DE MENING VAN HELMOED



De mening van Helmoed

Op deze pagina zal ik af en toe wat schrijven over zaken die ik tijdens mijn onderzoek tegenkwam en die mij aan het denken zetten over wat er heden ten dage in de maatschappij gebeurt. Vaak gaat het om onderwerpen waarover al werd gepubliceerd en die ik in een of ander boek tegenkwam. Soms ook gaat het om een toevalsvondst in een archief, op zoek naar iets anders. Altijd gaat het om mijn persoonlijke mening, vandaar het gebruik van het woord ik op deze pagina in plaats van "de maker van deze site"

Och, och, al dat vandalisme tegenwoordig

Misschien bent u ook wel een van die mensen die vindt dat de maatschappij tegenwoordig zo verruwt. Vroeger, ja vroeg, was alles nog rustig en kon je veilig over straat. Zelf geloof ik daar niet zo in. Ik denk namelijk dat er tegenwoordig maar iets hoeft te gebeuren en we weten er van. Vroeger, toen was er geen internet, mobiele telefonie en televisie. En nog vroeger ook geen gewone telefoon en radio, auto's en treinen. Maar weinigen konden lezen en als er al een krant verscheen, dan was die voor weinigen weggelegd, niet frequent qua verschijnen en gering van omvang. En nog vroeger, was er nog helemaal geen krant. Van wat er in die vroegere tijden op straat gebeurde, weten we alleen uit verhalen die werden overgeleverd, uit een enkel boek en uit het rechterlijk archief.

Zo ook in dit geval waar we getuige zijn van vandalisme in1787. Wat nu volgt is het verslag van een verhoor voor richter E. Dull te Almelo in het genoemde jaar.

Vraagarticulen om daarop ter instantie van de Hoogheid des Huises en heerlijkheid Almelo naar voorgaande citatie en errineringe van de swaare straffe des meineed Gerigtelijk onder Eede te hooren Hendrik van de Riet Gerrit Tijhof

1. Getuigen ouderdom en verwandschap te vragen ?  Op art. 1 verklaart de eerste getuige, in het 21ste jaar oud en overwand te zijn Tweede getuige tusschen de 30 en 40 jaaren oud en niet verwand te wesen

2. Of getuige, voor eenigen tijd geleden, de tijd zoo na mogelijk te noemen, des nagts door eenig geraas wakker geworden zijnde, buiten 's huis ging en al daar zag twee persoonen voorsien met snaphaanen welke tegen getuigen zeide, zoo gij naader komt, schieten wij u op den pels? Op art. 2 verklaart de eerste getuige dat laastleden zondag voor agt weeken 's nagts door het geblaf van de hond wakker geworden zijnde, naar buiten is gegaan, en op den weg zag twee persoonen, ieder met een snaphaan welke tegen hem seiden, hij moet te rugge blijven, hij moest van haar afblijven, maar het overige gevraagde met geen seekerheid te kunnen seggen

3. Of eerste getuige met Gerrit Tijhof, die getuige opgewekt hadde ,buiten ging en of als toen door die persoonen op eerste en tweede getuige geschoten wierde, zoo dat er een kogel aan getuigen heen snorde ? Op art 3 verklaart de eerste getuige dat hij daar op Gerrit Tijhof heeft opgewekt , welke met hem buiten ging, wanneer door een van die persoonen geschoten wierd, wetende hij egter niet of op hem geschoten wierd, en ook geen kogel gehoort te hebben. Tweede getuige, dat voor agt of negen weeken, 's nagts tusschen zaturdag en zondag door Hendk. van de Riet is opgewekt en naar buiten gegaan, dat, soo hem toescheen eenige persoonen, zonder het getal te kunnen bepalen, uit den hof van Burg. Bruins kwamen, dat hij heeft hooren schieten en 't geen uit de snaphaan kwam, voor bij of over hem vliegen.

4. Of getuigen verder gegaan zijnde, een of meer van die persoonen uit den Hof van Burgemeester Bruins zagen loopen, en als toen een swaaren pols in't water hoorden ? Op art 4 verklaart de eerste getuige, zeer ontstelt te zijn geweest, en daarom met geen sekerheid te kunnen zeggen, of hij een of meer van die persoonen uit den Hof van Burgm. Bruins heeft sien loopen, maar als toen wel een pols in het water gehoort te hebben. Tweede getuige gedraagt zig tot zijn antwoord op de voorgaande vrage, en als toen een pols in het water gehoort te hebben.

