje en Lambertus hebben minstens  n e g e n  kinderen gekregen , met deels tamelijk exotische en bekend klinkende voornamen , zoals :  'Tarissia' ,  'Gommarus Andreiaes'Frederikje Andrica' , 'Peter Wijben(!)' en  'Wiebe ten Wolden(!!)' .
 
Lammigje is al op 46-jarige leeftijd overleden en op 10 februari 1771 in haar woonplaats Steenwijk begraven [ bron : overlijdensboek 552 ; 1755 - 1808 ] { #Steenwijk 10-2-1771: overluid Lummigje Peters ten Wolde huisvrouw van de luitenant L. de Bruin, f 3.#  }    -  haar jongste kind , Frederikje Andrica , was op dat moment nog maar een baby van hooguit één jaar ....
 
Echtgenoot Lambertus overleed zes jaar later en werd op 22 februari 1777 in Steenwijk ter aarde besteld   { #Steenwijk 22-2-1777: De Heer Gepent. Luijtenant Lambertus Johannes de Bruijn overluijt, f 3.# }
 
Uit de Extraordinaris Staaten van Oorlog, 13e of 14e capittel, getiteld: "Officieren uit hoofde van de Reductie en Reforme bij haar Hoogm. Resolutiën den 22 december 1751 en 2 maart 1752 gearresteert", blijkt dat de souslt. L. de Bruijn van het Regiment Holstein-Gottorp voor het eerst in 1754 pensioen ontving, "bij changement" met de souslt. C. Kosler. Het Regiment Holstein-Gottorp stond ter repartitie van de Staten van Holland.#RAG, Toegang 1, Archief Staten voor 1795, 1763-1768, Staten van Oorlog 1750-1755. (Het Regiment Holstein-Gottorp heet bij H. Ringoir, Hoofdofficieren der infanterie van 1568 tot 1813 het Regiment Nationalen nr. 5.)#
 
 
 
>>>  Geruime tijd verkeerden wij in de , achteraf gezien naar alle waarschijnlijkheid volkomen verkeerde  veronderstelling , dat er nóg een kind van dit echtpaar geweest moest zijn , een zekere Peter Peters ten Wolde , maar we gaan er thans vanuit dat deze Peter nooit ofte nimmer heeft bestaan en dus enkel en alleen als een een imaginair en volledig fictief personage onze stamboom ooit op slinkse wijze moet zijn komen  binnendringen ......