»

»

»

»

»
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»


50E PENNING DORDRECHT 1580 (DEEL 1)



Laatst bijgewerkt op 9 nov. 2017

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3962

De bedragen, die huiseigenaren en huurders in de 50e penning moesten betalen, staan uitgedrukt in guldens, stuivers en penningen. Bijvoorbeeld: 10-10-10 betekent 10 gulden, 10 stuivers en 10 penningen, 10-10 staat voor 10 gulden en 10 stuivers , etc. Tussen rechte haken staan aanvullingen uit andere bronnen, i.h.b. ORA Dordrecht. In cursieve letters staan namen, die zijn doorgehaald en vervangen door andere.

Geraadpleegde literatuur.

M. van Baarsel, Van Aardappelmarkt tot Zwijndrechts Veerhoofd. De straatnamen van de historische binnenstad van Dordrecht (Hilversum 1992)

M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht, 2 delen (Dordrecht 1677)

J.G.C.A. Briels, Zuidnederlandse boekdrukkers en boekverkopers in de Republiek der Verenigde Nederlanden omstreeks 1570-1630 ('s-Gravenhage 1974)

J. L. van Dalen, De Groote Kerk (Onze Lieve Vrouwenkerk), (Dordrecht 1927)

J. L. van Dalen, Geschiedenis van Dordrecht, 2 delen (Dordrecht 1931/1933)

J. Hendriks en J. Konings, Van der stede muere. Beschrijving van de stadsmuur van Dordrecht. Jaarboek van de Vereniging Oud-Dordrecht 2000 (Dordrecht 2001)

C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht, 2 delen (Zaltbommel 1974)

W. Nijman, Hier leyt begraven. Grafzerken in de Grote Kerk te Dordrecht (Dordrecht z.j.)

J. Zondervan-van Heck, Het kohier van de tiende penning van Dordrecht 1543 (Dordrecht 1994)

 

Carolusgulden.

 

 

f. 1

Quoijer vanden vijftichsten penninck over die huijsen binnen Dordrecht ghevallen ende geaccordeert bijden staeten slants van Hollants inden jaere 1580 waervan den huijerman draegen moet het derdedeel ende den eijghenaer die twe deelen.

Het Eerste quartijer der stede van Dordrecht beginnende aende poortzijde vande Groote Kerck off opgaende oostwaerdt naede Tollebrugghe toe ande noortzijde.

Jan Screvelsz. huurt van Jacob Fransz. om 39 gl., komt over de 50e penning     12-9-8

Jan van der Mijl      16

f. 1v

Grotekerksbuurt (juli 2008)

Schrevel Monnesz. [van Eijssel] huurt van de erfgenamen van Frans Ariaensz. om 50 gl.      16

[30 sept. 1560: Screvel Monnesz., voor zichzelf en tevens vervangende zijn moeder, Geertruijt van Diemen Jacobsdr., verleent procuratie aan Pieter van Bree Cornelisz., o.a. om voor hem haring en andere handelswaar te kopen. (ORA Dordrecht inv. 702, akte 82)

5 mei 1579: Screvel Monnesz., als man van Janneken Evertsdr., en Margaretha Evertsdr., beiden voor zichzelf en tevens vervangende hun broer Gerrit Evertsz., verkopen voor 2700 gl. aan Franchoijs Clementsz. viskoper, hun zwager, een huis, waarvan het resterende vierde part toekomt aan de koper, als man van Emmeken Evertsdr., staande op de hoek van de Schuitenmakersstraat tussen die straat en het erf van het Oudemannenhuis. Voorwaarde is, dat, indien Franchoijs Clementsz. het huis weer gaat verkopen, de verkopers de keuze hebben het huis over te nemen voor de prijs, waarvoor zij het thans verkocht hebben. (ORA Dordrecht inv. 713, f. 145v e.v.)

ORA Dordrecht inv. 736, f. 286: op 30 jan. 1582 compareren Bartholomeus Monnen voor zichzelf, Melchior Veris, als van man van Pieterken Monnendr. en Jan Otten, als man van Anneken Monnendr., samen vervangende Joris Cornelisz.van Schiedam, als man van Fransken Monnendr., allen erfgenamen van wijlen Mon van Eijssel Bartholomeusz., schepen van Dordrecht. Zij verlenen procuratie aan hun broer resp. zwager Screvel van Eijssel Monnesz., hun mede-erfgenaam, om te procederen tegen Adriaen Govertsz. Mosienbroeck en Henrick Pietersz. Meerenburg c.s. aangaande zeker land of aanwas, gelegen aan de Dussen.

ORA Dordrecht inv. 739, f. 98v: verklaring dd 29 jan. 1587 op verzoek van Pieter Jansz. kraankind, uit naam van zijn vrouw, door Mon Screvelsz. viskoper, ongeveer 25 jaar oud, burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 740: op 3 mrt. 1588 verkoopt Schrevel van Eijssel Monnesz., burger van Dordrecht, aan Ghijsbrecht van Diemen Cornelisz. een huis genaamd "Emaus", staande in het Gravenstraatje tussen het huis van Maerten Jan Vos en dat van Pieter Willemsz. kuiper, met de loods daarachter staande, strekkende van voren van de straat af tot het erf van jonkheer Pieter van Heerjansdam. Het huis is belast met o.a. een somma van 150 Rijnse gl., welke verkoper schuldig is aan Jan Dircxsz. timmerman wegens de laatste termijn van het erf, waarop het huis staat.]

Geerit Jansz. de Heer huurt van Ariaen Back om 42 gl.     13-8-12

Ariaentgen [sic] huurt van Jacob Muijs [schout van Dordrecht] om 36 gl.      9-10-4

[ORA Dordrecht inv. 715, f. 205v e.v.: op 10 juni 1584 verkoopt Jacob Muijs heer Pijetersz., schout van Dordrecht, aan Jan Gijsbertsz. een huis bij de Grote Kerk aan de Poortzijde, staande tussen het huis van Geerit Jansz. de Heer en dat van Pouwels Willemsz. schrijnwerker. Het huis zal zijn vrije waterloop houden over het erf van Mels Jansz. houtkoper. Waarborg: burgemeester Willem Stoop. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 550 Rijnse gl. van 20 st. het stuk. Borgen: Jan Pauli, schepen in wette, en Jan Crooswijck heer Cornelisz., lid van de Oudraad.] 

Janneken Jacobsdr. huurt van Neeltgen Centen om 14 gl.     4-9-8

Heijltgen Jansdr.      5

Geerit van de Grip     8-8

[ORA Dordrecht inv. 732, f. 278: op 12 mrt. 1577 verleent Grietgen Faesdr., echtgenote van Geerit van de Grip procuratie ad recipienda debita aan haar man, in het bijzonder om van Jacob Allertsz. te Alkmaar te vorderen al hetgeen hij haar schuldig is.]

Wouter Jansz.     8-8

f. 2

Ursula Jansdr.    5

[ORA Dordrecht inv. 709, akte 627: op 23 mrt. 1571 verkopen Jacob Pouterius, priester en kanunnik van de Grote Kerk te Dordrecht, en Adriaen Dircxsz., als executeurs-testamentair van wijlen Jan Willemsz. steenhouwer, en Henrick Willemsz. bierdrager, als man van Marijken Pietersdr., "als vande naeste vrunden" van Trijnken Jacobsdr., nagelaten weeskind van Jacob Jansz. steenhouwer, verwekt bij Ursula Jansdr., aan Ursula Jansdr. een huis bij de Grote Kerk aan de Poortzijde, staande tussen het huis van mr. Jan Bouwensz. priester en dat Aeriaentgen Adriaensdr. de Both.]

Ariaentgen Botten    5

Neeltgen Willem Bouwens [Aechgen Witten] huurt van de erfgenamen van Lijntgen Daenen om 19 gl.     6-1-8

Marijken Meeus huurt van Dirick Gerbrantsz. [Stoop] om 18 gl.       5-15-2

Truijken de weduwe van Jacob van Bemondt     4

[Jacob Dircksz. van Beaumont, geboren ca. 1528, sneuvelde tijdens het beleg van Haarlem in 1573, zoon van Dirck Govertsz. van Beaumont, waarsman van Zwijndrecht, gezworen zoutmeter te Dordrecht, trouwde Truijcken Gijsbertsdr. (Ons Voorgeslacht 2006, p. 101)]

Ariaen de Veer      4

[ORA Dordrecht inv. 736, f. 159: op 29 april 1581 verkoopt Jan van Nuijssenborch Willemsz., als man en voogd van Emmeken Jansdr. en Adriaen Laurensz., als man van Truijchgen Jansdr., aan Willem Willemsz. hellebaardier een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van burgemeester Willem Stoop Dircxsz. en dat van Truijchgen Ghijsbertsdr., weduwe van Jacob van Bemont.]

De weduwe van Cornelis Pieter Wittensz. huurt van Willem Stoop om 36 gl.     11-10-6

Jacob van Beveren     14

f. 2v

Henrick Corput dienaar des Woords huurt van Cornelis Fransz. [de Wit] om 42 gl.     13-8-12

[Henricus Corputius (van den Corput), geboren ca. 1544, proponent 23 mrt. 1578, overleden 22 aug. 1607 (Van Dalen, o.c., deel II, p. 786)

ORA Dordrecht inv. 738, f. 395v: verklaring dd 28 april 1586 op verzoek van Andries van de Kieboom, "die men heet van Turnout", door o.a. Bartholomeus van de Corput, 51 jaar oud, Henricus de Corput, zijn broer, predikant te Dordrecht, ongeveer 42 jaar oud en Niclaes van der Corput, 51 jaar oud.

"Het pand Grotekerksbuurt 21/23, het derde huis van het Manhuisstraatje, is het aloude stamhuis van de familie De Witt ... Sedert 1519, toen Cornelis Wittenzoon lid van het houtkopersgilde werd, waren de De Witten houtkopers en zo sterk was de traditie, dat zelfs de gebroeders Johan en Cornelis de Witt nog lid van het houtkopersgilde werden, hoewel hun vader, Jacob de Witt, reeds lang de houtzaak aan kant had gedaan. Reeds in 1552 ... woonde Frans Cornelisz. de Witt, houtkoper, in het huis. Het pand had een grote diepte en de houterven erachter liepen door tot de Houttuinen, terwijl ook het daartegenover gelegen erf tot de kade van de Nieuwe Haven ertoe behoorde. Uit de erfenis van Frans Cornelisz. de Witt kwam het familiehuis vr 1580 aan zijn zoon Cornelis Fransz. de Witt, de grootvader, en vervolgens aan mr. Jacob de Witt, de vader van de gebroeders De Witt." (C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht [Zaltbommel 1974], p. 127-128)

- ORA Dordrecht inv. 703, f. 95: op 24 jan. 1562 verkoopt Frans Cornelisz. Wittesz., houtkoper te Dordrecht aan Pieter Dircxsz., als vader en voogd van zijn onmondig kind Marijcken Pietersdr., door hem verwekt bij Adriaenken Roeloffsdr. van de Kempen, ten behoeve van dat weeskind, een jaarlijkse losrente van 6 gl., verzekerd op het huis, waarin hij woont, staande in de Grotekerksbuurt tussen het huis van Cornelia van Slingelant en Maerten Aertsz metselaar. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 95)

- Gildenarchieven Dordrecht, inv. 8, f. 38v: op 22 juni 1570 ontvangen als gildebroeders van het Houtkopersgilde Cornelis Fransz. en Jacob Fransz., zoons van een gildebroeder, betalen elk 1 gulden. Cornelis heeft n kind.

- ORA Dordrecht inv. 732, f. 241 e.v., 1576: de kinderen en erfgenamen van Frans Wittesz. verkopen aan hun broer Cornelis Frans Wittesz. een huis in de Grotekerksbuurt, strekkende van de Voorstraat [=  Wijnstraat (bij de Grote Kerk) = Grotekerksbuurt] tot achter aan de straat op de Nieuwe Haven. Belenders: Jacob van Beveren (west) en Maerten Aert Huijgesz. (oost).

Zie ook de pagina 1000e penning van Dordrecht op deze website.]

Maerten Aertsz. viskoper     8

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 35v: op 30 april 1579 verkoopt Maerten Aertsz. viskoper aan Cornelis Fransz. huistimmerman een huis in het Torenstraatje, staande tussen het huis van Screvel Cornelisz. en dat van Jan Lenaertsz. schipper. Waarborg: Jan Bouwensz. glasmaker. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 13 ponden 13 schell. 4 groten Vlaams. Borgen: Jacob Pietersz. huistimmerman en Lodewijck Servaesz. smid.]

De weduwe van Boudewijn Heerman huurt van Bastiaen Cornelisz. om 42 gl.     13-8-12

[Boudewijn Heerman Gijsbertsz., ambachtsheer van Maasdam (sedert 1541), overleden ald. in 1576, zoon van Gijsbert Heerman Jacobsz. en Margaretha Oem Danilsdr., trouwde Pieternella van Hooghlande, overleden te Dordrecht op 12 juni 1614, dochter van mr. Cornelis van Hooghlande, pensionaris van Dordrecht. (Ons Voorgeslacht 1962, p. 6)

ORA Dordrecht inv. 709, akte 426: op 13 nov. 1570 verkoopt Boudewijn Heerman Gijsbrechtsz., schepen in wette van Dordrecht, aan Jan Geritsz. brouwer een jaarlijkse losrente van 2 Vlaamse ponden op een huis aan de Poortzijde tegenover de Tolbrug, genaamd "de Lanscroen", staande tussen het huis "de Gulden Leuwe" en het huis van Adriaen den Brabers erfgenamen, strekkende voor van de straat tot achter aan de Nieuwe Haven, welk huis aan hem, comparant, is getransporteerd van wege de weduwe en erfgenamen van mr. Cornelis van Hogelande op 5 mrt. 1565.

ORA Dordrecht inv. 709, akte 427: op 13 nov. 1570 verkoopt Boudewijn Heerman Gijsbrechtsz., schepen in wette van Dordrecht, aan Jan Geritsz. brouwer een jaarlijkse losrente van 2 Vlaamse ponden op een huis aan de Poortzijde bij de Grote Kerk, staande tussen de Schuitenmakersstraat en het huis van mr. Jan Bouwensz. priester, welk huis aan hem, comparant, is getranporteerd door Jan Michielsz. houtkoper volgens een transportakte dd 19 juli 1566.

ORA Dordrecht inv. 718, akte 337: op 16 sept. 1588 compareren Petronella van Hoogelande, weduwe van Boudewijn Heerman Gijsbertsz., als moeder en voogdes van haar kinderen, m.n. Gijsberts, Cornelis en Danil Boudewijn Heermansz. en Joanna en Geertruijd Boudewijn Heermansdr. en Cornelis 't Jong Cornelisz., als man en voogd van Margareta Boudewijn Heermansdr., allen erfgenamen van wijlen Margareta Ooms Danilsdr., weduwe van Gijsbert Heerman Jacobsz. Comparanten verklaren, dat zij tot kwijting van zekere rentebrief van 3 ponden groten Vlaams jaarlijks, die Jeutgen Dircxdr., weduwe van Jacobs Spaens, sprekende had op Margareta Danilsdr., verzekerd op 6 morgen land, liggende in de ambachtsheerlijkheid Maasdam, aan Jeutgen getransporteerd hebben een rentebrief van 3 ponden groten Vlaams jaarlijks, sprekende op Cornelis Pietersz. zeepzieder, welke rentebrief comparanten is aangekomen bij overlijden van hun grootmoeder Margareta Ooms.

ORA Dordrecht inv. 719, f. 262v: op 17 dec. 1590 verkoopt Petronella van Hoghelande, weduwe van Boudewijn Heerman, aan Barthout Barthoutsz. een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Maerten Aertsz. viskoper en dat van Henrick Andriesz. Waarborg: Cornelis 't Jong. Koper is schuldig aan verkoopster een bedrag van 714 gl. Borg: mr. Willem Pauwelsz., secretaris van Dordrecht.]

Meester Willem chirurgijn     10

Henrick van Nispen     10

[ORA Dordrecht inv. 1570, f. 9v: op 9 mei 1578 verlenen Henrick van Nispen Adriaensz., als voogd van Agatha Jan Schellaertsdr., weduwe van zijn broer Geerit van Nispen Adriaensz., en als voogd van diens kinderen, en Pieter Fransz. Verwildert procuratie aan Wilhaet Wetken, koopman te Homborch, om te eisen van Johannes Cael, wonende in Housum in het Lans van Holst, als weduwnaar van Margarita Smeets, en van haar erfgenamen, "bewijs en reliqua" van de leverantie van molenstenen.

ORA Dordrecht inv. 1554, akte 182: op 16 mei 1588 verleent Henrick van Nispen Adriaensz., lid van de Oudraad van Dordrecht, als oom en voogd van de kinderen van wijlen Gerid van Nispen, zijn broer, en tevens vervangende Cornelis van Drijel, als man van Agatha Schellaerts, weduwe van voornoemde Gerid van Nispen, procuratie ad lites aan Adriaen Lisseur procureur.]

Kaerl de la Faille huurt van de erfgenamen van Geerit van Nispen om 72 gl.     23 gl. 12 penn.

[I. Jan de la Faille de oude, overleden vr 5 juni 1587, trouwde NN

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jan de la Faile de jonge

b. Maerten de la Faille

c. Karel de la Faille, volgt II 

II. Kaerle (Charles) de la Faile, trouwde naar schatting ca. 1580 Cecilia Gramaye.

ORA Dordrecht inv. 715, f. 12: op 29 sept. 1582 ratificeert Cecilia Gramaije, echtgenote van Carel de la Faille, het transport van 625 gl. jaarlijks, welke Carel de la Faille voor zichzelf en voor haar, comparante, gedaan heeft op 25 sept. 1582 voor wethouders van Antwerpen aan Gielisse Hooftman en Antoni Ancelmi, schepenen van Antwerpen, als testamentaire voogden van Cornelisse Gielisse, Anna, Catlijne, Margriete, Beatricx en Marije Hooftman, allen wettige kinderen van Gielies Hooftman, "vanden derden bedde", verwekt bij Margrieta van Nispen, "ende die sij comparant jairlicx den eenentwintichsten aprilis heffende was" op zekere 51 morgen en 4 hont land, gelegen onder Heemstede buiten de stad Haarlem.

ORA Dordrecht inv. 717, f. 185v: op 5 juni 1587 verleent Carle de la Faille, inwoner van Dordrecht, procuratie aan Thomas Anraedt, wonende te Antwerpen, om voor hem te lichten en te ontvangen van degenen, "dair onder die berustende zouden mogen wezen tsij advocaten, procureurs, gemachtigen ende haren gesubstitueerden, onder secretarissen, notarissen, clercken, scrijvers, ofte andere personen wije dat die zijn", allen geschriften, papieren, overeenkomsten, kopien, blaffaarden, "manalen", rekenboeken e.d., welke betrekking hebben op de nalatenschap van zijn vader Jan de la Faille en voorts om te mogen eisen en ontvangen van Jan de la Faille de jonge en Maerten de la Faille, zijn broers en anderen, die worden genoemd in het compromis, dat tussen hen is gesloten, behoorlijke staat en inventaris van de door Jan de la Faille de oude nagelaten goederen en dat alles overeenkomstig een vonnis van het Gerecht te Antwerpen.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Kaerle, 3 jan. 1581

b. Jacob, 25 dec. 1581

c. David, 3 febr. 1583

d. Peter, 20 sept. 1584

e. Susanna, 2 okt. 1585

f. Catharina, 1 febr. 1587

Zie ook de Kwartierstaat Manternach op deze website.]

Sint Jacobsgasthuis toekomende de arme weeskinderen     nihil

["Het Sint-Jacobsgasthuis behoorde aan de Sint-Jacobsheren, dat wil zeggen de pelgrims, die een reis naar Santiago de Compostella in Gallici in Spanje gemaakt hadden. ... Reeds in 1348 kochten de dekens van Sinte-Jacobshuise een erf in de Grotekerksbuurt tot stichting van het gasthuis van hun broederschap ... Het breidde zich in 1363 en 1391 uit met belende panden en kreeg in 1433 de erven tot aan de Nieuwe Haven toe. ... In de zestiende eeuw behoorde het tot de zes gasthuizen, "daer men de armen logeert (1561) en daer men bedden voir den armen menschen 's-nachts dect (1543)". ... In 1566 was het gebruik van het Sint-Jacobsgasthuis overgegaan van kerkelijke op wereldlijke instanties. Het werd door de weinige nog overgebleven Sint-Jacobsheren verhuurd als bergplaats van laken, wijn enzovoort. De zalen werden gebruikt voor het houden van bruiloften en partijen. Dit werd door de stad verboden omdat kapel en gasthuis gewijde plaatsen waren. [Het gilde ging in beroep, maar het stadsbestuur hield vast aan zijn eerder genomen besluit.] ... In 1571 was het proces nog niet beslist en de Sint-Jacobsheren legden toen het hoofd in de schoot, op voorwaarde dat zij in het gebouw zouden mogen blijven vergaderen en er hun bierkelder, bottelarij en keuken behouden. Zij stonden het gebouw af voor een te stichten weeshuis. ... Sindsdien behoorde het Sint-Jacobsgasthuis aan de stad, die de inkomsten aan een nieuw te stichten weeshuis gaf. In 1613 werd het door de weesmeesteren aan particulieren verkocht." (C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht [Zaltbommel 1974], p. 126-127)

ORA Dordrecht inv. 754, f. 45 e.v.: op 6 mei 1613 verkopen Adriaen Jansz. ontvanger van de gemene middelen over het kwartier van Dordrecht en oud-burgemeester van Dordrecht , Nicolaes Jansz. Cruijdenier, Adriaen Repelaer Anthonisz., Aernt Dammert en Pauwels Adriaensz. oudraad van Dordrecht, allen vaders van het Arme-Weeshuis, tevens vervangende mr. Bartholomeeus van Segwaert Meijnertsz. schepen in wette van Dordrecht, "haere mede broeder", met toestemming van het Gerecht van Dordrecht, volgens akte dd 5 febr. 1611, aan Francois van den Burch, "Gecommitteert op de Reeckeninghe van Hollant" en oudraad van Dordrecht, Abraham van Leeuwen, als man en voogd van Sophia van den Burch en Philips Apersz., als echtgenoot van Engeltgen van den Burch, zekere "huijsinge", genaamd Sint Jacobshuis, staande omtrent de Grote Kerk naast het huis van de weduwe van Dirck Jansz. Constapel en het nieuwe huis van Cornelis van Beveren Jacobsz. schepen in wette van Dordrecht, strekkende voor van 's herenstraat en vandaar tot aan de Nieuwe Haven toe. In plaats van waarborg verbinden verkopers alle der weeskinderen goederen.  In margine: "doen in gereden gelde 9148-16-4". Kopers kennen schuldig aan verkopers ten behoeve van het voornoemde Godshuis een somma van 8000 gl., te betalen met 1000 gl. jaarlijks.

Het Sint-Jacobsgasthuis staat afgebeeld op de plattegrond van Braun en Hogenberg uit ca. 1575. Zie hieronder bij f. 14.]

f. 3

Goossen [sic] orologijmaecker huurt van Cijmon Waelen om 36 gl.      11-10-6

[ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akte 254: op 16 jan. 1561 verkoopt Cornelis Waelen schiptimmerman aan Lijsken Pietersdr., bagijn op het Bagijnhof van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 6 gl., verzekerd op een huis aan de Poortzijde, staande tussen de gang van het Sint Jacobsgasthuis en het huis van de weduwe en erfgenamen van Willem van Nuijssenburg.

ORA Dordrecht inv. 732, f. 187v: verklaring dd 31 okt. 1577 op verzoek van Philips landgraaf van Hessen door Sijmon Walen Cornelisz., collecteur van de "stadsmaeckelardie van de wijnen", ongeveer 39 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 718, f. 115: verklaring dd 29 juli 1588 op verzoek van Sijmon Walen. Dirck Jansz. Constabel, ongeveer 40 jaar oud, en Balthen Willemsz. van Dongen, ongeveer 60 jaar oud, verklaren, dat zij in mei 1584 bijeen zijn geweest ten huize van Dirck Jansz. Constabel om te spreken over de koop van het huis, dat staat naast het St. Jacobsgasthuis, welk huis toen eigendom was van Sijmon Walen en nu bewoond word door Dirck Jansz. Constabel.]

Jan van Nuijssenburch      20

[ORA Dordrecht inv. 732, f. 3: op 16 jan. 1577 verkoopt Jan van Nuijssenborch Willemsz. een losrente van 4 Vlaamse ponden jaarlijks, verzekerd op een huis aan de Poortzijde, staande tussen het huis van de erfgenamen van Cornelis Waelen en dat van Lieven Slachmolen.]

Henrick IJssvelt huurt van Lievijn Slachmoelen om 45 gl.      14-8

[ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akte 201: op 27 nov. 1560 verkopen Hillichgen Doensdr., weduwe van Adrijaen Jansz. van Ratingen schrijnwerker, voor de ene helft en Cornelis en Jan Adrijaensz. van Ratingen, samen tevens vervangende Job Lucasz., als man van Jannechgen Adrijaensdr. van Ratingen, voor de andere helft, aan Zijchgen Willemsdr., weduwe van Cornelis van Nuijs, een huis aan de Poortzijde, staande tussen het huis van Heijman Adrijaensz. en dat van de weduwe en erfgenamen van Willem van Nuijssenburch. Waarborg: Jan Willemsz. steenhouwer.]

Cornelis van Blijenborch Heijmansz.     24

Jan Doudijn huurt van Jaecques Dispontijn om 24 gl.     6-13-8

Damas Woutersz.     24

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 51: op 15 april 1579 verleent Huijch Laurensz., als man van Grietgen Geeritsdr., burgers van Dordrecht, procuratie aan Willem Pietersz., wonende in Rockanje bij Brielle, om te transporteren aan Damas Woutersz., burger van Dordrecht, de helft van "drie vierendeelen" van 15 gemeten land met huis, berging., schuur etc. in Naters en Pancrasgors, welk land zijn vrouw is aangekomen bij overlijden van Barthout Fransz., haar oom.

ORA Dordrecht inv. 714, f. 273 e.v.: op 16 jan. 1582 verklaren Jan Louff, als man van Aeltgen Jacobsdr., en Elizabeth Jacobsdr., geassisteerd met haar schoonvader, Willem van der Vlijet Jansz., voldaan te zijn door hun neef, Damas Woutersz., van het beheer, dat hun oom, Wouter Barthoutsz., gehad heeft van de goederen, die Aeltgen en Elizabeth zijn aanbestorven bij overlijden van hun tante, Anna Philipsdr., en van hun "oudt heer oom", mr. IJsbrants [sic] Solenus.]

Govert Jansz. van Bemondt      36

[ORA Dordrecht inv. 706, akten 28 en 29: op 4 okt. 1566 verkoopt Gerard van der Beeck, als man van Maria Duijst, aan Govert Jansz. van Beaumont een huis aan de Poortzijde omtrent het Stadhuis, staande tussen het huis van Wouter Barthoutsz., tresorier van Dordrecht, en dat van mr. Huijman Jansz. Waarborg: mr. Cornelis Duijst, wonende te Delft. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 3900 gl. Borg: Adriaen Dircxsz. Coeninck.

Genealogie:

I. Govert Adriaensz. van Beaumont, geboren vr 1445, houthandelaar te Dordrecht, overleden tussen 1499 en 23 mei 1504, trouwde 1e (huw. voorw. Dordrecht 31 juli 1474) Theodora (Dirckje) van Egmond Adriaen Aelbrechtsdr., dochter van Adriaen Aelbrechtsz. van Egmond, houthandelaar en schepen van Dordrecht  en Adriana Dircksdr. van Slingeland, 2e Beatrix Philipsdr. van der Does (Ons Voorgeslacht 2006, p. 98-99)

Kind (ex 1):

a. Johan van Beaumont, volgt II

II. Johan van Beaumont, geboren 1488, azijnbrouwer in "den Bock" in de Wijnstraat, overleden in 1558, trouwde 1e Maria Blok, OSP, 2e naar schatting ca. 1528 Johanna Oom Cornelisdr., geboren ca. 1510 (ORA Dordrecht inv. 709, akte 471), overleden in 1574, "leggen beyde begraven in haar groot Graft, voor den Preekstoel in de Groote-Kerk" (Balen, o.c., p. 931), dochter van Cornelis Oem Cornelisz., schepen van Dordrecht, en Rijnsburg van Cuijl Herbertsdr. (Ons Voorgeslacht 2006, p. 101)

- 1566: op verzoek van Adriaen Dircxsz. Coninck legt Jannichgen Oom Cornelisdr., 55 jaar oud, een verklaring af. Zij getuigt, dat haar grootmoeder, Grietgen van Cuijl, altijd twee maal per jaar 72 provens aan de huisarmen te Dordrecht gegeven heeft, elke proven bestaande uit een brood van een stuiver, twee stuivers in contant geld en een stoop bier. Na Grietgens overlijden zijn de provens op dezelfde wijze verstrekt door Floris van Cuijl, Jannichens inmiddels overleden oom, en door haar moeder, Reijnburch van Cuijl, en na het overlijden van laatstgenoemde door Floris van Cuijl en soms door haar, deposante, zelf. Toen Floris is overleden hebben zijn kinderen op zich genomen de provens te verstrekken. De deposante verklaart voorts, dat zekere tijd geleden de vrouw van Herber van Cuijl bij haar is gekomen en haar heeft gevraagd om wat bier te brouwen of te "vaten" want, zo zei zij, "wij moeten den arme die provens deelen". (ORA Dordrecht inv. 705, akte 584)

- 4 nov. 1566: Toenken Jansdr., weduwe van Henrick Willemsz., transporeert aan Jannechen Cornelisdr. Oom, weduwe van Jan Govertsz. van Beaumont, een rentebrief van een half pond Vlaams jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 706, akte 98)

- 6 dec. 1570: op verzoek van mr. Heijndrick van Medenblijck, advocaat postulant voor het Hof van Utrecht, verklaren Adriaen Dircxsz. de Coninck, lid van de Oudraad van Dordrecht, 61 jaar oud, Jannege Cornelis Oemdr., weduwe van Jan Govertsz., 60 jaar oud, Anna Cornelis Oemsdr., de vrouw van mr. Heijndrick Cornelisz. te Gorinchem, 51 jaar oud, en Reijnborch Jansdr., weduwe van Adriaen Mol Dircxsz., 31 jaar oud, dat ongeveer 14 jaar geleden, toen Adriaen Pietersz. Nan in het huwelijk trad met Neeltge Jansdr., de dochter van Jannege Cornelisdr. Oem, een zeker Adriaen Evertsz., die uit Spanje gekomen was, van de dochters van mr. Romboudt van Steijnemoelen, die in Dordrecht voor genoemde bruiloft aanwezig waren, een bedrag van 8 gl. vorderde, die hij in Spanje aan Pieter van Steijnemoelen, die volgens hem nadien in Spanje overleden was,  "in sijnen noot" geleend zou hebben. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 471)

- 29 mei 1576: Adriaen Pietersz. Nan, als man van Neeltgen van Beaumont Jansdr., Govert van Beaumont Jansz., schepen van Dordrecht, Marijken van Beaumont Jansdr., weduwe van Jan Geritsz., Cornelis Oom van Beaumont, Reijnborch van Beaumont Jansdr., weduwe van Adriaen Mol, Philips Paeijman Gijsbertsz., als man van Dircxken van Beaumont Jansdr., Gijsbert van Dijemen Cornelisz., als man van Thoentgen van Beaumont Jansdr., Jacob van Dijemen Cornelisz., als man van Margaretha van Beaumont Jansdr., allen erfgenamen van wijlen Janneken Ooms Cornelisdr., weduwe van Jan van Beaumont Govertsz., transporteren aan Herbert van Beaumont Janz., hun broer, een huis over de Waag, staande tussen het huis van Gherit Schaerlaken en het huis van het Kuipersgilde genaamd "de Grooten Nachtegael", met de brouwerij genaamd "den Bock" en een klein huis, uitkomende in de Tolbrugstraat Waterzijde, strekkende tot aan de brouwerij, gekomen van de erfgenamen van wijlen Jan den Hoochaers. (ORA Dordrecht inv. 711, f. 125)

Kinderen (ex 2; volgorde willekeurig):

a. Cornelis Oom van Beaumont, overleden 10 mrt. 1616, trouwde Jenne van Haerlem

b. Govert van Beaumont Jansz., volgt III

c. Reijnsburg (Burchgien) van Beaumont, geboren ca. 1529, trouwde 1e naar schatting ca. 1560 Adriaan Mol, overleden vr 20 dec. 1569,  2e Dordrecht 10 jan. 1580 Hendrick Ottensz. Hoijnck, schepen van Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 709: boedelscheiding dd 20 dec. 1569 tussen Reijnborch van Beaumont Jansdr., weduwe van Adriaen Molencxsz. [Mol], enerzijds en Adriaen Pietersz. Nan, als naaste bloedvoogd van het weeskind van Adriaen Molencxsz., verwekt bij Reijnborch van Beaumont Jansdr., genaamd Dirck Mol, 8 jaar oud, en Henrick Hoijnck Ottesz., als vader en voogd van zijn kind, verwekt bij Cornelia Dirck Molsdr., Pieter Rochusz. als man van Heijltgen Mol Dircksdr., Blasius van Haerlem, als man van Cornelia Dirck Molsdr., samen vervangende hun overige zusters, als ooms en tantes van het voornoemde weeskind [van Adriaen Mol], anderzijds. De weduwe krijgt o.a. de helft van een huis in de Kannekopersbuurt, genaamd "den Haes", het weeskind o.a. de andere helft van dat huis, een zwarte "mans tabbert" en een rode zijden hoed met pluim.

ORA Dordrecht inv. 718, akte 607: op 14 mei 1589 verklaart Burchgien van Beaumont Jansdr., weduwe van Adriaan Mol, dat zij met haar man een aantal jaren geleden getransporteerd heeft aan haar moeder Janneken Ooms Cornelisdr., weduwe van Jan Govertsz. van Beaumont, zekere rentebrief van 12 gl. jaarlijkse losrente, sprekende op de Mannen van Zuid-Holland en gedateerd 12 sept. 1545, die bij de boedelscheiding van haar moeder bij loting toegevallen is aan haar, comparantes, broer, Cornelis Oom van Beaumont Jansz., welke rentebrief zij hierbij aan hem overdraagt.

d. Anthonia van Beaumont, trouwde Gijsbrecht van Diemen Cornelisz. 

e. Theodora (Dirixken) van Beaumont, trouwde naar schatting ca. 1575 Philips Payeman (Peijman, Pijnen) Gijsbrechtsz. [ORA Dordrecht inv. 736, f. 299, akte dd 3 mrt. 1582], geboren ca. 1550, trouwde 2e NG Dordrecht  17 aug. 1608 (ondertrouw) Annicken Matthijsdr. van Oost, weduwe van Jaques van Alewijn

ORA Dordrecht inv. 739, f. 128, akte dd 1587: verklaring op verzoek van Steven Willemsz. inde Griffoen [sic] door Philips Peijman, ongeveer 38 jaar oud en Jan Govertsz. van Beaumont olieslager, ongeveer 23 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 740, f. 106: verklaring dd 21 april 1588 op verzoek van Elisabeth Bouwens van Antwerpen, weduwe van Lucas Jansz. droogscheerder, door Philips Peijman Ghijsbrechtsz., ongeveer 36 jaar oud.

NG trouwboek 17 aug. 1608 (otr.) Philips Paijman Gijsbrechtsz. wed. en Annicken Mathijsdr. van Oost, weduwe van Jaques van Alewijn, beiden van Den Bosch

NG trouwboek 22 okt. 1606: Willem Bastiaensz. bakker en Lucretia Paeijmans Philipsdr., beiden van Dordrecht, getr. 12 nov. 1606

NG trouwboek 3 mei 1609: Jan van Ingen wijnkuiper van Roermond en Cornelia Wijnand Elings wonende bij haar stiefvader Philips Paeijman bij de Gravenstraat, getr. 19 mei 1609)

f. Margareta Jansdr. van Beamont, trouwde Jacob van Diemen Cornelisz., burgemeester van Dordrecht

g. Cornelia (Neeltgen) Jansdr. van Beaumont, trouwde ca. 1556 Adriaan Nan Pietersz., raad in Dordrecht, 

- 4 juli 1584: Neeltgen van Beaumont Jansdr., weduwe van Adriaen Pietersz. Nan, verleent procuratie aan Jacob Snouck Stevensz., deurwaarder van het Hof van Holland, en Anthonij van Slichtenhorst, procureur voor het Hof van Holland, om te procederen tegen "eenen ijegelijcken daer jegens sij constituante mitter tijt te doene heeft". (ORA Dordrecht inv. 715, f. 220v)

h. Maria Jansdr. van Beaumont, trouwde Jan Geritsz. (NB: niet Govertsz., zoals Balen schrijft), brouwer in "de Sleutel"

ORA Dordrecht inv. 715, f. 238 e.v.: op 16 aug. 1584 verkoopt Pieter Cornelisz. Praem muntenaar aan Marijken van Beaumont Jansdr., brouwster, weduwe van Jan Geeritsz., een erf gelegen achter zijn, verkopers, huis, in welk huis hij tegenwoordig woont, strekkende van de "egge" van de bierkelder van Marijken Jansdr. tot aan de bedstee van het huisje, waarin Cornelis Jansz. woont. Het erf is 9 roeden 3 voeten en 7 duimen lang. Bij de koop is niet inbegrepen de gang, die de verkoper voor zichzelf behoudt en die ligt tussen het achterhuisje en de heining van de weduwe van Evert Adriaensz. Waarborg: Dirck Jacobsz. goudsmid. De koopster is schuldig per reste van de koop van dit erf een somma van 450 Rijnse gl. van 20 st. het stuk. 

i. Herbert Jansz. van Beaumont, brouwer in "den Bock" in de Wijnstraat, overleden vr 29 juni 1582, trouwde Cornelia van Slingeland, alias van Capel, overleden 1617, dochter van Simon van Slingeland en Geertruij van Gameren, trouwde 2e Dordrecht 19 jan. 1586 Herman Heerman Danilsz. 

(Ons Voorgeslacht 2006, p. 101)

ORA Dordrecht inv. 714, f. 343v e.v.: op 29 juni 1582 verleent Cornelia van Slingelant Sijmonsdr., die men noemde Van Capel, weduwe van Herbert van Beaumont Jansz., procuratie aan haar neef Cornelis van Schaerlaecken Ghijsbrechtsz. om namens haar te compareren voor de stadhouder van de lenen en de leenmannen van Holland en daar te ontvangen het schrootambacht en de zoutmaat te Dordrecht, welke haar man zaliger van de Grafelijkheid van Holland in leen placht te houden, en die hij op 27 mei 1582 ten overstaan van de leenmannen ten behoeve van haar, comparante, heeft overgedragen.

ORA Dordrecht inv. 715, f. 191 e.v.: op 1 mei 1584 verkoopt Cornelis Adriaensz. de Lodder schiptimmerman aan Cornelia van Slingelant Simonsdr., weduwe van Herber Jansz. van Beaumont, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het erf van Jan Adriaensz. Braber en de gang van het huis van Jan Jacobsz. pottenbakker. Waarborg: Floris Lenertsz. Speelman. De koopster is schuldig aan verkoper een somma van 700 Rijnse gl. van 20 stuivers het stuk, te betalen in termijnen, op voorwaarde, dat aan de laatste termijn gekort wordt een somma van 100 gl., die de verkoper schuldig is aan verkoopster wegens leverantie van bieren.

III. Govert Jansz. van Beaumont, geboren 1530, schepen in Dordrecht (1581-1590), brouwer in "de Vier Heemskinderen" in de Grotekerksbuurt (tussen St. Jacobsgasthuis en Vleeshouwersstraat), overleden Dordrecht 27 febr. 1599, trouwde 1e Barbara van Wesel, geboren 1544, overleden 1573, dochter van Jan van Wesel Thomasz. en Maria van Telshout Jacobsdr., 2e Dordrecht febr. 1576 Reijnsburg van Slingeland, overleden Dordrecht 4 okt. 1615, dochter van Simon van Slingeland en Geertruij van Gameren. (Ons Voorgeslacht 2006, p. 101)

Zerk in de Grote Kerk (Hoge Koor 3, nr. 17, met opschrift: "Hier is begrave den E. Govaert van Beaumont Iansz in zyn leven schepen deser stede en schutm[eester] van[de] Cloveniers sterf den XXVII February 1599". Middelste gedeelte: vrouwenfiguur, helm en alliantiewapen. Doodshoofd. Zandloper. (Nijman, o.c., p. 70)

Kinderen ex 1 (o.a.):

a. Johan van Beaumont, volgt IV: 

IV. Johan van Beaumont, geboren naar schatting 1555, raad, achtraad, gecommitteerde ter Admiraliteit te Rotterdam "ad Vitam", trouwde 1e Geertruijd van Slingeland, overleden vr 7 juni 1588, 2e Adriana van Bladegem (Balen, o.c., p. 932)

ORA Dordrecht inv. 718, akte 56: op 7 juni 1588 verklaart Jan Govertsz. van Beaumont, dat hij met toestemming van de naaste verwanten van zijn kinderen heeft laten verkopen zekere kleren en inboedel, gekomen van hun overleden moeder, waarvan hij het vruchtgebruik geniet, totdat zijn kinderen mondig zijn geworden, overeenkomstig het testament van Geertruijt van Slingelant [zijn overleden vrouw]. Hij heeft daarvoor ontvangen een bedrag van 637 gl. Hij zal nog onder zich houden ten behoeve van zijn kinderen een aantal sieraden, w.o. een zilveren platte vergulden ketting "omtlijff", een gordeltje van gouddraad met rode zijde "gevrocht", een paar zwarte gitten "corale met silver ghesnoert, een paer silveren braseletten', etc. De comparant is krachtens het testament van zijn vrouw gehouden zijn twee kinderen, t.w. Berber en Geertruijd Jansdr., te alimenteren tot zij de mondigheid bereiken en hun dan de voornoemde penningen en sieraden uit te reiken. Voor de nakoming hiervan verbindt hij zijn derde part in een huis en houttuin op de Nieuwe Haven, staande achter het huis en de brouwerij van zijn vader, Govert van Beaumont, en zijn derde deel in een stuk land, gelegen in Hendrik-Ido-Ambacht.]

Maerten van Dijck huurt van de weduwe van mr. Huijman [Jansz.] om 50 gl.       16 gl.

f. 3v

Adriaen Henricxsz. Vlaminck      20

[Adriaen Hendriksz. Vlaminck, geboren naar schatting ca. 1525, gaat met zijn vrouw op pelgrimstocht naar Jeruzalem 1565, overleden 25 mrt. 1591 (zerk in de Grote Kerk van Dordrecht), trouwde naar schatting ca. 1560 Marijken Cornelisdr., geboren ca. 1539, overleden 17 nov. 1599 (zerk in de Grote Kerk van Dordrecht)

Afbeelding van de zerk van Vlaminck en zijn vrouw. Het grafschrift vermeldt, dat zij Jeruzalemsheer en -vrouwe (pelgrims naar het Heilige Land) waren, hetgeen ook aangeduid wordt door de engeltjes, die een Jeruzalemsveer dragen.

Gildenarchieven Dordrecht inv. 8: op 4 okt. 1550 wordt Ariaen Henrixsz. Vlamijnck lid van het Houtkopersgilde te Dordrecht. Hij betaalt 15 gl. In margine: is van de eerste eed.

ORA Dordrecht inv. 708, f. 14: verklaring dd 30 april 1568 door Adriaen Dircxsz. Droochgen, 56 jaar oud en Marijchgen Cornelisdr., vrouw van Adriaen Henricxsz. Vlaming, 29 jaar oud, poorters van Dordrecht.]

Marijken Schalcken huurt van Adriaen Henricxsz. om 27 gl.     8-12-12

Govert Diemersz. smid     8

[ORA Dordrecht inv. 743, f. 40: op 3 mei 1593 verkoopt Govert Diemers smid aan Govert Pietersz. lakenbereider een huis, staande aan de Poortzijde omtrent het Stadhuis tussen het huis genaamd "die Goutsblom" en het huisje, waarin gewoond hebben "de kinderen genaemt de Schalcxkens". Waarborg: Bartholomeus Hendricxsz. schoenmaker. Koper kent schuldig aan verkoper een bedrag van 2364 gl. Borg: Rochus Gijsbertsz., waard in de herberg "Willemstadt" te Dordrecht.]

Jan de Jong huurt van Jan Pietersz. Craen om 60 gl.      19-4

[ORA Dordrecht inv. 736, f. 210v: op 21 juli 1581 verkoopt Jan Pietersz. Dorpman aan Pieter Gillisz. huistimmerman een huis, genaamd "de Goudsblom", staande tegenover het Stadhuis tussen het huis van Heijltgen Pietersdr., weduwe van Willem van Diemen Ghijsbertsz. en het huis van Govert Diemertsz. Waarborg: Pieter IJsbrantsz. koperslager. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 608 gl. Borg: Cornelis Ariensz.

"Craen" is misschien een alias van Dorpman. In ieder geval staat vast, dat hij in 1585/1586 pachter was van de "makelaardij" van kraan "Rodermond" aan de Nieuwe Haven:

Stadsarchief Dordrecht inv. 3, inv. 2607, f. 4v: Jan Pietersz. Dorpman heeft voor de periode april 1585 tot april 1586 de makelaardij gepacht van kraan Rodermond "mettet wipken" voor 436 schilden van 21 stuivers het stuk, ofwel 76 ponden 6 sch. Vlaams.]

De weduwe van Willem van Diemen      16

Ariaen Jacobsz. koekenbakker huurt van Matgen Lambertsdr. om 48 gl.      15-7-2

Pia Claesz. glaesmaecker    12

[ORA Dordrecht inv. 735, f. 291: op 2 juni 1580 verkoopt Pieter IJsbrantsz. koperslager aan Pia Claesz. glaesmaecker een huis aan de Poortzijde bij de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Reijer Adriaensz. viskoper en dat van Matgen de kuipster. Waarborg: Pieter Bouwensz. koperslager. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 572 gl.

ORA Dordrecht inv. 737, f. 264: op 15 nov. 1583 verkoopt Pia Claesz. glaesmaeker aan Matgen Lambertsdr., weduwe van Adriaen [sic], "den deurganck deur zekeren ganck", bezijden zijn verkopers erf, gelegen achter zijn huis, dat staat bij de Vleeshouwersstraat naast het huis van Matgen Lambertsdr.]

Reijer Ariaensz. viskoper     12

[ORA Dordrecht inv. 705, akte 536: op 19 juni 1566 transporteert Willem Willemsz. kruidenier, voor zichzelf en namens Geertruijt Willemsdr., aan Thomas de Coeninck, deurwaarder van het Hof van Holland, een rentebrief van 15 gl. De comparant stelt als onderpand een huis op de hoek van de Vleeshouwersstraat.

ORA Dordrecht inv. 734, f. 164 e.v.: op 12 nov. 1578 verkoopt Willem Willemsz. kruidenier aan Reijer Adriaensz. viskoper een huis omtrent het stadhuis, staande tussen het Vleeshouwersstraatje en het huis van Pieter IJsbrantsz. koperslager. In plaats van een waarborg verbindt de verkoper een huis in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug, genaamd "Venlo", staande tussen het huis "'t Palays" en het huis "Beaumont". De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 159 gl. en draagt aan hem over een schepenenschuldbrief van 718 gl. ten laste van Heijndrick Gielis mandenmaker.]

f. 4

Jan Pietersz. bakker huurt van Aeltgen Wouters om 66 gl.     21-2-8

Laurens Geeritsz. koperslager      8

Adriaen Back Adriaensz.     10

Jan Cornelisz. vleeshouwer      8

[ORA Dordrecht inv. 732, f. 42: op 29 nov. 1575 verkoopt Adriaan Jansz. Kint aan Jan Cornelisz. vleeshouwer een huis, stal en gang, staande "onder die Vleijschalle" tussen het huis van Adriaen Back en dat van Govert Adriaensz. van Bemont. Waarborg: Reijer Adriaensz. viskoper. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 679 gl. Borgen: Laurens Claesz. en Laurens Laurensz., beiden vleeshouwers. Dezelfde koper verklaart verkocht te hebben aan Dirk Jacobsz. en Willem Jacobsz., onmondige weeskinderen van wijlen Jacob Willemsz. apotheker, door hem verwekt bij Clara Thomasdr., 1 pond Vlaams jaarlijkse losrente, verzekerd op het voornoemde huis.]

Govert Ariaensz. van Bemondt      12

[Govert Adriaensz. van Beaumont, geboren ca. 1527, overleden na 11 sept. 1579, zoon  van Adriaen  Govertsz. van Beaumont (de jonge), brouwer te Dordrecht, en Maria NN, trouwde 1e Lijntgen Adriaensdr. van Blokland, overleden vr 1559, dochter van Adriaen Cornelisz. van Blocklandt, trouwde 2e vr 19 dec. 1560 Petronella Walen, geboren ca. 1524. (Ons Voorgeslacht 2006, p. 100)

ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akte 238: op 29 dec. 1560 verkoopt Jan Huijgensz. koekenbakker, als man van Adriaenken Waelendr., aan Govert van Beaumont Adriaensz. de helft van een huis met de doorgang daarachter tegenover de werf van Thoenis Pouwelsz. schiptimmerman, staande aan de Poortzijde tussen het huis van Jan Oom Jansz. en dat van Adriaen 't Lantwijff. Waarborgen: Anthoenis Pouwelsz. en Willem Jansz. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 700 gl. Borg: Willem Jacobsz. viskoper [mogelijk identiek met Willem Jacobsz., de weduwnaar van Dirckge Adriaensdr. van Beaumont, Goverts zuster. (Ons Voorgeslacht 2006, p. 100)

ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akten 539 en 540: op 23 nov. 1561 verkopen Neeltgen van Haerlem, weduwe van Sebastiaen Adriaensz., voor de ene helft, en Govert van Beaumont Adriaensz., als oom en voogd van de kinderen van Sebastiaen Adriaensz., voor de andere helft, aan Adriaen Adriaensz. bakker een huis aan de Landzijde [Voorstraat], staande tussen het Sint-Jansgasthuis en het huis van Trijnken Franssen. Waarborg: Gijsbrecht van Haerlem Jansz., oud raad in wette van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 700 gl. Borgen: Jan van Dort Euwoutsz. lakenkoper en Cornelis Adriaensz. de Coninck.

ORA Dordrecht inv. 713, f. 205v: op 1 sept. 1579 verklaren op verzoek van Maria en Judith Bruijnen Govert van Beaumont Adriaensz., ongeveer 52 jaar oud, zijn vrouw, Pieterken Walen, 55 jaar oud, en Letken Quirijnen, de vrouw van Cornelis Aertsz. glasmaker, ongeveer 54 jaar oud, dat zij hun tante Neeltken, de vrouw van Wouter Damasz. de Hont, hun oom, dikwijls hebben horen zeggen, dat Wouter "onder hem hadde ende vuijte achtergelaeten goederen van wijlen Bruijn Meijnertsz. gehouden hadde acht ponden grooten Vlms. tot behouff van de twee kinderen vanden selven Bruijn Meijnertsz. die int cloester waren, Requiranten alhijer, daer voren hij henluijden jaerlicx elcx vuijt reijckte eenen daelder tot haere nootdruft".]

