POMPEJUS DE ROVERE



Akten betreffende Pompejus de Rovere (1645-1723), heer van Hardinxveld, baljuw van Zuid-Holland en burgemeester van Dordrecht.

Literatuur.

A.M. Bosters, Fort De Roovere, in Jaarboek De Ghulden Roos 61 (Roosendaal 2001),  p. 28 e.v.

In de Grote Kerk van Dordrecht bevindt zich zijn fraaie epitaaf, die de moeite van het bezichtigen zeker waard is. Het monument bevindt zich op de westmuur van de zuiderzijbeuk bij de Sint Stevenskapel. Het is strikt genomen geen grafmonument, want zijn gebeente rust niet hier, maar in het familiegraf (graf nr. 46), dat zich elders in de kerk bevindt. Aan weerszijden van het borstbeeld bevinden zich de familiewapens van Pompejus' voorouders. De epitaaf werd overeenkomstig de laatste wil van De Rovere geplaatst in de kerk van Hardinxveld. Volgens mondelinge overlevering moest het circa 1935 verwijderd worden,  omdat de Hardinxveldse kerkgangers een zodanig barok monument ongepast vonden voor een protestants godshuis.(Vriendelijke mededelling van de heer H. A van Duinen te Dordrecht.) De Dordtse Hervormde gemeente was op dat gebied blijkbaar minder strikt in de leer en dus werd de epitaaf  aangebracht op een geschikte plek in de Grote Kerk.

De epitaaf in de Grote Kerk (foto H.A. van Duinen)

Portret van Pompejus de Rovere, detail van zijn epitaaf in de Grote Kerk van Dordrecht (foto: H.A. van Duinen).

Alle aangehaalde akten bevinden zich in het Stadsarchief Dordrecht.

mr.Pompejus de Rovere, heer van Hardinxveld, geboren Dordrecht  1 nov. 1645, schepen van Dordrecht (1671),  baljuw van Zuid-Holland (1673-1721), provisioneel schout van Dordrecht (1685), burgemeester van Dordrecht in 1686, 1690, 1691, 1694, 1695, en 1699, gecommiteerde ter dagvaart naar de Staten van Holland, zoon van mr. Pieter de Rovere, heer van Hardinxveld, baljuw van Zuid-Holland en van Sophia van Beveren, vrouwe van West-Barendrecht [zie De Nederlandsche Leeuw 1944 kolom 132], ongehuwd, overleden Dordrecht 3 jan. 1723, overlijden aangegeven gaarder Dordrecht 9 jan. 1723 (impost 30 gl.). 

Genealogie.

I. Jonkheer Jacob de Rovere, vestigde zich in Antwerpen en dreef daar handel in wijn en meekrap, had bezittingen te Antwerpen en een hoeve van 75 gemet land in de nieuw bedijkte polder van de Ruigenhil (Willemstad), overleden Antwerpen 12 febr. 1572 (stilo romano) en begraven ald. in de Sint Joriskerk, trouwde Johanna Keijnoghe [A.M. Bosters, Fort De Roovere, in Jaarboek De Ghulden Roos 61 (Roosendaal 2001),  p. 28-29 en p. 37, noot 38 [afbeelding van familiewapen De Roovere op p. 28].), dochter van mr. Matheus Keijnooge, raad en pensionaris van Mechelen en Johanna Carpentier

Grafschrift van Jacob de Rovere (foto H.A. van Duinen).

ORA Dordrecht inv. 709 akte 745 dd 14 juni 1571: Andries van der Goes, rentmeester-generaal van Zuid-Holland, als man van jonkvrouwe Maria Keijnooge, enerzijds en jonkheer Jacob de Roovere, als man van jonkvrouwe Johanna Keijnooge, anderzijds, verklaren, dat zij onderling hebben verdeeld, de goederen, die hun echtgenotes zijn aangekomen bij overlijden van mr. Matheus Keijnooge, in zijn leven raad en pensionaris van Mechelen, hun vader zaliger, en die hun zijn aangekomen uit het sterfhuis van wijlen Johan Carpentier, raad en Zijne Majesteits tresorier "van oorlogen", hun grootvader. Tot de verdeelde goederen behoren o.a.:

- een speelhuis met landerijen etc. bij Mechelen onder Hombeeke en daaromtrent, getaxeerd op 8000 ponden Artois

- een groot huis in Mechelen "inden Bruele" (= de Bruul), dat De Roovere in betaling gegeven heeft aan jonkheer Arent van Dorp voor zekere landerijen in Den Doel voor 3750 ponden Artois

- twee hoeven, groot omtrent 13 of 14 bunders, gelegen onder Mechelen, de ene in de Geerdegemstraat en de andere genaamd "Ter Vesten", die door De Roovere verkocht zijn aan mr. Peeter van Kerstijnen, procureur voor het Hof van Mechelen, voor 250 ponden de bunder

- twee lijfrenten van elk 50 ponden jaarlijks op de Staten van Henegouwen ten lijve van jonkvrouwe Johanne Carpentier.

De totale waarde van deze en alle overige goederen bedraagt 24.527 ponden Artois.

Daarvan kwam aan de erfgenamen, Maria en Johanna Keijnoge, elk toe de helft, t.w. 12.263 ponden 10 schellingen Artois. 

Onverdeeld gebleven zijn o.a. de goederen, waarvan de eigendom toekomt aan genoemde erfgenamen, maar waarvan het vruchtgebruik in bezit is gebleven van hun moeder, Johanna Carpentier, de uitstaande schulden van de klerken van wijlen Johan Carpentier, en alle overige schulden die aan zijn sterfhuis toekomen.

ORA Dordrecht inv. 709, akte 798: op 2 aug. 1571 verlenen Andries van der Goes, rentmeester-generaal van Zuid-Holland, en jonkvrouwe Marie Keijnoge, zijn echtgenote, machtiging aan jonkheer Jaques de Rovere, hun zwager, en Andries Keijnoge, hun oom, om te transporteren aan jonkheer Arent van Dorp 12 mudden 2 halsters "corens" erfpacht, gehypothekeerd op diverse goederen, liggende omtrent de stad Leuven.

II. Pompejus de Rovere Jacobsz., gedoopt Antwerpen (St. Joriskerk) 4 mrt. 1571, overleden Dordrecht 23 okt. 1638, begraven in de Grote Kerk van Dordrecht (graf nr. 46: zie foto hieronder), heer van Hardinxveld, o.a. generaal van de gemene middelen (1606), oudraad van Dordrecht, schout van Dordrecht (tot 1626) en baljuw van Zuid-Holland, Vader en regeerder van het Oudemannenhuis te Dordrecht [ONA Dordrecht inv. 7, f. 322, akte dd 13 nov. 1617], waardijn van de Grafelijkheidsmunt [ONA Dordrecht inv. 58, f. 386v, akte d.d. 2 mei 1634], trouwde 1e NG Dordrecht 29 jan./12 febr. 1595 Aelten Wittens Cornelisdr.[de Witt], geboren Dordrecht 4 juli 1575, begraven Dordrecht dec. 1597, begraven in de St. Catharinakapel van de Grote Kerk [Archief 27, inv. 1690, f. 27v:, dec. 1597: 3 maal luiden over de huisvrouw van Pompejus de Rovere, ontvangen 12 ponden], dochter van Cornelis Fransz. de Wittt, burgemeester van Dordrecht en van Johanna Andriesdr. Heijmans, tr. 2e NG Dordrecht 1/24 nov. 1598 Margriete Muijs van Holij Jacobsdr., dochter van Jacob Muijs van Holij, schout van Dordrecht en Elisabeth van der Linde (van de Lindt), 3e 's-Gravenhage 18 sept. 1608 Anna Kasembroot (de Casembroodt), dochter van Leendert de Casembroodt en Cornelia Poppe (Bosters, o.c., p. 29).

Grafschrift op de zerk van Pompejus' grootvader, Pompejus de Rovere Jacobsz., in het koor van de Grote Kerk van Dordrecht (foto: H.A van Duinen)

1591: Pompejus woont ten huize van Willem van Beveren, rentmeester van Zuid-Holland (Bosters, o.c., p. 29)

ORA Dordecht inv. 742, f. 164, akte dd 24 dec. 1592: Berbera Cauth, weduwe van Andries Keinnoege, transporteert aan Pompejus de Rovere, wonende te Dordrecht, een rentebrief.

