»

»

»

»

»
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -
 -

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»

»


1000E PENNING DORDRECHT 1626



Laatst bijgewerkt op 5 okt. 2017.

De 1000e penning (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975) bevat de namen van degenen, van wie het geschatte vermogen 1000 ponden of meer bedroeg. Dat vermogen is te berekenen door het getal achter hun naam te vermenigvuldigen met 1000. De namen van degenen, die om wat voor reden dan ook - overleden, verhuisd, insolvent, etc. - niet meer belastingplichtig waren, zijn doorgehaald, maar nog wel leesbaar. Die doorgehaalde inschrijvingen zijn hieronder met cursieve letters weergegeven.

Dordrecht had in deze tijd ruim 18.000 inwoners [W. Frijhoff e.a. (red.) Geschiedenis van Dordrecht van 1572 tot 1813 (Hilversum 1988), p. 77].

De 1000e penning van 1626 bevat naar schatting 1700 a 1800 inschrijvingen, waarvan sommige meerdere personen betreffen: het totale aantal belastingplichtigen zal ongeveer 2000 personen bedragen hebben, ofwel ruim 10 procent van de totale bevolking.

Met een geschat vermogen van 325.000 gulden was Arent Maertensz., ambachtsheer van Oost-Barendrecht en Zwijndrecht en stichter van de Arent Maertenshof te Dordrecht, verreweg de rijkste inwoner van de Merwestad. (Zie f. 10v.) *

* Ter vergelijking: in 1631 waren de vijf rijkste inwoners van Amsterdam:

(de erven van) Jacob Poppen    500.000 gl.

Guillermo Bartholotti     400.000 gl.

Balthasar Coymans    400.000 gl.

Adriaen Pietersz. Rap    354.000 gl.

Dirk Alewijn     325.000 gl.

(J. I. Israel, De Republiek 1477-1806 [Franeker 2001], p. 383) 

1 pond = 1 gulden = 20 stuivers

nihil habet = bezit niets

Romeinse cijfers zijn omgezet naar arabische cijfers en het pondteken is vervangen door het woord pond of ponden

Aanvullende gegevens en toevoegingen staan tussen rechte haken.

 

De 1000e penning van Dordrecht (1626)

(Bron: SA Dordrecht, Stadsarchief Dordrecht nr. 3 (1572-1795), inv. 3975, f. 1-137v)

Inschrijvingen, die zijn doorgehaald, staan in cursieve letters.

Geraadpleegde literatuur:

M. van Baarsel, Van Aardappelmarkt tot Zwijndrechts Veerhoofd. De straatnamen van de historische binnenstad van Dordrecht. (Hilversum 1992)

M. Balen, Beschryvinge van Dordrecht (Dordrecht 1677)

J.L. van Dalen, Geschiedenis van Dordrecht, 2 delen (Dordrecht 1931/1936)

H. A. van Duijnen, C. Esseboom, I. Dewald (red.), Water wordt een feest zodra het bij de brouwer is geweest. Dordtse brouwerijen door de eeuwen heen. (hieronder aangehaald als Jaarboek Oud-Dordrecht 2007) (Dordrecht 2007)

C. Esseboom en N.L. Dodde, Minerva Dordracena, 750 jaar klassiek onderwijs in Dordrecht (1253-2003) (Dordrecht 2003)

W. Frijhoff e.a. (red.) Geschiedenis van Dordrecht van 1572 tot 1813 (Hilversum 1988)

C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht (Zaltbommel 1974)

J. van de Maas, Het huis "De Gulden Os" (overdruk van twee artikelen in de Dordrechtsche Courant van 4 en 11 sept. 1920 [Bibliotheek Erfgoedcentrum DiEP, cat.nr. 10.186])

A. Nelemans, Sepulture ofte Graftboeck van de Augustijnenkerck te Dordrecht (Sliedrecht 1998)

A. Nelemans, Hic conditur. De graven van de Nieuwkerk te Dordrecht. (Amsterdam 2006) [Hierna aan te halen als Hic Conditur.]

L. Panhuysen, De ware vrijheid: de levens van Johan en Cornelis de Witt (Amsterdam 2007)

 

Teerste quartier beginnende vande Groote Kerck inde Voorstraet [Grotekerksbuurt] tot aende Vischbrugge ende soo voort wederom aen d'andere zijde tot aende Groote Kerck, ende voorts opde Nieuwe Haven.

f. 1

In den eersten.

De weduwe van Jacob Frans Wittens     36 ponden

[Jacob de Witt Fransz., geboren 3 jan. 1548, burgemeester van Dordrecht (1601, 1602, 1615, 1616, 1619, 1620), overleden 14 dec. 1621, zoon van Frans de Wit Cornelisz. en Liduwi van Beveren Pietersdr., trouwde ca. 1574 Elisabeth Heijmans Andriesdr., overleden 1632, "woonden in't Aal-oude Huys Cruyssenborch". (Balen, o.c., deel II, p. 1330.]

De weduwe van Cornelis Ruijsch     12 ponden

[Cornelis Ruijsch Claesz. (Nikolaesz.), van Maastricht (1595), brouwer, weduwnaar van Maastricht (1606), trouwde 1e NG Dordrecht 17 sept./15 okt. 1595 Lisbeth Bouwensdr. de Koninck, van Dordrecht (1595), 2e NG Dordrecht 2 april/7 mei 1606 Liedewij (Lidia) de Witt Jacobsdr., van Dordrecht (1606), dochter van Jacob de Witt Fransz. en Elisabeth Heijmans Andriesdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1331)]

Jan Leendertsz. int Vlashuijs     6 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3979 (200e penning van Dordrecht anno 1652),  f. 1: Joost Jacobsz. van Houck int Vlashuijs betaalt 10 ponden]

f. 1v

De weduwe van Rogier Quirijnen [van de Wercken, schipper, koopman]     36 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 11 jan. 1587: Rogijer Karijnen en Jennicken Claes Jansdr, beiden van Dordrecht, getrouwd 25 jan. 1587

Rogier Quirijnen van de Wercken, overleden tussen 4 mei 1622 en 14 nov. 1626

Kinderen:

a. Marija Rogiersdr. van de Wercken, non te 's-Hertogenbosch

b. Catharijna Rogiersdr. van de Wercken, "geestelijke dochter", overleden te Antwerpen

c. Magdalena Rogiersdr. van de Wercken, trouwde Gerecht Dordrecht 4/29 mei 1622 Franchois Indervelde, koopman te Dordrecht

Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 4 mei 1622: aangetekend Franchoijs in der Velde jongman geassisteerd met Cornelis Jansz. zijn oom en Magdalena Rogiers [van de Wercken] jonge dochter geassisteerd met Janneken Claesdr. haar moeder en met schriftelijk consent van haar vader Rogier Quirijnen, getrouwd 29 mei 1622

Gildenarchieven Dordrecht inv. 8, 3 april 1631: als gildebroeder in het Houtkopersgilde opgenomen Franscoijs Simonsz. in der Velden, heeft zes kinderen, t.w. Simon, Corijn, Rogier, Johannes, Nicolaes en Anna in der Velden, betaalt 7 1/2 gl.

ORA Dordrecht inv. 718, f. 282: op 22 aug. 1589 verkoopt Rogier Quirijnen aan mr. Pieter Pietersz. een jaarlijkse landcijns van 12 stuivers, verzekerd op een huis, "weesende twee woninghen" in de Grotekerksbuurt aan de Poortzijde, staande tussen het huis van de erfgenamen van wijlen Lijsgen van Muilwijck en dat van Jacques Halewijn. Rogier Quirijnen heeft dat huis gekocht van mr. Pieter Pietersz. "mette lasten" van 26 Rijnse gl. 5 st. jaarlijkse losrente "den penning sesthijen".

ORA Dordrecht inv. 745, f. 123: op 21 okt. 1599 verklaart Jan Jansz. van Burick de oude zich te "constitueren contreborge ten behouve van Rogijer Quijrijnen voor alsulcken borgtocht bedraegende ter somma van zes hondert dertich k.guldens met de intereste vandien volgende d'obligatie als hij Rogijer Quijrijnen ten behouve van Thonis Thonisz. backer zal. voor Jan Jansz. Caesman den Jongen sijns comparants soo[n] gedaen ende gepresteert heeft", daarvoor verbindende zijn huis omtrent de Visbrug, staande tussen het huis genaamd "de Bijbel" en het huis van Reijnijer de kousmaker.

ORA Dordrecht inv. 766, f. 51: op 14 nov. 1626 verkoopt Grietken Cornelisdr., weduwe van Dirck Jansz., aan Janneken Claesdr., weduwe van Rogier Quirijnen, een jaarlijkse losrente van 10 gl., verzekerd op een huis in de Pelserstraat, staande tussen het huis van Jan Lauwerensz. en de brouwerij "het Rijpland".

ONA Dordrecht inv. 8, f. 175 e.v.: op 13 juli 1628 compareert voor een Dordtse notaris Janneken Claesdr., weduwe van Rogier Quirijnen van de Wercken. Zij bevestigt de testamentaire dispositie, die zij met haar man., Rogier Quijrijnen, heeft gepassseerd op 21 april 1623 voor notaris J.P. Vekemans te Dordrecht, waarop zij echter de volgende de wijzigingen wil aanbrengen. In plaats van de helft van de somma van 250 gl., die zij met haar man gelegateerd heeft aan de huisarmen van de diaconie te Dordrecht, wil zij nu slechts een somma van 62 gl. legateren, aan de Heilige Geest ter Groter Kerk in plaats van de helft van 150 gl. slechts 37 gl. en aan het Weeshuis te Dordrecht in plaats van de helft van 150 gl. eveneens slechts 37 gl. Voorts wil zij, dat, ingeval haar dochter Magdalena Rogiers voor haar man Frans Symonsz. Indervelde komt te overlijden, laatstgenoemde tot aan zijn overlijden of tot wanneer hij gaat hertrouwen het vruchtgebruik zal hebben van de goederen, die zij, testatrice, bij haar vorige testamentaire dispositie dd 21 april 1623 onder bepaling van fideÔ-commis heeft vermaakt, namelijk de gerechte helft van haar goederen. Zij geeft haar dochter Magdalena de vrije beschikking over de wederhelft van die goederen, zijnde de legitieme en de trebellianique portie. Tenslotte wenst de testatrice, dat haar broer Cornelis Claesz. en de broer van haar overleden man, Sebastiaen Quirijnen, er zorg voor zullen dragen, dat de door haar na te laten goederen en die van haar man, op welke de bepaling van fideÔ-commis betrekking heeft, naar behoren beheerd worden, zonder evenwel, dat zij zich hebben te bemoeien met de opvoeding van de kinderen van haar dochter, Magdalena Rogiers, welke voorbehouden zal zijn aan degenen, die Magdalena en haar man als voogden over de kinderen zullen aanstellen. Getuigen: mr. Viglius Oom, licentiaat in de rechten en advocaat en diens zoon Maerten Oom. Testatrice tekent met haar naam.

ONA Dordrecht inv. 179, f. 669 e.v.; op 11 aug. 1661 verklaren Willem Pietersz. van Bergen en Hans Wagens, kooplieden en burgers van Dordrecht, op verzoek van Quirinus Indervelden, wonende onder Hulsterambacht, dat zij zeer goed gekend hebben Rogier Quirinusz. van de Wercken, koopman te Dordrecht, die heeft nagelaten drie dochters, t.w. Marija, non in het klooster van St. Geertruijt te Den Bosch en daar overleden, Catharijna, geestelijke dochter, overleden te Antwerpen, en Magdhaleena Rogiers van de Wercken, die getrouwd was met Franchoijs Indervelden, koopman te Dordrecht. Franchoijs en Magdalena hebben zes kinderen nagelaten, nl. Sijmon, Quirinus, Rogier, Johannes, Nicolaes en Anna Indervelde, die de enige erfgenamen ab intestato van Rogier Quirijnen van de Wercken zijn.]

Abraham Quirijnen, seijt woont tot Sevenberge    2 ponden

Pieter Sijmonsz. Crom     6 ponden

Jan Adriaenssen steenhouder     2 ponden

Lijsbet Gerritsdr.     3 ponden

f. 2

Jan Henricxsz. [van Slingelant] laeckencooper

[NG trouwboek Dordrecht 4 nov. 1607: Jan Henricxsz. van Slingelant lakenkoper en Adriana van den Broeck Melchiorsdr., beiden van Dordrecht, getrouwd op 25 nov. 1607

ORA Dordrecht inv. 764, f. 33: op 16 mei 1623 verkoopt Elizabet Willemsdr., weduwe van Abraham Woutersz. van Duijnen voor 4000 gl. aan Willem Jansz. Wens, steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jan Henricxsz. van Slingelant en dat van Jaecques Bornwater. Waarborg: Herman Dircxsz. van Wijngaerden. Koper is schuldig aan verkoopster een jaarlijkse losrente van 31 gl. 5 st. Koper is tevens schuldig aan Maria Boucquet, weduwe van DaniŽl Oems, een somma van 3000 gl. Borg: Dirck Joosten, molensteenhouwer en burger van Dordrecht.]

Jaecques Jaecquesz. timmerman     6 ponden

Jacob Dionijsz. [Bisschop] cleermaker     2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 14 aug. 1616: Jacob Dionijsiusz. kleermaker van Dordrecht wonende tegenover het huis van Dibbetius en Anna van Beveren jonge dochter van Utrecht, per schrijven van daar, 10 sept. 1616 bescheid gegeven om te Utrecht te trouwen.]

Pieter Jacobsz. van Wesel  [pondgaarder]   4 ponden

[ORA Dordrecht inv. 766, f. 99: op 27 juli 1627 verkoopt Gerard Walen, burger van Dordrecht, aan Pieter Jacobsz. van Wesel, pondgaarder en burger van Dordrecht, een half huis, erf en mouterij, staande en gelegen op de hoek van de Oudemannenstraat tussen het huis van Willem Jansz. kleermaker en voornoemde straat. De koper verkoopt met toestemming van de verkoper aan Margreta van Beverwijck een jaarlijkse losrente van 37 gl. 10 st., verzekerd op het door hem gekochte huis, erf en mouterij.

ORA Dordrecht inv. 769, f. 77: op 13 jan. 1633 verkoopt Pieter Jacobsz. van Wesel, pondgaarder en burger van Dordrecht, aan Govert Rocusz. van Wesel en Cornelis Evertsz. van Eijssel viskoper, burgers van Dordrecht, een oliemolen met een huisje daarnaast, staande achter aan 's herenvest tussen het huis van Gerrit Walburch, genaamd "het Houten Been" en het huis van Adriaentgen Arijensdr.]

Jan Baltensz. schoenmaker, nihil habet     1 pond

f. 2v

Michiel Laurentsz. coperslager     2 ponden

[28 aug. 1609: Michiel Laurensz. koperslager, burger van Dordrecht, koopt een huis tegenover de "Ouden Mannen Steijgert", genaamd "den Engel", waarin hij tegenwoordig woont, staande tussen het huis van de weduwe van Coen Joosten en een huis, dat toebehoort aan de stad Dordrecht. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 346)

ORA Dordrecht inv. 764, f. 84v e.v.: op 27 nov. 1623 verkopen Cornelis van Teresteijn heer Adriaensz. burgemeester en Jacob Anthonisz., oudraad van Dordrecht, als regenten van het Oudemannen- en vrouwenhuis te Dordrecht, voor 170 gl. aan Michiel Laurensz. koperslager een erf gelegen achter het huis van de koper tussen 's herenstraat en het huis van Joost Henricxsz. fabriekmeester, met aan de noordzijde de gevel van het Oudemannenhuis, nu gekocht door Fictor Jansz. Bleijnckvliet, welke gevel de koper "ten halven" zal mogen gebruiken. De koper verkoopt aan de verkopers een jaarlijkse losrente van 10 gl. 18 st. en 12 penn., verzekerd op een huis en het voornoemde erf, staande en gelegen bij de Grote Kerk tussen het huis van Joost Hendricxsz. fabriekmeester en het huis van Maijken Teunis.]

Joost Henricxsz. [van Gouthoeven] fabrijcqmeester     14 ponden

De drije dochters ende soon van Arent van Woerden daer voocht van is Hendrick van Born     15 ponden

Jacob Jacobsz. van Wesel     6 ponden

Cornelia de With weduwe van Amelius van Hoogenveen     40 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 18 sept. 1605 (ondertrouw): Aemylius van Hoogeveen Geritsz. van Leiden en Cornelia de Witt Cornelisdr. van Dordrecht, door schrijven van Den Haag, na de 3e proclamatie bescheid gegeven om in Den Haag te trouwen.

Zij is begraven in de St. Catharinakapel van de Grote Kerk: "jofr. Cornelia de Wit weduwe van wylen de Heer Amelis van Hoogeveen in syn leven Borgemr. en tresaurier der stadt Leyden en ontfanger van de gemeene Middelen van Leyden en Rynlant sterft den 23 Martij ao. 1641 (J.L. van Dalen, De Groote Kerk te Dordrecht [Dordrecht 1927], p. 84)]

Het stamhuis van de De Witten in de Grotekerksbuurt (juli 2008)

Gedenksteen in het bovengenoemde huis.

["Het pand Grotekerksbuurt 21/23, het derde huis van het Manhuisstraatje, is het aloude stamhuis van de familie De Witt. In de gevel is een eenvoudige, onopvallende gedenksteen aangebracht. Sedert 1519, toen Cornelis Wittenzoon lid van het houtkopersgilde werd, waren de De Witten houtkopers ... Reeds in 1552 (andere bescheiden zijn er niet) woonde Frans Corneliszn. de Witt, houtkoper, in het huis. Het pand had een grote diepte en de houterven erachter liepen door tot de Houttuinen, terwijl ook het daartegenover gelegen erf tot de kade van de Nieuwe Haven ertoe behoorde. Uit de erfenis van Frans Cornelisz. de Witt kwam het familiehuis vůůr 1580 aan zijn zoon Cornelis Fransz. de Witt, de grootvader, en vervolgens aan mr. Jacob de Witt, de vader van de gebroeders de Witt. Mr. Jacob de Witt had in 1633 het naastgelegen pand, namelijk het tweede huis van de Manhuisstraat af, tussen het huis van koper en Joost Hendrickszn. van Gouthoeven, erbij gekocht. Uit diens nalatenschap werden beide huizen in 1683 verkocht na meer dan een eeuw aan de familie De Witt te hebben toebehoord. Zoals reeds gezegd liepen de panden door tot de Houttuinen. Aan die zijde van het erf was eveneens een huis gebouwd [later afgebroken] en daarin woonde mr. Jacob de Witt na de dood van zijn vader, in 1622. Daar woonde hij volgens de belastingregisters ook in 1623, 1626, ja zelfs nog in 1633. Daar moeten dus ook zijn beide zoons, Cornelis en Johan de Witt, in 1623 en 1625 geboren zijn. Het pand aan de Grotekerksbuurt werd in 1623 bewoond door Joost de Witt, in 1626 door Cornelia de Witt, terwijl het in 1633 door Jacob de Witt verhuurd werd aan dominee Nicolaes Colvius. ... Men moet dus wel een beetje reserve nemen als men zegt, dat het pand Grotekerksbuurt 21/23 het geboortehuis van mr. Johan de Witt is. Men mag aannemen dat hij binnen de muren van het tegenwoordige gebouw niet geboren is, omdat zijn vader er niet woonde ... " (Lips, deel I, p. 127-128)

ORA Dordrecht inv. 769, f. 96v: op 30 mei 1633 verkopen mr. Franchoijs van Born, advocaat voor het Hof van Holland, zowel voor zichzelf en als last en procuratie hebbende van Sara en Cornelia van Born, zijn zusters, samen kinderen en universele erfgenamen van Arent Claesz. van Born en Cornelia de Bulere, volgens de procuratie daarvan gepasseerd voor notaris D.S. Coplaer op 30 mei 1633, voor 2700 gl. contant aan mr. Jacob de With, ontvanger van de gemene middelen, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van koper en dat van Joost Henricxsz. van Gouthouven, fabriekmeester [stadsarchitect] van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 189, f. 160 e.v.: voorwaarden, waarop Willem Hooft, secretaris van de stad Amsterdam, als echtgenoot van Marija de Witt, die mede-erfgename is van Jacob de Witt, oud-burgemeester en rekenmeester, op 8 dec. 1682 wil laten veilen een " groot, schoon en wel doortimmert"  huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van verkoper en het huis van kapitein Wouter van Gouthoeven, verdeeld zijnde in drie woningen, die elk apart verhuurd worden, uitkomende met een brede gang in de Houttuinen aan de Nieuwe Haven. De voorste woning wordt bewoond door de pensionaris mr. Nicolaes Vivien en het middelste huis is verhuurd aan de vrouwe van Alblasserdam, strekkende tot de gevel en plaats van het achterste huis. Het grote "achter salet" met het secreet en de kamers en zoldering daarboven zullen deel blijven uitmaken van het achterste huis. Het pand wordt op 10 dec. 1682 voor 8650 gl. verkocht aan mr. Nicolaes Vivien.]

f. 3

Johan van Diemen     16 ponden

Gijsbert de Jager procureur     6 ponden

Pieter van Beveren uijt de Achte     28 ponden

Reijnsburch van der Goes     12 ponden

[Reijnsburg van der Goes, gedoopt NG Dordrecht aug. 1606, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1631), begraven Leiden (Pieterskerk) 9 april 1655 (de vrouw van professsor Gool, bij het Prinsehof), dochter van Matheus Andriesz. van der Goes en Alijt Jacobsdr. van Beveren, trouwde NG Dordrecht 20 april/13 mei 1631 (procl. Leiden) Jacob Gool (Golius), jongman van 's-Gravenhage (1631), professor aan de Universiteit van Leiden (1631), rector magnificus van de Leidse Universiteit (1642)

Jacobus Gool

ORA Dordrecht inv. 773, f. 85: op 28 juli 1642 verkoopt Adriaen van de Graeff, notaris en procureur, als procuratie hebbende van Jacob Gool, rector magnificus van de Universiteit te Leiden, als man van Rheijnsburch van der Goes, enige erfgename van Pieter van Beveren, volgens procuratie op 17 mei 1642 gepasseerd voor notaris W. van Vredenburch te Leiden, voor 1500 gl. aan mr. Jacob van Beveren, heer van Zwijndrecht, dijkgraaf van de Alblasserwaard, lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van de weduwe van Johannes Dibbets en dat van Gijsbert de Jager.

ORA Dordrecht inv. 1610, f. 95v: op 11 mei 1644 verkoopt Jacob Gool, professor aan de universiteit te Leiden, als man van Reijnsburch van der Goes, voor 2000 gl. aan Margreta Jansdr., weduwe van Gerrit Houben van Eijsden, een huis omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van Jan Jansz. Schilthouwer zeilmaker en dat van Pieter Damasz. Korff.

Kinderen:

a. mr. Theodorus Gool, gedoopt NG Leiden (Pieterskerk) 17 mrt. 1632 (getuigen: Jacob van der Goes, Pieter van Beveren, Sophia van Leuningen), schout van Leiden

b. Alitha (Alida) Gool, gedoopt NG Leiden (Hooglandse Kerk) 26 juli 1633 (getuigen: Carel van der Goes, Ewout Brant, Alitha van Barendrecht, Maria van der Goes), trouwde Pieter van Wouw

c. Anna, gedoopt NG Leiden (Pieterskerk) 29 febr. 1636 (getuigen: Adriaen van der , Abraham van Beveren, Catharina van der Burch)

d. Dirck, gedoopt NG Leiden (Hoogl. Kerk) 5 juli 1637 (getuigen: Dirick Gool, Aernoud van Goes, Willem Paets, Elisabeth van Helsdingen)

e. Mattheus Gool, gedoopt NG Leiden (Pieterskerk) 25 febr. 1639 (getuigen: Pieter de Rovue, Lazarus van Zoust, Adriana van Blyenburgh, Adriaen van der Goes), raadsheer in het Hof van Holland

f. Adriaen, gedoopt NG Leiden (Pieterskerk) 19 aug. 1644 (getuigen: Jacob van der Goes, Jacob van Beveren, Agneta van Couckelbergh, Catharina van der Meulen)]

De heer Cornelis van Beveren Jacobsz.     88 ponden

Cornelis van Beveren Jacobsz. (foto: Regionaal Archief Dordrecht)

[Cornelis van Beveren Jacobsz., geboren Dordrecht 16 aug. 1568, begraven Dordrecht 23 juli 1641, zoon van Jacob van Beveren Pietersz. en Reijnsburg van Driel, trouwde NG Dordrecht 17 mei/7 juni 1598 Alida Arend Maertensdr, van Barendrecht, dochter van Arend Maertensz., ambachtsheer van Oost-Barendrecht en Zwijndrecht en Kristina van Dijk]

Familiewapen Van Beveren (detail van de epitaaf van Pompejus de Rovere in de Grote Kerk)

Alida Arend Maertensdr. van Barendrecht (foto: Regionaal Archief Dordrecht)

Kinderen:

a. Abraham van Beveren, geboren 1604, heer van Oost- en West-Barendrecht, schout van Dordrecht 1631-1643, burgemeester van Dordrecht 1643, 1644, 1660, OSP, liet het huis "de Onbeschaamde" in de Wijnstraat te Dordrecht bouwen, overleden Den Haag 25 aug. Hij trouwde 1e 1629 Susanna de Velare, overleden ca. 1630, 2e Elisabeth Ruijsch (Ruijssen), dochter van Koenraad Ruijsch, Ridder, burgemeester van Dordrecht (1653- 1654) en Maria van Beveren Willemsdr. (M. Balen, De beschryvinge van de stad Dordrecht [Dordrecht 1677], p. 974)

Abraham van Beveren (foto: Regionaal Archief Dordrecht)

Zijn erfgenamen worden in de navolgende akte vermeld:

Op 30 nov. 1697 compareren voor schepenen van Dordrecht Nicolaas van der Dussen, heer van Zouteveen, als man van Lidia van Beveren, voor zichzelf en tevens vervangende de kinderen en erfgenamen van wijlen Alida van Beveren, samen "repesenterende de staack" van Jacob van Beveren, in zijn leven heer van Zwijndrecht, Jacob Paats, veertigraad te Leiden, voor zichzelf en tevens vervangende Jacob Gool, baljuw van het Land van Blois etc., als man van Elisabeth Paats, Casper van Kinschot, raadsheer in de Raad van Brabant, als man van Catharina van Leijden van Leeuwen, en ook nog vervangende de verdere kinderen en erfgenamen van Alida Paats, samen "representerende de staack" van Rinsburgh de Beveren, en tenslotte Pompeus de Rovere, heer van Hardinxveld en baljuw van Zuid-Holland, en Cornelis de Rovere, heer van West-Barendrecht en presiderende burgemeester van Dordrecht, voor zichzelf en vervangende de kinderen en erfgenamen van wijlen Sophia de Beveren, vrouwe van Hardinxveld, allen erfgenamen van Abraham van Beveren, in zijn leven heer van Oost- en West-Barendrecht. Zij verkopen voor 9225 gl. aan Cornelis de Boot, heer van Bingerskercke, Lodijck, Cadzand, Giessenburg etc., de helft van een huis, tuin, koetshuis en stalling daarachter, staande in de Wijnstraat tegenover de Wijnkraan tussen het huis, dat bewoond wordt door Johan Aartsz. de Gelder, en het huis van Pieter Kant, en uitkomende op de Nieuwe Haven, in welk huis de heer en vrouwe van Barendrecht gewoond hebben en waarin de vrouwe van Barendrecht overleden is. De wederhelft behoort toe aan de erfgenamen van voornoemde vrouwe van Barendrecht, in wiens nalatenschap deze wederhelft is toebedeeld aan de koper nomine uxoris, als mede-erfgenaam van de vrouwe van Barendrecht. ORA Dordrecht inv. 800, f. 89v e.v.)

b. Reinsburg van Beveren, geboren Dordrecht 1608, jonge dochter van Dordrecht (1630), trouwde NG Dordrecht 27 okt./12 nov. 1630 (NG Leiden 15 okt. 1630) mr. Willem Paets, geboren Leiden 1596, doctor in de beide rechten, schepen van Leiden (1630), burgemeester van Leiden, overleden Leiden 2 okt. 1669, zoon van Jacob Cornelisz. Paets en Lidewij Muijs van Holij, hij trouwde 1e Rotterdam 20 jan. 1621 Maria Heerman

Willem Paets, door A. Hanneman

Kind:

b-1. Alida Paets, geboren Leiden 1 juni 1635, overleden ald. op 4 mrt. 1673, trouwde 's-Gravenhage 18 okt. 1654 Diederik baron van Leijden, heer van Leeuwen, geboren Brielle 6 dec. 1628, burgemeester van Leiden, overleden in 1682, zoon van Pieter van Leijden en Maria de Moucheron

Diederik van Leijden van Leeuwen (in 1663)

c. Sophia van Beveren, gedoopt NG Dordrecht jan. 1611, was voogdes van het door haar grootvader van moederszijde gestichte Arent Maertenshof  en Moeder van het Weeshuis te Dordrecht (1675), zij verdronk in 1682 "in de vijver op de Hofstede". (De Nederlandsche Leeuw 1944 kolom 132) en werd op 14 mrt. 1682 begraven. De inschrijving in het begraafboek van de Grote Kerk luidt: 14 maart 1682  is begonnen te luiden, den 15e een swarte baer gebracht over de Wijnbrugh voor mevrou Sophia de Beveren vrouwe van Hardincxvelt, weduwe van wijle den Ed. heer Pieter de Roover Baelliuwe van Zuit-Hollandt ende oudtraet deser stede, voor het blasoen met de kast 60 gulde, twintichmael luiens, de late boeten [d.w.z. wegens het 's avonds begraven] 12 gulden. Zij trouwde NG Dordrecht 12 juni/11 juli 1633 mr. Pieter de Rovere,  gedoopt NG Dordrecht nov. 1602, heer van Hardinxveld, baljuw van Zuid-Holland, overleden Dordrecht 17 sept. 1652

d. Jacob van Beveren, heer van Zwijndrecht, geboren Dordrecht 27 juni 1612, schepen, schout en burgemeester van Dordrecht, overleden ald. 30 jan. 1676, trouwde 9 juni 1637 Johanna de Witt, geboren Dordrecht 30 jan. 1617, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 april 1692 (een baar voor Johanna de Witt, vrouwe van Zwijndrech, weduwe van Jacop van Beveren, burgemeester en kerkmeester), dochter van Jacob de Witt en Anna van de Corput

Jacob van Beveren (foto: Regionaal Archief Dordrecht)

Johanna de Witt (foto: Regionaal Archief Dordrecht)

Kinderen (o.a):

d-1. Lidia van Beveren, geboren Dordrecht 13 juli 1640, van Dordrecht en daar wonende (1662), overleden Dordrecht 11 nov. 1680, trouwde NG/Dordrecht 22 jan.7 febr. 1662 Cornelis Pompe van Meerdervoort, van Dordrecht en daar wonende (1662)

d-2. Alida van Beveren, geboren Dordrecht 26 okt. 1647, jonge dochter van Dordrecht (1665), overleden Delft 7 sept. 1702, trouwde NG/Dordrecht 24 mei/8 juni 1665 (proclamatie te Delft)Nicolaas van der Dussen, jongman van Delft en daar wonende (1665)] 

Johannes Debets Predicant     7 ponden

[Johannes Debets (Dibbetius) Hendricksz., geboren Duisburg 1567, van Duisburg in het Land van Kleef (1602), predikant te Dordrecht 1597-1620, overleden ald. 1626, trouwde NG Dordrecht 12 mei 1602 (ondertrouw, door schrijven van Arnhem, 2 juni 1602 bescheid gegeven om in Arnhem te trouwen) Fransken van Dans Jansdr., van Arnhem (1602)

Johannes Dibbetius, portret met 8-regelig vers, door Hendrick Dethier. (foto: Regionaal Archief Dordrecht)

Kinderen (o.a.):

a. dr. Adam Dibbetius, gedoopt NG Dordrecht dec. 1613, jongman van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1635) apotheker, weduwaar van Dordrecht wonende omtrent de Tolbrug, trouwde 1e NG Dordrecht 8 april/2 mei 1635 Catrijnken Boedonck (Boudonck) Gillisdr., van Dordrecht wonende bij de Vleeshouwersstraat (1635), 2e NG Dordrecht 25 aug. 1641/10 sept. 1641 Cornelia van Beverwijck, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent het Groothoofd (1641)

Kind (ex 2):

a-1. Catharina Dibbetius (Dibbets) Adamsdr., gedoopt NG Dordrecht febr. 1642, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1662), trouwde NG Dordrecht 29 jan./14 febr. 1662, trouwde NG Dordrecht 29 jan./14 febr. 1662 dr. Johan Becius, gedoopt NG Dordrecht sept. 1626, jongman van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1662), doctor in de medicijnen, "Genees-meester" (gaf anatomische lessen in de gildekamer van de chirurgijns in de Wijnkoperskapel) vanaf 1664 (Balen, o.c., p. 658), oudraad en schepen van Dordrecht, zoon van Carel Becius en Adriana Meijs]

D'ongehouden soon van mr. Johan Boelen     110 ponden

De heer mr. Herman Halling Outraet     50 ponden

[Mr. Herman Hallincq Jansz., burgemeester van Dordrecht 1628, 1633, 1637, trouwde 13 mrt. 1612 Anna de Jonge Willemsdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1082)

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 47 e.v.: op 6 mei 1613 verkopen mr. Francois van der Burch, Abraham van Leeuwen, als man van Sophia van der Burch, en Philips Apersz., als man van Engeltgen van der Burch, voor 3050 gl. aan Herman Hallingh, een huis, vanouds genaamd "het St. Jacobshuijs", staande in de Grotekerksbuurt, met nog een klein huis achter het grote huis, belend ten oosten door de gang van de verkopers, ten westen door het huis van Cornelis van Beverwijck en ten noorden door zeker portaal of gang, die de verkopers voor zichzelf behouden. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1850 gl.]

Louijs Saulmon, is vertrokken     20 ponden

f. 3v

Jan Willemsz. moutmaker     2 ponden

De weduwe van Dirck Jansz. Constabel   1 pond

Mr. Gerrit Schaep    120 ponden

Gerard Schaep, kopie naar D. Mytens I

[Gerard Schaep, geboren Amsterdam 1599, vestigde zich ca. 1624 in Dordrecht, vreoedschap en schepen ald., vertrok ca. 1629 weer naar Amsterdam, vroedschap en schepen ald., ambassadeur in Engeland, overleden 1654, zoon van Pieter Schaep en Margaretha Hallingh, trouwde Johanna de Visschere (Van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden)

ORA Dordrecht inv. 765, f. 41: op 7 mei 1624 verkoopt mr. Mathijs Berck, licentiaat in de rechten, secretaris van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vader Johan Berck, ridder, ambassadeur van de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden bij de Republiek VenetiŽ, schepen in wette van Dordrecht, als man en voogd van Maria Buijsen, voor 10.000 gl. aan mr. Gerardt Schaep, licentiaat in de rechten, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Johan Govertsz. van Beaumont en dat van de weduwe van Dierick Jansz. Constabel, met een mouterij, het huisje, waarin de moutmaker woont, en de tuin en het erf daarachter en alle bijbehorende "gerechtigdheden", zoals uitgangen ter weerszijden van het huis van mr. Herman Halling en achter door de houttuin van Dierick Pietersz. van de Honaert, alsmede "gotieren, waterloopen" etc.

ORA Dordrecht inv. 767, f. 30v e.v.: op 7 juli 1628 verkoopt Geertruijt Pauli, weduwe van Jan van Beaumont Govertsz., aan Jan Lambertsz. Heijmans schoolmeester een huis tegenover de Lombardbrug, staande tussen het huis van Pompeus de Rovre, baljuw van Zuid-Holland en het huis van mr. Gerard Schaep, schepen van Dordrecht. Waarborg: mr. Gerard Schaep. De koper is met goedkeuring van de verkoopster schuldig aan mr. Gerard Schaep een somma van 1600 gl. Borgen: Willem Dingmansz. van Bergen en Goovert Jansz. Heijmans.

ORA Dordrecht inv. 767, f. 66v e.v.: op 21 april 1629 verkoopt mr. Gerrit Schaep, licentiaat in de rechten, aan Maria Buijsen, weduwe van Johan Berck, ridder, in zijn leven ambassadeur van de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden bij de Republiek VenetiŽ, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jan Lambertsz. schoolmeester en de weduwe van Dirck Jansz. Constapel. Koopster is schuldig aan verkoper een bedrag van 10.000 gl.]

De weduwe van joncheer Diarrangieres [Harraugiere, d'Heraugieren]  50 ponden

[ONA Dordrecht inv. 55, f. 44: op 28 dec. 1618 compareert voor notaris A. Cloots jonkheer Maurits d'Herangieren, tegenwoordig verblijf houdende te Dordrecht. Hij transporteert aan mr. Johan van de Wolde, licentiaat in de rechten, "alsulcken recht actie ende toeseggen als hem comparant es competerende op" Bastiaen Cornelisz., zijn pachter van de "Hooge Heuvelen", gelegen "inden Werckhoven" in het Sticht Utrecht, nl. een jaar pacht, vervallen op St. Maarten 1618, bedragende 240 gl. en een jaar pacht van 320 gl., te verschijnen op St. Maarten 1619.]

De heer Pompeus de Rovre schout der stadt Dordrecht ende bailliu van Suijthollant     120 ponden

f. 4

De weduwe van Jacob Henricxsz. kleermaker     2 ponden

De erfgenamen van Cornelis Joppen [Loijcx] wagenmaker     5 ponden

[11 okt. 1658: Adriana Cornelisdr. Loijcx, bejaarde vrouw, en Adriaen van Drijel, apotheker, Aert van Drijel, kuiper, en Cornelia van Drijel, meerderjarige dochter, kinderen van wijlen Cornelia Cornelisz. Loijcx, bij haar verwekt door Cornelis van Drijel, samen erfgenamen ab intestato van Cornelis Joppen Loijcx, resp. hun vader en grootvader van moederszijde, verlenen procuratie aan J. Schoormans, notaris te Dordrecht, om te verkopen een huis, staande tegenover de Lombardbrug tussen Adriaen van Dorsten en Franchoijs de Roovre. Adriana Cornelisdr. Loijcx en Cornelia van Drijel verlenen tevens procuratie aan notaris Schoormans om te vorderen van Marinus van der Lisse en Arent Dichter, als executeurs-testamentair van Marichien Joppen Loijcx, weduwe van Franchoijs Rochusz. van Wesel, resp. hun tante en oudtante, hetgeen hun nog toekomt van de door haar nagelaten goederen. (ONA Dordrecht inv. 178) Het huis aan de Groenmarkt wordt op 29 jan. 1659 voor 2720 gl. verkocht aan Jan Huijbertsz. Neeff. (ONA Dordrecht inv. 179, f. 28 e.v.)]

Cornelis Adriaensz. van Driel     3 ponden

Cornelis Adriaensz. laeckencooper     15 ponden

Adriaen Cornelisz. van Dorsten     27 ponden

De heer Sijmon Govertsz. van Beaumont Raet     20 ponden

f. 4v

Adriaen Henricxsz. laeckencooper    6 ponden

Jan Govertsz. ijsercooper     24 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 136: op 28 april 1606 verkoopt Gerrit van Nispen Cornelisz. aan Jan Govertsz. smid een huis, genaamd "het Groot Hert", met het huisje dat aan de oostzijde ernaast staat, staande tegenover het stadhuis tussen het huis van Henrick de Velaere en dat van Henrick Jansz. Put. Waarborg: Anthonis van Haerlem Gijsbrechtsz.]

Henricxken GabriŽls     1 pond

Henrick Jansz. Put, insolvent     6 ponden

Henrick Jansz. van Loon , is vertrokken naar Breda     8 ponden

f. 5

De weduwe van Claes Thonisz. meecooper, is vertrokken naar Middelharnis     42 ponden

Willem Reijers couckebacker     4 ponden

Franchoijs Boels     4 ponden

Aert Coenen cruijdenier     1 pond

Leendert Pietersz. van Dijck     2 ponden

f. 5v

Jan Jansz. Coninck     20 ponden

Adriaen Cornelisz. bakker     6 ponden  in toecomende te houden jegens 3 Carolus gl. alsoo hij zijn zoon Cornelis Ariens backer uijtghehuwelickt heeft

Cornelis Adriaensz. bakker    1 pond

Adriaen Willemsz. cooperslager met sijn kinderen     3 ponden

De erfgenamen van mr. Dierck chirurgijn     4 ponden

f. 6

Emer Emertsz. beenhacker     2 ponden

Lambert Hulsthout laeckencooper     27 ponden

[NG trouwboek 11 nov. 1618: Lambert Hulshout de jonge jong gezel wonende bij zijn vader en Mariken van Balen Martensdr. wonende naast de Munt beiden van Dordrecht, getrouwd op 2 dec. 1618

NG trouwboek 13 mrt. 1622: Lambrecht Hulshout de jonge pletsverkoper weduwnaar van Dordrecht en Helena Veraack Jansdr. van Dordrecht getrouwd op 3 april 1622]

Claes Janssen Bolenbeek     30 ponden

De weduwe van Evert Henricxsz. [Hermansz.] cousmaker     2 ponden

Juffr. Lucretia Ooms     25 ponden

f. 6v

De weduwe van Jacob van Meeuwen     30 ponden

De grafzerk van Jacob van Mewen en zijn vrouw Machteld van Scharlaken in de Grote Kerk.

[Jacob van Meeuwen Johansz. raad in wette 1624, gecommitteerde ten beleide 1625, overleden 29 aug. 1625,  trouwde 6 mei 1601 Machteld van Scharlaken, overleden 13 mei 1638 (Balen, o.c., deel II, p. 1128). Hij werd in 1612 eigenaar van het huis "de Gulden Os" aan de Groenmarkt, dat voordien eigendom geweest was van zijn schoonmoeder, Lucretia Ooms, en haar kinderen. (Van de Maas, o.c., p. 13)

Het huis "de Gulden Osch" aan de Groenmarkt (okt. 2011)

I. Pieter van Scharlaken Gerardsz., trouwde 17 april 1510 Petronella Dew Gijsbertsdr., overleden 19 mrt. 1557

Kinderen:

a. Willem

b. Maria

c. Kornelia

d. Kornelis van Scharlaken Pietersz., trouwde Kornelia van Stapel (overleden zonder nakomelingen)

e. Gerard, volgt IIa

f. Elisabeth

g. Gijsbert, volgt IIb

h. Pieter van Scharlaken, trouwde Maria Huybrecht Stouten (overleden zonder nakomelingen)

i. Elisabeth van Scharlaken, trouwde 1e Johan van Polanen, 2e Pieter van Teylingen

j. Alid van Scharlaken, trouwde Jan van der Steen, "te Antwerpen"

 

IIa. Gerard van Scharlaken Pietersz., trouwde Margareta Heymans Jansdr.

Kinderen:

a. Jan van Scharlaken, trouwde Susanna Laurensdr. (overleden zonder nakomelingen)

b. Pieter van Scharlaken, trouwde Geertruyd Hallincg Okkersdr.

c. Elisabeth van Scharlaken, trouwde Frans van Bonkelwaard

Kind:

c-1. Gerard van Bonkelwaard Fransz.

d. Janneken van Scharlaken, trouwde Jan de Backere Gijsbertsz.

Kind:

d-1. Gijsbert de Backere Jansz.

 

IIb. Gijsbert van Scharlaken Pietersz., trouwde Adriana van Slingeland Jan Pieter Henriksdr.

Kinderen:

a. Janneken van Scharlaken, trouwde Francoijs Coulhijs, van Antwerpen (overleden zonder nakomelingen)

b. Kornelis, volgt III

c. Jan van Scharlaken, geestelijke te Antwerpen

d. Adriana van Scharlaken, trouwde Thomas de Witt Willemsz., schepen en oudraad van Dordrecht

e. Mr. Pieter van Scharlaken

f. Jakobmina van Scharlaken, trouwde Nikolaas van Honkoop Matthijsz, tresorier te Gorinchem

g. Maria van Scharlaken, overleden te Mechelen

h. Klara van Scharlaken, ongehuwd

i. Josina van Scharlaken, trouwde Emanuel van den Burch, "te Delft"

j. Gijsbert, overleden 15 april 1553

k. Gerard, overleden 7 sept. 1556

l. Pieter, overleden 19 aug. 1557

m. Gijsbert, overleden 15 aug. 1557

 

III. Kornelis van Scharlaken Gijsbertsz., schepen van Dordrecht, baljuw en dijkgraaf van het Land van Strien, trouwde 1574 Lucretia Oem (Luijtgart Jacobsdr. Ooms), dochter van Jakob Oem Jakobsz. en Magteld Heerman

Kinderen:

a. Machteld van Scharlaken, geboren naar schatting ca. 1575, trouwde 6 mei 1601 Jakob van Mewen Jakobsz.

b. Gijsbert van Scharlaken

c. Johanna van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 14 jan. 1580, trouwde Kornelis van Gesel (Geselius), predikant te Rotterdam, later te Edam

[Cf. ORA Dordrecht inv. 764, f. 7 e.v., transportakte dd 31 jan. 1623: Anthoni van Gesel, Simon van Ghesel, Pieter de Wit, als man van [zijn niet met naam en toenaam] genoemde vrouw [nl. Judith Simonsdr. van Gesel], voor zichzelf en Anthoni en Simon van Gesel nog als voogden over de minderjarige kinderen van Elizabet van Gesel, bij haar verwekt door mr. Barthout van Ackerlack, alsmede over de minderjarige kinderen van Cornelis van Gesel, door hem verwekt bij Janneken van Scharlaecken, verkopen aan Pieter Wiericx, burger van Dordrecht, een erfje, gelegen achter diens huis, dat staat op de Nieuwe Haven in de Hoge Nieuwstraat tussen het huis van Claes Ariensz. en dat van Wouter Bastiaensz., strekkende van het kookhuisje, dat staat achter het genoemde huis, tot achter aan 's herenveste toe.

ORA Dordrecht inv. 764, f. 8v e.v., transportakte dd 31 jan. 1623: dezelfde comparanten verkopen aan Claes Ariensz., burger van Dordrecht, een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Pieter Wiericx en dat van de erfgenamen van Adriaen Repelaer Thonisz., en strekkende voor van 's herenstraat tot achter aan de stadsvest toe. Koper is schuldig aan Jan Jansz. koopman een bedrag van 800 gl. Borgen: Jan Pietersz. Ramp en Michiel Anthonisz. van Middelhoven, houtkopers en burgers van Dordrecht.]

Kinderen:

c-1. Lucretia van Gesel

c-2. Adriana van Gesel, trouwde ds. Franciscus Dibbetius, predikant te Arnhem

c-3. Catherijna (Catalijna) van Gesel Cornelisdr., van Rotterdam, wonende in de Wijnstraat te Dordrecht (1630), trouwde NG Dordrecht 8 sept./1 okt. 1630 (procl. te Culemborg en Everdingen) ds. Adrianus de Man, jongman van Culemborg, predikant te Everdingen (1630)

- 2 sept. 1670: Lucretia de Man en Johanna de Man, meerderjarige, ongehuwde personen, en ds. Theodorus Ab Eerst, predikant te Oudewater, als man van Elisabeth de Man, samen kinderen van Catherijna van Gesel en erfgenamen van Johanna van Scharlaecken, weduwe van Cornelis van Gesel, hun grootmoeder van moederszijde, en tevens erfgenamen van hun tante Lucretia van Gesel, verlenen procuratie aan hun neef Jacob Casteleijn, koopman te Rotterdam, om te compareren voor de Kamer Rotterdam van de VOC en daar op naam van ds Franciscus Dibbetius, predikant te Arnhem, als echtenoot van Adriana van Gesel, mede-erfgename van Johanna van Scharlaecken en Lucretia van Gesel (zonder dat er nog andere erfgenamen van laatstgenoemden in leven zijn), een actie van 300 gl. kapitaal, die stond op naam van wijlen Johanna van Scharlaecken. (ONA Dordrecht inv. 183, f. 117 e.v.)

Kinderen:

c-3-1. Lucretia de Man

c-3-2. Johanna de Man

c-3-3. Elisabeth de Man, trouwde ds. Theodorus Ab Eerst, predikant te Oudewater

d. Jakob van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 3 aug. 1581, zonder nakomelingen overleden in 1604

e. Mr. Pieter van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 10 mei 1583

f. Michiel van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 20 sept. 1584, ongehuwd overleden op 28 febr. 1601

g. Jan van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 17 aug. 1586, ongehuwd overleden

h. Tielman van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 1 mei 1588, overleden op 28 febr. 1595

(Balen, o.c., deel II, p. 1213-1216)

ORA Dordrecht inv. 746, f. 227 e.v.: op 5 april 1603 compareren Cornelis Spotten Pietersz., als mede-erfgenaam van Cornelia Stapels enerzijds en Adriana van Scharlaecken, weduwe van Thomas de With Willemsz., Pieter Geeritsz. van Scharlaecken voor zichzelf en tevens vervangende Jan Geeritsz. van Scharlaecken, Frans van Bonckelwaert, weduwnaar van Lijsbet Geeritsz. van Scharlaecken, voor zichzelf en vervangende zijn kinderen, door hem bij zijn overleden vrouw verwekt, Jan Ghijsbertsz. als man en voogd van Janneken Geeritsz. van Scharlaecken, Nicolaes van Honcop Mathijsz. als echtgenoot van Jacobmina van Scharlaecken voor zichzelf en van wege zijn kinderen, door hem bij genoemde Jacobmina verwekt en tevens vervangende Emanuel van de Borch, als man en voogd van Josina van Scharlaecken, Ghijsbert van Scharlaecken en Jacob van Meuwen als man en voogd van Machtelt van Scharlaecken, voor zichzelf en vervangende hun moeder en andere zusters en broeder, Baelken Cornelisdr., weduwe van Jan van Polaenen, voor zichzelf en haar kinderen, geassisteerd met Dirick Claesz. van Sevener als haar gekoren voogd en Anna van Steen, weduwe van Casper van Longe, geassisteerd met haar gekoren voogd, allen erfgenamen van Cornelis Pietersz. van Scharlaecken en diens vrouw Cornelia Stapels. Comparanten verklaren, dat door Cornelis Pietersz. van Scharlaecken en Cornelis Spotten "proces geÔnstitueert es geweest ende naer des voornoemde Cornelis van Schaerlaeckens overlijden bij de voorsz. Spotten alleen vervolcht es tegens de erffgenaemen van Aelwijn Aelwijnsz. zaliger om seeckere rente van hondert [karolus-]guldens siaers spreeckende op de stadt van Bergen opten Zoom" en dat zij nu overeengekomen zijn "dat den voorsz. Spotten alleen tot sijnen pericule sal vervolgen 't voorsz. proces met conditie soo hij quaeme te triumpheren dat tselve alleen sall comen tot sijnen proffijte, ende soo hij quame te succumberen dat hij alleen sal draegen, de costen ende schaeden van de processe". Spotten verbindt voor de nakoming daarvan zijn huis in de Lombardstraat, staande op de hoek van de Breestraat en naast het huis van de weduwe van Jan van Polaenen.]

De weduwe van Johan de With Wilmsz.     20 ponden

[Jacobmina van Baresteijn, geboren 13 juli 1572, overleden 11 jan. 1656, dochter van Jan van Baresteijn Bartholomeusz. en Jacokmina Louff, trouwde 18 febr. 1590 Johan de Wit Willemsz., ontvanger generaal van de Tol van Geervliet in Dordrecht 1613-1625, overleden 15 dec. 1625. (Balen, o.c., deel II, p. 1306)]

Arent Halling     8 ponden

Jan Jansz. wielmaker     2 ponden

f. 7

Cornelis Roelantsz. Schou     100 ponden

De weduwe van Cornelis Cornelisz. inde Bellen     8 ponden

Dirck van Slingelant  appoteecquer     6 ponden

Gijsbert Jacobsz. dekencooper     3 ponden

Joost Jansz. cruijdenier ende sijn suster     8 ponden

De weduwe van Andries Reijersz. bouckbinder     2 ponden

f. 7v

Hendrick van de Lidt twinder     3 ponden

Claes Pietersz. zijdecramer     8 ponden

Bartholomeus Hendricxsz.     3 ponden

Jacob Govertsz. smith, nihil habet     2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 764: op 10 febr. 1623 verklaart Jacob Govertsz., burger van Dordrecht, tot "verzekering" van de borgtocht ter somma van 1600 gl., die Cornelis Roelantsz. voor hem gepresteerd heeft ten behoeve van Grietken Cornelisdr., verbonden te hebben een huis omtrent het Stadhuis, staande tussen het huis van Bartholomeus Henricxsz. en dat van Jan Claesz. van Bolenbeeck]

Govert Jansz. wagenmaker, nihil habet     3 ponden

f. 8

Jan Claesz. laeckencooper     4 ponden

De weduwe van Dirck Gerbrantsz. Stoop, obijt nijet naerlatende     3 ponden

[Dirk Gerbrantsz. Stoop (1552-1616) trouwde 1e Maria de Wit Fransdr.,  trouwde 2e Hendrikske Jacobsdr. Tiongen. (Zie Balen, o.c., deel II, p. 1245-1246.)]

Jeremias Lauwerensz. procureur     2 ponden

Abel Jacobsz. meelcooper     5 ponden

Jacob Geubels maeldenier     3 ponden

f. 8v

Jannegien Cnollen     1 pond

De erfgenamen van Joris de Gelder, obijt sonder verder verhael naer te laeten     10 ponden

[11 jan. 1623: Adriaen Cornelisz. Roch, burger van Dordrecht, is schuldig aan Johannes van de Noortsij 200 gl. wegens geleende penningen, verbindende een huis bij de Lombardbrug, staande tussen het huis van Willem Bilaert en dat van Joris de Gelder. (ORA Dordrecht inv. 764, f. 3)]

Willem van Bijlaert     10 ponden

David Adriaensz. glaesmaecker     1 pond

Hans Robbertsz. pontgaerder     7 ponden

f. 9

Adriaen Cornelisz. Boonen     20 ponden

Jan Pietersz. Vekemans     1 pond

Willem Sieren pontgaerder     18 ponden

Machtel Henricxdr.     4 ponden

Mels Gijsbertsz. coorncooper     18 ponden

[Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten): op 28 mei 1620 zijn aangetekend de trouwbeloften tussen Mels Gijsbertsz. jongman burger van Dordrecht geassisteerd met Arien Cornelisz. en Anneken Dircxdr. jonge dochter wonende te Dordrecht geassisteerd met Grietken Mels vrouw van voornoemde Arien Cornelisz.

Mels Gijsbertsz., geboren ca. 1595, was vanaf 8 aug. 1632 (bevestigd Pinksteren 1635), oudste van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht. Hij overleed op 19 juni 1648.

- 28 febr. 1624: Adriaen Cornelisz. Boene, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt voor 4200 gl., aan Mels Gijsbertsz., koopman en burger van Dordrecht, een huis, genaamd "de Roggeblom", staande omtrent de Grote Kerk [in de Grotekerksbuurt] tussen het huis van Joost DaniŽlsz. kleermaker en dat van Lievinus Nering. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag 3500 gl. In margine: op 27 april 1635 compareert Mels Gijsbertsz. en verklaart, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd. (ORA Dordrecht inv. 765, f. 8 e.v.)

- 2 juli 1647: testeren voor notaris J. Schoormans te Dordrecht Mels Gijsbertsz., koopman en burger van Dordrecht en zijn vrouw Anneken Dircxdr., beiden gezond. Zij legateren aan het Weeshuis te Dordrecht een bedrag van 100 gl. en aan de Armen van de diaconie van de Nederduits Gereformeerde gemeente te Dordrecht eveneens 100 gl. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam. De langstlevende van hen beiden is gehouden hun gezamenlijke kinderen te onderhouden, alimenteren, te laten leren etc. en die kinderen bij mondigheid of eerder huwelijk, mits dat huwelijk met toestemming van de langstlevende wordt gesloten, "vuijt [te] setten in cleedinge, reedinge ende anders, mitsgaders soo veele in penn[ingen] daeraen off mede [te] geven, sulcx den langstlevenden goetvinden ende gelieven sal". Als de langstlevende gaat hertrouwen, zal hij of zij uit de gemeenschappelijke boedel slechts een legaat krijgen, nl. het huis, waarin zij, testateuren, wonen, staande omtrent de Grote Kerk [Grotekerksbuurt] aan de havenzijde, welk huis is genaamd "de Rogge bloemen ende St. Jacob", voorts alle meubels, huisraad en ongemunt goud en zilver, [welke zich in dat huis bevinden] en een boomgaard of tuin, gelegen buiten de Spuipoort aan het einde van de straatweg. Indien de langstlevende gaat hertrouwen, zullen de goederen, die hij of zij op dat moment bezit, voor de ene helft aan de langstlevende zelf en voor de andere helft aan hun kinderen toekomen. In dat geval zal de langstlevende ook verder ontheven zijn van de verplichting tot onderhoud, alimentatie etc. van de kinderen, welke dan vervolgens bekostigd zullen worden uit de helft van de nalatenschap, die toekomt aan de kinderen. Testateuren benoemen elkaar tot voogd. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 86, f. 205v e.v.)

