GENEALOGIE HOEKSCHE WAARD



Afkortingen:

D. = Dordrecht

RGP: Rijks Geschiedkundige Publicatin

rkk = Ridderkerk

sgd = 's-Gravendeel

wk = weeskamer

Gebruikte literatuur:

Rijks Geschiedkundige Publicatin, kleine serie, nr. 49, Classicale Acta 1573-1620. Particuliere Synode Zuid-Holland I: Classis Dordrecht 1573-1600, bewerkt door dr. J.P. van Dooren (Den Haag 1980) [hierna aangehaald als RGP 49]

C. Sigmond en K.J. Slijkerman, De geslachten Cranendonck in Holland ca. 1400-1700 (Rotterdam 1992)

J.J. Vervloet e.a., De parenteel van Doen Beijensz. (Rotterdam 1989)


Ambachtsheer (Strijen)

SA Dordrecht, wk Strijen, inv. 2, f. 5 e.v.: op 19 jan. 1630 comp. voor schepenen van Strijen Neeltge Pietersdr., weduwe van Cornelis Neijssen, geassisteerd met Thonis Pietersz. Ambachtsheer als haar voor deze gelegenheid gekozen voogd, enerzijds en Jan Neijssen, als oom en bloedvoogd van het nagelaten weeskind van Cornelis Neijssen, genaamd Annitge Cornelisdr. en ongeveer twee jaar oud, anderzijds. Comparanten zijn overeengekomen, dat de weduwe alle goederen, die door haar man zijn nagelaten, zal blijven bezitten, in ruil waarvoor zij heeft beloofd haar kind te onderhouden en op te voeden totdat zij twintig jaar is geworden of tot het moment, waarop zij gaat trouwen en haar dan een bedrag van 2 gl. 10 st. zal uitkeren.

SA Dordrecht, wk Strijen, inv. 2, f. 12v: op 4 mei 1630 legt Antonis Pietersz. Ambachtsheer rekening af van de inkomsten en uitgaven, die hij gehad en gedaan heeft als "collecteur vande erffhuijscedulle vande vercochte goederen van Annitgen Arijensdr., naergelate weeskint van Arijen Cornelisz. Kievit ende Maritge Tonis, beijde zaliger."

SA Dordrecht, wk Strijen, inv. 2, f. 155v e.v., akte dd 3 okt. 1656 [bedragen in guldens en stuivers]:

"Staet vanden boedel ende goederen van Pieter A[rijensz.] Ambachtsheer en Neeltie Claes sijne overledene huijsvrouwe saliger.

Goedere ofte effecte van den boedel:

2 koeijen een molck koe ende een vaere koe [vaars]      120

1 molck koe                                                                 10

2 bedgens soo goet als quaet met haer hoofft peuluwe    12

2 deeckens                                                        3

3 qua[de] laeckens                                             3

een swarte vrouw rock                                       8

een blauwe ditto                                                 8

een rasse schordt                                               6

een ras manteltie                                                 3

een swarten borsrock                                         8

ses voeren hoeij [hooi]                                      24

een ijsere pot                                                     1-10

een ijsere ketel                                                   1

een quaet hanghijser                                           6 st.

twee coopere ketels                                           6

een metaele kannigie                                           5

ses tinne schotelen                                             3-12

ontrent 2 dosijn tinne lepels                                2-8

voorts twee bruijne kiste                                     6

een slaepbanck                                                   2-10

2 querensteenen [kleine molenstenen, een "querne" is een handmolen] en voorts eenigh ijserwerck        5

voorts stoele bancke ende andere weijnigh huijsraet van cleijne importantie    10

[Totaal van de baten:]                                                248-16

Uijtgaende schulde:

Secretaris van Claeswael over coop van hoeij [hooi]       12

noch over de cooppenningen van een metaele kanniggie  3-10

is noch schuldigh in een erffhuijs                                    1-10

de smidt vande Maes compt over ijserwerck                   3

Van Malsen compt over geleverde waeren                       3-10

Claes Tijssen compt van desen boedel bij afreeckening    13

de dienstmeijt over haer huijr                                           16

aen hooregelt [hoorngeld]                                                3-12

soutgelt                                                                          5

ses jaeren huijshuijr tot 15 gulden siaes [per jaar]              90

de dochter van de wagemacker op de Westmaes              2

[Totaal van de lasten:]                                                    153-2

Alsoo de voorsoon vande voornoemde Pieter A. Ampachtsheer [sic] geensints tot een redelijck accoort wilde verstaen, soo is bij heren Schout ende Schepenen desen onderteijckent, hebbende verstaen dat den voornoemde Ambachtsheer bij provisie wederomme sal treden inden boedel ende sijn behoorlijcke devoiren doen tot onderhoudt ende alimentatie vande voorsz. kinderen alsoo geconsidereert werdt dat de alimentatie verre den geheelen boedel is execederende. Actum den IIIen october ao. 1656."

SA Dordrecht, wk Strijen, inv. 2, f. 160, akte dd 17 okt. 1656: compareren voor schout en schepenen van Strijen Pieter Aerijensz. Ambachtsheer, weduwnaar van Neeltie Claes, enerzijds en Claes Tijse, als grootvader en voogd over Jan Jansz., ongeveer 21 jaar oud, Trijntie Jansdr., ongeveer 18 jaar oud en Abraham Jansz., ongeveer 14 jaar oud, allen nagelaten kinderen van Neeltie Claes in huwelijk verwekt door Jan Jansz. en tevens als voogd van Bastiaentie Pietersdr., ongeveer 5 jaar oud en Cornelia Pieters, ongeveer 1 jaar oud, beiden nagelaten kinderen van voornoemde Neeltie Jans [sic; moet zijn: Claes] in huwelijk verwekt door Pieter A. Ambachtsheer, anderzijds. Comparanten zijn overeengekomen, dat Ambachtsheer zal behouden alle goederen. inclusief huis, schuurtje, erf, roerende goederen, geld, goud en zilver, zowel gemunt als ongemunt, die Neeltie Claes heeft nagelaten, op voorwaarde, dat hij de uitgaande schulden van de boedel zal betalen en mits hij gehouden blijft zijn twee kinderen te onderhouden tot hun achttiende jaar, huwelijk "ofte anderen geapprobeerden ouderdom toe" en dan aan de nakinderen elk een bedrag van 2 gl. 10 st. en aan de voorkinderen ieder 5 gl. zal uitreiken. 

De Baet

SA Dordrecht, ONA Dordrecht inv. 84, f. 165: op 9 sept. 1644 compareren Rochus Jansz. ["visser van 's-Gravendeel" doorgehaald] en Isaack Geeritsz. de Baet, wonende te 's-Gravendeel, die op verzoek van mr. Coenraet Ruijsch, rentmeester van Zijne Hoogheids domeinen van de Zwaluwe, verklaren dat zij in de zomer van 1644 hebben gezien dat Pieter Arijensz., Hendrick Geeritsz., Arijen Arijensz., Leendert Geeritsz. de Baet en anderen, als vletters mede wonende te 's-Gravendeel in hun hoogaarsschepen hebben opgenomen en weggevoerd "seeckere zooden van rietspeten die op Zijn Hoochheits gront van Twintichhoeven gevleet waeren tot vorderinge van de aenwasch ende deselve in den diepe geworpen." Isaack Geeritsz. de Baet tekent met een merk.

NG trouwboek Heerjansdam 17 juni 1674 (getrouwd in 's-Gravendeel): Geerit Hendricksz. de Baet weduwnaar van Neeltje Pieters en Metje Gijsberts jonge dochter van Oost-Barendrecht, beiden wonende te 's-Gravendeel

NG trouwboek Hoge en Lage Zwaluwe 17 april 1735 (getrouwd Lage Zwaluwe 10 mei 1735): Jan Wiellaart j.m. van de Zwaluwe en Lena Hendriksdr. de Baet j.d. van 's-Gravendeel wonende te Zwaluwe

Barendrecht

SA Dordrecht, ONA Dordrecht inv. 861, akte 64, f. 195 e.v. (testament van een echtpaar beneden de 4000 gl. gegoed): op 6 sept. 1737 testeren voor notaris B. van der Star Jacob Pietersz. Barendrecht arbeider en Dingena Arijensdr. van Diede, echtelieden wonende op 's-Gravendeel. Testament op de langstlevende. Beiden tekenen met een merk.

 Bijl (zie ook www.zoeteman.net)

I. David Pietersz. Bijl tr. voor 8 jan. 1660 Dircksken Geerits

Uit dit huwelijk

II. Pieter (Peter) Davidsz. (Bijl), gedoopt NG Herwijnen 8 jan 1660, jongman van Herwijnen (1682), timmerman(1685), meester-huistimmerman (1708), schepen van sgd, overleden Dalem 8 jan. 1731 [SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 764, akte dd 30 juni 1731), trouwde 2e sgd 4 juni 1711 (gaarder) Joosje Ariensdr. 't Jongh, dochter van Arij Leendertsz. 't Jongh en Heiltje Bastiaensdr. Speckmes, begraven sgd 18 febr. 1713, 3e NG Herwijnen 25 jan. 1715 Dirkje Vervoorn, van Herwijnen, 3e ca. 1720 Sijgje Eeland.

Pieter trouwde 1e NG Dordrecht 8/23 mrt. 1682 Mertgen (Martha) Isacksdr. [de Bruijn], gedoopt NG Dordrecht 10 febr. 1651, jongedochter van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1678), weduwe van Jan Andriesz. (bruid en bruidegom woonden toen buiten de Sluispoort van Dordrecht [in de zogenaamde Gebrande Buurt: zie hieronder]), overlijden aangegeven sgd 15 dec. 1710 door haar man Pieter Davidsz. Bijl (gaarder sgd, impost 3 gl.), dochter van Isaack Crijnen de Bruijn, kleermaker te Dordrecht en van Maijken Aerts (Maijken Aert Henricksdr., Maaike Ariensdr. Kellenaer). Zij trouwde 1e NG Dordrecht 17 juli/1 aug. 1678 Jan Andriesz. varend gezel jongman van Dordrecht, wonende aan het Nieuwkerkhof (1678)

- DTB Dordrecht, 30 aug. 1685: attestatie van de NG gemeente van Dordrecht voor Martha Isaacs, gewoond hebbende in de Gebrande Buurt [voorstad van Dordrecht, afgebrand in 1528, gelegen in het gebied, waar zich thans thans de Prinsenstraat, de Sluisweg en de Twintighuizen bevinden], vertrokken naar sgd

- SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 463 (akte 55) f. 169 e.v.: (testateuren staan niet in de 200e penning): op 3 aug. 1708 comp. voor notaris Petrus van Son Pieter Davidsz. Bijl, meester-huistimmerman en Martha IJsaksdr. de Bruijn, echtelieden wonende te sgd, om hun testament te maken. Als hij de eerststervende is, benoemt hij tot erfgenaam zijn voornoemde vrouw, op voorwaarde dat zij hun minderjarige zoon David Pietersz. Bijl, die bij de 20 jaren oud is, zal alimenteren en opvoeden tot zijn mondigheid of eerder huwelijk en hem alsdan al zijn testateurs timmergereedschappen zal geven "in vergelijckinge, als sijne andere getrouwde kinderen mede gegeven is geweest". Testateur verklaart zijn dochter Maijken Pietersdr. en het kind van zijn overleden dochter Dirksje Pietersdr. [zij heette Swaantje Simonsdr. van Roon (ABdH)] in plaats van de legitieme portie te "imputeren" en toe te rekenen al hetgene Maijken en Dirksje "voormael[s] vande testateuren genoten hebben". Als Martha de eerststervende is,  benoemt zij tot erfgenamen haar kinderen (de kindskinderen bij staken in plaats van hun vooroverleden ouders gerekend) en haar voornoemde man, ieder in een gerecht kindsgedeelte, met dien verstande, dat "in collatie en tot begrooting van haar boedel, sal sijn ingebraght, ofte wel anders aan de portin van de voorsz. Maijken ende kinderen van Andries [Jansz.] en Dirksje Pieters, aangerekent of gemputeert 't gunt deselve hare kinderen" vroeger van de testateuren gekregen hebben. Maar indien Martha Andries, dochtertje van Andries Jansz. [de Bruijn], haar zoon uit haar eerdere huwelijk met Jan Andriesz., voor haar testatrice komt te overlijden, benoemt zij tot haar universele erfgenaam haar man, op voorwaarde, dat hij hun zoon David zal alimenteren etc. en hem bij mondigheid of eerder huwelijk zal uitkeren een bed met toebehoren en linnengoed, die met zijn naam zijn getekend. Zij benoemt tot erfgenamen in al hetgeen zij reeds van testateuren gekregen hebben haar dochter Maijken en het kind van wijlen Dirksje Pietersdr. Testateuren benoemen elkaar tot voogd, zij bovendien tot voogden over Martha Andriesdr., haar kleindochter, Adriaen Pennings, predikant te sgd en Hendrik Claasz. Gruijter, bouwman aldaar. De langstlevende van hen beiden benoemt tot voogden over hun gezamenlijke minderjarige erfgenamen genoemde Pennings en Gruijter. Akte ondertekend door testateur, zij zet een kruisje.

-SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 764 (akte 68) f. 257 e.v., akte dd 30 juni 1731: inventaris van de goederen nagelaten door Pieter Davidsz. Bijl, oud-schepen van sgd, overleden Dalem 8 jan. 1731, opgesteld door de Dordtse notaris H. van Wetten. Na aftrek van de lasten blijft over 1326 gl. en 15 st., welke somma in drie porties verdeeld moet worden, overeenkomstig het testament van de overledene, gepasseerd voor dezelfde notaris op 22 febr. 1730, en wel onder:

1e David Pietersz. Bijl, zijn zoon - 1/3 deel

2e Pieter [Cornelisz.] de Geus, gehuwd met Swaantje Simonsdr. van Roon, enige dochter van wijlen Dirksje Pietersdr. Bijl - 1/3 deel

3e de drie nagelaten kinderen van wijlen Maijcke Pietersdr. Bijl [in haar leven huisvrouw van Jan van Straelen], t.w. Elsje van Straelen, gehuwd met Abraham Witvelt, Jacob van Straelen en Marta van Straelen - samen 1/3 deel,

zodat ieders portie 438 gl., 18 st. en 5 penningen zal bedragen.

 

Kinderen:

1) uit Martha's eerste huwelijk met Jan Andriesz.

a. Andries Jansz. (de Bruijn), gedoopt NG Dordrecht 30 sept. 1678 (vriendelijke mededeling van de heer W. Haagsma), trouwde sgd 25 sept. 1700 (gaarder sgd) Neeltje Ariensdr. Drogendijk, dochter van Arij Pleunen Drogendijk en NN

Uit dit huwelijk een dochter Martha Andriesdr. de Bruijn, geboren ca. 1701 (8 jaar in 1709)

2) uit het huwelijk van Pieter Bijl en Martha de Bruijn:

a. Dirkje Pietersdr. Bijl, gedoopt NG Dordrecht 20 jan. 1683, trouwde sgd 13 apr. 1702 Sijmon Geerlofsz. van Roon. Hun dochter - het enige overlevende kind - Swaantje Sijmonsdr. van Roon trouwde met Pieter Cornelisz. de Geus.

b. Maijcke Pietersdr. Bijl,  gedoopt NG Dordrecht 27 mrt. 1684, jongedochter van sgd (1705), trouwde NG Rotterdam 3/17 mei 1705 Jan van Stralen, jongman van Wesel (1705), begraven Rotterdam 13 april 1744 (weduwnaar van Maaijke Pieters, klapwaker, laat drie meerderjarige kinderen na, aan het Haringvliet bij Prinssenhof) (vriendelijke mededeling van mevrouw C. E. de Heer)

Uit dit huwelijk:

a-1. Elsje van Stralen, geboren naar schatting ca. 1705, jonge dochter van Rotterdam (1728), trouwde NG Rotterdam 15/31 aug. 1728 Abraham Witvelt, jongman van Rotterdam (1728)

a-2. Jacob van Stralen, gedoopt NG Rotterdam 23 okt. 1712 (getuige: Anna van de Raviere, bij de Oostpoort)

a-3. Marta van Stralen, gedoopt NG Rotterdam 7 febr. 1717 (getuige: Anna van den Reijerse), jonge dochter van Rotterdam (1737), trouwde NG Rotterdam 21 april/7 mei 1737 Johannes de Sutter, jongman van Rotterdam (1737)

c.. David Pietersz. Bijl, geboren te sgd ca. 1688 (ongeveer 20 jaar in 1708), volgt III

III. David Pietersz. Bijl, geboren ca. 1688, overlijden aangegeven sgd 25 febr. 1767 (gaarder sgd), trouwde 1e Arijaantje Corsdr. Mookhoek, 2e Teuntje Ariensdr. Vogelaar, 3e Pieternella den Engelse

- SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 715 (akte 256) f. 848: op 17 dec. 1710 compareerde voor notaris C. van Aansurg David Pietersz. Bijl, wonende in 's-Gravendeel, voornemens om als timmerman op het schip "Berbies" naar Oost-Indi te vertrekken en bekende aan Martinus van Kampen schuldig te zijn een bedrag van 100 gl. Akte door Bijl ondertekend.

- ORA sgd inv. 8: op 8 okt. 1769 verkoopt Adriaan van der Werff, wonende te Dordrecht, als executeur-testamentair van Pieternella den Engelse, weduwe van David Pietersz. Bijl, aan Andries, Dirk en David Bijl, voor zichzelf en tevens als voogden van Teunis Bijl, een vijfde deel in een huis aan het einde van de Kil, een stuk land in Meeuwensoord,, een vijfde deel in een huis aan de Havendijk te 's-Gravendeel, een stuk land in Nieuw-Beversoord, en een gedeelte van een erfpacht ten laste van Leendert den Hartogh.  

Bijvank/Bijvang

Jan Hendriksz. Bijvank, kleermaker wonende op sgd, trouwde ca. 1763 (schatting) Heijltje Teunisdr. Stam, dochter van Teunis Cornelisz. Stam en Lena Leendertsdr. van Gemert

- SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 951 (akte 29) f. 107 e.v.: testament dd 31 mei 1773, gepasseerd voor notaris G. Verveer, van Jan Bijvank en Heijltje Stam. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam. Voogden: haar broer Leendert Teunisz. Stam en hun goede vriend Cornelis Molendijk, beiden wonende in Wieldrecht.

Kinderen:

a. Frans Bijvank, geboren 15 maart 1764, "cultivateur" (vermeld in de Registre Civique van 's-Gravendeel uit 1811),overleden sgd 26 okt. 1828 (64 jaar en 7 maanden oud)

b. Lena Bijvank, geboren sgd ca. 1765, overleden sgd 25 juni 1818 (54 jaar oud), jongedochter van sgd (1796), trouwde sgd 22 apr. 1796 (gaarder sgd, pro deo) Barend Priggen

- 5 mrt. 1795 Lena Bijvank doopgetuige van Leendert Smitshoek (NG sgd)

- 25 apr. 1798 Lena Bijvank doopgetuige van Cornelis van der Giessen (NG sgd)

Danser.

SA Dordrecht Weeskamer Dordrecht inv. 439 (boedelpapieren van Marijken Cornelisdr., huisvrouw van Clement Pietersz. Dansser, overleden op 9 jan. 1623):

Kopie van haar testament, op 28 mei 1608 gepasseerd voor notaris Pieter Sebastiaansz. Kettingh te Delft: zij legateert aan de NG diaconie van Klaaswaal ten behoeve van de armen 200 gl., aan haar zusters dochter Heijltgen Ariensdr., dochter van Arien Ponsse 150 gl., aan de kinderen van wijlen haar broer Hendrick Cornelisse, wonende tot "Danswijck" of daaromtrent in Oostland 150 gl., aan Arientgen Ariensdr., dochter van Neeltgen Cornelisdr., haar zuster zaliger, een bedrag van 250 gl.. Zij benoemt tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen haar zuster Sijtgen Cornelisdr., weduwe van Adriaen Ponssen, voor 1/3 part, Marijtgen Huijberts en Ariaantgen Ariensdr., haar testatrices voorschreven zusters kinderen, voor 1/3 part en Trijn Hermansdr., anders gezegd Trijn Franssen, weduwe van Frans Jansz., alias Frans Niemantskint, mede haar zusters dochter, voor het laatste 1/3 part.

