»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»







»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»


 

JACOB (ROSARIO)



       { the Dutch text is immediately followed by the English translation } 

 

   >>>  Jacob van der Groef , de dérde Jacob inmiddels die binnen het gezin van Willem van der Groef geboren werd , maar de éérste Jacob pas die een volwaardig leven zou krijgen , kwam ter wereld op 31 maart 1876 in het Flakkeese Nieuwe-Tonge , en zou later als énige van de kinderen van vader Willem van der Groef in 1893 in de Argentijnse Republiek achterblijven - Jacob was anno 1893 nog maar 17 jaar jong...
Al zijn (half-)broers en -zusters die naar Nederland terugkeerden , zou Jacob nooit meer terugzien......

Jacob van der Groef en zijn vrouw Trijntje tho Bokholt in Argentinië


Waarom besloot Jacob als pas 17-jarige jongen/jongeman toentertijd in Argentinië , in Rosario , voor altijd achter te blijven ???

Deze belangrijke vraag bleef geruime tijd onbeantwoord .

We wisten inmiddels wel dat Jacob het strafproces gevolgd moet hebben dat eertijds volgde na de , vermoedelijk ook in Jacobs ogen , lafhartige moord op zijn vader ...
Een strafproces moet er inderdaad gekomen zijn ,  maar met als teleurstellend eindresultaat het opleggen van wel zeer milde straffen aan de dader of daders .

Geruime tijd dachten we dat de kinderen dit proces allemaal nog hadden meegemaakt in Rosario , maar aangezien vader Willem op 18 oktober 1893 gestorven is én we weten dat de kinderen al op 10 december van dat jaar in Nederland arriveerden , kunnen we er gevoeglijk van uitgaan dat het proces plaatsvond NADAT de kinderen Argentinië al weer (lang) verlaten hadden .

Het is dus zeer wel mogelijk dat Jacob , de één na oudste van het stel , en wellicht van hen allen wel het meest ontzet over het droeve lot van zijn vader , om déze reden in Rosario eertijds is achtergebleven .
Jacob kon dan het hele proces blijven volgen en - heel belangrijk - ook nog als mogelijke getuige verschijnen - en laten we er dan maar voetstoots van uitgaan dat Jacob zich in de vier voorafgaande jaren voldoende Spaans had eigen gemaakt om dit ook werkelijk allemaal aan te kunnen ...

Maar dan rijst natuurlijk wel meteen de vraag : waarom keerde Jacob NA AFLOOP van dat proces dan niet onmiddellijk naar z'n oude vaderland terug ???
Wat had Jacob dan nog verder in Argentinië te zoeken , het land immers dat hem nou niet bepaald met open armen ontvangen had ??!
Het land waar de leefomstandigheden zó slecht waren dat in vier jaar tijd Jacobs halfbroertje Willem , Jacobs stiefmoeder Ida én zijn vader Willem er een vroegtijdig en miserabel levenseinde vonden ...

Kón Jacob nadien niet meer terug óf wílde hij niet meer terug....??
Waren er wellicht andere factoren in het spel waar wij totaal geen weet van hebben ??
Had hij werk gevonden dat hem goed beviel en niet al te slecht uitbetaalde ??
Of was hij misschien verliefd geworden op een aantrekkelijke Argentijnse schone....???!

Inmiddels zijn we er achter gekomen dat Jacob eind 19e eeuw inderdaad zijn hart verpand had aan een Argentijnse vrouw , die evenals Jacob van Nederlandse afkomst was : Trijntje tho Bokholt , voor wie het leven in Rosario misschien wel net zo vreemd en beangstigend was , dat zij daardoor wellicht als het ware automatisch 'in elkaars armen gedreven werden......?!'

