»

»

»

»

»
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»


50E PENNING DORDRECHT 1580 (DEEL 2)



Laatst bijgewerkt op 6 nov. 2017

f. 36

T Derde Quartyer beginnende aen die Tollebrugge aen die landtzijde aen die haevenzijde gaende nae den Rijedijck toe [Voorstraat-Riedijk havenzijde tussen Tolbrug en Riedijkspoort]

Jan Vorsterman tingieter   4

Marijcken die naeijster huurt van Willem Ram om 12 gl.     3-16-12

Jan Thijssoon boekbinder huurt van [naam niet vermeld] om 12 gl.    3-16-12

Dirck Sweeren    3-4

Henrick Bastiaensz. huurt van Aert Pouwelsz. smid om 30 gl.      9-12

f. 36v

Ariaen Vossch schoemaecker     6 gl.

Joris Claesz. huurt van Jan Barentsz. [kuiper] om 36 gl.       11-10-4

Dirick Woutersz. zeemtouwer     6

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 23v: op 17 febr. 1579 verkoopt Adriaen Henricxsz. aan Dirck Woutersz. zeemtouwer een huis aan de Landzijde, staande tussen de Heer Mathijssteiger en het huis van Jan Barentsz. kuiper. Waarborg: Jacob Willemsz. vleeshouwer. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 250 gl. Borg: Pieter Nan Aertsz. vleeshouwer.]

Cornelis Cornelisz. bosmaker     6

Jacob Alewijnsz. [viskoper]     8

[ORA Dordrecht inv. 734, f.1v: op 3 mei 1578 verkoopt Jan Phillipsz., als gemachtigde van Claes Apersz., als man van Fijchen Jansdr., aan Jacob Alewijnsz. viskoper de helft van een huis omtrent de Hermantijssteiger aan de havenzijde, staande tussen het huis van Cornelis Cornelisz. bosmaker en het huis van Pieter Huijgesz. schiptimmerman. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 350 gl.]

Jacob Smout goudsmid    8

Barent Barentsz. snijder huurt van Tielman Eeuwoutsz. om 36 gl.       11-10-4

f. 37

Balten Claesz. schoenmaker huurt van Thonis Jansz. om 30 gl.      9-10-4

De weduwe van Pieter Ogijersz.     6

Henrick Thijssz. [tingieter] huurt van Ghijssbert Jordensz. [metselaar]om 24 gl.     6-13-8

[ORA Dordrecht inv. 714, f. 269: op 13 jan. 1582 verkoopt Ghijsbert Jordensz. [Wor] metselaar aan Henrick Matijsz. tingieter een huis aan de Landzijde [Voorstraat] tegenover Mijnsherenherberg, staande tussen het huis van Dirck Matijsz. schoenmaker en dat van Lijsken Antonisdr. Waarborgen: Willem Adriaensz. koperslager en Jacob Jordensz. metselaar. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 227 gl. Borgen: Jan Henricxsz. en Jan Jacobsz. tingieters.]

Dirck Mathijsz. schoenmaker        8

[ORA Dordrecht  inv. 712, f. 10 e.v. (akte 32), verklaring dd 23 jan. 1577 op verzoek van Cornelis 't Jong en Dirck Mathijsz., schoenmakers te Dordrecht, door Willem van Beaumont Fransz., deken van het Schoenmakersgilde te Dordrecht, 60 jaar oud, Steven Buijs, 48 jaar, Wouter Adriaensz., 28 jaar, Frans Willemsz., 28 jaar, Hieronimus van de Steen, 30 jaar, Dirck Jordensz., 26 jaar, Thijs Dircxsz., 50 jaar, Cors Fransz., 22 jaar, Cornelis Fransz., 26 jaar, Willem Rijsberch, 30 jaar, Henrick Snouck, 31 jaar, Lambert Baerntsz., 30 jaar, Sijmon Maertensz., 25 jaar, Henrick Cornelisz., 36 jaar, Cornelis Cornelisz., 34 jaar en Evert Cornelisz., 25 jaar. Deposanten verklaren, dat zij op vrijdag 29 dec. 1576 met andere mede-gildebroeders en schoenmakers morgenspraak gehouden hebben in het Augustijnenklooster om een gildebroeder te ontvangen en dat Dirck Mathijsz. schoenmaker toen gezegd heeft "Ghijluijden weet wel dat wij eens te rechte gegaen hebben, dat eenen mennonist inde gilde wilde comen sonder eet te doen". Waarop Cornelis Egbertsz. schoenmaker tegen Dirck gezegd heeft "Ghij bent wel een oersaeck in dien mans doot. Ghij oudt verraeder, ghij schelm, ghij bloetsuijper" en meer van dergelijke scheldwoorden. Cornelis 't Jong heeft toen tegen Cornelis Egbertsz. gezegd: "Schaempt ghij u nijet Cornelis dat ghij sulcke woerden spreeckt. Ghij gheeft nijet meer om een luegen dan die wint die daer henen waijt." Cornelis Egbertsz. is toen opgestaan en heeft 'Cornelis t Jong een stoot op zijn borst gegeven en gezegd: "Liech ick daer aen, coempter uijt" en dreigde hem te slaan. Frans Willemsz., Cornelis Cornelisz.  en Evert Cornelisz. verklaren, dat, toen zij naar buiten gingen en weer op straat gekomen waren Cornelis Egbertsz. naar Cornelis 't Jong heeft uitgehaald. Toen Cornelis 't Jong Cornelis Egbertsz. stootte, trok Cornelis Egbertsz. zijn mes, dreigde hem daarmee te steken, roepende "Hij met zijnen zoon, ghij bloetsuijper" en maakte op straat een groot kabaal. Frans Willemsz., Evert Cornelisz. en Cornelis Cornelisz. wilden hen uit elkaar houden, maar Cornelis Egbertsz. zei tegen Cornelis Cornelisz.: "Wilt ghijt hebben?" en dreigde hem met zijn mes te steken. De volgende zaterdag zijn de gildebroeders weer bijeengekomen om de kwestie bij te leggen op verbeurte van een schelling Vlaams, maar Cornelis Egbertsz. heeft het toen laten afweten. Toen zij de maandag daarop weer morgenspraak hielden, waarbij Cornelis Egbertsz. wel aanwezig was, heeft Dirck Mathijsz. zijn beklag gedaan, zeggende "Goede mannen, ick wordt gescholden voor een verraeder ende bloetsuijper. Ben ick een verraeder ende bloetsuijper, soo ben ick nijet waerdich om onder een eerlijcke compangie te comen ende ben ick 't nijet straft dan een ander als 't behoort". Dirick Mathijsz. en Cornelis zijn beiden daarop naar buiten gegaan en de deken heeft vervolgens de gezellen op hun eed gevraagd, hoe die woorden gevallen waren. Sommigen, die het gezien en gehoord hadden, hebben verklaard, dat het gegaan was als voorschreven staat. Cornelis en Dirck zijn weer binnengeroepen en men heeft tegen Cornelis gezegd, dat hij overstemd was en dat alle schuld bij hem lag. Hij heeft daarop gezegd: "Zoe moet ick de minste wezen. Al waert eenen dootslach, het moet gesoent wezen." Cornelis de Jonge [sic] heeft mede zijn beklag gedaan over hetgeen Cornelis Egbertsz. hem had aangedaan en zei: "Ben ick zulcx als hij mij (denoterende de voorsz. Cornelis Egbertsz.) geschandaliseert heeft soo ben ick niet waerdich 't gilt te dienen. Ben ick 't nijet, straft een ander." Na "vele woerden ende bidden" van de dekens en gezellen hebben Cornelis Egbertsz., Cornelis 't Jong en Dirick Mathijsz. hun geschil onderworpen aan het oordeel van de dekens en gezellen van het gilde, met belofte dat zij de zaak tegen de ander "nijet voirder procederen souden in rechten." Zij zijn met hun drieŽn naar buiten gegaan en de dekens en gezellen hebben toen besloten, dat Cornelis Egbertsz. als "amende" geven zou een bedrag van 3 gl. "int gelach voerde gemeene gesellen" en nog eens 3 gl. voor de wezen van Dordrecht. Cornelis is bovendien afgezet als deken van het gilde en er is met zijn instemming een nieuwe deken gekozen.]

Sijmon Maertensz. schoenmaker      7

Geerit Jansz. glaesmaecker      6

Karstiaen Lenertsz. zeemtouwer huurt van Cors Jansz. kuiper om 42 gl.      13-8-12

f. 37v

Aeltgen Dircx huurt van Ariaentgen Jansdr. om 21 gl.      6-14-6

Coen Jansz. vaetspoelder     4

Tonis Thonisz. apotheker     10

[ORA Dordrecht inv. 719, f. 303v: op 9 mrt. 1591 verkoopt Anthonis Anthonisz. cruijenier aan Anthoni Wiltens Anthonisz. schoenmaker een huis tegenover het Sint Jansgasthuis [Voorstraat bij de Nieuwstraat], staande tussen het huis van Dirck Jacobsz. Clootwijck goudsmid en dat van de weduwe van Cornelis de wijnkuiper. Waarborg: Henrick Sijmonsz. van Slingelandt. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 1775 gl. Borgen: Jacob Frans Wittesz., schepen van Dordrecht, Sijmon Wiltens en Jasper Pietersz.]

Dirick Jacobsz. [Clootwijck] goudsmid     13

[I. Jacob Pietersz. (van den Eijnde), goudsmid te Dordrecht, overleden vůůr 4 okt. 1575, trouwde vůůr 1541, Neeltje Dircksdr. van Clootwijck, overleden tussen 11 mrt. 1579 en 23 jan. 1580, dochter van Dirck Jansz. van Clootwijck, schout/heemraad van 's-Grevelduin-Capelle, en Geertruijt Jan Doedijnsdr. 

(http://www.klootwijk.net/dak.asp?gen=1087)

- 4 okt. 1575: Jan Jacobsz. Doudijn transporteert aan Dirck Jacobsz. [Clootwijck] en Rochus Grijp, als ooms en voogden van Jacob Pietersz. en Marijcken Pietersdr., onmondige weeskinderen van wijlen Pieter Jacobsz., een rentebrief van 9 gl. jaarlijks, verleden door Herman Adriaensz. huistimmerman, welke hem (Doudijn) ten huwelijk is gegeven door zijn moeder Neeltgen van Clootwijck, weduwe van Jacob Pietersz. goudsmid. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 13)

- 11 mrt. 1579: Trijn Blommaerts van Heusden, geassisteerd met Aert Frederix, haar zwager, verklaart, dat zij overeengekomen is met Neeltgen van Clootwijck, weduwe van Jacob Pietersz., dat zij de rente van 6 gl. 5 st. jaarlijks, die Neeltgen en de weeskinderen van Pieter Jacobsz. sprekende hebben op haar, Trijns, huis in Heusden, staande in de Engesteeg, dat nu afgebrand is, zal aflossen met twee termijnen van 50 gl., de eerste met Pasen en de tweede met Kerstmis eerstvolgende. (ORA Dordrecht inv. 1571, f. 32 e.v.)

- 23 jan. 1580: Dirck Jacobsz. goudsmid, Jan Jacobsz. "offslaeger", Damas Aertsz. van de Poel, als man van Marijken Jacobsdr., Geertruijt Jacobsdr., voornoemde Dirck Jacobsz. nog als oom en voogd van de twee kinderen van wijlen Pieter Jacobsz. goudsmid, en Cornelia Queeckels, als moeder van die weeskinderen, allen erfgenamen van wijlen Neeltken van Clootwijck Dircxdr., weduwe van Jacob Pietersz. "van Huesden", resp. hun moeder en grootmoeder, transporteren aan Rochus Grijp, generaal van de Munt te Dordrecht, hun zwager een heemraadsrentebrief van twee ponden Vlaams en een rentebrief van drie Rijnse gl. van 20 stuivers het stuk jaarlijks. Genoemde erfgenamen en Rochus Grijp transporteren aan Geertruijt Jacobsdr., hun zuster, een rentebrief van twee ponden jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 714, f. 11 e.v.)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Anna van den Eijnde, geboren naar schatting ca. 1545, overleden 10 juli 1612, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk), trouwde Rochus Grijp, goudsmid, muntmeester-generaal in Holland 1580, idem in de Verenigde ProvinciŽn (commissie 11 juli 1586), overleden 12 nov. 1592, zoon van Joost Grijp en Grietje Doensdr. van den Berch (Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie, deel X ['s-Gravenhage 1956], p. 99)

Kind:

a-1. Cornelia Grijp (Grijph), geboren naar schatting ca. 1580, trouwde in 1609 Johan Oem, overleden 29 aug. 1630, zoon van Johan Oem Hermansz. en Alienora van Slingeland Jansdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1179)

b. Dirck Jacobsz. Clootwijck, geboren ca. 1549, volgt II

c. Maricken Jacobsdr., trouwde Damas Aertsz. van der Poel, muntenaar te Dordrecht

21 jan. 1579: Damas Aertsz. van de Poel verklaart voldaan en betaalt te zijn door zijn oom, Cornelis Cornelisz. Tjong schoenmaker van al hetgeen hij geŽrfd heeft van Jaepgen Cornelisdr. zijn moeder. (ORA Dordrecht inv. 1571, f. 15)

23 mrt. 1579: Damas Aertsz. van de Poel muntenaar transporteert aan Rochus Grijp, generaal van de Munt van Holland, een rentebrief van 7 gl. jaarlijks, verleden door Cornelis Jansz. bakker. (ORA Dordrecht inv. 1571, f. 37)

d. Pieter Jacobsz. Clootwijck, goudsmid te Dordrecht ca. 1572 (ORA Dordrecht inv. 720, akte 286 dd 15 mrt. 1592), overleden vůůr 4 okt. 1575, trouwde Cornelia (Neeltgen) Quekel (Queeckels), trouwde 2e Hans van Straelen

- 4 okt. 1575: Jan Jacobsz. Doudijn transporteert aan Dirck Jacobsz. [Clootwijck] en Rochus Grijp, als ooms en voogden van Jacob Pietersz. en Marijcken Pietersdr., onmondige weeskinderen van wijlen Pieter Jacobsz., een rentebrief van 9 gl. jaarlijks, verleden door Herman Adriaensz. huistimmerman, welke hem (Doudijn) ten huwelijk is gegeven door zijn moeder Neeltgen van Clootwijck, weduwe van Jacob Pietersz. goudsmid. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 13)

- 1 dec. 1578: Jan Jacobsz. van Oudewater is schuldig aan Hans van Straelen, als man van Neeltgen Queeckels, Vincent Hanneman, als man van Christina Queeckels, en Rochus Grijp en Dirck Jacobsz. [Clootwijck] goudsmid, als ooms en voogden van de kinderen van Neeltgen Queeckels, bij haar verwekt door wijlen Pieter Jacobsz. goudsmid, en het onmondig weeskind van Marija Queeckels, allen erfgenamen van wijlen Jacob Queeckel, in zijn leven baljuw van Zuid-Holland, * wegens de koop van een huis aan de Poortzijde [Wijnstraat] omtrent de Wijnbrug, genaamd "de Wilde Weerelt", een somma van 700 gl. Borgen: Jan Henricxsz. tingieter en Joest Coenensz. tingieter. (ORA Dordrecht inv. 734, f. 156)

*[ I. Jacob Quekel, ambachtsheer van Wieldrecht en Heeroudelandsambacht, trouwde Marie Halling Ockersdr.

Kinderen (o.a.):

a. Marie Quekel, overleden in 1539, trouwde Gijsbert van de Valk

b. Jacob Quekel, volgt II

II. Jacob Quekel Jacobsz., heer van Wieldrecht, Oudelandsambacht enz., baljuw van Zuid-Holland. Hij overleed in 1558 of 1559. (Inscriptiones Van Buchel, p. 211, 265 en 278 [internet]), trouwde Cornelia Mol Jorisdr., weduwe van Hugo, ambachtsheer van Heerjansdam

Kinderen:

a. Marie Quekel, trouwde N. van der Strenit, uit Brielle

b. Neeltgen Quekel, trouwde Pieter Jacobsz. Clootwijck

c. Jacob Quekel, trouwde Marie van Bucchel

d. Christina Quekel, trouwde Vincent Hanneman Nicasiusz.

(Johan van Beverwijck, 't Begin van Hollant in Dordrecht [Dordrecht 1640], p. 100-101)]

e. Cornelia Queckels, trouwde Jan Albertsz. van Stralen

- 14 mei 1587: Vincent Hanneman, als "van zijnen huijsvrouwen Christina Queckels", oom en voogd van de twee weeskinderen van Cornelia Queckels, verwekt door Jan Albertsz. van Stralen, verkoopt aan Dirck van Clootwijck Jacobsz., als oom en voogd van Jacob Pietersz., de zoon van zijn broer, Pieter Jacobsz., verwekt bij Neeltgen Queeckels, de helft van een huis, staande tegenover de Kruiskapel aan de Landzijde [de Kruiskapel stond in de Voorstraat tegenover de Nieuwbrug] tussen het huis van Adriaen Govertsz. Mozienbrouck en dat van de weduwe en erfgenamen van Jan Sijbertsz. kruidenier. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 488 gl. (ORA Dordrecht inv. 717, f. 175 e.v.)

Kinderen (volgorde onzeker):

d-1. Jacob Pietersz. (Queckel), onmondig in 1587, woonde in 1589 te Utrecht, overleden tussen 23 mrt. 1589 en 25 mei 1589

- 23 mrt. 1589: Jacob Pietersz. Queckel, "residerende" te Utrecht, transporteert aan zijn oom Dirck Jacobsz. Clootwijck een rentebrief van 2 ponden groten Vlaams, verleden door Reijer de Jonge Reijersz. op 13 dec. 1557. (ORA Dordrecht inv. 718, f. 218)

- 25 mei 1589: Dirck Jacobsz. Clootwijck, burger van Dordrecht, verklaart, dat van wege Cornelis van Reijnegom, inwoner van Utrecht, door de gezworen kamerbewaarder van Dordrecht arrest is gedaan op een onder hem, comparant, berustende custing- of schepenschuldbrief, sprekende op zeker huis, staande tegenover de Kruiskapel te Dordrecht en toebehorende aan mr. Maximiliaen Bouman chirurgijn, waar nu woont Joachim Jansz. Comparant belooft die custingbrief niet van de hand te doen, voordat Van Reijnegom volledig betaald is van hetgeen hem nog toekomt wegens twee obligaties, die zijn verleden door zijn (Clootwijcks) neef Jacob Pietersz., t.w. een bedrag van 200 gl. (ORA Dordrecht inv. 718, f. 259)

d-2. Marijcken Pietersdr.

e. Jan Jacobsz. Doudijn (Dudain, Dudijn), geboren ca. 1551, weduwnaar van Dordrecht (1598), "offslaeger" [afslager = iemand, die bij een openbare verkoping of verpachting belast is met de afslag], trouwde 1e NG Dordrecht 1 jan. 1573 (ondertrouw) Margrijeta Jansdr., 2e NG Dordrecht 8 mrt. 1598 Trijnken Henricxdr. van "Santen" in het Land van Kleef (1598)

[NB: niet dezelfde als de kunstschilder Jan Doudijn, bekend van o.a. "de Brand van Nieuwkerk te Dordrecht in het jaar 1568", aangezien die reeds in 1560 een stuk vervaardigde, waarop de munters van de Munt van Holland stonden afgebeeld. (Balen, o.c., p. 682)]

- 17 febr. 1579: Jan Jacobsz. Dudijn, burger van Dordrecht, verleent procuratie ad lites aan mr. Adriaen Dircxsz., procureur voor het Hof van Holland. (ORA Dordrecht inv. 1571, f. 25v)

- 23 jan. 1580: Dirck Jacobsz. goudsmid, Jan Jacobsz. "offslaeger", Damas Aertsz. van de Poel, als man van Marijken Jacobsdr., Geertruijt Jacobsdr., voornoemde Dirck Jacobsz. nog als oom en voogd van de twee kinderen van wijlen Pieter Jacobsz. goudsmid, en Cornelia Queeckels, als moeder van die weeskinderen, allen erfgenamen van wijlen Neeltken van Clootwijck Dircxdr., weduwe van Jacob Pietersz. "van Huesden", resp. hun moeder en grootmoeder, transporteren aan Rochus Grijp, generaal van de Munt te Dordrecht, hun zwager een heemraadsrentebrief van twee ponden Vlaams en een rentebrief van drie Rijnse gl. van 20 stuivers het stuk jaarlijks. Genoemde erfgenamen en Rochus Grijp transporteren aan Geertruijt Jacobsdr., hun zuster, een rentebrief van twee ponden jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 714, f. 11 e.v.)

- ORA Dordrecht inv. 714, f. 313: op 7 mei 1582 stelt Jan Jacobsz. Doudin zich borg voor Pieter Jacobsz. Stercke wegens "alzulcke actie ende recht", waarvoor Caerl Jansz. wijnkuiper hem, Stercke, heeft doen arresteren te Dordrecht.

- 9 juli 1585: Jan Jacobsz. Doudijn transporteert aan zijn broer Dirck Jacobsz. van Clootwijck drie schepenenschuldbrieven. Hij verkoopt tevens aan zijn broer 1/6 part van "anderhalve gaerde lants gelegen tot Cappel", hem comparant aangekomen bij overlijden van zijn moeder Neeltgen van Clootwijck. (ORA Dordrecht inv. 738, f. 200v en 201)

- 7 sept. 1586: verklaring op verzoek van Thomas Jansz. koperslager en Jan Jansz. lijndraaier door o.a. Jan Jacobsz. Doudijn, 35 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 30)

- 7 aug. 1593: Damas Aertsz. van der Poel muntenaar verkoopt aan Roelant Joosten, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Henrick de Briever en dat van Henrick Conincx goudsmid, niet meer belast dan met een rente van 6 gl. jaarlijks, die Lijsken Cors daar op heeft, een rente van 6 gl. jaarlijks, die Jacob van Diemen daar op heeft, een rente van 12 gl. jaarlijks, die Floris Eeuwoutsz. daar op heeft en een rente van 8 gl. jaarlijks, die Dirck Jacobsz. Clootwijck daar op heeft. Waarborg: Jan Jacobsz. Doudijn. koper kent schuldig aan verkoper een somma van 500 gl., te betalen met 100 gl. alle jaren op meidag. Borg: Henrick de Briever. (ORA Dordrecht inv. 743, f. 80v)

Kinderen van Jan Jacobsz. Doudijn (allen NG gedoopt te Dordrecht):

ex 1:

e-1. Geertruijt, 18 nov. 1579

e-2. Jacob, 11 aug. 1581

e-3. Peter, 23 dec. 1584

e-4. Isaac, 1 juni 1589

ex 2:

e-5. Henric, 1 juli 1599

II. Dirck Jacobsz. Clootwijck, geboren ca. 1549, goudsmid te Dordrecht

- 23 mrt. 1589: Jacob Pietersz. Queckel, "residerende" te Utrecht, transporteert aan zijn oom Dirck Jacobsz. Clootwijck een rentebrief van 2 ponden groten Vlaams, verleden door Reijer de Jonge Reijersz. op 13 dec. 1557. (ORA Dordrecht inv. 718, f. 218)

- 15 mrt. 1592: op verzoek van de schutmeesters en dekens van de drie schutterijen van Dordrecht verklaren Cornelis Cornelis 't Jong, ongeveer 66 jaar oud, Henrick Barentsz., essayeur van de Munt, 57 jaar oud en Dirck Jacobsz. Clootwijck goudsmid, ongeveer 43 jaar oud, bij de eed door hen als schutters gedaan (en Henrick Barentsz. bij zijn ambtseed), dat in het jaar 1572 "het silverwerck vande drie schutteriŽn deser stede, als silvere coppen, beeckers, ende croesen, geŽmployeert is geweest ten dijenste van Zijne Excellentie hooger memoriŽn tot betalinge van de ruijteren ende knechten doen ter tijdt in Gelderlandt leggende ende dat tzelve silverwerck opte Munte gelevert is in handen van Blasius Boucquet, doen ter tijdt wisselaer ende Rochus Grijp midtsgaders Pieter Jacobsz. Clootwijck, goutsmeden, sonder dat sij deposanten door de lanckheijt van de tijdt onthouden hebben de speciŽn ende 't gewicht vandijen. Verclaerende voorts dat van tselve silverwerck geslaghen ofte gemunt zijn geweest penningen van zeven stuvers, nu ter tijt doende thijen stuvers ende dat zoo veele alsser gemunt waren getelt sijn geweest in handen vande thesaurier Mannemaker. Seggende sij deposanten voor redenen van haerlieder wetenschap, dat zij tvoorsz. silverwerck hebben helpen handelen als weesende de voorsz. Cornelis 't Jong inden jare [1572] deecken bij de schutterie van de geheele haecx binnen deser stede en de voorsz. Dirck Jacobsz. verclaerde, dat hij alle andere tgelt aende voorsz. thesaurier Mannemaker overgetelt heeft." (ORA Dordrecht inv. 720, akte 286)]

Cornelis van Diemen tresorier     15

[Cornelis van Diemen, o.a. burgemeester van 's Heeren Wegen en thesaurier van Dordrecht (1576-1580), munter op de 6e plaats bij het Serment van de Munt van Holland, hoogheemraad van de polders Oud- en Nieuw Reijerwaard, overleden tussen 1581 en 1589, zoon van Jacob Gijsbertsz. van Diemen en Clara van de Pol, trouwde Liduwina (Liedewij) Gijsbertsdr. Besemer, overleden na 24 juli 1590, dochter van Gijsbert Besemer Heijndriksz., heemraad van Sandelingenambacht en NN. (Ons Voorgeslacht 2010, p. 301-302)]

Claes Jansz. de Heer      10

Dingna 't brandewijnwijff     9

f. 38

Jan van Hoessden schoenmaker huurt van Cornelis Jansz. glaesmaecker om 48 gl.      15-8-12

[ORA Dordrecht inv. 1570, f. 48v e.v.: op 17 juni 1578 verkoopt Adriaen Schoor Geeritsz. bakker, als oom en voogd van Jaepgen Cornelisdr. en Geerit Cornelisz., onmondige kinderen van Cornelis Geeritsz. Schoor, aan Cornelis Jansz. glasmaker de helft van een huis aan de Landzijde, staande tussen de Wijnbrug en Geerit Fransz. schoenmaker. De koper is schuldig aan de verkopers 282 gl.]

Geerit Fransz. schoenmaker     7

Pieter Sijmonsz. korenkoper    11

Adriaen van Hoochstraten     13

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 44 e.v.: verklaring dd 26 mrt. 1579 op verzoek van Hans Bulteel, koopman van Antwerpen door Claertgen Woutersdr., de vrouw van Adriaen van Hoochstraten, poorteres van Dordrecht, ongeveer 37 jaar. Zij verklaart, dat Maximiliaen de Hene haar verteld heeft, dat er buiten de Vuilpoort in een herberg te koop waren twee pakken ""souffraen" en een zekere hoeveelheid trijp, fluwelen trijp, zijden koorden en andere waren, die aangeboden werden door "volck [soldaten]... die tgoet op haere viant hadde gecregen". Claertgen was echter beducht geweest, dat het gestolen goed was, en heeft daarom er niets van willen kopen. Later heeft ze gehoord, dat het gekocht was door Anthoni Lamberts.]

Frans Staesz. inde Lelije    15

[Genealogie:

I. Jan NN

Kinderen:

a. Vranck Jansz. Noij, volgt IIa

b. Adriaen Jansz. Noij, volgt IIb

IIa. Vranck Jansz. Noij

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jan Vranckesz., volgt IIIa

b. Lijsbeth Vrancken, trouwde Willem van der Linde

- 15 mrt. 1571: verklaring op verzoek van Frans Staesz. [in de Lelie] door Damas van der Linde Willemsz., 70 jaar oud, en Engelken van der Linde Willemsdr., 68 jaar. De deposanten verklaren lange tijd kennis gehad te hebben aan Jan Vranckesz., in zijn leven burgemeester van Dordrecht, en dat hun wel bekend is, dat Jan Vranckesz. een zuster had, genaamd Lijsbeth Vrancken, die de eerste vrouw was van hun vader, Willem van der Linde. Damas heeft enige tijd bij Jan Vranckesz. ingewoond, maar hij weet niet meer hoe lang. De getuigen hebben nooit gehoord, dat Jan en Lijsbeth Vrancken een tante gehad hebben, die Aef heette. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 605)

IIb. Adriaen Jansz. Noij

Kinderen:

a. Vranck Adriaensz.

b. Cornelis Adriaensz. Veer, volgt IIIb

c. Lijsken Adriaensdr.

d. Aeriaentgen Adriaensdr.

IIIa. Jan Vranckesz., burgemeester van Dordrecht, beleend op 14 mei 1529 met een schroodambacht en zoutmaat te Dordrecht (Ons Voorgeslacht 1996, p. 223), trouwde IJchgen Jan Roelofsdr.

- 21 mei 1570: op verzoek van Frans Staesz., waard in "de Lelie", verklaart Adriaen Aelbrechtsz., poorter van Dordrecht, 82 jaar oud, dat hij goed gekend heeft wijlen Aef, keukenmoeder in het Sacramentsgasthuis te Dordrecht, die een tante was van Jan Vranckesz., in zijn leven burgemeester van Dordrecht, zoals hij Jan Vranckesz. zelf diverse malen heeft horen zeggen, maar dat hij niet weet of zij een tante was van vaders- of moederszijde, van hele of van halve bedde, en van "bastaerdijen wegen" of niet. Hij weet ook niet wie de ouders van die Aef waren. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 267)

- 13 mrt. 1571: op verzoek van Frans Staesz. verklaart Pieterken Woutersdr., 81 jaar oud, vrouw van Adriaen Dircxsz. Droechgen, bij ede, dat zij ongeveer 70 jaar lang kennis gehad heeft aan Jan Vranckesz., in zijn leven burgemeester van Dordrecht, tot aan zijn overlijden toe. Zij weet, dat een zekere Cornelis de Veer, de grootvader van Frans Staesz. en Jan Vranckesz. "oudtoems kinderen" waren, "alsoe zij getuijge woende naest de huijse van de voersz. Cornelis de Veer". Zij heeft vaak tegen de kinderen van Cornelis de Veer gezegd, jullie zullen nog erven van Jan Vranckesz. en dan zeiden zij, dat is waar, want hij heeft geen kinderen. Getuige verklaart voorts, dat Jan Vranckesz. "tot zijnen huijse nam Frans Cornelisz. (de zoon van voersz. Cornelis de Veer) dewelcke hij onderhielde ende den cost gaf ende schole liet gaen sulcx dat dvoersz. Jan Vranckesz. hem naer de hant priester maecte ende dat oeck de zelven Frans Cornelisz. binnen Jan Vranckesz. huijs priester gestorven is" en dat zij nooit gehoord heeft, dat Jan Vranckesz. tantes heeft gehad, zodat hij geen andere verwanten had dan Cornelis de Veer en diens kinderen. (ORA Dordrecht inv. 709, f. 179)

- 17 nov. 1571: op verzoek van Cornelis Pietersz. tingieter c.s. verklaart Jan van Oirle Gijsbertsz., 77 jaar oud, dat wijlen heer Frans Cornelisz. priester gewoond heeft ten huize van Jan Vranckesz., in zijn leven burgemeester van Dordrecht, dat de vader van heer Frans Cornelisz. Cornelis Veerman heette, dat heer Frans een broer had genaamd Staes, de vader van Frans Staesz. in de Lelie, dat hij niet weet "hoe nae van mae[g]sschap ofte van bloede dvoersz. heer Frans was aen voersz. Jan Vranckesz.", maar dat Jan Vranckesz. hem als een verwant van vaderszijde beschouwde. Voorts verklaart hij, dat hij zijn moeder heeft horen zeggen, dat Jan Vranckesz. getrouwd is geweest met IJchgen Jan Roelofsdr., maar dat hij bij haar geen kinderen had. Na haar overlijden zou Jan een concubine gehad hebben, genaamd Digna, die een dochter was van Roel de bakker. Bij haar zou Jan een dochter verwekt hebben, genaamd Jannechen, die naderhand gewettigd is en getrouwd is met Bastiaan van der Nat, die bij een haar een dochter heeft verwekt, wier naam deposant niet kent. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 266v e.v.)

Kind (uit een buitenechtelijke relatie met Digna NN, dochter van Roel de bakker):

a. Janneken Jan Vranckesdr., bij overdracht door haar vader beleend op 29 okt. 1535, overleden vůůr 18 dec. 1566, trouwde vermoedelijk 1e Bastiaan van der Nat, 2e vůůr 29 okt. 1535 Heineman Vincentsz. van de Ketel (Ons Voorgeslacht 1996, p. 223)

- 12 juni 1578: op verzoek van Jan Woutersz., burger van Dordrecht, verklaart IJeffken Adriaensdr., weduwe Thonis Cornelisz. slootmaecker, ongeveer 57 jaar oud, poorteres van Dordrecht, dat zij ongeveer 30 jaar tevoren gewoond heeft ten huize van Ghijsbrecht Jansz., lakenbereider te Dordrecht, en dat haar derhalve wel bekend is, dat Ghijsbrecht en zijn vrouw Lijsken Adriaensdr. mede geweest zijn in Den Haag op het bruiloftsfeest van de dochter van Janneke Jan Vranckesdr., genaamd Lijsken van de Nat, bij haar verwekt door Bastiaen van de Nat, "dwelcke in echten state vergaderde met mijn heer van Opini" en dat Ghijsbrecht Jansz. en zijn vrouw op dat feest waren als "nae vrienden van Jan Vranckesz. borgemeesters wegen". Zij verklaart voorts, dat Janneke Jan Vranckesz. "overmits zekeren twist die zij hadde met haeren man vande selven shaeren man is gegaen geweest ende binnen den selve tijde haer was onthoudende ten huijse vande voorsz. Ghijsbrecht Jansz.", dat wijlen Jan Vranckesz., burgemeester van Dordrecht, het huwelijk van Ghijsbrecht en Lijsken heeft "gemaect"en dat Ghijsbrecht Jansz., Cornelis Jansz., Wouter Jansz. en Huijbrecht Jansz. "geheele" broers waren "van eenen bedde te samen". (ORA Dordrecht inv. 734, f. 44)

Kinderen:

ex 1:

a-1. Lijsken van der Nat, trouwde ca. 1548 NN van Opini (ORA Dordrecht inv. 734, f. 44)

ex 2:

a-2. Sebastiaen van de Ketel Heinemansz., overleden tussen 18 dec. 1566 en 15 juli 1567 (Ons Voorgeslacht 1996, p. 223)

a-3. Jan van de Ketel Heinemansz., ambachtsheer van Gravenambacht, beleend 15 juli 1567 (Ons Voorgeslacht 1996, p. 223), overleden vůůr 30 juni 1578

- 30 juni 1578: mr. Cornelis van Mirop, als procuratie hebbende van de erfgenamen van Jan Heijmansz. van de Ketel, verkoopt aan Adriaentgen Thonisdr., weduwe van Adriaen Jansz. Schot, een huis staande tussen de Pelserbrug en het huis van Floris Geeritsz. stoeldraaier. Waarborg: Cornelis van Mirop als gemachtigde van Jacob van Mirop heer van Cabauw. Koopster is schuldig aan verkopers 550 gl. (ORA Dordrecht inv. 1570, f. 56)

- 26 mei 1580: compareren voor het Gerecht van Dordrecht Pieter Willemsz., voor zichzelf en namens zijn kinderen, Volcxken Pietersdr. en Willem Pietersz, en tevens namens het weeskind van Margaretha [sic], zijn zuster, genaamd Jan Claesz., en Rochus Cornelisz. Praem, als procuratie hebbende van Cornelis Willemsz. muntenaar, voor zichzelf en namens Pauwels Cornelis Willemsz. en Lijntken Cornelis Willemsdr., zijn kinderen, Anna Willemsdr., voor zichzelf en Rochus Cornelis Willemsz. nog als procuratie hebbende van Margrieta Willemsdr. en ťťn van haar kinderen, genaamd Willem Claesz., en procuratie hebbende van Bastiaen Willemsz., Cornelis Jansz., als man van Jaepken Ariensdr. en tevens voor Pieter Willemsz., Cornelis Willemsz., Anna Willemsdr. en Aeltken Pietersdr., weduwe van Adriaen Willemsz., voor zichzelf en tevens vervangende hun zuster Margaretha Willemsdr., allen als erfgenamen van Appolonia Willemsdr., hun zuster, en haar vier kinderen, t.w. Marijken. Lijntken, Pieter en Aert Willemsz., alias Wat Haest Heb Ick, Aeltken Pietersdr., weduwe van Arien Willemsz. muntenaar, voor zichzelf en voor Evertken, haar dochter, Willem en Pieter Ariensz., voor zichzelf, Cornelis Thoenisz., voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer Aert Thoenisz., Dirck Cornelisz. Praem, voor zichzelf en namens zijn drie kinderen, Cornelis, Dirck, en Gerrit Dircxsz., Rochus Cornelisz. Praem, als procuratie hebbende van zijn broer Willem Cornelisz., Lenert Herbertsz., als man van Aeltken Willemsdr., voor zichzelf en namens Marijken Willemsdr, haar dochter, als erfgenamen van Wouter Pietersz., resp. hun vader en grootvader, Ariaentken Ariensdr., voor zichzelf en als erfgename van Lijsken Pietersdr., en Sebastiaen [sic] haar broer, alsmede Lijsken, het kind van voornoemde Bastiaen, Neeltken Roecken, als procuratie hebbende van Anna Pietersdr., en Neeltken en Trijntken Heijmensdr., voor zichzelf en tevens vervangende hun broer Gerrit Heijmensz., als erfgenamen van Geertken en Stijntken Heijmensdr,, hun zusters. De comparanten verklaren door Pieter Cornelisz. Praem en Rochus Cornelisz. Praem volledig betaald en voldaan te zijn van alzulke legaten als hun gemaakt zijn in het testament van wijlen Jan Heijmensz., heer van de Kethel. (ORA Dordrecht inv. 714, f. 63v e.v.)

IIIb. Cornelis Adriaensz. (de) Veer (Veerman), geboren naar schatting ca. 1460

- 6 april 1571: op verzoek van Dirck Jansz. van der Borch, als man van Marijken Cornelisdr. Borstrock, en zijn consorten, verklaren Damas van der Linde Willemsz., 70 jaar oud, en Engelken van der Linde Willemsdr., 68 jaar oud, inwonende poorters van Dordrecht, dat zij zeer goed gekend hebben Jan Vranckesz., in zijn leven burgemeester van Dordrecht, maar dat zijn niet gekend hebben Cornelis de Veer, de grootvader van Frans Staesz. [in de Lelie], en dat zij derhalve niet weten hoe na verwant hij was aan Jan Vranckesz. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 650)

Kinderen:

a. Frans Cornelisz. priester

- 8 mrt. 1544: Aechtgen, dochter van mr. Frans Cornelisz. de Veer, transporteert aan Frans Jan Florisz. timmerman een rentebrief van 4 gl. jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 693, f. 99v)

b. Staes Cornelisz., volgt IV.

c. mogelijk: Jacob Cornelisz. (de Veer), geboren ca. 1507, schipper te Dordrecht, overleden ca. 1577 [zie Stamreeks De Veer op deze website]

IV. Staes Cornelisz., geboren naar schatting ca. 1490

Kind:

a. Frans Staesz., geboren ca. 1520, volgt V

V. Frans Staesz. in de Lelie, geboren ca. 1520, waard in "de Lelie" te Dordrecht (vermeld 1584), overleden ca. 1585, trouwde Anneke Cornelisdr.