Cornelis Aertsz. vleeshouwer       15

Steven Willemsz. vleeshouwer      8

[9 mei 1580: Pieter Nan Aertsz. vleeshouwer voor de ene helft en mr. Ewout Aertsz., dezelfde Pieter Nan Aertsz. voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis Egbertsz. en Laurens Laurensz., als ooms en voogden van Adriaen Adriaensz., weeskind van wijlen Adriaen Aertsz., hun broer, voor de andere helft, verkopen aan Steven Willemsz. vleeshouwer een huis aan de Poortzijde, staande tussen het huis "den Grooten Osch" en het huis "het Lam". Waarborg: mr. Eeuwout Aertsz. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 800 gl. als rest van de koopsom. Borgen: Jacob Willemsz. en Adriaen Willemsz. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 270v)

30 juni 1581: verklaring op verzoek van Neeltgen Aertsdr. vleeshouwster door Cornelis Aertsz., ongeveer 50 jaar oud, en Steven Willemsz., ongeveer 32 jaar oud, beiden vleeshouwers en burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 736)

30 [april] 1584: Steven Willemsz. vleeshouwer verkoopt Jaepgen Stevensdr., weduwe van Govert Aertsz. van Amerongen, een jaarlijkse losrente van 9 gl., verzekerd op een huis omtrent de Visbrug, staande tussen het huis genaamd "den Osch" en het huis van Cornelis Aertsz. vleeshouwer. In margine: compareert in de secretarie van Dordrecht Marijcken Cornelisdr., "meestersse" van het Bagijnhof, als procuratie hebbende van Jan Pietermans, die betreffende rentebrief heeft gerfd van Jaepken Stevensdr. en verklaart, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 11 mei 1584. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 516)]

de weduwe van Ghijssbert Pietersz. van Schaerlaecken     30

[Adriana van Slingeland, weduwe van Gijsbert Pietersz. van Schaerlaecken was eigenares van het huis "de Gulden Os" op de Groenmarkt (zie de pagina Huizen en gebouwen in Dordrecht op deze website)

Gevelsteen van het huis "de Gulden Os" aan de Groenmarkt (foto: www.gevelstenen.net)

- 20 febr. 1589: comp. voor schepenen van Dordrecht Adriana van Slingeland Jansdr., weduwe van Gijsbert van Scharlaken Pietersz., geassisteerd met Cornelis van Scharlaken Gijsbertsz., haar zoon, en Thomas de Wit heer Willemsz., als man van Adriana van Scharlaken Gijsbertsdr., voor zichzelf en tevens vervangende Nicolaes van Honcoop Matthijsz., als man van Jacobmina van Schaerlaken, Emanuel van der Borch, als man van Josina van Schaerlaken en Pieter van Schaerlaken, thans in het buitenland verblijvende, Hubrecht van Doren, als man van juffrouw [voornaam niet vermeld] van Slingelandt Jansdr., Jan en Hendrick van Slingelandt Sijmonsz., Herman Heerman, als man van Cornelia van Slingelandt, en Jan de Vrijes, als man van Maria van Slingelandt, Govert van Beaumont, als man van Reijmborch van Slingelandt en Jan van Beaumont Govertsz., als weduwnaar van Geertruijt van Slingelandt, voor zichzelf en namens zijn kinderen, en Petronella van Steenhuijsen, weduwe van Willem Joostensz., voor zichzelf en vervangende Sijmon van Steenhuijsen Cornelisz., allen erfgenamen van wijlen Jan Pieter Henricxsz. van Slingelandt en Maria van Capelle, resp. hun ouders en grootouders. De comparanten verlenen procuratie ad lites aan mr. Adriaan de Jong Dircxsz., procureur voor de Hoge en Provinciale Hoven van Holland, om te procederen contra Meijntgina Berck, weduwe van Wessel van Berck, wonende in het Land van Kleef, en om "aen te nemen tgarant" voor Lijsken Jansdr., weduwe van Meeus Willemsz., Adriaen Jansz. wever en Jan Hesselsz., als eigenaren van zekere drie huisjes in de Raamstraat, eertijds gebouwd door wijlen Gijsbert Rochusz. houtkoper op een leeg erf, waar twee vervallen huisjes of  "cameren" op gestaan hebben en die door Gijsbert Rochusz. van wijlen Maria van Capelle zijn gekocht volgens de transportbrief daarvan zijnde, dd 16 mrt. 1559, en om te "defenderen" de zaak, die Meijntgina Berck voor het Provinciale Hof van Holland tegen voornoemde eigenaren heeft gentameerd. (ORA Dordrecht inv. 718, akte 521)

Lauris Laurisz. vleeshouwer      12

f. 4v

De weduwe van Evert Ariaensz. brouwer     40

[Stadsarchief Dordrecht nr. 1, inv. 524 (schoorstenen- en haardstedengeld 1555), f. 24: het huis van Evert Adriaensz. aan de Groenmarkt heeft 7 schoorstenen, belenders: Mariken in den Jhesus en Aert Govertsz.

Tiende penning Dordrecht 1558, f. 4v [internet]: Evert Adriaenszoons huis met de brouwerij, van voren tot achteren, getaxeerd op 78 Rijnse gl., beloopt de 10e penning 7 Rijnse gl. 16 st. Belenders: de weduwe van Aert Govertsz. vleeshouwer en het huis "den Jesus", dat is verhuurd aan Jan van Naerssen.

ORA Dordrecht inv. 703, akte 768, 18 juli 1562: op verzoek van Laurens Anthoenisz. kruidenier verklaart Neeltgen Willemsdr., vrouw van Evert Adriaensz. brouwer, 50 jaar oud, naaste buur aan de westzijde van Laurens Anthoenisz., dat toen Laurens en Anneken Thoenisdr. in het huis genaamd "den Jesus" kwamen wonen, zij deposante binnen haar huis, onder het "comptoir" gevonden heeft een aarden kruikje, dat "het jonckwijff" van haar, getuige, wilde wegnemen, dat zij, getuige, toen haar "jonckwijff" heeft gevraagd "Wat neempt ghij daer wech?" en zij daarop geantwoord heeft "Het is een cruijcxen daer zoete wijn inne is. Ick hebt eens geprouft, ende die knecht hier naest inden Jesus heeftet hier inne geset, ende seijde mijn oom (denoterende den requirant voerschreven) compt daer in huijs ende die lucht is nijet claer, als die lucht claer is, zoe zall ick dat wederom haelen. Verclarende voirts zij deposante dat onlancx daer nae zij deposante sittende voir in haer huijs gesien heeft dat nae dat d'voersz. requirant vuijt zijn huijse gegaen was, die voersz. knecht t'voersz. cruijcxken vuijten huijse van haer deposante haelde. Affirmerende voirts zij deposante dat zij zeeckere tijde geleden gesien heeft dat d'voorsz. Anneken Anthoenisdochter een stockbuijdel mit gelt staende opten thoenbanck van haer huijse in haer handen gehadt heeft twelck zij getuijge gesien hebbende zeijde jegens haer kinderen het is guet dinge, dat Annekens man (denoterende den requirant voirsz.) haer zoe veel geloofs geeft, zij zall haer te bet begeven tot die neringe ende soetheijt tot tgelt crijghen."

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2608 (thesauriersrekening 1586), f. 60v e.v.: de stad Dordrecht betaalt aan Neelken Willemsdr., weduwe van Evert Adriaensz. brouwer, 3 ponden lijfrente over het jaar 1585.

ORA Dordrecht inv. 739, f. 219v: op 22 juli 1587 transporteert Dirck Stoop Gerbrantsz. aan Neeltgen Willemsdr., weduwe van Evert Adriaensz., als grootmoeder en Jacob Berrits, stedehouder te Dordrecht en Simon Claesz. van de Mijl, als voogden van Laurens Mes Adriaensz., onmondig weeskind van Adriaen Mes Laurensz., verwekt bij Adriaentgen Evertsdr., ten behoeve van dat kind, de eigendom van een schepenenschuldbrief, op 7 juli 1584 verleden door Hans van Nijmaegen, waarvan nog 1056 Rijnse gl. betaald moet worden.]

Jan Pietersz. Craen [Adriaen Soetmansz.]      16

[ORA Dordrecht inv. 707, f. 154: verklaring dd 1567 door Soetman Adriaensz., waard in "de Jezus", 44 jaar oud en zijn vrouw Joetken Hermansdr.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 20v: op 15 aug. 1580 verkoopt Adriaen Zoetmansz. aan Jan Pietersz. Dorpman een huis, genaamd "de Jesus", staande tegenover de Visbrug tussen het huis van de weduwe en erfgenamen van Evert Ariensz. brouwer en dat van Pieter Roelen. Waarborg: Ocker Laurensz. brouwersknecht. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 800 gl. Borg: Jacob Simonsz. de oude.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 135, akte dd 23 mrt. 1581: Jan Pietersz. Dorpman verkoopt aan Anthonis Anthonisz. kramer een huis genaamd "den Jesus", staande tegenover de Visbrug tussen het huis van Evert Ariensz. brouwer en dat van Pieter Cornelisz. Praem. Waarborg: Pieter IJsbrantsz. koperslager. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 800 gl. Borg: zijn schoonvader Jan Ambrosiusz. maeldrier.]

Pieter Cornelisz. Praem muntenaar, is vrij eigen     niet

[ORA Dordrecht inv. 728, f. 89: op 19 febr. 1571 verkoopt Dirck Adriaensz. aan de vijf nagelaten kinderen van wijlen Adriaen Both Adriaensz., genaamd Cornelis, Pouwels, Marijchen, Neeltken en Roocxken Both Adriaensz., een jaarlijkse losrente van 9 gl. op een huis aan de Poortzijde, staande tussen het huis van Soetman Adriaensz., genaamd "den Jesus" en het huis van Jan Huijgensz. koekenbakker.

ORA Dordrecht inv. 734, f. 134v e.v.: op 1 nov. 1578 verkoopt Aeltgen Cornelisdr., weduwe van Dirick Adriaensz., aan het onmondig kind van wijlen Louff Laurensz., verwekt bij Marichgen Hermansdr., een jaarlijkse losrente van 6 gl. op een huis aan de Poortzijde, staande tegenover de Visbrug tussen het huis "de Jesus" en ... [sic].

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965 (verponding Dordrecht 1594), f. 6v: Pieter Cornelisz. Praem betaalt voor zijn huis aan de Groenmarkt 25 ponden, belenders: Thonis Thonisz. kramer en Adriaentgen Waelen, de weduwe van Jan Huijgen.]

Jan Huijgesz. [Verboom] koekenbakker     12

[Zie ook hieronder bij f. 12.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965 (verponding Dordrecht 1594), f. 6v en 7: Adriaentgen Waelen, de weduwe van Jan Huijgen betaalt 23 ponden 15 sch. voor haar huis aan de Groenmarkt, belenders: Pieter Cornelisz. Praem en Huijch Repelaer brouwer (in "de Sleutel")]

De weduwe van Jan Geritsz. brouwer     40

[Jan Gerritsz., zoon van Gherit Janssz., kocht in 1560 de bierbrouwerij "De Sleutel" (staande bij de Visbrug en naar de zich in het bijbehorende woonhuis aan de Groenmarkt bevindende gevelsteen ook bekend als "De Gouden Sleutel") van zijn broers en zusters als mede-erfgenamen. Hij wordt dan azijnbrouwer genoemd, een beroep dat soms werd uitgeoefend in combinatie met dat van bierbrouwer. Na zijn dood (in of vr 1576) zette zijn weduwe, Marijcken Jansdr. van Beaumont, het bedrijf voort. De brouwerij had een vrije doorgang naar de Nieuwe Haven, waaruit d.m.v. een putgalg het voor het brouwen benodigde water werd gehaald. Door vererving kwam de brouwerij anno 1588 in bezit van de familie Repelaer. Margaretha, de dochter en erfgename van Jan Gerritsz., was namelijk getrouwd met Hugo Anthonisz. Repelaer. Hun nakomelingen bleven in bezit van "de Sleutel" tot 1727, toen het voor 11.500 gl. werd gekocht door Philips van Haerlem. In 1612 werd een geheel nieuw gebouw aan de Varkenmarkt opgetrokken. "Getuige daarvan is nog altijd het poortje met het jaartal 1612 en de twee gekruiste sleutels ... ". Het pand aan de Groenmarkt werd daarna uitsluitend gebruikt als woonhuis. (Water wordt een feest zodra het bij de brouwer is geweest. Dordtse brouwerijen door de eeuwen heen. Jaarboek van de Historische Vereniging Oud-Dordrecht 2007, p. 141 e.v.)

Genealogie:

I. Jan Gheritsz. die coman, trouwde NN

- 1506: Jan Gheritsz. die coman koopt een huis aan de Poortzijde [Groenmarkt], genaamd "die Sloetell". (Water wordt een feest, p. 142)

zoon:

II. Gherit Jansz. geboren ca. 1496, koopman te Dordrecht, overleden in of vr 1560 (Water wordt een feest, p. 142), trouwde NN

- 17 dec. 1546: Geryt Jansz., koopman en poorter van Dordrecht, 50 jaar oud, verklaart op verzoek van Cornelis Cornelisz., waard in het "Moriaenshoeft" te Asperen, dat hij, Geryt Jansz., op 21 dec. 1533 van wijlen Aert Govertsz. voor 750 gl. gekocht heeft een huis aan de Poortzijde [Groenmarkt] bij de Visbrug, staande tussen het huis "de Sloetel", toebehorende aan hem, comparant, en het huis van de weduwe van mr. Adriaen Woutersz., secretaris van Dordrecht. Aert Govertsz. was toen (in 1533) getrouwd met Barbara Joestendr. en was al voordien eigenaar van het huis. (ORA Dordrecht inv. 1531 (nieuw), akte 327)

Zoon:

III. Jan Gerritsz., geboren naar schatting ca. 1530, azijnbrouwer, brouwer in "de Sleutel" sedert 1560, overleden ca. 1575, trouwde Marijcken Jansdr. van Beaumont, dochter van mr. Johan Govertsz. van Beaumont, azijnbrouwer in "den Bock" in de Wijnstraat te Dordrecht, en Jannigje Cornelisdr. Oem (Ons Voorgeslacht 2006, p. 101)

ORA Dordrecht inv. 705, akte 52: op 1 jan. 1566 verklaart Jan Gerritsz. brouwer, inwonende poorter van Dordrecht, dat hij op 17 nov. 1565 in Amsterdam in het schip van Huijbert Jansz., schipper van Gouda, heeft doen laden 16 last mout, t.w. 8 last voor hemzelf en 8 last voor zijn schoonmoeder Jannechgen Cornelisdr. Oomen, weduwe van Jan Govertsz. [van Beaumont], "ende dat tzelve mout [in Dordrecht] ... opgeleijt is om te verbrouwen tot geriefue van vanden gemeente ende ingeseten borgeren deser stede". 

ORA Dordrecht inv. 709, f. 117: op 8 okt. 1570 verklaren Barthout Gerritsz. brouwer, Adriaen Been Jacobsz. lakenkoper, als weduwnaar van Marijken Gerritsdr., voor zichzelf en voor zijn kinderen, verwekt bij dezelfde Marijken Gerritsdr., Mon Thomasz. lakenkoper, als man van Anneken Gerritsdr., Loijken Gerritsdr. en Adriaenken Gerritsdr. de Jonge, dat hun broer, Jan Gerritsz. brouwer, "henlieden wel ende ten vollen vernuecht ... heeft den 1en penning mette lesten, elcx heurlieden quote portie ende aenpaerdt als elcx van heurlieden competerende is geweest vuijt crachte vande coope" van een huis en brouwerij "van voren tot achteren", met al zijn toebehoren, genaamd "den Gulden Sloetel", staande aan de Poortzijde bij de Visbrug, door Jan Gerritsz. van hen, comparanten, gekocht in het jaar 1560.

ORA Dordrecht inv. 709, akte 747: op 25 juni 1571 transporteert Mon Thomasz. lakenkoper aan Jan Gerritsz. brouwer een heemraadsbrief van 9 1/2 Rijnse gl. jaarlijkse losrente, die hem is aangekomen bij overlijden van zijn vader, Thomas Jansz.

ORA Dordrecht inv. 715, f. 238 e.v.: op 16 aug. 1584 verkoopt Pieter Cornelisz. Praem muntenaar aan Marijken van Beaumont Jansdr., brouwster, weduwe van Jan Geeritsz., een erf gelegen achter zijn, verkopers, huis, in welk huis hij tegenwoordig woont, strekkende van de "egge" van de bierkelder van Marijken Jansdr. tot aan de bedstee van het huisje, waarin Cornelis Jansz. woont. Het erf is 9 roeden 3 voeten en 7 duimen lang. Bij de koop is niet inbegrepen de gang, die de verkoper voor zichzelf behoudt en die ligt tussen het achterhuisje en de heining van de weduwe van Evert Adriaensz. Waarborg: Dirck Jacobsz. goudsmid. De koopster is schuldig per reste van de koop van dit erf een somma van 450 Rijnse gl. van 20 st. het stuk. 

Dochter:

IV. Margareta Jan Geridsdr. in de Sleutel, geboren naar schatting ca. 1565, trouwde 12 febr. 1588 Hugo Repelaer Anthonisz.

Stamreeks Repelaer (gedeeltelijk overgenomen uit D.G. van Epen, Het geslacht Repelaer ['s-Gravenhage 1911]):

I. Hugo Repelaer Anthonisz., geboren naar schatting ca. 1565, trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 17 jan./12 febr. 1588 Margaretha Jan Geridsdr. in de Sleutel

Trouwboek Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht: 17 jan. 1588 aangetekend Hugo Repelaer Anthonisz. jong gezel van Dordrecht, geassisteerd met zijn moeder en "vrunden" en Margaretha Jan Geridsdr. in de Sleutel, jonge dochter van Dordrecht, geassisteerd met haar moeder en "vrunden", op 12 febr. 1588 voor schepenen getrouwd in "de Sleutel"

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965 (verponding 1594), f. 7: Hugo Repelaer brouwer betaalt 60 ponden voor zijn huis aan de Groenmarkt

Uit dit huwelijk:

a. Anthonis Repelaer, volgt II

II. Anthonis Repelaer, geboren Dordrecht dec. 1591, brouwer in "de Sleutel", burgemeester van 's-herenwege 1642-1644, burgemeester der gemeente 1643, overleden Dordrecht 21 okt. 1652, trouwde NG Dordrecht 10 jan./17 febr. 1616 Emmerentia van Driel, geboren Dordrecht 15 (of 19) dec. 1598, overleden Dordrecht 19 mei 1660, dochter van Jan Dirksz. van Driel en Lucia Goossensdr. Schilperoort

1000e penning Dordrecht 1626, f. 18: Anthonij Repelaer, "brouwer buijtendien onder de heeren Achte", aangeslagen voor een vermogen van 27.000 gl.

Anthonij Repelaer werd in de 200e penning van 1638 eveneens aangeslagen voor een vermogen van 27.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 13)

Portretten van hem en zijn vrouw op de pagina 1000e penning van Dordrecht (f. 18).

Uit dit huwelijk:

a. Hugo Repelaer, volgt III

III. Hugo Repelaer, geboren 21 febr. 1620, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1620, brouwer in "de Sleutel", burgemeester van 's-herenwege nov. 1666 tot sept. 1667, waarnemende het burgemeesterschap voor Cornelis de Witt tijdens diens afwezigheid op de vloot, overleden Dordrecht 10 aug. 1669, trouwde NG Dordrecht 20 mei/5 juni 1646 Margaretha Cools, geboren 30 aug. 1622, gedoopt NG Dordrecht okt. 1622, overleden Dordrecht 29 aug. 1679, dochter van Johan Cools en Margaretha Diericx

ORA Dordrecht inv. 815, f. 59v e.v.: op 16 sept. 1727 verkopen Ocker Repelaer, mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, als procuratie hebbende van Hester Cooijmans, weduwe van Antonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, Marija Gevaerts, weduwe van Hugo Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, en mr. Damas van Slingeland, oudraad van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende mr. Johan van Hogeveen, als man van Margarita van Slingeland, beiden kinderen en erfgenamen van Barthout van Slingeland, burgemeester van Dordrecht, voor 11.500 gl. aan Philippus van Haarlem, koopman te Dordrecht, een brouwerij genaamd "de Sleutel" met bijbehorende bierkelders, koren- en moutzolders, een rosmolen met twee paar stenen en verdere gereedschappen, voorts een pakhuis achter en naast de brouwerij staande, met diverse zolders, een koetshuis en een stal voor zeven paarden, alsmede een woonhuis, dat bij de brouwerij hoort en nog een huis staande naast de brouwerij, dat wordt bewoond door Johan Hebert, staande in de Wijnstraat [Groenmarkt] omtrent de Visbrug tussen het huis van Mattheus Codeus en het pakhuis van Hendrik de Saive.]

Kinderen:

a. Emerentia Repelaer Hugensdr., gedoopt NG Dordrecht 18 april 1647, trouwde NG Dordrecht 27 mei 1685 Baerthout van Slingelandt Damisz.

Kinderen:

a-1. Margareta van Slingelandt, gedoopt NG Dordrecht 24 april 1686, trouwde Johan van Hogeveen

a-2. Damas van Slingelandt, gedoopt NG Dordrecht 21 juni 1688

b. Anthonis Repelaer, volgt IVa

c. Hugo Repelaer, gedoopt NG Dordrecht 1655, overleden ald. 1713, trouwde NG Dordrecht 27 april 1681 Maria Gevaerts

Kinderen (o.a.):

c-1. Ocker Repelaer, gedoopt NG Dordrecht 18 sept. 1699, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 14 april 1728 Cornelia Everwijn

IV. Anthonis Repelaer, geboren 20 jan. 1649, gedoopt NG Dordrecht 31 jan. 1649, burgemeester van Dordrecht 1688, ontvanger der grafelijkheidstollen te Gorinchem 1689, overleden Dordrecht 17 mrt. 1725, trouwde NG Dordrecht/Haarlem 2/17 sept. 1674 Hester Coymans, jonge dochter van Haarlem (1674), overleden 's-Gravenhage 21 okt. 1733 (impost 's-Gravenhage 24 okt. 1733: vrouwe Hester Coymans, vervoerd naar Dordrecht), dochter van Balthasar Coymans, heer van Streefkerk en Lekkerland, ridder van St. Michel, raad en schepen van Haarlem, en Maria Harwijns.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 138 e.v.: op 15 nov. 1692 verkopen Anthonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht en ontvanger van de Grafelijkheidstol te Gorinchem, en zijn vrouw Hester Kooijmans, aan Huijbrecht van der Hoop, wonende te Dordrecht, voor 20.000 gl. contant de helft van de brouwerij "de Sleutel" en de helft van het huis daarnaast, staande op de Vogelmarkt [Groenmarkt] omtrent de Visbrug tussen het huis van de kinderen van Pieter Dircxsz. Codeus en dat van de weduwe van [Cornelis] van der Spoor, uitkomende met een pakhuis en kelder op de Varkenmarkt. De verkopers verbinden als waarborg de wederhelft van genoemde brouwerij etc.

Kinderen (o.a.):

a. Hugo Repelaer, gedoopt NG Dordrecht 1 sept. 1676, begraven Dordrecht 8 nov. 1727, trouwde 1e Dordrecht 23 juli 1702 Anna Sara Beijer *, 2e Dordrecht 10 jan. 1706 Lucia Adriana  Bressij, gedoopt NG Dordrecht 4 nov. 1678, dochter van Diederijck Bressij en Walteria Cools

* Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 23 juli 1702: Hugo Repelaer, van Dordrecht, en Anna Sara Beijer, van Rotterdam, beiden geassisteerd met Anthonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, en Hester Coeijman. "De bovenstaande persoonen sijn met legitimatie van haare twee kinderen na de ordre vande souverainen van den lande in wettelijcken egte door dom. Salomon van Til ingezegent en bevestigt, op den 23 Julij 1702". In margine: "Dese persoonen hebben op heden den 23e Julij haer 1. 2. en 3. geboden door ordre van mijn Ed. heeren van den gerechte".

ORA Dordrecht inv. 815, f. 132 e.v.: op 11 mei 1728 verkopen Johan Bout, vrijheer van Lieshout, als echtgenoot van Sara Repelaar, dochter en mede-erfgename van mr. Hugo Repelaar, in zijn leven burgemeester van Dordrecht, mr. Anthonij Dirk Repelaar, door veniam aetatis meerderjarige zoon en mede-erfgenaam van voornoemde Hugo Repelaar, en mr. Jan Bout nog als procuratie hebben van Hester Cooijman, weduwe Anthonij Repelaer, burgemeester van Dordrecht, als grootmoeder en voogdes over de minderjarige kinderen van Hendrika Repelaar, dochter van voornoemde Hugo Repelaar, welke kinderen mede diens erfgenamen zijn, voor 5600 gl. aan Herman Vingerhoet, achtraad van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Wijnstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van mr. Johan van der Burgh, heer van Naaldwijk en Sliedrecht, en het huis van de weduwe Van As.

Kinderen:

ex 1:

a-1. Sara (Anna) Repelaer, gedoopt Engelse kerk Dordrecht 24 jan. 1701, trouwde 's-Gravenhage 4 juni 1720 Jan Bout, vrijheer van Lieshout en Ginderdeuren, veertigraad van Dordrecht, bewindhebber van de WIC (kamer Rotterdam), geboren 's-Gravenhage 3 okt. 1694

a-2 Johanna Hendrica Repelaer, gedoopt Engelse kerk Dordrecht 22 jan. 1702

ex 2:

a-3. Emmerentia Repelaer, gedoopt NG Dordrecht 23 sept. 1709, vermoedelijk jong overleden

a-4. Diderik Anthonij Repelaer, gedoopt NG Dordrecht 23 dec. 1713

b. mr. Balthasar Repelaer, gedoopt NG Dordrecht 18 juli 1693, overleden ald. 11 aug. 1742, begraven Son (N.-B.) 18 aug. 1742, trouwde 's-Gravenhage (Kloosterkerk) 5/21 nov. 1713 Sophia Bout, gedoopt NG 's-Gravenhage (Kloosterkerk) 23 mrt. 1691. overleden Dordrecht 4 juli 1724, dochter van mr. Adriaan Bout, vrijheer van Lieshout, heer van Krimpen, en Anna Brackman (Van Epen, o.c., p. 14)]

 

Gevelsteen van "de Gouden Sleutel" aan de Groenmarkt (naast nr. 113). (www.gevelstenen.net)

Het poortje van brouwerij "de Sleutel" aan de Varkenmarkt (sept. 2011)

Tonis Ariaensz. huurt van de erfgenamen van Sijmon Sijmonsz. om 50 gl.     16

[ORA Dordrecht inv. 733, f. 170v: op 3 dec. 1577 verkopen Truijken Simonsdr., weduwe van Claes Huijmansz., voor zichzelf en tevens vervangende Huijman Cleijsz., Anneken Cleijsdr., Adriaen Henricxsz., als man van Marijcken Cleijsdr., en Lijnken Jansdr., weeskind van Jan Pietersz., verwekt bij Henricxken Claesdr., haar kinderen en kleinkind, en Marckus Corstiaensz., als man van Lijnken Cleijsdr., voor zichzelf, samen voor 1/6 part, en Pieter Sijmonsz., mede voor 1/6 part, aan Grietge Sijmonsdr., weduwe van Willem Cornelisz., twee zesde parten in een huis, staande omtrent de Visbrug aan de Poortzijde tussen het huis en de brouwerij "den Sloetel", toebehorende aan de weduwe van Jan Geeritsz., en het huis van de erfgenamen van Adriaen van Blijenborch Adriaensz. De genoemde twee zesde parten zijn de verkopers aangekomen bij overlijden van Marijcken Pietersdr. 

ORA Dordrecht inv. 737, f. 617, transportakte dd 6 aug. 1584: de erfgenamen van Aelbert[ken] Simonsdr. verkopen aan Grietgen Simonsdr., weduwe van Willem Cornelisz. [coman], een gerecht 1/6 deel van een huis omtrent de Visbrug aan de poortzijde [Groenmarkt] genaamd "Ruwaen", staande tussen het huis en de brouwerij "de Sleutel" en het huis van Adriaen Thonisz. vleeshouwer.  Idem f. 618, 6 aug. 1584: Simon Cornelisz. van Gesel verkoopt 1/12 part van hetzelfde huis aan Grietgen Simonsdr., weduwe van Willem Cornelisz. coman  (Zie Kwartierstaat Braat op deze website.)]

Ariaen Thonisz. vleeshouwer huurt van de erfgenamen van Adriaen van Blienborch om 30 gl.     9-12

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 43: op 31 mrt. 1579 transporteer Adriaen Anthonisz. vleeshouwer, als man van Janneken Cornelisdr., aan Neeltgen Cornelisdr. een rentebrief van 3 gl. jaarlijks, verleden door Frans Jansz. kleermaker.]

f. 5

Sijmon Cornelisz. van Gesel huurt van de voornoemde erfgenamen om 108 gl.     34-10-12

Pieter Aertsz. [Nan] vleeshouwer     28

[ORA Dordrecht inv. 737, f. 599: op 16 juli 1584 verlenen Pieter Nan Aertsz. en Lauwerens Laurensz., beiden vleeshouwers te Dordrecht, procuratie ad recipienda debita aan hun resp. echtgenotes, Neeltgen Abelsdr. en Lijsgen Aertsdr.]

Rochus Joosten huurt van Claes Jansz. Cruijenier om 72 gl.     13 gl. 12 penningen

[ORA Dordrecht inv. 734, f. 124: op 6 sept. 1578 verklaart David de Lue schuldig te zijn aan Siond Lus een somma van 900 gl. wegens de koop van diens "gerechticheijt" in het huis "den Hont", staande op de Vogelmarkt tussen het huis van de weduwe en erfgenamen van Jan Jansz. de Coninck en dat van Pieter Nan vleeshouwer.

ORA Dordrecht inv. 1570, f. 32v: op 29 mei 1578 verleent Nicolaes Jansz. Cruijenier, achtraad van Dordrecht, procuratie aan zijn "zwaeger", mr. Joost Alblas, om te vorderen, al hetgeen men hem, waar dan ook, schuldig mag zijn.

ORA Dordrecht inv. 735, f. 189v e.v.: op 16 dec. 1579 verkoopt David de Lue aan Niclaes Jansz. Cruijenier, lid van de Achtraad te Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], genaamd "den Hont", staande tussen het huis van de erfgenamen van Soetgen de Coninck en het huis van Pieter Aertsz. Nan vleeshouwer, zoals dat huis aan hem, David de Lue, is opgedragen door Siond Lus. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 1500 gl. Borg: Thonis Thonisz. Eelinck vaandrig.]

Jan van Moers     22

Mr. Jacob Pauli     24

[ORA Dordrecht inv. 707, f. 49: op 28 aug. 1567 stelt mr. Jacob Pauli, secretaris van Dordrecht, zich borg voor Henrick Snouck, zijn oom.]

Magdalena Ariaensdr.     22

[ORA Dordrecht inv. 1530 (nieuw), akte 70: 9 juli 1544 verklaren Wouter Baertoutsz. en Cornelis Baertoutsz., beiden voor zichzelf, Anthonis Dirxz., als man van Haesgen Baertoutsdr., Danil Huijmansz., als man van Aeltgen Baertoutsdr., en Jop Henrixz., als man van Adriana Baertoutsdr., samen tevens vervangende heer Philips Baertoutsz., Damas Baertoutsz. en Jacop Baertoutsz., allen erfgenamen van Damas Philipsz., in zijn leven tresorier van Dordrecht, dat zij enige goederen, die zij gerfd hebben van hun oom Damas Philipsz., verdeeld hebben, waarbij aan Anthonis Dirxz. is toebedeeld de helft van de uiterlanden in Barendrecht, die hun oom heeft nagelaten en waarvan de wederhelft is toegevallen aan diens weduwe.

30 april 1550: Mariken Willemsdr., weduwe van Damas Philipsz., voor de ene helft, en de erfgenamen van Damas Philipsz., m.n. heer Philips Baertoutsz., Wouter Baertoutsz., voor zichzelf en als voogd van Lijntgen en Meijnsgen, weeskinderen van wijlen Haesgen Baertoutsdr., zijn zuster, Cornelis Baertoutsz. en Jacop Baertoutsz., elk voor zichzelf, Danil Huijmansz., als man van Aeltgen Baertoutsdr., en Jop Henricxsz., als man van Adriana Baertoutsdr., samen voor de andere helft, verkopen aan Aeltgen Adriaensdr., een huis, genaamd "die Cluijs", staande aan de Poortzijde op de Vogelmarkt [Groenmarkt], tussen het huis "Keijserrijck" en het huis van Alit van der Biezen. De koper is schuldig aan Mariken Willemsdr. een somma van 1000 gl. Mariken Willemsdr. is schuldig aan de erfgenamen van Damas Philipsz. een bedrag van 1000 gl. wegens de koop van de helft van het huis "die Cluijs". Borg: Willem Vastertsz. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akten 206 t/m 208)]

Claes Jansz. van Wesel  brouwer     44

[15 juni 1543: compareren Neeltge, Vastardt Willemszoons weduwe, voor de ene helft en Willem Vastartsz. voor zichzelf voor 1/4 deel en als procuratie hebbende van mr. Adriaen Vastartsz., zijn broer, voor het resterende 1/4 deel. Zij verkopen aan Cornelis Crooswijck Jansz., schepen van Dordrecht, een huis, erf, "spiker", tuin en toebehoren, genaamd "Keijserrijck", staande aan de poortzijde [Groenmarkt], tussen het huis van Marichen, de weduwe van Damas Philipsz. en dat van Dirck van Bea[u]mont Govertsz. Borg: Willem de Bije Pietersz. (ORA Dordrecht inv. 693, f. 40)

ORA Dordrecht inv. 695, akte 197 dd 6 okt. 1546: het huis van Jan Reijersz. aan de Poortzijde wordt belend door het huis van Emmichen Pietersz., weduwe van Wael Adriaensz. 

ORA Dordrecht inv. 695, f. 33, 6 okt. 1546: Emmichen Pietersdr., weduwe van Wael Adriaensz., verkoopt aan Cornelis Crooswijck, burgemeester van Dordrecht, als voogd van Emmicken Cornelisdr. Bisschop, een rentebrief, verzekerd op een huis aan de Poortzijde, staande tussen het huis van Jan Oem Jansz. en dat van Jan Reijnsz.

ORA Dordrecht inv. 1535 (nieuw), akte 78, verklaring dd 20 juni 1553 op verzoek van Abraham Cornelisz. door Cornelis Cornelisz. Crooswijck, 30 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 1536 (nieuw): op 23 mrt. 1556 verklaren Jan Zegersz. van Emmichoven en Adriaen Jansz. Potter, voor zichzelf en tevens vervangende Bruijn Adriaensz., dat zij hebben gehuurd "tegens" Joetgen Jacop Oemsdr. met haar zwager Jan van Berkenroe , Cornelis Croeswijck met  zijn zuster Aechte Jansdr., Frans Adriaensz. en Jan Oem en Elisabeth Oem, zoon en dochter van Jan Oem Thielmansz., hun aandeel in ongeveer 14 morgen land, gelegen aan de Dussen buitendijks in het ambacht van Munsterkerk aan twee weren land, het ene genaamd "het Brede Weer" en het andere "het Smalle Weer", liggende tussen twee weren land, die men noemt "de Verbornden Werff" op de oostzijde, eigendom van Abel van Coulster c.s., en aan de westzijde Bruijn Adriaensz., strekkende van de halve Dussen noordwaarts "tot alme middel toe", welke huur is ingegaan met St. Pietersdag 1554 en zal duren totdat het land bedijkt zal worden.

ORA Dordrecht inv. 724, akte 188: op 12 sept. 1561 verkoopt Cornelis Croeswijck Jansz., schepen in wette van Dordrecht, aan Adriaen Henricxsz. een jaarlijkse losrente van 8 gl., verzekerd op een huis bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Aper Matheeusz. en dat van Janneke in de Lantscroen.

ORA Dordrecht inv. 703, akte 219: verklaring dd 29 nov. 1561 op verzoek van Aernt heer Cornelisz., ambachtsheer van de Mijl, Dubbeldam, etc., als dijkgraaf van Heinenoord, door Cornelis Crooswijck Jansz., 70 jaar oud, mr. Adriaen van Blijenburch, 29 jaar oud, Thielman Oem, 47 jaar oud, Gijsbrecht Jansz., 47 jaar oud, als hoogdijkheemraden, en Henrick Adriaensz., 52 jaar oud, als waarsman van Heinenoord. De deposanten verklaren, dat Frans Adriaensz., schepen in wette van Dordrecht, op 4 nov. 1561, toen "zeeckere beterschap van tlant van IJngen Adriaensz. den voersz. Aernt ... van der Mijle als dijcgraeve toegeschat werde", geen rechtdag voor hen, deposanten, heeft doen "leggen", maar dat Frans gekomen is voor voornoemde dijkgraaf en heemraden, en toen tegen Van de Mijle gezegd heeft: "ghij wiltet lant van IJngen Adriaensz. laeten schatten ende het is chijnslant ende den eijgendom coempt ons toe van [27] mergen ende als het landt vuijte scaede nijet gehouden en werdt zoe comptet ons toe ende ... IJngen Adriaensz. heeft noch guedt leggen in Mijnsheerenlant". Frans Adriaensz. heeft de dijkgraaf toen een bezegelde brief gegeven en die heeft hem tot antwoord gegeven, dat "hij nijet en liet schatten dan aende beterscap vant lant voirsz. ende dat Mijnsheerenlant buijten zijn jurisdictie was". Nadat de beterschap van voornoemd land de dijkgraaf "toegeschat" was, heeft Frans Adriaensz. aan de dijkgraaf en heemraden verzocht, dat zij hem het land zouden toewijzen "als verbeurt", waarop de dijkgraaf tegen hem gezegd heeft, dat "hij [d.w.z. Frans Adriaensz.] eerst recht maecken zoude".

ORA Dordrecht inv. 708, f. 7v, akte dd 12 april 1567: Jan Croeswijck Cornelisz. is deken van het Gilde van de Romeinen te Dordrecht. 

ORA Dordrecht inv. 727, akte 549: op 23 aug. 1569 leggen Cornelis Cornelisz. Croeswijck, ongeveer 44 jaar oud, en Gerrit Gerritsz., ongeveer 36 jaar oud, een verklaring af ten behoeve van Dirck Goessensz.

ORA Dordrecht inv. 728, f. 17 e.v.: op 28 okt. 1570 verkoopt Jacob Croeswijck Cornelisz. aan Nicolaes Jansz. van Wesel 1/7 deel van een huis aan de Poortzijde omtrent de Vogelmarkt [Groenmarkt], genaamd "Keijserrijck", staande tussen het huis van Govert Aertsz. vleeshouwer en dat van Magdalena Adriaensdr.

28 okt. 1570: Jacob Croeswijck Cornelisz. verklaart ontvangen te hebben uit handen van Jan Croeswijck, voor hemzelf, Gerrit de Heer Jansz., als man van Soetken Croeswijck Cornelisdr., Aert Pietersz., als man van Emmichen Cornelisdr. en Neeltgen Croeswijck Cornelisdr., weduwe van Claes Euwoutsz. een aantal brieven, nl. 1e een koopbrief van 7 morgen land in Nieuw-Rijderwaert in een weer land van 18 morgen, gepasseerd voor schout en heemraden van Rijderambacht door de erfgenamen van Henrick Snouck ten behoeve van Jan Eelantsz. op 28 mrt. 1523, 2e een koopbrief van 2 morgen land in Nieuw-Rijderwaert in een weer land genaamd "de Diercoop", gepasseerd voor schepenen en heemraden van Rijderambacht door Rochus Aertsz. ten behoeve van Cornelis Croeswijck Jansz. op 28 april 1546 (na Pasen), en 3e een koopbrief van het huis te Crooswijck met "vierdalfve" morgen land in het ambacht van Hillegersberg, gepasseerd voor schout en buurluiden van dat ambacht door Jan van Cralinghe ten behoeve van Willem van Cralingen op 10 dec. 1454. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 18)

31 okt. 1570: Nicolaes Jansz. van Wesel verklaart, dat hij in mindering van de koopsom van het huis etc. genaamd "Keijserrijck", dat hij heeft gekocht van de erfgenamen van Cornelis Croeswijck Jansz., o.a. aan Jan Croeswijck Cornelisz. overgedragen heeft een rentebrief van 6 gl. 10 st. 15 penn. jaarlijks, welke Jan Croeswijck aanbedeeld is bij de vertichting, die is gemaakt tussen de erfgenamen van Cornelis Croeswijck Jansz. op 9 nov. 1566. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 21 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 728, f. 24v e.v.: op 31 okt. 1570 verkopen Jan Croeswijck Cornelisz., voor zichzelf, en Aert Pietersz. als man van Emmechen Croeswijck Cornelisdr., samen tevens vervangende Cornelia Croeswijck Cornelisdr., weduwe van Nicolaes Euwoutsz., en Cornelis Croeswijck Cornelisz., alsmede de weeskinderen van wijlen Digna Croeswijck Cornelisdr. *, aan Nicolaes Jansz. van Wesel, 5 [bedoeld is 5/7] delen van een huis, erf en "spijker", genaamd "Keijserrijck", staande aan de Poortzijde omtrent de Vogelmarkt tussen het huis van Magdalena Adriaensdr. en dat van Govert Aertsz. vleeshouwer. Waarborgen: Jan Croeswijck Cornelisz. en Aert Pietersz. De koper is wegens de koop van dit huis schuldig aan de voornoemde erfgenamen van Cornelis Croeswijck Jansz. een somma van 600 gl. Borgen: Jan Thomasz. van Wesel en Govert van Beaumont Jansz. brouwer.

* ORA Dordrecht inv. 725, akte 100: op 14 okt. 1563 transporteren Guillaume de Huijgo en zijn vrouw Digna Cornelisdr. Croeswijck aan Cornelis Bisschop, poorter van Brugge, alle goederen, die hun bij erfenis zullen aankomen.

ORA Dordrecht inv. 728, f. 66v: op 16 jan. 1571 verkoopt Gerrit de Heer Jansz., als man van [Soetken] Cornelis Croeswijcxdr. aan Niclaes Jansz. van Wesel 1/7 part van een huis, erf en "spijker", genaamd "Keijserrijck", staande aan de Poortzijde omtrent de Vogelmarkt tussen het huis van Magdaleena Adriaensdr. en dat van Govert Aertsz. vleeshouwer. Waarborg: Aert Pietersz. lakenkoper.

ORA Dordrecht inv. 728, f. 77v e.v.: op 6 febr. 1571 legt Gerrit Michalis, secretaris van Dordrecht, op verzoek van Hieronimus Haeck verklaring af. Hij getuigt onder ede, dat een aantal jaren geleden hij op verzoek van de rekwirant "geminuteert oft ontworpen heeft gehadt zekere depositie die Cornelis Croeswijck Jansz. ende Jacob Adriaensz. daer mede present zijnde ten versoucke vanden voorsz. requirant doen ende passeren zoude houdende van woerde te woerde als hier naer volcht: Ter instantie van Hieronimus Haeck ... Cornelis Croeswijck Jansz. oudt LXX jaeren ende Jacob Adriaensz. oudt omtrent tzestich jaeren juramento dicunt dat zij deposanten opten [27 mei 1561] als schepenen present geweest hebben ten huijse van Henrick Letterhuijs coopman deser stede ende dat ten zelven tijde voer hen deposanten gepasseert is zekere borchtochte bij Jacob van Wels, Herman Bachrach ende Henrick Letterhuijs voor eenen Philips Palm koopman ende borger der stadt Colen voor de waerde van alsulcken minutin van oerlogen als eenen [Pieter?] Matheuszoon schipper en poerter deser stede doen ter tijt in zijn hoedeschip [hoede, huede, of hode = klein vrachtschip] bevracht hadde toebehoerende den voorsz. Philips Palm ... "

ORA Dordrecht inv. 737, f. 434: op 24 mrt. 1584 verklaren op verzoek van Huijbrecht Sanders Niclaes Jansz. van Wesel, schepen in wette van Dordrecht, ongeveer 38 jaar en Cornelis Engbrechtsz. ziepzieder, ongeveer 47 jaar oud, burger van Dordrecht , dat zij ongeveer 14 dagen tevoren, na het overlijden van Aeltgen Thomasdr., in haar huis in de Spuistraat zijn geweest, waar mede aanwezig waren de rekwirant en Franchois de Buijlere de Jonge, die daar in aanwezigheid van Huijbert Balis schoolmeester zekere boedel genventariseerd hebben.]

Ariaen Willemsz. vleeshouwer huurt van Jaepken Stevens om 72 gl.     13 gl. 12 penningen

f. 5v

Claes Woutersz. van den Burch     24

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 47v: op 9 april 1579 verklaart Pieter Jacobsz. alias Jonge Zwarte Paert, wonende in Beijerland, dat hij tot "bevrijdinge" van een borgtocht van 448 gl., die Niclaes Woutersz. van de Borch voor hem gedaan heeft ten behoeve van Jan Govertsz., deurwaarder van het "comptoir" van Zuid-Holland, aan Van de Borch overgedragen heeft een rentebrief van 42 ponden 3 sch. 9 d. jaarlijks, verleden door Joris Maertensz. Deijm voor schout en schepenen van Beijerland op 20 jan. 1579.

ORA Dordrecht inv. 1571, f.48v: op 9 april 1579 verkoopt Jacob Dircxsz. Absou brouwer aan Niclaes Woutersz. van de Borch, als voogd van Anneken Govertsdr., weeskind van wijlen Govert Geeritsz., een jaarlijkse losrente van 6 gl. op zijn huis aan de Landzijde, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jacob Adriaensz. brouwer en dat van Lijntgen Pietersdr.]

Geertgen Hermansdr.     6

Cornelis Henricxsz. [van Slingeland] burgemeester      22 gl.

[Cornelis Hendriksz. van Slingeland, geboren 1507, burgemeester van Dordrecht 1572-1577, overleden 15 juni 1583, zoon van Hendrick Cornelis Hendricksz. en Digna Bogaerdt, trouwde 1e Catrijn Brouwer Jansdr., geboren 1509, overleden 12 okt. 1568, 2e 19 juni 1569 Hillegond Wenssen, geboren 1529, dochter van Jacob Aertsz. en Cornelia van Slingeland Jansdr. en weduwe van Cornelis de Jonge Willemsz. [De Nederlandsche Leeuw 2001, kol. 578-579]

Henrick van Slingelant en zijn vrouw Digna Bogaert, door Aart Schouman naar een origineel uit 1548

ORA Dordrecht inv. 737, f. 604 e.v.: op 21 juli 1584 comp. voor schepenen van Dordrecht Hillegont Wensen Jacobsdr., weduwe van Cornelis Henricxsz. van Slingelant, burgemeester van Dordrecht, enerzijds en Marijcken Cornelisdr., weduwe van Henrick Cornelisz. van Slingelant, voor zichzelf en als moeder en voogdes van haar kinderen, verwekt door Henrick Cornelisz. van Slingelant, Danil Verlou, als man van Agatha Cornelisdr., Pieter Jan Anthonisz., als man van Loijcke Cornelis Henricxsdr., Marijcke Cornelis Henricxsdr., weduwe van Andries de Bije, als moeder en voogdes van haar kinderen, verwekt door Andries de Bije, Pieter Pietersz., weduwnaar van Digna Cornelis Henricxsdr., als vader en voogd van zijn kinderen, verwekt bij Digna Cornelis Henricxsdr. en Pieter Pietersz. de Jonge, voor zichzelf en samen met Danil Verlou en Pieter Jan Anthonisz. voogd over de weeskinderen van voornoemde Henrick Cornelisz., Marijcken Cornelis Henricxsdr. en Digna Cornelis Henricxsdr., anderzijds. Comparanten verklaren, dat zij na het overlijden van Cornelis Henricxsz. van Slingelant, "gevisiteert ende doorgesien hebbende sijn regres ende blaffaerden ende meede de huijwelijcxe voerwaerden tusschen hem ende de voorn. jouffrouw Hillegont" en na kennisneming van de inventaris van de door hem nagelaten goederen, onderling zijn nalatenschap verdeeld hebben. Daarbij is aan zijn weduwe toebedeeld al hetgeen zij overeenkomstig de huwelijkse voorwaarden in de gemeenschappelijke boedel heeft ingebracht, met daarbij nog een somma van 400 gl. De overige comparanten is aanbedeeld al hetgeen Cornelis Henricxsz. bij het sluiten van zijn huwelijk met Hillegont Wensen heeft ingebracht. Aangezien Cornelis zijn huis, dat staat op de hoek van de Tolbrug aan de Poortzijde [bij het tegenwoordige Scheffersplein] en zijn tuin met huisje bij het Bagijnhof heeft verkocht aan Pieter Jan Anthonisz., zijn schoonzoon, die de koopsom met rentebrieven heeft voldaan, zijn de voornoemde kinderen en erfgenamen alleen toebedeeld de renten en rentebrieven van de verkochte huizen en tuin en daarbij nog een aantal andere renten en rentebrieven en een somma van 500 gl.]

Ghijsbert Jansz. [in de Engel] tresorier      24 gl.

[Het huis en "spijcker" (opslagplaats) genaamd "Beijeren" van wijlen Ghijsbert Jansz. "tresorier", staande bij de Tolbrug aan de Poortzijde [Groenmarkt] tussen het huis van Cornelis Henricxsz. en dat van Cornelis Jansz. schiptimmerman, van voren tot achteren uitkomende op de Nieuwe Haven, wordt op 3 mei 1581 door zijn erfgenamen, m.n. Jan Ghijsbrechtsz., Willem Ghijsbrechtsz. en Eeuwout Jansz., wonende te Rotterdam, als man van Marijcken Ghijsbrechtsdr.,  verkocht aan Cornelis de Vries Willemsz., achtraad van Dordrecht. Waarborg: Mathijs Berck. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2500 gl. Borgen: mr. Jacob Pauli, pensionaris en Jan Pauwelsz., schepen van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 162v)]

Cornelis Jansz. [schiptimmerman] en Claes Apersz.      14 gl. 8 st.

Jacob van Diemen muntenaar     [geen bedrag vermeld, vrijgesteld van betaling omdat hij munter was]

Adriaen Mes [Laurensz.]    20

[ORA Dordrecht inv. 739, f. 38 e.v., akte dd 26 sept. 1586: Engelken van der Linde Damasdr., weduwe van Adriaen Mes Laurensz., geassisteerd met Willem Stoep Dircxsz. de Oude als haar gekoren voogd, voor de ene helft en Adriaen Jansz. lakenkoper, wonende op de Riedijk en Quirijn Willemsz. olieslager, als voogden en Simon van de Mijle Claesz. en Dirck Gerbrantsz. [Stoop], als naaste verwanten van Laurens Mes Ariensz. en Damas Mes Ariensz., onmondige kinderen van Adriaen Mes, verwekt bij Engelken Damasdr., [voor de andere helft], verkopen aan Thonis Willemsz. wijnkoper een huis, erf, achterhuis, tuin en andere toebehoren. genaamd "den Hantbooch", staande aan de Poortzijde [Groenmarkt] tegenover de Tolbrug, aan n zijde belend door het huis van Jacob van Diemen de Oude en uitkomende in het Tolbrugstraatje. Waarborgen: Willem Stoop Dircxsz. de Oude voor de ene helft en Jan van de Borch Pietersz., Adriaen Jansz. en Quirijn Willemsz. voor de andere helft. Koper kent schuldig aan verkopers een somma van 2200 gl. Borg: Adriaen Anthoenisz. Repelaer.

ORA Dordrecht inv. 751, f. 69: op 29 mei 1610 verkoopt Thonis Willemsz. wijnkoper, geassisteerd met Quintijn Pietersz. van der Velde bakker, aan Cornelis Aertsz. van Gesel de helft van een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Johan van Cruijskercken lakenkoper en het huis toebehorende aan de erfgenamen van Jacob van Diemen, genaamd "de Gouden Leeuw" en staande tegenover de Tolbrug aan de poortzijde. Waarborg: Quintijn Pietersz. van der Velde.]

Jacob Govertsz. huurt van Huijbrecht Adriaensz. om 30 gl.    9-12

f. 6v

Van Tolbrugstraatje naar de Nieuwe Haven

De weduwe van Huijbert Henricxsz. huurt van Adriaen Lauwen om 12 gl.     3-16-12

Willem Pietersz. huurt van Jacob Govertsz. om 12 gl.     3-16-12

Tonis Ariaensz. schipper     3-10-16

Ariaen Jansz. huurt van Jacob Laurisz. schiptimmerman om 11 gl.     3-10-6

Jaepken Stevens koestal     3-16-12

[Jaepken Stevensdr, geboren naar schatting ca. 1525, overleden in of na 1585, trouwde naar schatting ca. 1550 Govert Aertsz. (van Ammeroijen, van Amerongen), geboren naar schatting ca. 1525, vleeshouwer te Dordrecht, overleden ca. 1575, zoon van Aert Govertsz., vleeshouwer te Dordrecht en Marijcken Willemsdr.