1 apr. 1595: Pompejus koopt 4 morgen en 220 roeden land in de "dijckagie" omtrent Maasdam op de grens met Puttershoek (Bosters, o.c., p. 31)

26 juni 1606: hij koopt van Johan Berck het huis genaamd "het Saracijnshoofd", staande bij de Lombardbrug in Dordrecht (Bosters, o.c., p. 29)

ONA Dordrecht inv. 52, f. 49. akte dd 26 juni 1614: Pompejus de Rovere, oudraad van Dordrecht, verhuurt een boomgaard aan de Molensteeg in Zwijndrecht.

ONA Dordrecht inv. 52, f. 50, akte dd 9 juli 1614: Pompejus de Rovere bezit griendingen in De Werken [bij Werkendam]

ONA Dordrecht inv. 20, f. 437v, akte dd 23 dec. 1614: Pompejus de Rovere is eigenaar van 4 morgen land in de polder van Heinenoord

1 jan. 1617: hij koopt een derde deel van een erf met getimmerte daarop staande, genaamd "den molen", gelegen bij het Steegoversloot in Dordrecht (NB: echte Dordtenaren zeggen het Steegoversloot, hoewel dit misschien taalkundig onjuist is en de Steegoversloot zou moeten zijn.]

9 juli 1620: bij besluit van de heren Gedeputeerden wordt Pompejus de Rovere gekozen tot baljuw van Zuid-Holland

1625: hij koopt de heerlijkheid Hardinxveld en wordt daarmee Heer van Hardinxveld

1626-1629: lid van de Raad van State vanuit het gewest Zuid-Holland (Bosters, o.c., p. 29 en 31) ."Hij was een sterk pleitbezorger voor de bouw van de verdedigingslinie tussen Bergen op Zoom en Steenbergen en heeft als lid van de Raad van State zijn invloed daartoe aangewend." In 1628 werd tussen genoemde plaatsen een fort gebouwd, dat naar Pompejus "Fort De Roovere" werd genoemd. (idem, p. 22 -28).

Engelse kaart van de verdedigingslinie (Fort De Roovere ligt ten noorden van Bergen op Zoom, ten oosten van Halsteren en ten zuiden van de inundatie).

Fort De Rovere (juni 2018)

1628: hij is gecommitteerde ter admiraliteit van Zeeland en gedeputeerde te velde in het leger, dat voor de stad Bergen op Zoom ligt

10 sept.1630: hij verpacht een hoeve met landerijen en huis, groot 30 morgen en 500 roeden, gelegen in de Nieuwe Bonaventurapolder (in de Hoeksche Waard) aan Dirck Vincx (Bosters, o.c., p. 31)

GA Rotterdam ONA Rotterdam inv. 316, f. 514: op 25 april 1635 compareren Vastert Anthonisz. van Ardenne, voogd over de kinderen van Cornelis van der Meij en Maria van Mijllen, tevens namens zijn medevoogd Dirck Pijl, koopman te Dordrecht en Jan Hovijn, sergeant te Dordrecht, echtgenoot van Aeltgen Cornelisdr. van der Meij. Hij machtigt Johan van den Honaert te Dordrecht om ten behoeve van Pompejus de Rovere, heer van Hardinxveld over te dragen 3/4 van een hoeve met land, genaamd Gijb Jansens hofstede, staande en gelegen te Streefkerk.

ONA Dordrecht inv. 39, f. 238, akte dd 11 mrt. 1639: de erfgenamen van Pompejus de Rovere zijn eigenaren van een boomgaard in het Volgerland van Rijsoord

ONA Dordrecht inv. 44, f. 493, akte dd 6 okt. 1648: codicil van Anna Kasembroot, laatst weduwe van Pompejus de Rovere, heer van Hardinxveld.

ONA Dordrecht inv. 179, f. 356 e.v.: op 20 juni 1660 verlenen Sophija van Beveren, weduwe van Pieter de Roovre, en mr. Dirck Berck, oudraad van Dordrecht, als echtgenoot van Johanna de Roovre, procuratie aan hun schoonzuster Alida de Roovre, weduwe van Matthijs Berck, en Johan Schoormans, notaris te Dordrecht, om met de erfgenamen van wijlen Anna Casenbroot, weduwe van Pompeus de Roovre "te liquideren nopende de twee duijsent gul. t'siaers", welke aan Anna Casenbroot tot haar overlijden, volgens een overeenkomst met de erfgenamen van Pompeus de Roovre, "sijn geaccordeert ende toegestaen ende bij haer constituanten voor hare gedeelten mede uijtgekeert heeft moeten werden", alsmede machtiging om van de erfgenamen van Anna Casenbroot terug te vorderen de huisraad en onroerende goederen, die de erfgenamen van Pompeus de Roovre toekomen, maar die de erfgenamen van Anna Casenbroot onder zich hebben gehouden.

Kinderen uit zijn huwelijk met Margriete Muijs van Holij:

1. Jacob de Rovere, heer van Hardinxveld, geboren naar schatting ca. 1600, overleden in 1641

2. Alidt de Rovere, gedoopt NG Dordrecht apr. 1601, trouwde Dordrecht 9 nov. 1621 Matthijs Berck (1591-1655) [Zie Jaarboek van het Centraal Bureau Genealogie, deel V ('s-Gravenhage 1951), p. 158 en genealogie Berck op deze website.]

3. Pieter de Roovere, gedoopt NG Dordrecht nov. 1602, volgt III

4. mr. Johan de Roovere, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1605 [ Zie Jaarboek van het Centraal Bureau Genealogie, deel V ('s-Gravenhage 1951), p. 158.], trouwde NG Dordrecht 3 nov./17 dec. 1630 Anna Fransdr. van der Burgh, weduwe wonende in de Wijnstraat (1640), trouwde 2e NG Dordrecht 2/17 dec. 1640 (procl. te Leiden) mr. Geraerdt van Hogeveen, geboren te Leiden, schepen ald. (1640)

Uit het 1e huwelijk (o.a.):

a. Francois de Roovere, gedoopt NG Dordrecht 1632, jongman van Dordrecht wonende bij de Augustijnenkerk (1659), trouwde NG Dordrecht 30 mrt./15 april 1659 (per schrijven van de Franse kerk) Machelina van Meeuwen, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Visbrug (1659)

ORA Dordrecht inv. 783, f. 85v e.v., op 14 febr. 1662 comp. jonkheer Franchois de Rovre, zoon van mr. Johan de Rovere, en exhibeerde een akte van scheiding van huis, erf en toebehoren, gepossedeerd bij de kinderen en kindskinderen van wijlen Pompeus de Rovre, op 4 dec. 1656 gepasseerd voor de Dordtse notaris Martinus Clierius, met de volgende inhoud: op 4 dec. 1656 comp. Alid de Rovre, vrouwe van Godschalksoord en weduwe van mr. Matthijs Berck, voor 1/5 deel en nog de helft van 1/5 deel, haar aanbedeeld van wege Sara de Rovre, weduwe van Adriaen van Bleijenburgh, heer van Naaldwijk en schout van Dordrecht, Sophia van Beveren, vrouwe van Hardinxveld en weduwe van mr. Pieter de Rovre, mede voor 1/5 part, Franchois de Rovre voor 1/5 part en Dirck Berck, getrouwd met Johanna de Rovre, voor 1/5 part en nog de helft van 1/5 part, hem nevens Alidt de Rovre aanbedeeld van wege Sara de Rovre. Comparanten verklaren, dat Franchois de Rovre is aanbedeeld een huis etc. in de Wijnstraat [Groenmarkt] tegenover de Lombardbrug, staande tussen het huis van Anthonij Vivien en het huis van de erfgenamen van Adriaen van Driel, voor 12.000 gl.

5. Sara de Roovere, trouwde Adriaen van Blijenburg, heer van Naaldwijk, geboren 1589, waardijn van de Grafelijkheidsmunt te Dordrecht, schout van Dordrecht, trouwde 1e Karolina van Beveren. Adriaen was een zoon van Jakob van Blijenburg en Maria Carr. (Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie, deel V ['s-Gravenhage 1951], p. 158; Matthijs Balen, Beschryving van Dordrecht [Dordrecht 1677], deel II, p. 994)

Uit het huwelijk van Adriaen van Blijenburg en Sara de Roovere:

a. Adriana van Blijenburg, geboren 1631, trouwde Danil Fannius, raad-fiscaal der admiraliteit van Zeeland, bewindhebber der V.O.C. (Balen, o.c., deel II, p. 994)

6. Johanna de Roovere, trouwde 1635 Dirk Berck Johansz., geboren naar schatting ca. 1615, griffier van de Munt van Holland (1636), burgemeester van Dordrecht (1652), zoon van Johan Berck Dirksz. en Johanna van Diemen Jacobsdr. (Balen, o.c., deel II, p. 941-943.)

