»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»







»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»


 

GESCHIEDENIS VAN GOEREE-OVERFLAKKEE



>>>

OVER DE GESCHIEDENIS VAN GOEREE-OVERFLAKKEE , DIRKSLAND , EN DIE VAN ONZE VERRE VOOROUDERS

 

In de ogen van een geoloog is Goeree-Overflakkee een zeer jong gebied .

Tot ongeveer 20 meter diepte komt men slechts grondlagen tegen uit het laatste geologische tijdvak , het Holoceen .

In het westelijk deel van het eiland , in de buurt van de huidige plaats Goedereede , zijn echter wl restanten gevonden van Romeinse nederzettingen uit de tweede en derde eeuw na Christus .

Op een oude kaart van ca. 1300 komen reeds een vijftal grote opwassen voor op de plaatsen van de tegenwoordige polders van Dirksland , Middelharnis , Herkingen , Stad aan het Haringvliet en Oude - Tonge , en verder nog een aantal kleine .

Eens hebben ze deel uitgemaakt van het vasteland , dat volgens de legende van Schouwen gescheiden was door een smal watertje , z smal zelfs dat de mensen aan weerszijden ervan elkaar konden aanroepen , en dat ook n geheel vormde met Voorne - gezien de duinen van Goeree en die bij Rockanje is dat ook wel zeker .

De opwassen vielen onder het bestuur van de graven van Voorne , wier gebied verdeeld werd in Oostvoorne , Zuidvoorne (Westflakkee) en Westvoorne (Goeree) .

Zuidvoorne kreeg de naam Voorne over Flakkee naar de naam van het water dat op oude kaarten geschreven wordt als FLACQE .

Zo kreeg het eiland de naam OVERFLAKKEE , in de volksmond afgekort tot FLAKKE - de bewoners zijn de FLAKKENAERS .

Het oostelijk deel van het eiland behoorde aan de heren van Putten en werd ook wel Putten over Flakkee genoemd . Daartoe behoorde de tegenwoordige dorpen Middelharnis , Stad aan 't Haringvliet , Den Bommel en Ooltgensplaat .

We mogen zeer wel aannemen dat een groot aantal opwassen tijdelijk of voorgoed al bewoond was .

Uit een officieel stuk van 1278 blijkt dat er op de opwas Dirksland - een gebied waar onze aandacht natuurlijk in het bijzonder naar uitgaat - indertijd al heel wat mensen gewoond moeten hebben .

De eerste bewoners waren vissers en vogelaars .

Maar er was nog iets anders dat hen aantrok : DE ZOUTE VENEN , in de loop der tijden zo ontstaan ; dit waren met zout water doortrokken gebieden .

De zoute venen leverden brandstof en zeezout , waaraan die plantenresten zo rijk waren .

In de 13e en 14e eeuw was die zoutexploitatie zeer winstgevend , maar toen in de 15e eeuw het zeezout uit Frankrijk en Spanje goedkoper werd , kwam er spoedig een eind aan .

Bovendien werd in 1477 door Maria van Bourgondi het moerneren of darink delven (= het afgraven van het veen ten behoeve van de zoutwinning) zelfs verboden , dit om verdere aantasting van het land te voorkomen .

In de 15e eeuw ging men over tot de definitieve indijking van de ontstane eilandjes en zo ontstonden de oudste polders hier - de eerste was de Dirkslandse polder , ter bedijking uitgegeven de 13e november 1415 .

Rondom deze opwaspolders ontstonden door aanslibbing buitendijkse gronden , de gorzen .

Als een gors voldoende groot en hoog geworden was , kon deze ingepolderd worden en het materiaal voor het dijklichaam werd dan met kruiwagens van de aangrenzende slikken gehaald - en zo werd het oorspronkelijk sterk verbrokkelde gebied langzamerhand n geheel .

 

Hoewel we bij ons stamboomonderzoek niet zo ver terug konden gaan in de tijd - want er zijn van de periode van vr 1600 nauwelijks geschreven bronnen beschikbaar - kunnen we toch aan de hand van het hiervoor beschrevene een beeld krijgen van het leven zoals dat er voor onze zeer verre voorouders moet hebben uitgezien .

Onze iets minder verre voorouders waren vrijwel zonder uitzondering dagloner of arbeider van beroep . Het is zeer aannemelijk dat ook dit het beroep is geweest van onze laat-middeleeuwse voorvaderen , en dientengevolge zullen zij dus een veelal zwaar en ook moeilijk bestaan gekend hebben .

We zouden dus zelfs kunnen stellen dat we nog van geluk mogen spreken dat wij er uiteindelijk toch nog gekomen zijn .......

 

Goeree-Overflakkee bestond tot in de 18e eeuw nog uit de twee afzonderlijke eilanden Westvoorne (Goeree) en Zuidvoorne (Overflakkee) .

Tussen deze twee gebieden lag enige tijd een kleine opwas , 'Zomerland' , maar dit eilandje is na verloop van tijd weer verdwenen .

In 1751 werd in opdracht van de Staten van Holland een dam aangelegd tussen Goeree en Overflakkee ; langs deze zogenaamde Statendam ontstonden aanwassen .