- 5 aug. 1546: de stal van Aert Govertsz. vleeshouwer wordt belend door een huis "in den elleboch van't manhuijsstraetge" (ORA Dordrecht inv. 695, f. 17v)

- 14 febr. 1551: verklaring op verzoek van Aert Govertsz. vleeshouwer (ORA Dordrecht, 698, akte 22)

- 20 april 1554: verklaring op verzoek van Adriaen van der Duijn, als gemachtigde van Stijnken Jorisdr., door Aert Govertsz., 54 jaar oud, vleeshouwer en burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1535 (nieuw), akte 400)

- 20 dec. 1560: Sciltman Adrijaensz. uit Zwijndrecht, voor zichzelf, Jan Adrijaensz. Vinck uit De Lindt, als oom en bestorven voogd van de weeskinderen van wijlen Steven Jansz. uit Mijnsheerenland, Marijchgen Willemsdr., weduwe van Aert Govertsz. vleeshouwer voor zichzelf en Marijchgen Dircxsdr., weduwe van Rutgert Dircxsz., verlenen procuratie ad lites aan mr. Eeuwout Aertsz., priester en kanunnik te Dordrecht, Adrijaen Aelbrechtsz. en Dirck Lenertsz. in Mijnsheerenland et "eorum quemlibet" contra de prior en "de gemeene convente" der Kartuizers buiten "Couelens" [ = Coblenz ?] (ORA Dordrecht inv. 702. f. 90v)

- 15 juni 1571: Willem Aertsz. vleeshouwer, voor zichzelf, van wege zijn moeder Marijken [Willemsdr.], de weduwe van Aert Govertsz. en  uit naam van zijn broers en zusters, verkoopt aan Adriaen Jansz. steenhouwer een huis en erf "ofte koestal" in het Manhuisstraatje, staande naast het huis van Corstiaen in den Arent en achter grenzende aan het Weeshuis. (ORA Dordrecht inv. 709, f. 198v)

- 9 mrt. 1576: Jaepken Stevensdr., weduwe van Govert Aertsz. van Ammeroijen vleeshouwer. (ORA Dordrecht inv. 711, f. 7)

- 30 [april] 1584: Steven Willemsz. vleeshouwer verkoopt Jaepgen Stevensdr., weduwe van Govert Aertsz. van Amerongen een jaarlijkse losrente van 9 gl., verzekerd op een huis omtrent de Visbrug, staande tussen het huis genaamd "den Osch" en het huis van Cornelis Aertsz. vleeshouwer. In margine: comp. in de secretarie van Dordrecht Marijcken Cornelisdr., "meestersse" van het Bagijnhof, als procuratie hebbende van Jan Pietermans, die betreffende rentebrief heeft gerfd van Jaepken Stevensdr. en verklaart, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 11 mei 1584. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 516)]

Henrick Pietersz. [Spinoij] smid     3-4

[ORA Dordrecht inv. 1570, f. 156v: op 3 nov. 1578 verkopen Adriaen Snouck Govertsz., als man van Aeffgen Hermansdr., Jan Bongert, als man van Willemken Soetmansdr., en Herman Soetmansz. aan Henrick Pietersz. Spinoij een huis in de Tolbrugstraat tussen huis van Evert Willemsz. en het erf van de verkopers. Henrick Pietersz. Spinoij smid is schuldig aan verkopers een somma van 352 gl. Borg: Pieter Pietersz. Spinoij.]

f. 6v

Joost de spelmaecker [Sijmon Joosten spelmaecker] huurt van Evert Willemsz. smid om 20 gl.     6-8

Aert van Thiel huurt van Cornelis Pietersz. coster om 18 gl.      5-15-2

Sijmon Joosten spelmaecker huurt van Mels Damasz. stoeldraaier om 20 gl.    6-8

Mels Damasz. stoeldraaier     6

Jacob Henricxsz. van Ruremundt     4

[22 sept. 1578: Adriaen Jobsz. en Haddeman Joosten, als weeshuisvaders en administrateurs van het Arme-Weeshuis te Dordrecht, verkopen aan Jacob Henricxsz. schiptimmerman een huis op de Nieuwe Haven, waar uithangt "Remunt", welk huis het weeshuis is aangekomen voor het onderhouden van de vier weeskinderen van wijlen Pieter Willemsz. hellebaardier, die in het weeshuis wonen. (ORA Dordrecht inv. 734, f. 119)]

De toren van Grietgen van Driel     12 gl.

[Ook genaamd Watersteintoren. De toren stond tussen de Knolhaven en de Varkenmarkt. Zij werd omsteeks 1560 gesloopt en daarna met een andere functie weer opgebouwd. In 1591 verkocht  Margaretha Wenssen, weduwe van Cornelis van Driel Claesz., alias Grietgen van Driel, de toren. In 1617 werd zij eigendom van de stad en ingericht tot stadswerkhuis ("timmerhuijs'). In 1645 wordt gesproken van het voormalig stadswerkhuis. (Van der stede muere. Jaarboek 2000 van de vereniging Oud-Dordrecht [Dordrecht 2001], p. 83-84) "In 1553 werd [de toren] in het kohier van de 10e penning vermeld: 'Den toren van Cornelis Claessoen van Driel staende opten nijeu haven ande waterzij/ onder een kelder en(de) bove(n) een [korenzolder].' De toren lag direct aan het water van de Nieuwe Haven, zodat het voor de hand ligt dat de korenhandelaar Cornelis Claesz. van Driel de toren gebruikt heeft als graanpakhuis. Overigens werd de toren door de taxateurs van de belastingen niet zeer hoog ingeschat: de aanslag vanwege de 10e penning bedroeg in 1553 slechts 7 Rijnsgld. en in 1555 was het haardstedegeld voor 'Cornelis Claesz. thoren' slechts 1 Car. gld. In 1561 behoefde wegens 'den thoorne toebehooren(de) Cornelis Claesz. van Driel weduw(e) dewelcke inde Jare LXJ leech gestaen heeft' zelfs helemaal niets betaald te worden, al was wel 3 [pond] verschuldigd voor 'een kelder staende onder den selfden thoern dewelcke in huyre heeft Hans Slootgens'. Uit hetzelfde kohier van 1561 blijkt, dat er naast de toren nog een scheepstimmerwerf gelegen heeft, vermoedelijk aan de westzijde. ... Het gebied Tolbrugstraat-Waterzijde is archeologisch onderzocht in de periode 1968-1971. Bij deze opgravingen werden de zeer zware en diepe funderingen van de Watersteintoren blootgelegd." (Ir. C. Sigmond en K.J. Slijkerman, Drie verwante geslachten Van Driel (Zuid-Hollandse eilanden, ca. 1350-1650) [Rotterdam/Waarde 1998, p. 83]]

Truijken van Asperen     6

De weduwe van Jan Bossch     4

f. 7

Jacob Jansz. Pollepel huurt van voornoemde weduwe om 24 gl.     7-13-8

Jan van Dilsen huurt van Sijmon van Gesel om 36 gl.      12-10-4'

Willem Govertsz. [Maerten Damasz.] huurt van Jan van Moers om 12 gl.     3-16-12

Cornelis Jansz. schiptimmerman [Willem Govertsz., Aert Pietersz. kuiper] om 12 gl.     3-16-12

Tonis Pouwelsz. schiptimmerman     14

Geerit Jan Sijbertsz. huurt van Dirick van Doorn om 36 gl.     11-10-4

Dirick van Doorn     12

f. 7v

Het Vleijsschouwerstraetgen van achteren die slinckerhandt ingegaen

Balten Cornelisz. huurt van Thonis Pouwelsz. om 36 gl.     11-10-4

Willem Willemsz. smid     7

De weduwe van Dirick Tin    4   

[ORA Dordrecht inv. 715, f. 203v e.v., akte dd 15 mei 1584: de erfgenamen van Laurens Adriaensz. en Anneken Adriaensdr. verkopen voor 606 gl. aan Cornelis Pouwelsz. bakker, als man en voogd van Lijsbeth Laurensdr., een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Andrijes Pietersz. smid en dat van Marijcken Adriaensdr., weduwe van Dirck Tin schiptimmerman. Borg (voor koper): mr. Pijeter Pijetersz.]

Cornelis Roes huurt van Thonis Pouwelsz. om 15 gl.     4-16

Pieter Claesz.     3-4

[ORA Dordrecht inv. 733, f. 54v: op 8 aug. 1577 verkoopt Cornelis Thonisz. Kennip viskoper, voor de ene helft en voor 1/3 part van de wederhelft, tevens vervangende zijn halfbroer Arien Thonisz. en zijn halfzuster Marijcken Thonisdr., voor 2/3 parten in de helft, aan Pieter Claesz. schipper een huis in het Vleeshouwersstraatje, staande tussen het huis van de weduwe van Cornelis Maij Doenen en het huis van Anna Lauwen. Waarborg: Goossen Geeritsz. viskoper.]

Adriaen Lauwen vendrich     6

[ORA Dordrecht inv. 715, f. 202v e.v., akte dd 15 mei 1584: de erfgenamen van Laurens Adriaensz. en Anneken Adriaensdr. verkopen voor 787 gl. en 10 st. aan Gijsbert Lenertsz. schipper een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Gerit Cornelisz. stoeldraaier en dat van Neeltgen Pietersdr.]

Gerit Cornelisz. stoeldraaier

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965 (verponding Dordrecht 1594), f. 26v: Jan Sijmonsz. van Luijck huurt een huis in de Vleeshouwersstraat van Gerit Cornelisz. stoeldraaier, belend door Jan Rommen smid en Adriaen Jacobsz. koekenbakker, die eveneens huurt van Gerit Cornelisz. stoeldraaier]

f. 8

Dirick Henricxsz.     7

Herman Soetmansz. huurt van de erfgenamen van Ariaen Schot om 30 gl.     9-12

Willem Ariaensz. koperslager      3-10

Ariaen Fransz. pasteibakker     3-10

Aert Pier Broijkens kuiper huurt van Aeltgen Wouters om 15 gl.     4-16

Grietgen Bastiaens huurt van voornoemde Aeltgen Wouters om 12 gl.     3-16-12

Wederom keerende gaende over dander zijde van tzelve straetgen

f. 8v

Willem Willemsz. hellebaardier huurt een kamer van Reijer Ariaensz. om 12 gl.     3-16-12

Ariaen Cornelisz. huurt van Mels Jansz. om 12 gl.     3-16-12

Cornelis Geeritsz. huurt van voornoemde Mels Jansz. om 12 gl.    3-16-12

Jacob Ariaensz. glaesmaecker      4

[Zie Genealogische Sprokkels op deze website s.v. Pieter Jansz. glasmaker.

ORA Dordrecht inv. 734: op 5 mei 1578 verkopen Jacob Adriaensz. glaesmaecker, voor zichzelf en tevens vervangende Willem van Diemen Cornelisz., als voogden van de twee weeskinderen van wijlen Jan Willemsz. chirurgijn, genaamd Marichgen Jansdr. en Baertgen Jansdr., voor drie vierde delen, en Jan Jaspersz., als man van Aeltgen Jansdr., voor het resterende vierde deel, aan Joost Coenesz. van Thienen een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van mr. Jacob schoolmeester en dat van Janneken de tasmaakster. Waarborgen: Jacob Adriaensz. en Jan Jaspersz.

ORA Dordrecht inv. 1571, f. 20 e.v.: op 2 febr. 1579 verkoopt Pieter IJsbrantsz. koperslager aan Jacob Adriaensz. glasmaker een erf achter het huis van de koper alsmede een erf, dat ligt achter n van de twee huizen van Mels Jansz., strekkende het huis van Pieter Pietersz. smid tot aan de halve eg van het erf van Pieter Jansz. boormaker. Waarborg: Frans Cornelisz. Grotewerkman. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 26 Vlaamse ponden. Borg: Pieter Jansz. boormaker.]

Pieter Pietersz. smid     4

Toentgen Jansdr. huurt van Borrighen Jansdr. om 12 gl.      3-16-12

Marijken in de Goudtsblom     3-4

f. 9

Claes de Roch schipper     3-10

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 10v: op 14 jan. 1579 verklaren Cornelis Ariensz. kaaskoper, ongeveer 60 jaar oud, Jan Huijbrechtsz., ongeveer 56 jaar oud, Claes Jansz. de Roch, ongeveer 42 jaar oud en Pieter Henricxsz. Coster, ongeveer 36 jaar oud, schippers en burgers van Dordrecht, op verzoek van Jacob Thonisz. en Arent Thonisz. van Haarlem, dat zij in 1573 gediend hebben en door de regeerders van Dordrecht uitgezonden zijn om te dienen op de meren van Haarlem.]

De weduwe van Cornelis Ariaensz.    3-10

Henrick Henricxsz. smid     3-10

Willem Govertsz.     3-10

Pieter Jansz. huurt van Cornelis Caesscooper om 12 gl.     3-16-12

Cornelis Henricxsz. huurt van Anna Stevens om 12 gl.     3-16-12

Joost Jansz. smid      6

Adriaen Snouck houtkoper     14

[ORA Dordrecht inv. 1570, f. 14: op 13 mei 1578 verkopen Herman Soetmansz. en Jan Bongert, als man van Wilhelmina Soetmansdr., aan Adriaen Snouck Govertsz., twee derde delen van een huis achter in de Vleeshouwersstraat op de hoek van de Nieuwe Haven, staande tussen 's herenstraat en het huis van Govert Jansz. brouwer, met een erf daartegenover liggende op de Nieuwe Haven.]

Tonis Michielsz. huurt van Govert Jansz. om 42 gl.     13-8-12

f. 9v

De weduwe van Ghijssbert Rochusz.     10

[ORA Dordrecht inv. 729, akte 540 dd 30 okt. 1572: Rochus Ghijsbrechtsz. en Henrick Ghijsbrechtsz. verlenen procuratie aan Jan Potter van der Loo, deurwaarder van "den comptoire van Suijthollant", om te procederen tegen Adriaen Louff Adriaensz. aangaande de goederen, die zijn nagelaten door wijlen Aertken Thonisdr.]

Willem de Jong    14

Jacob Minnen houtkoper    16

Cornelis Frans Wittensz.     14

[I. Frans de Witt Kornelisz., geboren 1516, overleden 25 jan. 1565, begraven in de St. Jacobskapel van de Nieuwkerk, trouwde 1e 9 febr. 1539 Liduwi van Beveren Pietersdr., 2e 29 juni 1563 Katharina van Beverwijk Philipsdr., geboren ca. 1538, OSP 1608 (70 jaar oud) Balen, o.c., deel II, p. 980 en 1316)

- 17 sept. 1568: op verzoek van Jan en Dirck Philipsz. verklaart heer Dirck Claesz., pastoor te St. Antoniepolder, 35 jaar oud, "bij zijn priesterlicke woerden leggende zijn handt op zijn borste, in plaetse van eede", dat hij op 20 aug. 1568 in de Grote Kerk van Dordrecht geweest is, waar de provisor en deken van Zuid-Holland hun consistorie hielden, en dat hij toen gehoord en gezien heeft, dat Jan en Dirck Philipsz. namens hun zuster, Katharina Philipsdr., "aldaer exhibeerden in juditie zeeckere gescrifte ofte declaratie van costen, op ende jegens Cornelis Cloot", verzoekende van de provisor en deken taxatie van dien. "Ende dat tzelve gehoert die weder parthije vanden requiranten voorn. met eenige [van] zijn consorten heeft gefulmineert ende zeer qualicken gesproken jegens den voorn. Jan Philipsz. seggende: u suster is mijn getroude wijff, ick heb haer hier ende daer zoe dickwijls alst mij gelieft heeft gehadt gesoent gehadt, op sijn oneerlicxte, met meer andere oneerlicke ende onbetamelicke woerden". Jan Philipsz. heeft daarop gezegd: "mijn suster en is u wijff nijet", mair die vrouwe die daer opte kaecke gestaen heeft ende haer tonge aff gesneden is, dat mach u wijff zijn. Ende dat overmits daer noch veel andere scandelicke woerden gevielen zoe heeft den provisoir [iemand] belast ... om 's heeren dienaers te halen, die hem assistentie zouden doen". (ORA Dordrecht inv. 726, akte 434) 

- 23 sept. 1568: op verzoek van Cornelis Cornelisz. Cloot verklaart Thoenken Pietersdr., 46 jaar oud, dat zij meer dan 16 jaar lang dienstmaagd geweest is bij Philips Ogiersz. en dat zij op 7 sept. 1568 verzocht is te komen naar het huis van Joost Willemsz. linnenwever door Katharina Philipsdr., die haar heeft gevraagd om naar de moeder van de rekwirant te gaan "ende haer seggen dat zij den Requirant zoude willen seggen dat hij in huijs zoude willen blijven zoo langhe dat hij antwoorde van haer Katharina creech want dvoirsz. Katharina zeijde dat zij Alijt haer nichte seijnden zoude tot haere ouders ende als zij tot haer ouders gesonden hadde zoe zoude zij den Requirant antwoorde laten weeten. Ende dat zij deposante daer op zeijde totten voersz. Katharina Philipsdr.: Trijnken en zoudt ghij bij u propoost nijet blijven (te weeten vanden Requirant te trouwen) mair dat ghij weder van een ander sinne zoudt werden, zoe en laet mij daer nijet gaen. Ende dat de voirsz. Katharina daer op zeijde: Ick en begeer in mijn ouders huijs nijet meer te gaen in dese schijn, want ick begeer mijn ziel te quijten ofte mijn conscintie te vrijen". De deposante is vervolgens gegaan naar het huis van Marijcken Jonckersdr., wonende in het Torenstraatje, waar zij de moeder van de rekwirant ontboden heeft  en haar al hetgeen hiervoor geschreven staat heeft verteld, en haar gevraagd om 's avonds naar de zuster van de deposante te komen, waar zij haar dan vertellen zou welk antwoord Katharina van haar ouders gekregen had. De deposante verklaart voorts, dat Katharina tegen haar gezegd heeft: "dat het zoo verre tuschen haer ende den voorsz. Requirant gecomen was, dat zij geen ander man en begeerde dan den Requirant". (ORA Dordrecht inv. 726, akte 439)

- 20 mrt. 1569 [1568 is doorgehaald]: Philips Ogiersz., schepen in wette van Dordrecht, verklaart namens zijn dochter, Katharina Philipsdr., weduwe van Frans Cornelisz. Witte, volledig betaald en voldaan te zijn door Willem Dircxsz. Stolck, voor zichzelf en de overige kinderen en erfgenamen van Frans Cornelisz. Witte, van een somma van 800 gl., die hij, Philips, zijn dochter gegeven heeft, toen zij het huwelijk met Frans Witte aanging, alsmede van een somma van 1200 gl., die Frans toenmaals aan Katharina heeft beloofd als "duwarie" en morgengave, uit de goederen, die hij nalaten zou. (ORA Dordrecht inv. 726, akte 371)

ex 1 (o.a.):

a. Cornelia de Wit Fransdr., geboren 12 nov. 1541, overleden 20 okt. 1570, trouwde naar schatting ca. 1565 Willem Stoop Dircxsz. (Willem Diercksz. "geseyt Stoop"), alias Willem Dirksz. Stolck, geboren ca. 1535, houtkoper, oudraad in wette van Dordrecht (1573, 1574), burgemeester van Dordrecht 1579-1584, kerkmeester (1580), manhuismeester van het Oudemanhuis 1580 (ORA Dordrecht inv. 736, akte 40), overleden in 1598, trouwde 2e ca. 1572 Hillleken (Hillegont) Jansdr., dochter van Jan Thomasz. en Trijntgen Mes Adriaensdr. (zie Genealogie Stoop op deze website)

b. Kornelis de Witt Fransz., volgt II

II. Kornelis de Witt Fransz., geboren 30 april 1545, burgemeester van Dordrecht, overleden 3 april 1622, begraven in de St. Katharinakapel van de Grote Kerk, trouwde 1e 28 sept. 1568 Johanna Heymans Andriesdr., 2e 2 sept. 1603 Kornelia van Beveren Kornelisdr.

ex 1 (o.a.):

a. Andries de Witt Cornelisz., geboren 1573, overleden 1637, raadpensionaris van Holland 1618-1621, lid van de Hoge Raad.

b. Jacob de Witt, volgt III

III. mr. Jakob de Witt, geboren 7 febr. 1589, burgemeester van Dordrecht, overleden 10 jan. 1674, begraven in de St. Katharinakapel van de Grote Kerk, trouwde 9 okt. 1616 Anna van den Corput Johansdr.

Kinderen (o.a.):

a. Johanna de Witt, gedoopt NG Dordrecht nov. 1617

b. Cornelis de Witt, geboren Dordrecht 15 juni 1623, schepen in de raad van Dordrecht, wonende aan de Grote Kerk (1650), ruwaard van Putten, vermoord in Den Haag 20 aug. 1672 bij de Gevangenpoort, trouwde NG Dordrecht 4 sept. 1650 (bescheid gegeven om in Den Haag trouwen op 19 sept. 1650, getrouwd Den Haag 21 sept. 1650) Maria van Berckel, jonge dochter wonende in 's-Gravenhage (1650), overleden Dordrecht 5 aug. 1706, dochter van Johan van Berckel, vroedschap van Rotterdam, ontvanger-generaal van Holland en West-Friesland, en Elisabeth Prins

ONA Dordrecht inv. 155, f. 105 e.v.: op 1 aug. 1672 ["28 juli" is doorgehaald] compareerde voor notaris A. van Neten Adriaen Crillaerts, stadhouder [plaatsvervanger] van de schout van Dordrecht, ongeveer 33 jaar oud. Op verzoek van Maria van Berckel, de vrouw van Cornelis de Wit, ruwaard van Putten, verklaarde hij, dat "nu ontrent onder de veertien dagen geleden sonder den precijsen dach onthouden te hebben, hij attestant binnen deser Stede aengesproken is door de Heeren mr. Nicolaes van der Dussen, schepen in wette, ende Arent Muijs van Holij, secretaris binnen der selven Stede, vragende hem attestant of hij wel wist dat Tichelaer Chirurgijn woonende of gewoont hebbende tot Piershil inde Stadt was en [toen] hij attestant antwoorde Ja ende hem gesien hadde, hebben gemelde heeren hem Attestant versocht ende geordonneert op den selven persoon acht te nemen, vermits hij eenige vileijne woorden hadde gesproken, en soo wanneer hij hem noch mochte sien ende vinden t'selve aen haer Edelheden bekent [te] maken, gelijck hij Attestant dienvolgende door hem selfs als andere, naer den voorsz. Ticheler genformeert heeft, maer die niet [heeft] connen sien noch vinden." [Willem Tichelaar beschuldigde Cornelis de Witt op 23 juli 1672 ervan, dat hij hem, Tichelaer, gevraagd had, of hij bereid zou zijn de Prins van Oranje te vermoorden. Een dag later werd De Witt gearresteerd en enige tijd later opgesloten in de Gevangenpoort te 's-Gravenhage. (H.H. Rowen, Johan de Witt, Staatsman van de 'ware vrijheid'  [Leiden 1985], p. 250-264); L. Panhuijsen, De Ware Vrijheid. De Levens van Johan en Cornelis de Witt [Amsterdam/Antwerpen 2005], p. 440 e.v.). Cornelis de Witt werd op 20 aug. 1672 met zijn broer, de pas ontslagen raadpensionaris Johan de Witt, op het Groene Zoodje in Den Haag door "het grauw" vermoord.


De Gevangenpoort in Den Haag (sept. 2017)

Kind:

b-1. Wilhelmina de Witt, geboren 3 juli 1671, jonge dochter wonende te Dordrecht (1692), trouwde 11 mei 1692 mr. Johan de Witt (V)

c.. Johan de Witt, geboren Dordrecht 25 sept. 1625, volgt II

IV. Johan de Witt, geboren Dordrecht 25 sept. 1625, raadpensionaris van Holland 1653-1672, vermoord in Den Haag 20 aug. 1672 bij de Gevangenpoort, trouwde Amsterdam 16 febr. 1655 Wendela Bicker, geboren Amsterdam 30 sept. 1636, overleden 1 juli 1668, dochter van Johan Bicker, burgemeester van Amsterdam, en Agneta de Graeff

Standbeeld van Johan de Witt in Den Haag

Wendela Bicker

Kind:

a. Johan de Witt, geboren Den Haag 27 mei 1662, volgt V

b. Anna de Witt, begraven Dordrecht 1 dec. 1725, trouwde 30 juli 1675 mr. Herman van den Honert, geboren Dordrecht 2 aug. 1645, secretaris en burgemeester van Dordrecht, begraven 11 aug. 1730

Kind:

a. Catharina Wilhelmina van den Honert, jonge dochter van Dordrecht, trouwde 11/25 sept. 1718 Cornelis de Witt (= VI)

V. Johan de Witt, geboren Den Haag 27 mei 1662, heer van Zuid- Noord Linschoten, Hekendorp etc., secretaris van Dordrecht, overleden 24 jan. 1701, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 11/25 mei 1692 (de bruidegom geassisteerd met mr. Herman van den Honert, lid van de Oudraad van Dordrecht, zijn zwager, en Anna de Witt, zijn zuster, de bruid met Maria van Berckel, weduwe van mr. Cornelis de Witt, oud-burgemeester van Dordrecht, ruwaard en opperdijkgraaf van Putten, haar moeder, en mr. Sijmon Muijs van Holij, veertigraad van Dordrecht en ontvanger-generaal van de Grafelijkheidtol van Geervliet, haar zwager) Wilhelmina de Witt, gedoopt NG Dordrecht 3 juli 1671, overleden in 1701, dochter van Cornelis de Witt en Maria van Berckel

Kind:

a. Cornelis de Witt, gedoopt, volgt VI

VI. Cornelis de Witt, gedoopt NG Dordrecht 18 mei 1696,  jongman van Dordrecht (1718), trouwde Gerecht/NG 11/25 sept. 1718 (de bruidegom geassisteerd Johan van Berckel, raad en vroedschap van Rotterdam, zijn voogd, en Johan de Witt, heer van Hekendorp etc., ontvanger van de Grafelijkheidstol van Geervliet, zijn broer, de bruid met haar vader, Herman van den Honert, regerend burgemeester van Dordrecht, raad en vroedschap van Dordrecht, dijkgraaf van de Alblasserwaard, curator van de Universiteit van Leiden, en haar behuwd broeder, Martinus Donius van Eversdijk, commies van de "Generaiteijts financie") Catharina Wilhelmina van den Honert, jonge dochter van Dordrecht (1718)

Kind:

a. Herman Cornelis de Witt, trouwde 1761 Magdalena Cornelia Buck

ORA Dordrecht 1667, f. 139 e.v.: op 23 febr. 1773 verkoopt Anthonij Balthazar van de Brandeler, lid van de Oudraad en schepen van Dordrecht, als procuratie hebbende van Anna Sophia Repelaer, weduwe van mr. Franciscus van den Brandeler, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 15.000 gl. aan Herman Cornelis de Witt, lid van de Oudraad en schout van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Lombardbrug, staande tussen het Haringstraatje en het huis en de brouwerij van Cornelis Melchior van Nievervaart.


(M. Balen, Beschrijvinge der stad Dordrecht [Dordrecht 1677], deel II, p. 1316 e.v.; L. Panhuysen, De ware vrijheid: de levens van Johan en Cornelis de Witt (Amsterdam 2007), passim]

Jan Bongert [houtkoper]    14

[16 april 1580: Aeltgen van Diemen Jacobsdr., weduwe van Ghijsbert Rochusz. houtkoper, verkoopt aan Jan Bongert Aertsz. houtkoper een huis met een houttuin en het erf daartegenover liggende, strekkende tot aan de haven, staande en gelegen op de Nieuwe Haven tussen het huis en de houttuin van burgemeester Willem Stoop Dircxsz. en de gang van Jacob van Beveren. Waarborgen: Cornelis van Diemen Jacobsz voor de ene helft en Jan van Campen, Geerit Danilsz. en Jan Pietersz., bakkers, voor de andere helft. Jan Bongert is schuldig aan verkoopster een somma van 1350 gl., zijnde de rest van de koopsom. Borgen: Adriaen Snouck Govertsz. en Herman Soetmansz. (ORA Dordrecht inv. 735)]

Willem Stoop Dircxsz. burgemeester      14

De houttuin van Adriaen de Vlaminck     4

Franchoijs Clemensz. [viskoper]    14

[5 mei 1579: Screvel Monnesz., als man van Janneken Evertsdr., en Margaretha Evertsdr., beiden voor zichzelf en tevens vervangende hun broer Gerrit Evertsz., verkopen voor 2700 gl. aan Franchoijs Clementsz. viskoper, hun zwager, een huis, waarvan het resterende vierde part toekomt aan de koper, als man van Emmeken Evertsdr., staande op de hoek van de Schuitenmakersstraat tussen die straat en het erf van het Oudemannenhuis. Voorwaarde is, dat, indien Franchoijs Clementsz. het huis weer gaat verkopen, de verkopers de keuze hebben het huis over te nemen voor de prijs, waarvoor zij het thans verkocht hebben. (ORA Dordrecht inv. 713, f. 145v e.v.)

24 jan. 1585: Jacob van Meeuwen verkoopt Anthonis Michielsz. houtkoper een huis, houttuin en het "voor de deur" liggende erf, staande en gelegen op de Nieuwe Haven op de hoek van de Schuitenmakersstraat tussen het huis van Adriaen Henricxsz. Vlaminck en voornoemde straat, zoals Jacob van Meeuwen dat alles gekocht heeft van Franchois Clemensz. en Schrevel Monnesz. Het huis etc. is o.a. belast met een rente van 25 st., die het Oudemannenhuis jaarlijks ontvangt, omdat "de bottelrie ... die tot wederseggens getimmert is", op hun erf staat. Waarborg: Jan van Meeuwen. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 300 Rijnse gl. (ORA Dordrecht inv. 716, 19 e.v.)

T Schuijtmaeckersstraetgen van achteren die slinckerhandt ingegaen

f. 10

Claes die Lotering huurt van de Oude Mannen om 12 gl.     24 st. 12 p.

[Het Oud-Manhuis stond in een straatje dat met een elleboog uitkwam in het Schuitenmakersstraatje. (C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht [Zaltbommel 1974], deel I, p. 136.]

Jan Philipsz. huurt van de Oude Mannen om 12 gl.      14 st. 12 p.

Barent Jansz. huurt van Griet Lappan om 20 gl.     6-8

Ariaen Jacobsz. houthaker     3-4

Joost Jansz. schipper huurt van Cornelis Thomasz. om 20 gl.    6-8

Ariaen den Timmerman huurt van Ariaen Meeusz. om 14 gl.    4-9-8

Wederom keerende tvoirsz. straetgen vuijtgaende na die Nieu Haven toe

f. 10v

Trijn Floeren      3-4

Pieter Cornelisz. houthaker     3-4

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 55: op 28 april 1579 verklaart Cornelis Pietersz. schipper, als man van Grietgen Pietersdr., dat hij ontvangen heeft van Pieter Cornelisz. houtdrager, zijn schoonvader, al hetgeen zijn vrouw gerfd heeft van haar moeder, Grietgen Pouwelsdr.

ORA Dordrecht inv. 1571, f. 55: op 28 april 1579 verkoopt Cornelis Pietersz. schipper voor 100 gl. aan zijn schoonvader Pieter Cornelisz. de helft van een huis in de Schuitenmakerstraat, staande tussen het huis van Trijn Floren en dat van de weduwe van Claes de boomsluiter, op voorwaarde, dat hij, verkoper, na de dood van Pieter Cornelisz. en diens tegenwoordige vrouw, IJchgen Willemsdr., het huis wederom zal mogen naasten voor een bedrag van 200 gl.

ORA Dordrecht inv. 1571, f. 56: op 28 april 1579 verklaart Pieter Cornelisz. houtdrager schuldig te zijn aan zijn schoonzoon, Cornelis Pietersz. schipper, wegens de koop van de helft van voornoemd huis een somma van 12 ponden 13 schell. en 4 groten Vlaams.]

Cijbert de schuitenaar of Thonis van Rosendael huurt van Claes Geeritsz. om 12 gl.     3-16-12

Jan Gielisz. huurt van Gielis Pietersz. om 12 gl.      3-16-12

Tonis Willemsz.

Wessel Dircxsz.    3-16-6

Willem Pietersz. bierdrager huurt van de weduwe van Karstiaen Willemsz. om 24 gl.      7-13

Joachim Jansz. huurt van voornoemde weduwe om 24 gl.     7-12

f. 11

Neeltgen Cornelisdr.    5-8-12

Pieter Rochusz. huurt van Blasius Brouwer om 48 gl.    15-7-2

Tomas Smith      14

Mels Jansz. houtkoper      14

De weduwe van Dirck Lappan      11

[ORA Dordrecht inv. 738, f. 37: op 22 sept. 1584 transporteert Neeltgen Roocken, weduwe van Adriaen Aertsz. bakker aan Rochus Cornelisz. Praem, haar zoon, alle rechten, die haar toekomen in het huis van Dirck Rochusz. Lappan, haar broer, staande op het Nieuwe Werck, in welk huis de weduwe van Dirck, genaamd Grietgen Geeritsdr., is overleden. Dat alles zal strekken tot betaling van een somma van 254 gl., die zij van haar zoon Rochus "in heuren noot" heeft geleend.]

Frans Rochusz. [van Thol] houtkoper       14

[ONA Dordrecht inv. 1571, f. 28v: op 26 febr. 1579 verleent Frans Rochusz. van Thol, houtkoper en burger van Dordrecht, procuratie aan Cornelis Boucket Blasiusz., burger van Dordrecht, om voor het gerecht van "Cluijnert" te vorderen een bedrag van 45 gl. 17 st., welke Jan Mathijsz., wonende aldaar, hem schuldig is wegens geleverd hout.]

Jacob Frans Wittensz.     12

Tonis van Haerlem     12

f. 11v

Jan Geeritsz.    12

Cornelis Cornelisz. hordemaker     10

[ORA Dordrecht inv. 715, f. 180v: op 13 april 1584 verkoopt Cornelis Cornelisz. hordenmaker aan Geertruijt Anthonisdr., weduwe van [naam niet vermeld], een jaarlijkse losrente van twee Vlaamse ponden, verzekerd op een huis staande omtrent kraan Rodermond tussen het huis van Aeltgen Lappan en de "spijker" van Cornelis Embrechtsz. zeepzieder.

Het huis van de weduwe van Lappan      8

Het huis "ofte spijcker" van Verlaen     8

De Grote School met vijf huisjes toebehorende aan de kerk     nihil

[De Grote School, opgericht in 1290 of 1291, stond bij het kerkhof van de Grote Kerk in het Kerkstraatje. Na de Reformatie (1572) werd het onderwijs ingrijpend hervormd. De Grote School werd in 1579 verplaatst naar de Nieuwstraat. (Lips, o.c., deel I, p. 173-176)]

Kerkstraat bij het Grotekerksplein (sept. 2011)

Craen Rodermondt      nihil

[Deze kraan stond aan de Nieuwe Haven bij het Kerkstraatje.  "[K]raan Rodermond was een merkwaardig bouwproduct. In het begin van de zeventiende eeuw vertoonde zij ook nog een mannenfiguur, die uit de middeleeuwen afkomstig was en de naam 'Meus' droeg. Dit beeld was rood geschilderd, zoals blijkt uit de thesauriersrekening van 1609 toen Geerit Geeritsz. Cuyp het beeld opnieuw rood moest schilderen. Het was een voorstelling van Sint Bartholomeus, die voor zijn dood levend gevild en dus bloedrood was. Het ophijsen ging door middel van een kabel welke om een houten trommel liep. In de trommel, van binnen gevormd als een tredmolen, liepen de kraankinderen en door de verplaatsing van hun lichaamsgewicht werd de kraan in beweging gebracht. In 1872 werd kraan Rodermond, door de stichting van een kraan aan de Merwekade overbodig geworden, afgebroken. Om dit oude bouwwerk zweeft nog de geschiedenis van de hebzuchtige baljuw uit omstreeks 1330. Deze zou aan een boer in Heer-Oudelandsambacht een prachtige koe ontnomen hebben en daarvoor in de plaats een andere gegeven hebben. De boer, die geen recht kon krijgen zou zich rechtstreeks to graaf Willem III gewend hebben. En deze zou - aldus de legende - de ontrouwe baljuw hebben laten onthoofden, nadat de boer tevreden gesteld was. ... [Het onthoofde lichaam van de baljuw zou daarna in een kist aan de kraan gehangen zijn.] Waarschijnlijker is dat de hijskabel uit de mond van de bovengenoemde rode Meus kwam en dat de naam daaraan te danken is." (Lips, o.c., deel I, p. 184-185)]

Rechts van de Grote Kerk staat de Vuilpoort, links aan de Nieuwe Haven de kraan Rodermond. (Detail plattegrond van Braun en Hogenberg uit ca. 1575).

Beginnende wederom aen die Voerstraet vande kerck gaende aende havensijde tot die Tollebrug toe [Dordrecht had in deze tijd twee Voorstraten: landzijde (thans Voorstraat) en poortzijde (later Wijnstraat, thans Grotekerksbuurt-Groenmarkt-Wijnstraat). We bevinden ons nu in de Grotekerksbuurt aan de zijde van de Voorstraatshaven. Dan volgt het Stadhuis, waarna we op de Groenmarkt (havenzijde, tussen Stadhuis en Visbrug) komen. Het deel van de Groenmarkt, dat ligt tussen het Stadhuis en de Visbrug - aan beide zijden - werd ook wel "onder de Vleeshal" genoemd. Onmiddellijk valt op, dat hier betrekkelijk veel vleeshouwers woonden. Naar hen is ook het tegenoverliggende Vleeshouwersstraatje genoemd.] 

f. 12

Jan Cornelisz. Poerdoos     11-10-6

[ORA Dordrecht, inv. 738, f. 236v: verklaring dd 14 sept. 1585 op verzoek van Janneken Cornelisdr. door Arent Maertensz., ongeveer 30 jaar oud. Hij verklaart "bij sijnen eede int stuck van sijnder offitie gedaen", dat ongeveer vier maanden tevoren bij hem is gekomen "opt comptoir vande Rentmeester van Suijthollant" Marijcken Fransdr., weduwe van Jan Cornelisz. Pourdoos, "seggende ... hoe dat ten selven dage van wegen Janneken Cornelisdr. Jan de Pourdoes suster seeckere insinuatie was gedaen bij eenen colfdrager van Suijthollant aen haer persoene ten eijnde sij soude compareren voorde vierschare van Suijthollant omme te aenhooren alsulcken eijsch ende conclusie als men ten daege durende jegens haer soude willen nemen."]

De weduwe van Kaerl le Smijter huurt van [naam niet vermeld] om 42 gl.     13-8-1

Jacob Willemsz. leermaecker    4-8

Jacob Claesz. procureur     5

Marijken Jansdr.     5-8

Cornelis Jansz. bakker    5

Claes van Bemondt huurt van Jan Huijgen [Verboom, koekenbakker] om 36 gl.      11-10-6

[ORA Dordrecht inv. 713, f. 234v: op 14 nov. 1579 verkoopt Pieter Halling Jansz. aan Jan Hugesz. Verboom koekenbakker een huis bij de Grote Kerk aan de Poortzijde, staande tegenover het Schuitenmakersstraatje tussen het huis van Henrick Pietersz. schilder en dat van Cornelis Jansz. bakker.

ORA Dordrecht inv. 1550 (nieuw), f. 21 e.v.: op 10 febr. 1580 verkoopt Pieter Jansz. Hallinck, als man van Ariaentken Ariensdr., aan Nicolaes van Beaumont Fransz. een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Henrick Vuijthouck schilder en dat van Cornelis Jansz. bakker. Waarborg: Jan Huijgen Verboom. Marijken Adriaensdr. de Jonge, weduwe van Jan Hallinck, belooft Verboom van deze borgtocht schadeloos te houden, verbindende acht naast elkaar staande huisjes in het Loverstraatje en de Breestraat. De koper is schuldig aan Maerten Aertsz. viskoper een somma van 225 gl. en aan verkoper een bedrag van 200 gl. Borg: mr. Jacob Pouterius.]

Henrick [Pietersz.] Vuijthouck schilder     8

[ORA Dordrecht inv. 739, f. 150v: op 4 mei 1587 verkoopt Henrick Vuijthouck aan Aert Bastiaensz. een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Siond Lus tafelhouder en dat van Adriaen Thonisz. uit Barendrecht. Waarborg: Cornelis Ariesz. zeilmaker. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 1100 gl. Borg: Willem van Beaumont Fransz.

ORA Dordrecht inv. 740, f. 216: op 5 okt. 1588 verkoopt Aert Bastiaensz. aan Cornelis Waelen Cornelisz. bakker een huis omtrent de Grote Kerk, staande aan de havenzijde tussen het huis van Siond Lus, tafelhouder van de Bank van Lening, welk huis is genaamd "de Salamander" en het huis genaamd "den Witten Arent". Koper is schuldig een bedrag van 1450 gl. Borg: Floris Geeritsz. stoeldraaier.]

Grotekerksbuurt richting Stadhuis (juli 2008)

f. 12v

Siond Lus tafelhouder      20

[ORa Dordrecht inv. 1571, f. 44v e.v.: op 28 mrt. 1579 verklaart op verzoek van de executeurs van de boedel van wijlen Siond Siongisz. Michiel Sori [Sore] voor het Gerecht van Dordrecht, dat hij geen goederen uit de boedel van Siond in Bergen of elders onder zich heeft, dat hij als dienaar van Siond rood laken gehad heeft om dat te verkopen, dat Siond zijn dochter Grietgen van dat rood laken een lijfje gegeven heeft, dat zij ook voor de andere dochter van Siond, genaamd Lijntgen, en voor haar moeder een lijfje van dat rode laken heeft laten maken, en dat zij gezegd hadden, dat indien de executeurs van de boedel daarmee niet instemden, zij voor het rode laken zouden betalen, en dat het restant zich nog in de "lombert" in Bergen bevond. Op de vraag, met welk doel Sore en Luijtgen Sionds een aantal goederen uit het sterfhuis van Siond gehaald hebben en naar Fransken Pieters gebracht hebben, verklaart Sore, dat hij geen goederen naar Fransken gebracht heeft of uit het sterfhuis heeft zien brengen. Fransken heeft tegen Jan Pietersz. Buijsijn gezegd, dat er nog 21 ellen fijn tafellaken  waren, maar Michiel Sore zegt daarvan niets te weten. Voorts verklaart hij, dat Luijtken Sionds van heer Pieter, onderpastoor van Bergen op Zoom, een gouden "cabel" en een gouden ring met parels heeft ontvangen en dat hij, Michiel, zelf Luijtgen een robijn heeft gegeven.]

Lenert Thonis houthaker     5

Gerit Jansz. de Heer huurt van Bastiaen Cornelisz. om 24 gl.     7-13

Cornelis Jansz. zeilmaker     10

Henrick Andriesz.     3-4

De weduwe van Arent Dammert      12

Pieter Jansz. snijder     4-10

Cornelis Danilsz. Trochgen [schipper]   5

Geerit van den Brouck huurt van Adriana Conincx om 36 gl.       11-10-4

[ORA Dordrecht inv. 739, f. 148: op 2 mei 1587 comp. voor schepenen van Dordrecht Cent Woutersz. als gemachtigde van Cornelis van de Borch, voor zichzelf en als oom en voogd van de weeskinderen van zijn zuster, wijlen Agatha van de Borch "ende daerinne vervangen hebbende jouffr. Maria van de Borch zijnne suster", volgens procuratie op 20 mrt. 1587 gepasseerd voor een niet met naam en toenaam vermelde notaris. Hij verkoopt aan Pouwels Fransz. Schouten de helft van een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Herman Spiegel en dat van Cornelis Danilsz. schipper. Waarborg: Damas Woutersz. Koper kent schuldig een bedrag van 400 Rijnse gl. Borg: Cornelis Thonisz. Praem.

ORA Dordrecht inv. 717, f. 172v e.v.: op 15 mei 1587 verklaart Marijken Queeckels, weduwe van Waelwijck Fransz., dat, aangezien zij in sept. 1586 door bemiddeling van Jan Damen harerzijds en van Anthonis Anthonisz. zijdelakenkramer in "de Jesus", voor zichzelf en namens Pieter Jansz. lakenkoper, Willem van Kelst, Henrick Geij, Adriaentgen Adriaensdr., weduwe van Jan Mathijsz. en Mariken [Aertsdr.], weduwe van Servaes de Valee, allen crediteuren van haarzelf en haar overleden man, anderzijds, is overeengekomen, dat zij ter voldoening van 2/3 delen van hetgeen zij aan genoemde personen schuldig is, aan hen zal overdragen de helft van een somma van 1100 gl., die haar toekomt van wege Pauwels Fransz. [Schouten] wegens de koop van een huis bij de Grote Kerk, staande tussen het huis van Herman Spiegel en het huis "het Rochgen", van welk verkocht huis zij voor de helft eigenaresse geweest is.

ORA Dordrecht inv. 739, f. 223v: op 3 aug. 1587 verkoopt Marijcken Quekels, weduwe van Waelwich Fransz. aan Pauwels Scholten Fransz. de helft van een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Herman Spiegel en dat van Cornelis Danilsz. schipper. Waarborgen: Henrick Gheij, Thonis Thonisz. kramer, Maijcken Aertsdr., weduwe van Servaes de Val, Adriaentken Ariensdr., weduwe van Jan Mathijsz. en Pieter Jansz. lakenkoper.]

f. 13

Herman Spiegel     8

Willem Jansz. Tolvoet     3-4

[ORA Dordrecht inv. 712, f. 267: op 3 mei 1578 verkopen Andries Lambertsz. van Nes, wonende in Brielle, voor zichzelf en Jan Jacobsz., wonende in Brielle, als man en voogd van Pieterken Lambertsdr. van Nes, mede voor hun broers en zusters en voor de weeskinderen van Ple[u]ntgen van Nes Lambertsdr., aan Willem Jansz. Tolvoet hun aandeel in een huis, dat toebehoord heeft aan Lijsbet Woutersdr., staande bij de Grote Kerk tussen het huis van Gerit Jansz. de Heer en de Oudemanhuissteiger.

ORA Dordrecht inv. 1571, f. 37v: op 10 nov. 1579 verklaren Jacob van Beveren Pietersz. en Cornelis Frans Wittesz., als kerkmeesters van de Grote Kerk, dat zij ontvangen hebben van Willem Jansz. Tolvoet de hoofdsom een jaarlijkse losrente van 10 st., verzekerd op een huis, dat staat op de westhoek van de Manhuissteiger.]

Henrick Jansz. schrijnwerker     4-16

Ariaen Dircxsz. Droochgen      7

[ORA Dordrecht inv. 728, f. 10: op 21 okt. 1570 legt Adriaen Dircxsz. Droechen, 58 jaar oud, een verklaring af.

ORA Dordrecht inv. 729, f. 135 e.v.: op 14 okt. 1572 verklaren Adriaen Dircxsz. Droochgen, 60 jaar oud, en Adriaen Ockersz. muntenaar, 51 jaar oud, op verzoek van Pieter Corssen schipper, dat zij omtrent 29 mrt. 1572 geweest zijn ten huize van de rekwirant, waar mede aanwezig was Marichgen Pietersdr., vrouw van Herman Hermansz. kleermaker, en dat bij die gelegenheid Pieter Corssen van de vrouw van Herman Hermansz., die daartoe door haar man gemachtigd was, gekocht heeft een huis, staande [in de Voorstraat] omtrent de Munt tussen het huis van mr. Pieter Cornet en dat van de weduwe van Willem Boucquet.]

ORA Dordrecht inv. 731, f. 123: op 8 febr. 1574 verklaren Aerjaentgen Adriaensdr., weduwe van Geerit Claesz., Emmeken Jacobsdr., Adriaen Henricxsz., Adriaen Laurensz. schiptimmerman, als man en voogd van Truijchgen Jansdr., Henrick Pietersz., als man en voogd van Neeltgen Ariensdr. en Jaepgen Willemsdr. voor zichzelf, als naaste verwanten van Arien Ariensz. de oude Both, dat zij "approberen" en van waarde houden de procuratie, die Adriaen Adriaensz. de oude Both, hun vader resp. grootvader, gepasseerd heeft op Adriaen Dircksz. Droochgen om te innen hetgeen men hem schuldig is. 

ORA Dordrecht inv. 731, f. 181v, akte dd 2 mei 1575 vermeldt Adriaen Dirksz. Droochgen, man en voogd van Burchgen Adriaensdr. Both.

ORA Dordrecht inv. 731, f. 229v: op 8 juli 1575 comp. voor schepenen van Dordrecht Adriaen Dircxsz. Droochgen, als man en voogd van Burchgen Ariensdr., Aerjaentgen Ariensdr. [de Both], weduwe van Gerrit Claesz. (ORA Dordrecht inv. 704, f. 276, akte dd 15 jan. 1565)], Emmeken Jacobsdr., met haar gekoren voogd en tevens vervangende haar zusters en broeders, Adriaen Lauwen, als man en voogd van Truijchgen Jansdr., Henrick Pietersz., als man en voogd van Neeltgen Ariensdr. en Jaepgen Willemsdr., met haar gekoren voogd, allen erfgenamen van wijlen Arien Ariensz. Both de Oude, samen vervangende Jan Henricxsz. van de Graeff, voor zichzelf en zijn andere zusters en broeders. Comparanten verklaren verkocht te hebben aan Jan Dircxsz. van Aelst alias Vliegenthert 17 akkers griendingen of 12 roeden buitendijks gelegen omtrent de Stenen Kamer in het Volgerland van het Molenambacht, hen aangekomen bij overlijden van voornoemde Arien Ariensz. Both. Kent betaald, promittit quitare. Niet belast. Waarborg: Adriaen Dircxsz. [Droochgen], daarvoor speciaal verbindende een huis, staande bij de Grote Kerk, waarin voornoemde Arien den Both gestorven is.]

Jan Govertsz. deurwaarder     7

Marijken Dircxsdr.      4

Bouwen Geeritsz. schilder huurt van Jan Ghijssbertsz. om 30 gl.     9-12

[ORA Dordrecht inv. 735, f. 186v, akte dd 10 dec. 1579: Gijsbrecht Jansz. "tresorier" verkoopt aan Bouwen Geritsz. schilder een huis aan de Poortzijde [Grotekerksbuurt] tegenover het Sint Jacobsgasthuis, staande tussen het huis van Willem Joosten en dat van Anneken Trochgen. Koper is schuldig een bedrag van 604 gl.]

Willem Joosten notaris     11

Jan Lambertsz.      4-16

f. 13v

De weduwe van Karstiaen Willemsz.      16

De weduwe van Thonis Thonisz.     4

Jan Pietersz. snijder      4

Jan Pouwelsz.      20

Lebuijn Fransz. [Drijfhout] beeldsnijder      6     

[ORA Dordrecht inv. 1533 (nieuw), akte 161: op 18 sept. 1550 verkoopt Frans Laurisz. metselaar aan Cornelis Croeswijck Jansz., schepen in wette, als voogd van de onmondige kinderen van [Jan] Buijs *, een jaarlijkse losrente van 1 gl., verzekerd op een huis aan de Poortzijde [Grotekerksbuurt] op de haven, staande tussen het hoekhuis van de Lombardbrug, genaamd "den Olijphant", en dat van Danil Huijmansz, verver.

* cf. ORA Dordrecht inv. 1533 (nieuw), akte 272b.

Zie ook Verponding van Dordrecht 1606, deel 1, f. 52v.

ORA Dordrecht inv. 712, f. 208 e.v., akte dd 31 dec. 1577: Roerende de dood van Anneken Adriaensdr. Boedelscheiding tussen Lebuwijn Fransz. Drijffhout, weduwnaar van Anneken Adriaensdr., enerzijds en Aert Geleijnen, als voogd van het weeskind van Frans Adriaensz., genaamd Anneken Fransdr., Marijken Adriaensdr. en Barbara Adriaensdr., voor zichzelf en vervangende hun zuster Geertken Adriaensdr. anderzijds. Idem: Aert Geleijnen kleermaker bekent ontvangen te hebben van Lebuwijn Fransz. Drijffhout een vertichtingsbrief, verleden voor schepenen van Dordrecht op 9 okt. 1576, roerende de dood van Frans Adriaensz. timmerman.

ORA Dordrecht inv. 897: op 31 aug. 1600 leggen Jan Pieter  Aertsz., ongeveer 68 jaar oud en Lebewijn Fransz. Drijffhout, ongeveer 47 jaar oud, een verklaring af t.b.v. Cornelis Ruijs brouwer.]