Dirk Berk Johansz (rechts), geschilderd door Samuel van Hoogstraten in 1657.

Uit dit huwelijk:

a. Pompeius Berck, geboren 27 jan. 1641, griffier van de Munt van Holland vanaf 1666

Pompejus Berck, griffier van de Grafelijkheidsmunt (onderste rij, tweede van rechts), geschilderd in 1674 door Samuel van Hoogstraten, die zelf provoost van de Munt was (zelfportret onderste rij derde van links).

b. Johan Berck

ORA Dordrecht inv. 786, f. 26: op 8 mei 1668 verkopen mr. Pompeus en Johan Berck, zoons van wijlen mr. Dirck Berck, oudraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van hun moeder, Johanna de Rovre, aan Adriana Reijnis, echtgenote van Raphel Bressij, koopman te Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Diederich Hoeuft, oudraad van Dordrecht, en dat van Abraham Terwe. Waarborgen: Johan Halling, burgemeester van Dordrecht, en mr. Pompeus Berck, oudraad van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkopers een somma van 5000 gl.

III. mr. Pieter de Rovere,  gedoopt NG Dordrecht nov. 1602, heer van Hardinxveld, baljuw van Zuid-Holland, overleden Dordrecht 17 sept. 1652, trouwde NG Dordrecht 12 juni/11 juli 1633 Sophia van Beveren, gedoopt NG Dordrecht jan. 1611, dochter van Cornelis van Beveren en Alida Arent Maartensdr. (van Barendrecht), was voogdes van het door haar grootvader van moederszijde gestichte Arent Maertenshof  en Moeder van het Weeshuis te Dordrecht (1675), zij verdronk in 1682 "in de vijver op de Hofstede". (De Nederlandsche Leeuw 1944 kolom 132) en werd op 14 mrt. 1682 begraven. De inschrijving in het begraafboek van de Grote Kerk luidt: 14 maart 1682  is begonnen te luiden, den 15e een swarte baer gebracht over de Wijnbrugh voor mevrou Sophia de Beveren vrouwe van Hardincxvelt, weduwe van wijle den Ed. heer Pieter de Roover Baelliuwe van Zuit-Hollandt ende oudtraet deser stede, voor het blasoen met de kast 60 gulde, twintichmael luiens, de late boeten [d.w.z. wegens het 's avonds begraven] 12 gulden.


Schilderij van Albert Cuyp, dat waarschijnlijk Pieter de Rovere (1602-1652) voorstelt als heer van Hardinxveld, toezicht houdende op de zalmvangst in de Merwede.

1629:  Pieter de Roovere wordt baljuw van Zuid-Holland bij overgifte van zijn vader (De Nederlandsche Leeuw 1944, kolom 132).

ORA Dordrecht inv. 772, f. 51v e.v.: op 9 aug. 1638 verkopen Johan Boucquet, Maria Boucquet  en de voogden van Arnoldus Boucquet aan Pieter de Rovere, baljuw van Zuid-Holland, domum cum suis, staande bij de IJzeren Waag [in de Wijnstraat tegenover de Wijnkoperskapel] tussen het huis van de erfgenamen van Jan van Slingeland en [andere belender niet vermeld] om 5000 gl.

ORA Dordrecht inv. 772, f. 94v en 95r: op 11 mei 1640 verkopen de voogden over de kinderen van Govert van der Leeu en Maijken Rocusdr. aan Pieter de Rovere, baljuw van Zuid-Holland en oudraad van Dordrecht, domum cum suis, staande tegenover de Wijnkoperskapel tussen het huis van verkoper en het huis van Barend Jansz. Emont wijnkoper. Koper kent schuldig aan verkoper 950 gl., af te lossen met jaarlijkse termijnen van 200 gl.

1641: mr. Pieter de Roovere wordt heer van Hardinxveld bij overlijden van zijn broer Jacob de Rovere (De Nederlandsche Leeuw 1944, kolom 132).

ORA Dordrecht inv. 776, f. 9v akte dd 28 mrt. 1647: de kinderen van wijlen Johan Matheusz. Onderwater bezitten land in de Zuidpolder van Dubbeldam op grond van de heerlijkheid De Merwede, welk land aan de oostzijde belend wordt door Pieter de Roovere, heer van Hardinxveld.

ORA Dordrecht inv. 777,  f. 22v: op 5 mei 1649 verkoopt Thijman van Slingelant Jansz. aan Frans Op de Camp een huis tegenover de Wijnbrug, genaamd "de Mannekens", staande tussen het huis van Pieter de Rovere, heer van Hardinxveld [genaamd "het Hemelrijk"] en huis genaamd "Swartsenburg". (In de 10e penning van Dordrecht anno 1543 worden als belenders van het huis "het Hemelrijk" vermeld de huizen "de Mannekens"en "de Draack".) 

Pieter de Rovere (regentenkamer Arend Maartenshof).

1667 (200e penning van Dubbeldam): 5 morgen 200 roeden land in de Zuidpolder van Dubbeldam, toebehoord hebbende aan Pieter Velthoven, wonende buiten Breda, is verkocht aan Sophia van Beveren, vrouwe van Hardinxveld en de heer mr. Willem Roovers, wonende te Dordrecht, ieder voor de helft en was getaxeerd in het kohier van 1654 op 5000 gl. - aangeslagen voor 25 gl. (Ons Voorgeslacht 2004, p. 202)

ONA Dordrecht inv. 183 (notaris J. Melanen), f. 167 e.v.: op 16 jan. 1671 verhuurt Sophia van Beveren, weduwe van Pieter de Rovre, voor 47 gl. per jaar aan Jacob Huijbertsz. Visser, wonende aan de Schenkeldijk in de Mookhoek, een huis, genaamd "Eijckendonck", met schuur, boomgaard en andere toebehoren, staande en gelegen aan de Straatweg onder Dubbeldam, en nog voor 70 gl. 10 st. jaarlijks 1 morgen 577 roeden weiland, liggende achter het genoemde huis.

ONA Dordrecht inv. 187 (notaris J. Melanen), f. 504 e.v. akte dd 23 dec. 1679: Sophia van Beveren bezit 4 morgen 471 roeden land in de Trekdam onder 's-Gravendeel.

Sophia van Beveren (regentenkamer Arend Maartenshof).

ONA Dordrecht inv. 188 (notaris J. Melanen), akte 137, f. 301 e.v., akte dd 26 mrt. 1681: Sophia van Beveren verleent procuratie aan haar zoon Cornelis de Roovre om van de V.O.C. te ontvangen 22 1/2 gl. percento over 815 gl. oud kapitaal, die zij in de V.O.C. is "herenderende".

Kinderen van Pieter de Rovere en Sophia van Beveren (allen NG gedoopt te Dordrecht):

1.Alida, aug. 1635, jong overleden

2. Margarita, 8 juli 1637, begraven Dordrecht (begraafboek Grote Kerk) 12 juni 1688 (dertien mael luiens over mevrou Margrieta de Roover [sic], huisvrou van de Heer Pompeus Berck Heeren Mattijsz. heer van Goodtschalckoort Regerende Borgemr. en in die qualiteit vant kercke recht vrij, is in de Augustine [kerk] begraven, dus in plaetse van gelt memorie), trouwde NG Dordrecht 14 mei 1656 met haar neef mr. Pompeus Berck, gedoopt NG Dordrecht juli 1626, zoon van Mathijs Berck en Alidt de Rovere (een dochter van Pompejus de Rovere en Margriete Muijs van Holij) .

Kinderen uit dit huwelijk (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Alida Berck, 6 apr. 1657, jong overleden

b. Pieter Berck, 25 mei 1660, jong overleden

c. Mattijs Berck, 20 juli 1661, jong overleden

d. Petronella Sophia Berck, 15 apr. 1664, jong overleden

e. Alit Berck, 2 okt. 1665

f.  Matthijs Berck, 21 dec. 1666

g. Petronella Sophija Berck, 7 febr. 1670, overleden Dordrecht 29 juli 1699, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 31 juli 1699 (mevr. Soffija Berck, huisvrouw van mr. Jacob Stoop, "'t huijs met rou, 6 slepen, wapenbort"), trouwde Gerecht Dordrecht/NG Dordrecht 13/29 april 1698 Jacob Stoop, gedoopt NG Dordrecht 24 mei 1669, overleden aldaar 9 febr. 1757, zoon van Abraham Stoop en Jacoba van Mewen, hertrouwde in 1709 met Maria Anna van de Graeff

Trouwboek Gerecht Dordrecht 13 april 1698: mr. Jacob Stoop jongman secretaris van de burgemeesters en ontvanger "van de penningen gedestineert ten oorloge deser stede", geassisteerd met zijn vader Abraham Stoop presiderende burgemeester met jonkvrouwe Pieternella Sophia Berck, beiden van Dordrecht, [zij] geassisteerd met haar broer Matthijs Berck vrijheer van Godschalksoord oudraad van Dordrecht en Pompejus de Roovere heer van Hardinxveld baljuw van Zuid-Holland oud-burgemeester en Cornelis de Roovere heer van West-Barendrecht regerende burgemeester, haar ooms van moederszijde, op 29 april 1698 getrouwd.

