KWARTIERSTAAT VAN A B DEN HAAN: GENERATIE I T/M VIII




Laatst gewijzigd op 11 juni 2018

GENERATIE I

1. Drs. Adrianus Barend den Haan, geboren Dordrecht **  ***ber 19** in het huis van de weduwe Hazenbosch aan de Brouwersdijk, waar zijn ouders van 1952 tot 1955 inwoonden, Lager Onderwijs 1961-1967 (Van Oldenbarneveldschool 1961-1967, Nolensweg, later Zuidendijk), gymnasium-A 1967-1973 (Gemeentelijk Lyceum Dordrecht, Noordendijk), studie geschiedenis aan de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Leiden 1973-1980, op 4 dec. 1980 afgestudeerd aldaar in het vak Geschiedenis, 1981-1982 dienstplichtig soldaat verbindingstroepen (telexist/telefonist) te Ede en Ermelo, historicus, genealoog

 

Adrianus Barend den Haan (in 1957 en 1961). De rechtse foto is gemaakt in de kleuterschool aan de Patersweg. (Een gelukkige jeugd is een bezit voor het leven.)

Brouwersdijk (november 2009)

Met Annemarie v.d. Well in Burgh-Haamstede ca. 1958

                            

André den Haan in 1973                                

 

febr. 2013: Rijksmuseum Amsterdam

In Giverny, 2016

In Madrid april 2017

In het Escorial april 2017

Het voormalige Gemeentelijk Lyceum Dordrecht aan de Noordendijk (nov. 2012)

Gang in het Gemeentelijk Lyceum Dordrecht (ca. 1970)

GENERATIE II

2. Bastiaan den Haan, geboren Dordrecht in een huis aan de Reeweg-Zuid (in Wieldrecht, in de volksmond "de Planken Wammes" genaamd) op 13 aug. 1921 (buitenechtelijk en erkend door zijn vader), van 1942-1945 als dwangarbeider werkzaam in Berlijn, later in Sudetenland (Klein Borowitz bij Trutnov), werd "bevrijd" door de Russen in 1945, werkte in 1946 mee aan de wederopbouw van de Moerdijkbrug (zie H. Tempelaar, De spoorbrug bij Willemsdorp in Oud-Dordrecht 2004 (1),  p. 36-41), was van 1947-1982 PTT-ambtenaar bij de Technische Dienst (d.i. afd. Telefonie) van de PTT, overleden Dordrecht 20 juni 1999 in verzorgtehuis Sterrenlanden, trouwde Dordrecht 4 juni 1952

Bas den Haan (ca. 1940)

Bas den Haan (ca. 1945)

3. Geertrui Haksteen, geboren Dordrecht 17 april 1928 in een huis in de Grotekerksbuurt (thans nr. 88), overleden Dordrecht 7 febr. 2016 (Kapteynweg 59), tussen 1946 en 1952 werkzaam bij achtereenvolgens drukkerij Husen, parfumerie EMBA en de adminstratie van de Elektrische Motoren Fabriek (EMF) in Dordrecht. Zij had, vóór zij Bastiaan den Haan leerde kennen, ongeveer vier jaar verkering gehad met Frans Marius Ringeling, geboren te Dordrecht op 17 april 1920, later rijschoolhouder te Dordrecht, zoon van Frans Marius Ringeling, fabrieksarbeider, melkbezorger en later schoenmaker te Dordrecht en van Jozina van der Put. Om redenen haar daartoe moverende heeft zij die relatie in of omsteeks 1949 verbroken. Enige tijd daarna heeft zij tijdens een door de PTT georganiseerde dansavond in Americain, een gelegenheid aan de Groenmarkt, Bas den Haan leren kennen. Hij had - naar men auteur dezes heeft verteld - tijdens de periode, waarin hij in Sudetenland tewerkgesteld was, een Sudetenduitse leren kennen, die, zo wordt beweerd Olga heette en een zoon Erich had. Om voor de hand liggende redenen waren zijn ouders er na het einde van de oorlog heel erg op tegen, dat hij met deze vrouw ging trouwen en dat is daarom dan ook nooit gebeurd.  

Kinderen:

a. Adrianus Barend den Haan = 1

b. een doodgeboren kind (Astrid), Dordrecht 7 juni 1972

Truus Haksteen (links) in 1942 

Trouwfoto Bastiaan den Haan en Geertrui Haksteen (4 juni 1952)

 

Geertrui Haksteen (4 juni 2007).

Grotekerksbuurt 86/88.

GENERATIE III

4. Adrianus den Haan, geboren Numansdorp 17 nov. 1899, landarbeider, bouwvakarbeider, havenarbeider, arbeider bij de houtbereiding van de NS, overleden Dordrecht 11 april 1996, esperantist en aanhanger van de vrijdenkersbeweging De Vrije Gedachte, trouwde Dordrecht 23 juli 1925

Adrianus den Haan als dienstplichtig soldaat in 1918

5. Maria Naaktgeboren, geboren Dubbeldam 18 juli 1901 in een huis aan de Reeweg Zuid, overleden Dordrecht 10 mei 1978

Adrianus den Haan en Maria Naaktgeboren (ca. 1930).

Kinderen:

a. Bastiaan den Haan, geboren Dordrecht 13 aug. 1921 (= kwartier 2)

b. Maria den Haan, geboren Rotterdam jan. 1928, overleden Dordrecht 18 juni 2004, trouwde Arie Stam, geboren 's-Gravendeel 11 juli 1924, kraanmachinist te Rotterdam, overleden Dordrecht 5 juni 1997, zoon van Jan Stam en Cornelia Verschoor

Uit dit huwelijk:

b-1. René Stam, geboren Rotterdam 1956

c. Cornelia den Haan, geboren Rotterdam 1 sept. 1932, trouwde Willem van der Linden, kraanmachinist te Dordrecht, overleden Dordrecht 1991

Uit dit huwelijk:

c-1. Johannes (Hans) van der Linden

c-2. Rob van der Linden

6. Barend Haksteen, geboren Dordrecht 16 april 1904 in huis aan de Singel, winkelbediende, kantoorbediende, kellner, portier, overleden Dordrecht 19 febr. 1984, trouwde Dordrecht 15 dec. 1927

Hij woonde sedert 1935 in een huis in de Vincent van Goghstraat (nr. 102 rood, bij de hoek met de David Blesstraat), dat in de meidagen van 1940 door de Duitsers in brand werd geschoten, waarna zijn gezin niet veel meer bezat dan de kleren, die zij aan hadden. Zijn zoon Gerrit Haksteen heeft het gebeuren ongeveer 50 jaar na dato als volgt beschreven:

"We woonden in de Vincent van Goghstraat. Toentertijd was dat nog aan de rand van de stad. Op vrijdag 10 mei 1940, omstreeks 5 uur in de morgen, zien we de Duitse parachutisten springen en neerkomen, wel met honderd tegelijk. Ze boffen, want er is niemand om hun dat te beletten. We kunnen zien, dat ze zich formeren en hun spullen bijeenrapen. Om 8.00 uur komen de eerste Nederlandse marinemannen * naar buiten, om de mensen naar binnen te sturen. "Ramen, deuren en gordijnen dicht", luidt het bevel. Wat zijn we toch een gehoorzaam volkje! Dus gaan de mensen er aan de voorkant weer in en aan de achterkant weer uit, de tuintjes in. Daar praten de mensen met elkaar. Ze vragen: wat moeten we doen, wat gaan we nu doen en als het lang duurt, wie heeft dan nog eten? Maaskant, de kruidenier op de hoek van de David Blesstraat, misschien? Hij heeft tenslotte een voorraad in zijn winkel, ook al is die beperkt. En als de Duitsers hierheen komen, blijven we dan, of vluchten we? Nu kan het nog. Heel veel vragen. Heel veel onzekerheid. De Nederlandse marinemannen hebben kogels gekregen en kunnen er nu op los gaan. Vanaf ons balkon en dat van de buren kunnen ze Duitsers door de weilanden zien kruipen en op ze schieten. Mijn vader en de buurman wijzen ze aan. Ze zeggen: daar en daar zitten ze. De Duitsers schieten terug, dus moeten alle burgers naar beneden. Vader zegt: "Als de matrozen vannacht weg gaan, sluit ik de boel en gaan we morgen naar mijn zuster op de Brouwersdijk." #

[* "Dordrecht was samen met Rotterdam, Utrecht en Schoonhoven een voornaam centrum voor de technische troepen. Het had het depot voor de Pontonniers en Torpedisten in haar midden. Dat was een belangrijk genieonderdeel in het Nederlandse leger, omdat Nederland nu eenmaal een waterland is.

[170,1] Het depot bestond uit vier opleidingscompagnieën; drie voor de pontonniers en de vierde voor de torpedisten. Het depot werd geleid door luitenant-kolonel J.A. Mussert met diens rechterhand kapitein-adjudant G. van der Mark. De staf- en opleidingsgroep bestond voorts uit 6 andere officieren, 43 onderofficieren en 29 korporaals en soldaten.

De 1ste Depot Compagnie – waarin opgenomen een onderofficiersopleiding – werd gecommandeerd door de reserve kapitein H.J. Siegmund. Het bestond uit maar liefst 3 officieren, 24 onderofficieren, 60 korporaals en 333 soldaten. Deze compagnie was gelegerd in de Betje Wolffstraat in Krispijn in de Openbare Lagere School. Dit was dus aan de rand van het gebied dat grensde aan De Polder.

Jacob Marisstraat

De 2e Compagnie lag ook vlakbij De Polder en werd gecommandeerd door de kapitein D. Crok. Het bestond uit 2 officieren, 15 onderofficieren en 202 korporaals en soldaten. Het lag in de Jacob Marisschool aan de gelijknamige weg. Van de korporaals en manschappen waren er 151 zogenaamde zeemiliciens, zij waren bedoeld voor maritieme diensten. Zij waren veelal in marine uniformen gekleed.




(Bron:http://www.zuidfront-holland1940.nl/index.php?page=dordrecht---2e-fase)

# Zijn zuster, Geertrui Haksteen, herinnert zich nog het volgende: "Op de Patersweg lagen lijken van neergeschoten Duitsers. Die kon je vanuit ons huis zien. Maar onze moeder wilde niet, dat wij dat zagen. Ze sloot de gordijnen en verbood ons naar buiten te kijken. Er stonden trouwens ook matrassen voor de ramen. De Nederlandse militairen zeiden tegen mijn vader: "We zijn maar slecht toegerust en we hebben veel te weinig munitie gekregen."]

11 mei 1940 (zaterdag): Zoals vader gisteren besloten heeft, gaan we vandaag naar zijn zuster op de Brouwersdijk. Van vader en moeder krijgen mijn zus en ik witte zakzoeken om mee te zwaaien. Dat moet als je over straat gaat: dan kunnen de soldaten zien, dat je burger bent. Via de Weissenbruchstraat, Willem Marisstraat, Jozef Israëlsstraat en Breitnerstraat lopen we in ongeveer 10 minuten naar de Brouwersdijk. Wanneer we de Jacob Marisschool passeren, komen de marinemannen (er bevonden zich ongeveer 300 Nederlandse marinemannen in de school) in groepjes van zes naar buiten. Ze hebben een helm op, een bajonet op hun geweer en zijn behangen met bandeliers vol patronen. Zo zien ze er veel krijgshaftiger uit dan gisteren. Ze lopen ver uit elkaar en gaan in de richting van de Zuidendijk. Onderweg, wanneer we in de Breitnerstraat lopen, komen we in groene uniformen geklede soldaten tegen. Waar gaan jullie naar toe, vragen ze. Mijn vader zegt: "O, vlak om de hoek." "Pas op! Langs de huizen lopen en met jullie zakdoeken zwaaien", waarschuwen ze ons. Op de Brouwersdijk worden we verwelkomd door onze tante Cor, die is getrouwd met Dirk Markesteijn en in een huis tegenover de Torenschool woont. Ze zegt: "O, wat zijn we bang geweest! Jullie blijven toch?" Er is maar één probleem: er is niet genoeg te eten voor allemaal. Thuis in de Vincent van Goghstraat staat nog een pan met rijst. Vader en moeder besluiten om die op te gaan halen. Eerst worden de kinderen, d.w.z. mijn zus Truus, mijn nichtje Annie Markesteijn en ikzelf opgeborgen in een kamer tussen allemaal bedden, dekens etc. Je hoorde af en toe wel de knal van een geweerschot, maar meer ook niet. Vader en moeder hadden op de terugweg naar huis ook een vrij rustige wandeling gehad. Ze hoorden alleen wat geschiet in de verte. Hier wordt nog niet zo hevig gevochten als elders. Dat duurt echter niet lang meer. Aan de overkant van het huis waar we ons bevonden, voor de deur van de drogisterij van De Waard, worden mensen gearresteerd. Naar verluidt zien ze er uit als mannen, vrouwen en kinderen, maar het blijken verklede Duitse militairen te zijn, die op weg zijn naar de Torenschool. Onmiddellijk daarna worden op de hoeken van alle straten in de omgeving van de school wachtposten gezet: op de hoek van de Helmersstraat, de Betje Wolfstraat, de Bosboom Toussaintstraat, de Breitnerstraat en de Frans Lebretlaan. Ook wordt er op het dak van de Torenschool een mitrailleur geplaatst. Dat ding heeft tot de overgave van Dordrecht onafgebroken gerateld, dag en nacht door. Slapen kon je vanaf dat moment wel vergeten.

De Torenschool in 1937. (foto: Regionaal Archief Dordrecht)

Er komen ook vrachtauto's voorbij, met een open laadruimte. Daarin liggen lijken en delen van dode mensen, zowel militairen als burgers. Er ligt ook een kapot geschoten motorfiets op de hoek van de Spuiweg en de Singel. Die zit boordevol kogels en banden. De familie De Boer op de hoek van de Breitnerstraat heeft medelijden met de soldaten, die in de koude nacht op straat moeten blijven. Ze bieden die soldaten warme melk aan, maar ze verstaan hen niet. Ze schrikken zich een bult: het zijn de Duitsers al! De uitgezette wachtposten trekken zich nu terug naar de Torenschool. Af en toe rukt er een patrouille uit en die roepen dan naar de andere soldaten: "Stil blijven staan of we schieten!" Staan de anderen niet onmiddellijk stil, dan wordt er meteen geschoten. Soms worden er hele groepjes gearresteerd. Ze lijken wel op burgers en Nederlandse militairen, maar ze reageren niet op het bevel "stilstaan of we schieten". Dat hebben ze niet geleerd, wel "halt" of "stop".

12 mei 1940 (zondag): Vader en moeder besluiten nog een keer naar ons huis in de Van Goghstraat te gaan. 's Nachts is het namelijk koud en we hebben te weinig kleren bij ons. Ik heb bijvoorbeeld alleen mijn schoolgoed mee. Dat houdt in: een niet al te beste korte broek, een overhemdje, een paar korte sokken en vooral niet mijn allerbeste schoenen. Jongens lopen na schooltijd toch maar langs de straat te slenteren en te voetballen en dan niet met een echte bal, maar met een stuk steen. Je krijgt dus nooit je beste goed aan naar school. Als vader en moeder bij de Jacob Marisschool komen, wordt snel duidelijk, dat er zich tijdens onze afwezigheid in de buurt, waar we wonen, een ramp heeft voltrokken. Wanneer vader en moeder verder lopen, slaat de schrik hen om het hart: de hele huizenrij op de hoek van de David Blesstraat en de Vincent van Goghstraat en dus ook hun eigen huis, is afgebrand. Alleen de huizen in de hoek van de Van Goghstraat met de Weissenbruchstraat zijn gespaard gebleven, maar daar is veel waterschade. Van de afgebrande huizen staan de schuurtjes nog overeind, maar de deuren van de schuurtjes zijn opengebroken en alles wat erin stond is gestolen. Het gezegde "de één zijn dood is de ander zijn brood", dat blijkt maar weer eens al te waar te zijn. Mijn elektrische trein, van een kubieke meter ijzer, waaronder een transformator, daarvan is geen spoortje meer terug te vinden. Wel mijn brandweerauto, die er boven stond. Hij is weliswaar zo plat als een dubbeltje, maar toch niet helemaal weggesmolten. Als mijn ouders weer op de Brouwersdijk zijn teruggekomen, moeten mijn zus en ik vernemen, dat we nu dakloos zijn en armer dan de mieren. Gelukkig hebben we elkaar nog. De buren van tante Cor hebben een schuilkelder in het onderhuis. Oom Dirk gaat vragen of we daar nog bij kunnen. Dat mag. Die buren, dat zijn drie zusters, Erkelens genaamd. Ze zijn steeds banger geworden en kunnen wel wat gezelschap gebruiken. Ik zie ze nog zitten: alledrie op een rijtje, in leunstoelen, met rondom hen heen allemaal beddenkussens en op hun hoofd zo'n witte ijzeren dekschaal met een blauw randje, die moet dienen als helm. Wij kregen een hoek in de kelder toebedeeld. Er werden ook tafels, stoelen en bedden naar beneden gebracht. Je hoorde in die kelder het schieten veel minder. Af en toe werd de deur opengezet, want er zaten inmiddels al tien mensen in die kelder (de drie dames Erkelens, wij met ons vieren en onze oom, tante en nichtje) en het was dus nodig dat op gezette tijden de lucht ververst werd. De twee mannen, mijn vader en oom, gingen zo nu en dan boven kijken, of alles nog in orde was. Eén keer werden ze vanuit een vliegtuig beschoten, maar gelukkig niet geraakt. Als het avond wordt, neemt het schieten op straat wat af.  De mitrailleur op het dak van de Torenschool ratelt evenwel de hele nacht door.

13 mei 1940 (maandag): Er is wat op til. Er gebeurt wat, want de straat wordt weer meer en meer door burgers ingenomen, hoe gevaarlijk dat ook is. Je hoort nu allerlei verhalen. De Zwijndrechtse brug, zegt men, is nu weer van ons en er komt hulp van de Fransen en Belgen. Dat zal de reden zijn, dat de Duitsers zich hier in de buurt niet meer laten zien. Een enkele keer, als er een vliegtuig overkomt, moet je gauw wegduiken, want die schieten op alles wat beweegt. En toch krioelt het buiten weer van de mensen. Vader gaat ook weer de straat op. Hij wil naar de Cornelis de Wittstraat in de binnenstad, even kijken of alles goed gaat met zijn ouders, die daar wonen en natuurlijk ook om te vertellen dat zijn huis is afgebrand. Hij komt echter niet verder dan de tunnel onder het spoor tussen de Krispijnseweg en de Spuiweg. Ik weet niet meer precies waarom hij niet verder is gegaan. Hij ziet wel overal dode soldaten op straat liggen, maar toch lijkt het niet echt gevaarlijk te zijn. Het lijkt wel, of de Duitsers weer vertrokken zijn.  

14 mei 1940 (dinsdag): Er komen vandaag allemaal legerwagens aanrijden van de kant van de Zwijndrechtse brug. Boven op die wagen staat een oranje driehoek. Dat zijn zeker de Fransen, die ons zouden komen helpen. De mitrailleur op de Torenschool is ook gestopt met schieten. Het lijkt erop, dat de soldaten, die in de school zaten, zijn vertrokken. Je ziet er tenminste niet één meer. Wel veel burgers. Het krioelt van de burgers op straat. Later die dag blijkt waarom: in de zogenaamde "leeuwenkuil", een open plek op de hoek van de Brouwersdijk met de Frans Lebretlaan, waar in normale omstandigheden kinderen spelen, liggen geweren, bajonetten, uniformen, heel veel kogels, mitrailleurbanden, puttees [beenwindsels] e.d. De soldaten hebben hun spullen weggegooid en gaan als burgers naar huis. De colonne vrachtauto's draait van de Brouwersdijk de Bosboom Toussaintstraat in. Daar stoppen ze. Ze worden geparkeerd onder de hoge bomen, die aan weerszijden van de straat staan. Wie of wat het zijn, dat vinden we morgen wel uit. Het wordt nu te donker. Er klinkt geen schot meer.

15 mei 1940 (woensdag): De strijd is voorbij. We kunnen de balans opmaken. We hebben geen huis, geen geld en geen spullen. Kortom: behalve de kleren die we aanhebben, hebben we niets meer.

De bezetting (1940-1945):

De helft van de stad werd spergebied. Daar mocht je niet komen, want daar bevonden zich mijnenvelden. In de rest van Dordrecht werden de scholen, kazernes en andere grote gebouwen gevorderd door de Duitsers. De officieren namen hun intrek in de villa's. Wat overbleef, dat was een soort ghetto. Je moest je radio en je fiets inleveren, zelfs zinken emmers en teilen werden je afgenomen. Wij schoolkinderen verhuisden van de ene school naar de andere. Dat begon al in de mobilisatietijd. Er is, denk ik, geen school in Dordrecht, of ik heb er wel een tijdje op gezeten. Soms maar drie weken lang en dan was het weer verhuizen. In de tussentijd leerde je wel wat op school, maar niet veel. Wat je wel leerde, dat was overleven en dan natuurlijk vooral in het laatste deel van de bezetting, tijdens de hongerwinter. Van 's morgens vroeg tot 's avonds 8 uur, wanneer de spertijd begon, was je in de weer om alles wat eetbaar, drinkbaar en brandbaar was in de wacht te slepen.

Die vrachtauto's in de Bosboom Toussaintstraat, dat bleken uiteindelijk toch Duitsers te zijn. Ze vielen eigenlijk best mee. We mochten in hun auto's zitten en ze lieten ons meeëten. Ze hadden bijvoorbeeld van dat zure brood. Dat had ik nog nooit gegeten. Het is eerst even wennen, maar daarna best te eten. Wat veel indruk maakte, waren twee sabels die in die auto tegen de achterwand van de cabine hingen. Het geronnen bloed zat er nog aan. Je griezelde ervan. Zouden het toch moordenaars zijn? Het kon natuurlijk ook zijn, dat ze er gewoon kippen mee geslacht hadden. De scholen werden grondig schoongemaakt, zodat de Duitse soldaten erin konden. De spullen, die ze bij zich hadden, maakten veel indruk op ons. Ze hadden van alles bij zich, inclusief veldkeukens. Het was net een circus. De spullen, die de Nederlandse militairen hadden achtergelaten, gingen op een hoop op het schoolplein en werden verbrand. De officieren werden ingekwartierd bij de meer welgestelde burgers in de buurt. Mensen die goede bedden en dergelijke hadden. In 1955 liep ik als postbode de post rond te brengen en kwam een man tegen, die een Duitse oud-officier bleek te zijn. Hij was op zoek naar de firma B., een in Dordrecht zeer bekende bakkerij. Hij was daar in 1940 ingekwartierd geweest. De bakker was inmiddels verhuisd naar de Krispijnseweg, dus heb ik hem daarnaar verwezen. Die Duitser was zo blij als een kind, dat hij het eindelijk gevonden had. Hij had ook foto's bij zich, met de bakker, diens vrouw en kinderen en hijzelf erop. Zo'n rotoorlog levert dus niet alleen vijanden op, maar ook vrienden. Vooral die Duitse militairen in de eerste jaren, zeg maar tot en met 1942, waren best geschikte kerels. Wat daarna kwam, daar zat veel meer echt schorem tussen. Het waren toen overigens veelal oudere mannen, van zo rond de veertig. Ze vroegen heel vaak: "Hast du eine Schwester? Ich will ficken. Du kriegst von mir Kartoffeln und Zwiebeln. Geht sie holen, Mensch, schnell!" Thuis leerde ik nooit iets over een ander aan iemand anders te vertellen en nooit te schelden op wie dan ook, zelfs niet op de NSB. Dat had oom Jan uit Amsterdam [Jan Sanner, een neef van zijn vader] wel gedaan en nu zat hij in kamp Vught. Daar sloegen ze hem verrot. Dat verhaal maakte toch wel  indruk op me. [Hij refereert hier waarschijnlijk op discrete wijze aan het bezoek van een agent van politie, die kwam informeren of de zoon des huizes op de hoek van de Weissenbruchstraat een liedje had staat zingen, want daar waren klachten over binnengekomen van een zekere familie K. De jongen ging in de houding staan, salueerde en zei, dat hij dat inderdaad gedaan had. Op de vraag van de politieman, wat dat dan wel voor liedje was geweest, begon het kind te zingen: "Op de hoek van de straat, staat een NSB-er." De agent, toevalligerwijze één die niet "fout" was, sprak hem vermanend toe: zulke liedjes mag je niet zingen, jongen en als je wel doet, kunnen je ouders in grote moeilijkheden komen. Voor hij vertrok wees hij de ouders van Gerrit er nog op, dat zij hun radio, die ze in een gat onder het vloerkleed verborgen hadden (het luisteren naar de radio was inmiddels door de Duitse autoriteiten verboden en werd slechts toegestaan aan een beperkte groep Duitsgezinde Nederlanders), beter moesten camoufleren. (ABdH)]

Het is niet te geloven, maar op 5 januari 1942 krijg ik er een zusje bij. Negen pond en twee ons. Vlees zonder bon. (Dat laatste heb ik zelf bedacht.) Iedereen moet het weten, vind ik en ik ga het dan ook overal in de buurt vertellen. We hebben inmiddels een nieuw huis: Jacob Marisstraat nr. 86. Het is hetzelfde type woning als het afgebrande huis. Vader heeft een baan als perronkelner bij het station van de Nederlandse Spoorwegen in Dordrecht. Hij staat op het perron en als er een trein is gearriveerd, verkoopt hij koffie en broodjes aan de reizigers. Hij verdient er goed, vooral aan de Duitsers. Die geven meestal een dikke fooi. Hij heeft daar geen probleem mee, met dat verdienen aan de "Moffen", want hij zegt: ze hebben mijn boeltje afgebrand en nu zullen ze meebetalen aan de wederopbouw ervan. Vader heeft veel last van maagpijn. Hij moet daarom veel melk drinken en pap eten. Maar melk, daar is nu juist moelijk aan te komen. Moeder gaat op de fiets met zogenaamde anti-plofbanden (ironisch bedoeld, want het waren houten banden) de boeren af om melk en eten te kopen. Zij is de sterkste van ons allemaal.  Mijn zus Truus doet de afwas en past op de baby. Vader gaat uit werken, als hij tenminste niet in het ziekenhuis ligt. (Hij heeft drie maagoperaties gehad, één galoperatie en vier hartinfarcten. En hij is ook nog eens bijna verdronken onder palen. Toch is hij bijna 80 jaar geworden. Bij zijn laatste maagoperatie was zijn maag bijna helemaal weg en, o wonder, er groeide gewoon een nieuwe. Die man is eigenlijk een medisch wonder  geweest.)

En wat deed ik ondertussen? Naar school gaan, als er tenminste een school open was. In de vakanties ging ik eerst eten halen bij de centrale keuken. Tijdens de spoorwegstaking (september 1944) kwam vader zonder werk. Hij had echter zo weer een baan, deze keer bij de centrale keuken. Als ik daar eten ging halen, moest ik net doen of we elkaar niet kenden. Hij knipte en telde de bonnen. Je kreeg één schep per bon. Als ik kwam met vijf bonnen, dan zei hij tegen zijn collega, degene die het eten opschepte, zes keer en later acht of tijdens hongerwinter, zonder te verblikken of te verblozen, zelfs tien keer. In de hongerwinter zat er in dat eten van de centrale keuken niet veel meer dan gesneden stronken. Als er erwtensoep was dan mocht ik meedoen met het uitlikken van de gamellen. Dat mocht niet iedereen. Ik groeide dan ook als kool: van 110 cm naar 180 cm en van schoenmaat 34 naar 43. Dat leverde een probleem op, want behalve aan eten was er ook moeilijk aan kleren te komen, in het bijzonder schoeisel. Ik heb op van alles gelopen: schoenen van mijn moeder, waar de hakken afgehaald waren, schoenen, die te klein geworden waren en waar de neuzen afgehaald waren, houten kleppers, klompen, noem maar op. Van een te klein geworden plusfours werd een korte broek gemaakt en  de stukken, die overbleven, werden op de kont genaaid om het slijten tegen te gaan. We werden heel vernuftig en ik heb dan ook altijd wat aangehad. Meestal was dat zelf gefabriceerd. De kappen van de klompen bijvoorbeeld gingen er heel gauw vanaf. Dan maakte je met krammen een paar veters vast aan het hout en over het deel waar de tenen zitten legde je een brede band, die je met kopspijkers aan de klompen bevestigde. Het was overigens vrij makkelijk voor jongens zoals ik om aan geld te komen. De Duitsers hadden laarzen aan en die moesten altijd blinkend gepoetst zijn, zo glimmend als een spiegel. Ze zaten daarom heel vaak zonder schoensmeer. Dus kocht ik voor 18 cent een doosje Erdal en die ruilde ik bij de Duitsers voor sigaretten. Voor één doosje kon je makkelijk tien sigaretten krijgen. Bij ome Piet de Heer, een duivenmelker, die kennis had aan mijn oom en tante Florussen, die ook duiven hielden, kreeg je voor een sigaret een kwartje. Tel uit je winst: voor een investering van slechts 18 cent kreeg je dus 2,50 gulden terug. De 2,32 gulden, die overbleef, besteedde je dan weer bij Chris van Leeuwerden, die in de Jacob Marisstraat woonde en patat, stroopstokken en "cream" verkocht. Later, na de oorlog, heeft Chris nog vastgezeten voor zwarthandel en dat terwijl zo'n man in mijn ogen eigenlijk een standbeeld verdiend heeft, want hij heeft door die handel veel mensen van de hongerdood gered. Mijn motto is dan ook: beter duur, dan helemaal niet te koop. Ik at dus aan alle kanten: bij de boeren, bij de Duitsers, bij de zwarthandel en trouwens ook bij het verzet. Voor ome Wout van de Giessen brachten wij, jonge knapen, illegale krantjes weg. Zelfs daar waar het het gevaarlijkst was, in de buurt van de Jacob Marisschool. Daar stonden namelijk schildwachten voor de deur en die konden makkelijk in de gaten krijgen, dat er iets gaande was. Van ome Wout kregen wij - in dit geval mijn vriend Jan Kok en ik - een Colt .45 revolver, een wapen met een cilinder, geschikt voor 9 mm patronen. Er zaten helaas geen kogels bij. Maar daar wisten we wel wat op te vinden. Jan Kok woonde in de Matthijs Marisstraat en als je bij hem achter door de schutting keek, kon je op het schoolplein kijken. Daar stond toen een voorraadschuur van de Duitsers. Normaal gesproken was die loods dicht, maar op heel warme dagen stonden de ramen open en dan kon je ze zien liggen, die mooie doosjes met patronen. De afstand tussen de schutting en de munitieloods was toch wel gauw zo'n vier meter, maar ook daar hadden we een oplossing voor. Met een hengel, een draad en een snoekenhaak lukte het ons om die doosjes aan te haken en voorzichtig door het gat naar ons toe te trekken. De kogels bleken te klein te zijn, 7,6 mm in plaats van 9 mm, maar als je er twee lucifers tussen deed, dan pasten ze wel. Onze oefenplaats was de schuilkelder in de Jacob Marisstraat. Die bevond zich in het plantsoen direct tegenover ons huis. Ook hielden we ons bezig met het uit elkaar peuteren van granaten (1,20 cm x 10 cm) om er trotyl uit te halen. Dat is mooi vuurwerk, dat trotyl! Soms gingen we mee met de Duitse soldaten, als ze schietoefeningen hielden. We mochten gewoon meedoen. Dan lagen wij in het korenveld aan de trekker van een mitrailleur, terwijl een van die Duitsers de band doorhaalde. We gingen ook mee als ze gingen oefenen op de oude vuilnisbelt langs de Kil. Dan mochten we niet meedoen, want dat was te gevaarlijk. Ze oefenden dan met vlammenwerpers en bliezen zelfgemaakte bunkers op. Bij één zo'n oefening is toen een Duitser, die Lange Sjors werd genoemd, gesneuveld. Er werd geoefend met het leggen van draden om dynamiet in de bunker op te blazen. Als het veilig was, werd er gevlagd en dan volgde er een enorme knal en vloog de bunker de lucht in. Op het appel na de oefening ontbrak Lange Sjors. Er is helemaal niets van hem teruggevonden. Daar griezelden we wel even van. Ook gingen we losse flodders zoeken, die zaten vlak onder het zand. Echte patronen, maar met een rode houten kop. We hebben er honderden gevonden.