5. Of getuigen hier op in huis gegaan zijn en als toen gesien en gehoort te hebben, dat die persoonen aan de aldaar staande Eikenboomen toebehoorende aan voorn. Burgemeester Bruins gehouwen en geslagen wierd ? Op art. 5 verklaart de eerste getuige dat hij nog voor het huis staande gehoort heeft, dat in de aldaar staande Eiken boomen, toebehoorende aan Burg. Bruins gehouwen en geslagen wierde. Tweede getuige, dat hij naa huis gaande gehoort heeft, dat gehouwen wierde, even of zij boschten, maar niet gesien te hebben, waar sulks geschiedde.

6. Of getuigen, naa dat alles stil was, en deese drie persoonen weg waaren, buiten na den Hof gegaan zijn, en vonden de poort open, en een glasraam aan stukken gebroken, en een stoel in het water leggen ? Op art. 6 verklaart de eerste geuige, dat hij 's morgens na den hof gegaan is, en gesien heeft dat de poort open was, en een glasraam uit het hofhuisjen en een stoel in het water lagen, maar niet te weeten, of het glasraam aan stukken geslagen was. Tweede getuige, dat hij 's morgens naar den Hof gegaan is, wanneer de poorte even open stond, en gesien te hebben, dat een glasraam uit het hofhuisjen aan stukken en gelijk ook een stoel in het water zag.

7. Of getuigen gesien hebben, dat in de allee of dijk aan voornoemde Hof gelegen, dertig Eiken telgen waren neergehouwen en aldaar op den grond lagen? Op art 7 verklaart de eerste getuige, gesien te hebben, dat in den dijk naar de Riete eenige telgen waren neergehouwen, welke aldaar lagen. Tweede getuige, gesien te hebben , dat in de allee of dijk tussen Reigers huis en de Riete naar zijn gedagten om de dertig telgen, waren neergehouwen en aldaar lagen.

8. Zoo getuigen eenige van die personen die dit aldus gedaan hebben, mogten kennen, die zullen getuigen  bij namen hebben te noemen ? Op art. 8 verklaart de Eerste getuige, niemand van die persoonen gekent te hebben.Tweede getuige, niemand van die personen gekent te hebben.

Mr. E. Dull J U Dr. van wegens de Hoogheid des Huises en Heerlijkheid Almeloo Richter der Heerlijkheid Almeloo certificeren kragt deeses, dat ter instantie van de Hoogheid des Huises en Heerlijkheid Almeloo naa voorgaande wettigen citatie, voor mij en Gerigtsassessoren Jannes Bruggink en Jan Bruggink, persoonlijk erschenen zijn Hendrik van de Riet en Gerrit Tijhof, welken na errinneringe van de swaare straffe des meineeds en daar op in forma geprosteerden Eede op voorenstaande vraag articulen hebben gedeponeert, soo en als onder ieder vgan den selve in het .... staat geregistreert Op kennisse der waarheid Ik Richter voorm. deesen eigenhandig getekent en gesegelt hebbe. Actum Almello den 28 Aug. 1787.  E. Dull Richter

Weliswaar waren het roerige tijden, zo in 1787. Er begon opstand te komen tegen allerlei oude rechten, de Bataafse Republiek zou niet meer zo lang op zich laten wachten en in Almelo werd het vrijkorps van de burgers van de Stad Almelo opgericht, waartegen een zoon van de gravin weer een "boerenkorps" in het geweer bracht. Toch zou het verslag van bovengenoemd verhoor, ook vandaag nog in de krant kunnen hebben gestaan als het verslag van een roerig weekend in Almelo. En dat zou velen nu dan weer tot de verzuchting hebben gebracht "och och, al dat vandalisme tegenwoordig".

Heeft u dat ook wel eens, dat alles in n keer op z'n plek valt ?

Mij gebeurt het regelmatig dat ik dingen niet snap. Soms gebeurt er dan echter iets waardoor zaken soms een stuk eenvoudiger zijn, dan ze oorspronkelijk lijken te zijn. Ook in een hobby als genealogie komt zo iets meer dan eens voor.