 Uit dit huwelijk een zoon Abraham Stoop, gedoopt NG Dordrecht 23 juli 1699, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 15 mrt. 1724 (met 9 koetsen boven 't ordinaire getal, een wapenbord). Jonkheer Abraham Stoop, wonende te Dordrecht, testeerde op 10 dec. 1714 voor notaris Elias Venlo te Dordrecht en benoemde tot erfgenaam zijn vader mr Jacob Stoop, schepen van Dordrecht (Weeskamer Dordrecht, weesboek nr. 33, f. 7, extract dd 12 jan. 1724).

ONA Dordrecht inv. 646, akte 5: op 23 febr. 1708 compareren Erkenraad Berck, als erfgenaam voor een derde deel van haar moeder Alida de Roovere, weduwe van Matthijs Berck, in zijn leven pensionaris en secretaris van Dordrecht, enerzijds en Alida Berck, Matthijs Berck, schepen van Dordrecht, mr. Pompejus Berck, Jacob Stoop, secretaris van de burgemeesters van Dordrecht, als vader van zijn minderjarige zoon Abraham Stoop, verwekt bij Pieternella Sophia Berck, allen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van mr. Pompejus Berck, oud-burgemeester van Dordrecht, die een zoon en erfgenaam voor een derde part was van voornoemde Alida de Roovere, anderzijds. Tussen comparanten is geschil ontstaan over de nalatenschap van Alida de Roovere. Zij zijn nu tot een overeenkomst gekomen, waarbij is bepaald, dat eerste comparante aan tweede comparanten een somma van 125 gl. zal betalen.

h. Pieter, 30 jan. 1673, jong overleden

i. Pieter, 27 nov. 1676, jong overleden

j. Pompejus Berck, 3 mei 1679. Hij testeerde op 15 juni 1703 voor notaris C. van Aansurg te Dordrecht, benoemde tot universeel erfgenaam zijn enige nog levende zuster Alid Berck en stelde aan tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen Pompejus de Roovere, heer van Hardinxveld en Cornelis de Roovere, heer van West-Barendrecht .(ONA Dordrecht inv. 707, akte 79, f. 156 e.v.)

k. Pieter Berck, 16 april 1681 

3. Sophia, nov. 1638, jong overleden

4. Alida, juli 1640, ongehuwd, overlijden aangegeven gaarder Dordrecht 15 okt. 1716 (impost 30 gl.), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 okt. 1716 (juffr. Alida de Rovere, met koetsen, een wapenbord, zeven koetsen "boven d'ordinaire").

ONA Dordrecht inv. 723  (akte 6) f. 15r-18r: op 7 febr. 1706 compareerde voor notaris Adriaen Hagoort jr. jonkvrouwe Alida de Rovere, dochter van Pieter de Rovere en Sophia van Beveren, enigszins ziekelijk van lichaam, om haar testament te maken. Zij benoemt tot haar erfgenamen haar broer Pompejus de Rovere voor 1/4 part, haar broer Cornelis de Rovere voor 1/4 part, haar zuster Cornelia de Rovere, weduwe van Samuel Everwijn, heer van Brandwijk, voor 1/4 part en de kinderen en het kleinkind van haar zuster Margarita de Rovere ieder voor 1/4 deel in 1/4 part, namelijk Mattheus Berck, heer van Godschalksoord, Pompejus Berck, Alidt Berck en Abraham Stoop, zoon van Jacob Stoop en wijlen Pieternella Sophia Berck. De door de laatstgenoemden te erven goederen zullen blijven fide-commis op hun eventuele kinderen. Zij benoemt tot voogden over haar achterneef Abraham Stoop Mattheus en Pompejus Berck, haar neven. Legaat voor haar broer Pompejus: al haar meubele goederen, zilverwerk en linnen, behorende tot haar huishouding, uitgezonderd de meubelen en huisraad, behorende tot haar huis "Rusthout" [een buiten aan de Dubbeldamseweg], die bij dat huis moeten blijven. Zij legateert aan haar zuster Cornelia haar kleren, aan haar nicht Magdalena Everwijn een somma van 300 gl., aan Pompejus Berck 300 gl., aan Sophia Hoeufft 300 gl., "ter gedagtenis dat sij testatrice als getuijge over de voorsz. drie kinderen doop gestaen heeft", aan de voornoemde drie kinderen "alle haer silver Poppegoet", onder hen te verdelen door haar zuster Cornelia de Rovere, aan die zuster voor de door haar te nemen moeite het kastje, waarin dat "Poppegoet" staat, aan haar nicht Sophia Dina de Rovere, dochter van haar broer Cornelis, haar horloge, gouden ketting met toebehoren, twee diamanten '"stricken", elk van 17 stenen en haar kerkboek met gouden sloten, waarop haar naam staat, aan de Arend Maartenshof, gesticht door haar overgrootvader, 500 gl. en aan de Armen en de beide kerken van Hardinxveld 500 gl.. De bepalingen betreffende voogdij en seclusie van de weeskamer blijven als in haar eerdere testament, gepasseerd voor de Dordtse notaris Adriaen Hagoort sr. op 21 nov. 1689. Zij benoemt tot executeurs van haar testament haar beide broers.

5. Sophia, 5 mrt. 1642, jong overleden

6. Cornelia, geboren naar schatting ca. 1643 (geen doop gevonden), overlijden aangegeven gaarder Dordrecht 17 okt. 1727 (impost 30 gl.), begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 18 okt. 1727 (vrouwe Cornelia de Roovere, vrouwe van Brandwijk, Gijbeland, etc., weduwe van burgemeester Samuel Everwijn, laat kinderen na, met negen koetsen boven het getal), trouwde NG Dordrecht 20 juli 1664 met Samuel Everwijn, gedoopt NG Dordrecht aug. 1631, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 1 mrt. 1694, zoon van de Gereformeerde predikant Samuel Everwijn en van Cornelia Dammert.

- 18 aug. 1756: mr. Pieter Hoeuft, oudraad van Dordrecht, Hendrik Onderwater, heer van Puttershoek, oudraad en hoofdofficier van Dordrecht, Bartholomeus van de Sandheuvel en Hugo Repelaer, tevens vervangende mr. Adriaan Stoop, heer van Brandwijk en Gijbeland etc., en Samuel Onderwater, beiden oudraad van Dordrecht, voor zichzelf en geautoriseerd zijnde door de overige erfgenamen van Cornelia de Roovere, in haar leven weduwe van mr. Samuel Everwijn, vrouwe van Brandwijk en Gijbeland etc., verkopen voor 5300 gl. aan de stad Dordrecht een huis in de Wijnstraat, staande schuin tegenover de Nieuwbrug tussen het huis van Cornelis de Witt en dat van de weduwe van Andries Cant. (ORA Dordrecht inv. 825, f. 219v e.v.)

Kinderen uit dit huwelijk (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a.  Pieter Everwijn, 14 aug. 1665

b. Cornelia Everwijn, 11 mrt. 1667

c. Sophia Everwijn, 26 okt. 1668, trouwde NG Dordrecht 6 juni 1694 Jacob Hoeuft

d. Cornelia Everwijn, 30 juni 1670

e. Cornelia Dorothea Everwijn, 17 aug. 1671

f. Alida Everwijn, 17 okt. 1671

g. Susanna Everwijn, 17 nov. 1673, trouwde mr. Boudewijn Onderwater

h. Samuel Everwijn, 8 febr. 1675, overleden in 1730, trouwde Maria Onderwater Hendriksdr.

i.  Arnoldina Everwijn, 22 jan. 1676

j.  Margarita Everwijn, 23 apr. 1677

k. Maria Everwijn, 16 nov. 1678

l.  Pompeus Everwijn, 14 apr. 1680

m. Diderick Everwijn, 13 febr. 1682

n. Charlotte Everwijn, 25 jan. 1683

o. Jacoba Everwijn, 12 febr. 1685

p. Elisabeth Everwijn, 18 febr. 1686 

q. Diederick Everwijn, 20 juni 1687

7. Pompejus de Rovere, geboren Dordrecht 1 nov. 1645, NG gedoopt Dordrecht 8 nov. 1645 (het doopboek vermeldt slechts: "de heer van Hardinxveld [laat dopen een zoon, genaamd] Pompejus")