Hierop volgde een reeks van bedijkingen , waardoor de kop en de buik van het eiland door een hals verbonden werden en in deze hals kwam , ongeveer op de plaats van het vroegere Zomerland , het jongste dorp van het eiland tot ontwikkeling : Stellendam .

 

Op Goeree-Overflakkee is maar weinig industrie .

De belangrijkste bronnen van inkomsten zijn de landbouw met aanverwante bedrijfstakken , de visserij en in de huidige tijd in toenemende mate ook het toerisme .

In de loop van de twintigste eeuw zijn de meeste landbouwers akkerbouwer geworden ; er worden in hoofdzaak producten verbouwd die langere tijd houdbaar zijn , zoals aardappelen , suikerbieten , uien ('juun') en granen zoals tarwe en gerst .

In vroeger tijden was de situatie geheel anders .

De meeste boeren hadden toen lle takken van de landbouw in hun bedrijf opgenomen - het waren gemengde bedrijven .

Ze verbouwden alle producten die ze voor eigen gebruik en voor de dorpsbevolking nodig hadden .

Het overschot kon buiten het eiland verkocht worden en de wintervoorraden werden dan opgeslagen in grote schuren .

Dit was het leef- en werkmilieu zoals dat overal op Goeree-Overflakkee bestond tot ca. 1900 , toen het eiland geleidelijk aan een akkerbouwgebied werd .

Onze voorouders , wier beroep dus veelal omschreven werd als arbeider , dagloner , los werkman of als bouwknegt (= boerenknecht) , zullen dus ook in veel gevallen op een dergelijk gemengd bedrijf , in of in de buurt van Dirksland , bijna altijd in loondienst , gewerkt hebben - te vrezen valt dat zij allemaal een zeer karig bestaan geleid hebben .

 

Aangezien het leven op Flakkee dus bepaald niet altijd rozengeur en maneschijn was , besloten vele eilanders in de loop der tijden elders een nieuw bestaan op te bouwen .

Ze trokken weg , naar Rotterdam , de Haarlemmermeer , en nog veel en veel verder ......

Van de 6800 mensen uit Zuid-Holland die tussen 1840 en 1880 naar Amerika emigreerden , waren er maar liefst 2700 afkomstig van het eiland Goeree-Overflakkee .

Ook vele van onze voorouderlijke verwanten hebben deze ongewisse , onomkeerbare stap genomen .

De meesten van hen zijn in de tweede helft van de 19e eeuw vertrokken naar 'het beloofde land' , naar de Verenigde Staten , om daar een geheel nieuw , onzeker en hopelijk ook beter bestaan op te bouwen .......

 

                                      *

 

 

 DUIZENDEN JAREN ARMOE EN MISRE .......

 

Onlangs verscheen er een artikel over een interessante archeologische vondst die was gedaan op het terrein van het voormalige vliegveld Ypenburg , vlakbij Den Haag .

Op dit terrein , waar momenteel , sinds ca. 2000 , een zeer grote zgn. Vinex-woonwijk uit de grond wordt gestampt , stuitten bouwvakkers tijdens hun werkzaamheden op een uitgebreid eeuwenoud graf dat , zoals later door archeologen kon worden vastgesteld , dateerde uit ca. 3500 voor Christus (= het Neolithicum , de Jonge Steentijd) , een graf dat de resten bevatte van 42 mensen uit die periode .

Meer dan eenderde van hen bleek niet ouder geworden te zijn dan vijf jaar , slechts n of twee hadden de leeftijd van vijftig jaar weten te bereiken , en de gemiddelde leeftijd waarop deze mensen overleden waren , lag tussen de 35 en 42 jaar .

Laten we deze gegevens nu eens vergelijken met die van onze voorouders , die zo rond 1700 of 1800 leefden in Dirksland en omgeving .

Zijn er dan significante verschillen aan te wijzen ?

Als we de gemiddelde levensverwachting van onze verwanten uit die periodes vergelijken met die van onze zeer verre 'voorouders' uit de oertijd , die dus zo'n 5500 jaar geleden leefden , dan kunnen we niets anders dan constateren dat de gemiddelde levensverwachting voor nze voorouders uit de eeuwen die achter ons liggen , na een geschiedenis van duizenden jaren , nauwelijks enige vooruitgang had geboekt .......

Pas in veel recentere tijden is het gemiddelde levenspeil van onze voorouders aanzienlijk gestegen .

Op onze verre verwanten was het begrip 'die goeie oude tijd' dus zeer zeker net van toepassing .........

 

 

 

>>> OVER GOEREE - OVERFLAKKEE

EN DE REST VAN NEDERLAND IN DE

ACHTTIENDE EN NEGENTIENDE EEUW

 

--- enige historische gegevens ---

 

1740 : zeer strenge winter : de winter van 1740 begon gewoon gezellig .....

maar 't werd almaar kouder en kouder .....

'..... tijding komt alle dagen dat er vele menschen dootvroren .....'

'..... en ook opt velt doot geseten .....'

