»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»


KWARTIERSTAAT VAN A B DEN HAAN: GENERATIE IX T/M XII



Laatst bijgewerkt op 17 sept. 2014

Geraadpleegde literatuur.

L.A.F. Barjesteh van Waalwijk van Doorn, drs. L.M. van der Hoeven (red.), Kwartierstatenboek Alblasserwaard, Krimpenerwaard, Lopikerwaard en Vijfheerenlanden (Rotterdam 1991)

C. Baars, De geschiedenis van de landbouw in de Beijerlanden (Wageningen 1973)

Kwartierstatenboek Prometheus II (Delft 1992)

Kwartierstatenboek Prometheus XV (Delft 1998)

Kwartierstatenboek Prometheus XVII (Delft 2000)

GENERATIE IX

256. Willem Jansz. de Haen, gedoopt NG Werkendam 25 febr. 1693, weduwnaar wonende onder De Werken (1727), trouwde 2e NG Almkerk 22 mei 1727 (ondertrouw, getrouwd in Werkendam)

257. Adriaentje Leendertsdr. Bras, geboren naar schatting ca. 1690, weduwe wonende onder Almkerk (1727), overleden tussen 30 maart 1735 en 6 april 1738, trouwde 1e NG  Almkerk 1 dec. 1715 Beerend Jansz. de Greef

260. Bouwe Arendsz. van der Blom, geboren naar schatting ca. 1690, overlijden aangegeven door Aaltje Kraak bij de gaarder te Nieuwenhoorn op 23 okt. 1734 (pro deo), trouwde naar schatting ca. 1720

261. Aeltje Willemsdr. Kraek, geboren naar schatting ca. 1690, overlijden aangegeven door Barent van de Duin bij de gaarder te Nieuwenhoorn op 15 okt. 1735 (pro deo)

262. Pieter Wilmsz. van der Hoeve, gedoopt NG Zwartewaal 10 jan. 1694, overleden tussen 20 jan. 1726 en 26 okt. 1726, trouwde 1e NG Zwartewaal 16 april 1719 Lena Stellenaar, weduwe van Leendert Dirksz. Holader, 2e NG Zwartewaal 22 okt. 1724

263. Pouwlijntje Jacobsdr. Rodenburg, gedoopt NG Maassluis 30 april 1684, begraven Zwartewaal  5 nov. 1755, trouwde 1e 18 nov. 1708 Joggem Teeuwisz. van den Bout

- 26 okt. 1726: akte van uitkoop, gepasseerd voor schepenen van Zwartewaal: Poulijntje Rodenburg, laatst weduwe van Pieter Willemsz. van der Hoeven, behoudt de eigendom van diens nagelaten goederen, uitgezonderd enkele goederen, die haar 40 weken oude dochtertje Pietertje bij haar meerderjarigheid zal krijgen, t.w. een bijbeltje met zilveren sloten, een zilveren lepel, een paar gouden hemdsknopen en een somma van 2 zilveren ducatons oftewel 6 gl. 6 st.

- 5 nov. 1755: ontvangen voor het doodkleed van Paulijntje Rodenburg 2 gl. 2st. (Kerkrekening NG gemeente Zwartewaal)

264. Jan Jansz. 't Mannetje, gedoopt NG Oostvoorne 24 dec.1679, jongman van Oostvoorne (1707), overleden Rockanje 22 mei 1762, overlijden aangegeven door zijn vrouw Annetje Jacobsdr. Kramer bij de gaarder te Rockanje 1762 (pro deo), trouwde 1e NG Rockanje 1 mei 1707 Lijsbeth Japicksdr. Boutkan, jonge dochter van Rockanje (1707), dochter van Japick Dirksz. Boutkan en Annetje Arensdr., trouwde 2e NG Rockanje 24 mei 1722

265. Annetje Jacobsdr. Kramer, gedoopt NG Heenvliet 6 nov. 1701, jonge dochter geboren onder Heenvliet (1722)

- 27 dec. 1742: testament van Jan Jansz. 't Mannetje en Annetje Jacobsdr. Kramer, echtelieden wonende onder Rockanje. Hij heeft twee voorkinderen uit zijn huwelijk met Lijsbet Jacobsdr. Boutkan, t.w. Annetje 't Mannetje, gehuwd met Kornelis Jacobs Stoffel en Maria 't Mannetje, jonge dochter. Uit het huidige huwelijk heeft hij vier kinderen. Seclusie van de Weeskamer. (SA Voorne-Putten, toegangsnr. 110, inv. 7132)

- 12 juli 1762: staat en inventaris van de goederen, nagelaten door Jan Jansz.'t Mannetje, op 22 mei 1762 te Rockanje overleden, welke goederen hij in gemeenschap met zijn vrouw Annetje Jacobsdr. Kramer heeft bezeten. Tot de baten behoren 75 roeden bouwland onder Rockanje in de Moenhoek, welk land hij zelf heeft gebruikt, vee, "meubilen", landbouw- en melkgereedschap. Lasten: 17 gl. voor de timmerman wegens het maken van een eiken doodkist met schroeven en 13 gl. voor de koster van Rockanje wegens het kerkerecht, luiden, gebruik van het doodkleed en het maken van het graf. De kinderen en kleinkinderen van Jan 't Mannetje, door hem verwekt in eerder huwelijk met Lijsbeth Jacobsdr. Boutkan komt, volgens akte van uitkoop op 9 april 1722 voor schout en schepenen van Rockanje gepasseerd, toe hun moederlijk erfdeel, welk door de overledene van tijd tot tijd ten volle is betaald. De erfgenamen van F. Teerestein van Halewijn, vrijheer van Abbenbroek, komt toe 80 gl. aan landpachten. (ONA Voorne-Putten, inv. 1122,  notaris H. Krijne, akte 26)

- 25 juni 1774: testament van Annetje Jacobsdr. Kramer te Rockanje, weduwe van Jan 't Mannetje, ziek te bed liggend. Zij legateert aan haar zoon Klaas 't Mannetje te Oudenhoorn 300 gl., aan haar zoon Cornelis 't Mannetje onder Rockanje 300 gl. en aan de kinderen van haar overleden zoon Jacob 't Mannetje, genaamd Jan, Lijsbeth en Krijn 't Mannetje, samen 300 gl. Tot universeel erfgenaam benoemt zij haar zoon Jan 't Mannetje als beloning voor zijn trouwe dagelijkse hulp. Voogden: haar zoons Jan en Klaas 't Mannetje. (ONA Voorne-Putten inv. 1149)

266. Krijn Man in't Velt, gedoopt NG Rockanje 1 mei 1704

267. Lijsbet Aartsdr. Arkenbout, gedoopt NG Oostvoorne 20 april 1710, trouwde 1e Jasper Arensz. Kwak

268. Cornelis Willemsz. Ruijlof, gedoopt NG Poortugaal 19 juni 1718, jongman van Poortugaal wonende op Blankenburg (1740), meester-rietdekker (1743), begraven Rozenburg 20 juli 1774 (in de kerk), trouwde NG Rozenburg 15/31 juli 1740

269. Trijntje Cornelisdr. van der Cijs (van der Sijs), gedoopt NG Maasland 21 febr. 1712, weduwe, wonende in Maasland (1740), begraven Rozenburg 10 juni 1774, trouwde 1e Jan Leendertsz. van Zwet

- 1743: betaling aan Cornelis Rulf meester-rietdekker voor werk aan de Pastorie (Ambachtsarchief Rozenburg inv. 28)

- 1 sept. 1747: lijst van weerbare mannen Rozenburg: Cornelis Ruylof, arbeider, vermogend

270. Jacob (Japik) Abrahamsz. Vermaas, geboren Westmaas, overlijden aangegeven Brielle 8 okt. 1753 (impost betaald, nalatende 3 kinderen), trouwde 1e ca. 1720 Leentjen Antonisdr. Reedijk (Leentie Ariense), overleden in 1733 , 2e NG Westmaas 25 sept./18 okt. 1733 (geboden gaan te Goudswaard)

271. Pietertje Jansdr. Rheedijk, overlijden aangegeven Brielle 7 sept. 1741 (pro deo, nalatende 3 kinderen)

- 21 april 1726: Jacob Abramsz. Vermaas aangenomen als lidmaat te Westmaas

- 4 okt. 1733: attestatie voor Pietertje Jansdr. Reedijk van Mijnsheerenland naar Westmaas

- 3 juli 1735: Jacob Abrahamsz. Vermaas en zijn vrouw, wonende in Group, ontvangen attestatie van Westmaas voor Brielle.

- 28 juli 1735: akte van indemniteit voor Jacob Abrahamsz. Vermaas en zijn vrouw van Westmaas voor Brielle


Kinderen van Japik Abramsz. Vermaas en Leentie Ariense

a. Hilligie, gedoopt NG Mijnsheerenland 15 febr. 1722 (getuige: Jilligie Japikse)

b. Antoni, geboren Group, gedoopt NG Westmaas 16 juni 1726 (getuige: Ariaantje Teunisdr. den Heer [de vrouw van Antonij Jansz. Reedijk])

c. Leendert, geboren Group 3 maart 1733, gedoopt NG Westmaas 15 maart 1733 (getuige: Ariaantjen Teunisdr. de Heer)

Kinderen van Japik Abramsz. Vermaas en Pietertje Jansdr. Reedijk:

a. Jan , geboren Group 24 maart 1734, gedoopt NG Westmaas 28 maart 1734 (getuige: Zijgje Jansdr. Reedijk)

b. Sara, gedoopt NG Brielle 4 april 1740 (getuige: Sijgje Jansdr. Reedijk) (= kwartier 235)

272. Jacob Stolk, geboren Heenvliet 23 jan. 1712, gedoopt NG Heenvliet 24 jan. 1712, jongman geboren te Heenvliet en wonende te Oostvoorne (1738), meester kleermaker, trouwde NG Oostvoorne 26 juli/17 aug. 1738

273. Niesje Bouwensdr. Kruijk, gedoopt NG Oostvoorne 15 dec. 1720, jonge dochter geboren en wonende in Oostvoorne (1738), trouwde 2e NG Oostvoorne 7/30 sept. 1764 Jacob Meuldijk, gedoopt NG Oostvoorne 2 mei 1728, zoon van Louis Jacobsz. Meuldijk en Catharina Lambregtsdr. van Gunst

- 14 sept. 1739: mutueel testament van Jacob Stolk, meester kleermaker en Niesje Kruik, echtelieden wonende te Oostvoorne. Erfdeel van de kinderen: 3 gl. ieder. Seclusie van de weesmeesters. (SA Voorne-Putten, toegangsnummer 110, inv. 1057)

274. Abraham Smoor, gedoopt NG Rockanje 31 dec. 1730, jongman geboren en wonende onder Rockanje (1757), trouwde NG Rockanje 9 okt. 1757 (datum ondertrouw Rockanje, ondertrouw voor het Gerecht van Rugge op 17 sept. 1757 met schriftelijk consent van Christoffel Smoor, de vader van de bruidegom)

275. Dingenom (Dignum) Boelhouwer, gedoopt NG Oostvoorne 26 febr. 1730, jonge dochter geboren onder Oostvoorne en wonende te Rugge (1757)

276. Jan Krijnen Noordermeer, geboren te Hekelingen en gedoopt RK Brielle 14 april 1691, weduwnaar geboren te Hekelingen en wonende onder Oudenhoorn (1726), overleden Oudenhoorn 27 febr. 1755, trouwde 1e ca. 1720 Teuntje Pietersdr. Nout, 2e NG Oudenhoorn 25 mei/16 juni 1726

277. Liedewij Jacobsdr. Vogelaar,  gedoopt NG Westmaas 29 jan. 1708, jonge dochter geboren in Westmaas en wonende in Oudenhoorn (1726)

278. Willem Cornelisz. Touw, gedoopt NG Oostvoorne 30 okt. 1718, overleden voor 1 jan. 1750, trouwde NG Brielle 5 april 1743

279. Teuntje Jansdr. Steenbakker, gedoopt NG Heenvliet 12 maart 1724, overleden na 7 april 1768

280. Jan Willemsz. Roest, gedoopt NG Simonshaven 4 mei 1692, trouwde NG Heenvliet 21 nov. 1723 (ondertrouw)

281. Jannetie Jansdr. Bakker, gedoopt NG Heenvliet 19 aug. 1696

282. Jacob Troost, geboren Klaaswaal naar schatting ca. 1695, jongman geboren en wonende te Klaaswaal (1718), overleden Abbenbroek 14 juni 1773, trouwde NG Klaaswaal 8 mei 1718 (getuigen: de voogden van de bruidegom en de vader van de bruid)

283. Ariaantje Thonisdr. Meeldijk, geboren Piershil naar schatting ca. 1695, jonge dochter geboren te Piershil (1718), overleden Abbenbroek 26 dec. 1746

- 25 maart 1717: Jacob Troost als lidmaat aangenomen te Klaaswaal, later vertrokken met attestatie naar Abbenbroek

284 = 260

285 = 261

286. Jacobus Hoekendijk (alias van Venlo, Vendelo), gedoopt NG Heenvliet 29 aug. 1688, bouwman wonende onder Nieuwenhoorn (vermeld 1738), overlijden aangegeven bij de gaarder te Nieuwenhoorn door Pieter Vermole op 11 april 1771 (pro deo), trouwde ca. 1714

287. Catalijntje Cornelisdr. Vermaat, geboren naar schatting ca. 1690 (mogelijk in Hekelingen), overleden Nieuwenhoorn 22 mei 1742  

NB: aanvankelijk nam ik aan, dat Jacobus van Vendelo de familienaam van zijn moeder, Neeltje Arensdr. Hoekendijk, had overgenomen, totdat ik ondekte, dat er te Oudenhoorn anno 1693 ook een Jan Stoffelsz. van Vendelo alias Hoekendijk wordt vermeld. Waarschijnlijk was deze Jan Stoffelsz. een broer van Jacobus' vader. (ABdH) 

-1729: Catelijntje Vermaet lidmaat van de NG gemeente binnen het dorp Nieuwenhoorn, "obiit den 22 mei 1742"

- 16 febr. 1734: de boedel van Jannetie van der Sluijs heeft ontvangen van Jacobus Hoekendijk 9 gl. 16 st., zijnde een jaar interest van 245 gl. over het jaar 1728, verzekerd op zijn huis en schuur op de Nieuwenhoornse Hoofddijk voor de Crommewael (ONA Hellevoetsluis inv. 4834)

- 9 mei 1738: Jacobus van Vendelo vermeld als bouwman wonende onder Nieuwenhoorn (Streekarchief Voorne-Putten, archief 110, inv. 1063)

- 27 mei 1742: Jacobus Vendelo geeft bij de gaarder van Nieuwenhoorn het overlijden aan van Kaatje van Vendeloo (pro deo)

- 1747: n van de kinderen van Cornelis Philipsz. Vermaat was Catelijntje Cornelisdr. Vermaat, inmiddels overleden. Uit haar huwelijk met Johannes [sic] Vendelo had zij de volgende kinderen: Ariaantje, meerderjarig en ongehuwd, wonende te Nieuwenhoorn, en de minderjarige kinderen Neeltje, Teuntje, Martijntje en Cornelis (ORA Hekelingen inv. 975)

- 22 febr. 1747: testament van Jan Dammisse en Trijntje Vermaat, echtelieden wonende te Brielle. Als zij als eerste en kinderloos overlijdt, krijgen de kinderen van Katelijntje Vermaat uit haar huwelijk met Jacobus Venlo en die van Annetje Vermaat uit haar huwelijk met Leendert van der Arent ieder 200 gl. (SA Voorne-Putten, toegangsnr. 110, inv. 1059)

- 16 sept. 1759: Jacobus Hoekendijk ook wel van Venlo is in Nieuwenhoorn (NG) getuige bij de doop van Catrijntie, dochter van Jacob van der Blom en Martijntje Hoekendijk ook wel van Venlo

- 22 sept. 1791: testament van Adriana Venlo te Brielle. Zij is beneden de 2000 gl. gegoed. Tot haar universele erfgenamen benoemt zij voor de ene helft haar zuster Martijntje Venlo, weduwe van Jacob Blom en voor de wederhelft de kinderen van haar zuster Neeltje Venlo, laatst weduwe van Jan Vermeer. (SA Voorne-Putten, toegangsnr. 110, inv. 1179)

- 24 mrt. 1795: rekening van de nalatenschap van Adriana Venlo, gewoond hebbende en op 10 april 1794 overleden in het Gasthuis te Brielle. Saldo van de boedel bedraagt 1192 gl. Erfgenaam is o.a. Arentje van der Blom, huisvrouw van Isaak Roest. (SA Voorne-Putten, toegangsnr. 110, inv. 1180)

288. Jan Cornelisz. van der Hoeven (Verhoeff), gedoopt NG Geervliet 25 nov. 1696, trouwde NG Geervliet 10 mei 1733 (aangegeven bij de gaarder te Geervliet op 17 april 1733, pro deo)

289. Neeltje Hendriksdr. Abbenbroek, geboren naar schatting ca. 1705, waarschijnlijk te Abbenbroek (doopboek van Abbenbroek begint pas in 1708)

290. Pieter Goudswaard, gedoopt NG Goudswaard 2 mei 1699, trouwde 4e NG Nieuw-Beijerland 12 aug. 1742

291. Lijsbeth Troost, gedoopt NG Heinenoord 21 mrt. 1710, trouwde 1e NG Heinenoord  20 maart 1735 Cornelis Jacobsz. van der Linden, overleden ca. 1740

- 1739: Cornelis Jacobsz. van der Linden en Lijsbet Rokusdr. Troost vestigen zich in Klaaswaal

292. Johannes Cornelisz. van Dam, gedoopt NG Numansdorp 30 jan. 1684, jongman van Middelsluis (1706), arbeider, overleden Numansdorp 4 dec. 1741, begraven op het kerkhof aldaar 5 dec. 1741, trouwde NG Numansdorp 2/23 mei 1706

293. Maaike Adriaansdr. de Bruin, geboren in de Hitsert, gedoopt NG Numansdorp 18 nov. 1685, jonge dochter van Middelsluis (1706), overleden Numansdorp 20 juli 1745, begraven op het kerkhof van Numansdorp

294. Ingen Steenhoek, geboren aan de Strijensedijk, gedoopt NG Westmaas 18 nov. 1696, trouwde NG Westmaas 23 april 1724

295. Lijsbeth Molijn, gedoopt NG Westmaas 18 okt. 1699, overleden in of na 1722

- 5 april 1722: Lijsbeth Molijn lidmaat van de NG gemeente te Westmaas

296. Cornelis Gijsbertsz. de Vos, gedoopt NG Oud-Beijerland 8 juli 1708, boer te Oud-Beijerland, overlijden aangegeven door zijn schoonvader Dirk van Ruijtenburg bij de gaarder te Oud-Beijerland 6 april 1754 (impost 30 gl.), trouwde NG Oud-Beijerland 22 maart/13 april 1738 (aangegeven bij de gaarder aldaar op 22 maart 1738, impost 12 gl.)

297. Wijburgje van Ruijtenburg, gedoopt NG Oud-Beijerland 16 sept. 1711, overlijden aangegeven door vader monsieur Dirk van Ruijtenburg bij de gaarder te Oud-Beijerland 6 juni 1757 (impost 30 gl.)

- 7 aug. 1747: Cornelis de Vos, diaken en wijkmeester, moet zorgen voor het leveren van n pionier voor Willemstad in verband met de inval van de Franse troepen (GA Oud-Beijerland inv. 4)

- 5 sept. 1748 en 5 sept. 1749: Cornelis de Vos, diaken, verzoekt als gedeputeerde van de kerkenraad aan het gerecht om een collecte voor de armen te mogen houden (GA Oud-Beijerland inv. 4)

- 1748: Cornelis de Vos, armmeester, ontvangt van het dorp 8 gl. 16 st. wegens 2/5 van de kosten (in totaal 22 gl.), die door diaken Van de Graaff waren betaald aan koster Cornelis Goutswaard voor het overbrengen van het beroep aan de ambachtsheer te Amsterdam en aan de beroepen predikant Killewigh te Aarlanderveen (GA Oud-Beijerland inv. 20)

Het Oude Raadhuis te Oud-Beijerland (aug. 2009).

298. Pieter Jansz. Meuselaar, gedoopt NG Zuid-Beijerland 1706, overleden Hekelingen 1 maart 1752, trouwde NG Hekelingen 8 jan. 1736

299. Annetje Leendertsdr. Bakker, geboren naar schatting ca. 1710, overleden Hekelingen 17 jan. 1770

300. Arij (Aart) Jansz. Schutter, geboren ca. 1685, bouwman te Klaaswaal, overlijden aangegeven door zijn zoon Jan Schutter bij de gaarder te Klaaswaal 18 april 1772 (impost 15 gl.), trouwde Klaaswaal 30 okt. 1718 (aangegeven bij de gaarder aldaar)

301. Cornelia (Neeltje) Bol, geboren onder Klaaswaal naar schatting ca. 1690, overlijden aangegeven door haar man Arij Schutter bij de gaarder Numansdorp (met de aantekening "behoorde in het boek van Klaaswaal") op 10 april 1764 (impost 3 gl.), tevens op dezelfde dag aangegeven bij de gaarder van Klaaswaal (impost 6 gl.)

- 16 maart 1724: Arie Jansz. Schutter, inwoner van Klaaswaal, koopt van Jacob Leendertsz. Coorendijker, eveneens inwoner van Klaaswaal, een huis, schuur en erf aan de Molendijk aldaar, zijnde met 130 gl. contant voldaan (ORA Cromstrijen inv. 51)

302. Jan Willemsz. Kuiper, gedoopt NG Mijnsheerenland 18 dec. 1707, jongman geboren onder Mijnsheerenland en wonende te Nieuw-Beijerland (1732), trouwde NG Nieuw-Beijerland 28 mrt./13 april 1732

303. Jaapje Gijsbertsdr. van't Hof, geboren ca. 1706, geboren en wonende onder Nieuw-Beijerland (1706), weduwe van Arij Johannesz. van Santen, trouwde 1e Nieuw-Beijerland 16 dec. 1725 Arie Johannesz. van Santen

304. Arij Cornelisz. van der Waal, gedoopt NG Westmaas 15 febr. 1711, jongman geboren te Westmaas en wonende te Nieuw-Beijerland (1740), boer te Goudswaard, overlijden aangegeven door zijn vrouw Barber Bijl bij de gaarder van Korendijk (Goudswaard) op 28 febr. 1753, trouwde 1e NG Goudswaard 29 mei 1740 (aangegeven bij te gaarder te Nieuw-Beijerland op 6 mei 1740, impost 3 gl.) Saartje Ariensdr. Lugthart, weduwe van Wessel Jacobsz. van der Meule, wonende te Korendijk (1740), op 31 okt. 1741 overleden onder de jurisdictie van Korendijk (ORA Goudswaard, 9 nov. 1741), 2e NG Korendijk 1 jan. 1746 (ondertrouw, huwelijksproclamatie ook te Mijnsheerenland, omdat de bruid daar laatst gewoond had)

305. Barber Rokusdr. Bijl, geboren Westmaas 19 dec. 1726, NG gedoopt aldaar 22 dec. 1726, jonge dochter geboren onder Westmaas wonende onder de Korendijk (1746), overlijden aangegeven bij de gaarder te Zuid-Beijerland 12 juni 1801 (impost 30 gl.), begraven aldaar (in de kerk) op 13 juni 1801, trouwde 2e Zuid-Beijerland 22 dec. 1753/12 jan. 1754 Jan Nooteboom, jongman van Maasdam, wonende in de Hitzert (Zuid-Beijerland)

- 29 sept. 1732: Barber Bijl ontvangt een akte van indemniteit van Westmaas voor Nieuw-Beijerland

- 25 juni 1733: Arij Cornelisz. van der Waal doet belijdenis in de NG gemeente te Nieuw-Beijerland

- 9 mei 1740: Arij Cornelisz. van der Waal koopt uit de boedel van wijlen Wessel Jacobsz. van der Moolen een beslagen wagen, een span eggen, een molbord, rolblok, wagentuig, ploegtuig en ander landbouwgereedschap, benevens een aantal paarden en runderen (ORA Goudswaard inv. 35)

- 17 juni 1740: hij wordt lidmaat te Goudswaard met attestatie van Nieuw-Beijerland

- 1742: Arij van der Waal heeft in gebruik een bouwwoning met land in de Eendrachtspolder, die voor 1/4 eigendom was van Eleonora Johanna van Moelenbroek zaliger (ORA Goudswaard)

- 14 febr. 1753: Arij van der Wael, ziek te bed liggende en zijn vrouw Barber Bijl, gezond, testeren te Goudswaard. Zij benoemt tot voogd haar zwager Pieter Bekol (ORA Goudswaard inv. 62)

- 1754: hun kinderen Macheltie van der Waal, 5 jaar oud en Crelis van der Waal, 3 jaar oud, ontvangen een akte van indemniteit van Korendijk voor Zuid-Beijerland

- 13 april 1772: geboorte van Barbers zoon Rokus Nooteboom in Zuid-Beijerland

306. Jan Hendriksz. (den) Belder, gedoopt NG Mijnsheerenland 24 jan. 1712, jongman geboren onder Mijnsheerenland wonende onder Korendijk (1742), overlijden aangegeven bij de gaarder te Zuid-Beijerland 2 mei 1764 (pro deo), trouwde NG Goudswaard 17 april 1742,

307. Jannigje (Jannetje) Johannesdr. Dolaert (Doollaart), jonge dochter geboren en wonende onder Korendijk (1742), overlijden aangegeven bij de gaarder te Zuid-Beijerland 6 aug. 1793 (pro deo), begraven aldaar op 7 aug. 1793

- 17 nov. 1743: Jannetje Doolaard, echtgenote van Jan Hendriksz. Belders, wonende onder Mijnsheerenland, wordt vermeld in het testament van haar moeder Sijtje Jansdr. Reedijk en haar moeders huidige echtgenoot Jacob Visser (ORA Goudswaard inv. 61)

- 19 febr. 1747: akte van indemniteit voor Jan den Belder, zijn vrouw Jannigje Johannesdr. Dolaert, hun kinderen Cijtje, 3 jaar en 4 maanden oud en Hendrik, 2 jaar en 2 maanden oud, van Mijnsheerenland voor Zuid-Beijerland

- 1 maart 1749: Jan Hendriksz. Beldert heeft betaald over de jaren 1746 en 1747 aan zout-, zomer- en winterkorengeld, zomer en winter bezaaid en paardengeld tot 113 gl. 1 st. en 5 penn. (Weeskamer Zuid-Beijerland inv. 1)

- 24 febr. 1757: akte van indemniteit van Nieuw-Beijerland naar Zuid-Beijerland voor hun kinderen Johannes, ongeveer 6 jaar oud en Nelligje, ongeveer 2 jaar oud

- 1757 en 1759: Jan den Beldert bedeeld door de diaconie van Zuid-Beijerland, in 1759 hoefde voor zijn huishouden niets betaald te worden (Archief NG gemeente Zuid-Beijerland inv. 243, 13 maart 1757 en anno 1759)

- 1760: zijn huishouden kan zichzelf thans bedruipen (Archief NG gemeente Zuid-Beijerland inv. 244)

-1777: omdat haar [in 1746 geboren] dochter Elisabeth bij haar inwoont, ontvangt Jannigje Doollaart, weduwe van Jan den Beldert, 10 gl. van de Diaconie, wegens 1/3 in de huur van een huis in de Langstraat (Archief NG gemeente Zuid-Beijerland inv. 260)

308. Gillis Verhulp, gedoopt Zuid-Beijerland april 1722, bouwman te Zuid-Beijerland, overlijden aangegeven bij de gaarder te Zuid-Beijerland 16 maart 1786 (impost 3 gl.), begraven te Zuid-Beijerland (in de kerk op nr. 22) 18 maart 1786, trouwde NG Nieuw-Beijerland 24 nov. 1748

309. Maartje Blijenburg, gedoopt NG Nieuw-Beijerland 29 okt. 1724, overleden Zuid-Beijerland 6 juli 1756, overlijden aangegeven bij de gaarder te Zuid-Beijerland 10 juli 1756 (impost 3 gl.)

310. Arie Teunisz. Meeldijk, geboren naar schatting circa 1705, vermoedelijk te Piershil, weduwnaar geboren te Piershil wonende te Nieuw-Beijerland (1761), boer in Oud-Cromstrijen (1742), overlijden aangegeven bij de gaarder te Nieuw-Beijerland op 6 okt. 1766 (impost 30 gl.), trouwde 2e NG  Nieuw-Beijerland 6 dec. 1761 (aangegeven bij de gaarder te Nieuw-Beijerland op 11 nov. 1761, impost 15 gl. voor hem en 15 gl. voor haar)  Neeltje Jansdr. Kuijper, trouwde 1e Klaaswaal 23 okt. 1737 (aangegeven bij de gaarder aldaar, impost 6 gl.)

311. Maggeltje Dirksdr. Troost, gedoopt NG Klaaswaal 24 nov. 1715, overlijden aangegeven bij de gaarder te Nieuw-Beijerland door haar man Arij Meeldijk op 13 april 1758 (impost 15 gl.)

- 25 maart 1725: Arij Meeldijk aangenomen als lidmaat van de NG gemeente te Klaaswaal

- 1 dec. 1728: hij wordt door zijn broer Dirk Teunisz. Meeldijk en diens vrouw Maaijke Cornelisdr. van den Bergh bij testament benoemt tot voogd (ORA Cromstrijen inv. 9)

- 16 juni 1729: Jan Rocusz. van Dam is aan Arij Teunisz. Meeldijk schuldig een bedrag van 150 gl., te betalen op 16 juni 1730 met een interest van 6 % (ORA Cromstrijen inv. 51)

- 1742: Arij Meeldijk is gebruiker van 1 morgen 195 roeden land in Oud-Cromstrijen (Particulier Archief nr. 3, inv. 1141)

- 20 april 1743: akte van indemniteit van Klaaswaal naar Nieuw-Beijerland voor zijn kinderen Teunis en Maria Meeldijk

320. Melis Naaktgeboren , gedoopt NG Dubbeldam 31 jan. 1683, bouwman, schepen (1711, 1722) en kerkmeester (1717) van 's-Gravendeel, begraven 's-Gravendeel 2 juni 1741 (pro deo), trouwde naar schatting ca. 1710 (vr 11 okt. 1714, vermoedelijk na 17 april 1710)

321. Bastiaantje Abrahamsdr. Leenheer, geboren naar schatting ca. 1685, begraven 's-Gravendeel 6 dec. 1765 (pro deo)

- 17 april 1710: Bastiaantje Abrahamsdr. Leenheer aangenomen tot lidmaat van de NG gemeente van 's-Gravendeel

- 26 mei 1711:  Melis Naaktgeboren aangesteld tot schepen van 's-Gravendeel, ingaande op Pinksteren

- 1714: Melis Naaktgeboren en zijn vrouw lidmaten van de NG gemeente te 's-Gravendeel, wonen aan de Strijense Dijk "van Mookhoek af naar 's-Gravendeel"

- 11 okt. 1714: Melis Naaktgeboren en Bastiaantje Abrahamsdr. Leenheer, echtelieden wonende onder 's-Gravendeel, testeren. Zij maken elkaar erfgenaam en benoemen tot voogden zijn broer Pieter Naaktgeboren en haar oom Crijn Arentsz. Leenheer

- 12 jan.1718: Melis Naaktgeboren, oud-schepen en oud-kerkmeester van 's-Gravendeel, tot erfgenaam benoemt door zijn broer Simon Naaktgeboren, wonende te Middelburg en op het punt staande te vertrekken naar Oost-Indi

- 7 nov. 1722: compareert voor een notaris te Dordrecht Melis Naaktgeboren, bouwman wonende onder 's-Gravendeel. Hij verklaart te transporteren aan zijn broer Pieter Naaktgeboren, bouwman in Wieldrecht, een merrie, een ruin en een wagen met tuig voor een somma van 150 gl., "met dat het voorsz. getransporteerde zal strekken tot voldoeninge en betalinge van een partij vlas door den voorn. zijne broeder aan hem comparant" geleverd. Akte door Melis Naaktgeboren ondertekend.

- 1723: Melis Naaktgeboren en zijn vrouw lidmaten van de NG gemeente te 's-Gravendeel, wonen "buiten langs de Kil"

322. Bastiaan Hendriksz. Smaal. mogelijk gedoopt NG Puttershoek 20 aug. 1673, overlijden aangegeven gaarder 's-Gravendeel 27 jan. 1731, trouwde naar schatting circa 1705 (tussen 23 april 1703 en 8 juni 1706)

323. Lijntje Pietersdr. Meijdam, geboren naar schatting circa 1680 (minderjarig in 1703), overlijden aangegeven gaarder 's-Gravendeel 26 april 1725

- 23 april 1703: Lijntje Pietersdr. Meijdam, minderjarig kind, vermeld in het testament van haar ouders Pieter Teunisz. Meijdam en Weijntje Pietersdr. Vermeulen (ONA 's-Gravendeel inv. 4588, akte 4)

- 8 juni 1706: Bastiaan Smaal en zijn echtgenote Lijntje Meijdam, wonende te 's-Gravendeel, benoemen tot voogden zijn broer Willem Smaal en haar zwager Dirk Teunisz. van der Linden

- 5 nov. 1727: ontvangen van Bastiaan Smael en Lijntje Bastiaensdr. Smael, zijn minderjarige dochter, erfgename van wijlen Pieter Aelbertsz. van der Giese en zijn vrouw Neeltje Teunisdr. Meijdam, voor het begraven van Neeltje Teunisdr. Meijdam: 6 gl. (Gaarder 's-Gravendeel)

324. Pieter Jorisz. van der Willigen, geboren naar schatting ca. 1690, begraven 's-Gravendeel 11 febr. 1755 (pro deo), trouwde naar schatting circa 1715

325. Jannigje Abrahamsdr. de Baet, begraven 's-Gravendeel 14 dec. 1743

- 11 april 1721: Pieter Jorsiz. van der Willigen door zijn broer Cornelis Jorisz. van der Willigen tot voogd benoemd (ONA 's-Gravendeel inv. 4590)

- 10 juni 1723: Pieter Jorisz. van der Willigen met Wouter Jansz. van Giessen schepen tot voogd benoemd door Arij Cornelisz. Smits (ONA 's-Gravendeel inv. 4590)

- 2 sept. 1732: Hendrik Abrahamsz. de Baat, weduwnaar van Jacomijntje Jansdr. Tuijtelaer, benoemt bij testament tot voogd zijn zwager Pieter Jorisz. van der Willigen, getrouwd met Jannigje Abramsdr. de Baat. Legaten voor zijn zuster Jannigje de Baat en voor Jaapje, de dochter van zijn broer Gerrit Abrahamsz. de Baat (ORA 's-Gravendeel inv. 17)

- 9 dec. 1732: overlijden van Hendrik Abrahamsz. de Baat aangegeven door zijn zuster Jannegie Abrahamsdr. de Baat (gaarder 's-Gravendeel, impost 3 gl.)

- 31 dec. 1732: Pieter Jorisz. van der Willigen genoemd als belender van een huis in Renoijshoek, dat door Pieter Jacobusz. van Gemert op die dag wordt verkocht (ORA 's-Gravendeel inv. 6)

- 11 nov. 1743: Pieter Jorisz. van der Willigen en Jannigje Abrahamsdr. de Baat stellen aan tot voogden Joris Pietersz. van der Willigen en Aalbert Boer (ORA 's-Gravendeel inv. 20)

- 23 juni 1744: Pieter Jorisz. van der Willigen, weduwnaar van Jannigje Abrahamsdr. de Baet, sluit overeenkomst met Joris Pietersz. van der Willigen en Aalbert Boer, als voogden over hun minderjarige kinderen (ORA 's-Gravendeel inv. 20)

- 7 juli 1744: Pieter Jorisz. van der Willigen verkoopt een huis in Renoijshoek aan Arie Hendriksz. Mol en Joris Pietersz. van der Willigen. Belenders zijn Bastiaan Verhagen en Arie Cornelisz. Stam

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Maria Pietersdr. van der Willigen, geboren naar schatting ca. 1715 (= kwartier 343)

b. Lena (Leentje) Pietersdr. van der Willigen, trouwde circa 1740 Arij Hendriksz. Mol. Leentje Pietersdr. van der Willigen is op 10 aug. 1738 doopgetuige van Hendrik, zoon van Pieter Cornelisz. van der Giessen en Marija Pietersdr. van der Willigen (NG Strijen)

c. Abraham Pietersz. van der Willigen (= kwartier 162)

d. Lijsbeth (Lijsje) Pietersdr. van der Willigen, geboren naar schatting ca. 1725, aangenomen als lidmaat van de NG gemeente van 's-Gravendeel op 23 maart 1747, begraven 's-Gravendeel 7 aug. 1802, trouwde Jan Dammisz. Huijsman, begraven 's-Gravendeel 3 jan. 1778

e. een kind, begraven 's-Gravendeel 6 maart 1726 (pro deo)

f. een dochtertje, begraven 's-Gravendeel 24 mei 1730 (pro deo)

g. Joris Pietersz. van der Willigen, trouwde Maaike Mol

326. Teunis Cornelisz. Stam, geboren naar schatting ca. 1705, overleden na 17 febr. 1760, trouwde naar schatting ca. 1730

327. Lena Leendertsdr. van Gemert, begraven 's-Gravendeel 22 april 1741

- 17 febr. 1760: compareert voor notaris Leendert van der Horst te Dordrecht Teunis Cornelisz. Stam, wonende onder 's-Gravendeel. Hij benoemt tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen zijn schoonzoons Arij de Kreek, wonende onder Strijen, en Arij van der Giessen, wonende onder 's-Gravendeel en tot toeziende voogd zijn zoon Cornelis Teunisz. Stam, wonende onder 's-Gravendeel. Comparant tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 1127, akte 2)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Cornelis Teunisz. Stam, geboren naar schatting ca. 1730, trouwde Zoetje Jacobsdr. van Ham

Uit dit huwelijk:

a-1. Cornelis Stam, gedoopt NG Strijen 16 juli 1766 (getuige: Neeltje Teunisdr. Stam)

b. Neeltje Teunisdr. Stam, geboren naar schatting ca. 1735, aangenomen als lidmaat van de NG gemeente te 's-Gravendeel 13 maart 1761, trouwde Strijen 16 april 1756 (aangegeven gaarder Strijen, pro deo) Arij Hendriksz. de Kreek

Uit dit huwelijk (o.a.):

b-1. Teunis de Kreek, gedoopt NG Strijen 13 aug. 1758 (getuige: Maeike Teunisdr. Stam)

b-2. Lena de Kreek, gedoopt NG Strijen 30 maart 1760 (getuige: Maeike Teunisdr. Stam)

c. Maeike Teunisdr. Stam, geboren naar schatting ca. 1740, aangenomen als lidmaat van de NG gemeente te s'-Gravendeel 28 maart 1760, begraven 's-Gravendeel 13 mei 1808, trouwde Arij van der Giessen

d. Leendert Teunisz. Stam, geboren naar schatting ca. 1742, aangenomen als lidmaat van de NG gemeente te 's-Gravendeel 21 maart 1766

e. Heijltje Teunisdr. Stam, geboren naar schatting ca. 1743, trouwde naar schatting ca. 1763 Jan Hendrik Bijvank, kleermaker te 's-Gravendeel (1773)

330. Arie Robbertsz. Valk, gedoopt NG Arkel 23 maart 1692, jongman wonende te Dalem (1717),  molenaar op de Wieldrechtse watermolen (1730), overleden De Mijl kort vr 26 nov. 1762, trouwde 1e NG Dalem 24 april/9 mei 1717 Grietje Bastiaansdr. Stavast, jonge dochter wonende te Dalem (1717), aangenomen als lidmaat van de NG gemeente te 's-Gravendeel okt. 1719 (met de aantekening "van Vuuren en Dalen"), overleden ca. 1725, trouwde 2e ca. 1726

331. Maaijke Hendriksdr. van der Linden, geboren naar schatting ca. 1700, begraven 's-Gravendeel 13 april 1771 (pro deo)

- 18 nov. 1729: Arie Robbertsz. Valk te Wieldrecht en Hendrik Hendriksz. van der Linden worden door Soetje Hendriksdr. van der Linden tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemd (ORA 's-Gravendeel inv. 16)

- 8 april 1730: Arie Valk, watermolenaar in de Wieldrechtse polder, koopt van de kinderen van Arie Jorisz. van der Stel een huis aan de binnenkant van de dijk van Wieldrecht, belend NO door Theunis Valk (ORA De Mijl inv. 3)

- 16 mei 1755: Arie Valk is belender van een huis aan de dijk van de Wieldrechtse polder, op die dag verkocht door Theunis Valk (ORA De Mijl inv. 3)

- 26 nov. 1762: Arie Valk heeft gewoond op de Wieldrechts watermolen onder de jurisdictie van Dubbeldam en is overleden onder De Mijl. Hij en zijn echtgenote Maijke Hendriksdr. van der Linden hebben op 14 dec. 1742 te Dubbeldam een testament gepasseerd. Zij heeft als voogd aangewezen haar broer Jacob Hendriksz. van der Linden. Hij heeft als voogd aangesteld zijn oom [sic, bedoeld is: zijn zwager] Arie Boudewijnsz. de Hart *, die op 26 nov. 1762 de voogdij aanvaard. (ORA De Mijl inv. 3)

* Arie de Hart, weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Ruitestraat, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6 mei 1731 met Margrieta [Grietje] Valke jonge dochter van Dalem wonende bij de Nieuwbrug geassisteerd met Elsje Spar, de huisvrouw van Mattheus Berckmans haar grootmoeder [sic, in werkelijkheid was Elsje Spar de grootmoeder van Arie de Hart]

- 30 april 1763: wijlen Arie Valk heeft nagelaten een voordochter Niesje Valk, echtgenote van Jan Buijstel en twee voorzonen, genaamd Bastiaan en Robbert Valk. Kinderen uit zijn huwelijk met Maijke Hendriksdr. van der Linden zijn Lijntje Valk, echtgenote van Leendert 't Jong, Hendriksje Valk, echtgenote van Jacob de Bruijn en Ariaantje Valk. De voogden van laatstgenoemde dochter zijn Arie van de Hart en Japhet Hendriksz. van der Linden. Beide voorzonen Bastiaan en Robbert Valk kopen van de mede-erfgenamen van Arie Valk 6/7 deel van een huis aan de dijk van de Wieldrechtse polder, belend door Hendrik Palm (ORA De Mijl inv. 3)

- 27 dec. 1764: akte van indemniteit voor Maaike Hendriksdr. van der Linden, weduwe van Arie Valk, van Dubbeldam naar 's-Gravendeel, ingeschreven in 1769 (Archief NG gemeente 's-Gravendeel)

332. Cornelis Ewetsz. (Eeuwitsz.) Visser (alias Bisschop), gedoopt NG Sliedrecht 10 mei 1716, overlijden aangegeven bij de gaarder te Niemandsvriend (Sliedrecht) door zijn schoonzoon Hermanus van Putten op 7 maart 1800 (pro deo), trouwde naar schatting ca. 1740

333. Adriana Teunisdr. Kroos, gedoopt NG Sliedrecht 30 jan. 1715, overlijden aangegeven bij de gaarder te Niemandsvriend (Sliedrecht ) op 2 febr. 1796 (huisvrouw van Cornelis Eeuwoutsz. Visser, pro deo)

Kinderen (allen NG gedoopt te Sliedrecht):

a. Pieternel, 2 okt. 1740 (getuigen: Cornelis Eeuwitte Bisschop en Pieternel Cornelisse Bischop)

b. Teunis, 22 okt. 1741 (getuigen: Teunis Arijense Kroos en Aaltie Teunis Kroos)

c. Ewit, 29 maart 1744 (getuigen: Ewet Cornelisz. Visser en Ariaantje Gijsberts Starrenburg, doophefster)

d. Pieternelletie, 4 juli 1745 (getuigen: Ewet Cornelisse Visser, Neeltje Cornelisdr. Bisschop, doophefster)

e. Pieternelletie, 18 sept. 1746 (getuigen: Ewet Cornelisz. Visser, Neeltie Bisschop)

f. Pieternelligje, 16 febr. 1749 (getuigen: Neeltie Bisschop, Ewet Visser)

g. Jannigje, 3 jan. 1751 (getuigen: Teunis Kroos, Aaltie Teunis Kroos)

h. Arij, geboren 26 dec./gedoopt 31 dec. 1752 (getuigen: Aaltie Teunisdr. Kroos, matris soror [zuster van de moeder], Joost Adriaansz. Prins)

i. Huig, geboren 25 dec./gedoopt 29 dec. 1754 (getuigen: Cornelis Ewitsz. Visser, Neeltie Filips Schop)

j. Paulus, 2 jan. 1757

334. Jan Cornelisz. Labee, gedoopt NG Groot-Ammers 11 juni 1717, trouwde NG Groot-Ammers 8 jan. 1747

335. Jakomijntje Willemsdr. Verwaard (Verweerd), gedoopt NG Goudriaan 5 juli 1716

336. Cornelis Leendertsz. Klootwijk, gedoopt NG Klaaswaal 25 okt. 1705 ("geboren op de Oude Sluis onder Claaswaal"), jongman geboren en wonende onder Klaaswaal (1735), overleden in 1757, trouwde NG Numansdorp 15 april 1735

337. Pleuntje Cornelisdr. Buijtendijk, gedoopt NG Numansdorp 29 okt. 1709, jonge dochter geboren en wonende onder Numansdorp (1735), trouwde 2e Zuid-Beijerland 5 mei 1758 (huwelijk aangegeven bij de gaarder aldaar, pro deo) Pieter Arijsz. Goudswaard , weduwnaar van Lijntje de Bruijn

- 1738: Pleuntje Buitendijk aangenomen tot lidmaat van de NG gemeente van Klaaswaal, krijgt later attestatie voor Zuid-Beijerland

- 1 maart 1739: akte van indemniteit voor de kinderen van Cornelis Leendertsz. Klootwijk en Pleuntje Buitendijk, Neeltje en Grietje, resp. 3 en 1 jaar oud, van Klaaswaal naar Zuid-Beijerland (Archief NG gemeente van Zuid-Beijerland inv. 11)

- 29 april 1758: Cornelis Leendertsz. Klootwijk is overleden in 1758, nalatende vier kinderen, verwekt bij Pleuntie Buitendijk, te weten Neeltie, 22 jaar oud, Grietie, 20 jaar oud, Leendert, 18 jaar oud en Kornelis Klootwijk, 4 jaar oud. Cornelis Leendertsz. Klootwijk heeft geen voogden aangewezen. Zijn weduwe Pleuntie Buitendijk, wonende te Zuid-Beijerland, passeert akte van uitkoop en voogdijstelling. Zij zal in het bezit blijven van de boedel en daarvoor haar kinderen tot aan hun mondigheid onderhouden en opvoeden en hun dan een zilveren ducaton uitreiken. Pleuntje benoemt tot voogd over haar kinderen  hun oom van vaderszijde Arij Klootwijk, wonende te Zuid-Beijerland. (Weeskamer Zuid-Beijerland inv. 3)

338. Klaas Pietersz. Weeda, gedoopt NG Westmaas 13 april 1711, jongman wonende onder Zuid-Beijerland (1733), overlijden aangegeven bij de gaarder te Zuid-Beijerland 10 april 1771 (pro deo), begraven (van de Armen) op het kerkhof van Zuid-Beijerland 11 april 1771, trouwde 2e NG Klaaswaal 29 okt. 1747 (huwelijk aangegeven bij de gaarder van Zuid-Beijerland op 6 okt. 1747, pro deo) Johanna Cornelisdr. Hordijk, trouwde 1e NG Klaaswaal 9/25 mei 1733 (ondertrouw NG Zuid-Beijerland 9 mei 1733)

339. Magdalena Arendsdr. (Ariensdr.) Kroos(wijk), gedoopt NG Klaaswaal 23 juli 1713, jonge dochter wonende onder Klaaswaal (1733), overlijden aangegeven bij de gaarder te Zuid-Beijerland 9 maart 1747 (pro deo)

- 9 mei 1728: Magdalena Crooswijk voor 1 jaar besteed bij Aart van der Waal (Archief NG gemeente Klaaswaal)

- 28 mei 1736: akte van indemniteit voor Klaas Weda, zijn vrouw Magdaleentje Kroos Ariesdr. en hun kind Aarjaantje, anderhalf jaar oud, van Oud-Beijerland naar Nieuw-Beijerland (Archief NG gemeente Oud-Beijerland)

- 9 juni 1741: akte van indemniteit voor Klaas Pietersz. Weda en Magdalena Ariensdr. Kroos en hun twee kinderen van Nieuw-Beijerland naar Zuid-Beijerland (Archief NG gemeente Zuid-Beijerland)

340. Mels Pietersz. Barendrecht, geboren naar schatting ca. 1710, overlijden aangegeven bij de gaarder te 's-Gravendeel 17 sept. 1789 (4e klasse), begraven ald. 18 sept. 1789 (betaald 3 gl.), trouwde naar schatting ca. 1730

341. Bastiaantje Arijsdr. van Dieten, geboren naar schatting ca. 1710, begraven 's-Gravendeel 23 april 1774

- dec. 1721: Mels Pietersz. Barendrecht voor 1 jaar uitbesteed bij Jacob Pietersz. Barendregt (Acta NG kerkenraad 's-Gravendeel)

- maart 1723: Mels Pietersz. Barendrecht voor 1 jaar uitbesteed bij Jacob Pietersz. Barendregt (Acta NG kerkenraad 's-Gravendeel)

- 15 maart 1724: Mels Pietersz. Barendrecht is voor 1 jaar uitbesteed bij Jacob Pietersz. Barendregt, voor kost en kleren, 10 gl. en 10 ton turf in het jaar en twee broden per week (Acta NG kerkenraad 's-Gravendeel)

- 15 maart 1725: Mels Pietersz. Barendrecht is voor 2 jaar uitbesteed aan Jacob Pietersz. Barendregt, voor kost en kleren, voor twee broden per week, onder voorwaarde, dat Jacob de Kerkenraad ofwel de Diaconie "vervolgens van Mels voorschr. zal ontheffen den tijd uijt den 15en maart 1725" (Acta NG kerkenraad 's-Gravendeel)

- 18 aug. 1731: een kind van Mels Barendregt begraven te 's-Gravendeel

- 5 jan. 1734: Mels Pietersz. Barendrecht koopt van Grietje Paulusdr. Visser, weduwe van Hendrik Gruijter, een huis in Bevershoek (ORA 's-Gravendeel inv. 6)

- 13 dec. 1741: Mels Pietersz. Barendrecht koopt een huis in Bevershoek, belend door het huis van Willem Ariensz. Stooker en dat van de weduwe van Arie Cente Warnier. Borgen: Jacob Pietersz. Barendrecht en Inge Pietersz. Barendrecht (ORA 's-Gravendeel inv. 20)

- 6 dec. 1757: compareren voor notaris B. Broeling te Zwijndrecht Mels Pietersz. Barendregt en Bastiaentje Dietum, echtelieden wonende te 's-Gravendeel. Zij benoemen tot hun erfgenaam de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen bij mondigheid of eerder huwelijk een somma van 10 gl. uit te reiken. Tot voogden stellen zij aan zijn neef Bastiaen Barendregt en haar zwager Arij Kivit. (SA Dordrecht ONA Zwijndrecht inv. 9, akte 26)

- 21 nov. 1762: Mels Pietersz. Barendrecht en Bastiaantje Dietum, echtelieden wonende te 's-Gravendeel, passeren akte van voogdijstelling ten overstaan van notaris B. Broeling te Zwijndrecht. Na het overlijden van de langstlevende van hen beiden zullen voogden over hun minderjarige erfgenamen zijn Jacobus de Leeuw, korenmolenaar en Abraham Verhagen, beiden wonende te 's-Gravendeel. Akte gepasseerd te Zwijndrecht. Mels tekent met een merkje, Bastiaantje met een kruisje. (SA Dordrecht ONA Zwijndrecht inv. 10, akte 140)

- 15 jan. 1765: Mels Pietersz. Barendrecht is borg voor Pieter Melsz. Barendrecht bij de koop van een huis in Bevershoek (ORA 's-Gravendeel inv. 26)

Kinderen:

a. Pieter Barendrecht, geboren 's-Gravendeel ca. 1734, overleden ald. op 9 maart 1817 (83 jaar oud)

b. Arij Barendrecht, geboren 's-Gravendeel ca. 1744

c. Dingena Barendrecht, geboren naar schatting ca. 1750, aangenomen tot lidmaat van de NG gemeente te 's-Gravendeel op 3 april 1774

342. Pieter Cornelisdr. van Giessen (van der Gijssen), trouwde naar schatting ca. 1735

343. Marija Pietersdr. van der Wilge (van der Willigen), geboren naar schatting ca. 1715

344. Cornelis den Rooijen, gedoopt NG Zwaluwe 20 dec. 1705, jongman geboren en wonende te Lage Zwaluwe (1734), trouwde NG Hoge en Lage Zwaluwe 26 maart/11 april 1734

345. Elizabet Fransdr. Smitsings, gedoopt NG "in de Klundert dewijl de moeder toch aldaar was" (NG doopboek Hoge en Lage Zwaluwe) 20 jan. 1704, jonge dochter geboren en wonende op de Lage Zwaluwe (1734), overleden Hoge en Lage Zwaluwe 29 april 1792 (88 jaar en 4 maanden oud, begraven op het kerkhof van Hoge en Lage Zwaluwe)

346. Jacobus Arnoldusz. van Lith, gedoopt NG Zwaluwe 22 jan. 1713, jongman geboren en wonende te Lage Zwaluwe (1744), overleden Hoge en Lage Zwaluwe 10 jan. 1783 (70 jaar oud, begraven in de kerk van Hoge en Lage Zwaluwe op 14 jan. 1783), trouwde NG Hoge en Lage Zwaluwe 19 juni/12 juli 1744

347. Maria Pietersdr. de Beer, gedoopt NG Zwaluwe 17 sept. 1725, jonge dochter geboren en wonende te Lage Zwaluwe (1744)

- 9 febr. 1746: Jacobus van Lith en Maria de Beer testeren. Zij benoemen tot voogd haar broer Wouter de Beer (ORA Zwaluwe inv. 90)

348. Pieter Brand, gedoopt NG Zwaluwe 1 jan. 1709, jongman van de Zwaluwe (1736), trouwde NG Hoge en Lage Zwaluwe 28 dec. 1736 (ondertrouw, zijn na drie huwelijkse voorstellingen onverhinderd gehad te hebben met attestatie vertrokken naar Raamsdonk op 13 jan. 1737)

349. Meijntje (Jacomijntje) Adriaensdr. Conings, gedoopt NG Raamsdonk 1 febr. 1711 (vriendelijke mededeling van de heer P. Sanders), jonge dochter van Raamsdonk (1736)

350. Dingeman Jansz. Lucas, gedoopt NG Zwaluwe 26 nov. 1730, jongman geboren en wonende te Lage Zwaluwe (1756), overleden ald. 25 jan. 1805 (74 jaar oud, begraven in de kerk op 29 jan. 1805, overlijden aangegeven bij de gaarder te Hoge en Lage Zwaluwe op 26 jan. 1805, impost 6 gl.), trouwde NG Hoge en Lage Zwaluwe 2/18 jan. 1756

351. Catharina Nicolaasdr. Bax, geboren Zwaluwe 23 nov. 1733, gedoopt NG aldaar 29 nov. 1733, jonge dochter geboren en wonende te Lage Zwaluwe (1756), overleden Zwaluwe 1 juni 1808 (75 jaar oud, begraven in de kerk van Zwaluwe op 4 juni 1808)

356. Adriaan van Moerkerken, meester-timmerman te 's-Gravendeel  (1716), begraven 's-Gravendeel 24 aug. 1740, trouwde

357. Maritje (Maria) Arijensdr. Dam, begraven 's-Gravendeel 21 aug. 1772

- 25 sept. 1714: Adriaan van Moerkerken koopt van Joost Ariensz. Wildeman een huis in de Noordvoorstraat te 's-Gravendeel

- 29 april 1716: Adriaan van Moerkerken, meester-timmerman en Maria Arijensdr. Dam, echtelieden wonende te 's-Gravendeel benoemen tot voogden over hun minderjarige erfgenamen Mels Pietersz. Aertoom, hun zwager [getrouwd met Ariaantje van Moerkerken] en mr. Dirk van Moerkerken, zijn broer.

- 1 mei 1716: Maria Arijensdr. Dam, echtgenote van Adrianus van Moerkerke en Arijen Arijensz. Dam, zijn erfgenamen van hun moeder Neeltje Arijensdr. Houtting

- 26 mei 1742: Maria Arijensdr. Dam, weduwe van Adriaan van Moerkerken, verkoopt met diens overige erfgenamen een huis in de Noordvoorstraat te 's-Gravendeel (ORA 's-Gravendeel)

- 1743: Maritje, weduwe van Adriaan van Moerkerken vertrekt  met attestatie van de NG gemeente van 's-Gravendeel naar Rotterdam

- 3 juli 1716: kind van Adriaen van Moerkerken begraven te 's-Gravendeel

358. Huijbert van Rossum, gedoopt NG 's-Gravendeel 25 jan. 1702, schepen van 's-Gravendeel (1735), diaken ald. 1759-1760, overlijden aangegeven bij de gaarder te 's-Gravendeel 19 maart 1784 (impost 3 gl.), begraven ald. 11 maart 1784, trouwde 2e ca. 1741 Ariaantje Ariensdr. Kleijne (Kleijnjan), begraven 's-Gravendeel 27 sept. 1774, trouwde 1e 's-Gravendeel 30 april 1723

359. Lijsbeth Dammisdr. Vroeg in de Weij, gedoopt NG 's-Gravendeel 16 maart 1698, overleden tussen 13 maart 1735 en 27 okt. 1740

- 2 april 1719: Lijsbeth Dammisdr. Vroeg in de Weij aangenomen als lidmaat van de NG gemeente van 's-Gravendeel

- 1723: Huijbert van Rossum en zijn vrouw zijn lidmaten van de NG gemeente van 's-Gravendeel en wonen aan de zuidzijde van de Rijkestraat

- 15 maart 1732: Huijbert van Rossum koopt van Hendrik Bastiaansz. Vlasblom een huis in de Rijkestraat (ORA 's-Gravendeel inv. 6)

- 13 maart 1735: Huijbert van Rossum en zijn vrouw testeren te 's-Gravendeel (ORA 's-Gravendeel)

- 27 okt. 1740: Huijbert van Rossum, weduwnaar van Elisabeth Dammisdr. Vroegindeweij, sluit een overeenkomst betreffende uitkoop met Claas Vroegindeweij te Oud-Beijerland en Pieter van Rossum, als voogden over de minderjarige kinderen van Elisabeth, bij haar verwekt door Huijbert van Rossum. (ORA 's-Gravendeel inv. 19)

- 19 april 1769: Huijbert van Rossum, oud-schepen van 's-Gravendeel, verkoopt aan zijn zoon Leendert van Rossum een huis in de Langestraat (ORA 's-Gravendeel inv. 8)

- 18 maart 1771: Huijbert van Rossum en zijn vrouw Ariaantje Kleijne testeren. Tot voogd benoemen zij o.a. Hendrik van Moerkerken (ORA 's-Gravendeel inv. 27)

- 21 april 1784: de erfgenamen van Huijbert van Rossum houden een veiling van land en een huis. Het land ligt in de Trekdam, is verhuurd aan Leendert van Rossum en wordt belend west door de weduwe van Jan van Strien en noord door Jacob van Gemert (als huurder). Het land wordt verkocht aan Teuntje Kluijt, de weduwe van Jan Koene van Strijen. Het huis staat in de Rijkestraat, wordt belend door Laurens de Kievit en Adrianus de Kievit en is gedeeltelijk verhuurd aan Pieter de Jong. Het wordt verkocht aan Jan Pleune de Vlaming (ORA 's-Gravendeel inv. 31)

- 13 juli 1784: de kinderen van Hendrik van Moerkerken en Maria van Rossum zijn voor 1/5 deel erfgenamen van Huijbert van Rossum (ORA 's-Gravendeel inv. 9)

360. Hermen Pietersz. Stoker, geboren naar schatting ca. 1690 (minderjarig in 1701), trouwde 17 juni 1712 (aangegeven bij de gaarder in Strijen, pro deo)

361. Maijke Leendertsdr. Potter

- 1714: Hermen Pietersz., Maaijkje Leendertsdr. en Pieter Stoker lidmaten van de NG gemeente van 's-Gravendeel, wonen aan de Strijense Dijk

- 1723: Hermen Stoker, Maijkje Leendertsdr. lidmaten van de NG gemeente te 's-Gravendeel, wonen in "'t wegtje naar den Strijenz. Dijk"

- 26 maart 1733: rechtdag tegen Hermen Pietersz. Stooker, echtgenoot van Maaijke Leendertsdr. Potter (ORA 's-Gravendeel)

362. Steven Dirksz. Snijder, geboren naar schatting ca. 1685, begraven 's-Gravendeel 28 april 1736, trouwde (vemoedelijk vr 28 jan. 1719)

363. Lena Pietersdr. Verdonck, begraven 's-Gravendeel 25 juni 1766

- 28 jan. 1719: kind van Steven Dirksz. Snijder begraven te 's-Gravendeel

- 27 febr. 1735: Steven Dirksz. Snijder, ziek en zijn vrouw Leena Pietersdr. Verdonck, gezond, passeren akte van voogdijstelling. Hij benoemt tot voogd schoolmeester Dirk van Moerkerken en zij Leendert Hendriksz. Bloklant (ORA 's-Gravendeel inv. 18)

364. Gerrit Teunisz. Noteboom (Neuteboom), geboren naar schatting ca. 1700, kerkmeester van 's-Gravendeel (1737), diaken ald. (1741), overlijden aangegeven door zijn zoon Theunis Noteboom bij de gaarder te 's-Gravendeel op 28 maart 1763 (impost 3 gl.), trouwde naar schatting ca. 1730

365. Macheltie Corsdr. Biesbos, geboren naar schatting ca. 1705, begraven 's-Gravendeel 15 dec. 1749

- 8 april 1727: Gerrit Teunisz. Noteboom aangenomen als lidmaat van de NG gemeente te 's-Gravendeel

- 18 maart 1731: Macheltie Corsdr. Biesbos wordt lidmaat van de NG gemeente te 's-Gravendeel 

- 10 jan. 1732: Gerrit Theunis Neuteboom is erfgenaam van zijn moeder Lijsbet Gerritsdr. Rijkhoek, weduwe van Teunis Adamsz. Neuteboom

- 10 juni 1746: Gerrit Teunisz. Neuteboom en Magheltie Corsdr. Biesbos, echtelieden wonende te 's-Gravendeel, testeren voor de Dordtse notaris P. van Well. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam en voogd en tot medevoogden Jan Aelbertsz. Verspoor, Gerrit Pietersz. Dekker en Willem van Gemert, inwoners van 's-Gravendeel. Testateur tekent met zijn naam, zijn vrouw zet een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 971, akte 103, f. 573 e.v.)

- 18 febr. 1753: Gerrit Teunisz. Noteboom tot voogd benoemd door Teunis Gerritsz. Noteboom (ORA 's-Gravendeel)

366. Cornelis Arijensz. van der Giessen, begraven 's-Gravendeel 18 juli 1742, trouwde

367. Neeltje Cornelisdr. Visser, overlijden aangegeven door haar man Arij Kooijman bij de gaarder te 's-Gravendeel op 15 jan. 1753 (impost 3 gl.), trouwde 2e ca. 1745 (vr 11 maart 1746: ORA 's-Gravendeel inv. 6) Arie Adamsz. Kooijman

-14 april 1741: Cornelis Ariensz. van der Giessen en Neeltje Cornelisdr. Visser testeren te 's-Gravendeel. Zij benoemen tot voogden zijn broer Arie Ariesz. van der Giessen, Hendrik in't Veld, hun goede bekende Arie Adamsz. Kooijman en hun schoonzoon Cornelis Ariensz. Gorrijk (ORA 's-Gravendeel inv. 20)

- 21 juni 1743: de kinderen van Cornelis A. van der Giessen, als erfgenamen van Jan Jansz. Neef, verkopen met Arie Ariesz. van der Giessen en alle overige erfgenamen van Jan Jansz. Neef en Pietertje Thonisdr. Dwarswaart, land in Mookhoek (ORA 's-Gravendeel inv. 7)

- 4 jan. 1754: Arie Adamsz. Kooijman voor de ene helft en Cornelis Ariensz. Gorrijk, getrouwd met Grietje Cornelisdr. van der Giessen, Bastiaan Cornelisz. van der Giessen, Cornelis Cornelisz. van der Giessen en nog genoemde Arie Adamsz. en Cornelis Ariensz. als voogden over de minderjarige dochter van Cornelis Ariensz. van der Giessen en Neeltje Cornelisdr. Visser, genaamd Pietertje Cornelisdr. van der Giessen, mede vervangende hun broer Jan Cornelisz. van der Giessen, die ziek is, voor de andere helft, verkopen aan hun schoonzoon resp. broer Arie Cornelisz. van der Giessen een huis aan de Schenkeldijk, belend door Leendert Gordijk en Bastiaen Cornelisz. van der Giessen (ORA 's-Gravendeel inv. 7)

Kinderen van Cornelis van der Giessen en Neeltje Visser (volgorde onzeker):

a. Arie Cornelisz. van der Giessen, trouwde Leijntje Crijnen van der Giessen

b. Grietje Cornelisdr. van der Giessen, trouwde vr 14 april 1741 Cornelis Ariensz. Gorrijk

c. Cornelis Cornelisz. van der Giessen

d. Bastiaan Cornelisz. van der Giessen, gedoopt NG Strijen 22 mei 1724

e. Jan Cornelisz. van der Giessen, geboren naar schatting ca. 1725, jongman van 's-Gravendeel (1748), trouwde NG Puttershoek 6 april 1748 (ondertrouw) Bastiaantje Cornelisdr. Gout (Gouswaert) jonge dochter van Mijnsheerenland (1748)

Kinderen:

e-1. Neeltje, gedoopt NG Mijnsheerenland 20 dec. 1750 (getuige: Neeltje Cornelisdr. Visser)

e-2. Krelis, gedoopt NG Mijnsheerenland 30 juli 1752 (getuige: Neeltje Cornelisdr. Visser)

f. Pietertje Cornelisdr. van der Giessen, geboren naar schatting ca. 1730 (minderjarig in 1754)

376. Arij Cornelisz. Gout (Gouw), gedoopt NG Heinenoord 21 mei 1682, jongman van Heinenoord (1715), verhuist ca. 1717 van de Blaak in de Hoeksche Waard naar de Noldijk onder Barendrecht, overleden tussen 20 juli 1721 en 25 april 1722, trouwde NG Puttershoek 19 april/12 mei 1715 (aangegeven op 19 april 1715 bij de gaarder te Puttershoek, pro deo, akte door beiden ondertekend)

377. Maggeltje Andriesdr. Blaak, gedoopt NG Maasdam 10 okt. 1694, jonge dochter geboren te Strijen en wonende te Puttershoek (1715), overlijden aangegeven door haar schoonzoon Arij Rijke van Vliedt bij de gaarder te Puttershoek op 5 mei 1753 (pro deo)

- 18 april 1715: Maggeltje Andriesdr. Blaak lidmaat van de NG gemeente te Puttershoek

- 1716: Arie Cornelisz. Gout  en zijn vrouw lidmaten van de NG gemeente Heinenoord (wonende "op Blaak")

- 8 mei 1718: Arij Cornelisz. Gout en Maggeltje Andriesdr. Gout, echtelieden wonende aan de Noldijk onder Barendrecht, testeren. Zij benoemen tot voogden zijn neef Gerrit Sijmensz. Hordijk, wonende onder Oud-Beijerland en haar oom Ingen Jansz. Blaak (ONA Hendrik-Ido-Ambacht inv. 4849, akte dd 25 april 1722)

- 14 mei 1718: Arij Cornelisz. Gout, wonende onder Barendrecht, transporteert aan Geerit Ariensz. Jongste, een huis en erf aan de Blaak onder Heinenoord, belend oost Dirck Cornelisz. van Sijl en west Crijn Hansz. van de Graef, alsmede de aveling bezuiden het zijpad van zijn huis, hem comparant aangekomen van zijn vader Cornelis Pleunen Gout, volgens akte van scheiding gepasseerd voor notaris J. van Gilst te Heinenoord op 10 nov. 1709. De lasten op huis, erf en aveling zijn voldaan tot 31 dec. 1717. Compareren mede Cornelis Pleunen Gout en [diens vrouw] Geertie Cornelisdr. Gout, die verklaren in dit transport te consenteren, "so sij op't huijs geen actie hebben." (ORA Heinenoord inv. 15)

- 21 mei 1749: Maggeltje Andriesdr. Blaak, weduwe wonende te Puttershoek, koopt van Pieter van der Linden, wonende te Klaaswaal, land in Nieuw-Bonaventura (ORA 's-Gravendeel inv. 7)

Kinderen:

a. Andries Ariensz. Gout (= kwartier 188)

b. Beatrix Ariensdr. Gout, jonge dochter geboren te Barendrecht en wonende te Puttershoek (1745), trouwde NG Puttershoek 10 april/1 mei 1745 Arij Rijksz. van Vliedt, jongman geboren te Oud-Beijerland en wonende te Puttershoek (1745)

378. Cornelis Teunisz. Kruijdhoff, gedoopt NG Mijnsheerenland 1 nov. 1693, bouwman, overleden Mijnsheerenland 5 febr. 1762, trouwde NG Mijnsheerenland 21 april 1719 (ondertrouw)

379. Neeltge Antonisdr. Jungerius (Jongerius), gedoopt NG Mijnsheerenland 25 juni 1697, overlijden aangegeven bij de gaarder te Mijnsheerenland door haar zoon Johannis Kruidhof 29 juni 1776 (pro deo)

380. Matthijs Dirksz. van der Veer (Verveer), geboren naar schatting ca. 1675, jongman van Wachtendonk (1700), weduwnaar van Annigje Joppen, geboren te "Stad Gelder" (Geldern, Dld.) en wonende te Puttershoek (1722), overlijden aangegeven bij de gaarder te Puttershoek door zijn zoon Dirck Matthijsz. op 15 jan. 1740, trouwde 1e NG Puttershoek 20 jan. 1700 Willemijntje Aerde Buijs, gedoopt NG Puttershoek 3 april 1675, overlijden aangegeven bij de gaarder te Puttershoek door haar man Matthijs Dircken op 28 sept. 1707 (pro deo), dochter van Aert Cornelisz. Buijs en Macheltje Hendriks, 3e NG Puttershoek 9 dec.1722 Neeltje Jansdr. Hordijck, overlijden aangegeven bij de gaarder te Puttershoek door haar zoon Hendrik Verveer op 15 juli 1758 (pro deo),

Hij trouwde  2e NG Puttershoek 24 april/10 mei 1716

381. Annigje Cornelisdr. Visser (Annigje Joppen), gedoopt NG Puttershoek 24 okt. 1683, overlijden aangegeven bij de gaarder te Puttershoek door haar man Mathijs Dircksz. van der Veer op 10 april 1720 (pro deo)

- 1718: Anighie Joppe ontvangt 4 gl. 16 st. voor het gedurende zestien weken oppassen van ouwe Aert Buijs (Archief NG gemeente Puttershoek B5)

Kinderen ex 1:

a. Niesge, gedoopt NG Puttershoek 1 aug. 1700 (getuigen: IJda Dirks en Maijke Buijs, zusters van de vader en moeder)

b. Dirk, gedoopt NG Puttershoek 1701 overlijden aangegeven bij de gaarder te Puttershoek door zijn vader Dirck Mattijsz. op 18 juni 1708 (pro deo)

c. Magheltje, gedoopt NG Puttershoek 1705

d. Willem, gedoopt NG Puttershoek 1707

Kind ex 2:

a. Dirk, geboren naar schatting ca. 1720 (= kwartier 190)

Kinderen ex 3:

a. Marijgje (1723)

b. Johannis (1724)

c. Hendrik (1726)

d. Tobias (1729)

e. Hendrik (1734)

382. Christianus (Michelsz.) Retislepergh (Riddelsperger, Rutelinghsperger), geboren naar schatting ca. 1680, overleden Broekhuizen (Limburg) 8 mei 1737, trouwde RK Broekhuizen 29 april 1703 (getuigen: Marcellus van Loon en Siebertus Siberts)

383. Maria (Petronella) Hendrix, gedoopt RK Broekhuizen 4 juli 1680, overleden Broekhuizen 14 april 1735

Kinderen (allen RK gedoopt te Broekhuizen): 

a. Michael, 29 juni 1703

b. Petronella, 26 mei 1705

c. Maria, 3 aug. 1714 (getuigen: Wilhelmus Janssen, Johanna van Soest i.p.v. Maria van Soest)

d. Henricus, 6 mei 1722

(Zie www.geocities.com/maartjese/Wim/a6.htm)

384. Jan Haksteen, gedoopt NG Zetten (Gld.) 6 febr. 1724, jongman wonende te Arnhem (1753), "bouwknecht op Roozendaal", begraven Arnhem 18 dec. 1790 (laat kinderen na), trouwde NG Ophemert 19 april/13 mei 1753 (NG Arnhem 22 april/11 mei 1753)

385. Anna Geertruij But, gedoopt NG Nijmegen 22 april 1725, jonge dochter van/te Ophemert (1753), begraven Arnhem 21 jan. 1785 (laat kinderen na)

- 1745: Jan Haksteen lidmaat van de NG gemeente te Velp/Rozendaal

- 11 jan. 1747: raadsignaat Nijmegen: "Verlesen de requeste van Peter But, oud ongeveer 23, Anna Geertruid But, oud ongeveer 22, en Anna Catharina But, oud ongeveer 21 jaaren, kinderen van Jan But en wijlen Elisabet Somerhuijsen, in leven [echtelieden], daarbij te kennen gevende hoe dat sij supplianten voornemens sijnde ider afsonderlijk eenige negotie bij de hand te vatten en te drijven, daartoe de meerderjarigheijd nodig hadde versoekende oversulx dat Haar Edelen Achtb. aen de supplianten veniam aetatis geliefden te verlenen, en voor meerderjarigen te verklaaren, in welk versoek der supplianten vader bij ondertekening mede was consenterende. Waarop gedelibereert sijnde hebben haar Edel en Achtb. aan de supplianten veniam aetatis verleent en deselve voor meerderjarigen verklaart ... " (Vriendelijke mededeling van mevr. T. Geurtsen-Solin)

- 4 april 1749: Jan Haksteen "van Velp" wordt lidmaat van de NG gemeente te Arnhem 

Kinderen (allen NG gedoopt te Arnhem):

a. en b. Jan en Maria Elisabeth 16 jan. 1755, Maria Haksteen, overleden Arnhem 7 jan. 1821 (60 jaar, ongehuwd, zonder beroep)

c. een kind, begraven Arnhem 16 jan. 1755

d. Beeleken (Sibylla, Belia) Haksteen, 12 sept. 1756, jonge dochter geboren te Arnhem wonende te Dordrecht op de Wolwevershaven (1789), overleden Arnhem 13 juni 1820, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 17 jan./1 febr. 1789 (de bruid met schriftelijk consent van haar vader Jan Haksteen) Hendrik van der Wulp, weduwnaar geboren te Dordrecht wonende in de Wijnstraat bij het Groothoofd (1789)

Kinderen:

d-1. Johanna, gedoopt NG Dordrecht 30 dec. 1789

d-2. Jan, gedoopt NG Dordrecht 11 febr. 1791

e. Philippina Margrieta, 21 aug. 1757, begraven Arnhem 5 dec. 1757

f. Hendrik, 16 jan. 1759, begraven Arnhem 27 aug. 1759

g. een kind, begraven Arnhem 18 aug. 1760

h. Anna Elisabeth, 26 juli 1761, begraven Arnhem 5 aug. 1761

i. een kind, begraven Arnhem 16 juli 1762

j. Anna Elisabeth, 15 juli 1762, begraven 10 aug. 1762

k. Rijkske, 10 jan. 1764, begraven 23 febr. 1764

l. Rijk, 17 mrt. 1765, begraven 21 mrt. 1765

386. Rut Horsman, gedoopt NG Zwijndrecht 21 jan. 1723, begraven Zwijndrecht (betaling huur doodkleed 20 maart) 1756, trouwde NG Zwijndrecht 27 jan. 1747 (ondertrouw, beiden wonende onder de jurisdictie van Hendrik-Ido-Ambacht, maar kerkelijk onder Zwijndrecht)

387. Pieternella van Dale, gedoopt NG Zwijndrecht 5 dec. 1728, overleden in of na 1788, trouwde 2e NG Zwijndrecht 14 jan. 1762 Jacob Zwang

- 10 dec. 1754: comp. voor notaris G. Verveer te Dordrecht Hendrik van Dalen, wonende te Zwijndrecht, als enige erfgenaam van zijn broer Jan van Dalen volgens het mutuele testament, dat zij hebben gepasseerd voor notaris B. Broeling te Zwijndrecht op 14 mrt. 1746, Jacob van Dalen, wonende in Den Haag, Ruth Hosman, als echtgenoot van Pieternella van Dalen, Pieternella van Dalen zelf, Jan van Kleeff, als echtgenoot van Maria van Dalen, Maria van Dalen zelf, welke Pieternella en Maria kinderen en erfgenamen zijn van wijlen Ariaantje van Dalen, weduwe van Arij Pietersz. van Dalen, Pieter de Bondt, als echtgenoot van Maartje Maaswinkel en Pieternella Maaswinkel, meerderjarig en ongehuwd, welke Maartje en Pieternella kinderen en erfgenamen zijn van wijlen Lijsbet van Dalen, bij haar verwekt door Cornelis Maaswinkel, de laatstgenoemde comparanten mede wonende te Zwijndrecht, allen erfgenamen ab intestato van hun broer resp. oom wijlen Cornelis van Dalen. Zij verkopen aan Adriaen Kersse, koopman te Dordrecht, een obligatie ten laste van de provincie Holland, groot 1000 gl. en gedateerd 24 dec. 1695, welke obligatie is nagelaten door Cornelis van Dalen, die de eigendom ervan heeft verkregen bij de scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door zijn vader, Arij van Dalen. De akte is ondertekend door alle comparanten behalve Hendrik van Dalen en Maria van Dalen, die een kruisje zetten. (ONA Dordrecht inv. 935, f. 625 e.v.)

388. Govert Jansz.van Andel, gedoopt NG Andel 16 juni 1720, trouwde 1e NG Andel 10/26 mei 1743 Johanna van Besoijen, 2e NG Andel 26 febr./18 maart 1746 (ondertrouw NG Waardenburg 25 febr. 1746)

389. Steeske Plat, gedoopt NG Waardenburg 6 febr. 1724

- 16 okt. 1789: akte van indemniteit van Andel voor Dordrecht voor Govertje, dochter van Govert Jansz. van Andel en Staeske Plat, echtelieden, geboortig van Andel.

390. Jan Ariensz. Naaijen, gedoopt NG Andel 8 maart 1716, trouwde NG Andel  18 sept./11 okt. 1744

391. Teuntje Jansdr. Versteeg, gedoopt NG Andel 8 dec. 1720, overlijden aangegeven bij de gaarder te Andel op 1 okt. 1798 (impost 3 gl.)

392. Barent (Bernardus) Mensen, gedoopt NG Wijchen 3 juli 1721, jongman van Wijchen bij Nijmegen (1753), overleden in of na 1787, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4/18 nov. 1753 (de bruidegom met schriftelijk consent van zijn ouders, de bruid geassisteerd met haar moeder Jannigje Klein, huisvrouw van Tijs Meijer, "welke NB selfs nader consent moet koome geven aen den substituut secretaris, den  6 [nov.] sulks in Persoon gedaen")

393. Grietje Meijer, gedoopt NG Sliedrecht 15 nov. 1730, jonge dochter van Sliedrecht wonende te Dordrecht in de brouwerij "de Swaen" [Voorstraat bij de Vuilpoort] (1753), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 26 mei 1770 (de huisvrouw van Barend Mense, uit het Gasthuis)

- 29 juni 1752: Berent Menssen wordt lidmaat van de NG gemeente te Dordrecht met attestatie van Dinther [in de Meierij van 's-Hertogenbosch]. Hij woont in de Wijnstraat. (SA Dordrecht, archief 27 inv. 124, f. 33)

- 15 nov. 1787: Barent Mense getuige bij de ondertrouw van zijn zoon Matthijs Mense (Trouwboek Gerecht Dordrecht)

Kinderen (o.a.)

a. Geertruij Mensen, gedoopt NG Dordrecht 5 juli 1761, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in het Achterom (1783), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 31 mei/15 juni 1783 (de bruid geassisteerd met haar vader Barend Mensen, de bruidegom met schriftelijk consent van zijn vader Arij Verdoes) Dirk Verdoes jongman geboren op de Buitensluis wonende in de Schuitenmakersstraat te Dordrecht (1783)

b. Mathijs Mensen, gedoopt NG Dordrecht 25 nov. 1764

394. Gerrit van der Veer, gedoopt NG Dordrecht 25 nov. 1733, jongman wonende in de Nieuwstraat (1757), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10/27 maart 1757 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Jopje van Eestloo, weduwe van Bastiaan van der Veer, de bruid met haar moeder Teuntje Stout, weduwe van Arie de Peer)

395. Anna de Peer, gedoopt NG Dordrecht 2 nov. 1732, jonge dochter wonende in de Kromme Elleboog (1757), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 9 juni 1804 (Anna de Peer, vrouw van Gerrit van der Veer, deze inschrijving staat bij de "Arm-lijken")

396. Adriaan Bezemer, gedoopt NG Zwijndrecht 29 okt. 1730, trouwde NG Zwijndrecht 18 aug./11 sept. 1757 (beiden wonende onder de jurisdictie van Hendrik-Ido-Ambacht, maar kerkelijk onder Zwijndrecht)

397. Jaapje Bijkerk, gedoopt NG Zwijndrecht 27 april 1732

398. Arij van Dalen, gedoopt NG Alblasserdam 1 jan. 1724, overlijden aangegeven op 18 juni 1771 (pro deo), jongman van Alblasserdam (1755), trouwde NG Zwijndrecht 7 nov. 1755 (ondertrouw)

399. Neeltje Smit, gedoopt NG Zwijndrecht 29 juni 1731, overlijden aangegeven Meerdervoort 27 sept. 1800, trouwde 2e 1773 (na mei 1773, aangegeven bij de gaarder te Meerdervoort, pro deo) Mees van der Pijl, jongman van Meerkerk (hij verliet haar in 1774)

- 18 mrt. 1779: compareert voor schepenen van Meerdervoort Neeltje Smit, verlaten huisvrouw van Mees van der Pijl, wonende te Meerdervoort. Zij is op 31 jan. 1778 door schepenen van Meerdervoort gekwalificeerd om gedurende de afwezigheid van haar man zelf haar goederen te mogen beheren en in het bijzonder om het huis, schuur en erf, dat zij met hem in gemeenschappelijk bezit heeft, te mogen verkopen. Zij verklaart voor 800 gl. aan Otto de Snoo, wonende onder het Volgerland van Meerdervoort verkocht te hebben een huis, schuur met binnen- en buitendijkse erven, staande en gelegen onder Meerdervoort tussen het land van Jan van Kleef en het dijkerf van de kerk van Zwijndrecht, in het kohier van de verponding getekend nr. 49. (Stadsarchief Dordrecht, archief 513, inv. 2)

400. Jacob Teunisz. van der Holst, gedoopt RK Lisse 29 mrt. 1689, overleden Lisse 21 jan. 1761, trouwde 1e Gerecht Noordwijk 2/16 febr. 1721 Aagje Rochus van Wouw, 2e Gerecht/RK Lisse 15 jan. 1730 Maria Cornelis Groenewegen, weduwe van Pieter Leenderts Bredero, trouwde 3e Gerecht/RK Lisse 15/30 mei 1734

401. Jannetje Meesdr. van der Klugt, geboren naar schatting ca. 1705, jonge dochter van Noordwijkerhout (1734)

[Kwartierstaat Johanna Verkleij (internet), kwartieren 50 en 51.]

402. Teunis Jansz. van der Libbe, gedoopt RK Oegstgeest 15 juli 1724, jongman wonende tot Oegstgeest (1749), trouwde Gerecht Oegstgeest 18 mei/1 juni 1749 (huwelijk aangegeven bij de gaarder te Oegstgeest 18 mei 1749, impost 3 gl.)

403. Clara Willemsdr. van Weenen, gedoopt RK Oegstgeest 20 sept. 1730

-1797: Clara Willemsdr. van Wenen, 67 jaar oud, wonende te Oegstgeest, vermeld in de volkstelling van 1797

404. Jacob (Japik) Josephsz. Groenintwout, overleden te Woubrugge ("Buijtenhuijsen") op 22 april 1771, trouwde 1e RK Woubrugge 1 febr. 1740 Claartje Dirksdr. Warmerdam, overleden te Woubrugge 30 dec. 1747 (aangegeven bij de gaarder te Woubrugge op 1 jan. 1748, pro deo), trouwde 2e Esselickerwoude 13 april 1749 Marijtje Petersdr. Brederode, 3e Esselickerwoude 21 nov. 1751 Aegje Corsdr. van Steijnen, overleden 18 dec. 1761, trouwde 4e Gerecht Woubrugge/RK Esselickerwoude 16 febr. 1767

405. Reijnsje Jacobsdr. Bontje, gedoopt RK Woubrugge 27 sept. 1734, jonge dochter wonende "onder den Leijdschendam" (1767)

406. Dirk Gersen (Gerritsz.) Hoogenboom, gedoopt RK Woubrugge 11 mei 1734, geboren in de Veen en wonende op de Oud Ade (1765), overlijden aangegeven Oud Ade 22 sept. 1792 (impost 3 gl.), trouwde RK Alkemade 10 juni 1765 (aangegeven gaarder Alkmade op 24 mei 1765, pro deo)

407. Dirkje Jacobsdr. van den Broek, gedoopt RK Rijpwetering 18 april 1734, geboren op de Rijpwetering en wonende op de Oud Ade (1765), overlijden aangegeven Rijpwetering 13 nov. 1793 (impost 3 gl.)

Rijpwetering

408. Andries de Nagtegaal, gedoopt NG Dordrecht 3 febr. 1717, jongman van Dordrecht, wonende in de Augustijnenkamp (1738), stadsarbeider, begraven Dordrecht 10 febr. 1767 (Andries Nagtegaal, in Kolfstraat, laat kinderen na), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 mei/15 juni 1738 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Arij Nagtegael, de bruid met haar vader Gijsbert Beugels)

409. Alida Beugels (Aeltie Breugels), gedoopt NG Dordrecht 26 april 1718, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Kolfstraat (1738), begraven Dordrecht 30 dec. 1795 (Aeltie Buigels, weduwe van Andries Nagtegaal, 78 jaar oud, aan een beroerte, in de Stoofstraat, laat kinderen na)

- 10 mei 1763: Andries de Nagtegaal neemt voor 230 gl. het huis van zijn schoonmoeder Maaijke Braamsloot, weduwe van Gijsbert Beugels, over. Het huis staat achter in de (Korte) Kolfstraat te Dordrecht (zie Kronieken 1993, nr. 1, p. 23-25)

410. Willem de Jong, gedoopt NG Dordrecht 16 april 1719, jongman van Dubbeldam (1743), steenvormer in de steenplaats (1743), trouwde 2e Dubbeldam 21 mei 1760 (aangegeven bij de gaarder te Dubbeldam, pro deo) Pieternella Vermeule, jonge dochter wonende onder De Mijl (1760), trouwde 1e NG Dubbeldam 23 juni 1743 (aangegeven bij de gaarder te Dubbeldam in juli 1743, pro deo) 

411. Teuntje Jacobsdr. Romijn, gedoopt NG Dordrecht 17 jan. 1719, jonge dochter van Dubbeldam (1743),overlijden aangegeven bij de gaarder van Dubbeldam (De Mijl) op 26 april 1759 (pro deo)

Kinderen:

a. Sophia, gedoopt NG Dubbeldam 19 juli 1744 (getuige: Sophie Uurman, l[idmaat] Amb [?])

b. Trijntje, gedoopt NG Dubbeldam 24 juli 1746 (geen getuigen)

c. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht 9 nov. 1749

d. Jacob, gedoopt NG Dordrecht 11 mrt. 1753

e. Teuntje, gedoopt NG Dordrecht 20 juni 1756 

412. Dirk Soeteman, gedoopt NG Dordrecht 12 sept. 1706, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 12/28 maart 1728 (bruidegom geassisteerd met zijn vader Schalk Soeteman, de bruid met haar vader Pieter Brulle)

413. Lijsbeth (Lijsje) Pietersdr. Brulle, geboren naar schatting ca. 1710

414. Arij Alphenaar, gedoopt NG Waddinxveen 18 maart 1731, jongman wonende te Zwijndrecht (1754), overleden tussen 1768 en 1 april 1779, trouwde NG Zwijndrecht 12 dec. 1754 (ondertrouw, aangegeven bij de gaarder te Zwijndrecht op 12 dec. 1754, pro deo)

415. Lijsje Smit(s), gedoopt NG Zwijndrecht 2 nov. 1727, jonge dochter wonende in Zwijndrecht (1754), begraven Dordrecht 7 juli 1785 (Leijsie Smidt, weduwe van Arie Alvenaar, laat kinderen na, behorende onder De Mijl, begraven uit de Agterstraat buiten de Sluispoort, beste graf)

-22 febr. 1765: begraven te Dordrecht het kraamkind van Arie Alfenaar, wonende onder De Mijl, uit het huis van de weduwe Driesen in het Wilgenbos, beste graf

-10 mei 1768: ontvangen als geheel burger van Dordrecht Arij Alphenaar, geboren te Noord-Waddinxveen en heeft voor het burgerrecht betaald 10 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr 3, Burgerboek Dordrecht)

-12 mei 1768; akte van indemniteit van Noord-Waddinxveen voor Arij Alphenaar, ongeveer 38 jaar oud, metterwoon vertrokken naar Dordrecht (pro deo)

-1 april 1779: voor het Gerecht van Dordrecht ondertrouwd Arij de Ruijter en Aaltje Alphenaar, jonge dochter wonende onder De Mijl bij de Zoutketen, geassisteerd met haar moeder Lijsje Smit, weduwe van Arij Alphenaar

- 12 juli 1785: in het Armen-Weeshuis te Dordrecht opgenomen Arij, zoon van Arij Alphenaar en Lijsje Smits, gedoopt op 20 juli 1768, "met volle uijtset uijtgegaen" op 1 mei 1791 (Archief Weeshuis Dordrecht, inv. 617, f. 261)

416. Dirk Dirksz. Rook, gedoopt NG Ouderkerk a/d IJssel 28 okt. 1736 ("Nog twee kinderen gedoopt van Dirk Ariensz. Rook saliger, de moeder Annigje Ariens Versluijs, de getuigen Aart Versluijs en Aaltje Versluijs wegens 't eerste en wegens 't tweede Jan Ariensz. Rook en Marija Ariens Rook, de kinderen genaamd Jan en Dirk."), jongman van Ouderkerk a/d IJssel (1761), trouwde NG Nieuwerkerk a/d IJssel 20 mrt. 1761 (ondertrouw)

417. Jannigje Ariensdr. de Bes, gedoopt NG Nieuwerkerk a/d IJssel 11 juli 1734, jonge dochter van Nieuwerkerk a/d IJssel (1761), overlijden aangegeven bij de gaarder te Ouderkerk a/d IJssel door haar zoon Cornelis Rook op 6 sept. 1802

418. Leendert Schouten, gedoopt NG Ouderkerk a/d IJssel 22 april 1719, trouwde NG Bergambacht 12 mei 1743

419. Ariaentje Hendricksdr. van den Heuvel, gedoopt NG Bergambacht 10 nov. 1710 (zie B. de Keijzer, Stamreeks Waert of Schouten, in: Hollandse Stam- en Naamreeksen, [Delft/Rotterdam 1990], p. 148)

420. Arij Dirksz. van den Berg, gedoopt NG Ouderkerk a/d IJssel 31 dec. 1702, jongman van Ouderkerk a/d IJssel (1732),  tapper te Ouderkerk (1744), overleden Ouderkerk 22 sept. 1759, trouwde NG Ouderkerk a/d IJssel 18 april 1732 (ondertrouw)

421. Maria Leendertsdr. Lans, gedoopt NG Ouderkerk a/d IJssel 7 febr. 1706, jonge dochter uit Stormpolder (1732), overleden Ouderkerk a/d IJssel 29 juli 1765

- 4 jan. 1744 resp. 2 mei 1744: transport van een huis en erf te Ouderkerk, belast met een erfpacht van 24 stuivers ten behoeve van de ambachten, door Ary van den Bergh, die hierin tegenwoordig de tapnering uitoefent, aan Willem Lans (Ons Voorgeslacht 1980, p. 96)

- 15 mei 1751: Ary van der Bergh transporteert een huis, erf en schuur in Ouderkerk aan zijn zwager Leendert de Jong (idem, p. 59)

- 13 mrt. 1767: donatie van een huis en erf te Ouderkerk, bewoond door Leendert en Hendrika van der Berg, broer en zuster van de donatrice, door Anna van der Berg, weduwe van Leendert de Jong (overleden ca. 1761) aan Leendert van der Berg (= kwartier 210), de minderjarige zoon van haar broer (idem, p. 59)

422. Cornelis Roggeveen, gedoopt NG Zoetermeer 29 jan. 1713, jongman van Zoetermeer (1744), overleden na 1781, trouwde NG Nieuwerkerk a/d IJssel 19 sept./4 okt. 1744

423. Klaartje van der Grient, gedoopt NG Rijsoord 31 okt. 1717, jonge dochter van Rijsoord (1744)

-27 sept. 1744: akte van indemniteit voor Cornelis Roggeveen en zijn vrouw Klaartje van der Grient van Zegwaard naar Moordrecht

- 20 april 1751: akte van indemniteit voor Burgje Roggeveen, anderhalf jaar oud, van Moordrecht naar Nieuwerkerk a/d IJssel

- 2 dec. 1754 resp.1 april 1755: transport van een huis, stalling, erf en kolfbaan in Ouderkerk a/d IJssel van de Kalverstraat tot de pastorietuin, belast met een erfpacht van 18 stuivers en 6 penningen ten behoeve van de ambachten, door Ary Jacobsz. Treuren aan Cornelis Roggeveen, wonende te Nieuwerkerk a/d IJssel onder Kortenoord. Cornelis Roggeveen, wonende in het Rechthuis, neemt op 4 juni 1772, 8 mrt. 1776 en 14 dec. 1776 een hypotheek op voornoemd huis, erf, kolfbaan etc. (Ons Voorgeslacht 1980, p. 145-146)

- febr. 1781 resp. 31 dec. 1781: Cornelis  Roggeveen transporteert bovengenoemd onroerend goed aan zijn zoon Abraham (idem, p. 146)

424. Klaas Huijbertsz. Hazebroek, jongman van Nieuwerkerk a/d IJssel (1748), trouwde NG Nieuwerkerk a/d IJssel 27 dec. 1748 (ondertrouw, huwelijk aangegeven bij de gaarder te Capelle a/d IJssel op 27 dec. 1748)

425. Neeltje Pietersdr. Goethart, gedoopt NG Nieuwerkerk a/d IJssel 24 sept. 1719, jonge dochter van Nieuwerkerk a/d IJssel doch wonende te Capelle a/d IJssel (1748)

426. Hendrik Schuilenburg, gedoopt NG Leimuiden 28 juli 1715, jongman van Zevenhuizen (1744), weduwnaar wonende te Zevenhuizen (1765), trouwde 1e NG Bleiswijk 13 dec. 1744 Martijntje Pietersdr. Kraanhoorn, jonge dochter te Bleiswijk (1744) trouwde 2e NG Zevenhuizen 24 juli 1763

427. Lijsje (Elisabeth, Marietje) Moraal, gedoopt NG Zevenhuizen 5 aug. 1731

428. Jan (Johannes) Gerritsz. Roem, gedoopt NG Kralingen 23 maart 1732, jongman van Capelle a/d IJssel (1759), trouwde 16 mrt. 1759 (gaarder Ouderkerk a/d IJssel, pro deo)

429. Geertruij Schuurman, gedoopt NG Ouderkerk a/d IJssel 29 aug. 1734, jonge dochter van Ouderkerk a/d IJssel (1759)

430. Dirk Roskam, gedoopt NG Capelle a/d IJssel 7 sept. 1738, jongman van Capelle a/d IJssel (1767), overleden aldaar op 26 nov. 1815, trouwde NG Capelle a/d IJssel 8/31 mei 1767

431. Trijntje van der Tak, gedoopt NG Ouderkerk a/d IJssel 22 nov. 1739, jonge dochter van Ouderkerk a/d IJssel (1767), overleden Capelle a/d IJssel 8 aug. 1806

438. Thomas Knieriem, gedoopt Ev.-Luth. Melsungen (Duitsland) 2 okt. 1724,  jongman uit "het Hessische" wonende op Rietdijk (1752), overlijden aangegeven gaarder Dordrecht 19 dec. 1782 (pro deo), begraven Dordrecht 20 dec. 1782, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 2 april 1752

De Stadtkirche van Melsungen.

439. Adriana Scheij, gedoopt NG Dordrecht 19 nov. 1730, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Boomstraat (1752), overleden Dordrecht 21 april 1817 in een huis in het Torenstraatje

- 13 april 1773: compareren voor notaris G. Verveer de vijf nagelaten meerderjarige kinderen van wijlen Arij Scheij en wijlen zijn vrouw Maaijke Gravendijk om de koopvoorwaarden op te laten stellen, waarop zij willen verkopen een "bijsonder welgelegen en ter nering staand" huis en erf in de Boomstraat, belend aan de ene zijde door de raffinaderij van de heren Meijer en Lockemijer en het huis van de erfgenamen van de weduwe van Barent Keeman aan de andere zijde, "van agteren het voorn. huijs uijtkomende in de gemene gang en door deselve in de voorn. Boomstraat, na[ar] de zijde van het Bolwerk". Op 16 april 1773 bij afslag opgehouden op 550 gl., om aan te bedelen voor Hendrik Scheij in zijn erfportie. (ONA Dordrecht inv. 951, akte 22, f. 59 e.v.)

- 15 maart 1781: Pieter Evenwel, burger van Dordrecht, verkoopt aan Thomas Knieriem, wonende te Dordrecht, een huis en erf in de Torenstraat, staande tussen het huis van Jacob Volhart en het huis van Romijn [voornaam niet vermeld] voor 490 gl. contant. (ORA Dordrecht inv. 835, f. 169v e.v.)

-15 maart 1781: Thomas Knieriem is schuldig aan Jacob van Immerzeel, korenmeter, een somma van 400 gl., af te lossen met jaarlijkse termijnen van 25 gl. en 4 % interest per jaar, daarvoor verbindende het voornoemde huis in de Torenstraat. (ORA Dordrecht inv. 835, f. 170)

- 26 juni 1785: compareert voor notaris A.A. van den Oever Adriana Scheij, weduwe van Thomas Knieriem, die verklaart, "ter bestelling haarer begraavenisse alsmeede tot voogden over alle de door haar na te laten minderjarigen, uijtlandigen en ander toesigt behoevende kinderen en erfgenaamen" te benoemen haar broers Govert en Hendrik Scheij, beiden wonende te Dordrecht. Comparante kan niet schrijven. (ONA Dordrecht inv. 1240, akte 99)

446. Willem Koppijn, gedoopt NG Dordrecht 20 maart 1733, overleden op zee tussen 1763 en 11 nov. 1779, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 13/30 sept. 1753 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Heiltje van den Bosch, huisvrouw van Anthonij Coppijn, die mondeling consent heeft gegeven, de bruid geassisteerd met haar moeder Caetje Smits, weduwe van Leendert de Leur)

447. Neeltje de Leur, gedoopt NG Dordrecht 23 dec. 1733, overleden Dordrecht 16 aug. 1812 in huis C:1819 in de Vriesestraat

- 11 nov. 1779: ondertrouwd voor het Gerecht van Dordrecht Willem Koppijn jongman wonende in de Kromme Elleboog  geassisteerd met zijn moeder Neeltje de Leur, weduwe van Willem Koppijn, en Hendrika de Hen, getrouwd 28 nov. 1779 te Dordrecht (DTB Dordrecht)

- 16 sept. 1824: overlijden aangegeven van Catharina Copijn, dochter van Willem Coupijn, overleden op zee en Cornelia de Leur, overleden te Dordrecht (BS Dordrecht)

448. Wouter Jansz. (van Someren), jongman "op de Crop" (1715, de Krop is een uiterwaard in de Tielerwaard bij Haaften), trouwde NG Haaften 21 juli 1715

449. Haesje (Haersken, Handersken, Hendersken) Dirksdr. Wijburg, gedoopt NG Veen 6 aug. 1684, jonge dochter "onder Aelst" (1715)

Kinderen:

a. Catharijn, gedoopt NG Haaften 1 aug. 1717 (getuige: Wouter Jansse, de vader)

b. Mari, gedoopt NG Haaften 14 mei 1719 (dochter van Wouter Jansen van Vianen en Handersken ["Haersken vulgo"] Dirkse Wijburg, getuige: Johanna Peman)

c. Bastiaan Woutersz. van Someren, geboren naar schatting ca. 1720, trouwde NG Haaften 30 mrt. 1739 Metje Ariensdr. van Oostrum

d. Jan, gedoopt NG Haaften 11 juli 1723 (getuige: Hendrikje Claesdr. van Lopik)

e. Dirk, gedoopt NG Haaften 22 sept. 1726 (getuige: Geertje Baltusdr. Klop)

450. Theunis Gerritsz. de Ruyter

451. Josijntje Bax

- nov.1725: akte van indemniteit voor Theunis Gerritsz. de Ruyter van 's-Gravendeel naar Aalst

- okt. 1726: akte voor Josijntje Bax van Brakel (via Aalst) naar 's-Gravendeel

452. Jan Aaldertsz. Pas, gedoopt NG Herwijnen 4 sept. 1701, jongman geboren te Herwijnen (1733), trouwde NG Herwijnen 18 sept./9 okt. 1733 (getuige voor hem zijn vader Aalder Barentsz. Pas, voor haar Hendrik Valke: "schoon sij geen vrinde hier te lande heeft, egter als getuijge stond daar over Hendrik Valke", vriendelijk mededeling van de heer W. de Wilde [+] te Ede)

453. Geijsje van Elm, geboren te Flgelen (ten zuiden van Cuxhaven in Duitsland, Elm ligt ten oosten van Bremerhaven) naar schatting ca. 1705

454. Jacobus Treffers, gedoopt NG Sprang-Capelle 27 okt. 1688, jongman van Sprang (1711), van beroep vermoedelijk rietdekker, overlijden aangegeven bij de gaarder te Baardwijk door zijn kleinzoon Anthonij Treffers op 2 april 1771 (pro deo), trouwde NG Sprang-Capelle 13 dec.1710/11 jan. 1711

455. Ariaantje Bol, gedoopt NG 's-Gravenmoer 13 dec. 1682, jonge dochter van 's-Gravenmoer (1711)

- 9 jan. 1724: Jacobus Treffers ontvangt 2 gl. 10 st. wegens "deckloon"

456. Anthoni Kuijsten, gedoopt NG Baardwijk 8 jan. 1674, jongman van Baardwijk (1700), overlijden aangegeven bij de gaarder te Baardwijk door Wouter Smits op 13 nov. 1741, trouwde 1e NG Baardwijk 9 mei 1700 Willemijntje Glavimans, overleden ca. 1710, 2e NG Baardwijk 29 april 1711

457. Maria Ariensdr. Burgers (Borger), mogelijk gedoopt NG Sprang-Capelle 21 juli 1675 als dochter van Arien Teunissen en Janneken Wouters, overlijden aangegeven bij de gaarder te Baardwijk op 7 dec. 1741

458. mogelijk: Joris Cornelisz. van Wijk, geboren 1677, overleden in of v 1747 trouwde Aartje (Aaltje, Antje) Bax, uit dit huwelijk een dochter Maeijken, gedoopt NG Wijk 17 jan. 1723

460. Lauwerens Maertensz. van Bergeijk, gedoopt NG Aalburg 17 okt. 1683, schepen van Wijk (1728), trouwde ca. 1715/1720

461. Elisabeth (Lijsbeth, Leijsken) Cornelisdr. Bouwman, geboren naar schatting ca. 1680, vermoedelijk te Wijk

464. Jeronimus Liebrecht, geboren naar schatting ca. 1690, jongman (1714), trouwde NG Breda 17 nov./2 dec. 1714

465. Jacoba Allen, gedoopt NG Breda (Grote Kerk) 14 juni 1691, jonge dochter van Breda, op de Veemarkt (1714)

- 8 mrt. 1710: Jeronimus Liebrecht vermeld als getuige te Breda

- 24 mrt. 1712: Jacoba Allen doet belijdenis te Breda (NG gemeente)

466. Willem Willemsz. de Groot (alias Rievelt), jongman van Rietvelt (Arkel) (1697), trouwde NG Herwijnen 28 maart 1697 (de bruidegom met schriftelijk consent zin moeder en de bruid met schriftelijk consent van haar oom en voogd Willem Cornelisz. Boom [sic])

467. Maeijken Jansdr. Boon, jonge dochter van Herwijnen (1697)

476. Johan(nes) Greve, geboren naar schatting ca. 1700, student te Harderwijk 21 april 1721, jur. cand. 10 april 1725, prom. in de rechten 14 april 1721, luitenant te Harderwijk (1725), otr. 9 mei 1725 Hierden

477. Helena Wilhelmina Ridder, gedoopt NG Harderwijk 22 mei 1707, overleden in of na 1768

- 21 april 1721: Johannes Greve Harderorica-Gelrus J. (Alba studiosorum Harderwijk)

- 1738: Johan Greve en zijn vrouw Helena Wilhelmina Ridder vermeld als lidmaten van de NG gemeente te Harderwijk

- 1746: Johan Greve en zijn vrouw Helena Wilhelmina Ridder vermeld als lidmaten van de NG gemeente te Harderwijk, wonen op de Vismarkt 

478. Gillis van Braam, gedoopt Bergen op Zoom 25 jan. 1699, overleden Rotterdam 1 mrt. 1748, trouwde Hagestein 5 mrt. 1727

479. Albertina van Rijssel

480. Jan Ariensz. Knickman, geboren naar schatting ca. 1685, begraven Kralingen 14 jan. 1732 (van de Armen, op het kerkhof), trouwde ca. 1723

481. Grietje Jacobsdr. Boot(e), gedoopt NG Capelle a/d IJssel 1 sept. 1686, begraven Kralingen 21 juni 1768 (op het kerkhof), trouwde 1e NG Kralingen 12 mei 1709 Arij (Ariensz.) (den) Geneugelijken, gedoopt NG Hillegersberg 30 juli 1678, overleden ca. 1720, zoon van Arij Simonsz. Geneugelijken en Neeltje Ariensdr. Kerckhof

- 26 mei 1728: Jan Knickman en Grietje Boot testeren te Kralingen (ONA Kralingen inv. 1896)

- 1731: quohier verpondingen Kralingen: Veenweg 261: Jan Knikman - "een houte huisie, behoorde in huure te doen: 18 gl.   1 gl. 10 st."

- 30 juni 1737: Grietje Jacobsdr. Boot vertrokken naar Woubrugge met akte van bevrijding

Kinderen van Arij Geneugelijken en Grietje Boot:

a. Arij, gedoopt NG Kralingen 8 okt. 1710 (getuige: Cornelia Geneugelyken)

b. Arij, gedoopt NG Kralingen 10 juni 1711 (getuige: Ariaantje Cornelis Stolcksman) 

c. Jacobus, gedoopt NG Kralingen 5 febr. 1713 (getuige: Ariaantje Cornelis Berckel)

d. Adrianus, gedoopt NG Kralingen 8 okt. 1719 (getuige: Jan Geneugelyken en Cornelis Geneugelyken)

Kinderen van Jan Knickman en Grietje Boot:

a. Adam, gedoopt NG Kralingen 9 juli 1724 (getuige: Marij Boot), begraven Kralingen 21 aug. 1724

b. Ariaantje, gedoopt NG Kralingen 24 febr. 1726 (getuige: Trijntje Boote)

c. Adam, gedoopt NG Kralingen 27 juni 1728 (getuige: Trijntje Knijn)

d. Arij, gedoopt NG Kralingen 10 dec. 1730 (getuige: Trijntje Konijn) (= kwartier 240) 

482. Pieter de Sterke, gedoopt NG Dordrecht 23 april 1705 ("spurius" = buitenechtelijk), jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1724), overlijden aangegeven gaarder Dordrecht 11 dec. 1769 (pro deo), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 12 dec. 1769, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 20 aug. 1724 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Maaike Evenwel, de bruid met haar vader Boudewijn Kevers)

483. Lijsje Kevers, geboren naar schatting ca. 1703, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Augustijnenkamp (1724), overlijden aangegeven gaarder Dordrecht 5 dec. 1767 (impost 3 gl.), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 5 dec. 1767 (Eliesabet Keevers, huisvrouw van Pieter de Sterken, laat kinderen na, "besten graft", in de Kromme Elleboog)

484. Hendrik Baxs, gedoopt NG Dordrecht 16 febr. 1709 (vader is overleden), jongman van Dordrecht wonende buiten de Spuipoort (1734), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 27 juli/8 aug. 1734 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Pieternella de Sterke, eerst weduwe van Hendrik Bax, nu huisvrouw van Matthijs van Emmerik en de bruid met haar vader Jan Stevens)

485. Deliana Catrina Stevens, gedoopt Oud-Katholiek Dordrecht 6 april 1711, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Sluispoort (1734), overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 18 mrt. 1794 (pro deo), begraven Dordrecht 19 mrt. 1794 (Deliana Catrina Stevens, weduwe van Hendrik Bax, op de Hoge Nieuwstraat, laat kinderen na, met de lijkkoets, beste graf, 82 jaar en 11 maanden oud, "water")

486. Jacobus Kuijpers, gedoopt NG Fijnaart en Heiningen 26 nov. 1713, begraven ald. 23 juni 1787, trouwde naar schatting ca. 1740

487. Maijke Franken, gedoopt NG Klundert 19 dec. 1710

Kinderen (allen gedoopt NG Klundert):

a. Teunis Kuijpers, 26 nov. 1741 (getuigen: Ruth Oolemans, Maijke Kuijpers)

b. Pieternelleke Kuijpers, 15 sept. 1743 (getuigen: Willem Franken, Pieternelleke van Klink)

c. Kornelis Kuijpers, 12 sept. 1745 (getuigen: Willem Franken, Pieternella van Klink)

d. Stijntje Kuijpers, 18 okt. 1750 (getuige: Klasina Eland)

488. Jan Tielekint (Tielking, Tilkin). gedoopt Oud-Katholiek Dordrecht 31 jan. 1691, jongman van Dordrecht (1715), hoedenmaker te Dordrecht (1716), trouwde 1e Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 19 april/ 5 mei 1715 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Kaetje van der Rat, weduwe van Jan Tielking, de bruid met haar moeder Heiltje Pieters, weduwe van Pieter Bevermans) Mageltje (Maghel) Beverman(s), jonge dochter van Dordrecht, begraven Dordrecht 12 nov. 1727 (wonende in de Heer Heymansuysstraat, begraven "in [het] gemeen"), 2e Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten)/Oud-Katholiek Dordrecht (Voorstraat)19 okt./4 nov. 1730 (de bruid geassisteerd met haar vader Jan van Linter)

489. Elisabeth van Linter, gedoopt Oud-Katholiek Dordrecht 1 febr. 1711, jonge dochter van Dordrecht (1730), overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 3 juni 1741 (pro deo)

- 11 mei 1716: compareert voor notaris B. van Gelsdorp Aernout Renson, hoedenmaker, enerzijds en Jan Tielkint, burger van Dordrecht anderzijds, te kennen gevende "den eersten comparant dat hij door sijne hooge jaaren niet langer in staat is om sijne affaires soodanigh te doen dat hij daarvan soude konnen bestaan, oversulcx binnen korten tijt tot armoede soude konnen vervallen, ende tot laste van de diaconie staat te komen, ende om sulcx voor te komen, soo waren sij comparanten met malcanderen verdragen ende geconvenieert in vouge ende maniere naarvolgende, namentlijck dat den eersten comparant aen den tweeden comparant in vollen en vrijen eijgendom sal overgeven gelijck hij doet bij desen alle de gereetschappen tot de hoedemaackerij behorende ... alsmede de winckel [en] kraam met zeijlen en bedtje, dat den tweeden comparant geduijrende het leven van den eersten in sijn eerste comparants huijs voor niet sal wonen, dat den eersten comparant bij den tweeden comparant sal inwonen ende sal den tweeden comparant den eersten comparant sijn leven lanck geduijrende voor niet moeten onderhouden, soo van inwoning, kost, dranck als anders. Wijders is geconditioneert, indien den eerste comparant somwijlen moght komen te wercken, daarvoor van den tweede comparant behoorlijck loon sal genieten, ende sal door den eerste comparant daaruijt moeten werden betaalt den intrest van't kapitaal dat op sijn eerste comparants huijs is staande mitsgaders verpondinge als andere lasten, voor soo verre het verdiende arbijtsloon sal konnen strecken." Akte door Jan Tielekint met zijn naam ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 678, akte 28, f. 150 e.v.)

490. Jacob Spoel, gedoopt NG Dordrecht 28 dec. 1701, jongman van Dordrecht wonende in de Kromme Elleboog (1729), trouwde NG/Gerecht Dordrecht 11/27 febr. 1729 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Frans Spoel en de bruidegom met haar moeder Geertrui Steenbus, weduwe van Pieter Hooglander)

491. Anna Hooglander, gedoopt NG Dordrecht 19 juli 1702, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kromme Elleboog (1729)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Frans, 11 febr. 1729

b. Pieter, 23 aug. 1730

c. Trijntje, 17 sept. 1732

d. Maria, 24 aug. 1734

e. Wouter, 28 aug. 1736

f. Jan, 30 okt. 1738

g. Gerrit, 14 dec. 1740

492. Jan Pietersz. van Cleef, geboren ca. 1685, vermoedelijk in Dalem (hiaat NG doopboek Dalem 1682-1686), jongman van Dalem (1715), trouwde NG Dalem 2 nov. 1715 (ondertrouw, met toestemming van de wederzijdse ouders)

493. Anneke Antonisdr. Vermeulen, gedoopt NG Arkel 29 nov. 1682, jonge dochter van Arkel (1715)

494. Cornelis Maat, gedoopt NG Amsterdam 13 febr. 1701, jongman van Amsterdam wonende te Dalem (1722), trouwde NG Dalem 9/24 mei 1722

495. Maria Willemsdr. Bol, geboren naar schatting ca. 1700, jonge dochter van Dalem (1722)

- ca. 1753: Cornelis Maat en Maria Bol vermeld als lidmaten van de NG gemeente te Dalem (vriendelijke mededeling van de heer W. de Wilde te Ede)

496. Claes Denisz. Nelemans, gedoopt NG Zwaluwe 19 april 1676, landbouwer, overleden naar schatting ca. 1718, trouwde ca. 1699

497. Martijntje Bressers, geboren in Terheijden ca. 1680, overleden te Zevenbergen na 1717

- 25 sept. 1699: Martijntje Bressers wordt op attestatie van Terheijden lidmaat van de NG gemeente van Zwaluwe (inschrijving in het lidmatenregister van Zwaluwe, met de aantekening "met attestatie na Sevenbergen")

498. Cornelis Michielsz. Allaarts, geboren ca. 1668, overleden te Zevenbergen ca. 1727, trouwde NG Zevenbergen 5 febr. 1698

499. Adriana Anemaet, gedoopt NG Zwaluwe 18 mei 1671, overleden te Zevenbergen ca. 1727

500. Peeter Peetersz. in't Velt, trouwde naar schatting ca. 1695

501. Catharina van Diependaal, geboren te Vorenseinde, gedoopt RK Rucphen 3 jan. 1672, overleden te Made 28 mrt. 1734, trouwde 2e Made 28 dec. 1724 Govert Simon Nuijten

- 13 juni 1720: Peter in't Velt en Catharina van Diependaal testeren voor notaris M. van Tilborch te Geertruidenberg. Zij benoemen tot voogd Pieter Cocx en tot toeziend voogd Jan Dingeman Flooren. (Genealogisch Tijdschrift voor Midden- en West-Brabant en de Bommelerwaard 1991, p. 148, antwoord nr. 1801)

502. Hendrik Jacobsz. Cox, trouwde RK Zevenbergen 1 april 1713 (aangegeven bij de gaarder te Zevenbergen op 17 april 1713, impost 6 gl. voor beiden)

503. Adriana (Adriaentie) Cavelaer, gedoopt RK Zevenbergen 29 jan. 1687

504. Johannes (Jan) van Persijn, gedoopt NG Dordrecht 1 nov. 1680, smid te Dordrecht (vermeld 1723), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16/30 mei 1706

505. Jenneke Moran (Moeran, Morang), gedoopt NG Dordrecht 11 dec. 1672, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 18 febr. 1733 (weduwe van Jan Persijn in de Heer Heymansuysstraat)

- 3 nov. 1723: verklaring door Jan van Persijn smid en Jenneke Mouran, echtelieden wonende te Dordrecht, op verzoek van Jannetie Bouwman, meerderjarige ongehuwde vrouw, wonende te Dordrecht. Zij getuigen, dat ds. Pieter Bonnet, "beroepen tot Predicant te Etten in de Baronie van Breda, in den jare 1714 is komen te verkeeren met de Requirante Jannetie Bouwman, sedert welcke tijd hij agtervolgens gecontinueerdt heeft tot den jare 1722, de Reqte. 't elkens inde vacantie persoonlijk komende besoeken, en anders haer met brieven onderhoudende, voorts dat denselven Bonnet den 10 April 1722, komende van Breda, nog laet in de nagt ten huijse vande deposanten was aangekomen, verclarende wijders den eerste getuijge alleen dat den voorn. Bonnet daegs daeraenvolgende sijnde op een Saturdag ten huijse vande deposanten met seer veele tranen inde oogen nogmaels op nieuws diverse malen betuijgt heeft, de Requirante te sullen trouwen, waerop hij Bonnet vertrokken sijnde met belofte van dienselven avond of des anderen daegs te sullen wederom komen, dog is denselven sedert dien tijd aldaer ten huijse niet gesien. Verclarende de beijde deposanten dat ... Bonnet dijnsdags voor paessen ... 1722 aende Requirante heeft gesonden een brieff van aen sijn huijs te komen, waerop waerop het zoontje vande deposanten, iets minder als veertien jaren [oud] sijnde, (omdat het wat laat in den avond geworden was) de Requirante aen het huijs vanden voorn. Bonnet heeft heeft gebragt, dat des morgens tusschen drie en vier uijren hij Bonnet de Requirante selfs wederom heeft 't huijs gebragt en alsdoen voor der deposanten bedde is komen staen, wanneer sij aen den selven nog veel geluk hebben gewenst met het beroep als predicant te Etten." Deposanten geven voor redenen van wetenschap, dat Jannetie Bouwman bij hen sedert 1714 heeft ingewoond en zij derhalve "veel van de vrijagie van den voorn. Pieter Bonnet met de requirante gehoort ende gesien ... hebben." Van Persijn tekent met zijn naam, zijn vrouw verklaart niet te kunnen schrijven en zet een merkje. (ONA Dordrecht inv. 852, akte 57)

506. Gerrit Ariensz. Smits, gedoopt NG Dordrecht 29 dec. 1679, jongman wonende in de Grotekerksbuurt (1702), weduwnaar  van Dordrecht wonende buiten de Sluispoort (1723), schipper, overleden na 14 aug. 1738, trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 21 mei/6 juni 1723 Cornelia van der Schilt, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Vuilpoort (1723), 1e Gerecht/NG Dordrecht 2/28 mei 1702 (de bruidegom geassisteerd met zijn voogd Pleun Ariensz. Smits)

507. Seijghie (Seija) Roelantsdr. van Nieuwervaert, gedoopt NG Dordrecht 2 maart 1674, jonge dochter wonende in de Nieuwstraat (1702), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 aug. 1719 (Sija Nieuwervaart, vrouw van Gheret Ariense Smit schipper op de Hellingen)

- 17 mei 1702: Gerrit Ariensz. Smit en Sija van Nieuwervaard, beiden gezond, "metten andere in ondertrou sijnde", testeren voor notaris C. van Aansurgh. Zij maken elkaar tot erfgenaam en voogd en beloven hun eventueel na te laten kinderen bij mondigheid of eerder huwelijk een bedrag van 10 gl. uit te zullen keren. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 706, akte 87, f. 206)

- 14 aug. 1738: Gerrit Smits getuige bij het huwelijk van zijn dochter Martijntje Smits, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Grotekerksbuurt te Dordrecht, met Aert Vervoorn (trouwboek Gerecht Dordrecht)

Kinderen (o.a.):

a. Petronella Smits (= kwartier 253)

b. Martijntje Smits, gedoopt NG Dordrecht 7 mrt. 1710, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Grotekerksbuurt (1738), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 14/31 aug. 1738 (de bruidegom geassisteerd met Baertie van der Schilt, weduwe van Pieter Vervoorn, zijn moeder, en de bruid met Gerrit Smits, haar vader) Aart Vervoorn, jongman van Dordrecht, wonende op de Hil (1738), zakkendrager (ORA Dordrecht inv. 827, f. 91v)

 

GENERATIE X

512. Jan Jansz. den Haan, gedoopt NG Werkendam 14 april 1647, trouwde ca. 1682 (tussen april 1681 en aug 1683)

513. Maeijke Teunisdr., geboren naar schatting ca. 1650

-16 febr. 1672: Jan de Haen vermeld als weerbare man te Werkendam, gewapend met "een stock", inschrijving is doorgehaald (Genealogisch Tijdschrift voor Midden- en West-Brabant en de Bommelerwaard 1991, p. 10)

- 12 april 1686: gedoopt NG te Werkendam Gijsbert, zoon van Jan de Haen en Maeijke Tenuisdr., doopgetuige: Eeltje Teunis

(In ONA Dordrecht inv. 610, f. 145 [akte dd 9 juli 1714] wordt een Jan de Haen, rijsschipper wonende te Werkendam vermeld.)