Een voor mij niet oplosbare vraag ging over een huwelijk in 1745. Op 9 april 1745 vond in Almelo de ondertrouw plaats van ene Hermannus Dekkers uit Oele in 't Gerichte van Delden met Catharina Jolink mede uit Oele, wonende te Almelo. Wat ik natuurlijk graag wilde weten, maar waarop ik geen antwoor kon vinden was de vraag wat Catharina in Almelo moest. Mogelijk was zij dienstmeisje geweest, was mijn veronderstelling. Maar waarom dan in Almelo en bij wie ? Het antwoord op die vraag heb ik nog steeds niet, maar er is inmiddels wel aanzienlijk meer licht in de duisternis.

Ik had gevonden dat Hermannus een dochter, Anneken of zoals ze later werd genoemd Anna Dekkers had gekregen. Deze trouwde op 15 december 1776 in Hengelo met ene Jan Luijerink. Deze was iets meer dan een jaar daarvoor voor de eerste keer gehuwd met Aaltjen Hobbelink. Bij dat eerste huwelijk was Jan aangegeven dat Jan soldaat was. Dat was interessante informatie. Veel kans terug te vinden waar hij soldaat was geweest, was er echter niet. De literatuur leert dat er van gewone soldaten en onderofficieren vr 1795 maar zelden informatie bewaard is gebleven.

Toen ik echter een keer in Den Haag bij het Centraal Bureau voor de genealogie was, ging mijn hart sneller kloppen. In een index met soldatennamen werd ene Jan Luijerink vermeld. Toen ik de microfiche, waarop hij zou voorkomen, had opgezocht en onder de reader had gelegd, sloeg mijn enthousiasme echter snel om in teleurstelling. Het ging om een legeronderdeel dat in Zierikzee was gelegerd; dat kon nooit de naam van een twentse jongen bevatten. Toch was dat wel degelijk zo en er zou nog meer informatie in blijken te zijn.

Het ging immers om een Rangeer Lijste van de Compagnie van den Capitein Grave van Rechteren in het Tweede Battaillon in het Regiment Infanterie van den Luitenant Generaal Leusden zoo als deselve Gemeeten zijn op den 29 Maartg 1781 Binnen het Garnisoen van Zierikzee. Op een rangeerlijst werden de soldaten blijkbaar vermeld op volgorde van hun lengte. Jan Luijerink was de langste van de club van 43 soldaten met zijn lengte van 5 voet, 10 duim en 1 streek. Bij de kolom "hoe oud teegenwoordig"stond dat hij 30 jaar oud was en tevens werd nog vermeld "op com"., wat waarschijnlijk aangaf dat hij "op commissie" stond. Toen ik de lijst wat nauwkeuriger bekeek, werd het nog interessanter. Er stonden 7 personen vermeld met een speciale rang of funtie. Dat ging om:

  1. Commandant:  Philippus Frederikus Bernhard Grave van Rechteren
  2. Capitein: Robert Joseph de Jager
  3. Lieut. gedisp. Hermannus Dekker
  4. Sergeant: Cornelis Alders
  5. Sergeant: Jan  (niet leesbaar)
  6. Tamboer:  Janes de Jong
  7. Zonder nummer:  NB Jan Hendrik Menso Lieutenant Supernumereur Absent op comm. Volgens orders van zijn Hoogheid bij deese compagnie geplaatst.

Hermannus Dekkers, de schoonvader van Jan Luijerink bleek gedisponeerd luitenant te zijn. Dat betekende dat hij eigenlijk al gepensioneerd was en geen formele functie meer had. Mogelijk dat daarom Jan Hendrik Menso extra bij de compagnie geplaatst was. Misschien heeft Hermannus ook wel zelf zijn dochter met Jan Luierink in contact gebracht of, omgekeerd, kenden die twee elkaar al en vond Hermannus het een goed idee om hem ook over te halen dienst te nemen.

Dat Hermannus, hoewel hij al gepensioneerd was, toch meetrok met het leger geeft mij reden te denken dat hij misschien als "oude rot" in het vak, een vertrouweling van de nog jonge graaf was. Overigens was het regiment van luitenant generaal Leusden een zogenaamd "Utrechts regiment".  In 1781, ten tijde van n van de oorlogen met Engeland moeten de verschillende provincin opdraaien voor de kosten van "eigen" legeronderdelen. Dat van Leusen werd door Utrecht betaald. Ook het huwelijk van Hermannus zelf, zoveel jaren eerder werd voor mij wat duidelijker. Waarschijnlijk zal zijn bruid Catharina Jolink inderdaad werkzaam zijn geweest voor de familie Van Rechteren en zal hij, via haar, ook in dienst van deze familie zijn gekomen.

