»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»







»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»


 

WYTZE PETERS , WILLEM DIRK , LOUIS , LENA & HENKIE TEN WOLDE



 

ENKELE ZEER BETREURENSWAARDIGE TEN WOLDE'S UIT TAMELIJK RECENTE EN UIT REEDS LANG VERVLOGEN TIJDEN .......

 

 

>>> Gedurende de lange historie van onze Steenwijkse Ten Wolde - familie waren er vanzelfsprekend meerdere verwanten wier levens verre van aangenaam zijn geweest of wier levens , ten gevolge van de veelal belabberde leefomstandigheden van vroeger , zelfs nimmer een echt serieuze kans van slagen gehad hebben .

In dit hoofdstuk willen wij een aantal van deze betreurenswaardige levens , zoals wij ze genoemd hebben , er als het ware even uitlichten en ook nader toelichten , al was het alleen maar om te voorkomen dat zij anders in eeuwige vergetelheid zouden kunnen geraken ......

 

Levens kunnen om uiteenlopende redenen een tragische en dramatische wending krijgen : in de groei en bloei van hun bestaan kunnen mensen plotseling van ons worden weggerukt , maar levenspaden kunnen ook lang en bijzonder zijn én tegelijkertijd , 'geplaveid zijn' met allerlei hinderlijke , venijnige en zelfs onoverbrugbare obstakels .......

 

 

 

ENIGE UITEENLOPENDE EN NOGAL TRAGISCHE LEVENS VAN ONZE VEELAL VERRE VERWANTEN UIT DE EEUWEN DIE ACHTER ONS LIGGEN :

 

# Wytze Peters ten Wolde en haar echtgenoot Hermanus Coops Fledderus

# Willem Dirk ten Wolde

# Lodewijk Gerardus Paulinus (Louis) ten Wolde

# Paulina Leenderika (Lena) ten Wolde en Hendricus Cornelis (Henk) Seijen ten Hoorn

# Hendrik Lodewijk ('Henkie') ten Wolde

 

De eerste naamgenoot en verre verwant van ons allen die een zeer bijzondere plaats inneemt in onze familie-geschiedschrijving is :

WYTZE (WYTSIEN) PETERS TEN WOLDE

Al meer dan drie eeuwen geleden zag deze vrouw het levenslicht : in het jaar 1706 kwam zij ter wereld in het Overijsselse Steenwijkerwold , en haar zou , anders dan nu vermoedelijk wordt gedacht , zeker géén kort leven beschoren zijn : Wytze zou pas 83 jaar nadien , in 1789 , in de gemeente Steenwijk begraven worden - en aangezien Wytze 's leven zich volledig in de 18e eeuw afspeelde , kunnen we zeker stellen dat zij een voor die tijd buitengewoon hoge leeftijd heeft kunnen bereiken , máár ....... of er van enig waar levensgeluk in haar lange leven ooit sprake is geweest , valt zeer te betwijfelen .......

Wytze's bestaan in de kleinst mogelijke notendop :

Wytze is drie maal getrouwd geweest , twee van deze echtgenoten stierven al jong , vele kinderen heeft ze gebaard , de meeste kinderen kwamen al op jeugdige leeftijd te overlijden , en misschien wel de meest dramatische gebeurtenis in haar leven : haar tweede echtgenoot werd indertijd valselijk beschuldigd en stierf , als onschuldig man , op het schavot van Steenwijk met zijn hoofd in de strop ..........

 

Wytze was één van de vele kinderen van Peter Wijben ten Wolde  , de eerste , de állereerste naamdrager van wie wij allemaal in rechte lijn afstammen , én van zijn vrouw Geesje Jans uiteraard , want zónder haar had hij deze klus toch echt niet geklaard .....

Op ca. 21-jarige leeftijd trouwde Wytze in de plaats Steenwijk met de 15 jaar oudere universitair geschoolde Joan (Jan) Zeger Ram , advocaat van beroep , zoon van Frederik Ram ...... en deze Frederik Ram , Wytze's schoonvader dus , zou later nog een zeer belangrijke en zéér verstrekkende rol gaan spelen in haar bestaan , zonder dat zij zich daar toen , als pas getrouwde bruid , ook maar enige voorstelling van had kunnen maken .....

Wytze en haar echtgenoot Joan Ram kregen twee kinderen , een zoon en een dochter , maar allebei de kinderen stierven al op zeer jeugdige leeftijd , en tot overmaat van ramp kwam er toen ook nog een voortijdig eind aan het leven van haar echtgenoot Joan Ram - het huwelijk van Wytze en Joan had nog geen vier jaar geduurd ....

En nu , anno 1731 , was Wytze , een vrouw van nog maar net 25 jaar , al weduwe , én had ze ook het intense verdriet moeten zien te verwerken van het verlies van haar beide , haar énige kinderen ....

Twee jaren later trad Wytze , ca. 27 jaar oud inmiddels , opnieuw in het huwelijk , en deze keer met een acht jaar jóngere echtgenoot - het zou een vruchtbare en zeer gedenkwaardige verbintenis blijken te gaan worden .......

Wytze en haar tweede echtgenoot , Hermannus Coop(s) Fledderus  geheten , { gedoopt (met als doopnaam 'Hermanus Koop' ) op zondag 4 februari 1714 in Vledder [bron : 1679 - 1790 ; DTB 149 , pagina 17] in de dorpskerk door dominee Juustus Halbertsma , en na wat omzwervingen in de plaats Steenwijk getogen}  kregen in de loop der jaren negen kinderen , maar ook dit toenemend gezinsgeluk werd menigmaal wreed verstoord door het vroegtijdig heengaan van weer een van de kinderen : mínstens vier kinderen stierven al binnen enkele maanden na hun geboorte .

In tegenstelling tot Wytze's eerste echtgenoot was Hermannus niet hoog geschoold :  Hermanus was van beroep koopman in sterke drank te Steenwijk .

De meest dramatische en shockerende gebeurtenis in hun aller bestaan zou gaan plaatsvinden enkele jaren ná de geboorte van het negende en laatste kind .....

Echtgenoot Hermannus Coops Fledderus moet in zijn tijd en woonplaats een nogal opvallende en markante man geweest zijn .

Samen met enkele andere geestverwanten wierp hij zich op als strijder tegen groot onrecht dat in de persoon van de Steenwijkse burgervader , Frederik Ram ,wel het sterkst gepersonificeerd werd ....

En die Frederik Ram zijn we natuurlijk al eerder tegengekomen : hij was Wytze's eerste schoonvader , vader van haar eerste man Jan Ram , en dus tevens , voor korte tijd , de grootvader van de beide kinderen van Jan en Wytze .

In een publicatie is weleens gesuggereerd dat oud 'familie-zeer' mogelijkerwijs een rol , een belangrijke rol zelfs , gespeeld kán hebben bij de grote animositeit tussen burgervader Frederik Ram  en zijn krachtige opposant Hermannus Coops Fledderus  ....

En wat er zich toen allemaal precies heeft afgespeeld rond Hermannus , zijn kornuiten én hun opponenten , volgt hier en nu :

>>> In een aantal oude , gelukkig bewaard gebleven processtukken , komt de naam van Hermannus Coops Fledderus , hierin Harmen genoemd , een aantal malen voor , wat ons in staat stelt een fragmentarisch beeld te krijgen van zijn handel en wandel in het eerste helft van de 18e eeuw .