Govert Aertsz. in den Olijfant     12

[ORA Dordrecht inv. 736, 195v, akte dd 4 juni 1581: Govert Aertsz., waard in "den Oliphant", is schuldig aan Quirijn van de Graeff, koopman van Rijnse wijn te Dordrecht, 600 gl. wegens leverantie van wijn, daarvoor verbindende zijn huis genaamd "den Oliphant", staande aan de Poortzijde op de hoek van de Lombardbrug, tussen de brug en het huis van Lebuwijn Fransz.]

Anna Dircx hekelster huurt van Henrick van Nispen om 15 gl.      4-16

Jan Willemsz. koperslager      16

f. 14

De weduwe van Jacob Cornelisz.      7

Willem Joosten [Stoopen] glaesmaecker huurt van de erfgenamen van Griet Hermio om 30 gl.     9-12

[ORA Dordrecht inv. 737, f. 501: op 8 mei 1584 verkoopt Dirck Gerbrantsz. Stoop, als man van Henricxken Jaecopsdr., aan Anthonis Jordensz. een huis bij het Stadhuis, staande tussen het huis van Jan Wensen en dat van de erfgenamen van Griet Hermeio. Waarborg: Damas Jobsz. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 1250 gl. Borg: Gijsbrecht Cornelisz. van Diemen.

{ORA Dordrecht inv. 748, f. 168, 26 juni 1606: Johan Berck, eerste raadpensionaris en secretaris van Dordrecht, verkoopt aan Pompejus de Rovere, generaal van de gemene middelen een huis, erf en toebehoren genaamd "het Saracijnshoofd", staande tegenover de Lombardbrug aan de Poortzijde, tussen het huis van Jan Govertsz. van Beaumont , stadhouder van de schout van Dordrecht, en het huis van Marijken Jansdr., de weduwe van Willem Joosten Stoop glaesmaker, zulks als de verkoper het huis gekocht heeft van Willem van Beveren, raad en rentmeester-generaal van de domeinen van Zuid-Holland.}

Het Stadhuis        nihil

[In 1383 werd voor Vlaamse kooplieden in Dordrecht een koopmanshal gesticht, waarin later de Vleeshal en Lakenhal werden ondergebracht. In 1544 werd de Vlaamse hal verbouwd tot stadhuis. "De onderbouw van het stadhuis is het minst geschonden bewaard gebleven. De bogen over de Voorstraatshaven zijn, evenals de keldergewelven, nog van 1383. Op een afbeelding kan men de gevel van 1544 met de wijzigingen van 1680 zien. Het dak is evenals nu nog grotendeels van 1383, al moest in 1544 een nieuwe toren gebouwd worden. De ingang bleef in 1544 nog aan de Groenmarkt ... Het meest echter veranderde, tengevolge van de nieuwe bestemming, het interieur.  ... De tegenwoordige voorgevel was slechts een zijgevel aan een steiger, de Halsteiger. ... De ingang aan de Groenmartkzijde was voorzien van een bordes en een fraaie toegangspoort in witte arduinsteen, die in 1544 door de beeldhouwer Jan Willemszn. vervaardigd werd. Op een afbeelding kan men de grote toog boven de toegangspoort nog zien, evenals de manier, evenals de manier waarop men in 1680 de toegang dichtgemetseld heeft." (C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht [Zaltbommel 1974], p. 96 e.v.). "Nadat het stadhuis veertig jaar in gebruik geweest was, nam kennelijk de behoefte aan meer ruimte toe, vooral nadat de wezenzorg en het bijkomende boedelbeheer aan de Justitie toegewezen was. Een groot huis aan de Voorstraat ... werd toen bij het stadhuis getrokken. ... Een belendend perceel aan de Groenmarkt werd vermoedelijk sinds 1550 bewoond door de concirge van het stadhuis. In 1615 werd dit pand door de stad aangekocht en kreeg het de bestemming van secretarie. Dit zijhuis, het zogenaamd 'huis van de Majoor' ... werd in 1669 grondig verbouwd. In 1671 werd een begin gemaakt met de aanleg van het plein aan de zuidzijde van het stadhuis. Deze zijde van het stadhuis kreeg, na het aanbrengen van ingang en portaal in 1679/1680, de functie van voorgevel.". (M.E. Stades-Vischer, Het stadhuis te Dordrecht [Dordrecht 1985], p. 7 e.v.)]

Het Stadhuis (iets onder het midden van de foto, tussen Visbrug en Lombardbrug), het Sint-Jacobsgasthuis (schuin tegenover het Stadhuis, tussen Vleeshouwersstraat en Schuitenmakersstraat) en de Grote Kerk (rechtsonder) op de kaart van Braun en Hogenberg (ca. 1575).

Het stadhuis ca. 1680.

Ariaen [Jansz.] Spruijt      10

[Adriaan Jansz. Spruijt, geboren ca. 1546, lakenkoper, makelaar van "grein", waard in "de [Witte of Engelse] Roese" naast het stadhuis van Dordrecht (tot ca.1590), lid van het Houtkopersgilde te Dordrecht (1575), trouwde Gerecht Dordrecht 30 jan. 1588 (1e gebod) Grietgen Pietersdr. van Huijthouck, van Rotterdam,

- 9 jan. 1571: Adriaen Jansz. Spruijt, lakenkoper te Dordrecht, verkoopt aan Maerten Aertsz. een jaarlijkse losrente van 9 gl., verzekerd op zijn huis "die Engelsche Roese", staande tussen het Stadhuis en het huis van Augustijn Anthonisz. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 63v)

- 9 jan. 1571: Adriaen Spruijt lakenkoper transporteert aan Haddeman Joosten korenkoper een somma van 96 gl. 3 1/2 stuiver, die hem toekomt van Jan Danilsz. in Strijen wegens een half jaar pacht van "vierdalve" morgen en 33 roeden land in Nieuw Strijen. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 64)

- 1 febr. 1575: Adrijaen Spruijt wordt lid van het Houtkopersgilde te Dordrecht "ende was onvrij ende hadt [sic], ergo beta[a]lt 15 gl. (Gildenarchieven Dordrecht, inv. 8, f. 42)

- 10 febr. 1582: verklaring door Adriaen Spruijt Jansz., gezworen makelaar van grein te Dordrecht, ongeveer 37 jaar oud, op verzoek van Cristiaen van de Heijde. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 292v)

- 18 jan. 1584: verklaring door Adriaen Jansz. Spruijt, 38 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 329)

- 6 mrt. 1587: Adriaen Jansz. Spruijt, burger van Dordrecht, ongeveer 41 jaar oud, verklaart op verzoek van Willem Ingeenpas wijnkoper, dat hij zekere tijd geleden aan Jan Jansz., wonende in Strijen, heeft verhuurd een stuk land van 3 morgen 3 hond 36 roeden, liggende in de "Bedijcte Clem" voor 20 gl. de morgen jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 114v)

- 30 jan. 1588 (klepboek Dordrecht): "Mijn heeren vande Gerechte deser stede laeten weeten eenen ijegelijcken dat inden echten huijwelijcken state vergadert sullen [worden] Adriaen Jansz. Spruijt borger deser stede ende Grietgen Pietersdr. van Huijthouck van Rotterdam. Isser ijemandt die eenige wettelijcke oorsaecke ofte redene heeft ofte weet waer deure tselve huijwelijck zoude worden beleth die brenge tzelve aen nae behoeren ofte zwijge naemaels. Dit es haer eerste geboth ..." (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 14, f. 183v)

- 23 april 1588: Adriaen Jansz. Spruijt verkoopt aan Jacques Halewijn kruidenier een tuin met toebehoren op de Hil te Dordrecht, liggende tussen 's herenstraat en het erf van de weduwe van Hendrik Jan Sijberts. Waarborg: Anthonis Jan Mathijs. Onderpand: het huis en erf van verkoper, waarin hij woont, staande naast het Stadhuis. (ORA Dordrecht inv. 740, f. 88v)

- 26 mei 1588: Aerijen Spruijt, waard in "de Roese" naast het Stadhuis. (ORA Dordrecht inv. 740, f. 140v)

- 5 mrt. 1589: een huis toebehorende Adriaen Jansz. Spruijt, genaamd "de Witte Roese", staande tussen het Stadhuis en het huis van Hans Du Voet. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 14, f. 205)

- 27 okt. 1590: Sion Lus, tafelhouder van de Bank van Lening verkoopt aan Cornelis Maertensz., concierge van het stadhuis, een huis genaamd "de Witte Roese", staande tussen het stadhuis en het huis genaamd "de Blaeuwe Hant". Waarborg: Francois de Buleere de Oude. Koper is schuldig een somma van 1714 gl. (ORA Dordrecht inv. 741, f. 153)]

Pieter Michielsz. weruwer [= verver]      10

[ORA Dordrecht inv. 732, f. 190: op 26 sept. 1576 Augustijn Huijbertsz. verver verkoopt aan zijn neef Pieter Michielsz. verver een huis staande omtrent het Stadhuis aan de havenzijde tussen het huis van Adriaen Spruijt Jansz. en het huis genaamd "de Duijff". Koper is schuldig aan verkoper een somma van 712 gl.]

Frans Jansz. inden Duijff      12

[ORA Dordrecht inv. 738, f. 403v: op 2 mei 1586 verkoopt Geerit Anthonisz. Koijman aan Frans Jansz. inde Duijff twee huizen omtrent het Stadhuis, genaamd "den Beijert", staande tussen het huis "de Vier Heemskinderen" en het huis van Willem Joosten glaesmaecker, in welk huis Geerit Anthonisz. woont en dat door hem is gekocht van Jacob van Diemen de Oude. Waarborg: Cornelis Jansz. brouwer. Koper kent schuldig aan verkoper een bedrag van 4050 gl. Voor de aflossing daarvan verbindt hij voornoemde twee huizen en zijn huis, genaamd "de Duijff", staande omtrent het Stadhuis tussen het huis van het weeskind van Pieter Michielsz. en dat van Henrick van Oldezeel. Borgen: Adriaen Jansz. Spruijt en Dirck van Haerlem.]

Henrick van Oldezeel snijder     4

Adriaen Lauwen bakker    8

IJsaack Claesz. huurt van Ariaen inden Stoer om 30 gl.    9-12

f. 14v

Willem Foppen droogscheerder     4

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 11 e.v.: verklaring dd 15 jan. 1579 op verzoek van Jan Cornelisz., Arien Cornelisz. en Thonis Henricxsz. in de Groene Stoelen, dekens van het Schrijnwerkersgilde, door Willem Foppen droogscheerder, ongeveer 46 jaar oud. Hij getuigt, dat hij ongeveer 5 of 6 jaar geleden deken van het genoemde gilde is geweest en dat hij toen "gevisiteert" heeft de kist van het gilde, maar de rekening van Henrick Jansz., Willem Bastiaensz. en Jan Lambertsz., die eerder dekens van het gilde waren, niet in de kist aangetroffen heeft. Enige tijd daarna is Adriaen Verkerck bakker bij hem gekomen en heeft geklaagd, dat hij Willem Bastiaensz., toen die deken was, beschuit heeft geleverd, maar daarvoor geen betaling heeft ontvangen. Geerit Cornelisz. Stoel en Frans Jacobsz., die later dekens van het Schrijnwerkersgilde zijn geworden, verklaren, dat zij met Willem Foppen gegaan zijn naar Henrick Jansz., die toen "stont en vrocht" in het Heilige-Geesthuis van de Nieuwkerk, en hem gelast hebben Adriaen Verkerck voor de geleverde beschuit te betalen. Adriaen Verkerck bakker, ongeveer 40 jaar oud, verklaart, dat Willem Bastiaensz., als deken van het Schrijnwerkersgilde, ongeveer 8 jaar geleden bij hem beschuit heeft laten halen, bedragende 3 gl. en 6 st., die hij beloofde hem als zijn eigen schuld te zullen voldoen.]

Ariaen Jansz. steenhouwer      12

Marijken Adriaensdr.      6-14-6

Pieter Pietersz. int Vlijes     11

Willem Cornelisz. vleeshouwer    8

Roelandt de tingieter      10

Pieter Zegersz. vleeshouwer huurt van Lauris Laurisz. om 42 gl.     13-8-6

Steven Cornelisz. vleeshouwer     7

[Steven Cornelisz. vleeshouwer, geboren ca. 1534, was getrouwd met Neeltgen Aertsdr., dochter van Aert Jansz. vleeshouwer en Marijken Louffven.

Mariken Louvendr., geboren ca. 1509, overleden in of na 1581, trouwde 1e naar schatting ca. 1530 Laurens NN, 2e Aert Jansz. vleeshouwer, overleden vr 15 jan. 1561

ORA Dordrecht inv. 723, f. 88v: op 27 jan. 1562 verklaart Mariken Louvendr, weduwe van Aert Jansz. vleeshouwer, ongeveer 52 jaar oud, op verzoek van Lourens Claesz., vleeshouwer en burger van Dordrecht, dat zij van Maerten Jansz. in 1559 betaald heeft gehad een somma van 20 gl., t.w. de ene helft ten behoeve van Maerten Jansz. en de andere helft ten behoeve van de weeskinderen van Cornelis Jansz., van welke kinderen Maerten Jansz. voogd was en dat ter voldoening van de laatste termijn van de uitkoop van de erfenis van wijlen Willemken Hermansdr.

ORA Dordrecht inv. 735: op 28 febr. 1579 transporteren Laurens Laurensz. vleeshouwer, voor zichzelf en tevens vervangende Steven Cornelisz. vleeshouwer, als man van Neeltgen Aertsdr., Jan Aertsz. bierdrager, voor zichzelf en Aert Geleijnsz. kleermaker, als man van Aeltgen Pietersdr. en tevens vervangende haar broer Laurens Pietersz., allen erfgenamen van wijlen Heijltgen Jansdr., hun nicht, aan Adriaen Louff en Willemken Louvendr. onmondige kinderen van wijlen Louff Laurensz. en Marijcken Hermansdr., die mede erfgenamen zijn van Heijltgen Jansdr., een rentebrief van 6 gl. jaarlijks, verleden door Anthonis Huijgensz., en een rentebrief van 3 gl. jaarlijks, verleden door Neeltgen, de weduwe van Frans Waelen.

Kinderen:

ex 1:

a. Laurens Laurensz., geboren ca. 1532, vleeshouwer te Dordrecht, trouwde Lijsgen Aertsdr.

ORA Dordrecht inv. 737, f. 599: op 16 juli 1584 verlenen Pieter Nan Aertsz. en Lauwerens Laurensz., beiden vleeshouwers te Dordrecht, procuratie ad recipienda debita aan hun resp. echtgenotes, Neeltgen Abelsdr. en Lijsgen Aertsdr.

b. Loef Laurensz., geboren naar schatting ca. 1533, ketelboeter te Dordrecht, trouwde Marijcken Hermansdr.

ex 2:

c. Jan Aertsz. bierdrager, geboren ca. 1539, trouwde naar schatting ca. 1560 IJchen Joostendr.

d. Neeltgen Aertsdr., trouwde naar schatting ca. 1560 Steven Cornelisz. vleeshouwer

- 2 mrt. 1562: Jan Aertsz. vleeshouwer verkoopt Steven Cornelisz. vleeshouwer de helft van een huis bij het Bagijnhof, staande tussen het huis van Thomas Braet en dat van de erfgenamen van Aert Pietersz. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 116, cf. idem, f. 270, akte dd 13 aug. 1562)

- 13 aug. 1562: Steven Cornelisz. vleeshouwer verkoopt aan Adriaenken Motten, als grootmoeder en voogdes van Hilleken Cornelisdr., weeskind van wijlen Cornelis Gerritsz., een jaarlijkse losrente van 10 gl., verzekerd op een huis staande "onder de Vleeshal" [Groenmarkt bij het Stadhuis] tussen het huis van Neel Louffven en dat van Marijchen Louffven. Borg: Marijchen Louven vleeshouwster (ORA Dordrecht inv. 703, f. 264v)

- 13 aug. 1562: Marijken Louffven, weduwe van Aert Jansz. vleeshouwer met haar gekoren voogd enerzijds en Steven Cornelisz., haar schoonzoon, anderzijds, kavelen twee huizen achter in de Visstraat (Bagijnhof), staande naast elkaar tussen het huis van Thomas Braet en de huisjes van de erfgenamen van Aert Pietersz. Marijken krijgt het kleinste en nieuwste huis, Steven het grootste en oudste. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 270 e.v.)

- ORA Dordrecht inv. 709, f. 210v: verklaring dd 24 of 25 mei 1571 op verzoek van Jan Aerntsz. Vos goudsmidsgezel door Henrick Baerntsz. goudsmid, 36 jaar oud, en Steven Cornelisz. vleeshouwer, 37 jaar oud, poorters van Dordrecht.

- 5 febr. 1572: Marijchen Louvendr., weduwe van Aert Jansz. vleeshouwer, cum tutore, heeft verkocht, tot betaling van zekere borgtocht, door haar gedaan t.b.v. Thonis Jansz. Hoegaers, aan Wouter Pietersz. bakker een losrente van 3 gl. jaarlijks, verzekerd op een huis, staande "onder de halle deser stede" tussen het huis van de erfgenamen van Cornelis den Bergenaer en dat van Steven Cornelisz. vleeshouwer. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 307v)

- 18 febr. 1579:  Laurens Laurensz. vleeshouwer voor zichzelf en vervangende Steven Cornelisz. vleeshouwer, als man en voogd van Neeltgen Aertsdr., Jan Aertsz. bierdrager voor zichzelf, Aert Geleijne kleermaker, als man en voogd van Aeltgen Pietersdr. en tevens vervangende Laurens Pietersz., de broer van zijn vrouw, allen mede-erfgenamen van wijlen Heijltgen Jansdr., hun nicht, transporteren aan Adriaen Louffen en Willemken Louvensdr, onmondige weeskinderen van wijlen Louff Laurensz., verwekt bij Marijcken Hermansdr., die mede erfgenamen zijn van Heijltgen Jansdr. een losrentebrief van 6 gl. jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 25v)

- 28 jan. 1592: Steven Cornelisz. vleeshouwer verkoopt Adriaen Anthonisz., nagelaten weeskind van wijlen Anthonis de Vlaminck, door hem verwekt bij Dircxken Adriaensdr., een jaarlijkse losrente van 9 gl., verzekerd op een huis tegenover het Bagijnhof, staande tussen de huizen van Laurens Claesz. en dat van de weduwe van Steven Pietersz. (ORA Dordrecht inv. 720, f. 77v)]

Tonis Thonisz. kramer  huurt van Jaepken Stevens om 50 gl.      16

f. 15

Jan Ambrosius     12

[Jan Ambrosiusz. (van Gerwen), geboren 's-Hertogenbosch (of Gorinchem ?) ca. 1522, "maildrier" (handelaar in kleine ijzeren voorwerpen) te Dordrecht, overleden Dordrecht ca. 1586, trouwde 1e ca. 1543 Adriana Boudewijnsdr, geboren ca. 1516, overleden ca. 1572, 2e mrt. 1573 Marichge Stevensdr. Rijsberch, geboren naar schatting ca. 1545, dochter van Steven Willemsz. (van Rijsbergen, Rijsborch) en Maria Nicolaesdr. van Beveren.

- 22 mei 1556: verklaring op verzoek van Ariaentgen Staesdr. door Adriana Bouwensdr., vrouw van Jan Ambrosiusz., 40 jaar oud en Anneke, de vrouw van Tonis Cornelisz., 32 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 700, f. 25)

- 26 juni 1572: verklaring door o.a. Jan Ambrosiusz. maeldrier, ongeveer 50 jaar oud, schutter van de Kloveniersdoelen. (ORA Dordrecht inv. 729, f. 66)

- 4 sept. 1572: "Jan Wensen relateert bij den eede int stuck van zijn officie gedaen, dat hij op gisteren ten versoucke van Anthonis Baillu en Aman Humet, koopluijden van Luijck, rechtelijck gensinueert heeft Jan Ambrosius maeldrier, Jan inden Bruijnvisch, Claes Jansz. Cruijenier, Adriaen Jansz. Cant, Jan van Duijren en Jan van Burick caescoper, alle scutters ende inwonende poerters deeser Stede, ten eijnde zij luijden op saterdage doen toecomende compareren soude voer de Edele ende Welgeboren heere Wilhelm grave van der Marck vrijheer van Lumay ende hebben voir antwoirde geseijt ende verclaert dat zijluijden 't arrest opte goederen van den voersz. Anthonis Baillu ende Aman Humet gedaen hebben van weghen den Duerluchtigen ende Hoechgeboren furst ende heere den Prinche van Oraegnien." (ORA Dordrecht inv. 729, f. 111v)

- 30 jan. 1573: comp. Jan Ambrosiusz. maeldrier, weduwnaar van Aerjaentgen Bouwensdr., enerzijds en Ambrosius Jansz., voor zichzelf, Pieter Sebedeusz., als man van Anneken Jansdr., Anthonis Anthonisz., als man van Marichen Jansdr. en Janneken Jansdr. met haar gekoren voogd, allen kinderen en erfgenamen van Adriaenken Bouwensdr., verwekt door Jan Ambrosiusz., anderzijds. Comparanten zijn overeengekomen, dat uit de nalatenschap van Adriaenken aan haar weduwnaar wordt aanbedeeld de ene helft van "alsulcken huijsraet, cramerie, gelt, goudt, silver, gemundt en ongemundt, als hij wech heeft ende hem wel aengenuecht" en aan de kinderen de andere helft daarvan. Voorts krijgen zij elk de helft van twee rentebrieven, de helft van een bedrag van 127 gl. 1 st. 5 penn., welke het Kramersgilde van Dordrecht aan de boedel schuldig is en de helft van het huis, waarin Jan Ambrosiusz. woont, genaamd "de IJzeren Man" ["den Iserman"] en staande op de Visbrug. (ORA Dordrecht inv. 729, f. 187v e.v.)

- 22 juni 1577: Jan Ambrosiusz. maeldrier stelt zich borg voor zijn schoonvader Steven Willemsz. Rijsberch. (ORA Dordrecht inv. 712, f. 107)

- 26 mrt. 1581: Jan Ambrosiusz. maeldrier en Claes Jansz. Cruijenier, raad in wette te Dordrecht, beiden dekens van het Kramersgilde van Dordrecht, voor zichzelf en vervangende Aert Adriaensz., mede deken van dat gilde, verlenen procuratie ad lites aan Jan van Florij, procureur voor het Hof van Holland en Jan Pebusijn als curator over de nalatenschap van Siond Siongis. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 135v)

- 31 mrt. 1583: verklaring op verzoek van het Marsluiden- of Kramersgilde te Dordrecht door o.a Steven Willemsz. Rijsberch, ongeveer 69 jaar oud en Jan Ambrosiusz. ongeveer 63 jaar oud. Jan Ambrosiusz. verklaart, dat hij ongeveer 41 jaar lid van het Kramersgilde is geweest. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 460v e.v.)

- 1 juni 1585: Adriaen Jansz. Lakenkoper, raad in wette van Dordrecht, stelt zich borg voor Jan van Gerwen Ambrosiusz. van Gorinchem wegens hetgeen Dirck van Doorn verver "opten selven Jan van Gerwen is pretenderende hem te competeren." (ORA Dordrecht inv. 738, f. 184)

- 6 okt. 1586: Mathijs Willemsz. schoenmaker verkoopt aan Jan Ambrosiusz. maeldrier een huis in het Loverstraatje, staande tussen de gang van het huis van Cornelis Cornelisz. Wor en het huis van Lubbert Henricxsz. arbeider. Waarborg: Simon Cornelisz. ponjaardmaker. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 19 ponden groten Vlaams. Borg: Henrick Andriesz. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 47)

- 7 juli 1587: comp. Marichgen Rijsberch Stevensdr., weduwe van Jan Ambrosiusz. maeldrier, enerzijds en Anthonis Anthonisz. zijdekramer, als man van Marichgen Jansdr., Mathijs Cornelisz. [Balen], als man van Janneken Jansdr., elk voor zichzelf en vervangende Jan Ambrosiusz., nagelaten zoon van Ambrosius Jansz., allen voorkinderen van wijlen Jan Ambrosiusz. maeldrier, verwekt bij Adriaentgen Bouwensdr., anderzijds. Comparanten hebben de boedel van hun vader resp. schoonvader verdeeld. De weduwe is toebedeeld alle goederen, die haar man heeft nagelaten, waarvoor zij heeft beloofd diens voorkinderen te "vrijen ende waren" van de uitschulden, waarmee de boedel is belast. Bovendien zullen de kinderen samen uit de nalatenschap een somma van 1300 Rijnse gl. van 40 groten het stuk ontvangen . (ORA Dordrecht inv. 717, f. 206v e.v.)

Stadsarchief Dordrecht n. 3, inv. 944, f. 13 e.v., akte dd 23 mrt. 1595: "Alsoo de Vischbrugge ... van ouderdomme seer vervallen sijnde nootlijck diende gerepareert ende dat d'selve reparatie inden Jaere [1594] ter hande genomen sijnde met advijs vande heere Thesaurier vande reparatin ... ende den fabrijckmeester zijnen adionct, goet gevonden is de voorsz. brugge aen weder sijden ontrent vijff voeten te verbreeden , tot beter commoditeijt vande vischcoopers ende de carren ende sleden daechlijcx daer over passerende, ende dat mits tselve werck aende sijde vande huijse genaempt den Iserman met consent van Marijken Stevensdr., weduwe van Jan Ambrosius eijgenar[e]sse vanden selven huijse, het wulffsel gevrocht is inde muijr van haeren stadtboom, overmits dat de Stadt daer geenen muijr en hadde, soo ist dat mijn heer den Burgemeester ende Regierders [van Dordrecht] belooft hebben, ene belooven bij desen, dat indijen haer huijs ofte stadtboom door het dringen vanden boge eenich hinder ofte letsel enige tijde compt te lijden, alle t'selve van de Stadts wegen buijten haeren costen tallen tijden sal werden gerepareert als nae behooren. Consenterende d'voorsz. Marijke Stevens, hijer van acte."

Kinderen van Jan Ambrosiusz. en Adriana Bouwensdr. (volgorde willekeurig):

a. Ambrosius Jansz., geboren naar schatting ca. 1545, trouwde Marichgen Cornelisdr.

- 6 aug. 1576: Ambrosius Jansz. verkoopt aan Anthonis Anthonisz. kramer 1/8 part van een huis op de Visbrug, genaamd "de IJzeren Man", staande tussen het huis van de erfgenamen van Neel Louven en de haven, welk huis verkoper is aangekomen door overlijden van zijn moeder. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 164)

Kind:

a-1. Jan Ambrosiusz., geboren ca. 1566

- 15 jan. 1567: op verzoek van Annichgen Pietersdr. verklaart Aeltgen Henricxdr., ongeveer 34 jaar oud, dat zij in de Vasten laatstleden aangenomen heeft van Adriaenken, de vrouw van Jan Ambrosiusz. maeldrier, te alimenteren het pasgeboren kind van Ambrosius Jansz., verwekt bij Marichgen Cornelisdr. en dat voor de tijd van n jaar. Het kind is echter ziek geworden, "soe dat sij deposante 't selffde den voorsz. Adriaenken aengegeven heeft, seggende dat haer dochte dat het die pocken waeren, begerende dat sij het kindt weder naer haer nemen soude. Waerop deselve Adriaentken seijde dat het vierblaederen waeren.  Maer alsoe sij deposante naderhant seijde jegens eene Neel Roecken, die haer 't voorsz. kint aenbesteden wilde voer vijff ponden Vlaems tsjaers, dat sij 't voersz. kindt nijet en begeerde te houden, al wilde sij haer hondert ponden geven, heeft de voorsz. Adriaentken tselve naer haer genomen. (ORA Dordrecht inv. 706, f. 99v)

b. Anneken Jansdr., overleden ca. 1575 trouwde 1e Pieter Sebedeus, 2e Siond Sionis

- 5 dec. 1575: comp. Ambrosius Jansz., voor zichzelf, Anthonis Anthonisz., als man van Marijcken Jansdr. en Janneken Jansdr., voor zichzelf. Zij verklaren uit handen van Sion Sionis wegens het legaat in het testament van hun zuster Anneken Jansdr., Sions overleden vrouw, een bedrag van 600 gl. ontvangen te hebben. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 45)

- 7 mrt. 1576: Cornelis Sebedeusz. van Breda en zijn dochter Michielken Cornelisdr. verlenen procuratie aan Cornelis Jansz. glaesmaecker en Franchois de Buijlere, procureur voor het Gerecht van Dordrecht, om van Sion Sionijs in ontvangst te nemen al hetgeen Michielken toekomt krachtens het testament gemaakt door Anna Jansdr. "alias Som", Pieter Sebedeusz. en Anneken Jan Ambrosiusdr. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 92)

c. Mariken Jan Ambrosiusdr., geboren ca. 1543, overleden te Dordrecht tussen 1619 en 1634, trouwde ca. 1573 Thonis Thonisz. (Anthonis Anthonisz.) (in de Jesus), geboren ca. 1549, zijdekramer te Dordrecht, overleden ca. 1603

- 23 mrt. 1581: Jan Pietersz. Dorpman verkoopt aan Anthonis Anthonisz. kramer een huis genaamd "den Jesus", staande tegenover de Visbrug tussen het huis van Evert Ariensz. brouwer en dat van Pieter Cornelisz. Praem. Waarborg: Pieter IJsbrantsz. koperslager. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 800 gl. Borg: zijn schoonvader Jan Ambrosiusz. maeldrier. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 135)

- 8 mei 1582: Thonis Thonisz. kramer verkoopt aan Jacques Terwen passementwerker een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Joris de mesmaker en dat van Jonas Cornelisz. viskoper. Waarborg: Mathijs Cornelisz. [Balen] kramer. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 490 gl. Borg: Balten Matheusz. zeemtouwer. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 332)

- 10 aug. 1584: verklaring op verzoek van Cornelis Jansz., schipper van een overdekte kromstevenschuit, burger van Dordrecht, door Jacob Snouck, deurwaarder van het Hof van Holland, 32 jaar oud, Neeltgen Jansdr. [van Alblas], vrouw van Claes Jansz. cruijenier, 34 jaar oud en Mariken Jansdr., vrouw van Thonis Thonisz. vaandrig, 41 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 621)

- 17 juni 1586: Anthonis Anthonisz. kramer verkoopt aan Charel Jacobsz. hoedenmaker een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], genaamd "de Gulden Halve Maan", staande tussen het huis van Jan Jansz. van Burick kaaskoper en dat van Bartholomeus Noppes hoedenmaker. Waarborg: Mathijs Cornelisz. [Balen] kramer. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 852 Rijnse guldens. Borg: Jacques Terwen, wonende in "de Elle" in de Visstraat. (ORA Dordrecht inv. 738, f. 436)

- 7 mei 1587: Thoenis Thoenisz. kramer verleent procuratie aan Babtista van Lier, burger te Wesel, om daar voor hem te innen al hetgeen men hem schuldig is. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 156v)

- 3 sept. 1587: Cornelis Heijmansz. wagenmaker heeft als "willig pand" in handen gesteld van Anthonis Thonisz. zijdekramer een huis op de hoek van de Breestraat aan de landzijde, belend door de huizen van Cornelis Thonisz. stadsbode en Jan Welssen viskoper. (ORA Dordrecht inv. 717, f. 228)

- 18 febr. 1592: Thonis Thonisz. zijdekramer heeft het beheer gehad over de goederen van Adriaen Brijnens, wonende te Haarlem. (ORA Dordrecht inv. 742, f. 14v)

- 11 okt. 1593: Anthoenis Anthonisz. kramer verkoopt aan Marijcken Stevensdr. van Rijsberch, weduwe van Jan Ambrosius, de helft van een huis op de Visbrug, genaamd "den IJseren Man", staande tussen het huis van Jop Simonsdr. en de Visbrug, waarvan de andere helft toekomt aan de weduwe en erfgenamen van Jan Ambrosius. "Des es geconditioneert dat off namaels eenige moijten ofte questie op't voorsz. huijs  quame, beroerende den achste paert van Anneken Jansdr., die ten echte manne gehadt heeft Sion Sionis, dat in sulcken gevalle de voorsz. coopersse haer gehouden sal sijn te reguleren na 't accort tusschen den voorsz. Jan Ambrosius ende sijnne voorkinderen in date 22en febr. 1587". Koopster kent schuldig aan verkoper een bedrag van 1700 gl. Borg: Adriaen Jansz. Lakenkoper, oudraad in wette te Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 743, f. 106v e.v.)

- 7 aug. 1599: verklaring op verzoek van Lijsken Cornelisdr. door Theunis inde Jesus, circa 50 jaar oud, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 897)

- 20 febr. 1601: Jan Dircksz. korenmeter transporteert aan Anthonis Anthonisz. in den Jezus zijn comparants aandeel in een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis en bleekveld van het Sacramentsgasthuis en het huis van de weduwe en erfgenamen van Arien Jansz. bakker "ende voorts alle sijne andere goederen, actin, crediten, in- ende vuijtschulden", welke hij met zijn overleden vrouw Thoontken Willemsdr. in gemeenschappelijke eigendom heeft gehad. Anthonis Anthonisz. zal Jan Dircksz. van alle schulden, waarmee het huis belast is, schadeloos houden en belooft hem gedurende zijn leven ieder jaar een somma van twee ponden groten Vlaams uit te reiken. Na het overlijden van Jan Dircksz. zal Anthonis Anthonisz. aan de drie kinderen van Anthonis Henricksz., zijn [Jan Dirckszoons] halfbroer, genaamd Jan Anthonisz., Jasper Anthonisz. en Dirck Anthonisz., allen geboren te 's-Hertogenbosch, elk een derde deel van een somma van 50 gl. geven, mits zij in staat zijn te bewijzen, dat zij de wettige kinderen van Anthonis Henricksz. zijn. Als zij echter allen vr Jan Dircksz. komen te overlijden of indien zij hun aandeel niet opeisen binnen zes jaar na diens overlijden, mag Anthonis Anthonisz. volstaan met het uitkeren van een bedrag van 2 ponden Vlaams aan het Sacramentsgasthuis. (ORA Dordrecht inv. 746, f. 8v e.v.)

- 3 april 1601: Pijeter Andrijesz. Waelen verkoopt aan Michiel Jacobsz. Cotermans brouwer een huis, staande tegenover de Visbrug tussen het huis van Emer Jansz. vleeshouwer en het huis of de brouwerij van Thonis Thonisz., in welk huis Cotermans tegenwoordig woont. Het pand is verkocht voor 2600 gl., waarvan 684 gl contant. Waarborg: Dirck Gerritsz. bakker. Koper kent schuldig aan verkoper 1916 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 300 gl. Borg: Thonis Thonisz. zijdekramer. (ORA Dordrecht inv. 746, f. 16v)

- 24 mei 1601: Thonis Thonisz. zijdekramer en Jan Henricxsz. in de Lelie zijn borgen voor Vincent Schoppen brandewijnmaker, die een huis in de Vriesestraat koopt. (ORA Dordrecht inv. 746, f. 32v)

- 5 dec. 1601: Thonis Thonisz. zijdekramer is borg voor Gerard le Bruijn grossier van zijden lakens. (ORA Dordrecht inv. 746, f. 75v)

- 5 april 1603: testament van Nicolaes Aertsz. schrijnwerker en Lijsbeth Gerritsdr., echtelieden, burgers van Dordrecht. Testament op de langstlevende. Zij benoemen tot voogden Johan Bongert houtkoper en Thonis Thonisz. inden Jesus zijdelakenkoper. (ONA Dordrecht inv. 3, f. 223 e.v.)

- 13 april 1604: Mariken Jansdr., weduwe van Anthonis Anthonisz., geassisteerd met haar zoon Anthonis Anthonisz., verkoopt aan Michijel Jacobsz. Cotermans brouwer, haar schoonzoon, een huis, brouwerij en mouterij, genaamd "het Witte Hert", staande tegenover de Visbrug aan de poortzijde [Groenmarkt] tussen het huis van verkoopster, genaamd "den Grooten Jesus" en het huis van Emer Jansz. vleeshouwer. Koper verklaart verkocht te hebben aan verkoopster een jaarlijkse losrente van 100 gl., verzekerd op dit huis, brouwerij en mouterij. In margine: comp. ter secretarie van Dordrecht Marijken Jansdr., weduwe van Anthonis Anthonisz. en verklaart volledig betaald te zijn van deze hypotheek. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 10 mei 1608. (ORA Dordrecht inv. 747, f. 93v en 94)

- 1 juli 1608: Claes Aertsz. schrijnwerker verkoopt aan Lambrecht Cornelisz. Post een huis in de Vriesestraat over de Mennebrug, staande tussen het huis van Marijken Jansdr., weduwe van Anthonis Anthonisz. in den Jesus en dat van Jan Jansz. schoenmaker. Waarborg: Michiel Cotermans brouwer. (ORA Dordrecht inv. 750, f. 2v e.v.)

- 15 juli 1609: Marijken Jansdr, weduwe van Anthonis Anthonisz. in de Jesus, geassisteerd met Philips Paeijman *, verkoopt Aertgen Pieterdr., weduwe van Adriaen Jansz. van Schoonhoven, de helft van zeker hof en erf met twee huisjes en een zomerhuisje daarop staande, gelegen aan de Stadsvest achter in de Marinbornstraat, waarvan de andere helft toebehoort aan Pieter Sijmonsz. korenkoper. Waarborg: Philips Paeijman. Koopster kent schuldig aan verkoopster een somma van 900 gl. Borg: Pieter Aertsz. molenaar. (ORA Dordrecht inv. 750, f. 122v)

* Philips Paijman (Peijman, Pijnen),  geboren ca. 1550, trouwde 1e naar schatting ca. 1575 Dirixken Jansdr. (van Beaumont) [ORA Dordrecht inv. 736, f. 299, akte dd 3 mrt. 1582]

ORA Dordrecht inv. 739, f. 128, akte dd 1587: verklaring op verzoek van Steven Willemsz. inde Griffoen [sic] door Philips Peijman, ongeveer 38 jaar oud en Jan Govertsz. van Beaumont olieslager, ongeveer 23 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 740, f. 106: verklaring dd 21 april 1588 op verzoek van Elisabeth Bouwens van Antwerpen, weduwe van Lucas Jansz. droogscheerder, door Philips Peijman Ghijsbrechtsz., ongeveer 36 jaar oud.

NG trouwboek 17 aug. 1608 (otr.) Philips Paijman Gijsbrechtsz. wed. en Annicken Mathijsdr. van Oost, weduwe van Jaques van Alewijn, beiden van Den Bosch

NG trouwboek 22 okt. 1606: Willem Bastiaensz. bakker en Lucretia Paeijmans Philipsdr., beiden van Dordrecht, getr. 12 nov. 1606

NG trouwboek 3 mei 1609: Jan van Ingen wijnkuiper van Roermond en Cornelia Wijnand Elings wonende bij haar stiefvader Philips Paeijman bij de Gravenstraat, getr. 19 mei 1609)

- 6 juni 1615: Anneken Cornelisdr., echtgenote van Jacob Jansz., 27 jaar oud en wonende te Dordrecht, verklaart op verzoek van Claes Mantel, molenaar te Dordrecht, dat zij acht dagen vr Pasen ten huize van de rekwirant is geweest, waar mede aanwezig was Anthonis Anthonisz., zoon van Mariken Jansdr., weduwe van Anthonis Anthonisz. de Oude, die aan de vrouw van de rekwirant een bedrag van 100 gl. heeft betaald. (ONA Dordrecht inv. 21, f. 242)

- 14 april 1617: Cornelis Jansz. Waterhoen, arbeider en burger van Dordrecht, verkoopt voor 600 gl.  aan Gerrardt Dircxsz., Jan Wiersz., beiden schippers en Mariken Jansdr. weduwe van Theunis Theunisz. in den Jesus, een huis in de Heer Heymanssuysstraat, staande tussen het huis van Sander Reijniersz. papierschilder en Jacob Dircxsz. spelmaker. In margine: comp. Jan Wiersz. schipper en Mariken Jansdr., weduwe Thonis Thonisz in den Jesus met haar gekoren voogd en verklaren "te vreden te sijn dat de brieve int witte van desen gementioneert alleenlijk op de name van Gerrardt Dircxsz. sal werden gemaeckt alsoo sijlieden compt. geen recht off actie daer aen sijn hebbende off reserverende maer tselve huijs de voorsz. Gerrardt Dircxsz. alleenlijk is toebehoorende. Actum 25 jan. 1620." (ORA Dordrecht inv. 758, f. 30v)

- 5 juni 1619: Maria Jansdr., weduwe van Anthonis Anthonisz., verkoopt aan Hubrecht Cornelisz. arbeider bij de straat een huis over de Mennebrug [in de Vriesestraat], staande tussen het huis van Wouter Jacobsz. en het Leprozenhuis. Kent betaald. Promittit quitare. Koper kent schuldig aan verkoopster een somma van 650 gl. (ORA Dordrecht inv. 760, f. 51)

- 3 mrt. 1634: comp. Maeijcken Anthonisdr., nog ongehuwde dochter, als erfgename van Marijcken Jansdr., eertijds zijdelakenkoopster in "de Jhesus", wonende te Dordrecht. Zij verleent procuratie aan Maeijcken de Leeuw, wonende te Venlo, weduwe van Jan Pietersz. grutter en Zara de Leeuw, haar zuster wonende te Dordrecht, om een bedrag van 36 gl. wegens geleverde waren te innen. (ONA Dordrecht inv. 36, f. 88) 

Kinderen van Tonis Tonisz. en Mariken Jansdr. (allen NG gedoopt te Dordrecht):

c-1. Neelten Toenis Toenisdr. geboren naar schatting ca. 1573, van Dordrecht (1594), trouwde NG Dordrecht 31 juli 1594 (otr.) Michiel Jacobsz. Cotermans, van Breda (1594), brouwer te Dordrecht, weduwnaar (1626), trouwde 2e Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 6 aug. 1626 Catharina Wilmsdr., weduwe (1626) (zie pagina Doopsgezinde huwelijken Dordrecht)

c-2. Tonis Tonisz. (Empone, Dempone), 1 mei 1574, brouwer, overleden in of na 1618 (ONA Dordrecht inv. 23, f. 415)

- 22 dec. 1617: Maria Jansdr., weduwe van Anthonis Anthonisz., verkoopt aan Hubert Cornelisz., "arbeider bij de straat", voor 950 gl. een huis over de Mennebrug, staande tussen het huis van Wouter Jacobsz. en "de Leprozen". De akte is ondertekend door Anthonis Empone, "van wegen [z]ijn moeder". (ONA Dordrecht inv. 22, f. 461) 

c-3. Engelken Thonisdr., 11 aug. 1578, overleden vr 28 dec. 1618, trouwde Abraham Govertsz. koekenbakker

- 28 dec. 1618: compareren Abraham Govertsz., koekenbakker en burger van Dordrecht, weduwnaar van Engeltken Tonisdr., enerzijds en Maria Jansdr., weduwe van Anthonis Anthonisz., Anthonis Anthonisz. Dempone brouwer en Michiel Coterman brouwer, resp. als grootmoeder en ooms van de twee onmondige kinderen van Engeltgen Tonisdr., bij haar verwekt door Abraham Govertsz., anderzijds. Comparanten zijn tot een overeenkomst gekomen betreffende de scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Engeltken Tonisdr. (ONA Dordrecht inv. 23, f. 415 e.v.)

c-4. Maricken, 7 jan. 1580

c-5. Anneken, 6 dec. 1582

c-6. Lijsbeth, 7 jan. 1584

c-7. Jan, 17 aug. 1586

c-8. Jennicken, 16 febr. 1588

d. Janneken Jansdr. (van Gerwen), geboren 's-Hertogenbosch ca. 1551, overleden Dordrecht 5 aug. 1629, trouwde naar schatting ca. 1575 (na 5 dec. 1575) Matthijs Cornelisz. Balen, geboren ca. 1550, zijdekramer te Dordrecht (zie hieronder), overleden in 1600

- 1622 (hoofdgeld Dordrecht): de weduwe van Matijs Balen [Janneke van Gerwen], Boudewijn Balen met zijn vrouw en 1 kind en Jan Bijlaert met zijn vrouw, 1 kind en 1 dienstmaagd betalen 21 gl. in het hoofdgeld (20 gl. voor de weduwe, Balen, Bijlaert, hun vrouwen en kinderen en 20 st. voor de dienstmaagd) (Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3974, f. 21)

Kinderen:

d-1. Boudewijn Mathijsz. Balen geboren ca. 1582, overleden 4 april 1658

d-2. Cornelis Matthijsz. Balen, geboren 14 aug. 1585, zijdelakenkramer, overleden 8 mei 1654

d-3. Jan Matthijsz. Balen, geboren Dordrecht ca. 1590 (zie Doopsgezinde huwelijken, huwelijk van Matthijs Balen en Stijntgen Lambrechtsdr., anno 1639)

Kinderen van Jan Ambrosiusz. en Marichgen Stevensdr. Rijsberch

a. Adriaentgen Jansdr. van Gerwen, gedoopt NG Dordrecht 3 jan. 1573, overleden vr 9 juni 1643

b. Adriaen, geboren naar schatting ca. 1574

c. Jan Jansz., geboren naar schatting ca. 1576, innocent, overleden na 9 juni 1643

d. Maria, gedoopt NG Dordrecht 1 sept. 1578

e. Hendrick, gedoopt NG Dordrecht 21 dec. 1581

f. Emmeken (Emerentia) Jan Ambrosiusdr., geboren naar schatting ca. 1583, van Dordrecht (1608), overleden na 9 juni 1643, trouwde NG Dordrecht 7 dec. 1608 (op het bescheid van Utrecht, procl. Utrecht) Pieter Cornelis Pietersz. (Swanenburch), van Utrecht (1608)

- 1626: "Pieter Cornelis Swanenborch met sijn huijsvrou broeder ende suster" aangeslagen voor een geschat vermogen van 30 ponden (1000e penning Dordrecht 1626, f. 111v) NB: de broer is ongetwijfeld Jan Jansz. (innocent), de zuster vermoedelijk Adriana Jansdr.

- 9 juni 1643: compareert voor notaris D. Eelbo te Dordrecht Emerentia Ambrosiusdr. [sic], burgeres van Dordrecht, om haar testament te maken. Zij legateert

aan de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht een bedrag van 100 gl.,

aan de kinderen van wijlen Neeltgen Theunisdr., in haar leven echtgenote van Machiel Jacobsz. Cotermans, samen een somma van 800 gl.,

aan de dochter van wijlen Engeltgen Theunisdr., bij haar verwekt door Abraham Govertsz., een somma van 200 gl.,

aan het enige nagelaten kind van wijlen Theunis Theunisz., een bedrag van 10 gl.,

aan de kinderen van haar halfzuster zaliger, Janneken Jansdr., [in haar leven vrouw van Matthijs Cornelisz. Balen], samen een bedrag van 1000 gl.,

aan [haar achternicht] Jacobmijna Jansdr. [van Baresteijn], weduwe van Johan Willemsz. de Wit, of bij vooroverlijden haar dochter Maria de Wit, een somma van 300 gl.,

aan [haar achternicht] Adriana Dircxdr. van Wijngerden, echtgenote van Cornelis Pietersz. Mispelshoeff houtkoper, een bedrag van 300 gl.,

aan de kinderen van Jan Matthijsz. Balen, samen een bedrag van 400 gl., waarvan Jan Matthijsz. Balen en zijn vrouw hun leven het vruchtgebruik zullen hebben,

aan Lijntgen Jansdr., ongehuwde vrouw, tot een "gedachtenisse" een bedrag van 50 gl.,

aan haar nicht Maria van Rommerswaele *, vrouw van Goodtschalck van der Huldt, al haar kleren, juwelen en zilverwerk, benevens het vruchtgebruik en de bewoning van het huis, waarin de testatrice woont, staande voor het Bagijnhof, mits Maria het huis in "behoorlijcke reparatie" zal houden en de jaarlijkse verpondingen zal betalen,

aan het dochtertje van Maria van Rommerswaele, ook Maria genaamd, een somma van 200 gl. en, als Maria van Rommerswaele nog twee dochters krijgt en die naar de testatrice en haar overleden zuster Emerentia en Adriana noemt, aan elk van die dochters een bedrag van 200 gl.

Zij wenst, dat, "bij aldien haeren innocenten broeder, Jan Jansen benoempt, naer haer testatrice overlijden met zijn eijgen propre middelen niet eerlijcken conde leven, ende onderhouden werden", haar erfgenamen tot aan zijn overlijden toe gehouden zullen zijn uit haar na te laten goederen zoveel bij te leggen, als haar broer voor zijn onderhoud nodig zal hebben.

Tot erfgenaam van al haar overige na te laten goederen, inclusief het huis voor het Bagijnhof, benoemt zij haar "neve" Johan de Wit Jansz., ontvanger generaal van de Grafelijkheidstol van Geervliet, of bij vooroverlijden diens oudste zoon mr. Johan de Wit, advocaat voor het Hof van Holland. # Zij benoemt haar erfgenaam en Cornelis Pietersz. Mispelshoeff tot executeurs van haar testament.

(ONA Dordrecht inv. 60, f. 812v e.v.)

* Hoe de verwantschap van de testatrice en Maria van Rommerswael precies in elkaar stak, heb ik helaas niet kunnen achterhalen.

NG trouwboek Dordrecht 15 april 1640: Godtschalck van der Huld jongman van Zevenbergen, wonende bij de Tolbrug en Maria van Rommerswael jonge dochter van Utrecht woont voor het Bagijnhof, procl. te Zevenbergen, getrouwd op 1 mei 1640

Godschalck van der Hult (van der Hulst) Joostensz., landmeter en kaarttekenaar, was een zoon van Joos(t) van der Hult Godschalksz., schepen van Zevenbergen en Mechteld Pyll Jansdr. (Balen, o.c. deel II, p. 1200 e.v.). Hij werd op 12 dec. 1651 in de Augustijnenkerk te Dordrecht begraven. Van der Hult liet een 87 schilderijen omvattende kunstcollectie na, met werken van o.a. Rembrandt, Rubens, Lucas van Leyden, Bosschaert, Cuyp, Breugel, Hals en Van Ostade. Kort na zijn overlijden werd zijn zoon Pieter geboren. Pieter van der Hult (1652-1727) werd hofschilder van de koning van Denemarken, maar overleed uiteindelijk in zijn huis aan de Hoge Nieuwstraat te Dordrecht. (Gens Nostra 2009, p. 197-198) 

NG trouwboek Dordrecht 27 dec. 1654 (ondertrouw): jonkheer Danil van den Houte "geseit Du Bois" Danilsz. liggende onder de compagnie van de stadhouder van Friesland garnizoen houdende te Geertruidenberg jongman en Maria van Rommelswaele [sic] weduwe van Godtschalck van der Hulst wonende in de Hoge Nieuwstraat beiden van Utrecht, procl. Geertruidenberg

# Jan de Wit Jansz., haar erfgenaam, was een verre achterneef en wel als volgt:

I. Nicolaas van Beveren Willemsz., trouwde Jakobmina Snouk

Kinderen (o.a.)

a. Maria Nicolaasdr. van Beveren, overleden in 1552, trouwde Steven Willemsz. Rijsberch

Kind:

a-1. Marichgen Stevensdr. Rijsberch, trouwde mrt. 1573 Jan Ambrosiusz. van Gerwen

Kind:

a-1-1. Emerentia (Emmechgen) Jan Ambrosiusdr., geboren ca. 1583

b. Anna Nicolaasdr. van Beveren, volgt II

II. Anna Nicolaasdr. van Beveren, overleden in 1587, trouwde Adriaan Louff Adriaensz., overleden op 1 febr. 1593

Kind:

III. Jakobmina Louff, trouwde Jan van Baresteijn Bartholomeusz (alias Jan Bartholomeusz. int Vosken), geboren ca. 1530, overleden tussen 21 mrt. 1571 en 28 okt. 1578, trouwde 1e Hadewij Andriesdr.

ORA Dordrecht inv. 724,. akten 225 en 226: op 13 okt. 1561 verkoopt Jan Sobis van Sgravenbroeck aan Jan Bartholomeusz. een huis bij de Nieuwbrug, genaamd "het Vosken", staande tussen het huis "de Gulden Aernt" en het huis van de erfgenamen van Willem van Drenckwaert. De koper verkoopt aan Jan Sobis een jaarlijkse losrente van 28 gl. 2 st. en een halve penning.