- 22 sept. 1543: Frans Staesz., als man van Anna Cornelisdr., verklaart, dat zijn schoonvader Cornelis den Deen Adriaensz., hem volledig voldaan en betaald heeft van de goederen, die Anna aanbestorven zijn bij overlijden van haar moeder Grietge Moermans. (ORA Dordrecht inv. 693, akte 157)

- 24 sept. 1558: verklaring op verzoek van Cors Jansz., als echtgenoot van Neeltgen Cornelisdr., door Frans Staesz. in de Lelie, ongeveer 38 jaar oud, Jan Jansz. "maeldier", ongeveer 40 jaar oud en Staes Aertsz., ongeveer 17 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 701, f. 6)

- 30 juni 1571: op verzoek van Frans Staesz. verklaren Commerken Hermansdr., 85 jaar oud, vrouw van Henrick Euwoutsz. tromslager, en Neeltgen Lauwen, 60 jaar oud, weduwe van Jacob Jacobsz. schoenlapper, dat zij "van jonck kints op gekent hebben en noch wel kennen" Jan Woutersz. koolmeter, "wesende een droechscherier van zijn ambacht", wiens moeder was een zekere Neeltgen Lauwen, dochter van Janneken Schots, die op haar beurt weer een dochter was van Jaepken Coppens, maar dat zij, getuigen, nooit gehoord hebben, dat Jan Woutersz. een grootmoeder of overgrootmoeder heeft gehad, die Aef Jan Vrancken heette, "nochte oeck en weten dat den selve Jan Woutersz. gesproten is van enige Aef". (ORA Dordrecht inv. 709, f. 228) 

- 10 sept. 1571 : op verzoek van Frans Staesz. verklaart Jan van Oirle Gijsbertsz., 77 jaar oud, dat hij vele jaren geleden "groete conversatie" heeft gehad met Jan Vranckesz., in zijn leven burgemeester van Dordrecht, aangezien Jan Vranckesz. getrouwd was met de tante van zijn moeder en dat hij Jan Vranckesz. verscheidene keren heeft horen zeggen, dat heer Frans Cornelisz. priester, die bij hem in huis woonde "hem zeer nae was van maechscap ende van zijnen naeste bloede". Frans Corneliszoons vader was Cornelis Adriaensz. de Veer, die getuige eveneens zeer goed gekend heeft. Deze Cornelis had vele kinderen, onder wie een zekere Staes Cornelisz., de vader van de rekwirant. Tenslotte verklaart de getuige, dat hij nog nooit gehoord heeft, dat Jan Vranckesz. een tante gehad heeft, die Aef Jan Vranckesz. heette. (ORA Dordrecht inv. 709, f. 258)

- 16 nov. 1576: Frans Staesz., waard in "de Lelie", verkoopt aan Geerit van de Brouck en Aert Jansz. van de Grave huistimmerman de helft van een huis in het Steegoversloot, "t welck plach te wesen het brouhuijs van de Augustijnen" met het erf daarnaast en de loods die daarop staat. Kopers zijn schuldig aan verkopers een somma van 54 ponden. Borg: Pieter Pietersz., waard in "het Vlies". (ORA Dordrecht inv. 732, f. 216)

-11 mei 1584: Nikolaas van der Burch Woutersz. beleend bij overdracht door Frans Staesz., waard in "de Lelie" te Dordrecht (Ons Voorgeslacht 1996, p. 224)

- 10 nov. 1586: comp. Lijnke Jansdr., weduwe van Sijmon Cornelisz. den Deen, voor zichzelf en tevens vervangende haar kinderen, Cornelis Sijmonsz. en Grietgen Sijmonsdr., mede als procuratie hebbende van Adriaen Joachimsz. te Rotterdam, als erfgenamen van Anneke Cornelisdr., getrouwd geweest met Frans Staesz., die gewoond heeft in "de Lelije" te Dordrecht. Comparanten [sic] verklaren volledig voldaan en betaald te zijn door Antonis Jan Mathijsz., als man en voogd van Lijsge Pieter Willemsdr., van hun aandeel in een somma van alzulke 375 gl. "als bij vvtspraecke van seeckere arbiters hen comparanten inde voorsz. qualite toe geleijt sijn geweest vvt saecke vanden gescille dat geresen was tusschen den voorsz. Antonis inden voorsz. qualite ter eenre ende hen comparanten als erffgenamen vanden voorsz. Anneke Cornelisdr. ter andere sijde, wesende dselve vvtspraecke van date den VIII septembris [1584]". (ORA Dordrecht inv. 739, f. 60)]

Ariaen Ariaensz. harnasveger    10

Wouter Ariaensz. schoenmaker    6

[ORA Dordrecht inv. 728, f. 167v e.v., akten dd 15 en 16 mei 1571: Frans Staesz., waard in "de Lelie", verkoopt aan Wouter Adriaensz. schoenlapper een huis aan de Landzijde, staande tegenover de Augustijnen tussen het huis van Willem Pouwelsz. schrijnwerker en dat van Cornelis Egbertsz. schoenmaker. Waarborg voor verkoper: Cornelis Jacobsz. "boechmaecker". Koper is schuldig aan verkoper een somma van 31 ponden en 10 schellingen groten Vlaams. Borg: Henrick Jacobsz. korenmeter.]

Cornelis Egbertsz. schoenmaker   10

[Cornelis Egbertsz. geboren ca. 1530, schoenmaker te Dordrecht, trouwde naar schatting ca. 1560 Dirckgen (Theodora) Cornelisdr. van Beaumont, overleden tussen okt. 1562 en 13 nov. 1573, weduwe van Maerten Rochusz. en eerder van Frans Fransz. pasteibakker. (Ons Voorgeslacht 2006, p. 100)

ORA Dordrecht inv. 1571 (nieuw), f. 14v: op 21 jan. 1579 verklaring op verzoek van Henricxken Laurensdr., weduwe van Jan Huijmansz, door Cornelis Egbertsz., schoenmaker en burger van Dordrecht, 41 jaar oud. Cornelis getuigt, dat de kwestie tussen de rekwirante en Pieterken Ariensz. betreffende zekere 73 gl. middels een overeenkomst, gesloten ten huize van mr. Anthonis van Dijck, advocaat te Delft, afgedaan is op voorwaarde, dat Pieterken Ariensdr. aan Henricxken Laurensdr. zal overdragen van 53 gl. een obligatie ten laste van Thoontgen Damasdr., pottenbakster te Gorinchem, maar dat de kwestie tussen de rekwirante en Cornelis Jacobsz. Block, Pieterkens man, nog hangende is voor het Hof van Holland.

ORA Dordrecht inv. 714, f. 268v: op 13 jan. 1582 verklaart Egbert Cornelisz. schoenmaker, ongeveer 21 jaar oud, dat zijn vader, Cornelis Egbertsz., hem volledig betaald en voldaan heeft van hetgeen hem toekwam wegens de goederen, die hem zijn aangekomen bij overlijden van zijn moeder, Dircxken Cornelisdr. van Beaumondt.]

f. 38v

Ariaentgen Pieters bacxster     14

Hans Bartholomeeus [Tielman Henricxsz.] huurt van voornoemde Ariaentgen om 18 gl.     5-15-4

Die meijssens van Vuijtrecht huren van Frans van Altena om 48 gl.     15-8-12

Frans in Altena     12

[ORA Dordrecht inv. 738, f. 286: verklaring dd 29 nov. 1585 op verzoek van Michiel Rijsack van "Weset" in het Land van Luik door Franck Ghijsbrechtsz. in Altena, gezworen appelmeter en burger van Dordrecht, ongeveer 53 jaar oud.]

Aelbert Pietersz. schipper     12

[ORA Dordrecht inv. 718, f. 199: op 1 febr. 1589 verkoopt Albert Pietersz. schipper aan Gijsbert Francken een huis aan de Landzijde, staande tussen het huis van Vranck Gijsbertsz., genaamd "Altena" en het huis van de weduwe en erfgenamen van Jan Wijelandt.

ORA Dordrecht inv. 719, f. 337: op 15 mei 1591 verkoopt Gijsbert Francken aan Rochus Jansz. kleermaker een huis in de buurt van de Munt, staande tussen het huis van Josina, de weduwe van Jan Wijelandt en het huis "Althena". Waarborg: Vranck Gijsbertsz. in Althena. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 2206 gl. Borgen: Huijch Jacobsz. bakker en Aert Aertsz., waard in de Leijhamer.]

Josijna Wijlants      12

Jan van Asperen     15

[ORA Dordrecht inv. 717, f. 269: op 6 nov. 1587 verkoopt Jan van Asperen Jansz. aan Niclaes Jansz. Kruidenier, oudraad van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 3 ponden groten Vlaams, verzekerd op een huis genaamd "den Wolf" [?], staande aan de Landzijde tegenover de Munt tussen het huis van Jan Aertsz. korendrager en dat van de weduwe van Jan Wielandtsz.]

f. 39

Willem Wolffraet     12

Marijken Aelberts     12

Anthonij Cora     18

Jaecques Despontijn met de kelder     18

Pieter Struijs huurt van Blasius Boucquet om 72 gl.       23 gl. 12 penn.

Tijs Geeritsz. snijder huurt van voornoemde Boucquet om 18 gl.     5-15-4

{ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 180 e.v.: op 29 aug. 1606 verkopen Wouter Nachtegael, wonende te Arnemuiden, en Blasius Nachtegael, wonende te Middelburg, voor zichzelf en tevens vervangende Elisabeth Nachtegael en de kinderen van Jan en Maria Nachtegael, hun broer en zuster, allen kinderen en kindskinderen en erfgenamen van wijlen Willem Nachtegael en Catharina Boucquet, verkopen aan Gerrit Engbrechtsz., koopman en burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] tegenover de Munt, staande tussen het huis "den Kelck" en het huis van Cornelis Dircxsz. Praem. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2240 gl. Borg: Pieter Struijs kannenverkoper.}

Berber Dionijsdr.     4

[Het huis "de Kelck".

I. Dionijs (Nijs) Michielsz., geboren ca. 1524, mandenmaker te Dordrecht, appelkoper ald., overleden in 1567 of 1568, trouwde ca. 1543 Marijken Cornelisdr., overleden vůůr 29 okt. 1568

- 26 okt. 1543: Nijs Michielsz., als man en voogd van Maricken Cornelisdr. verklaart, dat Pieter Jansz., de oom van zijn vrouw, die houder is van deze brief, hem voldaan heeft van 7 gl. en 3 st. jaarlijkse losrente en 2 gl. jaarlijkse losrente, "ende dat in volder betaelinge van haer porcie angecomen ende bestorven bij dode van Evertgen Zebendochter", haar grootmoeder. (ORA Dordrecht inv. 693, f. 64v e.v.)

- 24 dec. 1566: Cornelis Willemsz. schiptimmerman verklaart volledig voldaan te zijn door zijn zwager Dionijs Machielsz. "van de administratie ... die voorsz. Dionijs Michielsz. als voecht geweest hebbende van hem comparant gehadt heeft van de ... erffenisse ende besterffenisse hem comparant aengecomen ende aenbestorven bij doede ... van wijlen Meijnsken Thoenisdr.". (ORA Dordrecht inv. 706, f. 92)

- 6 mrt. 1567: Pieter Matheusz., schipper te Dordrecht, verkoopt aan Dionijs Michielsz. mandenmaker een huis bij de Vuilpoort, staande tussen het huis van Lambert de wagenmaker en dat van Balten Fransz. schipper. Koper is schuldig aan verkoper 28 ponden groten Vlaams. Borg: Gillis Henrijcxsz. schoenmaker. (ORA Dordrecht inv. 706, f. 155v)

- 8 mei 1568: Lambrecht Willemsz., als oom en voogd van de kinderen van wijlen Dirck Willemsz., verkoopt aan Pieter Cornelisz., als oom en bestorven voogd van Michiel Dionijsz. en Barbara Dionijsdr., voor henzelf en voor hun broer en zusters, allen erfgenamen van wijlen Dionijs Michielsz., een huis aan de Landzijde (Voorstraat) tegenover de Munt, staande tussen het huis van Blasius Boucquet en het huis van voornoemde erfgenamen. Koper is schuldig aan verkoper 10 ponden groten Vlaams. (ORA Dordrecht inv. 726, f. 12)

- 29 okt. 1568: Annichgen Willemsdr. verklaart "voldaan" te zijn door de erfgenamen van wijlen  Dionijs Michielsz. appelkoper van het beheer, dat hij als haar voogd heeft gehad over de goederen, die haar zijn aanbestorven door overlijden van haar moeder, Meijns Thonisdr. (ORA Dordrecht inv. 726, akte 545)

- 8 nov. 1568: Joris Michielsz., wonende te "Loeven", als oom en voogd van vaderszijde van de weeskinderen van zijn broer, wijlen Dionijs Michielsz., verleent procuratie aan Jan Foppesz. om over te gaan tot scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Dionijs Michielsz. en Marijken Cornelisdr., de ouders van genoemde kinderen en "dat bij goetduncken van Pieter Cornelisz.", hun oom van moederszijde. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 95)

- 23 mei 1571: compareren voor schepenen van Dordrecht Pieter Cornelisz. schipper, voor zichzelf en als oom en voogd over de kinderen van wijlen Aeriaentgen Cornelisdr., en als voogd over de kinderen van wijlen Thonis Danckertsz. mandenmaker, en tevens vervangende Jan Danckertsz., zijn broer, alsmede Dirck Jansz. schiptimmerman, als man en voogd van Toenken Cornelisdr., Michiel Dionijsz., Jan Jansz., als man van Barbara Dionijsdr., voor zichzelf, en voornoemde Pieter Cornelisz., Michiel Dionijsz. en Jan Jansz. tevens vervangende Cornelis Willemsz. schiptimmerman, en Huijch Geleijne schipper, als man van Anneken Willemsdr., en Jan Thonisz. schuitenaar, voor zichzelf en tevens vervangende Thonis Thonisz., zijn broer, die in het buitenland verblijft, allen erfgenamen van vaderzijde van wijlen Frans Thonisz., in zijn leven schepen in wette van Dordrecht, en van diens zoon, wijlen Willem Fransz., in zijn leven wonende te Schiedam. De comparanten verlenen procuratie aan Franchoijs de Buijlere, procureur voor het Gerecht van Dordrecht, of degene, die hij als zijn vervanger zal aanwijzen, om te vorderen en in ontvangst te nemen de goederen, die hun zijn aanbestorven bij overlijden van Frans Thonisz. en Willem Fransz., en voorts om met Aechtgen Jacobsdr., de weduwe van Willem Fransz., "te moegen accorderen ... zoe henluijden dat best goetduncken ... zal". (ORA Dordrecht inv. 709, akte 710)

Kinderen:

a. Michiel Nijssen, geboren ca. 1544, schipper, trouwde NG Dordrecht 8 sept. 1576 (beiden van Dordrecht) Toentge Sijmons, trouwde 2e vůůr 1581 Hendrick de Briever

- 11 juli 1575: Michiel Dionijsz. verkoopt aan Pieter Cornelisz. schipper een twaalfde part in een huis omtrent de Vuilpoort aan de havenzijde, staande tussen het huis van Balthasar Fransz. en het huis van Lambert de wagenmaker, hem aangekomen door overlijden van zijn zuster Meijnsgen Nijssen. (ORA Dordrecht inv. 731, f. 234v)

- 18 juli 1580: verklaring door Michijel Dionijsz, schipper en burger van Dordrecht, ongeveer 36 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 5)

b. Barbara Nijssen, volgt II

c. Cornelis Nijssen, geboren ca. 1555

- 15 juni 1575: Cornelis Nijssen verklaart door Pieter Cornelisz. schipper volledig betaald te zijn van de kooppenningen van 1/3 part en 1/4 part van een huis omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van Balthasar Fransz. en dat van Lambert de wagenmaker, hem aangekomen door overlijden van zijn ouders, Nijs Michielsz. en Marijken Cornelisdr. en zijn zuster Meijnsgen Nijssen. (ORA Dordrecht inv. 731, f. 216)

d. Meijnsgen Nijssen, geboren ca. 1556, overleden vůůr 11 juli 1575, vermoedelijk ongehuwd

e. Trijntgen Nijssen, geboren ca. 1560

II. Berber (Barbara) Dionijsdr. (Nijssen), geboren ca. 1551, overleden te Dordrecht in 1626, trouwde 1e ca. 1568 Jan Jansz., overleden ca. 1572, 2e NG Dordrecht mrt. 1573 Jan Adriaensz. (in de Kelck), schipper te Dordrecht, overleden ca. 1579, 3e NG Dordrecht 6/22 nov. 1580 Jan Jansz. (Kelck), schippersgezel van Dordrecht (1580), schipper (1594), overleden tussen 10 sept. 1599 en 4 febr. 1604

- 9 mei 1576: Vas Cornelisz., Pieter Cornelisz. schipper, als man en voogd van Lijsgen Cornelisdr., Claes Fransz., als man en voogd van Anneken Eeuwoutsdr. en tevens vervangende Cornelis Eeuwoutsz. en Marijcken Eeuwoutsdr. *, Michiel Dionijsz. voor zichzelf, Jan Ariensz., als man en voogd van Barbara Nijssen en Trijntgen Nijssen, samen erfgenamen van Jan Thonisz., voor zichzelf en tevens vervangende hun mede-erfgenamen, verkopen een huis omtrent de Vuilpoort aan de havenzijde, staande tussen het huis van Cors Jansz. en 's herenstraat. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 119)

* 2 juni 1572: Cornelis Eeuwoutsz., voor zichzelf en tevens vervangende zijn zuster Marichen Eeuwoutsdr. en Claes Fransz., als man en voogd van Anneken Eeuwoutsdr., verdelen de goederen, die hun zijn aangekomen door overlijden van Frans Anthonisz., schepen in wette van Dordrecht, door overlijden van diens zoon Willem Fransz., inwoner van Schiedam, resp. hun oom en neef en door overlijden van Meijns Thonisdr., hun grootmoeder. (ORA Dordrecht inv. 729, f. 52 e.v.)

- 22 juni 1579:  comp. voor schepenen van Dordrecht Barbara Dionijsdr., weduwe van Jan Adriaensz. inde Kelck, schipper te Dordrecht, met haar gekoren voogd en Thonis Adriaensz. en Pieter Adriaensz., schippers, als ooms en voogden van Dionijs Jansz., ongeveer 3 jaar oud en Lijsbeth Jansdr., iets meer dan ťťn jaar oud, beiden weeskinderen van Jan Adriaensz., door hem verwekt bij Berbara Dionijsdr. en sluiten een overeenkomst betreffende de scheiding van de boedel, die door Jan Adriaensz. is nagelaten. Berbara de goederen, die zij in gemeenschappelijk bezit met haar overleden man heeft gehad, behouden, mits zij belooft haar voornoemde kinderen schadeloos te houden van de uitschulden en hen te onderhouden, op te voeden, te laten leren etc. tot hun achttiende jaar en "alsdan de selve kinderen eerlijk vuijt te setten naer haer staet". Voor de nakoming hiervan verbindt zij haar huis, staande tegenover de Munt [in de Voorstraat] tussen het huis "de ["Kelck" is doorgehaald] Blaue Pan" en het huis van Cors Jansz. smid. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 97v e.v.)

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965 (verponding Dordrecht 1594), f. 77: Jan Jansz. in de Kelck betaalt voor zijn huis in de Voorstraat ponden.

ORA Dordrecht inv. 743, f. 160v: op 30 april 1594 verkopen Niclaes Segersz. schipper, Hans Geeritsz. [van Bielekercken] kleermaker, als man en voogd van Marijken Segersdr. [otr. NG Dordrecht 12 aug. 1590], voor zichzelf en vervangende Huijch Olen schipper, als man en voogd van Aeltgen Segersdr. en Reijer Segersz., allen erfgenamen van Zeger Jansz., hun vader, aan Jan Jansz. Kelck schipper een huis in de Augustijnenkamp, staande tussen het huis van Wouter Ariensz. oudschoenmaker en dat van Ocker Ariensz. bierdrager.

ORA Dordrecht inv. 897: op 10 sept. 1599 legt Berber Nijssen, ongeveer 48 jaar oud, vrouw van Jan Jansz. in de Kelck, een verklaring af t.b.v. Michiel Spranger en de weduwe en erfgenamen van Arien Ariensz. Spranger.

ORA Dordrecht inv. 899: op 4 febr. 1604 legt Barbara Nijssen, weduwe van Jan Jansz. in de Kelck, ongeveer 51 jaar oud, een verklaring af t.b.v. Aeltgen Dircx, weduwe van Arijen Pietersz.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 78 (1000e penning Dordrecht 1626): Barbara Nijssen, "is niet halen", 6 ponden is doorgehaald.

ORA Dordrecht inv. 766, f. 61v: op 10 dec. 1626 comp. voor schepenen van Dordrecht Dionijs Jansz. Vlaming zilversmid, Pieter Theunisz. tingieter, als man van Elisabeth Jansdr. en Theunis Jansz. Kelck, mitsgaders Mariken Jansdr. van Haenwijck, zowel voor zichzelf als vervangende Jan Jansz. van Haenwijck, haar broeder, beiden kinderen van Jan Jansz. Kelck, allen tezamen kinderen en kindskinderen van Barber Dionisdr., hun moeder, schoonmoeder resp. grootmoeder. Comparanten verkopen aan Pieter Pietersz. Both, loodgieter en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tegenover de Munt, genaamd "de Kelck", aan de ene zijde belend door het huis van Marijken Huijgen en dat van Gerrit Embrechtsz. aan de andere zijde. Het huis is belast met 1400 gl. kapitaal šen diversche renten". Koper kent schuldig aan verkopers een somma van 2500 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 400 gl.

Kinderen:

Ex 1:

a. Dionijs Jansz. Vlaming, geboren ca. 1576, goudsmid van Dordrecht (1600), zilversmid (1626), trouwde NG Dordrecht 30 juli 13 aug. 1600 Geertruijt Anthonis Goertsen, van Dordrecht (1600)

b. Lijsbeth Jansdr., geboren ca. 1578, trouwde naar schatting ca. 1600 Pieter Teunisz. tingieter

Ex 2:

c. Janneken, gedoopt NG Dordrecht 24 juni 1583

d. Jan Jansz. Kelck, geboren naar schatting ca. 1585,  schippersgezel "in de Kelcke", van Dordrecht (1606), overleden vůůr 6 okt. 1624, trouwde NG Dordrecht 30 april 1606 (otr.) Agneesken Wouter Corstendr., van Dordrecht (1606)

Kinderen:

d-1. Maijken Jansdr. van Haenwijck, geboren naar schatting ca. 1606, trouwde Cornelis Jansz. 

ONA Dordrecht inv. 83, f. 411v, akte dd 3 mei 1643: Cornelis Jansz. en zijn vrouw Maijken Jansdr. benoemen tot voogd Jan Jansz. Kelck schipper, resp. hun zwager en broeder.

d-2. Jan Jansz. Kelck (alias van Haenwijck) geboren ca. 1607, schippersgezel, schipper, Londenvaarder, overleden na 4 febr. 1681

ONA Dordrecht inv. 28, f. 256 e.v.: op 6 okt. 1624 comp. voor notaris G. de Jager Jan Jansz. Kelck, "mede varende naer de West IndiŽn". Hij benoemt tot erfgenaam van zijn na te laten goederen zijn moeder Angenietge Woutersdr., weduwe van Jan Jansz. Kelck, wonende te Dordrecht, "ende oft gebeurde dat sijn testateurs grootmoeder Berbertgen Nijssen voor hem comparant deser werelt quam te overlijden, heeft hij in sulcken gevalle gewilt ende begeert, dat alle d'selve goederen erven ende besterven sullen op de voorsz. sijne moeder" of bij vooroverlijden haar zuster Neeltgen Woutersdr. Indien zijn verdere naast verwanten "wilde sustineren recht van preferentie in dese sijne testateurs naer te laten goederen", zullen zij genoegen moeten nemen met 6 gl. elk. Hij tekent met een kruisje.

ORA Dordrecht inv. 908, akte dd 23 aug. 1639: verklaring op verzoek van Arnoult Vriesenburch, goudsmid te Amsterdam, door Abraham van de Water kruidenier, 28 jaar oud en Jan Jansz. Kelck, 32 jaar oud.

e. NN, gedoopt NG Dordrecht febr. 1587

f. NN, gedoopt NG Dordrecht april 1591

g. Theunis Jansz. Kelck]

Cors Jansz. smid     4

f. 39v

Aert Thomasz. snijder      10

Dirick Cornelisz. Praem     10

Cornelis Pouwelsz. schoenmaker     8

[NG trouwboek Dordrecht febr. 1576: [ondertrouwd] Cornelis Pauwelsz. van Breda en Lijsbeth Diericxdr. van Dordrecht.

Idem 20 sept. 1587: [ondertrouwd] Niclaes van de Corput Marcelisz. weduwnaar en Betteken Dirrick Michielsdr. weduwe van Cornelis Pauwelsz., beiden van Breda

ORA Dordrecht inv. 712, f. 10, akte dd 23 mrt. 1577: verklaring door o.a. Cornelis Pauwelsz., 30 jaar oud, lid van het schoenmakersgilde.

ORA Dordrecht inv. 712, f. 136, akte dd 3 aug. 1577: Cornelis Pauwelsz., schoenmaker en burger van Dordrecht, stelt zich borg voor Guillem Crispijnsz.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 302, akte dd 7 mrt. 1582: verklaring door Cornelis Pouwelsz. schoenmaker, 35 jaar oud, t.b.v. Jacob Gijsbertsz. kleermaker.

ORA Dordrecht inv. 717, f. 69: op 3 okt. 1586: comp. Betken Dircxdr., weduwe van Cornelis Pouwelsz., met haar gekoren voogd, mr. Nicolaes van de Corput, procureur voor het Gerecht van Dordrecht. Zij verklaart zich borg te stellen voor Hubert Adriaensz. Coomans voor de lichting van een somma van 200 gl., die Coomans toekomt van wege Marijcken Dircxdr., weduwe van Jan Dircxsz. de Haen en hem van de penningen van het verkochte huis "Sint Eeuwout" door het Gerecht van Dordrecht toegewezen zouden mogen worden. Zij verbindt daarvoor het huis, waarin zij woont, staande op de hoek van het Cuwet [Grote Appelsteiger tegenover het Steegoversloot] aan de Landzijde.

ORA Dordrecht inv. 739, f. 46v en 47: op 6 okt. 1586 compareren voor schepenen van Dordrecht Willem Anthonisz. Kick (*), als man en voogd van Lijsken Pauwelsdr., wonende te Delft, Niclaes Jansz. de Haen, als man en voogd van Lijntgen Pauwelsdr., burger van Dordrecht en voornoemde Willem en Niclaes samen vervangende Adriaen Merten Spierincxsz., als man en voogd van Adriaenken Pauwelsdr., "van de welcken zij specialijcken totten ontfanghe geconstitueert zijn volgende de procuratiŽn daer van zijnde in date den IIen dach der maent decembris [1583] gepasseert voor Henrick Dirven notaris ende zekere getuijgen" en Marijcken Pauwelsdr., laatst weduwe van Jan Willemsz., voor zichzelf en tevens vervangende haar onmondige kinderen, bij haar verwekt door Jan Willemsz., geassisteerd met haar zwager Willem Anthonisz., als haar voogd voor deze gelegenheid. Comparanten verklaren uit handen van Betken Dirck Michielsdochter, weduwe van Cornelis Pauwelsz. schoenmaker ontvangen te hebben een somma van 175 gl. van 40 groten Vlaams het stuk, zijnde de vierde en laatste termijn "vande vuijtcoop van alle ende ijegelijcke der nagelate goederen des voorsz. Cornelis Pauwelsz. der voorsz. comparanten broeder ende schoonbroeder respective was, ende van Anneken zijne dochter, den voorsz. [haar] ... vaeder ontrent de drie weecken tijts overleeft hebbende, ... int geheel bedraegen hebbende de somme van zeven hondert carolus gulden."

* Willem Anthonisz. Kick, van Breda, kramer en zijdelakenkoper te Delft, wordt burger van Delft op 23 mei 1583, trouwde 1e naar schatting ca. 1570 Elijsabeth Pouwels Josephsdr. de Wilde, geboren naar schatting ca. 1545, overleden tussen 6 okt. 1586 en 16 juli 1590, trouwde 2e (ondertrouw Delft 25 aug.) Amsterdam 9 sept. 1590 Anna (Tanneken) de Brey. (Weeskamer Delft XIII, f, 19, geciteerd in Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie 1973, p. 44 e.v.)]

Ariaen Cornelisz. korenmeter      6

Ariaen Cornelisz. stoeldraaier    6

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 51v op 18 april 1579 stelt Adriaen Cornelisz. stoeldraaier zich borg voor Jan Rutten, schipper van Gouda, voor hetgeen Jan schuldig is aan Arien Jansz. en Jan Roelofsz., schipper van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 739, f. 223v: op 3 aug. 1587 verkoopt Adriaen Cornelisz. stoeldraaier aan Rochus Jansz. kleermaker 2 ponden groten Vlaams jaarlijkse losrente, verzekerd op een huis aan de Landzijde omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Jacob Berrits stadhouder en dat Adriaen Cornelisz. korenmeter.]

Jacob Berritsz. stadhouder      8

[ORA Dordrecht inv. 739, f. 56: verklaring dd 17 okt. 1586 op verzoek van Pieter Cornelis Joosten in Mijnsheerenland door Jacob Berits, stadhouder van de schout van Dordrecht, 39 jaar oud, Herman Spiegel, procureur van het Gerecht te Dordrecht, 34 jaar oud en Willem Willemsz. Cauens, 41 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 739, f. 252v: verklaring dd 6 okt. 1587 door Jacob Berrits Willemsz., stadhouder van de schout van Dordrecht, op verzoek van de crediteuren van Joost Jacobsz. in de Speelwagen.]

Joossken int Dubbelcruijs     9

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 25 e.v.: op 17 febr. 1579 verklaart Joosgen Ariensdr., weduwe van Cornelis Dircxsz., waardin in "'t Dubbelt Cruijs", schuldig te zijn aan de erfgenamen van Janneken Jan Govertsdr. een somma van 214 gl. 13 st. wegens geleverd bier, verbindende het huis, waarin zij woont, genaamd "'t Dubbelt Cruijs", staande aan de Landzijde omtrent de Nieuwbrug aan de havenzijde tussen het huis van Willem Rijsberch schoenmaker en dat van de weeskinderen van Machtelt van Nispen.]

Cornelis DaniŽlsz. cruijenier     12

Jan Aelbertsz. deurwaarder     12

f. 40

Adriaen van Mosienbroucks huis met de kelder     14

[Adriaen van Mosienbrouck, geboren ca. 1508, schepen en oudraad van Dordrecht, trouwde Adriana van Drenckwaert

ORA Dordrecht inv. 1540, akten 208 en 209: op 22 okt. 1563 verkoopt Adriaen van Mosienbroeck, schepen in wette van Dordrecht, aan Sier Adriaensz. schipper een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Jan Aertsz. snijder en dat van verkoper en strekkende van de straat tot aan de stadsgracht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 16 ponden 5 schellingen Vlaams.

ORA Dordrecht inv. 1540, akten 121 en 122: op 23 okt. 1563 verkoopt Adriaen van Mosienbrouck, schepen in wette van Dordrecht, aan Michijel Heijndricxsz. schipper een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van de verkoper, genaamd "de Keijsser", en dat van Pieter Slampamp schipper. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 640 gl.

ORA Dordrecht inv. 1540, akte 740: op 30 okt. 1564 verlenen Adriaen van Mosienbrouck Govertsz., schepen in wette van Dordrecht, voor zichzelf en als voogd van zijn kinderen, en Guillielmina van Drenckwaert, weduwe van Screvel Ockersz., machtiging aan Boudewijn van Drenckwaert Willemsz., burgemeester van Dordrecht, om namens hen, als mede-erfgenamen van Willem Bouwensz. van Drenckwaert, te "accorderen" met de erfgenamen van Heijlwich van de Haer aangaande alle geschillen, die bestaan tussen de erfgenamen van Willem van Drenckwaert Bouwensz. en de erfgenamen van Heijlwich van de Haer.

ORA Dordrecht inv. 1571, f. 13: verklaring dd 10 jan. 1579 op verzoek van Adriaen Govertsz. Mosienbroeck en zijn kinderen door Neeltgen Gerit Neel Vranckendr van Wijngaarden, ongeveer 40 jaar oud. Zij verklaart, dat zij ten huize van Jan Cornelisz. Baeckerman op de Riedijk gewoond heeft en haar derhalve wel bekend is, dat in zijn huis gebracht is een schermbord en dat voor in zijn huis staat een "comptoir" en zeker verbrand hout, dat gekomen is uit het huis van Mosienbroeck in Papendrecht en dat ligt in het huis van Jan Cornelisz. De deposante zegt ook, dat zij het voorgaande ook verklaard heeft, toen het huis en de inboedel van Jan Cornelisz. publiekelijk geveild werd.

ORA Dordrecht inv. 1578, f. 105v e.v.: verklaring dd 7 juli 1592 door o.a. Adriaen Govertsz. Mosienbrouck, ongeveer 84 jaar oud.

Kinderen (volgorde onzeker)

a. Catarina van Mosienbrouck Adriaensz., trouwde Herman Oem Hermansz.

ORA Dordrecht inv. 1540, akte 345: op 8 mrt. 1564 verleent Catarina van Mosienbrouck, weduwe van Herman Oem Hermansz., procuratie ad recipienda debita aan haar broer, Cornelis van Mosienbrouck Adriaensz.

ORA Dordrecht inv. 1541, akte 563: op 22 juni 1566 verklaren Katharina van Moesienbrouck Adriaensdr., weduwe van Herman Oem Hermansz., en Adriaen de Vet Pietersz., oudraad in wette van Dordrecht, als oom en voogd van de kinderen wijlen Herman Oom Hermansz., genaamd Herman Oom Hermansz. en Adriana Oom Hermansdr., dat zij onderling de goederen, die Herman Oom heeft nagelaten, hebben verdeeld. Tot de nalatenschap behoren o.a. land in St. Anthoniepolder en land in IJsselmonde. Aan Katharina van Moesienbrouck is toebedeeld een huis met een klein huis ernaast, een oliemolen "comende achter over de grachte" met een erf en klein huis, uitkomende in het Torenstraatje van de Nieuwkerk, samen getaxeerd op 2750 gl. De kinderen krijgen hetgeen hun is aanbestorven bij overlijden van hun moeders moeder, Adriana van Drenckwaert, in haar leven echtgenote van Adriaen van Moesienbrouck Govertsz., van welke goederen Adriaen van Moesienbrouck Govertsz. het vruchtgebruik heeft.  

b. Cornelis van Mosienbrouck Adriaensz.

ORA Dordrecht inv. 1569, f. 126v: op 22 okt. 1577 verkoopt Cornelis van Mosienbrouck, als beheerder van de nagelaten boedel van Elisabeth van Drenckwaert, aan Henrick Gillisz. mandenmaker, een huis in de Kolfstraat, haar aangekomen bij overlijden van haar eerste man, Geerit Tack, staande tussen het pakhuis van Adriaen Cornelisz. Roerom en de armenhuisjes. Waarborgen: Cornelis van Mosienbrouck en Jan Lambertsz. stadsbode.]

Pieter Jacobsz. [Despinoij] apotheker       13

[Hij was eigenaar van een huis aan de Landzijde [Voorstraat] bij de Nieuwbrug, staande naast het huis "de Wijnberch": zie Kwartierstaat van A.B. den Haan op deze website (kwartier 15716)

ORA Dordrecht inv. 736, f. 349v: op 16 juni 1582 verkopen de kinderen van Pijeterken Fransdr., bij haar verwekt door Tijelman Geeritsz., aan Jacob Gijsbrechtsz. het huis genaamd "den Wijnberch", staande omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Pijeter de apotheker en het hoekhuis van de brug. Borgen voor Jacob Gijsbrechtsz.: Thonis Thonisz. Elinck en Cornelis Pouwelsz. schoenmaker.]

Adriaen Joosten huurt van Jan inde Clock om 48 gl.      15-8-12

[1 april 1581: op verzoek van Adriaen Cornelisz. de Bouffgens  verklaart Pieter Lucasz., waard in "de Clock" te Dordrecht, ongeveer 34 jaar oud, dat ongeveer 5 jaar geleden "hij deposant wonende inden huijse genaempt den Wijnberch staende ontrent de Nieubrugge, aldaer inden kelder vande zelve huijse geset is bij eenen Hans Thollenaer zeeckere tonnekens verrotte groene caes dwelcke aldaer gestaen hebbende wel ontrent anderhalff jaer ende gans bedorven zijnde ende geheel stinkende en is daer van nijet meer gecomen dan eenen enkelen rosen nobel [ca. 8 gl.] met eenen hollantschen daler die hij deposant ontfangen heeft voor zijn staengelt. Verclarende voorts dat hij vande eersten off last gehadt heeft vande voorsz. Hans Tollenaer om deselve caesen te vercopen en daer nae oock overmits den grooten stanck van deselve te werpen int water ende dat hij oock wel int seker weet dat den requirant geen genut noch eenich proffijt daer van genoten en heeft int minste". De rekwirant zelf verklaart onder ede, dat hij "in geene manieren geene penningen vande voorsz. caes ontfangen noch eenich proffijte [daarvan] gehadt en heeft". (ORA Dordrecht inv. 736, f. 139)]

Pieter Pietersz. laemaecker huurt van de erfgenamen van Adriaen Been om 45 gl.     14-8

Pieter Cornelisz. Papslocker     13

[ORA Dordrecht inv. 735, f. 231v: op 12 mrt. 1580 transporteert Lambert Pietersz. kuiper aan Pieter Cornelisz. Papslocker schipper een huis in het Steegoversloot, genaamd het Artilleriehuis, voorheen de Heelhaaksdoelen, door hem gekocht van Dirck Philipsz., die het op zijn beurt gekocht heeft van het Gerecht van Dordrecht. (Zie f. 64.)]

DaniŽl van Vlijerden [van Vlierden, koopman van lijnwaad (cf. ORA Dordrecht inv. 1550, f. 118v, verklaring dd 31 okt. 1580)] huurt van de weduwe van Jacob Stercken om 45 gl.      14-8

["DaniŽl van Vlierden werd omstreeks [1531] te 's-Hertogenbosch geboren. Hij was gehuwd met de een tweetal jaren jongere Engelken Rovers. Het echtpaar heeft minstens vijf kinderen gehad: Rover, Sara [of Saerken, die in 1583 trouwde met Jeremias van Casteren], Henrickgen, DaniŽl en Susanna [trouwde Haarlem 11 sept. 1588 Hans Colterman de Jonge (Gens Nostra 2005, p. 8)] . Naar het zich laat aanzien, is DanÔel van Vlierden tot juli 1579 in Den Bosch woonachtig gebleven. Mogelijk heeft hij zich in die maand aangesloten bij de "meenich duysent" gereformeerden die op de nadering van het leger van Parma uit Den Bosch in noordelijke richting wegvluchtten. Kennelijk is hij naar Dordrecht gegaan, want daar blijkt hij in 1580 in een huurhuis te wonen. Net als later in Haarlem is hij in Dordrecht denkelijk koopman geweest. Vermoedelijk is hij in 1588 van Dordrecht naar Haarlem verhuisd. Daar was hij koopman en woonde hij in een huis in de Sint-Jansstraat. Bij resolutie van de burgemeesters van Haarlem werd hij op 14 nov. 1592 voor het volgende jaar aangesteld tot "aelmoessenier" van de Brabantse armen. Hij overleed te Haarlem in maart 1603 en werd in een gekocht graf op het koor van de Grote Kerk van zijn woonplaats ter aarde besteld." (Korte levensschets van DaniŽl van Vlierden, geschreven en mij toegezonden door dr. H.P.M. van de Venne.)

ORA Dordrecht inv. 736, akte 159,  17 sept. 1580: verklaring op verzoek van Jan Mathijsz. Stoters van 's-Hertogenbosch, nu wonende te Dordrecht, door DaniŽl van Vlierden, ongeveer 50 jaar oud en Elias  Walscappe[l], ongeveer 40 jaar oud, beiden van 's-Hertogenbosch en nu wonende te Dordrecht. Zij verklaren "bij heurlieder eede dat de voorsz. Jan Mathijsz. requirant alhier binnen Dordrecht continuelijk gewoont ende zijnne residentie gehouden heeft, dat die borgers van den Bosch vuijte selver stede geweecken zijn geweest, twelck al geleden es langer dan een jaer ende dat de voorsz. requirant alsnoch zijne fixe woonplaetse alhier es houdende."

ORA Dordrecht inv. 1550 (nieuw), f. 118v: verklaring dd 31 okt. 1580 door Cornelis Ooms en DaniŽl van Vlierden, beiden van 's-Hertogenbosch.

ORA Dordrecht inv. 1552 (nieuw), akte 164: verklaring dd 10 mei 1585 op verzoek van Dirck Jansz. van der Houven door DaniŽl van Vlijerden, 54 jaar oud, Pieter Faesz., 52 jaar, en Gerid Jacobsz., 43 jaar, burgers van 's-Hertogenbosch, doch thans wonende te Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 717, f. 61v: op 20 sept. 1586 comp. in de secretarie van de stad Dordrecht DaniŽl van Vlierden. Hij stelt zich borg en cautionaris voor Jeremias de Castro * "omme off denzelve Jeremias in gebreecke bleve te voldoen tgewijsde van mijnen  heeren van den Gerechte der voorsz. stede inden saecke van de voorsz. Jeremias ende Jan Grootvelt alle tzelve in sulcke gevalle aen hem comparant te moegen verhaelen als aen een goede borge etc. Promittit quitare."

* NG trouwboek Dordrecht 15 mei 1583: Hieremias van Castren, van Antwerpen, weduwnaar en Sara DaniŽlsdr., van 's-Hertogenbosch. "Sponsus sal vercondigdt worden te Gorchem." Getrouwd Dordrecht 31 mei 1583.

ORA Dordrecht inv. 717, f. 270v e.v.: op 6 nov. 1587 legt op verzoek van DaniŽl van Vlierden, rekwirant, Cornelis Adriaensz. bakker, ongeveer 42 jaar oud, een verklaring af. Hij getuigt onder ede, dat in de Vasten omtrent Pasen 1587, zonder de preciese dag onthouden te hebben, hij met de rekwirant "heeft gaen wandelen langs de veste binnen deser Stede, ende commende ontrent de houte brugge bij de Speuijpoort ... es henluijden aldaer gerencontreert ende bejegent eenen Jan Pietersz. linnewever, bij hem hebbende noch een ander manspersoon, welcken Jan jegen den voorsz. reqt. maecte veel rumoer, spreeckende vele ongebonden woorden, twelck den reqt. geduldelijk verdrouch, zonder dat hij hem jegen den voorsz. Jan poochde te stellen, ende dat den zelven Jan, tgene voorsz. es hem nijet genouch zijnde, ende zijn opsteecker vuijttreckende, daer mede tot den reqt. zeer heftich inviel, menende daer mede den zelven reqt. te invaderen ende grieven, ende dat tzelve oock apparentelijk zoude geschiet hebben, ten ware tzelve den voorn. Jan hadde beleth geworden bijden voorsz. manspersoon, die hij bij hem hadde. Affirmerende hij deposant voorts dat den voorn. Jan Pietersz. (zijende dat hij tot zijnen meninge nijet en mochte geraecken), hebbende den opsteecker noch inde handt, ende luijde roupende, zeijde dat hij den reqt. den zelven opsteecker noch in zijn hart zoude onwenden."