514. Leendert Hendriksz. Bras, knecht op een wagen met paarden(1676), overleden na 13 mei 1713, trouwde naar schatting ca. 1680

515. Aentje (Adriaentje) Theunisdr. Sacht (Zacht), overleden na 29 okt. 1719

- 16 april 1676: Leendert Hendriksz. Bras, wonende te Almkerk, knecht op een wagen met paarden, vordert achterstallig loon van Commer Hendriksz. Brievingh

- 1689: Leendert Hendriksz. Bras en Jan Hendriksz. Bras, watermolenaar te Sleeuwijk, ontvangen loon voor het schoonmaken van een kade bij de watermolen (vriendelijke mededeling van mevr. H. Bras)

(Zie ook Genealogisch Tijdschrift voor Midden- en West-Brabant en de Bommelerwaard 1990, p. 294, idem 1991, p. 46 en idem 1995, p. 122.)

522. Willem Jansz. Kraeck, jongman van Blankenburg (1685), mogelijk zoon van Jan Willemsz. Kraeck en Annitge NN, die op 19 febr. 1662 (NG Rozenburg) een dochter Sijtge laten dopen, trouwde NG Maasland 9/25 nov. 1685 (25 nov. 1685: attestatie van Rozenburg om te Maasland te trouwen)

523. Annetje Sandersdr. van den Boom, jonge dochter van Maasland (1685)

524. Willem Jansz. van der Hoeve (Verhoef), gedoopt NG Zuidland 22 okt. 1665, jongman van Zuidland (1688), overleden tussen 12 okt. 1698 en 23 aug. 1699, trouwde NG Zwartewaal 5 dec. 1688

525. Pietertje Pietersdr. den Beeng, geboren naar schatting ca. 1665, jonge dochter van Zwartewaal (1688), weduwe van Zwartewaal (1699), begraven ald. tussen aug. 1732 en aug. 1733 (graf- en luigeld 6 gl. 6 st.), trouwde 2e NG Zwartewaal 23 aug.1699 Jan Jansz. Kortenbout, jongman van Schiedam (1699)

526. Jacob Jacobsz. Rodenburg (Roodenburch), geboren ca. 1636 (8 jaar oud in 1644), begraven Maassluis 29 jan. 1687, trouwde naar schatting ca. 1660

527. Annetje IJsbrandsdr., geboren naar schatting ca. 1640

- 24 dec. 1663: Jacob Rodenburg en Annetje IJsbrandsdr. lidmaten op belijdenis van de NG gemeente van 't Woud

- 1678: Jacob Jacobsz. Rodenburg vermeld als inwoner van Maassluis

528. Jan Klaasz. 't Mannetje, gedoopt NG Nieuwenhoorn 2 jan. 1653, overleden 14 nov. 1727, trouwde NG Oostvoorne 24 jan. 1672

529. Maartje (Marij) Ariensdr. Gelderland, gedoopt NG Oostvoorne 17 mrt. 1652, overleden na 22 dec. 1709, vermoedelijk vr 1718

- 22 dec. 1709: Jan Claasz. het Mannetje en zijn vrouw Marij Gelderland lidmaten van de NG gemeente te Oostvoorne

- 1718: Jan Claasz. 't Mannetje lidmaat van de NG gemeente te Oostvoorne

530. Jacob Cornelisz. Kramer (alias Koijman), geboren naar schatting ca. 1660, jongman van Biert wonende onder Heenvliet (1687), trouwde NG Heenvliet 7 mrt. 1687

531. Grietje Klaasdr. Bogaard, gedoopt  NG Geervliet 22 sept. 1658, jonge dochter van Geervliet wonende onder Heenvliet (1687), overlijden aangegeven door haar schoonzoon Arie Willemsz. Westdijk bij de gaarder te Heenvliet op 28 april 1735 (pro deo)

- 20 sept. 1728: Jacob Kramer en Grietje Bogaard, echtelieden wonende onder Heenvliet, testeren voor notaris Ploos van Amstel te Brielle

532. Leendert Cornelisz. Man in't Veld, mogelijk gedoopt NG Oostvoorne 17 sept. 1656 (was nog minderjarig in 1679), trouwde 2e NG Rockanje 2 dec. 1685

533. Ariaantje Crijnsdr. (van der Linde), gedoopt NG Rockanje 29 jan. 1668 (Ons Voorgeslacht 1991, p. 293)

534. Aart Jobsz. Arkenbout, gedoopt NG Oostvoorne 18 jan. 1682, overleden in jan. 1720, trouwde NG Oostvoorne 5 mei 1709 (beiden geboren en wonende onder Oostvoorne)

535. Pietertje Dirksdr. Dekhuisen, geboren naar schatting ca. 1685, wonende onder Oostvoorne (1709, 1720, 1753), overleden te Oostvoorne in 1760, begraven aldaar ca. 24 aug. 1760 (ontvangst voor haar doodkleed), trouwde 2e NG Oostvoorne 29 juni/12 juli 1720 (met consent van de magistraat, omdat de bruid maar vijf maanden weduwe was) Huig Cornelisz. Quak, wonende onder Cleijn Oosterland (1720)

- 15 mrt. 1711: Aart Arkenbout en Pietertje Dekhuijsen lidmaten van de NG gemeente te Oostvoorne

- 1 juli 1747: testament van Cornelis Huijgen Quak te Oostvoorne, gepasseerd voor notaris G. Vlieland te Brielle. Zijn moeder Pietertje Dirksdr. Dekhuizen is weduwe van Hugo Quak.

536. Willem Cnelisz. (Ceesz. Cornelisz.) Ruijlof (Reijlof), gedoopt NG Poortugaal 4 mrt. 1696, jongman van Albrandswaard (1717), overleden in of na 1733, trouwde NG Poortugaal "in de aenvang van Meij" 1717 (huwelijk aangegeven bij de gaarder te Poortugaal op 9 april 1717, pro deo)

537. Maertie Cornelisdr. Poel, jonge dochter van Poortugaal (1717), overlijden aangegeven bij de gaarder te Poortugaal door haar schoonzoon Andries Ketting op 20 jan. 1757 (pro deo)

- 19 febr. 1733: Willem Cornelisz. Reijlof geeft het overlijden aan van zijn dochter Magteldje (gaarder Poortugaal, pro deo)

538. Cornelis Arendsz. van der Chijs, jongman van Vlaardingerambacht onder Maasland (1711), trouwde NG Maasland 6/22 nov. 1711

539. Maritje Andriesdr. van der Houff, gedoopt NG Maasland 29 okt. 1684, jonge dochter onder Zuidbuurt (1711)

540. Abraham Jansz. Maas (alias Westdijk), gedoopt NG Mijnsheerenland 14 mrt. 1660, jongman geboren en wonende te Mijnsheerenland (1695), trouwde NG Oud-Beijerland 6 mei 1695 (ondertrouw, getuige van de bruidegom zijn broer Meeuwis Jansz. Westdijk, van de bruid haar "vader" Jan Gerritsz. de Lange)

541. Hilligie Jacobsdr. (van) Vonsse (Volze, van Vonsten), gedoopt NG Oud-Beijerland 28 april 1669, jonge dochter geboren en wonende te Oud-Beijerland (1695), overleden na 20 jan. 1734 (getuige bij doop kleinkind)

544. Dirk Arentsz. Stolk, gedoopt NG Kethel 19 april 1665, weduwnaar wonende onder Heenvliet (1698), schilder, overleden Heenvliet 1720, trouwde 1e NG Ridderkerk 8/22 mrt. 1693 Catharina Gerrits van Oosten, geboren te IJsselmonde naar schatting ca. 1670, trouwde 2e NG Heenvliet 28 april 1698

545. Neeltje Cornelisdr. (Crelisdr.) Dubbeldestuijver, geboren naar schatting ca. 1675, jonge dochter wonende onder Heenviet (1698)

- 23 mei 1679: testament van Dirck Arentsz. Stolk, wonende in het land van Heenvliet, 14 jaar oud. Hij benoemt tot zijn eerste en universele erfgenaam Meijnsie Willemsdr. van der Buijs, weduwe van Arent Dircksz. Stolck, zijn moeder. Indien zij vooroverlijdt, benoemt hij tot zijn erfgenamen zijn drie halfbroers uit zijn moeders huwelijk met Gerrit Cornelisz. Holland (Ons Voorgeslacht 1993, p. 213)

- 3 juli 1695: Dirk Arentsz. Stolck en Catharina Gerritsdr. laten dopen NG Heenvliet een zoon Arent (getuige: Meijnsje Willemsdr.)

546. Bouwe Dammisz. Kruijk, gedoopt NG Oostvoorne 4 okt. 1671, begraven Oostvoorne 20 nov. 1750, trouwde NG Oostvoorne 5 mei 1697

547. Willempje Teunisdr. Hadde, gedoopt NG Nieuw-Helvoet 5 sept. 1677, begraven Oostvoorne 4 dec. 1738

- 5 febr. 1742: verklaring door o.a. Bouwen Dammisz. Kruik, 71 jaar oud, wonende te Oostvoorne, op verzoek van mr. G. Bikker van Swieten te Amsterdam. Hij getuigt, dat hij ruim 40 jaar eerder op verzoek van Jacob Jacobsz. Komen, pachter van de grafelijke duinen en heveringen, een afscheiding heeft gemaakt op de Lodderlandse hevering. (SA Voorne-Putten, toegangsnr. 110, inv. 1050)

(Zie kwartierstaat van Vincent Knaapen [internet].)

548. Christoffel Smoor, jongman wonende onder de jurisdictie van Rockanje (1722), overlijden aangegeven bij de gaarder te Rockanje door Arie Rietdijk op 20 febr. 1758 (pro deo), trouwde NG Rockanje 8 nov. 1722 (ondertrouw)

549. Lijsbeth Joosten Leuijendijk (Luijendijk), gedoopt NG Briels Nieuwland (Vierpolders) 17 maart 1697, overlijden aangegeven bij de gaarder te Rockanje door haar zoon Abraham Smoor op 6 jan. 1762 (pro deo)

- 17 april 1767: testament van Joost Luijendijk en Catrina Deijm. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. Na hun beider overlijden zullen hun resterende goederen vererven voor de ene helft op de kinderen en kinsdkinderen van testateurs zuster, m.n. Abraham Smoor, wonende in de Tinte, Stoffeltje Smoor, gehuwd met Kobus Histert , wonende onder Heenvliet, Annetje Smoor, getrouwd met Leenderd Vermeulen, wonende onder Helvoet-binnen en Cornelis Schouten, nog minderjarig kind van Marijtje Smoor en Gerrit Schouten, wonende te Nieuwenhoorn (RA Geervliet inv. 3848)

Kinderen van Christoffel Smoor en Lijsbeth Luijendijk (allen NG gedoopt in Rockanje):

a. Stoffeltje Smoor, 29 aug. 1723 (getuige: Aagje Pietersdr. van der Hoeve), trouwde Kobus Histert

b. Cornelis Smoor, 28 jan. 1725 (geen getuigen, naam van de vader: Cornelis Smoor), vermoedelijk jong overleden

c. Annetje Smoor, 18 aug. 1726 (geen getuigen), overlijden van Annetje Christoffelsdr. Smoor aangegeven bij de gaarder te Rockanje op 20 dec. 1729

d. Jannetje Smoor, 7 nov. 1728 (geen getuigen), vermoedelijk jong overleden

e. Abraham Smoor, 31 dec. 1730 (getuige: Lena Hendriks)

f. Annetje Smoor, 18 okt. 1733 (getuige: Neeltje Claasdr. Langendoen), trouwde Leenderd Vermeulen

g. Maria (Marijtje) Smoor, geboren naar schatting ca. 1735, jonge dochter geboren onder Rockanje en wonende te Nieuwenhoorn (1758), trouwde Nieuwenhoorn 10 febr. 1758 (gaarder, pro deo) Gerrit Schouten, weduwnaar van Boudelina Vlieland, wonende te Nieuwenhoorn (1758)

550. Huijbert (Huibrecht) Arendsz. Boelhouwer, gedoopt NG Oostvoorne 15 sept. 1686, jongman geboren en wonende te Oostvoorne (1716), weduwnaar wonende onder Oostvoorne (1718), trouwde 1e NG Oostvoorne 11 sept./2 okt. 1716 Neeltje Jansdr. Landman, jonge dochter geboren en wonende te Oostvoorne, 2e NG Rockanje 20 nov./11 dec. 1718

551. Annetje Ariensdr. van den Berg, jonge dochter geboren in St. Annapolder en daar wonende (1718)

552. Crijn Jacobsz. Noordermeer, landbouwer te Hekelingen, overleden vr 4 april 1721, trouwde Hekelingen 16 jan. 1689

553. Ariaantje Ariensdr. (Arensdr., Aartsdr.) (Touw)

-1721: Ariaantje Aartsdr., weduwe van Crijn Jacobsz. Noordermeer, krijgt onderstand  van de Grote Armen van Hekelingen. Haar huis met schuur, fruitbomen en erf kan zijn niet onderhouden en de verponding ervan kan zij niet betalen. Ariaantje transporteert het om niet aan haar zoon Jan Crijne Noordermeer en mag er tot haar overlijden in blijven wonen en de helft van de opbrengst genieten. (RA Hekelingen inv. 974)

-28 juni 1739: akte van indemniteit voor Oudenhoorn afgegeven door schout en schepenen van Hekelingen aan Ariaantje Arensdr. Touw, weduwe van Crijn Jacobsz. Noordermeer (Archief Ambacht Hekelingen)

Kinderen (allen RK gedoopt te Brielle):

a. Joannes, 14 april 1691 (= kwartier 276)

b. Adrianus, 13 juni 1693

c. Adrianus, 2 mei 1694

d. Arnoldus, 27 juli 1699

554. Jacob Jansz. Vogelaar, jongman van Strijen wonende aan de Rijsselaer onder Westmaas (1693), trouwde NG Westmaas 28 mrt. 1693

555. Maaike Jacobsdr. van der Linden, gedoopt NG Westmaas 12 nov. 1666

556. Cornelis Willemsz. Touw, jongman geboren te Abbenbroek en wonende onder Oostvoorne (1716), trouwde 2e NG Oostvoorne 5 okt. 1738 Dina Haddesdr. van den Brande, 3e NG Oostvoorne 19 sept. 1756 Jannetje Claesdr. Langendoen, trouwde 1e NG Oostvoorne 23 nov. 1716

557. Maartie Willemsdr. (van) Lugtenburg, gedoopt NG Oostvoorne 14 sept. 1698, jonge dochter geboren en wonende onder Oostvoorne (1716)

558. Jan Cornelisz. Steenbakker, begraven Oostvoorne 27 mrt. 1748, trouwde Hekelingen 31 okt. 1723

559. Neeltje Arensdr. van den Hoek, gedoopt NG Geervliet 1 jan. 1702, begraven Oostvoorne 12 febr. 1766

560. Willem Teunisz. Roest, jongman van Simonshaven (1689), trouwde 2e Trijntje Michielsdr. van Meurs , 1e NG Simonshaven 5 juni 1689

561. Barber Jansdr. (Zie Kwartierstatenboek Prometheus, deel IV, p. 178.)

562. Jan Jansz. Backer, jongman van Heenvliet, overleden in 1695/1696 (vr 19 aug. 1696), trouwde NG Heenvliet 5 dec. 1694

563. Hadewij Cornelisdr. Noorddijk, jonge dochter van Spijkenisse (1694), trouwde 2e NG Heenvliet 5 febr. 1702, Steven Joosten, van Heenvliet (1702). Zij hadeen voorechtelijk kind, Steven Stevensz. Noordeijk (de Kruijs), gedoopt NG Heenvliet 30 okt. 1701, waarvan Steven Joosten de vader was "na't seggen van de moeder en een algemeen gerucht". (Kwartierstatenboek Prometheus deel IV, p. 178 en deel XII, p. 323 en 328.)

564. Jacob Troost, begraven Klaaswaal 23 dec. 1705

565. Machteld Dirksdr. Meeldijk, geboren ca. 1656, overleden vr 1 nov. 1712 (ORA Cromstrijen) 

566. Teunis Dirksz. Meeldijk, geboren ca. 1654 (11 jaar oud in 1666), bouwman onder de jurisdictie van Klaaswaal (1707, 1724), diaken te Piershil 1693, schepen van Klaaswaal 1705, overleden te Klaaswaal in 1728, trouwde ca. 1691

567. Joosje Cornelisdr. Quartel (Kwartels), geboren ca. 1665, overlijden aangegeven bij de gaarder te Klaaswaal op 6 febr. 1753 (impost 3 gl.)

- 1700: Teunis Meeldijk en zijn vrouw Joosje Cornelisdr. vermeld als lidmaten van de NG gemeente te Nieuw-Piershil

- 10 okt. 1705: zij vertrekken met attestatie naar Klaaswaal

- 14 mei 1707: Dirk Cornelisz. Quartel en Theunis Dirksz. Meeldijck, bouwman te Klaaswaal, echtgenoot van Joosje Cornelisdr. Quartel, hebben van hun ouders, wijlen Cornelis Dirksz. Quartel en Ariaantje Leendertsdr. 't Jongh, o.a. een huis en erf aan de noordzijde van de Rijkestraat te 's-Gravendeel gerfd. (ONA 's-Gravendeel)

- 6 april 1724: compareren voor notaris H. van Wetten te Dordrecht Dirk Cornelisz. Quartel, bouwman wonende onder 's-Gravendeel en Theunis Dircksz. Meeldijck, bouwman wonende onder Klaaswaal, getrouwd met Joosje Cornelisdr. Quartel. Zij verklaren, dat hun uit de boedel van hun vader resp. schoonvader, wijlen Cornelis Dirksz. Quartel, bij boedelscheiding met hun moeder resp. schoonmoeder, Ariaantje Leendertsdr. 't Jong, weduwe van voornoemde Cornelis Quartel, gemaakt op 14 mei 1707 voor notaris W. de Voogt te 's-Gravendeel "te saemen en in't gemeen " is aanbedeeld 6 mrg. 400 roeden land in de Trekdam en een huis en erf aan de noordzijde van de Rijkestraat te 's-Gravendeel, belend oost de weduwe van Theunis Pietersz. Meijdam en noord de weduwe van Jan Rochusz. Visscher, dat aan Dirk Cornelisz. Quartel te beurt gevallen  is het land in de Trekdam en aan Meeldijck het in s'-Gravendeel, ofwel de kooppenningen daarvan, bedragende een somma van 220 gl., welke hij bij het transport heeft ontvangen en dat eerste comparante aan tweede comparant heeft uitgekeerd de meerwaarde van het land ten opzichte van het huis, namelijk een bedrag van 390 gl., terwijl de nog onbetaalde lasten van het land, zoals de verponding en de 200e penning, ten laste van de eerste comparant zullen komen. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 757, akte 22, f. 81 e.v.)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Annighje, geboren Piershil, gedoopt NG Nieuw-Beijerland 10 febr. 1692

b. Ariaantje, geboren naar schatting ca. 1695 (= kwartier 283)

c. Arij, geboren naar schatting ca. 1705 (= kwartier 310)

d. Pleun

e. Dirk

f. Teuntje, gedoopt NG Klaaswaal 8 april 1708 (getuige: Annigje Meeldijk)

572. Hendrik Stoffelsz. (Goudswaert), geboren naar schatting ca. 1655, jongman van Oudenhoorn (1680), overleden ca. 1695, trouwde NG Abbenbroek 11 aug. 1680

573. Neeltge Arentsdr. (Hoekendijk), gedoopt NG Heenvliet 12 nov. 1656, jonge dochter van Heenvliet (1680), weduwe wonende te Heenvliet (1697), trouwde 2e NG Heenvliet 5 mei Cornelis Laurensz. Hordijk jongman van Beijerland wonende te Heenvliet

Kinderen uit dit huwelijk (allen NG gedoopt te Heenvliet)

a. Martijntje Hendriksdr. van Vendelo, 24 nov. 1680, jonge dochter van Heenvliet (1703), overleden in of voor 1722, trouwde 1e NG Geervliet 8 april 1703 Arije Jansz. Benne, 2e naar schatting ca. 1710  Joost Leendertsz. Bouman

b. Arentje, maart 1682 (of 1683) (getuige: Maartge Arents)

c. Cristoffel, 1 okt. 1684

d. Arent, 1 sept. 1686 (getuige: Maertge Hoekendijk)

e. Jacobus, 29 aug. 1688 (naam van de moeder: Neeltje Jacobs Hoekendijk, getuige: Leentge NN)

f. Trijntge, 12 nov. 1690 (getuige: Pietertje Arens Hoekendijk)

g. Stoffeltje, 24 jan. 1694 (getuige: Lijsbeth Isacks)

574. Cornelis Philipsz. Vermaat, gedoopt NG Spijkenisse 9 sept. 1668, schipper, woonde op de Oude Tol onder Simonshaven, overleden na 1708, trouwde ca. 1690

575. Ariaantje Jansdr. Blijenburg, geboren naar schatting ca. 1670

- 1690: Cornelis Philipsz. Vermaat en Jan Philipsz. Vermaat, voorzoons van Teuntje Jansdr. Lakenkoper, gehuwd met Gabril Claasz. Braat, wonende in de Oude Uitslag van Putten, worden in haar testament aangesteld tot voogden (ORA Hekelingen inv. 968)

- 1695: Cornelis Philipsz. Vermaat is als echtgenoot van Ariaantje Jansdr. Blijenburg n van de erfgenamen ab intestato van Jan Jansz. Blijenburg, die een zoon was van Jan Jansz. Blijenburg en Cathalina Verhulp (ORA Hekelingen inv. 972)

- 26 juni 1701: Cornelis Philipsz. Vermaat te Piershil, als voogd over zijn nu overleden moeder Teuntje Jansdr. Lakenkoper, die weduwe was van Philips Cornelisz. Vermaat en als voogd van de minderjarige erfgenamen van Teunis Huibrechtsz. Castelein, treedt namens hen op bij de verdeling van de nalatenschap van wijlen Jan Jansz. Sonneville. In de plaats van zijn overleden medevoogd Isaak Maartensz. Vermaat assumeert hij zijn broer Jan Philipsz. Vermaat te Geervliet (ORA Hekelingen inv. 968)

- mei 1706: Cornelis Philipsz. Vermaat wonende "op den Tol" wordt aangesteld tot marktschipper op Delft en Den Haag

Kinderen:

a. Catalijntje, geboren naar schatting ca. 1690 (= kwartier 287)

b. Annetje, gedoopt NG Hekelingen 27 juni 1706 (NG doopboek Simonshaven)

c. Barber, gedoopt NG Hekelingen 1 jan. 1709 (NG doopboek Simonshaven)

576. Cornelis Davidsz. Verhoef (van der Hoeven), gedoopt NG Geervliet 3 aug. 1670, overleden vr 29 sept. 1726, trouwde NG Geervliet 17 mei 1693

577. Sijtje Jansdr. Braam, gedoopt NG Geervliet 7 april 1672, overlijden aangegeven bij de gaarder te Geervliet door Jan Cornelisz. van der Hoeven op 29 sept. 1726 (pro deo)

578. Hendrik Hendriksz., trouwde (vermoedelijk vr 1708)

579. Bastiaantje Hendriks

Kinderen:

a. Neeltje, geboren naar schatting ca. 1705, mogelijk in Abbenbroek (= kwartier 289)

b. Jannetje, gedoopt NG Abbenbroek 16 juli 1713 (getuige: Grietje Hendriks)

580. Arij Ariensz. (Arentsz.) Goudswaard, jongman geboren te Korendijk (1686), weduwnaar wonende op de Korendijk (1690), overleden vr 28 febr. 1725, trouwde 1e NG Goudswaard/Heinenoord 29 mrt./28 april 1686 Neeltje Jacobusdr. Rosmoolen, trouwde 2e NG Goudswaard 9 juli 1690

581. Marietje Bastiaansdr. van der Linden, geboren naar schatting ca. 1665, woonde in 1690 in de Hitsert (Zuid-Beijerland), overlijden aangegeven bij de gaarder te Goudswaard op 28 febr. 1725 (pro deo)

582. Rokus Jansz. Troost, geboren naar schatting ca. 1660, arbeider, timmerman, vrachtrijder, kerkmeester van Heinenoord 1694, heemraad ald. 1696, armmeester van Heinenoord 1697-1699, lid van de NG kerkenraad 1702-1704, overlijden aangegeven bij de gaarder te Heinenoord op 28 nov. 1712 (impost 3 gl.), trouwde 1e naar schatting ca. 1680 Neeltje Hendriksdr., 2e naar schatting ca. 1700

583. Maria Bastiaansdr. van Es, geboren naar schatting ca. 1675, overlijden aangegeven bij de gaarder te Heinenoord op 27 april 1723 (pro deo)

- 1685: Rokus Jansz. Troost vermeld als lidmaat van de NG gemeente te Heinenoord

- 28 jan. 1702: Rokus Jansz. Troost leent van de diaconie een bedrag van 200 gl., met als onderpand zijn huis, roerende en onroerende goederen, hij betaalt hiervoor een jaarlijkse interest van 8 gl.

De NH kerk te Heinenoord (april 2008).

- 1712-1719: de weduwe van Rokus Jansz. Troost betaalt jaarlijks 8 gl. hypotheekrente

- 1720: zij bezit een huisje in Oud Heinenoord en lost een lening van 200 gl. af met een interest van 18 gl., dus in totaal 218 gl.

Kinderen van Rokus Troost en Neeltje Hendriksdr.:

a. Annigje, gedoopt NG Heinenoord 1 juni 1692

b. Jan, gedoopt NG Heinenoord 12 dec. 1694

Kinderen van Rokus Troost en Maria van Es (volgorde onzeker):

a. Bastiaan

b. Joost, gedoopt NG Heinenoord 15 mrt. 1705

c. Leendert

d. Lijsbeth, gedoopt NG Heinenoord 21 mrt. 1710

e. Pleuntje

f. Maarten, gedoopt NG Heinenoord 24 juli 1712

584. Cornelis Jansz. van Dam , geboren naar schatting ca. 1650, overlijden aangegeven bij de gaarder te Numansdorp op 4 juli 1732, trouwde NG Numansdorp 18 juli 1679 (ondertrouw)

585. Neeltje Jansdr. 't Hoertje, geboren naar schatting ca. 1650, vermoedelijk in 's-Gravendeel

586. Arie Meeuwisz. de Bruin, gedoopt NG Heinenoord 3 juni 1640, landeigenaar te Middelsluis (1714), overleden na 16 mrt. 1714, trouwde NG Numansdorp 26 juli 1671

587. Neeltien Andriesdr. Buijtendijk, jonge dochter van Numanspolder (1671), overleden na 22 okt. 1704

588. Gerrit Jansz. Steenhoek, gedoopt NG Sint Anthoniepolder 16 febr. 1659, trouwde naar schatting ca. 1685 (vr 12 okt. 16870

589. Yefje Jansdr. Pons, gedoopt NG Westmaas 27 febr. 1667 ("gebooren aen den Strijensche Dijck), overleden in of na 1696

- 9 april 1691: Gerrit Steenhoek brengt voor het memoriaal der verkochte goederen te Strijen aan dat hij van Ingetje Jans, de wedwe van Jan Pons, voor 200 gl. een huis en een erf van 25 roeden aan de Westdijk onder Strijen heeft gekocht. (Ons Voorgeslacht no. 584, nov. 2006, p. 452)

590. Cornelis Gerritsz. Molijn, gedoopt NG Heinenoord 5 febr. 1668, trouwde 1687 (NG trouwboek Westmaas is beschadigd)

591. Barbara Claasdr. (Keijserwaart), jonge dochter geboren te  Mijnsheerenland, trouwde 2e Westmaas 13 sept. 1711 Harmen (Hermanus) Weijers

592. Gijsbert Cornelisz. de Vos, gedoopt NG Nieuw-Beijerland 21 sept. 1670, jongman geboortig van Nieuw-Beijerland wonende in Zuid-Beijerland (1700), landbouwer te Oud-Beijerland, lid van de NG kerkenraad van Oud-Beijerland 1711,  overlijden aangegeven bij de gaarder te Oud-Beijerland door Cornelis de Vos op 8 juli 1747 (impost 15 gl.), trouwde NG Zuid-Beijerland/Oud-Beijerland 10/11 april 1700 (attestatie naar de Hitzert [= Zuid-Beijerland] dd 25 april 1747, getuige: mr. R. Verboom, schoolmeester in de Hitzert, in de plaats van ds. Theo van der Burg)

593. Fijtje Jansdr. Blok, gedoopt NG Oud-Beijerland 13 febr. 1675, jonge dochter geboortig van Oud-Beijerland wonende in Zuid-Beijerland (1700), overleden Oud-Beijerland 6 okt. 1727

- 1718-1730: Gijsbert de Vos vermeld als bewoner van een huis aan de Oost-Voorstraat te Oud-Beijerland, hij betaalt daarvoor 5 gl. in de verponding (Gemeente-archief Oud-Beijerland IVa)

- 1730: hij is eigenaar van 8 mrg. 376 in blok 9, 3 mrg. 364 roe in blok 12 en gebruiker van 3 mrg. en 100 roe land in blok 12, liggende onder de jurisdictie van Oud-Beijerland (Archief polder Oud-Beijerland)

- 20 juni 1739: Gijsbert de Vos, ingeland van de polder Oud-Beijerland, verzoekt om een tweede sluis en watermolen te bouwen (Archief polder Oud-Beierland inv. 1)

594. Dirk Leendertsz. (van) Ruijtenburgh, geboren te Oud-Beijerland ca. 1679, jongman geboren en wonende onder Oud-Beijerland (1710), schepen van Oud-Beijerland 1729, 1730, 1739, 1740, 1741 overlijden aangegeven bij de gaarder te Oud-Beijerland door Gijsbert de Vos op 6 juni 1772 (impost 15 gl.), begraven ald. op 10 juni 1772, trouwde Oud-Beijerland 20 juli/6 aug. 1710

595. Geertruij Jillisdr. Herweijer, gedoopt NG Oud-Beijerland 4 febr. 1684, begraven Oud-Beijerland 1 juni 1750

- Dirk Ruijtenburg was een aanhanger van het Socianisme (Ons Voorgeslacht 1963, p. 225). In 1700 werd hij echter op belijdenis lidmaat van de NG gemeente te Oud-Beijerland. Hij woonde aan de noordzijde van de Molendijk ald. en wordt in 1730 vermeld als eigenaar van 12 mrg. 28 roeden land in de Oud-Beijerlandse Polder. (Parenteel Doen Beijensz., nummer 115.432.11)

- 1747: Dirk van Ruijtenburg "is van oudsher een stille, dog woelende geest". Hij heeft als schepen op 27 juli 1741 de keur op de rieten daken mede ingesteld. Nu is hij met zijn schoonzoon Cornelis de Vos n der "belhamels" in de oppositie van een aantal inwoners tegen de keur op de rieten daken. (Gemeente-archief Oud-Beijerland inv. 17)

596. Jan Pietersz. Meuselaer, jongman geboren onder de Korendijk en wonende onder Nieuw-Beijerland (1706), begraven op het kerkhof van Oud-Beijerland 19 sept. 1715 ("slechte doodkleed"), trouwde NG Nieuw-Beijerland 9 mei 1706

597. Soetje Jobsdr. Decker, jonge dochter van Piershil wonende onder Zuid-Beijerland (1706), begraven op het kerkhof van Oud-Beijerland 20 sept. 1728 ("slechte doodkleed"), trouwde NG 2e Oud-Beijerland 7/30 mei 1717 Pieter Clement

598. Leendert Engelsz. Backer, trouwde Hekelingen 16 okt. 1689

599. Ariaantje Sanders

600. Jan Jansz. Schutter de Oude, vermeld te Cromstrijen tot 1706 (RA Cromstrijen inv. 35), trouwde NN, vermeld als weduwe van Jan Schutter de Oude in 1711 (RA Cromstrijen).

Kinderen van Jan Schutter de Oude (volgorde onzeker, naam van de moeder onbekend):

a. Jan Jansz. Schutter de Jonge, geboren naar schatting ca. 1675, jongman geboren en wonende te Klaaswaal (1701), trouwde NG Klaaswaal 10 nov. 1701 Grietge Ariensdr. van Sprang (getuige: de vader van de bruidegom)

b. Arie Jansz. Schutter (= kwartier nr. 300)

c. Hendrik Jansz. Schutter, geboren te Klaaswaal ca. 1695 (40 jaar oud in 1735 [Hoge Vierschaar Strijen 3 juni 1735])

602. Cornelis Jansz. Bol, jongman van Middelsluis wonende te Zuid-Beijerland (1685), overleden vr 1 nov. 1702, trouwde NG Zuid-Beijerland 18 mrt. 1685

603. Aeltje Jacobsdr. van Es, geboren naar schatting ca. 1660, jonge dochter van Klaaswaal wonende te Zuid-Beierland (1685), overleden te Klaaswaal in 1723, trouwde 2e NG Klaaswaal 15 okt./1 nov. 1702 Hendrik Ariensz. Visser, 3e (?) Arie Hendriksz. Niemansverdriet

604. Willem Cornelisz. Kuiper, gedoopt NG Westmaas 16 dec. 1678, trouwde Sint-Antoniepolder 20 febr. 1701

605. Barbara Jansdr. Verrijp, gedoopt NG Puttershoek 4 aug. 1675

Kinderen (allen NG gedoopt in Mijnsheerenland):

a. Neeltje, 28 okt. 1703 (getuige: Heijltje Gerritsdr. Munter)

b. Cornelis, 1 mrt. 1705 (getuige: Kommertje Meeuwes)

c. Jan, 18 dec. 1707 (getuige: Willemtje Leendertsdr. van Leeuwen)

d. Neeltje, 23 dec. 1708 (getuige: Annetje Teunis)

e. Hendrikje, 12 april 1711 (getuige: Jannetje Gerritsdr. Pauw)

f. Cornelis, 19 mrt. 1713 (getuige: Cornelia Cornelisdr. Cuijper)

g. Hendrik, 29 april 1714 (getuige: Annetje Teunisdr. van der Wiele)

606. Gijsbert Cornelisz. van't Hof, gedoopt NG Nieuw-Beijerland 5 juli 1671, landbouwer, kerkmeester te Nieuw-Beijerland (1703-1706) overleden ald. op 19 okt. 1727, trouwde naar schatting ca. 1700 (mogelijk Hekelingen 1699)

607. Margaretha Jansdr. Verrij, gedoopt NG Hekelingen 3 mei 1673, overleden ald. op 27 jan. 1725

(Ons Voorgeslacht 2006, p. 158)

608. Cornelis Jacobsz. van der Waal, gedoopt NG "onder Claeswael" 7 juni 1673, jongman van Klaaswaal (1710), overleden tussen 1715 en 1718, trouwde NG Westmaas 11 apr./4 mei 1710

609. Maggeltje Ariensdr. Weeda, geboren naar schatting ca. 1685, overleden ca. 1728 (vr 2 april 1729), trouwde 2e NG Oud-Beijerland 19 maart 1718 Clement Cornelisz. Soeteman, gedoopt NG Barendrecht 15 mei 1689, weduwnaar van Neeltje Abrahamsdr. van Tol, zoon van Cornelis Pietersz. Soeteman en Neeltje Bastiaensdr. van de Nes. Hij trouwde 3e NG Nieuw-Beijerland 16 april 1730 Maartje Jansdr. Dekker (Vriendelijk mededeling mevr. M. Zoeteman te Leiden.)

610. Rookes Gerritsz. Bijl, gedoopt NG Westmaas 9 okt. 1695, wagenmaker, overleden in of na 1744, trouwde 2e Nieuw-Beijerland 8 mei 1735 Marietje Pietersdr. Nootdorp, trouwde 1e NG Westmaas 30 okt./23 nov. 1721

611. Aagje Claas Hendriksdr. van de Wetering, gedoopt NG Westmaas 8 febr. 1699, overlijden aangegeven Nieuw-Beijerland 20 febr. 1734

612. Hendrijck Jorisz. Beldert (Belders), gedoopt NG Mijnsherenland 24 febr. 1686 jongman geboren en wonende te Mijnsheerenland (1708), trouwde 2e Mijnsheerenland 21 sept./ 14 okt. 1714 Nelletje Pleunsdr. Veldhoen, trouwde 1e Mijnsheerenland 7 okt. 1708

613. Lijsbet Jansdr. van Dalen (van Dalum), gedoopt NG Heinenoord 2 april 1684, jonge dochter geboren en wonende te Mijnsheerenland (1708), overleden ca. 1713

- 13 mei 1711: de vrouw van Joris den Belder staat borg voor Hendrick Jorisz. Belders

614. Johannes Cornelisz. Doolaert, gedoopt NG Strijen 18 sept. 1678, wonende te Korendijk (1712), weduwnaar wonende onder de Korendijk (1722), overlijden aangegeven bij de gaarder te Gousdwaard op 15 mei 1724 (impost 3 gl.), trouwde 1e Jannetje Pleune, trouwde 2e NG Goudswaard 6/22 mrt. 1722

615. Sijtje Jansdr. Reedijk, gedoopt NG Mijnsheerenland 7 nov. 1694, jonge dochter van Heinenoord wonende onder de Korendijk (1722), overleden Goudswaard 9 nov. 1743, trouwde 2e Goudswaard 12 jan. 1725 (gaarder, beiden wonen onder Gousdwaard en betalen elk 3 gl. impost) Jacob Woutersz. Visser

- 24 juli 1712: Matteus Cornelisz. Dolaert, bouwman en Neeltie Hendricxdr. van der Wael, echtelieden wonende te Strijen, testeren ten overstaan van de Dordtse notaris P. van Well. Erfgenamen zijn Matteus' kinderen uit twee huwelijken. Hij benoemt zijn broer Johannes Cornelisz. Dolaert, wonende onder de Korendijk, tot voogd. (ONA Dordrecht inv. 717, f. 509)

- 31 mrt. 1722: Sijtje Jansdr. Reedijk doet belijdenis te Zuid-Beijerland, later vertrekt zij met attestatie naar de Korendijk, anno 1725 wordt zij vermeld als lidmaat van de NG gemeente aldaar

- 20 april 1724: Johannis Doolaart en zijn vrouw Seijtje Jansdr. Reedijk, hij ziek, zij gezond, maken hun testament. Zij stelt tot voogd aan Pieter Jansz. van 't Hoff, wonende te Westmaas en ondertekent de akte met een kruisje. (RA Goudswaard inv. 61)

- 17 nov. 1743: testament van Jacob Visser, schepen wonende onder de Korendijk, gezond en zijn vrouw Sijtje Jansdr. Reedijk, ziek in bed liggende. Erfgenamen zijn o.a. haar voordochter Jannetje Doolaard en diens echtgenoot Jan Hendriksz. Belder, wonende onder Mijnsheerenland (RA Goudswaard inv. 61)

- 24 febr. 1744: Jacob Visser maakt de boedelinventaris op van zijn op 19 nov. 1743 overleden vrouw Sijtje Jansdr. Reedijk. Totale waarde van de inboedel is 3091 gl. en de totale waarde van goud- en zilverspecie en muntgeld is 3210 gl. en 2 st. (RA Goudswaard inv. 50)

616. Cornelis Theunisz. Verhulp, weduwnaar wonende onder Zuid-Beijerland (1721), overleden Zuid-Beijerland 26 juni 1739, trouwde 1e naar schatting ca. 1713 Lena (Helena) Ariensdr. Boender, trouwde 2e NG Goudswaard 1/25 mei 1721 (aangegeven bij de gaarder te Goudswaard op 1 mei 1721, impost 3 gl.)

617. Neeltje Gillisdr. Goudswaard, gedoopt NG Goudswaard 17 april 1695, jonge dochter van de Korendijk (1721), overleden vr 30 aug. 1756, trouwde 2e Jan Joosgen Verrijp

618. Cornelis Jansz. Blijenburg, jongman geboren te Hekelingen en wonende te Zuid-Beijerland (1717), overlijden aangegeven bij de gaarder te Nieuw-Beijerland op 28 okt. 1768 (impost 30 gl.), trouwde Zuid-Beijerland 6 nov. 1717 (ondertrouw, huwelijk aangegeven bij de gaarder te Strijen op 5 nov. 1717, impost )3 gl.)

619. Barber Jansdr. Groen ('t Groen, gedoopt NG Zuid-Beijerland 25 sept. 1695, overlijden aangegeven door haar man Cornelis Jansz. Blijenburg bij de gaarder te Nieuw-Beijerland op 31 mei 1760 (impost 6 gl.), trouwde 1e Arij Paulusz. Radesteijn

620 = 566

621 = 567

622. Dirk Jacobsz. Troost, geboren te Klaaswaal naar schatting ca. 1690, overleden ald. in 1720, trouwde NG Nieuw-Beijerland 10 nov. 1713 (met attestatie van Klaaswaal, aangegeven bij de gaarder te Nieuw-Beijerland op 27 okt. 1713, impost 3 gl.)

623. Marija Abrahamsdr. van Rij(e), gedoopt NG Goudswaard 11 mrt. 1685, weduwe wonende te Nieuw-Beijerland (1713), trouwde 1e Wouter Jacobsz. Visser

640. Bastiaan Cornelisz. Naaktgeboren, gedoopt NG Dubbeldam 1 jan. 1650, overleden in of na 1691, trouwde

641. Pieternelletie Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1650, mogelijk een zuster van Neeltie Cornelisdr., de vrouw van Leendert Vroman

- 10 okt. 1683: Bastiaan Cornelisz. Naaktgeboren (met Marijtje Cornelisdr.) doopgetuige te 's-Gravendeel bij Marijtje, dochter van Leendert Vroman en Neeltje Cornelisdr.

- 23 juni 1689: Sijgje Cornelisdr. Pater, de vrouw van Leendert Spruijt, legt een verklaring af betreffende Jan Hendriks te Dubbeldam. Getuigen: Bastiaan Cornelisz. Naaktgeboren en Jan Cornelisz. de Bruijn (RA 's-Gravendeel inv. 48)

642. Abraham Arijensz. (Arensz.) 't Hoertje alias Leenheer, vrachtrijder te 's-Gravendeel, overleden vr 21 febr. 1702, trouwde

643. Lijntje Jansdr. (Aertoom), overleden na 1733

- jan. 1706: Lijntje Aertoom vermeld als lidmaat van de NG gemeente te 's-Gravendeel (zijn woonde tot aan haar overlijden in het achterhuis van haar grootmoeder Lijsbeth Coenen in't Veld in Renoijshoek)

644. (vermoedelijk) Hendrik Ariensz. Smaal, overleden tussen 1673 en 1680, trouwde

645. Maijke Bastiaene

- 14 okt. 1663: Hendrick Aerijensz. Smael, die woont ten huize van Cors Jansz. Spruyt, legt een verklaring af (Ons Voorgeslacht 2002, p. 102)

- 1680: Maeijcke Bastiaens, "een weduwe", vermeld te 's-Gravendeel in het Quohier van het Familiegeld. Zij woont dan aan de noordzijde van de Rijkestraat.

Kinderen:

a. Arien, gedoopt NG Numansdorp 8 dec. 1669

b. en c. Bastiaan en Willem, gedoopt NG Puttershoek 20 aug. 1673

646. Pieter Teunisz. Meijdam, armmeester te 's-Gravendeel 1703, overlijden aangegeven door zijn vrouw Meijntje [sic] Pietersdr. Vermeulen bij de gaarder te 's-Gravendeel op 28 april 1703 (impost 3 gl.), trouwde

647. Weijntje Pietersdr. Vermeulen, overleden in of na 1717

- 23 april 1703: Pieter Meijdam en Weijntje Vermeulen , hij ziek en zij gezond, testeren t.o.v. notaris W. de Voogt te s-Gravendeel. Tot hun universele erfgenaam benoemen zijn de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun beide kinderen, Leijntje en Neeltje Pieterdr. Meijdam op te voeden en te onderhouden en ieder kind bij mondigheid of eerder huwelijk een bedrag van 100 gl. uit te keren. Als de langstlevende gaat hertrouwen, zal dat bedrag verhoogd worden tot 150 gl. voor elk. Zij benoemen tot de voogden de langstlevende, zijn "broer" Teunis Reijnen van der Linden en haar broer Koen Pietersz. Vermeulen. (ONA 's-Gravendeel inv. 4588, akte 4)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Leijntje Pietersdr. Meijdam (= kwartier 323)

b. Neeltje Pietersdr. Meijdam, trouwde 's-Gravendeel 1705 Dirk Teunisz. van der Linden

650. Abraham Heijndricksz. de Baat, geboren ca. 1652 (7 jaar oud in 1659), arbeider wonende in Renoijshoek onder 's-Gravendeel (1680), overleden tussen 29 juli 1694 en 20 okt. 1701, trouwde

651. Jaapje NN, overleden na 1 febr. 1721

656. Cornelis Teunisz. Stam, geboren naar schatting ca. 1665, begraven s-Gravendeel 28 aug. 1715, trouwde naar schatting ca. 1700

657. Cornelia Ariensdr. Gouverneur, dienstmaagd (1697), overleden na 19 mei 1727

- 19 mrt. 1697: Cornelis Hermensz. van der Wael, weduwnaar van Annigje Arijensdr. Aertoom, bouwman te 's-Gravendeel, testeert. Legaat voor zijn dienstmaagd Cornelia Ariensdr. Gouverneur. Getuigen: Cornelis Teunisz. Stam en Leendert van Gemert, beiden wonende te 's-Gravendeel (vriendelijke mededeling van mevr. W. Molema te Zoetermeer)

- 9 febr. 1723: compareert voor notaris G. de Haen te Dordrecht Cornelia Ariensdr., weduwe van Cornelis Teunisz. Stam, wonende op het dorp 's-Gravendeel. Zij verklaart tot voogden over haar minderjarige kinderen en verdere erfgenamen aan te stellen haar zwager Arie Teunisz. Stam en haar goede bekende Joost Rijkhoek, beiden wonende te 's-Gravendeel (ONA Dordrecht inv. 835, akte 11, f. 29 e.v.)

- 19 mei 1727: Cornelia Ariensdr. Gouverneur verkoopt aan Jan Bussum alias de Ruijter een huis in Bevershoek onder 's-Gravendeel (vriendelijke mededeling van mevr. W. Molema te Zoetermeer)

658. Leendert Leendertsz. van Gemert (de oude), geboren naar schatting ca. 1672, begraven 's-Gravendeel 26 febr. 1739 (pro deo), trouwde NG Cillaarshoek 24 mei 1693

659. Neeltje Hermensdr. van de Bogaert (alias Romeijn), gedoopt NG Heinenoord 16 okt. 1672, mogelijk begraven (pro deo) te 's-Gravendeel op 27 juli 1729 ("de vrouw van Leendert Leendertsz. van Geemert")

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Leendert Leendertsz. van Gemert (de jonge)

b. Teuntje Leendertsdr. van Gemert, meerderjarig, geassisteerd met haar vader Leendert Leendertsz. van Gemert, doet op 11 febr. 1727, afstand van de pretentie, als zou Hendrik Japhetsz. in't Veld de vader van haar onlangs geboren kind zijn (NA 's-Gravendeel inv. 4590)

c. Lena Leendertsdr. van Gemert (= kwartier 329)

d. Willem Leendertsz. van Gemert, trouwde Maaike Gerritsdr. Visser, dochter van Gerrit Willemsz. Visser en Lijntje Pietersdr. van der Giessen (NA 's-Gravendeel inv. 21, testament van Lijntje Pietersdr. van der Giessen dd 10 juli 1748)

660. Robbert Jacobsz. (Valck), jongman van Spijk (1680), voerman te Dalem (1708), overleden vr 10 febr. 1727, trouwde 2e NG Dalem 9 nov. 1710 Lena Claesdr. Mol, jonge dochter van 's-Gravendeel, overlijden aangegeven bij de gaarder te 's-Gravendeel op 10 febr. 1727 (impost 3 gl.), trouwde 1e NG Dalem 20 okt. 1680

661. Neeske Caspersdr. (Snoeck), geboren naar schatting ca. 1655, jonge dochter van Dalem (1680), overleden tussen 5 sept. 1700 en 9 nov. 1710

- 17 mrt. 1708: Robbert Valk vermeld als lid van het Voermansgilde te Dalem (Ons Voorgeslacht 2001, p. 559)

- 10 febr. 1727: ontvangen van Arijaentje Klaasse 3 gl. wegens het lijk van haar zuster Lena Mol, weduwe van Robbert Jacobsz., zonder wettige descendenten overleden te 's-Gravendeel. (Gaarder 's-Gravendeel)

Kinderen van Robbert Valk en Neeske Snoek:

a. Jacob, geboren naar schatting ca. 1681

b. Henrik, gedoopt NG Dalem 10 nov 1689 (getuige: Beelke Caspers)

c. Arij, gedoopt NG Arkel 23 mrt. 1692 (getuige: Sijke Simons) [=kwartier 330]

d. Gerrit, gedoopt NG Dalem 7 okt. 1694 (getuige: Teuntje Gerrits)

e. Grietje, gedoopt NG Dalem 10 jan. 1697 (getuige: Beeleke Henriks, naam van de moeder: Neeske Henriks)

f. Theunis, gedoopt NG Dalem 5 sept. 1700 (getuige: Beelike Karspers [sic])

662. Hendrick Reijnen van der Linden, gedoopt NG 's-Gravendeel 25 april 1660, jongman van en wonende te 's-Gravendeel (1692), begraven ald. 18 jan. 1725 (pro deo), trouwde 2e 's-Gravendeel 16 mei 1706 Emmetje Jacobsdr. Besemer, trouwde 1e 's-Gravendeel 10 aug. 1692

663. Lijntje Japhetsdr. in't Veld, gedoopt NG Ridderkerk 11 jan. 1660, jonge dochter van en wonende te 's-Gravendeel (1692), overlijden aangegeven door haar man bij de gaarder in 's-Gravendeel op 22 mei 1704 (impost 3 gl.)

[Zie Gens Nostra 1991, p. 334.]

- 27 febr. 1724; op verzoek van Pieter den Decker en Jan Uytterlinden leggen Hendrik Reijnen van der Linden, 63 jaar oud en zijn zoon Japhet Hendriksz. van der Linden, 28 jaar oud, een verklaring af (RA 's-Gravendeel inv. 15)

664. Eeuwout Cornelisz. (Visser), geboren naar schatting ca. 1680, overlijden aangegeven bij de gaarder te Sliedrecht (Niemandsvriend) door zijn zoon Cornelis Eeuwoutsz. Visser op 16 mrt. 1761 (impost 3 gl.), trouwde naar schatting ca. 1715

665. Pieter(neligje) Cornelisdr. Bisschop, geboren naar schatting ca. 1685, overlijden aangegeven bij de gaarder te Sliedrecht (Niemandsvriend) door haar man Eeuwit Cornelisz. op 1 aug. 1743 (pro deo)

666. Teunis Ariensz. Kroos, geboren naar schatting ca. 1680, begraven Sliedrecht 18 jan. 1760, trouwde naar schatting ca. 1700

667. Jannigje Cornelisdr. Bisschop, overleden na 21 mrt. 1731 (doopgetuige)

668. Kornelis Klaasz. Labee, gedoopt NG Goudriaan 7 okt. 1691, trouwde NG Groot-Ammers/Goudriaan 25 nov./11 dec. 1718

669. Grietje Jansdr. Verkerk, gedoopt NG Groot-Ammers 6 jan. 1697, jonge dochter van Ammers-Graafland (1718)

670. Willem Hermansz. Verwaard (Verweert), geboren naar schatting ca. 1680, jongman van Langerak (1708), overleden te Oud-Alblas in 1751, trouwde Goudriaan/10/25 mrt. 1708

671. Marichie Jakobsdr. Covel, gedoopt NG Goudriaan 28 sept. 1681, jonge dochter van Goudriaan (1708)

672. Leendert Cornelisz. Klootwijk, jongman geboortig van de Oude Sluis onder Klaaswaal (1702), overleden na 6 mei 1730, trouwde 1e NG Klaaswaal 23 april/14 mei 1702 Bastiaantje Cornelisdr. Niemandsverdriet jonge dochter van Klaaswaal (1702), 2e NG Klaaswaal 30 nov./10 dec. 1704

673. Neeltge Ariensdr. Goutswaard, jonge dochter geboortig van Bommelskous onder Klaaswaal en daar wonende (1704), overleden na 14 dec. 1735 (doopgetuige)

- 4 juni 1703: Leendert Cornelisz. Clootwijk koopt een opstal van het huis van zijn stiefvader Joost Hendriksz. Niemandsverdriet bij executie door deurwaarder Spruijt. Het huis staat op de Oude Sluis, belend ten noorden Gerrit Bastiaansz. Vogelaar, ten zuiden Hendrik Jansz. de Haen en ten oosten Dirk van Geervliet (Particulier Archief 706)

- 3 mrt. 1723: testament van Cornelis Joosten Niemansverdriet en Hadewij Ariensdr. van der Sorg. Testateur benoemt tot voogd zij halfbroer Leendert Cornelisz. Clootwijck, wonende aan de Oude Sluis te Cromstrijen.

- sept. 1728: Leendert Klootwijk koopt een tweejarige vaars voor 31 gl. Borgen: Cornelis Niemandsverdriet en Govert Goutswaart (RA Cromstrijen inv. 11)

- 6 mei 1730; Leendert Klootwijk koopt kussens voor 3 gl. 4 st. Borgen: Govert en Arij Goutswaart (RA Cromstrijen inv. 11)

674. Cornelis Ariensz. Buijtendijk, gedoopt NG Numansdorp 9 febr. 1670, jongman van Schuring (1703), overlijden aangegeven bij de gaarder te Numansdorp op 18 febr. 1733 door Huibert Ariensz. de Best (pro deo), trouwde Numansdorp 20 mei 1703

675. Grietje Jacobsdr. Snel, gedoopt NG Strijen 12 juli 1676, jonge dochter van Strijen (1703), overleden na 21 jan. 1719 (doopgetuige)

- 9 mrt. 1699: Hendrik Pleunen van den Honaart transporteert aan Cornelis Ariensz. Buitendijk een huis aan de zeedijk van Numanspolder, belend ten oosten door Geeriit Corsen ten westen door Hendrik Sacheus (Particulier Archief nr. 783)

- 31 mei 1715: Cornelis A. Buitendijk en Grietje Jacobsdr. Snel, echtelieden wonende in Numanspolder, hij in redelijke gezondheid, zij ziek in bed liggende, testeren voor het Gerecht van Klaaswaal. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam, tot toeziende voogden Arie Ariensz. Buitendijk en Cleis Jacobsz. Snel en tot administerend voogd Cornelis Jacobsz. Hoekseweg. Testateur tekent met een merkje, testatrice met een kruisje. (RA Cromstrijen inv. 8)

- 8 juli 1726: Cornelis A. Buitendijk koopt tienden in het zestiende blok van Numanspolder voor 88 gl. Borgen: Aert en Boudewijn van der Waal (RA Cromstrijen inv. 12)

676. Pieter Claasz. Weeda, gedoopt NG Mijnsheerenland 31 aug. 1676, jongman geboren en wonende onder Moerkerken (1702), overleden te Westmaas in `1720, trouwde NG Mijnsheerenland 29 okt .1702

677. Arijaantje Heijndricksdr. van der Giessen, gedoopt NG Westmaas 19 okt. 1681, jonge dochter van Westmaas en wonende onder Moerkerken (1702), trouwde 2e Westmaas 13 okt. 1720 Willem Willemsz. Gout, 3e Westmaas 5 mei 1726 Jan Gerritsz. Steenhoek

678. Arij Abrahamsz. Crooswijk, gedoopt NG Mijnsheerenland 12 febr. 1679, meester-metselaar, overleden te Klaaswaal in 1720 (Archief NH gemeente Klaaswaal), trouwde naar schatting ca. 1703

679. Ariaantje Willemsdr. van Bodegom, overleden ca. 1727

680. Pieter Pietersz. Barendrecht, geboren naar schatting ca. 1660, begraven 's-Gravendeel 7 mrt. 1722 (pro deo), trouwde 1e naar schatting ca. 1690 Maijke Pieters, overleden in 1699, trouwde 2e ca. 1700

681. Dirckje Ingensdr. Stoocker, begraven 's-Gravendeel 5 okt. 1719, trouwde 1e naar schatting ca. 1690 Mels Willemsz. Aertoom (Gens Nostra 1982, p. 11)

- 3 juni 1701: Ingen Arijensz. Stoocker en zijn vrouw Jannigje Pietersdr. Stout passeren een mutueel testament. Hun dochter Dirckje Ingensdr. Stoocker is getrouwd met Pieter Pietersz. Barendrecht. Getuigen: Gerrit Vroman, notarisklerk en Cornelis Teunisz. Stam. (NA 's-Gravendeel inv. 4587)

- 18 juni 1701: Pieter Pietersz. Barendrecht en Mels Pietersz. Aertoom, inwoners van 's-Gravendeel, zijn getuigen bij het passeren van het testament van Gerrit Reijersz. Cranendonck en Dorothe Joosten Goeree, inwoners 's-Gravendeel. (NA 's-Gravendeel inv. 4587)

- 1703: Pieter Pietersz. Barendrecht bewoont een huis in Bevershoek, betaalt nihil in de aanslag van het nachtwakersgeld. (GA 's-Gravendeel inv. 107)

Kinderen:

ex 1:

a. Cornelis Barendrecht, geboren 's-Gravendeel, gedoopt NG Puttershoek 10 mei 1699 (getuigen: Arie Jacobs en Lieventge Jacobs)

ex 2:

a. Inge Pietersz. Barendrecht, trouwde 2e Ariaantje Derksdr. van der Linden

b. Mels Pietersz. Barendrecht, geboren naar schatting ca. 1710 (= kwartier 340)

682. Arij Bastiaansz. van Dieten, geboren naar schatting ca. 1680, begraven 's-Gravendeel 25 mei 1763, trouwde 2e ca. 1727 Soetje Hendriksdr. van der Linden, trouwde naar schatting ca. 1700

683. Kleisje Pieters Frederiks, geboren naar schatting ca. 1675, begraven 's-Gravendeel 4 april 1726 (pro deo)

- 1 sept. 1695: Cleijsje Pieters, dienstmaagd, wordt betaald uit de insolvente boedel van Jan Ariensz. Huijsman

- 22 febr. 1703:  Jan Ariensz. van Diepenbeeck, getrouwd met Engeltje Hendriksdr. van Hees, en de minderjarige kinderen van Hendrik van Hees, erfgenamen van Dingena Davidsdr. Verhagen, verkopen aan Arie Bastiaansz. van Dieten, gehuwd met Cleijsje Pietersdr., mede-erfgenaam van Dingena Davidsdr. Verhagen, een huis aan de noordzijde van de Rijkestraat te 's-Gravendeel, staande tussen het huis van Teunis Reijnen van der Linden en dat van Cornelis Gout. (RA 's-Gravendeel inv. 5)

- 28 april 1703:  comp. voor notaris W. de Voogt te 's-Gravendeel Arijen Bastiaensz. van Dieten, getrouwd met Cleijsje Pietersdr., als voogd over de minderjarige kinderen van Dingina Davitsdr. Verhagen en Jan Arijensz. van Diepenbeeck, getrouwd met Engeltje Hendriksdr. van Hees en uit dien hoofde mede-erfgenaam van Dingina Davitsdr. Verhagen. Zij verklaren, dat van de door haar nagelaten boedel na aftrek van de schulden en lasten nog maar zuiver overgebleven is een somma van 6[1] gl. en dat dat geld is verdeeld onder vier personen, te weten Arijen Bastiaensz. van Dieten, Jan Arijensz. van Diepenbeeck en Arijen en Weijntje Hendriks van Hees, beiden minderjarige kinderen van Dingina Davitsdr. Verhagen, bedragende elk part 15 gl. en 10 st. Van Dieten tekent met een merkje, Van Diepenbeeck met zijn naam. (ONA 's-Gravendeel inv. 4588, akte 5)

- 1713: Adriaen van Dieten, wonende aan de noordzijde van de Rijkestraat, betaalt 8 penningen in de aanslag van het nachtwakersgeld. (GA 's-Gravendeel inv. 107)

- 16 juli 1715: Cornelis A. Kooijman, wonende in Mookhoek onder Strijen, transporteert aan Arij Bastiaensz. van Diden, wonende op 's-Gravendeel, een huis, schuur, en erf, staande en gelegen in Mookhoek onder Strijen, belend ten zuiden Sijmon van der Giessen, noorden Arij Bastiaensz. Boer, westen Aert Denisz. van Prooijen en oosten de buursloot, belast met een jaarlijkse erfpacht van 6 gl. en 12 st., die Arij Meerenburg daarop sprekende heeft. Van Diden heeft betaald met 250 gl. contant geld. (ORA Strijen inv. 6)

- 12 mrt. 1721: Arie Bastiaansz. van Dieten en zijn vrouw Cleijsje Pieters Frederiks, hij gezond en zij ziek, passeren een mutueel testament en benoemen daarin tot voogden Joost Teunisz. Maes, Joost Bastiaensz. Rijkhoek, hun goede bekenden. (NA 's-Gravendeel inv. 4590)

- 18 nov. 1729: Arie Bastiaansz. Dite en Soetje Hendriksdr. van der Linden stellen voogdijschap in. (RA 's-Gravendeel inv. 16)

- 18 mrt. 1732: Arie Bastiaansz. Dite verkoopt aan Jacob Pietersz. Barendrecht een huis in de Rijkestraat. (RA 's-Gravendeel inv. 6)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Dingena Arijensdr. van Dieten, trouwde Jacob Pietersz. Barendrecht (ONA Dordrecht inv. 861, akte 64, f. 195 e.v., akte dd 6 sept. 1737)

b. Geertruij Ariensdr. van Dite, begraven 's-Gravendeel 1 nov. 1760, trouwde Arie de Kievit (testeren te 's-Gravendeel op 21 febr. 1743)

c. Leijntje Ariensdr. van Ditum, begraven 's-Gravendeel 28 april 1789, trouwde Jan Wingerdsz. de Geus

d. Bastiaantje Ariensdr. van Dieten (= kwartier 341)

684. Cornelis Pietersz. van der Giessen, woonde in 1698 in Strijen, overleden in of na 1722, trouwde Strijen (gaarder, pro deo) 10 april 1698

685. Petronella Jansdr. van Doel, woonde in 1698 in 's-Gravendeel, overleden in of na 1722

- 18 mrt. 1703: Cornelis Pietersz. van der Giessen, Teunis Pietersz. van der Giessen en Lijntje Pietersdr. van der Giessen treffen met Sijmon Pietersz. van der Giessen een accoord over de boedelscheiding van hun onlangs overleden moeder Maeijcken Cornelisdr. van Roon, weduwe van Pieter Teunisz. van der Giessen. Zij heeft nagelaten een huisje in Mookhoek onder Strijen. (NA 's-Gravendeel inv. 4587)

-16 april 1704: arbitrage tussen Pieternella Jansdr., dochter van Jan Engelen en Pleuntje Pieters (beiden overleden) en getrouwd met Cornelis Pietersz. van der Giessen en de voogden van haar halfzuster. (NA 's-Gravendeel inv. 4588)

- 10 mei 1704: Cornelis Pietersz. en zijn vrouw Leijntje [sic] Jansdr. van Doel verkopen een huis, staande langs de Kil. (RA 's-Gravendeel inv. 5)

688. Lourens Cornelisz. den Rooijen, geboren naar schatting ca. 1675, jongman wonende in Lage Zwaluwe (1705), overleden vr 18 dec. 1720 (RA Zwaluwe inv. 67, f. 308), trouwde NG Lage Zwaluwe 16 febr. 1705

689. Cornelia Vroomen (de Vroome), gedoopt NG Zwaluwe 25 aug. 1675, jonge dochter wonende in Lage Zwaluwe (1705)

- 26 sept. 1695: Cornelia Vroomen wordt op belijdenis lidmaat van de NG gemeente te Zwaluwe

Kinderen (allen NG gedoopt te Zwaluwe):

a. Cornelis, 20 dec. 1705 (getuige: Theuntie Marcus)

b. Pleuntje Lauwrensdr. de Rooij, 30 okt. 1707 (geen getuigen), trouwde NG Zwaluwe 8 april 1733 Joost Pietersz. Buijk

c. Willem, 11 aug. 1709 (getuige: Pleuntie Ariane)

d. Johanna, 24 jan. 1712 (geen getuigen)

e. Johanna, 27 juli 1713 (geen getuigen)

690. Frans Jansz. Smitsing (Smitsink), geboren naar schatting ca. 1670, jongman van Lage Zwaluwe (1698), trouwde NG Klundert 21 sept. 1698

691. Helena Jansdr. van Waart, jonge dochter van Niervaart (Klundert)

692. Arnoldus van Lith, jongman geboren te Breda (1711), weduwnaar wonende te Hoge Zwaluwe (1712), trouwde 1e NG Zwaluwe 17 jan./1 febr. 1711 Jacomijna Botbijl, weduwe van Adriaan Vervloet, geboren en wonende op Lage Zwaluwe (1711), trouwde 2e NG Zwaluwe 9 april 1712

693. Tanneke Huiberden (Dingmans), gedoopt NG Zwaluwe 20 nov. 1687, jonge dochter wonende in Lage Zwaluwe (1712)

- 9 febr. 1746: Tanneke Huiberde Dingmans, weduwe van Arnold van Lit, benoemt tot erfgenamen haar zoons Jacobus, Adriaen en Willem van Lit, tot voogd haar zoon Jacobus van Lit en tot toeziend voogd IJsak van Lit. (RA Zwaluwe inv. 90)

694. Pieter Hendriksz. de Beer, gedoopt NG Zwaluwe 6 febr. 1684, jongman geboren en wonende te Lage Zwaluwe (1712), bouwman, schepen van Zwaluwe (1721), trouwde NG Zwaluwe 20 febr. 1712 (ondertrouw: zie ook NG trouwboek Ridderkerk 20 febr. 1712 )

695. Neeltie  Woutersdr. van der Zegen, gedoopt NG Ridderkerk 28 okt. 1691, jonge dochter geboren en wonende te Ridderkerk (1712), overleden in of na 1737

- 23 mrt. 1704: Pieter Hendriksz. de Beer lidmaat van de NG gemeente te Zwaluwe

- 22 dec. 1712: Neeltje van der Zegen lidmaat van de NG gemeente te Ridderkerk. (Ons Voorgeslacht 1975, p. 153)

- juli 1715: Neeltie Woutersdr. van der Zegen lidmaat van de NG gemeente te Zwaluwe

- 16 aug. 1718: Peeter Hendriksz. de Beer en Neeltje Woutersdr. van der Zegen testeren. Zij hebben twee kinderen en benoemen tot voogden hun broers Willem de Beer en Jacobus Woutersz. van der Zegen. (RA Zwaluwe inv. 88)

- 18 mrt. 1737: Neeltje van der Zegen, weduwe van Pieter de Beer, testeert. Erfgenamen zijn haar zes kinderen Wouter, Hendrik, Rookje, Gerrit, Maria en  Jacob de Beer. Tot voogd stelt zij aan haar broer Gerrit van der Zegen, wonende in Ridderkerk en tot toeziend voogd haar zwager Willem de Beer. (RA Zwaluwe inv. 90)

696. Willem Cornelisz. Brant, jongman geboren en wonende te Zwaluwe (1697), trouwde NG Zwaluwe 2 juni 1697 (ondertrouw, getrouwd in Hoge Zwaluwe)

697. Catlijna Woutersdr. Bogert (Bogaerts), jonge dochter van Sprang, wonende op Hoge Zwaluwe (1697)

- 26 febr. 1742: Willem Brant en Catlijna Bogert testeren te Zwaluwe. Erfgenamen zijn hun kinderen Gerrit, Dingeman, Adriaentje, Cornelis en Pieter Brant (ORA Zwaluwe inv. 90)

698. Adriaen Ariensz. Conincx, overleden vr 1751, trouwde NG Raamsdonk 10 juli 1707 (huwelijk aangegeven bij de gaarder aldaar op 26 juni 170, pro deo)

699. Maria Jacobsdr. Buijs, overlijden aangegeven bij de gaarder te Raamsdonk op 27 jan. 1751 (Genealogisch Tijsdschrift voor Midden- en West-Brabant en de Bommelerwaard 1985, p. 130 [VIIj])

700. Jan Jansz. Lucas, gedoopt NG Zwaluwe 16 mei 1694, trouwde naar schatting ca. 1720

701. Caatje (Catharina) Pietersdr. Broer(e), gedoopt NG Zwaluwe 1 mei 1691, overleden Zwaluwe op 3 okt. 1768 en begraven aldaar 6 okt. 1768 (Catharina Broere, weduwe van Jan Lucas, 77 jaar en 7 maanden oud)

- april 1711: Cathalijn Broer wordt lidmaat van de NG gemeente te Zwaluwe

702. Niklaas Backs, gedoopt NG Zwaluwe 3 mrt. 1700, jongman van Lage Zwaluwe (1723), trouwde NG Zwaluwe 10 nov. 1723 (ondertrouw)

703. Cornelia Dubbelman(s), gedoopt NG Zwaluwe 2 febr. 1698, jonge dochter van Hoge Zwaluwe (1723)

- 1717 ("tegens Paasschen"): Cornelia Dubbeldam wordt lidmaat van de NG gemeente van Hoge Zwaluwe

712. Hendrik van Moerkerken, geboren naar schatting ca. 1645, jongman van Goes wonende in 's-Gravendeel (1669), schoolmeester, koster, voorzanger en doodgraver te 's-Gravendeel  van 1670 (in dat jaar benoemd door schout en schepenen in zijn vaders plaats) tot 1723 (als schoolmeester en doodgraver opgevolgd door zijn zoon Dirk), collecteur van de quotisatie van huizen aldaar (1692, 1693, 1700 en 1701), schepen van 's-Gravendeel (vermeld vanaf 1700), overlijden aangegeven bij de gaarder te 's-Gravendeel op 1 febr. 1723 door Dirk van Moerkerken (impost 3 gl.), begraven 's-Gravendeel 2 febr. 1723, trouwde NG Ridderkerk/ Dordrecht 11 en 13 okt./8 nov. 1669 (DTB Dordrecht en DTB Ridderkerk)

713. Sijtje Willemsdr. Bijl (alias Ridderkerk), gedoopt NG Ridderkerk 29 mei 1645, jonge dochter van Ridderkerk (1669)

- 13 juli 1670: attestatie afgegeven door de NG gemeente te Dordrecht voor Sijchje Willems, de huisvrouw van Hendrick van Moerkerke, wonende in het Steegoversloot te Dordrecht, vertrokken naar 's-Gravendeel. (DTB Dordrecht)

- 16 mei 1674: Sijgje vermeld als dochter van Ariaantje Pieters, weduwe van Willem Dirksz. Timmerman. (NA Rijsoord inv. 7053)

- 11 okt. 1689: Hendrik van Moerkerken en Sijgjen Willemsdr. Ridderkerk, beiden ziek, testeren. Erfgenaam: de langstlevende van hen beiden. Voogden: haar broer Pleun Willemsz. Ridderkerk en zijn goede bekende Reijn Hendriksz. van der Linden.

De doodgraver (gravure van Jan of Casparus Luyken).

714. Arien Hendriksz. (van) Dam, geboren naar schatting ca. 1650, jongman geboren te Dordrecht (1677), korenmolenaar op de "Roo Koe" te Dordrecht, begraven Dordrecht 1 okt. 1686, trouwde NG Dordrecht/Maasdam 18 april/9 mei 1677 (zie ook NG trouwboek Oud-Beijerland 6 april 1677: attestatie voor huwelijk van Oud-Beijerland naar Rotterdam, getuige ds. Thomas Baan, pastor in Heinenoord)

715. Neeltie Ariensdr. den Houten (van Houten, Houtting), geboren ca. 1655 te Oud-Beijerland, jonge dochter geboren te Oud-Beijerland en wonende te Heinenoord (1677), "molenaresse" te 's-Gravendeel (na ca. 1704), begraven 's-Gravendeel 11 mei 1716 (pro deo),  trouwde 2e (vr 1713) Arij Andriesz. de Heer

- 10 nov. 1674: compareert voor notaris J. Melanen te Dordrecht Jan Josephsz., molenaar en burger van Dordrecht, die verklaart verkocht te hebben aan Arijen Hendriksz. van Dam, molenaar en burger van Dordrecht, die mede compareert, geasssiteerd door Arijen Arijensz. Heijligenberch en Anthonij Verhelt, zijn voogden, de gerechte helft in een standaardwindkorenmolen, genaamd "de Koe", met toebehoren en het achterste deel van bijbehorende huis en tuin, welke door koper tegenwoordig bewoond en gebruikt worden, staande en gelegen buiten de Spuipoort van Dordrecht, voor een bedrag van 3000 gl. "namentlijck int gerede de somme van thien hondert guld. dewelcke den voorsz. vercooper bekent ontfangen ende overgenomen te hebben met een obligatie van gelijcke somme dewelcke hij aen de voorsz. voochden ten behoeve van de gesamentlijcke kinderen van Hendrick Jansz. Dam en Annichien Arijens Waterwijck schuldig is geweest" en de overige 2000 gl. met het verlijden van een schuldbrief. Akte door comparanten ondertekend. (ONA Dordrecht inv.185, f. 140 e.v.)

- 22 mrt. 1681: Arijen Hendriksz. van Dam, korenmolenaar te Dordrecht en broer van Pieter Hendriksz. van Dam van Dordrecht, die in 1674 in dienst van de VOC (kamer Amsterdam) als "bosschieter" is uitgevaren op het schip "Ceijlon", verleent procuratie aan Johan van Oordingen, koopmansbode van Zaandam op Dordrecht. Akte door Van Dam ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 188, akte 134, f. 297 e.v.)

- 26 sept. 1686: Arijen Hendriksz. van Dam, korenmolenaar, ziek in bed liggende en Neeltgen Arijensdr. van Houtting, echtelieden wonende buiten de Spuipoort, testeren voor notaris J. Melanen. Testament op de langstlevende, door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 190, f. 472)

ca. 1704: Neeltje Houtting vertrekt met haar kinderen uit Dordrecht en vestigt zich te 's-Gravendeel

jan. 1706: Neeltje Ariensdr., weduwe van Arien van Dam, "op de molen", vermeld als lidmaat van de NG gemeente van 's-Gravendeel

- 1 mei 1715: Wouter [Corstiaensz.] van de Grient, bode van Nieuw-Bonaventura en Arij Arijensz. Dam door Neeltje Arijensdr. Houtting, echtgenote van Arij Andriesz. de Heer, eerder weduwe van Arij Hendriksz. Dam, wonende te 's-Gravendeel, tot voogden benoemd. (Gens Nostra 1989, p. 9)

- 1 mei 1716: Neeltie Ariensdr. Houtting, echtgenote van Arij Andriesz. de Heer, ziek zijnde, passeert testament te 's-Gravendeel. Erfgenamen zijn haar twee minderjarige kleinkinderen Pieternella en Arij Hendriks Dam, kinderen van haar overleden zoon Hendrick Arijensz. Dam en haar twee kinderen Arij Arijensz. Dam en Maria Arijensdr. Dam, getrouwd met Adrianus van Moerkerken.

716. Dirck Pietersz. van Rossum, geboren ca. 1658, jongman van Rossum (1683), van beroep vermoedelijk vlasboer, vermeld als lidmaat van de NG gemeente te 's-Gravendeel 1687, 1714, 1723, begraven 's-Gravendeel 11 dec. 1753 (95 jaar oud, pro deo), trouwde NG 's-Gravendeel 7 nov. 1683 (ondertrouw)

717. Marijtie Huberts, geboren naar schatting ca. 1660, jonge dochter van 's-Gravendeel (1683), begraven 's-Gravendeel 31 mrt. 1735

- 18 juni 1682: Maria Huijberts, geassisteerd met Arijen Arijensz. Moockhoeck, passeert akte van uitkoop, betreffende haar minderjarige broer en zusters, m.n. Matthijs Huijbertsz., Jannigje Huijbertsdr. en Arij Huijbertsz., allen kinderen van Huijbert Jansz. Cleermaecker, die onlangs is overleden. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 1)

- 1714: Dirk van Rossum en Maritje Huijberts vermeld als lidmaten van de NG gemeente te 's-Gravendeel, wonen in de Langestraat.

- 18 mrt. 1716: Dirck van Rossem koopt van de voogden over de erfgenamen van Arie Pleunen Droogendijk een stuk land in de Trekdam (RA 's-Gravendeel inv. 6)

718. Dammis Claesz. Vroegindeweij (Vrough in de Weij), geboren ca. 1668, begraven 's-Gravendeel 26 aug. 1720 (pro deo), trouwde NG Ridderkerk 27 jan./11 febr. 1697 (aangegeven bij de gaarder te Ridderkerk op 26 jan. 1697, pro deo)

719. Neeltje (Leentje) Krijnen van Wijnen, gedoopt NG Ridderkerk 28 aug. 1672, begraven 's-Gravendeel 2 aug. 1724

- 13 febr. 1700: Dammis Vroegindeweij koopt een huis aan de zuidzijde van de Rijkestraat. (RA 's-Gravendeel inv. 91)

- 1 mei 1700: hij koopt van Hermen Stevensz. Snijder een huis aan de zuidzijde van de Rijkestraat (RA 's-Gravendeel inv. 5)

- 9 jan. 1706: Dammis Claesz. Vroegindeweij en Leentje Krijnen van Wijnen, echtelieden wonende te 's-Gravendeel, benoemen tot voogden over hun eventuele minderjarige erfgenamen haar vader Krijn Maghielsz. van Wijnen, haar broer Cornelis Krijnen van Wijnen, zijn (half-)broer Abram Huijge Kluijt en zijn goede bekende Christiaen Groote. Hij tekent, zij zet een kruisje. (ONA 's-Gravendeel inv. 4588, akte 55)

- 1714: Dammis Klaasz. en Leijntje Kreijne vermeld als lidmaten van de NG gemeente van 's-Gravendeel, wonen aan de zuidzijde van de Rijkestraat.

720. Pieter Hermensz. Stoocker, geboren ca. 1654, woonde in Strijen, overleden tussen 19 mrt. 1695 en  11 april 1701 (vermoedelijk in 1696), trouwde

721. Bastiaantje Gerbrandsdr. (Gerritsdr.) Pluijmer, overleden in of na 1722, trouwde 2e (als Bastiaentie Gerbrande) Strijen 6 juni 1699 (gaarder, impost 3 gl.) Cornelis Abrahamsz. Craeijesteijn

- 19 mrt. 1695: Pieter Cornelisz. de Hoon brengt aan, dat hij aan Pieter Hermansz. Stoocker een huis, schuur en melioratie van erf in Mookhoek verkocht heeft voor een bedrag van 310 gl. (GA Strijen inv. 72)

- 10 april 1696: Lijntie Gerbrands geeft bij de gaarder te Strijen het overlijden aan van Pieter Stoockers [haar zwager?] (impost 3 gl.)

- 18 mei 1697: Bastiaantje Gerritsdr. Pluijmer verkoopt aan Teunis Jansz. Meijer een huis aan de Mookhoekse dijk (RA 's-Gravendeel inv. 5)

- 12 april 1701: Bastiaantje Gerritsdr. stelt voogdijschap in over haar minderjarige zoon Hermen Pietersz. Stoocker. Voogden: Jacob Pietersz. van der Wael, echtgenoot van haar zuster Maritie Gerritsdr. Pluijme en Jacob Teunisz. van der Giessen, echtgenoot van haar zuster Lijntie Gerbrands. (NA 's-Gravendeel inv. 4587)

- 1722: Cornelis Craeijesteijn en zijn vrouw Bastiaantje Gerritsdr. Pluijmer vermeld als inwoners van Mookhoek (Archief NH gemeente Strijen)

724. Dirck Stevensz. Snijder (Snijer), geboren ca. 1643, bouwman te 's-Gravendeel (vermeld 1680), overleden tussen 18 jan. 1707 en 1713, trouwde 1e Arijaentie Leenderts, 3e Grietje Cornelisdr. Hello (Helhoeve), 2e (vr 23 okt. 1689)

725. Lijsbeth Jansdr. Sneep

- 25 sept. 1679: Dirck Stevensz. en Arijaentie Leenderts, echtelieden wonende te 's-Gravendeel, hij gezond en zij ziek, maken elkaar erfgenaam. Hij benoemt tot voogd zijn broer Hermen Stevensz. en zij haar halfbroer Jan Crijne Bell (NA 's-Gravendeel)

- 10 dec. 1680: Dirck Stevens koopt van Hermen Stevensz. Snijer een huis aan de Havenschenkeldijk (RA 's-Gravendeel inv. 108)

- 23 okt. 1689: Dirk Stevensz. Snijder en Lijsbeth Jansdr. Sneep, zij ziek zijnde, maken elkaar erfgenaam. Tot voogden benoemen zij zijn broer Hermen Stevensz. Snijer en haar neef Arijen Pietersz. Sneep (NA 's-Gravendeel)

- 21 aug. 1698: Dirck Stevensz. Snijder, 55 jaar oud, Jan Willemsz. Oostdorp, 68 jaar oud en Cornelis Arijensz. Moockhoek, 54 jaar oud, attesteren op verzoek van Jacob Isacksz. van der Stichel en Arijaentie Gijsbertsdr.Hoffman, echtelieden wonende te 's-Gravendeel, als ouders van Isack Jacobsz. van der Stichel, hun minderjarige zoon, tegenwoordig gedetineerd in de Gevangenpoort [Vuilport] te Dordrecht. (NA 's-Gravendeel inv. 4587)

- 31 mrt. 1698: Dirk Stevensz. Snijder geeft het overlijden aan van zijn dochtertjes Aerijaentje en Lijsbet (gaarder 's-Gravendeel, impost 3 gl.)

- 18 jan. 1707: Dirk Stevensz.Snijder geeft, als oom en gewezen voogd van de minderjarige kinderen van zijn zuster wijlen Ariaantje Stevensdr. Snijder, bij haar in huwelijk verwekt door Jan Ariensz. van de Grient, aan Dirk Hendriksz. Bravenboer e.a. een schuldbekentis. (RA 's-Gravendeel inv. 5)

- 1713: de weduwe van Dirk Stevensz. Snijder betaald nihil in de aanslag van het nachtwakersgeld voor een huis aan de Haven. (GA 's-Gravendeel inv. 107)

- 6 okt. 1714: een huis in Bevershoek wordt belend door de weduwe van Dirk Stevensz. Snijder. (RA 's-Gravendeel inv. 6)

30 juni 1719: Grietje Cornelisdr. Helhoeve, weduwe van Dirk Stevensz. Snijder, verkoopt aan haar minderjarige dochter Aagje Dirksdr. Snijder een huis langs de Haven. (RA 's-Gravendeel inv. 6)

- 29 juni 1727: Annigje Dirksdr., weduwe van Paulus Jansz. Hertog, Teunis Leendertsz. Cooijman, getrouwd met Neeltje Dirksdr. Snijder, wonende onder Strijensas en Steven Dirksz. Snijder, wonende te 's-Gravendeel, nagelaten kinderen van Dirck Stevensz. Snijder en Lijsje Jansdr. Sneep, tevens de kinderen van genoemde Dirck Snijder en Grietje Cornelisdr. Hello, genaamd Aagje Dirksdr. Snijder, getrouwd met Arij Willemsdr. Romeijn en Cornelia Dirksdr. Snijder, meerderjarige jonge dochter, verlenen procuratie aan hun moeder resp. stiefmoeder om in Middelburg bij de VOC de gage van hun overleden broer Aart Dirksz. Snijder te innen. (ONA 's-Gravendeel inv. 4590)

726. Pieter Jacobsz. Verdonck, geboren naar schatting ca. 1630, schoenmaker te 's-Gravendeel (1680), overleden tussen 1706 en 1723, trouwde naar 1e schatting ca. 1655 Griettien Isaacksdr. Kieboom, overleden in 1675, trouwde 2e ca. 1675/1680

727. Marijgje Jansdr. Eerlant (van Krimpen Eerland), geboren te Krimpen a/d Lek, begraven 's-Gravendeel 24 mrt. 1735 (pro deo) (Gens Nostra 1982, p. 429-430)

- 4 april 1679: Pieter Jacobsz. Verdonck koopt voor 600 gl. een huis in de Langestraat te 's-Gravendeel

- 29 febr. 1680: mutueel testament van Pieter Jacobsz. Verdonck, eerder weduwnaar van Grietie Kieboom en zijn vrouw Marijgje Jansdr. Eerland (NA 's-Gravendeel)

- 1706: Pieter Jacobsz. Verdonck en Marijgje Jansdr. Eerland vermeld als lidmaten van de NG gemeente te 's-Gravendeel, wonen aan de Noordvoorstraat

- 1723: Maritje van Krimpen vermeld als lidmaat van de NG gemeente te 's-Gravendeel, woont aan de Noordvoorstraat

728. Teunis (Thonis) Adamsz. Noteboom (Neuteboom), geboren naar schatting ca. 1670, overleden tussen 11 okt. 1703 en 24 jan. 1721, trouwde Strijen 4 april 1699 (gaarder, pro deo)

729. Lijsbeth Gerritsdr. Rijckhoeck, geboren naar schatting ca. 1675, wonende te 's-Gravendeel (1699),  begraven 's-Gravendeel 14 juni 1752 (pro deo)

- 10 dec. 1695: Teunis Adamsz. Noteboom en Gerrit Willemsz. Vroman getuigen bij akkoordbevinding van het huwelijk van Annigje Gerritsdr. Rijckhoeck door haar oom Pieter Lucasz. van der Staf, chirurgijn te Dordrecht. (NA 's-Gravendeel)

- 11 okt. 1703: Teunis Adamsz. Noteboom , wonende onder 's-Gravendeeel, getuige bij het passeren van het testament van Arijaentje Pietersdr. Vinck (NA 's-Gravendeel inv. 4588)

- 24 jan. 1721: compareren voor notaris G. de Haan te Dordrecht Elisabeth Gerritsdr. Rijkhoek, weduwe van Teunis Adamsz. Nooteboom, wonende te 's-Gravendeel. Zij benoemt tot voogden over haar minderjarige erfgenamen Joost Rijkhoek, inwoner van 's-Gravendeel en Cornelis Gerritsz. Rijkhoek, wonende op Puttershoek. Zij tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 833, akte 5, f. 11 e.v.)

- 1723: Lijsbeth Rijkhoek vermeld als lidmaat van de NG gemeente te 's-Gravendeel, woont "in 't wegtje naar den Strijenz Dijk" .

- 19 mei 1727: zij en Pieter Stoocker zijn belenders van een huis in Bevershoek, dat op die dag wordt verkocht door Jan Bussum alias de Ruijter (RA 's-Gravendeel inv. 6)

- 10 jan. 1732: Lijsbet Gerritsdr. Rijkhoek, weduwe van Teunis Adamsz. Neuteboom, testeert voor schout en schepenen van 's-Gravendeel . Erfgenamen: haar kinderen Gerrit en Anna Teunisdr. Neuteboom (prelegaat voor laatstgenoemde). (RA 's-Gravendeel inv. 17)

- 12 juni 1739: zij verkoopt een huis in Bevershoek aan Willem Ariensz. Romeijn.

Kinderen:

a. Gerrit Teunisz. Noteboom (= kwartier 364)

b. Anna Teunisdr. Noteboom, geboren naar schatting ca. 1715, lidmaat van de NG gemeente van 's-Gravendeel op 10 of 13 april 1740, overleden 's-Gravendeel 18 okt. 1759 (RA 's-Gravendeel inv. 24, boedelinventaris  dd 18 okt. 1759), begraven aldaar 23 okt. 1759 (pro deo), trouwde Gerrit Pietersz. Dekker. 

730. Cors Willemsz. van den Biesbos, geboren naar schatting ca. 1640, overleden 's-Gravendeel ca. 1712, trouwde 1e NN, overleden vr 24 mrt. 1686, 2e

731. Maijken (Marrigie) Engelsdr. (Ingensdr.) Evengroen, begraven 's-Gravendeel 11 febr. 1719 (pro deo)

- 11 dec. 1666: Cors Willemsz. en Arie Aertsz., voor zich en hun drie zusters, lenen geld van Hendrick Reijnen van der Linden, daarvoor verbindende een stuk land in Nieuw-Bonaventura (RA 's-Gravendeel inv. 63)

- 11 dec. 1666: Cors Willemsz. en Arie Aertsz., getrouwd met Teuntie Willemsdr., ook voor hun overige zusters Jannigje, Heijltje en Cornelia Willemsdrs., bekennen geld schuldig te zijn aan hun oom Hendrick Reijnen van der Linden, die voor hen de successierechten heeft betaald voor een legaat, dat zij hadden gerfd van wijlen Arie Reijnen van der Linden (RA 's-Gravendeel inv. 4)

- 9 mei 1668: Cors Willemsz. van den Biesbos, ook voor zijn broers en zusters, samen kinderen van Willem Corsz. van den Biesbos zaliger en Machteld Reijnen [van der Linden], geeft schuldbekentenis af aan Jacob Teunisz. Jongegraaff wegens de koop van een huis in de Langestraat te 's-Gravendeel . (RA 's-Gravendeel inv. 4)

- 9 mei 1668: op verzoek van Cors Willemsz. van den Biesbos heeft Dirk Dirksz. Quartel, wonende in Mookhoek geld uitbetaald aan Machteld Reijnen, laatst weduwe van Hendrik Gerritsz., de moeder van Cors Willemsz. (RA 's-Gravendeel inv. 4)

- 21/23 juli 1675: Cors Willemsz. van den Biesbos, ook voor zijn zusters en zwagers en Reijn Paulusz. van der Linden, voor zichzelf en voor zijn broer, zusters en zwagers, treffen grondverkaveling ter zake van hun aandeel in de erfenis van Arie Reijnen van der Linden zaliger. Daarbij krijgt Cors het land in Nieuw-Bonaventura en Reijn het land in de Mijlpolder. (resp. RA 's-Gravendeel inv. 109 en 81)

- 12 dec. 1675: Cors Willemsz. van den Biesbos, samen met Teunis Adamsz. [Kooijmans], echtgenoot van Teuntje Willemsdr., Hendrik Woutersz. van Geel, getrouwd met Jannigje Willemsdr., Cornelis Lauwers van Wijngerd, man van Heijltje Willemsdr. en Cornelia Willemsdr., meerderjarige jonge dochter, verkopen aan Johan Gijsberts te Dordrecht land in Nieuw-Bonaventura, belend aan de oostzijde door Arie Dirksz. Quartel. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

- 10 jan. 1680: Cors betaalt de quoatisatie van zijn huis langs de Haven: 8 st. (RA 's-Gravendeel inv. 90)

- 24 mrt. 1686:  aan hem voor n jaar uitbesteed de voordochter van zijn overleden huisvrouw (Archief NH gemeente 's-Gravendeel)

- 8 mrt. 1711: Cors vermeld als belender van een huis aan de Buitendijk langs de Haven (RA 's-Gravendeel inv. 6)

- 1713: zijn weduwe betaalt vier penningen in de aanslag van het nachtwakersgeld (GA 's-Gravendeel inv. 107)

- 1714 Maaijkje Engels vermeld als lidmaat van de NG gemeente te 's-Gravendeel, zij woont "beneden den Dijk van't veer af naar de Kaije".

- 8 mei 1718: Maijken Engelsdr. Evengroen, weduw van Cors Willemsz. van den Biesbos, verkoopt aan haar schoonzoon Arie Willemsz. Romeijn een huis aan de Buitendijk (RA 's-Gravendeel inv. 6)

Kinderen (volgorde onzeker; n van hen is mogelijk een dochter uit het eerdere huwelijk van Cors; Macheltje [= kwartier 365] is ieder geval een dochter van Maijken Evengroen):

a. Grietje Corsdr. Biesbos, trouwde Gijsbert Fransz. Baertman (NA 's-Gravendeel inv. 4590, akte van voogdijschap dd 13 mei 1728)

- 26 okt. 1720: Grietje Corssen Biesbos, meerderjarige dochter vermeld in een akte van uitkoop als tante van moederszijde van de minderjarige kinderen van wijlen Willemtje Biesbos en Arie Willemsz. Romeijn. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 2)

b. Ingetie, begraven 's-Gravendeel 7 sept. 1720 (pro deo)

c. Willemtje Corsdr. Biesbos, begraven 's-Gravendeel 19 okt. 1720 (pro deo), trouwde Arij Willemsz. Romeijn

d. Heijltie Corsdr. Biesbos, trouwde Arie Ariensz. van Hal (RA Cromstrijen, transportakte dd 20 mei 1710)

732. Arie Ariensz. van der Giessen, trouwde naar schating ca. 1685

733. Adriaentje Jansdr. Neef, begraven 's-Gravendeel 31 jan. 1725 (pro deo)

- 11 mei 1690: Arij Arijensz. van der Giessen en Arijaentje Jansdr., echtelieden, passeren mutueel testament. Voogd is haar broer Jan Jansz. Neef. (NA 's-Gravendeel inv. 4587)

- 16 nov. 1725: boedelscheiding tussen enerzijds Cornelis Arijensz. van der Giessen, Arij Arijensz. van der Giessen, Maijke Arijensdr. van der Giessen, gehuwd met Jillis Jacobsz. Herweijer, wonende onder Strijen en anderzijds Jan Jansz. Neef en Crijn Arentsz. van der Giessen als voogden over Jannigje Arijensdr. van der Giessen. (NA 's-Gravendeel inv. 4590)

- 21 juni 1743: de kinderen en Arie Ariensz. van der Giessen en Arijantie Jansdr. Neef, in leven enige zuster van Jan Jansz. Neef, die getrouwd was met Pietertje Thonisdr. Dwarswaart, zijn erfgenamen van Jan Jansz. Neef. (RA 's-Gravendeel inv. 7)

752. Cornelis Pleunen (Gout), jongman van Mijnsheerenland (1668), trouwde NG Heinenoord 8 sept. 1668 (ondertrouw)

753. Beatris Ariensdr. (Blaak), geboren naar schatting ca. 1645

- 9  mrt. 1677: compareren voor het gerecht van Mijnsheerenland Cornelis Pleunen Gout  en Maeike Pleunen Gout, gehuwd met Sijmon Gerritsz. Hordijk , kinderen van Pleun Ariensz. Gout en Geertje Dirksdr., Joost Pleunen Gout voor Geertie, Arien en Dirck Pleunen Gout, kinderen van Geertie Joosten bij Pleun Ariensz. Gout en Jacob Michielsz., wonende in St. Anthoniepolder , volle broeder van Neeltie Michielsdr., die getrouwd is geweest met Pleun Ariensz. Gout, in zijn leven wonende aan de Blaak. (RA Mijnsheerenland inv. 20)

- 28 mrt. 1679: Cornelis Pleunen ontvangt 1 gl. en 10 st. voor vervoer van de predikant en een ouderling "om de besouckinge". (GA Heinenoord inv. 46)

- 1682/1683: vermeld wordt Beatrix, de huisvrouw van Cornelis Pleunen Gout. (GA Heinenoord inv. 54)

754. Andries Jansz. Blaak, gedoopt NG Maasdam 30 mrt. 1664, jongman van Bonaventura  wonende onder Maasdam (1691),  overlijden aangegeven bij de gaarder van Strijen door Jan Arensz. Blaeck op 7 okt. 1697 (impost 3 gl.), trouwde NG Maasdam 22 april 1691

755. Pleuntje (Leentje) Gijsbertsdr. van Esch, gedoopt NG Maasdam 14 sept. 1664, jonge dochter uit Bonaventura wonende onder Maasdam (1691), weduwe wonende onder Strijen (1699) trouwde 2e 7 nov. 1699 (gaarder Strijen, impost 3 gl.) Cornelis Dirksz. van Strijen, wonende onder Klaaswaal (1699)

- 26 nov. 1695: Andries Jansz. Blaeck, wonende in Nieuw-Bonaventura onder Strijen, als last en procuratie hebbende van Adriaen van Hogeveen, schepen van Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor schepenen van Dordrecht op 20 nov. 1695, transporteert aan zijn vader Jan Arensz. Blaeck de helft in een hofstede met 8 morgen 9 roeden land, liggende in Nieuw-Bonaventura onder Strijen, belend ten oosten door de Grafelijkheidsweg, ten zuiden door de weduwe van A. Quirijn van Strijen, ten westen door de gemenelandsvliet, genaamd het Koijdiep en ten noorden door de eerste kruisweg, betaald met een somma van 1300 gl. (ORA Strijen inv. 5)

- 4 mrt. 1697: de voogden van de onmondige kinderen van Pleun Dircksz. Meeldijck transporteren aan Andries Jansz. Blaeck, wonende in Nieuw-Bonaventura, een huis, schuur en erf aan de Strijense Westdijk . (ORA Strijen inv. 5)

756. Teunis Cornelisz. Kruijthof, gedoopt NG Mijnsheerenland 24 aug. 1664, jongman geboren en wonende te Mijnsheerenland (1691), weduwnaar wonende te Mijnsheerenland (1712), overleden in of na 1717, trouwde 2e NG Mijnsheerenland 23 okt. 1712 (ondertrouw, attestatie gegeven op de Hitzert) Maartje Cornelisdr. Nieuwenboer, jonge dochter van de Hitzert [Zuid-Beijerland] (1712), trouwde NG Oud-Beijerland 21 april 1691 (getuigen: Cornelis Kruijdhof, vader van de bruidegom en Hendrik Grasius, vader van de bruid)

757. Annigje Hendriksdr. Grauw, gedoopt NG Oud-Beijerland 14 aug. 1667, jonge dochter geboren en wonende te Oud-Beijerland (1691), overleden in 1712,

- 1717: Teunis Cornelisz. Kruithof en zijn kinderen Cornelis en Lijsbet Kruithof vermeld als lidmaten van de NG gemeente te Mijnsheerenland, wonen aan de Dorpsnoordzijde

758. Anthonis Claesz. Jungerius (Jongerius), geboren te Almkerk, naar schatting ca. 1655, smid te Mijnsheerenland (1686: zie GA Mijnsheerenland inv. 50)., trouwde 1e vr 21 juli 1689 Neeltje Abrahamsdr. van der Stuik, 3e St. Anthoniepolder 13 aug. 1702 Pleuntje Polderdijk,  2e ca. 1694

759. Neeltie Jansdr. de Geus, geboren naar schatting ca. 1665, overleden in 1702

- 1691: Neeltie Jansdr. de Geus, jonge dochter wonende te Cromstrijen, geeft te kennen, dat zij op 3 mrt. 1691 door een "explotier" van het Hof van Holland "wegens seker apportement op de requeste van Hendrick Jans de Haen, mede inwoner van Claaswaal, aan hem gepresenteert op 27 jan. 1691" is gedagvaard om aan te horen de eis die De Haen aan haar zal doen. "Zij is een dochter van de minste middelen, niet anders hebbende als haar klederen en nu nog belast met een jong geboren kint, versoeckende om een acte pro deo." (RA Cromstrijen inv. 59)

Kinderen (ex 2):

a. Jan, gedoopt NG Mijnsheerenland 7 nov. 1694 (getuigen: Grietie Jans de Geus, Hendrijck Jans de Geus)

b. Neeltie, gedoopt NG Mijnsheerenland 25 juni 1697

c. Geertie, gedoopt NG Mijnsheerenland 18 okt. 1698 (getuige: Lijsbeth Jans)

762. Cornelis Joppen (Vogelaar), gedoopt NG Puttershoek 4 febr. 1629, overleden vr 14 mei 1690, trouwde NG Putershoek 26 juni/18 juli 1683 (beiden geboren en wonende te Puttershoek, getuigen: Arie Cornelisz. van Doorn en Arie Joppe Vogelaar)

763. Aefge Cornelisdr. van Doorne, gedoopt NG Puttershoek 6 okt. 1647, overleden in of na 1716

- 14 mei 1690: de NG gemeente van Puttershoek ontvangt van Cornelis van Doorne over de koop van het huis van de weduwe van Cornelis Joppen een bedrag van 30 gl. (Archief NH gemeente Puttershoek)

- 1695: "ontvangen van Cornelis van Doore [sic] de laeste paeij van 't huijs van Cornelis Joppe weduwe". (Archief NH gemeente Puttershoek inv. B4)

- 24 april 1716: Aafje Cornelisdr. van Doorne geeft toestemming aan haar dochter Annigje om te trouwen [zie kwartier 381]

Kind:

a. Annigje, gedoopt NG Puttershoek 24 okt. 1683 (getuigen: Leendert Joppen, Marigje Ariens)

766. Petrus Hendrix, begraven Broekhuizen (Limburg) 11 jan. 1700, trouwde vr 24 okt. 1678

767. Helena van Soest, gedoopt RK Broekhuizen 6 jan. 1653, begraven Broekhuizen 10 juli 1718, trouwde 2e Willem Janssen

(Zie www.geocities.com/maartjese/Wim/a6.htm)

768. Johannes Haksteen, gedoopt NG Nijmegen 22 okt. 1678, jongman geboortig van Nijmegen (1712), trouwde NG Zetten 23 april/15 mei 1712

769. Beeltjen Nab, gedoopt NG Zetten 28 april 1683, trouwde 1e vr 20 mei 1709 Hendrik Heibrink

(Kwartierstaat Marcel Wissenburg, kwartier 752 [internet]; Genealogy Nab, Zetten [internet])

770. Jan But, geboren naar schatting ca. 1703, schipper (1727,  begraven Nijmegen 23 juni 1767, trouwde 2e NG Nijmegen 28 mei 1730 (ondertrouw, getrouwd in Neerbosch juni 1730, getuigen: Martinus van Vught en juffrouw van Lunen) Lijsbeth (Anna Elisabeth) Scholten, jonge dochter (1730), begraven Nijmegen 9 sept. 1788trouwde 1e NG Nijmegen 25 okt. 1722 (ondertrouw, getrouwd in Neerbosch 8 nov. 1722, getuigen: de moeder en oom van de bruidegom en voor de bruid Anneke van Poor)

771. Elisabeth Sommerijsen, geboren naar schatting ca. 1700, mogelijk afkomstig uit Werdohl (plaats in Duitsland, gelegen tussen Altena en Plettenberg, ten oosten van Dsseldorf), begraven in de Broerekerk te Nijmegen 10 jan. 1727

- 28 juni 1721: Jan But wordt lidmaat van de NG gemeente te Nijmegen

- 5 april 1730: Philippina Margaretha Sommerijsen wordt lidmaat van de NG gemeente te Nijmegen, komende van "Werdohle" [zij is doopgetuige bij kinderen van Jan But en Elisabeth Sommerijsen en was vermoedelijk een zuster van laatstgenoemde]

- 10 mei 1730: raadsignaat Nijmegen: "Verlese de Requeste van Jan But weduwnaar van wijlen Elisabeth Sommerreijs, daer bij te kennen gevende, hoe dat voornemens was, sijne drie minderjarige kinderen met namen Peter, Anna Gertruijd en Anna Catharina But, ehelijk verwekt bij gemelte sijne overledene huijsvrouw wegens haar moederlijk versterff te bewijsen, dat mede genegen was met deselve minderjaarige als testamentaire erfgenamen van Anna Catharina Onkelbold te treden tot behoorlijke schifting en deijlinge wegens die erfenisse, versoeckende om redenen inden requeste geallegeert dat haar Edele en Achtb. de gemeensluijden Derk van Vugt en Flooris van Lunen als momboiren in desen over die voors. minderjarige gelieven te authoriseren, om het boven gementioneerde bewijs, voorts  die gemelte scheijding en deijling te helpen oprigten, bevorderen en perfectioneren. Daar op gedelibereert sijnde, hebben haar Edele en Achtb. de Gemeensluijden  Derk van Vugt en Flooris van Lunen geauthoriseert om als momboiren over suppliants onmondige kinderen in desen het boven gementioneerde bewijs alsmede die gemelte scheijding en deijling met suppliant te helpen oprigten, bevorderen en perfectioneren na behooren." (Vriendelijke mededeling van mevrouw T. Geurtsen-Solin)

- 1740: raadsignaat Nijmegen (p. 117): "Verlesen de Requeste van den Gemeensman Derck van Vugt in qualiteijt als bij haer Edele en Achtb. geauthoriseerde momboir over de drie onmondige kinderen van Jan But, ehelijk verweckt bij Elisabeth Somerijsn, met name Peter, Anna Gertruijd en Johanna Catharina But, daerbij te kennen gevende hoe dat dieselve kinderen uijt kragt  van magescheijt den 15 Junij 1730 opgericht met haren gemelte vader Jan But als Erfgenaamen van wijlen Catharina Onckelbolt weduwe van Jan But den Ouden, en haare moeder Elisabeth Somerijsen voornoemd waeren competerende eene somma van drie duijsent ses hondert agt en [dertig] gulden negentien stuijvers, dat hij Jan But neffens sijne Huijsvrouw Anna Elisabeth Scholten voor eenige dagen aen sijne voornoemde drie onmondige kinderen voor eene somma van twee duijsent vijff hondert gulden hadden gecedeert en getransporteert desselfs huijs en hofstad met alle desselfs regten en toebehoren staande aen deser stads Heselstraat van ouds genaamt De Drie Haringen met de annexe agterhuijsjens achter den Hessenberg uijtkomende en sulcx om te strecken in minderinge van voorschreven somme sijne gemelde drie kinderen bij magescheijt waren competerende, dat den suppliant na overweginge van saeken vermeende het voordeligste wesen voor voornoemde onmondige kinderen, dat hetselve huijs en hoffstad met achterhuijskens publijck wierden verkogt, der saaken de huijsen en erven althans gelding waren, en die onmondige kinderen alsdan ontslagen van reparatin als anders [en verzoekt derhalve genoemde huizen en erven te mogen verkopen.]" 

772. Corstiaen Rutte Hostmans (Hosman), gedoopt NG Zwijndrecht 3 jan. 1692, trouwde NG Zwijndrecht 9/22 okt. 1713 (beiden wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht en kerkelijk onder Zwijndrecht)

773. Maijke Jansdr. van der Net, geboren naar schatting ca. 1690

- 6 okt. 1730: compareren voor notaris B. Broelingh te Zwijndrecht Jan van Kleeff, getrouwd met Pietertie Pieterse, die zuster is geweest van Bastiaen Pieterse, overleden te Middelburg, Abram Boers, Jenneke Ipenhuijse, weduwe en erfgename van Pieter Boers, Neeltie Boers, getrouwd met Arij van den Brok, allen kinderen en erfgenamen van Jannigie Boers, die mede een zuster is geweest van Bastiaen Pieters, idem Bastiaen van der Net, Pieter van der Net, Jan van der Net en Maijke van der Net, getrouwd met Corstiaen Hosman, allen kinderen en erfgenamen van Ariaentie Pieters, die mede een zuster is geweest van Bastiaen Pieterse en Cornelia Cornelisse, getrouwd met Willem Bijkerke, dochter en erfgenamen van Maijke Pieters, die eveneens een zuster is geweest van Bastiaen Pieters. De comparanten, die wonen in Zwijndrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en Meerdervoort, zijn erfgenamen ab intestato van genoemde Bastiaen Pieters en verklaren bij deze te machtigen Jan Kool, schipper en bode te Middelburg, om zich daar "te addresseeren aen Cornelia van de Bos, huisvrouw van [voornaam niet vermeld] Roos, die bevorens weduwe was [van] Bastiaen Pieterse en aen deselve aff te vragen off doen afvragen of deselve is erffgenaem van haren overleden man ex testamento" en zo niet, dan te eisen staat en inventaris van zijn nalatenschap en vervolgens te treden tot scheiding en schifting van de door hem nagelaten boedel. Akte ondertekend door Corstiaen Hosman. Maijke van der Net kan niet schrijven. (SA Dordrecht, ONA Zwijndrecht inv. 5, akte 77, f. 381 e.v.)

774. Arij Pietersz. van Dalen (van Dalem, van Dalum), jongman wonende te Groote Lindt, boer onder Hendrik-Ido-Ambacht, overleden tussen 6 okt. 1731 en 21 mei 1753, trouwde Zwijndrecht 25 april/2 mei 1723

775. Ariaantje Ariensdr. van Dalen, lidmaat op belijdenis van de NG gemeente te Zwijndrecht 3 okt. 1709, overleden tussen 21 mei 1753 en 10 dec. 1754

(Slijkerman, Van Dalum, p. 42)

776. Jan Jansz. van Andel, gedoopt NG Andel 22 dec. 1680, diaken (1732) en ouderling (1748. 1750) te Neerandel, overleden te Andel op 3 mrt. 1769, begraven ald. 10 mrt. 1769, trouwde NG Andel 4/26 april 1705 Cristijna Huijbertsdr. Doncker jonge dochter van Neerijnen (mogelijk identiek met 777), trouwde

777. Hendrina Huijbertsdr. Donker(s), gedoopt NG Neerijnen 22 aug. 1675, doet lidmaat van de NG gemeente te Andel 1712

- 3 mrt. 1769: inventaris van de goederen nagelaten door Jan Jansz. van Andel alias Jan Gijse. (ORA Andel inv. 16)

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 66)

778. Jan Melisz. Plat, gedoopt NG Waardenburg 13 april 1691, trouwde NG Waardenburg 3/20 mei 1709

779. Grietje Hendriksdr. van den Est, gedoopt NG Tuil 20 mei 1688

780. Arien Willemsz. Naijen, geboren ca. 1680, jongman van Andel (1702), overleden te Andel op 20 mei 1716, trouwde 1e NG Andel/Giessen 14 mei 1702 (ondertrouw) Jenneke Mattheuwisdr. Groeneveld, jonge dochter van Poederoijen, overleden te Andel op 12 mei 1703, 2e NG Uitwijk 28 okt. 1703 (aangegeven te Andel op 13 okt. 1703)

781. Teuntje Ariensdr. van den Bergh, jonge dochter van Vuren wonende te Uitwijk (1703), overleden te Andel op 24 jan. 1753

782. Jan Jansz. Versteegh, jongman van Andel (1704), overleden in of na 1720, trouwde Andel 10 mei/1 juni 1704

783. Pieternella Jansdr. van (den) Andel, jonge dochter van Andel (1704), overleden in of na 1720

(GTMWB 1991, p. 149, antwoord nr. 1831)

784. Hendrik Mensen, geboren naar schatting ca. 1685, jongman (1710), meester-bakker te Nijmegen, trouwde NG Nijmegen 28 sept./12 okt. 1710 (getuigen: Jochum Mensen en Maria Rosier Rekielje), overleden in of na 1753

785. Geertruij Rosier Rekielje, gedoopt NG Nijmegen 21 okt. 1683, jonge dochter (1710), overleden in of na 1753

Kinderen (allen NG gedoopt te Nijmegen behalve Bemardus)

a. Christina Mensen, 10 dec. 1712 (getuigen: Willem Rosier en Megteld Mensen), overleden Nijmegen 24 jan. 1787

b. Maria Mensen, 19 juli 1713 (getuigen: Johannes Mensen, Maria Rosier Rechilje en Maria Prinse [de vrouw van Jochem Mensen])

c. Willem Rosier Mensen, 5 jan. 1716 (getuigen: Willem Rosier Rekilje en Maria Mensen)

d. Mechteld Mensen, 23 jan. 1718, overleden Nijmegen 19 jan. 1802

e. Bernardus Mensen, gedoopt NG Wijchen 3 juli 1721 (geen getuigen) (= kwartier 392)

- 17 nov. 1706: Hendrik Mensen wordt burger van Nijmegen, betaalt daarvoor 13 gl. 10 st.

- 24 aug. 1716: Hendrik Mensen is eigenaar van een huis in de Ziekerstraat te Nijmegen (ORA Nijmegen inv. 1364)

786. Tijs Jansz. Meijer, woonde in 1726 in Sliedrecht, overleden in of na 1753, trouwde Bleskensgraaf 16 aug. 1726 (aangegeven bij de gaarder te Bleskensgraaf, pro deo, akte ondertekend door Yannige Yans)

787. Jannigje Jansdr. Klein, geboren naar schatting ca. 1700, mogelijk te Giessen Oudekerk, overleden in of na 1753, mogelijk dochter van Jan Pietersz. Klein (getuige bij de doop van haar kinderen, zie NG doopboek Sliedrecht 28 sept. 1727, 6 febr. 1729 en 24 juli 1735), trouwde 1e NG Bleskensgraaf/Giessen Oudekerk 25 maart/16 april 1724 Egbert Tijsz. van den Berg, weduwnaar, overlijden aangegeven bij de gaarder te Bleskensgraaf op 1 okt. 1725

788. Bastiaan van der Veer, gedoopt NG Dordrecht 21 mei 1704, jongman van Dordrecht wonende in de Augustijnenkamp (1733), zeilmaker (vermeld 1724), overleden vr 10 mrt. 1757, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 2/18 jan. 1733 (de bruidegom geassisteerd met Baertie Lammerts, huisvrouw van Pieter van Eijsden, zijn tante, de bruid met haar moeder Anna Stevense en met mondeling consent van haar vader Marinus van Elsloo)

789. Jopje van Elsloo, gedoopt NG Dordrecht 8 okt. 1694, overleden Dordrecht 2 mrt. 1772, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 7 mrt. 1772

- 8 dec. 1710: is in het Weeshuis te Dordrecht opgenomen een kind genaamd Bastiaen, gedoopt op 21 mei 1704, van welk kind vader is geweest Geerit Bastiaensz. van Veer en moeder Henderickje Jans. De vader is onlangs gestorven in de Schuitenmakerstraat, zonder middelen. (Archief Weeshuis Dordrecht inv. 366, f. 80)

- 23 jan. 1726: Jacob de Bruijn verkoopt aan Jopie van Elslo, "bejaarde dogter", een huis vooraan in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe Groenewegen en het huis van Matthijs Bovelaer, voor 400 gl., waarvan 150 gl. contant en de rest met het verlijden van een custingbrief van 250 gl. (Custingbrief geroyeerd op 21 febr. 1733) (ORA Dordrecht inv. 814, f. 211)

- 29 mrt. 1728: Bastiaen Verveer, zeilmaker, is uit het Weeshuis gegaan, na daar 17 jaar en 3 1/2 maand gewoond te hebben. (Archief Weeshuis Dordrecht inv. 367, f. 106)

- 2 jan. 1759: Jobje van Elsloo opgenomen in het Armhuis te Dordrecht, overleden 2 mrt. 1772, begraven 7 mrt. 1772 (Archief Weeshuis Dordrecht inv. 617, geen  foliors.)

790. Arij Jansz. de Pee (de P., de Peer), gedoopt NG Puttershoek 17 jan. 1700, jongman van Puttershoek (1724), weduwnaar geboren en wonende in De Lindt (1727) begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 21 nov. 1742 (soldaat, uit het Gasthuis), trouwde 1e Groote Lindt (DTB Zwijndrecht, geboden aldaar 16, 23, en 30 april) 7 mei 1724 Maaike Teunisdr. Timmerman, jonge dochter alhier (= Groote Lindt),  2e Gerecht/NG Dordrecht 3/19 okt. 1727 (de geboden gaan in De Lindt)

791. Teuntje Stout, mogelijk gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 22 sept. 1697, dochter van Cornelis Fransz. Stout en Teuntie Leendertsdr. Hackmes, weduwe wonende in de Sarisgang (1727), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 7 sept. 1758 (weduwe van Arij de Pee, uit het Gasthuis), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 31 aug. 1721 Isak (van der) Flonck, weduwnaar van Walda Dancoij , viskoper te Dordrecht, overleden in 1726

- 1721: huwelijkse voorwaarden van Isaak van der Flonk, weduwnaar wonende te Dordrecht en Teuntje Stout, jonge dochter, geassisteerd met haar vader Cornelis Stout, wonende te Dordrecht. Als de bruidegom vooroverlijdt zonder kinderen na te laten, zal aan de bruid een bedrag van 800 gl. uitgekeerd worden. De bruidegom tekent, de bruid en haar vader zetten een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 797, akte 72, f. 349 e.v.)

-20 sept. 1724: akte van indemniteit te Puttershoek afgegeven t.b.v. de Armbezorgers in De Lindt aan Arie Jansz. de Pee (Archief NH gemeente Puttershoek)

- 6 sept. 1726: boedelscheiding van Isaak van der Flonk, viskoper te Dordrecht. Inventaris opgemaakt volgens opgave van zijn weduwe Teuntje Stout. Na aftrek van de lasten resteert een somma van 515 gl. 12 st., uit te keren in twee gelijke delen van 257 gl. 10 st. en 6 penn. aan Johan van der Flonk, zoon uit het eerste huwelijk en aan de Weeskamer te Dordrecht. De overledene heeft uit het tweede huwelijk n minderjarig kind nagelaten. (ONA Dordrecht inv. 802, akte 106, f. 499 e.v.)