- 20 juni 1648: een baar voor Mels Gijsbertsz. korenkoper bij de Grote Kerk (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

- 3 sept. 1648: in het weesboek ingeschreven een extract van het testament van Mels Gijsbertsz. en zijn vrouw Anneken Dircksdr., gepasseerd op 2 juli 1647 voor notaris J. Schoormans te Dordrecht. (Weeskamer Dordrecht inv. 21, f. 47v)

- 29 jan. 1649: Anneken Dircxdr., weduwe van Mels Gijsbrechtsz., in zijn leven koopman te Dordrecht, verleent procuratie aan Mattijs Dircxsz. van Gent, notaris en procureur te Heusden, om te vorderen van Geertruijt van Beurderen, weduwe van Barent Willemsz. van de Guldenhoeck, wonende te Heusden, al hetgeen zij aan comparante schuldig is. Getuigen: Gijsbert Melsz. van Eegt en Johannes Melanen. (ONA Dordrecht inv. 88, f. 29)

- 3 nov. 1649: een baar voor de weduwe van Mels Gijsbertsz. korenkoper op de hoek van de Oudemanhuissteiger omtrent de Grote Kerk (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

- 6 april 1650: Jop Huijbrechtsz. Ackerman koopman machtigt Johannes Boenes te Dordrecht, "zwager" [schoonzoon] van wijlen Mels Gijsbertsz., om eigendom te eisen van land, dat hij met Mels Gijsbertsz. heeft gekocht van Jan Willemsz., koopman wonende in De Doel. Het land is gelegen onder Calloo, St. Anna, Kieldrecht en Beveren. (ONA Rotterdam inv. 311, akte 266)

Bij zijn vrouw Anna Dircxdr. had Mels Gijsbertsz. de volgende kinderen (volgorde onzeker):

a. Gijsberto Mels, geboren Dordrecht 1622, koopman en commissaris van de Admiraliteit van Amsterdam in Spanje.

b. Anna Mels, trouwde Dordrecht (Doopsgezind) 25 okt. 1648 Jan Jacobsz. Boenes

c. Elisabeth Mels, trouwde Pieter de Ruijsschen

d. Barbara Mels, trouwde Paulus Maeshouck

e. Dirck Mels, jongman wonende te Amsterdam (1664), trouwde Rotterdam (Stadstrouw) 22 mrt./16 april 1664 Martha (Matta) van de Vult, geboren vermoedelijk te Rotterdam naar schatting ca. 1640, jonge dochter wonende te Rotterdam (1664), dochter van Cornelis Harmensz. van der Vult en Catharina van Hoorn

- 21 mrt. 1664: huwelijkse voorwaarden tussen Dirck Mels, geassisteerd met zijn zwagers Johan Boenes, Pieter de Ruijsscher en Paulus Maeshoeck, enerzijds en Matta van der Vult, minderjarige dochter, geassisteerd met Catharina van Hoorn, vrouw van Pieter Punt, haar moeder, Dirck van der Veen, raad en vroedschap van Rotterdam, haar zwager, Pieter van der Vult, haar broer en Adriaen Paets en Harman Cock, haar neven en voogden, anderzijds. (ONA Rotterdam inv. 919, akte 38)

f. Adriaen Mels, brouwer in "het Witte Ancker" te Dordrecht, trouwde Helena Deijlmans

g. Johanna Mels

h. Margaretha Mels, dichteres en musicienne, ongehuwd overleden Dordrecht juli 1682 in brouwerij "Den Witten Ancker" in de Voorstraat (bij de Lombardstraat)

(E. Groenenboom-Draai, Margaretha Mels, "Tweede Parel" van Dordrecht (1), in Oud-Dordrecht 2008, nr. 2, p. 86 e.v.)]

f. 9v

Arijen Jansz.     3 ponden

Liedewij Cornelis weduwe van Wouter Ditert     80 ponden

[Hoofdgeld Dordrecht anno 1622 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974), f. 8: Lidewij Diters -34 ponden.

Weeskamer Dordrecht inv. 464: op 1 sept. 1646 comp. voor schout en schepenen van Westmaas Dirck Crijnen van der Tass, schepen in wette van Westmaas, als procuratie hebbende van Vrederick van Cooltwijck, raad en schepen van Delft, die schuldig is aan Vincent de Knuit, wonende te Delft, als echtgenoot van Janneken Reijersdr. van Outhouck en in die hoedanigheid mede-erfgenaam van wijlen Lidia Diters, een somma van 3605 gl. wegens de koop van 5 morgen 65 roeden zaailand in het Nieuwe Land van Westmaas.]

De weduwe van Joost de With     15 ponden

Victor [Jansz.] van Blinckvliet     10 ponden

f. 10

De weduwe van mr. Johan van de Wolde     60 ponden

Cornelis Jansz. Molder     2 ponden

Jan Diercxsz. Constabel     1 pond

Joost DaniŽlsz. cleermaker 1 pond

Lieven Nering coorncooper 8 ponden

De weduwe van Jaecques Nauwaerts     4 ponden

f. 10v

De weduwe van Cornelis Goossensz. vischcooper     5 ponden

Willem Jansz. cleermaker     1 pond

[ONA Dordrecht inv. 14, f. 280 e.v.: op 15 nov. 1626 testeert Rutgeert Schoemans, jongman van Ratingen, bakker wonende te Dordrecht, "wat sieckelijk inden lichame". Hij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht 100 gl., aan zijn broer Jan Schoemans al zijn kleren en "al sijn geweer", aan Willem Jansz. van Ratingen, kleermaker te Dordrecht, twee rosenobels, aan Oloff Willemsz., bakker te Dordrecht, ťťn rosenobel, vier "bakkers schortekleden'' en al "sijn sacke [zaken] tot het voors. backersampt behoorende", en aan Thomas Govertsz. Coemen, bij wie hij inwoont, zijn bed met enig beddegoed. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn broer Jan Schoemans en zijn zuster Fijken Schoemans. Hij tekent met zijn naam.

ONA Dordrecht inv. 38, f. 415, akte dd 16 okt. 1636: Willem Jansz., kleermaker wonende in de Grotekerksbuurt, maakt zijn testament. Hij legateert aan zijn knecht Herman Koenen* een bedrag van 25 gl. en aan David Vereel kleermaker eveneens 25 gl.

* ONA Dordrecht inv. 56, f. 432 e.v.: testament dd 27 juni 1628 van Nelleken Gerritsdr., weduwe van Willem Pietersz., wonende te Streefkerk. Getuige: Herman Coenraets, kleermaker en burger van Dordrecht. (Hij tekent met zijn naam).]

De heer Johan Pijl Jansz.     40 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969, f. 16: in de verponding van 1620 betaalt Jan Pijl 20 ponden voor zijn huis in de Grotekerksbuurt.]

De ambachtsheer Arent Maertensz.  325 ponden

Arend Maartensz. in 1627 (foto: Erfgoedcentrum DiEP)

[Arend Maartensz., geboren ca. 1555, zoon van een priester en zijn bijzit, gewettigd door de Staten van Holland op 3 jan. 1596, weduwnaar van Dordrecht (1618), stichtte in 1624 de Arend Maartenshof,  ambachtsheer van Oost-Barendrecht en Schobbelandsambacht (Zwijndrecht), schepen van Dordrecht, overleden in 1629, trouwde 1e Kristina van Dijk (Corsken Geeritsdr.), geboren ca. 1545, overleden na 18 juli 1600, 2e NG Dordrecht 8 juli 1618 (ondertrouw, per schrijven van Den Haag) Hortensia Swerius (Sweerts), jonge dochter wonende in 's-Gravenhage (1618), begraven Dordrecht maart 1621 (SA Dordrecht, archief 28, inv. 1696, f. 27v: drie maal luiden over de vrouw van de heer ambachtsheer Aert Maertensz. - 12 gl.), 3e NG Dordrecht 7/30 mei 1623 Clementia van Beaumont, vrouwe van De Lind, dochter van Adriaen van Beaumont en Alette van Beveren. Zij overleed kinderloos. (Balen, o.c., deel II, p. 930; Lips, o.c., p. 472 e.v.; NNBW [internet])

Hortensia Sweerts

Clementia van Beaumont

Arend Maartensz. werd door de kerkenraad van de NG gemeente te Dordrecht gecensureerd wegens het verstrekken van leningen tegen woekerrente. (Zie pagina Acta Dordrecht 1600-1670 van deze website.)

Uit het eerste huwelijk had Arend Maartensz. een dochter, Alida Arent Maertensdr. van Barendrecht, geboren naar schatting ca. 1580 (jongste kind geboren in 1622), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 nov. 1638 (een baar voor mevrouw van Barendrecht, is vrij van kerkenrecht). Zij trouwde NG Dordrecht 17 mei/7 juni 1598 (beiden van Dordrecht) Cornelis van Beveren Jacobsz.

Alida van Barendrecht, de dochter van Arent Maertensz. (foto: Erfgoedcentrum DiEP)

ORA Dordrecht, inv. 738, f. 236v: verklaring dd 14 sept. 1585 op verzoek van Janneken Cornelisdr. door Arent Maertensz., ongeveer 30 jaar oud. Hij verklaart "bij sijnen eede int stuck van sijnder offitie gedaen", dat ongeveer vier maanden tevoren bij hem is gekomen "opt comptoir vande Rentmeester van Suijthollant" Marijcken Fransdr., weduwe van Jan Cornelisz. Pourdoos, "seggende ... hoe dat ten selven dage van wegen Janneken Cornelisdr. Jan de Pourdoes suster seeckere insinuatie was gedaen bij eenen colfdrager van Suijthollant aen haer persoene ten eijnde sij soude compareren voorde vierschare van Suijthollant omme te aenhooren alsulcken eijsch ende conclusie als men ten daege durende jegens haer soude willen nemen."

ORA Dordrecht, inv. 741, f. 183v: op 25 febr. 1591 transporteert Dirck Gerbrantsz. Stoop aan Arent Maertensz., als voogd van Willem Cornelisz., nagelaten weeskind van Cornelis Ariensz. stadsbode, een rentebrief van 4 gl. jaarlijks, verleden door Joost Adriaensz. van Schoonhoven op 28 april 1541

ORA Dordecht inv. 897: op 18 juli 1600 legt Aernt Maertensz., 45 jaar oud, een verklaring af ten behoeve van Hans Segersz. brouwer, die procuratie heeft van zijn schoonvader, Hans van der Spijckt.

ORA Dordrecht inv. 897: op 18 juli 1600 legt Corsken Geeritsdr., vrouw van Arnt Maertensz., 55 jaar oud, een verklaring af op verzoek van dezelfde rekwirant.

- 19 febr. 1603: een leen te Zwijndrecht (ťťn zestiende deel van het ambacht Zwijndrecht) verpand voor Arnout Maartensz., koopman te Dordrecht, voor 1150 gl. en voor Gerard Neuye, koopman te Dordrecht, voor 786 gl. wegens koop van wijn door Jacob Meerhout, procureur voor Aleid Wijntges, weduwe. (Ons Voorgeslacht 1987, p. 71-72)

- 14 okt. 1603: Arnout Maartensz., secretaris van de tresorier te Dordrecht, beleend met het hierboven genoemde leen bij overdracht door Paulus Stolck, burger van Leiden, en Bartholomeus Lantinge voor Aleid Wijntjes, weduwe. (Ons Voorgeslacht 1987, p. 71-72)

- 12 dec. 1629: Cornelis van Beveren Jacobsz., dijkgraaf van de Alblasserwaard, beleend met het voornoemde leen voor Aleid Arnoutsdr., zijn vrouw, bij overlijden van Arnout Maartensz., haar vader. (Ons Voorgeslacht 1987, p. 71-72)

- 24 okt. 1641: Jacob van Beveren, dijkgraaf van de Alblasserwaard, beleend met het voornoemde leen, bij overlijden van Aleid Arnoutsdr. en Cornelis van Beveren, oud-burgemeester van Dordrecht, zijn ouders. (Ons Voorgeslacht 1987, p. 71-72) 

ORA Dordrecht inv. 899 (geen folionrs.): op 14 nov. 1603 legt Aernt Maertensz., secretaris van de thesaurie te Dordrecht, een verklaring af t.b.v. Maeijken de Clerck, weduwe van Melchior Blommert.

SA Dordrecht, archief 128, inv. 35, akte dd 3 juli 1604: "Wij ... schepenen in Dordrecht oirconden ende kennen dat voor ons quam Elbert Pijetersz. Caen, borger tot Amsterdam ende bekende vercocht te hebben Arent Maertensz., secretaris van de Camere ende Thesaurie deser Stede, een geheel huijs ende erffve met allen sijnen toebehooren, genaempt den Salemander, hebbende voor twee gevels, staende ende gelegen ontrent de Groote Kerck aende havenzijde binnen deser Stede tusschen Laurens de Gelder maeckelaers huijs aen d'een zijde ende den huijse van Assuerus van Blocklandt aen d'andere zijde, met alsulcke vrijdommen ende servituijten van muijren ende anders als d'oude brijeven daervan zijnde tselve vermelden ende uijtwijsen ende volgens de scheijtbrijeff tusschen hem comparant ende Cornelis van Blocklandt gemaeckt in date den XIIe Meij anno [1601], den voorsz. Arent Maertensz. overgelevert. Ende bekende daervan betaelt te sijn den eersten penninck metten laetsten ... [Het huis etc.] nijet belast zijnde soo hij comparant verclaerde met renthen nochte lantchijns."

SA Dordrecht, archief 128, 25 okt. 1604: Aernt Maertensz., burger van Dordrecht, verklaart schuldig te zijn aan Pieter Pietersz. Can [koopman van zijden lakens wonende in "de Gulden Lavoor"] te Amsterdam de somma van 3000 gl. "ende dat uijt saecke ende in reste vande cooppenningen" van het huis, waarin hij, Aernt Maertensz., woont, door hem gekocht van Elbert Pietersz. Arent Maertensz. zal de schuld voldoen aan Cans broer, voornoemde Pieter Pietersz. Can, met jaarlijkse termijnen van 600 gl.

SA Dordrecht, archief 128, inv. 35 akte dd 13 juni 1607: "Wij ... schepenen in Dordrecht oirconden ende kennen dat Aernt Maertensz. Ambachtsheer van Schobbelantsambacht verboden heeft met allen recht int jaergedinghe, dat men besat den XIIIen dach Junij int jaer Ons Heeren [1607], dat geheel huijs ende erve met allen sijnen toebehooren daer de brieve off inhouden die deursteecken sijn met desen brieve. Voorts kennen wij dat Elbert Pietersz. Caen vuijt desen geheelen huijse ende erve met allen sijnen toebehooren voorsz. met eenen vareeban [= vredeban] gebannen is ende Aernt Maertensz. voornoemt daer weder in met allen recht."

SA Dordrecht, archief 128, inv. 37, akte dd 13 juli 1609: "Opte questiŽn ende geschillen geresen tusschen Arent Maertensz. ambachtsheer van Schobbelantsambacht ter eenre ende Johan Pijl ter andere zijden, beroerende de bancke staende tusschen beijde henluijder erve, wijen de selve is competerende, hebben Cornelis Cornelisz. Backer, Adriaen Cornelisz. Thooft, Cornelis Jansz. van Nes ende Herman Aertsz. Wor, geswooren reetreckers binnen Dordrecht ... verclaert ... dat het hooftstuck vande banck jegenwoordich staende partijen tsaemen is toebehoorende ende soo wanneer ijemant van beijde partijen de bancke sullen comen te veranderen, sullen partijen alsdan elck een banck setten opt gescheij van henluijder erven, welck gescheij is opten eg van het hol vant borduijr naerde Groote Kerck toe ... [w.g.] W. van den Brouck".

Na het overlijden van Arent Maertensz. (1629), bleef zijn weduwe Clementia van Beaumont in het huis "de Salamander" in de Grotekerksbuurt wonen. In 1650 werd het door de erfgenamen van Cornelis van Beveren, echtgenoot van Arents enige dochter Alida, verkocht aan Isaack van den Biesheuvel.

SA Dordrecht, archief 128, inv. 41, akte dd 13 jan. 1650: Voorwaarden, waarop de erfgenamen van wijlen Cornelis van Beveren, heer van Barendrecht, oud-burgemeester van Dordrecht, van mening zijn in het openbaar te verkopen het huis genaamd "de Salmander", staande [in de Grotekerksbuurt] tegenover de Schuitenmakersstraat tussen het huis van Pieter Sijmonsz. Crom en het huis van Hendrick van Bijgaerden [schoolmeester]. Men zal het huis verkopen met alle vrijdommen, servituten en gerechtigdheden en al hetgeen daarin aard- en nagelvast is, behalve de tapijten. De koper moet tenminste 1/3 deel van de koopsom contant betalen bij de overdracht en de rest mag hij betalen in twee jaarlijkse termijnen met een interest van 5 % per jaar. De koper moet voor deze schuld ťťn of meer personen als borg stellen. Op alle voornoemde voorwaarden is het huis ingezet door Maerten van der Nath, burger van Dordrecht, voor 5650 gl. In het openbaar gemijnd door Isaack van den Biesheuvel voor 6250 gl.

SA Dordrecht, archief 128, inv. 42, akte dd 1 mei 1650: Verponding, volgens het Redres Generael, vervallen op 1 mei 1650. "Juffr.  Clementia van Beaumont sal terstont betalen de somme van [24 ponden] daer [zij door de Staten van Holland] ten behouve van den selven Lande by het redres van de Verpondinge over de Stadt Dordrecht op gestelt is, over des selfs huys, staende by de Groote Kerck ... De boven geschreven somme van [24 ponden] bekenne ick ondergeschreven ontfangen te hebben door handen van d'heer van Hardinsvelt [Pieter de Rovere heer van Hardinxveld, gehuwd met een kleindochter van Arent Maertensz.: zie de pagina "Pompejus de Rovere" van deze website]", w.g. J. de Vries [ontvanger van de verponding].

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 146v: op 10 mei 1606 verkoopt Arent Maertensz. aan Herman Rutgersz. een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen de Mannensteiger en het huis van Cornelis Goossensz. viskoper Waarborg: Cornelis van Beveren Jacobsz., raad in wette van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl. Borgen: Jacob Thonisz. en Jan Willemsz. de With brouwer.

ORA Dordrecht inv. 10, f. 20: op 19 dec. 1625 benoemt de Oudraad van Dordrecht mr. Sebastiaen Francken tot klerk van de Thesaurie en tot administrateur van de penningen van de Oorlogszaken, in plaats van Arend Maertensz., ambachtsheer van Barendrecht, "also hij hem door sijnen hoogen ouderdom vande voors. functien was excuserende", op voorwaarde, dat, zolang Francken de genoemde functies zal uitoefenen, hij niet gekwalificeerd zal zijn om tot lid van de Magistraat benoemd te worden.

Idem: op 19 dec. 1625 wordt Arend Maertensz. "als ordinaris gecommitteerde ten beleijde deser stede saecken gestelt sijn leven lang geduurende ... ter oorsaecke van sijne meriten over sijnen langen welgetrouwe diensten in qualiteijt als clerck, ende anders in't comptoir vande Thesaurie mitsgrs. omme sijne sonderlinge genegenthijd, ende affectie tot deser stede welvaert, ende welstand derselver finantien".

ORA Dordrecht inv. 10, f. 37 e.v.: op 7 febr. 1626 kiest het Gerecht van Dordrecht tot bewindhebbers van de WIC Johan van der Mast Hermansz., schepen in wette, en Arend Maertensz. ambachtsheer van Oost-Barendrecht.

ONA Dordrecht inv. 71, f. 19 e.v.: verklaring dd 4 jan. 1630 door Ingen Adriaensz., wonende aan de Reedijk, op verzoek van Clementia van Beaumont, ambachtsvrouw van de Lindt, weduwe van Arent Maertensz., ambachtsheer van Barendrecht.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 202 e.v.: op 4 mrt. 1630 testeert Clementia van Beaumont Adriaensdr., ambachtsvrouwe van de Kleine Lindt, weduwe van Arend Maertensz., ambachtsheer van Oost-Barendrecht en Schobbelandtsambacht. Zij herroept haar eerdere testament, gepasseerd voor notaris H. van Naerden Jansz. te Dordrecht op 8 jan.1625. Zij legateert o.a. aan de 38 oude vrouwen "wonende int gebouwe [Arend Maartenshof] dat den voorsz. haeren overleden man zaliger ten dienste, behouve ende gebruijck van de voorseijde oude vrouwen in sijnen leven heeft doen maecken tusschen de St. Joris- ende de Mennebrugspoorten binnen desen stede, ende waer van den eersten steen is geleijt op [28 okt. 1624]" elk een schelling of 8 stuivers per week en op de hoogtijdagen van Pasen en Kerstmis dubbel geld.]

Gevelsteen van de Arend Maartenshof met de wapens van de naamgever en diens tweede vrouw (www.gevelstenen.net)

Regentenkamer van de Arend Maartenshof

Wouter de Gelder     3 ponden

[Wouter de Gelder, zoon van Laurens Cornelisz. de Gelder, huistimmerman, en Neeltje Simon Claesdr. van der Mijl, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1597

NG trouwboek Dordrecht 12 nov. 1623: Wouter de Gelder Laurentsz. jong gezel wonende bij heer Arien Martensz. en Aechte van Palm Abrahamsdr. wonende op de hoek van de Pelserbrug, beiden van Dordrecht, getr. 5 dec. 1623

ORA Dordrecht inv. 774, f. 34: op 30 mei 1643 verkoopt Wouter de Gelder aan Hendrick Jansz. van Bijgaert [van Bijgaerden], schoolmeester en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Jan Boschman en dat van wijlen Arent Maertensz., heer van Barendrecht.

ORA Dordrecht inv. 61, f. 201v e.v. rekest dd 31 juli 1652: Hendrick van Bijgaerden, schoolmeester te Dordrecht, wonende bij de Grote Kerk tegenover de Schuitenmakersstraat, tussen het huis van Isaack van den Biesheuvel en het huis genaamd "den Witten Arent", verzoekt de regeerders van de stad Dordrecht om een werfje, dat achter zijn huis ligt en wat vervallen is, te mogen repareren, zodat hij dat weer kan gebruiken. Het Gerecht van Dordrecht ordonneert Van Bijgaerden, dat hij "sijn werck sal intrecken drie voeten".]

Gerrit Jansz. pontgaerder     1 pond

Pieter Jaspersz. [Bengelroe] backer     12 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 12 sept. 1610: Pieter Jaspersz. Bengelroij bakker weduwnaar wonende bij de Grote Kerk in "de Werelt opt Eijndt" en Anneken Lenaert Jansdr. wonende in hetzelfde huis, beiden van Dordrecht, getrouwd 26 sept. 1610]

f. 11

Adriaen Marcelisz. backer     4 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 16 e.v.: Adriaen Marchellisz. pondgaarder "eijgen" betaalt in de verponding van 1633 10 gl. 10 st. Belenders: Pieter Jaspersz. Bengelroe en Samuel Jansz. bakker.]

Samuel Jansz. backer     3 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 27 sept. 1609: Samuel Jansz. bakker van de Noortzij wonende te Dordrecht voor in de Vriesestraat in "de Spaerpot" en Geertruijt Jan Aertsdr. wonende in de Botgensstraat, beiden van Dordrecht]

Claes Aertsz. backer     2 ponden

Frans Reijersz.      4 ponden

De weduwe van Theunis Henricxsz. twijnder     4 ponden

f. 11v

Adriaen Rochusz. Back wagenmaker  2 ponden

Wilm Ghijsbertsz. pontgaerder     3 ponden

Opde Nieu Haven

Dirck Joosten steenhouder     2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 24 juni 1618: Dirck Joosten weduwnaar molensteenhouwer van Nedermennich in Duitsland wonende op het hoekje van de Grote Kerk en Aeltken Joosten Driessendr. van Tiel wonende bij Dirck Joosten, getrouwd op 10 juli 1618

ORA Dordrecht inv. 764, f. 33: op 16 mei 1623 verkoopt Elizabet Willemsdr., weduwe van Abraham Woutersz. van Duijnen voor 4000 gl. aan Willem Jansz. Wens, steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jan Henricxsz. van Slingelant en dat van Jaecques Bornwater. Waarborg: Herman Dircxsz. van Wijngaerden. Koper is schuldig aan verkoopster een jaarlijkse losrente van 31 gl. 5 st. Koper is tevens schuldig aan Maria Boucquet, weduwe van DaniŽl Oems, een somma van 3000 gl. Borg: Dirck Joosten, molensteenhouwer en burger van Dordrecht.

Kinderen:

a. Neeltken (Cornelia) Dirck Joostensdr. van Mennich (van Meeningen), gedoopt NG Dordrecht dec. 1622, van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1640), trouwde NG Dordrecht 24 juni/10 juli 1640 Willem Wens Cornelisz., jongman van Dordrecht wonende aan het Marktveld (1640)

b. Anthoni Dircksz. van Meninge (van Mennick], jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1646), trouwde NG Dordrecht 13/29 mei 1646 Elisabeth Hulshout jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Visbrug (1646)]

Abraham Henricxsz. van Slingelant     8 ponden

Frans Maertensz. hordemaker     1 pond

De Houttuinen (aug. 2011)

f. 12

De weduwe van Corstiaen Govertsz. houtcooper     12 ponden   

De erfgenamen van Antonis van Haerlem     18 ponden

De weduwe van Cornelis de With     4 ponden

De weduwe van Franchoijs Clements     15 ponden

Mathijs Rees     8 ponden

[I. Mattheus Rees Gillisz., trouwde NG Dordrecht 8 sept. 1596 Cornelia van Wesel Fransdr., begraven Dordrecht 28 mei 1644 (Balen, o.c., deel II, p. 1277)

Mattheus Rees

Kinderen (o.a.):

a. Rochus Rees, geboren ca. 1619 (3 jaar in 1622), volgt II

II. Rochus Rees, geboren ca. 1619 (3 jaar in 1622), jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1652), houtkoper, trouwde NG Dordrecht 21 jan./4 febr. 1652 Elisabeth Ooms Adriaensdr., jonge dochter van Dordrecht wonende bij het stadhuis (1652)

ORA Dordrecht inv. 787, f. 62: op 20 nov. 1670 verkoopt Damas van Slingeland Jansz., voor zichzelf voor 1/9 part, en tevens als procuratie hebbende van mr. Govert van Slingelandt Baerthoutsz., secretaris van de Raad van State, Jacobmina Vaens, eerder weduwe en erfgename van Sijmon van Slingelant en thans echtgenote van Johan van Lith, koopman te Dordrecht, voor 1/9 part, en Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelant, oudraad te Dordrecht, voor 6/9 parten, allen erfgenamen van wijlen ds. Tomas Bodicius [Thomas Boudicxius], predikant te Grote Lindt, voor 7250 gl. aan Rochus Rees, houtkoper, een huis omtrent de Grote Kerk naast het huis "de Vlaszack", staande tegenover de Pelserbrug, met de houttuin, daartoe behorende, uitkomende op de Nieuwe Haven, en de kade en overige toebehoren.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 47 e.v.: op 4 febr. 1701 comp. voor notaris J. de Bets te Dordrecht, Elisabeth Ooms, weduwe van Rochus Rees, wonende te Dordrecht, die verklaart, dat zij aan haar dochters Elisabeth en Maria Rees, elk voor de helft, al geruime tijde geleden in volle eigendom heeft overgedragen twee huizen, resp. genaamd "Groot Kruijssenburgh" en "Klein Kruijssenburgh", staande omtrent de Grote Kerk, het ťťn strekkende van de straat, genaamd Grotekerksbuurt, af, en het ander voor van het plein van het kerkhof van de Grote Kerk af, en beide met de erven en kaden tot aan de stadshaven, inclusief alle bijbehorende pakhuizen, erven, loodsen, kaden etc., en dat alles ter voldoening van hetgeen haar dochters tegoed hadden van hun vaderlijk erfdeel en huwelijksgoed, en ter compensatie van hetgeen de andere kinderen van de comparante gekregen hebben, inzonderheid het pakhuis met houttuin, erf en kade, staande en gelegen op de hoek van de Schuitenmakersstraat, in de wandeling "het Cromhout" genaamd, en tot "egalisatie" van hetgeen Mattheus Rees, de zoon van de comparante zal krijgen ingevolge de akte, die daarvan is gepasseerd op 13 aug. 1699 ten overstaan van notaris C. van Aansurgh te Dordrecht. De comparante verklaart daarmee met haar dochter Elisabeth Rees en haar man Pieter van Dorsten, en haar dochter Maria Rees en haar man Johan Rees "geliquideert ende effen te zijn". Mocht later, buiten verwachting evenwel, blijken, dat zij haar dochters hiermee niettemin te kort heeft gedaan, dan zal zij dat met hen vereffenen. 

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 79v e.v.: op 31 okt. 1701 verkopen Elisabeth Ooms, weduwe van Rochus Rees, Pieter van Dorsten, als man van Elisabeth Rees, en Johan Roels, als echtgenoot van Maria Rees, aan equipagemeester Govert van Wesel, veertigraad en koopman te Dordrecht, 1e voor 11.000 gl. een huis aan het kerkhof van de Grote Kerk, staande achter het huis, genaamd "de Oude Lommert", in welk huis Gillis Rees woont, met loods, houttuin en kade, 2e voor 6000 gl. een huis, genaamd "Klein Cruissenberg", staande aan het kerkhof van de Grote Kerk, strekkende van voren van het plein van het kerkhof tot achter aan de kade, en 3e voor 1600 gl. een huis genaamd "Groot Kruijssenberg" of "d'Oude Lombaert", staande in de Grotekerksbuurt bij de Grote Kerk tussen 's herenstraat en het huis van Pieter van Vianen grutter, strekkende voor van de straat tot achter aan het huis, waarin Gillis Rees woont. De drie huizen zijn "in plaats van waarborge gelevert bij willich decreet deser stad".

                       Rochus Rees, 3 jaar oud (in 1622).

Kinderen (o.a.):

a. Mattheus Rees, gedoopt NG Dordrecht 20 juni 1653, volgt III

III. Mattheus Rees, gedoopt NG Dordrecht 20 juni 1653, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1674), houtkoper, trouwde NG Dordrecht 14 okt. 1674 (ondertrouw, getrouwd in de Grote Kerk op 1 nov. 1674) Petronella Backus Jansdr., geboren ca. 1655, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1674)

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 53v e.v.: op 23 nov. 1683 verkoopt Cornelis van Someren, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Mattheus Rees, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven in de Houttuinen, staande tussen het huis van de koper en dat van Jan van Cappel, als man van de weduwe van Jan Dircxsz. Claer.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 93, akte dd 14 aug. 1699: ingevolge de akte, die op 13 aug. 1699 is gepasseerd ten overstaan van notaris C. van Aansurgh te Dordrecht, blijkt, dat aan Mattheus Rees, koopman te Dordrecht, uit de boedel van zijn vader o.a. is toebedeeld een pakhuis en kade  "daarvoor regt doorgaande" tot op de haven, staande en gelegen tussen de Catarijnepoort en het huis van de erfgenamen van Van der Pijpen, alsmede een derde part in een pakhuis, houttuin en kade, staande op de hoek van de Schuitenmakersstraat, in de wandeling "het Cromhout" genaamd.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 47 e.v.: op 5 sept. 1703 verkoopt Rochus Rees, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vader, Mattheus Rees, koopman te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Jacob de Witt, koopman te Dordrecht, een huis met houttuin en kade voor de deur, strekkende voor tot aan de haven, staande en gelegen in de Houttuinen tussen het huis van Johannes de Heer en dat van Anthonij de Vos. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1500 gl.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Rochus Rees, 15 jan. 1676

b. Jielis (Gillis) Rees, 5 juli 1686]

f. 12v

Michiel Antonisz. houtcooper     24 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 20 mrt. 1622: Laurentius Buijtendijck Hendricxsz. jong gezel van Utrecht wonende tegenover Mijnsherenherberg en Margareta van Middelhoven Michielsdr. wonende op de Nieuwe Haven in "den Noortschen Boer", procl. te Utrecht, getrouwd op 10 april 1622

ORA Dordrecht inv. 779, f. 66 e.v.: op 16 dec. 1653 verkoopt Michiel Anthonisz. van Middelhoven, zoon en erfgenaam van Anthonij Michielsz. van Middelhoven, aan Jerefaes Francken, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de "Nieugegraven Haven", staande tussen het huis van Hans Boor en de toren van de heer Van Slingelant, "treckende het water met eene pompe uijt den put van de huijse van Hans Boor". Waarborg: Johannes Bosch, burger van Dordrecht.

I. Genefaes (Geervaes) Jansz. Francken, schipper van Tiel (1617), trouwde NG Dordrecht 18 juni 1617 (ondertrouw) Elisabeth Gerritsdr. Schul, jonge dochter van Tiel (1617)

Kinderen (volgorde onzeker)

a. Johan Francken Jerefaesz., volgt II

b. Hendrick Francken, trouwde Geertruijt van der Hulck

c. Beliken Jenefaesdr. Francken, gedoopt NG Dordrecht sept. 1622, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1639), trouwde NG Dordrecht 19 juni/5 juli 1639 Jacob Sam, jongman van Tiel wonende "t scheep" (1639), schipper

II. Johan Francken Jerefaesz., trouwde 6 juni 1649 Aeltgen Aeldersdr. de Veer

ONA Dordrecht inv. 194, akte 42: op 4 okt. 1696 verlenen Theodorus van den Bosch, als man van Elisabeth Francken, en Alette Francken, voor zichzelf en tevens vervangende Helena Monseur, weduwe van kapitein Johana Francken, en haar onmondige kinderen, en ook vervangende Geerit Francken, die in het buitenland verblijft, en Hendrick Francken, samen kinderen en erfgenamen van wijlen Johan Francken Jerefaesz., procuratie aan Anthonij van Lidt, als man van Marija Francken Johansdr., hun zwager, om van Geertruijt van der Hulck, weduwe van Hendrick Francken, hun oom, te vorderen hun aandeel in de nalatenschap van Jerfaes Francken en Elisabeth Schul, hun grootouders, die hun tante tot dan toe nog in bezit heeft gehad, "dogh die fideÔcommis ende restititutie subject sijn geweest" na overlijden van hun oom Hendrick Francken.

Kinderen:

a. Johan Francken, gedoopt NG Dordrecht 11 april 1653, jongman van Dordrecht wonende op de Riedijk (1675), trouwde NG Dordrecht 10 febr. 1675 (ondertrouw), trouwde 1e Matthijs Langeloos,

b. Marija Francken Johansdr., gedoopt NG Dordrecht 14 sept. 1657, trouwde Anthonij van Lidt

c. Geerit Francken, gedoopt NG Dordrecht 2 april 1659

d. Hendrick Francken

e. Aletta Francken, gedoopt NG Dordrecht 27 jan. 1662

f. Elisabeth Francken, gedoopt NG Dordrecht 17 juli 1665, trouwde Theodorus van den Bosch]

De weduwe van Sijmon van Gelder     2 ponden

De weduwe van DaniŽl Oom     36 ponden

[DaniŽl Oem Johansz., overleden in 1618. Hij trouwde in 1603 met Maria Bouquet. Zie Balen, o.c., deel II, p. 179.]

Inde Schuijtmakersstraet

Adriaen Joppen     4 ponden

Steven Cornelisz. inden Arent     2 ponden

f. 13

Antonis Michielsz. houtcooper     30 ponden

Cornelis Pietersz. [van Mispelshoef] houtcooper     10 ponden

[Gildenarchieven Dordrecht, inv. 8, f. 79v: op  20 jan. 1614 is gildebroeder van het Dordtse St. Nicolaas - of Houtkopersgilde geworden Cornelis Pietersz. van Mispeltshoeck [van Mispelshoef], is getrouwd met de dochter van een gildebroeder en heeft betaald een halve gulden.]

De weduwe van Willem Bongert     5 ponden

Schuitenmakersstraat (sept. 2014)

De heer mr. Jacob de With schepen     36 ponden

[Jacob de Witt, burgemeester van Dordrecht, trouwde 9 okt. 1616 met Anna van de Corput. Zij waren de ouders van Johan de Witt, raadpensionaris van Holland en Cornelis de Witt, ruwaard van Putten, beiden in Den Haag vermoord op 20 aug. 1672.

Zie Balen, o.c., deel II, p. 1323-1324

"Over de geboorteplaats van Johan de Witt is heel wat strijd geweest. Men heeft namelijk in het doopboek van de [Nederduits Gereformeerde] kerk vergeten de doop van de latere raadpensionaris in te schrijven. Het doopboek werd echter in die tijd zeer slecht bijgehouden, de gehele maand november 1632 ontbreekt zelfs. ... Twijfel behoeft er geenszins te bestaan. In alle andere bronnen, onder andere bij Balen, Wicquevoort, De Thou, enzovoort, wordt Dordrecht als geboorteplaats genoemd. De meeste waarde heeft evenwel de getuigenis van De Witts oudste dochter, Anna, in 1673. Zij zegt namelijk, dat haar vader geboren is te Dordrecht op 24 september 1625 na de middag tussen ťťn en twee uren en gedoopt op 5 okt. 1625 ..." (Lips, o.c., p. 131)

Gildenarchieven Dordrecht, inv. 8, f. 75: op 22 mei 1608 is gildebroeder van het Dordtse St. Nicolaas - of Houtkopersgilde geworden Jacob de With Cornelisz., hij is zoon van een gildebroeder en nog ongehuwd, heeft betaald een halve gulden.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3979 (200e penning van Dordrecht anno 1652), f. 3: oud-burgemeester Jacob de With betaalt 360 ponden.

In het voorjaar van 1650 beraamde stadhouder Willem II een staatsgreep. De Vrede van Munster (1648) en de afdanking der troepen, die daar uit voortvloeide, waren hem een doorn in het oog. Daar kwam nog bij dat hij nul op het rekest kreeg, toen hij in 1649, na de onthoofding van zijn Engelse schoonvader Karel I, aandrong op een militaire interventie ten gunste de Stuarts. De 'bezending' langs de Hollandse steden was voor de stadhouder op een fiasco uitgelopen. Hij kwam tot de conclusie, dat alleen een greep naar de macht het voor hem en zijn dynastieke belangen ongunstige tij kon doen keren.  "De eerste klap was een daalder waard, daarom zou hij eerst een aantal van de leidende regenten gevangennemen. Op het lijstje dat hij opstelde, kwamen vier Amsterdamse burgemeesters voor, onder wie Andries en Cornelis Bicker. Uit Dordrecht had hij Cornelis van Beveren, heer van Strevelshoek, genomineerd. ... In de ochtend van 30 juli 1650 was Jacob [de Witt] goed en wel door zijn knecht gekleed, toen rond achten de hellebaardier van de prins zich meldde bij het Logement van de Heren van Dordrecht [De Witt was in Den Haag, omdat hij zitting had in een commissie die zich boog over de uitvoering van de bezuinigingen op het leger.] Die vroeg beleefd of Jacob over een halfuur bij de prins wilde verschijnen. ... Stipt halfnegen diende Jacob zich aan bij het Stadhouderlijke Kwartier op het Binnenhof, alwaar niet de prins hem ontving maar Kuik van Meteren, luitenant-kolonel van 's prinsens lijfwacht. Van Meteren zei dat hij bevel had hem gevangen te nemen. Jacob werd naar de bovenkamer van het Hof van Holland gebracht en verbleef daar twee dagen, zonder iets te weten te komen. Vijf andere regenten ondergingen hetzelfde lot [de burgemeester en pensionaris van Haarlem, de burgemeester van Delft en de pensionarissen van Hoorn en Medemblik.] ... Er zat niet ťťn Amsterdammer tussen, ook Cornelis van Beveren ontbrak. Willem had de personen uitgekozen die toevallig voorhanden waren, maar die hij niettemin identificeerde met de recalcitrante steden van Holland. Hij nam Jacob de Witt diens scherpe weerwoord op de eerste dag van de bezending kwalijk.  ...  [Op 2 aug. 1650 werden de gevangenen overgebracht naar slot Loevestein, dat staat aan de Waal tegenover Woudrichem. Zij werden weer vrijgelaten (19 aug.), toen de Staten van Holland zich naar de Staten-Generaal begaven om daar voor de prins te capituleren. Zij gaven te kennen zich neer te leggen bij de militaire begroting die was vastgesteld op 15 juli 1650. De Witt deed officieel afstand van zijn zetel in de Dordtse Oudraad en verloor ook het lidmaatschap van de Gecommiteerde Raden. Willems geplande aanslag op Amsterdam mislukte door een toevallige samenloop van omstandigheden en enkele maanden daarna (6 nov. 1650) stierf hij aan de kinderpokken, nauwelijks 24 jaar oud. Hij liet een weduwe na, die zwanger was van de kort daarop geboren prins Willem III. De regenten hadden spoedig de teugels van de macht, die hun even dreigden ontnomen te worden, weer stevig in handen. Jacob de Witt, een van de voormannen van wat de 'Loevensteinse factie' ging heten, werd door de Oudraad in vrijwel al zijn functies hersteld." (Panhuysen, o.c., p. 96-108)]

Jacob de With en Anna van de Corput

Het familiewapen van het geslacht De Witt (detail grafzerk van Ocker Gevaerts in de Grote Kerk), door Matthijs Balen beschreven als "een Groen Veld, beladen met een Haas, Hasewind, en een Brack, van eene grootte, alle van Zilver".

Het monument voor Johan en Cornelis de Witt op de Visbrug (april 2012).

De heer Philips Apersz. van Beverwijck     18 ponden

[In de 200e penning van 1638 werd hij opnieuw aangeslagen voor een vermogen van 18.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 10). Zie ook genealogie Van den Brande I op deze website.]

Henrick Claesz.     4 ponden

D'ongehoude kinderen van Claes Henricxsz., niet gebleven   5 ponden

f. 13v

Frans Govertsz. van de Velde      8 ponden

[ORA Dordrecht inv. 754, f. 46 e.v.: op 6 mei 1613 verkoopt Francois Govertsz. van der Velde, houtkoper te Dordrecht, aan Philips Apersz. [van Beverwijck] en Abraham van Leeuwen 50 gl. jaarlijkse losrente, verzekerd op een huis, houttuin en leeg erf op de Nieuwe Haven, waar tegenwoordig uithangt "de Drie Lammeren", staande en gelegen tussen de houttuin en ten dele het huis van Dirck Pietersz. van den Honaert ten oosten en de houttuin en het huis van Jacob Hendricxsz. in Rurmonde ten westen.]

Hendrick van Beaumont [houtkoper]   10 ponden

[ORA Dordrecht inv. 76, f. 50v e.v.: op 2 sept. 1624 verkoopt Dirck Pietersz. van den Honaert, raad in wette van Dordrecht, aan Hendrick van Beaumont, houtkoper en burger van Dordrecht, voor 5800 gl. een huis en houttuin, genaamd "Capraven", staande op de Nieuwe Haven tussen de gang van de brouwerij "de Vijer Heemskinderen" en het huis en de houttuin van Frans Govertsz. van de Velde, inclusief de plaats tegenover de houttuin gelegen tot aan de haven toe, zoals het door de verkoper is gekocht van Phillips Apersz. met alle gerechtigheden, die het huis en de houttuin hebben t.b.v. het huis van Pompeus de Roovre, schout van Dordrecht, het huis van mr. Gerart Schaep, licentiaat in de rechten, en andere huizen. Waarborg: Thomas Pietersz. van de Honaert, oudraad van Dordrecht. Koper kent schuldig aan verkoper een bedrag van 3800 gl. Borg: Jacob Coenen.]

De weduwe van Jan Govertsz. van Beaumont     25 ponden

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3970 (verponding van 1626): de weduwe van Jan Govertsz. van Beaumont betaalt 22 ponden voor haar huis op de Nieuwe Haven ("is bij mijn Ed. heeren geremitteert den 6 Martij 1630"), belenders: Jan Ariensz. metselaar en de Vleeshouwersstraat.

Adriaen Cornelisz. Cruijskercken     5 ponden

[ORA Dordrecht inv. 767, f. 67: op 14 jan. 1627 verkopen Johan Berck, secretaris van de Weeskamer, oudraad en vader van het Weeshuis te Dordrecht, voor zichzelf en vervangende de overige vaders van het Weeshuis, voor de ene helft en Adriaen Cornelisz. Cruijskercken, houtkoper en burger van Dordrecht, als bloedvoogd van Hercules Ottensz., zoon van Oth Herculesz., voor de andere helft, aan Gerrit Willemsz., bierdrager en burger van Dordrecht, een huis in de Raamstraat, staande tussen het huis van Crijn Segersz. slijkwerker en dat van Willem Pietersz. Waarborg: Adriaen Cornelisz. Cruijskercken voor de helft. Berck verbindt in plaats van een waarborg alle goederen van het Weeshuis. Koper is schuldig aan de vaders van het Weeshuis een bedrag van 657 gl. Borgen: Pieter Robbertsz. en Hendrick Woutersz., bierdragers te Dordrecht.

200e penning Dordrecht anno 1638: de weduwe van Adriaen Cornelisz. Cruijskercken aangeslagen voor een vermogen van 5000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 10)]

Inde Vleeshoudersstraet

Pieter Evertsz. waechknecht     1 pond

f. 14

Pieterken Wilmsdr. wollenaijster, obijt nijets naerlatende    1 pond

Aelbert Janssen [Redervelt] backer      2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 11 okt. 1609: "sijn opt schrijven van SGravenhage aengaende de drie vvtroepingen getrouwt Albrecht Jansz. ende Elizabeth Jeremiasdr.

ONA Dordrecht inv. , 1 mei 1640: boedelscheiding tussen Jan Aelbertsz. Redervelt, Jeremias Aelbertsz. Redervelt en de voogden van Abraham Aelbertsz. Redervelt (genaamd Andries Jeremiasz. en Coenraet Damasz. [van der Linden]), kinderen van Aelbert Jansz. Redervelt en Elisabeth Jeremiasdr., beiden zaliger. Jan Aelbertsz. krijgt het huis, waarin zijn ouders zijn overleden, staande in de Vleeshouwersstraat tussen het huis van Jan Govertsz. ijzerkoper en dat van Aert Coenen van Isenbroeck koekenbakker. Jan zal aan zijn broers daarvoor elk een bedrag van 1300 gl. betalen.]

Pieter IJmants cramer     6 ponden

Aen d'ander zijde

De weduwe van Jan van Elmpt     2 ponden

f. 14v

Mr. Jacob [de Haen] chirurgijn     4 ponden

[Verponding Dordrecht anno 1619 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968), f. 26v: mr. Jacob chirurgijn, in de Vleeshouwersstraat - 9 ponden

Hoofdgeld Dordrecht anno 1622 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974), f. 16v: mr. Jacob de Haen chirurgijn, zijn vrouw en ťťn knecht - 5 ponden.

ORA Dordrecht inv. 781, f. 21 e.v.: op 26 april 1657 verkopen Johannes Heemstede, predikant in de heerlijkheid Rhoon, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Francijntge de Vrient, weduwe van Allart de Vrient, wonende te Leiden, en Gerrebrant van Santen, wonende te Leiden, voor zichzelf en vervangende zijn zuster, Dingena van Santen, samen erfgenamen van mr. Jacob de Haen en Janneken Goossens, aan Johannes Heijdelblock, chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, genaamd "St. Joris", staande tussen het huis van voornoemde erfgenamen, waarin nu woont Nijs Willemsz. schipper, en het huis van Lowijs Lowijs. Koper is schuldig aan verkopers 1000 gl.]

Pieter Janssen glaesmaker     2 ponden [zie Genealogische Sprokkels s.v. Pieter Jansz. glasmaker]

Guillaum Anoset [koopman]    1 pond

[Verponding Dordrecht anno 1619 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968), f. 26v: Guillaume Anose "coemen", in de Vleeshouwersstraat - 30 sch.

Hoofdgeld Dordrecht anno 1622 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974), f. 16v: Guilliam Hennoset, zijn vrouw en ťťn kind - 4 ponden.]

Bastiaen Coenen backer     1 pond

DaniŽl Wilmsz. schiptimmerman      1 pond

f. 15

Staes Staesz. backer     2 ponden

Henrick Jansz. timmerman, nihil habet   1 pond

Inde Hooge Nieustraet

Het Nieuwe Werk in het midden van de 17e eeuw: rechts naast de Grote Kerk ligt de Engelenburgerbrug en aan de overzijde van die brug staat de Blauwpoort. Tussen de Engelenburgerbrug en de Roobrug ligt de Nieuwe Haven met aan de noordzijde de straat, die tegenwoordig ook Nieuwe Haven heet, en evenwijdig daaraan de Hoge Nieuwstraat. In het midden, over de Nieuwe Haven, ligt de Lange Houten Brug. De straat aan de zuidzijde van de Nieuwe Haven heet tegenwoordig Knolhaven, maar werd toentertijd ook Nieuwe Haven genoemd. (Detail van de kaart van Joan Blaeu uit ca. 1645).

Andries van Vorst houtcooper, nihil habet    20 ponden

De weduwe van Arent Bongert     2 ponden

f. 15v

Pieter Oliviersz., nihil habet    2 ponden

[20 jan. 1626: Pieter Oliviers, kettingmaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Geurt Faesz. van Elslo een huis op het Nieuwe Werck, staande omtrent de Houten Brug tussen het huis van Folpert Reijersz. en dat van Leendert Gerritsz. zoutmeter.]

De weduwe van Lenaert Sijmonsz. van de Hatert met haer zoon     25 ponden

[200e penning Dordrecht anno 1638: de weduwe van Leendert Sijbertsz. [sic] van de Hatert op de Hoge Nieuwstraat aangeslagen voor een vermogen van 15.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 11

17 jan. 1641: Govert Pietersz. Nierharen, wijnkoper en burger van Dordrecht, als man van Lijsbeth Cornelis Pietersdr., verkoopt aan Pieter Fransz., steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, zijnde het hoekhuis aan de Blauwpoort, staande tussen 's herenstraat en het huis van de weduwe van de thesaurier Leonart Sijbertsz. van de Hatert. Het huis is belast met een recognitie van 2 gl. jaarlijks, die de stad Dordrecht nopende het pothuis sprekende heeft. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 1200 gl. (ORA 800, f. 2 e.v.)]

Aen d'ander zijde

Gillis Janssen met sijn vrouwen weeskint     40 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 28 juli 1624: Gillis Jansz. [van der Hulck] weduwnaar houtkoper en Geertruijd Lenaerd Sibertsdr. weduwe van Wouter Martensz. de Boefkens beiden wonende op het Nieuwe Werck bij de Blauwpoort beiden van Dordrecht, getrouwd op 11 aug. 1624

ONA Dordrecht inv. 115, f. 65 e.v.: op 2 maart 1654 compareren voor notaris J. Reijns Geertruij van den Hatert, weduwe van Gillis Jansz. van der Hulck en Maerten Gillisz. van der Pijpen, beiden wonende te Dordrecht. Zij verkopen aan Neeltgen Jansdr., weduwe van Jacob Pietersz., wonende buiten de stad Dordrecht in het Wilgenbos, een windwipvolmolen [genaamd ďhet VarkenĒ], staande buiten de stad aan de Noordendijk, met een huis en toebehoren, zowel gereedschap, hout- en ijzerwerk, als alle "volaerdeturff" en het schuitje, dat bij de molen hoort, voor 4000 gl., waarvan 1000 gl. contant en de rest af te lossen met jaarlijkse termijnen van 1000 gl. Borgen: Vechter Jacobsz., Cornelis Jacobsz. en Jan Jacobsz.

- 29 mrt. 1659: overeenkomst tussen Maria van Bercheijck, weduwe van Aert Michielsz. de Hulter, als eigenares van het huis "den Haes", staande in de Kannenkopersbuurt, en Johannes van der Hulck, als gemachtigde van zijn moeder Geertruijt [Leendertsdr.] van den Hatert, weduwe van [Gillis Jansz.] van der Hulck, als eigenares van het huis, dat staat naast het huis "den Haes". De overeenkomst betreft de zijmuur tussen beide huizen. (Dordrecht Monumenteel nr. 58, jan. 2016, p. 33 [internet])]

Jacob Joosten, nihil habet   2 ponden

Pieter Boije     4 ponden

[21 jan. 1606: scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door wijlen Jan Thonisz. Bosch en zijn vrouw Neeltgen Maertensdr., tussen Jan Joosten schiptimmerman voor zichzelf, enerzijds, en Jan Jansz. de Haen, als weduwnaar van Alit Jansdr. [Bosch], voor zichzelf en tevens als vader en voogd van Anneken Jansdr., verwekt bij Alit Jansdr. Bosch, en bovendien als testamentaire voogd, naast Jan Corsse glasmaker, die mede compareert, van Engel Aertsz. Vaeck, zoon van Aert Jansz. Vaeck en Alit Jansdr. Bosch, anderzijds.

20 mei 1621: Engel Aertsz. Vaeck, voor zichzelf en namens de overige erfgenamen van Jan Jansz. Bosch, verkoopt aan Pieter Boijen een huis op de Nieuwe Haven, staande bij de Blauwpoort tussen het huis van Gillis Jansz. houtkoper en dat van Staes Jacobsz. (Achter de Blauwpoort nr. 6, p. 15 [internet])

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 10 sept. 1641: een baar voor Pieter Boije, een pondgraf, in de Tolbrugstraat Waterzijde.]

f. 16

Hermen Cleijsz. schuijtenaer     3 ponden

Herman Janssen de Haen [schiptimmerman]    3 ponden

[ORA Dordrecht inv. 754, f. 66 e.v.: op 4 juni 1613 verkoopt mr. Herman Halling aan Herman Jansz. de Haen een erf met een loods daarop staande, gelegen op het Nieuwe Werck tussen het huis van Cornelis Tielen en het huis van Herbert Jacobsz. hordenmaker, "[zo]als tvoorsz. erfue bij den Gerechte deser stede vercocht is volgens den brieve daer van zijnde", voor 1771 gl. Waarborg: Dirck Pietersz. van de Honaert. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 1187 gl. en 10 st. Borgen: Jan Ariensz. de Haen, burger van Dordrecht en Cornelis Florisz. van den Heuvel. De koper verlijdt tevens aan Maria de Jonge, jonge dochter, een jaarlijkse losrente van 24 gl. en 10 st., verzekerd op het voornoemde erf.

ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 10v: op 4 april 1626 verkoopt Herman Jansz. de Haen, schiptimmerman en burger van Dordrecht, aan Maricken Bastiaensdr. van de Wercke, jonge dochter, een jaarlijkse losrente van 18 gl., verzekerd op een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Hermen de hordenmaker en dat van de weduwe van Cornelis Centen.

ORA Dordrecht inv. 768, f. 27: op 16 mei 1630 verkoopt Samuel Barentsz., burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Herman Jansz. de Haen, timmerman van "de gemeenelants scheepsbrugge", blijkens procuratie gepasseerd voor een niet met name vermelde notaris te Emmerich op 30 april 1630, aan Pieter Gijsbertsz., timmerman en burger van Dordrecht, een huis, loods en erf daarnaast gelegen, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van de weduwe van Cornelis Centen aan de ene zijde en het huis van Metgen Schoncken, mitsgaders het huis en erf van Herber Jacobsz. hordenmaker aan de andere zijde, voor een somma van 220 gl. Waarborgen: Samuel Barentsz. in zijn privť en Jan Maertensz., wonende in Den Briel.]

Metken Schoncken     2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 752, f. 149: op 3 okt. 1611 verkoopt Cornelis Cornelisz. Backer huistimmerman aan Metgen Segersdr. een huis met een gang daarnaast, samen breed 8 hond voeten, staande en gelegen in de Hoge Nieuwstraat op het Nieuwe Werk tegenover het "Bourgoens Cruijs", belend het huis van Leendert Gerritsz. arbeider bij de straat aan de ene zijde en het huis van de kinderen en erfgenamen van burgemeester Willem de Jong aan de andere zijde. Waarborg: Adriaen Huijbrechtsz., marktschipper van Dordrecht op Rotterdam.]

Leendert Gerritsz. Coomen     1 pond

Opde Cade aende Blaeupoort beginnende

Cors Claesz. Capiteijn     4 ponden

[Zie kwartierstaat Van Hartigsveld op deze website.]

f. 16v

D'erffgenamen van Michiel Conincx     2 ponden

Aert Sonnemans     4 ponden

De weduwe van Cornelis Centen schipper, nihil habet     1 pond

Nicolaes Boumans

De weduwe van Zeger de Moor met haer soon     14 ponden

f. 17

Dionijs de Hasque     8 ponden

Folpert Reijersz. van Asperen     8 ponden

[Folpert Reijersz. van Asperen, geboren naar schatting ca. 1570, waarschijnlijk in Gorinchem, Commissaris van de Recherche te Rotterdam, zoon van Reijer van Asperen Geritsz., brouwer te Gorinchem, en NN, trouwde NG Dordrecht 2/16 april 1595 Lijnken (Lijntje) Adriaensdr. (Ons Voorgeslacht 2006, p. 76]

Somma van't eerste quartier      2413 gl. 10 st.

f. 17v

Tweede quartier beginnende vande Vischbrug tot aende Gravestraet ende soo voort aende d'ander zijde tot wederom aende Vischbrug

Michiel [Jacobsz.] Cotermans brouwer [in "het Hert"]    100 ponden

[ORA Dordrecht inv. 899: op 28 sept. 1605 legt Michiel Cotermans, brouwer in "het Hert", burger van Dordrecht, 37 jaar oud, een verklaring af ten verzoeke van Boudewijn Coninck Gijsbertsz., schepen in wette van Dordrecht.]

Abraham van Asch     3 ponden

Cornelis Matthijssen Balen     12 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 6v: op 20 febr. 1626 verkoopt Casper Beeck Pietersz., als procuratie hebbende van Sara Beijen, weduwe van Carel Carelsz. loodgieter, nu getrouwd met Seger van Achtevelt, procureur voor het Hof van Holland, aan Cornelis Matthijsz. Baelen, zijdelakenkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Visbrug, staande tussen het huis "de Jhesus" en het huis "de Gouden Reael". Waarborgen: Jaecques Leveque en Pieter Willemsz. Schepens, notaris te Dordrecht. De koper is schuldig aan de minderjarige kinderen van Carel Carelsz. loodgieter, verwekt bij Metken Cornelis, een somma van 4000 gl. Borg: Jeronimus Terwen, koopman en burger van Dordrecht.

200e penning Dordrecht anno 1638: Cornelis Mathijsz. Balen 60 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 12v)]

Pieter Dircxsz. [Codde, Codeus] twijnder     4 ponden

[200e penning Dordrecht anno 1638: Pieter Dircxsz. Codde twijnder 20 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 12v)

f. 18

Anthonij Repelaer brouwer buijtendien onder de heeren Achte     27 ponden

[Anthonis Repelaer, geboren Dordrecht dec. 1591, brouwer, schepen, raad en burgemeester (1642-1644) van Dordrecht, overleden Dordrecht 21 okt. 1652, zoon van Hugo Repelaer, brouwer in "de Sleutel" en Margaretha Jansdr. Brouwer, trouwde NG Dordrecht 7 febr. 1616 Emerentia van Driel, geboren Dordrecht 19 dec. 1598, overleden Dordrecht 19 mei 1660, dochter van Johan Dirksz. van Driel, brouwer in "de Ruijt" en Lucia (Sijtgen) Goossensdr. Schilperoort. (Zie kwartierstaat Van Schothorst (internet), kwartier 11094, sub b-1.) Anthonij Repelaer werd in de 200e penning van 1638 eveneens aangeslagen voor een vermogen van 27.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 13)

Kinderen (o.a.):

a. Lucia Repelaer, gedoopt NG Dordrecht febr. 1623, trouwde NG Dordrecht 30 aug. 1648 Walterus (Gualtherus, Wouter)  Johansz., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1618, zoon van Johan Cools en Margriet Dirrickx

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a-1. Jan Cools, 18 juni 1651

a-2. Anthonia Cools, 24 nov. 1652, trouwde NG Dordrecht 24 dec. 1680 Cornelis van Beveren Cornelisz.

a-3. Walteria Cools, 27 febr. 1654, trouwde NG Dordrecht 12 febr. 1673 Diederick Bressij 

b. Margareta Repelaer, gedoopt NG Dordrecht mei 1634, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Visbrug (1661), trouwde NG Dordrecht 6 nov. 1661 (ondertrouw) Paulus Eelbo, koopman te Dordrecht]

      

Anthonis Repelaer, door Jacob Gerritsz. Cuyp (1647)

 

Emerentia van Driel door Jacob Gerritsz. Cuyp (foto H.A. van Duinen; publicatie alleen toegestaan met voorafgaande toestemming van de maker)

Claes Aertsz     8 ponden

Adriaen Vinck     8 ponden

De weduwe van d'heer Thesaurier Pompen als boelhouster     150 ponden

De grafzerk van Michiel Pompe van Meerdervoort in de Grote Kerk.