ORA Dordrecht inv. 740, f. : op 12 dec. 1587 verklaart Jacob de Boot, boekverkoper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan DaniŽl van Vlierden, een somma van 679 gl. "spruijtende vvt seeckere borchtocht bij hem comparant gedaen ende gepasseert voor Heijndrick van Soest op seeckere condemnatie bij den voorsz. DaniŽl van Vlierden geobtineert op den voorsz. Heijndrick van Soest voor de Camere Juditiale deser stede van Dordrecht spruijtende vvt seeckere twee obligatiŽn bij den voorsz. Heijndrick van Soest gepasseert tot prouffijte van den voorsz. DaniŽl van Vlierden." Voor de nakoming hiervan verbindt Jacob de Boot het huis, waarin hij woont, staande op de hoek van het Tolbrugstraatje aan de poortzijde [Tolbrugstraat Waterzijde].

ORA Dordrecht inv. 719, f. 239: op 5 okt. 1590 stelt Arend van Rijswijck, koopman van wijnen te Dordrecht, zich borg en cautionaris voor Gerard van Rhee, koopman van wijnen "voor alsulcke actie, recht ende toeseggen als DaniŽl van Vlijerden op den voorsz. Van Rhee pretenderende is hem te competeren, daervoren  hij hem heeft doen arresteren." Comparant belooft te betalen en voldoen hetgeen het Gerecht van Dordrecht aan Van Vlijerden zal toewijzen.]

Cornelis Jacobsz.     20 gl.

f. 40v

Ariaen Jansz.        12

Ariaen Jacobsz. inden Block     16

[Hij was een jongere broer van Cornelis Jacobsz. de Gijselaer (zie f. 70) en een zoon van Jacob Cornelisz. Gijselaer in den Block en Adriaenken Adriaensdr. Op 12 sept. 1583 werd hij in het Lakenkopersgilde opgenomen. (De Nederlandsche Leeuw 1935, kol. 133 e.v). Ariaen Jacobsz. Ghijselaer was getrouwd met Anneken Adriaensdr. (zie kwartierstaat Manternach op deze website)

I. Adriaen Dircxsz. in den Block, overleden in of vůůr 1550, trouwde Lijsbeth Adriaensdr.

- 28 juni 1550: Jacob Cornelisz. Ghijselaer verkoopt aan Lijsbeth Adriaensdr., weduwe van Adriaen Dircxsz. Block, zijn [schoon]moeder, een jaarlijkse losrente van 12 gl., verzekerd op een huis aan de Landzijde bij de Nieuwbrug, staande tussen de Heilige Kruiskapel en het huis van Janneken Woutersdr., de weduwe van mr. Hendrick de apotheker. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 297)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Willem Adriaensz. Block

b. Ploentgen Adriaensdr., trouwde Joachum Meusz.

c. Pieter Adriaensz. Block

d. Dirck Adriaensz. Block, OSP

e. Jacob Adriaensz. Block

f. Mariken Adriaensdr.

g. Adriana Adriaensdr., volgt II

II. Adriana Adriaensdr. in den Block, trouwde Jacob Cornelisz. Gijselaer, raad in wette van Dordrecht

Kinderen:

a. Cornelis Jacobsz. Gijselaer

b. Ariaen Jacobsz. in den Block, trouwde Anneken Adriaensdr.

- 1 april 1550: Lijsbeth Adriaensdr., weduwe van Adriaen Dirxz. in den Block, voor de ene helft, tevens vervangende haar kinderen, verwekt bij Adriaen Dirxz. in den Block, m.n. Willem, Ploe[n]tgen, Pieter, Dirck, Jacop  en Mariken, alsmede Jacop Cornelisz., als man van Adriana Ariensdr., samen voor de andere helft, allen erfgenamen van Adriaen Dirxsz. in den Block, verkopen aan Jan Pietersz. huistimmerman een huis in de Heer Heymanssuysstraat, staande tussen het huis van Lijsbeth, de weduwe van Jan Ockersz. en dat van Adriaen Tiong schiptimmerman. Waarborg: Jacop Cornelisz. lakenkoper. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 180 gl. Borg: Adriaen Adriaensz. kuiper. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akten 175 en 176)

- 23 nov. 1560: Willem Adriaensz. Block, Pieter Adriaensz. Block, Jacob Adriaensz. Block voor zichzelf, Joachum Meeusz., als man van Ploenken Adriaensdr., samen vervangende Marijchen Adriaensdr., allen erfgenamen van Dirck Adriaensz. Block, transporteren aan hun zwager Jacob Cornelisz. Gijselaer, raad in wette van Dordrecht, een rentebrief van 2 Vlaamse ponden jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akte 193)

- 1585: de stad Dordrecht betaalt aan Adriaen Jacobsz. Gijselaer, als daar aanbedeeld zijnde bij overlijden van zijn moeder, Ariaentgen in den Block, een lijfrente van 26 schellingen 8 d. jaarlijks voor de jaren 1576 t/m 1584, ofwel samen 64 ponden van 40 groten het pond. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2607 [thesauriersrekening Dordrecht], f. 67v)]

Jan Maertensz. huurt een huis van Rochus Praem om 36 gl.        11-10-4

Tielman Henricxsz. cramer huurt van Lenert van Dort om 36 gl.       11-10-4

[ORA Dordrecht inv. 1570, f. 143: op 14 okt. 1578 verkoopt Lenert van Dort Woutersz. aan Willem Joostensz. een jaarlijkse losrente van 9 gl., verzekerd op twee naast elkaar staande huizen aan de Landzijde, het ene staande op de opgang van de Visbrug tussen de haven en het stadsinhuis, en het andere staande op de hoek van de Visbrug tussen het inhuisje en het huis, dat eertijds toebehoorde aan Andries Woutersz. viskoper. Van Dort verbindt voor genoemde losrente tevens een huis tussen de Willem Oskenssteiger en het huis van Rochus Cornelisz. Praem, alsmede een tuin met twee huisjes, liggende achter in de Heer Heymansuysstraat tussen het huis van Thonis Josephsz. en 's-herenstraat of gang.

ORA Dordrecht inv. 1571, f. 27: op 23 febr. 1579 verkoopt Lenaert van Dort Woutersz. aan Lijntgen Pietersdr., weduwe van Cornelis Willemsz., een huis in de Dwarsgang bij de Nieuwkerk, genaamd "de Drie Schabellen", uitkomende op het Nieuwkerkhof en staande tussen het huis van Aert Geeritsz. en dat van de kinderen van Herman Repelaer. De verkoper verbindt zijn huis, staande tegenover de Willem Oskensstraat tussen de steiger en het huis van Rochus Cornelisz. Praem.]

Jan Bouwensz. glaessmaecker     8

Barent Dircxsz.      9

[ORA Dordrecht inv. 734, f. 53: op 25 juni 1578 verkoopt Barent Dircxsz. van de Eijckencamp aan Hans van Antwerpen bosmaker een huis, strekkende voor van de straat tot achter aan de middenmuur van de achterplaats van hetzelfde huis, staande in de Kannenkopersbuurt, genaamd "Vriesenborch" en belend door het huis "den Haes" aan de ene zijde en het huis, waarin Gerbrant Dircxsz. Stoop woont. De verkoper verbindt als onderpand een huis in de Kannenkopersbuurt, genaamd "Besoijen", staande tussen het huis van de erfgenamen van Damas Cornelisz., genaamd "de Halff Maen" en dat van Jan Bouwensz. glaesmaker. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 525 gl. Borg: Hans ter Woert.

ORA Dordrecht inv. 717, f. 196 e.v.: op 15 juni 1587 verkopen Adriaen Cornelisz., als man van Janneken Meeusdr., Huijch Pietersz., als man van Marijcken Meeusdr., Jasper Adriaensz., als man van Grietgen Meeusdr., en Neeltgen Stoffelsdr., elk voor zichzelf en tevens als machtiging hebbende van Grietgen en Janneken Stoffelen, Thomas Cornelisz., als man van Mariken Diricxsdr., en Cornelis Cornelisz., als man van Anneken Diricxsdr., allen erfgenamen van wijlen Neeltgen Barent Diricxsz. weduwe, aan Grietgen en Janneken Stoffelen, elk hun zesde part in een huis, dat hun is aanbestorven bij overlijden van Neeltgen Barent Diricxsz. weduwe, staande in de Kannenkopersbuurt aan de landzijde tussen het huis van [de erfgenamen van] Damas Cornelisz. en dat van Jan Bouwensz. De koopsters zijn schuldig aan Adriaen Cornelisz., Huijch Pietersz., Jasper Adriaensz. en Neeltgen Stoffelen, een somma van 1400 gl.]

Amandt Hoeijen ende Gille [sic] Clinckan [laatstgenoemde is later toegevoegd] huurt van de erfgenamen van Damas Cornelisz. [korenkoper] om 48 gl.       15-8-12.

[ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akte 88: op 3 okt. 1560 verkoopt Geertruijt Aertsdr., weduwe van Herman Aertsz. hopkoper aan Damas Cornelisz. de helft van een huis, genaamd "die Half Maene", staande in de Kannenkopersbuurt tussen het huis, genaamd "den Bock", en het huis van de weduwe en erfgenamen van Herman van Besoijen.

ORA Dordrecht inv. 728, f. 267v, akte dd 19 nov. 1571: verklaring op verzoek van Dirck Dircxsz. van Rotterdam door Damas Cornelisz. korenkoper, 35 jaar oud, en Thonis Wijnantsz. smid, ongeveer 40 jaar oud.]

f. 41

Jan Mathijsz. huurt van Pieter Corssen om 48 gl.     15-8-12

[ORA Dordrecht inv. 738, f. 333v e.v.: op 7 febr. 1586 verkoopt Pieter Corssen schipper aan zijn zoon Jan Pieter Corssen voor 1700 gl. een huis in de Kannenkopersbuurt, genaamd "den Bock", staande tussen het huis van de erfgenamen van Damas Cornelisz. korenkoper en dat van Jan Mathijsz. huidenvetter.

ORA Dordrecht inv. 738, f. 334: op 7 febr. 1586 verklaart Pieter Corssen schipper, "dat hij om zeeckere lieffde ende affectie die hij zeijde te draegen tot Pieter Jan Corssen, zijn comparants zoons zoon, daer van hij peeter is ende over zijnen doop gestaen heeft", aan die kleinzoon een rentebrief van 6 Rijnse gl. jaarlijks gegeven heeft, op voorwaarde, dat hijzelf tot zijn dood de interesten daarvan genieten zal en dat de eigendom ervan na de dood van Pieter Jansz. zal komen op de overige kinderen van comparants zoon Jan Pietersz. of bij vooroverlijden op hun vader en moeder.]

David de Leu huurt van Jan Mathijsz. om 48 gl.     15-8-12

Laurens de bosmaker huurt van Geerit Rutten om 42 gl.     13-8-12

Ariaen Wolffertsz. schoenmaker     10

Sijbert Cornelisz. schipper huurt van Truijken van Haerlem om 36 gl.     11-10-4

[Geertruijd van Haerlem, dochter van Jan van Haerlem en Elisabeth van Gelre Gijsbertsdr., trouwde 1e Jan van Wels, overleden vůůr 24 sept. 1560, trouwde 2e (vůůr 14 febr. 1562) Laurens Dedelijn Huijgensz.

- 10e penning Dordrecht 1543, f. 3v: Jan van Wels betaalt 14 gl. voor zijn huis in de Voorstraat. Belenders: Heynrick [sic] en Joris Corstensz.

- 16 febr. 1547: Otto Hoijnck en Pieter Hesseling, kooplieden van wijnen te Dordrecht, verklaren op verzoek van Geertruijt Jansdr., vrouw van Jan van Wels Jacobsz., dat ongeveer 16 weken geleden haar man uit Dordrecht naar Londen is gevaren en sedertdien niet meer in Dordrecht is geweest. (ORA Dordrecht inv. 695, f. 75)

- 21 febr. 1547: verklaring door Geertuijt Jansdr., echtgenote van Jan van Wels, poorter van Dordrecht (ORA Dordrecht inv. 695, f. 75v)

- 10e penning Dordrecht 1558 [internet], f. 49v: Reijer de Jong huurt een huis en wijnkelder in de Voorstraat van Jan van Wels

- 12 sept. 1558: Pouwels Joesten kuiper verkoopt aan zijn broer Jacob Joesten een derde deel van een huis in de Kannekopersbuurt [Voorstraat] aan de landzijde op de haven, staande tussen het huis, genaamd "het Maesschip" en het huis van Jan Jacobsz. van Wels. (ORA Dordrecht inv. 701, f. 3v)

- 24 sept. 1560: Lijsken Jacobsdr., weduwe van Joost Pouwelsz., is schuldig aan Jacob Joosten Bot een bedrag van 20 ponden groten Vlaams wegens de koop van de helft van een huis in de Kannekopersbuurt [Voorstraat], staande tussen het huis van Truijcken van Haerlem, weduwe van Jan van Wels en het huis genaamd "het Maesschip". (ORA Dordrecht inv. 702, f. 17v)

- 23 okt. 1560: Geertruijt van Haerlem Jansdr., weduwe van Jan van Wels de Oude, verleent procuratie ad lites aan Cornelis van Haeften, procureur voor het Hof van Holland. (ORA Dordrecht inv. 702, f. 43v)

- 14 febr. 1562: Geertruijt van Haerlem Jansdr., gehuwd geweest met Jan van Wels de oude, verklaart krachtens zekere procuratie op haar gepasseerd voor het gerecht van Bergen op Zoom door Laurens Dedelijn Huijgensz., haar tegenwoordige man, op 10 nov. 1561, betaald te zijn door Dirksken Barthoutsdr en Jacob van Wels, voor henzelf en als voogden van Marijchen van Wels Jansdr., weeskind van Jan van Wels de jonge, van al hetgeen haar toekwam krachtens het testament van Jan van Wels. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 117v e.v.)]

Henrick Jansz. wijnkoper     14

De weduwe van Geerit Danckersz.      8

[10e penning Dordrecht 1558 [internet], f. 49v e.v.: Gherit Danckertsz. [schipper]]

f. 41v

Marcelis Cruijs    14

[10e penning Dordrecht 1558 [internet], f. 50: de weduwe van [Cornelis Adriaensz.] Roerom

I. Cornelis Adriaensz. Roerom, overleden tussen 1547 en 1551, trouwde Marijken Zijbertsdr. van de Hatert

- 16 aug. 1546: arrest gedaan door Heijnrick Lukenaer op verzoek van Cornelis Jan Wijnesz. en Jan Ariensz. Buth op de persoon van de weduwe van Gleijn Jacopsz. van Brouwershaven, die heeft beloofd, dat zij binnen een maand of zes weken de rekwiranten "te recht comen sal nergent elders dan hijer voerde camere van Dordrecht". Borg voor de weduwe: Cornelis Ariensz. Roerom. Gedaan ten huize van Heijnrick Govertsz. kuiper. (ORA Dordrecht inv. 1531 (nieuw), akte 123)

- 28 febr. 1547: Cornelis Adriaensz. Roerom, Jan Zijbrechtsz., en Claertge Jacobsdr., de weduwe van Cornelis Bogaert, verlenen aan mr. Tielman Scoeck procuratie ad lites contra Jan Gheritsz. de Heer. (ORA Dordrecht inv. 695, akte 419)

 - 3 okt. 1551: is arrest gedaan door [kamerbewaarder] Pauwels Jansz. namens Marijken Zijberts, weduwe van Cornelis Adriaensz. Roerom, op zeker draaghout, staande in de houttuin, toebehorende aan Goert Pijl, koopman van Roermond. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 424) 

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Volksken Cornelisdr., volgt II

b. Jacob Cornelisz. Roerom

-  15 nov. 1560: Jacob Cornelisz. Roerom transporteert aan Jan Damen, tollenaar te Dordrecht, een rentebrief van 6 gl. jaarlijks, hem, comparant, aangekomen bij overlijden van zijn moeder, Marijchen Zijbertsdr. (ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akte 183)

c. Adriaen Cornelisz. Roerom, geboren ca. 1542,  hopkoper te Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 736, f. 183v e.v., akte dd 25 mei 1581: verklaring op verzoek van Thimothe Boudwijnsz. en Mels Backhuijs, kooplieden [van Londen: cf. ORA Dordrecht inv. 736, f. 182v, akte dd 24 mei 1581] uit Engeland, door Hans Graeff, ongeveer 39 jaar oud, Adriaen Cornelisz. Roerom, ongeveer 39 jaar oud, en Anthoni van Osch, ongeveer 34 jaar oud, allen hopkopers en inwoners van Dordrecht.

II. Volksken Cornelisdr., trouwde Dirck Jansz. Doncker, overleden tussen 22 juni 1564 en 8 mei 1565

- 28 mrt. 1561: op verzoek van Dirck Jansz. Doncker verklaren Adriaen Jacobsz. schipper, 43 jaar oud, en Floris Willemsz. zeilmaker, 36 jaar oud, dat zij ongeveer drie weken eerder in de kelder tegenover de Waag zijn geweest samen met een koopman, genaamd Rijswijck [sic], en dat die aan de rekwirant toen verkocht heeft "zeeckere twee roeden ofte daer omtrent Noerewijnen" voor 20 Vlaamse ponden de roede. Die roeden zouden in genoemde kelder blijven totdat Doncker uit Friesland teruggekeerd was en Doncker zou dan de ene helft van de wijn betalen en de andere helft met eerstvolgende Pinksteren of wanneer hij naar "Danswijck" zou zijn geweest. (ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akte 422)

- 22 juni 1564: Zijmon Jansz. Cappel, lid van de Oudraad en gezworen waagmeester van Dordrecht, verklaart, dat Dirck Jansz. Doncker, poorter te Dordrecht, in de Waag aldaar ontvangen heeft van Frerick van Bommel 3939 ponden ijzers "lentken schilt", van Hendrick Noet van Nijmegen 9729 ponden "gemeen ijsers" en van Frans Jansz. 7974 ponden dito. (ORA Dordrecht inv. 704, f. 72)

- 8 mei 1565: op verzoek van Volcxken Cornelisdr., weduwe van Dirck Jansz. Doncker, verklaart Adriaen Lambrechtsz. schipper, 32 jaar oud, poorter van Dordrecht, dat hij met Kerstmis 1564 van de rekwirante gekocht heeft zekere mastboom en spriet, liggende op het Nieuwe Werk te Dordrecht, die Dirck den Boer daar met Dirck Jansz. Doncker gebracht had. (ORA Dordrecht inv. 704, f. 342)

- 1 febr. 1554: Alit, weduwe van Jan Donker Dirxzoen, doet ten behoeve van haar zoons, Claes Jansz. en Jan Jansz., afstand van een karveelschip, dat ongeveer 18 lasten groot is. (ORA Dordrecht inv. 1535 (nieuw), akte 283)

- 1 febr. 1554: Jan Jansz. Donker en Claes Jansz. Donker verklaren door Alijt, weduwe van Jan Doncker, voldaan en betaald te zijn van hetgeen hun aanbestorven is bij overlijden van Jan Doncker, hun vader. (ORA Dordrecht inv. 1535 (nieuw), akte 284)

- 26 sept. 1564: verklaring op verzoek van Jan Cornelisz. Slingerop kalkmeter door Emmetgen Anthonisdr., ongeveer 60 jaar oud. De deposante verklaart, dat ongeveer 14 dagen tevoren Adriaen Govertsz. schuitenaar met zijn schuit, die geladen was met kalk, "wettelijk gearresteert" is geweest van wege Aechtge Jan Donckers, en dat zij deposante met de rekwirant naar het huis van Aechtgen is gegaan en haar gevraagd heeft: "Wilt ghij niet met ons te vreden zijn, wij zullen ... Adriaen Govertsz. borge worden, ten eijnde dat hij over acht ofte thien dagen wederom alhier in arreste comen ende u te rechte staen zal". Aechtge heeft daarop geantwoord: "Ick wil met u nochte met geenen borgen te vreden zijn, dan ghij schorluijn [(= schelm),waarmee zij Adriaen bedoelde, die ook aanwezig was] ... zult mij betalen, al eer ghij hier vuijte haeven zult geraecken". Adriaen zei daarop: "Ick en hebbe tegens u gecocht nochte vercocht, waerom zoude ick u betalen", waarna Aechtgen tegen hem zei: "Blijft hier dan leggen op coste van ongelijk", hetgeen Adriaen toen ook gedaan heeft. De deposante was een dag later in de secretarie van Dordrecht, waar Jan Slingerop op verzoek van Aechtgen in de Kamer Judicieel een getuigenis had afgelegd, en heeft daar toen gehoord, dat Aechtgen zei: "Ick en wil met hem [Jan Slingerop] nijet te doen hebben, het is een calis [armoedzaaier], ick wil mij aen mijn principael man houden", waarop zij, deposante, gezegd heeft: "dat's waer, het is een calis, want daer en is nijet verhaels op". (ORA Dordrecht inv. 704, akte 681)

- 10 mrt. 1565: op verzoek van Jan Jansz. Donckers de jonge verklaart Adriaenken Scerpen, weduwe van Adriaen Aertsz. schrijnwerker, 71 jaar oud, dat ongeveer twee jaar geleden bij haar gekomen is Aeltgen, de weduwe van Jan Donckers, die vroeg of zij bij de deposante mocht komen inwonen. De deposante zei daarop, dat Aeltgen maar bij haar kinderen moest blijven wonen. Aeltgen klaagde echter, dat "sij nijet wel getracteert en werde vande ioncwijfs", dat zij daarom liever bij Adriaenken kwam inwonen, maar dat zij niet meer te verteren "ofte voer haeren cost te geven" had dan twee ponden Vlaams per jaar aan renten in Alkmaar en twee ponden Vlaams van een huis aldaar, dat zij geŽrfd had van haar zuster. Zij zei, dat haar overige goederen berustten onder haar kinderen Dirck en Aecht. De deposante verklaart voorts, dat zij Aeltgen ook wel eens heeft horen zeggen, toen zij met het kind van de rekwirant, genaamd Jan, bij haar kwam, dat als zij die goederen nog in haar bezit had gehad, zij de jongen een bedrag van 100 gl. zou hebben gelegateerd. (ORA Dordrecht inv. 704, f. 305)

Kind:

a. Maria Dircxdr. (Doncker), trouwde ca. 1580 Adriaen Cornelisz. de Bouffkens]

Jan Henricxsz. bakker huurt van Ariaen Jansz. om 30 gl.      9-12

[10e penning Dordrecht 1558 [internet], f. 50: het huis van Dirck Claesz. bakker, staande op de westelijke hoek van de St. Annensteiger [Distelsteiger]

1 sept. 1561: Batken DaniŽlsdr. en Commerken DaniŽlsdr., gezusters, hebben onderling de goederen verdeeld, die hun zijn aanbestorven bij overlijden van hun vader, DaniŽl Cornelisz. kuiper. Daarbij is aan Batken toebedeeld een rentebrief, sprekende op een huis staande op de hoek van de St. Annensteiger [Distelsteiger] tussen die steiger en het huis van de weduwe van Cornelis Adriaensz. Roerom. (ORA Dordrecht inv. 703, akte 25)]

Gootschalck Lenertsz. [houtdrager]     9

Jan [Arians] Jansz. [Gerbrant Thomas] huurt van voornoemde Goodtschalck om 36 gl.       11-10-4

[ORA Dordrecht inv. 714, f. 337: op 25 juni 1582 verkoopt Ocker Willemsz., kamerbewaarder, als gemachtigde van de Kamer Judiciaal van Dordrecht, een tiende part, toekomende aan Mattheeus Willemsz., in een huis, genaamd "den Bonten Oss", staande in de Kannekopersbuurt tussen het huis en de brouwerij van Adriaen Jacobsz. Heethove [sic] en het huis van Godschalck Lenardsz. houtdrager.]

Ariaen Jacobsz. Heijthoeven    28

[5 dec. 1581: Adriaen Jacobsz. Heijthoven, brouwer te Dordrecht, verklaart, dat hij "tot satisfactie" van moederlijke goederen van zijn kinderen Willem en Evert Adriaensz., verwekt bij Neeltgen Herbertsdr., zijn tweede vrouw, belooft uit te reiken aan elk van beiden een jaarlijkse losrente van 50 gl., tot wanneer zij 18 jaar zullen zijn geworden. Hij verbindt hiervoor zijn huis en brouwerij, staande in de Kannekopersbuurt aan de Landzijde [Voorstraat], staande tussen de plaats van de erfgenamen van Ghisbert van Haerlem en het huis, genaamd "de Bonte Koe", in welk huis Thonis Woutersz. de stoeldraaier heeft gewoond en waarin hij is overleden, alsmede een windmolen, genaamd "de Backerinne", staande buiten de Vuilpoort. Heijthoven herroept deze akte kort daarna, mogelijk nog op dezelfde dag. (ORA Dordrecht inv. 714, f. 264 e.v.)]

De weduwe van Herman Englisz. huurt van Michiel van Beveren om 18 gl.       5-15-4

Jan Jansz. huurt van Servaes de Vale om 12 gl.      3-16-12

f. 42

Bouwen Sijbertsz. huurt van de weduwe van Jan Maertsz. om 30 gl.      9-12

Lijntgen Jan Maertsz.      10

Maerten Struijs [van Elft]    14

Claes Jansz. bakker    10

De weduwe van Jan Ariaensz.      10

Jan van Wissem met de kelder    14

Pieter Korssen schipper    8

Jacob Josephsz. [DaniŽl van Vlijerden] huurt van Eewout Jansz. om 42 gl.     13-8-12

f. 42v

Dirck Berck     12

Pieter Jansz. Potter    10

Ocker Schrevelsz. [Halling]   13

[Okker Halling Schrevelsz., zoon van Schrevel Halling Okkersz. en Willemina van Moesijenbrouck Adriaensdr., trouwde Adriana van der Lind Damasdr., OSP anno 1588. (Balen, o.c., deel II, p.1073-1074)

ORA Dordrecht inv. 737, f. 61 e.v., akte dd 19 mei 1583: Ocker Screvelsz., als man van Aerjaentgen van der Linden en Adriaen Mes, als man van Engelken van der Linden, voor zichzelf en vervangende Marichgen en Fijchgen [Sophia] van der Linden, de zusters van hun echtgenotes, allen erfgenamen van Damas van der Linden, verkopen aan Melchior Adriaensz. een huis in het Riedijkstraatje achter het Nieuwkerkhof, bewoond door Aert Stevensz. en staande tussen het huis van Claes Pietersz. en de toren van de erfgenamen van Jan Dircxsz. in Sint Eeuwout. Koper is schuldig aan verkopers een somma van 30 ponden Vlaams. Dezelfde comparanten verkopen aan Claes Pietersz. schipper een huis met een "plaetsken" daarachter gelegen, staande achter in het Riedijkstraatje achter het Nieuwkerkhof tussen de tuin van comparanten en het huis van Melchior Adriaensz. Koper is schuldig aan verkopers een somma van 39 ponden Vlaams. ]

Lau Schots schipper    8

Jan Oom Hermansz.     10

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2610, f. 91, thesauriersrekening 1588: betaald aan Leonora van Slingelandt, weduwe van Jan Oom Harmansz., erfgenaam van Willemtgen Jansdr., weduwe van Harman Oom DaniŽlsz., 200 Vlaamse ponden "over de gereede penningen van tachterweesen vande somme van [800] gelijcke ponden volgende den accorde mette selve opten [4 sept. 1588] gemaect", wegens leverantie van hout ten behoeve van de stad Dordrecht in de jaren 1571 en 1572.]

Matgen Jan Claes     8

Cornelis Jacobsz. de Recht       8

[6 juli 1591: mr. Ottho van Arckel Sebastiaensz., voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis Jacobsz. de Recht, zijn zwager, en Geridt Jansz. met zijn broeders, wonende te Schiedam, zijn neven, en Cornelis Sijbertsz. Roerom, als man van Elisabeth Worre, allen erfgenamen van wijlen Neeltgen en Annitgen Claesdr., verkopen aan Jan Cornelisz. en Jan Jacobsz. drie erven, gelegen buiten de Vuilpoort van Dordrecht, strekkende in de breedte tegenover het huis "de Zwaen" tot "de Drie Coningen" toe en in de lengte, zoals de verkopers en hun voorouders meer dan 60 jaar lang die erven van de verkopers en hun voorouders gebruikt hebben. (ORA Dordrecht inv. 720, akte 5)] 

Rochus Cornelisz.     10

Ariaen Pouwelsz. bakker     12

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 27v e.v.: op 25 febr. 1579 verkoopt Niclaes Woutersz. van de Borch aan Adriaen Pouwelsz. bakker een huis op de hoek van de Rode Toren, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jan Tolvoet en 's herenstraat. Voorwaarde is, dat de middengevel tussen het huis van Jan van Naeltwijc, nu toebehorende aan voornoemde Claes Woutersz., en het verkochte huis "halff ende halff" zal zijn. Waarborg: Cornelis Moelen Fransz. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1449 gl. Borg: Cornelis Thomasz. bakker.]

f. 43

Lenert Henricxsz. huurt van Claes Woutersz. om 36 gl.      11-10-4

Pieter Cornelisz.    12

Geerijken Cornelis huurt van de weduwe van Cornelis Nees om 24 gl.     7-13-8

Aert [Jan] van Bommel huurt van de erfgenamen van Geerit van Nispen om 63 gl.      20-3-8

Cornelis Jacobsz. brouwer     13

Lenert Quijrijnen      12

Geerit Jacobsz. spelmaker [Frans Bruijninck] huurt van Huijbert van Doorn om 60 gl.     19-4

f. 43v

Henrick Sijmonsz. van Cappel     16

[ORA Dordrecht inv. 1550, f. 95v e.v.: "Actum XVen augusti 1580 coram Huijbert tJong Adriaensz. en Jan Pauwelsz. scepenen: voir ons personelijk gecomen ende gecompareert zijn Adriana Henricxsdr. weduwe wijlen Gieles Baerntsz. van Leckerkerck voor deen helft Jan van Coppel [sic] Simonsz. Herber Jansz. van Beaumont als man ... van Cornelia van Coppel Simonsdr. Maricken van Coppel Simonsdr. weduwe wijlen Anthoenis Nuijs Govert Jansz. van Beaumont als man ... van Remborch van Coppel Simonsdr. en Geertruijdt van Coppel Simonsdr. voor dander helft all tsamen ende alleen erffgenamen van wijlen Corrnelis Joosten Reetgelt van smoederszijde ende hebben dvoorschreven comparanten in qualitť als boven geconstitueert ... [ad recipienda debita] Henrick van Coppel haerluijder broeder, schoenbroeder neeffue respectieve mede erfgenaem van smoeders zijde".

ORA Dordrecht inv. 736, f. 97v e.v.: op 7 jan. 1581 transporteren Jan Simonsz. van Cappel, Henrick Simonsz. van Cappel, Herber Jansz., als man van Cornelia van Cappel Simonsdr., Jan Jacobsz. de Vries, als man van Marijcken van Cappel Simonsdr., en Govert Jansz. van Beaumont, als man van Reijnborch van Cappel Simonsdr., voor zichzelf en samen vervangende hun zuster Geertruijt van Cappel Simonsdr., samen voor de ene helft, en Adriana Henricxdr., weduwe van Gillis Barentsz., wonende in Lekkerland, voor de andere helft, aan Geerit Govertsz. van Souborch, ten behoeve van diens moeder, Anna Geeritsdr., weduwe van Govert Wittensz., een rentebrief van zes schilden jaarlijks, verleden door Wouters Gillisz., schout van Zuidbroek, ten overstaan van de heemraden aldaar.

ORA Dordrecht inv. 715, f. 112v e.v.: op 10 okt. 1583 verlenen Govart van Beaumondt Jansz., lid van de Oudraad te Dordrecht, als man van Reijnsborch van Slingelant Sijmonsdr., Jan en Henrick van Slingelant Sijmonsz., Jan de Vries Jacobsz., als man van Marijcken van Slingelant Sijmonsdr., Neeltgen van Slingelant Sijmonsdr., weduwe van Herber van Beaumont Jansz., en Geertruijt van Slingelant Sijmonsdr., volmacht aan Willem Lambrechtsz., wonende te Waspik, om aan Cornelis Gerritsz. van Nispen te transporteren 2 morgen en ca. 1 hont moeren, het ene gelegen in de zesde en het andere in de zevende kavel van de Swarte Mannekens en de Hont of daaromtrent. In margine: dit is te nijet".]

Ocker Pietersz. [den comen] schipper eijgen getaxeerd op     10 [doorgehaald: huurt van Cornelis Laurensz. om 42 gl.      13-8-12]

[24 nov. 1551: Marichen Aertsdr., weduwe van Cornelis Pietersz. de Ruijter, verkoopt een jaarlijkse losrente van 2 gl., verzekerd op een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Zijmon Jansz. van Ceppel en dat van Ewout Zijmonsz., genaamd "den Oijevaer" (ORA Dordrecht inv. 698, f. 48v)

ORA Dordrecht inv. 702, f. 174 e.v., 3 mei 1561: Maerten Thoenisz. is schuldig aan Willem Cornelisz. de Ruijter 32 ponden 2 sch. 8 groten Vlaams wegens de koop van twee delen van een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Marijchen van Capelle, weduwe van Jan Pietersz., en dat van Pouwels Woutersz. Borgen: Pieter Corssen bakker en Gerrit Danckertsz.

ORA Dordrecht inv. 726, akte 320: op 9 aug. 1568 verklaart Marijchen Fransdr., weduwe van Maerten DaniŽlsz., zich borg te stellen voor Neeltgen Henricxsdr., weduwe van Gerrit Danckertsz., indien Neeltgen of haar erfgenamen enige schade zouden komen te lijden wegens de waarborgstelling door haar gedaan voor de koop van een huis, genaamd "de Wildeman", staande op de Riedijk tussen het huis van Pouwels Woutersz. en dat van de erfgenamen van Marijchen van Cappel, welk huis door Pieter Pietersz. bakker is verkocht aan Adriaen Huijgen koekenbakker, verbindende een huis, genaamd "die Pot", staande in de Nieuwstraat tussen het huis van Wouter Barthoutsz. en dat van Jan Cornelisz. schrijnwerker.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 203v e.v.: op 4 juli 1581 verkoopt Cornelis Adriaensz. kruidenier aan Ocker Pietersz. schipper een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Henrick van Cappel Simonsz. en dat van Adriaen Cornelisz. Bouffgens. Waarborg: Henrick Simonsz. van Cappel.]

Wouter Cornelisz. Bouffkens    13

[I. Wouter NN

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Pouwels Woutersz. Boufkens, trouwde Elisabeth Eeuwoutsdr.

- 1558: Pouwels Woutersz. huurt een huis [op de Riedijk] voor 30 Rijnse gl., belenders: Gerrit van Nispen en Pouwels Joosten kuiper, die een huis huurt van de erfgenamen van De Ruijter (10e penning Dordrecht 1558, f. 52 [internet])

- 18 nov. 1560: Ewout Sijmonsz. verkoopt Pouwels Woutersz. een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Geridt van Nispen en dat van de erfgenamen van Cornelis den Ruijter. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 400 gl. (ORA Dordrecht inv. 722, akten 334 en 335)

- 8 mrt. 1561: Pouwels Woutersz., poorter van Dordrecht, stelt zich borg voor Willem Dircxsz. om te voldoen het gewijsde van de waterschepenen van Dordrecht, dat Peter Cornelisz. alias Papslocker tegen Willem Dircxsz. bij sententie verkrijgen mag, in zake het arrest, dat Peter heeft laten leggen op het schip van Willem Dircxsz. (ORA Dordrecht inv. 724, akte 12)

- ORA Dordrecht inv. 702, f. 174 e.v., 3 mei 1561: Maerten Thoenisz. is schuldig aan Willem Cornelisz. de Ruijter 32 ponden 2 sch. 8 groten Vlaams wegens de koop van twee delen van een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Marijchen van Capelle, weduwe van Jan Pietersz. en dat van Pouwels Woutersz. Borgen: Pieter Corssen bakker en Gerrit Danckertsz.