Deijm

I. Maerten NN

Kinderen:

a. (mogelijk:) Cornelis Maertensz. Deijm, geboren ca. 1537

13 nov. 1591: comp. voor burgemeesters en schepenen van 's-Gravenhage Cornelis Maertensz. Deijm, geboren te Den Haag, maar wonende te Haarlem, 54 jaar oud, gedaagd zijnde op verzoek van Willem van Berendrecht, en verklaart onder ede, dat hij twee jaar lang als klerk in dienst geweest is van Willem Schouten, eertijds auditeur van de Rekenkamer van Holland, t.w. van Allerheiligen 1563 tot Allerheiligen 1565, welke Schouten gehuwd was met een dochter van Jan Dirck Harpertsz. Uijttenbrouck, burgemeester van Delft, en dat hij, getuige, heeft gezien een kohier van 92 bladeren van "de metinge", die is gedaan door Maerten Cornelisz., gezworen landmeter van Delfland en Rijnland, van het Nieuweland van Strijen, gedateerd 4 april 1562. (Archief Polder Land van Esche, inv. 16)

b. Joris Maertensz. Deijm, geboren naar schatting ca. 1545, volgt II

II. Joris Maertensz. Deijm, geboren naar schatting ca. 1545, schepen van Oud-Beijerland (vermeld 1587, 1599), heemraad van Oud-Beijerland (vermeld 1599, 1603 en 1604), overleden ca. 1605, trouwde NN (Jacobsdr.?), mogelijk dochter van Jacob Pietersz. Swartepaard, schepen van Oud-Beijerland (vermeld 1570)

- 1 juni 1563: Jacop Pietersz. alias Swertepeert verleent procuratie aan Adriaen Jansse, wonende in Beijerland, "om uit zijn naam recht te spreken", etc. (ORA Heinenoord)

- 14 juli 1586: schout Hans Stipel en Job Jacobsz. zijn borgen voor Jacob Pietersz. Swartepaert. (ORA Nieuw-Beijerland inv. 24)

- 31 juli 1586: Jacob Pietersz. 't Swartepaert vervangt zijn zoon Pieter Jacobsz. op een verkoping van goederen van Jacob Herweijer. (ORA Heinenoord)

- 31 juli 1586: Jacob Pietersz. 't Swartepaert vervangt Joris Maertensz. Deijm, zijn "zwager" [kan ook schoonzoon betekenen], op een verkoping van goederen van Jacob Herweijer. (ORA Nieuw-Beijerland inv. 24)

- 1588: Joris Maertensz. Deijm is eiser contra Arijen Ariensz. kleermaker en vordert betaling van 4 gl. 5 st. wegens huishuur van Maerten Celij. (ORA Nieuw-Beijerland)

- 11 dec. 1592: akkoord tussen de crediteuren van de boedel van Helias Willemsz., m.n. Reijer Geritsz. en Zier Krijnen, beiden wonende te Dordrecht, Jan Geeritsz. Nattekaes, Jan de Paerdecooper, Geerit Andriesz., Pieter Jacopsz., als procuratie hebbende van Joris Deijm Maertensz., Jan Pietersz. smid, Heijndrick Teunisz. wagenmaker en Fransken van der Moelen, wonende in Beijerland, enerzijds en Helias van Walscappel, anderzijds. (ORA Heinenoord inv. 1)

- 11 april 1596: Joris Maertensz. Deijm ontvangt van de boedel van Cornelis Ariensz. de Recht een somma van 190 gl. 8 st. (ORA Nieuw-Beijerland inv. 24)

- 1599: Joris Deijm koopt 3 morgen 144 roeden land van de Graaf van Solms. (Archief Polder Oud-Beijerland)

- 26 nov. 1599: Marijtgen Maertensdr., weduwe van Bastiaen Leendertsz. de Recht, geassisteerd met haar zoon Leendert Bastiaensz. de Recht, verklaart schuldig te zijn aan jonkheer Herman van Bourgongnien, heer van Fallais, Sommelsdijk etc., een somma van 1804 Vlaamse ponden 4 1/2 schellingen wegens de koop van 8 morgen 122 roeden land, liggende w. de Oude Beijerlandse Dijk, n. het land van Marijken, de weduwe van Jan Thonisz., o. het land, dat Joris Deijm Maertensz. van jonkheer Jan van Bourgongien, heer van Zevenhuizen, Zegwaard etc., heeft gekocht, en z. het Strijmondse Diep. Borgen: Arijen Jacobsz. en Joris Deijm Maertensz. (ORA Oud-Beijerland inv. 2)

- 7 jan. 1599: Joris Maertensz. Deijm koopt 26 morgen land van Jan en Herman van Bourgongien. Hij is schuldig aan jonkheer Jan van Bourgongien 8805 Vlaamse ponden 10 sch. wegens de koop van 13 morgen land. Borg: jonkheer Frans van Linden, heer van Heumen. Koper is schuldig een gelijk bedrag aan Herman van Bourgongien, heer van Fallais, Sommelsdijk etc. wegens de koop van 13 morgen land. Borg: idem. De 26 morgen worden belend als volgt: o. de Langeweg, n. Marijken, de weduwe van Jan Thonisz., w. Marijken Maertensdr., weduwe van Bastiaen Leendertsz. de Recht, en z. het Strijmondse Diep. (ORA Oud-Beijerland inv. 2)

- 7 jan. 1599: Joris Maertensz. Deijm koopt tevens van Herman van Bourgongien 17 morgen land, belend n. Aert Ockersz., z. de Zinkweg, o. de Langeweg en w. de Oude Beijerlandse Dijk. (ORA Oud-Beijerland inv. 2)

- 19 jan. 1604: Joris Maertensz. Deijm is borg voor Jan Cornelisz., wonende te Oud-Beijerland. (ORA Oud-Beijerland inv. 2)

- 1605: Joris Deijm vermeld als "geprefereerd aan de boedel van Jan Ghijsen een bedrag van 3600 gl. met de interest vandien". (ORA Nieuw-Beijerland inv. 25)

- 30 aug. 1606: de erfgenamen van Joris Deijm Maertensz. vermeld als belenders van een huis aan de oostzijde van de Voorstraat te Oud-Beijerland, genaamd "de Engel". (ORA Oud-Beijerland inv. 2)

- 19 mei 1608: de erfgenamen van Joris Deijm bezitten een huis in Oud-Beijerland. (ORA Oud-Beijerland inv. 3)

- 18 juni 1608: jonkheer van Lijnden, heer van Mijdrecht, verkoopt een losrente op de stuk land, dat gemeen ligt met de kinderen en erfgenamen van wijlen Joris Deijm Maertensz. (ORA Oud-Beijerland inv. 3)

- 18 juni 1608: jonkheer van Lijnden verkoopt een losrente, verzekerd op een stuk land, dat gemeen ligt met het land van de kinderen en erfgenamen van wijlen Joris Maertensz. Deijm. (ORA Oud-Beijerland inv. 3)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Marijtgen Joris Deijmsdr., trouwde Vranck Fransz. van Diemen

- 14 okt. 1606: Philips Jobsz. verkoopt als curator en erfgenaam van de boedel van zijn broeder zaliger, Thonis Jobsz. kuiper, aan Marijtgen Joris Deijmsdr., weduwe van Vranck Fransz. van Diemen, een huis in de Peperstraat te Oud-Beijerland. (ORA Oud-Beijerland inv. 3)

b. Grietgen Jorisdr. Deijm, volgt III

c. Jacob Deijm Jorisz.

d. Maerten Deijm Jorisz.

- 2 april 1615: Franchois van Casteren en Maerten Deijm Jorisz., als curators over de goederen van Cornelis IJsbrantsz., eertijds secretaris van Oud-Beijerland, hebben verkocht:

1. een huis met schuur, berging, ander getimmerte, en "plantagie", in welk huis Cornelis IJsbrantsz. heeft gewoond, staande en gelegen aan de westzijde van de Voorstraat te Oud-Beijerland, het wordt gekocht door Franchois van Casteren, "in zijn priv", voor 2210 gl.,

2. een boomgaard in Oud-Beijerland, gekocht door Jacob Deijm Jorisz. voor Haesgen Lambrechtsdr. voor 580 gl., en

3. een huis aan de oostzijde van de Voorstraat, gekocht door Henricus Swalmius, predikant te Oud-Beijerland, voor 975 gl. (Archief Hof van Holland [vriendelijke mededeling van de heer M. van der Tas])

III. Grietgen Jorisdr. Deijm, geboren naar schatting ca. 1585, trouwde 1e Cornelis Thoenis, 2e Delft 13 nov. 1611 Crijn Michielsz. van der Sluijs

- 5 mei 1614: Jacob Arensz. de Recht is schuldig aan Quiringh Michielsz., als man van Margareta Deijm Jorisdr., een somma van 233 gl. Als onderpand stelt hij zijn huis, schuur, berging etc., staande op het land van de heer van Braeckel, ten zuidoosten van het huis en land van Dirck Jansz. van Leerdam. (ORA Oud-Beijerland inv. 3)

- 2 dec. 1631: Francq Claesz. Goutswaert, wonende te Oud-Beijerland, is schuldig aan Grietgen Joris Deijmsdr., een somma van 1700 gl. wegens de koop van een huis aan de oostzijde van de Voorstraat te Oud-Beijerland. Jacob Deijm Jorisz. en Michiel van Eijnde, schepen van Oud-Beijerland, staan borg voor de eventuele lasten, die nog op het huis zullen komen. (ORA Oud-Beijerland inv. 6)

- 15 mrt. 1632: Lijsbeth Aelbrechtsdr., weduwe van Govert Joosten, verkoopt voor 42 gl. aan Grietgen Joris Deijmsdr. een tuintje in de Grimhoek. (ORA Oud-Beijerland inv. 6)

- 2 april 1632: Bastiaen Cornelisz. Treur, inwoner van Oud-Beijerland, verkoopt voor 200 gl. aan Grijetgen Jorisdr. Deijmsdr., wonende mede ald., een tuintje in de Grimhoek. (ORA Oud-Beijerland inv. 6)

- 13 febr. 1634: Grietgen Joris Deijmsdr. verkoopt aan Jan Jansz. Cruijswech een boomgaard in de Grimhoek. Borg: Michiel van Eijnde. (ORA Oud-Beijerland inv. 6)

- 8 juni 1636: Francq Cornelisz. Goutswaert is in gebreke gebleven een schuldbrief t.b.v. Grietgen Joris Deijmsdr. af te lossen. Verkoopster neemt daarom het huis aan de oostzijde van de Voorstraat weer in eigendom terug. De schuldbrief van 1600 gl. wordt geroyeerd. (ORA Oud-Beijerland inv. 6)

- 7 april 1641: Grietgen Joris Deijmsdr. is borg voor Joris Cornelisz. van der Kreeck, die een huis koopt van Cornelis Jansz. Kieck. (ORA Oud-Beijerland inv. 8)

- 20 mrt. 1645: Grietgen Joris Deijmsdr. verkoopt aan mr. Samuel de Laet, inwoner van Oud-Beijerland, een huis aan de westzijde van de Voorstraat ald. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1875 gl. In margine: op 14 juli 1682 toont Grietgen Pietersdr., weduwe van Claes van der Steeg, een bewijs van voldoening van deze schuldbrief, van de hand van Adriaen de Vlieger". (ORA Oud-Beijerland inv. 8)

- 10 dec. 1654: Grietgen Jorisdr. Deijm is borg voor Anthonij de Vlieger, inwoner van Oud-Beijerland, die aan Cornelis van Duverden van Voird, apotheker te Oud-Beijerland, een bedrag van 2000 gl .schuldig is wegens de koop van een huis aan de West-Voorstraat te Oud-Beijerland. (ORA Oud-Beijerland inv. 9)


Van der Giessen

I. Gijsbert Lauris, trouwde 1e na 1540 Kunger (Cunera) Aertsdr., weduwe van Aert Adriaensz. van Driel, overleden Mijnsheerenland vr 23 dec. 1562, 2e Neeltje Andriesdr., weduwe van Willem Kors Pietersz., overleden Mijnsheerenland vr aug. 1566

- 20 nov. 1540: verdeling van de nalatenschap van Aert van Driel Adriaensz. tussen Cunera Aertsdr., zijn weduwe, enerzijds en Cornelis Pietersz., als erfvoogd van het weeskind van Aert van Driel Adriaensz., genaamd Joosken Aertsdr. (ORA Mijnsheerenland inv. 1)

- 23 dec. 1562: verdeling van landerijen uit de nalatenschap van Kunger Aertsdr., tussen haar weduwnaar, Gijsbert Laurisz., enerzijds, en Aert Gijsbertsz., Hendrick Gijsbertsz., en Lauris Claesz., echtgenoot van Joosken Aertsdr., erfgenamen van Kunger Aertsdr., anderzijds. (ORA Mijnsheerenland inv. 2)

Kind:

II. Hendrick Gijsbertsz. van der Gijssen [geboren naar schatting ca. 1535 (blijkbaar meerderjarig in 1562), sommige kinderen van zijn broer, Aert Gijsbertsz., noemen zich Hacke], trouwde (2e?) Liedewij Jacobsdr. Goutswaert, [geboren naar schatting ca. 1555 (zij krijgt een kind in 1576, en nog een aantal kinderen), overleden Oud-Beijerland 7 mrt. 1627 (grafzerk in de kerk ald.), dochter van Jacob Claesz. van Goutswaert, bouwman op Berckestee [hofstede bij Godschalksoord], en Haasje Lambrechtsdr., Liedewij trouwde 2e Jacob Segersz. Kranendonk, dijkgraaf van Cromstrijen, overleden Westmaas 19 okt. 1622, zoon van Seger Gerritsz. Kranendonk en Hilletje Jacobsdr. (Spruijt)

- 1626/1627: in de 500e en 1000e penning wordt Liedewij aangeslagen voor een vermogen van 30.000 gl., "waarmee zij n van de rijkste inwoners van de Hoekse Waard was." (Sigmond/Slijkerman, o.c., p. 76)

- 18 mrt. 1630: Jacob Heijndricksz. van der Gijsen, Seger Jacobsz. Cranendonck, Sebastiaaen Oolen van der Houck, voor zichzelf en tevens vervangende het weeskind van Elisabeth Heijndricksdr., verwekt door Pieter Damisz. Vermeulen, en de weeskinderen van Cornelia Cranendonck, en Franchoijs van Bleijswijck, als man van Maria Cranendonck, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Liedewij Jacobsdr., verkopen een huis. (Sigmond/Slijkerman, o.c., p. 77)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Lijsbeth (Elisabeth) Hendriksdr., trouwde Pieter Dammisz. van der Meulen (Vermeule)

b. Brechtge Hendriksdr., geboren ca. 1576, overleden tussen 1626 (1000e penning Oud-Beijerland) en 18 mrt. 1630, vermoedelijk zonder kinderen na te laten, trouwde Adriaen Cornelisz. van Roijen, overleden vr 7 juni 1617

- 7 juni 1617: Brechgen Heijndrixdr., weduwe van Adriaen Cornelisz. van Roijen, geassisteerd met Anthonis Heijndricxsz. van der Ghijsen als haar gekoren voogd, verkoopt aan Anthonis Petit een huis. Verkoopster is betaald met een schepenenschuldbrief, verleden door Franchoijs van der Haeghen, die het huis van Petit heeft overgenomen. Anthoenis staat borg over eventuele lasten, die op het huis zullen vallen. (ORA Oud-Beijerland inv. 4)

c. Cunera Hendriksdr. (van der Giessen), geboren ca. 1580,trouwde Sebastiaen Odulphusz. van der Houck, geboren ca. 1580 (71 jaar in 1651), schepen en heemraad van Oud-Beijerland, overleden Oud-Beijerland 3 aug. 1651 (begraven in de kerk ald., zerk: zie Ons Voorgeslacht 1968, p. 40)

- 6 jan. 1651: voogdijstelling door Sebastiaen Odolphusz. van der Houck en diens vrouw Cunera Hendricxsdr. van der Giessen. (ONA Delft inv. 1575)

d. Jacob Hendriksz. van der Gijssen, trouwde 1e Grietge Thonisdr. Spruijt, 2e Anneken Corrijnen van der Tas, 3e Grietge Aeriensdr. (Hoogendijck)

e. (vermoedelijk uit een eerder huwelijk van Hendrick Gijsbertsz., aangezien hij niet als erfgenaam van Liedewij Jacobsdr. wordt genoemd) Thoenis (Anthoenis) Hendriksz. van der Gijssen, volgt III

Kinderen van Jacob Segersz. Kranendonk en Liedewij Jacobsdr. Goutswaert:

a. Neeltje (Cornelia) Jacobsdr. Cranendonck

b. Seger Jacobsz. Kranendonk, dijkgraaf van Oud-Cromstrijen 1637-1653

c. Maartje (Maria) Jacobsdr. Cranendonck

III. Anthoenis (Thoenis) Hendriksz. van der Gijssen, geboren naar schatting ca. 1570 [blijkbaar meerderjarig in 1607], koopman wonende te Delft (1616), schepen van Delft

- 22 nov. 1607: Aren Derrijcxsz. transporteert aan Antonijs Heijndricxsz. van der Gijssen twee lijfrentebrieven dd 15 april 1601 ten laste van Machtelt Arens en Derrijck Arentsz. (ORA Goudswaard inv. 3)

- 22 nov. 1607: Eijngel Jacops transporteert aan Antoenijs Heijndricxsz. van der Gijssen een losbare rentebrief van 6 ponden 5 schellingen jaarlijks. (ORA Goudswaard inv. 3)

- 27 okt. 1616: Antoenijs Heijndrixsz. van der Gijssen, koopman wonende te Delft, heeft procuratie van Aren Sasseboutsz. van der Dussen, Cornelis Sasseboutsz. van der Dussen en Jan Claesz. van der Aer, en draagt in die hoedanigheid over aan Aren Jansz. Nijeuwenboer, wonende in Korendijk, een stuk land van 18 gemet 50 roeden, gelegen in de ban van Korendijk, welk land Aren Jansz. Nijeuwenboer gekocht heeft van Jan Koenen van Opheusden. (ORA Goudswaard inv. 3)

- 23 jan. 1628: gedoopt in de NG gemeente van Oud-Beijerland Marijghen, dochter van David Gripa en Maria van Diemsdr., getuigen: Thoenis Henricksz. van der Gijssen, Jacob Foppen [Leeuwenburg?] en Sijghen [sic])

NB: Jacob Foppen Leeuwenburg, geboren Oud-Beijerland ca. 1573, trouwde Annetje Leendertsdr. Roobol. Beiden waren evenals Liedewij Jacobsdr. Goutswaert nakomelingen van Doen Beijensz (overleden in of voor 1515), stichter van de Grote Memorielanden te Poortugaal. (Vervloet, o.c., p. 20)


Hoekseweg [Strijen]

ONA Dordrecht inv. 71, f. 140v, akte dd 16 mei 1631: Cornelis Jansz. Houcxewech en Neeltgen Adriaensdr., echtelieden wonende in het Oudeland van Strijen, benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. De langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen bij het bereiken van hun mondigheid een bedrag van 2000 gl. uit te keren. Omdat hun beider moeders nog in leven zijn, wensen de testateuren, dat, indien n van hun moeders of beiden vr de eerststervende van de testateuren komt te overlijden, de goederen, die hij of zij van die moeder zal erven, voor de helft aan kinderen van testateuren toekomen.

ONA Dordrecht inv. 65, f. 545, akte dd 2 mei 1659 Abraham van de Wercke, burger van Dordrecht, verleent procuratie aan Job Aertsz. Welborn, schepen van Strijen, om te compareren voor het gerecht van Strijen en daar te transporteren aan Johan Geraerts, burger van Dordrecht, een schepenenschuldbrief, verleden door Salomon Jansz. Houcksenwech voor het gerecht van Strijen op 28 febr. 1647, inhoudende een bedrag van 2000 gl. en verzekerd op Houcksenwechs huis, schuur en erf in het dorp van Strijen.

Hoogstwerf [Westmaas]

Willem Pietersz. Hoogstwerf (den Ouden), gedoopt NG Hoogvliet 20 april 1664,  jongman geboren te Hoogvliet (1704), schoolmeester te Westmaas vanaf 1703, diaken ald. 1704 en 1705, koster, doodgraver en collecteur van de impost ald. 1723, overleden Westmaas 8 juni 1730, trouwde Westmaas 15 juni  1704 (otr. ald. 25 mei 1704 [DTB Klaaswaal]) Aaltje Cornelisdr. (van) Surendonck, geboren naar schatting ca. 1680, jonge dochter van Klaaswaal en wonende te Westmaas (1704), vr hun huwelijk dienstmeid van Willem Hoogstwerf , vertrekt naar Cillaarshoek 6 april 1736 (Kwartierstatenboek Prometheus, deel XV, p. 50)

- 1699: Willem Hoogstwerf ontvangt  van de Heilige Geest Armen 1 gl. en 8 st. voor onderwijs gegeven aan de kinderen van de weduwe van Arij van de Bergh (Gemeente-archief Mijnsheerenland inv. 77)

- 18 mei 1704: Aeltje Cornelisdr. Suijrendonk, dienstmeid van Willem Hoogstwerf, voorlezer te Westmaas, klaagt, dat Willem veertien dagen na Nieuwjaar 's nachts tussen 12 en 1 uur, nadat zij samen bij Pieter van der Hoek binnen gegeten hadden, voor haar bed was gekomen "en na verscheijde tegenstant daerop was geklommen en daer bij de anderen gelegen hadden". Daarna hebben zij samengeleefd  en zij meent nu, dat zij zwanger is. Willem heeft gezegd, dat het te baren kind in Brabant besteed zal worden en dat hij haar zal huwen. Maar later heeft hij gezegd, dat als zij zwanger mocht zijn, dat hij daar wel raad op wist. Op haar vraag, hoe dan wel, heeft hij gezegd met "wat sevenboom [zevenboom of sevenboom (Juniperus sabina): heester of heesterachtige boom met lange opstijgende takken], die bij Maijke Corsse staat en wat slijp van Claes Smit sijn steen, neemt daer wat van in, 't sal dan wel vergaen." Hij had haar nog een "silverslootje" gegeven en enig geld beloofd. Aeltje klaagt bij de kerkenraad en vraagt of men hem tot trouwen kan bewegen. (Archief NH gemeente Westmaas I) 

- 4 okt. 1705: Willem Hoogstwerf niet bij Heilig Avondmaal wegens "kijvage" met secretaris Cornelis Spruijt (Archief NH gemeente Westmaas I)

- 8 sept. 1710: Willem Pietersz. Hoogstwerf koopt een bed en peluw voor 10 gl. Borg: de vrouw van Jacobus Vogelaar, weduwe Surendonk

- 29 sept. 1715: Willem Pietersz. Hoogstwerf gesuspendeerd van het Heilig Avondmaal, omdat hij ondanks alle vermaningen blijft voortgaan "int slaen en smijten van sijn vrouw". (Archief NH gemeente Westmaas I)

- 12 sept. 1719: Aeltje Surendonk, echtgenote van Willem Hoogstwerff, schoolmeester van Westmaas, wordt in het testament van haar moeder, Grietje Simonsdr. Goutswaert, weduwe van Cornelis Hendriksz. Surendonk, benoemd tot mede-erfgenaam (RA Cromstrijen inv. 9)

- 23 dec. 1722: Willem Hoogstwerf koopt voor 5 gl. 12 st. een Japanse rok uit de boedel van Jacob Aartsz. van der Waal. Borgen: Dirk van der Waal, Jan A. Dol (RA Cromstrijen inv. 16)

- 1723: Willem Hoogstwerf, koster, doodgraver en collecteur van de impost van Westmaas, ontvangt 16 gl. 15 st. en 8 penn. "wegens 't regt van kerk costerije en overluijden van de overledene als impost van een kalf, drie vaten bier op de begrafenis geconsumeert" (RA Cromstrijen inv. 37 [boedelrekening van Jacob Aertsz. van der Wael])

- 8 juni 1730: overleden Willem Hoogstwerf schoolmeester, voorlezer en voorzanger (Archief NH gemeente Westmaas)

- 6 april 1736: Aeltje Cornelisdr. Suijrendonk, weduwe van Willem Hoogstwerf, ontvangt akte van cautie van Westmaas naar Cillaarshoek (Archief NH gemeente Westmaas)

Kinderen (allen NG gedoopt te Westmaas):

a. Cornelis Willemsz. Hoogstwerf, 3 april 1707, jongman geboren te Westmaas en wonende te Cillaarshoek (1744), tr. Cillaarshoek 1/25 mei 1744 Lena Hendriksdr. Vlasblom (Ingetje Willemsdr. den Ouden [kwartier nr. 303] is doopgetuige bij vijf kinderen van dit echtpaar [NG doopboek Cillaarshoek])

b. Ingetje, 17 mei 1708 ( = kwartier 303)

c. Margrietje, 20 okt. 1709

d. Pieter, 28 juni 1711

e. Leendert, 19 mrt. 1713

f. Simon, 17 mrt. 1715

g. Leendert, 6 dec. 1716

h. Ariaentje, 28 aug. 1718 (getuige: Ingetje Samuels)

i. Lintie, 11 juni 1721

j. Samuel, geboren 3 mrt. 1723, gedoopt 7 mrt. 1723 (getuige: Ingetje Samuels)

Meijdam [Meidam]

SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 322: op 21 dec. 1668 comp. voor notaris Pieter Muijs Pieter Jansz. Meijdam, getrouwd met Neeltgen Dircksen, die eerder weduwe was van Cornelis Roocken, wonende in Numanspolder. Hij verleent procuratie aan Johan Halling, regerend burgemeester van Dordrecht, om te ontvangen van Arijen Pieters, wonende op Heerjansdam, de kooppenningen van een door hem gekocht huis, dat staat in Heerjansdam. Akte door Meijdam ondertekend.