- 3 sept. 1734: akte van indemniteit te Dordrecht afgegeven t.b.v. de Armbezorgers te Puttershoek aan Arij de Pee, zijn vrouw Teuntje Stout en hun vijf kinderen. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1995)

- 24 sept. 1734: akte van indemniteit van Dordrecht ontvangen voor Arie de Pee, zijn vrouw en vijf kinderen. (Archief NH gemeente Puttershoek)

- 20 juli 1742: begraven het kind van Arij de Pee (begraafboek Nieuwkerk Dordrecht)

792. Arij Clementsz. Besemer, gedoopt NG Zwijndrecht 12 nov. 1704, jongman geboren en wonende te Zwijndrecht (1726), trouwde NG Zwijndrecht 14 april/5 mei 1726

793. Ariaantje Cornelisdr. de Bond, jonge dochter geboren en wonende te Hendrik-Ido-Ambacht, kerkelijk onder Zwijndrecht (1726), gedoopt NG Zwijndrecht 23 aug. 1699

794. Leendert Jansz. Bijkerk, gedoopt NG Zwijndrecht 28 nov. 1694, jongman wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht en kerkelijk onder Zwijndrecht (1717), weduwnaar wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht en kerkelijk onder Zwijndrecht (1729), trouwde 1e NG Zwijndrecht 23 mei 1717 Annigje Snoo, overleden ca. 1727, 2e NG Zwijndrecht 24 april 1729

795. Ariaantje Staak, jonge dochter wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht en kerkelijk onder Zwijndrecht (1729)

796. Leendert Ariensz. van Dalen, gedoopt NG Alblasserdam 1 juli 1691, jongman van Albasserdam (1723) trouwde NG Alblasserdam 7 mrt. 1723

797. Annigje Cornelisdr. Kort, gedoopt NG Alblasserdam 8 jan. 1687, jonge dochter van Alblasserdam (1723)

798. Willem Martinusz. Smit, gedoopt NG Zwijndrecht 21 mei 1705, jongman wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht en kerkelijk onder Zwijndrecht (1724), trouwde NG Zwijndrecht 20 febr./5 mrt. 1724

799. Teuntje Elderdsdr. Pluijm, jonge dochter wonende in Zwijndrecht (1724), trouwde 2e Evangelisch-Luthers Dordrecht 30 nov. 1760 Jurrij Natz, weduwnaar

- 15 mei 1735: "Maaij Roke den Hoet heeft haar kint in onegt geteelt en opgesworen aan Willem Martijnisse Smit, self te ten doop gepresenteert genaamt Cornelis (Annigje Butterboer stont als peet wegens de doofhijt van haar dogter". (NG doopboek Zwijndrecht)

800. Teunis Jacobsz. (Holst, van der Holst), jongman te Noordwijk (1678), trouwde 1e Gerecht Noordwijk 8 febr. 1678 Cornelia Thonisdr. Capitein, jonge dochter te Noordwijk (1678), 2e RK Noordwijk 13 nov. 1686

801. Bafie Huijber(t)s

804. Jan Teunisz. van der Libbe, gedoopt RK Wassenaar 30 mrt. 1689, jongman van Wassenaar wonende te Oegstgeest (1721), overleden ca. 1735, trouwde Oegstgeest (gerecht) 2 febr. 1721

805. Dirkje Florisdr. van Bregonje (van Boergogne), gedoopt RK Lisse 10 febr. 1693, jonge dochter van Lisse wonende te Oegstgeest (1721), overleden ca. 1737, trouwde 2e Gerecht Zoeterwoude 5 okt. 1736 (getr. Oegstgeest 21 okt. 1736) Jacob Arisz. Braberswijk (Braverswijk), trouwde 1e Gerecht Zoeterwoude 4 april 1717 Pleuntje (Leuntje) Cornelisdr. Colijn, trouwde 3e Gerecht Zoeterwoude 13 april 1737 Aaltje Pietersdr. Droogh, wonende te Voorschoten, 4e Wassenaar okt. 1742 Geertje Dirksdr. van Nobele 

- 15 febr. 1721: Jan Teunisz. van der Libbe en zijn vrouw Dirkje Florisdr. van Bourgonje, wonende te Leiden, testeren voor C. van Rijp, notaris aldaar. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. Als de testatrice als eerste, zonder kinderen na te laten, komt te overlijden, moet de testateur aan haar moeder, of bij vooroverlijden aan testatrice's broers en zusters, een bedrag van 100 gl. uitkeren. Als de testateur de eerststervende is, legateert hij aan zijn broer en zuster een partij land van 1 morgen 400 roeden, liggende onder Voorschoten, en een geldbedrag van 400 gl. Zij benoemen de langstlevende van beiden tot voogd over hun minderjarige erfgenamen. (ONA Leiden inv. 1764, akte 134)

- 22 mei 1725: Jan Teunisz. van der Libbe te Oegstgeest beleend met land in Kethel na overdracht door Johannes Verhoogh te Leiden. (Ons Voorgeslacht 1978, p. 555)

- 15 febr. 1735: Dirckje Florisdr. van Boergogne, hulde door mr. Gerard van Olden, bij dode van haar man Jan Theunisz. van der Libbe, volgens testament gepasseerd voor notaris Coenraed van Rijp te Leiden en draagt het leen over aan Cornelis Arisz. Sandtvliedt te Oegstgeest. (Ons Voorgeslacht 1978, p. 555)

806. Willem Arijsz. van Weenen, gedoopt RK Oegstgeest 30 april 1702, jongman van en wonende te Oegstgeest (1729), trouwde Oegstgeest (gerecht) 20 nov. 1729

807. Marijtje Arijsz. Vromesteijn, gedoopt RK Oegstgeest 5 aug. 1700, jonge dochter van en wonende te Oegstgeest (1729)

810. Jacob Bontje, jongman wonende in het Lagelandt (1730), trouwde Alkemade (gerecht) 13 nov. 1730

811. Antje Dirksdr. van Leeuwen, jonge dochter wonende in Roelofarendsveen (1730)

Kinderen (allen RK gedoopt te Woubrugge):

a. Cornelia, 4 aug. 1733 (ss.: Cneelis Henderikz. en Marijtje Cneeliz.)

b. Reinildis, 27 sept. 1734 (ss.: Marten Lieuwis en Lijsje Roelen)

c. Thecla, 11 jan. 1737 (ss.: Gerben Annes en Reins Annes)

d. Pontianus (vulgo Bontje), 15 mei 1738 (ss.: Marten Lieuwes en Sijburghje Bontje)

e. Jeta (frifice Jiets), 10 dec. 1740 (ss.: Gerben Annes en Reins Annes)

f. Cornelius, 17 nov. 1742 (ss. Cornelis Henderikz. en Cornelia Henderikz.)

g. Cornelius, 10 juni 1744 (ss. Cnelis Henderikz. en Cornelia Henderikz.)

h. Antonius, 29 juni 1746 (ss. Dirk Martens en Pietertje Annes)

812. Gerrit Pietersz. Hoogeboom, trouwde RK Esselickerwoude (DTB Woubrugge) 29 jan. 1731

813. Trijntje Dirksdr. van Eijck, geboren naar schatting ca. 1705, overlijden aangegeven bij de gaarder te Woubrugge op 25 sept. 1753 (vrouw van Gerrit Pietersz. Hoogenboom, pro deo)

Kinderen (allen RK gedoopt te Woubrugge):

a. Agatha, 28 dec. 1731 (ss. Pieter Dirksz. van Eijck en Lijsbeth Dirksdr. van Eijck)

b. Theodorus (Dirk), 11 mei 1734 (ss. Arie Dirksz. van Eijck en Maartje Jacobsdr. van Leeuwen)

814. Jacob Aalbertsz. van den Broek, trouwde Alkemade 19 aug. 1726

815. Aagje Hendriksdr. Groen

816. Arie de Nagtegaal, geboren te Sliedrecht ca. 1685, jongman van Dordrecht wonende omtrent de Marinbornstraat (1710), hondenslager van de Augustijnenkerk, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 12 mrt. 1756 (Arij de Nagtegaal, op de Lindengracht, laat kinderen na, beste graft), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 21 dec. 1710/5 jan. 1711

817. Maaike Aartsdr. 't Hoen, gedoopt NG Dordrecht 23 april 1684, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1710), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 3 mei 1764 (weduwe van Arij de Nagtegaal op de Lindengracht, laat kinderen na, beste graft)

(Cf. Kronieken 1993, p. 22)

- 16 sept. 1715: begraven het kind van Arij Nachtegaal in het Hof (begraafboek Nieuwkerk Dordrecht)

- 26 juni 1727: Arijen Nagtegaal verkrijgt het burgerrecht van de stad Dordrecht en betaalt daarvoor 2 ponden 10 schellingen, "ende niet gequalificeert sijnde tot het kiesen van thesauriers, deekens etc." (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1976)

- 27 dec. 1731 (acta van de NG kerkenraad te Dordrecht): "Alzoo Pieter Slegt. tot hiertoe geweest zijnde hondeslager in de Aug[ustijnen]kerk, wegens swakheid van sijn gesigt daarvan afstand heeft gedaen, en de Eerw. vergadering heeft bedankt, is Arij Nagtegael in desselvs plaats aengestelt als eerste, en met deselve voordeelen als de voorn. P. Slegt gehad heeft, en dus inde plaats van Arij Nagtegaal weder aangestelt Johannes de Vos als tweede hondeslager." (SA Dordrecht, archief 27, inv. 14, f. 28)

- 11 aug. 1741: begraven Maaijke de Nagtegaal, dochter van Arij de Nagtegaal op de Lindengracht, beide ouders leven, beste graft. (begraafboek Nieuwkerk Dordrecht)

818. Gijsbert Beugels, gedoopt Oud-Kath. Dordrecht 28 febr. 1693 (get.: Laurens Gronsvelt, Cornelia Beugels), jongman van Dordrecht wonende in de Schuitenmakersstraat (1716), looiersknecht, overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 16 mrt. 1742 (pro deo), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7 juni 1716

819. Maeijke Laurensdr. Braamsloot, gedoopt NG Dordrecht 7 febr. 1695, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Riedijkstraat (1716)

- 13 febr. 1731: Gillis van den Bergh, burger van Dordrecht, verkoopt voor 200 gl. aan Gijsbert Beugels, looiersknecht en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat tegenover het Arend Maartenshof, staande tussen het huis van Jan de Raat en dat van Marijnis Ligtmans. (ORA Dordrecht inv. 816, f. 135 e.v.)

- 21 april 1763: Maaijke Braamsloot, weduwe van Gijsbert Beugels, verkoopt voor 230 gl. aan Andries de Nagtegaal een huis in de Kolfstraat bij de Vest, verhuurd aan Andries de Nagtegaal tot 1 nov. 1763, staande tussen het huis van Marijnis Ligtmans en dat van Aalbert Nieuwenhuijse. (ONA Dordrecht inv. 1042, akte 51)

-21 dec. 1764: Maaijke Braamsloot, weduwe van Gijsbert Beugels, "te kennen gevende dat zij door lichaamsswakheden ten eene maal buijten staat is haaren kost te winnen en onvermijdelijk soude moeten komen tot lasten van de Diaconij armen deser stad", indien haar schoonzoon en dochter Abraham Vijfwijk en Geertruij Beugels niet besloten hadden haar in huis te nemen en tot haar dood te onderhouden, zo in ziekte als gezondheid. Zij verklaart voorts, dat haar nog toekomt van haar andere schoonzoon en dochter Andries de Nagtegaal en Aaltje Beugels "wegens contant geld voor dezelve opgenomen" een bedrag van 63 gl., aan hem geleend 10 1/2 gl., nog naderhand geleend 9 gl., nog aan haar geleend om enig goud en zilver in de Bank van Lening verpand te lossen 18 gl., dus in totaal 100 1/2 gl., dat door de zoon van Andries de Nagtegaal bij zijn oom Abraham Vijfwijk is verdiend en ingehouden van 12 mrt. tot 19 okt. 1763 een bedrag van 32 gl. en 12 st., en dat zij dus in totaal schuldig zijn 67 gl. 18 st., die zij "op 't eerste vermaan" aan haar moeder of hun zwager moeten voldoen. Andries de Nagtegaal en Aaltje Beugels verklaren in vorige jaren ontvangen te hebben een bedrag van 136 gl. tot het aankopen van een zak, kast en bed met een kleed, waarin Aaltje Beugels is getrouwd en nog een aantal meubels, alsmede in 1763 een klok en koperen ketel, "waarmede sij zig, zoo voor haar als hare erven ten eenemaal voldaan houden wegens de nalatenschap van wijlen haren voorn. vader alsmede wegens het geene haar voorn. moeder is bezittende". Maaijke Braamsloot verklaart, dat zij de actie van 67 gl. 18 st. en haar overige geringe bezittingen overdraagt aan haar schoonzoon en dochter, Abraham Vijfwijk en Geertruij Beugels., die beloven haar tot haar overlijden te onderhouden. Maaijke Braamsloot tekent met een merkje, Aaltje Beugels met een kruisje. Geertruij Beugels, Abraham Vijfwijk en Andries de Nagtegaal zetten hun handtekening. (ONA Dordrecht inv. 1043, akte 176)

820. Cornelis Willemsz. (de Jong), jongman van Krimpen a/d IJssel (1715), trouwde NG Gouderak (met attestatie van Ouderkerk a/d IJssel) 21 dec. 1715/12 jan. 1716

821. Feijgje Willemsdr. (Huurman), jonge dochter van Gouderak (1715)

- 30 juni 1746: Fijtje Willemsdr. Huerman, weduwe van Cornelis Willems, van Gouderak, wonende buiten de Sluispoort aan de steenplaats, lidmaat van de NG gemeente te Dordrecht ( lidmatenregister NG Dordrecht [SA Dordrecht, archief 27, inv. 239])

822. Jacob Jacobsz. Romeijn, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 9 okt. 1689, jongman van Dordrecht wonende buiten de Sluijspoort (1716), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16 aug./13 sept. 1716 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Geertie Leenderts, weduwe van Jacob Romeijn, zijn moeder en de bruid met Jenneke Happers, vrouw van Cornelis Leenderts, haar goede bekende en volgens mondeling consent van Annetie Pieters, weduwe van Teunis Joosten Brouwers, haar moeder)

823. Trijntie Teunisdr. Brouwers, gedoopt NG Dordrecht 27 april 1693

824. Schalk Dirksz. Soeteman, gedoopt NG Dordrecht 16 okt. 1682, jongman van Dordrecht wonende buiten de Sluispoort (1705), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6/20 dec. 1705 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met haar vader)

825. Maeijke Cornelisdr. Bouw, geboren naar schatting ca. 1685, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Sluispoort (1705)

826. Pieter Tomasz. Brulle (Brulee), gedoopt NG Zwijndrecht 2 nov. 1687, jongman van Meerdervoort (1709), overlijden aangegeven door zijn vrouw Maijke van der Net bij de gaarder van De Mijl op 3 aug. 1748 (Pieter Broele, pro deo) begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 5 aug. 1748 (aan de zoutketen, laat kinderen na, beste graf), trouwde Zwijndrecht 13 sept. 1709 (ondertrouw)

827. Marija Cornelisdr. van der Nett,  jonge dochter wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht (1738), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 15 juni 1753 (weduwe van Pieter Tomasz. Brulle, aan de zoutketen, laat kinderen, beste graf)

- 15 nov. 1711: Pieter Thomasz. Brulle en Lijsbeth Blom getuigen bij de doop van Lijsbet, dochter van Willem van de Net en Arijaantje van de Sandeling (NG Zwijndrecht)

- 1 juli 1748: compareren voor notaris G. Verveer te Dordrecht Pieter Brule en Maaijke van der Neth, echtelieden wonende aan de 's-Gravendeelse dijk buiten Dordrecht. Zij benoemen tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn aan hun kinderen, met name Lijsbeth Brule, getrouwd met Dirk Soeteman en Cornelis Brule of hun nakomelingen een bedrag van 3 en 3 st. uit te reiken en een gelijk bedrag aan de twee kinderen van hun overleden dochter Ariaantje Brule, bij haar verwekt door Cornelis Block, met name Cornelia en Pieter Blok "en dat boven en behalven 't gene de voorn. Lijsbeth en Cornelis Brule, alsmede de voorsz. Ariaantje Brule voor uitsetting, huwelijksgoed, als andersints van de testateuren hebben genooten". Zij benoemen tot voogden hun zoon Cornelis Brule en hun schoonzoon Dirk Soeteman. Hij tekent met zijn naam, zij zet een kruisje. (ONA Dordrecht, inv. 929, akte 80, f. 339 e.v., testament van een echtpaar, gegoed beneden de 2000 gl.)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Lijsbeth Pietersdr. Brulle, geboren naar schatting ca. 1710 (= kwartier nr. 413)

b. Ariaentie Brulle, geboren naar schatiing ca. 1715, jonge dochter van Zwijndrecht wonende buiten de Sluispoort van Dordrecht (1738), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 21 dec. 1738 (de bruid geassisteerd met haar vader Pieter Brulle) Cornelis Ariensz. Blok, jongman geboren en wonende te Papendrecht (1738)

c. Cornelis Brule, overleden na 1 juli 1748

828. Frans Ariensz. Alphenaar, gedoopt NG Waddinxveen 11 juni 1708, jongman van Noord-Waddinxveen (1731) trouwde Waddinxveen 7 jan. 1731

829. Marchie Leendertsdr. van Dobbe, jonge dochter "uijt Bloemendael" (1731)

- 26 febr. 1728: gedoopt het kind van Barber Claasdr. van de Tooren, genaamd Hendrikje, "werdende voor vader van het kind opgegeven Frans Ariens Alfenaar". (NG doopboek Waddinxveen)

- 15 dec. 1730: "heeft Frans Arijensz. Alphenaer j.m. alhier met Marritje Leenderts Dobbe j.d. uijt Blommedael hen aangegeven int middel van trouwen op pro deo (gaarder Noord-Waddinxveen)

832. Dirk Ariensz. Rook, gedoopt NG Ouderkerk a/d IJssel 22 aug. 1706, jongman van Ouderkerk a/d IJssel (1728), overleden ald. 11 juni 1736, trouwde NG Ouderkerk a/d IJssel 12 sept. 1728

833. Annigje Ariensdr. Versluijs, gedoopt NG Oudererk a/d IJssel 4 juni 1706, jonge dochter van Ouderkerk a/d IJssel (1728)

834. Arij Cornelisz. Bes, gedoopt NG Lekkerkerk 17 mrt. 1709, jongman wonende te Krimpen a/d IJssel (1734), trouwde NG Ouderkerk a/d IJssel 31 mrt. 1734

835. Cornelia Jorisdr. Stolk, gedoopt Ouderkerk a/d IJssel 6 nov. 1707, jonge dochter te Nieuwerkerk a/d IJssel (1734)

- 8 jan. 1734: Cornelia Jorisdr. Stolk, jonge dochter te Nieuwerkerk a/d IJssel geeft zich bij de gaarder aldaar aan om te trouwen met Ary Kornelisz. Bes, jongman wonende te Krimpen a/d IJssel (pro deo)

838. Hendrick Ariensz. van den Heuvel (Verheuvel), jongman (1712), trouwde Bergambacht 27 nov. 1712

839. Claesje Abrahamsdr. Noorlander, geboren naar schatting ca. 1685, jonge dochter (1712)

840. Dirk Rutte, trouwde vr 19 okt. 1681

841. Barber Pietersdr. Vaendrager, geboren naar schatting ca. 1655

Kinderen (allen NG gedoopt te Ouderkerk a/d IJssel, behalve c.):

a. Ariaentje, 19 okt. 1681 (get.: Leendert Eeuwouts, Trijntje Rutte, Lijsbeth Ariens)

b. Ariaentje, 21 febr. 1683 (get.: Pieter Willemsz. Vaendrager, Lijsbeth Ariens, Trijntje Rutten)

c. Pietertje, gedoopt NG Berkenwoude 9 juli 1684

d. Willem. 1 jan. 1686 (get.: Pieter Jacobsz. Butterboer, Arij Pietersz. Vaendrager, Pietertje Pietersdr. Vaendrager)

e. Baertje, 27 april 1687 (get.: Jan Pietersz. Vaendrager, Trijntje Rutten, Pietertje Pietersdr. Vaendrager)

f. Anna Dirksdr. van den Berg, 13 mrt. 1689, jonge dochter van Ouderkerk a/d IJssel (1728), trouwde Ouderkerk a/d IJssel 15 febr. 1728 (ondertrouw) Leendert Cornelisz. de Jongh, jongman van Ouderkerk a/d IJssel

g. Ruth, 1 april 1691 (get.: Barber Pietersdr. Vaendrager, Pieter Willemsz. Vaendrager, de moeder van Dirck Rutte)

h. Cornelia, 20 sept. 1693 (get.: Reijmptje Willems)

i. Pieter, 10 april 1695 (get.: Pietertje Pietersdr. Vaendrager)

j. Cornelis, 25 april 1700 (get.: Lijsbeth N.)

k. Adrianus (= kwartier 420)

 

842. Leendert Willemsz. Lans, gedoopt NG Capelle a/d IJssel 7 sept. 1670, weduwnaar van Stormpolder (1696), steenbakker, woonde te Stormpolder, heemraad (1708), overleden aangegeven bij de gaarder te Krimpen a/d IJssel 9 april 1748, trouwde 1e Lijntje Pietersdr. Verruijt, 2e NG Willige Langerak 28 mrt. 1696 (DTB Ouderkerk a/d IJssel)

843. Hendrickje Bastiaensdr. van der Kroeft, jonge dochter van Zevender wonende onder Willige Langerak (1696), overleden vr 6 mrt. 1710

(Kwartiertstatenboek Prometheus XV, p. 79)

844. Jacobus Roggeveen, gedoopt NG Zegwaard 8 jan. 1678, jongman van Zegwaart, wonende aldaar, "collecteur" (1712), overlijden aangegeven bij de gaarder te Zegwaart op 10 jan. 1735, trouwde Zoetermeer 7/29 mei 1712 (met attestatie van Leiden)

845. Elisabeth Sonderman, gedoopt NG Leiden (Hooglandse kerk) 18 okt. 1693, overlijden aangegeven bij de gaarder te Zegwaart op 12 mei 1728

De Hooglandse kerk in Leiden.

- 6 mei 1712: aangetekend Jacobus Roggeveen, collecteur, jongman van Zegwaart, wonende ald., geassisteerd met zijn vader Cornelis Roggeveen, mede wonende ald. (in margine: moet attestatie van Zegwaart opbrengen) en Elisabeth Sonderman, jonge dochter van Leiden, wonende in de Torensteeg, geassisteerd met haar moeder Maria Romeijn, mede wonende ald. (NG trouwboek Leiden)

- 13 dec. 1713: Jacobus Roggeveen geeft te Zoetermeer het overlijden aan van zijn zuster Maria Roggeveen, de  vrouw van Hendrik Hasiu/Haseu. (Kronieken 1997, nr/ 2, p. 178-179)

- 13 april 1735: transport van de onroerende goederen, nagelaten door Jacobus Roggeveen en Elisabeth Sonderman, gedaan door de voogden over hun kinderen, Jan van der Helm en Corstiaen van de Kop. (Kronieken 1997, nr. 2, p. 178)

846. Arij van der Griendt, gedoopt NG Puttershoek 21 jan. 1674, jongman van Puttershoek (1708), overleden in of vr 1724, trouwde 1e NG Ridderkerk 4 nov. 1708 (aangegeven bij gaarder Puttershoek op 12 okt. 1708, beiden klasse van 3 gl., bruid betaalt te Rijsoord, akte door bruidegom ondertekend, aangegeven bij gaarder Ridderkerk op 13 okt. 1708) Ariaantje Cornelisdr. van der Joen, jonge dochter van Rijsoord (1708), 2e Ridderkerk 11 mei 1713 (gaarder impost, 3 gl.)

847. Borgje (Burgje) Laurensdr. Hordijck, gedoopt NG Heerjansdam 22 dec. 1676, wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht (1713), begraven Moordrecht 13 mrt. 1749 (pro deo)

- 1709: Arie Cornelisz. van de Grient vertrekt met zijn vrouw Adriaantje Cornelisdr. van der Joen van Puttershoek naar Rijsoord

- 5 sept. 1715: Arij van de Grient, wonende onder Ridderkerk, Hendrik van de Grient, wonende te Puttershoek en Jan Cornelisz. van de Grient, wonende te Prinseland, naaste verwanten en erfgenamen van Pleun van de Grient, die in 1714 te 's-Gravendeel is overleden, verlenen procuratie aan Johannes Obergh, procureur. (ONA 's-Gravendeel inv. 4589)

- 27 mei 1717: Arie van de Grient te Rijsoord e.a. treffen een accoord inzake de nalatenschap van Pleun Cornelisz. van de Griend. (ORA 's-Gravendeel inv. 14)

848. Huijbert Arijensz. Hasebroek, gedoopt NG Nieuwerkerk a/d IJssel 18 dec. 1689, overleden Kralingen 30 sept. 1746, trouwde 1e Nieuwerkerk 19 dec. 1710 (ondertrouw) Maartje Maertensdr. den Ouden (= 849?), 2e Moordrecht 16 juni 1724 (ondertrouw) Maria Roelen Muijt (Meu), overleden Kralingen 27 okt. 1760, dochter van Roelof Dirksz. Muijt en Stijntje Cornelisdr. Ham

(Kronieken 1997, p. 13, 22 en 35)

 

856. Gerrit Jansz. Roem (Roomij, Rompjes, Roun), gedoopt NG Giessen-Nieuwkerk 18 okt. 1708, jongman van de Opperstock van Streefkerk (1729), trouwde NG Groot-Ammers 8 mei 1729 (ondertrouw, aangegeven bij de gaarder te Capelle a/d IJssel 22 april 1729, pro deo)

857. Commerijntje Gerritsdr. van Kralingen (van Kraagen), jonge dochter van Kralingen, wonende onder Ouderkerk a/d IJssel (1729), trouwde 1e NG Capelle a/d IJssel 23 sept. 1725 Aart Ariensz. Slobbe, jongman van Zevenhuizen (1729)

858. Jan Schuurman, jongman wonende onder Krimpen a/d IJssel (1729), overlijden aangegeven bij de gaarder te Ouderkerk a/d IJssel 21 jan. 1763, trouwde 2e Ouderkerk a/d IJssel/Bergambacht 13/23 okt. 1740 Christina Jacobsdr. Markus, trouwde 1e Ouderkerk a/d IJssel

859. Aagje Cornelisdr. Capiteijn, gedoopt NG Berkenwoude 6 april 1703, overlijden aangegeven door haar man Jan Schuurman bij de gaarder te Ouderkerk a/d IJssel 7 aug. 1737

- 4 okt. 1740: Aagje Kappiteijn, overleden te Ouderkerk a/d IJssel heeft vier minderjarige kinderen nagelaten, t.w.Dirk, 12 jaar oud, Cornelis, 8 jaar oud, Geertruij, 6 jaar oud en Lijsbet, 4 jaar oud. Vader van de kinderen is Jan Schuurman. Tot voogden zijn aangesteld Arij Sijn Hoogheijt en Jan Wiggertsz. van de Graaff, beiden wonende te Ouderkerk a/d IJssel. Jan Schuurman zal de gehele door zijn vrouw nagelaten boedel behouden, in ruil waarvoor hij de kinderen zal alimenteren en hun 12 1/2 st. uitreiken. (Weeskamer Ouderkerk a/d IJssel)

860. Arij Dirksz. Roskam, gedoopt NG Bergschenhoek 3 april 1707, trouwde Capelle a/d IJssel 5 febr. 1736

861. Lijsbeth Cornelisdr. Schoon(der), gedoopt NG Capelle a/d IJssel 27 okt. 1715

- 24 okt. 1730: Cornelis Huijgen Schoonder na opdracht van Frederik Luijt nomine uxoris beleent met de helft van een stukje erf , gelegen in Capelle in de baljuwschap Schieland. (Ons Voorgeslacht 1972, p. 91)

- 28 sept. 1772: Bouwe van Dijk na opdracht van Lijsbeth Cornelisdr. Schoonder, enige dochter en leenvolgster van Cornelis Huijgen Schoonder, beleend met het voornoemde stukje erf, "met het versuijmde verlij op Lijsbeth voornoemd." (ibid.)

862. Pieter Wiggertsz. van der Tak, gedoopt NG Ouderkerk a/d IJssel 10 jan. 1710, overleden in of na 1778, trouwde Ouderkerk a/d IJssel 22 april 1736

863. Willempje Pietersdr. van der Woude, gedoopt NG Lekkerkerk 24 juli 1711, overleden Capelle a/d IJssel 10 dec. 1778

- 23 mrt. 1749: Pieter Wiggertsz. van der Tak ontvangt akte van indemniteit van Krimpen a/d IJssel voor Capelle a/d IJssel

876. Johannes Knieriem, geboren naar schatting ca. 1695, soldaat in het regiment van prins Maximiliaan, overleden Melsungen (D.) 23 aug. 1751, trouwde Melsungen 1 aug. 1720

877. Anna Elisabeth Ludwig, gedoopt Melsungen 8 juli 1701, overleden Melsungen 2 juli 1780

878. Arij Scheij, gedoopt NG Dordrecht 11 april 1689, jongman wonende buiten de Vuilpoort (1727), meester-blokmaker overleden tussen 1741 en 19 dec. 1744, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 25 mei 1727 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Hendrik Scheij en de bruid met haar moeder Kaetje van der Kloet, weduwe van Govert Gravendijk)

879. Maijke Gravendijck, gedoopt NG Dordrecht 25 jan. 1700, jonge dochter wonende bij de Munt [Voorstraat] (1727), overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 1 mrt. 1773 (impost 3 gl.), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 mrt. 1773

- 7 okt. 1738: Agatha Simonides, laatst weduwe van Cornelis Noteman de Oude, wonende te Dordrecht, voor 1/3 part, Maria Noteman, wonende te Dordrecht, eveneens voor 1/3 part, mitsgaders Johannes van Vegt en Cornelis Vos, wonende te Dordrecht, als voogden over de drie minderjarige kinderen van wijlen Cornelis Noteman de Jonge en zulks kindskinderen en mede-erfgenamen voor het laatste 1/3 part van Cornelis Noteman de Oude, verkopen aan Arij Scheij,  meester-blokmaker en burger van Dordrecht, een huis en erf in de Boomstraat, staande en gelegen tussen de raffinaderij van Adriaan Onderdelinde en het huis op diezelfde dag getransporteerd aan Barent Keeman, betaald met 750 gl. en een rantsoen van 18 gl. en 15 st.contant geld (ORA Dordrecht inv. 819, f. 67v e.v.)

- 21 jan. 1744: Arij Scheij, in de Prinsenstraat, ongehuwd [sic], wordt begraven. (DTB Dordrecht, begraafboek Grote Kerk; overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 20 jan. 1744, pro deo)

- 19 dec. 1744: de schoonmoeder van Arij Scheij, Caetje van der Kloet, testeert. Als erfgenaam wordt o.a. genoemd Maeijcke Gravendijck, weduwe van Arij Scheij

892. Thomas (Anthonij) Koppijn, gedoopt NG Dordrecht 15 dec. 1687, weduwnaar van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1714), klapwaker (1738), overleden na 27 nov. 1765, trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 26 nov. 1708 Ariaantje Jonas, 2e Gerecht/NG Dordrecht 22 juli/5 aug. 1714 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Johannes [sic] Coppijn en de bruid met Neeltie van den Bosch haar moeder)

893. Heijltie Jacobsdr. van den Bosch, gedoopt NG Dordrecht 12 april 1688, jonge dochter wonende in de Kromme Elleboog (1706), weduwe van Hermanus van Loveren wonende in de Dwarsgang (1714), overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 27 nov. 1765 (pro deo), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 28 nov. 1765 (de huisvrouw van Antoni Koppijn, in de Dwarsgang, laat kinderen na, beste graf), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 1/15 aug. 1706 Hermanus van Loveren, jongman van Dordrecht wonende in de Tolbrugstraat landzijde (1706)

- 8 nov. 1716: Tomas Coppijn is getuige bij het huwelijk van zijn broer Jeremias Coppijn (jongman van Dordrecht wonende aan het Nieuwkerkhof) met Anna Spaen (DTB Dordrecht, trouwboek Gerecht)

- 5 juni 1738: Willem Spruijt, burger van Dordrecht, verkoopt aan Anthonij Coppeijn, klapwaker en burger van Dordrecht, een huis en erf in de Dwarsgang, tegen de Stadsbrug, staande tussen het huis van N. van Bragt en de Stadsgracht, voor 60 gl. contant. (ORA Dordrecht inv. 819, f. 49)

894. Leendert de Leur, gedoopt NG Zwijndrecht 13 april 1707, jongman geboren en wonende te Zwijndrecht  (1730), overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 20 okt. 1740 (pro deo), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 23 april 1740 (de bruidegom met schriftelijk consent van zijn vader Bastiaan de Leur, de bruid geassisteerd met Lena Happers, vrouw van David Verheul, haar behuwd zuster van halven bedde)

895. Caetje Smits, geboren naar schatting ca. 1700, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kromme Elleboog (1720), weduwe wonende in de Kromme Elleboog (1730), overleden in of na 1740, trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 10 nov. 1720 (de bruid geassisteerd met haar vader Arij Gerritsz. Smits) Geerit Boet

898. Dirk Aartsz. Wijburgh, geboren te Aalst ca. 1658 (ca. 67 jaar oud in 1725, jongman van Aalst (1680) overleden na 12 sept. 1725, trouwde NG Veen/Aalst 16 nov./7 dec. 1680

899. Mariken Cornelisdr. den Boer (alias van Delft), jonge dochter van Veen (1680)

Zij  worden in 1680, 1693 en 1698 vermeld als inwoners van Aalst.

900. Gerrit Jansz. de Ruijter, overleden te Aalst na 1726, trouwde 2e ca. 1705 Pietertje Willemsdr. Aertoom, dochter van Willem Melsz. Aertoom schoenmaker en Lijntje Damisdr. Vroegindeweij, trouwde 1e

901. Neeltje Teunisdr. van Ham

- 27 april 1695: Neeltje Teunisdr. van Ham, vrouw van Gerrit de Ruijter, huurt een huisje buiten aan de Havenschenkeldijk te 's-Gravendeel.

- 9 febr. 1705:  Gerrit de Ruijter, weduwnaar van Neeltje Teunisdr. van Ham, heeft drie minderjarige kinderen en gaat binnenkort hertrouwen. De boedel is "sober".  Hij passeert akte van uitkoop met Geerit Huijbertsz. Bacx, neef en naaste bloedvoogd van de kinderen. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 2)

- 6 jan. 1708: schout en gerecht  van 's-Gravendeel autoriseren Koen Willemsz. Aertoom en Gerrit de Ruijter, als echtgenoot van Pietertje Willemsdr. Aertoom, tot het transporteren van een huis in de Rijkestraat, staande tussen het huis van Bastiaen Hendriksz. Smael en dat van de weduwe van Aert den Decker, in welk huis Willem Melsz. Aertoom gewoond heeft. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 2)

1714: Gerrit Jansz. Ruijter vermeld als lidmaat van de NG gemeente te 's-Gravendeel (woont in Bevershoek)

17 dec. 1721: akte van indemniteit van 's-Gravendeel naar Aalst

Gerrit Jansz. de Ruijter was te Aalst als heler betrokken bij diefstallen van zijn zwager Coen Willemsz. Aertoom.

904. Aeldert Barentsz. Pas, geboren naar schatting ca. 1675, jongman van Herwijnen (1697), trouwde NG Herwijnen 17 april/9 mei 1697 (getuige voor de bruidegom zijn vader Barent Gerritsz. Pas, voor de bruid haar stiefvader Jan Laurentsz.. Koppens)

905. Jenneken Arijsdr. van der Gaerden, jonge dochter van Herwijnen (1697)

912. Philip Jansz. Treffers, geboren te Sprang-Capelle ca. 1655, jongman van Sprang (1683), overleden vr 1723, trouwde NG Sprang-Capelle 14 juni/4 juli 1683

913. Dingena Cornelis Ponsen van de Sittaert, gedoopt NG Meeuwen 2 aug. 1654, weduwe wonende binnen Sprang (1683), overleden mei 1731, trouwde 1e vr 2 juni 1678 Christoffel Laurensz. Cuijpers (Kwartierstatenboek Prometheus XVI, p. 249)

914. Sijmen Adriaensz. Bol, geboren ca. 1659 (ca. 27 jaar in 1686), trouwde NG 's-Gravenmoer 15 mrt. 1682

915. Janneken Peetersdr. Block, weduwe (1682), overleden vr 1706, trouwde 1e Jacob Sijmen Geus

916. Antonij Antonisz. Cuijsten, gedoopt NG Baardwijk 29 okt. 1645, overleden vr 30 jan. 1697, trouwde jan. 1670

917. Peterken Bartelsdr. van den Heuvel

918. Arien Teunisz. Borger, jongman van Sprang (1665), trouwde NG Sprang-Capelle 31 dec. 1665/17 jan. 1666

919. Jenneke Wouters, jonge dochter van Sprang (1665) (Kwartierstatenboek Prometheus XVI, p. 249)

924. Maarten Jacobsz., trouwde

925. Mechelti Eeverts

Kind:

a. Laurens, gedoopt NG Aalburg 17 okt. 1683

928. Pieter Lijbrechts (Liebers), geboren naar schatting ca. 1650, weduwnaar uit 's-Gravenhage (1681), overleden vr 17 nov. 1703, trouwde 1e NN, trouwde 2e NG Breda 15 juni 1681

929. Maria Gubbekens,  geboren naar schatting ca. 1655, wonende in de Bosstraat te Breda (1703), overleden na 10 febr. 1719 (doopgetuige te Breda), trouwde 2e NG Breda 17 nov. 1703 (attestatie naar Bergen op Zoom) Jan Louwen, soldaat onder majoor Larrinje (1703)

- 3 juli 1672: Pieter Lijbrecht lidmaat op belijdenis van de NG gemeente te Breda

- 8 mrt. 1681: begraven de vrouw van Pieter Lijbrechts, overleden op 6 mrt. 1681 (Breda, Grote Kerk)

- 24 dec. 1700: Marij Gubbekens lidmaat op belijdenis van de NG gemeente te Breda

De Grote Kerk te Breda

930. Andries Allen (Allerd, Allart, Aller), soldaat (1687), uit Schotland, kraankind en arbeider te Breda (1707), trouwde 2e NG Breda (Grote Kerk) 19 juli 1699 Maria Brouwers, jonge dochter gewoond hebbende te Steenbergen (1699), trouwde 1e NG Breda 5 febr. 1687

931. Geertruijd Schellings (Sollink, Schellinck, Schelten)

- 23 juli 1707: Andries Allen uit Schotland, kraankind en arbeider aan de havenkant, wordt poorter van Breda. Borgstelling: zijn huis aan de noordzijde van de Nieuwstraat tussen het huis van Pieternella Geets en dat van de erfgenamen Geets.

932. Willem Willemsz., wonende Rietvelt (Arkel), trouwde vr 14 okt. 1668

933. Maijken Roelen, gedoopt NG Arkel 29 april 1635

934. Jan Cornelisz. Boon, jongman van Herwijnen (1664), trouwde 1e NG Herwijnen 13 nov. 1664 Elisabeth Hendriksdr. van Breumelen, jonge dochter van Herwijnen (1664), trouwde 2e NG Herwijnen 18 mei 1667

935. Jacomijntje Henricksdr. (Smit), jonge dochter van Herwijnen (1667)

- 1689: Jan Cornelisz. Boon, diaken, aan de Molenberg en Middelweg, met zijn vrouw Jacomijntje Hendriks lidmaten van de NG gemeente te Herwijnen

Aantekening in NG doop- en trouwboek van Herwijnen: "Van dit jaar 1670 den 27 nov. tot op de andere zijde staande jaar 1674 den 4e okt. en zo vier jaren vindt men geen aantekeningen van kinders of ondertrouwde personen". De predikant was door politiek en vleierij op de kansel geholpen zonder toestemming van de classis. (Vriendelijke mededeling van de heer W. de Wilde [+] te Ede.)

952. Willem Greve, geboren te Harderwijk naar schatting ca. 1660 (buitenechtelijk ?), 27 april 1680 ingeschreven als student aan de Universiteit van Harderwijk, otr. Harderwijk 22 april 1700 (huw. dispensatie dd 18 mrt. 1700 zijnde broer- en zusterskinderen)

953. Johanna Lubberta Bergers, geboren naar schatting ca. 1675

954. Lambert Ridder, muntmeester van Gelderland 1695-1714, burgemeester van Harderwijk 1705, overleden in 1714, trouwde naar schatting ca. 1700

955. Charlotte Susanna Coltermans

1705: "Eind 1705 werd burgemeester Lambert Ridder, de leider van de radicale Nieuwe Plooi, vanwege zijn frauduleus gedrag als muntmeester aangeklaagd. Alleen het feit, dat de Gelderse Staten vonden dat hun soevereiniteit werd bedreigd, redde hem van een veroordeling." (C.A. Blos, J. Folkerts, Geschiedenis van Harderwijk (1998), p. 70)

956. Jacobus van Braam, gedoopt NG Rotterdam 30 sept. 1666, luitenant in Statendienst, overleden (te velde) Bilzen (Belgisch-Limburg) 5 mei 1703, trouwde Wouw 7 mei 1698

957. Cornelia Houckgeest, gedoopt NG Bergen op Zoom 13 mei 1665, overleden Bergen op Zoom 27 juli 1716

(Nederlands Patriciaat 1977)

958. Pieter van Rijssel, geboren ca. 1665, woonde te Vianen Zomerdijk, 's-Gravenhage, Hulst, Sluis, Hoorn, Vianen buiten de Landpoort, kapitein mariniers, vingerhoedmaker, overleden Vianen 25 nov. 1726, trouwde 1e Loosduinen 6 dec. 1682 Elisabeth Schaeft, 2e Hulst 20 sept. 1690

959. Dina van der Graaff, geboren 1667, overleden Lexmond 24 aug. 1750

962. Jacob Pietersz. Boot, trouwde naar schatting ca. 1685

963. NN (Ariaantje Cornelis Berckel[aar] ?)

Uit dit huwelijk:

a. Grietje, gedoopt NG Capelle a/d IJssel 1 sept. 1686

b. Trijntje Jacobsdr. Boot(e), geboren naar schatting ca. 1690 trouwde NG Capelle a/d IJssel 5 febr. 1713 Cornelis Jansz. Conijn, jongman van Zevenhuizen (1713)

c. Abraham Jacobsz. Boot, gedoopt Capelle a/d IJssel 11 febr. 1691, jongman van Schinkelsveen (1714), trouwde NG Capelle a/d IJssel 26 aug. 1714 Trijntje Jansdr. Conijn, jonge dochter van Bleiswijk (1714)

d. Marij Boot

964. Pieter Barthuijsen (Baerthoutsz.) de Sterke, gedoopt NG Dordrecht 12 okt. 1672, had ca. 1705 een buitenechtelijke verhouding met

965. Maaike Abrahamsdr. Evenwel, gedoopt NG Dordrecht 23 sept. 1671, getuige bij de ondertrouw van haar zoon op 20 aug. 1724 (zie kwartier nr. 482)

966. Boudewijn Winantsz. Kevers, gedoopt NG Dordrecht 22 april 1662, metselaar, overleden tussen 20 sept. 1726 en 24 dec. 1745, trouwde NG Dordrecht 18 april/2 mei 1688

967. Hendrickje Willemsdr. (Geijbens), gedoopt NG Dordrecht 19 nov. 1666, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kromme Elleboog (1688), overlijden aangegeven gaarder Dordrecht 21 dec. 1745 (het lijk van Hendricksie Geijbens, pro deo), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 24 dec. 1745 (de weduwe van Boudewijn Wijnands op de Lindengracht)

968. Hendrik Lievensz. Bax, gedoopt NG Dordrecht 1 april 1686, jongman van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort (1708), molenaar, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 8 jan. 1709 (Hendrick Lievensz. Backx buiten de Vriesepoort), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5/19 aug. 1708 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Maeijcken Cornelisdr. Cooman, de bruid met haar moeder Maeijcken Gijsberts)

969. Pieternella de Stercke, gedoopt NG Dordrecht 23 okt. 1684, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Groothoofd (1708), weduwe van Hendrik Bax van Dordrecht wonende aan de Kleine Vismarkt (1717), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 26 dec. 1752 (Pieternella de Sterke, vrouw van Matthijs van Emmerik, op de Noordendijk, laat kinderen na, beste graf), trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 25 april/9 mei 1717 (de bruidegom geassisteerd met Judith Tijlties, weduwe van Leendert van Strijen, zijn goede kennis) Matthijs (Thijs) Jansz. van Emmerik, jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1717)

- 8 jan. 1709: begraven Hendrik Lievensz. Backs, Vriesepoort, molen, sine bonis volgens verklaring van zijn vader Lieve Backs (Weeskamer Dordrecht inv. 112, f. 103)

Kind:

a. Hendrik, gedoopt NG Dordrecht 16 febr. 1709 (de moeder is weduwe)

970. Jan Stevens, jongman van Luik (1710), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 28 dec. 1747 (Jan Stevense, tegenover het Goudleerhuis buiten de Spuipoort, laat kinderen na, "graft besonder"), trouwde Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 11/27 juli 1710

971. Yda Kocks, jonge dochter van Tongerbergh (1710) [Berg, sedert 1971 deel van de gemeente Tongeren in Belgisch Limburg], begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 29 mei 1738 (Yda Kocks, vrouw van Jan Stevens, buiten de Spuipoort "om laag den dijck", laat kinderen na, graf aan het klokhuis)

972. Teunis Jacobsz. Kuijpers, gedoopt NG Fijnaart 3 juni 1685, jongman geboren en wonende onder Fijnaart (1713), trouwde 2e NG Fijnaart en Heiningen 2/24 aug. 1721 Pleuntje Jans, 1e NG Fijnaart en Heiningen 12/27 aug. 1713

973. Stijntje Adriaansdr. van de Swaluwe, jonge dochter geboren in het Clunders-landt en wonende te Fijnaart (1713)

Kinderen:

a. Jacobus, gedoopt NG Fijnaart 26 nov. 1713 (getuigen: Pieter Jacobsz. Kuijpers, Geertje Jooste)

974. Cornelis Pietersz. Francke, gedoopt NG Fijnaart 9 aug. 1673, jongman van Fijnaart, wonende onder Niervaart (1707) trouwde NG Klundert 2/18 dec. 1707

975. Pieternella van der Klink, weduwe wonende onder Niervaart (1707), trouwde 1e Jan Pietersz. Been

Kinderen (allen NG gedoopt te Klundert):

a. Maijke Franken, 19 dec. 1710

b. Willem Francken, 24 mrt. 1717

976. Jan Tilkijn (Tielking), jongman tot Dordrecht, wonende in de Voorstraat, overleden vr  19 april 1715, trouwde NG Dordrecht 31 okt./15 nov. 1688

977. Caetje Jansdr. van der Ra(e)t, jonge dochter tot Dordrecht, wonende in de Voorstraat, overleden na 19 april 1715 (trouwboek Gerecht Dordrecht: Kaetje van der Rat, weduwe van Jan Tielking getuige bij het huwelijk van haar zoon Jan Tielking)

Kinderen (allen Oud-Katholiek gedoopt te Dordrecht):

a. Johannes, 31 jan. 1691 (getuige: Jacob van der Straeten)

b. Johanna, 15 jan. 1694 (getuige: Martijntje Claese)

c. Martinus en Arnoldus, 18 aug. 1698 (getuige: Digna Hulshout)

978. Jan (Jansz.) van Linter, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 31 jan. 1755, trouwde vr 1 febr. 1711

979. Anneke Resier (Rosiers)

- 21 april 1720: ondertrouwd Claes (Nicolaes) van der Kloos, jongman van Dordrecht wonende bij de Vest, geassisteerd met Mels van der Kloos, zijn vader en Hendrickje Rosiers, jonge dochter van Tiel wonende bij de Munt, geassisteerd met Annetje Rosiers, vrouw van Jan Jansse, haar zuster, op 5 mei 1720 getrouwd door ds. Verster. (Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht)

Kinderen:

a. Lijsbeth, gedoopt Oud-Katholiek Dordrecht 1 febr. 1711 (getuigen: Pieter Nuijens, Lijsbeth Hermans)

b. Ida, gedoopt Oud-Katholiek Dordrecht 28 mrt. 1713 (getuigen: Emont van de Graft, Ida Gemise)

c. Jan, gedoopt Oud-Katholiek Dordrecht 1 april 1714 (getuigen: Machtelt Bernardus, Jan Tielekindt)

d. Hendrijcka van Linter, geboren naar schatting ca. 1720, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kromme Elleboog (1745), trouwde Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 30 dec. 1745/13 jan. 1746 Hendrik Amarans, jongman van Breda (1745)

980. Frans Jansz. (van der) Spoel, gedoopt NG Dordrecht 23 mrt. 1678, jongman van Dordrecht wonende in de Stoofstraat (1699), weduwnaar van Dordrecht wonende in de Stoofstraat (1705), metselaar, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 4 febr. 1742 (Frans Spoel in de Kromme Elleboog, laat kinderen na), trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 17 mei/2 juni 1705 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder, de bruid met haar moeder, attestatie te vertonen) Maria (Marike) Bastiaensdr. Naack(t)geboren, gedoopt NG Dubbeldam 1 sept. 1675, jonge dochter van Dubbeldam en daar wonende (1705), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 22 febr. 1741 (Marike Bastiaens, vrouw van Frans Spoel, in de Kromme Elleboog), dochter van Bastiaen Cornelisz. Naaktgeboren en Pieternelletie Cornelis (= kwartieren 640 en 641), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 12/26 juli 1699 (bruidegom en bruid geassisteerd met hun resp. moeders)

981. Trijntje Jacobsdr. (Cluijte [sic]), gedoopt NG Dordrecht 5 juni 1676, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort (1699), begraven Dordrecht 30 mrt. 1704 (Trijntie Jacobs in de Stoofstraat)

- 29 mrt. 1704: Trijntie Jacobs in de Stoofstraat, overleden sine bonis, volgens verklaringen van Maria van der Eijcke, schoonmoeder van de overledene en Aeltje Jacobs, zuster van de overledenen (Weeskamer Dordrecht inv. 110, f. 37v)

Kinderen (o.a.):

Ex 1:

a. Jacob Spoel, gedoopt NG Dordrecht 28 dec. 1701

Ex 2:

b. Maria Spoel, gedoopt NG Dordrecht 9 nov. 1705, ongehuwd, testeert Dordrecht 9 juni 1781 (ONA Dordrecht inv. 1116, akte 85)

c. Pieternel(la) Spoel, gedoopt NG 18 nov. 1712, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 17 juni 1735 Carel Lorijn

d. Bastiaen, gedoopt NG Dordrecht 24 sept. 1718

982. Pieter Hooglander, gedoopt NG Dordrecht 4 dec. 1669, jongman van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1697), twijnder (1697), trouwde NG/Gerecht Dordrecht 26 mei/10 juni 1697 (de bruidegom geassisteerd met zijn [stief]vader, de bruid met haar zuster Marij Steenbus)

983. Geertrui Gerritsdr. Steenbus, gedoopt NG Dordrecht 15 dec. 1670, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kromme Elleboog (1697)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

Ex 1:

a. Jacob, 22 juli 1697

b. Anna, 30 aug. 1698

c. Jacob, 26 juli 1700

d. Anna, 19 juli 1702

e. Catharijntje, 19 juli 1704

f. Jacoba, 2 mei 1706

g. Gerrit, 7 maart 1709

h. Geertruijd, 3 dec. 1711

984. Pieter Jansz. (Janussen), jongman van Dalem (1681), trouwde NG Dalem 18 mei 1681

985. Anneken Aertsdr. (Arijsdr.), jonge dochter van Hellou (1681)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dalem [hiaat doopboek 1682-1686]):

a. Jan, geboren ca. 1685

b. Zike, 1 april 1686 (getuige: Aaltje Geerits)

c. Roelof, 23 febr. 1690 (getuige: Marijke Janussen)

d. Willem, 19 febr. 1693 (getuige: Pieter Cornelis)

986. Anthonie Jaspersz. Vermeulen, woonde in 1682 in Arkel, trouwde NG Lopikcapel (trouwboek Arkel) 1 sept. 1682

987. Pieternella Hermansdr. Vervoorn, gedoopt NG Arkel 7 juli 1658

Kinderen (allen NG gedoopt te Arkel):

a. Anneke, 1682 (getuige: Marijken Jaspers*)

b. Jannetje, 1684 (getuige: idem)

c. Marijke, 1686 (getuige: idem)

d. Jasper, 1689 (getuige: idem)

e. Teuntje, 1690 (getuige: Steintie Hendricksdr.#)

* Marike Jaspersdr. Vermeulen trouwde ca. 1675 Jasper Willemsz. Vogelsang. Bij doop van zoon Willem (NG Arkel 19 sept. 1687) is Pieternelle Hermensdr. getuige.

# Stijntje Hendricksdr. van Waerdenburgh trouwde Willem Hermensz. Vervoorn. Bij de doop van zoon Joost (NG Arkel 11 sept. 1689) is Pieternella Hermansdr. Vervoorn getuige.

988. Arien Cornelisz. Maat, geboren ca. 1663, van "La Muijden", molenaar wonende bij de Haarlemmerpoort te Amsterdam (1689, 1696) trouwde 1e Amsterdam 1 okt. 1689 (bruidegom geassisteerd met zijn vader Cornelis Ariensz. Maat, de bruid met haar moeder Ariaantje Otte) Stijntje Jacobsdr. Del, geboren ca. 1657, weduwe van Amsterdam wonende in Sloterdijk (1689), 2e Amsterdam 15 sept. 1696 (bruid geassisteerd met haar moeder Annetje Pieters, tekenen met hun naam)

989. Dieuwertje Jansdr., gedoopt NG Amsterdam (Noorderkerk) 20 mrt. 1675 (getuige: Neeltie Pieters)

990. Willem Cuindersz. Bol, jongman van Dalem (1686), trouwde NG Dalem 26 april 1686

991. Joostje Jacobsdr. van der Booij, jonge dochter van Dalem (1686)

992. Denis Claesz. Nelemans, geboren Lage Zwaluwe ca. 1632, schepen ald. ca. 1685, overleden Lage Zwaluwe kort na 3 juni 1685, trouwde ca. 1659

993. Sijke Leendertsdr. Vogelaer, geboren ca. 1640, overleden Lage Zwaluwe kort na 10 okt. 1684 (Brabantse Leeuw 1964, p. 92)

- 13 sept. 1683: Dionijs Claesz. Nelemans, wonende in Lage Zwaluwe, verkoopt aan mr. Jacob Stoop, als ontvanger van de gemenelandsmiddelen te Dordrecht, een aantal paarden en koeien. Nelemans tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 325)

- 10 okt. 1684: Denijs Claesz. Nelemans, schepen in wette van Lage Zwaluwe en zijn echtgenote Zijcke Leenderden Vogelaer testeren (ORA Zwaluwe inv. 86)

- 3 juni 1685: Denijs Claesz. Nelemans, schepen in wette van Lage Zwaluwe, weduwnaar van Zijken Leendertsdr. Vogelaer, ziek in bed liggende, testeert (ORA Zwaluwe inv. 86)

994. Hendrik Petersz. Bressers, geboren Wagenberg (N-B), gedoopt RK Terheijden 2 dec. 1635, boer op "de Pelgrim", schepen van Terheijden 1676, 1690, 1711 overleden in of na 1711, trouwde 1e ca. 1664 Anneke Adriaen Adriaen Maes, trouwde 3e ca. 1687 (vr 19 jan. 1687: doop eerste kind) Adriaentje Jansdr. van de Biestraten, trouwde 2e NG Terheijden 14 april/29 mei 1668

995. Neeltje Jansdr. van Opstal, geboren te Wagenberg 1637-1640 (hiaat doopboek), jonge dochter van Terheijden (1668), overleden tussen 22 febr. 1682 (doop jongste kind) en 19 jan. 1687 (Vriendelijke mededeling van de heer G. Klein.)

998. Bartelmees Anemaet, geboren ca. 1636, schepen van Hoge Zwaluwe, overleden na 1677, trouwde ca. 1665

999. Paulijntje (Pauline) Cornelisdr. Ackerman(s), overleden na 1677

1002. Adrianus Joannesz. van Dipendael, gedoopt RK Nispen-Essen 17 okt. 1621, trouwde RK Sprundel 17 mei 1654

1003. Maria Wilmsdr. Bonxs (Bons), geboren te Voirne, gedoopt RK Sprundel 7 juli 1630

1006. Laurentius (Laureijs) Cavelaer, geboren Hoge Zwaluwe, gedoopt RK Terheijden 4 febr. 1652, overleden Zevenbergen 15 sept. 1717 (impost 6 gl.), trouwde RK Zevenbergen 10/19 mei 1681

1007. Catharina Andriesdr. van Charlois, geboren naar schatting ca. 1655, overleden Zevenbergen 25 nov. 1726 (impost 15 gl.)

- 12 sept. 1691: testament van Laureijs Cavelaer en Cathelina Andriesdr. van Charlois, echtelieden wonende aan de Zuidsluis in de Oude Polder van Zevenbergen. (ONA Zevenbergen inv. 9014)

(Brabantse Leeuw 1984, p. 64-65)

1008. Cornelis Jansz. van Persijn, gedoopt NG Dordrecht 3 juli 1649, twijnder wonende in de Heer Heymansuysstraat (1671), begraven Dordrecht 19 nov. 1698 (Cornelis van Persijn, in de Grote Spuistraat), trouwde NG Dordrecht/Papendrecht 1/15 nov. 1671

1009. Helena Cornelisdr. Rijcke (Ribbe), wonende in de Grote Spuistraat (1671), begraven Dordrecht 10 juni 1695 (de vrou van Cornelis van Persijn, in de Grote Spuistraat)

- 13 mei 1673: testament van Cornelis Jansz. van Persijn, twijnder en Lena Cornelisdr. Rijcke, echtelieden en burgers van Dordrecht, hij gezond, zij ziek. Zij benoemen tot erfgenaam en de voogd de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen bij mondigheid of huwelijk samen een bedrag van 25 gl. uit te keren. Zij tekenen met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 234, f. 153)

1010. Paulus Andriesz. Morangh (Mourangh, Moeraen, Marang, Moureau), geboren naar schatting 1635, jongman uit het Land van Luik, wonende op de Nieuwbrug te Dordrecht, lakenwerker (1660), drappier (1671), trouwde NG Dordrecht/De Lindt 19 dec. 1660/2 jan. 1661

1011. Grietje Jacobs, jonge dochter van Leiden, wonende op de Drapierskaai te Dordrecht (1660)

- 14 nov. 1671: "Op de requeste gepresenteert bij Paulus Moran geboortich in't Lant van Luijck drappier stont voor appostil de camere ontfanckt de suppliant als burger ende inheems poorter deser stadt Dordrecht mits doende den behoorlijcken eedt aen handen van den heer Borgemeester, sonder ijets te betalen alsoo hem het recht daer toe staende bij desen vereert wert ende wert de selve gexcuseert ende vrijgestelt van alle tochten ende wachten voor de tijt van thien jaren volgens resolutie van den Outraet van dato den XIIII Augustij 1668 ... " (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1974 (burgerboek), f. 95v)

1012. Arij Pleunen Smits, gedoopt NG Dordrecht okt. 1634, jongman van Dordrecht, schipper, wonende bij de Vuilpoort (1659), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 28 juli 1689 (een baar voor Arie Pleunen schipper bij de Grote Kerk), trouwde Dordrecht 29 juni/15 juli 1659

1013. Ariaentge Jansdr. van der Linden, gedoopt NG Dubbeldam okt. 1639, jonge dochter van Dordrecht, wonende buiten de Spuipoort (1659), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 26 aug. 1695 (een baar voor de weduwe van Arie Pleunen in de Grotekerksbuurt)

- ORA Dordrecht inv. 798, f. 6v: op 10 febr. 1693 verkopen Jordaen Damisz. Verstappen en Johannes Pietersz. van der Horst, burgers van Dordrecht, als voogden over de minderjarige kinderen en erfgenamen van wijlen Johannes Pluijm, in zijn leven mr. timmerman en burger van Dordrecht, en Hendrik Meusel, als man van Zijgje Pluijm, dochter en erfgename van voornoemde Johannes Pluijm, voor 1200 gl. contant aan Ariaantje Jansdr. van der Linde, weduwe van Arijen Pleunen Smit, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de kinderen van wijlen Johan Bosman en Jan Cornelisz. van Coijck.

- 24 febr. 1730: comp. voor notaris B. van der Star te Dordrecht Teuntje Arijensdr. Smits, weduwe van Cornelis de Bruijn, in zijn leven schipper en burger van Dordrecht. Zij legateert aan haar zwager en schoonzuster Hendrick en Aeltje Pietersdr. de Bruijn een obligatie van 400 gl. en aan Aeltje alleen drie paar lakens en kussenslopen, een zilveren sleutel, dito ketting, een "silver tuijg op sij" en een derde deel van haar kleren. Aan haar broer Abraham Arijensz. Smits legateert zij een schepenenschuldbrief van 300 gl., welke is verzekerd op zijn huis in de Hoge Nieuwstraat, een bedrag van 300 gl. contant, 12 manshemden en 2 paar lakens, aan Anna Arijensdr. Smits, de vrouw van Luijme de Glint, een huis in de Oude Breestraat, staande tegenover de Doopsgezinde kerk, op voorwaarde, dat het huis fidecommis zal blijven en na hun overlijden zal vererven op hun kinderen, voorts een bedrag van 300 gl., dat door de hierna te vermelden executeurs-testamentair moet worden uitgekeerd in jaarlijkse termijnen van 30 gl., evenwel zonder interest, voorts drie paar slaaplakens en een derde deel van haar kleren. Aan Arij Jansz. Smits, zoon van haar overleden broer Jan Arijensz. Smits legateert zij twee huisjes in het Riedijkstraatje, aan haar neef Arij Pleunen Smits een somma van 150 gl., aan haar neef Jan Pleunen Smits eveneens 150 gl., aan haar zuster Heiltje Arijensdr. Smits een huisje buiten de Grote Sluispoort "op den wegh daer men gaet na de Hellingen" en een bedrag van 300 gl., welke zij verklaarde te assigneren op het huis, waarin zij, testatrice, woont, staande in de Grotekerksbuurt. Aan de dochter van Heiltje, Lijsbeth Gijse, legateert zij een bed met beddegoed, een gestreepte rouwjapon en een rouwrok, 12 paar porseleinen theegoed en een vierde deel van haar gouden kettingen, aan haar neef Cornelis de Glint, zoon van Anna Arijensdr. Smits een bedrag van 200 gl., uit te keren wanneer hij mondig wordt of wanneer hij gaat trouwen en 12 manshemden, aan Johanna de Glint, Pieternella Smits en Martijntje Smits ieder een vierde deel van haar gouden kettingen, met dien verstande dat Johanna de Glindt het gouden slot zal krijgen, aan ieder van haar drie voornoemde nichten 12 paar porseleinen theegoed, aan Ariaantje de Glint haar zilveren beugel aan een tas met dito haak en een riem daaraan en 12 paar porseleinen theegoed en aan haar nicht Geertje Smits, dochter van haar broer Abraham Smits, een laken tas zonder beugel met al het zilver en ander goed, dat zich bij haar overlijden daarin zal bevinden en 12 paar porseleinen theegoed. Aan haar broer Gerrit Arijensz. Smits maakt zij haar huis in de Grotekerksbuurt, staande tegenover de Schuitenmakersstraat, op voorwaarde, dat hij (of bij vooroverlijden zijn kinderen) aan haar zuster Heiltje, zo lang haar man Arij Gijssen nog in leven is, jaarlijks 4 % interest van een somma van 300 gl. zal uitkeren en dat hij of zijn kinderen na het overlijden van Arij Gijssen dat bedrag van 300 gl. zullen uitkeren in jaarlijkse termijnen van 30 gl., maar dan zonder interest. Tot universeel erfgenaam van al haar overige goederen benoemt zij haar broer Gerrit Arijensz. Smits of bij vooroverlijden zijn wettige nakomelingen. Tot executeurs van haar testament stel zij aan haar zwager Hendrik de Bruijn en haar neef Andries de Bruijn, koopman te Dordrecht. Zij tekent met "Tuntije Aerijense Smeijts wedu Cornelis de Bruijn". (ONA Dordrecht inv. 856, akte 12)

1014. Roeland Adriaensz. van Nieuwervaart, geboren naar schatting ca. 1645, jongman van Dordrecht (1671), Spaanse-stoelmaker (1689), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 sept. 1709 (Roelant van Nieuwervaert, woont in de Nieuwstraat, "tot den 7 voort weeshuijs"), trouwde NG Dordrecht 4 okt. 1671 (ondertrouw)

1015. Pieternel Cornelisdr. (Pijl, van der Pijl), gedoopt NG Rotterdam 17 sept. 1651, jonge dochter van Rotterdam (1671), begraven Dordrecht 18 sept. 1695 (de vrouw van Roelandt Jansse [sic], Spaanse-stoelmaker in de Nieuwstraat, met seclusie, gepasseerd voor notaris J. van der Hoop op 31 juli 1679. (Weeskamer Dordrecht inv. 109, f. 16)

 

Spaanse stoel van Peter Paul Rubens (Rubenshuis Antwerpen).  Kenmerkend voor dit type stoel waren de leeuwenkopjes boven op de rugleuning. De benaming "Spaans" sloeg oorspronkelijk op het Spaanse leer waarmee de zitting was bekleed.

- 14 mei 1689: "Aen de Ed. Groot Achtb. heeren van den gerechte der Stadt Dordrecht. Geeft onderdanigh ende met schuldigh respect te kennen Roelant Ariens burger ende Spaans stoelmaacker binnen dese Stadt, hoe dat Pieternel Cornelis zijne huijsvrouwe tot zijn overgroot verleetwesen ende hertsmertelijcke droeffheijt soo verre ... in hare sinne geslagen is dat de selve door hem suppeljant niet kan geregeert werden [m]aar dat in tegendeel is te duchten seer sware ongelucken door de gemelte zijne huijsvrouw ... te sullen ontstaen, terwijle [zij] ... alles wat haer maer voorkomt seer [w]reedelijck toe vlieght en ongehoort tracht te beledigen, selfs hare kleeren vant lijff scheurende, seer dickwils hem suppliant en zijne onnosele kinderen als sij de selve maer meent te becomen met een mes loopt, sulckx dat voor hem suppliant onmogelijck is de voors. zijne huijsvrouw langer in huijs te connen houden als door de selve geheel onbequaem gemaeckt werdende omme zijn hantwerck waer te konnen nemen, oock genootsaeckt zijnde sijn gereetschappen ende werck instrumenten voor de selve wegh te sluijten en te verbergen op dat nimande daer mede ongelucken toegebracht soude werden, waeromme genootdruckt wert zijnen toevlucht te nemen tot U Ed. Groot Achtb., ootmoedelijck versoeckende dat U Ed. Groot Achtb. hem suppliant gelieven te accorderen de voors. zijne huisvrouw int krancksinnichhuijs binnen dese Stadt te mogen laten brengen ende voor soo veel des noots sij opsluijten ende aldaer vermits het onvermogen van de suppliant te doen onderhouden, hopende hij voorgemelte zijne huijsvrouwe aldaer tot bedaringh van sinne sal mogen comen. Twelck doende etc. Onderstont Roelandt Adrijaens. In margine stont voor appostille: sij dese gestelt in handen vande heeren vaders vant [leproos] ende krancksinnighhuijs omme haer Ed. Achtb. binnen den tijt van acht dagen te diennen van bericht. Actum den 14 meij 1689. Onderstont H. Hallingh. Lager stont: in voldoeninge van de voors. appoinctemente dient cortelijckx dat de heere vaders en regenten van het leproost + crancksinnichuijs, door wederzeijts beuren van waerheden in desen requeste ter neder gestelt omstandigh ende ten volle verseckert zijnde, haer genessiceert vinden te oirdelen dat de gemelte Pieternel Cornelis buijten merckelijck gevaer niet langer ongesloten gehouden zal connen werden, oock als Borgeresse met een borger deser Stede getrouwt zijnde eijgentlijck wel tot het crancksinnighhuijs soude behoore  ... , doch sullen echter desen anderen aengaende U E. Groot Achtb. disposietie althoos bereijt willigh afwachten. Actum Dordt. den 19 meij 1689. Ter ordonnantie vande voorgemelte heeren vaders ende regenten A. van de Graeff rentmeester van het voorn. Godshuijs. Stont noch voor appostille de Camere accordeert den suppliant zijn versoeck, authoriseert vervolgens Pieternel Cornelis zijn huijsvrouw int krancksinnighhuijs te mogen doen brengen ende ordonneert de heere vaders ende regente deselve in te nemen. Actum den 24 meij 1689 en was ondertijckent H. Hallingh." (ORA Dordrecht inv. 76)

- 18 mrt. 1708: Roelant van Nieuwervaert getuige bij de ondertrouw van zijn zoon Adrianus van Nieuwervaart met Anna van der Straate (DTB Dordrecht nr. 88)

- 10 febr. 1711: compareren voor notaris A. Cant te Dordrecht Adriaen van Nieuwervaert, Cornelis van Nieuwervaert, Gerrit Ariensz. Smit, als man van Sijghje van Nieuwervaert en Jacobus van Nieuwervaert, wonende te Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Roeland van Nieuwervaert, in zijn leven burger van Dordrecht. Bij de scheiding van hun vaders nalatenschap heeft Jacobus op zijn erfdeel aangenomen een huis in de Nieuwstraat, aan n zijde belend door het huis van Jacob Stoop. (De naam van de andere belender wordt niet vermeld.) Comparanten tekenen met hun naam. (ONA Dordrecht inv. 789, f. 24 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Adriaan (Adrianus) van Nieuwervaard, 1672, trouwde Anna van der Straate

b. Sijdje van Nieuwervaart, 2 mrt. 1674 (= kwartier 507)

c. Cornelis, 1676, jong overleden

d. Cornelis van Nieuwervaart, 4 aug. 1679, jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1703), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15/29 april 1703 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Roelant Nieuwervaart, de bruid met haar oom en voogd Arnoldus Aardemans) Jacoba Aardemans, gedoopt NG Dordrecht 28 dec. 1682, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent te Kolfstraat (1703), dochter van Johannes Aardemans en Bregje Klaptas:

Kind:

d-1. Johannes (Jan) van Nieuwervaart, gedoopt NG Dordrecht 29 mei 1705, jongman van Dordrecht, wonende op de Gevolde Gracht (1733), koopman, handelaar in zaden (vriendelijke mededeling van de heer J. van Wageningen), heer van Asten en Dommelen door koop 10 juli 1754, eigenaar met Cornelis van Hombroek voor 5/6 deel (Jacobus Losecaat eigenaar voor 1/6 deel), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 mrt. 1768 (de heer Jan Nievervaart, laat kinderen na, 8 koetsen extra, de eerste boete, op de Voorstraat), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 23 mei/7 juni 1733 Maria van der Pijpen, geboren Dordrecht 31 mei 1701, dochter van Martinus van der Pijpen en Maria Mels (zie genealogie Van der Pijpen op deze website).

Een nakomelinge van Johannes was Agatha Anna Louisa van Nievervaart, geboren Dordrecht 17 sept. 1874, dochter van Jan van Nievervaart, koopman te Dordrecht, en Huberta Adriana van Alphen, trouwde Zwijndrecht 11 april 1901 Jan Willem (Willy) Sluiter (1873-1949), kunstschilder, zoon van Jan Willem Sluiter, notaris, en Johanna Hildegonda Cornelia Suermondt. (Vriendelijke mededeling van de heer Jean van Wageningen te Groningen.)

Willy Sluiter in zijn atelier. (foto: Erfgoedcentrum DiEP)

e. Elijsabeth, 1685

f. Jacobus van Nieuwervaart, 1686

g. Roeland, 26 jan. 1695

GENERATIE XI

1024. Jan Jansz. de Haen, geboren te Werkendam naar schatting ca. 1610, kooiman (1637), overleden tussen 11 sept. 1652 en 7 mrt. 1660, trouwde NG Werkendam/Dordrecht 27 sept./13 okt. 1637

1025. Gijsbertje Willemsdr., gedoopt NG Dordrecht april 1606, jonge dochter van Dordrecht (1637), weduwe van Jan Jansz. de Haen (1660), overleden ca. 1678, trouwde 2e NG Werkendam 7 mrt. 1660 Arien Cornelisz. Schaets, overleden tussen 16 febr. 1672 (lijst van weerbare mannen te Werkendam) en 16 juli 1677

Eendenkooi (ca. 1620)

NG trouwboek Werkendam 27 sept. 1637: Jan Jansz. de Haen, van Werkendam en Gijsbertje Willemsdr., van Dordrecht, zijn geproclameerd de 1e en 2e keer voor de redoute, de 3e maal aan de grote kerkdeuren

- 11 sept. 1652: Jan Jansz., als echtgenoot van Gijsbertgen Willemsdr., Maerten Barentsz., als echtgenoot van Lijsbeth Willemsdr., en Geertgen Pietersdr. (sic), weduwe van Willem Pieters, kinderen en erfgenamen van Neeltgen Cornelisdr., weduwe van Willem Gijsbertsz. Tijnhoven, verkopen aan mr. Willem Christiaensz. scherprechter een huis op de Hil te Dordrecht, staande tussen het huis van Arijen Jordensz. en de Raamstraat. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 135v en 136)

- 16 juli 1677: schout Boenes van Werkendam, als last hebbende van de crediteuren  van Willem Henricsz. Bol, verkoopt aan Gijsbertje Willemsdr., laatst weduwe van Arien Cornelisz. Schaets een huis in Werkendam, belend: oost Jochem Huijbertsz., west de "gemeen steeck", noord de haven, strekkende van Bastiaan van Doverens huis af tot op de haven toe. (ORA Werkendam)

- 4 juli 1679: Willem Jansz. de Haen, Cornelis Jansz. de Haen en Jan Jansz. de Haen, kinderen en erfgenamen van Gijsbertje Willemsdr., laatst weduwe van Arien Cornelisz. Schaets, verkopen aan Jan Pietersz. van Heusden een huis, belend: oost Jochem Huijbertsz., west de "gemeen steeck", noord de haven en zuid Bastiaan van Doveren (ORA Werkendam)

Kinderen (allen NG gedoopt te Werkendam, behalve a):

a. Jan, gedoopt NG Boven Hardinxveld 7 sept. 1638 (geen getuigen), jong overleden

b. Willem Jansz. de Haen, 28 mrt. 1641 (get.: Cornelis Gerritsz. Cant [schoolmeester te Werkendam, stiefbroer van de vader] *, Marten Berndts en Wouterke Cornelis [grootmoeder])

- 4 april 1680: Willem Jansz. de Haen, weduwnaar van Lijsbet Geritsdr. Swes, mede-erfgenaam van zijn moeder Gijsbertje Willemsdr., laatst weduwe van Arien Cornelisz. Schaets, heeft bij kaveling het recht verkregen op een halve morgen griend, gelegen buitendijks in de Esch onder De Werken. (ORA Werkendam)

c. Cornelis Jansz. de Haen, 7 jan. 1644 (get.: Lijsbet Cornelis, vrouw van Cornelis Gerritsz. Cant, Sieke Peters en Engeltje Barents, wonende te Dordrecht)

d. Jan, 14 april 1647 (get.: Maerten Barents en Maddeleentje Huberts)

e. Wouterke, 19 nov. 1651 (get.: Cornelis Gerritsz. Kant en Aeltie Thomas te Dordrecht)

* Cornelis Gerritsz. Cant, zoon van Gerrit Ghijsbertsz. Cant en stiefzoon van Wouterke Cornelis, trouwde vr 1633 Lijsbet Cornelisdr., dochter van Cornelis Everden, was in 1636 schoolmeester te Almkerk, werd in 1637 schoolmeester te Werkendam, in 1645 ontslagen wegens onzedelijke handelingen met vrouwelijke leerlingen. (RA Noord-Brabant, Collectie Couve, inv. III, f. 415 en 415v)

1030. Thonis Michielsz. (Gielen) Sagt, woonde in 1670 in Emmikhoven, trouwde

1031. Adriaentje Hendriksdr. Scheurwater, overleden vr 29 febr. 1693, trouwde 2e vr 16 mei 1686 Peeter Hendriksz. van Dinteren (van Deuteren), trouwde 2e NG Almkerk-Emmikhoven 29 febr. 1693 Aentje Bastiaensdr. Scheurwater

- 16 mei 1686: compareren voor schout en heemraden van Almkerk Joost Fransz. van de Sande, weduwnaar van Theuntje Cornelisdr. Schipper, enerzijds en Peeter Hendricksz. van Deuter, als echtgenoot van Ariaentjen Hendricksdr. Scheurwater, neef en naast bloedvoogd van de weeskinderen van Joost Fransz. van de Sande en Theuntje Cornelis Schipper, anderzijds. (ORA Almkerk, inv. 7)

- 11 april 1693: scheiding bij blinde loting gemaakt van de goederen nagelaten door Ariaentie Hendricxdr. Scheurwater, eerder weduwe van Theunis Gielen, tussen haar weduwnaar, Pieter van Dinteren, enerzijds en Hendrick Teunisz. Zacht, Leendert Hendriksz. Bras, als echtgenoot van Aertie Teunisdr. Zacht en voornoemde Hendrick Teunisz. Zacht tevens als voogd van moederszijde, geassisteerd zijnde met Cornelis Ariensz. van Gameren als voogd van vaderszijde van het weeskind van wijlen Jan Ariensz. van Gameren, verwekt bij Maijke Theunisdr. Zacht, die inmiddels eveneens is overleden. (ORA Woudrichem, inv. 143)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Hendrik Theunisz. Zacht

b. Aartie Theunisdr. Zacht(= kwartier 515)

c. Maijke Theunisdr. Zacht, trouwde Jan Ariensz. van Gameren 

(Genealogisch Tijdschrift voor Midden- en West-Brabant en de Bommelerwaard 1985, p. 261; idem 1990, p. 301; idem 1991, p. 46; idem 1998, p. 199)

1046. Sander Gerritsz. van den Boom, geboren te Maasland ca. 1615, bouwman, overleden 19 mrt. 1677, trouwde NG Delft 18 nov. 1643

1047. Jannetje Leendertsdr. van der Hoef, geboren ca. 1620, overleden 1692 (Ons Voorgeslacht 1995, p. 330)

- 25 sept. 1644: Sander Gerritsz. van der Boom en Jannetje Leendertsdr. van der Hoef lidmaten op belijdenis van de NG gemeente te Maasland.

- 1663: Sander Gerritsz. en Jannetje Leendertsdr. van Hoef, zijn vrouw, lidmaten van de NG gemeente te Maasland. Achter haar naam staat: overleden 1692. (Ons Voorgeslacht 1995, p. 330)

- 3 mei 1693: Gerrit Sandersz. van der Boom transporteert met zijn broers en zusters, als erfgenamen van hun ouders, Sander Gerritsz. van der Boom en Jannetje Leendertsdr. van der Hoef, een huis op het Noordeinde te Maasland.

(Hollandse Stam- en Naamreeksen, deel I, p. 13-15; Kwartierstatenboek Prometheus V, p. 66)

1048. Jan Willemsz. van der Hoeve, jongman van Klaaswaal (1665), trouwde NG Zuidland 25 jan.1665 (1e proclamatie, getrouwd in Zuidland)

1049. Trijntje Arentsdr., jonge dochter van Velgersdijk [polder in de gemeente Bernisse (voorheen Zuidland)], wonende ald. (1665)

Kinderen (allen NG gedoopt te Zuidland):

a. Willem, 22 okt. 1665 (getuige: Pieternelle Willems) (= kwartier 524)

b. Arent, 13 nov. 1672 (getuige: Leentje Bastejaans)

c. Arent, 15 juli 1674 (getuige: Jannetje Jans)

1050. Pieter Leendertsz. den Beeng, gedoopt NG Zwartewaal 11 febr. 1635, lidmaat van de NG gemeente te Brielle op 18 mrt. 1657, ald. vermeld met "kleine schuiten" in 1674 (Ons Voorgeslacht 1973, p. 127), trouwde naar schatting ca. 1660

1051. Ariaantje Joosten

Kinderen (allen NG gedoopt te Zwartewaal):

a. Joost, 21 mrt. 1660 (getuigen: Leendert Jansz. Beeng en Pietertje Jacobs)

b. Pietertje, vermoedelijk geboren tussen 1665 en 1670 (hiaat NG doopboek Zwartewaal)

c. Leendert, 21 juli 1675

d. Maartje, 6 okt. 1680

1052. Jacob Leendertsz. Rodenburch, geboren naar schatting ca. 1580, bouwman en landeigenaar te Poeldijk onder Naaldwijk (vermeld ald. in 1626 en 1644), overleden in of vr 1653, trouwde 1e naar schatting ca. 1608 Marijtje Willemsdr. van Vlaardingen, begraven Naaldwijk 11 aug. 1626 (Ons Voorgeslacht 1972, p. 79), trouwde 2e naar schatting ca. 1630

1053. Adriaentgen Jansdr., geboren naar schatting ca. 1600

- 20 nov. 1623: Jacob Lenaertsz. Rodenburch beleend met 2 morgen land in Stekelcamp (Monster) na overdracht door Maritgen Wormbrechtsdr., echtgenote van Jacob Jansz. van der Valck. (OnsVoorgeslacht 1982, p. 185)

- 14 febr. 1633: Arent Jansz. van den Arent te Poeldijk beleend met het voornoemde leen na overdracht door zijn schoonvader Jacob Lenaertsz. van Rodenburch. (Ons Voorgeslacht 1982, p. 185) 

- 17 aug. 1644: Jacob Leenersz. Rodenburch, "huijsman", wonende omtrent de Poeldijk in het baljuwschap Naaldwijk, testeert te Monster. Hij legateert aan zijn kinderen uit het eerste huwelijk samen 2000 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn tweede vrouw voor de helft en de kinderen uit het tweede huwelijk voor de wederhelft. (De Nederlandsche Leeuw 1927, kolom 80)

Kinderen (volgorde onzeker):

Ex 1:

a. Leendert, gedoopt NG Naaldwijk 13 mrt. 1611

b. Pieter

c. Philips

d. Cornelis

e. Arij

f. Claes

g. Belitgen

h. Aefgen

Ex 2:

i. Willem, geboren ca. 1634

j. Jacob, geboren ca. 1636

k. Fransooijs, geboren ca. 1640

1056. Claes Jansz. 't Mannetge, geboren naar schatting ca. 1620, overleden tussen 1653 en 1657, trouwde 2 Haasje Ariens, 1e NG Rockanje 8 nov. 1643

1057. Lijsbeth Barens

(Prometheus XVII, p. 346)

- 24 april 1643: Claes Leendertsz. Waterboer is schuldig aan Aren Jansz. 't Mannetge, Claes Jansz. 't Mannetge en Cornelis Arensz. Quak, allen kinderen en erfgenamen van Maertje Claesdr. Pille, een bedrag van 3000 gl. wegens koop van een landstede, schuur etc. in St. Annapolder op 3 gemet eigen slikland en met gevolg van ongeveer 78 gemet bruikwaar. Borgen: Jan Arensz. en Maerten Jansz. Deijder, resp. zwager en oom van de comparant, beiden wonende onder Rugge. In margine: op 17 juni 1645 heeft Aren Jansz. 't Mannetge 1/6 part van deze brief gekocht van Cornelis Arensz. Quack. Idem: op 14 aug. 1648 opgesplitst in twee brieven en hier gecasseerd. (Ambachtsarchief St. Annapolder, inv. 32)

- 25 mei 1657: Aren Jansz. 't Mannetge, vervangende Cornelis Barentsz. Rooderhouve, als oom van de onmondige kinderen van Claes Jansz. 't Mannetge, transporteert aan Cornelis Jacobsz. Quak 3 gemet land aan de Oud-Rokanjese achterweg. Volgt schuldbrief van 808 gl. (Ambachtsarchief Rokanje, inv. 87)

1058. Arien Jansz. Gelderland, lidmaat op belijdenis van de NG gemeente te Oostvoorne, schepen te Oostvoorne, begraven Oostvoorne (in de kerk) 27 mei 1681, trouwde

1059. Ariaantje (Arentje) Cornelisdr.

(Gens Nostra 1991, p. 400; Prometheus XV, p. 340)

Kinderen:

a. Jan, gedoopt NG Oostvoorne 12 jan. 1648 (getuige: Haasje, de dochter van Aren Jansz.)

b. Maartje, gedoopt NG Oostvoorne 17 mrt. 1652 (getuige: Haasje Arens)

1060. Cornelis Claasz. Cramer, jongman van Biert wonende ald. (1659), trouwde NG Biert 13 april 1659 (NG trouwboek Geervliet)

1061. Leentje Jacobs, jonge dochter van Heenvliet wonende te Biert (1659)

Kinderen:

a. Jacob, geboren naar schatting ca. 1660

b. Lijntje, gedoopt NG Simonshaven 26 juni 1678

1062. Claas Pietersz. (Bogert), lid van het stadsbestuur van Geervliet 1655/1657, armmeester ald. 1660, overleden in of vr 1672, trouwde

1063. Annetje Cornelis, weduwe wonende te Heenvliet, trouwde 2e NG Heenvliet 23 juli 1673 Frans Arensz. van de Poel, weduwnaar van Brielle (1673)

- 1672: de weduwe van Claas Pietersz. Boogaart pacht 5 gemet land te Geervliet. (Armenrekening Geervliet anno 1672)

Kinderen:

a. Cornelis, gedoopt NG Geervliet 7 febr. 1655 (getuige: Paulus Paulus)

b. Cornelis, gedoopt NG Geervliet 23 april 1656 (getuigen: de vader en Ariaantje Pieters)

c. Grietje, gedoopt NG Geervliet 22 sept. 1658 (getuigen: de vader en Ariaantje Pieters)

1064. Cornelis Cornelisz. (Man) in't Veld, jongman "in't Veld van Saerloos" (1649), overleden vr 10 mei 1658, trouwde NG Oostvoorne 1 aug. 1649

1065. Lijsbeth Arens, weduwe te Oostvoorne (1649), trouwde 1e NN, 3e NG Oostvoorne 23 juni 1658 Jacob Crijnse Poel (Ons Voorgeslacht 1991, p. 293)

1066. Krijn Olen (Nole) van de Linde, gedoopt NG Heinenoord 15 febr. 1639, jongman van Heinenoord (1667), schepen van St. Annapolder (1699), trouwde 2e NG Rockanje 5 jan. 1681 Maartje Arents (Comen), trouwde 2e Rockanje 14 okt. 1705 Cornelis Jacobsz. Maassluis, weduwnaar van Jannetje Willemsdr. Lagerland, wonende te Zwartewaal (1705). Krijn Olen van de Linde trouwde 1e NG Rockanje 8 mei 1667

1067. Leentje Leendertsdr. (Palinks), geboren naar schatting ca. 1640, mogelijk te Nieuw-Helvoet, trouwde 1e NG Nieuw-Helvoet 12 april/4 mei 1664 Leendert Cornelisz. Stapel, gedoopt NG Rockanje 24 mrt. 1636, jongman van Hellevoet, wonende ald. (1664), zoon van Cornelis Jacobsz. Stapel en Lijsbet Cruijnedr.

- 10 febr. 1700: Krijn Olen van der Linde, wonende in St. Annapolder, vermeld als planter van meekrap. (ONA Voorne-Putten, inv. 1026)

Uit het eerste huwelijk van Leentje Leendertsdr. (Palinks):

a. Willemtje Leendertsdr. Stapel, gedoopt NG Nieuw-Helvoet 17 jan. 1666 (getuige: Stobbeleintje van Rockanje)

1068. Job Jacobsz. Arkenbout (Erkenbout), gedoopt NG Oostvoorne 19 dec. 1654, schepen van Oostvoorne, overleden Oostvoorne nov. 1719 (lidmatenregister NG gemeente Oostvoorne anno 1718), trouwde NG Oostvoorne 16 okt. 1678

1069. Lijsbeth Aartsdr. Schinkel

(Ons Voorgeslacht 1976, p 147)

- 24 nov. 1688: Job Jacobsz. Arkenbout vermeld in de lijst van weerbare mannen te Oostvoorne (te paard, heeft een snaphaan)

- 16 april 1694: Claas Claasz. van Leeuwen, getrouwd met Lijsbet Aarts, Gerrit Aarts van den Schinkel de oude en Gerrit Aarts van den Schinkel de jonge, allen erfgenamen van Dirk Andriesz. Hoogduijn en Maritge Gerrits van Briene,in hun leven echtelieden [trouwen NG Oostvoorne 10 dec. 1673, weduwnaar en weduwe], transporteren aan Job Jacobsz. Arkenbout, wonende onder Oostvoorne, een huis op de Oostvoornse Hevering. (ORA Oostvoorne inv. 2)

- 14 dec. 1695: Job Jacobsz. Arkenbout koopt uit de boedel van Adriaan Brasser te Brielle 3 gemet 250 roeden land, Gouthoek nr. 4, te Oostvoorne.

- 4 aug. 1701: Job Jacobsz. Arkenbout beleend met voornoemd land. (Ons Voorgeslacht 1971, p. 124)

Kinderen:

a. Aart, gedoopt NG Oostvoorne 18 jan. 1682

b. Jacob, gedoopt NG Oostvoorne 15 okt. 1679 (getuige: Cruijniertje Jacobs)

c. Lijsbeth, gedoopt NG Oostvoorne 26 nov. 1684 (getuige: Maartje Mondeling)

d. Cruijniere, gedoopt NG Oostvoorne 7 nov. 1687 (getuige: Leuntje Jans)

e. Jacob, gedoopt NG Oostvoorne 25 juni 1690 (getuige: moeders zuster Gerritje)

f. Annetje, gedoopt NG Oostvoorne 8 sept. 1697

1070. Dirck Cornelisz. Dekhuijse, diaken te Oostvoorne 1701, overleden Oostvoorne 7 mrt. 1748, begraven ald. 12 mrt. 1748 (ontvangst doodkleed), trouwde Kommertje Corstiaens

- 26 aug. 1691: kind van Dirck Cornelisz. Dekhuijse gedoopt NG Oostvoorne (naam niet vermeld)

- 6 april 1692: Dirck Cornelisz. Dekhuijse en zijn vrouw Kommertje Corstiaens lidmaten op belijdenis van de NG gemeente te Oostvoorne

- 1706: Dirck Cornelisz. Dekhuijse en zijn vrouw lidmaten van de NG gemeente te Oostvoorne

- 1745: Dirck Cornelisz. Dekhuijse lidmaat van de NG gemeente te Oostvoorne (met de aantekening: overleden 7 mrt. 1748)

1072. Cornelis Joosten Reijlof (alias Van der Sluijs), geboren naar schatting ca. 1650, weduwnaar wonende in Albrandswaard (1683), overleden na 7 jan. 1716, trouwde 1e ca. 1674 Helena Joppen Leegestee, gedoopt NG Poortugaal 10 sept. 1651, dochter van Jop Leendertsz. Leegestee, boer te Poortugaal en Ariaentie Joghems, 2e NG Rhoon 24 jan. 1683 (DTB Barendrecht) Maria Jansdr. in't Velt, jonge dochter van Carnis wonende ald. (1683), 3e ca. 1684

1073. Sijtje Bastiaansdr. de Vet, mogelijk gedoopt NG Poortugaal 18 aug. 1658

- 28 jan. 1696: schout en schepenen van Poortugaal benoemen Cornelis Joosten tot voogd over het minderjarige weeskind uit zijn huwelijk met wijlen Helena Joppen, alsmede tot erfgenaam in de boedel van Arjaentje Joghems zaliger, weduwe van Job Leendersz. Leegstede, om de goederen te adminstreren etc. (K.J. Slijkerman, Genealogie en geschiedenis van het geslacht Legerstee uit Barendrecht (ca. 1500-1800) [Alkmaar 1985], p. 51)

- 7 jan. 1716: comp. voor een Rotterdamse notaris o.a. Cornelis Joosten, wonende onder Poortugaal, die verklaart op verzoek van Arij Jacobsz. van der Schilde, wonende op Texel, Dina Jacobsdr. van der Schilde en Jan Jacobsz. van der Schilde, "int weeshuijs dezer stad [Rotterdam]" en Jannetje Joppe Leegstee, weduwe van Pieter Dircxsz. Slooff, wonende onder Poortugaal, Leendert Cornelisz. Rolhoff, wonende omtrent Klaaswaal, Jannetje Cornelisdr. Rolhoff, wonende onder Rhoon en Wouter Gerritsz. Tuijl, wonende onder Ridderkerk, dat hij Gerrit Leendertsz. Legestee gekend heeft, die in 1707 in dienst van de VOC naar Oost-Indi is vertrokken en daar overleden is. Gerrit had voor de helft van vaderszijde als erfgenamen nagelaten o.a. Leendert en Jannetje Cornelis Rolhoff, als "muijs kinderen" (tante's kinderen). (Slijkerman, Legerstee, p. 56)

Kinderen (ex 3; allen NG gedoopt te Poortugaal):

a. Cathrijn, 15 mrt. 1685 (getuige: Sijntie Franssen)

b. Jan, 1687 (getuige: Dirkje de Vet)

c. Bastiaan, 1690 (getuige: Ariaantje Jacobs)

d. Joost, 1691 (getuigen: Jannetie Cornelis)

e. Willem. 4 mrt. 1696

f. Catelijntie, 5 juli 1699

1074. Cornelis Simonsz. (van der Poel), overlijden aangegeven bij de gaarder te Poortugaal door zijn schoonzoon Willem Cornelisz. Reijlof op 7 dec. 1732 (pro deo), trouwde 2e Poortugaal (gaarder, pro deo) 4 mrt. 1724 Aagje Joppen, weduwe van Albert Meijer van Broeckhuijsen, wonende te Rhoon (1724), trouwde 1e naar schatting ca. 1695

1075. Magteltje Jansdr. Visser, overlijden aangegeven door haar man bij de gaarder te Poortugaal op 1 okt. 1721 (pro deo)

- 24 nov. 1699: Cornelis Simonsz. Poel geeft het overlijden aan van zijn zuster Neeltje Sijmons (gaarder Poortugaal, pro deo)

Kinderen:

a. Simon, gedoopt NG Poortugaal 30 sept. 1695, overlijden aangegeven bij de gaarder te Poortugaal 26 juni 1706 (pro deo: Simon, de zoon van Cornelis Simonsz. Poel, verongelukt, "van het verwulft in de kerk, gevallen op den danckdag den 23 juni 1706")

b. Maartje, geboren ca. 1696

c. NN (= Neeltje ?), 27 juli 1707

d. Neeltje van der Poel, trouwde Poortugaal (gaarder) 14 febr. 1727 Hendrick Hendricksz. Rentmeester

1076. Arij Cornelisz. van der Sijs (van der Cijs, van der Chijs), jongman wonende te Zouteveen (1670), bouwman te Zouteveen, overleden na 1702, trouwde NG Vlaardingen 12 april 1670 (ondertrouw)

1077. Maria Ariensdr. Eerlant, geboren ca. 1645, jonge dochter van Vlaardingerambacht (1670), overleden vr 31 aug. 1690

(Ons Voorgeslacht 1993, p. 482)

- 31 aug. 1690: Arij Cornelisz. van der Chijs, bouwman wonende in Vlaardingerambacht, is ter weeskamer ontboden om voogden over zijn minderjarige kinderen aan te stellen, omdat zijn vrouw Maria Ariensdr. Eerlant is overleden. Hij toont een testament, verleden op 28 dec. 1680 voor notaris R. van Edenburg te Delft, waarin de weeskamer wordt uitgesloten en als voogden worden aangesteld Claes Cornelisz. van der Chijs, zijn broer, Jan Hendricksz. van Dijck en Jan Ariensz. van Schie, beiden zwagers van zijn vrouw en Gerrit Jansz. van Rijt, zijn buurman. (Ons Voorgeslacht 1993, p. 492, noot 46)

1078. Andries Dirksz. van der Hoeff, jongman wonende in de "Suijdtbuurt" van Maasland (1669), trouwde 1e NG Maasland 3 nov. 1669 Ariaentje Teeuwis van der Meer, 2e NG Maasland 20 nov./6 dec. 1671

1079. Neeltje Jacobsdr. van den Acker, geboren naar schatting ca. 1645 , jonge dochter wonende in de "Suijdtbuurt" van Maasland (1671)

1080. Jan Corsz., arbeider, woont aan de Westdijk onder Mijnsheerenland (1674), begraven Mijnsheerenland 6 mei 1679 (betaald voor het doodkleed: 15 st.), trouwde vr 29 juli 1657

1081. Lijsbeth Abrahams,begraven Mijnsheerenland 25 febr. 1692 (Lijsbet Abrahams, de weduwe van Jan Corssen; betaald voor het doodkleed 1 gl. 5 st.)

(Prometheus XIV, p. 260)

- 1665: Jan Corsz., een "schamel arbeider", woont pro deo (GA Mijnsheerenland inv. 48: haardstedengeld)

- 10 mei 1672: Jan Corsz., piekenier, vermeld op de lijst van weerbare mannen te Mijnsheerenland (idem op 31 jan. 1673: Jan Corsz. aan de Westdijk)

- 1674: Jan Corsen vermeld op de lijst van familiegeld met 6 personen (GA Mijnsheerenland inv. 48)

Kinderen:

a. Meeuwis, gedoopt NG Westmaas 29 juli 1657

b. Abram, gedoopt NG Mijnsheerenland 19 mrt. 1660

1082. Jacob Aertsz. (van Vonse), overleden tussen 28 april 1679 en 30 juli 1689, trouwde 1e vr 20 juli 1662 Marigie Jurriejans, 2e NG Oud-Beijerland 14 okt. 1668 (ondertrouw; getuige voor de bruidegom: Aert Jansz., zijn vader en voor de bruid Leendert Cornelis, zijn broer)

1083. Ariaentge Cornelisdr. (Grauw), jonge dochter van Charlois (1668), trouwde 2e NG Oud-Beijerland 30 juli 1689 (ondertrouw; getuige: ds. Haaks) Jan Gerritsz. de Lange

1088. Arent Dirxsz. (van der) Stolck, jongman van Kethel (1663), overleden ca. 1666, trouwde NG Kethel 28 april 1663 (ondertrouw)

1089. Meijnsgen Willemsdr. van der Buijs, geboren naar schatting ca. 1640, overleden kort vr 21 april 1700, trouwde 2e NG Heenvliet 25 sept. 1667 Gerrit Cornelisz. Hollander, 3e NG Heenvliet 10 juni 1680 Willem Cornelisz. Petijn

-23 mrt. 1664: mutueel testament van Arent Dircxsz. Stolck en Meijnsje Willemsdr. van der Buijs, wonende aan de Oudendijk in het ambacht Kethel, beiden gezond.

- 21 april 1672: voogden van het weeskind van Arent Dircxsz. Stolck zijn Cornelis Pietersz. Patijn en Leendert Cornelisz. Oosterlee.

- 3 juli 1695: Meijnsje Willems doopgetuige bij Arent, zoon Dirck Arentsz. Stolck en Catharina Gerrits. (NG doopboek Heenvliet)

Kind:

a. Dirck, gedoopt NG Kethel 19 april 1665 (zoon van Arent Dircxsz. Stolck op het "huis te Rivier aen den Ouden Dijck")

(Ons Voorgeslacht 1992, p. 399; Ons Voorgeslacht 1993, p. 213)

1090. Cornelis Teunisz. Dubbeldestuijver alias Schipper, jongman van Simonshaven (1671), schipper, overleden vr 24 juni 1683, trouwde NG Goudswaard 18 jan. 1671 (ondertrouw)

1091. Maertje Willemsdr. Rosmolen, gedoopt NG Goudswaard 4 mrt. 1646, overleden tussen 17 nov. 1680 en 24 juni 1683, administrerend voogd over haar minderjarige kinderen is Lodewijk Willemsz. Rosmolen, haar broer. Zij trouwde 1e NG Goudswaard 8 april 1668 (ondertrouw) Gillis Abrahamsz. Blenckvlieth, 3e Willem Willemsz. Cousijn. (De Nederlandsche Leeuw 1959, kol. 324)

1092. Dammis Bouwensz. Cruijk, geboren naar schatting ca. 1640, overleden ca. 1680 (begraven Oostvoorne, pro deo, twee maal beluid: begraafregister Oostvoorne, tussen 22 sept. 1679 en 20 aug. 1681[Ons Voorgeslacht 1964, p. 215), trouwde 1e NG Oostvoorne 2 juni 1664 Hadewij Claasse, begraven Oostvoorne 28 sept. 1668 (ontvangen over twee maal luiden voor de vrouw van Dammis Bouwens: 2 gl. [Ons Voorgeslacht 1964, p. 211]) , 2e NG Oostvoorne 28 okt. 1670

1093. Niesje Huigen (Decker), geboren naar schatting ca. 1645, jonge dochter (1670)

1094. Teunis Cornelisz. Hadde, gedoopt NG Oostvoorne 2 dec. 1646, jongman wonende te Oostvoorne (1673), diaken te Oostvoorne (1696-1697), ouderling ald. (1718-1719), overlijden aangegeven bij de gaarder te Oostvoorne op 19 mei 1729 (impost 3 gl.), trouwde NG Oostvoorne 2 april 1673

1095. Dorothee Willemsdr., vermoedelijk gedoopt NG Oostvoorne 1 aug. 1649, jonge dochter wonende te Oostvoorne (1670), weduwe wonende te Oostvoorne (1673), lidmaat op belijdenis van de NG gemeente ald. op 6 jan. 1675, overleden na 3 juli 1718 (doopgetuige te Oostvoorne; komt voor op de lidmatenlijst van de NG gemeente te Oostvoorne uit 1718), trouwde 1e NG Oostvoorne 26 okt. 1670 Dirck Jansz. Bigt, jongman wonende te Oostvoorne (1670)

(Ons Voorgeslacht 2009, p. 10-11)

1098. Joost Joosten Leuijendijk, gedoopt NG Briels Nieuwland 1 sept. 1675, jongman onder het Nieuwland (1696), vertrok als weduwnaar op 14 sept. 1705 uit Vierpolders, trouwde Briels Nieuwland 19 mei/3 juni 1696

1099. Annetje Bastiaansdr. Deugd, gedoopt NG Briels Nieuwland 2 okt. 1673, jonge dochter onder het Nieuwland (1696), overleden ca. 1704

Kinderen:

a. Lijsbeth (= 5490

b. Jannetje, gedoopt NG Vierpolders 28 mrt. 1700

c. Joost, gedoopt NG Vierpolders 7 jan. 1703

(Kronieken 1993, p. 223)

1100. Aren Leendertsz. Boelhouwer, gedoopt NG Rockanje 26 jan. 1642, weduwnaar (1680) trouwde 1e NN, 2e NG Oostvoorne 14 mrt. 1680

1101. Cornelia Huijbrechtsdr. Cleijburg, gedoopt NG Oostvoorne 14 mrt. 1655, jonge dochter (1680)

- 1690: Aren Boelhouwer en Cornelia Cleijburg vermeld als lidmaten van de NG gemeente te Oostvoorne

1102. Arie Dirksz. van den Bergh, gedoopt NG Rockanje 23 sept. 1668, overlijden aangegeven bij de gaarder te Rockanje 7 april 1730, trouwde 2e Nieuw-Helvoet 25 april 1707, 1e Rockanje 22 jan. 1696

1103. Maartje Waling

(Prometheus IV, p. 180)

- 10 febr. 1700: Arie Dirksz. van den Berg, wonende in St. Annapolder, vermeld als planter van meekrap. (ONA Voorne-Putten, inv. 1026)

1104. Jacob Gerritsz. (van) Noordermeer, "van den Leijtsendam", vertrekt in 1665 naar Hekelingen, trouwde Rijswijk 11 sept. 1648

1105. Grietchen Krijnendr.

1108. Jan Jacobsz. (Vogelaar), gedoopt NG Puttershoek 18 juni 1628, overleden na 2 febr. 1670, trouwde ca. 1654

1109. Sijtje Andriesdr. van Strijen , geboren ca. 1637, overleden na 2 febr. 1670

1110. Jacob Pietersz. Metselaar, lidmaat op belijdenis van de NG gemeente te Westmaas 6 okt. 1651, trouwde ca. 1650

1111. Aeltie Leenders, geboren naar schatting ca. 1630, lidmaat op belijdenis van de NG gemeente te Westmaas 6 okt. 1651

1112. Willem Jansz. Touw, jongman geboren te Vlaardingen (1679), overlijden aangegeven bij de gaarder te Abbenbroek op 28 nov. 1705, trouwde Oud-Beijerland/Nieuw-Beijerland 10/29 nov. 1679 (sponsus sui juris, getuige sponsae: Cornelis Cleijs. Blok)

1113. Lijntje Hendriks, jonge dochter geboren en wonende te Oud-Beijerland (1679), overlijden aangegeven bij de gaarder te Abbenbroek op 21 mei 1710

- 25 nov. 1697: Willem Jansz. Touw pachter van 1 gemet 126 roeden land in Oud-Abbenbroek. (ONA Voorne-Putten, inv. 1025)

1114. Willem Huijgen Lugtenburg, gedoopt NG Oostvoorne 1 april 1676, lidmaat van de NG gemeente te Oostvoorne 1699, testeert op 11 april 1736 voor notaris P. de Graeff te Brielle, overlijden aangegeven bij de gaarder te Oostvoorne 20 nov. 1738, begraven ald. 21 nov. 1738 (op het kerkhof, 2 maal geluid, 2 gl.), trouwde 2e Oostvoorne 26 okt./10 nov. 1720 Geertje Teeuwisdr. Kip, gedoopt NG Oostvoorne 17 jan. 1700, begraven ald. 4 juni 1768, dochter van Theuwes Claasz. Kip en Jannetje Jooste Meuldijk, trouwde 1e Oostvoorne 9 mrt. 1698

1115. Agnieta Cornelisdr. Laaij, gedoopt NG Oostvoorne 2 okt. 1672, overleden in 1719 (NG lidmatenregister Oostvoorne anno 1718)

- 28 mei 1720: compareert Willem Huijge Lugtenburgh, weduwnaar van Agniettie Cornelisdr. Laij, wonende onder de ban van Oostvoorne, enerzijds en Cornelis Willemsz. Touw, getrouwd met Maertie Willemsdr. Lugtenburgh, wonende onder de ban van Oostvoorne, voor zichzelf en als zwager en naaste bloedverwant van de zes onmondige weeskinderen van Agniettie Laij, t.w. Huijge, 17 jaar oud, Cornelis, 15 jaar oud, Jan, 12 jaar oud, Susannetje, 7 jaar oud, Pietertje, 5 jaar oud en Pieter Willemsz. Lugtenburgh, 3 jaar oud. Getuigen: Gabril Warnaer, schout en Aren van der Poel en Dirk Man in't Velt, schepenen. (Weeskamer Oostvoorne, inv. 1)

1118. Arij Centen van den Hoek, gedoopt NG Puttershoek 12 mei 1675, begraven Simonshaven 15 sept. 1743, trouwde 2e Simonshaven 3 febr. 1715 Annetje Lambrechtsdr. van der Sluijs, 1e Simonshaven 14 juni 1699

1119. Lena Jorisdr. Veerdam, gedoopt NG Simonshaven 24 nov. 1675, overleden ald. ca. 1714

1120.Teunis Jansz. Beijer alias Roest, trouwde 2e vr 2 sept. 1672 Maria Pietersdr. Kranendonk, trouwde 2e NG Spijkenisse 14 sept. 1681 Arij Willemsz. van der Waal. Teunis Jansz. Beijer trouwde 1e naar schatting ca. 1660

1121. Fransje Fransdr. gedoopt NG Spijkenisse 18 mrt. 1629, overleden ca. 1670

(Prometheus X, p. 56)

- 12 mrt. 1661: Teunis Jansz. Beijer koopt een huis aan de Noorddijk te Spijkenisse en de erfpacht van een volgelkooi met schuur, gelegen in Simonshaven.

(Prometheus XIV, p. 334)

1122. Jan Jansz. Bakker, van Simonshaven (1665), slootdelver, "leeft soperlijck", woont in Geervliet, begraven Heenvliet 13 juni 1713, trouwde Abbenbroek 9 nov. 1665 (ondertrouw)

1123. Ariaentje Dirksdr. Mostert, geboren naar schatting ca. 1640, van Heenvliet (1665), overleden na 23 aug. 1713

(Prometheus XIV, p. 334)

1130 = 1132

1131 = 1133

1132 [= 1240 en 2460]. Dirk Adriaensz. Meeldijk, geboren ca. 1608, schepen van Cromstrijen 1647, overleden vr 30 nov. 1665, trouwde ca. 1648

1133. Jannetje Pleunen van der Zijden (ook genaamd Annetje Pleunen Spruijt), geboren naar schatting ca. 1625, meid, later vrouw van Meeldijk, begraven 29 dec. 1712 (op haar begrafenis gecollecteerd voor de armen: 1 gl. 10 st. 6 penn. [Archief NH gemeente Klaaswaal B3]), trouwde 2e vr 8 nov. 1676 Leendert Woutersz. Sevenhuijsen, begraven Klaaswaal 2 mei 1676

- 12 sept. 1653: Dirk Adriaensz. Meeldijk en Annetje Pleunen, zij ziek liggende in het kraambed, testeren voor notaris Adriaen van de Houck. Zij benoemen tot erfgenaam elkaar en hun twee kinderen. Gepasseerd ten huize van testateuren in Cromstrijen in aanwezigheid van ds. Petrus Cantsius en Harmen Cornelisz. van der Wael.

- 30 nov. 1665: compareren Teuntje Clauris, laatst weduwe van Cornelis Pleunen, wonende in de Hitsert, geassisteerd met haar broer Jacob Clauris, enerzijds en Anneke Pleunen, weduwe van Dirck Ariensz. Meeldijck, wonende te Cromstrijen, geassisteerd met Jacob Claesz. Hoochvliet, anderzijds. Tussen hen bestond nog een proces, hangende voor het Gerecht van Klaaswaal, wegens een somma van 400 gl. met de verlopen interest daarvan, waarvan 300 gl., welke Anneke Pleunen of haar man zaliger heeft ontvangen van Neeltie Dircx Fonkert en die Cornelis Pleunen aan Neeltie Dircx had verdiend en nog een bedrag van 100 gl., welke Cornelis Pleunen van Anneke Pleunen heeft geleend, blijkens de eis door Teuntie Clauris op 25 nov. 1665 "op de rolle gedaen". Teuntie Clauris claimt ook nog een bedrag van 200 gl. over verdiende huur, door Cornelis Pleunen aan Anneke Pleunen of haar man verdiend en er is nog een actie op een huisje, nagelaten door de moeder van Cornelis en Anneke Pleunen, nog claim op 90 gl. vlaslandpacht, 150 gl. aan geleend geld en 96 gl. over drie winters "montcost en thuisleggen". (ORA Cromstrijen, inv. 30)

- 8 nov. 1676: Leendert Wouters is met Teunis Dircksz. en Machteltje Dircksdr. doopgetuige bij Dirck, zoon van Pleun Dircksz. [Meeldijk] en Margrietje Aertsdr. [Leeuwenburg] (doopboek Barendrecht)

- 10 febr. 1692: Annighje Pleunen Spruijt doopgetuige bij Annighje, dochter van Teunis Dirksz. Meeldijk (doopboek Nieuw-Beijerland)

Kinderen:

a. Arie, geboren ca. 1649

b. Pleun Dirksz. Meeldijk, geboren ca. 1650, trouwde Margrietje Aertsdr. Leeuwenburg

c. Teunis Meeldijk, geboren ca. 1654

d. Machteld Meeldijk, geboren ca. 1656, trouwde Jacob Thonisz. Troost ( = kwartieren 564 en 565)

1134. Cornelis Dirksz. (de) Quartel, geboren naar schatting ca. 1630, armmeester en diaken te 's-Gravendeel 1673, bouwman, wonende in de Langestraat te 's-Gravendeel (vermeld 1680), overlijden aangegeven bij de gaarder te 's-Gravendeel door zijn zoon Dirck Cornelisz. Quartel op 14 febr. 1707 (impost 3 gl.), begraven ald. 19 febr. 1707, trouwde naar schatting ca. 1665

1135. Ariaantje Leendertsdr. 't Jong, overlijden aangegeven bij de gaarder te 's-Gravendeel door haar zoon Dirck Quartel op 11 jan. 1713 (impost 3 gl.), trouwde 1e vr 26 okt. 1657 Teunis Pietersz. Viskil

- 26 okt. 1657: testament van Teunis Pietersz. Vischkil en zijn vrouw Arijaentgen Leendertsdr., wonende onder 's-Gravendeel, beiden gezond. Zij maken tot erfgenaam en voogd de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen bij mondigheid of huwelijk een bedrag van 150 gl. uit te keren. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 178, f. 210 e.v.)

- 17 mei 1664: Cornelis Dirksz. Quartel koopt van zijn moeder Jannigje Cornelisdr., weduwe van Dirk Cornelisz. Quartel, een huis in de Langestraat, staande tussen het huis van Arie Gerritsz. Wagemaker en dat van Arie Pietersz. Loos. (ORA 's-Gravendeel, inv. 4)

- 24 febr. 1673: mutueel testament van Cornelis Dirksz. Quartel en Ariaantje Leendertsdr. 't Jong, hij gezond, zij ziek. (Weeskamer 's-Gravendeel, inv. 1)

- 14 mei 1707: boedelscheiding tussen tussen Arijaentje Leendertsdr. 't Jong, weduwe van Cornelis Dirksz. de Quartel en Dirck Cornelisz. Quartel en Teunis Dirksz. Meeldijk, echtgenoot van Joosjen Cornelisdr. Quartel. (ONA 's-Gravendeel inv. 4588)

- 20 juni 1713: boedelscheiding tussen Dirk Cornelisz. Quartel en Teunis Meeldijk, echtgenoot van Joosje Cornelisdr. Quartel, kinderen van Ariaantje Leendertsdr. 't Jong, uit haar tweede huwelijk met Cornelis Dirksz. Quartel en Arien van den Nadorst, echtgenoot van Neeltje Leendertsdr. Viskil, die een kleindochter is van Ariaantje Leendertsdr. 't Jong uit haar huwelijk met Teunis Pietersz. Viskil, Joost Ariensz. Wildeman, als vader en voogd van zijn minderjarige kinderen uit zijn huwelijk met Teuntje Teunisdr. Viskil, die een dochter was van Ariaantje Leendertsdr. 't Jong. Dirk Quartel krijgt land, dat wordt belend door Arij Mookhoek. Teunis Meeldijk krijgt een huis op het dorp, staande tussen het huis van Wessel Frederiksz. Kempers en Christiaen Groote. Arie van de Nadorst krijgt land, belend door Arij Leendertsz. 't Jong en Joost Arijensz. Wildeman. Joost Wildeman krijgt land, belend door de erfgenamen van Arijen Dirksz. Cranendonck. (ONA 's-Gravendeel, inv. 4589)

1146. Arent (Arij) Jacobsz. Hoekendijk, geboren naar schatting ca. 1630, jongman (1653), trouwde NG Heenvliet 23 febr. 1653

1147. Trijntje Arens, trouwde 1e Bastiaen Gillissen

1148. Philips Cornelisz. Vermaet, geboren naar schatting ca. 1640, overleden Spijkenisse 11 mrt. 1684 (grafzerk), trouwde naar schatting ca. 1665

1149. Teuntje Jansdr. Lakenkoper, geboren ca. 1643, overleden in de Nieuwe Uitslag van Putten aan de Drogendijk ca. 1690 (kort vr 3 jan. 1691), trouwde 2e Spijkenisse 27 jan. 1686 Jan Jansz. Blij(v)enburg [= kwartier 1236], overleden 24 juni 1689, 3e NG Oud-Beijerland 11 mrt. 1690 (ondertrouw) Gabril Claesz. Braet (Ons Voorgeslacht 1977, p. 215)

- 1 juli 1662: Philips Cornelisz. Vermaet aangenomen als lidmaat van de NG gemeente te Spijkenisse

- 16 okt. 1667: Teuntjen Jans, vrouw van Philips Cornelisz. Vermaet, gedoopt in Ginneken

- 1 jan. 1668: Teuntjen Jans, vrouw Philips Cornelisz. Vermaet, heeft op haar belijdenis attestatie ontvangen om gedoopt te worden en is te Ginneken gedoopt. Zij is toegelaten tot het Heilig Avondmaal.

- 20 mei 1668: Philips Cornelisz. Vermaet tot diaken gekozen en op 3 juni 1668 bevestigd.

- 25 febr. 1681: Philips Cornelisz. Vermaet ouderling te Spijkenisse (Acta NG kerkeraad Spijkenisse inv. 2)

De NH kerk te Spijkenisse.

- 1680: Philips Cornelisz. Vermaet, heel kapitalist te Spijkenisse, zijn huishouden bestaat uit een man, een vrouw, 1 kind boven de 10 jaar, 3 kinderen tussen de 4 en 10 jaar, 2 inwonenden en 1 bediende (Hingman, Inventaris Geervliet, p. 53)

- 11 mrt. 1684: zerk in de NH kerk van Spijkenisse, tekst: "Hier leyt begraven Philips Cornelisse Vermaet hij sterf den 11 Maart anno 1684 met agt kinderen geprocureert bij Teuntje Jansdochter sijne huijsvrouwe."

- ca. 1689: Jan Jansz. Blijenburg [= kwartier 1236] woonde en is op 24 juni 1689 overleden in de Nieuwe Uitslag van Putten. Zijn weduwe Teuntje Jansdr. Lakenkoper was eerder weduwe van Philips Cornelisz. Vermaet. In de boedel een boerderij aan de Drogendijk en landerijen. Jan had kinderen uit een eerder huwelijk met Catharina Jacquesdr. Verhulp [= kwartier 1237] (ORA Hekelingen inv. 968)

- 25 nov. 1690: mutueel testament van Gabril Claesz. Braet en Teuntje Jansdr. Lakenkoper, echtelieden wonende in de Oude Uitslag van Putten. Er waren huwelijkse voorwaarden gepasseerd voor notaris Hendrik van Bergen te Oud-Beijerland. Voogden zijnerzijds: Claes Claesz. Braet en Jan Teunisz. van de Werve, harerzijds: haar voorzoons Cornelis en Jan Philipsz. Vermaet. (ORA Hekelingen inv. 968)

- 1692: staat en inventaris van de goederen, nagelaten door Teuntje Jansdr. Lakenkoper (ORA Hekelingen inv. 968, beschadigde akte)

- 1692: boedelscheiding van Jan Jansz. Blijenburg, echtgenoot van Teuntje Jansz. Lakenkoper, eerder weduwe van Philips Cornelisz. Vermaet. (ORA Hekelingen inv. 973)

Kinderen:

a. Cornelis, gedoopt NG Spijkenisse 22 mrt. 1665 (getuigen: de vader zelf en Maertjen Cornelis, jonge dochter), jong overleden

b. Cornelis Philipsz. Vermaet, gedoopt NG Spijkenisse 9 sept. 1668 (getuigen: de vader zelf en Metjen Cornelis)

c. Jan Philipsz. Vermaet

(De Nederlandsche Leeuw 1962, kol. 45/46; Kwartierstatenboek Prometheus XVII, p. 266-267)

1152. David Cornelisz. Verhoeff, gedoopt NG Geervliet 22 nov. 1643, trouwde

1153. Lauke NN

1154. Jan Jansz. Braam (de oude), trouwde vr 22 dec. 1652

1155. Jannetje (Annetje) Jansdr. (Potten), geboren naar schatting ca. 1630

- 1672: Jan Braam de Oude en zijn vrouw Jannigje Potten lidmaten van de NG gemeente te Geervliet (Visserszijde) (Acta Geervliet)

- 31 okt. 1689: Cornelis Huigen brengt Jannetje Jans,de vrouw van Jan Braam, met paard en wagen naar Brielle. (ORA Geervliet, inv. 10)

1160. Arij Arijensz. Goutswaert, jongman van Goudswaard (1644), overleden vr 18 juni 1669, trouwde NG Goudswaard 29 mei/3 juli 1644

1161. Maertge Crijns, jonge dochter van Goudswaard (1644), overleden na 3 mei 1683

- 18 juni 1669: Maertghe Crijns, weduwe van Arien Aerentsz. Goutswaert, wonende in de Korendijk, staat borg voor Arijen Engels. (ORA Goudswaard)

Kinderen:

a. Ningetge, gedoopt NG Goudswaard 11 juni 1645 (getuigen: Jobje Ariens, Jacob Crijnen)

b. Ningetje, gedoopt NG Goudswaard 24 juni 1646

c. Arentge, gedoopt NG Goudwaard 27 jan. 1648 (getuige: Commertje Crijns)

d. Crijn, gedoopt NG Goudswaard 26 dec. 1657 (getuige: Johanna van Dalen)

e. Arent

1166. Bastiaan Bastiaansz. van Es, geboren Barendrecht ca. 1640 (hiaat NG doopboek 1638-1655), jongman van West-Barendrecht (1668), boer in Cromstrijen, diaken te Klaaswaal 1667-1677, weerbare man te Klaaswaal in Klein-Cromstrijen 1672 (heeft een roer), overleden ald. ca. 1678 (vr 11 april 1678, trouwde NG Barendrecht 29 april/20 mei 1668

1167. Neeltje Maertensdr. Barendrecht, jonge dochter van West-Barendrecht (1668), lidmaat van de NG gemeente te Klaaswaal 1716, overleden tussen 20 juni 1718 en 1723

- 9 april 1677: Bastiaan van Es en zijn vrouw passeren te zijnen huize een mutueel testament. De boedel bestaat uit o.a. een huis, landerijen, beesten en landbouwwerktuigen.