ORA Dordrecht inv. 709, akte 625: verklaring dd 21 mrt. 1571 op verzoek van Jan Nuijs, koopman van Rijnse wijnen, door Jan Bartholomeusz., waard in "het Vosken", 41 jaar oud, Casper Berck, 36 jaar oud, en Kaerle Jansz. wijnkuiper, 36 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 1570 (nieuw), f. 150 e.v.: op 28 okt. 1578 verkopen Steven Dionijsz., voor drie vierde parten, en Cornelis Dionijsz., voor een vierde part, aan Adriaen Louff Adriaensz., als grootvader en voogd van Jacobmina Jansdr., onmondig kind van wijlen Jan Bartholomeusz., verwekt bij Jaepgen Arien Louffendr., een jaarlijkse losrente van 4 Vlaamse ponden, verzekerd op een huis en brouwerij, staande tussen de Lombardstraat en het huis van de comparanten, alsmede een jaarlijkse losrente van 2 Vlaamse ponden, verzekerd op een huis, staande omtrent de Lombardstraat tussen het huis van Steven Dionijsz. en dat van Pieter Jacobsz. van Bemont.

- 28 april 1583: Niclaes Manternach van Trier, koopman van wijnen te Dordrecht, verkoopt aan Mathijs Fransz. viskoper en Caerel Jansz. [Wanten] wijnkuiper, als voogden van de twee nagelaten weeskinderen van wijlen Jan Bartholomeusz. [int Vosken], genaamd Stijntgen Jansdr. en Marijcken Jansdr., verwekt bij Hadewij Andriesdr., en Jaepken Jansdr., verwekt bij wijlen Jaepken Adriaen Louvendr., ten behoeve van die kinderen een jaarlijkse losrente van 35 gl. en 14 st., verzekerd op een huis genaamd "Medemblick", staande omtrent de Mattensteiger [thans een straatje tussen Wijnstraat en Mattenkade] tussen het huis "Sint Joris" en het huis van Hans de Loemel. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 10v)

Kind:

IV. Jacomina van Baresteijn Johansdr., geboren 13 juli 1572 (volgens Balen n van de eerste drie kinderen, die in de Augustijnenkerk werden gedoopt, nadat Dordrecht zich aangesloten had bij de opstand tegen Filips II van Spanje), overleden 11 jan. 1656, trouwde 18 febr. 1590 Jan de Wit Willemsz., geboren 1567, thesaurier van Dordrecht 1611-1619, ontvanger van de Tol van Geervliet in Dordrecht 1613-1625, overleden 15 dec. 1625

- 29 juni 1661: Adriaen de Widt, achtraad van Dordrecht, zoon en mede-erfgenaam van Jacobmina van Baresteijn, weduwe van Johan Willemsz. de Widt, voor zichzelf en tevens vervangende zijn mede-erfgenamen, verkoopt voor 1400 gl. aan Jan Leendertsz. van der Beeck, burger van Dordrecht, een huis in de Botgensstraat, staande tussen de stadsgracht en de stadsvest. Waarborg: Willem de Widt, ontvanger van de Grafelijkheidstol. (ORA Dordrecht inv. 1619, f. 44 e.v.)

Kinderen (o.a.):

a. Jan de Wit Jansz., volgt Va

b. Maria de Wit, geboren 30 juni 1601, overleden 25 mrt. 1673, ongehuwd

c. Adriaen de Wit

d. Abraham de Wit Jansz., volgt Vb

Va. Jan de Wit Jansz., gedoopt NG Dordrecht dec. 1590, ontvanger van de Tol van Geervliet 1625, schepen van Dordrecht 1644, 1645, trouwde NG Dordrecht 10 sept. 1617 Belia Stokmans Johansdr.

Kinderen (o.a.):

a. mr. Johan de Wit, gedoopt NG Dordrecht okt. 1618, advocaat voor het Hof van Holland, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 okt. 1676 (een zwarte baar voor Johan de Wit, elf maal luiden, "voor het blason met de kast, de late boete"), trouwde 1e 5 dec. 1660 Petronella Gijsberta van Wouw, 2e 9 okt. 1667 Katharina van Beaumont

b. Maria de Wit Johansdr., geboren 28 okt. 1627, trouwde 20 aug. 1675 Arend Muijs van Holij, burgemeester van Dordrecht 1675, 1676

c. Willem de Witt Johansz., geboren 31 okt. 1632, schepen van Dordrecht 1666, 1667, 1671, 1672, ongehuwd

- 9 mrt. 1683: gecollationeerd door notaris J. Mugge te Dordrecht het testament van Wilhelmus de With, door hem zelf geschreven en ondertekend op 5 mei 1677, waarin hij tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen en executeurs-testamentair heeft benoemd zijn zwager Arend Muijs van Holij, oud-burgemeester van Dordrecht, en zijn neef Johan de With, drost van Zuid-Holland. (Weeskamer Dordrecht inv. 28, f. 5v)

Vb. Abraham de Witt Jansz., jongman van Dordrecht (1636), trouwde NG Dordrecht 28 dec. 1636 (ondertrouw; per schrijven van Rotterdam; 30 jan. 1637 bescheid gegeven om te Rotterdam te trouwen) Maria Heijmansdr. van Melisdijck, jonge dochter van Rotterdam (1636)

- 20 febr. 1685: extract in het weesboek ingeschreven van een akte van voogdij, gepasseerd voor notaris S. van der Heijden te Dordrecht op 26 nov. 1676 door Maria van Melisdijck, weduwe van Abraham de With, haar dochter Sophia de With, en haar zoons Johan de With, drost van Zuid-Holland, en Willem de With. De twee eerstgenoemden hebben tot voogden over hun minderjarige erfgenamen benoemd haar twee zoons resp. haar twee broers, Johan en Willem de With. Laatstgenoemden hebben tot voogd benoemd de langstlevende van hen beiden. (Weeskamer Dordrecht inv. 28, f. 48)

Kinderen (o.a.):

a. Johan de Witt Abrahamsz., gedoopt NG Dordrecht jan. 1640, drost van Zuid-Holland, schepen van Dordrecht 1679, burgemeester van Dordrecht 1683, overleden na febr. 1693, ongehuwd

b. Willem de Witt Abrahamsz., gedoopt NG Dordrecht 6 sept. 1643, ongehuwd

c. Sophia de Witt Abrahamsdr., gedoopt NG Dordrecht 31 juli 1650, ongehuwd

(Balen, o.c., deel II, p. 953 e.v en p. 1306 e.v.)

g. Janneke Jan Ambrosiusdr., gedoopt NG Dordrecht 11 juli 1585]

Matheeus Cornelisz. [Balen] [zijde]kramer      12

[Hij was getrouwd met Janneke Jansdr. (van Gerwen): zie hierboven bij Jan Ambrosiusz. en op de pagina Doopsgezinde huwelijken Dordrecht.

- 5 nov. 1580: Mathijs Cornelisz. Balen kramer is schuldig wegens de koop van een huis op de Visbrug, staande tussen de Visbrug en het huis van de erfgenamen van wijlen Neeltgen Louven, door hem op 16 mrt. 1579 "bij decrete deser stede" gekocht voor een somma van 1900 gl, waarvan 600 gl. contant. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 68)

- 15 okt. 1591: accoord betreffende de verdeling van de nalatenschap van Adriaen Cornelisz. Balen [schipper te Gouda] tussen Marichgen Ariensdr., weduwe van Adriaen Cornelisz. Balen, enerzijds en Aelbert Cornelisz. Balen, schipper te Middelburg en Mathijs Cornelis Balen, zijdekramer te Dordrecht, als ooms en naaste bloedverwanten van de zeven weeskinderen van Adriaen Cornelisz. Balen [Aeltgen, geboren ca. 1573, Adriaen, geboren ca. 1575 Jan, geboren ca. 1577, Tijs, geboren ca. 1581, Marichgen, geboren ca. 1583, Anneken, geboren ca. 1587 en Truijchgen, geboren ca. 1589], anderzijds. (ORA Dordrecht inv. 741, f. 316)]

Anna Stevens      15-7-2

Cornelis Egbertsz. huurt van de erfgenamen van Neeltgen Soetmans [= vermoedelijk Neeltgen Stevensdr., weduwe van Soetman Andriesz.] om 50 gl.     16

Hans Loijs cruijenier huurt van Cornelis Aertsz. vleeshouwer om 50 gl.     16

Janneken Stoopen     11

f. 15v

Louris Claesz. vleeshouwer      11

[ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akten 524 t/m 527: op 17 mei 1561 verkopen Adriaen Aelbrechtsz., als man van Hilleken Claesdr., voor een derde part, Adriaen Cornelisz. Cloot, als man van Marijchen Claesdr., voor een derde part, en Claes Cornelisz. en Jan Cornelisz., voor zichzelf en tevens vervangende Gijsbert Cornelisz. en Marijchen Cornelisdr., hun broer en zuster, samen voor het laatste derde part, aan Laurens Claesz. vleeshouwer een huis, staande onder de Vleeshal tussen het huis van Willem Adriaensz. tingieter en dat van Lijdewij de uitdraagster. De koper is schuldig aan elk van de drie verkopers een bedrag van 218 gl. en 15 st.]

Aeffken Dircxs kaaskoopster     6

[ORA Dordrecht inv. 708, f. 15v: op 14 mei 1568 verkopen Andries Joesten muntenaar, voor zichzelf en als oom en voogd van de weeskinderen van wijlen Marijken Joestendr., Joest Pouwelsz. voor zichzelf, Jan en Adriaen Joestensz. en Aeriaentgen Joestendr., met consent van hun oom Jan Andriesz., aan Huijman Cornelisz. kaaskoper een huis aan de Poortzijde bij de Visbrug, staande tussen het huis van voornoemde Jan Andriesz. en dat van Laurens Claesz. vleeshouwer. De koopster is schuldig aan Andries Joosten wegens koop van 4/5 delen van het voornoemde huis 458 gl. 156 st. en aan Joost Pouwelsz. wegens het resterende 1/4 part 77 gl. 4 st. Borg: Jan Hugesz. koekenbakker. (schuldbrief dd 15 mei 1568)]

Kaerl Jacobsz. hoe[den]maecker huurt van de erfgenamen van Jan de Boni om 66 gl.      21-2-8

[ORA Dordrecht inv. 732, f. 149: op 28 juni 1576 verkoopt Adriaen Joosten voor zichzelf en vervangende Andries Joosten, zijn broer en de kinderen van wijlen Jan Joosten, verwekt bij Geertruijt Simonsdr., allen erfgenamen van Jan Andriesz., aan Jan Jansz. Fiot een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Aeffgen de kaaskoopster en dat van Willem Jansz. Heilige-Geestknecht. Koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 951 gl.]

Willem Jansz.     8-10

Pieter Bouwensz. koperslager      8

[ORA Dordrecht inv. 710, f. 387: op 10 juni 1575 verkoopt Jan Jansz. Pieck bakker, als man van Neelken Cornelisdr., aan Pieter Bouwensz. koperslager een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], genaamd "den Gulden Bibel", staande tussen het huis van Willem Jansz en dat van Jan Jansz. kaaskoper. Waarborg: Gerrit Fransz. Snouck lakenkoper. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 650 gl. Borg: Bouwen Bouwensz. koperslager.

Zie ook hieronder, f. 16, bij "de weduwe van Bouwen de koperslager".]

Jan Jansz. van Buijerick      8

Pieter IJssbrantsz. koperslager     12

Jan Henricxsz. spelmaker huurt van Jan Sijmonsz. om 48 gl.     15-7-2

f. 16

Cornelis Pietersz. tingieter     7

Damas Jopsz. huurt van Reijer Jacobsz. om 36 gl.     11-10-6

Crijn Coenraetsz.     12

De weduwe van Bouwen de koperslager     10

[Bouwen Bouwensz. (Boudewijn Boudewijnsz.), geboren ca. 1525, ketelboeter/koperslager, overleden ca. 1579, trouwde naar schatting ca. 1550 Grijetken Pietersdr., overleden tussen 1594 en 1604.

- 22 april 1552: verklaring door Bouwen Bouwensz., ongeveer 24 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 721, akte 591)

- 14 juni 1552: Ariaentgen Aertsdr., weduwe van Jan Smit en Jacob Jansz. en Jan Jansz., voor zichzelf en vervangende hun broeders en zuster, verkopen aan Bouwen Bouwensz. een huis in de Heer Mathijsstraat [Kolfstraat], staande tussen het huis van Mariken Pietersdr. en dat van de weduwe van Jacob Heijnricxsz. Koper kent schuldig aan verkoper een bedrag van 53 ponden groten Vlaams. Borg: Cornelis Pietersz. bakker. (ORA Dordrecht inv. 721, akte 727)

- 18 juni 1552: Bouwen Bouwensz. ketelboeter verkoopt aan Frans Pietersz. linnenwever een jaarlijkse losrente van 3 gl. op een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Fransken de Gortster hekelster en dat van Marichen Pietersdr. (ORA Dordrecht inv. 1534 (nieuw), akte 399)

- 27 juni 1560: Heijndrick Rijsberch Willemsz. verkoopt Bouwen Bouwensz. en Antonis Cornelisz. bakker, als voogden van de weeskinderen van Frans Pietersz. linnenwever, een jaarlijkse losrente van 1 pond, verzekerd op een huis in het Steegoversloot, staand tussen het huis van Jan Aertsz. hellebaardier en dat van Antonis Antonisz. (ORA Dordrecht inv. 722, f. 38)

- 26 okt. 1560: op verzoek van Boudewijn van Slingelant verklaren Cornelis Jansz., 46 jaar oud, Govert Diemertsz., 35 jaar oud, Jacob Cornelisz., 40 jaar oud, Sijmon Lenertsz., 36 jaar oud, Bouwen Bouwensz., 36 jaar oud, Thoenis Wijnantsz., 31 jaar oud en Cornelis Geritsz., 27 jaar oud, dat zij met een zekere Wouter Henricxsz., als overmannen van het Smedengilde te Dordrecht, op verzoek van Herman Lambrechtsz., smid van Delft, gevisiteerd hebben zeker ijzer, dat Herman gekocht heeft van Boudewijn van Slingelant. (ORA Dordrecht inv. 702, f. 36) 

-1 juni 1562: Gijsbert Jansz. kleermaker verkoopt Neesken Henricxdr., weduwe van Frans Pietersz., een jaarlijkse losrente van 2 gl., verzekerd op een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Bouwen de ketelboeter en dat van Cornelis Dircxsz. metselaar. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 198)

- 20 mrt. 1564: op 20 mrt. 1564 transporteert Joachim Joesten molenaar aan Bouwen Bouwensz. ketelboeter, als voogd van de weeskinderen van Frans Pietersz. linnenwever een schepenenschuldbrief van 22 ponden groten Vlaams, sprekende op Lenert Corssen bierdrager. (ORA Dordrecht inv. 704, akte 374)

- 30 okt. 1567: Boudewijn Boudewijnsz. koperslager verkoopt de weeskinderen van wijlen Frans Pietersz., genaamd Marijchen, Neelken en Janneken Fransdr., een jaarlijkse losrente van 6 gl., verzekerd op een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Gijsbrecht de snijder en dat van Sijmon Willemsz. huistimmerman. (ORA Dordrecht inv. 707, f. 109)

- 30 jan. 1571: scheiding tussen Cornelis Cornelisz. bakker, weduwnaar van Marijke Fransdr., die eerder gehuwd was met Pieter Claesz. bakker, enerzijds en Jacob Adriaensz. schrijnwerker, als man van Aeriaentgen Claesdr., oom van vaderszijde, en Bouwen Bouwensz. koperslager, "als vande naeste vrunden van smoederszijde", beiden voogden over Heijltgen Pietersdr., 2 jaar oud, nagelaten weeskind van Pieter Claesz. en Marijken Fransdr., anderzijds. Aan de weduwnaar wordt alleen toebedeeld de goederen, die hij heeft gerfd van Cornelis Corsz., zijn vader. Het weeskind krijgt de opbrengsten uit de verkoop van bepaalde goederen, die haar ouders hebben nagelaten. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 531)

- 26 mei 1571: Jacob Adriaensz. schrijnwerker, als man van Adriaenken Claesdr., oom van vaderszijde en Bouwen Bouwensz. ketelboeter, als "vande naeste vrunden" van moederszijden, beiden voogden over Heijltgen Pietersdr., weeskind van wijlen Pieter Claesz. en Marijken Fransdr. zaliger, verklaren, dat zij in voornoemde hoedanigheid volledig betaald en voldaan zijn door Cornelis Cornelisz. bakker van alzulke penningen als gespecificeerd staan in een akte van vertichting, gepasseerd op 30 jan. 1571 voor het Gerecht van Dordrecht tussen Cornelis Cornelisz. bakker en hen, comparanten. (ORA Dordrecht inv. 728, akte 596)

- 25 juni 1571: IJchgen Jacobsdr., weduwe van Michiel Pietersz., transporteert aan Bouwen Bouwensz. ketelboeter en Jacob Adriaensz. waagknecht, als voogd van Heijltgen Pietersdr., onmondig weeskind van wijlen Pieter Claesz. bakker, een rentebrief van 6 gl., sprekende op Job Jansz. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 196v)

- 23 juni 1588: Grietge Pietersdr., weduwe van Bouwen Bouwensz. koperslager, verkoopt aan Jacob van Driel de helft van een muur van haar huis in de Heer Mathijsstraat [Kolfstraat] aan de zijde van de gang, die toebehoort aan Jacob van Driel. (ORA Dordrecht inv. 740, f. 166)

- 1594 (verponding Dordrecht): de weduwe van Boudewijn de koperslager betaalt 15 ponden voor haar huis bij de Tolbrug [Groenmarkt]. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 10v)

- 22 jan. 1604: Pieter Bouwensz. koperslager, Wijnant Thonisz. smid, als man en voogd van Janneken Bouwensdr., voor zichzelf en vervangende Aert Jordensz., Oth Leendertsz. timmerman [gehuwd met Neelken Bouwensdr.], Cornelis Boudewijnsz., Marigen Boudewijnsdr. en Arien Jorisz. schipper [getrouwd met Trijnken/Truijcken Bouwensdr.], allen erfgenamen van Grijetken Pietersdr., weduwe van Boudewijn Boudewijnsz. koperslager, verkopen aan Cornelis van Beveren Jacobsz. een huis, genaamd "den Bonten Esel", staande op de Vogelmarkt [Groenmarkt] naast "de Waersman". (ORA Dordrecht inv. 747, f. 74v)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Pieter Bouwensz. (de Haen), geboren ca. 1551, koperslager/ketelboeter, waard in "de Dorrenboom", overleden na 22 jan. 1604 (ORA Dordrecht inv. 747, f. 74v), trouwde NG Dordrecht juli 1575 Kunira (Kunierken, Kunderken) Jordensdr. (de Haen), dochter van Jorden Dirksz. (de Haen), bakker te Dordrecht en NN

- 22 dec. 1578: Pieter Bouwensz., koperslager te Dordrecht, verklaart op verzoek van Jan Jansz. jonge Burick, burger van Dordrecht, dat hij en zijn vader Bouwen Bouwensz. op maandag laatstleden van de rekwirant ontvangen hebben 617 pond tin en ander metaal, dat is gekomen van Zierikzee. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 238)

- 5 okt. 1587: Pieter Bouwensz. koopt van Cornelis Jansz. Mes vogelkoper een loods en erf op het Nieuwe Werk, staande en gelegen tussen het huis van Lenert de schipper en het erf van Jan Pauwelsz., schepen in wette te Dordrecht. Waarborg voor verkoper: Cornelis Aertsz. van de Graeff. Koper is schuldig een bedrag van 328 gl. Borg: Steven Evertsz. van der Mast. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 244v)

- 14 jan. 1591: verklaring op door Pieter Bouwensz. koperslager, ongeveer 40 jaar oud, als gewezen pachter over de hoornbeesten en de bezaaide landen. (ORA Dordrecht inv. 741, f. 184)

- 17 dec. 1597: Pieter Bouwensz., koperslager en waard in "de Dorrenboom", is schuldig aan Marijken Jacobsdr. een somma van 218 gl., daarvoor verbindende 1/9 part in een huis [aan de Groenmarkt], staande tussen het huis van Claes Jansz. Cruijenier en dat van Anthonij Lambertsz., hem comparant aangekomen door overlijden van Jorden de bakker, de vader van zijn vrouw. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 227v)

Kinderen (o.a.):

a-1. Jordaen Pietersz. de Haen, geboren naar schatting ca. 1595, jong gezel van Dordrecht (1627), kleermaker, overleden vr 19 sept. 1660, trouwde NG Dordrecht 23 mei/8 juni 1627 (procl. in 's-Gravenhage) Janneken Huijbertsdr. (Weijtemans), jonge dochter wonende in 's-Gravenhage (1627)]

b. Aeltgen Bouwensdr., trouwde Claes Maertensz. bakker

- 29 mrt. 1583: comp. voor schepenen van Dordrecht Aeltgen Bouwensdr., weduwe van Claes Maertensz. bakker, geassisteerd met haar broer Pieter Bouwensz. koperslager. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 457v)

c. Janneken Bouwensdr., trouwde Wijnant Thonisz. smid

d. Neelken Bouwensdr., trouwde Oth Leendertsz. timmerman

e. Cornelis Bouwensz., ketelboeter

- 3 okt. 1587: Cornelis Bouwensz. ketelboeter koopt van Joris Claesz. Goewijn een huis omtrent de Tolbrug, staande tussen het huis "de Gouden Schoen" en het erf en de gang van het huis "den Engel", "bij Hendrick Bastiaensz. nu betimmert". Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 1208 gl. Borg: Pieter Bouwensz. ketelboeter en Cornelis Dircxsz. kleermaker. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 243v)

f. Mariken Bouwensdr.

g. Trijnken (Truijcken) Bouwensdr., trouwde Arien Jorisz. schipper]

Jan Pietersz. Craen      12

Henrick Jansz. snijder    6

Hans Fierlinck huurt van de weduwe van Jan Wenssen om 36 gl.     11-10-6

[ORA Dordrecht inv. 736, f. 189v: op 3 juni 1581 verkopen Fijcken Cornelisdr., weduwe van Jan Wensen Jacobsz., voor de ene helft, en Thomas Thomasz., als man van Machtelt Wenssen, Damas Jobsz., als man van Thoontgen Wenssen,  en Jacob Simonsz. de oude, als man van Aerjaentgen Wensen, allen voor zichzelf en samen tevens vervangende Adriaen Jacobsz., als man van Baertgen Wensen, alsmede de overige kinderen van wijlen Jan Wensen, verwekt zowel bij Aerjaentgen van Megen als bij voornoemde Fijcken Cornelisdr., [voor de andere helft], aan Claes Apersz. schipper een huis op de Vogelmarkt, staande tussen het huis van Henrick Jansz. kleermaker en dat van Jacob Willemsz. vleeshouwer. Waarborgen: Pieter Jansz. kuiper en Jacob Simonsz. de oude voor de helft van de weduwe, en Damas Jobsz. en dezelfde Jacob Simonsz. voor de helft van de kinderen. De koper is schuldig aan verkopers 1440 gl. Borgen: Jan Philipsz. en Trijntge Philipsdr., weduwe van Frans Cornelisz.]

Jacob Willemsz. vleeshouwer     7

f. 16v

Marijken Jansdr.      6

Willem Ram    9

Claes Jansz. Cruijenijer     20

[Nicolaes (Claes) Jansz. Cruijenier, geboren ca. 1534, deken van het Kramersgilde te Dordrecht, "toeziender van de Arme Wezen", burgemeester van Dordrecht 1613 en 1614, trouwde 1e Katalina Jansdr. van Wesemale (van Ende), 2e Kornelia (Neeltken) Jansdr. van Alblas, geboren ca. 1550 (ORA Dordrecht inv. 737, f. 621, akte dd 10 aug. 1584) (Balen, o.c., p. 1029)

ORA Dordrecht inv. 734, f. 32v: op 29 mei 1578 verleent Niclaes Jansz. Cruijenier, achtraad van Dordrecht, procuratie aan zijn zwager, Joost Alblas, om voor hem te innen al hetgeen men schuldig is, waar dat ook zou mogen zijn.

ORA Dordrecht inv. 1571, f. 38: op 25 mrt. 1579 verleent Claes Jansz. Cruijenier, als toeziender van de Arme Wezen, procuratie aan Jacob Hernsz., koopman te Goes, om ontvangst te nemen alle goederen, die Joost Joosten, n van die Arme Wezen, gerfd heeft van zijn tante, Neeltgen Damen, weduwe van Cornelis Planckaertsz., te Goes.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 421: op 17 jan. 1583 verkoopt Screvel van Eijssel Monnesz. aan Claes Jansz. Cruijenier, als vader en voogd van Huijbert Claesz. en Jannichgen Claesdr., verwekt bij Lijntgen Jansdr. van Ende, een losrente van 1 pond jaarlijks, verzekerd op een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Maerten Jansz. Bosch en het ledige erf van de erfgenamen van Dirxken Barthoutsdr.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 460v , akte dd 31 mrt. 1583: verklaring op verzoek van de dekens van het Kramersgilde te Dordrecht door Claes Jansz. Cruijenier, ongeveer 49 jaar oud, lid van het Kramersgilde.]

Jorden Dircxsz. [de Haen] bakker     11

[Jorden Dirksz. de Haen, geboren ca. 1520, bakker, begraven Dordrecht mei 1597, mogelijk zoon van Dirck Jordaensz. en NN, broer van Jan Dircksz. de Haen. Hij trouwde NN Willemsdr. (?), dochter van (Willem ?) NN en Cunera Aertsdr., die hertrouwde met Andries Willemsz.

-1543: Jorden de bakker betaalt in de tiende penning 16 gl. voor zijn huis aan de Groenmarkt, belenders: Neeltgen Vastarts en Jan d'apteker.  (J. Zondervan-van Heck, Kohier van de tiende penning van Dordrecht [Dordrecht 1994]  f. 34v)

- 22 mei 1561: boedelscheiding tussen Reijmburch Willemsdr., weduwe van Cornelis Dircxsz. schoenlapper, enerzijds en Jan Dircxsz., waard in Sint Eeuwout te Dordrecht en Jorden Dircxsz. bakker, als ooms en bestorven voogden van de kinderen van Cornelis Dircxsz., verwekt bij Reijmburch Willemsdr., genaamd Cornelis Cornelisz. en Willemken Cornelisdr. (ORA Dordrecht inv. 702, f. 197v e.v.)

- 8 juni 1561: Jan Cornelisz. kruidenier is 524 gl. schuldig wegens de koop van een huis aan de Poortzijde. Borg: Jorden Dircxsz. bakker. (ORA Dordrecht inv. 702, f. 202v)

- 9 aug. 1563: proces tussen Heijlken Lambrechtsdr., eiseres enerzijds en Jorden Dirksz. als man [sic, moet zijn: schoonzoon] en voogd van Cunera Aertsdr. en Dirck Willemsz., elk voor zichzelf en tevens vervangende Jacobmina Willemsdr., hun zuster, anderzijds, betreffende een somma van 100 gl. (ORA Dordrecht inv. 725, f. 8v e.v.)

- 11 aug. 1563: Cornelis Jansz. Mathijsz. verkoopt Jannen Dirck Jordaensz., wonende te Dordrecht, 7 gl. en 8 sch. groten Vlaams jaarlijkse erfcijns en een lopende cijns, die Cornelis Vranck Anthonisz. heeft verzekerd op het huis, waarin hij woont en dat hem is aangekomen bij overlijden van zijn vrouw Catarijne Jerasmus Loijersdr. (ORA Oosterhout. Vriendelijke mededeling van de heer G. Matthee.)

- 11 okt. 1563: Cunera Aertsdr., weduwe van Andries Willemsz., voor de ene helft en Lambrecht Willemsz., Dirck Willemsz. en Jacobmijna Willemsdr., weduwe van Cornelis Thoenisz., voor de andere helft, verkopen aan Heijman van Blijenborch Adriaensz. een huis aan de poortzijde [Grotekerksbuurt-Groenmarkt] tegenover de Lombardbrug, staande tussen Heijmans huis en dat van Herber van Kuijl. Waarborg: Jorden Dircxsz. bakker. (ORA Dordrecht inv. 704, f. 29 e.v.)

-19 april 1569: Cunera Aertsdr., weduwe van Andries Willemsz. glaesmaecker, transporteert aan Jorden Dircxsz. bakker, haar "zwager" [schoonzoon], een rentebrief van 6 gl. jaarlijks. Jorden Dircxsz. belooft hiervoor voornoemde Cunera, zijn "moeder", te onderhouden en alimenteren voor twee achtereenvolgende jaren, ingaande met Pasen 1569 laatstleden. Als Cunera binnen twee jaar overlijdt, zal Jorden die rentebrief mogen houden zonder daarvoor iets aan de erfgenamen te hoeven betalen. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 162)

- 23 mei 1569: verklaring op verzoek van Damas Cornelisz. korenkoper door Jorden Dircxsz. bakker, ongeveer 47 jaar oud en Bouwen Jansz., 's herendienaar, 48 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 187v)

- 8 dec. 1569: Cornelis Jacobsz. schiptimmerman verkoopt aan Cunera Aertsdr., weduwe van Andries Willemsz., een jaarlijkse losrente van 3 gl. op een huis in de Botgensstraat, staande tussen het huis van Adriaen Lambertsz. metselaar en dat van Willem de leidekker. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 48)

- 4 jan. 1571: Thonis Willemsz. schipper transporteert aan zijn kinderen de eigendom van de goederen, die hem zijn aangekomen bij overlijden van Reijm Thonisdr. *, zijn moeder, en stemt erin toe, dat "die rentebrieven die vande voorsz. gueden beleijt ofte gecoft zijnde ende noch gecoft zullen moegen werden zullen blijven berusten in bewaernisse van Jorden Dircxsz. backer". (ORA Dordrecht inv. 709, akte 523)

* ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 389: op 19 jan. 1551 verdelen Reijn Thonisdr., weduwe van Willem Adriaensz., enerzijds, en Jan Adriaensz. en Pieter Jansz., kuipers, als voogden van de nagelaten kinderen van Willem Adriaensz., genaamd Anthoenis Willemsz. en Neelken Willemsdr., anderzijds, de goederen, die zijn nagelaten door Willem Adriaensz. 

- 19 mei 1575: Willem Jordensz. en Adriaen Jacobsz., voor zichzelf en vervangende hun zwager Adriaen Cornelisz. en de weeskinderen van wijlen Cornelis Henricxsz., verwekt bij Aeltgen Claesdr., verkopen aan Pauwels Joosz. viskoper een huis, staande aan de landzijde [Voorstraat] op de hoek van de Botgenssteiger tussen het huis van de erfgenamen van Cornelis Corsz. schoenmaker en de steiger. Waarborgen: Jorden Diericxsz. bakker en Cornelis Danckertsz. Pauwels Joosz. bekent schuldig te zijn aan verkopers een somma van 500 gl. van 40 groten Vlaams. (ORA Dordrecht inv. 710, f. 296v)

- 16 juli 1576: Thonis Willemsz. schipper heeft krachtens besluit van het Gerecht te Dordrecht dd 23 dec. 1575 en door verzoek en met toestemming van Jorden Dircksz. bakker, Thonis Aertsz., als weduwnaar van Reijm Thonisdr., moeder van de comparant en Neeltgen Willemsdr., echtgenote van Sier Damasz., zuster van de comparant, allen naaste verwanten van zijn weeskinderen, verwekt bij Barbara Stevensdr., uit de "bussette" van de burgemeesters, staande op het stadhuis, een rentebrief van 1 pond Vlaams jaarlijks willen lichten, welke is verzekerd op 4 morgen twee hond land in de Kleine Lindt, gepasseerd voor schout en heemraden van Groote en Kleine Lindt op 27 febr. 1572. Aangezien hij echter deze rentebrief niet mocht verkopen, vervreemden of belasten, heeft hij aan Balthen Jacobsz., als oom en voogd van Marijken en Baertgen Jansdr., onmondige weeskinderen van wijlen mr. Jan Willemsz. chirurgijn, verwekt bij Pieterken Jacobsdr., een andere rentebrief (van 1 pond Vlaams jaarlijks) getransporteerd. (ORA Dordrecht inv. 711, f. 164v)

- 25 febr. 1581: Jan Jordensz. bakker verkoopt een huis in de Grote Spuistraat aan Quirijn Apersz. bakker. Waarborgen: Jorden Dircxsz. bakker en Willem Jordensz. bakker. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 121)

- 1 dec. 1581: verklaring door o.a. Jorden Dircxsz. bakker en inwonende poorter van Dordrecht, 65 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 714, f. 259)

- 1585: de stad Dordrecht betaalt aan Jan Jordensz., Cornelis Jordensz., Aert Jordensz., Cornelia Jordensdr. en Elisabeth Jordensdr. elk 10 schellingen, ofwel samen 2 ponden 10 sch. Vlaams lijfrente voor het jaar 1584, betaald bij kwitantie van Jorden Dircksz. de Haen. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2607 [thesauriersrekening Dordrecht], f. 64v e.v.)

- 18 mei 1588: Cornelis Gerritsz. schipper is schuldig aan Willem Oom Tielmansz. heer van Papendrecht een somma van 600 gl. wegens de koop van twee huisjes, staande aan het Nieuwkerkhof. Borg: Jorden Dirksz. bakker.(ORA Dordrecht inv. 740, f. 141)

- dec. 1595: ontvangen voor het openen van het graf van de huisvrouw van Jorden de bakker - 10 st. (SA Dordrecht, archief 27, inv. 1689)

- mei 1597: ontvangen 'in den eersten" over twee maal luiden over Jorden de bakker - 8 ponden (SA Dordrecht, archief 27, inv. 1690)

- 13 dec. 1599: Geerit Jordensz. bakker, bekent schuldig te zijn aan Geerit van der Heucht bakker, stiefvader van de weeskinderen van wijlen Willem Jordensz., m.n. Aeltgen, Cornelis, Jan en Willem Willemsz., ten behoeve van die kinderen, een somma van 200 gl. "ende dat over d'voornoemde weeskinderen haer contingent ende portie 't welck henluijden aengecomen ende aenbesturven is bij den overlijden van Jorden Dircxsz., voornoemde kinderen haeren bestevader van vaderszijde". Comparant belooft van de 200 gl. jaarlijks te betalen een bedrag van 16 gl., te beginnen op 1 jan. 1601. Als n van de kinderen voor die datum gaat trouwen, is Geerit gehouden hem of haar een bedrag van 50 gl. uit te keren met de verlopen interest. Voor de nakoming hiervan verbindt hij zijn huis, staande bij de Tolbrug aan de poortzijde [Groenmarkt] tussen het huis genaamd "de Verkeerde Werelt" en het huis van Claes Jansz. kruidenier. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 143 e.v.)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Willem Jordensz., geboren ca. 1546, bakker, , overleden tussen 22 april 1586 en 31 aug. 1587, trouwde NG Dordrecht nov. 1573 Ariaentken Cornelisdr., dochter van Cornelis Hendriksz. (Vingeroff) en Aeltgen Claesdr.,  trouwde 2e NG Dordrecht 16 febr. 1592 Gerrit Robbrechtsz. van der Heucht, bakker

- 19 mrt. 1578: compareren voor schepenen van Dordrecht Geerlof Jansz., wonende in Strijen, als echtgenoot van Anneken Claesdr., Willem Jordensz., als echtgenoot van Ariaentgen Cornelisdr., Jan Willemsz. schipper, mede voor Adriaen Cornelisz. Vingeroff schipper, Adriaen Jacobsz. schipper, als man van Neeltgen Cornelisdr., voornoemde Willem Jordensz. mede van wege de weeskinderen van Cornelis Hendriksz. Vingeroff en voornoemde Geerlof Jansz. mede van wege Andries Claesz. korenkoper, allen erfgenamen van Truijcken Claesdr., in haar leven echtgenote van Jan Pauwelsz. schipper. (ORA Dordrecht inv. 733, f. 227)

- 30 sept. 1578: verklaring door Willem Jordensz. bakker, 32 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 713, f. 45)

- 22 april 1586: verklaring op verzoek van Adriaen Maertensz., lakenkoper te Dordrecht, door Willem Jordensz. bakker, 40 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 738, f. 387)

- 31 aug. 1587: compareren voor schepenen van Dordrecht Adriaentgen Cornelisdr., weduwe van Willem Jordensz. bakker, geassisteerd met haar oom Cornelis Danckertsz., enerzijds en Jorden Dircxsz. bakker als grootvader en Geerit Jordensz. als oom van de nagelaten weeskinderen van Willem Jordensz. verwekt bij Adriaentgen Cornelisdr., m.n. Aeltgen Willemsdr., 8 jaar oud, Cornelis Willemsz., 7 jaar oud, Jan Willemsz., 6 jaar oud en het kind "daervan zij zwanger is gaende", anderzijds. Zij treffen een overeenkomst aangaande de scheiding van de goederen, die door Willem Jordensz. zijn nagelaten. De weduwe zal alle goederen behouden en de kinderen tot hun 18e jaar onderhouden en opvoeden. Als zij 18 jaar zijn geworden zal Adriaentgen hun "tezamen" een bedrag van 800 Rijnse gl. uitreiken en vier zilveren lepels. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 232)

- 12 dec. 1600: Gerrit Jordensz. de Haen bakker, als oom en voogd van de nagelaten weeskinderen van Willem Jordensz., verwekt bij Ariaentken Cornelisdr. en Henrick Stevensz., als oom en voogd van het kind van voornoemde Ariaentken Cornelisdr., verwekt door Gerrit van der Heucht bakker, verkopen aan Gerrit van der Heucht de gerechte helft van een huis op de Riedijk, staande tussen het huis genaamd "de Drije Schelvisschen" en het Riedijkstraatje, waarvan de andere helft aan koper toekomt. In margine: verkocht voor 1822 gl., waarvan 500 gl. contant en de resterende 1322 gl. te betalen met jaarlijkse termijnen van 120 gl. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 247 e.v.)

Kinderen:

a-1. Cornelis, okt. 1575, jong overleden

a-2. Aeltgen, geboren ca. 1579

a-3. Cornelis Willemsz. de Haen, gedoopt NG Dordrecht 10 mrt. 1580, bakker van Dordrecht (1600), overleden ca. 1612, trouwde NG Dordrecht 1okt./19 nov. 1600 (procl. te Heuckelom) Mariken Jan Janssendr., van Bueren (1600)

- 6 febr. 1612: inventaris van de goederen nagelaten door Cornelis Willemsz. de Haen. (Weeskamer Dordrecht inv. 617)

a-4. Jan, geboren ca. 1581

a-5. Reijnsburch, gedoopt NG Dordrecht dec. 1583, jong overleden

a-6 en a-7. Claes en Adriaen, sept. 1586, beiden jong overleden

a-8. Willem Willemsz. de Haen, geboren ca. 1587 (na het overlijden van zijn vader), schippersgezel van Dordrecht wonende op de Riedijk naast "Amsterdam" (1609), trouwde NG Dordrecht 25 okt./22 nov. 1609 Neeltge Arijen Arijensdr., van Dordrecht wonende bij de Riedijk achter aan de Vesten op de toren tegenover "den Swarten Ruijter" (1609)

b. Geerit Jordensz. de Haen, geboren ca. 1552, bakker, weduwnaar van Dordrecht (1601), trouwde 1e NG Dordrecht 7 mei 1575 Maricken Jacobsdr. [van Wels?], overleden vr 13 mei 1601, trouwde 2e NG Dordrecht 13/27 mei 1601 (getrouwd door de jonge predikant op Zwijndrecht, door schrijven van Dordrecht) Aelten Cornelis Jansdr., van Dordrecht (1601)

- 26 juli 1601: op verzoek van Willem Jansz., waard in "de Leijhamer", leggen Claes Jansz. kleermaker, 36 jaar oud en Geerit Jordensz. de Haen bakker, 49 jaar oud, een verklaring af. (ORA Dordrecht inv. 898)

- 5 mrt. 1602: Gerrit Jordensz. de Haen bakker verkoopt aan Jan Geeritsz. Tijlkijn een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Niclaes Jansz. kruidenier en dat van Anthoni Lambrechtsz., waar uithangt "de Verkeerde Werelt"*. Waarborgen: Geerit van der Heucht bakker en Dirk Jordensz. de Haen. Koper kent schuldig aan Corstiaen Stevensz. en Johan van Wels, als voogden van verkopers kinderen, verwekt bij Marijken Jacobsdr., een somma van 84 gl., welke in mindering zal strekken van hetgeen Gerrit Jordensz. overeenlomstig het testament van zijn vrouw Marijken Jaocbsdr. gehouden is aan zijn kinderen uit te reiken wanneer zij de leeftijd van 18 jaar bereiken. Borgen: Cornelis Adriaensz. blauwverver en Adriaen Waelen. (ORA Dordrecht inv. 746, f. 94 e.v.)

*  28 jan. 1620: Jan Geerardtsz. Tilking, burger van Dordrecht, neemt een hypotheek op het huis, waarin hij woont, genaamd "de Verkeerde Wereld", staande aan de havenzijde bij de Tolbrug. (ORA Dordrecht inv. 761, f. 7 e.v.); 30 dec. 1587: testament van Jan Tijel van Luik en Anthonetta Reijnouts van Nieuwpoort in Vlaanderen, echtelieden. Anthonetta is zwanger. Zij benoemen hun kind of kinderen of, bij vooroverlijden van die kinderen, elkaar tot erfgenaam. (ORA Dordrecht inv. 740, f. 30 e.v.); 19 aug. 1605: verklaring op verzoek van Lenaert Gorisz. en Jacob Gorisz. van Bommel, mede-erfgenamen van Aert Jillisz., trijpmaker van Venlo, door Jan Geeritsz. Tilkin, ca. 50 jaar oud en Laurens Aertsz., ongeveer 52 jaar oud, burgers van Dordrecht (ORA Dordrecht inv. 899);  12 jan. 1627: inventaris van de goederen nagelaten door Jan Gerritsz. Tilkijn, strohoedenmaker. (ONA Dordrecht inv. 31, f. 3 e.v.); 27 juni 1628: staatje van de goederen nagelaten door Antonijntgen Renouts, weduwe van Jan Gerritsz. strohoedenmaker, samengesteld uit de algemene inventaris, in aanwezigheid van Davit Rijcxe, Salemon Degels en Cornelis Cornelisz. van Cleeff, ter Weeskamer van Dordrecht (Weeskamer Dordrecht, inv. 18, f. 48)

Kinderen (ex 1, allen NG gedoopt te Dordrecht)

b-1. Maricken, 2 aug. 1579

b-2. Maricken, 18 dec. 1583

b-3. Geertruijt, juli 1585

b-4. Mariken Gerrit Jordensdr., mrt. 1587, van Dordrecht wonende tegenover het Stadhuis in "het Rode Laken" (1619), trouwde NG Dordrecht 3 mrt./2 april 1619 Jan Jaspersz. Schot, gedoopt NG Dordrecht mei 1591, zoon van Jasper Laurensz. Schot en Adriaenken Pieter Jansdr.

b-5. Steven Gerritsz. de Haen, mrt. 1588, trouwde NG Dordrecht 27 febr. 1611 Neelke Albertsdr.

- 29 juni 1638: testament van Neeltgen Aelbertsdr., ziek in het Sacramentsgasthuis in bed liggende en haar man Steven Gerritsz. de Haen, gezond. (ONA Dordrecht inv. 81, f. 227)

b-6. Elijsabeth, 7 jan. 1590

b-7. Fijgen, april 1592

Kinderen (ex 2, beiden NG gedoopt te Dordrecht):

b-8. Mariken, juni 1601

b-9. Geerit, febr. 1603

c. Kunier (Cunierke) Joordaensdr., geboren naar schatting ca. 1550, van Dordrecht (1575), trouwde NG Dordrecht juli 1575 Pieter Bouwensz., koperslager, van Dordrecht (1575)

d. Dirk Jordensz., geboren ca. 1553, schoenmaker te Dordrecht (ORA Dordrecht inv. 712, f. 10, attestatie dd 23 jan. 1579)

e. Jan Jordensz.

f. Cornelis Jordaansz., geboren naar schatting ca. 1560, koperslager, trouwde NG Dordrecht 12/26 1593 Grietgen Jacobsdr., weduwe van Gerrit Jansz. viskoper (1593)

- 1622 (hoofdgeld Dordrecht): Cornelis Jordensz. koperslager, zijn huisvrouw en drie kinderen - 5 ponden (in margine: is door de burgemeester op 3 juni 1625 "geremitteerd") (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974, f. 23v)

Kinderen:

f-1. Maricken, gedoopt NG Dordrecht sept. 1595

f-2. Jacomina, gedoopt NG Dordrecht sept. 1602

g. Willemke Jordensdr., trouwde Adriaen Laurisz.

h. Geertruijt Jordensdr., trouwde Huijbrecht Jansz. schipper

i. Aert Jordensz.

j. Cornelia Jordensdr.

k. Elisabeth Jordensdr.]

Anthoni Lambertsz. huurt van Jan van Slingelant om 72 gl.     23-12

[ORA Dordrecht inv. 736: verklaring dd 15 aug. 1580 op verzoek van Berbara Henricxdr., weduwe van Henrick Mathijsz. van Sittert door Anthoni Lambrechtsz. zijdelakenkoper, ongeveer 40 jaar en Lieven Lievensz. hoedenmaker, ongeveer 30 jaar oud, beiden burgers van Dordrecht.]

Bastiaen Cornelisz.     12

Jan Ariaensz. Messian     12

[ORA Dordrecht inv. 734, f. 103v: op 28 aug. 1578 verklaart Jan Adriaensz. Braber alias Mesian schiptimmerman, dat hij door Cornelis Geeritsz., schipper van Gouda, inmiddels overleden, is betaald voor het maken en leveren van twee nieuwe schepen.]

Pieter Jansz. lakenkoper    15

Somma van het eerste kwartier      2479-19-8

f. 17

Het tweede quartijer beginnende vande Tollebrugghe affgaende lancx die havenzijde tot het Groote Hooft toe ende soe wederom keerende tot het Tollebrugsstraetgen toe.

Hans Danilsz.     6

[ORA Dordrecht inv. 1533 (nieuw), akten 5 en 10: op 15 mei 1550 verkopen Frans Cornelisz., Dingeman Jansz., als man van Heijmanna Cornelisdr., Jan Victoersz., als man van Mariken Cornelisdr., Adriaen Pietersz., als man van Anna Cornelisdr., samen tevens vervangende hun zuster Mariken Cornelisdr., aan Jan Danilsz. en Henricxken Nijsendr., hun nicht, een huis staande in de opgang van de Tolbrug aan de Poortzijde op de haven, genaamd "den Gulden Helm", staande achter het hoekhuis, genaamd "Bourgoengien". De kopers zijn schuldig aan verkopers een somma van 25 Vlaamse ponden. Borg: Aert de Weldich procureur.

ORA Dordrecht inv. 714, f. 253 e.v.: op 8 sept. 1581 verkoopt Hans Danilsz. aan Jacob de Boot, boekbinder te Dordrecht, een huis, genaamd "Bourgoingien", staande op de hoek van de Tolbrug tussen de opgang van die brug en het huis van Aris Mesjan, hebbende zijn achtergevel "daer den Gulden Helm aen staet geheel vrij tot profijt vanden huijze [Bourgoingien]", met het keldertje of keukentje van het genoemde huis, gelegen onder zijn, verkopers, huis, genaamd "den Gulden Helm". Waarborg: Henrick Fransz. schipper.]

Jan Vossch cramer huurt van Hans Danilsz. om 42 gl.    13-8-12

Henrick Jansz. spelmaker huurt van Mes Jan om 36 gl.      11-10-4

Aert Geeritsz. huurt van Henrick Pietersz. om 60 gl.     19-4

Aert Ariaensz. [Brandwijk, Brankenaar] kaaskoper    11

Die stadt waech      nihil

["De oude middeleeuwse waag stond ... aan het tegenwoordige Scheffersplein aan de havenzijde en werd in 1594 afgebroken." (C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht [Zaltbommel 1974], p. 77)

f. 17v

Baen Cornelisz. huurt van Aert Aeriaensz. om 46 gl.     14-14-4

Franchoijs de schilder huurt van Arent Woutersz. om 20 gl.    6-8

[ORA Dordecht inv. 736, f. 272: op 27 dec. 1581 verkoopt Aernt Woutersz. aan Franchois Bauens een huisje tegenover de Waagsteiger, staande tussen het huis van Emmighen Michiels en dat van Aert Adriaensz. kaaskoper.]

Willem Fransz. Kin     16

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 21v e.v.: op 3 febr. 1579 stelt Willem Fransz. Kin, burger van Dordrecht, zich borg voor Sijbert Henricxsz. uit Den Haag voor de lichting van een bedrag van 16 gl., welke Sijbert van de Camere Juditiale van Dordrecht mag opnemen van de penningen, toebehorende aan Henrick Letterhuijs, die zijn "geconsigneerd" onder mr. Willem Pauwelsz., secretaris van Dordrecht, door Geerit IJsbrantsz.]

De weduwe van Jan van Baertwijck     16

Huijbrecht Adriaensz.     12

Sijken Jansdr. huurt van Jan van Buijerick om 36 gl.      11-10-6

Geertgen Dircxsdr.     18

f. 18

De weduwe van Aert Cool      14

Jan Foppenz.      12

Jasper Cornelisz.     12

Jacob Florijn huurt van Jasper Cornelisz. om 42 gl.     13-8-12

Sijmon van der Mijl huurt van Marijken Jansdr. om 36 gl.     11-10-6

Cornelis Elantsz. bakker    9

Lodewijck Jansz. muntenaar       vrij

Marijken inden Both     11

f. 18v

Govert Willemsz. inden Griffoen [sic]     12

[ORA Dordrecht inv. 734, f. 155v: op 1 nov. 1578 verkoopt Willem Aertsz. Halling aan de kerkmeesters van de Grote Kerk t.b.v. de Grote Kerk een jaarlijkse losrente van 4 Rijnse gl. 10 st., verzekerd op een huis genaamd "Middelborch", staande aan de Poortzijde [Wijnstraat] omtrent de Wijnbrug tussen het huis genaamd "den Both" en het huis genaamd "de Wilde Weerelt". Borg: Jacob Muijs Pietersz., oud-burgemeester van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 734, f. 164v: op 3 nov. 1578 verkoopt Willem Hallinck Aertsz.  aan Govert Willemsz. een huis aan de Poortzijde [Wijnstraat] omtrent de Wijnbrug op de havenzijde, genaamd "Middelborch", staande tussen het huis "den Both" en het huis van de verkoper, genaamd "de Wilde Weerelt", strekkende voor van de straat "reetsgewijs tot op de [Voorstraats]haven toe viercant deurgaende". Waarborgen: Jacob Muijs Pietersz. en Dirck Dircksz. wijnkuiper.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 320v: op 30 april 1582 verkoopt Adriaen Cornelisz. van Hoffwegen aan Aert Gerritsz. kaaskoper een huis omtrent de Wijnbrug aan de Poortzijde, genaamd "Middelborch", waar tegenwoordig uithangt "de Griffioen", staande tussen het huis "de Wilde Weerelt" en het huis "den Both". Waarborgen: Pieter Jacobsz. van Beaumont en Cornelis Egbertsz. schoenmaker. Koper is schuldig aan verkoper 1236 Rijnse gl. van 20 st. het stuk. Borgen: Adriaen Lauwen schiptimmerman en Adriaen Lauwen bakker.]

Jan Jacobsz. tingieter     12

[ORA Dordrecht inv. 734, f. 154: op 30 okt. 1578 verkoopt Willem Halling Aertsz. aan de Heilige-Geestmeesters van de Grote Kerk t.b.v. de Heilige Geest ter Grote Kerk een jaarlijkse losrente van 12 gl. 15 st., verzekerd op een huis omtrent de Wijnbrug aan de Poortzijde [Wijnstraat] genaamd "de Wilde Weerelt", staande tussen het huis genaamd "Middelborch" en de kraan genaamd "Zwartsenborch". Borg: Jacob Muijs Pietersz., oud-burgemeester van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 734, f. 156: op 1 nov. 1578 verkoopt Willem Hallinck Aertsz. aan Jan Jacobsz. van Oudewater een huis aan de Poortzijde [Wijnstraat] omtrent de Wijnbrug genaamd "de Wilde Weerelt", staande tussen het huis van de weduwe en erfgenamen van Geerit Pietersz. van Schaerlaecken en het huis genaamd "Middelborch". Waarborgen: Jacob Muijs Pietersz. en Dirck Dircksz. wijnkuiper. Jan Jacobsz. van Oudewater is schuldig wegens de koop van dit huis aan Hans van Straelen, als man van Neeltgen Queeckels, Vincent Hanneman, als man van Christina Queeckels, Rochus Grijp en Dirck Jacobsz. goudsmid, als ooms en voogden van de kinderen van Neeltgen Queeckels, bij haar verwekt door wijlen Pieter Jacobsz. goudsmid, en het onmondig weeskind van Marija Queeckels, allen erfgenamen van wijlen Jacob Queeckel, in zijn leven baljuw van Zuid-Holland, een bedrag van 700 gl. Borgen: Jan Henricxsz. tingieter en Joest Coenensz. tingieter.