Meinster (Oud-Beijerland)

I. Cornelis Jacobsz. Meijnster (Meijster), geboren naar schatting ca. 1670, jongman geboren en wonende te Oud-Beijerland (1695), weduwnaar van Jannetje Michiels, wonende te Oud-Beijerland (1702), trouwde 1e NG Oud-Beijerland 12/30 nov. 1695 (getuige voor de bruidegom: Cornelis Waagemaaker [vermoedelijk zijn zwager], voor de bruid: Willemie Cornelis, in plaats van haar tante) Jannigje Michiels, jonge dochter geboren en wonende te Oud-Beijerland (1695), 2e NG Oud-Beijerland 28 jan./15 febr. 1702 (getuige voor de bruid: haar voogd Lucas Cornelisz. de Reus) Maartie Cornelisdr. de Reus, jonge dochter geboren en wonende te Oud-Beijerland (1702)

Kinderen ex 1:

a. Jacob, gedoopt NG Oud-Beijerland 15 okt. 1696 (getuigen: Theunis Jacobsz. Meijster, Cornelia Jacobs)

b. Jacob, gedoopt NG Oud-Beijerland 11 aug. 1697 (getuige: Beli Fransdr.), jongman geboren en wonende te Oud-Beijerland (1721), trouwde NG Oud-Beijerland 11/30 april 1721 Maartje Theunisdr. Schipper, jonge dochter geboren en wonende te Oud-Beijerland (1721)

Kind ex 2:

II. Cornelis Cornelisz. Meijnster, gedoopt NG Oud-Beijerland 4 mei 1704, jongman geboren en wonende te Oud-Beijerland (1728), overlijden aangegeven bij de gaarder aldaar op 11 okt. 1743 (pro deo), trouwde NG Oud-Beijerland 2/21 april 1728 Lijsbeth Andriesdr. Paeij (Paij), gedoopt NG Oud-Beijerland 3 febr. 1700, jonge dochter geboren en wonende te Oud-Beijerland (1728), dochter van Andries Jacobsz. Paij en Maria Pietersdr. van der Veer

III. Jacob Cornelisz. Meijnster, gedoopt NG Oud-Beijerland 15 okt. 1741 (getuige: Kaatje Koensdr.), jongman geboren en wonende te Oud-Beijerland (1764), trouwde NG Oud-Beijerland 13 jan./1 febr. 1764 Marija Claasdr. Bokhoven, gedoopt NG Oud-Beijerland 7 mrt. 1743, jonge dochter geboren en wonende te Oud-Beijerland (1764), overleden ald. 20 april 1828, dochter van Klaas Jacobsz. Bokhoven en Pleuntje Pietersdr. Ruijghaver

IV. Maarten Meijnster, geboren Oud-Beijerland 17 nov. 1778, overleden ald. 19 sept. 1828, trouwde ca. 1800 Maria Braam, geboren Oud-Beijerland 12 febr. 1779, overleden ald. 6 mrt. 1849, dochter van Pieter Braam en Maria van der Swaan

V. Pieter Maartensz. Meijnster, geboren Oud-Beijerland 7 mei 1800, arbeider, overleden Oud-Beijerland 1 juli 1868, trouwde Oud-Beijerland 11 mei 1823 Klazina Hempel, geboren Oud-Beijerland 11 aug. 1800, arbeidster, overleden Oud-Beijerland 6 mei 1871, dochter van Johannes Hempel en Lena Schipper

VI. Maarten Meijnster, geboren Oud-Beijerland 1829, trouwde Oud-Beijerland 29 juni 1849 Jannetje Vlasblom, geboren Oud-Beijerland 1826, arbeidster, dochter van Arij Vlasblom en Jannetje Vink

BS Oud-Beijerland, huwelijksakte nr. 25 dd 29 juni 1849:  Maarten Meijnster, ruim 20 jaar oud, arbeider, geboren te Oud-Beijerland, zoon van Pieter Meijnster Maartensz. en Jannetje Vlasblom, arbeiders, en Jannetje Vlasblom, ruim 23 jaar oud, geboren te Oud-Beijerland, arbeidster, dochter van Arij Vlasblom en Jannetje Vink, beiden overleden. De bruidegom en bruid kunnen niet schrijven en overleggen o.a.: - een certificaat dd 1 juni 1849 ten blijke, dat de bruidegom heeft voldaan aan zijn verplichting ten aanzien van de Nationale Militie

- toestemming voor het huwelijk van de bruidegom, afgegeven door de kolonel van het 4e Regiment Infanterie dd 22 mei 1849

- een bewijs van onvermogen.

VII. Pieter Meinster, geboren Oud-Beijerland 1871, brugwachter te Dordrecht, wonende in de Twintighuizen (nr. 36) aldaar (1899), overleden Dordrecht 18 jan. 1930, trouwde Rotterdam 10 aug. 1898 Katharina Romeijn, geboren Oud-Beijerland 1872, dochter van Fleuris Romeijn en Cornelia Jacoba Brussaard

Pieter Meinster en Katharina Romeijn

VIII. Gijsbertus Meinster, geboren Dordrecht 27 aug. 1904, chocoladebewerker, trouwde Johanna Maria Brandt, geboren Dordrecht 26 sept. 1910, dochter van Anthonie Adrianus Brandt en Alberdina Johanna van Heck

Dochter:

a. Catharina (Tini) Meinster, geboren Dordrecht 7 juni 1931, trouwde Jacobus Franciscus Ros

Van Meeuwen [sgd]

I. Matthijs van Meeuwen, geboren ca. 1561, overleden tussen 22 maart 1610 en 12 juni 1610, schepen van 's-Gravendeel (1602), stedehouder ald. (1603, wachter van de tol uit naam van de Grafelijkheid (1607), trouwde naar schatting ca. 1585 Marigje (Maria) Pieters Luijtens [ORA 's-Gravendeel inv. 2, 15 aug. 1619]

ORA 's-Gravendeel inv. 37: op 22 maart 1610 testeren Matthijs van Meeuwen en zijn vrouw Marigje van Meeuwen (hij is ziek)

Kinderen:

a. Clara van Meeuwen, trouwde vr 1 aug. 1613 [ORA 's-Gravendeel inv. 38] Frans Jacobsz. van de Merck, waard in "de Arent" [ORA 's-Gravendeel inv. 38, 2 dec. 1614], schepen van 's-Gravendeel (vermeld 1623-1632), schout van De Mijl (vermeld 1622), kapitein van 's-Gravendeel (vermeld 1622), schout van s'-Gravendeel (vermeld vanaf 1632), rentmeester van Johan van Roon (vermeld 1632), aangeslagen in de 1000e penning van 's-Gravendeel anno 1626 voor een vermogen van 2000 gulden, overleden vr 25 maart 1652

Weeskamer 's-Gravendeel inv. 1: op 25 maart 1652 testeert Clara van Meeuwen, weduwe van Frans Jacobsz. van de Merck. Haar kinderen en erfgenamen zijn Jacobus van de Merck, Catharina van de Merck, Matthijs van de Merck en diens dochter Antonette, en Marija van de Merck. Voogd: haar zoon Matthijs van de Merck

SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 61, f. 309 e.v.: op 10 febr. 1645 testeren Mathijs Fransz. van de Merck, schout van 's-Gravendeel en zijn vrouw Aechtgen Pietersdr. (mutueel testament).

b. Pieter Matthijsz van Meeuwen

c. Matthijs van Meeuwen, volgt II

II. Matthijs van Meeuwen, geboren naar schatting ca. 1590, secretaris van 's-Gravendeel (1616, 1626), schout van 's-Gravendeel (1630), vermeld in de 1000e penning van 's-Gravendeel uit 1626 (met 8 ponden), overleden vr 10 okt. 1637 [ORA 's-Gravendeel inv. 3, 10 okt. 1637], trouwde Adriana van Luchtenburg

Mookhoek [sgd]

SA Dordrecht ONA Zwijndrecht inv. 7 (notaris Bastiaan Broelingh) akte dd 24 aug. 1746: Arij A. Mookhoek, weduwnaar van Cornelia Jacobsdr. Vogelaer, wonende op 's-Gravendeel, benoemt tot erfgenaam zijn zuster Lena A. Mookhoek, echtgenote van Bastiaen Jansz. Kuijp, mede wonende aldaar en benoemt tot voogd voornoemde Bastiaan Kuijp, zijn zwager.

 

Naaktgeboren [sgd]

I. Bastiaan Cornelisz. Naaktgeboren, trouwde NG Dubbeldam 2 dec. 1674 (met attestatie van 's-Gravendeel) Pieternelletie Cornelisdr.

Uit dit huwelijk (o.a.):

a. Melis Naaktgeboren, volgt II

b. Simon Naaktgeboren

Simon Naaktgeboren en Bastiaantje Beenhakker laten dopen NG Dordrecht 19 sept. 1713 een dochter Bastiaantje.

SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 800, akte 9, f. 33: op 31 jan. 1724 comp. voor notaris Andries Cant Cornelis Beelaerts als rentmeester van het Heilige-Geesthuis ter Grote Kerk en Melis Naaktgeboren, wonende te 's-Gravendeel, als geinstitueerde erfgenaam van zijn broer Sijmon Naaktgeboren, die in Oost-Indi is overleden. (Hij is in 1718 is uitgevaren met het schip Strijkebolle en in 1719 "gebleven" met het schip 't Slot van Capelle.) De comparanten geven te kennen, dat het buitenechtelijke kind van voornoemde Sijmon Naaktgeboren wordt gealimenteerd door de Vaders en Regenten van het Heilige-Geesthuis, weshalve zij last en procuratie geven bij deze aan Johan Cool, marktschipper van Dordrecht op Middelburg om uit hun naam van de Heren Bewindhebberen van de VOC, ter kamere van Zeeland of hun boekhouder, te ontvangen al hetgeen Sijmon Naaktgeboren aan maandgelden te pretenderen had. Akte door Melis Naaktgeboren ondertekend.

II. Melis Naaktgeboren, gedoopt 1683

III. Bastiaan Melisz. Naaktgeboren, geboren naar schatting ca. 1715

IV. Bastiaan Bastiaansz. Naaktgeboren, geboren naar schatting ca. 1745, trouwde 1e Adriaantje Abrahamsdr. Verhagen

V. Abraham Bastiaansz. Naaktgeboren, geboren 's-Gravendeel 25 jan. 1774, arbeider, bouwman, vlasser te 's-Gravendeel, overleden ald. 11 jan. 1831, trouwde 's-Gravendeel 5 mei 1797 (gaarder, impost 15 gl.) Neeltje Jansdr. Dorst j.d. van 's-Gravendeel

VI. Cornelis Naaktgeboren, geboren 's-Gravendeel 8 mei 1813, overleden ald. 27 mrt. 1880, trouwde Maria Visser

VII. Hermen Naaktgeboren, geboren 's-Gravendeel 28 juli 1839, arbeider, trouwde 's-Gravendeel 29 april 1864 Krijntje Schilperoord, geboren 13 jan. 1844, dochter van Hermanus Schilperoord en Gijsje Grondelle

VIII. Gijsje Naaktgeboren, geboren 's-Gravendeel 15 jan. 1873, trouwde Jacob de Penning

IX. Hermina de Penning, geboren 's-Gravendeel 7 aug. 1899, trouwde Adrianus Naaktgeboren, geboren Dubbeldam 1890, zoon van Bastiaan Naaktgeboren en Maria Bongers

X. Bastiaan Naaktgeboren, geboren Dubbeldam 18 april 1925

van Putten/van der Wael [Zuid-Beijerland]

I. Cornelis Burgertsz. van Putten, trouwde NN.

Kind:

II. Burger(t) Cornelisz. van Putten, overleden in of voor 1663, trouwde 1e Aeltgen Heijndriksdr. 2e Cathalijna Hoobroeck, begraven Dordrecht 28 jan. 1665

- 10 aug.1642: Grietgen Joris Deijmsdr. en Aeltgen Heijndericx, weduwe van Burgert Cornelisz., vermeld als belenders van een huis aan de oostzijde van de Voorstraat te Oud-Beijerland, waarvan eigenaar is Jan Jansz. van der Straten. (ORA Oud-Beijerland inv. 8)

Weeskamer Dordrecht inv. 24, f. 236: op 27 febr. 1663 extract in het weesboek ingeschreven van het testament van Burger Cornelisz. van Putten en zijn vrouw Catharijna Hobrock, gepasseerd voor notaris Johan Cop op 17 aug. 1657. Zij hebben de langstlevende van hen beiden benoemd tot voogd over hun minderjarige kinderen.

Begraafboek Dordrecht (Grote Kerk) 28 jan, 1665: een baar voor de weduwe van Borgh Corenlisse van Puijten [sic], omtrent de Grote Spuistraat, een pondgraf

Weeskamer Dordrecht inv. 25, f. 335v: "In gevolge vanden appte. vanden Hove van Hollandt in date den iiiien feb. 1669 gestelt opde Requeste overgegeve bij ofte van wegen Jacob van der Lip ende Jacob Hemelcours Coopluijden tot Rotterdam als bij den voorsz. Hove gestelde vooghden over den boedel ende goederen mitsgaders de kinderen naergelaten bij salr. Burgert van der Putten ende Catharina Hooghbroeck sijn opden 27en [febr. 1669] ... voor mijn Adriaen Pauw Raet inden gemelten Hove als Commiss. hebbende tot adiunct Francoijs Boot secrets. inden selve Hove, gecompareert Adriaen van Sterrevelt als procureur van den voorn. Jacob van der Lip ende Jacob Hemelcours, impen. in R a [sic] geassisteert met etc."

Idem, f. 335v e.v.: "Op huijden den 14en december 1669 sijn wederom voor ons commissaris [Adriaen Pauw, raad in het Hof van Holland] ende adiunct [Francoijs Boot, secretaris in het Hof van Holland] ... gecompareert ... Aeltien van Putten ter eenre, ende Jacob Hemelcours [koopman te Rotterdam] ... ter andere sijde ende sijn de voorsz. partijen verdragen alsoo Jacob van der Lip [koopman te Rotterdam] die bij desen Hove, benevens Jacob Hemelcours mede was gestelt tot vooght over de twee naergelaten weeskinderen van Burgert Cornelisse van Putten en Catharina Hooghbroeck deser werelt is [komen] ... te overlijden hangende de voorsz. processe, ende datter sulcx nu niet meer en is dan eene vooght vande voorsz. kinderen te weten den voorn. Hemelcours de welcke de voorsz. kinderen van moederl. sijde bestaat, dat oversulcx d'voorn. Aeltgen van Putten bij Reqte. aenden gemelten Hove sal mogen versoecken dat den selven Hove tot vooght over de vaderl. goederen gelieven te anthoriseren een bequaem persoon, ende daertoe mogen voorslaen Burgert Cornelisse van der Wael de voorsz. kinderen van hunne vaderl. sijde als man oijr naest bestaende, dat de selve authorisatie bij den gemelten Hove verleent Magdalena Hemelcours wede. van Jacob Hooghbroeck * die in sijn leven is geweest vooght vande voorsz. kinderen, sal werden genterpelleert om aen beijde de voorsz. voogden ten overstaen van mij Commissaris te doen reeckening vant gene bij haer de voorsz. vooghdije ende administratie van der voorsz. weeskinderen goederen noch staet te verreeckenen ...  [, dat] alle de goederen ende effecten vande voorsz. kinderen ten overstaen van mij Commissaris sullen werden gesepareert ende geleijt in twee gelijcke deelen, ende dat het deel dat in obligatien aengeleijt ofte aengewesen sal cunnen worden het huijs inden Haegh daer onder begrepen, tot de helft vande effecten toe geadministreert sal werden bij de vooght van s'moeders sijde, ende het deel in landerijen ofte andere vaste goederen over Maes gelegen, ende verdere effecten van obligatien tot de wederhelft toe, bijde voorn. vooght van s'vaders sijde", dat het ene deel zal worden gehouden voor vaderlijke goederen van de weeskinderen, die zullen worden beheerd door Burgert van der Wael, en het andere deel voor moederlijke goederen, die zullen worden beheerd door Jacob Hemelcours, en "dat alvooren de voorsz. goederen ende effecten aen d'voorsz. vooghden sullen werden overgelevert den selven voor d'voorsz. hem over te leveren goederen ende administratie vandien sal gehouden wesen te stellen goede suffisante ... cautie ten contentemente van den Hove [van Holland". Indien er moeilijkheden zullen ontstaan over de te stellen cautie of wanneer n van de voogden "tot sijn dechargie ende ontlastinge mocht goetvinden de goederen van sijn sijde te brengen op de weescamer der stadt Dordt. dat hij 't selve sal vermogen te doen, alsoo de selve kinderen ouders binnen de stadt Dordt. overleden sijn". Voorts zal de weduwe van Jacob van der Lip ontslagen worden van de voogdij, die haar man "effectelijck" nooit heeft kunnen aanvaarden. Met deze overeenkomst zullen alle geschillen, die tussen beide partijen bestaan hebben, zijn afgedaan, met compensatie van de kosten. Het voorgaande is gextraheerd uit het originele verbaal op 17 april 1670 door notaris A. van Thol te 's-Gravenhage.

* Stadstrouwboek Rotterdam 2 nov. 1651: Jacob Hobrock jongman wonende te 's-Gravenhage en Magdaleena van Hemelcours jonge dochter van Rotterdam, getrouwd op 22 nov. 1651

Kinderen uit het eerste huwelijk:

1. Annneke Burgertsdr. van Putten, trouwde naar schatting ca. 1640 Arijen Leendertsz. de Jongh, geboren ca. 1615, overleden in of na 1663

2. Jacomijntgen Burgertsdr. van Putten, trouwde Cornelis Jacobsz. van der Wael

Kinderen:

a. Jacob Cornelisz. van der Wael

b. Burger Cornelisz. van der Wael, woonde in Zuid-Beijerland in 1663

c. Hendrik Cornelisz. van der Wael (minderjarig in 1663)

SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 180, f. 313: op 26 maart 1663 comp. voor notaris J. Melanen Burgert Cornelisz. van der Wael, meerderjarige jongman wonende  in de Hitsert [Zuid-Beijerland] voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn broer Jacob Cornelisz. van der Wael en Arijen Leendertsz. de Jongh als oom en testamentaire voogd over Hendrick Cornelisz. van der Wael. Zij verklaren, dat Cathalijna Hoobroeck, weduwe van Burger Cornelisz. van Putten, wonende te Dordrecht, aan hen heeft gedaan deugdelijke en oprechte rekening van ontvangsten en uitgaven, die Cornelis Burgertsz. van Putten, de vader van haar man, gedaan heeft als gewezen administrerend voogd over Burgert Cornelis van der Wael,  Jacob Cornelisz. van der Wael en Hendrick Cornelisz. van der Wael, zonen van Cornelis Jacobsz. van der Wael, over de goederen hun nagelaten door wijlen Jacomijntgen Borgersdr. en Aeltgen Heijndricx, resp. hun moeder en grootmoeder maternel.

Kinderen uit het tweede huwelijk:

a. Aeltgen van Putten, meerderjarig in 1669 (vermoedelijk uit het tweede huwelijk en vernoemd naar de eerste vrouw van haar vader)

b. Pieter Burgersz. van Putten, geboren ca. 1660

- 10 sept. 1682: de Staten van Holland verlenen aan Pieter Burgersz. van Putten, over de 22 jaar oud, veniam aetatis, "om sijn Eijgen goederen tsijnen meesten oorbaer selffs te mogen administreren". (Weeskamer Dordrecht inv. 27, f. 425v e.v.)

Schilman Ariensz.

NG trouwboek Dordrecht 8 okt. 1670 Schilman Ariensz. jongman van 's-Gravendeel wonende in Wieldrecht met Willemke Crijnen, van Sliedrecht

Spruyt

Wapen: in goud drie zwarte schoorsteenhalen paalsgewijs geplaatst. Helmteken: een zwarte vlucht. Dekkleden: goud en zwart. (Ons Voorgeslacht 1964, p. 131)

I. Adriaen Jan Spruytenz., in de jaren 1465-1487 als koper van korentiende en pachter van visgrond te Strijen vermeld, trouwde NN

- 6 juli 1465: "van meester Willem Sonderdoncx hofbloc ende [Heer] Gillis van Cralingen slickbloc ende voirts [tot de] noirtwege toe ende van den westdijc [tot de] Rinschelanschewege, gecoft bij Ariaen Jan Spruytsz. om [12 ponden]". (Rekenkamer der Domeinen van Holland, nr. 3319, f. 46r)

II. Michiel Adriaen Spruytsz., in 1471-1497 te Strijen vermeld als koper van korentiende en pachter van visgronden, in de jaren 1484-1497 schepen van Strijen, trouwde NN

III. Adriaen Michielsz. Spruyt, koper van korentiende te Strijen, 1521-1522 Heilige-Geestmeester ald., overleden vr 26 april 1534, trouwde Beatrix Ariensdr., overleden tussen 21 mei 1538 en 19 juni 1543. (H.J. Barendregt, Genealogie van het geslacht Spruyt [1974], p. IX)

- 26 april 1534: Beatrix, weduwe van Adriaen Michielsz., vermeld in het rechtboek van de vierschaar van Strijen. (ORA Strijen inv. 98)

- 19 okt. 1540: geschil betreffende kerkelijke goederen, vermeld wordt dat Adriaen Michielsz. Spruyt 10 of 12 jaar Heilige-Geestmeester van Strijen is geweest. Het geschil speelde in de jaren 1521 en1522. (ORA Strijen inv. 98)

- 3 juli 1543: geschil tussen Evert Ariensz. en de erfgenamen van Beatrix Ariensdr., waarbij Pieter, Corstiaen en Bastiaen Ariaensz., mede namens hun broers en zuster, beloven de eiser te "contenteren". (ORA Strijen inv. 98, f. 147r)

- 1 juni 1564: in de polder het Nieuweland van Strijen worden als landeigenaren vermeld Beatris Ariens [dan al overleden], weduwe van Arien Michielsz., en haar kinderen. (Nationaal Archief, Collectie Hingman, kopie dd 16 jan. 1600 van een kaart, die de toestand per 1 juni 1564 weergeeft.)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Bastiaen Adriaensz. Spruijt, volgt IV

b. Corstiaen Adriaensz. Spruijt

- 3 sept. 1561: Gillis Marcelisz. Sampson verklaart, dat hij in mindering van hetgeen hij schuldig is aan Laurens Adriaensz. schiptimmerman [te Dordrecht], wegens de koop van een huis in de Vleeshouwersstraat aldaar, aan Laurens heeft overgedragen een rentebrief van 6 gl. jaarlijks ten laste van Corstiaen Spruijt Adriaensz. in Strijen, welke brief is gehypotekeerd op een stuk land van 2 morgen 3 hont, liggende in Strijen "in de Vuijterdijcks". (ORA Dordrecht inv. 703, akte 30)

c. Pieter Adriaensz. Spruijt

IV. Bastiaen Adriaensz. Spruyt, vanaf 1548 in de domeinrekeningen van Holland vermeld als pachter van landerijen, woont vanaf 1557 te Cillaarshoek (domeinrekening Holland inv. 2632, f. 6r)

- 10e penning 1542: Bastiaen Spruyt bezit een huis in de parochie Strijen, betaalt 4 1/2 gl., bezit in Oud-Strijen 5 mrg. 16 hont land en in Strijen buitendijks 4 mrg. 75 roeden. Hij wordt ook vermeld in de kohieren van 1553 en 1561. (NA, Archief Staten van Holland vr 1572)

- 1548: Sebastiaen Arien Mijchielsz. heeft van 1540 tot en met 1548 14 Rijnse gl. pacht betaald van een stuk land van 3 morgen, dat eigendom is van de kerk en ligt aan de westzijde van de Krepelweg (GA Strijen inv. 48)

- 1561, 1562, 1563: Bastiaen Adriaensz. vermeld als schout van Cillaarshoek (NB: dit is misschien een ander [H.J. Barendregt, o.c., p. X]).