(Kronieken 2000, nr. 1, p. 43-44)

Kinderen:

a. Aechtie, gedoopt NG Barendrecht 24 febr. 1669 (getuige: Lijntie Bastijane)

b. Marija, geboren ca. 1675

1168. Jan Bastiaansz. van Dam, smid wonende op de Middelsluis onder Cromstrijen, overleden vr 29 mrt. 1666, trouwde 1e Mariken Gerrits, 2e NG Oud-Beijerland 2 sept. 1640 Jannetje Cornelisdr. Nieuwenboer, overleden na juni 1648, 3e vr 1653

1169. Neeltje Huijbertsdr. (Kouwenoord), trouwde 1e Steven Arijensz. Jongste

- 18/20 mei 1658: Jan Bastiaensz. van Dam borg voor de vrouw van Jasper Huijbertsz. (ORA Cromstrijen, inv. 85)

- 1664: Jan Bastiaensz. van Dam heeft een huis met twee haardsteden en een oven en n haardstede op Middelsluis. (ORA Cromstrijen)

1170. Jan Abrahamsz. 't Hoertje, geboren ca. 1617, vletter te 's-Gravendeel (vermeld 1644), overleden ca. 1672, trouwde 2e NN, trouwde 1e NG 's-Gravendeel 11 april 1638

1171. Neeltge Willemsdr., overleden vr 3 jan. 1651

- 19 aug. 1644: verklaring door Jan Abrahamsz. 't Hoertgen, vletter wonende te 's-Gravendeel, ongeveer 27 jaar oud. (ONA Dordrecht inv. 61, f. 167)

- 3 jan. 1651: Jan Abrahamsz. 't Hoertje, weduwnaar van Neeltie Willems, passeert akte van uitkoop met Jan Willems, als oom en bloedvoogd van de kinderen van Jan Abrahamsz. 't Hoertje en Neeltie Willems, t.w. Cornelis, ongeveer 8 jaar oud, Ingentie, ongeveer 7 1/2 jaar oud, Beeltje, ongeveer 5 jaar oud en Willem, ongeveer 4 1/2 jaar oud. (Weeskamer 's-Gravendeel, inv. 1)

- 17 juni 1658: Jan Abrahamsz. 't Hoertje is belender van een huis in de Rijkestraat. (ORA 's-Gravendeel, inv. 4)

- 19 okt. 1659: Jan Abrahamsz. 't Hoertje verkoopt aan Jan Willemsz. Lapper een huis aan de zuidzijde van de Rijkestraat, staande tussen het huis van Lambert Huijsman en dat van Govert Bastiaens. (ORA 's-Gravendeel, inv. 4)

- 20 april 1665: op verzoek van Jan Abrahamsz. 't Hoertje wordt een inventaris opgemaakt van de goederen, die zijn nagelaten door Jannigje Joosten, weduwe van Abraham Hendriksz. 't Hoertje. (ORA 's-Gravendeel, inv. 17)

- 31 juli 1668: schuldbekentis van Jan Abrahamsz. 't Hoertje t.b.v. Hendrik Jans. Hij verbindt hiervoor zijn huis in Renoijshoek, belend door Teuntje Dane, weduwe van Jan Cornelisz. Croot. (ORA 's-Gravendeel, inv. 4)

- 4 sept. 1671: op verzoek van Cors Cornelisz. Cooijman en Pieter Barendrecht wordt beslag gelegd op de koe van Jan Abrahamsz. 't Hoertje. (ORA 's-Gravendeel, inv. 79)

- 26 mei 1673: de weduwe van Jan Abrahamsz. 't Hoertje is koper of borg op de veiling van goederen van Fop Arensz. Smit en Neeltje Cornelisse, beiden zaliger. (ORA 's-Gravendeel, inv. 34)

1172. Meeuwis Jansz. de Bruijn, woonde aan de Blaak onder Heinenoord, overleden kort vr 30 mrt. 1651, trouwde vr 4 april 1629

1173. Anneken Ariens, overleden na 3 mei 1663

- 4 april 1629: Meeuwis Jansz., als man en voogd van Anneke Aeriens, Jan Aeriens, Cornelis Aeriens, Steven Aeriens en Tobias Aeriens, allen kinderen van Adriaen Pietersz. de Jonge, verwekt bij Maertge Jansdr., de mondige kinderen vervangende de onmondige kinderen, t.w. Grietie Ariens en Sara Ariens, verklaren ontvangen te hebben uit handen van hun oom Rokus Jansz. Troost een bedrag van 117 gl. 13 st. uit de nalatenschap van hun grootvader, waarvan Rokus de administratie had. (ORA Heinenoord, inv. 2)

- 5 dec. 1637: Aerien Leendertsz. verkoopt aan Meeuwis Jansz. de Bruijn een huis aan 's-herendijk aan de Blaak onder Heinenoord. Het huis is door schout en gerecht van Heinenoord getaxeerd op 125 gl. (ORA Heinenoord inv. 46)

- 30 mrt. 1651: de armmeester ontvangt van het erfhuis van Meeus Jansz. de Bruijn 12 st. 8 penn.

Kinderen:

a. Aerijen, gedoopt NG Heinenoord 3 juni 1640

b. Pieter, gedoopt NG Heinenoord 1 nov. 1643

1174. Andries Gijsz. (Zilverschoon), woonde in Cromstrijen (vermeld 1646), overleden vr 5 april 1654, trouwde

1175. Cuniertje Fransdr. (Buitendijk ?), overleden vr 11 febr. 1679

- 1647: vrijwillige gift tot opbouwing van de kerk te Klaaswaal: Andries Gijssen betaalt 3 gl. 3 st.

1176. Jan Gijsbertsz. Steenhoek, geboren ca. 1626, jongman van Westmaas (1652), woonde "op Swanegat" onder St. Anthoniepolder (1661), overleden vr 1671, trouwde NG Westmaas 2 mrt. 1652 (ondertrouw; getrouwd in St. Anthoniepolder)

1177. Ariaantje Gerritsdr. Polderdijk, geboren naar schatting ca. 1625, jonge dochter van Sint Anthoniepolder (1652), trouwde 2e NG St. Anthoniepolder 13 jan. 1675 Jan Teeuwen Claesz. (Chaem)

1178. Jan Ariensz. Pons(se), geboren naar schatting ca. 1630, jongman van Westmaas (1654), knecht van de boer Arien Willemsz. Geervliet te Westmaas (1651), woonde te Moerkerken (1652), te Westmaas (1657), (onder) Strijen (1665), aan de Strijense (Westdijk) (1667, 1686), dreef mogelijk een boerenbedrijfje, overleden tussen 1689 en 9 april 1691, trouwde 1e NG Barendrecht  8 jan. 1654 (ondertrouw, eveneens ondertrouwd NG Westmaas op 15 maart 1654) Lijsbetge Hendricksdr., gedoopt NG Barendrecht 16 dec. 1629, dochter van Hendrick Huygensz. en Machteltgen Reyersdr., trouwde 2e vr 20 febr. 1661

1179. Engeltje (Yngittie) Jansdr., overleden na 17 april 1691 (Ons Voorgeslacht no. 584, nov. 2006, p. 450)

- 9 april 1691 (memoriaal van verkochte goederen): Gerrit Steenhoek brengt aan, dat hij gekocht heeft van Ingetie Jans, weduwe van Jan Pons, een huis en erf van 25 roe, staande en gelegen aan de Westdijk (erfpacht 8 st.), te betalen met 200 gl. contant (Gemeentearchief Strijen inv. 72)

Kinderen:

a. Gijsbert, gedoopt NG Westmaas 20 febr. 1661 (getuige: Neesken Ariens)

b. Yefje, gedoopt NG Westmaas (ouders wonen aan de Strijense dijk) 27 febr. 1667 (getuige: Hilligje Willems)

1180. mr. Geeridt Cornelisz. Moulijn (Molijn), jongman (1666), chirurgijn te Westmaas, overlijden aangegeven aldaar op 29 mrt. 1719, trouwde NG Rotterdam 19 okt. 1666

1181. Isabella Krijne, gedoopt NG Rotterdam 5 jan. 1645, weduwe van Arnoldus Krol (1666), trouwde 1e naar schatting ca. 1665 Arnoldus Krol

Kinderen:

a. Cornelis, gedoopt NG Heinenoord 5 febr. 1668

b. en c. Crijn en Johannes, gedoopt NG Westmaas 21 sept. 1670

d. Creijn, gedoopt NG Westmaas 7 febr. 1677

e. Trijntje, gedoopt NG Westmaas 26 nov. 1679

f. Henderickje, gedoopt NG Westmaas 21 febr. 1683 (getuige: Trijntje Ariens)

1182. Claes Hendriksz. Keijserswaert, trouwde

1183. Lijsbeth Aertsdr.

- 13 juni 1662: Cors Cornelisz. is borg voor Claes Hendricxsz. Keijserswaert (ORA Cromstrijen inv. 17)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Bastiaantje Claesdr. Keijserswaert, lidmaat van de NG gemeente te Westmaas 10 juli 1672 (Ons Voorgeslacht 1962, p. 346)

b. Maijke Claesdr. Keijserswaert, lidmaat van de NG gemeente te Westmaas 7 juli 1680 (Ons Voorgeslacht 1962, p. 347)

c. Aert Claesz. Keijserswaert, lidmaat van de NG gemeente te Westmaas 25 dec. 1688 (Ons Voorgeslacht 1962, p. 349)

1184. Cornelis Gijsbertsz. de Vos, geboren naar schatting ca. 1640, trouwde NG Nieuw-Beijerland 18 nov. 1668

1185. Neeltje Cornelisdr., gedoopt NG Goudswaard 29 nov. 1643

1186. Jan Arijensz. Blok, gedoopt NG Oud-Beijerland 17 febr. 1644, begraven Oud-Beijerland 21 april 1691 (op het kerkhof, beste doodkleed), trouwde 2e Oud-Beijerland 27 mrt./10 april 1688 Divertie Claesdr. van der Zijde, gedoopt NG Oud-Alblas 29 dec. 1658, jonge dochter van Oud-Alblas wonende te Oud-Beijerland (1688), dochter van Claes Roelantsz. en Marijchje Gijsberts, 1e NG Nieuw-Beijerland 30 okt. 1667

1187. Cornelia Cornelisdr., geboren te Spijkenisse, begraven Oud-Beijerland (op het kerkhof) 16 nov. 1680 (de vrouw van Jan Arijensz. Blok)

1188. Leendert Dirksz. van Ruytenburgh, gedoopt NG Maassluis 29 nov. 1637, diaken (1680-1687), armmeester (1687), schepen (1689, 1690), ouderling (1698-1699) te Oud-Beijerland, had een huis aan de noordzijde van de Molendijk aldaar (verponding anno 1700), begraven Oud-Beijerland 28 okt. 1709 (in de kerk, geen eigen graf, beste doodkleed), trouwde 1e Oud-Beijerland 13 april 1664 (ondertrouw, getrouwd in Oud-Beijerland, attestatie voor haar van Dordrecht) Catharina Hendriksdr. Houwbrake (van Hoogbrake), jonge dochter wonende te Oud-Beijerland (1664), overleden ca. 1671 (doop jongste kind te Oud-Beijerland op 29 juni 1671), 2e Oud-Beijerland 25 mei 1672 (sponsus sui juris, testis sponsae Neeltge Stevens)

1189. Weijburghje Jansdr. Roobol, geboren naar schatting ca. 1650, jonge dochter van Nieuw-Beijerland (1672), begraven Oud-Beijerland 6 mrt. 1710 (in de kerk, beste doodkleed)

- 1664: Leendert Dirksz. Ruitenburg lidmaat van de NG kerk te Oud-Beijerland

- 1668: attestatie voor Leendert Ruitenburg en Catharina Houwbrake van Brielle voor Oud-Beijerland

- 23 mrt. 1671: Wijburgje Jansdr. Roobol aangenomen als lidmaat van de NG gemeente te Oud-Beijerland

- Leendert Dirksz. Ruitenburg is aanhanger van het Socianisme (Ons Voorgeslacht 1963, p. 225)

1190. Gillis Herweijer, geboren ca. 1645, jongman van de Hitzert (1673), bouwman aan de Zinkweg te Oud-Beijerland, heemraad van Klein Zuid-Beijerland (1685-1700), schepen en heemraad van Oud-Beijerland (1696-1700), ouderling te Oud-Beijerland (1687-1698), begraven te Oud-Beijerland in de kerk (Gillis Herweijer, "van de Zinkweg", geen eigen graf, beste kleed) op 1 mrt. 1700, trouwde Oud-Beijerland 30 juni/16 juli 1673 (uterque sui juris)

1191. Neeltje Arijensdr. Leeuwenburg, geboren in Oud-Beijerland ca. 1651, jonge dochter geboren en nog wonende onder Oud-Beijerland (1673), overleden na 1713

- 15 april 1668: Gillis Herweijer, Jacob Herweijer en Neeltie Everts Herweijer zijn allen verwekt bij Geertruijt Maertensdr. de Recht, die een dochter was van Aegie Arijensdr. Hoogendijk en uit dien hoofde erfgenaam van Maria Adriaensdr. Hoogendijk (ORA Cromstrijen inv. 29)

- 28 april 1678: Neeltie Arijens, echtgenote van Gillis Evertsz. Herweijer, is mede-erfgename van Neeltie Bastiaens, weduwe van Jacob Pietersz. Slickboer (ORA Cromstrijen inv. 48)

- 12 sept. 1681: Gillis Herweijer vermeld als pachter van 32 morgen land met een woning te Oud-Beijerland

- 3 febr. 1687: Gillis Herweijer en zijn vrouw testeren voor notaris Van Dalen te Oud-Beijerland

- 30 mrt. 1696: Gillis Herweijer, schepen en heemraad van Oud-Beijerland, voor zichzelf en voor zijn zwager Willem Baen, echtgenoot van Annetien Arijensdr. Leeuwenburgh, transporteert voor schout en schepenen van Cromstrijen aan Leendert Gerritsz. in't Velt, schepen en heemraad van Klaaswaal 1 morgen en 500 roe zaailand in Cromstrijen met het Maessenieuwland bedijkt (ORA Cromstrijen inv. 47)

- 1698: Gillis Herweijer ontvangt als heemraad van Oud-Beijerland 36 gl. traktement over n jaar (Archief polder Oud-Beijerland anno 1698)

- 1700: Gillis Herweijer betaalt in de verponding 63 gl. 17 st. voor 13 mrg. 525 roe eigen land, 7 gl. 10 st. voor zijn eigen huis, 23 gl. voor 5 mrg. eigen land en de rest voor land, dat hij gebruikt van Willem de Baan. (Gemeentearchief Oud-Beijerland IVa anno 1700)

- 21 okt. 1723: de kinderen van Dirk van Ruijtenburg en Geertruijt Herweijer hebben het vruchtgebruik van 1/3 part van de erfenis van hun grootmoeder wijlen Neeltje Ariensdr., weduwe Herweijer. Hun voogden, Arij Dirksz. Fonkert en Zeger Dirksz. Fonkert, zullen de inkomsten uitkeren (Gemeentearchief Oud-Beijerland inv. 3)

(J.J. Herweijer, Zevenhonderd Jaren Herweijer [Sneek 2000], p. 336)

1196. Engel Jansz. Backer, jongman van Hekelingen (1654), woonde te Hekelingen, trouwde 1e NG Hekelingen 31 mei 1654 Angenietgen (Agnietie) Fransdr. van Bodegom, weduwe van Cornelis Pieterse, 2e NG Hekelingen 7 juli 1663 (ondertrouw)

1197. Jannetje Leenderts Breederhand, van Geervliet, wonende te Hekelingen (1663)

- dec. 1696: Jannetje Leenderts is getuige bij de doop van Jann[eke], dochter van Leendert Ingelse Backer en Ariaantje Sanders. (DTB Hekelingen)

1200. Jan Jansz. Schut (Schutter), trouwde

1201. Barber Hendricx (beiden vermeld te Klaaswaal in 1647)

- 27 mei 1646: de huisvrouw van Jan Jansz. Schutter koopt een "coopken linden" uit de boedel van Eldert Jansz. Sneep. (ORA Cromstrijen, inv. 13)

- 1677: de weduwe van Jan Schutters vermeld te Klaaswaal.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Hendrik Jansz. Schutter, geboren naar schatting ca. 1645, jongman (1671), trouwde NG Oud-Beijerland (met attestatie van Klaaswaal) 3 mei 1671 Neeltje Jobpen

- 12 aug. 1675: Hendrik Jansz. Schutter is borg voor Jan Jansz. Schutter. (ORA Cromstrijen, inv. 70)

b. Jan Jansz. Schutter, geboren naar schatting ca. 1650

1208. Cornelis Willemsz. Kuiper

1209. Hendrikje Simens

1210. Jan Hendriksz. Verrijp, gedoopt NG Puttershoek 2 april 1634, jongman van Puttershoek (1662), trouwde NG Puttershoek 14 okt./5 nov. 1662 (attestatie van St. Anthoniepolder)

1211. Neeltje Gijsbertsdr. Timmerman, gedoopt NG Sint Anthoniepolder 10 dec. 1634, jonge dochter van Sint Anthoniepolder

1212. Cornelis Jansz. van 't Hof

1213. Neeltje Ariens

1214. Jan Jacobsz. Verrij, gedoopt NG Spijkenisse 14 okt. 1646, jongman van Spijkenisse (1667), schepen van Hekelingen (1667-1705), heemraad van de ring van Putten, schout van Hekelingen, heel kapitalist, dijkgraaf en penningmeester van de polder Oude en Nieuwe Uitslag van Putten (1681-1707), kerkmeester te Hekelingen (1669), overleden Hekelingen 10 mei 1707, begraven in de kerk (zerk), trouwde NG Spijkenisse 9 juli 1667 (ondertrouw)

1215. Jacoba Jansdr. van de Werve, jonge dochter van Spijkenisse (1667)

- 11 sept. 1676: Jan Jacobsz. Verrij, gehuwd met Jaepje Jans, machtigt de procureur van het Hof van Holland, terzake van een strafvervolging tegen hem ingesteld door de secretaris van Geervliet.

(Ons Voorgeslacht 2006, p. 157-158)

1216. Jacob Aertsz. van der Waal, geboren naar schatting ca. 1640, jongman van Mijnsheerenland en daar wonende (1665), heemraad en dijkgraaf van het Westmase Nieuwland, dijkgraaf van Cromstrijen 1699, overleden in of na 1699, trouwde 2e ca. 1688 Lijsbeth Ariensdr. Roobol, trouwde 1e NG Mijnsheerenland/Klaaswaal 14/19 juni 1665 (getuige van de bruid: Cornelis Bouwensz. Roobol)

1217. Trijntje Cornelisdr. Roobol, geboren naar schatting ca. 1645, jonge dochter van IJsselmonde wonende onder Klaaswaal (1665), overleden ca. 1688

- 30 sept. 1663: Jacob Aartsz. van der Waal lidmaat van de NG gemeente te Westmaas (Ons Voorgeslacht 1962, p. 344)

- 30 sept. 1663: Trijntje Cornelis Roobol lidmaat van de NG gemeente te Westmaas (Ons Voorgeslacht 1962, p. 344)

- 1673-1680: Jacob Aertsz. van der Wael vermeld als bruiker van 3 morgen 309 roeden land, die zijn vader Aert Hermansz. van der Wael "gebaand" heeft. (GA Mijnsheerenland inv. 43)

- 12 mei 1689: Jacob Arijensz. [sic] van der Wael laat overboeken op zijn voorkinderen, verwekt bij Trijntie Cornelisdr. Roobol 5 morgen 482 roeden in het Westmase Nieuwland, welk land de kinderen is legateerd bij testamentaire dispositie in mindering van hun moederlijk erfdeel. (GA Cromstrijen inv. 50)

-  27 mrt. 1722: Aert Jacobsz. van der Wael, bouwman wonende in het Westmase Nieuwland, zoon van Jacob Aertsz. van der Wael, voormalig dijkgraaf van Cromstrijen "met 't Westmaes Nieulant bedijkt", verklaart schuldig te zijn aan Dirk van der Wael, zoon van Jacob Aertsz. van der Wael, verwekt bij zijn laatste vrouw Lijsbeth Roobol Ariensdr., de legitieme portie of zijn moederlijk erfdeel. (GA Cromstrijen inv. 26)

- Jacob Aertsz. van der Wael was bouwman te Klaaswaal aan de Kreupeleweg op de hoeve "De Drie Valken" (J.C. Verhoeven en A.P. van den Hoek, Het geslacht De Jong uit de Hoeksche Waard 1600-1990 [Nieuw-Beijerland/Klaaswaal 1990], p. 23)

1220. Gerrit Roken Bijl, gedoopt NG Westmaas 1 juli 1663, timmerman te Westmaas, diaken (1698), ouderling (1725) en schepen (1712) aldaar, overleden in of na 1725, trouwde naar schatting ca. 1688

1221. Barber Leendertsdr. Droogendijk, gedoopt NG Westmaas 24 okt. 1660 (getuige: Maeijke Sijmons)

- 25 dec. 1688: Gerrit Roken Bijl lidmaat op belijdenis van de NG gemeente te Westmaas. (Ons Voorgeslacht 1962, p. 349)

- 16 aug. 1709: testeren voor een Dordtse notaris Bastiaen Roken Bijl en Jannetie Arijensdr. van Gempel, echtelieden wonende te Numansdorp. Zij hebben eerder een testament gepasseerd voor notaris H. van der Stoup te Numansdorp op 19 sept. 1704. Zij benoemen elkaar tot voogd en tot medevoogden zijn broer Gerrit Roken Bijl en Pleun Gerritsz. in't Veld. (ONA Dordrecht inv. 714, akte 143, f. 367 e.v.)

- 1713: Gerrit Roken Bijl maakt een doodkist voor Cornelis Claasz. Weda. De Heilige Geest Armen betalen hem 3 gl. (GA Mijnsheerenland inv. 78)

Kinderen:

a. Bastiaan Gerritsz. Bijl, trouwde Jannetie Arijensdr. van Gempel

b. Annigje, gedoopt NG Westmaas16 april 1690

c. Leendert, gedoopt NG Westmaas 1692 (getuige: Marigje Simons)

d. Rochus, gedoopt NG Westmaas 9 okt. 1695 (getuige: Marij Roke)

e. Stijntje, gedoopt NG Westmaas 1702 (getuige: Jannigje Claes)

f. Lena, gedoopt NG Westmaas 1706

1222. Claes Hendricxsz. van de Wetering, jongman van Heesbeen in het Land van Heusden en Altena (1681), smid in Westmaas (vermeld 1682), schepen van Westmaas (1693, 1714), trouwde 1e NG Westmaas 23 nov. 1681 (ondertrouw) Grietje Willemsdr. de Winter, 2e NG Westmaas 22 aug. 1693 (ondertrouw)

1223. Elisabeth Woutersdr. Verhoek, geboren Zandelingenambacht, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 2 mei 1666, jonge dochter wonende onder Klaaswaal (1693)

- 17 juli 1716: voor de Dordtse notaris W. Pasman testeren Claas Hendriksz. van de Weteringh,schepen van Westmaas en zijn vrouw Elisabeth Woutersdr. Verhoek, wonende te Westmaas. De testateuren staan niet in de 200e penning. Zij herroepen de huwelijkse voorwaarden, die zij hebben gepasseerd voor notaris Adriaan Rijnen te Rijsoord op 20 aug. 1693. Hij verklaart zijn voorkinderen, verwekt bij zijn eerste vrouw Grietje de Winter te "institueren" in de "blote" legitieme portie. Hij benoemt tot voogd over zijn minderjarige erfgnamen zijn zoon Johannis Claasz. van de Wetering en tot toeziend voogd Cornelis Ariensz. Weda. De testatrice benoemt tot voogd Zeger Gerritsz. d'Fonker. Akte door testateuren ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 814, akte 26)

1224. Joris Arijensz. (den) Beldert, jongman geboren en wonende te Mijnsheerenland (1682), schepen van Mijnsheerenland tussen 1708 en 1725, armmeester ald. in 1711 en 1712, overleden tussen 1725 en 1730, trouwde 2e ca. 1695 (vr 11 nov. 1696) Cornelia Pietersdr. den Nijl (de Nijs, Denijs), overleden in 1754 (87 jaar oud), 1e NG Mijnsheerenland 16 okt./15 nov. 1682

1225. Neeltje Ariensdr. Huijser, jonge dochter geboren te Ridderkerk en wonende te Mijnsheerenland (1682), overleden ca. 1695

- 22 mrt. 1715 (transport en cessie onder de 1000 gl.): op 22 mrt. 1715 compareert voor de Dordtse notaris G. de Haan Jooris Arijensz. Beldert, als voogd over zijn twee minderjarige kinderen, genaamd Adriaan Beldert en Krijn Beldert, verwekt bij zijn inmiddels overleden vrouw Neeltje Arijensdr. Huijser, wonende onder Mijnsheerenland van Moerkerken, zich tevens sterk makende voor zijn meerderjarige kinderen Hendrik Joorisz. Beldert en Pleuntje Joorisdr. Beldert, eveneens door hem verwekt bij Neeltje Arijensdr. Huijser, allen "genstitueerde" erfgenamen (zodra Jan Arijensz. Huijser komt te overlijden) van de goederen, die zijn nagelaten door Cornelis Arijensz. Huijser, krachtens het testament, dat hij heeft gepasseerd voor Hendrik Celosse, schout en Gerrit Staese en Arij Bom, heemraden van de heerlijkheid Ridderkerk op 20 okt. 1714, enerzijds en voornoemde Jan Arijensz. Huijser, bouwman wonende onder Ridderkerk, aan wie het vruchtgebruik van voormelde goederen door Cornelis Arijensz. Huijser gelegateerd is, anderzijds. De eerste comparanten doen ten behoeve de tweede comparant afstand van hun rechten in de nalatenschap van Cornelis Arijensz. Huijser. Jan Arijensz. Huijser, weduwnaar van Marijtje Pieters, betaalt hun hiervoor een somma van 675 gl. Akte ondertekend door Jooris de Beldert, Hendrik Jorisz. Beldert en Jan A. Huijser. Pleuntje Jorisdr. Beldert zet een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 827, akte 24)

- 1730: de weduwe van Joris den Beldert betaalt 35 gl. pacht aan de Heilige-Geestarmen van 3 morgen 93 roe land in Mevrouwenhoek, uitkomende aan de Westdijk. (GA Mijnsheerenland inv. 79, anno 1730)

- 1734: de weduwe van Joris Beldert betaalt 9 gl. 1 st. 10 penn. in de 200e penning. (GA Mijnsheerenland, inv. 45)

Kinderen:

a. Arij, gedoopt NG Mijnsheerenland 1683 (getuige: Lijdia Ariensdr. Huijser)

b. en c. Gerrit en Hendrijck, gedoopt NG Mijnsheerenland 1686 (getuigen: Maijken Arijensdr. Beldert, Marijtjen Arijens, Cornelis Beldert, Jan Jacobsz. van Swieten)

d. Adriaen, gedoopt NG Mijnsheerenland 1688 (getuigen: Willemtje Bastiaene [Polderdijk, vrouw van Cornelis Arentsz. den Beldert], Cornelis Arijensz. Beldert)

e. Pleuntje, gedoopt NG Mijnsheerenland 1689 (getuigen: Arijaentje Arijensdr. Huijser)

f. Krijn, gedoopt NG Westmaas 6 mrt. 1695 (getuige: Leijchien Arijens)

1226. Jan Willemsz. van Dalem (van Daelen), gedoopt NG Heinenoord 10 nov. 1641, jongman van "Heinkensoord" wonende te Nieuw-Beijerland (1667), korenmoleaar te Oud-Beijerland (vermeld 1668), idem te Gootschalksoort (1684) en Mijnsheerenland (1691-1700), trouwde NG Oud-Beijerland/Nieuw-Beijerland 16 sept./6 nov. 1669 (getuige voor de bruidegom Marigjen Jans [zijn moeder] en voor de bruid Arie Cornelisz. Sijdervelt)

1227. Trijntge Joosten Goutswaert, geboren naar schatting ca. 1645, jonge dochter van Oud-Beijerland (1667)

- 24 jan. 1668: compareert voor notaris J. Melanen Jan Willemsz. van Daelen, korenmolenaar op Oud-Beijerland, getrouwd met Trijntgen Joosten Goutswaert en schoonzoon van Joost Jacobsz. Goutswaert zaliger. (ONA Dordrecht inv. 182, akte 10)

1228. Cornelis Mattheusz. (Teeuwen) Dolaert, geboren ca. 1637, vermoedelijk in Strijen, bouwman ald.  overleden tussen 12 aug. 1690 en 23 mei 1691, trouwde ca. 1667 (vr 28 okt. 1668)

1229. Heijltie Cornelisdr. Esseboom, gedoopt NG Maasdam 6 mei 1640, overleden tussen 1 april 1684 en 23 mei 1691

(Ons Voorgeslacht 2008, p. 380-381)

- 1665: Cornelis Theuwen Dolaert, de zoon van Soetie Cornelis, verklaart, dat hij in zijn huis vier haardsteden heeft. (GA Strijen, inv. 90)

- 21 jan. 1681: testament van Cornelis Matheusz. Dolaert en zijn ziek te bed liggende vrouw Heiltie Cornelisdr. Tot erfgenaam en voogd benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun vier kinderen, genaamd Mateuwis, Neeltie, Cornelis en Johannes en hun eventueel later nog te verwekken kinderen tot mondigheid groot te brengen en vervolgens aan hen allen een bedrag van 200 gl. uit te keren. Akte door beiden ondertekend. (Ons Voorgeslacht 2008, p. 380)

- 10 febr. 1681: Cornelis Teeuwen Dolaert is erfgenaam van Cornelis Gijsz. Esseboom. (GA Strijen)

1230. Jan Jansz. Reedijk, testeert 17 juli 1707, overleden tussen 17 juli 1707 en 12 juli 1709, trouwde naar schatting ca. 1690

1231. Saartje Jansdr. Vermeule, geboren naar schatting ca. 1665, overleden in of na 1717, trouwde 2e Heinenoord 12 juli 1709 (gaarder, pro deo) Willem Cornelisz. van der Mast

- 1717: Saartje Vermeule heeft een huis in Heinenoord. (GA Heinenoord, inv. 30)

Kinderen:

a. Jan

b. Aagje

c. Pietertje

d. Heijndrick, gedoopt NG Mijnsheerenland 24 aug. 1692

e. Sijtge, gedoopt NG Mijnsheerenland 21 okt. 1694

f. Dirk, gedoopt NG Heinenoord 19 dec. 1700

g. Teunis, gedoopt NG Heinenoord 18 febr. 1703

h. Hilligje, gedoopt NG Heinenoord 6 febr. 1706

(Ons Voorgeslacht 1970, p. 44)

1232. Teunis Jacobsz. Verhulp (Anthonij Jacquesz. Verhulp), jongman van Hekelingen wonende ald. (1672), overleden tussen 20 juni 1688 en 1695, trouwde NG Hekelingen 30 juli/28 aug. 1672

1233. Jannetje (Annetje) Jansdr. Schuddebeurs, geboren naar schatting ca. 1650, jonge dochter van Hekelingen wonende ald. (1672), overleden nov. 1719, trouwde 2e Rijk Jacobsz. Smout

- 1695: Annetje Jans, weduwe van Teunis Jacquesz. Verhulp, woont in Hekelingen

- 1720: boedelscheiding van Annetje Jansdr. Schuddebeurs, overleden te Hekelingen in nov. 1719, tussen haar weduwnaar, Rijk Jacobsz. Smout, enerzijds en haar kinderen bij haar eerste man, Teunis Jacobsz. Verhulp, t.w. Arent Jobsz. van der Duin, als echtgenoot van Liedewij Teunisdr., Jan Teunisz., Maarten Philipsz. Vermaat, als echtgenoot van Geertruij Teunisdr., Walter Teunisz. en Cornelis Teunisz. Verhulp, anderzijds.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Liedewij Teunisdr. Verhulp, trouwde 1e Maarten Quak, 2e NG Hekelingen 9 dec. 1714 Arent Jobsz. van der Duijn, weduwnaar

b. Jan Teunisz.

c. Geertruij Teunisdr. Verhulp, trouwde Maarten Philipsz. Vermaat

d. Walter Teunisz.

e. Teuntje, gedoopt NG Hekelingen 20 juni 1688 (getuigen: Goris Jacobsz. Verhulp, Ariaantje Jacobsdr. Verhulp)

f. Cornelis Teunisz. Verhulp

1234. Gillis (Jillis) Ariensz. Goudswaert, jongman geboren en wonende te Hekelingen (1677), bouwman, overlijden aangegeven door zijn vrouw Jannetje van 't Hoff bij de gaarder te Goudswaard tussen 1 april en 1 okt. 1706 (impost 3 gl.), trouwde 1e NG Goudswaard 5 dec. 1677/5 jan. 1678 Neeltje Leendertsdr. Houchwout (alias Van Rije), weduwe van Jacob de Lange, wonende te Korendijk (1677), 2e NG Nieuw-Beijerland 22 nov. 1685

1235. Jannetje (Jannichen) Cornelisdr. van 't Hoff, gedoopt NG Nieuw-Beijerland 29 okt. 1662, overleden in 1725 (lidmatenregister NG gemeente te Goudswaard)

- 4 mrt. 1690: Gillis Goutswaert, wonende in de Korendijk, weduwnaar van Neeltje Leendertsdr. van Rije en zijn zoon Jacob Gillisz. (de andere zoon Gillis Gillisz. is overleden) doen rekening ten overstaan van notaris Geleijn van Campen in de Korendijk. De rendanten brengen in ontvang 130 gl. 3 st. over 5 jaar interest van 651 gl. 6 st., nagelaten door Huijbert de Lange aan zijn halfbroers, Gillis Gillisz. en Jacob Gillisz. Goutswaert, allen kinderen van Neeltie Leendertsdr. van Rije. (Weeskamer Goudswaard, inv. 7)

- 11 sept. 1690: Gillis Goudswaard vermeld als "halve kapitalist" te Korendijk, doende "bouwerij", houdt 4 bedienden. (Oud-Archief Geervliet)

1236. Jan Jansz. Blij(v)enburgh, geboren te Vlaardingen en wonende in Zuidland (1660), overleden 24 juni 1689 in de Nieuwe Uitslag van Putten, trouwde 2e NG Spijkenisse 27 jan. 1686 Teuntje Jansdr. Lakenkoper (= kwartier 1149), weduwe van Philips Cornelisz. Vermaet, trouwde 3e NG Oud-Beijerland 11 mrt. 1690 (ondertrouw) Gabril Claesz. Braet. Jan Jansz. Blijvenburgh trouwde 1e NG Hekelingen 5 dec. 1660 (ondertrouw)

1237. Catelijntje Jaquesdr. Verhulp, weduwe geboren in Putten (1660), overleden vr 27 jan. 1686, trouwde 1e Claes Gabrilsz. Braet,  

- ca. 1689: Jan Jansz. Blijenburg [= kwartier 1236] woonde en is op 24 juni 1689 overleden in de Nieuwe Uitslag van Putten. Zijn weduwe Teuntje Jansdr. Lakenkoper was eerder weduwe van Philips Cornelisz. Vermaet. In de boedel een boerderij aan de Drogendijk en landerijen. Jan had kinderen uit een eerder huwelijk met Catharina Jacquesdr. Verhulp. (ORA Hekelingen inv. 968)

- 25 nov. 1690: mutueel testament van Gabril Claesz. Braet en Teuntje Jansdr. Lakenkoper, echtelieden wonende in de Oude Uitslag van Putten. Er waren huwelijkse voorwaarden gepasseerd voor notaris Hendrik van Bergen te Oud-Beijerland. Voogden zijnerzijds: Claes Claesz. Braet en Jan Teunisz. van de Werve, harerzijds: haar voorzoons Cornelis en Jan Philipsz. Vermaet. (ORA Hekelingen inv. 968)

- 1692: boedelscheiding van Jan Jansz. Blijenburg, [overleden] echtgenoot van Teuntje Jansz. Lakenkoper. (ORA Hekelingen inv. 973)

- 1692: staat en inventaris van de goederen, nagelaten door Teuntje Jansdr. Lakenkoper (ORA Hekelingen inv. 968, beschadigde akte)

(Ons Voorgeslacht 1977, p. 214-215)

1238. Jan Willemsz. Groen, gedoopt NG Heerjansdam 31 mrt. 1647, landbouwer, overlijden aangegeven bij de gaarder te Nieuw-Beijerland op 10 nov. 1719 (impost 15 gl.), trouwde 1e NG Zuid-Beijerland 5 jan. 1676 Cornelia Bestemansdr. de Jong, dochter van Besteman Leendertsz. (de Jong) (en Maeijke Ariens ?), overleden ca. 1692, trouwde 1e NG Oud-Beijerland 12 juli 1671 (ondertrouw) Dirck Aertsz./Ariensz. (de Baen). Jan Willemsz. Groen trouwde 3e NG Nieuw-Beijerland/Numansdorp 14/5 aug. 1703 Jaepje Jacobsdr. Moerkerken, jonge dochter uit Groot-Cromstrijen (1703), begraven Nieuw-Beijerland 12 sept. 1704 (kerkrecht: 8 gl. 4 st.), 4e NG Nieuw-Beijerland 27 mei 1707 (ondertrouw; atteastatie 12 juni 1707) Emmichje Hendriksdr. Croonenburg,  2e NG Zuid-Beijerland 27 febr. 1694

1239. Aaltje Willemsdr. Boer, gedoopt NG 6 jan. 1664, jonge dochter van Strijen (1694), overlijden aangegeven bij de gaarder te Strijen op 9 juli 1699 (de vrouw van Jan Willemsz., wonende in de Hitzert; zij kwam haar moeder in Strijen bezoeken en is daar overleden; impost 6 gl.)

- 14 febr. 1693: Cornelia Besmansdr. de Jongh, laatst echtgenote van Jan Willemsz. Groen, is overleden zonder testament te hebben gemaakt. Zij heeft een onmondige zoon nagelaten, die bij haar is verwekt door Dirck Ariensz. Baen. Tot voogd over dit kind wordt aangesteld zijn neef, mr. chirurgijn Balte Baltensz. Boll. (Weeskamer Zuid-Beijerland inv. 1)

- 1 mei 1694: Jan Willemsz. Groen, inwoner van Zuid-Beijerland, weduwnaar van Cornelia Bestemansdr. de Jongh, ab intestato overleden, enerzijds en Balte Baltensz. Boll, voogd over Aert Dirksz. de Baen, voorzoontje van Cornelia Bestemansdr. de Jong, verwekt door Dirk Ariensz. de Baen, anderzijds, sluiten een overeenkomst. Jan Willemsz. Groen zal het kind onderhouden en opvoeden tot zijn mondigheid en hem dan een zilveren beker, een gouden ring, zes zilveren lepels, linnen en wollen kleren en een bedrag van 450 gl. uitreiken. (Weeskamer Zuid-Beijerland, inv. 1)

- 4 juli 1699: Aaltje Willemsdr. Boer begraven in de kerk te Strijen (bij JanWillemsz. Boer). Graftekst: "Hier leit begr[a]ven Yan Willemse Boer out 27 jaer gestorven [d]en 1 feberwarij 1697    Hier leyt begrave Aeltyen Willemse Boer out 35 yaer gestorven den 4 Yulius 1699".

- 1708: de drie minderjarige kinderen van Aaltje Willemsdr. Boer, vrouw van Jan Willemsz. Groen, zijn erfgenaam van hun grootmoeder, Pleuntje Jansdr., weduwe van Willem Cornelisz. Boer. Tot voogden over de kinderen worden aangesteld Bastiaen Cornelisz. Boer, hun oudoom en Leendert Willemsz. Boer. (GA Strijen, inv. 2)

- 26 aug. 1709: koren te velde op het land van Jan Willemsz. Groen te Groot- Cromstrijen verkocht. (ORA Cromstrijen, inv. 11)

- 22 april 1712: Jan Willemsz. Groen koopt voor 9 gl. twee melkkalveren uit de boedel van Wouter Jacobsz. Visser. (ORA Cromstrijen, inv. 16)

- 1715: Jan Willemsz. Groen en Pieter de Recht eigenaars van 4 morgen 422 roeden land in Nieuw-Beijerland. Jan Willemsz. Groen is bruiker van land van mevr. Van Haeften. (Baars, Beijerlanden, p. 274)

- 9 juli 1726: de erfgenamen van wijlen Emmetie Hendriksdr. Croonenburg maken de inventaris van haar nalatenschap op. (ORA Cromstrijen, inv. 18)

Kinderen:

Ex 1:

a. Willem, gedoopt NG Zuid-Beijerland 2 febr. 1681 (getuigen: Bestman Leendertsz., Lijsbet Willemsdr. Groen)

b. Pieternella, gedoopt NG Zuid-Beijerland 16 juni 1684 (getuigen: Bestman de Jong, Catrijna de Jong)

Ex 2:

c. Barbertje, gedoopt NG Zuid-Beijerland 25 sept. 1695 (getuige: Lijsbeth Willems)

d. Pleuntje, gedoopt NG Zuid-Beijerland 14 april 1697 (getuige: Crijn van de Houck, Pleuntje Jansdr.)

e. Jannetje, gedoopt NG Zuid-Beijerland 12 okt. 1698 (getuige: Annetje Bastiaensdr. Houck)

1244 = 564

1245 = 565

1246. Abraham Hendriksz. van Rije, jongman van de Korendijk (1684), trouwde NG Goudswaard 14 mei 1684

1247. Maria (Maartje) Jacobsdr. Hoogvliet, gedoopt NG Nieuw-Beijerland 3 nov. 1663, jonge dochter van Nieuw-Beijerland (1684), overleden in of na 1707, trouwde 2e Nieuw-Beijerland 20 jan. 1696 Bastiaen Arijensz. Kuijper, jongman geboren te Oud-Beijerland, wonende onder Nieuw-Beijerland (1696)

Kinderen:

a. Marija, gedoopt NG Goudswaard 1685 (getuige: Ariaantje Henderickse)

b. Jacob, gedoopt NG Goudswaard 1687 (getuigen: Ariaantje Ewits, Jacob Jacobsz. Hoogvliet)

c. Hendrik, gedoopt NG Nieuw Beijerland 1690 (getuige: Arentje Heijndricks)

d. Neeltje, gedoopt NG Nieuw-Beijerland 1693 (getuige: Marijtje Jacobs)

1280. Cornelis Michielsz. (Naaktgeboren alias Meulenaer), gedoopt NG Barendrecht 18 mei 1608, jong gezel van Barendrecht (1633), overleden tussen 1649 en 24 okt. 1674, trouwde NG Barendrecht 5 mei 1633 (3e gebod)

1281. Lijntien Ingensdr. (Engels), geboren naar schatting ca. 1610, overleden na 24 okt. 1674

- 14 april 1647: Pieter Ingesz. "van Iselmonde Overmaes", 29 jaar oud, gereed om met het schip "Nieu Rotterdam" als bootsgezel naar Oost-Indi te varen, benoemt tot erfgenamen van al zijn na te laten goederen Cornelis Michielsz. Naecktgeboren en Lijntgen Ingen, zijn zwager en zuster, als hij op deze reis mocht komen te overlijden (GA Rotterdam, ONA Rotterdam inv. 309, akte 29, f. 51)

- 24 okt. 1674: voor notaris J. Hellu te Dordrecht compareert Lijntgen Ingensdr, weduwe van Cornelis Michielsz. Naecktgeboren, wonende in Dubbeldam, te kennen gevende, dat zij toestemming geeft voor het huwelijk van haar zoon Michiel Cornelisz. Naecktgeboren met Annetie van der Melsen, wonende te Amsterdam. Zij tekent met een kruisje.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dubbeldam)

a. Sijmon, 6 juni 1638

b. Melis, 18 mei 1642

c. Michiel Cornelisz. Naaktgeboren, 1 jan. 1645

d. Bastiaan Cornelisz. Naaktgeboren, 1 jan. 1650 ( = kwartier 640)

1284. Arijen (Arij) Abrahamsz. 't Hoertje, geboren naar schatting ca. 1625, overleden vr 2 juni 1679, trouwde naar schatting ca. 1655

1285. Lijntje Jaspersdr. Leenheer, geboren naar schatting ca. 1630, vroedvrouw te 's-Gravendeel (vermeld 1688), overleden tussen 5 april 1691 en (vermoedelijk) jan. 1706. Haar kinderen noemen zich afwisselend 't Hoertje en Leenheer.

- 1680: Lijntje Jaspersdr. vermeld als weduwe zonder middelen, wonende in de Zuidvoorstraat te 's-Gravendeel.

- 27 nov. 1686: Lijntje Jaspersdr. Leenheer, weduwe van Arijen Abramsz. 't Hoertje, wonende 's-Gravendeel, keert het vaderlijk erfdeel uit aan haar minderjarige kinderen, Crijn, 20 jaar oud, Arij, 16 jaar oud  en Marijgje,12 jaar oud.

-11 mrt. 1688: Lijntje Jaspersdr. Leenheer, vroedvrouw te 's-Gravendeel, stelt zich borg voor een zekere Maria, die zwanger was en bij haar is komen komen.

- 5 april 1691: Lijntje Jaspersdr. Leenheer vermeld als belender van een huis in de Zuidvoorstraat te 's-Gravendeel.

1286. Jan Melsz. Aertoom, schipper, schepen van 's-Gravendeel 1667, overleden tussen 1692 en 1698, trouwde

1287. Bastiaantje Hendriksdr. van der Linden, overleden na 1714

- 13 dec. 1688: compareren voor notaris H. van der Hoop Willem de Vooght, secretaris van 's-Gravendeel en o.a. Bastiaentje Hendriksdr. van der Linden, vrouw van Jan Melsen en Lijsbeth Aertoom, jonge dochter, wonende te 's-Gravendeel en leggen een verklaring af. Zij tekenen met hun naam. (ONA Dordrecht inv. 481, geen folionrs.)

- jan. 1706: Bastiaantje Hendriks, weduwe van Jan Melsse, vermeld op de lidmatenlijst van de NG gemeente te 's-Gravendeel. Ze woont in Renoijshoek.

1294. Pieter Koenen in't Velt alias Vermeulen, gedoopt NG Barendrecht 31 okt. 1610, trouwde 1e NG Barendrecht 2 juni 1631 (1e gebod 20 april 1631) Grietgen Jacobsdr., gedoopt NG Barendrecht 17 dec. 1606, jonge dochter van Barendrecht (1631), overleden naar schatting ca. 1635, dochter van Jacob Louwen en Neeltgen Aertsdr., trouwde 2e tussen wellicht 16 mrt. 1637 en 12 okt. 1638

1295. Maritgen (Maeijken) Meeusdr.

- 1636: Pieter Coene, 26 jaar, zoon van wijlen Coen Pietersz. en Weijntgen Ariensdr., treft uitkoop met Pouwels Pietersz. van Barendrecht. (ORA 's-Gravendee, inv. 3)

- 4 mei 1639: Pieter Coenen en zijn vrouw Maritgen Meeuwis,wonende te 's-Gravendeel, transporteren aan Pieter Dircx 750 roeden vrij land. (ORA Oost-Barendrecht, inv. 20)

- 21 nov. 1643: Pieter Coenen koopt van Willem Bastiaens land in de Trekdam. (ORA 's-Gravendeel, inv. 3)

- 21 dec. 1643: Pieter Coenen "assisteert" Marijgje Bastiaens, weduwe van Jacob Aertsz. van Barendrecht bij verkoop van land in de Trekdam aan Arie Jansz. Sneep. (ORA 's-Gravendeel, inv. 3)

- 1648: Pieter Koenen en zijn vrouw Maeijcken Meeus, hij gezond, zij ziek, wonende te 's-Gravendeel, passeren een mutueel testament voor schepenen van 's-Gravendeel. De kinderen krijgen, wanneer zij 18 jaar worden, 200 gl. (Weeskamer 's-Gravendeel, inv. 1)

- 12 mei 1656: Pieter Coenen met Arie en Maerten Coenen, Pieter Jansz. Verkerk, getrouwd met Grietje Coenen, Jan Arensz. Verdonck, getrouwd met Lijsbeth Coenen en Bastiaen Hendriksz. van der Linden, getrouwd met Neeltie Coenen, ook voor hun andere broers en zusters, verkopen een huis en land in Nieuw-Bonaventura. (ORA 's-Gravendeel, inv. 4)

- 8 dec. 1658: ondanks vele vermaningen van de kerkenraad van 's-Gravendeel is Pieter Coenen "sich in ordinaire en gewoonelijcke dronckenschap hoe langer hoe meer ... verloopende." De kerkenraad besluit hem te ontbieden en hem aan te zeggen, dat zij zich gedwongen zien hem te suspenderen en af te houden van het Heilig Avondmaal des Heren, totdat hij "oprecht berouw en waere beteringe des levens sal betoont hebben." Op dezelfde dag is Pieter Coenen voor de kerkenraad verschenen en heeft "sich ... ten vollen onderworpen." Hij wordt weer toegelaten. (Archief NH gemeente 's-Gravendeel, inv. 101 (acta),f. 12v-13)

- 21 april 1663: de vrouw van Pieter Coenen is koper of borg op een veiling t.b.v. Reijn Hendriksz. van der Linden. (ORA 's-Gravendeel, inv. 33)

- 19 mei 1663: Pieter Coenen te 's-Gravendeel koopt uit het erfhuis van Cornelis Claesz. Mandemaecker een koe voor 46 gl. (GA Strijen, inv. 42)

- 19 april 1676: Pieter Koenen geeft procuratie aan Abraham de Roo tot verkoop aan Gerrit Hendriksz. de Baet van een huis in Renoijshoek, belend door Lijntje Rochusse, weduwe. (ORA 's-Gravendeel, inv. 4)

1292. Teunis Jansz. Meijdam, kerkmeester van 's-Gravendeel, overleden vr 3 mei 1690, trouwde

1293. Lijntje (ook: Ariaantje) Pieters, trouwde 2e vr 3 mei 1690 Reijn Hendriksz. van der Linden (= kwartier 1324)

- 8 juni 1647: Teunis Jansz. Meijdam, als oudste "bejaarde" zoon van Jan Pietersz. Meijdam, sluit overeenkomst met Joos Jacobsz. Vogelaar. (ORA 's-Gravendeel)

1300. Heijndrick Gerritsz. de Baet, geboren ca. 1614, vletter wonende te 's-Gravendeel, trouwde naar schatting ca. 1635

1301. Lijntie Arijensdr., overleden ca. 1658

- 19 aug. 1644: verklaring door Hendrick Gerritsz. de Baet, vletter wonende te 's-Gravendeel, ongeveer 30 jaar oud. (ONA Dordrecht inv. 61, f. 167)

- 11 juli 1649: Heijndrick Geeritsz. is bloedvoogd over de kinderen van wijlen Teuntie Geraerts, bij haar verwekt door Jacob Woutersz. Smit. (Weeskamer 's-Gravendeel inv.1)

- 10 april 1670: Hendrik Gerritsz. de Baet is belender van een huis achterde Rijkestraat in 's-Gravendeel. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

1312. Teunis Ariensz. Stam, geboren 's-Gravendeel ca. 1638, arbeider in Bevershoek (vermeld 1680), overleden in of na 1705, trouwde

1313. NN

- 24 jan. 1666: Teunis Ariensz. Stam koopt een huis in Bevershoek van Geertie Ariens [Stoocker]en Cornelis Doense.

[Ons Voorgeslacht 2000, p. 72]

1316. Leendert Leendertsz. van Gemert alias mr. Leendert van Strijen, chirurgijn te 's-Gravendeel 1636-1673, overleden ca. 1675 (vr 6 mrt. 1678), trouwde 1e NN, overleden in 1671, trouwde 2e naar schatting ca. 1672

1317. Neeltje Cornelisdr. Wever, overleden in of na 1687 (Kwartierstaat Zuiderent-Van Wijgerden [internet], kwartieren 1444 en 1445)

1318. Hermen Willemsz. Romeijn, trouwde

1319. Maijke Claas  (Kwartierstaat Zuiderent-Van Wijgerden [internet], kwartieren 1446 en 1447)

1324. Reijn Hendriksz. van der Linden, geboren ca. 1638 vermoedelijk te 's-Gravendeel, jongman van 's-Gravendeel en wonende aldaar (1659), bouwman te 's-Gravendeel, schepen, diaken, armmeester aldaar, overlijden aangegeven bij de gaarder te 's-Gravendeel door zijn vrouw Arijaentje Pieters op 20 febr. 1712 (impost 3 gl.), trouwde 2e tussen 21 april 1663 en 5 juli 1666 Leijntje Pieters, weduwe van Teunis Jansz. Meijdam (= kwartier 1293), trouwde 3e tussen 3 mei 1690 en jan. 1706 Ariaentje Pieters, overleden 's-Gravendeel 11 jan. 1717 (Gens Nostra 1991, p. 393)

Hij  trouwde 1e NG Oud-Beijerland 22 juni 1659 (ondertrouw, attestatie gegeven, getuige: Joannnes Dibbezius)

1325. Maijcken (jonge Maertgen) Koenendr., geboren ca. 1629 (7 jaar in 1636), jonge dochter van 's-Gravendeel (1655), weduwe wonende te 's-Gravendeel (1659)overleden vr 21 april 1663, trouwde 1e NG Oud-Beijerland 21 nov. 1655 (ondertrouw, aldaar attestatie gegeven) Ariaen Pietersz. (Gout), weduwnaar (van Marchje Crijnen) wonende te Oud-Beijerland (1655), overleden ca. 1658, zoon van Pieter Dirksz. Gout en Leentje Arijensdr.

- 7 aug. 1656: Maeijke Coenendr., ziek te bed liggende, testeert ten haren huize voor de notaris te Oud-Beijerland en benoemt haar man Arijen Pietersz. Goudt tot erfgenaam, met de verplichting, dat hij binnen een jaar na haar overlijden aan haar erfgenamen ab intestato een bedrag van 1000 gl. zal uitreiken en aan de Armen van 's-Gravendeel en Oud-Beijerland elk 25 gl. (Vriendelijke mededeling van de heer K.J. Slijkerman te Waarde)

- 21 april 1663: veiling ten behoeve van Reijn Hendriksz. van der Linden en zijn minderjarige weeskinderen, verwekt bij wijlen Maijcke Coenen, in bijzijn van Arie Coenen, oom en bloedvoogd van moederszijde van de kinderen. (RA 's-Gravendeel inv. 33)

- 10 mei 1664: Hendrick Reijnen van der Linden assisteert zijn zoon Reijn Hendriksz. van der Linden bij passeren van akte van uitkoop met Arie Coenen als oom en bloedvoogd van de twee minderjarige kinderen Hendrik Reijnen, 4 jaar oud en Coen Reijnen, 3 jaar oud. Op 22 jan. 1685 verklaren beide kinderen door Arie Koenen volledig betaald en voldaan te zijn. (RA 's-Gravendeel inv. 4)

- 5 juli 1666: testeren voor notaris G. Walthery te Dordrecht Reijn Hendriksz. van der Linden en zijn vrouw Lijntie Pieters, wonende op 's-Gravendeel. Hij benoemt tot erfgenamen zijn voorkinderen, verwekt bij zijn eerste vrouw Maeijcken Coenen en zijn tegenwoordige vrouw, elk in een kindsgedeelte. Zij benoemt tot erfgenamen haar voorkinderen, verwekt door haar eerste man zaliger en haar nakinderen, verwekt door haar huidige man en haar man, elk in een kindsgedeelte. Reijn benoemt tot voogd over zijn voorkinderen zijn broer Bastiaen Hendriksz. van der Linden en over zijn nakinderen zijn vrouw. Leijntje benoemt tot voogd over haar voorkinderen Arien Pietersz. Boer, wonende in Strijen, en over haat nakinderen haar man. Hij tekent, zij zet een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 297, f. 149 e.v.)

- 6 mrt. 1680: Reijn Heijndricksz. van der Linde, bouwman, woont in de Kerkstraat te 's-Gravendeel. (Ons Voorgeslacht 1969, p. 27)

- 3 mei 1690: Reijn Hendriksz. van der Linden, gehuwd met Leijntje Pieters, die eerder weduwe was van Teunis Jansz. Meijdam, verkoopt aan Abram Stoop te Dordrecht een stuk land in Nieuw-Bonaventura. (RA 's-Gravendeel inv. 5)

- 27 april 1701: Reijn Hendriksz. van der Linden, 63 jaar oud, en anderen leggen een verklaring af op verzoek van de dijkgraaf van de polder Wieldrecht (RA 's-Gravendeel inv. 12)

jan. 1706: Reijn Hendriksz. van der Linden en zijn vrouw Ariaantje Pieters vermeld als lidmaten van de NG gemeente te 's-Gravendeel

- 11 juni 1712: Arijaentje Pieters, weduwe van Reijn Hendriksz. van der Linden e.a. verkopen aan Bastiaen Hendriksz. van der Linden een huis achter de kerk van 's-Gravendeel. (RA 's-Gravendeel inv. 6)

1326. Japhet Hendriksz. in't Veld, geboren ca. 1620 te IJsselmonde, bouwman op "Meeuwenster" in de polder Nieuw-Bonaventura, begraven 's-Gravendeel 20 aug. 1687 (Gens Nostra 1991, p. 393), trouwde 1e NG Ridderkerk 16 dec. 1646 Lijntje Dirksdr. Verduijn, 2e NG Ridderkerk 9 febr. 1659

1327. Soetje Ariensdr., jonge dochter van Oost-Barendrecht (1659)

- 30 okt. 1659: Japhet Hendriksz. in't Veld en Soetje Ariensdr. testeren te Ridderkerk. (Ons Voorgeslacht 1959, p. 65-66)

1328. Cornelis IJsbrantsz., geboren naar schatting ca. 1630, trouwde naar schatting ca. 1655

1329. Aeltien Foppendr., gedoopt NG Oud-Alblas 12 nov. 1634

Kinderen:

a. Fop, gedoopt NG Papendrecht ("Cor Isbrants kint") 2 april 1657 (getuigen: Merten Isbrant, Maeijken Foppen)

b. Jacob, gedoopt NG Wijngaarden 22 aug. 1662 (getuigen: Govert Maertens, Jasper Theunisse, Aechje Bastiaense)

c. IJsbrant Cornelisz., jongman van en wonende te Sliedrecht in het ambacht Niemandsvriend (1711)

d. Meijnsje Cornelisdr., doopgetuige te Sliedrecht op 9 febr. 1716

e. Eeuwout, geboren naar schatting ca. 1680

(Ons Voorgeslacht 2004, p. 199)

1330. Cornelis Willemsz. (Bisschop), geboren naar schatting ca. 1655, overleden na 25 okt. 1711 (doopgetuige), trouwde naar schatting ca. 1680

1331. Grietje Pieters

- 11 sept. 1689: Cornelis Willemsz. Bisschop doopgetuige bij Jannichie, gedoopt NG Molenaarsgraaf, dochter van Willem Eeuwitten (Groenevelt) en Griettie Willems

- 11 juli 1730: compareren Jannighje Willemsdr. Boer, wonende te Sliedrecht, voor zichzelf als erfgename van haar overleden zuster Aartje Willemsdr. Boer, overleden te Sliedrecht, Laurens en Pieter Willems Boer, wonende te Sliedrecht, Teunis Croos, gehuwd met Jannighje Cornelisdr. Bisschop, Neeltje Cornelisdr. Bisschop als procuratie hebbende van haar man Pieter Jansz. Backer, Pieter Cornelisz. Bisschop als voogd van de minderjarige kinderen van wijlen Aert Cornelisz. Bisschop, Pieternella Cornelisdr. Bisschop, gehuwd met Eewout Cornelisz. en Marigje Cornelisdr. Bisschop, kinderen van wijlen Cornelis Willemsz. Bisschop, allen wonende te Sliedrecht, Willem Eijsbrants voor zichzelf en nog als voogd van het onmondige zoontje van wijlen Ariaantje IJsbrants en tevens zich sterk makende voor Adriaen Floren Hartogh, wonende in Giesssenbuytendams, gehuwd met Marigje IJsbrants en Aert IJsbrants, wonende 's-Gravenwegh, kinderen van wijlen IJsbrant Willemsz. Boer en tenslotte nog Gerrit Pietersz. Coolwijk, als echtgenoot van Ceijgje Willemsdr. Groenevelt, de rato caverende voor de kinderen van wijlen Grietje Willemsdr. Boer, allen erfgenamen van wijlen Aartje Willemsdr. Boer. Comparanten transporteren aan Jan Jacobsz. Croos en Abraham Claasz. Seret een huisje met achterhuis en schuurtje, welke toebehoord hebben aan Aartje Willemsdr. Boer, ten westen belend door het erf van Jan Hendriksz. Balchoven.

(Ons Voorgeslacht 2004, p. 59-60)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jannigje, geboren naar schatting ca. 1680 (= kwartier 667)

b. Neeltien, geboren naar schatting ca. 1682, trouwde Pieter Jansz. Backer

c. Pieternelligje, geboren naar schatting ca. 1685 (= kwartier 665)

d. Aart

e. Marijgjen

1334 = 1330

1335 = 1331

1332. Arijen Pouwelsz. Croos, geboren naar schatting ca. 1645, weduwnaar wonende te Sliedrecht (1681), trouwde 2e NG Giessen-Nieuwkerk 8 febr. 1681 Annichje Hendrix, jonge dochter wonende te Giessen-Nieuwkerk, 1e naar schatting ca. 1670 (vermeld als inwoners van Sliedrecht in 1672)

1333. Aeltje Jans

1336. Claes Hendriksz. Lab(e), gedoopt NG Goudriaan 17 okt. 1666, jongman van Goudriaan (1689), collecteur van de impost op bier en beestiaal (1701), gerechtsbode (1725, 1726), diaken van Goudriaan (1699), overlijden aangegeven bij de gaarder ald. op 22 nov. 1729 (pro deo), trouwde NG Goudriaan 12 febr./6 mrt. 1689

1337. Marighjen Cornelisdr. Hoogendijk, gedoopt NG Streefkerk 27 nov. 1667, jonge dochter van Streefkerk (1689), overlijden aangegeven bij de gaarder te Goudriaan op 17 april 1732 (pro deo)

(Kwartierstatenboek Alblasserwaard, p. 146)

1338. Jan Pietersz. Verkerk, geboren naar schatting ca. 1645, jongman van Tienhoven (1668), trouwde 1e NG Groot-Ammers 9 dec. 1668 Grietje Teunisdr., jonge dochter van Ammers-Graafland (1668) 2e NG Groot-Ammers/Nieuwpoort 5/24 jan. 1672 Gerretje (Grietje) Jansdr. (Brandewijn), gedoopt NG Groot-Ammers 13 sept. 1648, jonge dochter uit Achterland (1672), dochter van Jan Jacobsz. Brandewijn en Aechtge Aerts, 3e NG Ammerstol 29 nov. 1687

1339. Pieternella Willemsdr. van der Veen, geboren ca. 1662 in Ammerstol, jonge dochter van Amsterstol (1687)

(Kwartierstatenboek Alblasserwaard, p. 146)

-1715 en 1724: Pieternelle Willemsdr. vermeld als lidmaat van de NG gemeente te Groot-Ammers

1340. Hermen Willemsz. Verweert, overleden vr 1689, trouwde

1341. Ariaantje Claesdr. Stout

1342. Jacob Claesz. Covel alias Kort, gedoopt NG Goudriaan 29 mrt. 1648, jongman van Goudriaan (1668), overleden vr 22 mrt. 1706, trouwde 2e Teuntje Woutersdr., 1e NG Goudriaan 8 dec. 1668 (ondertrouw)

1343. Pleuntje Theunisdr. van Hippel ('t Hippel), gedoopt NG Goudriaan 18 april 1650, jonge dochter van Goudriaan (1668), overleden vr 3 mei 1705

1344. Cornelis Leendertsz. Klootwijck, gedoopt NG Heerjansdam 15 april 1646, diaken te Klaaswaal 1684, overleden ca. 1685, vermoedelijk te Klaaswaal, trouwde naar schatting ca. 1670

1345. Arjaantje Pleunen Hoek, geboren naar schatting ca. 1645, overleden na 1727, trouwde 2e ca. 1685 Joost Hendriksz. Niemandsverdriet

- 9 nov. 1670: Arjaantje Pleunen Hoek doopgetuige bij Annegie, dochter van Bastiaan Pleune Hoek (NG doopboek Oud-Beijerland)

- 8 mei 1679: Cornelis Leendertsz. Klootwijk koopt voor 4 gl. 8 st. een zeug uit de boedel van Hendrik van der Giessen. Borgen: Bastiaan Pleune Houck en Pleun Gielen Houck. (ORA Cromstrijen inv. 17)

- 6 okt. 1683: Beatrix Ariens, laatst weduwe van Adriaen Michielsz. Houck, transporteert een huis in de eerste kavel van Nieuw-Cromstrijen aan Cornelis Leendertsz. Clootwijck. (Part. Arch. 4, inv. 782)

- 1685: Joost Hendriksz., getrouwd hebbende de weduwe van Cornelis Leendertsz., betaalt de interest van een somma van 99 gl. kapitaal . (Archief NH gemeente Klaaswaal, inv. B2)

- 23 mei 1688: Joost Hendrixsz. Niemansverdriet is gehuwd met Aerjaentie Pleunen Houck, de dochter van Pleun Michielsz. Houck, die de zoon en gekoren voogd is van Ingetge Pleunen, weduwe van Michiel Adriaensz. Houck. (ORA Cromstrijen inv 50)

1348. Arien Ariensz. Buitendijck, weduwnaar wonende in Numanspolder (1665), in 1672 weerbaar man te Numansdorp aan de dijk "van oosten aan" (heeft een roer), trouwde 1e naar schatting ca. 1650 (vr 16 nov. 1653) Marijgje Pieters, 2e NG Rijsoord 17 mei/7 juni 1665 (DTB Ridderkerk)

1349. Pleuntie Cornelis, jonge dochter wonende te Rijsoord (1665), overleden na 11 jan. 1709 (ORA Cromstrijen inv. 25), trouwde 2e NG Numansdorp 3/30 mrt. 1681 Hendrik Pleune van den Honert, overleden vr 11 jan. 1709 (ORA Cromstrijen inv. 25)

- 13 april 1659 (Pasen): Arien Ariensz., echtgenoot van Marichie Pieters, aangenomen als lidmaat van de NG gemeente te Numansdorp

- ca. 1664: Arijen A. Buijtendijck heeft een haardstede en 1 oven. (ORA Cromstrijen inv. 65)

- 20 dec. 1672: Pleuntie Cornelis lidmaat van de NG gemeente te Numansdorp

1350. Jacob Bastiaansz. Snel, overleden ca. 1693, trouwde 2e ca. 1685 (vr 1 juni 1686 Lijntie Teunisdr. Verweel, die op 22 mei 1699 in Strijen (gaarder, pro deo)  hertrouwde met Leendert Cornelisz. Seeuw

Jacob Snel trouwde 1e ca. 1670 (vr 21 mei 1671)

1351. Teuntie Klijsdr., overleden tussen ca. 12 okt. 1681 en 1 juni 1686

(Zie Ons Erfgoed 2006, 245-246)

- 19 mei 1668: Jacob Bastiaans Snel gewond door Huijbertie, vrouw van Jan Cornelis Buijsser ten huize van Joost Wouters Raamsdonck, omdat hij met haar railleerde in bijzijn van haar man. Zij heeft een aarden schotel naar zijn hoofd gegooid. Een snee boven de neus tot op het bot. (Hoge Vierschaar Land van Strijen RA 12)

- 4 april 1674: Jacob Bastiaansz. Snel brengt aan, dat hij voor 300 gl. contant  aan Susanna Jans, weduwe van Jan Hordijk, verkocht heeft een boomgaard in Nieuw-Bonaventura op grond van de Heilige Geest en dat hij voor 525 gl. contant van haar gekocht heeft een huis, schuur en erf aan "'t buijtenste eijnd van Strijen". (GA Strijen inv. 72)

- 1678: Jacob Bastiaansz. Snel gebruikt in Oud-Strijen 2 morgen 187 roeden land. (GA Strijen inv. 71)

- 13 juni 1694: gedoopt NG Strijen Jacoba, dochter van Jacob Bastiaensz. Snel en Lijntie Teunisdr. Verweel: "alsoo de vader overleden is presenteert de oudste voorzoon Bastiaan Jacobsz. Snel". Getuige: Geertie Jacobsdr. Snel)

1352. Claas Cornelisz. Weda, jongman van Mijnsheerenland (1674), overleden vr 15 juli 1693, trouwde NG Cillaarshoek 3 mei 1674

1353. Cornelia Pietersdr. Vermeulen, jonge dochter van Cillaarshoek (1674)

- 10 juli 1672: Cornelia Pietersdr. Vermeulen lidmaat van de NG gemeente te Westmaas

- 15 juli 1693: de weduwe van Klaes Weeda heeft een huis aan de Westdijk en betaalt in de 100e penning 1 gl. (GA Mijnsheerenland inv. 49)

Kinderen:

a. Cornelis, gedoopt NG Mijnsheerenland 4 nov. 1674 (getuige: Commertie Dircx)

b. Pieter, gedoopt NG Mijnsheerenland 31 aug. 1676 (getuige: Marijgie Jacobs Vermeulen)

c. Lijntge, gedoopt NG Mijnsheerenland 2 okt. 1678 (getuigen: Maijke Ariens)

1354. Hendrik Chielen (Gielen) van der Giessen (van der Gijssen), trouwde vr 12 dec. 1666

1355. Neeltje Ariens, geboren naar schatting ca. 1640

- 25 dec. 1665: Hendrik Gielen van der Giessen op belijdenis lidmaat van de NG gemeente te Westmaas. (Ons Voorgeslacht 1962, p. 344)

1356. Abraham Jacobsz. Crooswijck, jongman van Mijnsheerenland (1666), trouwde NG Strijen 1 mei 1666 (ondertrouw, proclamatie te Mijnsheerenland, getrouwd in Strijen [DTB Mijnsheerenland])

1357. Maijke Ariensdr. van der Schoor (Verschoor), geboren naar schatting ca. 1645, overleden na 23 juli 1713 (doopgetuige bij kwartier 339)

- 1684: voor twee kinderen van Abraham Jacobsz. Crooswijck wordt een doodkist gemaakt door timmerman Bastiaen Andries, die daarvoor wordt betaald door de Heilige Geest Armen. (GA Mijnsheerenland inv. 77)

1358. Willem Jansz. van Bodegom, schipper "op den Tol" , overleden vr 1694, trouwde NG Dordrecht 15 juli 1668 (ondertrouw),

1359. Magdalena (Leentie) Cornelisdr. Kegelaars, jonge dochter van Breda (1668), overleden na 9 april 1708, trouwde 2e ca. 1695 Meeuwis Iemants

- 6 dec. 1698: voor Jan Willemsz. van Bodegom treedt op Meeuwis Iemants, echtgenoot van Magdalena Kegelaars, moeder van haar eerst minderjarige, doch nu meerderjarige zoon. (ORA Hekelingen inv. 954)

- 9 april 1708: Madeleena Kornelis Kegelaers doopgetuige bij Madeleena, dochter van Arij Abrahamsz. Krooswijck en Ariaentie Willemsdr. van Bodegom (NG doopboek Klaaswaal)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jan Willemsz. van Bodegom ("Jan de Schipper"), geboren te Hekelingen ca. 1670, trouwde Oud-Beijerland 20 febr. 1695 Maria Bastiaansdr. Gouman

b. Aarjaantie Willemsdr. van Bodegom

(De Nederlandsche Leeuw 1968, kolom 359)

1360. Pieter Jansz. Barendrecht, gedoopt NG Barendrecht 26 april 1620, trouwde vr

1361. Maijken Pieters

1362. Ingen Ariensz. Stoocker, geborenca. 1638, arbeider wonende in Bevershoek (vermeld 1680), overlijden aangegeven bij de gaarder te 's-Gravendeel 10 mei 1702 (impost 3 gl.), trouwde ca. 1670 (vermoedelijk vr 29 sept. 1671)

1363. Jannigje Pietersdr. Stout, geboren naar schatting ca. 1640, overlijden aagegeven bij de gaarder te 's-Gravendeel op 1 nov. 1702 (impost 3 gl.)

- 29 sept. 1671: de vrouw van Ingen Ariensz. Stoocker is koper of borg op een veiling t.b.v. Dirkje Willems, weduwe van Arie Pietersz. Stoocker. (ORA 's-Gravendeel inv. 34)

- 21 sept. 1677: testament van Ingen Ariensz. Stoocker en Jannigje Pieters, hij gezond en zij ziek. (ORA 's-Gravendeel inv. 109)

- 15 mei 1684: Inge, Cornelis, Arie en Pieter Ariensz. Stoocker doen afstand van de door hun moeder, Dirkje Willems, nagelaten goederen. Zij hebben haar huis verkocht aan Stoffel Rochusz. en de opbrengst daarvan overgedragen aan Abraham de Roo, inmiddels overleden. De goederen worden door Gleijn van Campen, die secretaris is wegens absentie van Johan Vermeulen, secretaris van 's-Gravendeel. (ORA 's-Gravendeel inv. 107)

- 14 juli 1699: Ingen Arijensz. Stoocker, 61 jaar oud, wonende op 's-Gravendeel en Arijen Hendriksz. Mol, 38 jaar, wonende op de Mijl, maar voordien te 's-Gravendeel, leggen op verzoek van Arijen Jansz. Man, mede wonende te 's-Gravendeel, een verklaring af over een erf bij het veen, dat eigendom is van Arijen Jansz. Man en voor hem eigendom is geweest van Fop Dirksz. van Meeuwen, belend door een huis, dat nu bezit is van Cors Arijensz. Moockhoeck, hospes te 's-Gravendeel. (ONA 's-Gravendeel inv. 4587)

- 3 juni 1701: mutueel testament van Ingen Arijensz. Stoocker en zijn vrouw Jannigje Pietersdr. Stout, wonende te 's-Gravendeel. Hun dochter Dirckje Ingensdr. Stoocker is getrouwd met Pieter Pietersz. Barendrecht. Getuigen: Gerrit Vroman, notarisklerk en Cornelis Teunisz. Stam. (ONA 's-Gravendeel inv. 4587)

- 29 mei 1702: Jannigje Pietersdr. Stout, weduwe van Ingen Arijensz. Stoocker, wonende te 's-Gravendeel, ziek, maakt haar testament. Erfgename is haar dochter Dirckje Ingensdr. Stoocker, echtgenote van Pieter Pietersz. Barendregt. Tot voogden benoemt zij de broers van haar overleden man, Pieter Arijensz. Stoocker en Cornelis Arijensz. Stoocker. Getuigen: Cornelis Teunisz. Stam en  Gerrit Vroman, inwoners van 's-Gravendeel. (ONA 's-Gravendeel inv. 4587)

- 1 febr. 1714: de voogden over de minderjarige erfgenamen van wijlen Jannigje Pietersdr. Stout, weduwe van Ingen Ariensz. Stoocker, overleden te 's-Gravendeel, m.n. Pieter Ariensz. Stoocker en Cornelis Ariensz. Stoocker, verzoeken ontheven te worden van de voogdij, daar zij door hun hoge ouderdom niet in staat zijn de boedel naar behoren te redderen. Verzoek wordt ingewilligd en tot voogd wordt aangesteld de schout Hendrick Spronk. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 2)

1366. Pieter Frederiksz., geboren ca. 1649, linnenwever te 's-Gravendeel, overleden tussen 25 juni 1671 en 4 sept. 1684, trouwde naar schatting ca. 1670

1367. Dingena Davidsdr. Verhagen (van der Hagen), geboren naar schatting ca. 1650, overleden na 15 okt. 1702, trouwde 2e vr 4 sept. 1684 Hendrick Ariensz. van Hees, wever te 's-Gravendeel (vermeld 1680), overleden in of vr 1700

- 25 juni 1671: mutueel testament van Pieter Frederiksz. en zijn echtgenote Dingena Davidsdr. Verhagen, wonende te 's-Gravendeel, hij ziek en zij gezond. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 1)

- 1680: Heijndrick Arijensz. van Hees wever woont aan de noordzijde van de Rijkestraat te 's-Gravendeel.

- 4 sept. 1684: testament van Hendriks Ariensz. van Hees en zijn vrouw Dingena Davidsdr. van Hees, hij ziek en zij gezond. (ORA 's-Gravendeel inv. 109)

- 18 mei 1700: Dingena Davidsdr. Verhagen em Gerrit Davidsz. Verhagen bewonen een huis aan de noordzijde van de Rijkestraat (ORA 's-Gravendeel)

- 7 okt. 1700: Dingena Davidsdr., weduwe van Hendrik Ariensz. van Hees, Aeltje Hendriks, weduwe van Jacob Hendriksz. de Baet e.a. leggen een verklaring af op verzoek van Pieternella Hendriksdr. van Gils. (ORA 's-Gravendeel inv. 12)

- 15 okt. 1702: Dingena Davitsdr. van der Hagen, wonende te 's-Gravendeel, laatst weduwe van Hendrick Arijensz., stelt voogdijschap in over haar minderjarige erfgenamen, refererende aan het testament, dat zij en haar man hebben gepasseerd op 4 sept 1684 voor schepenen van s'-Gravendeel. Voogden: Gerrit Davitsz. van der Hagen, haar broer en Arijen Bastiaensz. van Diden, haar zwager. Getuigen: Teunis Reijnen van der Linden en Cornelis Arijensz. Gout. Dingena tekent met een merk. (ONA s'-Gravendeel inv. 4587)

1368. Pieter Teunisz. van der Giessen, jongman uit de Mookhoek en daar wonende (1668), woonde in 1677 in Nieuw-Bonaventura onder Strijen, trouwde NG Puttershoek 6/29 april 1668 (getuigen: Arien Theunisse en Cornelis Geleuws)

1369. Maijke Cornelisdr. van Roon, jonge dochter van Puttershoek en daar wonende (1668), overlijden aangegeven door haar zoon Simon Pietersz. van der Giessen bij de gaarder te Strijen op 30 april 1701 (pro deo)

- 18 mrt. 1702: Maeijcken Cornelisdr. van Roon, weduwe van Pieter Teunisz. van der Giessen, is onlangs overleden en heeft een huis in de Mookhoek onder Strijen nagelaten. Scheiding van haar boedel tussen Teunis Pietersz. van der Giessen, Cornelis Pietersz. van der Giessen en Gerrit Willemsz. Visser, getrouwd met Gerrit Willemsz. Visser. Getuigen: Pieter Melsz. Aertoom en Arijen Jacobsz. de Baet. (ONA 's-Gravendeel inv. 4587)

- 15 juni 1703: ten overstaan van de Dordtse notaris A. Blankert testeren Jacob Teunisz. van der Giessen en Lijntje Gerritsdr. Pluijmer, echtelieden wonende in Mookhoek. Hij is broer van Pieter Teunisz. van der Giessen. (ONA Dordrecht inv. 730, akte 11)

- 20 juni 1721: compareren voor notaris A. Cant te Dordrecht Magteltje Teunisdr. van der Giessen, weduwe van Leendert Ariensz. Cleijnjan, Cornelis van der Wulp, getrouwd met Lijntje Ariensdr. van der Giessen, dochter en enige erfgenaam van Arij Teunisz. van der Giessen, Theunis Aalbertsz. van der Giessen, Ari Jansz. van der Giessen, Herman Willemsz. Boman, getrouwd met Lijntje Jansdr. van der Giessen, kinderen van Jan Aelbertsz. van der Giessen en voornoemde Theunis Aelbertsz. van der Giessen, voor zichzelf en voor de kinderen van Huijgh Aelbertsz. van der Giessen, Jan Hendriksz. van Vliet, getrouwd met Marijgje Anthonisdr. van der Giessen, enige dochter en erfgename van Anthonij Aelbertsz. van der Giessen, samen zoon en kleinkinderen van Aelbert Theunisz. van der Giessen, Theunis -, Simon - en Cornelis Pietersz. van der Giessen en Gerrit Visser, getrouwd met Lijntje Pietersdr. van der Giessen, samen kinderen van Pieter Theunisz. van der Giessen, welke Magteltje -, Arij -, Aelbert - en Pieter Theunisz. van der Giessen een zuster en broers van Jacob Theunisz. van der Giessen waren. (ONA Dordrecht inv. 797, akte 58)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Theunis Pietersz. van der Giessen, mogelijk gedoopt NG Strijen 6 febr. 1669 (zoon van Pieter Theunisz. Moochouck en Maijke Cornelisse) 

b. Simon Pietersz. van der Giessen, trouwde Strijen 21 april 1700 Jannetje Jansdr. van Doel

c. Cornelis Pietersz. van der Giessen [= kwartier 684]

d. Lijntje Pietersdr. van der Giessen, trouwde naar schatting ca. 1700 Gerrit Willemsz. Visser

1370. Jan Engelen van Doel, arbeider wonende in de Trekdam onder 's-Gravendeel (vermeld 1680), overleden ca. 1685, trouwde ca. 1669

1371. Pleuntje Pieters, overlijden aangegeven door Sijmons Pietersz. van der Giessen, haar schoonzoon, bij de gaarder te 's-Gravendeel op 21 sept. 1703 (impost 3 gl.), trouwde 2e ca. 1685 Gelff Ingensz. Vermaes, overlijden aangegeven door Pleuntje Pieters, zijn vrouw, bij de gaarder te 's-Gravendeel op 1 aug. 1698 (impost 3 gl.)

- 28 mrt. 1669: Jan Engelen en zijn moeder en voogdes, Lijntje Corsse, hebben een eis tegen Maaike Dircks. Jan zou gaan trouwen met Pleuntje Pieters, maar de geboden werden gestuit door Maaike Dircks, die beweerde, dat zij een kind van hem had. (ORA 's-Gravendeel inv. 41)

- 28 mrt. 1669: rechtdag tegen Jan Engelen en zijn moeder Lijntje Corsse door Adriaen Foppe van Meeuwen, oom van vaderszijde van de onmondige dochter van Dirck Foppe van Meeuwen, genaamd Maijcke Dircksdr. van Meeuwen. Maeijcke heeft op 6 jan. 1669 een zoon gebaard en heeft Jan Engelen als vader genoemd. (ORA 's-Gravendeel inv. 41)

- 10 jan. 1680: Jan Engele betaalt 8 st. "quotisatie" voor zijn huis in Bevershoek. (ORA 's-Gravendeel inv. 90)

- 4 okt. 1680: Jan Engelen koopt van Bastiaen Cornelisz. Visser een leeg erf aan het eind van de Kil, staande naast het huis van Raechel Cornelisse Visser. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

- 27 nov. 1681: Jan Engele en zijn vrouw Pleuntien Pieters, hij ziek, zij gezond, wonende op het eind van de Kil, benoemen elkaar tot erfgenaam. Voogden namens hem: Cornelis Arijensz. Moockhoeck en Cent Maertens, namens haar: Dirck de Creeck en haar broer Meeuwis Pieters. Getuigen: Casparus Ravesteijn en Teunis Willemsz. de Valck.

- 12 mei 1689: rechtdag door Pieter Melsz. Aertoom tegen Gelff Ingens, getrouwd met de weduwe van Jan Engelen (ORA 's-Gravendeel inv. 42)

- 16 april 1704: arbitrage voor Gerardt Francken en Pieter Stricken van Scharlaecken, advocaten te Dordrecht, tussen de kinderen uit het eerste huwelijk van wijlen Pleuntie Pieters en de voogden over het kind uit haar tweede huwelijk,de minderjarige Marijgje Gelven Vermaes. De voogden zijn: Heijmen en Jacob Ingensz. Vermaes, Cornelis Arijensz. Moockhoeck en Isack Dircksz. de Kreeck. Getuigen: Arijen Cornelisz. van der Giessen en Teunis Matthijsz. Mol. (ONA 's-Gravendeel inv. 4588)

Kinderen (volgorde onzeker, cf. ONA 's-Gravendeel inv. 4588, akte dd 16 april 1704):

Ex 1:

a. Jannigje Jansdr. van den Doel, trouwde Sijmon Pietersz. van der Giessen

b. Pieternella Jansdr. van Doel, trouwde Cornelis Pietersz. van der Giessen

c. Leijntje Jansdr. van Doel, trouwde Krijn Gijsbertsz. Kraeij

d. Engel Jansz., woont in 1704 in "Sluis in Vlaanderen".

Ex 2:

e. Marijgje Gelven Vermaes

- 10 mei 1704: de erfgenamen van Jan Engelen van Doel en Pleuntje Pieters, o.a. Pieternelletje Jansdr. van Doel, getrouwd met Cornelis Pietersz. van der Giessen, verkopen een huis langs de Kil aan Arie Dircksdr. de Kreeck. (ORA 's-Gravendeel inv. 5)

1376. mogelijk Cornelis Petersz. de Roijen, trouwde naar schatting ca. 1665

1377. Neeltie (Cornelia) Petersdr. Nelemans

1378. Willem Jansz. Vroomen (de Vroom), overleden na 14 jan. 1705, trouwde naar schatting ca. 1663,

1379. Pleuntie Adriaensdr., geboren ca. 1640, overleden na 10 aug. 1710

- 14 jan. 1705: Willem de Vroome en Pleuntje Adriaensdr., echtelieden, hij ziek te bed liggende, zij gezond, testeren voor schepenen van Zwaluwe. Zij prelegateren aan hun dochter Cornelia de Vroom hun huis, hof en erf, staande en gelegen op de Groenendijk onder de Lage Zwaluwe, hun beste bed, met peluwen, dekens en kussens en een "wageschotte" kastje. Tot erfgenamen van al hun overige na te laten goederen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die het vruchtgebruik van het voornoemde prelegaat zal hebben en die gehouden zal zijn hun vier kinderen als vaderlijk of moederlijk goed een somma van 100gl. uit te keren. Hij tekent met zijn naam, zij met de letters PA. (ORA Zwaluwe inv. 87)

- 10 aug. 1710: Pleuntie Adriaens doopgetuige bij Johanna, dochter van Wouwter Willemsz. Vroome em Christina Spierings (NG doopboek Zwaluwe)

Kinderen (allen NG gedoopt te Zwaluwe, geen getuigen):

a. Jan, 25 mei 1664

b. Martijntie, 14 mrt. 1666

c. Adriaentie, 3 juli 1672

d. Cornelia, 25 aug. 1675

e. Pieter, 25 aug. 1678

f. Wouter Willemsz. Vroome, trouwde Christina Spierings

g. Antonij, 11 febr. 1685

1380. Johan (Jan Baptist) Smitsinck(s)

1381. Maria Franse, geboren naar schatting ca. 1630

Kinderen (allen NG gedoopt te Zwaluwe)

a. Johannes, 6 mei 1657

b. Jenneke, 22 sept. 1658

c. Maria, 30 jan. 1661

d. Johannes, 20 mei 1663

e. Elisabeth, 2 sept. 1665

f. Jenneke, 14 febr. 1669

g. Frans, geboren naar schatting ca. 1670 (= kwartier 690)

1384. mogelijk: Jacobus van Lit, trouwde

1385. Cornelia van Toorn

- 29 jan. 1696: Jacobus van Lit is met Jenneke Goverts getuige bij de doop van Johannis, zoon van Aert Adamsz. van Toorn en Ariaentie Ariaens (NG doopboek Zwaluwe)

Kind:

a. NN, gedoopt NG Breda (Grote Kerk) 15 okt. 1668 (geen getuigen)

1386. Huibert Dingmans

1387. Josijntie Adriaens

Kinderen (allen NG gedoopt te Zwaluwe):

a. Tanneke, 20 nov. 1687 (getuigen: Aert Cornelisz. Boer, Ariaentie Dinghmans)

b. Ariaen, 24 febr. 1692 (getuigen: Jan Claassen, Marike Jans)

c. Eva, 22 nov. 1693 (getuige: Anna Dinghmans)

1388. Hendrik Petersz. (de) Beer, gedoopt NG Zwaluwe 24 mei 1649, trouwde naar schatting ca. 1683

1389. Mariken Willem Adriaens Huijben, gedoopt NG Zwaluwe 22 nov. 1662, overleden ald. 2 sept. 1741, testeren te Zwaluwe op 15 sept. 1698 (ORA Zwaluwe inv. 86) en 13 aug. 1702 (ORA Zwaluwe inv. 87)

(De Brabantse Leeuw 1977, p. 90)

- 14 febr. 1719: Maria Willemen, weduwe van Hendrik Pietersz. de Beer, ziek te bed liggende, benoemt tot erfgenamen haar zeven kinderen, m.n. Peeter, Cornelia, Sijken, Catarina, Willem, Jacobmijn en Adriaen de Beer. Zij benoemt tot voogden haar zoon Peeter de Beer en haar zwager Gerrit de Beer. (ORA Zwaluwe inv. 88)

1390. Wouter Jacobsz. van der Zegen,gedoopt NG Ridderkerk 24 april 1650, overleden ald. 15 mrt. 1708, trouwde NG Ridderkerk 14 nov./5 dec. 1683

1391. Rookje (Rokie) Gerritsdr. de Hen, gedoopt NG Ridderkerk 15 aug. 1660, overleden in of na 1718

- 1718: Rookje Gerritsdr. de Hen, weduwe wonende te Slikkerveer, lidmaat van de NG gemeente te Ridderkerk. (Ons Voorgeslacht 1975, p. 158)

De Singelkerk te Ridderkerk (foto H.W. Fluks)

1394. Wouter Jacobsz. Bogert, jongman van Sprang (1653), woont in de Berkhage (1660), trouwde 1e NG Sprang 31 mei 1653 Gerike Peters, jonge dochter van Loon (1653), dochter van Peeter Geerit Jan Adriaens en Engelke Jan Adriaen Suenen, 2e NG Sprang 23 okt. 1672 Joostje Hendricksdr. Seberts, dochter van Hendrick Cornelisz. en Sijke Joosten

(Gens Nostra 2012, p. 375-376, 380)

1396. Arien Drimmelaer alias Adriaen Adriaen Konings Drimmelaer, overlijden aangegeven bij de gaarder te Raamsdonk op 7 mrt. 1704 (pro deo), trouwde 2e NG Geertruidenberg 19 nov. 1693 Anneke Cornelisdr. van den Hout, jonge dochter (1693), 1e

1397. Neeltje Teunisdr. Cluijtenaer

(Genealogisch Tijdschrift voor Midden- en West-Brabant en de Bommelerwaard 1985, p. 128)

1400. Jan Jansz. Lucas, gedoopt NG Zwaluwe 21 jan. 1674, veerman, trouwde ca. 1693

1401. Tanneke Matijsdr. Fuijghschot (Fuickschot), gedoopt NG Zwaluwe 17 nov. 1667

- nov. 1700: Jan Jansz. Lucas, veerman, pacht het veer van Lage Zwaluwe naar het eiland van Dordrecht voor alles en naar Strijen, Sas, Dordrecht, Rotterdam en elders in Holland, alleen voor personen, voor de tijd van negen jaar, voor 250 gl. per jaar. (Prometheus XII, p. 32)

1402. Peter Cornelisz. Broer(e), trouwde naar schatting ca. 1675

1403. Neeltie Adams, geboren naar schatting ca. 1650

- 26 sept. 1696: Peter Broere en zijn vrouw Neeltie Adams lidmaten van de NG gemeente te Zwaluwe

- 11 mei 1725: Cornelis Pietersz. Broere, Antonij Pietersz. Broere, Wouter Pietersz. Broere en Jan Jansz. Lucas de jonge, als echtgenoot van Catharina Pietersdr. Broere, verkopen aan hun broer resp. zwager Huijbert Pietersz. Broere een huis, schuur, hof en erf, staande en liggende op de Blauwe Sluis onder Lage Zwaluwe, zoals die aan hun ouders zaliger, Pieter Cornelisz. Broere en Neeltie Adams, hebben toebehoord, voor 500 gl. (ORA Zwaluwe inv. 67, f. 343)

1404. Adriaen Petersz. Baks, overleden in of vr 1726, trouwde naar schatting ca. 1685

1405. Teuntje Dingmans, gedoopt NG Zwaluwe 15 sept. 1658, overleden in of na 1726

(De Brabantse Leeuw 1977, p. 84)

1406. Pieter Cornelisz. Dubbelman, jongman geboren en wonende op de Hoge Zwaluwe (1695), trouwde NG Zwaluwe 30 okt. 1695

1407. Caetie Harmensdr. van Ra(a)msdonk, geboren ca. 1673, jonge dochter geboren en wonende op de Hoge Zwaluwe (1695)

Kinderen (allen NG gedoopt te Zwaluwe):

a. Barbara, 9 sept. 1696 (getuigen: Harmen Pietersz. van Ramsdonk, Theuntie Cornelisdr. Dubbelman)

b. Cornelia, 2 febr. 1698 (getuigen: Jan Harmensz. van Ramsdonk, Jan Cornelisz. Dubbelman, Marijtie Harmens)

c. Cornelis, 25 april 1700 (getuigen: Gerrit Boesert, Cornelia Pietersdr. van Ramsdonk)

1424. Michiel (Machiel) van Moerkerken, schoolmeester te Dordrecht (tot 1648) schoolmeester (vanaf 1657) en gaarmeester van de dorpsquotisatie (1663-1666) te 's-Gravendeel, trouwde naar schatting ca. 1640

1425. Aerjaentje Joris

- juli 1648: "Twee curatoren gingen in juli 1648 alle Dordtse bijscholen ... visiteren en zij kwamen daar weinig enthousiast van terug: 'in't gemeen vrij slecht ende zober gevonden, welcke de lessen behoorden te zijn: dat se daeromme de voornaemste schoolmeesters voor dese vergaderinge hadden geciteert, met last, om ijder een van zijne exemplaren mede te brengen.' ... Zestien schoolmeesters zijn verschenen en hebben hun schrijfexemplaren ingeleverd. Ter plekke moest een ieder die met zijn naam ondertekenen. ... Sommige schrijfproducten worden als heel slecht beoordeeld." [Noot 53: "Job van Setten, Adam Adamse, Hendrick van Bijgaerden, Herman Poots, Jacob Leniers en Michiel van Moerkerken leverden een onvoldoende product in. Op hen zal worden gelet, zo melden de curatoren."] In jan. 1649 vaardigt het stadsbestuur een nieuwe onderwijskeur uit. Krachtens die nieuwe keur wordt de school van Herman Hermansz. Poot uit de Botgensstraat verboden en de scholen van Job van Setten en Adam Adamsen alleen toegestaan voor lezen. De scholen van Johannes Vlackharingh in de Lombardstraat, Tobias van der Beeck in de Wijngaardstraat, Aelbert Winter bij de Schrijversstraat, Jacob de Fleron op de Nieuwe Haven bij de Roobrug en Laurens van Somergen op het Spui worden voor de tijd van zes maanden toegelaten. Defintieve toestemming school te houden wordt verleend aan Johannes van der Stappen, Thomas Sleij, Guillaume du Pr, Johan le Fort en Isaac le Duc (allen Franse meesters). Eveneens toegelaten, maar met een vermanend woord, wordt Hendrick van Bijgaerden. (C. Esseboom, Minerva Dordracena. 750 jaar klassiek onderwijs in Dordrecht (1253-2003) [Dordrecht 2003], p. 194-195) Van Moerkerken is niet toegelaten en was in okt. 1648 voornemens naar Hendrik-Ido-Ambacht te vertrekken. In 1656 vestigt hij zich definitief in 's-Gravendeel.

- 4 okt. 1648: Michiel van Moerkerken schoolmeester en zijn vrouw Ariaentje Joris, gewoond hebbende bij de Vuilpoort, krijgen attestatie van de NG gemeente te Dordrecht voor Hendrik-Ido-Ambacht (DTB Dordrecht)

- 5 mrt. 1656: mr. Michal van Moerkercken gekozen tot schoolmeester en voorzanger. (Archief NH gemeente 's-Gravendeel inv. 101, f. 8v en 9)

- 12 mrt. 1656: Moerkerken is in principe bereid de functie te aanvaarden, maar verklaart, dat hij "gexcipieert hadde op het sobere tractement, vreesende dat hij daer van met sijne familie niet en soude connen leven, ende dat hij oversulcx versocht hadde alle de profijten, die van't luijden over de dooden ende maken van de graeven komen, voor hem te mogen genieten, waer uit de kerck voor desen haere portie genoten hadde". Schout en Gerecht van 's-Gravendeel beloven het dorpstractement mettertijd een weinig te verhogen, "nae dat sij acten van devuoir ende neerstigheijd in sijn ampt souden bespeurt hebben." De gecommitteerden van de kerkenraad weigeren het verzoek in te willigen. Moerkerken vraagt derhalve uitstel voor acht dagen, zodat hij en de kerkenraad zich kunnen beraden. De kerkenraad besluit tenslotte het tractement te verhogen met 19 gl., waaronder begrepen 6 gl., die tot dan toe aan een ander zijn uitgereikt voor het schoonmaken van de kerk, waartoe voortaan Moerkerken gehouden zal zijn. Michiel gaat hiermee akkoord en wordt vervolgens benoemd tot schoolmeester en voorzanger met ingang van juni 1657. (Archief NH gemeente 's-Gravendeel inv. 101, f. 9)

- 30 juli 1656: Michiel van Moerkerken en zijn vrouw Aerjaentje Joris, gewoond hebbende in de Botgensstraat, krijgen attestatie van de NG gemeente te Dordrecht voor 's-Gravendeel (DTB Dordrecht)

- 27 febr. 1666: Michiel en zijn vrouw testeren te 's-Gravendeel. Hij is gezond, zij ziek. (Weeskamer 's-Gravendeel)

- 1667: hij ontvangt als schoolmeester 72 gl. per jaar

Jan Steen, De Straffende Schoolmeester (ca. 1665).

- 8 mei 1669: mr. Machiel van Moerkercken is grootvader van vaderszijde van Arijaentie Jans en Arij Jans, nagelaten weeskinderen van Johannes van Moerkercken zaliger. De grootvaders zullen elk n van de kinderen onderhouden en opvoeden: mr. Machiel de dochter Arijaentie en Arij Pietersz. Stoocker de zoon Arij. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 10)

- 1670: Machiel van Moerkerken heeft een rechtdag tegen Philips Jansz. de Ruijter te 's-Gravendeel terzake van een belediging. Laatstgenoemde zou tegen de kerkenraad gezegd hebben, dat Machiel met Philips vrouw, Maijke Jans Quester, "oneerlijke conversatie" gepleegd zou hebben. (ORA  's-Gravendeel 20 sept. 1670)

1426. Willem Dircxsz. (Timmerman), geboren ca. 1602, jongman van IJsselmonde (1628) trouwde NG Ridderkerk (ondertrouw, eerste gebod gegeven op 29 okt. 1628, bevestigd te Heerjansdam 26 nov. 1628)

1427. Arijaentje Pietersdr., gedoopt NG Ridderkerk 10 juni 1607, jonge dochter van Ridderkerk, wonende in Oost-Barendrecht (1628)

- 11 april. 1642 compareren voor de Dordtse notaris D.S. Coplaer Mels Jansz., wonende op Develsluijs onder Heerjansdam, ongeveer 48 jaar oud, Willem Dirxsz. timmerman, wonende te Ridderkerk, 40 jaar oud en Goossen Claesz., wonende te Ridderkerk, ongeveer 36 jaar oud. Zij leggen een verklaring af op verzoek van Adriaen Willemsz. Craij en Adriaen Claesz. Ruiffboer, beiden wonende te Ridderkerk. (ONA Dordrecht inv. 79, f. 180 e.v.)

Kinderen:

a. Sijgje, gedoopt NG Ridderkerk 29 mei 1645 (get.: Dirckjen Dirckx)

1428. Hendrik Jansz. Dam, korenmolenaar op de molen "de Backerinne" te Dordrecht (buiten de Sluispoort in de Kleine Kalkstraat), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 mrt. 1662 (een baar buiten de Sluispoort voor Henderick Jansz. molenaar, n maal luiden)

De molen "de Backerinne" staat afgebeeld op de kaart van Blaeu uit 1649. Het is de onderste molen, staande bij de kruising met de Singel. Bovenaan de tekening de Sluispoort met daarachter de Prinsenstraat. (W. van Wijk e.a., Dordt in de kaart gekeken (Zwolle 1995), p. 92).

Hij trouwde naar schatting ca. 1637 (zij waren vermoedelijk Doopsgezind):

1429. Anneken Arijensdr. Waterwijck, geboren te Dordrecht naar schatting ca. 1620, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 24 aug. 1667 (een baar buiten de Sluispoort voor de weduwe van Henderick Jansz. van den Dam molenaar, twee maal luiden)

- 10 dec. 1654: aangetekend voor het Gerecht van Dordrecht Arijen Jansz. van Hoorn molenaar jongman van Dordrecht geassisteerd met Hendrick Janssen zijn goede bekende en Maria Adriaensdr. Waterwijck jonge dochter mede van Dordrecht geassisteerd met Anna Arijensdr. Waterwijck vrouw van Hendrick Janssen molenaar haar zuster beiden wonende te Dordrecht, getrouwd op 6 jan. 1655 (DTB Dordrecht, trouwboek Gerecht/onderscheiden gezindten)

- 28 juli 1666: comp. voor notaris Johannes Melanen Annichien Arijens, weduwe van Hendrick Jansz. Dam en Marijcken Arijens, weduwe van Arijen Jansz. van Hooren, kinderen en erfgenamen van wijlen Trijntgen Vechters, weduwe van Arijen Pietersz. Waterwijck. Zij verklaren tot een overeenkomst te zijn gekomen "nopende de aenneminge van de helfte van seeckeren standert wintcorenmolen genaamt de Backerinne", staande buiten de Sluispoort op de hoek van de kruisweg bij de Gebrande Buurt ofwel het Wilgenbos, met de helft van wagen, billen en verdere gereedschappen, mitsgaders een huisje met beterschap van erf en verdere toebehoren, staande en gelegen bij de molen tussen het huis van Willem Arijensz. Daerij en de molenwerf. Marijcken Arijensdr. zal de helft van de molen, de gereedschappen en het huis aannemen voor 2200 gl. en de "recognitie van de wint", de pacht en het schaftgeld betalen. Zij zal de inkomsten van de molen en het huisje genieten vanaf 1 aug. 1666, mits zij over de kooppenningen 4 % interest per jaar betaalt tot de volledige koopsom is voldaan. Voorts zal zij de helft van de eigendom van het paard, dat bij de molen hoort, kopen voor 66 gl. en de helft van de zeilen voor een prijs, die door onafhankelijke taxateurs zal worden vastgesteld. (ONA Dordrecht inv. 181, f. 426 e.v.) 

- 22 aug. 1667: testament van Annichien Arijensdr. Waterwijck, weduwe van Hendrick Jansz. Dam molenaar, wonende buiten de Grote Sluispoort, ziek in bed liggende. Zij herroept eerdere testamenten e.d. en begeert, dat haar drie minderjarige kinderen tot hun mondigheid of eerder huwelijk uit haar na te laten goederen zullen worden gealimenteerd, "mits dat de voorn. haere onmondige kinderen oock gehouden sullen sijn haer beste ende neersticheijt te doen soo met wercken als andersints ende haere winsten int gemeijn moeten innebrengen gelijck deuchdelijcke kinderen schuldich sijn." Als haar minderjarige kinderen mondig zijn geworden of gaan trouwen, zullen zij uit de gemene boedel elk een somma van 200 gl. ontvangen, ter vergoeding van de "uijtsettinge" e.d., die haar getrouwde dochter Clara Hendriksdr. van Dam reeds gekregen heeft en van hetgeen zij aan haar zal prelegateren. Zij prelegateert aan Clara, die is getrouwd met Arijen Arijensz. Heijligenberg molenaar, het beste bed met beddegoed. Na het overlijden van de testatrice moet onder haar gezamenlijke kinderen in gelijke porties verdeeld worden al het goud en zilverwerk "tot haar lijf behorende" en enige stukken "potgelt". Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar kinderen Clara, Arijen, Pieter en Trijntgen Hendriks van Dam of bij vooroverlijden hun kinderen. Tot voogden benoemt zij haar schoonzoon Arijen Arijensz. Heijligenberg en haar vriend Cornelis Vogel. Zij tekent met "Anneken Arijns". (ONA Dordrecht inv. 181, f. 704 e.v.)

- 19, 20 en 21 okt. 1667: Arijen Arijensz. Heijligenberch, getrouwd met Claertgen Hendriksdr. Dam, voor zichzelf en voor de onmondige kinderen van Anneken Ariensdr. Waterwijck, weduwe van Hendrick Jansz. Dam, verkoopt voor 1350 gl. aan Marijken Arijens [weduwe van Arijen Jansz. van Hoorn] de helft van de molen "de Backerinne" en de helft van een bijbehorende loods, staande buiten de Sluispoort [op de dijk bij de Dorrenboom], met de helft in de eigendom van paard, wagen, drie paar stenen, zeilen, billen en andere gereeedschappen. Arijen Heijligenberch neemt op zijn erfdeel aan een huis, plaats en tuin in de Gebrande Buurt buiten de Sluispoort en een huis en erf, staande naast het vorige, voor een somma van 250 gl. De erfgenamen van Anneken Ariensdr. Waterwijck verkopen voorts aan Anthonij Verhelt, ten behoeve van Marijken Arijensdr. Waterwijck, weduwe van Arijen Jansz. van Horen, een huis buiten de Sluispoort, staande op de hoek van de dijk, die wordt genoemd "de Dorrenboom", "int affgaen van den wegen", tussen het huis van Pieter Hendriksz. schipper en 's herenstraat, voor een bedrag 230 gl. Idem voor 420 gl. aan Job Aertsz. van Dorre de helft van drie naast elkaar staande huisjes in de Gebrande Buurt, waarvan de wederhelft toebehoort aan Vechter Jacobsz. Idem aan Jacob Cornelisz. een huis op de Luiersdijk buiten de Sluispoort, staande tussen het vijfde huis van de Dorrenboom naar het Wilgenbos toe en het volgende huis. Idem voor 385 gl. aan Anthonij Verhelt, ten behoeve van Marijcken Arijensdr. Waterwijck, weduwe van Arijen Jansz. van Horen, een huis naast het voorgaande. (ONA Dordrecht inv. 181, f. 733-742v; ORA Dordrecht inv. 786, f. 21, akte dd 8 mei 1668)

- 12 okt. 1676:  rekening gedaan door not. A. Heckenhouck op verzoek van kapitein Arien Ariensz. Heijligenberg, wonende buiten de Sluispoort, als testamentaire voogd over de kinderen en erfgenamen van Anneken Ariensdr. Waterwijck, bij haar verwekt door Hendrick Jansz. Dam, beiden zaliger, die een dochter en voor de helft erfgenamen was van Adriaen Pietersz. Waterwijck en Trijntge Vechters, beiden zaliger, enerzijds en Geerit Fransz., wonende te Rumpt, als man en voogd van Marijcken Ariensdr. Waterwijck, laatst weduwe van Arien Jansz. van Hooren, mede een dochter en erfgename voor de andere helft van genoemd echtpaar, anderzijds. Bij de boedelscheiding is gebleken, dat Anneken en Marijcken Ariensdr. Waterwijck in gemeenschappelijk bezit hebben gehad bepaalde percelen landerijen in de Wormer met de helft in een huis, gekomen uit de boedel van Jan Vechters, welke landerijen (zonder het huis) op 22 april 1676 voor een somma van 1602 gl. 4 st. en 8 penn. door Heijligenberg zijn verkocht, als last hebende van Marijcken Ariensdr. Waterwijck volgens procuratie gepasseerd voor het Gerecht van Gellicom op 6 april 1676. (ONA Dordrecht inv. 471, f. 44 e.v.)

Kinderen:

a. Clara (Claertge) Hendriksdr., geboren naar schatting ca. 1640, trouwde NG Dubbeldam 31 okt./14 nov. 1666 Arijen Ariensz. Heijligenbergh, jongman van Dordrecht, molenaar (1666)

b. Arijen (= kwartier 714)

c. Pieter

d. Trijntgen

1430. Arij Gerritsz. Houting, jongman geboren te Oud-Beijerland (1640), trouwde NG Oud-Beijerland (attestatie naar Poortugaal)

1431. Maertge Pieters, jonge dochter geboren te Poortugaal (1640)

Kinderen:

a. Joosje, gedoopt NG Oud-Beijerland 26 dec. 1641 (getuigen: Gerrit Barentse, Trijntje Barents)

b. Joosje, gedoopt NG Oud-Beijerland 22 jan. 1643 (getuige: Gerrit Barentsz. Houtingh)

1434. Huijbert Jansz. (Cleermaecker) alias Huijbert Jan Tijsse, kleermaker te 's-Gravendeel, weduwnaar van Jannigie Cornelis, wonende te 's-Gravendeel (1654), overleden kort vr 18 juni 1682 (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 1), trouwde 1e Jannigie Cornelis, 2e NG Ridderkerk 13 juni/1 juli 1654 (in huis, door ziekte)

1435. Annigje Ariens

Quirijn van Brekelenkam, De kleermakerswinkel.

- 21 juni 1645: rechtdag tegen Huijbert Jans, Leendert Jans en Rochus Jans. (ORA 's-Gravendeel inv. 40)

- 8 juni 1654: akte van uitkoop gepasseerd door Huijbert Jansz., weduwnaar van Jannigje Cornelisdr. en Dirck Cornelisz., oom en bloedvoogd van moederszijde van Huijberts minderjarige zoon Jan Huijbertsz. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 1)

- 6 mrt. 1680: Huibert Jans kleermaker woont in de Langestraat te 's-Gravendeel

- 5 febr. 1682: Hendrick Woutersz. van Doel, linnenwever te 's-Gravendeel, getrouwd met Jannetie Willemsdr. van de Biesbos verbindt zijn huis in de Langestraat te 's-Gravendeel, staande tussen het huis van Huijbert Jan Tijssen en dat van de weduwe van Aart de metselaar. (ONA Dordrecht inv. 310, f. 9 e.v.)

1436. Claes Dammisz. Vrough in de Weij, geboren naar schatting ca. 1635, overleden 's-Gravendeel ca. 1680, trouwde naar schatting ca. 1667

1437. Marijken Abramsdr. 't Hoertje, geboren naar schatting ca. 1635, overleden ca. 1695, trouwde 1e vr 14 nov. 1665 Huijg Arie Huigen (Kluijt), overleden na 26 juni 1666

- 26 juni 1666: Dirk Abramsz. 't Hoertje, erfgenaam van Abraham Hendriksz. 't Hoertje en diens weduwe Jannigje Joosten, beiden overleden, voor zichzelf en zijn mede-erfgenamen verkoopt aan Huijgh Ariens Huijghe een huis aan de zuidzuide van de Rijkestraat. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

- 6 mrt. 1680: "de vrouw [sic] van Claes Dammisse Vroeg in de Weij, sijnde een arme wed[uwe] van de dijaconie levende" woont aan de zuidzijde van de Rijkestraat.

- 17 mei 1680: Maijke Abramsdr. 't Hoertje, boedelhoudster van Claes Dammisz. Vroegindeweij, verkoopt aan Hendrik Bastiaensz. Vlasblom een huis aan de zuidzijde van de Rijkestraat. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

- 12 okt. 1699: Dammis Klaasz.Vroegindeweij, Jannigje Claesdr. Vroegindeweij, Abram Huijge Kluijt en Arij Huijge Kluijt doen afstand van de boedel, nagelaten door hun moeder Maeijcke Abramsdr. 't Hoertje. Het batig saldo komt aan de kerk. (ORA 's-Gravendeel inv. 91)

Kinderen:

a. Dammis, geboren ca. 1668

b. Jannigje, gedoopt NG Maasdam 19 mei 1675

1438. Quirijn Michaelsen (Crijn Michielsz.), jongman van Alblas (1665), landarbeider te Ridderkerk, overlijden aangegeven bij de gaarder te Ridderkerk door zijn zoon Cornelis Krijnen op 24 febr. 1711, trouwde NG Ridderkerk/Rotterdam 24 okt./10 nov. 1665

1439. Lijsbeth Thomas, jonge dochter van Alphen in de Baronie van Breda, wonende te Ridderkerk (1665), overlijden aangegeven bij de gaarder te Ridderkerk door haar man Krijn Machielse op 10 april 1708

- 1 juni 1680: Crijn Michielsz. en zijn vrouw hebben twee kinderen boven en twee kinderen beneden 8 jaar, twee kinderen boven de 10 jaar en n kind boven de 4 jaar en beneden de 10 jaar,  "behelpt hem met arbeijde int velt". (GA Ridderkerk inv. 73, kohier huishoudelijk personeel)

- 30 april 1696: Maggeltie Krijnen en "Krijn Magiesse doghter" borgen voor Aerjaentie Maertens, vrouw of weduwe van Thijs Mathijsz. van Quaijwegen. (Ons Voorgeslacht 2004, p. 365)

Kinderen:

a. Leentje, gedoopt NG Ridderkerk 8 jan. 1668 (getuigen: Arien Michielsen, Willemtje Thomas)

b. Marij, gedoopt NG Ridderkerk 2 febr. 1670 (getuigen: Michiel Cornelissen, Cornelia Cornelis)

c. Cornelis Krijnen

d. Maggeltie Krijnen

1440. Hermen Pietersz. Stoocker, arbeider te 's-Gravendeel, overleden kort vr 16 jan. 1680, trouwde 2e ca. 1665 Teuntje Arijensdr. Weda, trouwde 1e naar schatting ca. 1654

1441. Neeltie Huigen Joris, overleden vr 8 sept. 1665

- 7 april 1654: Hermen Pietersz. Stoocker koopt een huis aan de Mookhoekse dijk van Marijgje Cornelisse. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

- 1 juni 1658: hij koopt van Maritgie Aerijens een "wateringhrijff" voor 1 gl. 14 st. Borgen: Arijen Huijgen Jorisse en Jacob A. Vogelaar. (GA Strijen inv. 42)

- 8 sept. 1665: inventaris van de goederen nagelaten door Neeltje Huigen, vrouw van Herman Pietersz. Stoocker. (ORA 's-Gravendeel inv. 47)

- 30 mei 1676: Hermen Stoocker is koper of borg op een veiling, die wordt gehouden door de kinderen en erfgenamen van Dirkje Willems, weduwe van Arie Pietersz. Stoocker. (ORA 's-Gravendeel)

- 16 jan. 1680: Cornelis Arijensz. Weeda verklaart, dat zijn zwager Hermen Stoocker, is overleden en n onmondig zoontje heeft nagelaten, verwekt bij Cornelis' zuster Teuntie Arijensdr. Weeda. (Weeskamer 's-Gravendeel VII)

- 16 jan. 1680: staat en inventaris van Hermen Stoocker, overleden te 's-Gravendeel, opgesteld door zijn meerderjarige zoon Pieter Stoocker ten overstaan van Cornelis Arijensz. Weeda en Pieter Barendrecht, naaste bloedvoogden van de kinderen, in huwelijk verwekt bij zowel Neeltie Huijgen als Teuntie Arijensdr. Weeda. Tot de nalatenschap behoort o.a. een huisje aan de dijk van de Strijense polder. (Weeskamer 's-Gravendeel VII)

- 1680: Hermen Stoockers kinderen, arbeiders, wonen aan de Mookhoekse Schenkeldijk. (Quohier van alle familin 's-Gravendeel)

Kinderen (vermeld in een akte van uitkoop dd 8 sept. 1665 tussen Herman Stoocker en Arijen Huijge Joris, oom en bloedvoogd van moederszijde van zijn kinderen in Weeskamerarchief  's-Gravendeel):

Ex 1:

a. Pieter, geboren ca. 1654 (= kwartier 720)

b. Huijge, geboren ca. 1655

c. Cornelis, geboren ca. 1658

d. Lijsbeth, geboren ca. 1660

Ex 2:

e. Arij, gedoopt NG Strijen 17 okt. 1666

1442. Gerrebrant Claesz. Pluijmer, trouwde naar schatting ca. 1655

1443. Marija Arijensdr. Weda

- 26 jan. 1666: Cornelis Arijensz. Weda staat borg voor Gerrebrandt Claesz. Pluijmer op een verkoping. Idem voor Hermen Pietersz. Stoocker, Claes Pietersz. Verboer en Cornelis Arijensz. [Salij ?] * op Heerjansdam. Gerrebrant Claesz. Pluijmer en Herreman Stoocker zijn borgen voor [hun zwager] Cornelis Ariensz. Weda. (GA Strijen inv. 43)

* (Zie Gens Nostra 1990, p.5)

- 22 april 1666: de vrouw van Cornelis Ariensz. Weda staat op een verkoping borg voor Gerrebrant Claesz. Pluijmer. (GA Strijen inv. 43)

Kinderen (allen NG gedoopt te Strijen):

a. NN, 23 jan. 1656

b. Lijntje Gerbrandsdr. (Gerritsdr.) Pluijmer, 1657,  trouwde Jacob Theunisz. van der Giessen

- 15 juni 1703 testament van Jacob Teunisz. van der Giessen en Lijntje Gerritsdr. Pluimer, echtelieden wonende in Mookhoek. (ONA Dordrecht inv. 730, akte 11)

c. Maaijcken, 1659

d. Bastiaentie (= kwartier 721)

e. Neeltje, 1660

f. Maria (Marrigje) Gerritsdr. Pluijmer, 15 okt. 1662, trouwde vr 24 jan. 1701 Jacob Pietersz. van der Waal

g. Geertie, 1664

h. Arjaentje, 1666

i. Jannichie, 1667

j. Claes, 2 febr. 1670

k. Arijen, 21 okt. 1672

1448. Steven Dirksz. Snijder, geboren ca. 1609 te Heinenoord, diaken te 's-Gravendeel (1665), kerkmeester ald. (1666), overleden ca. 1681, trouwde naar schatting ca. 1640

1449. Arijaentgen Hermensdr.

- 30 nov. 1629: Pleun Joris, wonende aan de Blaak onder Heinenoord, heeft van Geerit Dircksz. Snider een bleekrode melkkoe gekocht, op voorwaarde dat, als Geerit of zijn broers en zuster, genaamd Steven, Cornelis, Bastiaen en Grietken Dircx, zijn overleden vr 27 nov. 1630, hij het koebeest zal krijgen voor 2 gl. 10 st., maar anders voor 50 gl. (ORA Heinenoord inv. 2)

- 5 juli 1645: Steven Dirks koopt van Jacob Aertsz. Ceuijsmeuijs een huis aan de haven te 's-Gravendeel (ORA 's-Gravendeel inv. 3)

- 3 april 1646: Steven Dirks verkoopt aan Jan Cornelisz. Groot een huis aan de haven te 's-Gravendeel (ORA 's-Gravendeel inv. 83)

- 10 mei 1659: Steven Dirksz. Snijer koopt van Marijgje Bastiaensdr., weduwe van Jacob Aertsz. [Kuijsmuijs] een stuk land in de Trekdam, ten oosten belend door Cors Corsz. Schoemakers en ten noorden door Jan Verdonck. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

- 4 april 1664: comp. voor notaris J. Melanen te Dordrecht Steven Dirksz. Snijer en Arijaentgen Hermensdr., echtelieden wonende te 's-Gravendeel. Zij benoemen tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen bij hun mondigheid of eerder huwelijk een bedrag van 10 gl. uit te reiken. Hun jongste kind heet Soetgen Stevens. Testateuren tekenen met een merk. (ONA Dordrecht inv. 180, f. 576 e.v.)

- 10 jan. 1680: Steven Dirksz. Snijder betaalt 15 st. quotisatie voor zijn huis langs de Haven te 's-Gravendeel. (ORA 's-Gravendeel inv. 90)

- 31 mei 1680 (testateur staat niet in de 200e penning): Steven Dircxsz. Snijer, wonende te 's-Gravendeel, testeert ten overstaan van de Dordtse notaris G. de With. Hij prelegateert aan zijn zoon Dirck Stevensz. Snijer zijn huis, erf en toebehoren, staande en gelegen aan de havenkant te 's-Gravendeel, met zijn huisraad, meubelen, inboedel, beesten, zoals paarden, koeien en ander vee, "bouw ende molckengereetschap" en al zijn overige roerende goederen, op voorwaarde, dat Dirck in zijn, testateurs, boedel zal inbrengen een somma van 850 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn zoons Dirck Stevensz. Snijer en Herman Stevensz. Snijer voor 2/3 part en de kinderen van zijn overleden dochter Adriaentgen Stevensdr. Snijer voor het resterende 1/3 part. Tot voogden stelt hij aan zijn zoons Dirck en Herman Stevensz. Snijer. Hij tekent met een merk. (ONA Dordrecht inv. 241, f. 130 e.v.)

- 23 febr. 1682: de kinderen en erfgenamen van Steven Dirksz. Snijder verkopen land in de Trekdam aan Pleun Cornelisz. van de Grient. (ORA 's-Gravendeel inv. 5)

1450. Jan Adriaensz. Sneep, geboren ca. 1620, landbouwer, schepen (1660, 1675), stedehouder (1670) te 's-Gravendeel, overleden ald. tussen 11 april 1678 en 18 juli 1678, trouwde 3e Metgen Jansdr., trouwde 2e Bastiaen Roocken Bijl, 2e Cornelia Cornelisdr. Roelen, 1e vr 29 juli 1653

1451. Anneken Maertensdr. (Maesdam), overleden tussen 25 juli 1659 en 12 sept. 1659

- 23 dec. 1679:  comp. voor notaris J. Melanen te Dordrecht Metgen Jansdr., vrouw van Bastiaen Roocken Bijl en eerder weduwe van Jan Arijensz. Sneep, wonende op 's-Gravendeel, die attesteert op verzoek van Sophia van Beveren, vrouwe van Hardinxveld, dat zij kort na het overlijden van Jan Arijensz. Sneep aan de vrouwe van Hardinxveld een aantal koeien en paarden heeft overgedragen, ter voldoening van de verlopen pachtpenningen van zekere 4 mrg. 271 roeden land in de Trekdam onder 's-Gravendeel, die haar man van de vrouwe van Hardinxveld gepacht heeft tot Kerstmis 1677. (ONA Dordrecht inv. 187, f. 504 e.v.)