Even verder langs de Kil, daar regeerde Hammeke. Hij deed zijn naam eer aan, want het was een klein dik mannetje. Hammeke was belast met de bewaking van de pont naar 's-Gravendeel en de controle op degenen die willen overvaren. Het was een echte sadist. Als er een hooiwagen over wilde varen, liet hij die tot aan de slagboom naderen en dan plotseling begon hij als een razende met zijn bajonet in het hooi te steken. Dan rolden en buitelden er van alle kanten mensen uit het hooi. Het spijt me om het te moeten zeggen, maar dat was eigenlijk ook wel weer een komisch gezicht. In het laatste deel van de bezetting, toen het voedselgebrek nijpender werd, stonden er wel 200 mensen voor de pont, die allemaal eten wilden gaan halen bij de boeren aan de overkant. Soms staat Hammeke zijn muts goed en dan laat hij ze door. Hij schreeuwt: "Sie wollen mit, aber Sie kommen nicht zurück!" Ik ging ook mee, soms met mijn moeder, maar ik ben ook wel eens alleen geweest. We konden overnachten bij boeren. Je mocht er slapen op vers stro, midden tussen de koeien, met wel 50 of 60 mensen tegelijk en toen het middernacht was, kregen we erwtensoep. De volgende dag om zeven uur 's ochtends gingen we op strooptocht om aardappelen, erwten, bruine bonen en graan bij de boeren in de Hoeksche Waard te kopen. Er waren mensen die de hele inhoud van hun linnenkast voor eten ruilden. Ik had alleen mijn verhaal, maar gelukkig zijn er ook die daar gevoelig voor zijn. Ik denk, dat ik eerlijk overkwam en dat was ik ook, op dat moment. We gingen naar Strijensas, Mookhoek en dan weer terug naar 's-Gravendeel, naar het Wieldrechtse veer. Het volgende probleem was om weer naar de overkant te komen. Ik heb toen aan een mevrouw gevraagd of ik voor haar zoon mocht doorgaan en dat mocht. Toen de Duitse militair me naar mijn "Ausweis" vroeg, zei ik, "Die mevrouw daar, dat is mijn moeder. Die heeft ook mijn pas." "Laufen Sie. Schnell!", riep de Duitser. Daarna kwam nog het moeilijkste gedeelte. Hoe langs de Centrale Controle Dienst te komen? Die heren hielden zich bezig met de controle op hamsteren en konden niet per bon verkregen artikelen in beslag nemen."

7. Cornelia Gijsberta van Soomeren, geboren Dordrecht 11 juli 1904 in een huis in de Jan Schoutenstraat (toen nog Singel genaamd), overleden Dordrecht 21 dec. 1991

Barend Haksteen en Cornelia Gijsberta van Soomeren (ca. 1925).

Persoonsbewijs van Barend Haksteen (1941).

Cornelia Haksteen-van Soomeren en haar kleindochter Arlene de Snoo (Residence du Parc, Montargis (F.) ca. 1966)

 

Kinderen:

a. Geertrui Haksteen, geboren Dordrecht 17 apr. 1928 (Grotekerksbuurt) (= kwartier 2)

b. Gerrit Jacobus Haksteen, geboren Dordrecht 14 sept. 1930 (Cornelis de Wittstraat), postbode, overleden Dordrecht 23 juli 1990, trouwde Rienke Schaafstra

Kinderen:

b-1. Barend Rikus Cornelis Haksteen, geboren Dordrecht 1956, automonteur, trouwde Aukje Schwartz, geboren 1959, onderwijsassistente

Kinderen:

b-1-1. Barry Haksteen, geboren Dordrecht 1984, trouwde Bernadine Snijders

Kind:

b-1-1-2. Javeaney Haksteen, geboren 2011

Halloween 2014

Javeaney in de Efteling Kerstmis 2014

b-1-2. Tamara Kimberly Haksteen, geboren Dordrecht 1988, trouwde Frank van Opstal

b-2. Renate Haksteen, geboren Dordrecht dec. 1959 in een huis aan de Zuidendijk, Gemeentelijk Lyceum Dordrecht, medewerkster PTT, thans lerares Frans in Capelle a/d IJssel, trouwde Robert Dijkema, geboren Rotterdam dec. 1958, postbode, winkelier te Rotterdam


Renate Haksteen

b-3. Diane Haksteen, geboren Dordrecht 1964

c. Goverdina Johanna (Din) Haksteen, geboren Dordrecht 5 jan. 1942 (in het Diaconessenziekenhuis in de Prinsenstraat), woont thans in Villemandeur, departement Loiret (Frankrijk), trouwde Dordrecht 1964 Jan de Snoo, geboren Zwijndrecht 1 mei 1939, directeur van Liontube SA in Chalette sur Loing, departement Loiret (Frankrijk), zusterbedrijf van Van Leeuwen Buizen in Zwijndrecht

Jan en Din de Snoo (2007).

Kinderen:

c-1. Arlene de Snoo, geboren Montargis, dep. Loiret (F.), 30 aug. 19**, toeristische gids, trouwde 17 dec. 1995 Frédéric Lenormand

Arlene de Snoo (Moederdag 2008)

Kinderen:

c-1-1. Maxime Lenormand. geboren 7 febr. 1993

c-1-2. Chloé Lenormand, geboren 2 dec. 1996

c-1-3. Florine Lenormand, geboren 14 febr. 1999  

                            

Florine Lenormand, Chloé Lenormand, Arlene de Snoo en Truus den Haan-Haksteen (juli 2009)                                                               

c-2. Pascal Jack de Snoo, geboren Chalette sur Loing, dep. Loiret (F.), 13 jan. 19**

Truus den Haan-Haksteen en Pascal de Snoo (2008)

GENERATIE IV

8. Cornelis den Haan, geboren Rockanje 30 mei 1856, landarbeider in de Hoeksche Waard en Dubbeldam, vestigde zich in 1913 in Dubbeldam, komende uit Mijnsheerenland, woonde te Dubbeldam in een huis aan de Wieldrechtse Zeedijk in de buurtschap de Tweede Tol, overleden Dubbeldam 23 dec. 1936, trouwde Zuid-Beijerland 13 april 1888

9. Maria van der Hoeven, geboren Nieuw-Beijerland 31 mei 1863, overleden Dubbeldam 15 juni 1944

kinderen:

a. Jacob den Haan, geboren Zuid-Beijerland 16 juni 1890, overleden Dordrecht 16 juni 1967, trouwde Dordrecht 21 nov. 1912 Aartje Kaijim, geboren Dubbeldam 8 sept. 1890

Kinderen:

a-1. Cornelis den Haan, geboren Dubbeldam 18 juli 1913, trouwde Dordrecht 14 juni 1934 Elisabeth van der Schalie, geboren Dordrecht 15 mrt. 1916

Kinderen (o.a.):

    a-1-1. Aartje den Haan, geboren Dordrecht 29 april 1935

    a-1-2. Pieter den Haan, geboren Dordrecht 29 mrt. 1936

    a-1-3. Jacob den Haan, geboren Dordrecht 9 juni 1938

    a-1-4. Johannes Hendrikus den Haan, geboren Dordrecht 3 febr. 1940

a-2. Antje den Haan, geboren Dubbeldam 11 aug. 1914

a-3. Maria den Haan, geboren Dubbeldam 14 juli 1917

a-4. Bastiaan den Haan, geboren Dubbeldam 4 mrt. 1920

a-5. Neeltje den Haan, geboren Dubbeldam 19 juli 1921

a-6. Barbara den Haan, geboren Dubbeldam 29 nov. 1922

a-7. Aartje den Haan, geboren Dubbeldam 26 sept. 1924

a-8. Jacob den Haan, geboren Dordrecht 12 okt. 1928

b. Annigje den Haan, geboren Zuid-Beijerland 22 okt. 1891, trouwde A. Hartman

c. Bastiaan den Haan, geboren Zuid-Beijerland 16 okt. 1893, overleden Rotterdam 2 febr. 1968, trouwde 1e Dubbeldam 7 dec. 1916 Elizabeth Lansue, geboren Hontenisse 18 febr. 1893, 2e Rotterdam 9 juni 1965 Cornelia Eichhorn.

Kinderen (uit het eerste huwelijk):

c-1. Maria den Haan, geboren Dubbeldam 21 febr. 1917, trouwde Rotterdam 20 apr. 1938 Willem van der Wal

c-2 Rosalia (Roos) den Haan, geboren Dubbeldam 14 april 1919, overleden Rotterdam 11 mrt. 1938, trouwde Rotterdam 29 dec. 1937 Cornelis Spijkers, geboren Rotterdam 13 sept. 1915, hulpisoleerder. Uit dit huwelijk een zoon George Spijkers geboren Rotterdam 24 febr. 1938

d. Jaapje den Haan, geboren Zuid-Beijerland 20 nov. 1895, overleden 's-Gravendeel 24 jan. 1960, trouwde 's-Gravendeel 23 okt. 1915 Zeger Robbemont

e. Neeltje den Haan, geboren Zuid-Beijerland 16 aug. 1897

f. Adrianus den Haan, geboren Numansdorp 17 nov. 1899 (kwartier nr. 4)

g. Maria den Haan, geboren Strijen 25 dec. 1901, overleden Dordrecht 29 sept. 1987, tr. 1e P. Bos, 2e J. Nieuwstraten (geen kinderen)

h. Cornelis den Haan, geboren Numansdorp 20 mrt. 1904, overleden Rotterdam 16 juni 1987, trouwde 's-Gravendeel 12 dec. 1925 Sijgje in't Veld, geboren ca. 1902, overleden Rotterdam 21 sept. 1986 (3 dochters, 1 zoon)

10. Bastiaan Naaktgeboren, geboren Dubbeldam 19 sept. 1864, landarbeider, overleden Dordrecht 22 nov. 1907, trouwde Dubbeldam 9 mei 1889

11. Maria Bongers, geboren Dubbeldam 15 dec. 1865, overleden Dordrecht 10 okt. 1934, zij woonde in een huis aan de Reeweg Zuid.

Op de enige foto (ca. 1930), die van Maria Bongers overgeleverd is, staat zij - nauwelijks zichtbaar - in de deuropening van haar huis aan de Reeweg Zuid. Links van haar staat haar dochter Pietertje Stam-Naaktgeboren. (Met dank aan de heer H. Tempelaar te Dordrecht)

De huizen aan de Reeweg Zuid werden in de meidagen van 1940 kapotgeschoten.

Kinderen (o.a.):

a. Adrianus Naaktgeboren, geboren Dubbeldam 4 aug. 1890, trouwde 's-Gravendeel 2 juni 1923 Hermina de Penning, geboren 's-Gravendeel 7 aug. 1899, dochter van Jacob de Penning en Gijsje Naaktgeboren

Zoon:

a-1. Jacob Naaktgeboren, geboren Dubbeldam 6 dec. 1931, overleden Dordrecht 26 sept. 2015, trouwde Maaike de Bruin

b. Maria Naaktgeboren (= kwartier 5)

12. Barend Haksteen, geboren Dordrecht 9 aug. 1879, fabrieksarbeider (werkzaam bij Penn & Bauduin), overleden Dordrecht 16 apr. 1946, trouwde Dordrecht 16 juli 1903

13. Geertrui Rook, geboren Dordrecht 17 juli 1875, overleden Dordrecht 29 aug. 1959 in het huis van haar dochter Cornelia Hendrika Markesteijn-Haksteen aan de Brouwersdijk.

Het echtpaar Haksteen-Rook met hun kinderen, schoondochter, schoonzoon en  kleinkind, Geertrui Haksteen, ca. 1931

echtpaar Haksteen-Rook woonde tot 1931 aan de Hellingen, van 1931-1936 in de Cornelis de Wittstraat (nr. 38), van mrt. tot sept. 1936 in de Hooftstraat en vanaf sept. 1936 in de Cornelis de Wittstraat (nr. 44 rood) [Bevolkingsregister Dordrecht 1918-1937]

De Hellingen ca. 1903 (foto: Erfgoedcentrum DiEP)


Uit dit huwelijk:

a. Barend Haksteen, geboren Dordrecht 16 apr. 1904 (= kwartier 6)

b. Cornelia Hendrika Haksteen, geboren Dordrecht  11 febr. 1907, overleden Dordrecht 27 juli 1999, trouwde Dordrecht 16 april 1931 Dirk Markesteijn, geboren Rotterdam 20 juli. 1907, boekhouder, administrateur, overleden Dordrecht 24 nov. 1980 (beiden begraven op de Algemene Begraafplaats/Essenhof te Dordrecht), zoon van Casparus Markesteijn, blikslager en Johanna Groenenberg

 Uit dit huwelijk:

a. Johanna (Annie) Markesteijn, geboren Dordrecht 1 mei 1934

b. Geertrui Markesteijn, geboren Dordrecht

c. Casper Markesteijn, geboren Dordrecht 1946, onderwijzer, schrijver van kinderboeken

Cas Markesteijn

c. Adriaan Haksteen, geboren Dordrecht 1 aug. 1911, sergeant-majoor Koninklijke Marine (1928-1961: Curacao, Nederlands-Indië, Nieuw-Guinea), overleden Steenbergen 1999, trouwde 1e Wilhelmina Franken, 2e Gerretdina Lambrechts, overleden 2011

Kinderen:

ex 1:

c-1. Geertrui (Trudy) Haksteen

ex 2:

c-2. Adriana (Addy) Haksteen

Ad Haksteen (1958)

14. Gerrit Jacobus van Soomeren, geboren Hurwenen (Gelderland) 2 mei 1868, 7 mei 1888 vrijgesteld van militaire dienst wegen gebreken (slechte ogen?), kolenhandelaar, eigenaar van een vrachtrijdersbedrijf in Dordrecht, handelaar in klein vee, woonde in 1949 in de Diaconiehof 21 beneden, overleden Dordrecht 28 dec. 1951, trouwde Dordrecht 5 aug. 1891 (huwelijk door echtscheiding ontbonden bij vonnis van de Arondissementsrechtbank te Dordrecht op 20 jan.1930)

Gerrit Jacobus van Soomeren met één van zijn kleinzoons (foto: Erfgoedcentrum DiEP)

Boerderij in Hurwenen (Rijksmonument).

15. Goverdina Johanna Knikman, geboren Dordrecht 26 juni 1868 (Tolbrugstraatje D:1651), overleden Dordrecht 21 juni 1938

- 30 mei 1945: G.J. van Soomeren, 77 jaar, wonende Diaconiehof nr. 21, doet aangifte van vermissing van twee fietsbanden, welk rijwiel hij in reparatie had gegeven bij Goedhart, Koninginnestraat 41 (GAD, archief 213, inv. 83b [Journaal Hoofdbureau van Politie te Dordrecht], nr. 150)

Tolbrugstraat Landzijde in 1912 (foto: RA Dordrecht)

Kinderen:

a  Hendrika Goverdina Johanna van Soomeren, geboren Dordrecht 15 nov. 1891

b. Adam van Soomeren, geboren Dordrecht 21 juni 1893

c. Gerrit Jacobus van Soomeren, geboren Dordrecht 14 sept. 1894, vrachtrijder, trouwde Dordrecht 25 juli 1923 Elizabeth Petronella de Boeff, geboren Dordrecht 25 aug. 1896

Kinderen (allen geboren te Dordrecht):

c-1. Johanna Goverdina van Soomeren, 24 juni 1924

c-2. Jeanne van Soomeren, 27 nov. 1925

c-3. Gerri Jacoba van Soomeren, 31 jan. 1929

d  Goverdina Johanna van Soomeren, geboren Dordrecht 16 maart 1897

e. Hermanus van Soomeren, geboren Dordrecht 21 aug. 1899

f. Maria Sophia van Soomeren, geboren Dordrecht 26 aug. 1902, verpleegster in Den Haag, trouwde Huib van Aken, geen kinderen

Marie van Soomeren, verpleegster in Den Haag.

g  Cornelia Gijsberta van Soomeren ( = kwartier 7)

h  Wilhelmina Pieternella Hendrika van Soomeren, geboren Dordrecht 1 juli 1907

i. Marinus Hendrikus van Soomeren, geboren Dordrecht 18 dec. 1910, dienstplichtig soldaat in de meidagen van 1940, krijgsgevangene in Neubrandenburg in Duitsland, voeger te Dordrecht, had tot 1975 een eigen voegersbedrijf, trouwde Dordrecht 12 nov. 1936 Cornelia Gerarda Deijl, geboren Dordrecht 15 febr. 1916, overleden Dordrecht 14 juni 1999

GENERATIE V

16. Jacob den Haan, geboren Oostvoorne 14 juli 1819, boswachter, landarbeider, vestigde zich in 1874 met zijn gezin in de Hoeksche Waard, komende van Voorne-Putten (Zuidland), overleden Zuid-Beijerland 9 juni 1878, trouwde Brielle 7 juli 1852

17. Jaapje Stolk, geboren Oostvoorne 15 april 1829, overleden Rockanje 1 maart 1919

18. Bastiaan van der Hoeven, geboren Nieuw-Beijerland 15 april 1829, arbeider, overleden Zuid-Beijerland 24 dec. 1904, trouwde Zuid-Beijerland 15 okt. 1852

19 Annigje van der Waal, geboren Zuid-Beijerland 12 sept. 1827, overleden Zuid-Beijerland 28 juli 1911

20. Adrianus Naaktgeboren, geboren Wieldrecht 18 okt. 1829, arbeider, overleden Dordrecht 22 jan. 1906, trouwde Dubbeldam 6 febr. 1858

21. Pietertje Klootwijk, geboren Wieldrecht 26 dec. 1832, overleden Dordrecht 9 juni 1908

22. Lodewijk Bongers, geboren 's-Gravendeel 9 nov. 1815, timmerman, overleden Dubbeldam 9 mei 1894, trouwde 's-Gravendeel 19 dec. 1844

23. Elizabeth van den Bosch, geboren 's-Gravendeel 1 mei 1822 (natuurlijke dochter van nr. 46), overleden Dubbeldam 9 juni 1890

24. Barend Haksteen, geboren Dordrecht 6 april 1851, schilder, houtdraaier, metaalarbeider (bij de fa. Penn & Bauduin), overleden Dordrecht 23 nov. 1934 (geplaatst - voor eigen rekening- in het N.H. Bestedelingenhuis aan het Bagijnhof op 23 aug. 1934 en daar overleden, de rouwadvertentie in het Dordrechts Nieuwsblad  luidt:  "Heden overleed na een langdurig, doch geduldig gedragen lijden Barend Haksteen, 83 jaar", begraven Dordrecht 28 nov. 1934), trouwde Dordrecht 28 okt. 1874

25. Adriana van der Holst, geboren Dordrecht 14 nov. 1848, overleden Dordrecht 27 juni 1924 (godsdienst: RK)

- 9 mei 1871: Barend Haksteen, geboren 1851, draaier, ingelijfd bij het 1e Regiment  V Artillerie, stamboeknummer 24886, gepasporteerd op 8 mei 1876 (Stadsarchief Dordrecht nr 6 inv. 5541 [Nationale Militie 1870], nr. 108)

Kinderen:

a. Johannes Haksteen, geboren Dordrecht 1873, smid (1896). constructiewerker (1927), overleden 1938, trouwde Dordrecht 19 nov. 1896 Pierkje Faber, geboren Sneek 20 jan. 1871, dochter van Hans Faber en Harmke Nuijen

Kinderen:

a-1. Adriana Haksteen, geboren 1897

a-2. Hermina Haksteen, geboren 1898

a-3. Barend Haksteen, geboren Dordrecht 1900, constructiewerker, trouwde Dordrecht 16 juni 1927 Masje Vogel, geboren Dordrecht ca. 1901, dochter van Willem Vogel en Maria van Es

a-4. Johanna Haksteen, geboren 1902

a-5. Pieter Haksteen, geboren 1903

a-6. Neeltje Haksteen, geboren 1906

a-7. Pierkje Haksteen, geboren 1913

b. Pieter Haksteen, geboren 1875, smid (1898), overleden 1955, trouwde Dordrecht 3 febr. 1898 Hendrika Plasier, geboren Dordrecht, dochter van Pieter Plasier, koopman en Jacoba van Eijnsbergen

Kinderen:

b-1. Barend Haksteen, geboren 1898

b-2. Pieter Haksteen, geboren 1899

b-3. Adriana Haksteen, geboren 1901

b-4. Johanna Haksteen, geboren 1913

c. Barend Haksteen (= kwartier 12)

d. Jacob Haksteen, geboren 1885, banketbakker (1920), overleden 1942, trouwde Dordrecht 29 april 1920 (met dispensatie bij Koninklijk Besluit dd 12 april 1920 van het, ingevolge art. 88 (1) van het Burgerlijk Wetboek, bestaande verbod tegen het aangaan van dat huwelijk) Maria Lagendijk, geboren Zwijndrecht ca. 1890, weduwe van zijn broer Teunis Haksteen, dochter van Jan Leendert Lagendijk, arbeider en Johanna Maria van Pelt

Kind:

d-1. Adriana Maria Teuntje Haksteen, geboren 1920

e. Teunis Haksteen, geboren 1887, overleden 1918, trouwde ca. 1913 Maria Lagendijk, die hertrouwde Dordrecht 29 april 1920 Jacob Haksteen (zie hierboven bij d.)

Kind:

e-1. Barend Haksteen, geboren 1913

f. Willem Haksteen, geboren Dordrecht 14 okt. 1890, kistenmaker, winkelier, woonde met zijn gezin vanaf 22 sept. 1939 in het Steegoversloot (nr. 67 rood), overleden 1972, trouwde Dordrecht 5 aug. 1915 Adriana Willemina van 't Hoff,  geboren Dordrecht 22 febr. 1892, overleden Dordrecht 2 nov. 1944, dochter van Arie Johannes van 't Hoff, koopman en Helena Nedermeijer

Volgens de overlevering zou zij één van de slachtoffers van het bombardement van 24 okt. 1944 zijn geweest.

Kind:

f-1. Adriana Willemina Haksteen, geboren Dordrecht 16 febr. 1926

 

26. Hendrik Rook, geboren Dordrecht 26 febr. 1844, arbeider, tweede opzichter Gasfabriek, overleden Dordrecht 8 mei 1906 in een huis aan de Bleijenhoek, trouwde Dordrecht 17 apr. 1867

27. Cornelia Hendrika Minnebreuker, geboren Dordrecht 18 dec. 1843, overleden Dordrecht 11 aug. 1913 (Mariënbornstraat 66a)

Medewerkers van de Gasfabriek in 1900. Rechts vooraan Hendrik Rook.


Bleijenhoek-Merwekade ca. 1910, links een gashouder, rechts de gasfabriek (foto: Erfgoedcentrum DiEP)

Kinderen:

a. Johanna Rook, geboren Dordrecht 1872, overleden Dordrecht 1 juli 1930, trouwde ald. 27 juli 1893 Leendert Willem Sanner, geboren Dordrecht 1872, stoker Gasfabriek te Dordrecht, overleden Dubbeldam 7 dec. 1948, zoon van Leendert Sanner en Willemina Spoel, vestigde zich in 1926 in Dubbeldam, komende uit Dordrecht, woonde in Dubbeldam aan de Dubbeldamseweg, woonde samen met 2e Johanna Theodora Wouters ("tante Jo"), geboren Delft 25 aug. 1879, huishoudster/kinderjuf, die zich op 3 mei 1934 in Dubbeldam vestigde, komende uit 's-Gravenhage (Bevolkingsregisters Dordrecht en Dubbeldam) *

* Bevolkingsregister 's-Gravenhage 1913-1939:

Johanna Theodora Wouters, kinderjuf, geboren Delft 25 aug. 1879,

29 juli 1921: Van Boetzelaerlaan 99 (Bendien)
22 sept. 1922: Frederik Hendriklaan 8 (Bendien)

tot 24 nov. 1927, daarna ander adres en andere werkgever, in 1934 vertrokken naar Dubbeldam.

Hij vroeg in 1943 aan de Duitse autoriteiten vrijstelling van het inleveren van zijn radio, omdat zijn zoon Gerrit Sanner in dienst van de Duitsers (ca. 1942) aan het Oostfront tegen de Russen gevochten had.

Mijn moeder (geboren 1928) vertelt: we kwamen voor de oorlog vaak bij oom Leen Sanner in Dubbeldam. Die leefde, nadat zijn vrouw overleden was en omdat zijn kinderen nog jong waren, samen met een huishoudster, mevrouw Wouters. Die was daarvoor huishoudster geweest bij een joodse familie Bendien in Den Haag. Tijdens een bepaalde kerstmis was er in huize Bendien brand uitgebroken en toen had de huishoudster de kinderen Bendien gered van onder een brandende kerstboom. Daarbij was haar haar verbrand, dat nooit meer helemaal teruggegroeid is. De familie Bendien heeft haar toen een pruik gegeven. Tijdens de bezetting heeft de familie Bendien goederen in bewaring gegeven aan mevrouw Wouters. Die zouden zijn begraven in de tuin achter Leen Sanners huis. Toen Oom Leen na de oorlog op sterven lag, vroegen zijn kinderen: "Vader, waar is de schat?". 

Kinderen:

a-1. Wilhelmina Sanner, geboren Dordrecht 24 aug. 1893, trouwde 1e Dordrecht 9 aug. 1917 (gescheiden 8 jan. 1920) Cornelis Arie Willem Zeeuw, bankwerker, 2e Dordrecht 16 juni 1921 Petrus Johannes Maria van den Eijken, los werkman

a-2. Hendrik Sanner, geboren Dordrecht 24 jan. 1895

a-3. Leendert Willem Sanner, geboren Dordrecht 27 nov. 1896, trouwde Dordrecht 17 juli 1919 Sijgje Vervoort, dochter van Peter Vervoort en Lijntje Kroos 

a-4. Johanna Elisabeth Sanner, geboren Dordrecht 6 april 1904

a-5. Johannes Dirk Sanner, geboren Dordrecht 25 jan. 1908

a-6. Gerrit Hendrik (Geert) Sanner, geboren Dordrecht 5 nov. 1909 (in een huis aan het Slikveld, nr. 12 [BS Dordrecht, gebooreregister, akte 1168]), venter in galant, winkelbediende, grondwerker, bouwvakarbeider, betonvlechter, woonde vanaf 22 febr. 1939 in de Korte Leidschedwarsstraat te Amsterdam, vanaf 2 dec. 1946 in de Rozenstraat ald., lid van de Landwacht, leider van de "bloedgroep Norg" (ca. 1944), gefusilleerd Groningen 1 mei 1947, trouwde 1e 's-Gravenhage 6 dec. 1933 Gertrud Anna Mienkus, overleden ald. 25 aug. 1936, 2e Bottrop (D.) 9 febr. 1937 (gescheiden 's-Gravenhage 15 mrt. 1939) Anna Hruschka, geboren Bottrop 5 jan. 1917, 3e  Amsterdam 25 sept. 1940 Frederika Adriana Maria Kouwenberg, geboren Amsterdam 4 april 1906, gescheiden echtgenote van Jacobus Johannes Uijtenhaak

- vestigt zich op 27 april 1931 te Dubbeldam, komende uit Dordrecht (Bevolkingsregister Dubbeldam)

- vertrekt naar 's-Gravenhage op 13 febr. 1932 (idem)

- vestigt zich op 22 febr. 1939 in Amsterdam (Bevolkingsregister Amsterdam)


Nationaal Archief Den Haag, CABR dossier van Gerrit Hendrik Sanner:


Beroep: beton- en grondwerker

12 september 1929: vestigt zich in Amsterdam komende uit Dubbeldam (adres in Amsterdam: 1e Schenkelstraat 22, 1 hoog), woont in 1932 korte tijd in Dubbeldam, vertrekt op 13 februari 1932 naar ’s-Gravenhage (Karel de Geeststraat 21)

1938: door de Rechtbank te Den Haag wegens oplichting veroordeeld tot 1 jaar gevangenisstraf.