Zo lezen wij dat Harmen ná 1731 een pand dat bekend stond als 'De Bonte Os' voor een bedrag van 370 goudgulden kocht van ene Wijcher Hendriks en Hendrik Quants - een onbemiddeld (zaken-)man was Hermannus dus zeker niet .

In een ander stuk lezen we dat hij samen met de hierboven genoemde Wijcher Hendriks én met zijn schoonvader PETER WYBEN TEN WOLDE rond het jaar 1740 als pachter optrad van de accijns op de brandewijn en gebrande wateren .

Het stadsbestuur van Steenwijk moet eertijds - we hebben het hier over de eerste helft van de 18e eeuw - dóór en dóór corrupt geweest zijn - een doorn in het oog van menig rechtschapen burger .

In het woonhuis van Hermannus Coops Fledderus werd in het voorjaar van 1748 een belangrijk besluit genomen : er werd een request opgesteld waarin de onvrede van de burgers over het stadsbestuur werd kenbaar gemaakt en waarin van de burgemeesters werd geëist verantwoording af te leggen van hun beleid .

Het stuk werd eerst nog ter tekening gelegd bij Fledderus aan huis en later in de herberg van zijn schoonvader Peter Wyben ten Wolde .
En hoewel het stuk ondertekend was door maar liefst 164 burgers van Steenwijk , weigerde het stadsbestuur zich er iets aan gelegen te laten liggen .
Men ging op de oude voet voort en dat deed de spanningen met de dag stijgen .......

Het kwam zelfs tot ernstige vechtpartijen waarbij met dodelijk gevolg het mes werd getrokken en waarbij geweerschoten werden gewisseld ......
Op een avond , toen het oranjecomité ten huize van Fledderus in vergadering bijeen was , ontstond een grote vechtpartij ...
In de duisternis werden schoten gelost en ene Jan Meesters overleed drie dagen later aan zijn opgelopen verwondingen ......

 

Fledderus , Mr. Hillebrand Tuttel en Vogelzang , de leiders van de volksbeweging tegen het stadsbestuur , zagen in dat de moeilijkheden steeds groter zouden worden en besloten daarom naar Den Haag af te reizen om aldaar stadhouder Willem IV , de allerhoogste autoriteit in het land , in te lichten over de wan-praktijken en dito toestanden binnen Steenwijk én om hem te vragen hier ook daadwerkelijk in te grijpen < zie ook : 'Duizend jaar Steenwijk' , door Henk Bruinenberg , blz. 149 - 158 > .

Fledderus en de zijnen kregen die dag in de hofstad slechts de secretaris van de stadhouder te spreken , die echter verzuimen zou de hele kwestie voor te leggen aan de stadhouder ........

De mannen , zich niet bewust van het feit dat zij feitelijk met een kluitje in het riet waren gestuurd ....  togen goed geluimd en vol verwachting huiswaarts , máár na met hun schip over de Zuiderzee te zijn teruggekeerd in de haven van Blokzijl , wachtte hun daar een buitengemeen onaangename verrassing ......

Een (door het stadsbestuur van Steenwijk gezonden?) deurwaarder sommeerde daar het gezelschap van boord te gaan en hield vervolgens Fledderus een reeds lang geregelde vordering onder de neus .
Deze weigerde dan ook het stuk te accepteren , waarna de deurwaarder hem trachtte te arresteren ...

Fledderus en zijn gezellen gingen echter rustig weer aan boord van het schip en de schippersknecht stootte zó plotseling af dat de deurwaarder die het gezelschap tot op het schip was gevolgd , tot grote hilariteit van de talrijke omstanders , nog maar nét op tijd aan de wal kon springen !
Hij had wél zijn voorzieningen genomen , maar die bleken niet erg afdoende te zijn : de ketting die hij bij de havenuitgang over het water had laten spannen om een eventuele vluchtpoging naar het voorbeeld van admiraal De Ruyter in 1667 bij Chatham te voorkomen , werd namelijk finaal doormidden gevaren !!
Met een schot uit het kleine kanon dat op het achterdek stond , gaven de Steenwijkers uiting aan hun vreugde over de nederlaag van de deurwaarder .
Níemand van de talrijke , zich vrolijk makende toeschouwers , zal hebben kunnen beseffen hier de proloog te beleven van een tragedie die zich kort daarna in Steenwijk rond Harmen Coops Fledderus zou gaan afspelen ........

W R A A K

Alhoewel Fledderus en de zijnen na de toch wel smadelijke vertoning in Blokzijl de nodige moeilijkheden of op zijn minst een hernieuwde poging om hem te arresteren , zullen hebben verwacht , gebeurde er toch aanvankelijk helemaal níets -  maar het stadsbestuur , onder leiding van burgemeester , tevens leider van de burgerwacht , Frederik Ram - 'what's in a name'... - én dus voormalig schoonvader van Harmens vrouw Wytzen ten Wolde , zinde op wraak .....
Speelde oud 'familie-zeer' hier dan tóch een rol van betekenis ....?!??

 De perikelen bereikten een nieuw hoogtepunt toen op zaterdag 12 november 1748 een conflict ontstond over het , op last van Fledderus (inmiddels leider van de Oranjewacht geworden) , al dan niet bevoegd "roeren van de Trom".
Dit leidde in de avond en nacht van woensdag 16 november tot een treffen van de Oranjewacht met de burgerwacht van burgemeester Ram .
Alweer , volgens het later opgestelde en niet zo erg betrouwbaar gebleken protocol , zou Fledderus zich aan het hoofd van de oproerigen hebben gesteld die spottend zongen : "Gecommiteerden boven , de Burgemeesters onder , die het anders meent , die slaet de Donder".
Fledderus zou bovendien een schildwacht hebben aangevallen onder de kreet : "Ik schyt wat in u en in uw Kaptein en in alle Burgemeesters".
Toen de burgerwacht aantrad om in te grijpen , had hij , volgens het protocol , "zelfs de Sabel tegen de Hopman getrokken ....".

 

S T R O P

Dit alles kon natuurlijk niet lang goed gaan .
In de nacht van 21 op 22 december 1748 werd Harmen Coops Fledderus uit zijn huis gehaald en opgesloten in de kerker van het raadhuis aan de Markt .
Hij werd er , met kettingen om armen en benen geslagen , aan de muur geklonken .

Met de afwikkeling van zijn zaak werd evenwel géén haast gemaakt .
Pas vier maanden later werden ook drie van zijn belangrijkste medestanders gearresteerd en werd het viertal voor de magistraat van de stad geleid om te worden berecht .

Zijn medestanders kwamen er af met een gevangenisstraf , maar Hermannus werd tot de strop veroordeeld .......
Het doodvonnis werd hem op 23 april 1749 aangezegd en de volgende dag besloten en getekend .

Citaat uit het vonnis : "....... om , ter gewoone plaetse van Criminele Justitie gebragt zijnde , aldaar met de Koorden gestraft te worden , dat 'er de Dood na volge' en dat zijn dood Lichaem met een ketting om den hals geklonken , tot een afschrikkelyk exempel van anderen aldaer zal blijven hangen ....."