1452. Jacob Pietersz. Verdonck, geboren naar schatting ca. 1600, overleden na 1672, trouwde

1453. NN

Hij was een broer van Arien Pietersz. Verdonck. landbouwer en schepen te 's-Gravendeel. (Gens Nostra 1982, p. 367)

1454. Jan Cornelisz. Eerlant de Jonge, woonde in Krimpen a/d IJssel, (vermeld 1648), trouwde

1455. Huijbertje Jansdr. Westerhout, trouwde 2e vr 1678 Cornelis Cornelisz.

(Gens Nostra 1982, p. 430; Ons Voorgeslacht 1993, p. 483)

1456. Adam Teunisz. Noteboom, vermeld in 1714 en 1723 aan de Schenkeldijk te 's-Gravendeel, begraven 's-Gravendeel 12 dec. 1719, trouwde NN

1458. Gerrit Arijensz. Rijckhoek, timmerman te 's-Gravendeel, overleden tussen 22 sept. 1678 en 6 mrt. 1680, trouwde kort na 6 juni 1670

1459. Annigje Lucasdr. van der Staf, gedoopt NG Dordrecht 20 febr. 1648, overleden tussen 6 mrt. 1680 en 20 dec. 1695 (ONA 's-Gravendeel inv. 4587)

- 6 juni 1670: comp. voor notaris G. Waltherij Anna Lucasdr. van der Staff, jonge dochter wonende op 's-Gravendeel, voornemens "eerstdaegs te treden in den huwelijken staet met Gerrit Arijensz. Rijckhouck, jongman op 's-Gravendeel" en verklaart, dat Arien Foppen van Meeuwen en zijn vrouw Elijsabeth Jansdr, haar stiefvader en moeder, voor schout en schepenen van 's-Gravendeel een obligatie van 600 gl. verleden hebben, "bij haer comparante aen de selve ondergedaen ende gedebourseert onder stipulatie van intrest jegens vijff gulden van ijder hondert gulden jaerlijks, mitsgaders onder speciale gehypotequatie van een huijsing ende erve aldaer staende ende gelegen". Comparante en Rijckhouck hebben aan haar stiefvader en moeder toegestaan, dat zij van die 600 gl. onder zich zullen houden een somma van 400 gl. Anna tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 301, f. 149 e.v.)

- 7 april 1672: aanzegging tot betaling door Geerit Arijensz. Rijkhoek en zijn vrouw Anna van der Staff aan Arien Foppen van Meeuwen en diens vrouw. Een huis in de Korte Kerkstraat zal worden teruggegeven. (ORA s'-Gravendeel inv. 81)

- 22 aug. 1674: Gerrit Rijckhoek is koper op een veiling van hout van wijlen Arie Cornelisz. Rijckhoek. (ORA 's-Gravendeel inv 34)

- 9 april 1675: rechtdag tegen Gerrit Rijkhoek door Pleun Cornelisz. van de Grient, schepen van de heerlijkheid Wieldrecht. Op 2 mei volgt de betekenis van het vonnis aan Rijkhoek met het bevel het huis te ontruimen. Hij geeft als antwoord:: "Ick wil niet uijt den huijs gaen en doetter mij eens uitgaen. Eer ick en sal uijtgaen sal ick nog liever eerst op schaatsen rijden." (ORA 's-Gravendeel inv. 77)

- 20 april 1676: Gerrit Arijensz. Rijkhoek gedagvaard om voor het Gerecht te Dordrecht te verschijnen. (ORA 's-Gravendeel inv. 77)

- 6 mrt. 1680: "Anna Luijkas van der Staff, een arme weduwe die van diaconie leeft", woont aan de Zuidvoorstraat te 's-Gravendeel. (Quohier van alle familin 's-Gravendeel)

Kinderen:

a. Cornelis, gedoopt NG Cillaarshoek 19 april 1671 (ouders wonen in 's-Gravendeel)

b. Lijsbeth, geboren naar schatting ca. 1675 (= kwartier 729)

1460. Willem Corsz., van Werkendam (1635), trouwde NG Werkendam 24 juni 1635 (trouwboek Werkendam: attestatie ontvangen om te 's-Gravendeel te trouwen)

1461. Machteld Reijnen van der Linden, geboren naar schatting ca. 1610, overleden na 9 april 1670, trouwde 2e NG Dubbeldam 6 sept. 1654 (met attestatie van St. Anthoniepolder) Hendrik Gerritsz., overleden vr 2 sept. 1666

- 2 sept. 1666: Jan Jansz. van Strijen, secretaris van St. Anthoniepolder en curator over de boedel van Hendrik Gerritsz. zaliger en Machtelt Reijnen van der Linden verklaren voldaan te zijn door Dirk Dirksz. Quartel wegens de koop van land in de Mijlpolder, belend ten oosten door de weduwe van Adriaen Reijnen van der Linden en ten westen Paulus Reijnen van der Linden. (ORA De Mijl inv. 1)

- 1667: Hendrik Gerritsz., in zijn leven wonende te St. Anthoniepolder, heeft aldaar 23 mrg. en 200 roe land gebruikt. (Polderarchief St. Anthoniepolder inv. 188)

- 4 mrt. 1669: comp. voor notaris J. Hellu te Dordrecht Cors Willemsz. van den Biesbos, Adriaen Ariensz. Boer, getrouwd met Teuntgen Willemsdr., voor zichzelf en zich sterk makende voor Janneke Willemsdr., meerderjarige dochter en voor Heijltgen en Cornelia Willemsdr., beiden minderjarige dochters van Machtelt Reijnen van der Linden. Zij verklaren toegestemd te hebben in "de uijtspraecke naer voorgaende submissie ten reguarde van de voorsz. Machtelt Reijnen, haeren moeder ende schoonmoeder respective, geassisteert met Jan Reijnen, haeren broeder, bij de heeren Adriaen van de Graeff, schepen in wette [van Dordrecht], Cornelis van Herwijnen, dijckgraeff van de Mijl etc., meesters Cornelis Baen ende Hendrick Roosboom ... gedaen" en accepteren "in plaetse van duijsent gl. aen de kinderen van de voorn. Machtelt Reijne bij testament van Abraham Reijnen van der Linde voor Stadhouder ende Schepnen van Sgravendeel op [27 sept. 1667] opgericht ende gemaeckt", een somma van 750 gl., "waermede sij ingevolge van de voorsz. uijtspraecke bij sententie van preferentie van de Gerechte van St. Anthonispolder op de penningen bij vercoopinge van de goederen van Hendrick Gerrits geprocedeert op [21 febr. 1669] sijn gepresenteert." Akte ondertekend door Cors Willemsz. (ONA Dordrecht inv. 333) 

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Cors (= kwartier 730)

b. Teuntje Willemsdr., trouwde 1e Adriaen Ariensz. Boer, trouwde 2e Teunis Adamsz. Kooijmans

c. Jannigje Willemsdr., gedoopt NG Dubbeldam 13 nov. 1639, trouwde ca. 1670 Hendrick Woutersz. van Geel

d. Heijltje Willemsdr., gedoopt NG Dubbeldam 16 juli 1645, trouwde Cornelis Lauwers van Wijngerd

e. Cornelia Willemsdr., geboren naar schatting ca. 1650, minderjarig in 1669, meerderjarig en ongehuwd in 1675 (ORA 's-Gravendeel inv. 4, akte dd 12 dec. 1675)

1462. Inge Pleunen (Evengroen), arbeider te 's-Gravendeel (1680), overleden in of na 1694, trouwde

1463. NN

- 6 mrt. 1680: Inge Pleunen, arbeider, woont langs de haven te 's-Gravendeel. (Quohier van alle familn 's-Gravendeel)

- 1 mei 1680: hij koopt een huis aan de Havenschenkeldijk van Stoffel Rochusz. Visser, belend oost Hermen Stevensz. Snijer en west Jan de Vliegh. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

- 1 juni 1694: hij verkoopt een huis aan de Haven aan Gerrit Reijers. (ORA 's-Gravendeel inv. 5)

Kinderen:

a. Marigie (= kwartier 731)

b. Leentje Ingensdr., trouwde Huijge Ariensz. Munter, overleden vr 26 april 1698 (ORA 's-Gravendeel inv. 78)

1466. Jan Jansz. Neeff, overleden vr 12 juni 1671, trouwde naar schatting ca. 1660

1467. Maeijke Lauwen (Drogendijk), overleden tussen 27 dec. 1680 en 30 juli 1682 (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 8), trouwde 2e Cornelis Pietersz. Vinck

- 12 juni 1671: Maeijke Lauwe, weduwe van Jan Jansz., passeert akte van uitkoop. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 1)

- 27 dec. 1680: Cornelis Pietersz. Vinck en Maeijke Lauwen, hij gezond, zij ziek, testeren. Voogden namens haar: Arij Laeuwe, Roochus Laeuwe, Cors Cornelisz. Cleijne. (ONA S-Gravendeel)

- sept. of okt. 1682: boedelscheiding tussen Cornelis Pietersz. Vinck, weduwnaar van Maeijke Laeuwe en Arijaentie Jansdr., mondige, ongehuwde dochter en Arij Laeuwe en Cors Cornelisz. Cleijne, als voogden van de minderjarige kinderen van Maeijke Laeuwe, bij haar verwekt door Jan Jansz. Cornelis Pietersz. Vinck krijgt een erfje aan de Mookhoekse Schenkeldijk, ten oosten belend door Adam Jacobsz. Weeda. De kinderen krijgen het huis in de hoek van de Mookhoekse Schenkeldijk en de Strijense polderdijk. (ONA 's-Gravendeel, ongedateerd, tussen 6 sept. 1682 en 5 okt. 1682)

1504. Pleun Ariensz. Gout, jongman van Heinenoord (1638), weduwnaar (van Ingettie Jacobs) wonende aan de Blaak (1668), overleden Blaak onder Mijnsheerenland ca. 1675, trouwde 2e 1 juni  1650 (huwelijkse voorwaarden Dordrecht) Geertje Joosten, 3e naar schatting ca. 1665 Ingetie Jacobus (Jacobs), 4e NG St. Anthoniepolder 1 dec. 1668 (ondertrouw, briefje van Strijen) Neeltie Machiels van Brugge, jonge dochter van St. Anthoniepolder, wonende onder Oud-Bonaventura (1668), 1e NG Mijnsheerenland 4 april 1638 (DTB Heinenoord)

1505. Geertien Dircxdr., jonge dochter (1638), overleden 6 april 1647 (grafzerk in de kerk van Mijnsheerenland met opschrift "Geertien Dircks Gout, sy sterf de 6 april Anno 1647 de huysvrouw van ... arense". [Ons Voorgeslacht 1968, p. 219])

- 1 juni 1650: comp. voor notaris J. Schoormans te Dordrecht Pleun Arijensz., wonende aan de Blaak onder Mijnsheerenland, weduwnaar van Geertgen Dirksdr. Gout en Geertgen Joosten, jonge dochter, mede wonende aldaar, om huwelijkse voorwaarden te maken. "Alhoewel de toecomende bruijt tegenwoordich geen andere goederen als haere cleederen en juweelen, tharen lijve behoorende, ten huwelijcke brengen sal, soo verclaerde den toecomende bruijdegom hem daermede te vergenoegen." Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. Pleun tekent met een merk. (ONA Dordrecht inv. 89, f. 199 e.v.)

- 28 juli 1664: Pleun Arijensz. Gout, wonende aan de Blaak onder Mijnsheerenland en Annetje Arijensdr. Gout, gehuwd met Claes Arijensz. Cooijman, zijn kinderen van Jaepje Pleunen. (ONA Mijnsheerenland inv. 5873)

- 15 juli 1667: "Conditin ende voorwaerden waerop" Pleun Ariensz. Gout, als vader en voogd van zijn monderjarige zoon Cornelis Pleunen, door hem verwekt bij Geertien Dircxdr., Dirck Claesz. Proijen als naaste bloedvoogd, alsmede de schout van Mijnsheerenland van Moerkerken als oppervoogd over voornoemde Cornelis Pleunen, mitsgaders Sijmon Gerritsz. Hordijck, als getrouwd hebbende Maeijcken Pleunen Gout "ende bijden Ed. Hove van Hollant daertoe geauthoriseert sijnde, van meeninge sijn int openbaer aenden meest biedende ofte hoochstmijnende te vercoopen drie distincte parthijen van landen", te weten: 1e twee morgen 325 roeden mooi zaailand, gelegen in het Oost Zomerland onder Heinenoord, belend ten oosten juffr. Wilhelmina van Kijffhoeck, ten zuiden de Gorsweg, ten westen Anthonis Ariensz. Cruijthoff en ten noorden juffr. Van Kijffhoeck, "ende dat met den aenwasch, visscherije, vogelrije ende verdere appendentie ende dependentie vandien. Opgesteecken twee silvere ducatons ende getrocken als hoochsten insetter bij sr. Johannes van Ravesteijn op 530 gl. Gecocht bij de heer Emanuel van der Steen om [550] gl. de merge." 2e 2 morgen 170 roeden wei- en zaailand, gelegen aan de Bovenweg in het Zomerland van Heinenoord, belend ten oosten de heer Aellewijn van Halewijn uit de Oudraad van Dordrecht, zuiden Tijs Jansz. Braber, westen de Bovenweg en noorden Jan Leendertsz. met bruikweer, met aanwas etc., "opgesteken met twee silvere ducatons ende getrocken als hoochsten insetter bij sr. Francois van Breedenhoff om 710 gl. de merge, opgehouden op 500 gl. de merge bij affslach. Naderhant gecocht bij sr. Francois van Breedenhoff om [440] gl. de merge", 3e 1 morgen 220 roeden land, gelegen in Mijnsheerenland van Moerkerken, belend oosten de Maas, zuiden de heer ontvanger Damas van Slingelandt, westen de Vrouw Huijskensweg en noorden de heer oud-burgemeester [Van] Beveren, heer van Zwijndrecht, "opgesteecken twee silvere ducatons ende getrocken als hoochsten insetter bij Sijmon Gerritsz. Hordijck op 450 gl. de mergen, opgehouden op 500 gl.". Alsdus gedaan, in het openbaar geveild en afgeslagen in de St. Jorisdoelen te Dordrecht door notaris A. Meijnaert  in aanwezigheid van verscheidene omstanders op 15 juli 1667. (ONA Dordrecht inv. 249, f. 314 e.v.)

- 1675: Pleun Arijensz. Gout betaalt tot 1675 een bedrag van  4 gl. in de verponding voor zijn huis aan de Blaak, na 1675 betaald door zijn kinderen. (GA Mijnsheerenland inv. 43, anno 1675 en 1676)

- 9 febr. 1686: de kinderen van Pleun Ariensz. Gout verkopen voor 300 gl. aan Heijndrick Pietersz. Koijman, wonende te Barendrecht, een huis, schuur, keten en erf met 1 morgen aveling aan de Blaak, belast met een erfpacht van 4 gl. (GA Mijnsheerenland inv. 50)

Kinderen (ex 1):

a. Cornelis Pleunen Gout, geboren ca. 1645 (minderjarig in 1667)

b. Maeike Pleunen Gout, trouwde (vr 15 juli 1667) Simon Gerritsz. Hordijk

1506. Aerijen Ingensz. (Blaeck), geboren Heinenoord ca. 1565 (14 jaar in 1579: zie kwartieren 3012/3013), wonende aan de Blaak, armmeester (1630), diaken (1638) te Heinenoord, overleden in 1652, begraven in de kerk van Heinenoord,  trouwde 1e vr 26 sept. 1604 Aeltgen Joosten, overleden vr 6 febr. 1636, 2e NG Heinenoord 11 nov. 1638

1507. Arijaentken Jansdr., geboren naar schatting ca. 1605, jonge dochter van Westmaas (1638), overleden ca. 1683, trouwde 2e ca. 1655 Bastiaen Leendertsz. de Jongh

(Zie Gens Nostra 1991, p. 446.)

- 1592: Jacob Gijsbrechtsz., schout van Cillaarshoek, als oppervoogd van 's herenwege en Jan Philipsz., Salomon Jansz. en Ingen Jacobsz., als voogden van het nagelaten kind van Leentje Jacobs en dat met believen van Bastiaen Adriaensz. en Arij Ingensz., en Ingen Jacobsz., voor zichzelf, verkopen aan Willem Bastiaensz. Ketting namens het genoemde weeskind 2 hont land en Inge Jacobsz. voor zichzelf 2 hont land, liggende "gemeen voet onder voet met sijn aencleve" in Heinenoord. (ORA Heinenoord inv. 1)

- 26 sept. 1604: Adriaen Ingensz. is man en voogd van Aelke Joosten, dochter van Joost Adriaensz. in Groote Lindt. (ORA Groote Lindt inv. 1)

- 6 febr. 1636: de kinderen en erfgenamen van Aeltie Joosten, in haar leven vrouw van Arien Ingensz., t.w. Ingen Ariensz., Joost Ariensz., Willem Ariensz., Arien Ariensz., Andries Otten, man en voogd van Anneken Ariensdr. en Leendert Roken, man en voogd van Leentge Ariensdr., zijn tot een akkoord gekomen over de verdeling van 3 mrg. 400 roeden land, dat de kinderen is aangekomen door overlijden van hun moeder. Het land is toebedeeld aan Joost, Willem en Arien Ariensz. en Leendert Roken. Bij verkoop zou 600 gl. per morgen betaald moeten worden. (ORA Heinenoord inv. 2)

- 1 juni 1636; Aerien Ingensz. verkoopt voor 150 gl. aan zijn zoon Willem Aeriensz. twee schuren met wagenkeet en ongeveer de helft van de beterschap van een aveling, waar de schuren en keet gedeeltelijk op staan, met beplanting en beteling van vruchtbare en onvruchtbare bomen, staande en gelegen aan de Blaak onder de jurisdictie van Heinenoord. (ORA Heinenoord inv. 4)

- 1652: de kerkmeester van Heinenoord ontvangt 6 gl. voor het graf van Arien Ingensz., begraven in de kerk. (GA Heinenoord inv. 46)

- 27 april 1652: Aeriaentge Jansdr. verkoopt goederen uit de nalatenschap van haar man wijlen Aerien Ingensz. (ORA Heinenoord inv. 24)

- 23 nov. 1652: Ariaentge Jansdr., weduwe van Arien Ingensz., wonende aan de Blaak onder Heinenoord, geassisteerd met haar "zwager" Arien Willemsz. Kraeck, is 600 gl. schuldig aan Geerit Andriesz. en Neeltge Andriesdr. wegens geleende penningen. (ORA Heinenoord inv. 3)

- 18 febr. 1653: Joost Ariensz., voor zichzelf en als oom en bloedvoogd van zijn broer Arien Ariensz. en als oudoom en bloedvoogd van het nagelaten weeskind van wijlen Jacob Aertsz., genaamd Aert Jacobsz., door hem verwekt bij Lijsbeth Willemsdr. en nog als voogd van zijn halfzusters en halfbroer, Aeltie Ariensdr., Jan Ariensz. en Biateris Ariensdr., Cornelis Cornelisz. Sneep, als man van Anneke Ariensdr., Jan Pietersz. Hartichsvelt, gekoren voogd van Lijsbeth Cornelisdr., weduwe van Ingen Ariensz. Reedijck en Marike Jacobsdr., weduwe van Willem Ariensz., met haar gekoren voogd, voornoemde Jan Pietersz., transporteren aan Aeriaentge Jansdr., weduwe van Arien Ingensz. een stuk land in het Nieuwe Zomerland. (ORA Heinenoord inv. 6 en 12)

- 21 jan. 1656: Bastiaen Leendertsz. de Jongh, man van Aeriaentge Jansdr., eerder weduwe van Aerien Ingensz., transporteert aan Heijndrick Hechtermans en Willem Cornelisz. Braet te Dordrecht 5 mrg. 7 roeden teelland in het Oude Zomerland onder de jurisdictie van Heinenoord. (ORA Heinenoord inv. 6)

- 1 april 1683: Jan Arensz. Blaeck, wonende in Bonaventura, als door het Hof van Holland en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland aangestelde curator van de boedel van wijlen Bastiaen Leendertsz. de Jongh en Ariaentge Jansdr., verkoopt voor 400 gl. aan Dirck Pietersz. Cruijthoff een huis, schuur en wagenkeet, staande op het land van mr. Hechtermans, secretaris te Rotterdam en juffrouw Braets [te Dordrecht]. Bastiaen en Ariaentge hebben in het huis gewoond en zijn daar overleden. (ORA Heinenoord inv. 14)

- 11 april 1683: de kerk van Heinenoord ontvangt van het erfhuis van Arijaentken Jansdr. 9 gl. 2 st. (Archief NH gemeente Heinenoord inv. 1)

Kinderen (van Arijen Ingensz. en Aerijaentie Jansdr.):

a. Jan, gedoopt NG Heinenoord 23 okt. 1639 (= kwartier 1508)

b. Aeltie, gedoopt NG Heinenoord 1 dec. 1641

c. Beatris, geboren ca. 1643

1508. Jan Ariensz. Blaeck, gedoopt NG Heinenoord 23 okt. 1639 [zoon van kw. 1506 en 1507], woont op de Dijkgraafstee in Bonaventura, ouderling van Maasdam 1685, 1692 en 1697, overleden tussen 21 jan. 1702 (lidmatenregister NG gemeente Maasdam) en 22 aug. 1703, trouwde ca. 1663 (vr 30 mrt. 1664) 

1509. Maggeltje Teunisdr. (Kruijthof), gedoopt NG Heinenoord 20 dec. 1634, overleden tussen 25 april 1710 en 1717

- 3 juli 1663: Jan Ariensz. Blaak met attestatie lidmaat van de NG gemeente te Maasdam, vertrokken op 2 jan. 1702 (NG lidmatenregister Maasdam)

- 11 mei 1683: Jan Ariensz. Blaeck, als curator in de boedel, die is nagelaten door Bastiaen Leendertsz. de Jongh en Aerjaentie Jans, transporteert aan Jan Cleijsz. van Dijck 1 morgen 204 roeden land in Heinenoord. (ORA Heinenoord inv. 4)

- 21 dec. 1690: Willem Jansz. de Winter, echtgenoot van Neeltge Teunis, Jan Arentsz. [sic] Blaeck, getrouwd met Macheltje Teunis en Leendert Heijndricx, getrouwd met Lijsbeth Jans, weduwe van Tonis Cruijthof, samen erfgenamen van Tonis Cruijthof, verkopen voor 937 gl. 10 st. een stuk land van 3 morgen 75 roeden aan Cornelis Otte Maeskant. (ORA Heinenoord inv. 14)

- 22 aug. 1703: Arentje Gillisdr. Goutswaert is schuldig aan Maggeltje Teunisdr. Cruijthof, weduwe van Jan Ariensz. Blaak, wonende onder 's-Gravendeel, een bedrag van 650 gl. (ORA Cromstrijen inv. 49)

- 27 mrt. en 24 april 1705: compareren voor notaris J. van Bijwaert te Dordrecht Macheltien Theunisdr. Cruijthoff, weduwe van Jan Ariensz. Blaeck, wonende op Puttershoek, die verklaart verhuurd te hebben aan Dirck Jansz. Blaeck, haar zoon, 2 1/2 morgen weiland in Nieuw-Bonaventura voor 7 jaar, ingegaan met Kerstmis 1704, voor 16 gl. de morgen, "belopende iderjaer pachte de somme van veertig guldens". Dirck Jansz. Blaeck, die eveneens compareert, zal tevens gebruiken "in maniere voorseijt" 12 morgen zaailand in Nieuw-Bonaventura voor de helft van de baten, die daarvan genoten zullen worden. Macheltien verhuurt aan haar zoon Ingen Jansz. Blaeck, die mede compareert, 2 1/2 morgen weiland in Nieuw-Bonaventura, op de voorwaarden en voor de huur als voorschreven staat. Akte door de drie comparanten ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 408, akte 26, f. 81 e.v.)

- 25 april 1710: Maggeltje Teunisdr. Kruijthof, weduwe van Jan Arensz. Blaeck, wonende in Puttershoek, verkoopt voor 525 gl. aan Dirck Jacobsz. Kleinendorst 1 morgen 36 roeden land in het Oude Zomerland van Heinenoord. (ORA Heinenoord inv. 15)

- 1717: Dirck Jansz. Blaeck en Arij Cornelisz. Gout, erfgenamen van Maggeltje Teunisdr. Kruijthof, transporteren een huis en land aan Inge Jansz. Blaeck. (ORA Strijen inv. 6)

- 5 mrt. 1718: Pieter Cornelisz. van Roon, schoonzoon van Maggeltje Teunisdr. Cruijthof, transporteert land in Nieuw-Bonaventura, dat hij van haar heeft gerfd, aan zijn neef Simon Geerlofsz. van Roon, wonende te Puttershoek. (ORA 's-Gravendeel inv. 6)

Kinderen (allen NG gedoopt te Maasdam):

a. Andries, 30 mrt. 1664 (getuige: moeders zuster in Mijnsheerenland)

b. Grietje, 28 nov. 1666

c. Aaltje, 7 juli 1669 (getuige: de zuster van de vader)

d. Dirk, 3 april 1672 (getuige: Lijsbeth Teunis)

e. Elisabeth, 7 juli 1675 (getuige: NN de Vries, de vrouw van Adriaen van Bleijenburg, heer van Naaldwijk, in wiens plaats staat de moeder van de vader)

f. Ingen, 12 juli 1676 (getuige: Geertruijd, de vrouw van Pieter de Monk)

g. Cornelis, 6 april 1681 (getuigen: juffrouw Charlotte Elijsabet van Naaldwijk, dochter van de heer Blijenborg, heer van Naaldwijk, burgemeester van Dordrecht)

1510. Gijsbert Jansz. van Esch, geboren ca. 1635, jongman van Maasdam (1662), vermeld als lidmaat van de NG gemeente ald. 22 okt. 1661 en 10 juli 1707, diaken te Maasdam (1666), ouderling te Maasdam (1680, 1694, 1700, 1708), overleden te Maasdam, 90 jaar oud, op 23 juli 1725 (Archief NH gemeente Maasdam), trouwde NG St. Antoniepolder 26 mrt. 1662

1511. Maijken Cornelisdr. Polderdijk, gedoopt NG St. Anthoniepolder 7 dec. 1642, jonge dochter van St.Anthoniepolder (1662), vermeld als lidmaat van de NG gemeente te Maasdam op 8 april 1662, overleden in 1707 (betaling doodkleed)

- 13 nov. 1673: Cornelis Arensz. Polderdijck verleent procuratie aan zijn schoonzoon Gijsbert Jansz. van Es om land te verkopen in Nieuw-Bonanventura, belend noord Jan en Klaas Hendriksz. van der Stoep, west de erfgenamen van Gijsbert Ariensz. Timmerman en noord Cornelis van Eijssel. Kopers zijn Pieter Jansz. Smits en Grietje Jansdr. Smits, wonende te Westmaas. (ORA 's-Gravendeel, inv. 4)

- 5 mei 1674: Gijsbert Jansz. van Esch koopt land van Bastiaen Cornelisz. Gelderblom en Aert Jansz. van Esch [gehuwd met Catharijntje Cornelisdr. Polderdijk], schoonzoons van wijlen Cornelis Arensz. Polderdijck. (ORA 's-Gravendeel, inv. 4)

- 1707: betaald aan de diaconie voor het gebruik van het doodkleed voor de vrouw van Gijsbertus Jansz. van Es - 12 st. (GA Maasdam, inv. 19)

- 1725: bij begrafenis van Gijsbert van Es is 1 gl. 18 st. "int zackie" gekomen voor de diaconie. Jan de Heer betaalt voor het gebruik van het doodkleed van Gijsbert van Es 1 gl. 11 st. (GA Maasdam, inv. 19)

Kinderen (allen NG gedoopt te Maasdam):

a. Jan, 1663 (getuige: Aart Jansz. van Esch)

b. Pleuntje, 14 sept. 1664 (= kwartier 755) (getuigen: Jan Monster, Lijsbet Ariensdr., vrouw van Cornelis Ariensz. Polderdijk)

c. Jacob, 1666 (getuige: Merrigje Jacobs, de grootmoeder)

d. Cornelis, 1668 ("in de Polder", geen getuigen)

e. Leendert, 1670 (getuige: Catharijne Cornelisdr. Polderdijk)

f. Willem, 1672 (getuige: Lijsbeth Willems, de vrouw van Leendert Jacobsz. Vermaas)

g. Arjaantje, 1675 (getuige: Grietje Cornelisdr. Polderdijk)

h. Aart, 1679 (getuige: Catharijna Cornelisdr. Polderdijk, de weduwe van Aart Jansz. van Esch)

i. Marijtje, 3 nov. 1680 (getuige: Catharijntje Cornelisdr. Polderdijk)

1512. Cornelis Teunisdr. Kruijthof, gedoopt NG Heinenoord 30 okt. 1639, overleden na 8 mrt. 1693, trouwde ca. 1663

1513. Cornelia Claesdr., geboren naar schatting ca. 1640, begraven Mijnsheerenland 8 mrt. 1693

- 1675: de vader van Cornelis Cruijthof koopt voor 150 gl. contant en 340 gl. in obligatie de erfpacht van een huis en zet dit op naam van de kinderen van Cornelis. De obligatie wordt op 3 nov. 1679 afgelost. 

- 1677: Bastiaan van der Lisse, rentmeester van Aemilius Cools, oud-burgemeester van Gouda, legt beslag op de bezittingen van Cornelis Cruijthof. Zijn vader komt tussenbeide en betaalt de achterstallige pachtsom.

- 8 mrt. 1693: begraven Cornelia Claes, de vrouw van Cornelis Kruithoff. Voor het doodkleed ontvangen - 1 gl. 5 st. (Archief NH gemeente Mijnsheerenland, rekeningen van de kerkvoogdij, inv. 17)

Kinderen (allen NG gedoopt te Mijnsheerenland):

a. Klaas, geboren ca. 1663

b. Teunis, 24 aug. 1664 (geen getuigen)

c. Andries, 22 juli 1668 (getuigen: Gerrit Andriesse, Neeltje Andriesse)

d. Lijntge, 25 dec. 1672 (getuige: Gideon Boer)

e. Grietje, 13 mei 1674 (getuige: Neeltge Teunisdr. Kruijdhof)

f. Dirk, 21 mei 1677

g. Marij, 28 mrt. 1683 (getuige: Leijntje Claes)

1514. Hendrick Cornelisz. Grauw (Grasius), begraven Oud-Beijerland 19 dec. 1698 (op het kerkhof, beste doodkleed), trouwde 2e NG Oud-Beijerland 28 febr. 1672 (attestatie naar Rhoon 13 mrt. 1672) Maria Pietersdr. de Ronde, 1e NG Oud-Beijerland 12 april 1665 (ondertrouw; getuigen: voor hem zijn moeder, voor haar Jan Pijl, haar oom)

1515. Lijsbeth Bastiaensdr. Boeije (Boei)

1516. Nicolaes (Claes) Henricksz. Jungerius, geboren ca. 1619, schoolmeester te Boven-Hardinxveld tot 1654, schoolmeester en voorzanger te Almkerk 1654 tot na 1679, trouwde 2e NG Gorinchem 28 nov. 1675 Maria Goeselt, van Gorinchem (1675), 1e naar schatting ca. 1643

1517. Neeltgen Anthonisdr. Keijsers, geboren naar schatting ca. 1620, lidmaat op belijdenis van de NG gemeente te Boven-Hardinxveld op 4 okt. 1643, overleden vr 28 nov. 1675

- 11 okt. 1675: compareren voor Joost Adriaensz. Camerman, president en Anthonij Aertsz. Vosch en Willem Cornelisz. van Wageningen, heemraden, Nicoaes Jungerius, schoolmeester en voorzanger te Almkerk, weduwnaar van Neeltgen Anthonisdr. Keijsers, enerzijds en Jan Anthonisz. Keijser, wonende onder Emmikhoven, als oom en bloedvoogd van de 5 minderjarige kinderen Jungerius, door hem verwekt bij Neeltgen Keijsers, anderzijds. (ORA Almkerk inv. 7)

(Gens Nostra 1978, p. 260; Gens Nostra 1986, p. 279-280)

Kinderen:

a. Henrick, gedoopt NG Boven-Hardinxveld 27 nov. 1644

b. Geertruijd, gedoopt NG Boven-Hardinxveld 16 jan. 1650

c. NN, gedoopt NG Boven-Hardinxveld eind dec. 1652

d. Anthonis, geboren Almkerk naar schatting ca. 1654

1518. Jan Jansz. de Geus, geboren ca. 1635/1640, heeft een huis met 2 haardsteden en 1 oven in Mijnsheerenland (1666), woont aan de Stoutgen onder Mijnsheerenland, neemt een hypotheek op zijn huis (1669), overleden te Mijnsheerenland ca. 1673, trouwde naar schatting ca. 1660 (vr 4 nov. 1663)

1519. Geertje Hendriksdr. (van Ringelenburg), overleden te Mijnsheerenland ca. 1681, trouwde 2e NG Mijnsheerenland 30 mei 1676 Cornelis Willemsz., jongman van Dubbeldam (1676)

1524. Job Lenaertsz. (Vogelaer), jongman van Puttershoek wonende te 's-Gravendeel (1626), overleden in of na 1654, trouwde NG Puttershoek 19 april 1626

1525. Anneke Ariensdr. (Hofman), geboren naar schatting ca. 1600

- 25 nov. 1637: Jop Lenaertsz., wonende onder 's-Gravendeel en zijn broer Pieter Lenaertsz. [Arisswager], die onder de jurisdictie van IJsselmonde woont, verkopen een huis in 's-Gravendeel, staande "achter aan het dorp" (ORA 's-Gravendeel)

Kinderen:

a. Adriaen (Arie) Joppen, gedoopt NG Puttershoek 5 april 1627 (getuigen: Huijg Floris, Jacob Pieters Hofman, Neeltje Joosten), trouwde 1e in 1654 met Annegie Maertens (= kwartier 1527), trouwde 2e NG Puttershoek 11 mei/3 juni 1675 (beiden wonende te Puttershoek) Theuntgen Jans, weduwe van Joost Jacobsz. (Vogelaer)

Kind (ex 1):

a-1. Maria, gedoopt NG Puttershoek 4 febr. 1657 (getuigen: Cornelis Joppen, Pietertie Maertens, Neeltie)

b. Cornelis Joppen, idem 4 febr. 1629 [= 1628 ?] (getuigen: Cornelis Cornelis, Aeltge Lenaerts)

c. Jan, idem 19 aug. 1629 (getuigen: Cornelis Jans, Willem Cors, Adriaentge Adriaens)

d. Pleuntge, idem 12 okt. 1632 (getuigen Jan Cornelis, Jan Teunis, Lintge Rokus), vermoedelijk jong overleden

e. Leendert, gedoopt NG Maasdam 23 nov. 1636 (getuigen: Joost de Visscher, Bastiaen Dircxen, Marijken Wouters)

f. Pleuntie gedoopt NG Puttershoek 15 jan. 1642 (getuigen: Maerten Jans, Lijsbeth Dirks)

1526. Cornelis Cornelisz. Joppen, overleden tussen 6 okt. 1647 en 11 april 1654, trouwde naar schatting ca. 1640

1527. Annegie Maertens, geboren naar schatting ca. 1615, overleden ca. 1665, trouwde 2e NG Puttershoek 11/26 april 1654 (getuige voor de bruidegom zijn vader Job Leendertsz. Vogelaer) Arie Joppe, jongman wonende te Puttershoek (1654), weduwnaar wonende te Puttershoek (1675), [zoon van 1524 en 1525], trouwde 2e NG Puttershoek 11 mei/3 juni 1675 Theuntgen Jans, weduwe van Joost Jacobsz. [Vogelaar], wonende te Puttershoek

- 24 febr. 1647: overeenkomst tussen Jop Cornelisz. en Cornelis Cornelisz., wonende te Puttershoek, als erfgenamen van Anthoenis Florijsz., enerzijds, en Jaecop Anthoenisz., wonende aan de Achterdijk onder Maasdam, anderzijds, betreffende zeker geschil, dat tussen hen gerezen is aangaande de erfenis van Florijs Sebastiaensz., hun grootvader. (ORA Puttershoek inv. 1)

- 3 mei 1664: Jop Cornelisz., als bloedvoogd van de kinderen van wijlen Cornelis Cornelisz., door hem verwekt bij Annigie Maertens, is schuldig aan Jan Dirksz., wonende op Puttershoek, een bedrag van 400 gl., daarvoor verbindende een stuk land van 4 mrg. 207 roeden, hetwelk de kinderen gemeen en onverdeeld met Jop Cornelisz. hebben liggen in Nieuw-Bonaventura op grond van Maasdam, de voornoemde kinderen aangekomen door hun vaders besterfenis, volgens contract gesloten voor schepenen van Puttershoek op 1 mei 1661. Compareert mede Arij Joppen, als man van Annigie Maertens, die belooft de interest jaarlijks op de verschijndag te voldoen, zo lang als hij het land de kinderen gebruikt en de vruchten daarvan trekt. (ORA Maasdam inv. 7)

- 23 april 1668: Cornelis Cornelisz., Arien Cornelisz. en Gijsbert Cornelisz., meerderjarige kinderen en erfgenamen van wijlen Cornelis Cornelisz., "daar moeder af was" Annichjen Maertens, verlenen procuratie aan Frederick Maulpas, schout te Puttershoek, en Hermen Hermensz., als "echte neeff" en bestorven bloedvoogd van de drie minderjarige weeskinderen van Cornelis Cornelisz. en Annichje Maertens, genaamde Aeffje, Jan en Cornelis Cornelisz., om namens hen te mogen verkopen zodanige goederen als zij in eigendom hebben, daarbij inbegrepen de goederen, die zij gerfd hebben van hun oom, wijlen Jop Cornelisz. van Doorn. (ORA Maasdam inv. 9)

- 6 mei 1668: Frederick Maulpas, schout van Puttershoek, en Herman Hermansz., als voogden over de drie weeskinderen van Cornelis Cornelisz. en Annetge Maertens, m.n. Aeffge, Jan en Cornelis Cornelisz., verklaren bevonden te hebben, dat de boedel van voornoemde Cornelis Cornelisz., alsmede de boedel van Jop Cornelisz. van Doorn, waarin genoemde kinderen voor een deel als erfgenamen zijn genvolveerd, met vele schulden zijn belast, in het bijzonder dat verscheidene partijen land gelegen onder Puttershoek, Mijnsheerenland van Moerkerken en Maasdam, bij elkaar ongeveer 9 morgen land, welke Cornelis en Jop tijdens hun leven in gemeenschappelijke eigendom gehad hebben en die nu in hun geheel bezit zijn van genoemde kinderen, bezwaard zijn met een somma van 1100 gl., wegens hypotheken, verpondingen etc. Cornelis Cornelisz., Arien Cornelisz. en Gijsbert Cornelisz., meerderjarige erfgenamen van hun vader Cornelis Cornelisz. en hun oom Jop Cornelisz., zijn genoodzaakt deze landerijen te verkopen, alsmede hun portie in twee huizen in Puttershoek, welke hun oom Jop heeft nagelaten. Op advies van het Gerecht van Puttershoek heeft het Hof van Holland daartoe toestemming verleend. (ORA Maasdam inv. 9)

- 28 juni 1668: Fredrick de Maulpas, schout van Puttershoek, en Hermen Hermensz., als voogden over de drie minderjarige weeskinderen van wijlen Cornelis Cornelisz., verwekt bij Annegje Maertens, genaamd Aeftge Cornelisdr., Jan Cornelisz. en Cornelis Cornelisz., volgens de akte van autorisatie, die door het Hof van Holland op 10 mei 1668 aan genoemde voogden is verleend, tevens als procuratie hebbende van de meerderjarige kinderen en erfgenamen van voornoemd echtpaar, welke procuratie op 23 april 1668 is getoond aan schout en schepenen van Puttershoek, transporteren aan Lijntge Ariens, weduwe van Bastiaen Dircsz. Ruijter,1 morgen 436 roeden zaailand in Nieuw-Bonaventura onder Puttershoek, belend oost de eerste kruisweg, zuid Jacob Cornelisz. Boerin, en west en noord Jan Henricxsz. (ORA Puttershoek, inv. 2)

- 1670: ontvangen voor het doodkleed van de vrouw van Arij Joppe 12 st. (Archief NH gemeente Puttershoek)

Kinderen van Annegie Maertens:

Ex 1 (volgorde onzeker):

a. Cornelis Cornelisz.

b. Arien Cornelisz.

c. Gijsbert Cornelisz.

d. Aefie Cornelisdr., gedoopt NG Puttershoek 6 okt. 1647

e. Jan Cornelisz.

f. Cornelis Cornelisz.

Ex 2:

e. Maria, gedoopt NG Puttershoek 4 febr. 1657 (getuigen: Cornelis Joppen, Pietertie Maertens, Neeltie)

1534. Petrus van Soest, geboren naar schatting ca. 1615, schout van de heerlijkheid Broekhuizen (Zuid-Limburg) in 1643, "fabro ferrario" (smid) in 1673, trouwde naar schatting ca. 1640

1535. Petronella NN (Muhlers), geboren ca. 1615/1620, overleden na 9 juni 1660 (doop laatste kind, genaamd Petronella, in de Katholieke kerk te Broekhuizen)

(www.geocities.com/maartjese/Wim/a6.htm)

1536. Peter Hacksteen, gedoopt NG Nijmegen 20 okt. 1654, trouwde NG Nijmegen 11/27 nov. 1677 (beiden te Nijmegen, attestatie op Ham 27 nov. 1677)

1537. Rijgardina van Gulick

Kinderen:

a. Johannes, gedoopt NG Nijmegen 22 okt. 1678 (getuigen: Johannes van Gulick en Maria van de Velde)

b. Maria, gedoopt NG Nijmegen 4 febr. 1680 (getuigen: Frederick Vinneman, Helena Haksteen)

1538. Jan Cornelisz. Nab, geboren naar schatting ca. 1655, jongman te Zetten (1677), overleden na 1727, trouwde 2e NG Zetten 9 mrt. 1702 Elisabeth Gelen (Gellen), uit "Lage" aan de Lippe, trouwde 1e NG Zetten/Andelst 18 nov. 1702 (getuigen: sponsae pater et Cornelis Timmer, getrouwd in Zetten)

1539. Erntje Arents, jonge dochter te Zetten (1677), overleden te Zetten ca. 1700

- 1727: beslag door ds. van Dockum, de Rechter van Hemmen en de Armmeester op alle goederen van Jan Cornelisz. Nab (Kwartierstaat Marcel Wissenburg [internet])

1540. Jan But de Oude, jongman te Nijmegen (1691), trouwde 1e Nijmegen 8 nov./2 dec. 1691 (attestatie op Tiel ingekomen 15 nov. 1691; getuigen Goossen Arendts, Berber Jans) Geertuij Jans, jonge dochter te Nijmegen (1691), begraven Nijmegen (St. Stevenskerk) 27 mrt. 1702 (de vrouw van Jan But), 2e Nijmegen 12 nov./10 dec. 1702 (getuigen Marten Willem van Vught en Gijsbert Cranen)

1541. Catharina Onckelbolt (Onckelbout), jonge dochter te Nijmegen (1699), weduwe van Peter Gijsberts te Nijmegen (1702), overleden in of na 1715, trouwde 1e Nijmegen  16/30 juli 1699 (attestatie op Hees; getuigen: Albert Jans, Lijsbet van Aalst) Peter Gijsberts, jongman te Nijmegen (1699), overleden kort vr 9 april 1702

Uit haar 2e huwelijk een zoon:

a. Peter, gedoopt NG Nijmegen 9 april 1702 (de zoon van Peter Gijsberts en Catrijna Onkelbol weduwe)

- 26 juli 1699:  Jan Jansz. But, die op 28 sept. 1692 het kleine burgerschap verkregen heeft, verzoekt het stadsbestuur van Nijmegen hem en zijn zoon Jan het grote burgerschap te verlenen "om op Rhijn en Wael te connen traffiqueren." Is toegestaan, mits hij het recht daartoe betaalt. Hij legt de eed af op 27 aug. 1699. (Raadsignaat Nijmegen) NB: Jan Jansz. But uit Tiel wordt op 28 sept. 1692 burger van Nijmegen, betaalt nihil. (Burgerboek Nijmegen)

- 30 mrt. 1697: Gijsbert Cranen jongman te Nijmegen trouwt in Nijmegen met Clara Onckelbout jonge dochter te Bemmel (proclamatie te Bemmel; getuigen: Peter Everts en Jannetje Gijsberts)

- 6 sept. 1711: Catrijn Onkelbolt met Berent de Rijk getuige bij de doop van Johannes, zoon van Gijsbert Cranen en Clara Onckelbout

- 14 april 1715: Catrijn Onkelbout te Nijmegen getuige bij het huwelijk van Theunis Dirkse jongman te Nijmegen en Jenneke Willems jonge dochter te Weurt

1544. Ruth Machielsz. Huijsman (Hosmans, van der Host), jongman van "Aldekerk" (1687), trouwd NG Zwijndrecht 26 okt. 1687

1545. Metje Korstiaensdr. (Los), gedoopt NG Zwijndrecht 16 mei 1666, jonge dochter te Zwijndrecht (1687)

- 30 okt. 1688: testeren voor de Dordtse notaris F. Beudt Ruth Machielsz. Hosmans en zijn vrouw Metgen Corstiaensdr. Los, inwoners van Zwijndrecht. Zij benoemen tot erfgenaam de langstlevende van beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen bij mondigheid of huwelijk een bedrag van 25 gl. uit te keren. Legaat voor Dingena, de dochter van testatrices zuster Barbera Corstiaensdr. Los. Beiden tekenen met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 549)

Kinderen:

a. Margryten, gedoopt NG Zwijndrecht 31 okt. 1688

b. Maghgyel, gedoopt idem 23 dec. 1689

c. Corstiaen, gedoopt idem 3 jan. 1692 (= kwartier 772)

1546. Jan Bastiaensz. van der Net (vermeld te Hendrik-Ido-Ambacht 17 febr. 1683)

1547. Ariaentje Pieters, overleden vr 6 okt. 1730 (ONA Zwijndrecht inv. 5, akte 77)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jannigje, gedoopt NG Zwijndrecht 30 dec. 1696

b. Bastiaan van der Net

c. Jan van der Net

d. Maijke (= kwartier 773)

1548. Pieter Adriaensz. van Dalem (van Dalen), boer op de ouderlijke boerderij aan de Hoogendijck te Groote Lindt, diaken, armmeester (1678-1681), heemraad (1678, 1682-1719), stedehouder (einde 1718 of begin 1719) van Groote Lindt, begraven ald. (betaling huur doodkleed 14 mrt.) 1722

1549. NN, overleden na 28 dec. 1721

(K.J. Slijkerman, Van Dalum, p. 40)

1550. Arij Cornelisz. van Dalum (van Dalem, van Dalen), gedoopt NG Zwijndrecht 20 april 1662, herbergier in "het Witte Paert" aan het Marktveld te Zwijndrecht, voerman/wagenvoerder, eigenaar van een blekerij in Zwijndrecht en een veerpont van Zwijndrecht op Dordrecht, begraven Zwijndrecht (na 9) okt. 1720, trouwde 2e Zwijndrecht 22 jan. 1702 Teuntje (Pleuntje) Ariensdr. Meulezijn, gedoopt NG Dubbeldam 24 april 1672, begraven Zwijndrecht (betaling huur doodkleed 15 aug.) 1702, dochter van Arien Joosten Molesijn en Ariaentie Ariensdr., trouwde 1e ca. 1687

1551. Pieternelletje Hendriksdr. Hartog, gedoopt NG Zwijndrecht 13 mei 1663, overleden te Zwijndrecht tussen 4 en 12 juni 1700, begraven ald. (betaling huur doodkleed 12 juni) 1700

(K.J. Slijkerman, Van Dalum, p. 34-37)

- 4 juni 1700: comp. voor de Dordtse notaris G. Mugge Arij van Dalen, voerman te Zwijndrecht en zijn vrouw Pieternella Hendrixsdr. Hartogh, laatstgenoemde ziek in bed liggende. Testateuren benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam, die gehouden zal zijn hun kinderen te alimenteren en op te voeden en bij het bereiken van hun mondigheid of bij hun huwelijk een bedrag van 60 gl. uit te reiken. Zij benoemen elkaar tot voogd en de testateur tevens tot toeziend voogd zijn broer Pieter van Dalen, wonende te Rotterdam en de testatrice tot toeziend voogd Cornelis Panneboeter, schout te Zwijndrecht. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 442, akte 87)

- 13 jan. 1702: huwelijkse voorwaarden van Arij van Dalen, weduwnaar wonende te Zwijndrecht en van Teuntie Ariensdr. Moelesijn, wonende te Zwijndrecht. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn en geen "verbintenis van schulden". Als hij de eerststervende is, zonder kinderen in dit huwelijk verwekt na te laten, zal de bruid boven de morgengave een somma van 500 gl. als "douairie" krijgen. In het geval zij de eerststervende is, zal hij uit haar nalatenschap een gelijke somma van 500 gl. ontvangen. Hij tekent, zij zet een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 630)

De kwartieren 1552 t/m 1567 zijn ontleend aan Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 93 en 105- 106.

1552. Jan Gijsbertsz. van Andel, geboren 1647, overlijden aangegeven te Andel door Govaert Jansz. van Andel op 7 okt. 1707, trouwde naar schatting ca. 1670

1553. Eijke Govaertsdr. Rosa, geboren naar schatting ca. 1650, overlijden aangegeven te Andel door Govaert Jansz. van Andel op 6 juli 1733

- 17 juli 1701: Jan van Andel betaalt de 40e penning van de koop van 2 morgen land in de opperste polder.

1554. Huijbert Jansz. Doncker, gedoopt NG Haaften 1 dec. 1644, woonde te Neerijnen in 1670, trouwde 1e Zaltbommel 31 mei 1670 (ondertrouw Waardenburg 14 mei 1670)

1555. Anneke Jansdr. Holl, jonge dochter van Neerijnen (1670), overleden vr 13 febr. 1705

1556. Melis Jansz. Plat, gedoopt NG Waardenburg 24 dec. 1646, trouwde ald. 26 juli 1673

1557. Hillechen Cornelis, gedoopt NG Waardenburg 30 dec. 1649

1558. Hendrick Gerritsz. van den Est, woonde te Tuil in het huis "Roosenboom", trouwde

1559. Stesken Woutersdr. van As, gedoopt NG Waardenburg 26 dec. 1659

1560. Willem Ariensz. Naaijen, woonde te Andel, overleden vr 1709 trouwde

1561. Maria Jansdr. Rosa, overleden in 1709 of 1710

1562. Arie Cornelisz. van den Bergh, woonde in Vuren. met zijn tweede vrouw lidmaat van de NG gemeente ald. (vermeld ca. 1685, 1700, 1704 en 1708), trouwde 2e Vuren 2 aug. 1682 Jantje Frederiksdr., trouwde 1e

1563. Geertruij Pietersdr. van der Wal

1566. Jan Adriaensz. van Andel, woonde te Andel, lidmaat van de NG gemeente ald. (vermeld in 1703), schepen van Andel 1701-1705, overleden ald. 7 aug. 1716

1567. Maria Cornelisdr. van Thiel, overleden vr 1703

1568. Bernt Mensen (Barent Meusssen), trouwde naar schatting ca. 1675 (voor 10 febr. 1679), overleden vr 9 sept. 1707 (vriendelijke mededeling mevr. Geurtsen-Solin)

1569. Mechtel Hal, geboren naar schatting ca. 1650, overleden tussen 24 jan. 1717 (ORA Nijmegen inv. 563) en 31 jan. 1734

- 10 febr. 1679: compareren voor schepenen van Nijmegen Johan Man en Anneken Derns, echtelieden, mitsgaders Abraham Man en Hermken Verspijck, echtelieden, als erfgenamen van hun ouders Jacob Man en Enneken Steenhouwers zaliger, in hun leven ook echtelieden en verklaren verkocht te hebben aan Bernart Menssen en Mechtelt Hal, echtelieden, zeker huis en "hoffstadt", met alle rechten en toebehoren, staande en gelegen aan de Marinburgse straat, tussen het huis van Johan Hal en dat van de erfgenamen van wijlen Johan de Bij en Odilie Buijs, in hun leven gewezen echtelieden, zijnde vrij erf en goed en niet belast met hypotheek, voor de somma van 350 gl. (ORA Nijmegen inv. 1884)

- 7 nov. 1686: Bernt Mensen wordt burger van Nijmegen, betaalt hiervoor 13 gl. 10 st. (Burgerboek Nijmegen)

- 31 jan. 1734: compareren voor schepenen van Nijmegen Jochem Mensen en Anna Maria Prinssen, echtelieden, Henrik Mensen en Gertruid Rosier, echtelieden, Maria Mensen, weduwe van Willem Frederiks, Elsken Mensen, weduwe van Jacobus Crinen, Johannes Menssen en Johanna Catharina Craane, echtelieden, en Henrik Bos en Anna Gertruijd Mensen, ook echtelieden, alle kinderen en erfgenamen van Bernt Mensen en Mechteld Hal, in hun leven echtelieden. Zij verklaren te transporteren "voor eene welbetaelde somme van vijffhondert gulden" aan Anthonij Willem, Jan Hendrik, Elisabeth en Hendrina Mensen, allen kinderen van Jochem Mensen, een huis en hofstad, met open plaats en alle rechten en gerechtigheden, staande aan de Koningstraat, al bewoonde wordende door Jochem Mensen, belend aan de ene zijde door het erf van juffrouw Gertruid van Rijswijk, weduwe van Elsenbroek, aan de ene zijde en verkopers aan de andere zijde, zijnde vrij erf en goed, niet anders belast dan met een "overthiens" van 36 stuivers jaarlijk, te betalen aan de "Elendigen" te Nijmegen, voorts de verponding en andere "'s Heeren schattingen", hebbende de rentmeester van de Elendige Broederschap, Christoffel van den Berch in het doen van deze overdracht geconsenteerd. (GA Nijmegen, eigendomsregistratie en ligging der percelen, nr. 2072-083, adres: A:293, kadasternummer 764)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Maria Mensen, geboren ca. 1679, overleden Nijmegen 12 febr. 1757 (Oud Burgerlijk Gasthuis), trouwde NG Nijmegen 13 okt. 1715 Wilem Frederiks, schout van de wagens

b. Jochem Mensen (Meusse), geboren naar schatting ca. 1680 mogelijk te Kleef, jongman te Nijmegen (1706), wordt burger van Nijmegen op 3 nov. 1706 (betaalt 13 gl. 10 st., herkomst: Kleef) trouwde NG Nijmegen/Hees 9/22 mei 1706 (getuigen: Herme Taap en de moeder van de bruid) Anna Marij Prinssen, jonge dochter te Nijmegen (1706)

Uit dit huwelijk:

b-1. Anthonij (Willem) Mensen, gedoopt NG Nijmegen 3 juli 1709 (getuige: Hendrik Mensse)

b-2. Jan Hendrik Mensen

b-3. Elisabeth Mensen

b-4. Hendrina Mensen

c. Elsken Mensen, geboren ca. 1682, overleden Nijmegen 17 febr. 1765 (Oud Burgerlijk Gasthuis), trouwde NG Nijmegen 15 dec. 1715 Jacobus Crinen, schoolmeester

d. Hendrik Mensen, geboren naar schatting ca. 1685 (= kwartier 784)

e. en f. Johannes Mensen en Anna Geertruijd Mensen (tweeling), gedoopt NG Nijmegen 20 nov. 1687 (getuigen: Henrik Chielen, Peter Otten, Anneke Hannesen, Abraham Max, Mettje Gerrits en Geertruij Francken)

Johannes Mensen trouwde NG Nijmegen 8 mei 1718 (ondertrouw, getrouwd in Neerbosch)  Johanna Catharina Kranen

Anna Geertruijd Mensen trouwde Hendrik Bos (attestatie van Nijmegen naar Gent 18 okt. 1734)

1570. Willem Rogiers (Roesier) (Rekielje), geboren naar schatting ca. 1655, jongman te Nijmegen (1679), olieslager in de Meulenstraat te Nijmegen (1716), overleden na 27 aug. 1716 (vriendelijke mededeling van mevr. T. Geurtsen-Solin), trouwde NG Nijmegen 9/26 nov. 1679 (getuigen: moeder van de bruid en Johan Craijevelt)

1571. Christina Teunisdr. (van Zutveen), jonge dochter te Nijmegen (1679)

- 9 febr. 1679: Willem Rosier wordt burger van Nijmegen (vriendelijke mededeling van mevr. T. Geurtsen-Solin)

- 1740: raadsignaat Nijmegen (p. 40): "Verlese de Requeste van Maria Rosier, weduwe van Justinus van Hinsbergen, daar bij te kennen gevende, hoe dat haer vader Willem Rosier tot sijne erfgenamen van sijne na te laten goederen, hadde genstitueert voor de helfte haare drie kinderen, en dat onder die nagelaten goederen waren twee huijskens, welke waren verkocht, dat tot die  verkopinge namens hare soon Rosier van Hinsbergen was geauthoriseert den Clercq David Bakker, dat onder den selven namens hare soon was liggende eene somme van hondert en twintig gulden, dat hare soon uijtlandig was sonder dat de suppliante wiste waar denselven sig was onthoudende en dat na alle gedachten nooit weder soude komen, doordien denselven van het Regiment van wijlen den Collonel van Plotho was gedeserteerd, versoeckende oversulx dat Haar Edele en Achtb. den Clercq David Bakker geliefden te authoriseren om die gementioneerde hondert en twintig gulden aen de suppliante uit te keeren en in welk versoeck hare twee kinderen als mede erfgenamen van haren grootvader Willem Rosier bij onderteekeninge deses waren consenterende. [Verzoek toegestaan.]"

Kinderen (allen NG gedoopt te Nijmegen):

a. Maria, 12 nov. 1679, jong overleden

b. Antonij, 10 febr. 1682

c. Geertruij Rosier Rekielje, 21 okt. 1683 (= kwartier 785)

d. Marij (Maria) Rosier, 28 juni 1685, overleden in of na 1740, trouwde Justinus van Hinsbergen

e. Rosier, 8 mei 1687 (getuigen: Adriaen Adriaensen en Catarijn Resulders)

1576. Gerrit Bastiaensz. Verveer, gedoopt NG Dordrecht 18 nov. 1682, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 13/28 april 1704 (de bruidegom geassisteerd met haar moeder, de bruid met haar goede kennis Annighie Aelberts)

1577. Hendrickie Jansdr. van Eesteren, weduwe van Arnoldus Pietersz. van Roos, van "de Graaf" [Grave] (1704)

Kinderen:

a. Bastiaan, gedoopt NG Dordrecht 21 mei 1704 (= kwartier 788)

b. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 9 nov. 1705

1578. Marijnis Ariensz. van Elsoo, gedoopt NG Dordrecht 1670, jongman van Dordrecht wonende in de Kromme Elleboog (1692), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 juni/13 juli 1692

1579. Anna Stevense, geboren naar schatting ca. 1665, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1692), overleden na 13 sept. 1733

- 26 juni/10 juli 1695: Jan Bastiaensz. Schuttel trouwt met Maria Arijensdr. van der Schulp, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Kromme Elleboog, geassisteerd met Marijnis Arijensz. van Elsloo haar aangehuwde broeder (trouwboek Gerecht/NG Dordrecht)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Jobje, 8 okt. 1694

b. Arie, 1698

c. Anna (Johanna) van Elsloo, 1701, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Kolfstraat (1725), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 3/21 aug. 1725 (de bruid geassisteerd met haar moeder Anna Stevens) Tomas Mallan, weduwnaar van Dordrecht, wonende in de Nieuwstraat (1725)

d. Arien, 1704

e. Ariaentie (Adriana) van Elsloo, 1707, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Wijngaardstraat (1733), trouwde Gerecht/NG 13 sept./4 okt. 1733 Johannes Verhoest, jongman van Dordrecht wonende in de Wijngaardstraat (1733)

1580. Jan Ariensz. Pee, geboren naar schatting ca. 1665, jongman wonende in Kijfhoek (1690), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16 mei/16 juni 1690 (getuigen: Maijken Ariens en Neeltge Teunis)

1581. Catharina (Katje) Teunis, jonge dochter van Dordrecht (1690)


1582. Cornelis Fransz. Stout, jongman van Hendrik-Ido-Ambacht (1697), trouwde NG Hendrik-Ido-Ambacht 6 jan. 1697

1582. Teuntie Leendertsdr. Hackmes, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 16 juli 1673

1584. Klement Bastiaansz. Beesemer, jongman van Hendrik-Ido-Ambacht, wonende te Zwijndrecht (1687), weduwnaar wonende kerkelijk onder Zwijndrecht (1698), overleden vr 26 sept. 1731, trouwde 1e NG Zwijndrecht 7 febr. 1687 Aegje Jans, jonge dochter van Papendrecht, wonende te Zwijndrecht (1687), trouwde 2e NG Zwijndrecht 7/27 mrt. 1698

1585. Ariaantje Andriesdr. Visser, geboren naar schatting ca. jonge dochter van Sliedrecht (1698), overlijden aangegeven bij de gaarder te Zwijndrecht 20 febr. 1740 (Aerjaentie Visser, weduwe van Clement Besemer, onder Zwijndrecht, pro deo)

- 28 febr. 1687: testament van Cleem Bastiaensz. en Aechtgen Jans, echtelieden wonende op Zwijndrecht. Zij benoemen tot erfgenaam en voogd de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen bij hun huwelijk 10 gl. uit te reiken. Hij tekent, zij zet een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 548)

- 26 sept. 1731: testament van Ariaantje Visser, weduwe van Clement Bastiaensz. Besemer, wonende te Zwijndrecht. (ONA Zwijndrecht inv. 6)

(Onze Voorouders, kwartierstaten en stamreeksen, deel I [Leiden 1989], p. 26)

1586. Cornelis Cornelisz. de Bont, geboren ca. 1676, jongman wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht (1696), zoutmeter, panneboeter, overleden na 24 april 1749 (vriendelijke mededeling van de heer B. Prins), trouwde 2e Zwijndrecht 4/22 jan. 1733 Pleuntje de Bond (zijn achternicht), jonge dochter kerkelijk gehorend op Zwijndrecht (1733), trouwde 1e Zwijndrecht 27 mei 1696

1587. Maaijke Gerritsdr. Stok (Staak), gedoopt NG Papendrecht 12 aug. 1674, jonge dochter van Papendrecht en wonende te Zwijndrecht (1696) deed belijdenis te Papendrecht op 1 juli 1694 (vriendelijke mededeling van de heer A.J. Stasse), overleden vr 4 jan. 1733

1588. Jan Bastiaansz. Bijkerk, overleden Hendrik-Ido-Ambacht 14 nov. 1720, trouwde 2 Zwijndrecht 2 mei 1711 Jannetje Hendriksdr. Ruijter, weduwe van Willem Willemsz. de Hardt, trouwde 1e naar schatting ca. 1670

1589. Annigje Willemsdr. Rijke, gedoopt NG Zwijndrecht 7 juli 1650, overleden tussen 4 dec. 1709 en 2 mei 1711

- 4 dec. 1709: comp. voor de Dordtse notaris E. Venloo Jan Bastiaensz. Bijkerck, wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht. Hij verklaart te begeren dat na zij overlijden zijn gehele nalatenschap tot de meerderjarigheid of eerder huwelijk van zijn jongste zoon Leendert Jansz. onverdeeld zal blijven en voor die tijd zal blijven berusten onder de hierna te noemen voogden. Tot erfgenamen benoemt hij zijn kinderen Adriaentje, Willem en Leendert Jansz, elk voor een derde deel. Als voogden stelt hij aan zijn broer David Bastiaensz. Bijkerck en Jan Pietersz. de Hart. Hij tekent met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 504)

- 16 april 1711: huwelijkse voorwaarden tussen Jan Bastiaensz. Bijkerk en Jannetje Hendrix, weduwe van Willem Willemsz. de Hardt, beiden wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht. (ONA Dordrecht inv. 505, akte 23)

Kinderen:

a. Adriaentje

b. Willem

c. Leendert, gedoopt NG Zwijndrecht 28 nov. 1694

1592. Arie Gerretsen, gedoopt NG Alblasserdam 20 okt. 1658, jongman van Alblasserdam (1682), trouwde NG Giessen-Nieuwkerk 8 dec. 1682 (ondertrouw, getrouwd te Giessen-Nieuwkerk), lidmaat van de NG gemeente te Gorinchem 18 dec. 1678 (Gens Nostra 1998, p. 254)

1593. Willemijntje Ariensdr. van Eck, jonge dochter van Giessen-Nieuwkerk (1682), lidmaat van de NG gemeente te Ottoland 1678, lidmaat idem te Gorinchem met attestatie van Ottoland 18dec. 1678 (Gens Nostra 1998, p. 254)

Kinderen (allen NG gedoopt te Alblasserdam):

a. Marij, 23 febr. 1687 (getuigen: Jan Bouwens, Neeltje Teunis)

b. Gerret, 23 febr. 1689 (getuigen: Pieter Gerretsen, Geertje Jans)

c. Leendert, 1 juli 1691 (getuigen: Jan Bouwens, Neeltje Leenderts)

1594. Cornelis Ariensz. Cort, gedoopt NG Alblasserdam 8 sept. 1658, jongman van Alblasserdam (1683), trouwde NG Alblasserdam nov. 1683

1595. Marichje Ariens, jonge dochter van Alblasserdam (1683)

1596. Martinus Willemsz. Smit, gedoopt NG Zwijndrecht 5 okt. 1664, jongman wonende "onder 't Ambagt" (1697), weduwnaar wonende op Zwijndrecht (1700), weduwnaar wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht (1703), trouwde 1e Zwijndrecht 16/31 mrt. 1697 Neeltje Chielen van de Werf, jonge dochter wonende onder Meerdervoort (1697), 2e Zwijndrecht 25 dec. 1700 Liedewij Cornelis, jonge dochter van Alblasserdam, wonende op Zwijndrecht (1700),  3e Zwijndrecht 2 dec. 1703

1597. Lijsbet Cornelisdr. Vet, geboren naar schatting ca. 1670, jonge dochter wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht (1703)

1598. Eldert Huijgen Pluijm, geboren naar schatting ca. 1660, overlijden aangegeven bij de gaarder te Zwijndrecht 19 mei 1741 (impost 3 gl.), trouwde naar schatting ca. 1685

1599. Neeltje Bastiaansdr. Spriet, gedoopt NG Oud-Alblas 29 aug. 1660

- 11 april 1723: Eldert Pluijm en Neeltje Spriet getuigen bij de doop van Eldert, zoon van Huijg Eldersz. Pluijm en Neeltje Cornelisdr. van der Kruijt (NG Zwijndrecht)

(Ons Voorgeslacht 1990, p. 309)

1608. Teunis Huijbersz. (van der Lubbe), gedoopt RK Wassenaar 24 nov. 1654, overleden onder Haagambacht, overlijden aangegeven bij de gaarders te 's-Gravenhage en Wassenaar op 14 juni 1701, begraven te Wassenaar, trouwde RK Wassenaar 14 juni 1688 (Gerecht Wassenaar 15 juni 1688)

1609. Trijntgen (Catharina) Huijchendr. Breero, gedoopt RK Wassenaar 26 nov. 1652

(De Navorscher 1958, p. 56)

Kind:

a. Jan, gedoopt RK Wassenaar 30 mrt. 1689 (susceptores: Arie Huijge, Teuntie Huijge)

1610. Floris Cornelisz. van Bourgoinge, geboren naar schatting ca. 1660, weduwnaar geboortig van Lisse (1689), bouwman in de Lisserpoel, overleden Lisse 21 nov. 1702, trouwde 1e (vr 11 mei 1688) Neeltje Jacobsdr. van der Voord, 2e Gerecht Lisse 13 febr. 1689

1611. Jannetje Dirksdr. Verdel, jonge dochter geboortig van Sassenheim, overleden Lisse 27 april 1740, trouwde 2e Lisse 2 aug. 1705 Vegter Siersz. Westerheuvel

1612. Ari Jansz. van Weene, trouwde

1613. Maertie Arende

1614. Arij Jansz. Vromesteijn, jongman van Hazerswoude wonende te Oegstgeest (1699), trouwde Gerecht Oegstgeest 8 nov. 1699

1615. Cornelia Jansdr. van Heuldijck, jonge dochter van Wassenaar wonende te Warmond (1699)

1626. Dirck Doedesz. van Eijck, jongman van het Paddegat onder Esselickerwoude (1702), trouwde Alkemade (gaarder, pro deo) 22 april 1702

1627. Maritge Jacobsdr. van Leeuwen, jonge dochter wonende op de Rijpwateringe (1702)

1632. mr. Pieter Andriesz. de Nachtegael, geboren vermoedelijk Den Opperstok, gedoopt NG Groot-Ammers 12 juni 1650, overleden vermoedelijk Naaldwijk (Sliedrecht) tussen 12 mrt. 1687 en 18 mei 1691, trouwde 1e NG Groot-Ammers 30 april 1679 Merrichjen Willems, jonge dochter van Wijngaarden (1679), 2e NG Wijngaarden (getuigen: moeder van de bruidegom en vader van de bruid) 19 april 1681 (ondertrouw)

1633. Marichje Ariensdr. (van Wijngaarden), vermoedelijk gedoopt NG Wijngaarden 25 april 1655, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 20 dec. 1715 (Marijcke Arijse, weduwe van Pieter Nachtegael in de Nieuwstraat)

- 1679: mr. Pieter de Nachtegael en zijn vrouw lidmaten van de NG gemeente te Sliedrecht

- 12 mrt. 1687: Willem Arijensz. van Wijngaerden en mr. Pieter Nagtegael, beiden wonende in het ambacht Naaldwijk (Sliedrecht) kopen voor 990 gl., waarvan 690 gl.contant, een huis, erf, werfje, steeg en boomgaard, buitendijks, samen groot 150 roeden, staande en gelegen in het ambacht Naaldwijk.

(Kronieken 1991, nr. 1, p. 20-21)

- 21 dec. 1715: begraven Marijke, weduwe van Pieter de Nachtegael, achter in de Nieuwstraat, geen wezen, heeft geleefd van de diaconie (Weeskamer Dordrecht inv. 112 (dodenregister), f. 176v) 

1634. Aert Jansz. 't Hoen, geboren te Gouda ca. 1645, soldaat onder kapitein [Gerard] Storm in garnizoen te Breda (1674), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 8 mrt. 1708 (Aerdt Jansz. 't Hoen, buiten de Vriesepoort), trouwde 1e NG Gouda 13/28 april 1669 Jannichie Govertsdr. van der Putte, jonge dochter van Gouda (1669), 2e NG Gouda/Lekkerkerk 7/22 febr. 1671 Weijntje Goossensdr. Hoflandt, jonge dochter van Lekkerkerk (1671), 4e Gerecht/NG Dordrecht 28 sept./13 okt. 1692 Caetje Tobias, jonge dochter van Dordrecht (1692), 3e NG Dordrecht/Dubbeldam 28 jan./11 febr. 1674

1635. Barbara Maertensdr. (Breemans), gedoopt NG Dordrecht 26 april 1648, jonge dochter van Dordrecht, woont buiten de Vriesepoort (1674)

- 8 mrt. 1708: begraven Aert Jansz. 't Hoen, overleden "sine bonis, alsoo van de Diaconij heeft getrocken, volgens verclaringe van de kinderen van de overledene". (Weeskamer Dordrecht inv. 111, f. 66)

1636. Jacobus Beugels, gedoopt RK Venlo 29 juni 1653, jongman geboren van Venlo, wonende te Dordrecht, schrijnwerker (1678), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 20 aug. 1693 (een baar voor Jacobus Beugel, timmermansknecht in de Schuitenmakersstraat), trouwde Gerecht Dordrecht 23 april/8 mei 1678 (de bruidegom geassisteerd met zijn neef Lambert Bonjon Maasschipper en de bruid met Francijntje Jans, weduwe van Willem Geldoff, haar moeder), kerkelijk huwelijk in de Katholieke kerk in de Voorstraat op 19 jan. 1678 (getuigen: Josina van Bergen en Jan Constant)

1637. Geertruijt Geldoff, geboren naar schatting ca. 1655, jonge dochter geboortig en wonende te Dordrecht (1678), overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 26 jan. 1733, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 27 jan. 1733 (Geertruij Gelthoff, weduwe van Jacobus Beugels, achter in de Kolfstraat, laat kinderen na, beste graf)

- 22 aug. 1709: verklaring door Geertruijd Willemsdr. Geldoff, weduwe van Jacobus Beugels. Zij tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 714, akte 149, f. 379)

Kinderen (allen Oud-Katholiek gedoopt te Dordrecht):

a. Michael, 25 febr. 1679 (get.: Michiel Beugels, Francijntie Jans)

b. Catharina, 13 mrt. 1680 (get.: Francijntie)

c. Gisbertus, 28 febr. 1693 (get.: Laurens Gronsvelt, Cornelia Beugels)

1638. Laurens Jansz. (Braamsloot), gedoopt NG Dordrecht 7 jan. 1669, jongman van Dordrecht, schippersgast, wonende in het Riedijkstraatje (1692), begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 31 aug. 1717 (Lauwerens Bramsloodt, in de Riedijkstraat), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 13/27 jan. 1692

1639. Aeltje Gerritsdr. (van den Hout), gedoopt NG Dordrecht 13 jan. 1666, jonge dochter van Dordrecht, wonende in het Riedijkstraatje (1692)

- 27 mrt. 1720: Aaltie Gerrits, weduwe van Lourens Braamsloot, bekent schuldig te zijn aan Pieter Meesters, "krankebesoeker", een bedrag van 300 gl. wegens geleende penningen, daarvoor verbindende een huis in het Riedijkstraatje, staande tussen het huis van Cijke de Witt en dat van de erfgenamen van schipper Joris. Schuldbrief geroyeerd op 15 febr. 1725. (ORA Dordrecht inv. 813, f. 14)

1642. Willem Aards Bakker den Huerman, gedoopt NG Moordrecht 6 dec. 1654, begraven Gouderak 6 mei 1722, trouwde NG Gouderak 23 mrt. 1687

1643. Leentje Okkersdr. Tom, begraven Gouderak 28 mrt. 1711

1644. Jacob Jacobsz. Romijn, overleden vr 17 okt. 1721, trouwde naar schatting ca. 1688

1645. Geertie Leenders, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 6 sept. 1671

- 17 okt. 1721: Geertie Leenders, weduwe van Jacob Romijn, getuige bij huwelijk van haar dochter Marijtie, wonende buiten de Sluispoort (trouwboek Gerecht Dordrecht)

- 4 dec. 1722: Geertie Leenders, weduwe van Jacob Romijn, getuige bij huwelijk van dochter Johanna Romijn, jonge dochter van Dordrecht, wonende buiten de Sluispoort, met Jacob Wittense, jongman van Dordrecht (trouwboek Gerecht Dordrecht)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jacob, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 9 okt. 1689

b. Maritie Romijn

c. Johanna Romijn

1646. Teunis Joosten (Brouwers), gedoopt NG Dordrecht 16 april 1659, jongman van Dordrecht, wonende buiten de Sluispoort (1688), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 28 mei 1712 (Tinnis Jooste Brouwers, in de Ruitestraat), trouwde NG Dordrecht 9/23 mei 1688 

1647. Anna Pieters, jonge dochter van Dordrecht, wonende buiten de Sluispoort (1688)

- 28 mei 1712: begraven Teunis Joosten Brouwers, in de Ruitestraat, sine bonis volgens verklaring van Anneke Pieters, zijn vrouw (Weeskamer Dordrecht inv. 112 (dodenregister), f. )

1648. Dirck Schalcken (Soeteman), gedoopt NG Alblasserdam 8 jan. 1645, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 22 sept. 1707 (Dirck Schalcke Soeteman, aan de zoutketen op de 's-Gravendeelse dijk), trouwde NG Sliedrecht 7 sept. 1670 (NG trouwboek Alblasserdam)

1649. Maijke Ariensdr. (de Bruijn), jonge dochter van Sliedrecht (1670), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 27 mrt. 1733 (Maaijke de Bruijn, weduwe van Dirk Soeteman, achter de keten, een graf bij het klokhuis)

- 26 april 1685: Dirk Schalke Soeteman uit Alblasserdam wordt burger van Dordrecht. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1975, f. 31)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Aeltie Dirksdr. Soeteman, 6 jan. 1675, jonge dochter van buiten Dordrecht (1693), trouwde NG Papendrecht 27 nov./20 dec. 1693 Jan Jansz. van Rijn, jongman van Papendrecht (1693)

b. Schalk, 11 febr. 1677

c. Johannes, 23 okt. 1678

d. Anna, 30 nov. 1680

e. Schalck, 16 okt. 1682

f. Ariaentien, 17 aug. 1684

g. Ariaen, 28 nov. 1686

h. Sijchie, 28 okt. 1688

i, Maria, 15 jan. 1693

j. Dirck, 25 nov. 1695

1650. Cornelis Ariensz. (Adriaensz.) (Bouw), geboren naar schatting ca. 1655, jongman van Alblasserdam (1682), trouwde NG Alblasserdam 28 jan. 1682 (getrouwd in Zwijndrecht)

1651. Kommertje Jansdr., gedoopt NG Zwijndrecht 5 juli 1654, jonge dochter van Zwijndrecht (1682)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Maijeke, geboren naar schatting ca.1685

b. Jannegje Cornelisdr. Bouw, 13 juni 1688, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Sluispoort (1713), trouwde NG/Gerecht Dordrecht 2 juli 1713 (de bruid geassisteerd met Maijke Bou) Pieter Simonsz. Vogel

c. Adrianus, 2 sept. 1690

d. Adriaen, 1 aug. 1692

e. Anna, 27 april 1695

1652. Tomis Tomisz. Brulle (Tonijs Tonijsz.), gedoopt NG Zwijndrecht 11 april 1655 (buitenechtelijk kind), commandeur van een Groenlandvaarder (1712), trouwde naar schatting ca. 1680

1653. Ariaentje Pietersdr., gedoopt NG Zwijndrecht 4 april 1649, overleden na 28 febr. 1707

(Ons Voorgeslacht 1986, p. 95; Ons Voorgeslacht 2007, p. 37; G. van Sante, Alfabetische Naamlijst van alle Groenlandcommandeurs sedert 1700 [Bibliotheek Scheepvaartmuseum Rotterdam])

- 26 sept. 1712: compareert voor notaris C. van Aansurg te Dordrecht Tomas Tomasz. Brulle, commandeur, Dirck de Gelder en Pieter Tomasz. Brulle, harpoenier, en Jan de Kets, bootsman, "alle van competenten ouderdom en een ider van haar in de voormelde hunne qualiteit hebbende gevaren op, en met het schip genaamt het Dordse Lam de welcke alle eenpariglijk verclaren ... ten behoeve van den genen die hulp noodig soude mogen hebben waar, en waaragtig te weesen, dat sij op den 21 Julij deses jaars [1712] 's morgens de klocke ontrent vier uren op Donderdag sonder nogtans in de preciese ure, ofte tijd bepaald te willen sijn, komende op de hoogte van ontrent de acht en seventig graden ontrent zes a seven en dartig uren van de wal, sijn genomen door Capitein Francois Denis, voerende het schip La St. Denies, gemonteerd met sestien stucken en een honderd vijftig man, mitsgaders door Capitein Bernhard de Douvile, voerende het schip Duc de Vendome, gemonteerd met acht en twintig stucken, en twee honderd dartig man, wesende twee kapers van St. Jan de Lux ende dat op het naarjagen van ontrent de anderhalff etmale tot verscheijde courssen, als wesende extra-ordinair mistig weder waar door sij getuijgen verclaren sulx niet te hebben konnen ontgaen. Geven sij getuijgen alle voor redenen van wetenschap dat sij als in den text en in qualiteit voorgemeld present en tegenwoordig sijn geweest gevoegelijk soodanigen kennisse, weten en geheugen van't vorige haer gedeposeerde hebbende sijn dat sij alle bereijt sijn 't selve des versogt wordende met eede te bekragtigen." Tomas Brulle tekent met een merkje en Pieter Brulle met zijn naam. (ONA Dordrecht, inv. 717, akte 155)

Kinderen (allen NG gedoopt te Zwijndrecht):

a. Pieter Thomasz. Brulle, 2 nov. 1687

b. Aeltje, 9 juli 1690

c. Thomas Brullee, 14 juli 1697 ("attestatie geligt na Dordt den 6 nov. 1730"), wordt op 21 nov. 1730 burger van Dordrecht, komende uit Zwijndrecht.

d. Jannetje, overleden Zwijndrecht 3 febr. 1747

1654. Cornelis Jansz. van der Neth, jongman van Zwijndrecht (1669), drager in de Oostzoutketen te Zwijndrecht, trouwde NG Zwijndrecht 19 mei 1669

1655. Lijsbeth Willems (Blom?), jonge dochter van Zwijndrecht (1669)

- 13 mei 1695: compareert voor notaris H. van der Hoop te Dordrecht (o.a.) Cornelis Jansz. van der Neth. Hij verklaart 28 jaar lang drager/arbeider in de Oostzoutketen van Zwijndrecht te zijn geweest. (ONA Dordrecht inv. 483, f. 246 e.v.)

- 15 nov. 1711: Lijsbet Blom en Pieter Thomasz. Brulee doopgetuigen bij Lijsbet, dochter van Willem van der Net en Ariaantje van Sandeling (NG doopboek Zwijndrecht)

1656. Arij Fransz. (den Alphenaar), jongman wonende in het Noordeinde van Waddinxveen (1693), trouwde NG Waddinxveen 8 mrt. 1693

1657. Hendrickje Aelberts, jonge dochter wonende in het Noordeinde van Waddinxveen (1693)

Kinderen (allen NG gedoopt te Waddinxveen):

a. Aalbrecht Ariensz. Alfenaar, 12 april 1693, trouwde Waddinxveen 28 juli 1719 Neeltje Leendertsdr. Dobbe

b. Cornelis, 1696

c. Marijtje, 1703

d. Frans, 11 juni 1708

1658. Leendert Willemsz. Dobbe, trouwde vr 27 okt. 1697

1659. Jaapje Leenderts

Kinderen (o.a.):

a. en b. Neeltje en Marigje, gedoopt NG Waddinxveen 27 okt. 1697

c. Leendert, gedoopt NG Waddinxveen1701

d. Willem, gedoopt NG Waddinxveen 1702

1664. Arij Jansz. Rook, gedoopt NG Ouderkerk a/d IJssel 14 april 1664 (getuigen: Maerten Ariens, Cornelis Gerrits, Claesgen Ariens), landbouwer te Nieuwerkerk a/d IJssel, Stolwijk en Ouderkerk a/d IJssel, overleden Ouderkerk a/d IJssel 16 jan. 1715, trouwde 1e vr 2 juli 1690 Pietertje Cornelis, 2e NG Ouderkerk a/d IJssel/ Stolwijk 29 okt./15 nov. 1693 (beiden wonende te Ouderkerk a/d IJssel)

1665. Lijsje Dirksdr. Theeuwen, jonge dochter van Stolwijk, overlijden aangegeven bij de gaarder te Ouderkerk a/d IJssel 22 nov. 1711

- 16 dec. 1724: de vier meerderjarige kinderen van Arien Jansz. Roock, gewoond hebbende en overleden te Ouderkerk a/d IJssel, delen mede, dat volgens het testament van hun vader en moeder (Lijsbet Dirksdr.) zaliger, op 20 juli 1711 gepasseerd te Capelle a/d IJssel ten overstaan van notaris W. Romein, de weeskamer is gesecludeerd. De toen aangestelde voogden zijn inmiddels overleden. (Weeskamer Ouderkerk a/d IJssel)

1666. Arij Jansz.Versluijs (alias Arien Luijt), geboren naar schatting ca. 1660, overlijden aangegeven bij de gaarder te Ouderkerk a/d IJssel op 30 sept. 1745 (pro deo), trouwde NG Gouderak 7 sept. 1687

1667. Jannetje Aartsdr. Huerman, gedoopt NG Gouderak 5 mrt. 1662, overlijden aangegeven bij de gaarder te Ouderkerk a/d IJssel 20 juli 1747 (pro deo)

(Ons Voorgeslacht 1977, p. 483; Prometheus XV, p. 73)

- 1 nov. 1723: compareren voor notaris S. Guldemont te Ouderkerk a/d IJssel Arij Jansz. Versluijs en Jannette Aerts, echtelieden wonende in "dit ambacht", hij ziek, zij gezond. De eerststervende van beiden "'institueert" hun kinderen in de "naakte" legitieme portie. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot universele erfgenaam. Tot voogden stellen zij aan Jan Nannensz. Kors, oud-heemraad te Ouderkerk a/d IJssel en Gerrit Aartsz. van der Starre, wonende aan de Goudkade. Akte door beide testateuren ondertekend. (ONA Ouderkerk a/d IJssel inv. 6504)

1668. Cornelis Woutersz. de Bes, gedoopt NG Streefkerk 27 okt. 1680 (getuigen: Jan Robbertse, Jan Laurens, Annigje Gerrits), overleden vr 1 mrt. 1739, trouwde Lekkerkerk 29 juni 1702 (ondertrouw)

1669. Crijntje Ariensdr. Broer, gedoopt NG Lekkerkerk 29 juli 1674 (getuigen: Jacob Ariense, Jan Leendertse, Annitje Ariens, Marchje Huijgen, Marchje Crelis, Pietertje Cnilis), overlijden aangegeven bij de gaarder in Krimpen a/d IJssel 19 jan. 1739

- 1 mrt. 1739: de kinderen van Cornelis Woutersz. de Bes doen afstand van de door zijn weduwe nagelaten goederen, die vervolgens door zijn dochter Jaepgen worden aanvaard.

1670. Joris Jansz. Stolck (alias de Roij), jongman van Ouderkerk a/d IJssel (1696), testeert met zijn vrouw te Ouderkerk a/d IJssel op 2 mei 1729, overlijden aangegeven bij de gaarder te Nieuwerkerk a/d IJssel op 25 aug. 1758, trouwde Ouderkerk a/d IJssel 10 juni 1696

1671. Jannetje Govertsdr. Quick, jonge dochter van Nieuwerkerk a/d IJssel (1696), overleden 28 dec. 1724

- 10 mei 1749: transport van een huis in de Kerkstraat "tot mr. Johannis Pannevis", belast met een erfpacht van 15 st. t.b.v. de ambachten, door Jan en Joris Stolk aan Cornelis Vaandrager. (Ons Voorgeslacht 1980, p. 155)

1672. Pieter Ariensz. Waert (alias Schouten), woonde te Ouderkerk a/d IJssel in de polder De Cromme, testeert met zijn vrouw op 5 aug. 1705 te Capelle a/d IJssel, overlijden aangegeven bij de gaarder te Ouderkerk a/d IJssel 15 mei 1726, trouwde naar schatting ca. 1675

1673. Leentje Pietersdr. Scheepmaker. geboren naar schatting ca. 1650, overlijden aangegeven bij de gaarder te Ouderkerk a/d IJssel 23 febr. 1718

- 26 okt. 1685: Pieter Ariensz. Waert verkoopt een deel van een huis in de polder De Zijde, gekomen van de ouders van zijn vrouw.

- 1691 en 1705: Pieter Ariensz. Waert met zijn vrouw vermeld als lidmaten van de NG gemeente te Ouderkerk a/d IJssel.

(Hollands Stam- en Naamreeksen, deel II [Delft/Rotterdam], p. 147; Prometheus XV, p. 72)

1674. Abraham Claesz. Noorlander, geboren 1651, overlijden aangegeven bij de gaarder te Bergambacht 25 mrt. 1734, trouwde naar schatting ca. 1675

1675. Adriaantje Cornelisdr. Sost, gedoopt NG Moordrecht 6 aug. 1651, overlijden aangegeven bij de gaarder te Ouderkerk a/d IJssel 18 dec. 1726

- 1672: Abraham Claesz. Noorlander vermeld in de lijst van weerbare mannen (woont in De Cromme of De Geer)

(Prometheus XV, p. 72; Ons Voorgeslacht 1979, p. 307)

1682. Pieter Willemsz. Vaendrager, geboren (vermoedelijk in Ouderkerk a/d IJssel) n week vr Kerstmis 1629, woonde in de polder De Geer, heemraad te Ouderkerk a/d IJssel 1676, 1677 en 1688, bezat een huis in de polder De Zijde en insgelijks in de polder de Lage Nesse onder Oudekerk a/d IJssel (vermeld 1690), woonde in 1701 aan de 's-Gravenweg onder Nieuwerkerk a/d IJssel, overleden Ouderkerk a/d IJssel 24 juli 1706, trouwde naar schatting ca. 1655

1683. Lijsbet Ariensdr. Groenewegen, geboren naar schatting ca. 1630, overleden Ouderkerk a/d IJssel 29 april 1712

- 1672: Pieter Willemsz. Vaendrager vermeld in de lijst van weerbare mannen (woont in De Cromme of De Geer)

- 24 april 1702: Pieter Willemsz. Vaendrager koopt een vierde deel van een huis met 1 morgen 5 hont 25 roeden land in de Lage Nesse van Barbara Vreghemius.

(Ons Voorgeslacht 1960, p. 31-32; Ons Voorgeslacht 1979, p. 307)

1684. Willem Engelen Lans, jongman van Gouderak wonende Stormpolder (1670), bakker, woonde later Capelle a/d IJssel, testeert met zijn tweede vrouw op 7 jan. 1701 te Ouderkerk a/d IJssel, overleden in 1701, trouwde 2e NG Capelle a/d IJssel 27 nov. 1675 Leentje Willemsdr. Vonk, jonge dochter van Stormpolder, overlijden aangegeven bij de gaarder te Krimpen a/d IJssel 3 juli 1725, trouwde 1e NG Capelle a/d IJssel 13 jan. 1670 (ondertrouw; getrouwd in Gouderak)

1685. Marijtge Heijndricks, jonge dochter uit "Keeten onder Capel" (1670), begraven Ouderkerk a/d IJssel 31 mrt. 1674

Kind (ex 1):

a. Leendert, gedoopt NG Capelle a/d IJssel 7 sept. 1670

(Prometheus XV, p. 64)

1688. Cornelis Cornelisz. Roggeveen, geboren te Zegwaart, was Remonstrants (als zijn kinderen gereformeerd gedoopt worden, "staat hij niet bij"), herbergier in het dorp Zegwaart, overleden Zegwaart 4 okt. 1716, trouwt Zoetermeer 30 aug. 1671

1689. Anna Jacobsdr. Joncker, van Waddinxveen

(Kronieken 1997, nr. 2, p. 178)

1690. Casper Hendriksz. Sonderman, geboren naar schatting ca. 1655, jongman van "Bijlevelt" (Bielefeld), brouwersgast wonende op de Steenschuur in Leiden (1682), begraven Leiden (Hooglandse Kerk) tussen 25 april en 5 mei 1725, trouwde NG Leiden 13 nov. 1682 (ondertrouw, de bruidegom geassisteerd met zijn kennis Joost van Tongeren wonende op het Levendael, de bruid met haar zuster Annetge Romeijn, wonende op de Steenschuur in Leiden)

Neustdter Marienkirche Bielefeld

1691. Maria (Marijtge) Cornelisdr. Romein, gedoopt NG Gouda (St. Janskerk) 15 sept. 1656 (getuigen: Emmijenge Josten, Marija Pijeters), jonge dochter van Gouda wonende op Steenschuur te Leiden (1682), overleden na 26 mrt. 1733

 

Leiden in 1652, plattegrond van Blaeu (rechtsboven de Hooglandse Kerk, in het midden de Pieterskerk, onder het Rapenburg, de Steenschuur bevindt zich rechts op de kaart, in het verlengde van het Rapenburg)

- 23 jan. 1704: de kinderen en erfgenamen van Josina van Berckel verkopen aan Casper Sonderman een huis in de Torensteeg of St. Pancraskloksteeg (Bon: Burgstreng) voor 1485 gl. contant. (Bonboeken Leiden (archief 501A), inv. 6620, f. 99)

- 1 okt. 1732: Maria Romeijn, weduwe van Casper Sonderman, neemt een hypotheek van 900 gl. op het voornoemde huis bij Nicolaas van Es, brouwer. (ibid.)

- 26 mrt. 1733: Maria Romeijn draagt het genoemde huis over aan Nicolaas van Es, eerstens ter kwijting van de schuldbrief van 900 gl. en tevens voor 1600 gl. contant. (ibid.)

Kinderen (allen NG gedoopt in de Hooglandse kerk te Leiden):

a. Willemijntje, 11 aug. 1683 (getuigen: Maria Pieters, Annetje Romeijn)

b. Willemtje, 4 jan. 1685 (getuigen: Rosenier de Jonge, Maria Pieterse)

c. Adriaantje, 25 mrt. 1688 (getuigen: Abraham Molein, Wouter Veldhorst, Jannetje Romein, Adriaantje van den Haven)

d. Catharina, 25 jan. 1691 (getuigen: Quirin Jansz. Immerseel, Susanna Damas van Toliansen)

e. Elisabeth, 18 okt. 1693 (getuigen: Cornelis Romeijn, Jannetge Romeijn)

f. Casper, 12 sept. 1697 (getuige: Jannetie Romein)

1692. Cornelis Jansz. van de Grient, gedoopt NG Puttershoek 5 febr. 1648, jongman van en wonende te Puttershoek (1669), overlijden aangegeven door zijn vrouw bij de gaarder te Puttershoek op 21 jan. 1702 (pro deo), trouwde NG Puttershoek 31 aug./24 sept. 1669

1693. Neeltgen Ariensdr. (Bijl), gedoopt NG Puttershoek 5 febr. 1640, mogelijk overleden na 1 nov. 1715 (ONA Dordrecht  inv. 611, f. 472 e.v., akte dd 1 nov. 1715)

- 24 okt. 1695: Cornelis Jansz. van de Grient en Neeltje Ariensdr. Bijl zijn de ouders van Jan Cornelisz. van de Grient, die is gehuwd met Lidewij Cornelisdr. Borger. Laatstgenoemden benoemen in hun testament, gepasseerd op die dag voor schepenen van 's-Gravendeel, zijn vader Cornelis Jansz. en haar stiefvader Coen Pietersz. Verkerck tot voogden over hun minderjarige erfgenamen. (ONA 's-Gravendeel inv. 4587)

Kinderen (allen NG gedoopt te Puttershoek behalve a):

a. Jan, gedoopt NG Maasdam 10 aug. 1670 (ouders wonen te Puttershoek, getuigen: Hendrickje Samuels en Sent Ariens, allen van Puttershoek)

b. Jan, 6 dec. 1671 (getuigen: Cornelis Ariens, Sent Ariens, Hendricksie Samuels)

c. Arie, 21 jan. 1674 (getuige: Claertge Ariens)

d. Catelijntje, 10 okt. 1677 (getuigen: Lijsbeth Pieters, Annigie Huijberts)

e. Hendrik, 18 aug. 1680 (getuige: Swaentje Jans)

f. Hendrik, 4 mrt. 1682 (getuigen: Schalk Ariens, Lijsbeth Chielen)

1694. Lourens Lodwijksz. Hordijk, geboren ca. 1638,kerkmeester in Kijfhoek (1676), heemraad ald. (1677-1679, vermeld als lidmaat van de NG gemeente te H.I. Ambacht, woonde in 1689 te Sandelingenambacht, nadien kennelijk naar Rijsoord vertrokken, begraven Rijsoord 5 mei 1718 (impost 3 gl.),  trouwde NG Hendrik-Ido-Ambacht 15 dec. 1675

1695. Clara (Claartje) Cornelisdr. Leenheer, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 28 mrt. 1648, overleden na 30 jan. 1701 (doopgetuige)

1696. Arij Huijbertsz. Hasebroek, trouwde

1697. Jannigje Jansdr. Doncker

(Kronieken 1997, nr. 1, p. 35)

1702. Jochem Dirksz. Biersteker, jongman van Nieuwerkerk a/d IJssel (1690), lidmaat van de NG gemeente te Zevenhuizen (26 mrt. 1697), overlijden aangegeven bij de gaarder te Zevenhuizen op 8 juni 1740, trouwde NG Zevenhuizen 15 jan. 1690

1703. Aaltje Coenen van Reed, jonge dochter wonende te Zevenhuizen (1690), lidmaat van de NG gemeente te Zevenhuizen (16 sept. 1696), begraven Kralingen 29 dec. 1741 

(Ons Voorgeslacht 1980, p. 650; Kwartierstatenboek Prometheus deel XIII [Delft 1996], p. 140)

1708. Claas Dirksz. Moraal, jongman van Hazerswoude (1687), overlijden aangegeven bij de gaarder te Zevenhuizen op 23 aug. 1723, trouwde NG Hazerswoude 23 febr. 1687

1709. Aeltje Abramsdr. de Roos, gedoopt NG Hazerswoude 1 juli 1657, overlijden aangegeven bij de gaarder te Zevenhuizen op 28 febr. 1730

(Kronieken 1994, nr. 4, p. 212; Kronieken 1997, nr. 1, p. 43)

1712. Jan Gerritsz. Rompjens (Rompius), gedoopt NG Bergambacht 1663, jongman van Bergambacht wonende Giessen-Nieuwkerk (1702), trouwde NG Giessen-Oudkerk 29 okt. 1702 (ondertrouw)

1713. Heiltjen Jansdr. Cleijn, jonge dochter van Peursum (1702), weduwe van Jan Gerritsz., wonende te Peursum (1720), trouwde 2e NG Giessen-Oudkerk 14 sept. 1720 (ondertrouw) Joost Klaesz. Prins, weduwnaar van Maria Jooste, wonende onder Streefkerk (1720)

Kinderen (allen NG gedoopt te Giessen-Nieuwkerk):

a. Jan, 24 jan. 1703 (getuige: Maijcken Jans)

b. Maria 21 sept. 1704 (getuigen: Bernardus Rompjens, Johanna Gijsius)

c. Davidt, 15 aug. 1706 (getuigen: Jacquemijn Jans Welsen, Pieter Jans Welsen)

d. Gerrit, 18 okt. 1708 (getuigen: Bernardus Romp, Hendrickje Pieters)

1718. Cornelis Willemsz. Cappeteijn, jongman van Berkou (1701), trouwde NG Stolwijk 31 dec. 1701/24 jan. 1702

1719. Maria Jacobsdr. van der Vliet, jonge dochter van Stolwijk (1701)

(Onze Voorouders, deel I, p. 193-194)

1720. Dirk Arijensz. Roskam, trouwde naar schatting ca. 1700

1721. Anna Arijensdr. Broekhuijsen, gedoopt NG Hilligersberg 24 juli 1678 (getuigen: Cornelis Ariensz. Kerckhoff en Grietie Ariens)

1722. Cornelis Huijgen Schoonder, geboren tussen 1686-1694 (hiaat NG doopboek Capelle a/d IJssel) jongman (1715), trouwde Capelle a/d IJssel 1 sept. 1715

1723. Lijntie Pietersdr. Lems, geboren naar schatting ca. 1715, jonge dochter (1715)

1724. Wigger Pietersz. van der Tack, gedoopt NG Ouderkerk a/d IJssel 3 april 1684, overleden in 1752, schipper, nam tevens deel in een steenbakkerij, verkoopt in 1706 een boomgaard, trouwde 2e Fija (Sophia) Treuren, 1e Ouderkerk a/d IJssel 22 april 1707

1725. Trijntje Jansdr. Krijgsman, geboren te Ouderkerk a/d IJssel ca. 1686, overleden vr 3 aug. 1725 (ONA Ouderkerk a/d IJssel inv. 6505, akte 40)

1726. Pieter Dirksz. van der Woude, gedoopt NG Lekkerkerk 19 okt. 1687, jongman wonende te Lekkerkerk (1709), trouwde Lekkerkerk 21 sept. 1709 (gaarder, pro deo)

1727. Dirkie Geurtse, gedoopt NG Lekkerkerk 15 sept. 1684, jonge dochter wonende te Lekkerkerk (1709), overlijden aangegeven bij de gaarder ald. op 6 febr. 1723

(Kwartierstatenboek Prometheus XIV, p. 159)

1756. Hendrik Ariensz. Scheij, gedoopt NG Dordrecht 3 juli 1658, jongman van Dordrecht wonende buiten de Vuilpoort (1682), blokmaker, overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 4 febr. 1740 (impost 3 gl.), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 5 febr. 1740 (Hendrick Scheij in de Prinsenstraat bij de Sluispoort, laat kinderen na), trouwde NG Dordrecht 1/18 nov. 1682

1757. Anna de Reght, gedoopt NG Dordrecht 1 mei 1661, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Vuilpoort (1682), overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 10 febr. 1736 (impost 3 gl.), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 febr. 1736 (Anna de Regt, huisvrouw van Henderick Scheij, in de Prinsenstraat, laat kinderen na).

- 18 sept. 1708: Abraham de Jongh, koopman te Dordrecht, als executeur-testamentair van Maeijken Jansdr. de Nobel en samen met zijn zusters Johanna en Maria de Jongh voor de helft erfgenaam van diezelfde Maijken de Nobel in gevolge haar testament, op 13 juni  1708 voor notaris B.van Gelsdorp gepasseerd. Hij verklaart, dat Hendrik Scheij en Anna de Regt, echtelieden, is aanbedeeld een huis buiten de Vuilpoort tegenover de Kalkstraat, staande tussen het huis van Sijmon Cornelisz. van Driel en dat van Jacobus Huijssers, gekomen uit de boedel van Maijken de Nobel. (ORA Dordrecht inv. 803, f. 117 e.v.)

- 12 jan. 1717: Hendrick Scheij, blokmaker te Dordrecht, huurt van Jan de Witt, voormalig president-schepen en lid van de Oudraad van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen de Sluispoort en de Kalkstraat. (ONA Dordrecht inv. 748)

- 8 dec. 1717: compareert voor notaris B. van Gelsdorp te Dordrecht Hendrick Scheij, getrouwd met Anna de Reght en verklaart door zijn schoonzuster Teuntje van der Lindt, weduwe en boedelhoudster van Abraham de Reght, schipper en burger van Dordrecht, volledig voldaan te zijn van het legaat, dat aan zijn vrouw door haar broer Abraham de Reght bij testament was vermaakt, zijnde 1/3  part in een losrentebrief ten laste van het gemeneland van Holland en West-Friesland, groot 4600 gl., een obligatie onder de hand ten laste van de weduwe van Nicolaas van der Vlist dd 15 jan. 1710, groot 1200 gl. en aan contante penningen een bedrag van 1398 gl. en 5 st. Ook heeft Hendrick Scheij, overeenkomstig hetgeen bepaald was in het voornoemde testament van zijn schoonzuster al de kleren van haar overleden man ontvangen. Akte door Scheij ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 679, akte 146, f. 489 e.v.)

- 1 april 1723: Hendrick Scheij, burger van Dordrecht en zijn vrouw, Anna de Reght, testeren voor notaris B. van Gelsdorp. (ONA Dordrecht inv. 685)

- 1 april 1723: compareert voor notaris B. van Gelsdorp Hendrick Scheij, die verklaart, dat zijn schoonmoeder Jacomeijntje van Elderen, weduwe van Arij Jacobsz. de Reght, hem in haar testament, gepasseerd voor dezelfde notaris op 13 jan .1708, hem de bevoegdheid heeft gegeven om medevoogden over haar minderjarige erfgenamen te benoemen. Hij stelt nu als zodanig aan zijn zoons Arij en Abraham Scheij. Akte door Hendrick Scheij ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 685, akte 44, f. 332 e.v.)

-  24 april 1723: Jacob van der Vlist koopman verklaart verhuurd te hebben aan Hendrik Scheij blokmaker een geheel huis met een gedeelte van een erf, daarachter liggende, tot zover het tegenwoordig door verhuurder met een heining is afgesloten en een achteruitgang naar de Kalkhaven over het erf van verhuurder, staande en gelegen in de Prinsenstraat tussen de Sluispoort en de Kalkstraat, belend door het huis van Anthonij van Asperen, koopman te Dordrecht aan de ene zijde en het huis van verhuurder, tegenwoordig door verhuurder bewoond, aan de andere zijde. Huursom is 122 gl. jaarlijks. Akte door Scheij onderekend. (ONA Dordrecht inv. 835, akte 39, f. 101 e.v.)

- 21 dec. 1724: Hendrik Scheij, meester-blokmaker, is schuldig aan Govert van Weel Anthonisz. een somma van 500 gl., daarvoor verbindende een huis en erf in de Prinsenstraat, staande en gelegen tussen het huis van Frackin [sic] en dat van Jacob Huisert. (ORA Dordrecht inv. 814, f. 132)

- 16 dec. 1730: Teuntie van de Lind, weduwe van Jan den Broeling, wonende te Dordrecht, verkoopt aan Hendrik Scheij, mr. blokmaker te Dordrecht, een huis met alles wat daarin aard- en nagelvast is, met uitzondering van de glazenkast, die los in de voorkeuken staat, staande in de Prinsenstraat tussen het huis van Arent Roeland de Carpentier, heer van Rijsoord, en dat van Hendrik Hamer, koopman in wijnen. De koopprijs bedraagt 1900 gl., waarvan de koper 700 gl. contant betaalt en de overige 1200 gl. zal aflossen met jaarlijkse termijnen van 100 gl. Akte door Hendrick Scheij ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 955, akte 79)

- 13 mrt. 1731: Teuntje van de Lind, weduwe van Jan Broelingh, wonende te Dordrecht, verkoopt voor 1900 gl. aan Hendrik Scheij, mr. blokmaker en burger van Dordrecht, voor 1900 gl. een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van mr. Arent Roeland de Carpentier, heer van Rijsoord, en dat van Hendrik Hamer. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1400 gl. In margine: op 18 april 1759 comp. de vrouw van Hendrik Scheij [sic; bedoeld zal zijn: de vrouw van Frans Scheij], die de originele brief toont met de kwitantie op de rug daarvan, luidende: "ik ondergetekende bekennen bij desen voldaan te sijn van mijn pretensie die ik heb op het huis van Frans Scheij, staande in de Princestraat, volgens desen brieff. Actum Dordregt den 18 april 1759", ondertekend door comparante met een merkje. Schuldbrief geroyeerd op 18 april 1759. (ORA Dordrecht inv. 816, f. 143v e.v.)

- 28 aug. 1736: Hendrick Scheij testeert voor notaris B. van Gelsdorp. Hij prelegateert aan de vijf kinderen van zijn overleden zoon Hendrick Scheij een somma van 400 gl. Aan zijn zoon Francois Scheij prelegateert hij "voor sijn getrouwen dienst die hij voor de gemeene huijshoudinge dagelijcx kompt te doen, alle de gereetschappen tot sijn testateurs winckel behorende alsmede alle het halft gemaackte en heel gemaackte werck, dat bevonden sal werden op sijn testateurs overlijden in de winckel te sijn, gelijck den voorn. sijnen soon alle het touwe en onbewerck[t] hout ter taxatie van luijden hen des verstaande sal moeten aennemen." Testateur prelegateert ook aan zijn zoon Francois het huis, waarin hij thans woont, "des in sijn testateurs boedel in collatie brengende een somma van twee duijsent guldens". Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn kinderen of bij vooroverlijden hun wettige nakomelingen en tot voogden zijn zoons Arij en Francois Scheij. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 697, akte 58)

- 7 juni 1740 ("scheijdinge afgetrocken de lasten benede de 5000 gl."): compareren voor notaris B. van Gelsdorp Arij Scheij, Jan Scheij, Abraham Scheij, Frans Scheij voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn broer Steven Scheij, Jan van der Ka, getrouwd met Aletta Scheij en Maria Scheij, allen kinderen en erfgenamen van hun vader resp. schoonvader Hendrick Scheij zaliger en verklaren de boedel, die door hem is nagelaten, te hebben verdeeld. Daarbij werd aan Frans Scheij aanbedeeld een huis bij de Vuilpoort, staande tussen het huis van de Heer van Rijsoort en dat van Hendrick Hamer en aan Maria Scheij een huis in de Kalkstraat, staande tussen het huis van Abraham van der Hil en dat van Jacob Frackin. Akte door alle comparanten ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 699, akte 41)

1758. Govert Thomasz. Gravendijk, gedoopt NG Dordrecht 27 sept. 1659, jongman van Dordrecht wonende op de Oude Gracht (1688), vleeshouwer, viskoper, spekslager, "commandeur van de stads slikschepen", overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 26 juni 1725 (impost 3 gl.), begraven Dordrecht 26 juni 1725 trouwde NG Dordrecht 3 okt. 1688 (ondertrouw)

1759. Catharina (Kaatje) van de Kloet, gedoopt NG Dordrecht 2 jan. 1668, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijngaardstraat (1688), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 april 1753

(Gens Nostra 1992, p. 205, kwartieren 14 en 15)

- 31 mei 1695: Joris Verlengh, mr. kuiper en burger van Dordrecht, verkoopt voor 600 gl. contant aan Govert Gravendijck, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk omtrent het Melkpoortje, staande tussen het huis van de zwaardveger Coster en dat van Coen Caspersz. (ORA Dordrecht inv. 699, f. 45)

- 18 sept. 1704: Anna Pasgiers, vrouw van Lammert Dirxsz. van Bree, voor zichzelf en als procuratie hebbende van haar man, verkoopt voor 575 gl. contant aan Govert Thomasz. Gravendijk, spekslager en viskoper te Dordrecht, een huis op de Riedijk omtrent het Nieuwpoortje, staande aan de waterzijde tussen de grutterij en het huis van Maes van Kaam en het huis van Pieter Koster. (ORA Dordrecht inv. 804, f. 133 e.v.)

- 18 april 1708: compareren voor notaris C. van Aansurg Govert Tomasz. Gravendijk, viskoper en Catarina van der Kroon "ofte Kloet", echtelieden. Zij tekent met "Catrijna van der Kroon". (ONA Dordrecht inv. 713, akte 73, f. 375)

- 10 aug. 1719 (acta NG kerkenraad Dordrecht): "Harmen van Gravendijk, j.m. woonende op den Rietdijck en lidtmaat der gemeinte sijnde, sal op naastkomende donderdag voor de vergadering worden gehoort, ter oorsaack dat sekere Susanna van den Burg j.d. omtrent sKoningsplein woonagtig in barensnood sijnde had verklaart voor de vroedvrouw Anna Verpoorte en twee getuijgen, dat hij, Harmen voormeld, vader was van het kind, en dat met niemand anders voor, of na eenige vleeschelike gemeinschap had gehadt. En hebben oock Lena Ariens, huisvrouw van Sander Hendricx in de Marinbornstraat, en Hendrickie van Ol, huijsvrou van Leendert van den Burg getuijgt, wanneer den doop versogten van het kindt, dat deselve Harmen van Gravendijck reets 25 gl. had verstreckt, ten behoeve van de moeder en het kind." (SA Dordrecht, archief 27, inv. 12, f. 125 e.v.)

- 17 aug. 1719 (acta NG kerkenraad Dordrecht): "Harmen van Gravendijck binnen staende met sijne moeder, heeft R[everendus] Do. Praeses hem gevraeght, wat van die saeken waere, dewelke tot sijn naedeel in dese vergaederingen waeren ingebragt? Waerop heeft geantwoort, dat gemelde dochter bij hem eens en andermael in den thuijn gekomen sijnde, hij tot twe reijsen toe vleeschelijcken conversatie met haer hadde gehadt, dat sij hem dit kint in baerensnoodt opgesworen hadde, schoon sij te vooren een notariale attestatie gegeven hadde, dat sij noijt met hem vleeschelijke conversatie hadde gehadt etc., dat indien het een eerbaeren dochter waere, wel te naem en faem staende, hij deselve met bewillinge van sijne ouders soude trouwen, in sonderheit indien hij vaeder van dit kint waere, hetgeen hij oordeelde onmogelijk te sijn. Do. Praeses hem den aerdt van sijn misdaet op het levendigste voor ooge hebbende gestelt, de gegeven ergenisse vertoont, en de Censure aengezegt tot dat hij beterschap des levens belooft en bewesen soude hebben, heeft hij met veele traenen zijn leetwesen betuijgt en beterschap belooft. Voorts is de moeder gepresen datse haeren soon dien goeden raedt gegeven en hem bewogen hadde, om sijne sonde niet te verbergen, maer deselve te belijden, gelijck hij voor dese vergaederinge gedaen heeft."  (SA Dordrecht, archief 27, f. 12, f. 128 e.v.)

- 12 nov. 1736: Catharina van der Kloet testeert voor notaris G. Verveer te Dordrecht.