- 31 juli 1566: Bastiaen Adriaensz. Spruyt vermeld als schout van Cillaarshoek (civiele sententies van Holland anno 1566, register 72, nr. 0 [?], f. 111)

Kinderen:

a. Aert Bastiaensz. Spruyt, volgt V

b. Claes Bastiaensz. Spruyt, schout te Poortugaal

Kinderen (volgorde onzeker):

V. Aert Bastiaensz. Spruyt, geboren naar schatting ca. 1550, heemraad te West-Barendrecht en Carnisse, overleden ald. 14 mei 1625, trouwde Toentge Sijmonsdr., overleden 25 mei 1624

- 20 juli 1603: Toen[tge] Sijmons, vrouw van de vaders broer, doopgetuige bij Leijchie, dochter van Claes Spruyt (NG Poortugaal)

Kinderen:

a. Adriaen Aertsz. Spruijt, volgt VI.

b. Sijmon Aertsz. Spruijt

VI. Adriaen Aertsz. Spruijt, geboren naar schatting ca. 1590, schepen van 's-Gravendeel (1643: cf. ORA 's-Gravendeel inv. 85, akte dd 12 mei 1643), overleden tussen 1654 en 1670, trouwde Ariaentje Jansdr. van Es, dochter van Jan Aertsz. Essche en Ariaentje Claesdr., overleden tussen 1670 en 1675

- 11 mrt. 1654: Adriaen Aertsz. Spruijt, wonende te 's-Gravendeel, en Sijmon Aertsz. Spruijt zijn 200 gl. schuldig aan Stijntge Jans en Ariaentge Jans, jonge dochters, kinderen van Jan Jacobsz. Craijappel en Hendricxje Meeuwis, beiden zaliger.

- 26 juli 1654: Hendrik Cornelisz. Lantheer bedankt Adriaen Aertsz. Spruijt, zijn oom en voogd, voor het beheer, dat hij, Adriaen, heeft gehad over zijn, Hendriks, goederen. (ONA Klaaswaal)

- 16 juli 1670: veiling door Johan van der Steen op last van Ariaantje Jansdr. van Es, weduwe van Arien Aertsz. Spruijt (ORA 's-Gravendeel inv. 34)

Viskil

SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 178, f. 210 e.v.: op 26 okt. 1657 testeren Teunis Pietersz. Vischkil en Arijaentgen Leendertsdr., echtelieden wonende onder sgd, beiden gezond. Zijn benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd, die gehouden zal zijn hun eventuele kinderen bij mondigheid of eerder huwelijk 150 gl. uit te reiken. Als de eerstoverlijdende zonder kinderen na te laten komt te overlijden, of als die eventuele kinderen voor hun mondigheid of eerder huwelijk komen te overlijden, moet dat bedrag aan de "vrunden" of erfgenamen ab intestato van de eerstoverlijdende uitgekeerd worden. Akte door beiden ondertekend.

 

Visser.

SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 182, f. 2, akte dd 3 jan. 1668: op verzoek van Jacob Flooren, getrouwd met Helena Jansdr., Jan Ysaacxsz., getrouwd met Maeijken Jansdr. en Leendert Willemsz. Vrooman, getrouwd met Sijchien Jansdr., kinderen en mede-erfgenamen van Lijsbeth Leendertsdr. zaliger, laatst weduwe van Jan Cornelisz. Visscher, allen wonende op sgd. Hun zwager is Cornelis Jansz. Visscher.

 

Vroman

I. Willem Woutersz. Vroman, geboren ca. 1590, vletter te 's-Gravendeel (1649), overleden vr 1667, trouwde Marigje Bastiaansdr., overleden vr 1 mei 1675

30 nov. 1649 compareren voor notaris D. Eelbo Willem Woutersz, Vroman 60 jaar, Jan Willemsz. Smout 42 jaar, Pieter Arijensz. Loos 50 jaar, Jan Abrahamsz. 't Hoertie 34 jaar, Jan Willemsz. Lapper 34 jaar, Arijen Arijensz. Man 33 jaar, Wouter Willemsz. Vroman 25 jaar, Dirck Willemsz. Vroman 20 jaar en Arijen Willemsz. Vroman 17 jaar (of elk daaromtrent), allen vletters wonende te sgd. Zij leggen een verklaring af op verzoek van de Grafelijkheid. (SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 62, f. 1031v)

1 mei 1675: veiling  te sgd ten behoeve van de erfgenamen van Marigje Bastiaansdr., de weduwe van Willem Woutersz. Vroman, Koper of borg is de vrouw van Leendert Willemsz. Vroman (ORA sgd inv. 34)

Kinderen van Willem Woutersz. Vroman (en Marigje Bastiaansdr.?):

1. Wouter Willemsz. Vroman, volgt IIa

2. Dirck Willemsz. Vroman. geboren ca. 1630, vletter te 's-Gravendeel (1649)

3. Arijen Willemsz. Vroman, geboren ca. 1632, vletter te 's-Gravendeel (1649)

4. Leendert Willemsz. Vroman, volgt IIb

IIa. Wouter Willemsz. Vroman, geboren naar schatting ca. 1620, vletter te 's-Gravendeel (1649), overleden ca. 1665, trouwde naar schatting ca. 1650 Annichje Ariensdr. Sneep, overleden vr 14 mrt. 1686, hertrouwde in 1667 te Maasdam met Cornelis Heijmansz. Cappiteyn (zie www.zoeteman.net)

Kinderen (volgorde onzeker):

1. Willem Woutersz. Vroman, volgt IIIa

2. Pieter

3. Arien Woutersz. Vroman

4. Lijsbeth Woutersdr. Vroman, gedoopt 20 jan. 1658

5. Pieternella

6. Maria Woutersdr. Vroman, trouwde Aart Arijensz. Mookhoek

7. Neeltje Woutersdr. Vroman, geboren naar schatting ca. 1645, trouwde NG Dubbeldam 6 april 1665 (met attestatie van 's-Gravendeel) Willem Jansz. van Tricht, schepen van Wieldrecht (1668)

8. Willem Woutersz. Vroman

Zijn zoon is mogelijk:

a. Wouter Vroman, jongman van 's-Gravendeel (1701) trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5 jan. 1701 (de bruidegom met schriftelijk consent van zijn vader, de bruid geassisteerd met haar vader Willem Raalhoff) Angenieta Raalhoff jonge dochter van Dordrecht (1701)

IIb. Leendert Willemsz. Vroman, geboren naar schatting ca. 1635, schepen van Wieldrecht (1669), weduwnaar wonende te sgd (1670), overleden vr 27 juli 1701, trouwde 1e naar schatting ca. 1665 Sijgje Jansdr.,  overleden ca. 1669, dochter van Jan Cornelisz. Visser en Lijsbeth Leendertsdr., 2e NG Dordrecht/Cillaarshoek 27 april/11 mei 1670 (met attestatie van sgd) Neeltje Cornelisdr., weduwe van Jan Cornelisz. Versteegh, wonende te sgd (1670)

3 mei 1668: voor Heijmen Pietersz. en Willem Jansz. van Tricht, schepenen van Wieldrecht, testeren Leendert Willemsz. Vrooman en Sijgje Jansdr., echtelieden wonende te Wieldrecht, hij gezond, zij ziek. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam (Weeskamer sgd inv. 1)

19 okt. 1668: Leendert Willemsz. Vroman leent geld van Geerardt de Beveren, dijkgraaf van de polder Wieldrecht en verbindt daarvoor zijn huis in de Noorvoorstraat te sgd (ORA sgd inv. 83)

19 okt. 1669: schuldbekentenis van Leendert Willemsz. Vroman, schepen van Wieldrecht, aan Gerard de Beveren (ORA sgd inv. 4)

27 juli 1701: testament van Neeltie Cornelisdr., laatst weduwe van Leendert Willemsz. Vroman, wonende in Wieldrecht omtrent de stad Dordrecht, gepasseerd voor de Dordtse notaris C. van Aansurg. Legaat voor haar reeds getrouwde zoon Dirck Vroman. Testatrice benoemt tot erfgenamen haar dochters Sijgie en Maria Vroman en tot voogd over haar minderjarige erfgenamen Hendrick van  Wingerden, burger van Dordrecht. Zij tekent met haar naam.(SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 705, akte 81, f. 202 e.v.)

6 nov. 1701: Neeltie Cornelisdr., weduwe van Leendert Willemsz. Vroman, benoemt tot medevoogd Arijen Woutersz. Goudriaen, wonende op het Wachthuis "'t eijnde de Kille". Zij tekent met een merk. (SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 705, akte 116, f. 332 e.v.)

Arijen Woutersz. Goudriaen trouwde in 1692 te sgd met Maritje Bastiaansdr. Vroman (NG trouwboek Boven-Hardinxveld 2 aug. 1692: attestatie om in sgd te trouwen)

Kinderen (ex 2, volgorde onzeker):

1. Dirck Leendertsz. Vroman, geboren naar schatting ca. 1675, overleden na 27 juli 1701

2. Sijgje (Suffia) Leendertsdr. Vroman, geboren naar schatting ca. 1680, jonge dochter van Wieldrecht, wonende aan de Blauwpoort [te Dordrecht], geassisteerd met haar nicht Bastiaentie van de Wingert (1707), trouwde Gerecht Dordrecht/NG Dordrecht 1/15 mei 1707 Jacob Mol jongman van Dordrecht, wonende op de Wolwevershaven, geassisteerd met zijn vader (1707)

3. Marij Leendertsdr. Vroman, gedoopt NG sgd 10 okt. 1683, (getuigen: Arie Woutersz. Vroman, Bastiaan Cornelisz. Naaktgeboren, Marijtje Cornelisdr.), jonge dochter van Wieldrecht wonende aldaar (1702), trouwde NG Klundert 16 juni 1702 (ondertrouw, attestatie om te 's-Gravendeel te trouwen) Jacobus Krijnen Rijkevorsel jongman van de Moerdijk (1702)

IIIa. Willem Woutersz. Vroman, geboren naar schatting ca. 1650, overleden 's-Gravendeel 15 okt. 1702, trouwde NG Cillaarshoek 25 mei 1670 Teuntje Jacobsdr. Smit

- 26 febr. 1675: Willem Vroman, als man van Teuntje Jacobsdr., mede-erfgename van Jacob Ingensz. Boer, en Teuntje Jacobsdr. zelf, beiden wonende op sgd, verkopen voor 880 gl. en een rosenobel "tot een vereeringe" aan Jan Gijsberts, koopman en veertigraad te Dordrecht, een stuk leenland, liggende onder het ambacht van de Mijl in de Mijlpolder in de vierde kavel, tussen de Bonaventuurse dijk en de dijk van de Mijlpolder. Het land is de tweede comparante aangekomen door overlijden van Jacob Ingensz. Boer. Akte door beide comparante overtekend. (ONA Dordrecht inv. 366)

Kinderen:

a. Annigje (Anna) Vroman, trouwde Arijen Bastiaansz. Vogelaar

b. Gerrit Willemsz. Vroman, geboren naar schatting ca. 1675, trouwde sgd 23 okt. 1704 Neeltje Corssen Moockhoeck

- 22 okt. 1703: comp. voor notaris W. de Voogt te sgd Gerrardt Willemsz. Vroman, jongman wonende te sgd, ziek zijnde. Hij legateert aan zijn zuster Marijgje Willemsdr. Vroman een huis aan de Haven van sgd, alsmede de "stallinge" of schuur daarnaast staande aan de oostzijde, hem testateur onlangs aangekomen bij overlijden van zijn vader Willem Vroman. Aan zijn twee andere zusters, Hester en Teuntje Vroman legateert hij, ieder voor de helft, het buiten Poldervliet, gelegen aan de noordzijde van de Haven van sgd, groot omtrent twee en en halve morgen, hem insgelijks aangekomen door erfenis. Tot erfgenaam van al zijn overige goederen benoemt hij zijn broer Dirck Vroman en tot voogden en executeurs van zijn testament stelt hij aan zijn oom Arijen Woutersz. Vroman en zijn broer Dirck Vroman. (ONA SGD inv. 4588, akte 11)

- 14 febr. 1706: testament van Gerrit Willemsz. Vroman en Neeltje Corssen Moockhoeck, echtelieden wonende te sgd, beiden gezond. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden aan tot erfgenaam. Tot voogden benoemen zij de langstlevende, zijn broer Dirck Vroman en hun goede bekende kapitein en commandeur Abram de Renoij. Akte door comparanten ondertekend. (ONA SGD, inv. 4588, akte 56)

- 13 dec. 1708: Arijen Vroman, schepen te sgd en Gerrit Vroman, wonende te sgd, stellen zich borg t.b.v. Cornelis van der Putten, wijnhandelaar te Dordrecht, voor een somma van 36 gl., welke Arijen Bastiaensz. Vogelaar, getrouwd met Anna Vroman, mede wonende te sgd, aan Van der Putten schuldig is wegens leverantie van wijnen. Akte door comparanten ondertekend. (ONA SGD, inv. 4588, akte 112)

c. Lijntje

d. Hester Willemsdr. Vroman

e. Teuntje Willemsdr. Vroman

f.  Dirk Willemsz. Vroman

g. Marijgje Willemsdr. Vroman

 

De Winter (kwartierstaat)

1a. Jan de Winter

1b. Neeltje de Winter, trouwde Jacob Schippers

2. Jan Jansz. de Winter, geboren naar schatting ca. 1735, overleden Geervliet 1790, trouwde Geervliet 20 juli 1760

3. Plonia Troost, gedoopt Zuid-Beijerland 8 sept. 1721, trouwde 1e naar schatting ca. 1750 Herbert Trouw

- 29 mei 1773: testament van Jan de Winter en Pleuntje Troost, echtelieden onder Geervliet. De vrouw was eerder weduwe van Herbert Trouw. Zij ligt ziek te bed. Zij zijn niet boven f 2000 gegoed. De man stelt tot zijn erfgenamen, ieder voor 1/3 deel, zijn vrouw en hun beide kinderen Jan de Winter en Neeltje de Winter. Erfgenamen van de vrouw zijn haar vijf kinderen uit eerder huwelijk, Hadewij Trouw, Leendert Trouw, Maaike Trouw, Jannetje Trouw en Herbert Trouw, haar twee voornoemde kinderen uit tweede huwelijk en haar man, ieder voor een kindsdeel. Naast langstlevende stelt de man tot toeziende voogden aan zijn broer Teunis Jans de Winter onder de Polder, en zijn neef Dirk Overweel, timmerman te Heenvliet. De vrouw stelt als zodanig aan haar broer Kornelis Troost te Nieuw Beijerland en haar zwager Gabriel Trouw te Piershil. Seclusie weesmeesters. Getuigen zijn Frederik Went en Francois du Faijan. (Streekarchief Voorne-Putten)

- 22 sept. 1785: testament van Jan de Winter en Pleuntje Troost, echtelieden onder Geervliet. Zij zijn niet boven f 8000 gegoed. De vrouw was eerder weduwe van Herpert Trouw. De Winter heeft dispositie verkregen over zekere leengoederen bij besluit van 15-2-1785. Tot de boedel in het eerste huwelijk van de vrouw behoorde een woning die staande huwelijk werd aangekocht voor f 500. Tot deze woning behoorde bedoeld leengoed; het leen is via de oudste voorzoon Leendert van der Waal overgezet op haar huidige echtgenoot. Zij had uit dit huwelijk vijf minderjarige voorkinderen. De toestand van de boedel liet geen uitkering van vaderlijk erfdeel toe, zodat in overleg met de voogd Gabriel Trouw, broer van haar overleden man, en met goedkeuring van het stadsbestuur van Geervliet, besloten is de vrouw in de boedel te laten en het erfdeel van de vier nog in leven zijnde voorkinderen te stellen op een zilveren ducaton per kind. Het zijn Leendert Trouw, Maaike Trouw, Jannetje Trouw en Herpert Trouw. Verder keert De Winter aan de gezamenlijke kinderen f 500 uit, zijnde de toenmalige aankoopprijs van het leengoed. Testateur verleent aan zijn oudste zoon Jan Jans de Winter eerste optie op het leengoed en op 1 G 252 R land in de Polder van Geervliet op nr. 121, eveneens leenland. Hij zal hiervoor aan zijn moeder f 362 moeten uitkeren en aan zijn zuster Neeltje Jans de Winter f 700. Als de zoon van deze optie geen gebruik maakt vervalt deze op dezelfde voorwaarden aan zijn zuster. Testateur stelt zijn beide kinderen en zijn vrouw tot erfgenamen, ieder voor een kindsdeel, testatrice haar man en kinderen. Tot voogden stellen zij aan Teunis Jans de Winter onder Numansdorp, Dirk Tol onder Piershil, haar broer Kornelis Troost onder Nieuw Beijerland en haar zwager Gabriel Trouw onder Piershil. Seclusie weesmeesters. (Streekarchief Voorne-Putten)

- 28 febr. 1792: inventaris van de boedel in gemeenschap bezeten geweest door Pleuntje Troost te Geervliet en haar aldaar op 18-12-1790 overleden man Jan de Winter. Er zijn twee kinderen: Jan de Winter en Neeltje de Winter, gehuwd met Jacob Schippers, beiden mede wonend te Geervliet. De woning en een perceel land op nr. 121, beiden leen van Holland, gaan met toestemming van de leenkamer over op de zoon, die daarvoor aan zijn moeder f 362 en aan zijn zuster f 700 moet uitkeren. Tot de boedel behoort een huisje aan de Konijndijk op nr. 89, inmiddels verkocht aan Jan Blom. Landerijen: onder Geervliet op de nrs. 118, 119, 120, onder Spijkenisse op 187, in 149 en 158 en onder Simonshaven op nr. 137.Totaal getaxeerd op f 2018. Hele boedel op f 4868. Schulden aan Kornelis Troost (f 600), schout Hoogendijk Roosendael ( f 1238, de weduwe Hogendijk (f 350+ f 612) Hendrik Hogendijk (f 219), het weeshuis in Den Haag (f 260), Hugo van Andel (f 284), Frans Quispel f 300+285) en enkele kleinere schulden. Deelbaar saldo f 289. Volgt kaveling. (Streekarchief Voorne-Putten)

4. Jan Theunisz. de Winter, gedoopt NG Westmaas 22 aug. 1700 ("in de Groep", geen getuigen), trouwde NG Piershil 27 juni 1732

5. Neeltje Jansdr. Overweel, gedoopt NG Westmaas 18 mei 1704, van Maasdam (1732)

6. Jan Jacobsz. Troost, gedoopt NG Zuid-Beijerland 11 nov. 1694, jongman geboren "op den Hitzaart" (1720), overleden naar schatting ca. 1730, trouwde NG Heinenoord 1 jan. 1720 (hij aangegeven bij de gaarder te Nieuw-Beijerland op 16 dec. 1719 in de klasse van 3 gl. en zij bij de gaarder te Heinenoord in de klasse van 3 gl. op 15 dec. 1719)

7. Hadewij Ewoutsdr. Hoppel, gedoopt NG Heinenoord 9 aug. 1699, "van Heinenoord" (1720), geboren te Heinenoord en wonende te Nieuw-Beijerland (1730), trouwde 2e NG Nieuw-Beijerland 20 okt./12 nov. 1730 (hij aangegeven bij de gaarder te Ridderkerk in de klasse van 3 gl. op 19 okt. 1730 en zij bij de gaarder te Nieuw-Beijerland op 20 okt. 1730 in de klasse van 3 gl.) Hugo (Huijgh) Cornelisz. Maaskant, jongman van Ridderkerk wonende te Nieuw-Beijerland (1730)

- 15 nov. 1741: Huijch Maeskant, als man van Hadeweij Ewoutsdr. Hoppel, wonende onder Nieuw-Beijerland, Stephanus Ewoutsz. Hoppel, wonende aan de Blaak onder Heinenoord, en Arij Ewoutsz. Hoppel, wonende onder de Hitsaert, allen kinderen en erfgenamen van Ewout Hoppel, in zijn leven wonende aan de Blaak onder Heinenoord, verkopen voor 2000 gl. aan Arij Hoogendijk, als oom en voogd van de kinderen van Pieter van der Sijde, in zijn leven penningmeester van Heinenoord, 6 mrg. 324 roeden zaailand in het Oost-Zomerland onder Heinenoord. (RA Heinenoord inv. 17)

8. Theunis Willemsz. de Winter, gedoopt NG Mijnsheerenland 9 sept. 1663, jongman geboren te Mijnsheerenland, wonende onder de Groep (1692), overleden in of vr 1746, trouwde NG Oud-Beijerland 27 sept./19 okt. 1692 (getuigen: zijn vader Willem Jansz. Winter en haar vader Jan Jacobsz. Conijnendijck)

9. Annetje Jansdr. Konijnendijck, gedoopt NG Oud-Beijerland 12 jan. 1670, jonge dochter geboren en wonende onder Oud-Beijerland (1692), overlijden aangegeven bij de gaarder te Piershil door haar zoon Willem de Winter op 14 mei 1746 (impost 3 gl.), begraven ald. op 16 mei 1746