Nadat het vonnis door de Drost van Vollenhove was bekrachtigd , werd bepaald dat het op dinsdag 25 april zou worden uitgevoerd op het galgenveld dat was gelegen in de tip die werd gevormd door de huidige Meppelerweg en de Kallenkoterallee .

Hier stond nog steeds de galg opgesteld die daar dertig jaar eerder was geplaatst om de beruchte gauwdief (= dief , bedrieger , oplichter) Wijcher Jans Hogeveen , ook bekend als Wijcher Dik en bijgenaamd 'Het Moffien' , op te hangen ....


Op de dag van de terechtstelling , dinsdag 25 april 1749 , kwam het volk van heinde en verre toegelopen , zoals in dergelijke gevallen te verwachten viel - men wilde immers helemaal niets missen van het geboden 'spektakelstuk ......'
En wie reeds in de ochtenduren ter bestemder plaatse aanwezig was , kon ook nog de uit de plaats Kampen ontboden scherprechter bezorgd rond de galg zien heen en weer lopen ten einde vast te stellen of het houtwerk na al die jaren ( dertig jaar inmiddels ) nog wel voldoende sterk zou zijn .....

Toen hij liet weten het vonnis níet te willen uitvoeren als de galg niet met schoren werd geschraagd , ging er onmiddellijk een timmerman aan de slag om de nodige voorzieningen te treffen .
Intussen leverde de smid de ketting af waarmee de veroordeelde overeenkomstig het vonnis na de executie moest worden vastgeklonken om daar "tot een afschrikkelyk exempel van anderen" te blijven hangen ......

Ondertussen konden de vroege kijklustigen zich vermaken met de ruzie die op het erf van een nabij gelegen hoeve ontstond , toen leden van de burgerwacht bij een weigerende boer de paarden van stal haalden om de wagen waarop Fledderus plaats moest nemen , van de markt in de stad naar het galgenveld te trekken .
In de stad zelf werden ondertussen de laatste voorbereidingen getroffen voor de laatste gang van de veroordeelde .
Inderhaast van elders opgetrommeld krijgsvolk nam samen met de burgerwacht van burgemeester Ram hun plaatsen in om als dat nodig mocht blijken krachtdadig te kunnen ingrijpen ...

 

G A L G E N V E L D

Voor het raadhuis werd Hermannus "strengelyk gebonden" en op de wagen gezet die hem naar het galgenveld zou brengen .
De in deze gevallen gebruikelijke weg daarheen liep door de Oosterstraat , maar Fledderus zou , als een laatste wens , hebben gevraagd niet de weg langs zijn woning te hoeven gaan .
Deze wens blijkt te zijn ingewilligd , want de stoet nam de weg door de Scholestraat .

Van deze tocht bestaat een beschrijving , waaruit blijkt dat de plaatselijke overheid niets had nagelaten om aan het volk te laten zien waartoe ongehoorzaamheid aan het gezag kan leiden , maar , zo zegt de beschrijving : "Al de Burgerhuizen waren gesloten , bij de Oranjeminnaars uit overmaat van droefheid , bij anderen uit gevolgzaamheid".

De predikant , Egbertus Metelerkamp , die Hermannus in zijn laatste ogenblikken zou bijstaan , was aangezegd "zich toch wel te wachten van een Gebed te doen , dat een half uur lang was ...."

Een opmerkelijke toevalligheid in deze tragische geschiedenis : acht jaar later zal een zoon van Fledderus , Allardus , trouwen met Maria van Overschelde , de weduwe van ds. Egbertus Metelerkamp .


VOLTREKKING VAN HET VONNIS

Als de scherprechter zijn werk heeft gedaan , krijgt de familie , ondanks de tegengestelde bepaling in het vonnis , toestemming van de Drost van Vollenhove om het lichaam van Fledderus op eigen kosten van de galg te laten nemen en het onder de galg te laten begraven .
De weduwe moet daartoe vooraf vijftig gulden betalen aan de beul !
De afneming en begraving vinden plaats in de nachtelijke uren , nadat vrienden van Fledderus een eenvoudige kist hebben laten maken .

>>>  Deze vrienden - met recht wáre vrienden te noemen - zitten overigens na de terechtstelling bepaaldelijk niet stil .....
Zij weten uiteindelijk toegang te krijgen tot de prinselijke stadhouder Willem IV en hem ertoe te bewegen een onderzoek in te stellen naar de buitengewoon onverkwikkelijke gang van zaken rond de veroordeling van Hermannus Coops Fledderus .

Dit onderzoek leidt ertoe dat op bevel van de stadhouder op 28 juli 1750 het stadsbestuur van de gemeente Stenwijk ontslagen wordt , de kwalijke bestuurders uit hun ambten worden gezet en hun voorrechten vervallen worden verklaard , dat het over Fledderus gestelde vonnis herroepen wordt én dat zijn weduwe Wytze ten Wolde toestemming krijgt voor een herbegrafenis in de Grote Kerk van Steenwijk .

In het boek waarin de begrafenissen worden opgetekend , vinden wij aangetekend : "De heer Hermannus Coop Fledderus overluidt en ook den selven dag , gelijk dat extra ordinair geval bekend is , begraven".

Zijn grafschrift op graf no. 4 in het zuidelijk koor luidt : "Hier onder is en leidt begraven de heer Hermannus Coops Fledderus den 31 Julius 1750 ".

 

TOT BESLUIT

Wat zouden de laatste , állerlaatste gedachten van Fledderus geweest zijn - de man die berecht werd als de zwaarste misdadiger , maar wiens "zwaarste misdrijf" was dat hij zich verzet had tegen de zichzelf en hun verwanten bevoordelende bestuurders van zijn woonplaats Steenwijk  -  toen hij de laatste schreden naar het schavot maakte , in het volle besef dat binnen enkele ogenblikken zijn leven zou eindigen , níet wetend of zijn ware onschuld ooit nog eens aan het licht zou kunnen komen .............


 

 

Maar nu , precies halverwege de 18e eeuw , is Wytze nog slechts 44 jaar oud , wederom weduwe geworden , én alleenstaande moeder van een aantal opgroeiende kinderen ....

Verwonderlijk is het dan ook niet dat we zien dat Wytze binnen twee jaar opnieuw in het huwelijk getreden is , met Arent van Lube(c)k  .

Gelukkig zou het leven van Wytze ten Wolde vanaf dat moment in veel rustiger vaarwater terechtkomen .

Al op de dag van de trouwdag , 12 maart 1752 , laten Arent , Wytze en haar kinderen Steenwijk (voorgoed) achter zich en vertrekken naar het naburige Vledder ; en hier slijten zij dan hun verdere dagen , hopelijk in alle rust , harmonie en tevredenheid en zonder al te grote verstoringen .....