- 20 okt. 1744: voorwaarden, waarop de kinderen en erfgenamen van Anna van Briegen, weduwe van Coenraet Lockemeijer, overleden te Dordrecht, samen eigenaars voor de ene helft en Caetje Hermensdr. van der Kloet, weduwe van Govert Gravendijk, eigenaresse voor de andere helft, willen doen veilen een huis, dat bestaat uit twee aparte woningen in de Voorstraat [Riedijk], staande tussen het Hoefijzerstraatje en het huis van de weduwe Buijtewegh. Het pand wordt op 24 okt. 1744 opgehangen op een somma van 600 gl. en is in het afslaan gedaald tot 260 gl., waarvoor het is gemijnd door Jacobus Evenwel, die koper is geworden samen met Cristiaen Immerzeel. (ONA Dordrecht, inv. 702, akte 123)

- 19 dec. 1744: testament van Caetje van der Kloet, weduwe van Govert Gravendijk. Als erfgenaam wordt o.a. genoemd Maeijcke Gravendijk, weduwe van Arij Scheij. (Gens Nostra 1992, p. 205, kwartier 15)

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Sara, 3 juni 1689

b. Aletta, 11 dec. 1693

c. Hermen, 27 dec. 1697

d. Margrita, 20 jan. 1702

1784. Gerrit Davidsz. (Copijn), gedoopt NG Dordrecht 30 sept. 1657, "kooperknoopmaker" (1678, 1681), "ordinaris arbeijder in tras" (1693), jongman van Dordrecht wonende aan het Nieuwkerkhof (1678), weduwnaar van Dordrecht wonende aan het Nieuwkerkhof (1681), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 7 april 1708 (Geerit Davidtsen aan het Nieuwkerkhof), trouwde 1e NG Dordrecht 18 dec. 1678/13 febr. 1679 Belia Jaspers, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Raamstraat (1678), 2e NG Dordrecht 26 jan. 1681 (ondertrouw)

1785. Jenneken Thomas, geboren naar schatting ca. 1655, jonge dochter van Dordrecht wonende aan het Nieuwkerkhof (1681), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 28 febr. 1714 (de weduwe van Geerit Davids, achter het klokhuis)

- 22 april 1693: verklaring ten overstaan van notaris J. de Jongh te Dordrecht door Geerit Davidtsz. Coppijn, "ordinaris arbeijder in tras bij ende ontrent" Dordrecht. Hij tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 588, akte 42, f. 85r)

- 7 april 1708: begraven Geeret Davidtse, aan het het Nieuwkerkhof, "sonder gelt alsoo van de Diaconije genooten volgens verklaring van de overgeblevene weduwe." (Weeskamer Dordrecht inv. 111)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Jacomijntie,1681, trouwde Glaudi Rietveld

b. Dirck, 1686

c.Tomas Coppijn, 15 dec. 1687

d. Maeijcken, 26 juni 1690

e. David, 1691

f. Jeremias Coppijn, 1694, jongman van Dordrecht wonende aan het Nieuwkerkhof (1716), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 8/22 nov. 1716 (de bruidegom geassisteerd met Tomas Coppijn, zijn broer) Anna Spaan

g. Maijke, 1696

h. Johannes, 1698

i. Gerrit, 1701

1786. Jacobus (Kobus) Bartholomeusz. van den Bosch, gedoopt NG Dordrecht 4 mei 1661, jongman van Dordrecht, varend gezel wonende in de Kromme Elleboog (1687), overleden in of na 1714, trouwde NG Dordrecht 11/25 mei 1687

1787. Neeltje Jansdr. Scherling (Cerlijn, Scherlijn, Scerlij), gedoopt NG Dordrecht 15 juli 1657, overleden in of na 1714

- 13 nov. 1686: attestatie door o.a. Jan Cherlijn en Jacob van den Bos, burgers en gildebroeders van het Fruiteniersgilde te Dordrecht. Zij tekenen met een merkje. (ONA Dordecht inv. 478)

- 4 nov. 1714: ondertrouw van Andries Kobusz. van den Bosch, jongman van Dordrecht wonende in de Kromme Elleboog, geassisteerd met zijn moeder Neeltie Jans en bij consent van zijn vader Kobus van den Bosch, met Neeltie Hermensdr. Spits. (Trouwboek Gerecht Dordrecht)

1788. Bastiaen Leendertsz. de Leur, geboren naar schatting ca. 1685, vermoedelijk te Zwijndrecht (hiaat NG doopboek van Zwijndrecht), jongman van Zwijndrecht (1706), lidmaat op belijdenis van de NG gemeente te Zwijndrecht op 1 jan. 1705, overlijden aangegeven bij de gaarder te Zwijndrecht op 30 april 1751 (pro deo), trouwde 2e NG Zwijndrecht 21 jan./19 febr. 1708 Johanna Jaspersdr. Leenheer, geboren naar schatting ca. 1685, overleden na 5 aug. 1725 (doopgetuige), dochter van Jasper Arijensz. 't Hoertie alias Leenheer en Bastiaentje Willemsdr. Rijkragt, trouwde 1e NG Zwijndrecht 27 febr./14 mrt. 1706

1789. Dirkxje Arijensdr. Vaandel (Vendel), geboren naar schatting ca. 1685, jonge dochter onder 't Ambacht [Hendrik-Ido-Ambacht] en kerkelijk van Zwijndrecht (1706), overleden ca. 1707

- 1 mei 1712: comp. voor notaris G. Mugge te Dordrecht Andries Rubbe en Jacobmijntie van der Linden, weduwe van Pieter Holst, wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht. Zij verklaren, "ten versoecke van Bastiaen de Leur, als man en voogt van Johanna Jaspers, wonende onder Meerdervoort, hoe waer is, dat sij attestanten op Donderdag laestleden voormiddag ... sijn geweest ten huijse van Jasper Leenheer, woonende op Swijndrecht voornoemt [en] dat aldaer mede present quam de Hr. Pieter Cloens, in Dordrecht woonagtig. Dat den voorn. Hr. Cloens sig alsdoen niet ontsag ten voors. huijse, selfs in presentie van sijn requirants huisvrouw, te seggen dat eene Jenneken Hendrixe, op Meerdervoort woonagtig, hem hadde gesegt als dat hij een clap hadde gekregen van den requirant om dat den voorn. Hr. Cloens met des requirants huijsvrouw te familiairlijke en quaden off onbehoorlijcken omgang houde. En verclarende de attestanten wijders, dat de voors. Hr. Cloens naer 't voorige gepasseerde zijde, dat de Slingse alias Pieter Jansz. 't Hart sulx geseijt zoude hebben voor de deur van Steven Thomas ter presentie ende aenhooren vande voors. Jenneken Hendrix, ende Jannighien Thomas off alle dese of diergelijcke woorden in sin en substantie." (ONA Dordrecht inv. 634) 

1790. Arij Gerritsz. Smit, gedoopt NG Dordrecht 28 mrt. 1674, jongman van Dordrecht, mazelaar te Dordrecht, overleden tussen 28 dec. 1731 en 27 dec. 1736, trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 9 dec. 1709 Pietertje Jansdr. van Norte (van Orten), weduwe van Leendert van Campen (1709), 1e Gerecht/NG Dordrecht 6 okt. 1697 (ondertrouw; de bruidegom geassisteerd met zijn zwager Jan Pronck, de bruid met haar zuster Neeltie Pieters)

1791. Jenneken Pietersdr. de Klerk, gedoopt NG Dordrecht 28 dec. 1676, begraven Dordrecht 30 sept. 1709

- 25 sept. 1709: Arijen Gerridsz. Smit mazelaar en zijn vrouw Jenneke Pietersdr. de Klerck benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd. De langstlevende is gehouden hun kinderen bij hun mondigheid of huwelijk een bedrag van 2 gl. 10 st. uit te keren. Hij tekent, zij zet een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 714, f. 424)

- 29 juli 1711: verklaring op verzoek van Pleuntje Jansdr. van Orten, minderjarige jonge dochter, dochter van Jan van Orten twijndersknecht en diens vrouw Jenneke Michielsdr. de Vlaming turftonster, beiden te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 466, akte 52)

- 28 dec. 1731/20 jan. 1732: Cornelis van der Plas, jongman geboren en wonende te Bleijswijk trouwt met Stijna Ariensdr. Smit, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Kromme Elleboog, geassisteerd met Arij Smit, haar vader. (trouwboek Gerecht [NG] Dordrecht)

- 27 dec. 1736: ten overstaan van R. Nolthenius, notaris te Dordrecht, compareren Leendert de Leur, getrouwd met Caatje Smit, Cornelis van der Plas, getrouwd met Stijna Smit en Gerrit Smit, kinderen en erfgenamen van wijlen Arij Smit. Zij hebben van hun vader een huis gerfd, dat staat in de Kromme Elleboog tussen het huis van Pieter Romeijn en dat van Gabril Vollenhouw, van welk huis hun vader aan hun stiefmoeder tot haar overlijden de vrije inwoning had besproken. De eerste en tweede comparant hebben bij de boedelscheiding het huis toebedeeld aan hun broer Gerrit Smit en hebben daarvoor elk 40 gl. ontvangen. Leendert de Leur tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 906, akte 72)

1796. Aart Wijburg, gegoed te Veen, trouwde

1797. NN

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Pieter Aertsz. Weijburgh, schipper te 's-Hertogenbosch, overleden in 1727

b. Herman Aertsz. Weijburgh, marktschipper van Heusden op Amsterdam

c. Dirck Aertsz. Weijburg [= kwartier 898]

1800. Jan [Gerritsz.] de Ruijter, geboren naar schatting ca. 1640, arbeider wonende in Bevershoek (1680), mogelijk begraven 's-Gravendeel 1 febr. 1720, trouwde

1801. Sijgje Jacobsdr. Saerloos

- 26 nov. 1702: Willem Bastiaensz. van Craeibel, weduwnaar van Annichje Jacobsdr. Saerloos, verklaart, dat hij zijn minderjarig kind Willempje Willemsdr. van Craeibel, door hem verwekt bij Annigje Jacobsdr. Saerloos, ter voldoening van haar moederlijke erfenis, zal onderhouden en opvoeden tot haar mondigheid of huwelijk en haar bovendien een bedrag van 18 gl. zal uitkeren. Gepasseerd in aanwezigheid en met toestemming van Arijen Jacobsz. Saerloos en Jan de Ruijter, echtgenoot van Sijgje Jacobsdr. Saerloos, als ooms en bloedvoogden van moederszijde van het voornoemde weeskind. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 2)

- 1714: Jan de Ruijter en [zijn vrouw] Zeijtje Jacobsz vermeld als lidmaten van de NG gemeente van 's-Gravendeel, wonen in Bevershoek

1802. Teunis Jansz. van Ham, geboren ca. 1622 (28 jaar in 1650), heeft een huis in de Noordvoorstraat te 's-Gravendeel (1650), overleden vr 1667, trouwde

1803. Ariaentje Davids, vermeld te 's-Gravendeel in 1680, overleden ca. 1683 (Gens Nostra 1991, p. 442)

1808. Beerent Gerritsz. Pas, trouwde vr 21 jan. 1677, trouwde naar schatting ca. 1675

1809. Jannetje Alers (Janken Aelles)

Kinderen (allen NG gedoopt te Herwijnen):

a. Aeldert, geboren naar schatting ca. 1675

b. Jan, 21 jan. 1677 (getuige: Marie Alers)

c. Willem, 12 april 1679 (getuige: Aertjen Alers)

d. Jenneken, 24 sept. 1681 (getuige: Metken Aelles*)

* NG trouwboek Herwijnen 20 mrt. 1669 (ondertrouw): Lauren Peters jongman van Herwijnen en Metje Alerts jonge dochter van Herwijnen

1824. Jan Andriesz. Cuijper (noemt zich later Treffers), geboren naar schatting ca, 1625, jongman van Waalwijk (1651), kuiper, overleden te Sprang-Capelle in 1673, trouwde NG Sprang-Capelle 25 juni 1651

1825. Maijke Jansz. Timmermans (alias Gulckeners), gedoopt NG Sprang-Capelle 9 juni 1618, overleden te Sprang-Capelle in 1674

- 11 maart 1652: de schoonvader van Jan Andriessen koopt voor hem en zijn vrouw een huis en hof, staande en gelegen in Oude Straat aan het Oosteinde van Sprang en betaalt daarvoor 250 gl. (Kwartierstatenboek Prometheus XVI, p. 260)

1826. Cornelis Ponsen van de Sittaert (van de Sittert), woont in Meeuwen, overleden vr 2 juni 1678, trouwde

1827. Mai Dircks

(Kwartierstatenboek Prometheus XVI, p. 260)

1828. Adriaen Sijmesz. Bol, minderjarig in 1626, overleden tussen 3 april 1668 en 23 mei 1669, trouwde vr 1643

1829. Peeterken Jansdr. Cop, minderjarig in 1630, overleden vr 16 dec. 1694 (Kwartierstatenboek Prometheus XVI, p. 260)

1830. Peeter Adriaensz. Block(en), woont in Klein-Dongen (1640-1650), schipper (vermeld 1645), armmeester van Dongen (vanaf 1649), overleden te Dongen ca. 1673, trouwde vr 7 okt. 1633

1831. Maeijken Adriaen Mercelisdr. (de) Cluijter, minderjarig in 1629 (Kwartierstatenboek Prometheus XVI, p. 260)

1832. Antonie Kuijsten, geboren te Baardwijk ca. 1600, burgemeester (1640), Heiligegeestmeester (1643) en schepen van Baardwijk tussen 1637 en 1668, overleden ald. vr 8 sept. 1674, trouwde

1833. Jenneken Antonisdr. van Giersbergen, geboren ca. 1610, overleden ca. 1684 (Kwartierstatenboek Prometheus XVI, p. 260)

1834. Barteld Pauwelsz. van den Heuvel, trouwde NG Baardwijk 3 mrt. 1636

1835. Neeltje Theunisdr. (Kwartierstatenboek Prometheus XVI, p. 260)

1864. Willem Willemsz. (de Groot), woonde in Rietveld (onder Arkel), laat kinderen dopen NG Arkel 1634-1641 (naam van de moeder niet vermeld), trouwde

1865. NN  

- 11 juni 1636: Marijke Jansdr. en Vas Jansz. de Groot, mede vervangende hun onmondige broers, kinderen van Jan Dirksz. de Groot, geassisteerd met hun voogden Willem Willemsz. [de Groot] te Rietveld en Adriaen Meeuws en een aantal andere personen, allen erfgenamen van Dirk Jansz. de Groot, verkopen een stuk land in Rietveld (Gens Nostra 1997, p. 422)

- 23 dec. 1641: Neeltge Meeuws, weduwe van Aerdt Dircksz. de Groot, mede voor haar kinderen, met Willem Willemsz. de Groot als neef en bloedvoogd, voor de ene helft en Vas Jansz.  met zijn zuster Maeijcke Jansdr., mondig en voornoemde Willem Willemsz. de Groot, neef, als voogd van de onmondige kinderen van Jan Dircks. de Groot, voor de andere helft, verkopen 8 hond land op Rietveld. Willem Willemsz. de Groot was de zoon van Willem Jansz. de Groot (de broer van Dirck Jansz. de Groot) en van Neeltge Willems. (Gens Nostra 1997, p. 416)

1866. Roelof Gijsberts, laat kinderen dopen NG Arkel 1634-1641 (naam van de moeder niet vermeld), trouwde

1867. NN

1904. Johan Greve, geboren te Harderwijk naar schatting ca. 1635, 11 jan. 1654 ingeschreven als student aan de Universiteit van Harderwijk, burger van Harderwijk (1666), tr. Harderwijk/Nunspeet 4/25 nov. 1666 (hebbende tijdens hun huwelijk "bij haar voor den stoel haar beyder kindt, genaamt Lubberta)

1905 (?)  Lijsbet van Meverden, geboren te Emmerich (D.) naar schatting ca. 1640 

Harderwijk in 1652 (plattegrond van Blaeu)

1906. Johan Wolffsen Berger, wonende te Harderwijk (1671), otr. Harderwijk 10 sept. 1671 (attestatie naar Ermelo 10 sept. 1671)

1907. Stephania Greve, geboren te Harderwijk naar schatting ca. 1645, zuster van Johan Greve (kwartier 1904)

1908. Jacob Ridder, muntmeester van Kampen 1676-1695

1912. Gillis van Braam, geboren Brielle 1630, meester zeilmaker en reder te Rotterdam, commies licenten te Rotterdam, wonende aldaar in 't Hang (1653), begraven Rotterdam 12 sept. 1707, trouwde Rotterdam 2/16 febr. 1653

1913. Helena de Wijn, geboren 1634, jongedochter wonende te Rotterdam in de Wijnstraat (1653), overleden Rotterdam 22 jan. 1719, begraven ald. in de Prinsekerk 27 jan. 1719

1914. Frans (Francois) Houckgeest, geboren te Delft, naar schatting ca. 1630, kapitein, begraven Bergen op Zoom 5 mei 1707, trouwde Bergen op Zoom 16 juli 1661

1915. Anna de Rouck, overleden  Bergen op Zoom 30 okt. 1703, begraven ald. 20 nov. 1703 (Kwartierstaat Van Helsdingen [internet])

1916. Aelbert Hendriksz. van Rijsseling, geboren ca. 1632, vingerhoedmaker en herbergier, woonde Vianen Zomerdijk, later Nijmegen, overleden ald. 15 mei 1708, trouwde ca. 1655

1917. Helena Don de Graes

1918. Bartholomeus van de Graaff, gedoopt Woudrichem, vaandrig van de compagnie van kolonel Meteren [Adriaen van Cuyk, heer van Meteren en Kerkwijk] trouwde Woudrichem 17 nov. 1662 (ondertrouw, getrouwd in Sleeuwijk)

1919. Mara van Winteroij

1930. Abraham Pietersz. (Evenwel), gedoopt NG Dordrecht juli 1642, jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwe Kerkstraat (1666), huistimmerman, overleden na 21 april 1688, trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam 11/26 april 1666

1931. Janneken Thijsdr. (Sterk), gedoopt NG Dordrecht 19 mei 1646, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Rietdijk (1666)

- 9 dec. 1678: compareren voor notaris J. Staelsmit Baerthout Sterck, Jacob Sterck, Abram Pietersz. Evenwel, getrouwd met Jannigie Sterck, Arien Sterck, Willem Sterck, allen broers, zuster en zwager van wijlen Cornelis Sterck, burger van Dordrecht.  Zij verlenen procuratie aan Jan Fransz. Boeuff om van de WIC (kamer Rotterdam) te ontvangen de door Cornelis Sterck verdiende gage (ONA Dordrecht inv. 475)

- 21 april 1688: Abraham Pietersz. Evenwel timmerman verleent procuratie aan Dirck Lesier om voor het Gerecht van Dordrecht te transporteren aan Hendrick Jansz., slijkwerker te Dordrecht, een huis op Nieuwkerkhof, bestaande uit twee woningen, belend door het huis van Anneken Hendricx, weduwe van Pieter Lambenon, aan de ene zijde en dat van Jan Hendricxsz. aan de andere zijde, betaald 420 gl. Abraham Evenwel tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 549, notaris F. Beudt)

1932. Wijnand Claessen (Keever), gedoopt NG Alkmaar 1 mei 1633,  jongman van Alkmaar wonende in de Kromme Elleboog te Dordrecht (1655), lakenwerker, wollewever, trouwde NG Dordrecht/Groote Lindt 8/29 aug. 1655 (bescheid gegeven om op Zwijndrecht te mogen trouwen, getrouwd in De Lindt)

1933. Lijsbeth (Elisabeth) Boudewijns, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kromme Elleboog (1655)

- 21 jan. 1662: Wijnant Claesz. Kever, wollewever, geboortig van Alkmaar, getrouwd met een burgersdochter, wordt burger van Dordrecht (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1974, f. 42)

Kinderen uit dit huwelijk:

a. Jannetge, gedoopt NG Dordrecht 8 aug. 1655

b. Boudewijn, gedoopt NG Dordrecht 6 maart 1658

c. Jannighen, gedoopt NG Dordrecht 2 juli 1659

d. Boudewijn, gedoopt NG Dordrecht 22 april 1662 (= kwartier 966)

e. Claes, gedoopt NG Willemstad 7 jan. 1665

1934. Willem Hendricksen, jongman van Dordrecht wonende in de Stoofstraat (1642), metselaarsgast, trouwde NG Dordrecht 20 juli 1642 (ondertrouw)

1935. Judith Abels, gedoopt NG Dordrecht jan. 1623, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1642)

1936. Lieve (Lijven) Hendricksz. Backx, gedoopt NG Capelle (Noord-Brabant) 30 nov. 1659, jongman van Capelle (1685), molenaar op de korenmolen "de Hoogmoed" buiten de Vriesepoort van Dordrecht, overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 14 aug. 1721 (impost 3 gl.), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 14 aug. 1721 (Lieven Bax, molenaar buiten de Vriesepoort), trouwde NG Dordrecht 2/19 dec. 1685 (haar derde huwelijk)

1937. Maeijcken Cornelisdr. Coomans, geboren naar schatting ca. 1650, jonge dochter van Mijnsheerenland (1676), overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 1 juni 1736 (impost 3 gl.), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 1 juni 1736 (Maaijken Coomens, laatst weduwe van Lieve Bax, buiten de Vriesepoort bij de molen "de Hoogmoed", laat kinderen na, met "ordinare" koetsen), trouwde 1e NG Dordrecht/Mijnsheerenland 17 mei/14 juni 1676 Jan Dirksz. Ganseman, jongman van Dordrecht (1676), molenaar, 2e NG Dordrecht 19 okt. 1681 (ondertrouw) Floris Jansz. (zijn kinderen noemen zich Van der Gier), jongman van Rumpt, wonende buiten de Vriesepoort (1681)

- 16 mrt. 1677: testament van Jan Dircxsz. Ganseman molenaar en zijn vrouw Maeijken Cornelisdr. Coomans, burgers van Dordrecht, beiden gezond, gepasseerd voor notaris J. Melanen te Dordrecht.  Zij benoemen tot erfgenaam en voogd de langstlevende van hen beiden. De langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen "voor hen allen" een bedrag van 50 gl. uit te reiken. Als de eerststervende van de testateuren komt te overlijden zonder kinderen na te laten, moet de langstlevende aan de verwanten en erfgenamen ab intestato van de eerstoverlijdende een bedrag van 12 gl. uitkeren. Hij tekent, zij zet een merk. (ONA Dordrecht inv. 186, akte 124)

- 14 jan. 1681: in het weesboek ingeschreven een extract van het testament van Jan Dircksz. Ganseman en zijn vrouw Maijken Cornelisdr. Coomans, gepasseerd voor notaris J. Melanen te Dordrecht op 16 mrt. 1677 (Weeskamer Dordrecht inv. 27, f. 351v)

- 19 mei 1683: Floris Jansz., molenaar wonende buiten de Vriesepoort en zijn vrouw Maaijken Cornelisdr. Coomans, hij door een val van zijn molen "swaerlijck gequetst" te bed liggende, zij gezond, testeren ten overstaan van notaris F. Beudt te Dordrecht. Hij benoemt zijn vrouw tot erfgenaam van al zijn na te laten goederen, mits zij hun kinderen bij mondigheid of eerder huwelijk een bedrag van 6 gl. zal uitkeren. Zij benoemt tot erfgenamen haar twee voorkinderen en het kind of de kinderen, bij haar verwekt of nog te verwekken door haar voornoemde man, alsmede haar man voor een kindsgedeelte. De testateur kan door zijn ongeval niet schrijven. (ONA Dordrecht inv. 545, geen folionummers) 

- 6 juli 1683: in het weesboek ingeschreven een extract van het testament van Floris Jansz. molenaar en zijn vrouw Maijken Cornelisdr. Coomans, gepasseerd voor notaris F. Beudt te Dordrecht op 19 mei 1683. (Weeskamer Dordrecht inv. 28, f. 14)

- 4 mei 1736 (testament onder de 4000 gl.): testeert voor notaris G. Verveer te Dordrecht Maaijke Cooman, laatst weduwe van Lieve Bacx, wonende even buiten de Vriesepoort van Dordrecht, ziek op een stoel zittende. Zij herroept het testament, dat zij op 29 mei 1724 heeft gepasseerd voor notaris J. van Vechoven en het codicil, dat zij op 29 nov. 1732 heeft gemaakt ten overstaan van notaris H. van Wetten "ende nu opnieuw disponerende verklaarde de testatrice eerstelijk aan hare dogter Marijke [Florisdr.] van der Gier, wed. wijlen Hermanus van der Elst, gemaakt te hebben uijt haar testatrices naarlatenschap de naakte en bloote legitime portie deselve na regten competerende ... dog soo sal daaraan moeten werden gekort soodanige sommen van penninge als sij testatrice aan deselve hare dogter geleent en verschoten heeft en wel bijsonder de [300 gl.] die sij testatrice aan de gemelde hare dogter eens tegelijk geleent en toegetelt heeft en ingevalle de voorsz. geleende en verschoten gelden meerder quamen te renderen als de voorsz. legitime portie, soo verklaarde zij testatrice het surplus derselver aan de voorsz. hare dogter te remitteren bij desen." Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar drie kinderen, m.n. Dirk Ganseman, Flora [Florisdr.] van der Gier, echtgenote van Arij Kop en Cornelis Bacx, alsmede haar "neeff" [= kleinzoon] Hendrik Bacx, zoon van haar overleden zoon Hendrik Bacx, ieder voor een vijfde part, of bij vooroverlijden hun wettige nakomelingen. Tot erfgenamen van het resterende vijfde part stelt zij aan haar twee "nigten" [= kleindochters], Johanna en Maaijke van der Elst, "item soo prelegateert sij testatrice nogh bovendien aan de voorsz. hare nigten allen haren inboel, onder dese conditie nogtans dat zij alsdan sullen moeten blijven wonen bij hare moeder, de voorsz. haar testatrices dogter Marijke van der Gier, en deselve oppassen haar leven lank gedurende, soo in siekte als gesontheijt, en dat in alle getrouwighijt en in cas een van hare voorsz. nigten de gemelde hare moeder quam te verlaten, soo sal die versteeke wesen van haar aandeel in het voorsz. vijfde part en prelegaat resp. en [dat aandeel en prelegaat] moeten devolveren op hare andere suster die bij hare moeder metter woon sal sijn gebleven, en soo 't sake was dat sij alle bijde hare moeder inde samenwoninge quamen te verlaten soo sal alle 't gene aan deselve als hiervoren gemaakt is moeten komen en erven en besterven op hare testatrices vorengemelde erfgenamen, zijnde hare drie kinderen en kindskind respective of deselver descendenten bij representatie ... Nog begeert sij testatrice dat voor alle schijdinge en deijlinge aan hare voorn. zoon Dirk Ganseman werde betaalt de somma van [216 gl.] als zij testatrice van hem geleent heeft gehadt en nog niet wedergegeven heeft." Tot executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar zoons Dirk Ganseman en Cornelis Bacx en haar schoonzoon Arij Kop. Zij tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 920, f. 27 e.v.)

Kinderen:

Ex 1:

a. en b. Cornelis en Maeijke, gedoopt NG Dordrecht 2 okt. 1679

c. Dirk Jansz. Ganseman, geboren naar schatting ca. 1680

Ex 2:

d. Maria (Marijke) Florisdr. van der Gier, gedoopt NG Dordrecht 24 mei 1682, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 9 dec. 1708 (ondertrouw) Hermannus Jansz. van der Elst

e. Florina (Flora) Florisdr. van der Gier, gedoopt NG Dordrecht 6 dec. 1683, trouwde Arij Kop

Ex 3:

f. Hendrik Bax, gedoopt NG Dordrecht 1 april 1686

g. Cornelis Bax, gedoopt NG Dordrecht 6 april 1689, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 1 mei 1712 (ondertrouw) Berbera Jansdr. van der Schaer

 

1938. Baerthout Thijsz. Sterck, gedoopt NG Dordrecht 28 mrt. 1640, schipper wonende op de Riedijk (1666), viskoper (vermeld 1674), trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam 14/28 nov. 1666

1939. Maijken Gijsbertsdr. Vlijm, geboren naar schatting ca. 1640, jonge dochter van Papendrecht, wonende op de Kleine Vismarkt te Dordrecht (1666)

- 3 juli 1670: Jan Cornelisz. Hille, schipper van Jisp, verkoopt aan Baerthout Tijsz. Sterck, schipper te Dordrecht, een waterschuit met rondhout, ankers, zeilen, kabels, touwen etc., liggende in een haven binnen Dordrecht, voor 550 gl., waarvan 315 gl. contant. (ONA Dordrecht 252, f. 169)

- 24 juli 1674: testament van Baerthout Thijsz. de Stercke viskoper en zijn vrouw Marichje Gijsbertsdr. Testament op de langstlevende. De kinderen krijgen bij mondigheid of huwelijk 100 gl. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 235, f. 233)

- 5 jan. 1675: Claes Geeritsz. Clomp, schipper te Dordrecht, getrouwd met Hillegont Jansdr., enige dochter en erfgename van Jan Aelbertsz. en Jannichjen Jacobsdr., beiden overleden, verkoopt aan Baerthout de Stercke, schipper te Dordrecht, een huis bij de Riviervismarkt omtrent het Groothoofd, staande tussen de Toltoren en het huis van de weduwe van Willem de Haen. (ONA Dordrecht inv. 236, f. 1)

- 1685: Baarthout Sterk betaalt 6 st. 4 penn. lantaarngeld voor zijn huis "op de Haven". (Stadsarchief Dordrecht inv. 3984, f. 42)

- 16 okt. 1714: Maria Gijsbertsdr. Vlijm, weduwe van Baarthout de Stercke, burgeres van Dordrecht, bekent schuldig te zijn aan Govert van Well een bedrag van 300 gl., daarvoor verbindende een huis op de Nieuwe Opslag tussen het Groothoofd en de Riviervismarkt, staande tussen de Toltoren en het huis van Arij Kool. (Schuldbrief geroyeerd op 13 mei 1721.) (ORA Dordrecht inv. 809, f. 143 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Maeijke, 1668

b. Mathijs, 1670

c. Pieter, 1672

d. Dirck, 1675

e. Barthout, 1675

f. en g. Gijsbrecht en Metje, 2 dec. 1682

h. Pieternella, 1684 


1942. Joannis Cox, overleden Berg (bij Tongeren in Belgisch Limburg) 22 jan. 1715 (Joannis Cox), trouwde naar schatting ca. 1663

1943. Johanna Lenarts, geboren naar schatting ca. 1643, overleden Berg 28 nov. 1732 (Johanna Lenars, weduwe van Joannis Cox)

Kinderen (allen RK gedoopt te Berg):

a. Agnes, 8 april 1664 (peter: Johannes Danen, meter: Elisabetha Cox)

b. Maria, 1665 (peter: Engelbertus Daerden, meter: Cath. Rats)

c. Anna, 1668 (peter: Arnoldus Arckens, meter: Oda Cox)

d. Catharina 1669 (peter: Nic. Cox, meter: Eva Lenarts)

e. Ida, 7 mrt. 1672 (peter: Henricus Cox, meter: Ida van Eijck)

f. Egidius, 1674 (peter: Egidius Cox, meter: Maria Leners)

g. Maria Elisabetha, 1683 (peter: Claes Vrancken, meter: Agnes Vanhees)

h. Gertrudis, 1686 (peter: Egidius Vanhees, meter: Maria Michiels)

i. Joannis, 7 jan. 1688 (peter: Egidius Vanhees, meter: Maria Tits)

1944. Jacob Teunisz. Cuijpers, gedoopt NG Fijnaart 11 dec. 1661, jongman geboren en wonende in Fijnaart (1684), trouwde NG Fijnaart 21 okt./5 nov. 1684

1945. Geertruijt (Geertje) Joosten, jonge dochter geboren en wonende in Fijnaart (1684)

Kinderen (allen NG gedoopt in Fijnaart):

a. Theunis, 3 juni 1685 (getuigen: Willm Cornelisz. Schipper, Maijken Theune)

b. Joost, 28 mrt. 1687 (getuigen: Jacob Corstiaens, Neeltie Joosten)

c. Cornelia, 13 febr. 1689 (getuigen: Aert Pieters, Grietie Willems)

d. Pieter Jacobsz. Kuijper, 18 mrt.1691 (getuigen: Cornelis Cammeraet, Neeltie Dircken)

1948. Pieter Willemsz. Franke alias Berckel, trouwde ca. 1660

1949. Grietje Cornelisdr. Grootenboer, gedoopt NG Fijnaart 17 okt. 1638

Kinderen (allen NG gedoopt in Fijnaart):

a. Willem, 10 aug. 1664 (getuigen: Cornelis Otten, Cornelis Willemsz. Grootenboer, Grietie Willems Berkel)

b. Huijbert, 1666 (geen dag en maand vermeld; getuigen: Cornelis Jansen, Maijken Huijberts)

c. Maijken, 2 dec. 1667 (getuigen: Teunis Jacobsz. Cuijper, Willemken Cornelis)

d. Geertruijd, 16 nov. 1670 (getuigen: Cornelis Janssen, Maeijken Adriaens)

e. Cornelis, 9 aug. 1673 (getuigen: Ariaan Jansz. Visser, Neeltje Willems genaamd Jaften)

f. Lijsbeth, 1 jan. 1676 (getuigen: Cornelis Jaften, Grietje Wilmsze genaamd Vissers)

1960. Jan Woutersz. (Spoel), gedoopt NG Dordrecht 16 jan. 1654, meester-metselaar, lid van het gilde 19 mei 1674, trouwde NG Dordrecht 30 juni 1675

1961. Marij van der Eijcke, jonge dochter van Middelburg (1675), overleden na 17 mei 1705, trouwde 2e NG Dordrecht 12 nov. 1685 Matthijs Anthonissen, jongman van 's-Hertogenbosch (1685), metselaar, attestatie naar Amsterdam 21 april 1686

(Onze Voorouders, deel I, p. 38; Onze Voorouders, deel II, p. 56)

- 14 dec. 1679: verklaring door Jan en Barent Woutersz. Spoel, metselaars te Dordrecht. Jan tekent, Barent zet een merk. (ONA Dordrecht inv. 240, f. 390)

Kinderen:

a. Wouter, gedoopt NG Dordrecht 30 mrt. 1676

b. Francois, gedoopt NG Dordrecht 23 mrt. 1678

1962. Jacob Luijte (Luls), weduwnaar van Leiden wonende buiten de Vriesepoort van Dordrecht (1676), slikwerker, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 5 dec. 1712 (Jacob Luijte, op de Vest bij de Marinbornstraat), trouwde 1e NN, 2e NG Dordrecht 9/24 febr. 1676

1963. Ariaentje Jacobs, uit het Land van Luik, weduwe van Jan Dircksen, wonende buiten de Vriesepoort (1676)

- 11 april 1676: Jacob Luijten, geboren te Oudewater in Holland, getrouwd met een burgersdochter, wordt burger van Dordrecht. Hij betaalt 2 gl. 10 st. en blijft uitgesloten van de gildebesturen. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 1974, f. 120)

Kinderen (o.a.):

a. Trijntje Jacobs, gedoopt NG Dordrecht 5 juni 1676

b. Aeltje Jacobs, gedoopt NG Dordrecht 20 mrt. 1682

1964. mr. Jacob Hoochlander, gedoopt NG Dordrecht okt. 1631, jongman van Dordrecht (1660), woonde in de Nieuwe Breestraat (1660, 1668), advocaat, overleden ca. 1675, trouwde 1e NG Dordrecht 2 mei 1660 (ondertrouw) Dordrecht Katrina (Catalina) Vaens, gedoopt NG Dordrecht mei 1641, jonge dochter van Dordrecht (1660), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1 sept. 1667, dochter van Cornelis Vaens, lid van de Oudraad en thesaurier te Dordrecht en van Aechien (Agatha) Pouwelsdr. Driesman, trouwde 2e NG Dordrecht 4 nov. 1668 (ondertrouw, beiden wonende in de Nieuwe Breestraat)

1965 Catharina Jansdr. (Ipelaar, IJpelaer),  geboren naar schatting ca. 1635 mogelijk in Dongen, weduwe van Jacob Hooglander, "van Dongen" (1668, 1676), wonende in de Nieuwe Breestraat (1668), wonende in de Vriesestraat (1676), trouwde 2e NG Dordrecht 5/21 april 1676 ("Is op ordre van de hr. Burgemeester getrouwt 21 april 1676") Adriaen Jansz. jongman van Breda soldaat onder kapitein Sintamant in garnizoen te Dordrecht

- 13 mei 1661: Cornelis Vaens, lid van de Oudraad en oud-thesaurier van Dordrecht, verleent procuratie aan mr. Jacob Hoochlander advocaat, zijn schoonzoon (SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 227, f. 112 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

Ex 1:

a. Pieter, 1 aug. 1661, mogelijk begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 aug. 1669 (een kind van Jacob Hooglander)

b. Agatha Hooglander, 16 sept. 1662, "van Dordrecht" wonende bij de Lombardbrug (1691), trouwde NG Dordrecht 16 sept. 1691 (ondertrouw) Gillis Mugge, jongman van Dordrecht (1691), "controrolleur" van de Grafelijkheidstol  wonende bij de Pelserbrug (1691), notaris te Dordrecht

SA Dordrecht Weeskamer Dordrecht inv. 30, f. 136v: extract van het besloten testament van Agatha Hooglander, vrouw van Gillis Mugge, op 12 april 1707 gepasseerd voor notaris J. van den Brande te Dordrecht en geopend op 15 mei 1708 (cf. SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 735, akte dd 12 april 1707 en idem inv. 736, akte dd 15 mei 1708) 

c. Pompeius, 19 febr. 1664

Ex 2:

d. Pieter, 4 dec. 1669

e. Johannes, 6 febr. 1671

f. Jacob, 19 sept.

1966. Gerrit Willemsz. (Steenbus), jongman van Dordrecht [sic] wonende op het Bagijnhof (1657), "sijlverdraettrecker", woonde in de Kromme Elleboog, begraven Dordrecht 24 sept. 1706, trouwde NG Dordrecht/Hieronimusambacht 6/27 mei 1657

1967. Anneke Hendricksdr. Raimaeckers, geboren naar schatting ca. 1635, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Gevolde Gracht (1657), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 24 dec. 1720 (Annige Raimaeckers, weduwe van Geerit Steenbus, in de Kromme Elleboog)

- 18 jan. 1659: als poorter van Dordrecht ontvangen Geerit Willemsz. Steenbus, geboortig van Engeland, getrouwd met een burgeres, betaalt 10 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1974)

- 24 sept. 1706: begraven Geerit Steenbus, in de Kromme Elleboog, geen wezen volgens verklaring van zijn dochters Geertruijt en Jannnigie Steenbus. (Weeskamer Dordrecht inv. 111)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Geertruijt, 1 aug. 1657

b. Maria, 29 okt. 1661

c. Willem, "ontrent dese tijt [17 jan. 1664] gedoopt"

d. Willem, 23 aug. 1664 [sic]

e. Henricus, 11 dec. 1666 (naam van de moeder: Emmeken Hendricxs)

f. Geertruijdt, 29 juli 1669

g. Geertruijt, 15 dec. 1670

h. Anne, 5 juni 1673

i. Gerrit, 7 mrt. 1676

j. Matthijs, 6 nov. 1678

1974. Herman Dirksz. Goes, geboren naar schatting ca. 1625, woonde op de Donk te Arkel, overleden mei 1671 (ONA Gorinchem, inv. 3999, akte dd 24 febr. 1682), trouwde vr 7 mrt. 1649

1975. Teuntje Teunisdr. (van IJseren), geboren naar schatting ca. 1625, overleden in of na 1671

1976. Cornelis Ariensz. Maat, overleden na 1 okt. 1689 [zie bij kwartier 988]

1978. Jan Jansz., trouwde

1979. Annetie Pieters, overleden na 13 febr. 1701 (doopgetuige te Amsterdam)

Kind:

a. Dieuwertje, gedoopt NG Amsterdam (Noorderkerk) 20 mrt. 1675 (getuige: Neeltie Pieters) [= kwartier 989]

(vriendelijke mededeling van de heer P. Leising in Drachten)

1980. Cuijndert Peetersz. (Pietersz.) Bol, van 1676 tot 1678 opperdeken van het Voermansgilde te Dalem

Kinderen:

a. Peeter (Pieter) Cuijndertsz. Bol, voerman, trouwde NG Dalem 27 mrt. 1680 Barbara Willems

b. Rochus (Roukes) Cuijndertsz. Bol, voerman, trouwde NG Dalem 30 mei 1680 Aertje Gerrits

c.Willem Cuijndertsz. Bol

(Ons Voorgeslacht 2001, p. 558-559)

1984. Nicolaas (Claas) Nelemans, geboren ca. 1608, schepen van Lage Zwaluwe 1658-1660, schepen van Hoge en Lage Zwaluwe 1661-1663, stadhouder van Lage Zwaluwe 1662, armmeester van Lage Zwaluwe 1664, overleden na 1670, trouwde naar schatting ca. 1630

1985. Neeltje Denisdr., gedoopt NG Zwaluwe 7 okt. 1610, overleden ald. vr 1677

- 28 april 1663: Nicolaas Nelemans is ongeveer 55 jaar. (ORA Zwaluwe inv. 115)

- 27 mrt. 1665: Niclaes Neelmans, Dingman Cleijsz., Henrick Cornelisz. Boer, huisluiden en Jan Jansz. Luijcas, schipper, allen inwoners van Lage Zwaluwe, stellen zich borg voor een bedrag van 1200 gl. t.b.v. Cornelis Dingman Neelmans, geboren te Lage Zwaluwe, maar wonende in de polder Ruigenhil onder Willemstad. (ORA Zwaluwe inv. 75)

- 26 febr. 1669: testament van Nicolaas Nelemans, ziek in bed liggende en zijn vrouw, gepassereerd voor schepenen van Lage Zwaluwe. (ORA Zwaluwe inv. 85)

- 23 mei 1669: Nicolaas Nelemans stelt zich borg voor zijn broer Dingeman. (ORA Zwaluwe inv. 72)

- 9 mrt. 1677: de door Claes Nelemans en Neeltje Denisse nagelaten boedel wordt publiekelijk verkocht. (ORA Zwaluwe inv. 168)

Kinderen:

a. Cornelis, gedoopt NG Zwaluwe 24 mrt. 1630 (getuigen: Cornelis Denis, Thijske Theunissen)

b. Tanneke, geboren ca. 1630

c. Denijs, geboren ca. 1632

d. Maeijke, geboren ca. 1634

e. Adriaan, geboren ca. 1636

f. Mathijs Fuijckschot, geboren ca. 1637

g. Anthonij, geboren ca. 1640

1986. Leendert Jan Gerritsz. Vogelaer, schepen van Lage Zwaluwe 1657, trouwde

1987. Anneke Adriaens Huijben

(De Brabantse Leeuw 1983, p. 48-49)

- 12 mei 1646: Peter Petersz. van Hulten verkoopt aan Lenert Jan Gerritsz. Vogelaer de helft van 2 bunder 393 roeden 10 voet land, gelegen in de Claverpolder onder de jurisdictie van Lage Zwaluwe, belend oost de weduwe van Gerit Lobbekens, nu getrouwd met Adriaen Cornelisz. Roijen, west de Blaak, zuid jonkheer Johan Alkenmade, noord Willem Huijbertsz. (ORA Zwaluwe inv. 9)

1988. Pieter Jansz. Brasser, geboren ca. 1595, overleden Wagenberg (Noord-Brabant) na 1 jan. 1640, trouwde 1e

1989. Maijke Jans, overleden ca. 1636

1990. Jan Hendriksz. van Opstal, van Terheijden, trouwde NG Terheijden 27 febr. 1633

1991. Martijntje Jansdr. (Borggraaf), van Hoge Zwaluwe

1996. Adriaen Anemaet (de jonge), geboren Made ca. 1593, landbouwer ald., schepen van Hoge Zwaluwe 1653, 1654, 1658, overleden tussen 1658 en 28 nov. 1662, trouwde 1e ca. 1611 Adriaentie Boeren, 2e ca. 1625

1997. Maijke den Engelse, geboren ca. 1596, overleden na 6 mrt. 1667

(Gens Nostra 1955)

1998. Cornelis Jochumsz. Ackermans, trouwde ca. 1620

1999. Martina Barents

2004. Johannes Diependael(s), trouwde RK Nispen 20 okt. 1619

2005. Catharina Jans

2006. Willem Geertsz. Bonx, lid van het Kruisbooggilde "St. Jan Baptist", overleden ca. 1657, trouwde RK Sprundel 5 okt. 1627

2007. Anthonia Cornelisdr. de Bruyn (Nelemans), gedoopt RK Sprundel 24 okt. 1604

- 1631: wijlen Geert Willemsz. Bonx en wijlen Neeltken Geertsen zijn blijkens voogdij- en boedelrekening de ouders van Willem, Dingeman en Dingentken (beide laatstgenoemden zijn onmondig). Voogd: Jacob Cornelis Jacobsen. Toeziender: Cornelis Jan Jonge Nelen. (GA Rucphen-Vorenseinde inv. 13, akte 2)

(De Brabantse Leeuw 1992, nr. 1, p. 64)

- 19 febr. 1644: Willem Geertsz. Bonx verkoopt een perceel land van 400 roeden, gelegen in het Vorenseinde aan Anthonis Domis Danen voor 350 gl.

(Vriendelijke mededeling van de heer G. Klein.)

2012. Cornelis Antonisz. Cavelaers, geboren Zevenbergen ca. 1610, overleden Lage Zwaluwe, begraven Terheijden 16 mrt. 1653, trouwde ca. 1635

2013. Adriana Sebastiaansdr. Oomen, overleden tussen 8 juli 1658 en mrt. 1659

(De Brabantse Leeuw 1984, p. 57-58)

2016. Jan Lambrechtsz. van Persijn, gedoopt NG Dordrecht nov. 1618, twijnder, wonende in de Heer Heymansuysstraat, trouwde NG Dordrecht 15 juni 1642

2017. Petronella (Pieterke) Cornelis, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Heer Heymansuysstraat (1642)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Lambert, 10 april 1643

b. Cornelis, 13 nov. 1645

c. Maiken, 19 nov. 1646

d. Cornelis, 3 juli 1649

e. Centje, 13 juli 1653

f. Lambert, 22 juli 1654

g. Jan, 21 juli 1659

2018. Cornelis Cornelisz. (de) Rijcke, gedoopt NG Aardenburg 30 jan. 1611, jongman van Aardenburg, varend gezel wonende buiten de Spuipoort van Dordrecht (1640), slikwerker (1663), begraven Dordrecht (Grote Kerk), 3 mrt. 1663 (een baar buiten de Spuipoort in "de Vrachtwagen" voor Cornelis Rijcke), trouwde 2e ca. 1657 Willemken Hendricxdr., 1e NG Dordrecht 9/27 dec. 1640

2019. Maijken Claesdr. Meiveugel (Maijheuvel), gedoopt NG Dordrecht febr. 1616, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Spuipoort (1640), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 mei 1656 (een baar voor de vrouw van Corenelis Ricke, buiten de Spuipoort)

- 25 april 1660: Leendert Corstiaensz. Testelmans, burger van Dordrecht, [zoon van Corstiaens Leendertsz., leertouwer te Dordrecht en NN]* testeert ten overstaan van notaris J. Melanen. Hij herroept eerdere testamenten e.d., o.a. het testament, dat hij heeft gepasseerd met zijn zuster Janneken Corstiaensdr. Testelmans, weduwe van Victor Jansz. van Bleinckvliet voor notaris J. Schoormans te Dordrecht op 3 aug. 1659. Hij legateert aan zijn dienstmaagd, Lijsbeth Melsdr. van Steijn, een bedrag van 1800 gl., evenwel op voorwaarde dat zij tijdens zijn leven niet gaat trouwen en bij zijn overlijden nog bij hem inwoont, of anders slechts 700 gl., en daarenboven nog een kastje, dat heeft toebehoord aan zijn zuster Aeltgen Corstiaensdr. [overlijdensregister Doopsgezinde gemeente Dordrecht (DTB 78): 17 febr. 1657 Aeltien Korstijaens, een oude vrijster], dat is getaxeerd op 8 gl. Het vruchtgebruik van al zijn overige na te laten goederen vermaakt hij aan zijn zuster Janneken Corstiaensdr. Legaten: aan Rochus Jansz. Groeningen en [diens vrouw] Neeltgen Arijens Maes, resp. zijn behuwd neef en nicht, wonende te Dordrecht, 2000 gl.; aan zijn neef Corstiaen Claesz. Meijvogel het vruchtgebruik van een somma van 1000 gl., waarvan de eigendom zal toekomen aan zijn wettige nakomelingen of bij ontbreken daarvan aan de kinderen van zijn overleden zuster Maijken Claesdr. Meijvogel; aan de kinderen van Maijken Claesdr. Meijvogel 1500 gl.; aan Janneken Crijnen, zijn nicht, die in Breda woont, 1200 gl., aan Arijen Arijensz. Maes, wonende in Terheijden, 3000 gl.; aan de kinderen van Aert Arijensz. Maes, zijn te Oosterhout overleden neef, 8000 gl., namelijk aan Govert 3000 gl., aan Anneken 3000 gl. en aan Maijken Aerts Maes 2000 gl.; aan zijn neef Adam ... [sic], gildeknecht van het Schoenmakersgilde te Rotterdam, het vruchtgebruik van een somma van 1000 gl., waarvan de eigendom zal vererven op diens kinderen of bij ontstentenis daarvan op zijn zuster Arijaentgen, eveneens wonende te Rotterdam; aan de kinderen van zijn nicht Arijaentgen 1000 gl.; aan de dochter van zijn neef Arijen Claesz. Calff zaliger, die in Oost-Indi verblijft, 1000 gl., met dien verstande, dat, als zij vr haar terugkeer naar Nederland komt te overlijden, dat legaat zal vererven op haar kinderen of naaste verwanten; aan zijn nicht Maeijken Jacobsdr., wonende te Amsterdam, dochter van Jacob Leendertsz. schoenmaker, 2000 gl.; aan de kinderen van Claertgen Jacobsdr. te Amsterdam 1000 gl.; aan zijn neef Johan Schoormans, notaris te Dordrecht, 500 gl.; aan zijn neef Wouter Schoormans, 250 gl.; aan zijn nicht Clara Schoormans 250 gl.; aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht 200 gl. en aan het Arme-Weeshuis te Dordrecht eveneens 200 gl. Alle legaten moeten pas na de dood van zijn zuster (en uiteraard na het overlijden van de testateur zelf) aan genoemde legatarissen uitgekeerd worden. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen (na aftrek van de legaten) benoemt hij de armen van de Doopsgezinde gemeente "van sijnne gesintheijt binnen deser Stede, die men de Vlamingen noempt". Tot executeurs-testamentair stelt hij aan notaris Johan Schoormans, zijn neef, en Nicolaes Cornelisz. van der Fles, zijn goede bekende, die als beloning voor hun moeite uit zijn boedel elk een bedrag van 500 gl. uitgekeerd zullen krijgen. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 179, f. 318 e.v.)

* Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten): op 26 juni 1614 zijn aangetekend de trouwbeloften tussen Victor Jansz. [van Blenckvliet] weduwnaar van Theuntgen Aelbrechtsdr. wonende in het Zuidland geassisteerd met Adriaen Cornelisz. en Jannegen Corstiaensdr. wonende te Dordrecht geassisteerd met Corstiaen Leendertsz. haar vader. Op 22 juli 1614 comp. in de secretarie Corstiaen Leendertsz. zeemverkoper en Adriaen Cornelisz., korenkoper en burger van Dordrecht, die verklaren dat Victor Jansz. en Jannegen Corstiaensdr. op 13 juli 1614 "voor haere [d.w.z. de Doopsgezinde] gemeente" getrouwd zijn.

- 17 april 1662: Cathalijntgen Cornelisdr., weduwe van Stoffel Jacobsz., wonende buiten de Sluispoort, ziek te bed liggende, testeert ten overstaan van notaris J. Melanen. Zij legateert aan haar neef Corstiaen Claesz. Meijvogel een bedrag van 1000 gl., aan Jennicken Cornelisdr. Rijcke, dochtertje van haar overleden nicht Maijeken Claesdr. Meijvogel, die bij haar inwoont, een bedrag van 500 gl. en al de kleren, het zilverwerk en lijfsieraden, die zij voor Jennicken heeft gemaakt en gekocht. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar neef Corstiaen Claesz. Meijvogel voor de ene helft en de kinderen van Maeijken Claesdr. Meijvogel voor de andere helft. Corstiaen zal van de aan hem gemaakte goederen alleen het vruchtgebruik hebben en de eigendom ervan zal na zijn overlijden vererven op de kinderen van Maeijken. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen en executeurs van haar testament benoemt de testatrice Hugo Repelaer, oudraad van Dordrecht, en Willem Zaeijers, haar goede bekenden. (ONA Dordrecht inv. 180, f. 96 e.v.)

- 26 febr. 1663: Cathelijntgen Cornelisdr., weduwe van Stoffel Jacobsz., wonende buiten de Sluispoort, is schuldig aan Cornelis de Rijcke, haar aangetrouwde neef, een bedrag van 50 gl., welke hij van haar geleend heeft, en die zij verklaart ontvangen te hebben samen met een somma van 150 gl., die hij haar schuldig was "tot voldoeninge vant huijs bij hem aengenomen uijtten boedel van Aeltgen Reijers, sijne schoonmoeder zaliger". (ONA Dordrecht inv. 180, f. 308)

- 23 april 1663: Willemken Hendricxdr., weduwe van Cornelis Rijcken, slikwerker, heeft ontvangen van Danil Rijcken en Arijen Francken, als voogden over de onmondige kinderen van Cornelis Rijcken, een bedrag van 200 gl., welke haar toekomen volgens de huwelijkse voorwaarden, die zij met haar man is overeengekomen, en krachtens het testament, dat zij met hem heeft gepasseerd voor de Dordtse notaris J. Schoormans op 24 febr. 1657. Bovendien verklaart zij van de voornoemde voogden alle goederen ontvangen te hebben, die zij bij het aangaan van haar huwelijk heeft ingebracht. (ONA Dordrecht inv. 180, f. 335 e.v.)

Kinderen (o.a.):

a. Barbara, nov. 1641

b. Aeltjen Cornelisdr., juni 1641, trouwde Jacob Mattheusz. van der Hoeven

c. Maeijken, nov. 1647

d. Helena, 17 okt. 1649 (= kwartier 1009)

e. Janneke, 7 aug. 1654

2024. Pleun Ariensz. (Adriaensz., Ariaensz., Arisz., Aertsz.), jongman van Dordrecht, schipper, wonende aan de Riedijk (1630), trouwde NG Dordrecht 17 mrt. 1630 (ondertrouw)

2025. Grietje Heijndrick Gerritsdr., jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwe Kerckstraat (1630), weduwe van Pleun Ariaensz. wonende buiten de Vuilpoort (1658), trouwde 2e NG Dordrecht 4 aug. 1658 (ondertrouw, proclam. te 's-Gravendeel, 17 aug. 1658 bescheid gegeven om in 's-Gravendeel te trouwen) Lieven Isaaksz. (van Stichelen), jongman van 's-Gravendeel, wonende aldaar, schipper (1658)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Stijntgen Pleunen, april 1631, trouwde 1e Bartel (Bartholomeus) Pietersz. (Cond), 2e NG Dordrecht/Grote Lindt 13 mei 1668 Claes Jansz. Visser

b. Arien, okt. 1634

c. Hendrick Pleunen, nov. 1636, trouwde Teuntje Jansdr. van der Linden

d. Thuenis, febr. 1639

e. Gerrit, 14 nov. 1642

f. Jan, 13 nov. 1644, jong overleden

g. Lijntge, 26 aug. 1648, jong overleden

h. Berber, 20 sept. 1649

i. Theunis, geboren ca. 1652

2026. Jan Reijnen (Reijniersz.) van der Linden, geboren te 's-Gravendeel ca. 1601, jongman van 's-Gravendeel (1629), weduwnaar wonende bij Dordrecht (1653), weduwnaar wonende buiten Dordrecht (1666), bouwman (vlasboer), overleden in of na 1666, trouwde 2e NG Dordrecht 16 nov. 1653 (ondertrouw; per schrijven van Ameide, 3 dec. bescheid gegeven om daar te mogen trouwen) Marijken Jansdr. van Eindhoven, jonge dochter "van der Ameijde" en daar wonende (1653), 3e NG Heerjansdam 28 mrt. 1666 (ondertrouw) Teuntje Cornelis, weduwe van Pieter Arensz., wonende in de Kleine Lindt. Jan Reijnen van der Linden trouwde 1e NG Barendrecht 25 nov. 1629 (derde gebod)

2027. Teuntje Aertsdr, geboren naar schatting ca. 1605, jonge dochter van Barendrecht (1629), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 9 sept. 1652 (een baar voor de vrouw van Jan Reijnen bouwman buiten de Spuipoort op de hoek van de kruisweg)

- 20 jan. 1646: Jan Reijniersz., Bastiaen Aeriaensz. Kersseboom, Willem Jacobsz. opt Sluijs, Lijntghen Coorn[elisdr.], weduwe van Aert Dircxsz. [Foppen], geassisteerd Coorn[elis] Coornelisz. int Velt, haar broer en gekoren voogd, elk voor zichzelf en Jan Reijniersz. tevens van wege het weeskind van Neltghen Aerts en Willem Jacobsz. van wege zijn eigen weeskind en vervangende Pieter Dircxsz., hun zwager, transporteren aan Bastiaen Aeriensz. opt Dorp [later Verheul] twee en een halve morgen land in de Ziedewij [polder onder Oost-Barendrecht]. (ORA Oost-Barendrecht inv. 28, f. 58 e.v. [vriendelijke mededeling van de heer K.J. Slijkerman te Waarde])

- 29 sept. 1657: begraven een kind "onder de arm" van Jan Reijne aan de kruisweg buiten de Spuipoort (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

- 22 sept. 1660: Willem Theunisz. van der Wael, schipper te Dordrecht, is schuldig aan Cornelia Gevers een bedrag van 300 gl. Jan Reijnen van der Linden en Hendrick Pleunen, marktschipper van Dordrecht op Hulst zijn borgen voor Willem Theunisz., resp. hun schoonzoon en zwager. (ONA Dordrecht inv. 226, f. 511) 

- 10 dec. 1661: compareren voor notaris G. Waltherij te Dordrecht Henrijck Reijnen, wonende op 's-Gravendeel, 63 jaar oud en Jan Reijnen van der Linden, wonende buiten de Spuipoort van Dordrecht, 60 jaar oud. Zij leggen op verzoek van Lambert Bastiaensz., wonende op Dubbeldam, een verklaring af. (ONA Dordrecht inv. 293, f. 15 e.v.)

- 13 dec.1663: Jan Reijnen van der Linden, wonende buiten de Spuipoort, is schuldig aan notaris Johan Schoormans te Dordrecht, als administrateur van de boedel van wijlen Grietgen Hendricxdr., laatst vrouw van Lieven Isaacxsz. van Stichelen, een bedrag van 600 gl. Borgen voor Jan Reijnen van der Linden: Arijen Pleunen en Hendrick Pleunen, schippers te Dordrecht. Arijen Pleunen zet een merk, Jan Reijnen en Hendrick Pleunen tekenen. (ONA Dordrecht inv. 180, f. 502 e.v.)

- 3 aug. 1664: Jan Reijnen van der Linde en Willem Lodewijxsen, beiden wonende buiten de Spuipoort van Dordrecht, verlenen procuratie aan Herman Schouten, burger van Dordrecht, om uit hun naam te vorderen en in ontvangst te nemen van Jacob Dircksen, wonende onder de jurisdictie van Lisse, een somma van 185 gl. en een somma van 260 gl., hun comparanten respectievelijk toekomende wegens leverantie van vlas, door Jacob Dircksen van hen "te velde" gekocht. (ONA Dordrecht inv. 295, f. 130)

- 8 mei 1680: compareren voor heemraden van Dubbeldam Aert Jansz. van der Linden, zoon van wijlen Jan Reijnersz. van der Linden, Arien Pleunen, getrouwd met Ariaentgen Jansdr., Hendrick Pleunen, getrouwd met Teuntgen Jansdr., Otto Dircxsz., getrouwd met ... [sic], Joris Cornelisz., getrouwd met Maeijken Jansdr. van der Linden, schoonzoons van voornoemde Jan Reijnen van der Linden, voornoemde Aert Jansz. van der Linden met Cornelis Bastiaensz. tevens als voogden van Ariaentgen Jansdr. van der Linden en Johan van Slingelandt, als rentmeester van het Armen-Weeshuis te Dordrecht, voor de kinderen van Heijltgen Jansdr. van der Linden, die in dat weeshuis worden onderhouden, samen kinderen en kindskinderen van Jan Reijnersz. van der Linden. Comparanten transporteren aan Johan Adriaensz. Boer, penningmeester van het Oudeland en de Zuidpolder van Dubbeldam en de Merwede en heemraad van Dubbeldam, 5 morgen 39 roeden land in de Zuidpolder van Dubbeldam, liggende tussen de landen van de weduwe van Tielman Zeebergen aan de zuidoostzijde en de landen  gelegen op de grond van de Mijl aan de noordwestzijde, strekkende van de Oudelandsedijk tot tegen de boezem of bermsloot langs de dijk van de Zuidpolder van Dubbeldam. De koopsom bedraagt 3541 gl. Koper neemt te zijnen laste een daalder of 30 stuivers op iedere morgen, welke de Staten van Holland daarop sprekende hebben. (ORA Dubbeldam inv. 1, f. 176v e.v.) 

- 4 april 1681: mr. Nicolaes Stoop, burgemeester van Dordrecht, verklaart verhuurd te hebben aan Leendert Jansz. de Hooch, wonende op Dubbeldam, omtrent 4 morgen zaailand, liggende in Wieldrecht op grond van Dubbeldam, laatst in pacht gebruikt door Jan Reijnen zaliger. (ONA Dordrecht inv. 188, f. 308)

Kinderen:

Ex 1:

a. Aert, gedoopt NG Dubbeldam 28 mrt. 1633

b. Teuntje Jansdr. van der Linden, geboren naar schatting ca. 1635, trouwde  Hendrick Pleunen. gedoopt NG Dordrecht nov. 1636, zoon van Pleun Adriaensz. en Grietje Hendriksdr.

c. Adriaenken, gedoopt NG Dordrecht okt. 1639

d. Neeltje, gedoopt NG Dubbeldam april 1641

Ex 2:

e. Teuntjen, gedoopt NG Dordrecht 5 okt. 1654

f. Ariaentgen, gedoopt NG Dordrecht 15 dec. 1655

g. en h. Adriaantje en Maijke, gedoopt NG Dordrecht 17 sept. 1657

i. Reijnier, gedoopt NG Dordrecht 20 mei 1661

2028. Arien Jacobsz., Spaanse-stoelmaker, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 juli 1670 (een baar in de Nieuwstraat voor Arij Jacobsz., een Spaanse-stoelmaker)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Marijke Adriaensdr. van Nieuwervaert, gedoopt NG Dordrecht 1639, jonge dochter van Dordrecht wonende aldaar (1673), trouwde NG Rotterdam 6 aug. 1673 (ondertrouw) Arent (Arien) Cornelisz. (Grootswager), weduwnaar van Rotterdam wonende in de Hoogstraat ald. (1673)

- 2 jan. 1694: attestatie gegeven aan Marijke Ariensdr. van Nieuwervaert, vrouw van Arien Cornelisz. Grootswager, wonende op de Lindengracht, vertrekt naar Rotterdam (DTB NG Dordrecht)

b. Jacobus Ariensz. van Nieuwervaert, geboren naar schatting ca. 1640, jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat, Spaanse-stoelmaker (1662), trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam 19 febr./12 mrt. 1662 Divertie Halewijn, jonge dochter van Dordrecht, wonende buiten de St. Jorispoort (1662)

c. Roelant (= kwartier 1014)

d. Adriaen van Nieuwervaert, geboren naar schatting ca. 1645, jongman van Dordrecht wonende aan het Haringvliet te Rotterdam (1671) trouwde NG Rotterdam 14 juni 1671(ondertrouw) Catharina Borbach, jonge dochter van Nijmegen wonende aldaar (1671)

e. Ariaenken, gedoopt NG Dordrecht 23 jan. 1649

f. Francijntge Ariensdr. van Nieuwervaert, gedoopt NG Dordrecht 23 aug. 1653, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Vogelzang te Rotterdam (1678), trouwde NG Rotterdam 25 dec. 1678 (ondertrouw) Jacob Dirksz. (van Reijn), weduwnaar van Dordrecht en daar wonende (1678)

Kind:

f-1. Adriaen, gedoopt NG Dordrecht 6 jan. 1680

g. Anna Ariensdr. van Nieuwervaert, geboren naar schatting ca. 1655, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1692), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 14 dec. 1692/5 jan. 1693 (de bruidegom geassisteerd met zijn zuster, de bruid met haar zwager Coenraet van Ferneij) Teunis Ariensz. Dura, jongman van Papendrecht, wonende buiten de Sluispoort van Dordrecht, laatst gewoonde hebbende op IJsselmonde (1692)

h. Martijntje Ariensdr. (Aertsdr.) van Nieuwervaert, gedoopt NG Dordrecht 28 juni 1656, jonge dochter van Nieuwervaart (Klundert), wonende bij de Grote Kerk van Dordrecht (1686), trouwde NG 6 okt. 1686 (ondertrouw) Coenraet van Fornij (van Ferneij), jongman van Bergen op Zoom, bakker wonende op de Varkenmarkt te Dordrecht (1686)
 
 
 

2030. Cornelis Jansz. (Pijl), begraven Rotterdam 29 jan. 1668 (Cornelis Jansz. Pijl, man van Sijtje Ariens), trouwde

2031. Sitge Abrams (Sijtje Ariens)

Kind:

a. Pieternelle, gedoopt NG Rotterdam 17 sept. 1651 (getuigen: Marij Cornelis, Annetge Dirckx) (= kwartier 1015)

 

GENERATIE XII

2048. Jan Jansz. de Haen, geboren naar schatting ca. 1580, trouwde naar schatting ca. 1605

2049. Wouterke Cornelisdr., overleden na 28 mrt. 1641 (doopgetuige), trouwde 2e Gerrit Ghijsbertsz. Cant, 3e Steven Pietersz. van Dijck

2050. Willem Gijsbertsz. (Tijnhoven), smid van Bommel wonende op de Hil te Dordrecht (1605), trouwde NG Dordrecht 5 juni/3 juli 1605

2051. Neeltgen Cornelis Thoenisdr., van Oisterwijk, overleden vr 11 sept. 1652 (zie kwartieren 1024 en 1025)

- 6 mei 1645: Cornelis Jansz. Allevewel, metselaar en burger van Dordrecht, is schuldig aan Nicolaes Jansz. Raeijen, burger van Dordrecht, 500 gl., verbindende drie huizen, naast elkaar staande op de Hil tussen Willem Gijsbertsz. en Adriaen van Beaumont. (ORA Dordrecht inv. 775, f. 23)

Kinderen:

a. Gijsbrechten, gedoopt NG Dordrecht april 1606 (= kwartier 1025)

b. Lijsbeth Willem Gijsbrechtsdr., geboren naar schatting ca. 1607, van Dordrecht, wonende in de Raamstraat (1627), trouwde 1e NG Dordrecht 21 mrt./5 april 1627 Joris Pietersen, schoenmakersgezel van Luik, wonende in de Raamstraat (1627), 2e Maerten Barents, brouwersknecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 5 okt. 1652 (een baar voor Maerte Barijntse brouwersknecht in de Raamstraat)

c. Janneken, gedoopt NG Dordrecht nov. 1611

2060. Michiel Maartensz. Sagt, trouwde

2061. Maijke Gosens

(Genealogisch Tijdschrift voor Midden- en West-Brabant en de Bommelerwaard 1998, p. 199)

2092. Gerrit Dircksz. van der Boom, geboren naar schatting ca. 1585, landman te Schipluiden, later bouwman te Maasland, wonende aan de Noordkade, overleden na 18 april 1642, trouwde ca. 1610

2093. Aeltgen Sandersdr., geboren naar schatting ca. 1585, overleden na 18 april 1642

2094. Leendert Leendertsz. van der Houff, wonende te Maasland, testeert met zijn vrouw op 10 sept. 1638, overleden na 29 juli 1662, trouwde

2095. Willemtje (Willempke) Pietersdr. (van der Wol), lidmaat van de NG gemeente te Maasland in 1663 (wonende Westgaag), overleden in 1665

(Kwartierstatenboek Prometheus V, p. 73; Ons Voorgeslacht 1995, p. 329; Kronieken 1997, nr. 3, p. 235)

2096. Leendert Jansz. den Beeng, geboren naar schatting ca. 1610 aangenomen als lidmaat van de NG gemeente te Zwartewaal 23 jan. 1630, trouwde Katrijntje Pieters (= 2097 ?)

- 24 nov. 1641: Leendert Jansz. den Beeng en zijn vrouw Katrijntje Pieters getuigen bij de doop van een niet nader genoemd kind, van wie de vader in West-Indi is (NG doopboek Zwartewaal)

Kinderen (allen NG gedoopt te Zwartewaal):

a. Annetje, 4 mei 1631

b. Jan, 1632

c. Pieter, 11 febr.1635

d. Evertje, 25 okt. 1637

e. Kruijntje, 4 aug. 1641

2104. Lenaert Philipsz. Rodenburch, bouwman, schout en baljuw van De Lier en Zouteveen, lid van het St. Jorisgilde te De Lier (1572), overleden tussen 15 jan. 1582 en 25 april 1591, trouwde

2105. Belia (Belitgen) Adriaensdr. Trapper, woonde op de Hoeff in de Lier (1591), overleden 1611 en begraven in De Lier (Nieuwe Kerk), trouwde 2e 12 mei 1591 (huwelijkse voorwaarden) Huijbrecht Pietersz. van der Valck, Heilige-Geestmeester in De Lier (1598), overleden na 20 april 1619

- 21 mei 1613: compareren voor schepenen van De Lier Hubrecht Pietersz., wonende in De Lier, Adriaen Leendertsz. Rodenburgh, Philips Leendertsz. Rodenburgh, Jacob Leendertsz. Rodenburgh, Claes Leendertsz. Rodenburgh en Pieter Hubrechtsz., erfgenamen van Belia Adriaensdr., in haar leven echtgenote van Hubrecht Pietersz.

(De Nederlandsche Leeuw 1927, kol. 81; Ons Voorgeslacht 1972, p. 79;

Ons Voorgeslacht 1989, p. 165)

2112. Jan Arensz. 't Mannetge, geboren naar schatting ca. 1590, schepen van St. Annapolder 1621, 1622, 1626, 1629 (Ambachtsarchief St. Annapolder, inv. 32), overleden tussen 1629 en 24 april 1643, trouwde

2113. Maartje Claesdr. Pille, overleden vr 24 april 1643, trouwde 1e Aren Quack

- 24 april 1643: Aren Jansz. 't Mannetge, Claes Jansz. 't Mannetge en Cornelis Arensz. Quack, kinderen en erfgenamen van Maertje Claesdr. Pille, laatst weduwe van Jan Arensz. 't Mannetge, transporteren aan Claes Leendertsz. Waterboer een landstede met achter- en voorkeet, "berge" en boomgaard in St. Annapolder (Ambachtsarchief St. Annapolder, inv. 32)

2116. Jan Ottesz. (Gelderlandt), overleden vr 16 mrt. 163(8?), trouwde

2117. Haesgen Ariensdr., overleden vr 26 juni 1624

(Gens Nostra 1991, p. 446)

2128. Cornelis Pietersz. in't Veld, vermeld te Oudenhoorn 1630 en 1642, trouwde NN (Ons Voorgeslacht 1991, p. 292)

2132. Ool (Olert) Dingmans, geboren naar schatting ca. 1605, wonende te Heinenoord (vermeld 1633), overleden ca. 1640, trouwde naar schatting ca. 1630

2133. Marike Jans, geboren naar schatting ca. 1610, overleden vr 12 mei 1669, trouwde 2e NG Rotterdam 26 juni 1644 (DTB Heinenoord) Jan Arijensz. (Bosschieter), weduwnaar van Lijntie Hendrix, overleden vr 18 mei 1653

- juni 1633: Ool Dingemansz., wonende op het dorp Heinenoord, is schuldig aan CornelisTeunisz. van der Wael, als restant van de kooppenningen van een huis en erf "mette beplantinge en betelinge", staande en gelegen aan 's herendijk op de buitenberm van het dorp Heinenoord, een somma van 179 gl. (ORA Heinenoord inv. 2)

- 14 jan. 1638: Ool Dingemansz. vermeld als belender te Heinenoord. (ORA Heinenoord inv. 2)

- 3 febr. 1643: de weduwe van Ool Dingemans vermeld als belendster in Heinenoord (ORA Heinenoord inv. 3)

- 18 mei 1653: Marike Jansdr., weduwe van Jan Ariensz.  Bosschieter, e.a. transporteren aan Bastiaen Simonsz. in't Velt een huis, dat toebehoord heeft aan Jan Ariensz. Bosschieter (ORA Heinenoord inv. 6)

Kinderen:

ex 1:

a. Dingeman, gedoopt NG Heinenoord 29 mei 1633

b. Jan, gedoopt NG Heinenoord 15 juni 1636

c. Crijn, gedoopt NG Heinenoord 15 febr. 1639

ex 2:

d. Ariaentgen Jansdr., geboren naar schatting ca. 1645

2136. Jacob Pietersz. Duijnmeijer alias Erkenbout, begraven in de kerk van Oostvoorne, trouwde naar schatting ca. 1645

2137. Lijsbeth Jobs, geboren naar schatting ca. 1620

Kinderen (allen NG gedoopt te Oostvoorne):

a. Ariaantje, 8 aug. 1649 (getuige: Ariaantje Duinmeijer)

b. Lisbet, 17 dec. 1651

c. Job, 19 dec. 1654 (getuige: de meid van de moeder)

d. Cruijniertje, april 1658

e. Leendert, 21 dec. 1664

f. Leendert, 1 mrt. 1665 [sic]

g. Leendert, 31 okt. 1666

(Gens Nostra 1991, p. 332)

2138. Aart Gerritsz. Schinkel, hovenier, begraven te Oostvoorne tussen 11 nov. 1670 en 29 april 1673 (pro deo), trouwde

2139. Maritge Gerritsdr. van Briene, trouwde 2e Dirk Andriesz. Hoogduijn

2146. Bastiaen Bastiaensz. (de Vet), geboren naar schatting ca. 1615, landbouwer in Smidshoek (Charlois) in 1639, woont vermoedelijk na 1644 te Poortugaal, trouwde 1e Grietge Gerrits, 2e (waarschijnlijk in 1644)

2147. Heijltje Cornelisdr. (Hameter), gedoopt NG Poortugaal 20 mrt. 1622, overleden na 20 dec. 1671

(Gens Nostra 1985, p. 253)

Kinderen:

a. Grietgen, gedoopt NG Poortugaal 30 april 1645

b. Sijgje, gedoopt NG Poortugaal 22 okt. 1651

c. Sijtje, gedoopt NG Poortugaal 18 aug. 1658

2148. Simon Cornelisz. Poel, lidmaat van de NG gemeente te Pernis april 1669 (later vertrokken)

- 9 april 1658: Simon Cornelisz. Poel, wonende op Pernis, als principaal en Cornelis Huijgensz. Poel, wonende te Hoogvliet en Cornelis Cornelisz. Neef, wonende op de Heije, als borgen, zijn schuldig aan Pleun Pietersz. Visser, wonende te Schiedam, een somma van 150 gl. (Overmase Bronnen I, nr. 752, p. 833)

2154. Arijen Cornelisz. Eerlant, jong gezel wonende te Vlaardingerbrouck (1642), overleden ca.1650, trouwde NG Vlaardingen 15 nov. 1642 (ondertrouw)

2155. Maertge Ariensdr., jonge dochter van Kralingen (1642), overleden na 1650

- 4 okt. 1643: Arijen Cornelisz. Eerlant en Maertge Arijens, wonende in de Boeckpolder van Vlaardingerambacht, maken een testament op de langstlevende (ONA Vlaardingen inv. 3)

(Ons Voorgeslacht 1993, p. 482 en p. 490, noot 31; Onze Voorouders, deel III [Leiden 1998], p. 275)

2158. Jacob Claesz. van de Acker, schipper in Maasland aan de Westgaag, overleden na 16 mrt. 1647, trouwde

2159. Annetgen Gerritsdr. van Alenburg, overleden na 16 mrt. 1647

Kinderen:

a. Neeltje, geboren naar schatting ca. 1645 (= 1079)

b. Cornelis, gedoopt NG Maasland 16 mrt. 1647

c. Claes

(Ons Voorgeslacht 1995, p. 332; Kronieken 1997, nr. 2, p. 101)

2160. Cors Corssen, jong gezel van Westmaas (1623), trouwde NG Maasdam 1623

2161. Baertgen NN, jonge dochter van Maasdam (1623)

(Prometheus XIV, p. 289)

- 15 okt. 1657: Cors Corsz., wonende op de Westmaas, koopt uit de boedel van Cornelis Arijensz. Versluis een pak "kleurde kleeren" voor 5 gl. Borgen: zijn zoons Jan en Cors Corssen (ORA Cromstrijen inv. 13)

2164. Aert (Arent) Jansz., overleden na 28 april 1689 (doopgetuige te Oud-Beijerland), trouwde 2e NG Oud-Beijerland 23 aug. 1665 (ondertrouw) Annigie Gerrits, 1e (vr 2 okt. 1639)

2165. Hilletje Dirksdr.

Kinderen:

a. Jacob, geboren naar schatting ca. 1638

b. Dirck, gedoopt NG Oud-Beijerland 2 okt. 1639 (getuige: Hillegont Dircks)

c. Catalijntje, gedoopt NG Oud-Beijerland 7 juli 1641

d. Jan, gedoopt NG Oud-Beijerland 15 febr. 1643

e. Bastiaen, gedoopt NG Oud-Beijerland 2 okt. 1644

f. Maria, gedoopt NG Oud-Beijerland 4 juli 1646

2166. Cornelis Cornelisz. (Duijser), geboren ca. 1615, aannemer van graafwerk, overleden vr 8 sept. 1667, trouwde vr 22 sept. 1640

2167. Maertge Lenertsdr. Grauwert

(Prometheus XIV, p. 289)

2168. Huijgh Jansz. Decker, jongman wonende onder Oostvoorne (1643), trouwde NG Oostvoorne 7 juni 1643

2169. Dignom Maertens, jonge dochter uit de Tinte (1643)

2176. Dirck Pietersz. Stolck, geboren naar schatting ca. 1600, van Vlaardingerbrouck (1623), overleden 1667, trouwde NG Stolwijk 23 mrt. 1623 (ondertrouw)

2177. Leentgen Dircxen, geboren naar schatting ca. 1600, "uit het Beierse" (1623), begraven Kethel 3 mrt. 1672

(Ons Voorgeslacht 1992, p. 399; www.members.multimania.nl/muziekmuseum/Genealogie.html )

2178. Willem Jansz. Buijs, geboren ca. 1599, bouwman, schepen van Honderland (1638), woont in 1620 in het ambacht Naaldwijk, in 1627 in Honterland, in 1628 "aen de Maesdijck", in 1628 vermeld als lidmaat van de NG gemeente van De Lier, verhuist in 1640 naar Maassluis, woont in 1643 op de Voorvliet aldaar, is in 1644 bouwman aan de Noordzijde van het Noordernieuwland benoorden Maassluis (op de grens met Maasland) en woont in 1670 "aen't Noorteijnde van't dorp Maasland", overleden na 20 aug. 1670, trouwde 1e NN, begraven Naaldwijk 15 juni 1637, 2e [= 2179 ?] Claesgen Willemsdr. (Conijnenburch), overleden te Maassluis in 1643, 3e NG Maassluis sept. 1643 Dirckgen Maertensdr. van Schellinghout, 4e Leentge Claes

(Ons Voorgeslacht 1993, p. 211-212) 

2182. Willem Jacobsz. Rosmolen, geboren ca. 1605, jongman van Oud-Beijerland (1630), schepen van Goudswaard 1645-1648, begraven in de kerk van Goudswaard 12 sept. 1648 (de kerk ontvangt 3 gl.), trouwde Oud-Beijerland 10 nov.1630 (ondertrouw, attestatie gegeven naar Abbenbroek, getuige Jacob Willemsz., attestatie Georgii Costeri).

2183. Thoentgen (Theuntje) Lodewijcksdr. van der Vos, geboren naar schatting ca. 1610, jonge dochter van Abbenbroek (1630), begraven in de kerk van Goudswaard op 14 juli 1659 (de kerk ontvangt 3 gl.), trouwde 2e NG Goudswaard 4 juni 1651 (1e gebod) Marinus Rogiersse, trouwde 2e 1662 Centje Roke, 3e NG Oud-Beijerland 20 april 1674 (ondertrouw) Rachel Pieters (De Nederlandsche Leeuw 1959, kol. 323)

- 8 juni 1643: Willem Jacobsz. Rosmeule wordt voor de vierschaar te Geervliet gedaagd, contra de dijkgraaf en heemraden van de Korendijk. Hij heeft gezegd, dat zij landbedervers waren en dat de dijkgraaf een oude schelm is. Hij trekt zijn woorden weer in en zegt, dat het "eerlijke luyden" zijn. (Archief Polder Oude Korendijk inv. 72)

Kinderen:

ex 1:

a. Neeltgen, gedoopt NG Oud-Beijerland 27 nov. 1633

b. Lodewijk, geboren naar schatting ca. 1640

c. Jacob, begraven in de kerk van Goudswaard 12 aug. 1659

c. Willem, gedoopt NG Goudswaard 21 juni 1643 (getuige: in plaats van Catarina Kettings Magdaleentje Jansdr. Hoecxwech, idem Jaques Leijs)

d. Maertje, gedoopt NG Goudswaard 4 mrt. 1646 (getuigen: Maertge Hendriks en Pieter Ariens)

ex 2:

e. Arij, gedoopt NG Goudswaard 4 juli 1655

2188. Cornelis Jansz. Hadde, geboren naar schatting ca. 1610, jongman van Rockanje (1639), overleden ca. 1680, trouwde 1e NG Oostvoorne 24 juli 1639 Ariaentje Ariens, weduwe van Arien Engels, 3e NG Oostvoorne 18 nov./4 dec. 1667 Maartje Jansdr., weduwe van Abraham Willemsz. Bosman, trouwde 3e NG Oostvoorne 10 nov. 1680 Pieter Woutersz. Kraen, jongman van Zevenbergen (1680). Cornelis Jansz. Hadde trouwde 2e NG Oostvoorne 2 juni 1641

2189. Maertie Willemsdr., geboren naar schatting ca. 1615, overleden vr 18 nov. 1667 

2190. Willem Jansz. Steijl, gedoopt NG Oostvoorne 16 jan. 1628, jongman van Oostvoorne (1648), overleden tussen 27 mei 1666 (borg) en 7 aug. 1667, trouwde NG Oostvoorne 31 jan. 1648

2191. Neeltje Jacobs (Teuter), gedoopt NG Oostvoorne 31 jan. 1628, jonge dochter van Oostvoorne (1648)

Kinderen (allen NG gedoopt te Oostvoorne):

a. NN, 1 aug. 1649

b. Aaltje, 1651 (getuige: Rookje Leenderts)

c. Trijntje, 1654 (getuige: Emmeke Jacobs)

d. Jacob, 1 mrt. 1665

e. Willem, 21 aug. 1667 (de vader is overleden, getuige: Neeltje, de vrouw van Jan Jansz. Steijl)

2196. Joost Jansz. Leuijendijk, overleden ca. 1675, trouwde 1e naar schatting ca. 1665 Maria van Bouckesteijn, 2e tussen 18 dec. 1667 en 18 mei 1670

2197. Susannetje Aerts, geboren naar schatting ca. 1645, weduwe wonende onder het Nieuwland (1676), overleden in of na 1682, trouwde 2e NG Vierpolders 19 sept./11 okt. 1676 Jan Cornelisz. van der Hoen, jongman wonende onder het Nieuwland (1676)

Kinderen (allen NG gedoopt Vierpolders):

ex 1:

a. Arij

b. Pieter, 22 aug. 1666

c. Annetje, 18 dec. 1667

ex 2:

d. Jannetje, 18 mei 1670

e. Jan, 20 nov. 1672

f. Maartje, 4 mrt. 1674

g. Joost, 1 sept. 1675

(Kronieken 1993, p. 223)

Kinderen uit het huwelijk van Susannetie Aerts met Jan Cornelisz. van der Hoen:

a. IJda, gedoopt NG Vierpolders 27 aug. 1679 (getuige: Judith Aarten)

b. Cornelis, gedoopt NG Vierpolders 25 okt. 1682 (getuige: Jacobmijntje Gerrits)

2198. Bastiaan Leendertsz. Deugd, jongman wonende onder het Nieuwland (1672), met zijn vrouw lidmaat van de NG gemeente te Vierpolders, trouwde NG Briels Nieuwland 4/18 sept. 1672

2199. Jannetje Cornelis, jonge dochter wonende onder het Nieuwland (1672)

2200. Leendert Arensz. Boelhouwer, jongman wonende te Rockanje (1639)ouderling te Oostvoorne 1649, trouwde NG Rockanje 22 mei 1639

2201. Tannetje (Annetje) Leendertsdr. Cleijburgh, geboren naar schatting ca. 1615, jonge dochter wonende te Rockanje (1639)

2202. Huibrecht Cornelisz. Cleijburgh, geboren naar schatting ca. 1600, schepen en schout van Oostvoorne, overleden Oostvoorne 6 april 1658 begraven ald. in de kerk (zerk onder de preekstoel), trouwde 1e ca. 1630 Trijntje Jans, overleden vr 15 mrt. 1639, 2e NG Oostvoorne 24 aug. 1642

2203. Neeltje Arens, geboren ca. 1623, jonge dochter (1642), overleden Oostvoorne 12 dec. 1681 (begraven in de kerk)

2204. Dirck Arensz. van de Bergh, schepen van Naters, overleden na 3 mei 1701, trouwde 1e NG Rockanje 25 juni 1662 Elisabeth Jansdr. (Quak), 3e NG Rockanje 14 dec. 1681 Meinsje Simons, 2e ca. 1666

2205. Dingenom Leendertsdr. Boelhouwer, gedoopt NG Rockanje 6 mei 1640, overleden vr 14 dec. 1681

(Prometheus II, p. 115)

2206. Waling Ariensz., trouwde NG Rockanje 21 mei 1665

2207. Pietertje Pieters

(Ons Voorgeslacht 1976, p. 147)

2208. Gerrit Leendertsz. Noordermeer, trouwde

2209. Maritgen Cornelisdr.

Kinderen:

a. Jan Gerritsz. Noordermeer, geboren ca. 1618 in Wilsveen (bij Leidsendam), trouwde Brielle 15 april 1646 Grietje Pietersdr. Coppert (Ons Voorgeslacht 2000, p. 425)

b. Jacob, geboren naar schatting ca. 1620

2216. Jacob Cornelisz. Vogelaar, geboren naar schatting ca. 1595, schipper te Puttershoek, overleden ca. 1637, trouwde ca. 1623 (vr 8 sept. 1624)

2217. Aertge Willems

- 16 sept. 1621: Jacob Cornelisz. Vogelaar, schipper van Puttershoek, is 433 gl. schuldig aan Lambert Lenertsz., schuitmaker op het Zwijndrechtse veer, als restant van de kooppenningen van een nieuwe kromstevenschuit. (ORA Zwijndrecht)

- 4 juli 1635: Jacob Cornelisz. Vogelaar, schipper te Puttershoek, is schuldig aan Aart Gillisz., scheepmaker wonende te Zwijndrecht, een bedrag van 565 gl. wegens de koopvan een nieuwe kromstevenschuit. Borgen: Lenert Jacobsz., schout van Puttershoek en Arij Cornelisz. Vogelaar. (ORA Zwijndrecht inv. 10)

- 23 juni 1637: Willem Gerritsz., schipper wonende bij de oude zoutkeet bij Zwijndrecht, is aan de erfgenamen van Jacob Cornelisz. Vogelaar, in zijn leven wonende te Puttershoek, een bedrag van 498 gl. schuldig wegens de koop van een kromstevenschuit. (ORA Zwijndrecht inv. 10)

2218. Andries Claasz. van Strijen, geboren ca. 1603 (53 jaar oud in 1656), bouwman te Strijen, patroon van de Vicarie op het Lieve Vrouwenaltaar in de kerk van Poortugaal, schepen van Strijen 1636-1648, waarsman van het Oude Land van Strijen 1639-1645, ouderling te Strijen 1669, overleden tussen 28 en 31 dec. 1671, trouwde ca. 1634

2219. Jobje Anthonisdr. Verweel, geboren naar schatting ca. 1610, overleden te Strijen 1679

- 28 okt. 1651: Andries Claasz. van Strijen, getrouwd met Jopge Anthonis en Cleijs Adriaensz. van Driel, getrouwd met Maritge Anthonisdr., uit dien hoofde erfgenamen van Anthonis Bastiaensz. Verweel, transporteren aan de erfgenamen en nakomelingen van Arij Andriesz. Verweel [alias Meerenburgh] 2 morgen 83 roeden weiland in Oud-Bonaventura. (ORA Strijen inv. 1)

- 22 mrt. 1672: voor notaris J. Melanen te Dordrecht compareren de erfgenamen van Johan Schoormans. Zij verkopen voor 1245 gl. aan Jacobus Andriesz. [van] Strijen, met toestemming van zijn moeder, Jopken Teunisdr. Verweel, weduwe van Andries Claasz. van Strijen, een huis, schuur, erf en toebehoren in het dorp Strijen, staande en gelegen aan de Schenkeldijk, belend ten westen het huis van Jan Pleunen Dolaert en ten noorden het huis van Pieter Oliviersz. Bedongen is o.a., dat de koper in het huis zal laten wonen zijn moeder, Jopken Teunisdr. Verweel, tot aan haar overlijden "ende een bequame camer tot haer gebruijck laeten" zonder daarvoor huurpenningen te verlangen. Als de koper of zijn nakomelingen het huis etc. weer verkopen en de kooppenningen dat meer bedragen dan 1245 gl., zal het verschil toekomen aan Jopken Teunisdr. Verweel. Zij tekent met een kruisje, haar zoon met "Jacobis van Strien". (ONA Dordrecht inv. 184, f. 60 e.v.)

2224. Jan Pouwelsz. Touw van Dijk, overleden vr 27 okt. 1658, trouwde vr 24 mei 1637

2225. Annetje Jacobsdr. van Vliet, overleden na 22 okt. 1676

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Willem (= kwartier 1112)

b. Arie Jansz. Touw, jongman geboren te Vlaardingen wonende te Abbenbroek (1679), trouwde NG Simonshaven 15 okt. 1679 Haasje Pieters, jonge dochter van Pernis wonende te Simonshaven (1679)

2228. Huijg Lambrechtsz. (van) Luchtenburch, jongman van Oostvoorne (1661), weduwnaar wonende te Oostvoorne (1673), begraven Oostvoorne 27 juni 1679 (2 maal beluid, pro deo), trouwde 1e Gerecht Noordwijk 22 febr. 1661 Anna (Annetje) Claasdr., jonge dochter van Noordwijk (1661), 2e NG Brielle 3/29 sept. 1673

2229. Maartje Willemsdr., weduwe wonende in Brielle (1673), overleden tussen 6 mrt. 1676 en 22 sept. 1679, begraven te Oostvoorne (2 maal beluid, pro deo) trouwde 1e Michiel Pietersz. Landmeter

- 1667: Huijg Luchtenburg en Annetje Claasdr. vermeld als lidmaten van de NG gemeente te Oostvoorne, met in de marge de aantekening: zij overleden, hij naar Brielle (Acta NG kerk Oostvoorne)

- 1667-1674: Huijg Luchtenburg lidmaat van de NG gemeente te Brielle

- 7 jan. 1674: Huijg Lambrechtsz. Luchtenburg en zijn vrouw Maartje Willemsdr. lidmaten van de NG gemeente te Oostvoorne (met attestatie van Brielle)

Kinderen (allen NG gedoopt te Oostvoorne):

ex 1:

a. Jannetje, 7 mei 1662 (getuige: Maertie Lambreghs)

b. Grietje, 22 april 1663 (getuige: Neeltie Cornelis)

c. Lambrecht, 27 april 1664 (getuige: Maertje Lambrechts)

ex 2:

d. Willem, 1 april 1676 (getuige: Marij Dirx)

2230. Cornelis Jansz. Laaij, wonende te Oostvoorne (1679), begraven Oostvoorne 26 mrt. 1687 (2 maal luiden), trouwde 2e NG Oostvoorne 8 okt. 1679 Soetje Gerritsdr. (van de Ban), jonge dochter van de Ban, wonende te Oostvoorne (1679), 1e NG Oostvoorne 8 nov. 1671

2231. Suzanna Claesdr. Verdoel, gedoopt NG Oostvoorne 12 mrt. 1651, overleden ald. vr 8 okt. 1679

2236. Cent Ariensz., gedoopt NG Puttershoek 11 nov. 1646, overleden vr 5 april 1696, trouwde NG Puttershoek 6 mrt. 1675

2237. Maijke (Maargie) Jacobsdr. Visscher, gedoopt NG Puttershoek 24 aug. 1642, overleden vr 5 april 1696

2238. Joris Ariensz. Veerdam, geboren te Hekelingen naar schatting ca. 1640, overleden ald. tussen 1675 en 1679, trouwde NG Hekelingen/Simonshaven 28 dec. 1669/jan. 1670

2239. Neeltje Aerts, geboren Spijkenisse naar schatting ca. 1640, overleden na 1702, trouwde 2e NG Hekelingen 25 febr. 1680 Cornelis Jacobs

2242. Frans Gerritsz., overleden vr 18 mrt. 1629, trouwde NG Spijkenisse 19 aug. 1607

2243. Neeltje Willems, geboren te Spijkenisse naar schatting ca. 1585

(Prometheus X, p. 64)

2246. Dirck Dirxsz. Mostert, geboren naar schatting ca. 1610, landbouwer, pachter in de Verdouwenhouck, begraven Geervliet 2 juli 1678, trouwde 2e NG Heenvliet 7 mrt. 1660 Grietje Jacobsdr., weduwe van Jacob Jansz. Coppert, 1e naar schatting ca. 1635

2247. Aaltien Jans, overleden vr 7 mrt. 1660

- 2 juni 1680: Geertje Jacobsdr. Coppers, laatst weduwe van Cornelis Woutersz. Bennebroek, als procuratie hebbende van de erfgenamen van wijlen Dirk Dirksz. Mostert en wijlen Jacob Jansz. Coppert, verkoopt aan Aart Arensz. Hoogwerf een huis, waarin Mostert en Coppert zijn overleden, staande aan de Konijndijk, benevens een deel van die dijk, zijnde een leen van Putten en 185 roeden weiland, voor 400 gl. contant en een custingbrief van 611 gl. (ORA Geervliet inv. 212)

2264. Adriaen Cornelisz. (Meeldijck), geboren ca. 1566, vermeld in het Westmase Nieuwland 1591, schepen te Klaaswaal 1602-1630, adviseur 1617, pachter 1628, diaken te Klaaswaal en ouderling ald., (dijk-)heemraad de polder het Westmase Nieuwland vanaf 1614, vermeld te Klaaswaal tot 1641, schepen van Westmaas 1642, overleden ca. 1643, trouwde 1e ca. 1591 Leentgen Hermens, geboren naar schatting ca. 1560, overleden ca. 1603, 2e naar schatting ca. 1608

2265. Machtelt Dircksdr. van der Koij, geboren naar schatting ca. 1580, begraven in de kerk van Klaaswaal op 15 dec. 1638

- 6 okt. 1635: Adriaen Cornelisz. Meeldijk, wonende onder Cromstrijen, is 1100 gl. gegoed. (ORA Cromstrijen inv. 65)

- 21 juni 1636: Adriaen Cornelisz. Meeldijk, oud-schepen en inwoner van Klaaswaal, 70 jaar oud en Cornelis Aertsz. van der Wael, wonende in of onder Piershil, ongeveer 50 jaar oud, leggen een verklaring af t.b.v. Gerrit Jansz. Barendregt. (ORA Cromstrijen inv. 50)

- 22 okt. 1637: Adriaen Cornelisz. Meeldijk testeert met zijn vrouw Machtelt Dircks voor notaris Spoors te Oud-Beijerland, benoemt tot erfgenamen de kinderen uit zijn tweede huwelijk.

- 1638: voor het begraven van de vrouw van Meeldijck werd aan de kerkmeester van Klaaswaal 6 gl. betaald. (ORA Cromstrijen)

- 23 mei 1645: Adriaen Cornelisz. Meeldijk is te Cromstrijen overleden. Zijn eerste vrouw was Leentje Hermans, zijn tweede vrouw Machtelt Dircx. (ORA Cromstrijen inv. 59)

Kind (ex 1):

a. Cornelis Adriaansz. Meeldijk, geboren ca. 1591, trouwde vr 22 sept. 1630 Maertgen Cornelisdr. Jongkint

Kinderen (ex 2):

b. Dirck Adriaensz. Meeldijk, geboren ca. 1608 (= kwartier 1132)

c. Cornelis

d. Leentgen Adriaensdr. Meeldijk, trouwde Jacob Klaesz. Hoogvliet

e. Jannitge Ariensdr. (= kwartier 2455)

f. Barbara

2268. Dirk Cornelisz. Quartel, geboren ca. 1580 (38 jaar in 1618), schepen van 's-Gravendeel 1632-1639 en 1642-1643, overleden vr 26 mei 1649, trouwde ca. 1612

2269. Jannigje Cornelisdr., overleden tussen 1667 en 10 juni 1677

- 25 dec. 1617: Dirk Cornelisz. Quartel koopt een huis in de Langestraat te 's-Gravendeel

- 17 mei 1664: Jannigje Cornelisdr., weduwe van Dirk Cornelisz. Quartel, geassisteerd met Dirk Dirksz. jonge Quartel en Arie Dirksz. Quartel, ook voor hun andere zusters en broeders, verkoopt aan haar zoon Cornelis Dirksz. Quartel een huis in de Langestraat, staande tussen het huis van Arie Gerritsz. wagenmaker en dat van Arie Pietersz. Loos. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

- 1667: Jannichie Quartels weduwe wordt in de 200e penning van 's-Gravendeel aangeslagen voor een vermogen van 1500 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3980, f. 1v)

- 10 juni 1677: de erfgenamen van wijlen Jannigje Cornelisdr., weduwe van Dirk Cornelisz. Quartel, verkopen land in Mookhoek aan hun mede-erfgenaam Cornelis Dirksz. Quartel. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

2270. Leendert Ariensz. 't Jongh alias Haverboer, overleden vr 29 april 1643 (Weeskamer 's-Gravendeel), trouwde vr 12 juni 1637

2271. Joosje Ariensdr., verhuurt land in 's-Gravendeel op 27 mei 1678, in 1680 vermeld als "halve cappitalist", wonende in de Rijkestraat te 's-Gravendeel, testeert ald. op 25 febr. 1680, trouwde 2e vr 28 mrt. 1647 Arijen Dircksz. Quartel

(Vriendelijke mededeling van de heer M. Tak te 's-Gravendeel.)

- 1667: Arij Dircxsz. Quartels weduwe aangeslagen in de 200e penning van 's-Gravendeel voor een vermogen van 1500 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3980, f. 2v)

2292. Jacob Arentsz. (Ariensz.) Hoekendijk, geboren ca. 1594, wonende te Heenvliet, leenman van Heenvliet, overleden ca. 1653, trouwde

2293. Pietertje Huijgen, overleden tussen 24 mei 1654 en 31 dec. 1659

- 13 april 1627: Jacob Arensz. Houckendijck na overdracht door Jan Arensz. Boelhouwer beleend met 2 gemet 77 roeden land in de Zuijthouck van de Ee (Ons Voorgeslacht 1971, p. 101-102)

- 30 juli 1632: Jacob Arensz. Hoeckendijck met ledige hand (ibidem)

- 15 okt. 1654: Huijge Jacobsz. Houckendijck, verblijvende in het buitenland, beleend met hetzelfde leen bij overlijden van zijn vader Jacob Arentsz. Houckendijck, hulde door zijn broer Cornelis Houckendijk. (ibidem)

- 31 dec. 1659: Jan Cornelisz. Hodenpijl, schepen te Heenvliet, beleend met hetzelfde leen, na overdracht door Arent en Cornelis Jacobsz. Houckendijck, namens hun broers en zusters en de baljuw en schepenen van Heenvliet, als voogden van de onmondige kinderen, bij overlijden van Pietertje Huijge, weduwe van Jacob Arensz. Houckendijk. (ibidem)

- 9 sept. 1652: rechtdag contra Jacob Arentsz. Houckendijck, wonende te Heenvliet. (Archief Hof van Heenvliet, inv. 128)

- 1653: ontvangen vande weduwe van Jacob Arentsz. Houckendijck een jaar pacht van 3 gemet 190 roeden land in de Zuidhoek van Ee, no. 28 (Rekeningen HG Armen Heenvliet)

- 24 mei 1654: Pietertje Huige getuige bij de doop van Jacob, zoon van Arent Jacobsz. Hoekendijk en Trijntje Ariensdr. (NG doopboek Heenvliet)

2296. Cornelis Philipsz. Vermaet, gedoopt NG Spijkenisse 16 sept. 1607, jongman van Spijkenisse (1636), schipper, overleden tussen 2 febr. 1653 en 24 april 1668, trouwde NG Spijkenisse 18 mrt. 1636

2297. Maertien Pietersdr. (van Wingerden), gedoopt NG Spijkenisse 31 okt. 1621, jonge dochter van Spijkenisse (1636), overleden na 24 april 1668

(De Nederlandsche Leeuw 1962, kolom 45-46; Prometheus XVII, p. 280)

2298. Jan Ariensz. Lakenkoper, geboren naar schatting ca. 1610, kleerkoper te Spijkenisse, overleden Spijkenisse 12 dec. 1685 (begraven in de kerk), trouwde

2299. Berdertgen Cornelisdr., overleden Spijkenisse 4 dec. 1655 (grafzerk)

- ca. 1681: Jan Pietersz. Lantmeter te Biert verkoopt aan Jan Arensz. Lakencooper te Spijkenisse 4 gemeten 181 roeden land in Nieuw-Putten. (ORA Hekelingen inv. 971)

- 1683: Jan Arensz. Lakenkoper vermeld als belender van land in Nieuw-Putten. (ORA Hekelingen inv. 971)

2304. Cornelis (Steijn) Jansz. Verhoeff, gedoopt NG Geervliet 23 nov. 1611, molenaar aldaar, trouwde NG Geervliet 20 aug. 1633

2305. Machtelt Davidsdr., gedoopt NG Heenvliet 19 juli 1609

2322. Crijn Arensz., overleden vr 5 juni 1627, trouwde

2323. Arentgen (Eerntghe) Leenders, begraven Goudswaard 22 jan. 1648, trouwde 2e Willem Jansz. Jongenboer

- 10 mei 1590: Crijn Arensz. neemt het maken van de dijk aan (Archief Polder Oude Korendijk)

- 5 juni 1627: Arentgen Lenaerts, weduwe van Crijn Arensz. en Arijen Crijne, als broer en voogd van de weeskinderen van Crijn Arensz. en Arentgen Lenaerts, nemen een hypotheek van 600 gl. (ORA Goudswaard)

- 7 juli 1644: ten huize van Eerntghe Leenders grondkavelen Eerntghe Leenders en haar kinderen: Eerntghe krijgt het huis, boomgaard en "plantagie" met 4 gemet land, waarop het huis staat en nog 1 gemet beoosten de woning en de tienden voor de helft uit de voornoemde 4 gemet en het recht van de dijkettingen, die de hoeve genoot. Leendert Crijnsz. krijgt 4 gemet land, Commertghe Crijnsdr. krijgt 4 gemet en Arijen Arijssen, echtgenoot van Maertge Crijnsdr. krijgt 4 gemet. (ORA Goudswaard)

- 28 mei 1645: Arentje Leenders, laatst weduwe van Willem Jansz. Jongenboer, wonende te Korendijk, is schuldig aan Joannes Pijl, chirurgijn te Zuidland, een bedrag van 300 gl. wegens twee obligaties. Zij neemt een hypotheek op het huis aan de Oostdijk, waarin zij woont en de 4 gemet land, waarop het huis staat. (ORA Goudswaard)

2332. Bastiaen Clementsz. van den Nes, gedoopt NG Rijsoord 5 dec. 1602, boer in het Oudeland van West-Barendrecht, landeigenaar aldaar, overleden tussen 17 juni 1674 en wellicht 14 aug. 1678, trouwde

2333. NN (Aagje ?)

(Kronieken 2000, nr. 1, p. 40-42)

2334. Maerten Jorisz., boer te West-Barendrecht, trouwde

2335. Lijntie Pietersdr.

(Kronieken 2000, nr. 1, p. 43)

2338. Huijbrecht Jaspersz., geboren naar schatting ca. 1570, begraven Klaaswaal 8 aug. 1638 (op het kerkhof, betaald: 6 st.), trouwde NN

- 26 nov. 1620: Willemken, de weduwe van Jasper Lambrechtsz., geassisteerd met haar "zoons" Pieter Pietersz. Verdonck en Willem Woutersz., sluit een akte van uitkoop met Huijbrecht Jaspersz. en Huijg Ariensz., wonende te Puttershoek. (ORA 's-Gravendeel inv. 2)

- 3 april 1634: Huijbrecht Jaspersz. verkoopt aan Jan Bastiaensz. Boer een huis aan de zuidzijde van de Rijkestraat te 's-Gravendeel, belend ten oosten de bermsloot en ten westen de weduwe van Arie Hendriksz. 't Hoertgen. (ORA 's-Gravendeel inv. 3)

2340. Abraham Hendriksz. 't Hoertje, overleden vr 7 okt. 1653, trouwde naar schatting ca. 1615

2341. Jannigje Joosten (Tuk), gedoopt NG Ridderkerk 4 dec. 1597, overleden tussen 7 okt. 1653 en 20 april  1665

- 1 april 1619: Joost Jansz. Teuck [Tuk], schoenmaker te Ridderkerk, is borg voor Abraham Hendriksz. (ORA 's-Gravendeel)

- 20 april 1665: op verzoek van Jan Abrahamsz. 't Hoertje wordt een inventaris opgemaakt van de goederen, die zijn nagelaten door Jannigje Joosten, weduwe van Abraham Hendriksz. 't Hoertje. (ORA 's-Gravendeel, inv. 17)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jan, geboren ca. 1617 (= kwartier 1170)

b. Dirk

c. Neeltje

d. Jannigje

e. Arijen, geboren ca. 1625 (= kwartier 1284)

f. Maijecke, geboren naar schatting ca. 1635 (= kwartier 1437)

2346. Adriaen Pietersz. de Jonge (Jongste), trouwde

2347. Maertge Jansdr. Troost, overleden vr 4 april 1629 (ORA Heinenoord inv. 2)

2348. Gijsbert Jacobsz., geboren ca. 1581, trouwde naar schatting ca. 1605

2349. Neeltge Andriesdr. Timmerman, geboren naar schatting ca. 1580 (minderjarig in 1591)

- 31 mei 1597: akte van uitkoop, Gijsbert Jacobsz., zoon van Jacob Gijsbertsz. en wijlen Hadewijtgen Jansz., is 16 jaar oud. (ORA 's-Gravendeel inv. 1)

(1593 's-Gravendeel 1993, p. 132)

2350. Frans Dircx, trouwde

2351. Huijgie Huijgen

- 9 juli 1651: de kinderen en erfgenamen van Frans Dircx en Huijgie Huijgen zijn: Cuniertge Fransdr., Huijgh Fransz., Arij Fransz. [Buitendijk], Jan Fransz. en Aeltgie Fransdr. Zij transporteren aan Abraham Pietersz. van der Strick een huis en erf. (ORA Strijen inv. 1)

2352. Ghijsbert Jansz. (Steenhoek), lijndraaier "op de Maas" (= Westmaas) vermeld in 1621 en 1625 (Archief Polder Westmase Nieuwland inv. 399 en 403), overleden na 6 juni 1639, trouwde

2353. Bastiaantje Cornelisdr. (Mijs)

- 11 sept. 1616: Ghijsbert Jansz. en zijn vader Jan Ghijsbrechtsz. zijn erfgenamen van wijlen Dijgna Ghijsbertsdr., in haar leven echtgenote van Jan Laurisz. (Weeskamer Mijnsheerenland inv. 1)

- 11 febr. 1619: Gisbert Jansz. ondertekent de rekening van de boedel van wijlen Dijgna Ghijsbertsdr., die door hem is afgesloten, maar verder door zijn vader Jan Ghijsbert Danilsz. is gedaan. (Weeskamer Mijnsheerenland inv. 1)

- 24 mrt. 1625: rekening en liquidatie tussen Ghijsbrecht Jansz. en zijn vader Jan Ghijsbrecht Danilsz. van de ontvangsten en uitgaven, gedaan door Ghijsbrecht Jansz., overgegeven op 24 mrt. 1625 en volbracht op 7 jan. 1626 in aanwezigheid van schout Johan Manrique en Andries Jacobsz. Hoogenwerf en Claes Jacobsz. Blaeck, heemraden, Cornelis Cornelisz. Cooman, als man en voogd van Leentje Jan Gijsbrechtsdr., Jan Joachimsz., als man en voogd van Marichge Jan Gijsbrechtsdr., Pieter Lenert Laurisz., Pleun Danilsz., Cleijs Danilsz., Heijnrick Jansz. van Bare en Lenert Govertsz. Snijder, als voogd van de "leste bedde" van Jan Ghijsbrechtsz., gedaan ten huize van Lenert Sebastiaensz. Coijck in Moerkerken. (Weeskamer Mijnsheerenland inv. 1)

- 31 aug. 1625: Ghijsbrecht Jansz., wonende op Westmaas, is voogd over de vier kinderen van zijn zuster IJefge Jansdr., bij haar verwekt door haar inmiddels overleden echtgenoot Jan Cornelisz. van Bare. (Weeskamer Mijnsheerenland inv. 1)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Cornelis Gijsbertsz. (alias Mijs)

b. Jan Gijsbertsz. Steenhoek

c. Maijken Gijsbertdr. Steenhoek, trouwde Huijg Jansz.

d. Leendert Gijsbertsz. Mijs

(ORA Westmaas, inv. 27, akte dd 27 febr. 1656)

2356. Adriaen Adriaensz. Pons, geboren ca. 1584, woonde in Cromstrijen (1608/1609), te Westmaas (1635, 1639, 1658), overleden in 1666 (na 7 juli), trouwde 2e Neeltje Danilsdr., die op 6 febr. 1667 (NG Westmaas, ondertrouw) hertrouwde met Willem Pietersz. van Hees (weduwnaar op Klaaswaal, weduwnaar van Claesje Jans).

Adriaen Pons trouwde 1e

2356. Iefken Cornelisdr., vermeld als lidmaat van de NG gemeente te Westmaas in 1647 en 1651 (Ons Voorgeslacht no. 584, nov. 2006, p. 447-449)

2360. mr. Cornelis Molijn, chirurgijn, eigenaar van een huis in het dorp Klaaswaal (vermeld 1649), overleden vr 1650, trouwde

2361. Heijndrickje Heijndricks, overleden na 1658, trouwde 2e ca. 1650 Cornelis Jansz. Hoevenaer

2362. Crijn Gerritsz., eigenaar van een huis aan de Draijstraat te Rotterdam, trouwde vr 22 dec. 1639

2363. Trijntge Engebrechts

Kinderen (allen NG gedoopt te Rotterdam):

a. Johannes, 22 dec. 1639 (getuigen: Annetge Geret, Maertindtge Gerets)

b. Dirck, tussen 2 en 28 dec. 1642 (getuigen: Jan Eengebrechxsse, Annetge Gerrets, Claese Jacobx)

c. Isabella, 5 jan. 1645 (getuigen: Edewaert Gerretse, Pieternelle Gerrets, Anneken Gerrets)

d. NN, 12 okt. 1648 (getuigen: Annetge Gerrits, Susanna Jans, Pieter Engebrechse)

2370. Cornelis Doensz., trouwde

2371. Grietge Adams

Kinderen (allen NG gedoopt te Goudswaard):

a. Neeltje, 29 nov. 1643 (getuigen: Ariaentge Doenen, Leendert Cornelissen)

b. Celijtge, 29 okt. 1645 (getuige: Leuntge Ariens)

c. Celija, 8 aug. 1655

2372. Arie Willemsz. (Block), jongman wonende te Zuidland (1635), overleden na 22 aug. 1670 (doopgetuige te Oud-Beijerland), trouwde NG Oud-Beijerland 8 april 1635 (hij sui juris, getuige voor haar Gijs Cornelisz.)

2373. Jannetje Jans, wonende te Oud-Beijerland (1635)

2376. Dirk Hendriksz. Ruijtenburg, jong gezel in Zuid-Maasland (1628), glaesmaecker te Maassluis (vermeld 1637), trouwde NG Maassluis 17 juni 1628 Lijsbeth Claessen (= 2377 ?), "op de Santstraet" te Maassluis (1628)

Kinderen:

a. Leendert, gedoopt NG Maassluis 29 nov. 1637 (zoon van Dirck Heijnricxsz. Ruijtenburch, naam van de moeder niet vermeld, geen getuigen0

b. Gerrit Dirksz. Ruijtenburg

2380. Evert Herweijer, geboren vermoedelijk te Nieuw-Beijerland omstreeks 1610, jongman wonende te Nieuw-Beijerland (1635), bouwman in de Hitzert, schepen van Oud-Beijerland, heemraad van Groot Zuid-Beijerland, overleden ca. 1655, trouwde Oud-Beijerland 30 dec. 1635 (getuigen: Marten Bastiaensz. de Recht en Jacob Herweijer)

2381. Geertruid de Recht, geboren te Oud-Beijerland ca. 1615, jonge dochter wonende te Oud-Beijerland (1635), vermoedelijk overleden in 1666, trouwde 2e NG Oud-Beijerland 25 april 1655 Pieter Leendertsz. van der Wael, schepen van Heinenoord

- 1638: Evert Herweijer wordt in de 200e penning van Oud-Beijerland aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 142v)

- 24 mrt. 1650: compareren Evert Herweijer, schepen van Oud-Beijerland, als echtgenoot van Geertruijt Maertensdr. de Recht, Hilleken Maertensdr. de Recht, weduwe van Jan de Raet, voor zichzelf, Seger Jacopsz. Cranendoncq, dijkgraaf van Nieuw- en Klein Cromstrijen, mitsgaders Bastiaen en Leendert Maertensz. de Recht, als testamentaire voogden over de drie onmondige kinderen van wijlen Aechgen Adriaensdr., weduwe van Maerten Bastiaensz. de Recht, tot voogden benoemd in het testament van Aechgen Arijensdr., gepasseerd voor notaris A. van der Houck te Cromstrijen op 8 jan. 1641. Comparanten verkopen aan Pieter Robben 25 morgen 400 roeden land en 210 roeden "rietvelt en onlant", liggende in Oud-Beijerland, belend ten oosten Striemonts diep, ten zuiden de Zinkweg, ten westen Leendert Maertensz. de Recht en ten noorden de gemenelandsvliet, met een huis, schuur, berging, "duijffhuijs" en "plantaige van boomen". (ORA Oud-Beijerland inv. 9)

- 17 febr. 1653: Evert Herweijer tot voogd aangesteld door zijn broer Jan Jacobsz. Herweijer, echtgenoot van Maertge Adriaensdr. (ONA Klaaswaal inv. 5096)

- 27 mrt. 1656: Pieter van de Wael, als man van Geertruijt Maertens, weduwe van Evert Herweijer, eist van Maeijken Jansdr. betaling van 42 gl. over geleverde "entvogels, als reste van meerder somme" (ORA Dordrecht inv. 424)

- 28 jan. 1659: Pieter Leendertsz. van der Wael en zijn vrouw Geertruijt Maertensdr. de Recht testeren te Oud-Beijerland.

- 15 april 1668: Neeltie Evertsdr. Herweijer, Jacob en Gillis Herweijer, kinderen van Geertruijd Maertensdr. de Recht (dochter van Aegie Arijensdr. Hoogendijck), zijn erfgenamen van Maria Adriaensdr. Hoogendijck (hun oudtante) (ORA Cromstrijen inv. 29)

2382. Adriaen Joosten Kindermaecker, geboren te Oud-Beijerland vermoedelijk in 1609, bouwman aan de Zinkweg te Oud-Beijerland, schepen ald. (vermeld 1647), begraven in Oud-Beijerland (grafzerk in de kerk) 13 nov. 1665, trouwde 1e Maertje Jacobsdr. Leeuwenburg, weduwe van Frans van Driel, trouwde 2e Oud-Beijerland 21 juli 1647 (ondertrouw)

2383. Maartje Willemsdr. Herweijer, vermoedelijk geboren in Oud-Beijerland ca. 1620, overleden aldaar omstreeks 1690

- 12 juli 1647: huwelijkse voorwaarden tussen Adriaen Joosten Kindermaecker, weduwnaar van Maertgen Jacobsdr., geassisteerd met Jacob Slickboer, zijn stiefvader, en Maartje Willemsdr. Herweijer, geassisteerd met haar vader Willem Jansz. Herweijer en haar neef Jan Herweijer. De aanstaande bruidegom benoemt tot voogden over zijn voorkinderen zijn broer Bastiaen Joosten en zijn halfbroer Pieter Jacobsz. Slickboer.

(J.J. Herweijer, Zevenhonderd Jaren Herweijer [Sneek 2000], p. 257 en 335-336; Ons Voorgeslacht 2000, p. 330)

2420. Hendrik Joosten Verrijp

2421. Marijtge Leendertsdr. van Driel

2422. Gijsbert Timmerman

2423. Barber Ariens

2428. Jacob Matthijsz., gedoopt NG Spijkenisse 27 juni 1610, na belijdenis toegelaten tot het Heilig Avondmaal in 1651, diaken te Spijkenisse (1653), schepen van Spijkenisse (1655), overleden Spijkenisse 7 mei 1663, begraven in de kerk (zerk), trouwde naar schatting ca. 1645 vermoedelijk te Piershil

2429. Leentgen Jans, aangenomen als lidmaat van de NG gemeente te Spijkenisse in 1652, overleden 22 sept. 1659, begraven in de kerk van Spijkenisse (zerk)

(Ons Voorgeslacht 2006, p. 155 e.v.)

2430. Jan Gillisz. van der Werve

2431. Ariaantje Jans

(Ons Voorgeslacht 2006, p. 158)


2432. Aert Hermansz. (van der Wael), heemraad van Moerkerken, woonde aan de Westdijk onder Mijnsheerenland (vermeld 1661), overleden vr 20 april 1675, trouwde

2433. Maritge Jacobsdr., overleden tussen 20 april 1675 en 26 mei 1683, trouwde 2e NG Mijnsheerenland 20 april 1675 (ondertrouw) Cornelis Bouwensz. Roobol (= kwartier 2434)

- 26 mei 1683: Jacob Aertsz. van der Wael en Matteus van de Kreek, kinderen en erfgenamen an Maertie Jacobsdr., weduwe van Aert Hermensz. van der Wael, transporteren krachten een akkoord tussen hun moeder en de diaconie van Moerkerken een stukje cijnsland van 1 mrg. en 266 roeden in de hoek van de Dorpsweg. Het land is getaxeerd op 225 gl. (Gem. Arch. Mijnsheerenland inv. 50)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jacob Aertsz. van der Wael

b. Herman Aertsz.

c. Marijtge Aertsdr.

2434. Cornelis Bouwensz. Roobol, gedoopt NG Poortugaal 28 juli 1619 (getuigen: Heerman Leenertsz., Floris Pietersz. uit Beijerland, Lijsbeth Cose en Aerjaentge Arijensdr.), schepen van West-IJsselmonde (vr 1652), vestigt zich naar schatting ca. 1655 te Westmaas, diaken en ouderling van Westmaas 1661-1675, heemraad van Westmaas, overleden ald. 6 mei 1678, trouwde 2e NG Mijnsheerenland 20 april 1675 (ondertrouw) Maartje Jacobsdr. (= kwartier 2433), trouwde 1e ca. 14 mrt. 1644 (huwelijkse voorwaarden Rotterdam)

2435. Ariaantje Foppen van Driel, gedoopt NG Barendrecht 16 april 1620, overleden Westmaas 20 mei 1671

- 26 juni 1630: Cornelis Bouwensz. Roobol, onmondig, beleend met 10 lijn 20 roeden land in Pernis, hulde gedaan door Willem Canter, rentmeester in Den Haag, volgens procuratie dd 21 juni 1630, verleden voor het gerecht van Schiedam door zijn vader Bouwen Cornelisz. Robol te Rhoon, bij dode van zijn moeder Trijntje Adriaensdr. (Ons Voorgeslacht 1972, p. 139)

- 14 mrt. 1644: Cornelis Boudewijnsz. Robol, wonende in Rhoon, toekomstige bruidegom, geassisteerd met zijn broer Adriaen Boudewijnsz. Robol en zijn ooms en voogden Gerrit Teunisz. van Vliet en Cornelis Cornelisz. Loosge, enerzijds en Fop Danilsz. van Driel, wonende te IJsselmonde, vader van de toekomstige bruid, Adriaentge Foppen, met haar zwager Arien Gerritsz. Mijnlieff, anderzijds, maken huwelijkse voorwaarden. De bruidegom brengt in landerijen te Rhoon, Poortugaal en Rosant, samen 8 mrg. 5 hond en 50 roeden groot en voorts paarden, koeien etc. en gelden ter waarde van 1800 gl. Fop Danilsz. van Driel belooft zijn dochter tot onderstandvan het huwelijk mee te geven 4 mrg. land in Oost-Barendrecht en een bed met toebehoren. (ONA Rotterdam inv. 153, akte 39)

- 20 febr. 1646: Cornelis Bouwensz. Roobol, wonende in West-IJsselmonde, is aan Cornelis Prins een bedrag van 3500 gl. schuldig. Borgen: zijn schoonvader Fop Danilsz. van Driel uit IJsselmonde en Cornelis Cornelisz. Loosge wonende in Poortugaal. (ONA Rotterdam inv. 207, akte 204)

- 16 mrt. 1652: Cornelis Bouwensz. Robol, oud-schepen van West-IJsselmonde, is wegens geleend geld schuldig aan zijn "cousijn" Cornelis Jansz. de Raet een bedrag van 1800 gl. (ONA Rotterdam inv. 212, akte 199)

- 19 juni 1665: Cornelis Bouwensz. Roobol getuige bij het huwelijk van Trijntje Cornelisdr. Roobol met Jacob Aertsz. van der Wael (DTB Westmaas)

- 5 mrt. 1671: Cornelis Foppesz. van Driel, Cornelis Bastiaensz. Broelingh, getrouwd met Pietergen Foppe van Driel, Cornelis Bouwensz. Roobol, getrouwd met Ariaenge Foppe van Driel, wonende in Westmaas en Arijen Gerritsz. Mijnlieff, als voogd over zijn kinderen uit zijn huwelijk met Aeltje Foppe van Driel, geven aan, dat zij de nalatenschap van hun moeder resp. schoonmoeder in harmonie hebben verdeeld. (GA Rotterdam ONA Rijsoord inv. 2, akte 3)

- 16 april 1677: huwelijkse voorwaarden, gepasseerd voor de Dordtse notaris J. Melanen, van Cornelis Dirksz. Bouwman, jongman wonende te Zwijndrecht en Neeltgen Pietersdr. Slickboer, jonge dochter wonende onder Klaaswaal, geassisteerd met Cornelis Bouwensz. Roobol, haar oom van moederszijde, als haar gekoren voogd. (ONA Dordrecht inv. 186, akte 136, f. 216 e.v.)

Kinderen (ex 1):

a. Trijntje, geboren naar schatting ca. 1645

b. Maertje (Marrigje), gedoopt NG Westmaas 31 okt. 1655

2440. Rokus (Rochus) Bastiaensz. Bijl, geboren naar schatting ca. 1610, wagenmaker te Westmaas (vermeld 1645, 1648), kerkmeester van Westmaas (1663), overleden tussen 1 juli 1663 en 5 juni 1674, trouwde naar schatting ca. 1645 (vr 13 sept. 1648)

2441. Annetge Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1620, overleden tussen 7 mrt. 1676 en 6 juli 1688

- 16 mrt. 1636: Rokus Bastiaensz., Cornelis Cornelisz. Korrel, Adriaenken Ploen Cornelisse en Linken Engelen doopgetuigen bij Adriaenke, dochter van Job Hermansz. en Adriaenke Lauwe. (NG doopboek Puttershoek)

- 1645: Rochus Bastiaensz. Bijll vermeld als wagenmaker. (Gem. Arch. Mijnsheerenland inv. 74)

- 8 mei 1648 compareren voor een Dordtse notaris Boudewijn Wijnantsz. [Sevenum], 42 jaar oud en Adriaen Adriaensz. van Gils, 40 jaar oud, houtwerkers te Dordrecht en verklaren op verzoek van Cornelis Abrahamsz. van der Radt, wagenmaker te Dordrecht, dat zij kort tevoren gewerkt hebben in de houttuin van de weduwe van Govert Rochusz. houtkoper, wonende op de Nieuwe Haven te Dordrecht en door rekwirant verzocht zijn om aan te horen zodanige woorden als hij zou spreken tegen Rochus Bastiaensz., wagenmaker op de Maas, aldaar present staande en dat zij gehoord hebben, dat Cornelis aan Rochus vroeg, of hij door hem ooit verzocht was om hem behulpzaam te zijn bij het maken van de proef om in het wagenmakersgilde van Dordrecht te mogen komen, waarop Rochus antwoordde, dat hij "noijt van sijn leven" verzocht was om bij het maken van een dergelijke proef aanwezig te zijn. (ONA Dordrecht inv. 62, f. 452v)

- 22 juni 1663: Rochus Bastiaensz. Bijl, kerkmeester van Westmaas, verkoopt op last van de kerk en het gerecht van Westmaas land in Nieuw-Bonaventura aan Willem de Beveren. (ORA 's-Gravendeel inv. 83)

- 1 juli 1663: Rook Bastiaensz. Bijl lidmaat van de NG gemeente te Westmaas (Ons Voorgeslacht 1962, p. 344)

- 5 juni 1674: Annetje Cornelisdr., weduwe van Rochus Bastiaensz. Bijl, koopt van Abraham de Roo de helft van een huis aan de noordzijde van de Rijkestraat te 's-Gravendeel. (ORA 's-Gravendeel inv. 84)

- 4 okt. 1674: Annegie Cornelisdr., weduwe van Rochus Bastiaensz. Bijl, als erfgename van wijlen Ariaantje Willemsdr., [weduwe van Cornelis Cornelisz. Timmerman], geeft last aan Bastiaen Rochusz. Bijl om aan Pieter Melsse een huis in de Rijkestraat te 's-Gravendeel te verkopen. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

- 7 mrt. 1676: de weduwe van Rochus Bastiaensz. was eerder bruikster van land van Melchior Touissain, dat nu gebruikt wordt door Arij Hendricxz. van Baren. (ORA Cromstrijen inv. 29)

- 6 juli 1688: de kinderen en erfgenamen van Rochus Bastiaensz. Bijl en Annegie Cornelisdr. verkopen land in Bonaventura aan Jan Ariensz. Huijsman. (ORA 's-Gravendeel inv. 5)

Kinderen (allen NG gedoopt te Westmaas):

a. Annigje, 13 sept. 1648 (geen getuigen)

b. Bastiaan Rochusz. Bijl, geboren naar schatting ca. 1650, trouwde ca. 1678/1679 Metgen Jansdr., weduwe van Jan Arijensz. Sneep, wonende te 's-Gravendeel (ONA Dordrecht inv. 187, f. 504, akte dd 23 dec. 1679)

c. Pieter, 1650 (getuige: Maertie Teunisdr. Beaumont)

d. Maria, 1652 (getuige: Jaepken Bastiaens)

e. Cornelis, 1655 (getuigen: Cornelis Cornelisz. en Ariaantje Bastiaans)

f. Pieter 1657 (getuige: Trijntje Bastiaans)

g. Jaapje, 1660 (getuige: Anne Roken)

h. Gerrit, 1 juli 1663 (getuige: Annetie Bastiaans)

2442. Leendert Ariensz. (Droogendijck), jongman van Rijsoord, wonende te Westmaas (1659), arbeider, trouwde NG Westmaas 25 mei 1659

2443. Stijntje Pouwelsdr.,  geboren ca. 1635 (3 1/2 jaar in 1635 [Weeskamer IJsselmonde, akte dd 8 mei 1639]), jonge dochter van IJsselmonde, wonende te Westmaas (1659)

- 23 jan. 1665: Leendert A. Droogendijck op de Maes staat borg op een verkoping. (Gem. Arch. Strijen)

- 1665: Leendert Ariensz. Drogendijk, een schamel arbeider, heeft 1 haardstede. (Gem. Arch. Mijnsheerenland)

Kinderen:

a. Barbertje, gedoopt NG Westmaas 24 okt. 1660

b. Pouwel, gedoopt NG Mijnsheerenland 1663

c. Pauwel, gedoopt NG Mijnsheerenland 1665

2446. Wouter Willemsz. Verhoek, gedoopt NG Oud-Alblas 9 mei 1627, jongman van Alblas (1657), vermoedelijk boer in Sandelingenambacht, in 1672 weerbare man ("musquettier"), wonende in Sandelingenambacht (Ons Voorgeslacht 1987, p. 41), heemraad van Sandelingenambacht tussen 1674 en 1689, overleden febr. 1690 (vriendelijke mededeling van de heer K.J. Slijkerman te Waarde), trouwde NG Oud-Alblas 25 febr. 1657

2447. Aechien (Aagje) Cornelisdr. (Pijl), gedoopt NG Albasserdam 10 april 1633, jonge dochter van Alblasserdam (1657)

- 1667: Wouter Willemsz. Verhouck in Sandelingenambacht in de 200e penning aangeslagen voor een vermogen van 3000 gl. en betaalt  "noch wegen sijn huijsvr[ouws] erfenisse" op 1 mrt. 1667 10 ponden. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3980, f. 278)

- 1667: "Willem Woutersz. [sic] van Alblasserdam wegen sijn huijsvr[ouw] Aechten Corn. ende sijn vader Wouter Willemsz. elck 5 [ponden] is 10 [ponden]". (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3981 (kasboek inkomsten van de 200e penning van de Zwijndrechtse, Hoeksche en Alblasserwaard], geen folionrs.)