- 17 jan. 1566: Pouwels Woutersz., wonende op de Riedijk, stelt zich borg voor Cleijs Pietersz. van de Noort voor een bedrag van 8 Andriesguldens, welke Cleijs gehouden is te voldoen aan de stad Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 705, akte 85)

- 18 febr. 1566: Pouwels Woutersz., als man van Elijsabeth Euwoutsdr., verleent procuratie ad lites aan Franchoijs de Buijlere en Jacob Claesz., procureurs voor het Gerecht van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 705, akte 168)

- 19 febr. 1566: op verzoek van Elijsabeth Eeuwoutsdr., de vrouw van Pouwels Woutersz., verklaart Anna Lambrechtsdr. "comenster", wonende op de Riedijk, 38 jaar oud, dat op zaterdag laatstleden bij haar gekomen is Griet Sieren om uit haar, Anna's huis, te halen zekere huisraad, toebehoord hebbende aan wijlen Alijet, de weduwe van Jan Donckerts, "ende dat int vuijtdoen vanden zelfden huijsraet zeeckere woerden gevallen zijn tusschen den voirsz. Griet Sieren ende haer deposante". Griet heeft onder meer tegen Anna gezegd: "Ghij draecht immers dese Lijsken Eeuwoutsdochter te zeer ... het is daeromme dat zij u gelt geleent heeft, die papen hoere". Anna heeft daarop tegen Griet gezegd: "Is zij een papen hoere het en roert mij nijet, gaet heenen ende segt het haer zelven". Griet heeft toen geantwoord: "Jae het is een papen hoere ende het is haer opt volle stadthuijs verweeten". (ORA Dordrecht inv. 705, akte 169)

- 23 febr. 1566: op verzoek van Elijsabeth Eeuwoutsdr., de echtgenote van Pouwels Woutersz. verklaart Adriaen Thomasz., 17 jaar oud, dat hij op Verzworen Maandag [de maandag na Driekoningen], staande in het huis van Heijltken Cornelisdr. omtrent de Draaiboom, heeft gezien en gehoord, dat Aechken Jansdr., die recht tegenover de deur van Heijltken woont, staande voor de deur van haar huis, tegen de rekwirante riep: "Ghij papen hoer, die voegelen vuijtter locht weeten u nae te roupen, dat ghij een papen hoer zijt", en dat de rekwirante toen aan Aechken gevraagd heeft: "Zoudt ghij die woerden wel willen staen ende waermaecken". Aechken heeft daarop geantwoord: "Jae dat ick segge dat ick staen". Kort daarna kwamen er enkele 's heren dienaars voorbij en Aechken heeft toen tegen hen geroepen, dat zij de rekwirante maar moesten meenemen. De rekwirante stond toen in de deur van haar huis. (ORA Dordrecht inv. 705, akte 170)

- 13 mrt. 1566: op verzoek van Elijsabeth Eeuwoutsdr., vrouw van Pouwels Woutersz., verklaart Cornelis Willemsz. schipper, 50 jaar oud, dat ongeveer vijf jaar geleden de rekwirante 's avonds bij hem gekomen is, in zijn huis genaamd "die Cleijne Oijevaer", staande omtrent de Draaiboom, in het gezelschap van de pastoor van de Nieuwkerk, wiens naam hij niet kent, en tegen zijn, deposants, vrouw gezegd heeft: "Ick heb mijn heer hijer te gaste genoott want ick daer wat mede te doen hebbe ende wij beijden [wensen] alleen te sitten", waarna zij met die pastoor naar de bovenkamer gegaan is. De vrouw van de deposant heeft toen de zuster van de rekwirante erbij gehaald, zonder dat de rekwirante daarvan wist, "ende dit overmits dvoorsz. deposants huijsvrouwe daer geen besprock off hebben ... wilde". Toen de deposant naar boven ging om naar bed te gaan, vond hij op de kamer de pastoor samen zittende met de rekwirante, en zei hij tot hen: "Hoe zit ghij hier aldus, loept vuijten huijse voer duijsent duijvelen". De pastoor en Elijsabeth Eeuwoutsdr. zijn daarop weggegaan "sonder dat hij deposant ijet quaets van henluijden gesien heeft". (ORA Dordrecht inv. 705, akte 229)

- 30 mei 1566: op verzoek van Elijsabeth Euwoutsdr. legt Jan Anthonisz. in de Groote Bruijnvisch, 56 jaar oud, een verklaring af. Hij zegt, dat hij enige tijd geleden op het stadhuis is geweest en toen gezien heeft, dat Elijsabeth met Aechte Jan Donckertsdr. uit de Kamer Juditiaal kwam en dat Aechte toen "zeer groete kijffeluelicken woerde hadde jegens den Requirante voirn. Ende dat zij aldaer zeer schandelicken sprack int openbair voor veel volcx daer mede opt stadthuijs zijnde vanden voirsz. Requirante,  seggende [tegen haar] ... ghij pape hoere, ghij zijt een hoer, ende dat ick hier segge dat wil ick staen, neempt dair van getuijge ofte kennisse aff, ende doet daer toe dat ghij wilt". (ORA Dordrecht inv. 705, akte 354)

- 7 nov. 1566: Pouwels Woutersz., inwonende poorter van Dordrecht, verklaart, dat hij de dag tevoren, "wel bij drancke zijnde", woorden gehad heeft met een zekere Cornelis Danckertsz. van Bergen op Zoom, maar dat hij, "indien hij eenige injurieuse woorden zoude moegen gesproecken hebben [tegen Cornelis], (twelck hij nijet en weet) dvoorsz. woerden gesproocken heeft door groote dronckenschap ende onverstande". (ORA Dordrecht inv. 706, akte 115)

- 2 nov. 1568: op verzoek van Elijsabeth Euwoutsdr., echtgenote van Pouwels Woutersz., verklaart Pieterken Jacobsdr., 20 jaar oud, dat zij op 24 okt. 1568, staande op de achterkamer van het huis van Elijsabeth Euwoutsdr. [op de Riedijk], gezien heeft, dat de rekwirante "coomen gaende vanden draijboom deser stede [thans de Boombrug], om alzoe achter die poirte van haer voersz. huijse inne te gaen, ende dat ten zelfden tijde dvoersz. requirante siende datter een tobbe met calck voir de achterdoere van haer huijse stont zulcx dat die doere nijet en op mocht, ende noch een houten casijn [kozijn] staende aen tmuijrken van tplaetsken vanden voirsz. requirante twelck zeer cranck [in slechte staat] was, heeft dvoirsz. requirante met haer dochter genaempt Marijken Pouwelsdr. tvoirsz. casijn wech willen setten aen terfue van Lijn Pietersdr. [zeer waarschijnlijk de echtgenote van Cornelis Willemsz. schipper, de deposant van de hierboven genoemde verklaring van 13 mrt. 1566], die tvoirsz. [kozijn] toebehoerde, twelck siende die joncste dochter vande voirsz. Lijn Pietersdr., genaempt Neelken Cornelisdr., is aldaer gecomen loepende ende riep met luijder stemmen totte requirante voirn.: ghij joncvrou met uwen gouden rinck aen u voerste vinger ende met uwe fluweele lijsten [boorden], staet dat casijn in uwe wech, waerop die requirante voir antwoorde geseijt hebbende: en stondt het in mijnen weech nijet, ick en zoutter nijet vuijt setten. Is dvoirsz. Lijn Pietersdr., moeder van den voersz. Neelken, mede aldaer gecomen lopen, seggende totten requirante voersz.: ghij oijelicke [ellendige] droncken sack, dorst ghij noch spreecken, waer op die requirante geantwoordt heeft: ick mach noch wel mit eeren spreecken, alzoe wel als ghij doet, ghij hebt een papen hoer van mij gemaect, ick en maeck noch geen hoer van u als ghij van mij gemaect hebt, mair all dat tgundt dat Aechke Jan dochters gesproecken ende geroepen heeft, daer hebt ghijse toe gebrocht, wat wist zij dat ick mitten paep [de pastoor van de Nieuwkerk] tot uwen huijse was, doen ghij bij mij quaemt ende seijdt daer zijn zielen te winnen, hebt ghij mij dan gehaelt om bordeel te houden in u huijs, daer zijn gebroecken potten genouch ende andere vrouwen die daer toe bequaem zijn. Waer op dvoirsz. Lijn Pieters weder geseijt heeft totten requirante voirn.: ghij vercruijde [verstoten] hoer (op zijn oneerlicste) hadt den paep in uwe huijs gebrocht, ghij en dorst hem in mijn huijs huijs nijet brengen, daer de voirsz. requirante op zeijde totten voersz. Lijn Pietersdr.: wat hadt ghij hem te haelen, ghij oijelicke soeghe. Is dit den danck dat wij u altijt guedt gedaen hebben. Ick heb u wel mijn heuijck [kap] van mijn hooft geleent ende mijn scortecleet van mijn buijck. Twelck gehoert heeft dvoirsz. Lijn Pietersdr. daer op geseijt totten voirsz. requirante: daer liecht ghij aen, ghij droncken hoer, gaen [sic] heenen ende haelt weder vier hondert karolus guldens op uwe huijs die ghij verslept [verslempt] hebt. Waer op die requirante zeijde totten voirsz. Lijn Pieters: staen daer vier hondert k. gul. op mijn huijs, daer liecht ghij aen, ende zijt ghij nu aldus rijck, ick heb den dach geleeft dat ghij met u kinderen oli vuijte lamp aet ende van u rijckdom moecht ghij u heer u God dancken, mijn heucht dat ghij soe rijck nijet en waert, ghij behoeft mij mijn beroijdicheijt nijet te verwijten. Heb ick vier hondert gulden op mijn huijs gehaelt tes wel soe veel beter alst u ende om dat ghij soe rijck zijt soe zullen wijt een huijs tegen het ander stellen ende dan zullen wijt tegen malcanderen verrechten. Maer geeft mij eerst die vijftich carolus gulden voer mijn heer die mijn heeren van Dordrecht jou off  gewesen hebben tot behouff vande armen ende gaet tot mijn heere den schoudt ende stelt dien te vreden ende legt mij nu mijn oncosten hier neer. Wij hebben lang genouch gekeven. Deur u en is toch nijet te comen, want zij alle drie, beijde de dochters ende dvoorsz. Lijn Pieters, even luijt riepen.Seggende dvoorsz. requirante: bae bent ghij alle dul dat ghij dus baert drie tegen een. Tes te veel. Ick en can mij nijet vertaelen [verdedigen] tegen u, seggende: ick hebbe mijn tonge nijet vuijtgesteecken, dat liegen zij valschelijk. Daer op de voorsz. Lijn Pieters weder zeijde: ghij oelijcke droncken stuck, dorst ghij noch spreken, gaet ende haelt tavont allen u bueren wederom in ende als ghijt gat vol hebt dan beswijmpt weder. Daer op de requirante antwoorde: dat mach ick sulcke soegen wel danck weten gelijck ghij ende vuijs gelijken die mij daer wel toe geholpen hebben, want ghij sult mij noch om mijnen sinnen brengen off ghij een man waert ende ick een man waer ende dat wij opten noort [bedoeld is ongetwijfeld: aan de Noord, welke rivier vrijwel recht tegenover de Boomstraat/hoek Riedijk ligt, waar dit alles zich afspeelde] stonden ende dattet nijemant en sach, ghij sout mijn lijff hebben ofte ick soude u lijff hebben, want ghij nimmermeer off en laet, smijtende met haer hant over opte baelge [slagboom]. Twelck gehoert die outste dochter vande voorn. [Lijn Pietersdr.], genampt Gerijcken zeijde: moerken, Lijsken Euwouts ... maect een diefachtige hoer van u. Daer op de requirante antwoerde ende seijde: daer liecht ghij aen, ick en ben soe oneerlick in mijn mont nijet, hadt ghij mij soe verde claer waert ghij neen moer, ick en salt mijn nijet verpraeten als ghijt u. Twelck hoerende sommige man personen, die haer deposante onbekent sijn, seijden: dat en seijt sij nijet, ghij seijt dat, maer wij en hoerent die vrou nijet seggen, passerende sulcx de voorsz. manpersonen voorbij. Twelck gehoert sij deposante zeijde: coempt Lijsken, gaet seker in huijs, want dit en es geen volck om deur te comen, want ghij hebter drie tegen. Ende is sulcx drequirante in de plaets gegaen. Doen es de ouste dochter vande voorn. Lijne Pieters, genampt Gerijcken, op de camer gegaen om haer veijnsters te sluijten, ruijpende met luijder stemmen jegens de requirante: hadt ghij een degelijke man gehadt hij soude u metten haere vande camer gehaelt hebben, doen ghij mitten paep sadt en domineerde [dineerde]. Daerop de requirante seijde: al dat ghij daer spreect, derff ghij dat wel staen, hout ghij dan berdeel in u huijs, dit is een grooten laster. Ende es sulcx mede comen loepen die joncxste dochter vande voorn. Lijn Pieters ende heeft oijck die voorn. requirante aengeseijt: dat stoxken gerooct vleijs dat ick vuijt uwen huijse haelde, doen ghij metten paep tonsent sat en domineerde op het camerken ende wij daer doer tclinckgat keken, wat parten of spel speelden ghij doen. Daerop die requirante antwoorde: ghij stoute cleuter, wat vleijs, het was vrijdach, bent ghij dan geus, dat ghij vrijdaechs vleijs eeten soudt, wat een schoonen eet heeft u moeder over mij gedaen, dat sij soe geswoeren heeft, het was een soij duer vis, die ghij vuijt mijn huijs haelde ende u vaeder ende moeder hebben daer mede off [ge]gheten ende Janneke mijn suster. Soe en heb ick oijck alleen opte camer nijet metten paep nijet geseten, gelijk u moeder tuijcht ende geswoeren heeft, maer ... ick salse noch wel vinden. Daer de voorn. kinderen vande voorsz. Lijne Pieters op zeijden: waer ons vaeder thuijs, hoe zoude hij u teijckenen [d.w.z.: een snee in Lijskens gezicht geven]. Daer de requirante op geantwoort heeft: daer setten ick een bos sloetelen tegen ende die soude ick hem in zijnen beck clincken, want ick en soucke u vaeder nijet, ick soucke u moeder ende hebbe met u vader nijet te doen. Verclaerende voorts [de deposante] dat de voorn. Lijnne Pietersdr. ten selven tijde seijde: ick sal noch den dach leven, dat ghij met u kinderen ... opte missie [mesthoop] sitten sult. Tverckeschot en sal u nijet goet genouch zijn ende ghij sult noch in u schoenen sterven". (ORA Dordrecht inv. 726, akte 559)

- 21 juni 1569: op verzoek van Pouwels Woutersz. Bouffkens verklaart Adriaen de Vet Pietersz., oudraad in wette van Dordrecht, ongeveer 48 jaar oud, dat in mei 1569 hij, deposant, van de dochter van Aert Heijnricxsz. alias Postmeester, wonende te Gorinchem, een somma van 11 ponden groten Vlaams ontvangen heeft op een waterbrief, die hem, getuige, toebehoort. (ORA Dordrecht inv. 727, akte 392)

Kind:

a-1. Marijken Pouwelsdr.

b. Cornelis Woutersz. de Boufkens, volgt II

II. Cornelis Woutersz. de Boufkens, geboren naar schatting ca. 1510, schipper te Dordrecht, eigenaar van het huis "de Oijevaer" op de Riedijk, (eerder bewoond door Pouwels Woutersz.), overleden na 9 aug. 1575 (vůůr 4 juli 1581?), trouwde NN

- 15 mrt. 1564: Peter Munsz., wonende te Middelburg, transporteert aan Cornelis Woutersz. en Pouwels Woutersz. een schuldbrief, "mits desen getransfixeert". (ORA Dordrecht 725, akte 157)

- 10 mrt. 1565: op verzoek van Volcxgen Cornelisdr., weduwe van Dirck Jansz. Doncker, verklaart Marijken Jansdr., 23 jaar oud, vrouw van Jan Pietersz., dat zij ongeveer tijdens Kerstmis 1564 is geweest ten huize van de rekwirante, waar ook gekomen is Cornelis Woutersz. Boufkens, die zei een schip gekocht te hebben van Adriaen Huijgen bij de Vuilpoort. Hij vertelde, dat iemand bij zijn vrouw geweest was en haar gezegd had, dat hij Doncker nog iets schuldig was wegens de leverantie van masten en sprieten, maar dat hij die al betaald had in het huisje op het Nieuwe Werck in aanwezigheid van Jan Leijdecker. Volcxken zei, dat als hij hun niets schuldig was, waarom zou hij hun dan moeten betalen. Daarop antwoordde Cornelis, dat zijn vrouw zich dan vergist moest hebben en dat het vermoedelijk om iemand anders ging. (ORA Dordrecht inv. 704, akte 923)

- 24 aug. 1570: Sebastiaen Cornelisz. en Cornelis Woutersz. alias Boufge stellen zich borg voor Trijn, de vrouw van Adriaen Adriaensz., steenbakker te Ouderkerk a/d IJssel, voor de lichting van een bedrag van 8 ponden 10 schellingen, welke door Gerrit Jansz. de Heer "onder den gerechte is geconsigneert". (Trijn wordt in een akte dd 11 sept. 1570 [ORA Dordrecht inv. 709, akte 341) Trijn Adriaensdr. genoemd). (ORA Dordrecht inv. 709, akte 323)

- 16 juni 1571: Cornelis Woutersz. alias Boufkens stelt zich borg voor Adriaen Cornelisz. van Bergen op Zoom voor alzulke "actie recht ende toeseggen" als Pieter Halling zegt hem toe te komen vanwege Adriaen Cornelisz. van Bergen op Zoom, ter zake van welke pretentie Pieter Halling beslag heeft laten leggen op een zekere hoeveelheid haver, liggende in de haven van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 186v e.v.)

- 20 juni 1571: Adriaen Cornelisz. alias Bouffkens van Bergen op Zoom verleent procuratie ad lites aan Jacob Claesz. Ulricx, procureur. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 192v)

- 21 juni 1571: verklaring op verzoek van Pieter Hallinck Jansz. korenkoper door Aert Gillisz. makelaar, ongeveer 38 jaar oud, en Adriaen Jansz. smid, ongeveer 36 jaar oud. Zij verklaren, dat zij in de week van Pinksteren 1571 geweest zijn in Zwijndrecht ten huize van Adriaen van Thol, waar mede aanwezig waren de rekwirant en Cornelis [Woutersz.] de Bouffkens en enige andere personen. Cornelis de Bouffkens heeft toen tegen Arien van Thol gezegd: "Hont daer es den gootspenning [Godspenning = handgeld dat een koper ontvangt tot bevestiging van een reeds tot stand gekomen overeenkomst], zal ick de haver hebben voerden prijs ... alst gisteravont geseijt was". Thol heeft daarop gezegd: "Ick wil den gootspenning wel hebben maer ick most weeten op wat conditie". Cornelis Woutersz. antwoordde: "Dat es de elff gl. min vijff stoter [stoter = rekenmunt met een waarde van f. 0,125], waarop Thol zei: "De haver en is nijet min te coop dan elff gl. min een stoter ende zoe heb ick u die gisteravont geset en is oijck nijet min te coop". Bouffkens heeft toen weer gezegd: "Hont daer is de gootspenning, ick sal die haver ontfangen nijet van coopswegen maer van haet ende nijtt" en Thol heeft vervolgens de godspenning in ontvangst genomen. De rekwirant heeft De Bouffkens daarna verzocht het gelag te betalen, maar die heeft slechts ťťn schelling betaald, hoewel er door het gezelschap voor 12 schellingen aan drank verteerd was. De rest is door de deposanten betaald. (ORA Dordrecht inv. 728, akte 698)

- 21 juni 1571: verklaring op verzoek van Cornelis Woutersz. alias Boufkens door Adriaan Tol Joostensz., 50 jaar oud. Hij getuigt, dat in de week na Pinksteren 1571 in zijn huis gekomen zijn Cornelis Woutersz. alias Boufkens en zijn zoon en dat Cornelis "van hem deposant gedongen heeft om te coepen zeeckere quantiteijt van havere, ende dat hij deposant de zelve havere den voirsz. requirandt geset heeft het hoet voir elf karolus gulden min een stoter". De volgende de dag is Boufkens weer bij hem gekomen, vergezeld door zijn zoon, Pieter Jansz. Halling en Aert Gillisz. makelaar. Boufkens en Tol zijn toen na enig onderhandelen overeengekomen, dat Boufkens de haver van Tol zou kopen voor 11 gl. min vijf groten. (ORA Dordrecht inv. 728, akte 699)

- 31 jan. 1572: Cornelis Woutersz. Bouffkens, inwonende poorter van Dordrecht, stelt zich borg voor Pieter Jacobsz. Swartepaert van Delft, thans wonende in Beijerland, voor alzulke "actie" als Jacob Willemsz. glaesmaecker te pretenderen heeft op Pieter Jacobsz., t.w. 4 ponden. (ORA Dordrecht inv. 728,

- 9 aug. 1575: Mathijs Diricksz. schoenmaker verkoopt Maerten Cornelisz. zeilmaker een huis [in de Voorstraat] omtrent de Vuilpoort aan de havenzijde, staande tussen het huis van Willem Willemsz. apotheker en het huis van Dirrick Claesz. korenkoper. Waarborg: Herman Ariensz. schipper. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 458 gl. Borg: Cornelis Woutersz. Bouffgens. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 4)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Wouter Cornelisz. de Boufkens, geboren ca. 1539, schipper, (ORA Dordrecht inv. 718, f. 113, akte dd 20 juli 1588), overleden in 1587

- 1 aug. 1569: verklaring op verzoek van Cornelis van MoesiŽnbrouck Adriaensz. door Jan Lambrechtsz., ongeveer 50 jaar oud, Wouter Cornelisz. die Boufkens, ongeveer 30 jaar oud, en Neeltgen Brienen Pietersdr., 44 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 727, akte 508)

- 16 juli 1584: verklaring op verzoek van Adriaen Cornelisz. Vingeroff schipper door Jan Maertsz., schipper en burger van Dordrecht, ongeveer 40 jaar, en Huijbert Cornelisz., huistimmerman van Geertruidenberg, ongeveer 22 jaar oud. Zij verklaren, dat zij de avond tevoren met Vingeroff geweest zijn voor de deur van Wouter Cornelisz. de Bouffgens en dat zij toen gehoord hebben, dat de rekwirant tegen Wouter zei: "Wouter wildij de woorden (die gij tegens mijn gesproocken hebt) wel gestant doen", waarop Wouter vroeg welke woorden hij bedoelde. Vingeroff zei toen: "Als dat gij geseijt hebt dat ick tot Mechelen twee last sme[e]colen gestolen hebbe", waarop Wouter antwoordde: "Jae dat wille ick gestant doen ende bekenne alsnoch tzelve voorde gebuijren alhijer". (ORA Dordrecht inv. 715, f. 223 e.v.)

- 4 april 1587: op verzoek van de weduwe van Wouter de Bouffkens verklaart Geerid Bastiaensz. van Drijel, 35 jaar oud, dat hij ongeveer vijf dagen vůůr het overlijden van Wouter de Bouffkens met Pieter Jansz. van Bree in Wouters huis geweest is, waar deze ziek te bed lag en dat de vrouw van de zieke hem toen gevraagd heeft: "Segt Wouter hier is nu Pieter Jans ende Geerid onze buijren bindij [ben je] ijet sculdich aen uwe broeders Arien of Jan zoo zegt het nu". Wouter heeft daarop ontkennend geantwoord en toen zijn vrouw het hem nogmaals vroeg, heeft "Wouter zijn hooft gescudt overmidts de spraeck hem lastich viel". Pieter Jansz. van Bree, 60 jaar oud, verklaart, dat dit alles door Geerid Bastiaensz. naar waarheid is verteld. (ORA Dordrecht inv. 717, f. 147)

b. Adriaen Cornelisz. de Boufkens, geboren naar schatting ca. 1545, overleden in 1588, begraven in graf 78 in de Nieuwkerk, trouwde 1e Matgen Maertens, 2e ca. 1580 Maria Dircx (Doncker), dochter van Dirck Jansz. Doncker, schipper te Dordrecht, en Volcxgen Cornelisdr., dochter van Kornelis Jacobsz. Roerom, en diens tweede vrouw Maria Sijbertsdr. van den Hatert, dochter van Sybert van den Hatert, edelman der Bende van de Ordonnantie van Gelderland (Balen, o.c., deel II, p. 1205 e.v.)

Kornelis Jacobsz. Roerom, zou volgens Balen (ibid.) een zoon zijn geweest van Jacob Roerom en Beatrix, het meisje uit de legende over de St.-Elisabethsvloed van 1421. Na de vloed zou zij volgens de legende in een wiegje, dat in evenwicht werd gehouden door een heen en weer springende kat, aangespoeld zijn, volgens ťťn versie aan de Kinderdijk bij Alblasserdam en volgens een andere bij de Spuipoort van Dordrecht.* Aangezien volgens Balen Kornelis geboren was in 1468, zou zijn moeder, Beatrix, bij zijn geboorte dus ongeveer 47 jaar moeten zijn geweest. Dat is nogal ongeloofwaardig of geeft op zijn minst reden tot twijfel!

* "De eerste die haar noemt is een zekere Chrysostomus Neapolitanus, een Italiaanse handelaar die in 1514 in een brief aan graaf Nugarolo schrijft over een boottocht over het verdronken land rond Dordrecht. Hij zag toen torenspitsen van verdronken kerken uit het land omhoog rijzen en men vertelde hem dat bij de stormvloed 93 jaar geleden 72 dorpen waren verdronken en slechts een kind in een wieg waar een kat op zat aan de verdrinkingsdood was ontsnapt en in Dordrecht aangespoeld." (H.A. van Duinen en C. Esseboom [red.], Verdronken dorpen boven water, Sint Elisabethsvloed 1421: geschiedenis en archeologie [Dordrecht z.j.], p. 95 en 97)

Op het onderstaande detail van een paneel (Rijksmuseum Amsterdam), dat de St. Elisabethsvloed afbeeldt, is het kind in de wieg ook weergegeven. Het paneel, dat door een onbekende meester is vervaardigd, in opdracht van dorpelingen uit Wieldrecht, die de ramp overleefd hadden, zou uit ca. 1490 stammen. (Idem, p. 97. NB: er staat ten onrechte "circa 1470". Zie de website van het Rijksmuseum.) 

 

 

De legende van Beatrix is uitgebeeld op een gebrandschilderd raam in de Jeruzalemskapel van de Grote Kerk te Dordrecht (foto: H.A. van Duinen). 

- 29 nov. 1578: Adriaen Cornelisz. de Bouffkens stelt zich borg voor Meus Cornelisz. uit de Polder voor het "recht of toezeggen", dat Philips Peijman zegt hem toe te komen van Meus Cornelisz. (ORA Dordrecht inv. 734. f. 177)

- 1 april 1581: op verzoek van Adriaen Cornelisz. de Bouffgens verklaart Pieter Lucasz., waard in "de Clock" te Dordrecht, ongeveer 34 jaar oud, dat ongeveer 5 jaar geleden "hij deposant wonende inden huijse genaempt den Wijnberch staende ontrent de Nieubrugge, aldaer inden kelder vande zelve huijse geset is bij eenen Hans Thollenaer zeeckere tonnekens verrotte groene caes dwelcke aldaer gestaen hebbende wel ontrent anderhalff jaer ende gans bedorven zijnde ende geheel stinkende en is daer van nijet meer gecomen dan eenen enkelen rosen nobel [ca. 8 gl.] met eenen hollantschen daler die hij deposant ontfangen heeft voor zijn staengelt. Verclarende voorts dat hij vande eersten off last gehadt heeft vande voorsz. Hans Tollenaer om deselve caesen te vercopen en daer nae oock overmits den grooten stanck van deselve te werpen int water ende dat hij oock wel int seker weet dat den requirant geen genut noch eenich proffijt daer van genoten en heeft int minste". De rekwirant zelf verklaart onder ede, dat hij "in geene manieren geene penningen vande voorsz. caes ontfangen noch eenich proffijte [daarvan] gehadt en heeft". (ORA Dordrecht inv. 736, f. 139)

- 28 okt. 1588: Jan en Maerten Cornelisz. de Bouffkens, gebroeders, verklaren, dat door hen en Adriaen Cornelisz. de Bouffkens bij de verdeling van hun vaders nalatenschap is overeengekomen, dat Adriaen de eigendom van het huis "de Oijevaer" zou behouden voor een somma van 1500 gl., maar dat na zijn overlijden de "naestinge" van dat huis voor genoemd bedrag zou komen aan Jan en Maerten. Zij verklaren voorts, dat zij bij de vertichting [zie de akte hieronder] ten behoeve van Adriaens weeskinderen voorlopig afstand gedaan hebben van het huis, maar dat zij zich het recht voorbehouden daar eventueel later nog aanspraak op te maken. (ORA Dordrecht inv. 718, f. 159)

- 28 okt. 1588: boedelscheiding tussen Maria Dircxdr., weduwe van Adriaen Cornelisz. Bouffkens, enerzijds, en Jan en Maerten Cornelisz. de Bouffkens, voor zichzelf en tevens vervangende Herber Jansz., wonende in Krimpen, als man van Marijcken Cornelisdr., allen ooms en voogden van de kinderen van Adriaen Cornelisz. Bouffkens, met name Janneken Adriaensdr., 10 jaar oud, verwekt bij zijn eerste vrouw Matgen Maertens, en Cornelis Adriaensz., 6 jaar oud, en Dirck Adriaensz., 1 jaar oud, verwekt bij zijn tweede vrouw Maria Dircxdr., anderzijds. De comparanten verklaren, dat zij de boedel, die Adriaen en Maria in gemeenschappelijk bezit gehad hebben, verdeeld hebben, waarbij aan de weduwe is toegevallen de helft van de inboedel, een aantal inschulden, de helft van het huis "de Oijevaer" op de Riedijk te Dordrecht, de helft van 17 morgen land in Alblasserdam, de helft van ruim 13 hond land aldaar en de helft van de daarop verschenen pachtgelden. De voogden hebben ten behoeve van de weeskinderen ontvangen een bedrag van 423 gl. en 16 st., gekomen van de wederhelft van de inboedel en de kleren, die Adriaen Cornelisz. heeft nagelaten, een aantal inschulden, bedragende in totaal (inclusief het voorgaande bedrag) 1644 gl. 17 st. 4 penn., 8 morgen leengoed te Alblasserdam, waarvan de opbrengsten uit verpachting over het jaar 1588 zullen bedragen 846 gl., een lijfrente van 6 gl. jaarlijks ten laste van de stad Dordrecht, staande op naam van genoemde kinderen, de wederhelft van voornoemd huis en van de landerijen in Alblasserdam, een stuk land te Etten of De Leur met het daarop staande huis, en een "visserij" omtrent Alblasserdam met netten en andere toebehoren. (ORA Dordrecht inv. 718, f. 160 e.v.)

Kinderen:

ex 1:

b-1. Janneken Adriaensdr. de Boufkens, geboren ca. 1578

ex 2:

b-2. Cornelis Adriaensz. de Boufkens, geboren ca. 1582

b-3. Dirck Adriaensz. de Boufkens, geboren ca. 1587, trouwde Quirina Bouwens

c. Jan Cornelisz. de Boufkens, geboren ca. 1545, korenkoper

- 14 dec. 1578: Jan Cornelisz. Bouffkens stelt zich borg voor Pieter Jacobsz. van Alblasserdam, thans wonende in Nieuwpoort, voor de actie, die de weduwe van Mon Thomasz. op hem pretenderende is. (ORA Dordrecht inv. 734)

- 25 juni 1579: Jan Cornelisz. Bouffkens koopt van Lijsgen Cornelisdr., weduwe van Cornelis Ket, een huis op de Riedijk, staande tussen het huis genaamd "'t Vosken" en het huis van de weduwe van Cornelis Rijsberch. Waarborg voor de verkoper: Cornelis Thomasz. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 904 gl. Borg: Adriaen Cornelisz. de Boufkens. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 93v)

- 4 febr. 1591: Jan Cornelisz. de Bouffkens korenkoper, zoon van wijlen Cornelis Woutersz., in zijn leven burger van Dordrecht, transporteert aan Allert van Eijl, burger van Tiel, een schepenenschuldbrief, verleden door Gerard de Veer en diens vrouw Trijnken [sic] voor schepenen van Venlo, inhoudende 42 ponden groten Vlaams. (ORA Dordrecht inv. 719, akte 1021)

c. Maerten Cornelisz. de Boufkens, geboren ca. 1550, zeilmaker te Dordrecht

- 9 aug. 1575: Mathijs Diricksz. schoenmaker verkoopt Maerten Cornelisz. zeilmaker een huis [in de Voorstraat] omtrent de Vuilpoort aan de havenzijde, staande tussen het huis van Willem Willemsz. apotheker en het huis van Dirrick Claesz. korenkoper. Waarborg: Herman Ariensz. schipper. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 458 gl. Borg: Cornelis Woutersz. Bouffgens. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 4)

- ORA Dordrecht inv. 736, f. 55v: op 6 okt. 1580 verkoopt Maerten Cornelisz. de Bouffgens aan Cornelis Cornelisz. schoenmaker een huis bij de Vuilpoort op de havenzijde, staande tussen het huis van Dirck Claesz. en dat van Jan Pieter Corssen houthaker. Waarborg: Thijs Dircxsz. schoenmaker. Koper is schuldig aan verkoper 508 gl. Borgen: Jacob Cornelisz. schoenmaker en Pieter Jansz. kleermaker.

- ORA Dordrecht inv. 717, f. 62 e.v.: op 21 sept. 1586 verklaren schepenen van Dordrecht, dat, rechtelijk gedaagd zijnde om "der waerheijt getuijchenisse te geven", op verzoek van Adriaen Adriaensz., bakker en burger van Dordrecht, gecompareerd zijn Adriaen Ockersz., 66 jaar oud, Jan Huijgensz. Verboom, 41 jaar oud, Jan Cornelisz. de Bouffkens, 41 jaar oud, en Maerten Cornelisz. de Bouffkens, 36 jaar oud. De comparanten hebben getuigd , dat zij, deposanten, en de rekwirant, allen als crediteuren van Henrick Jansz. lijndraaier bijeengekomen zijn "omme met malcanderen te overleggen den staet vande vvutschulden van den selven Henrick Jansz.".

d. Maricken Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1555, van Dordrecht (1578), trouwde NG Dordrecht 19 jan. 1578 (ondertrouw) Herbert Jansz., uit Krimpen (1578)

 

Riedijk bij de Boomstraat (juli 2008)

Jasper Pietersz. huurt van Willem Stoop om 36 gl.      11-10-4

[ORA Dordrecht inv. 736, f. 283: op 23 jan. 1582 verkopen Willem Stoop Dircksz., oud-burgemeester van Dordrecht en Herman Soetmansz. aan Adriaen Jansz. lakenkoper een huis op de Riedijk, genaamd "Drije Coningen", staande tussen het huis van Adriaen de Bouffgens en dat van de weduwe van Mon Thomasz.]

De weduwe van Mon Thomasz.      8

[I. Thomas Jansz., overleden vůůr april 1569, trouwde Neeltgen Huijbertsdr., overleden tussen april 1569 en 11 mrt. 1575

ORA Dordrecht inv. 727, akte 188: op .. april 1569 transporteert Mon Thomasz. aan zijn moeder, Neeltgen Huijbertsdr., weduwe van Thomas Jansz., een rentebrief van 6 ponden groten Vlaams jaarlijks, sprekende op Dircxken Barthoutsdr., welke rentebrief hem, comparant, "bij vertichtinge" is aanbestorven.

11 mrt. 1575: Willem Stoop Dircxsz., oudraad in wette van Dordrecht, als man van Hilleken Jansdr., Arien Jansz, voor zichzelf en vervangende zijn zuster, Nelleken Jansdr., Willem Jansz. van Schiedam, voor zichzelf en vervangende zijn zoon, Jan Willemsz., verwekt bij Deliana Thomasdr., Arien Mes Laurensz., voor zichzelf, Marijken Jansdr., vrouw van Huijbrecht Thomasz., Innocent Claes Thomasdr., voor zichzelf, Neeltken Thomasdr., weduwe van Claes van de Graeff, voor zichzelf en voor haar kinderen, en Anneken Gerritsdr., weduwe van Mon Thomasz., voor zichzelf en voor haar kinderen, allen erfgenamen van Neeltken Huijbertsdr., resp. hun moeder en grootmoeder, verlenen procuratie aan Herman Thomasz., hun broer resp. oom, om te verkopen, belasten, etc. de huurlanden, die Neeltken Huijbertsdr. heeft nagelaten. (ORA Dordrecht inv. 710, f. 231)

- 14 dec. 1578: Jan Cornelisz. Bouffkens stelt zich borg voor Pieter Jacobsz. van Alblasserdam, thans wonende in Nieuwpoort, voor de actie, die de weduwe van Mon Thomasz. op hem pretenderende is. (ORA Dordrecht inv. 734)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Mon Thomasz., lakenkoper te Dordrecht, overleden tussen Kerstmis 1578 en 2 mei. 1579, trouwde vůůr 8 okt. 1570 Anneken Gerritsdr.

ORA Dordrecht inv. 709, f. 117: op 8 okt. 1570 verklaren Barthout Gerritsz. brouwer, Adriaen Been Jacobsz. lakenkoper, als weduwnaar van Marijken Gerritsdr., voor zichzelf en voor zijn kinderen, verwekt bij dezelfde Marijken Gerritsdr., Mon Thomasz. lakenkoper, als man van Anneken Gerritsdr., Loijken Gerritsdr. en Adriaenken Gerritsdr. de Jonge, dat hun broer, Jan Gerritsz. brouwer, "henlieden wel ende ten vollen vernuecht ... heeft den 1en penning mette lesten, elcx heurlieden quote portie ende aenpaerdt als elcx van heurlieden competerende is geweest vuijt crachte vande coope" van een huis en brouwerij "van voren tot achteren", met al zijn toebehoren, genaamd "den Gulden Sloetel", staande aan de Poortzijde bij de Visbrug, door Jan Gerritsz. van hen, comparanten, gekocht in het jaar 1560.

ORA Dordrecht inv. 709, akte 747: op 25 juni 1571 transporteert Mon Thomasz. lakenkoper aan Jan Gerritsz. brouwer een heemraadsbrief van 9 1/2 Rijnse gl. jaarlijkse losrente, die hem is aangekomen bij overlijden van zijn vader, Thomas Jansz.

ORA Dordrecht 1571, f. 9v e.v.: op 13 jan. 1579 verklaart Geerit Pluijm, 's herendienaar, dat hij enige dagen voor Kerstmis op verzoek van Mon Thomasz. gearresteerd heeft Simon Corssen uit Gijbeland, als erfgenaam van diens vader, Cors Simonsz., om te verkrijgen betaling van een bepaalde vangbrief, en dat borg voor Simon is geworden Aert Adriaensz. kaaskoper. 

2 mei 1579: Anneken Geritsdr., weduwe van Mon Tomasz., voor de helft, Claerken Ambachtsheeren, weduwe van Hans Slootkens, voor een vierde part, en Stevens Dionijsz., als oom van en namens Anthoni Cornelisz., als man van Neelken Woutersdr., voor een vierde part, verkopen aan Cent Baertoutsz. schipper een huis in de Pelserstraat, staande tussen het huis van Bastiaen de lapper en dat van Jacob Pietersz. smid. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 20 Vlaamse ponden. (ORA Dordrecht inv. 713, f. 162v)

11 dec. 1587: Loijchgen Geritsdr. transporteert aan Anneken Geritsdr., weduwe van Mon Thomasz., en haar vier kinderen, t.w. Gerit, Jan, Wouter en Grietgen Monnen, een rentebrief van 4 Vlaamse ponden jaarlijkse losrente, sprekende op het huis van wijlen Willem Oom, heer van Papendrecht, genaamd "Ossenburch", staande in de Houttuin aan de Landzijde.

Kinderen (volgorde onzeker):

a-1. Gerrit Monnen

a-2. Jan Monnen

a-3. Wouter Monnen

a-4. Grietgen Monnen

b. Deliana Thomasdr., trouwde Willem Jansz. van Schiedam

Kind:

b-1. Jan Willemsz.

c. Huijbrecht Thomasz., trouwde Marijken Jansdr.

d. Neeltken Thomasdr., trouwde Claes van de Graef

ORA Dordrecht inv. 1571, f. 36v: op 23 mrt. 1579 transporteert Neeltgen Thomasdr., weduwe van Niclaes van de Graeff, aan Geerit Adriaensz. bakker, als oom en voogd van Adriaen Claesz., weeskind van Claes Jansz., een rentebrief van 3 gl. jaarlijks, verleden door Catharina Adriaensdr., weduwe van Matheus de tollenaar, welke rentebrief haar, Neeltgen, is aangekomen bij overlijden van haar vader, Thomas Jansz.

e. Jan Thomasz., volgt II

II. Jan Thomasz., trouwde Trijntge Adriaensdr. Mes, trouwde 2e Laurens NN

- 11 jan. 1554: Brecht Ariensdr., weduwe van Govert Jacopsz., verkoopt aan Arien Jansz., Hillechen Jansdr., Nelleken Jansdr. en Arijen Mes, allen onmondige kinderen van Trijntgen Mes Ariensdr., een jaarlijkse losrente van 3 gl., verzekerd op een huis in de Dwarsgang bij de Nieuwkerk, staande tussen het huis van Heijnrick Adriaensz. en de stadsgracht. (ORA Dordrecht inv. 1535 (nieuw), akte 242)

Kinderen (ex 1):

a. Hilleken Jansdr., trouwde Willem Stoop Dirksz., burgemeester van Dordrecht

b. Nelleken Jansdr., trouwde Herman Soetmansz.

c. Arien Jansz.

Kind (ex 2)

d. Arien Laurensz. Mes]

Jan Damasz. schipper huurt van Neeltgen Joosten om 36 gl.     11-10-4

De weduwe van Ariaen Jansz. smid     6

[ORA Dordrecht inv. 739, f. 131v: op 7 april 1587 verkopen Neeltgen Huijberts, weduwe van Adriaen Jansz. smid, Jan Adriaensz. en Heijltgen Adriaensdr. en Agnietgen Adriaensdr., tevens vervangende hun zuster Trijntgen Adriaensdr., aan Adriaen Pietersz., schout van Dubbeldam, een huis op de Riedijk, staande tussen de Nieuwpoort en het huis van Cornelis Thomasz. bakker. Waarborg: de voornoemde weduwe van Adriaen Jansz. Koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 675 Rijnse gl.]

f. 44

Cornelis Thomasz. bakker    10

[Cornelis Thomasz., geboren ca. 1535, bakker te Dordrecht overleden na 28 dec. 1598, trouwde naar schatting ca. 1557 Machtelt Bouwensdr., geboren naar schatting ca. 1530, overleden (vemoedelijk kort) vůůr 17 dec. 1587, trouwde 1e Pauwels Ariensz., uit welk huwelijk twee kinderen:

a. Adriaen Pauwelsz., bakker te Dordrecht

b. Cornelis Pauwelsz., bakker te Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 740, f. 17: op 17 dec. 1587 verklaren Adriaen Pauwelsz. bakker en Cornelis Pauwelsz. bakker, burgers van Dordrecht, betaald en voldaan te zijn bij handen van Cornelis Thomasz. bakker, hun stiefvader, die getrouwd geweest is met Machtelt Bouwensdr., hun moeder, van alle goederen, die hun aanbestorven zijn door overlijden van hun vader Pauwels Adriaensz. en hun moeder Machtelt Bouwensdr.

ORA Dordrecht inv. 731, f. 184: op 5 mei 1575 compareren Cornelis Thomasz. bakker, als man van Machtelt Bouwensdr. en Hermen van de Wolde, als man van Marichgen Stoffelsdr., erfgenamen van wijlen mr. Jan Bouwensz., zowel voor zichzelf, als last hebbende van de kinderen Cornelis Cornelisz. lakenkoper, door hem verwekt bij wijlen Cornelia Bouwensdr., die mede-erfgenamen zijn van mr. Jan Bouwensz. Zij verkopen aan voornoemde kinderen een huis, dat staat op de hoek van de Wijnbrug, tussen die brug aan de ene zijde en het huis van genoemde Cornelis Cornelisz. aan de andere zijde.

ORA Dordrecht inv. 731, f. 184: op 5 mei 1575 compareren de in voorgaande akte genoemde kinderen, m.n. Marichgen Cornelisdr., 21 jaar oud en Aechtgen Cornelisdr., 19 jaar oud, geassisteerd met hun vader, Cornelis Cornelisz., mede vervangende Bouwen Cornelisz., 18 jaar oud en verkopen aan Cornelis Thomasz. en Herman van de Wolde een jaarlijkse losrente van ťťn pond Vlaams, verzekerd op het huis bij de Wijnbrug.

ORA Dordrecht inv. 712, f. 254v, akte dd 6 mrt. 1578: op verzoek van de erfgenamen van wijlen Weijnand Bartholomeusz. verklaren Cornelis Thomasz., ongeveer 43 jaar oud en Herman van de Wolde, ongeveer 30 jaar oud, beiden inwonende poorters van Dordrecht en eerst Cornelis Thomasz., dat zijn vrouw, genaamd Machtelt Bouwensdr., een zuster is van wijlen mr. Jan Bouwensz. en Herman van de Wolde, dat zijn vrouw, genaamd Marijken Christophels, een dochter is van een zuster van mr. Jan Bouwensz., genaamd Pieterken Bouwensdr. Deposanten verklaren samen, dat hun echtgenotes gerechte erfgenamen zijn van voornoemde mr. Jan Bouwensz., die ongeveer vier jaar eerder overleden is.

ORA Dordrecht inv. 732, f. 144v: op 22 juni 1578 verklaren Adriaen Jansz., ongeveer 45 jaar oud en Cornelis Thomasz., ongeveer 42 jaar oud, op verzoek van Dirck Henricxsz., gezworen bode en "bosdrager", dat zij en andere bakkers en burgers van Dordrecht dagelijks de impost, gesteld op het maalgeld, betalen , t.w. 2 gl. van elke hoed tarwe en 5 st. van elk vat en van elke hoed rogge 20 st. of van het vat 5 groten.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 150v e.v.: op 20 april 1581 verkopen Cornelis Thomasz. bakker en Henrick Cornelisz. schiptimmerman aan Thonis Michielsz. smid een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Adriaen Maertensz. en dat van Willem Schaij. [Zie hieronder bij f. 44.] Waarborgen: Arien Pauwelsz. bakker voor de ene helft en Cornelis Cornelisz. Rijsberch voor de andere helft. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 750 Rijnse gl. Borgen: Pieter IJsbrantsz. en Joris Aertsz.