25 september 1940: trouwt in Amsterdam met Frederika Adriana Maria Kouwenberg, geboren Amsterdam 4 april 1906. sedert 30 augustus 1939 (Amsterdam) gescheiden van Jacobus Johannes Uijtenhaak, tuinder

Op 12 juli 1941 lid geworden van de Politieke Organisatie (NSB), op 11 augustus 1941 gemeld voor de WA, zich in Hoofddorp bij de Landwacht gemeld, in september 1944 vrouwen en kinderen [van NSB-ers] naar Westerbork gebracht, daarna enige tijd in Diever commandant van een groep van de Beroepslandwacht geweest ter bestrijding van de ondergrondse aldaar, vervolgens te Norg gestationeerd. Zijn rang was onderschaarleider

Zijn lidmaatschapskaart van de NSB vermeldt:

Adres: Korte Leidschedwarsstraat 101a II
Onderwijs: LO
Heeft 1 dochter van 16 jaar en 1 zoon van 14 jaar.
Geen militaire dienst
Beroep: grondwerker
Werkgever: Transport- en Grondbedrijf fa. Rook in Badhoevendorp
Kan geen auto of motor besturen.
Eerder lid van de AJC geweest.

September 1944: begeleiding groep NSB-vrouwen en kinderen naar Westerbork. Krijgt van zijn commandant Vermeer opdracht een groep van 7 Landwachters te vormen en naar Diever te gaan om de NSB-burgemeester daar te helpen bij het bestrijden van het verzet.

25 oktober 1944: doodslag te Diever op Harmen Pit uit Smilde.

december 1944- ? 1945 : groep-Sanner wordt gestationeerd te Norg

December 1944: Sanner verklaart op 12 augustus 1946, dat hij in december 1944 commandant van een te Norg gestationeerde groep Landwachters was en in die maand een aantal personen heeft gearresteerd, o.a. de vader van Albert Assies, welke laatste hij verdacht van deelneming aan illegaal werk. In totaal zijn er toen door hem en de zijnen 5 personen gearrresteerd, omdat hij ze verdacht van tegen de Duitsers gerichte, illegale activiteiten. De arrestaties vonden plaats te Een, Veenhuizen, Norg en Roden. De arrestanten heeft Sanner opgebracht of op laten brengen naar het bureau van de Landwacht te Norg, gevestigd in de villa Nijenhof. Sanner was met goedkeuring van de SD te Assen belast met het arresteren en voorlopig verhoren van “illegalen”. Hij geeft toe dat hij de getuigen Kok en Gol de badkuipkuur heeft laten ondergaan, d.w.z. dat de arrestanten geheel ontkleed werden en met geboeide handen en voeten in een badkuip met koud water gestopt werden en, als zij niet wilden bekennen of namen noemen, ondergedompeld werden. (*)

12 december 1944: verklaring dd 12 augustus 1946 door getuige Jantina Dokter, 53 jaar oud, weduwe van Jans Assies, werkmeester der RWI  Veenhuizen, dat op 12 december 1944 een aantal personen in Landwachtersuniformen, kennelijk onder leiding van Gerrit Hendrik Sanner, bij haar thuis in Veenhuizen (gemeente Norg) zijn gekomen en gevraagd hebben naar haar zoon Albert, die een “terrorist” zou zijn. Albert was niet echter thuis en toen hebben de mannen haar man, Jans Assies, meegenomen, die nooit meer is teruggekomen en volgens een bericht van het Rode Kruis op 30 januari 1945 was overleden in het concentratiekamp Neuengamme. Sanner heeft volgens haar bij de arrestatie gezegd, “dat hij het huis in brand zou steken, mijn man zou doodschieten, zijn handen zou laten afhakken, als hij onze zoon niet zou krijgen. Verdachte trad zeer bruut op in zijn uitlatingen.” (*)

Nacht van 19/20 januari 1945: verklaring dd 12 augustus 1946 door getuige Pieter Scheringa, 39 jaar, PTT-ambtenaar, wonende te Leek, dat hij in die nacht op beschuldigng van deelname aan illegale werkzaamheden door Landwachters is gearresteerd en is verhoord in villa Nijenhof te Norg. Sanner trad daar op als commandant. Toen Scheringa geen namen wilde noemen, “bracht verdachte mij met geweld met een gummistok meerdere malen krachtige slagen toe op het lichaam, waardoor ik veel pijn ondervond, en gaf mij vervolgens een trap in de buik, die zoo hard aankwam, dat ik mijn ontlasting moest laten lopen.” Vervolgens gaf Sanner opdracht om hem de badkuipbehandeling te geven. Scheringa verklaart, dat zijn zenuwgestel als gevolg van de mishandelingen nog niet in orde is en hij daarom afgekeurd is voor werk bij de PTT.  (*)

Sanner gedetineerd in RWI Veenhuizen (22 aug. 1946)

* 12 augustus 1946: openbare terechtzitting Bijzonder Gerechtshof Leeuwarden

5 september 1946: het Bijzonder Gerechtshof Leeuwarden veroordeelt Sanner tot de doodstraf, acht hem schuldig aan 1e  “het opzettelijk, in tijd van oorlog, den vijand hulp verleenen, meermalen gepleegd”, 2e “mishandeling, waarbij schuldige gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid en middel, hem door het feit der vijandelijke bezetting geboden, meermalen gepleegd.” Het Hof oordeelt, dat er geen verlichtende omstandigheden zijn: Sanner is leider geweest van een groep Landwachters, die op zoek waren naar verzetslieden en zich niet hebben ontzien de arrestanten “op afgrijselijke wijze te martelen”, wanneer weigerden te bekennen of namen te noemen. Sanner treft als leider van deze bende, zo meent het Hof, de grootste schuld.

22 april 1947: gratieverzoek wordt door koningin Wilhelmina afgewezen. Sanner bevindt zich dan in de Strafgevangenis te Amsterdam.

1 mei 1947: hij wordt in Groningen door een vuurpeloton geëxecuteerd.

Kinderen:

a-6-1. dochter Sanner, geboren 's-Gravenhage 29 mrt. 1934

a-6-2. zoon Sanner, geboren Amsterdam 14 nov. 1937

- G.H. Sanner ... . Member of the Landwacht, leader of the "blood-squad" near the village of Norg. [terechtgesteld op] 1-5-47 (Bron: Axis History Forum [internet])

- Landwacht: De Nederlandse Landwacht, opgericht volgens een verordening van Seyss-Inquart (medio nov. 1943), ressorteerde evenals de Landstorm onder SS-politiechef H. A. Rauter, maar waar de laatstgenoemde organisatie zich op een militaire taak toelegde, had de Landwacht een politie-taak. Sinds de lente van 1942 bestond er een Vrijwillige Hulppolitie, bestaande uit NSB-ers, die vanaf juli 1942 hielpen bij het ophalen van Joden uit hun woningen. Na de aanslagen op Seyffardt en de Reydons, kregen zij er een taak bij: het bewaken van woningen van prominente NSB-ers. Uit de Vrijwillige Hulppolitie werd toen een kern gevormd, die permanent dienst deed en begin 1944 ruim 400 leden telde. Op een handjevol na werden al die agenten in juni 1944 toegevoegd aan de Landwacht. Rauter had behoefte aan een korps, dat, nu de reguliere Nederlandse politie zich steeds passiever ging gedragen, een deel van de taken van die politie zou overnemen. NSB-leider Mussert daarentegen wenste meer bescherming van individuele NSB-ers en van de NSB-bureaus. Van Geelkerken werd Inspecteur-generaal, maar in feite lag de leiding vrijwel volledig bij Rauter, die de nieuwe formatie taken toebedeelde, die hij belangrijk achtte, in het bijzonder het uitoefenen van algemene controle aan de openbare weg (controle van persoonsbewijzen en van bagage). De Landwachters kregen arrestatie-bevoegdheid en mochten hun wapen gebruiken. De organisatie bestond uit Landwachters, die permanent in dienst waren (ca. 1200-1300) en zogenaamde Hulplandwachters, voor wie dat niet gold. (ca. 9000). Wie wilde toetreden moest tussen de 18 en 55 jaar oud zijn. Bij de selectie werd nauwelijks gekeken naar antecendenten, waardoor - naar het schijnt - vrij wat criminele elementen tot het korps konden toetreden. Ook de fysieke keuring liet nogal wat te wensen over. De animo om bij de Landwacht te gaan was groot, wat te maken had met het feit, dat men een wapen kreeg, dat de bezoldiging van de beroepslandwachters aanzienlijk boven die van een geschoolde arbeider lag en dat men in de gelegenheid was bij controles goederen (levensmiddelen etc.) in beslag te nemen, die voor eigen gebruik aangewend konden worden of op de zwarte markt verkocht. De Landwachters werden bewapend met jachtgeweren, die in 1940, bij het begin van de Bezetting, in beslag genomen waren. De kaderleden kregen een pistool. Oorspronkelijk was het de bedoeling, dat zij grijze uniformen zouden krijgen, maar in de praktijk kwam daarvan niet veel terecht. Veel Landwachters droegen hun NSB- of NSKK-uniform, of zelfs burgerkleding en waren alleen herkenbaar aan een rode band om hun linkermouw met daarop in zwarte letters de woorden "Landwacht Nederland" en tevens aan hun jachtgeweer, waaraan zij hun bijnaam "Janhagel" dankten. De formatie als geheel ontwikkelde zich spoedig als "een plaag voor de bevolking en een gevaarlijke hinder vooral voor de onderduikers." In de zomer van 1944 arresteerden zij ondergedoken Joden en andere onderduikers, personen, van wie vaststond of vermoed werd dat zij voor het verzet werkten en mensen van wie in de rapporten vermeld wordt, dat zij deserteurs of Geallieerde piloten waren. Bij een razzia in Gelderland schoten zij twee personen dood. (dr. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 7, tweede helft ('s-gravenhage 1976), p. 1204 e.v.)

- Bloedploeg Norg. Eén van de beruchtste groepen Landwachters.

Bestond in hoofdzaak uit 'Lünebergers', landwachters die na Dolle Dinsdag (5 september 1944) hals over kop naar Duitsland waren gevlucht in de verwachting dat de geallieerden spoedig heel Nederland zouden hebben bevrijd; zij werden echter door de Duitsers regelrecht teruggestuurd. Een aantal van hen bleef in Drenthe hangen en maakte zich opnieuw verdienstelijk voor de Sicherheitsdienst. De ploeg in Norg wist vele verzetslieden en onderduikers op te sporen door de martelpraktijken die zij toepasten in een gevorderde villa. Berucht was de 'badkuipmethode' waarbij verdachten net zo lang werden ondergedompeld in ijskoud water tot zij bekenden. Daarna werden zij overgedragen aan het noordelijke SD hoofdkwartier in het Scholtenshuis aan de Grote Markt te Groningen. Van daaruit werden met enige regelmaat groepen verdachten meegevoerd naar de bossen bij Norg om aldaar te worden gefusilleerd. ( -  Bron: Encyclopedie Drenthe Online [internet] Zie ook: A. van Liempt (red.), De jacht op het verzet. Het meedogenloze optreden van de Sicherheitsdienst en Nederlandse politie tijdens de Tweede Wereldoorlog [Amsterdam 2013], p. 207 e.v. [In dit boek wordt ten onrechte vermeld, dat Sanner in Lobith is geboren.])

"Direct na aankomst in Diever gaan Sanner en zijn mannen enthousiast aan de slag. Rottenleider De Roos is dan ook zeer verheugd over zijn nieuwe opdracht. In een brief naar huis schrijft hij: “Nog steeds zit ik in Diever op de terroristenjacht, een moordklus zeg. Want het is hier een mooi stelletje. Hoewel alle meest Gereformeerde mensen zijn, zijn het gewoon een stelletje bandieten. We hebben er zwarte handelaren onder van formaat, onderduikers en saboteurs, eentje die Engelse vliegers verborgen had, je ziet dus van alles wat. Van de twintig gevangenen welke wij gemaakt hebben zijn er ongeveer dertien ter dood gebracht. Een formidabel aantal en nog is het niet afgelopen. Je kunt er zeker van zijn dat er nog talrijke volgen. We zijn dan ook de schrik van het dorp en de omgeving.”

Een van die slachtoffers is Harm Pit, een onschuldige man uit Smilde. Pit wordt meegevoerd naar het Schultehuis. Daar probeert hij te vluchten maar wordt door Sanner en Burgman op de Brink doodgeschoten.
Na de oorlog verklaart Sanner dat de medewerking van burgemeester Posthumus zeer welkom was bij het werk dat zij moesten verrichten. Zo kon de Landwacht bij razzia’s gebruik maken van de dienstauto waarbij hij zelf achter het stuur zat. “Posthumus was zeer tevreden over ons. Hij tekende in het Schultehuis op de muur voor ons een doodskop, en zei dan, dat ieder streepje weer een dode was. Toen Harm Pit door ons achter het gemeentehuis was doodgeschoten, heb ik er ook een streepje bij gezet.”

Direct na aankomst in Diever gaan Sanner en zijn mannen enthousiast aan de slag. Rottenleider De Roos is dan ook zeer verheugd over zijn nieuwe opdracht. In een brief naar huis schrijft hij: “Nog steeds zit ik in Diever op de terroristenjacht, een moordklus zeg. Want het is hier een mooi stelletje. Hoewel alle meest Gereformeerde mensen zijn, zijn het gewoon een stelletje bandieten. We hebben er zwarte handelaren onder van formaat, onderduikers en saboteurs, eentje die Engelse vliegers verborgen had, je ziet dus van alles wat. Van de twintig gevangenen welke wij gemaakt hebben zijn er ongeveer dertien ter dood gebracht. Een formidabel aantal en nog is het niet afgelopen. Je kunt er zeker van zijn dat er nog talrijke volgen. We zijn dan ook de schrik van het dorp en de omgeving.”

Een van die slachtoffers is Harm Pit, een onschuldige man uit Smilde. Pit wordt meegevoerd naar het Schultehuis. Daar probeert hij te vluchten maar wordt door Sanner en Burgman op de Brink doodgeschoten.
Na de oorlog verklaart Sanner dat de medewerking van burgemeester Posthumus zeer welkom was bij het werk dat zij moesten verrichten. Zo kon de Landwacht bij razzia’s gebruik maken van de dienstauto waarbij hij zelf achter het stuur zat. “Posthumus was zeer tevreden over ons. Hij tekende in het Schultehuis op de muur voor ons een doodskop, en zei dan, dat ieder streepje weer een dode was. Toen Harm Pit door ons achter het gemeentehuis was doodgeschoten, heb ik er ook een streepje bij gezet.” (http://www.drentheindeoorlog.nl/?aid=381)

- okt. 1944: eind oktober volgt een order uit Assen dat de Landwachters worden overgeplaatst naar Norg. Daar betrekt de groep Villa Nijenhof, de voormalige woning van de burgemeester. Ze ontwikkelen een eigen methode om arrestanten aan het praten te krijgen: de badkuipmethode. Arrestanten worden, naakt, geboeid aan handen en voeten en dan in ijskoud badwater onder gedompeld. Net op het moment dat het water de longen in loopt worden ze weer boven water gehaald. Zo nodig wordt de methode herhaald, tot de gewenste informatie wordt verkregen. Deze methode is zeer succesvol. (http://www.drentheindeoorlog.nl/?aid=381)

De villa Nijenhof aan de Langeloërweg in Norg (Drenthe) (foto: A.B. den Haan, 12 juni 2016)

- 1 mei 1947: "De minister van Justitie maakt bekend, dat H.M. de koningin afwijzend heeft beschikt op het gratieverzoek van G.H. Sanner, tot de doodstraf veroordeeld bij sententie van het Bijzondere Gerechtshof te Leeuwarden. ... Het doodvonnis tegen G.H. Sanner ... is hedenmorgen voltrokken." (Dordrechtsch Nieuwsblad donderdag 1 mei 1947)

b. Geertrui Rook (= kwartier 13)

c. Leendert Rook, geboren Dordrecht 14 sept. 1882

d. Dirkje Rook, geboren Dordrecht 19 aug. 1884, trouwde 1906 Simon Hugo van Sluijsdam

 

28. Gerrit Jacobus van Soomeren, geboren Wijk (N-B) 30 okt. 1825, steenovensgezel te Ophemert (1847), winkelier en herbergier te Hurwenen in Gelderland (1849, 1852), koopman ald. (ca. 1870) commissionair te Dordrecht (1882-1890), overleden Dordrecht 19 mrt. 1890 in een huis aan de Godfried Schalkensingel, trouwde Rossum 3 sept. 1847

29. Hendrika Liebrecht, geboren Rossum 6 juli 1826, overleden Dordrecht 8 aug. 1907

- Gerrit Jacobus van Zomeren, steenovensgezel te Ophemert,  heeft voldaan aan zijn verplichtingen wegens de Wet op de Nationale Militie door het in dienst stellen van een plaatsvervanger. Signalement: lengte 1 el 740 strepen, aangezicht vol, voorhoofd hoog, ogen blauw, neus dik, mond gewoon, kin plat, haar en wenkbrauwen bruin, geen merkbare tekenen (BS Rossum, huw. bijlagen 1847, nr. 2)

- 28 okt. 1882: Gerrit Jacobus van Soomeren en zijn gezin vestigen zich te Dordrecht, komende uit Hurwenen. (Bevolkingsregister Dordrecht 1860-1890)

30. Adam Knikman, geboren Dordrecht 3 april 1833, gruttersknecht, vanaf 18 mrt. 1889 opgenomen in het NH Bestedelingenhuis aan het Bagijnhof, op 1 sept. 1900 opgenomen in het Ziekenhuis aan de Beverwijckstraat, overleden Dordrecht 3 sept. 1900 in het Ziekenhuis aan de Beverwijckstraat, trouwde Dordrecht 1 april 1857

31. Goverdina Johanna Nelemans, geboren Dordrecht 17 dec. 1828 (Kolfstraat C:1398), overleden Dordrecht 3 april 1879

GENERATIE VI

32. Adrianus (Janus) den Haan, gedoopt NG Brielle 30 nov. 1787, woonde in 1810 te Simonshaven, dagloner te Oostvoorne, op 3 mrt. 1810 aangeslagen voor 10 st. (gedurende 6 weken) voor bijdrage in het onderhoud van Franse troepen, is dan knecht bij A. Steenhoven (Ambachtsarchief Oostvoorne nr. 258), overleden Oostvoorne 25 aug. 1834, trouwde Oostvoorne 5/29 okt. 1810

33. Pietertje 't Mannetje, gedoopt Oostvoorne 3 nov. 1787, overleden Oostvoorne 13 sept. 1866, trouwde 1e Cornelis Planke

34. Cornelis Stolk, geboren Rockanje 7 okt. 1799, arbeider (1822), kastelein (1852), overleden Oostvoorne 11 mei 1864, trouwde Oostvoorne 2 mei 1822

35.Josina Roest, geboren Vierpolders 28 dec. 1794 (NG gedoopt ald. op 4 jan. 1795), dienstbode wonende onder Oostvoorne (1822), winkelierster te Oostvoorne (1852), overleden ald. op 9 febr. 1872

36. Cornelis van der Hoeven, geboren Zuid-Beijerland 16 nov. 1804 (NG gedoopt ald. 18 nov. 1804), arbeider, overleden Nieuw-Beijerland 24 sept. 1848, trouwde Nieuw-Beijerland 1 mei 1825

37. Neeltje Cornelisdr.de Vos, geboren Nieuw-Beijerland 9 okt 1797 (NG gedoopt ald.op 15 okt. 1797), dienstbaar (1818), arbeidster (1825), overleden Zuid-Beijerland 19 febr. 1859, trouwde 1e Zuid-Beijerland 31 juli 1818 Arend van Ruijven, geboren te Maassluis, wonende te Zuid-Beijerland, arbeider, zoon van Cornelis van Ruijven (overleden op zee) en Sijmetje den Harder (overleden in Maassluis). Arend overleed in Nieuw-Beijerland op 15 dec. 1821.

38. Jan van der Waal, geboren Zuid-Beijerland 31 dec. 1800 (NG gedoopt ald. op 4 jan. 1801), bouwknecht (1822), overleden Zuid-Beijerland 11 mrt. 1866 in huis nr. 125, trouwde Zuid-Beijerland 14 jan. 1822

39. Maria van der Hoeven, geboren Klaaswaal 2 jan 1798 (NG gedoopt ald. op 4 jan. 1798), dienstmeid wonende te Zuid-Beijerland (1822), overleden Zuid-Beijerland 12 okt. 1868 in huis nr. 125

40. Abraham Naaktgeboren, geboren 's-Gravendeel 10 febr. 1803, landbouwersknecht te Wieldrecht (1827), overleden Dubbeldam 14 apr. 1877

NB: Hij had een gelijknamige halfbroer van wie de 's-Gravendeelse tak van het geslacht Naaktgeboren afstamt: Abraham Bastiaansz. Naaktgeboren. geboren 's-Gravendeel 25 jan. 1774, arbeider, vlasser, overleden 's-Gravendeel 11 jan. 1831, zoon van Bastiaan Naaktgeboren en diens eerste vrouw Ariaantje Abrahamsdr. Verhagen. Hij gaf zich op 5 mei 1797 aan bij de gaarder te 's-Gravendeel (impost 15 gl.) om te trouwen met Neeltje Jansdr. Dorst ,jonge dochter van 's-Gravendeel. Uit dit huwelijk een zoon Cornelis Naaktgeboren, geboren 's-Gravendeel 8 mei 1813 en daar overleden op 27 mrt. 1880, gehuwd met Maria Visser.

Abraham Naaktgeboren (kw. 40) trouwde Wieldrecht 3 aug. 1827

41. Grietje Stam, geboren Wieldrecht 27 jan. 1805, overleden Dubbeldam 26-2-1880

Kinderen (o.a.):

a. Adrianus Naaktgeboren, geboren Wieldrecht 18 okt. 1829 (= kwartier 20)

b. Bastiaan Naaktgeboren, geboren Wieldrecht 25 juni 1834, arbeider, overleden Dubbeldam 22 dec. 1933, trouwde Dubbeldam 10 nov. 1864 Geertje Brand, geboren Wieldrecht 11 mei 1839, dochter van Cornelis Brand, voerman, en Barbera Plak

Bastiaan Naaktgeboren (1834-1933)

42. Ary Klootwijk, geboren 's-Gravendeel 3 aug. 1802, arbeider, overleden Dubbeldam 14 okt. 1869, trouwde 2e Wieldrecht 2 mei 1834 Alida van Ham, trouwde 1e Wieldrecht 18 dec. 1830

43. Willemina den Rooijen, geboren Lage Zwaluwe 25 nov. 1808, dienstbode (1830), overleden Wieldrecht 5 aug. 1833

44. Marinus Bongers, geboren 's-Gravendeel 28 sept. 1796, timmerman wonende aan de Havendijk in 's-Gravendeel (1815), fabrijk (1847), fabrikeur (1850), overleden Dordrecht 9 nov. 1853, vestigde zich in Dordrecht op 2 juli 1851, woonde toen aan de Landweg nr. 601, trouwde 's-Gravendeel 15 febr. 1815

45. Pietertje Stoker, geboren 's-Gravendeel 10 apr. 1793, overleden 's-Gravendeel 20 jan. 1847

46. Albertus Hector van den Bosch (natuurlijke vader van nr. 23), geboren Amsterdam ca. 1794, timmermansknecht wonende aan de Havendijk in 's-Gravendeel (1822), timmermansknecht te Zaltbommel, laatst gewoond hebbende te Amsterdam (1837), overleden Zaltbommel 30 dec. 1837 (ongehuwd) 

BS 's-Gravendeel, geboorteregister 1822, akte 45: op 1 mei 1822: verscheen voor de Schout van 's-Gravendeel Albertus Hector van den Bos, 28 jaar oud, van beroep timmermansknecht wonende aan de Havendijk, die verklaarde dat op diezelfde dag des nachts om een uur aan de Havendijk uit Cornelia Goud, ten huize van haar vader Anthonij Goud, geboren is een kind van het vrouwelijk geslacht, waarvan hij declarant zich als vader aangeeft en verklaarde de voornaam Elizabeth te geven. Aangifte is geschied in tegenwoordigheid van Ambrosius de Leeuw, 39 jaar oud, schoenmaker en Marinus Bongers [zie nr. 44], 26 jaar oud, timmerman, beiden buren van de declarant. Akte ondertekend door Albertus Hector van den Bosch, A. de Leeuw en M. Bongers.

47. Cornelia Goud, geboren 's-Gravendeel 8 juli 1797 (NG gedoopt ald. 16 juli 1797), overleden Dubbeldam 9 mrt. 1865 (overl. aangegeven door haar schoonzoon Lodewijk Bongers), trouwde 's-Gravendeel 18 dec. 1824 Rom (Rommigje) Schram, geboren 's-Gravendeel 10 febr. 1800, sjouwer te 's-Gravendeel, overleden ald. 2 april 1861, zoon van Hijmen Schram en Cornelia Barendrecht

48. Jan Haksteen, geboren Dordrecht 20 mrt. 1821, schildersknecht (1845), huisschilder (1854), verwer, vrijgesteld van het vervullen van zijn dienstplicht wegens broederdienst (certificaat Nationale Militie dd 17 okt. 1845), overleden Dordrecht 13 sept. 1877 in een huis aan de Vleeshouwersstraat (thans nr. 22), volgens een doktersattest aan de gevolgen van carcinoma ventriculi (eerste ziekte) en inanitie (tweede ziekte). Deze doktersattesten, die zich in het Stadsarchief Dordrecht bevonden, zijn inmiddels helaas vernietigd.

Signalement in Stadsarchief Dordrecht nr. 5 inv. 364 (Inschrijvingsregister Nationale Militie uit 1840), nr. 111 Jan Haksteen, geboren 20 mrt. 1821, zoon van Jan Haksteen, overleden, verwersknecht en Trijntje [sic] van Andel, baker, hij mat 1 el 7 palmen 9 duimen en 7 strepen, had een lang gezicht met een hoog voorhoofd, blauwe ogen en donkerbruin haar, een lange neus en een spitse kin en verder geen merkbare tekenen,

trouwde Dordrecht 6 dec. 1843

49. Teuntje Mensen, geb. Meerdervoort (Zwijndrecht) 4 nov. 1816, overleden Dordrecht 11 aug. 1898 in een huis aan de Nieuwe Haven (nr. 59) aan de gevolgen van marasmus senilis (volgens een door mij in 1988 in het Stadsarchief Dordrecht gevonden, maar inmiddels helaas vernietigde doktersverklaring).

50. Pieter van der Holst, geboren Alphen a/d Rijn 4 sept. 1820, kopergieter, godsdienst: RK, overleden Dordrecht 1 mrt. 1883, trouwde Dordrecht 20 aug. 1845

51. Maaike de Nagtegaal, geboren Dordrecht 6 mei 1821, dienstbode (1839), overleden Dordrecht 10 juli 1873 in een huis aan de Hoge Bakstraat

52. Dirk Rook, geboren Capelle a/d IJssel 11 mrt. 1820, arbeider, overleden Dordrecht 20 mrt. 1901, trouwde Dordrecht 29 okt. 1840

53. Neeltje Hazenbroek, geboren Capelle a/d IJssel 21 apr. 1820, overleden Dordrecht 27 mei 1891

54. Gerrit Hendrik Minnebreuker, geboren Dordrecht 6 febr. 1809, arbeider (1833), mandenmaker (1860, 1879), overleden Dordrecht 21 mrt. 1893, trouwde Dordrecht 2 okt. 1833

55. Johanna Steinradt, geboren Dordrecht 30 mrt. 1813, overleden Dordrecht 5 jan. 1883

Kinderen:

a. Cornelia Hendrika Minnebreuker (= kwartier 27)

b. Geertje Minnebreuker, trouwde Dordrecht 13 aug. 1879 Gerrit de Waal, smid (1889), zoon van Johannes de Waal en Adriana van Wezel

Kind:

a. Adrianus de Waal, geboren Dordrecht 11 sept. 1886, arbeider (1911), trouwde Willempje den Tuinder, geboren Heinenoord 15 juni 1880

Kind:

a-1. Cornelia Geertje de Waal, geboren Dordrecht 21 mei 1911 (Stoofstraat 29), trouwde Rikus Schaafstra

Kinderen:

a-1-1. Willempje (Wil) Schaafstra

a-1-2. Rienke Schaafstra, trouwde Gerrit Jacobus Haksteen

56. Gijsbert van Zomeren, geboren Herwijnen (Gelderland) 24 febr. 1794, steenbakker (1825), steenovenbaas (1847, 1848, 1849), woonde voor 1825 te Herwijnen, 1825/1826 in Wijk (N-B), 1847 in Hurwenen (Gelderland), overleden ald. 20 mrt. 1869, trouwde Wijk 11 febr. 1825

57. Cornelia Treffers, geboren Wijk (N-B) 27 febr. 1791, ald. NG gedoopt 6 mrt. 1791, wonende in Hurwenen maar overleden in Echteld (Gelderland) op 10 sept. 1851 (overlijden aangegeven door haar neef Arie van Beek, 40 jaar oud, overlijdensakte ingeschreven in overlijdensregister Hurwenen 10 dec. 1851)

58. Andries Liebrecht, geboren Herwijnen 28 juni 1774, gedoopt NG Herwijnen 3 juli 1774, infanterist, nam deel aan de Brits-Russische invasie in Noord-Holland in 1799, na zijn pensionering haarsnijder te Herwijnen (1819), later veldwachter te Rossum, overleden Rossum 24 febr. 1828

De Slag bij Bergen (1799)

Nederlandse fuselier, 34e garnizoensbataljon (1823), copyright Legermuseum Delft.

Hij trouwde laat (op 45-jarige leeftijd) en was bijna twee keer zo oud als zijn echtgenote. Enkele maanden voor het huwelijk, op 6 jan. 1819, was er reeds een dochter geboren, Guilielmine genaamd, in de gemeente Vilvoorde (arrondissement Brussel), waar Andries toen nog als fuselier bij het 34e bataljon/8e garnizoenscompagnie diende. Hij is dus tussen 4 mei en 30 juli 1819 met pensioen gegaan, misschien op zijn 45e verjaardag. Op 4 mei 1819 werd hem toegestaan een jaarlijks gagement ter somme van 80 gl., gerekend in te gaan met de dag, dat hij uit de actieve dienst zou zijn ontslagen.