Wetend dat Jacob zeker in de eerste jaren van zijn bestaan in Argentinië niet zo veel aansluiting zal hebben gehad bij de oorspronkelijke Argentijnse bevolking , vanwege taal- en geloofsproblemen , wekt het geen verbazing dat juist Jacob en Trijntje , beiden van Nederlandse afkomst en vermoedelijk ook beiden van protestantse huize , elkaar in dit verre 'vreemde' Argentinië gevonden hadden !

Maar óók hun kinderen - we maken even een kort sprongetje in de tijd - zouden veelal verkering krijgen met een man of vrouw die zijn of haar wortels búiten het Zuid-Amerikaanse continent had liggen .

Alhoewel we niet precies weten wanneer Jacob en Trijntje elkaar het jawoord gegeven hebben , zijn we tóch in staat om , aan de hand van de berekening van de geboortedata van hun latere kinderen , vast te stellen dat dit zo in of rond het jaar 1894 moet hebben plaatsgehad .
Dus zéér kort ná het vertrek van Jacobs broers en zusters , terug naar Nederland - het vermoeden dat reeds lang bestond , wordt hiermee bevestigd : liefde - en mogelijk zwangerschap... - brachten Jacob ertoe om de rest van zijn leven in de Argentijnse Republiek door te brengen én hier , vermoedelijk met horten en stoten en vallen en opstaan , máár uiteindelijk toch met het nodige succes , een nieuw , onzeker bestaan op te bouwen ...


Na zóvele jaren zijn we vanzelfsprekend niet meer in staat om Jacobs exacte motieven , gedachten en zieleroerselen volledig te achterhalen en doorgronden , maar nú weten we in ieder geval zeker dat hij al op jeugdige leeftijd getrouwd moet zijn , met een landgenote , én dat Jacob en Trijntje in de daarop volgende jaren minstens VIJF kinderen gekregen hebben , één zoon en vier dochters .

Hoewel er nóóit meer enig persoonlijk contact is geweest tussen Jacob en de rest van de familie , zijn er wél brieven geschreven en van tijd tot tijd ook nog foto's uitgewisseld .
Eén van Jacobs brieven is bewaard gebleven , eertijds verstuurd aan zijn halfzuster Anna die toen met man en kinderen in Californië woonde .
Uit deze brieven komt heel duidelijk naar voren dat Jacob een zeer religieuze man moet zijn geweest ...

De brief die hij in het jaar 1920 aan Anna van der Groef in Californië verstuurde , staat namelijk bol van verwijzingen naar de bijbel en het christelijke geloof .
In deze als enige bewaard gebleven en daardoor voor ons zeer belangrijke brief , welhaast een historisch document te noemen , valt de volgende zinsnede m.b.t. zijn geloofsovertuiging te lezen :
"......al lachte heel de wereld om mij maar ik weet dat mijn zaligmaker leeft en dan doet al dat lachen van een ander niets , want de duivel die zal ook lachen als het verderf komt van een zondaar......."

Is dit een aanwijzing of zelfs een direct verwijzing naar de moeilijke jeugdtijd , toen het gezin vanwege hun protestantse geloof in een verder vrijwel geheel katholieke leefomgeving , gediscrimineerd werd ???
Zou Jacob , vasthoudend aan zijn protestantse geloof , daar ook later in zijn leven veel hinder van ondervonden hebben ???
Zou hem veel hoongelach , van collega's en buurtgenoten , ook in latere jaren nog ten deel gevallen zijn ...???

Aan het eind van Jacobs brief lezen we - gelukkig - nog wat voor werk Jacob anno 1920 in Argentinië verrichtte : Jacob werkte toen in dienst van de Argentijnse Spoorwegen als voorman van een groep electriciëns - daarvóór zal Jacob waarschijnlijk als (leerling-)electriciën werkzaam geweest zijn .

Jacobs enige zoon Willem (oftewel : Guillermo) had zich toen reeds (anno 1920) , op 25-jarige leeftijd , gevestigd als zelfstandig electriciën , aangezien Jacob voor het versturen van deze brief naar Californië in 1920 een speciale envelop gebruikte , bedrukt met :
'Guillermo Van Der Groef , electricista'.