1743 : zondag 8 december : een vreemde staartster verschijnt aan het firmament - in de grote steden breekt rumoer en paniek uit , want zoiets voorspelt toch niet veel goeds ..... maar in Dirksland en op de est van Flakkee bleef alles gewoon bij het oude , zoals het daar eigenlijk altijd ging ..... al eeuwen lang .....en zoals het ook nog eeuwen lang zou blijven voortgaan ......

1745 : veepest brengt de veestapel ernstige schade toe

1746 : Franse troepen bezetten Sluis en Bergen op Zoom

1750 : gedurende bijna 40 jaar , van 1729 tot 1768 , was ene Hendrik Schravelaar schoolmeester te Dirksland , maar dat niet alleen .......want nst schoolmeester was Hendrik ook nog ijk- en waagmeester , broodweger , doodgraver n klokkenluider , en dat allemaal raison van f 72,- per jaar ......

1751 : Goeree - Overflakkee n eiland !

In 1750 kan men voor het eerst over land het gehele eiland gaan verkennen , want nu zijn Westvoorne (=Goeree) en Zuidvoorne (=Flakkee) door een dam met elkaar verbonden

1760 : wolvenplaag in Gelderland en Brabant

1795 : op 27 februari arriveren maar liefst 221 man Franse bezettingstroepen in Dirksland om daar ingekwartierd te worden , maar om de n of andere reden trokken ze - gelukkig maar voor de Dirkslanders - door naar Goedereede .....

1798 : afschaffing van de pijnbank ...... eindelijk !

1799 : grote brand in Sommelsdijk

 

> In de 18e eeuw lagen de daglonen op het platteland in het westen rond n gulden per dag , voor een vakman iets meer , voor een knecht wat minder ....

70% van het inkomen ging op aan eerste levensbehoeften ; het grootste deel werd besteed aan voeding (brood , aardappelen , pap)

De meeste ziekten konden dodelijk aflopen ; regelmatig heersten er epidemien , wat soms het hoge sterftecijfer in een bepaalde periode kan verklaren .

De levensverwachting was niet veel hoger dan een jaar of 40 gemiddeld ......

 

 

1804 : Dirkslandse kerk wordt een nieuw orgel rijk

1804 : invoering van de hondenbelasting

1806 : officiele intocht van Napoleon in Den Haag

1812 : invoering van belasting op deuren en ramen ?!?

1816 : uitvinding van de velocipede (noemen wij thans : fiets ! ) , maar op de slechte wegen van o.a. Dirksland had je daar toen nog niet erg veel aan .....

1823 : tarieven in de gezondheidszorg : een vroedvrouw rekende toen f 2,50 voor verleende verloskundige hulp ; een doktersvisite in het dorp kostte 30 cents , een buitenvisite in de polder kostte een stuk meer :  1 gulden !

1844 : zeer strenge winter

1846 : zeer gevreesde aardapelziekte, waardoor vele inwoners van Flakkee noodgedwongen ertoe over gingen om hun boederij te verkopen en zodoende in armoe vervielen ...

1850 : >>> Algemeen Verslag van de Gemeente Dirksland van het jaar 1850 :

[ uit de Gemeente-Administratie ]

> Welke zijn de voornaamste middelen van bestaan ?

- Landbouw .

> Hebben dezelve over het algemeen gunstige uitkomsten opgeleverd , of zijn daarin tegenspoeden ondervonden ?

- De uitkomsten zijn buitengewoon ongunstig geweest , zoo door misgewas als door het uitwaaijen van te velde staande vruchten .

> Zijn de Ingezetenen rustig en tevreden , zoo niet , welke bijzondere bezwaren zijn er aanwezig en welke middelen bestaan er om daarin te gemoet te komen ?

- Zij zijn steeds rustig en tevreden .

> Bijzonderheid : Steeds veel armoede .

> Hoedanig is de toestand der Wegen en der daarin gelegene Bruggen en Heulen ?

- De wegen zijn over het algemeen van zware klei en daardoor des winters slecht , de Bruggen en Heulen zijn in goede orde .

> Zijn die , welke tot communicatie met naburige Gemeenten dienen , ten allen tijde in eenen bruikbaren staat ?

- Gedurende den Winter bijna onbruikbaar .

[ Aldus opgemaakt te Dirksland den 22 January 1851 ]

 

1861 - 1909 : weeklonen van vaste arbeiders in geheel Nederland :

1861 : f 6,-

1890 : f 4,50 tot f 5,85

1898 : f 5,80

1909 : f 5,65 tot f 7,70

 

1865 : uitbraak typhus-epidemie in de Haarlemmermeer , met tientallen doden tot gevolg

1870 : introductie van de petroleumlamp

1874: kinderwetje-Van Houten : afschaffing van de kinderarbeid , ook al viel veldarbeid hier nog niet onder

1889 : eerste arbeidswet ingevoerd in Nederland , maar ook hier gold weer dat landarbeid er toen nog buiten viel

1895 : invoering van de Veiligheidswet , wederom met uitsluiting van de landbouwsector

1898 : invoering van de persoonlijke dienstplicht , afgeschaft eind 20e eeuw .

 

 

 

**********************

        ************

                 ****

                     *