Hij trouwde Herwijnen 30 juli 1819

59. Pieternella Kropff, geboren Waspik 15 sept. 1796, naaister te Herwijnen (1819), overleden Rossum 30 okt. 1870

60. Arie Knikman, geboren Dordrecht 25 mrt. 1807, molenaarsknecht, steenbilder [billen = het scherp maken van het maalvlak van een molensteen], overleden Dordrecht 10 juni 1871 in het Krankzinnigengesticht (Lindengracht, thans Museumstraat).

- 20 juli 1838: opgenomen in het Krankzinnigengesticht te Dordrecht: Arie Knikman, geboren Dordrecht 25 maart 1807, wonende Dordrecht, Nederlands Hervormd. De machtiging tot opname is aangevraagd door Willemina Tielekind, zonder beroep, wonende te Dordrecht, geboren 12 febr. 1803. Arie Knikman onder curatele gesteld bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank dd 4 mei 1840. Curator: Willemina Tielekind en toeziende curator: Adam Knikman, steenbilder te Dordrecht [zijn vader]. Na het overlijden van Willemina Tielekind tot curator aangesteld door de Kantonrechter te Dordrecht bij p.v. van 20 mei 1856 Adam Knikman Arieszoon, geboren 3 april 1856, gruttersknecht te Dordrecht.(SA Dordrecht, Archief Krankzinnigengesticht inv. 420)

- 29 maart 1841: vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Dordrecht, houdende plaatsing voor 1 jaar in het gesticht, jaarlijks verlengd tot 9 maart 1871. (SA Dordrecht, Archief Krankzinnigengesticht inv. 420)

- 1853-1871: Arie Knikman, opgenomen in het gesticht op 28 juli 1838, overleden in het gesticht op 10 juni 1871. " Aanteekeningen tot grondslag der verklaringen: De ondergetekende etc. verklaart dat de [in het Krankzinnigengesticht] verpleegd wordende Arie Knikman lijdt  aan waanzinnigheid (mania), gekenmerkt door godsdienstige wanbegrippen en vooral door hoogmoed en overschatting van zijn persoon, waarvan zowel zijn voorkomen als zijne gesprekken doen blijken. Om welke reden het in zijn belang en in dat der maatschappelijke orde wenschelijk is te achten, dat hij verder in het gesticht verpleegd blijve.16 maart 1853 " Dergelijke attesten afgegeven in de jaren 1854 t/m 1858. Vanaf 26 juli 1860: "beginnende geestverlamming"  (SA Dordrecht, Archief Krankzinnigengesticht inv. 614, nr. 48)

Van alle molens die Dordrecht rijk was is er maar één overgebleven: de Kijk over den Dijk aan de Noordendijk.

Hij trouwde Dordrecht 20 juni 1832

61. Willemina Tielekind, geboren Dordrecht 12 febr. 1803, "dienstbaar" (1832), overleden Dordrecht 5 mei 1856

62. Adrianus Nelemans, geboren Terheijden (N-B) 6 jan 1798,  NG gedoopt ald. op 17 jan. 1798, broodbakker (1820, 1843), bakker (1828), overleden Dordrecht 28 aug. 1843 in een huis aan de Tweede Singel, ontvangt op 11 jan. 1821 attestatie van de NH-gemeente Terheijden voor de NH-gemeente Dordrecht, trouwde Dordrecht 24 mei 1820

63. Maria Sofia van Persijn, geboren Rotterdam 6 febr. 1794 in een huis in de Vogelenzang, NG gedoopt aldaar op 9 febr. 1794, naaister (1820), overleden Dordrecht 25 apr. 1870 in een huis in het Tolbrugstraatje.

- 19 april 1821: attestatie afgegeven voor Maria Sophia van Persijn, gehuwd, wonende in de Heer Heymansuysstraat, naar Zevenbergen (Archief van de NH gemeente van Dordrecht, inv. 246)

 

GENERATIE VII

64. Willem den Haan, gedoopt Brielle 17 mei 1757, overleden Brielle 23 april 1801 aan "hete koorts", nalatende 4 kinderen

trouwde NG Brielle 20 okt./10 nov. 1776

65. Aaltje van der Blom, gedoopt NG Zwartewaal 25 jan. 1756, overleden Brielle 22 dec. 1814

Brielle, Sint Catharijnekerk

66. Krijn 't Mannetje, gedoopt NG Oostvoorne 31 dec. 1758, woonde in 1786 te Rockanje, begraven Oostvoorne 11 mei 1802 (op het kerkhof, twee maal luiden), trouwde NG Rockanje 3 apr. 1786

67. Trijntje Ruylof, geboren Rozenburg 11 okt. 1765, gedoopt NG Rozenburg 13 okt. 1765, woonde in 1786 onder Heenvliet, overleden Oostvoorne 26 okt. 1826, trouwde 2e Hendrik Vermeulen

- 21 april 1828: Jan 't Mannetje, duinwachter te 's-Gravenzande, Pietertje 't Mannetje, getrouwd met Adrianus den Haan, arbeider te Oostvoorne, de kinderen van Sara 't Mannetje en Jobje Vermeulen, arbeidster te Oostvoorne, resp. kinderen en kleinkinderen van Trijntje Ruijlof, overleden te Oostvoorne op 26 okt. 182[6], eerder weduwe van Krijn 't Mannetje en laatst vrouw van Hendrik Vermeulen, verkopen een huis en erf met schuur op de Hevering onder Oostvoorne, kohiernummer 73, met 73 roe tuin en boomgaard, waarvan 10 roe erfpacht. Verkocht aan Hendrik Vermeulen t.b.v. Jobje Vermeulen voor 280 gl. (SA Voorne-Putten, toegangsnummer 110, inv. 1357)

68. Jacob Stolk, gedoopt Rockanje 12 apr. 1778, arbeider (1822), vlasboer (1826), overleden Rockanje 7 sept. 1850, trouwde 2e Rockanje 30 apr. 1826 Lijsabeth de Recht, trouwde 1e NG Oostvoorne 29 apr. 1799

69. Adriana Noordermeer, gedoopt NG Oostvoorne 21 juli 1776, arbeidster (1818), overleden Rockanje 9 juli 1818

70. Izak Roest, gedoopt NG Heenvliet 8 sept. 1771, bouwman en kastelein wonende in Vierpolders (1821), wonende in het Nieuwland (1822), arbeider wonende te Vierpolders (1831), herbergier (1832), overleden Vierpolders 3 okt. 1832,

trouwde Zuidland 1/23 sept. 1792

71. Arendje van der Blom, geboren Nieuwenhoorn 11 juni 1767, gedoopt NG Nieuwenhoorn 14 juni 1767, woonde in 1792 in Zuidland, overleden Vierpolders 27 okt. 1830

SA Streekarchief Voorne-Putten, toegangsnr. 110, inv. 1180, rekening dd 24 mrt. 1795

Aktedatum:
24/03/1795
Aard van de akte:
rekening
Naam notaris:
Johannes Brouwer
Toegangsnummer:
110 Notariële archieven
Rekening over de nalatenschap van Adriana Venlo, gewoond hebbend en op 10-4-1794 overleden in het Gasthuis te Brielle. Gedaan door dr. Adriaan de Mirel en Dirk Moselage, binnenvader in dit gasthuis. Een obligatie van f 1000 is verkocht. Gouden en zilveren sieraden zijn getaxeerd door Willem van Osenbrugge, zilversmid te Brielle en tegen deze prijzen overgenomen door de erfgenamen. Meubilair is publiekelijk verkocht voor f 472. Bij de kosten van begrafenis is Kornelis van der Hidde vermeld als knecht van het Blauwe Vaandel. Binnenvader en -moeder van het gasthuis en ook de twee dienstmeiden ontvingen de 'gebruikelijke douceur'. Saldo van de boedel bedraagt f 1192. Erfgenamen zijn Bouwen van der Blom, Aagje van der Blom huisvrouw van Simon Veerman, Arentje van der Blom, huisvrouw van Isaak Roest, en Jacoba van der Blom, huisvrouw van Pieter Rietdijk, samen voor de helft en voor de wederhelft de kinderen van Neeltje Venlo, zuster van overledene, uit twee huwelijken, te weten Katharina Hoevenaar, huisvrouw van Jan Pols, Anna Hoevenaar, huisvrouw van Johannes Droogsteen en Antonie Vermeer. Volgt kaveling en kwitering. Getuigen Arie van Sina en Hendrik Geist.





- 19 nov. 1831: Izak Roest, bouwman wonende te Vierpolders, verkoopt aan Martiana Roosendael, weduwe van Lodewijk Adrianus Preuit, voor 1000 gl. 2 bunders 26 roe 85 el weiland in de Papenhoek onder Vierpolders. (ONA Voorne-Putten inv. 1358, akte 56)

72. Ary van der Hoeven, gedoopt NG Nieuw-Beijerland 22 jan. 1775, winkelier (1812), arbeider (1822), overleden Nieuw-Beijerland 6 apr. 1828, trouwde 2e Nieuw-Beijerland 24 mei 1818 Aagje Kraak, geboren Mijnsheerenland 15 dec. 1792, dochter van Jacob Kraak en Lena Bijl.

- betaalde in 1803 225 gl. aan de diaconie van Zuid-Beijerland, zijnde de kooppenningen van een huisje aan de Moffendijk onder de Hitsert (= Zuid-Beijerland) [Archief NH gemeente Zuid-Beijerland]

- ontving in 1803 van de diaconie resp. 18 gl. en 9 gl. wegens 1 jaar huishuur van Hendrikje van Es en een half jaar huishuur van A. Klootwijk [idem]

- woonde in 1812 aan de Zuidzij 38 te Nieuw-Beijerland,

trouwde 1e Nieuw-Beijerland 24 sept. 1797

73. Lijsabet van Dam, gedoopt NG Westmaas 6 juni 1765, overleden Nieuw-Beijerland 19 nov. 1812

74. Cornelis Gijsbertsz. de Vos, gedoopt NG Oud-Beijerland 23 okt. 1774, arbeider, overleden Goudswaard 14 nov. 1832

trouwde Oud-Beijerland 26 apr./19 mei 1793 (gaarder: impost 15 gl.)

75. Adriana Schutter,  overlijden aangegeven gaarder Oud-Beijerland 7/13 juli 1801 (door de huisvrouw van Jacob M. Brashaard)

76. Ary van der Waal, geboren Zuid-Beijerland 30 mei 1773, NG gedoopt ald. op 31 mei 1773, bouwman wonende binnen Zuid-Beijerland(1804), verkozen tot diaken van de NG gemeente te Zuid-Beijerland op 20 dec. 1809, bevestigd 7 jan. 1810, overleden op 26 juni 1810 en als diaken opgevolgd door Hendricus Weijers.

- lidmaat van de NG gemeente te Zuid-Beijerland ca. 1791

- koopt in 1804 uit de boedel van Neeltje den Belder, weduwe van Mengel Fortuin, een huisje, schuurtje en erf aan de Schoutsdijk (in de hoek van de Schenkeldijk) in Zuid-Beijerland (WK Zuid-Beijerland inv. 3, anno 1804)

- Ary Cornelisz. van der Waal, lidmaat te Zuid-Beijerland, woont op het dorp [doorgehaald] (NG lidmatenregister van 1808)

- 29 juni 1810: Maartje Verhulp geeft het overlijden aan van haar man Ary van der Waal, gestorven in het huis nr. 63 te Zuid-Beijerland

Hij trouwde Zuid-Beijerland 22 dec. 1799 (gaarder Zuid-Beijerland 6 dec. 1799, 1e klasse,  impost 60 gl. voor beiden)

77. Maartje van der Wulp (Verhulp), gedoopt Nieuw-Beijerland 7 jan. 1776, arbeidster (1848), overleden Oud-Beijerland 11 jan 1848, trouwde 1e Nieuw-Beijerland 14 okt. 1796 Jan Schutter, trouwde 3e na 29 juni 1810 Bastiaan Schelling, geboren Zuid-Beijerland 4 juni 1781, NG gedoopt ald. 10 juni 1781, overleden Oud-Beijerland 20 jan. 1845, zoon van Arij Schelling en Aaltje van der Waal.

78 = 72

79 = 73

80. Bastiaan Bastiaansz. Naaktgeboren, geboren naar schatting ca. 1740 te 's-Gravendeel, vermoedelijk bouwman (vlasboer?) aldaar, verkozen tot schepen van 's-Gravendeel op 29 mei 1786, overleden 's-Gravendeel 28 apr. 1811, begraven aldaar op 2 mei 1811, trouwde 1e 's-Gravendeel 4 apr. 1766 (gaarder, 3e klasse, impost 12 gl. voor beiden) Ariaentie Abrahamsdr. Verhagen (overleden 13 aug. 1784 te 's-Gravendeel)

Kinderen uit het eerste huwelijk:

a. Lijntje Naaktgeboren, geboren 's-Gravendeel 10 nov. 1769, trouwde 's-Gravendeel 3 apr. 1789 (gaarder) Cornelis van Iperen

b. Abraham Naaktgeboren, geboren 's-Gravendeel 25 jan. 1774 (zie ook de gegevens bij kwartier 40)

- 8 juni 1771; Bastiaan Bastiaansz. Naaktgeboren en zijn vrouw Ariaantje Abrahamsdr. Verhagen testeren voor schout en schepenen van 's-Gravendeel. Hij legateert aan zijn kinderen of bij vooroverlijden aan zijn broers en zuster, zij legateert aan haar kinderen of bij vooroverlijden aan haar zuster Neeltje Abrahamsdr. Verhagen haar kleren en haar gouden en zilveren lijfsieraden. Erfgenaam van de overige goederen de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen bij mondigheid of huwelijk samen een bedrag van 60 gl. uit te keren. Voogd de langstlevende van beiden en medevoogd namens hem zijn vader Bastiaan Naaktgeboren en namens haar haar vader Abraham Verhagen. (ORA 's-Gravendeel inv. 27)

- 6 febr. 1789  (vertichting beneden de 1000 gl.) Bastiaan Naaktgeboren passeert akte van uitkoop met zijn vader Bastiaan Melisz. Naaktgeboren voor notaris P. Roos te Dordrecht. Bastiaan jr. is voornemens een tweede huwelijk aan te gaan en heeft Bastiaan Melisz. Naaktgeboren, die na het overlijden van Abraham Verhagen de enig overgebleven medevoogd is, "behoorlike opening van de staat en gelegentheit van de gemeenen boedel" gegeven. Zij zijn bij wijze van uitkoop overeengekomen, dat Bastiaan Bastiaansz. de twee kinderen, die hij heeft verwekt bij Ariaantje Verhagen, t.w. Lijntje, geboren op 10 nov. 1769 en Abraham, geboren op 25 jan. 1774, behoorlijk zal opvoeden en onderhoudenen hun elk bij mondigheid of huwelijk een bedrag van 200 gl. zal uitreiken, boven de door zijn vrouw aan de kinderen gelegateerde kleren en sieraden, welk bedrag, indien hij vóór beide kinderen komt te overlijden, betaald zal worden uit zijn nalatenschap. Bastiaan jr. zal alle overige goederen, behorende tot de gemeenschappelijke boedel van hem en zijn overleden vrouw, in eigendom behouden. Indien beide kinderen vóór hun vader komen te overlijden, zullen de goederen, die zij krachtens deze uitkoop en het voornoemde testament zullen erven, weer aan hem toekomen. Akte door vader en zoon ondertekend (SA Dordrecht, ONA Dordrecht inv. 1226, akte 4)

- 28 febr. 1791: Bastiaan Naaktgeboren en Cornelis van Iperen, beiden wonende te 's-Gravendeel, hebben op 4 okt. 1791 verkocht aan Abraham Kever, wonende even buiten, maar onder de jurisdictie van de stad Dordrecht, een bouwmanswoning met  12 morgen en 496 roeden land, gelegen onder Mijnsheerenland van Moerkerken voor een somma van 570 gl. de morgen, de woning daaronder begrepen en zulks op de navolgende voorwaarden: dat het transport zou moeten geschieden met Kerstmis 1791, dat de koper zou moeten presteren de huur, die Dirk van Proijen aan het verkochte nog was hebbende en dat koper profiteren zou de huur, die op Kerstmis toen aanstaande zou ingaan (SA Dordrecht, ONA Dordrecht inv. 1231)

- 13 febr. 1798: (testament van man en vrouw beneden de 8000 gl. gegoed) Abraham Bastiaansz. Naaktgeboren, bouwman en Neeltje Jansdr. Dorst, echtelieden wonende te 's-Gravendeel, testeren voor de Dordtse notaris Christiaan Voet. Abraham benoemt tot erfgenamen zijn zuster Leentje [sic] Naaktgeboren en zijn zusters van halven bedde Willemijntje en Adriaantje Naaktgeboren, in huwelijk verwekt door zijn vader Bastiaan Naaktgeboren aan Jannetje Abrahamsdr. van der Willigen, wonende te 's-Gravendeel. Hij benoemt tot voogd over zijn minderjarige erfgenamen Pieter Melisz. Naaktgeboren, bouwman te 's-Gravendeel. (SA Dordrecht, ONA Dordrecht inv. 1361)

- 20 febr. 1798: Bastiaan Naaktgeboren verkoopt een huis aan de Walevest te 's-Gravendeel aan [zijn schoonzoon] Cornelis van Iperen

- 21 apr. 1798: Bastiaan Bastiaansz. Naaktgeboren en zijn vrouw Jannigje Abrahamsdr. van der Willigen testeren (RA 's-Gravendeel inv. 59)

- 1 mei 1798: Bastiaan Naaktgeboren verkoopt een huis in de Noordvoorstraat te 's-Gravendeel aan zijn zoon Abraham Bastiaansz. Naaktgeboren (RA 's-Gravendeel)

- 28 aug. 1799: overlijden van een kind van Bastiaan Naaktgeboren aangegeven (gaarder 's-Gravendeel, 4e klasse, 3 gl).

Hij trouwde 2e 's-Gravendeel 29 jan. 1789 (gaarder 's-Gravendeel, 4e klasse, impost 6 gl.)

81. Jannigje Abrahamsdr. van der Willigen, geboren 's-Gravendeel ca. 1760 (23 jaar in 1784, 85 jaar oud, toen zij overleed), overleden Puttershoek 5 juli 1845 in huis nr. 5., trouwde 1e 's-Gravendeel 29 april 1784 (gaarder 's-Gravendeel) Abraham Verhagen, geboren ca. 1710 (74 jaar in 1784)

- 28 dec. 1783: Jannigje is doopgetuige bij Willempje, dochter van Arie van de Willigen (NG Strijen)

- 17 mrt. 1785: Jannigje wordt aangenomen als lidmaat van de NG-gemeente te 's-Gravendeel

- 1788: Bastiaan Bastiaansz. Naaktgeboren en Jannigje Abrahamsdr. van der Willigen verzoeken en krijgen huwelijksdispensatie van de Staten van Holland en West-Friesland, aangezien Jannigje de stiefmoeder is geweest van Bastiaans eerste vrouw, welke relatie behoort tot de verboden graden van verwantschap. Het originele rekest bevond zich in 1993 in het particuliere archief van de weduwe Van der Wulp te 's-Gravendeel. Supplianten geven te kennen, dat Abraham Verhagen in een vorig huwelijk bij Sijgje Melsdr. Aertoom heeft verwekt Adriaantje Verhagen, met wie Bastiaan getrouwd is geweest; dat in 1784 Abraham Verhagen, toen hij reeds in het 74e jaar zijns ouderdoms getreden was, in gemeenschap van goederen hertrouwd is met Jannigje, die op dat moment de leeftijd van 24 jaar nog niet had bereikt en dat Abraham Verhagen op 10 dec.1787 is overleden, zonder bij Jannigje kinderen te hebben verwekt.  (Gens Nostra 1993, p. 579 en p. 583, noot ).

- 2 juni 1793: Jannigje is doopgetuige bij Ariaantje, dochter van Joris van der Willigen (NG Strijen)

Kinderen uit het huwelijk met Bastiaan Naaktgeboren:

a. Willemijntje Naaktgeboren, geboren 's-Gravendeel ca. 1790

b. Adriaantje Naaktgeboren, geboren naar schatting ca. 1795

c. een kind, van wie het overlijden werd aangegeven op 28 aug. 1799 (gaarder 's-Gravendeel, 4e klasse, impost 3 gl.)

d. Abraham Naaktgeboren, geboren 's-Gravendeel 1803 (= kwartier 40)

82. Adrianus Stam, geboren ca. 1780 in Wieldrecht, jongman geboren en wonende te Wieldrecht (1804), arbeider (1835), overleden Dubbeldam 6 juli1857 (76 jaar oud, zonder beroep)

- 6 apr. 1804: Adrianus Stam jongman geeft zich aan om te trouwen met Marigje Visser, jonge dochter, beiden te Wieldrecht, bij akte pro deo (gaarder Wieldrecht)

- 28 okt. 1835 Adrianus Stam, arbeider, 55 jaar oud, oom van de bruidegom, in Wieldrecht getuige bij het huwelijk van Arie Smitshoek met Willemke Kieboom. Arie Smitshoek is geboren te Wieldrecht op 22 sept. 1797 als zoon van Hendrik Smitshoek en Lena Leendertsdr. Stam. Lena Stam, dochter van Leenderts Teunisz. Stam en Ariaantje Arisdr. Valk is overleden Wieldrecht 22 aug. 1834.

Hij trouwde NG Dubbeldam 6/23 april 1804

83. Maria (Marigje) Visser, gedoopt NG Sliedrecht 1 mrt. 1782, jonge dochter geboren te Sliedrecht en wonende in Wieldrecht (1804), overleden Wieldrecht 11 okt. 1850

84. Samuel Klootwijk, gedoopt NG Numansdorp 25 mrt. 1769 (volgens het Registre Civique van 's-Gravendeel uit 1811 geboren op 22 mrt. 1769),  jongman geboren onder de Buitensluis [= Numansdorp] (1800), voerman (1811, 1814), overleden 's-Gravendeel 15 mrt. 1814 in huis nr. 308

- 9 juni 1800: Samuel Klootwijk lidmaat van de NG-gemeente te 's-Gravendeel, komende van de Buitensluis (Numansdorp)

Hij trouwde NG 's-Gravendeel 9 jan. 1800 (ondertrouw)

85. Maria Arijsdr. Barendrecht, geboren naar schatting ca. 1770 te 's-Gravendeel, jonge dochter van 's-Gravendeel (1797), weduwe geboren en wonende te 's-Gravendeel (1800), overleden ald. 30 jan. 1809, trouwde 1e 's-Gravendeel 10 febr. 1797 (gaarder 's-Gravendeel, impost 3 gl.) Adam Weeda, jongman van 's-Gravendeel (1797), overlijden aangeven ald. 8 mei 1799 (gaarder 's-Gravendeel., pro deo)

Kinderen (allen geboren te 's-Gravendeel)

a. Neeltje Klootwijk, 11 dec. 1800

b. Arij Klootwijk, 3 aug. 1802 (= kwartier 42)

c. Leendert Klootwijk, 7 mei 1805

d. Jacob Klootwijk, 9 dec. 1806

86. Cornelis den Rooijen, geboren Lage Zwaluwe 10 jan. 1782, gedoopt NG Hoge en Lage Zwaluwe 20 jan. 1782, schipper (1823), schippersknecht (1834), overleden Hoge en Lage Zwaluwe 29 apr. 1834, trouwde Lage Zwaluwe 18 apr./5 mei 1806

87. Pietertje Brand, geboren Lage Zwaluwe 28 okt. 1784, gedoopt NG H. en L. Zwaluwe 7 nov. 1784, overleden Lage Zwaluwe 28 juli 1823 (overlijden aangegeven door haar man Cornelis den Rooijen en haar neef Maarten de Visser, akte ondertekend door C. den Rooijen)

Kinderen (NG gedoopt H. en L. Zwaluwe)

a. Josijna den Rooijen, 12 okt. 1806 (geboren 5 okt.), getuige: Josijna den Rooijen geboren van Lidt

b. Willemijntje den Rooijen [= kwartier 43], 4 dec. 1808 (geboren 25 nov.), getuige: Johanna Brandt geboren Lucas

88. Lodewijk Bongers (Ludwig Bongaerts), geboren vermoedelijk te Issum (Duitsland) naar schatting ca. 1750, meester-timmerman en schepen/municipaal te 's-Gravendeel, overlijden aangegeven 's-Gravendeel 27 mei 1805 (gaarder 's-Gravendeel, 3e klasse, impost 3 gl.), begraven ald. op 28 mei 1805 (graf nr. 18)

- 6 apr. 1772: aangenomen als lidmaat van de NG-gemeente van 's-Gravendeel, met attestatie van "IJssum" (Issum)

- 4 apr. 1775: ontvangt akte van indemniteit van "IJssum" (Archief NH gemeente te 's-Gravendeel)

- 21 dec. 1775: begraven een kind van Lodewijk Bongers (begraafboek 's-Gravendeel)

- 1778: het kerkbestuur van 's-Gravendeel besloot in 1776 boven de deur van de kerk een predikantenbord aan te brengen "om daarop te zetten de naamen der predikanten, die het Woord gesproken hebben tot 's Gravendeel, zedert de Reformatie." Het maken van het bord en van nieuwe banken werd aanbesteed aan de minstaannemende meester-timmerman L. Bongers "alles naar de somma van 55 gulden en door denzelven tot genoegen volbragt ... ". Het bord is tijdens de brand van 1904 verloren gegaan. (1593 - 's-Gravendeel - 1993 [een boek uitgegeven naar aanleiding van het 500-jarig bestaan van 's-Gravendeel in 1993], p. 69)

- 13 mrt. 1776: Lodewijk koopt een huis aan de Havendijk in 's-Gravendeel, toont de gequiteerde brief op 27 juni 1796 (RA 's-Gravendeel)

- 7 mrt. 1780: Lodewijk Bongers, gehuwd met Maria van Moerkerken, en anderen, verkopen een huis in de Noordvoorstraat te 's-Gravendeel aan Japhet in't Veld (RA 's Gravendeel)

- 1796: Lodewijk Bongers is lid van de municipaliteit van 's-Gravendeel

- 2 febr. 1795: "Op den 2e Februarij 1795 sig bij den schout Willem Kluijt LWz. alhier vervoegd hebbende den burger Boode Capitein in dienst der Franschen Republiecq als gequalificeerd zijnde om de noodige Veranderingen in de Regeeringen ten platten lande te maken, soo sijn opgeroepen de navolgende personen, als Herman Pasman, Lodewijk Bongers [etc.] ... Zo zijn opgeroepen deeze 38 personen, welke alle gecompareerd zijn, uitgenomen 9 persoonen." Uit de 38 opgeroepen personen worden 14 kandidaten gesteld, waaruit 7 schepenen moeten worden gekozen. (Notulenboek gemeente 's-Gravendeel)

- 3 febr. 1795: Vergadering van de Municipaliteit van 's-Gravendeel en Leerambacht: "De burger Bongers versogt geweest zijnde om sig te informeeren of den Burger Gevaerts te Dordrecht van deszelfs plaats Killesigt [buitenplaats in de Wieldrechtse Polder op het Eiland van Dordrecht] niet soude kunnen missen en aan dese Municipaliteit verkoopen een boom om te kunnen dienen voor een Vrijheidsboom, en denselven Burger Bongers bericht hebbende dat den Burger Gevaerts van Geervliet soodanig een boom aan dese plaats tot een present heeft gedaan, soo is vervolgens geresolveerd denselven boom, heeden middag van Killesigt door twee Commissarissen en de noodige manschappen te doen afhalen, en denselven morgenmiddag ten 3 Uuren is het mogelijk te planten." (Notulenboek gemeente 's-Gravendeel)

De dans om de Vrijheidsboom (coll. C. van Frankfoort)

- 9 mei 1795: Brief van Lodewijk Bongers, President van het "Comité van Waakzaamheid", aangaande Arij Bezemer, die nog steeds de bordjes met het opschrift "Oranje-Lust" op zijn boerderij heeft staan. (Notulenboek gemeente 's-Gravendeel)

- 12 juni 1795: Lodewijk Bongers is lid geweest van het Genootschap van Wapenhandel. Hij heeft in 1787 de geweren in opdracht van Bastiaan Smaal en Meeuwis Uitterlinden op de Rechtkamer gebracht. Zijn knecht Willem Hartekoo, die ook lid van dat genootschap is geweest, had een geweer, een hellebaard, twee sabels, port épées en een patroontas in de Rechtkamer gebracht (Notulenboek gemeente 's-Gravendeel)

- 20 okt. 1795: Lodewijk Bongers wordt benoemd tot trompvoerder van de brandweer. (Notulenboek gemeente 's-Gravendeel)

- 1 mei 1796: de Municipaliteit besluit om de hoed bij de Vrijheidsboom te plaatsen. Burger Bongers wordt daarmee belast. (Notulenboek gemeente 's-Gravendeel)

- 25 mei 1799: Het ambt van schoolmeester wordt burgerlijk verklaard. De commissie uit de kerkenraad, die zich met onderwijszaken bezighoudt, moet haar notulen aan een gemeentelijke commissie overdragen. De schoolzaken worden voortaan door twee, bij loting aangewezen, burgers beheerd, L. Bongers en J.H. Bijvank. Zij besluiten iedere tweede zaterdag van de maand te vergaderen in het schoolhuis (1593- 's-Gravendeel- 1993 ['s-Gravendeel 1993], p. 173-174)

- 19 nov. 1800: de Municipaliteit besluit de stok bij de Vrijheidsboom met de hoed, die op 9 november is omgewaaid, weer terug te brengen. Burger Bongers krijgt de opdracht dit te doen (Notulenboek gemeente 's-Gravendeel)0

- 21 jan. 1801: burger Bongers wordt nogmaals vermaand de vrijheidshoed op de stang van de Vrijheidsboom te hangen. (Notulenboek gemeente 's-Gravendeel)

- 21 april 1801: burgers Bijvank en Bongers zullen een nieuwe dorpsvlag kopen. De oude is niet meer te gebruiken. (Notulenboek gemeente 's-Gravendeel)

- 1802: burger Bongers onderzoekt de mogelijkheid om bij Bikkers in Rotterdam een nieuwe brandspuit te kopen. Hij vervaardigt naderhand de wielen voor de brandspuit.(Notulenboek gemeente 's-Gravendeel)