Jacob zal vermoedelijk langzaam maar zeker , met de nodige pijn en moeite , opgeklommen zijn op de Argentijnse maarschappelijke ladder , zodat Jacob , toen hij de middelbare leeftijd bereikt had , voorman-electriciën geworden was , zijn zoon Guilermo inmiddels werkzaam was als vrij gevestigd electriciën en zijn dochters ......

Elisabeth , door Jacob in zijn brief steevast Eliezabed genoemd , zou later samen met haar man een eigen huis kopen en Jacobs dochter Gesina trof een man die toen reeds de financiële middelen had om een automobiel te kopen ...
Alles wijst er op dat zij allen , over het algemeen , in financieel opzicht in ieder geval , tégen onze aanvankelijk verwachting in overigens , géén al te slecht leven in Argentinië gekend hebben !


Jacob kon - ondanks die erbarmelijke eerste jaren van zijn leven - kort voordat hij definitief zijn ogen sloot , waarschijnlijk tóch nog met dankbaarheid , tevredenheid en voldoenoing terugkijken op zijn lange , bijzondere , maar zeker niet altijd gemakkelijke leven.......

 

 

### DE BRIEF VAN JACOB UIT 1920 ###

De brief van JACOB VAN DER GROEF uit het jaar 1920 is de enige brief die van zijn hand bewaard gebleven is , en om deze reden voor ons dan ook een tamelijk uniek familie-tijkdsdocument te noemen .
Jacob schreef de brief op 5 april 1920 in zijn woonplaats Rosario , één van de grootste plaatsen van Argentinië , de plaats die op dat moment dan al meer dan 30 jaar zijn thuisplaats is , de plaats waar hij zich in de loop der jaren ook meer enmeer thuis zal (moeten) zijn gaan voelen , want anders zou Jacob wel op afschuwelijke wijze door heimwee naar het christelijke en ook wel wat burgerlijke Nieuwe - Tonge verteerd geraakt zijn ....

Maar vanwege de inhoud van de brief zijn we toch wel wat optimistisch gestemd geraakt over Jacobs verdere levensloop in het zo van Flakkee afwijkende Argentinië .

De brief die door Jacob gedateerd is op Abril 5 de 1920 - het allereerste , maar tevens ook echt enige Spaans dat er in de brief te lezen valt - schreef Jacob in deze herfstmaand (want op het Zuid-Amerikaanse continent zijn de seizoenen immers'gespiegeld' aan de onze), gericht aan zijn halfzuster ANNA VAN DER GROEF en aan haar echtgenoot PIETER HARTVELD , die anno 1920 inmiddels al vele jaren in het Noord-Amerikaanse Californië , in de stad Oxnard , woonachtig waren .

Deze , met uitzondering dus van de aanhef , volledig in de Nederlandse taal opgestelde brief , duidelijk afkomstig van een Nederlandse , i.c. Flakkeese , gereformeerde man , werd indertijd geschreven in het Spaanstalige Argentinië , en verzonden aan een vrouw in het Engelstalige Amerika - maar beiden hadden , ook na het verstrijken van meerdere decennia , hun Nederlandse , Flakkeese , christelijke wortels duidelijk nog níet verloren .....

Helaas is van de vrij lange brief van Jacob één vel spoorloos verdwenen , zodat de brief dus niet meer helemaal compleet is , maar desondanks verschaft het epistel ons toch een duidelijke inkijk in het privé-leven van Jacob en in zijn sterke geloofsovertuiging .