Wytze van Lube(c)k - ten Wolde , weduwe van Hermannus Coop(s) Fledderus , eerder weduwe van J(o)an Zeger Ram , overleed op hoge leeftijd in het turbulente jaar van de Franse revolutie , na een al even turbulent leven waarin intens trieste momenten elkaar met vrij grote regelmaat opvolgden . Maar het was uiteindelijk wel een leven geweest dat een 'happy end' krijgen zou :

Wytze heeft een hoge leeftijd mogen bereiken , en een aantal van haar in leven gebleven kinderen uit haar tweede huwelijk hebben het in het maatschappelijk leven later nog ver weten te schoppen : zoon Alerdus (Allardus) Fledderus zou een aantal vooraanstaande bestuurlijke functies op zich gaan nemen , en zoon Paulus zou zich later gaan vestigen als chirurgijn in de gemeente Kuinre .

Maar niet alleen Wytze's leven was bijzonder , ook haar teraardebestelling kan opmerkelijk genoemd worden .......

Wytze's lichaam werd in 1789 begraven in het koor van de Grote Kerk van Steenwijk in hetzelfde graf waar ook o.a. haar tweede echtgenoot , de uitgebreid gememoreerde en o zo onfortuinlijke Harmen Fledderus , 40 jaar daarvoor (!) , zijn laatste rustplaats gevonden had .

Toen , anno 1789 , een Steenwijkse doodgraver , kalm en bedaard , bezig was met het openen van dit oude graf ten einde ook het lichaam van Wytze hierin te kunnen bijzetten , deed zich een 'klein mirakel' voor ......

Tijdens het graven stuitte de doodgraver namelijk , volkomen onverwachts , op een kluit aarde waar omheen een Oranje-lint gewikkeld was ......een Oranje-lint mét de zgn. Unie-emblemen die na al die tijd nog helemaal óngeschonden bleken te zijn ......alsof het eertijds ook de bedoeling was geweest dat zo vele jaren na dato (40 jaar inmiddels al) dit lint in deze ongeschonden staat bij het heropenen van het graf opnieuw zou worden aangetroffen !

Met dit opmerkelijke gedocumenteerde voorval uit het jaar 1789 eindigt de beschrijving ven het levensverhaal van Wytze ten Wolde , een verhaal dat we aan de hand van genealogische gegevens enigermate hebben weten te reconstrueren , maar ook aan de hand van de publicaties over leven en dood van Wytze's tweede man wiens opvallende bestaan zelfs onderdeel is gaan uitmaken van de lokale Steenwijkse geschiedschrijving .

Minstens één vraag is nog steeds onbeantwoord : waarom was er zoveel haat en nijd in het midden van de 18e eeuw tussen burgemeester Frederik Ram en Wytze's echtgenoot Harmen Coops Fledderus ?

Is Wytze zélf - toevalligerwijs en ongewild - soms als de belangrijkste verklaringsbron van deze animositeit tussen de beide heren aan te wijzen ??

Kon Frederik Ram er geen vrede mee hebben dat Fledderus als het ware de plaats had ingenomen van zijn overleden zoon Joan Ram , en kon Frederik Ram het soms niet verkroppen dat zij wel de ouders werden van een aantal levensvatbare kinderen , terwijl zijn eigen twee kleinkinderen al jong gestorven waren ???

Hebben deze omstandigheden het al sluimerend vuurtje tussen de twee heren verder opgestookt en het tot een ware veenbrand laten uitlopen .....??

De feiten en gebeurtenissen liggen vast , want zijn allemaal uitgebreid gedocumenteerd , de achtergronden en drijfveren daarentegen blijven nogal vaag en ongewis , en zullen , na al die jaren , nu vermoedelijk ook nooit meer helemaal volledig boven water kunnen komen , zo vrezen wij ......

En daarom eindigen we nu dan maar het verhaal rondom Wytze , en gaan thans verder met een , iets beknoptere , beschrijving van het leven van een ander lid van de familie , wiens korte , tragische bestaan bíjna aan onze aandacht ontsnapt was geraakt ................

 

 

 

*

 

WILLEM DIRK TEN WOLDE  was één van de (minstens) tien kinderen van vader Albert ten Wolde en moeder Bredana de Oude .

Ook Willem Dirk's wiegje heeft vermoedelijk ooit gestaan in het Overijsselse Steenwijk , maar absolute zekerheid daaromtrent hebben we niet - we weten alleen dat hij in het jaar 1844 óf 1845 als vermoedelijk tiende kind geboren moet zijn in het inmiddels al flink uitgedijde gezin van Albert en Bredana .

De overige kinderen binnen het gezin komen we regelmatig tegen in uiteenlopende genealogieën , Willem Dirk daarentegen treffen we nooit ergens aan , behalve dan in één akte , opgemaakt in Den Haag , een akte die we slechts bij toeval ontdekt hebben .....

 

Het leven van de oudere broers en zusters van Willem Dirk speelde zich voornamelijk af in of in de buurt van het Overijsselse Steenwijk óf in het Drentse Meppel - één zuster zou vertrekken naar de stad Groningen , en het leven van één van zijn broers zou een vervolg blijken te krijgen in de steden Leiden en Den Haag - maar Willem Dirk zélf trad rond het jaar 1860 in dienst van het KNIL , het Koninklijk Nederlands Indische Leger , en vertrok daarop voor onbepaalde tijd naar 'de Oost' , promoveerde daar tot marinier derde klas , maar keerde nooit meer levend huiswaarts .............

Het verloop van Willem Dirk's leven leek dus in geen enkel opzicht op dat van zijn oudere broers en zusters .

Had hij zo'n avontuurlijke inborst , waren de omstandigheden voor hem , als jongste zoon in een groot gezin , zodanig dat hij maar wat graag zijn vleugels wilde gaan uitslaan om de wijde wereld in te gaan trekken ....??

Wat ook de werkelijke motieven geweest mogen zijn om in dienst te gaan treden van het koloniale leger , een gelukkige keuze kan het , met de wetenschap van later , zeker níet genoemd worden ....... want in de archiefstukken van Den Haag , de enige locatie dus waar we vooralsnog iets over zijn bestaan terug hebben weten te vinden , stuitten we op een belangrijke akte met de volgende zeer sombere boodschap :

Op 5 augustus 1874 werd door de ambtenaar van de Burgerlijke Stand der gemeente 's-Gravenhage (Everhardus Bonifacius Baron Wittert ven Hoogland , wethouder) ontvangen een 'akte van overlijden opgemaakt door den Gezagvoerder van Zijner Majesteits Ziekenschip "Philips van Marnix", zich bevindende ter reede van Atjeh ...........dat Willem Dirk ten Wolde , Marinier derde klasse , laatst gedomicilieerd alhier , op de zestiende Maart dezes jaars , des nachts ten kwart voor twaalf ure is overleden op gemelden bodem , oud negen en twintig jaren , ongehuwd , zoon van Albert ten Wolde en van Bredana de Oude .......'

Het had dus maar liefst bijna vijf maanden geduurd alvorens dit trieste bericht het moederland bereiken kon en het overlijden van Willem Dirk hier te lande kon worden bekendgemaakt .

Alhoewel we in deze akte niet geïnformeerd worden over de ware toedracht van zijn overlijden , krijgen we vanwege de locatie van het overlijden en ook vanwege het tijdvak waarbinnen het overlijden plaatsvond , wél een bang vermoeden .......