Niet voor het verder op z'n plek laten vallen van mijn vraag, want dat was al gebeurd, maar uit pure nieuwschierigheid, zocht ik nog even verder. Dat leverde het resultaat van een inspectie van het Regiment van Leusden op, waarvan dus ook ons groepje deel uitmaakte. Ik weet niet of ze trots konden zijn !

Rapport van den Generaal Major Van Dopf, over zijne gedaane Inspectie en Revue van beide bataillons avan het Regiment Infanterie van den Lieutenant Generaal Leusden In Garnisoen te Zierikzee. Op den 9 Junij 1781.

Regiment: Leusden

Officieren: Wat corps:  die onder de waapenen waren zagen wel uit. Met salueren: salueerden goed

Onder officieren en gemeene. Kleeding en troussure: de nieuwe monteering was nog  niet geheel klaar. Houding en attentie: Houding maar redelijl, dog de attentie was goed. Properheit: waren proper. Manschap: Wat gezien hebbe, zag wel uit. Recruiten: veele jonge luijden op de groeij zelvs ettelijke onder de 2 duijmen.

Manuaal: Reedelijk, hebben weinig tijd gehad om te exerceren. Zwenkin: hebben weinig gedaan. Aanleggen en vuuren: Aanleggen gaat wel. Vuuren langzaam en zijn niet vaardig in het laaden. Manoeuvres: geene gedaan. Parade marsch: goed. Bataille marsch:  Eerste bataillon heeft ze goed gedaan, Tweede bataillon veel te langzaam. Flanque marsch: niet van kunnen oordeelen. Geforceerde marsch: Eerste bataillon goed, Tweede bataillon te langzaam.

Eerste bataillon Grenadiers 11 rotten en 1 man, Musquetiers 34 rotten en 1 man, Tweede bataillon Grenadiers 10 rotten en 2 man, Musquetiers 38 rotten en 1 man

De nieuwe montering was nog niet geheel klaar, door dien de leverancier niet op haar tijd gedaan zijn, als ook omdat , zoo door den Stads Dienst als buiten Detachementen geen volk genoeg daar aan hebben kunnen stellen, dus haar gepermitteerd is geworden met de oude montering af te exereeren en Revue te passeeren. Geene bekwaame plaats zijnde voor twee bataillons te gelijk te manoeuvreeren, is het eene na het andere geinspecteerd geworden. Hebben geene manoeuvres gedaan, om dat door het Detacheeren zwak waaren en zig niet genoeg hadden kunnen oeffenen. Hunne lijsten zijn niet volgens ordre gevouwe, ook is het opschrift op 6 Rangeer Lijsten van het Eerste Bataillon niet volgens ordre. Het Hoofd van alle de recruten Lijsten is meede niet volgens ordre; ook is geene colonne voor de gerengageerde. Comp. Lieut Coll bij de arm Van Reede is de recruut no 6 van vijf voet 2 1/2 duim, maar voor zes jaaren aangenoomen geene 3 duim hebbende, moest voor agt of tien jaaren aangenoomen zijn. Cap. van Vierssen Hebben de recruten No 6 en 7 geen 5 voert 2 duim: Egter heeft men in deeze tijds omstandigheden niet naauw daar op willen zien.Actum Zierikzee Den 9 Junij 1781.  W. van Dopff.

Ook in Almelo werd blijbaar precies bijgehouden hoe de strijd tegen de engelsen zich ontwikkelde. In het huisarchief van Huise Almelo vond ik onderstaande tekening van het "plan van de batailie zoo als de Engelsche scheepsmagt onder den Admiraal Parker ,met het Hollandsch Convooi onder den schout bij Nacht Zoutman, op den 5den augustus 1783 met elkander begonnen hebben te slaen des morgens ten 8 uuren in die positie, wanner de linie van gevegt nog niet gebroken was".

Zelf ben ik nooit in militaire dienst geweest.Ik ben geboren in 1959 en omdat in het jaar dat ik eigenlijk in dienst moest, de leeftijd waarop dat diende te gebeuren veranderde van 20 in 19 jaar, heeft men iedereen die in 1959 was geboren overgeslagen. Ik zei altijd dat ik dat maar goed vond omdat ik of officier had moeten worden of voortdurend in de bak had gezeten; ik hield en houd nu eenmaal niet van opdrachten en voorschriften waarvan ik het nut niet zie en laat dat dan ook merken. Volgens mij had ik het in 1781 ook niet gemakkelijk gehad !.