8. Cornelis de Rovere, 2 dec. 1648, burgemeester van Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 9 sept. 1685 (ondertrouw NG Leiden 6 sept. 1685) Dina (Dijna) Meerman, jonge dochter van Leiden (1685), wonende in de "Bredestraat" [in Leiden, getuige voor haar de vrouw van Gerard Meerman, raad van Leiden (NG trouwboek Leiden)]

ONA Dordrecht inv. 723, f. 100 e.v.: verklaring dd 16 juni 1705 door Aert Jaspersz. Visser, ca. 76 jaar oud, Cornelis Gijssen Vlijm, ca. 60 jaar oud, Cornelis Ariensz. Dura, ca. 46 jaar oud en Jasper Aertsz. Visser, ca. 40 jaar oud, op verzoek van Cornelis de Rovere, oud-burgemeester van Dordrecht, als heer van West-Barendrecht en van [Isabella Jacoba] Pompe, als vrouwe van Carnisse, weduwe van Willem Fredrick van Braeckel, lid van de Ridderschap van Gelderland, raad ter Admiraliteit op de Maas, heer van Carnisse en Tedingsweert [hij was overleden op 1 juli 1702: zie website Verre Verwanten].

Kinderen van Cornelis de Rovere en Dina Meerman (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Sophia, 5 sept. 1687, jong overleden

b. Dina, 9 febr. 1691, jong overleden

c. Pieter, 8 sept. 1692

d. Sophia Dina de Rovere, 21 sept. 1699, overleden Leiden 19 juli 1738, trouwde Leiden 27 sept. 1716 Diederik baron van Leyden van Vlaardingen (1695-1764)

Sophia Dina de Rovere, haar man Diederick van Leyden van Vlaardingen en hun drie zonen Pieter, Jan en Adriaen Pompejus, geschilderd door Willem van Mieris in 1728 (Rijksmuseum Amsterdam).

 

Akten.

ORA Dordrecht inv. 12, rechtdag 18 april 1671: "De heer Borgemeester hebbende het Gerecht op den eedt doen convoceren ende vergaderen, omme in plaetse van de heer Geerart van Duijnen zaliger gewesene dienende schepen te surrogeren een ander gequalificeert persoon is naer deliberatie met eenparige stemmen gesurrogeert ... d'heer Pompeus de Rovre heere van Hardincxvelt die staende het Gerechte aldaer verschenen is, de gerequireerde Eeden gedaen heeft, ende in sijne functie als schepen getreden is".

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1859: "Extract uijt de resolutin van de Heeren Staten van Holland ende Westvrieslandt in Haer Ed. Gr. Mog. vergaederinge genomen op Saterdagh den 7 December 1672. D'Heeren Gedeputeerden der Stadt Dordrecht hebben ter vergaederinge bekent gemaeckt dat d'Heer Mathijs Pompe heere van Slingelandt afstant was doende vant bailljuschap van Zuijthollant bij hem nu vele jaeren herwaerts bedient geweest sijnde ende dat d'Heere haere Committenten goetgevonden hadden tot becleedinge vant selve ampt Haer Ed. Gr. Mog. te doen voordragen d'Heer Pompeus de Rovere heere van Hardinxvelt, Samuel Everwijn, ende Govert van den Velden, alle uijt den Outraede der Stadt Dordrecht voornoemt, met versoeck dat deselve voorslage van persoonen moge werden geconverteert in een nominatie omme vervolgens bij Sijn Hoocheijt den Heere Prince van Oraigne, daer uijt tot becleedinge vant voorsz. vacerende bailljuschap geligeert te werden, waarop gedelibereert sijnde, hebben Haer Ed. Groot Mog. de gemelde Heere van Slingelandt van de voorsz. bedieninge ende den eedt daerop aen den landen gedaen ontslaegen ... ende vervolgens opnieuws tot bedieninge vant voorsz. bailljuschap genomineert Pompeus de Roovere, Samuel Everwijn ende Govert van den Velden  ... ende sal de selve nominatie ... [aan] Sijne Hoocheijt gesonden werden, om daer uijt n tot de functie geligeert te werden ..."

ORA Dubbeldam inv. 1 f. 149 e.v.: op 26 nov. 1677 transporteert Cornelis Adriaensz. Pater, inwoner van Dubbeldam, aan Pompejus de Rovere, baljuw van Zuid-Holland ongeveer 6 morgen 250 roeden weiland in het Oudeland van Dubbeldam aan de straatweg, belend oost de straatweg, en de gemenelandsweg, noord de landen van mr Hugo Baen, west de landen van de kinderen van Adriaen Snouck, zuid de landen van Adriaen Meijnderts, voor 662 gl. en 10 st. de morgen, op voorwaarde dat Cornelis Cornelisz. Pater het land in huur mag gebruiken voor 5 jaar, ingaande met Kerstmis 1677 en voor 24 gl. de morgen jaarlijks.

ONA Dordrecht inv. 189 (akte 113) f. 233 e.v.: op 26 mrt. 1683 compareerde voor notaris Johannes Melanen Pompeius de Roovre, heer van Hardinxveld, baljuw van Zuid-Holland, oudraad van Dordrecht, zoon en mede-erfgenaam van Sophija van Beveren, zaliger gedachtenis, weduwe van Pieter de Roovre. Hij verleent procuratie aan Johan van Oordingen, koopmansbode van Amsterdam op Dordrecht, om te innen van de Bewindhebbers van de V.O.C. (kamer Amsterdam), zodanige uitdeling jegens 33 1/2 gl. per cento als bij de Compagnie geresolveerd is te doen, inhoudende een bedrag van 815 gl.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3 (1572-1795) inv. 3987 (200e penning van Dordrecht anno 1689) f. 75v-77 en f. 232. (NB: de belastingplichtigen moesten 5 promille van hun vermogen afstaan aan de belastinggaarder. Om het geschatte vermogen te berekenen dient men dus onderstaande bedragen te vermenigvuldigen met de factor 200. Pompejus werd 10 gl. extra aangeslagen over zijn ambten en tractementen.)

f. 232: Officien ende tractementen binnen Dordrecht: burgemeester  Pompejus de Roovere - 10 gl.

f. 75v-77: de erfgenamen vande vrouwe van Hardinxveld [Sophia van Beveren] - 790 gl.

verdeeld op [haar 5 erfgenamen, namelijk:]

Pompejus Berck of zijn kinderen verwekt bij Margaretha de Roovere - 158 gl.

[Pompejus Berck, zoon van Mathijs Berck en Alidt de Roovere, was getrouwd met zijn nicht Margaretha de Rovere, dochter van Pieter de Rovere en Sophia van Beveren]

Samuel Everwijn - 158 gl.

[Samuel Everwijn, burgemeester van Dordrecht (1685-1688, 1692-1693), zoon van Samuel Everwijn, Gereformeerd predikant te Dordrecht (1626-1631) en Cornelia Dammert, was getrouwd met Cornelia de Roovere, dochter van Pieter de Roovere en Sophia van Beveren]

de heer van Hardinxveld [Pompejus de Roovere] met zijn zuster Alida de Roovere [beiden ongehuwd gebleven] - 316 gl. [158 gl. elk]

Cornelis de Roovere - 158 gl.

[De jongste zoon van het echtpaar De Rovere-Van Beveren, gedoopt NG Dordrecht 2 dec. 1648. Hij was burgemeester van Dordrecht in 1692, 1693, 1697 en 1698. Hij en zijn vrouw Dina Meerman hadden - behalve een jong overleden zoon Pieter - alleen dochters, zodat Pompejus bij zijn overlijden in 1723 alleen erfgenamen in de vrouwelijke lijn naliet.]

f. 77 [doorgehaald] Pompejus de Roovere - 60 gl.

en nog voor zijn portie van zijn moeder - 158 gl.

totaal 218 gl.