- 20 juli 1803: burger Bongers maakt het bestek voor een nieuw brandspuithuisje. Als burger Van der Giessen aanmerkingen maakt op het bestek, omdat het niet overeenkomt met de afspraken, bedankt hij voor de eer. Nu maakt J. van Halteren een nieuw bestek. Bij aanbesteding van het bestek van Van Halteren blijken de intekenaars zo hoog in te schrijven, dat besloten wordt het bestek van  Bongers alsnog te laten uitvoeren. (Notulenboek gemeente 's-Gravendeel)

Hij trouwde ca. 1775 (schatting)

89. Maria van Moerkerken, geboren ca. 1755, overleden 's-Gravendeel 21 jan. 1844 (89 jaar oud), aangenomen als lidmaat van de NG gemeente van 's-Gravendeel op 23 mrt. 1777

Kinderen (o.a.):

a. Hendrik Lodewijksz. Bongers, geboren 's-Gravendeel 24 nov. 1778, timmerman te 's-Gravendeel (vermeld 1807),  wachtmeester te 's-Gravendeel, ontvangt op 31 okt. 1819 een attestatie van de NH gemeente van 's-Gravendeel voor Dordrecht

- 1812/1813: Hendrik Bongers is lid van de Municipaliteit van 's-Gravendeel

b. Belia Bongers, geboren 's-Gravendeel 1783

c. Marinus Bongers, geboren 's-Gravendeel 28 sept. 1796 ( =  kwartier 44)

90. Steven Davidsz. Stoker, geboren naar schatting ca. 1755 (minderjarig in 1772: zie kwartier 180), overlijden aangegeven 's-Gravendeel 14 febr. 1795 (gaarder 's-Gravendeel, pro deo), trouwde naar schatting ca. 1775

91. Magteldje Teunisdr. Noteboom, geboren 's-Gravendeel 15 aug. 1756, weduwe geboren en wonende te 's-Gravendeel (1796), overleden na 10 dec. 1796, trouwde 2e 's-Gravendeel 8 apr. 1796 (gaarder 's-Gravendeel, pro deo) Dirk Gijsbertsz. Bijl, geboren 27 jan. 1740, jongman geboren en wonende te 's-Gravendeel (1796). "directeur des balises" (bakenmeester: Registre Civique 's-Gravendeel, 1811)

- 26 okt. 1774: Johannes Geervliet, Abraham Verhagen, Aalbert Boer en Willem van Gemert leggen  rekening af als voogden over de twee minderjarige weeskinderen van Teunis Gerritsz. Noteboom, overleden op 19-3-1772 in 's-Gravendeel, en diens vooroverleden vrouw Pietertje Cornelisdr. van der Giessen. De kinderen zijn: Magteltje Noteboom, geboren op 15 aug. 1756 en Neeltje Noteboom, geboren op 4 febr. 1767. (RA 's-Gravendeel inv. 28)

- zij wordt op 14 nov. 1788 aangenomen als lidmaat van de NG gemeente van 's-Gravendeel ("huisvrouw van Steeven Stooker")

- 8 aug. 1790: Magteltje Noteboom is doopgetuige (NG 's-Gravendeel) van Maaijke (geboren ald. op 2 aug. 1790), dochter van Herman Stooker en Teuntje Waleboer

- 23 apr. 1796: Macheltje Noteboom, weduwe van Steven Stoker, wonende te 's-Gravendeel, moeder van David, Pieter, Maria en Pietertje Stoker, gaat hertrouwen met Dirk Gijsbertsz. Bijl en passeert akte van uitkoop voor secretaris T. van de Koppel en de municipalen Lodewijk Bongers en Cornelis van IJperen (WK 's-Gravendeel inv. 3)

Kinderen uit haar eerste huwelijk:

a. David, geboren 's-Gravendeel 15 mrt. 1779 (volgens de Registre Civique van 's-Gravendeel uit 1811)

b. Pieter, geboren ca. 1785 (schatting)

c. Maria, geboren ca. 1790 (schatting)

d. Pietertje, geboren 's-Gravendeel 10 apr. 1793

Kind uit haar tweede huwelijk:

a. Gijsbert Bijl, geboren 's-Gravendeel 10 dec. 1796

92. Johannes van den Bosch, had vermoedelijk een buitenechtelijke relatie met

93. Elisabeth van de Weetering, gedoopt RK Utrecht 14 okt. 1764, trouwde Amsterdam 11 april 1800 (e bruidegom komt uit Haarlem, is Rooms, 29 jaar oud, woont in de Voetboogsteeg, geassisteerd met zijn vader, de bruid komt uit Utrecht, is Rooms, 35 jaar oud, woont op de Singel, heeft consent van haar moeder Cornelia van Gemp, wonende te Utrecht, tekent met een kruisje) Gerrit Grevink, geboren te Haarlem ca. 1772, timmerman, overleden Amsterdam 6 febr. 1838, trouwde 2e Aldegonda Dresen

Kinderen uit dit huwelijk:

a. Adriana Grevink, gedoopt RK Amsterdam (De Papegaaij) 11 juli 1801 (get.: Leendert Grevink, Adriana Grevink)

b. Petronella Grevink, gedoopt RK Amsterdam (De Papegaaij) 24 mrt. 1810 (get.: Leonardus Grevink, Petronella Grevink)

94. Antonij Andriesz. Goud, gedoopt NG Mijnsheerenland 20 aug. 1755, jongman van Mijnsheerenland wonende te Puttershoek (1779), "meunier" (Registre Civique van 's-Gravendeel, 1811), arbeider wonende aan de Havendijk nr. 69 te 's-Gravendeel (1813), watermolenaar te 's-Gravendeel (1824), overleden 's-Gravendeel 27 aug. 1831 (Noorvoorstraat, 78 jaar oud [sic]), overlijden aangegeven door zijn schoonzoons Melis Naaktgeboren en Rom Schram)

- 1785: krijgt akte van indemniteit voor 's-Gravendeel, eerst getekend door Mijnsheerenland op 24 jan. 1758 en laatst getekend door Puttershoek op 27 mei 1785 (Archief NH gemeente van 's-Gravendeel)

- 20 febr. 1790: Antonie Goud is koper of borg op een veiling van bomen, gehouden door Cornelis Bosveld (RA 's-Gravendeel inv. 51)

Hij trouwde NG Puttershoek 9 apr./2 mei 1779

95. Annigje Verveer, gedoopt NG Puttershoek 28 juni 1752, jonge dochter wonende te Puttershoek (1779), overleden 's-Gravendeel 20 febr. 1813 (61 jaar oud)

Kinderen:

a. Andries Goud, gedoopt NG Puttershoek 3 okt. 1779 (getuigen: de vader en Magteltje Gout)

b. Maria Goud, gedoopt idem 13 dec. 1780 (geen getuigen)

c. Annigje Goud, gedoopt idem 25 dec. 1782 (getuige: de vader), overlijden aangegeven door haar vader op 21 jan. 1783 (gaarder Puttershoek, pro deo)

d. Annigje Goud, geboren 's-Gravendeel 5 mrt. 1791 (doopgetuige: Neeltje Morn)

e. Arie Goud, geboren 's-Gravendeel 21 febr. 1795, gedoopt NG 's-Gravendeel 22 febr. 1795 (get. Lena de Raat)

f. Cornelia, geboren 's-Gravendeel 8 juli 1797, gedoopt NG 's-Gravendeel 16 juli 1797 (getuige: Aartje Mastbergen) ( = kwartier 47)

96. Jan Haksteen, gedoopt NG  Dordrecht 12 juli 1789, arbeider (ca. 1813), winkelier (1816, 1818, 1824), overleden Dordrecht 7 okt. 1830 in een huis aan de Voorstraat (D: 63)

- ca. 1813: Alfabetische Lijst van Manspersonen geboren voor 1793 (SA Dordrecht, Stadsarchief nr. 4, inv. 144, ongedateerd, ca. 1813), Wijk D, huis nr. 1040: Jan Haksteen, geboren Dordrecht 5 juli 1789, gehuwd, 1 kind, arbeider. In de kolom getiteld "Montant de ce qu'ils payent dans la contribution-personelle et mobiliere" staat achter zijn naam 9.34, in "Observations" staat: "boiteux et un oeil" [hij werd derhalve afgekeurd voor het vervullen van de miltaire dienstplicht].

- 15 mei 1824: Jan Haksteen, winkelier wonende te Dordrecht in de Doelstraat, is een van de erfgenamen van Maria Zonderman, weduwe van Korstiaan Horsman, welke weduwe is geweest de enige en universele erfgename van haar gemelde man. (ONA Dordrecht inv. 1640, akte nr. 40, dd 15 mei 1824)

Hij trouwde Dordrecht 22 apr. 1809

97. Teuntje van Andel, geboren Woudrichem, NG gedoopt ald. op 6 mrt. 1785, overleden Dordrecht 27 nov. 1846 in de Vleeshouwerstraat A:227

98. Barend Mensen, geboren Dordrecht 27 dec. 1789 (volgens de Liste Civique van Dordrecht uit 1811), NG gedoopt ald. 30 dec. 1789, schuitenvoerder (1811, 1812), overleden Dordrecht 4 sept. 1850 in een huis op de Hoogt (E: 520)

Hij trouwde Zwijndrecht 8 sept. 1812 (de ouders van de bruid, haar grootouders van vaderszijde, Adriaan Besemer en Jaapje Bijkerk, en haar grootouders van moederszijde Arie van Dalen en Neeltje Smit, zijn reeds overleden)

99. Adriana (den) Bezemer, geboren Meerdervoort, gedoopt NG Zwijndrecht 20 mei 1787, arbeidster (1812), overleden Dordrecht 21 dec. 1842

100. Jacobus van der Holst, geboren Sassenheim 30 jan. 1793, arbeider, boerenknecht wonende te Hazerswoude (1845), trouwde Alphen a/d Rijn 23 juli 1818

101. Dirkje Groenintwoud, geboren Woubugge, gedoopt RK Hoogmade 8 aug. 1793, dienstbaar wonende te Alphen a/d Rijn (1818)

102. Pieter de Nagtegaal, gedoopt NG Dordrecht 19 mei 1782, dagloner (1811, 1813), sjouwer (1814, 1826, 1830), arbeider (1828, 1846), molenaar (1836), overleden Dordrecht 10 okt. 1846 in een huis aan de Hellingen, trouwde 2e Dordrecht 27 juli Anna van der Kaa, overleden Dordrecht 11 mrt. 1843, 3e Dordrecht 10 mei 1843 Maria den Bunnick (zie Kronieken 1993 (1), p. 26-27)

- 15 jan. 1805: Pieter Nagtegaal koopt voor 700 gl. een huis in de Kromme Elleboog, dat hij op 3 nov. 1810 weer verkoopt, en wel door overdracht van de resterende hypotheekschuld, nl. 250 gl., aan de nieuwe eigenaar. (id., p. 26)

- ca. 1813: Pieter Nagtegaal, geboren 1779 ("date inconnu"), gehuwd, drie kinderen, "journalier", "indigent", "poitrinaire" (SA Dordrecht, Stadsarchief Dordrecht nr. 4 inv. 144, Alfabetische Lijst van Manspersonen geboren voor 1793, zonder datum [ca. 1813]).

Hij trouwde 1e Dordrecht 4 mei. 1805 (volgens attestatie van ondertrouw van De Mijl dd 19 apr. 1805)

103. Adriana Soeteman, geboren De Mijl, gedoopt NG Dordrecht 11 sept. 1785, overleden Dordrecht 17 apr. 1842 in een huis aan de Hellingen

104. Leendert Rook, geboren Ouderkerk a/d IJssel 25 nov. 1793, NG gedoopt ald. 27 nov. 1793, arbeider, overleden Dordrecht 9 apr. 1855 in het ziekenhuis in de Visstraat (D: 885)

- 28 sept. 1826: ontvangt attestatie van Capelle a/d IJssel voor De Mijl

Hij trouwde Capelle a/d IJssel 23 apr. 1819

105. Adriana van den Berg, geboren Ouderkerk a/d IJssel 20 mrt. 1789, NG gedoopt ald. 22 mrt. 1789, overleden Dordrecht 20 nov. 1859 in het ziekenhuis in de Visstraat (D: 885)

106. Hendrik Hazenbroek, geboren Nieuwerkerk a/d IJssel 28 sept. 1797, arbeider (1832), woonde in Capelle a/d IJssel (1821), Gouderak (1832) en Dubbeldam (1844-1864), overleden Dordrecht 30 apr. 1864 in een huis op de Hoogt (maar wonende in Dubbeldam), trouwde Capelle a/d IJssel 24 mei 1821

107. Geertrui Roem, geboren Capelle a/d IJssel 26 apr. 1797, NG gedoopt ald. 30 apr. 1797, arbeidster wonende in Capelle a/d IJssel (1821), overleden Dordrecht 20 aug. 1887 in een huis aan de Van Hoogstratensingel nr. 11

108. Jan Hendrik Gerritsz. Menarbrucker (Hendrik Minnebreuker, Mennebruker, Menerbruker, Mellebrukes), geboren Linge (bij Osnabrück) op 16 nov. 1775 (volgens Liste Civique van Dordrecht uit 1811) of op 12 maart 1782 (volgens de Staat van de Bevolking van Dordrecht uit 1826), arbeider (1811), werkman (1811), kalkmeter (1819, 1823, 1826), mazelaar (1826), overleden Dordrecht 29 sept. 1848, trouwde Dordrecht 13 okt. 1808

109. Elizabeth Leenke, gedoopt NG Dordrecht 6 okt. 1784, overleden Dordrecht 4 jan. 1848

- 5 febr. 1819: Dirk de Visser, koperslager wonende in Vriesestraat, als gevolgmachtigde van Gerrit Hendrik Hindersman, verklaart verkocht te hebben aan Hendrik Mennebruker, kalkmeter wonende in het Torenstraatje, een huis en erf, staande en gelegen in het Tolbrugstraatje aan de waterzijde, getekend A:317/318 en 319, belend door het huis van Jacobus de Klerk aan de ene zijde en dat van Cornelis van Heusden aan de andere zijde, voor een bedrag van 200 gl. Hendrik Mennebruker, kalkmeter wonende in het Torenstraatje, bekent schuldig te zijn aan Hermanus van Beest, koopman wonende op de Kalkhaven, een somma van 250 gl. wegens geleende gelden, terug te betalen met jaarlijkse termijnen van 25 gl., daarvoor verbindende het voornoemde huis in het Tolbrugstraatje (ONA Dordrecht inv. 1635, akte 10 en 11)

- 12 febr. 1823: testament van Hendrik Menerbruker, kalkmeter wonende in het Torenstraatje te Dordrecht, gehuwd met Elisabeth Leenke: "Ik noem en stel mijne echtgenoote, voornoemde Elisabeth Leenke tot mijne eenige en algehele erfgename in al het geen ik dezelve mijne echtgenoote zoo in vollen eigendom als in vruchtgebruik ingevolge de wet maar eenigzins kan en mag maken, niets daarvan uitgezonderd en zulks ingeval van vruchtgebruik hetzelve gedurende haar leven en vrij van het stellen van borgtogt ... " (ONA Dordrecht inv. 1639, akte 11)

- 1823: Jeremias Koekelis, kalkmeter wonende in de Vriesestraat, als in huwelijk hebbende Johanna Leenke, particuliere en Johanna Leenke zelf transporteren en verkopen aan Hendrik Menerbruker de helft in een huis en erf, staande en gelegen in het Torenstraatje, getekend C:304/407, belend de loods van Abraham Isaac aan de ene zijde en het huis van Kampman aan de andere zijde, ter somma van 50 gl. (ONA Dordrecht inv. 1639, akte 60)

- 6 jan. 1826: Hendrik Menerbruker, kalkmeter wonende in het Torenstraatje, bekent schuldig te zijn aan Hendrik Kuipers Aartsz., koopman wonende op de Kalkhaven, een somma van 750 gl., terug te betalen in 15 jaarlijkse termijnen van 50 gl., daarvoor verbindende de volgende huizen en erven:

a. een huis en erf in de Tolbrugstraat aan de waterzijde (A:317)

b. een huis en erf in de Kromme Elleboog (C:1539)

c. een huis en erf in de Wijngaardstraat (C:467)

d. een huis en erf in het Torenstraatje (C:477)

e. een huis en erf met "een open plaats daarnevens" in het Torenstraatje (C: 478 en C:479)

f. een huis en erf in het Torenstraatje (C:350)

(ONA Dordrecht inv. 1642, akte 2)

110. Heinrich Steinroth (Steenraad, Steinrad), geboren Beeck (Duitsland), gedoopt ald. 29 apr. 1782, vlotter te Dordrecht (1826), overleden Dordrecht 22 jan. 1855, trouwde Dordrecht 11 aug. 1808

- 9 aug. 1824: ontvangt attestatie van Beeck voor de NH-gemeente van Dordrecht, woont in de Heer Heymansuisstraat

111. Neeltje Kordt, gedoopt NG Dordrecht 7 mrt. 1787, koopvrouw (1850), overleden Dordrecht 30 juni 1850 in huis C:556 in de Heer Heymansuisstraat

112. Jan Jansz. van Zomeren, gedoopt NG Herwijnen 1 aug. 1762, steenbakker, overleden Herwijnen 10 aug. 1835 (overlijden aangegeven door zijn zoon Dirk van Zomeren, arbeider, 28 jaar oud), trouwde Herwijnen 7 nov. 1790

113. Adriaantje Pas, gedoopt NG Herwijnen 12 jan. 1769, overleden Herwijnen 3 jan. 1845 (overlijden aangegeven door Johannes van Zomeren, arbeider, 45 jaar oud)

114. Jacobus Treffers, gedoopt NG Baardwijk 24 nov. 1748, weduwnaar wonende te Wijk (1777), overleden in de gemeente Wijk en Aalburg 1 okt. 1825, trouwde 1e NG Wijk 10/27 juni 1773 Anneke de Reus, jonge dochter van Wijk, 2e NG Wijk 9/27 april 1777

115. Jenneke van Wijk, gedoopt NG Wijk 5 sept. 1751, jonge dochter wonende te Wijk (1777), overleden in of na 1791

Kinderen:

a. Jan, gedoopt NG Wijk 31 jan. 1779 (getuige: Janna Treffers)

b. Cornelia, gedoopt NG Wijk 28 april 1782 (getuige: Lijske Vos)

c. Johanna, gedoopt NG Wijk 5 mrt. 1788 (getuige: Lijske van Veen)

d. Cornelia, geboren 27 febr. 1791, gedoopt NG Wijk 6 mrt. 1791 (getuige: Maike van Bergeijk)

116. Willem Liebregt, gedoopt NG Herwijnen 5 juni 1740, jongman van Herwijnen, korporaal onder luitenant-kolonel Verploeg (in het Regiment Cavalerie van luitenant-generaal Baron van Eck) te Zutphen in garnizoen (1773), trouwde 2e NG Herwijnen 7/23 okt. 1785 Steventje Blom jonge dochter geboren te Herwijnen, trouwde 1e NG Arnhem 24 juli/19 aug. 1773

117. Anthonia Bode, gedoopt NG Arnhem 3 aug. 1755, jonge dochter van Arnhem (1773), begraven Arnhem 29 juli 1778 (vrouw van Willem Libreg, laat kind na)

118. Hendrik (Heinrich) Kropff, geboren Kassel in Hessen, volgens Stamboek op 11 mei 1759, gedoopt Evangelisch-Luthers ald. tussen 9 en 15 mei 1760 (in Deutschen Oberneustädter Gemeinde), infanterist 1e bat. 2e Regiment Waldeck van het Staatse leger (ca. 1779; vriendelijke mededeling van de heer H. Kool), huzaar in het Staatse leger 1787-1795, gepensioneerd militair wonende te Hellevoetsluis (1819), schoenmaker te Hellevoetsluis (1819), schoenmaker wonende te Nederhemert (1827), overleden Waspik 27 dec. 1845 (zonder beroep),

Stamboek militairen (vóór 1795: internet): woonde voor hij in dienst ging bij het Staatse leger in Waspik, van 1784 tot 1 dec. 1785 soldaat in het 2e Regiment Waldek, daarvan met paspoort afgegaan, op 1 jan. 1786 bij Huzaren van Salm, naderhand Huzaren van Heeckeren tot 1795, daarvan met paspoort afgegaan, bij het Hollandse Korps in Engelse dienst van 1800 tot 31 juli 1812, daarvan met paspoort afgegaan (in Brabant: 1793-1794). Signalement: aangezicht: groot, voorhoofd: breed, ogen: blauw, neus: breed, mond: gewoon, kin: rond, haar: bruin, wenkbrauwen: blond, merkbare tekenen: geen. 

Nationaal Archief (Den Haag), Raad van State inv. 60, f. 71 (stamboek militairen 1795-1813): Heinrich Kroppf, huzaar, nr. 18, aangenomen op 19 jan 1793 (gedurende: "leeven"), lengte op sokken: 5 voet  5 duim 2 streek, 32 jaar oud, geboren te Kassel in Hessen, tevoren gediend in Huzaren van Heekeren voor 6 jaar, daarvan afgegaan (met paspoort), ambacht: schoenmaker, Luthers, niet getrouwd, "goedgedaan": door Colonel Van Lynden, afgegaan op 9 okt. 1795 met paspoort

Uniform van Nederlandse infanterist ca. 1775

Cavaleristen in het Staatse Leger (rechts op de afbeelding Huzaren Van Heeckeren, zgn. "zwarte huzaren") Bron: www.cavaleriehistorie.nl

Hendrik Kroph jongman in de Groot Eelingsteeg trouwde Utrecht 3 nov. 1795 (in de Catharijnekerk door H.V. Kortenhoef) Maria Greve, jonge dochter in "den Trans

119. Maria Greve, gedoopt NG Veldhoven 19 juni 1768 (de vader is uit Gestel, getuige: de grootmoeder van het kind mevr. Van Braam), overleden Hellevoetsluis 15 dec. 1819 (54 jaar oud, overleden in de kazerne, ouders onbekend, doch beiden overleden)

- 15 sept. 1796: geboorte van dochter Petronella Kropff in Groot-Waspik, daar NG gedoopt op 18 sept.1796

- 1799: Maria Greeven, huisvrouw van Kroph [sic], lidmaat van de NG gemeente van Waspik (lidmatenregister Waspik)

- 29 dec. 1805: dochter Maria Sophia Kropff NG gedoopt in Groot-Waspik

- 23 febr. 1808: zoon Johan Christiaan Kropf geboren in Waspik (hij was schoenmakersknecht en overleed in 's-Hertogenbosch op 9 april 1829)

120. Adam Knikman, geboren Dordrecht 5 apr. 1775, gedoopt NG Dordrecht 7 apr. 1775, jongman geboren te Dordrecht en wonende in de Kolfstraat (1798), "tailleur des pierres" (ca. 1813), molenaarsknecht (1832), overleden Dordrecht 9 mei 1849.

Hij trouwde Dordrecht (Gerecht) 30 aug./15 sept. 1798 (met consent van zijn moeder)

121. Hendrika Bax, geboren Klundert 21 juni 1769, gedoopt NG Klundert 24 juni 1769, jonge dochter geboren in de Klundert en wonende op de Tweede Singel, geassisteerd met haar vader Jan Bax (1798), overleden Dordrecht 18 juni 1840 in een huis aan de Tweede Singel (E:188) [72 jaar oud, in haar overlijdensakte staat ten onrechte, dat zij een dochter van Kaatje Dolfijn was]

- ca. 1813: Alfabetische Lijst van Manspersonen geboren voor 1793 (SA Dordrecht, Stadsarchief nr. 4, inv. 144, ongedateerd, ca. 1813), Wijk E, huis nr. 117: Adam Knikman, geboren 5 april 1775, gehuwd, 6 kinderen, "tailleur des pierres", "vit de son metier", "poitrinaire".

- 4 mrt. 1822: veiling van een huis en erf in Hermanshuisstraat (Heer Heymansuysstraat), belend aan de ene zijde door het huis van jonkheer De Court en aan de andere zijde het huis van Cornelis Ouburg. Het hoogst ingezet door Adam Knikman, molenbilder wonende even buiten de stad op de Hellingen, ter somma van 100 gl. Verkopers: Dirk Zwens, gehuwd met Adriana Slegt en Gerardus Wolbers, gehuwd met Petronella Slegt. Akte ondertekend door Adam Knikman. (SA Dordrecht, ONA Dordrecht inv. 1665, akte 1180)

122. Johannes Tielekin(d), gedoopt NG Dordrecht 16 aug. 1766, opgevoed in het Armen-Weeshuis,  timmerman, overleden Dordrecht 3 sept. 1825 in een huis in Botgensstraat (D:384),

- op 25 juni 1779  is gepresenteerd aan het Armen-Weeshuis Johannis, geboren 16 aug. 1766 en Jacob, geboren Oud-Beijerland, gedoopt 15 nov. 1772, zonen van Hermanis Thielekin, Rooms burger alhier en van Maria Spoel, "zijnde van de Protestantse Goddienst", de eerste voor rekening van van het Armen-Weeshuis, de tweede voor rekening van Oud-Beijerland, maar omdat de wijkmeesters verzuimd hadden "een akte te innen", toen de ouders met het kind naar Dordrecht zijn gekomen, hebben de Vaders van het Weeshuis besloten beide jongens op te nemen op kosten van het weeshuis. Het eerste kind is gekomen op 28 juni en het tweede op 2 juli 1779. "om reedenen dat de doopzeel niet eerder is kunnen vertoondt worden." (SA Dordrecht, Archief van het Weeshuis [archief 18] inv. 139, f. 184)

- 9 juni 1781: testeert voor notaris J. van der Star Maria Spoel, "bejaart" en ongehuwd, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan Jan Thielekin en Jacob Thielekin, kinderen van wijlen Maria Spoel, die een dochter was van Jacob Spoel, de halfbroer van de testatrice, een bedrag van 25 gl. en aan Jan Thielekin een bijbel met zilver beslag. Uit haar nalatenschap moet een bedrag van ongeveer 10 gl. gereserveerd worden voor de aankoop van een bijbel met zilver beslag voor Jacob Thielekin. Tot erfgenaam van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Jenneke Lorijn, de dochter van haar zuster Pieternella Spoel, bij haar verwekt door Carel Lorijn, of bij overlijden haar nakomelingen. Tot executeur-testamentair en voogd benoemt zij Aelbert van den Bende. De testatrice tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 1116, akte 85)

Hij trouwde Dordrecht (Gerecht) 21 nov. 1795

123. Josina van Kleeft, gedoop NG Dalem 1 mrt 1761 (als "Joosjen"), overleden Dordrecht 13 sept. 1826 in een huis in de Botgensstraat (D: 383).

De huwelijksinschrijving vermeldt: "met bewijs, dat zij geen ouders heeft en geen akte van indemniteit is afgegeven".

- Op 4 nov. 1794 compareerde voor notaris J.H. Schultz van Haegen Josina van Cleef, meerderjarig en ongehuwd, wonende te Dordrecht, als mede-erfgename van wijlen haar grootvader van moederszijde Cornelis Maet en verklaarde te volmachtigen haar aangehuwde broeder Pieter Gastelijn, wonende te Gorinchem, om te compareren voor schout en schepenen van Dalem en daar, voor zoveel haar aandeel betreft, aan koper of kopers te transporteren een korenmolen en woonhuis, staande te Dalem, afkomstig uit de boedel van haar grootvader, voorts de kooppenningen dssrvsn te ontvangen etc. Zij tekent de akte met een kruisje.(SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 1202, akte 397)

124. Nicolaes Nelemans, gedoopt NG Zevenbergen dec. [geen dagnummer vermeld) 1738, overleden Terheijden 12 mrt. 1798, hij trouwde 1e voor 27 febr.1770 Johanna de Leeuw, trouwde 2e NG Terheijden 26 sept. 1782 ("Nicolaes Denisse Nelemans weduwnaar  van Johanna de Leeuw, geboren te Zevenbergen en wonende op de Noort onder Terheijden, zijnde van de Gereformeerde Godsdienst met Catharina in het Veld, jonge dochter geboren te Zevenbergen en mede wonende op de Noort onder Terheijden, van de Roomsche Godsdienst, getrouwd met het kind op den arm, door ons gedoopt de 6e mei, genaamd Catharina, in de consistorie, ... een trouwbrief gegeven op dezelfde dag.")

125. Catharina in't Velt, geboren te Zevenbergen, gedoopt RK Zevenbergen 21 mrt. 1754 (filia legitima), overleden Terheijden 21 aug. 1826

126. Johannes van Persijn, gedoopt NG Dordrecht 6 dec. 1738, jongman van Dordrecht wonende in de Lomberstraat te Rotterdam (1764), weduwnaar geboren te Dordrecht, wonende in de Vogelenzang te Rotterdam (1791), vermeld in de Liste Civique van Dordrecht uit 1811 (nr. 1533), "boonebrander" (1820), blikslager (1820), overleden Dordrecht 23 apr. 1820 in een huis aan Elfhuizen (82 jaar oud), trouwde 1e NG Rotterdam 28 okt./13 nov. 1764 Jannetje (van) Oossanen (van Oostzaan), jongedochter van Dordrecht, wonende in de Lomberstraat te Rotterdam (1764), begraven Rotterdam 20 okt. 1785 (Jannetie van Oosten, huisvrouw van Johannes van Persijn, Vogelenzang hoek Pannekoekstraat, laat drie minderjarige kinderen na)

Hij  trouwde 2e NG Rotterdam 23 okt./8 nov. 1791

127. Maria Barbera (van) Nieuwenhuizen, geboren ca. 1756, jonge dochter geboren in "Sitterd", wonende op de Schiedamse Dijk te Rotterdam (1791), overleden Dordrecht 28 maart 1831 in een huis aan de Voorstraat (75 jaar oud, geboren te "Siddert", ouders onbekend, doch overleden te "Siddert")

Op 20 dec. 1778 werd in Sittard RK gedoopt Maria Anna Moijses (getuigen: Bartholomeus Hausman en Barbara Rütten). Zij nam de naam Maria Barbara Neuhausen aan. In een aantekening bij de doop van haar zoon in 1782 in het RK doopboek van Schinnen blijkt dat zij voor haar doop Joods was *. Zij zou de dochter zijn van Moijses NN, die afkomstig was uit Gross Gerau bij Darmstadt in Duitsland.