2448. Arien Jansz. Beldert, jongman wonende onder Goidschalkoord (1647), kerkmeester te Heinenoord (1647), had een huis aan de Westdijk onder Mijnsheerenland, trouwde 1e NG Heinenoord 3 april 1647 Maike Ariens, 2e vr 1655

2449. Geertien Joris, beiden lidmaten te Heinenoord ca. 1665

(Prometheus XII, p. 276)

2450. Adriaen (Arij) Quirijnen (Crijnen) Huijser de Jonge, geboren ca. 1612 (ca. 46 jaar in 1658), jong gezel van Ridderkerk (1639), boer in Nieuw-Reijerwaard, landeigenaar in Oud- en Nieuw-Reijerwaard, heemraad (1649,1674), diaken van Ridderkerk (1648), overleden na 1 juni 1680, trouwde NG Ridderkerk (1e gebod ald. 20 febr.) 13 mrt. 1639

2451. Pleuntgen Hendricksdr., geboren naar schatting ca. 1615, jonge dochter van Ridderkerk (1639), overleden na 1 juni 1680

- 17 april 1639: Arij Crijnen Huijser en Pleuntgen Hendricksdr. lidmaten op belijdenis van de NG gemeente te Ridderkerk

- 1 juni 1680 (kohier van de huishoudens te Ridderkerk): "Arij Quijrijnen Huijser en sijn huijsvrouw hebbende drie kinderen boven de acht jaeren, behelpen haer met de landbouwerije".

(Ons Voorgeslacht 2002, p. 104-106)

2452. Willem Willemsz. van Dalen, jongman van Heinenoord (1638), overleden ca. 1663, trouwde NG Westmaas 7 nov. 1638

2453. Marijken Jans, jonge dochter van Eindhoven (1638), overleden na 5 april 1687

- 14 okt. 1660: Willem Willemsz. van Dalen pacht voor 50 gl. per jaar anderhalve morgen weiland van de kerk voor 7 achtereenvolgende jaren. (GA Heinenoord inv. 46)

- 1663: Willem van Dalen pacht land van de Heilige Geest Armen te Heinenoord. (GA Heinenoord inv. 54)

- 1668: Marija Jans, weduwe van Willem van Dalen pacht land van de Heilige Geest Armen te Heinenoord. (GA Heinenoord inv. 54)

2454. Joost Jacobsz. (van) Goutswaert, weduwnaar van Oud-Beijerland, wonende ald. (1659), korenmolenaar te Oud-Beijerland, overleden tussen 26 nov. 1664 en 24 jan. 1668 (ONA Dordrecht inv. 182, akte 10 dd 24 jan. 1668), trouwde 2e NG Oud-Beijerland/Dordrecht 25 mei 1659 (ondertrouw, getrouwd in Strijen op 15 juni 1659) Maertge (Maritgen) Adriaen Jacobsdr., van Giessendam (1642, 1659), wonende te Giessendam (1642), wonende buiten de Sluispoort van Dordrecht (1659), trouwde 1e NG Dordrecht 23 nov. 1642 (ondertrouw, proclamatie te Giessendam, 16 dec. 1642 bescheid gegeven om in Giessendam te trouwen, doch met consent op 21 dec. 1642 getrouwd te Dubbeldam) Arien Jacobsz. van Heijligenberch, jongman van Benschop, wonende buiten de Sluispoort van Dordrecht (1642), molenaar te Dordrecht.

Joost Jacobsz. Goutswaert trouwde 1e naar schatting ca. 1645

2455. Jannitge Ariens (Meeldijk), overleden Oud-Beijerland 26 aug. 1656 (grafzerk nr. 56)

- 27 febr. 1643: Joost Jacobsz. pacht de korenmolen van Oud- en Nieuw- Beijerland voor 700 gl. per jaar, voor 575 gl. op 5 mrt. 1657 en 575 gl. op 26 nov. 1664

- 23 juli 1660: compareert voor notaris A. Meijnaert te Dordrecht Joost Jacobsz. Goutswaert, molenaar in Oud-Beijerland, als getrouwd hebbende de weduwe van Adriaen Adriaensz. [sic; moet zijn Jacobsz.] Heijligenberg, in zijn leven molenaar te Dordrecht. Hij verleent procuratie aan Abraham Moelaert om waar te nemen zijn zaken op en omtrent de windkorenmolen "de Rode Leeuw", staande buiten de Sluispoort van Dordrecht. De comparant tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 246, f. 113 e.v.)

- 13 mei 1676: compareert voor notaris J. Melanen te Dordrecht Abraham Jansz. van Drongelen, meester-schiptimmerman en burger van Dordrecht, getrouwd met Dircxken Arijensdr. Heijligenbergh, dochter en mede-erfgenamen van Marijcken Arijensdr. zaliger, laatst weduwe van Joost Jacobsz. Goutswaert, overleden te Oud-Beijerland. Hij machtigt zijn zwager Arijen Arijensz. Heijligenbergh om te ontvangen een bedrag van 813 gl. 16 st. en 12 penn. met de daarop verlopen interest, die hem en zijn zwager toekomt op grond van de boedelscheiding van Joost Jacobsz. en Marijken Arijensdr., welke is gesloten op 6 dec. 1669. (ONA Dordrecht inv. 184, f. 226 e.v.)

- 14 april 1676: compareren voor notaris J. Melanen te Dordrecht kapitein Arijen Heijligenbergh en Abraham Jansz. van Drongelen, meester-schiptimmerman en burger van Dordrecht, als echtgenoot van Dircxken Arijensdr. Heijligenbergh, kinderen en erfgenamen van Marijcken Arijensdr. zaliger, laatst weduwe van Joost Jacobsz. Goutswaert, overleden in Oud-Beijerland. Zij verlenen volmacht aan notaris Van Bergen te Oud-Beijerland om te vorderen van Jan Willemsz. van Dalen, korenmolenaar op Godschalksoord, getrouwd met Trijntgen Joosten Goutswaert de helft van een bedrag van 813 gl. 16 st. en 12 penn. en de daarop verlopen interest, hetwelk aan hen toekomt krachtens de boedelscheiding van Joost Jacobsz. Goutswaert en Marijcken Arijensdr., beiden overleden, welke is gesloten op 6 dec. 1669. (ONA Dordrecht inv. 186, akte 38, f. 72 e.v.)

Kinderen (ex 1; volgorde onzeker):

a. Trijntje, geboren naar schatting ca. 1645 (= kwartier 1227)

b. Macheltje

c. Jacob, gedoopt NG Oud-Beijerland 27 juni 1646

2456. Mattheus Pleunen Dolaert, overleden ca. 1638, trouwde naar schatting ca. 1635,

2457. Soetje Cornelisdr.

- 1 nov. 1638: compareren voor schout en schepenen van Strijen Soetge Cornelisdr., weduwe van Teuw Pleunen Dolaert, geassisteerd met Arijen Cornelisz. Hordijck en Willem Jansz. Rijderkerck, als haar voor deze gelegenheid gekozen voogden, enerzijds en Bastiaen Pleunen en Jan Pleunen Dolaert, als ooms en voogden van Neeltgen Teuwen, ongeveer 2 jaar oud en Cornelis Teuwen, ongeveer 1 jaar oud, nagelaten weeskinderen van Teuw Pleunen, anderzijds. De weduwe zal de door Teuw nagelaten goederen behouden, in ruil waarvoor zij belooft haar kinderen te onderhouden en op te voeden tot hun mondigheid en hun dan een bedrag van 600 gl. uit te keren. (Weeskamer Strijen inv. 2, f. 82)

- 1638: Teeuw Pleunen heeft een huis in het dorp Strijen, hij betaalt 4 gl. in de verponding. (GA Strijen inv. 72)

- aug. 1664: het notulenboek van de NG kerk te Strijen vermeldt: "personen en kinderen die geteijckent hadden tot het vernieuwen van de predickstoel, 't hecken en de croonen". Hierbij worden genoemd: Jan Dolaert, Maeijke Dolaert, Bastiaen Dolaert en Mattheus Dolaert. Zij geven 5 gl. (Ons Voorgeslacht 1963, p. 248)

2458. Cornelis Gijsbertsz. Esseboom, geboren naar schatting ca. 1610, jongman van Cillaarshoek (1636), boer, armmeester van Maasdam (1653-1655), heeft in 1663 een huis aan de dijk in Strijen, overleden (kort) na 14 juni 1679 *, trouwde 1e NG Cillaarshoek (ondertrouw te Maasdam tussen 31 okt. 1636 en 5 april 1637) 1636 of 1637 Anneken Rutten, gedoopt NG Maasdam 20 sept. 1608, dochter van Ruth Cornelisz. (van Renoij) en Mariken Staesdr., 3e (huwelijkse voorwaarden Strijen 14 juni) 1679 Neeltje Corstiaensdr. Spruijt, 2e waarschijnlijk in 1639

2459. Neeltje Pietersdr. Loopicker, overleden tussen 28 april 1673 en 3 juni 1679

(Ons Voorgeslacht 2008, p. 377-380; Prometheus XIII, p. 200)

- 1667: Cornelis Gijsz. Esseboom te Strijen in de 200e penning aangeslagen voor een vermogen van 1000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3980, f. 10v, nr. 48)

* "Nog in dat zelfde jaar [1679] moet Esseboom zijn gestorven, want al in 1679 is er sprake van het gebruik van zijn erfgenamen van land in Oud-Bonaventuraonder Strijen." (Ons Voorgeslacht 2008, p. 379)

2460. Jan Hendriksz. Reedijk, gedoopt NG Heinenoord 6 april 1631, bouwman, woonde in 1654 aan de Westdijk onder Heinenoord, overleden na 21 aug. 1679, trouwde naar schatting ca. 1655 (tussen 5 mrt. 1654 en 19 mei 1659)

2461. Hilligje Jansdr. Pauw, geboren ca. 1632, overleden na 25 dec. 1708

- 5 mrt. 1654: Jan Hendriksz., jongman wonende aan de Westdijk onder Heinenoord, benoemt zijn moeder Pieterge Jansdr., echtgenote van Barent Melisz., tot zijn universele erfgenaam. (Ons Voorgeslacht 1970, p. 43)

- 7 april 1659: Jan Hendricxsz. Reedijck is de vader van een kind van Neeltgen Joosten. Hij geeft de moeder van het kind een vergoeding en wordt geassisteerd door zijn stiefvader Barent Melis. (ONA Mijnsheerenland inv. 5872)

- 19 mei 1659: Hilligje Jansdr., echtgenote van Jan Hendricxsz., 29 jaar oud, Pietertje Jansdr., vrouw van Barent Melissen, ongeveer 55 of 56 jaar oud en Niesie Huijgen, vrouw van Arie Floren, 36 jaar oud, allen wonende onder de jurisdictie van Heinenoord, leggen een verklaring af t.b.v. Johan Berck. (ORA Godschalksoord)

- 24 mei 1666: Jan Hendriksz. Reedijck, wonende te Godschalksoord, koopt een huis aan de Mijnsheerenlandse Westdijk. (Ons Voorgeslacht 1970, p. 43)

- 21 aug. 1679: Jan Hendriksz. Reedijk en zijn vrouw Hilligje Jansdr., wonende aan de Mijnsheerenlandse Westdijk, testeren. Hij benoemt tot voogd Meelis Barents [zijn halfbroer] en zij Maarten Gijsberts. (Ons Voorgeslacht 1970, p. 43)

- 25 dec. 1708: Hilligje Jansdr. Pauw, weduwe van Jan Reedijk, testeert voor schepenen van Westmaas. Zij benoemt tot erfgenamen de kinderen Hendrik Jansz. en Jan Jansz. Reedijk, aan wie zij 25 gl. (voor hen beiden) legateert en haar zoons Pieter, Antonij en Dirck. (Ons Voorgeslacht 1970, p. 43)

2466. Jan Goversz. Schuddebeurs, weduwnaar van Simonshaven (1636), trouwde 1e Trijntje Lenerts, 2e NG Hekelingen 2 nov. 1636 (ondertrouw, getrouwd in Simonshaven)

2467. Truijtje Cornelis, jonge dochter van Heenvliet (1636), trouwde 2e NG Simonshaven 29 juni 1658 Jacob Claesz. Goutswaert

(Prometheus II, p. 137)

2470. Cornelis Jansz. van 't Hoff, geboren ca. 1636, heemraad van Nieuw-Beijerland 1677-1680, 1682-1688, overleden 22 mei 1689, begraven in de kerk van Nieuw-Beijerland (zerk), trouwde NG Middelharnis 6 nov. 1660

2471. Neeltje Arensdr. van Putten, geboren ca. 1638, overleden 22 april 1689, begraven in de kerk van Nieuw-Beijerland (zerk)

(Prometheus II, p. 75)

Zerk in de kerk van Nieuw-Beijerland met opschrift: "Hier leit begrave Cornelis Janse van 't Hof in sijn leven heemraet van Nieu Beyerlant out 53 jaeren sterf den 22 Mey 1689. Hier leyt begrave Neeltien Arens van Putten in haer leven huysvrouw van Cornelis Janse van 't Hof out 51 jaeren sterf den 22 April anno 1689". (Bloys van Treslong Prins, deel IIa [1922], p. 253)

2472. Jan Willemsz. Blijvenburg, bouwman te Zuidland, overleden ca. 1643, trouwde 1e Annetje Dirksdr. Starrenburg, 2e Trijntje Leenderts (= 2473 ?), overleden vr 1690, trouwde 2e NG Zuidland 3 okt. 1655 Arij Jacobsz. Ruigendijk

(Prometheus II, p. 162)

2474. Jaques Mattheusz. Verhulp, geboren te Klein-Brabant ca. 1599, landbouwer in de Nieuwe Uitslag onder Hekelingen, later koopman, schepen van Hekelingen, overleden ca. 1671, trouwde NG Oud-Beijerland 7 april 1630 (Waterlandkerkje, ondertrouw)

2475. Lijdewij Cornelisdr. Schaepsboer alias de Bruin, geboren te Oud-Beijerland naar schatting ca. 1600, overleden te Hekelingen vr 10 aug. 1669

(Prometheus II, p. 163; Gens Nostra 1988, p. 274)

(Ons Voorgeslacht 1977, p. 215)

2476. Wijlm Jacobsz., trouwde vr 9 april 1645

2477. Barber Ariens

Kinderen:

a. Aeghien, gedoopt NG Heerjansdam 9 april 1645 (getuige: Maria Jans)

b. Jan, gedoopt NG Heerjansdam 31 mrt. 1647 (getuigen: Mariken Jelis en Jan Maertensz.)

2478. Willem Cornelisz. Boer, jongman van Strijen (1659), boer in Nieuw-Bonaventura, overleden tussen 17 okt. 1676 en 18 mei 1677, trouwde NG Groot-Ammers 10 april 1659 (ondertrouw)

2479. Pleuntje Jansdr. van der Kooij, geboren naar schatting ca. 1635, jonge dochter van Achterlant [Groot-Ammers] (1659), overlijden aangegeven bij de gaarder te Strijen op 25 juni 1705 (impost 6 gl.), trouwde 2e 8 juli 1678 (huwelijkse voorwaarden Dordrecht) Quirijn (Crijn) Arentsz. (Ariensz.) van der Houck, jongman (1678), schepen van Strijen, overlijden aangegeven bij de gaarder te Strijen op 5 jan. 1702 (impost 6 gl.)

(Ons Voorgeslacht 2002, p. 110-111)

- aug. 1664: notulen van de NG kerk te Strijen vermelden "personen en kinderen die geteijckent hadden tot het vernieuwen van de predickstoel, 't hecken en de croonen". Hierbij worden genoemd: Jan Willemsz. Boer, Leendert Willemsz. Boer en Aaltje Willemsdr. Boer. Zij geven 3 gl. 3 st. (Ons Voorgeslacht 1963, p. 248)

- 22 febr. 1667: voor notaris G. de With te Dordrecht compareren Willem Cornelisz. Boer en Pleuntgen Jansdr., echtelieden wonende onder de jurisdictie van Strijen. Willem is "aen een accident te bedde leggende", Pleuntgen is gezond. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 230, f. 37 e.v.)

- 1667: Willem Cornelisz. Boer wordt in de 200e penning van Strijen aangeslagen voor een vermogen van 1000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3980, f. 21)

- 15 okt. 1677: compareren voor notaris J. Melanen te Dordrecht o.a. Pleuntgen Jansdr., weduwe van Willem Cornelisz. Boer, zoon en mede-erfgenaam van Aeltgen Arijensdr., in haar leven weduwe van Cornelis Jansz. Boer. (ONA Dordrecht inv. 187, akte 13)

- 8 juli 1678: voor notaris J. Hellu te Dordrecht compareren Crijn Ariensz. van der Hoeck, jongman, toekomstige bruidegom, enerzijds en Pleuntgen Jansdr. van der Koij, weduwe van Willem Cornelisz. Boer, toekomstige bruid, anderzijds, om huwelijkse voorwaarden te maken. Zij zullen beiden inbrengen alle goederen, die zij bij het aangaan van het huwelijk bezitten, met uitzondering van "soodanigen stuck lants als de toecomende bruijt volgens acte [voor dezelfde notaris] ... op huijden gepasseert met consent ende toestaen van den voors. toecomende bruijdegom aen haeren kinderen, tot augmentatie van haer vaderlijk goet, heeft gemaeckt". [In de volgende akte dd 8 juli 1678 staat: een stuk zaailand van 4 1/2 morgen in de Nieuwe Zuidkavel, bedijkt met het Koijlant.] Voor het overige zal er volledige gemeenschap van goederen zijn. Als de bruid als eerste overlijdt, zal de bruidegom gehouden zijn de kinderen, die haar vorige man bij haar heeft verwekt en hun eventuele gezamenlijke kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of totdat zij gaan trouwen. Als de bruidegom als eerste komt te overlijden, zal de bruid alle goederen behouden, die de bruidegom zal nalaten en gehouden zijn hun gezamenlijke kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of eerder huwelijk en hun dan "onder hen allen" een somma van 100 gl. uitreiken, welk bedrag bij vooroverlijden van de kinderen zal vererven op hun moeder. Als de bruidegom overlijdt zonder kinderen na te laten, zal de bruid aan zijn naaste verwanten en erfgenamen ab intestato een bedrag van 50 gl. uitkeren. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 342, geen folionrs.)

- 18 dec. 1708: de erfgenamen van Pleuntie Jans, weduwe van Willem Cornelisz. Boer, zijn de minderjarige kinderen van haar overleden dochter Aaltie Willemsdr. Boer, echtgenote van Jan Willemsz. Groen. Er zijn nog andere minderjarige erfgenamen, die op Klaaswaal wonen. De meerderjarige erfgenamen van Pleuntie Jans hebben onderling haar nalatenschap verdeeld. Er zijn echter geen voogden over de minderjarigen aangesteld. Bastiaan Cornelisz. Boer, de oudoom van de kinderen is ontboden. Hij en Leendert Willemsz. Boer zullen voogden zijn over de kinderen. Schout en schepenen berichten dit op genoemde datum aan de president van het Hof van Holland in Den Haag. (GA Strijen inv. 2)

2488. Teunis Jacobsz. Troost, gedoopt NG Heinenoord 9 febr. 1614, jongman van Heinenoord (1643), trouwde NG Heinenoord 28 juni 1643

2489. Sijken Jans, jonge dochter van Heerjansdam (1643)

2492. Heijndrick Claesz. van Rije, geboren naar schatting ca. 1615, wagenmaker te Goudswaard, schepen ald., overleden tussen 24 juni 1684 en 8 juni 1689, trouwde naar schatting ca. 1640

2493. Maertie (Maetge) Jans, overleden vr 30 juni 1692

- 20 mei 1640: Matghe Jans, de vrouw van Heijnderick Claesz. wagenmaker, is een dochter van wijlen Jan Pietersz. Langhe. (ORA Goudswaard inv. 5)

- 1640/1641: Heijndrick Claesz. wagenmaker heeft voor 1010 gl. een huis in het dorp Korendijk gekocht. Hij betaalt in de 40e penning 18 gl. 8 st. (ORA Goudswaard)

- 1641: Maetgen Jans, de vrouw van Hendrick Claesz. wagenmaker is lidmaat van de NG gemeente te Goudswaard

- 1665: Heijnderick Claesz. wagenmaker leent van Leendert van der Poll, secretaris van Korendijk 200 gl., gehypothekeerd op zijn aandeel in de nalatenschap van Hadewij Heijndricks. (ORA Goudswaard inv. 20)

- 13 mrt. 1669: Heijnderick Claesz. van Rije, echtgenoot van Maertghe Jansdr., is mede-erfgenaam van haar moeder, wijlen Leentje Jacobs. (ORA Goudswaard inv. 6)

- 4 april 1669: Hendrik Claesz. van Rij is voogd van de kinderen van wijlen Cornelis Claesz. van Rije. (ORA Strijen inv. 53)

- 24 juni 1684: Hendrik Claesz. wagenmaker ontvangt van de boedel van Johannes Crooswijck 23 gl. 6 st. 4 penn. wegens leverantie van zaaikoren in de lente. (Weeskamer Goudswaard inv. 7)

- 8 juni 1689: de erfgenamen van wijlen Heijndrick Claesz. wagenmaker zijn belenders (aan de zuidzijde) van het huis van Danil Leijs in Korendijk. (ORA Goudswaard inv. 7)

- 30 juni 1692: de kinderen van Hendrik Claesz. en Maertie Jans, beiden overleden te Korendijk, t.w. Claes, Abram, Ariaentie, Hadewij, Jan (inmiddels overleden) en Arentien Heijndriksz. van Rije, zijn erfgenamen van Leentien Jacobs, hun grootmoeder zaliger. Zij heeft goederen nagelaten aan de kinderen met de bepaling van fide-commis. (ORA Goudswaard inv. 65) 

2494. Jacob Jacobsz. Hoogvliet, overleden in of na 1687, trouwde 2e NG Nieuw-Beijerland/Geervliet 14/17 febr. 1680 Ariaantje Ewoutsz. Corvinck, jonge dochter van Geervliet (1680), 1e naar schatting ca. 1650

2495. Neeltje Ariensdr. de Recht, geboren naar schatting ca. 1625, overleden vr 14 febr. 1680

- 3 okt. 1662: Beeregje Adriaensdr. de Recht testeert te Oud-Beijerland ten overstaan van notaris H. van Bergen. Erfgename is haar zuster Neeltje Ariensdr. de Recht, echtgenote van Jacob Jacobsz. Hoogvliet.

- 8 aug. 1666: Jacob Jacobsz. van Hoogvliet is te Oud-Beijerland doopgetuige van Cornelis, zoon van mr. Willem Verhoeven

- 26 april 1668: Jacob Jacobsz. Hoogvliet en Neeltje Ariensdr. de Recht testeren te Oud-Beijerland. Hij tekent zijn achternaam als "Hovliet", zij zet een kruisje.

- 7 juni 1687: Jacob Jacobsz. Hoogvliet koopt uit de boedel van wijlen Arijen Cornelisz. Goutswaert een "berghvarcken" voor 14 gl. 5 st. Borgen: Claas en Abram van Rije.

- 17 aug. 1687: Jacob Jacobsz. Hoogvliet is te Goudswaard doopgetuige bij Jacob, zoon van Abraham Hendriksz. van Rije en Maartje Jacobsdr. Hoogvliet

(Stambomen De Regt, [1990], p. 102-103)

Kinderen (allen NG gedoopt te Nieuw-Beijerland):

a Arie, 2 juni 1658 (getuige: Baertje Ariens)

b Maertje, 13 febr. 1662 (getuige: Sara Geerets)

c. Maria, 3 nov. 1663 (getuige: Sara Geerets)

2560. Michiel Lenaertsz., trouwde vr 1606 (Barendrechtse DTB beginnen in dat jaar)

2561. Willemke Jans

- 1610: Michiel Lenaertsz. lidmaat van de NG gemeente te Barendrecht

- 1620: Michiel Lenaertsz. stelt zich borg met Leendert Cornelisz. op 't Dorp (ORA Oost-Barendrecht inv. 4, zonder datum, zonder folionr.)

-1632: Michiel Lenaertsz. wordt in de verponding van Oost- en West-Barendrecht aangeslagen voor 8 st. voor een huis aan de dijk (vermoedelijk de Hordijk) (Archief Waterschap IJsselmonde, Dijkkringhuis Barendrecht)

(Vriendelijke mededeling van de heer J. A. van der Giessen te Den Haag.)

2562. Ingen Hendricksz. (Capeteijn) alias Inghen Heijnmaten, geboren naar schatting ca. 1580, overleden na 28 sept. 1645

Hij trouwde naar schatting ca. 1610

2563. Bastiaantje Bastiaansdr., overleden voor 14 april 1647

- Ingen Hendriksz. werd tussen 1617 en 1626 bedeeld door de diaconie van Barendrecht (vriendelijke mededeling van de heer K.J. Slijkerman in Waarde)

- 28 sept. 1645: Alexander Schimmelpenninck van der Oeij commissaris en Wolphert van Harsolte, als gevolmachtigden van Johanna en Christina Bentnighs, hun resp. moeders, verkopen aan Ingen Hendricxsz., wonende onder West-IJsselmonde 2 morgen land aldaar, gelegen in de polder genaamd Achtenzestig Morgen, belend zuid de erfgenamen van Pleun Pleunen dijkgraaf van Smeetsland, oost de koper en voorts de dijk. Koper is schuldig 1500 gl., af te lossen in twee termijnen (de eerste met Kerstmis 1645 en de tweede Kerstmis 1646). Getuigen: Nicolaes Stochius en Cornelis Machielsz. van Barendrecht. Ingen zet een kruisje. Cornelis Machielsz. tekent. (SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 84, f. 439 e.v.)

- 14 april 1647: Pieter Ingensz. van IJsselmonde, gereed om met het schip "Nieuw Rotterdam" naar Oost-Indi te varen, machtigt zijn zwager Cornelis Michielsz. Naecktgeboren om goederen en gelden te innen, die hem zijn aanbestorven door overlijden van Bastiaantje Bastiaansdr. (GA Rotterdam ONA Rotterdam inv. 309, akte 30, f. 52)

Kinderen:

a. Lijntgen Ingensdr, geboren naar schatting ca. 1610 (= kwartier 1281)

b. Pieter Ingensz., geboren ca. 1618 (29 jaar in 1647)

2568 = 2340

2569 = 2341

2570. Jasper Claesz., overleden vr 25 dec. 1649, trouwde naar schatting ca. 1625

2571. Neeltje Crijnen

- 25 dec. 1649: rekening gedaan door Isack Adriaensz. kleermaker, als "collecteur vande cedulle vande vercochte haeffelijke en meuble goederen" van Jasper Claesz. zaliger. Betaald is o.a. aan Lijntgen Jaspersdr. 5 ponden "aen gelde". Macheltie Jaspersdr. heeft uit de erfceel ontvangenvan Tunis Jansz. Holman een bedrag van 14 ponden over de koop van een huik. Aan Gerrit Cleijsz. is betaald "aen gelde" 13 ponden. (ORA Strijen inv. 34, akte dd 4 jan. 1651)

- 5 jan. 1651: verdeling van de goederen, die zijn nagelaten door Jasper Claesz. en Neeltje Crijnen: gerechtigd zijn hun dochters Lijntje Jaspers en Neeltje Jaspers, alsmede Joris Gerrits en Hendrickje Gerrits.

- 20 juni 1651: compareren voor schepenen van Strijen Cornelis Jacobsz. Jabaeij, weduwnaar van Aerjaentge Cleijsdr., enerzijds en Gerrit Cleijsz., voor zichzelf en tevens vervangende de kinderen van Jasper Cleijsz., verwekt bij Neeltgen Crijnen en Cornelis Cleijsz., voor zichzelf en namens Joosgien Cleijsdr., anderzijds. De comparanten hebben de goederen, die zijn nagelaten door Aerjaentge Cleijsdr., verdeeld. Cornelis Jabaeij zal alle goederen behouden, die hij in gemeenschappelijke eigendom met zijn vrouw gehad heeft, op voorwaarde, dat hij alle schulden van de boedel zal betalen en aan de voornoemde erfgenamen van zijn vrouw een bedrag van 1500 gl. zal uitkeren. De erfgenamen zullen Jabaeij schadeloos houden van de borgtocht, die hij in verband met de koop van tienden voor wijlen Jasper Cleijsz. heeft gepresteerd ten behoeve van de Grafelijkheid van Holland. (Weeskamer Strijen inv. 1, f. 109)

(Kranendonck, p. 128-129)

2572. Mels Jansz. Aertoom, geboren ca. 1602, schipper te 's-Gravendeel, begraven 's-Gravendeel 19 jan. 1651, trouwde

2573. Lijsbeth Coenen in't Veld, tapster te 's-Gravendeel (vermeld 1680), overlijden aangegeven door haar schoonzoon Arijen Vroman bij de gaarder te 's-Gravendeel op 8 nov. 1707 (impost 3 gl.), trouwde 2e vr 26 juni 1663 Jan Arijensz. Verdonck, schepen van 's-Gravendeel

Mels vervoerde bier en wijn van Dordrecht naar 's-Gravendeel. Hij woonde eerst aan de Zuidvoorstraat te 's-Gravendeel, na 1635 in het huis van zijn vader aan de Noordvoorstraat, en vanaf 1649 in de Langestraat, waar Lijsbeth, zijn weduwe, na zijn overlijden als herbergierster de kost verdiende.

(Gens Nostra 1982, p. 367)

- 16 mrt. 1640: compareren voor D.S. Coplaer IJsaack Lievensz., schipper van 's-Gravendeel, ongeveer 48 jaar oud, Mels Jansz. Aertoom, schipper van 's-Gravendeel, ongeveer 38 jaar oud en Pieter Block, wijnkoper te Dordrecht, 26 jaar oud. Zij verklaren op verzoek Jan Hendrickxsz. van Westerhout, herbergier te Dordrecht, gehoord te hebben, dat de rekwirant het huis van de secretaris van 's-Gravendeel heeft gekocht, welk huis in koop is overgenomen door Adriaen Pietersz. Verdonck en Stoffel Stoffelsz., beiden wonende in 's-Gravendeel. (ONA Dordrecht inv. 78, f. 41 e.v.)

- 7 sept. 1666: Jan Arensz. Verdonck en zijn vrouw Lijsbeth Coenen passeren een mutueel testament. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 1)

- 14 mrt. 1678: testament van Jan Ariensz. Verdonck, wonende op 's-Gravendeel. Hij benoemt tot erfgenamen zijn dochters Ariaentgen en Wijntgen Verdonck, door hem verwekt bij zijn huidige echtgenote, Lijsbeth Coenen. Tot voogd over zijn minderjarige erfgenamen stelt hij aan mr. Gerard de Beveren, heer van Strevelshoek. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 369, geen folionrs.)

- 26 nov. 1678: compareert voor J. Hellu, notaris te Dordrecht, Elisabeth Coenen, laatst weduwe van Jan Ariensz. Verdonck, wonende te 's-Gravendeel. Zij benoemt tot universele erfgenamen haar drie zonen Jan, Willem en Pieter Melssen [Aertoom] en Elisabeth Coenen, nagelaten weeskind van haar overleden zoon Coen Melssen [Aertoom]. Om bijzondere redenen haar moverende "institueert" zij haar dochters, bij haar verwekt door haar tweede man, Jan Ariensz. Verdonck, m.n. Ariaentgen Verdonck, echtgenote van Arijen Woutersz. Vroman en Wijntgen Verdonck, echtgenote van Arijen Pleunen [Drogendijk], slechts in de "blote" legitieme portie. Tot voogden benoemt zij haar zoons Jan en Pieter Melssen. Zij tekent met haar naam. (ONA Dordrecht inv. 342, geen folionrs.)

- 6 mrt. 1680: Lijsbet Coene, "een weduwe, doende tapnering, sijnde een heel capetalist", wonende in de Langestraat te 's-Gravendeel.

- 18 mrt. 1702: Lijsbet Koenen verkoopt land in de Kilpolder aan Huijgen Hermensz. Stoocker. (ORA 's-Gravendeel)

- 18 mrt. 1702: Lijsbet Koenen, laatst weduwe van Jan Ariensz. Verdonck, verkoopt land bij de korenmolen aan Leendert Corsz. van Roon. (ORA 's-Gravendeel) 

2574. Hendrick Reijnen van der Linden, geboren ca. 1598 (ONA Dordrecht inv. 293, f. 15 e.v., akte dd 10 dec. 1661), ouderling te 's-Gravendeel (1637), overleden ca. 1667, trouwde 2e Neeltje Bastiaensdr. (= kwartier 2649), 1e ca. 1618

2575. Neeltje Jansdr. Sneep, geboren ca. 1595, overleden te 's-Gravendeel vr 14 okt. 1625 (Gens Nostra 1991, p. 401)

- 21 april 1622: Jan Adriaensz. Sneep, oud-schepen van 's-Gravendeel, verkoopt voor 400 gl. aan Hendrick Reijnen een huis  aan de Lange Kerkstraat. (RA 's-Gravendeeel)

- 1638: 200e penning 's-Gravendeel: Henrick Reijnen aangeslagen voor een vermogen van 1000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 125)

- 5 mei 1653: Hendrick Reijnen van der Linden, als vader en voogd van Bastiaen Hendriksz. van der Linden, verwekt bij Neeltge Jansdr. Sneep en de overige erfgenamen van Eldert Jansz. Sneep transporteren aan Maritgen Jansdr. [Verstoup, weduwe van Eldert Jansz. Sneep] de helft van een huis, schuur, berging en erf, staande en gelegen in het dorp Strijen. (ORA Strijen)

- 26 mei 1666: Hendrik Reijnen van der Linden, zoon van wijlen Reijn Arensz. van der Linden, verkoopt land in de Strijense Polder aan Dirk Dirksz. Quartel. (RA 's-Gravendeel)

- 1667: 200e penning 's-Gravendeel: Hendrick Reijne aangeslagen voor een vermogen van 4000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3980, f. 2v)

- 6 juni 1668: de kinderen en erfgenamen van wijlen Hendrik Reijnen van der Linden, t.w. Bastiaen Hendriksz. van der Linden, Reijn Hendriksz. van der Linden, Teuntje Hendriksdr. van der Linden, getrouwd met Arie Willemsz. Verduijn, Elijsabeth Hendriksdr. van der Linden, getrouwd met Arie Benjamins en Bastiaantje Hendriksdr. van der Linden, getrouwd met Jan Melsz. Aertoom, verkopen land met een huis. (RA 's-Gravendeel inv. 4)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Bastiaen

b. Reijn (= kwartier 1324)

c. Teuntje

d. Elijsabeth

e. Bastiaentje (= kwartier 1287)

2584. Jan Pietersz. Meijdam, overleden vr 25 jan. 1653, trouwde vr ca. 1632

2585. Neeltje Ariensdr., overleden vr 1647

- 11 dec. 1625: Ghijs Cornelisz. schipper verkoopt aan Jan Pietersz. Meijdam een huis in de Lange Kerkstraat, belend zuidoost Hendrik Reijnen van der Linden en west de weduwe van Leendert Jansz. (ORA 's-Gravendeel inv. 2)

- 25 jan. 1653: Hendrik Jansz. Meijdam is een nagelaten weeskind van Jan Pietersz. Meijdam en Neeltje Ariensdr., beiden overleden. Zijn voogden zijn Teunis Ariensz. en Pieter Jansz. Verkerck. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

- 25 jan. 1653: Hendrik Jansz. Meijdam, 21 jaar oud, verzoekt uit de voogdij ontslagen te worden. Accoord door schout en schepenen. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

2600. Gerridt Geloffsz. (de Baet), trouwde vr 5 mei 1630

2601. Machtelt Hendricksdr., overleden na 1652

- 5 mei 1630: vermeld wordt Gerridt Geloffs, getrouwd met Machtelt Hendricks. (ORA 's-Gravendeel inv. 40)

- 14 mei 1635: rechtdag tegen de vrouw van Gerit Geloffs de Baet door Arie Jansz. Sneep. (ORA 's-Gravendeel)

- 2 juni 1647: de weduwe van Huijg Jorisz. [Mookhoek] is koper of borg op een veiling ten behoeve van Machtel Hendriksdr. de Baet. (ORA 's-Gravendeel inv. 32)

2624. Arien Ariensz. Stam, geboren naar schatting ca. 1610, overleden vr 12 aug. 1642, trouwde naar schatting ca. 1635

2625. Sijtgen Pietersdr. (Stamme), overleden na 27 jan. 1654, trouwde 2e Bastiaen Cleijsse

(Ons Voorgeslacht 2000, p. 72)

- 12 aug. 1642: akte van uitkoop tussen Arijen Bastiaensz. Vogelaer, als bestevader van de nagelaten minderjarige kinderen van wijlen Arijen Arensz. Stam, t.w. Tonnis Ariensz. Stam, 4 jaar oud en Jaeptgen Ariensdr. Stam, 2 jaar oud, enerzijds en Sijtgen Pietersdr., weduwe van Arijen Arensz. Stam, geassisteerd met Arijen Jansz. Sneep, anderzijds. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 1)

- 8 mei 1653: Jaapje Ariensdr. Stam passeert testament. Zij benoemt haar moeder, Sijgje Pietersdr., tot erfgenaam, die moet betalen aan Teunis Ariensz. Stam. Zij benoemt tot voogd Bastijaen Cleijsse. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 1)

- 27 jan. 1654: Bastiaen Cleijsse, man en voogd van Sijgje Stamme, verkoopt land aan Cors Cornelis Corsse. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

- 12 jan. 1696: de twee zoons van Sijtje Pietersdr. Stamme betalen aan de diaconie het overschot van het geld, dat hun oom aan hun moeder had gelegateerd, nl. 90 gl. 9 st. (Archief NH gemeente 's-Gravendeel)

2648. Hendrick Reijnen van der Linden (= kwartier 2574)

2649. Neeltje Bastiaensdr. (Gens Nostra 1991, p. 401)

2650. Coenraad (Koen) Pietersz., geboren naar schatting ca. 1580, jong gezel van West-Barendrecht (1610), vestigde zich ca. 1613 te 's-Gravendeel, landbouwer te 's-Gravendeel, schepen aldaar 1614- 1631, overleden 's-Gravendeel tussen 1631 en 18 mei 1634, trouwde NG Barendrecht 27 mei 1610

2651. Weijntge Arijensdr. (Hordijck), geboren naar schatting ca. 1580, jonge dochter van West-Barendrecht (1610), overleden te 's-Gravendeel tussen 21 sept.1651 en 12 mei 1656

- 1626: 1000e penning van 's-Gravendeel: Coen Pietersz. aangeslagen voor een vermogen van 3000 gl. (Vriendelijke mededeling van de heer K.J. Slijkerman te Waarde)

- 18 mei 1634: de weduwe van Coen Pietersz. procedeert voor het gerecht te 's-Gravendeel tegen Bastiaen Henricxsz. Speckmes. (Vriendelijke mededeling van de heer K.J. Slijkerman te Waarde)

- 1636: Weyntgen Arensdr., weduwe van Coen Pietersz., geassisteerd met haar gekoren voogd in deze Laeu Cornelisz., van Barendrecht, komt met Pouwels Pietersz., mede van Barendrecht, als oom en bloedvoogd van vaderszijde over haar vier mondige en vijf onmondige kinderen, bij haar verwekt door Coen Pietersz., tot uitkoop, nadat er voor schepenen van 's-Gravendeel een akte van uitkoop en vertichting is opgemaakt. De mondige kinderen zijn Pieter, 26 jaar oud, Grietge, 23 jaar, Lijsabet, 21 jaar en Arije, 19 jaar. De onmondige kinderen zijn Neeltgen, 17 jaar, Lenaert, 15 jaar, Maerten, 12 jaar, ouwe Maertgen, ca. 11 jaar en jonge Maertgen, 7 jaar. Overeengekomen wordt, dat Weyntgen de laatstgenoemde kinderen tot hun 18e jaar zal opvoeden en alimenteren en vervolgens elk een bedrag van 50 gl. als hun vaderlijk erfdeel zal uitkeren. Weyntgen blijft in de boedel zitten, die bestaat uit een huis, inboedel, wagens, ploegen, eggen "ende al wat tot de bouneringe dienende is", alsmede paarden, koeien, schapen etc. (Vriendelijke mededeling van de heer K.J. Slijkerman te Waarde)

- 1638: 200e penning van 's-Gravendeel: de weduwe van Coen Pieters met haar kinderen aangeslagen voor een vermogen van 3000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 125)

- 21 sept. 1651: Weyntie Arensdr., weduwe van Coen Pietersz., verzoekt schout en schepenen van 's-Gravendeel maatregelen te nemen voor haar kleindochtertje Jannege Mels, voor wie in het testament van haar inmiddels overleden vader Mels Jansz. met haar moeder Lijsbet Coene niet voldoende maatregelen waren genomen om haar verzorging garant te stellen, omdat het weeskind zodanig "geschapen is, dat t selve sijn leve dage sijn cost niet sal connen winnen." Mede compareerden de naaste en wettelijke bloedvrienden van het kind, Jan Pietersz. Vries en Ary Andriesz. Aerdoom, schepenen van 's-Gravendeel, om het verzoek kracht bij te zetten. (Vriendelijke mededeling van de heer K.J. Slijkerman te Waarde)

- 12 mei 1656: Pieter, Arye en Maerten Coenen, Pieter Jansz. Verkerck, getrouwd met Grietge Coene, Jan Arensz. Verdonck, getrouwd met Lijsbet Coene en Bastyaen Hendriksz. van der Linde, getrouwd met Neeltge Coene, samen met hun andere zusters en broeder [sic; moet zijn: broeder, nl. Lenaert], transporteren aan de in 's-Gravendeel wonende Aryen Maertensz. een huis, berging en schuur, met erf en boomgaard op 3 morgen en enige roeden land in Nieuw-Bonaventura annex het dorp 's-Gravendeel, getaxeerd op 2000 gl. Op dezelfde dag wordt voor de koper een schuldbrief opgemaakt van 2400 gl. ten behoeve van de kinderen en erfgenamen van Weyntien Aryensdr., weduwe van Coen Pietersz. Borgen voor koper: Ary Jansz. Sneep en Bastyaen Hendriksz. van der Linde, schepenen te 's-Gravendeel. (Vriendelijke mededeling van de heer K.J. Slijkerman te Waarde)

22 juni 1658: Pieter Jansz. Verkerck, mede namens Ary en Pieter Coenen en Bastyaen Hendricksz. van der Linde en Jan Sibbensz., mede namens hun absente zusters en broeders, verkopen voor 1764 gl. aan Jan Arensz. Verdonck 2 morgen en 61 roeden land in de Mijlpolder op  grond van Leerambacht. Verdonck was met dit land voor 1/9 part gerechtigd in de erfenis van zijn vrouws moeder [Weijntien Ariensdr.]. (Vriendelijke mededeling van de heer K.J. Slijkerman te Waarde)

2652. Hendrik Jansz. in't Velt, geboren ca. 1584, heemraad van IJsselmonde (1624-1644), overleden 8 febr. 1662 (begraven in de kerk van IJsselmonde), trouwde Grietje Lenertsdr. (Ons Voorgeslacht 1959, p. 64-65)

- 1626: 1000e penning Oost- en West-IJsselmonde: Henrick Jansz. in't Velt aangeslagen voor een vermogen van 15.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 180v)

- 1663: Maeijken en Lijntgen Hendriksdr. in't Velt geven opdracht om landerijen van hun vader wijlen Hendrik Jansz. in't Velt te verkopen (NA IJsselmonde, inv. 4987, f. 73)

2656. IJsbrant Cornelisz., geboren ca. 1599, bouwman, schuitvoerder, schepen, stadhouder te Wijngaarden (1656), overleden ten gevolge van een ongeval op 28 of 29 juni 1666, trouwde naar schatting ca. 1625

2657. Lijngen Maertensdr., geboren naar schatting ca. 1600, overleden na 1666

- 6 mei 1656: compareren te Sliedrecht Dirck Teunisz., weduwnaar van Meijnsie IJsbrantsdr., als vader van hun twee onmondige kinderen, enerzijds en IJsbrant Cornelisz., "stadthouder" te Wijngaarden, als grootvader en voogd van die kinderen, anderzijds. Zij zijn tot een overeenkomst gekomen betreffende de verdeling van de goederen die Dirck Teunisz. en zijn kinderen in gemeenschappelijk bezit hebben gehad. De grootvader zal het jongste kind opvoeden en onderhouden en daarvoor een bedrag van 0 gl. krijgen, die hij het kind zal uitbetalen, als het mondig wordt, zonder daarvan interest te hoeven betalen. Dirck Teunisz. zal het oudste kind opvoeden en onderhouden en, als het mondig wordt of gaat trouwen, een gelijk bedrag van 50 gl. uitkeren. (ORA Sliedrecht, inv.  1076, f. 108)

Kinderen:

a. Meijnsie IJsbrantsdr., trouwde Dirck Teunisz.

b. Cornelis IJsbrantsz.

c. Aechje IJsbrantsdr.

d. Maerten IJsbrantsz.

e. Jan IJsbrantsz., gedoopt NG Papendrecht 3 juni 1635 (getuigen: Pieter Geeritsz. Cranendonck, Gouvert Meertensz., Lijntgen Woutersdr.)

(Ons Voorgeslacht 2004, p. 198)

2658. Foppe Ewoutsz., geboren naar schatting ca. 1595, jongman van Alblas (1619), overleden in of na 1645, trouwde 2e NG Oud-Alblas 22 febr. 1632 Neeltken Jansdr., jonge dochter van Alblas (1632), 1e NG Oud-Alblas okt. 1619

2659. Marike Mertensdr., jonge dochter van Alblas (1619), overleden ca. 1630

2660. Willem Aertsz. Boer, geboren te Wijngaarden naar schatting ca. 1620, met zijn vrouw lidmaat van de NG gemeente te Sliedrecht (15 okt. 1679), overleden na 28 mei 1697, trouwde NG Molenaarsgraaf 3 febr. 1647

2661. Neeltje Lauwerens, geboren te Gijbeland naar schatting ca. 1625

- 9 jan. 1666 (haarstedengeld Sliedrecht): Willem Aertsz. heeft 1 haardstede en 1 oven, betaalt 2 ponden.

- 28 mei 1697: Willem Aertsz., wonende te Sliedrecht, transporteert aan Snoeij Ariensz. Smoor, wonende te Molenaarsgraaf, 4 morgen 450 roeden land (het gaat hier om land in weer 60 uit de erfenis van Laurus Gerritsz. Brand).

(Ons Voorgeslacht 2004, p. 59-60)

2662. Pieter Arijensz., jongman van Wijngaarden (1648), overleden tussen 21 mei 1650 en 31 dec. 1655, trouwde NG Oud-Alblas/Wijngaarden 20 dec. 1648

2663. Neeltje Goverts (Hardam), gedoopt NG Oud-Alblas 2 juli 1617, overleden vr 8 okt. 1692

- 8 okt. 1692: compareren voor notaris J. van Naeltwijck Govert Pietersz., viskoper en burger van Dordrecht, die verklaart, "dat hij ... ten afsterven van Neeltje Goverts sijn moeder zaliger die weduwe was van Pieter Arijens sijne ... vader zaliger, op Slijdrecht overleden, hadde gerepudieert den boedel ende naerlatenschap van de voorsz. sijne moeder zaliger sonder hem met de selve ofte eenige laste dienaengaende te willen bemoeijen ende dat Cornelis Willemsz. als is houwelijck hebbende sijn ... suster Grietje Pieters wonende op Slijdregt vervolgens de voorsz. naerlatenschap voort geheel heeft geadieertende opdat daervan ten allen tijde ten genoegen soude konnen blijcken soo verclaerde hij comparant den boedel ende naerlatenschap van de voorsz. sijne moeder zaliger alsnog te repudiren bij dese." Compareert mede Cornelis Willemsz., die verklaart in voornoemde hoedanigheid de nalatenschap van Neeltje Govertsdr., zijn schoonmoeder alsnog in zijn geheel te aanvaarden. Comparanten tekenen met een merk. (ONA Dordrecht inv. 417, geen folionrs.)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Govert Pietersz., geboren ca. 1648, jongman van Sliedrecht en daar wonende (1678), schippersgezel (1678), viskoper te Dordrecht (1692), trouwde NG Dordrecht/Sliedrecht 24 april/8 mei 1678 (procl. te Sliedrecht) Janneken Arijens (Arnaults), jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Groothoofd ald. (1678)

- 6 aug. 1686: vermeld wordt Govert Pietersz., 38 jaar oud, riviervisverkoper te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 547, geen folionrs.)

b. Arijen Pietersz.

c. Grietje Pietersdr.

(J. Heijns, Sliedrecht, gezinnnen 1600-1700)

2664. Pouwels Teunisz. Croos, geboren ca. 1613, schipper te Sliedrecht (vermeld 1673), trouwde naar schatting ca. 1640 

2665. Pleuntje Arijensdr.

- 1672: Pouwels Teunisz. Croos en zijn vrouw Pleuntje Arijensdr. vermeld als inwoners van Sliedrecht. (Ons Voorgeslacht 1986, p. 222)

- 30 sept. 1673: ten overstaan van notaris J. van Naeltwijck te Dordrecht leggen Pouwels Teunisz. Croos, ongeveer 60 jaar oud, en Hendrick Pietersz. Vugt, ongeveer 45 jaar oud, schippers wonende te Sliedrecht, op verzoek van Jan Maxsz., mede wonende aldaar, een verklaring af. Zij getuigen, dat zij in het begin van 1659 geruchten gehoord hebben, "dat Jacomijntje Andries dogter van Andries Jansz. van der Sluijs, alsdoen schoolmeester vande voors. dorpe, op verscheijdene plaetsen ende specialijk inde kercke op Slijdrecht voornt. vleijselijkck hadde geconverseert ... met eene Maerten Wierse". De attestanten hebben in de zomer van 1659, 's morgens gereed liggende om met hun schuit naar Dordrecht te varen, in hun schuit ontvangen Jacomijntje Andries en haar moeder Geertje Sijmons, die vroegen of zij mee mochten varen naar Dordrecht. Onderweg hebben zij met Jacomijntje gesproken over de geruchten, die over haar de ronde deden, en gevraagd of het waar was, "dat den gemelde Maerten Wierse haer bekent hadde", waarop haar moeder antwoordde, dat dat zo was, dat ze haar dochter daarom weg ging brengen en dat ze hoopte dat Jacomijntje niet zwanger was. "Seggende vervolgens onder andere de voors. Geertje Sijmons, dat hare voors. dogter op sekere tijd met den voors. Maerten Wierse hadde geweest in't portael vande kercke op Slijdregt ... ende aldaer naer dat sij de buijtendeur van tselve portael hadde toegesloten overijnde staende vleeselijk met haer hadde geconverseert". Toen de attestanten vroegen, hoe een zo grote persoon als Maerten Wierse "haer op soodanige maniere konde bekennen", zei Geertje, dat Maerten haar op een blok had gezet, zodat zij wat hoger stond, en dat, terwijl zij samen bezig waren, Jacomijntje haar broer hoorde voorbijkomen met de hond, die bellen droeg, maar dat zij niet had durven roepen, "daerbij voegende nog onder andere redenen die sij getuijgen seijden te sijn ontamelijk om te verhalen". Geertje heeft voorts haar dochter gevraagd of dat alles niet waar was, waarop de dochter zei "Ja moeder". De getuigen verklaren tevens, dat Jacomijntje na de oversteek naar Dordrecht ongeveer 2 of 3 jaar uit Sliedrecht is weggebleven, en dat Maerten kort daarop ook is vertrokken en nooit meer is teruggekeerd. (ONA Dordrecht inv. 413, geen folionrs.)

2665. Pleuntje Arijensdr.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jacob Pouwelsz. Croos, geboren naar schatting ca. 1645, trouwde Neeltje Jans, geboren ca. 1646 (ONA Dordrecht inv. 413, akte dd 30 sept. 1673)

b. Arijen Pouwelsz. Croos (= 1332)

2672. Hendrik Claesz. Labee, gedoopt NG Boven-Hardinxveld 27 nov. 1644, jongman van Giessendam (1665),dienaar van justitie en gerechtsbode van Goudriaan, overleden na 1703, trouwde 2e NG Goudriaan (ondertrouw te Lopik) 8 dec. 1697 Barber Dirksdr. Verbree, gedoopt NG Lopik 9 aug. 1674, dochter van Dirks Arentsz. Verbree, 1e NG Goudriaan 16 aug. 1665

2673. Teuntje Ariensdr. (Buijt), gedoopt NG Ottoland 14 mrt. 1632, overleden vr 30 nov. 1697

(Kwartierstatenboek Alblasserwaard, p.146; Kwartierstaat Zuiderent-Van Wijgerden [internet])

2674. Cornelis Jansz. Hoogendijk alias Boosen, jongman van Streefkerk (1656), trouwde 1e NG Streefkerk (ondertrouw) 7 juli 1656 Ariaantje Pietersdr., 2e NG Streefkerk 1 dec. 1663 (ondertrouw)

2675. Marichje Cornelisdr. (Snoeij), jonge dochter van Peursum (1663)

(Kwartierstatenboek Alblasserwaard, p. 146)

2676. Peter Aertsz. Verkerck, jongman van Tienhoven, overleden vr 1665, trouwde 1e NG Hoornaar 29 nov. 1626 Neeltgen Pietersdr., 2e

2677. Maeijcken Adriaensdr., overleden na 1681

(Prometheus XV, p. 159)

2678. Willem Ariensz. van der Veen, jongman van Nieuwpoort (1661), overleden Ammerstol 1676, trouwde NG Nieuwpoort 16 jan. 1661 (ondertrouw)

2679. Aaltje Fransdr., jonge dochter van Klein-Ammers (1661)

(Kwartierstatenboek Alblasserwaard, p. 146)

2680. Willem Hermensz. Verweert, geboren te Schoonhoven ca. 1607, trouwde

2681. Trijntje Tonisdr., gedoopt NG Schoonhoven 9 dec. 1607

2682. Claes Jansz. Stout, schepen te Langerak, overleden na 1 dec. 1672, trouwde

2683. Neeltje Willems van Abeel, geboren Langerak ca. 1611, overleden vr 23 juni 1657

2684. Claes Jacobs (Covel), jongman wonende te Goudriaan (1637), overleden vr 25 april 1662, trouwde NG Goudriaan 7 dec. 1637 (ondertrouw)

2685. Lijntje Dircxdr., jonge dochter wonende te Goudriaan (1637), overleden na 19 juni 1667

- 25 april 1662: Jan Woutersz. Covel, als voogd van het nagelaten weeskind van Claes Jacobsz. Covel en Lijntgen Dircxdr., weduwe van Claes Jacobsz. Covel, nemen 125 gl. op hypotheek van de diaconie van Goudriaan met als onderpand elf en een halve morgen land aan de noordzijde van Goudriaan in een weer van negen een halve morgen, grenzend aan de landscheiding van Langerak. (Ons Voorgeslacht 2001, p. 493-494)

- 25 juli 1665: Lijntje Dircxdr., weduwe van Claes Jacobsz. Covel, geassisteerd met Cornelis Pietersz. Broer, schepen van Goudriaan en Jan Woutersz. Covel, als voogd van Jacob Claesz., nagelaten weeskind van voornoemde Claes Jacobsz., verkopen voor 250 gl. aan Jannichje Cornelis, weduwe van Jan Jansz. Covel de Jonge, een stuk land aan de noordzijde van Goudriaan. Lijntje verklaart op 19 juni 1667 dit bedrag ontvangen te hebben. (OnsVoorgeslacht 2001, p. 494)

2686. Teunis Cornelisz. (Hippel), jongman van Goudriaan (1638), trouwde NG Goudriaan 2 okt. 1638 (ondertrouw)

2687. Ariaentgen Gielen, jonge dochter van Polsbroek (1638)

Kinderen (allen NG gedoopt te Goudriaan):

a. Leendert, 16 okt. 1639

b. Giel, 2 juni 1641

c. Pleuntje, 18 april 1650

2688. Leendert Aertsz., geboren ca. 1619, landgebruiker te Kleine Lindt, overleden vr 17 mrt. 1653, trouwde vr 1646

2689. Stijntgen Cornelisdr., overleden tussen 7 april 1652 en 23 juli 1653

- 23 juli 1653: de ooms en bloedvoogden van de kinderen van Leendert Aertsz. en Stijntgen Cornelsdr. transporteren aan Jacob Aertsz. en Cornelis Aertsz. en huis en boomgaard in Kleine Lindt, ten westen en noorden belend door de Zeedijk van Zwijndrecht.

(Ons Voorgeslacht 2001, p. 252-253)

2690. Pleun Gielen (Michielsz.) Houck, geboren naar schatting ca. 1615, jong gezel van Klaaswaal (1636), overleden ca. 1680, trouwde NG Middelharnis 9 febr. 1636 (op attestatie van Klaaswaal en Nieuwe Tonge)

2691. Annetje Arense, weduwe wonende Nieuwe Tongsche grond (1636), trouwde 1e Jan Nieuwenhove

- 24 juli 1646: Michiel A. Houck staat borg voor Arijen Gijlen Houck en Pleun Gijelen Houck. (ORA Cromstrijen inv. 13)

- 8 mei 1679: Pleun Gielen Houck staat borg voor Cornelis Leendertsz. Klootwijk. (ORA Dordrecht inv. 17)

- 1683: de kinderen en erfgenamen van Pleun Michielsz. Houck transporteren aan Pieter Pleune Houck een huis in de eerste kavel van Nieuw-Cromstrijen bij de Oude Sluis, belend ten oosten Arijen van Sprangh, ten westen Maerten Ariens en ten noorden Dirk Geervliet. (Particulier Archief 4, nr. 782)

2702. Cleijs (Claeys) Cornelisz. Joppen alias Timmerman, geboren naar schatting ca. 1595, jong gezel van West-Barendrecht (1618), bewoonde een hofstede in Barendrecht tot ca. 1628, woonde sedertdien te Strijen, overleden tussen ca. 1656 en 29 apr. 1656, trouwde NG Barendrecht 7/28 jan. 1618

2703. Grietgen Meeusdr. Palsrock, geboren naar schatting ca. 1595, jonge dochter van Oost-Barendrecht (1618), overleden tussen 26 jan. 1666 en 21 mei 1671

- 1626: Cleijs Cornelis Joppen wordt in 1000e penning van Barendrecht aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl. De betreffende inschrijving is doorgehaald en vervangen door "nihil habet". (Ons Voorgeslacht 2005, p. 19)

- 20 okt. 1628: Cleijs Cornelisz., wonende in Barendrecht, is schuldig aan Aernt Mertensz., ambachtsheer van Oost-Barendrecht, een bedrag van 275 gl. wegens geleende penningen, met een interest van 6,25 % jaarlijks, daarvoor in handen stellende de actie, die hij, comparant, heeft op Leendert Theunisz., wonende in Barendrecht, volgens de obligatie daarvan zijnde dd 5 april 1647, waarvan nog resteert 340 gl. Hij tekent met een merk. (ONA Dordrecht inv. 31, f. 376)

- 29 april 1656: Grietie Meeuwis, weduwe van Cleijs Cornelis Joppe, ontvangt van haar zoon Cornelis Cleijs een bedrag van 150 gl. voor de reparatie van haar huis. (GA Strijen inv. 1)

- 21 mei 1671:  uitkoop tussen Meeuwis Cleysse, Jan Jansz. Ryerkerck, getrouwd met Maeycke Cleys, Pieter Gerritsz. Molenaer, gehuwd met Neeltie Cleys, Jacob Bastiaensz. Snel, getrouwd met Teuntgie Cleys en voorts voor Annitgie Cleys, weduwe van Govert Bastiaensz. Jonge Koningh, enerzijds en Jan Pietersz. Romeyn als vader en voogd van Claes Jansz. Romeyn, zijn minderjarige zoon bij Lijntgie Cleys, anderzijds, vanwege de erfenis van Griettie Meeuwis, in leven weduwe van Cleys Cornelisz. Joppe. (Weeskamer Strijen inv. 3)

(Ons Erfgoed 2006, p. 241 e.v.)

2704. Cornelis Pietersz. (Weda), woonde aan de Westdijk onder Mijnsheerenland (vermeld in 1644: GA Mijnsheerenland inv. 40), overleden ca. 1650, trouwde

2705. Commertie Dircx, overleden in of na 1674

- 1652: Commertie Dirks, weduwe van Cornelis Pietersz. Weeda, wordt bedeeld. Zij ontvangt 17 gl. (GA Mijnsheerenland inv. 74, f. 183)

- 18 febr. 1652: Commertie Dirks doopgetuige van Lijntje, dochter van Gerrit Pieters en Annetie Corsse (NG doopboek Westmaas), Gerrit Pieters, jongman van Cillaarshoek (1651), trouwde NG Westmaas 7 mei 1651 Annetie Corsse, jonge dochter van Westmaas (1651)

- 1674 (kohier familiegeld): Commertie Dircx, een weduwe, onvermogend, met 2 kinderen boven de 8 jaar, wonende aan de Westdijk. (GA Mijnsheerenland inv. 48)

Kinderen:

a. Lijntie Cornelisdr. Weeda, gedoopt NG Westmaas febr. 1649 (getuige: Magdaleentie Pieters), jonge dochter van Mijnheerenland (1674), trouwde NG Westmaas 10 nov. 1674 (ondertrouw [DTB Mijnsheerenland) Cornelis Crijnen Klootwijk, jongman van Heinenoord (1674)

b. Claes (= 1352)

2714. Arij Pietersz. van der Schoor  (Verschoor), trouwde

2715. Mettie NN

- 12/13 april 1661: Mettie, echtgenote van Arij Pietersz. Verschoor, staat op een verkoping met Neeltie Deckers, de vrouw van Willem den Timmerman, borg voor Heijltie Willems, dienstmeid bij Jan Pleunen. (GA Strijen inv. 41)

2716. Jan van Bodegom, overleden vr 1649, trouwde

2717. Neeltje Jacobs, trouwde 2e NG Hekelingen 8 (?) mei 1649 Cornelis Jansz. van Bleijenburch, jongman (1649)

(De Nederlandsche Leeuw 1968, p. 353-354)

2718. Cornelis Abrahamsz. Kegelaers, trouwde naar schatting ca. 1645

2719. Adriana van Dongen, geboren naar schatting ca. 1620

Kinderen (allen NG gedoopt te Breda):

a. Magdalena, geboren naar schatting ca. 1645

b. Sophia, 1651

c. en d. Abraham en Johannes, 1652

e. Crijntje, 1655

f. Wouter, 1657

g. Danil. 1659

h. Andries Martini, 1662

2720. Jan Jansz., trouwde vr 15 mei 1606

2721. Leentge Ariens, geboren naar schatting ca. 1580

(Zij laten tussen 1606 en 1620 5 kinderen dopen in de NG te Barendrecht.)

2724. Arie Pietersz. Stoocker, geboren ca. 1608, overleden tussen 7 mrt. 1671 en 29 sept. 1671, trouwde naar schatting ca. 1630

2725. Dirkje Willems, overleden tussen 3 april 1672 en 19 febr. 1678 (ORA 's-Gravendeel inv. 34)

- 4 mrt. 1654: Arien Pietersz. Stoocker koper of borg op een veiling van goederen, die zijn nagelaten door wijlen Jan Willemsz. Smoutte. (ORA 's-Gravendeel inv. 32)

- 21 aug. 1660: Arien Pietersz. Stoocker assisteert zijn schoonzuster Willemtie Willems, weduwe van Cornelis Pietersz. Decker, bij het passeren van een akte van uitkoop. Acoord met Harmen Tiddens, echtgenoot van Fijge Arens, halfzuster van Cornelis Pietersz. Decker, als voogd van diens weeskind Ariaantje Cornelisdr., 7 jaar oud. (ORA 's-Gravendeel inv.4)

- 24 jan. 1666: Arien Pietersz. Stoocker assisteert zijn dochter Geertie Arensdr., echtgenote van Cornelis Doense, met procuratie van haar man, bij verkoop van een huis in Bevershoek aan Teunis Arensz. Stam. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

- 9 aug. 1666: Arijen Pietersz. Stoocker vermeld als van broer van Neeltie Pietersdr., weduwe van Sander Pleunen. (ORA Cromstrijen inv. 32)

- 29 aug. 1666: Arijaen Pietersz. getuige van de bruidegom d.m.v. een missive bij het huwelijk van Joost Adrijaensz. Stoocker met Sentie Arijaensdr. Woister (ondertrouw NG Westmaas 1 aug. 1666, getrouwd 's-Gravendeel 29 aug. 1666)

- 8 mei 1669: Arijen Pietersz. Stoocker, als grootvader van moederszijde van Arijaentie en Arij Jansz., nagelaten weeskinderen van Johannis van Moerkercken zaliger, belooft zijn kleinzoon Arij Jansz. te zullen onderhouden. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 10)

- 7 mrt. 1671: Arien Pietersz. Stoocker, ziek en zijn echtgenote Dirckje Willemsdr., wonende te 's-Gravendeel, benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. Al hun kinderen zijn mondig. Dochter Geertie Arensdr. zaliger heeft een kind nagelaten. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 1)

- 29 sept. 1671: teiling t.b.v. Dirkje Willemsdr., weduwe van Arien Pietersz. Stoocker. (ORA 's-Gravendeel inv. 34)

- 3 april 1672: Dirkje Willemsdr., weduwe van Arien Pietersz. Stoocker, houdt besteding erfhuisceel, geassisteerd door haar zoons Pieter en Arien Arensz. Stoocker. (ORA 's-Gravendeel inv. 34)

- 30 mei 1676: Willem Vroman is koper op een veiling van huisraad van Dirkje Willemsdr., weduwe van Arien Pietersz. Stoocker. (ORA 's-Gravendeel inv. 47)

2732. Frederick Andrijesz., wever te 's-Gravendeel, overleden tussen 7 april 1654 en 10 sept. 1668 (ORA 's-Gravendeel inv. 34), trouwde naar schatting ca. 1645

2733. Cleijssie Pietersdr., overleden ca. 1655

- 7 april 1657: Frederick Andrijesz. wever, weduwnaar van Cleijssie Pietersdr, passeert akte van uitkoop. Hun kinderen zijn: Andries, 10 jaar oud, Pieter, 8 jaar oud, Lijntje, 6 jaar oud en Griettie Fredericks, 3 jaar oud. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 1)

- 13 nov. 1668: het huis van wijlen Frederick Andriesz., staande in de Lange Kerkstraat tussen het huis van de predikant en dat van Arien Andriesz. Timmerman, wordt verkocht door de voogden over zijn minderjarige kinderen en zijn meerderjarige zoon Andries Frederiksz. aan Dirk Pietersz. Naeus. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

2734. David Verhage, geboren naar schatting ca. 1620, arbeider te 's-Gravendeel, overleden in of na 1680, trouwde NN

- 10 april 1670: David Verhagen koopt van Cornelis Willemsz. Romeijn, die procuratie heeft van zijn moeder Neeltje Jacobs, weduwe van Willem Cornelisz. Romeijn, een huis achter de Rijkestraat, staande tussen het huis van Jan Machielsz. en dat van Hendrik Gerritsz. de Baet. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

- 1680: David Verhage arbeider woont achter de Rijkestraat te 's-Gravendeel.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Dingena Davidsdr. Verhagen

b. Gerrit Davidsz. Verhagen

- 18 mei 1700: Dingena Davidsdr. Verhagen bewoont met Gerrit Davidsz. een huis aan de noordzijde van de Rijkestraat. (ORA 's-Gravendeel)

c. Emmerentia Davidsdr. Verhagen, trouwde Jacob Claesz. Vlasblom

- 20 aug. 1688: Gerrit Davidsz. Verhagen wordt in haar testament van zijn zuster Emmerentia Davidsdr. en haar man Jacob Claesz. Vlasblom tot medevoogd benoemd. (ONA 's-Gravendeel)

d. Pieter Davidsz. Verhagen

2736. Tonis Arijensz. (van der Giessen), overleden ca. 1655, trouwde naar schatting ca. 1635

2737. Lijntje Aelberde, geboren ca. 1611, overleden ca. 1680

- 8 juni 1647: Teunis Arensz. en Eeuwout Arensz., wonende in Mookhoek, stellen zich borg voor Teunis Jansz. Meijdam e.a. (ORA 's-Gravendeel inv. 3)

- 6 jan. 1628: Machteld Corsdr., weduwe van Aelbregt Aerts, geassisteerd met Jan Aertsz. als haar gekoren voogd, enerzijds en Arien Cornelisz., als man van Machteld Aelbrechtsdr., Lijntje Aelbrechtsdr., 17 jaar oud en Tannetje Aelbrechtsdr., 16 jaar oud, geassisteerd met hun oom en voogd Willem Aertsz., anderzijds, passeren een akte van uitkoop. (Weeskamer Strijen inv. 1)

- 1648: Tonis Arijensz., wonende in Mookhoek, heeft een huis met 2 haardsteden. (GA Strijen inv. 90)

- 19 febr. 1650: Eeuwout Arensz. en Teunis Arensz. kopen land in Mookhoek onder de jurisdictie van Strijen van Dirk Dirksz. van der Linden. (ORA 's-Gravendeel inv. 3)

- 25 jan. 1653: Teunis Arensz. en Pieter Jansz. Verkerck zijn voogden over Hendrik Jansz. Meijdam, weeskind van wijlen Jan Pietersz. Meijdam en wijlen Neeltje Arens. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

- 15 mei 1657: Aelbert Teunisz. van der Giessen, nagelaten weeskind van Tonis Arijensz. van der Giessen en Lijntje Aelberde, compareert ter secretarie van Strijen als erfgenaam van zijn grootouders Aelbert Aertsz. en Machtelt Corsse. (Weeskamer Strijen inv. 2)

- 3 febr. 1660:  aangezien Teunis Arensz. is overleden zonder bij testament voogden aan te stellen over zijn kinderen, m.n. Aelbert, Arijen, Pieter, Jacob, Huijgh, Macheltie en Pieter Teunisz., allen verwekt bij Lijntgie Aelbrechtdr., hebben schout en gerecht van Strijen tot voogd over de minderjarige kinderen aangesteld Eeuwout Ariensz., broer van Teunis Ariensz. (Weeskamer Strijen inv. 2, f. 177v)

- 3 febr. 1660: boedelscheiding tussen Lijntgie Aelbrechtsdr.,weduwe van Teunis Arensz. en Eeuwout Arensz., als oom en voogd van de kinderen van Teunis Ariensz., verwekt bij Lijngtie Aelbrechtsdr. De weduwe behoudt de hele boedel en belooft haar kinderen te zullen onderhouden en op te voeden. (Weeskamer Strijen inv. 2, f. 177v e.v.)

- 9 juni 1669: Lijntje Aelberde, weduwe van Teunis Ariensz. van der Giessen, krijgt land uit de nalatenschap van Eeuwout Ariensz. van der Giessen en Leentje Florisse, beiden zaliger. Het land ligt in Mookhoek. (ORA 's-Gravendeel inv. 109)

- 18 mei 1677: Lijntje Aelberde, weduwe wonende in Nieuw-Bonaventura, draagt met 5 gl. bij in de kosten van de reparatie van de kerk in Strijen.

- 1679: de weduwe van Tones Arijens in Nieuw-Bonaventura betaalt in de verponding 1 gl. (in 1680 betaald door Jacob Tones). (GA Strijen inv. 7)

- 20 okt. 1680: land, dat is nagelaten door Maria Dichters, wordt ten zuiden belend door land, dat wordt gepacht door de kinderen van Lijntje Aelberde. (ORA 's-Gravendeel inv. 80)

(Zie De Nederlandsche Leeuw 1958, kolom 437)

2738. Cornelis Geerlofsz. (Gelven, Gelbe, Schelven) van Roon, geboren naar schatting ca. 1610, jongman van Rhoon wonende te Sint-Anthoniepolder (1633), korenmolenaar, eigenaar van de molen "de Lelie" in Puttershoek, huistimmerman, schepen van Puttershoek (1673-1674), diaken ald. (1662), overleden te Puttershoek in 1674 (na 22 augustus), trouwde NG Sint-Anthoniepolder 2 april 1633 (ondertrouw, 1e proclamatie op 3 april, getrouwd in Sint-Anthoniepolder)

2739. Bastijaentge Sijmonsdr. (van Charlois alias Smit), geboren naar schatting ca. 1610, jonge dochter van Sint-Anthoniepolder wonende ald. (1633), overleden na 22 mei 1683

- 27 mrt. 1643: Cornelis Geerlofsz. met zijn vrouw lidmaten van de NG gemeente te Puttershoek. (Archief NH gemeente Puttershoek)

- 21 april 1653: Cornelis Geerlofsz. vermeld als molenaar te Puttershoek. (Weeskamer 's-Gravendeel IXa)

- 1667: Cornelis Gelfuen molenaar in de 200e penning van Puttershoek aangeslagen voor een vermogen van 1000 gl. (Stadsarchief Dordrecht inv. 3980, f. 17)

- 13 mei 1674: voor notaris J. Hellu te Dordrecht testeren Cornelis Geerloffsz. van Roon, huistimmerman en zijn vrouw Bastiaentge Sijmonsdr., wonende te Puttershoek. Zij benoemen tot erfgenaam en voogd de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen bij mondigheid of huwelijk een bedrag van 100 gl. uit te keren. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 335, geen folionrs.)

- 3 jan. 1673: Gijsbert Simonsz. Smit transporteert een huis aan Cornelis Geerloffsz. van Rhoon, timmerman te Puttershoek. (ORA Sint-Anthoniepolder inv. 1)

- 22 aug. 1674: Cees Gelve molenaar koper op een veiling van hout van Arien Cornelisz. Rijkhoek zaliger. (ORA 's-Gravendeel inv. 34)

- jan. 1675: ontvangen voor het doodkleed van Cornelis Gelve 18 stuivers., begraven in de kerk van Puttershoek. (Archief NH gemeente Puttershoek inv. B3)

- 22 mei 1683: comp. voor de Dordtse notaris J. Hellu Bastiaentie Sijmonsdr., weduwe van Cornelis Geerlofsz. van Roon, wonende te Puttershoek. Zij bevestigt het testament, dat zij met haar man heeft gepasseerd voor dezelfde notaris op 13 mei 1674 en benoemt tot erfgenamen haar kinderen, bij haar verwekt door Cornelis Geerlofsz. van Roon, haar overleden man. Zij wenst, dat haar jongste zoon, Pieter Cornelisz. van Roon, de windkorenmolen, staande op het dorp Puttershoek, die hij van haar in huur heeft, na haar overlijden in eigendom zal aanvaarden, evenwel op voorwaarde, dat hij in haar boedel zal inbrengen een somma van 2500 gl., waarvan 800 gl. contant, en dat binnen drie maanden na haar overlijden. Het resterende bedrag moet hij dan betalen in jaarlijkse termijnen van 200 gl., waarvan hij geen interest zal hoeven te betalen, als hij op tijd betaalt, maar anders met 4 % interest per jaar. Tot voogden benoemt de testatrice haar zoon Geerloff Cornelisz. van Roon, wonende te Puttershoek, en haar schoonzoon Pieter Teunisz. van der Giessen, die in Mookhoek woont, onder de jurisdictie van Strijen. Zij tekent met haar naam. (ONA Dordrecht inv. 347)

Kinderen:

a. Ingetien, gedoopt NG Maasdam 5 mrt. 1634

b. Pieter, gedoopt NG Maasdam 13 jan. 1636

c. Lijsbeth, gedoopt NG Puttershoek 14 nov. 1638 (getuigen: Arie Cornelisse Meulenaer van 's-Gravendeel,  Dammis Ariensz., Aegie Pieters in de Polder, Wijvetie Pieters)

d. Sijmon, gedoopt NG Puttershoek 5 mei 1641 (getuigen: Jan Dirks, Maergie Cornelis, Josie Jans)

e. Maergie, gedoopt NG Puttershoek 23 nov. 1643 (getuigen: Grietie Gelven, Ariaentje Ariens)

f. Geerlof, gedoopt NG Puttershoek 11 nov. 1646

g. Wijveken, gedoopt NG Puttershoek 1 jan. 1651 (getuigen: Rochsie Sijmons, Dirk Huijgen, Truijchie Andries)

h. Pieter, gedoopt NG Puttershoek 29 aug. 1655 (getuige: Pleuntie Samuels)

2742. Engel Jansz., overleden tussen 9 mei 1652 en 3 sept. 1652, trouwde

2743. Leentge (Lijntje) Corsse (Mookhoek), overleden ca. 1680

- 27 april 1643: Leentge Corsse Mookhoek, vrouw van Engel Jans, is koper of borg op een veiling van huisraad van Leentge Gijssen, weduwe. (ORA 's-Gravendeel inv. 47)

- 15 febr. 1652: Engel Jans, wonende in Mookhoek, verkoopt aan Jan Hermensz. Meijer, een huis aan de Mookhoekse Schenkeldijk, ten westen belend door Pieter Pietersz. Meeldijck. Schuldbekentenis door Meijer aan Engel Jans dd 9 mei 1652. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

- 3 sept. 1652: Lijntje Corsse, weduwe van Engel Jans, is koper of borg op een veiling van goederen van Teunis Dirksz. Quartel en Jobje Teunisse, beiden overleden. (ORA 's-Gravendeel inv. 32)

- 14 nov. 1656: Lijntje Corsse, weduwe van Engel Jans, is koper of borg op een veiling ten behoeve van Jan Arensz. Sneep (ORA 's-Gravendeel inv. 33) 

- 8 nov. 1659: Lijntje Corsse, weduwe van Engel Jans, koopt van Arie Dirksz. Quartel een huis in de Langestraat te 's-Gravendeel, belend door Arie Jacobsz. Ruijter en de bermsloot. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

- 31 mei 1664: Lijntje Corsse, weduwe van Engel Jans, verkoopt aan Hendrik Arensz. van Es een huis in de Langestraat te 's-Gravendeel. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

- 30 jan. 1673: Lijntje Corsse, weduwe van Engel Jans, is koper of borg op een veiling ten behoeve van de kinderen en erfgenamen van wijlen Pieter Jansz. van Ham en Lijsbeth Pieters. (ORA 's-Gravendeel inv. 34)

- 12 mei 1678: op verzoek van Lijntje Engelen [sic], weduwe van Engel Jans, en Cornelis Ariensz. Mookhoek wordt door schout en schepenen een huisje in Bevershoek getaxeerd, welk huisje door Cornelis aan Lijntje is "verruild". (ORA 's-Gravendeel inv. 80)

- 10 jan. 1680: Lijntje Corsse betaalt quotisatie voor haar huis in Bevershoek: 4 st. (ORA 's-Gravendeel inv. 90)

- 6 mrt. 1680: Lijntje Corsse, weduwe, een arme vrouw, woont in Bevershoek.

- 17 juli 1681: veiling van een huis in Bevershoek, dat door Lijntje Engelen [sic], weduwe van Engel Jans is nagelaten, ten behoeve van haar crediteuren. De boedel is "geabandonneerd" door haar kinderen. (ORA 's-Gravendeel inv. 34)

2776. Peter Jansz. de Beijr, gedoopt NG Zwaluwe 21 jan. 1621, trouwde naar schatting ca. 1645

2777. Sijke Hendriks

Kinderen (allen NG gedoopt te Zwaluwe):

a. Hendrik, 24 mei 1649

b. Maijke, 17 dec. 1650

c. Maijke, 3 mrt. 1652

d. Gerrit, 17 jan. 1655

e. Catelijn, 12 aug. 1657

f. Jan Petersz. de Beer (doopgetuige te Zwaluwe op 7 april 1689)

2778. Willem Adriaensz. Huijben, bouwman onder Zwaluwe (vermeld 1684), overleden na 19 jan. 1689, trouwde 2e Lijsbeth NN, 1e

2779. Neeltie Jans

- 24 april 1684: Huijbert Adriaensz. Vrient, bouwman in de Loeckerspolder, is schuldig wegens overname van een hoeve aldaar. Borgen: Hendrick Cornelisz. Boer en Willem Adriaen Huijberden, bouwlieden onder Zwaluwe. (ORA Klundert inv. 103)

2780. Jacob Gerritsz. Boer alias van der Segen (van der Zegen), jong gezel van Lekkerkerk, wonende in Charlois (16370, hoogheemraad van Oud- en Nieuw-Reijerwaard (1649-1652) en waarsman van Oud-Reijerwaard (1650-1652), woonde in Charlois in 1637, in 1644 7000 gl. gegoed, bezat twee huizen in Ridderkerk met 6 haardsteden (waarvan 1 afgebroken), overleden ca. 1653, trouwde 1e NG Ridderkerk 1 nov. 1637 Anneken Ariensdr. Kranendonk, dochter van Adriaen Pauwelsz., dijkgraaf, 2e NG Ridderkerk 28 febr. 1644 (bescheid gegeven om in Rhoon te trouwen)

2781. Neeltje Woutersdr. (Oostdorp), geboren ca. 1620 in Rhoon, boerin in Oud-Reijerwaard, begraven Ridderkerk 22 april 1702, overlijden aangegeven bij de gaarder te Ridderkerk op 24 april 1702 (impost 3 gl.)

- 5 jan. 1658: verklaring door Neeltje Wouters, 38 jaar oud, weduwe van Jacob Gerritsz. van der Zegen, hoogheemraad van Ridderkerk, op verzoek van Meeus Cornelisz., zoon van Cornelis Meeusz. Legendijck. (ONA Ridderkerk inv. 14)

- 1667 (200e penning Ridderkerk): het weeskind van Jacob Geeritsz. van der Zegen aangeslagen voor een vermogen van 10.000 gl., de weduwe van Jacob Geeritsz. van der Zegen voor een vermogen van 1000 gl. en de nakinderen van Jacob Geeritsz. van der Zegen voor een vermogen van 2000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3980, f. 261r en 261v, nrs. 3,4 en 5)

- 3 juli 1671: comp. voor notaris G. Waltherij te Dordrecht Neeltie Woutersdr., weduwe van Jacob Gerritsz. van der Segen, wonende op Ridderkerk. Zij verklaart, dat Cornelis Anthonis Lodewijxsse, wonende op de Oostendam onder Hendrik-Ido-Ambacht, gewezen voogd van Arien Jacobsz. van der Zegen, met of na het afleggen van zijn rekening over de goederen van Arien Jacobsz. van der Zegen, zich borg gesteld heeft t.b.v. zijn pupil tot "versekertheijt" van zekere obligatie van 1000 gl., die haar man verleden heeft t.b.v. Arien Pouwelsz., in zijn leven dijkgraaf van de Riederwaard, van wie genoemde obligatie "gedevolveert" is op Arien Jacobsz. van der Zegen. Aangezien Cornelis Lodewijksz. beducht was, dat hij of zijn erfgenamen "namaels ter oirsake van de geseijde borgtogte souden konnen werden beschadigt", verklaart de comparante hem of zijn erfgenamen daarvan te allen tijde schadeloos te zullen houden. Haar zoon Mattheus Jacobsz. van der Zegen, wonende te Ridderkerk, verklaart dat hij zich hiervoor borg stelt en zijn moeder verklaart van haar kant, dat zij hem van deze borgtocht te allen tijde schadeloos zal houden. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 302, f. 136 e.v.)

- 1 juli 1680 (kohier huishoudelijk personeel Ridderkerk): Neeltie Wouters, weduwe van Jacob Gerritsz. van der Zeegen, "behelpe haer met haer 3 kinderen boven de 10 jaeren ende een knecht met de bouwerije", in de 200e penning aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl. (GA Ridderkerk inv. 73)

- 15 mrt. 1696: compareert voor notaris P. Muijs te Dordrecht Neeltgen Wouters, weduwe van Jacob Gerritsz. van der Zegen, wonende te Ridderkerk. Zij prelegateert aan haar dochter Steijntgen of bij vooroverlijden haar wettige kinderen een bedrag van 1000 gl. en aan haar zoon Wouter of bij vooroverlijden zijn wettige kinderen een bedrag van 400 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij haar kinderen Mattheeus, Steijntgen en Wouter Jacobsz. van der Zegen en tot voogden Jan Florusz. Tol en Arijen Arijensz. Besemer, haar goede bekenden, beiden wonende te Ridderkerk. Zij tekent met haar naam. (ONA Dordrecht inv. 327, geen folionrs.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Ridderkerk):

a. Mattheus, 25 febr. 1646 (getuige: Neeltjen Geerits)

b. Stijntjen, 16 febr. 1648 (getuige: Ariaentjen Geerits)

c. Wouter, 24 april 1650 (getuige: Lijntjen Pieters)

d. Jaepje, 20 april 1653 (getuigen: Willem Jacobsen Lems, Neeltjen Geerits, Ariaentjen Geerits)

2782. Gerard (Geerit) Pleunen de Hen, geboren naar schatting ca. 1630, vermoedelijk landbouwer, doet belijdenis in de NG gemeente te Ridderkerk op 12 april 1650 (Ons Voorgeslacht 1971, p. 55), overleden Ridderkerk 1677 (Prometheus XII, p. 273) trouwde NG Ridderkerk 30 mrt./28 april 1658

2783. IJken Ariensdr. (Kalis), gedoopt NG Ridderkerk 18 dec. 1633, boerin in Ridderkerk, overleden ald. 11 aug. 1712 (Ons Voorgeslacht 1976, p. 311)

- 1 juni 1680 (kohier huishoudelijk personeel Ridderkerk): "Gerrit Pleunen sijn weduwe geneert haer met de bouwerije tot onderhoudt van haer 4 kinderen boven en 1 benede de 8 jaeren; 4 kinderen boven de 10 jaeren; 1 kind boven de 4 en benede de 10 jaeren". In de 200e penning aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl. (GA Ridderkerk inv. 73)

Kinderen (allen NG gedoopt te Ridderkerk):

a. Lijntjen, 2 mrt. 1659 (getuige: Cornelia Pleunen de Hen)

b. Roockjen, 15 aug. 1660 (getuige: Ariaentjen Ariens)

c. Arien, 15 okt. 1662 (getuige: Leentjen Teuwen)

d. Pleuntje Gerritsdr. de Hen, 9 nov. 1664 (getuige: Josijntje Pleunen), trouwde Jan Pietersz. Panneboeter (ONA Dordrecht inv. 465, akte 85, dd 14 nov. 1710)

e. Pieter, 3 nov. 1666 (getuige: Anneken Ariensdr. Kalis)

f. Aerd, 26 juni 1672 (getuige: Ariaentje Pleunen)

2788. Jacob Wouter Jorisz. (Boogaert), woont Vrijhoeve (1623), van Capelle (1626), overleden vr 28 dec. 1669, trouwde 1e NG Capelle 28 dec. 1623 Maeijcken Cornelis Claesdr., 2e NG Sprang 15 febr. 1626

2789. Anna Bernaerts, weduwe van Cornelis Arissen, overleden na 28 dec. 1669

(Gens Nostra 2012, p. 380)

- 1636: Jacob Woutersz. Boogaert koopt een geseet in de Berkhaag onder Sprang (Gens Nostra 2012, p. 376)

- 1647: Jacob Woutersz. Boogaert bekent een schuld op onder verband van zijn geseet in de Berkhaag (ibid.)

- 28 dec. 1669: de weduwe en kinderen van Jacob Woutersz. lossen deze schuld af (ibid.)

2792. Adriaen Adriaen Peter Conincx alias Drimmelaer, testeert in 1660, overleden tussen 1660 en 1664, trouwde

2793. Dingena Jans

(Genealogisch Tijdschrift voor Midden- en West-Brabant en de Bommelerwaard 1985)

2800. Jan Jansz. Lucas, woonde in Lage Zwaluwe in 1665 (ORA Zwaluwe inv. 75, akte dd 27 mrt. 1665), schipper, overleden vr 27 mei 1679 , trouwde ca. 1654

2801. Tanneke Nelemans, trouwde 2e (vr 27 mei 1679) Mels Willemsz. de Graeff)

- 8 okt. 1666: Jan Jansz. Lucas gegoed met land in het Landeken Voorgaag onder Zevenbergen

- 27 mei 1673: compareren voor een Dordtse notaris Jan Jansz. [Luijckas], Huijbrecht Andriesz. Boer en Matthijs Claesz. Fuijckschot [zie kwartier 2802], allen wonende op Lage Zwaluwe, resp. broer en zwagers van Luijcas Jansz. zaliger, in zijn leven schipper en burger van Dordrecht, die onlangs is overleden en binnenkort begraven zal worden. Luijcas heeft een dochtertje, genaamd Anneken Jansdr. [sic], 14 jaar oud, nagelaten, met enige goederen, die na aftrek van de lasten, doodschulden etc., niet meer waard zullen zijn dan ca. 222 gl. (ONA Dordrecht inv. 69, f. 12)

(De Brabantse Leeuw 1964, p. 91)

2802. Mathijs Claesz. Fuigschot, geboren ca. 1638, kerkmeester te Zwaluwe (1675), waard in de herberg "de Valk" te Lage Zwaluwe, overleden tussen 13 nov. 1678 en 1 april 1680, trouwde ca. 1665

2803. Maeijcke Adriaens, overleden tussen 3 jan. 1681 en 16 mrt. 1682

(De Brabantse Leeuw 1964, p. 92-93; Prometheus XII, p. 42)

- 10 mrt. 1678: testament van Mattijs Claes Nelemans, gezond en zijn vrouw Maria Adriaens, "als craemvrouw sieck te bed leggende", wonende op Lage Zwaluwe. (ORA Zwaluwe inv. 85)

- 22 mei 1694: "Stat, schifting, scheidinge en deelinge van de goederen ende tusschen de kinderen van Mattijs Fuikschot ende Maeiken Adriaensen". Jan Jansz. Lucas, als echtgenoot van Tanneke Mattijsdr. Fuijkschot "is te beurte gevallen" twee bunders land in Berchem, belend ten oosten Adriaentjen Hendrix, ten zuiden de vliet, ten westen de heer penningmeester Antonij Anemaet en ten noorden de Keijsersdijk. Meerderjarige zoon: Cornelis Mattijsz. Fuijkschot. Antonij Claas Nelemans is voogd van de minderjarige zoon Adriaen Mattijsz. Fuijkschot. (ORA Zwaluwe inv. 67)

Kinderen (allen NG gedoopt te Zwaluwe):

a. Cornelis, 14 mrt. 1666

b. Tanneke, 17 nov. 1667

c. Neeltie, 24 aug. 1670

d. Josijntie, 18 juni 1673

e. Adriaen, (minderjarig in 1694)

e. Neeltie, 3 mrt. 1678 (getuigen: ds. Johannis Sylvius)

2810. Dinghman Claesz Dingemans., gedoopt NG Zwaluwe 9 okt. 1616, trouwde 1e Lijntje Bastiaans, 2e ca. 1654

2811. Maeijke Dingmans (Nelemans), gedoopt NG Zwaluwe 6 mei 1629

(De Brabantse Leeuw 1964, p. 90-91)

Kinderen (o.a.):

a. Teuntje, gedoopt NG Zwaluwe 15 sept. 1658

b. Dingeman, gedoopt NG Zwaluwe 26 juni 1672

2812. Cornelis Jansz. Dubbelman, trouwde naar schatting ca. 1670

2813. Cornelia Peetersdr. (van Raamsdonk)

- 29 sept. 1710: testament van Cornelis Jansz. Dubbelman en zijn vrouw Cornelia Peetersdr. van Raamsdonk. Hun zoons heten Jan en Huijbrecht Cornelisz. Dubbelman. (ORA Zwaluwe inv. 88)

Kinderen (allen NG gedoopt in Zwaluwe):

a. Pieter, geboren ca. 1673

b. Teuntie, 1 sept. 1675

c. Ariaen, 30 okt. 1678

d. Christiaen, 14 april 1681

e. Jan, geboren naar schatting ca. 1682

f. Huijbrecht, geboren naar schatting ca. 1683

2814. Harmen (Herman) Petersz. van Ramsdonk, schepen van Zwaluwe in 1679 (ORA Zwaluwe inv. 85, akte dd 24 jan. 1679), overleden Zwaluwe 8 jan. 1690, trouwde 2e naar schatting ca. 1675 Adriaentie Tijssen (Matijssen), weduwe van Adam Prins, 1e (vr 9 juni 1655)

2815. Barbel(tie) Cornelisdr. Cornet, gedoopt NG Zwaluwe 3 dec. 1634, overleden ca. 1673 (vr 9 april 1675)

- 9 april 1675: overeenkomst tussen Harmen Pietersz., laatst weduwnaar van Barbara Cornelisdr. Cornet, nu getrouwd met Adriaentjen Tijs, die weduwe was van Adam Prins, enerzijds en Jacob Cornet, als oom en voogd van de kinderen van Barbara Cornet, met name Cornelis Hermanz., omtrent 20 jaar oud, Pieter Harmansz., ongeveer 18 jaar oud, Jan Harmansz., ongeveer 16 jaar oud, Amelia Harmansdr., ongeveer 13 jaar oud, Corstiaen Harmansz., ongeveer 8 jaar oud, Maria Harmansdr., ongeveer 4 jaar oud en Cathelina Harmansdr., ongeveer anderhalf jaar oud en Jan Pietersz., als oom en toeziend voogd van vaderszijde over genoemde kinderen, anderzijds. (ORA Zwaluwe inv. 96)

2854. Pieter Theeusz. (Velthoen), geboren ca. 1584, jongman van Ridderkerk (1605), gaat ca. 1610 in Barendrecht wonen, trouwde NG Ridderkerk 17 nov. 1605

2855. Ploontje Cornelisdr.

- 15 dec. 1611: de broers en zwagers van de in 1604 te Poortugaal overleden Jacob Cornelisz. Leeuwenburch, die een insolvente boedel heeft nagelaten, zijn: Adriaen Cornelisz. Leeuwenburch, Aert Cornelisz. Leeuwenburch te Ridderkerk (42 jaar oud), Cornelis Leendertsz. Roobol te Rhoon (30 jaar oud), Pieter Teus te Barendrecht (27 jaar oud) en Jan Heijndricx. (On Voorgeslacht 1991, p. 437-438)

- 1626: Pieter Theeus in de 1000e penning van Barendrecht aangeslagen voor een vermogen van 1000 gl. (Ons Voorgeslacht 2004, p. 18)

Kinderen:

a. Adrijaentgen, gedoopt NG Ridderkerk 10 juni 1607 (getuigen: Ploon Theeusz., Adrijaentgen Jans uit Barendrecht, en Neeltgen Heijndricx uit Bernis)

b. Bastiaentge, gedoopt NG Ridderkerk 10 febr. 1608 (de ouders wonen aan de Westzijde, getuigen: Cornelis Theeus, Roocken Aerts)

c. en d. Theeus en Trijntge, gedoopt NG Barendrecht 1612 (getuigen: Cunera Dirricx, Joost Jacobs, Jan Heijndricx, Maritge Jans)

Matheeus Pietersz. Velthoen, jong gezel van Oost-Barendrecht, trouwt NG Barendrecht 26 dec. 1638 (1e gebod) Dirckje Dircxdr., jonge dochter van Capelle wonende te Oost-Barendrecht (2e gebod gestuit, zondag daarna voortgegaan, na 3e gebod bescheid om te Heerjansdam te trouwen)

e. Sijtge, gedoopt NG Barendrecht 22 nov. 1615 (getuigen: Pleuntge Jans, Hilletge Lenerts, Herman Joosten)

2858. Arijen Pietersz., jongman van Dordrecht, molenaar (1620), molenaar buiten de Sluispoort van Dordrecht, overleden tussen 1649 en 1655, trouwde Gerecht Delft (ondertrouw) 3 okt. 1620

2859. Trijntge Vechters, jonde dochter van "Worremen" = Wormer (1620), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 9 april 1666 (een baar voor de weduwe van Aerij Pieterse Waterwick buiten de Sluispoort, twee maal luiden)

- 13 febr. 1620: aangetekend de trouwbeloften van Jan Vechters molenaar en burger van Dordrecht en Nel Jansdr. wonende te Wormer (trouwboek Gerecht Dordrecht, onderscheiden gezindten)

- 3 jan. 1645: Cornelis Evertsz. van Eijssel, boekhouder van de NG diaconie te Dordrecht, verklaart in die hoedanigheid te tranporteren aan Arijen Pietersz. molenaar een huisje, staande op stadsgrond buiten de Vuilpoort aan de dijk, genaamd de Dorrenboom, achter het huis van Aert Hendricksz. vormdraaier, welk huisje de diaconie is aangekomen bij overlijden van Lijsbeth Cornelis. (ORA Dordrecht inv 775, f. 1)

- 27 mei 1655: Trijntje Vechters, weduwe van Arijen Pietersz., is borg voor haar schoonzoon Arijen Jansz. van Hooren. (ONA Dordrecht inv. 93, f. 125)

- 24 sept. 1657: Trijntgen Vechters, weduwe van Arijen Pietersz. Waterwijck, molenaar te Dordrecht, verklaart, dat onder haar berustende is een bedrag van 217 gl. 8 st., welke toebehoort aan de vier nagelaten weeskinderen van Willem Pietersz. Waterwijck, die aan hen zijn aanbedeeld als 1/5 part in de nalatenschap van Aefgen Joppen zaliger, volgens de staat van scheiding daarvan gemaakt ter Weeskamer van Delft op 6 juli 1650. Genoemde penningen zijn toentertijd door Arijen Pietersz. Waterwijck ontvangen als voogd van die weeskinderen. Trijntgen tekent met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 178, f. 192 e.v.)

- 17 april 1662: Cathalijntgen Cornelisdr., weduwe van Stoffel Jacobsz., wonende buiten de Sluispoort, is schuldig aan Trijntgen Vechters, weduwe van Arijen Pietersz. molenaar, 200 gl. wegens de resterende kooppenningen van een huisje buiten de Sluispoort. (ONA Dordrecht inv. 180, f. 95 e.v.)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Marijcken Arijensdr. Waterwijck, trouwde Arijen Jansz. van Hooren

- 29 mrt. 1681:Marijcken Arijensdr. Waterwijck verhuurt voor 300 gl. per jaar aan haar zoons Jan en Arijen Arijensz. van Hooren, korenmolenaars en burgers van Dordrecht, die mede compareren en worden geassisteerd door hun oom en voogd Dirck Jansz. van Hooren, de helft in een stenen standaardwindkorenmolen, genaamd "de Backerin", met bijbehorend huis en tuintje, gelegen buiten de Grote Sluispoort. De huurman van de wederhelft van de molen is Charles Jansz. Pick. (ONA Dordrecht inv. 188, akte 138)

b. Anneken Arijensdr. Waterwijck (= kwartier 1429)

2874 = 2340

2875= 2341

2876. Machiel Cornelisz., gedoopt NG Oud-Alblas 16 aug. 1615, trouwde NG Oud-Alblas 8 aug. 1638

2877. Marijken Arijensdr., jonge dochter van Oud-Alblas (1638)

2884. Claes Dircksz. Pluijmer (alias Claes den Diender), ordinaris dienaar van justitie te 's-Gravendeel (ORA 's-Gravendeel inv. 85, akten dd 26 juni 1636, 1 nov. 1640, en 12 mei 1643), trouwde

2885. NN

- 26 febr. 1657: de weduwe van Claes Dirksz. Pluijmer verkoopt aan Bastiaen Gelve van Renoeij een huisje "int Spuij" voor 160 gl., waarvan 50 contant en de rest in jaarlijkse termijnen van 25 gl. (Gem. Archief Strijen inv. 72)

2886. Arij Jacobsz. Weda, overleden in of na 1659, vermoedelijk te Strijen, trouwde 2e (na 14 juni 1640 Neeltie Cornelis, overleden aan de pest in 1665, trouwde 2e Jacob Arijensz. Spaen (Gens Nostra 1990, p. 5), trouwde 1e

2887. NN (Neeltje Claesdr. ?)

- 14 juni 1640: burendingdag tegen Willem Woutersz. Vroman ter zake van een obligatie ten behoeve van wijlen Huijbert de Groen. Waarborg was wijlen Jan Gabrilsz., die borg was met Neeltgen Claesse, die thans is gehuwd met Arien Jacobsz. (ORA 's-Gravendeel inv. 40)

- 1659: Arijen Jacobsz. Weda, inwoner van Strijen, transporteert een huis, schuur en erf aan de Achterweg aan zijn zoon Cornelis A. Weda (ORA Strijen inv. 1)

- 1659: Isbrant Isbrantsz. transporteert aan Arijen Jacobsz. Weda een schuur, berging en keten in Oud-Bonaventura (ORA Strijen inv. 1)

Kinderen:

Ex 1:

a. Cornelis Arijensz. Weda

- 26 jan. 1666: Cornelis Arijensz. Weda staat borg voor Gerrebrandt Claesz. Pluijmer op een verkoping (GA Strijen inv. 43)

- 15 mei 1666: Cornelis Arijensz. Weda, zoon van Arijen Jacobsz. Weda, is aanwezig bij de afwikkeling van de boedel van zijn overleden stiefmoeder Neeltie Cornelis. Zijn gelijknamige halfbroer is eveneens overleden. (GA Strijen inv. 43)

b. Marija Arijensdr. Weda [= kwartier 1443]

c. Teuntje Arijensdr. Weda [= kwartier 1440]

Ex 2:

a. Lijntie, overleden aan de pest in 1665 (Gens Nostra 1990, p. 5)

b. Cornelis Arijensz. Weda, overleden aan de pest in 1665 (idem)

 

2896. Dirrick Cornelisz. (Snider), landbouwer te Heinenoord, woont aan de Blaak, begraven Heinenoord 1 aug. 1624, trouwde naar schatting ca. 1605

2897. Ariaentgen Aertsdr. (Verkes), geboren naar schatting ca. 1580, woont aan de Blaak (1628), overleden ca. 1635 (tussen 14 febr. 1632 en 11 okt. 1637), trouwde 2e NG Heinenoord 14 mei 1628 Matthijs Lambrechtsz. Gaendeweg, jongman van Heinenoord (1628)

- 3 okt. 1619: testament van Dirk Cornelisz. en Ariaentgen Aertsdr., gepasseerd voor notaris Claes Cornelisz. te Oud-Beijerland. (ORA Heinenoord inv. 2, akte dd 14 febr. 1632)

- 22 april 1628: vertichting van de goederen, die zijn nagelaten door Dirck Cornelis Snider, door Cornelis Aertsz. Verkes, als broer en voogd van Aeriaentgen Aertsdr., weduwe van Dirck Cornelisz. Snider, enerzijds, en Aert Dircksz. en Geerit Dircksz., elk voor zichzelf en Andries Cornelisz. Snider, als oom en voogd van de nagelaten onmondige weeskinderen van Dirck Cornelisz. Snider, met name Steven, ongeveer 19 jaar oud, Cornelis, ongeveer 15 jaar oud, Bastiaen, ongeveer 13 jaar oud en Grietke Dircks, ongeveer 8 jaar oud, anderzijds. De weduwe zal behouden huis, hof, "berg", schuur, land, zowel eigen als bruikweer, paarden, koeien, schapen, varkens, wagens, ploegen, eggen, en alle inboedel. Zij belooft haar drie jongste kinderen te onderhouden tot hun mondigheid. Aan Aert en Geerit zal zij elk 25 gl. uitkeren, boven hetgeen hun is gelegateerd in het testament, dat hun vader en moeder hebben gepasseerd voor notaris Claes Cornelisz. te Oud-Beijerland. De overige kinderen zal zij, wanneer zij hun mondigheid bereiken, een bepaald bedrag uitkeren, namelijk aan Steven 75 gl., aan Cornelis 125 gl., en aan Bastiaen en Grietgen elk 75 gl. (Weeskamer Heinenoord inv. 2)

- 14 febr. 1632: Matheus Lambertsz. Gaendewech, wonende aan de Blaak onder Heinenoord, als man en voogd van Ariaentge Aerts, verklaart, dat Aeriaentgen Aertsdr. en Andries Cornelisz. Snider, als oom en bloedvoogd van de weeskinderen van Dirck Cornelisz. Snider, verwekt bij Aeriaentgen, genaamd Cornelis, Bastiaen en Grietgen Dircx, akte van vertichting hebben gepasseerd op 22 april 1628 ten overstaan van schout en heemraden van Heinenoord. Aeriaentgen zal de kinderen, wanneer zij 22 jaar worden een uitkering geven, namelijk aan Cornelis 125 gl., en aan Bastiaen en Grietgen elk 75 gl., waarvoor zij heeft verbonden een stuk land van 1400 roeden, met de aanwas, visserij, vogelarij etc. daartoe behorende. Gaendewech heeft voor de betaling van genoemde uitkering bovendien nog verbonden 2 morgen 20 roeden land "met de gevolgen van dien". (ORA Heinenoord inv. 2)

- 1632: Mattheus Lambertsz. Gaendewech, man en voogd van Ariaentge Aerts, bekent schuldig te zijn aan Geerit Dircx en Steven Dircx, zoons van zijn vrouw, een bedrag van 75 gl. "en dat voor de kinderen uitreijking en alimentatie", volgens vertichting, gepasseerd op 22 april 1628 voor schout en heemraden van Heinenoord. Hij bekent nog schuldig te zijn aan Geerit en Steven een somma van 100 gl., waar zij recht op hebben overeenkomstig het testament van hun ouders, gepasseerd op 3 okt. 1619 ten overstaan van notaris Claes Cornelisz. te Oud-Beijerland. (ORA Heinenoord inv. 2)

- 11 okt. 1637: Mattheus Lambertsz. Gaendewech, weduwnaar van Aeriaentgen Aertsdr., voor zichzelf, en Steven Dircx, Cornelis Dircx, Bastiaen Dircx, elk voor zichzelf, en Aert Dircx, als broeder en voogd van Grietge Dircx, verkopen aan Geerit Dircx 2 morgen 100 roeden teelland in de Garinck van Heinenoord. (ORA Heinenoord inv. 6)

2900. Adriaen Jansz. Sneep, geboren ca. 1596, landbouwer, burgemeester (1634), schepen (1643, 1652, 1656), stedehouder (1657-1659), armmeester (1653) en ouderling (1656) van 's-Gravendeel, overleden 's-Gravendeel tussen 17 april 1659 en 5 febr. 1660, trouwde ca. 1615

2901. Lijsbeth Pietersdr. Verdonck, geboren 's-Gravendeel ca. 1597, overleden tussen 1667 en 10 juni 1669 [dochter van Pieter Pietersz. Verdonck en Neeltgen Pietersdr. = kwartieren 2904 en 2905]

(Zie Gens Nostra 1982, p. 366)

- 1667 (200e penning 's-Gravendeel): de weduwe van Arij Jansz. Sneep betaalt 10 ponden. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3980, f. 3)

2902. Maerten Jansz., jong gezel van Maasdam (1623), woont vanaf ca. 1628 in 's-Gravendeel, overleden vr 11 april 1645, trouwde NG Maasdam 1623

2903. Annigie Joosten Vermaes, geboren ca. 1595, weduwe wonende te 's-Gravendeel (1649), overleden tussen 13 febr. 1649 en 25 april 1653, trouwde 2e 13 febr. 1649 (huwelijkse voorwaarden te Dordrecht) Bastiaen Hendriksz. (van der Linden), jong gezel wonende op 's-Gravendeel (1649)

- 2 aug. 1625: Maerten Jansz. verkoopt een huis aan Jacob Cornelisz. op Maasdam. Borg is zijn zwager [schoonvader?] Joest Dircx. (ORA Maasdam inv. 3)

- 1626: Maerten Jansse in de 1000e penning van Maasdam aangeslagen voor een vermogen van 1000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 205v)

- 14 jan. 1628: Marten Jansz., wonende op 's-Gravendeel, verklaart schuldig te zijn aan Wouter de Gelder, burger van Dordrecht, een zeker bedrag wegens geleende penningen, die voor hem zijn betaald aan zijn zwager Willem Jaspersz., inwoner van Puttershoek, tot voldoening van de derde en laatste termijn van een huis met keten, "bergen", werf en beteling, door hem van Willem Jaspersz. gekocht, staande en gelegen op Maasdam. (ONA Dordrecht inv. 31, f. 216)

- 3 mei 1630: Anna Joosten, 35 jaar oud, en Hendrick Anthonijsse, 28 jaar, beiden wonende te 's-Gravendeel, leggen op verzoek van Arie Cornelisse Molenaer een verklaring af betreffende Machtelt Hendricks, de vrouw van Geridt Geloffs. (ORA 's-Gravendeel inv. 40)

- 11 april 1645: Annegie Jooste, weduwe van Maerten Jans, is koopster of borg op een veiling. (Weeskamer 's-Gravendeel IX)

- 13 febr. 1649: huwelijkse voorwaarden tussen Bastiaen Henrijcksz., jong gezel wonende op 's-Gravendeel, geassisteerd zijn vader Henrijck Reijnen van der Lint, en Anneken Joosten, weduwe van Maerten Jansz., mede wonende aldaar, geassisteerd met haar "broer" Cornelis Aertsz. Gelder, wonende op Klaaswaal. (ONA Dordrecht inv. 45, f. 45 e.v.)

- 25 april 1653: uitkoop door de voogden van de kinderen van wijlen Annegie Joosten, m.n. Arie Andriesz. Aerdoom en Jacob Joosten Vermaes, als procuratie hebbende van Joost Dirks, bestevader en bloedvoogd van moederszijde van voornoemde kinderen. (ORA 's-Gravendeel inv 4)

Kinderen (volgorde onzeker, genoemd in bovenstaande akte dd 25 april 1653):

a. Arie, gedoopt NG Maasdam 30 mrt. 1625

b. Lintie

c. Annegie (= kwartier 1451)

d. Marij

2904. Pieter Pietersz. Verdonck, geboren naar schatting ca. 1565, landbouwer, schepen van 's-Gravendeel (1599-1632), ouderling (1606, 1608) en armbezorger/diaken ald. (1608, 1609), stedehouder (1614, 1631) en buurmeester (1621) ald., overleden  tussen 1632 en 16 mrt. 1635, trouwde naar schatting ca. 1590

2905. Neeltgen Pietersdr., overleden vr 16 febr. 1647

- 1626: Pieter Pietersz. Verdonck wordt in de 1000e penning van 's-Gravendeel aangeslagen voor een vermogen van 3000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 200)

- 16 mrt. 1635: overdracht van de boerderij van Pieter Verdonck met 26 ha. bouwland aan zijn oudste zoon Arijen Pietersz. Verdonck. De boerderij werd gepacht van Willem Paedts, burgemeester te Leiden.

(Gens Nostra 1982, p. 366)

2908. Cornelis Jan Eerlantsz., woonde te Krimpen a/d Lek (vermeld 1615), trouwde 2e NN (Barber ?), 1e

2909. Meijnsje Jacobsdr.

(Ons Voorgeslacht 1993, p. 482)

2910. Jan Wesselsz. (van) Westerhout, overleden vr 11 okt. 1670, trouwde

2911. NN

- 2 april 1648: Jan Wesselsz. van Westerholt en Jan Cornelisz. Eerlant de Jonge, man en voogd van Huijbertge Jansdr., ieder voor de helft, transporteren voor schepenen van Krimpen aan de Lek aan Bartholomeus Cornelisz. Schaep, wonende te Krimpen, een huis, met al hetgeen daarop en daarin staat, "staende op de coper sijn eijgen gront". (Ons Voorgeslacht 1993, p. 490)

- 11 okt. 1670: Arien Jansz. Westerhout, inwoner van Krimpen aan de Lek, zoon van wijlen Jan Wesselsz., transporteert aan zijn zuster Huijbertje Jansdr. Westerhout, weduwe van Jan Cornelisz. Eerlant, een derde part van het huis, waarin zijn zuster woont, hem aanbestorven van zijn vader, alsmede al hetgeen hem, comparant, nog uit het erfhuis is "compterende". (Ons Voorgeslacht 1993, p. 491)

2916. Arie Cornelisz. Rijckhouck, timmerman, stedehouder (1657), schepen (1657, 1662-1663, 1665-1673), kerkmeester (1662), armmeester (1665) en ouderling (1668, 1671-1672), van 's-Gravendeel, overleden tussen 5 dec. 1673 (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 1) en 5 juni 1674 (ORA 's-Gravendeel inv. 4), trouwde

2917. Lijsbeth Bastiaensdr. 

- 12 dec. 1671: Arie Cornelisz. Rijkhoek en zijn vrouw Elijsabet [Bastiaansdr.], hij gezond, zij ziek, testeren en maken elkaar tot erfgenaam. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 1)

Kinderen:

a. Gerrit Ariens. Rijckhoek (= kwartier 1458)

b. Bastiaan Ariensz. Rijckhoek, timmerman wonende te Schoonderloo buiten Rotterdam (ORA 's-Gravendeel inv. 47, akte dd 10 juni 1670)

2918. mr. Lucas Pietersz. van der Staff, gedoopt NG Dordrecht juli 1609, chirurgijn te Dordrecht, overleden ca. 1650, trouwde vr jan. 1639

2919. Lijsbeth Jans, geboren naar schatting ca. 1615, (mogelijk afkomstig uit Purmerend), weduwe wonende op 's-Gravendeel (1661) NG Dordrecht 13 nov./15 dec. 1661 Arien Foppen van Meeuwen, wonende op 's-Gravendeel (1661)

- 11 april 1644: verklaring door Willem Langle, doctor in de medicijnen, en mr. Lucas van der Staff, chirurgijn, beiden wonende te Dordrecht, op verzoek van Sijmon Tonisz., wonende op 's-Gravendeel. Zij getuigen, "dat sij ...beijde gegaen hebben om te cureren ende te genesen de quetsure ofte wonde van eenen Arijen Claessoon scipper van Rijerkerck hem geinfligeert bij Pieter Sijmonsz. des requirants zone. Ende dat sij getuijgen den voorn. Arijen Claess. geduerende sijne sieckte ende cranckheijt wegen der gemelte quetsure hebben hooren seggen ... Indijen ick hem (meenende daer mede des reqts. zone) nijet en hadde geslaegen misschien en hadde hij mij nijet gesteken. Ende daeromme soo vergeve ick hem de faulte ende alles wat mij van hem es overcomen ende ick vergevet hem van harte garen, ende God wildet hem vergeven, want wij sijn tevoren altijt goede vrunden geweest ende hij heeft mij noijt ijet misdaen. Doch dat den voors. woorden nijet op een tijt tegelijck maer somtijts een deel vandijen gesproken sijn". (ONA Dordrecht inv., f. 204 e.v.)

- 25 juni 1646: dr. Johan van Beverijck, schepen in wette, verkoopt als Vader van het Weeshuis te Dordrecht, mede namens de overige vaders het Weeshuis, aan mr. Lucas van der Staff, chirurgijn en burger van Dordrecht, een leeg erf in de Marinbornstraat, liggende achter het huis, dat eertijds toebehoorde aan Elant Cornelisz. metselaar, strekkende achter van de gemeenschappelijke gang tot achter aan het voornoemde huis. (ORA Dordrecht inv. 775, f. 123)

- 1652 (200e penning Dordrecht): de weduwe van mr. Lucas van der Staeff chirurgijn - niet (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3979, f. 22v)

- 6 april 1655 (rekest aan het stadsbestuur van Dordrecht): "Geeft ... te kennen Elisabet Jans", weduwe mr. Lucas van der Staff , in zijn leven chirurgijn ordinaris te Dordrecht, "dat de voors. suppliante man zaliger nu eenige Jaere geleden deser werelt is comen te overlijden haer suppliante belast latende met drie kinderen tegenwoordich out sijnde respectievelijk seven elff ende dertien Jaeren met weijnige middelen daer toe waer uijt sij suppliante onmogelijk is de voors. kinderen te konnen behoorlijk alimenteren ... T'is nu sulcx dat de voors. haere kinderen door doode ende overlijden van Jan Laurense  in sijn leven schout tot Purmerent haer suppliante broeder van halven bedde was opgecomen ende aenbestorven is [ongeveer 1500 gl.] ... , welcke tegenwoordich berustende sijn onder de bewinde ende administratie van Bartholomeus de Bel, stadthouder van Mijn Ed. heere de schout deser Stede ende Govert [Pietersz.] van der Staff, [oom van de kinderen], als voochden van haer suppliante kinderen ende mitsdien sij suppliante opt hoochste van noode heeft de intereste vande selve somma om haer voors. kinderen behoorlijk ende stichtelijk op te brengen", vraagt zij, dat zij die interesten mag gebruiken voor het onderhouden en opvoeden van haar kinderen tot zij de mondigheid bereiken of tot wanneer zij gaan trouwen. De voogden geven op 10 april 1655 een negatief advies. Het Gerecht van Dordrecht besluit op 26 juni 1655, "ondervindende dat de suppliante met haere kinderen op haere middelkens niet can leven", dat zij gedurende zes jaar de helft van de interest van genoemd bedrag van 1500 gl. mag ontvangen, met dien verstande, dat als zij gaat hertrouwen die uitkering zal ophouden, "ende sal de wederhelfte der voors. incomp[s]te ofte rente ten behouve vande voors. kinderen werden aengeleijt". (ORA Dordrecht, inv. 61, f. 163v)

- 30 jan. 1658: Elisabeth Jansdr., weduwe van mr. Lucas van der Staff, chirurgijn ordinaris te Dordrecht, verklaart, dat zij na het overlijden van haar man "belast gebleven is met drie kinderen aende selve suppliante verweckt waer van de twee outste sijnde soonen nu een geruijmen tijt op twijnen gegaen ende een stuijver tot sustentatie van haer supplte. gewoonen hebbende, verandert sijn geworden van sinnen ende den outsten genaempt Jan Lucasz. naer desselfs begeeren besteedt in een winckel van Cruijnierije ende peperkoeckbacken, omme 't selve aldaer te leeren, ende den anderen naer een wijle tijts gegaen hebbende inde Latijnsche Schole alhier, alsnu oock begerich is omme inde Chirurgie sijnde het [h]antwerck van sijn vader za. genstrueert te werden ende alsoo doord voorsz. veranderinge van hantwerck vande voorn. haere zonen sij supplte. niet alleen sal comen te misschen de voorgemelte winsten soo d'selve te doen plachten met twijnen, nemaer oock noch swaere last hebben sal tot leergelt ende verslijtinge van noodige behoeften", en omdat het Gerecht van Dordrecht haar slechts vergund heeft de helft van de opbrengsten van de goederen, die door haar broer, Jan Laurensz. Rom, in zijn leven schout te Purmerend, aan haar drie kinderen zijn nagelaten, te ontvangen, bedragende jaarlijks een somma van 30 gl., verzoekt zij hierbij voortaan het volledige bedrag van de opbrengsten van die goederen, zijnde 60 gl. jaarlijks, te mogen genieten. Govert van der Staff, koekenbakker te Dordrecht, die met Bartholomeus de Bel, stadhouder van de schout te Dordrecht, voogd over de kinderen is, verklaart hierin toe te stemmen. Het Gerecht van Dordrecht besluit op 22 juni 1658 aan Bartholomeus de Bel opdracht te geven om aan de meesters, bij wie de twee zoons van de suppliante inwonen, de twee reeds verschenen jaren interest en het volgende nog te verschijnen jaar interest uit te betalen. (ORA Dordrecht inv. 63, f. 105v e.v.)