ORA Dordrecht inv. 720, akte 385 dd 20 mei 1592: het huis van Cornelis Thomasz. op de Riedijk wordt belend door een huis, dat op die dag is verkocht aan Sijmon Cornelisz. Buijs, welk huis aan de andere zijde wordt belend door dat van Jan Cornelisz. Boufkens.

ORA Dordrecht inv. 745, f. 28: op 28 dec. 1598 verkoopt Cornelis Thomasz. bakker voor 1900 gl. aan zijn zoon Thomas Cornelisz. een huis. staande omtrent de Nieuwpoort, tussen het huis van Frans Penters en dat van de weduwe van Arien Pietersz., schout van Dubbeldam.

Kinderen van Cornelis Thomasz. en Machtelt Bouwensdr.:

a. Marichgen Cornelisdr., geboren ca. 1558

b. Thomas Cornelisz., geboren ca. 1563, bakker van Dordrecht (1590), deken van het Bakkersgilde (1619), trouwde NG Dordrecht 1/17 juli 1590 Janneken Adriaen Laurentsdr., van Dordrecht (1590) 

ORA Dordrecht inv. 740, f. 17: op 17 dec. 1587 verklaren Thomas Cornelisz., 20 jaar oud en Marichgen Cornelisdr., 29 jaar oud, beiden kinderen van Cornelis Thomasz. bakker, door hem verwekt bij Machtelt Bouwensdr., volkomen voldaan te zijn door hun vader van de goederen, die hun zijn aangekomen bij overlijden van Machtelt Bouwensdr., hun moeder.

ORA Dordrecht inv. 898, 9 aug. 1601: op verzoek van Dingna Jacobsdr. de Bie, legt Thomas Cornelisz. Dot bakker, ongeveer 38 jaar oud, een verklaring af.

ORA Dordrecht inv. 899: op 21 febr. 1605 legt Thomas Cornelisz. bakker, 42 jaar oud, een verklaring af op verzoek van Thomas Willemsz. kruidenier in "de Wildeman".

ORA Dordrecht inv. 754, f. 3v, akte dd 19 jan. 1613: het huis van Thomas Cornelisz. bakker op de Riedijk wordt aan ťťn zijde belend door het huis van Henrick Otten de Bruijn oudkleerkoper.

ORA Dordrecht inv. 760, f. 30: op 3 mei 1619 verkoopt Lambrecht Cornelisz. Post, metselaar te Dordrecht, aan Frans Geemansz., Thomas Cornelisz. en Willem Ariensz., dekens van het Bakkersgilde te Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 18 gl. 15 st., verzekerd op een huis aan de Nieuwe Haven.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

b-1. Machtelt, mrt. 1591

b-2. Geertruijd, nov. 1592

b-3. Ariaen, nov. 1600 (naam van de moeder niet vermeld)

b-4. Lisbeth, mei 1603

b-5. Adriaentgen, jan. 1606.]

Cornelis Rijssborch schoenmaker     10

Jan Cornelisz. Bouffkens      12

Jan Willemsz. int Vossken     12

Ferdinandus de Grieff snijder      6

Bastiaen Cornelisz.      5

[ORA Dordrecht inv. 739, f. 127v: op 26 mrt. 1587 verkoopt Bastiaen Cornelisz. "poorter" aan Jaepgen Stevensdr., weduwe van Govert Aertsz. van Amerongen, een jaarlijkse losrente van 6 gl., verzekerd op een huis aan de Riedijk, staande tussen het huis van Barent Thonisz. huistimmerman en dat van Ferdinandus de kleermaker.]

Jacob Coolen huurt van de erfgenamen van Willem Schaeij om 28 gl.     8-19-4

Geerit Hesselsz. huurt van Cornelis Thomasz. [bakker] om 40 gl.     12-16

[ORA Dordrecht inv. 736, f. 150v: op 20 april 1581 verkopen Cornelis Thomasz. bakker en Henrick Cornelisz. schiptimmerman aan Thonis Michielsz. smid een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Adriaen Maertensz. en dat van Willem Schaij. Waarborgen: Arien Pauwelsz. bakker voor de ene helft en Cornelis Cornelisz. Rijsberch voor de andere helft.]

f. 44v

Cornelis Jan Ockersz. [schout van Alblas] huurt van Ariaen Maertensz. om 42 gl.     13-8-12

[ORA Dordrecht inv. 1550 (nieuw), akte 20: op 30 jan. 1580 verklaren op verzoek van Adriaen Maertsz. lakenkoper Floris Willemsz. zeilmaker, ongeveer 58 jaar oud, en Rochus Cornelisz. Praem, ongeveer 35 jaar oud, dat zij voorleden winter ten huize van Neeltken Thomasdr., lakenkoopster op de Riedijk, in welk huis toentertijd woonde Cornelis Jan Ockersz., schout van Alblas, gehoord hebben, dat de rekwirant aan Cornelis Jan Ockersz. verhuurde een huis, staande naast het voornoemde, genaamd "den Wolsack", voor ongeveer 11 Vlaamse ponden per jaar.]

Cornelis Ariaensz. bakker van beide huizen      16

Cornelis Caesscooper      10

Heijltgen inde Sterre      8

Balten Thijssz. schipper eigen [Abraham van Nuijs huurt van Balten Thijssz. om 30 gl.]     8

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 48: op 9 april 1579 verkoopt Balthen Mathijsz. schipper aan Guillaume de Roore een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Adriaen Jobsz. en dat van Cornelis Claesz. stoeldraaier. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 164 gl.]

Guillam du Roeij huurt van Frans van Diemen om 25 gl.      8

Cornelis Aertsz. stoeldraaier     4

Jan Wiltens     12

[Jan Anthonisz. Wiltens van Breda, waard in "de Oranjeboom" op de Riedijk (ORA Dordrecht inv. 712, akte 33, dd 11 april 1577; ORA Dordrecht inv. 733, f. 255v, akte dd 23 april 1578). Op 4 mei 1595 werd Jan Wiltens' aandeel in "de Oranjeboom", zijnde 3/4 parten, verkocht door de voogden van zijn minderjarige kinderen aan een zekere Jan IJven, Engelsman. Als belenders worden in de transportakte vermeld Cornelis Adriaensz. stoeldraaier en Pieter Lauerens hoedenmaker. (ORA Dordrecht inv. 743, f. 310). Zie verder NG huwelijken Dordrecht 1600-1625 (bij 1603).]

f. 45

Pieter Laurensz. hoemaecker    6

[ORA Dordrecht inv. 734, f. 17 e.v.: op 15 mei 1578 verkopen Bijntgen Jansdr., weduwe van Michiel Henricxsz. en Adriaen Cornelisz. schipper, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zuster, Grietgen Cornelisdr., aan Pieter Laurensz. hoedenmaker een huis op de Riedijk, staande tussen het huis, dat toebehoord heeft aan wijlen Trijntgen Tollenaers en het huis, dat thans toebehoort aan Jan Wiltens, genaamd "die Keijser". De koper is schuldig aan verkopers een somma van 612 gl.]

Cornelis Cornelisz. schipper    6

Matheeus den harnasveger   3-4

Lauris Ariaensz. bakker huurt van Lubbert Revertsz. om 36 gl.     11-10-4

Aert Erssensz. snijder      4

Barent Hermansz. schipper    6

Marijken Ockers     8

Reijnoudt Ariaensz.     8

De weduwe in Sint Joris    10

f. 45v

Ghijssbrecht Helmich twee huizen     24

Die Riedijcxpoort

[De (oude) Riedijkspoort stond aan het einde van de Riedijk. "Volgens Van Dalen de oudste poort van de stad. Gegevens daartoe ontbreken. We weten slechts dat er vůůr 1589 reeds een poort midden op de Riedijk stond [vermeld in 1501 en 1522]. ... De poort werd in 1579 afgebroken, waarna in 1589 de bouw startte van een nieuwe renaissance poort verder oostelijk aan het einde van de Riedijk." (Jaarboek Oud-Dordrecht 2000, Van der stede muere [Dordrecht 2001], p. 71-72). Het feit dat in de 50e penning van 1580 niets voor de Riedijkspoort werd betaald wijst er m.i. op dat het hier niet gaat om een gebouw, dat als woning werd gebruikt, zoals Lips ons wil doen geloven. (ABdH)]

De Riedijkspoort (aan het Riedijkshoofd) en de Nieuwkerk op de kaart van Braun en Hogenberg uit ca. 1575. Naast de Riedijkspoort staat de Berthout Loenistoren. Rechtsboven op deze uitsnede zien wij, tussen Stek en Steegoversloot, de Sint-Jorisdoelen (zie folio 61v), met aan de oostzijde een torentje, dat in werkelijkheid aan de andere zijde van de Stekgevel heeft gestaan.

Wederom keerende

De weduwe van Lucas Herwaerdijn     19

Barent Hermansz. van Thiel     8

Frans Egbertsz. bakker [Claes Claesz. Roncefael]   10

[Frans Egbertsz., geboren ca. 1558, zoon van Egbert Claesz. lakenkoper en Marijken Fransdr., 

ORA Dordrecht inv. 708, f. 34 e.v.: op 26 juni 1568 verklaren Egbert Claesz. lakenkoper, weduwnaar van Marijken Fransdr., enerzijds, en Gerrit Fransz. lakenkoper, als oom en voogd van Frans Egbertsz., 10 jaar oud, weeskind van voornoemde Marijken Fransdr., anderzijds, dat zij de goederen, die Marijken Fransdr. heeft nagelaten, onderling verdeeld hebben. De weduwnaar krijgt alle goederen, op voorwaarde, dat hij zijn zoon zal onderhouden etc. tot hij 16 jaar is geworden en hem dan een somma van 100 ponden groten Vlaams en een nieuw bed zal uitreiken. Hij stelt tot onderpand zijn huis, staande aan de Landzijde bij de Tolbrug, staande tussen het huis van Cornelis Claesz. en dat van Cornelis Vis verver, alsmede een rentebrief van 14 gl. 5 st. jaarlijks, sprekende op Thonis Cornelisz. Drijel in Hendrik-Ido-Ambacht. Borgen Claes Egbertsz. en Huijch Cornelisz. Besemer, beiden wonende te Alblas.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965 (verponding van 1594), f. 90v: Frans Egbertsz. betaalt voor zijn huis op de Riedijk 11 ponden 5 sch. Belenders: Laurens Schoth in het Poortken (15 ponden) en de weduwe van Jasper van Diepenbeeck (17 ponden 10 sch.)

ORA Dordrecht inv. 744, f. 288, akte dd 15 aug. 1598: Pieter Jansz. kuiper is schuldig wegens de koop van een huis, genaamd "het Poortken", staande op de Riedijk tussen het huis, genaamd "Thiel" en het huis van Frans Egbertsz.

ORA Dordrecht inv. 765, f. 113, akte dd 16 juni 1625: de erfgenamen van Willem Pietersz. verkopen aan Carel Cheraat een huis op de Riedijk, genaamd "het Poortken", staande tussen het huis van Frans Egbertsz. bakker en dat van de weduwe van Arent Henriksz.]

Jasper van Diepenbeeck [bontwerker]    13-8-12

[ORA Dordrecht inv. 1570, f. 46: op 14 juni 1578 leggen op verzoek van Anneken Jacobsdr., wonende in Zwijndrecht, Jasper van Diepenbeeck, ongeveer 39 jaar oud, en Aert Gerritsz. van Baardwijk, ongeveer 33 jaar oud, een verklaring af.

ORA Dordrecht inv. 714, f. 282: op 7 febr. 1582 stellen Cornelis Jan Ockersz., schout van Alblas, en Jasper van Diepenbeeck bontwerker, burgers en inwonende poorters van Dordrecht, zich borg voor Jan Jansz. van Pelt, wonende te "Ter Meij", wegens "alzulcke actie ende recht", waarvoor Christiaen en Laurens Mussen, "ossweijers" van Breda, Jan van Pelt te Dordrecht hebben doen arresteren.]

Damas Jorisz. bakker     10

Willem Jordensz. bakker   10

f. 46

De houck omgaende nae de vesten

Cornelis Pietersz. huurt een huis van de erfgenamen van Geerit van Nispen om 10 gl.      3-4

Ariaen Dircxsz. huurt van idem om 10 gl.    3-4

Lau Cornelisz. huurt van idem om 10 gl.   3-4

Jasper Ariaensz. huurt van Floris Euwoutsz. [van idem] om 10 gl.    3-4

Frans Woutersz. huurt van Floris Ewoutsz. om 10 gl.      3-4

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 31: op 7 mrt. 1579 transporteert Simon Willem Schaijenzoon, geassisteerd met Wouter Lambertsz. Boot, wonende te Middelburg, Anthonis Thonisz., wonende te Geertruidenberg, en Willem Adriaensz. van Nes, wonende te Middelburg, zijn ooms "van heur huijsvrouwen wege", aan Floris Euwoutsz., Simons oom, de helft van een huisje op de Riedijk, bewoond door Jan Pleijten, staande tussen het huis van Floris Euwoutsz. en Godtschalck Adriaensz., hem aangekomen bij overlijden van Euwout Simonsz., alsmede de helft van een rente van 25 st. jaarlijks op een erfje in Ridderkerk.]

f. 46v

Steven Jansz. huurt van Floris Eewouts om 10 gl.     3-4

Ariaen van den Berch huurt van Thonis den Eeling om 10 gl.     3-4

[Thonis Thonisz. den Eelinck, geboren ca. 1539, trouwde Marijken Jansdr., geboren ca. 1541

- 16 mei 1566: verklaring op verzoek van Jacob van Goch, burger van Utrecht, door Anthoenis Anthoenisz. alias Eelinck, inwonende poorter van Dordrecht, 27 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 705, akte 385)

- 25 okt. 1576: Anthoenis Anthoenisz., als man van Marijken Jansdr., voor zichzelf en vervangende mr. Joost Alblas, Cornelis Jacobsz. brouwer, als man van Lijsbeth Henricxsdr., Claes Jansz., als man van Neeltken Jansdr. [van Alblas], allen erfgenamen van wijlen Jan Joosten, constitueren zich "appelanten oft reformanten" aan het Hof van Holland van het vonnis, dat op diezelfde dag gewezen is door het Gerecht te Dordrecht in de zaak tussen comparanten en Baernt Thoenisz. (ORA Dordrecht inv. 712, f. 28v)

7 juni 1577: Cornelis Jacobsz. Braet, als man en voogd van Cleijsken Henricxdr., voor zichzelf en Anthoenis Anthoenisz. korenkoper, als man en voogd van Marijken Jansdr. voor zichzelf, hiertoe speciaal gemachtigd door Joest Alblas, ontvanger generaal van de geannoteerde goederen en middelen in het Land van Voorne en door Marinus Cornelisz., Willem Davidtsz., als man en voogd van Ariaentken Jansdr. en Claes Jansz. Cruijenier, als man en voogd van Neeltken Jansdr., allen erfgenamen van Jan Joesten en Margaretha Ariensdr., verkopen aan Gijsbrecht Helwichs een huis op de Riedijk, genaamd "die Zwaen", staande tussen een erf, dat de stad toebehoort, en het huis van comparanten. Waarborgen: Cornelis Jacobsz. Braet, Anthoenis Anthoenisz. en Claes Jansz. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1300 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 252 gl. Borg: Coenraed Helwichs kleermaker. Dezelfde verkopers transporteren aan Baernt Thoenis een erf, gelegen op de Riedijk tussen het huis van Lucas Herwardijn en het erf van comparanten. (ORA Dordrecht inv. 712, f. 98 en 98v)

5 mei 1578: Thonis Anthonisz., als man van Marichge Jansdr., Cornelis Jacobsz. Braet, als man van Cleijsgen Henricxdr., Niclaes Jansz. Cruijenier, als man van Neeltgen Jansdr. en Anthonis Anthonisz. nog als procuratie hebbende van mr. Joost Jansz. Alblas, de broer van zijn vrouw en Marinus Cornelisz., als man van Adriaenken Jansdr., verkopen aan Ghijsbrecht Helwich een huis op de Riedijk, staande tussen het huis "de Swaen" en het huis "St. Joris", genaamd "'t Lam Godts". Koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 1275 gl. (ORA Dordrecht inv. 734, f. 3)

13 sept. 1578: Marijcken Jansdr., vrouw van Thonis Thonisz. Elinck, stelt zich borg voor Jacob Woutersz., die in Alblasserdam woont, voor een bedrag van 28 st., die Daem Thijsz. zegt van Jacob tegoed te hebben. (ORA Dordrecht inv. 1570, f. 115)

ORA Dordrecht inv. 735, f. 189v e.v.: op 16 dec. 1579 verkoopt David de Lue aan Niclaes Jansz. Cruijenier, lid van de Achtraad te Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], genaamd "den Hont", staande tussen het huis van de erfgenamen van Soetgen de Coninck en het huis van Pieter Aertsz. Nan vleeshouwer, zoals dat huis aan hem, David de Lue, is opgedragen door Siond Lus. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 1500 gl. Borg: Thonis Thonisz. Eelinck vaandrig.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 350, akte dd 16 juni 1582: Thonis Thonisz. Elinck en Cornelis Pouwelsz. schoenmaker zijn borgen voor Jacob Gijsbrechtsz.

ORA Dordrecht inv. 715, f. 223: verklaring dd 21 juli 1584 op verzoek van Aeltgen Philipsdr. door Cornelis Moelen Fransz., ongeveer 50 jaar oud, en Thonis Thonisz. Eling vaandrig, 45 jaar oud.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2608 (thesauriersrekening 1586), f. 66: de stad Dordrecht betaalt Thonis Thonisz. den Eelinck, als erfgenaam van Grietgen Ariensdr., weduwe van Jan Joostensz., 3 ponden lijfrente over het jaar 1585.

ORA Dordrecht inv. 898, 16 dec. 1601: op verzoek van Arnolt van Elsrack leggen Anthonis Anthonisz. Eling, 64 jaar oud en zijn vrouw Marijken Jansdr., 60 jaar oud, een verklaring af.]

Heijl den Ridder en Jan Pleijt huren van Floris Ewouts om 12 gl. 10 st.     4

Machtelt Cornelis huurt een bleekveld van idem om 12 gl. 3-16-12

Wederom gaende van achteren het Thoorenstraetgen [Torenstraat] in tot die Voerstraet toe

Jan Willemsz. spelmaecker huurt van Thonis den Clinckert om 15 gl.     4-16

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 51v op 18 april 1579 verklaren op verzoek van Jan Plecker van Orsou Thonis Geeritsz. Clinckert, ongeveer 50 jaar oud, en Lambert Cornelisz., ongeveer 49 jaar oud, burgers van Dordrecht, dat zij de dag tevoren aan de Kleine Kraan te Dordrecht uit het schip van Plecker gelost hebben een aantal vaten, wijn en molenstenen.]

f. 47

Joris Jansz. huurt van de erfgenamen van Jan Thomas om 15 gl.     4-16

Andries Waelen schipper [goudsmid]       4-16

Maerten Pietersz. huurt van Marijken Gribbers om 10 gl.      3-4

Aert Jacobs huurt van Henrick Pietersz. om 12 gl.      3-16-12

Crijntgen Pietersdr. huurt van Thomas Damasz. om 10 gl.    3-4

Wederom keerende

Pieter Cornelisz. huurt van Maeij die naeijster om 24 gl.     7-13

f. 47v

Egbert Aertsz. huurt van de weduwe van Pouwels Jansz. om 12 gl.    3-16

Huijch Geleijnen [schipper]      3-16

[ORA Dordrecht inv. 728, f. 154v: op 4 mei 1571 transporteert Huijch Geleijnsz. schipper, als man van Anneken Willemsdr., aan Lijntgen Ockersdr. een rentebrief van 6 gl. jaarlijks, sprekende op Jan Hermansz. huistimmerman, welke rentebrief hem aanbestorven is door overlijden van Meijnsken Thonisdr., de moeder van Anneken Willemsdr.]

Ghijssbert Ariaensz. Ronden    3 gl. 12 penn.

Geerit Aertsz. schipper huurt van Thomas Damasz. om 15 gl.    4-16

[ORA Dordrecht inv. 734, f. 148 e.v.: verklaring dd 25 okt. 1578 op verzoek van Geerit Aertsz., schipper van Dordrecht, door Cornelis Govertsz., ongeveer 21 jaar, en Willem Adriaensz., ongeveer 18 jaar, beiden bootsgezellen en burgers van Dordrecht. Zij verklaren, dat zij ongeveer 8 weken tevoren met het schip van de rekwirant uitgevaren zijn om naar Engeland te gaan "ende comende ontrent Schappoijen aen het Voorlant van Engelant is henluijden aldaer aen tboort gecomen eenen seerover dwelcke henluijden wel een geheel vuijr lang gevolcht hebbende ende henluijden onderhaelt hebbende heeft langen tijdt naer henluijden voorsz. schip geschoten roupende tot diversche reijsen Strijkt ghij schelmen ende dat den requirant gevraecht hebbende voer wien dat hij strijcken zouden hebbe geseijt strijct voer de coninginne [Elizabeth I van Engeland en Ierland]. Daerop den requirant zeijde noch zoe nijet. Ende doende de voorsz. seerover zijn beste om over te comen in des requirants schip heeft den requirant naer den selven seerover geschoten ende den seerover wederom naer henluijden zoe dat zij die zeerover off geslagen hebbende ende denselve zeerover langen tijt van henluijden geweken wesende hebben [zij] eenen Quirijn Pietersz. mede bootsgeselle boven opt denne doot ter neder vinden leggen ende hem besiende hebben bevonden dat hij voer in zijn hooft geschoten was".]

Vranck Cornelisz. schipper      4

Tonis Plonisz. schuitenaar   3-4

Anna Willemsdr.     4

Claes Jansz. schipper huurt van Servaes Schilder om 10 gl.     3-4

Claes van Ouwater met de oliemolen     16

Dirck Thonisz. Wijcken    5

[Dirck NN

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Anthonis, volgt IIa

b. Adriaen, volgt IIb

IIa. Anthonis Dircksz. Wijcken, overleden tussen 6 okt. 1580 en 28 mrt. 1588, trouwde Lijntge Thonisdr., overleden tussen 28 mrt. 1585 en 4 okt. 1588.

- 28 mrt. 1585: Lijntgen Thonisdr., weduwe van Thonis Wijcken schipper, burgeres van Dordrecht, verklaart, dat zij ongeveer 14 dagen tevoren uit het schip van Adriaen Veerman van Utrecht twee tonnen azijn ontvangen heeft en een dag vůůr het passeren van deze akte uit hetzelfde schip nog 1 1/2 ton azijn "omme alhier metter cleender maete gesleten te worden waer vooren Dirck Thonisz. Wijcken schipper ende borger deser stede hem geconstitueert heeft borge ten eijnde zulcx zal geschieden." (ORA Dordrecht inv. 738, f. 141v)

- 22 dec. 1588: Dirck Thoenisz. schipper, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broers en zusters, verkoopt aan Jan Jansz. huistimmerman een huis op de Riedijk, staande tussen het huis genaamd "Camerick" en dat van Jan Hermansz. Waarborgen: Thoenis Thoenisz. bakker en Dirck Thonisz. schipper. Koper is een bedrag van 1400 gl. schuldig aan Dirck Thonisz., Truijchgen Thonisdr., Arjaentgen Thonisdr., Thoenis Thoenisz., Damis Thoenisz., Claes Thoenisz. en Aeltgen Thoenisdr., allen zusters en broers. Borgen: Reijnier Adriaensz. en Adriaen Leunisz. (ORA Dordrecht inv. 740, f. 261v)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Dirck Thonisz. Wijcke, volgt III

b. Anthonis Thonisz. (Wijcken), bakker, trouwde Lijsgen Ariens

- 6 okt. 1580: Thonis Thonisz. bakker verkoopt aan Adriaen Jaspersz. metselaar een huis in de Sarisgang, staande tussen het huis van Jacob Jansz. timmerman en dat van Adriaen Florisz. slikwerker. Waarborg: Thonis' vader Thonis Wijcken. Koper is schuldig aan verkoper 45 ponden Vlaams. Borg: Jan Jansz. kleermaker. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 56)

- 24 nov. 1605: comp. Jacob Thonisz. Wijcken en Jan Geeritsz. Bouman, bode van Keulen, als gemachtigde van Gijsbrecht Ariensz., wonende te Brielle, volgens procuratie gepasseerd voor burgemeesters, schepenen en raden van Brielle op 10 febr. 1604, voor de ene helft en dezelfde Jacob Thonisz. Wijcken nog voor een vijfde part, Claes Thonisz. Wijcken, mede voor een vijfde part, Cleijs Jacobsz., vervangende Marigen Jacobsdr. en Damas Jacobsz., zijn zuster en broer, samen voor een vijfde part, Jan Heijnricxsz., als voogd van de kinderen van Dirck Thonisz. Wijcken, ook voor een vijfde part en Wouter Woutersz. bakker voor een vijfde part, samen voor de andere helft, allen erfgenamen van Thonis Thonisz. Wijcken en Lijsgen Ariensdr. Comparanten transporteren aan Cornelis Jansz. Both, thesaurier te Dordrecht, ten behoeve van de stad Dordrecht een huis tegenover de Nieuwbrug aan de zijde van de Kruiskapel, staande tussen het huis van Jan Leendertsz. kamerbewaarder en de gang van het gildehuis van de Maselaars. Koper is schuldig aan verkopers een somma van 2060 gl. (ORA Dordrecht inv. 748, f. 99v e.v.)

Kind (uit een eerder huwelijk van Anthonis ?):

b-1. Jacob Theunisz. Wijcken, geboren ca. 1574, bakker, trouwde Anneken Maertens

- 20 febr. 1602: op verzoek van Rochus Jansz., pachter van het gemaal, legt Jacob Theunisz. Wijcken bakker, 28 jaar oud, een verklaring af. (ORA Dordrecht inv. 898)

- 11 juni 1613 verkoopt Joris Waters, boekdrukker en burger van Dordrecht, aan Jacob Anthonisz. Wijcken, als vader van zijn kinderen, verwekt bij Anneken Maertens, ten behoeve van die kinderen, een jaarlijkse losrente van 50 gl., verzekerd op twee naast elkaar staande huizen op de Vismarkt, belend door het Vishuis en het huis van de weduwe van Jan van Campen. (ORA Dordrecht inv. 754, f. 71)

c. Damas Thonisz.

d. Truijcke Thonisdr.

e. Adriaentge Thonisdr. Wijcke, trouwde 1e NG Dordrecht mei 1574 Jacob Cleijsz. schipper, 2e NG Dordrecht 15 dec. 1602 Job Lambrechtsz. schipper

f. Claes Thonisz. Wijcke, hellebaardier van de schout, overleden vůůr 6 dec. 1638, trouwde Marijcke Arijens, overleden na 6 dec. 1638

(Cf. Gens Nostra april/mei 1992, p. 201, 203 en 211)

IIb Adriaen Dircksz. Wijcken, trouwde NN

- 2 juni 1584: Dirck Ariensz. Wijcken schipper, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer Jan Adriaensz. Wijcken schipper, als erfgenamen van hun vader, Adriaen Dircksz. Wijcken, verkoopt aan Michijel Pijetersz. schipper de helft van een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Dirck de Veer en dat van voornoemde Jan Ariensz. Wijcken. (ORA Dordrecht inv. 715, f. 213v)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Dirck Ariensz. Wijcken, schipper

b. Jan Adriaensz. Wijcken, schipper

III. Dirck Thonisz. Wijcke, schipper, trouwde naar schatting ca. 1575 Aeltken Jacobsdr.

Kinderen:

a. Jacob Dirksz. Wijcken, schipper, gedoopt NG Dordrecht 1579, trouwde NG Dordrecht 16 juni/30 juli 1606 (beiden van Dordrecht) Catharina Bartholomeus Bartholomeusdr.

b. Neelcken, gedoopt NG Dordrecht 1582

c. Thonis, gedoopt NG Dordrecht 1584

d. Dierick, gedoopt NG Dordrecht 1586

Mogelijk verwant aan deze personen was

Dirck Arijensz. Wijcken, schipper te Dordrecht, overleden vůůr 18 juni 1603, trouwde NN

- 18 juni 1603: op verzoek van Frans Dircksz. Wijcken, Abraham Jansz., echtgenoot van Grietgen Dirckxdr. en Aertgen Dircxdr., nagelaten kinderen van wijlen Dirck Arijensz. Wijcken schipper verklaart Joosgen Jacobsdr., echtgenote van Arijen Thonisz., ongeveer 68 jaar oud, dat ongeveer 23 of 34 [sic] jaar eerder ten huize van Dirck Arijensz. Wijcken "erfhuis gehouden" is van zekere goederen, die waren nagelaten door Cornelis Pietersz., overleden te Tholen, welke goederen door de vader van de rekwiranten naar Dordrecht waren gebracht. Joosgen verklaart voorts, dat zij met Anneken, de moeder van Pieter Willemsz., die eveneens een erfgenaam van Cornelis Pietersz. was, gekomen is ten huize van Dirck Arijensz. en dat er op rekening van het erfhuis van Cornelis Pietersz. een somma van ongeveer 100 gl. ontvangen was, die in drie porties werd verdeeld, waarbij de moeder van Pieter Willemsz., het deel, dat haar zoon toekwam, zelf heeft uitgeteld. (ORA Dordrecht inv. 898)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Grietgen Dirksdr. (Wijcken), van Dordrecht (1602), trouwde NG Dordrecht 3/17 mrt. 1602 Abraham Jansz., jong gezel van Dordrecht (1602)

b. Frans Dirksz. Wijcken, geboren ca. 1584, schipper aan de Vuilpoort in het hoekhuis (1607), trouwde NG Dordrecht 13 mei/12 juni 1607 (beiden van Dordrecht) Hendriksje Hendrik Cornelisdr.

- 1 juli 1611: Abraham Jansz. kaaskoper koopt een huis op de hoek van de Pelserbrug. Borgen: Willem Jansz. koopman en Frans Dircxsz. Wijcken. (ORA Dordrecht inv. 752, f. 109v e.v.)

- 1 juli 1638: op verzoek van Jasper Woutersz., wonende op Zwijndrecht, verklaren Frans Dircxsz. Wijcken, 54 jaar oud en Hans Jans, 74 jaar oud, burgers van Dordrecht, dat zij zeer goed gekend hebben Mels en Balten Woutersz., beiden overleden, die volle broers waren van de rekwirant en dat zij vernomen hebben, dat alle kinderen van voornoemde Mels Woutersz. reeds overleden zijn. (ORA Dordrecht inv. 908)

c. Aertgen Dirksdr.]

Jan van Dilssen met de oliemolen    15

f. 48v

Pieter Lucasz.    16

Jan Louff huurt een huis en oliemolen van Floris Willemsz. om 60 gl.     19-4

Servaes Schilder [koopman]    12

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 55: op 27 april 1579 verklaart Hans van Nijmegen, waard in "de Drie Araingie Appelen" in de Houttuin, dat Jan Lepper van Lennip in het Land van Berg naar Dordrecht gebracht heeft 36 stuks "voerlaecken", die Lepper op 25 april 1579 in zijn, Van Nijmegens, huis verkocht heeft aan Servaes Schilders, burger en koopman te Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 738, f. 229 e.v.: op 4 sept. 1585 compareren Anneken van Gesel Cornelisdr., weduwe van Servaes Schilders, enerzijds en Geerit en Abraham van Nerven, als ooms en bloedvoogden van vaderszijde en Jan Cornelisz. van Gesel, als oom van moederszijde van de drie nagelaten weeskinderen van Servaes Schilders, door hem verwekt bij Anneken van Gesel, genaamd Lijsbet, ongeveer 8 jaar oud, Janneken, 6 jaar oud en Jan Servaesz., 3 jaar oud, anderzijds. Comparanten zijn tot een overeenkomst gekomen betreffende de verdeling van Servaes' nalatenschap. Zijn weduwe zal de gehele boedel behouden en haar kinderen onderhouden en opvoeden tot zij 20 jaar zijn geworden of gaan trouwen, en dan elk kind een somma van 150 Rijnse gl. uitkeren, "welcke vuijtreijckinge bij haer gedaen wort uijt lieffden, hoe wel nochtans den boel zulcx overmits de soberheijt der goederen niet wel en vermach". Zij verbindt voor de nakoming hiervan het huis, waarin zij woont, staande op de Riedijk en genaamd "den Moerjaen".]

Pieter Pietersz. schipper    7

[ORA Dordrecht inv. 1570, f. 17: op 21 mei 1578 verkoopt Servaes Schilders aan Pieter Pietersz. schipper een huis en plaatsje op de Riedijk omtrent "de Sterre", staande tussen het huis van Adriaen Verheij en huis van de verkoper en achter uitgaande met een gang op het water. Waarborg: Jan Cornelisz. van Gesel. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 400 gl.]

Adriaen Verheij    12

[Ariaen van der Heiden trouwde Anneken Sanders van Haerlem, van Capelle (1588). Zij trouwde 2e NG Dordrecht 28 nov. 1588 Wit Joosten scheepstimmerman/schipper van Dordrecht, weduwnaar van Ariaenken Hendricksdr.

- 5 nov. 1578: Adriaen Verheij Adriaensz. is schuldig aan Jasper van Diepenbeeck een somma van 250 gl. wegens de koop van een vierde part in een huis op de Riedijk, staande tussen de erfgenamen van Steven Adriaensz. en dat van Jan Ariensz. kleermaker. (ORA Dordrecht inv. 1570, f. 160v)

- 5 aug. 1589: Wit Joosten en zijn vrouw Anneken Sanders transporteren aan Jan Fransz. schipper een huis, genaamd "de Rooze" (tevoren genaamd "de Smack"), staande op de Riedijk tussen het huis van Cornelis Willemsz. de Wit en dat van wijlen Servaes Schilders. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 347)]

Cornelis Willemsz. de Wit met de oliemolen     20

Geerit Jansz. van Waelwijck    6

Adam van Nuijs hoemaecker    6

f. 49

Cornelis Ariaensz. te[e]rcooper      6

Henrick Ariaensz. messenmaker     6

Die Riedicx Cappel

Baertgen Ariaensdr.      5

Cornelis Jacobsz. gorter     5

Aelbert Dirixsz. zakkendrager     4

Joost Jacobsz. huurt van Cornelis Danckertsz. om 30 gl.     9-12

Jan Hermansz. schipper    4

Anneken Aertsz. hekelster huurt van Cornelis van Nispen om 15 gl.     4-16

f. 49v

Wiert Jansz. schipper     4

De weduwe van Ariaen de Lotering   8

Floris Ariaensz.     8

Thijs Matheusz. brouwer   17

Cornelis Ariaensz. cruijenijer    17

Jacob Cornelisz. cooman    4

Jan Jansz. coopman    10

Matheeus Cornelisz. bakker    9

Jan Ruttensz.    9

f. 50

Anthonij van Nieustadt huurt van Aert van Gesel om 36 gl.     11-10-4

Aert van Gesel huurt van Tomas Damasz. om 36 gl.    11-10-4

Mr. Sijmon berbijer     6-14-6

Philips Peijman huurt van Geertruijt de Vet om 48 gl.    15-7-12

Gerbrant Jacobsz.      12

Sijmon Wiltens huurt van Gerbrant Jacobsz. om 33      10-11

Hans van Niemegen huurt van mijnheer van Papendrecht om 42 gl.    13-8-12

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 55: op 27 april 1579 verklaart Hans van Nijmegen, waard in "de Drie Araingie Appelen" in de Houttuin, dat Jan Lepper van Lennip in het Land van Berg naar Dordrecht gebracht heeft 36 stuks "voerlaecken", die Lepper op 25 april 1579 in zijn, Van Nijmegens, huis verkocht heeft aan Servaes Schilders, burger en koopman te Dordrecht.]

f. 50v

Willem Oom heer van Papendrecht    8

[Willem Oom (Oem) Tielmansz., geboren ca. 1536, heer van Papendrecht na overlijden van zijn oom Wouter (1570), overleden 1584, ongehuwd, OSP, zoon van Tielman Oem Boudewijnsz. en Josina Stoop mr. Willemsdr. (Balen o.c., deel II, p. 1174)

ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akte 413: op 22 mrt. 1561 verkoopt Maria Moermans, weduwe van Boudewijn Oom, aan Loijken Gerritsdr. een jaarlijkse losrente van 4 Vlaamse ponden, verzekerd op een huis, genaamd "Ossenburch", staande in de Houttuin [Voorstraat] tussen het huis ["die Rose"] van genoemde Maria Moermans en dat van Jacob Gribbertsz.

ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akte 487: op 3 mei 1561 verkoopt Maria Moermans, weduwe van Boudewijn Oem, aan Adriaen Bot Adriaensz. de oude een jaarlijkse losrente van 12 gl., verzekerd op twee naast elkaar staande huizen in de Houttuin, genaamd "Ossenburch" en "die Rose", staande tussen het huisje van Jacob Grebbertsz. en Willemken Herman Oems huis.

ORA Dordrecht inv. 705, akte 506: op .. mei [sic] 1566 belooft Willem Oom Thielmansz. namens zijn grootmoeder, jonkvrouw Maria Moermans, vrouwe van Papendrecht, dat hij, indien tijdens het leven van zijn grootmoeder of na haar overlijden "bevonden werde ofte voirschijn quaeme" zekere rentebrief van 9 gl. jaarlijkse losrente, die de vrouwe van Papendrecht sprekende had op Anna Sieren of de goederen van haar man, welke rentebrief door Anna jaren geleden afgelost is, hij, deposant, die rentebrief aan haar of haar erfgenamen teruggeven zal, zodat zij die brief kan laten casseren.  

ORA Dordrecht inv. 726, akte 385: op 29 aug. 1568 verleent Wouter Oom, heer van Papendrecht, procuratie ad lites aan mr. Jacques Poetaers, procureur voor de Grote Raad te Mechelen.

ORA Dordrecht inv. 735, f. 180v: verklaring dd 27 nov. 1579 op verzoek van mr. Joriaen Oostermans, chirurgijn van Zijne Excellentie [de Prins van Oranje] door Willem Oom, heer van Papendrecht, ongeveer 43 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 737, f. 590 e.v., akte dd 7 juli 1584: Dirck Stoop Gerbrantsz. verkoopt aan Hans van Nijmaeghen twee huizen met een klein huisje in de dwarsgang daarachter, staande in de Houttuin [Voorstraat bij de Nieuwkerkstraat] tussen het huis van Adriaen van MoesiŽnbrouck Adriaensz. en het huis van de erfgenamen van Jacob Gribbersz., eertijds toebehoord hebbende aan wijlen Willem Oom Thielmansz., strekkende vůůr van 's herenstraat tot achter aan de dwarsgang. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 2256 gl.

 ORA Dordrecht inv. 738, f. 191, akte dd 20 juli 1585: Dirck Stoep Gerbrandsz. is schuldig aan Damas Jobsz., als curator van de nalatenschap van Willem Oem Tielmansz., heer van Papendrecht, ten behoeve van diens boedel, een somma van 2168 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 600 gl. Deze schuld is het restant van een bedrag van 4000 gl., zijnde de koopsom van twee huizen, resp. genaamd "Ossenburch" en "de Roos", staande in de Houttuin tussen het huis van Adriaen MosiŽnbrouck Adriaensz. en dat van de erfgenamen van Jacob Gribbertsz. * en van een daartegenover gelegen houttuin, zoals die huizen en houttuin zijn nagelaten door voornoemde heer van Papendrecht. Borg voor Dirck Stoep Gerbrandsz.: Willem Stoop Dirksz. de Jonge.

* ORA Dordrecht inv. 698, akte 475: verklaring dd 2 sept. 1552 op verzoek van Jan Wordels te Roermond door Jacop Gribbertsz. in Pauwesteijn, 52 jaar oud en Cornelis Adriaensz. bakker, 48 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 740, f. 141, akte dd 18 mei 1588 Cornelis Gerritsz. schipper is schuldig aan [de erfgenamen van] Willem Oom Tielmansz. heer van Papendrecht een bedrag van 600 gl. wegens de koop van twee huisjes, staande aan het Nieuwkerkhof. Borg: Jorden Dircksz. [de Haan] bakker.]

Cornelis Mosienbrouck met de houttuin    20

[10e penning Dordrecht 1558 (internet), f. 62v: het huis van de weduwe van Herman Oem DaniŽlsz., eigenares, van voren tot achteren, met de houttuin, beloopt de 10e penning 4 Rijnse gl. 4 st.]

ORA Dordrecht inv. 740, f. 22v: verklaring dd 19 dec. 1587 door Jan van Nuijssenborch, ongeveer 63 jaar oud en Cornelis van Mosienbrouck Adriaensz., ongeveer 45 jaar oud, op verzoek van Michiel Aertsz. van Laeckervelt [wonende te Puttershoek].

Elijas van Walsscappel huurt van Jacob Muijs om 48 gl.     15-7-4

[10e penning Dordrecht 1558 (internet), f. 63: Pieter Jacobsz. Muijs, twee huizen en de houttuin daar tegenover, beloopt de 10e penning 4 Rijnse gl. 16 st.]

Jacob Muijs [Hanneman] ontvanger [huurt van Jacob] met de kelder   24

[10e penning Dordrecht 1558 (internet), f. 63: de wijnkelder onder hetzelfde huis, beloopt de 10e penning 3 Rijnse gl. 12 st.