Deze , zeer lang bewaarde en goed geconserveerde brief , is ons in handen gekomen dankzij de bereidwillige medewerking van MRS. PRISCILLA HARTVELD HIVNER , één van de kinderen van Anna van der Groef uit Amerika .
De brief is dus ooit , in 1920 , verzonden vanuit Argentinië naar Californië (USA) , en 85 jaar later vanuit Californië naar Nederland , 'zijn eindbestemming' , om nu dan eindelijk zelfs nog gedigitaliseerd te worden voor een 'miljoenenpubliek....'

Niet alleen de brief ook de envelop is , een tikkeltje gehavend weliswaar , bewaard gebleven ; het is een voorbedrukte envelop van GUILLERMO VAN DER GROEF , zoon van Jacob , die , 'zo vader zo zoon', eveneens als electricien ('electricista') in die jaren aan de kost gekomen noet zijn .

>>> En dan volgt nu dan de zo exact mogelijke weergave van de inhoud van : DE BRIEF VAN JACOB .....

 

>>>>> Rosario Abril 5 de 1920 <<<<<<

" Zeer geliefde zuster en zwager en geliefde kinderen , daar wij uw brief in gezondheid hebben ontvangen en daar uit vernomen als dat Gij weer goed gezond zijt , en ook de kinderen en dat Gij een operatie zijt ondergaan en ook de kinderen , geliefde zuster of dat wij dan weer stof tot danken hebben dat de Heere weer heeft laten zien dat hij geen lust heeft aan den dood van een zondaar , maar daar in dat hij leeft en zig tot God bekeert .
O zuster en zwager dat wij toch die roepstem in acht mogen nemen , eer het te laat zou zijn.
Want dan is er geen tijd meer voor , maar nu zegt de Heer als gij mijne stem hoort zoo en verhardt u niet maar bekeert u en zuster pas op , want denk daar aan als dat gij niet zal kunnen zeggen ik heb het niet gekend , want dat weet Gij wel beter en zuster , al lachte heel de wereld om mij , maar ik weet dat mijn zaligmaker leeft en dan doet al dat lachen van een ander niets , want de duivel die zal ook lachen als het verderf komt van een zondaar en dan zal de zondaar terug willen , maar dan zal hij niet kunnen , dan zal het te laat zijn en voor eeuwig te laat .
O , wat een woord dat Voor Eeuwig , zuster , de koude gaat over mijn leden als ik daar om denk .
Zal men zeggen , ik heb niet gekend , o dat niet , want de Heere roept degelijks .
Nu zuster , ik bid voor U en ook voor Uw lieve kinderen en voor man .
Zuster , wat is het zoet als men aan de tafel zit en als men een capittel (leest) en dat men er goed en met aandacht naar luistert .
Dat is een aangenaam leven , dat is al zaligheid hier op aarde genieten .
God zij dank voor dat goede aan mij bewezen , mocht het bij vele huisgezinnen zo zijn .

Zo goed Willem als Pietje , die de kleinste is , zjn wij nog gehoorzaam , en Willem die staat nu op trouwen en is nu 25 jaar en die gaat trouwen met een meisje van Oostenrijkse ouders en zij is in Wenen geboren , en dan Eliezabed , die staat ook op trouwen en die is nu 22 jaar en die gaat trouwen met een jongen die is hier geboren en die is van Spaanse ouders , maar een goede jongen , en dan is Anje die is verloofd met een jongen die is hier geboren en zijn ouders zijn van Zweden en Anje is18 jaar , en Gesina die heeft nog geen haast , die heeft genoeg gevraagd gehad , maar zij heeft geen haast , maar zij wil nog niet de deur uit , zegt zij , want zij heeft al zo veel gezien van huisgezinnen dat zij zegt dat men het maar ................"