- 16 mei 1746: Annetje Knijnendijk, weduwe van Theunis de Winter, 73 jaar oud, begraven in de kerk van Piershil, ligt onder de zerk van Cornelis van der Waal voor het huisje. De kerk ontvangt 6 gl. 17 st. (Archief NH gemeente Piershil)

Kinderen (o.a.):

a. Maijke, gedoopt NG Westmaas (geboren in de Group) 19 sept. 1694 (getuige: Pietertje Willems)

b. Lena, gedoopt NG Westmaas (geboren in de Group) 20 april 1704 (getuige: Pleuntje Leendertsdr. Droogendijk)

10. Jan Joosten Overweel, gedoopt NG Maasdam 5 april 1671, jongman van Maasdam (1700) bakker te Maasdam, overlijden aangegeven bij de gaarder ald. 23 dec. 1758, trouwde NG Maasdam 20 juni 1700 (aangegeven bij de gaarder ald. op 27 mei 1700, pro deo, beiden wonende te Maasdam)

11. Nelligje Isacksdr. Wesenhagen, gedoopt NG Maasdam 25 juni 1673, jonge dochter van Maasdam (1700)

- 10 april 1700: Jan Joosten Overweel lidmaat op belijdenis van de NG gemeente te Maasdam (Archief NH gemeente Maasdam)

- 21 sept. 1703: Jan Joosten Overweel tot voogd benoemd in het testament van Jan Dirksz. van der Wier en Maeijcke Maertensdr. Smits. (ONA 's-Gravendeel inv. 4588)

- 15 mei 1704: Jan Joosten Overweel verkoopt voor 600 gl. aan Jacob Francken Jabaeij een huis, schuur, en erf met de daarop staande "bepotinge en plantagie", staande en gelegen in de Uijtterdijck, bedijkt met het Land van Essche, belend noord de Oudelandsedijk, oost Jan Jacobsz. Verschoor, zuid het Geldeloze pad, en west Willem Joosten Overweel. (ORA Strijen)

- 25/27 mrt. 1706: specificatie van al de goederen, die zijn nagelaten door Jacob Isaacsz. Wesenhage, en die hij in gemeenschappelijk bezit heeft gehad met zijn broer en zuster, Arij en Nelligje Isaacs Wesenhage, volgens opgave door Jan Joosten Overweel, als man van voornoemde Nelligje Wesenhage: een huis, keet en werf op Maasdam, belend oost de berm van de dijk, west de dijk, zuid Jacob Ariensz. Noteboom, noord Aert Ariensz. van der Wier. Akte is door Overweel ondertekend. Het huis wordt door schout en schepenen van Maasdam getaxeerd op 600 gl. (ORA Maasdam inv. 9)

- 19 dec. 1715: Jan Joosten Oveweel, voor zichzelf en zich sterk makende voor Jacob Cornelisz. Langstraet, wonende te Wieldrecht, als testamentaire voogden van Joost Willemsz. Overweel, zoon van Arijaentie Bastiaensdr. Langstraet, bij haar verwekt door Willem Joosten Overweel, verkoopt voor 800 gl. aan Gerrit Steenbergen een huis, schuur, keet en erf, staande en gelegen in het Land van Esch, dicht aan het dorp Strijen. (ORA Strijen inv. 6)

- 25 dec. 1719: Jan Joosten Overweel is tot voogd benoemd door zijn nicht Jannetge Reijnen Verdonck, weduwe van Cornelis Hendriksz. Gout, in zijn leven bouwman te 's-Gravendeel. (ONA 's-Gravendeel inv. 4589)

ca. 1724: Jan Joosten Overweel bakker ontvangt van diaconie te Maasdam 11 gl. 11 st. bakloon. (GA Maasdam XIX)

- 29 mrt. 1729: Jan Joosten Overweel komt voor de kerkenraad van Heinenoord, als oom en afgevaardigde van de kinderen en erfgenamen van wijlen Pleuntje Joosten, samen met haar zoon Joost Teunisz. van der Pligt, om te spreken over de "bijde armens", die Pleuntje in haar armoede geholpen hebben. Men komt overeeen dat Armen de schaftgelden en verpondingen zullen betalen tot hiertoe en dat zij niets van de voornoemde kinderen meer te pretenderen hebben. (Archief NH kerk Heinenoord)

- 23 dec. 1758: Arij Overweel betaalt 18 st. voor het gebruik van het doodkleed op de begrafenis van Jan Joosten Overweel. (GA Maasdam XXI)

12. Jacob Leendertsz. Troost, geboren ca. 1655 (zie kwartieren 24/25), jongman geboren op Heinenoord en wonende in de Hitsert (1683), mr. rietdekker, overleden ca. 1720, trouwde NG Mijnsheerenland 20 mrt./11 april 1683

13. Maria Pietersdr. Blankert, geboren naar schatting ca. 1660, jonge dochter geboren en wonende te Mijnsheerenland (1683)

- 12 dec. 1682: Maria Pietersdr. Blanckert, dochter van Lena Foppen en zuster van Pleuntge Pietersdr. Blanckert, wonende op het dorp Mijnsheerenland aan de Noordzijde, wordt lidmaat van de NG gemeente ald., is sindsdien vertrokken naar de Hitsert.

- 1686/1687: de Heilige-Geest Armen van Mijsheerenland betalen Jacob Leendertsz. Troost rietdekkersloon voor de korenmolen. (GA Mijnsheerenland inv. 77)

- 1719: Jacob Leendertsz. Troost, mr. dekker in de Hitsert, ontvangt 23 gl. 14 st. van de diaconie wegens reparatie van de "Arme stee" in de Hitsert. (Archief NH gemeente Klaaswaal B4)

- 1723: de diaconie ontvangt 3 g. 6 st. rantsoen van het erfhuis van Jacob Leendertsz. Troost. (Archief NH gemeente Zuid-Beijerland 216) 

Kinderen (allen NG gedoopt te Zuid-Beijerland):

a. Willem, 1684

b. Pieter, 1686

c. Neeltjen, 1688

d. Leena, 1690

e. Leendert, 1692

f. Jan, 1694

g. Anna, 1697

h. Claas, 1698

i. Willem, 1701

j. Arij, 1704

14. Ewout Hoppel, geboren naar schatting ca. 1655, wonende op de Blaak (1683), diaken te Heinenoord (verkozen op 27 dec. 1684 [DTB Heinenoord]), armmeester ald. 1686, trouwde naar schatting ca. 1680

15. Grietje Dirksdr. (van Proijen), geboren naar schatting ca. 1660, overlijden aangegeven bij de gaarder te Heinenoord op 6 mrt. 1728 (impost 6 gl.)

- 1682: Grietje Dirksdr. van Proijen wordt lidmaat van de NG gemeente te Heinenoord (DTB Heinenoord

- 25 febr. 1701: Ewout Hoppel, getrouwd met de enige dochter van Dirck Claesz. Proijen, aangeslagen in de 100e penning (GA Heinenoord inv. 19, f. 20v)

- 24 okt. 1711: Ewout Hoppel, wonende te Heinenoord, verkoopt voor 350 gl. aan Gijsbert Hofman, wonende te Puttershoek, ruim 433 roeden land in het Zomerland onder Heinenoord (RA Heinenoord inv. 15)

Kinderen (allen NG gedoopt te Heinenoord):

a. Arie, 19 sept. 1681 (getuige: Marijtje Hoppel, wonende te Heinenoord)

b. Neeltien, 18 juni 1683 (getuigen: schout Adrijaen Hoppel te Heinenoord en zijn vrouw Cornelia Verbies)

c. Hadewij (= kwartier 7)

16. Willem Jansz. de Winter, geboren naar schatting ca. 1635, overleden Westmaas 1714, trouwde vr 2 okt. 1667

17. Neeltje Teunisdr. Kruithof, gedoopt NG Heinenoord 24 mrt. 1636, overleden ca. 1717 te Westmaas

- 8 april 1660: Willem de Winter is koper op de veiling van goederen, die zijn nagelaten door Aert Hoppel (borg voor De Winter: Willem de snijder aan de Blaak). (ORA Heinenoord inv. 26)

- 2 okt. 1667: attestatie van Mijnsheerenland naar Westmaas voor Willem Jansz. Winter, zijn vrouw Neeltie Teunis, en hun dienstmeid Ingetie Jacobs

- 21 dec. 1690: Willem Jansz. de Winter, echtgenoot van Neeltge Teunis, Jan Arentsz. [Ariensz.] Blaeck, getrouwd met Macheltje Teunis en Leendert Heijndricxz. Wijn, getrouwd met Lijsbeth Jans, eerder weduwe van Tonis Cruijthof, samen erfgenamen van Tonis Cruijthof, verkopen voor 937 gl. 10 st. aan Cornelis Otte Maeskant een stuk land van 3 morgen 75 roeden, gelegen in het Oostzomerland onder Heinenoord, belend oost de heer Viveen, noord de Gorsweg, west de erfgenamen van Arijen Roelen van der Graeff, en zuid Bastiaen Jansz. Groenewegh. (ORA Heinenoord inv. 14)

18. Jan Jacobsz. Conijnendijk, geboren naar schatting ca. 1640, jongman van Oud-Beijerland (1668), schepen van Oud-Beijerland (vermeld 1693), begraven Oud-Beijerland 17 dec. 1709 (begraven in de kerk, geen eigen graf, beste doodkleed), trouwde 2e ca. 1675 Maijken Ariensdr. (de Bout), 3e NG Oud-Beijerland 2/24 juni 1708 Theuntje Joosten Verrijp, begraven Oud-Beijerland 15 okt. 1699 (begraven in de kerk, geen eigen graf, beste doodkleed), 1e NG Oud-Beijerland 29 april 1668 (ondertrouw; getuige: Johannes Crooswijck)

19. Leentge Hendricks

Kinderen:

Ex 1:

a. Annetje Jansdr. Konijnendijck, gedoopt NG Oud-Beijerland 12 jan. 1670

Ex 2:

b. Lodewijk, gedoopt NG Oud-Beijerland 31 mrt. 1676

20. Joost Willemsz. Overweel, geboren ca. 1630, overlijden aangegeven bij de gaarder te Maasdam door zijn zoon Jan Joosten Overweel op 20 mei 1703 (pro deo), begraven Maasdam 20 mei 1703, trouwde NG Maasdam 13 nov. 1660 (ondertrouw)

21. Neeltje Jansdr. van der Wier, gedoopt NG Maasdam 9 nov. 1631, overleden ald. 1 mrt. 1716

- 27 april 1705: Neeltje Janse, weduwe van Joost Willemsz. Overweel, verkoopt meubelen voor 154 gl. 7 st. 4 penn. (GA Maasdam)

Kinderen (allen NG gedoopt te Maasdam):

a. Willem, 11 sept. 1661

b. Jannigien, 24 sept. 1662

c. Willem, 5 okt. 1664

d. Jan, 17 okt. 1666

e. Harman, 19 aug. 1668

f. Jan, 5 april 1671 = kwartier 10)

g. Pleuntje, 8 jan. 1673

22. Isaack Ariensz. Wesenhagen, gedoopt NG Maasdam 8 mei 1639, jongman (1664), overleden ca. 1677, trouwde NG Maasdam 18 mei 1664

23. Maijken Staesen (Sneuckelaer), geboren ca. febr. 1643 (ORA Maasdam inv. 2, akte dd 12 april 1643), jonge dochter van Maasdam (1664), overlijden aangegeven door haar schoonzoon bij de gaarder te Maasdam op 12 febr. 1706 (impost 3 gl.)

- 1 mrt. 1644: Arijen Aertsz. Spruijt, wonende onder de jurisdictie van 's-Gravendeel, is schuldig aan Marijken Staessen, weeskind van wijlen Nelletge Dircxdr., wonende te Maasdam, 227 gl. wegens geleende penningen, die hij heeft ontvangen uit handen van Heijman Jacobsz., als schout van Maasdam en uit dien hoofde oppervoogd over alle wezen in zijn ambtsgebied, en van Dirck Cornelisz. Quartel, mede wonende te 's-Gravendeel, als grootvader en bloedvoogd van Marijken Staessen. Borgen: Arijen Pietersz. Verdonck en Cornelis Bastiaensz. Spruijt, inwoners van 's-Gravendeel. (ORA Maasdam inv. 2. In de marge van deze akte staat als voogd van het kind vermeld Arijen Dirksz. Quartel.)

- 1 mei 1651: Dirck Dircksz. Quartel, wonende onder de jurisdictie van Strijen, is schuldig aan Marijken Staessen, weeskind van wijlen Nelletge Dircksdr., 312 gl. en 18 st. wegens geleende penningen, die hij heeft ontvangen uit handen van Jacob Cornelisz. Snokelaer, voogd van het voornoemde weeskind. Borgen: Jacob Cornelisz. Snuekelaer en Pluen Dirksz. Quartel. (ORA Maasdam inv. 2)

- 15 juni 1676: Isack Ariensz. Wesenhage, inwoner van Maasdam, is schuldig aan Huijbrecht Huijbrechtsz. Muel, inwoner van Maasdam, 140 gl. wegens geleende penningen, daarvoor verbindende een huis en erf aan 's herendijk onder de jurisdictie van Maasdam, belend oost en west genoemde dijk "mette berm", zuid Arien Jacobsz. Noteboom, noord het huisje van Jan Dircxsz. van der Wier. (ORA Maasdam inv. 9)

- 29 jan. 1678: Marichje Staessen, weduwe van Isack Ariensz. Wesenhagen, wonende op Maasdam, geassisteerd met Staes Jacobsz., haar vader, verklaart 150 gl. schuldig te zijn aan Pleun Jansz. Blaak, wonende in Groot-Cromstrijen onder de jurisdictie van Numansdorp, ter zake van gehuurd vlasland, verbindende daarvoor een huis met erf en twee keten aan 's herendijk op Maasdam, belend oost de berm, zuid Arien Jacobsz. Noteboom, west genoemde dijk en noord het huisje van Jan Dircxsz. van de Wier. (ORA Maasdam inv. 9)

24. Leendert Jacobsz. Troost, gedoopt NG Heinenoord 1624, overleden ca. 1658, trouwde naar schatting ca. 1655

25. Neeltje Aertsdr. van der Kes (Verkest), gedoopt NG Puttershoek 16 febr. 1631 (getuigen: Cornelis Cornelisz., Lintge Pieters, Truijggie Aerts), trouwde 2e naar schatting ca. 1660 Jan Huijbrechtse [zie kwartieren 48/49]

- 24 april 1659: Aert Cornelisz. Verkes, als vader en voogd van Neeltgen Aertsdr., weduwe van Leendert Jacobsz., enerzijds en Pieter Jacobsz., als oom en bloedvoogd van de nagelaten weeskinderen van zijn broer, voornoemde Leendert Jacobsz., verwekt bij Neeltgen Aertsdr., m.n. Jacob Leendertsz., ongeveer 3 1/2 jaar oud, en Willem Leendertsz., een half jaar oud, sluiten een overeenkomst aangaande de goederen, die zijn nagelaten door Leendert Jacobsz. De weduwe zal behouden hun huis en hof met alle beplanting en beteling en voorts bedden, beddegoed, linnen, koper-, ijzer- en houtwerk, goud en zilver, gemunt en ongemunt, alle kleren van haar overleden man en de in- en uitschulden. Zij belooft haar kinderen te zullen onderhouden, opvoeden etc. tot zij 25 jaar zijn geworden of tot wanneer zij gaan trouwen en zal hun dan elk een bedrag van 5 gl. uitkeren. (Weeskamer Heinenoord inv. 3, f. 85v e.v.)

26. Pieter Gerritsz. Blanckert, geboren naar schatting ca. 1630, begraven Mijnsheerenland 31 juli 1673 (de kerk ontvangt voor zijn begrafenis 1 gl. 5 st. [kerkvoogdijrekeningen Mijnsheerenland nr. 16]), trouwde naar schatting ca. 1655

27. Lena Foppen, overleden in of na 1691

- 1659: Pieter Gerritsz. Blanckert betaalt 3 gl. 6 st. 12 p. belasting voor zijn huis aan de Kerkstraat (GA Mijnsheerenland inv. 74, f. 297)

- 1674: de weduwe van Pieter Gerritsz. Blanckert, onvermogend, 3 hoofden, betaalt nihil in het familiegeld (GA Mijnsheerenland inv. .48)

- 24 sept. 1674: Geerit Jansz. Blanckert besteed bij Lena Foppen, weduwe van Pieter Gerritsz. Blanckert, voor 20 gl. per drie maanden, ingegaan op 1 aug. 1674 (GA Mijnheerenland inv. 75)

- 1683: de weduwe van Pieter Gerritsz. Blanckert betaalt in de verponding voor haar huis op het dorp Mijnsheerenland 14 st. (GA Mijnsheerenland inv. 44)

- 26 mei 1691: Lena Foppen, weduwe van Pieter Gerritsz. Blanckert, verkoopt voor 450 gl. aan Pieter Dircxsz. Blanckert een huis aan de Kerkstraat te Mijnsheerenland (GA Mijnsheerenland inv. 50)

28. Stephanus Hoppel, gedoopt NG Heinenoord 6 nov. 1616, jongman van Heinenoord (1638), heemraad, dijkgraaf en schout van Heinenoord (1659-1678), overleden na 12 sept. 1681 (Weeskamer Heinenoord inv. 3), trouwde 1e NG Heinenoord 11 april 1638 Neeltien Cornelisdr., weduwe van Cornelis Bastiaensz. Hoogervest, Stephanus trouwde 2e NG Charlois 23 sept. 1646 (DTB Heinenoord)

29. Hadewij Ariensdr. Verschoor, geboren naar schatting ca. 1620, jonge dochter van Charlois (1646), overleden na 11 febr. 1693 (Weeskamer Heinenoord inv. 3)

(De Nederlandsche Leeuw 1974, ko. 353-354)

 - 1638: Stephanus Hoppel, "nasaet" [= getrouwd met de weduwe] van Cornelis Bastiaensz. Hoogevest, in de 200e penning van Heinenoord aangeslagen voor een vermogen van 3000 gl.

-ca. 1663: Stephanus Hoppel, dijkgraaf en schout van Heinenoord, zijn vrouw Haduwe Ariens en dochter lidmaten van de NG gemeente te Heinenoord (DTB Heinenoord)

Kinderen:

a. Ewout (= kwartier 14)

b. Barber, gedoopt NG Heinenoord 3 aug. 1664 (getuige: Alida de Roover, vrouwe van Godschalksoord, en Thomas [Baan] pastor loci)

c. Cornelis, gedoopt NG Heinenoord 18 mrt. 1668 (getuigen: Thomas Baan en Anneken Hoppel; vader is dijkgraaf en schout van Heinenoord)

30. Dirck Claesz. van Prooijen, geboren  naar schatting ca. 1620, boer te Heinenoord, trouwde 1e Willemke Bastiaensdr. in't Veld, overleden ca. 1652, dochter van Bastiaen Simonsz. in't Velt en NN, 2e

31. Neeltje NN

- Kohier van de familin onder de jurisdictie Heinenoord: Dirck Claesz. Prooijen, zijn vrouw, met een kind, een meid, een knecht, en nog een kind, dat bij Prooijen uitbesteed is. Hij heeft een "bouwerije". (Archief Polder O.-Heinenoord inv. 14)

- 17 okt. 1652: Bastiaen Simonsz. in't Velt, schepen in wette van Heinenoord, is schuldig aan zijn kleindochter, Ariaentge Dircx, dochter van Dirck Claesz. Prooijen en wijlen Willempje Bastiaensdr., een somma van 400 gl. Borg: Cornelis Jansz. in't Velt. Op 7 mei 1661 ontvangt Stephanus Hoppel, schout van Heinenoord 400 gl. Hoppel draagt het geld over aan Dirk Claesz. Prooijen en Jan Bastiaensz. in't Velt, voogden van het weeskind. (RA Heinenoord)

- 14 dec. 1652: de voogden van de kinderen van Dirck Claesz. Prooijen, verwekt bij Willemke Bastiaens, zijn overleden vrouw, verkopen ten behoeve van die kinderen haar kleren en lijfsieraden, o.a. een huik voor 30 gl. De totale opbrengst is 426 gl. 7 st. (RA Heinenoord inv. 24)

- 14 mrt. 1666: Pleun Ariensz. Goudt, wonende onder de jurisdictie van Mijnsheerenland, verkoopt aan Dirck Claesz. van Prooijen een merrie voor 100 gl., een melkkoe voor 36 gl., een veulen voor 30 gl. en een vaars voor 15 gl. (RA Heinenoord inv. 13)

- 24 mrt. 1666: Dirck Claesz. Prooijen, als oom en bloedvoogd van de weeskinderen van Bastiaen Ariensz. Vogelaer, transporteert aan Pieter Cleijsz. een huis en schuur met beplanting en beteling, staande en gelegen aan 's herendijk aan de Blaak onder Heinenoord, welk huis etc. de weeskinderen is aangekomen bij overlijden van hun tante Adriaentge Ariens. De koper is Aert Dircxsz. Snijder, schoonvader van Pieter Cleijsz. De koopprijs bedraagt 180 gl. (RA Heinenoord inv. 55)

- 15 juli 1667: koopvoorwaarden van diverse partijen land, gepasseerd voor notaris A. Meijnaert te Dordrecht door Pleun Ariensz. Gout, als voogd van zijn minderjarige zoon, Cornelis Pleunen Gout, door hem verwekt bij Geertien Dircxdr., Dirck Claesz. Prooijen, als naaste bloedvoogd en de schout van Mijnsheerenland als oppervoogd van Cornelis Pleunen Gout, en Sijmon Gerritsz. Hordijck, als man van Marijcken Pleunen Gout. (ONA Dordrecht inv. 249, f. 314 e.v.)

- 15 mei 1671: Jacob Cornelisz. Sleeuwijck, wonende onder Strijen, als man van Ariaentgen Cornelisdr. Blaeck, Dirck Claesz. van Proeijen, wonende onder Heinenoord, als voogd over Hendrick en Maria Cornelis Blaeck, beiden minderjarig, voornoemde Sleeuwijck en Van Proeijen tevens vervangende Mathijs Fransz, als man van Ariaentge Cornelisdr. Blaeck, en Bastiaen Pietersz., als man van Grietge Cornelisdr. Blaeck, allen kinderen en erfgenamen van Cornelis Cornelisz. Blaeck en Neeltgen Cornelisdr., in hun leven wonende te Numanspolder, enerzijds en Cornelis IJmantsz. Lem, wonende in Numanspolder, geassisteerd met Lenert Vinck, schout van Groote Lindt, zijn oom, anderzijds, verklaren, dat er tussen hen geschil gerezen is. Zij onderwerpen deze kwestie aan de arbitrage van van mr. Cornelis van der Staeij Colibrant en mr. Gerardt Pauw, advocaten te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 253, f. 67 e.v.)