Ruth de snijder huurt van de weduwe van Geerit Pietersz. [van Scharlaken] om 15 gl.     4-16

De weduwe van Geerit Pietersz.     9

Pieter Lambertsz. kleerkoper huurt van mr. Govert om 48 gl.     15-7-4

Cornelis Frens huurt van Willem Stoffelsz. om 30 gl.     9-12

Cornelis Cornelisz. lakenkoper    10

f. 19

Rochus van Haerlem met de kelder     21-4

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 54v: op 25 april 1579 verlenen Rochus van Haerlem Ghijsbrechtsz. en Jan Geeritsz. in den Engel, als man van Neeltgen van Haerlem Ghijsbrectsdr., burgers van Dordrecht, tevens vervangende hun broers en zusters, allen erfgenamen van hun vader, Ghijsbrecht Jansz. van Haerlem, procuratie aan Pieter Jacobsz. van Beaumont, wonende te Schoonhoven, om van Jacob Senersz., schipper van Ameide, te vorderen een somma van 100 gl.

ORA Dordrecht inv. 714, f. 11v : op 23 jan. 1580 verlenen Rochus van Haerlem Ghijsbertsz., Jan Geritsz., als man van Cornelia van Haerlem Ghijsbertsdr., voor zichzelf en tevens vervangende de overige kinderen en erfgenamen van wijlen Ghijsbert Jansz. van Haerlem, hun vader resp. schoonvader, procuratie aan Arien Ariensz. de Oude, poorter van Dordrecht, om te innen en te vorderen hetgeen men hun schuldig is te Rozendaal en elders.]

Quirijn van de Graeff met de kelder     21-4

[ORA Dordrecht inv. 727, akten 270 en 271: op 9 mei 1569 verkoopt Elijsabeth Maertensdr., weduwe van Huijbert Clemensz., aan Dirck van Paijenburch een huis bij de Wijnkoperskapel, genaamd "Vroechdenborch", staand tussen het huis van Jan Nijs en dat van Pieter de glasmaker.]

Aert Jansz. wijnkuiper      12

[ORA Dordrecht inv. 734, f. 173: op 22 nov. 1578 verklaart Aert Jansz., wijnkuiper en inwonende burger van Dordrecht, dat "alzulcke derdalff aem overlants Rinsche wijnen toebehoerende Willem Roscaet van Duijsborch als de voorsz. Willem Roscaet geleden ontrent thien daegen gescheept heeft gehadt naer Antwerpen metten schepe van Ocker Pieterssen alhier binnen Dordrecht gekeldert gelegen hebben lange voor meij lestleden".]

Eewoudt Willegen    19-4

De Wijnkoperskapel    niet

["Op de plaats van het gebouw van de gewezen openbare leeszaal en bibliotheek, Wijnstraat, stond voorheen een aantal merkwaardige gebouwen, die in de loop der geschiedenis tal van interessante instellingen herbergden. In 1841 moesten deze gebouwen verdwijnen om plaats te maken voor een koopmansbeurs ... De wijnkopers, doorgaans zeer gegoede kooplieden, waren de andere gilden vooruit in het stichten van een eigen kapel. Reeds in 1325 gingen zij daar toe over. Het bestuur der kapel berustte bij de dekens of overlieden van het gilde. Het was een der grotere kapellen der stad, want zij had in haar zijmuren vijf grote gotische vensters en was ook in de oude tijd van een torentje voorzien. Bovendien genoot de kapel inkomsten, welke het mogelijk maakte er dagelijks diensten te houden, zondags door de augustijnen en in de week door de minderbroeders. In 1572 was de tijd der kapellen voorbij en na die tijd diende het gebouw voor allerlei doeleinden. In dat jaar wordt het onder meer gebezigd om ieder op te schrijven, die 's nachts in de stad vertoefde, de 'nachtgasten'. De Wijnkoperskapel was een heel geschikt gebouw voor de IJzerwaag omdat de Wijnstraat er breed genoeg was om met de ijzeren staven in en uit te gaan." (C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht [Zaltbommel 1974], p. 51)]

Mr. Jacob de Vries     13-8

Tonis Jansz. inden Wijngaert      12

[ORA Dordrecht inv. 725, akte 360: op 2 juni 1565 verkoopt Henrick Jacobsz. lijndraaier aan Anthonis Jans. inde Wijngaert, als oom en voogd van het onmondig weeskind van Willem van Dueren, verwekt bij Mariken Jansdr., een jaarlijkse losrente van 3 gl. 10 st., verzekerd op een huis in het Cellebroedersstraatje [Dolhuisstraat], staande tussen het huis van Adriaen van Prijcken en dat van Gijsbert Aertsz.

ORA Dordrecht inv. 726, akte 21: op 5 mei 1568 stelt Anthonis Jansz. in de Wijngaert, poorter van Dordrecht, zich borg voor Wijnant Wijnesz., wonende te Dordrecht, voor een somma 26 ponden groten Vlaams, welke Cornelis Berck tegoed heeft van Mathijs Wijnesz., de broer van Wijnant Wijnesz.

ORA Dordrecht inv. 711, f. 66v: op 21 febr. 1576 op verzoek van Steven Cornelisz. en Jacob Willemsz. leggen Anthoenis Jansz., wonende in "de Wingaert" te Dordrecht, ongeveer 50 jaar oud en Henrick Fransz. schipper, 45 jaar oud, een verklaring af. Zij getuigen, dat zij op 9 febr. 1576 als "goede mannen" van de rekwirant [sic] zijn geweest in het Augustijnenklooster te Dordrecht "omme te accorderen alsulcken geschille ende questien als den Requirant alhijer met eenen Jan Braijaert hadden" en toen hebben gehoord, dat Jan Braijert zei, "onder ander quade kijffelijcke woerden tegens d'voorn. Steven Cornelisz.: alle die woerden die inde certificatie staen (denoterende die certificatie verleden bij Adriaen Cornelisz. in de Sterre) die bekenne ick alsnoch ende segge dat ick het hem noch sall vergelden te plaetse daer ick hem crighen kan."

ORA Dordrecht inv. 735, f. 33v e.v.: op 16 mrt. 1579 verleent Anthonis Jansz. inden Wingert procuratie aan zijn zoon Jacob Anthonisz.,  Jan Hoemaecker, burger te Nijmegen, en Goessen Stoer, burger te Nijmegen, om te vorderen een bedrag van 37 ponden Vlaams, welke Meus Coster van Nijmegen aan hem schuldig is.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 355: op 27 juni 1582 verleent Thonis Jansz. in den Wingert procuratie aan zijn zoons Jan Anthonisz., wonende te "Danswijck" en Pieter Thonisz. om te innen en in ontvangst te nemen, hetgeen men hem schuldig is te "Danswijck" en elders.

ORA Dordrecht inv. 718, akte 552 dd 11 mrt. 1589: vermeld wordt Anthonis Jansz. inde Wijngaerd, burger van Dordrecht, 62 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 718, f. 231v: op 8 april 1589 verlenen Anthonis Jansz. in den Wijnghaerd en zijn zoon Pieter Anthonisz., burgers en inwoners van Dordrecht, voor zichzelf en vervangende Jacob Anthonisz., hun zoon resp. broer, procuratie aan Gerid Anthonisz., eveneens een zoon van Anthonis Jansz. in den Wijnghaerd, om te innen hetgeen men hun schuldig is in Engeland, Holland, Zeeland en elders.

ORA Dordrecht inv. 718, f. 238v e.v. op 27 april 1589 verkopen Anna Jacobsdr., weduwe van Joost Peech, voor de helft, Sijmon Walen Cornelisz. voor 1/4 part, voor zichzelf en samen vervangende Danil van den Boor, mede voor 1/4 part, aan Frans Evertsz. Pieting wijnkuiper een huis genaamd "Venlo", staande bij de Wijnkoperskapel, tussen het huis van Thonis Jansz. inden Wijngaert en het huis van Mathijs van Nederhoven, genaamd "'t Beerken". Waarborgen: Sijbert Jansz. en Quirijn van de Graeff. Koper kent schuldig aan verkopers een som van 1450 gl. Borgen: Cornelis Pietersz. van Schaerlaken en Revixit van Naerssen.

ORA Papendrecht inv. 1: op 29 jan. 1599 transporteert Anthonis Jansz., wonende in de Wijngaerdt te Dordrecht, aan Cornelis Ariaensz. Plaet, "vierdalve" morgen land (belenders niet vermeld).]

De weduwe van Aert Schiltmansz. met de kelder    16

Floris van Tholl     14

[ORA Dordrecht inv. 717, f. 12: op 27 juni 1586 verklaart Claesken Adriaensdr., weduwe van Floris van Tholl, schuldig te zijn aan Ottho Henricxsz., weeskind van Henrick Otthosz., verwekt bij Cornelia Rochusdr., een somma van 32 ponden, verbindende het huis "het Beerken", staande naast de Kleine Kraan tussen het huis van Claes Jansz. van Wesel en dat van Ariaentge de Coninck.]

f. 19v

De Kleine Kraan toebehorende aan Adriaen Dircxsz. Coninck      5

Claes van Wesels huis met de kelder     14

Henrick Verstegen huurt van Dirck Berck om 50 gl.     16

Huijbert van Schaphuijsen huurt van de weduwe van Claes van de Graeff om 60 gl.     19-4

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 36v: op 23 mrt. 1579 transporteert Neeltgen Thomasdr., weduwe van Niclaes van de Graeff, aan Geerit Adriaensz. bakker, als oom en voogd van Adriaen Claesz., weeskind van Claes Jansz., een rentebrief van 3 gl. jaarlijks, verleden door Catharina Adriaensdr., weduwe van Matheus de tollenaar, welke rentebrief haar is aangekomen bij overlijden van haar vader, Thomas Jansz.]

Tonis Jansz. inden Wijngaerts huis genaamd Denemarken     20

[ORA Dordrecht inv. 735, f. 192v: op 23 dec. 1579 verkoopt Guilhelma van Drenckwaert, weduwe van Screvel Ockersz. aan Anthonis Jansz. in de Wingert 1/5 deel van een huis, genaamd "Denemercken", staande bij de Nieuwbrug tussen het huis van de erfgenamen van Jan int Vosken en dat van de weduwe van Claes van de Graeff. Waarborg: Ocker Willemsz. kamerbewaarder.

12 mei 1592: Anthonis Jansz. in de Wijngaert verkoopt aan Steven Gerritsz., koopman te Dordrecht, zijn "actie en recht" in een huis genaamd "Denemercken", staande tegenover de Nieuwbrug tussen het huis "'t Vosken" en het huis van de weduwe van Claes van de Graeff, uitgezonderd een gerecht 1/20 deel, dat toekomt aan Adriaen Govertsz. Mosienbrouck, welke "actie en recht" hij gekocht heeft zowel van de commissarissen van de Staten van Holland, als van Wilhelmina van Drenckwaert, in haar leven weduwe van Schrevel Ockersz. De koper is schuldig aan verkoper wegens de koop van 19/20 delen van voornoemd huis een somma van 1900 gl. Borg: Adriaen Jobsz.. (ORA Dordrecht inv. 720, f. 121)]

Herman van der Wolde huurt van Kaerl Jansz. om 72 gl. [herberg "het Vosken"]    23 gl. 12 penn.

[ORA Dordrecht inv. 724,. akten 225 en 226: op 13 okt. 1561 verkoopt Jan Sobis van Sgravenbroeck aan Jan Bartholomeusz. een huis bij de Nieuwbrug, genaamd "het Vosken", staande tussen het huis "de Gulden Aernt" en het huis van de erfgenamen van Willem van Drenckwaert. De koper verkoopt aan Jan Sobis een jaarlijkse losrente van 28 gl. 2 st. en een halve penning.

ORA Dordrecht inv. 731, f. 184: op 5 mei 1575 comp. Cornelis Thomasz. bakker, als man en voogd van Machtelt Bouwensdr. en Herman van de Wolde, als man en voogd van Marijchgen Stoffelsdr., erfgenamen van wijlen mr. Jan Bouwensz., zowel voor zichzelf als "cessie en actie" hebbende van de kinderen van Cornelis Cornelisz. lakenkoper, verwekt bij wijlen Cornelia Bouwensdr., mede erfgenamen van mr. Jan Bouwensz. en bekennen in voornoemde hoedanigheid verkocht te hebben aan de kinderen van voornoemde Cornelis Cornelisz. een huis op de hoek van de Wijnbrug, staande tussen die brug aan de ene zijde en het huis van voornoemde Cornelis Cornelisz. aan de andere zijde. Op dezelfde dag comp. de voornoemde kinderen, m.n. Marichgen Cornelisdr., 21 jaar oud, Aechtgen Cornelisdr., 19 jaar oud, cum tutore, tevens vervangende Bouwen Cornelisz., 18 jaar oud, geassisteerd met hun vader Cornelis Cornelisz. en verklaren aan Cornelis Thomasz. en Herman van de Wolde verkocht te hebben n pond Vlaams jaarlijkse losrente, verzekerd op het eerder genoemde huis, te betalen jaarlijks op meidag.

ORA Dordrecht inv. 712, f. 254v: op 6 mrt. 1578 verklaring op verzoek van de erfgenamen van Weijnand Bartholomeus door Cornelis Thomasz., ongeveer 43 jaar oud, en Herman van der Wolde, ongeveer 30 jaar oud, beiden inwonende poorters van Dordrecht. Cornelis Thomasz. verklaart, dat zijn vrouw Machteld Bouwensdr. een zuster was van wijlen mr. Jan Bouwensz. en Herman van de Wolde, dat zijn vrouw Marijken Christophels een dochter is van Pieterken Bouwensdr., die een zuster was van mr. Jan Bouwensz. Voorts verklaren deposanten, dat hun vrouwen gerechte erfgenamen zijn van mr. Jan Bouwensz., die ongeveer vier jaar eerder overleden is.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 50, akte dd 21 sept. 1580: verklaring door Herman Jansz. van de Wolde, waard in "het Vosken", ongeveer 32 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 257, akte dd 10 nov. 1581: verklaring door Herman van de Wolde, waard in "het Vosken", ongeveer 34 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 715, f. 257: op 9 okt. 1584 verkoopt Jan Jansz., geassisteerd met Claes Dircxsz. van Croonenborch, de vader van zijn vrouw, aan Niclaes Manternach van Trier, Caerl Jansz. wijnkoper en Matthijs Fransz. viskoper, als voogden van de twee weeskinderen van wijlen Jan Bartholomeusz., in zijn leven waard in "het Vosken", verwekt bij Haeduwij Andrijesdr. zaliger en genaamd Stijntgen en Marijken Jansdr., ten behoeve van die kinderen, 1/8 deel in het huis, genaamd "het Vosken", staande omtrent de Gravenstraat aan de Poortzijde tussen het huis "de Gulden Aerent" en het huis "Denemarcken". Waarborg: Claes Dircxsz. Croonenborch.]

Adam Schepper     14

[ORA Dordrecht inv. 1550 (nieuw), akte 17: verklaring dd 16 jan. 1580 op verzoek van Govert van de Dijck Willemsz., waard in de "Griffoen" te Dordrecht, door mr. Willem Jansz. van Brouckhuijsen, ongeveer 48 jaar oud, Adam Schepper in "de Gulden Aernt", ongeveer 44 jaar oud, en Adriaen Verheij, ongeveer 44 jaar oud.]

f. 20

Coenraet Helmicx' huis met de kelder     15

Wouter van Ossenburch [wijnkoper]   15

[ORA Dordrecht inv. 741: op 24 juli 1590 verklaart Wouter van Ossenburch, koopman van wijnen te Dordrecht, schuldig te zijn aan Henrick van der Stege, eveneens wijnkoopman te Dordrecht, een somma van 111 ponden groten Vlaams van 6 Rijnse gulden het stuk, verzekerd op zijn huis aan de Poortzijde [Wijnstraat] bij de Nieuwbrug, staande tegenover het Gravenstraatje tussen het huis van Coenraet Helmich en dat van Henrick van Dilsen.

Henrick Geij [wijnkoper] huurt een huis en kelder van Michiel van Beveren om 72 gl.     23 gl. 12 penn.

[ORA Dordrecht inv. 737, f. 517: op 11 mei 1584 leggen Jan Brouwer Arnstsz., schepen in wette van Dordrecht en Henrick Geij, koopman van wijnen, ongeveer 40 jaar oud, op verzoek van Geerit Neuij, koopman van wijnen te Dordrecht, een verklaring af.]

Cristoffel Karlbarne huurt een huis en kelder van Willem Willemsz. om 60 gl.    19-4

[5 aug. 1570: Jacob Willemsz. apotheker, Willem Willemsz., en Adriaen Jansz. Cant, als man Aeltgen Willemsdr., verkopen aan Anneken Hermansdr. een jaarlijkse losrente van 2 ponden Vlaams, verzekerd op drie 1/5 parten van een huis, genaamd "Venlo", staande aan de Poortzijde bij de Nieuwbrug tussen het huis genaamd "Beemont" en het huis van de erfgenamen van Jacob Oem. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 281)

ORA Dordrecht inv. 734, f. 164 e.v.: op 12 nov. 1578 verkoopt Willem Willemsz. kruidenier aan Reijer Adriaensz. viskoper een huis omtrent het stadhuis, staande tussen het Vleeshouwersstraatje en het huis van Pieter IJsbrantsz. koperslager. In plaats van een waarborg verbindt de verkoper een huis in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug, genaamd "Venlo", staande tussen het huis "'t Palays" en het huis "Beaumont". De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 159 gl. en draagt aan hem over een schepenenschuldbrief van 718 gl. ten laste van Heijndrick Gielis mandenmaker.

- 8 dec. 1586: Marijken Egbertsdr., weduwe van Willem Willemsz. hellebaardier, enerzijds en Jan Maertensz. schipper, als man en voogd van Janneken Willemsdr., voor zichzelf en diezelfde Jan Maertensz. en Reijer Adriaensz. viskoper, als van wege hun vrouwen voogden van Dircxken Willemsdr., nagelaten weeskind van Willem Willemsz. hellebaardier, anderzijds, verdelen de goederen, die zijn nagelaten door Willem Willemsz. Aan de weduwe en kinderen zijn toebedeeld een huis, hof, land en een leeg erf in het Gravenstraatje en alle overige goederen, zowel roerende als onroerende. De kinderen krijgen samen de helft van een huis [in de Wijnstraat] bij de Nieuwbrug, genaamd "Venlo", dat hun is aanbestorven door overlijden van Dircxken Baerthoutsdr., hun overgrootmoeder. De weduwe krijgt bovendien nog een somma van 6 ponden Vlaams. Aldus geschied en overeengekomen in aanwezigheid van Jan van Wels Jacobsz., Jan Brouwer Arentsz. en Reijer Adriaensz. (ORA Dordrecht inv. 717, f. 96 e.v.)

- 31 jan. 1587: compareert voor schepenen van Dordrecht Jan Maertensz. schipper, als man en voogd van Janneken Willemsdr., voor zichzelf en als naaste bloedvoogd van zijn vrouws zuster, Dirxgen Willemsdr., onmondig weeskind van wijlen Willem Willemsz. hellebaardier, verwekt bij wijlen Marijcken Egbertsdr., tevens vervangende Dirck Jacobsz. en Willem Jacobsz., kinderen van wijlen Jacob Willemsz. apotheker, geassisteerd met Jan Brouwer, als naaste verwanten van genoemde kinderen. Comparant verkoopt aan Willem Ingeenpas, koopman van wijnen, een huis aan de Poortzijde [Wijnstraat] tegenover de Gravenstraat, genaamd "Venlo", staande tussen het huis genaamd "'t Pallays", nu toebehorende aan Wouter van Craijesteijn en het huis genaamd "Beaumont". In plaats van waarborg heeft verkoper hiervoor verbonden een leeg erf met een huisje daarop, staande en gelegen in de Gravenstraat tussen het erf, dat toebehoord heeft aan Aeltgen Canten en het huis van Geerit van Ree. Koper is voor de ene helft van het huis schuldig aan Jan Maertensz. en diens schoonzuster een bedrag van 550 gl. (borg: Jacob Cool thesaurier) en voor de andere helft aan de twee kinderen van Jacob Willemsz. een bedrag van 726 gl. en 7 st. (geen borg). (ORA Dordrecht inv. 739, f. 100 e.v.)]

Cornelis van der Laen kramer huurt van Dirick Huijbrechtsz. [de Jonge, ijzerverkoper] om 48 gl.      15-7-2

[Het huis "Beaumont". (Zie ook Ons Voorgeslacht 2006, p. 94 e.v.)

Dirck Huijbrechtsz. (Jong, de Jonge) ijzerverkoper, overleden ca. 1585, trouwde 1e Magdalena Willemsdr., overleden vr 27 okt. 1575, 2e Crijntgen Jacobsdr. de Both

- 12 nov. 1584: Dirck Huijbrechtsz. ijzerverkoper, als voogd van zijn kinderen, verwekt bij Magdalena Willemsdr., transporteert aan Willem Willemsz. 1/7 deel "van de reste" van de helft van een leeg erf, hun aangekomen door overlijden van hun overgrootmoeder Dircxken Barthoutsdr., gelegen in de Gravenstraat en strekkende van het erf van Geerit van Ree tot aan het huis van Screvel Monnesz. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 50 gl. Dezelfde verkoper transporteert aan Aeltgen Willemsdr., weduwe van Adriaen Jansz. Cant, 1/7 deel van de helft van het genoemde erf. Koopster is schuldig een bedrag van 50 gl. Dezelfde Aeltgen Willemsdr. transporteert aan haar broer Willem Willemsz. 1/7 deel van hetzelfde erf. Willem Willemsz. hellebaardier verkoopt aan voornoemde Aeltgen Willemsdr. 2/7 delen van het voornoemde lege erf, waarvan 1/7 deel in de helft hem is aangekomen bij overlijden van zijn grootmoeder Dircxken Barthoutsdr. en waarvan het andere 1/7 deel in de helft door hem is gekocht van de kinderen van Barthout Willemsz. (ORA Dordrecht inv. 738, f. 65v-66v)

- 20 febr. 1586: comp. Crijntgen Jacobsdr. de Both, weduwe van Dirck de Jonge Huijbrechtsz., enerzijds en Janneken Dircxsdr. en Adriaen Dircxsz., ieder voor zichzelf en Willem Willemsz. en Jacob Govertsz., als voogden van Willem Dircxsz. en Rochus Dircxsz., onmondige weeskinderen van Dirck Jong Huijbrechtsz., geassisteerd met hun neef Jan Brouwer Aerntsz., oudraad in wette van Dordrecht, anderzijds. "Ende bekenden de voorsz. comparanten onderlinge op ende jegens malcanderen geschift, gescheijden ende gedeelt te hebben alle de goederen  ... sulcx sijluijden die met malcanderen te schiften ende te scheijden hadden beroerende de doot van wijlen [Dirck] Jong Huijbrechtsz. voornoemt ... te weten dat alsoe tusschen de voorsz. weduwe ter eenre ende de kinderen met haere voochden ende vrunden ter andere sijden onderlinge seeckere questin ende geschillen geresen waeren ende eerst belangende de taxatie vande vijffde paerten vande huijsen genaamt Beaumont ende Cleijn Marinborch mitsgaeders die andere goederen die dselve kinderen aengecoemen waeren bij den overlijden van wijlen Dirxken Baerthoutsdr., haer overgrotemoeder die van wegen de voorsz. kinderen gesustineert werden henluijden te competeren volgende den testamente van de voorsz. Dircxken Baerthoutsdr. (ORA Dordrecht inv. 738, f. 344 e.v.)]

Balten van Goch int Paradijs [waard en wijnkoper]    14

[ORA Dordrecht inv. 743, f. 350: op 22 aug. 1595 verklaart Baltasar van Goch, waard en wijnkoper te Dordrecht, schuldig te zijn aan Francois de Buielere een somma van 327 gl., verbindende een huis, genaamd "het Paradijs", staande omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van de weduwe en erfgenamen van Henrick Hiesvelt en dat van Andries Walen goudsmid.

ORA Dordrecht inv. 746, f. 198v e.v.: op 4 jan. 1603 verklaart Balten van Goch, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Marchelis Cruijs een bedrag van 62 gl. 12 st., verbindende een huis, genaamd "het Paradijs", staande de Poortzijde omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Wouter van Ossenborch, zijnde het hoekhuis van de Nieuwbrug en het huis van Andries Walen.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 66: op 14 juni 1605 verkoopt Balthen van Goch, burger an Dordrecht, voor 1926 gl. aan Rochus Jansz. afslager [vendumeester] en Frans van Bonckelwaert een huis, genaamd "het Paradijs", staande [in de Wijnstraat] omtrent de Nieuwstraat tussen het huis van Wouter van Ossenburch en dat van Andries Waelen. Koopvoorwaarde is onder meer, dat men dit huis niet hoger zal bouwen en ook niet in de muur van het huis "Beaumont" zal "houden noch breken", tenzij met toestemming van de eigenaar van dat huis. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 950 gl.]

f. 20v

De weduwe van Henrick Hijssvelt      13

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 21: op 31 jan. 1579 compareren Janneken Jansdr., weduwe van Henrick Heijsvelt, Lijsgen Jansdr., weduwe van Jan de Bruijn, Marijken Jansdr., weduwe van Jan Stevensz. kleermaker, burgeressen van Dordrecht, voor zichzelf en samen vervangende Marijken Jansdr., weduwe van Aert Dircxsz., wonende in Medemblik, Jan Roeloffsz., onmondig weeskind van Lijntge Jansdr., verwekt door Roel Hermansz., en Jan Jaspersz., zoon van wijlen Jasper Jansz., allen erfgenamen van Adriaen van Roon mesmaker, in zijn leven wonende te Antwerpen op de Paardenmarkt, zoon van hun oom en hun neef. Zij verlenen procuratie aan Lambert Barentsz., burger van Dordrecht, als man van Thoontge Jansdr., die mede-erfgename is van Adriaen van Roon, om naar Antwerpen te reizen en daar in ontvangst te nemen al hetgeen zij gerfd hebben van Adriaen van Roon.

ORA Dordrecht inv. 1571, f. 50: op 13 april 1579 verklaren Cornelis Aertsz., wonende te Medemblik, voor zichzelf en Jan Simonsz., wonende te Medemblik, als man van Stijntgen Aertsdr., samen tevens vervangende Willem Aertsz. te Haarlem, ontvangen te hebben van Jannichgen Jansdr., weduwe van Henrick Hijsvelt, hun tante, al hetgeen zij gerfd hebben van hun oudoom, Adriaen van Roeijen, inwoner van Antwerpen.]

Lambert Barentsz. schoenmaker    8

Mathijs Meijsters huurt van Pieterken Hesseling om 25 gl.     8

Baltaser van Eijck huurt van Jan den Brinck om 48 gl.     15-7-4

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 36: op 21 mrt. 1579 verklaart Jan ten Brinck, burger van Dordrecht, dat hij tot "bevrijdinge" van een borgtocht van 218 gl., die Jan Thijsz. bakker voor hem gepresteerd heeft ten behoeve van Thijs Cornelisz. van Hooren, verbonden heeft voor Jan Thijsz. een huis op de Nieuwbrug, genaamd "Wesel", staande tussen het huis van Pietertgen Hesselinck en dat van Franchois van Hoochstraten.]

Willem Raemaecker huurt van Franchoijs van Hoochstraten om 48 gl.     15-7-4

Franchoijs van Hoochstraten     8

Jan de Errondt huurt van Cornelis Geeritsz. om 30 gl.     9-12

Jan Korssz. snijder huurt van voornoemde [Cornelis Geeritsz.] om 30 gl.    9-12

f. 21

Lambert van Leijen huurt van Henrick Hijssvelt om 30 gl.     9-12

Lenert Mathijsz. snijder huurt van Casper Beck om 30 gl.    9-12

Jacob Vinck snijder     6

Willem Stoffelsz.    6

Ghijssbert Bastiaensz. schoenmaker huurt van Frans Rochusz. om 42 gl.    13-8

Jan Claesz. de Langen met de kelder     22

[ORA Dordrecht inv. 1539, akten 542-544: op 4 mei 1562 verkoopt Henrick Heremale, als man van Elijsabeth van Drencwaert, aan Jan Claesz. de Lange een huis, genaamd "St. Jacob in Galicien" met het huis daarnaast, staande op de hoek van de Nieuwbrug tussen 's herenstraat en en het huis "Cronenburch". Waarborg: Boudewijn van Drencwaert, burgemeester van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1900 gl. Jan Claesz. de Lange verkoopt op dezelfde dag aan Gijsbert van Haerlem Jansz. een huis op de hoek van de Nieuwbrug, staande naast het huis, genaamd "St. Jacob in Galicien".  

ORA Dordrecht inv. 712, f. 40: op 12 mrt. 1577 is voor schepenen van Dordrecht een rentebrief gepasseerd door Jan de Lange Claesz. ten behoeve van Elijsabeth Spaens, weduwe van Rogier (Ogier) Philipsz. De rente bedraagt 6 ponden groten Vlaams jaarlijks en is verzekerd op een huis genaamd "Sint Jacob in Gallisien", staande omtrent de Nieuwbrug. De rentebrief wordt pas geroyeerd op 25 mei 1670.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 167v: op 23 juni 1606 verkoopt Pieter van Beveren, collecteur van de Grafelijkheidstol te Gorinchem, aan Henrick van Dilsen, wijnkuiper en burger van Dordrecht, een huis genaamd "St. Jacob in Gallisien", staande bij de Nieuwbrug aan de Poortzijde [Wijnstraat] tussen het huis van Fijt Henricxsz. wijnkuiper en dat van de erfgenamen of nazaat van Gijsbrecht de schoenmaker, zijnde het hoekhuis van de Nieuwbrug.]

Fijt Henricxsz. kuiper    14

f. 21v

Geerit Run met de kelder    21-4

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 36: op 21 mrt. 1579 verklaart Geerit IJsbrantsz. Ruijn, burger van Dordrecht, dat hij tot betaling van de 10 daalders van 30 stuivers het stuk, die hij gehouden is uit de keren aan zijn dochter, Barbara Geeritsdr., door hem verwekt bij zijn eerste vrouw, Barbara Cornelisdr., aan Barbara heeft "verkocht" een jaarlijkse losrente van 9 gl., verzekerd op een huis, genaamd "den Eenhoren", staande in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug aan de havenzijde tussen het huis "Cronenborch" aan de zuidzijde en het huis "den Regenboge" aan de andere zijde.]

Jan Ghijssbertsz. huurt van Herman Cleijn om 60 gl.     19-4

[ORA Dordrecht inv. 1531 (nieuw), akte 149: op 10 sept. 1546 verkoopt Evert Cornelisz. aan zijn broer Jan Cornelisz. een zesde part van een huis aan de Poortzijde [Wijnstraat] bij de Nieuw[brug], genaamd "de Herp", staande tussen het huis "de Regenboege" en dat van mr. Pieter Claesz. barbier.

ORA Dordrecht inv. 1531 (nieuw), akten 399 en 400: op 12 febr. 1547 verkoopt Engbrecht van Haerlem Jansz., als man van Aechte Cornelisdr., aan Jan Cornelisz., een zesde deel van een huis aan de Poortzijde op de haven bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis "den Regenboech"en het huis van mr. Pieter barbier. Borg: Bastiaen Adriaensz. houtkoper. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 9 Vlaamse ponden. Borg: Ghijsbert Jansz. kuiper.]

Matheeus Henricxsz. schoenmaker    10

Willem Jan Claesz. schipper     9

Geerit Thonisz. inde Galeij      12

De Grote Kraan toebehorende de erfgenamen van Bladegum     6

[De Grote Kraan stond aan de Kraansteiger.]

De Wijnstraat tussen Groothoofd (linksonder) en Wijnbrug (rechts midden). De Grote Kraan staat links iets voor de Nieuwbrug, de Kleine Kraan rechts tegenover de 's Heer Boeijenstraat. (Detail van de kaart van Braun en Hogenberg, ca. 1575). 

Jan Cramer huurt huis en kelder van de erfgenamen van Henrick Mol om 42 gl.       13-8-12

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 116: op 23 jan. 1606 verbindt Anthoni van Leest, koopman te Dordrecht, tot "bevrijdinge" van de borgtocht, die Jan van Leeuwen, koopman en burger van Dordrecht, voor hem t.b.v. Jan Tesmaecker gepresteerd heeft een huis [in de Wijnstraat] omtrent de Nieuwbrug, genaamd "den Groote Beijtel", staande tussen het huis van Cornelis Quirijnsz. schipper en de Grote Kraan.]

f. 22

Henrick van Hemert huurt van Claes Ariaensz. om 36 gl.     11-10-4

Philips Willemsz. makelaar     14

[ORA Dordrecht inv. 737, f. 474 e.v.: op 30 april 1584 verkopen Thoenis Philipsz. bakker en Jan Philipsz., voor henzelf en vervangende Willem Philipsz., Margrieta Philipsdr. en Anna Philipsdr., hun broer en zusters en Cornelis Molen Fransz. en Thoenis Thoenisz. Elinck, als voogden van de twee onmondige weeskinderen van Philips Willemsz., verwekt bij Truijcken Florisdr., tevens vervangende Aeltgen Philipsdr., mede een dochter van Truijcken Florisdr., aan Willem Christoffelsz. wijnkuiper een huis omtrent de Grote Kraan, genaamd "de Wijndaesbooch", staande tussen het huis van Jan Pieck bakker en dat van Cornelis Quirijnen schipper. Waarborg: Thoenis Philipsz. Willem Stoffelsz. is schuldig aan de voornoemde erfgenamen van wijlen Philips Willemsz. een somma van 900 gl. Borgen: Ghijsbrecht Helwich en Jan Philipsz.]

Jan Pieck bakker     10

Willem Moelen Fransz.     17

[Het huis "den Hollantschen Thuijn". Zie hieronder bij Herman Thijsz.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 89 e.v.: op 24 sept. 1605 verklaart Cornelis Thonisz. Praem, burger van Dordrecht, dat hem en zijn zwager, Aert Hermansz. Wor, namens hun beider echtgenotes, als mede-erfgenamen van wijlen Willem Molen Fransz. en Cornelis Molen Fransz. broeders, alsmede van Nicolaes Woutersz. van der Burch, zijn aangekomen verscheidene partijen van landen, huizen en andere goederen, en dat daarbij bij kaveling aan Aert Hermansz. is toegevallen een tiende deel van het huis van wijlen Cornelis Molen Fransz., staande op de hoek van de Schrijversstraat, een twaalfde deel van het huis van wijlen Willem Molen Fransz., genaamd "den Hollantschen Thuijn" en enkele landerijen, gelegen in Wijngaarden en de Korendijk, die eveneens zijn nagelaten door Willem Molen Fransz.]

Herman Thijsz. in Cranenburch     14

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 51v: op 16 april 1579 stelt Herman Mathijsz., koopman van wijnen en burger van Dordrecht zich borg ten behoeve van Willem Hermansz. Rademaecker voor hetgeen Lambert de schoenmaker van Willem tegoed heeft.

ORA Dordrecht inv. 1550, f. 59: op 16 mei 1580 stellen Willem Dionijsz. en Cornelis Jansz. Both, beiden kooplieden van greinen en poorters van Dordrecht, zich t.b.v. Mathijs Gerritsz., waard in "Cranenburch", Herman Matthijsz. en Frans Jansz. in den Both, borg voor de lichting van een somma van 876 gl. en 12 st., welke Adriaen Jacobsz. van Rotterdam door het Hof van Holland op 15 dec. 1579 is veroordeeld te "namptiseren" aan Mathijs Gerritsz. c.s. Indien namaals mocht blijken, dat deze lichting ten onrechte is gedaan, mag het geld verhaald worden op genoemde borgen, mits het geld  ten volle door Frans Jansz. is ontvangen en door hem uitgekeerd aan de personen, die daartoe gerechtigd zijn. Mathijs Gerritsz. verbindt voor twee derden van het genoemde bedrag het huis, waarin hij woont, genaamd "Cranenborch", dat staat [aan de Poortzijde] tussen het huis van Casper Beck, genaamd "Valckenborch", en het huis van Willem Moelen Fransz., genaamd "den Hollantschen Thuijn". Frans Jansz. verbindt voor eenn derde part van genoemd bedrag zijn huis, genaamd "de Duijff", staande omtrent het stadhuis tussen het huis van Henrick van Oldenseel kleermaker en dat van Pieter Michielsz. verver.]

Casper Beck met de kelder     22

[Het huis "Valckenborch".

10 juli 1550: bij de scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door de ouders, zusters en broer van Lijsgen Adriaensdr., wordt aan Lijsgen toebedeeld het huis, waarin zijn woont, genaamd "Valckenborch", staande op het Groothoofd tussen het huis "Cranenborch" en het huis "den Engel". (ORA Dordrecht inv. 1533 (nieuw), akte 151)

15 okt. 1560: Adriaen van Halderen Henricxsz. verkoopt Michiel Jansz. brouwer een jaarlijkse losrente van 6 gl., verzekerd op een huis, genaamd "Valckenborch", staande aan de Poortzijde tussen het huis "den Engel" en het huis "Cranenborch". Hij stelt tevens tot onderpand een huis aan de stadsvest, staande tussen het huis van Neeltgen Beenen en dat van Pieter Papslocker. (ORA Dordrecht inv. 702, akte 114)]

Mr. Willem Pouwelsz. secretaris     14

[Het huis "den Engel". Zie hieronder bij Henrick Wolffertsz.]

f. 22v

Henrick Wolffertsz.     14

[ORA Dordrecht inv. 734, f. 137: op 22 okt. 1578 verkoopt Pieter Jansz. van Bree aan Henrick Wolffertsz. een huis aan de Poortzijde [Wijnstraat] tussen het huis van mr. Willem Pouwelsz. secretaris, genaamd "de Engel", en het huis van Cornelis Evertsz., genaamd "'s Gravenhage". Waarborg: Ocker Aertsz.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 324v: op 1 mei 1582 verkoopt Henrick Wolffertsz. aan Melchior Veris een huis aan de Poortzijde [Wijnstraat] omtrent de Grote Kraan, staande tussen het huis van mr. Willem Pouwelsz. en het huis "'s-Gravenhage". Borg: Gerit Thonisz. inde Galeije]

Dionisius Slenach [waard]     22

[Het huis "'s-Gravenhage".

ORA Dordrecht inv. 1529 (nieuw) akte 59: op 6 juni 1543 verkoopt Arent Brouwer aan Jan Bronckhorst een huis aan de Poortzijde [Wijnstraat], genaamd "Scravenhaghe", staande tussen het huis "de Monnick", toebehorende aan Beatris Sijberts weduwe aan de noordzijde en het huis van Cornelia Pieter van Breen aan de zuidzijde.

ORA Dordrecht inv. 1537 (nieuw), akte 80: op 16 nov. 1558 verkoopt Cornelis Evertsz., inwonende poorter van Dordrecht, aan Sijmon Sijmonsz., als voogd van zijn dochters dochter, genaamd Marichen Jansdr., een jaarlijkse losrente van drie Vlaamse ponden, verzekerd op een huis bij het Schrijversstraatje, genaamd "'s Gravenhage", staande aan de havenzijde tussen het huis "den Munnick", dat eigendom is van de erfgenamen van Beatris Zijberts, en het huis "den Grooten Engel", dat eigendom is van Lijsken, de weduwe van Jan Pietersz. van Breen.

- 25 mrt. 1579: op verzoek van Mathijs Rittere, als gemachtigde van de crediteuren van Balthasar Marsalder, Niclaes Scheijt en Co., verklaart Dionisius Slenacken, waard in "'s Gravenhage" te Dordrecht, ongeveer 49 jaar oud, dat hij op verzoek van Rittere op 10 mrt. 1579 "gepresenteert" heeft aan Gerbrant Dircxsz. Stoop zekere borgtocht, verleden door Pieter Imhoff, burger van Dordrecht, inhoudende een bedrag van 52 gl. 4 st., welk bedrag Gerbrant gehouden is te betalen aan Rittere volgens een vonnis van het Hof van Holland. Gerbrant is hiermee niet akkoord gegaan, zodat Rittere hem vervolgens op 21 mrt. 1579 nog een borg "gesteld" heeft voor schepenen van Rotterdam namens Jan Pietersz. Pesser van Rotterdam. (ORA Dordrecht inv. 1571, f. 38)

ORA Dordrecht inv. 736, f. 338: verklaring dd 21 mei 1582 op verzoek van Reijnier Beijer van Nijmegen, wonende te Leerdam en afgelegd door Dionisius Slenacken, waard in de herberg "'s-Gravenhage" te Dordrecht, ongeveer 49 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 738, f. 234v: verklaring dd 10 sept. 1585 op verzoek van Jan Crooswijck Cornelisz. door Dionysius Slenach, waard in "'s-Gravenhage" te Dordrecht, ongeveer 50 jaar oud. Hij verklaart, dat Lodewijck Vos van "Coellen" [Keulen], wiens factoor hij is, in 1583 in Middelburg 6 pakken Engelse lakens gekocht heeft, die hij, deposant, op 17 april van dat jaar te Dordrecht op de konvooien "aengebrocht heeft ende op Coelen per Wessel van Creeffelt gescheept heeft."

ORA Dordrecht inv. 717, f. 282v e.v: op 15 dec. 1587 verkoopt Aechgen Stopen Adriaensdr., weduwe van Cornelis Evertsz., aan Pieter de Vos, secretaris van Veere in Zeeland, haar zwager, een huis genaamd "Sgravenhage", staande bij de Hoppenbiersteiger aan de Poortzijde tussen het huis van Jan Pieter Aertsz. en het huis van Melchior Veris.]

Jan Pieter Aertsz.    15

De weduwe van Pieter Dircxsz.     14

Adriaen Jopsz.     20

Tomas Rochusz. met de plaats     24

Sijmon Claesz. Vaer schipper     8

Claes Jansz. Jager     8

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 7v: op 10 jan. 1579 verklaren Claes Jansz. Jager en zijn vrouw Sijchge Gijsbrechtsdr. van Diemen, dat Heijltgen Pietersdr., weduwe van Willem van Diemen Gijsbrechtsz. hen volledig voldaan heeft van al hetgeen Sijchge toekomt in de nalatenschap van Willem Gijsbrechtsz. van Diemen, haar broer, alsmede van een som van 3 ponden Vlaams, welke Willem gelegateerd heeft aan Claes' en Sijchges zoon Cornelis Claesz.]

f. 23

Frederick Jansz. snijder huurt van Cornelis Moelen om 18 gl.     5-12-2

Cornelis Moelen Ariaensz.     20

Danil de Lumel huurt van Hans de Lumel [Hans de Lomel] om 60 gl.     19-4

Niclaes [Manternach] van Trijer     15

[ORA Dordrecht inv. 737, f. 10v: op 28 april 1583 verkoopt Nicolaes Manternach van Trier, koopman van wijnen, aan de voogden over de weeskinderen van Jan Bartholomeusz. een jaarlijkse losrente van 35 gl., verzekerd op een huis, genaamd "Medeblick", staande omtrent de Mattensteiger tussen het huis "Sint Joris" en het huis van Hans de Loemel.]

Jacob Block    16

Reijnier [sic] huurt van Jacob Block om 42 gl.    13-8-12

Jacob Buijs landmeter eijgen [Tielman Willemsz. huurt van Jacob Buys om 22 gl.]     7 gl. 12 penn.

f. 23v

Cornelis Pietersz. zeepzieder     20

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 15: 22 jan. 1571 verklaart Cornelis Pietersz., zeepzieder en burger van Dordrecht, dat de twaalf tonnen grauwe zeep, die hij een dag eerder geleverd heeft aan Thonis Jansz. in den Wingert, burger van Dordrecht, gemaakt zijn van goede raap- en kennipolie.]

Ariaen Claesz. zeilmaker huurt van Pieter Blocklant om 24 gl.     7-13-8

Dirick Philipsz.      18

[ORA Dordrecht inv. 709, f. 215v e.v.: overeenkomst dd 19 juni 1571 tussen Dirck Philipsz., schepen in wette van Dordrecht, als eigenaar van een huis, staande aan de noordzijde van het huis, genaamd "de Crab", enerzijds, en Weijntgen Adriaensdr., wonende te Leiden, weduwe van Philips Pietersdr., namens haar zuster, Neeltgen Adriaensdr., geassisteerd met Govert van Beaumont Adriaensz., als eigenares van het huis "de Crab", anderzijds. De overeenkomst betreft een zijmuur tussen de huizen van beide partijen, strekkende van voren tot achteren op de haven toe en staande bij het Groothoofd tussen het huis van Adriaen Jansz. Cant  en het huis van Lijsken, de weduwe van Jan Pietersz.]

Adriaen Jansz. Cant     9

[ORA Dordrecht inv. 716, akte 355: op 31 okt. 1585 verklaart Aeltgen Willemsdr., weduwe van Adriaen Jansz. Cant, dat zij noch haar man zaliger volgens het testament van haar grootmoeder, wijlen Dircxken Barthoutsdr., mochten verkopen, vervreemden of belasten de goederen, die haar, comparante, aangekomen waren bij overlijden van haar grootmoeder, dat die goederen volgens het genoemde testament bij haar overlijden vererven moesten op haar kinderen, maar dat zij desalniettemin een aantal van die goederen verkocht heeft, waarvoor zij haar kinderen zou moeten compenseren, en voorts dat zij haar kinderen geen vertichting gedaan heeft van hun vaderlijke goederen, met uitzondering van haar inmiddels overleden zoon, Jan Ariaensz. Cant de Oude, "die van tgunt voorsz. staet meer als voldaen is". Om nu haar overige kinderen, m.n. Marijcken Ariaensdr. Kant , Janneken Ariensdr. Kant, Jan Ariaensz. Kant de Jonge en Barthout Ariaensz. Kant, te "contenteren" van de goederen, die hun zijn nagelaten door hun overgrootmoeder en vader, heeft de comparante aan haar kinderen overgedragen het huis, genaamd "Londen", met alle daarin aanwezige inboedel, in welk huis zij thans woont, staande op het Groothoofd tussen het huis van Dirck Philipsz. en dat van Anthonis Anthonisz. korenkoper.]

Tonis Thonisz. vendrich     10

De weduwe van Aper Matheusz.     9

[Zie genealogie Van den Brande I van deze website.]

Jan Lambertsz.     12

[ORA Dordrecht inv. 724, akte 188: op 12 sept. 1561 verkoopt Cornelis Croeswijck Jansz., schepen in wette van Dordrecht, aan Adriaen Henricxsz. een jaarlijkse losrente van 8 gl., verzekerd op een huis bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Aper Matheeusz. en dat van Janneke in de Lantscroen.]

Janneken inde Lantscroon     9

f. 24

De weduwe van Steven Thonisz.

Cornelis van der Mijl Arentsz.      32

Ariaen Thonisz. zeilmaker     10

Cornelis Ariaensz. Both     10

[ORA Dordrecht inv. 727, akte 488: op .. juli 1569 verkoopt Willem van Lith houtkoper aan de vijf weeskinderen van wijlen Adriaen Adriaensz. de jonge Both, genaamd Cornelis, Pouwels, Marichen, Neeltgen en Roocxken Adriaens, verwekt bij Heijltgen Jansdr., een jaarlijkse losrente van 5 ponden groten Vlaams van 6 gl. het pond, verzekerd op een huis, genaamd "den Goude Leeuwe", staande aan de Poortzijde [Groenmarkt] tegenover de Tolbrug tussen het huis van Bouduwijn Heerman en dat van Dirck Huijbrechtsz.

ORA Dordrecht inv. 1571, f. 29: op 26 febr. 1571 transporteert Cornelis Adriaensz. zeilmaker aan de twee weeskinderen van wijlen Jacob van Bijn een rentebrief van 1 Vlaamse pond jaarlijks, verleden door Jan Anthonisz. in de Bruijnvisch, hem, comparant, aanbestorven bij overlijden van zijn grootvader, Adriaen den Both Adriaensz.

ORA Dordrecht inv. 715, f. 218: op 23 juni 1584 verlenen Adriaen Huijbertsz. teerkoper en Cornelis Adriaensz. Both zeilmaker, voor zichzelf en tevens vervangende Adriaen Ockersz., de vader van zijn vrouw, procuratie aan Geerit van Heusden en Jan van Heusden, procureurs voor het Gerecht van Utrecht, om te procederen tegen Jan van Altena, schipper van Wesel, en te vorderen al hetgeen hij hun schuldig is o.a. wegens leverantie van "peck terre werck" en bier.]

Aertgen de weduwe van Goort      10

De weduwe van Hans Pinxen   8

Cornelis Pouwelsz. bakker huurt van Willem Claesz. om 36 gl.     11-10-4

Reijer de Jonge en Gribbert Jansz. bakker     13-8-12

f. 24v

Goert Dircxsz. schipper    9-12

Mathijs Pietersz. op den Boom   10

[ORA Dordrecht inv. 734, f. 14v: op 13 mei 1578 verkopen Adriaen Dircksz. de Coninck, lid van de Oudraad te Dordrecht, als gemachtigde van Heijndrick Willemsz., voor zichzelf en als procuratie hebbende van Roelant Willemsz., Adriaen Willemsz., Cornelis Willemsz. en Elijsabet Willemsdr., en Lucia Willemsdr. en Anna Willemsdr., elk voor zichzelf en geassisteerd met hun gekoren voogd, allen erfgenamen van Willem Heijnen en Marike Roeloffsdr., aan Mathijs Pietersz. een huis, staande op de opgang van de draaiboom aan de Poortzijde tussen de poort van het Groothoofd en de draaiboom. Waarborg: Adriaen Dircksz. de Coninck. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 500 gl. Borg: Huijbrecht Adriaensz.]

Wederom keerende gaende nae het Tollebrugsstraetgen toe

Aert Bastiaensz. zeilmaker     14

Ariaen Huijbertsz. schipper    11-10

[ORA Dordrecht inv. 1570, f. 129 e.v.: op 4 okt. 1578 verkopen Ghijsbrecht Adriaensz. kuiper en Emmeken Adriaensdr., weduwe van Jan Dircxsz. Genefaes, aan Adriaen Huijbertsz. schipper twee derde delen van een huis, genaamd "Monnickendam", staande op het Groothoofd tussen het huis van Cornelis Sijbertsz. brouwer en dat van Reijer Pietersz., van welk huis de verkopers twee derde delen zijn aangekomen bij overlijden van hun moeder Adriaentgen Dircxdr. en de koper, als erfgenaam van zijn grootmoeder Adriaentgen Dircxdr., een derde deel. De koper is schuldig aan de verkopers, die zijn oom en tante zijn, resp. 400 en 425 gl.]

Reijer Pietersz.    11-10

Wendelken van Castel huurt van Frans in Altenae om 60 gl.     19-4

[ORA Dordrecht inv. 713, f. 204v: op 25 aug 1579 verleent jonkvrouw Wendel Spijckers, weduwe van Jaques de Castro van 's-Hertogenbosch, procuratie aan haar broer Jan Spijcker om te innen, een bedrag van 200 gl., welke mr. Gerrit Fabri aan haar man schuldig was.

ORA Dordrecht inv. 717, f. 267: op 4 nov. 1587 legt Wendelken van Casteren, ongeveer 53 jaar oud, een verklaring af t.b.v. Marijchgen Pietersdr.]