[Ter vergelijking: Nicolaas van der Dussen betaalde in de 200e penning van 1689 1263 gl. en de weduwe van Jacob van Beveren, heer van Zwijndrecht  910 gl. Beiden behoorden tot de allerrijksten van Dordrecht. Sophia van Beveren was dus een tamelijk welgestelde dame geweest.  Haar erfgenamen moesten de erfenis echter met hun vijven delen, waardoor de oudste zoon Pompejus - die overigens bij zijn moeder ingewoond had en nu samen met zijn zuster Alida woonde - qua vermogen tot de middengroep ging behoren: welgesteld en door zijn ambten een aanzienlijk man, maar niet een van Dordrechts rijkste inwoners. Pompejus' grootvader, Pompejus de Rovere Jacobsz., werd in 1626 geacht 120.000 gl. gegoed te zijn (Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3975, 1000e penning van Dordrecht anno 1626, f. 3: Pompejus de Rovre, schout van Dordrecht en baljuw van Zuid-Holland - 120 ponden)]

ONA Dordrecht inv. 589 (akte 60) f. 137 e.v.: op 23 juli 1694 compareerden voor notaris Jacob de Jongste jonkvrouwe Alida de Roovere en Pompejus de Roovere, heer van Hardinxveld, baljuw van Zuid-Holland, regerend burgemeester van Dordrecht, voor henzelf en in deze vervangende Cornelis de Roovere, oud-burgemeester van Dordrecht en vrouwe Cornelia de Roovere, vrouwe van Brandwijk, mitsgaders voor de kinderen en erfgenamen van wijlen Margarita de Roovere, vrouwe van Godschalksoord, samen erfgenamen van hun moeder Sophia van Beveren, die mede-erfgename was van wijlen Cornelis van Beveren. De tweede comparant verklaart te approberen de verkoping door Cornelia en Alida de Roovere van 23 gemeten 252 roeden land, zijnde de 9e kavel, die zij competeren van hun overlden moeder, gelegen in de polder van Oud-Herkingen [Goeree-Overflakkee], volgens koopcedul van 8 juli 1694, verleden voor notairis A. Hagoort te Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 590 (akte 32) f. 71r-76r: testament van Pompejus de Roovere, heer van Hardinxveld etc., gezond van lichaam en geest, gepasseerd op 28 mrt. 1695 voor notaris J. de Jongh. Hij legateert aan jonkvrouw Alida de Roovere, zijn zuster, al zijn meubelen en huisraad, inclusief ongemunt goud en zilver, juwelen, verkregen hetzij door erfenis of door koop. Legateert  voorts "fideicommis ende restitutie subject" zijn diamanten "gespe passander en punt", die hij op de hoed gedragen heeft, alsmede de diamanten ring, die zijn moeder hem heeft nagelaten, de twee zilveren hangblakers, gerfd van zijn ouders, wegende aan zilver 717 gl. en 6 st. en de gouden ketting die hij als kind gedragen heeft, aan zijn broer of bij vooroverlijden diens oudste zoon of bij ontbreken van een zoon diens oudste dochter, die hij door de zegen van God mag krijgen, die daarvan niet mogen disponeren voor hun 25e jaar of eerder huwelijk. Bij kinderloos overlijden van testateurs broer zal dit legaat komen op zijn erfgenamen ab intestato. Daarenboven nog 1000 gl. in specie, die zijn genoemde zuster uit zijn na te laten goudbeurs zal mogen kiezen en dat alles "in vergelding en tot gedagtenisse van den rust ende vreedsame huijshoudinge", die hij testateur na het overlijden van zijn moeder met zijn zuster Alida gehad heeft. Hij legateert bovendien nog aan haar zijn karos en de paarden, die daarvoor gebruikt worden ten tijde van zijn overlijden. Aan zijn neef jonker Pieter de Roovere, de zoon van zijn broer Cornelis. legateert hij een obligatie ten laste van de stad Dordrecht, houdende 1300 gl. en staande op zijn naam. gedateerd 1 nov. 1692, op voorwaarde dat, als zijn neef voor zijn mondigheid of huwelijk komt te overlijden, die obligatie zal komen op een jongere zoon van zijn broer of bij vooroverlijden op zijn erfgenamen ab intestato. Testateur legateert aan de Armen van Hardinxveld 750 gl. en aan de hof [in 1624] gesticht door zijn overgrootvader Arend Maertensz., heer van Barendrecht en Zwijndrecht [zie pagina Bronnenpublicaties van deze website (1000e penning van Dordrecht 1626, f. 10v)], 250 gl., begerende dat van beide sommen gelds gekocht worden twee rentebrieven op het gemeneland of de stad Dordrecht.

Poort van de Arend Maartenshof te Dordrecht (bij de Museumstraat). Foto: H.A. van Duinen

Hij legateert aan Gerard van Bockum, exploiteur van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, zijn voormalige knecht, 100 gl. jaarlijks, zijn leven lang gedurende door zijn erfgenamen te voldoen ieder jaar op 1 november, daarvoor verbindende de inkomsten van 10 mrg. 200 en enige roeden weiland, gelegen in Oud-Dubbeldam aan het eind van de straat aldaar, gekocht door testateur van Cornelis de Pater en de curatoren van de insolvente boedel van Hugo Baan. In alle overige na te laten goederen benoemt hij tot zijn erfgenamen zijn broer Cornelis de Roovere, oud-burgemeester en gecommiteerde in de gecommiteerde raden van de Staten van Holland en West-Friesland voor 1/4 part, zijn zuster jonkvrouwe Alida de Roovere voor 1/4 part, zijn zuster Cornelia de Roovere, vrouwe van Brandwijk, Gijbeland etc., weduwe van Samuel Everwijn, voor 1/4 part of bij vooroverlijden hun wettige nakomelingen en erfgenamen voot 1/4 part en in het resterende 1/4 part de kinderen van zijn [in 1688] overleden zuster Margrieta de Roovere, bij haar verwekt door Pompejus Berck, in zijn leven heer van Godschalksoord, op voorwaarde dat de goederen, die gerfd zullen worden door laatstgenoemden, fidei-commis zullen blijven op hun na te laten kinderen. De testateur bepaalt voorts, dat de heerlijkheid Hardinxveld met de gevolgen en aankleven van dien en de goederen, die hij daarnaast "in eenen post" heeft aangenomen, bij de verdeling van zijn nalatenschap zullen worden aanbedeeld aan zijn broer Cornelis voor zodanige som gelds als hem testateur uit boedel van zijn ouders zijn aangerekend. Als echter zijn broer dat bedrag te hoog vindt, zal de hoogte ervan vastgesteld moeten worden onpartijdige taxateurs, daartoe door de erfgenamen onderling te kiezen. Als bij vooroverlijden van Cornelis diens kind of kinderen zijn aandeel zullen erven, zullen de betreffende goederen fide-commis blijven tot hun mondigheid of eerder huwelijk. Tot executeur-testamentair benoemt hij zijn broer of bij vooroverlijden een andere, door zijn zusters te kiezen persoon. Tot voogden benoemt hij Cornelis de Roovere en Pieter Everwijn, heer van Gijbeland, oudraad en secretaris van Dordrecht en Jacob Hoeufft oudraad, als een van de overige twee voogden zal zijn overleden. De testateur sluit de weeskamer van Dordrecht van zijn nalatenschap uit.

Een later testament dd 30 mrt. 1696 (ONA Dordrecht inv. 591 [akte 40] f. 87r-93v), gepasseerd voor dezelfde notaris, bevat vrijwel dezelfde bepalingen, behalve dat aan zuster Alida de keuze wordt gelaten, of zij zich wil gedragen als erfgename van 1/4 part van de overige na te laten goederen of haar leven lang gedurende het vruchtgebruik van de hele nalatenschap wil blijven houden. Als voogd wordt in dit testament alleen testateurs broer Cornelis de Roovere genoemd.

ONA Dordrecht inv. 592 (akte 45) f. 129 e.v.: akte verleden voor notaris Jacob de Jongh op 6 mrt. 1697: de kinderen en kleinkinderen van Sophia van Beveren zijn voor 1/3 part erfgenamen van wijlen Abraham van Beveren, heer Oost- en West-Barendrecht, burgemeester van Dordrecht. De door hen te erven goederen zijn in lijftocht bezeten door diens weduwe, Elisabeth Ruijsch, nu overleden. Verdere erfgenamen zijn de nakomelingen van Jacob van Beveren, heer van Zwijndrecht, voor 1/3 part en Reijnsburg van Beveren, getrouwd geweest met Willem Paets, burgemeester van Leiden, voor het overige 1/3 part.

Archief 28, inv. 1573, f. 105v, 1 juni 1697: graf 46: "De Heer Pompees de Roover Schoudt deser Steeden en biljou [sic] van Suijt Hollant, langh 10 voet breet 5 1/2 voet met de muijre, op den 12 september 1625, den 13 maert vergroot folij 62 te sien int outboeck, ende heer borgemeester Hardincksvelt [Pompejus De Rovere jr.] met sijn broeder [Cornelis de Rovere] ende borgemeester [Samuel] Everwijn ende borgemeester [Pompeus] Berck en juffrou [Alida] de Roover, twee sercken." Op 30 sept. 1722 dit graf gesteld op de naem van juffr. Francoisse Magglina Everwijn voor rekening van Johan en Pompejus de Roovere haar ooms en Pieter Everwijn, getrouwd geweest met Anna Catrina de Roovere en voor vrouwe Johanna Snoeck en haar broeder en zusterskinderen en nog voor vrouwe Cornelia de Roovere en haar kinderen, de "enighste erfgenamen van de heer Pompejus de Roovere zaliger die sigh tot dit graf hebben opgedaen".