ORA Dordrecht inv. 728, akte 793: op 22 juni 1571 verkoopt Aernt van der Mijle Cornelisz., ambachtsheer van de Mijl, Dubbeldam, etc., aan jonkvrouw Ermgaert Jansdr., weduwe van Pieter Muijs Jacobsz., een derde deel van twee huizen, genaamd "Kijck inden Aers", staande aan de Landzijde op de hoek van de Nieuwkerkstraat, met de plaats daarachter, het huisje daaraan staande en de het erf daar bezijden liggende, inclusief de twee houttuinen daar tegenover liggende, strekkende van de straat tot aan de haven, en de tuin, genaamd "Scherpenlucht", met het huis, dat daarin staat, zoals wijlen Pieter Muijs Jacobsz. dat alles in zijn leven bewoond heeft en Ermgaert Jansdr. dat thans bewoont en in eigendom heeft. De verkoper krijgt in ruil hiervoor twee delen van het erf, gelegen achter het huisje, waarin wijlen Jacob Jansz. korenmeter placht te wonen.

ORA Dordrecht inv. 728, akte 794: op 22 juni 1571 transporteert jonkvrouw Wilhelmina Jansdr., weduwe van Herman Oem DaniŽlsz., krachtens een obligatie dd 8 juli 1545, aan jonkvrouw Ermgaert Jansdr., weduwe van Pieter Muijs Jacobsz., een derde deel van het in de voorgaande akte vermelde onroerend goed. De tekst van genoemde obligatie dd 8 juli 1545 is in deze akte (nr. 794) opgenomen en luidt (gedeeltelijk) als volgt: "Ick Herman Oem Danielsz. kennen mits deesen vercoft te hebben Pieter Muijs Jacobsz. mijnen brueder een dordendeel van twee huijsinge met allen zijn toebehoeren te weeten dordalven houttuijn, die plaetsen, cleijn huijsken ende plaetse after dat huijs staende opten houck van die Nijeuwkerck straete aen die een zijde ende mijn huijsinge aen die ander zijde genompt den golden horen ende noch een dordendeel van een thuijn met dat huijsken genompt Scerpenlucht ende sullicx alss mijn vaeder saliger gedachte bewonen plach int lesten van zijnen leven ..."

Genealogie:

I. Jan van Alblas Willemsz., ambachtsheer van de Mijl, Dubbeldam en St. Anthoniepolder, burgemeester van Dordrecht, overleden in 1541, trouwde Maria de Jode Adriaansdr.

Kinderen:

a. Cornelia van Alblas Jansdr., overleden 3 juni 1564, trouwde Arend van der Mijle, ambachtsheer van de Mijl, Dubbeldam etc., geboren ca. 1501, burgemeester van Dordrecht, overleden in 1580

b. Ermgard van Alblas Jansdr., volgt II

c. Wilhelmina van Alblas Jansdr., trouwde ca. 1545 Herman Oem DaniŽlsz.

II. Ermgard van Alblas Jansdr., geboren 9 juni 1521, overleden 17 febr. 1576, trouwde 6 febr. 1537 Pieter Muijs van Holy Jacobsz., geboren 10 febr. 1500, schepen van Dordrecht, overleden 23 nov. 1569

- 22 juni 1571: jonkvrouw Ermgaert Jansdr., weduwe van Pieter Muijs Jacobsz., en Jacob Muijs Pietersz., voor hemzelf en tevens vervangende zijn broers en zusters, verkopen aan Aernt van der Mijle Cornelisz., ambachtsheer van de Mijl, Dubbeldam, etc., hun "gedeijlte in Goedscalxoort te weeten van geheel Godtscalxoort eerst vuijtgaende vuijtet geheel een sestendeel ende andere vijff deelen gedeelt in drijen waer aff Jan van Drenckwaert schout zaliger competeerde een derdendeel van welcke derdendeel in vieren gaende competeerde daer aff den voersz. Pieter Muijs Jacobsz.  zaliger zijn aenpaert soe veel hij int geheel derdendeel bedeelt is Ende aengaende het bedijckte landt soe veel eenen ijegelijken naer advenant mijnen heere die schout voorsz. daer aen gecavelt is metten aangewasschen daer toe behoerende", gelegen in Godschalksoord, zoals dat land hen, comparanten, anbestorven is bij overlijden van jonkvrouw Margriete Willemsdr., weduwe van Pieter Cijmonsz. van der Merck. (ORA Dordrecht inv. 728, akte 793)

- 1586: de stad Dordrecht betaalt aan Herman Muijs, als erfgenaam van Ermgaert Jansdr., 12 ponden lijfrente over het jaar 1585. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2608, f. 55)

Kinderen (o.a.):

a. Jacob Muijs van Holy Pietersz., geboren naar schatting ca. 1540, schout en burgemeester van Dordrecht, baljuw van Zuid-Holland, overleden 7 sept. 1592, trouwde 1561 Elisabeth van der Linde, dochter van Hugo Pietersz., heer van de Linde en Woude, en Cornelia Mols

ORA Dordrecht inv. 748, f. 187, 19 okt. 1606: Pompejus de Rovere verkoopt een huis in de Nieuwkerkstraat, staande naast het huis van Elisabeth van der Linde, weduwe van Jacob Muijs van Holij, schout van Dordrecht en baljuw van Zuid-Holland.

(Zie Balen, o.c., deel II, p. 921 en p. 1133 e.v.)] 

Die Niekerckstraet ingegaen en die slinckerhandt omgegaen nae die Wijngertstraet

Jan Florisz. huurt van Jacob Muijs om 10 gl.     3-4

[10e penning Dordrecht 1558 (internet), f. 63: Soetman de poirtier huurt een huis van Pieter Muijs Jacopsz., beloopt de 10e penning 19 st.]

De weduwe van Blasius de zoutmeter huurt van Evert Boegel om 20 gl.     6-8

f. 51

Wederom keerende

Hilleken die Qneg    3-12-10

Marijken Gribberts   3 gl. 12 penn.

Tonis Aertsz. huurt van Cornelis Ariaensz. om 16 gl.     5-2-6

Tonis van den Berch schipper     6

Michiel Pietersz. schipper   4

Jacob Pietersz. timmerman huurt van Reijer Jacobsz. om 12     3-16-12

Ariaen Claesz. chirurgijn huurt van Maij die coster om 15 gl.     4-8

f. 51v

Zuidzijde van de Nieuwkerk (april 2008).

Brand van de Nieuwkerk (1568) door Doudijn.

Het kerckhoff die slinckerhandt omgegaen

Meester Herman Thomasz.     4-18

Willem Pietersz. schipper    4

Den houck omgegaen nae [de] Herman Suijsstraet

Pieter van der Toelen   4

Anneken Hermansdr.    4

Schoone Joris    4

Jan Jacobsz.     6

De weduwe van Cornelis Nees     4-16

f. 52

De weduwe van Cornelis Michielsz. schipper    12 penningen

Coucxken huurt van Cornelis de Biecht om 12     3-16-12

Tielman Coenen schipper   3 gl. 12 penn.

Adriaen Robben   3-16-12

Geerit Diricxsz.     3-16-12

Jan Aertsz. bierdrager     3-16-12

Claes Hermansz.     3-16-12

Claes Dorsshout schipper     3-4

Jan Jacobsz.    3-16-12

f. 52v

Geerit Aertsz.     3-16-12

Wederom keerende

Neelgen Henricx huurt een huis en bleekveld van Cornelis Pietersz. tingieter     7-13

Dirick Genefaesz.    3-16-12

Comen Pieter    3-4

De weduwe van Willem Cornelisz. Quant     3-4

Jacob Claesz. spelmaker huurt van Ariaen Michielsz. om 12 gl.      3-16-12

Den houck omgaende

Toentgen inden Houdthaeck     6

Lenert Schalcxsz. huurt van Pieter Corssz. om 15 gl.     4-16

f. 53

Geerit Jopsz. varkensslager    3-4

Geerit Thonisz. houthaker    3-4

Den houck omgaende nae die vesten toe

Jacob Thonisz.    3-4

Dirick de Boede huurt van Aert den molenaer om 12 gl.      3-16-12

Cornelis Ariaensz. glaessmaecker     3-4

Pieter Jansz. molenaar met de rosmolen tsijnen    9-12

Pieter Marcellisz. huurt van Brecht Manricx om 10 gl.     3-4

f. 53v

Cornelis Nanningsz. huurt van Marij Bullen om 14 gl.     4-9

Tonis [Anna] Jansz. wever    4-16

Anna Zijeren, van beide tuinen    10

Jaecques Bols huurt van Ariaen de Lotering om 27 gl.   8-19-4

Wederom keerende

Gielis de muntenaar     vrij

Tobias Hicx muntenaar     vrij

Jan van Nes deurwaarder    4-16

Willem Willemsz. Besem huurt van Frans de schilder om 17 gl.      5-8-12

f. 54

Die Cloverniers Doel

De Kloveniersdoelen (gezien vanaf het Stek) in 1857 (getekend door Johannes Rutten).

In het gebouw van de Kloveniersschutters werd in 1618/1619 de beroemde Nationale Synode gehouden, waarbij de gereformeerde leer door catechismus en confessie in contraremonstrantse geest werd vastgelegd. Tevens werd er besloten tot een officiŽle bijbelvertaling. (Deze Statenbijbel verscheen in 1637.) Het schuttershuis werd gebouwd tussen 1532 en 1541.  Behalve vergaderplaats voor de schutters was het ook een herberg. Rutten tekende de Doelen kort vůůr het gebouw werd afgebroken om plaats te maken voor een huis van arrest, dat van de minister van Justitie zo dicht mogelijk bij het gerechtsgebouw moest staan. We zien op Ruttens tekening de achterkant van de Doelen vanaf het Stek. Het poortje links leidde naar de Doelstraat. Op de driekantige uitbouw links stond ooit een torentje met bovenin een achtkantige kamer die rondom van vensters was voorzien. Aan een, op een ijzeren as bevestigde, ronddraaiende tafel gezeten had men daar een panoramisch uitzicht over de stad. (M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht [Dordrecht 1677], deel I, p. 666; Pieter Breeman e.a., Het Dordrecht van Rutten [Dordrecht 2004], p. 90; A. den Haan, De Draaiom in de Kloveniersdoelen, in Oud-Dordrecht 2003, nr. 2, p. 4 e.v.)

De Kloveniersdoelen (gezien vanaf de Doelstraat) ca. 1675

Wederom keerende

Cornelis Ooms van den Bossch huurt van Jan Boucquet om 20 gl.      6-8

Dirick Pietersz. huurt van Henrick Ott om 10 gl.     3-4

Govert Pietersz. egwerker    4

Jacob Cornelisz. muntenaar      vrij

Willem Ossen straetgen ingegaen [Willem Oskens- of Weeshuisstraatje]

Cornelis Jansz. bakker 5-16

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 21v: op 3 febr. 1579 verklaart Cornelis Jansz. bakker, dat hij erin toestemt, dat Reijer Geeritsz. van Jan Jansz. Slinger zal ontvangen een somma 14 gl. en dat van een somma van 4 Vlaamse ponden, welke Slinger hem, Cornelis Jansz., schuldig gebleven is bij de overdracht van de koopsom van een huis in de Willem Oskensstraat.]

f. 54v

Melis de klapper     3-16-12

Omert de Montaringe huurt van IJken Cnackbeen om 25 gl.       8 gl.

Die Marienbornstraat ingegaen

Mercelis Jansz. spelmaker huurt van Truijken die Bije om 15 gl.      4-16

Egbert de gorter huurt de gortkelder van Truijcken die Bije om 15 gl.      4-16

De weduwe van Frans de schrijnwerker

Herman Suijsstraet van achteren ingegaen

f. 55

Jan Jansz. coomen    4

Claes Ariaensz. of Willem Ariaensz. Thoen    3-4

Ghijssbert Jansz. huurt van Baert de kaaskoopster om 10 gl.     3-4

Wederom keerende

Ariaen Gielisz. schipper  3-4

Ariaengen Vincken huurt van Frans Genefaesz. om 12 gl.     3-16-12

Neeltgen Jansdr.   3-4

Willem Jansz. huurt van Scheel Jaepken om 18 gl.    5-15-4

f. 55v

Jan Ariaensz. bakker    6-8

Cornelis Geeritsz. uit Papendrecht op de hoek van de Nieuwkerkstraat huurt van de erfgenamen van Ghijsbert van Haerlem om 12 gl.      3-16-12

De weduwe van Spillman      6

Wederom die Voirstraet lancx gaende tot Steechoversloot toe

Cleijs Houtgens      6

[ORA Dordrecht inv. 739, f. 65 e.v.: op 6 okt. 1586 verkoopt Claes Houtgens schipper aan Adriaen Jobsz., schepen in wette van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 15 gl., verzekerd op een huis in Houttuin, staande op de hoek van de Nieuwkerkstraat, tussen die straat aan de ene zijde en het huis genaamd "Noorwegen" aan de andere zijde.]

Jan Jansz. den Jongen koopman huurt van Ariaen Maertensz. om 48 gl.     15-6-12

Cornelis van Bijwaert met de houttuin      20 gl.

[ORA Dordrecht inv. 1570, f. 31v: op 27 mei 1578 verkoopt Cornelis Oom Jansz. van Beamont, als man van Janneken Ghijsbrechtsdr. van Haerlem, aan Cornelis van Bijwaert een vijfde deel van een huis in de Houttuin, staande tussen het huis van Govert Snouck en dat van Willem Boijens, in welk huis wijlen Ghijsbert Jansz. van Haerlem placht te wonen.]

f. 56

Govert Snoeck

[ORA Dordrecht inv. 739, f. 147 en 147v: op 1 mei 1587 comp. voor schepenen van Dordrecht Adriaen Snouck Govertsz., voor zichzelf en als oom en voogd van de onmondige kinderen van wijlen Henrick Snouck, Floris Willemsz., als toeziend voogd van diezelfde kinderen en Cornelis Snouck, voor zichzelf, allen erfgenamen van wijlen Govert Snouck. Comparanten verkopen aan Cornelis Adriaensz. Cruijenier een huis in de Houttuin tussen "Floris Willemsz. cleijn huijs" en het huis van Cornelis van Bijwaert. Dezelfde verkopers transporteren aan Pietertgen Govertsdr., weduwe van Jan Schonck, een huis in MariŽnbornstraat, staande achter het huis van Henrick de Naijer. Koopster is schuldig aan verkopers een somma van 224 Rijnse gl. (Schuldbekentenis dd 9 mei 1587.)]

Maerten van Dilssen huurt van Ariaen Maertsz. om 42 gl.    13-8-12

Willem Thonis mandenmaker huurt van Floris Willemsz. om 36 gl.     11-10-12

Floris Willemsz. met de houttuin    32

De weduwe van Pouwels Jansz. met de houttuin     12

Neeltgen Willem Willemsz.     10

Jan Cornelisz. Wor huurt van mr. Adriaen van Blienborch om 36 gl.      11-10-6

f. 56v

Jonkheer Willem van Zuijlen huurt van idem om 72 gl.     23 gl. 12 penn.

De weduwe van Ariaen Pietersz. Nan met "die harinckplaets"       20

Jan Sijmonsz. van Cappel met de houttuin en kelder     20

Ocker Willemsz. met de houttuin en kelder    16

De weduwe van Jan van Slingelant met de houttuin     20

[ORA Dordrecht inv. 732, f. 136: op 3 aug. 1577 verkoopt jonkvrouwe Barbara Clercx, weduwe van Jan van Slingelant Ottesz., aan Ursula Jansdr., weduwe van Dirck van Slingelant Ottesz., een jaarlijkse losrente van 14 gl., verzekerd op twee huizen en houttuinen in de [Oude] Houttuin, naast elkaar staande en gelegen tussen het huis van Adriaen Dircxsz. de Coninck en de huizen van de kinderen en erfgenamen van Ocker Willemsz.]

Adriaen Dircxsz. Coninck     16

Haessken Pieter Nannen en Pieter van Dijck huren van Thonis Vinck  om 60 gl.      19-4

f. 57

Henrick Claesz. bakker     10

[ORA Dordrecht inv. 708, f. 95v: op 9 nov. 1568 verkoopt Adriaen Pietersz. Nan aan Heijndrick Claesz. bakker een huis in de Houttuin aan de Landzijde, staande tussen de Heer Heymansuysstraat en het huis van Antonis Wijnantsz. smid. Waarborg: Jan Geritsz. brouwer. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 850 gl. Borg: Antonis Repelaer voor de ene helft en Aert Joosten metselaar en Cornelis Jansz. snijder voor de wederhelft.]

Tonis Wijnantsz. smid     6

Lodewijck Bosser schrijnwerker    6

[ORA Dordrecht inv. 709, akte 467: op 4 dec. 1570 compareren voor schepenen van Dordrecht Marijken Wijnantsdr. en Anna Wijnantsdr., voor zichzelf en tevens vervangende hun broer Thonis Wijnantsz., en Maerten Henricxsz., als grootvader en voogd van Marijken Wijnantsdr. en Aechtgen Wijnantsdr., nagelaten weeskinderen van wijlen Wijnant Thonisz. kuiper. De comparanten verkopen aan Floris Geritsz. de Bruijn van Schiedam en diens vrouw Aefken Willemsdr., een jaarlijkse losrente van 4 gl., verzekerd op een huis aan de Landzijde [Voorstraat] in de Houttuin, staande tussen het huis van Thonis Wijnantsz. smid en dat van Wouter Bol Hugesz. 

ORA Dordrecht inv. 728, f. 105: Loedewijck Bossart verklaart op 10 mrt. 1571 een bedrag van 555 gl. schuldig te zijn aan Thonis Wijnesz., Marijcken Wijnantsdr., Anneken Wijnantsdr., Marijcken Wijnantsdr. de Jonge en Aechgen Wijnantsdr., kinderen van wijlen Wijnant Anthonisz. kuiper, wegens de koop van een huis in de Houttuin, staande tussen het huis van Wouter Bol en dat van Thonis Wijnantsz. smid, met de haringplaats daarachter, strekkende tot de brouwerij van Wouter Bol.

ORA Dordrecht inv. 709, akte 566: op 7 april 1571 verkopen Thonis Wijnantsz. schipper, Marijken Wijnantsdr. en Janneken Wijnantsdr., voor zichzelf en tevens vervangende Marijken en Aechtgen Wijnantsdrs., hun onmondige zusters, aan Lodewijck Willemsz. schrijnwerker een huis met de haringplaats daarachter, strekkende tot de muur van de brouwerij van de erfgenamen van Huijch Andriesz., staande in de Houttuin aan de landzijde tussen het huis van Wouter Bol Hugesz. en dat van Thonis Wijnantsz. smid.

ORA Dordrecht inv. 748, f. 71v e.v.: op 7 juli 1605 compareren Sijmon Bossaert, koopman van greinen te Dordrecht, enerzijds en Gerrit Cornelisz., als man van Anneken Bossaertsdr., anderzijds. Zij verklaren de goederen, die zijn nagelaten door hun moeder Catharina Sijmonsdr., onderling verdeeld te hebben. Sijmon is daarbij toebedeeld alle roerende goederen en Gerrardt Cornelisz. een huis in de Kannekopersbuurt, staande tussen het huis, genaamd "het Witte Cruijs" en het huis van Anthonis Wijnantsz. smid.]

Servaes de Vale met de brouwerij    20

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 55v: op 28 april 1579 verkoopt Wouter Huijgesz. Bol aan Servaes de Vaele Cornelisz., achtraad van Dordrecht, een huis, brouwerij en tuin, van voren tot achteren staande in de Houttuin tussen het huis van Barent Dircxsz. zuivelkoper en dat van Lodewijck Bossert schrijnwerker, strekkende van achteren tot aan de dwarsgang, alsmede de plaats en het huisje daartoe behorende, staande voor aan de straat, strekkende tot aan de haven. Het turfhuis van het huis etc. zal zijn vrije drop hebben, in die voege zoals Huich Andriesz. het gemaakt heeft. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2550 gl.]

Huijch Jopsz. met de houttuin     20

Meijner van Segwaert met de kelder en houttuin     20

[I. Meijndert van Segwaert Bartholomeusz., weduwnaar van Dordrecht (1590), trouwde 1e NG Dordrecht 2 juni 1575 Anthonia Wenssen, dochter van mr. Adriaen Wenssen, pensionaris van Dordrecht, en Josina van Egmond van den Nieuburg, (Balen o.c, p. 1222), 2e NG Dordrecht 10/24 juni 1590 Agatha Cornelis Diericxdr., van Dordrecht (1590), trouwde 1e Franchoijs Kett Cornelisz.

ORA Dordrecht inv. 739, f. 63: op 4 november 1586 verkoopt Meijnaert van Zegwaert aan Henrick Eeckholt wijnkuiper een huis in de Houttuin, staande tussen het huis van Wouter van Craijesteijn en dat van Huijch Jobsz., strekkende voor van 's herenstraat tot achter aan de dwarsgang. Waarborg: Cornelis Pietersz. van Schaerlaecken. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 1470 gl. Borgen: Pieter Simonsz. linnenlakenkoper en Bastiaen Jansz. schrijnwerker.]

Kinderen:

a. Bartholomeus van Segwaert, geboren naar schatting ca. 1585, volgt II

b. Cornelia van Segwaert, trouwde 1e Francois van Bredehoff, 2e naar schatting ca. 1620 Aalbert Sonck, schout en burgemeester van Hoorn (Balen o.c., p. 1223)

Francois Fransz. van Bredenhof, geboren Antwerpen 1563, overleden Dordrecht 1619, trouwde 1e Dordrecht 6 okt. 1596 Adriaenke Adriaen Janssen van Rijpland, 2e Cornelia van Segwaert Meijnaertsdr. (De Nederlandsche Leeuw 132 (2015) 4, p. 95 e.v.).

c. Josina van Segwaert, trouwde Johan van Foreest, raad en vroedschap van Hoorn (Balen o.c., p. 1224)

II. mr. Bartholomeus van Segwaert, geboren naar schatting ca. 1585 (mogelijk gedoopt NG Dordrecht sept. 1586), advocaat, schepen van Dordrecht, gedetineerd in aug. 1626, trouwde 1e Anneken Diters Woutersdr. van Dordt, overleden sept. 1611, trouwde 2e NG Dordrecht 28 mei 1613 Adriana van Crayesteyn, geboren Dordrecht juni 1589, overleden Utrecht dec. 1639, dochter van Wouter van Crayesteyn en Liedewey van Beveren Michielsdr. (NNBW [internet])

Kind (ex 2):

a. Meijnard van Segwaert, geboren ca. 1625, volgt III

III. mr. Meijnard van Segwaert, geboren ca. 1625, schepen en burgemeester van Dordrecht, overleden 15 juni 1700, trouwde Wilhelma Tulleken(s)

1 mei 1701: Gerard Schul, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Willemina van Buijtendijck, weduwe van Steven Schul, koopman te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. Cretser in Den Haag op 10 jan. 1701, verkoopt voor 5000 gl. aan de erfgenamen van mr. Mijndert van Segwaart, in zijn leven regerende en presiderende burgemeester van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de kraan, vanouds genaamd "de Blauwe Gevel", staande tussen het huis van Cornelis de Bood, heer van Giessenburg, en dat van mr. Pieter Nolthenus. (ORA Dordrecht inv. 803, f. 39v e.v.)

Kinderen:

a. Francina van Segwaert, gedoopt NG Dordrecht 19 mei 1660

a. Bartholomeus van Segwaert, geboren naar schatting ca. 1660, volgt IV

IV. Bartholomeus van Segwaert, geboren naar schatting ca. 1660, schepen van Dordrecht, ongehuwd, begraven Dordrecht 5 okt. 1731

Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 5 okt. 1731: mr. Bartholomeus van Segwaert, raad en vroedschap van Dordrecht, tien koetsen extra, een wapen voorgedragen.

4 nov. 1732: Adriaen Papegaaij en Anthonij Vervel, als executeurs-testamentair van wijlen mr. Bartholomeus van Segwaert, oudraad van Dordrecht, verkopen aan Pieter van der Kemp, koopman te Dordrecht, voor 9000 gl. een huis in de Wijnstraat, [genaamd "de Blauwe Gevel"]staande tegenover de Kraan, tussen het huis van de weduwe van mr. Samuel Everwijn en het huis van Dirk Rombouts. (ORA Dordrecht inv. 817, f. 72v e.v.)]

Michiel de Beveren met de plaats     20

Jacob Cool tresorier met de kelder en de plaats    20

f. 57v

Willem Ingenpas met de kelder en houttuin    20

Coenraet de Masiers met de houttuin en plaats    20

[4 mei 1590: Coenraet de Masieres, burger van Dordrecht, is schuldig aan de voogden over de weeskinderen van wijlen Servaes de Vale en Marijcken Aertsdr. [Halling] een bedrag van 300 gl. wegens geleende penningen, daarvoor verbindende zijn huis in de MariŽnbornstraat, staande tussen de tuin van Lijntgen Jan Maerts en het huis van Lauwerens de linnenwever. (ORA Dordrecht inv. 741, f. 46v)

21 okt. 1592: Choenraedt de Masieres verkoopt aan Dirck Pietersz. schipper een huis achter in de MariŽnbornstraat, genaamd "Lijdt", staande tussen de huizen van verkoper aan weerszijden. (ORA Dordrecht inv. 742, f. 151)]

Hans [sic] huurt van idem om 42 gl.     13-8-12

Henrick Henricksz. snijder     6

Willem Cornelisz. den Ouwen     6

Mathijs [sic] huurt van Jan Pietersz. Craen om 60 gl.     19-4

Eewout van Dort huurt van Marcelis Cruijs om 48 gl.       15-6-12

f. 58

Jan Nijssz.     10

Cornelis Jansz. schipper    6

Ariaen Cornelisz. mandenmaker huurt van Henrick Barentsz. om 30 gl.      9-12

Sijbert Jansz. met de plaats    20

Het huis genaamd de Haes toebehorende Henrick Otten     20

Frans Fransz. pasteibakker     10

[ORA Dordrecht inv. 734, f. 53: op 25 juni 1578 verkoopt Barent Dircxsz. van de Eijckencamp aan Hans van Antwerpen bosmaker een huis, strekkende voor van de straat tot achter aan de middenmuur van de achterplaats van hetzelfde huis, staande in de Kannenkopersbuurt, genaamd "Vriesenborch" en belend door het huis "den Haes" aan de ene zijde en het huis, waarin Gerbrant Dircxsz. Stoop woont. De verkoper verbindt als onderpand een huis in de Kannenkopersbuurt, genaamd "Besoijen", staande tussen het huis van de erfgenamen van Damas Cornelisz., genaamd "de Halff Maen" en dat van Jan Bouwensz. glaesmaker. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 525 gl. Borg: Hans ter Woert.

ORA Dordrecht inv. 1571 (nieuw), f. 13v: op 19 jan. 1579 verklaring op verzoek van IJcken Pietersdr., weduwe van Jan van Schenichoven, door Hans van Antwerpen bosmaker, ongeveer 25 jaar oud en burger van Dordrecht. Hij getuigt, dat hij ongeveer vijf of vijf en een half jaar eerder gelogeerd heeft bij de Jan de Moelder, wonende aan het Marktveld te Mechelen, waar ook logeerde Jan van Schenichoven, die hem vertelde, dat Hubert Jansz., de zoon in St. Euwout [te Dordrecht], uit de herberg, waar hij met Jan logeerde, gehaald had een stuk "gebeelt fluweels", welke aan Schenichoven toebehoorde.

ORA Dordrecht inv. 1571, f. 36v: op 23 mrt. 1579 verklaart Hans van Antwerpen, bosmaker en burger van Dordrecht, dat hij ongeveer 8 dagen eerder in Dordrecht 500 lonten ontvangen heeft van een schipper uit Utrecht, genaamd Balmaecker.]

Joris Lijewijnsz. huurt van Gerbrant Dircxsz. om 36 gl.      11-10-12

[ORA Dordrecht inv. 737, f. 353 en 354: op 2 febr. 1584 verkoopt Dirck Gerbrantsz. Stoop aan Augustijn Boucquet Claesz. een huis in de Kannenkopersbuurt [Voorstraat bij Heer Heymansuysstraat], staande tussen verkopers huis, genaamd "den Hegelentier" en dat van Frans Fransz. pasteibakker. Waarborg: Adriaen Mes

ORA Dordrecht inv. 717, f. 222v e.v.: op 29 aug.1587 verkoopt Susanna Droitlijns Jansdr., weduwe van Augustijn Boucquet, aan Pieter Jansz. een jaarlijkse losrente van 3 ponden Vlaams, verzekerd op een huis in de Kannekopersbuurt aan de Landzijde, staande tussen het huis van Dirck Gerbrandsz., genaamd "den Eglentier" en het huis van Frans Jansz. pasteibakker.]

Dirck Gerbrantsz. [Stoop]    12

f. 58v

Marijken Ariaensdr.      5

Cornelis Dircxsz. spelvercooper huurt van de erfgenamen van Jacob Claesz. Braet om 60 gl.     19-4

Jan Aertsz.    16

[10 nov. 1582: Marijken DaniŽl Oomsdr., weduwe van Aert Jansz., geassisteerd met mr. Cornelis Aertsz., Willem Jansz., als man van Geertruijt Aertsdr., Servaes de Vale, als man van Marijcken Aertsdr., Ocker Aertsz. en Cornelis Aertsz., voor zichzelf en tevens vervangende hun zuster Aert Aertsdr., verkopen aan Jan Aertsz. een huis, "spijcker", bakhuis en turfhuis, in welk huis Marijken DaniŽl Oomsdr. gewoond heeft, staande in de Voorstraat in de Kannekopersbuurt bij de Willem Oskensstraat tussen het huis van de erfgenamen van Jacob Claesz. Braet en het huis van Nicasius Pietersz. (ORA Dordrecht inv. 715, f. 27)]

Truijken de Bije en Pieter Jacobsz. Sterck     16

[ORA Dordrecht inv. 728, f. 72: op 26 jan. 1571 verklaart Thomas Pietersz. de Bije schuldig te zijn aan Jan Thomasz. zeepzieder en Willem Jan Wittesz., zijn ooms, Andries Pietersz. de Bije, zijn broer en Geertruijt Pietersdr., weduwe van Jacob Cornelisz. Sterck, zijn zuster, een bedrag van 125 gl. wegens geleende penningen, voor die schuld verbindende een derde part van een schepenenschuldbrief, sprekende op Jan Gerritsz. brouwer, Adriaen Louff Adriaensz. en hun "consoorten", als voogden van de onmondige kinderen van wijlen Willem Jansz. Louff.

ORA Dordrecht inv. 714, f. 307v e.v.: op 21 april 1582 verkoopt Cornelis Jacobsz., zoon van Jacob Cornelisz. Sterck, aan Nicasius Pietersz. wijnkuiper een huis, plaats en "spijcker", genaamd "de Silveren Haring", staande in de Kannekopersbuurt [Voorstraat] tussen het huis van Jan Aertsz. en dat van Cornelis Aelbertsz. kleermaker. Waarborgen: Willem Jan Wittesz., schepen van Dordrecht, en Pieter Jacobsz. Sterck, inwoner van Dordrecht. De kopers is schuldig aan de verkoper een somma van 875 gl. Hij verkoopt tevens aan Willem Jacobsz. Stercke een jaarlijkse losrente van 12 Rijnse gl. en 10 st., verzekerd op het voornoemde huis.]

Cornelis Aelbertsz. snijder    6

Hans Graeff     11

Tonis Thonisz. bakker     10

Thonis Thonisz. Wijcken. Zie f. 47v bij Dirck Thonisz. Wijcken.

[24 nov. 1605: comp. Jacob Thonisz. Wijcken en Jan Geeritsz. Bouman, bode van Keulen, als gemachtigde van Gijsbrecht Ariensz., wonende te Brielle, volgens procuratie gepasseerd voor burgemeesters, schepenen en raden van Brielle op 10 febr. 1604, voor de ene helft en dezelfde Jacob Thonisz. Wijcken nog voor een vijfde part, Claes Thonisz. Wijcken, mede voor een vijfde part, Cleijs Jacobsz., vervangende Marigen Jacobsdr. en Damas Jacobsz., zijn zuster en broer, samen voor een vijfde part, Jan Heijnricxsz., als voogd van de kinderen van Dirck Thonisz. Wijcken, ook voor een vijfde part en Wouter Woutersz. bakker voor een vijfde part, samen voor de andere helft, allen erfgenamen van Thonis Thonisz. Wijcken en Lijsgen Ariensdr. Comparanten transporteren aan Cornelis Jansz. Both, thesaurier te Dordrecht, ten behoeve van de stad Dordrecht een huis tegenover de Nieuwbrug aan de zijde van de Kruiskapel, staande tussen het huis van Jan Leendertsz. kamerbewaarder en de gang van het gildehuis van de Maselaars. Koper is schuldig aan verkopers een somma van 2060 gl. (ORA Dordrecht inv. 748, f. 99v e.v. ]

Jan Lenertsz. [kamerbewaarder]     10

f. 59

Henrick [Hoijnck] Ottensz.     24

[ORA Dordrecht inv. 705, akte 450: verklaring dd 1566 door Job van Teijlingen, 51 jaar oud, en Henrick Hoijnck Ottensz., 32 jaar oud, op verzoek van Katharina Hesseling Pietersdr.

ORA Dordrecht inv. 715, f 260v e.v.: op 31 okt 1584 verkopen Dirck Hoijnck Henricksz., voor zichzelf en als voogd van Ottho Hoijnck Henricksz., zijn broer, Willem de Jonghe Cornelisz., als man van Maria Hoijnck Henricksdr., en Thomas Rochusz., als oom van voornoemde Ottho Hoijnck Henricksz., aan Caerl de la Faillie een huis, waarin hij, koper, reeds woont, genaamd "het Voorburch", staande omtrent de Nieuwbrug aan de Landzijde tussen het huis van Laurens Robosch apotheker en dat van Jan Lenertsz. kamerbewaarder. Het huis is voorheen eigendom geweest van Henrick Hoijnck Otthosz. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 3500 gl. ]

Laurens Rootboos apotheker      10

Rochus Cornelisz. comen      10

Die Cruijsscappel

[De Heilige-Kruiskapel werd gesticht in 1306, maar pas geconsacreerd in 1357 door de vicaris van de bisschop van Utrecht. Zij behoorde aan de Heilige-Kruisbroeders en stond aan de Voorstraat tegenover de Nieuwbrug. In de zestiende eeuw verhuurde de H.- Kruisbroeders een deel van de kapel aan de stad voor het houden van "der stede cantoir of makelaerdy huyske". In 1645 werd zij verkocht aan de koopman Anthonie de Sont, die er een pakhuis van maakte. (Van Dalen, o.c. deel II, p. 728)

- 31 jan. 1600: Johan Boucquet als overman en Gijsbert van Diemen en Cornelis Ariaensz. bakker als dekenen van de Kruiskapel enerzijds en Henrick Pijetersz. Starrenborch anderzijds zijn overeengekomen aangaande de verbouwing, die Starrenborch zal doen aan de gang staande tussen en toebehorende aan de Kruiskapel en het huis, waarin hij woont, "int affbreken van sijnen zijdelmuijr nu ter tijdt inden voorsz. ganck seer overhangende" (ORA Dordrecht inv. 745, f. 156v)  ]

Lubbert Revertsz. met de kelder    14

[ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akte 204: op 28 nov. 1560 verkoopt Claes Jansz. schiptimmerman aan Marijchgen Willemsdr. van Dijemen een jaarlijkse losrente van twee Vlaamse ponden, verzekerd op een huis aan de Landzijde [Voorstraat], staande tussen het huis van Gerrit Bastijaensz. en de Heilige-Kruiskapel.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 296 e.v.: op 26 febr. 1582 verkoopt Lubbert Revertsz. aan Jacob Joostensz. van Zundert en diens vrouw Aeltgen Jacob Cruijvaertsdr. een huis aan de Landzijde [Voorstraat], staande tussen de Kruiskapel en het huis van Gerrit Bastiaensz. glaesmaecker. Verkoper verbindt in plaats van waarborg zijn huis, staande omtrent het Gravenstraatje, genaamd "Sheeren Gijssen", belend door de huizen "Cleijn Middelborch" en "Ratingen". De koper, als man van Aeltgen Jacob Cruijvaertsdr., transporteert aan verkoper een losrentebrief van 6 gl. jaarlijks, verzekerd op een huis in het Steegoversloot op de haven en een rentebrief van 6 gl. jaarlijks verleden door de Prouffmeesters van St. Vitus en Modestus, verzekerd op het Droochscheerders Raempte, hem aangekomen door overlijden van Pieter Pietersz. snijder, de oom van zijn vrouw. Hij bekent voor de rest van de koopsom aan verkoper een bedrag van 790 gl. schuldig te zijn.]

Geerit Bastiaensz. glaessmaecker    7

De weduwe van Kaerl van Eijnden [Beliken Cool Adriaensdr.]   20

Roelandt Sameling huurt van Lubbert Revertsz. om 60 gl.      19-4

[ORA Dordrecht inv. 713, f. 147: op 2 mei 1579 verkoopt Ludbert Revertsz., koopman van Rijnse wijnen aan Beliken Cool Adriaensdr., weduwe van Carel van Ende, een huis genaamd "Cleijn Troijen", staande tussen het huis van Beliken Cool Adriaenszdr. en het huis "Groot Troijen", dat toebehoort aan Rochus Grijp.]

f. 59v

Rochus Grijp generael [van de Munt]   22

[ORA Dordrecht inv. 732, f. 13: op 4 okt. 1575 transporteert Jan Jacobsz. Doudijn, als hem ten huwelijk gegeven zijnde door zijn moeder Neeltgen van Clootwijck, weduwe van Jacob Pietersz. goudsmid, aan Dirck Jacobsz. en Rochus Grijp, als ooms en voogden van Jacob Pietersz. en Marijcken Pietersdr., onmondige weeskinderen van wijlen Pieter Jacobsz., een rentebrief van 9 gl. jaarlijks, verleden door Herman Adriaensz. huistimmerman.

ORA Dordrecht inv. 734, f. 142: op 14 okt. 1578 transporteert Rochus Grijp Joostensz., generaal van de Munt, aan Truijchgen Pietersdr. de Bie, weduwe van Jacob Cornelisz. Stercke, een rentebrief van 6 Vlaamse ponden.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 304 e.v.: op 15 mrt. 1582 transporteert Rochus Grijp, generaal van de Munt van Holland, aan Pieter Jacobsz. schiptimmerman de eigendomsbrieven van het zevende en achtste erf op het Nieuwe Werk, gelegen ten noorden van de Eliskenstoren [onbekende toren, vrijwel zeker niet identiek met de Kalktoren (vriendelijke mededeling van de heer J.W. Boezeman te Dordrecht)], met alle vrijdommen en servituten, zoals Grijp die gekocht heeft van de regeerders van Dordrecht. Waarborg: Jan Jacobsz. "offslager". De erven liggen naast elkaar. Het zevende erf wordt aan de andere zijde belend door het erf van Wouter Jansz. in de Lantscroon en het achtste erf aan de andere zijde door het erf, dat is gekocht door Adriaen Dircxsz. Coninck. Pieter Jacobsz. verkoopt Grijp een jaarlijkse losrente van 2 ponden Vlaams, verzekerd op beide erven. Hij is wegens de koop van de erven aan Grijp een bedrag van 432 gl. schuldig. Borg: Dirck Cornelisz. Praem.

ORA Dordrecht inv. 737, f. 352: op 20 jan. 1584 verklaren Jan Philipsz., 50 jaar oud en Sebastiaen Fransz., ongeveer 53 jaar oud, op verzoek van jonkheer Jehan van de Mijle, schepen in wette van Dordrecht, dat zij op 17 okt. 1583, 's morgens omtrent acht uur, zijn geweest buiten de Vuilpoort en daar "op 't Hooft [hebben] zien gaen wandelen Rochus Grijp", samen met de rekwirant, Jacob Wensen, baljuw van Strijen en Michiel van Beveren, van wie laatstgenoemde inmiddels is overleden, "ende dat ten selven tijde d'voorsz. Rochus Grijp den requirant fortselijck geslagen heeft voor zijn hooft. Affirmerende voorts, dat zij deposante[n] lange daer te vooren alhier binnen deeser steede hebben hooren seggen ende dat oock de spraecke onder de borgers alhier is geweest, dat de voorsz. Rochus binnen der steede van Delft verdorst was van de schoudt aldaer, die hem gevonden gehadt soude hebben bij een ander vrouwe."

ORA Dordrecht inv. 737, f. 352: ter instantie als boven: op 1 febr. 1584 verklaart Jacob Meeusz., schout in Zwijndrecht, ongeveer 32 jaar oud, dat hij op 2 okt. 1583, "wesende tot Delft ende gaende met eenen Pieter Adriaensz., sijn cosijn, wandelende ontrent de steede poerte, heeft aldaer zijen comen gaen Rochus Grijp, borger deeser steede ende dat ten selven tijde twee persoonen, aldaer meede gaende, hem deposant onbekent, jegen den anderen seijden, wijsende op Rochus Grijp, siet daer gaet hij heenen, die verdorst is. "]

Pieter Faes cruijenier huurt van Pieter Corssen om 42 gl.     13-8-12

[ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akten 502 en 503: op 8 mei 1561 verkopen Jacob Pietersz. in den Mol, Willem Adriaensz. tingieter en Gerrit Bouwensz., als ooms en voogden van de kinderen van wijlen Jacob Woutersz. koopman aan Herman Hermansz. kleermaker een huis aan de Landzijde bij de Munt, staande tussen het huis van Willem Bucket Blasiusz. en dat van Dirck van Nuijssenburch Jansz. thesaurier. Waarborgen: voornoemde verkopers. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 379 gl. Borgen: Pieter Matheusz. schipper en Frans Aertsz. linnenwever.