Willem Moelen Philipsz.    12

f. 25

Seger Jansz. zeilmaker huurt van Willem Pietersz. om 42 gl.     13-8-12

Het Schippershuis    nihil

[Het Schippershuis stond in de Wijnstraat bij het Groothoofd. Oorspronkelijk stond daar een kapel van het Schippersgilde. In 1363 schonken de wantsnijder Boudijn Yensone en zijn vrouw Lijsbetten hun naast de kapel staande huis aan het gilde. Dit werd ingericht tot een gasthuis, waarvan een deel werd afgeschoten voor een koor met altaar. Na de Hervorming gaf het stadsbestuur op 7 aug. 1574 aan het Schippersgilde toestemming om het erf van de voormalige kapel te "betimmeren": 'Ende zullen de voorsz. Gildebroeders ... hebben, en Behouden, het geheele Erff, daer de Capelle by 't Groote Hooft, placht te staen, streckende vande Voor-Straet [Wijnstraat] by der Stede-Vesten, ende 't zelve mogen Betimmeren tot heuren Costen, ende aldaer Heurluyden Gild ende Vergaderinge houden.' Daarna werden in 1587 en 1595 op het erf twee huizen gebouwd, het ene het Schippershuis, waar de gildersbroeders vergaderden en het andere het huis genaamd 'het Smakschip'. (M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht [Dordrecht 1677], deel I, p. 159-160)

ORA Dordrecht inv. 735, f. 88: op 2 juni 1579 verkoopt Mathijs Geritsz. zeilmaker aan Jan Philipsz. en Elizabeth Spaen, weduwe van Ogier Philipsz., een jaarlijkse losrente van 2 ponden groten Vlaams, verzekerd op een huis op het Groothoofd, staande tussen de afgebroken Schipperskapel van het oude gilde en het huis van de erfgenamen van Jacob den Both.

ORA Dordrecht inv. 739, f. 152: op 5 mei 1587 verkopen Jan Jacobsz. Bens, Cornelis Geeritsz. Loijgens, Cornelis Jansz. Potgen en Cornelis Quirijnen, als dekens van het Schippersgilde te Dordrecht, aan Frans Willemsz. coman en Pieter Willemsz. bakker, als ooms en voogden van Dirck Jacobsz., weeskind van Jacob Willemsz., een jaarlijkse losrente van 9 Rijnse gl., verzekerd op een huis aan het Groothoofd, genaamd "het Schippershuis", staande tussen het huis van de weduwe en erfgenamen van Adriaen de Goutsblom en het huis genaamd "de Witte Helm".]

Sijmon Haeck huurt van de weduwe van Ariaen Schot om 60 gl.      19-4

Andries Waelen goudsmid       9

Willem Claesz. in Gorchum       11

Jan Thijsz.       11

Adriaen Brants huurt van de weduwe van Aert van Gestel om 78 gl.      24-19

Ariaen Pietersz. van Bemont     22

f. 25v

Jan Pietersz. Cort huurt van Ariaen Pietersz. van Bemondt om 30 gl.    9-12

Hans Teruwaert      11

Cornelis Ariaensz. bode     9

Tonis Laurensz. schoenlapper huurt van Katherina Eelants om 24 gl.       7-13

De weduwe van Jan Eelantsz.     20

Jacob Damasz. huurt van voornoemde weduwe om 18 gl.    5-15-4

De weduwe van Aert Gerritsz. van de Graeff     16

f. 26

Wouter inde Lantscroon     10

Ocker Aertsz.      13

[Ocker Aertsz. trouwde naar schatting ca. 1565 Goeltge Jan Pietersdr. van Bree.

Uit dit huwelijk:

a. Geertruijt Ockersdr., geboren ca. 1565

b. Aert Ockersz., geboren ca. 1567

ORA Dordrecht inv. 734, f. 75 e.v.: op 22 juli 1578 scheiden Ocker Aertsz., weduwnaar van Goeltge Jan Pietersdr. van Bree, enerzijds, en Pieter Jansz. van Bree, als oom en voogd van Aert Ockersz., 11 jaar oud, en Geertruijt Ockersdr., 13 jaar oud, de kinderen van zijn zuster, anderzijds, de boedel, die door Goeltge is nagelaten. De weduwnaar krijgt alle goederen, die zijn vrouw heeft nagelaten. De kinderen krijgen een somma van 1200 gl., te betalen in jaarlijkse termijnen van 120 gl., en de goederen, die Goeltge heeft gerfd van Lijsken, de weduwe van Jan Pietersz., de grootmoeder van de kinderen.]

Pieter Jansz. van Bree     14

[ORA Dordrecht inv. 712, f. 137: op 5 aug. 1577 verkoopt Pieter Jansz. van Bree aan zijn schoonzoon Jacob Jacobsz. de Recht een huis met "herinckplaetse", staande op het Groothoofd, genaamd "Vredenrijck", tussen het huis van Jacob van Diemen en het huis van Ocker Aertsz. Koper kent schuldig aan verkoper 1200 gl. te betalen met 100 gl. jaarlijks.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 459v: op 1 april 1583 verkoopt Jacob Jacobsz. de Recht aan Willem Philipsz. een jaarlijkse losrente van 26 Rijnse gl., verzekerd op een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Ocker Aertsz. en het huis genaamd "Steenbergen".

Ibidem, 1 april 1583: Jacob Jacobsz. de Recht verkoopt het in de voorgaande akte vermelde huis aan zijn schoonvader Pijeter Jansz. van Bree.

ORA Dordrecht inv. 738, f. 179v; op 15 juni 1585 verkoopt Pieter Jans. van Bree aan Mathijs van Nederhoven, Jan de Pit, Crisstoffel Pintelingen [?], Jan Caspersz., Maerten Huijgen, Pieter Jansz. Strijbant kuiper en Cornelis Adriaensz. teerkoper een huis op het Groothoofd, staande tussen het huis van Dirck Gerbrantsz. [Stoop] en dat van Ocker Aertsz. Waarborgen [voor verkoper]: Claes van Wesel Jansz., Jan Brouwer Arentsz. en Filps Pietersz.]

Jacob den Muijser huurt van Bartholomeeus Monnesz. om 102 gl.     32-12

[ORA Dordrecht inv. 737, f. 505 en 506: op 11 mei 1584 verkopen Bartholomeus Monnesz. en Joris Cornelisz., wonende te Schiedam, als man van Fransgen Monnendr., aan Dirck Stoop Gerbrantsz. een huis genaamd "Op Steenbergen", nagelaten door Mon Bartholomeusz. en staande op het Groothoofd tussen het huis van Wouter Cornelisz. zeilmaker en dat van Pieter Jansz. van Bree. Waarborgen: Screvel Monnesz. en Melchior Veris.]

Wouter Cornelisz. zeilmaker     14

[27 jan. 1559: Gerbrandt Dircxsz. [Stoop] verkoopt aan zijn broer Jan Dircxsz. [Stoop] een vierde deel van een huis aan de Poortzijde [Wijnstraat] tegenover de Mattensteiger, staande tussen het huis van Frans Moelen en dat van de weduwe van Mon Bartholomeusz. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 200 gl. (ORA Dordrecht inv. 1537, akten 181 en 182)

16 mei 1580: burgemeester Willem Stoop Dircxsz., Gerbrant Dircxsz. Stoop en Willem Stoop Dircxsz. de Jonge, als ooms en voogden van de onmondige kinderen van wijlen Jan Dircxsz. Stoop, door hem verwekt bij Lijntge Fransdr., verkopen aan Wouter Cornelisz. zeilmaker een huis omtrent het Groothoofd, genaamd "Zevenbergen", staande tegenover de Mattensteiger tussen het huis van de erfgenamen van Frans Moelen en dat van de erfgenamen van Mon Bartholomeusz. Koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 841 gl. Borgen: Marcelis Cruijs en Adriaen Cornelisz. in de Stoer. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 277 e.v.)

Pieterken Moelens     16

[ORA Dordrecht inv. 714, f. 265 e.v.: op 6 jan. 1582 verkoopt Adriaen Jacobsz. Heijthoven, brouwer te Dordrecht aan Pieterken Dircxdr., weduwe van Frans Moelen Willemsz., een jaarlijkse losrente van 87 gl. op zijn huis en brouwerij in de Kannekopersbuurt.]

Ghijssbert Jansz. Coninck met de kelder samen       20

[10e penning Dordrecht  1558, f. 35v: het huis genaamd "de Kul" toebehorende Gijsbrecht Jansz. Coning, boven, huurwaarde: 30 Rijnse gl. Belenders: Frans Molen en Lysgen, de weduwe van Jan Pietersz. (internet)

15 aug. 1550: Elizabeth Jansdr., weduwe van Jan Pietersz., en Ghijsbrecht Jansz. Coninck verkopen aan Willem Cornelisz. korenkoper een jaarlijkse losrente van 2 Vlaamse ponden, verzekerd op een huis op het Groothoofd, genaamd "de Kul", staande tussen het huis van Frans Moelen en het huis van voornoemde Elizabeth Jansdr. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 339)]

Thomas Geraertsz. [Jeronimus Bruijnseels] huurt van voornoemde Coninck om 60 gl.      19-4

[19 jan. 1571: Heijltgen Jansdr., weduwe van Gerrit Cornelisz., verkoopt aan haar broer, Gijsbrecht Jansz. Coninck, een vierde part in een huis, genaamd "den Horen", staande bij het Groothoofd tussen het huis van de koper en dat van Wit Jansz. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 275 gl. (ORA Dordrecht inv. 709, akten 517 en 518)]

f. 26v

Den burgemeester Michiel van Vlijeck van Maastricht huurt van Wit Jansz. om 60 gl.     19-4

[Het huis "Calis".

ORA Dordrecht inv. 714, f. 317: verklaring dd 9 mei 1583, op verzoek van Dirck van Grumij, burger van Luik, als erfgenaam van Henrick Ruijssen, afgelegd door Michiel van Vleeck, burgemeester van Maastricht, ongeveer 53 jaar oud, Geerard van Daler, inwonende poorter van Dordrecht, ongeveer 37 jaar oud, en Jan van Dilssen, ongeveer 30 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 715, f. 62v e.v.: op 10 mei 1583 verkoopt Aeltgen Govertsdr., de vrouw van Witte Jansz., tollenaar te Gorinchem, als gemachtigde van haar man, volgens procuratie gepasseerd voor schepenen van Gorinchem op 4 mei 1583, aan Boudewijn Gijsbertsz., zeepzieder te Dordrecht, een huis aan de Poortzijde omtrent het Groothoofd, genaamd "Calis", staande tussen het huis van de koper en dat van Cornelis Schrevelsz. Waarborg: Willem Jansz. de Wittesz., schepen in wette te Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1500 gl. Borg: Henrick Wolfertsz., burger van Dordrecht.]

Cornelis Schrevels     24

[ORA Dordrecht inv. 1535 (nieuw), akte 3: op 19 april 1553 verkoopt Cornelis van Bree Pietersz. aan Aernt Dammert een huis en brouwerij, staande tussen het huis van Claes de Lange en dat van Jan Wittesz. Waarborgen: Quijrijn Adriaensz., doctor in de medicijnen, Willem Bucquet Blasiusz., Jan Thomasz. zeepzieder en Elizabeth, weduwe van Jan Pietersz. De koper is schuldig aan verkoper schuldig een somma van 600 gl. Borgen: Anthonis Claesz. en Claes Thonisz.

ORA Dordrecht inv. 1570 (nieuw), f 137v: op 9 okt. 1578 verkoopt Neeltgen Anthonisdr., weduwe van Aert Damert, aan Joost van der Elst een huis aan de Poortzijde tussen het Groothoofd en de Nieuwbrug, genaamd "Zweedenrijck", staande tussen het huis van Claes de Lange en dat van Wit Jansz. Waarborg: Jacob Cool Adriaensz. thesaurier. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 2182 gl. Borgen: Adriaen Snouck Govertsz. en Arien Maertsz. lakenkoper.]

Mathijs van Nederhoven huurt van Claes den Langen om 72 gl.      23 gl. 8 penn.

[ORA Dordrecht inv. 718, f. 53: op 14 april 1588 verkoopt Nijclaesken Adriaensdr., weduwe van Floris Rochusz., aan Mathijs van Nederhoven, wonende te Dordrecht, een huis op de hoek van de Kleine Kraan, waar uithangt "het Beerken", staande tussen het huis van de erfgenamen van wijlen Adriana de Conincx Jacobsdr. en de steiger van de Kleine Kraan, Waarborg: Cornelis Pietersz. zeepzieder. Koper is schuldig aan verkoopster een somma van 900 gl.]

Cornelis van Beveren burgemeester    15

Cornelis van Beveren Pietersz., burgemeester van Dordrecht

[Cornelis van Beveren, geboren in 1524, eerste burgemeester van Dordrecht, nadat de stad zich had aangesloten bij de Opstand tegen Filips II van Spanje in 1572, meerdere malen burgemeester tussen 1572 en 1586, overleden op 27 jan. 1586 in de weeskamer op het stadhuis van Dordrecht, zoon van Pieter van Beveren Willemsz. en Alid Muys van Holy Jacobsdr. Hij trouwde 7 jan. 1548 (huwelijkse voorwaarden) Maria van de Valk, dochter van Gijsbert van de Valk Dirksz., kastelein en drossard van de Stad en het Land van Leerdam, Ackoy etc., en Maria Quekel van Wieldrecht Jacobsdr., welke laatste was een zuster van Jacob Quekel Jacobsz., baljuw van Zuid-Holland 1537-1559. (Balen, o.c., deel II, p. 958bis, Inscriptiones Van Buchel, p. 211, 265 en 278 [internet])

ORA Dordrecht inv. 710, f. 127 e.v.: op 24 nov. 1574 compareren voor schepenen van Dordrecht Cornelis van Beveren Pietersz., burgemeester van Dordrecht, als man van Maria Valcken, Cornelis van Rijswijck, als man van Margaretha Valcken, elk van beiden voor zichzelf en samen vervangende Jacob Valck, de broer van hun echtgenotes, Marichen Queeckels, Grietken Queeckels, Neeltken Queeckels, en Cristina Queckels, ieder voor zichzelf en tevens vervangende de erfgenamen van Anna Queeckels, allen erfgenamen van Tanneken Meijssen, in haar leven weduwe van mr. Adriaen de Jonge, wonende te Middelburg in Zeeland. Zij herroepen de procuratie, die zij hebben gepasseerd op Dirck Michielsz. en verlenen machtiging aan Pieter Hallinck Jansz., wonende te Dordrecht, om over te gaan tot de verdeling van de goederen, die hun zijn aanbestorven bij overlijden van Tanneken Meijssen.

- 1586: de stad Dordrecht betaalt aan Cornelis van Beveren Pietersz. 6 ponden lijfrente over het jaar 1585, bij kwitantie van zijn zoon Willem van Beveren. In margine: "obijt den 27 jan. 1586". (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2608, f. 31)

Kind:

a. Maria van Beveren, geboren 1551, overleden 1634, trouwde ca. 1e 1573 Adam Voogd Hendricxsz., wijnkoopman uit Straatsburg, overleden in 1575 trouwde 1e Aeltgen (Alid) Jacobsdr., Maria van Beveren trouwde 2e Cornelis Rijser, overleden in 1606.

ORA Dordrecht inv. 1548, akte 69: op 9 febr. 1576 stilo Curiae Hollandiae [=1577] compareren voor schepenen van Dordrecht Marije van Beveren Cornelisdr., weduwe van Adam Voocht met haar gekoren voogd, voor zichzelf en tevens als moeder en voogdes van Anna Adamsdr., bij haar verwekt door Adam Voocht, enerzijds, en Joachum Meusz., die door de Camere Judiciale van Dordrecht is aangesteld tot voogd over Adam Adamsz., weeskind van wijlen Adam Voocht Henricxsz., verwekt bij Alid Jacobsdr., zijn vorige echtgenote, geassisteerd met mr. Cornelis Jacobsz. Ghijselaer en Jacob Jacobsz. de Gijzelaer, ooms van Adam Adamsz., samen vervangende hun broer, Adriaen Jacobsz. de Gijselaer, met consent van de burgemeester en Camere Judiciale van Dordrecht, als opervoogden, anderzijds. De comparanten verklaren, dat zij onderling verdeeld hebben alle goederen, die Adam Voocht Henricxsz. en Aeltken Jacobsdr. nagelaten hebben en die Adam Voocht in het laatst van zijn leven in gemeenschappelijk bezit gehad heeft met Marie van Beveren. Daarbij is aan Joachum Meusz., als voogd van Adam Adamsz., toebedeeld een derde part van zekere hoeve van 60 gemeten, liggende in de Ruigenhil, zulks als die hoeve aan Adam Voocht Henricxsz. uit de goederen van de ouders van zijn vorige vrouw, Alid Jacobsdr., is aanbedeeld, te weten voor 2050 Car. gl. 18 st. en 1 blank, boven de lasten van 21 gl. jaarlijks en nog 6 gl. jaarlijks met een derde deel van 71 gl. 15 st. jaarlijkse losrente, de penning 16, daarop staande, die Joachum Meusz. namens het weeskind te zijnen laste neemt, en wel sedert 17 november 1576. Verder is het weeskind toebedeeld aan een huisje in het Steegoversloot, staande naast het huis van de schutterij van de Gehele Haak, en een tuin en galerij, staande in de Hermantijsstraat [=Heer Mathijs- of Kolfstraat] aan de gracht, welk huisje, tuin en galerij samen zijn getaxeerd op 479 gl. Voorts krijgt hij een bedrag van 470 gl. 1 st. en 1 oortje, waarvan zijn voogd reeds ontvangen heeft 160 gl. 4 st. en zal hij nog ontvangen een bedrag van 170 gl. 1 st. 1 oortje, alsmede een bedrag van 139 gl. 6 st. uit de allergereedste inkomsten van de nalatenschap, samen belopende 3000 gl., welk bedrag Adam Voocht Henricxsz. zijn weeskind bewezen heeft als zijn moederlijk erfdeel. Aangezien aan Marijcken van Beveren bij het passeren van de huwelijkse voorwaarden tussen haar en Adam Voocht beloofd zijn uit de gereedste goederen een somma van 1000 gl. eens en bij het sluiten van de rekening bevonden is, dat zij meer ontvangen heeft dan uitgegeven is, te weten 504 gl. 6 st. 1 blank, is zij gehouden aan de twee weeskinderen van haar overleden man als vergoeding voor hun vaders kleren uit te keren een bedrag van 87 gl. Daartegen zal zij behouden al haar kleren, de rest van voornoemde somma van 504 gl. 6 st. 1 blank, alsmede een bedrag van 110 gl., die zij het sterfhuis schuldig is wegens de goederen, die zij daaruit heeft overgenomen, en nog alle kleren van wijlen Aeltgen Jacobsdr., ten bedrage van 71 gl. en het zilverwerk ten bedrage van 59 gl. Aan Maria van Beveren voor de ene helft en de twee weeskinderen van Adam Voocht, het ene verwekt bij Aeltgen Jacobsdr. en het andere bij Marijken van Beveren zelf, voor de wederhelft, is nog toebedeeld een stuk land van 4 morgen, liggende in Volgerland van Heeroudelandsambacht, inclusief de verschenen pachten, een rentebrief van 16 ponden 13 sch. 4 d. jaarlijkse losrente, de penning 16, sprekende op de stad Dordrecht, en alle restanten en inschulden van de boedel, die nog niet betaald en in rekening gebracht zijn. Voorwaarde daarbij is, dat Marie van Beveren voor de ene helft en de twee weeskinderen voor de andere helft gehouden zullen zijn alle tegenwoordige en toekomstige lasten van het sterfhuis te dragen. Marie van Beveren schenkt het weeskind, genaamd Adam Adamsz., een losrente van 3 ponden jaarlijks en draagt aan hem over alle aanspraken, die zij zou mogen hebben, op de nog resterende goederen van de nalatenschap van Jacob Cornelisz. Gijselaer en diens vrouw.

ORA Dordrecht inv. 1570, f. 152: op 28 okt. 1578 verkopen Joachum Meusz. zeilmaker, als voogd en Cornelis Jacobsz. Gijselaer, Jacob Jacobsz. Gijselaer en Adriaen Jacobsz. de Gijselaer, als ooms van Adam Adamsz. Voocht, weeskind van Adam Voocht Henricxsz., verwekt bij Aeltgen Jacobsdr. de Gijselaer, aan Adriaen Pietersz. Verkerck bakker een tuin alchter in de Kolfstraat, liggende tussen de gracht en het huis van Cornelis Jacobsz. Gijselaer.]

De weduwe van Jan Dircxsz. [de Haen] in Sint Eewoudt     14

[Jan Dirksz. de Haen, geboren ca. 1515, waard in Sint Eeuwout, overleden tussen 10 febr. 1579 en 26 april 1580, trouwde Marijtgen Dirksdr., geboren naar schatting ca. 1525

- 4 nov. 1560: Govert van Beaumont Adrijaensz [zie Ons Vorgeslacht jan. 2006, p. 100]. transporteert aan Reijmburch Willemsdr., weduwe van Cornelis Dircxsz., voor de ene helft, en aan Jan Dircxsz. in St. Euwout, als voogd over de weeskinderen van Cornelis Dircxsz., voor de andere helft, een rentebrief van 6 gl. jaarlijks, hem, comparant, aangekomen bij overlijden van Adrijaen Govertsz. van Beaumont, zijn vader. (ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akte 149)

- 2 okt. 1567: op verzoek van Dirck de Leuwe leggen Jan Dircxsz. de Haen, wonende in "Sint Euwout" bij het Groothoofd, 51 jaar oud en Geerlich Cop, 36 jaar oud, een verklaring af. (ORA Dordrecht inv. 707, f. 84v)

- 26 okt. 1571: Jan Dirksz. de Haen, 56 jaar oud, inwonende poorter van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 254)

- 10 febr. 1579: Jan Dircxsz. de Haen, waard in "Sint Eeuwout" te Dordrecht, transporteert aan Govert Jansz. olieslager een schepenenschuldbrief van 424 gl. (ORA Dordrecht inv. 1571, f. 23)

- 26 april 1580: burgemeester Willem Stoop Dircxsz. en Jacob van Beveren, als kerkmeesters, verkopen aan de kinderen van wijlen Jan Dircxsz. in Sint Euwout een graf in de Augustijnenkerk, gelegen in de "buik" van de kerk aan de noordzijde van de eerste pilaar. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 259)

- 9 sept. 1581: boedelscheiding tussen Geerit Jansz. de Haen, als procuratie hebbende van zijn moeder Marichgen Dircxdr., weduwe van Jan Dircxsz. de Haen, gepasseerd voor de griffie van het Hof van Holland op 30 aug. 1581, enerzijds en Jorden Dirksz. de Haen bakker, als oom en voogd van de onmondige weeskinderen, m.n. Grietgen, ongeveer 15 jaar oud en Dirck Jansz., ongeveer 10 jaar oud, anderzijds. Geerit Jansz. de Haen verbindt voor de nakoming van deze overeenkomst zijn huis, genaamd "Sint Eeuwout", staande omtrent het Groothoofd, tussen het huis van Herman van Houtte en dat van Cornelis van Beveren. (ORA Dordrecht 736, f. 231)

- 1 dec. 1581: verklaring door Jorden Dircxsz., bakker en inwonende poorter van Dordrecht, 65 jaar oud, Truijchgen Jansdr., 39 jaar oud, en Lijsbeth Jansdr., 38 jaar oud, de beide laatstgenoemden kinderen en erfgenamen van Jan Dircxsz. de Haen, in zijn leven waard in "Sint Euwout", op verzoek van Marijken Henricxsdr. Hiesvelt, weduwe van Dirck Jansz. de Haen, [neef, resp.] broer van de attestanten. Lijsbeth Jansdr. alleen verklaart, dat zij er getuige van is geweest, dat haar vader, toen hij ziek te bed lag in het huis van Jan Cramer, de man van haar zuster, gezegd heeft: "Gaet bij uwen oom Jorden en segt hem dat hij aen mijn zoon Dirck de [5 ponden Vlaams] die ick hem te veele gereckent heb vvt mijnen name wil verschieten, ick zalse hem weerom geven". (ORA Dordrecht inv. 714, f. 259 e.v.)

- 19 mei 1583: de erfgenamen van Damas van der Linde verkopen aan Melchior Adriaensz. een huis in het Riedijkstraatje achter het Nieuwkerkhof, staande tussen het huis van Claes Pietersz. en de toren [Pellentoren] van de erfgenamen van Jan Dirksz. in Sint Eeuwout. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 61)

- 3 okt. 1586: comp. Betken Dircxdr., weduwe van Cornelis Pouwelsz., met haar gekoren voogd, mr. Nicolaes van de Corput, procureur voor het Gerecht van Dordrecht. Zij verklaart zich borg te stellen voor Hubert Adriaensz. Coomans voor de lichting van een somma van 200 gl., die Coomans toekomt van wege Marijcken Dircxdr., weduwe van Jan Dircxsz. de Haen en hem van de penningen van het verkochte huis "Sint Eeuwout" door het Gerecht van Dordrecht toegewezen zouden mogen worden. Zij verbindt daarvoor het huis, waarin zij woont, staande op de hoek van het Cuwet [Grote Appelsteiger tegenover het Steegoversloot] aan de Landzijde. (ORA Dordrecht inv. 717, f. 69)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Elisabeth Jan Dirksdr. de Haen, geboren ca. 1542, trouwde Hans Wijchmans (ORA Dordrecht inv. 736, f. 248, akte dd 27 okt. 1581)

- 15 dec. 1583: Hans Wichmans, als man en en voogd van Elijsabeth Jan Dirksdr. de Haen, verkoopt aan Jan Cramer koopman van wijnen 1/5 part in een toren en woning, genaamd de Pellentoren, met tuin en andere toebehoren, staande en gelegen in het Torenstraatje tussen het huis van Frans Levijn en [de tuin] van de erfgenamen van Damas van de Lind(en). (ORA Dordrecht inv. 737, f. 289)

- 1594: Hans Wickmans huurt een huis in het Steegoversloot van Franchoijs de Buijlere en betaalt daarvoor in de verponding 19 ponden en 15 sch. Belenders: Huijgo Snouck en Eewout Willigen wijnkoper. (Stadsarchief Dordrecht nr 3, inv. 3965, f. 143v)

b. Dirk Jansz. de Haen, overleden vr 27 okt. 1581, trouwde Marijcken Henricxsdr. Hiesvelt (ORA Dordrecht inv. 736, f. 248, akte dd 27 okt. 1581)

c. Truijtken Jansdr., geboren ca. 1543, trouwde Jan Cramer

- 24 mei 1583: Claes van Elen van Nijmegen, als gemachtigde van Jan van Haelen van Nijmegen, verkoopt aan Jan Cramer, koopman van wijnen te Dordecht, 1/10 part van twee huizen, genaamd de Pellentoren, staande achter de Nieuwkerk tussen het huis van Frans Levijn en de tuin van de erfgenamen van Damas van der Linden. Waarborg: Boudewijn Sijbertsz. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 69v)

d. Geerit Jansz. de Haen, geboren naar schatting ca. 1545

- 19 mei 1584: comp. Gerrit Jansz. de Haen, als procuratie hebbende van Marijtgen Diricxdr., weduwe van Jan Diricxsz. de Haen. Hij verbindt zijn huis, genaamd "Sint Eeuwout", staande tussen het huis van Cornelis van Beveren en dat van Francois de Meij. (ORA Dordrecht  inv. 737, f. 511)

e. Anneken Jan Dirksdr. de Haen, geboren naar schatting ca. 1550, trouwde 1e Huijbrecht Adriaensz., 2e NG Dordrecht 3 sept. 1581 (ondertrouw; beiden van Dordrecht; op 18 sept. attestatie gegeven van hun geboden om in Den Haag te trouwen) Francois de Buijlere Francoisz.

- 28 sept. 1601: op verzoek van Anneken Jansdr. de Haen leggen Pleuntken Woutersdr., ongeveer 19 jaar en Marijken Theunisdr., ongeveer 22 jaar oud, een verklaring af. Pleuntken zegt, dat zij verscheidene keren ten huize van Franchoijs de Buijlere bij Marijken Theunisdr., de dienstmeid van Franchoijs, is blijven slapen. Samen verklaren zij, dat "hen oversulcx wel kennelijk is de crancksinnicheijt van denselven Franchoijs die dickwils snachts geheel naeckt, sonder ijet over sijn lichaem te hebben, is loopende ende rasende, geheel nachten lanck, deurt geheele huijs opde plaets vanden selven huijse ende op andere plaetsen." Marijken verklaart voorts, dat zij onlangs gezien heeft, dat Franchoijs "is gegaen inden Doel, alwaer een deel kinderen lagen en speelden, die hij bij de hant heeft genomen ende daermede oms ende weder door den selven Doel heeft gedanst ende gesprongen, vragende de vrouwen ende anders daarbij comende ofte sij mede wilden dansen. Ende sij deposante comende omme hem te halen, heeft [hij] haer de cap aff getrocken ende met thaer tegen de aerde geworpen, sulcx dat sij bij een metselaersknecht ontset worde, die thaer vande deposante vuijt den voorsz. Franchoijs sijn handen heeft getrocken", waarna De Buijlere die knecht met een getrokken mes achternagezeten heeft. (ORA Dordrecht inv. 898)

ORA Dordrecht inv. 1593, f. 97v e.v.: op 10 okt. 1616 verkoopt Franchois de Buijlere de jonge, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Cornelia Adelena [de Buijlere], voor zichzelf en tevens vervangende Jan Dammen, soldaat in de compagnie van graaf Ernst van Nassau, als man van Sara de Buijlere, voor 800 gl. aan Henrick Jansz., korenmeter en burger van Dordrecht, een huis achter in de Marinbornstraat, staande tussen het huis van Reijnier Jansz. linnenwever en het lege erf van de verkopers. Waarborg: Anna Jansdr. de Buijlere en mr. Henrick Spuij, organist en burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 600 gl. Borg: Lijsbeth Dircx, weduwe van Jan Henricx, geassisteerd met haar zoon Henrick Jansz.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

e-1. Marike, 15 febr. 1583

e-2. Neeltgen, 13 jan. 1585

e-3. Jannicken, 17 april 1588

e-4. Sara de Buijlere , okt. 1590, trouwde Jan Dammen, soldaat

e-5. Franchoijs de Buijlere de jonge, febr. 1592

e-6. Aeltken, nov. 1594

f. Huijbrecht Jansz. de Haen

g. Grietgen Jansdr., geboren ca. 1566

h. Dirk Jansz., geboren ca. 1571]

Herman van Houte met de kelder     15

Dirck Willemsz. huurt een huis en brouwerij van Trijnken van Beveren om 84 gl.    26-17

[1552:  Jacomine Evertsdr., weduwe van Claes van Beveren Willemsz., transporteert aan haar zoon Cornelis van Beveren Claesz. een huis, erf en brouwerij "Het Beerken" op het Groothoofd tegenover de Hoppenbrouwsteiger, tussen het huis "Londen" van Cornelis van Nuijs en het huis "Die Groenpoort". In 1553 wordt Cornelis Claesz. van Beveren aangeslagen voor 33 Rijnse gl. De brouwerij erachter is verhuurd aan Jacop Stevenssoen, die voor 100 Rijnse gl. in de 10e penning wordt aangeslagen. In 1557 wordt de weduwe van Cornelis Claesz. van Beveren in de 10e penning aangeslagen voor 78 Rijnse gl. wegens haar huis en brouwerij. In 1563 sluiten Coenraerd Heijman, mede namens Casper Therlaen, zijn schoonvader, als eigenaars van het huis "Londen" bij het Groothoofd een overeenkomst met Trijnken van Kempen Pietersdr., weduwe van Cornelis van Beveren, als eigenares van het huis "Den Ouden Beer", aangaande de scheidingsmuur tussen beide huizen. In 1580 verhuurt de weduwe van Cornelis Claesz. van Beveren haar huis met brouwerij aan een zekere Dirck Willemsz. In 1584 verkoopt Catharina van Kempen, weduwe van Cornelis van Beveren brouwerij "Het Beerken", staande bij het Groothoofd tussen de huizen "Londen" en "Den Vergulden Ancker", aan Francois Jansz. van Meenen. ("Water wordt een feest zodra het bij de brouwer is geweest. Dordtse brouwerijen door de eeuwen heen." Jaarboek van de Historische Vereniging Oud-Dordrecht 2007, p. 79-80

ORA Dordrecht inv. 702, f. 70: op 23 nov. 1560 verkoopt Lucia Willemsdr., weduwe van Cornelis van Nuijs, aan Caspar ter Laen en Coenrard Heijman, burgers van Keulen, een huis bij het Groothoofd, genaamd Londen, staande tussen het huis van Jan Dircxsz. in Sint Euwout en de brouwerij het Beerken. De verkoopster stelt tot onderpand een huis aan de Poortzijde, staande tussen het huis van Heijman van Blinburg en dat van de weduwe en erfgenamen van Willem van Nuijssenburg.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 89v e.v.: op 29 dec. 1580 verklaart Catharina van Kempen, weduwe van Cornelis van Beveren, schuldig te zijn aan Adam Woutersz. van de Borch, koopman van Antwerpen, thans wonende te Amsterdam, 60 ponden Vlaams van 6 gl. het pond wegens de "verteerde costen" van haar zoon Claes van Beveren en zekere penningen, die Claes heeft ontvangen van Adam Woutersz., verbindende een huis en brouwerij, genaamd "het Beerken", staande omtrent de Hoppenbiersteiger tussen het huis van Herman van Houte en dat van Corstiaen Houffslach.

ORA Dordrecht inv. 719: op 17 dec. 1590 legt Francois Schouteten, brouwer in "t Beerken", 47 jaar oud, op verzoek van Arien Arien Nijssen in Rijsoord een verklaring af. Hij getuigt, dat hij door de rekwirant verzocht is geweest om bij hem te komen in "de Roos" naast het Stadhuis van Dordrecht, waar de rekwirant gegijzeld was en daar op diens verzoek aan Jan Timmerman en Jacob Wouters, kolfdragers, 32 en een halve gulden betaald heeft voor de kosten van zijn gijzeling.]

f. 27

Pieter Henricxsz. huurt van Trijnken van Beveren om 25 gl.      8

Karstiaen Henricxsz. Houffslach      14

Marijken Aert Jansz. weduwe huurt van Grietgen Heermans om 40 gl.       12-16

Grietgen Heermans     20

[Deze inschrijving betreft het huis "'t Zeepaert" in de Wijnstraat. Grietgen Heermans heette eigenlijk Margriete Oem (ca. 1508-1586) en was een dochter van Danil Oem Jacobsz. en Geertruyd Haeck Cornelisdr. Zij trouwde in 1526 met Gijsbrecht Heerman, ambachtsheer van Maasdam.  Het manuscript van Wouter van Gouthoeven vermeldt, dat dit echtpaar woonde in het huis van Margriete's vader, genaamd "'t Zeepaert", staande tegenover de Hoppenbiersteiger*. Margriete verkocht het huis in 1582 aan Cornelis Pietersz. zeepzieder. (Oud-Dordrecht 2007, nr. 2, p. 20 e.v.)

*"De Joppensteiger aan de Wijnstraat kwam uit op de Wijnhaven, tegenover de Distelsteiger. De oudste naam is Hoppensteiger, naar het met hop gebrouwen bier dat hier aan de wal gebracht werd. De naam Hoppen- of Hoppenbiersteiger werd in de 17e eeuw verdrongen door Arijen Joppensteiger, genoemd naar burgemeester Adriaen van Teresteyn Jobszoon, die hier rond 1594 woonde. De naam Wijnsteiger laat zich eenvoudig verklaren uit de ligging aan de Wijnstraat in  het gebied van de wijnhandel." (Van Baarsel, o.c., p. 56)

ORA Dordrecht inv. 736, f. 360v e.v.: op 13 juli 1582 verkoopt Margareta Danil Oomsdr., weduwe van Ghijsbrecht Heerman Jacobsz., aan Cornelis Pietersz. zeepzieder een huis, erf, plaats, "middelhuis", "spijcker" en verdere toebehoren, strekkende tot aan de stadsvest en staande en gelegen in de buurt van het Groothoofd tegenover de Hoppenbiersteiger tussen Margareta Ooms' nieuwe huis en het huis van Fransken, de weduwe van Jan Sijbertsz., met uitzondering van de gang tussen brouwerij "het Beerken" en de voornoemde plaats, welke gang verkoopster voor zichzelf behoudt. Waarborgen: Willem Pouwelsz., secretaris van Dordrecht, mr. Cornelis Aertsz. en Barthout Cornelisz. Koper is schuldig aan verkoopster een bedrag van 2900 gl.

ORA Dordrecht inv. 751, f. 1 e.v.: op 6 jan. 1610 verkoopt Anthonis Blonck, brouwer en burger van Dordrecht aan Johan Carpentier, koopman en burger van Dordrecht een huis en brouwerij met erf in de Wijnstraat, genaamd "het Zeepaert", strekkende voor van 's herenstraat af tot achter aan de "nieuwe gediepte haven" toe, met al hetgeen daarin aard- en nagelvast is, staande en gelegen tussen het huis van Herman van de Wolde en dat van Boudewijn Coninck Gijsbrechtsz., schepen in wette van Dordrecht. In Carpentiers eigen aantekeningen staat: "alwaer [nl. in Dordrecht] ick cochte op den 21en November 1609 het huys genoempt het Zeepaert twelck mij met alle timmeragie quam te costen omtrent 19000 gulden." (Oud-Dordrecht 2007, nr. 2, p. 21)

Stadsarchief Dordrecht inv. 3969 (verponding Dordrecht 1620), f. 59r en f. 59v: Jan Carpentiers betaalt voor zijn huis in de Wijnstraat 45 ponden, belenders: Herman van de Wolden en Pieter Aertsz. Brantwijck]

  

Huis ''t Zeepaert" (Wijnstraat 113).

De weduwe van Jan Sijbertsz. [Fransken NN]    18

Het huis van Ariaen Jacobsz. van Rotterdam      18

Herman van Soust snijder      15

Wijnant Jansz. huurt van Willem van Drenckwaert om 25 gl.     8

Het huis van de erfgenamen van Boudewijn van Drenckwaert    30

[Boudewijn van Drenckwaert, geboren ca. 1515, burgemeester van Dordrecht tussen 1560 en 1571, overleden 1578, zoon van Willem van Drenckwaert Boudewijnsz., heer van Giessenburg en half Puttershoek, burgemeester van Dordrecht, en Cornelia van Steenhuysen Wouwericksdr. Hij trouwde 1e Catharina van Hoogelande Jaspersdr., 2e Janneken (Johanna) Suys. "Na de overgang van Dordrecht in 1572 geraakte hij, evenals al zijn verwanten buiten de regering [van de stad Dordrecht]". (NNBW, deel 7, kolom 385)

ORA Dordrecht inv. 728, f. 130: op 1 april 1571 verlenen Boudewijn van Drenckwaert, burgemeester van Dordrecht, Wourick van Drenckwaert, schepen in wette van Dordrecht, beiden voor zichzelf, Wilhelmijna van Drenckwaert, voor zichzelf, Adriaen van Moesienbrouck Govertsz., namens zijn kinderen, verwekt bij Adriana van Drenckwaert, en jonkheer Henrick van Heermale, als man van Elijsabeth van Drenckwaert, samen erfgenamen van wijlen Willem van Drenckwaert, procuratie aan Jan Lambrechtsz., gezworen bode van Dordrecht, om voor hen te innen hetgeen men hun schuldig mag zijn.]

De kelder onder het voornoemde huis heeft in huur      - [sic]

Cornelis Moelen Fransz.     20

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 89 e.v.: op 24 sept. 1605 verklaart Cornelis Thonisz. Praem, burger van Dordrecht, dat hem en zijn zwager, Aert Hermansz. Wor, namens hun beider echtgenotes, als mede-erfgenamen van wijlen Willem Molen Fransz. en Cornelis Molen Fransz. broeders, alsmede van Nicolaes Woutersz. van der Burch, zijn aangekomen verscheidene partijen van landen, huizen en andere goederen, en dat daarbij bij kaveling aan Aert Hermansz. is toegevallen een tiende deel van het huis van wijlen Cornelis Molen Fransz., staande op de hoek van de Schrijversstraat, een twaalfde deel van het huis van wijlen Willem Molen Fransz., genaamd "den Hollantschen Thuijn" en enkele landerijen, gelegen in Wijngaarden en de Korendijk, die eveneens zijn nagelaten door Willem Molen Fransz.]

Willem Bastiaensz. schrijnwerker huurt van Gielis van Assdorp om 36 gl.     9-10-4

Gielis van Alsdorp    10

[ORA Dordrecht inv. 712, f. 6: op 21 jan. 1577 verleent Gillis van Alsdorp, poorter van Dordrecht, koopman in wijnen, procuratie ad lites aan Gerard van Crosbergen, procureur voor het Hof van Holland.]

Hans van Schuijeren huurt van Servaes de Vale om 72 gl.      23 gl. 8 penn.

Lievijn Slachmoelen huurt van Servaes de Vale om 60 gl.     19-4

f. 28

De kelder onder het voornoemde huis is getaxeerd op een huurwaarde van 25 gl.      8

Mr. Adriaen Wenssen pensionaris huurt van de Heer van Giessenburch om 78 gl.      24-19

De kelder onder het voornoemde  huis is getaxeerd op een huurwaarde van 25 gl.     8

Dirck Pietersz. [de weduwe van Dirck Francken]     23

[ORA Dordrecht inv. 1570, f. 157v: op 3 nov. 1578 verklaren Dirck Franckesz., koopman van wijnen, weduwnaar van Marijcken Maertensdr. van Bemont, enerzijds, en Maerten Maertensdz. van Bemont en Cornelis Maertensz. van Bemont, als ooms en voogden van Roeloff Dircxsz., ongeveer 16 jaar oud, en Maerten Dircxsz., 13 jaar oud, onmondige kinderen van Marijcken Maertensdr. van Bemont, verwekt door Dirck Franckesz., anderzijds, dat zij de goederen, die Marijcken heeft nagelaten onderling hebben verdeeld. Dirck Francken belooft zijn zoons te onderhouden etc. tot hun 18e jaar en hun dan een bedrag van 450 gl. uit te reiken, verbindende een huis bij de Nieuwbrug, staande tussen "den Cleijnen David" en het huis, genaamd "de Moelen".]

Machtelt Jansdr. huurt van Andries Waelen om 48 gl.      15-7

Walling Pietersz. huurt van Cornelis Cornelisz. om 60 gl.    19-4

Jan Bronckhorst met de kelder      17

[Jan Bronckhorst, koopman van Rijnse wijnen, was eigenaar van het huis "Beverenburch". In 1563 wordt als belendster van dat huis vermeld Mariken Bucket Blasiusdr., weduwe van Arent Brouwer. Omstreeks 1566 was Bronckhorst ook eigenaar van het huis "Ronsefael" (eveneens in de Wijnstraat) en het huis "Den Eenhoorn" (aan de overzijde van de straat). Hij trouwde 1e Aechtgen Evertsdr., 2e Dirckgen Fransdr. Zijn weduwe Dirckgen Fransdr. hertrouwde in 1583 met de boekdrukker Jan Canin. (Oud-Dordrecht 2007, nr. 3, p. 13-14).

ORA Dordrecht inv. 726, f. 134v e.v.: op 11 sept. 1568 verklaart Aernt van der Mijle heer Cornelisz., ambachtsheer van De Mijl, Dubbeldam etc., dat Jan Bronchorst [sic], koopman van Rijnse wijnen, op 12 dec. 1566 ten behoeve van hem, comparant, verleden heeft een jaarlijkse losrente van 150 gl., verzekerd op twee huizen, erven en kelders, genaamd "Rontsefael" en "Beverenburch", staande naast elkaar omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van de weduwe van Arent Brouwer en dat van Adriaen Waelen en op een huis met kelder, genaamd "den Eenhoeren", staande aan de Nieuwbrug tussen het huis "Croenenburg" en het huis "den Regenbooch".

ORA Dordrecht inv. 713, f. 83 e.v.: op 3 jan. 1579 verkoopt Jan Bronchorst aan Rochus Grijp, muntmeester te Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 3 ponden Vlaams, verzekerd op een huis, genaamd "Beverenburch", staande omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Blasius Brouwer, raad in wette van Dordrecht, en dat van Kasper Beck, waarin thans woont de weduwe van Jacob Geerloffsz. Lijsken Jansdr. Bronchorst, zijn dochter, aan wie wegens haar moederlijk erfdeel een derde in het huis toekomt, verklaart te consenteren in deze hypotheek. Op 5 jan. 1579 verklaart Evert Jansz. Bronchorst door zijn vader voldaan en betaald te zijn van zijn derde part in de nalatenschap van zijn moeder, wijlen Aechtgen Evertsdr., i.h.b. in een huis, genaamd "Beverenburch", staande omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Blasius Brouwer en dat van de weduwe van Jacob Geerloffsz., alsmede van de 100 gl., die zijn vader ontvangen heeft van zijn, Everts, broer Jan Bronchorst de Jonge wegens de verkoop van een derde part in het voornoemde huis.   

ORA Dordrecht inv. 715, f. 249v e.v.: verklaring dd 28 sept. 1584 op verzoek van Andries van Kieboom alias Turnhout door Jan Canin de jonge, 28 jaar oud, Jan Pietersz., 27 jaar oud, en Hans van Waert schoenmaker, 50 jaar oud, allen inwoners van Dordrecht. De comparanten verklaren, dat zij in mrt. 1584 geweest zijn in de herberg "Groot Colen" te Dordrecht, waar toen mede aanwezig waren Cornelis Reijnsz. zijdekramer en Jan Canin de oude, boekdrukker te Dordrecht, en dat laatstgenoemde toen aan Cornelis Reijnsz. ten behoeve van de rekwirant verhuurd heeft het achterhuis met een deel van de hof van Jan Canins huis, staande en gelegen omtrent de Nieuwbrug tegenover "de Keijser", in welk huis de rekwirant en zijn vrouw nog steeds wonen. Compareren mede Jan Canin de oude, boekdrukker, ongeveer 54 jaar oud, en Cornelis Reijnsz., ongeveer 38 jaar oud, die onder ede getuigen, dat de huur is geschied, zoals de voornoemde deposanten hebben verklaard. 

1598: Dirckgen Fransdr., weduwe van Jan Canin (overleden in 1594), en haar zoons, David en Steven Bronckhorst, verkopen het huis "Beverenburch" voor 4000 gl. aan Pieter Beeck, ambachtsheer van Cromstrijen. (Oud-Dordrecht 2007, nr. 3, p. 14)

ORA Dordrecht inv. 1580. f. 272v: op 10 juni 1598 verkopen Dirckgen Fransdr., weduwe van Jan Canin, voor de ene helft, en haar zoons, David en Steven van Bronckhorst, voor de andere helft, voor 4000 gl. aan Pieter Beeck, ambachtsheer van Cromstrijen, een huis in de Wijnstraat, genaamd "Beverenburch", staande tussen het huis van Jan van Brug en dat van Maria Brouwers. Waarborgen: Cornelis Cornelisz. en Jacob Danilsz. schiptimmerman. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2000 gl. Borg: Caspar Beck wijnkoopman.]

Gevelsteen Wijnstraat 127. (www.gevelstenen.net)

f. 28v

Blasius Brouwer met de kelder     32

[ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akte 264: op 4 jan. 1561 verleent Maria Bucket Blasiusdr., weduwe van Aernt Brouwer procuratie aan Jacob Bucket Blasiusz., haar broer, om in ontvangst te nemen het transport van een somma van 36 gl. jaarlijks, welke een zekere Baptista [sic], koopman te Mechelen toekomen krachtens een rentebrief van 200 gl. jaarlijks, sprekende op de stad Antwerpen.

ORA Dordrecht inv. 727, akte 516: op 6 aug. 1569 verkoopt Jan Brouwer Aerntsz. aan Blasius Brouwer, zijn broer, de helft van een huis, genaamd "Spaengien", van een klein huis daarnaast, genaamd "Cleijn Jerusalem", en van een klein huis achter aan de stadsvest, staande aan de Poortzijde omtrent de Nieuwbrug tussen het huis "die Drie Coeninghen" en het huis "Beverenburch".

ORA Dordrecht inv. 1580, f. 196: op 5 sept. 1597 verklaart Maria van Thol, weduwe van Blasius Brouwer, schuldig te zijn aan haar "cosijn", Rochus Fransz. van Wesel houtkoper, een somma van 480 gl. verbindende een huis omtrent de Nieuwbrug aan de Poortzijde, genaamd "Spaengnie", staande tussen het huis van comparante, genaamd "Jerusalem", en dat van de weduwe van Jan van Bronchorst.]

Mattheeus van Valckenburch huurt van Blasius Brouwer om 48 gl.    15-7

Willem Stoop Dircxsz.      26

Jan Govertsz. inde Clock     14

Jan Brouwer Aerntsz.       24

[ORA Dordrecht inv. 713, f. 251 e.v.: op 28 dec. 1579 verkoopt Jan Brouwer Arendsz., schepen in wette van Dordrecht aan de weeskinderen van wijlen Cornelis Pietersz. tingieter, verwekt bij Digna Jansdr., genaamd Marijken  Cornelisdr., Pieter Cornelisz., Lijsbeth Cornelisdr. en Margaretha Cornelisdr., een jaarlijkse losrente van 4 Vlaamse ponden, verzekerd op een huis aan de Poortzijde bij de Nieuwbrug, met de wijnkelder daaronder, strekkende voor van de straat tot achter op de vest en staande tussen het huis van Jan Govertsz. in de Clock en dat van Marijken Dircxdr., genaamd "den Voghelen Sang".]

Willem Stoffelsz. heeft in huur de kelder onder het huis van Jan Brouwer om 30 gl.        9-12

De weduwe van Cornelis Block [Marijken Dirksdr.] met de kelder     26

[Het huis "de Vogelenzang". 

ORA Dordrecht inv. 703, akte 44: op 6 sept. 1561 verlenen Pieter Dircxsz. en Jan Dircxsz. in Sint Eeuwout, als executeurs-testamentair van wijlen Aert Anthonisz. coman, procuratie aan Willem Joestensz. om te verhuren het huis en kelder, genaamd "den Vogelensanck", dat door Aert Anthonisz. is nagelaten. 

ORA Dordrecht inv. 712, f. 207v: op 31 dec. 1577 verkoopt Goossen Jansz. aan Marijken Dircxdr., weduwe van Cornelis Block 1/4 deel van een huis staande tegenover de Nieuwbrug, genaamd "de Vogelensanck", belend door het huis van de weduwe en erfgenamen van Herman Bacharach aan de ene en dat van Jan Brouwer aan de andere zijde. Het huis is de verkoper aangekomen bij overlijden van zijn grootvader wijlen Aert Thonisz.]

f. 29

De weduwe van Herman Bacharach met de kelder    21

[Herman Bacharach, koopman in Rijnse wijnen, deken van de Edele Voetboog- of St. Jorisschutterij, overleden in 1574, trouwde Geertruy van Beveren, overleden in 1595, dochter van Klaas van Beveren Willemsz., schepen van Dordrecht en Jakobmina Snouk. (M. Balen, Beschryvinge der stadt Dordrecht (Dordrecht 1677), deel II, p. 955 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 712, f. 161: op verzoek van Geertgen van Beveren, weduwe van Herman Bacharach, koopman van Rijnse wijnen,  leggen op 3 sept. 1577 Pieter Hecker, ongeveer 50 jaar oud en Cors Jansz. wijnkuiper, ongeveer 44 jaar oud, een verklaring af.]

Jonkheer Pieter van Heerjansdam     32

Het huis Roodenburch (Wijnstraat 153).