Grote Kerk Dordrecht graf nr. 46 (De Roovere).

foto: H.A. van Duinen

ORA Dubbeldam inv. 2 , f. 109 e.v.: op 29 mei 1703 verkopen de erfgenamen van Arijen Coenen aan Pompejus de Rovere, heer van Harinxveld, 4 morgen 498 roeden zaailand aan de straatweg in het Oudeland van Dubbeldam, belend noord de straatweg, zuid de Oude dijk, oost de heer Hendrick Onderwater, west Bastiaen Ariensz. [Int Veld] en Cornelia de Rovere, vrouwe van Brandwijk etc., voor 877 gl. en 10 st. de morgen.

ONA Dordrecht inv. 723 (akte 53) f. 256-259: op 19 dec. 1706 compareren voor notaris Adriaen Hagoort de jonge Pompejus de Rovere en zijn zuster Alida de Rovere, beiden gezond. Hij approbeert zijn testament gepasseerd voor de Haagse notaris Den Haen op 10 nov. 1701 en zij haar testament gepasseerd voor de Dordtse notaris A. Hagoort de jonge op 7 febr. 1706, voor zover niet strijdig met de hiernavolgende bepalingen. Zij geven de langstlevende van hen beiden de keuze de nalatenschap van de eerstoverlijdende te blijven bezitten of pro parte erfgenaam van de nalatenschap te worden. In het eerste geval zal er staat en inventaris van de na te laten boedel gemaakt moeten worden. Omtrent hetgeen hun "lieve nichte" Sophia Dina de Rovere, dochter van hun overleden broer Cornelis, "liber en vrij" zal mogen erven, verklaren zij dat die goederen subject fide-commis zal blijven op haar wettige kinderen, waarover niet mogen beschikken bij testament, gift of anders vr hun 25e jaar en na het overlijden van hun moeder. De jaarlijkse inkomsten van die goederen zullen ten profijte komen van hun nicht Sophia Dina de Rovere. Zij benoemen tot voogden over hun nicht Jacob Hoeuft, oud-burgemeester en Samuel Everwijn, oudraad. Over het minderjarige kind [genaamd Abraham Stoop] van hun overleden nicht Pieternella Sophia Berck benoemen zij tot voogd Samuel Everwijn.

Weeskamer Dordrecht inv. 32, f. 231v: Pompejus de Rovere heeft een testament gepasseerd voor de Haagse notaris Hendrik Wegewaart op 9 okt. 1709

ONA Dordrecht inv. 608, f. 86 e.v.: op 27 maart 1711 compareren voor notaris A. van Nievelt Pompejus de Rovere en Alida de Rovere Pietersz., beiden wonende te Dordrecht. Hij bevestigt zijn testament, dat hij op 9 okt. 1709 heeft gemaakt voor de Haagse notaris H. Weegewaert en zij haar testamentaire dispositie, die zij heeft gemaakt met haar broer voor de Dordtse notaris A. Hagoort op 19 dec. 1706. Zij brengen daarin evenwel de volgende wijzigingen aan. Betreffende de goederen, die de kinderen en het kleinkind van wijlen Margreta de Rovere zullen komen te erven wensen zij, dat die onder hen zullen worden verdeeld bij loting en kaveling in gelijke porties, dat Matthijs Berck zulks zal doen voor zichzelf en als voogd over jonker Abram Stoop, zoon van wijlen Pietronella Sophia Berck, bij haar verwekt door Jacob Stoop, dat Alid en Pompejus Berck mede zullen loten en kavelen, ieder voor 1/4 part, dat die 2 1/4 parten zullen blijven in handen van Matthijs Berck om "deselve te administreren ende regeren naer sijn Edelheits wel gevallen", dat Alid en Pompejus Berck daarvan alleen zullen krijgen de inkomsten, die overblijven na aftrek van de 100e en 200e penning en andere rele lasten en dat Matthijs Berck die inkomsten onder zich zal mogen houden, zolang Alid en Pompejus Berck tegenover Matthijs Berck niet hebben verklaard, dat zij hem of zijn nakemelingen "bij geenderlij dispositin hebben te cortgedaen, maer dat de deselve sullen erven bij haer overlijden ab intestato". Als Matthijs Berck vooroverlijdt zal het beheer van genoemde goederen moeten komen in handen van Jacob H[o]euft, oud-burgemeester en Samuel Everwijn, raad en vroedschap van Dordrecht. Eerste comparant wil, dat zijn huidige knecht Jan Overduijn, hoewel die in mei 1711 uit zijn dienst zal vertrekken, de jaarlijkse uitkering, aan hem gelegateerd in het eerdere testament, zal ontvangen. 

ONA Dordrecht inv. 612, akte 116, f. 433 e.v., codicil dd 18 dec. 1716: Pompejus de Rovere ratificeert zijn testament van 9 okt. 1709, gepasseerd in Den Haag voor notaris Weegewaert en het codicil van 27 maart 1711. Hij legateert aan Geertruijd Bouwman, tegenwoordig "gouvernante" van zijn huishouden, een bedrag van 26 gl. jaarlijks, haar leven lang gedurende, op dezelfde voorwaarden als in het genoemde testament is bepaald ten aanzien van Gerrard van Bockum. Nu zijn zuster Alida de Roovere is overleden zal testateurs nalatenschap moeten worden verdeeld in drie "staken", te weten de eerste staak voor zijn zuster Cornelia de Rovere, weduwe van Samuel Everwijn, de tweede voor de dochter van zijn broer Cornelis de Rovere [namelijk Sophia Dina de Rovere] en de derde voor de kinderen en kleinkinderen van zijn zuster Margarita de Rovere, weduwe van Pompejus Berck, op de voorwaarden zoals in het testament bepaald. Evenwel ten aanzien van de goederen te erven door Sophia Dina de Rovere, vrouwe van West-Barendrecht en echtgenote van Diderick van Leijden, baljuw van de Niburgh en secretaris van het hoogheemraadschap Rijnland en de twee kinderen en het kleinkind van Margarita de Rovere, met name Matthijs Berck, jonkvrouw Alid Berck en jonkheer Abraham Stoop, zoon van wijlen Petronella Sophia Berck, welke goederen belast zijn met fide-commis, bepaalt de testateur, dat die "zullen moeten blijven in haer geheel". Pompejus wil, dat alle boeken en papieren, betreffende het baljuwschap van Zuid-Holland door Samuel Everwijn zullen worden bijeengebracht, in een koffer gesloten en door Everwijn, als executeur-testamentair, zullen worden bewaard en te zijner tijd overgegeven aan diegene van zijn erfgenamen, die het baljuwschap van Zuid-Holland zal aanvaarden en aan niemand anders "self[s] oock geen visie [inzage], off mondelingh bericht". Jacob Hoeuft en Samuel Everwijn zullen rekening doen aan de Rekenkamer van de Domeinen van Criminele Zaken en zullen uit het batig slot daarvan ieder 1000 gl. ontvangen of een gelijk bedrag uit Pompejus' nalatenschap, als die bedragen niet overschieten. Tot executeur-testamentair benoemt hij Samuel Everwijn, die voor zijn moeite 500 gl. zal ontvangen en tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen Jacob Hoeuft en Samuel Everwijn. Hij secludeert de weeskamer van Dordrecht uit zijn nalatenschap.

ONA Dordrecht inv. 611, akte 14, f. 40 e.v., akte dd 8 febr. 1715 : Pompejus de Rovere, baljuw van Zuid-Holland, verleent procuratie aan mr. Diderick Everwijn, wonende te Dordrecht, om uit zijn naam met zijn rentmeester Gillis Udemans, wonende te 's Heer Arendskerke, de rekening af te sluiten wegens het beheer van zijn landerijen in Zeeland, gelegen in het Land van Goes.

ONA Dordrecht inv. 612, akte 35, f. 164 e.v., akte dd  27 mei 1716: Pompejus de Rovere laat 36 gemeten land transporteren aan de heer M. Smijtegeld. Het land is gelegen in "de Westcraijers 's Heeren Arentskerckersambacht".

ONA Dordrecht inv. 613, f. 302, akte 82 dd 29 juni 1717: Pompejus de Rovere vermeld als regent van de Arend Maartenshof.