< en hier eindigt dan het tweede deel van de brief , en aangezien deel drie helaas ontbreekt , gaan we nu noodzakelijkerwijs onmiddellijk verder met deel vier van de brief , beginnend met de volgende regels : >

"............. dat kan ik u niet kwalijk nemen , want het was toch gevaarlijk dat de brieven over zouden komen met die oorlog.
Nu geliefde zuster , vooraleer ik het vergeet , als gij mijn brief ontvangen en tot hier toegelezen , dan moet gij een voor een de kinderen een zoen geven voor mij en dan moet gij zeggen die is van oom Jacob uit Zuid America , en als gij dan het portret neemt , dan zien zij ook wie die oom is die de kus stuurt .
Zij staan zo lief daar achter de auto.
Zuster , ik ben een vriend van kinderen .
Wij hebben altoos een of andere van de broeders van Trijntje bij ons en dan gaar het zo : Willem die koopt schoenen en de anderen die kregen een schortje of een jurkje en dan willen die kinderen niet meer naar huis en dat staat die van ons aan , en het staat ook mij zelf aan .

Nu zuster en zwager en geliefde kinderen , wees nu hartelijk gegroet van mij die zich noemt Jacob van der Groef en Trijntje vd Groef tho Bokhold en Willem , Eliezabed en Gesina en Anje en Petrona .

Ik werk nu als voorman aan de spoorlijn compagnie . Daar werk ik als voorman van de Electricistas of Electriciën .

God geve u te leren klein te zijn voor zijn aangezicht en dat Gij maar de harde knieën leert buigen en u er niet te trots voor zijt en gij zult er geen berouw van hebben als gij het doet zuster als gij alleen zijt ........."

 

}}} Met deze laatste , zeer stichtelijke woorden eindigt dan de brief van Jacob aan zijn halfzuster Anna en haar man Pieter in Amrika.
Als er één element is in deze brief dat er duidelijk uitspringt , dan is het wel Jacobs oerdegelijke en rotsvaste Godsvertrouwen , dat hij met name in het eerste deel van de brief uitgebreid tentoonspreidt , en dat hij ook zeer zeker gedeeld moet hebben met zijn Amerikaanse halfzuster en haar man , want ook Anna en echtgenoot Pieter Hartveld moeten zéér vrome mensen geweest zijn , terwijl Leendert van der Groef ( hun beider(half-)broer ) daarentegen in zijn lange leven vrijwel nooit een kerk van binnen zou zien ....... - de verschillen in religieuze beleving kunnen binnen één en hetzelfde gezin in de praktijk dus nogal eens héél verschillend uipakken .........

 





 

 

                          *********

 

 


                              

>>>  THE LIFE STORY OF  JACOB VAN DER GROEF 

                      AND  HIS SPOUSE   TRIJNTJE THO BOKHOLT

                                    

      >>   two real Dutch lifes in .....South-America ....

   #   We , close relatives of  JACOB VAN DER GROEF  , born on march 31 1876 in the small town of Nieuwe - Tonge in the Netherlands ,  have always wondered  -  for more than a century anyhow  -  what would have become of Jacob after the year 1893 .
In the year 1889 -  at the time Jacob was a Dutch boy of 13 years of age  -  the father of Jacob , Willem van der Groef  and Jacob's stepmother , Ida van Maastrigt ,  had made the very radical decision to leave behind all their sorrows , poverty and misery in their hometown Nieuwe - Tonge , and start up a brand new and hopefully far better life , together with the children , at the other side of the Atlantic Ocean , all the way in Argentina , but unfortunately the stay in this South-Amercan country would end in a complete disaster ........
Within a period of four years not only one of the children would die (their son Willem) , but also (step)mother herself  ánd father Willem ...... leaving behind the children without parents ánd without breadwinner .........     

In 1893 all of Jacob's (half-)brothers and -sisters returned in , what must have been , a very sad , uncertain and desolate mood , on a boat back to their common former homeland Holland , with the exeption of just ONE relative ......and yes indeed , that one person was our Jacob...
Jacob , yet not being older than 17 years at the end of the year 1893 , had decided to stay behind in Argentina , in Rosario , and he would never see his (half-)brothers and -sisters ever again .........