* 22 mei 1782 gedoopt te Schinnen Arnoldus Josephus Neuhausen, geboren te Puth op 22 mei 1782, "filius illegitimus" van Barbera Neuhausen, die vier jaar eerder te Sittard van het Jodendom tot het Rooms-Katholicisme was bekeerd. Het kind overleed op 6 april 1786 te Schinnen (Puth).

(http://members.home.nl/w.brasse/jodasit/jodasit-frm3.htm)

Sittard

- 8 sept. 1787 compareren voor de Rotterdamse notaris I. Valeton juffrouw Maria van Kleijsma, weduwe van Hendrik Simonsz. Vink, beëdigde vroedvrouw te Rotterdam, Sophia Janse, huisvrouw van Johannes Sterk en Hilletje de Breij, weduwe van Hermanus Kleijn, beiden mede wonende te Rotterdam, die op verzoek van Maria Barbera Nieuwenhuijsen, meerderjarige dochter, wonende te Rotterdam een verklaring afleggen. Deposanten getuigen, de eerste als vroedvrouw en de twee laatstgenoemden als geburen van de rekwirante, dat zij op 19 juni 1787 "van des voormiddags tot des namiddags op de kamer van derde deposante [zijn tegenwoordig geweest] alwaer de requirante als toen aldaer in barensnood was zittende. Dat alvorens te verlossen deselve, door de eerste deposante, ten aanhoren van de twee overige deposanten aen de Requirante is afgevraegd wie de vader was van haar kind waervan zij stond te verlossen en dat zij requirante daerop heeft geantwoord dat Leendert van Ruijtenburg, meester-grutter alhier, bij wien zij requirante als dienstmeid had gewoond, de vader was van het kind waarvan zij stond te verlossen, zeggende tot bevestiginge van dien, zoo waerlijk moest haer God almachtig helpen. Dat kort daerop de requirante is verloscht van een dochtertje thans nog in leven, terwijl de requirante vervolgens nog is verlost van een doodgeboren zoon, geduurende welke laetste verlossing ook door haer requirante nog is gerepeteerd dat de voornoemde Leendert van Ruijtenburg vader was van hare vruchten. ..." (ONA Rotterdam)

Leendert van Ruijtenburg, geboren te Oud-Beijerland ca. 1753, overleden Rotterdam 24 juli 1827, zoon van Jan Gilles van Ruijtenburg en Johanna van Ruijtenburg, trouwde NG Rotterdam 1/15 juni 1777 Eva Verkerk,  jonge dochter van Rotterdam (1777), begraven Rotterdam (Grote Kerk) 7 maart 1795 (Kipstraat over de Brouwerij). Zij woonden ca. 1787 in de Kipstraat te Rotterdam (NG doopboek Rotterdam 24 aug. 1786 en 29 maart 1789).

- 2 aug. 1787: NG gedoopt te Rotterdam (Grote Kerk), Helena, buitenechtelijke dochter van Maria Barbera Niehuijsen, wonende Vissersdijk (getuigen: Maria Kleijsma en Hillegonda de Breij)

- 15 dec. 1788: begraven te Rotterdam Lena, dochtertje  van Maria Nieuwenhuijs, anderhalf jaar oud (K. Frankenstraat, boven Lodesteijn diaken)

-  jan. 1790: Maria Barbera Nieuwenhuizen jonge dochter, lidmaat op belijdenis van de NG gemeente van Rotterdam

- 23 aug. 1800 Johannes van Persijn en Maria Barbera Nieuwenhuijzen, lidmaten van de NG gemeente van Rotterdam, vertrokken naar Dordrecht

- 7 jan. 1820 Johannes van Persijn, "boonebrander" wonende te Dordrecht, bevorens weduwnaar van Jannigje van Ossanen, nu gehuwd met Maria Berbera Nieuwenhuizen testeert voor de Dordtse notaris H. Struijk. Hij benoemt tot zijn erfgenamen zijn voorkinderen en nakinderen en zijn vrouw Maria Berbera Nieuwenhuizen, ieder voor een kindsgedeelte. Hij tekent met "J. van Persijn". (SA Dordrecht, ONA Dordrecht inv. 1588, akte 1732)

- 7 jan. 1820 Maria Berbera Nieuwenhuizen, particuliere wonende te Dordrecht, testeert voor de Dordtse notaris H. Struijk. Zij benoemt tot erfgenamen haar man en kinderen. Testatrice kan niet schrijven (SA Dordrecht, ONA Dordrecht inv. 1588, akte 1733)

Kinderen van Johannes van Persijn en Jannetje van Oossanen:

a. Cornelis van Persijn, gedoopt NG Rotterdam 22 jan. 1767 (getuige: Pieternella van Persijn, ouders wonen op het Cools Eijlantie [Colchos Eiland = Lutherse Vest; vriendelijke mededeling van mevrouw C.E. de Heer), trouwde NG Rotterdam 23 mei/8 juni 1790 Pieternella van Voorden jonge dochter van Rotterdam (1790)

b. Amarensie van Persijn, gedoopt NG Rotterdam 20 mei 1770 (getuige: Johanna van Oossanen; ouders wonen in de Heerestraat op het Eijlandje), trouwde NG Rotterdam 15/29 april 1792 Zwerus van Krijgveld, jongman van Rotterdam (1792)

c. Petronella van Persijn, gedoopt NG Rotterdam 5 sept. 1773 (getuige: Petronella Smits; ouders wonen op het Lutherse Vesje)

Kinderen van Johannes van Persijn en Maria Barbera Nieuwenhuijsen

a. Johanna Catrina van Persijn, geboren Rotterdam 23 april 1792, gedoopt NG Rotterdam 29 april 1792 (getuige: Maria Hoppers, ouders wonen in de Korte Pannekoekstraat)

b. Maria Sophia van Persijn, geboren Rotterdam 6 febr. 1794, gedoopt NG Rotterdam 9 febr. 1794 (getuige: Maria Koppers, ouders wonen in de Vogelenzang)  (= kwartier 63)

GENERATIE VIII.

128. Teunis Willemsz. den Haan, gedoopt NG Werkendam 16 mei 1728,  weduwnaar van Grietje Biesheuvel (1754), overlijden aangegeven Brielle 23 dec. 1799 (78 jaar oud, "verval van krachten", laat drie kinderen na, pro deo), trouwde 1e NG Werkendam 6 mei 1747 (ondertrouw) Grietje Biesheuvel, gedoopt NG De Werken 19 nov. 1727, overleden ca. 1750, dochter van Joost Pietersz. Biesheuvel en Adriaantje Haasterle, 2e NG Brielle 20 okt./5 nov. 1754

129. Pietertje Rosenburg (Rodenburg, Souw, van der Sjouw), geboren ca. 1720/1725, jonge dochter geboren te Zwartewaal en wonende te Brielle (1747), overlijden aangegeven Brielle 4 jan. 1794 (Pietertje Souw, huisvrouw van Theunis den Haan, 74 jaar oud,  borstkwaal, laat drie kinderen na, pro deo). Zij trouwde 1e NG Brielle 25 april 1747 Caspar van Velt (van der Velden) jongman geboren te "Elberfeld in Bergsland"

- 14 april 1797: de zalmvisserij van Brielle verplicht zich 1 gl. per week te betalen aan de diaconie van Brielle t.b.v. Teunis de Haan in het Gasthuis (Acta NG gemeente Brielle inv. 10)

Kinderen (allen NG gedoopt te Brielle):

a. Willem den Haen, 17 mei 1757 (= kwartier 64)

b. Adriana, 30 juli 1758, begraven Brielle 31 okt. 1761

c. Gerritje den Haen, 27 dec. 1763 (getuige: Cornelia Blontrok), trouwde ca. 1786 Pieter van den Berg

Uit dit huwelijk:

c-1. Anna van de Berg, geboren ca. 1787

c-2. Teunis van den Berg, geboren ca. 1791

c.3. Pietertje van den Berg, geboren Brielle 4 mei 1800

d. Adrianus, 20 dec. 1765, begraven Brielle 4 juli 1767

e. Adrianus den Haen, 14 mei 1769

130. Leendert Bouwensz. van der Blom, gedoopt NG  Nieuwenhoorn 18 dec. 1729, trouwde NG Zwartewaal 6 mei 1754

131. Pietertje Pietersdr. van der Hoeve, gedoopt NG Zwartewaal 20 jan. 1726, overleden in 1768 of 1769

- 7 april 1769: Leendert van der Blom, weduwnaar en erfgenaam van Pietertje van der Hoeven volgens testament gepasseerd op 18 juni 1768 voor schout en schepenen van Zwartewaal, wil hertrouwen en bewijst zijn dochter Aaltje van der Blom 3 gl. 3 st. (ONA Voorne-Putten inv. 1092)

Zwartewaal ca. 1798

132. Jacob 't Mannetje, gedoopt NG Rockanje 28 febr. 1723, bouwman onder Nieuw-Helvoet (1761,1763), begraven Nieuw-Helvoet 1771,

- 1771: ontvangen voor het begraven van Jacob 't Mannetje 7 gl., voor het kleed van Jacob 't Mannetje 1gl. en 16 st. (Kerkrekening Nieuw-Helvoet).

Hij trouwde NG Oostvoorne 6/28 okt. 1753

133. Pietertje Krijnen Man in't Velt, gedoopt NG Oostvoorne 14 nov. 1734

134. Willem Cornelisz.Ruylof, gedoopt NG Rozenburg 16 juli 1741, jongman te Blankenburg (1764), begraven Rozenburg 12 juli 1799 (in de kerk, ontvangen voor het kerkrecht, luiden en het "slechte" kleed: 8 gl. 6 st.), trouwde NG Rozenburg 3 nov./16 dec. 1764

135. Sara Jacobsdr. Vermaes, gedoopt NG Brielle 4 april 1740, jonge dochter geboren te Brielle en wonende op Rozenburg (1764)

136. Cornelis Stolk, gedoopt NG Oostvoorne 13 sept. 1750, jongman geboren te Oostvoorne en wonende te Naters (1777), overleden Oostvoorne 26 maart 1786, trouwde NG Rockanje 8/30 nov. 1777

137. Annetie Smoor, gedoopt NG Rockanje 2 juli 1758, jonge dochter geboren en wonende onder Rockanje (1777)

- 5 mrt. 1787: compareert Annetje Smoor, wonende onder Rugge. Haar man, Kornelis Stolk, is op 26 mrt. 1786 ab intestato overleden, nalatend als erfgenaam hun beider zoon Jacob Stolk, [nu] 9 jaar oud. Compareert mede Abraham Rietdijk, die door het Gerecht van Rockanje is aangsteld tot voogd over de jongen. Men stelt het vaderlijk erfdeel van Jacob op vier zilveren ducatons, een paar gouden hemdsknopen en enige kledingstukken. (ONA Voorne-Putten inv. 1166, akte 17)

138. Leendert Jansz. Noordermeer, gedoopt NG Oudenhoorn 7 maart 1734, jongman geboren in Oudenhoorn en wonende in Oostvoorne (1764), overleden Oostvoorne 8 maart 1786, trouwde NG Oudenhoorn 20 mrt./6 mei 1764

139. Maartje Touw, gedoopt NG Oostvoorne 4 aug. 1743, jonge dochter geboren en wonende in Oostvoorne, overleden Oostvoorne 10 okt. 1807

140. Willem Roest, geboren Heenvliet 24 dec. 1731, gedoopt NG Heenvliet 30 dec. 1731, jongman geboortig van Heenvliet en wonende onder Abbenbroek (1760), overleden Heenvliet 14 juli 1807, trouwde NG Abbenbroek 17 sept./6 okt. 1760

141. Josijna Troost, gedoopt NG Abbenbroek 4 juli 1734, jonge dochter geboren en wonende te Abbenbroek (1760), overleden Heenvliet 1 dec. 1799

142. Jacob van der Blom, gedoopt NG Nieuwenhoorn 6 febr. 1724, jongman wonende te Nieuwenhoorn (1756), begraven Nieuwenhoorn 22 febr. 1791, trouwde Nieuwenhoorn 12 maart 1756 (gaarder pro deo) 

143. Martijntje Hoekendijk (alias van Vendeloo), gedoopt NG Nieuwenhoorn 13 sept. 1733, jonge dochter wonende te Nieuwenhoorn (1756), overlijden aangegeven Nieuwenhoorn 29 nov. 1791 (gaarder pro deo)

Testament van Adriana  Venlo te Brielle. Zij is gegoed beneden f 2000. Zij wenst te worden begraven in de kerk, in aanwezigheid van twee krijgsraden en het schippersgilde. Universeel erfgenamen zijn voor de ene helft haar zuster Martijntje Venlo, weduwe van Jacob Blom onder Nieuwenhoorn, en voor de wederhelft de kinderen van wijlen haar zuster Neeltje Venlo, laatst weduwe van Jan Vermeer, met namen Kaatje den Hoevenaar, gehuwd met Jan Pols, Anna Hoevenaar, gehuwd met Johannes Droogsteen en Antonie Vermeer. Executeurs/voogden zijn dr. Adriaan de Mirel en Dirk Moselagen, beiden te Brielle. Seclusie weeskamer. Getuigen Jan Koolhaas en Arie de Valk. 
Aktedatum:
22/09/1791
Aard van de akte:
testament
Naam notaris:
Johannes Brouwer
Toegangsnummer:
110 Notariële archieven
Inventarisnummer:

144. Cornelis van der Hoeven, gedoopt NG Geervliet 14 juni 1733, jongman geboren te Geerliet (1763), overleden 11 dec. 1798, begraven Nieuw-Beijerland 22 dec. 1798

- 22 mei 1764: hij krijgt een akte van indemniteit van Geervliet voor Nieuw-Beijerland

- 10 mei 1765: hij krijgt een akte van indemniteit van Klaaswaal voor Nieuw-Beijerland

Hij trouwde NG Nieuw-Beijerland 29 juli/21 aug. 1763

145. Maria Pietersdr. Goudswaard, gedoopt NG Nieuw-Beijerland 24 febr. 1743, jonge dochter geboren en wonende Nieuw-Beijerland (1763), begraven Oud-Beijerland 12 mei 1803

146. Bastiaan (Sebastiaan) van Dam, gedoopt NG Numansdorp 6 juli 1732, jongman wonende op Westmaas (1757), overleden in of na 1778, trouwde NG Westmaas 11 okt./7 nov. 1757

147. Maria Ingensdr. Steenhoek, gedoopt NG Westmaas 18 dec. 1735, overleden in of na 1778

- 1 mei 1770: akte van indemniteit voor Bastiaan van Dam en zijn gezin van Westmaas naar Nieuw-Beijerland

148. Gijsbert Cornelisz. de Vos, gedoopt NG Oud-Beijerland [dag en maand onleesbaar] 1743, jongman geboren en wonende in Oud-Beijerland (1761), bouwman te Oud-Beijerland (verbouwde aardappels en vlas), overleden Oud-Beijerland 18 maart 1813 (Molendijk nr. 367, 70 jaar oud), hij trouwde 2e NG Oud-Beijerland 12 mei/4 juni 1786 (huwelijk aangegeven gaarder Oud-Beijerland 12 mei 1786, impost 30 gl.) Lena Arijsdr. Verhagen, gedoopt NG Oud-Beijerland 18 sept. 1763, jonge dochter geboren en wonende Oud-Beijerland (1786), schoolhouderesse (1820), overleden Oud-Beijerland 17 okt. 1820 (Molendijk nr. 367), dochter van Arij Leendertsz. Verhagen en Maijke Jansdr. Buijtendijk

 - 14 jan. 1775: Gijsbert de Vos, kleinzoon van wijlen Dirk van Ruijtenburg en Geertruij Herweier, e.a. verzoeken het gerecht om de huurwaarde te taxeren van het huis en schuurtje van zijn grootouders, staande aan de noordzijde van de Molendijk, bewoond door hun zoon en mede-erfgenaam Gillis van Ruijtenburg. De huurwaarde is 50 gl. per jaar [GA Oud-Beijerland inv. 6]

- Gijsbert de Vos diaken te Oud-Beijerland in 1782, 1783, 1787, 1788, 1789

- Gijsbert de Vos armmeester te Oud-Beijerland in 1783, 1789

- hij betaalt impost van 156 ton aardappelen (oogst van 1789): 1 gl. en 14 st. [GA Oud-Beijerland inv. 23]

- hij betaalt impost van 2423 steen vlas (oogst van 1790): 15 gl. 2 st. en 14 penn. [GA Oud-Beijerland inv. 23]

- hij is schepen van Oud-Beijerland 1791-1793, aangesteld door de ambachtsvrouwe op 31 dec. 1790 en geïnstalleerd door de schout op 1 jan. 1791 [GA Oud-Beijerland anno 1791]

- ca. 1792 vermeld als lidmaat van de NG gemeente te Oud-Beijerland, woont dan in de Grimhoek

- 14 mei 1796 en 10 mei 1800: door de ingelanden gekozen tot heemraad van "Moerkerken met Oud-Beijerland bedijkt" [Archief Polder Oud-Beijerland]

Hij trouwde 1e NG Oud-Beijerland/Hekelingen 18 april/3 mei 1761

149. Soetje Meuselaar, geboren Hekelingen 21 jan. 1737, jonge dochter geboren en wonende onder Hekelingen (1761), overlijden aangegeven Oud-Beijerland 8 maart 1785 (door Herbert van Ruijtenburg)

150. Ary Ariensz. Schutter, gedoopt NG Klaaswaal 21 febr. 1734, overleden Nieuw-Beijerland 30 dec. 1788, trouwde 1e Westmaas 19 jul 1761 Sijgje Aertsdr. Hoppel, gedoopt NG Westmaas 7 dec. 1727, overleden Nieuw-Beijerland 14 okt. 1766, dochter van Aert Cornelisz. Hoppel en Neeltje Cornelisdr. Hoppel, trouwde 2e Nieuw-Beijerland 26 juli 1767

151. Neeltje Jansdr. Kuiper, gedoopt NG Nieuw-Beijerland 23 okt. 1735, overleden in Oud-Beijerland ca. 25 juli 1791, trouwde 1e Arie Teunisz. Meeldijk

(Vriendelijke mededeling van de heer G. Klein)

152. Cornelis (Krelis) Ariensz. van der Waal, gedoopt NG Goudswaard 20 juni 1751, jongman geboren onder de Korendijk en wonende Zuid-Beijerland, overleden Zuid-Beijerland 22 nov. 1797, trouwde NG Zuid-Beijerland 2 dec. 1771/12 jan. 1772 (aangegeven gaarder ald. 22 dec. 1771, impost 12 gl. voor beiden)

153. Sara (Saartje) den Belder(t), gedoopt NG Zuid-Beijerland 14 jan. 1748, overlijden aangegeven gaarder Zuid-Beijerland 25 mei 1795 (impost 3 gl.), begraven aldaar op 26 mei 1795

-29 nov. 1754: akte van indemniteit voor Krelis van der Waal, zoon van Arij van der Waal en Barber Bijl, van de Korendijk naar Zuid-Beijerland

- 9 april 1772: Cornelis van der Waal aangenomen op belijdenis tot lidmaat van de NG gemeente te Zuid-Beijerland

154. Cornelis Gillisz. Verhulp, gedoopt NG Piershil 26 april 1750 (DTB Zuid-Beijerland), landbouwer in de Polder Nieuw-Beijerland (ca. 1810), overleden Nieuw-Beijerland 15 juni 1830 (80 jaar oud),

trouwde NG Nieuw-Beijerland 4 dec. 1774

155. Annetje Arijsdr. Meeldijk, gedoopt Nieuw-Beijerland 3 sept. 1756

- ca. 1810: Cornelis Verhulp bezit kavel nr. 21/22 in de Polder Nieuw-Beijerland (70 morgen 517 roeden) en gebruikt in totaal 97 morgen en 358 roeden in Blok 16 aldaar (Baars, Geschiedenis van de landbouw in de Beijerlanden, p. 278 en 282)

160. Bastiaan Melisz.. Naaktgeboren, geboren te 's-Gravendeel, naar schatting ca. 1715, vlasboer te 's-Gravendeel (1745, 1768), kerkmeester van 's-Gravendeel (1748 en 1748), schepen ald. (vermeld vanaf 1764), overlijden aangegeven gaarder 's-Gravendeel 13 nov. 1794 (impost 3 gl.),

trouwde ca. 1736

161. Lijntje Bastiaensdr. Smael, geboren naar schatting ca. 1710 (minderjarig in 1727), begraven 's-Gravendeel 24 mei 1752

- 9 maart 1743: Bastiaan Melisz. Naaktgeboren te 's-Gravendeel, gehuwd met Lijntje Bastiaansdr. Smaal, heeft een rechtdag tegen Hendrik Bastiaansz. Smaal en Pleun Cornelisz. Dorst  als gewezen voogden over Lijntje Bastiaansdr. Smaal. Lijntje heeft geërfd van Teunis Aelbertsz. van der Giessen en [haar oudtante] Neeltje Teunisdr. Meijdam, volgens testament gepasseerd op 14 febr. 1720 voor notaris S. van der Walle te 's-Gravendeel. Lijntje was al in 1736 getrouwd met Bastiaan Naaktgeboren. (ORA 's-Gravendeel inv. 43)

- 2 april 1743: Bastiaan Melisz. Naaktgeboren aangenomen als lidmaat (op belijdenis) van de NG gemeente te 's-Gravendeel, hij woont aan de Noorvoorstraat aldaar

- 12 nov. 1745: compareert voor notaris B. van der Star te Dordrecht Bastiaen Melisz. Naektgeboren, vlasboer wonende op het dorp van 's-Gravendeel, die verklaart schuldig te zijn aan Aeltje Gerritsdr. Ribs, weduwe van Jan Goede, wonende te Hoorn, een somma van 300 gl. wegens geleende penningen met een jaarlijkse interest van 4 % "ende tot meerder securiteijt van de voorn. Aeltje Gerrits Ribs ... verclaerde den comparant als pant ter minne overgegeven te hebben een onderhandse obligatie bij Hendrik Bastiaense Smael, wonende op den dorpe 's Gravendeel, groot in capitaal [525] guldens, ten behoeve van den comparant Bastiaen Melisse Naektgeboren verleden op den 23 maert 1743." Akte door Naaktgeboren ondertekend. (SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 868, akte 102, f. 341 e.v.)

- 8 maart 1765: compareert voor notaris P. van Gelsdorp te Dordrecht Bastiaan Melisz. Naaktgeboren, bouwman wonende onder 's-Gravendeel, te kennen gevende, dat hij op 12 nov. 1745 voor de Dordtse notaris B. van der Star heeft gepasseerd een obligatie ten behoeve van Aaltje Gerritsdr. Ribs, weduwe van Jan Goede, destijds wonende te Hoorn, inhoudende 300 gl. wegens geleend geld met belofte dat bedrag vanaf 1 maart 1746 af te lossen met een jaarlijkse interest van 4 %, dat hij die interest het laatst betaald heeft op 25 febr. 1763, "dog door de sterfte van 't rundvee en andere wederwaardigheden buijten staet is geraekt omme het voorsz. [kapitaal] en verlope interessen ten volle te kunnen voldoen." Hij belooft derhalve ter voldoening van de schuld 180 gl. te betalen in twee termijnen, waarvan de eerste, bedragende 90 gulden, reeds is voldaan en de andere vóór 1 febr. 1766 zal worden betaald. Akte door comparant ondertekend. (SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 1044, akte 22)

- 8 juli 1768: compareert voor notaris L. van der Horst te Dordrecht Bastiaan Naaktgeboren, vlasboer te 's-Gravendeel en bekent schuldig te zijn aan Melschart Muts, meester-loodgieter te Dordrecht, een somma van 500 gulden wegens geleende penningen. Compareert mede Bastiaan Bastiaansz. Naaktgeboren, wonende op 's-Gravendeel, die verklaart zich borg te stellen voor voornoemde Bastiaan Naaktgeboren, zijn vader. Akte door beiden ondertekend. (SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 1132, akte 84)

162. Abraham Pietersz. van der Willigen, begraven 's-Gravendeel 7 dec. 1785 (pro deo), trouwde voor 19 maart 1749

163. Willemijntje den Engelsen, geboren naar schatting ca. 1720, begraven 's-Gravendeel 28 nov. 1782 (pro deo)

- 19 maart 1749: kind van Abraham van der Willigen begraven te 's-Gravendeel

- ca. 1760: dochter Jannigje Abrahamsdr. van der Willigen geboren (zij was bij haar overlijden in 1845 ruim 84 jaar oud)

- 12 febr. 1771: Abraham Pietersz. van der Willigen koopt een huis aan de dijk achter de Rijkestraat te 's-Gravendeel

164. Leendert Teunisz. Stam, geboren naar schatting ca. 1740, vermoedelijk in Wieldrecht, woonde in 1766 te Dubbeldam, begraven 's-Gravendeel 14 dec. 1811 ("Leendert Teunis Stam van Wieldrecht of Nieuw-Dubbeldam", 7 gl.), trouwde 10 okt. 1766 (gaarder Dubbeldam pro deo)

165. Ariaantje Ariensdr. Valk, gedoopt NG Dubbeldam 18 sept. 1740, overleden Wieldrecht 17 maart 1817 (particuliere, wonende onder Wieldrecht, 77 jaar oud, overlijden aangegeven door haar zoon Leendert Leendertsz. Stam, bouwman in Wieldrecht, 41 jaar oud)

- 11 maart 1820:  compareren voor notaris B. van der Star te Dordrecht Arij Stam, Teunis Stam, Leendert Stam en Adrianus Stam, arbeiders en Hendrik Smitshoek, getrouwd met Lena Stam, arbeider, allen wonende onder Wieldrecht, erfgenamen ab intestato van wijlen hun moeder Ariaantje Valk, weduwe van Leendert Teunisz. Stam, welke "verlangende zich te ontslaan van de onverdeelde possessie van een huijs, schuurkeet en erf getekend [nummer] 33", staande en gelegen onder Wieldrecht, bezwaard met een preferente obligatie ten behoeve van Pieter Balen dd 30 april 1808, groot 800 gl., waarop de interesten van 6 % jaarlijks sedert 1 jan. 1814 zijn "veragterd" en tevens belast met een erfpacht ten behoeve van de ambachtsheer van Wieldrecht van 13 gl. per jaar, "waarvan meede een aantal jaaren ten agteren", thans verklaren te constitueren Anthonij Kist, procureur te Dordrecht, om met de erfgenamen van Pieter Balen een schikking te maken en aan hem het huis etc. tot kwijting van de preferente schulden te cederen, of het huis etc. te verkopen en uit de kooppenningen daarvan de meest preferente schulden te voldoen. Akte ondertekend door Arij Leendertsz. Stam en "Aderjaan Stam". De overige comparanten kunnen niet schrijven. (SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 1344, akte 421)

166. Teunis Cornelisz. Visser, gedoopt NG Sliedrecht 22  okt. 1741, jongman van "Niemantsvrindt" [Sliedrecht], wonende in Niemandsvriend (1779), trouwde 1e Sliedrecht 12 april 1771 (gaarder pro deo) Jannigje Ambagtsheer, jonge dochter van Neder-Hardinxveld, 2e Sliedrecht 7 jan.1779 (gaarder pro deo)

167. Grietje Jansdr. Labee, gedoopt NG Langerak 13 aug. 1747

Kinderen (ex 2):

a. Adriana Visser, geboren Sliedrecht 7 aug. 1779, gedoopt NG Sliedrecht 15 aug 1779 (getuige: Jannigje Kornelisdr. Visser jonge dochter)

b. Maregie Visser, gedoopt NG Sliedrecht 1 maart 1782 (getuige: Neeltje de Bes) (= kwartier 83)

c. Jacomijntje Visser, gedoopt NG Sliedrecht 15 maart 1787 (getuige: Neeltje de Bes) 

168. Leendert Cornelisz. Klootwijk, gedoopt NG Zuid-Beijerland 3 jan. 1740, jongman geboren onder de Hitzert en wonende te Klaaswaal (1765), overleden Klaaswaal 2 jan. 1810, trouwde NG Zuid-Beijerland 12 april/5 mei 1765 (aangegeven gaarder Zuid-Beijerland 12 april 1765 en gaarder Klaaswaal 13 april 1765, beiden pro deo)

169. Neeltje Klaasdr. Weda, gedoopt NG Nieuw-Beijerland 6 jan. 1737, jonge dochter geboren en wonende in Zuid-Beijerland (1765), overlijden aangegeven Klaaswaal 15 april 1809, begraven Klaaswaal 15 april 1809 (op het kerkhof)

-16 nov. 1766: Cornelis, kind van Leendert Corn. Klootwijk  en Neeltie Weda, 8 maanden oud en de vader met akte van indemniteit van Zuid-Beijerland naar de Buitensluis (Archief NH gemeente Zuid-Beijerland inv. 24)

-1792: Leendert Klootwijk met attestatie van Klaaswaal naar de Hitzert

-1796: Leendert Klootwijk met attestatie van Klaaswaal naar Numansdorp of elders

-1806: Leendert Cornelisz. Klootwijk met attestatie van de Hitzert naar Klaaswaal

-15 april 1809: begraven op het kerkhof te Klaaswaal Neeltje Klaasdr. Weda, gehuwd. Komt de kerk voor het recht van de aarde: 1 gl. 12 st., voor het gebruik van het doodkleed: 1 gl. 4 st., voor het drie maal luiden van de klok 18 st. (Archief NH gemeente Klaaswaal, D1)

170. Arij Mels Pietersz. Barendrecht, geboren 2 juli 1745 (volgens Liste Civique van 's-Gravendeel 1811), jongman van 's-Gravendeel (1769), "journalier" (1811), arbieder (1815), overleden 's-Gravendeel 5 jan. 1824 (79 jaar 11 maanden en twee weken oud, overlijden aangegeven door Teunis Stam, 31 jaar oud, sjouwerman), trouwde Strijen 21 april 1769 (aangegeven gaarder Strijen pro deo)

171. Jannigje Pietersdr.van der Giessen, gedoopt NG Strijen 12 april 1744, overleden 's-Gravendeel 27 dec. 1815 (70 jaar oud, overlijden aangegeven door haar man Arij Melsz. Barendrecht, 73 jaar oud, wonende in Bevershoek)

- 7 nov. 1776: Jannigje van der Giessen aangenomen als lidmaat van de NG gemeente te 's-Gravendeel met attestatie van Strijen

172. Jacobus den Rooijen, geboren Lage Zwaluwe 8 jan. 1736, gedoopt NG Zwaluwe 15 jan. 1736, meerderjarige jongman geboren en wonende op de Lage Zwaluwe (1779), arbeider (1784), overleden Zwaluwe 19 juli 1803, trouwde NG Hoge en Lage Zwaluwe 10/26 sept. 1779 (drie huwelijkse voorstellingen zonder inspraak geschied)

173. Josina (Josijntje) Jacobusdr. van Lith, geboren Lage Zwaluwe 13 mei 1750, gedoopt NG Zwaluwe 18 mei 1750, jonge dochter geboren en thans wonende op de Lage Zwaluwe (1772), overleden Lage Zwaluwe 21 febr. 1821 (71 jaar oud, overlijden aangegeven door haar zoon Jacobus den Rooijen, 38 jaar oud, winkelier), trouwde 1e NG Hoge en Lage Zwaluwe 14 mei/8 juni 1772 Bartholomeus (Bart) Boot, geboren en wonende te Klundert (volgens consent van de vader der bruid)

- 1784: Lijst van Weerbare Mannen te Hoge Zwaluwe: Jacobus den Rooijen, arbeider, onvermogend (Genealogisch Tijdschrift voor Midden- en West-Brabant 1986, p. 101)

- 19 juli 1803: Jacobus den Rooijen overleden te Zwaluwe, circa 67 jaar oud, bijgezet op het kerkhof 22 juli 1803 onder pro deo

174. Willem Pietsz. Brandt, geboren Hoge Zwaluwe 13 maart 1745, gedoopt NG Hoge en Lage Zwaluwe 14 maart 1745, jongman geboren op de Hoge Zwaluwe (1779), arbeider te Hoge Zwaluwe (1784), overleden Hoge en Lage Zwaluwe 13 sept. 1831 (89 1/2 jaar oud), trouwde NG Hoge en Lage Zwaluwe 1/17 jan. 1779

175. Johanna (Janna) Dingemansdr. Lucas, geboren Zwaluwe, gedoopt NG Hoge en Lage Zwaluwe 9 mei 1756, overleden aldaar 16 juni 1823 (68 jaar oud)

- 1784 (Lijst van Weerbare Mannen  te Hoge Zwaluwe): Willem Brand, arbeider, onvermogend (Genealogisch Tijdschrift voor Midden- en West-Brabant 1986, p. 99)

178. Hendrik van Moerkerken, geboren naar schatting ca. 1725, begraven 's-Gravendeel 19 dec. 1775 (pro deo), trouwde naar schatting ca. 1750

179. Marigje (Maritje) Huibertsdr. van Rossem (van Rossum), gedoopt NG 's-Gravendeel 14 juli 1726, begraven aldaar 12 sept. 1783 (pro deo)

- 1 april 1748: Maritje Huibertsdr. van Rossum in de Rijkestraat aangenomen op belijdenis als lidmaat van de NG gemeente te 's-Gravendeel

- 12 sept. 1772: Hendrik van Moerkerken en Marigje van Rossem stellen tot voogden aan Pieter van Moerkerken te Dordrecht en Leendert van Rossem te 's-Gravendeel (RA 's-Gravendeel)

- 1779: Maritje Huibertsdr. van Rossum heeft een stoel in de kerk

- 13 sept. 1783: inventaris van de insolvente boedel van wijlen Maria van Rossum: een, schuur en erf aan de Langestraat, meubilair etc.. Verkocht op 24 sept. 1783 voor 200 gl. (zonder het huis). Huis, schuur en erf werden verkocht aan Hermen Pasman voor 790 gl. Onder de inboedel bevond zich een "doosje met oude papieren".