Kinderen:

a. Jan, gedoopt NG Dordrecht jan. 1639, jong overleden

b. Jan Lucasz. van der Staf, gedoopt NG Dordrecht 1641

c. Pieter Lucasz. van der Staf, geboren ca. 1643, chirurgijn te Dordrecht

d. Anna, gedoopt NG Dordrecht 30 nov. 1645, jong overleden

e. Lucas, gedoopt NG Dordrecht 1647

f. Anneken Lucasdr. van der Staf, gedoopt NG Dordrecht 20 febr. 1648


2932. Lauw (Laurens) NN, trouwde NN

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Maeijke Lauwen (Droogendijk), geboren naar schatting ca. 1640

b. Arij Lauwen Droogendijk

c. Rochus Laurensz. (Lauwen) Droogendijk, jongman geboren te Strijen, wonende in het Oude Tongsche Land (1672), trouwde NG Oude Tonge 14 juni 1672 (ondertrouw)

3008. Adriaen Pietersz. den Ouden, woonde te Heinenoord (vermeld 1606), trouwde

3009. Jaepje Pleunen (Huijgens), overleden na 1 dec. 1615

3010. Dirk Fransz. Gout, geboren naar schatting ca. 1570, overleden tussen 1638 en 1644, trouwde vr 5 juni 1616

3011. Leentje Joosten, overleden vr 21 juni 1667 (zuster van Ariaentgen Joosten, de vrouw van Claes Dirksz. Prooijen)

- 5 juni 1616: Dirck Fransz. doopgetuige te Heinenoord bij Dirck, zoon van Claes Dircksz. (Prooijen) en Ariaentgen Joosten

- 1638: Dirck Fransz. Gout in de 200e penning van Mijnsheerenland aangeslagen voor een vermogen van 4000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 150v)

- 1644: Leentje Joosten, weduwe van Dirck Fransz. Gout, bruikt van de erfgenamen van Johan Boucquet 4 morgen 500 roeden land. (GA Mijnsheerenland inv. 40)

-21 juni 1667: Pleun Arijensz. Gout, vader van Cornelis Pleunen Gout, minderjarig kind, verwekt bij Geertje Dircksdr., Dirck Claesz. Prooijen, als naaste bloedvoogd, Simon Gerritsz. Hordijk, als man van Maike Pleunen Gout, erven van Leentje Joosten, weduwe van Dirck Fransz. Gout, gewoond hebbende te Mijnsheerenland. (ORA Heinenoord inv. 12)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Cornelis Dirksz. Gout

b. Pieter Dirksz. Gout

c. Frans Dirksz. Gout

d. Geertie Dirksz. Gout, trouwde Pleun Arijensz. Gout

3012. Ingen Ariensz., overleden te Heinenoord vr 23 april 1579, trouwde

3013. Pijtge (Beatrix) Geerits, overleden te Heinenoord vr 27 sept. 1623

(Gens Nostra 1991, p. 449)

- 1565: Inghen Aeriens Daenen, Rochus de Voogt en Cornelis Aerts uit Sliedrecht ontvingen van het gemeneland 2 gl. 10 st. wegens leverantie van 10 vimmen rijs. (Archief O.-W.-Zomerland inv. 255)

- 23 april 1579: comp. Pijtgen Geerits, weduwe van Ingen Ariens, geassisteerd met Jan Arijensz. Troost, als haar gekoren voogd, enerzijds en Joost Westens, als gerechte voogd van de weeskinderen van wijlen Ingen Ariensz. De kinderen zijn: Aerijen Ingens, ongeveer 14 jaar oud, en Bastiaen Ingens, ongeveer 10 jaar oud. (Weeskamer Heinenoord inv. 2)

3018. Thonis (Teunis, Anthonis) Arijensz. Cruijdthoff, geboren Mijnsheerenland ca. 1605, kerkmeester (1648) en ouderling van Heinenoord (o.a. in 1661), woonde in 1683 aan de Blaak onder Heinenoord, landbouwer en melkboer, overleden na 14 mei 1683, trouwde 2e ca. 1655 Mariken Jacobsdr. Troost, overleden ca. 1675, weduwe van Willem NN (Reedijk ?), dochter van Jacob Pietersz. en Anneken Jansdr., 3e ca. 1680 Lijsbeth Jansdr., 1e NG Heinenoord 2 okt. 1633

3019. Grietje Andriesdr. Snijder, gedoopt NG Heinenoord 11 jan. 1614, overleden ca. okt. 1652

- 26 okt. 1652: Cornelis Andriesz. Snijder, oom en bloedvoogd van de weeskinderen van wijlen Grijetken Andriesdr., bij haar verwekt door Thonis Aeriensz. Cruijthoff, enerzijds en Thonis Aeriensz. Cruijthoff, anderzijds, sluiten een overeenkomst over de verdeling van de door Grijetken Andriesdr. nagelaten goederen. Thonis zal het huis, met hof, eigen landen, paarden, koeien, huisraad etc. behouden. Hij zal zijn kinderen onderhouden, opvoeden etc. tot zij 20 jaar zijn geworden en hun dan elk een bedrag van 18 gl. 15 st. uitkeren. De kinderen zijn: Neeltgen, ongeveer 16 jaar, Macheltgen, ongeveer 9 jaar, Dirck, ongeveer 7 jaar, Lijsbeth, ongeveer 5 jaar, Aeriaentgen, ongeveer 3 jaar en Andries, ongeveer 11 weken oud. (Weeskamer Heinenoord inv. 3, f. 46 e.v.)

- 12 mrt. 1655: comp. voor een Dordtse notaris Teunis Arijensz. Cruijthoff en Marichien Jacobsdr., echtelieden wonende onder Heinenoord. Zij verklaren, dat zij vertichting hebben gedaan voor de schout en het gerecht van Heinenoord van de moederlijke resp. vaderlijke goederen van hun voorkinderen, dat hij, comparant, aan zijn 8 voorkinderen heeft toegevoegd onder hen allen een bedrag van 150 gl., en zij, comparante, aan haar vier voorkinderen een bedrag van 300 gl., en dat hij, comparant, aan zijn voorkinderen nog eens een somma van 150 gl. wil toevoegen. Zij benoemen tot voogden over hun minderjarige erfgenamen de langstlevende van hen beiden en zijnerzijds nog Pieter Arijensz. Cruijthoff en Roeloff Arijensz. Cruijthoff, zijn broers, en harerzijds Pieter Jacobsz. en Theunis Jacobsz., haar broers. Hij tekent met zijn naam en zij met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 93, f. 68 e.v.)

- 1667: Thonis Cruijthoff in de 200e penning van Heinenoord aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3980, f. 23)

- 6 okt. 1674: Anthonis Arijensz. Cruijthoff, wonende onder Heinenoord, is schuldig aan zijn zwager Pieter Jacobsz. Troost, mede wonende aldaar, een bedrag van 1200 gl. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 185, f. 116 e.v.)

- 14 mei 1683: comp. voor notaris J. Hellu te Dordrecht Teunis Arijensz. Cruijthoff, wonende aan de Blaak onder Heinenoord. Hij wil, dat zijn vrouw Elisbeth Jansdr., indien hij de eerstoverlijdende is, in plaats van de 300 gl., die hij haar heeft besproken bij het passeren van hun huwelijkse voorwaarden voor notaris Hendrick van Bergen te Oud-Beijerland, uit zijn nalatenschap zal ontvangen een derde part in twee stukjes land, het ene groot 2 morgen 50 roeden teelland met de aanwas, visserij, vogelrij, dijkettingen en verdere toebehoren, gelegen in het Nieuwe Zomerland van Heinenoord, hem testateur aangekomen bij overlijden van zijn vader Adriaen Dircxsz. Cruijthoff, en het andere groot 1 morgen 25 roeden met de aanwas etc., mede gelegen in het Nieuwe Zomerland van Heinenoord. In deze stukken land zullen mede een derde part krijgen Jan Ariensz. en Machteltgen Teunisdr., zijn kinderen, en het laatste derde part zal gaan naar Willem Jansz. Winter en Neeltgen Teunisdr., mede zijn kinderen. Hij bepaalt voorts, dat zijn zoon Cornelis Teunisz. en de dochter van zijn overleden kind Ariaentgen Teunisdr., genaamd Anneken Jacobsdr. Troost, "met hen beijden elcx voor de gerechte helft sullen hebben ende genieten soodanigen eene mergen drie hondert negen en vijftich roeden weijlant als hij testateur leggende heeft int Oudelant van Moerkercken gemeen in een stuck van drie mergen negen en vijftich roeden waervan het resterende [part] onder den ambachte van Heijnenoort gelegen is, belent als inden brieve daervan sijnde", en dat Willem Ariensz., zoon van Lijsbeth Teunisdr., en de drie nagelaten kinderen van Anneken Teunisdr., zijn beide overleden dochters, zullen krijgen 1 morgen 208 roeden weiland, gelegen onder Heinenoord, te weten Willem Ariensz. de gerechte helft daarvan en de kinderen van Anneken Teunisdr. samen de wederhelft. In al zijn overige na te laten goederen benoemt hij tot erfgenamen zijn voornoemde kinderen en kleinkinderen en tot voogd stelt hij aan zijn schoonzoon Jan Ariensz. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 347)

Kinderen (ex 1):

a. Neeltgen, geboren ca. 1636

b. Macheltgen, geboren ca. 1638

c. Cornelis, geboren ca. 1641

d. Anneken, geboren ca. 1643

e. Dirck, geboren ca. 1645

f. Lijsbeth, geboren ca. 1647

g. Aeriaentgen, geboren ca. 1649

h. Andries, geboren in 1652

3020. Jan Gijssen (van Es, alias Groenewegh), gedoopt NG Poortugaal 9 aug. 1592, jong gezel van Hoogvliet (1619 of. 1620), overleden in 1640, trouwde NG Maasdam 26 dec. 1619 of 1620

3021. Marijken Jacobsdr. (Vermaas), geboren naar schatting ca. 1595, jonge dochter van Maasdam (1619 of 1620), overleden na 1674

- 18 mrt. 1627: Jan Gijsen assisteert zijn zuster Gijsje Gijssen, weduwe van Bastiaan Pietersz. jonge Hoffman (ORA Maasdam inv. 3)

- 1629: de zuster van Jan Gijsbrechtsz. uit Charlois is Gijsje Gijsen, weduwe van Bastiaan Pietersz. Hoffman, waardin in "de Arent" (ORA Maasdam inv. 3)

- 4 april 1629: Jan Gijsbrechtsz. is de broer en voogd van Claes Gijsbrechtsz. (ORA Maasdam inv. 3)

- 9 mrt. 1631: Jan Gijsbrehtsz., wonende onder 's-Gravendeel, is schuldig aan de weeskinderen van Bastiaan Pietersz. Hoffman, genaamd Lijsbeth, Willempje en Bastiaantje, een bedrag va 150 gl. Hij belooft het geld te betalen aan zijn zwager Jan Cornelisz. Timmerman. (ORA Maasdam inv. 3)

- 1638: Jan Gijsen treedt op als gekoren voogd van Willemtge Gijsen, weduwe van Floris Pietersz. den ouden Viskil. (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 1)

- 1638: Jan Gijssen Groenewegh in de 200e penning van 's-Gravendeel aangeslagen voor een vermogen van 1000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 126)

- 1640: de weduwe van Jan Gijssen betaalt aan de Armen een bedrag van 2 gl. 10 st., welke haar man aan de Armen had vermaakt. (GA Maasdam inv. 18)

- 17 april 1642: de weduwe van Jan Gijsen is koopster of borg op een veiling van vee en huisraad door Willemtge Gijsen, weduwe van Pouwels Jacobs (Weeskamer 's-Gravendeel inv. 9a)

- 25 april 1662: veiling t.b.v. Marigje Jacobs, weduwe van Jan Gijssen Groenewegh. (ORA 's-Gravendeel inv. 33)

- 23 juni 1662: comp. voor notaris G. de With te Dordrecht Marigjen Jacobs, weduwe van Jan Ghijssen, wonende te 's-Gravendeel, geassisteerd met haar broer Leendert Jacobs, wonende te St. Anthoniepolder. Haar erfgenamen zijn Cleijsjen Jans, minderjarige dochtertje van Janneken Jans, haar overleden dochter, bij haar dochter verwekt door Jan Gielen, Aert Jansz., haar oudste zoon, en Gijsbert Jansz., haar jongste zoon. Tot voogden heeft zij benoemd Jacob Leendertsz., haar vader, en Leendert Jacobsz., haar broer. Zij tekent met een merk. (ONA Dordrecht inv. 227, f. 443 e.v.)

- 8 juli 1662: Marigje Jacobs, weduwe van Jan Ghijsen, geassisteerd met Cornelis Arensz. Polderdijck, verkoopt aan Gijsbert Jansz. van Es een huis aan de Maesseweg, ten zuiden belend door Ingen Jacobs. (ORA 's-Gravendeel inv. 4)

- 25 dec. 1674: obligatie ten laste van Gijsbert Jansz. van Es, inwoner van 's-Gravendeel,  ten behoeve van Annichie Jans [Monster], nagelaten weeskind van wijlen Pleuntje Cornelisdr. Polderdijck, groot 200 gl. Borgen: zijn moeder Maartje Jacobsdr. Vermase, weduwe van Jan Gijsbertsz. van Es, wonende te 's-Gravendeel, geassisteerd met Jan van Strijen, en Leendert Jacobsz. Vermase, wonende te St. Anthoniepolder. (ORA St. Anthoniepolder inv. 1)

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Maasdam):

a. Willemken, 19 nov. 1623 (getuigen: Dirk Fransen, Heijndrick Schuijlen, Barber Gerrits)

b. Aert Jansz. van Es, 17 nov. 1630 (getuigen: Daen Janssen, Heinderick Jasperssen, Willem Willemssen, Lijsbeth Geerits, allen inwoners en burgers van Dordrecht)

c. Janneken Jansdr., 2 april 1635, trouwde Jan Gielen

d. Gijsbert Jansz. van Es, 14 sept. 1636 (= kwartier 1510)

e. Leendert, 11 mrt. 1640

3022. Cornelis Arensz. Polderdijck (Schipper), jongman van St. Anthoniepolder (1639), herbergier ald., overleden tussen 13 nov. 1673 en 19 febr. 1674, trouwde St. Anthoniepolder/Westmaas 2 april 1639 (ondertrouw te Westmaas, briefje gegeven om te trouwen te Westmaas op 1 mei 1639) 

- 30 mrt. 1641: Adriaantje Melsse aangenomen als lidmaat van de NG gemeente te St. Anthoniepolder

- 1658: Adriaantje Melssen, vrouw va Cornelis Ariensz. Polderdijck, ontvangt 6 gl. 14 st. wegens leverantie van olie en kaarsen. (Archief Polder St. Anth.polder inv. 188)

- 9 okt. 1671: attestatie door Cornelis Arijensz. Polderdijk, herbergier. (ORA St. Anthoniepolder inv. 1)

- 12 nov. 1673: Cornelis Adriaensz. Polderdijck is schuldig na het overlijden van Arjaantje Melsse aan Jacob Jansz. Cooijman een obligatie van 550 gl. t.b.v. Bastiaen Cornelisz. Gelderblom. (ORA St. Anthoniepolder inv. 1)

- 13 nov. 1673: testament van Cornelis Adriaensz. Polderdijck. Zijn kinderen zijn Catharijntje Cornelis, vrouw van Aert Jansz. van Esch, Maaijken Cornelis, vrouw van Gijsbert Jansz. van Esch, en Arjaantje Cornelis, vrouw van Bastiaen Cornelisz. Gelderblom. Dochter Pleuntje Cornelis, getrouwd met Jan Heijndricksz. Monster, is overleden. De jongste dochter, Grietie Cornelis, [gedoopt NG St. Anthoniepolder 10 juni 1646] is nog ongehuwd. laatstgenoemde krijgt in voldoening van haar moederlijk bewijs en voor haar goede diensten, verricht tijdens de ziekte van haar vader, een stuk zaailand van 1 morgen 500 roe in Nieuw-Bonaventura. (ORA St. Anthoniepolder inv. 1)

- 19 febr. 1674: ds. Cornelis Cruijskercken, Jacob Dircksz. Verhouck en Andries Adrijaens, zijn in het testament van Cornelis Adriaensz. Polderdijk en Arjaantje Melssen, beiden inmiddels overleden, tot voogden benoemd over hun minderjarige erfgenamen. Gezien hun vergevorderde leeftijd wensen zij ontslagen te worden van dit voogdijschap. Verzoek ingewilligd. Voogdij gaat naar schout en schepenen. (ORA St. Anthoniepolder inv. 1)

- 10 mei 1674: diverse transporten van weiland door de erfgenamen van Cornelis Adriaensz. Polderdijk. Zijn woonhuis wordt voor 630 gl. verkocht aan schoonzoon Bastiaen Cornelisz. Gelderblom. (ORA St. Anthoniepolder inv. 1)

Kinderen :

a. Pleuntje Cornelisdr. Polderdijck, gedoopt NG St. Anth.polder 9 april 1640 (getuige: Lijsbet Cornelis), trouwde Jan Heijndricksz. Monstera. Catrijntie Cornelisdr. Polderdijck, jonge dochter van St. Anth.polder en daar wonende (1668), trouwde NG St. Anthoniepolder 20 okt. 1668 (ondertrouw) Aert Jansz. van Esch, weduwnaar van Barbartie Geluwe (1668)

b. Marichie, gedoopt NG St. Anth.polder 11 aug. 1641 (getuigen: Jacob Cornelis, Andries Arijens),

c. Maijken Cornelisdr. Polderdijck, gedoopt NG St. Anth.polder 7 dec. 1642 (getuigen; Jan Pieters, Neeltie Cornelis), trouwde Gijsbert Jansz. van Esch (zie kwartieren 1510 en 1511)

d. Arijaentie Cornelisdr. Polderdijck, geboren naar schatting ca. 1645, jonge dochter van St. Anth.polder en daar wonende (1672), trouwde NG St. Anthoniepolder 23 april 1672 (ondertrouw) Bastiaen Cornelisz. Gelderblom, jongman van St. Anthoniepolder en daar wonende (1672)

e. Grietie Cornelisdr. Polderdijk, gedoopt NG St. Anth. polder 10 juni 1646 (getuige: Gerrit Gerrits), jonge dochter (1676), trouwde NG St. Anthoniepolder 30 april 1676 (ondertrouw; attestatie naar Maasdam)) Aert Cornelisz. Barendrecht, jongman (1676)

3024 = 3018

3025 = 3019

3026. Claes Jonas Heijmans, overleden ca. 1659, trouwde vr 1631

3027. Lijntge Arijensdr. Snaijer, wonende te Strijen

- 23 mei 1635: Claes Jonas Heijmansz. vemeld in het kohier van de verponding van Strijen. (GA Strijen inv. 72)

- 21 febr. 1654: Claes Jonas, als man van Lijntgen Arijens, erfgenaam van wijlen Claes Claesz. Lem, transport van land. (ORA Strijen inv. 1)

- 8 april 1659: de boedel van wijlen Claes Jonas verkocht ten overstaan van schout en schepenen van Strijen. Zijn dochters zijn Marij en Cornelia Claes. De opbrengst is 59 gl. 4 st. (GA Strijen inv. 41)

- 1659: Cornelia Claes koopt uit het erfhuis van haar vader, Claes Jonas, voor 10 st. een kapstok. (GA Strijen inv. 41)

3028 = 2166

3029 = 2167

3030. Bastiaan Foppen Boeij, trouwde NG Oud-Beijerland 13 okt. 1641 (getuige: vader van de bruid)

3031. Annetje Pijl

3032. Teunis NN, wonende te Maesbommel, (www.ajongerius.nl)  had een buitenechtelijke relatie met

3033. Geertruijt Aerts, overleden vr 8 okt. 1626, trouwde Henrick Claesz. Junger, gaarmeester, schoolmeester en koster te Hardinxveld, overleden in 1637 of 1638, trouwde 2e Maiken Willemsz., overleden vr 21 febr. 1656

Kinderen (bij Hendrik Junger):

a. Hester

b. Lijntgen

c. Aertgen

d. Anneken

(Gens Nostra 1986, p. 279)

- 22 jan. 1613: comp. voor schout en schepenen van Hardinxveld Jacob Jan Jordensz. en Cornelis Ariaensz. Coens, die zich borg stellen voor de ontvangst van de gemenelandspenningen, die Henrick Junger, gaarmeester te Hardinxveld zal innen tussen mei 1613 en mei 1614 (ORA Hardinxveld inv. 22)

- 22 jan. 1613 Henrick Claesz. Junger is wederom aangenomen als gaarmeester, schoolmeester en koster, gedurende twee jaar, ingaande mei 1613, voor 137 gl., waarbij de huishuur is inbegrepen. (ORA Hardinxveld inv. 22) 

3036. Jan Jansz. Geus (de Jonge Geus), woonde in 1644 in een huis aan de Stougjesdijk onder Mijnsheerenland, trouwde

3037. Grietje NN (?)

- 1627: Jan Jansz. Geus treedt op voor zijn vader: rekening van de goederen, die zijn nagelaten door zijn moeder Sebastiaentge Jan Adriaensdr. Troost, in aanwezigheid van zijn vader Jan Cornelisz. Geus. (Weeskamer Mijnsheerenland)

- 11 mei 1630: Jan Jansz. Geus koopt een huisje in Mijnsheerenland en is hiervoor schuldig 48 gl.

- 1630 t/m 1653: Jan Jansz. Geus neemt schoonmaken aan van watering in polder Westmase Nieuwland

3038. Hendrick Gerritsz. van Ringelenburg, overleden vr 11 okt. 1656, trouwde

3039. Neeltje Cornelisdr.

- 11 okt.1656: Neeltje Cornelisdr., weduwe van Hendrik Gerritsz. van Ringelenberg, Arien Cornelisz. Timmerman van Maasdam, en Arien Cornelisz. Loopik, ooms van moederszijde van de kinderen van Hendrik Gerritsz. en Neeltje Cornelisdr. (Weeskamer Heinenoord inv. 3) 

3048. Lenaert Cornelisz. Vogelaer, overleden vr 1626, trouwde

3049. Aeltgen Lenaers, overleden vr 1637

- 1626: de weduwe en erfgenamen van Leendert Cornelisz. Vogelaer in de 1000e penning van 's-Gravendeel aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl. ("nota is hem de 1/2 [van de aanslag] gedeelt als par sijn billet ergo maar II pond") (Stadsarchief Dordrecht nr.3, inv. 3975, f. 199)

- 26 juli 1636: Jop Leenartsz. Vogelaer houdt veiling van gewas te velde (ORA 's-Gravendeel inv. 47)

- 3 juni 1639: Job Lenertsz. Vogelaer, wonende onder de jurisdictie van Maasdam, voor de ene helft en Pieter Lenertsz. Arijswager, wonende te IJsselmonde, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer, Jacob Lenertsz., wonende in de "Nijenpoort", alsmede Truijtgen en Maritgen Lenerts, zijn zusters, en nog als voogd over de kinderen van wijlen Willem Lenertsz., zijn broer, samen voor de andere helft, verlenen procuratie aan Pieter Pietersz. van Goolen, dijkgraaf van IJsselmonde, om te compareren voor Cornelis van der Mijll, ambachtsheer van St. Anthoniepolder en ten overstaan van hem en zijn leenmannen J. van Slingelant "te eijgenen ende vesten [doorgehaald is: zeker stuk land in de Mijlpolder onder de jurisdictie van 's-Gravendeel], in overeenstemming met de brieven, volgens welke Pompeus de Rovere zaliger het land verkocht heeft aan Lenert Cornelisz. Vogelaer. Akte door Vogelaer en Arijswager ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 39, f. 270 e.v.)

3052. Cornelis Joppen(s), overleden vr 30 jan. 1631, trouwde

3053. Aefken Floris, overleden vr 30 jan. 1631

- 1626 (1000e penning Puttershoek): Cornelis Joppen wordt aangeslagen voor een vermogen van 4000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 201)

- 26 jan. 1625: comp. Anthonis Florisz., geassisteerd met Arij Leendertsz., enerzijds en Cornelis Joppens, als man van Aefke Florisdr., kinderen en erfgenamen van wijlen Floris Bastiaensz, in zijn leven wonende aan de Achterdijk. (ORA Maasdam inv. 3)

-28 jan. 1625: Anthonis Florisz. is aan zijn zwager Cornelis Joppens op Puttershoek een bedrag van 125 gl. schuldig wegens een derde part van een huizinge, keet en berging aan de Achterdijk. (ORA Maasdam inv. 3)

- 30 jan. 1631: Anhonis Florisz. is voogd over de kinderen van Cornelis Joppens en Aefken Floris, beiden overleden. (ORA Maasdam inv. 3)

Kinderen (cf. ORA Maasdam inv. 3, anno 1631: volgorde onzeker):

a. Job Cornelis Joppensz. (van Doorn)

- 1667: Jop Cornelisz. van Doorn aangeslagen in de 200e penning van Puttershoek voor een vermogen van 1667 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3980, f. 17v, nr. 5)

b. Cornelis Cornelisz.

c. Ariaentge Cornelisdr.

d. Arie Cornelisz

3068. Henricus van Soest, trouwde

3069. Maria Cuijpers

(www.geocities.com/maartjese/Wim/a6.htm)

3072. Johannes (Jan) Petersz. Hacksteijn, geboren naar schatting ca. 1600 mogelijk in Duisburg (Dld.), weduwnaar van Duisburg (1645), begraven Nijmegen (St. Stevenskerk) 6 jan. 1658, trouwde 1e Catharina Schmidt(en), overleden voor mrt. 1643, ondertrouwde NG Nijmegen 21 jan. 1644 (Jan Peters Hacksteen en Claerken Hermans van Duijsburg. De bruijt is onder [de] geboden overleden. T. Lit. Magistratus) Claerken Hermansdr. (Vogels), trouwde 2e NG Nijmegen 27 april 1645 (copulati)

3073. Maria van de Velde, gedoopt NG Nijmegen 26 okt. 1617, jonge dochter van Nijmegen (1645)

De Sint Stevenskerk te Nijmegen.

- 1642: Johan Hackstin portner en zijn vrouw Wuntil lidmaten te Duisburg (vriendelijke mededeling van mevr. B. Ldecke)

- 18/30 dec. 1643: huwelijksdispensatie voor Jan Peetersz. Hackstein van Duisburg en Claartje Hermans te Nijmegen, zijn overleden vrouws halfzusters dochter. (Memorie- en resolutieboek Hof van Gelderland en Landdagsrecht, zie Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie, deel X (1956), p. 191)

- 1643/1644: Johann Hacksteijn en Claerken Vogels opgeroepen te verschijnen voor de consistorie van Duisburg wegens door hen gepleegde "hoererij en bloedschande". Claerken is de nicht van Johanns eerste vrouw Catharina Schmitt. (Zie Bijlagen bij de kwartierstaat van A.B. den Haan, nr. 1) Zij krijgen dispensatie van het Hof van Gelderland, er wordt vervolgens ondertrouwd in Nijmegen, maar Claerken overlijdt nog voor de voltrekking van het huwelijk in febr. 1644, vermoedelijk te Nijmegen. Haar plotselinge, ontijdige overlijden en de omstandigheden waaronder doen vermoeden, dat zij door zelfdoding om het leven is gekomen.

 Het verbod op het trouwen met van een man met zijn nicht of de nicht van een eerdere vrouw is gebaseerd op de bepalingen in Leviticus 18.  De bijbel verbiedt niet expliciet het huwelijk met de dochter van een vrouws zuster, maar wel het huwelijk met die zuster.  Door de protestantse kerken werd tijdens het Ancien Rgime echter aangenomen dat dit ook impliceert, dat het huwelijk met een vrouws zusters dochter tot de verboden graden van verwantschap behoort. De Synodes gingen op dit stuk ook verder dan de wereldlijke wetgever. De Politieke Ordonnantie van de Staten van Holland (1580) bijvoorbeeld verbood niet het huwelijk tussen neef en nicht maar de NG kerkenraden hadden daartegen wel onoverkomelijke bezwaren. (Zie H. Roodenburg, Onder Censuur, p. 309-310)

Kinderen

Ex 1:

a. Trintgen Hacksteins, geboren naar schatting ca. 1630, overleden ca. 1668, trouwde ca. 1650 Burkhard Schuirman, geboren Duisburg ca. 1630, burger van Duisburg, "Bauer auf den Bleek im Marienviertel", overleden na 15 mei 1689 (doopgetuige), trouwde 2e ref. Mar. Duisburg Grietgen Pauels, ca. 1682 (vr 5 juni 1683) Gertrud Kckels (Kuckels) [A. Blmer, Familien Schuirman oder Schrman in Duisburg im 17. und 18. Jahrhundert. (Mnchengladbach 1984), p. 17.]

"Burkhard lebte auf einem buerlichen Anwesen auf dem Bleek, einem kleinen Platz im Marienviertel, unmittelbar hinter der Stadtmauer gelegen, auf dem nach ihm sein Sohn Henrich und dann nach 1715 auch sein Enkel Hermann Schuirman "Ackerwirtschaft" betrieben haben. ... Eine Notiz in den Konsistorialprotokollen kann uns bei den Bemhungen, die erste Frau des Burkhard zu ermitteln, weiter helfen. Am 11.4.1657 wird von einem rgernis berichtet, bei dem sich das Konsistorium veranlaszt sieht einzugreifen. Es heiszt unter Punkt 4: "Streitige Eheleute uffm Bleeck Trintgen Hacksteins et Maritus sollen bei den Nachbarn ihres Wesen halber erforschet und folgends vermahnt werden." Die Bezeichnung des Wohnplatzes "uffm Bleeck" paszt ausgezeichnet fr unseren Burkhard Schuirman. Fatalerweise hlt der Protokollant es nicht fr notwendig, den streitbaren "maritus" - den Ehemann - mit Namen zu nennen. Das lszt den Schlusz zu, das dieser auf das Hackstein-Anwesen aufm Bleek eingeheiratet hat, so dasz es dem Schreiber des Protokolls ausreichend zu sein scheint, allein die ihm bekannte Erbin des Gehfts oder Hauses auf dem Bleek zu notieren." (Blmer, o.c., p. 4 en 6)

Ex 2  (allen NG gedoopt te Nijmegen):

b. Jenneke, 2 aug. 1646 (getuigen: Louf van de Velde, Aletgen Wijngens, Frans van de Veldens huisvrouw Anneken de Mel)

c. Peter, 8 nov. 1648 (getuigen: Hendrick Eijckels, Willem Weijntjens, Fijneken Haksteijn)

d. Ludolph, 7 juni 1650

e. Ludolph, 8 juni 1651

e. Heijltge, 5 sept. 1652 (getuige: Geertruijt Hacsteijn)

f. Peter, 20 okt. 1654 (getuigen: Jacob Valck, Geertje van de Velde)

g. Johanna, 4 mrt. 1657

3076. Cornelis Jansz. Nab, trouwde naar schatting ca. 1650

3077. Jenneke van Rinsom

- 1667: peijnding door de Vrouwe van Hemmen voor 350 gl. pacht over een hofje dat Cornelis Nab in 1666 van zijn schoonzuster in Hemmen heeft gekocht.

Kinderen:

a. Jan [= kwartier 1538]

b. Willem, gedoopt NG Zetten 20 mrt. 1658

c. Cornelis, gedoopt NG Zetten 23 dec. 1660

(Kwartierstaat Marcel Wissenburg [internet])

3090. Corstiaen Jansz. (Los), gedoopt NG Zwijndrecht 25 juli 1638, smid ald. (vermeld 1662), trouwde NG Zwijndrecht 2 mei 1660

3091. Maijken Gerrits, jonge dochter van Princelant (1660)

- 27 sept. 1682: compareren voor notaris G. Walthery te Dordrecht Maijken Gerritsdr., echtgenote van Corstiaen Jansz. Los, en haar dochter, Berbera Corstiaensdr., beiden wonende te Zwijndrecht. Zij verklaren op verzoek van Jan Leendertsz. Vliegenthart, inwoner van Zwijndrecht, dat zij op 7 sept. 1682 geweest zijn, Maijken Gerritsdr. des avonds tussen circa 7 en 6 uur "ontrent den dors ofte schuijrdeur" van Jorden Pietersz., wonende aan de Langeweg te Zwijndrecht, en Berbera Corstiaensdr. in de tuin van Jorden Pietersz., "ende dat sij beijden op den selfde tijt in den Damsteech ontrent Teunis de Baet hebben hooren schreuwen ende roepen tot diversche malen moort, moort, moort ende dat zij hebben gehoort, deselve stemme was van den requirant in desen, voor redenen van wetenschap gevende dat zij, door langdurige conversatie met den reqt. desselfs stemme seer wel zijn kennende, ende voor verder redenen, de voorn. Maijken Gerrits, dat sij immediatelijk op het selve geschreuw in de voorn. Damsteech gekomen sijnde, bevonden heeft dat den reqt. aen sijn hand een bloedende quetsure hadde ontfangen ende dat denselve seij jegens haer getuijge, dat hij deselve quetsure hadde ontfangen van        [sic] de Vrome mede inwoonder aldaer". De moeder tekent met een merkje, de dochter met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 310, f. 146)

Kinderen (allen NG gedoopt te Zwijndrecht):

a. Barber, 27 jan. 1663

b. Metje, 16 mei 1666

c. Dijnge, 7 juli 1669

3094. Pieter NN

Kinderen (volgorde onzeker:)

a. Pietertie Pietersdr., trouwde Jan van Kleeff

b. Jannigen Pietersdr., trouwde NN Boers

c. Ariaentie Pietersdr. (= kwartier 1547)

d. Marijke Pietersdr., trouwde Cornelis NN

e. Bastiaen Pietersz., overleden te Middelburg vr 6 okt. 1730, trouwde Cornelia van den Bos, trouwde 2e NN Roos

(ONA Zwijndrecht inv. 5, akte 77 dd 6 okt. 1730)

3100. Cornelis Adriaensz. van Dalum (van Dalem, van Dalen), geboren Groote Lindt naar schatting ca. 1625, trouwde 2e NG Zwijndrecht 1 febr. 1660

3101. Adriaentje Arijensdr. (Arentsdr.) Plaet, geboren naar schatting ca. 1625, jonge dochter van Papendrecht (1660), begraven Zwijndrecht (betaling huur doodkleed 4 nov.) 1671

ONA Dordrecht inv. 68, f. 368 e.v.: op 27 mrt. 1643 compareren voor notaris D. Eelbo Adriaen Adriaensz. Plaet en Neeltgen Jansdr., echtelieden wonende te Papendrecht, hij ziek te bed liggende, zij gezond. "Omme de liefde, affectie ende echtelijcke vruntschap die zij elckander zijn toedragende" legateren zij aan de langstlevende van hen beiden alle huisraad, meubelen inboedel etc., die bij het overlijden van de eerststervende in hun gemeenschapplijke boedel bevonden zullen worden. In alle overige na te laten goederen benoemen zij tot erfgenaam hun enige dochter Ariaentgen Arijens of bij vooroverlijden haar nakomelingen. De langstlevende van de testateuren zal gehouden zijn uit de opbrengsten van laatstgenoemde goederen hun dochter te onderhouden, alimenteren, naar school laten gaan etc., "oock mede in alle stichtinge ende vreese Godts op te brengen", tot zij meerderjarig is geworden of totdat zij gaat trouwen. De langstlevende zal Adriaentgen, wanneer zij een huwelijk aangaat, mits dat gebeurt met toestemming van de langstlevende van hen testateuren, de helft van de goederen, die dan in de gemeenschappelijke boedel bevonden zullen worden, uitkeren, en de andere helft zullen de langstlevende en Adriaentgen of haar nakomelingen " elcx halff om halff" moeten delen. Als Adriaentgen echter zonder toestemming en tegen de wil van voornoemde langstlevende gaat trouwen, zal zij slechts recht hebben op de legitieme portie, haar rechtens in haar vaderlijke en moederlijke goederen toekomende. Tot voogd over hun minderjarige dochter benoemen de testateuren de langstlevende van hen beiden, met bevoegdheid om n of meer bekwame personen tot medevoogd aan te stellen. Aldus gedaan te Papendrecht ten huize van de testateuren in aanwezigheid van Jan Joosten en Arijen Jacobsz., ingezetenen van Papendrecht, als getuigen daartoe verzocht zijnde. De comparanten tekenen met een merkje.

3160. vermoedelijk: Arij Jansz. de Pee, weerbaar man (musketier) te Heeroudelandsambacht  in 1673, trouwde

3161. NN

3164. Leendert Teunisz., trouwde

3165. Huibertje Hendriks

Kinderen:

a. Leendertje (Lena) Leenders, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 15 okt. 1662

b. Neeltje Leendertsdr. Hakmes, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 4 mei 1669, trouwde ald. 28 aug. 1689 Meeuwis Willemsz. Schouten, jongman van Moordrecht, wonende Zwijndrecht (1689) (Gens Nostra 64 (2009), p. 327 en 331, noot 9)

c. Teuntje, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 16 juli 1673 (= kwartier 1582)

3170. Andries Cornelisz. Visser, trouwde

3171. Pleuntje Cornelisdr. Calis, doopgetuige in 1704 bij Arij, zoon van Klement Bastiaensz. Bezemer en Ariaentje Andriesdr. Visser 

Kinderen:

a. Annigje Andriesse, in 1701 doopgetuige bij Pleun, kind van Klement Bastiaensz. Bezemer en Ariaentje Andriesdr. Visser 

b. Ariaentje Andriesdr. Visser, geboren naar schatting ca. 1675, vermoedelijk in Sliedrecht (= kwartier 1585)

3172. Cornelis Ariensz. de Bont, gedoopt NG Zwijndrecht 7 nov. 1649, meester-panneboeter, zoutmeter (vanaf ca. 1670), ouderling (1687, 1689, 1696), diaken (1700) te Zwijndrecht, overleden Hendrik-Ido-Ambacht 2 juni 1732, trouwde 2e Zwijndrecht 7 sept. 1709 Lijsbeth Cornelisdr. den Uijl, gedoopt NG Zwijndrecht 15 febr. 1671, jonge dochter (1709), dochter van Cornelis Jansz. den Uijl en Pleuntje Willemsdr. Blom, 1e vr 1669

3173. Anneken Arijensdr., geboren ca. 1645, begraven Zwijndrecht 23 nov. 1701 (de vrouw van Cornelis de Bondt)

(Onze Voorouders, deel I, p. 32)

- 14 mei 1680: Dirck de Veer stelt zich borg voor Laurens en Frans Ariensz., gebroeders. Getuige bij het passeren van deze akte is Arien Geraertsz., kleermaker wonende te Sliedrecht (ONA Dordrecht inv. 126, f. 226)

- 14 mei 1680: comp. voor notaris G. de Jager te Dordrecht o.a. Cornelis Ariensz. de Bont, panneboeter wonende op Zwijndrecht, die verklaart zich als principale schuldenaar te verbinden om de heer Dirck de Veer, uit de Veertigen der stad Dordrecht, "ten allen tijde te ontheffen en costeloos ... te houden van soodanige borgtogte als hij huijden voor Laurens en Frans Ariensz. heeft genterponeert ter somme van drie hondert guldens" ten behoeve van de schout en de pachters van de impost op de wijnen, volgens akte op diezelfde dag voor notaris G. de Jager gepasseerd. Akte ondertekend door Aerien Geeritsen, Jan Aeriense Backer, Arij Yacop Sam en Cornelis de Bondt. (ONA Dordrecht inv. 126, f. 225 e.v.)

- 13 mei 1695: Cornelis de Bond, wonende aan de Oostzoutketen van Zwijndrecht, is nu ongeveer 25 jaar panneboeter en [zout]meter geweest. Hij tekent met zijn naam.(ONA Dordrecht inv. 483, akte 116, f. 246 e.v., notaris H. van der Hoop)

3176. Bastiaen Cornelisz. Bijkerk, gedoopt NG Zwijndrecht 4 april 1621, overleden ca.1668 , trouwde NG Zwijndrecht 8 mei 1654

3177. Leendertje Jans, jonge dochter van Hendrik-Ido-Ambacht (1654), trouwde 2e NG Zwijndrecht 3 febr. 1669 Willem Ariensz. Vlam

- 24 mrt. 1668: testament van Bastiaen Cornelisz. Bijkerck en Leendertgen Jansdr., echtelieden wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht, hij ziek, zij gezond. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam en voogd. Als medevoogden stellen zij aan Arijen Cornelisz. Bijkerck de Jonge en Leendert Reijersz. van der Linden, haar zwager. Beiden tekenen met een merk. (ONA Dordrecht inv. 182, f. 48 e.v.)

- 11 jan. 1669: huwelijkse voorwaarden van Willem Arisz. Vlam, jongman wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht en Leendertken Jansdr., weduwe van Bastiaen Cornelisz. Bijkerck. Zij heeft voorkinderen bij Bijkerck. Beiden tekenen met een merk. (ONA Dordrecht inv. 208)

3178. Willem Willemsz. Rijcke, gedoopt NG Zwijndrecht 4 febr. 1629, tot 1649 soldaat in Brazili, schuitenvoerder te Zwijndrecht (1657), overleden ca. 1658, trouwde NG Zwijndrecht 29 aug. 1649

3179. Ariaentge Ariens, gedoopt NG Zwijndrecht 26 nov. 1623, overleden in of na 1658

- 21 mrt. 1657: verklaring door Jacob Lambertsz. Eervergout, schipper en burger van Dordrecht, en Berbera Lions filia Florijns, weduwe van Philps van Peijenbroeck, wonende te Dordrecht, op verzoek van Willem Willemsz. Reijck, schuitenvoerder wonende op Zwijndrecht. Zij getuigen, dat "sij attestanten verscheijde jaren sijn geweest en gewoont hebben in Brasilien, alwaer sijluijden den requirant seer wel gekent, ende met hem dagelijcx verkeert ende omgegaen hebben. Verders verclaerden sij attestanten, oock goede kennisse te hebben, dat den reqt. aldaer niet is getrout geweest, en hem altijt eerlijck heeft gecomporteert en gedragen. Gevende sij attestanten voor redenen van welwetenheijt, te weeten den voorn. Jacob Lambertsz., dat hij den reqt. aldaer meenichmael in de herberge daer hij thuijs lach heeft wesen besoecken en met hem in den jaere 1649 op een schip is thuijs gecomen, ende de voors. Berbera Lions, dat den selven reqt. aldaer in dienste heeft gelegen onder de Compagnie van Capitein Leesene, alwaer haer voorn. man sergeant aff was". (ONA Dordrecht inv. 178, f. 58 e.v.)

- 15 sept. 1658: Arijaentje Arijensdr., weduwe van Willem Willemsz. Rijcken, geassisteerd met Jan Pietersz., man van Pleuntgen Arijensdr., en Rut Willemsz., man van Geertje Arijensdr., enerzijds, en Cornelis Willemsz. Rijcken, oom en bloedvoogd van haar onmondige kinderen, verwekt door Willem Willemsz. Rijcken, genaamd Annetje Willemsdr., ongeveer 8 jaar oud, Lijntge Willemsdr., 7 1/2 jaar oud, en Willem Willemsz., ongeveer 5 jaar oud, anderzijds, komen overeen, dat de weduwe alle goederen zal blijven bezitten, waarvoor zij zich verplicht haar kinderen te onderhouden etc. tot hun mondigheid en hun dan, of wanneer zij gaan trouwen, elk een bedrag van 2 gl. zal uitkeren. (ONA Zwijndrecht inv. 4, f. 349)

3184. Geerit Cornelisz., gedoopt NG Oud-Alblas 25 mrt. 1629, jongman van Alblasserdam (1653), schuijtmaecker, schiptimmerman, trouwde NG Alblasserdam 9 febr. 1653 (ondertrouw)

3185. Aeriaentge Willems, jonge dochter van Alblasserdam (1653)

3216. Huijbert Cornelisz. (van der Lubbe), overlijden aangegeven bij de gaarder te Wassenaar 22 febr. 1699, trouwde 2e Wassenaar (RK en Gerecht) 1 febr. 1671 Maritgen Willemsdr. van Swieten, 1 Wassenaar (RK en Gerecht) 6 juli 1653

3217. Geertgen Ghijsbertsdr. van Rhijn, begraven Wassenaar 18 juni 1669

(De Navorscher 1958, p. 56)

3218. Huijch Harmen Huijgensz. van Brederode, bouwman, overleden te Voorschoten, begraven Wassenaar 5 jan. 1705, trouwde Wassenaar (gerecht) 13 nov. 1646

3219. Annetje Ariensdr. van Santvliet, geboren Wassenaar ca. 1624 (15 jaar oud in 1639)

(Kronieken 1994, nr. 1, p. 3)

3268. Jan Aertsz. (Thoen), geboren naar schatting ca. 1615, overleden in Oost-Ind ca. 1669

- 4 okt. 1665: Jan Aertsz. 't Hoen lidmaat van de NG gemeente te Gouda (St. Janskerk), woont aan de Groeneweg (lidmateneregister Gouda)

- ca. 1669: het overlijden van Jan Aertsz. 't Hoen wordt vermeld in een protocol van notaris Jongkind te Gouda uit 1673. Hij was met het schip "De Kooge" (VOC, Kamer Amsterdam) vertrokken naar Oost-Indi en daar overleden. (Vriendelijke mededeling van de heer J. Hengstmengel te Leiden.)

Het schip "Kogge" (schipper Jan Hendriksz. Boon, 400 ton, jacht, gebouwd in 1662) voer op 25 sept. 1666 van Texel uit naar Batavia en kwam daar aan op 5 juni 1667. Bij vertrek waren aan boord 141 matrozen, 102 soldaten en 12 passagiers. (J. Bruin, Dutch Asiatic shipping in the 17th and 18th century (RGP, Grote Serie, deel 166, p. 152-153, nr. 1058.2)

3270. Maerten Willemsz. Breemans (Breemars, Breemers), gedoopt NG Dordrecht juni 1624, jongman van Dordrecht, woont buiten de Vriesepoort (1646), tuinman (1656), hovenier (1671), trouwde NG Dordrecht 11 mrt./3 apri 1646

3271. Ariaentgen Cornelisdr. (van de Graeff), gedoopt NG Dordrecht juli 1620, jonge dochter van Dordrecht, woont in de Vriesestraat (1646)

- 26 mei 1671: Maerten Willemsz. Breemars hovenier en Adriaentjen Cornelisdr. van de Graeff, echtelieden en burgers van Dordrecht, beiden gezond, testeren ten overstaan van notaris G. de With. Zij benoemen de langstlevende van hen tot erfgenaam en voogd. De langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen bij mondigheid of eerder huwelijk een bedrag van 6 gl. uit te reiken. Zij secluderen de weeskamer. Maerten zet zijn handtekening, Adriaentjen tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 232, f. 170-171v)

3272. Michael Beugels (Breugels), koopman en schipper van Venlo (ONA Dordrecht inv. 92, f. 553, akte dd 22 dec. 1656), trouwde vr 1645

3273. Giesberta van Arsen (van Aersen), gedoopt RK Venlo 17 mei 1616

Kinderen:

a. Theodorus, gedoopt RK Venlo 1 febr. 1645 (susceptores: Hermanus Paterborn en Margareta Nooten)

b. Wilhelma,  gedoopt RK Venlo 1 mrt. 1648 (ss.: Matheus Kels en Anna Gaelen)

c. Maria, gedoopt RK Venlo 9 jan. 1650 (ss.: Ludovicus Prouens loco Henrici van Aersen et Cunera inde Betuwe loco Wilhelmae van Bree)

d. Maria, gedoopt RK Veno 7 mei 1651

e. Jacobus, gedoopt RK Venlo 29 juni 1653 (ss. Mathias Kels en Maria Grauws) [= kwartier 1636]

3274. Willem Willemsz. (van Geldtoff), geboren naar schatting ca. 1620, jongman van "Ipre" (1648), huistimmerman te Dordrecht (1648, 1670) wonende in de Vleeshouwersstraat (1648), overleden ca. 1675, trouwde NG/Waals Dordrecht/NG Dubbeldam 26 jan./9 febr. 1648

3275. Francijntje Jans, jonge dochter van Luik wonende in de Vleeshouwersstraat te Dordrecht (1648), overleden na 27 juni 1680 (getuige bij het huwelijk van haar zoon Jan Willemsz. Geldof [Gerecht Dordrecht])

-  NG trouwboek Dordrecht 26 jan. 1648: Willem Willemsz. timmerman jongman van Speers en Franscina Jan jonge dochter van Luik beiden wonende in de Vleeshouwersstraat, per schrijven van de Waalse kerk

- Waals trouwboek Dordrecht 9 febr. 1648: Guillaume Guillaume jeun homme charpentier natif d'Ipre et Francina Jeans jeun fille natife de Liege demeurants en cette ville [Dordrecht], maris a Dubbeldam le 9 Fvrier 1648

- NG trouwboek Dubbeldam 9 febr. 1648: Willem Willemsen ende Francina Jans, met attestatie van ds. Colvius [Waals predicant te Dordrecht]

- 18 sept. 1670: Willem Geldoff huistimmerman verleent procuratie aan Jaecques Galioet, wonende te Ypperen in Vlaanderen, om van de weeskamer aldaar te ontvangen de penningen, die hem wegens zijn "moeije" zijn aanbestorven. Comparant tekent met een merk. (ONA Dordrecht inv. 322)

3276. Jan Jansz. (Braamsloot), geboren naar schatting ca. 1643, jongman van Heukelom, schippersgast wonende in het Riedijkstraatje te Dordrecht (1665), trouwde NG Dordrecht 11/30 jan. 1665

3277. Ariaentge Jansdr., jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Riedijk (1665)

- 25 sept. 1688: Jan Jansz. Braemsloot, 45 jaar oud, legt ten overstaan van notaris F. Beudt een verklaring af. (ONA Dordrecht inv. 549)

- 9 nov. 1723 (testateur staat niet in de 200e penning): testament van Jan Jansz. Braamsloot, gepasseerd voor notaris B. van Gelsdorp te Dordrecht. Hij prelegateert aan de dochter van zijn zoon, Geertruij Braamsloot, wegens de diensten, die zij hem heeft bewezen, een bedrag van 150 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij de drie kinderen van zijn overleden zoon Jan Jansz. Braamsloot, genaamd Geertruij, Ariaantje en Jan Braamsloot, samen voor de ene helft en de kinderen van zijn overleden zoon Laurens Jansz. Braamsloot, genaamd Maaijke, Jannigje, Dirksje, Dingena en Jan Laurensz. Braamsloot, voor de andere helft. Hij stelt aan tot executeur-testamentair mr. Joan Becius, advocaat te Dordrecht. Testateur tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 685, akte 136)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Jan Jansz. Braemsloot, 1667

b. Laurens Jansz. Braemsloot, 7 jan. 1669

3278. Gerrit Gerbrandsz. van den Hout (alias De Vries alias Brandt), geboren naar schatting ca. 1630, jongman (1652), weduwnaar uit "Groeningerlandt" (1657), varend gezel wonende in de Riedijkstraat/aan de Riedijk, trouwde 1e NG Dordrecht 16 juni 1652 (ondertrouw) Huijbertge Willems, jonge dochter van Dordrecht, wonende aan de Riedijk (1652), trouwde NG Dordrecht 16 dec. 1657/13 jan. 1658

3278. Maeijcke Isaaxsdr. Wijtemans (Wetemans), gedoopt NG Dordrecht juli 1633, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Riedijkstraat (1657)

- 8 febr. 1699: compareert voor notaris G. Mugge te Dordrecht Maeijcke Isaax, weduwe van Gerrid Gerbrantsz. de Vries, wonende te Dordrecht. Zij verklaart te niet te doen het contract, dat zij op 22 jan. 1699 ten overstaan van notaris S. de Moraas te Dordrecht heeft gesloten met Laurens Jansz. [Braamsloot], de man van haar dochter Aeltie Gerritsdr. de Vries. Zij prelegateert aan Laurens Jansz. en Aeltie Gerritsdr. de Vries of de langstlevende van beiden haar huisje in de Riedijstraat, aan weerszijden belend door de huizen van schipper Joris, "in consideratie van de reparatie bij deselve [haar schoonzoon en dochter] aent voorsz. huijssie albereijts gedaen en nog te doen, mitsgaders trouwe dienste en andre goede redenen en consideratin haer testatrice daer toe porrende." Zij legateert aan haar dochter Rena Gerritsdr. de Vries, getrouwd met Denijs Ariensz. [van Dongen], een bedrag van 200 gl. contant, die haar zal worden uitbetaald door Laurens Jansz. en Aeltie de Vries, "in consideratie van het huijssie en erve hier vooren haer geprelegateert". Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij Laurens Jansz. en Aeltie Gerritsdr. de Vries of de langstlevende van hen beiden, enerzijds en Denijs Ariensz. en Rena Gerritsdr. of de langstlevende van beiden, anderzijds. Zij wenst, dat Laurens en Aeltie geen huur betalen voor de inwoning, "nevens de testatrice", van het huisje, dat aan hen is geprelegateerd. Degene, die zich tegen deze bepalingen zal verzetten, zal genoegen moeten nemen met de "blote" legitieme portie en zal t.b.v. de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht een bedrag van 150 gl. verbeuren. "Verclarende de testatrice haer te excuseren van den Armen". (D.w.z. dat zij verder niets aan de armen te Dordrecht nalaat.) Zij tekent met haar naam. (ONA Dordrecht inv. 627, akte 18)

- 2 april 1718: Maaijken IJsaaksdr. Wijteman, weduwe van Gerrit van den Hout, is schuldig aan Maria den Romijn, jonge dochter wonende te Dordrecht, een somma van 200 gl., verbindende een huis in de Riedijkstraat, staande tussen het huis van Marij Kuijpers en het huis van de erfgenamen van schipper Joore. (ORA Dordrecht inv. 812, f. 22)

Kinderen (ex 2; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Isaac, 1658, jong overleden

b. Lucas, 1661, jong overleden

c. Rena Gerritsdr. de Vries, geboren naar schatting ca. 1665, trouwde NG Dordrecht 19 nov. 1684 Denijs Ariensz. van Dongen

d. Aeltje Gerritsdr. de Vries, 13 jan. 1666

3286. Ocker Pietersz. Tom, geboren ca. 1610, woonde in Gouderak, trouwde ca. 1645

3287. Sijgje Teunisdr.

3296. Schalck Cornelisz. Soeteman, gedoopt NG Alblasserdam 27 mei 1618, trouwde NG Alblasserdam 4 jan./28 febr. 1644

3297. Anneken Huijberts, gedoopt NG Oud-Alblas 15 dec. 1613, jonge dochter Alblas (1644)

3302. Jan Jansz. (Romeijn), jongman van De Linde (1646), trouwde NG De Lindt 25 febr. 1646 (1e gebod Zwijndrecht 4 febr. 1646)

3303. Annetgen Cornelis, jonge dochter van Zwijndrecht (1646)

3305. Jannetie Stevens

"De namen Thomas en Steven zijn in het Zwijndrechtse doopboek zeer zeldzaam. Deze overwegingen leiden tot de volgende hypothese: de op 11 april 1655 gedoopte Thomas is identiek met de Thomas Thomasse Brullee, die onder zijn oudere kinderen een Steven en een Jannetje had. De onbekende vader is dan geweest Thomas Thomasz., die op 24 dec.1651 te Zwijndrecht met Grietje Joris trouwde. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend. Uit een buitenechtelijke verhouding met Jannetje Stevens zou dan de hiervoorgenoemde Thomas zijn geboren." (Onze Voorouders I, p. 49, noot 6)

3306. Pieter Aelertsz. (Aelbrechtsz.) (van der) Mugh, gedoopt NG Zwijndrecht 27 juli 1608, jongman van Zwijndrecht (1632), varendsgezel (1632), later zoutwaterschipper, overleden na 31 jan. 1659, trouwde NG Zwijndrecht 7 nov. 1632

3307. Ariaentje Jacobsdr., jonge dochter van Zwijndrecht (1632), overleden na 4 april 1649 (Ons Voorgeslacht 2007, p. 36)

- 31 jan. 1659: verklaring door o.a. Pieter Aelbertsz. Mughe de Jonge, matroos op het schip "St. Andries", op verzoek van Luijcas Macharis, schipper op dat schip. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 179, f. 31 e.v.)

3328. Jan Ariensz. (den Ouden) Roock, overleden vr 28 mei 1686, trouwde vr 5 juni 1661

3329. Neeltgen Jaspersdr., overlijden aangegeven Ouderkerk a/d IJssel 13 sept. 1701

Hij werd Jan Ariensz. den Ouden Roock genoemd, omdat hij een jongeren broer had, die eveneens Jan Ariensz. Roock heette. 

- 1672:  Jan Arijensz. Roock, piekenier, vermeld in de lijst van "persoonnen die van wapenen sijn gebrachte in Crimpen op te IJssele" (Ons Voorgeslacht 1979, p. 310)

- 28 mei 1686: Jan Arijensz. Roock vermeld als oom en voogd van de kinderen van Jan Arijensz. Roock den Ouden. (RA Ouderkerk a/d IJssel inv. 23)

3330. Dirck Ariensz. Theeuwen, jongman van Stolwijk, wonende te Koolwijk onder Stolwijk (1665) trouwde 2e NG Stolwijk 7 jan. 1679 Ootje Dircxdr. Decker, 1e NG Stolwijk 11 dec. 1665

3331. Leentje Jacobsdr., jonge dochter van Stolwijk (1665), begraven ald. 4 mrt. 1677

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 115)

3332. Jan Willemsz. Versluijs, woont Ouderkerk a/d IJssel, overlijden aangegeven ald. 12 dec. 1708, trouwde

3333. Merritje Ariensdr. Luijten, overlijden aagegeven Ouderkerk a/d IJssel 9 juli 1709

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 115)

3334. Aert Willemsz. Huurman, bakker, wonende in het Kattendijksblok onder Gouderak,  overleden tussen 1662 en 1667, trouwde vr 20 okt. 1647

3335. Aaltje Willemsdr. Versnel, geboren naar schatting ca. 1625, overleden in of na 1669

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 115)

3336. Wouter Cornelisz. de Bes, geboren naar schatting ca. 1650, overleden 12 mrt. 1707, trouwde ca. 1677 (vr 9 mrt. 1678)

3337. Lijdia Pietersdr. (van Heugelenberg), geboren naar schatting ca. 1655 (mogelijk gedoopt NG Streefkerk 15 aug. 1655, overleden na 25 mei 1699 (De Nederlandsche Leeuw 1999, kol.187-188)

3338. Arien Ariensz. Broere, overleden  te Lekkerkerk in 1691, trouwde NG Lekkerkerk 18 juni/9 juli 1673

3339. Jaepje Cornelisdr. Goudens, geboren naar schatting ca. 1650, overlijden aangegeven Lekkerkerk 13 april 1710 

(Gens Nostra 1991, p. 390 en 398)

3340. Jan Willemsz. Stolck (alias Kubbe/Kubbij alias de Rooij), geboren vr 1622, smid, klapwaker (vermeld 1660, 1681), aangesteld als veerman en klapwaker te Ouderkerk a/d IJssel op 5 dec. 1683, overleden Ouderkerk a/d IJssel 18 april 1700, overlijden aangegeven ald. door zijn zoon Pieter Jansz. Stolck op 23 april 1700, trouwde naar schatting ca. 1650

3341. Neeltje Jansdr. de Rooij, geboren ca. 1625, overleden Ouderkerk a/d IJssel 28 nov. 1709

- 20 febr. 1656: transport van een schuur (verpondingsnummer 124) in de Kalverstraat te Ouderkerk aan Jan Willemsz. Stolxwijck. 

- 17 febr. 1659: transport van een schuur (verpondingsnummer 124) met de halve steeg aan de noordzijde van de Kerkstraat te Ouderkerk tot de boomgaard van Claes Pietersz. Noorman aan Jan Willemsz. Stolck [alias] Kubby. 

- 5 april 1661: transport van 3/4 deel van een huis (verpondingsnummer 123), het pad en erf van het gemene ambacht van Ouderkerk tot Jan Willemsz. Kubbij. (Ons Voorgeslacht 1980, p.152)

- 12 mrt. 1697: taxatie van een huis van Jan Willemsz. Stolck tot het ambacht van Ouderkerk. (id., p. 153)

- 1672: Jan Willemsz. Kubber, wonende in De Zijde, vermeld in de Lijst van Weerbare Mannen te Ouderkerk. (Ons Voorgeslacht 1979, p. 308)

- 1693: Jan Willemsz. Stolck, veerman te Ouderkerk, krijgt voor het overzetten van het lijk van Jannetje Maartens Koevoet en familie, plus geleverde waren 1 gl. en 15 st. (ONA Capelle a/d IJssel 3087/1619)

- 5 en 18 febr. 1701: Heiltje Jans, Neeltje Jans, weduwe van Jan Willemsz. Stolck, hun kinderen Jan en Joris Jansz. Stolck, Maria Jansdr., gehuwd met Pieter Cornelisz. van den Berg, Jannetje Jansdr., gehuwd met Leendert de Hoog, Jaapje Jans, weduwe van Jan Leenderts, de kinderen van wijlen Maria Jans, m.n. Willempje Cornelis, gehuwd met  Willem Pietersz. en Jannetje Cornelis, en Jacob (de Rooij), gehuwd met Jannetje Jans, dochter van Jan Jansz. en Cornelis (de Rooij), gehuwd met Pietertje Jans, allen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van Jan Jansz. [de Roij] en tevens erfgenamen van Jacob Jansz. [de Roij], zoon van Jan Jansz. [de Roij], volmacht tot de verkoop van het huis, waarin Jacob Jansz. is overleden. (Ons Voorgeslacht 1980, p. 271-272)

3342. Govert Jansz. Quike (Quick), geboren in 1636, overlijden aangegeven Ouderkerk a/d IJssel 28 dec. 1724, trouwde 

3343. Heijltgen Govertsdr. (van der Horst), overlijden aangegeven Ouderkerk a/d IJssel 9 mei 1703

- 1672: Govert Jansz. Quick, wonende in De Zijde, vermeld in de Lijst van Weerbare Mannen van Ouderkerk. (Ons Voorgeslacht 1979, p. 308)

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 115)

3344. Arien Theunisz. Waert, wonende te Ammerstol, later te Streefkerk (Opperstock), schout 1631-1658, trouwde 1e Pietertgen Raquelsdr., overleden vr 1635, 2e

3345. Pietertgen Cornelisdr. (Steenman), overleden tussen 1655 en 1665

- 29 dec. 1635: accoord tussen Arien Theunisz. Waert en de erfgenamen van zijn eerste vrouw.

- 24 jan. 1638: verwerft de gehele eigendom van het huis, waarin zijn vader woonde.

- 10 jan. 1639: verkoopt goederen te Ouderkerk a/d IJssel, afkomstig van de ouders van zijn vrouw.

- 1651-1657: vermeld op de lidmatenlijst van Ouderkerk.

- 17 sept. 1658: vermeld als inwoner van de Opperstock van Streefkerk, verkoopt zijn huis aan zijn opvolger Cornelis van Staveren. 

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 114)

3346. Pieter Willemsz., scheepstimmerman, scheepmaker, overleden te Ouderkerk a/d IJssel tussen 1655 en 1665, trouwde

3347. Martijntje Jacobsdr. Sost, begraven Ouderkerk a/d IJssel 27 juni 1674

(Kronieken 1997, nr. 3, p. 235)

3348. Claes Abrahamsz. Noirlander, geboren 1618, woonde in de Cromme (Ouderkerk a/d IJssel) overleden vr 1670, trouwde 1e 25 april 1641 (huwelijkse voorwaarden) Maertgen Jansdr., overleden vr 1644 (Kronieken 1998, nr. 3, p. 157), 2e

3349. Anneken Pietersdr. Versloot, vermeld in de 200e penning van 1672,  testeert te Gouda 16 mrt.. 1673, begraven Ouderkerk a/d IJssel 28 sept. 1679

(Kronieken 1997, nr. 3, p. 233; Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 110)

3350. Cornelis Jacobsz. Sost, geboren in 1612, overleden in of na 1672, trouwde 21 mrt. 1642 (huwelijkse voorwaarden te Rotterdam)

3351. Itge Jacobsdr. (Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 114)

1672: Cornelis Jacobsz. Sost vermeld in de Lijst van Weerbare Mannen van Ouderkerk a/d IJssel. (Ons Voorgeslacht 1979, p. 307)

3364. Willem Pietersz. Vaendrager (Vaendrich), geboren in 1600, overleden Ouderkerk a/d IJssel 1 dec. 1636 (begraven in een kwart graf in de kerk), trouwde vr 1629

3365. Pietertje Pietersdr., overleden in of na 1643

Kinderen:

a. Pieter Willemsz. Vaendrager, geboren dec. 1629

b.Reuimtgen Willemsdr., geboren St. Jan 1634, trouwde vr 1658 1e Adriaen Pietersz. Timmerman, 2e 1666 Adrijaen Abramsz. Baes, wonende te Krimpen a/d IJssel

(Ons Voorgeslacht 1960, p. 31)

3368. Engel Leendertsz. Lans, geboren ca. 1600, woont aan de Kattendijk onder Gouderak (1658), overleden ca. 1670, trouwde

3369. Dircksgen Dircksdr. (Stam) geboren Gouderak 21 mei 1600, overleden ald. 24 sept. 1670

3376. Cornelis Gerritsz. Roggeveen, geboren ca. 1613, jong gezel wonende te Zegwaard (1638), schepen ald., overleden tussen 1662 en 1669, trouwde Zoetermeer 25 juli/15 aug. 1638 (met consent van Gerrit Jansz. [Jacobsz.], vader van de bruidegom en Arij Pietersz. [van Leeuwen], zwager van d bruid)

3377. Maertge Jaspersdr. (Kalis), gedoopt Zoetermeer 4 okt. 1609, jonge dochter wonende te Zegwaard (1634), weduwe wonende idem (1638), overleden Zegwaard na 1688 (waarschijnlijk in 1693), trouwde 1e Zoetermeer 11 dec. 1634/24 jan. 1635 (met consent van Jan Thomisz., vader van de bruidegom en Andries Huijbrechtsz. [Coningh], voogd van de bruid) Pieter Jansz. (van der Wilt), jong gezel van Zoetermeer (1634)

(Vriendelijke mededeling van drs. T. van der Vorm te Zoetermeer.)

3382. Cornelis Pietersz. Romeijn, jongman van Moerkerckenland, wonende in de Peperstraat te Gouda (1655), weduwnaar van Moerkerken, wonende te Gouda op de Groeneweg (1674), sleper (vermeld 1674), trouwde 2e NG Gouda (Sint-Janskerk) 6/23 okt. 1674 Ariaentjen Hermans, weduwe van Gouda, wonende buiten de Potterspoort bij de runmolen (1674), 1e NG Gouda (ondertrouw Sint-Janskerk Gouda, getrouwd in de Gasthuiskerk) 15 okt./2 nov. 1655

3383.Willemtje Pieters, jonge dochter van Delft, wonende op de Turfmarkt te Gouda (1655), overleden vr 15 mei 1667

3386. Arijen Schalcken, geboren naar schatting ca. 1620, jongman van Puttershoek (1639), overleden ald. in 1677, trouwde NG Ridderkerk/Puttershoek 12 okt./6 nov. 1639

3387. Catelijntje Tobias, geboren naar schatting ca. 1620, jonge dochter van Poortugaal, wonende te Kuipersveer (1639), overleden te Puttersoek ca. 1665

- 1 april 1638: Cathelijntie Tobias, "woont tot Greijn", aangenomen tot lidmaat van de NG gemeente te Puttershoek (Ons Voorgeslacht 1971, p. 220)

- 1 mrt. 1661: Arij Schalcken, inwoner van Puttershoek, transporteert aan Grietje Joris, weduwe van Gijsbert Willemsz. Hoffman, een huis in Puttershoek, staande "aan de straat", door schout en schepenen getaxeerd op 70 gl., belend oost de weduwe van Cornelis Corse, west Jacop Aertsz., zuid de straat, en noord de gemenelandsvliet van Moerkerken. Zij betaalt het huis "met het mangelen van een ander huijs", dat zij op diezelfde dag aan Arij Schalcken transporteert, namelijk een huis, eveneens staande te Puttershoek, getaxeerd op 100 gl., belend oost Pieter Andries, west Ingen Ariensz., zuid Ingen Ariensz., en noord de bermsloot van de dijk. Arij Schalcken is wegens deze ruil nog schuldig aan Grietje Joris 87 gl. 10st. (ORA Puttershoek, inv. 2, f. 53v e.v.)

- 1664 of 1665: ontvangen voor het doodkleed van de vrouw van Arijen Schalke 12 st. (Archief NH gemeente Puttershoek B2)

- 1677: ontvangen voor het doodkleed van Arijen Schalke 18 st. (Archief NH gemeente Puttershoek B3)

3390. Cornelis Willemsz. (jonge) Leenheer, gedoopt NG Hendrik-Ido-Ambacht 29 juni 1625, boer in Sandelingenambacht, heemraad (1648-1676) en schout (1676-1690) van Sandelingenambacht, diaken (1656) te Hendrik-Ido-Ambacht, kapitein in Kijfhoek, Sandelingenambacht, Rijsoord en Strevelshoek (1672), hoogdijkheemraad van de Zwijndrechtse waard (1685), overleden (vermoedelijk kort) na 25 febr. 1690, trouwde vr mrt. 1648

3391. Maijke Abrahamsdr. Jeiskoot, geboren naar schatting ca. 1625, overleden na 16 aug. 1688

- 17 dec. 1645: Cornelis W. Leenheer doet belijdenis in Hendrik-Ido-Ambacht.

- 14 dec. 1650: Cornelis W. Leenheer koopt van Aerien Aeriensz., inwoner van Ridderkerk, 1 mrg. en 300 roeden jong teelland in Sandelingenambacht.

- 13 aug. 1657: Daem Cornelisz. van der Gijessen, wonende te Ridderkerk, stelt zich borg voor Cornelis Willemsz. Leenheer, wonende " int Ambacht", voor de betaling van een somma van 1000 gl. met verlopen interest, die Cornelis Mertensz. steenbakker in Capelle a/d IJssel, als erfgenaam van zijn moeder Pleuntgen Cornelisdr., van Leenheer "in rechte is eijsschende". Comparant tekent met "Daem Cornelsen". (ONA Dordrecht inv. 48, f. 290)

- 1671: Cornelis Willemsz. Leenheer volgt zijn schoonvader Abraham Jeijskoot, die overleden is op 5 jan. 1671, op als schout van Kijfhoek (hij wordt als zodanig vermeld in een akte van 26 mei 1671)

- 27 febr. 1677: comp. Dircxken Cornelisdr., weduwe van Adriaen Pietersz. van Dalem, die een zoon en mede-erfgenaam was van Pieter Cornelisz. en Maritgen Stevensdr. wonende in de Groote Lindt, geassisteerd met Cornelis Arijensz. van Dalem, haar zoon, wonende op het Zwijndrechtse veer, enerzijds en Adriaen Abrahamsz. Jeijskoot, wonende te Willemstad en Cornelis Jacobsz. van Proeijen, als echtgenoot van Annitgen Abrams Jeijskoot, voor zichzelf en mede namens IJfken Pietersdr., weduwe van Abraham Adriaensz. Jeijskoot, hun moeder en Cornelis Willemsz. Leenheer, als echtgenoot van Maijcken Abrahamsdr. Jeijskoot, hun zwager, anderzijds. Er was geschil ontstaan tussen eerste en tweede comparanten over een tweetal obligaties ten laste van wijlen Abraham Adriaensz. Jeijskoot. Partijen zijn dienaangaande tot een schikking gekomen. (ONA Dordrecht inv. 418, f. 324 e.v.)

3392. Huijbert Ariensz. Hasenbrouck, trouwde

3393. Maria Ariensdr. (Olij ?)

(Kronieken 1997, nr. 1, p. 53)

3416. mogelijk:  Dirck Cornelisz. van Moerael (Kronieken 1997, nr. 1, p. 55)

3424. Gerrit Berentsz. Rompius (Rumphius) alias meester Gerrit, meester-chirurgijn en notaris te Bergambacht (1661, 1670), overleden na 27 sept. 1670, trouwde ca. 1661 (tussen 29 juli 1660 en 7 april 1661), huwelijk ontbonden  in 1670

3425. Maria Jansdr. Romeijn, geboren ca. 1622 (14 jaar in 1636) in Noord-Waddinxveen, overleden na 22 aug. 1694, trouwde 1e ca. 1642 Jan Govertsz. Welle, secretaris te Bergambacht, overleden tussen 18 mei 1658 en 23 dec. 1658 (vriendelijke mededeling van de heer H.M. Kuypers te Voorschoten)

Chirurgijnswinkel.

Kinderen (ex 2):

a. Jan, gedoopt NG Bergambacht 1663

b. Bernardus Rompens, gedoopt NG Bergambacht sept. 1665 ("de soon van meester Gerrit"), schepen van Bergambacht in 1719 (Weeskamer Bergambacht inv. 1, f. 149, akte dd 4 febr. 1719)

3426. Jan Teunisz. Aanen (alias de Jongste of Cleijnen), geboren Hoornaar ca. 1650, bouwman te Ottoland, overleden aldaar 14 juni 1688, trouwde vr 24 aug. 1670

3427. Jannichje Gerritsdr., overleden 5 nov. 1698

- Jan Teunisz. Aanen had een gelijknamige oudere broer, die Jan Teunisz. Aanen de Oudste werd genoemd

- 15 febr. 1686: Jan Teunisz. Anen, wonende te Ottoland, heeft van zijn vader Teunis Anen een stuk hooiland en een stukje "griendinge" gerfd, welke hij verkoopt aan zijn broer Geerit Teunisz. Anen, wonende in de "Leege Giessen". Hij tekent met een merk.

[Z. Erkelen-Aanen en W. van Leussen, Het Geslacht Aanen (Sliedrecht/Ottoland 1993), p. 34-35.]

3448. Pieter Wiggertsz. van der Tack, gedoopt NG Ouderkerk a/d IJssel 21 nov. 1655, schipper, begraven Ouderkerk a/d IJssel 6 sept. 1691, trouwde ca. 1693

3449. Cornelia Leendertsdr. Verbie, begraven Ouderkerk a/d IJssel 5 nov. 1727, trouwde 2e Ouderkerk a/d IJssel 12 dec. 1697 Jan Huijgen Krijgsman (= kwartier 3450)

Kinderen (o.a.):

a. Wigger Pietersz. van der Tack, gedoopt Ouderkerk a/d IJssel 3 april 1684

b. Pieter Pietersz. van der Tack, overleden in of na 1725 (zie bij kwartier 3450)

3450. Jan Huijgen Krijgsman, geboren naar schatting ca. 1655, overleden Ouderkerk a/d IJssel 8 juli 1725, begraven Ouderkerk a/d IJssel 7 aug. 1725, trouwde 2e Ouderkerk a/d IJssel 12 dec. 1697 Cornelia Leendertsdr. Verbie (= kwartier 3449), trouwde 1e naar schatting ca. 1680

3551. Jannetje Teunisse, overleden vr 12 dec. 1697

- 11 mei 1726: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Jan Huigen Krijgsman, overleden te Ouderkerk a/d IJssel op 8 juli 1725, gemaakt volgens opgave van Gerrit Bastiaensz. van Zijl en Teunis Jansz. van der Zijden, als testamentaire voogden over zijn minderjarige kleinkinderen en mede-erfgenamen.

Onroerende goederen:

- een huis en erf, gelegen binnen "dit ambacht" in de polder de Zijde in de Molenplaats, "beginnende van den eigen van de steenplaats aff, en strekkende zuid tot op den eigen van Cornelis Wiggersz. c.s. toe", belend ten oosten Cornelis Wiggersz. en ten westen Gerrit Bastiaansz. Het achterste deel van het huis is bewoond geweest door de overledene zelf en het voorste deel is verhuurd aan Pieter Pietersz. van der Tak voor 12 gl. per jaar. De huur is betaald door 1 mei 1725.

"Meubilen en huis-cieraad":

- o.a een ijsslee, een "roer" [geweer], een brilletje, een Bijbel, vier boekjes, drie schilderijen, een teutebel, twee paar schaatsen.

Contant geld:

- 4 gl. en 2 st.

Schulden en lasten:

- de kinderen en kindskinderen zijn schuldig een somma van 300 gl., gevestigd op het huis en van de overledene volgens een schuldbekentenis, verleden voor schout en heemraden op 21 dec. 1718

- idem een somma van 84 gl. "over 't schouwen van de overledene aan de d'heeren Baljuw en Mannen van Zuid-Holland betaald"

- doodschulden (betaling voor graf, doodkist, luiden e.d.) "waarvan bij rekening zal blijken".

Op 11 mei 1726 comparen voor notaris S. Guldemont te Ouderkerk a/d IJssel Gerrit Bastiaansz. van Zijl en Teunis Jansz. van der Zijden, die verklaren, dat deze inventaris "deugdelijk en opregt" is. Akte door beiden ondertekend.

(ONA Ouderkerk a/d IJssel inv. 6505, akte 93)

- 3 aug. 1725: voor notaris Samuel Guldemont te Ouderkerk a/d IJssel compareren Teunis Jansz., Lijsbet Jansdr., meerderjarige ongehuwde vrouw en Govert Cornelisz. Boer en Jan Willemsz. Verschoor, als voogden over de minderjarige kinderen van Trijntje Jansdr., in haar leven echtgenote van Wigger Pietersz. [van der Tak], allen kinderen en kindskinderen van wijlen Jan Huigen en uit dien hoofde gerechtigd tot de hierna te noemen obligatie, volgens het legaat, dat is "gexpresseert" in testament van Ariaantje Centen, weduwe van Teunis Cornelisz. Volkert, gepasseerd voor notaris Guldemont op 9 sept. 1714. Comparanten verklaren te hebben verkocht aan Cornelis van Gelder, wonende te Ouderkerk a/d IJssel, een obligatie ten laste van de provincie Holland, staande "ten comptoire" van de stad Gouda, ten name van Ariaantje Centen, weduwe van Teunis Volkaartze, inhoudende 1000 gl. kapitaal. Teunis Jansz. zet een merkje en Lijsbet Jansdr. een kruisje. (ONA Ouderkerk a/d IJssel inv. 6505, akte 40)

Kinderen (ex 1; volgorde onzeker):

a. Teunis Jansz., overleden in of na 1725

b. Lijsbeth Jansdr. (nog ongehuwd in 1725)

c. Trijntje Jansdr. Krijgsman (= kwartier 1725)

 

3512. Adriaen Hendricksz. Scheij, gedoopt NG Dordrecht sept. 1634, jongman van Dordrecht, steenhouwer wonende bij de Grote Kerk (1657), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 20 aug. 1670 (een baar voor Adrijaen Scheij steenhouwer bij de Grote Kerk, eens luiden), trouwde 2e ca. 1665 Jannetje Verhagen , die hertrouwde NG Dordrecht 13 mrt. 1671 Francois Dol.

Hij trouwde 1e NG Dordrecht 5/28 aug. 1657

3513. Josijntie (Josina) Jansdr. Moets, geboren naar schatting ca. 1635, jonge dochter van Geertruidenberg en daar wonende (1657), overleden te Dordrecht in 1665 (vr 10 juli 1665)

- 1 febr. 1661: Johannes van Eijssel en Geerard Baen, kooplieden te Dordrecht, verkopen aan Arien Scheij meester steenhouwer een huis op de hoek van de Wijnstraat [Grotekerksbuurt] bij de Grote Kerk voor 2450 gl. (ONA Dordrecht inv. 120, f. 166)

- 5 aug. 1664: voor notaris J. Reijns te Dordrecht testeren Adriaen Scheij, meester steenhouwer en Josina Jansdr., burgers van Dordrecht, beiden gezond. Zij benoemen tot voogden zijn stiefvader Hendrick de Jong steenhouwer en Johannes Sickinga, beiden wonende te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 116, f. 53)

- 10 juli 1665: Adriaen Scheij, meester steenhouwer te Dordrecht, weduwnaar van Josina Jansdr., benoemt "in cas van sijn overlijden" tot voogden over zijn onmondige kinderen Bartholomeus Ronaer en Johannes Sickinga, kooplieden te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 116, f. 57)

- 26 aug. 1666: Adriaen Scheij meester steenhouwer is getuige bij het passeren van het testament van Adriaen Gerritsz. Graeff, meester scheepmaker te Dordrecht en Maeijken Stevens. (ONA Dordrecht inv. 116, f. 86)

3514. Arien Jacobsz. de Recht, geboren ca. 1632, schipper, jongman van Heinenoord (1657), overleden ca. 1707, trouwde NG Dordrecht 29 april/15 mei 1657

3515. Jacomijntje Abramsdr. van Elderen (alias van der Maden), gedoopt NG Dordrecht  juni 1631, jonge dochter van  Dordrecht wonende bij de Sluispoort (1657)

- 21 april 1657: Arij Japicksz. de Recht jonkman van Heinenoord, varend gezel, ontvangen als inheems poorter, mits betalende 40 ponden van 40 groten het pond. (ORA Dordrecht inv. 63, f. 52v)

- 9 mei 1676: Arie de Recht en Jacomina van Elderen testeren ten overstaan van notaris J. Mugge te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 359, akte 122)

- 2 mei 1693: Sijtge Ariensdr. de Croeff, weduwe van Hendrick van Ardenne, burgeres van Dordrecht, verkoopt aan Arien Jacobsz. de Recht een huis buiten de Vuilpoort, staande tussen het huis van de weduwe van de heer Carpentier en dat van de kinderen en erfgenamen van Herman van de Beeck, voor een bedrag van 2000 gl. Koper bekent schuldig te zijn aan verkoopster 2000 gl. , af te lossen met jaarlijkse termijnen van 100 gl., daarvoor verbindende het voornoemde huis. In margine: compareerde Arijen Jacobsz. de Regt en toonde de originele brief met de kwitantie op de rug daarvan, waaruit bleek dat de schuld volledig was voldaan. Derhalve geroyeerd op 26 sept. 1705. (ORA Dordrecht inv. 798, f. 21)

- 28 sept. 1707: compareert voor notaris B. van Gelsdorp Jacomijntie Abrahamsdr. van Eldere, weduwe van Arien Jacobsz. de Recht, die "metterdood" hun testament van 9 mei 1676 heeft bevestigd, nalatende drie kinderen bij haar verwekt. Comparante wil dat, "na examinatie van haar boedel ende goederen" de legitieme portie, die de drie kinderen wegens hun vaders nalatenschap toekomt, vergroot wordt van 200 gl. tot 2100 gl., derhalve voor ieder kind een somma 700 gl. Compareren mede Abraham en Jacob de Reght en Hendrik Scheij, getrouwd met Anna de Reght, allen kinderen van de comparante, die verklaren daarmee genoegen te nemen en hun moeder hartelijk te bedanken. Akte door comparanten ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 670, akte 67, f. 248 e.v.)

3516. Thomas Thomasz. (Gravendijk), gedoopt NG Dordrecht 1 nov. 1611, jongman wonende buiten de Vriesepoort (1632), weduwnaar van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort (1655), (plets-) volder (1632, 1636), schipper (1655), zandman (1657, 1665, 1691), overleden in of na 1691, trouwde 1e NG Dordrecht 5 dec. 1632 (ondertrouw, getrouwd in Puttershoek op 19 dec. 1632) Sara Govert Pietersdr., jonge dochter wonende achter in het Steegoversloot (1632) , overleden ca. 1653, zuster van Pieter Govertsz. van Godewijck stadsschoolmeester

Thomas trouwde 2e NG Dordrecht 31 jan./14 febr. 1655

3517. Aletta Beeckmans Jacobsdr., "van Dordrecht" wonende op de Lindengracht (1655), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 21 okt. 1691 (een baar voor de vrouw van Tomis Tomisssen zandman op de Lindengracht)

- 11 nov. 1636; comp. voor notaris D. S. Coplaer Jacob Willemsz., slikwerker en burger van Dordrecht, als oom en voogd van de kinderen van wijlen Lucas Willemsz. slikwerker, zijn broer en verklaart, dat hij met toestemming van de heer thesaurier van de stad Dordrecht verkocht heeft aan Thomas Thomasz., volder wonende aan de volmolen buiten de Vriesepoort, een slikschip met toebehoren voor de prijs van 250 gl., waarvan koper reeds 200 gl. heeft betaald en de resterende 50 gl. zal voldoen over een jaar of uiterlijk anderhalf jaar. (ONA Dordrecht inv. 75, f. 166v)

- 21 sept. 1652: Thomas Thomasz. en zijn vrouw Sara Govertsdr. wonen buiten de Vriesepoort van Dordrecht (ONA Dordrecht inv. 46)

- 19 sept. 1657: een baar voor de soon van Thomas Thomasz. "santman op de Linge [sic] gracht" (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

- 25 juli 1665: Dirck Bastiaensz. Bleijckers, "glaesmaker" te Dordrecht, verkoopt voor 1400 gl. aan Johannes van Bree, kuiper te Dordrecht, een huis in de Spuistraat, staande tussen de huizen, die toebehoren aan Adriaen Cluijt "glaesmaker". Waarborgen: Bastiaen Arijensz. Bleijcker en Thomas Thomasz. Gravendijck zandman, burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 784, f. 34)

- 27 okt. 1677: testeert Margareta Godewijck*, ongehuwde dochter wonende te Dordrecht, ziek in een stoel zittende. Zij legateert aan haar neven Thomas Thomasz. en Jacob Thomasz. Gravendijck elk een somma van 50 gl., aan haar neef Samuel van der Heijden, wonende te Dordrecht "haer alderbeste, ende grootste stucken borduurwerck bij haer testatrice gemaeckt ... [en] haers papiers teijckenkonst, prenten ende 't gunt tot de voorsz. teijckenkonst gehoort", aan Matthijs Baelen Jansz., haar goede vriend, een stuk borduurwerk, zijnde een landschapje, door haar gemaakt in 1673 en aan de kinderen van Willem de Keijser, Londenvaarder, als zij, testatrice, bij haar overlijden nog bij hem inwoont, drie van haar kleinste borduurwerken. In al haar overige na te laten goederen benoemt zij tot haar enige erfgenaam haar nicht Margrieta Thomasdr. Gravendijck. Als executeur-testamentair stelt zij aan haar neef Samuel van der Heijden, die zorg moet dragen voor de verkoop van haar kunst en boeken. (ONA Dordrecht inv. 471, f. 176 e.v.) 

* Margareta, dochter van Pieter Govertsz. van Godewijck en Sara Cornelis Pijpelaersdr., gedoopt NG Dordrecht aug. 1627. (NG trouwboek Dordrecht 29 mrt. 1626: Pieter Govertsz. van Godewijck stadsschoolmeester wonende bij de weduwe van Frantz van Bonckelweert met Sara Cornelis Pijpelaersdr. wonende in de Nieuwe Breestraat  in "de Toren van Remunde", beiden van Dordrecht).

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

ex 1:

a. Thomas Thomasz. Gravendijk, 1633, overleden in of na 1677

b. Margriete, mei 1635

c. Goovert, 1638, jong overleden

d. NN, 16 juni 1643

e. Jacob Thomasz. Gravendijk, overleden in of na 1677

f. Margrietje Thomasdr. Gravendijk, geboren naar schatting ca. 1645, "van Dordrecht", wonende op de Lindengracht (1682), trouwde NG Dordrecht/Alblasserdam 15/29 nov. 1682 Willem Jenefaasz. van der Kloet, gedoopt NG Dordrecht 21 febr. 1649, jongman van Dordrecht, wonende in de Marinbornstraat (1682), vleeshouwer (1698)

ex 2:

e. Lijsbeth Thomasdr. Gravendijk, 29 nov. 1655, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Lindengracht (1677), trouwde NG Dordrecht 7/22 nov. 1677 Gillis Frens (Freijs), jongman van Dordrecht, zakkendrager wonende in de Kleine Spuistraat (1677)

Kind:

e-1. Sara, gedoopt NG Dordrecht 19 febr. 1690

f. Govert, 27 sept. 1659 ( = kwartier 1758)

3518. Herman Jenefaesz. van der Kloet, gedoopt NG Dordrecht 24 jan. 1646, beenhakker, deken van het Vleeshouwersgilde te Dordrecht (1686), woonde in de Kolfstraat (1666), overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 13 dec. 1731 (pro deo), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 13 dec. 1731 (Hermen van der Kloet in het Riedijkstraatje, laat kinderen na, "een graft besonder"), trouwde NG Dordrecht 29 aug. 1666 (attestatie om te trouwen in Groote Lindt 12 sept. 1666)

3519. Zijchie Joosten (Dermoeij), geboren naar schatting ca. 1645, jonge dochter van Middelburg wonende in de Lombardstraat te Dordrecht (1666), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 31 juli 1701 (Seijgie Jooste, vrouw van Hermen Jenefaesse in de Doelstraat)

- ca. 1693: Hermen Jenefaasz. op de hoek van de Marinbornstraat betaalt 1 gl. lantaarngeld. Het huis wordt aan n zijde belend door de stal van de heer Van den Broek. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3984, f. 80v)

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 25 mrt. 1696: Jenefaes van der Kloet jongman vleeshouwer wonende in de Doelstraat geassisteerd met Seijgie Joosten Dermoeij de vrouw van Hermen Jenefaesz. van der Kloet en Neeltje Mouthaen jonge dochter wonende op de Riedijk beiden van Dordrecht geassisterd met haar moeder Jannighie Abrahams de vrouw van Willem van der Lip, getrouwd 8 april 1696

- 4 juni 1698: comp. voor notaris H. van Dijck Govert Gravendijck, als echtgenoot van Catharina van de Kloet, Pieter Blanckert, als man van Maria van de Kloet en Jenefaes van de Kloet, allen burgers van Dordrecht, te kennen gevende dat de rentmeester Dirck van Zuijlichem, wonende te Den Haag, "uijt de onder hem berustende gelde haer comparanten alsnoch minderjarige broeder David van de Kloet en suster Sophia van de Kloet competerende volgens de vrijwillige gifte van wijlen vrouwe Sabina de Clercq, in haer leven laetst huijsvrouwe van de heer [Gerbrant] Zas van de Bossche*, secretaris ter Admiraliteijt van de Maase ende bevorens weduwe wijlen den directeur David van Hattum #, der comparanten oem, van dato den 27en Januarij 1687, [blijkens] ... de rekeninge daer van bij den voornoemde van Zuijlichem ten overstaen van Commissarissen van de Hove van Holland op den 7en September 1695 gedaen." Door de comparanten, hun vader Herman van de Kloet en genoemde David en Sophia van de Kloet is aan Van Zuijlichem verzocht om "te willen fourneren een somma van ses hondert gul. soo omme daer mede ten behoeve vande voornoemde twee minderjarige David ende Sophia van de Kloet aen te coopen en te transporteren seeckeren schepenenschultbrieff per reste van vier hondert gul. capitael met den verloopen intreste van dien, aencomemde Leendert de Voocht, staende specialijcken gehypothequeert op de voornoemde Herman van de Kloets huijsinge alhier inde Doelstraet op den hoeck vande Marijenbornstraet, bij den voorn. Leendert de Voocht al over lange opgeijscht wesende ende het resterende verder tot betalinge der ordinaere ende extraordinaere lasten vande voorn. huijsinge verschult. Ende vermits d'voorsz. penningen in gevolge de voorsz. acte van vrijwillige gifte, als op gevolge de dispositie vande Hove van Holland, onder hem van Zuilichem moeten blijven tot de voorsz. David ende Sophia van de Kloet meerderjarich sullen sijn, soo konde hij hij van Zuilichem de versochte gelden niet onbekommert fourneren, om 't welcke wech te nemen, soo verclaerden sij comparanten ... haer selven soo in persoon als goederen te verbinden omme den voorn. van Zuilichem altijt te vrijen ende indemneren van alle costen ende schaden, soo hem van Zuilichem ter saecke vande voorsz. te fourneren ses hondert guldens namaels door ofte van wegen d'voorsz. David ende Sophia van de Kloet onverhoopte soude mogen aengedaen werden." Compareert mede Herman van de Kloet, die belooft de somma van 600 gl. met 4 % interest aan Dirck van Zuilichem of aan zijn, comparants, twee genoemde kinderen, wanneer zij meerderjarig worden, te zullen terugbetalen. Akte door comparanten ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 287, f. 286v e.v.)

* NG trouwboek Rotterdam 2 febr. 1687 (ondertrouw) Gerbrant Sas van den Bossche, wonende Haringvliet, eerste secretaris [van de Admiraliteit van de Maze] met Sabina de Clerq, wonende in Den Haag, weduwe van David van Hattum.

# NG trouwboek 's-Gravenhage 7 april 1652 (ondertrouw) Davidt van Hattum jongman uit Zeeland wonende in 's-Gravenhage en Sabijna d'Clercq jonge dochter uit Den Haag tegenwoordig wonende in Woerden

- 1731 (zonder datum, na 25 nov. 1731): Hermen van der Kloet in de Riedijkstraat, is overleden sine bonis (Weeskamer Dordrecht, inv. 114 [dodenregister])

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Catharina, 2 jan. 1668

b. Marijken, 26 juni 1669, jong overleden

c. Jenefaes, 9 juli 1671

d. Maria, 12 okt. 1672

e. David, 27 mei 1674, jong overleden

f. David, 10 april 1675

g. Sophia van der Kloet, 12 okt. 1676, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Riedijk (1706), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5/27 dec. 1706 (de bruid geassisteerd met haar vader) Joachim Willemsz. van der Reije, weduwnaar, geboren van 's-Gravenmoer (1706)

h. Abigal, 27 okt. 1679, vermoedelijk jong overleden

(Gens Nostra 1992, p. 206, kwartieren 30 en 31)

3568. David Jeremiasz. Copijn, gedoopt NG Dordrecht jan. 1624, jongman van Dordrecht, knoopmaker wonende in de Visstraat (1644), weduwnaar van Dordrecht, stalen-knoopmaker wonende in de Marinbornstraat (1657), trouwde 1e NG Dordrecht 25 dec. 1644 (ondertrouw) Maijken Fransdr. (Francoijs), jonge dochter van Middelburg, wonende in de Oude Breestraat te Dordrecht (1644), 2e NG Dordrecht/Dubbeldam 18 febr./2 april 1656

3569. Maijken Wilhms, geboren naar schatting ca. 1620, jonge dochter "van bij Aken", wonende in de Oude Breestraat (1641), weduwe van Aken, wonende in de Marinbornstraat (1657), trouwde 1e NG Dordrecht/Zwijndrecht 10/24 mrt. 1641 Isaac Abrahamsen, jongman van Dordrecht, molenaar wonende in de Oude Breestraat (1641)

- 24 juni 1655: compareert voor notaris A. Muijs van Holij Davidt Copijn, knoopmaker, 32 jaar oud, die een verklaring aflegt. Hij tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 110, f. 168)

Kinderen (ex 1, allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Aeltje, 9 sept. 1645

b. Francoijs, sept. 1647

c. Catelina, 17 aug. 1649

d. Jeremias, 20 mrt. 1651

e. Janneke, 12 mei 1653

Kinderen (ex 2, allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. en b. Gerrit en Maeijke, 30 sept. 1657

c. Maijken, 17 dec. 1659

d. Aeletje, 5 mrt. 1663

3572. Bartholomeus Joosten

3573. Lijsbeth Andries

3574. Jan Augustijnsz. Scharlijn (Scherling, Charlin), jongman van Arnhem, lakenwerker wonende in de Kromme Elleboog (1656), gildebroeder van het Fruiteniersgilde te Dordrecht (1686), trouwde NG Dordrecht 27 aug./10 sept. 1656

3575. Heijltge Cornelis, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Gevulde Gracht (1656)

- 9 april 1680: mr. Hendrick Coopmans, advocaat voor het Hof van Holland, wonende te Dordrecht, verkoopt aan Jan Charlijn, burger van Dordrecht, een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jan Leendertsz. de Laat en Pieter van Drongelen, voor 240 gl. Koper is schuldig aan Abraham de Melij, koopmansbode van Dordrecht op 's-Gravenhage, een somma van 240 gl., daarvoor verbindende het voornoemde huis. (ORA Dordrecht inv. 791, f. 109v e.v.)

- 13 mei 1686: verklaring door o.a. Jan Cherleijn, burger van Dordrecht en gildebroeder van het Fruiteniersgilde. (ONA Dordrecht inv. 978)

- 28 jan. 1713: voor notaris G. Mugge te Dordrecht testeert Heijltie Cornelis, weduwe van Jan Scherlingh, ziek in bed liggende. Zij benoent tot universele erfgenamen haar twee dochters Neeltie en Jannighie Scherling en haar zoon Augustijn Scherling slechts in de legitieme portie. Zij legateert aan haar dochter Jannichien een bed met beddengoed en een blokkast. Tot executeurs benoemt zij haar twee dochters. Testatrice tekent met een merk. (ONA Dordrecht inv. 633, f. 390 e.v.)

3576. Leendert NN, trouwde NN

Kinderen:

a. Bastiaan, geboren naar schatting ca. 1685

b. Ariaantje Leendertsdr. de Leur, geboren ca. 1689, jonge dochter van Zwijndrecht (1708), trouwde Zwijndrecht 27 mei 1708 Jordanus Jacobsz. van Sandelingh

3578. Arij Lodewijksz. Vendel (Vaandel), trouwde

3579. Neeltie Arijensdr. van der Linden alias Decker

- 10 juli 1723: inventaris van de goederen, nagelaten door Neeltje Ariensdr. van der Linden, weduwe van Arijen Lodewijcksz. Vendel, overleden te Hendrik-Ido-Ambacht, gemaakt door notaris A. van Nievelt, op verzoek "ende opgeve" van haar zoon Leendert Ariensz. Vendel en diens vrouw Cornelia Leendertsdr. [Prins] en van Lena van der Linde, weduwe van Bastiaen [Geene] de Smouter, zuster van de overledene. Tot de boedel behoort o.a. een huis, waarin Neeltje is overleden, met een erf, waarvan het huis is gebouwd en het erf is gekocht met geld, dat is geleend van haar broer Pieter van der Linde, wonende te Rotterdam. (ONA Dordrecht inv. 618, f, 454)

- 30 april 1727: comp. voor schout en schepenen van Groote Lindt de gezamenlijke erfgenamen van Arij den Decker, "de welcke in vier leeden off staken bestaen", te weten Leena Arijensdr. Decker, weduwe van Bastijaen Geene, voor 1/4 part, Pieter Jacobsz. van der Linde, als procuratie hebbende van de executeurs-testamentair van wijlen Pieter van der Linde, metselaarsbaas te Rotterdam, die mede een zoon was van Arij den Decker, blijkens procuratie gepasseerd voor notaris H. van der Meijde te Rotterdam op 31 dec. 1726, voor 1/4 part, de kinderen van Aeltie [sic] Arijensdr. Decker zaliger, weduwe van Arij Vendel, te weten Leendert Arijensz. Vendel voor 1/8 part en Bastijaen de Leur, als vader en voogd van Leendert Bastijaensz. de Leur, onmondig weeskind, nagelaten door Dircksje Arijensdr. Vendel, volgens vertichting door Bastijaen de Leur gepasseerd voor schout en schepenen van Zwijndrecht, voor 1/8 part en de kinderen van wijlen Johannis Arijensz. Decker, m.n. Leena Johannisdr. Decker, echtgenote van Pieter Jacobsz. van der Linde en Arijaentie Johannisdr. Decker, samen voor 1/4 part. Comparanten verkopen voor 420 gl. contant aan Kommer Jacobsz. Esseboom en Leendert Huijgen Visser een heel huis, bestaande uit twee woningen, met een keetje, schuurtje, boomgaardje en dijkerf, staande en gelegen aan 's herendijk van Zwijndrecht aan de Lindtse straat onder de jurisdictie van Groote Lindt, belend zuid het erf van Jacob Janese Timmerman, noord de "plantagie" van Hermanus Saveneel, west 's herendijk van Zwijndrecht en oost "den beneden reijpadt offte den halven bermsloot binnesdeijck". (ORA Groote Lindt inv. 3)

- 11 april 1730: comp. voor notaris B. Broelingh te Zwijndrecht Leendert Ariensz. Vendel, wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht, enig nagelaten zoon van Neeltie Ariensdr. van der Linden, bij haar verwekt door Arij Lodewijksz. Vendel, erfgenaam van zijn oom wijlen Pieter van der Linden, volgens testament gepasseerd op 13 sept. 1725 voor notaris J. van Gesel te Rotterdam. Comparant verklaart machtiging te geven aan zijn vrouw Cornelia Leendertsdr. Prins, om zich te vervoegen te Rotterdam of elders en daar te verkopen en vervolgens te transporteren zijn aandeel in een obligatie van 2000 gl. ten laste van de Admiraliteit op de Mase gedateerd 27 aug. 1648. Hij tekent met een kruisje. (ONA Zwijndrecht inv. 5, akte 72, f. 371 e.v.)

3602. Jacob Pietersz. Charlois, trouwde naar schatting ca. 1650

3603. Sijtje Ariensdr.

3826. Pieter de Wijn, geboren naar schatting ca. 1610, jongman van Gorichem wonende ald. (1633), factoor (1638), koopman (1642, 1652) te Rotterdam, begraven Rotterdam 16 juni 1652, trouwde Gorinchem 16 juli 1633 (ondertrouw; attestatie van Dordrecht)

3827. Geertruijd Bongerts (Boogaerts), gedoopt NG Dordrecht nov. 1612, begraven Tiel 3 okt. 1688, trouwde 2e Rotterdam 15 april 1654 (ondertrouw Brielle 29 mrt. 1654) Abraham Jacobsz. van Braam, 3e Zuidland 5 mei 1657 (ondertrouw Brielle 15 april 1657) ds.Samuel Scherphof, weduwnaar van Maria Juijnbol

3828. Gerard (Gerrit) Houckgeest, geboren Den Haag ca. 1600, schilder van kerkinterieurs, i.h.b. van de Oude en Nieuwe Kerk te Delft, etser, bierbrouwer (vermeld 1639), woonde te Delft in het huis genaamd "De Groote Valk", overleden Bergen op Zoom aug/ 1661, trouwde 1 nov. 1636

3829. Helena van Cromstrijen, overleden na 16 jan. 1657 (Kwartierstaat Van Helsdingen, kw. 3156/3157 [internet])

- 1625: Gerard Houckgeest wordt lid van het Haagse schildersgilde

- 22 juli 1639: hij wordt lid van het schildersgilde te Delft, is dan ook bierbrouwer

"Hij  behoort met Emanuel de Witte en H. van Vliet tot de belangrijkste delftsche kerkschilders. Nadat hij eerst B. van Bassen als leermeester schijnt gehad te hebben, blijkt er omstr. 1650 een geheele verandering in zijn werk gekomen te zijn; na 1650 treffen wij heldere kleuren aan, typische perspectieve verschuivingen, rugfiguren. Als etser heeft hij kerk-interieurs gemaakt." (NNBW, deel X (Leiden 1937), kol.. 389-390)

Gerard Houckgeest, De tombe van Willem van Oranje door Hendrik de Keyzer in de Nieuwe Kerk van Delft (1651).

Gerard Houckgeest, Interieur van de Oude Kerk te Delft (1654).

3836. Tjerck Jansz. van der Graaff, geboren 30 nov. 1605, verhuisde van Delft naar Gorinchem, later naar Woudrichem, burgemeester ald., overleden 10 aug. 1669, trouwde 1e Jenette de Lang, 2e Woudrichem 5 okt. 1636

3837. Agatha Froterma, overleden 10 aug. 1669

(Kwarierstaat Van Helsdingen [internet])

3838. Floris van Winteroy, geboren (Ravels), kapitein in het Regiment van de graaf van Brederode in garinizoen te Wourdrichem, ritmeester in garnizoen te 's-Hertogenbosch (1644), waarschijnlijk commandeur van Woudrichem, trouwde Prinsenland 6 nov./14 dec. 1631

3839. Cunera (Dina), gedoopt NG Oudewater (ales Cuenertgen) 25 febr. 1615, overleden tussen 12 febr. 1632 en 1 sept. 1644

NB: in een oud handschrift, dat berust bij het CBG in Den Haag, wordt ten onrechte vermeld, dat zij verwant was aan de zeeheld Jan van Galen en de bisschop van Mnster, Bernard van Galen, bijgenaamd "Bommen Berend".

(Vriendelijke mededeling van de heer A. de Man.)

3864. Claes Wijnants, trouwde naar schatting ca. 1630

3865. Jannetge Leenerts, woonden ca. 1635 in Alkmaar

3866. Boudewijn Dirksz., jongman van Dordrecht, arbeider aan de straat wonende in de Vriesestraat (1632), trouwde NG Dordrecht 17/31 okt. 1632

3867. Grietgen Jans, van Elvervelde, weduwe van Frans Carel kuiper wonende in de Kolfstraat (1632)

- 29 jan. 1649: verklaring door Cornelis Volckersen van Embden, Hendrick Helmich, Grietgen Jans, weduwe van Boudewijn Dircxen, Catelijn Jansdr. Goetleven, vrouw van Frans Fransz. der Moeijen, die in Brazili verblijft en Willemken Jans, jonge dochter, op verzoek van Maijken Jansdr. de Ridder, weduwe Cornelis Geeritsz. de Haen. Grietgen heeft een brief ontvangen van Gillis Dircxen, de broer van haar man, die een zwager was van Cornelis Geeritsz. de Haen. (ONA Dordrecht inv. 88, f. 28)

- 28 april 1650: Grietgen Jansdr., weduwe van Boudewijn Dircxen, is schuldig aan Hendrick Jansen, sledenaar en burger van Dordrecht, 180 gl. en aan Lijsbeth Jans 120 gl., bestemd voor de aanschaf van een kromstevenschuit, "bij haer voor haeren soon gecoft omme te bevaren." (ONA Dordrecht inv. 89, f. 165)

3870. Abel Ariensz., gedoopt NG Dordrecht 7 dec. 1581, " knopmaker" van Dordrecht (1602), trouwde NG Dordrecht 3/26 febr. 1602

3871. Machtelt Jan Hendricxs, geboren naar schatting ca.1580, van Duisberch (1602)

3878. Gijsbert Cornelisz. Vlijm, geboren ca. 1608, visser wonende te Papendrecht (1658), trouwde naar schatting ca. 1640

3879. Mattjen (Mettie) Dircken

- 5 nov. 1658: verklaring door o.a. Gijsbert Cornelisz. Vlijm, wonende op Papendrecht, ongeveer 50 jaar oud, visser. Hij tekent met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 245, f. 24)

- 1665: Gijsbert Cornelisz. Vlijm, uit Papendrecht, wordt burger van Dordrecht (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1974)

Kinderen (allen NG gedoopt te Papendrecht):

a. Maria, geboren naar schatting ca.1640 (= kwartier 1939)

b. Pietertjen, 2 mrt. 1642

c. Cornelis Gijsbertsz. Vlijm, geboren naar schatting ca. 1645, jongman van Papendrecht wonende bij de Kleine Vismarkt te Dordrecht (1671), trouwde NG Dordrecht 18 okt. 1671(ondertrouw, per schrijven van Zwijndrecht) Teuntie Cornelis, jonge dochter van Zwijndrecht, wonende aldaar (1671)

d. Aerjaentie, febr.of mrt. 1650

3898. Cornelis Willemsz. Grootenboer, geboren naar schatting ca. 1610, jongman van Fijnaart (1637), trouwde NG Fijnaart 21 nov./20 dec. 1637

3899. Marijke Huijbrechtsdr. van der Meer, geboren naar schatting ca. 1610, weduwe wonende in Heiningen (1637), trouwde 1e Cornelis Andriesz.

a. Grietje Cornelisdr., gedoopt NG Fijnaart 17 okt. 1638 (getuigen: Jan Huijbrechtsz., Adriaantge Theunis, Anneke Cornelis, Peter Cornelis)

b. Willemtje Cornelisdr., gedoopt NG Fijnaart 26 febr. 1640 (getuigen: Jan Petersz., Cornelis Laurens, Lijske Rommens, Marijke Ariens, Dircktje Jans), trouwde Cornelis Jansz. Versluijs

3928. Pieter Jacobsz. Hoochlander, gedoopt NG Sneek 22 dec. 1603, jongman van Sneek (1628), apothekersleerling te Leeuwarden (1621), apotheker te Dordrecht (1628, 1650), begraven Dordrecht 5 sept. 1650, trouwde NG Dordrecht 10/26 sept. 1628 (procl. in Ecclesia Gallica)

3929. Sara d'Spinoij Wemmersdr., gedoopt NG Dordrecht sept. 1608, jonge dochter van Dordrecht wonende bij haar moeder (1628), weduwe van Dordrecht wonende over de Lombardbrug (1653), overleden in of na 1656, trouwde 2e NG Dordrecht 17 aug. 1653 (ondertrouw, 12 sept. bescheid gegeven om te Steenbergen te trouwen) Francois Husman, oud-burgemeester van Steenbergen, wonende te Steenbergen (1653), overleden vr 12 maart 1656

- 2 mei 1621: "Ten versoucke van Pieter Jacobs Hooghlander apothequergesel compareerde Simon Haijes apothequer olt 34 jaren en verclaerde dat de Requirant d'tijt van drie jaren continuelijck bij hem in zijn winckel gestanden ende het apothequershandtwerck geleert hadde en in zulx doende hem allesints cloeck, vroom, neerstich ende naer behooren geholden ende gedragen, in voegen dat hij comparant d'Requirant voir een goet leerknecht bedanct en quiteert.... " (Certificaatboek Leeuwarden inv. 21, f. 3 [vriendelijke mededeling van de heer P. Leising te Drachten])

- 1638: 200e penning van Dordrecht - Pieter Hoogelande apotheker: 10 ponden

- 1652: 200e penning van Dordrecht - de weduwe van Pieter Hoogelande apotheker: "[50 ponden is doorgehaald] Te vooren gestaen op [10 ponden], es bij doleantie op [35 ponden]" (SA Dordrecht Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3979, f. 80v)

- 12 maart 1656: Sara Despinoij, laatst weduwe van Franchoijs Fransz. Husmans, in zijn leven burgemeester van Steenbergen, verleent procuratie (SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 177, f. 39)

3948. Dirck Gerritsz., trouwde

3949. Jannetje Dircksdr.

3950. Teunis Cornelisz. van IJseren, trouwde

3951. Cuijntje Willemsdr.,overleden vr 11 mei 1660

- 11 mei 1660: boedelscheiding tussen Thonis Cornelisz. van IJseren, weduwnaar van Cuijntje Willemsdr., enerzijds en hun kinderen, o.a. Hermen Dirxsz., als man van Theuntje Theunisdr. van IJseren, anderzijds. (ONA Gorinchem)

(Ons Voorgeslacht 1990, p. 201)

3968. Neleman Claesz. Nelemans, trouwde

3969. Peerken Matthijsdr. Fuijkschot

4012. Gerardus Cornelissen (Willems) (Bonx), schepen en kwartiermeester van Vorenseinde, overleden ca. 1625, trouwde

4013. Cornelia Geertsen Chielen, overleden ca. mei 1627

4014. Cornelis Cornelisz. de Bruyn, geboren ca. 1564 (82 jaar in 1646: RA Vorenseynde inv. 20, f. 49v, akte dd 1 aug. 1646), trouwde 1e Maijke Hage Jan Aert van Steen, overleden vr 1 okt. 1605, dochter van Hage Jan Aert van Steen en Aelke Cornelis Crispijn, trouwde 2e

4015. Margriet Adriaen Heyn Cruyt, trouwde 2e Anthonis Lenaerts

(Vriendelijke mededeling van de heer G. Klein.)

4026. Bastiaan Geene Oom, bezit land te Zevenbergen in 1610 (De Brabantse Leeuw 1984, p. 57)

4032. Lambert Jansz. (van) Persijn, geboren naar schatting ca. 1585, weduwnaar van Sprang-Cappelle, kleermaker wonende bij Joos de Bruijn voor het Bagijnhof (1609), werkmeester wonende aan de Vest bij het sluisje aan de Riedijk (1628), slikwerker (ONA Dordrecht inv. 72, f. 26, akte dd 4 juni 1632, overleden aan de pest ca. nov. 1636, trouwde 2e NG Dordrecht 13 aug. 1628 (ondertrouw) Willemken Cornelisdr., weduwe van Dordrecht, wonende in de Spuistraat  (1628), overleden aan de pest ca. nov. 1636, trouwde 1e Floris Dirksz. kleermaker. Lambert trouwde 1e NG Dordrecht 10 mei 1609

4033. Centke Hubrecht Eeuwoutsdr., woont bij haar zuster Hilleke Hubrechtsdr. (1609)

- 19 mei 1626: Geertken Teunis, weduwe van Adriaen Jansz. slikwerker, burgeres van Dordrecht, verkoopt aan Wouter Willemsz., brandewijnmaker te Dordrecht, een huis aan 's herenvest, naast de sluis omtrent het Nieuwkerkhof, belend door de sluis aan de ene zijde en het huis van Cornelis Woutersz. aan de andere zijde. Waarborg: Lambert Jansz. slikwerker. (ORA Dordrecht inv. 766, f. 20)

-29 dec. 1631: Theunis Gerritsz. en Jan Gerritsz. varend gezellen en Willem Jansz. pontgast, als man en voogd van Elijsabeth Gerritsdr., verkopen voor 200 gl. aan Lambert Jansz. van Persijn, burger van Dordrecht, twee huisjes in de Heer Heijmansuijsstraat omtrent de sluis, staande tusssen het huis van de weduwe van Jan Phoppen en de gemeenschappelijke gang van de huizen van Heer Heijmanssuijsstraat. Waarborg: Snel Aertsz. slikwerker. (ORA Dordrecht inv. 769, f. 19v)

- 8 nov. 1636: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Lambert Jansz. Persijn werkmeester en zijn vrouw, beiden aan de pestziekte overleden, beschreven door notaris G. de Jager op verzoek van Teunis Stevensz. de Rou, als man van Neeltgen Florisdr.

Lambert heeft o.a. nagelaten een huis op de Nieuwkerkstraat en een huis in de Kolfstraat, staande naast het huis van Michiel Jacobsz. Coterman. Willemken heeft o.a. nagelaten een huis in de Spuistraat, staande tussen het huis van Jan  Korssen en dat van Fop de koekenbakker. Zij hebben tijdens hun huwelijk aangekocht de navolgende huizen, die zij in gemeenschappelijk bezit hebben gehad: twee huizen aan de sluis [bij de Vest], staande tussen het huis van Joost Danilsz. en dat van Machtelt [sic], twee huisjes naast het huis van dezelfde Machtelt, een huis in de Heer Heymansuysstraat, zijnde het hoekhuis van 's herenvest, en een stal, die door Lambert Persijn is gezet op stadsgrond achter 's herenvest, waar zijn twee paarden en gereedschappen in staan, alsmede een slikschuit en twee karren. (ONA Dordrecht inv. 38, f. 452 e.v.)


4038. Claes Cornelisz. Meijvogel, geboren naar schatting ca. 1590, schipper van Antwerpen wonende in het Cellebroersstraatje [Dolhuisstraat] te Dordrecht (1615), luitenant van de "veroverde jachten en pontons" (vermeld 1641), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 nov. 1641 (een baar voor Claes Meijvogel, luitenant van de "slopen" [sloepen], buiten de Spuipoort, n maal luiden), trouwde NG Dordrecht 19 april/10 mei 1615

4039. Aalke Reijer Woutersdr., geboren naar schatting ca. 1595, van Dordrecht, wonende op het Spui bij "de Gaper" (1615), trouwde 2e NG Dordrecht 7/30 juni 1643 (beiden wonende buiten de Spuipoort) Claes Pietersz. (Houttuijn), varend gezel, jongman van Asperen (1643)

- 1633 (verponding Dordrecht): Claes Cornelisz. Meijvogel schipper betaalt 18 ponden 15 sch. voor een huis in de Voorstraat (bij de Mattensteiger), dat hij huurt van Coen Woutersz. Belenders: Frans Jansz. schipper en Cornelis Pietersz. "cannentelder", die huurt van de erfgenamen van de weduwe van Hen. Gruijter. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 62)

4052. Reijn Ariensz.

- 7 mei 1616: Reijn Arensz., wonende op 's-Gravendeel, transporteert aan Arien Cornelis Roelen, wonende in de Mookhoek onder de jurisdictie van 's-Gravendeel, 1 morgen 487 roeden weiland, liggende in de Trekdam annex de landen van Bonaventura onder de jurisdictie van 's-Gravendeel, belend oost de dijk van de Trekdam, zuid de Schenkeldijk, west "die Groote Kreck", noord pensionaris Berck. (ORA 's-Gravendeel inv. 2, f. 17 e.v.)

4054. Aert Cornelisz., overleden vr 17 juni 1630, trouwde 1e Soetgen Jacobsdr., trouwde 2e

4055. Ariaentgen Lenertsdr., trouwde 2e naar schatting ca. 1606 (vr 25 nov. 1607) Dirck Foppen, woonden in 1630 in Barendrecht

- 17 juni 1630: compareren voor notaris G. de Jager te Dordrecht Jan Reijnen en Teuntgen Aertsdr., echtelieden wonende op Dubbeldam en verklaren, dat Dirck Foppen en Ariaentgen Lenertsdr., haar moeder en "schoonvader" [ = stiefvader], wonende in Barendrecht, hun, comparanten, boven het vaderlijk goed van Teuntgen nog gegeven hebben, tot onderstand van hun huwelijk, een somma van 300 gl., waarbij comparanten hebben toegestaan, dat, indien Teuntgen Aertsdr. kinderloos komt te overlijden, die 300 gl. wederom zullen toekomen aan de kinderen van haar moeder, zonder dat de kinderen van Aert Cornelisz., door hem verwekt bij Soetgen Jacobsdr., "in de selve drie hondert gls. mede sullen mogen comen erven." Akte ondertekend door Jan Reijnen, Teuntgen Aerts, Dirck Foppes en Aerijaenijen Lenaerts. (ONA Dordrecht inv. 33, f. 147 e.v.)

Kinderen ex 1.

a. Teuntje Aertsdr., geboren naar schatting ca. 1605, trouwde Jan Reijnen van der Linden

b. Soetgen Aertsdr., geboren naar schatting ca. 1606, jonge dochter van Barendrecht (1637), trouwde NG Barendrecht 13 sept. 1637 (3e gebod) Pieter Dircxsz., jong gezel van IJsselmonde (1637)

- 3 mei 1669: Aert Jansz.van der Linden, wonende buiten de Spuipoort van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn neef Aert Ariensz. van der Linden, wonende te Rotterdam en zijn overige verwanten, die mede erfgenamen ab intestato zijn van wijlen Soetjen Aertsdr., weduwe van Pieter Dirck Clemen, overleden onder IJsselmonde, verleent procuratie aan Nicolaes de Witt, "exploiteur" voor het Hof van Holland en burger van Dordrecht, om "het gerequireerde mandement van beneficie van inventaris van de hooge Overheit te impetreren ende te exploicteren". Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 231, f. 96 e.v.)

Dirk Foppen en Ariaentge Lenaertsdr. laten dopen (NG Barendrecht):

a. Lenaertge (Leendertie, Leentgen) Dirksdr., 25 nov. 1607 (getuigen: Jaepgie Lenaertsdr., Adriaen Pieters, Geerit Aerden), weduwe uit West-Barendrecht (1653), trouwde 1e Bastiaen Ariensz. Kersseboom, 2e NG Barendrecht 21 aug. 1653 (ondertrouw) Cornelis Leenderse, jongman van Ridderkerk (1653)

- 21 aug. 1651: Leentgen Dircxdr., weduwe van Bastiaen Arijensz. Karssenboom, wonende te Barendrecht, benoemt tot voogden over haar onmondige kinderen haar [schoon]vader Arijen Pietersz. Karssenboom en Jan Reijnen van der Linden, wonende te Dubbeldam en Pieter Dirck Clemen, wonende te IJsselmonde, haar zwagers. (ONA Dordrecht inv. 63, f. 542)

b. Maritge, 27 juni 1610 (getuigen: Dirk Jansz., Leijntge Pleunen)