ONA Dordrecht inv. 615, f. 115 e.v., akte 31 dd 1 april 1719: Pompejus de Rovere compareert voor notais A. van Nievelt te Dordrecht. Hij wenst te worden begraven bij zijn ouders, zijn broer Cornelis en zijn zuster Alida."ende dat die selve begraefenisse bij avond, ten meeste stilte, en minste costen sal gexchieden, sonder in zijn ... sterffhuijs eenige rouw te hangen, ofte oock een waepen voor het voorn. sterffhuijs ofte inde kerck te hangen, edogh sal op Hardinxvelt een Epithaphium van steen met wapens, en quartieren inde parochiekerck, daer op inschriptie in duijts van digniteijten, ten gedagtenisse moeten gestelt werden, maer aldaer niet geluijt werden." Van Pompejus' nalatenschap zal, evenals bij het overlijden van zijn ouders is geschied, een staat en inventaris moeten worden gemaakt. Hij legateert aan Sophia Dina de Rovere, vrouwe van West-Barendrecht, echtgenote van Diderick van Leyden, het zilveren "koelvat", staande in de schoorsteen in het salet boven het koetshuis, de zilveren blakers, die op het goudleer hangen en nog het zilveren juwelenkoffertje met vergulde ornamenten, te rekenen a 3 gl. per ons zilver. Hij legateert aan zijn nicht Arnoldina Everwijn een koffievat en lamp, door zilversmid Van Tilburg gemaakt en zijn zilveren bel, waarin zijn wapen staat gegraveerd, de zilveren kamdoos van zijn overleden zuster Alida, het kabinet, staande in zijn tapijtsalet met porselein, al het linnen en servetten, tafellakens en handdoeken, die daarin lagen bij het overlijden van Alida, 100 ""enkelde" gouden dukaten "ende sulx altemael voor trouwhartige adsistentie en menichvuldige vriendelijcke besoecken van sijn ... voorsz. nichte genoten". Hij legateert aan Geertruij Bouwman, zijn huishoudster, als zij bij zijn overlijden nog bij hem inwoont, boven de 26 gl., die hij eerder aan haar heeft gelegateerd, nog eens 26 gl., haar leven lang jaarlijks uit te keren op zijn sterfdag, waarvoor verbonden zullen zijn de inkomsten van het land door hem gekocht van de erfgenamen van Arijen Coenen in Dubbeldam, voorts het bed waarop zij slaapt met beddegoed, tinnen serviesgoed en tafelkleed en een woninkje op de Arend Maartenshof als "in de staak" van zijn moeder ter collatie van zijn erfgenamen n zo'n woning zal open raken en daarvoor niet meer te geven dan 200 gl. Hij legateert aan Nicolaes de Vos, zoon van zijn buurman Jacob de Vos apotheker, tot subsidie van zijn studie in de theologie 200 gl., tot zijn dertigste jaar of tot het moment, waarop hij beroepen wordt als predikant. De testateur bepaalt voorts, dat zijn dienstboden geen rouwkleding moet worden gegeven, maar geld, evenveel als bij de begrafenis van zijn zuster Alida, maar niet als n van hen de huur is opgezegd, of als zij willen verhuizen.

1721: hij wordt opgevolgd als baljuw van Zuid-Holland door Johan Halling [vermeld in SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 618 f. 402 akte dd 1 nov. 1723, hij was baljuw van 1721-1728] (Uit het testament van 1716 blijkt duidelijk, dat Pompejus gehoopt had, dat na hem n van zijn erfgenamen dit ambt zou gaan vervullen. Het baljuwschap was immers een quasi-erfelijke functie binnen zijn familie geworden. Voor hem hadden zijn vader, grootvader en overgrootvader (lJacob Muijs van Holij, overleden in 1592) het ambt bekleed en niets was logischer dan dat de functie over zou gaan naar bijvoorbeeld neef Berck, neef Everwijn of neef Stoop.]

5 mrt. 1722: begraven Geertruijd Bouwman, dienstmaagd bij de Heer van Hardinxveld, uit zijn huis, "ordinaire" koetsen. (Begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

9 jan. 1723: overlijden van Pompejus de Rovere aangegeven bij de gaarder te Dordrecht, impost 30 gl.

SA Dordrecht, begraafboek Grote Kerk, 11 jan. 1723: Pompejus de Roover [sic] heer van Hardinxveld, oud burgemeester van Dordrecht, met acht koetsen boven het "ordinare" getal [nl. 3 koetsen] en achttien flambouwen "bove de ordinare"

(Vooraanstaande en adellijke personen werden vaak in de nacht begraven: cf. Leeuwarder Courant, 12 september 2009. "Een veldheer in Wyckel": "Menno van Coehoorn overleed op 17 maart 1704 in Den Haag ten gevolge van pleuritis. Van Coehoorn als man van naam en faam werd met de beste zorg omringd. De betalingen aan doktoren en apothekers lopen op tot bedragen boven de 100 gulden. De timmerman ontvangt drie dagen na het overlijden 52 voor de 'houten dootkist'.....De begrafenis moet een opzienbarende gebeurtenis zijn geweest. Zoals gebruikelijk bij adellijke en vooraanstaande personen werd Van Coehoorn in de nacht begraven. Officieel was dit verboden. Het rekeningen-overzicht van Gossewijn vermeldt: 'Aen de lijckkoets betaelt omdat het bij naght was 10,10'. Ook voor de fakkels moest fors worden betaald. De rouwkleding kostte maar liefst 892 gulden en 10 stuiver....De kinderen spaarden kosten noch moeite om hun vader een passend afscheid te geven. Niet lang na zijn dood besloten ze ook nog eens een grafmonument ter ere van Van Coehoorn op te richten in de kerk. De Fransman Danil Marot, op dat moment de meest invloedrijke en bekendste architect en vormgever in de Republiek, krijgt de eervolle opdracht.....")

Tekst uit het Latijn vertaald door drs. M.L. de Vries, oud-docent Latijn aan het Johan de Wittgymnasium te Dordrecht

Foto: H.A. van Duinen.

ORA Dordrecht inv. 814, f. 27 e.v.: op 27 mei 1723 compareert voor schepenen van Dordrecht mr. Samuel Everwijn, Oudraad, als executeur van het testament van mr. Pompejus de Roovere, heer van Hardinxveld, als bij akte van kaveling en scheiding dd 23 april 1723, door de gezamenlijke erfgenamen daartoe geauthoriseerd en verkoopt aan Danil de Meij, meester-twijnder te Dordrecht, een huis en erf in de Wijnstraat, staande tussen de Appelkelder en het huis van de heer Minnebeecq voor 600 gl. en 15 gl. rantsoen [in de veilingakte beschreven als een groot "bekwaam" huis en erf in de Wijnstraat tegenover het andere huis, dat door De Rovere werd nagelaten, met achter een mooi uitzicht op de haven en op de Wijnbrug. (ONA Dordrecht inv. 658, akte 18 dd 15 mei 1723)]

Idem, f. 37 e.v.: op 1 juli 1723 verkoopt mr. Everwijn, in zijn bovengenoemde hoedanigheid, aan Herman Boon, koopman te Dordrecht, een "extraordinaris groot huijs" en erf met koetshuis, tuin en "stallinge", daarachter liggende en staande, in de Wijnstraat, recht tegenover de Wijnbrug , tussen de huizen van Antonij van Asperen en Abram Hordijck voor 5900 gl. contant, met een rantsoen van 147 gl. en 10 st. [in eerder genoemde akte beschreven als "een extraordinaris groot huijs en erve, hebbende t selve menigvuldige schoone vertrecken, saletten, kamers en andere, met een koetshuijs daar onder, tuijn en stallinge daaragter" in de Wijnstraat tegenover de Wijnbrug met een mooi uitzicht over de brug, belend de tuin van Antonij van Asperen koopman aan de ene zijde en het huis van Abraham Hordijck meester-loodgieter aan de andere zijde, waarin de heer van Hardinxveld gewoond heeft en is overleden, te verkopen met alles, wat daarin aard- en nagelvast is, uitgezonderd goudleer, tapijt en schilderijen, welke evenwel kunnen overgenomen worden voor een "civile" prijs. De ene kelder is verhuurd aan Jan Kloens voor 54 gl., de andere aan de heer Boon voor 37 gl. en 10 st. (ONA Dordrecht inv. 658, akte 18 dd 15 mei 1723)] Comparant verkoopt tevens aan Pieter Fraequin, meester-smid, een huis en erf op 's-herenvest over de Boogjes achter de Cellebroerstraat, naast het huis van mevrouw Peser, voor 125 gl.