Want het is toch opvallend dat Willem Dirk uitgerekend op een hospitaalschip in de eerste turbulente jaren van strijd en gewelddadige acties in dít deel van de archipel aan zijn einde gekomen is , een plek en periode uit de koloniale geschiedenis waarover inmiddels al veel gepubliceerd is en die zelfs in films en televisieseries uitgebreid aan de orde gekomen is .

In deze uithoek van het grote Indische rijk zijn indertijd duizenden Nederlanders en Indiërs op veelal barbaarse wijze in de strijd gestorven , en het lijkt dan voor de hand te liggen om aan te nemen dat ook Willem Dirk ten Wolde , een , naar wij aannemen , gezonde en goed getrainde marinier in de kracht van zijn leven , één van de zeer vele te betreuren slachtoffers is geweest uit deze jarenlange strijd ; in een gevecht kan hij ernstig gewond zijn geraakt , en misschien mede als gevolg van ontoereikende en gebrekkige medische verzorging ter plekke , uiteindelijk nog op het hospitaalschip , dat wellicht pas na dagen reizen bereikt kon worden , aan zijn droeve, trieste einde gekomen zijn ...........

 

Het intrieste bericht van Willem Dirk's overlijden is het laatste en tevens dus ook het enige dat wij van zijn bestaan , ooit , lang geleden , te weten zijn gekomen .

 

 

Met de nu volgende naamgenoot en tevens verre verwant van Willem Dirk treden we al de 20e eeuw binnen , ook al zou het leven van deze derde verwant reeds in de beginjaren van deze nieuwe en voor velen zeer hoopvolle eeuw , plotseling en zeer dramatisch tot een definitief einde komen ........

 

 

*

 

LODEWIJK GERARDUS PAULINUS (LOUIS) TEN WOLDE was het tweede kind van Maria Petronella Arnold en Albertus Paulus Wilhelmus ten Wolde .

Louis groeide aanvankelijk op in de hofstad van ons land , maar een prettige , onbezorgde jeugd zal het zeker niet geweest zijn .

Het huwelijk van zijn ouders was mogelijkerwijs van begin af aan al slecht geweest en eindigde zelfs - zeer opmerkelijk voor een huwelijk uit de 19e eeuw - in echtscheiding ; Louis was toen nog maar tien jaar oud .

Samen met zijn moeder en jongere zus Lena vertrok hij daarop , tegen het eind van de 19e eeuw , naar de plaats waar zijn moeder ooit geboren was : Arnhem .

In Arnhem vond zijn moeder een goede betrekking als kinderjuffrouw bij een rijke adellijke familie ( dit ondanks het feit dat zij lezen noch schrijven kon ....) , en nú leek de zon in het leven van de jonge Louis zowaar toch nog wat te gaan schijnen , totdat ......zijn moeder , Maria Petronella Arnold , in de zomer van 1901 plotseling zó ernstig ziek werd dat artsen het leven van deze toen nog maar 41-jarige vrouw niet meer redden konden .........

Aan haar sterfbed gezeten schijnt zoon Louis haar nog plechtig en oprecht beloofd te hebben verder zeer goed voor zijn jongere zus te zullen gaan zorgen - al spoedig na het overlijden van zijn moeder zou Louis deze plechtige belofte echter al breken , en zou hij als koloniaal voor onbepaalde tijd vertrekken naar het verre Nederlands Indië .......

 

De strijd in Atjeh was toen nog niet gestreden en ook anderszins was een langdurig verblijf in de Oost zeker niet van gevaren ontbloot , maar Louis ten Wolde zou gelukkig vele jaren later gezond en wel met groot verlof kunnen terugkeren naar het oude , kleine en kille vaderland , om weldra een beslissing te gaan nemen die verstrekkende en zelfs desastreuze gevolgen voor hem krijgen zou ........

In deze aanstaande persoonlijke tragedie in Louis' bestaan fungeerde naast Louis nog een andere man als een van de 'hoofdrolspelers' : een zekere Ligtvoet (zijn voornaam is ons niet bekend) was een wat vage kennis van Louis uit Den Haag - het was een man die plaatselijk een behoorlijke reputatie had opgebouwd als notoire gokker .....

Dit gokken blijkt zelfs zó ver gegaan te zijn indertijd dat deze man op zekere dag ál zijn potten en pannen als inzet had gebruikt én ...... ook allemaal verloren had !

Toen de winnaar van het gokspel even later bij Ligtvoets vrouw aanklopte om zijn eerlijk gewonnen en rechtmatige bezit op te komen halen , werd deze man geconfronteerd met een volkomen verbouwereerde echtgenote die zich zó kranig en onverzettelijk begon te verweren dat de man er toen uiteindelijk toch maar van afzag om met zijn eerlijk gewonnen buit weer huiswaarts te keren ......

De zeer goklustige Ligtvoet verdiende zijn brood - dat hij dus met grote regelmaat weer vergokte ..... - als zeeman op de grote vaart .

Om de een of andere reden besloot Ligtvoet in die dagen wat langer aan wal te blijven , en vond hij Louis ten Wolde bereid om zijn plaats in te nemen en als zeeman op het eerstvolgende schip richting Amerika als vervanger voor Ligtvoet mee te gaan varen .

Waarom Ligtvoet toen niet meewilde is onbekend : zat hij wellicht even heel erg goed in z'n slappe was als gevolg van een , voor de verandering , zeer profijtelijk afgelopen gokpartijtje of juist niet , en wilde hij per se , koste wat het kost , langer aan wal blijven om met gokken z'n schulden nog wat te kunnen verefffenen ....??

Maar ook de beweegredenen van Louis ten Wolde blijven voor ons in nevelen gehuld : had hij nu al weer genoeg van z'n groot verlof in Nederland , benauwde het oude vaderland hem al te zeer óf kon híj juist dit extra geld wél zeer goed gebruiken ??

We weten het niet , we zullen het waarschijnlijk ook nooit meer te weten komen , we weten alleen dat deze onverwachte en opmerkelijke plaatsvervanging voor Louis dramatische gevolgen krijgen zou ...............

Misschien was Louis ook wel zeer avontuurlijk ingesteld en wilde hij nu , nadat hij in de afgelopen jaren het werelddeel Azië wat had kunnen verkennen , graag richting Amerika trekken , naar het 'beloofde land' , het land waar alle monden in die dagen zo vol van waren , alleen ......... dit 'beloofde land' zou Louis nooit met eigen ogen kunnen aanschouwen ........

Louis monsterde aan op het bewuste zeeschip , en vertrok , vermoedelijk zeer verwachtingsvol richting Amerika .

Ergens op de Noordzee of op de Atlantische Oceaan liep het schip zeer ernstige averij op - wellicht is het vaartuig al vrij spoedig na vertrek vanuit een Nederlandse haven op een zware zeemijn gevaren die daar al die tijd als een dwalende , dolende boei des doods had liggen wachten op een volgend tragisch slachtoffer .........

Het dramatische voorval op open zee vond vermoedelijk plaats kort na de jaren van de eerste wereldoorlog : mogelijkerwijs is dit schip dus volkomen zinloos op een nog steeds ronddobberende en nimmer onschadelijk gemaakte zeemijn gevaren ....

Waarschijnlijk hebben die dag vele opvarenden van het schip in de onpeilbare diepte van het immense water een zeemansgraf gevonden ....en Louis ten Wolde was één van deze zeer te betreuren zeelieden........