[Michiel Pompe, heer van Meerdervoort, geboren ca. 1578, was van 1623 tot 1625 thesaurier van de stad Dordrecht. Hij overleed op 27 aug. 1625. Zij weduwe was Maria Sasbout Matthysdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1184)

ORA Dordrecht inv. 899: verklaring dd 1 juli 1605 op verzoek van Ooloff Bankens twijnverkoper door Michiel Pompe, 27 jaar oud en Willem Pietersz., eveneens 27 jaar oud, burgers van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1587, f. 97 e.v.: op 24 juli 1610 verkoopt Abel Willemsz., burger van Dordrecht, koopman te Dordrecht, aan Michiel Pompe, koopman te Dordrecht, de helft van twee huizen, genaamd "Bruijnswijck" en "den Dolphijn", aan hem nagelaten door Neeltgen Abelsdr., staande op de Groenmarkt tussen het huis van Nicolaes Jansz. Cruijdenier en dat van de weduwe en kinderen van Adriaen Adriaensz. Vinck de oude, met een pakhuis en erf erachter, uitkomende op de straat aan de Nieuwe Haven.

De zoon van genoemd echtpaar, Michiel Pompe, heer van Meerdervoort, schildknaap (1613-1639) en diens vrouw Adriana van Beveren Cornelisdr. waren de stichters van de Meerdervoortskapel in de Grote Kerk. (J.L. van Dalen, De Groote Kerk te Dordrecht (Dordrecht 1927), p. 100 e.v.

De Meerdervoortskapel in de Grote Kerk

Michiel Pompe van Meerdervoort en Alida van Beveren hadden twee zoons: Michiel Pompe van Meerdervoort (1638-1653) en Cornelis Pompe van Meedervoort (1639-1680).

Michiel (links) en Cornelis Pompe van Meerdervoort (midden) met hun huisleraar en een knecht, ca. 1650 geschilderd door Aelbert Cuijp.]

Jan Gijsbertsz. wijncooper     1 pond

f. 18 v

Jacob Henricxsz. appelcooper     1 pond

D'heer Cornelis Nicolaesz. schepen ende thesaurier     30 ponden

De weduwe ende erffgenaemen van Frans van Bonckelwaert, insolvent    20 ponden

[26 aug. 1615: verklaring door Franchoijs van Bonckelwaert, 60 jaar oud en Willem Jansz. Bijl, 54 jaar oud, beiden wonende te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 17, f. 236)]

Guilliam Antonisz.     2 ponden

Willem Aertsz. Brantwijck     45 ponden

[Willem Aertsz. Brantwijck korenkoper was getrouwd met Geertruijt Pieterdr. Caseler. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 346)

200e penning Dordrecht anno 1638:  Willem Aertsz. Brantwijck 225 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 13)]

Adriaen Willemsz. beenhacker     30 ponden

f. 19

Jan Jacobsz. Cotermans     30 ponden

Joachim Wtewael, de Groentevrouw (Centraal Museum Utrecht)

Ocker Brantwijck     12 ponden

[200e penning Dordrecht anno 1638:  Ocker Brantwijck 60 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 13)

Pieter van Deuren     16 ponden

Dirck Gerritsz. coomen     2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 10: op 17 mrt. 1626 verkoopt Marijcken Geeritsdr. van Ophemert, ongehuwde persoon, aan haar broer, Dirck Gerritsz. van Ophemert, de helft van een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van mr. Cornelis van Beveren, rentmeester-generaal van Zuid-Holland, en het huis "de Rooden Schilt".]


D'heer mr. Cornelis van Beveren Borgemeester Rentmeester Generael van Zuijthollant     60 ponden

Gegraveerd portret van Cornelis Willemsz van Beveren door J. Suyderhoef uit Matthijs Balen, Beschrijvinge der stad Dordrecht, 1677 met drieregelig vers (Regionaal Archief Dordrecht 551-10823).

Juffr. Lievina Verbooms     60 ponden

D'heer mr. Digman de Vries Outraet     40 ponden

f. 19v

De weduwe van Cornelis Jansz. Mes     12 ponden

Jan Bordels met zijn kinderen     60 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 28 juli 1622: Johan Bordels weduwnaar en Elisabet Pauli dochter van Johan Pauli in zijn leven raad en meester van de rekeningen van Holland, per schrijven van [ds.] Lavigne]

Herbert van Diemen     15 ponden

Franchoijs van Ackerlack     16 ponden

Barent Gerritsz. met zijn dochter     45 ponden

f. 20

Boudewijn Zegersz. Taijaert     9 ponden

D'heer Thomas Pietersz. van den Honaert Outraet     20 ponden

Gerrit Gerritsz. [Walborch] brouwer    7 ponden

[14 okt. 1617: Herman Heerman, weduwnaar van Cornelia van Slingelant Sijmonsdr., Sijmon van Beaumondt, eerste raadpensionaris van Middelburg en Anthoni van Beaumondt, koopman te Amsterdam, ook namens Cornelis Heerman, verkopen voor 14.250 gl. aan Geerit Geeritsz. Walburch, brouwer en burger van Dordrecht, een huis, brouwerij, en "huijsinge", uitkomende in het Tolbrugstraatje, met mouterij, molen, stookhoek, bierkelders, een erf achter de Waag "ende voorts het geheele erfve soo breet ende lang 't selve es, streckende van voor van de straete tot achter op de Nieuwehaven toe". (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 88) De koper is schuldig aan verkopers een somma van 10.000 gl. Borgen: Willem Pietersz. ziekenbezoeker en Anthonij Jansz. bakker. (ORA Dordrecht inv. 1594, f. 91 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 761, f. 54 e.v., akte dd 7 aug. 1621: Jacob de Wit, wonende te Dordrecht, verkoopt aan Hans van de Water, brouwer te Dordrecht, een brouwerij en mouterij, genaamd "den Ouden Gecroonden Bock", met een huisje achter het huis van Boudewijn Segersz. Taijert, staande op het Marktveld tussen de brouwerij van Geerard Geerardsz.Walborch en het huis van Jan Pietersz. Waarborgen: Jan Bom van Craenenborch brouwer en Anthonij van Valckenborch zijdenlakenkoper, burgers van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 8371 gl. Borgen: Abraham van de Water kruidenier en Geerard Houben, burgers van Dordrecht.

NG trouwboek Dordrecht 15 mei 1622: Jan Gerartsz. Walburgh jong gezel van Dordrecht wonende bij zijn vader brouwer in "den Bock" en Willemijntgen van Heec Jan Matthijsdr. jonge dochter van Dordrecht getrouwd op 31 mei 1622

27 juli 1624: Geerit Walburch, brouwer in "den Bock" op het Marktveld, verkoopt aan Balten Baltensz. van Horick azijnmaker een leeg erf, gelegen achter het huis en erf van de verkoper en uitkomende op de Nieuwe Haven, tussen het huis van Joris Wernaertsz. brandewijnmaker en het huis van de koper, strekkende van 's herenstraat tot de paardenstal van de brouwerij. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 88)

20 jan. 1627: Gerrit Gerritsz. Houben, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jan Cornelisz. molenaar, burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Tolbrugstraat, genaamd "den Gecroonden Bock", staande tussen het huis van Barent Gerritsz. en dat van Gerrit Walburch. Koper is schuldig aan de voogden van het weeskind van wijlen Roelant Eeckholt [Susanna Eeckholt] 2000 gl. en aan Willem Sieren pondgaarder 700 gl. (ORA Dordrecht inv. 766, f. 68v e.v.)

4 mei 1644: Gijsbertgen Jans, weduwe van Geerit Geeritsz. Walburch, brouwer verkoopt aan Adriaen Blanckert en Marcus van Dijk, samen voor de ene helft en Cornelis van den Hoogenboom voor de andere helft, een huis op het Marktveld en een brouwerij en een huis in de Tolbrugstraat, waar uithangt "den Trommel". Borgen: Jan Geeritsz. Walburch en Jan Gijsbertsz.  (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 88-89)]

De weduwe van Cornelis Goversz. van Beaumont     40 ponden

Willem Jansz. Wens     4 ponden

Adriana van Blijenborch     6 ponden

f. 20v

Jacob ende Maria van der Goes, Jacob is doot over 2 jaeren ende heeft geen billet dese reijs gehadt   4 ponden [8 ponden doorgehaald]

De weduwe ende kinderen van Cornelis van Gesel     15 ponden

Floris Jacobsz. schrijnwercker     1 pond

Dirck van de Wal     4 ponden

De dochters van Thomas Geurtsz.     4 ponden

f. 21

Cornelis Woutersz.     6 ponden

Antonij van Gesel     18 ponden

D'heer Arent Walen Outraet     6 ponden

Anneken de Bramaker     1 pond

De weduwe van Cornelis Oom met haer kinderen     6 ponden

Jan van Slingerlant     18 ponden

f. 21v

Mr. Willem Boucquet     26 ponden

De voordochter vande voorsz. Boucquet     5 ponden

Warnaert Thielmansz.     2 ponden

Barent Janssen cuijper, niet quotisabel  2 ponden

Ida Walen     2 ponden

f. 22

Jan Matthijssen schoenmaker     1 pond

Sijbert Roerom     10 ponden

Jacob Trip coopman     45 ponden

[Jacob Trip, broer van Elias Trip trouwde in 1603 met Margaretha de Geer. Beiden zijn geschilderd door Rembrandt van Rijn]

Rembrandt, Jacob Trip

Rembrandt, Margaretha de Geer

Warnaert Adriaensz. bode     8 ponden

Sijbert Janssen schoenmaker     2 ponden

D'heer mr. Coenraet Ruijsch Outraet     50 ponden

[Coenraet Ruijsch, op 19 april 1649 door Ferdinand III van Oostenrijk, keizer van het Heilige Roomse Rijk tot ridder verheven, burgemeester van Dordrecht 1653 en 1654, trouwde Maria van Beveren Willemsdr., geboren 1585, dochter van Willem van Beveren Cornelisz. en Emerentia van den Eynde

Kinderen (o.a.):

a. Emerentia Ruijsch, gedoopt NG Dordrecht okt. 1614, van Dordrecht en daar wonende (1641), trouwde NG Dordrecht 15 sept./29 okt. 1641 (procl. te Philippine) jonker Matthijs Droste (Drost, Drossaert), kapitein in garnizoen te Philippine, weduwnaar (1641), kolonel van een regiment voetknechten in dienst van de Republiek, gouverneur van Heusden

Kinderen:

a-1. Coenraad Droste, gedoopt NG Dordrecht aug. 1642, overleden ca. 1734

a-2. Emerentia Droste, trouwde Johan van Meeuwen [zie Stamboom Van Meeuwen op deze website]

a-3. Elisabeth Droste, trouwde Adriaen van Blijenburg

a-4. Johanna Droste, trouwde Severijn Paludaan, overleden ca. 1700

- 14 mrt. 1698: Severijn Paludan beleend met "die alinge graefschap, heerlickheyt ende landt van Daelhem [Dalem], neffens ofte binnen den lande van Arckel bij den stadt Gorinchem gelegen"

- 5 april 1700: Maria Hansdr. Paludan, erfgename van haar broer, Severijn Paludan, met voornoemd leen beleend

- 1 jan. 1701: Albertus le Grand als gevolmachtigde van de erfgenamen van Johanna Droste, in haar leven echtgenote van Severijn Paludan, ook van Maria Hansdr. Paludan en andere erfgenamen van Severijn Paludan, draagt het leen over aan Cornelis de Jonge van Ellemeet. (mr. J.J. Baron Sloet en dr. J.S. van Veen, Register op de leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Leenen buiten Gelderland. [Arnhem 1912], p. 63-64)

a-5. Maria Heusdina Droste, trouwde NG Dubbeldam 9 dec. 1691 jonkheer Charles Loncque

b. mr. Nicolaas Ruijsch, raadpensionaris van Dordrecht 1640-1670, trouwde Maria Paats

c. Lucretia Ruijsch, trouwde mr. Johan Berck, pensionaris en secretaris van Dordrecht.

(Balen, o.c., deel II, p. 960 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 908, f. 6: op 11 dec. 1636 verklaart Frans Alewijnsz. wijnkoper, 76 jaar oud, op verzoek van Jan Matthijsz. Balen, burger van Dordrecht, dat het huisje in het Cerboijenstraatje [Ciborie- of 's Heer Boeijenstraat *], staande achter het huis van mr. Coenraet Ruijsch, oudraad van Dordrecht, altijd toebehoord heeft aan de eigenaar van het huis, dat nu eigendom is van mr. Ruijsch en eertijds van Willem Anthonisz. wijnkuiper.

ORA Dordrecht inv. 909, akte dd 12 sept. 1643: op verzoek van Jacob Trip, koopman te Dordrecht, verklaart mr. Coenraet Ruijsch, oudraad van Dordrecht, dat zijn ouders zaliger eigenaars zijn geweest van het huis, dat vanouds is genaamd "Cerboijen", staande tegenover de Wijnkoperskapel, welk huis nu eigendom is van de rekwirant. Ruijsch heeft zijn ouders meermalen horen zeggen, dat er tussen hen en Herman Cleijn, inmiddels eveneens overleden, een overeenkomst is gesloten, die inhield, dat Herman Cleijn achter door het erf van het huis "Cerboije" een vrije doorgang zou hebben naar het Cerborijstraatje, in ruil waarvoor Nicolaes Ruijsch, deposants vader, water zou mogen halen uit de put op het erf van Herman Cleijn.

* De 's Heer Boeijenstraat (ook: Serborie- of Ciboriestraat) was vroeger een smal straatje tussen Wijnstraat en Varkenmarkt, vermoedelijk genoemd naar het reeds in 1507 huis "Cerboyen", dat op de westelijke hoek met de Wijnstraat stond. "Dat het een onaanzienlijk straatje was, spreekt uit de naam 'Schijtstraetken'. Het werd ook Rozemarijnstraat genoemd, wat misschien een ironische tegenhanger van Schijtstraatje was. (Van Baarsel, o.c., p. 49-50)

f. 22v

Jan Balen brouwer met zijn weeskinderen     12 ponden

[ONA Dordrecht inv. 24, f. 428 e.v.: op 24 nov. 1619 verkopen Johanette Andriesdr., weduwe van Cornelis Jansz. Both, dijkgraaf van de Alblasserwaard en mr. Franchoijs van der Burch, gecommitteerde Raad van Holland en West-Friesland, als man en voogd van Dingna de Both Cornelisdr., aan Johan Mathijsz. Balen, een huis, brouwerij en mouterij, waar tegenwoordig uithangt "den Osch", staande tegenover de Kleine Kraansteiger [Wijnstraat bij het 's Heerboeijenstraatje] tussen het huis van Dammis Woutersz. van de Sandeling en dat van Frans Evertsz. wijnkoper voor 8000 gl.

ONA Dordrecht inv. 25, f. 21 e.v.: op 29 jan. 1620 testeren Jan Matthijsz. Balen, brouwer in "de Osch" en zijn vrouw Elijsabeth Carelsdr. [van Bokstaal]. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam, die gehouden zal zijn hun kinderen een somma van 2000 gl. uit te keren.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974 (hoofdgeld Dordrecht 1622). f. 29: Jan Balen, brouwer, zijn vrouw en kinderen (7 ponden), "de suster" (2 ponden), 3 knechts (3 ponden) en een dienstmaagd (20 stuivers), op 28 juli 1623 ontvangen 13 ponden (= 13 gl.)

ORA Dordrecht inv. 767, f. 42: op 13 okt. 1628 verkoopt Jan Mathijsz. Balen, brouwer en burger van Dordrecht, aan Abraham Cotermans een huis, brouwerij, rosmolen en alle bedsteden, die in het huis staan, met alle overige toebehoren en gereedschappen, maar met uitzondering van de brandewijnketels. De brouwerij is genaamd "de Osch" en staat tegenover de Kleine Kraan [in de Wijnstraat bij het 's Heer Boeijenstraatje] tussen het huis van mr. Coenraet Ruijs en dat van Evert Willemsz. Prins. Het huis en brouwerij etc. zijn  belast met een rentebrief van 4000 gl., die de erfgenamen van Cornelis Jansz. Both daar op sprekende hebben en die koper te zijnen laste neemt.

ORA Dordrecht inv. 770, f. 95v: op 8 sept. 1635 verklaart Cornelis Matthijsz. Balen, zijdelakenverkoper en burger van Dordrecht, dat hij zich borg stelt voor het huis, de brouwerij, de mouterij en de rosmolen, staande tegenover de Kleine Kraan, genaamd "den Hengst", staande tussen het huis van mr. Coenraet Ruijsch, oudraad van Dordrecht, en het huis van Evert Willemsz. Prins, welk huis, brouwerij etc. Jan Mattijsz. Balen aan Abraham Cotermans brouwer heeft verkocht op 13 okt. 1628.]

Jan van Bijlaert     12 ponden

Evert Willemsz. Prins wijncooper     32 ponden

Abraham van der Mijl [predikant]    34 ponden

[I. ds. Abraham van der Mijl, geboren 's Heerenberg 13 febr. 1563, predikant te Vlissingen en Papendrecht, dichter en prozaschrijver, verdacht van arminianisme, ambteloos te Dordrecht sedert 1619 (www.dbnl.nl), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 28 mrt. 1637 (een baar voor de heer Van der Mijl bij de Gravenstraat, een graf gekocht), trouwde Agneta van Duijnen

ONA Dordrecht inv. 179, f. 275 e.v.: op 28 febr. 1670 verklaren op verzoek van Maurits Herman Ripperda, heer te Vorde etc., ds. Andreas Colvius, predikant van de Waalse gemeente in Dordrecht, als man van Anna van der Mijl, en Cristina van der Mijl, "bejaerde persoon", samen kinderen en mede-erfgenamen van ds. Abraham van der Mijl, dat uit het staatboek van de middelen en goederen van ds. Van der Mijl, hun schoonvader resp. vader, is genomen een uittreksel, waaruit blijk, dat in 1621 door Van der Mijl is gehypothekeerd een bedrag van 6000 gl. aan "Baron van Elderen Rene de Renesse" op een stuk land, genaamd Oud- en Nieuw-Engeland, liggende in Heenvliet, welke hypotheek op 10 juni 1623 door baron Van Elderen is afgelost. De comparenten geven derhalve hun toestemming, dat de betreffende hypotheekbrief ten overstaan van de Leenkamer van de Grafelijkheid van Holland, waar het genoemde stuk land in leen wordt gehouden, wordt geroyeerd.

Kinderen:

a. Dingna (Digna) van der Mijle, geboren naar schatting ca. 1605, jonge dochter van Vlissingen wonende bij haar vader ds. Abrahamus Mylius (1626), trouwde NG Dordrecht 8/24 febr. 1626 Aernoud de Moor, koopman van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werck (1626)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a-1. Zegher, dec. 1626

a-2. Christina, sept. 1629

a-3. Maria, febr. 1631

a-4. Johannes, mei 1634

a-5. Abraham, okt. 1639

b. Anna van der Mijl Abrahamsdr., geboren naar schatting ca. 1610, van Vlissingen wonende te Dordrecht (1630), trouwde NG Dordrecht 3/19 mrt. 1630 ds. Andreas Colvius, jongman van Dordrecht, predikant in de Waalse gemeente van Dordrecht (1630)

Andreas Colvius (noemde zich Kolf/Colvius naar zijn grootmoeder Alid Kolff), geboren te Dordrecht ca. 1594, predikant te Rijsoord (1619), hofprediker van de ridder Johan Berck 1620-1623, predikant in de Waalse gemeente van Dordrecht 1629-1666 (emer.),  overleden 1 juli 1671, zoon van Nicolaas Heymans en Maria van Slingeland  (Van Dalen, o.c., deel II, p. 797-798, Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme [internet])

Ds. Andreas Colvius, portret door Salomon Savery, naar Aelbert Cuyp (1646)

ORA Dordrecht inv. 1610, f. 18 e.v.: op 1 mei 1643 verkopen ds. Franciscus Rijsbergen en ds. Theodorus Rijsbergen, voor zichzelf en tevens vervangende hun zuster Adriana Rijsbergen, aan ds. Andreas Colvius, predikant in de Waalse gemeente van Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis Pieter Theunisz. leestmaker en dat van Cornelis de With.

ONA Dordrecht inv. 183, f. 161 e.v.: op 30 dec. 1670 testeert ds. Andreas Colvius, predikant in de Waals gemeente van Dordrecht, redelijk gezond zijnde. Hij prelegateert aan zijn zoon ds. Nicolaes Colvius, Waals predikant te Amsterdam, al zijn manuscripten, een vergulde zilveren kop met deksel en een bedrag van 600 gl., aan zijn dochter Angnieta Colvius, de vrouw van ds. Jacobus Roelandus, een huis in de Nieuwstraat, waarin hij, testateur, woont, staande tussen het huis van het weeskind van Dirck de Sont en dat van Nicolaes de Vries boekdrukker. Hij legateert aan de huisarmen van de Waalse diaconie een bedrag van 100 gl., aan Lijdia Huijsers, zijn dienstmaagd, die bij hem inwoont, eveneens 100 gl., aan zijn nicht Maria Abrahamsdr. van der Mijl 12 gl., aan Maria van Immerseel, zijn gewezen dienstmaagd, 12 gl. en aan Catharijna Pieters, zijn dienstmaagd, 12 gl. 

Kinderen:

b-1. Catharina, gedoopt NG Dordrecht juli 1632, vermoedelijk jong overleden.

b-2. ds. Nicolaes Colvius, gedoopt NG Dordrecht febr. 1634, Waals predikant te Dordrecht en Amsterdam, overleden 1717

ds. Nicolaes Colvius

b-3. Agnieta Colvius, gedoopt NG Dordrecht 4 mei 1637, trouwde ds. Jacobus Roelandus (Rolandus)

c. Christina van der Mijl, ongehuwd

ONA Dordrecht inv. 177, f. 316 e.v.: op 30 sept. 1655 testeert Christina van der Mijl, oude ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht. Zij wenst, dat "haer een eerlijcke begraefnisse sal werden aengedaen ende dat haer doot lichaem op een swarte baer gedragen en mette groote kerck overluijt sal werden". Prelegaten voor haar broer Davidt van der Mijl, zijn dochtertje Angnieta, en haar zuster Anna van der Mijl. Zij legateert aan haar neef ds. Nicolaes Colvius o.a. de portretten van haar ouders. Legaten voor haar nicht Angnieta Abrahamsdr. van der Mijl, haar nicht Marija Abrahamsdr. van der Mijl, Angnieta Davidsdr. van der Mijl, haar neef Abraham van der Mijl Abramsz., Emmerensie van der Mijl Abrahamsdr., haar neef Abraham Davidsz. van der Mijl en aan Jochum Davidsz. van der Mijl. Aan de dochters van haar overleden broer Abraham van der Mijl en de dochters van haar broer David van der Mijl legateert zij al haar kleren, en aan de kinderen van Abraham van der Mijl en David van der Mijl, haar broers, al haar huisraad en roerende goederen. Aan de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht legateert zij 80 gl., aan de huisarmen van de Waalse gemeente te Dordrecht 20 gl., aan Abraham de Moor 200 gl., en aan de kinderen van haar broer Abraham van der Mijl 1400 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zuster Anna van der Mijl, haar broer David van der Mijl, of bij vooroverlijden hun kinderen. David zal van de door hem te erven goederen alleen het vruchtgebruik hebben. Tot executeurs-testamentair en voogden stelt zij aan Davidt van der Mijl, haar broer, en ds. Andreas Colvius, haar zwager, of bij zijn vooroverlijden haar neef ds. Nicolaes Colvius.

ONA Dordrecht inv. 178, f. 202 e.v.: op 13 okt. 1657 testeert Christina van der Mijl, ongehuwde persoon wonende te Dordrecht. Zij herroept haar eerdere testament, gepasseerd voor notaris J. Melanen te Dordrecht op 30 sept. 1655. Zij prelegateert aan de kinderen en kindskinderen van haar overleden broer Abraham van der Mijl een bedrag van 50 gl., aan de kinderen en kindskinderen van haar nog in leven zijnde broer Davidt van der Mijl eveneens 50 gl. en aan Angenieta Davits van der Mijl haar bed en toebehoren. De testarice legateert aan haar neef ds. Nicolaes Colvius de portretten van haar ouders, en aan Abraham de Moor, haar neef, een somma van 200 gl. "tot een gedachtenisse". Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Anna van der Mijl, haar zuster, of bij vooroverlijden haar kinderen of kindskinderen, voor een derde part, de kinderen of kindskinderen van haar broer Abraham van der Mijl, voor het tweede derde part, en de kinderen of kindskinderen van haar broer Davidt van der Mijl, voor het laatste derde part, van welke goederen Davidt en zijn vrouw, Cleijsken Claesdr., het vruchtgebruik zal hebben. Dat alles met uitsluiting, om gewichtige redenen de testatrice daartoe moverende, van haar zuster Dingna van der Mijl en haar nakomelingen. Tot voogd benoemt zij haar neef ds. Nicolaes Colvius.

d. Abraham van der Mijl, overleden vůůr 13 okt. 1657

e. Samuel, gedoopt NG Dordrecht april 1611

f. Anthoni, mei 1613

g. David van der Mijl, trouwde Cleijsken Claesdr.

h. Agnietken, mei 1618

i. Judith, mrt. 1620]

De weduwe van Jacob van Casteren     80 ponden

f. 23

Ruth Mathijsz. [Cool] cleermaker     4 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 9 aug. 1626: Ruth Matthijsz. Cool kleermaker uit Gelderland weduwnaar en Bartge Jans weduwe van Willem Pietersz. ziekenbezoeker van Nijmegen, beiden wonende te Dordrecht, getrouwd op 30 aug. 1626

Dordrecht inv. 908: verklaring dd 22 mrt. 1638 op verzoek van Jan Mom kuiper door Rut Matthijsz. kleermaker, 62 jaar oud en Jan Gijsbertsz. wijnkoper, 62 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 779, f. 4v: op 9 jan. 1653 verklaart Ruth Mathijsz. kleermaker schuldig te zijn aan Lijsbeth Cornelis een bedrag van 300 gl., daarvoor verbindende twee huizen, het ene staande bij de Nieuwbrug tussen het huis van de weduwe van Jacob van Casteren en de Gravenstraat en het andere in de Nieuwe Breestraat tussen het huis van Gerrit Fransz. en dat van Laurens van Duijnen.

ONA Dordrecht inv. 178, f. 346: op 18 juni 1658 verleent Sijchien Rutten Cool, weduwe van Jan Henckel, enige dochter en erfgename van wijlen Ruth Matthijsz. Cool, procuratie aan Johan Schoormans, notaris te Dordrecht, om aan Pieter van Consten, bakker en burger van Dordrecht, te transporteren een huis in de Wijnstraat op de hoek van de Gravenstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van juffrouw Van Casteren en de Gravenstraat.]

Aen d'andere zijde

De kinderen van Jan van Leeuwen, sijn absent in Spaengien    4 ponden

Frans Gerritsz. zedelaeckencooper     5 ponden

De weduwe van Coenraet van Dortmont     8 ponden

Jacobmina de With     6 ponden

f. 23v

Franchoijs de Meer     20 ponden

Frans Willemsz.     24 ponden

De weduwe van Aert Adriaensz. Brantwijck     40 ponden

Michiel Feltrum    16 ponden

[Michiel Feltrom, trouwde NG Dordrecht 7 april 1624 Johanna van Beaumont, geboren naar schatting ca. 1600, begraven Dordrecht 25 okt. 1652, dochter van Govert van Beaumont en Reijnsburg van Slingelandt]

Pieter Beije

Reijnier Fijneman     4 ponden

Mr. Dirck van de Borcht     6 ponden

D'heer Jacob van de Corput Outraet     24 ponden

f. 24

Henrick Cornelis Boudewijns    4 ponden

De weduwe van Lowijs de Geer met haer dochter     35 ponden

[200e penning Dordrecht anno 1638: de weduwe van Louijs de Geer 175 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 18)]

Matheus Bordels

Wouter Cornelisz. mercktschipper     8 ponden

Cornelis Willemsz. Wens     2 ponden

f. 24v

Barent van Lubecq, nihil habet     3 ponden

De weduwe van Jan Govertsz. stadthouder     6 ponden

Wouter Pietersz. asijnmaker     2 ponden

Henrick van Bladegom met zijn broeder     8 ponden

Jasper Troijen den Ouden     12 ponden

f. 25

De weduwe van Arent Dammert     60 ponden

De weduwe van Cornelis Mels backer     2 ponden

Bartholomeus Gillis caescooper     10 ponden

Jan Jacobs cramer     1 pond

De weduwe van Gerrit le Bruijn, insolvent     6 ponden

f. 25v

Gerrit van Bonckelwaert     12 ponden

De weduwe van Jan Adriaens coorncooper     18 ponden

Johan Geijen den Jongen     12 ponden

Jan de Theer     6 ponden

Laurens Adriaens appoteecquer    3 ponden

f. 26

De weduwe van Baeckemans     2 ponden

Christoffel Lucas caescooper     1 pond

Maria Rommers     36 ponden

Opte Tollebrugge

Adriaen Aerts tinnegieter     2 ponden

Jan Wierts, Damis Jaspers ende Huijbrecht Aerts     3 ponden

f. 26v

Gillis Gillis coperslager     6 ponden

Jan Houbraecken     4 ponden [zie genealogie Houbraken op deze website]

Cornelis Adriaens caescooper   3 ponden [doorgehaald: "15 ponden" en "staet maer volgens billet op 3 ponden"]

Bartholomeus Tresiers     6 ponden

Adriaen de Jong appoteecquer     10 ponden

f. 27

Jan Adriaens caescooper     3 ponden

Hendrick Mol appoteecquer     3 ponden

Cornelis Damman backer     1 pond

Abraham Leenderts wielmaker     1 pond

Philips Terwe     4 ponden

f. 27v

Abraham Bosch     4 ponden

Gerrit Gerrits coperslager      1 pond

Joost Lievens craenkint     2 ponden

Thomas Cornelis wielmaker     10 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1597, f. 6 e.v.: op 28 jan. 1621 verkoopt Neeltgen Willemsdr., weduwe van Aernt Cornelisz. wielmaker, geassisteerd met notaris Henrick van Naerden, voor 4400 gl. aan Thomas Cornelisz., ijzerkramer en wielmaker, een huis op de Groenmarkt, genaamd "den Houtwagen", staande tussen het huis van Machtelt Willems, weduwe van Willem Adriaensz. beenhakker, en dat van Joost Lievensz. kraankind. Waarborg: notaris Henrick van Naerden. De koper is schuldig aan de verkoopster een somma van 3200 gl. Borg: Gillis Pietersz. kaaskoper.]

De weduwe van Willem Adriaens beenhacker met haer kinderen     8 ponden

f. 28

Balten Jacobs [kousenmaker]    4 ponden

Willem Bos laeckencooper, heeft niet  4 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 17 juli 1616 (ondertrouw): Willem Bosch jong gezel en Maria Michielsdr. Middelhoven beiden van Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 765, f. 60 e.v.: op 26 juli 1624 verkopen de erfgenamen van wijlen Elijsabeth Pietersdr. aan Willem Bos, lakenkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Nicolaes Jansz. Raijen en dat van Balten Jacobsz. kousmaker. Koper kent schuldig aan Hendrick Jansz. van Naerden, notaris te Dordrecht, een bedrag van 1600 gl. en aan Dirck Adriaensz. Fluwelen een somma van 700 gl. Hij verkoopt aan Pieter Robbert een jaarlijkse losrente van 37 gl., verzekerd op het genoemde huis.

ONA Dordrecht inv. 73, f. 90 e.v.: Magdalena Bosch, weduwe van Johan Bosch, wonende te Dordrecht, verklaart, dat zij haar zoon Willem Bosch, in zijn leven lakenkoper te Dordrecht, een bedrag van 1500 gl. heeft geleend, boven hetgeen hij, evenals haar andere twee zoons [Hendrick en Abraham Bosch], bij het aangaan van zijn huwelijk heeft gehad, van welke geleend geld zij nooit een stuiver heeft teruggekregen.]

Claes Janssen Raijen     12 ponden

[ORA Dordrecht inv. 761, f. 100v: op 4 aug. 1620 comp. Pieterken Aelbrechtsdr., jonge dochter, voor haarzelf en procuratie hebbende van Mariken Rutten, weduwe van Aelbrecht Aelbrechtsz. kraankind. Zij zijn schuldig aan Nicolaes Jansz. Raije, burger van Dordrecht, een bedrag van 200 gl., daarvoor verbindende een huis, staande tegenover brouwerij "de Valck", tussen het huis, waarin Henrick Roelen woont en het huis van Joost Joostens tingieter.] 

Reijnier de Vries cousmaker      3 ponden

Bastiaen Quirijnen     26 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 21v: op 25 mei 1626 verkoopt Bastiaen Quijrijnen, burger van Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Jan Dionijsz. en dat van Maijken Henricx, weduwe van Gerrit Cornelisz. kaaskoper. Waarborg: Frans Snoeck lakenkoper. De koper verkoopt aan verkoper een jaarlijkse losrente van 125 gl., verzekerd op het gekochte huis. Borgen: Jan Jansz. Coninck en Gerrit Fransz. van Bonckelwaert.]

f. 28v

De weduwe van Gerrit Cornelis caescooper     6 ponden

Salomon Janssen cleermaker     3 ponden

Frederick Mulder, insolvent     4 ponden

De weduwe van mr. Wemmer [Despinoij] apoteecquer     10 ponden

De weduwe van Claes Adriaens caescooper     2 ponden

f. 29

Aert Cornelis beenhacker     12 ponden

Jacob Janssen     6 ponden

Hans du Bois cousmaecker     8 ponden

De weduwe van Mathijs Cornelis [Balen] sijdelaeckencooper met haer kinderen     50 ponden

Op de Nieu Haven beginnende op den houck van Vleeschouderstraet

Mr. Adriaen chirurgijn     1 pond

f. 29v

Jacob Fransz int Molenijser     2 ponden

Cornelis Gerritsz schiptimmerman     4 ponden

Michiel Cornelis timmerman     3 ponden

T weeskint van Jacob Gerritsz van den Heuvel     12 ponden

D'vrouwen moeder van Jacob Gerritsz van den Heuvel     4 ponden

f. 30

Helman Gerritsz     3 ponden

Jan Janssen timmerman     3 ponden

De weduwe van mr. Pieter van Schaerlaecken     3 ponden

[ORA Dordrecht inv. 765, f. 63: op 20 aug. 1624 verkoopt mr. DaniŽl Waterrijck, Franse schoolmeester te Dordrecht, aan Jan Jansz. een jaarlijkse losrente van 25 gl., verzekerd op een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van mr. Pieter van Scharlaecken predikant en brouwerij "'t Haentgen".]

Leendert van Mastricht     4 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding van Dordrecht anno 1633), f. 32: in de Tolbrugstraat - de weduwe van Leendert van Mastricht.]

Jacob Adriaensz timmerman     1 pond

f. 30v

Jan Janssen houfsmith, insolvent    5 ponden

Aen de Houte Brugge [de Lange Houten Brug over de Nieuwe Haven bevond zich op dezelfde plaats waar nu de Lange IJzeren Brug ligt. (Van Baarsel, o.c., p. 69-70)]

Cornelis Willems blockmaecker     4 ponden

Jan Jacobs backer     1 pond

Willem Thonisz Verelst     16 ponden

Dirck Cronenborch     1 pond

[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 19 e.v.: op 14 mei 1626 verkoopt Anneken Jans, weduwe van Dirck van Cronenborch, aan Joachim Adriaensz., smid en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Willem Thonisz. Verelst en dat van de weduwe van Hendrick Hage. Waarborg: Thomas Henricxsz. Lambo. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 200 gl. Borgen: Jasper Claesz. smid en dat van Jan van der Straten.]

f. 31

Jan van der Straten     2 ponden

D'heer Adriaen Repelaer Raet     36 ponden

T weeskint van Goossen Jansz Boschman     21 ponden

Pieter Mathijsz     15 ponden

Janneken Cops     2 ponden

f. 31v

Thonis Blonck [schipper]     1 pond

[ORA Dordrecht inv. 1591, f. 34v e.v.: op 21 mrt. 1614 verklaart Thonis Cornelisz. Blonck, schipper en burger van Dordrecht, dat hij tot "verzekering" van de borgtocht, die zijn schoonvader, Mathijs Pietersz., kaaskoper en burger van Dordrecht, voor hem gedaan heeft, alsmede voor hetgeen hij zijn schoonvader schuldig is, verbonden te hebben een derde part van een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Floris Cornelisz. brandewijnmaker en de gang, die toebehoort aan de brouwer in "het Haentgen", een vierde part van een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis "de Paeu" en het huis "de Lantscroon", en nog een zesde part van in totaal 11 1/2 morgen land in Barendrecht en de vrijdom van IJsselmonde, hem, Blonck, aangekomen bij overlijden van zijn schoonmoeder.]

Thonis Damasz schipper, nihil habet     2 ponden

De weduwe van Wouter Rochusz     2 ponden

Willem Mathijsz, nihil habet     6 ponden

De weduwe van Cornelis Floris brandewijnman, insolvent     4 ponden

[ORA Dordrecht inv. 769, f. 110: op 3 sept. 1633 verkoopt Jan Matthijsz. van Balen aan Cornelis Matthijsz. Balen een huis op de Nieuwe Haven, genaamd "Jerusalem", staande tussen het huis van Huijbrecht van Hocht en dat van Willem Mathijsz. Kent betaald, promittit quitare. Niet belast.]

f. 32

Embrecht van Hocht     22 ponden 10 s.

[ORA Dordrecht inv. 1593, f. 29: op 21 april 1616 verklaart Hubrecht van Hocht, koopman en burger van Dordrecht, als man van Petronella Werckmans, dochter en mede-erfgename voor een vijfde deel van Otto Werckmans, wijnkoper en burger van Dordrecht, dat hij tot onderpand gesteld heeft twee naast elkaar staande huizen op de Nieuwe Haven, belend door het huis van Cornelis Florisz. brandewijnmaker en dat van Arij Geeritsz. kuiper.]

In de Tollebrugstraet [Waterzijde]

De weduwe van Willem Fransz     1 pond

Gerrit Houben, nihil habet     3 ponden

Thomas Gerritsz schiptimmerman     3 ponden

Gerrit Thonisz schiptimmerman     1 pond

f. 32v

Gerrit Gerritsz [Cuyp] glaesmaker     1 pond

["Vermoedelijk afkomstig uit Venlo en aldaar geboren. Als glazenmaker, glasschilder, grof- en fijnschilder sinds 19 januari 1585 lid van het Sint-Lucasgilde te Dordrecht. Op 15 mei 1644 begraven in de Grote Kerk te Dordrecht. Eerste huwelijk met Geerten Matthijsdr., weduwe van Bernaert Pelgrims, op 3 februari 1585. Geerten stierf in 1601". Hij trouwde 2e 30 juni 1602 Everijnken Albertsdr., weduwe van Herman Janse hellebaardier, overleden 22 april 1622, 3e 3 juli 1623 Haesgen Henrick Lauwerensdr., wonende in de Grote Spuistraat, begraven juli 1624 in de Augustijnenkerk te Dordrecht, 4e 3 dec. 1624 Aegken Ariaens, weduwe van Jan Pietersz. Blom schipper, begraven dec. 1624 in de Grote Kerk van Dordrecht, 5e nov. 1625 Anneken Tielmansdr. van Bracht, weduwe van Gerrit Stoffels

Kinderen ex 1 (o.a.):

1. Maritke Gerritsdr., gedoopt NG Dordrecht 1 dec. 1585, tr. NG Zwijndrecht 28 okt. 1612 Pieter Willemsz. kleermaker

2. Abraham Gerritsz. Cuyp, vermoedelijk gedoopt NG Dordrecht 16 febr. 1588,  glazenmaker/glasschilder, overleden vůůr 15 juni 1631, trouwde 1e 12 juni 1612 Janneken Tonis Janssensdr., 2e 26 dec. 1627 Neeltgen Cornelisdr. (Beut), weduwe van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1631), tr. 1e Leenaert Adriaensz. schipper, tr. 3e NG Dordrecht15/29 juni 1631 Hessel Turcks, jongman van Bolsward, pottenbakker wonende op de Nieuwe Haven te Dordrecht (1631)

- 11 okt. 1612: "is in't glasmakersgilde gecomen Abraham Geritsz. voor 10 st. alsoo hij een gildtbroers soon is en sonder kinderen". (Oud-Dordrecht 2004, nr. 3, p. 17)

- 3 okt. 1619: Abraham Gerritsz. glaesmaecker koopt van Lambert Cornelisz. Post metselaar een huis, staande [aan het Vlak op het Nieuwe Werk] tussen het huis van Maerten van Baelen en dat van Anthoni Lam. Koper betaalde met een schuldbrief van 450 gl. Borg: zijn vader Gerrit Gerritsz. Cuijp. (Oud-Dordrecht 2004, nr. 3, p. 19)

- 30 juni 1651: Neeltie Cornelis, weduwe van Abraham Gerritsz. Cuijp, verkoopt aan Anna van Lantschot een jaarlijkse losrente van 10 gl. op een huis op het Nieuwe Werk, staande tussen het huis van Arijen van Houven en dat van Sijmon Corstiaensz. schuitenvoerder. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 49)

3. Jacob Gerritsz. Cuyp, gedoopt NG Dordrecht dec. 1594, van Dordrecht wonende op de hoek van de Schrijversstraat (1618), kunstschilder, wonende overleden in 1651 (na 17 juni) of 1652, trouwde NG Dordrecht 28 okt./13 nov. 1618 (procl. in de Waalse kerk) Aertken Cornelisdr. van Cooten, van Utrecht wonende bij Goossen van Veersen (1618)

- 1620: Jacob Gerritsz. schilder, aan de kade bij de Blauwpoort "den houck omme", betaalt 9 ponden in de verponding. In 1620 woonde Cuijp in het huis "de Cleijne Nagtegael", het westelijke gedeelte van het tegenwoordige pand Nieuwe Haven 23-24. Hij verhuisde in 1622/1623 naar het huis "Samson" aan de Nieuwbrug. (Zie hieronder f. 79.) (Oud-Dordrecht 2004, nr. 3, p. 20-21)

- 17 juni 1651: Willem Andriesz., kleermaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jacob Gerritsz. Cuijp een jaarlijkse losrente van 15 gl. op een huis aan de Vogelmarkt tussen Claes Jansz. Raijen en Leendert Abrahams. (ORA 778, f. 44)

Kind:

3-a. Aelbert Jacobsz. Cuyp, geboren Dordrecht okt. 1620 (vermoedelijk in het huis "de Cleijne Nachtegael" aan de Nieuwe Haven [Oud-Dordrecht 2004, nr. 3, p. 20]), kunstschilder, diaken, ouderling, regent van het Heilig Geest- en Pesthuis ter Grooter Kerk, lid van de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, woonde sinds 1663 in een huis in de Wijnstraat bij de Wijnkoperskapel, begraven Dordrecht 15 nov. 1691 (in de Augustijnenkerk, als er al een zerk heeft bestaan, is die niet bewaard gebleven), trouwde Cornelia Boschman, weduwe van Johan van den Corput, lid van de Oudraad te Dordrecht, overleden in 1689

Aelbert Cuijp, zelfportret

- 29 april 1659: Aelbert Cuijp, enige zoon en erfgenaam van wijlen Jacob Cuijp, verkoopt aan Joris Houbraecken, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug, staande op de hoek van de trap, tussen die trap of steiger en het huis van Goossen de Bruijn. Koper verkoopt aan verkoper een jaarlijkse losrente van 120 gl. (ORA Dordrecht inv. 782, f. 17 e.v.)

Kind:

3-a-1. Arendina Cuijp, gedoopt NG Dordrecht 10 dec. 1659, jonge dochter van Dordrecht (1690)trouwde NG Dordrecht 19 nov. 1690 (ondertouw) Pieter Onderwater, weduwnaar van Maria van den Brandelaer, van Amsterdam (1690), brouwer te Dordrecht (vermeld 1691)

- 15 dec. 1691: mr. Adriaen van Nispen, advocaat voor het Hof van Holland, als man van Adriana van de Corput, en Pieter Onderwater, brouwer te Dordrecht, als man van Arendina Cuijp, beiden dochters van wijlen Cornelia Boschman, eerst weduwe van mr. Johan van de Corput, lid van de Oudraad te Dordrecht, en laatst echtgenote van wijlen Aelbert Cuijp, verkopen voor 525 gl. aan Adriaen van Wageningen, burger van Dordrecht, een tuin met tuinhuis, staande en gelegen op stadsgrond aan de westzijde van het Matena's paadje tussen het huis van Van Malsen en de tuin van de weduwe Gelsdorp. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 400 gl. (ORA Dordrecht inv. 877, f. 91 e.v.)

Kinderen ex 2 (o.a.):

4. Gerrit Gerritsz. Cuyp, vermoedelijk gedoopt NG Dordrecht april/mei 1603, glazenmaker en schilder, secretaris van het polderbestuur van St. Anthoniepolder (vanaf 1644), begraven Dordrecht 2 nov. 1651, trouwde Bellijntje Tielmans Pleunisdr. van Bracht.

5. Benjamin Gerritsz. Cuyp, gedoopt NG Dordrecht dec. 1612, kunstschilder, overleden op 28 dec. 1652, ongehuwd.

(W. Veerman e.a., Aelbert Cuyp en zijn familie, schilders te Dordrecht [Dordrecht 1977], passim.)]

Opt Nieuwerck op de Hoogenieustraet

Dirck Hooft coopman     60  ponden

[Diederick Hoeufft, geboren Aken 1571, kwam einde 1601 van Luik naar Dordrecht, overleden ald. op 9 jan. 1634, zoon van Johan Hoeufft, houthandelaar te Luik en Catharina van Wessem, trouwde Maaseyck (huw. voorw. 5 okt.) 1596 Anna Luls, geboren Londen 17 april 1578, overleden Dordrecht na 7 okt. 1655, dochter van Mattheus Luls en Johanna van Hove. (bron: www.genwiki.nl)

Jacob Gerritsz. Cuijp, portret van Anna Luls

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 170v: op 7 juli 1606 verkoopt Sophia Manternach Claesdr., geassisteerd met Cornelis Molen Adriaensz., burgemeester van het Gerecht te Dordrecht, aan Dirck Thooft, koopman te Dordrecht, een tuin en erf met een huis en "getimmer" daarop staande, zijnde drie erven, elk anderhalve roede breed en zes roeden acht voeten lang, gelegen op het Nieuwe Werck tussen het erf of de tuin van de weduwe van Cornelis Aertsz. timmerman en Corstiaen Bouwensz. [sic]. Waarborg: Cornelis Molen Adriaensz.

In een pand aan de Wolwevershaven, thans nr. 44, werd in 1614 door Diederick Hoeufft een koperhuis gesticht. "Hoeufft was een van de vele protestantse vluchtelingen uit Limburg. Eerst had hij enkele jaren in Aken vertoefd en daar kennis gemaakt met de inheemse koperindustrie. Toen hij zich later in Dordrecht gevestigd had, richtte hij een fabriek op voor het gieten van koperen voorwerpen en het maken van geslagen koperen huishoudelijke artikelen. Deze fabriek kreeg de naam van "Het Koperhuis". De stad gaf aan de stichter de grond in eeuwige huur, terwijl de arbeiders, die vrijwel zonder uitzondering uit Aken afkomstig waren, vrijdom van tocht en wacht kregen. Hoeufft werkt een tijdlang met Joris Houbraecken [zie f. 51] als compagnon, doch de samenwerking vlotte op den duur niet en nadat zij eerst het Koperhuis in tweeŽn gedeeld hadden, werd later Hoefft weer alleen eigenaar. Zijn erfgenamen verkochten het pand aan Dirck Aeldertsen de Veer, die het fraaie pand liet bouwen, dat [dateert van 1658 en] ... wordt toegeschreven aan bouwmeester Pieter Post, die ook het huis "de Onbeschaamde" en misschien ook "het Bever-Schaep" ontwierp. (Lips, o.c., deel I, p. 224-225; zie ook Frijhoff, o.c., p. 42-43)

- 1622: hoofdgeld Dordrecht: Wolwevershaven, in het Koperhuis 9 knechten, 15 ponden (www.dordtenazoeker.nl, wijk 3, nr. 177)

- 20 nov. 1627: het Gerecht, de Oudraad en de Goede Lieden van de Achten van Dordrecht geven, ter bevordering van de nijverheid in de stad, vergunning aan Dirck Heuft en zijn compagnons, om "sijne gietwercken, meulenwercken, draetwercken, slaen van ketels, Schotse pannen, ende alles wes daer van dependeert, daer toe gebruijckende hamers, blaesbakken, ende wes daer toe is gerequireert, als sijnde een hantwerck nieuw hier in de Stad gepractiseert, vrij ongemolesteert, ende sonder contradictie van eenige gilden ... [te] mogen gebruijcken, ende exerceren, ende willende hen luijden, noch daer en boven beneficieren, ... octroijeren [zij] bij desen hunne arbeijders tot het voors. werck gebruijckt werdende vrijdommen van alle tochten, ende wachten, Bevelende alle capiteijnen, ende officieren van de wachten hen dese ... gunste ende exemptie te laeten genieten". (ORA Dordrecht inv. 10, f. 111v e.v.)

- 12 okt. 1632: Jan en Ysaack Houbraecken, erfgenamen "onder benefitie van inventaris" van hun vader zaliger, Joris Houbraecken, verkopen voor 640 gl. aan Dirck Heuft, koopman en burger van Dordrecht, een huis met ovens, staande op het Nieuwe Werk aan de vest tussen het ovenhuis van Heuft en het huis van Jan Jansz. de Haen. (ORA Dordrecht inv. 769, f. 64v)

- 1638: de weduwe van Dirck Hooft in de Hoge Nieuwstraat aangeslagen voor een vermogen van 60.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 23v)

ORA Dordrecht inv. 1618 (nieuw), f. 142 e.v.: op 10 nov. 1661 verkopen mr. Johan de Vallee, als man van Maria Hoeufft, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Matthijs en Diederich Hoeuft en Thomas Cletcher, als man van Anna Hoeuft, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Martin Beeckman in Den Haag op 10 mei 1659, en tevens procuratie hebbende van Johan Hoeuft, Andries Manichet, als man van Elisabet Hoeuft, en Catarina en Sara Hoeuft, voor zichzelf en tevens vervangende Gabriel de Paulmier van St. Andree, als man van Barbera Hoeuft, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Gerrit Houtman te Utrecht op 7 aug. 1660, allen erfgenamen van Diederich Hoeuft, voor 6000 gl. aan Dierick Allertsz. de Veer, twee naast elkaar staande huizen op de Nieuwe Haven, vanouds genaamd "het Cooperhuijs", belast met een rente van 15 gl. jaarlijks en een rente van 10 gl. jaarlijks, die de stad Dordrecht erop sprekende heeft, welke renten Isaac van de Mal, als procuratie hebbende van Dirck Allertsz. de Veer, verklaart te zijnen laste te nemen. Van de Mal verklaart, dat de koper schuldig is aan verkopers een somma van 5000 gl.

Kinderen:

a. Johan Hoeuft, geboren 1601

b. Mattheus Hoeuft, gedoopt NG Dordrecht mei 1606

c. Anna Hoeufft, gedoop NG Dordrecht nov. 1608, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1642), overleden in 1654, trouwde Den Haag (Kloosterkerk)/NG Dordrecht 23 mrt./16 april 1642 Thomas Cletcher, geboren ca. 1598, weduwnaar van 's-Gravenhage, wonende ald. (1642) zilversmid en juwelier, burgemeester van Den Haag 1652-1657, overleden Amersfoort 2 juni 1666, trouwde 1e 1625 Anna Ghijsberti, 2e 1639 Adriana van der Willigen, zoon van Thomas Cletcher en Tanneken van Breen.

Thomas Cletcher

d. Dirck Hoeuft, gedoopt NG Dordrecht juli 1611

e. Elisabeth Hoeuft, gedoopt NG Dordrecht dec. 1616, trouwde Andries Manichet

f. Maria Hoeft, gedoopt NG Dordrecht mei 1619, trouwde Johan de Vallee

g. Sara Hoeuft, gedoopt NG Dordrecht sept. 1623

Zie ook: http://tacotichelaar.nl/wordpress/jean-hoeufft/]

Matthijs de Lares     6 ponden

[Matthijs de Laresse, trouwde Catharina Mibais, Mubais, Hibays

Kinderen (o.a.):

a. commandeur Hubrecht de Laresse, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1622 [zie Lantarengeld Dordrecht ca. 1693 op deze website]

Thomas Boudicx     3 ponden

De schoonzuster van Thomas Boudicx     2 ponden

f. 33

DaniŽl de Meester predicant     7 ponden

[DaniŽl Demetrius Andriesz. (de Meester), van Groote- en Kleine Lindt, beroepen juni 1609, overleden 28 aug. 1627]

De weduwe van Cors van Attenhoven     3 ponden

Laurens Posson     8 ponden

Michiel Henricxs tijckwercker     1 pond

Aen de haven

Jacob Sonnemans     50 ponden

[13 juli 1616: Jacob Sonnemans, burger van Dordrecht, stelt zich borg voor zijn vader, Maertijn Sonnemans, voor de eventuele lasten, die zullen vallen op 7 morgen land, gelegen onder de karspel van Elst in de Over-Betuwe omtrent Nijmegen, welk land op 3 april 1613 door Maertijn Sonnemans is verkocht aan Cristina Bruijn, weduwe van Jacob Termaeten, burger van Arnhem, verbindende een huis op de Nieuwe Haven tegenover de Houten Brug, staande tussen het erf van Jona Rochet en 's herenstraat. (ORA Dordrecht inv. 1593, f.. 68v e.v.)

21 mei 1638: mr. Herman Halling, schepen in wette van Dordrecht, vervangende Jacob van de Graeff, wonende te Delft, voor 1/3 part, en Govert Sonnemaens, als procuratie hebbende van Jacob Sonnemaens, heer van Rijsoord, voor 2/3 parten, verkopen aan Lambert Lambi[n]on, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van de weduwe van Piron Lambinon en dat van Grietge Veris. De koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 675 gl. (ORA Dordrecht inv. 771, f. 76v e.v.)]

f. 33v

Geerloff Fransz     2 ponden

Aert Hillen     8 ponden

[Aert Hillen, een Maasschipper afkomstig uit Wessem in Limburg, was van 1619 tot 1658 eigenaar van "'t Huys te Hemert" aan de Nieuwe Haven, dat tegenwoordig aan de rechterzijde belend wordt door Museum Simon van Gijn. (Oud-Dordrecht, 2003, nr. 1, p. 41-42)]

Jan Janssen [de Haen] pottebacker, nihil habet     4 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602, f. 1v e.v.: op 7 jan. 1626 verkoopt Jan Jansz. de Haen, pottenbakker en burger van Dordrecht, aan Luijtgen [Lijntgen] Ariens, jonge dochter, een jaarlijkse losrente van 30 gl., verzekerd op de helft in een huis en pottenbakkerij, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van Aert Hillen en dat Guilliam van Norenburch.

ORA Dordrecht inv. 1603, f. 63 e.v.: op 13 mrt. 1629 verklaart Jan Jansz. de Haen, pottenbakker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Lijntgen Arijensdr. een somma van 1300 gl., verbindende een huis en pottenbakkerij op de Nieuwe Haven, staande tussen het Koperhuis van Dirck Heuft en de stadsvest.

ORA Dordrecht inv. 1606, f. 4v: op 10 febr. 1634 verkoopt mr. Matthijs Berck, secretaris van Dordrecht, als "sequestrerende" de goederen van Janneken Arijensdr., weduwe van Jan Jansz. de Haen pottenbakker, aan Claes van Houdaen, een huis omtrent de Vuilpoort, genaamd "den Cleijnen IJserman", staande tussen het huis van Thijs Crijnenen dat van Lambert Hulsthout.]

De weduwe van Cornelis Jacobs pottebacker, nihil habet     3 ponden

Guilliam van Norenburch [Willem van Neurenberg]    20 ponden

[Zie Genealogie Van Neurenburg op deze website.]

f. 34

Ghilbert Henricxs     4 ponden

De weduwe van Roloff Fransz     1 pond

Piron Lambinon     1 pond 10 s.

[Een oorspronkelijk uit Luik afkomstige handelaar in ijzer. (Frijhoff, o.c., p. 42)

- 12 okt 1610: Piron Lambinon koopman koopt voor 3600 gl. een huis op het Nieuwe Werk, waar tegenwoordig uithangt "Venlo", staande tussen 's herendwarsstraat en het huis van Matthijs Volgraven, met alle vrijdommen, zoals de verkoper het huis op 30 april 1608 van Mathijs Vulgraven gekocht heeft. (ORA Dordrecht inv. 751, f. 118)

Hij is overleden ca. 1636: hij benoemde in zijn testament tot voogden over zijn onmondige erfgenamen Salomon Specx, koopman te Luik, en Louijs de Geer en Johan de Thier, kooplieden te Dordrecht. (Weeskamer Dordrecht inv. 19, f. 33, extract dd 13 mrt. 1636.)]

Bastiaen Woutersz schipper     2 ponden

[Zie Kwartierstaat Van Hartigsveld op deze website.]

Cornelis Florisz Nellis, is nijet quotisabel     10 ponden

[29 mrt. 1588: Cornelis Florisz. schipper verkoopt aan Adriaen Cornelisz. Roerom de helft van de "zijdelmuere" van zijn huis en de grond, waarop die muur staat, liggende naast het erf van Adriaen Cornelisz. (ORA Dordrecht inv. 740, f. 79v)

ORA Dordrecht inv. 1593, f. 6 e.v.: op 29 jan. 1616 verkoopt Cornelis Florisz. Nellis, schipper en burger van Dordrecht, voor 900 gl. aan Herman Bongert, koopman en burger van Dordrecht, een huis op het Nieuwe Werck, strekkende van de straat tot achter op de stadsvest, staande tussen het huis van de koper en het erf en de huisjes, die toebehoren aan Jan Sandra, koopman wonende te Amsterdam. Waarborg: Corstiaen Stevensz. schiptimmerman. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 600 gl.]

f. 34v

Corstiaen Stevensz.[Cramerheijn]     6 ponden

Gerrit Vogel     4 ponden

Geurt Geurtsz [van Tricht]     10 ponden

Arent Janssen Vogel     6 ponden

De weduwe van Sip Severijnsz    8 ponden

T tweede quartier somma 2287 gl.