Een getuigenis door Arent Hambrugge en zijn vrouw Geese

Ook in 1730 al horen zien en zwijgen !

 

Arent en Geese waren de schoonouders van Hendrik Boom die na zijn huwelijk met Janne zal zijn ingetrokken op het Hambrugge en in de loop van de tijd die familienaam aannam.

 

 

In het huisarchief van het Huis Almelo is een getuigenis te vinden die Arent Hambrugge, de vader van Janna van de Hambrugge, de eerste vrouw van Hendrik Boom, later Hambrugge en zijn vrouw Geese moesten afleggen.

 

Het verhaalt speelde zich af in 1730.

 

Interrogatoria

 

Waarop noi fisci wegens de Hoogheid van den Huijse en de Heerlikheit Almelo naer voorgaande citatie en praevisatie van de sware straffe des mein eeds gerichtelijk onder ede gehoord sullen worden

 

Aerent Hambrugge en sijn huisvrouwe Geese

 

1.

Getuigen ouderdom af te vragen.

 

Arent Hambrugge segt ongeveeer 38 jaren oud te zijn.

Geese segt oud te zijn ongeveer 48 jaren.

 

2.

Of op laatstleden donderdag zijnde geweest den 24en deser niet aan getuigen Huis sijn geweest Aerent Raphuis en Jan Berentsen van de Where?

 

Getuige Arent Hambrugge affirmat

Geese affirmat.

 

3.

Of niet waer en de waarachtig dat ter selver tijt voorschreven Jan Berentsen van de Wheere in praesentie van Getuigen en Aerent Raohuis seer veele smaat redenen heeft uitgebraakt op Aele van de Wheere met haar kinderen seggende onder anderen dat haar schoonsoon Albert Meijer een kleed aan hadde het welk hij tot Amsterdam hadde gestolen met bijvoegine wil hij er meer hebben , ik sal het hem wel voor het hoofd seggen?

 

Getuige Arent Hambrugge segt gehoort te hebbebn, dat Jan Berents van de Weere doe ter tijd gesegt hebbe van dieven en bankrotters zonder iemant te nomen, en dat hij getuige vorders sijne dingen heeft gaan doen, en darom niet weet dat Jan Berents meer gesegt hebbe.

 

Geese verklaart doe ter tijd grote bonen te hebben sitten doppen en dat Jan Berents vrouw Geertruid doe aan mede gedopt heeft, omdat sij Getuiginne als doen heeft horen seggen vn een van de beiden Arent Raphuis of Jan Berens van de Weere, dat sij spraken van dieven en bankrotters sondere namen te noemen en weet niet verders.

 

 

4.

Of mede niet waer en waarachtig dt Jan Berents op geseijde tijt en in praesentie als voren heeft gesecht dat Albert Meijer een klocke gestolen hadde.

 

Getuige Arent Hambrugge segt hier niets van te weten.

Geese segt sulx niet gehoort te hebben, en daar niet van te weten.

 

5.

Sullen getuigen wijders hebben te verklaren wat voor expressien of uitdrukkingen Weerman, doenmaals van Albert Meijer sijn vrouw, en vrouwen moeder al meerder gebruikt heeft, sonder daer van iets te verswijgen, op poene als nae rechten.

 

Getuige Arent Hambrugge segt niets meer te weten.

Geese segt daar niet meer van gehoort te hebben of te weten.

 

Ik Joan Frederik Nilant der regten Dr en wegens zijn Hooch Gr: Excellentie De Hooch Geboren Heere Adolph Henrik des H.R. Rijks Graaf van Rechteren Vrij Heere van Almelo en Vriesenveen, Land Drost van Sallant & & & Richter der Heerlikheit Almelo certificere kragt deses, dat voor mij en Ceurn: Otto Jansen en Jan Hendr. Van t Hag persoonlijk erschenen zijn de bovengem: twee getuigen en heeft  de eerstgenoemde Arent Hambrugge nae voorgaande ernstigen waarschuwinge van de sware straffe er mein eeds, onder solemnelen Eede en de tweede Getuiginne Geese wegens lichaams swakheit sonder eede verklaart so en als onder ieder articuul geregistreert staat. In waarheids oorconde hebbe ik Rigter voorn. Desen getekent en gezegelt Actum Almelo den 16 en 22 september 1730.