 

Ligtvoet was dus op welhaast miraculeuze wijze aan een mogelijke verdrinkingsdood ontkomen , maar betekende dit dan ook dat zijn echtgenote , ( die we al eerder in het 'potten- en pannen- verhaal' waren tegengekomen als een tamelijk standvastige vrouw ) nu enorm was opgelucht dat háár man in ieder geval deze gruwelijke dodendans ontsprongen was .....??

Welnee !!

Op de dag waarop het nieuwsfeit van de scheepsramp Nederland had bereikt , spoedde deze vrouw zich naar het woonhuis van Lena ten Wolde , Louis' enige zuster - en dáár zou zich een gedenkwaardig gesprek gaan ontrollen ........

Na wat troostende woorden met Lena gewisseld te hebben , verzuchtte Ligtvoets vrouw ineens midden in dit gesprek dat ze toch nog liever had gezien dat haar eigen man aan boord van het rampschip gezeten had dan Louis ten Wolde ...............

Zonder overdrijving durven we wel te stellen dat het huwelijk van Ligtvoet en zijn vrouw anno 1919 al geruime tijd over zijn hoogtepunt heen moest zijn geweest ............

Lodewijk Gerardus Paulinus ten Wolde , geboren op 9 oktober 1883 in Den Haag , moet in of rond het jaar 1919 , terwijl zijn 36e levensjaar was aangevangen , ergens buitengaats , op de Noordzee of op de Atlantische Oceaan , een trieste , jammerlijke dood gestorven zijn , en op enkele honderden of misschien wel duizenden zeemijlen van zijn geboortegrond vandaan een zeer eenzaam zeemansgraf gevonden hebben ...........

Louis ten Wolde was toen nog ongehuwd en had geen kinderen .

 

 

 

*

 

Ook het leven van Louis' zuster PAULINA LEENDERIKA (LENA) TEN WOLDE is zeker niet altijd over rozen gegaan .............

Het eerste 'slechte voorteken' voor dat verre van gemakkelijke leven , diende zich al aan rondom haar geboorte : de aangifte van Lena's geboorte geschiedde namelijk níet door haar vader , maar door haar opa , Peter ten Wolde , op dat moment 49 jaar oud en van beroep - nog steeds - lakei , zoals te lezen staat in haar geboorteakte .

Volgens de akte vond de geboorte plaats "den een en twintigsten dezer des morgens ten zeven ure" in het jaar 1885 , met als doopgetuigen Johannes Jacob Moerman , 26 jaar oud en ook lakei van beroep ( hij zal dus wel een collega van haar opa geweest zijn ) en Gerrit Jaspers Glas , 38 jaar oud , arbeider van beroep , beiden woonachtig in Den Haag , maar ..........Lena heeft altijd het sterke vermoeden gehad dat zij níet , zoals haar geboorteakte vermeldt , op de 21e februari het daglicht ooit voor de allereerste keer had mogen aanschouwen , maar een dag éérder al ......

Lena beweerde namelijk dat haar vader op de dag van haar geboorte zó dronken geweest moet zijn - van de drank , van geluk , of van beide .....?? - dat hij zich niet meer herinneren kon hoe laat zijn dochter precies geboren was , en zich dus zelfs in de dag vergist moet hebben !

Maar nu we in de geboorteakte lezen dat Lena 's ochtends om zeven uur geboren moet zijn , en we tevens weten dat dergelijke verhalen rondom geboortes vroeger wel vaker voorkwamen , zullen we het er toch maar op houden dat het leven van Lena ten Wolde daadwerkelijk op de 21e februari 1885 van start was gegaan ........ én dat zij in de loop der jaren menige hobbel op haar pad zou gaan tegenkomen en ook zou dienen te trotseren ..............

 

Lena was het derde en laatste kind dat binnen het gezin geboren werd .

Het triest geëindigde leven van haar oudere broer Louis hebben we hiervoor al beschreven , het leven van haar ándere broer , PETER LODEWIJK JOHANNES (PIETJE?) TEN WOLDE zou nog een stuk korter blijken te zijn .

Peter /Piet(je) was het oudste kind , de directe aanleiding ook voor het nogal bespoedigde huwelijk van de ouders , zo zullen we maar zeggen .......

Maar het leven van dit oudste kind zou maar van korte duur blijken te zijn : op 3 oktober 1881 was hij in Den Haag geboren , op 8 februari 1888 was hij hier op 6-jarige leeftijd al weer ontslapen ....

Lena kan haar oudste broer evenwel nooit gekend hebben - hij stierf al voor Lena's derde verjaardag - maar mogelijkerwijs heeft de vroegtijdige dood van deze zoon in combinatie met het afgedwongen huwelijk van haar ouders - dat indertijd nog afgesloten was op een moment waarop bruidegom Albertus nog maar 17 jaar jong was en dús nog officieel toestemming van het staatshoofd diende te verkrijgen voor het aangaan van het huwelijk (!) - er allemaal wel toe bijgedragen dat de echtverbintenis tussen haar ouders op de klippen liep en tegen het eind van de 19e eeuw zelfs officieel ontbonden werd verklaard .

Zoals al eerder beschreven staat bij Louis , gingen Lena en Louis daarna samen met hun moeder naar het Gelderse Arnhem , maar zou er aan deze zonnigere tijden dan in die ándere hoofdstad van ons land , door het plotselinge overlijden van haar moeder helaas abrupt een definitief einde komen ......

Louis vertrok daarop voor vele jaren naar Nederlands Indië , en Lena werd kort daarop door haar nogal dominante vader als 16-jarig meisje tewerkgesteld , zéér tégen haar eigen zin in , in het Haagse café van deze man , waar zij in die beginjaren van de 20e eeuw als serveerster gedwongen aan de slag ging .....

bottelarij/café in de Wilhelminastraat (Bezuidenhout)  -  de man in het midden voor het raam van het etablissement is Albertus Paulus Wilhelmus ten Wolde , Lena's vader ; Lena zelf staat op deze foto helemaal rechts voor de ingang , met een hondje in haar handen  -  de foto moet zo rond het jaar 1905 genomen zijn  

En of dit allemaal al niet erg genoeg was , vond er korte tijd later wederom een kleine tragedie plaats binnen Lena's nog maar jonge bestaan ......

Op een kwade en warme dag in de prille beginjaren van de nieuwe eeuw werd Lena , terwijl zij , wat genietend van de warme zonnestralen , op het zonnige balkon van een open Haagse tram stond , getroffen door een vliegend insect dat tegen haar linkeroog aanvloog en zich nestelde áchter de oogbol .....

Het had allemaal voor Lena nog niet zo dramatisch hoeven aflopen , indien even later in het oogziekenhuis het beestje op vakkundige wijze zou zijn verwijderd - maar juist in het ziekenhuis ging het mis ....

Tijdens de operatie werd er namelijk door de oogarts een kolossale fout gemaakt waardoor het oog onherstelbare schade opliep .....

Een agressieve vloeistof kwam per ongeluk 'in het licht' van het oog terecht , wat niet alleen heel veel onnodige pijn bij Lena veroorzaakte , maar tevens het linkeroog dusdanige schade toebracht dat het onmiddellijk verwijderd diende te worden ..........