Kinderen:

ex 1:

a. Simon Dircx

b. Adriaentge Dircx

ex 2:

c. Grietge Dircx (= kwartier 15)

34. Thonis (Teunis, Anthonis) Arijensz. Cruijdthoff, geboren Mijnsheerenland ca. 1605, kerkmeester (1648) en ouderling van Heinenoord (o.a. in 1661), woonde in 1683 aan de Blaak onder Heinenoord, landbouwer en melkboer, overleden na 14 mei 1683, trouwde 2e ca. 1655 Mariken Jacobsdr. Troost, overleden ca. 1675, weduwe van Willem NN (Reedijk ?), dochter van Jacob Pietersz. en Anneken Jansdr. [kwartieren 48/49], 3e ca. 1680 Lijsbeth Jansdr., trouwde 2e Leendert Heijndricxsz. Wijn, Thonis Cruijdthoff, trouwde 1e NG Heinenoord 2 okt. 1633

35. Grietje Andriesdr. Snijder, gedoopt NG Heinenoord 11 jan. 1614, overleden ca. okt. 1652

(A. Kruijthoff, De Kikkershoek. Voor- en nageslacht van Hendrik Kruijthoff. [Dordrecht/Ridderkerk, z.j.], p. 3 e.v.)

- 26 okt. 1652: Cornelis Andriesz. Snijder, oom en bloedvoogd van de weeskinderen van wijlen Grijetken Andriesdr., bij haar verwekt door Thonis Aeriensz. Cruijthoff, enerzijds en Thonis Aeriensz. Cruijthoff, anderzijds, sluiten een overeenkomst over de verdeling van de door Grijetken Andriesdr. nagelaten goederen. Thonis zal het huis, met hof, eigen landen, paarden, koeien, huisraad etc. behouden. Hij zal zijn kinderen onderhouden, opvoeden etc. tot zij 20 jaar zijn geworden en hun dan elk een bedrag van 18 gl. 15 st. uitkeren. De kinderen zijn: Neeltgen, ongeveer 16 jaar, Macheltgen, ongeveer 9 jaar, Dirck, ongeveer 7 jaar, Lijsbeth, ongeveer 5 jaar, Aeriaentgen, ongeveer 3 jaar en Andries, ongeveer 11 weken oud. (Weeskamer Heinenoord inv. 3, f. 46 e.v.)

- 12 mrt. 1655: comp. voor een Dordtse notaris Teunis Arijensz. Cruijthoff en Marichien Jacobsdr., echtelieden wonende onder Heinenoord. Zij verklaren, dat zij vertichting hebben gedaan voor de schout en het gerecht van Heinenoord van de moederlijke resp. vaderlijke goederen van hun voorkinderen, dat hij, comparant, aan zijn 8 voorkinderen heeft toegevoegd onder hen allen een bedrag van 150 gl., en zij, comparante, aan haar vier voorkinderen een bedrag van 300 gl., en dat hij, comparant, aan zijn voorkinderen nog eens een somma van 150 gl. wil toevoegen. Zij benoemen tot voogden over hun minderjarige erfgenamen de langstlevende van hen beiden en zijnerzijds nog Pieter Arijensz. Cruijthoff en Roeloff Arijensz. Cruijthoff, zijn broers, en harerzijds Pieter Jacobsz. en Theunis Jacobsz., haar broers. Hij tekent met zijn naam en zij met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 93, f. 68 e.v.)

- 1667: Thonis Cruijthoff in de 200e penning van Heinenoord aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3980, f. 23)

- 14 mei 1683: comp. voor notaris J. Hellu te Dordrecht Teunis Arijensz. Cruijthoff, wonende aan de Blaak onder Heinenoord. Hij wil, dat zijn vrouw Elisabeth Jansdr., indien hij de eerstoverlijdende is, in plaats van de 300 gl., die hij haar heeft besproken bij het passeren van hun huwelijkse voorwaarden voor notaris Hendrick van Bergen te Oud-Beijerland, uit zijn nalatenschap zal ontvangen een derde part in twee stukjes land, het ene groot 2 morgen 50 roeden teelland met de aanwas, visserij, vogelrij, dijkettingen en verdere toebehoren, gelegen in het Nieuwe Zomerland van Heinenoord, hem testateur aangekomen bij overlijden van zijn vader Adriaen Dircxsz. Cruijthoff, en het andere groot 1 morgen 25 roeden met de aanwas etc., mede gelegen in het Nieuwe Zomerland van Heinenoord. In deze stukken land zullen mede een derde part krijgen Jan Ariensz. en Machteltgen Teunisdr., zijn kinderen, en het laatste derde part zal gaan naar Willem Jansz. Winter en Neeltgen Teunisdr., mede zijn kinderen. Hij bepaalt voorts, dat zijn zoon Cornelis Teunisz. en de dochter van zijn overleden kind Ariaentgen Teunisdr., genaamd Anneken Jacobsdr. Troost, "met hen beijden elcx voor de gerechte helft sullen hebben ende genieten soodanigen eene mergen drie hondert negen en vijftich roeden weijlant als hij testateur leggende heeft int Oudelant van Moerkercken gemeen in een stuck van drie mergen negen en vijftich roeden waervan het resterende [part] onder den ambachte van Heijnenoort gelegen is, belent als inden brieve daervan sijnde", en dat Willem Ariensz., zoon van Lijsbeth Teunisdr., en de drie nagelaten kinderen van Anneken Teunisdr., zijn beide overleden dochters, zullen krijgen 1 morgen 208 roeden weiland, gelegen onder Heinenoord, te weten Willem Ariensz. de gerechte helft daarvan en de kinderen van Anneken Teunisdr. samen de wederhelft. In al zijn overige na te laten goederen benoemt hij tot erfgenamen zijn voornoemde kinderen en kleinkinderen en tot voogd stelt hij aan zijn schoonzoon Jan Ariensz. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 347)

42. Jan Dirksz. van der Wier, geboren naar schatting ca. 1605, heemraad (1648), diaken (1652), ouderling (1658), schepen (1661) van Maasdam, trouwde ca. 1628

43. Pleuntje Floris Huijgendr., geboren naar schatting ca. 1605, overleden in 1669 of 1670

- mei 1629 [sic]: Jan Dirksz. van de Wier is schuldig aan zijn broer Cornelis Jansz. Geus een somma van 200 gl. wegens de koop van een huis te Maasdam (RA Maasdam)

- tussen 16 juni 1669 en 12 juli 1670: aan de kerk van Maasdam is betaald 6 gl. voor het begraven van de vrouw van Jan Dirksz. van de Wier in de kerk (GA Maasdam nr. XI)

Kinderen (allen NG gedoopt te Maasdam):

a. Dirk, 25 nov. 1629 (getuige: Beli Jans)

b. Neeltje, 9 nov. 1631 (= kwartier 21)

c. Fleuris, 4 aug. 1636 (geen getuigen)

d. Aris, 1 aug. 1638 (getuige: Aris Fleuren Ariaen)

44. Arien Jansz. Wesenhage, vermoedelijk landbouwer, overleden ca. 1677, trouwde

45. Iefje Jansdr., overleden vr 4 sept. 1681

- 6 juli 1678: comp. Wingert Cornelisz. Geus, als man van Jacolijntjen Ariensdr. Wesenhage, en Johannis Ariensz. Wesenhage, voor zichzelf en vervangende Arien Ariensz. Wesenhage en Jan Dircxsz. van der Wier, als voogd over minderjarige weeskinderen van Isack en Berber Ariens Wesenhage, samen erfgenamen van Arien Jansz. Wesenhage, hun vader resp. grootvader zaliger. Zij verklaren, dat hun vader resp. grootvader in 1677 van Willem Cornelisz. Boer, in zijn leven gewoond hebbende te Strijen, heeft gehuurd ongeveer 3 morgen land in de Strijense Polder voor 108 gl. de morgen,om met lijnzaad te bezaaien. De erfgenamen zijn thans echter niet in staat om de huurpenningen te voldoen en zijn derhalve met de weduwe van Boer, Pleuntje Jansdr. van der Koeij, die in deze wordt geassisteerd door haar aanstaande man, Crijn Ariensz. van der Houck, overeengekomen, dat zij haar met eerstvolgende Kerstmis een bedrag van 275 gl. zullen betalen, indien op tijd zonder interest, maar indien later dan Kerstmis met een interest van 4 procent. Zij verbinden hiervoor een stuk land van 1 morgen 400 roeden in Nieuw-Bonaventura in Graswinckels Laegje, strekkende langs de weg komende van Puttershoek. (ORA Maasdam inv. 9)

- 4 sept. 1681: Johannis Ariensz. Wesenhage, voor zichelf en als voogd over de kinderen van Isack Ariensz. Wesenhage en over de kinderen van Berber Ariensdr. Wesenhage, alsmede Wingert Cornelisz. de Geus, als weduwnaar van Jacolijntje Ariensdr. Wesenhage, en Arien Ariensz. Wesenhage alias Spies, allen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van Arien Jansz. Wesenhage en IJeffjen Jansdr., beiden overleden, verkopen op een publieke veiling voor 700 gl. aan Reijnier Gillisz. Krol, schepen van Maasdam, een stuk land van 1 morgen 387 roeden in Nieuw-Bonventura onder de jurisdictie van Maasdam, belend omtrent oost de vliet, zuid de weg, west de dijk, noord het land van de koper. (ORA Maasdam inv. 9)

46. Staes Jacobsz. Sneuckelaer (Snokelaer), gedoopt NG Maasdam 29 aug. 1618, boer te Maasdam, overleden in of na 1678, trouwde naar schatting ca. 1640

47. Nelletje Dirksdr. Quartel, geboren naar schatting ca. 1615, overleden in 1643 (kort na de geboorte van haar dochter ca. febr. 1643)

- 12 april 1643: Staes Jacobsz. Snokelaer, weduwnaar van Neeltge Dircxdr., geassisteerd met zijn vader Jacob Cornelisz. Snokelaer, inwoners van Maasdam, enerzijds en Dirck Cornelisz. Quartel en Dirck Dircksz. Quartel, als voogden van het nagelaten weeskind van Neeltge Dircxdr., genaamd Mariken Staesdr., ongeveer 15 weken oud, anderzijds sluiten een akkoord aangaande de moederlijke besterfenis van het weeskind. Staes zal in de boedel blijven zitten en aan de voogden uitreiken de kleren en sieraden van zijn overleden vrouw, welke terstond verkocht zullen en waarvan de opbrengst aan het kind zullen toekomen. Staes zal zijn dochter onderhouden, opvoeden etc. tot zij 18 jaar is geworden. (ORA Maasdam inv. 2)

- 30 okt. 1665: Cornelis Jacobsz. Sneuckelaer, Huijbrecht Huijbertsz. Meul, en IJsaack Ariensz. [Wesenhagen], allen wonende op Maasdam, verklaren, dat zij voor Staes Jacobsz., mede wonende op Maasdam, zullen betalen aan Henrijck Heuft, oudraad van Dordrecht en gewezen raad ter Admiraliteit van Rotterdam, een bedrag van 208 gl. "ende noch te [zullen] doen leverantie van een achtendeel boter off twelff gulden daer vooren", alles spruitende ter zake van verschenen en met Kerstmis 1665 nog te verschijnen weidepacht. De comparanten tekenen met hun naam. (ONA Dordrecht inv. 50, f. 292 e.v.)

- 30 april 1669: Staes Jacobsz. Sneuckelaer, wonende te Maasdam, verkoopt voor 400 gl. aan Arien Jacobsz. Noteboom een huis, schuur en erf op het dorp Maasdam, belend oost de bermsloot, zuid Liedewij Aerts, west de dijk, noord Isack Ariensz. Wesenhagen. (ORA Maasdam inv. 9)

- 31 jan. 1671: Niesje Thonisdr., weduwe van Cornelis Jacobsz. Sneuckelaer, wonende te Maasdam, stelt als voogden over haar minderjarige erfgenamen aan haar broer, Pieter Thonisz. en Staes Jacobsz., beiden wonende te Maasdam (ORA Maasdam inv. 9)

- 12 febr. 1672: verklaring op verzoek van Marijtgen Heijmans, vrouw van Joost Jansz., wonende op Maasdam, als moeder van Jacob Ingensz., door Willem Aertsz. van Es, ongeveer 52 jaar oud, Geertjen Jans, vrouw van Jacob Wouters, ongeveer 54 jaar, Staes Jacobsz., ongeveer 50 jaar, en Maerten Jacobsz. Noteboom, ongeveer 30 jaar oud, allen wonende op Maasdam. (ONA Dordrecht inv. 254, f. 36 e.v.)

48. Jacob Pietersz., trouwde vr 9 febr. 1614 (doop eerste kind te Heinenoord)

49. Anneken Jansdr. (Troost), geboren naar schatting ca. 1590, overleden vr 5 juni 1665, begraven in de kerk van Heinenoord

- 5 juni 1665: eerste gebod geproclameerd van een huis met beteling en beplanting en een boomgaard, staande en gelegen aan 's herendijk omtrent Heinenoord, verkocht door de kinderen en erfgenamen van wijlen Anneken Jans, weduwe van Jacob Pietersz., voor 420 gl. contant. (ORA Heinenoord inv. 6) Koper is haar kleinzoon Jacob Ariensz. Onderdijck. (ORA Heinenoord inv. 4, anno 1665)

- 22 sept. 1665/7 jan. 1666: de kinderen en erfgenamen van wijlen Anneken Jansdr., in haar leven weduwe van Jacob Pietersz., hebben "int openbaer wettelijcken besteet de erfcedulle vande vercochte goederen vande overledene aengenomen bij mr. Eeuwith Goutswaert welcke erfcedulle int geheel is importerende" een somma van 158 gl. 2 st. Na aftrek van enige lasten resteert 130 gl. 8 s. 8 penn., welk bedrag is uitbetaald aan Thonis Aeriensz. Cruijthoff [zie kwartier 34], wiens vrouw een dochter was van wijlen Anneken Jansdr. Cruijthoff heeft voorts nog ontvangen wegens de verkoop van het huis van zijn overleden schoonmoeder een bedrag van 100 gl. Hij heeft o.a. betaald aan Jan Jacobsz. Troost wegens leverantie van spek, boter, kaas en voor het graf van de overledene in de kerk 14-15-0 en aan Pieter Jacobsz. Troost terugbetaald hetgeen hij tijdens de ziekte van de overledene en "op haer vvtvaert" heeft voorgeschoten 22 gl. Resteert na aftrek van alle uitgaven 56 gl., die verdeeld zullen worden onder Pieter Jacobsz., Thonis Jacobsz., Jan Jacobsz., voor zichzelf en vervangende zijn broer Aerien Jacobsz., Aerien Jansz. Onderdijck, als weduwnaar van Aeriaentgen Jacobsdr., Jan Huijbrechtse, als man van de weduwe van Lenert Jacobsz., en Thonis Cruijthoff, als man van Mariken Jacobsdr. Later ontvangen de erfgenamen nog wegens de verkoop van hun moeders huis een bedrag van 320 gl. en wegens de verkoop van een koe aan Aerien Roken Troost 21 gl. (Weeskamer Heinenoord inv. 3, f. 111 e.v.)

50. Aert Cornelisz. van der Kest (Verkes), heemraad van Puttershoek, schepen van Puttershoek 1680, overleden in of na 1680, trouwde 2e NG Ridderkerk 13 nov. 1644 Aegtie Ariensdr., 1e Maasland 1629

51. Willemtge Dirksdr. (Prooijen)

(Onze Voorouders, kwartierstaten en stamreeksen, deel II [Leiden 1992], p. 153)

- 24 april 1659: Aert Cornelisz. Verkes, als vader en voogd van Neeltgen Aertsdr., weduwe van Leendert Jacobsz., enerzijds en Pieter Jacobsz., als oom en bloedvoogd van de nagelaten weeskinderen van zijn broer, voornoemde Leendert Jacobsz., verwekt bij Neeltgen Aertsdr., m.n. Jacob Leendertsz., ongeveer 3 1/2 jaar oud, en Willem Leendertsz., een half jaar oud, sluiten een overeenkomst aangaande de goederen, die zijn nagelaten door Leendert Jacobsz. De weduwe zal behouden hun huis en hof met alle beplanting en beteling en voorts bedden, beddegoed, linnen, koper-, ijzer- en houtwerk, goud en zilver, gemunt en ongemunt, alle kleren van haar overleden man en de in- en uitschulden. Zij belooft haar kinderen te zullen onderhouden, opvoeden etc. tot zij 25 jaar zijn geworden of tot wanneer zij gaan trouwen en hun dan elk een bedrag van 5 gl. te zullen uitkeren. (Weeskamer Heinenoord inv. 3, f. 85v e.v.)

- 8 april 1675: Wijngaert Cornelisz. Geus, stedehouder van Maasdam, is van wege Erckenraet Berck, weduwe van mr. Adriaen Snouck, binnen de stad Dordrecht gegijseld, "ende alsoo parthijen [met] den anderen hadde verstaen dat den voorn. Geus soude stellen suffisante cautie voor de ontslaginge van sijn persoon" en binnen 14 dagen zal voldoen hetgeen hij aan mevr. Berck schuldig is, heeft zich daarvoor borg gesteld Aert Cornelisz. van der Kest, belovende genoemde schuld in geval van wanbetaling te zullen voldoen als zijn eigen schuld. Hij tekent met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 366)

52. Gerrit Jansz. Blanckert, overleden in of na 1674, trouwde

53. Maritje Reijnen, overleden in of vr 1669

- 12 april 1658: Heijltge Matteus, weduwe van Jan Jansz. van Sprangh, geassisteerd door Lenert Jansz. van Driel, Gerrit Jansz. Blanckert, als voogd van moederszijde van de twee onmondige weeskinderen van Jan Jansz. van Sprangh, verwekt bij Geertge Reijnen, Jan Bastiaensz. Niemansverdriet, als voogd van het weeskind va Willemtge Jansdr. van Sprangh, zijn gewezen vrouw, Bastiaen Lenertsz. Koijman, als voogd van het weeskind van Neeltge Leenderts, en Geerit Theunisz. van Sleij, als voogd van het weeskind van Geertge Thonis, "sijnde Van Sprangh[s] derde huijsvouw", allen erfgenamen van Jan Jansz. van Sprangh, transporteren aan Sijmen Pietersz. in't Velt een huis op de sluis van Nieuw-Cromstrijen. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 480 gl. (RA Cromstrijen inv. 809)

- 1669: : 45 gl. 2 st. 8 p. overgeschoten voor de Heilige-Geest-Armen van een verkocht huis en goederen van Geerit Jansz. Blanckert en wijlen Maritje Reijnen "over de preferentie". (GA Mijnsheerenland inv. 75)

- 1670: de Heilige-Geest-Armen betalen 62 gl. aan Pieter Gerritsz. Blanckert over een jaar kostgeld voor zijn vader Geerit Jansz. Blanckert, vervallen op 22 mrt. 1672 (GA Mijnsheerenland inv. 75)

- 24 sept. 1674: Geerit Jansz. Blanckert besteed bij Lena Foppen, weduwe van Pieter Gerritsz. Blanckert, voor 20 gl. per drie maanden, ingegaan op 1 aug. 1674 (GA Mijnheerenland inv. 75)

56. Aert Mathijsz. Hoppel, geboren ca. 1580, schout van Heinenoord (1610-1659), overleden 22 nov. 1659 (grafzerk in de kerk van Heinenoord), trouwde naar schatting ca. 1610

57. Barber (Berbel) Stevensdr. (Duppegieser), geboren ca. 1590, overleden 27 sept. 1652 (grafzerk in de kerk van Heinenoord)

[Zie ook Ons Voorgeslacht 1957, p. 41.]

- 30 mrt. 1621: testeren voor Michiel Joppen, secretaris van Heinenoord, Aert Hoppel en zijn vrouw Barbara Stevens. Zij benoemen elkaar tot erfgenamen. De kinderen zullen elk een bedrag van 300 gl. krijgen en samen het huis, waarin testateuren wonen, alsmede 4 1/2 morgen land in de Hill [gebied ten oosten van het dorp Heinenoord] en de anderhalve morgen land, waarop het huis staat. (ORA Heinenoord inv. 11)

- 1626/1638: Aert Hoppel  in de 1000e resp. de 200e penning van Heinenoord aangeslagen voor een vermogen van 5000 gl.

- 2 mei 1659: testeert voor een Dordtse notaris Aert Hoppel, schout van Heinenoord, redelijk gezond van lichaam. Hij benoemt tot universele erfgenamen zijn kinderen, Margrieta Hoppel, Pouwels Hoppel, Stephanus Hoppel, Pieter Hoppel en Jacob Hoppel, en zijn kleinkinderen, namelijk de kinderen van Mariken Hoppel zaliger, de kinderen van Catherijna Hoppel en de kinderen van Anneken Hoppel, elke staak voor een gelijk achtste part. Zijn dochters Anneken en Catherijna Hoppel zullen tot hun overlijden het vruchtgebruik hebben van de goederen, die hun resp. kinderen van hun grootvader zullen erven. Tot voogden benoemt hij zijn zoons Pouwels, Stephanus, Pieter en Jacob Hoppel, of de langstlevende van die zoons. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 95, f. 73 e.v.)

- 22 nov. 1659: Aert Hoppel overlijdt, hij wordt begraven in de kerk van Heinenoord in hetzelfde graf als zijn in 1652 overleden vrouw. 