180. David Hermensz. Stoker, geboren naar schatting ca. 1715, overleden na 7 okt. 1798, trouwde naar schatting ca. 1755

(NB: Mogelijk was hij eerder getrouwd met een zekere Maria van Gent. Zij wordt bij het huwelijk van Arij Hermensz. Stooker met Pietertje van der Graaf  genoemd als overleden grootmoeder.)

181. Marrigje Stevensdr. Snijder, begraven 's-Gravendeel 5 april 1771

- 27 juni 1748: kind van David Hermensz. Stoker begraven te 's-Gravendeel (pro deo)

- 27 maart 1756: David Hermensz. Stoker betaald voor het opschieten van de dorpsbuursloot rond het schoolhuis uit de quotisatie van 1752 en 1753

- 27 jan. 1772: David Hermensz. Stoker sluit als voogd over zijn twee minderjarige kinderen, genaamd Steven en Herman Davidsz. Stoker, verwekt bij wijlen zijn vrouw Marigje Stevensdr. Snijder, een akkoord betreffende uitkoop met Jan Stevensz. Snijder, wonende onder Numansdorp, als oom van moederszijde. (RA 's-Gravendeel)

- 3 en 7 okt. 1798: David Hermensz. Stoker gedagvaard door de schout van 's-Gravendeel, omdat hij weigerde een boete betalen wegens het roken van tabak zonder dopje of sluifje op de pijp. Hij beweerde geen geld te hebben om de boete te betalen, waarop de Municipaliteit besloot dit voor één keer door de vingers te zien, mits David beloofde voortaan niet meer zonder sluifje te roken.(www.s-gravendeel.net/historie/genealogie/stooker.htm)

182. Teunis Gerritsz. Noteboom, geboren naar schatting ca. 1725, kerkmeester van 's-Gravendeel (1765,1766), schepen van 's-Gravendeel (vemeld 1768-1772) overleden 's-Gravendeel 19 maart 1772, overlijden aangegeven bij de gaarder te 's-Gravendeel 24 maart 1772 (aangegeven door de voogden over zijn minderjarige kinderen), begraven aldaar 27 maart 1772 (3 gl.), trouwde 1e naar schatting ca. 1750 Teuntie Cornelisdr. Stooker, overleden in 1753 of 1754, 2e 10 mei 1754 (gaarder 's-Gravendeel, impost 3 gl.)

183. Pietertje Cornelisdr. van der Giessen, geboren naar schatting ca. 1730 (minderjarig in 1754), overlijden aangegeven door haar man bij de gaarder te 's-Gravendeel 8 dec. 1768 (impost 3 gl.), begraven aldaar 9 dec. 1768

- 18 febr. 1753: testament van Teuntie Cornelisdr. Stooker (ORA 's-Gravendeel inv. 22)

- 4 jan. 1754: de voogden van Pietertje, de minderjarige dochter van Cornelis Ariensz. van der Giessen en Neeltje Cornelisdr. Visser, verkopen een huis aan de Schenkeldijk (ORA 's-Gravendeel inv. 7)

- 20 maart 1755: Teunis Gerritsz. Noteboom aangenomen als lidmaat van de NG gemeente te 's-Gravendeel

- 20 mei 1765: Teunis Gerritsz. Noteboom koopt van Gerrit Teunisz. Noteboom land in Nieuw-Bonaventura (ORA 's-Gravendeel inv. 7)

- 1 maart 1767: Teunis Gerritsz. Noteboom tot voogd benoemd door Lijntje Jansdr. van der Giessen (ORA 's-Gravendeel inv. 26)

-11 mei 1770: Teunis Noteboom is belender van een huis in Bevershoek (ORA 's-Gravendeel inv. 27)

- 2 mei 1772: veiling van land in Nieuw-Bonaventura door Willem van Gemert, Abraham Verhagen en Aalbert Boer, als voogden in de boedel van wijlen Teunis Gerritsz. Noteboom (ORA 's-Gravendeel inv. 27)

- 30 mei 1772: schepen Teunis Noteboom, stond op nominatie tot schepen, is overleden (ORA 's-Gravendeel inv. 94)

- 26 juni 1772: de voogden over de minderjarige kinderen van Teunis Gerritsz. Noteboom, overleden te 's-Gravendeel op 19 maart 1772, verkopen aan Teuntje Vroomen, weduwe van Claas Beets, een huis aan de Havendijk (ORA 's-Gravendeel inv. 8)

- 12 aug. 1772: de voogden over de minderjarige kinderen van Teunis Gerritsz. Noteboom, overleden te 's-Gravendeel op 19 maart 1772, verkopen aan Abraham Naaktgeboren een huis aan de Havendijk (ORA 's-Gravendeel inv. 8)

- 2 maart en 14 april 1773: de voogden over de minderjarige kinderen van Teunis Gerritsz. Noteboom verkopen aan Paulus Bosvelt en aan Japhet Hendriksz. in't Veld land in Nieuw-Bonaventura (ORA 's-Gravendeel inv. 8)

- 28 mei 1773: de voogden over de minderjarige kinderen van Teunis Gerritsz. Noteboom verkopen een boomgaard in Bevershoek aan Gijsbert van Brakel te Wieldrecht (ORA 's-Gravendeel inv. 8)

- 26 okt. 1774: Aalbert Boer, Johannes Geervliet, Abraham Verhagen en Willem van Gemert, als voogden van de twee minderjarige dochters van wijlen Teunis Gerrtisz. Noteboom en diens vooroverleden vrouw Pietertje Cornelisdr. van der Giessen, genaamd Magheltje, geboren op 15 aug. 1756 en Neeltje geboren op 4 febr. 1767, leggen rekening af over hun beheer van de boedel (ORA 's-Gravendeel inv. 28)

- 30 nov. 1789: legaat voor de kinderen van Teunis Gerritsz. Noteboom en Pietertje Cornelisdr. van der Giessen in het testament van Arie Cornelisz. van der Giessen en Leijntje Crijnen van der Giessen (ORA 's-Gravendeel inv. 50)

186. Jasper van de Weetering, jongman wonende achter het Weeshuis te Utrecht (1754), trouwde Utrecht 2 nov. 1754

187. Cornelia van Gemp (van Gennep), jonge dochter wonende achter het Weeshuis te Utrecht (1754)

ONA Utrecht inv. U224a012, akte 93: op 23 jan. 1798 compareert voor notaris J.J. Kruijden te Utrecht Cornelia van Gemp, weduwe van Jasper van de Wetering, wonende te Utrecht, die verklaart tot executeur van haar nalatenschap te benoemen Franciscus Gerardus Veenendeel, koopman in wijnen te Utrecht. De comparante wenst, dat hij na haar overlijden aan haar dochter, Jacoba van de Wetering, die in Amsterdam woont, zal overdragen het bed en de twee kussens, die Jacoba aan haar heeft geleend. Zij ondertekent met de letters CVW.

Kinderen (allen RK gedoopt in Utrecht):

a. Jacoba van de Wetering, 16 dec. 1755 (susc.: Alberta Bouwmeester)

b. Cornelius en c. Maria (tweeling), 26 juli 1757 (ss.: resp. Gertrudis van Gennep en Joanna Bijlevelt)

d. Elisabeth, 20 juli 1759 (susc.: Gertrudis van de Weeteringhe)

e. Elizabeth van de Weteringhe, 14 okt. 1764 (susc.: Getrudis Gennep)

188. Andries Ariesz. Goud, gedoopt NG Heerjansdam 22 mei 1718 (in het NG trouwboek van Puttershoek wordt hij jongman van Barendrecht genoemd, in het gaardersregister van Mijnsheerenland echter jongman van Puttershoek [beide 1749]), van de Armen begraven te Barendrecht 13 febr. 1762 (gaardersregister Puttershoek), trouwde NG Puttershoek/Mijnsheerenland 1/23 maart 1749 (aangegeven gaarder Mijnsheerenland 28 febr. 1749, pro deo)

189. Annigje Cornelisdr. Kruithoff, gedoopt NG Mijnsheerenland 25 febr. 1720, jonge dochter van Moerkerken [Mijnsheerenland] (1749), begraven 's-Gravendeel 22 okt. 1789 (weduwe van Andries Goud)

-14 mei 1757: Andries Ariensz. Gout, wonende onder Mijnsheerenland, verkoopt aan Arij Rijke van Vliet te Puttershoek, land in Nieuw-Bonaventura, belend zuid Pieter Barendrecht, noord Pleun Soeteman (ORA 's-Gravendeel inv. 7)

- 25 febr. 1758: akte van indemniteit voor de NG gemeente van Puttershoek van die van Barendrecht voor Andries Goud, zijn vrouw Annigje Kruijthof en hun kinderen Cornelis 4 1/2 jaar oud en Antonie 2 jaar oud (Archief NH gemeente Puttershoek)

- 1763/1764: de weduwe van Andries Goud is 52 weken bedeeld: 10 gl. 8 st. (GA Mijnsheerenland inv. 79)

Kinderen:

a. Krelis (Cornelis) Goud, gedoopt NG Mijnsheerenland 11 febr. 1753

b. Antonie Goud, gedoopt NG Mijnsheerenland 20 aug. 1755

190. Dirk Matthijsz. van der Veer (Verveer), geboren naar schatting ca. 1718 (tussen 1716 en 1720) te Puttershoek, jongman van Puttershoek (1743), overlijden aangegeven door zijn vrouw Marijtje van den Berg bij de gaarder te Puttershoek (pro deo) op 18 aug. 1772, trouwde Puttershoek 2 aug. 1743 (gaarder, pro deo)

191. Marija Cornelisdr. (sic; moet zijn Corstiaensdr.) Rutlingsbergen (Marijtje van den Berg), gedoopt RK Broekhuizen (Zuid-Limburg) 3 aug. 1714, jonge dochter van Broekhuizen (1743), overleden na 18 aug. 1772

192. Jan (Johannes) Haksteen, geboren Arnhem 8 jan. 1755, munter te Dordrecht (1787-1806), kruidenier en huisbewaarder te Dordrecht (1811), overleden Dordrecht 20 dec. 1818 in huis C: 973 (63 jaar oud, gepensioneerd munter)

193. Adriana (Ariaantje) Hosman (Horsman), gedoopt NG Zwijndrecht 9 november 1755, overleden Dordrecht 20 febr. 1814

- ca. 1787: Jan Haksteen ingeleid als knaap van het Serment van de Munt te Dordrecht, deelnemer onderlinge ziekteverzekering van het Serment in 1787

 

De Munt van Holland in de Voorstraat te Dordrecht.

De Munt van Holland (mei 2008)

- 20 mei 1789: testament van een echtpaar niet boven de 2000 gl. gegoed. Johannes Haksteen en Adriana Horsman, echtelieden in gemeenschap van goederen getrouwd, wonende op de Hoge Nieuwstraat, testeren voor notaris A. Bax te Dordrecht. Zij benoemen tot erfgenaam en voogd de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn de kinderen zo veel uit te keren als hij of zij zal oordelen behoorlijk te zijn. Als de testatrice vooroverlijdt, legateert zij aan haar kinderen of hun nakomelingen, aan haar moeder Pieternella van Dalen, thans weduwe van Jacob Zwang, of bij vooroverlijden of ontbreken van kinderen aan haar broers en zuster en het kind van haar overleden zuster, m.n. Korstiaan Horsman, Adrianus Zwang, Aaltje Zwang en Maggeltje Baars, al haar kleren en het goud, zilver en "kleinodiën, ten haren lijve en versieringh behorende". Hij tekent met "Joh. Haksteen", zij zet een kruisje. (SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 1071, akte 28)

- ultimo dec. 1806: de Munt van Holland te Dordrecht wordt gesloten, Johannes Haksteen raakt zonder werk en begint een kruidenierswinkel (Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie deel X ['s-Gravenhage 1956], p. 103)

- 25 febr. 1811: D. Crans zendt een lijst met "den nog in Leven zijnde Munt Officianten der gewezen Munt" van Dordrecht aan de Inspecteur en Essayeur Generaal der Munten van het voormalig Holland: "J. Haksteen [56 jaar, 23 dienstjaren, 1 kind]: deze woont binnen deze stad en heeft een soort van commenij of kruideniers winkeltje, wordt nu en dan in de zomer gebruikt tot het oppassen of bewaaren van ledigstaande huizen, waarvan de eigenaars des zomers op hun buiten of in hunne tuinen woonen; is buiten staat iets anders te verrigten, uit hoofden zijn gezigt zeer slegt is, en bevindt zich thans in geen gunstige situatie om te kunnen leeven." (Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie 1956, deel X ['s-Gravenhage 1956], p. 104)

194. Jan Govertsz. van Andel, gedoopt NG Andel 26 jan. 1749, jongman geboren en wonende te Andel (1777), schipper (1820), overleden Andel 20 april 1820, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7 dec. 1777 (attestatie gegeven op 7 dec. 1777, ondertrouw te Dordrecht 15 nov. 1777, volgens attestatie van ondertrouw van Andel dd 21 nov. 1777)

195. Teuntje Naaijen, gedoopt NG Andel 18 mei 1749, jonge dochter geboren en wonende te Andel, doch onlangs gewoond hebbende te Dordrecht (1777), overleden na 28 febr. 1821

196. Matthijs (Thijs) Mensen, gedoopt NG Dordrecht 25 nov. 1764, jongman wonende in het Achterom te Dordrecht (1787), schuitenvoerder (1812, 1828), overleden Dordrecht (in het Gasthuis) 6 juni 1828,  trouwde 2e Dordrecht 28 febr. 1816 (getuige bij dit  huwelijk o.a. Barend Mense, 28 jaar oud, schuitenvoerder, zoon van de echtgenoot) Cornelia de Wijs, gedoopt NG Dordrecht 9 maart 1766, weduwe van Leendert van der Linden, dochter van Jasper de Wijs en Johanna de Koning, trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 15 nov./4 dec. 1787 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Barent Mense en de bruid met haar zuster Joppie van der Veer, huisvrouw van Hendrik van Randwijk)

197. Teuntje van der Veer, gedoopt NG Dordrecht 8 juli 1767, jonge dochter wonende in de Nieuwstraat te Dordrecht (1787), overleden Dordrecht 7 april 1811 (vrouw van Matthijs Mense, nalatenschap vrij van belasting)

- 20 okt. 1787: akte van indemniteit voor Matthijs Mense van Dordrecht naar Zwijndrecht (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1995)

198. Leendert Besemer, gedoopt NG Zwijndrecht 30 mei 1762, overlijden aangegeven Meerdervoort 21e van zomermaand 1811 (50 jaar oud, weduwnaar, nalatende 6 kinderen), trouwde NG Zwijndrecht 8 sept./2 okt. 1786

199. Teuntje van Dalen, gedoopt NG Zwijndrecht 22 febr. 1754, overlijden aangegeven Meerdervoort 2 maart 1808 (huisvrouw van Leendert Bezemer, 50 jaar oud, nalatende 6 kinderen uit één huwelijk)

200. Huibert (Hubertus) van der Holst, gedoopt RK Lisse 15 febr. 1750, overlijden aangegeven bij de Gekwalificeerde te Hazerswoude 19 nov. 1806 (ruim 53 jaar oud, echtgenoot van Geertruij Lubbe, wonende te Hazerswoude, overleden op 15 nov. en begraven op 20 nov. 1806), trouwde RK Sassenheim 1 febr. 1785

201. Geertje (Gertrudis) van der Lubbe, gedoopt RK Oegstgeest 28 dec. 1760, werkster wonende te Hazerswoude (1818), overleden in of na 1818

202. Pieter Groenintwoud, gedoopt RK Woubrugge 4 mei 1768, arbeider wonende te Hoogmade (1818), trouwde RK Woubrugge 23 apr. 1792

203. Trijntje (Catharina) Hogeboom, gedoopt RK Alkemade 14 april 1769

204. Pieter de Nagtegaal, gedoopt NG Dordrecht 30 juli 1749, overleden Dordrecht 9 jan. 1811, trouwde NG Dordrecht 1 febr. 1771

205. Trijntje de Jong, gedoopt NG Dubbeldam 24 juli 1746, overleden Dordrecht 10 dec. 1812

(Zie Kronieken 1993, nr. 1, p. 26)

206. Thomas (Antonie) Soeteman, gedoopt NG Dordrecht 24 juni 1753, overleden De Mijl (bij Dordrecht) tussen 15 jan. 1800 en 19 maart 1805, trouwde ca. 1775

207. Teuntje Alfenaar (Alfen), gedoopt NG Zwijndrecht 3 aug. 1755, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 21 aug. 1810 (Teuntje Alfenaar weduwe van Thomas ["Anthonij" is doorgehaald] Zoeteman, op De Mijl nr. 24, laat kinderen na, "gemeen graft", 54 jaar, tering)

- 15 jan. 1800: compareert voor schout en schepenen van De Mijl, Crabbe en Nadort Willem Verhoeven, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Thomas Soetemans wonende onder De Mijl, volgens procuratie gepasseerd voor notaris F. Pistorius te Dordrecht op 2 sept. 1799 en verklaart verkocht te hebben een huis en erf, staande en gelegen aan de dijk van de Zuidpolder van Dubbeldam op de Nadort, belend oost de dijkettingen van voornoemde dijk en west het huis van Lambert Aartnouts en dat volgens publieke verkoop gedaan ten overstaan van gemelde notaris op 28 dec. 1799, voor 1010 gl. en 50 gl. 10 st. rantsoen.

- 19 maart 1805: begraven te Dordrecht het kind van de weduwe van Tomas Soeteman

208. Dirk Rook, gedoopt NG 6 dec. 1761 Nieuwerkerk a/d IJssel, jongman geboren te Niewerkerk (1790), overleden Capelle a/d IJssel 7 aug. 1837 (ruim 75 jaar oud, weduwnaar van Pietertje Schouten), trouwde NG Ouderkerk a/d IJssel 23 april/16 mei 1790

209. Pietertje Schouten, geboren ca. 1760, jonge dochter geboren te Bergambacht (1790), overleden Krimpen a/d IJssel 21 aug. 1802

210. Leendert Ariensz. van den Berg, gedoopt NG Ouderkerk a/d IJssel 28 nov. 1745, jongman van Ouderkerk op de IJssel (1770), overleden Ouderkerk a/d IJssel 28 nov. 1802, trouwde NG Ouderkerk a/d IJssel 12 okt./11 nov. 1770

211. Burgje Roggeveen, gedoopt NG Moordrecht 16 nov. 1749, jonge dochter van Moordrecht (1770)

212. Pieter Hazebroek, gedoopt NG Capelle a/d IJssel 16 mei 1756, jongman geboren en wonende te Nieuwerkerk aan de IJssel (1785), weduwnaar van Jannetje Goethart geboren te Capelle aan de IJssel en wonende te Nieuwerkerk aan de IJssel (1795), overleden Nieuwerkerk aan de IJssel 6 mei 1832 in het huis nr. 142 (76 jaar oud), trouwde 1e NG Nieuwerkerk aan de IJssel 18 febr. 1785 (ondertrouw) Jannetje Goethart jonge dochter geboren en wonende te Nieuwerkerk aan de IJssel (1785), trouwde 2e Nieuwerkerk aan de IJssel 15 mei 1795 (gaarder pro deo)

213. Neeltje Schuilenburg, gedoopt NG Zevenhuizen 12 nov. 1769, overleden Nieuwerkerk aan de IJssel 30 maart 1844 (74 1/2 jaar oud, overlijden aangegeven door haar zoon Hendrik Hazenbroek, 47 jaar oud en wonende te Dubbeldam)

214. Adrianus Roem. gedoopt NG Hillegersberg 2 dec. 1767, arbeider (1812), overleden Capelle a/d IJssel 1 maart 1812, trouwde 1e naar schatting ca. 1790 Cornelia Spruijt, trouwde 2e NG Capelle a/d IJssel 14 sept. 1794 (ondertrouw, attestatie naar Ouderkerk a/d IJssel 4 okt. 1794)

215. Lijsbeth Roskam, gedoopt NG Capelle aan de IJssel 27 mei 1768, arbeidster wonende te Capelle aan de IJssel (1821), overleden na 24 mei 1821

218. Coert Hendrik Leenke (Lenke, Leentke, Leenties, Lienke, Linke, Linties), geboren ca. 1746, jongman geboren in "Reliekerke in't graapschap Lippen" (Duitsland) wonende op de Riedijk (1780), begraven Dordrecht 16 jan. 1801 (Coert Leentke in het Torenstraatje, laat kinderen na, "beste graft", 55 jaar oud, zinkingkoorts), trouwt Gerecht/NG Dordrecht 27 april/17 mei 1780 (de bruidegom met schriftelijk consent van zijn vader Hendrik Lenke)

219. Johanna Knieriem, gedoopt NG Dordrecht 14 maart 1753, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende bij het Melkpoortje (1780), overleden Dordrecht 9 juli 1823 in huis C:407 in het Torenstraatje.

- 11 dec. 1777: Coert Hendrik Lienke, jongman wonende op de Rietdijk, komende van Rotterdam, wordt lidmaat van de NG gemeente te Dordrecht (Archief van de NH Gemeente te Dordrecht, inv. 124 [ lidmatenregister 1725-1778])

-12 sept. 1783: (Testament van een echtpaar, beneden de 2000 gl. gegoed) Koert Hendrik Leentke en Johanna Knieriem, echtelieden wonende te Dordrecht, in gemeenschap van goederen getrouwd, testeren voor notaris A.A. van den Oever. Zij benoemen tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen bij mondigheid of eerder huwelijk uit te reiken "zo veel als hij of zij langstlevende naar staat en gelegentheijt des boedels in gemoede zal vinden en oordelen te behoren ter voldoening van de legitieme portie". Hij zet een kruisje, zij tekent met haar naam. (ONA Dordrecht inv. 1238, akte 113)

- 23 aug. 1792: begraven het minderjarige kind van Koert Leenties in het Torenstraatje, beide ouders leven , "beste graft" (begraafboek Nieuwkerk Dordrecht)

- 14 jan. 1793: begraven het minderjarige kind van Koert Linties in het Torenstraatje, ouders leven, "beste graft" (begraafboek Nieuwkerk Dordrecht)

220. Arnold Steinroth, trouwde voor 1782

221. Hilgen NN

(Zij lieten een zoon dopen te Beeck [D.] in 1782.)