ORA Dordrecht inv. 729, f. 135 e.v.: op 14 okt. 1572 verklaren Adriaen Dircxsz. Droochgen, 60 jaar oud, en Adriaen Ockersz. muntenaar, 51 jaar oud, op verzoek van Pieter Corssen schipper, dat zij omtrent 29 mrt. 1572 geweest zijn ten huize van de rekwirant, waar mede aanwezig was Marichgen Pietersdr., vrouw van Herman Hermansz. kleermaker, en dat bij die gelegenheid Pieter Corssen van de vrouw van Herman Hermansz., die daartoe door haar man gemachtigd was, gekocht heeft een huis, staande [in de Voorstraat] omtrent de Munt tussen het huis van mr. Pieter Cornet en dat van de weduwe van Willem Boucquet.]

Blasius Boucquet generael huurt van de weduwe van Willem Boucquet om 60 gl.   19-4

[Blasius Boucquet, generaal van de Munt te Dordrecht, overleden in 1587, was getrouwd met Lijsbet Jansdr. Hij was een zoon van Blasius Boucquet, muntmeester van Holland en Catharijne van Bree Pietersdr. Genoemde Willem Boucquet was zijn (op 18 sept. 1570 te Dordrecht overleden) broer, eveneens muntmeester van Holland en later generaal van de Munt, schepen en burgemeester van Dordrecht en hoogheemraad van Zwijndrecht. Diens derde vrouw, Elisabeth van de Kerckhoff, dochter van Jan Bouwensz. van de Kerckhoff, overleed in 1580. Willem Boucquet woonde naast de Munt (oostwaarts), in een huis met een houten gevel. (De Nederlandsche Leeuw 1935, kol. 341 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 714, f. 2v e.v.: op 8 jan. 1580 verlenen Blasius Bucket, generaal van de Munt van Holland, als voogd van de weeskinderen van wijlen Nicolaes Boucquet Blasiusz., zowel verwekt bij wijlen Anneken Coenraetsdr., als bij wijlen Gheertruij Heerman Ghijsbertsdr., en Barthout Cornelisz., voor zichzelf en tevens vervangende mr. Gijsbert Cornelisz, zijn broer, als nagelaten kinderen van voornoemde Geertruijt Heermans, procuratie aan Vranck van der Bije, procureur voor het Hof van Holland, om te procederen tegen "eenen ijegelijcken daer zij comparanten jegens te doen hebben".]

De Coninklijke Majesteits Munte met drie huijsinge van Jan Damen

De Munt van Holland in de Voorstraat (mei 2008)

["De eer, de Dordtse munt als grafelijke instelling te hebben gesticht, kan worden toegekend aan Albrecht van Beieren. Sedert geruimen tijd was toen reeds door de Hollandse graven munt geslagen, ook wel te Dordrecht, maar het privilege van 4 Maart 1367/8 is te beschouwen als het fundament, waarop gedurende ca. 440 jaar zou worden voortgebouwd. Er werd ingesteld een "Serment" (zo genoemd wegens de afgelegde eed) van werklieden en munters, waarvan de leden, met uitsluiting van alle anderen, in de munt mochten werken, vrij zouden zijn van alle zettingen en beden, tolvrij zouden mogen varen en terecht zouden staan voor eigen provoosten en gezworenen (behalve wegens "vrouwencracht, doetslach, moert ofte diefte", waarover de baljuw van Zuid-Holland recht zou spreken). Ook de leden van het Serment van de munt van Brabant zouden in de munt van Holland en Zeeland (zoals de benaming officieel luidde) mogen werken." (W. Dolk, Het Serment van de Munt van Holland te Dordrecht, in: Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie, deel V ('s-Gravenhage 1951)]

De weduwe van Henrick Lucas    10

Ghijssbert van Diemen    14

Henrick Cornelisz. schoenmaker    7

f. 60

Cornelis Ariaensz. bakker    8

Pieter Claesz. huurt van idem om 30 gl.      9-12

Het Steechoversloot die slinckerhandt ingegaen

D'erffgenamen van Martijnken de appelcoopster    5

Willem Jansz. mandenmaker huurt van Pieter Dionijsz. om 12 gl.      3-16-12

Jan Andriesz. boechmaecker    4

[ORA Dordrecht inv. 1570, f. 122 e.v.: op 27 sept. 1578 verkoopt Matheus Willemsz. kleermaker, als man van Lijsbet Pietersdr., eerder weduwe van Frans Jansz. kleermaker, aan Jan Andriesz. boogmaker een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe en erfgenamen van Anthonis de smid en dat van de erfgenamen van Henrick de bontwerker. Waarborg: Aert Cornelisz. kuiper. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 156 gl.]Borg: Jan Simonsz. kruidenier.]

De weduwe van Thonis Cornelisz. [smid]    4

Truijken [Ariaensdr.] de vroevrou       4

[Truijchgen Adriaensdr., geboren ca. 1515, gezworen vroedvrouw (vermeld 1567, 1576, 1580), overleden in of na 1580, trouwde 1e naar schatting ca. 1540 Frans Adriaensz., 2e naar schatting ca. 1545 Heijnrick Jacobsz., geboren ca. 1527, korenmeter, overleden ca. 1575 (vůůr 18 mei 1576)

ORA Dordrecht inv. 721, f. 12v: op 5 dec. 1550 verkoopt Heijnrick Jacopsz. aan Aeltgen van Caem een jaarlijkse losrente van 3 gl., verzekerd op een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Thonis Cornelisz. smid en dat van Willem Jansz.

ORA Dordrecht inv. 721, f. 114: 2 april 1552 Henrick Jacopsz. korenmeter transporteert de eigendom van een schuldbrief aan Aeltgen van Caem.

ORA Dordrecht inv. 721, f. 125v: op 30 april 1552 verkoopt Jan van Strijen korenmeter aan Heijnrick Jacopsz. korenmeter een huis in de Vlamingstraat [= Ruitenstraat], staande tussen het huis van Trijnt 't Vogelwijf  en dat van Abraham de Zaeger. Waarborg: Mels Thonisz. bakker.

ORA Dordrecht 721, f. 132: op 10 mei 1552 verkoopt Heijnrick Jacopsz. korenmeter aan Neesken Jansdr., vrouw van Cornelis Aertsz., een jaarlijkse losrente van 3 gl. op het voornoemde huis in de Vlamingstraat, stellende daarvoor als onderpand zijn huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Thonis Cornelisz. slotenmaker en dat van Cornelis Jansz.

ORA Dordrecht inv. 704, f. 54, akte dd 15 nov. 1563: Henrick Jacobsz. korenmeter stelt zich borg voor Adriaen Dircxsz. Vaer.

ORA Dordrecht inv. 706, f. 138: verklaring dd 22 febr. 1567 op verzoek van Adriaenke Bouwensdr. door Truijchgen Adriaensdr., gezworen vroedvrouw, 52 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 729, f. 48: verklaring dd 24 mei 1572 op verzoek van Jonas Cornelisz. huistimmerman door Henrick Jacobsz. korenkoper, ongeveer 45 jaar oud en Gerrit Bastiaensz. glaesmaecker, ongeveer 43 jaar oud, beiden inwonende poorters van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 711, f. 143v: op 18 mei 1576 verklaart Truijcken Adriaensdr., gezworen vroedvrouw, weduwe van Henrick Jacobsz. korenmeter, aan Barthout Barthoutsz., "klapper" te Dordrecht, verkocht te hebben een huis in het Vlamingstraatje, staande tussen het huis van Balthen Jacobsz. en dat van Aert Buijs lijndraaier. Voorwaarde is, dat de verkoopster de lasten, die op het huis rusten, gedurende 13 jaar zal blijven betalen. Koper kent schuldig aan verkoopster 13 ponden groten Vlaams.

ORA Dordrecht inv. 711, f. 130: op 1 juni 1576 verkoopt Truijchgen Adriaensdr., gezworen vroedvrouw, weduwe van Henrick Jacobsz. korenmeter, eerder getrouwd geweest met Frans Adriaensz., aan haar zoon, Adriaen Fransz., een vrij erf met de loodsen, die daarop staan, gelegen en staande in het Steegoversloot tussen het huis van verkoopster en haar zoon, Adriaen Fransz., aan de ene zijde en het huis van de erfgenamen van Heijltgen Meeusdr. aan de andere zijde. Voorwaarde is, dat Adriaen Fransz. het erf en loodsen tijdens het leven van zijn moeder niet zal verkopen, vervreemden etc. Koper kent schuldig aan verkoopster 16 ponden groten Vlaams, te betalen met 9 gl. ieder jaar op Bamisdag.

ORA Dordrecht inv. 711,f. 130v: op 1 juni 1576 verkoopt voornoemde Truijchgen Adriaensdr. aan Heijltgen Henricxdr., haar dochter, een huis met alles, wat daarin aard- en nagelvast is, staande tussen het erf en de loodsen van Adriaen Fransz. en het huis van de weduwe van Anthonis Cornelisz. smid. Voorwaarde is dat Heijltgen het huis tijdens het leven van haar moeder niet zal verkopen, vervreemden etc. en dat haar moeder tot aan haar overlijden in het huis mag blijven wonen. Koopster kent schuldig aan verkoopster 8 ponden groten Vlaams, te betalen ieder jaar op Bamisdag met 3 gl.

Kinderen:

Ex 1:

a. Adriaen Fransz.

Ex 2:

Heijltgen (Heijlke) Henrick Jacobsdr., geboren ca. 1549, trouwde NG Dordrecht 23 juni 1579 Jan Otten, kleermaker van Dordrecht (1579)]

Ariaen Fransz.      4

f. 60v

Bartholomeus van Bergen      4

Dirck Ariaensz. mesmaker     5

Cornelis Jacobsz. boegmaker     10

[ORA Dordrecht inv. 897: op 27 aug. 1599 legt Marijken Jansdr., weduwe van Augustijn Huijbrechtsz. verver, 73 jaar oud, een verklaring af op verzoek van Aerjaentgen Jansdr., weduwe van Cornelis Jacopsz. boogmaker.]

Huijch Snouck     10

De weduwe van mr. Jacob Anthonij huurt van Huijch Snouck om 28 gl.      8-19-2

Franchoijs de Buijlere     6-10

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 143v: Hans Wickmans huurt een huis van Franchoijs de Buijlere en betaalt in de verponding van 1594 daarvoor 18 ponden 25 st. Belenders: Huijgo Snouck en Eeuwout Willigen wijnkoper.]

Anneken Meijnerts met de kelder     14

Mr. Huijbert Doctor huurt van Herman Cleijn om 42 gl.      13-8-12

Geerit van den Brouck huurt van idem om 30 gl.     11-10-4

f. 61

Ariaen Ariaensz. timmerman    7

Pieter Greeffraet huurt van schipper Barent om 24 gl.    7-13-8

Matgen Michels weduwe    9-12

Willem Cornelisz. den Ouwen  [droogscheerder] 8

[ORA Dordrecht inv. 713, f. 244v: op 1 dec. 1579 verkopen Cornelis Woutersz. schipper en Dirck Woutersz. aan Willem Cornelisz. de Oude droogscheerder een huis in het Steegoversloot, dat hun aangekomen is bij overlijden van hun vader, staande tussen 's herenstraat en dat van de weduwe van Michiel de Brouwer. Waarborgen: Henrick Woutersz. en Ghijsbert Ariensz. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 226 gl. Borgen: Rochus Cornelisz. Praem en Wouter Cornelisz. de Oude.]

Gielis Henricxsz. schoenmaker     8

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 4v: op 30 dec. 1578 verkoopt Gielis Henricxsz. schoenmaker aan Joost Cornelisz. huistimmerman een jaarlijkse losrente van 6 gl., verzekerd op een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Pieter Adriaensz. Block kuiper en 's herenstraat.]

Dingena Huijgen huurt van Pieter Ariaensz. Block om 28 gl.       8-19-4

Jan den thuijnman    6

Aert Claesz. goudsmid       8

f. 61v

Willem van Bemondt muntenaar      vrij

Thuijs ende Doel vande Schutterije vanden Cruijsboech

[De Sint-Joris Doelen in het Steegoversloot. Van Dalen schrijft hierover (o.c., deel II, p. 533-554): "Wanneer de Doel gesticht is, is onbekend en Balen verhaalt ook niets van de inrichting [behoudens enkele zich daar bevindende schilderijen, o.a. een Sint Barbara door Marten Heemskerk en kostbaarheden, zoals kelken, een halsband van het Gulden Vlies etc., die alle verloren zijn gegaan.]. In het schoorsteenboek van 1555 wordt hij vermeld als Soetman in den Doel ... In de achttiende eeuw verviel de schutterij en het gebouw werd gebruikt voor verkoopingen, vergaderingen, feestvieringen enz. ... Een kortstondige opleving beleefde de schutterij [tijdens de Patriottentijd] in 1783-1787 door de oprichting van het [patriottische] Exercitiegenootschap de Vrijheid, gelegaliseerd [op] 26 juli 1783." Tijdens de Bataafse Republiek werd de schutterij opgeheven (aug. 1800) en daarna werd het schuttershuis in gebruik genomen tot oprichting van een tapijtenfabriek en later van een vrijwillig werkhuis. Dit werkverschaffingsproject werd bekostigd uit een legaat in het op 21 febr. 1778 gepasseerde testament van mr. J.A. Braats , heer van Spijkenisse (1733-1780). Toen het project mislukte besloten de erven Braats het legaat te reclameren. Op 4 sept. 1810 werden de Sint-Jorisdoelen door de administrateur van het Braats-fonds verkocht. De erfgenamen ontvingen van het overschietende kapitaal 2/5 deel, de rest ging naar de stad. (Ibidem). Thans is het opnieuw het gebouw van de Dordtse rechtbank (Steegoverlsoot 36).

Jensma beschrijft interieur en exterieur als volgt: "Het gebouw kreeg in 1553 een (vergrote?) keuken met kelder en in 1563-1564 een (gerenoveerde?) benedenkamer (neercamer), waaraan in 1570 met het maken van o.a. een schoorsteenmantel voorlopig de laatste hand werd gelegd: in 1564-1565 was aan een portaal gewerkt. In of ergens buiten het gebouw stond een beeld van Sint Joris, de schutspatroon, opgesteld., terwijl gebrandschilderde ramen met afbeeldingen van Onze Lieve Vrouwe die Vlamme en de Hollandse Maagd - de laatste in de doorgang (portaal) uiting gaven aan religieus-kunstzinnige gevoelens." (Th. W. Jensma, De Dordtse schutterijen 14de eeuw-1585 in Kwartaal & Teken van Dordrecht 1984, nr. 2/3, p. 8)

De Rechtbank in het Steegoversloot (mei 2008)

"In 1825 onderging het laat-middeleeuwse gebouw een metamorfose. Het werd ingrijpend verbouwd en voorzien van een neo-classicistische facade, passend bij de bestemming die er in 1811 aan gegeven werd. Vanaf dat jaar zetelden hier rechterlijke colleges, waaraan het gebouw de naam Tribunaal dankt. De Arrondissementsrechtbank, hier gevestigd sinds 1838, werd in 1980 gedwongen tot een tijdelijk vertrek wegens de voorgenomen verbouwing, restauratie, sloop en nieuwbouw. In april 1984 hebben het Kantongerecht en de Arrondissementsrechtbank de gerestaureerde St. Jorisdoelen en achterliggende nieuwbouw betrokken ..." (Mieke Jansen, Sint Jorisdoelen en omgeving in Kwartaal & Teken van Dordrecht 1984, nr. 2/3, p. 49)]

Marijcken Willemsdr.     4-10

[ORA Dordrecht inv. 1570, f. 84 e.v.: op 5 aug. 1578 verkoopt Cornelis Jacobsz. Gijselaer aan Franchoijs de Buijlere, procureur voor de Camere Juditiale van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, strekkende van achteren tot aan de gracht en staande tussen de Kruisboogdoelen en het huis van het weeskind van wijlen Lijntgen Jacobsdr., bij haar verwekt door Jacob Jansz. van Wesel. De koper verkoopt aan de verkoper een jaarlijkse losrente van vier Vlaamse ponden, verzekerd op het vornoemde huis. In margine: op 17 juli 162. [laatste cijfer onleesbaar] verklaart Jordaen van Foreest, doctor in de medicijnen, dat hij het kapitaal van deze rentebrief aan Barthout van Abbesteth, als procuratie hebbende van Willem Barthoutsz. van Abbesteth, die bij transport aan deze rentebrief is gekomen, heeft voldaan.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 145: Franchoijs de Buijlere betaalt in de verponding van 1594 voor zijn huis in het Steegoversloot 17 ponden 11 schellingen, belenders: "den Doel" en de weduwe van Cornelis Wor.]

Aert Denisz.      5

[ORA Dordrecht inv. 1542, akte 13: op 25 sept. 1566 verklaart Richard Stoen, Engelsman wonende in het hertogdom Norfolk, volledig voldaan te zijn door Aert Denisz., als erfgenaam van diens broer, Denis Denisz., van een somma van 20 gl., welke hem, Stoen, een dag tevoren bij uitspraak van zekere arbiters is toegezegd wegens de verkoop aan Denis Denisz. enkele jaren eerder van zeker "misgewant". Borg: Willem Jansz. Tolvoet.]

Cornelis Meeusz. kuiper     5

[ORA Dordrecht inv. 1546, akte 261: op 22 dec. 1574 stelt Adam Voecht, koopman en poorter van Dordrecht, zich borg voor Jacob van der Moelen "ende in deesen vervangende zijnen medeconsorten erffgenamen van smoederszijde" van jonkheer Johan van Duvenvoirden, baljuw en rentmeester van het Land van Voorne, alsmede voor Jan -, Melchior - en Baudewijn Lambrechtsz., erfgenamen van jonkheer Van Duvenvoirden van vaderszijde.

ORA Dordrecht inv., akten 1058 en  1059: "Actum coram Cornelis van Diemen Jacobsz. ende Jan Adriaensz. scepenen 27en maij 1578. Wij scepenen in Dordrecht oirconden ende kennen dat voor ons quam Joachum Meusz als voocht gheconstitueerdt bij de Camere Juditiale dezer stede van Adam Voocht Adamsz achtergelaten weeskindt van Adam Voocht Henricxsz. geprocreert bij wijlen Aeltgen Jacobsdr geassisteert met Cornelis Jacobsz Gijselaer, Adriaen Jacobsz Gijselaer ende Jacob Jacobsz Gijselaer als oomen vande voorsz. weeskinde ende met consente ende bewilliginge van de selven oomen ende bekende vercocht te hebben Cornelis Meusz cuper een geheel huijs ende erve met alle zijnen thoebehooren staende in tsteechoversloot binnen deze stede tusschen den huijse genaemt de Heele Haecx aen deen zijde ende den weeskinde van Jacob Jansz genaemt Cornelis Jacobsz geprocreert bij wijlen Lijnken Jacobsdr aen dander zijde ende bekennen hijer van betaelt te zijn. Promittit quitare. Vvtgaende 10 st. Hollands sjaers ter rechter landtchijns.

Actum ut supra. Den voorsz. Cornelis Meeusz kent schuldich den voorsz. Joachum Meeusz als voocht vanden voorsz. weeskinde ende tot behouff des selven weeskinde ter cause vande coope vanden huijse ende erve voornoemt de somme van [220] Carolus guldens tot [40] groten Vlaams te betalen Meij anno [1579] naestcomende [100] gelijcke Car. gul. ende anno [1580] daer naest aen volgende [120] gul."  

Barent Jansz.      9

[Thesauriersrekening Dordrecht: "Jacob inde Engel mette andere deeckens van tgrootte scippers gilt hebben in huijre een geheel huijs ende erve staende in Steechoversloot eertijts tdoelhuijs vande Heel Haecxs is geweest voer eenen tijt van twee jaeren innegaende meij [1575] daeromme hier over tleste [termijn] jaer pachts verschene meije [1577] de somme van [3 ponden 10 sch.] daervan deesen tresorier niet ontfangen en heeft alsoe tselve vercoft is, dus hier   Nijet"

ORA Dordrecht inv. 1573, f. 502v: op 9 mei 1584 verklaart Jan van Slingelant Simonsz., dat hij "tot verzeeckerthede" van de restitutie van een bedrag van 1174 gl., die Neeltgen van Slingelant, weduwe van Herber Jansz. van Beaumont, voor hem, comparant, heeft beloofd te zullen betalen aan Cornelis van Mirop, ontvanger-generaal over Holland van de pacht van twee tonnen bier, "van staten wegen" door hem gepacht, als onderpand ten behoeve van Neeltgen van Slingelant gesteld heeft, o.a. een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van kapitein Jasper Rinne en dat van Cornelis Meeusz. kuiper, alsmede een rentebrief van 5 Vlaamse ponden jaarlijks op een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], genaamd "de Cleijn Halve Maen" en nog een schepenschuldbrief, verzekerd op hetzelfde huis, beide verleden door Bartholomeus de hoedenmaker.]

Jacob Pietersz. [Vos]     12

[ORA Dordrecht, op 8 okt. 1582 verkoopt Marijcken Jacobsdr., weduwe van Jacob Pietersz. Vos, voor zichzelf en tevens uit naam van haar kinderen, verwekt door Jacob Pietersz., aan kapitein Jasper Rinne een huis met een "zijdelcamere", staande in het Steegoversloot tussen het huis van Cornelis den Houtemont huistimmerman en dat van Jan Simonsz. van Cappel *. Waarborg: Claes van Oudewater.

* ORA Dordrecht inv. 1553. f. 4v: op 14 juni 1586 verleent Cornelis van Schaerlaecken Sijbertsz., lid van de Oudraad te Dordrecht, als daartoe gemachtigd door zijn zwager Niclaes van Honcoop Matthijsz., procuratie aan Adriaen Adriaensz. Waelwijcks en mr. Willem Philipsz. om te transporteren aan Adriaen Michielsz., inwoner van 's-Gravenmoer, een stuk land, liggende achter de Cappelse kerk aan de zuidzijde, onverdeeld en gemeen liggende met ťťn morgen land, dat is aanbedeeld aan de erfgenamen van Simon Jansz. van Slingelant, "die men nompt van Cappel".

ORA Dordrecht, op 6 mrt. 1585 verkoopt jonkvrouwe Anna de Lens, weduwe van Jasper de Runne, kapitein van wijlen Zijne Excellentie [de prins van Oranje] zaliger gedachtenis, voor zichzelf en namens haar kinderen, bij haar verwekt door Jasper Runnee, aan jonkvrouwe Elijsabeth van Eeckhairt, weduwe van Wolffgang Halewijn van Hallesteijn, een huis in het Steegoversloot, strekkende voor van de straat tot achter aan de gracht en staande tussen het huis van Jan Sijmonsz. en dat van Cornelis den Houtemont huistimmerman. Waarborg: Siond Lus.

ORA Dordrecht inv. 1556, akte 434 dd 19 juni 1592: "Wij Adriaen Cornelisz., Thomas de With heeren Willemsz. ende Jacob Frans Wittesz., schepenen in Dordrecht, oirconden ende kennen dat voer ons quamen d'eersaemen Cornelis Frans Wittesz. Burgermeester van gemeentewegen, Adriaen Jobi oudt Burgermeester van sheerenwegen, Govert van Beaumondt Jansz. ende Cornelis Molen Adriaensz., beijde vuijtten Oudtraedt ende Adriaen Jansz. Duijnen vuijtten Achten, Quirijn vande Graeff, Thonis van Haerlem, Coenraed Helwich, Henrick Jansz., Cornelis Corneliszoon laeckencoeper, ende Jan Cornelisz. van Gesel, respective schutmeesters ende deeckenen vande drie schutterijen deser stede, voer haer ende van wegen der selver schutterijen ende voerts voer zoe veel des noot is vervangende haerlieder medebroeders niet present zijnde, mitsgaders Mariken, naergelaetene weduwe ende boelhouster van Jacob Pietersz. Vosch, in zijn leven religieus van t convent van Eemsteijn met haeren gecoeren voecht ter eenre, ende frater Johannes Camotius als gemachticht vanden heeren Prior ende conventualen van St. Beatrisberch bij Covelents ter andere zijden ende verclaerden zij comparanten dat alsoe zeecker different ende proces voerden Hove ende Raede provinciael van Hollandt verresen was, tusschen de voern. heeren Prior ende conventualen ter eenre ende den heeren schutmeesters ende deeckenen vande drie schutterijen voers., mitsgaders de naegelaetene weduwe vande voern. Jacob Pietersz. Vos als possesseurs der visscherie van Slijdrecht ter andere zijden, nopende de betaelinge van achtien oude goude schilden der munte des keijsers ofte conincxs van Vranckrijck ofte paijement dier waerde jaerlicxe erffrente opte voers. visscherie verseeckert, sij comparanten deur intercessie vanden heeren magistraten deser stadt Dordrecht met malcanderen verdraegen ende geaccordeert zijn in deser naervolgende manieren, te weten dat de voern. heeren schutmeesters ende deeckenen vande drie schutterijen, mitsgaders de naergelaetene weduwe vande voors. Jacob Pietersz. Vosch tot behouff vande voers. convente opdraegen ende cederen sullen, gelijck zij luijden opdraegen ende cederen bij desen de vruchten vande voers. visscherie, innegaende in Septembri anno XV.C. een ende tnegentich, omme de selve te gebruijcken ter tijt ende wijlen toe de voerseijden convente soe vande vier ende twintich jaeren Renten, daer van't leste verschijnen sal Johannes midsomer in desen jaere XV.C. twee ende negentich als die daer nae verschijnen sullen, eens vol ende al betaelt sullen zijn, vuijt den suijveren ontfanck der visscherie voers., die welcke alsdan de voern. heeren der schutterien weder sullen aennemen ende regieren, continuerende de betaelinge der voors. achtien oude goude schilden, achtervolgende de brieven die welcke die vanden voors. convente daer van hebben, Ende sullen mitsdien die vanden convente ofte heuren Rentmeester inder tijt mit toe doen van eenige der voors. deeckenen die daertoe alsdan bijden Schutmeesters respective gecommitteert sullen werden, de voors. visscherie moegen verhuijeren int secreet ofte openbaer sulcxs ende soe het den voors. convente ofte heuren Rentmeester goetduncken ende believen sal, ende sullen de oncosten die ter oirsaecke vandien gedaen werden comen tot laste vande voerseijde visscherie, Ende die voers. schilden sullen betaelt werden tot sulcken prijse als diselve eertijts aenden voors. convente betaelt zijn, doch ingevalle die vande voers. convente bij heure Registeren ofte Extract autentijcq vandien bewijsen dat de oude goude schilden voers. het een jaer hoeger betaelt zijn als het andere, sullen indien gevalle de selve schilden over de voors. verschenen jaeren gecomputeert ende gereeckent werden volgende de evaluatie, permissie ende tollerantie op tijde van ijder der voors. verschijndaegen gepubliceert, Ende zoe binnen den tijt voerseijt op't stuck vande schilden egeen evaluatie ofte tollerantie gemaeckt waere, sal den schilde bij partijen ofte eenigen goudtsmit hem dies verstaende op het naeste werden gewaerdeert ende aengaende die cortinge is versproecken ende geconditioneert dat de heeren vande schutterijen alleenlicken aen voors. rente corten sullen alsulcke penningen alsmen volgende de Generale ordonnantie van de Staten slandts van Hollant op renten geslote gehouden is te corten, ende anders niet, vuijt wat saecke 'tzelve oeck toecoemen mochte, Sullen oeck de heeren vande schutterijen den voors. convente overleveren alsulcke brieven ende munumenten als zij vande verpachtinge der voers. visscherie ende 't vroen vandien zijn hebbende, Ende dit al onvermindert ende sonder innovatie der brieve de welcke die vanden convente vande voerseijde achtien oude goude schilden hebben, Ende zijn jeghen de voers. verschenen vier ende twintich jaeren Renten bij de voern. heeren vande drie schutterien voer deen helft, ende de voors. weduwe ende boelhouster van Jacob Pietersz. Vosch voer dander helft ontfangen het jaer Pachte gevallen ende verschenen in Septemb. anno XV.C. vier ende tachtich, ende alle de naervolgende jaeren tot Septemb. anno XV.C. een ende tnegentich incluis, Ende soe verre die vande schutterien in toecoemende tijden bewijsen conden eenige naerdere betaelinge gedaen te zijn, sullen diselve hun strecken affslaen aende voerseijde vier ende twintich jaeren Renten, Alles sonder fraude, in oirconde desen brieve gegeven, opten negenthienden dach van de maend junij anno XV.C. twee ende negentich.]

Cornelis Cornelisz. [den Houtemont] [huis]timmerman

Jan Borreman huurt een huis en tuin van Geerit Verlaen om 48 gl.     15-6-12

f. 62

Over die brugghe

Aert Jansz. van de Graeff  [huistimmerman]     6

Jan van Heijnsborch huurt van Aert Jansz. om 30 gl.     9-12

[ORA Dordrecht inv. 739, f. 176: op 18 juni 1587 verkoopt Marijcken Pietersdr., weduwe van Jacob Pietersz. Vos, aan Robert Colet zijdeverver een huis achter in het Steegoversloot over de brug, staande tussen het huis van Herman Walraven en dat van de weduwe van Aert Jansz. van de  Graeff. Waarborgen: Dirck Francken schipper en Cornelis Francken. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 1100 gl. Borgen: Dirck Melisz en Peter [?] Claesz.]

Herman Walraven karreman      6

[ORA Dordrecht inv. 1570, f. 18: op 15 mei 1578 verkoopt Janneken Dircxsdr., de vrouw van Jan Lambrechtsz. boogmaker, burger van Haarlem, aan Herman Walraven sledenaar een huis in het Steegoversloot over de oude gracht, staande tussen het huis van de vrouw van Cornelis Eeuwoutsz. den Boer en dat van Aert van de Graef timmerman, genaamd "den Roeden Moelen".] 

Ariaen Jansz.      5

De weduwe van Geerit Pietersz. Dou      6

Wederom keerende

Reijnijer Holsswijler goudsmid     12

De weduwe van mr. Pieter Sanders    3-16-11

Michiel Borremans muntenaar huurt van Cornelis Aertsz. "coempt over die twe deelen"      4-5-6

f. 62v

Ariaen Jacobsz. schipper      5

Jan Dou huurt van Jan Leeuwen om 20 gl.      6-8

Ariaen Aertsz. huurt van Reijer Jacobsz. om 14 gl.     4-9-8

Jan Carreman      3-16-12

Den Augustijnencamp die slinckerhandt ingegaen

Jan Ariaensz. borstelmaker     3 gl.12 penn.

Lenert Dircxsz. [koolweger]    3-16-12

Seger Jansz. korenmeter     3-12

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 56v: op 30 april 1579 verkoopt Lenaert Dircxsz. koolweger aan Zeger Jansz. korenmeter een huis in de Augustijnenkamp, staande tussen het huis van verkoper en dat van Heijltgen Geerits weduwe. Dirck Mathijsz. schoenmaker behoudt zijn vrije doorgang van de poort in het vethuis. Waarborg: Jacob Meusz. koolweger. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 238 gl. Borgen: Adriaen Thonisz. Luentering, lid van de Oudraad, en Meus Meusz. viskoper.]

f. 63

Thuijs ende thuijn van Crijn van de Graeff    3 gl. 12 penn.

De weduwe van Andries Joosten huurt van Ghijssbert Jansz. om 20 gl.     6-8

Lijn de bleekster huurt een bleekveld van de erfgenamen van Adriana Sijmons om 12 gl.    3-16-12

Engbert Geeritsz.      3-16-12

Wederom keerende

Pieter Jansz. wever     3-4

Dirck Craech huurt van idem om 12 gl.      3-16-12

[naam niet vermeld] huurt van Van Bemel de metselaar om 12 gl.      3-16-12

f. 63v

Frans Stoffelsz. huurt van de erfgenamen van Anna Bornwater om 12 gl.    3-16-12

Geerit Cornelisz. draaier    4

Balten Willemsz. [van Dongen] orologijmaker     4

[NG trouwboek Dordrecht 16 jan. 1583: Balthasar [Willemsz.] van Dongen horlogemaker weduwnaar en Emmeken Dijrck Jansdr. van Schoonhoven

ORA Dordrecht inv. 741, f. 240: op 8 mei 1591 verkoopt Wouter Corstiaensz. arbeider bij de straat aan Adriaen Thonisz. schiptimmerman een huis in de Augustijnenkamp, staande tussen het huis van Balthen Willemsz. horlogemaker en dat van de weduwe van Crijn van de Berch. Waarborg: Wit Joosten.

Kinderen (o.a.):

a. Jacob Balthasarsz. (Balthensz.) van Dongen, geboren naar schatting ca. 1590, kousenmaker van Dordrecht, wonende bij zijn moeder Emmeken Dircx in de Augustijnenkamp tegenover de Grote School (1616), trouwde NG Dordrecht 3 juli 1616 (ondertrouw) Grietken Arnoult Willemsdr., van Dordrecht, wonende  bij haar grootmoeder Grietken Jansdr. in de MariŽnbornstraat tegenover de Armenhof (1616)]

[naam niet vermeld] huurt van Cornelis Jacobsz. om 26 gl.      8-6-6

[Steegoversloot bij de Augustijnenkamp]

De weduwe van Jan Aertsz. portier en Jacob Ringeback [ende Pieter is doorgehaald] den schipper samen      6

Aeltgen Dierts huurt een huis van Willem Ariaensz. muntenaar      8

Jop Cornelisz. huurt van Cornelis Joosten Doot om 12 gl.      3-16-12

f. 64

Lijssbeth Pieters huurt van Marijken Andries om 10 gl.    3-4

Jasper Willemsz. huurt een huis en bleekveld van Neeltgen de boechmaeckster om 12 gl.       3-16-12

Willem Blasius huurt van de erfgenamen van Ghijssbert van Haerlem om 22 gl.     7 gl. 12 penn.

[Cornelis Thonisz.] Nuijs de kuiper     3-4

[- 7 aug. 1576: Cornelis Thonisz. kuiper verkoopt aan de weeskinderen van Adriaen Cornelisz. Turffcloot en Marijken Claesdr., een jaarlijkse losrente van 6 gl., verzekerd op een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Henrick Pietersz. en dat van de erfgenamen van Gijsbert van Haerlem. (ORA Dordrecht inv. 711, f. 169v)

- 1580 (50e penning Dordrecht, f. 64): Nuijs de kuiper betaalt voor zijn huis in het Steegoversloot 3 gl. 4 st., belenders: Gijsbert van Haerlem en Henrick Pietersz. [Hasseldonck]

- 3 juli 1584: verklaring op verzoek van Jan Danckersz. metselaar door Cornelis Thonisz. kuiper, ongeveer 40 jaar oud en Floris Leendertsz. speelman, ongeveer 29 jaar oud, beiden burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 582)

- 17 april 1590: overeenkomst tussen Damas Jobsz. kamerbewaarder en Cornelis Thonisz. Nuijs kuiper aangaande een muur, toebehorende aan Nuijs en staande in het Steegoversloot langs de gang, die ligt naast het huis van Damas Jobsz. (ORA Dordrecht inv. 741, f. 20 e.v.)]

Henrick Pietersz. [Hasseldonck]    8

[ORA Dordrecht inv. 717, f. 183v, akte dd 30 mei 1587: op verzoek van de weduwe van Jacob van Beveren verklaren Cornelis Thonisz. kuiper, ongeveer 42 jaar oud, Reijer Bastiaensz., ongeveer 40 jaar oud en Barbara Pynixhoorn, weduwe van Hermannus Ratgen, predikant in De Lindt, ongeveer 50 jaar oud, dat zij buren zijn van Henrick Pietersz. Hasseldonck.]

Kaerl van Rijssborch muntenaar     vrij

Henrick de muntenaar huurt van Lambert Pietersz. [kuiper] om 30 gl.     9-12

[ORA Dordrecht inv. 735, f. 231v: op 12 mrt. 1580 transporteert Lambert Pietersz. kuiper aan Pieter Cornelisz. Papslocker schipper een huis in het Steegoversloot, genaamd het Artilleriehuis, voorheen de Heelhaaksdoelen, door hem gekocht van Dirck Philipsz., die het op zijn beurt gekocht heeft van het Gerecht van Dordrecht.

"De Heelhaecxdoelschutters zijn, in tegenstelling tot die van Sint Joris en de Kloveniers, van jongere datum. Zij komen in de bronnen eerst voor in het midden van de zestiende eeuw, doch zullen waarschijnlijk van de tijd omstreeks 1500 dateren. ... De Heelhaecxschutters schoten met een "heelen haeck", dat wil zeggen een vuurwapen, dat met een lont afgeschoten werd en waaraan een haak bevestigd was die bijvoorbeeld achter een borstwering gehaakt kon worden en zo de terugstoot van het vuurwapen kon opvangen. Van de latere oprichting getuigt ook het feit, dat ze niet, zoals de Sint-Joris- en Kloveniersdoelen, een gebouw van enig aanzien als schuttershof of -doel bezaten. Zij hadden slechts een tamelijk onbelangrijk huis naast de Sint-Jorisdoelen, waar nu [1974] het grote gebouw Doelesteijn staat. Het is daarom niet te verwonderen dat de Heelhaecxschutters hun oog hebben laten vallen op het gebouw van het augustijnenklooster, waarin voorheen de refter en slaapzaal gevestigd waren. Dit werd in 1574 toegestaan en zo verkregen ook deze schutters een waardig onderkomen." (Lips, o.c., deel II, p. 298-299)

ORA Dordrecht inv. 735, f. 278: op 16 mei 1580 verkoopt Lambert Pietersz. kuiper aan Aert van de Beeck muntenaar een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Kaerl van Rijsborch en dat van Bartholomeeus Adriaensz. stadsbode. Waarborg: Cornelis Thonis Nuijs kuiper. ]

f. 64v

Bartholomeus [Adriaensz.] de boede    5

De weduwe van Henrick Willemsz. hoemaecker     4

Pieter Ariaensz. bakker     6-8

Hans de schilder huurt van Jan Jansz. om 36 gl.     11-10-4

Henrick Henricxsz. muntenaar    vrij

[ORA Dordrecht inv. 1570, f. 136 e.v.: op 13 okt. 1578 verkoopt IJchgen Jansdr., weduwe van Joachum Adriaensz., geassisteerd met Cornelis Pietersz., koster van de Grote Kerk, aan Henrick Henricksz. muntenaar een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Floris Euwoutsz. en dat van Willem de vaatspoelder. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 23 Vlaamse ponden.]

Floris Eeuwoutsz.    8

De weduwe van Michiel Nijssz. schipper    7

Pieter Dionijsz. [Schepens] cramer     7

Bastiaen Ghijssbertsz. molenaar     10

[16 nov. 1576: Frans Staesz., waard in "de Lelie", verkoopt aan Geerit van de Brouck en Aert Jansz. van de Grave huistimmerman de helft van een huis in het Steegoversloot, "t welck plach te wesen het brouhuijs van de Augustijnen" met het erf daarnaast en de loods die daarop staat. Kopers zijn schuldig aan verkopers een somma van 54 ponden. Borg: Pieter Pietersz., waard in "het Vlies". (ORA Dordrecht inv. 732, f. 216)

19 mei 1580: Pieter Pietersz., waard in "t Vlies" te Dordrecht, voor de ene helft, en Aert Jansz. van de Graeff huistimmerman en Gerit van de Brouck, als transport hebbende van Frans Staesz. in de Lelie, voor de andere helft, verkopen aan Sebastiaen Ghijssbertsz. molenaar een huis met kelder, loods en plaats, staande en gelegen in het Steegoversloot, welk huis voorheen is geweest de brouwerij van de Augustijnen, dat zij, comparanten, hebben gekocht van de stad Dordrecht. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 850 gl. Hij verklaart, dat Aert Jansz. van de Graeff de rosmolen en het huisje, welke hij hem heeft aanbesteed, heeft voltooid en dat hij alle bouwmaterialen heeft geleverd, zoals was overeengekomen. Daarvoor is de koper Van de Graeff een bedrag van 625 gl. schuldig. (ORA Dordrecht inv. 714, f. 60v)

26 aug. 1606: Gijsbrecht Bastiaensz. molenaar, Jan Bastiaensz. schrijnwerker en Henrick Gillisz. Stierman, voor zichzelf en tevens vervangende Pieter Willemsz. wijnkuiper, als voogden over de onmondige kinderen van Willem Bastiaensz. en [tevens als voogden over] Agniet Bastiaensdr. en Huijgo Bastiaensz., verkopen aan Anthoni Anthonisz. schrijnwerker een huis in het Steegoversloot, staande op de hoek van de Hofpoort*, strekkende voor van 's herenstraat tot achter aan de muur van het Hof. Waarborgen: Gijsbrecht en Jan Bastiaensz. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 700 gl. Borgen: Cornelis Fleurisz. en Cornelis Francken. (ORA Dordrecht inv. 748, f. 179v)

* Bedoeld wordt waarschijnlijk het poortje in het Steegoversloot, dat toegang geeft tot het Hof. De poort, die te Dordrecht bekend is als de Hofpoort, staat in de Voorstraat bij de Augustijnenkerk.

De doorgang van het Steegoversloot naar het Hof. (aug. 2013).