 

f. 35

Derde quartier van Gravestraet tot aent Groote Hooft ende van daer wederom tot aende zelve straete

Hendrick van Dilsen     20 ponden

Heijltge Zegers     2 ponden

Pieter de Carpentier    12 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 6 juli 1614: Pieter Carpentier Roelantsz., koopman van Delft en Maria de Wit Claesdr., weduwe van Henrijc Neuij, van Dordrecht, getr. 20 juli 1614.

Pieter de Carpentier Roelandsz., geboren 2 juni 1591, schepen van Dordrecht, overleden 17 dec. 1672

Maria de Wit Claesdr., geboren naar schatting ca. 1590, overleden 19 mrt. 1631, dochter van Nikolaas de Wit Willemsz. en MichaŽlia van Loon Joostendr. (Balen, o.c., deel II, p. 1303 e.v.)

- 9 april 1631: extract van het testament dd 14 sept. 1627 van Pieter de Carpentier, koopman en burger van Dordrecht, en zijn inmiddels overleden vrouw, Maria de Wit, gecollationeerd door notaris D. Eelbo. De testateuren hebben naast de langstlevende van hen beiden tot voogd benoemd haar broer, Thomas de Wit Nicolaesz. (Weeskamer Dordrecht, inv. 18, f. 152v)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Josijntjen, febr. 1615

b. Maria, april 1617

c. Emerents, dec. 1618

d. Roeland, jan. 1621

e. Isabeau, febr. 1624

f. Heijltghen, febr. 1626

g. Jacomina, dec. 1627

Gildenarchieven Dordrecht, inv. 8, inschrijving dd 8 aug. 1630:  Pieter Carpentier gildenbroeder van het Houtkopersgilde geworden, heeft zeven kinderen, genaamd Roelant, Josijnken, Marij, Emerens, Heijlken, Jacomij[n]ken en Pieternella Carpentier, betaalt 7 1/2 gl., tweede eed.

Pieter Carpentier betaalde in de verponding van 1633 voor zijn huis in de Wijnstraat 25 ponden. Belenders: de weduwe van Hendrick van Dilsen (eigen) en Cornelis Mathijsz. wijnkuiper (eigen). (Stadsarchief Dordrecht inv. 3971, f. 55v)]

Antonis Anthonisz schrijnwercker    4 ponden

[ORA Dordrecht inv. 754, f. 61v e.v.: op 25 mei 1613 verkopen Franchoijs van Bonckelwaert en Engeltgen Gijsbrechts, weduwe van Rocus Jansz., geassisteerd met Gijsbrecht Roockusz., haar zoon, aan Anthoni Anthonisz. schrijnwerker een huis genaamd "het Paradijs", staande omtrent de Nieuwbrug aan de poortzijde [Wijnstraat] tussen het huis genaamd "Beaumont", toebehorende aan verkopers en het huis van de erfgenamen van Henrick Hiesvelt. Waarborgen: Geerit Geeritsz. Walborch brouwer en Jan Jansz. Slijp, burgers van Dordrecht. Koper kent schuldig aan verkopers een somma van 2024 gl. Borgen: Cornelis Florisz. en Cornelis Francken, burgers van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 57, f. 875v: op 14 dec. 1632 compareert Anthonis Anthonisz. schijnwerker, als echtgenoot van Maria Claphouwers, die eerder gehuwd was met Joos Boots, in zijn leven inwoner van Antwerpen.]

f. 35v

Ocker Cornelis van de Wercken, is vertrocken     5 ponden

Adriana Anthonisdr.     3 ponden

Elisabeth Willems weduwe van Abraham Wouters [van Duijnen]   1 pond

[ORA Dordrecht inv. 764, f. 33: op 16 mei 1623 verkoopt Elizabet Willemsdr., weduwe van Abraham Woutersz. van Duijnen voor 4000 gl. aan Willem Jansz. Wens, steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jan Henricxsz. van Slingelant en dat van Jaecques Bornwater. Waarborg: Herman Dircxsz. van Wijngaerden. Koper is schuldig aan verkoopster een jaarlijkse losrente van 31 gl. 5 st. Koper is tevens schuldig aan Maria Boucquet, weduwe van DaniŽl Oems, een somma van 3000 gl. Borg: Dirck Joosten, molensteenhouwer en burger van Dordrecht.]

Oth Janssen tinnegieter      1 pond

Jaecques Braem     6 ponden

f. 36

Aen dander zijde

Jan Janssen Morlet schoenmaker     10 ponden

De weduwe van Jan van Cuijckhoven     12 ponden

Maria Rijsers     7 ponden

Cornelis Dircxsz Praem     35 ponden

Cornelis Rijser wijncooper     4 ponden

[Cornelis Cornelisz. Rijser(s), wijnkoper van Dordrecht, zoon van Cornelis Laureijsz. Rijser en Maria Cornelisdr. van Beveren, trouwde NG Dordrecht 1 okt. 1617 (per schrijven van Den Haag, getrouwd na het derde gebod in Den Haag) Maria [van] Strijen Claesdr., van de Westmaas, wonende in Den Haag. Haar vader, Nicolaes (Claes) Adriaensz. van Strijen, was o.a. schout en dijkgraaf van Westmaas. Cornelis' moeder was de dochter van de eerste hervormde burgemeester van Dordrecht, Cornelis Pietersz. van Beveren. (R. Kappers en K.J. Slijkerman, Van Strijen. De polderpatriciŽrstak in de Hoeksche Waard van een uit Leiden afkomstig geslacht. [Schoonhoven/Rotterdam 1984], p. 39-41; Oud-Dordrecht 2004, nr. 3, p. 66-67.

10 jan. 1623: Jacob de Witte, wonende te Dordrecht, verkoopt voor 4000 gl. aan Cornelis Rijser, koopman en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Nieuwbrug aan de Poortzijde [Wijnstraat], staande tussen het huis van Cornelis Dircxsz. Praem en dat van Geerit Neuij. Waarborg: Johan Bom van Cranenborch, brouwer en burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoper 3500 gl. Borg: Jan van Cuijckhoven, koopman en burger van Dordrecht.  (ORA Dordrecht inv. 764, f. 1 e.v.)]

f. 36v

Jan van Dalen     8 ponden

Pauwels Elbo notaris     4 ponden

Jasper Troijen den Jongen     1 pond

[NG trouwboek  Dordrecht 28 aug. 1616: Jasper Troijen boekverkoper weduwnaar van Mechelen en Lijsbet Sculpers van Gent weduwe van mr. Pieter Rogiers, getrouwd op 25 sept. 1616]

Jan Jacobsz van Vlijmen, woont t'Sevenbergen     2 ponden

De weduwe van Dirck Pion met haeren zoon      30 ponden

f. 37

De weduwe van Willem Stoffelsz     9 ponden

Hans Vaens backer     25 ponden

Gijsbert van Haerlem     20 ponden

[26 mei 1646: Johan van Galen, secretaris van de Lopikerwaard, als man van Liedewijna van Haerlem, en Arent Dichter, als man van Anthonetta van Haerlem *, voor zichzelf en tevens vervangende Anna Panij, weduwe van Gijsbert van Haerlem, en Cornelia van Haerlem, resp. hun behuwd moeder en zuster, alsmede Johan van Haerlem, oudraad van Dordrecht, als voogd van de onmondige zoon van Gijsbert van Haerlem, verkopen aan Marcelis de Haen, burger van Dordrecht, een huis, bestaande uit twee gevels, staande [in de Wijnstraat] tegenover de Schrijversstraat tussen het huis van verkopers en dat van Cornelis Vaens. Koper is schuldig aan Marchelis Anthonisz. een somma van 2800 gl. In de marge van deze akte staat: " [Op 27 mei 1649] Compareerde voor d'heer Mr. Cornelis van de Loo schepen in Dordrecht Marcelis Anthonisz. ende verclaerde dat alsoo Marcelis de Haen een gedeelte vande huijse int witte geroert, te weten den gevel aende sijde vande huijse van de heere Thesaurier Corn. Vaens vercocht ende opgedragen heeft aen ... Jacob Beeck, derhalven tselve hypotheecq bijden voors. Beeck gecocht te ontslaen vande verbintenisse inden selven brieve geroert ... "(ORA 775, f. 112 e.v.)

 * Anthonetta van Haerlem, geboren Dordrecht naar schatting ca. 1610, dochter van Gijsbert van Haerlem Rochusz. en Liduwi van Diemen Gijsbertsdr. (M. Balen, Beschryvinge der Stad Dordrecht [Dordrecht 1677], deel II, p. 1076), trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 12/28 aug. 1638 Arnoult Dichter(s), jongman van Luik, zoon van Nicolaes Dichter(s) en NN]

Jan van Haerlem     5 ponden

Cornelis van Diemen     6 ponden

f. 37v

Pieter Willemsz wijncooper     4 ponden

Willem Beeck     40 ponden

Mr. Johan van Teijlingen     2 ponden

Jan van der Plancken     5 ponden

Corstiaen Coenraets wijncooper     2 ponden

f. 38

Hans Coperts coopman     80 ponden

De weduwe van Staes Reijniersz     3 ponden

[NG trouwboek 24 april 1594: Staes Reijniersz. wijnkuipersgezel van Ameroijen bij Bommel en Gritten [Grietgen] Evert Heijndricxdr. van Dordrecht getrouwd op 10 mei 1594]

Gerrit Thijns met zijn moeder en zuster     60 ponden

Dr. Beverwijck     15 ponden

[Johan van Beverwijck, geboren Dordrecht 17 nov. 1594, overleden ald. 19 jan. 1647, zoon van Bartholomeus Beverwijk Dirksz. en Maria Boot van Wezel. Promoveerde als doctor in de medicijnen te Padua op 30 mei 1616, vestigde zich ca. 1618 als arts te Dordrecht, op 8 nov. 1625 benoemd tot stadsmedicus, was schepen en veertigraad van Dordrecht. Auteur van o.a.: Kort bericht om de pest te voorkomen (Dordrecht 1636), Schat der Gesontheijt (Dordrecht 1636), Het begin van Hollandt in Dordrecht (Dordrecht 1640), Heil-konste (1645). Zie ook Balen, o.c. deel II, p. 982-983.

Doctor Jan Beverwijck betaalde in de verponding van 1620 voor zijn huis in de Wijnstraat 16 ponden en 6 sch. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969, f. 59

- 8 nov. 1625: de Oudraad van Dordrecht benoemt met eenparigheid van stemmen tot stadsdoctor Johannes van Beverwijck, als opvolger van de overleden stadsmedicus dr. Jordaen Foreest. Dr. Cornelis van Someren heeft na het overlijden van dr. Foreest in zijn ťťntje de plaats van beide stadsdoctoren waargenomen. (ORA Dordrecht inv. 10, f. 29)

NG trouwboek Dordrecht 24 mrt. 1620: Johannes van Beverwijck doctor in de medicijnen van Dordrecht en Anna van Duverden van Voort van Amersfoort, door schrijven van Amersfoort, proclamatio in Gallico templo

Hij trouwde 2e 2 dec. 1626 Elisabeth de Backer, dochter van Willem de Backer, thesaurier van Zierikzee, en Jacobmina de Witte (Gens Nostra 1968, p. 300)

Ex 2:

a. Maria van Beverwijck, gedoopt NG Dordrecht 11 mrt. 1642, begraven Dordrecht 3 dec. 1687, trouwde NG Dordrecht 20 aug. 1659 Blasius van Haerlem, gedoopt NG Dordrecht, begraven Dordrecht 1 jan. 1672, zoon van Blasius van Haerlem en Geertruid van den Honaert]

Dr. Johan van Beverwijck

Truijcken Bouwens weduwe van Hendrick Stierman     9 ponden

f. 38v

Adriaen Claesz Jager     1 pond

De weduwe van Willem Joosten van der Loo     80 ponden

Joost van Selen Jacobsz      4 ponden

Gillis Pietersz Tiong     8 ponden

D'heer Franchoijs Alewijnsz     25 ponden

Bastiaen Manternach met sijn susters     12 ponden

f. 39

Leendert Franssen backer, nihil habet     1 pond

Hans van Limborch     16 ponden

Dierck Pijl     46 ponden

De weduwe van Gijsbert van Schaerlaecken    28 ponden

Jan Elberts wijncuijper, is vertrocken      2 ponden

f. 39v

Jan Janssen coopman     12 ponden

De weduwe van Henrick Rijcken, insolvent     4 ponden

Gerrit Mauritsz tinnegieter, nihil habet     1 pond

Corstiaen Hermans hopcooper     8 ponden

Lijsbeth Jans     4 ponden

De weduwe van Cornelis Dieratsen     26 ponden

f. 40

Cornelis Adriaens Treurniet     2 ponden

[Cornelis Adriaensz. Treurniet, trouwde NN

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Elisabeth Treurniet(s) Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1615, van Dordrecht wonende op de Boom (1639), trouwde NG Dordrecht 3/19 juli 1639 Cornelis van Slingelandt Sijbertsz., jongman van Dordrecht, wonende aan het Groothoofd (1639), wijnverlater, postmeester te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 jan. 1674 (een baar [in de Voorstraat] bij de MariŽnbornstraat voor postmeester Cornelis van Slingelant)

kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a-1. Sijbert, 1 okt. 1640

a-2. Adriaen van Slingelandt, geboren naar schatting ca. 1640, jongman van Dordrecht wonende in de Houttuin (1667), postmeester te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 5/21 juni Johanna van der Linden, gedoopt NG Dordrecht 29 mrt. 1650 [zie genealogie Van der Linden op deze website]

a-3. Maria van Slingelandt, geboren naar schatting ca. 1640, trouwde mr. Thomas de Vries, advocaat voor de Hoven van Justitie in Holland

a-3. Christina, 18 april 1646

a-4. Cornelis, 16 juli 1653

a-5. Willem van Slingelandt, 14 okt. 1654

b. Henrica (Hendricksje) Treurniet Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1620, van Dordrecht wonende op de Boom (1640), trouwde NG Dordrecht 2/12 dec. 1640 Pieter Loijmans, weduwnaar van Dordrecht wonende in de Kannekopersbuurt (1640), boekverkoper te Dordrecht, trouwde 1e NG Dordrecht 14 juni 1626 (ondertrouw) Janneken Willemsdr. van Dalen

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

b-1. Arien, 1 sept. 1641

b-2. Maria Loijmans, 23 mrt. 1643, trouwde Cornelis Turckens

b-3. Treurniet Loijmans, 13 nov. 1644

c. Maria Treurniet, trouwde Blasius van Haerlem de oude]

Jaepken Stevens     2 ponden

Stoffel Cornelis inde Paeu     3 ponden

Maerten van Tholl     2 ponden

Jan Brouwer Cornelisz     4 ponden

f. 40v

De weduwe van Jan Elantsz     10 ponden

Grietken Loije     16 ponden

Jan Joosten bouckbinder     1 pond

Willem van Bergen schipper     1 pond

Henrick Jansse backer en sijn zoon, stont maer 12 ponden ["13 ponden" doorgehaald]

f. 41

De weduwe van Maerten van Balen     8 ponden

Cornelis Franssen schipper     1 pond

Reijer Geerbrants backer     1 pond

[NG trouwboek Dordrecht 19 dec. 1610: Reijer Geerbrantsz. bakker wonende in de Nieuwstraat en Neeltgen Jacobsdr. weduwe van Arien Vastersz., beiden van Dordrecht, wonende in "de Leijhamer" bij de Boom, getrouwd 16 jan. 1611]

Aen d'ander zijde

Wouter Vassen     3 ponden

De weduwe van Adriaen Huijbertsz in den Monnick     2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1605, f. 31: op 5 april 1632 verklaren Frans Jansz. de Bouff, als man van Hubertgen Ariensdr., en mr. Adriaen Plaetman, als man van Adriaentgen Ariensdr., dat het huis, dat is nagelaten door Marijken Sanders, weduwe van Adriaen Huberts, hun schoonmoeder, genaamd "'t Wapen van Monickendam", bij kaveling is toegevallen aan Aechtge Ariensdr., weduwe van kapitein Claes Adriaensz., op voorwaarde, dat Adriaentgen Ariensdr. haar leven lang er het vruchtgebruik van zal hebben, zoals bepaald in het testament van Marijcken Sanders, gepasseerd op 13 jan. 1626.

NG trouwboek Dordrecht 20 juli 1603: Frans Jansz. schipper weduwnaar en Huberten Adriaen Hubrechtsdr., beiden van Dordrecht, getrouwd op 5 sept. 1603]

f. 41v

Willem Molen Philipsz     8 ponden

Dirck Jacobs zeijlmaker     8 ponden

De erffgenamen van Adriaen Huijbrechtsz     10 ponden

Jan Blom hopcooper     7 ponden

f. 42

De weduwe van Jan Matthijsz ende haeren swager      8 ponden

Hendrick van Rietbeeck bode      1 pond

[ORA Dordrecht inv. 764, f. 19 e.v.: op 31 jan. 1623 verkopen Pieter Schepen, notaris te Dordrecht, als curator over de boedel van Pieter van Beamont en als administrateur van de goederen van Jacob van Beaumont en het weeskind van Alidt van Beaumont, bij haar verwekt door Dirck Jansz. van Hoorn, en Anthonis van Schulenborch, als man van Anna van Beaumont, voor zichzelf en tevens vervangende Jan van Beaumont en Clementia van Beaumont, allen erfgenamen van wijlen Adriaen van Beaumont, resp. hun vader en grootvader, aan Hendrick van Rijbeeck een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Oloff Boudewijnen en de Grafelijkheidstol. Koper is schuldig aan Willem Digmansz. schipper een bedrag van 744 gl. Borgen: Jan Mercusz. schrijnwerker en Damas van Riebeeck, burgers van Dordrecht.]

Leon Crasbeeck maijor       13 ponden

Gijsbert Pieters cleermaker     2 ponden

Mr. Adriaen van Meusienbrouck     24 ponden

f. 42v

De suster van den voorn. Meusienbrouck     18 ponden

Catharina Nieustadt     4 ponden

Wijnant Janssen cleermaker 1 pond

D'erffgenamen van Maria Paets     20 ponden

Bartholomeus Dammasz schipper     3 ponden

f. 43

Maria van Wesel weduwe van Bartholomeus Dircxs     24 ponden

Goossen van Versen      16 ponden

De weeskinderen van Houffslager, seggen betalen tot Amsterdam, moeten betalen     10 ponden

De weduwe van Wouter van Gouthoven met haer kinderen     22 ponden

[Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten): getrouwd op 11 mei 1614 Waltherus van Gouthouven geassisteerd met Arent Woutersz. van Gouthouven zijn vader en Maria van Beaumont Cornelisdr. [sic: moet zijn Jansdr.] geassisteerd met Neeltgen Gheens haar moeder (register is beschadigd)]

Elisabeth Cornelis seijlmaeckster     3 ponden

f. 43v

Clara Wouters [Houwelinc] weduwe van Balten [Balthasar (Simonsz.)] Walen     7 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 3 febr. 1608: Balten Walen Simonsz. wijnkoper weduwnaar en Claerken Houwelinx Woutersdr., beiden van Dordrecht, getr. 24 febr. 1608]

Abraham Struijs [koopman]    15 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1593, f. 44: op 17 mei 1616 verkoopt Henrick Brouwer, burger van Dordrecht, voor 4100 gl. aan Abraham Struijs, koopman en burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Jacob Anthonisz. wijnkoper en dat van de weduwe van Wouter Cornelisz., met alle gerechtigheden en servituten, die Anthonis den Elinck tijdens zijn leven bezeten heeft. Waarborg: Jan Dircxsz. Verkerck. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2900 gl.]

Thomas de With     10 ponden

Aert Janssen     2 ponden

De weduwe van Cornelis Struijs     8  ponden

f. 44

Willem van Burick wijncooper     32 ponden

Abraham Bijben [koopman]     36 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1593, f. 42 e.v.: op 14 mei 1616 verkoopt Sijmon van der Stel, wijnkoper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Pouwels van Asperen, lid van de Hoge Raad, voor 6200 gl. aan Abraham Bijben, koopman van "bombasijden" en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, genaamd "den IJseren Hoet", staande tussen de erfgenamen van Arent Beijen en dat van Herman Christiaensz., met alle gerechtigheden en servituten zoals Matthijs van Nederhoven die tijdens zijn leven bezeten heeft. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 4238 gl.

ORA Dordrecht inv. 1593 f. 119: op 11 dec. 1616 verklaren Abraham Bijben, koopman en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Geertruijt Thombech, dat zij "tot voldoeninge ... van alsulcke somme van penningen", als aan Jacob Romberch, Geertruijts voorzoon, bij haar verwekt door Pieter Romberch, haar eerste man zaliger, wegens zijn vaderlijk erfdeel toekomt, waarvan Abraham Bijben voor een deel het beheer heeft, verbonden te hebben een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Arent Beijen en dat van Herman Corstiaensz. hopkoper.

ORA Dordrecht inv. 767, f. 18 e.v.: op 11 mei 1628 verkoopt Abraham Bijben, koopman te Dordrecht, aan Michiel Feltrum, achtraad van Dordrecht, een huis genaamd "den IJseren Hoet", staande in de Wijnstraat tussen het huis van Willem van de Brouck en dat van Gerrit Vijerboom, strekkende voor van 's herenstraat af tot achter aan de stadshaven. Waarborg: Jacob Ranbruch, voor zichzelf en procuratie hebbende van Henrick Bijben. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 3800 gl. Borgen: Sijmon van Beaumont Govertsz., burgemeester van Dordrecht en Evert Willemsz. Prins, wijnkoper en burger van Dordrecht. In margine: schuldbrief geroyeerd op 13 febr. 1640.] 

Gillis van den Bossche     12 ponden

[10 jan. 1630: Gillis van den Bossche, burger van Dordrecht, verkoopt voor 2100 gl., waarvan 1200 gl. contant, aan dr. Johan van Beverwijck, oudraad van Dordrecht, een huis genaamd "Sint Eeuwout", het "voorste huijs" bij het Groothoofd, staande tussen het huis van koper en het huis van Pieter Jaspersz. Leijsten. Waarborg: Diderich Heuft, koopman en burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 900 gl. (ORA Dordrecht inv. 768, f. 10v)

6 okt. 1660: Elisabeth de Backere, weduwe van dr. Johan van Beverwijck, wonende te Werkendam, verleent procuratie aan haar "behuwt soone" Blasius van Haerlem de Jonge, om te verkopen een huis omtrent het Groothoofd, staande tegenover de Arijen Joppensteiger tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Michiel van Feltrum en dat van Anthonij de Vries brouwer. (ONA Dordrecht inv. 179, f. 437 e.v.)]

Anthonij Jaspersz. Kint     30 ponden

Pieter Jasperssen [Leijsten, koopman]    40 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 24 mei 1615: Pieter Leisten Jaspersz. jongman van Keulen en Geertrud Struijs Pietersdr. van Dordrecht, getrouwd op 9 juni 1615

12 sept. 1625: vermeld wordt Pieter Jaspartsz. Lijsten, koopman te Dordrecht (ONA Dordrecht inv. 14, f. 387)

1659: de curatoren van de desolate boedel van Pieter Jaspersz. van Leijsten transporteren aan Anthonij de Vries het huis "Londen", staande in de Wijnstraat tussen het huis van de weduwe van dr. Johan van Beverwijck en het pakhuis "Sint Ewout" aan de ene zijde en de brouwerij ["den Beer"] van koper aan de andere zijde. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 80)]

f. 44v

Eeuwout Schut brouwer met zijn vrouwen kinderen     20 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 10 juni 1618: Eewout Aertsz. Schut en Elske [Willemsdr.] van Liesvelt weduwe van Hendrick Franszen brouwer, beiden van Dordrecht, getrouwd 1 juli 1618

Eeuwout Aertsz. Schut (geboren 1580, overleden in of na 1651) was, vermoedelijk vanaf zijn huwelijk met Elske van Liesvelt, weduwe van brouwer Hendrick Franssen, brouwer in "den Beer" in de Wijnstraat, staande bij het Groothoofd tegenover de Hoppenbrouwsteiger. (Ons Voorgeslacht sept. 2015, p. 366 e.v.)

- 1635: Eeuwout Aertsz. Schut draagt over aan Josijna Maes, weduwe van Bitter van Reydt, de halve muur tussen brouwerij "den Beer" en het huis "Groot Groene Poort", thans genaamd "de Vergulden Ancker".

In 1651 verkocht Schut de brouwerij aan Sijmon de Vries, brouwer in "het Hardt" en Anthonij de Vries. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 80)

7 febr. 1615: Eeuwoudt Schut brouwer verkoopt voor 11.450 gl. aan Sijmon de Vries, brouwer in "'t Hardt", en Anthonij de Vries een huis, brouwerij en mouterij, genaamd "den Ouden Beer", staande omtrent het Groothoofd, strekkende voor van de Wijnstraat tot achter op de Nieuwe Haven, belend door het huis van Pieter Jaspersz. Leijsten aan de ene en dat van Hendrick van Reth (van Reit) aan de andere zijde. (Ons Voorgeslacht sept. 2015, p. 367)

ORA Dordrecht inv. 778: op 21 mrt. 1651 verkoopt Eeuwout Schut, brouwer te Dordrecht aan Sijmon Cornelisz. de Vries en Anthonij Sijmonsz. de Vries, brouwers te Dordrecht, een huis, brouwerij en mouterij, vanouds genaamd "den Ouden Beer", staande in de Wijnstraat, strekkende voor van 's herenstraat tot achter op de haven, belend door het huis van Pieter Jaspersz. van Leijsten aan de ene zijde en dat van Hendrick van Reet aan de andere zijde. Waarborgen: Aert Eeuwoutsz. Schut, wijnkoper te Rotterdam en Arent Hendricxsz. Schouttet, wijnkoper te Dordrecht.]

Hans Michiels     3 ponden

Bitter van Ree [van Reijdt]   8 ponden

De weduwe van Hermen van der Wolde     15 ponden

[Herman van de Wolden betaalde in de verponding van 1620 voor zijn huis in de Wijnstraat 21 ponden en 6 sch. (Stadsarchief Dordrecht inv. 3969, f. 59)]

De erffgenamen van Damis Barthoutsz van Zandeling, voor 2/3, de rest betaald tot Schiedam, moet betalen 't regt      40 ponden

f. 45

Johannes Bocardus     80 ponden

[Johannes Bocardus, geboren 1578, overleden 22 juni 1645, NG predikant achtereenvolgens te Kage (1608), Dordrecht (1609), Hendrik-Ido-Ambacht (1620) en Dubbeldam. Nadat hij te Hendrik-Ido-Ambacht werd beroepen, bleef hij in Dordrecht wonen. (internet: NNBW)

- 1 okt. 1633: Pieter Anthonisz., steenhouwer en burger van Dordrecht, verkoopt voor 2370 gl. aan Johannes Bocardus, predikant [te Dubbeldam], een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en het huis van Augustijn Lesier, met nog een erfje, waarop een huisje staat, gelegen achter het voornoemde huis en het huis van Lesier, ten dele strekkende van het huis van de koper en ten dele aan het huis van Pieter Jaspersz. Leijsten. De verkoper draagt tevens over aan de koper de eigendom van een gang tussen het huis van verkoper en het huis van Pieter Jaspersz., uitkomende in de Augustijnenkamp. (ORA Dordrecht inv. f. 116 e.v.)]

D'heer Pieter Brantwijck heere van Blocklant outraet     40 ponden

[Pieter Aertsz. Brantwijck betaalde in de verponding van 1620 voor zijn huis in de Wijnstraat 25 ponden. (Stadsarchief Dordrecht nr 3,  inv. 3969, f. 59). In de verponding van 1626 wordt de naam van dit huis vermeld: Pieter Brantwijck heer van Blokland "inden Druijff". (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3970, f. 46)]

D'heer Pensionaris [Jacob] Cats     150 ponden

[De dichter/politicus/jurist Jacob Cats was pensionaris van Dordrecht van 1623 tot 1636, als opvolger van Johan Berck, die in 1622 als ambassadeur van de Republiek naar VenetiŽ was vertrokken. Cats legde op 13 april 1623 in handen van de schout de eed af. Als pensionaris van Dordrecht ontving hij een jaartractement van 1600 ponden (= gulden), aanzienlijk meer dus dan de ongeveer 900 ponden, die hij als pensionaris van Middelburg had verdiend. (H. Smilde, Jacob Cats in Dordrecht. Leven en werken gedurende de jaren 1623-1636 [Groningen-Batavia, 1938], p. 11 en 13)

Hij bewoonde in 1626 een huis in de Wijnstraat, waarvoor hij in de verponding van dat jaar 56 ponden 13 sch. 6 d. betaalde. Belenders: de weduwe van Adriaen Augustijnsz. (10 ponden) en Pieter Slingerberch (30 ponden) (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3970, f. 46v). In 1633 huurde hij van een zekere Vervorst een huis in de Hoge Nieuwstraat, waarvoor hij in verponding 18 ponden betaalde. Belenders: de luitenant van de compagnie van de heer van Bleskensgraaf, die huurde van Gillis Stierman en kapitein Willem Willemsz. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 [verponding Dordrecht 1633], f . 42) Uit een akte in ORA Dordrecht blijkt, dat de eigenaar van het huis Andries Vervorst (of Van Vorst: zie f. 15) heette. (ORA Dordrecht inv. 769, f. 122v, akte dd 9 nov. 1633.]

Jacob Cats

Cats bood in 1655 het stadsbestuur van Dordrecht een gesigneerd exemplaar van zijn verzameld werk aan. (SA Dordrecht, Archiefbibliotheek)

Pieter Slingerborgh, nihil habet     6 ponden ["15 ponden"  en "werdt bevonden niet hooger quotiseert sijn als tegen VI [ponden]" doorgehaald]

Aert Stappers     2 ponden

[Aert Stappers koekenbakker (Stadsarchief Dordrecht nr.3, inv. 3970 [verponding Dordrecht 1626], f. 46v]

De weduwe van Hermen Gruijser, is vertrocken     5 ponden

Pieter Beijen     6 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 8 sept. 1624: Pieter Beijen Arentsz. wijnkoper jong gezel en Catharina Cops Jansdr. beiden van Dordrecht, zij wonende bij Herman Minnesanck [cf. f. 68 hieronder], getrouwd op 24 sept. 1624.

Pieter Beijen wijnkoper (Stadsarchief Dordrecht nr.3, inv. 3970 [verponding Dordrecht 1626], f. 46v

ONA Dordrecht inv. 140, f. 289 e.v.: op 27 mei 1661 verklaart Johan van der Sprangh, kapitein van de nachtwacht te Haarlem, weduwnaar en erfgenaam van Susanna Beijen, dat hem met zijn zwagers en schoonzusters, kinderen en erfgenamen van wijlen Pieter Beijen, koopman te Dordrecht, aangekomen is 1/6 part in een huis in de Wijnstraat, staande tegenover de Kraan[steiger] tussen het huis van de weduwe van Steven Schul en dat van Jan Joosten Vijleboort, in welk huis zijn schoonvader, Pieter Beijen, overleden is. De comparant is genegen zijn 1/6 part over te dragen aan zijn zwager, Aernout Beijen, koopman te Dordrecht, "omme alsoo t voorsz. huijs zoo veel mogelijcken is te houden ... onder het geslacht van de voorn. Pieter Beijen za. volgens desselfs vvtterste wille ende begeerte". Hij is voor zijn 1/6 part en het daartoe behorende huisje, dat uitkomt in de Schrijversstraat, door zijn zwager volledig betaald en voldaan.]

f. 45v

Jan Weller wijncooper     10 ponden

Willemina van Meusienbrouck en haer soon     25 ponden

[ORA Dordrecht, inv. 764, 39v e.v.: op 2 juni 1623 mr. Gerardt van Buijtenwech, licentiaat in de rechten, als vader en voogd van zijn onmondige dochter, verkoopt voor 4036 gl. aan Willemina van Meusienbrouck, weduwe van Pieter Aelwijns, de helft van een huis [in de Wijnstraat], genaamd "den Blauwen Gevel", staande aan de noordzijde tegenover de Costverlorenskraan, strekkende van voren tot achteren "bijden haeve muer, inde Nieuhaven", tussen het huis genaamd "Duijsburch", eertijds toegekomen hebbende aan schout Johan van Drenckwaert en het huis "den Grooten Davidt", toebehorende aan Roedolff Francken, schepen in wette. De koopster, die geassisteerd wordt door haar zoon, mr. Cornelis Aelwijns, licentiaat in de rechten en advocaat voor het Hof van Holland, verklaart schuldig te zijn aan mr. Geerard van Buijtenwech, een somma van 3033 gl.]

D'heer Roeloff Francken outraet     50 ponden

[Roelof Francken Dirksz., burgemeester, schepen van Dordrecht, vader van het Wees- en Leprooshuis ald., overleden 19 april 1643, trouwde NG Dordrecht 1590 Elisabeth van Weresteijn, overleden 13 dec. 1639


De zerk van Roelof Francken en Elisabeth van Werestein (foto: RA Dordrecht)

Roeloff Francken wijnkoper (Stadsarchief Dordrecht nr.3, inv. 3970 [verponding Dordrecht 1626], f. 47]

Kinderen (o.a., volgorde onzeker, cf. ORA Dordrecht inv. 777, f. 145v e.v.)

a. Margreta Francken, gedoopt NG Dordrecht okt. 1592, trouwde David van Bernage

b. Johannette Francken, trouwde Adriaen van Beaumont

c. Geertruijd Francken, trouwde Johan van Haerlem

d. Sebastiaen Francken, gedoopt NG Dordrecht 27 mei 1597, van Dordrecht, doctor in de rechten, wonende bij zijn vader (1626), raadsheer in het Hof van Holland, lid van de Confrerie Rijnse wijnkopers (1630), schepen van Dordrecht (1633,1637), trouwde NG Dordrecht 30 aug./22 sept. 1626 Jacomijna van Kasteren Jacopsdr., van Dordrecht, wonende bij haar moeder (1626)

Zeegezicht met het gezin van Sebastiaen Francken en Jacomijna van Casteren, door Pieter Codde

ORA Dordrecht inv. 10, f. 20: op 19 dec. 1625 benoemt de Oudraad van Dordrecht mr. Sebastiaen Francken tot klerk van de Thesaurie en tot administrateur van de penningen van de Oorlogszaken, in plaats van Arend Maertensz., ambachtsheer van Barendrecht, "also hij hem door sijnen hoogen ouderdom vande voors. functien was excuserende", op voorwaarde, dat, zolang Francken de genoemde functies zal uitoefenen, hij niet gekwalificeerd zal zijn om tot lid van de Magistraat benoemd te worden.

Kinderen (o.a.):

d-1. mr. Jacob Francken, gedoopt NG Dordrecht sept. 1627

d-2. Elisabeth Francken, gedoopt NG Dordrecht dec. 1629, trouwde 1e 1654 ds. Philippus Deodatus (Diodati), 2e 1668 Thomas Rijckers

NG trouwboek Dordrecht 8 mrt. 1654: ds. Philippus Deodatus predikant in de Franse kerk te Leiden jongman van Gťneve en Elisabeth Francken heer Sebastiaensdr. jonge dochter van Dordrecht wonende in 's-Gravenhage, procl. te Leiden en Den Haag, getr. Dordrecht 7 april 1654

NG trouwboek Dordrecht 8 april 1668: Thomas Rijckers koopman jongman van Roeroort en Elysabeth Francken weduwe van ds. Philippus Diodati wonende bij de Gravenstraat, getrouwd op 1 mei 1668

ONA Dordrecht inv. 187, f. 189 e.v., inventaris dd 12 sept. 1678, opgemaakt door notaris J. Melanen te Dordrecht, van de goederen, die in gemeenschappelijk bezit zijn geweest van kapitein Thomas Rijckers en Elisabeth Francken, zijn vrouw zaliger, op verzoek en ten overstaan van kapitein Thomas Rijckers, mr. Philippus Diodathij, zoon van Elisabeth Francken, en Roeloff Francken, als testamentaire voogd over haar minderjarige kinderen.

Tot de boedel behoren o.a.:

- de helft van een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Allart van Rhijn en het hierna te noemen huis, in welke woning Elisabeth Francken is overleden en waarvan de wederhelft heeft toebehoord aan Roeloff Francken

- de helft van een huis in de Wijnstraat, staande tussen het hierboven genoemde huis en de Gravenstraat, welk huis is verhuurd aan Johannes Dier schoenmaker voor 140 gl. per jaar

- de helft van een huis in de Gravenstraat, staande tussen de "camer vant voorsz. Groothuijs" en het huis van Roeloff Francken, welk huis is verhuurd aan Marija van Wingerden voor 90 gl. per jaar

- een derde part in een woning met 7 1/2 morgen land, zowel boomgaard, tuin, als moesland, gelegen tussen de "Geest- ende Thollebregge" in het ambacht Voorburg bij 's-Gravenhage, naast de vaart van Delft naar Den Haag en de hofstede van de heer Lodesteijn. Met Dirck Francken is overeengekomen, dat hij de tuin en boomgaard met het eerste stuk land van [grootte niet vermeld] zal onderhouden en de vruchten daarvan zal verkopen, voor een periode van twee jaar, ingaande op St.Petri ad Cathedram 1677, mits hij daarvan zal genieten een somma van 235 gl. jaarlijks en een derde van de opbrengst der verkochte vruchten. Het moesland is in gedeelten verhuurd aan resp. Geerit Halverhout, Jan Leenderts en Leendert Quirincx

- een vogelkooi, bestaande uit tien pijpen met een kooihuis in de heerlijkheid Craeijesteijn onder Sliedrecht, door verscheidene personen aan Thomas Rijckers verpacht

- Roeloff Francken is aan de boedel schuldig een somma van 4333 gl. 4 st. 3 penn. "over verschene montcosten van hem ende sijn dienaer" en wegens gedane reparatie aan de huizen in Dordrecht en de woning en tuin te Voorburg.

NG trouwboek Dordrecht 17 mrt. 1680: Johan Diodati koopman jongman van Leiden en Aldegonda Trouwers jonge dochter van Middelburg wonende in de Nieuwstraat, procl. in de Franse kerk te Dordrecht en te 's-Gravenhage.

Drie kinderen van Sebastiaen Francken, door Jacob Gerritsz. Cuijp (1635) (vermoedelijk Cornelia, Elisabeth en Jacob Francken)

d-3. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht sept. 1633

d-4. Roelof Francken, gedoopt NG Dordrecht sept. 1635

- 8 aug. 1682: Roeloff Francken, burger van Dordrecht, zittende "aen een quaet been" op een stoel, testeert ten overstaan van notaris J. Melanen. Hij legateert aan zijn neef Philippus Diodathi het portret van zijn, testateurs broer, mr. Jacob Francken, met een schilderij van een zeestrandje, waarin testateurs ouders en familie staan afgebeeld, en een schilderijtje met "naeckte beeldekens" van Poelenburch [van Cornelis van Poelenburgh (1594-1667) zijn enkele landschappen met naakte figuren bekend, zie afbeelding hieronder]. Voorwaarde is dat Philippus hiervoor aan de na te laten boedel een somma van 500 gl. betaalt. Aan zijn neef Johan Diodathi legateert de testateur de portretten van zijn vader en moeder zaliger en van zijn grootvader Francken en grootmoeder Van Casteren, aan zijn nichten Jacobmina, Agatha en Anna Rijckers legateert hij al zijn huislinnen, een kastje van cederhout en enkele gesneden Cupidootjes, aan de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht een bedrag van 600 gl., aan het dochtertje van Johan Diodathi, genaamd Marija Elisabeth, wiens peetvader hij is, een pillegift van 200 gl., aan zijn zwager, kapitein Thomas Rijckers, zijn zakhorloge met een gouden "casse", en aan Jenneken, de dienstmaagd van zijn hospita, juffrouw Van Braemen, een rouwkleed, met ťťn van de bedden en een hoofdkussen en oorkussen, die zich bevinden op de tuin in Voorburg. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn neven mr. Philippus, Johan en Roeloff Diodathi en zijn nichten Jacobmina, Agatha en Anna Rijckers, de nagelaten kinderen van zijn overleden zuster Elisabeth Francken, elk van hen in een zesde deel, op voorwaarde evenwel, dat Roeloff Francken van zijn erfdeel alleen het vruchtgebruik zal mogen genieten, waarvan de eigendom na diens overlijden zal toekomen aan zijn eventuele kinderen of bij ontbreken daarvan aan de overige erfgenamen van de testateur. Voorwaarde is ook, dat Johan Diodathi uit het erfdeel van Roeloff Diodathi na het overlijden van de testateur een somma van 3000 gl. zal ontvangen. Tot voogden benoemt hij Johan Diodathi en Thomas Rijckers. (ONA Dordrecht inv. 189, akte 52)

Cornelis van Poelenburgh, Landschap met Diana en Callisto

- 7 okt. 1685: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Roeloff Francken, overleden te Dordrecht. Tot de boedel behoren o.a.:

- een hofstede of woning "ende huijs van plaisance", met ongeveer 8 morgen tuin, boomgaard en warmoesland, gelegen in het ambacht Voorburg op de Burcht omtrent 's-Gravenhage aan de Delftse Vaart. De tuin en de boomgaard heeft Roeloff Francken door Dirck Francken tuinman "als bedrijff selfs doen cultiveren". Het warmoesland is verpacht.

- een schepenenschuldbrief van 300 gl., die is verleden door Wijnant Jansz. van Houten kleermaker en is verzekerd op een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Kraan en het huis van de weduwe van Hendrick Rietbeeck

- een landschap van Jan van Goijen

- een groot schilderij "van den Moorman" [of Meerman?] door Aelbrecht [Albert] Cuijp

- schilderij van Albert Cuijp, zijnde een landschap met een sater en een vluchtende nimf

- een landschap van Jan van Goijen

- een stukje met naakte "beeldekens"van N. Poelenburch met een rood zijden gordijntje ervoor.

(ONA Dordrecht inv. 190, f. 379 e.v.)

d-4. Jacomina, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1636]

T'weeskind van Roelant Eeckholt     20 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 12 sept. 1621(ondertrouw): Roelant Eeckhout wijnkoper weduwnaar van Warmoeskercken wonende te Dordrecht en Maria van der Hagen van Keulen weduwe van Aert Theunisz. van Gameren hopkoper.

ORA Dordrecht inv. 765, f. 75 e.v.: op 8 nov. 1624 verklaart Huijbrecht Roosboom, klerk ter secretarie van Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Gillisz. van der Horst, wijnkoper en burger van Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Christiaen van de Graeff op 7 nov. 1624, schuldig te zijn aan Susanna Eeckholt, nagelaten weeskind van Roelant Eeckholt, een bedrag van 543 gl. 12 st. wegens de leverantie van wijnen, voor de aflossing daarvan verbindende een huis in het opgaan van de Boom, staande tussen het huis van Sijmon Warnier zilversmid en dat van Bartholomeus Reijniers.]

D'erffgenamen van de weduwe van Hendrick Wouters cleermaker     5 ponden

Evert Henricxs [wijnkuiper]    12 ponden

f. 46

Lodewijck van der Stel     8 ponden

Noch een soon van Sijmon van der Stel, is in Oost Indien, te maenen Le Res als voocht     7 ponden

Thomas Teller [brouwer]    25 ponden

[ORA Dordrecht inv. 765, f. 85 e.v.: Thomas Taijller, brouwer en burger van Dordrecht, verkoopt op 6 jan. 1625 aan Hans Vaens, bakker en burger van Dordrecht, een huis met de mouterij daartoe behorende, staande in de Schrijversstraat tussen de "looge" van het huis van Slingerburch en de poort van de erfgenamen van wijlen Willem van Drenckwaert. Waarborgen: Pieter Slingerburch wijnkoper en Jan Tailler zilversmid, beiden burgers van Dordrecht. Koper kent schuldig een bedrag van 3000 gl. Borg: Cornelis Evertsz., koopman en burger van Dordrecht. Op 24 nov. 1628 verklaart Elijsabeth Cornelisdr., weduwe van Hans Vaens, dat de schuld volledig is voldaan.

ORA Dordrecht inv. 765, f. 85v e.v.: op 6 jan. 1625 verklaren Thomas Teller en Pieter Slingerburch, burgers van Dordrecht, dat zij van Lidewij Cornelisdr., weduwe van Wouter Diter Jansz., voor de ene helft en van Franchoijs van Hoochstraeten, voor zichzelf en procuratie hebbende van Willem Claesz. van Nes en Jacob Cornelisz. van Hoogewegen, voor 1/5 part, Meijnsken Philipsdr., Willem Philipsz. Molen en zich sterk makende voor Lijntken Willemsdr., weduwe van Damis Philipsz. en nog procuratie hebbende van Maria Hoijncx, weduwe van Willem de Jonge, voor 1/5 part, Pieter Aelbrechtsz. en voornoemde Willem Molen, Meijnsken Philipsdr. en Lijntken Willemsdr., samen voor 1/5 part, Aert Hermansz. Wor, als man van Elisabeth Heijthoven, voor  1/5 part en Otto Werckman, als vader en voogd van zijn kinderen, verwekt bij Cornelia Molen, voor 1/5 part in de andere helft, gekocht hebben en op naam van Thomas Teller op 18 dec. 1608 hebben laten transporteren een huis en mouterij met drie huisjes daarachter staande, eertijds toebehoord hebbende aan Cornelis Moelen, staande in de Wijnstraat tussen het huis van de erfgenamen van Boudewijn van Drenckwaert en de Schrijversstraat, welk huis etc. zij sindsdien in gemeenschappelijke eigendom gehad hebben. Zij zijn overeengekomen, dat aan Pieter van Slingerburch wordt toebedeeld het huis in de Wijnstraat tot aan de gevel van de mouterij en aan Teller de mouterij met alle toebehoren en de drie huisjes daarachter, op voorwaarde, dat Slingerburch aan Teller een somma van 950 gl. zal uitkeren.]

Franchoijs van Casteren     21 ponden

[Franchois van Casteren kocht in 1619 het huis "Beverenburch" van de erfgenamen van Barbara de Baliochij, weduwe van Pieter van Beeck, ambachtsheer van Cromstrijen. Na het overlijden van Van Casteren, omstreeks 1634, werd zijn weduwe, Cleysken Hendricksdr., eigenaresse van "Beverenburch" (tot 1643). (Oud-Dordrecht 2007, nr. 3, p. 14-15)]

Het huis "Beverenburch" in de Wijnstraat. (jan. 2008)

D'heer Willem van Beveren outburgemeester     70 ponden

Mr. Johan van de Graeff [Franse schoolmeester, in het huis "De Drie Coningen"]      4 ponden

[14 mrt. 1612: Sijmon Muijs, burger van Dordrecht, verkoopt voor 1200 gl. aan Cornelis Thonisz., kuiper en burger van Dordrecht, een huisje op de Nieuwe Haven, staande achter het huis genaamd "de Drie Coningen" [in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug], toebehorende aan Sijmon Muijs, tussen het erf van Willem van Beveren en dat van Pauwels Weijts. Het huisje en erf zijn 45 stadsvoeten en 8 1/2 duim lang, elke voet is 12 duimen lang. Waarborgen: dr. Arent Muijs van Holij, baljuw van Zuid-Holland en Jan de Vries. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 800 gl.. te betalen met jaarlijkse termijnen van 120 gl. Borg: Sijmon Cornelisz. van Gesel, oudraad in wette van Dordrecht voor de ene helft en Pieter Jansz. houthaker voor de andere helft. (ORA Dordrecht inv. 753, f. 24v)

Johan van de Graeff hield school te Dordrecht van 1605 tot 1643, aanvankelijk op de Groenmarkt (in "de Twijnmolen") en later in de Wijnstraat (in "de Drie Coningen" tegenover de Nieuwbrug). "In het laatstgenoemde pand huisvestte hij ook tientallen kostleerlingen." (C. Esseboom en N.L. Dodde, Minerva Dordracena. 750 jaar klassiek onderwijs in Dordrecht (1253-2003), [Dordrecht 2003], p. 162)

13 nov. 1643: Mr. Johan van der Graeff, "fransois schoolmeester", verkoopt aan Damas Verlou, koopman, een achterhuis "ofte spijcker", met het daarbij horende erf, strekkende van "den Egh af van het coockhuijs" van het huis van verkoper, vanouds genaamd "De Drije Coningen" [aan de Wijnstraat] omtrent de Nieuwbrug. Achter gaat het erf door tot het erf van het huis van Cornelis Theunisz. kuiper en dan voorts met een vrije gang tot op de Nieuwe Haven [Kuipershaven] toe. (Oud-Dordrecht 2010, nr. 3, p. 92, noot 1)]

f. 45v

De weduwe van Pauwels Weijts, nihil habet      2 ponden

[Pauwels Weyts de Oude, kunstschilder, geboren te Brugge, overleden te Dordrecht in 1618, zoon van Franchoys Weyts en NN, kwam in 1585 als weduwnaar met vier kinderen naar Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 14/28 april 1585 Truycken Cornelis Mertensdr., van Antwerpen (Geertruyd Cornelisdr. van Davendonck), overleden vůůr dec. 1631. Hij trad in 1588 toe tot het St. Lucasgilde, waarvan hij later meermalen deken of boekhouder was. Hij woonde in het huis "de Vier Winden" in de Wijnstraat tegenover herberg "de Pauw", later in "de Clock" tegenover de Nieuwbrug, terwijl hij het eerste huis verhuurde aan Pieter de Vos. "Veel schilderwerk is van Pouwels Weyts niet bekend." (Nieuw Nederlandsch Biographisch Woordenboek, deel IV, kolom 1449-1450). NNBW vermeldt ten onrechte, dat het schilderij, voorstellende een zitting van de Nationale Synode, uit 1621, van de hand van Pauwels Weijts de Oude is. Dit is onmogelijk, daar hij reeds in 1618 overleed. Het werk is waarschijnlijk geschilderd door zijn zoon Pauwels Weijts de Jonge, die daarvoor van het stadsbestuur van Dordrecht 84 ponden ontving.

ONA Dordrecht inv. 12, f. 296 e.v.: op 21 sept. 1618 testeren Pouwels Weijts schilder en zijn vrouw Geertruijt Cornelisdr., hij ziek en zij gezond. Zij legateren aan de huisarmen van de diaconie te Dordrecht 6 gl. Als hij de eerststervende is, legateert hij aan zijn vrouw het huis, waarin zij wonen, staande voor de Nieuwbrug, waar uithangt "de Vier Winden", belend door het huis van Jan Brouwer aan de ene zijde en het huis "de Drie Coningen" aan de andere zijde en voorts al het goud en zilver, gemunt en ongemunt, al haar kleren en lijfsieraden. Al zijn overige na te laten goederen zullen voor de ene helft toekomen aan zijn vrouw en voor de andere helft aan zijn voor- en nakinderen, op grond van het feit, dat "alle de goederen in haeren testateuren gemeijnen boedel jegenwoordich zijnde van haer testatrice zijde zijn gecomen en weijnige ofte egeenen conquesten staende haerlieden beijde houwelijk gevallen zijn" en om andere redenen hem, testateur, moverende. Voorwaarde is evenwel, dat de testatrice hun gezamenlijke kinderen zal alimenteren tot hun mondigheid of huwelijk. Als zij de eerstoverlijdende is, legateert zij aan haar kinderen al haar kleren en lijfsieraden en aan haar man het vruchtgebruik van al haar overige na te laten goederen, tot hij gaat hertrouwen of anders tot zijn overlijden, mits hij hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk. Na het overlijden van de testateur zullen hun kinderen het voornoemde huis krijgen en al het goud en zilver. In al haar overige na te laten goederen benoemt de testatrice tot erfgenamen hun gezamenlijke kinderen voor de ene helft en Jacobmijna Weijts, voordochter van de testateur, voor de andere helft. Zij benoemen elkaar tot voogd. Getuigen: Nicolaes Antora van Antwerpen, schilder en DaniŽl Paulij, inwoner van Dordrecht. 

ONA Dordrecht inv. 12, f. 339v e.v.: op 27 nov. 1618 verklaart Pieter Daux, kousenmaker te Brugge, als man van Jacobmijntgen Weijts, dat hij volkomen betaald en voldaan is door Gertruijt Cornelisdr. van Davendonck, weduwe van Pouwels Weijts, zijn schoonvader zaliger, van hetgeen zijn vrouw geŽrfd heeft van Pouwels Weijts en diens eerste vrouw, haar vader en moeder zaliger. Getuigen: Joos Jansz., kleermaker en burger van Dordrecht en Herman Meijnertsz., schilder van Hoorn, wonende te Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 766, f. 67 e.v.: op 14 jan. 1627 verklaart Geertruijt van Bavendoncq [sic], weduwe van Pauwels Weijts de Oude, dat "vermogens zekere appostille gestelt in margine van zekere requeste bij haer comparante aende Camere Justitie[e]l deser Stede gepresenteert", gedateerd 7 jan. 1627, in het Weeshuis van Dordrecht opgenomen zijn twee kinderen, genaamd Geertruijt en Catalina Jansdr., dochters van wijlen Catalina Weijts en kleinkinderen van de comparante. Zij is aan het Weeshuis schuldig een bedrag van 300 gl. wegens de alimentatie van de kinderen door de vaders van het Weeshuis, welke 300 gl. na het overlijden van de comparante voldaan zullen worden uit haar "gereetste" na te laten goederen, "tsij de voorsz. kinderen tot haer comparantes sterfdach in levenden lijve zijn dan niet". Als onderpand verbindt zij haar huis omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis "Sint Joris" en het huis "de Drije Coningen".

ORA Dordrecht inv. 769, f. 53: op 22 juli 1632 verkoopt Blasius van Haerlem, als gemachtigde van de Weesmeesters van Dordrecht, aan Pieter Vos, kramer en burger van Dordrecht, een huis, dat toebehoort aan de erfgenamen van Geertruijt van Bavendoncq [sic], weduwe van Pauwels Weijts, staande tegenover de Nieuwbrug tussen het huis van mr. Johan van de Graeff en het huis "Sint Joris".

Kind:

a. Pouwels Weijts, schilder wonende te Dordrecht (1618), trouwde NG Dordrecht 18 nov. 1618 (ondertrouw; door schrijven van Delft) Fijken Jansdr., jonge dochter, wonende te Delft (1618)]

Guilliam van de Berch [in het huis "Sint Joris"]    9 ponden

T weeskint van Cornelis van Casteren     20 ponden

Jan Franssen cleermaker     3 ponden

Pieter de Witt vuijten achte     20 ponden

[Pieter de With in Allemaengien (Stadsarchief Dordrecht nr.3, inv. 3970 [verponding Dordrecht 1626], f. 47v]

Thomas Turquet [Trucquet] taeffelhouder, betaelt tot Schoonhoven     100 ponden

[ORA Dordrecht inv. 749, f. 46v e.v.: op 13 juli 1607 verkopen Aernt Maertensz., ambachtsheer van Schobbelantsambacht en Jan Govertsz. van de Haghe aan GabriŽl Vernat en Thomas Truket, tafelhouders van de Bank van Lening te Dordrecht, de helft van een huis aan de Poortzijde [Wijnstraat] vůůr de Nieuwbrug, waar tegenwoordig de Lombard of "Taeffele van Leening" gehouden wordt, staande tussen het huis van Wouter van Craeijesteijn, heer van Wulven en het huis genaamd "Allemangie", waarvan de wederhelft toebehoort aan Casper Beeck wijnkoopman en dat verkopers gekocht hebben bij decreet van de stad Dordrecht. Thomas Truket voor zichzelf , Jan Boon brouwer en Jan Govertsz. van Beaumont als procuratie hebbende van GabriŽl Vernat, tafelhouder te Dordrecht, zijn schuldig aan Aernt Maertensz. een bedrag van 2900 gl.. Op 26 nov. 1613 toont Thomas Turcquet (sic) aan, dat de schuld volledig is voldaan en wordt de schuldbrief geroyeerd.  

Hoofdgeld Dordrecht anno 1622 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974), f. 52v: Thomas Turquet tafelhouder - 35 ponden, vijf dienstboden van Thomas Trucquet - 5 ponden, 7 aug. 1625 ontvangen voor 5 knechten van Thomas Trucquet - 5 ponden.

In de huizen Roodenburch en 't Schaeck - in 1594 samengevoegd tot ťťn huis (thans Wijnstraat 153) - was sinds datzelfde jaar een Bank van Lening ("Lombert") gevestigd. Thomas Turcquet was daar sinds ca. 1607 "tafelhouder". In 1617 kreeg hij (samen met GabriŽl Vernat) van het stadsbestuur voor 4800 ponden het octrooi van de lommerd, dat na 1619 zou worden verlengd tot 1639. Het gebouw (waar thans het pand Wijnstraat 129/131 staat) brandde in 1879 af. (Oud-Dordrecht 2006, nr. 1, p. 36-37; C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht [Zaltbommel 1974], p. 48).

Thomas Trucquet tafelhouder wordt in 1621 vermeld als eigenaar van graf nr. 81 in de Augustijnenkerk te Dordrecht. Zijn niet met naam en toenaam aangeduide vrouw werd daarin begraven op 1 jan. 1623 en hijzelf in okt. 1626. (Nelemans, o.c., p. 68)]

De weduwe van Jacob van Casteren     40 ponden

D'heer dr. Michiel van Craeijsteijn schepen     50 ponden

[Zoon van Wouter van Oudshoorn, heer van Craeijesteijn en Wulven (Wouter van Craeijesteijn), burgemeester van Dordrecht en Lidia van Beveren Michielsdr. Michiel erfde bij het overlijden van zijn vader in 1624 het huis "Henegouwen" in de Wijnstraat, op de hoek van de Gravenstraat. (Oud-Dordrecht 2006, nr. 2, p. 38-39)

NG trouwboek Dordrecht 30 mei 1621: Andries Bocard koopman wonende te Middelburg en Machteldis van Crayesteijn dochter van Wouter heer van Wulven en Craeyesteijn van Dordrecht, procl. te Middelburg, getrouwd op 22 juni 1621]

Het huis "Henegouwen" in de Wijnstraat (jan. 2008).

