GESCHIEDENIS VAN GRAVE



De  Geschiedenis van Grave

 

 

De geschiedenis van Grave begint rond 1140.Zeven  jaar daar aan voorafgaand, in 1133, werd Floris de Zwarte vermoord door de Heren (de broers Godfried en Herman)van Kuyc (spreek uit:Kuuk). De Duitse keizer Lotharius, van wie de heren van Kuyc hun bezittingen beleend hadden, kon deze misdaad niet ongestraft laten.Lotharius liet hun kasteel te Cuijk verwoesten en de beide broers werden verbannen. Toen de Duitse keizer in 1137 overleed  konden de broers echter terugkeren. Zij wilden hun verwoeste burcht herbouwen, maar nu niet te Cuijk maar in Grave. Dit gebied had men namelijk niet in leen maar in eigendom. Rond 1140 vond de herbouw plaats en al spoedig ontstonden rond de herbouwde burcht de eerste nederzettingen; de oorsprong van Grave.

 

De Heren van Kuyc zijn tot 1400 in het land van Kuyc en daarmee ook in Grave de machthebbers geweest. Wanneer zij Grave stadsrechten hebben gegeven is niet bekend,maar dit moet rond het midden van de 13e eeuw geweest zijn.De heren van Kuyc zij voor Grave erg belangrijk geweest.Zij waren omstreeks 1245 de stichters van de St.Elisabethkerk en kort.

Daarna van het begijnhof. Ook van grote betekenis was Jan I van Kuyc. Hij stichtte in 1290 het St.Catharina-gasthuis en onder hem werd de St.Elisaberhkerk in 1308 tot kapittelkerk verheven. In 1285 liet hij de stad Grave versterken in verband met de dreiging die uitging van het gebied van Gelre aan de overzijde van de Maas. Hiermee werd de grondslag gelegd voor de latere vestingbouw die een zo sterk stempel op de geschiedenis van Grave gedrukt heeft. Belegeringen en verovering werden schering en inslag, Grave zal in de eeuwen daarna diverse grote oorlogen over zich heen moeten laten gaan.

 

Het eerste beleg vond al plaats in 1286 toe het naburige Gelre bedreigde. In 1323 werd de stad Grave een Brabants leen. In de machtsstrijd tussen Gelre en Brabant kreeg Willem van Gulik, Hertog van Gelre, in 1400 Grave in bezit, al bleef de stad een leen van Brabant. Belangrijk voor Grave werd hertog Arnoud van Gelre. In 1465 werd deze door zijn zoon Adolf ontvoerd en in Buren gevangen gezet. Pas in 1471 bevrijde de Bourgondiėr Karel de Stoute hem. Uit dankbaarheid schonk hij voor zijn dood zijn gebied aan Karel de Stoute. Het verzet hiertegen van diverse steden, maar vooral ook door Adolf’s  zoon, Karel van Gelre, duurde tot 1536.

 

Tijdens de tachtigjarige Oorlog werd Grave tweemaal belegerd en veroverd,namelijk eerst in 1586 door de Spanjaarden onder Parma en in 1602 door Prins Maurits, stadhouder der Verenigde Nederlanden. In 1672 ging Grave over aan Lodewijk XIV, koning van Frankrijk. Twee jaar later wist het Staatse leger Grave weer in handen te krijgen. De zicht fel verzettende Fransen maakten onder de aanvallende troepen maar liefst 16000 (!) slachtoffers voordat ze Grave uit handen gaven. In de stad lag meer tegen de vlakte dan dat er nog overeind stond.

 

Na dit zware beleg werden de vestingwerken grondig vernieuwd. Het kastel verdween Hampoort werd gebouwd. Nog eenmaal werd Grave belegerd en beschoten; in 1794 verdedigde Generaal de Bons de stad tegen, opnieuw, de Fransen. Na enkele weken moest hij de strijd opgeven. Opnieuw lag de stad in puin. Pas in 1874 werd Grave als vestingstad opgeheven. De ontmanteling van de vestingwerken begon. Slechts restanten zouden bewaard blijven.

Heden ten dage probeert het gemeentebestuur datgene dat er nog over is te restaureren en te conserveren. Er wordt gewerkt aan een plan om de voormalige vestingwerken zo veel als mogelijk en betaalbaar is terug te brengen of anders te visualiseren of markeren

 

Grave ligt aan de Maas. Een belemmering in de ontplooiing en ontwikkeling van Grave vormde de jaarlijkse terugkerende overstromingen van de Beersche Maas, een overlaat die bij hoogwater in werking trad. Het gehele wijde gebied om Grave stond dan blank waardoor de stad geheel geļsoleerd werd. Met de kanalisering van de Maas en de bouw van de stuwbrug over de Maas en de in de jaren 20 van de twintigste eeuw is aan dat probleem gewerkt.

 

Oorlogsdreiging bracht in 1938 het garnizoen weer terug naar Grave.De troepen werden echter niet gehuisvest in de oude vestingstad maar in de  in Velp gebouwde Generaal de Bonskazerne. Hoewel de stuwbrug over de Maas een belangrijke rol speelde bij de operatie Market Garden heeft de stad Grave de Tweede Wereldoorlog nagenoeg onbeschadigd doorstaan. Grave werd op 17 September 1944 bevrijd door het 82e Amerikaanse Aiborne Divisie. Tijdens de oorlogsjaren worden de kerkdorpen Escharen en Velp bij de gemeente Grave gevoegd.

 

Na 1945 werd de uitbreiding van de stad buiten de wallen ter hand genomen.De eerste wijk die ontstond was de Mars met het zogenoemde Rode en Blauwe dorp. Later volgde andere wijken zoals de Zitert, het Esterveld en de Stoof.

 

De binnen stad bevat nog vele oude gebouwen en woningen,waarvan vele als monument aangewezen zijn. Sanering en restauratie waren hoog nodig en werden, hoewel dit voor de gemeente en burgerij grote kosten met zich meebracht en nog meebrengt, rigoureus aangepakt. Sinds 1995 werp deze jarenlange arbeid haar vruchten af. Een groot aantal restauraties is voltooid en geeft samen met de gerealiseerde nieuwbouw Grave haar oude sfeer weer terug.

 

Door een gemeentelijke herindeling werd per 1 januari 1994 het kerkdorp Gassel aan de
nieuwe gemeente Grave toegevoegd.

 

© copyright 2000 Gemeente Grave