Grafzerk: Wapens: twee naar elkaar toegewende vogels (spreeuwen ?). Opschrift: Hier leyt begraven Aert Hoppele in syn leven schout ende dijkgraeff tot Heynenoort oudt 79 jaren sterft int jaer ons Heere 1659 den 22 november ende Barbra Stevens syn huysvrou oudt 62 jaren sterft int jaer ons Heere 1652 den 27 september.  (Ons Voorgeslacht 1962, p. 163)

- 8 april 1660: de kinderen en erfgenamen van Aert Hoppel, in zijn leven schout en dijkgraaf van Heinenoord, verkopen uit zijn nagelaten boedel koebeesten, jonge beesten, hennen en een haan, en roerende goederen, waaronder een aantal schilderijen. Kopers (o.a.): Stephanus Hoppel, Pouwels Hoppel, Jacob Hoppel, Abraham Boot, de vrouw van Abraham Boot, Jan Hendricxsz. Backer, Thonis Cruijthof, Willem de Winter (borg voor hem: Willem de snijder aan de Blaak), Aert Verkes (borg voor hem: Jan Jacobsz. Troost). (ORA Heinenoord inv. 26)

Kinderen (allen NG gedoopt te Heinenoord):

a. Pauwels (Paulus) Hoppel, 20 juli 1614 (getuigen: Bastiaen Albertsz. dijkgraaf in de plaats van jonkheer Gerrit van Assendelft, Arent Muijs van Holij, baljuw van Zuid-Holland, en Maghel Bastiaens)

b. Stephanus Hoppel (= kwartier 28), 6 nov. 1616 (getuigen: Bastiaen Aelbertsz. dijkgraaf, Dirrick Aeriensz. Dronckaer, Catelina Pietersdr. van Aecken)

c. NN, 16 sept. 1618 (getuigen: Hendrick Mattijssen., Johannes Bogaert, Sara Mattijsen)

d. Pieter Hoppel, 7 nov. 1621 (getuigen: Rocus Jansz. en Leentgen Pieters)

e. Catalijn Hoppel, 15 sept. 1624 (getuigen: Antonis Pietersen en Claes NN), trouwde Jan Hendriksz. Backer

f. Mariken Hoppel, geboren naar schatting ca. 1625

g. Anneken Hoppel, geboren naar schatting ca. 1626, trouwde Abraham Boot

h. Jacob Hoppel, 27 aug. 1628 (geen getuigen)

58. Adriaen Eeuwoutsz. Verschoor, geboren ca. 1558 (ongeveer 72 jaar bij overlijden [tekst grafzerk]), schout en dijkgraaf van Charlois april 1583-mei 1630, grondheer van Charlois in 1598, overleden in mei 1630, begraven Charlois in het hoogkoor, trouwde 1e NN, begraven Charlois 1612 in het hoogkoor, 2e

59. Maertgen Adriaensdr., begraven Charlois 1641 in het hoogkoor, trouwde 2e Harman Clementsz. Pors, schout van Charlois 1635-1641, schepen ald., overleden 16 okt. 1641 (uit di huwelijk: Arien Hermensz. Pors alias Verschoor, begraven Charlois 15 april 1690 in het hoogkoor.

Het wapen van Adriaen Eeuwoutsz. is een molenrad met een antieke vlucht als helmteken.

Beschrijving van zijn zerk in de kerk van Charlois in Ons Voorgeslacht 1962, p. 113.

- 8 juli 1651: Stephanus Hoppel, als man van Hadewy Adriaensdr. Verschoor, en de overige erfgenamen van Adriaen Eeuwoutsz. Verschoor transporteren aan Machteltge Baltensdr. te Charlois zeker erf in het dorp Charlois.

- 27 dec. 1660: de vier voorkinderen van Adriaen Eeuwoutsz. schout en Maertgen Adriaensdr., beiden zaliger, worden elk aangeslagen voor een vermogen van 1500 gl. (dus samen 6000 gl.), en het kind van Harmen Pors en Maertgen Adriaensdr., genaamd Adriaen Hermansz. Pors, voor een vermogen van 4000.

(De Nederlandsche Leeuw 1974, kol. 351 e.v.)

60. Claes Dirksz. (van) Prooijen, geboren naar schatting ca. 1590, jongman van Hekelingen (1614), landbouwer en veehouder, woonde in 1646 aan de Blaak onder Heinenoord, trouwde NG Heinenoord 14 jan. 1615

61. Ariaantje Joosten, trouwde 1e Cornelis Andriesz. Snider

- 12 mei 1631: Aert Hoppel verkoopt Claes Dirksz. Prooijen, wonende aan de Blaak bij Heinenoord, een stuk teelland van 2 morgen en 38 roeden, liggende in het Zomerland van Heinenoord, voor 766 gl. de morgen. (ORA Heinenoord inv. 7; id. inv. 11) 

- 1 mei 1636: Claes Dirksz. Prooijen, wonende te Blaak onder Heinenoord, koopt van Jan van der Steen en Lenert van Beverwijck, als man van Wilhelmina van der Steen, Cornelia van der Steen, Maria van der Steen en Magtelt van der Steen 2 morgen 40 roeden weiland in het Nieuwe Zomerland met de groftienden, aanwassen etc. Het eerste gebod is gedaan in de kerk van Heinenoord. Het land is getaxeerd op 1200 gl. De 40e penning bedraagt 30 gl. Het transport wordt gepasseerd in sept. 1636 ten overstaan van de schout (Aert Hoppel) en heemraden van Heinenoord, "zijnde de coop ten volle voldaen". Belend oost Anthonij Vieveen, zuid juffrouw De Lange, west Anthonij Vieveen, noord de Gorsweg. (ORA Heinenoord inv. 4 en 11)

- 5 dec. 1636: Claes Dirksz. Proeij, wonende te Heinenoord, en Jacob Jacobsz. schipper, wonende op het Rhoonseveer, als ooms en bloedvoogden van Jannigje Willems, dochter van Aaltje Dirks, laatst getrouwd met Bastiaen Claesz., verlenen procuratie aan Hendrik Denis, secretaris van Rhoon. (NA Schiedam 755)

- 15 mrt. 1646: comp. Claes Dirksz. Prooijen, wonende aan de Blaak onder Heinenoord, enerzijds en Dirck Claesz. Prooijen, zijn zoon, verwekt bij Aeriaentge Joosten, zijn overleden vrouw, Cornelis Cornelisz. Snider, en Bouwen Cornelisz., schoonzoons [= stiefzoons] van Claes Dirksz. Prooijen en zoons van Aeriaentge Joosten, anderzijds. Comparanten sluiten een akkoord over de verdeling van de goederen, die Aeriaentge Joosten heeft nagelaten. De weduwnaar zal behouden het huis, hof, "bergen", schuur, beplanting en beteling, de eigen landen en bruiklanden, met uitzondering van de hierna te noemen eigen landen, paarden, koeien, jonge beesten, schapen en varkens, bedden, beddegoed, etc. Zoon Dirck zal krijgen als zijn moederlijk erfdeel de helft van 2 morgen 37 roeden 6 voeten teelland, liggende in het Nieuwe Zomerland, gemeen en ongekaveld met zijn vader, belend oost Arien Jacobsz. Timmerman, zuid de weduwe of erfgenamen van Leendert Leendertsz. van de Waell, west Meeus Aeriensz. Hoffman en strekkende ten noorden tot de Gorsweg, en daarenboven een somma van 200 gl. Cornelis en Bouwen Cornelisz. zullen samen krijgen 2 mrg. 207 roeden teelland, liggende in het Nieuwe Zomerland, strekkende ten oosten tot de Zandweg, belend zuid Aerien Jacobsz. Vechoven c.s., west Cornelis Cornelisz. en strekkende ten noorden tot de Zomerdijk. (Weeskamer Heinenoord inv. 3, f. 22 e.v.)

Kinderen (volgorde onzeker)

(ex 1):

a. Cornelis Cornelisz. Blaeck, woonde Numanspolder, overleden in 1661, trouwde Neeltgen Cornelisdr.

- jan. 1656: Cornelis Cornelisz. Blaeck, als oom en bloedvoogd van de kinderen van wijlen Bouwe Cornelisz., is schuldig aan die weeskinderen een somma van 45 gl. 2 st. (ORA Heinenoord inv. 4, akte dd 2 mei 1669 [sic])

- 19 juli 1661: mr. Johan van Berrevelt, chirurgijn te Klaaswaal, verklaart op verzoek van Dirck Claesz. van Prooijen, dat diens halfbroer, Cornelis Cornelisz. Blaeck, "aen een fault of een hartvinck is gebleven en in den Heere ontslapen". (RA Cromstrijen)

- 15 mei 1671: Jacob Cornelisz. Sleeuwijck, wonende onder Strijen, als man van Ariaentgen Cornelisdr. Blaeck, Dirck Claesz. van Proeijen, wonende onder Heinenoord, als voogd over Hendrick en Maria Cornelis Blaeck, beiden minderjarig, voornoemde Sleeuwijck en Van Proeijen tevens vervangende Mathijs Fransz, als man van Ariaentge Cornelisdr. Blaeck [de jonge], en Bastiaen Pietersz., als man van Grietge Cornelisdr. Blaeck, allen kinderen en erfgenamen van Cornelis Cornelisz. Blaeck en Neeltgen Cornelisdr., in hun leven wonende te Numanspolder, enerzijds en Cornelis IJmantsz. Lem, wonende in Numanspolder, geassisteerd met Lenert Vinck, schout van Groote Lindt, zijn oom, anderzijds, verklaren, dat er tussen hen geschil gerezen is. Zij onderwerpen deze kwestie aan de arbitrage van mr. Cornelis van der Staeij Colibrant en mr. Gerardt Pauw, advocaten te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 253, f. 67 e.v.)

b. Bouwen Cornelisz.

(ex 2):

c. Dirk Claesz. van Prooijen

68. Adriaen Dirksz. Cruijthoff, geboren ca. 1564, woonde aan de Reedijk in de buurt van de Blaak onder Mijnsheerenland, overleden 6 aug. 1647, grafzerk in de kerk van Mijnsheerenland ("Hier leit begrave Aderyaen Dircksen Kruithof sterft den 6 Augusty Anno 164[7]" [Ons Voorgeslacht 1968, p. 216]), trouwde 1e Lijsbeth Adriaens, 2e

69. Lijntje Cornelis Roelendr. van den Brouck, overleden Mijnsheerenland 9 febr. 1658, grafzerk in de kerk van Mijnsheerenland ("Hier leit begrave Lintien Cornelis de huisvrou [sic] van Adriaen[n] Dircksen Kruithof si sterft den 9 februwarus Anno 1658" [Ons Voorgeslacht 1968, p. 216])

- 1626: Adriaen Dircxsz. Cruijthoff in de 1000e penning van Mijnsheerenland aangeslagen voor een vermogen van 3000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 214v)

- 25 jan. 1641: comp. voor de Dordtse notaris Gijsbert de Jager Arijen Dircxsz. Kruijdhoff, wonende aan de Blaak onder Mijnsheerenland, en zijn vrouw Lijntgen Cornelisdr. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot universeel erfgenaam. Als de testatrice de langstlevende is, moet zij aan de vier voorkinderen van de testateur een bepaald bedrag uitkeren, nl. aan Jaepken Ariensdr., Teuntgen Ariensdr. en Sijtgen Ariensdr.  200 gl., boven de 400 gl., die zij elk al hebben ontvangen, en aan Dirck Ariensz. 530 gl., boven de 70 gl., die hij al van de testateur heeft gekregen, en dat alles in plaats van hun legitieme portie. Bovendien moet de testatrice aan de nakinderen van de testateur elk een bedrag van 600 gl. uitreiken. Die nakinderen zijn: Tonis Ariensz., Roel Ariensz., Cornelis Ariensz., Claes Ariensz. en Lijsbet Ariensdr. Gedaan ten huize van de testateuren in aanwezigheid van Pieter Cornelisz. Loopicker en Meeus Ariensz., mede wonende te Mijnsheerenland. De testateur tekent met een merkje, de testatrice met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 40, f. 1 e.v.)

- 19 juni 1649: Lijntge Cornelisdr., weduwe van Aerien Dircxsz. Cruijthoff, residerende onder Mijnsheerenland van Moerkerken, geassisteerd met haar gekoren voogd, Claes Jacobsz. Blaeck, verkoopt aan haar zwager, Meewes Pietersz., de beterschap van een aveling, groot 1 morgen en liggende aan de Blaak. (ORA Heinenoord, inv. 3)

- 12 sept. 1649: Cornelis Ariensz. Cruijthoff, schipper te Puttershoek, is schuldig aan Marike Imans, weduwe van Dirck Adriaensz. Dronckert, in zijn leven schout van Godschalxoort, 300 gl. met 6 % jaarlijkse interest. Borg: zijn moeder Lijntge Cornelis, weduwe van Arien Dircxsz. Cruijthoff en zijn broer Roel Ariensz. Cruijthoff. Voldaan op 26 aug. 1654 ten overstaan van schout en heemraden van Heinenoord. (ORA Heinenoord, inv. 3)

- 1658: Lijntgie Cornelis. weduwe van Adriaen Dircxsz. Cruijthoff, heeft bij codicilaire dispositie, gepasseerd voor notaris Christiaen Maeskant, een bedrag van 50 gl. gelegateerd aan de Heilige-Geest-armen. Haar zoon Claes Adriaensz. Cruijthoff draagt dat legaat over. (GA Mijnsheerenland, inv. 70, f. 270)

(cf. Gens Nostra 1991, p. 401)

70. Andries Cornelisz. (Snider), armmeester van Heinenoord (1642/1643), woonde aan de Blaak ald., trouwde

71. Grietje Cornelis (Loopicker), geboren ca. 1576 (zie kwartieren 142/143)

- ca. 1620: Andries Cornelisz. Snider vermeld in het haardstedengeld van Heinenoord

(Gens Nostra 1991, p. 446)

84. Dirck Jansz. van der Wier, overleden tussen 1615 en 1620, trouwde

85. Grietje Cornelis, trouwde vermoedelijk 1e Jan Geus

- 10 dec. 1615: Dirk Jansz. van der Wier koopt uit de desolate boedel van Claes Crijnsz. een huis en beteling aan de Sijdewijdijk (RA Maasdam inv. 3)

- 20 mei 1620: de weeskinderen van Harmen Joppens ontvangen van de weduwe van Dirk Jansz. van de Wier 60 gl., gekomen uit het sterfhuis van Claes Crijnen (RA Maasdam inv. 3)

- 17 febr. 1629: de zoons van Grietje Cornelis, weduwe van Dirk Jansz. van de Wier, zijn o.a. Jan Dirksz. en Cornelis Jansz. Geus (RA Maasdam inv. 3)

86. Floris (Fleuris) Huijgen, molenaar te Maasdam, trouwde 1e vr 9 febr. 1591 Ploentge Andriesdr. Timmerman, 2e

87. Ariaantje Dirks

- 9 febr. 1591: Cornelis Andriesz. Timmerman, enerzijds en Floris Huijgen en Pieter Willemsz., als voogden, en Jacob Cornelisz. schout als oppervoogd van Adriaen Andriesz. en Neeltgen Andriesdr., weeskinderen van Andries Arijensz. Timmerman en Jannigje Cornelis, anderzijds, passeren akte van uitkoop. Aan Cornelis Andriesz. komt toe een huis etc., staande op de dijk van Maasdam, naast het huis van Staes Jacobsz., met o.a. houtwerk en timmermansgereedschap, zoals Jannigje Cornelis dat heeft nagelaten. O.a. aanwezig is nog een hokkeling (1 a 2-jarige koe) met een melkkalf. De weeskinderen zullen uit de boedel krijgen een bed met een deken. Dochter Neeltgen krijgt haar moeders kleren en sieraden. Adriaen zal nog drie jaar bij zijn broer Cornelis blijven wonen. (ORA Maasdam inv. 3)

- 23 dec. 1610: "Alsoo Floris Hugen, Arien Ariensz. Ouden Spies, Staes Jacobsz., Mariken Cornelis sijne huijsvrouw eertijts litmaeten deser gemeijnte geweest sijn, ende Floris Hugen hem teenemael van het gehoor des goddelijcken woorts ende het gebruijck des h. Avontmaels, de ander drij niet van het gehoor des Goddelijcken woorts, maer van het gebruijck des h. Avontmaels haer absenteren, soo is goet gevonden, datse alte saemen ernstelijck vermaent ende uit naem des kerckenraets sullen aengesproocken worde, op dat se door dit middel tot kennisse haerder sonden ende beteringe haers leven mogen gebracht worden". (Acta NG kerkenraad Maasdam [DTB Maasdam])

- april 1611: "Staes Jacobsz., Mariken Cornelis, ende Floris Hugen sijn over haer afblijven vande gemeijnte vermaent geworden ende sal als noch den kerckenraet daer in continueren". (Acta NG kerkenraad Maasdam [DTB Maasdam])

Kinderen (ex 2):

a. Ploentge (= kwartier 43)

b. Maritge Florisdr., geboren naar schatting ca. 1610, jonge dochter van Maasdam (1633), trouwde NG Maasdam 1633 [dag en maand niet vermeld] Herman Lodewijksz. (Montan), jong gezel van Achterdijk [Maasdam] (1633)

c. Dircxken, gedoopt NG Maasdam 26 febr. 1612

92. Jacob Cornelisz. Sneuckelaer (Snokelaar), gedoopt NG Ridderkerk 20 mei 1590, jongman van Ridderkerk (1613), boer te Maasdam, diaken, ouderling, kerk- en armmeester en heemraad van Maasdam, overleden ca. 1652 (tussen 11 juni 1651 en 20 dec. 1653), trouwde NG Maasdam 27 okt. 1613

93. Bastiaentge Staesdr., geboren naar schatting ca. 1585 te Maasdam, overleden ald. ca. 1654, trouwde 1e naar schatting ca. 1605 Arijen Maertsz. (Adriaen Maertensz.), bouwman te Maasdam, overleden ald. ca. 1610

- 19 jan. 1648: verklaring door o.a. Jacob Cornelisz. Snokelaer, ongeveer 57 jaar oud, heemraad van Maasdam, op verzoek van Jacob Anthonisz., inwoner van Maasdam. (ORA Maasdam inv. 2)

- 10 juni 1649: Jacob Cornelisz. Sneuckelaer en zijn vrouw Bastiaentge Staesdr. testeren. Zij benoemen tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden. Als hij de eerststervende is, zal zij aan hun zoons Cornelis en Staes elk een bedrag van 150 gl. uitkeren. Als zij de eerststervende is, zal hij aan haar voorzoon bij Arijen Maertensz., genaamd Jacob Arijensz. Nootenboom, en aan hun zoons Cornelis en Staes Jacobsz. Sneuckelaer elk een bedrag van 100 gl. uitreiken. (Vriendelijke mededeling van de heer K.J. Slijkerman te Waarde.)

- 11 juni 1651: Jacob Cornelisz. Sneuckelaer vermeld als heemraad van Maasdam (ORA Maasdam inv. 2)

- 20 jan. 1654: akkoord tussen Cornelis Jacobsz. en Staes Jacobsz. Snueckelaer, zoons van Jacob Cornelisz. Snueckelaer en Bastyaentie Staesen, beiden overleden, enerzijds, en Arijen Jacobsz. Nootenboom, als broer en voogd over zijn onmondige broers en zusters, nagelaten weeskinderen van Jacob Arijensz. Nootenboom, zijn overleden vader, die mede een zoon was van Bastyaentie Staesen, bij haar verwekt door Arijen Maertsz., anderzijds. Comparanten zijn allen erfgenamen van de goederen, die zijn nagelaten door voornoemde Jacob Cornelisz. en Bastyaentie Staesen. Arijen Jacobsz. Nootenboom en zijn broers en zusters zullen 350 gl. ontvangen en Cornelis en Staes Jacobsz. Snueckelaer elk 700 gl. en daarenboven nog ieder 150 gl. als hun "vaderlijke besterfenis". (ORA Maasdam inv. 7)

94. Dirk Cornelisz. Quartel, geboren ca. 1580, schepen van 's-Gravendeel 1632-1639, 1642-1643, overleden tussen 1 mrt. 1644 (ORA Maasdam inv. 2) en 26 mei 1649, trouwde ca. 1612

95. Jannigje Cornelis, geboren te Sint Antoniepolder ca. 1592, overleden tussen 17 mei 1664 en 29 april 1679

(De Nederlandsche Leeuw 1971, kol. 99-101)

98. Jan Arijensz. Troost, trouwde

99. Adrijaentjen Adrijaens

100. Cornelis Aertsz. van der Kest, overleden tussen 22 april 1628 en 4 april 1630, trouwde naar schatting ca. 1600 (vr 20 april 1603)

101. Neeltje Cornelisdr. Greijn, geboren ca. 1576, (zie kwartieren 202/203), overleden vr 1614

(Onze Voorouders, kwartierstaten en stamreeksen, deel II [Leiden 1992], p. 160)

- 22 april 1628: vertichting tussen Cornelis Aertsz. Verkes, als broer en voogd van Aeriaentgen Aertsdr., weduwe van Dirck Cornelisz. Snider, enerzijds, en Aert Dircksz. en Geerit Dircksz., elk voor zichzelf, en Andries Cornelisz. Snider als oom en voogd van de onmondige weeskinderen van Dirck Cornelisz. Snider, anderzijds. (Weeskamer Heinenoord, inv. 2)

112. Mathijs Hoppel, NG predikant te Heerjansdam vanaf 1583, gekomen van N. bij Aken, trouwde Maeijken NN (Ons Voorgeslacht 1957, p. 41)

- 12 juli 1583 (classis te Rijsoord): "Alsoe Matthias Hoppel, dienaer des Woordts, opt 't schrijven des classis verschenen is met attestatie Petri Pedii, Gottardi Fell, dienaren des Woordts, ende Petri Bouwens, dyaken binnen Aken, de classe zijn propositie gehoort hebbende, hebben goedt bevonden, dat Mathias voors. zal doer eenen van den kerckenraedt van Dordrecht, ter discretie van den kerck, ende door Godefridum Ollendorp, dienaer van Rijsoordt, tot Heer Jansdam inghevoert worden (zoo't doenlick is) met behoorlijcke stipulatie naer luijdt des 4en artykels [van de synode van Middelburg] in den dienst ghestelt. Factum est." (RGP 49)

- 22 aug. 1584 (classis te Dordrecht): aan de Staten van Holland zal met een supplicatie verzocht worden om drie en een halve week tractement, door Mathijs Hoppel te weinig ontvangen. (RGP 49)

- 7 april 1587 (classis te Dordrecht): Corputius en Bischop zullen bij de ambachtsheer aandringen op de bouw van een pastorie voor Matthijs Hoppel. Indien dat niet baat zullen ze hem helpen met een supplicatie aan de Staten van Holland. (RGP 49)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Aert Mathijsz. Hoppel (= kwartier 56)

b. Abraham Mathijsz. Hoppel, woont ca. 1655 te Heerjansdam, geen kinderen

- 6 okt. 1656: Abraham Mathijsz. Hoppel, wonende te Heerjansdam, testeert ten overstaan van een Dordtse notaris. Hij legateert o.a. aan Aert Hoppel, schout van Heinenoord, een bedrag van 4 gl. en aan de kinderen en kleinkinderen van zijn overleden zuster, Sara Mathijsdr. Hoppel, bij haar verwekt door Willem Jansz. Koevoet, eveneens 4 gl. Tot erfgenamen van al zijn resterende goederen benoemt hij Bastiaen en Henrijck Hoppel, de zoons van zijn overleden broer Henrijck Mathijsz. Hoppel. (ONA Dordrecht inv. 119, f. 133 e.v.)