10 juni 1613: Gijsbert en Jan Bastiaensz. voor zichzelf en vervangende Willem Bastiaensz. en Agneta Bastiaensdr., hun broer en zuster, mitsgaders Henrick Gillisz. Stierman en Pieter Willemsz. Cranenburch, beiden in hun hoedanigheid van testamentaire voogden over Hugo Bastiaensz., onmondige zoon van wijlen Sebastiaen Gijsbrechtsz., verkopen aan Anthoni Anthonisz., schrijnwerker en burger van Dordrecht, een erf met hetgeen daarop "getimmerd" staat, staande en gelegen in het Steegoversloot tussen het huis van koper en dat van Herman Aertsz. Waarborg: Gijsbert en Jan Bastiaensz. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 500 gl. (ORA Dordrecht inv. 754, f. 68v e.v.)]

f. 65

Janneken Ghijssbertsz. huurt van Maeij van Dort om 18 gl.     5-15-4

Ariaen Zegersz. schipper     10

Maximiliaen de Heeff huurt van Ariaen Boel om 26 gl.     8-6-6

Jan Broer schipper    10

Mr. Ghijssbrecht chirurgijn    8

Den Augustijnenkerck [Voorstraat]

De Augustijnenkerk ca. 1730 (met aan de linkerzijde van de kerk de Hofpoort; foto: Regionaal Archief Dordrecht)

Sacharias Goudtsmidt huurt van Mathijs Berck om 25 gl.    8

Mathijs Berck van voren tot achteren met de kelders en zolders   64

["[D]e Berckepoort [dateert] van het midden van de zestiende eeuw. Al is er veel aan het gebouw [of beter: het complex van gebouwen] verknoeid en werden de topgevels, onbekend wanneer, alle afgebroken, toch maakt het nog steeds een imposante indruk ... Het is een van die grote zestiende-eeuwse huizen welke door de handelaars in Rijnwijn gesticht werden. Hoewel de naam sedert het eind van de zestiende eeuw Berckepoort is, was de stichter toch een ander, namelijk Huijbert Tack, een wijnhandelaar die zich in 1544, uit Emmerik komend, in Dordrecht vestigde. Later kwam het huis door het huwelijk van een dochter, Wilhelmina Tack, aan Matthijs Berck. Het kwam met een poort uit aan de Voorstraat, zoals ook nu nog [in 1974]. Toen in 1616 een huis er naast verkocht werd, noemde men als belendend pand, de Poort van de heer Berck, later kortweg Berckepoort. Het ondergedeelte, uitkomende in de Nieuwstraat, diende voor wijnkelders. Oorspronkelijk behoorden de huizen aan de Voorstraat naast de Poort er toe en reikte het pand tot de Hofstraat, waar het eindigde in een huis dat in 1911 afgebroken werd. Het huis aan de Voorstraat werd reeds in 1587 verkocht aan boekdrukker Pieter Verhaghen. (Lips, o.c., deel II, p. 315) Zie ook Genealogie Berck op deze website (pagina Genealogie Dordrecht).]

De Berckepoort (Nieuwstraat, richting Statenplein)

De Berckepoort (Nieuwstraat, richting Voorstraat)

f. 65v

Jan Hermansz. boekverkoper huurt van Mathijs Berck om 36 gl.     11-10-4

[ORA Dordrecht inv. 717, f. 71v e.v.: op 15 april 1587 verkoopt Guilhelmina Tacx, weduwe van Mathijs Berck, koopman van Rijnse wijnen, aan Pijeter Verhagen boekdrukker een huis aan de Landzijde omtrent de Wijnbrug, staande tussen de poort van het huis van verkoopster en het huis van Pieter Gijsbertsz. schoenmaker, met alzulke gerechtigheid van muren aan de zijde van Pieter  Gijsbertsz. als de verkoopster het in eigendom gehad en geŽrfd heeft en met zijn vrije waterloop door het huis, dat toebehoord heeft aan wijlen Jan Jansz. vaatspoelder en nu eigendom is van de weduwe van Helias Tack. Koper is schuldig een somma van 1000 gl.]

Geerit Balthasersz. huurt van Pieter Gijssbertsz. om 36 gl.     11-10-4

[ORA Dordrecht inv. 738, f. 258v, akte dd 14 okt. 1585: Pieter Gijsbrechtsz. schoenmaker is belender van het huis aan de Voorstraat van Guillemina Tacx, weduwe van Mathijs Berck, welk laatstgenoemde huis aan de andere zijde wordt belend door het grote huis van Guillemina Tacx.]

Frans Willemsz. comen     8

Willem Pietersz. comen   10

De Nieustraet [Nieuwstraat] van voeren die slinckerhandt ingegaen

Claes Dircxsz. droogscheerder    4

Meijnert Meijnertsz. schipper    3-4

Jan Jansz. vaetspoelder     4

f. 66

Marijken Jansdr. huurt van de weduwe van Elijas Tack om 24 gl.      7-13-8

Franssken Dornen met die caetspel     10

Cornelis Karstiaensz. hoemaecker huurt van Frans Dornen om 18 gl      5-15-4

Cornelis Aertsz. wever      6

Ariaen de molenaar huurt een rosmolen van Claes Mantel om 30 gl.     9-12

[ORA Dordrecht inv. 735: op 13 jan. 1579 verkopen Cornelis Cornelisz. molenaar, voor zichzelf, en Huijch Dominicusz., als man van Haesgen Cornelisdr., samen vervangende Neeltgen en Quirijntgen Cornelisdr., resp. hun zusters en schoonzusters, aan Niclaes Pietersz. molenaar een rosmolen met toebehoren in de Nieuwstraat, staande op de hoek van de Augustijnenkamp tussen die straat en het huis van Aeltgen Joppen, weduwe van Pieter de schoenmaker, en zijn erfgenamen. Waarborg: Geerit Thonisz. houthaker. Koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 750 gl. Borg: Joost Jansz. smid. De koper stelt als onderpand voor zijn borg voornoemde rosmolen en een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Dirck Adriaensz. drager en dat van Ocker Adriaensz. metselaar.]

Cornelis de moutmaker huurt een huis van de weduwe van Herman Bacharach om 10 gl.     3-4

[ORA Dordrecht inv. 708, f. 210: verklaring dd 2 juli 1569 op verzoek van Herman Bacharach, koopman van Rijnse wijnen , door Gerrit van Nispen Gerritsz. lakenkoper, ongeveer 60 jaar en Annegen Gerritsdr. van Nispen, ongeveer 18 jaar. Zij verklaren, dat zij ongeveer vier jaar geleden met de vrouw van Bacharach geweest zijn in Rhoon ten huize van jonker Gerrit van Roon, waar mede aanwezig was mr. Boudewijn van Roon, aan wie Bacharachs vrouw verzocht heeft betaald te worden van zeker geleverd vaatje wijn.]

Jan Cornelisz. huurt van idem om 10 gl.     3-4

Over de brugghe

f. 66v

Henric Henricxsz. huurt een huis en bleekveld van Cornelis Pietersz. van Schaerlaecken om 25 gl.     8

Stijn Jansz. huurt een huis en bleekveld van idem om 18 gl.      5-15-4

Wederom keerende

Jeronimus Haeck     8

Toentgen Willems huurt van Pieter Jacobsz. [Despinoij] apotheker om 15 gl.       4-16

Nellegen Jansdr.     4

Cornelis Henricxsz. sledenaar     3-4

Gielis Barentsz.     3-4

Jacob Willemsz. Spaeniert     3 gl. 12 penn.

f. 67

DaniŽl Wilmet huurt van Huijch de kuiper om 15 gl.     4-16

Wouter Jansz. schiptimmerman    4

Huijch Jacobsz. wijnschroijer    3-4

Lijntgen Brants huurt van Anna Pieters om 13 gl.      4-3-4

Aert Thijssz. en Jacob Woutersz. Meijt huren samen een kamer van Arent Woutersz. elk om 10 gl.     6-8

Cornelis Ariaensz. huurt van idem om 15 gl.     4-16

f. 67v

Pieter Willemsz. muntenaar    vrij

Jacob Huijgen kuiper    4

Dirck Jansz. de Haen huurt van de Romeijnen om 24 gl.    7-13-8

Claes Geeritsz. schuitenaar   8

Henrick Nouwaerts huurt van Jacob Bol om 25 gl.      8

Lijsbeth Jans huurt van kamer van idem om 11 gl.    3-10-6

Jan Eijmersz. spelmaker huurt van Jacob Buijs om 20 gl.      6-8

f. 68

Frans Willemsz. comen huurt van [naam niet vermeld] om 25 gl.      8

Jacob Hermansz. nestelmaker huurt van comen Willem om 20 gl.     6-8

Lodewijck Servaesz. smid       3-4

Cornelis Jansz. glaesmaker    6-10

Geerit Schoor bakker   6-10

Jacob Bol [Jansz.] zeepzieder    24

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 4: op 30 dec. 1578 verklaart Jacob Bol Jansz., zeepzieder en burger van Dordrecht, bij ede, dat hij die dag aan Huijch Laurensz., burger van Dordrecht, twee lasten zware zeep, te zijnen huize gemaakt van goede raap en kennip.

ORA Dordrecht inv. 1571, f. 43: op 31 mrt. 1579 verklaart Jacob Bol Jansz., dat hij aan Bouduwijn Ghijsbertsz. de Coninck 27 tonnen zwarte zeep geleverd heeft, die zijn geladen in het schip van Thoen Aert Cool, schipper van Dordrecht.]

Ariaen Jansz. bakker   7

De weduwe van Willem Schoel huurt van Ruth de snijder om 20 gl.      6-8

f. 68v

Aert Jansz. ladenmaker    6

Pieter Verhaegen boekdrukker huurt van Grietgen van Driel om 90 gl.    28 -16

["Naast Jan Canin is ongeveer tezelfdertijd Peeter Verhaghen te Dordrecht [als boekdrukker] werkzaam: zijn eerste publicatie dateert van 1578, zijn laatste van 1627. Hij overleed op 79-jarige leeftijd in aug. 1628 ... Uit de ongeveer zestig boeken van Verhaghen, die wij in een voorlopige bibliografie konden bijeenbrengen, komt duidelijk naar voren, dat ook hij tot de belangrijke drukkers van de vroege Republiek gerekend moet worden." (Briels, o.c., p. 55 e.v.)

Grietgen (Margaretha Wenssen, overleden in 1597, dochter van Jakob Wenssen en Kornelia van Slingeland, trouwde met Kornelis van Driel Nicolaasz., schepen van Dordrecht, overleden in 1555. Van Driel werd op 28 mrt. 1539 door Karel V beleend met "het Huys Leeuwenburg", in Dordrecht beter bekend als Mijnsherenherberg. (Balen, o.c., deel II, p. 1045). De graaf van Holland verkocht in 1389 het huis Henegouwen in de Wijnstraat aan particulieren en nam na die tijd zijn intrek in een gebouw aan de Voorstraat. Dit huis had uitgangen aan de Nieuwstraat en Kolfstraat. Het wordt voor het eerst vermeld in 1385, toen het werd bewoond door Reijnout Sarisz. Onderwater, die het vermoedelijk hield als leengoed van de graaf van Holland. "In latere tijd werd het huis steeds Mijnsherenherberg, dat wil zeggen "de herberg van mijn heere de graaf van Holland" genoemd ... [Het gebouw] bleef in leenverband en werd als zodanig in 1538 [Balen schrijft 18 mrt. 1538, "vůůr Pasen". In Dordrecht werd tot 1577 in het algemeen de Paasstijl gebruikt en dus is het jaartal niet 1538 maar 1539.] verleden of op naam gesteld van Cornelis van Driel, wiens kleindochter Elisabeth van Driel [dochter van zijn zoon Jakob van Driel] trouwde met Emanuel van der Steen, die in 1613 opheffing van het leenverband kreeg, waardoor het gebouw gewoon particulier eigendom werd. In 1616 werd op het achtergelegen terrein de Steenstraat gebouwd." (Lips, o.c., deel II, p. 324-325)

Jan Jansz. van Munster    4-10

Jan Pietersz. cruijenijer    12

[ORA Dordrecht inv. 714, f. 55 e.v.: op 19 mei 1580 verkopen Reijer Jacobsz. olieslager, voor zichzelf en als oom en voogd van de weeskinderen van wijlen Adriaen Jacobsz. Been, zijn broer, Willem Muelen Fransz., als man van Ariaentken Jacobsdr., voor zichzelf en samen met Reijer Jacobsz. vervangende Aeltken Jacobsdr. van Geertruidenberg, hun zuster, Aert Sebastiaensz. en Dirck Sebastiaensz., voor zichzelf en samen vervangende hun broers en zusters, aan Jan Pietersz. koekenbakker een huis omtrent het St. Jansgasthuis [in de Voorstraat] aan de havenzijde, staande tussen het huis van Jan van Esse hoedenmaker en dat van Jan Jansz. van Munster. Waarborgen: Reijer Jacobsz. en Willem Muelen Fransz. De koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 1080 gl.]

Hans van Nes huurt van Joos van Thienen om 50 gl.     16

[ORA Dordrecht inv. 1570, f. 37: op 5 juni 1578 verkoopt Joost Coenraetsz. van Thienen aan Jan Adriaensz. hoedenmaker een huis aan de Landzijde, staande tussen het huis van Oloff Jansz. smid aan de westzijde en dat van de erfgenamen van Willem Jacobsz. Schoon aan de oostzijde. Waarborg: Thiel Coenraetsz. schipper en Dirck Melisz. kleermaker. De koper is schuldig aan verkoper 574 gl. Borgen: Cornelis Aelbertsz. Otter kleermaker en Aert Thomasz. snijder.]

Ooloff Jansz. smid   8

Ariaen Pietersz. Verkerck    11

Geerit Henricxsz. ladenmaker huurt van Cornelis Tjong om 42 gl.    13-8-10

Onderaan op deze kaart de Voorstraat tussen Steegoversloot en Grote Spuistraat. De zijstraten van de Voorstraat zijn (van links naar rechts): Steegoversloot, Nieuwstraat, Kolfstraat, Tolbrugstraat Landzijde (uitkomend in de Kromme Elleboog), Vriesestraat, Visstraat/Bagijnhof Lombardstraat, Haringstraat en Grote Spuistraat. (plattegrond van Braun en Hogenberg uit ca. 1575)

f. 69

Heer Mathijsstraet [Kolfstraat] van voeren die slinckerhandt ingegaen

Ariaen Jansz. smid    3-4

Pouwels Jansz. spelmaker huurt van de erfgenamen van Geerit Jansz. smid om 18 gl.    5-15-2

Berber 't santwijff huurt van Govert Ariaensz. van Bemont om 10 gl.      3-4

[Govert Adriaensz. van Beaumont, zoon van Adriaen Govertsz. van Beaumont (de jonge), brouwer te Dordrecht, en Maria NN, weduwe van Damaes die Hont DaniŽlsz., trouwde 1e Lijntgen Adriaensdr. van Blokland, overleden vůůr 1559, 2e vůůr 19 dec. 1560 Petronella (van) Walen (Ons Voorgeslacht 2006, p. 100)]

Pieter Pietersz. schipper huurt van idem om 12 gl.     3-16-12

Jan Jansz. koolmeter huurt van idem om 12 gl.     3-18-12

Cornelis Geeritsz. clockstelder    3-4

De weduwe van Wouter de tingieter    3 gl. 12 penn.

f. 69v

Jacob Baeckelaers huurt van Ariaen Verbeeck om 12 gl.     3-16-12

Pieter Cornelisz. Witsant    4

Het pakhuis van Ariaen in den Stoer    5-15-12

Sijmon Jansz. huurt van de weduwe van Bouwen die ketelboetster [sic] om 18 gl.     5-15-2

Katherijn Jans huurt van Pieter Jansz. Vinck om 10 gl.    3-4

Pieter Jansz. muntenaar     vrij

Michiel Jansz. wever   3-16-12

Geerit Govertsz. huurt van Maij van Zuijlen om 19 gl.     6-1-8

f. 70

Ariaentgen de naaister huurt van Maeij Crijnen om 10 gl.    3-4

Servaes Roeloffsz. spelmaker huurt van Lenert Meeusz. om 20 gl.    6-8

Het huis en de tuin van Jaecques Despontijn     8

Cornelis Willemsz. muntenaar    vrij

Damas Bastiaensz. huurt van Cornelis de Gijselaer om 14 gl.    4-9-8

[Genoemde Cornelis de Gijselaer is vermoedelijk identiek met Cornelis Jacobsz. de Gijselaer lakenkoper, een oomzegger van de in 1572 om wille van de religie - hij was doopsgezind - in Ruygenhil onthoofde Cornelis Cornelisz. de Gijselaer. Hij was een zoon van diens broer Jacob Cornelisz. de Gijselaer in den Block, lakenkoper, raad te Dordrecht en van Adriaentje Adriaensdr. Cornelis Jacobsz.'s vrouw was Maritje Mathijsdr. (De Nederlandsche Leeuw 1935, kol. 133 e.v.) Op 14 mei 1575 werd hij opgenomen in het gilde van de Lakenkopers (St. Ponciaensgilde): "ende heeft betaelt sijn giltwinninghe ende sijn paenpond ende sijn stal is gecomen van sijn bestevaer Cornelis Ariaensz. Gyselaer, ende en hadde geen kinderen." (idem, kol. 137-138)]

Jacob Joosten huurt van idem om 14 gl.     4-9-8

Jenning [van Tijenen] de beeldsnijder huurt van idem om 14 gl.    4-9-8

[Jenning de beeldsnijder wordt in 1553 vermeld als maker van het hek van de Jeruzalemskapel in de Grote Kerk van Dordrecht.* C.J.P Lips (o.c., p. 159 e.v.) meent dat Jenning de beeldsnijder dezelfde persoon is als Jan Terwen Aertsz. alias Jennin de Tťruanne, die volgens Matthijs Balen (o.c.) de kunstenaar was, die de koorbanken van de Grote Kerk vervaardigde. Lips ziet in die naam Terwen een verbastering - of zo men wil vernederlandsing - van Thťrouanne/Tťruanne en Jeannin is uiteraard het verkleinwoord van Jean. Een ander argument, welke Lips voor zijn stelling gebruikt, is dat van bovengenoemde verhuurder, Cornelis de Gijselaer, bekend is dat hij behoorde tot de doopsgezinde gemeente en huisjes verhuurde aan geloofsgenoten, terwijl van Jenning de schrijnwerker [sic] in een getuigenis uit 1571 gezegd wordt dat hij ťťn der doopsgezinden in Dordrecht was - een toen nog om hun geloof vervolgde groepering. Herman van Duinen daarentegen betoogt in zijn boek De Koorbanken van de Grote- of Onze Lieve Vrouwenkerk te Dordrecht (Leiden 1997), dat het onwaarschijnlijk is dat Terwen en Jenning de beeldsnijder/schrijnwerker ťťn en dezelfde persoon zijn, omdat Terwen volgens Balen in 1589 op 78-jarige leeftijd overleed, terwijl in de getuigenis uit 1571 over Jenning gesproken wordt als een jongeman van huwbare leeftijd, hetgeen betekent dat hij toen ongeveer 25 jaar oud moet zijn geweest, wat uiteraard niet strookt met de leeftijd van Terwen, die in dat jaar 1571 - althans als we Balen mogen geloven - ongeveer 60 jaar was. (Van Duinen, o.c., p. 18-19) Een probleem met deze theorie is mijns inziens, dat Jenning, toen hij in 1553 het hek van de Jeruzalemskapel maakte, toch geen tiener meer zal zijn geweest, dat we veeleer ervan mogen uitgaan dat hij ouder was dan 20 en bijgevolg in 1571 al achter in de dertig of zelfs ouder. Welke constatering helaas met zich meebrengt, dat de vraag, of Jenning en Jan Terwen dezelfde persoon zijn, helaas onbeantwoord moet blijven. (ABdH)

De Jeruzalemskapel in de Grote Kerk werd in de veertiende eeuw gesticht en behoorde toe aan een broederschap van bedevaartgangers, het gilde van de Jeruzalemsheren of het Heylich Graefsheerengilde genoemd, die Palestina bezocht hadden. De kapel was versierd met een altaartafel, waarop schilderijen van Italiaanse meesters, en met een hek met deur, waarop uit ingelegde houtsoorten het H. Graf was afgebeeld. (Van Dalen, Groote Kerk, p. 102-103)

De afbeelding van het Heilig Graf bevindt zich tegenwoordig in de Munterskapel van de Grote Kerk.

* Op 15 nov. 1553 verklaren ["op verzoek van Jenning van Tijenen" is doorgehaald] Willem Jansz. de Vries, Jan Maessen en Aert Wenssen, dat 6 weken tevoren zij en andere Broeders van "den Heijlich Graefsteen" ontboden zijn om te komen in hun kapel "ende aldaer te besien ende op te nemen seecker werck dat ... Jenning aldaer gemaect hadde". Zij zijn naar de kapel gegaan met acht of negen andere Broeders en hebben het werk, dat Jenning gemaakt had, bezien, waarna Jenning "zijne clachte aen henluijden gedaen heeft gehadt hoe dat hij int aennemen van tvoirsz. werck te veele luttel bedongen hadde ende dat tzelve werck te zwaer gevallen was zulcx dat hij tselfde werck om sulcken prijse nijet en mochte maecken". De comparanten hebben met de anderen daarna overleg gehouden en besloten, dat, in consideratie genomen de zwaarte van het werk, dat Jenning gemaakt had, men hem wat meer moest betalen, nl. 100 gl. en wel "zoe wanneer hij twerck volmaect hadde en dat hij de pilaeren buijten staende binnen brengen zoude". Vervolgens hebben zij opdracht gegeven aan de twee dekens van het gilde, Cornelis Willemsz. Stercke en Evert Gerritsz., om samen met Aert Wenssen dit aan Jenning mede te delen. Evert Gerritsz. heeft toen aangeboden om de 100 gl. te betalen, op voorwaarde, dat men aan hem een rentebrief op de goederen van het gilde of de kapel zou overdragen. (ORA Dordrecht inv. 1535 (nieuw), akte 187)]

Marijken Geritsdr. huurt van idem om 14 gl.     4-9-8

f. 70v

Ocker Ariaensz. huurt een huis en bleekveld van de dekenen van Jerusalem om 18 gl.    5-15-12

Aert Pietersz. huurt een huis en bleekveld van Cornelis den Gijselaer om 15 gl.     4-16

Aert Ariaensz. huurt een huis en bleekveld van Govert van Bemont om 16 gl.    5-2-6

Wederom die brugghe overcomende

Jan Pietersz. huurt van de weduwe van Lenert Meeusz. om 11 gl.    3-10-6

Coen Jansz. sagdrager huurt van Brecht Ariaens om 12 gl.   3-16-12

[ORA Dordrecht inv. 710, f. 87: verklaring dd 15 okt. 1574 door Neeltken Cornelisdr., gezworen turftonster,vrouw van Coenrard Jansz., arbeider bij de straat, 57 jaar oud.]

Tonis Jacobsz. zeefmaker    5

Claes Walravens huurt van Jan den clapper om 15 gl.    4-16

f. 71

Jan Lodewijcxsz. leestmaker   4-16

Jaepken int Dubbelcruijs huurt van Maeij Crijnen om 25 gl.    8

Gielis Gielisz. comen    3-4

Claes Jansz. kuiper huurt van Pimpel de metselaar om 18 gl.    5-15-2

[ORA Dordrecht inv. 738, f. 218: verklaring dd 13 aug. 1585 door o.a. Pieter Jacobsz. Pimpel metselaar, ongeveer 50 jaar oud, op verzoek van Floris Willemsz.]

Jacob Jansz.    3-4

Jan Jansz. timmerman huurt van Griet de ketelboetster om 18 gl.     5-15-2

Jan inde Corenblom huurt van Jan van Duijeren om 18 gl.    5-12-2

Michiel Michielsz. hoefsmid     4

Maes den hoeckmaecker [huikmaker ?] huurt van Aert de molenaar  om 12 gl.     3-16-12

Aert Jansz. molenaar huurt een huis en rosmolen van Gerit Jansz. om 37 gl. en 10 st.      12-2

Pieter Jansz. Pimpel     12

De weduwe van Baerthout de brouwer     20

Geerit de Leeu huurt van Jan Pietersz. Craen om 60 gl.     19-4

Geerit Jansz. inden Engel    15

Franchoijs Wolffert     12

[ORA Dordrecht inv. 740, f. 128: op 5 mei 1588 verkoopt Anthoni Wiltens schoenmaker aan Jan Marchusz. schrijnwerker een huis aan de Landzijde [Voorstraat], staande tussen het huis van de erfgenamen van Geerit Jansz. in den Engel en dat van Thonis Willemsz. wijnkoper. Waarborg: Sijmon Wiltens schoenmaker. Koper is schuldig een bedrag van 2325 gl. Borgen: Pieter Cornelisz. schrijnwerker en Lebuwijn Fransz. Drijfhout.]

Tonis Willemsz. wijnkoper    8

[ORA Dordrecht inv. 751, f. 128v: op 17 nov. 1610 comp. Adriaen Repelaer Anthonisz., schepen in wette van Dordrecht en Hugo Repelaer, als ooms en bloedvoogden van de weeskinderen van Catharina Repelaer Anthonisdr., verwekt door Cornelis Jansz. [Boom] azijnmaker, als actie en transport hebbende van Frans Anthonisz., samen voor de ene helft en Quintijn Pietersz. van der Velde en Pieter Aelbertsz. hoedenmaker, voor zichzelf en tevens vervangende Janneken Meeusdr., weduwe van Hans Wilder, Aeltgen Meeusdr., weduwe van Frederick van Dousburch en de nagelaten weeskinderen van Willem Meeusz., voor de andere helft, allen erfgenamen van wijlen Thonis Willemsz., in zijn leven koopman van wijnen te Dordrecht. Comparanten verkopen aan Geerit Veder een huis bij de Tolbrug aan de Landzijde, waar uithangt "Gulick", staande tussen het huis van Jan de Braemaker lakenkoper en het huis van Gillis van Luffelen. Waarborgen: de voornoemde comparanten, elk voor de helft.]

f. 72

Reijer Jacobsz. olieslager    15

[I. Jacob Reijersz., trouwde Cornelia Adriaen Beenendr.

- 7 febr. 1550: Jacob Reijersz., als man van Cornelia Adriaen Beenendr., Denis Denisz., als man van Mariken Adriaensdr., Heijnrick Jansz., als man van Ariaentgen Adriaensdr., en Elizabeth Adriaen Beenendr., voor zichzelf, als erfgenamen van Janneken Adriaen Beenendr., verkopen aan Jan Brantsz. wijnkuiper een huis aan de Poortzijde bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Jan van Gewanden en dat van Adriaen Dircxsz. Coning. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 109)

Kinderen (volgorde onzeker)

a. Reijer Jacobsz., geboren ca. 1517, volgt II

b. Bastiaen Jacobsz., trouwde NN

Kinderen (volgorde onzeker):

b-1. Aert Sebastiaensz.

b-2. Dirck Sebastiaensz.

b-3. Grietken Sebastiaensdr.

b-4. Willem Sebastiaensz.

b-5. Reijer Bastiaensz.

c. Adriaen Jacobsz. Been, geboren ca. 1528

ORA Dordrecht inv. 702, akten 34 en 35: op 13 sept. 1560 verkoopt Jan van Buel, koopman van Rijnse wijnen, wonende te Nijmegen, aan Claes Sijbertsz. een huis aan de Landzijde bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Jan van den Spout en dat van Adriaen Been Jacobsz. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 82 ponden 6 sch. 8 penn. Vlaams. Borg: Jan Govertsz., waard in "de Clocke".

ORA Dordrecht inv. 724, akte 10, verklaring dd 8 mrt. 1561 door Adriaen Jacobsz. Been, 33 jaar oud, op verzoek van Adriaenken Petersdr., de vrouw van Willem Aertsz. olieslager.

d. Ariaentken Jacobsdr., trouwde Willem Molen Fransz.

e. Aeltgen Jacobsdr. van Geertruidenberg

II. Reijer Jacobsz., geboren ca. 1517, olieslager te Dordrecht, overleden na 1585, trouwde Marijken Adriaensdr.

ORA Dordrecht inv. 703, akte 206: op 26 nov. 1561 verkoopt Bastiaen Teeuwen van Heinenoord, als man van Neeltken Dircxdr., aan Reijer Jacobsz. olieslager de helft van een leeg erf buiten de Vuilpoort, gelegen tussen het huis van Thielman Adriaensz. en dat van Huijman Cornelisz.

ORA Dordrecht inv. 705, f. 30v: op 19 jan. 1566 transporteert Bastiaen Willemsz. bakker een rentebrief aan Reijer Jacobsz. olieslager, als voogd van de kinderen van wijlen Bastiaen Jacobsz.

ORA Dordrecht inv. 706, f. 50, akte dd 16 nov. 1566: op verzoek van Coenrard Scriver Adriaensz. verklaart Reijer Jacobsz. olieslager, 49 jaar oud, dat 22 jaar tevoren door de rekwirant aan hem, deposant, als gemachtigde van de weduwe van Adriaen Jansz. schipper, afgelost en betaald zijn de hoofdsom van een losrente van 18 gl. jaarlijks, die Adriaen Jansz. sprekende had op het huis van de rekwirant, staande op de hoek van de Lombardstraat. (ORA Dordrecht inv. 706, f. 50)

ORA Dordrecht inv. 706, f. 60v: op 26 nov. 1566 verleent Reijer Jacobsz. olieslager, zich sterk makende voor Grietken en Willem Sebastiaens, de kinderen van zijn broer, procuratie ad lites aan Gerit van Corsberge.

ORA 726, akte 488: op 7 okt. 1568 transporteert Reijer Jacobsz. olieslager aan Willem [Molen] Fransz., zijn zwager, en Adriaen Been Jacobsz., zijn broer, alle rechten, die hem toekomen in een stuk land van 10 gemeten, gelegen in de Korendijk.

ORA Dordrecht inv. 710, f. 371, akte dd 31 mei 1575: Joos Coenraetsz. is 256 gl. schuldig aan Steven Cornelisz. schipper wegens de koop een huis achter de Waag. Borgen: Reijer Jacobsz. en Thielman Coenesz.

ORA Dordrecht inv. 714, f. 55 e.v.: op 19 mei 1580 verkopen Reijer Jacobsz. olieslager, voor zichzelf en als oom en voogd van de weeskinderen van wijlen Adriaen Jacobsz. Been, zijn broer, Willem Muelen Fransz., als man van Ariaentken Jacobsdr., voor zichzelf en samen met Reijer Jacobsz. vervangende Aeltken Jacobsdr. van Geertruidenberg, hun zuster, Aert Sebastiaensz. en Dirck Sebastiaensz., voor zichzelf en samen vervangende hun broers en zusters, aan Jan Pietersz. koekenbakker een huis omtrent het St. Jansgasthuis [in de Voorstraat] aan de havenzijde, staande tussen het huis van Jan van Esse hoedenmaker en dat van Jan Jansz. van Munster. Waarborgen: Reijer Jacobsz. en Willem Muelen Fransz. De koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 1080 gl.  

ORA Dordrecht inv. 736, f. 240v, akte dd 2 okt. 1581: Reijer Jacobsz. olieslager, voor zichzelf en als oom en voogd van de nagelaten weeskinderen van Arien Jacobsz. Been, Dirck Bastiaensz., voor zichzelf en vervangende Aert en Reijer Bastiaensz. en Willem Molen Fransz., als man en voogd van Aerjaentgen Jacobsdr., samen vervangende Aeltgen Jacobsdr., allen erfgenamen van Jacob Reijersz., verkopen aan Cornelis Jacobsz. lantarenmaker een huis aan de Landzijde (Voorstraat), staande omtrent de Karnemelksteiger aan de havenzijde tussen het huis van Cornelis Pietersz. tingieter en dat van Quijrijn Coenraetsz. Waarborgen: Rochus van Haerlem Ghijsbrechtsz. en Reijer Jacobsz. olieslager. Koper is schuldig een somma van 1300 gl. Borgen: Mathijs Geeritsz. zeilmaker en Mathijs Fransz. viskoper.

1585: de stad Dordrecht betaalt aan Reijer Jacob Reijersz. een lijfrente van 30 schellingen voor het jaar 1584. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2607, f. 30)

31 dec. 1590: Adriaen Apersz. schipper, Lijnken Apersdr., weduwe van Aert Eeuwoutsz., Adriaen Cornelisz., als man en voogd van Marijken Apersdr., Claes Apersz., Quirijn Apersz., Frans Apersz., Cornelis Apersz., Brechtgen Apersdr., en Truijken Apersdr., voor zichzelf en tevens vervangende hun broer Matheeus Apersz., die uitlandig is en hun zuster Geertruijt Apersdr., verklaren dat Jan en Dirck Philipsz. [van Beverwijck], als executeurs van het testament van wijlen Marijcken Adriaensdr., in haar leven vrouw van Reijer Jacobsz. olieslager, hen, comparanten, volledig hebben voldaan van hetgeen zij hebben geŽrfd van voornoemde Marijken Adriaensdr. (ORA Dordrecht inv. 719, f. 269v e.v.)

13 dec. 1591: Bartholomeus Adriaensz. schipper, als man van Lijntgen Lenert Bouchschotsdr., en Evert Gerritsz., als man van Truijchgen Lenert Bouchschotsdr., tevens vervangende Lenert Lenertsz. Bouchschot, wonende te Gorinchem, hun zwager, verklaren, dat zij door Jan en Dirck Philipsz. [van Beverwijck], als executeurs-testamentair van wijlen Marijken Ariensdr., echtgenote van Reijer Jacobsz. olieslager, volledig voldaan en betaald zijn van hetgeen hun, comparanten, is aanbestorven bij overlijden van voornoemde Marijken Ariensdr. (ORA Dordrecht, inv. 720, f. 64v)]

Ariaen Cornelisz.      12

[ORA Dordrecht inv. 740, f. 120v: op 13 juli 1588 verkoopt Adriaen Cornelisz., raad in wette van Dordrecht, aan Frans Fransz. Bon een kaatsbaan met toebehoren, staande recht achter het huis van Adriaen Cornelisz., uitgezonderd de gang aan ťťn zijde van het huis van Reijer Jacobsz. Aan de koop zijn de volgende voorwaarden verbonden: de huizen van Adriaen Cornelisz. en Dirck Claesz. zullen hun waterloop hebben naast de kaatsbaan; Adriaen Cornelisz. en zijn nakomelingen zullen hun vrije doorgang hebben aan de zijde van voornoemde waterloop tot in het Tolbrugstraatje; koper zal aan de zijde van Reijer Jacobsz. "mogen stellen een of twee stijlen tot stijffenisse vande voorsz. bane, gelijck de oude stijlen nu jegenwoerdich staen"; er mogen geen varkenskotten gezet worden op de plaats, waar zij eerder gestaan hebben. Frans Fransz. is schuldig een berag van 591 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 13 ponden groten Vlaams. Borg: Jan Reijersz. in de Schoppen.]

Dirick Claesz. huurt van Ariaen Cornelisz. om 42 gl.     13-8-12

De weduwe van Goossen van Brecht     13

Henrick Jopsz.    10

Het Tollebrugsstraetgen van voeren die slinckerhandt ingegaen nae die Crommen Elboech toe

Goossen DaniŽlsz. muntenaar    vrij

DaniŽl de Beeck huurt van Ariaen Cornelisz. om 12 gl.    3-16-12

f. 72v

Frans Fransz. riemmaker, van voren tot achteren    11

[ORA Dordrecht inv. 737, f. 314: op 7 jan. 1584 Frans Fransz. [Riem] riemmaker transporteert aan Cornelis Jansz. glaesmaecker, als voogd van Frans Fransz. en Jaapgen Fransdr., kinderen van Frans Fransz. Riem, door hem verwekt bij Marijchgen Aertsdr., zijn eerste vrouw, een rentebrief van 3 ponden Vlaams jaarlijks, verleden door Aert Jansz. schiptimmerman, de grootvader van de kinderen. Frans Fransz. Riem verkoopt aan Cornelis Jansz. glaesmaecker, als voogd van zijn onmondige kinderen, Frans en Jaepgen, een jaarlijkse losrente van 16 gl., verzekerd op een huis in het Tolbrugstraatje Landzijde, staande tussen het huis van Henrick Fransz. schipper en dat van Adriaen Cornelisz. int Boomken, "mitsgaders op de Capelle ofte packhuijs", staande achter het voornoemde huis en uitkomende in de Kromme Ellbeboog.]

Henrick Fransz. schipper    5

Den dooven Steven    3 gl. 12 penn.

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 45v: op 6 april 1579 verklaart Steven Cornelisz. den Doven, schipper, schuldig te zijn aan de weduwe van Arien Pietersz. Nan een bedrag van 25 Vlaamse ponden.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, klepboek nr. 14, f. 102, akte dd 6 okt. 1584: aangezien men op 29 okt. 1584 op verzoek van de crediteuren zal overgaan tot de verkoping van een huis in de Tolbrugstraat aan de Landzijde, staande tussen het huis van Henrick Fransz. schipper en dat van Marijken de stijfster, toebehoord hebbende aan Steven Cornelisz. schipper, zo laten de Heren van het Gerecht weten, dat allen die rentebrieven, schuldbrieven e.d. op het huis sprekende hebben, "hetzelve binnen de voorsz. tijt te voorschijn brengen".

Idem, f. 103v, akte dd 29 okt. 1584: vermeld wordt Steven Cornelisz. schipper, ook genaamd "den dooven Steven"]

Matheeus Aertsz. mesmaker huurt van Pieter Jansz. om 20 gl.     6-8

Gaende inde Cromme Elboechstraet

[De naam Kromme Elleboog komt al heel vroeg voor en wordt reeds in 1431 genoemd. Het was een afgelegen, weinig bewoonde buurt. Er waren in de Kromme Elleboog gevestigd "de Oude Raamte" en vethuizen of leerlooierijen. (Lips, o.c., deel II, p. 468).  Voor het looien van leer werd soms run (gemalen eikenschors) *gebruikt. (Vriendelijke mededeling van de heer B. den Hartog te Dordrecht) Edoch, de aanduiding vethuis duidt er waarschijnlijk op, dat in Dordrecht, althans in de 16e/17e eeuw, naast run ook gebruik werd gemaakt van traan als looistof. "Traan is een algemene benaming voor oliŽn afkomstig van zeedieren. Bekend zijn levertraan, visoliŽn (... gebruikt voor zeepbereiding en als looistof) en traan afkomstig van robben en walvissen." (Winkler Prins Encyclopedie, s.v. traan). "De Kromme Elleboog liep in de Middeleeuwen van de Vriesestraat tot voorbij de Tolbrugstraat. Aan het begin van de 20e eeuw had de Kromme Elleboog zijn karakteristieke vorm verloren: alleen het lange rechte stuk, haaks op de Vest, droeg nog die naam. Het achterste stuk (vermoedelijk tussen binnengracht en Stoofstraat) heette Korte Nieuwstraat, niet te verwarren met het achterste deel van de Nieuwstraat. (Van Baarsel, o.c., p. 67). De woningen in de Kromme Elleboog werden afgebroken tijdens de sanering van de jaren 1960.

* ORA Dordrecht inv. 737. f. 312: op 7 jan. 1584 verklaren Thijs Coelener, schipper van Luik, ongeveer 51 jaar oud en Cornelis Cornelisz. Doffer en Claes Fransz., gezworen run- of looimeters te Dordrecht, op verzoek van Jan Geritsz. van Nijmegen "ende eerst de voorsz. Thijs Coelener, dat hij geleden ontrent vier maenden ... van wegen den requirant tot Lujdick [Luik] gelaeden heeft een schip met run ende vier aecken met spaen ende dat hij alle de selve run ende spaen zoe hij dat tot Luijck gelaeden heeft gehadt gebrocht heeft alhier binnen deser stede van Dordrecht zonder daer van onder wege ijet gelost te hebben ende d'voorsz. Cornelis Corneliszoon ende Claes Fransz. verclaeren dat zijluijden alle den selven run off loij, mitsgaeders de voorsz. spaen alhier vuijten voorsz. schepe ende aecken gelost ende gemeten hebben ende dat den run gecoft is bij den deeckens ende gildebroeders vande schoe[n]makers deser stede ende de spaen bij Jan Mathijsz. ende Jan Carelsz. van Breda, beijde wonende binnen deser stede."] 

Aeltgen van Tricht huurt van Pieterken Moelens om 15 gl.     4-16

Jan Thonisz. huurt van de weduwe van Jan Geeritsz. om 12 gl.      3-16-12

Jan Meeusz. leertouwer     3-4

Wederom keerende

f. 73

Jan Romboutsz. leertouwer    3-10

Cornelis Jansz. alias den blauwen molenaer huurt van [naam niet vermeld] om 10 gl.     3-4

Griet de Melsser huurt van Jan Danckertsz. om 11 gl.     3-10-6

Hans van Coelen huurt van Meeus Troggen om 12 gl.      3-16-12

Ariaen Aertsz. wever huurt van Jan Danckertsz. om 12 gl.     3-16-12

Jan Thonisz. cramer     3-16-12

Ghijssbert Jordensz. metselaar    4

Claes Maertensz. bakker    3-4

f. 73v

Herman de spelmaker huurt van Jan Bouwensz. om 28 gl.     9-6-2

Pouwels Willemsz. schrijnwerker     3-16-12

Maerten Aertsz. wever     3 gl. 12 penn.

Jan Cornelisz.    3-4

Het huis van Anna Coppen    3-4

Somma loopt het derde quartijer 4759 gl. 10 st. 6 penn.