D'heer mr. Bartholomeus van Segwaert outraet      19 ponden

f. 47

Op de Nieu Haven aende Tollebrugstraet [Waterzijde] beginnende

Jan Aerts pompmaker    1 pond

Jasper Claesz smith     6 ponden

Roeloff Adriaens brandewijnman     1 pond

Thomas de Wael     4 ponden

Arijen Cornelis soone van Thomas de Wael     1 pond

f. 47v

Cornelis Aerts pompmaker     1 pond

Stoffel Baltens backer     4 ponden

Aen d'ander zijde

Adriaen Janssen backer     3 ponden

Balten Baltensz cruijdenier     2 ponden

De weduwe van Cornelis Schoth     1 pond

f. 48

Pieter Schiff van Aecken     2 ponden

De weduwe van Adriaen Apersz [Grietken Hermansdr.], obijt ende is verdeijlt buijte de Stadt    4 ponden

[14 mei 1598: Adriaen Cornelisz schipper als man en voogd van Marijcken Apersdr., voor zichzelf en zich sterk makende voor Brechtgen Aertsdr. [sic], zijn vrouws zuster, verkoopt aan Grietgen Hermansdr., weduwe van Adriaen Apersz.,  2/3 delen van een huis, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van Huijbert Balis en het erf van koopster. Aan koopster komt het resterende 1/3 deel van het door haar gekochte huis toe. Zij kent schuldig aan verkoper een somma van 533 gl. 6 st. en 20 penn., te betalen met 83 gl. 6 st.. en 5 penn. alle jaren op meidag. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 265v)

1620 (verpondingsregister Dordrecht): in het Seborijstraatje ['s Heer Boeijenstraat]: Ariaen Apersz.' weduwe - 11 ponden 5 sch. (ontvangen 3 aug. 1621), belenders: Pieter Schiff van Aken en Michiel Pauwelsz. in den Moriaen (Stadsarchief Dordrecht inv. 3, inv. 3969, f. 70)

- 13 mrt. 1631: Isaac Adriaensz. kuiper en Jacob Adriaensz. huistimmerman, burgers van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis Willemsz., als man van Brechtgen Adriaensdr., en Geertruijt en Janneken Adriaensdr., en nog als ooms en voogden van de weeskinderen van Mariken Adriaensdr., resp. hun zwager en zusters, allen kinderen en kleinkinderen van Grietken Hermansdr., verkopen voor 1800 gl. aan Pieter Schiff, kruidenier en burger van Dordrecht, een huis met een daarnaast staande loods op de Varkenmarkt, strekkende voor van 's herenstraat tot aan het huis van de weduwe van Jan van Hingen, staande tussen het huis genaamd "het Moriaenshooft" en het huis van de verkopers. De koper is schuldig aan de erfgenamen van Grietgen Hermansdr. een somma van 1000 gl. Borgen: Pieter Schiff de Oude en Servaes Leendertsz., burgers van Dordrecht. De koper verkoopt aan Cornelis Willemsz., Geertruijt Adriaensdr., Janneken Adriaensdr. en de weeskinderen van Mariken Adriaensdr. een jaarlijkse losrente van 25 gl. Borgen: Pieter Schiff de Oude en Servaes Leendertsz. In margine: comp. Dionijs Smack namens de weduwe van Pieter Schiff en toont de originele brief. Hij verklaart de schuld volledig te hebben afgelost, hetgeen ook blijkt uit een kwitantie, die is gedateerd 7 mei 1672 en ondertekend door Catarina van der Heijden, de vrouw van Aper van den Brande [zie VIb]. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 3 nov. 1672. (ORA Dordrecht inv. 768, f. 74 e.v.)]

De weduwe van Michiel Pauwelsz [in den Moriaen]    2 ponden

In de Gravestraet

De weduwe van Jan van Ingen [Jan van Hingen]     2 ponden

Carel Bordels, insolvent     8 ponden

f. 48v

De weduwe van Matheus van de Brouck den Jongen, insolvent     4 ponden

Mr. Isaac chirurgijn    2 ponden

De weduwe van Pieter Adriaens     2 ponden

Aen d'ander zijde

Pieter Bartholomeus wijncooper     27 ponden

Aper Ariensz      1 pond

f. 49

Pieter Aelberts smith     1 pond

Hendrick van Naerden notaris      16 ponden

Jan van Wetten wijncooper, nihil habet     3 ponden

De weduwe van Maerten Rijcken, insolvent     2 ponden

Jan Boonen, nihil habet     3 ponden

f. 49v

Opten Nieuwen Opslach [de kade aan de noordwestzijde van de Wolwevershaven. (Van Baarsel, o.c., p. 127)]

Jan Goossens van Cuijlenborch [schipper], vertrocken insolvent     5 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 14: op 14 febr. 1626 verkoopt Johan Goossensz. van Cuijlenborch is schuldig aan Gillis Gillisz., koperslager en burger van Dordrecht, een somma van 600 gl., verbindende twee naast elkaar staande huizen voor St. Joost, belend door het huis van de erfgenamen van Gijsbert Joosten de Doot aan de ene zijde en 's herenstraat aan de andere.

Idem, f. 23v: op 28 mei 1626 verklaart Jan Goossensz. van Culenborch, schipper en burger van Dordrecht, tot "naerder versekeringe" van een obligatie van 900 gl. ten behoeve van Arijen Bastiaensz., huistimmerman te Nijmegen, en van een olbigatie van 300 gl. ten behoeve van Wouter Jansz. Keeskes te Tiel, te verbinden een huis op de hoek van St. Joost, staande tussen zijn, comparants, huis en 's herenstraat.]

Idem, f. 25: op 6 juni 1626 verkoopt Jan Goossensz. van Cuijlenburch, schipper en burger van Dordrecht, aan Marijcken Thonis een jaarlijkse losrente van 18 gl. en 15 st., verzekerd op een huis voor St. Joost, staande tussen zijn, comparants, huis en dat van de erfgenamen van Gijsbert Joosten de Doot.]

De weduwe van Bastiaen Cornelisz, nihil habet     2 ponden

Hermen van Wijngaerden     4 ponden

Cornelis Thonis cuijper    1 pond

T'huijs van Lens Hermansz [van Elsloo, Maasschipper]    2 ponden

f. 50

In de Schrijverstraet

Jan Calcker schipper     1 pond

De weduwe van Henrick Claesz     3 ponden

Henrick Cock, insolvent     5 ponden

Maerten Cornelis schipper, nihil habet     1 pond

Aernoult Cools      21 ponden

Noch als erffgenaem van sijn huijsvrouwen moeder     8 ponden (t'samen 29 ponden)

f. 50v

Lijntgen Cornelisdr.     3 ponden

Lambert Paets      6 ponden

Wouter Bastiaens schipper     2 ponden

Capiteijn Claes     2 ponden

Wouter Gerrits Coomen     1 pond

f. 51

Grietken Hermans     4 ponden

Opde Cade van't Nieuwerck

Johan de With tollenaer ["wijncooper" is doorgehaald]    10 ponden

Joris Houbraecken     4 ponden [zie genealogie Houbraken op deze website]

Cornelis van Nes     14 ponden

Opden Boom over de Haven

De weduwe van Gerrit Stouten, is overleden insolvent   2 ponden

f. 51v

Cornelis Aerts Lonnevaerder     3 ponden

De weduwe van Cornelis Schoth     1 pond

 

Somma van het derde quartier: 2113 ponden

 

f. 52

Vierde quartier beginnende inden Houthuijn [de Oude Houttuin = Voorstraat tussen Nieuwkerkstraat en Riedijk (Van Baarsel, o.c., p. 55)], ende vandaer voorts naer den Rietdijck aen wederzijde

Jacob de Kets Lonnevaerder     4 ponden

[Een kind van Jacob de Kets werd begraven in graf 77 in de Nieuwkerk te Dordrecht in juni 1619. Jacob de Kets werd in hetzelfde graf begraven in sept. 1626. (Hic conditur, p. 82)] Graf 77 wordt in 1690 beschreven als een ongemetseld graf met een zerk van Jan Jacobsz. de Kets, "hoort nu toe Annigje de Kets, wed. van Jan Pieterse Sneuw". De zerk draagt het opschrift "Hier leyt begraven Jan Jacobs de Kets schipper hij sterf 1603." De auteur van het boek Hic conditur, de heer A. Nelemans, heeft ontdekt, dat de grafzerk in de jaren 1980 is verwijderd en in 1994 is geplaatst in de Schrijverskapel van de Augustijnenkerk, omdat men toen niet meer wist, dat de steen uit de Nieuwkerk afkomstig was. (Hic conditur, p. 182-183.)]

De weduwe van Cornelis Willems houtcooper, is niet te geven     2 ponden

Jan Aerts Hallinck     1 pond

Catharina van Esch     6 ponden

f. 52v

Aert Jansse laeckencooper     15 ponden

Frans de Kets Lonnevaerder     5 ponden

Frans Baltens bouckebinder, nota int billlet stont     10 ponden

D'erffgenamen van Jan Wouters backer     4 ponden

Jan Oom houtcooper     10 ponden

f. 53

De nicht van Gerrit Vedder     22 ponden

[ORA Dordrecht inv. 897, akte dd 24 aug. 1600: verklaring door o.a. Geerit Veder, ijzerkramer, ongeveer 32 jaar oud

ORA Dordrecht inv. 1593, f. 91v: op 28 sept. 1616 verkoopt Abraham Huijbrechtsz. blauwverver, voor 1550 gl. aan Gerrit Vedder, een huis bij het Stadhuis, staande tegenover de Vleeshouwersstraat tussen het huis van Claes Pietersz. en dat van Andries Reijersz. Waarborgen: Gielis de Prť en Henrick Barentsz., burgers van Dordrecht.]

Jan Claesse Jager schipper     4 ponden

Maerten Henricxe cleermaker     1 pond

De weduwe van Hans Boussen [van Bouijssel] scheijmaker     1 pond

[ORA Dordrecht inv. 765, f. 61, akte dd 6 juli 1624: Maerten Henricxsz. kleermaker koopt een huis op de Boom, aan ťťn zijde belend door het huis van Hans van Bouijssel scheijdemaker]

Bastiaen Aerts [van Houwelingen] munter     1 pond

[ORA Dordrecht inv. 753, f. 103: op 8 sept. 1612 verkoopt Hendrik Pietersz. Starrenborch aan Bastiaen Aertsz. muntenaar een huis en erf in de Oude Houttuin omtrent de Boom, belend door het huis van Geerit Gijsbertsz., waar uithangt "Delft"]

f. 53v

Gerrit Ghijsberts [van Elten] backer     6 ponden

[I. Ghijsbrecht Gerijtsz., geboren naar schatting ca. 1555, kleermakersgezel van Nederwormpter [bij Elten in Duitsland ?] (1582), kleermaker, deken van het St. Jans (kleermakers)- gilde te Dordrecht (1616), overleden ca. 1617, trouwde 1e NG Dordrecht 11/29 nov. 1582 (sponsus zal bescheiden bekomen van zijn moeders consent) Mariken Claes Jansdr., van Dordrecht (1582), overleden in of na 1587, hij trouwde 2e Pieterken Pietersdr., overleden vůůr 5 juli 1618

- 19 mei 1611: het huis van de erfgenamen van Adriaentgen Aertsdr., laatst weduwe van Willem Vinck, staande in de Grotekerksbuurt bij het Manhuisstraatje, wordt aan ťťn zijde belend door het huis van Gijsbrecht Geeritsz. kleermaker. (ORA Dordrecht inv. 752, f. 82)

- 24 nov. 1616: Gijsbrecht Geeritsz. e.a., als dekens van het St. Jansgilde te Dordrecht, verkopen een huis. (ORA Dordrecht inv. 756, f. 90)

- 5 juli 1618: comp. Geerit Gijsbertsz. bakker, burger van Dordrecht, als mede-erfgenaam van Gijsbert Geeritsz. kleermaker, zijn vader zaliger, voor zichzelf en procuratie hebbende van zijn broer Niclaes Gijsbertsz. , wonende in Den Haag en zijn overige mede-erfgenamen, volgens procuratie gepasseerd op 7 nov. 1617 voor notaris Pieter de Hantschoewercker te Den Haag, voor de ene helft en Henrick van Naerden, notaris en procureur te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Adriaensz. bakker, wonende te Geertruidenberg, als man en voogd van Maeijcken Adriaensdr., Cornelis Cornelisz., wonende "ten Houte", voor zichzelf en Adriana Beniamijnsdr., Henrick van Lunenborch , soldaat onder de compagnie van kapitein Uldrick, in garnizoen liggende te Breda,, als man en voogd van Susanna Beniamijnsdr., genoemde Cornelis Cornelisz. als oom en genoemde Henrick van Lunenborch als behuwd zwager tevens vervangende Maeijcken en Frans Beniamijnskinderen, dochter en zoon van Heijlken Cornelisdr., Pieter Willemsz. Visser, wonende te "Drummelen", voor zichzelf en als voogd van de nagelaten weeskinderen van wijlen Jaecques de Bode, van wie moeder was Heijltken Adriaensdr. en in die hoedanigheid erfgenamen van wijlen Pieterken Pietersdr., hun tante resp. oudtante, weduwe van Gijsbert Geeritsz., blijkens procuratie gepasseerd voor notaris Laurens van den Kieboom te Geertruidenberg op 5 mrt. 1618, voor de andere helft. Comparanten transporteren aan Herman Dirksz. uit Wijngaarden een huis in de Voorstraat, staande omtrent de Vismarkt tussen het huis van Sijbert van Welij en dat van Engelken Gijsbertsdr., weduwe van Rochus Jansz. afslager. Koper kent schuldig aan Marijcken Cornelisdr. wegens de koop van dit huis een bedrag van 3260 gl. Borgen: Melchior van den Brouck, schepen in wette van Dordrecht en Cornelis Pietersz. Mispelshouff, houtkoper te Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 759, f. 56 e.v.)

- 5 juli 1618: Geerit Gijsbertsz. en Henrick van Naerden verkopen aan Janneken Aertsdr. van de Corput, weduwe van Wouter Cools, een huis bij de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jacob Jacobsz. en dat van de erfgenamen van Willem Vinck bakker, voor een bedrag van 1760 gl. (ORA Dordrecht inv. 759, f. 57)

- 31 dec. 1618: Nicolaes Gijsbertsz. en Geerit Gijsbertsz. bakker, burgers van Dordrecht, kinderen en erfgenamen van wijlen Gijsbrecht Geeritsz., voor de ene helft en Hendrick van Naerden, notaris en procureur te Dordrecht, als procuratie hebbende van de erfgenamen van wijlen Pietertgen Pietersdr., huisvrouw van Gijsbrecht Geeritsz., volgens procuratie gepasseerd voor notaris Laurens van den Kieboom te Geertruidenberg op 5 mrt. 1618, voor de andere helft, transporteren aan Jan Cornelisz. molenaar, burger van Dordrecht een korenwindmolen, genaamd "de Buijserinne", staande buiten de Spuipoort [sic *]. De grond, waarop de molen staat, behoort toe aan de stad Dordrecht. Waarborg: voor de ene helft: Hendrick Jansz. van Naerden. In plaats van waarborg voor de andere helft verbindt Geerit Gijsbertsz. zijn huis op de hoek van de Boom. Koper kent met consent van Nicolaes en Geerit Gijsbersz. schuldig aan Johan Berck, substituut-secretaris van Dordrecht, een somma van 1017 gl. en aan Hendrick van Naerden eveneens een somma van 1017 gl. Borgen: voor de ene helft Nicolaes en Geerit Gijsbertsz.en voor de andere helft Jacob Carelsz., molenaar op "de Wolff" in Amsterdam en Adriaen de Cater, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 759, f. 101 e.v.)

* Deze molen stond buiten de Sluispoort aan de Molendijk (Sluisweg) in de buurt van het huidige Geldeloze Pad. Vermoedelijk omdat de Sluispoort pas kort tevoren was gebouwd of nog in aanbouw was (zie Van der Stede Muere, Jaarboek 2000 van de Vereniging Oud-Dordrecht, p. 44), wordt in deze akte nog als plaatsaanduiding de dichtstbijzijnde poort gebruikt, nl. de iets verder naar het oosten gelegen Spuipoort. "De Buijserinne" staat afgebeeld op de kaarten van Symon en Cornelis Jansz. uit 1592 en die van Blaeu uit 1649. (W. van Wijk e.a., Dordt in de kaart gekeken [Zwolle 1995], p. 92 en 105.)

Kinderen (ex 1, allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Gerit, 11 dec. 1582, volgt II

b. Claes (Niclaes) Gijsbertsz., april 1585,  woonde in 1618 in Den Haag, overleden na 1618

c. Gerijtken, april 1587, overleden vůůr 5 juli 1618

II. Gerrit Gysbrechtsz. (van Elten), gedoopt NG Dordrecht 11 dec. 1582, "van Dordrecht" (1610), overleden tussen 9 mrt. 1631 en 6 sept. 1632, trouwde NG Dordrecht 25 april/9 mei 1610, Machtelt Thomas Cornelisdr., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1591, "van Dordrecht" (1610), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 jan. 1664 (een baar bij de Boom voor Machtelt Cornelisdr., weduwe van Geerit Thomassen [sic] van Elte bakker, ťťn maal luiden), dochter van Thomas Cornelisz. en Jenneken Adriaen Laurentsdr.]

Opten Boom

D'erffgenamen van Adriaen Leenderts Lonnevaerder     nihil habet

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 95v: de weduwe van Adriaen Leendertsz. Londenvaarder, eigen, 8 ponden 10 sch.]

Willem van Celen twijnder, insolvent    20 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 96v: Abraham Fransz. tapper, huurt van de kinderen van Willem van Zeelen, 15 ponden]

Gillis Langle     4 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 97: Gillis Langle "toebackverkoper", eigen - 15 ponden]

Sijmon Warnier silversmith     1 pond

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 97: Sijmon Warnier zilversmid, eigen, 13 ponden 10 sch.]

f. 54

Franck Schoormans, nihil habet   1 pond

Jan Gillisse Verhorst     6 ponden

[I. Matthijs Mattheeusz., geboren ca. 1532, brouwer, overleden na 2 jan. 1597

ORA Dordrecht inv. 1578, f. 56v e.v., akte dd 9 mei 1592: Matthijs Matheeusz. brouwer is borg voor Jan Cornelisz., kapitein van en burgervendel, die een huis op de Riedijk koopt, genaamd "de Swaen".

ORA Dordrecht inv. 1578, f. 105v e.v., verklaring dd 7 juli 1592 op verzoek van de burgemeester en thesaurier van Dordrecht door o.a. Mathijs Matheeusz. brouwer, ongeveer 60 jaar oud, burger van Dordrecht.

1594: Mathijs Matheusz. brouwer betaalt in de verponding voor zijn huis in de Voorstraat bij de Kruiskapel 37 gl. Belenders: Floris Ariaensz. inden Salm en Michiel Mathijsz. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 93v)

ORA Dordrecht inv. 1580, f. 66, akte dd 30 mei 1596: Matthijs Matheeusz. brouwer is Heilige-Geestmeester te Nieuwerkerk.

ORA Dordrecht inv. 1580, 129: op 2 jan. 1597 verkoopt Aernt Jansz. kleermaker een losrente aan Matthijs Matheeusz. brouwer.

Zoon:

II. Michiel Matthijsz. (Thijsz.), geboren naar schatting ca. 1560, van Dordrecht (1592) brouwer, overleden tussen 1594 en 5 febr. 1603, trouwde NG Dordrecht Trijntgen Jacobsdr. (Katharina Jacob Jansdr.), van Dordrecht (1592)

1594: Michiel Mathijsz. betaalt in de verponding voor zijn huis in de Voorstraat bij de Kruiskapel 15 gl. Belenders: Mathijs Matheeusz. brouwer en Cornelis Adriaensz. kruidenier. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 93v)

ORA Dordrecht inv. 1582, f. 210 e.v.: op 5 febr. 1603 verklaart Magdaleentgen Claesdr., weduwe van Geurt Geeritsz., schuldig te zijn aan Trijntgen Jacobsdr., weduwe van Michiel Thijsz., 170 gl., verbindende een huis op het Groothoofd, staande tussen het huis van Herri Loge in Londen en dat van Lambert Ariaensz. bakker.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Neelken, dec. 1592

b. Jacob, juni 1594

c. Maeijken Michielsdr. trouwde NG Dordrecht 28 april 1613 Jan Gillisz. van der Horst

Jan Gillisz. van der Horst, wijnkoper en burger van Dordrecht (ORA Dordrecht inv.765, f. 75, akte dd 8 nov. 1624)

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 97: Jan Jacobsz. wijnkoper, huurt van Jan Gillisz. Verhorst, 12 ponden 10 sch.]

c. Petronella Michiel Matthijsdr., geboren naar schatting ca. 1595, volgt III

III. Petronella Michiel Matthijsdr., geboren naar schatting ca. 1595, trouwde NG Dordrecht 1617 ds. Johannes Gijsius, predikant te Streefkerk, trouwde 1e NN, 3e Maria Cool

Kinderen:

a. Johannes Gijsius, gedoopt NG Streefkerk 16 juni 1619 (getuigen: Jan Gillisz. van der Horst, Francina Hacke)

b. Sara Gijsius, gedoopt NG Streefkerk 29 nov. 1620 (getuigen: Jan Gillisz. van der Horst, Cornelia Koils), trouwde Arijen Arijensz. Brantwijck

c. Jacobus Gijsius

d. Abigail Gijsius, gedoopt NG Streefkerk 26 febr. 1623 (getuigen: ds. Johannes Bocardus, Maritge Michiels), trouwde 1e NG Dordrecht 6 aug. 1651 Gijsbert den Dekker, 2e Nicolaas Coesveld)

e. Franchina Gijsius, trouwde Johannes de Vries]

Walterus Levesque     7 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 97: Waltherus Lavecq, eigen, 13 ponden 10 sch.]

Weduwe [sic] met haer drie dochters, is nijet ten besten soo Kools seijt    10 ponden

Pieter Pieters brandewijnman    1 pond

f. 54v

Mr. Adriaen Plaetman     8 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 97v: het huis van mr. Adriaen Plaetman operateur, staat leeg, 13 ponden 10 sch.

ORA Dordrecht inv. 1608, f. 108 e.v.: op 8 juni 1640 verkoopt Adriana Adriaensdr., de vrouw van mr. Adriaen Plaetman, breuksnijder en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van haar man, aan Johannes Warnier, zilversmid en burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht, staande tussen het Thonis Philips en dat van Adam Leenderts. Zij stelt als waarborg een huis op de Boom, staande tussen het huis van Ocker Banen en het huis "de Rooden Leeuw". De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1200 gl. Borg: Abraham Fonck, zilversmid en burger van Dordrecht.]

Job Huijberts ende Huijbert Cornelis     15 ponden

Jan Dircxe Verkerck     25 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98: de weduwe van Jan Diricxsz. Verkerck, eigen, 20 ponden]

Henrick Cornelisse brouwer     8 ponden

Thomas Willems hopcooper     12 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98: Thomas Willemsz. van Orten, eigen, 16 ponden 15 sch.]

f. 55

De weduwe van Cornelis Banen     20 ponden

Ocker Cornelisz. Banen, te sien naer sijn billet   30 ponden 

[NG trouwboek Dordrecht 1 juli 1618 [ondertrouw]: Ocker Baen Cornelisz. en Cornelia Repelaers Huijgensdr., beiden van Dordrecht

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98:  Ocker Baen, eigen, 20 ponden]

Baerthout van Slingelandt     15 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98: Baerthout van Slingelant, met pakhuis "ofte spijcker", 21 ponden 5 sch.]

T weeskint vande dochter van Henrick Sijmonsz. van Slingelant     50 ponden

Jacob Pieters seijlmaecker     2 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98v: Jacob Pietersz. zeilmaker, eigen, 13 ponden, 15 sch.]

f. 55v

De weduwe van Abraham Wouters schoenmaecker    5 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98v: de weduwe van Abraham Woutersz. schoenmaker, eigen, 21 ponden 5 sch.]

Arent Praem     14 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98v: Arent Praem lakenkoper, eigen, 21 ponden 5 sch.]

Pieter Pieters Boer     3 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98v: Pieter Pietersz. Boer, eigen, 15 ponden]

De weduwe van Jan Wouters     1 pond

D'heer Thomas Cornelis outraet     6 ponden

Mathijs Dircxe oude cleercooper      2 ponden

f. 56

Jan Carel lademaecker     6 ponden

Ghijsbert Bastiaensse     8 ponden

Maerten Adriaens laeckenbereijder      1 pond

Frans Jans stoeldraeijer     6 ponden

Leendert Rogier, insolvent     1 pond

f. 56v

Henrick Schouten swaertveger     8 ponden [geboren ca. 1557 (ONA Dordrecht inv. 55, f. 181v, attestatie dd 29 mei 1625)]

Barent Gerrits in de Son     3 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 100v: de weduwe van Barent Woutersz. in de Son, eigen, 13 ponden 2 sch. 6 d.]

Jan van Campen busmaecker     2 ponden

Coenraet Dammas [van der Linde] harnasmaker     4 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 100v: Coenraet Damasz. harnasmaker, eigen, 10 ponden 17 sch. 6 d. (zie Genealogie Van der Linden op deze website).]

Aert Cornelisse Dansser, obijt insolvent     2 ponden

[Weeskamer Dordrecht inv. 438: Inventaris van de goederen nagelaten door Aert Cornelisz. Danser schipper en zijn vrouw Marijken Cornelisdr., beschreven door Blasius van Haerlem, klerk van de Weeskamer, ten overstaan van de kinderen van voornoemd echtpaar, m.n. Pieter Aertsz. Danser, die inmiddels is getrouwd, Aeltge Aertsdr. Danser en het jongste kind Hilleken Aertsdr. Danser, geassisteerd met hun ooms en tantes, op 14 en 15 nov. 1625.  De tantes zijn Aeltgen Cornelisdr., weduwe van Dirck Huijbertsz. en Pieterken Ariens, vrouw van Thijs Cornelisz. Danser.  Tot de boedel behoort een huis op de Riedijk, genaamd "de Wilde Zee", staande tussen het huis van de weduwe van mr. Hendrick Bierkercke en het huis van Hendrick de Wael, genaamd "de Twee Duijffkens", belast met een hypotheek van 600 gl. Het wordt op 17 jan. 1626 verkocht aan Jonas Philipsz. harnasmaker voor 2000 gl., waarvan 1200 gl. contant. Verder zijn er twee kromstevenschuiten van resp. 12 en 6 lasten, waarvan het laatste wordt aangenomen door Pieter Aertsz. Danser voor 600 gl.

ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 19 e.v.: op 19 mei 1626 transporteert Blasius van Haerlem de jonge, als gemachtigde van de weesmeesters van Dordrecht, aan Jonas Philpsz. harnasmaker een huis op de Riedijk, staande tussen het huis "de Twee Duijffkens" en het huis "den Dubbelden Arent". De koper is schuldig aan de kinderen van Aert Cornelisz. Danser een somma van 800 gl.]

 Riedijk richting Bleijenhoek. (april 2008).

f. 57

De vierwercker in de Arent, is vertrocken naer Engelandt      12 ponden [inschrijving doorgehaald, maar later weer bijgeschreven, "vertrocken naer Engelandt" heeft misschien betrekking op een andere persoon]

[Vuurwerker: iemand die munitie vervaardigt of gereedmaakt.

De genoemde "vierwercker" is misschien Christoffel Wittinger, die in 1623 als zodanig wordt vermeld. Hij verhuurde zijn huis in 1633 aan Joost Bisbinck, die eveneens vuurwerker was. 

[NG trouwboek Dordrecht 10 sept. 1623: Christoffel Wittinger jongman vierwercker wonende te Breda en Cornelia Reijniers weduwe van mr. Henric, kapitein van de Canoniers, wonende te Dordrecht, door schrijven van Breda

NG trouwboek Dordrecht 6 febr. 1622: Joost Bisbinck Barentszoon canonier uit het graafschap Lippe [doorgehaald: liggende in garnizoen binnen Bommel] en Neelke Gerrit Jansdr., van Dordrecht wonende in "de Roskam" op de Riedijk, getr. 8 mrt. 1622

Uit dit huwelijk:

a. Barend Bisbinck, geboren naar schatting ca. 1630, jongman van Dordrecht, schilder wonende op de Boom (1654) kunstschilder, leerling van Jan Both, trouwde NG Dordrecht 13/29 dec. 1654 Maria van Diemen, jonge dochter wonende bij het Groothoofd (1654)

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 101v: mr. Joost Bisbinck vierwerker, huurt van mr. Cristoffel Wittinger, betaalt 14 ponden.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978 (200e penning Dordrecht 1638), f. 54v:  mr. Joost Bisbinck vuurwerker in het Steegoversloot aangeslagen voor een vermogen van 4000 gl. en mr. Frederick Bisbinck eveneens voor een vermogen van 4000 gl.]

Gillis Steens spiesmaecker      8 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 102: Gielis Steens, eigen, betaalt 15 ponden]

De weduwe van Willem Dircxe van Angeren     1 pond

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 102: Thonis Jacobsz. kleermaker huurt van de weduwe van Willem van Angeren, betaalt 8 ponden 10 schellingen]

Jan Schooneman schipper      2 ponden

f. 57v

De weduwe van Pieter Manderstons     1 pond

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 102: de weduwe van Pieter Manderston, eigen, betaalt 16 ponden]

De weduwe van Damas Marchelisse     2 ponden

Govert Willems [Bijl] waert in de Engel     3 ponden

[16 juni 1627: Jacob Cornelisz. Cuijper, schipper, ongeveer 36 jaar oud en Mariken Adriaensdr., vrouw van Jan Joppen schipper, ongeveer 41 jaar oud, wonende te Dordrecht, leggen op verzoek van Janneken Mercelis, laatst weduwe van Govert Willemsz. Bijl, in zijn leven waard in "de Engel" bij de Riedijkspoort, een verklaring af. Zij getuigen, dat zij omstreeks Vastenavond twee jaar tevoren zijn geweest in "de Engel", waar toen mede aanwezig waren Govert Willemsz. Bijl, zijn vrouw, de rekwirante en Willem Jansz. Bijl, Goverts vader. Zij hebben toen gehoord, dat Govert tegen zijn vader zei: "Vader ick hebbe verstaen dat U jegen diversche persoonen gesegt hebt dat ick U wel vijffthien hondert guldens soude schuldich zijn, is suclx waer." Waarop Willem antwoordde, dat hij dat nooit gezegd had "ofte dat het qualijck was verstaen". (ONA Dordrecht inv. 14, f. 529.]

Aen d'ander zijde

Isbrant Gerrits, woont tot Rotterdam     3 ponden

Davidt Davids     1 pond

f. 58

De weduwe van Jan Jansse brouwersknecht, nihil habet     1 pond

Thonis Aerts Groen      2 ponden

Wouter Cornelisse backer     3 ponden

Jan Blandeauw, nihil habet     2 ponden [Jan Blandeau later opnieuw ingeschreven, maar weer doorgehaald met de toevoeging "Ônsolvent"]

[NG trouwboek Dordrecht 25 april 1604: Jan Blandauw Fransman "knopmaker" weduwnaar en Lisbeth Jacob Laurentsdr. van Dordrecht wonende op de Nieuwe Gracht tegenover de "Besiet U Selven", getrouwd op 16 mei 1604

ORA Dordrecht inv. 766, f. 68; op 19 jan. 1627 comp. Catharina Gooswijn, echtgenote van Hubrecht Bordels, geassisteerd met haar man. Zij stelt zich borg voor Jan Blandaeu, burger van Dordrecht.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 102: Jan Blandeau, eigen, betaalt 18 ponden]

De weduwe ende erffgenamen van Pieter Leenderts cruijdenier, obijt, insolvent      1 pond

f. 58v

Henrick van de Steen wijncooper     3 ponden

De dochter van Pieter Thonisse     2 ponden

Dionijs Mattheeus [van de Poele] harnasmaker     7 ponden [geboren ca. 1580 (ONA Dordrecht inv. 55, f. 181v, attestatie dd 29 mei 1625)]

Sander Hermansse     4 ponden

Willem van der Elst      4 ponden

[De verponding van Dordrecht uit 1633 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 125) vermeldt de oliemolen van Willem van der Elst (in de Torentraat, eigen, belender: de weduwe van Michiel Spranger)]

f. 59

Jan Hermans van Essen [ziekenbezoeker]    1 pond

Elmer Godel     2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 28 juni 1620: Elmer Godeel, Engelsman zwaarveger jong gezel wonende in "de Roos" op de Riedijk en Maijken Tonisdr., van Gouda weduwe van Willem Willemsz. lademaker wonende in "de Roos", procl. te Amsterdam, getrouwd in Zwijndrecht op 2 aug. 1620.

Elmar Godel zwaardveger koopt op 16 dec. 1624 een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Abraham Dircxsz. en dat van Aelken Buijsen, weduwe van Cornelis Buijs. (ORA Dordrecht inv. 765, f. 82)]

Neeltgen Joosten caescoopster     8 ponden

Lambrecht, Adriaen ende Mariken Gerrits     3 ponden

Jacob Cornelis timmerman     4 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 13 mrt. 1605: Jacob Cornelisz. huistimmerman weduwnaar wonende op de Riedijk bij Jeremias Reijns en Adriaenken Aert (Jacobsdr.) weduwe van Jacob Cornelisz. metselaar, beiden van Dordrecht, getr. 27 mrt. 1605.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968, f. 96v en 97: Jacob Cornelisz. timmerman betaalt in de verponding van 1619 voor zijn huis op de Riedijk 8 ponden 10 sch. Belenders: de Kapel van de Schippers en Joris Jansz. schipper.]

f. 59v

Joris Jansse caeijwercker     1 pond

Abraham Gerrits swaertveger     3 ponden

Cornelis Cornelisse backer     13 ponden

Jan Matheus meester seijlmaker     1 pond

Carel van Aertrijck brouwer     6 ponden

f. 60

Abel van Nispen     9 ponden

Abraham Bartholomeus couckebacker     3 ponden

Willem Louff couckebacker     3 ponden

Jacob Aerts corencooper    6 ponden

Matheus Cornelis backer    6 ponden

f. 60v

Govert Sijmons schoenmaecker     5 ponden

De weduwe van Adriaen Jansse Comen     2 ponden

Adriaen Gerrits van Eijck     5 ponden

Willem Bosschaert     12 ponden

[Willem Bosschaert betaalt in de verponding van 1633 voor zijn huis in de Voorstraat 25 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 107v)

Jacob van Landen     4 ponden

f. 61

Herman Thielmans laeckencooper     4 ponden

Maeijken Meeus, is doot en de erffgen. nijet quotisabel     1 pond 10 s.

D'erffgenamen in Pauwesteijn      5 ponden

[Het huis "Pauwesteijn" stond in de Oude Houttuin, d.i. de Voorstraat tussen Riedijk en Nieuwkerkstraat.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 94v: (verponding van 1594; Oude Houttuin) de erfgenamen in "Pauwesteijn", "ende verhuijrt Claes Jansz. de Haen den wijnckel", betalen: 22 ponden en 10 s. Belenders: Rochus Praem en Jan Claesz. (huurt van Pauwesteijn).

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969, f. 99v: (verponding van 1620; Oude Houttuin) de erfgenamen in "Pauwesteijn' betalen 22 ponden en 10 s. Belenders: de weduwe van Rocus Praem.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 107v: (verponding van 1633; Oude Houttuin) Herman Thielemansz. lakenkoper huurt een huis van de erfgenamen van Pauwesteijn en betaalt 22 ponden en 10 s.

ORA Dordrecht inv. 771, f. 31 e.v.: op 8 aug. 1637 verkopen Catharina Arijensdr., weduwe van Franchoijs van der Velde, voor de helft, David Leschevijn, munter te Middelburg en zijn vrouw Adriaentken Jansdr., voor 1/4/ part en Heijltgen Gerritsdr. [Stouten], weduwe van Claes Jansz. Pauwesteijn, voor 1/4 part aan Herman Thielmansz. lakenkoper een huis in de [Oude] Houttuin, genaamd "Groot Pauwesteijn", aan ťťn zijde belend door het huis van Willem Bosschaert. Comparanten verkopen tevens aan Abraham Claesz. de Haen het daarnaast staande huis "Klein Pauwesteijn", aan de andere zijde belend door het huis "de Drie Oranje Appelen". Waarborgen (voor verkopers): Govert Rocusz. van Wesel houtkoper en Mathijs van de Velde voor de ene helft en Gerrit Aertsz. Schut kuiper voor de andere helft.

I. Jan Claesz. Pauwesteijn, overleden vůůr 21 mrt. 1617, trouwde Lijntgen Schrijver Henricxdr.

ORA Dordrecht inv. 758, f. 24v: op 21 mrt. 1617 verklaart Adriaen Carelsz., schipper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Lijntgen Schrijver Henricxsdr., weduwe van Jan Claesz. Paeuwesteijn, een bedrag van 242 gl., gehypothekeerd op een huis in de Torenstraat.

Uit dit huwelijk (vermoedelijk):

II. Claes Jansz. Pauwesteijn, geboren naar schatting 1590, overleden tussen ca. 1630 en 8 aug. 1637, trouwde naar schatting ca. 1615 Heijltien Gerritsdr. Stouten

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Heijlken, okt. 1619

b. Jan, juli 1621

c. Grietken, dec. 1626

d. Catelijntien, mei 1630]

Walraven Claessen     4 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 95: Hans van Nimegen in de 3 Oranien Appelen betaalt in de verponding van 1594 voor zijn huis in de Oude Houttuin 30 ponden. Belenders: Jan Claesz. (huurt van Pauwesteijn) en Sijmon Wiltens coomen.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3966, f. 94: Jan Ariaensz. in de 3 Oranien [Appelen] betaalt in de verponding van 1606 voor zijn huis in de Oude Houttuin 30 ponden. Belenders: Bastiaen Aertsz. koekenbakker en Jan Ariaensz. de jonge Leutering.

ORA Dordrecht inv. 749 f. 34 e.v.: op 22 mei 1607 verbindt Jan Ariensz. van Gilsen, burger van Dordrecht, als onderpand zijn huis "de Drije Oraengien Appelen", staande tussen het huis genaamd "den Ossenhuijt" en het huis genaamd "Pauwesteijn".

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969, f. 99 e.v.: Walraven Claesz. in de 3 Oranien Appelen betaalt in de verponding van 1619 voor zijn huis in de Voorstraat (Oude Houttuin) 24 ponden en 10 s. Belenders: Gijsbert Geridsz. wielmaker en Jan Ariaensz. Loteringh.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 107v: Walraven Claesz. betaalt in de verponding van  1633 voor zijn huis in de Voorstraat (Oude Houttuin) 24 ponden.

ORA Dordrecht inv. 771, f. 7v: op 4 mrt. 1637 verkoopt Walraven Claesz., burger van Dordrecht, aan Gerrit Noeij wijnkoper een jaarlijkse losrente van 25 gl., verzekerd op een huis in de [Oude] Houttuin, genaamd "de Drie Oranje Appelen", staande tussen het huis van de weduwe van Jan Arijensz. Leutering en dat van Abraham Claesz. de Haen.]

De weduwe van Jan Adriaens Leutering     35 ponden

[De weduwe van Jan Ariensz. Leutering betaalt in de verponding van 1633 voor haar huis in de Voorstraat 21 ponden. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 107v)]

f. 61v

De weduwe van Herman Oom      30 ponden

[Herman Oem Hermansz., overleden in 1623, trouwde in 1595 met Katharina Boucquet Jansdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1178)]

Johan van de Steen      10 ponden

Gerrit Nuij     20 ponden

Belia Geijen     12 ponden

D'heer Hugo Muijs van Holij oud borgemeester     100 ponden

Aert Hermans oudecleercooper     1 pond

f. 62

Henrick Gerrits Vermeij      3 ponden

Cornelis van Bijwaert      25 ponden

Aen de Vest op den Riedijck

Carel Chiraet     2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 764, f.: op 10 febr. 1623 verkoopt Blasius van Haerlem, klerk van de Weeskamer te Dordrecht, als gemachtigde van de Weesmeesters, aan Carel Cherer, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Riedijk aan 's herenvest, staande tussen het sluisje en het huis van de koper.

ORA Dordrecht inv. 765, f. 113: op 16 juni 1625 verkopen de erfgenamen van Willem Pietersz. aan Carel Cheraet een huis op de Riedijk, genaamd "het Poortken", staande tussen het huis van Frans Egbertsz. bakker en dat van de weduwe van Arent Henriksz.]

Laurens Jansse, nihil habet     2 ponden

Int Rietdijckstraetken

De weduwe van Jan Joppen uijt Papendrecht     1 pond

f. 62v

In de Thorestraet

Bruijn Meijnderts     2 ponden

Sijer Jacobs     3 ponden

Wouter Wouters corencoopers weduwe, insolvent     2 ponden

Frans Jansse schipper

[NG trouwboek Dordrecht 20 juli 1603: Frans Jansz. schipper weduwnaar en Huberten Adriaen Hubrechtsdr., beiden van Dordrecht, getrouwd op 5 sept. 1603

Frans, zoon van Jan Fransz. en Jannicken Sanders, gedoopt NG Dordrecht febr. 1580

ORA Dordrecht inv. 1602, f. 89v: op 10 juni 1627 verkoopt Frans Jansz., schipper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Janneken Sanders, weduwe van Jan Fransz., aan de erfgenamen van Cornelis Francken een jaarlijkse losrente van 12 gl. 10 st. op een huis in het Torenstraatje, staande tussen de oliemolen van de erfgenamen van Pieter Aelbertsz. en de dwarsgang, die loopt naar de gracht.

ORA Dordrecht inv. 1603, f. 14v: op 1 mei 1628 verkoopt Jacob Stoop, als administrateur van de boedel van wijlen Jan Arijensz. van Geer, gezworen koopmansbode op Luik, aan Frans Jansz., schipper en burger van Dordrecht, een huis bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Henrick Jansz. Both bakker en dat van Coenraet Woutersz. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 606 gl. Borgen: mr. Adriaen Plaetman "breucksnijder" en Arijen Jacobsz. Wijcken, burgers van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 31: op 5 april 1632 verklaren Frans Jansz. de Bouff, als man van Hubertgen Ariensdr., en mr. Adriaen Plaetman, als man van Adriaentgen Ariensdr., dat het huis, dat is nagelaten door Marijken Sanders, weduwe van Adriaen Huberts, hun schoonmoeder, genaamd "'t Wapen van Monickendam", bij kaveling is toegevallen aan Aechtge Ariensdr., weduwe van kapitein Claes Adriaensz., op voorwaarde, dat Adriaentgen Ariensdr. haar leven lang er het vruchtgebruik van zal hebben, zoals bepaald in het testament van Marijcken Sanders, gepasseerd op 13 jan. 1626.

ORA Dordrecht inv. 1607, f. 1: op 3 jan. 1637 verkoopt Frans Jansz., schipper en burger van Dordrecht, aan Dirck van Slingelant, apotheker en burger van Dordrecht, een huis in de Torenstraat, staande tussen de oliemolen van notaris Willem van der Elst en de gang van de het huis genaamd "'t Houffijser". De verkoper stelt als waarborg: een huis bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Henrick Jansz. Both en dat van Koen Woutersz. van der Neth.]

De weduwe van Aelbert Sijmons [Braet]   1 pond

[Zie genealogie Braat op deze website.]

f. 63

Adriaen Jansse pachter     2 ponden

Jan Cornelisse backer     5 ponden

Huijch Cornelis [van den Endt] cleermaker      2 ponden

[Huijch Cornelisz. van der Endt, kleermaker, trouwde Katalina Petersdr. de Hooch

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Cornelis, mei 1601

b. Catrina, dec. 1602

c. Annen, juli 1605

d. Jan Huijgen van der Endt, jan. 1611, trouwde NG Dordrecht 25 mrt. 1635 Janneken Adriaensdr. van Leeuwen

Kinderen:

d-1. Hillegondt van der Endt, gedoopt NG Dordrecht dec. 1637, trouwde Gillis Wilmart

d-2. Maijcken, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1639

e. Tanneken, april 1614

f. Adriaen, april 1617]

Lambrecht Buijs laeckencooper     3 ponden

Aen de ander zijde

Pieter Cornelisse timmerman

f. 63v

Huijbert Thijsse schipper, nijet quotisabel    1 pond

Leendert Jacobs schipper, nihil habet     1 pond

De weduwe van Jan Fransse, insolvent      1 pond

Thonis de Ronden schipper     1 pond

In de Wijngaertstraet

Cornelis Thonis Oudeboter     1 pond

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968 (verponding Dordrecht 1619), f. 121: Cornelis Thonisz. Oubouter betaalt 3 gl. 15 st. voor zijn huis in de Wijngaardstraat. Belenders: de erfgenamen van Claes Jacobsz. en Willem Ariaensz. schipper.

ONA Dordrecht inv. 12, f. 386v: op 8 mrt. 1619 verkoopt Adriaen Willemsz., schipper en burger van Dordrecht aan Cornelis Thonisz., schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Willem Adriaensz. en dat van Grietgen Teeuwen. Koper is schuldig aan verkoper 1010 gl., te betalen met 150 gl. op meidag 1619 en voorts 100 gl. ieder jaar op meidag. Gepasseerd in aanwezigheid van Pauwels Eelbo, notaris te Dordrecht en Frans Jansz. en Albert Sijmonsz. Braet, schippers en burgers van Dordrecht, als getuigen. Transportakte gepasseerd voor schepenen van Dordrecht op 18 april 1619 (ORA Dordrecht inv. 760, f. 23 e.v.). Koopsom is 1010 gl. Waarborg voor verkoper: Albrecht Sijmonsz. Braet, schipper en burger van Dordrecht. Koper is schuldig 860 gl. Borgen: Jan Ariensz. timmerman en Frans Jansz. schipper, burgers van Dordrecht.]

f. 64

Michiel Pieters schipper     1 pond

In de Nieukerckstraet

Sweer Jansse smith     2 ponden

Opt Nieukerckhoff

Pouwels Luijcas thuijnman      2 ponden

De Nieuwkerk (bij het Nieuwkerksplein)

T vierde quartier bedraacht ter somme van 818 ponden

 

f. 64v

Vijffde Quartier beginnende opten houck van de Houtsteijger in de Cannecoopersbuijrt [Voorstraat tussen Nieuwbrug en Nieuwkerkstraat (Van Baarsel, o.c., p. 58)] tot in de Houttuijn aen weder zijde

Marchelis Berckenbosch bode     1 pond

IJsaack de Coninck goudtsmith     4 ponden

Jan Thonisse Verelst     6 ponden

Herman Gerrits bandeliermaker      1 pond

Jan Jansse van Halteren     1 pond

[ORA Dordrecht inv. 765, f. 100: op 12 mei 1625 verkoopt mr. Thomas Laurens, inwoner van Leiden, aan Jan Jansz. van Halteren, burger van Dordrecht, een huis in de Kannekopersbuurt, staande tussen het huis van Isaac de Coninck en de Houtsteiger, voor een bedrag van 2500 gl. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 200 gl. In margine: Jan Jansz. van Halteren toont op 23 juli 1638 de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is betaald.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht anno 1633), f. 90: Voorstraat bij de Nieuwbrug - Jan Jansz. van Halteren (eigen)- 16 ponden en 5 stuivers.

Hij was een zoon van Hans van Halteren en Annicken Lambrechtsdr. (Herings) en werd na het overlijden van zijn vader gedoopt (NG Dordrecht april 1588).

NG trouwboek Dordrecht 6.27 nov. 1583: Hans van Halteren van Bergen op Zoom en Annicken Lambrechtsdr. van 's-Hertogenbosch.] 

f. 65

Pieter Wissels      3 ponden

Davidt Jansse wijncooper     10 ponden

Claes Schelling     1 pond

Willem van Beaumont     7 ponden

Dr. Cornelis van Someren     18 ponden

[NG trouwboek 1 okt. 1617: Cornelis van Someren ordinaris doctor in de medicijnen der stad Dordrecht en Anna Blocken Adriaensdr. van de Westmaas, per schrijven van Westmaas, getrouwd 28 okt. 1618 [sic]

Anna Blocken, geboren naar schatting ca. 1595 vermoedelijk te Westmaas, dochter van Adriaen Bastiaensz. Block  en Margrieta Anthonisdr., dochter van Anthonis Cleijsz. Spruijt en Hilleken Jacobsdr. (welke laatstgenoemde eerder gehuwd was met Jacob Dirksz.)

ORA Westmaas inv. 1: op 23 juni 1616 de 30e penning ontvangen over de landerijen, die zijn geŽrfd door het laatste overlevende kind (van de drie nagelaten kinderen) van wijlen Adriaen Bastiaensz. Block en diens eveneens overleden vrouw Margareta Anthonisdr., t.w. 2 1/2 morgen in het Oudeland van Strijen, getaxeerd te Strijen op 15 juni 1615 op 350 gl. de morgen, 5 morgen land in de 9e kavel van Nieuw-Beijerland, getaxeerd aldaar op 12 juli 1616 [sic: moet zijn 1615] op 2000 gl. in totaal, en 4 1/2 morgen in het Oude Moenickelant, getaxeerd te Westmaas op 23 juni 1616 op 1125 gl. in totaal.

ONA Dordrecht inv. 22, f. 316: op 5 okt. 1617 compareren Jacob Claesz. Lem, wonende in Mijnsheerenland van Moerkerken en Dirck Lenertsz. [Cappendijck], wonende op Dubbeldam. Zij verklaren op verzoek van Job van Beaumont Jansz., burger en inwoner van Dordrecht, dat zij op maandag laatstleden geweest zijn in Westmaas ten huize van Hilleken Jacobsdr., hun grootmoeder, en haar toen hebben horen zeggen, dat zij graag zou willen, dat de nicht van de comparanten, Anneken Blocken, zou trouwen met Job van Beaumont Jansz. "ende dat sij tselve liever soude sien van den requirant als met den persoon van Cornelis van Someren". De deposanten verklaren voorts, dat zij elk een zusterszoon zijn van de moeder van Annecken Blocken. Zij stemmen toe in het huwelijk van Annecken met Job van Beaumont, maar zijn tegen een huwelijk met Van Someren.

ONA Dordrecht inv. 22, f. 318: op 5 okt. 1617 compareren Arien Claesz. en Claes Claesz. Lem, wonende in Strijen, Cornelis Lenertsz. [Cappendijck], wonende op Dubbeldam, allen "moeijen kinderen" van moederszijde van Anneken Blocken, Pieter Tomisz. Hoogewerff, wonende in Beijerland, als behuwd neef van moederszijde van Anneken Blocken en Arien Jansz. [Spruijt], als man van Anneken Jacobsdr., wonende in de Group, als behuwd oom van Anneken Blocken, zijnde zijn echtgenote een zuster van de moeder van Anneken Blocken. De comparanten verklaren op verzoek van Job van Beaumont Jansz. goed te weten, dat de rekwirant "grooten toeganck tot dvoorsz. Anneken Blocken heeft gehadt, mitsgaders dat sijluijden oock int huwelijck van de voorsz. Anneken Blocken met den requirant bewilligen ende volcomelijck consenteren bij desen, sonder eenigsints te advoijeren den voortganck vande geboden, veel min het huwelijck met den persoon van dr. Cornelis van Someren, als sulcx sijnde tegen haren wille ende vuijterste begeerte."

ORA Dordrecht inv. 68, f. 29, rekest dd 20 sept. 1670: "Geeft ... te kennen Anna Blocke weduwe van de heer Cornelis van Someren in sijn leven uijtten Outraet ende Thesaurier deser Stede, hoe dat U Ed. Achtb. [burgemeester en regeerders van de stad Dordrecht] naer het overlijden van ... haeren man goetgevonden hebben hebben haer suppliante te begunstigen met de Concherge vanden Stadthuijse alhier, waermede deselve nu soo verre gecomen is, dat sij alle haere kinderen gealimenteert ende tot hunnen meerderjaricheijt gebracht heeft ende sulcx dat sij supplte. als nu alleen wesende ende tot hoogen ouderdom gecomen is, naer overleggen van haere saecken goetgevonden heeft met permissie van U Ed. Agtb. de bedieninge vande voors. Concherge te verlaten ... Stond voor apostille: fiat ut petitum."

Kinderen van dr. Cornelis van Someren en Anna Blocken (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Margaretha, febr. 1619

b. Margareta, okt. 1620

c. mr. Johan van Soomeren, geboren 3 juli 1622, gedoopt juli 1622, griffier van de Chambre de mi partie [een in Dordrecht vergaderende commissie van Nederlandse en Spaanse diplomaten, die onderhandelden over kwesties, die voortvloeiden uit het Verdrag van Munster van 1648], o.a. waterschepen te Dordrecht (1647), hoogdijkheemraad van Oud-Beijerland "wegens de Group" (1650), raadpensionaris van de stad Nijmegen (1655), griffier van de Chambre mi partie (1666) (Balen, o.c., deel II, p. 1241)]

ONA Dordrecht inv. 47, f. 109: op 11 okt. 1654 verklaart Bastiaen Jacobsz., wonende op de hofstede van de advocaat mr. Johan van Someren onder de jurisdictie van De Group, dat hij voor zeven achtereenvolgende jaren van Anna Blocke, weduwe van Cornelis van Someren, thesaurier van Dordrecht, heeft overgenomen de bruikweer van 16 morgen 4 hont land, zowel wei- als zaailand, waarvan eigenaars zijn de kinderen van de heer Brusellis zaliger. Bastiaen Jacobsz. zal Anna Blocke daarvoor 750 gl. betalen. Jacob Jacobsz., wonende te Dubbeldam, stelt zich borg voor de comparant.

d. dr. Adriaen van Someren Cornelisz., geboren 16 nov. 1624, gedoopt nov. 1624, van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1652), doctor ordinaris in de medicijnen van de stad Dordrecht (1652), overleden 19 mei 1663, trouwde NG Dordrecht 12/28 mei 1652 met Klara Mispelshoeff Kornelisdr., jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Nieuwe Haven (1652), dochter van Cornelis Pietersz. Mispelshoeff, houtkoper te Dordrecht (zie f. 13).

Kind:

d-1. Kornelis van Someren Adriaensz., geboren 2 juni 1654 (Balen, o.c., deel II, p. 1240).]

e. Cornelis van Someren, geboren 23 febr. 1627, gedoopt mrt. 1627, notaris en procureur te Dordrecht, waarsman van den Lande van Strijen, overleden 19 febr. 1673 (Balen, o.c., deel II, p. 1240)]

f. Antonij van Someren, geboren 1 febr. 1629, gedoopt febr. 1629, schepen van Hulst en Hulsterambacht (1657), ongehuwd overleden in 1672 (Balen, o.c., deel II, p. 1240), overleden in Oost-IndiŽ.

ONA Dordrecht inv. 176, f. 291 e.v.: op 3 maart 1661 testeert voor notaris E. Vinck Anthonij van Someren, jongman, op zijn vertrek staande om met het schip "de Beurs van Amsterdam" naar Oost-IndiŽ te varen. Hij vermaakt aan zijn moeder Anna Blocke het vruchtgebruik van de helft van zijn na te laten goederen. De wederhelft daarvan legateert hij aan o.a. de kinderen van Johan van der Hal, verwekt bij Margriet van Someren.

ONA Dordrecht inv. 413, akte dd 4 dec. 1673: de erfgenamen van Anthonij van Someren, overleden op het eiland Dingdingh in Oost-IndiŽ, verlenen procuratie aan P. van Leeuwen, notaris te Batavia, om te vorderen alle goederen, die Anthonij heeft nagelaten, van degenen onder wie die goederen berusten.

g. Willem van Someren, geboren 22 jan. 1631, gedoopt febr. 1631, kapitein-luitenant van een compagnie Guardes van de Keurvorst van Brandenburg (1657) (Balen, o.c., deel II, p. 1240-1241).]

h. Margrieta van Someren, geboren 6 jan. 1633, gedoopt febr. 1633, trouwde Johan van Hal (Balen, o.c., deel II, p. 1241 vermeldt alleen: "Joffr. Margareta van Someren, Heeren Kornelisdochter, geboren den 6. Februarij 1633, overleden.")

i. Lidia van Someren, geboren 15 juni 1635, gedoopt juni 1635, trouwde in 1655 met Johan Boon (Boonen), luitenant van een compagnie infanterie ten dienste van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Hij stierf op 15 mrt. 1671, "nalatende kinderen". (Balen, o.c., deel II, p. 1241) Lidia van Someren, weduwe wonende bij de Grote Kerk, trouwde 2e NG Dordrecht/Bleskensgraaf 20 juli/2 aug. 1681 Johan van Bijwaart, jongman van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1681), notaris te Dordrecht

NG trouwboek Dordrecht 26 sept. 1655: Joannes Boonen jongman wonende omtrent de Vuilpoort en Lijdia van Someren heer Cornelisdr. wonende op de Nieuwe Haven, beiden van Dordrecht, getrouwd 17 okt. 1655 (Cf. Acta van de NG Kerkenraad van Dordrecht van 4 aug. 1656 [SA Dordrecht, archief 27 inv. 7, f. 2v]: "Ds. Dibbetius heeft gerapporteert, dat Sijne Edelheid met mijnheer Coopman hadde geweest bij Boone, de man vande dochter van d'Heer Someren, ende dat deselve klagende over het onlijdelick tractement ten huijse van zijn schoonmoeder, hadde henselven verclaert, bereijdt te sijn tot een behoorlijcke bijwooninghe, bij sijn huijsvrouw voornoemt, bij aldien die door goede tusschenspraeck conde te wege gebracht werden.")

j. Jacob van Someren, geboren 18 aug. 1636, gedoopt aug. 1636, trouwde 22 sept. 1669 Katharina Taghoen, weduwe eerst van Johan van Valkenburg, professor in de medicijnen te Leiden en ten tweede van Salomon van Delmanhorst (Balen, o.c., deel II, p. 1241).]

k. Pieter (Petrus) van Someren, geboren 13 jan. 1642, gedoopt 22 jan. 1622, trouwde Anna de Rouw (Balen, o.c., deel II, p. 1241).] 

f. 65v

De weduwe van Jan Henricxe Bodt backer     3 ponden

Hans Verhage verwer      1 pond

De weduwe van Barent Marcusse goutsmit     4 ponden

Aert Schut brouwer     40 ponden

Herman Jacobs cleermaker     1 pond

f. 66

Adriaen Cornelisse metselaer     1 pond

Aelbrecht Leenderts     6 ponden

Joris Hendrickse cleermaker     1 pond

Mr. Abraham chirurgijn     1 pond

Mr. Viglius Ooms advocaat     18 ponden

[Mr. Viglius Oem, doctor in beide rechten, trouwde Josina Meysters Maartensdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1178).