[De huizen "Roodenburg" en "'t Schaeck" in de Wijnstraat werden in 1564 eigendom van Pieter Aertsz., ambachtsheer van Heerjansdam (1544-1588) en schepen van Dordrecht (1574-1585). Hij had dit onroerend goed gerfd van zijn vader Aert Pietersz., ambachtsheer van Heerjansdam (1516-1543) en schepen van Dordrecht (1525-1543). Pieter was getrouwd met Adriana van Schoonhoven, die - samen met haar dochters Anna en Johanna - eigenaresse van de panden werd na het overlijden van haar man in 1588. Moeder en dochters verkochten de (vermoedelijk door Pieter van Heerjansdam) tot n huis samengevoegde huizen op 12 april 1594 aan de wijnhandelaar Caspar Beeck voor een somma van 9000 gl. In de betreffende transportakte wordt vermeld, dat "inde plaetse van [het] verkochte huijs eertijts geweest ofte gestaen hebben twee huijsen, het eene genaempt Roodenburch, staende naest het huijs genaempt Groot Henegouwen, het ander genaempt 't Schaeck, naest den huijse van Groot Almangien." Vanaf 1973 was in "Roodenburch" de drukkerij van de firma Holster gevestigd. Thans is het pand in bezit van de Gemeente Dordrecht, die het zal overdragen aan de Vereniging Hendrick de Keijser. (Oud-Dordrecht 2006, nr. 1, p. 32 en 35-36)

ORA Dordrecht inv. 715, f. 13v, zonder datum, ca. okt. 1582: op verzoek van Ermgaert Reijersdr., weduwe van Maerten van Beaumont, verklaart Barbara Jansdr., vrouw van Claes Jansz. van Wesel, ongeveer 57 jaar oud, dat zij omtrent 17 of 18 jaar eerder ongeveer drie jaar lang met wijlen Dirck Croon gewoond heeft in het huis "Almange", staande tegenover de Nieuwbrug, en dat zij derhalve zeer goed weet, dat het voornoemde huis zijn doorgang had van achteren "met een houcxken comende opt erff vande Rijcken Aert Pietersz. over de plaetse door de poort vande toorn van [de] ... requirante sonder dat zij deposante oijt geweeten heeft dat den Rijcken Aert Pietersz. ofte van zijn huijsgesin denselve doorganck oijt gebruijckte ofte mochte gebruijcken maer was met het voorsz. houcxken comende over des voorsz. Rijcken Aert Pietersz. erff affgeheijningt ende affgeschoten".

ORA Dordrecht inv. 715, f. 16: verklaring dd 1 nov. 1582 op verzoek van jonkheer Pieter van Heerjansdam door Pieter Reijersz. huistimmerman, ongeveer 70 jaar oud, en Jan Jacobsz. huistimmerman, ongeveer 61 jaar oud. Pieter Reijersz. verklaart, dat hij gezien heeft, dat de Rijcken Aert Pietersz. in zijn leven "de door vane doorganck in questie achter den huijse vant Schaeck open gedaen heeft ende zoe gegaen is deur en weder door de plaetse van Gheerit Evertsz. nae Sint Joost toe". Jan Jacobsz. verklaart, dat hij gezien heeft, dat de twee huizen Roodenborch en Schaeck "van malcanderen geheijningt zij geweest ende heur vrije erve gehadt hebben". Compareert mede Jan Willemsz., ongeveer 34 jaar oud, die verklaart, dat getrouwd is [geweest?] met de bastaardzuster van Pieter van Heerjansdam, en dat hij zijn vrouw meerdere malen heeft horen zeggen, "dat zij metten voorsz. Rijcken Aert Pietersz. haren vader dicwils door den voorsz. doorganck over de voorsz. plaetse heeft gegaen".]

De kelders onder het voornoemde huis hebben in huur het ene Kaerl Jansz. wijnkuiper en het andere Eewoudt Willegen elk om 36 gl.       23 gl. 12 penn.


Huis "Henegouwen" in de Wijnstraat op de hoek van de Gravenstraat (april 2008)

Adriaen de Vries huurt een huis en kelder van Jan [Aerntsz.] Brouwer om 72 gl.      23 gl. 12 penn.

[Deze inschrijving betreft het huis "Groot Henegouwen". Cf. Oud-Dordrecht 2006, nr. 1, p. 31 e.v., Oud-Dordrecht, 2006 nr. 2, p. 33 e.v. en ORA Dordrecht inv. 712, f. 32v, dd 2 mrt. 1577: Jan Brouwer Aerntsz., schepen in wette, verkoopt aan mr. Pieter Pietersz. en Henrick Lucasz. pasteibakker, als voogden van het weeskind van Gillis Bartholomeusz., genaamd Bartholomeus Gillisz., ten behoeve van dat weeskind, 2 ponden groten Vlaams jaarlijkse losrente (van 6 gl. het pond en 40 groten Vlaams de gulden), verzekerd op een huis in de Gravenstraat, genaamd "Cleijn Henegouwen". waar tegenwoordig uithangt "Bergen op ten Soem", staande tussen het huis van comparant, genaamd "Groot Henegouwen" en de tuin en het erf van hetzelfde huis.]

Anthoni Splinter      12

De kelder onder het voornoemde huis heeft in huur Kaerl Jansz. [wijnkuiper] om 30 gl.      9-12

Guillam Vlamincx en Marijken Bercx huren samen van Thonis Veer om 48 gl.      15-7

f. 29v

De kelder onder het voornoemde huis is getaxeerd op een huurwaarde van 25 gl.      8

Gielis van Bree [Franchoijs] Walssche schoolmeester [NB: dit hoort ook waarschijnlijk bij Franchoijs, maar is niet doorgehaald] en Cornelis Geeritsz. bruiken samen een huis waarvan Franchoijs betalen moet     26-18

[ORA Dordrecht inv. 736: op 6 jan. 1582 verkoopt Cornelis Geeritsz. van Nispen aan Lubbert Revertsz. een huis genaamd "Sheren Gijssen", staande aan de Poortzijde [Wijnstraat] tussen het huis genaamd "Ratingen" en het huis "Cleijn Middelborch", toebehorende aan voornoemde Cornelis Geeritsz. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 1572 Rijnse guldens.

ORA Dordrecht inv. 743, f. 359: op 12 aug. 1595 verkoopt Jan van Brugge, koopman van wijnen te Dordrecht, aan Adriaen Joppen, oudraad van Dordrecht, een huis omtrent de Gravenstraat, genaamd "Ratingen", staande tussen het huis van Gerrit Noij wijnkoper en het huis van Pieter Faesz. kruidenier. Waarborg: Christiaen van Glabbeech, koopman van wijnen.]

Cornelis Geeritsz.      5-15-4

De kelder onder het voornoemde huis is getaxeerd op een huurwaarde van 84 gl.     26-17

Willem Thonisz. kuiper met de kelder    24

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 42: op 30 mrt. 1579 verleent Willem Thonisz., wijnkuiper en burger van Dordrecht, procuratie ad recipienda debita aan zijn zwager, Cornelis Cornelisz. lakenkoper.]

Mr. Dirick chirurgijn huurt van Janneken inde Lantscroon om 36 gl.      11-10-4

f. 30

Ariaen Jacobsz. huurt van idem om 30 gl.      9-12

Claes Ruijs [Hans Ophoogen] huurt van Jan Becker om 48 gl.     15-7-4

De kelder onder het voornoemde huis is verhuurd aan Casper Beck om 42 gl.     13-8-12

Herman Cleijn [wijnkuiper] met de kelder     15

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 42v: op 30 mrt. 1579 verleent Herman Cleijn wijnkuiper procuratie aan Jan Kerstensz., wonende in Brouwershaven, om "te horen pronuncheren de preferenten van de penningen gecomen van de achtergelate goederen" van wijlen Jasper Gielisz.

ORA Dordrecht inv. 1550 f. 58: op 12 mei 1580 verkoopt jonkheer Danil van den Bootselaers, heer van de Merwe, Poulwijck etc., aan Herman Cleijn een huis aan de Poortzijde, genaamd "Groot Vranckrijck", staande recht tegenover de Wijnkoperskapel tussen het huis van Jan van Duren en dat van de erfgenamen van Jan Becker van Wesel.

ORA Dordrecht inv. 909, akte dd 12 sept. 1643: op verzoek van Jacob Trip, koopman te Dordrecht, verklaart mr. Coenraet Ruijsch, oudraad van Dordrecht, dat zijn ouders zaliger eigenaars zijn geweest van het huis, dat vanouds is genaamd "Cerboijen", staande tegenover de Wijnkoperskapel, welk huis nu eigendom is van de rekwirant. Ruijsch heeft zijn ouders meermalen horen zeggen, dat er tussen hen en Herman Cleijn, inmiddels eveneens overleden, een overeenkomst is gesloten, die inhield, dat Cleijn achter door het erf van het huis "Cerboije" een vrije doorgang zou hebben naar het Cerborijstraatje ['s Heer Boeijenstraatje], waarvoor Nicolaes Ruijsch, deposants vader, water zou mogen halen uit de put op het erf van Herman Cleijn.]

Jan van Duijeren [wijnkuiper] met de kelder    12

[ORA Dordrecht inv. 712, f. 186v: op 30 okt. 1577 verklaren Janneken Jansdr., weduwe van Jan Geraertsz., als moeder van Marijken, Stijntken en Lijsken Jansdr., Jan van Duijre wijnkuiper, als man en voogd van Beatris Aertsdr., Herman Aertsz. voor zichzelf, Arien Aertsz. en Neeltken Aertsdr., Ariaentken, Aeltken en Anneken Aertsdr. voor zichzelf, allen erfgenamen van wijlen Anneken Hermansdr., dat zij ter voldoening van het prelegaat, dat door Anneken Hermansdr. in haar testament is gemaakt aan Machtelt Jansdr., dochter van Beatris Aertsdr., aan Machtelt een rentebrief van 3 gl. jaarlijks getransporteerd hebben.]

Jaecques Tergijer een riemmaker huurt van Geerit Rutten [pasteibakker] om 30 gl.      9-12

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 35: op 17 mrt. 1579 verkoopt Eeuwout Willigen, als voogd over Jan Craen, zoon van wijlen Geerit Craen en Anna Jansdr., volgens testament van 3 juli 1575, aan Geerit Rutgersz. pasteibakker de helft van een huis, genaamd "Zeelant", staande tegenover de Wijnkoperskapel tussen het huis van Jan van Dueren wijnkuiper en dat van Barent de kleermaker, welk huis Geerit Craen "bij decreet vanden hove"gekocht heeft.

ORA Dordrecht inv. 1571, f. 53v e.v.: op 29 april 1579 transporteert Frans Jansz. van Wesel aan Euwout Willigen, Quirijn van de Grave en Dirck Paijenborch, als voogden van Jan Geeritsz. Craen, weeskind van wijlen Geerit Jansz. Craen, verwekt bij Anna Jansdr., een rentebrief van 12 gl. jaarlijks, verleden door Geerit Jansz. Bornwater en een rentebrief van 1 pond Vlaams, verleden door Geerit Jansz. Vlan, beide hem, Frans, aangekomen bij overlijden van zijn vader, Jan Thomasz.]

Barent [Govertsz.] de kleermaker     9

[ORA Dordrecht inv. 712, f. 185: op 24 okt. 1577 verkopen Frans Jacobsz. schrijnwerker, als man van Laurensken Ariensdr., voor zichzelf en tevens vervangende de kinderen van wijlen Lijntken Ariensdr. en de kinderen van wijlen Neeltken Ariensdr., van welke kinderen vader is Jacob Ariensz. Slingelant, Aernt Ariensz. van Leuwerden, voor zichzelf en tevens vervangende Hans Snicker, als man van Aeltken Ariensdr. en heer Lenert Ariensz., thans mede wonende in Friesland, allen erfgenamen van Thuentken Ariensdr., hun overleden zuster, aan Baernt Govertsz. kleermaker de helft van een huis, staande aan de Poortzijde [Wijnstraat] omtrent de Wijnbrug, genaamd "Cannenborch", belend door het huis van de weduwe en erfgenamen van Screvel Ockersz., genaamd "Hemelrijck" aan de ene zijde en het huis genaamd "Cleijn Vranckrijck" aan de andere zijde. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 300 gl.]

f. 30v

Wijnandt van Born huurt een huis en kelder van Wilhelma van Drenckwaert om 100 gl.      32

[Het huis "Hemelrijck en Den Draeck".

ORA Dordrecht inv. 715, f. 210v: op 29 mei 1584 verkoopt Guilhelmina van Drencwaert, weduwe van Schrevel Ockersz., aan Adriaen Dircxsz. Coninck een jaarlijkse losrente van 6 ponden Vlaams op haar huizen, staande naast elkaar tegenover de Wijnbrug, genaamd "den Draeck" en het "Hemelrijck", aan de Poortzijde tussen het huis ["de Mannekens"] van dezelfde Guilhelmina van Drenckwaert en dat van Baernt Govertsz. kleermaker.

Wilhelma van Drenckwaert met de kelder     20

[Het huis "de Mannekens".

ORA Dordrecht inv. 732, f. 19: op 12 sept. 1575 verkoopt Guilhelma van Drenckwaert Willemsdr., weduwe van Screvel Ockersz., aan Grietke Jansdr. een jaarlijkse losrente van 12 gl. 10 st. op een huis aan de Poortzijde, genaamd "de Mannekens", staande tegenover de Wijnbrug tussen het huis van comparante en het huis van Cornelis van Beaumont.

9 okt. 1590: Jan Screvelsz., Jacob van Drijel Cornelisz., als man van Cornelia Screvelsdr., en Arend Woutersz. [van Goudhoeven], als man van Machteld Schrevelsdr., allen erfgenamen van wijlen Wilhelmina van Drenckwaert, weduwe van Screvel Ockersz., verkopen aan Jan van Slingeland Boudewijnsz. een huis genaamd "de Mannekens" met de wijnkelder daaronder, staande tegenover de Wijnbrug aan de Poortzijde tussen het huis van Arendt Woutersz., genaamd "den Draeck" en het huis van Cornelis Oem lakenkoper genaamd "Swartsenborch", met ook de uitgang tot achter in het straatje ter breedte van "vijerdalve" voet. Waarborg: Damas Barthouts Woutersz., ambachtsheer van de Sandelinghe. (ORA Dordrecht inv. 719, f. 223v)]

Cornelis Oom lakenkoper met de kelder en zolders     24

[Het huis "Swartsenborch".

ORA Dordrecht inv. 703, akte 223: op 3 dec. 1561 verkoopt Gerrit Pietersz. van Scerlaecken aan Aernt Henricxsz., stadhouder van Adriaen van Blijenburch, schout van Dordrecht, Cornelis Jansz. huikmaker en Jan Thomasz. timmerman, als dekens van het Sint Catharijnegilde ter Groter Kerk van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 9 gl. 15 st., verzekerd op een huis aan de Poortzijde, genaamd "Swartsenburch", staande tussen het huis "den Witten Eenhoeren" het huis van de erfgenamen van Screvel Ockersz.

ORA Dordrecht inv. 727, akte 209: op 9 okt. 1569 verkoopt Jacob Dircxsz. van Clootwijck, bloedvoogd van de weeskinderen van wijlen Jan van Pellanen, aan Gerrit Pietersz. van Scherlaken een tiende deel van een huis aan de Poortzijde omtrent de Wijnbrug, genaamd "Swartsenborch", staande tussen de huizen "de Mannekens" aan de ene zijde en "den Eenhoren" aan de andere zijde.

ORA Dordrecht inv. 710, f. 289 e.v.: op 2 mei 1575 verkoopt Grietken Jansdr., weduwe van Gerrit Pietersz. van Schaerlaecken, voor zichzelf en tevens voor haar vijf kinderen, bij haar verwekt door Gerrit Pietersz. van Schaerlacken, aan Cornelis van Beaumont Jansz. lakenkoper een huis genaamd "Zwartsenborch", staande aan de Poortzijde [Wijnstraat] omtrent de Wijnbrug tussen het huis van Willemken, de weduwe van Screvel Ockersz., genaamd "de Mannekens", en het huis van Anna Jacobsdr., de weduwe van Joos Peech. Waarborg: Gerrit Jansz. in den Engel.]

Sijmon Waelen met de kelder    19-4

Lijntgen Pietersdr. huurt van Marijken inden Both om 24 gl.     7-13-8

Jan Schonck heeft een huis en kelder samen getaxeerd op    20

Jaeques du Boot boekbinder huurt een huis van Jasper Cornelisz. om 42 gl.    13-8-12

f. 31

De weduwe van mr. Dirck de Groot      8

Mr. Adriaen van der Mijl huurt van Bartholomeeus de Groot om 72 gl.     23 gl. 12 penn.

De kelder onder het voornoemde huis is verhuurd aan Geertgen Dircx om 36 gl.    11-10-6

Mr. Adriaen van Blienborch    28

Adriaan van Blijenburg (foto: Regionaal Archief Dordrecht)

[mr. Adriaen van Blijenburch Adriaensz., geboren 1532, heer van Schobbelandsambacht, schepen van Dordrecht (zowel vr als na 1572), overleden ald. 1582, zoon van Adriaen van Blijenburgh, heer van Schobbelandsambacht, waardijn van de Munt van Holland, schout van Dordrecht, en Clara Bogaert Gerardsdr. (zijn vader trouwde 2e Anna Ido weduwe van Hugo Cool), trouwde naar schatting ca. 1560 Catharina Cool Adriaensdr., geboren 1537, overleden 4 sept. 1619 (Balen o.c., deel II, p. 1012; NNBW [internet])

"In 1572 stond hij in het geheim met den Prins van Oranje in briefwisseling omtrent de mogelijken overgang van Dordrecht naar de zijde van den opstand [tegen koning Filips II] dit bleek in de vergadering van den Oudraad 25 Juni 1572, waar gesproken werd wat te doen op den eisch der voor de stad gekomen Watergeuzen onder Bartold Entens. Hij verbaasde toen de regering door de ontvangen brieven, en toen deze aarzelde partij te kiezen, begaf van Blijenburgh zich aan boord om met de geuzen te onderhandelen. Weldra trokken dezen de stad binnen en de omwenteling was zonder bloedstorting volbracht." (NNBW [internet])

- 23 nov. 1560: comp. voor schepenen van Dordrecht Antonis Claesz., als man van Adriana Coel Geridtsdr., voor zichzelf, mr. Adriaen van Blijenborch Adriaensz., schepen van Dordrecht, als man van Katrina Coel Adriaensdr., voor zichzelf en Gijsbrecht en Geridt Jansz., gebroeders, samen, enerzijds en Boudewijn van Slingelant als gemachtigde van Dirck van Slingelant, als voogd van het nagelaten weeskind van zijn overleden broer Saris van Slingelant en Elijsabeth Jansdr., weduwe van genoemde Saris van Slingelant, met consent van het Gerecht van Dordrecht, blijkens akte dd 8 mei 1560, anderzijds, allen erfgenamen van Willem van der Bijes en Alidt Geridtsdr., echtelieden. Comparanten verklaren, dat zij de goederen, die zij gerfd hebben van Willem van der Bijes en Alidt Geridtsdr., onderling verdeeld hebben. Aan Antonis Claesz. is daarbij toebedeeld 10 morgen land aan de Giessen, waarvan bruiker is Antonis Cornelisz., aan Adriaen van Blijenborch een derde deel in een zestiende deel van een stuk land van 18 morgen in Oud-Strijen, waarvan bruiker is Joris Jansz., een zestiende deel van anderhalve morgen 17 roeden 9 voeten land in Oud-Strijen, waarvan bruiker is Pieter Corssen, een zestiende deel van 2 morgen 1 hont land in Sliedrecht, waarvan bruiker is Willem Willemsz., aan Gijsbrecht en Geridt Jansz. samen twee delen van een zestiende deel van het voornoemde land in Oud-Strijen, waarvan bruiker is Joris Jansz., een zestiende deel van 6 morgen 4 hont 50 roeden lant in Papendrecht, waarvan bruiker is Claes Cornelisz., een zestiende deel van twee morgen in Alblas, waarvan bruiker is Jan Ockersz., een zestiende deel van een halve morgen land in Vinkenpolder, waarvan bruiker is Jan Ockersz., aan Boudewijn van Slingelant en Elijsabeth Jansdr. een rentebrief van 5 gl. en "derthijendalve" stuiver jaarlijks, verzekerd op een huis in de Kannekopersbuurt te Dordrecht, waar voornoemde Antonis Claesz. in woont, een rentebrief van 6 schilden jaarlijks, verzekerd op 6 morgen vrij land in Streefkerk, toebehorend aan Walis Rochusz., welke rentebrief Adriaen van Blijenborch op dezelfde dag aan hen overgedragen heeft en een somma van 27 ponden 17 schellingen "thijendalve" groten Vlaams, die zij ontvangen hebben van Gijsbrecht en Geridt Jansz. (ORA Dordrecht inv. 722, 354 e.v.)

12 aug. 1574: comp. Huijch Cool Hugensz., voor zichzelf en als voogd van de twee weeskinderen van wijlen Adriaen Cool Hugensz., zijn broer, genaamd Huijch en Adriaen Coel Adriaensz., Jacop Coel Adrijaensz., als testamentaire voogd over het weeskind van wijlen Ido Coel Hugensz., genaamd Anna Coel Idodr., en dezelfde Jacop Coel nog als voogd van het weeskind van wijlen Pieter Coel Hugensz., genaamd Huijch Coel Pietersz., als erfgenamen voor hun vier "cluchten" [staken] in de nalatenschap van Huijch Coel Pietersz. en Anna Idodr., de ouders van Huijch Coel Pietersz. en grootouders van genoemde weeskinderen. Huijch Coel Hugensz. wordt als voogd van de kinderen van Adriaen Coel geassisteerd door Jan Geenesz., als oom van moederszijde van die kinderen, en Jacop Coel wordt als voogd van het weeskind van Pieter Coel Hugensz. geassisteerd door mr. Adriaen van Blienborch Adriaensz., als oom van moederszijde [Anna Idodr. was de stiefmoeder van Adriaen van Blijenburgh, die derhalve de stiefbroer van Pieter Coel Hugensz. was] en medevoogd van het voornoemde weeskind. De comparanten verklaren, dat zij, voor zoveel de voornoemde vier staken aangaat, een overeenkomst gesloten hebben betreffende de huwelijksgoederen van elk van die vier staken, "tot elcx drije duijsent karolus guldens ... toe", welk bedrag aan Adriaen Coel, Ido Coel en Pieter Coel ten huwelijk beloofd zijn en welk bedrag Huijch Coel Hugensz. tevens behoorde te ontvangen en, zoals hij hierbij verklaart, inmiddels ook ontvangen heeft.  De overeenkomst betreft ook de uitreiking van de legaten, die Anna Idodr. in haar testament vermaakt heeft, "mitsgaders noch ... de rekeninge ende liquidatie [dd 12 aug. 1574] van alsulcke goeden als dvoors. Jonckvrou Anna Idodr. als groete moeder ende voochdesse ondergehadt ende beseten heeft vanden voorsz. weeskinderen" van Adriaen Coel Hugensz. De comparanten verklaren, dat zij "daer mede wel vernuecht ende te vreden sijn voor soe veel hemluijden vijer cluchten voorsz. aengaet", en dat zij voorlopig in gemeenschappelijk bezit houden "onder hen vijf [sic] cluchten", als erfgenamen van Huijch Coel en Anna Idodr., al de goederen, die vermeld staan op een inventaris, die zij op 12 aug. 1574 gemaakt hebben. (ORA Dordrecht inv. 731, f. 46 e.v.)

13 jan. 1579: Jacob Cool, als voogd over de kinderen van Ido Cool en Pieter Cool, en Adriaen Cool Adriaensz. voor zichzelf verlenen machtiging aan Huijch Cool Huijgensz.om met Thomas Gramaye te "accorderen van alsulcke achterwesen als" de boedel van Anna Ido aan Gramaye schuldig is, bedragende ongeveer 2600 gl.

12 april 1579: op verzoek van Jeronimus Cool Hugesz., burger van Dordrecht, verklaart Adriaen Blienborch Adriaensz., schepen in wette van Dordrecht, dat hij geen "actie" meer heeft gehad op het waterschip van Cool, dat op verzoek van de magistraten van Vlissingen door het Gerecht van Dordrecht in 1573 naar Zeeland is gezonden, dan "ter somme" van 365 gl. (ORA Dordrecht inv. 1571, f. 50v)

1 mei 1591: Catherina Cools Adriaensdr., weduwe van mr. Adriaen van Blijenborch, verkoopt aan Aelbert Florisz. twee naast elkaar staande huizen in de Houttuin [Voorstraat] met het bijbehorende pakhuis, strekkende van de dwarsgang of achterstraat over de Voorstraat tot aan de stadshaven toe. De verkoopster stelt tot waarborg de helft van een huis aan de Poortzijde, genaamd "Blijenborch", en de helft van het kleine huis daarnaast, aan de ene zijde belend door het huis, genaamd "Schaerlaken", en aan de andere door het huis van Jan Sijmonsz. van Ghesel. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 3600 gl. Borg: Floris Willemsz. (ORA Dordrecht inv. 719, f. 342)

Catharina Cool Adriaensdr. (1537-1619) (foto: Regionaal Archief Dordrecht)

De kelder onder voornoemd huis is verhuurd aan Thonis van der Gou om 36 gl.      9-10-6

Adriaen Gootschalcken [de Joede] huurt van mr. Adriaen van Blijenborch om 48 gl.    15-7

[Adriaen de Joede Goodschalcxz., geboren ca. 1529, zoon van Godschalk de Joode Adriaensz. en Cornelia van Beaumont Adriaensdr. (Gens Nostra 64 (2009), p. 270-271.)

ORA Dordrecht inv. 732, f. 210: op 6 nov. 1576 legt Adriaen de Joede Goodtschalcxsz., ongeveer 47 jaar oud, op verzoek van Aert Geeritsz. van de Graeff een verklaring af.

ORA Dordrecht inv. 1571, f. 46v e.v.: op 7 april 1579 verklaren op verzoek van Pieter Fierlincx en Steven Vellinck Adriaen de Jode Godtschalcxsz., ongeveer 50 jaar oud, en Johannes Lowijs kruidenier, ongeveer 25 jaar oud, dat zij al drie jaar lang goede kennis hebben aan Fierlincx en Vellinck en dat zij zich altijd "eerlijck en vromelijck"gedragen hebben, zoals het jong gezellen betaamt, en dat zij zich onderhouden hebben met het ambacht van passement weven. Roelant Sammelincx, passementwever en burger van Dordrecht, verklaart, dat Pieter Fierlincx de zoon van zijn vrouw is en dat Steven Vellinck vijf jaar lang bij hem gewoond en het ambacht van passement weven geleerd heeft.]

De kelder onder het voornoemde huis is verhuurd aan Marijken Romers om 36 gl.       11-10-6

f. 31v

Cornelis Ghijssbertsz. van Schaerlaecken huurt van de erfgenamen van Ghijsbert Pietersz. om 84 gl.     26-17

[ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akte 328 dd 10 febr. 1561: Gerrit Pietersz. op Tscerlaecken verkoopt aan Gijsbrecht Pietersz., zijn broer, twee vijfde delen van een huis, genaamd "Scerlaecken" en "Leeuwesteijn", staande aan de Poortzijde tussen het huis van Adriaen van Blienburch, schout van Dordrecht, en dat van Jannechen Cornelisdr. [Oom], weduwe van Jan Govertsz. [van Beaumont] brouwer. Waarborg: Pieter van Teijlingen.

ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akte 423 dd 29 mrt. 1561: scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Jan van Polanen tussen Pieter van Teijlinghen, als man van Elijsabeth van Scherlaecken Pietersdr., die eerder gehuwd was met Jan van Polanen, enerzijds en Jacob Dircxsz. van Cloetwijck, als bloedvoogd van Gerrit en Jan van Polanen Janszonen, kinderen van Jan van Polanen en Elijsabeth van Scherlaecken, anderzijds. De kinderen krijgen o.a. een vijfde deel van het huis, genaamd "Scherlaecken", staande tegenover de Waag, een tiende deel van het huis "Swartzenburch", staande [in de Wijnstraat] tegenover de Kraan omtrent de Wijnbrug en een tiende deel van het huis "die Cleijne Seven Sterren" in Bergen op Zoom.

ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akte 555: op 4 juni 1561 transporteert Pieter van Teijlingen, als man van Elijsabeth van Scerlaecken Pietersdr., aan Adriaentgen Jacobsdr., weduwe van Claes van Rijn, een rentebrief van 6 gl. jaarlijks, welke zijn vrouw is aanbestorven bij overlijden van haar ouders, Pieter Gerritsz. van Scerlaecken en Petronella Cornelisdr.

ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akte 410 [sic]: op 14 juni 1561 verklaart op verzoek van Adriaen Jansz., achtraad van Dordrecht, Gerrit Pietersz. op Tscerlaecken, 44 jaar oud, dat in okt. 1559 bij hem in huis gekomen is Gijsbrecht Pietersz. op Scerlaecken, die zijn, deposants, vrouw een somma van ongeveer 70 dubbele Spaanse ducaten a 4 gl. en 15 st. het stuk heeft aangeboden ter betaling van de huur van het huis "Scerlaecken", welk huis door hem, deposant, verkocht is.]

Herber Jansz. van Bemondt     44

[Brouwerij "den Bock".

- 29 mei 1576: Adriaen Pietersz. Nan, als man van Neeltgen van Beaumont Jansdr., Govert van Beaumont Jansz., schepen van Dordrecht, Marijken van Beaumont Jansdr., weduwe van Jan Geritsz., Cornelis Oom van Beaumont, Reijnborch van Beaumont Jansdr., weduwe van Adriaen Mol, Philips Paeijman Gijsbertsz., als man van Dircxken van Beaumont Jansdr., Gijsbert van Dijemen Cornelisz., als man van Thoentgen van Beaumont Jansdr., Jacob van Dijemen Cornelisz., als man van Margaretha van Beaumont Jansdr., allen erfgenamen van wijlen Janneken Ooms Cornelisdr., weduwe van Jan van Beaumont Govertsz., transporteren aan Herbert van Beaumont Janz., hun broer, een huis over de Waag, staande tussen het huis van Gherit Schaerlaken en het huis van het Kuipersgilde genaamd "de Grooten Nachtegael", met de brouwerij genaamd "den Bock" en een klein huis, uitkomende in de Tolbrugstraat Waterzijde, strekkende tot aan de brouwerij gekomen van de erfgenamen van wijlen Jan den Hoochaers. (ORA Dordrecht inv. 711, f. 125)]

Lijntgen Coenen huurt van de dekens van de kuipers om 21 gl.     6-14-6

Pieter Jansz. cruijenijer     10

Jan Adriaensz. cruijenijer     15

Barent Geeritsz.     13

Het Tollebrugsstraetgen van voeren die rechterhandt ingegaen

f. 32

Goossen Henricxsz. spelmaker [Jan Francken] huurt van Baen Cornelisz. om 15 gl.    4-16

Ariaen Willemsz. huurt van Cornelis Pietersz. Schaerlaecken om 12 gl.       3-16-12

Ariaen Sijmonsz. huurt van idem om 10 gl.       3-4

De weduwe van Cornelis Joosten huurt van idem om 10 gl.     3-4

De weduwe van Wouter Joosten huurt van idem om 10 gl.      3-4

Borch Laurisz. metselaar      3-16-12

Dirck Jansz. drager [Coeijman] huurt van Borch Laurisz. om 10 gl.    3-4

f. 32v

Lijntgen inde Clau     4

De weduwe van Jan Jacobsz. pottenbakker      5

Evert Willemsz. smid      8

De weduwe van Claes de Wael huurt van mr. Adriaen van Blienborch om 10 gl.     3-4

Jacob Jansz. Vas huurt van Jan den Hoochaers om 12 gl.     3-16-12

Jan Jansz. Hoochaers     8

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 32v e.v.: op 12 mrt. 1579 verlenen Jacob Jansz. van Oorle, Pieterken van Oorle Jan Ghijsbrechtsdr. en Baertgen Jan van Oorlesdr., de vrouw van Jan Jansz. Hogaers, samen erfgenamen van Jan Ghijsbrechtsz. van Oorle en Emerentiana van Dijck, hun vader en moeder, procuratie aan Jan Tiberius van Oorle, secretaris te Tilburg, om in ontvangst te nemen hetgeen men hun schuldig is te Goirle en Tilburg. Jacob Jansz. van Oorle heeft krachtens procuratie op hem gepasseerd door Pieter Pietersz., als voogd van Annetgen Pietersdr., weeskind van zijn zuster, machtiging verleend aan Jan Tiberius van Oorle om te verkopen ten overstaan van schout en gerecht van Westmaas de goederen aldaar, die eigendom zijn van voornoemde Annetgen Pietersdr., Jacobs vrouw.]

De weduwe van Jan Robbrechsz.     6

Jan Jansz. int Moriaenshooft    8

[Jan Jansz., waard in "het Moriaenshooft", geboren ca. 1543, was een zoon van Jan Hendriksz. en Margareta Jansdr. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 250)

ORA Dordrecht inv. 1571, f. 31v: op 10 mrt. 1579 verklaart Jan Jansz., waard in "de Moriaen" te Dordrecht, ongeveer 33 jaar oud, op verzoek van mr. Geerit Sas, wonende te Montfoort, dat hij aanwezig is geweest te Zevenbergen, toen Geerit Sas een overeenkomst sloot met jonkheer Gheerit Pels, als rentmeester van Zevenbergen.

ORA Dordrecht inv. 737, f. 98: verklaring op 18 juni 1583 afgelegd door Jan Jansz., waard in het "Moriaenshooft", 40 jaar oud, op verzoek van Pijeter la Mignon van "Hoij" in het Land van Luik.]

f. 33

De weduwe van Cors Claesz.     3-4

De weduwe van Steven Cramerheijn     4 [zie Genealogie Kramerhein op deze website]

Het Gravenstraetgen van achteren die slinckerhandt ingegaen

Frederick Crijnsz. bakker    3-16-12

[ORA Dordrecht inv. 739, f. 37v: op 23 sept. 1586 verkoopt Marijcken Pietersdr., weduwe van Frederick Quirijnen bakker, aan Corstiaen Jansz. wijnkuiper en Fijcken Matheusdr., weduwe van Carel Jansz. wijnkuiper, een huis, staande achter in de Gravenstraat tussen het huis van mr. Huijbert Balis [schoolmeester] en het huis van Cors Jansz., strekkende tot het huis van Truij Romboutsen.]

Cors Jansz. wijnkuiper    6

[ORA Dordrecht inv. 732, f. 242v: op 2 jan. 1577 verkoopt Cors Jansz. wijnkuiper, als man van Thoentgen Jan Pijnssensdr., een huis aan de Landzijde [Voorstraat]. Waarborg: Jacob Cornelisz. Back.

ORA Dordrecht inv. 1571, f. 29v: op 28 febr. 1579 verklaart Kors Jansz. wijnkuiper, dat de schulden, die vermeld staan in zeker klein register, door hemzelf als factoor van Jan Weijchman ingeschreven zijn en dat daarvan hem toekomt van Claes Jansz. in de Gulden Helm te Rotterdam een somma van 16 schellingen 9 d. wegens leverantie van "Elsiter" wijn.

ORA Dordrecht inv. 737, f. 246: verklaring dd 13 nov. 1583 door Cors Jansz., wijnkuiper en burger van Dordrecht, ongeveer 47 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 738, f. 278: verklaring dd 8 nov. 1585 door Cors Jansz., wijnkuiper en burger van Dordrecht, ten behoeve van Jacob Temminck van Deventer.]

Frans Goossensz. wijnkuiper     6

De weduwe van Geerit Dircxsz. snijder      4

Dirck Dircxsz. cuijper den Jongen     3-16-12

Dirck Dircxsz. cuijper den Ouden      5

f. 33v

Martijntgen die coomenster huurt van Henrick Jansz. om 18 gl.      5-15-4

Daem Jansz. wijnkuiper    6

Abraham Hesseling huurt van Herman Cleijn om 30 gl.      9-12

Loeijken Geeritsdr. huurt van de erfgenamen van Evert de wijnkuiper om 25 gl.     8

Jan Jansz. Rinckhouder huurt van Anthonis Splinter om 12 gl.     3-16-12

Wederom keerende

f. 34

Pieter Artus tollenaar huurt van Jan Brouwer om 42 gl.     13-8-12

Revixit van Naerssen     11-10-4

[Van Naerssen (zie Balen, o.c., p. 1149):

I. Jan Willemsz. van Naerssen, geboren naar schatting ca. 1445, schepen van Dordrecht 1477, 1478, trouwde Machtild van Amerongen

Kinderen (o.a.):

a. Anthonis Jansz. van Naerssen, volgt II

II. Anthonis Jansz. van Naerssen, geboren naar schatting ca. 1475, overleden vr 1520, trouwde Beatrix Thomasdr. de Graeff, dochter van Thomas de Graeff, muntmeester van Holland (vermeld 1520), en NN (Eufemia NN ?)

- 30 okt. 1503: comp. voor schepenen van Dordrecht Anthonis olijslager van Naerssen en "calengierde aldaer alsulcke coep als Jan Hermansz. die goutsmit gedaen hadde tegens Roeloff Woutersz. die backer vanden gehelen huijse ende erve genoemt den Nobel daer die selve Jan Hermans nu ter tijt inwoent. Ende dit dede hij met enen scepenenschultbrieff sprekende op Roeloff Woutersz. voirsz." (Stadsarchief Dordrecht nr. 1, aktenboek nr. 15, akte 799)

- 11 mrt. 1504: Claes Willemsz., als gemachtigde van de Mater en het "gemeen convent van de besloten nonnen" van het Sint-Agnietenklooster te Dordrecht, comp. voor schepenen van Dordrecht en heeft aldaar namens jonkvr. Beatrix [Willemsdr.] van Naerssen [tante van Anthonis Jansz. van Naerssen], "professide" non in dat klooster, "goits tijts vertegen goits ende quaets naden recht vanden stede als vanden erfnisse ende nagelaten goeden van wijlen Laurens Barwouts". En is "bewaert met vonnisse ende met allen recht", dat het convent geen schade zal lijden vanwege al hetgeen Laurens in het laatst van zijn leven schuldig mag blijken te zijn geweest. (Stadsarchief Dordrecht nr. 1, aktenboek nr. 15, akte 833)

- 25 febr. 1520: het stadsbestuur van Dordrecht draagt met toestemming van de naaste verwanten van Jan, Wouter en Machtelt Antonis Jansdr. van Naerssen, alledrie onmondige kinderen van Beatris Thomasdr. die Graeff, de voogdij over genoemde kinderen op aan hun grootvader, Thomas de Graeff, muntmeester van Holland. Borg: zijn zoon Heijnrick Thomasz. (Stadsarchief Dordrecht nr. 1, aktenboek nr. 15, akte 1201)

Kinderen (o.a.):

a. Jan van Naerssen Antonisz., volgt III

III. Jan van Naerssen Antonisz., geboren naar schatting ca. 1500 (onmondig in 1520) trouwde Elisabeth de Jonge Reijersdr.

- 15 juni 1543: Anthonis Dircxsz. zeilmaker verkoopt aan Arien Gheritsz. van Nispen een huis, erf en tuin, staande en gelegen achter in de Visstraat tegenover de "Raempt" [lakenraam], tussen de tuin van Jan Thonisz. van Naerssen en de stadsgracht. (ORA Dordrecht inv. 693, akte 62)

Kinderen:

a. Revixit van Naerssen, volgt IV

b. Adriana van Naerssen Jansdr., jonge dochter (1585), trouwde NG Rotterdam 1 sept. 1585 Cornelis Jansz. Keijzer, wonende te Rotterdam (1588)

ORA Dordrecht inv. 735, f. 193: op 28 dec. 1579 verkoopt Adriana van Naerssen aan Jacob van Diemen Cornelisz. 2 ponden groten Vlaams jaarlijkse losrente op een huis in het Gravenstraatje, genaamd "Klein Henegouwen", met het kookhuisje of loodsje daarnaast staande, "responderende aende trappen vande huijse genaempt Groot Henegouwen", staande tussen het erf van "Groot Henegouwen" en het huis "Groot Henegouwen" zelf, dat toebehoort aan Jan Brouwer.

ORA Dordrecht inv. 717, f. 304v: op 23 jan. 1588 verkoopt Cornelis Jansz. Keijzer, wonende te Rotterdam, als man van Adriana van Naerssen Jansdr., aan Revicxit van Naerssen een huis genaamd "Cleijn Henegouwen" met de loods, staande aan hetzelfde huis, komende tot onder de trap van het huis genaamd "Groot Henegouwen", "ende noch zekere betimmerde plaetsche vuijt den huijze van Geerid van Ree", staande tussen het huis van Gerit van Ree, koopman van wijnen en het huis van diezelfde Gerit van Ree, genaamd "Groot Henegouwen".

IV. Revixit Jansz. van Naerssen, geboren ca. 1537,  gezworen wijnroeier te Dordrecht, trouwde 1e Magdaleentje NN "tot Antwerpen, daar hy ging woonen; maar moetende, wegens 't vervolg om den Godsdienst, Vluchten; wierden zijn Goederen, door de Inquisitie, onder 't Spaansch Gebied aangeslagen, zoo dat hij weder kwam te Dordrecht woonen, mede brengende zijn voorsz. Huysvrouwe", 2e NG Dordrecht 18 juni 1576 (otr.) Machtild Evert Dortsdr. (Balen, o.c. deel II, p. 1150)

ORA Dordrecht inv. 732, f. 203: verklaring dd 22 okt. 1576 door Revixit van Naerssen, wijnroeier, ongeveer 39 jaar oud, op verzoek van Jan van der Wallen, koopman van Antwerpen.

ORA Dordrecht inv. 717, f. 92v: op 27 nov. 1586 verklaren Revixit van Naerssen, gezworen wijnroeier te Dordrecht, ongeveer 50 jaar oud en Thomas van Naerssen, "geden dijenaer int voorsz. officie", ongeveer 24 jaar oud, ten behoeve van Wouter van Craijesteijn, rekwirant, dat zij op 29 okt. 1586 op verzoek van Henrick Wolphertsz., pachter van de stadswijnaccijns en der Staten impost van de wijnen te Dordrecht, zijn geweest ten huize van de rekwirant, alwaar de pachter hem, Van Craeijesteijn, vroeg: "Wat wijn hebt gij in huijs. Wij zouden die begheren te peijlen". Waarop de rekwirant antwoordde: "Mijn huijsvrou en is nijet in huijs. Icken mach inden kelder nijet. Maer ick zalt u wel seggen ende gij weet dat oock wel: ick en heb anders gheenen wijn in huijs dan ick over een dach vier ofte vijff in gedaen hebbe". Vervolgens heeft de pachter ten huize van de rekwirant ontboden de schepenen Jan Crooswijck en Ariaen Jopsz., in wiens aanwezigheid hij de rekwirant naar zijn biljet "of brijeffken vant in doen van de zelven wijn" heeft gevraagd. De rekwirant zei, dat hij zijn dienstmeid om het briefje heeft gestuurd en riep die dienstmeid bij zich en vroeg haar, waar zij dat briefje gehaald had. Zij antwoordde, dat zij het in de Wijnkapel gehaald had en vervolgens gebracht had naar de wijnkoopman Berck. Daarop reageerde de pachter met de woorden: "Bij ons en is geen brijeffken gehaelt. Gij most dat op den exchijs gehaelt hebben" en hij zei tegen de schepenen: "Ick beslae dese man van boete dat hij zijn wijn ingedaen sonder ons aengesproocken ofte een biliet [biljet] van ons gehaelt te hebben." Craeijesteijn zei toen: ik heb haar gezegd, dat zij op de "exchijs" moest aangeven, dat ik nog een vaatje schuldig ben en dat ik het samen zou betalen. Waarop een zekere Jacob Lock zei: dat is waar, er staat nog een vaatje te betalen, maar zij heeft geen briefje gehaald. Craeijsteijn antwoordde: ik heb mijn dienstmeid opdracht gegeven een briefje te halen en is dat niet gedaan, dan weet ik daar niets van. De deposanten zijn daarna weggegaan en hebben verder niets meer gehoord.

ORA Dordrecht inv. 717, f. 304v: op 23 jan. 1588 verkoopt Cornelis Jansz. Keijzer, wonende te Rotterdam, als man van Adriana van Naerssen Jansdr., aan Revicxit van Naerssen een huis genaamd "Cleijn Henegouwen" met de loods, staande aan hetzelfde huis, komende tot onder de trap van het huis genaamd "Groot Henegouwen", "ende noch zekere betimmerde plaetsche vuijt den huijze van Geerid van Ree", staande tussen het huis van Gerit van Ree, koopman van wijnen en het huis van diezelfde Gerit van Ree, genaamd "Groot Henegouwen".

Kinderen:

ex 1 (?)

a. Thomas van Naerssen, geboren ca. 1562, wijnroeier te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 18 sept. 1594 (ondertrouw) Ida Lenaertsdr. Graes

Kinderen:

a-1. Revixit, gedoopt NG Dordrecht 1595

a-2. Mariken, gedoopt NG Dordrecht 1597

a-3. Leendert, gedoopt NG Dordrecht 1599

a-4. NN, gedoopt NG Dordrecht 1602

ex 2:

b. Jan, gedoopt NG Dordrecht 1580

c. Magrita, gedoopt NG Dordrecht 1582

d. Margarita, gedoopt NG Dordrecht 1584]

Kaerl Jansz. wijnkuiper huurt van Willem Willemsz. om 42 gl.     13-8-4

[Karel Jansz. (Wanten), geboren ca. 1535 mogelijk in het Land van Luik, wijnkuiper te Dordrecht, overleden aldaar in 1586, trouwde naar schatting ca. 1560 Fijcken Mattheusdr., geboren naar schatting ca. 1535, overleden na 6 april 1596,

ORA Dordrecht inv. 728, f. 213, 19 juli 1571: verklaring door o.a. Caerle Jansz., wijnkuiper, inwonende poorter van Dordrecht, 36 jaar oud.

Kinderen van Karel Jansz. en Fijcken Mattheusdr. (volgorde onzeker):

a. Mattheus Carelsz.

b. Carel Carelsz.

c. IJke Carel Jansdr., geboren Dordrecht naar schatting ca. 1565, begraven Dordrecht okt. 1618 (SA Dordrecht, archief 27, inv. 1695, f. 29), trouwde NG Dordrecht 26 jan./9 febr. 1586 Hubrecht Hendriksz. Bordels, geboren ca. 1565, "van Ruremunde" (1586), wijnroeier te Dordrecht, overleden ca. 1640, trouwde 2e NG Dordrecht 23 aug. 1626 (otr.) Catharina Gosewijn, weduwe van Olivier de la Rue (per schrijven de La Vigne)

Zie genealogie Bordels op deze website.

d. Jan Caerle Wanten, overleden 5 mrt. 1625, trouwde Celijken Brantsdr., overleden 19 dec. 1631 (grafzerk in Laurenskerk Rotterdam, ONA Rotterdam, 21 juni 1612)

Grafzerk van Jan Carel Wanten en Cecilia Brantsdr. in de Laurenskerk te Rotterdam

e. Isaack Caerle Wanten, trouwde Anneken Brantsdr. (ONA Rotterdam, 21 juni 1612)]

Mr. Jan Heij huurt van Aeltgen Canten om 42 gl.      13-8-4

Jacob Jansz. lijndraaier     7

Cornelis Jansz. Pot     7

Jan Pietersz. Torreman    8

f. 34v

Pieter Geeritsz. Dou huurt een huis en oliemolen van Maerten van B[e]mont om 72 gl.     23-12

De toren van Maerten van Bemont     12

Jan Barentsz. huurt van Jan Kalffken om 36 gl.     11-10-4

[ORA Dordrecht inv. 1565, akte 827: verklaring dd 20 mrt. 1573 op verzoek van Jan en Dirck Calfkens van Nijmegen door Sijmon van de Berch, 40 jaar oud, en Jacob die Claer, 40 jaar oud, burgers van Nijmegen.

ORA Dordrecht inv. 1555, akte 329: op 20 mrt. 1590 verkoopt Beeltgen Coppen Hermansdr., weduwe van Jan Callfkens de oude, met toestemming van Jan Calffkens de jonge, predikant te Meerkerk in het Land van Vianen, Goossen Calffkens, Margareta Calffkens, weduwe van Thijelman van Beeck, Rutger van Doesburch, als man van Agnes Calffkens, Barendt Clippelhout, als man van Geertruijdt Calffkens, en Christina Calffkens, samen vervangende Pieter Calffkens, jong gezel wonende te Rotterdam, allen erfgenamen van Jan Calffkens de oude, aan Willem van Lijesveldt Aertsz., man van Elizabeth Jansdr. Calffkens, een huis op de Nieuwe Haven omtrent St. Joost, staande tussen het huis van Cornelis Aertsz. huistimmerman en dat van Beeltken Coppen, in welk huis thans woont Barendt Clippelhout. De koper is schuldig aan zijn schoonmoeder een somma van 700 gl.]

Jan Rans [Ariaen Thonisz.] huurt van idem om 36 gl.    11-10-4

De kelder onder de twee voorgaande huizen wordt gehuurd door Herman Thijsz. om 18 gl.    5-15-4

Ariaen Willemsz. Valck     6

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 30: op 6 mrt. 1579 verkoopt Jan Jansz. Hoegaers, voor zichzelf voor de ene helft en als oom en voogd van de weeskinderen van Elisabeth Jansdr. voor de andere helft, aan Adriaen Willemsz. Valck een oud huis, staande achter het huis van Aelbrecht Govertsz. smid, van achteren belend door het huis van Cornelis Joosten Doot aan de ene het huisje van Maerten van Bemont aan de andere zijde, strekkende voor van 's herenstraat tot aan het huis van Jan Calffken. Waarborg: Adriaen Jansz. Spruijt. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 325 gl. Borgen: Gerbrant Dircxsz. Stoop en Lenert Dircxsz. koolweger.]

Aelbert Govertsz. smid     4

f. 35

Ceel den molenaar huurt de windmolen van de Arme Weeskinderen om 50 gl., komt over zijn derde deel     5-8

Willem Kels en Claes van der Houel huren een huis en kelder van Geertgen Bacharachs om 42 gl.     13-8-12

Het Scrijversstraetgen van achteren ingegaen

Ariaen Claesz. boede huurt van Willem van Drenckwaert om 14 gl.     4-9-8

Claes Jansz. huurt van idem om 13 gl.    4-6-6

Twee kelders staande achter Vulling Pietersz. "daer bevel oft heeft" Cornelis Cornelisz. lakenkoper getaxeerd op 48 gl.     15-7

[ORA Dordrecht inv. 1571, f. 38v e.v.: op 26 mrt. 1579 verlenen Vullinck Pietersz. van Bracht, waard in "Nijmeghen" te Dordrecht, en zijn vrouw Anneken Vullincx, procuratie aan Jacob van Meerle, wonende te Goch, om te verkopen een huis in Venlo "aen Roffersmolen.]

f. 35v

Gaende voorts van achteren na t Groote Hooft toe

Goris Bermondt passementwever oft Robbert de Wael huurt van Willem Stoop om 22 gl.    7 gl. 12 penn.

Melchior Veris [koopman van Rijnse wijnen] wonende achter het huis van Mon Meeusz. huurt van Bartholomeeus Monnesz. om 14 gl.    4-9

[Zie hierboven bij f. 1v.

ORA Dordrecht inv. 702, akte 33: op 13 sept. 1560 verleent Melchior Veris, koopman van Rijnse wijnen, procuratie ad recipienda debita aan Jacob Fransz., procureur voor het Gerecht van Leiden.

ORA Dordrecht inv. 715, f. 187v: op 24 april 1584 leggen op verzoek van Barthout Veris, rekwirant, Melchior Veris, ongeveer 50 jaar oud, Schrevel Monnesz., ongeveer 49 jaar oud, beiden inwonende poorters van Dordrecht, en Maria Adriaensdr., weduwe van Jacob Adriaensz. schiptimmerman, poorteres van Dordrecht, 58 jaar oud, de eerste twee deposanten bij de eed, die zij als officiers van Dordrecht hebben gedaan, en laatstgenoemde getuige "bij solemnelen eede", een verklaring af. De deposanten getuigen, dat hun zeer goed bekend is, dat de rekwirant een zoon is van wijlen Elisabeth Dircxsdr., in huwelijk verwekt bij Baernt Veris en geboren te Dordrecht. Zij geven voor redenen van wetenschap, t.w. in de eerste plaats Melchior Veris, dat Elisabeth getrouwd is geweest met zijn broer, voornoemde Baernt Veris, en de twee overige getuigen, dat zij Baernt Veris en zijn vrouw zeer goed gekend hebben, zo lang zij in Dordrecht gewoond hebben, en "dickwils ten huijse vande zelve gefrequenteert ende verkeert hebben". Maria Adriaensdr. alleen verklaart nog, dat zij Elisabeth Dircxsdr. "in haere craem ofte kinderbedde doen zij vande requirant bevallen ende gelegen was bewaert ende als bewaerster gedijent heeft ... ende noch twee der voorsz. Elisabeths kinderen daer te vooren". De deposanten verklaren tenslotte samen, dat, voor zover zij weten, er niet meer kinderen van Elisabeth Dircxdr. " gebleven ofte in levende lijve" zijn en dat Barthout Veris derhalve haar enige erfgenaam is.]

Somma beloopt het tweede kwartier 3555 gl. 10 penn.