222. Johannes Kordt, geboren in Frankfort (BS Dordrecht overlijdensakte nr. 86 dd 13 febr. 1829) of Stockhausen in Hessen Darmstadt (huwelijksinschrijving 22 juni 1780) ca. 1736, overleden Dordrecht 11 febr. 1829 in het huis C:1530 in de Kromme Elleboog (93 jaar oud, wonende te Dordrecht, gehuwd met Heiltje Koepijn), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 22 juni/11 juli 1780 (pro deo, de bruidegom wonende in de Vleeshouwersstraat en geassisteerd met zijn vriend Arnoldus Voets, de bruid eveneens wonende in de Vleeshouwersstraat, geassisteerd met haar moeder Neeltje de Leur, weduwe van Willem Koppijn)

223. Heiltje Koppijn (Koepijn), gedoopt NG Dordrecht 8 nov. 1760, jonge dochter van Dordrecht (1780), overleden Dordrecht 27 aug. 1832 in het huis C: 1453 in de Kolfstraat

224. Jan Woutersz. van Someren, gedoopt NG Haaften 11 juli 1723, jongman geboren te Haaften wonende in Brakel (1748), vestigde zich ca. 1750 in Haaften, ca. 1755 in Herwijnen, overleden na 1 jan. 1767, trouwde NG Brakel 9 maart 1748

225. Neeltje (Neelke) Teunisdr. de Ruiter, geboren 's-Gravendeel naar schatting ca. 1725, jonge dochter geboren te 's-Gravendeel wonende te Brakel (1748), overleden na 1 jan. 1767

226. Jan Pas, gedoopt NG Herwijnen 4 april 1734, trouwde NG Herwijnen 9 nov. 1766

227. Neeltje (Neelke) van Veen, jonge dochter geboren te Poederoijen (1766)

228. Jan Treffers, gedoopt NG Baardwijk 3 sept. 1713, rietdekker wonende te Sprang-Capelle (1736), wonende (na 1736) aan het Laageinde te Baardwijk, schepen aldaar in 1743 en 1749, overlijden aangegeven gaarder Baardwijk (pro deo) op 7 jan. 1768, door zijn zoon Anthonij Treffers, begraven Baardwijk jan. 1768 (op het kerkhof), trouwde NG Baardwijk 7 okt. 1736

229. Johanna (Adriana) Kuijsten, gedoopt NG Baardwijk 3 sept. 1713, overlijden aangegeven Baardwijk 17 okt. 1792, begraven aldaar 22 okt. 1792

- 25 jan. 1733: gedoopt NG Baardwijk Jacoba van Kleef, onwettige dochter van Johanna Kuijsten, bij haar verwekt door Jacobus van Kleef

230. Cornelis Jorisz. van Wijk, geboren Wijk (N.-B.) naar schatting ca. 1710, meester-metselaar, president-schepen en kerkmeester te Wijk, overleden na 14 april 1783, trouwde 1e NG Wijk (ondertrouw) 10 juni 1734 Maijken Fransdr. van Gammeren, overleden vóór 14 febr. 1739 (ORA Wijk inv. 8), trouwde 2e Wijk 14 april/6 mei 1742

231. Cornelia Laurensdr. van Bergijk, jonge dochter wonende te Wijk (1742), overleden vóór 9 febr. 1765 (ORA Wijk inv. 8)

- 14 april 1783: testament van Cornelis Jorisz. van Wijk. Legaten voor zijn zoons Laurens en Jan van Wijk: elk 100 gl. Legaat voor Jenneke van Wijk, vrouw van Jacobus Treffers: 1 hond boomgaard en hofland te Wijk op het Speijk. Erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen zijn zijn kinderen Jacob, Philippus en Cornelis van Wijk (ORA Wijk inv. 7)

232. Andries Librecht (Libreght, Libregt), gedoopt NG Breda 24 jan. 1717, jongman van Breda wonende op de Hoge Nieuwstraat te Dordrecht (1736), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 26 juli/19 aug. 1736

233. Jacomijna (Jacomijntje) de Groot, gedoopt NG Herwijnen 25 dec. 1701, jonge dochter van Herwijnen wonende bij de Lombardbrug te Dordrecht (1736)

234. Willem  Boode (Willem Hendriks), jongman van Brummen (1752), trouwde NG Arnhem 12 april 1752

235. Lijsebeth (Elizabeth) Velthorst, jonge dochter wonende te Arnhem (1752)

236. Johann Christian Kropff, Tagelöhner, later Portier te Kassel (Hessen), trouwde tussen 1 en 8 juli 1757 in de Oberneustädter Deutschen Gemeinde te Kassel

237. Johanna Elisabeth Berrier [Maria Perrien volgens inschrijving stamboek van kwartier 118], Jungfrau (1757)

238. Carel Greve, gedoopt Groenlo 14 juni 1744, schepen van Gestel, schoolmeester te Maarheeze, overleden Breukelen 8 sept. 1808, trouwde Veldhoven 2 jan. 1763

239. Petronella van Braam, gedoopt Bergen op Zoom 4 juni 1730, overleden Maarheeze 24 april 1787 

I. DE KORREKTE HOUDING VAN DE NEDERLANDS HERVORMDE KERKERAAD VAN VELDHOVEN IN 1767 T.A.V. EEN ZEER MISPLAATSTE OECUMENE TUSSEN EEN REFORMATORISCHE SCHEPEN VAN GESTEL EN ZIJN ROOMS KATHOLIEK DIENSTMEISJE UIT VALKENSWAARD.
"Wo Menschen sind, da menschelt es". Dit spreekwoord geldt voor alle tijden, rangen, standen, wereldbeschouwingen en geloofsovertuigingen. In het jaar 1766 meer dan 200 jaar geleden, "menselde" het ook tussen een vooraanstaande schepen van gereformeerden huize te Gestel en diens katholiek dienstmeisje uit Valkenswaard. De Hervormde Kerkeraad van Veldhoven, Blaarthem en Gestel als kerkelijke rechtbank van de genoemde gemeenten, nam deze zaak zeer serieus op zoals wij uit de navolgende notulen van de kerkeraadsvergaderingen uit deze jaren kunnen opmaken. Zonder aanzien des persoons werd de kerkelijke tucht gehandhaafd en de censuur toegepast. Ziehier nu een korte samenvatting van deze notulen en handelingen van de kerkeraad (kerkelijk archief der Nederlands Hervormde Gemeente te Veldhoven).
8 maart 1767 De zaak Carel Greve en Johanna van Houtert. De leden van de kerkeraad delen desbetreffende geruchten mee: de dienstbode van Carel Greve (Johanna van Houtert) was reeds zwanger toen zij bij hem in huis was. Hij werd als vader genoemd. Enige weken voor de bevalling is de dienstbode naar haar vader te Valkenswaard vertrokken. Zij vertelde daar zwanger te zijn van Carel Greve en verklaarde hem het kind na de geboorte te zullen sturen, indien hij niet gereformeerd was. Zij is daarna bevallen van twee kinderen. De kerkeraad is van oordeel, dat er ernstige aanwijzingen zijn ten nadele van Carel Greve. De dienstbode is immers in februari 1767 bevallen, dus in mei 1766 zwanger geworden. Het doopregister toont aan, dat op 4 mei 1766 een kind van Carel Greve gedoopt is. Zijn vrouw lag toen in het kraambed. De dienstbode kon zich toen moeilijk met vreemde mannen ophouden, wel echter gemakkelijk met Carel Greve zelf. De verdenking wordt nog versterkt doordat de dienstbode thans door de familie Greve een eerloze wordt genoemd. Carel Greve heeft bovendien getracht een jongeman over te halen haar te trouwen. Zelfs abortus zou geprobeerd zijn. De kerkeraad is van oordeel, dat deze zaak geen uitstel toelaat, daar Greve ook van plan is een plechtige eed af te leggen. Er wordt daarom besloten op 11-3-1767 een kerkeraadsvergadering te houden a) om aan C. Greve 8 vragen te stellen (zie onder 11 maart 1767) en b) om hem 6 vermaningen voor te houden: echtbreuk is grote zonde, deze wordt nog verzwaard door valse eed, hierdoor wordt. Gods toorn opgewekt, de geschonden waarheid wordt toch eens gewroken; het geweten moet worden geraadpleegd, de kerkeraad is verplicht een kerkelijk vonnis te vellen. Ondertekend door A. Ross, J. van Ravesteijn, de Bie en A. van Meurs.
- 60
11 maart 1767 Op deze vergadering is Carel Greve aanwezig. De geruchten over zijn echtbreuk worden hem medegedeeld. Vraag: Is Uw vroegere dienstbode bevallen? Hoe heet zij? Antwoord: Ik heb het horen zeggen. Zij heet Johanna van Houtert. Vraag: Heeft U geweten, dat Uw dienstbode zwanger was, toen zij nog bij U in huis was? Antwoord: Ik wist niets van deze zwangerschap. Vraag: Bent U en is ook Uw vrouw zo onnozel, dat U een zwangere vrouw voor een waterzuchtige aanziet? Antwoord: Ik heb wel vermoed dat zij zwanger was. Daarom hebben mijn vrouw en ik haar wasgoed gekontroleerd .... en ons gerustgesteld Vraag: Heeft de dienstbode de dokter geraadpleegd voor abortus? Antwoord: Ik wist niet, voor welke ziekte zij de dokter raadpleegde. Ik heb alleen een briefje geschreven om andere medicijnen met haar naam daaronder Vraag: Heeft U de dienstbode bij haar vertrek naar Valkenswaard uitgeleide gedaan? Antwoord: Neen. Vraag: Is het waar, dat U door de dienstbode als vadervan haar twee kinderen bent aangewezen? Antwoord: Dat heb ik horen zeggen. Vraag: Bent U voornemens om U door een plechtige eed te purgeren, dat U geen omgang met haar hebt gehad? Antwoord: Ik zal dit zeker doen, indien de officier dit eist. Vraag: Hoe durft U dat te doen aangezien er ernstige presumpties tegen U bestaan? Antwoord: Ik geef die presumpties toe, maar getuig voor God en, mijn geweten, dat ik nooit met deze vrouw ontucht heb bedreven. Daarom doe ik deze eed hoe eerder hoe liever. Hierna volgt een discussie tussen de kerkeraad en C. Greve: Kerkeraad: Zeer waarschijnlijk bent U de echte vader. De vrouw is Rooms en U bent gereforMeerd. Een Roomse vrouw zal niet gauw den gereformeerde als vader aanwijzen. C. Greve: Ik weet niet, hoe zij daartoe gekomen is. Is zij omgekocht? Kerkeraad: Zou een gedefloreerde dochter een gehuwd man als vader aanwijzen? C. Greve: Daarvan weet ik de reden niet. Kerkeraad: De vrouw wist, dat U geen bemiddeld man was. Toch wees zij U als vader aan. C. Greve: Ik geef toe, dat ik niet bemiddeld ben en kan haar dus niet alimenteren. Ik weet niet, waarom zij mij als vader aanwijst. Ik had haar wel veel eerder laten gaan, als ik het geld voor de huur had gehad. Kerkeraad: De vrouw tou zich zelf "eerloos" maken, omdat zij U ten onrechte als vader aanwijzende, toch wist, dat U zich door een eed gemakkelijk kon zuiveren van blaat. C. Greve: Het is dom, om zo iemand vader te noemen. Zij bewijst haar domheid door haar tijdsopgave van konceptie, nl. 7,5 maand voor de bevalling. Kerkeraad: Uw dienstbode is in mei zwanger geworden, toen Uw vrouw in
- 61
het kraambed lag. Er was gelegenheid voor overspel. C. Greve: Ik heb haar zelfs niet aangeraakt. Verder tracht C. Greve zijn onschuld te bewijzen door te zeggen, dat hij zich zowel in de ongehuwde als ook daarna in de gehuwde staat steeds eerlijk en eerbaar heeft gedragen, waarbij hij zich zelfs op de kerkeraad beroept en op allen die met hem omgingen. Johanna van Houtert zou voor haar vertrek tegen het echtpaar Greve gezegd hebben, nooit omgang te hebben gehad met C. Greve. Haar later getuigenis was dus volgens Greve vals. Hij noemt haar een kanalje, die in Eindhoven bij een koperslager was weggejaagd wegens oneerbaar gedrag. Er ging zelfs een gerucht, aldus Greve, dat zij reeds eerder een onecht kind had. Hij verklaarde ook, dat hij steeds knorrig tegen haar was geweest, zodat zelfs zijn vrouw daarover kwaad werd. Hij had echter geen verdenking tegen een bepaalde andere man, daar hij niets bewijzen kon. De kerkeraad overweegt zijn verklaringen, maar kan hem niet onschuldig verklaren. Zijn beweringen bewijzen nl. niets. De presumpties tegen hem blijven ernstig. De kerkeraad wil het oordeel opschorten en Greve vermanen. De beweringen moeten met attestaties of ondertekende brieven geverifieerd worden. De eed van purgie mag niet prematuur worden afgelegd. De kerkeraad zal hulp aanbieden voor uitstel van die eed. Indien Greve onschuldig was, moest hij hopen, dat God hem de middelen zou aangeven om die onschuld te bewijzen. Daarna wordt Greve binnengeroepen. Hij is er erg afkerig van om schriftelijke bewijzen in te winnen. Bovendien wenst hij zonder uitstel de eed van purgie af te leggen. Ondertekend door A. Ross en J. van Ravesteijn. Na het vertrek van Greve wordt nog besloten, ook de dienstbode te ondervragen. Hiervoor worden de twee diakens afgevaardigd. (wordt vervolgd)

I. DE KORREKTE HOUDING VAN DE NEDERLANDS HERVORMDE KERKERAAD VAN VELDHOVEN IN 1767 T.A.V. EEN ZEER MISPLAATSTE OECUMENE TUSSEN EEN REFORMATORISCHE SCHEPEN VAN GESTEL EN ZIJN ROOMS KATHOLIEK DIENSTMEISJE UIT VALKENSWAARD. (vervolg op de tweede aflevering 1971)
15 maart 1767 De diakens de Bie en van Meurs brengen verslag uit van hun bezoek bij Johanna van Hautert te Valkenswaard, welk verslag is opgetekend en voorgelezen in aanwezigheid van de ouders van Johanna van Houtert en door laatstgenoemden bevestigd. Johanna is één keer door C.Greve misbruikt. Zij werd toen 's nachts om één uur naar zijn kamer gelokt en gedwongen. Zij wist de datum niet meer precies, maar het jongste kind van Greve was toen nog zeer klein. De eed van die bedrieger en verleider zou zij openlijk als vals aanmerken door de waarheid te vertellen, zoals voor de heer officier en de schepenen van Valkenswaard. Daarna gaf zij verslag van haar vertrek uit het huis van koperslager Buckeners te Eindhoven, waar niets oneerbaars gebeurd was. Zij had alleen aan militairen koffie geschonken. Daarvoor gaf zij getuigen op. C. Greve had sedert die bewuste nacht gedurig haar bed en kleding gekontroleerd, om zich gerust te kunnen stellen, dat zij niet zwanger was. Hij had haar zelfs aangespoord abortus te plegen. De Kerkeraad stelde vast, dat door deze mededelingen de presumpties tegen C. Greve waren vermeerderd. De mondelinge argumenten van Greve werden nog eens grondig onderzocht en moesten in zijn eigen nadeel worden uitgelegd. Waarom was nl. de dienstbode tot het laatst in zijn huis geduld en niet eerder weggejaagd? Waarom trachtte hij haar later op verschillende manieren eerloos te maken, terwijl hij eerst beweerde niets van haar zwangerschap te weten? De geruchten waren er nl. al toen de dienstbode nog bij hem in huis was. Waarom liet hij haar gaan zonder gerechtelijk onderzoek te doen instellen naar de schuldige van deze zwangerschap? Waarom heeft de familie van C. Greve tot het laatst toe ontkend, dat de dienstbode zwanger was? Waarom ineens nu die haast om de eed van purgie af te leggen? Men besluit Greve wederom voor de vergadering te doen verschijnen, nl. op 19-3-1767. Ondertekend door A. Ross, J. van Ravesteijn, de Bie en A. van Meurs.
19 maart 1767 De predikant deelt mede, van J. Greve, de vader van C. Greve, een brief te hebben ontvangen d.d.16-3-1767. Deze brief wordt aan de vergadering voorgelezen. De stijl van dit geschrift is opgeblazen en Gods naam, wordt daarin misbruikt. Men zal J. Greve in verband hiermede niet ontbieden wegens zijn hoge ouderdom, maar hem wel een vermanende brief zenden wegens zijn indecente woorden. In een verwaand rekwest geeft J. Greve nl. te kennen, dat hij zijn zoon gedwongen heeft niet voor de Kerkeraad te verschijnen alvorens zijn brief beantwoord is; tevens verzoekt hij kopie van de handelingen van de Kerkeraad. De vergadering vindt de handelwijze van J. Greve,
- 112
om een getrouwde zoon, die schepen van Gestel is, te dwingen niet te komen, belachelijk. Het schijnt, dat de vader bevreesd is, dat zijn zoon schuldig is en zich voor de Kerkeraad zal verspreken. De gevraagde kopie zal worden geweigerd. Aan J. Greve zal een brief worden gezonden met de waarschuwing zijn zoon niet meer te dwingen en zich te onthouden van misbruik van Gods H.Naam. Het wegblijven van C. Greve wordt als zeer verdacht beschouwd. De volgende vergadering wordt vastgesteld op 24-3-1767, waarop C. Greve wederom zal worden ontboden. Ondertekend door A. Ross, J. van Ravesteijn, de Bie en A. van Meurs.
3 april 1767 De predikant deelt mede, dat hij tevergeefs getracht heeft C. Greve te ontbieden. Deze had telkens andere uitvluchten. Op 24-3-1767 moest hij naar een "extraordinair gerecht" te Gestel, op 26-3-1767 naar 's-Hertogenbosch en op 3 april was hij druk bezet met dorpszaken. De nieuwe vergadering wordt belegd op 5-4-1767 (zondagmiddag na de Godsdienstoefening). De koster zal C. Greve tijdig mededelen dat de Kerkeraad bij niet verschijnen genoodzaakt zal zijn de procedure tegen hem voort te zetten. Ondertekend door A. Ross, J. van Ravesteijn, de Bie en A. van Meurs.
5 april 1767 Carel Greve is verschenen. De Kerkeraad is van mening, dat zijn uitvluchten om niet te komen, tegen hem pleiten. Daarop leest Carel Greve een verklaring voor, waarin hij zegt, dat hij nu voor de laatste keer voor de Kerkeraad verschijnt. Verder verklaart hij daarin, dat hij op geen enkele vraag meer zal antwoorden. Bovendien zal hij, als hij nok verder lastig gevallen wordt, middelen naar recht zoeken. En als de politieke rechter deze zaak heeft beëindigd, kunnen de heren beginnen. C. Greve wordt daarna verzocht zich even te verwijderen, hetgeen hij echter weigert, daar hij dit als nutteloos beschouwt. Greve verlaat oneerbiedig de vergadering. De Kerkeraad konkludeert, dat de brief en de houding van Greve op een schuldig geweten wijzen. Kerkelijke tucht is ook nu reeds noodzaak en wel i.v. m. zijn verbitterd en hoogmoedig gedrag. Om verdere ergernis in de gemeente te voorkomen wordt Greve gecensureerd en hem het gebruik van het Avondmaal verboden, totdat hij de Kerkeraad als kerkelijke rechter erkent en niet meer weigert met deze te onderhandelen. De censuur zal van de kansel warden afgekondigd, opdat de gemeenteleden geen bezwaren zouden gevoelen, om samen met C. Greve aan de H. Tafel te verschijnen. De koster van Gestel zal opdracht ontvangen om Greve daarvan in kennis te stellen. Ondertekend: Ds. A. Ross en de Kerkeraad.
26 april 1767 De Kerkeraad bevestigt, dat de predikant de censuur tegen C. Greve volkomen volgens de intentie van de Kerkeraad vanaf de preekstoel heeft bekendgemaakt op 12-4.-1767. De predikant stelt voor, een kommissie van de Kerkeraad naar de stadhouder van Gestel te zenden, om verslag te vragen, zodra de politieke procedure tegen C. Greve
- 113
is beëindigd. De Kerkeraad verzoekt de predikant deze kommissie op zich te nemen. Getekend door Ds. A. Ross en de Kerkeraad.
8 mei 1767 De predikant brengt verslag uit van zijn kommissie bij de, officier van Gestel betreffende de procedure tegen C. Greve. Laatstgenoemde heeft een rekwest ingediend met het verzoek te worden toegelaten tot de eed van purgie. Er wordt geadviseerd deze te weigeren op grond van suspicie. De Kerkeraad zal op de hoogte worden gehouden. Getekend door Ds. A. Ross, Hermani, J. van Ravesteijn, de Bie en A. van Meurs.
18 oktober 1767 De predikant deelt mede, dat C. Greve hem op 14-10-1767 heeft verzocht, een Kerkeraadsvergadering te beleggen, om hem gelegenheid te geven een voorstel tot ontheffing van zijn censuur te kunnen doen. C. Grove wordt binnen geroepen en verklaart, de Kerkeraad als zijn kerkelijk rechter te erkennen. Hij verzoekt ontheffing van censuur. De Kerkeraad besluit met deze verklaring genoegen te nemen en C. Greve van zijn censuur te ontheffen. De predikant zal voor de afkondiging zorg dragen. Ondertekend door Ds. A, Ross, S. Hermanni, J. van Ravesteijn, de Bie en A. van Meurs.

(Campinia, Driemaandelijks blad van het Streekarchivariaat Noord-Kempenland, 1971 (1), p. 59 e.v., p. 111 e.v.)

6. NOG EENS: DE ZAAK CAREL GREVE EN JOHANNA VAN HOUTERT (door J. Bijnen, Oerle) In Campinia, jaargang 1, 1971, blz. 59/61 en 111/113, zijn opgenomen de verklaringen van een reformatorische schepen uit Gestel, Carel Greve, die een verhouding zou hebben gehad met zijn. Rooms Katholiek dienstmeisje Johanna van Houtert uit Valkenswaard. In het schepenbankarchief van Waalre en Valkenswaard is opgenomen de verklaring van Johanna van Houtert. Hieruit blijkt, dat zij op dinsdag, 24 februari1767 is bevallen van een tweeling, een zoon en een dochter, en dat zij niemand anders als de vader erkent dan Carel Greve uit Gestel (W. en V. R 158, fol. 60ro.vo.). "Compareerde voor ons scheepenen der heerlijkheijt van Valkenswaart Anna Maria Mangelschot vroedtvrouw deser heerlijkheijt mitsgaders Johanna van Houtert bijde woonende alhier, dewelke onder presentatie van eede die sij bereijd sijn ten allen tijden daar op te sullen presteeren en afleggen verclaaren ter instantie en requisitie van de heer Jan Willem Daniel de Jongh drossaart deser voornoemde heerlijkheijt en wel de eerste comparante en deponente dat sij op dinsdagh den vierentwintigste februarij laatst leeden des smorgens is geroepen ten huijse van Cornelis van Houten meede woonende alhier om sijn dogter de tweede comparante die in baarensnoot was te coomen adsisteeren, dat sij eerste comparante aldaar gecoomen sijnde de tweede comparante in baerens noodt heeft gevonden en als doen in nresentie van de vrouwen die deselve soude adsisteeren aan haar gevraaght
Onze abonnee G.S.M.Th. Jonkers, p/a EMA, postbus 111, Valkenswaard, is zeer geïnteresseerd in alle gegevens omtrent het geslacht Jonkers en verzoekt via ons blad mede-abonnees, die een desbetreffende bronnenopgave kunnen verstrekken, hem deze te willen doen toekomen.
- 61 - heeft wie vader van het kint was dat sij baaren soude, waar op de tweede comparante heeft geaentwoordt dat sij met niemandt anders te doen hadde gehadt als met Carel Greeven woonende tot Gestel bij Eijndhoven en mits dien hem en geen andere erkende als vader van het kind waar van sij baare soude, dat kort daar op de tweede comparante is verlost van twee kinderen sijnde een soon en een doghter. En verclaarde tweede comparante, dat sij heeft gewoondt voor dienst meijdt bij Carel Greve woonende tot Gestel bij Eijndhoven, dat voornoemde Greeve op een namiddagh thuijs koomende haar deponente met gewelt heeft aangevat, en niet tegenstaande al het roepen en schreewen soodanigh heeft tot sijnen wille gekreegen dat hij met deselve vleeselijk heeft geconverseert soodanigh dat sij deponente van hem beswangert is geworden, en dat sij mitsdien niemant anders als vader van de twee kinderen waar van sij op den vierentwintigsten februarij laatst leden is in de kraam gekoomen erkent dan voornoemde Carel Greeven. Eijndigende sij deponenten hier meede deese haare waaragtige verclaaringh en hebbe naar aandagtige prelectuere daar bij gepersisteert ent selve benevens ons scheepenen en secretaris ten prothocolle eijgenhandigh ondertij kent op heden te Valkenswaart deesen derden maart zeeventienhondert zeevenentsestigh. (Ondertekend:) Anna Maria Mangelschot, Johanna van Houtert (handmerk), Z.J.G. Chastillon, schepen, J. de Jongh, schepen en J.C. Dagevos, secretaris." Op 17 maart 1767 (W. en V. R 158, fel. 62ro.vo.) wordt door Anna Maria Mangelschot en Johanna van Houtert nogmaals een soortgelijke verklaring afgelegd voor de schepenen van Waalre en Valkenswaard, ditmaal onder ede en ter instantie en requisitie van de heer Erikus Herman, stadhouder van Eindhoven en omliggende heerlijkheden van Woensel, Gestel, Strijp en Stratum. 

(Campinia, Driemaandelijks blad van het Streekarchivariaat Noord-Kempenland, 1976, nr. 22, p. 60 e.v.)

240. Arie Knikman, gedoopt NG Kralingen 10 dec. 1730, overlijden aangegeven gaarder Dordrecht 6 juni 1778, begraven Dordrecht 7 juni 1778, trouwde NG Dordrecht 12 mei 1757

241. Maria Sterk, gedoopt NG Dordrecht 22 dec. 1730, turftonster (ca. 1771-1792), overleden Dordrecht 9 maart 1806, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 15 maart 1806 (Maaijke Sterk, weduwe van Arij Knikman, laat kinderen na, op de Hellingen nr. 117, "met ordinaare koetsen", 80 jaar oud, "water" (waterzucht ?), om 10 uur begraven)

- 1792: Maria Sterk, turftonster, wordt gearresteerd en gedetineerd in het Stadhuis van Dordrecht. Zij zou uit een aantal schepen meer turf hebben gelost dan zij had opgegeven. Vóór haar arrestatie bevond zij zich bij haar zwagers Knikman in Bleiswijk. "De gevangene zegt  genaamd te zijn Maaijke Sterk,... oud 64 jaren, geboren binnen deze stad, wonende in de Kolfstraat en te bedienen de turfton voor de meijd van Hr. Beelaerts van Blokland. Zegt de turfton al 21 jaar voor deeze en geene waargenomen te hebben." (ORA Dordrecht inv. 278)

242. Johannis (Jan) Bax, gedoopt NG Dordrecht 7 juli 1736, jongman geboortig van Dordrecht (1763), vestigde zich in 1763 in Klundert (Niervaart) en ca. 1775 weer in Dordrecht, overleden Dordrecht 11 febr. 1807 (73 jaar, buiten de Spuipoort in huis E:390, laat 7 kinderen na uit het eerste en tweede huwelijk, "best graft", borstkwaal), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10 juli 1763 Anthonia Boon, weduwe van Alexander de Jong, geboortig van Dordrecht (1763), gedoopt NG Dordrecht 29 dec. 1736, dochter van Engel Boon en Cornelia Lugten, overleden ca. 1767, vermoedelijk in Klundert. Johannes Bax trouwde 2e NG Klundert 2/21 dec. 1768

243. Christina (Stijntje) Kuijpers, gedoopt NG Klundert 18 okt. 1750, jonge dochter geboren en wonende te Klundert (1768), overlijden aangegeven gaarder Dordrecht 21 nov. 1783 (impost 3 gl.), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 22 nov. 1783 (huisvrouw van Johannes Bax, op de Spuiweg, laat kinderen na)

- 28 juli 1763: akte van indemniteit van Dordrecht naar Klundert voor Jan Bax, ingeboren burger van Dordrecht en zijn vrouw Anthonia Boon.

Kinderen ex 1:

a. Deliana Bax, gedoopt NG Klundert 21 sept. 1763, weduwe van Dordrecht, wonende op het Rusland te Amsterdam (1795), trouwde 1e Jacobus Le Fevre, 2e Amsterdam 17 april 1795 Anthonie Beekman

b. Cornelia Bax, gedoopt NG Klundert 27 maart 1766

Kinderen ex 2:

a. Hendrica Bax, gedoopt NG Klundert 21 juni 1769

b. Maijke Bax, geboren Klundert 3 febr. 1772, NG gedoopt ald. 9 febr. 1772

c. Hendrik Bax, geboren  Klundert 5 maart 1774, gedoopt NG ald. 6 maart 1774, jongman geboren in de Klundert wonende even buiten de Vriesepoort (1795), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16 mei 1795 (ondertrouw, de bruidegom geassisteerd met zijn vader Johannes Bax) Anna van Gink (uit dit huwelijk o.a. een dochter Christina Bax, geboren Dordrecht 7 dec. 1800)

d. Jacoba Bax, gedoopt NG Dordrecht  18 okt. 1778, in het Armen-Weeshuis te Dordrecht opgenomen op 24 juni 1789, door haar vader thuisgehaald op 29 aug. 1789 (Archief Weeshuis Dordrecht, inv. 617, geen folionrs.)

e. Johannes Bax, gedoopt NG Dordrecht 18 jan. 1782

244. Hermanus Tielekind, gedoopt Oud-Katholiek Dordrecht 12 jan. 1736, begraven Dordrecht 23 juni 1779 (woonde in de Stoofstraat bij de brug), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4 maart 1762 (ondertrouw)

245. Maria Spoel, gedoopt NG Dordrecht 24 aug. 1734, begraven Dordrecht 22 sept. 1774 (woonde in de Stoofstraat)

246. Willem van Cleeff, gedoopt NG Dalem 24 mei 1722, jongman geboren te Dalem (1752), trouwde NG Dalem 4/25 mei 1752, overleden in of na 1772

247. Dieuwertje Maat, gedoopt NG Dalem 23 juni 1726, jonge dochter geboren te Dalem (1752), overleden ca. 1771

248. Denis Nicolaasz. Nelemans, gedoopt NG Zevenbergen 23 okt. 1706, overleden Terheijden 13 dec. 1771, trouwde Zevenbergen 9 nov. 1736

249. Adriana Allaars, gedoopt NG Zevenbergen 23 maart 1710, overleden Terheijden 14 april 1784

250. Pieter (Petrus) in't Velt , gedoopt RK Made 10 maart 1712, trouwde 2e RK Zevenbergen 2/22 jan. 1739 (ook ondertrouwd NG Hoge en Lage Zwaluwe op 5 jan. 1739; aangegeven gaarder Zevenbergen 2 jan. 1739, impost 6 gl. voor beiden)

251. Adriana Hendriksdr. Cocks (Koks, Cokx), gedoopt RK Zevenbergen 8 april 1716,  jonge dochter geboren en wonende te Zevenbergen (1739)

252. Cornelis van Persijn, gedoopt NG Dordrecht 13 april 1708, jongman van Dordrecht, wonende in de Raamstraat (1731), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7/23 sept. 1731 (de bruidegom geassisteerd met zijn van vader Jan van Persij, de bruid met haar vader Gerrit Smits)

253. Pieternella (Petronella) Smits, gedoopt NG Dordrecht 27 dec. 1706, jong dochter van Dordrecht, wonende bij de Pelserbrug (1731)

- 3 mrt. 1761: Cornelis Persijn, getrouwd met Petronella Smits en Aart Vervoorn, getrouwd met Marteijntje Smits, verkopen voor 635 gl. 10 st. aan Govert van Os schipper een huis in de Grotekerksbuurt bij de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van Pieter Maascant en dat van de weduwe Veltman. (ORA Dordrecht inv. 827, f. 90v)

- 3 mrt. 1761: Cornelis Persijn en Petronella Smits verkopen aan Aart Vervoorn zakkendrager voor 50 gl. de helft van een huis in de Lange Breestraat (ORA Dordrecht inv. 827, f. 91v)

254. Moijses (Neuhausen)

Kinderen:

a. Maria Barbara (Maria Anna) Nieuwenhuizen (Neuhausen), geboren ca. 1756 (= kwartier 127)

b. Maria Augusta (Sara) Neuhausen (Moijses), geboren ca. 1763 te Gross-Gerau (Duitsland, RK gedoopt op 14 mei 1780 in Schinnen (getuigen: Reverendus Dominus Casparus Pijls meus assistens nomine Domini Philippi Thomae Fabritius praetoris in Schinnen & Wijnansraed et domicella Maria Ludovica Delhaid Leodiensis pro perillustri ac generosa Augusta baroness de Bongart nata Delhaid comitissa de Leeroddomina temporalis et actualis in Wijnansraed.

1780: Decima quarta maii Sara Moijses nata et educata in judaismo in Groskeiren ultra Francofurtum decimum septimum aetatis annum agens huc advenit catholicam fidem amplecti desiderans, post sufficientem instructionem et praevie judaismo abjurato, fuit a me infrascripto in hac nostra ecclesia solemniter baptizata decima quarta maii, cui nomen fuit impositum Maria Augusta Neuhausen quam ex sacro fonte susceperunt Rdus Dnus Casparus Pijls meus assistens nomine Domini Philippi Thomae Fabritius praetoris in Schinnen & Wijnansraed et domicella Maria Ludovica Delhaid Leodiensis pro perillustri ac generosa domina Augusta baronessa de Bongart nata comitissa de Leerot domina temporalis et actualis in Wijnansraed. G.Pijls, M.L. Delhaid Testor N.Somija pastor in Schinnen. 

(http://members.home.nl/w.brasse/jodasit/jodasit-frm3.htm)

 (Voor het vervolg zie de pagina "Kwartierstaat van A.B. den Haan: generatie IX en volgende")