- 22 april 1661: Abraham Mathijsz. Hoppel, inwoner van Heerjansdam, maakt een nieuw testament voor een Dordtse notaris en legateert aan de kinderen van Aert Hoppel, schout van Heinenoord, een bedrag van 4 gl. (ONA Dordrecht inv. 120, f. 210 e.v.)

c. Sara Mathijsdr. Hoppel, trouwde Willem Jansz. Koevoet

d. Hendrick Mathijsz. Hoppel

114. Stephanus Leonardi Duppegieser, predikant te Heinenoord 1593-1605, overleden 1605 (tussen begin aug. en eind december 1605: RGP 68, p. 183 en 844), trouwde

115. Katharina Pieters

(Ons Voorgeslacht 1957, p. 41)

- 1593-1605: Stephanus Duppegiesser, predikant te Heinenoord, heeft in deze periode enige tijd het geld voor de maaltijden van de classis ter plaatse hoofdelijk gend en afgedragen aan degene, die de zaak had verzorgd. (RGP 68, p. XXVIII)

- 27 april 1593: op de classis te Mijnsheerenland wordt besloten, dat Stephanus Duppechijser ten overstaan van de gedeputeerden gexamineerd zal worden. (RGP 49, p. 380)

- ca. april/juni 1593: Stephanus Duppichijser, predikant te Heinenoord, wordt in aanwezigheid van Reijnerus Donteclock, gedeputeerde van de synode, gexamineerd en toegelaten. Hij wordt wel vermaand tot "neerstich lesen der duijtschen Bibel ende voorts van goeden auteuren". Hij moet op 11 juni  1593 proponeren over Matth. 3:13. (RGP 49, p. 382)

- 14 juli 1593: is in de classis besloten dat Stephanus Duppeghijser komende zondag naar Heinenoord gezonden zal worden om "bij provisie" aldaar te preken, totdat mer hem aldaar zal kunnen voorstellen en bevestigen. (RGP 49, p. 390)

- 15 aug. 1593: Stephanus Duppegieser, predikant te Heinenoord, zal te Heinenoord voorgesteld worden door Joannes Textor. Hij wordt bevestigd op 29 aug. 1593. (RGP 49, p. 390)

- 8 nov. 1593: Stephanus Duppeghijser proponeert op de classis te Dordrecht uit de prefatie van de catechismus. (RGP 49, p. 398)

- 29 juli 1593: Stephanus Duppijghijsser heeft wederom in de classis geproponeerd. Hij was daarin te vermanen. Daar hij gexamineerd was, is hij tot lid der classis aangenomen, "alsoo hij uiten pausdom gecommen is, heeft expresselick versaect al dat des souden mogen aengaen, betuijgende dat hij in zijn herte geroert was om den dienst des Woorts aen te vanghen, ende is met hantgevinghe zijner rechterhant alzoo aengenomen". Hij zal de eerstkomende zondag te Heinenoord preken. Hij zal tot ordinaris dienaar aanbevolen worden, "so hij de gemeijnte ende bueren aldaer eenigsins bevallen sal". (RGP 49, p. 388)

- 29 okt. 1596: Stephanus Duppegijsser, predikant te Heinenoord, verklaart namens de kerkenraad van Heinenoord op de classis te Dordrecht, dat oproerige wederdopers te Heinenoord vele lidmaten aldaar verontrusten. En van hen heeft de predikant en andere lidmaten grof beschuldigd, zodat hij in "gevanckenisse" gesteld is. Kerkvisitatoren zullen de gemeente, zo veel als mogelijk is, geruststellen. (RGP 49, p. 450)

- 22 juli 1597: Duppegieser, predikant te Heinenoord,  is absent op de classis te Dordrecht. (RGP 49, p. 465)

- 29 juni 1599: Duppegieser is absent op de classis te Alblasserdam, is gexcuseerd. (RGP 49, p. 517)

- 11 april 1600: Duppegieser meldt zich in de classis aan voor Groote Lindt. De classis stemt toe in een andere gemeente voor Duppegieser, op voorwaarde, dat hij daar gaat wonen. (Na een paar dagen bedenktijd wijst hij dit af.) (RGP 49, p. 535)

- 11 april 1600: in de classis wordt besloten, dat indien Duppegieser het beroep naar Grote Lindt aanvaardt, voor Heinenoord gedacht wordt aan Johannes Pellenberg als predikant. (RGP 49. p. 535)

- 16 april 1600: Dubbegijsser, predikant te Heinenoord, is niet gezind naar Groote Lindt te gaan. (RGP 49, p. 537)

- 7 nov. 1600: op de classis te Dordrecht wordt Duppegieser geordonneerd op de aanstaande classis dd 1 mei 1601 een propositie over een tekst te houden. Hij is daar echter wegens ziekte niet verschenen. (RGP 49, p. 552; id. 68, p. 1)

- 12 mrt. 1602 (buitengewone vergadering van de classis): daar het boekje van 37 artikelen der belijdenis van de Nederlandse kerk enige tijd geleden is zoek geraakt, zal Stephanus Duppegieser een nieuw boekje schrijven. Het gaat om contributie voor de weduwen en zal door alle Broeders ondertekend worden. (RGP 68, p. 34)

- 2/3 aug. 1605: Duppegieser is afwezig wegens ziekte op de classis te Dordrecht. (RGP 68, p. 183)

- 22 april 1608: dijkgraaf en heemraden van de polder Heinenoord "consenteren", dat Catharina Pieters, weduwe van Stephanus Leonardi Dupegeijser, predikant te Heinenoord, haar huis zal mogen "uijtsetten en langer timmeren" ter lengte van elf voeten oostwaarts, zoals de oude muren ten zuiden en noorden van haar huis staan, mits zij haar tuin niet verder uitzet "danse tegenwoordich staet". (Archief Polder O.-Heinenoord inv. 14)

116. Eeuwout Dircxsz., geboren naar schatting ca. 1525, overleden tussen 1569 en 1578, trouwde naar schatting ca. 1550

117. Hadewij Aertsdr., overleden in 1598, trouwde 2e Aelbrecht Pouwelsz., overleden vr 23 jan. 1580

(De Nederlandsche Leeuw 1974)

120. Dirk Claesz. van Prooijen, overleden in 1604, trouwde

121. Dirkje Cornelisdr.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Claes Dirksz. Prooijen (Proeij) (= kwartier 60)

b. Aeltje Dirksdr., trouwde 1e Willem Gijsen, 2e Bastiaen Claesz.

dochter (ex 1):

b-1. Jannigje Willemsdr. (ONA Oud-Beijerland inv. 530 akte dd 23 april 1646)

c. Janneken Dirksdr., trouwde Leendert Bastiaensdr. Coijck

- 29 mei 1637: Aert Dirksz. Snider, wonende aan de Blaak onder Heinenoord, is schuldig de weeskinderen en erfgenamen van wijlen Janneken Dirksdr., de vrouw van Leendert Bastiaensz. Coijck, een somma van 300 gl. Borgen: Claes Dirksz. Prooijen en Jan Jorisz., beiden wonende aan de Blaak. Op 24 febr. 1644 verklaart Claes Dirksz. Prooijen, dat de schuld volledig is afgelost. (ORA Heinenoord inv. 3)

 (ORA Heinenoord inv. 3)

d. Cornelis Dirksz. Prooijen (ORA Heinenoord inv. 3 akte dd 28 okt. 1641)

e. Willemtge Dirksdr. Prooijen (= kwartier 51)

140. Cornelis Andriesz. Snider, woonde aan de Blaak (1580), pachter van land in de Zomerlanden van Heinenoord (1583), begraven Heinenoord 7 mrt. 1613, trouwde 2e Ariaentgen Joosten, die trouwde 2e NG Heinenoord 14 jan. 1615 Claes Dircksz. (Prooije), jongman van Hekelingen (1615), [kwartieren 60/61], Cornelis Snider trouwde 1e

141. NN (Grietje ? NB: haar zoons Andries en Dirck hebben elk een dochter genaamd Grietje)

(Gens Nostra 1991, p. 449)

142. Cornelis Pietersz. Lopijck, landbouwer te Heinenoord, trouwde naar schatting ca. 1575

143. Neeltgen Ariensdr., overleden vr 6 juni 1598

- 6 juni 1598: uitkoop van de goederen, die zijn nagelaten door wijlen Neeltgen Ariensdr., door haar weduwnaar, Cornelis Pietersz. Lopijck, enerzijds en Pieter Cornelisz., zijn zoon, voor zichzelf, en Gerit Ariensz., als oom en voogd van de kinderen van Cornelis Pietersz. Lopijck en Neeltgen Ariensdr., genaamd Grietgen Cornelisdr., ongeveer 22 jaar, Geertgen Cornelisdr., ongeveer 19 jaar, Claertgen Cornelisdr. en Arijen Cornelisz., ongeveer 13 jaar oud, anderzijds. Cornelis zal zijn kinderen elk een bedrag van 15 ponden Vlaams uitkeren en hij zal Claertgen en Arijen onderhouden etc. tot zij mondig zijn geworden. Daarvoor zal hij behouden uit de boedel van Neeltgen Ariensdr. het huis, de hof, "berch", schuur, huisraad, paarden, koeien, schapen, varkens en het koren, dat op het veld staat. (Weeskamer Heinenoord inv. 1)

Kinderen:

a. Pieter Cornelisz., geboren naar schatting ca. 1575

b. Grietgen Cornelisdr., geboren ca. 1576

c. Geertgen Cornelisdr., geboren ca. 1579

d. Claertgen Cornelisdr., geboren ca. 1585

e. Arijen Cornelisz., geboren ca. 1585

c. Claertgen Cornelisdr.,  

174. Dirck Aerts, trouwde

175. Marike Pieters


184. Cornelis Jacobsz. Sneuckelaar, geboren naar schatting ca. 1565, woonde aan de westzijde van de Pieterselydijk te Ridderkerk,overleden vr 25 febr. 1610, trouwde 2e NG Ridderkerk 7 nov. 1599 Hillegont Claesdr., uit IJsselmonde, 1e NG Ridderkerk 21 juni 1589

185. Marigje Jansdr., geboren naar schatting ca. 1560, trouwde 1e Frank Pietersz.

186. Staes Jacob Staessz., geboren naar schatting ca. 1545, onmondig in 1563, mondig in 1574, boer, wonende aan de Zijdewijdijck onder Maasdam, heemraad van Maasdam (1581, 1584, 1587), overleden na 7 mrt. 1621 trouwde

187. NN (Anna Jansdr. ?: zie Onze Voorouders, kwartierstaten en stamreeksen, deel II [Leiden 1992], p. 166)

(Vriendelijke mededeling van de heer K.J. Slijkerman te Waarde.)

- 9 febr. 1591: het huis van Staes Jacobsz. in Maasdam is belender van het huis van wijlen Andries Arijensz. Timmerman, nu eigendom van Cornelis Andriesz. Timmerman. (ORA Maasdam inv. 3)

188. Cornelis Lenertsz. Quartel, geboren ca. 1550, woonde te 's-Gravendeel, overleden na 10 juni 1621 (De Nederlandsche Leeuw 1971, kol. 99-101)

200. Aert Stevensz., schipper te Heinenoord, overleden na 1580, trouwde

201. Adriaentje Cornelis Joosten, geboren ca. 1560

(Onze Voorouders, kwartierstaten en stamreeksen, deel II [Leiden 1992], p. 164)

202. Cornelis Dircxsz. 't Greijn, geboren naar schatting ca. 1540, landbouwer te Heinenoord, overleden ca. 1578 (tussen ca. 1576 en 12 okt. 1579), trouwde naar schatting ca. 1565

203. Lijsbeth Huijgendr., overleden na 12 okt. 1579

- 12 okt. 1579: vertichting van de goederen, die zijn nagelaten door wijlen Cornelis Dircxsz. 't Greijn, tussen Lijsbet Huijgendr., weduwe van Cornelis Dircxsz. 't Greijn, met Cornelis Huijgensz. als haar gekoren voogd, enerzijds en Arijen Dircxsz. als oom en bloedvoogd van de weeskinderen van Cornelis Dircxsz. 't Greijn, anderzijds. De kinderen zijn: Huijch Cornelisz., ongeveer 14 jaar, Dirck Cornelisz., ongeveer 9 jaar, Jacop Cornelisz., ongeveer 7 jaar, Ploentgen Cornelisdr., ongeveer 12 jaar, en Neeltgen Cornelisdr., ongeveer 3 jaar. De weduwe zal behouden het huis, de huisraad, inboedel, koeien, paarden, kalveren, varkens, etc., uitgezonderd een zwarte 2-jarige vaars, die toekomt aan Huijch Cornelisz. Zij zal de kinderen onderhouden etc. tot zij 16 jaar zijn geworden en hun dan elk een bedrag van 10 gl. uitkeren. In marge van deze akte staat: akte is gecasseerd op 20 april 1603, in aanwezigheid van Dirck Cornelisz., Cornelis Aertsz., als man van Neeltgen Cornelisdr., en Aert Cornelisz., als man van Ploentgen Cornelisdr. (Weeskamer Heinenoord inv. 1)

Kinderen:

a. Huijch Cornelisz., geboren ca. 1565

b. Ploentgen Cornelisdr., geboren ca. 1567

c. Dirck Cornelisz., geboren ca. 1570

d. Jacop Cornelisz., geboren ca. 1572

e. Neeltgen Cornelisdr., geboren ca. 1576

232. Dirck Eeuwoutsz., geboren ca. 1495, schepen van Charlois, trouwde

233. NN

372. Jacob Staesz., geboren naar schatting ca. 1490, boer te Maasdam, kerkmeester ald. (1534), taxateur van de 10e penning (1556, 1561), overleden ca. 1562, trouwde 1e NN, dochter van Willem Corstensz., 2e Maritge (Jansdr.), overleden vr 29 aug. 1552, waarschijnlijk dochter van Jan(se) Gherz., 3e vr 23 nov. 1555

373. Lijsbeth (Lijsken) Adriaensdr., overleden na 2 mei 1563

(Vriendelijke mededeling van de heer K.J. Slijkerman te Waarde.)

400. Steven Aertsz., pachter te Heinenoord 1543

402. Cornelis Joosten, trouwde

403. Adriaentje Bouwensdr.

(Onze Voorouders, kwartierstaten en stamreeksen, deel II [Leiden 1992], p. 166)

Van der Wulp 

I. Jan Cornelisz. Timmerman, trouwde naar schatting ca. 1627 Gijsje Gijsen, gedoopt NG Poortugaal 6 dec. 1601, waardin in "de Arent" te Maasdam, trouwde 1e Bastiaen Pietersz. jonge Hoffman, overleden vr 18 mrt. 1627 (ORA Maasdam), dochter van Gijs Gijsz., schout van Hoogvliet, en Willempje Jacobs (1593- s-Gravendeel - 1993, p. 132) 

 - 11 febr. 1664: comp. Gijsien Gijsberts, weduwe van Jan Cornelisz. Timmerman, geassisteerd met Adriaen Cornelisz. Rijckhouck, haar behuwd zoon, beiden wonende te sgd. Schuldbekentenis. (ORA Sint-Anthoniepolder)

Kinderen:

a. Gijsbert Jansz., volgt II

b. Isack Jansz. Smit

II. Gijsbert Jansz., geboren naar schatting ca. 1627, korenmolenaar te sgd (ONA Dordrecht inv. 93, f. 232, akte dd 21 okt. 1655), overleden tussen 21 okt. 1655 en 30 juni 1659, trouwde naar schatting ca. 1650 Lena Jansdr. Aardoom, geboren ca. 1630, als wees opgevoed in het gezin van haar oom van moederszijde Willem Cleijsz., overleden te sgd vr 1681, trouwde 2e sgd 24 sept. 1661 Cornelis Eeuwoutsz. van der Giessen, molenaar te sgd, overleden ca. 1676, dochter van Jan Andriesz. Aardoom, schipper te sgd, en Ariaantje Ariensdr. de Man (Gens Nostra 1982, p. 5)

- 30 juni 1659: Arijen Arijensz. maalt op de korenmolen van sgd voor de weduwe van Gijsbert Jansz., in zijn leven korenmolenaar aldaar. (ONA Dordrecht inv. 95, f. 91)

Kind:

a. Jan Gijsbertsz. van der Wulp, volgt III

III. Jan Gijsbertsz. van der Wulp, geboren sgd naar schatting ca. 1655, korenmolenaar buiten de Spuipoort van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 juli 1694 (een baar voor Jan Ghijsbertsz. molenaar buiten de Spuipoort), trouwde naar schatting ca. 1680 Annighje (Anneken) Huigen Muijen, gedoopt NG Alblasserdam 8 aug. 1655, weduwe wonende buiten de Spuipoort, zijnde van Alblasserdam (1695), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 4 juli 1705 (Annetje Gijse, vrouw van Johannes Bol, molenaar op de Kleine Wip), dochter van Huijch Gijsbertsz. M(e)uijen en Catelijntgen Adolphusdr. van Lelinburgh, trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 10/25 april 1695 (de bruidegom geassisteerd met Catarijn Halmans, de bruid met Jan Heijmensz. van Vleijmen) Jan Jansz. Bolle, jongman van Capelle wonende bij het Groothoofd te Dordrecht (1695), korenmolenaar buiten de Spuipoort van Dordrecht, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 18 sept. 1720 (Johan Jansz. Bol, molenaar op de Kleine Wip)

- 14 mei 1682: Claes Sachariasz. Monseur, korenmolenaar en burger van Dordrecht, transporteert aan Jan Gijsbertsz. van der Wulp molenaar de helft van de korenwindmolen "de Kleine Wip", staande buiten de Spuipoort, met de helft van de eigendom van een paard, wagen, stenen, zeilen, billen, handbomen en andere gereedschappen. (ORA Dordrecht inv. 792, f. 97v e.v.)

- 20 jan. 1689: testament van Gijsbert Cornelisz. van der Ghiessen, wonende te sgd, "dewelcke seijde dienst genomen te hebben onder Leendert Roos", kapitein van een compagnie waardgelders in dienst van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Hij prelegateert aan Helena Jansdr. van der Wulp, dochtertje van zijn halfbroer, Jan Ghijsbertsz. van der Wulp, een bedrag van 300 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij Arijen Cornelisz. van der Ghiessen, zijn broer, en Jan Ghijsbertsz. van der Wulp, Lijsbeth Cornelisdr. van der Ghiessen, Eeuwout Cornelisz. van der Ghiessen en Arijen Cornelisz. van der Ghiessen, zijn halfbroers en halfzuster. Hij stelt Jan Ghijsbertsz. van der Wulp aan tot voogd. De testateur tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 191, f. 291 e.v.)

- 1 mei 1696: testament van Jan Jansz. Bolle, korenmolenaar op "de Kleine Wip", en Anneken Huijgen van Muijen, echtelieden, hij gezond, zijn ziek te bed liggende. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd. Zij heeft twee voorkinderen uit haar eerste huwelijk met Jan Gijsen van der Wulp, haar eerste man, genaamd Lena en Gijsbert Jansz. van der Wulp. Als de testateur als eerste komt te overlijden, zal de testatrice gehouden zijn haar twee kinderen op te voeden etc. en hun bij mondigheid of huwelijk een somma van 100 gl. uitreiken in plaats van hun legitieme portie. (ONA Dordrecht inv. 194, f. 58 e.v.)

- 26 sept. 1720 (inventaris onder de 5000 gl.): staat en inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Jan Jansz. Bolle, korenmolenaar op "de Kleine Wip" buiten de Spuipoort van Dordrecht, en zijn vrouw Anneken Huijgen van Muijen, eerder weduwe van Jan Gijsz. van der Wulp, nu door Jan Jansz. Bolle, de langstlevende van hen beiden, metterdood ontruimd in sept. 1720, opgesteld door notaris G. de Haan te Dordrecht op verzoek van Cornelis van der Heijde, mr.-chirurgijn te Puttershoek, getrouwd met Ida Bolle, Ida Bolle zelf, Jan Lughten, schipper en burger van Dordrecht, getrouwd met Helena van der Wulp, Helena van der Wulp zelf, en Gijsbert Jansz. van der Wulp, korenmolenaar even buiten Dordrecht, allen zusters en broeder van hele en halve bedde, alsmede kinderen en erfgenamen van voornoemde Jan Gijsbertsz. van der Wulp, Anneken Huijgen van Muijen en Jan Jansz. Bolle. Tot de nalatenschap behoren: de helft van een korenwindmolen, genaamd "de Kleine Wip", staande buiten de Spuipoort op grond van de stad Dordrecht, met de helft van paard, wagen, stenen, zeilen, billen, handbomen, en andere gereedschappen, met ook de helft van het bijbehorende huis, zijnde het noordelijke gedeelte, incl. de helft en het gebruik van de stenen gang, waardoor men op de zolder en op de stenen straat komt, een hele houten schuur, de helft in een paardenstal en hooischuur, en de helft of het oostelijke deel van de tuin, liggende bij of omtrent de molen. De helft van de molen en toebehoren is belast met een kapitaal "per reste inhoudende een somme van" 1950 gl., ten behoeve van Claes Sachariasz. Monseur, volgens een schepenenschuldbrief, die is verleden op 14 mei 1682. Akte ondertekende door Jan Luchte en Gijsbert van der Wulp. Helena van der Wulp zet een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 832, f. 215 e.v., akte 74)

- 26 sept. 1720: scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Jan Jansz. Bolle, korenmolenaar op "de Kleine Wip" buiten de Spuipoort, overleden in diezelfde maand, weduwnaar Anneken Huijgen van Muijen, die eerder weduwe was van Jan Gijssen van der Wulp, tussen Cornelis van der Heijden, meester-chirurgijn te Puttershoek, als man van Ida Bolle, Jan Lugten, schipper te Dordrecht, als man van Helena van der Wulp en Gijsbert van der Wulp, zusters en broer van hele en halve bedde. De helft van "de Kleine Wip" met toebehoren, waaronder een huis, is toebedeeld aan Jan Lugten, op voorwaarde, ten eerste, dat hij aan Van der Heijden een bedrag van 1950 gl. zal betalen en aan Gijsbert van der Wulp 200 gl., en ten tweede, dat hij een schepenenschuldbrief van 1950 gl. te zijnen laste zal nemen, waarmee de molen belast is t.b.v. Claas Sachariasz. Monseur, en een obligatie van 300 gl., die Gerrit Jillisse ten laste van Jan Jansz. Bolle te pretenderen heeft. Voorts zal Jan Luchten verlijden een notarile obligatie van 4000 gl. met een jaarlijkse interest van  4 1/2 procent ten behoeve van Cornelis van der Heijde. (ONA Dordrecht inv. 832, f. 219 e.v.)

Kinderen:

a. Lena Jansdr. van der Wulp, gedoopt NG Alblasserdam 2 juni 1680, jonge dochter wonende buiten de Spuipoort van Dordrecht (1705),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7 juni 1705 (de bruid geassisteerd met haar moeder) Jan Dingemansz. Lugten

b. Gijsbert Jansz. van der Wulp, geboren naar schatting ca. 1690, jongman van Dordrecht wonende buiten de Spuipoort (1711), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15 febr./1 mrt. 1711 Maria Hubenaer, jonge dochter van Gorinchem wonende buiten de Spuipoort van Dordrecht (1711)