Aangezien de dienstdoende oogarts meteen toegaf een ernstige fout te hebben gemaakt , kreeg Lena , die vanzelfsprekend door alle gebeurtenissen volkomen ontdaan was , 'ter compensatie' van het ziekenhuis een glazen oog volledig vergoed .......

Anno 2000 zou een ziekenhuis voor een dergelijke medische blunder vermoedelijk wel met een veel en veel hogere schadevergoedingseis rekening kunnen houden ...

En nu moest Lena als bijna volwassen vrouw van circa 19 jaar verder door het leven gaan met een opvallend glazen oog ; niet alleen haar gezichtsvermogen was nu blijvend aangetast , maar óók haar uiterlijk , want gedurende de rest van haar leven zou het immers altijd duidelijk zichtbaar zijn dat Lena een 'vreemd' linkeroog had , en zeker voor een jonge vrouw met nog een heel leven in het vooruitzicht moet dit toen echt een waar drama geweest zijn .

Lena ten Wolde zoals ze er als jonge vrouw , kort voor de oog-tragedie , ooit moet hebben uitgezien 

 

Op zeker moment in dat eerste decennium van de nieuw begonnen eeuw kwam Lena ten Wolde in het café van haar vader in contact met ene Henk Seijen ten Hoorn .....

Henk werkte indertijd als palfrenier = bij-koetsier = koetsiershelper in livrei , in de koninklijke stallen behorend bij het paleis Noordeinde in Den Haag , en placht in die dagen , misschien zelfs wel met enige regelmaat ....., het bewuste café te frequenteren waar Lena haar jong volwassen jaren sleet als serveerster Van het een kwam het ander ......waaronder een serieuze relatie die zou resulteren in de geboorte van meerdere kinderen ......maar die tóch ook weer niet al te lang stand wist te houden .....

ca. honderd jaar oude foto , vermoedelijk eertijds gemaakt in de Wilhelminastraat , met o.a. Lena ten Wolde (wederom met een hondje onder haar arm), en haar vader Albertus ten Wolde (de zittende man met snor en pet)  

Vanaf 1918 stond Lena daarom verder helemaal alleen voor de opvoeding van haar v i e r kinderen : haar drie zonen Bertus , Wiet en Ben , en haar enige dochter Riet .

Al een week na de geboorte in 1918 van haar laatste kind begon Lena aan een nieuwe en tegelijkertijd nogal zware carrière als nachtwerkvrouw in het toenmalige hotel Central , gelegen aan de Lange Poten in het centrum van de stad Den Haag < daar waar nu het nieuwe gebouw van de Tweede Kamer is gevestigd > - Lena begon hier 's nachts om een uur of één , en om haar nogal karige huishoudportemonnee nog wat verder te kunnen aanvullen werkte ze hier al spoedig ook nog als keukenhulp , waardoor ze na een zware werkdag níet in de loop van de ochtend , maar pas ná het middaguur weer huiswaarts kon keren ....

Lena moest nu immers als alleenstaande moeder niet alleen in haar eigen onderhoud proberen te voorzien , maar tevens in dat van haar kinderen , en dat was bepaald géén eenvoudige opgave .....want vier kinderen op deze wijze zien groot te brengen , was klaarblijkelijk toch wel wat ál te zwaar voor Lena , zodat het laatst geboren kind , dochter Riet , noodgedwongen kort na de geboorte ondergebracht werd in een pleeggezin , waar zij gelukkig zeer liefdevol verder zou worden grootgebracht .

Voor de opvoeding van haar drie zonen , anno 1918 in leeftijd variërend van 1 tot 8 jaar , stond Lena er dus helemaal wél alleen voor , zodat het nu regelmatig gebeuren kon dat de jongens hun moeder na alweer zo'n lange nacht doorgewerkt te hebben , zittend op een eetkamerstoel aantroffen , met het hoofd voorover gebogen liggend op haar beide armen , in diepe , diepe rust verzonken .....

En met drie jonge knapen over de vloer zal een goede dagrust er voor Lena vermoedelijk veelal volledig bij zijn ingeschoten ....

Toen Lena in 1929 definitief een punt zette achter haar werkzaamheden in het hotel , kreeg zij van de directeur een getuigschrift mee dat waard is om ingelijst te worden : haar bekwaamheid , gedrag én vlijt werden hierin zonder uitzondering als zéér goed gekwalificeerd !!

 

Lena's drie zonen groeiden op , vonden werk , werden volwassen , vonden hun weg in het leven en traden in het huwelijk , en ook met Lena's enige dochter , die dus in een pleeggezin was grootgebracht , kon later het contact weer hersteld worden .

Bij haar vader , de opa dus van de vier kinderen , kon Lena nooit eens aankloppen voor enige financiele ondersteuning , ofschoon deze man zelf inmiddels in behoorlijke welstand leven kon en Lena , sinds het vroegtijdig overlijden van haar broer Louis , toch nog maar het enige kind was dat hij nog bezat .....

 

Met Henk Seijen ten Hoorn , de biologische vader van Lena's vier kinderen , is er sinds de geboorte van haar laatste kind nooit meer enig contact geweest .

Henk Seijen ten Hoorn als bejaarde man in Warnsveld , op het terrein van de instelling waar hij de laatste jaren van zijn leven verbleef 

 

 

Op 25 november 1959 , precies twee maanden nadat zij nog getuige had kunnen bij van de huwelijksplechtigheid van haar jongste kind , stierf Lena in het Haagse ziekenhuis Johannes de Deo , het huidige Westeinde ziekenhuis , aan de gevolgen van een ernstige ziekte die tot algehele spierverlamming had geleid .

Paulina Leenderika ten Wolde , beter bekend als Lena ten Wolde , eind 1959 moeder van vier inmiddels allemaal getrouwde kinderen , overleed op 74-jarige leeftijd , na een tamelijk bewogen en verre van gemakkelijk leven , waar binnen zich zelfs nóg een groot persoonlijk drama had afgespeeld .....................

 

 

 

*

 

HENDRIK LODEWIJK ('HENKIE') TEN WOLDE  was het tweede kind dat door Lena in barensnood in de jaren tien van de vorige eeuw op deze wereld was gezet .

Dit kind , Henk(ie) genaamd , moet ná zijn broertje Bertus geboren zijn tegen het eind van het jaar 1911 óf in de beginmaanden van het daaropvolgende jaar - waarschijnlijk vond de geboorte plaats in de Stationsbuurt van Den Haag , in de Van der Duynstraat .

Henkie kwam gezond en wel ter wereld , en vierde twaalf maanden later zijn eerste verjaardag , en weer twaalf maanden later zijn tweede verjaardag , maar mocht helaas niet veel ouder worden ........

In de vroege ochtenduren van de 19e maart 1914 - aan de vooravond van de gebeurtenissen die het gehele aangezicht van Europa voorgoed zouden gaan veranderen - vond er in de binnenstad van Den Haag een persoonlijke tragedie plaats die níet in omvang maar wél in intensiteit vergelijkbaar was met ál die andere persoonlijke tragedies waar het tijdvak 1914 - 1918 zo vol mee zou zitten ........