In the beginning there must have been some contact in the form of letters between Holland and Argentina , but that correspondence stopped more than 75 years ago now , and sent letters weren't all saved , so we , distant Dutch family members of Jacob , were fully ignorant of the exact course of his life in Argentina and we even feared the worst .......until.....rather by surprise , we received some pictures (one of these pictures is visible here) ánd also a letter , once written by Jacob in the year 1920 , out of which we could somewhat reconstruct Jacob's life , which gave us a rather reassuring image of how his life and that of his family must have looked like in far away Argentina .

 

Jacob's family in Rosario de Santa Fé , Argentina around the year 1930 , with : Jacob's spouse Trijntje tho Bokholt with next to her son Willem/Guillermo and daughter Elisabeth and behind her daughters Pietje/Petrona and Agne/Ańe , in front of their house in Rosario (Salta 2340 Dt-8)   


M A R R I A G E 

   # Jacob van der Groef got married in Argentina , and we came to know that he must have married pretty soon in his life , véry soon after that crucial and emotional year of 1893 , which gave us the very convincing idea that thát and that alone should have been the genuine reason why he , as only one out of the group of children , had stayed behind in Argentina .
At first we had thought that Jacob had stayed behind just to be able to follow the lawsuit in Rosario against the person or persons who were responsable for the brutal and sudden death of his father Willem  -  but later , since we were informed that his first child and only son Willem had come to this life in 1895 ór already in 1894 , we fully started grasping the true and sole reason why Jacob had stayed behind ánd why he had never returned to his homeland Holland ......  

In Argentina . in the city of Rosario , Jacob must have met a young woman who , just like him , had been born and raised in the Netherlands , nót on the island of Goeree - Overflakkee , but in the northern part of the country , in the province of Groningen .
Her , rather special and uncommon , name was  TRIJNTJE THO BOKHOLT  ;  she was born on february 22 1874 in Schildwolde .

 

Jacob with his son Willem/Guillermo and daughters Elisabeth and Gesina and nephew Bernardes in Rosario , Argentina , around the year 1915

After son Willem , Trijntje gave birth to four more children , all babygirls  -  we came to know that all of these five children would attain to a great age (one of the children , their daughter Elisabeth , finally reached the age of 95 !) .
And even though Jacob himself didn't get any older than 54 , we distant members of the extended family , are still much less pessimistic and much less gloomy about the course of Jacob's life than we were before , in particular after we had had the opportunity to read a letter , the onty letter of Jacob that had been saved over the years .
In this specific letter , written in the year 1920 , Jacob comes forward as a content , happily married and very religious man , the father of five children he seems to love very dearly , which is indeed a much better 'scenario' of his life than we all could have thought of before we started looking for traces of his life in South-America !!!

 


JACOB VAN DER GROEF  was the son of  WILLEM VAN DER GROEF  and of  ELISABETH TIJL , the second wife of Willem .

Jacob was born on march 31  1876 in the small town of Nieuwe - Tonge on the former island of Goeree - Overflakkee in the Dutch province of Zuid - Holland  ;
Jacob must have passed away on june 30  1930 in the big city or Rosario de Santa Fé in Argentina , at the other side of the Atlantic Ocean , at the age of 54 .


TRIJNTJE THO BOKHOLT  , Jacob's wife , was the daughter of  BERNARDUS JOHANNES THO BOKHOLT  and of  ANJE DEKKER 

Trijntje  was born on february 22  1874 in the small place of Schildwolde in the Dutch province of Groningen  ;
Trijntje must have passed away on november 10  1952 in Rosario de Santa Fé , 22 years after her husband ,  at the age of 78 . 

  
 

                                                        *

their eldest daughter Elisabeth Van der Groef , in front of her new house in Argentinia

 

daughter Pietje /Petrona Van der Groef with a cousin ánd a parrot in Argentina

 

daughter Gesina Van der Groef with her fiance (?!) in Argentina

 

 

 

*****************************