 

f. 66v

De weduwe van Joost van der Elst met haer zoon     9 ponden

Jan Vogel, nihil habet     2 ponden

De weduwe van Gerit van Nispen, vermindert op 6 ponden     6 ponden ["9 ponden" doorgehaald]

Willem Barendts wijncooper     2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 25v: op 6 juni 1626 verkoopt Jan Jarde, burger van Dordrecht, aan Willem Barentsz., wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, genaamd "de Stadt Camerick", staande tussen het huis van Isaack Canijn en dat van de weduwe van mr. Willem Smits. Verkoper stelt geen waarborg. De koper is schuldig aan verkoper 2600 gl. Borgen: Barent Jansz. en Isaack Jansz. Caning.]

Gerrit Dircxe Lonnevaerder     5 ponden

D'heer Johan van der Mast Hermans schepenen [sic]     70 ponden

f. 67

Jonge dochters Repelaers      45 ponden

[Agatha Repelaer en Adriana Repelaer, dochters van Hugo Repelaer, brouwer in "de Sleutel" en Margaretha Jansdr. Brouwer. Hun zuster Johanna Repelaer trouwde met Johan van der Mast Hermansz (f. 66v). Zie Kwartierstaat Van Schothorst (internet), kw. 11094.]

De weduwe van Aert Cool    8 ponden

De weduwe van Adriaen Repelaer, betaelt tot Schoonhoven     8 ponden

Jan Wouters scheijmaecker     3 ponden

Aen d'ander zijde

Isaac Caning hopcooper     22 ponden

f. 67v

De weduwe van Hugo van Berckel blauverwer     2 ponden

Matheeus van de Brouck     8 ponden

Jan Aertsse silversmith     3 ponden

Jan Adriaensse Vervoren     1 pond

De weduwe van Cornelis Adriaens Vervoren    1 pond

f. 68

De weduwe van Joachum Aertsse schrijnwercker     2 ponden

Maria van Wissel     22 ponden

Jeremias Reijns     1 pond

De weduwe van Henrick Jobs van Slingelandt     30 ponden

Herman Minnesang wijncooper     9 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 10 juli 1618: Herman Minnesanck weduwnaar wijnkoper van Wesel wonende in de [Oude] Houttuin bij de MariŽnbornstraat en Mariken Jans van Dordrecht weduwe van Jan Kop wijnkoper wonende in den Roomer]

D'erffgenamen van sijn huijsvrou zaliger      4 ponden 

f. 68v

Gillis Pieters caescooper     22 ponden

Pieter Vinck laeckencooper     15 ponden

Claes Adriaens backer      3 ponden

Jan Bres sijn huijsvrou     2 ponden

D'heer Adriaen Hoogeveen     22 ponden

Frans Jansse capteijn ["twinder" doorgehaald]     30 ponden

f. 69

Herman Oom Jans houtcooper     60 ponden

[Herman Oem Jansz., overleden 20 aug. 1634, trouwde 1 mei 1605 Kornelia Anthonis Jordensdr. de Zee, overleden 7 juni 1645. (Balen, o.c., deel II, p. 1180)]

Cornelis Dionijs wijncooper, te sien quitantie     20 ponden

Jouffrou Pas     8 ponden

Jouffrou van der Heijden Maria [sic]     30 ponden

Abraham Rutgers     5 ponden

f. 69v

Guilliam van Oversteech     14 ponden

Govert Adriaens vleijshouder     1 pond

[ORA Dordrecht inv. 1597, f. 4: op 19 jan. 1621  verkoopt Pieter Nicasius, wijnkoper en burger van Dordrecht, voor 180 gl. aan Govert Ariensz., vleeshouwer en burger van Dordrecht, de helft van een erf, liggende achter het huis van de verkoper omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Jacob Jaspersz. en dat van Marijcken de Vries, op welk erf door de koper inmiddels is gebouwd, strekkende voor van de Weeshuisstraat tot aan de Zakkendragersstraat. De wederhelft is door verkoper voor 100 gl. verkocht aan Jan Anthonisz. Verelst, burger van Dordrecht. Waarborg: Hubrecht van Sevender.]

Jan Jacobs wijncooper     3 ponden

De twee dochters van Jan Nijssen ["nae billiet te sien" doorgehaald]    16 ponden

Jacob Beeck wijncooper     20 ponden

f. 70

Berckhuijsius schoolmeester     2 ponden

[Vermoedelijk Johannes Berckhuijsen, die in 1626 werd aangesteld tot schrijfmeester aan de Latijnse school te Dordrecht en tot 1646 als zodanig in dienst bleef. (C. Esseboom en N.L. Dodde, Minerva Dordracena, 750 jaar klassiek onderwijs in Dordrecht (1253-2003), Dordrecht 2003, p. 136 en 148)]

Staes Jacobs lijndraijer     5 ponden

In de Wees[huis]straat

Gerrit Oosterman biersteecker    1 pond

Jan Cornelisse schipper     1 pond

In den Dwarsgang bij den Oijevaer [gang bij de Ooievaar, een huis dat in de Voorstraat stond tussen de Boomstraat en het Melkpoortje. (Van Baarsel, o.c., p. 86)]

Jan Celen     8 ponden

f. 70v

De weduwe van Lambert Sanders predicant     2 ponden

In den Hermanshuijsstraet [Heer Heymansuysstraat]

De weduwe van Corstiaen Thonis cruijdenier, insolvent    1 pond

Adriaen Jansse spelmaecker     2 ponden

De weduwe van Cornelis Robberts, is vertrocken     1 pond

Adriaen Smith coomen     4 ponden

f. 71

Hendrick Otten spelmaker     2 ponden

Jan Barents brandewijnbrander     6 ponden

Jacob Alevenwel metselaer     1 pond

[Gildenarchieven Dordrecht inv. 669, juni 1592: Jacob Pietersz. Evewel metselaar opgenomen in het Metselaars- en Steenhouwersgilde van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 899: verklaring dd 7 okt. 1603 op verzoek van Yken Jansdr. door o.a. Jacob Pietersz. Evenwel, 35 jaar oud, metselaar en burger van Dordrecht.]

Aen d'ander sijde van de straet over de brugge

De weduwe van Adriaen Jansse slijckwercker, nihil habet     1 pond

Cornelis Teeuwen     1 pond

[Hoofdgeld Dordrecht anno 1622 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974), f. 93v: Cornelis Teeuwen drager en zijn vrouw - 2 ponden.]

f. 71v

Huijbert Jansse wever     1 pond

Jan van Hameren coordewercker     1 pond

Adriaen Diemans schipper, insolvent     1 pond

Gerrit Jacobs backer     2 ponden

De weduwe van Jacob Lammen schipper, nihil habet     3 ponden

f. 72

Bij den Houthaeck [Doelstraat. (Van Baarsel, p. 30). Den Houthaeck (1614): huis in de Dwarsgang bij de Doelstraat. (Hic conditur, p. 334)]

De weduwe van Pieter Adriaens in de Houthaeck      1 pond

In de MariŽnbornstraet

Jan Hendricxe schoenmaecker     1 pond

Adriaen Jans backer     6 ponden

Abraham Jansse slenaer, insolvent     1 pond

Dirck Jansse schipper    6 ponden

f. 72v

De weduwe van Aelbert Jansse busmaecker     3 ponden

Aen d'ander zijde

De weduwe van Jacob Claptas metselaer, insolvent      1 pond

Thonis Pieters smith, insolvent       1 pond

Achter 't Weeshuijs

Dirck Jacob cruijdenier, insolvent     2 ponden

Jan Pauwels verckenslager     1 pond

f. 73

Jan Cornelisse Coomen    2 ponden

Voor in de MarÔŽnbornstraet

Cornelis Fransse verckenslager     2 ponden

Abraham Willems backer, nihil habet     1 pond

Servaes Jorisse schrijnwercker     1 pond

De weduwe van Jan Bastiaens schipper, nihil habet     2 ponden

f. 73v

Aert van de Beeck den Ouden      1 pond

Jacob Jansse backer     1 pond

Diewertgen Joppen, niet te vinden     4 ponden

T Vijffde Quartier bedraegende ter somme van 523 ponden

 

f. 74

Seste Quartier beginnende in de Willem Oskenstraet [Weeshuisstraat] aen de Voorstraet tot aen [het] Steechoversloot

Steven Baltens     2 ponden 10 s.

Claes de Haen ["Claes" is doorgehaald en vervangen door "d'erfgenamen van Pauls"]     6 ponden

Adam Pietersse schipper     3 ponden

Pieter Nicasius wijncooper     3 ponden

f.74v

Adriaen Jansse pasteijbacker     8 ponden

Adriaen Cornelisz. Belliaert     4 ponden

Roelant Dircxe van Deuren     42 ponden

Henrick Starrenburch, is onder de heeren uijtten Achten     30 ponden

Aert Jansse beenhacker     12 ponden

f. 75

Gerrit Joppen     7 ponden

[Gerrit Joppen varkenslager, geboren naar schatting ca. 1550, overleden in of na 1626.

Genealogie:

I. Jacob Adriaensz. varkenslager, overleden vůůr 2 april 1577, trouwde NN

2 april 1577: scheiding van de goederen, nagelaten door Jacob Adriaensz. varkenslager tussen Geerit Joppesz. voor zichzelf, Pieter Dionijsz., als man van Joetgen Willemsdr. en tevens als oom en voogd van Dircxken Joppen, Maricken Joppen, Willem Joppesz. en Lijsken Joppen, onmondige kinderen van wijlen Jop Jacobsz. varkenslager, verwekt bij wijlen Grietgen Willemsdr., enerzijds en Huijch Cornelisz. molenaar, voor zichzelf en uit naam van Adriaen Cornelisz., Jacob Cornelisz. landmeter, als oom van de beide kinderen van Cornelis Jacobsz., verwekt bij Marijcken Cornelisdr., anderzijds, samen erfgenamen van Jacob Adriaensz. varkenslager, hun grootvader. (ORA Dordrecht inv. 731, f. 4 e.v.)

Kinderen:

a. Jop Jacobsz., volgt II

b. Cornelis Jacobsz., overleden vůůr 2 april 1577, trouwde Marijcken Cornelisdr.

II. Jop Jacobsz., geboren naar schatting ca. 1520, varkenslager, "schalietelder" te Dordrecht, overleden ca. 1572, trouwde 1e Elisabeth Barthoutsdr., zuster van mr. Niclaes Barthoutsz. en 2e ca. 1565 Grietgen Willemsdr., vermoedelijk zuster van Joetgen Willemsdr., echtgenote van Pieter Dionijsz.

1 april 1573 (na Pasen): comp. voor schepenen van Dordrecht Margriete Willemsdr., weduwe van Job Jacobsz. varkenslager, enerzijds en Jan Jobsz., Gerrit Jobsz. en Adriaen Scrijver Jobsz., allen kinderen en erfgenamen van Job Jacobsz., verwekt bij Elijsabeth Barthoutsdr. zaliger, anderzijds. Zij verdelen onderling de goederen, die zijn nagelaten door Job Jacobsz. (ORA Dordrecht inv. 729, f. 232v)

1 april 1573 (na Pasen): Jan Jobsz., Gerrit Jobsz. en Adriaen Scrijver Jobsz., allen kinderen van Job Jacobsz. varkenslager, verwekt bij Elijsabeth Jacobsdr. (sic), hun moeder zaliger, verklaren volledig betaald en voldaan te zijn door Margriete Willemsdr., weduwe van Job Jacobsz., hun stiefmoeder, van alle goederen, die hun zijn aanbestorven door overlijden van Job Jacobsz. en Elijsabet Barthoutsdr., hun vader en moeder zaliger. (ORA Dordrecht inv. 729, f. 233)

23 dec. 1574: scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Job Jacobsz. "schalietelder", door zijn weduwe Grietken Willemsdr., enerzijds en Cornelis Jacobsz. "boechmaecker", als gemachtigd door Jan Ariensz. Cattendijck, wonende te Rotterdam, "als van de naeste vrunden" en voogd van Dircxken Joppen, 9 jaar oud, Marichgen Joppen, 7 jaar oud, Willem Joppen, 6 jaar oud en Lijsken Joppen, 4 jaar oud, weeskinderen van Jop Jacobsz., verwekt bij Grietken Willemsdr., anderzijds. Het betreft een "sobere" boedel. (ORA Dordrecht inv. 710, f. 157 e.v.)

16 jan. 1578: Grietken Willemsdr., weduwe van Jop Jacobsz. varkenslager, verkoopt aan Arien Fransz. de Jonge een jaarlijkse losrente van 3 gl., verzekerd op een huis in de Dwarsgang [vermoedelijk gelegen tussen de Weeshuisstraat en de Zakkerdragersstraat], staande tegenover de poort van het Weeshuis [het Weeshuis was sinds 1575 gevestigd in het voormalige MariŽnbornklooster en stond tussen de Weeshuisstraat en de MariŽnbornstraat (Van Baarsel, o.c., p. 126)] tussen de gang van het Weeshuis en het huis van Arien Lenertsz.] (ORA Dordrecht inv. 712, f. 204)

Kinderen:

Ex 1 (volgorde onzeker):

a. Jan Jobsz.

b. Geerit Joppen, volgt III

c. Adriaen Scrijver Jobsz.

Ex 2:

b. Dircxken Joppen, geboren ca. 1565

c. Maricken Joppen, geboren ca. 1567

d. Willem Joppen, geboren ca. 1568

e. Lijsken Joppen, geboren ca. 1570

III. Geerit Joppen, geboren naar schatting ca. 1550, varkenslager te Dordrecht, trouwde naar schatting ca. 1575 Heilken Willemsdr.

11 mrt. 1599: Gerrit Jobsz., burger van Dordrecht, verklaart zich borg te stellen "voor de onbekende belastingen die souden mogen staen" op een huis in de MariŽnbornstraat, staande tussen het huis van Jan de Buijs en dat van Pieter de molenaar, welk huis door Gijsbert Cornelisz. pasteibakker op 13 april 1595 is gekocht van Egbert Ariensz. "gortmaecker" en dat voor een bedrag van 132 gl., "in begrootinge van gelijcke somme die [aan] den voorsz. Gerrit Jobssoen", als voogd van de weeskinderen van Willem Rhijsberch zaliger, verwekt bij Mariken Willemsdr., overgedragen is. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 56 e.v.)

6 nov. 1602: mr. Niclaes Barthoutsz. en Geerit Jobpen, als erfgenamen van Barthout Barthoutsz. en Bartholomeus Willemsz. [tingieter] en Adriaen Apersz., als man van Claerken Willemsdr. en als gemachtigde van zijn zwager Schrevel Willemsz., Arent Andriesz. voor zichzelf en vervangende Aelken en Marijken Andriesdochters, kinderen van wijlen Aeffken Willemsdr., voor zichzelf en samen vervangende Willem Jacobsz., zoon van wijlen Jacob Willemsz., allen erfgenamen van Catharina Willemsdr., die echtgenote was van voornoemde Barthout Barthoutsz.*, verkopen aan Jacob Moleschot, koopman te Dordrecht, een huis, dat staat tussen de Vriesestraat aan de ene zijde en het huis van Marijken de pasteibakster aan de andere zijde. Waarborgen: mr. Nicolaes Barthoutsz. en Geerit Jobpen. De koopsom bedraagt 3100 gl., waarvan koper 800 gl. contant betaalt en de rest in jaarlijkse termijnen van 216 gl. Koper is wegens de koop van 1/4 part van het voornoemde huis schuldig aan Nicolaes Barthoutsz. een somma van 575 gl. (In margine: comp. Geerit Joppen varkenslager, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn oom Nicolaes Barthoutsz., die in Delft woont. Hij verklaart, dat de schuld volledig is afgelost. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 17 juli 1614.) (ORA Dordrecht inv. 746, f. 178v en 179)

* 18 aug. 1592: Bartholomeus Willemsz. tingieter en Barthout Barthoutsz. kruidenier, getrouwd met Catharina Willemsdr, als ooms en voogden van de weeskinderen van Aefgen Willemsdr., transporteren aan Aert Cornelisz. een rentebrief van 9 gl. jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 742, f. 119v)

31 mei 1602: testeert voor notaris W. van den Brouck Barthout Barthoutsz. kruidenier, ziek te bed liggende. Hij bevestigt het testament, dat hij op 21 nov. 1594 met zijn inmiddels overleden vrouw Trijnken Willemsdr. heeft gemaakt voor notaris B. van de Corput. Na zijn overlijden zal de ene helft van zijn na te laten goederen toekomen aan zijn erfgenamen ab intestato en de andere helft aan die van zijn vrouw. Tot executeurs-testamentair benoemt hij zijn broer mr. Nicolaes Barthoutsz. en Jacob Spaen, licentiaat in de rechten. (ONA Dordrecht inv. 4, f. 3 e.v.)

6 juni 1602: inventaris van alle goederen, die zijn nagelaten door Barthout Barthoutsz., opgemaakt door W. van den Brouck, notaris te Dordrecht, op verzoek van de erfgenamen van Barthout Barthoutsz. en Trijnken Willemsdr. Tot de boedel behoort o.a. een huis op de hoek van de Vriesestraat. Op f. 146v van de inventaris staat: "den gemeen[en] boedel is schuldich aen mr. Claes Barthoutsz., den broeder vanden voorsz. Barthout Barthoutsz. de somme van hondert gul." (ONA Dordrecht inv. 3, f. 145 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Elizabeth, okt. 1575 (naam van de vader Gerlich Joppen, van de moeder Heiltgen)

b. Gouken, 20 febr. 1578

c. Jopken, 21 mrt. 1580

d. Diericxken, 23 okt. 1583]

Maerten Jansse     1 pond

Jaecques van Santvliet     2 ponden

Hendrick Terwen sijdecramer     25 ponden

Isaac Goverts Roovers     30 ponden

f. 75v

Claes Jansse Verschaech     1 pond

De weduwe van Maerten van Balen     40 ponden

Jouffrou Noiret in de Munt     20 ponden

Aert Verbeeck de Jonge    1 pond

Anthonij Henricxe assaieur     2 ponden

f. 76

De weduwe van Jan van Bencken muntmeester     40 ponden

Anthonij Bastiaens      2 ponden

D'heer Cornelis Adriaensse Teresteijn out borgemeester     80 ponden

[Cornelis van Teresteijn Adriaensz., geboren ca. 1580, o.a. thesaurier en burgemeester van Dordrecht, overleden op 22 mrt. 1643, begraven in de Grote Kerk (zerk)]

Elisabet Pieters 't Jong     10 ponden

Wouter Boquet     20 ponden

Pieter Pieters lootgieter     15 ponden

f. 76v

Henrick Wijnants cleermaker     5 ponden

Cornelis Pieters 't Jong     12 ponden

Catharina van de Steen weduwe van Johan de Lange, te sien naer billet    15 ponden

Pieter Gaeduijts met sijn kinderen      36 ponden

De vier ongehoude kinderen van Franchoijs Fransse     30 ponden

f. 77

Cornelis Fransse [van Kerckesant] backer      3 ponden

[Cornelis, zoon van Frans Egbertsz. bakker en Maricken Cornelisdr., gedoopt NG Dordrecht 1584

ORA Dordrecht inv. 769, f. 3v, akte dd 4 sept. 1631: Cornelis Fransz. van Kerckesant bakker is wegens de koop van een huis bij de Munt een bedrag van 650 gl. schuldig. Hij verbindt daarvoor een huis bij het Steegoversloot genaamd "den Vergulden Ram", staande tussen het huis van Pieter Gaduijts en dat van Aert Wesselsz.

ORA Dordrecht inv. 774, f. 133v: op 31 okt. 1644 verkoopt Joris Jorisz. zager, burger van Dordrecht aan Cornelis Fransz. van Kerckesant, bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Hil, staande tussen het huis van Johannes Hardij en dat van Jan Pietersz. kleermaker.]

Aert Wessels [metselaar]    1 pond

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3971, f. 114v en 115: de weduwe van Aert Wesselsz. metselaar betaalt in de verponding van 1633 8 ponden 15 sch. voor haar huis in de Voorstraat (bij de Augustijnenkerk). Belenders: Cornelis Fransz. bakker en Geerit Thomasz. (van der Tuijnen) chirurgijn.]

Pieter Ghijsbers timmerman     4 ponden

De weduwe van Meus Aerts     2 ponden

[ORA Dordrecht inv.756, f. 102 e.v.: op 26 nov. 1615 verkoopt Trijntken Jacobsdr., weduwe van Meeus Aertsz., aan Dirck Henricx peltier een huis vůůr in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Andries Jansz. en het huis van verkoopster. Voorwaarde is, dat als verkoopster of haar erfgenamen, zolang zij eigenaren zijn van het huis op de hoek van het Steegoversloot, het huis daarnaast, staande in de Voorstraat, waarin Jacob Ewoutsz. schipper woont, kopen, "dat in dien gevalle tvoorsz. vercofte huijs mede volgen sall de helfte vande muijre vande selven huijse tegens tvoorsz. vercofte huijs streckende". Waarborg: Dirck Henricx, burger van Dordrecht.]

Henrick Hendricxe backer     1 pond

f. 77v

Aen d'ander zijde beginnende aen de steijgert

Herman Jenefaessen      10 ponden

Antony van de Biesheuvel     4 ponden

[I. Anthony van den Biesheuvel, geboren naar schatting ca. 1585, waarschijnlijk in het Land van Heusden en Altena, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 mei 1658, zoon van Willem van den Biesheuvel en Lijsbeth Ariensdr., trouwde naar schatting ca. 1615 Thoentken Gijsbrechtsdr., begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 april 1649, dochter van Gijsbert Francken en Claerken Dircksdr.

Hij kocht in 1620 van de brouwer Reijnier Adriaensz. van Wel  het huis "Altena" in de Voorstraat tegenover het Steegoversloot. Met zijn vrouw testeerde hij op 20 aug. 1620 voor notaris P. Eelbo te Dordrecht.

- 6 mei 1645: Jochum Liens, wonende in Klundert, verkoopt Anthonij van den Biesheuvel, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jan Cornelisz. van Bergen, bode van Dordrecht op Haarlem, en dat van Aelbert Hillebrantsz. van Swol. Waarborgen: Laurens van Valckenburch en Abraham van der Wal, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 775, f. 24)

Zoon:

a. Isaac, volgt II

II. Isaac van den Biesheuvel, gedoopt NG Dordrecht jan. 1622, weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1655), koopman in granen en korenmeter, veertigraad en schepen van Dordrecht (resp. 1673 en 1677), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 dec. 1679, trouwde 1e NG Dordrecht 13 april 1649 Pieternella Jansdr. Hulshout, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 9 okt. 1653, 2e NG Dordrecht/Dubbeldam 5/25 sept. 1655 (bescheid gegeven om op Dubbeldam te trouwen 25 sept. 1655) Geertruijd Heerinck (Harinckx), gedoopt NG Dordrecht jan. 1621, jonge dochter van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1655), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 15 nov. 1686, dochter van Gijsbert Harinx en Elisabeth van Deuren

SA Dordrecht, archief 128, inv. 41, akte dd 13 jan. 1650: Voorwaarden, waarop de erfgenamen van wijlen Cornelis van Beveren, heer van Barendrecht, oud-burgemeester van Dordrecht, van mening zijn in het openbaar te verkopen het huis genaamd "de Salmander", staande [in de Grotekerksbuurt] tegenover de Schuitenmakersstraat tussen het huis van Pieter Sijmonsz. Crom en het huis van Hendrick van Bijgaerden [schoolmeester]. Men zal het huis verkopen met alle vrijdommen, servituten en gerechtigdheden en al hetgeen daarin aard- en nagelvast is, behalve de tapijten. De koper moet tenminste 1/3 deel van de koopsom contant betalen bij de overdracht en de rest mag hij betalen in twee jaarlijkse termijnen met een interest van 5 % per jaar. De koper moet voor deze schuld ťťn of meer personen als borg stellen. Op alle voornoemde voorwaarden is het huis ingezet door Maerten van der Nath, burger van Dordrecht, voor 5650 gl. In het openbaar gemijnd door Isaack van den Biesheuvel voor 6250 gl.

Kinderen (ex 2):

a. Anthonij van den Biesheuvel, gedoopt NG Dordrecht 26 sept. 1663

- 23 dec. 1682: Anthonij van de Biesheuvel, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Geertruijt Herinx, weduwe van Isaack van de Biesheuvel, schepen in wette van Dordrecht, voor 1000 gl. contant aan Jan Jansz. Pluijm, mr. timmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt aan de waterzijde, staande tussen het huis van Jan Bosman bakker en dat van de kinderen van Marcelis Bacx. (ORA Dordrecht inv. 792, f. 153v e.v.)

b. Roelof, volgt III

III. Roelof van den Biesheuvel, gedoopt NG Dordrecht 4 nov. 1663, koopman en bankier te Brussel, overleden ald., begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 aug. 1713, trouwde Dordrecht 14 nov. 1700 Elisabeth Herinkx, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 16 aug. 1732

(J. S. Biesheuvel en A. Biesheuvel, Genealogie van het geslacht Biesheuvel vanaf 1500 [2e druk, Heemstede/Dordrecht 1982], p. 37 e.v.)]

Adriaen Cooenen [sic] laeckencooper       15 ponden

Josijna Wielants met haeren dochter     90 ponden

Cornelis Vermeij laeckencooper     40 ponden

[16 april 1626: Cornelis Herbertsz. Vermeij lakenkoper verkoopt aan Sara en Machtelt Willem Wolffraetsdrs. een lijfrente van 75 gl. jaarlijks, verbindende een huis, genaamd "den Blinden Eesel", staande [in de Voorstraat] tegenover de Munt tussen het huis van hem, comparant, en dat van Maricken Huijgendr.] 

f. 78

Berbera Nijssen, is niet te haelen     6 ponden

[ORA Dordrecht inv. 735, 97v e.v.: op 22 juni 1579 comp. Barbara Dionijsdr., weduwe van Jan Adriaensz. in de Kelck, schipper te Dordrecht, enerzijds en Thonis Adriaensz. en Pieter Adriaensz. schippers, als ooms en voogden van Dionijs Jansz., ongeveer 3 jaar oud en Lijsbeth Jansdr., iets meer dan een jaar oud, beiden weeskinderen van Jan Adriaensz., verwekt bij Berbera Dionijsdr. Zij treffen een overeenkomst betreffende de verdeling van de boedel, die is nagelaten door Jan Adriaensz. Berbera krijgt alle goederen, die haar overleden man heeft nagelaten, in ruil waarvoor zij haar kinderen belooft schadeloos te houden van de uitschulden, die tot de boedel behoren, de kinderen te onderhouden en op te voeden tot hun achttiende jaar en hun dan "eerlijk vuijt te setten naer haer staet". Zij verbindt voor de nakoming hiervan haar huis, staande in de Voorstraat tegenover de Munt tussen het huis genaamd "de Blaue Pan" en het huis van Cors Jan Smitten.

ORA Dordrecht inv. 764, f. 29v e.v.: op 1 mei 1623 verkoopt Berber Dionijs, weduwe van Jan Jansz. inden Kelck, aan haar zwager Pieter Thonisz., tingieter en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, genaamd "de Swaen", staande tegenover de Grafelijksheidsmunt tussen het huis van Jacob Dircxsz. Clootwijck en dat van Pieter Pietersz. Bot. Koper is schuldig aan Henrick van Naerden, notaris te Dordrecht, een somma van 1700 gl. Borg: Pieter Pietersz. Bot.

ORA Dordrecht inv. 765, f. 1 e.v.: op 11 jan. 1624 verkoopt Pieter Thonis, tingieter en burger van Dordrecht, aan Michiel Pompen Pietersz., thesaurier van Dordrecht, ten behoeve van de stad Dordrecht, een huis, genaamd "het Swaentgen", staande bij de Munt [in de Voorstraat] tussen het huis van Jacob Dircxsz. Clootwijck zilversmid en dat van Pieter Pietersz. Both loodgieter. Waarborg: Thonis Pietersz. loodgieter. De koper in zijn voornoemde hoedanigheid is schuldig aan verkoper een bedrag van 1800 ponden van 40 groten het pond.]

Maricken Huijgen     3 ponden

De weduwe van Gerrit Embrechtse ende haeren zoon      36 ponden

Jeronimus Terwe coopman      16 ponden

Jacob Dircxe Clootwijck uijtten Achten      12 ponden

Jan Hulshout     8 ponden

f. 78v

Barent Gerrits cannecooper     6 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 7 nov. 1621: Baerendt Gerritsz. kannenkoper weduwnaar van Dusseldorf wonende te Dordrecht bij de Kruiskapel en Agnietgen Bastiaen Gijsbrechtsdr. weduwe van Roeland Brouwhuijs schoolmeester van Oud-Beijerland wonende in het Steegoversloot, getrouwd op 23 nov. 1621]

Andries Hermans bouckebinder     3 ponden

Jan Walen Nijssen     6 ponden

Jacques Levecq goudsmith     12 ponden

[I. Jacques NN

Kinderen:

a. Jacques L'Evesque Jacquesz., volgt II

b. Margrieta Levesque Jaquesdr., van Geertruidenberg (1618), trouwde NG Dordrecht 1/6 juli 1618 (getrouwd op bescheid van Geertruidenberg) Wouter Pietersz. Bouquett jongman van Geertruidenberg (1618)

Weeskamer Dordrecht inv. 25, f. 258 e.v.: op 30 nov. 1662 compareert voor notaris J. Schoormans Margarieta Lavecq, de vrouw van Wouter Boucquet, burgeres van Dordrecht, ziek in een stoel zittende. Zij bevestigt het testament, dat zij met haar man heeft gemaakt voor dezelfde notaris op 28 febr. 1661 en ontslaat het erfdeel van haar neef Jacobus Lavecq, aangezien hij mondig is geworden en "hem wel comporteert", van het fideÔcommis, waarmee zij het heeft belast in haar voorgaande testament. Zij heeft aan haar man verzocht ten behoeve van haar neef Arnoldus Lavecq een somma van 3000 gl. te beleggen in lijfrentebrieven.

ORA Dordrecht inv. 1622, f. 32v e.v.: op 19 mei 1668 verkoopt mr. Gerard Paeuw, administrateur van de weeskamer te Dordrecht, als beheerder over de goederen van wijlen Wouter Boucquet en Margreta Levesque, voor 2000 gl. aan Vincent Caeijmacx, boekverkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Munt, genaamd "den Ring", staande tussen het huis van ds. Jacobus Lidius en dat van Roeland Teerling. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2000 gl.

Weeskamer Dordrecht inv. 26, f. 267: rekest dd 18 sept. 1675 aan de bestuurders van Dordrecht door Jan Muijs, stadsbode van Dordrecht, en zijn vrouw Margrieta Lavecq. Zij verklaren, dat haar tante Margrieta Lavecq, vrouw van Wouter Boucquet, bij testament haar, Margrieta Lavecq, vrouw van Jan Muijs, alsmede haar twee inmiddels overleden broers Aernout en Jacobus Lavecq en haar zuster Catharina Lavecq tot erfgenamen benoemd heeft. Aangezien Aernout, Jacobus en Catharina zijn komen te overlijden zonder kinderen na te laten, en zij, rekestrante, nu ongeveer 45 jaar oud is, nooit kinderen heeft gehad en ook niet meer verwacht die te zullen krijgen, verzoekt zij, als enige overgebleven erfgename, te mogen ontvangen uit handen van de weesmeesters van Dordrecht een somma van 4000 gl. van wege haar tante en een bedrag van 1600 gl. van wege haar Arnoldus Lavecq.

II. Jacques L'Evesque Jacquesz., van Geertruidenberg (1613), weduwnaar (1626), ovelreden Dordrecht 15 juni 1660, trouwde 1e NG Dordrecht 30 juni/13 juli 1613 (procl. in de Waalse kerk) Janneken Aert Beijensdr., van Dordrecht (1613), 2e NG Dordrecht 25 jan. 1626 (ondertrouw; procl. in de Waalse kerk)/15 febr. 1626 Soetge van Haerlem Antheunisdr., van Dordrecht (1626), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 21 mrt. 1656 (een baar voor de vrouw van Jacques Laveck, omtrent de Nieuwbrug, ťťn maal luiden), dochter van Anthonis van Haarlem Gijsbertsz. en Margrieta Boon Klaasdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1066)

ORA Dordrecht inv. 1602, f. 48v e.v.: op 13 okt. 1626 verkoper Pieter Beijen, koopman van wijnen te Dordrecht, en Jaecques Levesque koopman, als weduwnaar van Janneken Beijen, voor zichzelf en als voogd van zijn kinderen, verwekt bij Janneken Beijen, samen vervangende Jan Pisset, koopman te Rotterdam, als man van Maria Beijen, en Sara Beijen, Jaecques Levesque tevens vervangende Sijbert Roerom Cornelisz., beiden voogden over Susanna Eeckholt, dochter van Cornelia Beijen, allen erfgenamen van Arent Beijen, koopman te Dordrecht, aan Willem van den Brouck, koopman van wijnen en burger van Dordrecht, een huis genaamd "de Ceulse Craen", een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Abraham Bijben en een huis huis, dat toebehoort aan de stad Dordrecht.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

Ex 1 (o.a.):

a. Aernout (Arnoldus) Lavecq, febr. 1617, ongehuwd, begraven Dordrecht 29 jan. 1675 (een baar in het Steegoversloot voor Aernoldus Leveck, jongman, gezonken, 30 gl.)

ONA Dordrecht inv. 153, f. 177 e.v.: testament van Arnout Levesque, jongman wonende te Dordrecht. Hij legateert vaan Emmerentia Jansdr. van Binckhoven een bedrag van 100 gl. Tot erfgenaam van al zijn overige goederen benoemt hij zijn broer Jacobus Levesque. Hij tekent met zijn naam.

Ex 2

a. Anthoni, dec. 1626, jong overleden

b. Lijnke (Catharina) Lavecq, april 1628, OSP, overleden 5 okt. 1666, trouwde Jan Vervoorn (Balen, o.c., deel II, p. 1066)

c. Margarita Lavecq, okt. 1630, trouwde Jan Muijs Pietersz., stadsbode van Dordrecht

d. Jacques Levecque, okt. 1634, volgt III

III. Jacques Levecque, gedoopt NG Dordrecht okt. 1634, kunstschilder, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 sept. 1675 (een baar in het Steegoversloot voor Jacobus Leveck, jongman, gezonken, 30 gl.)

"Jakob Lavecq ... was Jongman en hield huis met twee meiden, wyl hy nog een halven broeder, die blint was, hadde op te passen. Zyne Ouders hadden hem een fraai kapitaal naergelaten, maar na't my [t]oescheen (dewyl hy meer  van gezelschap als van schilderen hield) was het met zyn reis in Vrankryk [hij verbleef o.m. in Sedan] vry was gesmolten. Hy had de Konst by Rembrant geleert, maar in zyne reize die handeling laten varen en zedert zig geheel tot het schilderen van pourtretten, vry wel zwemende naar die van de Baan, begeven." (A. Houbraken, De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, deel I (2e druk, 's-Gravenhage 1753), p. 154 e.v.)

Jacques Levecque, zelfportret

Cornelis Imbrechtse [mandenmaker]   1 pond

[ORA Dordrecht inv. 1601, f. 126 e.v.: op 30 sept. 1625 verkopen Clementia Corstiaensdr., weduwe mr. Maximiliaen Bouman, ordinaris chirurgijn van Dordrecht, voor zichzelf en namens haar vier minderjarige kinderen, verwekt door Maximiliaen Bouman, voor vijf achtste delen, Franchois Boels boekbinder, als man van Sara Boumans, en Henrick van Lith, als man van Elisabet Boumans, voor zichzelf en tevens vervangende hun zwager Isaac Boumans, kinderen en mede-erfgenamen van Maximiliaen Bouman, voor drie achtste delen, voor 2840 gl. aan Cornelis Engbrechtsz., mandenmaker en burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] tegenover de Kruiskapel, staande tussen het huis van Jaecques Lavesque en dat van Lambert Hulsthout de jonge. Waarborgen: Henrick Pietersz. Starrenburch en Franchois Boelis. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1840 gl. Borgen: Jacob Jansz. bakker en Frans Maertensz. hordenmaker, burgers van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1619, f. 24v e.v.: op 5 april 1661 verklaart Sijmon Cornelisz., dat zijn vader Cornelis Embrechtsz. schuldig is aan Henrick Pietersz. van den Bosch een somma van 1000 gl., verbindende een huis omtrent de Nieuwbrug tegenover de Kruiskapel, staande tussen het huis van postmeester Slingelant en de erfgenamen van Jaecques Levesque.]

f. 79

Lambrecht Hulshout     10 ponden

Anthonij van de Winter cramer      2 ponden

Anthonij de Sont twijnder     4 ponden

[Genealogie:

I. Antoni Pietersz. de Sont, trouwde NG Dordrecht 8 april 1618 Ariaenke Dirxdr.

Kinderen (o.a.):

a. Pieter Anthonisz. de Sont, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1619, volgt IIa

b. Dirck Anthonisz. de Sont, gedoopt NG Dordrecht febr. 1623

c. Maria Anthonisdr. de Sont, gedoopt NG Dordrecht dec. 1624, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Nieuwbrug (1650), trouwde NG Dordrecht 23 okt./15 nov. 1650 Adriaen Coenen, gedoopt NG Dordrecht april 1617, weduwnaar van Dordrecht, wonende aan het Marktveld (1650), zoon van Jacob Coenen en Elisabeth van Wijngaerden Dirksdr.

Kinderen:

c-1. Jacob Coenen, gedoopt NG Dordrecht 27 sept. 1651

c-2. Anthonij Coenen, gedoopt NG Dordrecht 10 nov. 1653

IIa. Pieter Anthonisz. de Sont, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1619, trouwde Margareta Trip

Kind:

a. Adriana de Sont, gedoopt NG Dordrecht 28 nov. 1654, jonge dochter van Dordrecht (1674), begraven Dordrecht 31 okt. 1727, dochter van Pieter Anthonisz. de Sondt en Margareta Trip, trouwde NG Dordrecht 9 /25 sept. 1674 Johan van Neurenburg, gedoopt NG Dordrecht 30 mei 1655, jongman van Dordrecht (1674), vele malen burgemeester van Dordrecht tussen 1693 en 1718, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 juli 1719 (Johan van Neurenbergh, oud-burgemeester van Dordrecht, een wapenbord en drie paar sleepmantels) (zie Genealogie Van Neurenburg op deze website)]

Op de Nieubrugge

Marijcken Thijssen      20 ponden

Jacob Gerrits [Cuijp] schilder     4 ponden

[De kunstschilder Jacob Gerritsz. Cuijp woonde sedert 1622/1623 in het huis genaamd "'t Lant van Belofte" (later "Samson") aan de Nieuwbrug. (Oud-Dordrecht, 2004, nr. 3, p. 21)]

f. 79v

Roelant Tairlinx     1 pond

De weduwe van Pieter van de Brouck     2 ponden

Adriaen van Beaumont     16 ponden

Jan Willems Hachgens, obijt insolvent     1 pond

Claes Pauwels laeckencooper     24 ponden

f. 80

De weeskindere van Pouwels Jacobs laeckencooper     8 ponden

Cornelis Schiltman schipper     1 pond

Achter den Doel [Doelstraat]

Maerten Jansse cuijper     1 pond

Gommer Frans glaesmaecker     1 pond

Jan van Aecken     2 ponden

f. 80v

Int Steechoversloot

Jan Otten cleermaecker     2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 23 juni 1579: Jan Ottensz. kleermaker van Dordrecht en Heijlke Henrick Jacobsdr.

ORA Dordrecht inv. 709, f. 30: op 28 jan. 1570 verklaart Jan Otten kleermaker, dat hij volledig voldaan en betaald is door zijn broer Hubrecht Otten, wonende te "Ballegoeij" bij Grave, van alle goederen, erfenis en besterfenis, hem comparant aangekomen bij overlijden van zijn vader Oth Hubertsz.

ORA Dordrecht inv. 743, f. 115v: e.v. op 11 okt. 1593 verkopen Neeltge en Trijntge Jacobsdrs., erfgenamen van Lijsgen Gerritsdr., hun oudtante, aan Jan Ottensz. kleermaker, hun oom, de helft van een huis in de Vriesestraat, staande tegenover de dwarsgang van het Blindeliedengasthuis tussen de "Cameren van de Slingelanden" en de huizen van de Minnebroeders, waarvan de anderen helft toekomt aan Jan Ottensz.. Koper kent schuldig aan verkoopsters een bedrag van 500 gl.]

Joost Joostens pasteijbacker     1 pond

[ORA Dordrecht inv. 766, f. 90v: op 1 juni 1627 verkoopt Joost Joostensz. pasteibakker aan Frans Mathijsz. Dicke kleermaker een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Pieter Gaduijts en het huis van Jan Otten. Waarborg: Maijken Jan [Ottendr.], weduwe van mr. Thomas van der Thuijnen.

ORA Dordrecht inv. 768, f. 54 e.v.: op 2 nov. 1630 verkoopt Pieter Gaduijts aan Joost Joostensz. van Nieuwenhoven een huis in het Steegoversloot, staande naast het huis van Maeijken Jan [Ottendr.], weduwe van mr. Thomas chirurgijn.

ORA Dordrecht inv. 770, f. 57: op 29 nov. 1634 verkoopt Maeijken Jansdr., weduwe van Joost Joostensz. van Nieuwenhoven aan Willem van der Wal een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van mr. Thomas van der Tuijnen en dat van Jan Otten]

De weduwe van mr. Thomas [Gerritsz. van der Tuijnen chirurgijn], niet quotisabel      1 pond

[NG trouwboek Dordrecht 31 mrt. 1604: Thomas Gerritsz., van Leeuwarden chirurgijnsgezel en Mariken Jan Ottendr., van Dordrecht wonende in het Steegoversloot, getr. 4 mei 1604

Mariken Jan Ottendr., gedoopt NG Dordrecht 3 okt. 1581, dochter van Jan Ottensz., kleermaker te Dordrecht en Heijlke Henrick Jacobsdr.

ORA Dordrecht inv. 719, f. 71v: op 15 febr. 1590 verkopen Jan Ottensz. kleermaker en Arien Ariensz. harnasveger aan Jacob van Eijnde een rentebrief van 2 ponden Vlaams jaarlijks, die comparanten is aangekomen door overlijden van hun tante Christina Dircxdr.

ONA Dordrecht inv. 226, f. 30: op 27 mei 1658 verkopen Hendrick van der Thuijnen en Thomas Thomasz. van der Thuijnen, chirurgijns te Dordrecht, als executeurs-testamentair en mede-erfgenamen van wijlen Geertruijt Jan [Ottendr.], weduwe van Hendrick Hendricksz., voor 760 gl. aan Jan van Gele, houtkoper te Dordrecht, een huis vůůr in het Steegoversloot, staande tussen het huis van koper en dat van Isaacq van der Wal.]

Govert Jansse huijckmaker met sijn kindere      3 ponden

Jouffrou Helbriene, woont int Sticht      18 ponden

f. 81

De kindere van de heer ontfanger Alewijn Pieters     25 ponden

De weduwe ende boelhouster van Alewijn Pieters ontfanger, is insolvent gestorven    78 ponden

Wilhelmina Alewijns     3 ponden

Herman Godtschalcxe met sijn huijsvrouwen kinderen     17 ponden

De weduwe van Jaques Coenraetsse     7 ponden

f, 81v

De weduwe van Henrick Pieters van de Honaert met haer dochters     4 ponden

De kindere van Dirck Pieters van den Honaert     7 ponden

Pieter Henricxe van de Honaert     2 ponden

De weduwe van Sijbet [sic] van Slingelandt, nihil habet     10 ponden

De weduwe van Herry Logge     4 ponden

f. 82

DaniŽl Lagrigne     6 ponden

Abraham Jansse cuijper, nihil habet     1 pond

Aelbrecht Jonckbloet met sijn kinderen     10 ponden

Jan Bastiaensse schrijnwercker     2 ponden

Truijken Jansdr.      5 ponden

f. 82v

Elber Daemen wijncooper     3 ponden

Jan Sijmonsse in de Velde     50 ponden

Jan Boom     74 ponden

Sebastiaen van de Graeff      6 ponden

[I. Sebastiaen van de Graeff Adriaensz., van Bleskensgraaf wonende te Dordrecht (1615), trouwde NG Dordrecht 2/24 febr. 1615 Agnieta Bacx Cornelisdr., van Dordrecht (1615)

ORA Dordrecht inv. 1611, f. 139 e.v.: op 16 okt. 1646 verkoopt Cornelis van de Graeff, koopman en burger van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Adriaen en Jacob van de Graeff, voor zichzelf en tevens vervangende hun broer, Franchois van de Graeff,  aan Cornelis Adolffsz., burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de St. Joridoelen en het huis van Leendert van Dijck. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2050 gl.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Adriaen van de Graeff, dec. 1615, volgt IIa

b. Jacob van de Graeff, okt. 1617, volgt IIb

c. Anna, jan. 1619

d. Cornelis van de Graeff, aug. 1620

e. NN, okt. 1621

f. Francois van de Graeff, mrt. 1627, trouwde Margarita van der Hulck

g. Nicolaas, okt. 1630  

IIa. Adriaen van de Graef, gedoopt NG Dordrecht dec. 1615, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1638), trouwde NG Dordrecht 10/26 jan. 1638 Maria Stoop Jacobsdr., van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1638)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Maria, 1 okt. 1640

b. Sebastiaen, 28 febr. 1642

c. Jacob, 21 mrt. 1644

d. Adriaen, 19 febr. 1652

IIb. Jacob Bastiaensz. van de Graeff, gedoopt NG Dordrecht okt. 1617, van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1640), koopman, trouwde NG Dordrecht 2/24 sept. 1640 Elisabeth van Druinen (van Drunen), jonge dochter van 's-Hertogenbosch wonende ald. (1640)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Maria van de Graeff, 22 febr. 1643, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Pelserbrug (1662), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 okt. 1702 (Maria van de Graaff, vrouw van Hendrik Terwen, het huis met rouw behangen, zeven sleepmantels), trouwde 1e NG Dordrecht 20 aug./5 sept. 1662 Adriaen Braets, 2e Dordrecht 9 april 1684 Hendrik Terwen

b. Balthazar, 5 nov. 1645

c. Sebastiaen, 24 april 1647

d. Adriaen, 31 jan. 1649

e. Angniet (Agnita) van de Graeff, 10 april 1650, trouwde NG Dordrecht 8 juli 1674 Cornelis van Helmont

f. Jacomina, 6 juni 1655]

Govert van Wessem     4 ponden

D'heer Adriaen van Blijenburg outraet     36 ponden

f. 83

Thonis Schuth cuijper     5 ponden

D'erffgenamen van de weduwe van Elias van Walscappel     24 ponden

Franchijna Elias     6 ponden

Thonis Gerrits speldemaker     2 ponden

Ds. Gosewinus Buijtendijck     4 ponden

[Gosuinus Buytendijck Hendrixsz. weduwnaar van Utrecht (1621), predikant te Dordrecht, beroepen 10 sept. 1620, overleden 4 juli 1661, trouwde 1e NN, 2e NG Dordrecht 24 okt./16 nov. 1621 (procl. te Goeree), Juliana Beeck Pietersdr., jonge dochter van Dordrecht (1621)]

Ds. Gosuinus a Buijtendijck (foto: Erfgoedcentrum DiEP)

f. 83v

Jenefaes Sandersse [van de Lemp]   4 ponden

[Jenefaes Sander Hermansz. van de Lemp. geboren naar schatting ca. 1602, weduwnaar van Dordrecht, wonende bij Herman Jenefaesz. (1627), zoon van Sander Herman Genefaesz., kuiper te Dordrecht en Sara Anthonis Adriaensdr., trouwde 1e ca. 1625 Linora Tassart, overleden in 1627, 2e NG Dordrecht 5/21 sept. 1627 Janneken Marten Jansdr., van Dordrecht, eveneens wonende bij Herman Jenefaesz. (1627)

ORA Dordrecht inv. 1603, f. 8v: op 7 april 1628 verkopen Jacob Stoop, als administrateur van de goederen van Franchina Tassard, voor de ene helft, en Jenefaes Sandersz., als weduwnaar van Leonora Tassard, voor de andere helft, beiden kinderen en erfgenamen van kapitein Jan Tassard, aan mr. Balthasar Bol, chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van kapitein Caron en dat van Mattheus Pauwelsz.. De koper is schuldig aan Franchina Tassard en Jenefaes Sandersz. elk een bedrag van 750 gl. Borg: mr. Adriaen Coens chirurgijn.

Kind het eerste huwelijk:

a. Herman, gedoopt NG Dordrecht jan. 1627

Kinderen uit het tweede huwelijk:

a. Jopken, gedoopt NG Dordrecht okt. 1631

b. Jopken, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1632

c. Sandrina, gedoopt NG Dordrecht nov. 1635

ORA Dordrecht inv. 768, f. 36v: op 22 juni 1630 verkopen Jobgen Maertensdr., weduwe van Herman Jenefaesz., voor de ene helft en Jenefaes Sandersz., mondige zoon van Sander Hermansz., Jan Jansz. Coninck en Gerrit Fransz. van Bonckelwaert, als voogden van de twee onmondige kinderen van Sander Hermansz., samen voor de andere helft, aan Bastiaan Cornelisz., bakker en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Mennebrug in de Vriesestraat, staande tussen genoemde brug en het huis van Henrick Bonten.]

Matheeus Pauwels     40 ponden

Ghijsbert Hering coopman     22 ponden

Jan van Deuren     6 ponden

Goosen Jacobs [Erkelens] verwer     1 pond

[I. Gosen Jacobsz., verver van Erkelens (1607), trouwde NG Dordrecht 23 sept./9 okt. 1607 Digna (Dingenten) Jan Bouwensdr., geboren naar schatting ca. 1588, van Dordrecht (1607)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. NN, juli 1608

b. Cornelis Erkelens, nov. 1611

Kind:

b-1. Gosewijnus Erckelens

c. Janneke Erkelens, dec. 1613

d. Hendrik, febr. 1620, vermoedelijk jong overleden

e. Marten, dec. 1621, vermoedelijk jong overleden

f. Boudewijn Erkelens, febr. 1626, lakenverver te Dordrecht

- 25 febr. 1661: Adriaen Cornelisz. de Veer bakker verhuurt voor een periode van 12 jaar aan Boudewijn Erckelens, lakenverver te Dordrecht, een huis in de Kolfstraat bij de brug, genaamd "de Clander Molen", staande tussen het huis van Otth Jansz. en 's herengracht. De huurprijs bedraagt 138 gl. per jaar. (ONA Dordrecht inv. 227, f. 33)

g. Jan Erkelens, geboren naar schatting ca. 1630, volgt II

h. Jacob Erkelens

i. Lambert Erkelens

j. Marija Erkelens

k. Anthonij Erkelens

l. Elisabeth (Lijsbeth) Erkelens, mei 1627

ONA Dordrecht inv. 179, f. 115 e.v.: op 3 juli 1659 testeert Elisabeth Erckelens, jonge dochter wonende in Dordrecht. Zij benoemt tot haar erfgenamen haar broers en zusters Jacob Erckelens, Jan Erckelens, Jannichien Erkelens, Lambert Erckelens, Boudewijn Erckelens, Anthonij Erckelens en Sara Erckelens, alsmede Gosewijnus Erckelens, zoon van haar overleden broer Cornelis Erckelens. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar broers Jacob en Jan Erckelens.

m. Sara Erckelens, juni 1633

II. Jan Goossensz. Erkelens, geboren naar schatting ca. 1630, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1656), verver, trouwde NG Dordrecht 14/30 mei 1656 Maria van Bracht Hermansdr., jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Boom (1656), trouwde 2e Gerrit van Eijsden

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Hermanus Erkelens, 18 mei 1661, trouwde NG Dordrecht 20 juli 1681 Maria van Eijsden

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 1 juli 1690: een zwarte baar voor de vrouw van Hermanus Erckelens achter in het Steegoversloot

Kind:

a-1. Maria Erkelens, gedoopt NG Dordrecht 13 nov. 1682

b. Dina, 25 jan. 1664

c. Gosuinus Erkelens, 19 mrt. 1668, volgt III

d. Jacobus Erkelens, 26 april 1669

e. Maria, 3 april 1671

III. Gosuinus Erkelens, gedoopt NG Dordrecht 19 mrt. 1668, jongman van Dordrecht (1693), koopman van Dordrecht, equipagemeester te Hellevoetsluis, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6 sept. 1693 (ondertrouw; de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Maria van Bracht weduwe van Gerrit van Eijsden, de bruid met haar vader) Ida Hacken, jonge dochter van Dordrecht (1693)

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 124 e.v.: op 2 jan. 1717 verkopen Ida Hacke, weduwe van Gosewinus Erkelens, equipagemeester te Hellevoetsluis, als moeder en voogdes van haar kinderen, bij haar verwekt door Gosewinus Erkelens, en Maria Erkelens, meerderjarige dochter van wijlen Herman Erkelens, koopman te Dordrecht, beiden erfgenamen "onder benefitie van inventaris" van Jacob Erkelens, resp. hun oom en zwager, en Maria Erkelens nog "in haar privť" voor 3500 gl. aan Rutger Erkelens, burger van Dordrecht, een dubbel huis in het Steegoversloot, staande tussen de stadsgracht en het huis van Teunis Jansz. Corbell.

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Joan, 24 juli 1694

b. Barbera, 10 juli 1696

c. Maria, 12 mrt. 1704]


f. 84

Gerrit van Veen      2 ponden

Jacob Willems timmerman     1 pond

Beniamijn Adriaens [Troost] timmerman     1 pond

[Cf. ORA Dordrecht inv. 766, f. 26v, akte dd 6 juni 1626.

Benjamin Adriaensz. Troost, geboren ca. 1570, hellebaardier van de schout van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1590), huistimmerman, trouwde NG Dordrecht 23 sept./7 okt. 1590 Hilleken Evert Jansdr., van Dordrecht (1590, 2e Anneken Theunis (Gens Nostra 1979, p. 310)

ORA Dordrecht inv. 766, f. 26v: op 6 juni 1626 verkoopt Jan Pietersz. Veeckemans, als geordonneerde curator van de boedel van Dirck Jansz. lakenkoper, door het Gerecht van Dordrecht daartoe gemachtigd, aan Claes Houdaen, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vuilpoort, vanouds genaamd "de Vergulde Ploech", staande tussen het huis genaamd "Sinte Michiel" en het huis, waar uithangt "de Roode Poort", welk huis Houdaen van Dirck Jansz. gekocht heeft volgens een koopcedul, die op 8 jan. 1624 is verleden voor notaris A. Cop te Dordrecht. Waarborgen: Benjamijn Adriaensz. Troost huistimmerman en Jan Willemsz. Muts drapenier. Eerstgenoemde verbindt hiervoor zijn huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Lijsbeth van Zeelen en dat van Jacob Willemsz. van Ommeren en de ander zijn huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Goris Pietersz. hoedenmaker en dat van Geerit [sic]. Koper is wegens deze koop schuldig aan het weeskind van Geerit Geeritsz. een bedrag van 2450 gl. Borgen: Adriaen Foppen en Jacob Damasz. van de Poel muntenaar,]]

Elisabeth van Zeelen     10 ponden

Nicolaes Reijders     10 ponden

f. 84v

De weduwe van de heere Groenevelt     15 ponden

Abraham Jans metselaer     1 pond

D'erffgenamen van Neeltgen Beenen     40 ponden

De kindere van de luijtenant Van Lokeren, seggen van de Staeten quijt sijn gescholden     5 ponden

In de Nieulindestraet [De Museumstraat, die loopt van Steegoversloot naar de Kolfstraat, is kort vůůr 1612 aangelegd als straat langs de binnengracht. Andere namen waren: Middelgracht, Lindengracht, Lindenstraat en - naar de Witte Nonnen van het St. Agnesklooster - ook wel Nonnenstraat. Op verzoek van het bestuur van het Dordrechts Museum werd de inmiddels gedempte gracht in 1907 Museumstraat genoemd.(Van Baarsel, o.c., p. 80)]

Adam Leenderts cleermaecker     1 pond

f. 85

D'erffgenamen van de weduwe Schoris, vertrocken [naar] Zeelandt     2 ponden

Jan Matheeus [Wens] metselaer      4 ponden

[12 okt. 1628: Mariken Jacobsdr., vrouw van Jan Carelsz., geassisteerd met Reijer Geerbrantsz. bakker, verkoopt aan Abraham Hermansz. van Elderen een huis in de Lindenstraat, staande tussen het huis van Jan Matheusz. metselaar en de gang of poort van het Heilige-Geesthuis. De koper is schuldig aan verkoopster 700 gl. Borg: Hermen Hermensz. van Elderen, kleermaker en burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 767, f. 41v)

17 juni 1634: Jan Matheeusz. Wens, burger van Dordrecht, verkoopt aan Elijsabeth Gijsbrechtsdr., weduwe van Jacob Adriaensz., een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Abraham Hermansz. [van Elderen] conrector en dat van de erfgenamen van Jasper Jansz. Koopster is schuldig aan verkoper 550 gl. (ORA Dordrecht inv. 770, f. 28v e.v.)]

Mr. Jacob Kindt schermmeester     2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 12 nov. 1617: Jacobus Kindt Thomasz., van Zierikzee, schermmeester binnen Dordrecht en Hillegond Cornelis Praemsdr., van Dordrecht, wonende bij Henricxken de beddenmaakster naast het Suijkerhuis, procl. Zierikzee, getr. 5 dec. 1617 (Suikerhuis: Wijnstraat hoek Wijnbrug (Van Dalen, o.c., deel II, p. 650)]

Reijnier Adriaens timmerman, nihil habet      1 pond

Reijnier Gerrits      1 pond

f. 85v

Jan Adriaens collecteur     9 ponden

Jan Willems timmerman, nihil habet     2 ponden

De weduwe van Pieter Adriaens Mes     1 pond

De weduwe van Corstiaen Boermans     9 ponden

Abraham Hermans [van Elderen] conrector     4 ponden

[Hij was tot aan zijn overlijden in 1637 conrector van de Latijnse School. Van Elderen was ťťn van de vele slachtoffers van de in 1636-1637 te Dordrecht heersende pestepidemie.  [Esseboom/Dodde, o.c., p. 158.]

f. 86

Henrick van Born     6 ponden

In de Augustinencamp

Goosen Matheus wever, nihil habet     1 pond

Franchoijs Beens     30 ponden

Thonis Hermansse, nihil habet     1 pond

Weder int Steechoversloot

Sijmon Geemans [schoenmaker]      3 ponden

f. 86v

Pieter Pieters de Both     2 ponden

Dr. Huijbertus de Bie     12 ponden

Jacob Stoop Dircxe     21 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1593, f. 35v: op 2 mei 1616 verkoopt Cornelis Adriaensz. van der Laer, burger van Dordrecht, aan Jacob Stoop Dircxsz., burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Johannes Bocardus, predikant te Dordrecht, en dat van Johan Berck, subt. secretaris van Dordrecht.]