In de vroege stille uren van die bewuste , dramatische 19e maart 1914 moet de twee jaar jonge Henkie ten Wolde al vroeg uit de veren zijn geweest en daarna , zoals elk jong kind , aan zijn hernieuwde ontdekkingstocht begonnen zijn van alle nog te ontdekken wonderen en mysteries van een voor hem nog vrij onbekende wereld ......

Die ochtend moet de kleuter heel even een moment aan de aandacht van zijn moeder ontsnapt zijn geraakt , en zodoende helemaal alleen , zich van geen enkel naderend gevaar ook maar enigszins bewust , langzaam maar zeker steeds verder van zijn ouderlijk huis zijn weggelopen ..........

 

Volgens z'n overlijdensakte moet Henkie op die tragische dag kort na het begin van de ochtend al overleden zijn - al spelende moet Henkie ten Wolde kort daarvoor in het water van een Haagse gracht terechtgekomen zijn , waar precies is niet bekend , maar vermoedelijk vond de tragedie plaats in de buurt van het Spui , aan de kant van de Pletterijkade of het Zieken .

De te betreuren 2-jarige kleuter moet die morgen van de kade in het diepe , donkere en koude grachtenwater gevallen zijn , en kans- en volkomen reddeloos verdronken zijn .....

Heeft helemaal niemand het drama zien gebeuren ?

Hoe lang had Henkie in het water gelegen alvorens hij er door iemand uit werd gehaald ??

Zou Henkie toen nog geleefd hebben , en heeft iemand misschien nog geprobeerd hem te reanimeren ???

En waar exact is de jonge kleuter te water geraakt ????

Dit zijn allemaal voor de hand liggende vragen waar we nu , bijna een eeuw na dato , de antwoorden nooit meer op zullen weten te vinden .....

In het laatste en op dit moment enig beschikbare officiele stuk over Henkie's bestaan ooit , zijn overlijdensakte , staat over het overlijden vermeld dat hij , Hendrik Lodewijk ten Wolde , die ochtend om half zeven in zijn woonplaats Den Haag gestorven moet zijn , en dat hij toen slechts twee jaren jong was ...

Thans weten we zelfs geeneens wanneer Henkie precies geboren was - pas over enkele jaren , als alle geboorteaktes over de jaren 1911 en 1912 openbaar zullen zijn , zullen we hierover definitief uitsluitsel verkrijgen , en zullen we dit eerste officiele teken van zijn bestaan nog kunnen toevoegen aan de zeer schaarse feiten die ons over Henkie ter beschikking staan , en zullen we daarmee tegelijkertijd dit hoofdstuk over een zeer kortstondig mensenleven voorgoed kunnen en moeten afsluiten ................

 

 

 

*

 

 

Ook in de meer recente geschiedenis van ons , Ten Wolde's , zijn er verschillende naamgenoten geweest wier levens soms van de ene op de ander dag een dramatische wending gekregen hebben ......

Zo is ons bekend geworden dat bij de afschuwelijke vliegtuigramp op Tenerife indertijd een Ten Wolde - gezin , onder wie twee jonge kinderen , op zeer tragische wijze om het leven gekomen was ; daarnaast zijn ons nog andere zeer trieste voorvallen bekend rondom een aantal andere naamdragers .

In alle gevallen betreft het hier persoonlijke tragedies van naamgenoten die ófwel géén naaste verwanten van ons zijn , ófwel behoren tot een vooralsnog onbekende zijtak van onze toch al wel behoorlijk uitgegroeide familiestamboom .

 

Tot besluit willen we hier nog een tragische en intrieste ontwikkeling rondom een naamgenoot én verwant van ons allen aanstippen die indertijd , in de tweede helft van de 20e eeuw , zelfs nog het landelijke nieuws gehaald moet hebben .

De betreffende verre verwant was getrouwd , maar de echtverbintenis weerhield hem er toenterijd niet van om de biologische vader te worden van vier buitenechtelijke kinderen , verwekt bij zijn huishoudster ...... en het was de geboorte van het vierde kind dat uiteindelijk op macabere wijze aanleiding zou zijn voor deze landelijke media-aandacht ......

Op de zolder van een stookhok van een afbraakboerderij werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw een lugubere ontdekking gedaan : het gemummificeerde lijk van een pasgeboren baby , een meisje ........

Door de in die jaren zeer vermaarde pathaloog-anatoom dr. Zeldenrust werd sectie verricht op het jonge lichaam en werd vastgesteld dat deze baby vermoedelijk door verwurging om het leven was gebracht .

Het onderzoek leidde tot de moeder van het kind , die daarop verklaarde dat de baby ruim 21 jaar (!) eerder geboren was .

De vrouw verwees naar onze verre verwant als zijnde de verwekker van het kind - en tevens zou hij de biologische vader zijn van haar overige drie , inmiddels groot geworden kinderen .

Ze verklaarde verder dat ruim 20 jaar daarvoor bij de bevalling ook haar (inmiddels overleden) moeder aanwezig was geweest .

Voorts verklaarde ze dat zij tijdens de bevalling bewusteloos moest zijn geraakt en daardoor zelf het kind nooit gezien kon hebben .

De moeder van de vrouw zou later tegen haar gezegd hebben dat het kind bij de geboorte al overleden was .

In de meer dan 20 jaren die sindsdien verstreken waren , moet de vrouw tegenover niemand ooit maar iets over deze zwangerschap hebben losgelaten , óók níet tegenover de vader van het kind , onze verre verwant dus .

De vrouw had eertijds het lijkje , verpakt in een jute zak , verborgen in het stookhok , waar het dus ruim 21 jaar later weer bij toeval ontdekt werd - en ook hier moet onze verre naamgenoot geen enkele kennis van gedragen hebben .

In deze zaak werd toen door justitie besloten om tegen niemand van de direct betrokkenen enige vervolging in te stellen .

 

*

En met deze laatste , uitzonderlijke en trieste geschiedenis komt er een einde aan de beschrijving van een aantal Ten Wolde-levensverhalen die geen van allen erg aangenaam en opbeurend waren , maar die natuurlijk wel , tezamen met alle overige , een onlosmakelijk deel uitmaken van de geschiedschrijving van ons aller Ten Wolde-verleden , in de ruimste zin van het woord .

Om aan deze lange uiteenzetting toch nog een positief slotwoord te hunnen verbinden , zullen we maar zeggen dat wij allemaal ons leven via welke afstammingslijn dan ook , te danken hebben aan het bestaan ooit van allerlei verwanten met de familienaam Ten Wolde < en aan nog veel meer níet-Ten Wolde's uiteraard > die allemaal in staat zijn geweest te (over)leven in een zware en moeilijke tijd , en verder nog dat wij , verre nazaten van al deze mensen uit inmiddels lang vervlogen tijden , nú in de beginjaren van een nieuwe millennium , ons wél zeer gelukkig mogen prijzen dat ónze levens veel en veel beter geworden zijn dan die van al diegenen die ons ooit op dat harde , lastige en zware levenspad waren voorgegaan .......en moge die wetenschap ons dan behoorlijk wat voldoening schenken in ons aller huidige bestaan ...........

 

 

 

 

*