D'erffgenamen van Franchoijs Werckman    [geen bedrag vermeld]

D'heer Johan Berck Dircxe outraet     30 ponden

[Johan Berk, geboren naar schatting ca. 1580, zoon van Dirk Berk Henriksz. en Erkenraad van Berkenroede, burgemeester 1650 en 1651, schepen 1622, substituut secretaris 1607, secretaris van de Weeskamer 1622, thesaurier 1633, griffier van de Munt van Holland 1613, trouwde 15 mei 1607 Johanna van Diemen, dochter van Jacob van Diemen en Margareta van Beaumont Jansdr. (Balen, o.c., deel II, p. 941)]

Job Damasse van Slingelandt met d'ongehoude kinderen     20 ponden

f.87

Jan Schut cuijper     2 ponden

Cornelis Jansse met zijn twee nichten     1 pond

Dirck Jansse Both backer     3 ponden

Hendrick Jansse backer     1 pond

Maria Spaens      24 ponden

f. 87v

Willem Joppen beenhacker     16 ponden

Pieter Schepens     2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 11 april 1621 (ondertrouw): Pieter Willemsz. Schepens jong gezel notaris en procureur te Dordrecht wonende in het Steegoversloot en Elizabet Willem Jopsdr. jonge dochter wonende in de Voorstraat beiden van Dordrecht]

De minderjarige kinderen van Pieter Beeck     12 ponden

Steven Claesse     1 pond

Aeltgen Meulens     3 ponden

f. 88

De weduwe van Balten Willems     2 ponden

Aernolt de Vries     6 ponden

Arent Cop procureur     5 ponden

Clement Pieters Danser     10 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 7 juli 1624: Clement Pietersz. weduwnaar van Klaaswaal wonende in het Steegoversloot en Urselken Claes Torselendr. van bij Maaseik wonende bij Clement voorschreven, getrouwd 23 juli 1624]

GabriŽl Ghijsberts     7 ponden

T seste quartier ... bedraacht ... ter somma van 1616 gl. 10 st.

 

f. 88v

Sevenste Quartier beginnende van de steijger over 't Steechoversloot tot aen't Mertvelt [Marktveld, tegenwoordig Scheffersplein.(Van Baarsel, p. 98)] aen wederzijde

Pieter Struijs cannecooper      40 ponden

Willem Pieters twijnder      3 ponden

De moeder van voorn. Willem Pieters     2 ponden

Jaeques Terwe zijdecramer     5 ponden

De weduwe van Mathijs Saverij      14 ponden

[Beatrix van Wassenhoven (van Nassenhoven) Michielsdr., geboren naar schatting ca. 1584, van Brussel (1605), begraven Dordrecht 26 juni 1628 (Beatrijs Wassenhoven, [weduwe] van Mattheus Saverij, graf 20 in de Augustijnenkerk [Nelemans, o.c. p. 16]), trouwde NG Dordrecht 27 mrt./13 april 1605 Matthijs Paschier Severijnsz. (Saverij), van Luik (1605), moutmaker te Dordrecht (1605)

- 31 mrt. 1621: testament van Beatrix van Wassenhoven, weduwe van Matthijs Saverij, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan de NG huisarmen te Dordrecht een bedrag van 200 gl., aan de arme huisgenoten van de NG gemeente 100 gl., aan de armen van de Franse (Waalse) gemeente 150 gl., aan de Franse arme huisgenoten 50 gl., aan het Arme Weeshuis 100 gl., aan het Heilige-Geesthuis 50 gl., aan het Gasthuis 50 gl., aan de Oude Mannen 25 gl., aan behoeftige theologie-studenten 50 gl., aan de krankzinnige mensen 25 gl., aan de leprozen 20 gl. Voorts maakt zij aan haar neef Henrijck van Wassenhoven vier hemden, een zwart lakens "cleet", een rouwmantel van vier ellen lang en in geld een somma van 20 gl., aan haar behoeftige verwanten, die in Brussel wonen, 60 gl., aan haar zuster Catalina van Wassenhoven haar beste kleren, een aantal kettingen en haar beste diamanten ring, aan haar nicht Barbara van Wassenhoven een gouden kettinkje "om het hooft" en een diamanten ring, gekomen van haar moeder zaliger, aan Jaques Lamet en zijn vrouw lijnwaad en laken, ter waarde van 40 gl., "tot cleederen van haer en haer kind", aan haar neef Michiel van Wassenhoven haar trouwring en een zilveren "reijslepel", aan haar neef Johannes van Wassenhoven haar geŽmailleerde trouwring en een zilveren gaffel [vork], aan haar neef Jeremias van Wassenhoven een "mariagie", te weten een gouden diamanten en robijnen ring en een zilveren gaffel, aan haar nicht Susanna van Wassenhoven haar sleutel- en onderrriem met een paar zilveren messen en een zilveren ketting, aan haar nicht Lijsbet van Wassenhoven een gouden parelring met een kleine zilveren onderriem, aan het kind, waarvan haar zuster binnenkort zal bevallen een paar zilveren zoutvaten, aan de kinderen, "die sij onder haer geslachte heeft geheven" of bij de doop van welke zij getuige was, elk een stuk goud, zoals zij in een door haar zelf op te stellen brief nader zal beschrijven, aan haar neef Mattheus van de Brouck een zilveren gaffel en aan haar neef Bastiaen Huijgen een zilveren gaffel. Aan haar zuster Kathalina of bij vooroverlijden haar kinderen laat zij de eigendom van het huis genaamd "Hoochstraten" na en als die zuster komt te overlijden zonder kinderen na te laten aan de kinderen en kindskinderen van haar broer Jaecques van Wassenhoven of aan het kind van Pieter van de Brouck. In dat geval echter zal de man van Kathalina zijn leven lang het vruchtgebruik van dat huis houden. Aan haar neefje Mathijs van de Brouck vermaakt zij hetzij een bedrag van 2000 gl. of het hoekhuis van de Nieuwbrug, staande naast "de Ster", waarbij de keuze tussen beide zal voorbehouden zijn aan haar zuster Kathalina. Als Mathijs gaat trouwen zal dit legaat vererven op de kinderen van haar broer Jaecques van Wassenhoven en de kinderen van haar zwager Pieter van Nes. Aan haar neefje Bastijaen Huijgen, zoon van Adriana van Wassenhoven legateert zij 1000 gl. of het huis in de Augustijnenkamp, waar uithangt "Sint Truijen". Als hij ongehuwd of kinderloos komt te overlijden zal dat geldbedrag of dat huis vererven op de kinderen van haar broer Jacques en de kinderen van haar zuster Katalina. Aan die zuster en de kinderen van haar voornoemde broer vermaakt zij haar tuin met het huis daarop staande en aan de weduwe [sic] van haar broer, Sara de Braijmaker, als zij niet gaat hertrouwen, een rouwkleed.  Aan de vrouw van Abraham van Nes, Jael Savarij, vermaakt zij zoveel laken als zij tot "een vlijeger [vrouwenmanteltje of jakje] en rock" nodig hebben zal, tot 8 gl. de el. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij de kinderen van haar voornoemde broer Jacques voor de ene helft en haar voornoemde zuster Katalina of bij vooroverlijden haar kinderen voor de andere helft. Tot executeurs en voogden benoemt zij Wouter Boucquet, Anthonij van de Bijesheuvel, haar zwager Pieter van Nes, haar neef  Michiel van Wassenhoven en Cornelis Pietersz., haar goede bekende. Zij wenst, dat Hugo Bastiaensz. zich niet zal bemoeien met de voogdij over de kinderen van zijn overleden vrouw Adrijana van Wassenhoven. Zij sluit de Weeskamer uit van haar na te laten boedel. Akte door testatrice ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 26, f. 135 e.v.)

f. 89

De suster van Mathijs Saverij, nijet quotisabel      4 ponden

Henrick Barents verwer     6 ponden

Jan de Loutre      10 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978 (200e penning 1638), f. 57: Jan de Loutre aangeslagen voor een vermogen van 6000 gl.]

Cornelis Adriaens cruijdenier     5 ponden

De weduwe van Cornelis Claesse de Heer     6 ponden

f. 89v

Cornelis de Wolff     8 ponden

Davit Decker     10 ponden

Den selve als regerende den boedel van Cornelis Jansse sijdecramer     3 ponden

D'erffgenamen van de weduwe van Dirck Jacobs van Klootwijck, sijn maer geset op 6 ponden ergo      6 ponden [16 ponden doorgehaald]

Dirck Clootwijck     16 ponden

f. 90

De kindere van Dirck Lamberts    7 ponden 10 s.

Adriaen Adriaensse tinnegieter     3 ponden

Michiel van de Beecq bontwercker     5 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 10: op 27 mrt. 1626 verkopen Joost Jansz. Covens, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Anthonij Joosten, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Willem van Galen op 8 mrt. 1626, alsmede Jan Joosten, voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn broer, Abraham Joosten, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Jan van Dorth te Sluis op 23 mrt. 1626, aan Michiel van de Beeck, peltier en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis van koper en dat van Mattheeus van de Mijl.]

Matheus van de Mijl     2 ponden

Herman Jansse sijdecramer, obijt insolvent     2 ponden

f. 90v

Jeremias Decker, insolvent     2 ponden

Ghijsbe[r]t Jansse van Aeckeren     4 ponden

Deze vrouw, op een portret uit ca. 1630, draagt een met bont afgezette vlieger.

[ONA Dordrecht inv. 182, akte 100, dd 10 sept. 1668: ten overstaan van de Dordtse notaris J. Melanen herroept Jenneken Jansdr. Huijskens, wonende te Dordrecht, ziek zijnde, een eerder codicil of akte van donatie, welke zij "onder haer eijgen hant gemaeckt ende behandicht heeft" aan haar nicht Anna van der Reijt op 21 mrt. 1656, en alle andere testamentaire disposities e.d., die zij voor deze gemaakt of verleden heeft. Zij legateert nu aan Lijsbeth Raets, haar nicht, of bij vooroverlijden haar kinderen, een losrentebrief ten laste van de provincie Holland ten comptoire van Dordrecht, staande op naam van haar, testatrice, en inhoudende 400 gl. kapitaal, [datum van de brief niet vermeld], aan Silla Jans, dochter van Anneken Jansdr. Huijskens, haar overleden zuster, een bedrag van 50 gl. en haar "bouratten vlieger", en aan Geertruijt Fockers, dochter van Nelleken Raets, haar overleden nicht, eveneens 50 gl. Zij prelegateert aan Nelleken Jaspers [sic] Huijskens, haar nicht, haar bed met toebehoren en aan voornoemde Nelleken Jansdr. [sic] Huijskens en Anneken Jansdr. Huijskens al haar kleren, huisraad en onroerende goederen, die bij haar overlijden bevonden zullen worden. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Willem Jansz. Huijskens, Anneken Jansdr. Huijskens en Nelleken Jansdr. Huijskens, haar neef en nichten, kinderen van Jasper [sic] Jansz. Huijskens, haar broer, of bij vooroverlijden hun kinderen. Zij stelt aan tot voogden over haar minderjarige erfgenamen Johan Hillen en Hendrick Willemsz. van Ven, haar goede bekende vrienden.

Extract van dit testament ingeschreven in het weesboek ca. 4 juni 1669 (Weeskamer Dordrecht inv. 25, f. 303)

Geertruijt, dochter van Anthonij Aertsz. Focker en Nelleken Reijniersdr. Raets, gedoopt NG Dordrecht 1653

NG Dordrecht 30 sept. 1629: Jasper Jansz. [Huijskens] jongman van Venlo varend gezel wonende te Dordrecht op de Nieuwe Haven en Trijntghe Meeusens [Booms] van Eisden mede wonende te Dordrecht in de Paradijsappel, getrouwd op 21 okt. 1629

Kinderen uit dit huwelijk:

a. Anneken Jaspersdr. Huijskens, gedoopt NG Dordrecht 1631, trouwde Pieter Jansz. Roij

b. Willem Huijskens, gedoopt NG Dordrecht 1633, trouwde Anna Heijndrichs

c. Nelleken (Neeltje) Huijskens, gedoopt NG Dordrecht 1637, trouwde Bartholomeus Labeen]

Laurens van Buijtendijck     2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 20 mrt. 1622: Laurentius Buijtendijck Hendricxsz. jong gezel van Utrecht wonende tegenover Mijnsherenherberg en Margareta van Middelhoven Michielsdr. wonende op de Nieuwe Haven in "den Noortschen Boer", procl. te Utrecht, getrouwd op 10 april 1622]

Gerrit Maes [koopman, zeepzieder]     2 ponden

[Hij was de vader van de kunstschilder Nicolaes Maes.

Gerrit Maes Willemsz., jongman van Ravesteijn, wonende bij Gisbrecht Lenardsz. schoenmaker bij de Grote Kerk (1619), trouwde NG Dordrecht 24 nov./15 dec. 1619 Ida Herman Claesdr., gedoopt NG Dordrecht 24 dec. 1592, van Dordrecht (1619), dochter van Herman Claesz. van Ravesteijn en Elijsabeth Fijnemans.

- 27 mei 1626: Sara Damius, weduwe van Gerrit Woutersz. schoenmaker verkoopt aan Gerrit Maes, burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] omtrent Mijnsherenherberg, staande tussen het huis van Joost Lievensz. kramer en dat van de weduwe van Claes Oosten naaldenmaker. Waarborg: Gijsbert van Dalen, burger van Dordrecht, als daartoe gemachtigd zijnde door Johan Damius, schepen van Haarlem. (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 22v)

- 30 april 1643: Gerrit Maes, burger van Dordrecht, verkoopt aan Willem Jansz. Walen, burger van Dordrecht, het huis, waarin hij, verkoper, woont, staande in de Hofstraat tussen de Heelhaaksdoelen en het huis van Jan Claesz. metselaar. Waarborg: Herman Huijbertsz. van Ravesteijn, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1610, f. 17v e.v.)

- 15 aug. 1643: Pieter van Consen, bakker en burger van Dordrecht, verkoopt voor 3500 gl. aan Gerrit Willemsz. Maes, solliciteur en burger van Dordrecht, een huis in de Buistelbuurt [Voorstraat], waarin hij, koper thans woont, staande tussen het huis van Jan Ros naaldenmaker en dat van Isaac van de Graeff. Waarborg: Jan Ros, naaldenmaker en burger van Dordrecht. De koper verkoopt aan verkoper een jaarlijkse losrente van 62 gl. Borg: Coenraet Hars, burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1400 gl. Borg: idem. (ORA Dordrecht inv. 1610, f. 50v e.v.)

- 11 sept. 1646: Pieter Dircxsz. Coddeus, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Govert van Bergen brouwer en Gerrit Willemsz. Maes, burgers van Dordrecht, een pakhuis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Thomas Sleij schoolmeester en de gang van Ambrosius van Gerven. Waarborg: Bartholomeus van den Brouck, koopman en burger van Dordrecht. De comparant verbindt als contrawaarborg een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Anthonij Repelaer en dat van Matthijs van Balen. (ORA Dordrecht inv. 1611, f. 136)

- 6 mei 1648: Gerrit Maes en kapitein Govert van Bergen, burgers van Dordrecht, verkopen Willem Willemsz. Oudeman, burger van Dordrecht, een pakhuis, bestaan de uit onder een wijnkelder en boven korenzolders, genaamd "de Blauwen Cuijp", staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van mr. Thomas Sleij schoolmeester en de gang van het huis van De Haen. Waarborg: Leendert van Dijck, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1612, f. 84)

- 15 mei 1649: Gerrit Maes, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Johannes van Eijsden, burger van Dordrecht, een huis bij de Kolfstraat, staande tussen het huis van Herman Moulaert "maeldenier" en het huis van de verkoper, strekkende voor van de straat tot aan de muur van de grote achterkeuken tegen het pakhuis van de verkoper. Waarborgen: Jan Ros naaldenmaker en Andries Willemsz. van Dinslaecken, burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1613, f. 28 e.v.)

7 april 1655: Geerit Willemsz. Maes, zeepzieder en burger van Dordrecht, als man van Ida Herman Claesdr., samen en erfgenamen van Aeltgen Fijnemans, weduwe van Claes Jansz. van Bollenbeeck, volgens Aeltgens testament gepasseerd ten overstaan van notaris J. Schoormans te Dordrecht op 10 sept. 1654, verklaart schuldig te zijn aan Reijnier de Fijneman een somma van 700 gl. en aan de kinderen van Govert de Fijneman een somma van 1100 gl., aan hen gelegateerd in het genoemde testament. Maes verbindt hiervoor zijn huis en zeepmakerij, genaamd "de Drie Witte Leeukens"staande bij Mijnsherenherberg. Borg: zijn zoon Abraham Maes, burger van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 177, f. 225 e.v.)

5 mrt. 1657: Dirck de Keijser, koopman te Amsterdam, als man van Philippijna Govertsdr. Fijneman, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Jan Sena, koopman te Amsterdam, als man van Louise Govertsdr. Fijneman, en van Loaen [?] de Fijneman, Jean Morgan en Anne Fijneman, wonende in Frankrijk, en van Abraham Becx, als vader en voogd van zijn kinderen, verwekt bij Charlotte de Fijneman, wonende in Stokholm, en tevens vervangende de overige kinderen en erfgenamen van Govert de Fijneman, verklaart ontvangen te hebben van Geerit Willemsz. Maes, burger van Dordrecht, als erfgenaam van Aeltgen de Fijnemans, weduwe van Claes Jansz. Bollenbeeck, die is overleden te Dordrecht, een somma van 1100 gl., welk bedrag door Aeltgen de Fijnemans is gelegateerd aan de kinderen en erfgenamen van haar broer, Govert de Fijneman, in haar testament, dat zij heeft gepasseerd ten overstaan van notaris J. Schoormans te Dordrecht op 10 sept. 1654. (ONA Dordrecht inv. 178, f. 44)

Kinderen (o.a.):

a. Henricxken (Henrica) Maes, gedoopt NG Dordrecht nov. 1624

b. Abraham Maes, gedoopt NG Dordrecht juni 1631.

c. Nicolaes Maes, gedoopt NG Dordrecht jan. 1634, schilder, jongman van Dordrecht wonende [in de Voorstraat] bij Mijnsherenherberg, trouwde NG Dordrecht 28 dec. 1653/13 jan. 1654 Adriana Joostendr. Brouwers, van Dordrecht, weduwe van ds. Arnoldus de Gelder, predikant te Wijngaarden, wonende in de Gravenstraat

Nicolaes Maes, zelfportret (Dordrechts Museum)

- 6 mei 1672: Giel Jansz. van Buijl, Emmeken Jansdr. van Buijl, Janneken Coenraetsdr. van Buijl, en Cornelis Jaspersz. Outlant, als man van Geertruijt Govertsdr. van Buijl, allen erfgenamen ab intestato van wijlen kapitein Johan van Buijl, koopman te Dordrecht, verkopen voor 1800 gl. contant aan Nicolaes Maes, schilder en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van de weduwe van Maximiliaen Melanen. (ORA Dordrecht 788, f. 23v)

- 16 dec. 1682: Johanna Straselius, weduwe van Johannes Toebast, wonende te Dordrecht, verleent procuratie aan Johannes van Houten, wonende te Amsterdam, om voor schepenen aldaar te transporteren aan Nicolaes Maes, wonende te Amsterdam, een schuldbrief van 5000 gl., welke is verleden voor schepenen van Amsterdam op 17 nov. 1670 door Johannes Sipels, koopman te Amsterdam, ten behoeve van Johanna Straselius en verzekerd op een huis in de Molsteeg te Amsterdam, belend aan de noordzijde door het huis, waar "de Vergulde Leeuw" in de gevel staat, aan de oostzijde door het huis van Gerrit Bartholomeeusz. Smit en aan de westzijde door het huis van mr. Pieter chirurgijn. (ONA Dordrecht inv. 189, akte 82)

- 2 dec. 1692: Nicolaes Maes, wonende te Amsterdam, verkoopt voor 2200 gl. aan Beatrix, Sara en Helena van Dijck, bejaarde ongehuwde dochters, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de kinderen van Jacob Holaert en het huis van de verkoper. (ORA Dordrecht inv. 797, f. 142v)]

De weduwe van Claes Osten naeldemaecker     1 pond

f. 91

De weduwe van Jacob Henricxe schoenmaecker     3 ponden

D'erffgenamen van Jacob Alewijns viscooper     7 ponden

Corstiaen Leenderts seemcoper     4 ponden

Aen d'ander sijde beginnende van [het] Steechoversloot

Maerten van Dilsen     2 ponden

Jacob GabriŽls cramer     4 ponden

D'heer Johan Berck Ridder     200 ponden [Johan Berck woonde in het huis de Berckepoort.]

[ORA Dordrecht inv. 766, f. 18: op 7 mei 1626 compareren Herman Halling, Oudraad van Dordrecht, voor de ene helft en Jacob van de Corput, Oudraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Johan Berck Ridder, ambassadeur van de Hoogmogende Heren Staten Generaal der Verenigde Nederlanden bij de Serenissime Republiek van VenetiŽ, als getrouwd hebbende Maria Buijsen, voor de andere helft, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Pieter Willemsz. Schepens op 25 sept. 1622. Zij verkopen aan Jan Jansz. korenkoper een huis in de Grotekerksbuurt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Willem Sieren en dat van Liedewij Diters Cornelisdr. Kennen betaald. Promittit quitare.]

f. 91v

Pieter Verhagen met sijn huisvrouwen dochter     10 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 26 aug. 1618: Pieter Verhagen boekdrukker weduwnaar van Antwepen en Maike Claesdr. geboren van Wesel weduwe van Cors Geritsz. viskoper woont in de Vriesestraat tegenover de molen, getrouwd 9 sept. 1618

2 jan. 1626: Pieter Verhagen, boekdrukker en burger van Dordrecht, verklaart, dat hij op verzoek van mr. Matthijs Berck, secretaris van Dordrecht, "uijt sonderlinge vrient ende beurschap" getransporteerd heeft aan Johan Berck, ambassadeur van de Verenigde Nederlanden in VenetiŽ, Matthijs Bercks vader, het recht van "naestinge" op Verhagens huis in de Voorstraat, staande tussen de plaats of poort van het huis van Berck [de Berckepoort] en het huis van Herman Jenefaesz., zodat Berck of zijn erfgenamen, wanneer hij, Verhagen, zijn huis gaat verkopen, de koop daarvan mag c.q. mogen naderen "sonder contradictie ofte tegenspreken van ijmanden". (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 1)

21 juli 1651: Abraham Andriesz., voor zichzelf en als procuratie hebbende van Adriaen van Bonckelwaert, Clara van Bonckelwaert, weduwe van Abraham Schut, Cornelis van Bavel, als man van Maeijken Andries, Isaac Andriesz., Hendrick Cornelisz, als man van Lijsbeth Isaecx, Andries Andriesz., Anthonij Vogelsanck, Michiel Vogelsanck en Margreta Vogelsanck, allen erfgenamen van Pieter Verhagen en Maeijken Baerthoutsdr. Mesian, Dirck Tegelberch, als man van Petronella Baerthoutsdr. Mesian, voor zichzelf en vervangende Ridchard Farington, als echtgenoot van Anneken Baerthoutsdr. Mesian, allen erfgenamen van wijlen Mariken Claesdr., weduwe van Pieter Verhagen, verkopen aan Roelant Isaacxsz. van Stabroeck, burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis of de poort [de Berckepoort] van mr. Matthijs Berck, heer van Godschalksoord, raadpensionaris en secretaris van Dordrecht, en het huis van Laurens Michielsz. van Leen. Waarborgen: Abraham Andriesz., Michiel Vogelsanck en Dirck Tegelberch. Koper is schuldig aan Elisabeth van Deuren, weduwe van Gijsbert Harincx, 2100 gl. Borgen: Johannes Isaacxsz. van Staebroeck, bode van Dordrecht op Zeeland. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 57 e.v.)

NG trouwboek Dordrecht 8 juni 1648: Dirck Tegelberg zilversmid jongman wonende voor het Bagijnhof en Pieternella Meschian jonge dochter wonende bij de Augustijnenkerk, beiden van Dordrecht, getr. 23 juni 1648 (zie Ons Voorgeslacht mei 2011, p. 176)

idem 29 mei 1650: Ritzart Farrington schilder jongman van Leicester wonende bij de Vismarkt en Anna Meschan jonge dochter van Dordrecht wonende tegenover Mijnsherenherberg [in de Voorstraat], getr. 14 juni 1650

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 18 juni 1665: een kinderbaar achter in de Kolfstraat voor een kind van Ritsser Farenton "tot Dirck Tegelburgh"]

Andries Adriaens     2 ponden

De weduwe van Aert Schoor     1 pond

Henrick Jaspers Staeckman     2 ponden

De weduwe van Gillis Nering met haer kinderen     15 ponden

[Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten): op 10 jan. 1631 zijn aangetekend  Isaack Gillisz. Nering jongman van Dordrecht geassisteerd met Geertruijt Jans zijn moeder en Leentgen Victors [van Blenckvliet] jonge dochter geassisteerd met Victor Jansz. haar vader (getrouwd Doopsgezind Dordrecht 9 mrt. 1631)

ORA Dordrecht inv. 771, f. 38v e.v.: op 21 okt. 1637 verkopen Victor Jansz. van Blenckvliet en Jacob Nering, grootvader en oom resp. voogden over het kind, nagelaten door wijlen Isaack Neering en Helena van Blenckvliet, aan Aeltgen Dirxdr., weduwe Jacob Cornelisz. Boene, een huis omtrent de Wijnbrug, waar uithangt "het Casteel van Gent", staande tussen het huis van het Sint Jansgasthuis en het huis van het voornoemde weeskind. Koopster kent schuldig aan verkopers een somma van 2900 gl. Borgen: Mels Gijsbertsz. en Arijen Jansz. Ooms.


ORA Dordrecht inv. 772, f. 118: op 20 aug. 1640 verkopen Victor Jansz. van Bleinckvliet en Jacob Nering, kooplieden en burgers van Dordrecht, als voogden over het nagelaten weeskind van Isaack Nering, aan Willem Aertsz. twijnder, burger van Dordrecht, een huis bij de Nieuwstraat, staande tussen "het Kasteel van Gent" en het huis van de koper.


In een akte dd. 28 juli 1650 (ORA Dordrecht inv. 777, f. 135 e.v.) is sprake van twee huizen van Willem Aertsz. twijnder, staande omtrent het St. Jansgasthuis (in de Voorstraat), belend door het huis van Jacob Nering en het huis waar uithangt "het Kasteel van Gent".]

f. 92

De weduwe van Anthonij Leniers     7 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 28 okt. 1618: Abraham Lenier Antonisz. jong gezel van Dordrecht wonende bij zijn moeder in "'t Gulden Spellewerck" en Catalina Huge Jeronijmusdr. jonge dochter van Middelburg wonende bij Mattheeus van de Mijlen tegenover de bruidegom, getrouwd op 4 dec. 1618

NG trouwboek Dordrecht 18 aug. 1621: Philips Kegelaer jong gezel van Breda wonende aldaar en Susanna Verhaghen weduwe van Anthonie Lenier van Breda wonende in "'t Goude Spellewerck" bij Mijnsherenherberg, procl. te Breda

ORA Dordrecht inv. 770, f. 77v e.v.: op 8 mei 1635 verkoopt Abraham Leniers, burger van Dordrecht, als gemachtigde van Susanna Verhagen, weduwe van Anthonij Leniers, zijn moeder, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Cornelis Strick te Nijmegen op 20 april 1635, aan Clara de Bramaecker en Henrick Bosch een losrente van 25 gl. jaarlijks, verzekerd op een huis en erf  bij Mijnsherenherberg [in de Voorstraat bij de Nieuwstraat, thans nr. 244], genaamd "het Gouden Speldewerck", staande tussen het huis van Willem Pietersz. 't Schaep en het huis, waar uithangt "'t Casteel van Gent".
 
ORA Dordrecht inv. 771, f. 38v e.v.: op 21 okt. 1637 verkopen Victor Jansz. van Blenckvliet en Jacob Nering, grootvader en oom resp. voogden over het kind, nagelaten door wijlen Isaack Neering en Helena van Blenckvliet, aan Aeltgen Dirxdr., weduwe Jacob Cornelisz. Boene, een huis omtrent de Wijnbrug, waar uithangt "het Casteel van Gent", staande tussen het huis van het Sint Jansgasthuis en het huis van het voornoemde weeskind. Koopster kent schuldig aan verkopers een somma van 2900 gl. Borgen: Mels Gijsbertsz. en Arijen Jansz. Ooms.]

D'heer Cornelis Back Jacobs outraet     10 ponden

De weduwe van Emanuel van der Steen met haer kinderen       24 ponden

Blasius van Haerlem den Jongen     4 ponden

Sijmon Wiltens backer     3 ponden

De weduwe van Jan Pietersse couckebacker met haer dochter     4 ponden

f. 92v

Abraham Back apoteecker     3 ponden

D'erffgenamen van Jan DaniŽls seepsieder     15 ponden

De weduwe van Baen Cornelisse met haer kinderen      12 ponden

Inde Hoffstraet

Balthaser Lidius predicant     4 ponden

[Balthazar Lydius, geboren Umstadt (Palts, Duitsland) 13 aug. 1576, studeerde theologie te Franeker en Leiden, predikant te 's Hertogenbosch tot nov. 1602, predikant te Dordrecht 1602-1629, gedeputeerde op de Nationale Synode van Dordrecht 1618/1619, overleden 20 jan. 1629, begraven in een familiegraf in de Nieuwkerk, trouwde 1e NG Dordrecht 5/27 april 1603 Aletta de Witt, weduwe van Isaac Henricksz. van den Corput, predikant te Breda, begraven in het genoemde familiegraf in 1607, dochter van Jacob Fransz. de Witt en Elisabeth Andriesdr. Heijmans, 2e NG Dordrecht 29 juni/15 juli 1608 Anneke Jacobsdr. Mijlius (van der Mijle), begraven in het genoemde familiegraf in 1630, weduwe van Cornelis Mattheeusz. (Gens Nostra 2009, p. 285; Nelemans, Hic Conditur, p. 174 e.v)

Kinderen (o.a.):

ex 1:

a. Isaac Lydius, gedoopt NG Dordrecht 22 febr. 1604, predikant te Papendrecht (1632) en Dordrecht (1637), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 nov. 1660, trouwde NG Haarlem 18 aug./10 sept. 1641 (met attestatie van Dordrecht) Johanna Joije, gedoopt NG Haarlem 29 aug. 1621, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 aug. 1677, dochter van Matheus Joije en Marie Tiebouts (Gens Nostra 209, p. 287)

- 16 febr. 1645: Johan Sijmonsz. in der Velde verkoopt voor 3400 gl. aan Isaac Lidius, predikant te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Gravenstraat, staande tussen het huis van Cornelis Matthijsz. Stoop en dat van de erfgenamen van Hendrick van Dilssen. Waarborg (voor de verkoper): Pieter de Carpentier, oudraad van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 775, f. 9v)

- 6 okt. 1645: Maria van Dilssen, echtgenote van mr. Willem de Bont, "hooch schout" van Leiden, verkoopt voor 2600 gl. aan ds. Isacus Lidius, predikant te Dordrecht, een huis omtrent de Nieuwbrug, staande aan de havenzijde tussen het huis van de koper en dat van Pieter van Consen bakker. (ORA 775, f. 63v e.v.)

- 27 mei 1684: Mattheeus Lidius, predikant te Cillaarshoek, Josina Lidius, weduwe van ds. Thomas Baen, en Hendrick van Hoesen, als man van Maria Lidius, voor zichzelf en tevens vervangende Aletta en Jacoba Lidius, kinderen en erfgenamen van ds. Isaack Lidius en Johanna Joije, verkopen voor 1330 gl. aan Ruth de Ridder, pachter van verscheidene gemenelandsimposten, een huis in Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, staande tussen het huis van de verkopers en dat van Aernout van Campen. (ORA Dordrecht inv. 793, f. 82 e.v.)

- 2 juni 1689: Hendrik van Hoesen, als man van Maria Lijdius, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van Josina Lijdius, weduwe van ds. Tomas Baen, predikant te Heinenoord, ds. Thomas Chapman, predikant te Cillaarshoek, als man van Aletta Lijdius, en ds. DaniŽl Rolandus, predikant te Geervliet, als man van Jacoba Lijdius, volgens procuratie, gepasseerd ten overstaan van notaris H. van Dijck te Dordrecht op 31 mrt. 1689, allen kinderen en erfgenamen van Johanna Joije, weduwe van ds. Isaacus Lijdius, predikant te Dordrecht, verkopen voor 2600 gl. aan Hermannus Neuspitzer, rector te Dordrecht, een huis [in de Wijnstraat] omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis, dat is nagelaten door Rut de Ridder en dat van de weduwe van Jacob Ouzeel. (ORA Dordrecht inv. 796, f. 30 e.v.)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a-1. Mattheus Lidius, 1643, predikant te Cillaarshoek

a-2. Josina Lidius, 1649, overleden 17 dec. 1699, trouwde ds. Thomas Baen, predikant te Heinenoord

a-3. Maria Lidius, 1650, trouwde Hendrick van Hoesen

a-4. Alette Lidius, 1652, overleden 3 okt. 1721, trouwde ds. Thomas Chapman, 1685 predikant te Cillaarshoek, 1690 predikant te Dubbeldam, 1722 emeritus, beoefenaar der Latijnse dichtkunst, overleden in 1727



Grafzerk van Josina en Aletta Lidius bij de NH kerk te Dubbeldam. (foto: A.B. den Haan)

a-5. Jacomina (Jacoba) Lijdius, 1653, trouwde ds. DaniŽl Rolandus, predikant te Geervliet

a-6. Johanna, 1660

b. Martinus Lydius, gedoopt NG Dordrecht 1 sept. 1607, predikant te Aalburg, Heusden, en daarna Breda (Gens Nostra 2009, p. 288)

ex 2:

c. Jacobus Lydius, gedoopt NG Dordrecht mei 1610, predikant te Bleskensgraaf, later (vanaf 1637) te Dordrecht, benoemd tot leraar bij het buitengewoon Gezantschap in Engeland (1643-1645), begraven in het familiegraf in de Nieuwkerk te Dordrecht 19 sept. 1679, hij liet een grote bibliotheek na, die door zijn zwager, ds. Cornelis Schalcke, rector van de Latijnse School, werd beheerd, trouwde 1e NG Dordrecht/Middelburg 13/25 aug. 1651 Maria Amia, jonge dochter van Aken, wonende te Middelburg, (1651), 2e NG Dordrecht/Haarlem 7/30 mei 1656 Josina Joije, gedoopt NG Haarlem 10 febr. 1617, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 aug. 1669 (een zwarte baar naast de Munt voor Jozijnna Joije vrouw van ds. Jacobus Lijdies), weduwe van Johan Govertsz. van Marees, dochter van Matheus Joije en Maria Tiebouts (Gens Nostra 2009, p. 288; Nelemans, Hic Conditur, p. 174 e.v. )

- 26 dec. 1674: een zwarte baar "tot" ds. Jacobus Lijdies voor Maria van Marees, de vrouw van ds. Balthasar Schalcke (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 16 e.v.: op 2 april 1681 verkopen Cornelis Schalcken, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Abraham Leonardis en Henric Lijdius, predikanten resp. te Dordrecht en Maasdam, als testamentaire voogden over het weeskind van wijlen Balthasar Schalcken, tevens procuratie hebbende van ds. Johannes Schalcken, predikant te Charlois, en Godefridus Schalcken, en van Berbera, Maria en Aletta Schalcken, zijn broers en zusters, allen, samen met wijlen Anna Schalcken, erfgenamen van ds. Jacobus Lydius, predikant te Dordrecht, en tevens erfgenamen ab intestato van voornoemde Anna Schalcken,, voor 6149 gl. 10 st. aan Johan Cloens, koopman te Dordrecht, als man van Jacoba de Marees, en aan Elisabeth en Josina de Marees, meerderjarige, ongehuwde personen, wonende te Dordrecht, de helft van een huis met daaronder twee grote wijnkelders en erachter een tuin, alsmede een huisje daarachter in de Doelstraat, welk grote huis is genaamd "Oostenrijck" en staat in de Voorstraat omtrent het Steegoversloot, strekkende voor van de Voorstraat tot achter in de Doelstraat, belend door de Munt aan de ene zijde en het huis van Johan Becius, lid van de Oudraad, aan de andere zijde. De wederhelft van het huis etc. is eigendom van verkopers.

d. Aletta Lydius, gedoopt NG Dordrecht febr. 1612, trouwde Cornelis Schalcken, geboren naar schatting ca. 1610 te Heusden, predikant te Eethen en Drongelen, Made en Drimmelen en 1654-1674 rector van de Latijnse School te Dordrecht, overleden in 1674 (Gens Nostra 2009, p. 286)

Godfried Schalken, portret van zijn vader (1676)

Kinderen (volgorde willekeurig):

d-1. Godfried Schalcken, geboren Made 1643, kunstschilder, overleden Den Haag 16 nov. 1706, trouwde NG Dordrecht 31 okt. 1679 Francoise van Diemen, dochter van Christoffel van Diemen en Cornelia Beens (dochter van Laurens Cornelis Fransz. Beens en Cornelia Peetersdr. de Ras)

- 31 dec. 1682: Helman van de Heuvel, koopman te Rotterdam, enige zoon en erfgenaam van Gerrit van de Heuvel, verkoopt voor 2024 gl. contant geld aan Godefridus Schalcken, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Schrijversstraat, staande tussen het huis van Gijsbert van de Kemp en dat van de erfgenamen van Jan Joosten Filiboort. (ORA Dordrecht inv. 792, f. 154v e.v.)

- 1 dec. 1685: Godefridus Schalcken, "expert constich schilder", en zijn vrouw Fransoijse van Diemen, wonende te Dordrecht, verlenen procuratie aan Adriaen Beens, secretaris te Ginneken in de Baronie van Breda, hun neef, om aan de koper [die niet met naam en toenaam in deze akte wordt vermeld] te transporteren ongeveer ťťn bunder land aldaar, welke Fransoijse van Diemen is aanbedeeld uit de nalatenschap van haar grootmoeder Cornelia de Ras, weduwe van Laurens Beens. De kooppenningen bedragen 610 gl. (ONA Dordrecht inv. 171, f. 459)

Francoise van Diemen, geportretteerd door haar man.

Zelfportret van Godfried Schalcken (1694)

d-2. Marija Schalcken, geboren naar schatting ca. 1650, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Boom (1682), schilderes van interieurs en landschappen, overleden tussen 23 febr. 1685 en 1700, trouwde NG Dordrecht/Papendrecht 26 juli/11 aug. 1682 Severijn van Bracht, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1682)

Kinderen (beiden NG gedoopt te Dordrecht):

d-2-1. Anna, 17 mei 1683

d-2-2. Cornelis, 23 febr. 1685 

d-3. Barbara Schalcken, ongehuwd

ONA Rotterdam inv. 1577, akte 53: op 11 juni 1709 testeert ten overstaan van notaris Johan ten Bergh te Rotterdam Barbara Schalcke, "bejaerde ongetroude dogter", wonende ten huize van ds. Johannis Schalke, predikant te Charlois. Legaten voor haar broer, ds. Johannis Schalke, haar nicht Aletta Schalke en haar nicht Petronella Schalke. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar broer, ds. Johannis Schalke, of bij vooroverlijden diens kinderen, voor een vijfde part, Johan Schalke, zoon van haar overleden broer Balthasar Schalke, in zijn leven predikant te Pernis, voor een vijfde part, Francoisa Schalke, dochter van haar overleden broer Godefridus Schalke, voor een vijfde part, de kinderen van haar overleden broer Cornelis Schalke, in zijn leven schout en rentmeester van Cromstrijen, voor een vijfde part, en de kinderen van haar overleden zuster Aletta Schalke, weduwe van Willem [Jacobsz.] Verschoor, voor een vijfde part. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen en tot administrateurs van haar boedel benoemt de testatrice haar broer Johannis Schalke en haar neef Johan Schalke Balthasarsz.

d-4. ds. Johannis Schalke, NG predikant te Charlois

d-5. ds. Balthasar Schalke, gedoopt NG Heusden 3 juli 1637, jongman (1674), NG predikant te Pernis, overleden ald. 16 aug. 1679 (zerk in de NH kerk te Pernis: zie De Nederlandsche Leeuw 1925, p. 217), trouwde NG Pernis 20 mrt. 1674 Maria van Marees, jonge dochter van Haarlem, wonende te Dordrecht (1674) 

- 26 dec. 1674: een zwarte baar "tot" ds. Jacobus Lijdies voor Maria van Marees, de vrouw van ds. Balthasar Schalcke (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

d-6. Cornelis Schalke, schout en rentmeester van Cromstrijen

d-7. Aletta Schalke, gedoopt NG Dordrecht 1654, trouwde Willem Jacobsz. Verschoor

e. Samuel Lydius, gedoopt NG Dordrecht febr. 1617, predikant te Heinenoord en Dubbeldam, trouwde NG Dordrecht 20/24 aug. 1641 Cornelia Jansdr. van Wijngaarden (Gens Nostra 2009, p. 286)]

Adriaen Cornelisse wijncooper     4 ponden

f. 93

Anneken Frans Wittens weduwe     [geen bedrag vermeld]

Aen d'ander zijde

Mr. Balthaser Boll  [chirurgijn]   5 ponden

Inde Nieustraet

Abraham Mortier     4 ponden

Herber Jans backer     2 ponden

De weduwe van  Jacob Dorste    2 ponden

f. 93v

Corstiaen Jansse glaesmaecker     3 ponden

Baerthout Pieters backer     6 ponden

De weduwe van Johannes Betius     7 ponden

[Johannes Becius, NG predikant te Dordrecht, van Antwerpen naar Emden gevlucht, vandaar beroepen okt. 1586, overleden 26 jan. 1626.]

Dr. Bor rector     3 ponden

[Gerard Bor (Borraeus) was van 1612 tot 1619 conrector en van 1619 tot aan zijn overlijden op 2 okt. 1626 rector van de Latijnse School te Dordrecht. (C. Esseboom en N.L. Dodde, Minerva Dordracena, 750 jaar klassiek onderwijs in Dordrecht (1253-2003), Dordrecht 2003, p. 158 en 171); Gerardus Bor of Borraeus, geboren Vlaardingen, mogelijk in 1591, zoon van Cornelis Bor, baljuw van Vlaardingen, neef van de geschiedschrijver Pieter Bor, werd na het vertrek Antonius Aemilius naar Utrecht (1619) rector van de Latijnse School te Dordrecht. Vroeger was, evenals Vossius, alumnus van de Stad Dordrecht geweest in het Staten-college te Leiden. In het Leidse Album Stud. staat hij ingeschreven op 1 dec. 1609, 18 jaar oud en studerende in de letteren. Hij was een verdienstelijk man, "als nederlandsch dichter en schrijver eener Grieksche spraakkunst niet onbekend". Hij overleed op op 10 okt. 1626 en werd opgevolgd door Isaac Beeckman. (Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV [Leiden 1918], kol. 221

NG trouwboek Dordrecht 27 okt. 1619: Gerardus Borraeus, van Vlaardingen, rector van de Latijnse School, en Maria Becius Johannisdr., van Dordrecht, getr. 12 nov. 1619]

Marcijs Sijs     3 ponden

f. 94

Aen d'ander zijde

Joost Jansse naeldemaecker     5 ponden

Wessem [Wessel] Lamberts [messenmaker]    1 pond

[15 juni 1620: Gijsbrecht de Jager, notaris en procureur te Dordrecht, door het Gerecht te Dordrecht aangesteld als curator van de boedel van Goris Jacobsz. loodgieter, verkoopt aan Jacob Pietersz. [Beeckman], hoedenkramer en burger van Dordrecht, een huis met nog twee woningen daarachter, genaamd de "Schenckkan", staande in de Nieuwstraat tussen het huis van Franchoijs Beens en het huis, dat diezelfde dag is opgedragen aan Wessel Lambrechtsz. [messenmaker], belast met een rente van 1000 gl. kapitaal, de helft waarvan de koper te zijnen laste neemt. Koper is schuldig aan verkoper 400 gl. Borgen: mr. Lambrecht Heijmans en Cornelis Jansz. metselaar, burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 761, f. 81 e.v.)

3 juli 1626: Goovert Jansz. Heijmans  en Cornelis Gijsbrechtsz., als bloedvoogden over de onmondige weeskinderen van Jacob Pietersz. [Beeckman] hoedenmaker, mitsgaders autorisatie hebbende van het Gerecht volgens apostille, gesteld in margine van zeker rekest dd 2 juli verkopen aan Goris Pietersz, hoedenmaker en burger van Dordrecht, een huis met twee huisjes en een loods, staande in de Nieuwstraat tussen het huis van Franchoijs Beens en dat van Wessel Lambertsz. Waarborg: voornoemde Goovert Jansz. (ORA Dordrecht inv. 766, f. 33)

1626: Wessel Lambertsz. mesmaker betaalt in de verponding 7 ponden 10 sch. voor zijn huis in de Nieuwstraat.(Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3970, f. 128v)]

Govert Pieters cuijper     6 ponden

Claes Jansse cleermaker     1 pond

Henrick Frans cleermaker     1 pond

f. 94v

D'erffgenamen van Cornelis Reijers     1 pond

Jan Carel besemmaker      1 pond

Goris Jacobs [Ronaer] deurwaerder     2 ponden

Adriaen Frans schrijnwerker     2 ponden

D'erffgenamen van Jan Gerrits brandewijnman, obijt insolvent      2 ponden

f. 95

Inde Steenstraet [tussen Kolfstraat en Nieuwstraat (Van Baarsel, o.c., p. 109)]

Jan Teller goutsmith     3 ponden

Pieter Jacobs wielmaecker, obijt insolvent     2 ponden

[7 jan. 1626: Blasius van Haerlem de jonge, als procuratie hebbende van Elijsabet van Driel, weduwe van Emanuel van de Steen, zijn schoonmoeder, verkoopt aan Pieter Jacobsz., wielmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Steenstraat, staande tussen het huis van voornoemde Elijsabet van Driel en dat van Jan Teller. (ORA Dordrecht inv. 1602, f. 1v)]

Adriaen van Damme ende sijn nichte     3 ponden

Aernout Teller     1 pond

Jan Jansse Salier, insolvent     1 pond

f. 95v

Weder inde Nieustraet

D'erffgenamen van Adriaen Jacobs Buijs    3 ponden

De weduwe van Henrick Claesse, nijet quotisabel     2 ponden

Rijck Henricxe witstockmaecker     1 pond

Inde Heer Mathijsstraet [Kolfstraat]

Jan Jansse Fiot in de Colff     2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 1 mei 1622: Jan Jansz. Fyot de jonge wijnkuiper wonende in de Kolfstraat en Cornelia van Gelder Laurentsdr.wonende bij de Pelserbrug beiden van Dordrecht getrouwd op 24 mei 1622]

Adriaen Claesse schipper     1 pond

f. 96

De weduwe van Jacob Jansse cramer     2 ponden

Cornelis Woutersse mertschipper     1 pond

De weduwe van Aper Fransse backer, obijt insolvent     1 pond

Cornelis Adriaens timmerman    1 pond

Herman Jansse Spank     5 ponden

f. 96v

De weduwe van Hans Bos laeckencooper      3 ponden

Jan Gerrits twijnder     1 pond

Willem Robberts verwer     1 pond

Steven Aerts coomen     6 ponden

Frans Jans verckenslager     1 pond

f. 97

Thonis Jans cuijper, insolvent     1 pond

Jan de Zij provoost, niet quotisabel     2 ponden

Claes Claess van Bommel     1 pond

De weduwe van Cornelis Jacobs lijndraeijer, nota: billet hout maer 1 pond, is par modo      1 pond

Jan Adriaens appelcooper     1 pond

f. 97v

Aert Jans metselaer     1 pond

De weduwe van Jan Jansse metselaer, nijet quotisabel     1 pond

Willem Pieters schoenmaker     1 pond

De weduwe van Dirck Jans wever     2 ponden

Frans Everts wijncooper     2 ponden

 

T sevende quartier somma 593 gl. 10 s.

 

f. 98

Achtste quartier beginnende vande He[e]rmathijs[s]traet [Kolfstraat] tot aende Vriesestraet aen wedersijden aende Voorstraet

De heer Jacob Coenen     6 ponden

[Jacob Coenen Adriaensz., jongman van Geertruidenberg (1615), trouwde NG Dordrecht 8 febr./8 mrt. 1615 Elisabeth van Wijngaerden Dirksdr., van Dordrecht (1615)

Kind:

a. Adriaen Coenen, gedoopt NG Dordrecht april 1617, jongman van Dordrecht, wonende omtrent de Tolbrug (1644), weduwnaar van Dordrecht, wonende aan het Marktveld (1650), trouwde 1e NG Dordrecht 2/18 okt. 1644 Adriana Aertsdr. Schut, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Wijnstraat (1644), 2e NG Dordrecht 23 okt. 1650 Maria Anthonisdr. de Sont, gedoopt NG Dordrecht dec. 1624, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Nieuwbrug (1650), dochter van Anthonij Pietersz. de Sont en Ariaenke Dirxdr.

Kinderen:

Ex 1:

a-1. Lijdia Coenen, gedoopt NG Dordrecht 30 dec. 1646

a-2. Clara (Adriana) Coenen, gedoopt NG Dordrecht 25 juni 1648, trouwde NG Dordrecht 17 dec. 1673 Willem van Claveren

ORA Dordrecht inv. 812, f. 23v e.v.: op 7 en 9 april 1718 compareren voor schepenen van Dordrecht Johan van Neurenberg, regerende burgemeester van Dordrecht, zowel voor zichzelf nomine uxoris [nl. Adriana de Sont], als procuratie hebbende van enige mede-erfgenamen van wijlen Anthonij de Sond [de Sont], in zijn leven lid van de Oudraad te Dordrecht, alsmede Adriana Coenen, weduwe van Willem van Claveren, die ook erfgename is van haar zuster Lidia Coenen, beiden erfgenamen van wijlen Anthonij Coenen, die eveneens een erfgenaam was van Anthonij de Sond. De comparant en comparante verkopen voor 1250 gl. aan Martinus van Wessum, koopman te Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Simon Germain en dat van Adolff Lantman.
 

Ex 2:

a-3. Jacob Coenen, gedoopt NG Dordrecht 27 sept. 1651

a-4. Anthonij Coenen, gedoopt NG Dordrecht 10 nov. 1653]

Jan Gerrits Walburch      2 ponden

De weduwe van Jan Mathijs brouwer, obijt insolvent      5 ponden

De weduwe van Cornelis Cra     12 ponden

Cornelis Beliaert laeckencooper     18 ponden

f. 98v

D'erfgenamen van Jan den Bramaecker den jongen, dese boel is lange verdeelt ende ider verhoocht      20 ponden

[Zie Genealogische Sprokkels s.v. Bramaker.]

Aert Stapper     2 ponden

Gillis van Luffelen cooman     20 ponden'

Tannen de beddemaeckster     6 ponden

Jaecques van Wassenhoven     9 ponden

[Zie Genealogische Sprokkels s.v. Van Wassenhoven.]

f. 99

De weduwe in de Bonten Mantel     1 pond

Sacharias Jochims bouckbinder     5 ponden

Marinus van de Lisse     4 ponden

Dirck van Zeventer     7 ponden

De weduwe van Aert Jacobs twinder     7 ponden

f. 99v

Jacob de Meijer sijdelaeckencooper     4 ponden

Pieter Clootwijck      4 ponden

Cornelis Everts Schrevel viscooper     4 ponden

Arent Servaes     6 ponden

Pieter Frans Schoutet brouwer [in "de Valck"]    30 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 21: op 25 mei 1626 verkoopt Blasius van Haerlem de jonge, als door de Camere JudiciŽle van Dordrecht aangestelde curator van de boedel van Jaecques Nouwaerts, aan Dirck Jacobsz. een huis bij de Tolbrug, staande tussen het huis van Pieter Jansz. en dat van Cornelis Claesz. brouwer. De koper zal moeten gedogen, dat Pieter Fransz. Schoutet, brouwer in "de Valck", onder het gekochte huis een "gotier" heeft, waarvoor Schoutet aan Dirck Jacobsz. ieder jaar een bedrag van 15 gl. zal betalen.]

f. 100

Jacob Jacobs in de Schoppen     4 ponden

Jan Adriaens pasteijbacker     2 ponden

De weduwe van Cornelis Spriet     5 ponden

Aen d'ander sijde op de Tollebrugge

Abraham de Roo cramer     3 ponden

Leendert Corstiaens seemcooper     6 ponden

f. 100v

Aeltgen Corstiaens     1 pond

Joris Staerlincx maeldenier     6 ponden

Jacob Damissen van de Poel     1 pond

Joost Joostens tinnegieter     4 ponden[

[ORA Dordrecht inv. 764: op 6 febr. 1623 verkoopt Joost Joostensz., tingieter en burger van Dordrecht, aan de kinderen van wijlen Cornelia Adriaens, bij haar verwekt door Alewijn Pietersz. ontvanger, een jaarlijkse losrente van 37 gl. en 10 st. op een huis, genaamd "de Roogans", staande bij de Tolbrug tussen het huis van Dirck Lambertsz. kruidenier en dat van de weduwe van Mattheus Lievensz.]

Corstiaen Jans    4 ponden

f. 101

Abraham Leniers, is inde krijch, insolvent     3 ponden

[ORA Dordrecht inv. 765, f. 137: op 1 dec. 1625 verklaart Abraham Leniers, twijnder en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Jacob Hugo, wonende te Amsterdam, een bedrag van 900 gl. wegens geleende penningen, daarvoor verbindende een huis bij de Tolbrug, staande tegenover brouwerij "de Valck" tussen het huis van Corstiaen Jansz. en dat van de erfgenamen van Jaecques Nouwaerts. In margine: compareerde Aelbert Hillebrantsz., eigenaar van deze schuldbrief en verklaarde, dat de schuld volledig was voldaan. Derhalve geroyeerd op 26 april 1629.]

De weduwe van Crijn Gijsbertsen     5 ponden

D'erffgenamen van Leendert Stercken     10 ponden

Jan Jansz. schoenmaecker     2 ponden

Samuel Barents hoedecramer     12 ponden

f. 101

Inde Tollebrugstraet [Landzijde]

De weduwe van Jan Aerts hoedemaecker     1 pond

Jan Abrahams, nihil habet      1 pond

DaniŽl Goosens munter      2 ponden

Maijken 't saetwijff       3 ponden

Inden Crommen Ellebooch

Jan Cornelis coomen     2 ponden

f. 102

Aert Hendricxs, nihil habet     1 pond

Pieter Stevens Verponten     1 pond

Adriaen Pieters Vinck backer     5 ponden

Jan Jans leertouwer, nihil habet     1 pond

Jan Jans      1 pond

f. 102v

Opde Gevolde Gracht [gracht in het verlengde van de Tolbrugstraat Landzijde (Van Baarsel, o.c., p. 41)]

De weduwe van DaniŽl Jans backer     2 ponden

Michiel Jans backer, nihil habet     2 ponden

Gillis Sanders, nihil habet     1 pond

De weduwe van Gerrit Brouwer cleermaecker     1 pond

f. 103

Samuel Follair     4 ponden

Cornelis Jeroensen caescooper     3 ponden

Inde Vriesestraet

Mr. Pieter chirurgijn, nihil habet soo Kools seijt       2 ponden

Jan Jacobs corencooper      2 ponden

Jan Willems schoenmaecker      1 pond

f. 103v

Claes Cluijter     2 ponden

Jacob Jacobs verwer     1 pond

Willem Jans Bijl     4 ponden

De weduwe van Aert Crispijns     6 ponden

Balten van Herick in de Harders     1 pond 10 s.

f. 104

Ysaack Gerrits cadewercker     1 pond

Jan Gillis     12 ponden

Hendrick Nout vischcooper      2 ponden

T achtste quartier, somma 269 gl. 10 s.

 

f. 104v

Negenste Quartier beginnende inde Voorstraet van de Vriesestraet aff tot opde Vischmerckt aen wedersijden

Hendrick Bos sijdelaeckencooper     10 ponden

[Hendrick Bos Hansz., zijdenlakenkoper van Antwerpen (1610), trouwde NG Dordrecht 25 juli/17 aug. 1610  Judith de Bramaecker Jansdr. , geboren naar schatting ca. 1584 vermoedelijk te Londen, van Londen (1610), (Zie Genealogische Sprokkels s.v. Bramaker.)]

Marijcken ende Emmeken Snoucken     10 ponden

Adriaen Laurens     1 pond

Frans Gerrits Snouck     25 ponden

f. 105

Jan Pieters backer     1 pond

Lowijs Molenschot      2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 770, f. 75 e.v.: op 28 april 1635 verkoopt Jan Willemsz. Bijl, zoon en enige erfgenaam van Willem Jansz. Bijl, aan Lowijs Moleschot, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Johan de With en het huis van de weduwe van Huijch Cornelisz. Nout.]

De weduwe van Rochus Jans met haer kinderen     24 ponden

Sijbert van Welij vischcooper      12 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 30 april 1623: Sibert van Weli weduwnaar viskoper wonende in De Drij Hammen en Digna Tomas [de Bije] weduwe van Adriaen de Caeter wonende bij de Grote Kerk tegenover Cornelis van Beveren

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 50: op 9 juli 1632 verkoopt mr. Vigilius Oem, licentiaat in de rechten en advocaat te Dordrecht, als procuratie hebbende van Digna Thomasdr. de Bije, weduwe van Sijbert van Welij, aan Herman Botbergen, boekverkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vismarkt, staande tussen het huis van Jan van Bilaer en dat van Barent van Lubeecq c.s. Waarborgen: Willem Jacobsz. Bol en Dirck van Slingelant apotheker, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan Dirck Jacobsz. een somma van 1950 gl. Borgen: Gerrit Govertsz. Botbergen hoedenkramer, Jan Evertsz. en Pieter Vos kramer.]

D'erffgenamen van Gerrit Goossens     10 ponden

f. 105v

Elias Tack, insolvent     2 ponden

Jan Joosten in Tilburch     1 pond

De weduwe van Herman Sensis     7 ponden

Claes Centen bouckbinder     5 ponden

Eeuwout Thomas cramer     12 ponden

f. 106

Dirck Kelderman     3 ponden

Evert Schrevels viscooper     10 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 18 febr. 1624: Evert Schrevelsz. van Eijssen [van Eijssel] viskoper weduwnaar van Dordrecht wonende op de hoek van de Visstraat en Maeijken Damis van Antwerpen weduwe van Andries Adriaensz. suikerbakker wonende in het Suijkerhuijs, getrouwd op 5 mrt. 1624]

Gerrit Roelen viscooper     8 ponden

De weduwe van Willem Adriaens     8 ponden

Adriaen Roeloffs beenhacker     1 pond

f. 106v

Aen dander sijde beginnende van de steijger

Hermen Jans Verelst      4 ponden

Dirck van de Hagen sijdelaeckencooper     20 ponden

Pieter Thonis tinnegieter     8 ponden

Jan Everts cousmaecker     6 ponden

Jan Adriaens munter      6 ponden

f. 107

Schrevel Everts [van Eijssel]    5 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 24 jan. 1621: Screvel Evertsz. van Eijssel jong gezel van Dordrecht en Godefrida van Tol beiden van Dordrecht zij woont in Gouda, door schrijven van Gouda, bescheid gegeven om daar te trouwen op 8 febr. 1621]

Gerrit Gooverts hoedemaecker, niet quotisabel     1 pond

De weduwe van Jan Gerrits hoedecramer     3 ponden

Adriaen Barents cleermaecker      3 ponden

Aert Jans van Elmpt      4 ponden

f. 107v

Joris Waters maeldenier     6 ponden

Belicken sijdelaeckencoopster met haer suster     3 ponden

De weduwe van Cornelis Adriaens laeckencooper     8 ponden

Sijmon Wouters tinnegieter     1 pond

Claes Rutten vlascooper inde Gou     1 pond

f. 108

Inde Vriesestraet

De dochter van Jaecques van de Hucht     2 ponden

Wouter Pieterssen woonende int huijs van Judick Molenschot     2 ponden

Evert Jacobs Keijser metselaer, nihil habet     1 pond

[ORA Dordrecht inv. 766, f. 9: op 7 mrt. 1626 verkoopt Leendert Gillisz., huistimmerman te Dordrecht, aan Evert Jacobsz. Keijser een huis in de Vriesestraat, genaamd "den Lodder", staande tussen het huis van Adriaentgen Jansdr. en dat van Servaes van Meeuwen bakker. Waarborg: een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Quintijn Pietersz. [van der Velde] bakker en dat van Roelant  Dircxsz. brandewijnbrander. Koper is schuldig aan Aechgen Repelaersdr. en Adriaentgen Repelaersdr., jonge dochters, een bedrag van 1030 gl. Borgen: Hendrick Centen brandewijnbranderr en Servaes Jacobsz. van Meeuwen.]

Jan Jans cleermaecker      1 pond

Hendrick Centen brandewijnman     2 ponden

f. 108v

Servaes Jacobs [van Meeuwen] backer     2 ponden

Mr. Johan Heijmans     1 pond

Wouter Aerts metselaer     6 ponden

Maerten Thonis cuijper     1 pond

Frans Cors molenaer     1 pond

f. 109

Goris Pieters hoedemaecker     3 ponden

[NG Dordrecht 27 okt. 1585: Goris Pietersz. hoedenmakersgezel en Beertken [Baertgen] Cornelis Henricxsdr., beiden van Dordrecht, getrouwd nov. [sic] 1585]

De weduwe van Hendrick Bellier     1 pond

Jan Willems Muts coomen [drapenier]    1 pond

[ORA Dordrecht inv. 766, f. 26v: op 6 juni 1626 verkoopt Jan Pietersz. Veeckemans, als geordonneerde curator van de boedel van Dirck Jansz. lakenkoper, door het Gerecht van Dordrecht daartoe gemachtigd, aan Claes Houdaen, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vuilpoort, vanouds genaamd "de Vergulde Ploech", staande tussen het huis genaamd "Sinte Michiel" en het huis, waar uithangt "de Roode Poort", welk huis Houdaen van Dirck Jansz. gekocht heeft volgens een koopcedul, die op 8 jan. 1624 is verleden voor notaris A. Cop te Dordrecht. Waarborgen: Benjamijn Adriaensz. Troost huistimmerman en Jan Willemsz. Muts drapenier. Eerstgenoemde verbindt hiervoor zijn huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Lijsbeth van Zeelen en dat van Jacob Willemsz. van Ommeren en de ander zijn huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Goris Pietersz. hoedenmaker en dat van Geerit [sic]. Koper is wegens deze koop schuldig aan het weeskind van Geerit Geeritsz. een bedrag van 2450 gl. Borgen: Adriaen Foppen en Jacob Damasz. van de Poel muntenaar.]

Inde Vischstraet

De weduwe van Huijch Cornelisz. Nout     4 ponden

[ONA Dordrecht inv. 73, f. 36 e.v., akte dd 1 mei 1634: Adriaentgen Ockersdr. Stout, weduwe van Huijgh Nout viskoper, is eigenares van een huis in de Visstraat, staande naast herberg "de Zeehond".

ORA Dordrecht inv. 770, f. 82 e.v.: op 16 mei 1635 verkoopt Adriaentgen Ockersdr. Stout, weduwe van Huijch Cornelisz. Nout viskoper aan Gerrit Sijmonsz. van Duijnen, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis "de Zeehond" en het huis "het Cromhout".]

Gerrit Goossens vischcooper     20 ponden

[ONA Dordrecht inv. 14, f. 375 e.v.: op 26 aug. 1625 testeert voor notaris P. Eelbo Geerit Goossensz., viskoper en burger van Dordrecht. Hij legateert o.a. aan Frans Rutten en diens vrouw Janneken Lenaertsdr., of de langstlevende van beiden, het recht om "haer leven lanck te bewoonen ofte mogen verhuijren het huijs van hem testateur gestaen in de Visschstraete alhier naest het Cromhout met conditie dat d'selve sullen nemen tot haren laste de rente van sesendertich gl. jaerl[ijks] mitsgaders de verpondinge ende reparatie vant voorsz. huijs". De eigendom van het huis zal na hun overlijden toekomen aan testateurs erfgenamen, t.w. zijn broer Niclaes Goossensz., zijn zusters Bastiaentgen Goossensdr. en Josijntgen Goossensdr., echtgenote van Berent van Lubeeck en de kinderen van zijn overleden broer Cornelis Goossensz.]

f. 109v

Ysaack Pieters vischknecht, nihil habet      2 ponden

Aen d'ander sijde

Frans in de Velde lantmeter      15 ponden

Dr. van Aecken int huijs van Jan Eggerts     6 ponden

Dr. Willem van Asperen      3 ponden

f. 110

Inde Nieubreestraet

Pieter Anthonis houtkensmaker      4 ponden

Thonis Meeus backer     3 ponden

Aen d'ander sijde

Jan Adriaens Mes     2 ponden

Robbert Thielemans      2 ponden

Cornelis Pieters mesmaecker      2 ponden

f. 110v

De weduwe van Willem Pieters sieckentrooster     1 pond

Vincent Jans huijckmaecker, insolvent       2 ponden

De houck omme naer 't Bagijnhoff

De vader van Corstiaen Geerits Vermij backer, obijt insolvent      2 ponden

Egbert Jans cleermaecker     1 pond

Aert Henricxs de Wilde      1 pond

f. 111

De weduwe van za. Boudewijn Coninck     20 ponden

Steven Ariens Scheij      1 pond

Thonis Dircxs schipper     1 pond

De weduwe van Claes Jacobs timmerman, nijet quotisabel      2 ponden

Gillis de leertouwer      1 pond

f. 111v

Pieter Cornelis Swanenborch met sijn huijsvrou broeder ende suster       30 ponden

[Pieter Cornelisz. Swanenborch, trouwde Emerentia Jan Ambrosiusdr, geboren naar schatting ca. 1583, dochter van Jan Ambrosiusz. (van Gerwen) en Marichgen Stevensdr. Rijsberch. Zijn vrouw had een innocente broer, Jan Jansz. (ONA Dordrecht inv. 60, f. 812v e.v., akte dd 9 juni 1643)]

Arent Geleijnen      2 ponden

Marijken Willems meesterse     1 pond

Sophia Dammerts       10 ponden

Fijken Gerritsdr.      6 ponden

De dochter van Lijnken Schils     18 ponden

f. 112

Dangentgen Cornelisdr. met haer kinderen      2 ponden

Adriaen Vermolen verwer      6 ponden

Pieter Jans calckmeter, nihil habet      2 ponden

T negende quartier, somma 415 ponden

f. 112v

Thiende quartier beginnende vant Vischcoopershuijs op de Cleijne Vischmerckt [= Riviervismarkt in de Voorstraat tussen Visbrug en stadhuis (Van Baarsel, o.c., p. 96)] tot den huijse ende brouwerije genaempt de Seven Sterren [ook: Sevenstar, brouwerij bij de Botgensstraat (Van Baarsel, o.c., p. 38)] aen wedersijden vande Voorstraet

[NB: Uit het bovenstaande blijkt, dat het Viskopershuis niet hetzelfde is als het huis "de Crimpert Salm" in de Visstraat, zoals door sommige auteurs ten onrechte wordt aangenomen, ten gevolge van een verkeerde interpretatie van M. Balen (o.c.), die vermeld dat het Viskopersgilde bijeenkwam in het huis "de Salm" (ABdH)]

Arent van de Hagen laeckenbereijder      2 ponden

De weduwe van Hendrick de mandemaecker     2 ponden

Jan Bom met sijn kinderen     36 ponden

D'erfgenamen van Abraham Henricxs opperbrouwer, sijn hijer nijet woonachtich      4 ponden

f. 113

Jacob Henrickxs nestelmaecker      6 ponden

De weduwe van Jonas Cruijs vischcooper     3 ponden

Jan Heijlgers vischcooper     3 ponden

De weduwe van Cornelis van de Bogert     6 ponden

Bartholomeus Adriaens [Ansems] brouwer      5 ponden

[Bartholomeus Adriaensz. Ansems werd op 8 okt. 1629 eigenaar van brouwerij "de Schenckkan", die stond in de Voorstraat tussen de Lombardstraat en de Visstraat, tegenover het stadhuis (oudste vermelding 1623). Hij was de stamvader van het geslacht Van den Santheuvel, welke naam hij alleen op zijn grafzerk gebruikte. Zijn vrouw was Johanna Hendriksdr. Maas. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 90 en 186)]

f. 113v

Lijsbeth Jans, leeft van de Armen     2 ponden

De weduwe van Pauwels Adriaens, is bevonden bijde scheijding maer     3 ponden [12 ponden doorgehaald]

Jan van Dongen       8 ponden

De voordochter van Jan van Dongen      3 ponden

De weduwe van Pleun Adriaens [de Wit]     3 ponden

[ORA Dordrecht inv. 764, f.: op juni 1623 verkopen Pleun Adriaensz. de Wit en zijn vrouw Jacobmina Barthoutsdr. aan mr. Herman Halling heer Jansz., schepen in wette van Dordrecht, als voogd over de minderjarige kinderen van Cornelis Pietersz. Viskil, door hem verwekt bij Anneken Jansdr. van den Engel, ten behoeve van die kinderen, een jaarlijkse losrente van 53 gl. 2 st. 8 penn. op een huis [achter] het Stadhuis, staande aan de Landzijde [Voorstraat] tussen het huis van Pauwels heer Adriaensz., schepen in wette, en dat van Jan van Dongen.

ORA Dordrecht inv. 764, f. 59v e.v.: op 7 sept. 1623 verkoopt Blasius van Haerlem, klerk van de weeskamer te Dordrecht, als procuratie hebbende van Pleun Adriaensz. de Wit en zijn vrouw Jacobmina Baerthoutsdr., verkoopt aan mr. Herman Halling, schepen in wette te Dordrecht, als oom en voogd van de kinderen van mr. Johan Boelen, een jaarlijkse losrente van 46 gl. 17 st., verzekerd op een huis, staande achter het stadhuis tussen het huis van Pauwels heer Adriaensz., schepen in wette van Dordrecht en het huis van Jan van Dongen.]

De erffgenamen van Cornelis Janssen van Breda      10 ponden

f. 114

Hendrick van Valckenborch     4 ponden

De weduwe van Jan Matheeus Onderwater      30 ponden

["Op de oosthoek van de Lombardstraat en Voorstraat bevond zich voorheen het huis "De Drie LeliŽn", vanouds een brouwerij ... In de zestiende eeuw was deze in bezit van Boudewijn de Conincq, een broer van de watergeus Gijsbert Jansz. de Conincq, wiens dochter gehuwd was met Jan Mattheusz. Onderwater. Deze kreeg in 1611 de brouwerij in huur en sedertdien werd deze meer en meer uitgebreid, totdat vrijwel de gehele oostkant van de Lombardstraat er bijbehoorde. Voor aan de straat was het deftige herenhuis, dat in 1926 geheel afgebroken werd en daarachter waren de brouwhuizen, moutmakerij, rosmolen en bierkelders, terwijl een moutmolen op de hoek van de Spuiweg en Cornelis de Wittstraat het bedrijf voltooide." (Lips, o.c., deel II, p. 346]

De weduwe van Jan Hermans cruijdenier     7 ponden

D'erfgenamen van Jouffvrou Adriana van Schaerlaecken     5 ponden

D'erfgenamen van Jan de Gronen      4 ponden

f. 114v

Thomas Jacobs Cotermans      8 ponden

[Zie Doopsgezinde huwelijken Dordrecht. NG trouwboek Dordrecht 21 april 1613 Frantzoijs Frantzsz. Dermoeij wed., glaesemaker van Middelburg wonende in het Vleeshouwersstraatje in het midden en Neelken Cornelis Pauwelsdr., van Dordrecht wonende bij Tomas Jacopsz. bij de Lombardbrug.]

Gerrit Mathijs coorencooper      8 ponden

Frans Adriaens sijdelaeckencooper met Jacob Frans sijnen soon       20 ponden

Den soon vande voorsz. Frans Adriaens      4 ponden

Cornelis Jans asijnmaecker     26 ponden

f. 115

De weduwe van Hendrick van Bree, nihil habet       3 ponden

Hendrick van Riet, nihil habet       1 pond

Jan Cornelis cruijdenier      2 ponden

Joost Pieters       2 ponden

De weduwe van de heer Cornelis Jans Both      80 ponden

f. 115v

De kinderen van mr. Franchoijs van de Burch      30 ponden

Aeltgen Claes jonge dochter      3 ponden

Dirck Jacobs Absou brouwer      25 ponden

[Absou was brouwer in "De Engel". Deze brouwerij stond in de Voorstraat tussen de Kleine Spuistraat en de Botgensstraat. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 179)

Dirk Jacobsz. Absou, brouwer, zoon van Jacob Dirksz. Abou en Christina van Wesel Jansdr. (Balen, o.c., p. 1265), trouwde NG Dordrecht 22 dec. 1602/12 febr. 1603 Neelken (Cornelia ) Pietersdr. van den Honaert, dochter van Pieter Rochusz. van den Honaert en Helena Dirksdr. Mol (Balen, o.c., p. 1281)

- 13 juli 1616: Blasius van Haerlem, kamerbewaarder van Dordrecht, transporteert aan zijn zwager, Dirck Jacobsz. Absou, brouwer en burger van Dordrecht, een huis, brouwerij en rosmolen, staande in de Spuistraat, tussen het huis van Cornelis Jansz. Bot, dijkgraaf van de Alblasserwaard en schepen in wette van Dordrecht, en het huis en de brouwerij van Cornelis Beljaert. (ORA Dordrecht inv. 1593, f. 69v)

- 21 jan. 1621: Thomas Tailler, brouwer in Dordrecht, voor zichzelf, en Johan Bom, brouwer in "'t Vlies", als vader en voogd van zijn onmondige kinderen, door hem verwekt bij Susanna van Genegen, tevens vervangende de overige erfgenamen van Maria van Oorden, verkopen voor 2400 gl. aan Dirck Jacobsz. Absou, brouwer te Dordrecht, een korenwindmolen met paard, kar, zeilen en andere gereedschappen, staande buiten de Spuipoort, alsmede een tuin, gelegen in de buurt van de molen. De koper is schuldig aan Hans Stockman een bedrag van 2400 gl. (ORA Dordrecht inv. 1597, f. 4v e.v.)

-  27 mei 1626: Dirck Jacobsz. Absou brouwer en Jacob Jacobsz. van Wesel pondgaarder, burgers van Dordrecht, als mede-erfgenamen van Marijcken Jacobsdr. van Telshout, weduwe van Jan Thomasz. van Wesel, voor zichzelf en tevens vervangende de overige erfgenamen van van Marijcken Jacobsdr. van Telshout, verkopen aan Abraham Adriaensz., huistimmerman en burger van Dordrecht, zes naast elkaar staande huizen omtrent de Spuipoort, staande tussen het huis van Bartholomeus Henricxsz. ten ZW en 's herensteiger ten NO. De koper verkoopt aan verkopers een jaarlijkse losrente van 55 gl. 10 st. In margine: op 28 juni 1643 verklaart Judith Jorisdr., weduwe van Abraham Adriaensz. van Heusden, dat de schuld volledig is afgelost. (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 23.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Hendrick Absou, aug. 1604, weduwnaar van Dordrecht, wonende omtrent de Botgensstraat (1631), schepen, raad en veertig van Dordrecht, trouwde 1e Kristina Walen Balthasarsdr., OSP, 2e NG Dordrecht 7 sept. 1631 (ondertrouw) Digna van den Broek(e) Willemsdr., van Dordrecht, wonende in de Wijnstraat (1631), 3e Elisabeth Lachers, OSP, 4e Johanna Koning Jansdr., OSP (Balen, o.c., p. 1266)

b. Heilken (Helena) Absou, juli 1607, trouwde Cornelis Belliaert 

c. Dirxken, juli 1607

d. Mariken Absou, nov. 1611, trouwde Francois Rees

e. Geertruijt Absou, geboren naar schatting ca. 1615, trouwde Pieter Adriaensz. van der Werff

- 16 juni 1623: Dirck Jacobsz. Absou brouwer, Wouter Pietersz. van Wijngaerden, als man van Stijnken Jacobsdr. van Absou, Hendrick Jansz., als man van Maijken van Absou, Dirck Willemsz., als man van Maijken Bachrachs, Blasius van Haerlem de Jonge, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zuster Cornelia van Haerlem, samen vervangende hun andere zusters, verkopen aan Lijsbeth Cornelisdr., weduwe van Jochum Jansz., een huis in de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van Maijken Tosijn en de gang van Cornelis Jansz. Both. De koopster, geassisteerd met haar zoon Cornelis Jochumsz., kent met "bewilliging" van verkopers schuldig aan Elisabeth Welincx een bedrag van 500 gl. Borg: Cornelis Joachumsz. kuiper, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 764, f. 44 e.v.)

- 12 nov. 1652: Pieter van der Werff, als man van Geertruijt Absouw en Cornelis Belliaert, namens zijn moeder, Helena Absouw, weduwe van Cornelis Belliaert, voor zichzelf en vervangende Hendrick Absouw en Franchois Rees, echtgenoot van Maria Absouw, hun zwagers resp. ooms, samen erfgenamen van Dirck Absouw, verkopen aan Dirck Damasz. Claptas een huis in de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van de verkopers en 's herengracht. Koper is schuldig aan de erfgenamen van Dirck Absou een bedrag van 400 gl. Borg: Damas Dircxsz. Claptas, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 146v)]

De weduwe van Cornelis Belliaert [Neelken Cornelisdr. van de Corput] ende haren zoon      20 ponden

[Cornelis Beljaerts, van Breda, brouwer in "De Bel" in de Kleine Spuistraat, doorlopend tot aan de Voorstraat (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 84)]

Anneken Cornelis Belliaerts      2 ponden

f. 116

Jacob Jans Beverwijck      33 ponden

De weduwe van Jacob Hendricxs van de Eijck met haer kinderen      12 ponden

Damas Verlooff      3 ponden

De weduwe van Willem van Crooswijck       14 ponden

Dingeman Paulij       20 ponden

f. 116v

Herman Jans meelcooper     3 ponden

De weduwe van Pieter Willems backer, obijt ende is buijten de Stadt verdeelt      6 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1593, f. 68 e.v.: op 11 juli 1616 verklaren Jacob Beeck, wijnkoper en burger van Dordrecht, als man van Anna van Slingelant Cornelisdr., Willem van den Brouck, notaris te Dordrecht, als man van Cornelia van Slingelant Cornelisdr., en Cristoffel Cornelisz. van Slingelant, allen kinderen en erfgenamen van Cornelis Sijbrechtsz. van Slingelant, schepen in wette van Dordrecht, en van Adriana Cristoffelsdr., dat bij de verdeling van de goederen, die zijn nagelaten door hun ouders, aan Sijbrecht Cornelisz. van Slingelant, brouwer in de "Sevensterre", is toebedeeld een huis, brouwerij [genaamd "de Sevensterre"] en rosmolen en een steiger tegenover de brouwerij

ORA Dordrecht inv. 765, f. 93: op 12 mrt. 1625 verkoopt Sijbert Cornelisz. van Slingelant, raad in wette van Dordrecht, aan Cornelia Jacobsdr. een jaarlijkse losrente van 150 gl., verzekerd op een huis en brouwerij, genaamd "de Zevenstar", waar tegenwoordig uithangt "het Anckertgen", staande omtrent de Botgensstraat tussen het huis van de weduwe van Pieter Willemsz. bakker en dat van Arijen Reijersz. koekenbakker, tevens verzekerd op twee naast elkaar staande huizen aan 's herenvest achter genoemde brouwerij, aan ťťn zijde belend door het huis van Gerrit de Wael.]

Willem Pieters backer      3 ponden

Leendert Bastiaens ende Maerten Pieters       10 ponden

Aen d'ander sijde beginnende mede van de Vischmerckt als vooren

De weduwe van Pauwels Bouwens

f. 117

Lauwerens van Valckenborch      3 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 12 jan. 1620: Laurens van Valckenburgh weduwnaar wonende bij zijn broer Antonij van Valckenburgh en Dircxken van Wels Jansdr. jonge dochter beiden van Dordrecht woont naast de bruidegom, getrouwd 26 jan. 1620]

T voorkint van Lauwerens van Valckenborch     3 ponden

Anthonij van Valckenborch       14 ponden

[ORA Dordrecht inv. 424: op 19 juli 1652 eist Antonij van Valckenburch brouwer van Logier Marijnisz. schipper betaling van 21 gl. wegens geleverde bieren, door Maeijcken inden Engel, de moeder van zijn vrouw, gehaald, "voor welcke voorsz. somme den voorn. Logier Marinusz. ende sijn huijsvrouw naer overlijden van haere moeder als oock te vooren belooft hebben sullen betaelen".]

Blasius van Haerlem, nihil habet soo Kools seijt       4 ponden

Crijn Crijns hoedemaecker     2 ponden

f. 117v

Abraham de schopmaecker       1 pond

De dochter van Pauwels Jochums, nihil habet      3 ponden

Hendrick de Leeu       1 pond

Jan Aerts cleermaecker      2 ponden

Cornelis Claes smith       3 ponden

f. 118

Arijen Frans sijdelaeckencooper     5 ponden

Wouter Wouters cramer       3 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968, f. 196v en 197: Wouter Woutersz. kramer betaalt in de verponding van 1619 voor zijn huis "op de Visbrug" [= Voorstraat bij de Visbrug] 15 ponden. Belenders: Henderick Henderixsz. van Bree en Matheus Henderix kleermaker.]

Isaack Philps      10 ponden 10 s.

De weduwe van Anthonij Jacobs       2 ponden

Jaecques Loijs verwer       3 ponden

f. 118v

D'erffgenamen van Jan Aerts     5 ponden

Tanneken Teunisdr., nihil habet     2 ponden

Andries den cruijdenier      1 pond

Joost Lamberts      1 pond 10 s.

Anthonij Jans cousmaker, is insolvent       2 ponden

f. 119

De weduwe van Adriaen Reijers, is vertrocken      6 ponden

Frans Philps cousmaecker     2 ponden

Hermen Hermans cleermaecker    8 ponden

Inde Breestraet

Hendrick Jans [Rootmardinck] huijckmaecker     3 ponden

[Gens Nostra 1992, p. 208]

Hendrick Jans schrijnwercker      4 ponden

f. 119v

Jan Rommers cleermaecker, nichil habet      1 pond

Cornelis Henricxs cnoopmaecker, nihil habet     1 pond

Joris Damis cuijper      3 ponden

De weduwe van Theunis Frans cuijper     4 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 283 (verponding Dordrecht 1633): Henrick Cornelis sledenaar huurt een huis in de Breestraat van de weduwe van Thonis Fransz. kuiper.] 

Dirck Otten cuijper, nihil habet       1 pond

f. 120

De weduwe van Jacob Aerts Vos     2 ponden

De weduwe van Frans Meeus, nihil habet      1 pond 10 s.

Marijcken Wouters     9 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 f. 283: Marijcken Wouters in de Ramshoorn betaalt in de verponding van 1633 voor twee huizen in de Breestraat, belender: Thonis Ariensz. van Oosterhout timmerman]

Teunis Jans metselaer     2 ponden

Hendrick Cornelis metselaer, nihil habet     1 pond

f. 120v

Pieter Jacobs schrijnwercker, nihil habet     1 pond

Janneken van Diest, nihil habet     2 ponden

De weduwe van Jan Huijgen inde Fonteijn, nihil habet     2 ponden

Jacob Tonis Wijcken      2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 754, f. 71: op 11 juni 1613 verkoopt Joris Waters, boekdrukker en burger van Dordrecht, aan Jacob Anthonisz. Wijcken, als vader van zijn kinderen, verwekt bij Anneken Maertens, ten behoeve van die kinderen, een jaarlijkse losrente van 50 gl., verzekerd op twee naast elkaar staande huizen op de Vismarkt, belend door het Vishuis en het huis van de weduwe van Jan van Campen.]

De weduwe van Jan Jaspers Coninck      6 ponden

f. 121

Willem Adriaens lapper      1 pond

D'erfgenamen van Cornelis Willems houtcooper       8 ponden

Gijsbert Bastiaens molenaer, nihil habet       4 ponden

Jaecques Plattebeurs      1 pond

Joost Stoffels smith      2 ponden

f. 121v

Inde Lombaer[t]straet

Aert Cornelis slenaer, nihil habet      1 pond

De weduwe van Aert Cornelis wielmaecker      8 ponden

Marijcken Dircxsen      4 ponden

Jan Jans Fiot       1 pond

Sander Hermans schrijnwercker      2 ponden

f. 122

Laurens Jans egwercker     2 ponden

Aen d'ander sijde

De weduwe van Jan Jans in de Roosenboom, nihil habet     4 ponden

De weduwe van Jan Schalcken, obijt ende is niet[s] gebleeven      2 ponden

D'erfgenamen van Jacob Joosten verwer      1 pond

De weduwe van DaniŽl Coenen leijdecker, nihil habet      1 pond

f. 122v

Rom[bout Jansz.] den boormaecker      1 pond

Nicolaes de Bruijn      6 ponden

Weder in de Breestraat

Gerrit Pieters bierdrager     1 pond

Quintijn Pieters [van der Velde] backer      4 ponden

[Quintijn Pietersz. (van der Velde), geboren naar schatting ca. 1570, bakkersgezel van Bergen in Henegouwen (1589), bakker, weduwnaar van Bergen in Henegouwen wonende te Rotterdam (1597), weduwnaar van Bergen in Henegouwen wonende in de Oude Breestraat (1628), trouwde 1e NG Dordrecht 24 sept./8 okt. 1589 Machtelt Gerit Geerlincxdr., van Dordrecht (1589), 2e NG Dordrecht 13  april 1597 (ondertrouw, procl. te Rotterdam) Caterijnken Meeuws Willemsdr., van Dordrecht (1597), 3e NG Dordrecht 21 mei/4 juni 1628 (procl. in de Waalse kerk) Emmeke Meus, van Dordrecht, weduwe van Lambrecht Buijs, wonende in de Torenstraat (1628)

ONA Dordrecht inv. 70, f. 64 e.v.: op 2 sept. 1627 leggen ten behoeve van Pouwels Geeritsz. drappenier een aantal bewoners van de Gasthuisbuurt [omgeving Visstraat], o.w. Quintijn Pietersz. bakker, overman, een verklaring af.

ORA Dordrecht inv. 768, akte dd 9 febr. 1630: Quintijn Pietersz. vermeldt als belender van een huis in het Loverstraatje, dat op die dag is verkocht aan Jeremias Copijn.

ORA Dordrecht inv. 772, f. 17v: op 7 mei 1639 verkoper Pieter en Bartholomeus Quintijnsz. van der Velde en Franchoijs van Tangeren, als man van Catarina Quintijnsz. van der Velde, voor 1200 gl. aan Jan Danckertsz. van Drongelen, pasteibakker te Dordrecht, een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Henrick Willemsz. Pastraet bierdrager en dat van Leendert Gillisz. huistimmerman, met nog een woninkje, staande achter het huis van Pastraet en uitkomende in het Loverstraatje. De koper verkoopt aan Pieter Quintijnsz. een jaarlijkse losrente van 25 gl. 15 st. en 10 pen., gehypothekeerd op het voornoemde huis.

ORA Dordrecht inv. 908, akte dd 6 jan. 1642: op verzoek van Emmeken Meus, weduwe van Quintijn van de Velde, verklaart Jaepken Leendertsdr., weduwe van Silvester Adriaensz., in zijn leven secretaris van Zwijndrecht, dat Silvester enige tijd vůůr zijn overlijden ten behoeve van de rekwirante een bedrag van 50 gl. tegen interest heeft uitgezet. Dat bedrag is geleend aan Josep Huijgen te Zwijndrecht.

Kinderen (ex 2, allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Pieter Quintijnsz. van der Velde, juli 1598

ORA Dordrecht inv. 769, 52v: op 21 juli 1632 verklaart Pieter Quintijnsz. van de Velde schuldig te zijn aan Johan Woutersz. een bedrag van 400 gl., te betalen over een jaar met 7 % interest, waarvoor hij verbindt twee gehele huizen, het ene staande in de Oude Breestraat tussen het huis van Marijcken Gillisdr. en het Loverstraatje en het andere in de Vriesestraat tussen het huis van Sijmon [sic] en dat van [naam niet vermeld]. Borg: Quintijn Pietersz. van de Velde, burger van Dordrecht. De schuldbrief is geroyeerd op 2 sept. 1634.

b. Bartholomeus Quintijnsz. van der Velde, aug. 1600, trouwde Janneke Willems

c. Katalina (Catelijntien) Quintijnsdr. van der Velden, geboren naar schatting ca. 1610, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Oude Breestraat (1632), trouwde NG Dordrecht 18 juli 1632 (ondertrouw, in margine: "differatur ad tertiam proclamationem, sed impedimentum ablatum") Franciscus van Tangeren, jongman van Leiden, "opperateur" (1632)

- 19 juli 1634: Bartholomeus Quintijnsz. van der Velde, als procuratie hebbende van Franciscus van Tangeren "operateur", als man van Catharina Quintijnsdr. van der Velde, blijkens procuratie op 22 mrt. 1633 gepasseerd voor notaris Silvester Adriaensz., residerende op Zwijndrecht, verkoopt voor 345 gl. aan Jan Jansz., leertouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Claes Thonisz. en dat van de weduwe van Leendert den Tuinman. Waarborgen: Bartholomeus Quintijnsz. van der Velde en Quintijn Pietersz. van der Velde. (ORA Dordrecht inv. 770, f. 38v) ]

De weduwe van Pieter Jans coomen, nihil habet     1 pond

f. 123

Jacob Pieters brouwersknecht, nihil habet      1 pond

Leendert Gillis timmerman     5 ponden

Michiel  Jans smith, insolvent gestorven      3 ponden

Inde Spuijstraet

Thonis Goverts slootmaecker      2 ponden

Aernout Philps coomen, is overmidts aermoede gegaen int oude manhuijs       1 pond

f. 123v

De weduwe van Sijmon inde Seijlen      2 ponden

De weduwe van Floris Dircxs cleermaker      1 pond

De weduwe van Cornelis Henricxs backer      2 ponden

Gillis Gerrits cuijper      2 ponden

Frederick Bartholemeus slootmaecker      1 pond

f. 124

De Spuij cappel, niet quotisabel     3 ponden

Sijmon Jans spickermaecker, nihil habet     2 ponden

Steven Stevens smith     6 ponden

Aen d'ander sijde

De weduwe van Johan Lucas, nihil habet      3 ponden

D'erfgenamen van Adriaen Gillis, is niet ten besten     3 ponden

f. 124v

De weduwe van Jan Bouwens schipper     5 ponden

De weduwe van Jacob Andries backer     4 ponden

Pieter Willems glaesmaecker, nihil habet     4 ponden

De weduwe van Adriaen van de Eijnde     2 ponden

Pieter Cornelis cleermaecker      1 pond

f. 125

Abraham Ariens timmerman, obijt nijet naerlatende     1 pond

De weduwe van Floris Dircxs cleermaecker      1 pond

Jan Cors schoenmaecker      3 ponden

Job Willems       6 ponden

Inde Elffhuijsen

Nijs den schuijtenaer     [geen bedrag vermeld]

f. 125v

Mr. Hendrick luijtenist      1 pond

Hans Ruwel verwer     3 ponden

Claes Teunis timmerman     1 pond

Willem Claes lintwercker     2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 765, f. 66: op 16 sept. 1624 verkoopt Maritgen Lenertsdr., echtgenote van Hans Adriaensz., wonende te Londen in Engeland, als procuratie hebbende van Hans Adriaensz., volgens akte gepasseerd voor notaris Joachum Matheus te Londen op 12 juli 1624 (O.S.), aan Bitter van Reijd de helft van een huis aan de Elfhuizen bij de Spuipoort op de Hil, genaamd "de Posthoorn", waarvan de wederhelft toebehoort aan Willem Claesz."lintwercker".]

Aende Spuijpoort [tegenwoordig Spuiplein]

Cornelis Schalcxs      16 ponden

f. 126

De weduwe van Cornelis van Diemen      2 ponden

Sander den molenaer, nihil habet     1 pond

Thiende quartier, somma 814 ponden

 

f. 126v

Elffde quartier beginnende vande Vuijlpoort tot aende Seven Sterren [bij de Botgensstraat] aen wedersijden inde Voorstraet

De weduwe van Jacob Staes steenhouder, nichil habet      2 ponden

Claes Pauwels Cramerheijn      4 ponden

T weeskint van Maria van Asperen     12 ponden

Willem Willems coomen      40 ponden

f. 127

Willem Jacobs Bol      18 ponden

De weduwe van Evert Cornelis coomen     6 ponden

Cornelis Everts     12 ponden

Jacob Jans backer      6 ponden

Frans Geemans     4 ponden

f. 127v

Jan Geemans seijlmaecker     1 pond

[NG trouwboek Dordrecht 20 mrt. 1622: Jan Geementsz. jong gezel en Maeijke Mattijs Meesters jonge dochter beiden van Dordrecht wonen bij Wouter Martensz. de Boefkens, getrouwd op 3 april 1622]

D'heer Melchior van de Brouck      15 ponden

D'heer Maerten de Boeffkens      20 ponden

Sijbert Sijberts Wor      4 ponden

Frans Dircxs Wijcke     8 ponden

[NG trouwboek 13 mei 1607: Frans Dirksz. Wijcke schipper aan de Vuilpoort op het hoekhuis en Henricxken Henric Cornelisdr., beiden van Dordrecht, getrouwd op 12 juni 1607]

Damas Sieren cruijdenier     4 ponden

Goossen Gerrits Cranendoncq     4 ponden

f. 128

De weduwe van de heer Nicolaes Willems de With     30 ponden

Dirck Bastiaens      50 ponden

De weduwe van Aper Adriaens     2 ponden

Gerrit Gerrits Walburch     1 pond

Jan Dircxs van Driel      30 ponden

f. 128v

Jacob van Wesel     4 ponden

De weduwe van Jan Huijgen olijslager     20 ponden

Frans Roeckus houtcooper     8 ponden

Quirijn Everts     5 ponden

De weduwe van Emer Jans beenhacker     9 ponden

f. 129

Willem Jans Palm     14 ponden

[I. Willem Jansz. Palm, kaaskoper van Dordrecht (1606), trouwde NG Dordrecht 26 mrt. 1603 (ondertrouw) Aertken Wijken Dirksdr., van Dordrecht (1606)

25 jan. 1658: voorwaarden, waarop de kinderen en de voogd van de minderjarige kleinkinderen en erfgenamen van wijlen Aertgen Wijcken, weduwe van Willem Jansz. Palm, willen verkopen een huis, genaamd "het Boterhuijs", staande omtrent de Vuilpoort bij de Ruitenstraat tussen het huis van Willem Willemsz. Palm en het huis van Adriaen Spierincx, met een vrije uitgang op de stadsvest, alsmede een stal of huisje, dat erachter staat. Op 28 jan. 1658 zijn kapitein Johan Palm, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Franchoijs Palm, als medevoogd over de kinderen van wijlen Anna Palms, bij haar verwekt door Isaack Nachtegael, Dirck Palm, Jacob Lambertsz. van der Radt, als man van Pieternella Palms, Adriaen van Wingaerden, als man van Aechien Palms, en Dorothea Palms, meerderjarige ongehuwde dochter, enerzijds en Willem Palm, anderzijds, overeengekomen, dat Willem Palm het huis voor 8046 gl. 5 st. op zijn erfportie zal aannemen. (ONA Dordrecht inv. 178, f. 257 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht) :

a. Johan Willemsz. Palm, geboren naar schatting ca. 1606, OSP, trouwde 2e Margrieta de Rouw

5 mrt. 1665: codicil van Johan Palm Willemsz., koopman en burger van Dordrecht, ziek in een stoel zittende. Hij bevestigt het testament, dat hij heeft gepasseerd voor notaris J. Schoormans te Dordrecht op 23 sept. 1655. Hij wenst, dat zijn broer Willem Palm van het geld, dat hij volgens het voornoemde testament is gehouden "van sijne naertelaten goederen, onder te nemen, tot het gaende houden van den Olijmeulen", niet meer aan interest zal betalen dan 4 % jaarlijks. Hetgeen testateurs broer Willem Palm en zuster Dorothea Palms van hem zullen erven, zullen zij "liber en vrij sonder eenige subjectie" mogen bezitten, maar de erfporties van zijn overige broers en zusters zullen "subject" moeten blijven. De erfportie van de kinderen van zijn overleden zuster Anna Palms, bij haar verwekt door Isaack Nachtegael, zal "subject fideÔcommis" blijven. De testateur wenst, dat zijn zwager Jacob Lambertsz. van der Radt het beheer zal houden over de goederen, die hij aan diens vrouw en kinderen heeft gelegateerd, totdat die kinderen mondig worden. Hij legateert aan Johan Palm, het zoontje van zijn broer Willem Palm, van wie hij peetvader is, een bedrag van 150 gl. en aan Hendricxken Hendricx een jaarlijkse uitkering van 15 gl. Zijn huidige vrouw Margrieta de Rouw zal, zo lang het haar gelieven zal, mogen blijven wonen in zijn huis op de hoek van de Pelserbrug, mits daarvoor betalende een somma van 26 ponden groten Vlaams per jaar en een derde deel van de verponding. Zij zal na zijn overlijden voor 1300 gl. mogen overnemen zijn tuin, liggende aan de weg tussen de Vriese- en de Spuipoort, belend door de tuin of blekerij van De Sont aan de ene en de tuin van Anthonij Vivien aan de andere zijde. Hij benoemt in de plaats van zijn broer Dirck Palm tot executeur-testamentair en voogd over zijn minderjarige erfgenamen (met uitzondering van de kinderen van Jacob Lambertsz. van der Radt) zijn broer Willem Palm. (ONA Dordrecht inv. 181, f. 39 e.v.) 

b. Pieternella Palm, geboren naar schatting ca. 1607, trouwde Jacob Lambertsz. van der Radt

c. Aagke Palm, okt. 1608, trouwde NG Dordrecht 17 juli 1639 Adriaen van Wingaerden

d. Lisebet, april 1617,vermoedelijk jong overleden

e. Dorotea Palm, febr. 1619, ongehuwd, overleden in of na 1658

f. Dirck Palm, nov. 1620

g. en h. Willem Palm en Francoijs Palm, okt. 1622, Francoijs Palm

i. Anna Palm(s), geboren naar schatting ca. 1625, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug (1649), trouwde NG Dordrecht 4 juli (2e gebod)/20 juli 1649 Isaac Nachtgael, jongman van Middelburg (1649)

7 sept. 1657: voorwaarden, waarop Johan Palm en dr. Johan de Jongh, als voogden over de weeskinderen van Isaack Nachtegaal en Anna Palms, beiden overleden, willen verkopen een huis met een brouwerij, genaamd "den Eenhoorn", staande in de Oude Houttuin bij de Nieuwkerkstraat tussen het huis van Marinus van der Lisse en dat van Jan Mattheusz. van Beverwijck. Het huis en de brouwerij worden op een openbare verkoping voor 12.620 gl. verkocht aan kapitein Gillis van Hemert en Geerit van Beaumont. (ONA Dordrecht inv. 178, f. 181 e.v.)]

Sijmon van Gesel brouwer      24 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1593, f. 66v e.v.: op 11 juli 1616 verklaart Floris van Cuijl, brouwer en burger van Dordrecht, dat hij "tot verseeckeringe ende indemniteijt van alsulcken acte van condemnatie van garant" als Pieter Aertsz. Brantwijck, heer van Blokland, op hem, comparant, op 15 sept. 1614 heeft verkregen om gegarandeerd te zijn van zekere obligatie van 600 gl. ten behoeve van wijlen Sijmon Cornelisz. van Gesel, verbonden heeft een huis en brouwerij omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van Adriaen den Groenen en dat van Jop Cornelisz. wagenmaker.]

D'erfgenamen van Job Cornelis wagemaker      10 ponden

D'heer Abraham Jans coopman     24 ponden

Goovert Roeckus [van Wesel houtkoper]    5 ponden

[16 april 1626: Jan Henricxsz. van Slingerlant, Abraham Henricxsz. van Slingerlant, Pieter Claesz. van Hensberch, als man van Maddaleentge Henricxdr. van Slingerlant, en Jacob Stoop Dircxsz., als man van Henricxken Nicolaes Coltsensdr., voor zichzelf en tevens vervangende zijn broers en zuster, verkopen aan Govert Roechusz. van Wesel, houtkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Pelserbrug, staande tussen het huis van Aefken Henricx, weduwe van Roechus Fransz. van Wesel, en dat van Gerrit Schut. De koper is schuldig aan Maria Bouwensdr. van Bercheijck een somma 4100 gl. Borgen: Evert Schrevelsz. van Eijssel en Schrevel Evertsz. (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 11v)]

De weduwe van Roeckus Frans [van Wesel]    6 ponden

f. 129v

Gerrit Aerts Schut     3 ponden

De weduwe van Dirck Henricxs     4 ponden

Jacob van de Eijck laeckencooper     6 ponden

De weduwe van Adriaen Hermans brouwer met haer ongehoude kinderen     40 ponden

[Adriaen Hermans was brouwer in "het Rijpland" (in de Voorstraat tegenover de Pelserbrug). Hij werd in 1603 lid van het Grootkoopmansgilde.]

Pieter van Dijck     6 ponden

f. 130

De weduwe van Teunis Cornelis asijnmaecker     6 ponden

Cornelis Dircxs asijnmaecker     2 ponden

Laurens de Gelder     20 ponden

Steven Arijens     2 ponden

Jan Pieters backer     2 ponden

f. 130v

Cornelis Jochims cuijper     1 pond

Gerrit ende Abraham Walen, insolvent     6 ponden

Cornelis Frans cruijdenier     10 ponden

Adriaen Jans backer ende sijne kinderen      30 ponden

Aen d'ander sijde beginnende van de steijger over de Seven Sterren [bij de Botgensstraat]

Hendrick Jans Bercheijck     7 ponden

T weeskint van Jan Jans Bercheijck     6 ponden

f. 131

Anthonij de Clerck cleermaecker      1 pond

Cornelis Henricxs greelmaecker      3 ponden

T weeskint van Raphel van Allendrop      8 ponden

Gijsbert Claes de Roch, obijt insolvent      5 ponden

D'heer Abraham Palm     12 ponden

De weduwe van Adriaen Jans houtvletter     5 ponden

f. 131v

Pieter Adriaens caescooper     2 ponden

De weduwe van David Rens den jongen     4 ponden

Michiel Jans goutsmith     3 ponden

Claes Houdaen cruijdenier      2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 766, f. 26v: op 6 juni 1626 verkoopt Jan Pietersz. Veeckemans, als geordonneerde curator van de boedel van Dirck Jansz. lakenkoper, door het Gerecht van Dordrecht daartoe gemachtigd, aan Claes Houdaen, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vuilpoort, vanouds genaamd "de Vergulde Ploech", staande tussen het huis genaamd "Sinte Michiel" en het huis, waar uithangt "de Roode Poort", welk huis Houdaen van Dirck Jansz. gekocht heeft volgens een koopcedul, die op 8 jan. 1624 is verleden voor notaris A. Cop te Dordrecht. Waarborgen: Benjamijn Adriaensz. Troost huistimmerman en Jan Willemsz. Muts drapenier. Eerstgenoemde verbindt hiervoor zijn huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Lijsbeth van Zeelen en dat van Jacob Willemsz. van Ommeren en de ander zijn huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Goris Pietersz. hoedenmaker en dat van Geerit [sic]. Koper is wegens deze koop schuldig aan het weeskind van Geerit Geeritsz. een bedrag van 2450 gl. Borgen: Adriaen Foppen en Jacob Damasz. van de Poel muntenaar.]

Maerten Bartholemeus [van der Nath]     2 ponden

[Maerten Bartholomeusz., trouwde NN (Hendrixgen?)

ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 24: op 30 mei 1626 verkoopt Damis Zieren, burger van Dordrecht, aan Maerten Bartholomeusz., burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van de koper en dat van de erfgenamen van Anthonij van de Graeff. Waarborg: Willem Zieren pondgaarder.

20 febr. 1655: Quirijen en Jan Saeijers, als executeurs-testamentair van wijlen Digna Saeijers, hun tante, verkopen aan Maerten Bartholomeusz. van der Nath, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Pelserbrug tussen Cornelis Fransz. van Dorsten en het huis van de koper. (ORA Dordrecht inv. 1616, f. 8v)

Kinderen:

a. Josijna van der Nath Maertensdr., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1619, van Dordrecht wonende omtrent de Pelserbrug (1639), weduwe van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1651), trouwde 1e NG Dordrecht 21 aug./4 sept. 1639 Jacob van Wijngaertstraeten Abrahamsz., jongman van Dordrecht wonende omtrent de Tolbrug (1639), 2e NG Dordrecht 2/25 juli 1651 (procl. Bergen op Zoom) Huijbert Schalck, jongman van Bergen op Zoom (1651), blikslager

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 67 e.v.: op 28 mrt. 1684 verkopen Belia van Wijngaertstraeten, weduwe van Adriaen Vinck, Willem van der Thuijnen, veertigraad van Dordrecht, en Nicolaes van Herff, koopman te Dordrecht, als voogden over Gerardt van der Thuijnen, minderjarige zoon van Magtalina van Wijngaertstraeten, bij haar verwekt door Willem van der Thuijnen, samen erfgenamen van Johanna [Josina] van der Nath, in haar leven laatst weduwe van Huijbrecht Schalck, voor 3525 gl. aan Johannes van der Hoff, burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen de Tolbrug en het huis van Geeman van Cappel.

Kinderen (ex 1)

a-1. Hendricksien, gedoopt NG Dordrecht 1 mei 1640

a-2. Machtelt (Machelina) van Wijngaertstraeten, gedoopt NG Dordrecht 30 april 1645, trouwde Willem van der Thuijnen, chirurgijn te Dordrecht

a-3. Belia van Wijngaertstraeten, geboren naar schatting ca. 1645, trouwde Adriaen Vinck, koopman van wijnen

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 59v: op 20 juli 1673 verkoopt Nicolaes van Herff, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriaen Vinck, burger van Dordrecht, voor 5975 gl. aan Arent Boonen, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Diderich Hoeufft en dat Leendert Gillisz. Vinck, schout van de Grote Lindt.

b. Maria van der Nat, geboren naar schatting ca. 1615, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Vuilpoort (1638), trouwde NG Dordrecht 23 mei/13 juni 1638 Simon van Herff Nicolaesz., jongman van Nijmegen wonende omtrent het Marktveld (1638), twijnder

Kinderen (o.a.):

b-1. Hendrixgen, gedoopt NG Dordrecht sept. 1640

b-2. Nicolaes van Herff, geboren naar schatting ca. 1645, jongman van Dordrecht wonende bij de Spuistraat (1668), proponent, trouwde NG Dordrecht 15 juli 1668 (ondertrouw, procl. Rosendael, getrouwd in Dordrecht) Margarita van Feltrum, gedoopt NG Dordrecht febr. 1634, weduwe van Dordrecht wonende omtrent het Groothoofd (1668), dochter van Michiel van Feltrum en Johanna van Beaumont, trouwde 1e NG Roosendaal 18 mei 1662 Johan Simonides

b-3. Martinus, gedoopt NG Dordrecht 9 nov. 1650

b. Paulus van der Nath, gedoopt NG Dordrecht juni 1621

1 mei 1652: Maria van der Eijck, weduwe van Dirck van Slingelant, verkoopt aan Pauwels van der Nath een huis tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen Jan Jansz. Hutten en Jan Cornelisz. bakker. Waarborg: Nicolaes van der Eijck en Hermanus van der Eijck, burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoper 2050 gl. Borgen: Michiel Feltrum, ontvanger van de gemene middelen en Maerten Bartholomeusz. van der Nath, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 102)]

f. 132

T weeskint van Gerrit Egberts      2 ponden

Claes Dircxs Abspeuij      4 ponden

Cornelis Cornelis caescooper     3 ponden

Tijs Crijnen schipper     2 ponden

De weduwe van Jan Teunis laeckencooper     2 ponden

f. 132v

Willem Michiels backer     3 ponden

Arent Henricxs in de Molen     3 ponden

De weduwe van Claes Claes lademaker     1 pond

Cornelis Jaspers seijlmaecker     8 ponden

Jan Stoffels     2 ponden

Johan Cools uitten Achten     29 ponden

f. 133

Damas Pieters caescooper, corrigatur op      12 ponden ["13 ponden" is doorgehaald]

Buijten de Vuijlpoort

Engel Aerts inde Hullick, nihil habet      2 ponden

[20 jan. 1624: vermeld wordt het huis van Engel Aertsz., schiptimmerman en burger van Dordrecht, genaamd "den Hulck", staande buiten de Vuilpoort tussen het huis van Pieter Witten en het huis van Guiliam van Oversteech. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 355.

ORA Dordrecht inv. 1619, f. 63 e.v.: op 27 sept. 1661 verklaart Jan Cornelisz. Copsoete, als man van Aeltje Engelen, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Jan Engelen en Aert Engelen, kinderen van Engel Aertsz. Vaeck en Neeltje Schalcken, dat hij en zijn zwagers, als erfgenamen van Neeltje Schalcken en bij wijze van donatie inter vivos aangenomen hebbende alle goederen van hun vader, de goederen, die hun ouders hebben nagelaten, gescheiden te hebben, en dat daarbij bij blinde loting aan Aert Engelen toegevallen is een huis buiten de Vuilpoort, genaamd "den Hulck", staande tussen het huis van Gijsbert Janssen en dat van Hendrick van den Bos. ]

Jacob Huijgen inde Hullick, nihil habet     2 ponden

De weduwe van Floris Jans houtvletter, obijt insolvent

[Floeris Jansz. Bosman, houtvletter van Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 29 mei 1588 Maricken Hendrick Engelendr., van Dordrecht. In 1609 wordt hij vermeld als waard in "den Hulck" buiten de Vuilpoort. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 346.]

Claes Cornelis houtvletter      1 pond

f. 133v

De weduwe van Jan Jans van Breda, insolvent      2 ponden

Anthonij Arents brouwer van Breda      3 ponden

Philps Meeus     1 pond

Dirck Crijnen Nobel      2 ponden

Willem Willems caerdewercker     1 pond

f. 134

Jacob Cornelisz Bol schipper     6 ponden

Jan Huijgen schiptimmerman    1 pond

Bartholemeus Quintijns [van de Velde] backer, nihil habet      1 pond    

Dirck Gerrits coomen    3 ponden

[Jan Jansz. Garnou] de capitein vande ponten, nota: verclaert hier geweest sijnde sonder gedoleert hebben      20 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602, f. 18 e.v.: op 8 mei 1626 verkoopt Elisabeth van Haerlem, weduwe van Cornelis de With, geassisteerd met Pieter de With achtraad en Jaecques Lavecq, haar zwagers, aan Jan Jansz. Garnou, kapitein van de ponten en "slansbrugge" van de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden, een huis buiten de Vuilpoort, staande tussen het huis "den Romeijn" en de stadsvest. Waarborgen: genoemde heren De With en Lavecq. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 2355 gl. Borgen: Steven Stevensz. smid en Nicolaes Pauwelsz. Cramerheijn, burgers van Dordrecht.]

f. 134v

Aen d'ander sijde

Jan Jans Bosman houtvletter     2 ponden

D'heer Johan Nijssen, dit met voornoemde te liquideren ende t selve met sijn broeder ende moijen      20 ponden

De weduwe van Dirck den Fluweelen      4 ponden

Gijsbert van Dalen     4 ponden

Cornelis Sijmons [de Vries]    16 ponden

Sijmon Cornelis [de Vries]    8 ponden

[18 april 1626: Jacob Arijensz., timmerman en burger van Dordrecht, verkoopt Sijmon Cornelisz. de Vries, burger van Dordrecht, een huis met het daartoe behorende achterhuis, staande bij de Vuilpoort, waarvan het voorhuis wordt belend door het huis van Cornelis Sijmonsz. de Vries aan de ene zijde en dat van Aelbert Pietersz. aan de andere. Het achterhuis wordt belend door het huis van Gillis Henricsz. Stierman aan de ene zijde en dat van Aert Reijniersz. bakker aan de andere. Waarborg: Cornelis Willemsz. blokmaker. (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 12v)

I. Sijmon Cornelisz. de Vries, weduwnaar van Puttershoek wonende buiten de Vuilpoort (1630), korenkoper te Dordrecht, trouwde 1e NN, 2e NG Dordrecht 16 juni/9 juli 1630 Maria Walen Baltusdr., van Dordrecht wonende op de hoek van de Wijnbrug (1630), dochter van Balthazar Simonsz. Walen en Clara Woutersdr. Houwelinc

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Cornelis, april 1631

b. Clara de Vries, april 1634

c. Maria de Vries, mei 1635, trouwde ds. Cornelis Stratenus

d. Cristina de Vries, 9 april 1640, trouwde 1e Willem van de Weteringe Hubertsz., 2e NG Rotterdam/Delfshaven 3/19 juni 1674 Hendrick van Melisdijck

e. Anna, 13 mrt. 1643

f. Elisabeth, 19 febr. 1648

g. Simon de Vries, 16 jan. 1651]


f. 135

Gillis Hendricxs Stierman     10 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 1 febr. 1626: Gillis Hendricksz. Stierman weduwnaar wonende buiten de Vuilpoort en Judith Berens van Kleef weduwe van Jan Leijsten koopman wonende in "de Halve Maen", getrouwd op 17 febr. 1626]

Steven Anthonis int Hart       3 ponden

Leendert Jans den Braber     6 ponden

Pieter Hermans backer     2 ponden

Inde Botkensstraet

Adriaen Cornelis van Oosterhout     1 pond

[Verponding Dordrecht 1619 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968, 264r en 264v: Ariaen Cornelisz. van Oesterhout betaalt voor zijn huis in de Botgensstraat 5 ponden (ontvangen op 31 juli 1620), belenders: Lodewijck Mathijsz. smid en de erfgenamen van Gertgen den Roch.]

f. 135v

Jacob Adriaens den zoon van capitein Andries, is vertrocken     8 ponden

Thonis Adriaens timmerman    1 pond

[NG trouwboek Dordrecht 29 mei 1605: Theunis Adriaensz. timmerman en Dignelken [Digna] Pieter Andriesdr., beiden van Dordrecht en wonende in de Botgensstraat, getrouwd in de Linde op 19 juni 1605.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969 (verponding Dordrecht 1620), f. 264v en 265: Thonis Ariaensz. timmerman betaalt 6 ponden 12 sch. 6 d. voor zijn huis in de Botgensstraat. Belenders: Ploen Geritsz. slikwerker en Jan Jansz. bezemmaker.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974 (hoofdgeld Dordrecht 1622), f. 280: Thonis Ariensz. timmerman in de Botgensstraat, 6 kinderen, betaalt 6 ponden. Belenders: Arien Geeritsz. en Pleun Gerritsz.

ORA Dordrecht inv. 768, f. 33v: op 11 juni 1630 verkoopt Theunis Adriaensz. van Heusden, burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Jacob Andriesz. mette Penningen een huis in de Botgensstraat, staande tussen het huis van Pleun Geeritsz. en dat van Lambert Hulshout, tot waarborg daarvoor verbindende een huis in de Botgensstraat, genaamd "de Passer", staande tussen het huis van de weduwe van Johan Willemsz. de With en het erf van Jacob Jansz.]

Warnaert Schrijvers, nihil habet     3 ponden

Cornelis Pieters cnoopmaecker, nihil habet   

Inde Pelserstraet

De weduwe van Cornelis Jans in Hoboecken      2 ponden

f. 136

De Pelserstraat (febr. 2013)

Sijer Cornelis schipper    1 pond

Int Suijckerstraetken

Cors Barents houpsnijder

Aert Reijniers moutmaecker, insolvent     6 ponden

Elias Wessels schipper, nihil habet en dient op de ponten     2 ponden

Aende Vest

Cornelis Willems houtvletter     2 ponden

f. 136v

Pieter Stoffels baeckemeester    1 pond

Buijten de Vuijlpoort

Schalck Joosten     6 ponden

[Schalck (Godschalck) Joosten (van de Arent), geboren ca. 1567, scheepstimmerman, deken van het Scheepmakersgilde en "hellingmeester", houthandelaar, incidenteel vermeld als schipper, trouwde Geerytgen Goossens de With. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 353; id. 2009, p. 237)]

Jacob Lamberts     3 ponden

Arijen Pieren     5 ponden

Aelbert Pieters schiptimmerman     2 ponden

f. 137

Jacob Pieters     1 pond

Jacob Meeus, nichil habet     2 ponden

Job Adriaens       1 pond

Cornelis Jans met sijn schoonmoeder     2 ponden

De weduwe van Bastiaen de Visser    1 pond

f. 137v

Jan Adrijaens backer, nihil habet

T elffde quartier [somma] 793 ponden